Thijs de la Court

Thijs de la Court is wethouder en komt uit Lochem (Gelderland)


Blog van een GroenLinks wethouder in Lochem, vice-voorzitter van het klimaatverbond, bestuurder van e-decentraal: In dit blog vindt u links de meest recente artikelen, foto’s en observaties. Boven in, onder o.a. de titels klimaatbeleid 2.0, afvalvrij en natuur&landschap vindt u achtergronden op specifieke domeinen. Info over GroenLinks Lochem: .http://lochem.groenlinks.nl/

Zij linken naar Thijs de la Court


    Wordt gelezen door: Krispijn Beek

    woensdag, 18 januari 2012

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Woensdag 8 februari organiseert Lochem, samen met de...



    Woensdag 8 februari organiseert Lochem, samen met de Stedendriehoek, Berkel Milieu en de firma Tauw de Regionale Duurzaamheidsdag. ‘s Middags met workshops, vanaf 15.30 uur tot 18.00 uur, met aansluitend een eenvoudige maaltijd. En ‘s avonds vanaf 19.30 uur een programma over duurzame innovatie in het buitengebied, gevolgd door de visies van hoogleraar Jacqueline Cramer en ondernemer Ruud Koornstra. Zij zullen ook commentaar geven op het Lochemse duurzaamheidsbeleid.

    Toegang vrij. Wel opgeven! Via www.lochem.nl.

    zondag, 15 januari 2012

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

    Een Ander Nederland in Lochem

    In sociaal, banen.


    teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

    Systeemprobleem

    koninginCohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

    Werk

    Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

    Duurzaam bouwen en renoveren

    duboTerwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

    Afval en recycling

    Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

    Onderhoud groen

    groenDatzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

    Riolering

    Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

    Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers

    hubTientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

    Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

    Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

    zondag, 1 januari 2012

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Een raaf in de achtertuin

    raafEen paar dagen geleden liep ik in het bos achter ons huis. Een mooi landgoed, waar ons gehucht Exel als een Gallisch dorpje tegen aan is geplakt. Een wat schor ‘ra ra’ en een grote kraai in de top van een boom met een ruitvormige staart was herkenning genoeg. Daar zat een Raaf. Met 1.20 meter spanwijdte de grootste kraai, bekend om z’n slimme gedrag. Een instrumentengebruiker, die met stokjes voedsel uit holletjes peutert en stenen gebruikt om noten te kraken. Bijna uitgestorven in Nederland, maar na herintroductie zijn er weer een kleine honderd broedparen. De raaf is een mooi symbool van kwetsbare biodiversiteit. Nu weer onder druk door de plannen van dit kabinet.

    Prachtige oase in isolement

    ampsenIk woon in een prachtige wereld. Naast het landgoed Ampsen, op een steenworp van het landgoed Verwolde en de moerassige bossen van het Kranengoor. Achter Ampsen liggen de broekgronden. Vroeger waren dat elsenbroeken, moerassen en venen waar beken doorheen stroomden. Nu nog vindt je het geurige gagel in de weg, groeit hier en daar de heide in de bermen. De rest is ontgonnen, mais- en grasakker geworden. De landgoederen liggen als oases van biodiversiteit in deze groen/bruine woestenij, met hier en daar nog resten van oude houtwallen. Want dat is het toch, laten we eerlijk zijn. Rechte lijnen van eiken begeleiden de ontsluitingswegen, jaarlijks vol van eikenprocessierups. Daar tussen liggen eeuwig groene weilanden, regelmatig gescheurd voor nieuwe inplant van engels raai. Afgewisseld door maisakkers, soms een aardappelveld. In de winter groenbemest met wintertarwe. Reeen haasten zich over deze kale akkers, op zoek naar beschutting. Als een boer ploegt, dan zie je nauwelijks meer vogels in zijn sporen. Het bodemleven is verarmd door intensief grondgebruik. Zelfs de roeken, vlak bij het station, trekken steeds meer de stad in omdat er ‘s winters op het platteland niets te halen is. Mijn bijen verhongeren er in de zomer, omdat na de linde er nauwelijks iets bloeit.

    Ecologische Hoofdstructuur

    exelDie Raaf in het winterse bos is als een symbool van de fantastische biodiversiteit die dit gebied kan dragen. Een prachtige vogel die als opportunistische aaseter aan z’n kost moet komen. Dus veel oppervlakte en rust nodig heeft. Aan de andere kant van Lochem broedt een paar, in het Grote Veld. Ampsen is, denk ik, net te klein. Dat hoeft niet zo te zijn, maar de lijnen met Verwolde en Kranengoor zijn verbrokkeld, de verbinding met de Lochemse Berg is ver weg. Hier ligt potentieel een prachtig natuurgebied, als die lijnen getrokken worden en kwaliteit via natte natuur en houtwallen ervoor zorgt dat natuurgebieden in verbinding komen. Bij ons achter wordt die poging gedaan, door een weiland te ontgraven en een stap tussen Kranengoor en Ampsen mogelijk te maken via een mini-natuurgebiedje. Verderop loopt de, gekanaliseerde, Dortherbeek. Een ecologische verbindingszone. Boeren en buitenlui zetten zich in voor kavelruil om ook daar natuurlijke verbindingen te realiseren. Dan wordt dit gebied weer één, de oases krijgen weer hun voeding. Er is dan ruimte, ook voor de Raaf.

    Bezuinigingen

    binnenhofVolgende week, de 12de, ga ik naar de provincie. Daar krijgen we te horen wat er met de Ecologische Hoofdstructuur gaat gebeuren nu er drastisch bezuinigd wordt. De voortekenen zijn absoluut onheilspellend. De lijnen worden verbroken, bestemmingen verdwijnen, de oases komen geïsoleerd te liggen. Onder andere omdat agrarisch land onttrokken wordt van die Ecologische Hoofdstructuur.  Dit kabinet, met Bleker als woordvoerder, verandert de verhoudingen en zet de landbouw weer voorop. Kortzichtig, in een gebied waar met agrariërs lang gewerkt is aan grondruilen en zorgvuldig vormgegeven verbindingen. Zodat die Raaf weer terug kan komen, als symbool van biodiversiteit die misschien de ruimte ging krijgen. Nu, met het loslaten van de melkquota in de komende jaren, en de daarmee verbonden explosie van schaalvergroting en productie, worden dergelijke processen jaren terug geslagen. De verbindingen vallen dan weg, de oases staan weer in hun groene woestenij.

    Alternatief lokaal

    Wat goed is, van het beleid van dit kabinet, is dat we zo weinig van Den Haag te verwachten hebben. Zelfs Arnhem, onze provinciale hoofdstad, is heel ver weg. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, is het ook een beetje. Maar het betekent dat we het zelf moeten oplossen, met zeer beperkte middelen. Ons energiebeleid laat zien dat je in zo’n zoektocht onvermoede krachten tegen komt. Dat we sterker dan Den Haag of Arnhem kunnen zijn. Dat we zelf in staat moeten zijn die biodiversiteit te verbeteren en ons niet door Haagse besognes moeten laten leiden.  Dat kan, maar het vraagt, net als bij ons energiebeleid, volstrekt ‘omdenken’. Vanuit de lokale belangen zoekend naar perspectief voor onze Raaf? In een wereld van jagers en boeren, gewend te oogsten wat de natuur hun lijkt te bieden?

    Ja dus. Want is het huidig natuur- en landschapsbeleid niet gebouwd op een zompig fundament van afhankelijkheden zonder overtuigend deel te zijn van onze eigen economie? Komende jaren staan, in Lochem, in het teken van duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij staat de economie van het platteland voorop. Bedrijven die een goed inkomen halen uit dit agrarisch landschap, met haar landgoederen, houtwallen en beken. Schaalvergroting zal onvermijdelijk zijn, maar dan ingepast in een kleinschalig landschap. Verdienen aan de natuur, via biomassa, slimme maairegimes, goed grondgebruik waardoor mestgift omlaag kan, gebruik makend van natuurlijke systemen die evenwicht in de bodem versterken wordt het adagium. Maar ook verdienen aan de biodiversiteit en prachtige natuur omdat dit ons landschap recreatief en toeristisch waardevol maakt. Want de recreant komt voor die beek, prachtige houtwallen en landgoederen.

    En dat er dan een enkeling is die kippevel krijgt van dat schorre ‘ra ra’ van een eenzame Raaf, is dan mooi meegenomen.

    woensdag, 28 december 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Duurzame samenleving vereist lokaal durf en tegendraadse besluiten

    In olie, banken.

    Een duurzame samenleving waarbij recht wordt gedaan aan zowel de ecologische, sociale als economische dimensies vraagt om concrete lokale keuzen die ontegenzeggelijk als tegendraads worden beschouwd. Er is meer ‘maakbaar’ aan je samenleving dan je denkt. Je kan kiezen, voor een sociale economie, zinvolle werkgelegenheid, een cradle to cradle samenleving, duurzame landbouw, een gezonde sociale samenhang. De suggestie dat wij als lokale bestuurders, bedrijven en burgers slechts mee stromen in een autonome nationale en mondiale ontwikkeling is ideologie van de beste soort. Dagelijks wordt het tegendeel bewezen.

    tinaJaren geleden las ik een studie van SHELL met de onschuldige titel van een meidenblad: TINA; There Is No Alternative. De studie gaf in heldere termen aan dat de hoofdlijn van ontwikkeling wel vast stond: meer concentratie van kapitaal en monopolie, vergroten van de rol van technologie, toename van de macht van internationale markten. Binnen dit scenario kon je nog wel kiezen tussen twee routes: Just Do It en Da Wo. Als mondiale speler hadden de scenario makers van SHELL wel door dat het individualistische ‘westen’ een andere route zou volgen dan het collectief gestructureerde ‘oosten’. Maar in de kern was de boodschap simpel: er is geen alternatief.

