zaterdag, 4 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

De glijvlucht omlaag van Poetin

Vandaag zijn de Russen door de oppositie opgeroepen weer te demonstreren. Het is de vraag of, om in winterse termen te blijven, het ze lukt gaandewegeen wak te maken waar Poetin in zal verdwijnen. Het vergt moed om in Rusland te demonstreren. Het trotseren van de kou is daar een detail bij. Daar kun je je nog op kleden. Op de gevolgen voor je privé-leven die het kan hebben is het moeilijker je voor te bereiden. Onderwijzers die mee zouden willen demonstreren is dat verboden: hen is opgedragen een pro-Poetindemonstratie bij te wonen die tegelijkertijd vandaag zal plaatsvinden.

Zoals bij zo veel demonstraties zullen er achter de gemeenschappelijke noemer (weg met Poetin) vele private motieven schuilgaan. Voor de één is de grote corruptie dé reden, de ander wil meer welvaart en een derde wil rechtsgelijkheid. Bovenal is er, denk ik, vooral woede. Opgespaarde woede, wat niet met enkele demonstraties is gelucht, maar waar grotere gebeurtenissen voor nodig zijn om het te temperen. Poetin weet dat maar is te afhankelijk van zijn eigen coterie en te verslaafd aan zijn eigen machtshonger om daar adequaat mee om te gaan. Hij ziet het gevaar, maar omdat hij er niet mee kan omgaan, ontkent hij het. In Birma hebben de machthebbers het gevaar wel tijdig onderkend. In enkele Arabische staten waren de leiders ook te onmachtig.

Rusland raakt door de expliciet geworden strijd om recht en macht steeds meer vervreemd van het het buitenland. De geschiedenis van Rusland wordt gekenmerkt door isolationisme en introvertie. Dus beschuldigingen, zoals van Poetin eerder, dat buitenlandse krachten de demonstranten opzwepen vallen in een welbekende aarde. En Poetin zal zelf ook met enige angst zien dat de globaliserende wereld de schuttingen en hagen steeds verder kortwiekt. In de gemeenschap van Europa worden tegenwoordig grondwetswijzigingen opgelegd (Begrotingsdiscipline) of tegengehouden (Hongarije). In de liga van Arabische Staten wordt Assad van Syrië gevraagd terug te treden en stuurt men waarnemers. En zelfs de Afrikaanse Unie vindt een eenheid en overtuiging om bij Ivoorkust vorig jaar positie te kiezen.

Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Naties Rusland straks sancties zal opleggen om  frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De reputatie van de Russische staat en de geloofwaardigheid van zijn leider devalueert uiteraard wel. Voor een land dat zich, net als eerder Birma, een teruggetrokken bestaan binnen de wereldgemeenschap toe eigent, is dat geen groot probleem. Maar Poetin wil juist doen alsof hij legitiem een land leidt dat in het licht kan staan van Amerika en de EU. Die missie is hij met elke demonstratie die de Russen nu organiseren bezig te verliezen. Ik zie er als cartoon bij dat Poetin zich straks opnieuw op de presidentsstoel hijst, maar als hij even omlaag kijkt ziet dat de poten aardig zijn aangetast door vuur, houtrot en andere aandoeningen.

Poetin komt als nieuwe president straks terecht in het treurige rijtje van Loekasjenko, Ahmedinejad en Mugabe. Types die niet alleen triestig zijn door hun wereldvreemdheid en egoïsme, maar ook doordat ze zo overduidelijk vervreemd zijn van hun volk. Die macht hebben de demonstranten vandaag en de komende tijd in ieder geval, te laten zien dat Poetin straks misschien wel in naam president van Rusland is, maar niet van de Russen. En misschien is daarmee de glijvlucht van Poetin naar de harde grond, of dieper nog, het koude ijswater, in gang gezet. En hebben de ontberingen die men ondergaat door mee te demonstreren uiteindelijk ook voor hun eigen omstandigheden heilzame gevolgen.

vrijdag, 3 februari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veilig maar gulzig

Onveiligheidsgevoelens? Bij deze gulzige kaaiman die ik in Bolivia tegenkwam niet…

Stadsdeel Zuid is het veiligste stadsdeel van Amsterdam. En toch is het budget voor veiligheid de afgelopen jaren meer dan verdubbeld. Dat komt omdat het met veiligheid goed scoren is: toon je compassie met slachtoffers en kondig maatregelen af – liefst stevige, zoals cameratoezicht of blowverbod. Maar compassie tonen – wat goed is – hoeft geen miljoenen te kosten. En maatregelen die nimmer hun effectiviteit bewezen hebben, zoals cameratoezicht, zouden niet zoveel geld mogen opslurpen.

