donderdag, 14 april 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Halfjaar kabinet-Rutte: terug bij af?

In kabinet, peilingen, rutte, pooling the polls, bezig, campagne, cda, christenunie, cijfers, en meer.
In oktober 2010 tradt het meest rechtse kabinet in jaren aan: een regering met ministers van VVD en CDA, in het parlement mede gesteund door de PVV. In een aantal opzichten ging het dit kabinet voor de wind. De goedgemutste jonge premier Mark Rutte zorgde voor een verfrissend geluid vanaf de regeringszetels tijdens de belangrijke parlementaire debatten. Het kabinet kwam met maatregelen waarbij rechts Nederland onder leiding van VVD-kamerlid Aptroot de vingers aflikte: 130 op de snelweg (sommige dan), een (aangekondigde) hervorming van de politie en er mag weer gerookt worden in kleine cafés zonder personeel. Na het aftreden van het kabinet steeg dan ook de steun voor de drie coalitiepartijen in de peilingen, van iets meer dan 50% naar zo'n 53% (ongeveer 80 zetels). Maar na de affaire-Lucassen c.s., de missie in Kunduz en in de aanloop naar de Statenverkiezingen verloren deze drie partijen steeds meer terrein: nu scoren de partijen volgens de beste inschatting* minder goed dan bij de laatste verkiezingen.

De zwarte geeft de schatting van het stemmenpercentage voor VVD, PVV en CDA gezamenlijk op elke dag. Het grijze gebied geeft een 95% credibility interval (foutmarge). De gekleurde ronde bolletjes geven de uitslag van de verschillende peilingen aan: een rode P voor Peil.nl, een blauwe B voor Politieke Barometer en een groene N voor TNS NIPO.

VVD
De VVD doet het als enige coalitiepartij nog goed. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen voor Paars-Plus (niet echt een favoriet bij de VVD-kiezers), maar steeg daarna gestaag door naar een hoogtepunt van 23,5% (+- 36 zetels). Met name tijdens de campagne leek de VVD het lastig te hebben, maar de laatste weken wint de partij weer terrein.



PvdA
De grootste oppositiepartij PvdA staat nog steeds op verlies ten opzichte van de Kamerverkiezingen, maar lijkt het diepste dal te hebben gehad. Sinds december is de partij bezig met een herstel, wat stevig doorzette rondom de besluitvorming inzake Kunduz. Ook de verkiezingscampagne verliep redelijk gunstig voor de PvdA, hoewel er een korte afvlakking lijkt te zijn in de laatste 2 weken voorafgaande aan die verkiezingen.


PVV
Bij de afgelopen Kamerverkiezingen werd de steun voor de PVV stevig onderschat in de peilingen (met zo'n 3%). Daar lijkt nu niet zozeer sprake van te zijn (analyse niet getoond), maar het is lastig om dat precies vast te stellen. Wat wel duidelijk is dat Wilders de goede scores van zijn partij in de zomer niet heeft weten vast te houden. Sinds de affaire-Lucassen is er sprake van een stevige afname van de steun. Na een kortstondig herstel in de eerste maanden van dit jaar, lijkt Wilders' steun opnieuw af te nemen. Hij scoort volgens de schatting nu rondom de score van 9 juni 2010.

CDA 
De steun voor het CDA blijft kwakkelen. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen over de regering (zeker rondom het gedoe met de 'drie dissidenten'). Daarna was er sprake van een gedeeltelijk herstel, maar dit wil niet echt doorzetten. De afgelopen maanden is er een duidelijke golfbeweging te zien in de steun voor het CDA. Momenteel scoort de partij iets onder de 11% (+- 17 zetels).



Andere partijen

De SP lijkt garen te spinnen bij het kabinet. De partij bleef aanvankelijk hangen op het niveau van de laatste verkiezingen, maar staat daar de laatste maanden steeds ruim een procent boven. Ook D66 doet het goed en wint als de peilingen bewaarheid zouden worden nu ongeveer 1,5%punt ten opzichte van de vorige verkiezingen. GroenLinks deed het aanvankelijk goed, maar verloor duidelijk rondom de kwestie Kunduz. Er lijkt nu een licht herstel op te treden. De steun voor ChristenUnie en SGP is vrij stabiel (SGP is lastig te schatten met deze methode omdat Peil.NL en TNS-NIPO geen percentages, maar alleen zetels presenteren). De PvdD laat een golfbeweging zien rondom de huidige twee zetels.


*De genoemde cijfers zijn gebaseerd op een 'pooling the polls' model, waarbij peilingen van Peil.NL (Maurice de Hond), Synovate (Politieke Barometer) en TNS-NIPO worden gecombineerd tot een (dagelijkse) schatting van de politieke steun voor de politieke partijen. Meer uitleg staat op de site van Simon Jackman, voor wie niet bang wordt van termen als 'random walk model', 'prior' en 'Markov Chain Monte Carlo estimation'. Kortgezegd: als je de gegevens van drie peilingen combineert, weet je meer dan van een enkele peiling. Je kunt ook aangeven hoe 'zeker' de gepeilde percentages zijn (een 95% interval staat grijs geplot in de figuur).












maandag, 7 maart 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Christenen zijn een groeimarkt voor GroenLinks

De Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart hebben landelijk relatief weinig informatie opgeleverd: ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni vorig jaar is er niet erg veel veranderd. In mijn persoonlijke omgeving heb ik echter wél een verandering gezien, iets waar met name GroenLinks veel van zou kunnen leren.

Zoals veel mensen weten kom ik uit een christelijke omgeving. Ik ben student lid van de christelijke studentenvereniging Navigators in Leiden (NSL) en hiervoor zat ik op een school met uitsluitend christelijke leerlingen en -docenten. Dit geeft mij de mogelijkheden om veel christenen van verschillende achtergronden te kennen en te spreken. Al sinds jonge leeftijd ben ik politiek geïnteresseerd, waardoor ik veel weet over hoe christenen in de politieke wereld staan.

Ik kan het me nog herinneren als de dag van gisteren: de Gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar, toen ik voor het eerst mocht stemmen in Leiden. Ik stemde GroenLinks en ik raakte hierdoor verwikkelt met vele mensen uit mijn omgeving. Ik ga niemand veroordelen, maar de oneliners die ik naar mijn hoofd heb gekregen, schokten mij soms tot op het bot. Mensen twijfelden of ik wel écht christen was omdat ik op een seculiere partij stemde of vroegen waarom ik geen waarde hechtte aan ‘leven dat God had gegeven’ omdat ik op een partij stemde die zich hard maakt voor abortus. Deze uitspraken maakten veel indruk op mij en sterkte mij in de mening dat ik bij de christelijke partijen niks te zoeken had. Op 9 juni stemde ik opnieuw GroenLinks en in oktober besloot ik lid te worden van de partij. Een keuze waar ik nog steeds 100% achter sta, juist ook met de Bijbel in de hand.

