John Jorna

John Jorna is lid Europawerkgroep en komt uit Odijk (Utrecht)


Veel over R.k.Kerk en Odijkse parochie, Bunnikse politiek en Europese Unie

Zij linken naar John Jorna

    • Website
    • Feed (actief, valideer)
    • Laatste bericht: 3 februari 2012, 21:59 (24 minuten geleden gecheckt)
    • Controle-interval: elke 30 minuten.
    • Twingly blogrank: Twingly BlogRank
    • Technorati rank: 4978471, met een authority van 0. * ( 5 mei 2010, 09:48)
    • Blogt over column van de week dossier aartsbisdom .

    vrijdag, 3 februari 2012

    John Jorna

    John Jorna

    De Toekomst van GroenLinks

    In column van de week.

    TEGENPARTIJ OF GEDOOGPARTIJ OF
    REGERINGSPARTIJ?

    GroenLinks is een partij, die altijd een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid ten toon spreidt. Als we iets een goed idee vinden, stemmen we voor, zelfs als het afkomstig is van een partij, waarvan we de ideeën vaak verafschuwen. Als de huidige regering onze steun vraagt, dan bekijken we of we het ermee eens zijn, onderhandelen eventueel en proberen er iets uit te slepen, dat zoveel mogelijk overeenkomt met ons programma. Zo laten we vaak een kans voorbij gaan om deze regering ten val te brengen. Zonder onze steun zou er geen meerderheid voor de plannen zijn. Het gaat soms om zeer onpopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd of de politietrainingsmissie in Kunduz of kostbare maatregelen om de Euro overeind te houden. Van gedoogpartner PVV hoeft de regering bij deze onderwerpen geen steun te verwachten. Spottend spreekt de PVV dan van GroenLinks en D66 als gedoogpartijen. Naar partijen als D66, Partij van de Arbeid, CDA en VVD zendt GroenLinks een signaal uit van kijk naar ons. Wij zijn bereid om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Men beweert, dat het ook maar weinig gescheeld heeft of er was een andere coalitie gevormd en GroenLinks had daarvan deel uit gemaakt. Allerlei hervormingen zouden dan veel gemakkelijker zijn geweest. Op lokaal niveau laat GroenLinks maar al te vaak zien bereid te zijn tot compromissen en onpopulaire maatregelen. Kiezers belonen de partij voor de getoonde daadkracht. Maar op landelijk niveau heeft GroenLinks de naam van eeuwige oppositiepartij en is daardoor minder aantrekkelijk voor kiezers. Een stem op GroenLinks haalt toch niets uit. Die houding van de kiezers moeten we zien te doorbreken.

    Binnen de partij wordt die houding maar al te vaak niet in dank aanvaard. Als je de kans krijgt deze uiterst rechtse regering ten val te brengen, dan grijp je die kans toch met twee handen! Als je de pensioenpremies niet nog hoger wilt laten worden en toch de pensioenen over veertig jaar veilig wilt stellen, dan is dat voor veel jongeren een prima zaak, maar de vijftigplussers, die de jaren beginnen te voelen, zijn er minder blij mee. Jonge partijleden hebben ook veel minder moeite met versoepeling van het ontslagrecht dan de vijftigplussers. Die weten, dat  voor hen de kans op een nieuwe baan zeer klein is. Het idee van GroenLinks, dat men een baan van de gemeente krijgt tegen het minimumloon ziet er weinig aantrekkelijk uit. Wat voor een baan? Maar GroenLinks is ook een partij, waar solidariteit tussen jong en oud vanzelfsprekend is. Net als de solidariteit met ontwikkelingslanden en met economisch zwakke EU-lidstaten.

    Over Kunduz staan twee opvattingen tegenover elkaar. Blijkens de moties voor het aanstaande partijcongres zien velen in de politietrainingsmissie vooral een militaire missie. Gesuggereerd wordt, dat de politieagenten vaak als militairen worden ingezet. Er is een tijd geweest, dat Afghaanse agenten als goedkopere slechter uitgeruste surrogaatsoldaten werden misbruikt. Daarvan merk ik in de huidige berichtgeving niets meer. Nathalie Righton van de Volkskrant schreef maar al te vaak zeer cynisch en spottend over de missie, maar haar verhalen worden positiever. Toch weet iedereen, dat de kans op blijvend succes vooral na het vertrek van de NAVO troepen klein is. Maar hoe groot is de kans op succes bij het streven naar een politieke oplossing? Waarom zouden de Taliban überhaupt gaan onderhandelen? Ze hebben de tijd. Na 2014 grijpen ze naar de macht. Jammer voor de vrouwen en meisjes. Het is nog maar de vraag of westerse NGO’s onder een nieuw Taliban regime nog mogen blijven werken in Afghanistan zoals nu. Als we door onderhandelingen erin zouden slagen, dat NGO’s mogen blijven werken en de politietrainingsmissie kan worden voortgezet of zelfs verbreed, dan zou onderhandelen een succes zijn Anders is het streven naar een politieke oplossing  in feite het aan hun lot over laten van de Afghanen. Het succes van vredeswerkers elders blijkt dan geen garantie voor succes in de Afghaanse werkelijkheid.

    Het moge duidelijk zijn geworden, dat stemmen over Kunduzmoties veel meer is dan een beslissing nemen over wel of niet de missie steunen. In feite gaat het om de partijstrategie. Het is te hopen, dat de 1500 congresgangers beseffen, dat het om meer gaat. Het gaat weer spannend worden.

    Jaargang 4, Nr. 200.

    vrijdag, 27 januari 2012

    John Jorna

    John Jorna

    Atlas van Europese Waarden

    In column van de week.

    LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
    VERBETERD

    Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

    Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

    Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

    De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

    Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

    Jaargang 4, Nr. 199.

    vrijdag, 20 januari 2012

    John Jorna

    John Jorna

    Station Driebergen-Zeist in de toekomst

    In column van de week.

    NOG WAT PUNTJES OP DE I NODIG

    De verbinding tussen Zeist en Driebergen, de Driebergseweg – Hoofdstraat, is een weg met hindernissen. Er zit een dubbele op- en afrit van de A12 in en een overweg bij station Driebergen-Zeist. De kruising met de A12 wordt nu verruimd in het kader van de verbreding van de A12. Het Bunnikse Bedrijf BAM heeft er een mooie klus aan nu er nog maar weinig woningen en gebouwen kunnen worden gebouwd. Die verbreding hakt er letterlijk goed slecht in, want er zijn heel wat bomen gesneuveld. Elke keer als ik er dan weer langs fiets, denk ik: “Hoe lang blijft die benzine nog betaalbaar voor de gemiddelde automobilist?” De vraag neemt enorm toe en het aanbod stijgt te weinig. Het winnen van de aardolie wordt steeds kostbaarder. Komt er een moment, dat die A12 er grotendeels ongebruikt bij ligt?

    Daarom is het maar goed, dat er tegelijk gewerkt wordt aan verbetering van het spoor. Bij station Driebergen-Zeist komen straks vier sporen en gaat de Driebergseweg onder het spoor door. De vier sporen maken het mogelijk, dat intercity’s hier een stoptrein passeren en zo kunnen er straks meer treinen rijden tussen Utrecht en Arnhem en tussen Utrecht en Veenendaal en Rhenen. Die snelsporen komen aan de buitenkant te liggen en middenin komt een breed eilandperron waar aan weerszijde treinen kunnen stoppen. Onder de sporen en het perron komen de fietsenstalling en het stationsgebouw en een doorgang voor fietsers en voetgangers. Via een trap en een lift kan men op het perron komen. Tijdens een informatieavond merkte iemand op, dat als er iets flink fout gaat op een van de sporen ter hoogte van de trap er geen andere vluchtweg is voor de mensen op het eilandperron dan over de sporen. Mijn conclusie was, dat er nooduitgangen moeten komen aan de oost- en de westkant van het eilandperron. Aan de oostkant zou een (beweegbare) trap kunnen komen naar het fietspad aan de oostkant van de Driebergseweg. Dat fietspad ligt hoger dan de weg voor de auto’s. Meer westelijk zou de vluchtweg via een tunnel naar de parkeergarage kunnen lopen.

    Die parkeergarage voor 800 auto’s is nog niet definitief op de plek gesitueerd. De kantoren aan de huidige Stationsweg moeten er voor wijken. Er is veel leegstand bij kantoren. Een nieuwe locatie vinden lijkt geen probleem, maar het moet ook financieel rondkomen. Uit de woorden van de gedeputeerde maakte ik op, dat hij rond dit station meer activiteiten wil. Het huidige P+R terrein zou daar ruimte aan bieden, maar ik vrees, dat er ook verlekkerd wordt gekeken naar tuincentrum en kwekerij Abbing. Voor sommige mensen zijn kantoren veel mooier dan een kwekerij met bloemen en planten.

    Het is wel zeer wenselijk, dat er meer parkeermogelijkheden komen. Ik verwacht ook, dat er meer treinforensen zullen komen als het auto rijden te kostbaar wordt. Het is mij niet duidelijk geworden of het perron vanuit de parkeergarage rechtstreeks bereikbaar is. Het lijkt mij zeer wenselijk. Of een lift dan ook nog rendabel is zou men moeten nagaan. De Heuvelrug kent veel instellingen voor ouderen en mensen met een beperking. Camera’s zullen in de parkeergarage en de tunnel naar het perron voor veiligheid moeten zorgen.

    Voor fietsers is de situatie vergeleken bij het vorige ontwerp verbeterd. De route Odijk – Zeist wordt dagelijks gebruikt door tientallen scholieren en mensen, die met de trein naar hun werk gaan. Hij maakt ook deel uit van de landelijke fietsroute LF4. Vergeleken bij het vorige ontwerp is de route veel veiliger geworden voor fietsers. Als zij vanuit Odijk rechtsaf moeten over een “Nieuwe Stationsweg” moeten ze alleen verkeer van rechts voorrang verlenen. Deze T-kruising zou wat veiliger kunnen worden door een plateau. Tot het kruispunt bij de Breullaan is er geen kruising meer met doorgaand autoverkeer. Wel moeten ze omlaag onder het spoor door en weer omhoog. Onder de sporen en het perron is ook de fietsenstalling. Dus moet er voor de toegang voldoende ruimte zijn zodat de doorgang op het fietspad niet wordt versperd. Ik merkte ook, dat ik redelijk comfortabel naar het fietspad door het landgoed Willinkhof kan fietsen. Maar men hoopt, dat alles klaar zal zijn in 2020 en dan zou ik 85 jaar jong zijn. Of ik dan nog kan fietsen? Ik hoop het mee te maken!

    Jaargang 4, Nr. 198.

    dinsdag, 17 januari 2012

    John Jorna

    John Jorna

    Misbruik in de Rooms-katholieke Kerk

    In dossier aartsbisdom.

    Empathie gevraagd

    De Rooms-katholieke Kerk maakt in Nederland een moeilijke tijd door. De misbruikaffaire hakt er in. Allerlei meningen komen naar voren. Intussen is het onder onze mensen geen populair gespreksonderwerp. We zijn het zat er alsmaar over te horen. De meesten van ons is het indertijd volkomen ontgaan. Meestal kennen we ook geen slachtoffer. De overgrote meerderheid van de priesters, fraters en nonnen gedroeg zich keurig. Zoals velen kan ik zeggen, dat ik nooit iets heb meegemaakt, terwijl ik bij nonnen op de kleuterschool zat, bij fraters op de Lagere school en op de kweekschool en intussen had ik vaak intensieve contacten met parochiegeestelijken. En toch hoor je volkomen onverwacht over de vernederende straffen voor een neef op een internaat voor kinderen en wat later over de vergeefse toenaderingspoging van een frater naar een klasgenoot. Er zijn in Nederland duizenden mannen en vrouwen, die de ellende van misbruik in hun jeugd levenslang meedragen. Het zijn mensen, die blijvend in nood verkeren. Je kunt er o zo gemakkelijk mee geconfronteerd worden. Dan kun je als mens voor die mens in nood iets betekenen. Luisteren naar zo’n lijdende mens en met hen het verdriet voelen en de woede en de bitterheid. En bedenken, dat het ook jouw kind of kleinkind zou kunnen overkomen en wat dat met jou zou doen.

    Van onze bisschoppen wordt ook verwacht, dat zij zo met de slachtoffers meevoelen. Toen ik onze bisschop Wim Eijk op de TV zag en hoorde, kon ik daar weinig van merken. Ik zag een bestuurder, die verantwoording aflegde over zijn organisatorische aanpak van de affaire. Hij sprak ook over schaamte en verdriet en spijt, maar het waren slechts woorden. Van gevoelens van schaamte en verdriet en spijt werd niets zichtbaar of hoorbaar. Het was of hij zich had voorgenomen zich in alle opzichten te beheersen. Het leek ook of zijn vorige beroep van arts nog meespeelde en dat hij koel tot een diagnose kwam en precies wist welke behandeling nodig was en zich niet realiseerde, dat die mensen iets heel anders verwachten dan een pil of een poedertje. Wat zou het goed zijn als ook bisschoppen kinderen en kleinkinderen zouden hebben. Dan zouden ze geen gebrek hebben aan empathie, het vermogen om met iemand anders mee te voelen.

    ====================

    Dit commentaar werd geschreven na de publicatie van het Deetman rapport. Het was bestemd voor ons parochieblad, maar er was te weinig ruimte, want de brief van de bisschoppen van drie A5 pagina's moest er per sé in. Tsja.

    Intussen heeft deze bisschop tijdens een bijeenkomst met slachtoffers in Hengelo (Ov.) beloofd, dat zij voor een gesprek zullen worden uitgenodigd.

    zaterdag, 14 januari 2012

    John Jorna

    John Jorna

    Discussie in de Partijraad van GroenLinks

    In column van de week.

    RECHT OP DE ZELF GEKOZEN DOOD

    Een vaak voorkomende scène in een film. Een wanhopige mens staat op de rand van een dak en dreigt te springen. Wakkere politieman komt dichterbij, praat heel verstandig, gaat in op de emoties. Dan breekt de wil van de springer en laat hij zich door de agent wegvoeren. Soms wordt de scène nog gruwelijker gemaakt door het publiek te laten roepen: “Spring lafaard!”. Je maag krimpt samen. Hoe kunnen ze? Zijn ze krankzinnig?

    Een verstandig mens vindt het heel normaal om een zelfdoding te voorkomen. Je komt thuis, vind jouw kind of je partner bewusteloos en de nodige doosjes pillen op de tafel. Razendsnel bel je 112. In het ziekenhuis wordt de maag leeg gepompt en je bent hartstikke gelukkig als de dood wordt voorkomen en de patiënt waarschijnlijk ook. Veel pogingen tot zelfdoding zijn immers niet bedoeld om te lukken, maar vormen een signaal van wanhoop. Help me, want ik heb het zo moeilijk. Het is inmiddels ruim 45 jaar geleden, dat ik les gaf in een eindexamenklas van een HBO instelling. In die klas waren er dat jaar twee zelfdodingen. In een van de gevallen vertelde de jongeman zijn ouders nog, dat hij er zo’n spijt van had, maar het was al te laat.

    Zelfdoding is een raadselachtig verschijnsel. Je kunt je niet of nauwelijks inleven in de geestestoestand van een zelfdoder. De nabestaanden blijven vaak achter met de waaromvraag en een schuldgevoel. Hadden wij het kunnen voorkomen? Soms biedt een afscheidsbrief enig inzicht. Vaak is er ook woede. Je laat mij achter met de problemen of ik rekende op een fijne oude dag met jou en nu ben je weg. Er bestaan ook bijeenkomsten voor groepen nabestaanden om samen het gebeuren te verwerken.

    Zelfdoding zoals hier beschreven is van een geheel andere aard als de eis om zelf een eind aan je leven te mogen maken omdat je oud geworden klaar bent met je leven. Zo zegt men dat. Ik kan mij best de angst of de wanhoop of een depressie voorstellen, die mensen tot een ultieme daad drijft, maar als een gezonde zeventigjarige zegt klaar te zijn met het leven, dan vraag ik mij verbijsterd af hoe hij of zij dat weet. Ik ben die leeftijd al zeven en een half jaar voorbij en elke keer ontdek ik weer, dat ik iets voor mijn familie of mijn vrienden of mijn omgeving of mijn partij of de gemeenschap kan betekenen. Nu bijna twee jaar geleden beschreef ik na haar overlijden, hoe een tante van mij ruim een half jaar daarvoor ontdekte hoeveel ze voor een gezin betekende waar zij de rol had van plaatsvervangend oma. Haar leven kreeg zo weer zin en ze kreeg weer zin in het leven. Het is de ander, die jouw leven zin geeft. Het betekent voor ons een enorme verantwoordelijkheid. Wij moeten er zijn voor de ander.