Het budget voor veiligheid steeg tussen 2010 en 2012 van 2,2 miljoen euro naar bijna 4,8 miljoen euro (zie grafiek 1). Slechts een heel beperkt deel van deze toename is bedoeld om rijksbezuinigingen op te vangen. In 2012 gaat ruim 200.000 euro naar cameratoezicht. Nog eens 100.000 euro gaat naar “uitbreiding capaciteit” voor de “aanpak van veiligheid” of te wel: meer ambtenaren. Twee dure maatregelen waarvan in hoge mate moet worden betwijfeld of het bijdraagt aan veiligheid.

Grafiek 1. Budget voor veiligheid in stadsdeel Zuid

Is méér veiligheid eigenlijk wel nodig? Hoewel je natuurlijk nooit kan zeggen dat het veilig genoeg is, of dat er niets meer te doen valt, moet je je wel afvragen of méér geld er aan besteden wel zo nuttig is. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelde onlangs in zijn rapport Waar voor ons belastinggeld? dat méér geld, niet per se méér resultaat betekent. “Bij de meeste voorzieningen stijgt de hoeveelheid ingezet personeel veel sneller dan de productie,” lezen we in de samenvatting van dit rapport. Dit zou ook wel eens kunnen gelden voor die 100.000 euro ‘uitbreiding capaciteit’ die het stadsdeelbestuur zo nodig vindt.

Bovendien is de vraag hoe groot het veiligheidsprobleem is in stadsdeel Zuid. Van onveiligheidsgevoelens heeft stadsdeel Zuid in vergelijking met andere stadsdelen al jaren het minste last (zie grafiek 2).

Grafiek 2. Aandeel mensen dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen woonbuurt (bron: basismeetset Amsterdam, O&S)

Als we kijken naar de zogenaamde veiligheidsindexen is er al jaren een positieve trend: het wordt veiliger, zowel objectief als subjectief (zie grafiek 3). De index is een – eerlijk gezegd nogal kunstmatig – getal dat de ontwikkeling binnen Amsterdam moet aangeven, waarbij ’100′ de waarde voor heel Amsterdam in 2003 is. Hoe lager het getal, hoe ‘veiliger’. Objectieve veiligheid gaat over geregistreerd slachtofferschap; subjectieve veiligheid gaat over gevoel, bijvoorbeeld van angst om slachtoffer te worden van misdrijven en criminaliteit. Landelijk is al jaren de trend dat het ‘objectief’ gezien veiliger wordt, maar dat onveiligheidsgevoelens toenemen. Over deze paradox kan je meer lezen in een interessant artikel van Sander Flight. Maar in stadsdeel Zuid gaat het dus zelfs met de beleving van (on)veiligheid de goede kant op.

Grafiek 3. Objectieve en subjectieve veiligheidsindex in stadsdeel Zuid (bron: basismeetset Amsterdam, O&S)

Meer geld voor veiligheid vind ik dus geen goed idee:

  1. Er is geen noodzaak voor, want het gaat al lang de goede kant op met veiligheid: met de bestaande, ‘oude’ budgetten kan de veiligheid al worden verbeterd, zo tonen de cijfers aan.
  2. Meer geld betekent lang niet altijd meer resultaat, zo wist het SCP onlangs te stellen.
  3. Er wordt fors bezuinigd op andere belangrijke zaken, zoals welzijn en het onderhoud van openbare ruimte. Het ongedaan maken van deze bezuinigingen verdient meer prioriteit dan de investeringen in openbare orde en veiligheid  – en dat zou misschien wel eens beter kunnen zijn voor de veiligheid op lange termijn.

Het lijkt er op dat het stadsdeelbestuur vooral goede sier wil maken met ‘maatregelen voor’, ‘een aanpak van’ en ‘inzetten op’ veiligheid, maar zonder dat concreet duidelijk wordt gemaakt wat daarmee moet worden bereikt. Die goede sier kost wel miljoenen extra. In tijden van bezuinigingen mag het stadsdeelbestuur wel wat minder gulzig zijn.