Toen kwamen daar de Provinciale Statenverkiezingen op 2 maart. Als enthousiast vrijwilliger hing ik een poster op mijn raam, deelde ik flyers uit en knoopte ik ook binnen de vereniging gesprekken over waarop mensen zouden gaan stemmen. Natuurlijk kreeg ik van veel verstokte CDA’ers en CU’ers te horen dat zij er niet over peinsden om op GroenLinks te stemmen, maar toch merkte ik bij veel mensen interesse voor die ‘positieve partij’. De verrassing was voor mij groot toen ik van veel mensen hoorde dat ze uiteindelijk GroenLinks op hun stembiljet invulden. Want dit waren er niet een paar (zoals bij de vorige twee verkiezingen), maar dit waren er tientallen.

Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar ik bemerk een verandering in het denken. Het wordt langzaam niet meer vanzelfsprekend om voor het CDA of de ChristenUnie te kiezen, omdat je als je jezelf als christen serieus neemt, nu eenmaal ‘christelijk’ moet stemmen. Men ontdekt dat ook binnen een progressieve, seculiere partij traditioneel-christelijke waarden als naastenliefde en rentmeesterschap een rol spelen en dat bij de christelijke partijen deze partijen juist ondergesneeuwd (kunnen) raken doordat men vooral opkomt voor de rechten van haar achterban (bijvoorbeeld het recht op religieus onderwijs waar met name de ChristenUnie op blijft hameren).

Volgens mij raken veel christenen (met name jongeren) uitgekeken op het hokjesdenken. Zij zijn op zoek naar een positieve partij die niet opkomt voor haar eigen achterban maar oog heeft voor de zwakken in de samenleving en zorg draagt voor God’s schepping. Een partij met een open visie richting religie in plaats van een angstige (PVV) of een naar afgunst neigende (D66). Deze partij zou GroenLinks kunnen zijn. De christelijke wereld is voor de partij volgens mij een grote groeimarkt.

Wat moet er gebeuren om deze groep aan te spreken? Formeel gezien weinig, denk ik, maar informeel moet men christenen laten merken dat religie niet een ongewenst iets is. Dit is namelijk wel iets waar veel christenen bij GroenLinks tegenaan lopen; men voelt, net als bij D66, dat er op ze neergekeken wordt, een gevoel dat zeker niet altijd onterecht is. Hierin ligt een opdracht voor christelijk platform De Linker Wang, een organisatie dat binnen én buiten GroenLinks tamelijk onbekend is. Mensen (en dus ook christenen) willen niet ‘alleen’ staan. Een stem op GroenLinks kan in de christelijke wereld wel zo voelen. Meer profilering van De Linker Wang kan laten zien dat een christelijke GroenLinks’er helemaal niet alleen staat in zijn mening, en dat hij niet gek is.

Terwijl moslims gedemoniseerd worden door de PVV, christenen zich gedemoniseerd voelen door D66 (en soms ook door GroenLinks), droom ik van een land waarin iedereen hand in hand staat: of je nu atheïst, christen, moslim of wat dan ook bent. GroenLinks kan hierin een belangrijke rol spelen. Ik hoop dat de partij deze kans aangrijpt.


zaterdag, 8 januari 2011

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

GroenLinks heeft beste vooruitzichten op winst

In politiek, groenlinks, verkiezingen, pvda, pvv, achterban, cda, d66, papieren, en meer.

De trouwste kiezers zitten bij GroenLinks, blijkt uit onderzoek van TNS/NIPO:

“Kijken we naar de individuele partijen, dan heeft GroenLinks momenteel de beste papieren voor een goede uitslag in vergelijking met 9 juni 2010. Niet alleen is de achterban van GroenLinks goed op de hoogte van het plaatshebben van de verkiezingen en daarnaast bereidwillig om op te komen, maar deze partij herbergt ook het hoogste aandeel ‘trouwe’ kiezers: 75 procent zegt opnieuw GroenLinks te gaan stemmen. De achterban van de PvdA (57%), D66 (55%) en SP (52%) is veel minder zeker van hun zaak. De achterban van de VVD (66%), PVV (63%) en CDA (58%) nemen een tussenpositie in. “

 

maandag, 13 september 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Geslaagde Coup van Rechts?

In eigen artikelen 2000-2012, nieuws, politiek, achterban, actie, ad koppejan, bezuinigingen, cda, coalitie, en meer.

Ruim 3 maand na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni – we schrijven 11 september – hangt het eerste kabinet Rutte van VVD en CDA met gedoogsteun van Wilders' PVV nog steeds boven de markt. Of dit kabinet er werkelijk komt, en of het in dat geval lang stand zal houden daargelaten: de intenties van Rutte, Verhagen en Wilders zijn duidelijk. Zij zetten alles op alles om het meest rechtse kabinet ooit te verwezenlijken. Zelfs als dat betekent dat men gedoogsteun van de reactionaire christenbroeders van het SGP moet accepteren.

Vlak na het kortstondige stranden van de onderhandelingen op 3 september, waarbij de PVV van Wilders het vertrouwen in het CDA opzegde, liet Rutte zich ontglippen dat VVD, CDA en PVV op een onderhandelingsresultaat afstevenden waarbij "rechts Nederland de vingers zou aflikken". Dat zette de toon: in deze PVC-combinatie is Rutte naar eigen inschatting in staat een zeer groot deel van het VVD-verkiezingsprogramma te realiseren. Geen wonder dat Paars Plus, ondanks de goede persoonlijke verhoudingen, flagrant mislukte. Het CDA was al lang gepolst over een kabinet over rechts en verloren zoon Geert Wilders, die binnen zijn PVV geen enkel tegengeluid hoeft te duchten, was beschikbaar en werd in de armen gesloten.

links nagelbijten
Drie bijeen (c) De Pers Na de mislukking van Paars Plus, tot chagrijn van links maar tot grote opluchting van de VVD-achterban, wisten Rutte, Verhagen ("Ons past bescheidenheid") en Wilders elkaar verrassend snel te vinden. Informateur Lubbers werd door het trio vrijwel meteen op een zijspoor gemanoeuvreerd. Een rompkabinet VVD-CDA, met gedoogsteun van de PVV werd de inzet. Aansturen op zo'n  gedoogvariant was essentieel voor het CDA, dat de stap naar een normale coalitie met de PVV niet aandurfde, maar ook voor Wilders, die niet de mensen beschikbaar had voor ministerposten. Daarnaast hield Wilders zo de handen vrij om een eigen kritisch geluid te blijven verkondigen wanneer het kabinetsbeleid hem niet zou bevallen. Dat het CDA met deze vrijblijvende rol van Wilders kon leven is al zeer bevreemdend. Ronduit onbegrijpelijk lijkt het dat Rutte het risico wil lopen dat het eerste kabinet onder zijn leiding gegijzeld wordt door de notoir grillige PVV-voorman, zelfs voortijdig ten val komt.

Toen de gedoogvariant eenmaal was verkozen, restten nog twee onzekere factoren, die beide vooralsnog beheersbaar leken. Enerzijds bestond twijfel of Wilders voldoende kon worden ingekapseld zodat hij de – vooral voor zijn achterban van honderdduizenden Henken en Ingrids – pijnlijke bezuinigingen van 18 miljard euro zou willen steunen. Wilders bleek nog steeds een neoliberaal in hart en nieren, ondanks het opportunistische leentje-buur spelen in SP-programma tijdens de verkiezingscampagne. Deze horde lijkt met relatief gemak te zijn genomen.