    In een sterk geïndividualiseerde maatschappij valt het niet mee om die verantwoordelijkheid waar te maken. Velen voelen zich alleen maar voor zich zelf verantwoordelijk en zelfs dat is problematisch. Maar hoe maak je de verantwoordelijkheid waar als de ander zich daarvoor afsluit? Wat doe je als mensen niets met een ander te maken willen hebben? Leven en laten leven? En eventueel niet langer meer leven? Waar ligt de grens van wat wij als gemeenschap toestaan? Stellen wij als liberaal denkende mensen nog grenzen?

    Het moge duidelijk zijn, dat de discussie in de Partijraad van GroenLinks mij aan het denken heeft gezet. Ik kreeg de indruk, dat er voor een libertaire of vrijheidslievende partij geen grenzen  worden gesteld aan het individuele gedrag. Vrijheid blijheid. Dat laatste is nu juist de vraag. Is er blijheid wanneer een medemens geen verdere zin in zijn of haar leven ziet en kiest voor het einde?

    Jaargang 4, Nr. 197.

    vrijdag, 6 januari 2012

    John Jorna

    John Jorna

    Blogsstatistieken

    In column van de week.

    GROEIENDE BELANGSTELLING

    Toen ik nu bijna vier jaar geleden met mijn weblog begon, had ik daarbij wel bepaalde ideeën. Ik wilde een onafhankelijk medium om mijn gedachten kwijt te kunnen. Ik geloofde, dat ik wel iets te zeggen had en dat geloof ik nog steeds. Die gedachten, meestal over actuele zaken, kwamen vooral terecht in mijn Columns van de Week, inmiddels bijna 200. Daarnaast wilde ik mijn weblog gebruiken als een soort archief voor elders gepubliceerde stukken of zienswijzen. Daarvoor waren de andere rubrieken. Zo kan ik merken, dat het aantal bezoekers toeneemt, zo gauw ik iets publiceer over de Rooms-katholieke Kerk. Ook het onderwerp Dossier A12 Salto over de verbinding van Houten met de A12 trekt regelmatig bezoekers en dan met name ook het alternatief, de Meerpaalvariant. In mijn zienswijzen daarover komt ook steeds naar voren, dat er veel informatie ontbreekt, zodat er eigenlijk geen goede besluitvorming mogelijk is. Zou het daarom zijn, dat de publicatie van het definitieve ontwerp bestemmingsplan twee maanden is uitgesteld?

    Ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar de resultaten van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de invloed van bloggers op de politiek. Daarvoor wordt ook mijn weblog gebruikt en ik kreeg de indruk, dat zij de gehele inhoud gedownload hebben. Wil ik invloed uitoefenen? Ja en neen. Ja, want af en toe erger ik mij dood over bijvoorbeeld toestanden in de zorg en hoop dan mensen wakker te schudden. Neen, want mijn bedoeling is vooral mensen aan het denken te zetten en zo tot een eigen mening te komen. Mensen zouden veel meer moeten nadenken over wat er in onze samenleving aan de hand is. Dat is een eerste stap naar verandering.

    Het aardige is ook, dat steeds meer oud-leerlingen van het Niels Stensen College in Utrecht mijn weblog beginnen te ontdekken. Dat merk ik aan de gebruikte zoektermen en soms aan de reacties. Dan blijkt, dat ze mijn gedrevenheid van toen voordat ik per 1 augustus 1994 stopte nog steeds herkennen. Ik kom op de meest onverwachte momenten oud-leerlingen tegen en elke keer doet het mij weer goed te ontdekken, dat ze hun weg in het leven gevonden hebben.

    Er is ook een duidelijke groei in de belangstelling. Soms publiceer je iets, dat echt de aandacht trekt. Mijn weblog is natuurlijk niet te vergelijke met bekende bloggers, die al veel langer bezig zijn. Die trekken op een dag bezoekersaantallen, waar ik een maand over doe. Mijn hoogste aantal bezoekers op één dag is 197. Maar interessanter is de groei, die te constateren valt.


    Unieke bezoekers

     003954

    005899

    011384

    Max. per maand

    Nov 487

    Sep 101

    Dec 1113

    Totaal bezoekers

    009430

    013983

    024276

    Maandmaximum

    Jul 993

    Sep 1493

    Mei 2393

    Pagina’s

    033409

    046130

    068725

    Maandmaximum

    Jul 4123

    Sep5196

    Dec 6680

    Aan favorieten toegev.

    247

    153

    234

    Hits

    057815

    073443

    088552

    Bytes

    342,54MB

    372,80MB

    540,74MB

     

    2009

    2010

    2011

     

    Er is sprake van een groeiende belangstelling. Daarbij moet worden opgemerkt, dat het werkelijke aantal bezoekers hoger ligt, doordat het weblog gelinkt is met andere sites zoals www.planeetgroenlinks.nl. Dus moet je anderhalf tot twee keer zoveel bij bovenstaande aantallen optellen. De omvang van mijn weblog is zo stevig gegroeid, dat ook mijn provider meer ruimte moest inruimen.

    In de afgelopen decembermaand trok mijn weblog gemiddeld ruim 72 bezoekers per dag. Toch krijg ik maar weinig reacties. Het maakt alles nog spannender als er discussies ontstaan. Schroom niet!

    Tot slot: Alle Goeds voor dit nieuwe jaar!

    Jaargang 4, Nr. 196.

    donderdag, 29 december 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Helpt geweld tegen het kwaad?

    In column van de week.

    OMGAAN MET HET KWAAD IN DE WERELD

    Je bent geograaf of je bent het niet! Als geograaf onderscheid je verschillende schaalniveaus. Het kleinste schaalniveau is dat van het gezin. Zou zich zelfs in een gezin kwaad voordoen? Op het eerste gezicht denk je van niet. Kinderen kunnen wel eens ondeugend zijn, maar dat valt voor mij niet onder “het kwaad”. Maar dan lees je over huiselijk geweld: mannen, die hun vrouw mishandelen of omgekeerd. Kinderen, die mishandeld worden, soms met dodelijk gevolg. Je hoort over seksueel misbruik van meisjes door vader of broer. Achter de voordeur gaat veel kwaad schuil. Leerkrachten en huisartsen wordt gevraagd daarop attent te zijn en ook buren zouden hun vermoeden kunnen melden bij een vertrouwensarts. Laten we bedrijven en instellingen deze keer maar overslaan.

    We kijken naar het wijk- of dorpsniveau. Meestal is dit nog redelijk overzichtelijk en kennen veel mensen elkaar. Nu is er vaak veel weerzin tegen sociale controle, want dat wordt gemakkelijk geassocieerd met sociale dwang tot “deugdzaamheid”, als de jonge mensen tenminste nog weten, wat daaronder wordt verstaan. Maar als gezinnen weg gepest worden uit een wijk, dan zou de meerderheid van goedwillende mensen dat niet moeten pikken en zeker niet de ouders van de pesters. Die zouden ook door iedereen daarop aangesproken moeten worden. Buurtwerkers, wijkagenten, buurtverenigingen, jeugdzorg en gemeente horen goed samen te werken en daarbij vooral moeten afspreken, wie de eerst verantwoordelijke is voor de aanpak van een probleemgeval. Een interessant nieuw initiatief is Burgernet. Wie zich daarbij heeft aangesloten krijgt soms van de politie een sms of mondelinge boodschap via de telefoon om te waarschuwen, wanneer hij iemand met een nauwkeurig signalement ziet.

    Toch is het bestrijden van criminaliteit en het verzekeren van de veiligheid van de burgers vooral een overheidstaak. De overheid moet de wet handhaven. Zelfs in Nederland valt dat niet mee. Bij zware criminaliteit is vooral het leveren van een wettig en overtuigend bewijs moeilijk. De politie kampt vaak met te weinig of onvoldoende deskundig personeel. Computercriminaliteit vroeg een totaal nieuw soort specialisten.

    Is het in Nederland al moeilijk, hoe uitzichtloos lijkt het in een land als Somalië of Mexico of Afghanistan. In dit laatste land proberen we er iets aan te doen door agenten een eerste opleiding te geven en ook mee te werken aan de opleiding van hoger personeel en medewerkers van justitie. Maar het land kent meerdere stammen, die zich weinig aantrekken van een centraal gezag en landelijke wetten. Er is een enorme corruptie, ook bij de overheid en die blijft meestal ongestraft. Lokale krijgsheren betalen wapens en munitie met de opbrengsten van de papaverteelt. En natuurlijk zijn er de Taliban, die met geld van elders velen tot meevechten weten te bewegen. Want het is een arm land met weinig werkgelegenheid. Zo bezien is de training van die paar politieagenten een druppel op een gloeiende plaat? Of moet je misschien een andere beeldspraak gebruiken: een zaadje, waaruit een forse boom kan groeien? Wat doe je tegen het kwaad in een falende staat als Afghanistan? Wat is de zin van de aanwezigheid van de NAVO in het land? Terwijl al eerder is gebleken, dat je je hand maar beter niet in dat wespennest kunt steken. De groei naar een rechtsstaat moet van binnen uit komen en dat vraagt ontwikkeling. De Afghanen zelf moeten tot het inzicht komen, dat het anders kan. Dat vraagt ontwikkeling en het ontstaan van een middenklasse, die dat allemaal niet meer accepteert. Daar gaan wel een paar generaties overheen. Toch zie je het overal in de wereld gebeuren: China, India, Brazilië waren onderontwikkelde landen en groeien nu snel naar de top van de grote economieën in de wereld. Het kwaad in de wereld kun je niet laten verdwijnen met geweld. Het lost niets op. De oorzaak van het kwaad wordt niet weggenomen.

    Toch blijft steeds weer de twijfel. Als kind maakte ik de Duitse bezetting heel bewust mee. Ik begreep heel goed, dat het Nazidom het kwaad was, dat bestreden moest worden. Ik was die Canadezen enorm dankbaar toen zij ons na bijna vijf jaar vrijheid brachten. In Oost-Europa kwam in de plaats van het Nazibewind een communistische dictatuur. Het duurde nog vijfenveertig jaar voordat die verdween. Niet door geweld van buitenaf, maar het kwam van binnenuit. In voormalig Joegoslavië moest van buitenaf met geweld worden ingegrepen om er rust te brengen en nog steeds moet de door buitenlandse troepen worden bewaakt. Wat doe je tegen mensen, die echt niet het goede willen?

    Hoe lang moeten de Afghanen nog wachten op vrijheid en veiligheid en ontwikkeling en welvaart?

    Jaargang 4, Nr. 195.

    vrijdag, 23 december 2011

    John Jorna

    John Jorna

    De politie trainigsmissie in Kunduz

    In column van de week.

    KERSTMIS IN KUNDUZ

    Er gaat het verhaal, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog ergens aan het front in België Duitse en Geallieerde soldaten gezamenlijk kerstliederen zongen, ieder in de eigen loopgraaf. De wapens zwegen een moment. Of in Afghanistan de vijandelijkheden ook gestaakt gaan worden valt te betwijfelen. Net als dezer dagen in Irak kun je van alles verwachten.

    Ik was afgelopen woensdagavond in de Jaarbeurs in Utrecht, waar Mariko Peters het GroenLinks standpunt over de politiemissie in Kunduz met de achterban wilde bespreken. Zoals te verwachten waren vooral tegenstanders komen opdagen. Daar is niets verkeerds aan, want luisteren naar elkaars standpunten en de argumenten daarvoor is altijd leerzaam. Als je tenminste wilt luisteren.

    Ik ging er naar toe omdat ik mij voortdurend erger over de manier waarop een karikatuur van het GroenLinks standpunt wordt gemaakt. Het is een civiele missie en dus mogen die agenten alleen het verkeer regelen of wildplassers bekeuren. Wie zich beter laat informeren weet, dat ze ook leren roadblocks in te richten en te bemannen, leren te patrouilleren in vijandige buurten en leren hoe mensen te fouilleren. Mariko zag als voornaamste taak voor de politie om voor meer veiligheid te zorgen. Daarbij gaat het de burgers zeker niet op de eerste plaats om het bestrijden van de Taliban, maar meer om het tegengaan van corruptie, afpersing en andere vormen van criminaliteit en het handhaven van de openbare orde. Daarvan hebben de mensen veel meer last als van de Taliban. Bij de training wordt ook aandacht besteed aan Mensenrechten, maar je moet niet verwachten, dat een vrouwonvriendelijke samenleving spoorslags kan veranderen. En dacht ik, wat gebeurt hier allemaal achter de voordeur? De blijf-van-mijn-lijfhuizen zijn er niet voor niets.

    De discussie draaide echter vooral om de aanpak. Iedereen weet, dat alle geweld nooit een echte oplossing voor de tegenstellingen in Afghanistan kan brengen. Velen zijn voorstander van een vorm van bemiddeling, waarbij het tot onderhandelen met de Taliban zou moeten komen. Af en toe lees je over pogingen in die richting. Er zouden ook gematigde Taliban zijn, waarmee best te praten valt. De zogenaamde Talibanonderhandelaar bleek een oplichter. Maar wat zou het mooi zijn. Ik verwacht er niet veel van. De Taliban weten, dat de NAVO na 2014 vertrokken zal zijn. Ze zeggen: “De Amerikanen hebben die dure horloges, maar wij hebben de tijd!”. Straks brengen we heel Afghanistan weer onder controle. Eerlijk gezegd verwacht ik niet, dat al die warlords met hun stammen tot eendrachtig verzet zullen weten te komen. De Afghanen weten het ook. Wie geld heeft verlaat het land of bereidt zijn vertrek voor. Waarom zouden de Taliban gaan onderhandelen? Pas als zeer veel mensen hebben leren lezen en schrijven en weten, dat het ook anders kan, kun je verwachten, dat er een mentaliteitsverandering gaat optreden.

    Mijn conclusie is dan ook, dat de kans op vrede in Afghanistan op korte termijn zeer klein is. De politie trainingsmissie is een nuttig initiatief, dat verdient te worden voortgezet. Uitbreiding naar andere gebieden lijkt mij mogelijk. Opleiden van grenspolitie is moeilijk binnen onze voorwaarden. Grensbewaking is een taak voor militairen. Een goede grenspolitie is wenselijk om de opiumhandel tegen te gaan en de import van wapens en munitie te verhinderen, maar dat lijkt mij geen taak voor de eenvoudige mannen, die nu getraind worden. Intussen zouden vredesorganisaties kunnen onderzoeken of ze ergens in Afghanistan aan de slag kunnen gaan. Waar nodig verdienen zulke initiatieven steun van onze regering. En breng ontwikkeling, want dat is de voornaamste voorwaarde voor verandering op langere termijn.

    Jaargang 4, Nr. 194.

    Reacties op De politie trainigsmissie in Kunduz

    Door: Matthieu klein Tank op 24 december 2011, 11:28

    John, je ergert je aan de karikatuur die van het GroenLinks-standpunt wordt gemaakt. ‘Het is een civiele missie’, weet je heel zeker.

    Heb je ook meegekregen dat onze minister van defensie daar anders over denkt? En wist je dat er ook vier F16 van ons rondvliegen, met echte bommen en mitrailleurs aan boord? En dat die ook verkenningsvluchten maken, waarvan de gegevens ook interessant zijn voor de Amerikanen, nog druk bezig met hun War on Terror?

    Domweg het mantra ‘civiel’ blijven herhalen zonder op argumenten van tegenstanders in te gaan is geen constructieve manier van discussieren. Zullen we het dan maar een ‘politionele actie’ noemen? Weten we tenminste allemaal precies wat we bedoelen.

    Voor mij was dit alles een reden me af te keren van GroenLinks. Dat was het voor heel veel mensen en de partijleiding wist dit vooraf. En dat terwijl. zoals je zelf ook aangeeft, hoogstens een bescheiden positief effect verwacht mag worden. Is het waard daarvoor GroenLinks jarenlang dit hoofdpijndossier te bezorgen? De hele linkervleugel simpelweg af te danken? Tegenstanders moeten luisteren naar Sap, vind je. Ik op mijn beurt voel mij volstrekt niet gehoord door Jolande Sap en de partijleiding.