    Eindige ontwikkeling

    schuldIs dat werkelijk zo? Is de huidige ‘groei-economie’, die van korte termijn opportunisme en afwenteling op toekomstige generaties werkelijk het enige alternatief. Zoals publicist Jos van der Schot laatst in het dagblad Trouw stelde: “de huidige economie kent twee voedingsbronnen: de geldpers van de banken en (eindige) natuurlijke grondstoffen in de aarde. De geldpers produceert vooral schuld, schuld van mensen, bedrijven en staten aan banken; het gebruik van grondstoffen gaat ten koste van de voorraad en holt ons ecologisch kapitaal uit”.

    Perverse neigingen in economie en taal

    tomatenVandaag las ik dat in Rotterdam bijstandgerechtigden de Poolse en Hongaarse migratie-arbeid in de kassen zullen vervangen. De werkgevers zijn nu de bepalende klanten geworden, niet meer de werkzoekenden, aldus de PvdA wethouder. Interessant hoe antwoorden gevonden worden in een eindige oplossing van een schaalvergrotend bedrijfsleven die arbeid als noodzakelijk kwaad accepteert. Een tijdelijke oplossing tot de automatische komkommer of tomatenplukker is uitgevonden of de hele sector verhuizen zal. Dat huis van werkgelegenheid voor de meest kwetsbare groep is op drijfzand gebouwd. En dan gaan we, met de Wet Werken naar Vermogen in de hand en de rode roos in de borstzak deze groep naar de meest riskante hoek van de markt jagen?

    Hetzelfde zien we met grondstoffen gebeuren. De visserijsector vist met overheidssteun zijn eigen visgronden leeg. We eten letterlijk onze toekomst op. Zoals Jos van der Schot constateert, investeren we overheidsgeld in de uitputting. In de landbouw steken we overheidsgeld in uitputting van watervoorraden en erosie van vruchtbare bodem, in de energiesector geven we meer overheidsgeld uit aan vervuilende fossiele centrales dan aan schone duurzame energie en vervuilend transport kan rekenen op een fiscale balans.

    Maakbaar lokaal alternatief

    Dat kan dus anders. De energiesector maakt dat wel heel duidelijk. Schaf subsidies af, haal de scheve energiebelasting er uit en zon en wind winnen het van kolen, olie en kernenergie. Als overheid kan je je vervolgens concentreren op het begeleiden van processen die er toe leiden dat je lokale economie hiervan de vruchten plukt: door zelf energie op te wekken en lokale fondsen te creeeren uit de winsten versterk je structureel werkgelegenheid, bouw je aan sociale samenhang en stimuleer je innovatie. Zo maakbaar is dit!

    rioolMaar ook andere thema’s laten sterke paralellen zien: Ons wonderlijke rioleringsstelsel dat schoon water vervuilt via de meest ineffciente toiletpotten om vervolgens dit mengsels over tientallen kilometers weg te pompen naar een rioolwaterzuivering bij de IJssel. De waardevolle grondstoffen en warmte raken we kwijt. Sterker zelfs, we pompen er energie in om dit materiaal ons grondgebied uit te krijgen! En daar betalen we goed geld voor. Als je dat geld nu investeert in lokale systemen die grondstoffen en energie lokaal hergebruikt. Ook dan stimuleer je structureel werkegelegheid en innovatie.

    Afval is natuurlijk ook zo’n onderwerp. Slechts 10% van het huidige afval in onze grijze bakken is nog niet herbruikbaar. De rest zouden we gescheiden kunnen aanleveren. Een belangrijk deel kunnen we lokaal of regionhaal opwerken naar fracties waarmee we geld kunnen verdienen. Met de rendementen kunnen we bijdragen aan preventie. Samen met toeleveranciers en winkeliers zorgen dat er minder verpakkingsafval komt. Moet het Rijk wel mee doen, door het statiegeld niet af te schaffen.

    Duurzaam renoveren in de bestaande bouw levert een structureel antwoord op. Leidt tot lagere woonlasten, lagere emissies, hogere werkgelegenheid en innovatie. Ja, probleem is het financieren van dit systeem, zoals een aannemer me laatst vertelde. We financieren onze kwetsbare banken met tientallen miljarden en zijn niet in staat het investeringskapitaal voor duurzame renovatie bij elkaar te krijgen terwijl we weten dat het rendement zeker is? Veel van de investeringen schrijf je over 40 jaar af terwijl de energielasten jaarlijks zeker met 5% zullen toenemen. Helder toch, hier is ruimte voor een zakelijke aanpak waar institutionele investeerders en bewoners/eigenaars elkaar kunnen vinden.

    Sterke lokale economie

    De lijst van opties kan nog veel langer. Tegenover het TINA van SHELL staat een sterk lokaal alternatief. Dat organiseer je niet van bovenaf, maar bouw je van onderop. De komende jaren is dat de uitdaging voor het lokaal bestuur, ook in Lochem. Dan hebben we het over een arbeidsintensieve, creatieve en cultuureigen bedrijvigheid die onze samenleving zonder meer kan vullen. Financieel is dat geen probleem. Want dit brakke schip van onze huidige economie verliest zoveel geld, grondstoffen en kennis aan die mondiale economie dat het dichten van deze lekken een onmiddellijk drijfvermogen geeft. Dat biedt de ruimte en kracht om werkelijk die lokale duurzame economie op te bouwen.

    Een mooie uitdaging, zo voor het nieuwe jaar.

    zaterdag, 3 december 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    De Ondernemende Gemeente

    In ombuigingen.

    ondernemendOf het nu om milieu, gezondheidszorg, natuurbeheer of armoede gaat, de lokale overheid kraakt in haar voegen. Niks ten nadele van de inzet van ambtenaren en bestuurders, want het beeld van slapende raamambtenaren is een verbeelding die schril afsteekt bij de algemene werkelijkheid van het keiharde werken en grote betrokkenheid die vele gemeenten kenmerkt. Maar de dominante positie van de overheid, dus ook die van de raad, wethouder en ambtenaar, is verleden tijd. Eindelijk, tenminste… als je tijdig de risico’s onderkent.

    Bezuinigingen

    In mijn gemeente Lochem moeten er op termijn 20 fte uit. Wat minder dan 10% van ons bestand, we zijn een kleine gemeente. Financieel komen er nog wat stormen aan. Het zou niet verbazingwekkend zijn als we nog verder moeten in het krimpen van ons ambtenarenbestand. Deze bezuinigingen zijn een belangrijke ‘driver’ achter de ombuigingen. Maar is het niet gek dat we een dergelijke stok achter de deur moeten hebben om kritisch naar onze organisatie te kijken. Het is een negatieve impuls die ons dwingt. En er is weinig creativiteit en ondernemingslust geboren uit weerstand en angst.

    Ondernemen in en met de samenleving

    lochemenergieLochemEnergie, onze cooperatieve energievereniging, is voor mij een voorbeeld van een particulier initiatief dat laat zien hoe in de toekomst lokaal initiatief een eigen rol pakt. Burgers die het leuk vinden met elkaar te ondernemen, voor een gemeenschappelijk belang. In dit geval geen kleine onderneming, hoewel het daar wel mee begint, maar een bedrijf dat gaat uitgroeien naar een omzet van tien tot twintig miljoen per jaar! Over vijftien jaar een winst van 10 miljoen per jaar, die jaarlijks terug gepompt wordt in de Lochemse samenleving. Deze groep kan ook initiatieven nemen op het gebied van energiebesparing, duurzame renovatie in de bestaande bouw of in de slimme netwerken en duurzame mobiliteit. LochemEnergie zal de lokale overheid overvleugelen. De raad en het college zullen misschien op een aantal vlakken, zoals ruimtelijke ordening, vergunningverlening, nog een rol spelen.

    vegenHet Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte, een ontwikkelinitiatief van de gemeente Lochem met Berkel Milieu, Delta, Cambio en 2Switch is weer een andere vorm. De overheid zoekt marktpartijen op waarmee ze een gezamenlijke bedrijfsvorm kan ontwikkelen. Ook om te ondernemen, met belangrijke sociale doelen als het gaat om de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook hier zie je een beweging ‘weg’ van de ambtelijke en bestuurlijke structureren. Met een beperkt aantal kaders die de gemeenteraad stelt zoeken we de vrijheid van maatschappelijk ondernemen op, breken de muur van de overheidsstructuur open.

    Alle beleidsvelden in ondernemerschap

    Deze ‘vermaatschappelijking’ gaat ver en rijkt over alle beleidsvelden. Neem het armoedebeleid. Waarom vormen groepen in de samenleving geen cooperatieve initiatieven die zelf lijnen uitzetten met sportclubs, toneelgroepen of muziekonderwijs. Die er aan bijdragen dat mensen met een uitkering elkaar ontmoeten en steunen, de koppeling vinden met de lokale fondsen, het bedrijfsleven en de kerken? Waarom zou de overheid die touwtjes in handen houden? Www.rechtop.nu laat fantastisch zien hoe dit in Deventer uitgewerkt is.

    rioolNeem nu een onverdacht beleidsveld als onze riolering en verwerking van het afvalwater. Wat is het voor een onzin dat we met veel schoon drinkwater en regenwater ons waardevol afval wegspoelen via een peperduur systeem naar een vergelegen rioolwaterzuivering. We betalen er jaarlijks stevig geld voor! Ach ja, het is natuurlijk een moment een zegen geweest, want ons rioleringssysteem heeft ons van veel ellende afgeholpen. En het was goed dat overheden zich daarmee bemoeiden. Maar het wordt tijd dat systeem eens helemaal overnieuw te bekijken. Riolen verwerken waardevol schoon water, warmte en grondstoffen. Dat kan toch allemaal lokaal afgevangen worden? Zodat we alle warmte vasthouden, schoon water besparen en grondstoffen hergebruiken? Hele delen van Lochem afkoppelen van het riool? Waarom niet. De vraag is of gemeente en Waterschap nu de beste partners zijn om die verandering te bewerkstelligen. Het Lochems rioolbeleid gaat ervan uit dat we hier een consortium voor bouwen, met burgers, kennisinstellingen en bedrijven.