Verder was het ongewis of grote verliezer CDA, nog natollend van een enorme electorale dreun, wel klaar was voor regeringsdeelname. Machtspoliticus pur sang Maxime Verhagen, die behoort tot de conservatieve rechtervleugel van zijn partij, maakte de inschatting dat hij de kamerleden en de achterban geleidelijk wel zou kunnen bewegen tot zo'n gedoogcoalitie. Aanvankelijk leek dit inderdaad goed te gaan. Maar in de tweede helft van augustus, toen de CDA-politici geleidelijk terugkeerden van vakantie, ontstond steeds meer verzet tegen een kabinet met de PVV.

CDA-zwaargewichten en oudgedienden als Bert de Vries, Willem Aantjes, Dries van Agt, Doekle Terpstra en Cees Veerman roerden zich met verve. Na 4 weken onderhandelen kwam ex-informateur Lubbers zelfs met een volstrekt ongebruikelijke verklaring. Hij was van mening veranderd en vond nu dat een minderheidskabinet eigenlijk toch niet de bedoeling was. Als klap op de vuurpijl kwam CDA-onderhandelaar en partij-ideoloog Ab Klink eind augustus met een brief waarin hij uitlegde hoe hij tot de conclusie was gekomen dat dit een kabinet was dat het CDA niet zou moeten willen.

kristallen bol

Nu Ab Klink deze week als onderhandelaar en CDA-kamerlid het veld heeft geruimd, proberen Rutte, Verhagen en Wilders de stekker die op 3 september door de PVV-voorman uit de formatiebesprekingen werd getrokken er in allerijl weer in te stoppen. Dat de onderhandelingen zullen worden hervat, na tussenkomst van informateur Tjeenk Willink, lijkt dus inmiddels vrijwel onontkoombaar.

Luchtfoto_G_Semendinger_NYCPAU Bij gebrek aan een glazen bol kan ik uiteraard niet voorspellen wat er de komende weken exact gaat gebeuren. Toch kan ik wel een poging wagen. Wanneer de volgende horde, de gehypete toespraak van Geert Wilders op Ground Zero op 11 september niet leidt tot hernieuwd tumult in CDA-gelederen, lijkt Verhagen in zijn snode plannen te kunnen slagen. Dan is het aan het CDA-congres, inclusief de overgebleven CDA-dissidenten Kathleen Ferrier en Ad Koppejan om wel of niet in te stemmen met het bereikte akkoord. Gezien de immense druk die het kamp Verhagen reeds heeft uitgeoefend op de critici en gemoedsbezwaarden binnen de partij, zal het neerkomen op een alles-of-niets offensief. Wordt het formatieakkoord weggestemd, dan is het meteen einde oefening voor Verhagen.

Rutte lijkt voorlopig in een zetel te zitten, aangezien het falen van deze coalitie automatisch op het conto van zwakkere broeders CDA of PVV zal worden geschreven. Ook voor elke andere coalitie (behalve de Roemer-variant) lijken de rechtsliberalen onmisbaar. Voor het CDA is het overduidelijk buigen of barsten. Maar ook Wilders heeft laten zien door zijn voorbarige opblazen van de coalitieonderhandelingen op 3 september dat hij geen stalen zenuwen heeft. Hij laadt door zijn actie bovendien nog steeds de verdenking op zich liever in de oppositie te blijven dan zich te verbinden aan een kabinet dat veel impopulaire maatregelen zal nemen. Wanneer de zwarte piet voor het mislukken bij het CDA kan worden neergelegd, zal Wilders vanuit de oppositie proberen zijn rechtse concurrenten verder leeg te eten. Rutte blijft dan goeddeels buiten schot.

Frustrerend voor links en progressief Nederland is dat het initiatief nog steeds bij rechts ligt. Deze partijen zitten veel meer op een lijn dan hun opponenten ter linkerzijde. Links is sinds 9 juni ver in het defensief gedrongen en hopeloos verdeeld. Alleen een principieel en standvastig CDA-congres (het lijkt een contradictio in termines) kan Paars Plus of een middenkabinet weer in beeld brengen. Een weinig florissante constatering, die de linkse oppositiepartijen dwingt tot een fundamentele herbezinning.

xc2xa9 11-9-10 Geschreven voor het ledenblad van GroenLinks Groningen Stad, de Groene Klinker.

zaterdag, 29 mei 2010

Anette Koch

Anette Koch

Twitter

De gevolgen van neoliberalisme

In ambtenaren, bedrijf, belastingen, beleid, bezig, crisis, dieren, dragen, durven, en meer.

Wat tien of twintig jaar geleden in publieke handen was, is dat vaak inmiddels niet meer. De daardoor verwachte grote reductie van de staatsschuld heeft niet plaats gevonden, de kwaliteit van de dienstverlening is eerder achteruitgegaan – neem b.v. de ziekenhuizen, de thuiszorg, de Nederlandse Spoorwegen.  De gegroeide private sector bezuinigt, meestal door omlaagbrengen van kosten van werk, d.w.z. door werknemers te ontslaan. Een massa van werklozen en van ontevreden klanten van voormalige overheidsdiensten houdt de bestuurlijke elite verantwoordelijk voor hun ontevredenheid.  Gauw wordt geroepen dat het ook met minder ambtenaren kan – terwijl niet uitgelegd wordt welke taken dan wel overbodig zijn en ambtenaren ook maar uitvoerende taken hebben.

Wie werkloos wordt, initiatief en `n beetje spaartegoed heeft, begint aan een eigen bedrijf. Niets mis mee, op zich, integendeel: als ze maar de duurzaamheid in de economie en de werkgelegenheid van dienst zouden zijn.

Maar: een aanzienlijk deel van deze kleine zelfstandigen wordt later ingehuurd door overheden en grotere bedrijven en houdt zich op directe of indirecte manier bezig met "meer efficiëntie" in de  bedrijfsvoering van hun opdrachtgevers hetgeen helaas meestal betekent: met het ontslaan van werknemers – waardoor de massa van werklozen verder toeneemt, enz., enz., het is een zichzelf versterkende groei. Bovendien ziet de massa van deze kleine zelfstandigen hun heil inverdere liberalisering,  waardoor zij vaker door het management vangrotere bedrijven en overheden ingehuurd zullen worden, om deefficiëntie en het functioneren van ongeliefde afdelingen te beoordelen- hetgeen de liberalisering verder aanjaagt.

De adviseurs, de coaches, de marketingspecialisten, de spindoctors, ze worden inmiddels overal ingehuurd, bij bedrijven, ministeries, politieke partijen en vakbonden, ze oefenen dus ook overal hun invloed uit, ook op het beleid van hun opdrachtgevers.  Sociaaldemocratische partijen en vakbonden zijn vaak onder hun invloed naar rechts opgeschoven en durven steeds minder voor hun eigen idealen op te komen. Rechts is chique, ook onder hun eigen adviseurs, die in eigen belang voor lage (bedrijfs-)belastingen en meer privatisering pleiten.