 

 

donderdag, 2 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: bonussen

In het menu, niet op voorpagina, banken, bonussen, de wereld draait door, jort kelder, pvda, ronald plasterk, angst, en meer.
Ronald Plasterk verdedigde in De Wereld Draait Door het voorstel van de PvdA om de banken te dwingen geen bonussen meer uit te keren. Bonussen zetten aan tot pervers gedrag. De bankier kan er zijn salaris mee verdubbelen door veel woekerpolissen te verkopen en zo de korte termijn winst van de bank op te schroeven. Het bezwaar dat het bankentalent daardoor naar landen verdwijnt waar men wel excessieve salarissen betaalt wuift Plasterk met een simpel handgebaar weg. Dat valt best mee en de enkeling die alleen blijft bij een bonus van 1 miljoen kan maar beter verdwijnen. Jort Kelder zat tegenover Plasterk en noemde dit een populistische maatregel van de PvdA die slecht is voor de Nederlandse economie. Kan iemand mij uitleggen wat er populistisch is aan een maatregel om excessieve beloningen aan te pakken? Zeker wanneer die maatregel wordt voorgesteld door een sociaal-democratische partij die sinds haar oprichting beginselen als solidariteit en eerlijk delen hoog in het vaandel heeft staan? Jórt is hier populistisch op hol geslagen door in te spelen op de angst voor een dalende economie. Onze vegetariër schrok zelf van zijn agressieve reactie zo leek het, want hij heeft in de rest van de uitzending geen woord meer gezegd.

maandag, 30 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Maria

We lopen samen naar buiten. Ik open de deur en laat haar met een handbeweging voorgaan. Een glimlach van lang vervlogen tijden verschijnt op haar gezicht Maria is een struise 67-jarige boerin, grote boezem en grote ruwe handen, rood van het zware werk. Met die handen maakt ze nu liefdevol fruitmanden voor de klanten in haar boerderijwinkel. Ooit is zij de winkel begonnen, als een soort hobby naast het echte boerenwerk van haar man. Groente, fruit, melk, vlees en eieren direct van de boer, in kisten en rekken bij elkaar gezet op de deel. Dat sloeg aan en de winkel is uitgegroeid tot de belangrijkste bron van inkomsten. De jongste zoon voert er nu de scepter, maar hij kan nog niet helemaal zonder de hulp van zijn moeder. Haar been sleept een beetje, de hernia van twee jaar geleden heeft zijn sporen nagelaten. Als ik naar haar gezondheid vraag knikt ze en haalt lichtjes de schouders op. Ze weet dat het niet beter zal gaan. Aan alles in Maria valt af te lezen dat ze de controle over haar leven steeds meer moet overgeven aan anderen. Dat boezemt haar angst in. Maar dan toch die glimlach, een levensteken.

vrijdag, 20 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, carlos arriba, gabriel pernau, lezen, sergi lopez-egea, en meer.

Arribas e.a. - Locos por el TourCarlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

Het ene Spaanstalige boek dat ik elk jaar wil lezen, werd dit jaar een wielerboek. Tijdens de Tour thuis vast begonnen met lezen, tijdens mijn vakantie in Spanje weer een heel stuk verder gekomen, daarna thuis en in de trein naar het werk uitgekregen.

Het wordt steeds vaker een opgave, lezen in een taal die je verre van perfect beheerst. Toch wil ik het volhouden, goed voor mijn woordenschat, daarbij lees je toch eens een keer iets anders. Juist bij dit onderwerp is dat vreemd, aangezien ik mezelf toch wel een beetje een Tourkenner durf te noemen. Maar de Tour vanuit Nederlands perspectief, of zelfs internationaal gezien, is iets anders dan de Tour vanuit Spaans oogpunt. Alleen daarom al was dit boek een plezierige verrassing voor mij.

Erg interessant om over oude Spaanse wielrenners te lezen, waarvan ik voordien nog nooit gehoord had. Sommigen reden een enkele keer de Tour, maar werden bekend door lokale koersen in Spanje te domineren. Vooral om deze reden vond ik het eerste deel van het boek, geschreven door Pernau het meest boeiend. Natuurlijk is het leuk om te lezen over Delgado, Arroyo en Indurain, maar meer dan wat achtergrondinformatie is er voor mij niet nieuw. Terwijl renners als Joseph Habierre, Vicente Blanco en Victorino Otero tot voor kort geen hersencel van mijn geheugen in beslag namen.

De ontwikkeling van het Spaanse wielrennen kwam pas laat op gang. De Vuelta heeft ook veel minder traditie dan de Giro en de Tour, de eerste tourwinnaar (Federico Bahamontes natuurlijk) kwam veel later en zelfs Nederland had eerder twee winnaars van de grootste wielerronde dan Spanje. Maar de achterstand werd in de jaren tachtig en negentig weggewerkt en Spanje werd een toonaangevende wielernatie. Ondertussen denken vele cynici ook te weten waarom, operatie Puerto lijkt voor velen de enige juiste verklaring. Toch kan het succes nooit alleen verklaard worden door doping, zeker gezien de algemene aanname dat de overgrote meerderheid van het peloton dezelfde middelen ter beschikking heeft.

