In sociaal.
Verander de energieheffing voor coöperatieve verenigingen
In Lochem liggen ruim 17 hectaren voormalig vuilstort te wachten op zonnepanelen. Met een beetje goede wil kunnen 1000 gezinnen er hun duurzame energie van halen. De prijzen van zonnepanelen dalen, hun efficiëntie neemt toe, de elektriciteitsprijzen stijgen… dus waarom liggen die panelen er nog niet? Omdat er een enorm gat wordt geslagen door de regulerende energiebelasting. Dan gaat het makkelijk over ruim 30% van de elektriciteitsrekening. Een belastingmaatregel die bedoeld is om het energiegebruik af te remmen door het een hogere prijs te geven. Voor zonne- en windenergie en voor coöperatieve verenigingen en verenigingen van eigenaren moet een uitzondering gemaakt worden. Als dat gebeurt, dan hebben we een doorbraak, dan verandert er echt iets in onze energievoorziening!
De vergelijking met de slakrop in de volkstuin
Wat is nu de rechtvaardiging voor het afschaffen van de energiebelasting op collectieve zelflevering, dus het leveren van duurzame energie via zonnepanelen van een cooperatieve vereniging die elders (bijvoorbeeld op een voormalige vuilstort) staan. Je bent toch gewoon een energieproducent geworden die haar energie via het publieke net naar een huis transporteert? Wat ben je dan anders dan de Nuons, Essenten en andere producenten van deze wereld. Behalve heel wat kleiner en misschien heel wat duurzamer.
De vergelijking wordt wel getrokken met de volkstuin. Als je lid bent van een volkstuinvereniging, dan heb je een landje waar je je slakropjes kan kweken. Met een beetje geluk komen ze niet allemaal tegelijk op (bij mij bijna altijd wel!). Je snijdt je kropje af en neemt ‘m mee naar huis, over de openbare weg. Je hoeft er niks voor te betalen. Geen fiscus die je land en haar productie op waarde gaat schatten. Tuurlijk betaalde je belasting, toen je de zaden kocht. Maar we maken geen verschil tussen die volkstuin en je achtertuin. Je mag je slaplantje opkweken, over de weg vervoeren en zonder belasting te betalen heerlijk consumeren. Dat zonnepaneel, op die voormalige vuilstort, is een vergelijkbaar verhaal. Je neemt een kavel op de vuilstort, dan paneel is van jou, en als de zon schijnt, dan betaal je iemand (de netwerkbeheerder), om die energie over het net naar je huis te vervoeren. Dat wordt keurig geadministreerd. Wat je kavel op de vuilstort verlaat, komt bij je huis weer binnen. Dus kan je het net zo afrekenen als bij die zonnepanelen die op je huis of in je tuin staan.
De Nuon’s en Essenten van deze wereld, die produceren niet in je voor- of achtertuin, of in je volkstuin. Dat zijn private instellingen die een product op de markt brengen. Net als sla die bij de groentenboer ligt. Daar betaal je wel belasting over. Dat is een ander verhaal.
Onze economie gaat voor!
De energiebelasting (eigenlijk wordt over een ‘heffing’ gesproken) is niet voor iedereen hetzelfde. Grootverbruikers krijgen een groot voordeel. Dat gaat al heel snel. Een verbruik van meer dan 10.000 Kwh levert een voordeel van meer dan 50% op. Ga je 50.000 Kwh of meer gebruiken dan zit je al op een tiende van de energiebelasting van kleingebruikers!
Tot 10.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.1121
Van 10.000 tot 50.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0408
Van 50.000 tot 1.000.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0109
Boven de 10 miljoen Kwh (niet zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0010
Boven de 10 miljoen Kwh (zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0005
Rechtvaardiging van deze differentiatie is dat grootgebruikers vaak sterk afhankelijk zijn van hun energielasten voor bijvoorbeeld hun productie en export. Daarmee concurreren ze op een markt, ook met het buitenland. Daar gelden andere energietarieven en belastingregimes. Om onze economie niet te frustreren met ongelijke concurrentie wordt de energiebelasting voor grootverbruikers lager gemaakt. Dat doen we, omdat ze belangrijk zijn voor onze economie, niet omdat we zo aardig willen zijn voor deze bedrijven. We zien dat, zo rond Lochem, heel snel. De grote bedrijven betalen nauwelijks iets voor hun energie. Aan hun hoeven we niet te proberen wind- of zonnekracht te leveren. Ze gaan voor fossiel, veel goedkoper!