    Naar een ondernemende samenleving

    Ik pleit voor een herdefinitie van de rol van de overheid. Geen hoekje van ons overheidsbedrijf wordt daarvan gevrijwaard. De samenleving is een een ondernemend organisme, vol wat netwerken en creativiteit. De taak van de overheid is om dat ondernemerschap van synergie, samenwerking en gezamenlijk gekozen richting te voorzien. Op basis van democratisch gelegitimeerde steun van de gemeenteraad. Dan gaat de bezem er door en zouden op termijn nog wel meer dan 20 fte kunnen verdwijnen. Het zou ook anders kunnen gaan, namelijk dat er gecombineerde bedrijven ontstaan waar ook de overheid haar deel in heeft. Maatchappelijke ondernemers in dienst van de overheid.

    Ik zie het voor me. In ons nieuwe gemeentehuis. Een vleugel is helemaal vrijgemaakt voor deze maatschappelijke onderneming. Een thematische ‘hub’ voor zzp-ers, bijvoobeeld over duurzaamheid. Daar komen de zzp-bedrijven bij elkaar, huren een bureau, gebruiken gemeenschappelijke diensten, bouwen gemeenschappelijke ondernemingen op. Daar zitten ook onze ambtenaren, die mee ondernemen. Die de opdrachten van de raad doorvertalen in stimulansen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Maar nooit doet de overheid iets meer ‘zelf’, altijd in samenwerking en altijd in ondernemerschap. En dan zou het wel eens interessant zijn om te kijken of die overheid ook zelf in de ‘markt’ kan verdienen. Bijvoorbeeld de markt van gemeenten die nog niet zover zijn.

    Opschieten dus, dan zetten we die ondenemende overheid in beweging.

    zaterdag, 19 november 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Energiebelasting op 'nul' voor coöperatieve verenigingen

    Meer dan 50 wethouders, burgemeesters en gedeputeerden lieten deze week weten dat een doorbraak in de regelgeving van de energiebelasting noodzakelijk is om grootschalige uitrol van duurzame energie regionaal en lokaal mogelijk te maken. Maandag 21 november spreekt de 2de kamer hierover.

    Al eerder schreef ik het: de energiebelasting vormt dé rem op doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie op lokaal en regionaal vlak. Bij ons staat LochemEnergie zich zowat te verkrampen in de startblokken met Megawatts aan ruimte om onmiddellijk uit te rollen. Terwijl grote bedrijven geen cent betalen aan energiebelasting een een groot lokaal initiatief nog steeds kansloos. Innovatie, sociale verdienmodellen, versterking van werkgelegenheid, duurzaamheid… het zijn allemaal zaken die op de plank blijven liggen als de doorbraak er niet komt. En dat terwijl de Eurocrisis als een sombere deken over ons heen gaat liggen en de regio’s krimpen. Zou dit kabinet nu eindelijk een keer inzien dat de economische crisis ook een systeemcrisis is. We hebben, in de regio’s een enorm potentieel. Neem daarom belemmeringen voor duurzame ontwikkeling weg.

    In de put praten

    Terwijl we de economie een buiklanding zien maken zie je lokaal en regionaal initiatieven die willen opstijgen. Het zijn andere initiatieven dan de lege hulsen die ons systeem zo kwetsbaar maken. Het zijn degelijke structuren voor duurzame energieopwekking, voor verwerking van biomassa, versterking biodiversiteit in samenhang met natuur, voor coöperatieve zorginstellingen, dorpshuizen als ondernemingscentra, thematische werkplekken voor ZZP-ers en ga zo maar door. Het lijkt of dit kabinet niet wil luisteren en ons alleen maar verder het dal in trapt. Want waar innovatie- en sociale kracht zit… vinden we CDA en VVD landelijk nog niet aan onze kant.

    Plattelandsparlement

    Op 12 november vond het Plattelandsparlement plaats. Ruim 300 deelnemers discussieerden met elkaar in de 2de kamer. Opvallend dat bij het slotdebat de CDA vertegenwoordigers van de 2de kamer goed aangeschoven waren. Natuurlijk, het CDA is een partij van de regio’s, dit is hun klassieke achterban. Opvallend dat die kamerleden de oproep van het Plattelandsparlement om de energiebelasting voor cooperatieve verenigingen op ‘nul’ te zetten negeerden. Nog steeds begrepen ze niet dat een duurzame economie haar wortels heeft in klei en zand van onze samenleving en niet in de vluchtige durfinvesteerders waartoe onze nationale en internationale banken verworden zijn.

    Behandeling begroting ELI

    Maandag de 21ste november staat de begroting Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op de rol in de Tweede Kamer. Een herkansing voor de parlementsleden en uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat die kans gegrepen gaat worden. Met meer dan 50 bestuurders, van SGP tot SP, roepen we de kamer op, en vooral onze collega’s van CDA en VVD, om die doorbraak te realiseren die voor onze duurzame economie zo wezenlijk is.

    Voor meer informatie: www.klimaatverbond.nl   

    vrijdag, 11 november 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Met Thomas Rau, de architect van het gemeentehuis van Lochem en...



    Met Thomas Rau, de architect van het gemeentehuis van Lochem en de kinderen van alle dorpskernen van Lochem verenigd in het ‘kinderknooppunt’ hebben we een fantastische middag gehad. De kinderen vergelijken het gemeentehuis met een boom en zijn op bezoek geweest bij de ‘Dikke Boom’ in Verwolde, een landgoed vlakbij.

    Voor een uitgebreid verslag, zie mijn blog:  http://twurl.nl/u6tjzx

    donderdag, 10 november 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Vertrouwenspact overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven

    In olie.

    handenLochem staat voor uitdagingen waarop ze, binnen haar huidige werkwijze, werkelijk geen antwoord heeft. Om er maar een paar te noemen: De wegen in ons buitengebied vragen, wil je ze tiptop onderhouden, een budget van 5 miljoen jaarlijks. We hebben 8 ton beschikbaar. Om ons persriool in het buitengebied, van enorme omvang, in functie te houden moeten we jaarlijks steeds meer geld in de energierekening stoppen. Onze pompen vragen om groot onderhoud, een investering van vele tonnen. Onze openbare verlichting kunnen we, binnen het huidig budget, amper onderhouden. Laat staan dat we deze versneld kunnen renoveren naar energiezuinige systemen. Terwijl de woonlasten t.a.v. het energiegebruik snel toenemen zijn we nauwelijks in staat om een deuk in dit pakje boter te slaan bij de bestaande bouw. Het gaat wel om meer dan 40% van onze CO2 emissies. Dat kan anders, maar dan moeten we onze rol als overheid veranderen. Dat gaat verder dan vrijblijvende samenwerking met maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Dat vraagt om een vertrouwenspact, een structurele aanpak waarbij we elkaar versterken.

    woonwijkDe bestaande bouw is een goed voorbeeld. In Lochem staan zo’n 14.000 woningen. Het grootste deel is van de jaren negentig of ouder. Uit een periode dat energieprijzen en klimaatproblematiek nog niet de agenda bepaalden. Daar wonen mensen die elk jaar hun energierekening zien stijgen terwijl ze nauwelijks in staat zijn dat structureel aan te pakken. Ja, via een subsidie van 500 Euro van de gemeente, voor isolatiemaatregelen. Dat is goed, maar we hebben veel meer nodig! Een omslag naar zeer energiezuinige renovatie in de bestaande bouw. Naar lage temperatuursverwarming, energiemuren, warmtewisselaars, energie uit het riool, zonneboilers op alle daken en ga zo maar door. Dan gebeurt er echt iets. Dat vraagt enorme investeringen. 50.000 tot 100.000 Euro per woning. 9000 woningen duurzaam renoveren kost dan tussen de 450 en 900 miljoen Euro! Ok, nu hebben we het eindelijk over substantiele investeringen. Die slaan echt een deuk in dat pakje boter.

    Maar die kleine overheid, een milieuafdeling met 4 tot 5 mensen, die kan dat toch niet los krijgen? Nee, met de huidige werkwijze is dat onmogelijk. Maar als we het nu eens heel anders aan pakken? Als we kijken naar bedrijven en financiers die bij een dergelijke investering belang hebben, die daar een rol in kunnen en moeten spelen? Dat zijn bedrijven in de bouw, installatietechniek, gespecialiseerde isolatiebedrijven, ontwerpers en architecten. Dat zijn banken, pensioenfondsen, beleggers. Het zijn het Waterschap en de waterleverancier Vitens. Als die nu eens bij elkaar gingen zitten en hier een actieplan van zouden maken? Want er is geld in te verdienen! Er is werk van te maken.