Citaat: “Bahamontes no sabia bajar, tenia miedo. ‘Es que me cai una vez bajando de Montserrat y fui a parar a un cactus, y desde entonces tengo mucho miedo’, se justificaba unas veces.” (p.181)

Vrije vertaling (mijne dus): “Bahamontes kon niet afdalen, had angst. ‘Ik ben een keer gevallen in de afdaling van de Montserrat en kwam tot stilstand tegen een cactus, sindsdien heb ik erg veel angst’, rechtvaardigde hij soms.

Nummer: 11-024
Titel: Locos por el Tour
Auteur: Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau
Taal: Spaans
Jaar: 2003
# Pagina’s: 479 (7566)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 84-7871-733-1


donderdag, 19 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Compassie

In spanning wachten velen binnen, maar zeker ook buiten het CDA, op de uitkomsten van het Strategisch Beraad. Eén groep maakt zich alvast zorgen en wel over het begrip ‘compassie’ dat door Jacobine Geel (net als partijvoorzitter Ruth Peetoom een theologe) centraal gesteld zou worden. Opvallend genoeg pleitte voorzitter Ruard Ganzevoort bij het jubileum van de Linker Wang ook al voor politiek met compassie als nieuw uitgangspunt voor linkse door het geloof geïnspireerde politiek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat hij eveneens theoloog is. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen enige aarzelingen had, al was het maar vanwege het feit dat Bush jr. zich in de presidentiële race van 2000 als ‘ compassionate conservative’  presenteerde. Een ideologie waarin de overheid zich zoveel mogelijk terugtrekt, maar in alle hardheid nog een klein zacht randje heeft.

De angst van het groepje CDA’ers was dat compassie te veel de nadruk zou leggen op afhankelijke en zielige mensen, terwijl het CDA onder Balkenende al die jaren toch ‘eigen verantwoordelijkheid’ had gepredikt. De redenering klonk ongeveer zo: wie het heeft over compassie, kan geen PGB meer afschaffen of Mauro terugsturen naar Angola. Best wel lastig voor de twee CDA-bewindslieden die deze twee pittige dossiers onder hun hoede hebben. Compassie was volgens deze leden prima als levenshouding, maar niet als politiek richtsnoer. Een beetje zoals anderen zeggen dat religie prima is, zolang je dat maar thuis of in de kerk doet, maar er niet het publieke domein mee betreedt.

Om twee redenen vind ik de afwijzing van compassie merkwaardig. De eerste is dat het een uitgangspunt is en geen dwingend voorschrift. In concrete situaties zal compassie toegepast moeten worden en daarin kan een ieder zijn of haar individuele keuzes maken. In die zin is compassie niet anders dan solidariteit of rentmeesterschap: wat het betekent, volgt niet uit het begrip zelf, maar blijkt uit het feitelijke handelen van degenen die zich door deze uitgangspunten laten leiden. De tweede reden heeft te maken met de letterlijke manier waarop compassie vaak lijkt te worden uitgelegd: als medelijden, waarbij de associatie met hulpeloos en zielig al snel is gelegd. Eigenlijk is het – zeg ik als (achter)(achter)(klein)zoon van theologen – mooier en beter om over mededogen te spreken. Compassie ligt dan heel dicht bij naastenliefde, solidariteit, omzien naar de ander. Daarmee wordt de relatie ook gelijkwaardig en minder in simpele tegenstellingen als de slimmerd en de sukkel, de rijke en de arme, de geslaagde en de mislukte. Mededogen is meevoelen met de ander, je in hem of haar verplaatsen, je echt verbonden voelen.

Als dat compassie is, past het volgens mij prima in het gedachtegoed van GroenLinks én van het CDA. Wat zou het mooi zijn als compassie helpt om de gure rechtse wind uit het CDA weg te blazen. Wie weet staat dan onverwacht een nieuwe lente voor de deur.