    Net als Jolande Sap en Mariko Peters veeg jij de overduidelijke militaire component van deze missie gemakzuchtig onder het vloerkleed. En je vergeet maar liever dat we daarom een radertje zijn geworden in deze uitzichtsloze smerige oorlog. En je wil liever niet weten dat voor de VVD en het CDA vooral het maken van een goede beurt bij de VS de reden is voor deze peperdure missie. Waar GroenLinks voorheen als doel had Nederland niet langer blind het Amerikaanse buitenlandse beleid te laten volgen, is nu ook mijn voormalige partij gevallen voor de ‘transatlantische reflex’. Deze missie past bij GroenLinks als internationale partij, herhaalt Sap steeds maar weer. Kijk eens naar de landen die in Afghanistan actief zijn. Ik zie daar niet de internationale gemeenschap, maar het bekende rijtje cliënten van de VS. Allemaal landen die vanwege eigen belangen meedoen aan een oorlog waar ze zelf helemaal niet meer in geloven. En in al die landen geldt dat een meerderheid van de bevolking niet achter de uitzending van hun militairen staat. Het zijn de politici die maar geen genoeg kunnen krijgen van deze oorlog. En die er geen moeite mee hebben millitairen naar een oorlogsgebied te sturen tegen de zin van de meerderheid van de bevolking in.

    Ik gun Afghanistan iets veel beters dan de volslagen corrupte Karzai. Voor zo’n crimineel zou ik geen agenten op willen leiden. Voorstanders van de westerse betrokkenheid bij Afghanistan doen alsof het is: of wij of de Taliban. Je tegenstander zo zwart mogelijk afschilderen, dat hoort er als het om oorlog gaat helemaal bij. De realiteit is dat de oppositie tegen de westerse troepen niet alleen bij religieuze fundamentalisten zit. Ook hier in het westen gelooft bijna niemand in de goede bedoelingen van de VS. En het is dus logisch dat heel veel Afghanenen de westerse troepen liever zien vertrekken. Verzet tegen de huidige machthebbers, inclusief de VS, vind ik volledig gerechtvaardigd.

    Geef nou niet de boodschapper de schuld van al het negatieve nieuws dat je uit Kunduz hoort. En accepteer dat als tachtig procent van je eigen kiezers niet in je argumenten gelooft, dat het dan misschien niet zulke overtuigende argumenten zijn.

    Door: admin op 24 december 2011, 17:42

    Beste Matthieu,
    Dank voor je reactie. Jammer, dat je er niet was. Dan had je veel, van wat je naar voren brengt daar kunnen horen.
    Mijn column probeert argumenten van voor- en tegenstanders te wegen. Ik ontken niet de waarde van vredesinitiatieven, maar twijfel of die aanpak in Afghanistan tot succes zal leiden. Net zo twijfel ik aan een echt succes van de missie, een begin maken aan het vestigen van een rechtsstaat. Die vraagt een goed ontwikkelde bevolking zoals in Tunesië, Lybië en Egypte. Het werk van de NGO’s is de echte bijdrage aan de gewenste ontwikkeling. Het vestigen van een rechtsstaat moet van de bevolking zelf uit gaan. Heel misschien kan er ook door de trainingsmissie iets gezaaid worden.
    Wat de militaire poot betreft. Srebrenica heeft ons geleerd, dat we zelf onze mensen moeten beschermen. Tijdens de politionele acties zijn hele dorpen uitgeroeid. Je wilt toch niet suggereren, dat Nederlanders in Afghanistan zich daaraan schuldig maken.

    Door: Matthieu klein Tank op 24 december 2011, 18:09

    Beste John,

    Als ook jij, gezien je column toch een voorstander van de missie, zo weinig gelooft in succes, dan zou ik je nogmaals willen vragen: is het de moeite waard hiervoor GroenLinks uiteen laten scheuren? Waarom heeft Jolande Sap dit, letterlijk met alle geweld, doorgedrukt?

    De term politionele acties gebruik ik natuurlijk om aan te geven dat GroenLinks met de term ‘civiel’ aan verhullend taalgebruik doet. Als zoveel mensen, inclusief de minister die er over gaat, het een militaire missie vinden, wordt je niet geloofwaardiger door steeds maar weer met dat ‘civiel’ aan te komen.

    Overigens een mooi begin van je column, over het gezamenlijke kerstfeest van Duitse en Engelse soldaten, middenin WOI. Soldaten die de uitzichtsloze oorlog allang spuugzat waren terwijl de machthebbers er maar eigenwijs mee door bleven gaan. Een mooie paralel met Afghanistan.

    donderdag, 15 december 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Verbod op onverdoofd slachten

    In column van de week.

    PRIMITIEVE RELIGIES

    De Eerste Kamer was zeer kritisch over het initiatief wetsontwerp met een verbod op onverdoofd slachten, ingediend door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Dat men zich inspant voor meer dierenwelzijn vind ik persoonlijk prima, maar het mensenwelzijn moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Onze Marijke Vos sprak met afschuw over wat zij gezien had in een slachthuis waar kosher geslacht werd en een ander waar halal geslacht werd. Maar over de geestelijke pijn van Joden en Moslims hoorde ik geen woord.

    Nu is slachten voor mensen, die er niet aan gewend zijn inderdaad geen prettig gezicht. Het tekent alleen maar weer hoever de moderne mens met een stedelijk leefpatroon verwijderd is geraakt van de praktijk van de voedselproductie. Minder dan een eeuw geleden kwam de huisslacht nog veel voor en de plaatselijke slager (=slachter) had zijn eigen slachterij aan huis. Op elke boerderij, maar ook bij veel landarbeiders en ook bij andere arbeiders op het geïndustrialiseerde platteland werd in het varkenskot een varken gemest. Een keer per jaar kwam de slachter. Het bloed werd zorgvuldig opgevangen om er bloedworst of balkenbrij mee te maken. Voor het hele gezin was het een feestelijke dag. Een mooi stuk vlees ging naar de pastoor of de dominee en ook de bovenmeester profiteerde mee. Bij de toenmalige schamele salarissen was dat maar goed ook. Over verdoving heb ik nooit wat gehoord. De buren van een slager hoorden vaak genoeg het gekrijs van de beesten en waren er aan gewend. Het was allemaal vanzelfsprekend. Voor de vegetariër van vandaag echter een afschuwelijke praktijk.

    Toch waren de mensen van toen niet wreder dan wat in de natuur gewoon is. Dieren vormen de prooi van roofdieren. Ik moet zeggen, dat ik er slecht tegen kan als een van de vele katten achter de merels aan zit. Ik vind het prachtig op een mooie zomeravond zittend in de tuin naar het gezang van een merel te luisteren. Maar kattenliefhebbers vinden het doodnormaal als hun kat de zoveelste dode merel aan hun voeten deponeert. Hoeveel dierenliefhebbers kunnen niet genieten van die prachtige natuurfilms op Animal Planet, waar een luipaard of jaguar een jonge antilope achtervolgt, doodt en verslindt? Roofdieren zijn ook zeer inspirerend voor de mens. Een merk sportauto heet niet toevallig Jaguar. De Duitsers noemden hun tanks Tiger en Leopard. Sommige mensen zijn helemaal weg van vechthonden, ontlenen er zelfs status aan.

    Zo bezien is de grote aandacht voor dierenwelzijn en de keus voor vegetarisch voedsel of veganisme een breuk binnen onze cultuur. Voor steeds meer mensen wordt het dier op gelijke hoogte gesteld als de mens. Het lijkt of het dier weer als een God vereerd wordt, zoals het Gouden Kalf bij de Israëlieten in de woestijn of de kat bij de Egyptenaren. Wordt dierenliefde een nieuwe religie?

    Wat mij opviel in de bijdrage van Marijke Vos bij het debat in de Eerste Kamer was, dat weliswaar aandacht werd besteed aan de Vrijheid van godsdienst, maar in het geheel geen aandacht werd besteed aan het geestelijk welzijn van onze Islamitische en Joodse medeburgers. De moderne seculiere mens lijkt niet meer in staat zich echt in te leven in religieuze gevoelens en overtuigingen. Hij kan er alleen maar in veroordelende zin over denken. Het is allemaal zo primitief en achterlijk en onvrij en het veroorzaakt zoveel ellende in de wereld als godsdienstoorlogen en terrorisme en kindermisbruik. Eigenlijk is alle ellende in de wereld aan de godsdiensten te wijten. Het is helemaal niet moeilijk mensen tot zo’n vijandbeeld te brengen.

    Ik was, denk ik vijf jaar. Ik zat bij de nonnen op de kleuterschool. Het was de tijd voor Pasen en de zuster vertelde over die boze Joden, die de lieve Jezus aan het kruis hadden geslagen. Kleine Johnnie was vreselijk boos en vooral op de Joodse buren. Hij schold ze uit voor alles wat lelijk was. Ze begrepen er niets van. Mijn ouders moesten en de buren en mij heel wat uitleggen. Niet veel later begon de Tweede Wereldoorlog en ook die buren werden weggevoerd en zijn niet terug gekomen.

    De regels, die voor Joden gelden verwijzen naar het slachten van de offerdieren in de tempel, het huis van Jahweh.  Een verbod treft onze Joodse buren in het hart van hun religie. Ze voelen zich niet meer erkend door ons als wij tornen aan hun diepste overtuiging en ze voelen zich bedreigd, want wat komt er straks nog meer. De geestelijke pijn is niet te verdragen.

    Maar daar staat tegenover, wat doe je de dieren aan? Bloederige beelden worden getoond. Afschuwelijk! Opeens moest ik denken aan de terechte verontwaardiging als anti-abortus-activisten met bloederige beelden van de abortuspraktijk komen. Als je als voorstander van de mogelijkheid van abortus zo als een afschuwelijke wreedaard wordt neergezet, dan wordt je terecht boos. Zetten mensen met kritiek op het onverdoofd slachten hun Joodse en Islamitische medeburgers ook zo neer als wreedaards? Zou dat diezelfde pijn veroorzaken?

    Misschien schort het ons aan empathisch vermogen om je in te leven in mensen met voor ons onbekende en vreemde gebruiken. Zou in gesprek gaan met elkaar en samen naar oplossingen zoeken geen betere oplossing zijn ook ten gunste van het dierenwelzijn en dan wat los komen van eigen dogma’s aan beide kanten?

    Jaargang 4, Nr. 193.

    vrijdag, 9 december 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking?

    In column van de week.

    IS ONTWIKKELINGSSAMENWERKING NIET MEER POPULAIR?

    Nieuwe bezuinigingen dreigen en de meest on-Nederlandse partij, die egoïsme tot uitgangspunt heeft, wil vier miljard bezuinigen op ontwikkelingshulp. Als populistische partij denken ze daarmee stemmen te winnen. Nu hoor ik al minstens een halve eeuw de verhalen over bodemloze putten en corruptie en gouden kranen in presidentiële paleizen, dus het zou best kunnen dat er nog steeds mensen zijn, die geloven, dat het in Afrika, Azië en Latijns Amerika alleen maar slecht gaat. Ze vergeten de enorme economische groei in Brazilië, India en China, maar niet alleen in die landen, maar in veel meer landen in Afrika, Azië en Latijns Amerika ontwikkelen de landen zich in politiek en economisch opzicht zeer succesvol. Er zijn inderdaad nog een aantal falende staten, vooral in Afrika en Midden Amerika. Maar eigenlijk wil ik het meer hebben over de houding van Nederlanders tegenover ontwikkelingssamenwerking.

    Nederlanders geven nog steeds gul als ergens mensen getroffen worden door een natuurramp zoals de aardbeving in Haïti, de aardbevingen met tsunami in Zuidoost Azië, de overstromingen in Pakistan en India of de droogte in de Hoorn van Afrika. Dat de hulp zeer efficiënt en effectief wordt gegeven merkte ik, toen ik onlangs een bijeenkomst van Cordaid Mensen in Nood bijwoonde, waar een architect uitlegde hoe ze daar duizenden huizen bouwen, die zowel tegen aardbevingen als tegen tropische cyclonen bestand zijn. Wat een deskundigheid!

    Veel opmerkelijker zijn de kleine particuliere projecten. Daarbij wordt heel rechtstreeks hulp gegeven. Zo ken ik een groep mensen, die een zus van de inmiddels overleden initiatiefnemer steunen. Ze heeft een tehuis in een Braziliaanse stad, waar ze kinderen uit een volksbuurt opvangt en ervoor zorgt, dat zij zich goed ontwikkelen. In mijn parochie wordt al jaren geld ingezameld, waarmee een inmiddels hoog bejaarde missionaris in de Filippijnen jongeren uit arme gezinnen studiebeurzen geeft, zodat ze tot welvaart kunnen komen en kunnen helpen bij de verdere ontwikkeling van hun land.

    In deze Adventstijd voor Kerstmis loopt de bisschoppelijke Adventsactie met een aantal heel concrete kleinschalige projecten, waarmee mensen echt geholpen worden. Wij steunen een project in Tanzania aan de voet van de Kilimanjaro. Vrouwen en kinderen krijgen voorlichting over gezond voedsel van de juist samenstelling, hoe dit verbouwd moet worden en ze leren ziekten te voorkomen door het belang van een betere hygiëne uit te leggen. Tegelijk loopt de Actie Goed Goud van Solidaridad. Men wil betere werkomstandigheden en eerlijker lonen voor de arbeiders in de goudmijnen en eerlijker prijzen voor de kleine particuliere goudzoekers. Er komt ook een waarmerk voor eerlijk goud.

    Maar het meest onder de indruk ben ik van een klein particulier initiatief van Lieke. Ze had al heel wat wereldreizen gemaakt en daarbij aan ontwikkelingsprojecten gewerkt. In Laos kwam ze onder de indruk van de kleurige weefkunst van de vrouwen daar. Ze vroeg zich af of het mogelijk zou zijn kleding, tassen, enveloptasjes (clutches), shawls, ceintuurs en kussenovertrekken op te kopen en naar Nederland te exporteren. Inmiddels heeft ze een bedrijf opgericht, heeft een web shop, legt contacten met duurdere gift shops en modieuze winkels in Nederland en verstevigt intussen de contacten met Laos. Het is allemaal nog pril, maar wat een durf. Ze levert anderhalve dag werk per week in om hiermee bezig te zijn en als het lukt is het natuurlijk prachtig voor die vrouwen in Laos. Wil je er meer over weten of zoek je een zeer exclusief cadeautje kijk dan eens op www.acodeoforigin.com van dit startende bedrijf “A Code of Origin”. 

    Jaargang 4, Nr. 192. 

    woensdag, 7 december 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Terug naar vroeger ook in de Kerk

    In dossier aartsbisdom, algemeen, arnhem, artikel, begrijpen, begrip, cultuur, eerste, europa, en meer.

    Onderstaand commentaar mailde ik naar de pastoor van de Paus Johannes XXIII parochie, Frenk Schyns. Tot nu toe mocht ik geen antwoord ontvangen. Intussen is het decembernummer met het artikel “Waarom gaat de priester als eerste ter communie??” verschenen. Ik heb nog geen enkele reactie ontvangen en dus wordt het tijd mijn mening in een groter verband te verspreiden.

    Licht op Liturgie

    Het pastoraal team gaat in de komende maanden in het Open Venster een aantal liturgische onderwerpen bespreken die wij regelmatig tegenkomen in onze gesprekken met kerkgangers.

    Een vraag die vaak gesteld wordt is:

     

    Waarom gaat de priester als eerste ter communie??

    Volgens de liturgische voorschriften moet de priester altijd zelf eerst communiceren, voordat hij de communie uitreikt aan de gelovigen. Nu zijn er gelovigen die het niet netjes vinden dat de priester als eerste ter communie gaat; sommigen zien het zelfs als een teken dat de priester zich 'boven de mensen' opstelt en zich 'beter' zou voelen dan de parochianen. Ze hebben er dan ook kritiek op. Deze kritiek lijkt ingegeven door de beleefdheidsnorm, die stelt dat de gastheer zijn gasten voor laat gaan.