    Geld verdienen aan achterstand?

    niks doenStel, we doen niks. Dan stijgen de woonlasten, zeker op de lange duur als olie schaars wordt en het klimaat verder verandert. Aan de electriciteit kunnen we nog wat doen, door zonnepanelen en windmolens te plaatsen. De schaarste wordt het voordeel voor duurzame energie, dus voor LochemEnergie. Maar de huizen moeten verwarmd worden en ook gas zal duurder worden. Die vraag is veel lastiger in bestaande bouw. Kortom… kosten van het wonen stijgen. Duurzame woningen worden meer waard, niet-duurzame woningen dalen in waarde. En het allergrootste bestand, de bestaande woningen waar weinig mee gebeurt, dalen dus in waarde. De economie is al kwetsbaar, voor huiseigenaren en hypotheekverstrekkers is dit geen prettig vooruitzicht. Ook in markt van huurwoningen ontstaan problemen. Nu al, in Rotterdam, zien cooperaties een toenemende groep die hun woonlasten niet kan opbrengen. En kies je dan voor de warmte, dus voor het betalen van de energierekening. Of kies je voor de huur? De huurders hebben het moeilijk, de cooperaties merken het nu al.

    Kortom, er is een belang bij het investeren in duurzaamheid, ook een economisch. De maatregelen, zoals lage temperatuursverwarming, een extra isolerende schil, zonneboilers, die verdienen zichzelf terug. En met die verdiensten, kan je de investeringen betalen zonder dat de lasten substantieel stijgen. Dan moet je wel afschrijven op de langere termijn. Je sluit als het ware een hypotheek af op duurzaam wonen. Die hypotheek levert de burgers investeringsruimte, en die investeringsruimte versterkt de lokale en regionale economie. Door werkgelegenheid in de duurzame renovatie, door innovatie in techniek.

    Wat moet je dan veranderen?

    qwekWaarom gaan we er dan niet voor? Zet al die bouwers, architecten, installateurs en financiers aan het werk! Zo simpel is het natuurlijk niet. In Lochem, en overal in Nederland, kijken we bij dit soort werken naar onze aanbestedingsregels. De overheid gaat ontwerpen, maakt plannen. En dan zoeken we de bedrijven erbij die dat kunnen uitvoeren. Via een complex aanbestedingstraject. Natuurlijk huren we ook bij het ontwerpproces deskundigen in. Maar we houden wel heel strak de regie. Goed toch? Want daarmee bewaken we het publieke belang, de kwaliteit en zorgen we ervoor dat geen enkel bedrijf met slechte bedoelingen of kwaliteit aan de slag kan. Het systeem bestaat uit ‘checks en controls’ omdat we de partners (onderzoekers en uitvoerders) niet echt vertrouwen. We houden het stuur stevig vast.

    Maar wat als je tegen een complex aan loopt dat zo groot en uitdagend is dat je met alle goede wil van de wereld die regie niet aan kan? Je hebt te weinig geld om te laten onderzoeken wat werkelijk mogelijk is. Je krijgt proefprojecten niet los omdat je zelf niet kan investeren. De marktpartijen houden de handen in de zak, want ze weten niet of ze een opdracht krijgen. Waarom zouden ze zich zwaar inspannen terwijl je zomaar de opdracht aan een concurrent kan geven. Dan investeer je maar zuinig voor. Daar komt de innovatiekracht niet vandaan. Het is als de Tour de France waarbij niemand even koploper wil zijn en iedereen elkaar aan kijkt. Het peleton valt stil. Want er kan maar één winnaar zijn en de rest verliest.

    We draaien het om!

    overlegStel, we bouwen een coalitie met het doel om een deel van Lochem te verduurzamen. Een wijk van 800 woningen bijvoorbeeld. We zeggen in die coalitie dat al het denk- en ontwikkelwerk ook omgezet zal gaan worden naar feitelijke opdrachten. De installateur, de bouwer, de architect, de financier… ze denken allemaal concreet mee en zullen dan ook in het werk de opdracht krijgen. Geen ingewikkelde open aanbesteding. We besluiten aan de voorkant van het proces met wie we de coalitie vormen, verkennen elkaar heel goed, spreken af binnen welke randvoorwaarden en met welke doelen we dit gaan doen en stellen een onafhankelijke ‘controler’ aan die zorgt dat we het met elkaar goed doen. Dan gaan de bedrijven voor-investeren. Dan gaan ze hun kennis delen en gaan ze innoveren. Want hier is, als je het goed doet, 40 tot 80 miljoen Euro aan omzet. Daar wil je deel van zijn. En als de eerste slag gewonnen is, dan ligt een markt van 450 tot 900 miljoen Euro voor je open, alleen al in het kleine Lochem!

    Dat vraagt om vertrouwen. En vertrouwen is een werkwoord. Dat moet je verdienen. Als je het verdient, dan ben je spekkoper. Verlies je het… dan lig je uit de markt. Dit zijn marktmechanismen die kunnen werken. Mits je de kwaliteit van de coalitie verzekert, met elkaar doelen stelt en voortgang transparant controleert.

    Het vertrouwenspact

    pactVanochtend sprak ik hierover. Met mensen uit de praktijk. Bedrijfsmensen, onderzoekers en adviseurs. Ze willen een Stichting Vertrouwenspact op gaan richten. Om hiermee de beweging te realiseren die nodig is. Als service naar gemeenten, om de garanties te bieden dat deze processen goed gaan. Met de noodzakelijke vrijheid in regelgeving, zodat we ruimte vinden om een keer de regels te veranderen en het spel anders te spelen. Zodat we de uitdagingen van onze gemeente, en die van alle andere gemeenten, wel durven op te pakken. We praten hierover met de provincie. Want overheden moeten gezamenlijk die ruimte geven.Vol ongeduld kijk ik uit naar het moment dat we de coalities smeden.  

    zondag, 30 oktober 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Collectieve zelflevering: zon en wind voor je gemeenschap!

    In sociaal.

    Verander de energieheffing voor coöperatieve verenigingen

    In Lochem liggen ruim 17 hectaren voormalig vuilstort te wachten op zonnepanelen. Met een beetje goede wil kunnen 1000 gezinnen er hun duurzame energie van halen. De prijzen van zonnepanelen dalen, hun efficiëntie neemt toe, de elektriciteitsprijzen stijgen… dus waarom liggen die panelen er nog niet? Omdat er een enorm gat wordt geslagen door de regulerende energiebelasting. Dan gaat het makkelijk over ruim 30% van de elektriciteitsrekening. Een belastingmaatregel die bedoeld is om het energiegebruik af te remmen door het een hogere prijs te geven. Voor zonne- en windenergie en voor coöperatieve verenigingen en verenigingen van eigenaren moet een uitzondering gemaakt worden. Als dat gebeurt, dan hebben we een doorbraak, dan verandert er echt iets in onze energievoorziening!

    De vergelijking met de slakrop in de volkstuin

    slakropWat is nu de rechtvaardiging voor het afschaffen van de energiebelasting op collectieve zelflevering, dus het leveren van duurzame energie via zonnepanelen van een cooperatieve vereniging die elders (bijvoorbeeld op een voormalige vuilstort) staan. Je bent toch gewoon een energieproducent geworden die haar energie via het publieke net naar een huis transporteert? Wat ben je dan anders dan de Nuons, Essenten en andere producenten van deze wereld. Behalve heel wat kleiner en misschien heel wat duurzamer.

    De vergelijking wordt wel getrokken met de volkstuin. Als je lid bent van een volkstuinvereniging, dan heb je een landje waar je je slakropjes kan kweken. Met een beetje geluk komen ze niet allemaal tegelijk op (bij mij bijna altijd wel!). Je snijdt je kropje af en neemt ‘m mee naar huis, over de openbare weg. Je hoeft er niks voor te betalen. Geen fiscus die je land en haar productie op waarde gaat schatten. Tuurlijk betaalde je belasting, toen je de zaden kocht. Maar we maken geen verschil tussen die volkstuin en je achtertuin. Je mag je slaplantje opkweken, over de weg vervoeren en zonder belasting te betalen heerlijk consumeren. Dat zonnepaneel, op die voormalige vuilstort, is een vergelijkbaar verhaal. Je neemt een kavel op de vuilstort, dan paneel is van jou, en als de zon schijnt, dan betaal je iemand (de netwerkbeheerder), om die energie over het net naar je huis te vervoeren. Dat wordt keurig geadministreerd. Wat je kavel op de vuilstort verlaat, komt bij je huis weer binnen. Dus kan je het net zo afrekenen als bij die zonnepanelen die op je huis of in je tuin staan.

    groenteboerDe Nuon’s en Essenten van deze wereld, die produceren niet in je voor- of achtertuin, of in je volkstuin. Dat zijn private instellingen die een product op de markt brengen. Net als sla die bij de groentenboer ligt. Daar betaal je wel belasting over. Dat is een ander verhaal.

    Onze economie gaat voor!

    De energiebelasting (eigenlijk wordt over een ‘heffing’ gesproken) is niet voor iedereen hetzelfde. Grootverbruikers krijgen een groot voordeel. Dat gaat al heel snel. Een verbruik van meer dan 10.000 Kwh levert een voordeel van meer dan 50% op. Ga je 50.000 Kwh of meer gebruiken dan zit je al op een tiende van de energiebelasting van kleingebruikers!