Dus, het lid van een cooperatieve energievereniging wordt, als kleingebruiker van zo’n 5000 Kwh, gewoon in het toptarief belast. Blijkbaar is de economische bijdrage van deze kleingebruikers nog niet meegewogen in deze, op zich begrijpelijke, argumentatie onder de belastingwetgeving. Het leggen van zonnepanelen, het bouwen en onderhouden van windmolens, de bedrijvigheid van het ‘runnen’ van een lokaal energiebedrijf, levert een zeer hoog rendement voor de lokale economie. We berekenden dat het, voor het kleine Lochemse, wel eens om een jaarlijks bedrag van 10 tot 20 miljoen Euro kan gaan dat recycled wordt in de lokale economie. Dat is voor een gemeente met 13.000 huishoudens substantieel. Het is geen klein bedrijf, maar een collectieve grootverbruiker die een wezenlijke bijdrage levert aan de lokale economie.
Coöperatieve zelflevering, miljoenenmotor lokale economie
Daarbij mag best vermeld worden dat deze omzet sterk verbreed wordt omdat de lokale bedrijven deel zijn van een hecht sociaal/maatschappelijk netwerk waarlangs ook andere producten de consumenten bereiken. In Lochem betrekken we LochemEnergie direct bij het Slimme Netwerk (eigenlijk is het omgekeerd hoor… die mensen van LochemEnergie zijn slimmer dan wij… en ze betrekken ons bij de ontwikkeling van het Smart Grid) en bij energiebesparing in de bestaande bouw. De omzet die daar te bereiken is ligt in de tientalen miljoenen per jaar binnen de gemeente Lochem. Duurzame omzet, omdat het om zeer renderende investeringen gaat die passen bij een duurzame economie. Kortom, deze coöperatieve systemen kunnen in een gemeente als Lochem, met 33.000 inwoners en 13.000 huishoudens tot een jaarlijkse versterking van tientallen miljoenen Euro’s in de lokale economie leiden. Waarom worden cooperatieve verenigingen dan niet vrijgesteld van regulerende energiebelasting als het argument van belang voor de economie het fundament van deze heffing is?
De coöperatieve grootverbruiker!
De coöperatieve vereniging is niet alleen een vereniging van producenten, maar ook van gebruikers. In die zin vormen ze in gezamenlijkheid een grootverbruiker en kan de energieconsumptie van alle leden van LochemEnergie opgeteld worden. Dat is, met ruim 1000 aspirant-leden van LochemEnergie, zo een 4 a 5 miljoen Kwh. Als we boven de 2000 leden uit komen en de gemeente doet ook mee met haar gemeentehuis, openbare verlichting en pompen van de riolering, dan zijn we met elkaar een echte grootverbruiker die nauwelijks meer belasting hoeft te betalen. Met de doelstelling van LochemEnergie, meer dan 60% van de aansluitingen zijn in 2020 lid, een makkelijk haalbaar verhaal.
Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Want gebruikers hebben een aansluitpunt, een uniek huisadres. Maar de essentie is toch helder! En het zou me niet verbazen als een aantal slimme fiscaal/juristen hier een antwoord op weten te vinden.
Wat je zeker kan concluderen is dat, naar de intentie van de belastingwetgeving, de coöperatieve vereniging die duurzame energie opwekt en collectief gebruikt minstens gelijk gesteld mag worden met grootgebruikers. Dus in het laagste belastingtarief zouden moeten vallen.
Verlies aan inkomsten voor het Rijk?
De landelijke overheid, het Rijk, is natuurlijk bezorgd over de inkomenseffecten. De energiebelasting is een belangrijke inkomstenbron voor het Rijk, en de financiele positie van ons land is niet makkelijk. Het is daarom wel begrijpelijk dat een wijziging met een mogelijk negatief effect voor Rijk’s inkomsten niet positief ontvangen wordt. Het antwoord hierop is tweeledig:
- Er zijn ook inkomsten. De investeringen, de versterkte lokale werkgelegenheid, de verbetering van besparingsinspanningen met meer energie-efficiency als gevolg, maar ook werkgelegenheid voor installateurs en in de bouw. Een impuls voor de economie, die levert het Rijk meer geld op dan de maatregel kost. Twijfels hierover? Laten we het doorrekenen, bv. in praktijkproeven binnen de experimenteerruimte!