    De priester is echter geen gastheer. Hij is voorganger. In de Eucharistie is Jezus natuurlijk zelf de gastheer, Hij nodigt ons uit aan zijn tafel. Als de priester als eerste de communie ontvangt, voordat hij deze uitreikt aan de gelovigen, is dat dus geen uitdrukking van een misplaatst 'superioriteitsgevoel'. Integendeel: het laat zien dat ook hij 'ontvanger' is, en daarin de gelovigen voorgaat. Je kunt tenslotte alleen uitdelen wat je eerst zelf ontvangen hebt!

    Heeft u ook vraag aangaande de liturgie die u graag besproken zou hebben? Deze kunt u mailen naar: info@pj23.nl 

    Bovenstaand stuk zal in het decembernummer van Open Venster verschijnen. In de Odijkse redactievergadering heb ik ervoor gepleit de auteur te adviseren, het stuk terug te trekken, omdat het de ergernis van de mensen alleen maar zou vergroten. Mijn mederedactrice vond, dat dat niet kan. Ik heb in 20 jaar redacteurschap altijd gesteld, dat een redactie onafhankelijk hoort te zijn en verantwoordelijk is voor wat in het blad gepubliceerd wordt. Pas achteraf kan een locatieraad of een parochiebestuur de redactie erop aanspreken. Wij hebben afgesproken, dat ik pastoor Schyns in kennis zal stellen van mijn bezwaren.

    In de eerste zin wordt gesteld, dat het volgens de liturgische voorschriften moet. Dat is geen antwoord op de vraag. De vraag is juist waarom het moet.

    Vervolgens worden de bezwaren van de gelovigen omschreven, maar de reden waarom het zo’n veertig jaar geleden gebruikelijk is geworden ontbreekt. Het Tweede Vaticaans Concilie besloot, dat de liturgie veel meer moest aansluiten bij wat gebruikelijk is in de cultuur van een bepaald gebied, dus in dit geval bij de West-Europese cultuur. Vandaar ook de volkstaal. In onze cultuur is het gebruikelijk, dat men eerst de gasten bedient en eigenlijk hoor je te wachten tot iedereen zijn glaasje heeft voordat gezamenlijk het glas geheven wordt. Dat zien we ook als assistenten en misdienaars  wachten en dan allen tegelijk met de priester de hostie nuttigen. Ik vind dat altijd een ontroerend teken van er samen voor staan, van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ergernis betreft dus niet alleen de beschreven gevoelens, maar ook de idee, dat de vernieuwing, die het Tweede Vaticaans Concilie heeft gebracht terzijde wordt geschoven.

    Inderdaad is Jezus de gastheer, die ons telkens weer uitnodigt dit te doen ter Zijner gedachtenis. En dit terzijde; het is ook een argument om intercommunie mogelijk te maken. Dat is een wens, die bij velen leeft, vooral bij echtparen, waarvan een van de partners niet tot de Rooms-katholieke Kerk behoort, maar wel het H. Doopsel heeft ontvangen, erkend door de Rooms-katholieke Kerk.

    Maar goed, het stuk stelt, dat de voorganger als eerste het H. Brood van Jezus  zelf ontvangt. Dat gebeurt op het moment, dat door de woorden van de consecratie het brood verandert in het Lichaam van Jezus en de wijn verandert in het Bloed van Jezus. Dat is de komst van Jezus in ons midden, de ontvangst van Jezus in onze gemeenschap. Betekent, dat nu, dat de priester het Brood en de Wijn als eerste hoort te nuttigen? Dat nu sluit juist niet aan bij onze cultuur. Als ik als gastheer mijn kleindochter vraag om even met het schaaltje bonbons rond te gaan, dan zal zij niet met volle mond bij de gasten komen, maar als laatste een bonbon pakken. De priesters, die ervoor kozen eerst de communie uit te delen en daarna pas zelf Brood en Wijn te nuttigen, voelden dit haarfijn aan en de gelovigen apprecieerden dat.

    Het Tweede Vaticaans Concilie bracht meer vernieuwingen in de liturgie. In de Eucharistie kreeg de maaltijd veel meer nadruk en het offer minder. De Eucharistie werd weer veel meer gezien als dat wat bij het Laatste Avondmaal gebeurde weer  doen ter gedachtenis aan Jezus. Het werd een gezamenlijke maaltijd, waaraan allen actief deelnamen en betrokken werden. Wij gelovigen werden van toeschouwer deelnemer. Als assistent vertegenwoordig ik de mensen in de Kerk. Samen met de voorganger komen we de Kerk binnen. Wij staan de voorganger terzijde en samen met hem zijn wij verantwoordelijk voor de gemeenschap, zoals iedereen zich verantwoordelijk voelt.

    Onze eerste pastoor Bary in Odijk was tegelijk hoofdaalmoezenier van het mannelijk jeugdwerk in Nederland. Hij en zijn collega’s waren hier en elders in Europa al jaren bezig de liturgie te vernieuwen. Ik maakte het zelf mee. Je stond met de hele verkennersgroep rondom het geïmproviseerde altaar en dat gebeurde ook in mijn vierde klas van de O.L. Vrouw van Fatimaschool in Arnhem, waar ik wekenlang bezig geweest was samen met de kinderen iets te begrijpen van de H. Mis en dan kwam kapelaan Bary en liet alle gewaden zien en de kelk en de pateen en de ciborie en dan vierden wij samen de H. Eucharistie.

     Toen wij in februari 1967 in Odijk kwamen wonen, raakte ik al snel bij de liturgische vernieuwing betrokken. Ik moest pastoor Bary wel een keer manen alles de mensen goed uit te leggen. Want het was nogal wat, die overgang van een mystieke eredienst, waar de meeste mensen weinig van begrepen naar vieringen samen met de mensen in een meer huiselijke sfeer. Als in een huiskamer was er een volière en een aquarium in de kerk. Zelfs Paris Match kwam naar Odijk. Het doet pijn, wanneer met een hautaine soevereiniteit dit alles onder geschoffeld wordt.

    Vaticanum II bracht ook een andere visie op het priesterschap. Allereerst het inzicht, dat wij als gedoopten een priesterlijk volk zijn, deel hebben in het algemeen priesterschap van Christus. Dit inzicht vormde het fundament onder de toenemende rol van de vrijwilligers in de parochies. Dat vroeg veel kennis, verantwoordelijkheidsgevoel, bereidheid tot intensief overleg en inzet. We wilden verantwoord bezig zijn. We werden daarbij erg geïnspireerd door de verhalen over de eerste christengemeenschappen. Jezus had de apostelen als bisschoppen aangesteld: “Weidt mijn lammeren, weidt mijn schapen”. Maar priesters zoals nu waren er niet. Als de christenen het Avondmaal wilden vieren, kwamen ze bij een van hen in zijn of haar huis samen en wij stellen ons voor, dat de gastheer en waarschijnlijk soms de gastvrouw als voorganger optrad. Pas heel geleidelijk heeft het priesterschap in de Kerk zich ontwikkeld en werd het een zeer heilig ambt, gescheiden van de gelovigen. De priester voelde zich door God geroepen en door God gezonden naar een gelovige gemeenschap. Ik heb die ambtsopvatting zien veranderen. Priesters wilden deel zijn van de gemeenschap, de eerste onder gelijken en uit die gemeenschap geroepen om het heilig dienstwerk te verrichten samen met de gemeenschap en in gezamenlijke verantwoordelijkheid. Terug dus naar de bron, naar de eerste christengemeenschappen. En aansluitend bij het begrip collegialiteit, dat natuurlijk niet alleen voor alle bisschoppen samen met de paus geldt, maar evenzeer voor de priesters samen met de bisschop in een bisdom en de pastoor samen met de parochianen in een parochie.

    Ook weer geïnspireerd door Jezus en het beeld van de goede herder verwachten we van de priester vooral zorgzaamheid en opkomen voor zijn schapen. Iemand, die vooral door zijn dienend voorbeeld de mensen de Weg wijst. Iemand, die de mensen laat nadenken en ze hun eigen verantwoordelijkheid gunt. Niet bang is, dat ze fouten maken, dat ontdekken en zelf naar de goede oplossing zoeken en ze dan als ze er naar vragen een weg uit de problemen wijst.

    Verbijsterd vragen mensen zich af, waarom zo autoritair wordt opgetreden door ‘moderne’ priesters, waarom er weer zo hiërarchisch wordt gedacht, waarom overlegorganen terzijde worden geschoven, waarom volwassen mensen als kinderen worden behandeld en zij zich niet meer serieus genomen voelen. Soms zeg ik, dat het wachten is op een paus Johannes XXIV. Zal ik dat nog meemaken?

    John Jorna

    John Jorna

    Installatie van een pastoor in deze tijd

    In dossier aartsbisdom, hart, kerk, mensen, olie, regels, stuk, utrecht, vrijheid, en meer.

    Onderstaand stuk verscheen in het septembernummer van het parochieblad van de Paus Johannes XXIII parochie,  Open Venster, Editie Odijk. Toen ik het weken later nalas, merkte ik, dat ik onbewust de stijl van honderd jaar geleden had gebruikt om de installatieplechtigheid in 2011 te beschrijven. Ik merkte ook, dat mensen dat herkenden. Tegelijk was het kenmerkend voor de plechtigheid. We vonden het nodig aan het verslag een commentaar toe te voegen. Hierboven komt een brief waaruit blijkt, dat de bezorgdheid terecht is.

    Moeder ziet haar zoon als pastoor geïnstalleerd

    Zijn negentigjarige moeder was er bij toen Frenk Schyns tot pastoor van onze Paus Johannes XXIII Parochie werd geïnstalleerd door Hulpbisschop Mgr. Drs. Herman Woorts. Daar waren ook honderden parochianen, de burgemeesters van Houten en Bunnik naast enkele mensen uit Benschop, de vorige standplaats van de nieuwe pastoor. Er was een koor, dat alle engelenkoren naar de kroon stak en er was een perfect geregisseerde plechtigheid met misdienaars en acolieten en alle leden van het nieuwe pastoresteam inclusief de twee nieuwe pastoraal werksters, Elisabeth van Dijl en Meike Hettinga.

    Terwijl alle aanwezigen uit volle borst het Veni Creator in het Nederlands zongen trad de stoet van geestelijken de kerk binnen. De plechtigheid begon met het voorlezen van de benoemingsbrief door de vicevoorzitter van het parochiebestuur, mevrouw E. Kok-Hendriks. Mgr. Woorts nodigde Frenk Schyns uit de ambtseed af te leggen met de hand op het Evangelieboek. De eed omschrijft gedetailleerd alle taken van een pastoor. Toen was het de beurt aan de twee pastoraal werksters hun ambtseed af te leggen.

    De drie lezingen sloten aan bij het karakter van de viering: het belang van gehoorzaamheid aan de regels, hoe goed het is, dat God ons liefheeft en wij Hem en onze naasten liefhebben en dat je van Christus kunt leren, dat nederigheid en zachtmoedigheid belangrijke deugden zijn voor een pastor. De overweging van Mgr. Woorst ging uit van de verering van het H. Hart van Jezus, symbool van de liefde van Jezus voor de mensen. We vierden immers die dag het H. Hartfeest.

    Het was een viering vol symbolen. De pastoor ontving uit handen van leden van de pastoraatsgroepen hostieschaal, kelk en altaarmissaal, de sleutel van het tabernakel, zijn zetel op het priesterkoor,  de ambo, de doopschaal met schelp, de biechtstool, de witte stola en de heilige olie. De geloofsbelijdenis kreeg in deze viering een bijzondere nadruk.

    Na afloop konden de aanwezigen in en om de H. Familieschool kennis maken met de nieuwe pastores en vooral ook elkaar ontmoeten. Daarbij lieten zij zich de koffie met cake goed smaken.

    Maar wat vond je er nu zelf van?
    De plechtigheid ademde de nieuwe sfeer in het Aartsbisdom. Dat merkte je al in het begin bij het afleggen van de ambtseed. De nieuwe pastoor wordt gevraagd onder ede te beloven, dat hij overeenkomstig de kerkelijke voorschriften – prima – en in onderwerping aan de paus van Rome en aan de aartsbisschop van Utrecht – dat is nogal wat – de plichten van zijn herderlijk ambt getrouw en stipt te vervullen; dat hij naar best vermogen zal zorg dragen voor het zielenheil van zijn gelovigen – moet je de zorg voor de gelovigen niet breder zien? – en dan zou het voor mij voldoende zijn. Maar dan moet hij ook nog nadrukkelijk zweren, dat hij de liturgische voorschriften nauwkeurig zal nakomen, de kerkgebouwen goed zal onderhouden en het overige bezit goed zal beheren. Nu zijn er in den lande pastoors geweest, die zich veel vrijheid permitteerden in de liturgie en ook een enkeling, die uit de kerkelijke pot graaide, maar voor mij is hier toch sprake van een dwangmatige neiging mensen in een kerkelijk gareel te dwingen. Ik heb ook grote moeite met de term onderwerping alsof het eigen geweten van een pastoor geen rol meer zou mogen spelen. Juist dat automatisch gehoorzamen aan een hoger gezag maakte landen met veel katholieken extra geneigd fascistische ideologieën te accepteren.

    Verderop in de viering hernieuwde de pastoor zijn wijdingsbeloften. Die beloften zijn veel gematigder van toon en sluiten ook beter aan bij de verwachtingen van de gewone mensen, de parochianen. Die verwachten een pastoor, die hen nabij is, geen politieagent, die voortdurend controleert of er geen regels overtreden worden. Ze verwachten een priester, die hen inspireert net als Jezus van Nazareth het goede te doen en alles over te hebben voor de mensen. Er wordt in die wijdingsbeloften niet gesproken over onderwerping aan de bisschop, maar over eerbied en gehoorzaamheid. In gehoorzamen zit het woord horen, luisteren naar jouw bisschop om vervolgens je eigen gewetensbeslissing te nemen.

    Voor ons parochianen is het goed te weten, dat een pastor gemakkelijk klem kan komen te zitten tussen een aartsbisschop met een wat dwingende bestuursstijl en de verwachtingen van ons, die vooral een menselijke benadering van een pastor op prijs stellen. Laten we onze nieuwe pastoor Frenk Schyns open en eerlijk en met veel begrip tegemoet treden.

    John Jorna

    John Jorna

    Aleid Truyens en de brief van minister Van Bijsterveldt

    In column van de week, december, kinderen, minister, resultaten, 2011, midden, oplossing, weer, en meer.

    OPEN ZENUW GERAAKT?   2.

    Aleid Truyens is een van mijn favoriete columnistes in de Volkskrant. Op pagina V10 en 11 van dinsdag, 6 december 2011 beschrijft zij, als altijd zeer waarheidsgetrouw en realistisch de wijze waarop moderne welvarende ouders omgaan met hun kinderen. Wat een inspanningen leveren de ouders om hun kinderen in allerlei opzichten  een goede opvoeding te geven. Hun  lichamelijke ontwikkeling moet goed verlopen, dus worden ze naar de sportclub gebracht. Kinderen moeten muzikaal gevormd worden, dus worden ze naar muziekles gebracht en zo kunnen we nog even doorgaan.

    Aleid wijst er ook op, dat haar ouders zich echt niet zo goed inspanden. Daar zit hem uiteraard ook precies de crux, waar het om draait. Kinderen worden tegenwoordig enorm overbelast. Zelfs voor eens lekker uitrazen buiten op straat is door de lokkende computerspelletjes en de verkeersonveiligheid geen gelegenheid. Kinderen krijgen ook alles wat hun hartje begeert. Aleid zal er vast en zeker op letten, dat alle speelgoed vormend en verantwoord is. Helaas geldt dat niet voor alle ouders. Aleid beschrijft nauwkeurig hoe het mogelijk is, dat sinds 1985 een generatie is opgegroeid, die alles kreeg, wat ze wilden en als mamma eens nee zei het midden in de supermarkt op een krijsen zette, zodat ik slechts met de grootste moeite de neiging kon onderdrukken het kind een fikse draai om de oren te geven – uiterst onpedagogisch volgens moderne opvattingen – en de moeder voor de zoveelste keer maar weer toegaf. En dat wist het kleine kreng natuurlijk heel goed. Die generatie wordt door het Bureau Motivaction de “Grenzeloze generatie” genoemd. Hen zijn nooit grenzen gesteld en ze kennen voor zich zelf ook geen grenzen. Het is prachtig beschreven, af en toe ook hilarisch en tegelijk beangstigend in: “De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders”. Recent verscheen: “De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V.IK”.