    Tot 10.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.1121
    Van 10.000 tot 50.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0408
    Van 50.000 tot 1.000.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0109
    Boven de 10 miljoen Kwh (niet zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0010
    Boven de 10 miljoen Kwh (zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0005 

    Rechtvaardiging van deze differentiatie is dat grootgebruikers vaak sterk afhankelijk zijn van hun energielasten voor bijvoorbeeld hun productie en export. Daarmee concurreren ze op een markt, ook met het buitenland. Daar gelden andere energietarieven en belastingregimes. Om onze economie niet te frustreren met ongelijke concurrentie wordt de energiebelasting voor grootverbruikers lager gemaakt. Dat doen we, omdat ze belangrijk zijn voor onze economie, niet omdat we zo aardig willen zijn voor deze bedrijven. We zien dat, zo rond Lochem, heel snel. De grote bedrijven betalen nauwelijks iets voor hun energie. Aan hun hoeven we niet te proberen wind- of zonnekracht te leveren. Ze gaan voor fossiel, veel goedkoper!

    lampDus, het lid van een cooperatieve energievereniging wordt, als kleingebruiker van zo’n 5000 Kwh, gewoon in het toptarief belast. Blijkbaar is de economische bijdrage van deze kleingebruikers nog niet meegewogen in deze, op zich begrijpelijke, argumentatie onder de belastingwetgeving. Het leggen van zonnepanelen, het bouwen en onderhouden van windmolens, de bedrijvigheid van het ‘runnen’ van een lokaal energiebedrijf, levert een zeer hoog rendement voor de lokale economie. We berekenden dat het, voor het kleine Lochemse, wel eens om een jaarlijks bedrag van 10 tot 20 miljoen Euro kan gaan dat recycled wordt in de lokale economie. Dat is voor een gemeente met 13.000 huishoudens substantieel. Het is geen klein bedrijf, maar een collectieve grootverbruiker die een wezenlijke bijdrage levert aan de lokale economie.

    Coöperatieve zelflevering, miljoenenmotor lokale economie

    SOCIAAL NETWREKDaarbij mag best vermeld worden dat deze omzet sterk verbreed wordt omdat de lokale bedrijven deel zijn van een hecht sociaal/maatschappelijk netwerk waarlangs ook andere producten de consumenten bereiken. In Lochem betrekken we LochemEnergie direct bij het Slimme Netwerk (eigenlijk is het omgekeerd hoor… die mensen van LochemEnergie zijn slimmer dan wij… en ze betrekken ons bij de ontwikkeling van het Smart Grid) en bij energiebesparing in de bestaande bouw. De omzet die daar te bereiken is ligt in de tientalen miljoenen per jaar binnen de gemeente Lochem. Duurzame omzet, omdat het om zeer renderende investeringen gaat die passen bij een duurzame economie. Kortom, deze coöperatieve systemen kunnen in een gemeente als Lochem, met 33.000 inwoners en 13.000 huishoudens tot een jaarlijkse versterking van tientallen miljoenen Euro’s in de lokale economie leiden. Waarom worden cooperatieve verenigingen dan niet vrijgesteld van regulerende energiebelasting als het argument van belang voor de economie het fundament van deze heffing is?

    De coöperatieve grootverbruiker!

    De coöperatieve vereniging is niet alleen een vereniging van producenten, maar ook van gebruikers. In die zin vormen ze in gezamenlijkheid een grootverbruiker en kan de energieconsumptie van alle leden van LochemEnergie opgeteld worden. Dat is, met ruim 1000 aspirant-leden van LochemEnergie, zo een 4 a 5 miljoen Kwh. Als we boven de 2000 leden uit komen en de gemeente doet ook mee met haar gemeentehuis, openbare verlichting en pompen van de riolering, dan zijn we met elkaar een echte grootverbruiker die nauwelijks meer belasting hoeft te betalen. Met de doelstelling van LochemEnergie, meer dan 60% van de aansluitingen zijn in 2020 lid, een makkelijk haalbaar verhaal.

    Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Want gebruikers hebben een aansluitpunt, een uniek huisadres. Maar de essentie is toch helder! En het zou me niet verbazen als een aantal slimme fiscaal/juristen hier een antwoord op weten te vinden.

    Wat je zeker kan concluderen is dat, naar de intentie van de belastingwetgeving, de coöperatieve vereniging die duurzame energie opwekt en collectief gebruikt minstens gelijk gesteld mag worden met grootgebruikers. Dus in het laagste belastingtarief zouden moeten vallen.

    Verlies aan inkomsten voor het Rijk?

    De landelijke overheid, het Rijk, is natuurlijk bezorgd over de inkomenseffecten. De energiebelasting is een belangrijke inkomstenbron voor het Rijk, en de financiele positie van ons land is niet makkelijk. Het is daarom wel begrijpelijk dat een wijziging met een mogelijk negatief effect voor Rijk’s inkomsten niet positief ontvangen wordt. Het antwoord hierop is tweeledig:

    1. Er zijn ook inkomsten. De investeringen, de versterkte lokale werkgelegenheid, de verbetering van besparingsinspanningen met meer energie-efficiency als gevolg, maar ook werkgelegenheid voor installateurs en in de bouw. Een impuls voor de economie, die levert het Rijk meer geld op dan de maatregel kost. Twijfels hierover? Laten we het doorrekenen, bv. in praktijkproeven binnen de experimenteerruimte!
    2. De kosten vallen mee omdat het feitelijk om nog een beperkt aantal initiatieven gaat. Het coöperatieve karakter, met eisen richting lokale verdienmodellen, is nog niet breed uitgewerkt. Het aantal serieuze businesscases is beperkt, de  investeringsmogelijkheden voor de investeringen komen langzaam los. Heus… er komt geen vloedgolf. En als het Rijk het wil, dan kan ze beginnen met een plafond, om te voorkomen dat er een ‘open einde’ is. Dus een experimenteerruimte. 

    Als coöperatieve energieverenigingen kunnen bewijzen dat ze een economisch, sociaal en milieurendement van betekenis hebben, dan zullen ze de markt gaan bepalen. In Lochem streeft LochemEnergie naar een dekking van meer dan 60% in 2020. Het Rijk mag best richting aan deze ontwikkeling geven, bv. door een voorwaarde te stellen dat deze ontwikkeling moet leiden tot versterking van de economie en tot vergelijkbare inkomsten via andere belastingkanalen dan de regulerende energiebelasting. De eerste stap is het bieden van ruimte om hiermee te experimenteren.

    Een stap naar de echte energiebelasting

    energiebelastingDeze aanpassing op de belastingwetgeving voor energie is klein vergeleken bij de werkelijke aanpassing die nodig is: namelijk het verwerken van de milieueffecten van het energiegebruik in de prijs. Dat kan en wordt op Europees niveau ook besproken. Door de CO2 inhoud van het energiegebruik te vertalen in kosten. Hoe meer CO2, hoe meer je betaalt! Dat kan je dan ook nog combineren met de afstand van het transport van de energie. Want via al dat transport heb je kostbare en belastende infrastructuur nodig en ook nog stevige verliezen. Hoe dichter bij je energie wordt opgewekt, hoe lager de transporttarieven. Daarmee zou je definitief een eerlijk krachtenveld krijgen waarin wind, zon en biomassa kunnen concurreren met fossiel. De komende jaren zullen in het teken staan van een lobby voor deze, feitelijk onvermijdelijke, aanpassing van de energiebelasting. Een aanpassing die stevig tijd zal kosten, in een krachtenveld waar grote energieleveranciers veel te verliezen hebben. De beperkte aanpassing van de huidige wetgeving om cooperatieve opwek laag te belasten is daarmee een kleine stap in de goede richting.

    Professioneel lobby traject

    tweede kamerEr zijn al wat pogingen gedaan om de wetgeving aan te passen. Gedeeltelijk zijn ze ook gelukt, want voor Verenigingen van Eigenaren is er licht aan de horizon, hoewel de goedkeuring van de tweede kamer nog steeds niet vertaald is in concrete maatregelen. Om tot een wetswijziging te komen, desnoods met een relatief beperkte experimenteerruimte, is een echte bundeling van krachten en een goede analyse van vragen en eventuele weerstanden nodig. 

    Dit gebeurt nu. Initiatieven van diverse partijen worden gebundeld, onderzoeksvragen wordt verzameld en de sleutelpersonen in de politiek worden betrokken in een gezamenlijke zoektocht zodat een meerderheid in het parlement zeker wordt.

    Afgelopen week kwamen de Grote 32 gemeenten, de Grote 4 gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en VNG bij elkaar voor afspraken over hun lobby traject. Daar werd besloten deze thematiek uit te werken voor een gemeenschappelijke inspanning. Organisaties als het Klimaatverbond en Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling pakken coördinatie op, sluiten die kort met netwerken van lokale initiatieven als e-decentraal. De klimaatambassadeurs, bestuurders die mede de Lokale Klimaatagenda opstellen, maken zich sterk voor het onderwerp. Een netwerk van duurzame bestuurders zorgt voor een achterban van een brede politieke afkomst, om zeker te zijn van de politieke breedte die nodig is om het voorstel door het parlement te laveren. Tenslotte wordt afstemming gezocht met de grote milieu-organisaties en hun lobbyisten om met elkaar een transparant traject in te zetten waardoor we met elkaar het resultaat bereiken dat nodig is.

    Daarmee zetten we, gezamenlijk, in op een doorbraak voor collectieve opwek van duurzame energie.

    zaterdag, 22 oktober 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Economie van lokale duurzaamheid

    In sociaal.

    1Gisteren sprak ik uitgebreid met mijn Nijmeegse collega over lokaal klimaatbeleid. “Denk je dat we, met al onze inspanningen, grootschalige klimaatverandering kunnen voorkomen?”, vroeg hij. We waren het er allebei snel over eens dat dit een illusie is. Omdat de verandering van het klimaat een vertraagde response is op emissies van broeikasgassen: de verandering die we nu waarnemen het effect is van emissies van 20 tot 30 jaar geleden. Het klimaatsysteem is traag. Ons gedrag beïnvloed de wereld van onze kinderen. Dus als wij aan een knop draaien, dan is een groot deel van het effect pas over 20 of 30 jaar voelbaar! Onze invloed is ook marginaal omdat we als lokale partijen maar weinig in de melk te brokkelen hebben. Als onze emissies dalen… wordt dat teniet gedaan door stijging elders. Tenslotte hebben we ook nog te maken met een handelssysteem in broeikasgassen. Als wij, in Lochem en Nijmegen, onze emissies radicaal laten dalen, dan legitimeert dat anderen, zoals kolencentrales, om hun emissies te verhogen. Want Nederland heeft een verplichtingenkader waarbinnen ze beweegt. Rede om dan maar rustig aan te doen met lokaal klimaatbeleid?