Alleen: die lage belastingen brengen de kwaliteit in de publieke sector niet omhoog en de staatsschuld niet omlaag. Het laatste is uberhaupt alleen op lange termijn te bereiken – en ook dat alleen maar, indien meer belasting wordt betaald en daadwerkelijk getracht wordt belastingontduiking tegen te gaan (b.v. belasting aan de bron, overal in de EU of minst in een aantal EU kernlanden).

De kosten van werkloosheid komen niet voor de rekening van degenen die door hun "efficiëntie" meer winst maken, maar voor die van de overheid – en dus van alle inwoners.

Wie werkloos is, maar ook wie als kleine zelfstandige afhankelijk is van veel grotere opdrachtgevers en weinig opdrachten binnenhaalt, heeft vaak weinig inkomen en is kwetsbaar.

De grenzen tussen links en rechts zijn daardoor minder duidelijk, niet meer het inkomen alleen bepaalt de belangen van mensen, hun kennis, hun opleiding, hun flexibiliteit, hun persoonlijke ethiek spelen meer dan ooit een rol in hun politieke keuzes.

Wie kwetsbaar is, wie door de crisis getroffen is, valt ook gemakkelijker ten prooi aan politici en partijen die als antwoord op de ontevredenheid en de economische crisis zondenbokken verzinnen en deze als de schuldigen aanwijzen. Dat is de gemakkelijke weg, immers ontlasten ze zo zichzelf van hun medeplichtigheid en leggen ze de schuld bij anderen die zich minder goed kunnen verweren en die minder toegang hebben tot de media.

Op deze manier hebben extreemrechtse partijen baat bij (neo-)liberale politiek: zij vissen in hun kielzog, inzonderheid in tijden van crisis.

Wie daarom in deze tijden op de rechtse partijen en hun neoliberale koers stemt, helpt indirect ook weer Wilders en dgl., alleen nog niet in de aanstaande verkiezingen.

Veiligheid, fatsoenlijke medische zorg en bejaardenzorg, goedeopleidingen, degelijke openbare voorzieningen zoals openbaar vervoer,een gezonde en duurzaame leefomgeving waar voldoende ruimte is voorkinderen en voor dieren en hun rechten: het is allemaal niet voor denultarief verkrijgbaar. Kiezers en politici zouden zich dat eens goed moetenrealiseren. Verzinsels over zondenbokken dragen niets bij aan daadwerkelijke oplossingen van de crisis en aan een duurzame en rechtvaardige toekomst.

Daarom, kiezers, stem op 9 juni voor een linkse meerderheid en daarom, linkse politici, ga na 9 juni niet mee in de maalstroom van de neoliberale economie.

Anette Koch

Anette Koch

Twitter

De gevolgen van neoliberalisme

In belasting, belastingen, beleid, crisis, durven, duurzaamheid, economie, elite, ethiek, en meer.

Wat tien of twintig jaar geleden in publieke handen was, is dat vaak inmiddels niet meer. De daardoor verwachte grote reductie van de staatsschuld heeft niet plaats gevonden, de kwaliteit van de dienstverlening is eerder achteruitgegaan – neem b.v. de ziekenhuizen, de thuiszorg, de Nederlandse Spoorwegen.  De gegroeide private sector bezuinigt, meestal door omlaagbrengen van kosten van werk, d.w.z. door werknemers te ontslaan. Een massa van werklozen en van ontevreden klanten van voormalige overheidsdiensten houdt de bestuurlijke elite verantwoordelijk voor hun ontevredenheid.  Gauw wordt geroepen dat het ook met minder ambtenaren kan – terwijl niet uitgelegd wordt welke taken dan wel overbodig zijn en ambtenaren ook maar uitvoerende taken hebben.

Wie werkloos wordt, initiatief en `n beetje spaartegoed heeft, begint aan een eigen bedrijf. Niets mis mee, op zich, integendeel: als ze maar de duurzaamheid in de economie en de werkgelegenheid van dienst zouden zijn.

Maar: een aanzienlijk deel van deze kleine zelfstandigen wordt later ingehuurd door overheden en grotere bedrijven en houdt zich op directe of indirecte manier bezig met "meer efficixc3xabntie" in de  bedrijfsvoering van hun opdrachtgevers hetgeen helaas meestal betekent: met het ontslaan van werknemers – waardoor de massa van werklozen verder toeneemt, enz., enz., het is een zichzelf versterkende groei. Bovendien ziet de massa van deze kleine zelfstandigen hun heil inverdere liberalisering,  waardoor zij vaker door het management vangrotere bedrijven en overheden ingehuurd zullen worden, om deefficixc3xabntie en het functioneren van ongeliefde afdelingen te beoordelen- hetgeen de liberalisering verder aanjaagt.

De adviseurs, de coaches, de marketingspecialisten, de spindoctors, ze worden inmiddels overal ingehuurd, bij bedrijven, ministeries, politieke partijen en vakbonden, ze oefenen dus ook overal hun invloed uit, ook op het beleid van hun opdrachtgevers.  Sociaaldemocratische partijen en vakbonden zijn vaak onder hun invloed naar rechts opgeschoven en durven steeds minder voor hun eigen idealen op te komen. Rechts is chique, ook onder hun eigen adviseurs, die in eigen belang voor lage (bedrijfs-)belastingen en meer privatisering pleiten.

Alleen: die lage belastingen brengen de kwaliteit in de publieke sector niet omhoog en de staatsschuld niet omlaag. Het laatste is uberhaupt alleen op lange termijn te bereiken – en ook dat alleen maar, indien meer belasting wordt betaald en daadwerkelijk getracht wordt belastingontduiking tegen te gaan (b.v. belasting aan de bron, overal in de EU of minst in een aantal EU kernlanden).

De kosten van werkloosheid komen niet voor de rekening van degenen die door hun "efficixc3xabntie" meer winst maken, maar voor die van de overheid – en dus van alle inwoners.

Wie werkloos is, maar ook wie als kleine zelfstandige afhankelijk is van veel grotere opdrachtgevers en weinig opdrachten binnenhaalt, heeft vaak weinig inkomen en is kwetsbaar.

De grenzen tussen links en rechts zijn daardoor minder duidelijk, niet meer het inkomen alleen bepaalt de belangen van mensen, hun kennis, hun opleiding, hun flexibiliteit, hun persoonlijke ethiek spelen meer dan ooit een rol in hun politieke keuzes.

Wie kwetsbaar is, wie door de crisis getroffen is, valt ook gemakkelijker ten prooi aan politici en partijen die als antwoord op de ontevredenheid en de economische crisis zondenbokken verzinnen en deze als de schuldigen aanwijzen. Dat is de gemakkelijke weg, immers ontlasten ze zo zichzelf van hun medeplichtigheid en leggen ze de schuld bij anderen die zich minder goed kunnen verweren en die minder toegang hebben tot de media.