    De minister heeft kennelijk naar de resultaten van alle opvoedingsinspanningen gekeken en is daar terecht niet blij mee. Ze denkt, dat nog meer verwennerij de oplossing is, terwijl het zaak is, dat de ouders hun kinderen weer leren wat de waarde is van matigheid is en zelfbeheersing en iets over hebben voor een ander en beleefdheid en je echt inspannen om iets te bereiken en zelfstandigheid en luisteren naar anderen.

    Jaargang 4, Nr. 191.

    donderdag, 1 december 2011

    John Jorna

    John Jorna

    De brief van Minister van Bijsterveldt

    In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

    OPEN ZENUW GERAAKT?

    Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

    Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

    Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

    Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

    Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

    De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

    Jaargang 4, Nr. 190.

    vrijdag, 25 november 2011

    John Jorna

    John Jorna

    De PVV speelt niets klaar

    In column van de week, amerika, arnhem, beleid, coalitie, diensten, gedoogpartner, gedoogsteun, gestimuleerd, en meer.

    DE PERIFERIE VAN NEDERLAND EN EUROPA

    In Nederland bestaat een scherpe tegenstelling tussen de Randstad en de grensgebieden van Nederland, Zeeuws Vlaanderen, Limburg, de Achterhoek, Drenthe en Groningen. Alleen Noord-Brabant, de regio Arnhem-Nijmegen, Twente en de stad Groningen vormen een uitzondering. Het gaat er economisch goed. Noord-Brabant heeft veel, vaak hoogwaardige industrie en is gunstig gelegen tussen de Randstad en de Belgische Stedendriehoek. Merkwaardig dat Zuid-Limburg, ook zo gunstig gelegen tussen het Ruhrgebied en de Belgische Stedendriehoek daarvan niet profiteert. Ik vermoed, dat in Zuid-Limburg een ondernemerscultuur grotendeels ontbreekt en dat bovendien veel capabele jonge mensen jaar in jaar uit de streek verlaten hebben. Men verlangde naar de veel vrijere sfeer van de Randstad, vermoed ik. De regio Arnhem-Nijmegen profiteert van de ligging tussen de Randstad en het Ruhrgebied en in Twente vind je wel een klassieke ondernemersgeest, die door de Technische Universiteit Twente gestimuleerd is en wordt.

    Maar de echte perifere gebieden kennen al heel lang een vertrekoverschot. Het zijn juist de initiatiefrijke jonge mensen, die vertrekken. Een negatieve selectie blijft achter. Daar valt niet veel van te verwachten. De ouderen blijven. De bevolking vergrijst. Het geboortecijfer daalt. De scholen lopen leeg en de verenigingen. Winkels sluiten bij gebrek aan klandizie. Als het verzorgingsniveau terug loopt, vertrekken nog meer mensen. Dan gaat het allemaal nog verder achteruit. De achterblijvers worden ontevreden. Ze voelen zich achtergesteld. Dan zie je opeens, dat een partij als de PVV hoog scoort en in Limburg zelfs met twee gedeputeerden in GS zitten.

    Je zou verwachten, dat de PVV als gedoogpartner van de huidige coalitie ervoor zorgt, dat de regering maatregelen gaat nemen tegen deze ontwikkelingen. Niets is minder waar. Het omgekeerde gebeurt. Rijksdiensten, die daar vroeger in het kader van het regionaal-economisch beleid zijn gevestigd, worden er nu weg gehaald en alle diensten worden geconcentreerd in een beperkt aantal grote steden. Het opleidingsinstituut voor rechters vertrekt uit Zutphen en verhuist waarschijnlijk naar Utrecht. Daar wordt het bestaande vestigingsoverschot nog versterkt en moet er ruimte worden gevonden om al die mensen te huisvesten. Dat gaat dan weer ten koste van het aantrekkelijke woon- en leefklimaat, dat voor hoogwaardige werkgelegenheid een belangrijke vestigingsvoorwaarde is. Of je krijgt nog weer meer lange afstand pendel en de dan verbrede A12 slibt elke dag weer vol. Tsja, Mark, het verstand komt met de jaren. En intussen pleegt de PVV verraad aan zijn kiezers in de grensgebieden. Een onbetrouwbare partij of een partij, die ondanks de gedoogsteun bij dit rechtse kabinet weinig klaar speelt.

    Er is een merkwaardige parallel op Europees niveau. Ook daar perifere gebieden met al lange tijd een internationaal vertrekoverschot, want er zitten heel wat mensen met Italiaanse, Griekse of Spaanse voorouders in Amerika en Australië. Nog steeds vertrekken daar de slimme initiatiefrijke jonge mensen. Rijke Grieken brengen hun kapitaal in veiligheid en vestigen zich massaal in Londen. En weer zie je de egocentrische opstelling van de PVV. Geen cent naar die luie Grieken. Zoals er ook geen cent gaat naar de Nederlandse vertrekgebieden. En de welvaart concentreert zich in de centrumgebieden. Daar is veel goed betaalde werkgelegenheid, een hoog voorzieningenniveau, een lagere werkloosheid. Zo werkt het kapitalisme. De sterksten winnen en de zwaksten verliezen en dat is hun eigen schuld. Moeten ze maar harder werken.

    Jaargang 4, Nr. 189.

    Reacties op De PVV speelt niets klaar

    Door: Frank Hemmes op 26 november 2011, 10:07

    Interessant verhaal. Toch blijven de krimpregio’s een moeilijk vraagstuk. Ik weet niet of GroenLinks daar een direct antwoord op heeft? Het blijft lastig welke middelen je kan inzetten om een dergelijke macro-economische ontwikkeling te keren of in goede banen te leiden.

    Door: admin op 26 november 2011, 10:39

    Tegen de krimp is op zich niet echt iets te doen maar je behoort het proces wel in goede banen te leiden, de gevolgen voor het voorzieningenniveau te verzachten en de zaak niet te verergeren door werkgelegenheid te verplaatsen naar overvolle concentratiegebieden. Die rechtersopleiding is maar één voorbeeld.

    vrijdag, 18 november 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Moderne thuiszorg

    In column van de week, aanbesteding, delen, eerste, failliet, geluk, idee, mensen, organisatie, en meer.

    DE VOORUITGANG HONDERD JAAR TERUG

    Elke gemeente besteedt de thuiszorg aan. Er worden voorwaarden gesteld waaraan de thuiszorg moet voldoen. Wie binnen die voorwaarden voor de laagste prijs inschrijft wint de aanbesteding. Thuiszorgorganisaties zijn zeker in het begin onder de kostprijs gaan inschrijven. Ze leden dus verlies. Zo zijn thuiszorgorganisaties failliet gegaan. Andere organisaties namen het werk over. Het personeel van de failliete organisatie had geluk als het bij de nieuwe zorgverlener in dienst kon treden.

    Hoe kan een organisatie de prijs zo laag mogelijk houden? Er zijn meerdere mogelijkheden. Een eerste is de kosten van de overhead zo laag mogelijk te houden. Dat zie je, daar waar met het oude model van de wijkverpleegsters invoert. Iemand doet naast het werk enige coördinatie en er is een boekhouder nodig. Helaas is vaak het omgekeerde het geval. Met het idee te besparen op sommige kosten heeft men de organisatie groter gemaakt. Dan kun je bepaalde taken als de personeelsdienst en de communicatieafdeling samenvoegen en met minder mensen toe. Maar meestal komen er meerdere duur betaalde managementlagen bovenop de organisatie te liggen en dat maakt de organisatie veel duurder.

    Soms zoekt men het in een ver doorgevoerde specialisatie, waarbij je zo min mogelijk hoogopgeleide mensen nodig hebt. Dan komen bij sommige cliënten elke dag wel vijf of zes hulpverleners binnen: om te wassen en aan of uit te kleden, om te zwachtelen, om de bloeddruk te controleren, om te spuiten, om medicijnen uit te delen en om de steunkousen aan en uit te doen. Weliswaar kun je op de loonkosten besparen, maar de reiskosten en de reistijd nemen toe en weg is de besparing. Bovendien wordt de organisatie zo gecompliceerd, dat er meer management nodig is en managers zijn duur.

    Men kan het ook zoeken in waar mogelijk laag opgeleid personeel inzetten of jong personeel. Die mensen worden laag ingeschaald en zo bespaar je op loonkosten. De kunst is dan om de ouderen steeds weer weg te werken.

    Onlangs hoorde ik weer een voorbeeld van de smerige praktijken, die in zwang zijn. Een medewerkster van de thuiszorg kreeg te horen, dat haar aantal uren zou worden teruggebracht naar twaalf per week, het aantal uren volgens het contract. Intussen had ze al jaren 21 tot 24 uren per week gewerkt en dat aantal uren had ze hard nodig om een redelijk inkomen te bereiken, dat ze dan nog aanvulde met inkomsten uit de zorg voor oppaskinderen. Maar ze kon wel 21 tot 24 uur per week blijven werken, maar die uren boven het contractaantal zouden steeds voor één jaar zijn tegen het wettelijk minimumloon. Dat is nog lager dan het toch al lage cao-loon. En dat terwijl ze vaak bij patiënten komt, die moeilijke en ingewikkelde zorg nodig hebben.

    Dat heet dan modern ondernemerschap. Op aanraden van de vakbond raadpleegde ze de ondernemingsraad. Die wist van niets. Uiteindelijk kreeg ze van de baas van haar leidinggevende te horen, dat er niets zou veranderen. Waar is de tijd gebleven, dat er gezinszorg bestond, een platte organisatie met goed opgeleide mensen, die zelfs in staat waren om de zorg voor een kinderrijk gezin geheel over te nemen als de moeder tijdelijk uitviel? Waar is de tijd gebleven, dat bazen nog enig moreel besef hadden? Komt de klassenstrijd weer terug?

    Jaargang 4, Nr. 188.

    donderdag, 17 november 2011

    John Jorna

    John Jorna

    De aangenomen motie van GroenLinks

    In politiek in nederland, activiteiten, algemeen, ambtenaren, beschaving, bevolkingsgroep, burgemeester, coalitie, discussie, en meer.

    WEIGERAMBTENAREN

    Op de middag, dat de Tweede Kamer met grote meerderheid de motie

    over de weigerambtenaar aannam, stuurde ik onderstaande brief als E-mail naar ineke van Gent.

    Beste Ineke,

    Een jaar of vijf geleden speelde het onderwerp weigerambtenaar ook. Femke was in Utrecht en probeerde een discussie te ontwijken, Ik zei, dat ik dat te gemakkelijk vond en legde uit, dat ik het volstrekt niet eens ben met die weigerambtenaren en toch hun standpunt respecteer. Hen dwingen te kiezen tussen ontslag of toegeven en homohuwelijken wel registreren zou gewetensdwang betekenen. Andere aanwezigen wezen op een ingezonden brief in ons Magazine, waarin ook tot behoedzaamheid werd gemaand.

    Ambtenaren moeten vooral hun geweten NIET thuis laten als ze naar hun werk gaan. Voortdurend bestaat de mogelijkheid, dat ze in hun werk voor gewetensvragen komen te staan. Soms worden ze dan klokkenluider. Op mijn weblog (en planeetgroenlinks.nl) schreef ik deze week erover. Gewetensdwang kan zich ook tegen je keren, want vaker ontstaat er een conflict tussen werk en principes. 1.)

    Uiteindelijk hebben weigerambtenaren waarschijnlijk geen juridische poot om op te staan. Eigenlijk gaat het daar ook niet om. Het gaat erom of wij de eeuwenoude traditie van tolerantie terzijde schuiven en niet langer rekening houden met het standpunt van minderheden. 2.) Homo's hebben eeuwenlang geleden onder het gebrek aan tolerantie. Zij weten als geen ander wat het met mensen doet. Ook Roomsen kunnen er over meepraten. Nog in de tweede helft van de vorige eeuw mochten ze geen burgemeester worden van een grote stad of opperofficier of rechter bij de Hoge Raad. Ze waren onbetrouwbaar, want zij gehoorzaamden aan een buitenlands staatshoofd. De onverdraagzaamheid naar religieuze standpunten komt de laatste tijd weer terug. GroenLinks is een partij, waar mensen van allerlei pluimage elkaar vinden in hun strijd voor een schoon milieu, een rechtvaardige samenleving en een vreedzame wereld. Juist een partij als Groenlinks past het religieuze en andere minderheden te beschermen tegen onverdraagzaamheid.

    Dat je het onderwerp gebruikt om problemen tussen de coalitie en de gedoogpartners te veroorzaken is begrijpelijk. Ik ben er niet blij mee.

    Met vriendelijke groet,

    John Jorna

    Ter toelichting:

    1.)  Je zou er van uit moeten kunnen gaan, dat ambtenaren altijd gewetensvol handelen. Twee voorbeelden, waaruit blijkt, dat het daaraan wel eens ontbreekt. Het is al meer dan veertig jaar geleden, dat er in mijn woongemeente een ander subsidiesysteem voor het jeugdwerk moest komen. Het voorstel was om op ledenbasis te subsidiëren. De Directeur van het Provinciaal Jeugdwerk Bureau zou positief geadviseerd . Dat kon ik mij niet voorstellen, want subsidiëring op basis van activiteiten kwam juist in zwang. Ik belde de directeur en hij ontkende ooit een positief advies te hebben gegeven. Dat kon ik van hem op schrift krijgen. Ik seinde raadsleden in, die B&W vroegen of er wel positief geadviseerd was. B&W bleven volhouden. In de pauze zorgde ik, dat de brief bij een raadslid kwam en die las de brief voor. Iedereen had het fout gedaan behalve B&W. Het raadslid moest handelen zonder last of ruggenspraak. De brief was niet waar en mij werd het evenzeer kwalijk genomen. Recent heb ik beschreven hoe er gemanipuleerd is bij de procedures rond het Rijsbruggerwegtracé. In een van de stukken was op een kaart de oude Rijnbedding weggelaten, waarin de weg komt te liggen.

    Een regeling voor klokkenluiders kan er alleen komen als de Tweede Kamer met een initiatiefwetsontwerp komt. Er valt kennelijk veel te verbergen.

    2.) Eigenlijk is het een kwestie van beschaving of je bereid bent een bevolkingsgroep een eigen standpunt over het homohuwelijk en hun eigen ambtenaren van de Burgerlijke Stand te gunnen. Een verbod van weigerambtenaren komt neer op een beroepsverbod voor een bevolkingsgroep. Zo mochten heel lang communisten geen postbode worden.

    Wij leven in een maatschappij met heel veel verschillende groepen: religies en daarbinnen weer meerdere richtingen of kerken, atheïsten, humanisten en om dat een beetje vreedzaam te laten verlopen is er een traditie van tolerantie.

    Antwoord namens Ineke

    Ik kreeg ook namens Ineke een antwoord. Het viel mij op, dat daarin nergens werd ingegaan op mijn brief. Daarop enig commentaar.

    Als weigerambtenaren zouden worden toegestaan, zou de overheid discrimineren. Nog nergens is het voorgekomen, dat het laten registreren van een huwelijk tussen personen van gelijk geslacht onmogelijk werd gemaakt. Nergens heeft de overheid gediscrimineerd.

    Het enige probleem is, dat er weigerambtenaren bestaan. Daar heeft verder niemand last van. En toch is er voortdurend heibel over.

    Hierboven wees ik er al op. Nooit mag een ambtenaar een opdracht zo maar uitvoeren. Altijd hoort hij te toetsen aan de wet en aan regels van integriteit en dat hoort hij gewetensvol te doen.

    Waar eindigen we als ambtenaren zo maar kunnen weigeren de wet uit te voeren? Mogen ze dan ook weigeren een kind van een lesbisch paar in te schrijven in het geboorteregister? Stemmingmakerij! Alle voorbeelden zijn nergens voorgekomen en zullen ook nergens voorkomen.

    Maar we kunnen ons wel afvragen waar we eindigen met het niet serieus nemen van religieuze overtuigingen. Naar mijn smaak wordt dat steeds erger en neemt de onverdraagzaamheid toe. Ik vraag mij af en toe af of die anti-houding eigenlijk meer anti-Islam gericht is en alleen maar algemeen wordt geformuleerd om de eigenlijke motieven te verbergen.

    Er is alle reden om allemaal eens ons geweten te raadplegen.