    Met de smalle blik van een milieukundige die op zoek is naar directe effecten misschien wel. Die blik is ook de oorzaak van het bovenstaande dilemma. Duurzaamheid is een breed en vol begrip is waarin de economische, ecologische en sociale dimensies in samenhang opereren met oog op de lange termijn (de volgende generaties) en onze buren (internationaal). De economie van duurzame ontwikkeling is dus zeker even belangrijk als de ecologie.

    Stijgende kosten en uitstroom kapitaal

    2Het is niet zo moeilijk om je voor te stellen hoe de samenleving over tien a twintig jaar in diepe problemen zit door afhankelijkheid van stijgende energieprijzen. Er is geen twijfel over de schaarste, zeker als ze gecombineerd wordt met schaarste van schone lucht en de CO2 effecten worden meegerekend in de prijs van onze energie. Het zal nog even duren, voordat dit gebeurt. Maar het is onvermijdelijk en de Europese processen zijn al vergaand in beweging om dit af te dwingen. De energierekening van onze lokale samenleving, in Lochem, zal ongeveer 3 miljoen Euro (zonder transportkosten) per jaar zijn. Je hoeft geen wiskundige of econoom te zijn om te bedenken dat dit over 10 tot 20 jaar een aantal malen over de kop gaat. Op zich is het opvangen van deze prijsstijging al een enorme klus. De effecten op de vaste lasten van mensen, zo laten recente berekeningen van o.a. Nibud zien, zijn enorm.

    Dat geld stroomt onze lokale economie uit. Maar heel weinig van deze geldstroom wordt lokaal terug geïnvesteerd. Onze lokale economie is natuurlijk zo lek als een mandje. Dat verlies aan koopkracht door de energierekening brengt ons in een lastige situatie: we hebben bijvoorbeeld stevig wat geld nodig om te investeren in bestaande woningen om ze energiezuinig te maken. Maar met dalende koopkracht ontbreekt dit kapitaal. Banken en beleggers willen wel instappen, maar tegen hoge rentes en rendementen, waarmee de kapitaalvoorziening dus leidt tot een versterkte geldstroom naar buiten toe. Esco’s, financiele voorzieningen die betaald worden uit de efficiency winsten van besparingen, zijn onvoldoende om in bestaande bouw voldoende financieringskracht te vinden voor de noodzakelijke renovatie naar duurzaamheid.

    Centrifugale en centripetale krachten

    3In een centrifuge draait alles naar buiten toe. Onze samenleving zit in dat systeem. De krachten zorgen ervoor dat de meeste antwoorden binnen het systeem leiden tot uitstroom van kapitaal. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, want daar is het systeem ook voor gebouwd. Kenmerk, naast de uitstroom van kapitaal, is een fragmentatie van activiteiten en processen. Een gemis aan samenhang, verlies van identiteit, steun op individueel consumentisme dat de centrifuge aan drijft. Een ander kenmerk is dat productiemiddelen, zoals grond en de bedrijven, sterk in handen komen van gecentraliseerd privaat kapitaal buiten onze gemeenschap. Recent werd ik verrast door het feit dat een groot deel van de agrarische grond in Lochem op die manier al belegd is.

    3Centripetale krachten zijn tegengesteld daaraan. Die trekken naar binnen toe, vormen een verbindende kracht. Je ziet samenhangende en complexe systemen ontstaan die gekenmerkt worden door lokaal eigendom en lokale identiteit. Een belangrijk kenmerk is dat kapitaal lokaal geaccumuleerd en geherinvesteerd wordt. Processen binnen dat systeem zijn als synergetische netwerken met elkaar verbonden. De ene impuls, leidt tot veelvuldige impulsen naar binnen toe. Een belangrijk kenmerk is dat de productiemiddelen sterk in handen zijn van de lokale partijen en dat vreemd kapitaal slechts wordt aangetrokken om processen in beweging te krijgen ten bate van lokaal geformuleerde doelen.

    In een dynamisch systeem zijn centripetale en centrifugale in grote lijnen in evenwicht. Daardoor blijft een systeem stabiel, anders schiet ze uit de baan en fragmenteert in een crisis, of slaat geheel naar binnen… naar een statische situatie waar bijvoorbeeld alle innovatie verdwijnt. Dynamiek is in de economie een dimensie die wezenlijk is. Soms zeggen ze dan wel: “Stilstand is achteruitgang”. Wat daarmee bedoeld wordt is niet altijd duidelijk. Maar het klopt, dat innovatie een belangrijke motor van de economie is. Die vereist een zorgvuldig evenwicht tussen de krachten naar binnen- en naar buiten toe.

    Bijvoorbeeld zonne-energie

    Een goed voorbeeld is misschien wel de zonne-centrale Armhoede. We zijn in staat, als lokale samenleving, om voor een belangrijk deel in onze eigen energiebehoefte te voldoen met zon en andere oneindige bronnen. Dat kunnen we nu al aantonen. In Lochem ligt een voormalige vuilstort, die zonder meer een productieruimte heeft voor 4 a 5 Megawatt geïnstalleerd vermogen.

    In het huidige systeem is het nog heel lastig om zo’n zonne-centrale van de grond te krijgen. Nationale belastingwetgeving discrimineert een dergelijk initiatief. Waar alle consumenten, leden van LochemEnergie, collectief een groot bedrijf vertegenwoordigen (en ook eigenaar zijn, namelijk LochemEnergie), worden ze toch beschouwd als ‘kleingebruikers’ in de belastingwet en moeten maximale energiebelasting betalen. De grootverbruikers in onze gemeente betalen zo weinig voor hun energie, dat duurzame energie nog niet loont. Dus… we kunnen voor onze bewoners noch voor onze bedrijven voor een redelijke prijs zonne-energie leveren vanuit onze centrale.

    Zo is het systeem ingericht, met als effect dat geldstromen van onze burgers en bedrijven niet naar LochemEnergie gaan, maar naar grote partijen in Europa. En dat heeft weer tot gevolg dat het vermogen tot herinvesteren in de Lochemse samenleving alleen maar daalt, zeker naarmate energieprijzen stijgen.

    Rijksfinancien

    Dé argumentatie voor dit lekke systeem is dat ons Rijk inkomsten zal missen als de regulerende energiebelasting anders wordt ingericht. Stel je voor dat lokale initiatieven als LochemEnergie werkelijk de lokale markt zullen bepalen. Op zich is die zorg bemoedigend. Want blijkbaar is die potentie er, anders zou de weerstand niet zo groot zijn. Tegelijk is die zorg typisch een fenomeen van een gefragmenteerd denkende overheid. Een overheid die inkomsten ziet via energiebelasting, maar zich niet beseft dat haar economie structureel een zodanig lek vertoond dat ze kracht verliest in plaats van wint en daarmee een structureel veel groter financieel risico veroorzaakt. Sterker nog… door de herinvestering van de vele miljoenen binnen Lochem zal het financieel rendement voor het Rijk, via BTW en andere belastingafdrachten, eenvoudig het verlies aan inkomsten van de energiebelasting goed maken. Het wordt tijd om dit eens concreet in een berekening neer te zetten.

    Systemische uitdaging

    1. Duurzame ontwikkeling is dus niet zo’n ‘containerbegrip’ als sommigen veronderstellen. Het is een heel politiek en systemisch begrip. Dat maakt het ook zo spannend. Als we weerstand ontmoeten, in de verandering van centrale systemen (zoals de verandering van het belastingsysteem) dan kunnen we vermoeden dat we op de goede weg zijn. Het besef dat dit de werkelijke uitdaging is, is belangrijk. Want anders denken we nog dat we met projecten rond energiebesparing en duurzame energie het klimaatvraagstuk kunnen aanpakken. Dat is een illusie en leidt tot valse verwachtingen en teleurstelling. Deze activiteiten zijn slechts bouwstenen in een samenhangend verhaal dat duurzame ontwikkeling heet en vooral gaat over sociaal- economische processen en systeemverandering.
    2. Een tweede conclusie is dat je als lokale overheid heel bewust moet bijdragen in de versterking van de centripetale krachten. Dat betekent bijvoorbeeld dat je ervoor moet zorgen dat productiemiddelen zo veel mogelijk in lokaal eigendom komen en blijven. Kenmerkend voor de actuele discussie rond duurzame energieproductie is dat we veel investeerders zien. Van energie- tot afvalbedrijven, die dolgraag het productief vermogen aan zich willen trekken. Dat is natuurlijk prachtig. Want het gaat toch om het ‘resultaat’, namelijk duurzame energieproductie? En daar gaat het dus fout. Want tegelijk moet die duurzame energieproductie leiden tot lokale rendementen, een structurele influx van gelden die lokaal geherinvesteerd worden in nieuwe productie duurzame energie, duurzame renovatie bestaande bouw, dorpshuizen en trapveldjes. Investeerders moeten op hun plek gehouden worden en het vraagt een stoere overheid om dat voor elkaar te krijgen.  

    zaterdag, 15 oktober 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Duurzaam onderhoud bomen

    Het versterken van landschap en biodiversiteit in de markt

    bomen achterhoekIn Lochem, net als in zoveel plattelandsgemeenten, zijn honderden kilometers berm ingeplant met een diversiteit aan boomsoorten. De eikenlanen domineren, maar ook beuken, acacia, els en es zijn veel voorkomende soorten. Het is een landschap dat uit het begin van de vorige eeuw stamt, als afronding van ontginningen, aankleding van het nieuw verkaveld landschap. Vermengd met oudere landschappen van de landgoederen, de broekgebieden, de oude essen en beekdalen. In die tijd waren ze deel van een snel veranderend landschap waar heggen en hagen verdwenen en schaalvergroting haar intree deed. Oude kaarten getuigen er nog van. Voor die tijd was het vooral het kleinschalig agrarisch landschap met daarbinnen functionele structuren als geriefbosjes, hagen en heggen, afgewisseld met landgoederen die het landschap en biodiversiteit bepaalden. Nu, na bijna een eeuw, bereiken de ongeveer 50.000 laanbomen in het buitengebied hun bejaarde leeftijd. Toenemende kwetsbaarheid, veel dood hout en hoge kosten in onderhoud zijn het gevolg. Zonder ingrepen zullen de lanen uiteen vallen, ontstaat grote schade, zijn er grote maatschappelijke risico’s. Lochem zoekt naar wegen om hier een antwoord op te vinden.