Op deze manier hebben extreemrechtse partijen baat bij (neo-)liberale politiek: zij vissen in hun kielzog, inzonderheid in tijden van crisis.

Wie daarom in deze tijden op de rechtse partijen en hun neoliberale koers stemt, helpt indirect ook weer Wilders en dgl., alleen nog niet in de aanstaande verkiezingen.

Veiligheid, fatsoenlijke medische zorg en bejaardenzorg, goedeopleidingen, degelijke openbare voorzieningen zoals openbaar vervoer,een gezonde en duurzaame leefomgeving waar voldoende ruimte is voorkinderen en voor dieren en hun rechten: het is allemaal niet voor denultarief verkrijgbaar. Kiezers en politici zouden zich dat eens goed moetenrealiseren. Verzinsels over zondenbokken dragen niets bij aan daadwerkelijke oplossingen van de crisis en aan een duurzame en rechtvaardige toekomst.

Daarom, kiezers, stem op 9 juni voor een linkse meerderheid en daarom, linkse politici, ga na 9 juni niet mee in de maalstroom van de neoliberale economie.

Niels van den Berge

Niels van den Berge

Hyves Twitter

De laatste dag

In politiek, tractortoer, activiteiten, dierenwelzijn, eerlijke, familie, groenlinks, historie, hoop, en meer.

Vandaag was alweer de laatste dag van mijn tractortoer. Helaas, want ik heb er met volle teugen van genoten. Ik ben de boeren die ik heb bezocht erg dankbaar voor hun gastvrijheid. Ik heb veel ideeën opgedaan. Ik hoop op 9 juni gekozen te worden, zodat ik me als GroenLinks Tweede Kamerlid voor de toekomst van boeren in kan gaan zetten.

Ik sloot mijn toer vandaag in het bijzijn van familie, kennissen en lokale pers af op de Markt in Tholen. Voor het zover was ben ik vanochtend eerst nog naar boerderij Ter Linde in Oostkapelle gegaan. Ter Linde maakt deel uit van Loverendale. Al sinds 1926 wordt er biologische landbouw bedreven op de boerderijen van Loverendale. Een landbouwbedrijf met een zeer rijke historie dus. Een mooie boerderij om mijn toer mee af te sluiten.

De afgelopen dagen heb ik veel boeren van de toekomst gezien. Boeren die nu al op hun eigen manier werk maken van de landbouw van de toekomst. Zij verdienen alle steun van de politiek. Nu krijgen ze die vaak nog niet. Sterker nog, ze worden in veel gevallen zelfs tegengewerkt. Dat gebeurt natuurlijk niet bewust, maar is het gevolg van slecht landbouwbeleid.

Het is zaak om de landbouw de komende jaren te vergroenen. Alleen dan hebben boeren toekomst in Nederland. Dat vraagt om een aantal belangrijke veranderingen. Hieronder de belangrijkste op een rijtje.

-Boeren moeten een eerlijke prijs voor hun producten krijgen. Nu is dat vaak niet het geval.

-Boeren moeten betaald worden voor natuur- en landschapsbeheer en voor hun prestaties op het gebied van milieu en dierenwelzijn.

-Boeren die landbouw combineren met zorgtaken, duurzame energieproductie of andere economische activiteiten, moeten daarin gesteund worden.

-Er moet extra geld vrij gemaakt worden voor omschakelsubsidies. Boeren die van gangbare landbouw naar duurzamere vormen van landbouw over willen schakelen, dienen daarin gesteund te worden door de politiek.

-De consumptie van biologisch voedsel dient gestimuleerd te worden. Te beginnen met een vrijstelling van de BTW op biologisch voedsel.

Ik wil via deze weg graag iedereen bedanken die me heeft geholpen bij het organiseren van deze toer. Bedankt ook voor alle leuke reacties. Het was erg gaaf om te zien hoe velen van jullie mijn tractortoer via internet hebben gevolgd. Er komt nog een vervolg. Op 4 juni ga ik nog een dag in Drenthe op bezoek bij boeren van de toekomst. Ook dat zal ik weer per tractor doen. Ik houd jullie op de hoogte.

maandag, 24 mei 2010

Anette Koch

Anette Koch

Twitter

Pleidooi voor behoud van de studiebeurs en ervaringsverslag uit een buurland met (a-)sociaal leenstelsel

In aanvragen, algemeen, arbeidsmarkt, beloftes, betalen, bezig, crisis, diensten, duitsland, en meer.

Misschien had het ook elders kunnen gebeuren, maar het gebeurde in Duitsland, in de jaren tachtig van de laatste eeuw. De BAFOEG beurs van de studenten die samen met mij waren begonnen werd na ongeveer twee jaar vervangen door een leenstelsel. Gelukkig waren ze daarmee niet, het zadelde ze op met een torenhoge studieschuld die ze decennia lang zouden moeten terugbetalen.
Meestal probeerden ze nog een prestatiebeurs te bemachtigen, maar de kans daarop was juist in
deze situatie in die de stichtingen met aanvragen overspoeld werden miniem.

Inderdaad, ook de studente die centraal staat in dit verslag redde zich nog net, zij het met onnodige stress en wat onverkwikkelijke herinneringen. Immers was ze niet stom en hield ze, vordat ze 25 werd, haar diploma met "zeer goed" in alle examensvakken in handen. Ze was er blij mee, hard gewerkt had ze ook, nu nog succesvol promotieonderzoek doen en hopelijk daarna door kunnen gaan in het onderzoek, ze had de smaak te pakken, ze wilde meer, `n promotieproject dat haar echt boeide. Doch het vinden daarvan bleek ondanks haar zeer goede cijfers moeilijker dan ze verwacht had.

Internet was nog niet algemeen beschikbaar en hoogleraren hadden nog veelal vooroordelen t.o.v. vrouwen, belangrijke projecten gaven ze liever aan haar mannelijke collega's. Jong en ambitieus als ze was, gaf ze uiteraard niet op. Ze reisde voor sollicitatiegesprekken naar een aantal universiteiten toe, maar na twee maanden had ze nog steeds geen projekt gevonden dat haar echt overtuigde.
Inmiddels ontving ze natuurlijk geen studiefinanciering meer, maar ze had `n beetje van haar schaarse inkomsten teruggehouden en gespaard, om minst een korte periode aan de keuze van haar verdere loopbaan te kunnen besteden.
Na twee maanden zag ze dat haar spaartegoed door al die reizen en haar overige sollicitatieactiviteiten bijna op was. Langzamerhand werd ze zenuwachig, ook haar ouders begonnen aan te dringen op een beslissing, ze hadden immers al haar vakantiereis na haar diploma betaald.