- De kosten vallen mee omdat het feitelijk om nog een beperkt aantal initiatieven gaat. Het coöperatieve karakter, met eisen richting lokale verdienmodellen, is nog niet breed uitgewerkt. Het aantal serieuze businesscases is beperkt, de investeringsmogelijkheden voor de investeringen komen langzaam los. Heus… er komt geen vloedgolf. En als het Rijk het wil, dan kan ze beginnen met een plafond, om te voorkomen dat er een ‘open einde’ is. Dus een experimenteerruimte.
Als coöperatieve energieverenigingen kunnen bewijzen dat ze een economisch, sociaal en milieurendement van betekenis hebben, dan zullen ze de markt gaan bepalen. In Lochem streeft LochemEnergie naar een dekking van meer dan 60% in 2020. Het Rijk mag best richting aan deze ontwikkeling geven, bv. door een voorwaarde te stellen dat deze ontwikkeling moet leiden tot versterking van de economie en tot vergelijkbare inkomsten via andere belastingkanalen dan de regulerende energiebelasting. De eerste stap is het bieden van ruimte om hiermee te experimenteren.
Een stap naar de echte energiebelasting
Deze aanpassing op de belastingwetgeving voor energie is klein vergeleken bij de werkelijke aanpassing die nodig is: namelijk het verwerken van de milieueffecten van het energiegebruik in de prijs. Dat kan en wordt op Europees niveau ook besproken. Door de CO2 inhoud van het energiegebruik te vertalen in kosten. Hoe meer CO2, hoe meer je betaalt! Dat kan je dan ook nog combineren met de afstand van het transport van de energie. Want via al dat transport heb je kostbare en belastende infrastructuur nodig en ook nog stevige verliezen. Hoe dichter bij je energie wordt opgewekt, hoe lager de transporttarieven. Daarmee zou je definitief een eerlijk krachtenveld krijgen waarin wind, zon en biomassa kunnen concurreren met fossiel. De komende jaren zullen in het teken staan van een lobby voor deze, feitelijk onvermijdelijke, aanpassing van de energiebelasting. Een aanpassing die stevig tijd zal kosten, in een krachtenveld waar grote energieleveranciers veel te verliezen hebben. De beperkte aanpassing van de huidige wetgeving om cooperatieve opwek laag te belasten is daarmee een kleine stap in de goede richting.
Professioneel lobby traject
Er zijn al wat pogingen gedaan om de wetgeving aan te passen. Gedeeltelijk zijn ze ook gelukt, want voor Verenigingen van Eigenaren is er licht aan de horizon, hoewel de goedkeuring van de tweede kamer nog steeds niet vertaald is in concrete maatregelen. Om tot een wetswijziging te komen, desnoods met een relatief beperkte experimenteerruimte, is een echte bundeling van krachten en een goede analyse van vragen en eventuele weerstanden nodig.
Dit gebeurt nu. Initiatieven van diverse partijen worden gebundeld, onderzoeksvragen wordt verzameld en de sleutelpersonen in de politiek worden betrokken in een gezamenlijke zoektocht zodat een meerderheid in het parlement zeker wordt.
Afgelopen week kwamen de Grote 32 gemeenten, de Grote 4 gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en VNG bij elkaar voor afspraken over hun lobby traject. Daar werd besloten deze thematiek uit te werken voor een gemeenschappelijke inspanning. Organisaties als het Klimaatverbond en Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling pakken coördinatie op, sluiten die kort met netwerken van lokale initiatieven als e-decentraal. De klimaatambassadeurs, bestuurders die mede de Lokale Klimaatagenda opstellen, maken zich sterk voor het onderwerp. Een netwerk van duurzame bestuurders zorgt voor een achterban van een brede politieke afkomst, om zeker te zijn van de politieke breedte die nodig is om het voorstel door het parlement te laveren. Tenslotte wordt afstemming gezocht met de grote milieu-organisaties en hun lobbyisten om met elkaar een transparant traject in te zetten waardoor we met elkaar het resultaat bereiken dat nodig is.
Daarmee zetten we, gezamenlijk, in op een doorbraak voor collectieve opwek van duurzame energie.