    Subsidieer het bomenbeheer

    De laanbomen, zeker de vele oudere bomen, zijn dominante dragers van het landschap geworden. Veel van deze bomen hebben, met hun leeftijd en karakteristieke structuur, een grote monumentale en emotionele waarde. Mensen die in hun omgeving wonen zijn gehecht, voelen een persoonlijke binding. Beheer van deze bomen is dan ook een kwestie van uiterste zorgvuldigheid met als doel het bewaren en versterken van de huidige landschappelijke en emotionele waarden. Het is, vanuit dat perspectief, niet meer dan vanzelfsprekend dat de samenleving hier ook geld voor over heeft. Het onderhoud moet dan ook door de verantwoordelijk eigenaar betaald worden. Voor de Lochemse laanbomen is dat de overheid, met een noodzakelijk jaarlijks budget tussen de 250.000 en 500.000 Euro. Een budget dat er niet is

    Laat het landschap zichzelf terug verdienen

    Een andere benadering, met erkenning van het belang van bomen in landschap, biodiversiteit en identiteit, is dat deze kenmerkende structuren onderdeel vormden van een landschap dat zichzelf in stand hield. Heggen, hagen, geriefbosjes en landgoederen waren allemaal deel van een economisch systeem en cultuur. Uiteraard ontstonden daaruit monumentale en emotionele waarden, maar die werden binnen het systeem van uitruil in de markt ook gefinancierd. De laanbomen werden aangelegd door een overheid die indertijd helemaal geen beeld had van onderhoud op de lange termijn. Dat op een gegeven moment gedund moest worden en structureel onderhoud noodzakelijk was, werd in die tijd niet als probleem ervaren. Zo ontstond een systeem waarin het onderhoud van laanbomen buiten de markt om werd geregeld, als een vorm van ‘subsidie’ van de overheid. Je zou kunnen stellen dat een van de grote problemen  van het onderhoud landschap door die afhankelijk is van  overheidssubsidies wordt bepaald. Die subsidies zijn namelijk weer afhankelijk van het reilen en zeilen van overheidsfinancien, bijvoorbeeld als deel van de economische groei, uitgifte gronden voor bedrijven en huizen. Zodra er een teruggang is wordt deze ‘luxe’ afgeroomd en het landschap onverzorgd achtergelaten. Kortom, het landschap (dus ook de laanbomen) moeten de eigen broek ophouden en niet structureel afhankelijk zijn van kwetsbare overheidsfinanciën.

    Lochem bezuinigt

    Drie keer werd de gemeenteraad gevraagd om extra geld te stoppen in onderzoek naar de vitaliteit van haar laanbomen, om vanuit die basis het noodzakelijk onderhoud in beeld te brengen. Drie keer weigerde de raad dit verzoek. In die drie jaren is het economisch tij veranderd. Er is een recessie, de overheid moet radicaal snijden. De kans op een overheidsfinanciering van het onderhoud bomen buitengebied (en nog in sterkere mate geldt dat voor andere landschapselementen) is zeer klein geworden. Daarmee lijkt de stelling van voorstanders van een verdienend landschap een onvermijdelijke te worden. Immers, er is geen enkele financiële ruimte meer om bomenonderhoud te subsidiëren. Dan zal het bomenonderhoud zichzelf moeten financieren.

    De business case bomenonderhoud

    Als het bomenonderhoud zichzelf moet financieren, dan accepteer je dat onderhouds- en plantkosten afgezet moeten worden tegen opbrengsten. Opbrengsten bestaan uit rondhout, tophout en afvalhout. Het ‘verwaarden’ van die biomassa wordt dus belangrijk. Een tweede aspect dat je accepteert, is dat je kijkt naar het economisch rendement van je beheer en dus bereid bent de verdiencapaciteit te vergroten (de opbrengst biomassa feitelijk) om daaruit beheer, onderhoud en plantkosten te financieren. Dat betekent ook dat je in staat moet zijn om aan bomen te verdienen.

    Een ander element in deze ‘business case’ is dat we efficiënter moeten gaan beheren. We zien ruimte voor verbetering in ons beheer, door meer te weten over de vitaliteit van onze bomen, door zorgvuldiger beheer, waardoor we kunnen zorgen dat bomen vitaler blijven en dus minder onderhoud vergen. We kunnen beter met marktpartijen samenwerken, bijvoorbeeld door de samenwerking met de WSW instelling Delta en de agrarische natuurvereniging ‘t Onderholt te verbeteren en met boseigenaren gecombineerde activiteiten te ontplooien.

    Een derde aspect is dat we de relatie met omwonenden kunnen verbeteren. Naast hun verbinding met natuur en landschap en daarmee ook de mogelijke, vrijwillige, betrokkenheid bij het beheer zien we ook veel deskundigheid die gemobiliseerd kan worden. Er is kennis over bomenbeheer, over de historie en waarden van de bomen en andere landschapselementen, die een belangrijke toegevoegde waarde heeft.

    Pilots onderhoud bomen buitengebied

    We komen van ‘ver’. Het ‘verwaarden’ van hout en andere biomassa is een vak dat we nog onvoldoende beheersen. Nog te veel gaat verloren, bijvoorbeeld omdat we te laagwaardige toepassingen toestaan of omdat we de markt niet kennen. Het beheer loopt ver achter. Vaak onderhouden we bomen te laat, met grote schade als gevolg. En door onze verwaarlozing van ons bomenbestand komen we in een vicieuze cirkel. We zien de relatie met bermbeheer nog onvoldoende, waardoor regelmatig wortelzones en stamvoeten worden beschadigd. We bieden bomen vaak onvoldoende ruimte, waardoor ze in verdrukking komen.

    We moeten de samenwerking met (markt)partijen nog goed vormgeven. Delta heeft mensen met een arbeidshandicap en kan veel routinewerk verzetten. ‘t Onderholt heeft deskundige mensen in dienst, maar niet alle apparatuur en certificaten om ermee te werken. Groot onderhout aan bomen is vakwerk en we moeten die kennis nog bundelen in een goed samenwerkend consortium.

    We moeten nog leren met buurten en buurtverenigingen samen te werken. Onze gecertificeerde vakmensen moeten leren om onderhoudsplannen in overleg met omwonenden en buurtverenigingen voor te bereiden. Geen simpele klus, want er zin veel tegenstrijdige belangen en emoties. Iedereen is ‘deskundig’, het gevoelde eigendom ligt vaak bij direct omwonenden. Met respect toch stevige keuzes maken is dan de uitdaging.

    Ambachtelijk proces, tijdrovend

    Dit proces is een kwestie van meerdere jaren. Ervaring op doen gebeurt in de praktijk. Het gaat om complexe en ingrijpende activiteiten en we moeten de tijd nemen om te leren van onze ervaringen. Daarbij zien we dat in veel gevallen de kennis en tijd ontbreekt om de plannen goed en snel op te zetten. Historische eigendomsverhoudingen zijn diep in archieven begraven, soms onbekend. Juridische zekerheid is nodig om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijkheid bij de juiste instantie en persoon komt te liggen.

    De rendementen zullen niet hoog zijn. Er is sprake van achterstallig onderhoud en de waarde van dood hout is laag in de markt. Een inhaalslag is noodzakelijk om uit de vicieuze cirkel van achterstallig onderhoud en stijgende schade en kosten te komen. En dat zonder eigen financiële ruimte en met een zeer beperkte stafcapaciteit. Een uitdaging van omvang dus.

    Risico

    Misschien ‘redden’ we het niet om het ideale bomenbeheer te vinden binnen de ons gegeven ruimte. Dan zijn er een aantal alternatieven, die overigens pas aan bod komen als we ervaring hebben. Het zijn alternatieven die elkaar aanvullen.

    We rekenen uit wat we nodig hebben om de inhaalslag te maken op basis waarvan we met de laagst mogelijke exploitatie ons onderhoud vorm geven. Kortom, een echte investering.

    We rekenen uit wat we nodig hebben om te ‘verdienen’ en gaan, planmatig, ook gezonde bomen oogsten zodat we met die opbrengsten ons onderhoud gaan financieren.

    We breiden ons areaal bomen uit. Dat kunnen laanbomen, maar kan ook bos zijn, waardoor we een langjarige cyclus kunnen draaien van oogst en aanplant. We worden dus bosondernemer.