Géén van de promotieprojecten die haar waren aangeboden overtuigde haar helemaal, dat was
uiteraard ook de reden geweest voor haar aarzelen, maar gezien haar krimpende middelen moest ze nu toch eens een besluit nemen. Ze dacht ook een redelijk mooi project te hebben gevonden, bovendien nog in een grote stad waar ze altijd had willen wonen. Ze probeerde het allemaal positief te zien: Haar promotor had veel belangstelling voor haar getoond en haar zelfs thuis gebeld. Dat hij zich in haar sollicitatiegesprek haar cijfers niet had kunnen herinneren en daarvoor ook niet nog eens interesse had getoond lag waarschijnlijk gewoon aan zijn vele verplichtingen. Bovendien: zijn collega's hadden hem allemaal aanbevolen, hij was duidelijk de meest gerenommeerde van haar mogelijke promotors.
Slechts een van zijn promovendi was iets minder positief geweest ("men kan het met hem vinden",
of zoiets, had `ie gezegd), maar misschien was die man gewoon nooit echt enthousiast in zijn woordkeuze(?) Ze had slechts een half uurtje lang met hem gesproken, kende hem nauwelijks.
Op haar vraag of zijn promotor misschien soms moeilijk deed was die collega niet ingegaan, maar had precies zijn zin herhaald, dus meer zou `ie erover niet loslaten.

In de eerste maand genoot ze daadwerkelijk van haar nieuwe projekt, de nieuwe werkomgeving, haar eerste salaris als promovenda en haar nieuwe een-kamer appartement. Maar al gauw verrezen problemen. Haar metingen toonden aan dat het experiment nog lang niet werkte en dat het bijna volledig opnieuw en anders moest opgebouwd worden. Aan de eigenlijke metingen die ze had zullen verrichten, dus aan het doel van haar promotieproject, zou ze pas veel later kunnen beginnen. De plannen van haar promotor en de co-projectleider bleken allemaal gebaseerd op smoezen en lege beloftes. Het was ineens een heel ander projekt geworden, veel technischer dan ze had verwacht. Het zou daardoor ook langer duren, terwijl ze eigenlijk gehoopt had binnen ongeveer twee jaar klaar te zijn, als ze hard werkte. Ondanks haar anvankelijke teleurstelling na deze ontdekking bleef ze vastberaden met haar project doorgaan en zag ze nog steeds goede kansen om het succesvol af te ronden. Door haar technische ervaring zou ze zelfs later betere kansen op de arbeidsmarkt hebben en zelfstandiger kunnen werken.

Maar na minder dan een vier maanden deed zich een dreiging van geheel andere orde voor: haar promotor begon haar lastig te vallen. Het begon redelijk onschuldig, maar gauw werd die man brutaler. Bijna dagelijks gebeurden er incidenten. Ze raakte daardoor langzamerhand haar concentratievermogen kwijt, ze kon niet meer slapen, niet meer eten, steeds weer hield de vraag haar bezig hoe ze dit moest stoppen, hoe ze zich aan hem kon onttrekken zonder al haar kansen in haar beroep te vernielen, ze was letterlijk in een soort nachtmerrie beland. Desondanks werkte ze door, alleen kostte haar alles meer tijd dan in het begin. Na twee ernstigere incidenten van aanranding zag ze geen andere mogelijkheid dan hem een aangetekende brief te schrijven waarin ze erop stond dat hij zijn gedrag onmiddelijk zou veranderen.
Inderdaad raakte hij haar daarna niet meer aan en bood hij aan de telefoon zijn excuses aan. Maar
hij kwam ook later weer vaak erg dicht naast haar staan en maakte rare grappen en seksuëel getinte opmerkingen waardoor ze zich in zijn omgeving altijd onprettig en angstig bleef voelen.

Lang durfde ze er met niemand over te praten. Haar vrees bleek niet helemaal ongegrond, want, nadat ze, na die twee zwaardere incidenten, de co-projectleider had ingelicht om niet meer alleen in het lab te hoeven werken en daardoor herhaling te voorkomen, verklapte deze het later allemaal aan haar promotor (zijn superieur) Met behulp van deze getuige en een advocaat lukte het haar promotor om een voorlopige voorziening van het bevoegde gerechtshof tegen haar te bereiken en haar op deze manier het zwijgen op te leggen.

Meer dan twee jaar na het begin van haar promotieonderzoek zag ze daarna geen kans meer haar
promotieproject bij deze promotor nog met succes af te ronden, hoewel het inmiddels ver gevorderd was. Een later in dienst genomen tweede promovendus aan dit project rondde zijn proefschrift voor een deel met haar resultaten af. Aan hetzelfde instituut door te gaan was geen optie geweest, want iedereen danste hier naar de pijpen van haar promotor.

Er zat niets anders op dan opnieuw te beginnen. Op een ander vakgebied herhaalde zij binnen drieënhalf jaar haar promotieonderzoek. De voorlopige voorziening tegen haar bleef ondanks haar beroepsprocedure van kracht. 

In het laatste jaar van haar promotieonderzoek werd onze promovendaondanks haar lage salaris en haar niet afgesloten promotieproject doorhet "Bundesverwaltungsamt" gesommeerd, de eerste termijnen van haarstudielening terug te betalen. Met haar inkomen en haar situatie werdop geen enkele manier rekening gehouden.

Een uitzonderlijke situatie? Helaas niet echt, want ook zo'n 15% van de vrouwen in Nederland krijgen in hun leven te maken met seksueel geweld op het werk of op school (volgens http://www.seksueelgeweld.info/feiten_en_cijfers/omvang_seksueel_geweld). Bovendien kunnen ook een aantal andere al dan niet uitzonderlijke, persoonlijke en niet volledig bewijsbare omstandigheden
tot vertraging van iemands studie leiden.

De kansen voor studenten van minder bedeelde huize blijven door een leenstelsel zoals de VVD het voorstelt ver achter. Een leenstelsel bovendien dat onafhankelijk van het ouderlijk inkomen is – hebben studenten van welvarende huize die door hun ouders toch al gesteund worden in hun opleiding nou echt nog een lening nodig? Past het bij deze tijd van economische crisis om op korte termijn meer geld aan studiefinanciering te besteden dan om sociale redenen noodzakelijk is? In de eerste plaats zijn de ouders verantwoordelijk voor de opleiding van hun kinderen. Slechts als zij deze niet kunnen of, in uitzonderlijke gevallen, niet willen steunen, dient de overheid bij te springen. Ouders met voldoende inkomen die desondanks niet willen meebetalen aan de opleiding van hun kinderen dienen door de overheid ter verantwoording worden geroepen en desnoods door de rechter tot betaling worden verplicht.

Een leenstelsel is niet rechtvaardig, het benadeelt studenten uit gezinnen met lagere inkomens onevenredig, vooral in het geval dat hun studie buiten hun schuld een duidelijke vertraging oploopt of niet afgesloten kan worden. Juist in situaties in die iemand tijdens zijn opleiding kwetsbaar is kan een leenstelsel ertoe leiden dat hij of zij daadwerkelijk financiëel in de knel komt te zitten en de draad niet
meer kan oppakken. Een leenstelsel verhoogt de risico's van een hogere opleiding en versterkt de
afhankelijkheid van de student van zijn (hoog-)leraren. Deze ontwikkeling druist in tegen emancipatie van het individu ongeacht afkomst en andere willekeurige kenmerken, tegen verheffing en tegen het ideaal van kansengelijkheid – allemaal belangrijke linkse idealen.