    Reacties op De aangenomen motie van GroenLinks

    Door: John Swelsen op 17 november 2011, 19:30

    Hoi John,
    Ben het helemaal met je eens en het doet (meer dan kwestie Kunduz) zeer dat GroenLinks hier een populistische koers vaart. Makkelijk proberen mee te liften op gesundes volksempfinden. GL verliest met deze agressieve actie (bijna hetze) tegen gewetensbezwaarde ambtenaren een belangrijke waarde namelijk verdraagzaamheid en tolerantie.
    Bovendien is er geen probleem op dit terrein, homostellen kunnen trouwen waar en wanneer ze willen en dat is een belangrijke voorwaarde. Er is wel een probleem met homostellen die in Utrecht en A’dam uit hun huis worden gepest, dit lijkt compensatie van de onmacht die GL-bestuurders met deze ernstige situatie hebben. Jammer!
    Groet,
    John Swelsen

    maandag, 14 november 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Klokkenluiders

    In column van de week, bedrijf, bedrijfsleven, burgers, donner, huis, inkomen, integer, mensen, en meer.

    KLOKKENLUIDERS BESCHERMEN DE
     MAATSCHAPPIJ DUS BESCHERMEN WIJ DE KLOKKENLUIDERS

    Klokkenluiders stellen misstanden aan de kaak binnen hun bedrijf of instelling, maar ook bij de overheid of een vereniging. Daarbij lopen ze een groot risico, want hun baas zal het vaak niet op prijs stellen, dat de zaak negatief in het nieuws komt. Daarom wordt een geval van klokkenluiden vaak gezien als een arbeidsconflict, terwijl het in feite gaat om aangifte van een strafbaar feit. Desondanks komt de klokkenluider vaak ernstig in de problemen. Hij wordt ontslagen of overgeplaatst of arbeidsongeschikt, zelfs psychisch gestoord verklaard of in rang gedegradeerd. Alles is er op gericht om de misstand verborgen te houden. Daarom is het van groot belang klokkenluiders te beschermen en eventueel geleden schade te vergoeden.

    Bekende klokkenluiders hebben bijvoorbeeld de bouwfraude aanhangig gemaakt. Door onderlinge afspraken zorgden aannemers ervoor, dat overheidsopdrachten voor een veel te hoog bedrag werden aanbesteed. In een ander geval weigerde een maatschappelijk werker de ware gang van zaken bij een dodelijk ongeval tijdens een militaire oefening verborgen te houden voor de nabestaanden.

    Je zou denken, dat de rijksoverheid het fenomeen van klokkenluiden van harte toejuicht en alle maatregelen neemt om het te bevorderen en de klokkenluiders te beschermen tegen wraakzuchtige meerderen. De Tweede Kamer heeft middels een motie in 2007 daarop aangedrongen. Intussen gebeurt er niets. Een regeling van minister Donner lijkt er meer op gericht het klokkenluiden zoveel mogelijk te beperken. “In de top van de overheid zitten veel mensen die bang zijn, dat ze onder vuur komen te liggen, wanneer misstanden naar buiten kunnen worden gebracht.” Dat zegt Ronald van Raak, Tweede Kamerlid van de SP, die dezer dagen een initiatief wetsvoorstel indient, samen met andere partijen. Ik hoop van harte, dat GroenLinks  een van die partijen is.

    Het wetsvoorstel beoogt een ‘huis voor klokkenluiders’ op te richten, ondergebracht bij de Nationale ombudsman. Die heeft evenals anderen ook geadviseerd bij het tot stand komen van het wetsontwerp. Het ‘huis voor klokkenluiders’ is een huis, dat de klokkenluider veiligheid biedt zolang het onderzoek door de Nationale Ombudsman naar de zaak loopt. Het beschermt hem tegen ontslag en tegen verlies van inkomen. Vanzelfsprekend zijn er kosten verbonden aan dit ‘huis voor klokkenluiders’, maar het voortbestaan van misstanden zal in de meeste gevallen ook geld kosten. Denk maar aan de bouwfraude.

    Dit initiatief beschouw ik als uitermate waardevol. De regeling gaat niet alleen gelden voor de overheid, maar ook voor het bedrijfsleven. Wat mij betreft zou het wenselijk zijn, dat de door mij al vaker gesignaleerde misstand van het naar de opdrachtgever gewenste conclusie toeschrijven in onderzoeksrapporten eens duidelijk aan de kaak worden gesteld. Voor de werknemers van dergelijke onderzoeksbureaus moet er brood op de plank komen. Burgers moeten echter kunnen vertrouwen op integer onderzoek of het nu om ruimtelijke plannen of milieuvergunningen of bouwvergunningen gaat. Ik wens Ronald van Raak alle succes met zijn initiatief wetsontwerp.

    Jaargang 4, Nr. 187.

    donderdag, 10 november 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Landbouw op het EGP-congres

    In europa, bedrijf, bezig, burger, dieren, energie, eu, europese, gelukkig, en meer.

    TOEKOMST VOOR DE EUROPESE LANDBOUW

    Landbouw zal altijd een zekere mate van marktingrijpen vergen. Er is immers zelden een evenwicht tussen vraag en aanbod. Door de weersomstandigheden, maar bij ons niet zo vaak door ziekten of plagen kan de oogst mislukken met als gevolg hoge prijzen voor de consument, een hoog inkomen voor de boer, die wel een goede oogst heeft en een slecht jaar voor de boer, waarvan de oogst inderdaad slecht is. Het is ook een reden voor de EU zich vanouds met landbouw bezig te houden. Men wil voedselzekerheid voor de Europese burger tegen redelijke prijzen en men wil een gezonde boerenstand, boeren met een gezond bedrijf en een redelijk inkomen. Toch heeft de landbouwpolitiek van de EU voortdurend ongewenste effecten.

    Ook GroenLinks heeft zich steeds met landbouw bezig gehouden en vooral in het begin werd de boer vooral als boosdoener gezien, die zorgde voor stank en zijn dieren onder erbarmelijke omstandigheden huisvesting bood. Er was weinig inzicht in de productie-consumptiekolom. Dat is gelukkig verleden tijd. GroenLinks heeft een moderne visie op de landbouw ontwikkeld en daarbij intensief met producenten, consumenten en deskundige organisaties overlegd. Zie hiervoor op de site van GroenLinks het document “De boer is troef” en een document van de Europese Groenen “The agricultural dimension of the New Green Deal”. Over dit alles werd op woensdag, 9 november intensief gediscussieerd in de Europawerkgroep van GroenLinks. Ik geef hieronder een aantal indrukken met mijn eigen commentaar.

    In de dialoog tussen boer en burger komt steeds meer de nadruk te liggen op de kwaliteit: Het voedsel moet veilig en gezond zijn, dus zonder resten van bestrijdingsmiddelen, liefst zonder genetische manipulatie en zonder ziektekiemen. Het moet alle voedingsstoffen bevatten, waaraan een mens behoefte heeft. Consumenten letten daar steeds meer op en supermarkten merken dat en spelen er op in. Consumentenorganisaties controleren de producten in de winkels en publiceren erover. Er is een kentering merkbaar, maar een consument moet wel voldoende inkomen hebben om die wat duurdere producten te kunnen aanschaffen. Soms gaan ze naar boerenwinkels, maar als je midden in de stad woont, is dat wat lastig. Boeren geven voorlichting, bijvoorbeeld via open dagen of laten mensen tegen een kleine vergoeding zelf fruit plukken. Consumenten kunnen een boom of een dier adopteren. De nieuwste ontwikkeling is, dat burgers mee werken en mee investeren in een boerenbedrijf, een CSA. Er is een streven merkbaar om stad en ommelanden weer meer tot een zelfvoorzienende eenheid te maken en voedsel niet over duizenden kilometers aan te voeren. Toch kan het ecologisch slim zijn Griekse druiven naar Nederland te brengen  en ze niet meer hier in verwarmde kassen te telen.

    Veel boeren houden behoefte aan inkomenssteun. Terecht worden daaraan voorwaarden verbonden. Boeren worden geacht het landschap te onderhouden en te beschermen.  Denk aan houtwallen, weidevogels, akkerranden, geriefhoutbosjes, erfbeplanting, slootkanten, wilgen knotten. Wat mij opvalt bij al die natuurbeschermende maatregelen is, dat handhaven van een evenwicht nooit als doelstelling wordt gehanteerd. Roofdieren (vossen) en roofvogels krijgen zo veel bescherming, dat hun prooidieren gedecimeerd worden. En dan maar klagen, dat de weidevogelstand zo achteruit gaat. De boeren hebben dat dondersgoed in de gaten, drijven de spot met het natuurbeschermingsbeleid en dit alles bevordert niet hun motivatie. Enige herijking lijkt mij verstandig. En kom dan niet aan met het verhaal, dat de natuur zelf voor correctie zorgt in deze zin, dat als alle prooidieren gedecimeerd zijn, de roofdieren vanzelf weer in aantal teruggaan.

    Een andere kant van het natuurbesef is, dat natuur vooral opgevat wordt als levende natuur en dat er weinig aandacht is voor de basis van die levende natuur: bodem, moedermateriaal/grondsoort, (micro-)reliëf, helling, hoogteligging, waterhuishouding, (micro-)klimaat, vegetatietype. Als voor deze aspecten geen aandacht is, ondergraaf je de basis voor de biodiversiteit. Maar al deze aspecten hebben ook hun eigen intrinsieke waarde en dan met name allerlei bijzondere vormen in het landschap, waarin de geologische geschiedenis zichtbaar wordt. In Nederland moet vooral veel aandacht zijn voor het microreliëf. De kleine hoogteverschillen van 1 á 2 meter zijn bepalend voor de ontsluiting van het landschap, de bewoning, het kavelpatroon en het agrarisch bodemgebruik. Alles samen bepaalt de bijzondere waarde van een historisch landschap en doet menigeen al fietsend verzuchten: “Wat is Nederland toch mooi!” Dan hebben mensen het over cultuurlandschappen en niet over bos, hei en zandverstuivingen, ook geen echte natuur, maar door de mens bepaald. Wees zuinig op deze “public goods”.

    Tenslotte nog iets over biobrandstoffen. Duidelijk is, dat ze in toenemende mate concurreren met voedselgewassen. Zo zorgen ze voor lokale voedseltekorten en in veel gevallen voor hogere voedselprijzen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Mijn idee was altijd, dat het dwaasheid is goed landbouwgrond braak te laten liggen (dus niet vanwege een bepaald landbouwsysteem) om op die manier overproductie  tegen te gaan. Als je dan energie leverende gewassen verbouwt en daarbij zijn geen grote hoeveelheden kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen nodig, dan is dat een zinnige zaak. De opbrengsten vallen vaak tegen. De inspanningen zouden meer gericht moeten zijn op planten, die veel effectiever zonlicht omzetten in chemische energie en daarbij werden algen genoemd. Boeren kunnen met windmolens op hun grond en zonnecellen op de daken, met mestvergisting (biogas) en energieleverende broeikassen ook bijdragen aan een vergroening van de energievoorziening.

    maandag, 7 november 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Een huwelijk in deze tijd

    In column van de week, algemeen, belangrijk, bezig, geloof, geluk, gelukkig, genieten, homohuwelijk, en meer.

    TROUW, VERTROUWEN BETROUWBAAR

    Onlangs vierden wij ons Gouden Huwelijksfeest. Langzamerhand ben ik een beetje hersteld van de feestelijkheden en van een grieperige verkoudheid. Tijd om terug te blikken, niet zo zeer op het feest. Dat was heel fijn. Maar toen ik het met mijn volleybalmaatjes vierde, vroegen er een paar en het gebeurde vaker: Hoe houd je dat vol? Een interessante demografische vraag: Waardoor blijven twee op de drie huwelijken langdurig in stand en waardoor strandt tegenwoordig één op de drie huwelijken? Wie hierop nu hét antwoord verwacht, moet ik teleurstellen. Elk huwelijk is weer anders. Ieder stel moet zijn eigen weg vinden, zijn eigen aanpak.

    Maar wat is een huwelijk? Bij culturele antropologie heb ik vroeger geleerd, dat het huwelijk inhoudt een langdurig samenwonen van een man en een vrouw met het oog op het krijgen en grootbrengen van kinderen. Vandaar dat - ook in Nederland - pas echt aan een huwelijk begonnen werd als het krijgen van kinderen mogelijk bleek en het meisje zwanger was. In onze anonieme samenleving vraagt een huwelijk registratie, want het is niet zoals in een dorp of zwervende horde algemeen bekend wie met wie is. De twee huwen elkaar, sluiten samen een huwelijk en de ambtenaar van de burgerlijke stand is daarvan getuige en registreert de wederzijdse bereidheid tot een huwelijk. In een tijd, dat de twee nog maagdelijk waren, was er pas echt sprake van een huwelijk als het huwelijk “geconsumeerd” was door de huwelijks daad.

    Is er nu sprake van een huwelijk als twee mensen gaan samenwonen? Juridisch nog niet en cultureel-antropologisch evenmin. Het vraagt minstens een samenlevingscontract als men de overheid buiten de relatie wil houden. Bovendien moet er al sprake zijn van een kinderwens. We weten , dat die niet altijd vervuld wordt. Ik vermoed, dat de cultureel-antropologen van vandaag het homohuwelijk of het lesbisch huwelijk toch tot een andere categorie zullen rekenen al is er in juridische zin wel degelijk sprake van een huwelijk.

    Maar de vraag was hoe je het vijftig jaar met elkaar uithoudt. Ik geloof, dat de verwachtingen, die de twee hebben al heel belangrijk zijn. Als je denkt, dat je nu voor altijd het hemelse geluk zult ervaren, dat de ander er altijd voor je zal zijn en steeds maar bezig is jou gelukkig te maken en dat de ander altijd maar lief en aardig zal zijn, dan kan het alleen maar op een teleurstelling uitlopen. Die hevige verliefdheid verdwijnt vroeg of laat. Die kan best nog regelmatig oplaaien en daar moet je dan volop van genieten, maar verliefdheid wordt geleidelijk meer vertrouwdheid, rekenen op elkaar, weten wat je aan elkaar hebt en elke keer weer ontdekken, dat je op dezelfde lijn zit al is het maar bij de menukeuze in een restaurant.

    Ik zei tegen de volleybalvrienden, dat een huwelijk regelmatig een “onderhoudsbeurt” nodig heeft. Natuurlijk enige hilariteit vanwege de term “beurt”, maar ik legde uit, dat er van tijd tot tijd samen op uit zijn en dan alle aandacht hebben voor elkaar en alles samen doen, dan kunnen die verliefde gevoelens er opeens weer zijn. Verder vertelde ik, dat je als er iets fout zit, dat je het dan niet langdurig moet opkroppen. De ander is zich vaak van geen kwaad bewust. Je kunt ook het gevoel ontwikkelen, de attentheid voor de ander, die ervoor zorgt, dat je voelt, dat er iets mis is. Soms is een grapje genoeg. Als mijn vrouw me weer eens erg achter de broek zit, dan zing ik soms: “Oh lieve schooljuffrouw, ik hou zo veel van jou!”. De klus wordt alsnog geklaard.

    Genoeg privacy prijs gegeven. Een gelukkig huwelijk vraagt van beide kanten inspanning. Het vraagt geduld en kunnen omgaan met teleurstellingen, vertrouwen in de ander en de bereidheid trouw te zijn en trouw als vanzelfsprekend te zien, het besef, dat een huwelijk meer is dan alleen maar genieten. Ik zou wensen, dat er een generatie opgroeit, die het niet zover laat komen, dat een scheiding onvermijdelijk lijkt, maar altijd aandacht heeft voor de zorg je huwelijk gelukkig te houden. Voor hun kinderen alleen maar goed.

    Jaargang 4, Nr. 186.

    Reacties op Een huwelijk in deze tijd

    Door: Hans op 7 november 2011, 21:44

    Mooi verhaal, herkenbaar.

    vrijdag, 28 oktober 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Geen kernwapenvrij Europa?

    In column van de week, coalitie, defensie, eurocrisis, europa, frankrijk, internationaal, kracht, navo, en meer.