    Er zijn vast en zeker meer antwoorden en alternatieven. De tijd moet dat leren. Elk voordeel zal gepaard gaan met nadelen, en uiteindelijk is het ook een politieke en bestuurlijke keuze. Zover zijn we nog lang niet. Eerst doen we ervaring op, verlagen we de kostprijs van ons beheer, verbeteren we ons onderhoud en leren beter samen te werken, met bedrijven die ons consortium vormen en met omwonenden die zich eigenaar van het landschap voelen en dat misschien ook in grote mate zijn.

    dinsdag, 11 oktober 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Thomas Rau op bezoek

    kinderknooppuntVorige week woensdag, 5 oktober, kwam de architect Thomas Rau langs, in Lochem. Dat deed hij niet ‘zomaar’. Hij was er op uitnodiging van het kinderknooppunt, een groep kinderen die, onder inspirerende leiding van Ingrid Schreuder, zeer regelmatig bijeenkomt om met elkaar de bouw van het gemeentehuis te volgen. En Thomas, die is de architect van dit prachtige gebouw in wording. Een hele woensdag-middag was hij daar, pratend, tekenend, discussierend en vaak ook vragend. Want bovenal was het een mooi gesprek tussen de Lochemse kinderen en hun architect.

    2Op een grote witte tafel tekende Thomas zijn concepten. “Wat hebben een boom en het gemeentehuis met elkaar te maken?” vroeg een van de kinderen. Thomas tekende een boom, met de vier jaargetijden. “Elk jaargetijde heeft z’n eigen gezicht. Ook het gemeentehuis heeft z’n eigen gezicht in de zomer. Dan zal het er koel moeten zijn, schaduw geven. In de winter, dan is het er warm en licht”. Op de tafel verschijnt een grote cirkel, met daarin de letters en cijfers C2C. “De natuur produceert geen afval. Heel simpel eigenlijk. Dit gemeentehuis produceert bijna geen afval, omdat ze grotendeels Cradle to Cradle is ontworpen. Al het materiaal is weer bruikbaar als we het gebouw afbreken. Daarbij zit er heel slimme energiesystemen in, waardoor we nauwelijks fossiele energie nodig hebben”.

    boomc2c

    6Het kringgesprek ging over ‘dromen’. “Waarom ben je architect geworden? Hoe kom je aan je ideeën? Waardoor laat je je inspireren?” Thomas vertelt over z’n dromen en hoe belangrijk het voor hem is de belangrijkste dromen te volgen. De kinderen vertellen over hun dromen. Om dokter te worden, kinderen beter te maken. Om dingen te kunnen doen die helemaal niet kunnen, nu onmogelijk lijken. Maar is het echt onmogelijk, of moet je gewoon durven?

    De kinderen praten nog een tijd door als Thomas met Charlie naar de bouwplaats gaat. Daar gaat hij nog een uur in gesprek, eerst voor het gebouw in het zand. Maar dan al lopend door het gebouw komen ze bij de bestuursvleugel in aanbouw. De WC-ruimte biedt beschutting, en daar praten Charlie en Thomas lange tijd door.

    8Charlie, 10 jaar uit Harfsen, heeft lang gewerkt aan de tafel en stoelen waar Thomas en zij op zullen zitten. Ik mocht zo nu en dan kijken naar de voortgang. De tafel, met zon en hemel aan onder en bovenkant en een stoel met bloemen en gras, een andere hemelsblauw met wolken, zijn met speciale bedoeling zo geschilderd. “Ik ga Thomas vragen waar hij zich het meest door laat inspireren”, zegt Charlie wijs. “Door de hemel, met lucht en wolken, of door de aarde, met haar gras en bloemen”. En zo gebeurde dat Thomas en Charlie op een winderige oktobermiddag in het kale gemeentehuis hun gesprek begonnen.


    op de set“Waar wil je het liefst zitten?”, vroeg Charlie. Thomas keurde beide stoelen en moest stevig nadenken. “Beide stoelen inspireren me enorm”, zei hij. Waarom wisselen we midden in ons gesprek niet van stoel? En zo gebeurde het dat Charlie en Thomas daar de WC van de bestuursvleugel zich over hemel en aarde hebben gebogen en de diepte in gingen over inspiratie, ambitie, elkaars hobby’s en gezamenlijk ontbijtkoek aten.

    Om 5 uur kwam Thomas stralend mijn kantoor binnen. “Hiervan heb ik intens genoten”, vertelde hij. “We moeten de Lochemse bevolking maar eens, bijvoorbeeld op een zondagmiddag, uitnodigen om door het gebouw in aanbouw heen te lopen en met elkaar praten over de ambities, waarden en relevantie van dit duurzame gebouw”. 

    1011

    Kinderknooppunt laat zien hoe speciaal ze is. De ontmoeting met Thomas Rau is helemaal op video gezet door videogroep Het Accent. Zeker dat de filmpjes die gemaakt zijn een brede verspreiding krijgen. Kijk ook op www.kinderknooppunt.nl

    zondag, 9 oktober 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    De Flashmob


    Jan Kottelenberg schreef er in een weblog al een keer over, de Flashmob. Een snelle mobilisatie (flitsend) van mensen die werkelijk iets neerzetten. Alsof het uit het ‘niets’ komt. Een dans in de hal van een station, een opera in een groot restaurant. Plotseling uit het niets wordt er een fantastische presentatie neergezet. In het Lochems bestuur praten we hierover, omdat het een organisatievorm is die ons kan inspireren. 
    Zelf ben ik vaak deel geweest van een flashmob, u misschien ook. Een beklimming van de schoorsteen van de Amercentrale met alpinisten en Milieudefensie, indertijd een vervuilende kolencentrale, zorgde voor verrassend veel publiciteit. Een blokkade van een nucleair transport, uit het ‘niets’ georganiseerd, legde het goederenverkeer stil. Honderdduizenden mensen die op één moment bij elkaar kwamen, tegen kruisraketten. Eigenlijk ook een flashmob, hoewel wat minder speels. 

    Wat heeft dat nu met ‘besturen in Lochem’ te maken? Heel veel eigenlijk. Want is zo’n fantastisch feest in Laren, Exel, Gorssel of Barchem ook niet een flashmob, of het opruimen van zwerfafval. Of het beheren van bomen in het buitengebied door omwonenden. De oprichting van LochemEnergie, een snelle mobilisatie van meer dan 1000 huishoudens die zich als aspirant-lid aanmeldden? Een eigen initiatief, die in korte tijd een flitsende presentatie neerzet, daar gaat het toch om?

    Naast de flashmob, die wat ‘anarchistisch’ lijkt, bestaat er ook zoiets als een Maatschappelijke Carrousel. Een netwerk van partijen die elkaar vinden in een gezamenlijke doelstelling waarbij een ieder kennis en kunde aan levert om dat te bereiken. Zo werken we met LochemEnergie, ons netwerkbedrijf Liander, een universiteit en bedrijven aan het uitbouwen van de mogelijkheid voor slimme netwerken. Dat zijn elektriciteitsnetwerken en meters die ervoor zorgen dat we goed om gaan met de toenemende variabiliteit in energielevering (bv. door zonnepanelen) en gebruik maken van verborgen energievoorraden thuis (bv. de vriezer). Gezamenlijk brengen we onze kennis in, stippelen we de weg uit en vullen elkaar aan. Bij het onderhoud bomen buitengebied doen we dat met bijvoorbeeld het werkvoorzieningschap Delta, ’t Onderholt en Verwolde.

    Ja, natuurlijk zijn we ook regelmatig heel efficiënte en deskundige opdrachtgever. Ik mocht laatst in de krant melden dat we nog voor de winter onze wegen behoorlijk op orde hebben. Doordat we, vanuit Openbare Werken, goede opdrachten geven aan enkele bedrijven die dit op snelheid en met kwaliteit moeten uitvoeren. 

    Wat we steeds minder worden, is de gemeente die alles zelf doet. De samenleving is zo ingewikkeld, de kennis en kunde om antwoorden te vinden zo schaars, dat je dat liefst samen doet. Lerend van initiatieven als ‘flashmobs’, coalities bouwend en vooral ondernemend om in onze krimpende economie zorg, werkgelegenheid, groen, wonen en veiligheid te verzekeren. En, om ons, toekomstbestendig te maken. Dat we dat niet vanzelfsprekend doen mag duidelijk zijn. We moeten onszelf en elkaar in beweging brengen, en dat gaat met vallen en opstaan. Maar de richting wordt in Lochem steeds duidelijker. Dan zijn we met elkaar delen van de oplossing, niet van het probleem. En ook u bent uitgenodigd hieraan een bijdrage te leveren.

    zaterdag, 8 oktober 2011

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Het klimaatverbond

    Het klimaatverbond:

    Het netwerk van lokale overheden die zich inzetten voor goed lokaal energiebeleid: energiebesparing, duurzaamheidsonderwijs, duurzaam bouwen… Etcetera. Fantastische club.

    Thijs de la Court

    Thijs de la Court

    Linkedin Twitter

    Nieuwe blogsite

    Een geheel vernieuwd blog, nu in de cloud, dus niet meer afhankelijk van providers. Het wordt weer een hele klus om ‘m te vullen met korte stukjes visie, over LochemDuurzaam, LochemSociaal, LochemNatuur. En natuurlijk over brede discussies in het land, ervaringen in de trein, of gewoon gedachten vanuit de wandelingen in Ampsen, het landgoed hier om de hoek, waar ‘s avonds de bosuilen hun territoria afperken met wat hysterisch gekrijs.

    Aantal berichten op deze pagina: 16. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2951 uur (123 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,9 per week.