Solidariteit behoort ook bij deze. Wie zegt dat het onrechtvaardig is dat de loodgieter meebetaalt aan de opleiding van de advocaat, heeft het mis. Doordat het beurzenstelsel door belastinggeld gefinancierd en het belastingstelsel inkomensafhankelijk is, draagt iemand met een lager inkomen al minder bij aan de studiebeurzen dan iemand met een hoger inkomen – precies zoals het hoort.

Bovendien kan de loodgieter net zo goed eens een advocaat nodig hebben als de advocaat een loodgieter en moet de zoon of dochter van de loodgieter later advocaat kunnen worden, mits zij of hij daarvoor aanleg en belangstelling heeft. (Overigens moet uiteraard ook de zoon of dochter van de advocaat loodgieter kunnen worden, als daar hun aanleg en belangstelling ligt – het is een eerbaar beroep.)
In een maatschappij zijn we afhankelijk van elkaar, de arts of leraar heeft de bakker of groenteboer nodig, net als andersom. Iedereen vervuld taken, biedt diensten of producten aan of verzamelt kennis
van die mensen met andere beroepen en taken gebruik maken. Dit wederzijdse geven en nemen noemen we meestal economie. Maar laten we ons die wederzijdse afhankelijkheid die daarbij behoort eens weer goed realiseren, want dit besef draagt bij aan samenhorigheid en interne solidariteit van onze maatschappij – en daarvan kunnen we best nog wat meer ontwikkelen, in plaats van het kille neoliberale egoisme dat slechts meer sociale en economische problemen oplevert.

Waarom doen de linkse partijen op uitzonderingen na dan toch mee aan de afschaffing van de studiebeurs? Inbreuk op de studiebeurs is immers een inbreuk op hun eigen idealen, zoals boven aangetoond. Ik verwacht dat het de geloofwaardigheid van de linkse partijen en hun resultaat op 9 juni ten goede zal komen, als zij naar de protesten luisteren en de studiebeurs overeind houden.

@copyright Anette Koch, 2010

Anette Koch

Anette Koch

Twitter

Pleidooi voor behoud van de studiebeurs en ervaringsverslag uit een buurland met (a-)sociaal leenstelsel

In aanvragen, algemeen, arbeidsmarkt, beloftes, cijfers, crisis, duitsland, economie, eerste, en meer.

Misschien had het ook elders kunnen gebeuren, maar het gebeurde in Duitsland, in de jaren tachtig van de laatste eeuw. De BAFOEG beurs van de studenten die samen met mij waren begonnen werd na ongeveer twee jaar vervangen door een leenstelsel. Gelukkig waren ze daarmee niet, het zadelde ze op met een torenhoge studieschuld die ze decennia lang zouden moeten terugbetalen.
Meestal probeerden ze nog een prestatiebeurs te bemachtigen, maar de kans daarop was juist in
deze situatie in die de stichtingen met aanvragen overspoeld werden miniem.

Inderdaad, ook de studente die centraal staat in dit verslag redde zich nog net, zij het met onnodige stress en wat onverkwikkelijke herinneringen. Immers was ze niet stom en hield ze, vordat ze 25 werd, haar diploma met "zeer goed" in alle examensvakken in handen. Ze was er blij mee, hard gewerkt had ze ook, nu nog succesvol promotieonderzoek doen en hopelijk daarna door kunnen gaan in het onderzoek, ze had de smaak te pakken, ze wilde meer, `n promotieproject dat haar echt boeide. Doch het vinden daarvan bleek ondanks haar zeer goede cijfers moeilijker dan ze verwacht had.

Internet was nog niet algemeen beschikbaar en hoogleraren hadden nog veelal vooroordelen t.o.v. vrouwen, belangrijke projecten gaven ze liever aan haar mannelijke collega's. Jong en ambitieus als ze was, gaf ze uiteraard niet op. Ze reisde voor sollicitatiegesprekken naar een aantal universiteiten toe, maar na twee maanden had ze nog steeds geen projekt gevonden dat haar echt overtuigde.
Inmiddels ontving ze natuurlijk geen studiefinanciering meer, maar ze had `n beetje van haar schaarse inkomsten teruggehouden en gespaard, om minst een korte periode aan de keuze van haar verdere loopbaan te kunnen besteden.
Na twee maanden zag ze dat haar spaartegoed door al die reizen en haar overige sollicitatieactiviteiten bijna op was. Langzamerhand werd ze zenuwachig, ook haar ouders begonnen aan te dringen op een beslissing, ze hadden immers al haar vakantiereis na haar diploma betaald.

Gxc3xa9xc3xa9n van de promotieprojecten die haar waren aangeboden overtuigde haar helemaal, dat was
uiteraard ook de reden geweest voor haar aarzelen, maar gezien haar krimpende middelen moest ze nu toch eens een besluit nemen. Ze dacht ook een redelijk mooi project te hebben gevonden, bovendien nog in een grote stad waar ze altijd had willen wonen. Ze probeerde het allemaal positief te zien: Haar promotor had veel belangstelling voor haar getoond en haar zelfs thuis gebeld. Dat hij zich in haar sollicitatiegesprek haar cijfers niet had kunnen herinneren en daarvoor ook niet nog eens interesse had getoond lag waarschijnlijk gewoon aan zijn vele verplichtingen. Bovendien: zijn collega's hadden hem allemaal aanbevolen, hij was duidelijk de meest gerenommeerde van haar mogelijke promotors.
Slechts een van zijn promovendi was iets minder positief geweest ("men kan het met hem vinden",
of zoiets, had `ie gezegd), maar misschien was die man gewoon nooit echt enthousiast in zijn woordkeuze(?) Ze had slechts een half uurtje lang met hem gesproken, kende hem nauwelijks.
Op haar vraag of zijn promotor misschien soms moeilijk deed was die collega niet ingegaan, maar had precies zijn zin herhaald, dus meer zou `ie erover niet loslaten.

In de eerste maand genoot ze daadwerkelijk van haar nieuwe projekt, de nieuwe werkomgeving, haar eerste salaris als promovenda en haar nieuwe een-kamer appartement. Maar al gauw verrezen problemen. Haar metingen toonden aan dat het experiment nog lang niet werkte en dat het bijna volledig opnieuw en anders moest opgebouwd worden. Aan de eigenlijke metingen die ze had zullen verrichten, dus aan het doel van haar promotieproject, zou ze pas veel later kunnen beginnen. De plannen van haar promotor en de co-projectleider bleken allemaal gebaseerd op smoezen en lege beloftes. Het was ineens een heel ander projekt geworden, veel technischer dan ze had verwacht. Het zou daardoor ook langer duren, terwijl ze eigenlijk gehoopt had binnen ongeveer twee jaar klaar te zijn, als ze hard werkte. Ondanks haar anvankelijke teleurstelling na deze ontdekking bleef ze vastberaden met haar project doorgaan en zag ze nog steeds goede kansen om het succesvol af te ronden. Door haar technische ervaring zou ze zelfs later betere kansen op de arbeidsmarkt hebben en zelfstandiger kunnen werken.