    DE VOORUITGANG: COMPUTERGESTUURDE KERNBOMMEN

    Ha, dachten wij vorig jaar; de kernbommen gaan ons land uit. Er komt een kernwapenvrij Europa. Maar een paar NAVO lidstaten, waaronder Frankrijk waren tegen. Besloten werd de rol van kernwapens te betrekken bij de ontwikkeling van een nieuwe visie op de rol van de NAVO bij verdediging en afschrikking. Dat noemen ze  de Defence and Deterence Posture Review (DDPR) en deze zal op 21 mei 2012 in Chicago door de staatshoofden worden ondertekend. Een groepje oude knarren van de NAVO, de High Level Group (HLG) moet een voorstel over de rol van kernwapens formuleren. Wie er in de HLG zitting hebben is moeilijk of niet te achterhalen. Wat ze aan formuleringen bedenken is geheim. In februari 2012 gaan ze hun ideeën bespreken met de lidstaten. Het is waarschijnlijk, dat ze vast zullen houden aan een rol voor kernwapens. Het is onwaarschijnlijk, dat de NAVO met deze procedure een prijs zal winnen voor transparantie en democratische inspraak. Behalve met de lidstaten zal de HLG ook met andere betrokkenen overleggen. Of daar behalve de wapenfabrikanten en conservatieve denktanks ook vredesorganisaties en vredeswetenschappers bij zullen horen; het is niet bekend. De definitieve tekst komt pas in Chicago tot stand, maar in het voortraject is er zo gemasseerd en gesleuteld, dat we hoogstens nog kleine wijzigingen kunnen verwachten. Honderden miljoenen burgers van NAVO landen staan bij de besluitvorming buiten spel. Van de huidige coalitie is geen kritische houding te verwachten, zelfs ondanks het feit, dat het Internationaal Gerechtshof slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen een rol van kernwapens als mogelijk geoorloofd ziet. Het officiële standpunt van Nederland is, dat het bereid is als eerste gebruik te maken van kernwapens. Daarbij zullen zeker ongewapende burgers in grote getalen omkomen. Onze regering is bereid een oorlogsmisdaad te begaan.

    Intussen zijn de oude B61 bommen van Volkel zo ver heen, dat ze vervangen moeten worden. Als deze bommen afgeworpen worden, dalen ze aan een parachute naar beneden. Het vliegtuig heeft zo de kans tijdig weg te wezen. Als het kernwapen op enige hoogte ontploft is de reikwijdte van de vernietigende kracht groter. Maak u niet ongerust. Als u dichtbij bent, bent u voordat u het weet verdampt. Het uitschakelen van een ondergrondse defensie- of regeringsbunker vraagt echter meer precisie. U vraagt en de wapenindustrie levert. De nieuwe bommen zijn digitaal en gaan computergestuurd op hun doel af. Zulke bommen hebben grotere vleugels. Dus moeten de vliegtuigen, bijvoorbeeld onze F16’s en de toekomstige JSF’s aangepaste ophangsystemen krijgen. Een kostbare zaak. De piloten moeten extra getraind worden. Ook dat kost geld. De bases moeten aangepast worden. Inmiddels wordt er al enorm bezuinigd op traditionele wapensystemen. Dat zou dus nog veel meer moeten gebeuren om door te gaan met kernwapens, die we niet meer willen hebben.

    Na alle aandacht voor de Eurocrisis wordt het nu tijd aandacht te besteden aan de gevaarlijke spelletjes, die in NAVO verband gespeeld worden. Tweede Kamer wordt wakker.

    Jaargang 4, Nr. 185.

    vrijdag, 21 oktober 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Een heel goede avond! Ik kom collecteren voor….

    In column van de week, bedelaar, brievenbus, buitenland, mensen, museum, nederland, ouderen, hulp, en meer.

    COLLECTEREN IN CRISISTIJD

    Een paar keer per jaar mag ik collecteren. Er zijn van die aardige vrouwelijke kennissen of familieleden wier verzoek ik niet kan weerstaan. Niet dat ik er tegenop zie. Als elfjarige werd ik er door mijn vader al op uitgestuurd. Ik zou het als bedelaar misschien geeneens zo slecht doen. Bij een vossenjacht van school speelde ik sjofel gekleed de trottoirtekenaar en ja, eerst de leerlingen en daarna het gewone publiek begon er geld bij te leggen. Maar collecteren is toch anders.

    Deze keer was het voor de Brandwondenstichting. Je krijgt tevoren enig voorlichtingsmateriaal. Dan blijkt, dat er verbazende vooruitgang is geboekt bij de behandeling van brandwonden. Nog maar weinig slachtoffers overlijden. Er blijven littekens, maar de resultaten van behandeling met kweekhuid worden steeds beter. We collecteren niet voor niets.

    Ik kreeg een straat toebedeeld, die onder collectanten een beetje beruchte klank heeft. Je belt aan, ziet mensen binnen, maar ze doen niet open. Ik tik soms op de ruit. Zelfs dat helpt niet. Opmerkelijk veel bellen doen het niet. Ik klepper dan maar met de brievenbus. Vaak weten ze geen eens, dat de bel defect is. Nou ja. In een geval was twee keer de deur niet open gedaan. Een flinke tijd later probeerde ik het nog eens. Toen had de bewoner het kennelijk niet door, dat er een collectant aanbelde. Hij weigerde niet al te vriendelijk. Dit jaar was deze figuur een uitzondering. Bij een stuk of zes gevallen was duidelijk, dat de mensen niets konden missen. Dan merk je opeens, dat in deze tijd sommige ouderen en werkzoekenden het financieel moeilijk hebben. Al prakkiserend dacht ik: ”Eigenlijk zou ik voor die mensen moeten collecteren!” Al met al viel het mij deze keer erg mee. De mensen waren beleefd, soms enthousiast om mee te doen.

    Een reactie trof mij bijzonder. Na het “een heel goede avond, meneer. Ik kom voor de Brandwondenstichting.”, zei de bewoner: “Oh, dat is een doel in Nederland. Daar wil ik wel voor geven!” Ik was perplex, maar ja reageren, terwijl je een bijdrage in de bus hebt gekregen, is ook al zo wat. Ik vroeg mij af, wat hij eigenlijk bedoelde. Was hij er van overtuigd, dat alle hulp aan het buitenland verdwijnt in de zakken van corrupte bazen? Dacht hij dat hulp aan het buitenland gelijk is aan het dempen van een bodemloze put? Heeft hij een hekel aan buitenlanders? Of vindt hij, dat de noden in Nederland zoveel erger zijn en dat er in Nederland nog zo veel te doen is? Eigen volk eerst? Ik moest weer denken aan het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk waar ik vorig jaar over schreef. Daar kun je allerlei buitenlandse kranten zien, die over de ramp schreven en in het hele museum binnen in die enorme betonnen caissons zie je voorbeelden van hulp, die uit het buitenland kwam. Maar ja, in 1953 was die man nog geeneens geboren, denk ik. Veel mensen van nu zijn vergeten, dat solidariteit een wederzijds karakter heeft. Dat naastenliefde onbaatzuchtig zou moeten zijn, dat is iets, dat te veel mensen in deze tijd van secularisatie een ver-van-mijn-bed-show vinden. Het zijn me tijden….

    Jaargang 4, Nr. 184.

    vrijdag, 14 oktober 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Europese Groenen discussiëren

    In column van de week, europa, beleid, bezuinigen, economie, eu, green, green deal, groenlinks, en meer.

    DE SOCIALE DIMENSIE IN HET EU-BELEID

    Het sociale beleid in de EU is vrijwel geheel voorbehouden aan de lidstaten. Er zijn wat kleine elementen EU-beleid geworden zoals de gelijke beloning van mannen en vrouwen en (een poging om meer eenheid te krijgen in) de duur van het zwangerschapsverlof. Vroeger werd altijd gezegd, dat wij in Nederland zo’n fantastisch goed sociaal beleid hadden, dat we er alleen maar op achteruit zouden gaan als de EU zich ermee zou gaan bemoeien. Inmiddels is in Nederland op zoveel terreinen een verslechtering van het beleid opgetreden, dat we maar al te vaak moeten constateren, dat de EU ervoor zorgt, dat het niet te erg uit de hand loopt. Voor de huidige regering is het alleen maar mooi, dat de EU er buiten blijft. Ze kan rustig doorgaan met het uitkleden van de verzorgingsstaat.

    De Europese Groene Partij, een bundeling van Groene partijen van allerlei Europese staten, al dan niet lid van de EU, wil wat betreft het sociaal beleid toch tot een gemeenschappelijke visie komen. Tussen al die partijen bestaan grote verschillen. Een document, te vinden op de site van de Werkgroep Europa van GroenLinks, tracht tot een definiëring van sociaal beleid te komen. Wat de EU daarbij zou moeten doen is nog niet duidelijk. Nu gaat het vooral om de sociale aspecten van de New Green Deal. Hoe creëer je groene banen? Hoe bereid je de werknemers daarop voor? In het tweede deel gaat het over sociale tegenstellingen. Bij GroenLinks hebben die de laatste jaren minder aandacht gekregen, omdat ,em vooral keek naar manieren om iedereen aan een baan te helpen. Dan verminder je de sociale verschillen ook. Je laat de mensen niet levenslang in een afhankelijke situatie. Daardoor lijkt GroenLinks ook in sociaaleconomisch opzicht een liberale partij te worden. Dat maakt mij af en toe best ongerust over deze koers. Wat doe je als het niet lukt iemand aan werk te helpen, zelfs niet aan werk, dat de gemeentelijke overheid jou aanbiedt? Maar het zou kunnen werken als je het combineert met scholing en de mensen steeds een trede hoger op de maatschappelijke ladder komen. Hoe zorg je dat werkgevers meewerken? Wat doe je met de beroepswerkloze? Er zijn mensen, die het wel mooi vinden altijd in een uitkeringssituatie te zitten en die weinig eisen stellen. Maar tijdens de discussie, die ik meemaakte ging het daar niet zozeer over.

    Terug naar de EU, die op sociaal gebied niet of nauwelijks bevoegdheden heeft. De EU kan wel stimuleren door een sociaal beleid te ontwikkelen met duidelijk meetbare doelen. De uitvoering van dat beleid is aan de lidstaten. Ze moeten rapporteren. Wat is er van de doelstellingen terecht gekomen? Dat wordt gepubliceerd. Maar halen die cijfers de media? Worden er dan de volgende dag Kamervragen gesteld? Vergeet het maar. Het zou wel moeten! De EU kan bij falen geen sancties opleggen.

    Het ontbreken van Europese regels kan zeer asociaal uitpakken. Jarenlang onderhield een Finse rederij een veerverbinding tussen Helsinki en Tallinn. Toen kwam Estland bij de EU. De rederij verplaatste zijn hoofdkantoor naar Tallinn en plotseling golden de veel slechtere Estse arbeidsvoorwaarden. Volgens het Europese Hof mocht dat, want er waren geen regels, die het verboden. Die lacune in de regelgeving wordt nu hersteld. Zo moet een Nederlandse onderneming zijn Poolse vrachtautochauffeurs betalen volgens de Nederlandse cao. De EU kan de Nederlandse regering erop wijzen, dat bezuinigen op onderwijs en innovatie slecht is voor de economie.

    De EU heeft wel duidelijk beleid voor meer werkgelegenheid. Dat sociaaleconomische beleid kan helpen bij de bestrijding van de armoede en van regionale verschillen in welvaart. De EU heeft altijd een regionaal-economisch beleid gekend. Zo werden de oude mijnbouw- en industriegebieden geholpen bij de herstructurering van de economie en dat gold ook voor gebieden, waar arbeidsintensieve industrie verdween zoals de Twentse textielindustrie en voor eenzijdige agrarische gebieden, waar door de rationalisatie een enorme uitstoot van arbeidskrachten plaatsvond. Niet overal was dit beleid succesvol. Nieuwe wegen en industrieterreinen aanleggen leidt niet automatisch tot vestiging van nieuwe industrieën. Welke initiatieven komen uit de streek zelf? Is men in staat de slimme jonge mensen vast te houden? Hoe is het belastingklimaat? Zijn er machtige vakbonden, zoals in het Ruhrgebied? Is er een ondernemersvriendelijk bewind? Is er veel corruptie en cliëntelisme? Werkt de overheid efficiënt? Is er een goede economische infrastructuur? Denk aan notarissen, makelaars, advocaten, banken, verzekeringen, reclamebureaus, bodediensten en ICT-bedrijven? Hoe is de ligging ten opzichte van een koopkrachtige markt? Zijn er voldoende hooggeschoolde arbeidskrachten en/of juist ook laaggeschoolde goedkope weknemers?  In een aantal economisch sterke regio’s zie je deze vestigingsvoorwaarden in sterke mate aanwezig. Ze concurreren heel sterk met elkaar, maar werken ook samen. De economie en daarmee de werkgelegenheid blijft er groeien. Veel mensen vestigen zich daar, zoals in de Randstad te zien op de openingspagina van de Volkskrant de volgende dag. Tegenover die sterke gebieden zijn er veel zwakke regio’s, na de uitbreiding van de EU nog veel meer dan vroeger. Veel geld per regio is niet beschikbaar. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat het vooral van de mensen in zo’n regio uit moet gaan. In vertrekgebieden hoef je daar niet op te rekenen. Het worden dun bevolkte agrarische gebieden met eventueel wat toerisme. Als je van rust houdt is het daar geweldig wonen, maar veel voorzieningen moet je er niet verwachten.

    Jaargang 4, nr. 183.

    zaterdag, 8 oktober 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Wisseling van wethouders

    In column van de week, andere partijen, beleid, burgers, cda, college, crisis, fractie, gemeente, en meer.

    DE KUNST VAN HET HAALBARE

    Wethouders en gemeenteraden worstelen nog steeds met het dualisme. Menig wethouder is al dan niet gedwongen afgetreden. Wethouders zijn niet langer lid van de gemeenteraad en van hun fractie. Het College staat los van de Raad, zoals de regering los staat van het parlement. Normaal steunt de regering op een meerderheid in beide kamers van het parlement. Bij sommige kwesties moet de huidige regering steun zoeken bij andere partijen dan de regeringspartijen en gedoogpartner PVV. Dat vraagt dan het nodige overleg, eventueel in achterkamertjes. Zo kan het beleid bijvoorbeeld pro-Europees blijven. Nu een nieuwe bankencrisis voor mogelijk wordt gehouden met een nieuwe economische crisis moeten VVD, CDA en PVV opnieuw om de tafel. Moet er nog meer bezuinigd worden, is de vraag. Bekend was ook het zogenaamde torentjesoverleg tussen regeringspartners om over nieuwe kwesties tot overeenstemming te komen. Frustrerend voor de oppositie, want die werd zo buitenspel gezet. Voor het overleg met de kamer was over het onderwerp al beslist.

    Deze Haagse mores zouden leerzaam kunnen zijn om onnodige spanningen tussen de Raad en het College of een individuele wethouder te voorkomen. Over sommige zaken beslist het College op grond van de wet of van afspraken met de Raad. De Raad houdt zich bezig met de hoofdlijnen, niet met details of met de uitvoering. Tegelijk dient de Raad het werk van het College te controleren. Dan kan blijken, dat de Raad niet gelukkig met iets is. Hoe kun je dat voorkomen? Een ervaren wethouder weet maar al te goed over welke zaken hij met de Raad kan botsen. De kunst is dan de Raad tijdig te informeren en eventueel tot overleg te komen. In elke raadsperiode moet beleid ontwikkeld worden over zaken, waarover niets in het coalitieakkoord is opgenomen. Ook dan is intensief overleg met de Raad geboden en in het bijzonder met en tussen de coalitiepartners.

    Misschien gaat het vaker mis bij de dagelijkse gang van zaken. Een wethouder bereidt een besluit voor. Overleggend met de ambtenaren komt naar voren, dat iets wettelijk niet kan of economisch niet verantwoord is. Dat zal de Raad niet leuk vinden. Een slimme wethouder informeert de Raad onmiddellijk. Dat is beter dan met een compleet, maar afwijkend voorstel te komen, waardoor de Raad onaangenaam verrast is. De wethouder heeft voor 100% gelijk en toch is de Raad geïrriteerd, zeker als dat vaker voorkomt. Besluitvorming over ingewikkelde kwesties is een langdurig proces, waarin wethouder en Raad samen moeten optrekken. Soms zien we bij een College de neiging eigen beleid te ontwikkelen. Salarissen worden mede bepaald door het aantal inwoners. Het hoeft niet mee te spelen, maar het kan er wel toe leiden, dat een College wat eerder geneigd is in te stemmen met groeitaken, waar de bevolking niets van wil weten en als het goed is de Raad evenmin. Een College moet altijd beseffen, dat de Raad uiteindelijk de baas is. Dat is moeilijk, want een College heeft meestal een informatievoorsprong en is daardoor gemakkelijker geneigd ideeën van de Raad terzijde te schuiven. De zoveelste botsing volgt.

