Nog een laatste slok water, ongedurig heen en weer lopen, de oneliners een laatste keer oefenen. Het podium op, na lange bange minuten in de coulissen. Half verblind door het licht de zaal inkijken en je verhaal houden, met de tijd die onverbiddelijk naar 0:00 terugtikt. Daarna de spanning van de stemuitslagen die op het grote scherm verschijnen. Het zijn de wandelgangen, de flyers, de speeches en de stemkastjes die ik niet graag zou willen missen.
Het is geen onlogisch voorstel van het partijbestuur om alle leden via een referendum te betrekken bij het vaststellen van de kandidatenlijst. Andere (liberale) partijen doen het al en het past bovendien in een tijd waarin wordt geroepen om meer directe invloed van burgers. Het geeft een veel grotere groep dan de 700 of 800 leden die op een congres komen, de mogelijkheid de koers van de partij mede te bepalen.
Het voorstel versterkt daarnaast de rol van de kandidatencommissie. In plaats van een indeling van geschikte kandidaten in blokken, zal de commissie (weer) een voordracht per plek maken. Dit sluit aan bij het toegenomen belang van rekrutering en selectie. Een partij die kiezers wil overtuigen én mee wil regeren, heeft goede en geloofwaardige kandidaten nodig. Niet voor niets wordt ook bij GroenLinks flink gescout en getraind; daarbij past een stevige rol voor de kandidatencommissie.
Het probleem is echter dat het voorstel twee doelen nastreeft, die lastig met elkaar te zijn verenigen. Aan de ene kant professionalisering door meer op de expertise en inzichten van de kandidatencommissie te steunen, aan de andere kant democratisering door de lijst door veel meer mensen te laten samenstellen. Het grote risico is vervolgens dat de lijst die via een referendum tot stand komt, alsnog flink van het advies van de commissie afwijkt, meer dan op een congres. Zeker omdat het niet mogelijk is in het referendum met één druk op de knop de voordracht integraal over te nemen.
Tijdens het congres wordt per plek gestemd en ontvouwt de kandidatenlijst zich geleidelijk. Wie vindt dat er intussen wel genoeg vrouwen, Amsterdammers of voormalige DWARS’ers op staan, kan dat bij volgende stemmingen compenseren. Bij een referendum, met alle stemmen in één keer, is het resultaat heel wat onvoorspelbaarder en ontbreekt de mogelijkheid halfweg bij te sturen.
Ik vind dat (partij)democratie best een beetje tijd en energie mag kosten. En hoe veel moeite is het eigenlijk om een middag naar een congreszaal te komen en een keer of dertig op een stemkastje te drukken? Bovendien is het congres laagdrempelig: niet alleen geselecteerde afgevaardigden zijn welkom, maar alle leden mogen komen.
Tot slot: de twee minuten waarin een kandidaat zich op een congres presenteert, zeggen niet alles over haar of zijn kwaliteiten. Ze komen echter wel het dichtst bij datgene wat daarna ook van een volksvertegenwoordiger wordt verwacht: spreken in het openbaar, verbinding maken, jezelf en je ideeën verkopen en anderen overtuigen. Een gelikte website maken is niet zo moeilijk en menigeen kan gevat uit de hoek komen op twitter of facebook. Maar daar op dat podium moet het écht gebeuren. Waar kandidaten hebben gestraald, maar ook zijn gestraald. Een traditie om in ere te houden.
Dit opiniestuk staat ook in het GroenLinks Magazine van februari