Maar na minder dan een vier maanden deed zich een dreiging van geheel andere orde voor: haar promotor begon haar lastig te vallen. Het begon redelijk onschuldig, maar gauw werd die man brutaler. Bijna dagelijks gebeurden er incidenten. Ze raakte daardoor langzamerhand haar concentratievermogen kwijt, ze kon niet meer slapen, niet meer eten, steeds weer hield de vraag haar bezig hoe ze dit moest stoppen, hoe ze zich aan hem kon onttrekken zonder al haar kansen in haar beroep te vernielen, ze was letterlijk in een soort nachtmerrie beland. Desondanks werkte ze door, alleen kostte haar alles meer tijd dan in het begin. Na twee ernstigere incidenten van aanranding zag ze geen andere mogelijkheid dan hem een aangetekende brief te schrijven waarin ze erop stond dat hij zijn gedrag onmiddelijk zou veranderen.
Inderdaad raakte hij haar daarna niet meer aan en bood hij aan de telefoon zijn excuses aan. Maar
hij kwam ook later weer vaak erg dicht naast haar staan en maakte rare grappen en seksuxc3xabel getinte opmerkingen waardoor ze zich in zijn omgeving altijd onprettig en angstig bleef voelen.

Lang durfde ze er met niemand over te praten. Haar vrees bleek niet helemaal ongegrond, want, nadat ze, na die twee zwaardere incidenten, de co-projectleider had ingelicht om niet meer alleen in het lab te hoeven werken en daardoor herhaling te voorkomen, verklapte deze het later allemaal aan haar promotor (zijn superieur) Met behulp van deze getuige en een advocaat lukte het haar promotor om een voorlopige voorziening van het bevoegde gerechtshof tegen haar te bereiken en haar op deze manier het zwijgen op te leggen.

Meer dan twee jaar na het begin van haar promotieonderzoek zag ze daarna geen kans meer haar
promotieproject bij deze promotor nog met succes af te ronden, hoewel het inmiddels ver gevorderd was. Een later in dienst genomen tweede promovendus aan dit project rondde zijn proefschrift voor een deel met haar resultaten af. Aan hetzelfde instituut door te gaan was geen optie geweest, want iedereen danste hier naar de pijpen van haar promotor.

Er zat niets anders op dan opnieuw te beginnen. Op een ander vakgebied herhaalde zij binnen driexc3xabnhalf jaar haar promotieonderzoek. De voorlopige voorziening tegen haar bleef ondanks haar beroepsprocedure van kracht. 

In het laatste jaar van haar promotieonderzoek werd onze promovendaondanks haar lage salaris en haar niet afgesloten promotieproject doorhet "Bundesverwaltungsamt" gesommeerd, de eerste termijnen van haarstudielening terug te betalen. Met haar inkomen en haar situatie werdop geen enkele manier rekening gehouden.

Een uitzonderlijke situatie? Helaas niet echt, want ook zo'n 15% van de vrouwen in Nederland krijgen in hun leven te maken met seksueel geweld op het werk of op school (volgens http://www.seksueelgeweld.info/feiten_en_cijfers/omvang_seksueel_geweld). Bovendien kunnen ook een aantal andere al dan niet uitzonderlijke, persoonlijke en niet volledig bewijsbare omstandigheden
tot vertraging van iemands studie leiden.

De kansen voor studenten van minder bedeelde huize blijven door een leenstelsel zoals de VVD het voorstelt ver achter. Een leenstelsel bovendien dat onafhankelijk van het ouderlijk inkomen is – hebben studenten van welvarende huize die door hun ouders toch al gesteund worden in hun opleiding nou echt nog een lening nodig? Past het bij deze tijd van economische crisis om op korte termijn meer geld aan studiefinanciering te besteden dan om sociale redenen noodzakelijk is? In de eerste plaats zijn de ouders verantwoordelijk voor de opleiding van hun kinderen. Slechts als zij deze niet kunnen of, in uitzonderlijke gevallen, niet willen steunen, dient de overheid bij te springen. Ouders met voldoende inkomen die desondanks niet willen meebetalen aan de opleiding van hun kinderen dienen door de overheid ter verantwoording worden geroepen en desnoods door de rechter tot betaling worden verplicht.

Een leenstelsel is niet rechtvaardig, het benadeelt studenten uit gezinnen met lagere inkomens onevenredig, vooral in het geval dat hun studie buiten hun schuld een duidelijke vertraging oploopt of niet afgesloten kan worden. Juist in situaties in die iemand tijdens zijn opleiding kwetsbaar is kan een leenstelsel ertoe leiden dat hij of zij daadwerkelijk financixc3xabel in de knel komt te zitten en de draad niet
meer kan oppakken. Een leenstelsel verhoogt de risico's van een hogere opleiding en versterkt de
afhankelijkheid van de student van zijn (hoog-)leraren. Deze ontwikkeling druist in tegen emancipatie van het individu ongeacht afkomst en andere willekeurige kenmerken, tegen verheffing en tegen het ideaal van kansengelijkheid – allemaal belangrijke linkse idealen.

Solidariteit behoort ook bij deze. Wie zegt dat het onrechtvaardig is dat de loodgieter meebetaalt aan de opleiding van de advocaat, heeft het mis. Doordat het beurzenstelsel door belastinggeld gefinancierd en het belastingstelsel inkomensafhankelijk is, draagt iemand met een lager inkomen al minder bij aan de studiebeurzen dan iemand met een hoger inkomen – precies zoals het hoort.

Bovendien kan de loodgieter net zo goed eens een advocaat nodig hebben als de advocaat een loodgieter en moet de zoon of dochter van de loodgieter later advocaat kunnen worden, mits zij of hij daarvoor aanleg en belangstelling heeft. (Overigens moet uiteraard ook de zoon of dochter van de advocaat loodgieter kunnen worden, als daar hun aanleg en belangstelling ligt – het is een eerbaar beroep.)
In een maatschappij zijn we afhankelijk van elkaar, de arts of leraar heeft de bakker of groenteboer nodig, net als andersom. Iedereen vervuld taken, biedt diensten of producten aan of verzamelt kennis
van die mensen met andere beroepen en taken gebruik maken. Dit wederzijdse geven en nemen noemen we meestal economie. Maar laten we ons die wederzijdse afhankelijkheid die daarbij behoort eens weer goed realiseren, want dit besef draagt bij aan samenhorigheid en interne solidariteit van onze maatschappij – en daarvan kunnen we best nog wat meer ontwikkelen, in plaats van het kille neoliberale egoisme dat slechts meer sociale en economische problemen oplevert.

Waarom doen de linkse partijen op uitzonderingen na dan toch mee aan de afschaffing van de studiebeurs? Inbreuk op de studiebeurs is immers een inbreuk op hun eigen idealen, zoals boven aangetoond. Ik verwacht dat het de geloofwaardigheid van de linkse partijen en hun resultaat op 9 juni ten goede zal komen, als zij naar de protesten luisteren en de studiebeurs overeind houden.

@copyright Anette Koch, 2010

Aantal berichten op deze pagina: 9. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 14790 uur (616,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1