    Een wethouder kan zo afhankelijk zijn van de ambtenaren, dat het eigenlijk de ambtenaren zijn die het beleid bepalen. Gewetensvolle ambtenaren dienen daarbij het belang van de gemeente, van de Raad en van de burgers. Ze houden rekening met de meningen in de Raad, maar de verleiding ligt op de loer eigen stokpaardjes te gaan berijden. Een goede wethouder staat tegenover de ambtenaren stevig in zijn schoenen.

    In het dualistische stelsel is voortdurend overleg en een constante informatiestroom de kunst om uit de hand lopende spanningen tussen een wethouder en de Raad te voorkomen. De wethouder is de dienaar van de Raad.

    Jaargang 4, Nr. 182 

    John Jorna

    John Jorna

    Zienswijze Bunnikse Wijkverenigingen

    In dossier a12 salto, activiteiten, gegevens, gezondheid, mensen, nederland, onderzoek, standpunten, vrije tijd, en meer.

    Deze zienswijze is opgesteld door de Bunnikse Wijkverenigingen. Zij zijn direct belanghebbenden. Ik ben onaangenaam getroffen door de veel lagere cijfers voor geluidsbelasing, die degrontmij heeft berekend. Deze firma heeft zich al eerder berucht gemaakt door het Rijsbruggerweg tracé zo gunstig mogelijk voor te stellen en alle andere tracé's zo ongunstig mogelijk. Bedenk wel, dat juist de Grontmijcijfers de grondslag vormen voor de beslissing het RBW aan te leggen. De Grontmij zou nooit meer overheidsopdrachten moeten krijgen.

    Gedeputeerde Staten van Utrecht

    T.a.v. de heer H. Schoen

    Postbus 80300

    3508 TH Utrecht                                                                                              Bunnik, 7 oktober 2011

     

    Geachte heer Schoen,

     

    Onderwerp: Zienswijze “Ontwerp inpassingsplan Verbindingsweg Houten-A12'”

     

    Hierbij deel ik u mee dat ik het eens ben met de standpunten van de Bunnikse wijkverenigingen en de vraagtekens die ze stellen bij de juistheid en de vergelijkbaarheid van gegevens waarop het besluit voor de Rijsbruggerwegtrace (=RBW) is genomen.

     

    En het aspect “leefbaarheid “ is geen onderdeel geweest bij de besluitvorming.

     

    De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat “lawaai een ernstige bedreiging van de gezondheid van mensen is en de dagelijkse activiteiten van mensen op school, op het werk, thuis en in hun vrije tijd verstoort. Verkeerslawaai alleen al schaadt de gezondheid van bijna één op de drie Europeanen.”

     

    Het wegverkeer is in Nederland de belangrijkste lawaaibron. Ongeveer driekwart van Nederlandse woningen heeft een jaargemiddelde geluidbelasting boven de 48 dB.

    Uit gegevens van Rijkswaterstaat (Verbreding A12 Maarsbergen) blijkt dat er nu al meer dan 450 woningen in Bunnik een geluidsbelasting hebben tussen de 51 en 60 dB. Zie o.a. het kaartje.

    Ook stelt Rijkswaterstaat dat een toename van 10 dB wordt ervaren als een verdubbeling van geluid. Bij enkele woningen aan de Groeneweg tussen de A12 en het spoor wordt een toename van 8 dB voorzien. En het geluid houdt niet op na de Groeneweg.

    Door de veelal (zuid)westen- en zuidenwind is er nu al veel geluidsoverlast in Bunnik afkomstig van de A12. Dit neemt door de aanleg van de RBW alleen maar toe.

    Immers waar de RBW via een ca. 8-10 meter hoog viaduct over de A12 komt is er nauwelijks sprake van geluidsdemping, omdat het geluid a.g.v. de aanwezige bebouwing niet wordt opgenomen. Er is hier sprake van een “akoestisch harde omgeving”.

     

    Ook worden in het akoestisch onderzoek voor de RBW de geluidseffecten veel te rooskleurig voorgesteld. Het akoestisch onderzoek van Rijkswaterstaat t.b.v. de verbreding A12 laat andere (=hogere) waarden zien. Zie onderstaande voorbeelden.

    Straat

    Nr

    Rijkswaterstaat

    RBW Grontmij

     

    Geluidsbelasting in dB zonder maatregelen

    Geluidsbelasting in dB met maatregelen(ZOAB)

    Geluidsbelasting in dB zonder maatregelen

    Groeneweg

    Zuidgevel en 2e verdieping

    160

    61,65.

    59,66

    49

    168 - 170

    61,90

    59,93

    55

    172

    66,73

    64,80

    56

    Provincialeweg

    2e verdieping

    78

    57,80

    55,88

    42

    80

    58,40

    56,47

    43

    82-84

    59,60

    57,69

    44

    86-88

    59,78

    57,88

    45

    90

    60,09

    58,19

    44

    Hoefsmedenhof

    7

    52

    50

    37

     

    Ik doe daarom een dringend beroep op u. Houd Bunnik leefbaar en heroverweeg uw besluit tot aanleg van de RBW en kies voor aanpassingen aan De Staart in Houten in combinatie met de Meerpaal variant. De gevolgen voor leefbaarheid zijn bij Houten beperkter omdat in die omgeving veelal bedrijfspanden liggen en er weinig bewoning is.

     

    Hoogachtend,

    vrijdag, 7 oktober 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Tweede deel Zienswijze inpassingsplan Verbindingsweg HoutenA12

    In dossier a12 salto, boomgaard, informatie, leiden, onderzoek, oplossing, water, watergang, mogelijkheid, en meer.

    Nadere informatie brengt mij er toe nog een zienswijze aan de eerder ingezonden zienswijze toe te voegen.

    Archeologische aspecten van de kruising met de Achterdijk

    In mijn eerdere zienswijze heb ik ernstig bezwaar gemaakt tegen de keuze om de Achterdijk via een tunnel onder de nieuwe weg door te leiden. Nu verneem ik, dat de door mij voorgestelde oplossing tijdverlies zal opleveren omdat dan bij de Achterdijk archeologisch onderzoek nodig zou zijn. Onder de Achterdijk is mogelijk de limesweg verborgen, maar ook het Raaphofsepad is een mogelijkheid. Het verlengde hiervan loopt achter de boomgaard van de Wit langs en komt in de bocht op de Achterdijk uit. Aangezien hier een pad en een brede watergang komen te liggen is archeologisch onderzoek nodig. De sloten aan weerszijden van de nieuwe weg worden onder de Achterdijk door geleid. Daar zal een sleuf voor moeten worden gegraven, waarin een duiker wordt neergelaten. De sleuven bieden een bijzondere mogelijkheid om te achterhalen of de restanten van de limesweg daar inderdaad onder de huidige Achterdijk verborgen liggen. Ook daar dus al zorgvuldig en voorzichtig dus tijdrovend onderzoek.

    Hoe was hier de situatie in de Romeinse tijd? Het maaiveld lag 0,5 tot1,00 Meter lager, want na de Romeinse tijd is er nog veel sediment afgezet, een prachtige bescherming voor al die verborgen archeologische schatten. Er stromde geen Rijnwater meer door de geul. De Rijn stroomde via Zeist en ongeveer op de huidige plek. Maar de geul voerde wel water uit het stroomgebied af, maar niet zo efficiënt als nu. Ter plaatse was een grillig gevormd meertje, overeenkomend met de oude beddingen op de geomorfologische kaart. Hoe zouden de Romeinen die oude bedding met hun weg gekruist hebben. Misschien met een dam. Maar welk materiaal zouden ze daar gebruikt hebben? Zand uit de bedding? Rijshout met zand en klei erover heen? Het kan ook zijn, dat ze een houten brug gecombineerd met een dam gebouwd hebben. Dan zou je paalsporen kunnen vinden onder de huidige Achterdijk waarschijnlijk. Het kan ook zijn, dat er een doorwaadbare plaats was, een voorde. Mogelijk, dat de bodem met platte stenen verhard was. Maar waar? Precies onder de huidige Achterdijk of net waar men de tunnel gedacht heeft? Hoever was de oude bedding in die tijd al opgevuld? Hoe diep was toen het water?

    Mijn voorstel is de nieuwe  weg in een betonnen bak onder de Achterdijk door te voeren. Het biedt een unieke kans om antwoord op al deze vragen te krijgen. Welke oplossing ook gekozen wordt, er zal archeologisch onderzoek moeten plaats vinden. Dat is de consequentie van de keuze voor dit tracé.

    dinsdag, 4 oktober 2011

    John Jorna

    John Jorna

    De Acht Zaligheden

    In column van de week, a2, bedrijventerreinen, boeren, eindhoven, elektrische, fiets, geschiedenis, herfst, en meer.

    GRENZELOOS FIETSEN AAN DE ZUIDGRENS

    Net die ene mooie week in de herfst zijn wij op vakantie in eigen land. Je moet maar geluk hebben. Gezien de drukte op wegen en fietspaden waren we niet de enige, die per fiets het grensgebied van de Acht Zaligheden verkenden. Zuidwestelijk van Eindhoven liggen een aantal grotere en kleinere dorpen, die eindigen op ‘sel’ . Ze worden de acht seligkeiten/zaligheden genoemd.  Ik reed door Reusel, Hulsel, Netersel, Eersel, Duizel, Knegsel en Steensel. Dat zijn er zeven. Waar was nummer acht? Was dat Woensel? De deskundigen geven er wisselende antwoorden op.

    Voor het eerst reden we met elektrische ondersteuning. Dat gaat geweldig, maar je moet wel zorgen voor een goede accu, want anders kom je niet ver. Op mijn leenfiets haalde ik afwisselend in de stand eco en de stand normaal net 55KM, zodat ik de laatste drie KM zonder ondersteuning thuis moest zien te komen. Met de accu van de fiets, die in bestelling is, kom ik dan drie keer zo ver. We waren ook niet de enige met elektrische fietsen. Het bezit is explosief gegroeid. Wel gezellig om op een rustpunt ervaringen uit te wisselen. Twee keer kwamen we een bordje oplaadpunt tegen. Die komen er ook steeds meer.

    Het is een typisch Brabants gebied, tamelijk vlak en langzaam aflopend in Noordelijke richting. Dat zie je aan de beekjes en aan de stuwen erin, waar het water toch steeds ruim een halve meter naar beneden valt. Hier en daar zijn meestal beboste stuifduinen, met wat meer reliëf. Het landschap is erg afwisselend met grotere en kleinere bossen, veel grasland en maisakkers. Soms zie je een duidelijk rationele verkaveling. Dan zit je in een jong heideontginningsgebied met kaarsrechte wegen. Bij de dorpen is het kleinschaliger en minder regelmatig. Er zijn natuurlijk boerderijen. Je ziet er de geschiedenis. Oudere boerderijen hebben nogal eens alleen nog een woonbestemming en zien er keurig onderhouden uit. Daar wonen geen boeren meer. Nieuwe boerderijen staan vooral in het open gebied. Vaak is het een gewoon woonhuis met een kleine stal en daarbij reusachtige schuren voor kippen, varkens of melkvee. Zo wordt de schaalvergroting in de landbouw van de afgelopen vijftig jaar goed zichtbaar. Het is er een echt veehouderijgebied. Afgelopen zondag, fietsend tussen Duizel en Hoogeloon zagen we bijvoorbeeld een koeienkijkdag. Het was een knap druk. Op deze arme zandgronden is veeteelt de meest geschikte vorm van bodemgebruik. Je hebt op deze stuifgevoelige gronden organische mest nodig. Tsja, maak dat Mevrouw Thieme maar eens wijs.

    Bij de meeste dorpen zijn flinke bedrijventerreinen. Je zit hier erg gunstig  met een autosnelweg, die Antwerpen met het Ruhrgebied verbindt en verder Eindhoven en de A2 in de buurt, een vooral technisch goed geschoolde bevolking en een prettig woon- en leefklimaat. Het gebied mikt samen met het aangrenzende België op het toerisme met een grensoverschrijdend knooppuntennetwerk en uitstekende fietspaden. Je moet wel even in de gaten krijgen, hoe het systeem werkt. Altijd de bordjes volgen, ook al maak je dan omwegen. Die omwegen gaan juist over de leukste en rustigste weggetjes door het mooiste landschap.

    Het thema van de laatste Open Monumentendag was het tweede gebruik van gebouwen. We zagen een bijzonder voorbeeld. Een boerderij werd verbouwd tot “Afscheidshoeve”, een slimme zet op een forse groeimarkt, gezien de toenemende vergrijzing. Maar als je dan even verder langs een vers bermmonument met veel bloemen rijdt en dan een bordje grafheuvel passeert, dan zet je dat wel even aan het denken. Om met de naam van een Haagse uitvaartonderneming te besluiten: “Hodi Mihi, Cras Tibi”, heden ik, morgen gij. Tsja, als je een dagje ouder wordt…..!

    Vierde Jaargang, Nr. 181.

    zondag, 25 september 2011

    John Jorna

    John Jorna

    Voor liefhebbers van stenen

    In column van de week, bezoek, internet, provincie, utrecht, weer, delen, informatie, meer informatie, en meer.

    Beelaerts van Bloklandprijs voor het Steneneiland in Maarn

    Toen Beelaerts van Blokland afscheid nam als Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht is er kennelijk een prijs ingesteld om met wat geld goede ideeën te steunen. De laatste keer, afgelopen donderdag, dat de prijs werd uitgereikt kwam hij ten goede aan het aardkundig monument Het Steneneiland in de zandafgravingsplas bij Maarn. Tijdens het graven zijn vele enorme rotsblokken tevoorschijn gekomen. Vele zijn verdwenen, maar een mooie en representatieve collectie is nu al enkele jaren in de vorm van een kompasroos op een eiland met een hoogspanningsmast uitgestald. Via een dammetje kun je er komen, maar dan moet je wel een sleutel van het hek hebben.

    De prijs is gebruikt om van een flink aantal stenen stukken af te zagen en het zaagvlak vervolgens te polijsten. Zo kun je pas goed de kristalstructuur van de stenen bekijken. Van alle soorten is er een gekozen. De oudste gesteenten zijn vanzelfsprekend stollingsgesteenten, ontstaan nadat de gloeiend vloeibare aarde afkoelde. Ze worden nog steeds gevormd als vloeibaar gesteente uit het binnenste dichterbij of helemaal aan de oppervlakte komt.  We onderscheiden drie groepen: Dieptegesteenten, ganggesteenten en uitvloeiingsgesteenten. Dieptegesteenten zijn meestal vol kristallijn. Alle mineralen uit het vloeibare gesteenten zijn  bij de langzame stolling tot kristallen gevormd. Elk mineraal heeft weer een andere kristalvorm. Bij de ganggesteenten zijn niet alle mineralen mooi uitgekristalliseerd. De rest is een min of meer eenvormige massa. De uitvloeiingsgesteenten zoals lava of basalt bevatten geen kristallen en zijn een eenvormige massa.

    Als stollingsgesteenten aan de oppervlakte komen bij gebergtevorming gaan ze verweren. Ze vallen langzaam uiteen in steeds fijnere brokken. Als dat fijnere materiaal wordt getransporteerd en elders wordt neergelegd ontstaan de afzettingsgesteenten of sedimenten. Die kunnen weer verharden en dan krijg je zandsteen of leisteen. De gelaagdheid is vaak nog te zien. Dieptegesteenten en sedimenten kunnen door druk of hoge temperatuur van gedaante veranderen, een metamorfose ondergaan. Zo ontstaan metamorfe gesteenten. Je vindt ze allemaal op het Steneneiland en van elke soort is een gepolijst vlak gemaakt.

    De erratica of zwerfstenen zijn uit verschillende delen van Scandinavië en Finland afkomstig en hebben zo elk weer hun eigen uiterlijk  We spreken dan van gidsgesteenten, die ons de weg wijzen naar de herkomst van het materiaal. Ook van alle gidsgesteenten is een mooi gepolijst slijpvlak gemaakt.

    Zo is het Steneneiland nog interessanter en nog leerzamer geworden. Elders op internet is meer informatie te vinden, ook voor hen, die er een bezoek willen brengen. Voer voor geografen!

    Jaargang 4, Nr. 180.

    Aantal berichten op deze pagina: 28. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3250 uur (135,4 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,4 per week.