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Verwend

In het menu, niet op voorpagina, al-assad, kinderbescherming, laura dekker, solozeiler, syrië, wereldzeeën, angst, en meer.
Meisje Laura Dekker slaagt er in om op 15 jarige leeftijd als solozeiler de wereld te ronden. Over drie dagen wordt haar droom werkelijkheid. Op de oceaan, alleen in haar kajuit schrikt ze nachts wakker van de nachtmerries. Die gaan niet over vreselijke stormen, gebroken masten, kapingen of kapseizen, maar over de Nederlandse kinderbescherming. Ze kan niet meer slapen en besluit een boze brief te schrijven over de intimiderende gesprekken van deze instanties, die handelen over leerplicht en dreigende uithuisplaatsing. Angstige en traumatische ervaringen, die Laura telkens weer opnieuw beleeft. Uit protest strijkt ze de Nederlandse vlag. In Damascus zoekt een vader wekenlang naar zijn vermiste 15 jarige zoon Tamer. Deze heeft op een dag het ouderlijk huis verlaten om nooit meer terug te keren. Veertig dagen later vindt de vader het verminkte lijk van zijn zoon in een mortuarium. De jongen had deelgenomen aan een demonstratie tegen al-Assad. Zijn droom moest hij met zijn leven bekopen, na op een gruwelijke wijze te zijn gemarteld. Het Syrische regime past de martelstrategie toe om het opstandige volk angst in te boezemen. Ik schreef er gisteren al over. Laura Dekker bedwingt de wereldzeeën en is niettemin een verwend meisje. Nederland is een verwend land.

zaterdag, 14 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Discussie in de Partijraad van GroenLinks

RECHT OP DE ZELF GEKOZEN DOOD

Een vaak voorkomende scène in een film. Een wanhopige mens staat op de rand van een dak en dreigt te springen. Wakkere politieman komt dichterbij, praat heel verstandig, gaat in op de emoties. Dan breekt de wil van de springer en laat hij zich door de agent wegvoeren. Soms wordt de scène nog gruwelijker gemaakt door het publiek te laten roepen: “Spring lafaard!”. Je maag krimpt samen. Hoe kunnen ze? Zijn ze krankzinnig?

Een verstandig mens vindt het heel normaal om een zelfdoding te voorkomen. Je komt thuis, vind jouw kind of je partner bewusteloos en de nodige doosjes pillen op de tafel. Razendsnel bel je 112. In het ziekenhuis wordt de maag leeg gepompt en je bent hartstikke gelukkig als de dood wordt voorkomen en de patiënt waarschijnlijk ook. Veel pogingen tot zelfdoding zijn immers niet bedoeld om te lukken, maar vormen een signaal van wanhoop. Help me, want ik heb het zo moeilijk. Het is inmiddels ruim 45 jaar geleden, dat ik les gaf in een eindexamenklas van een HBO instelling. In die klas waren er dat jaar twee zelfdodingen. In een van de gevallen vertelde de jongeman zijn ouders nog, dat hij er zo’n spijt van had, maar het was al te laat.

Zelfdoding is een raadselachtig verschijnsel. Je kunt je niet of nauwelijks inleven in de geestestoestand van een zelfdoder. De nabestaanden blijven vaak achter met de waaromvraag en een schuldgevoel. Hadden wij het kunnen voorkomen? Soms biedt een afscheidsbrief enig inzicht. Vaak is er ook woede. Je laat mij achter met de problemen of ik rekende op een fijne oude dag met jou en nu ben je weg. Er bestaan ook bijeenkomsten voor groepen nabestaanden om samen het gebeuren te verwerken.

Zelfdoding zoals hier beschreven is van een geheel andere aard als de eis om zelf een eind aan je leven te mogen maken omdat je oud geworden klaar bent met je leven. Zo zegt men dat. Ik kan mij best de angst of de wanhoop of een depressie voorstellen, die mensen tot een ultieme daad drijft, maar als een gezonde zeventigjarige zegt klaar te zijn met het leven, dan vraag ik mij verbijsterd af hoe hij of zij dat weet. Ik ben die leeftijd al zeven en een half jaar voorbij en elke keer ontdek ik weer, dat ik iets voor mijn familie of mijn vrienden of mijn omgeving of mijn partij of de gemeenschap kan betekenen. Nu bijna twee jaar geleden beschreef ik na haar overlijden, hoe een tante van mij ruim een half jaar daarvoor ontdekte hoeveel ze voor een gezin betekende waar zij de rol had van plaatsvervangend oma. Haar leven kreeg zo weer zin en ze kreeg weer zin in het leven. Het is de ander, die jouw leven zin geeft. Het betekent voor ons een enorme verantwoordelijkheid. Wij moeten er zijn voor de ander.

In een sterk geïndividualiseerde maatschappij valt het niet mee om die verantwoordelijkheid waar te maken. Velen voelen zich alleen maar voor zich zelf verantwoordelijk en zelfs dat is problematisch. Maar hoe maak je de verantwoordelijkheid waar als de ander zich daarvoor afsluit? Wat doe je als mensen niets met een ander te maken willen hebben? Leven en laten leven? En eventueel niet langer meer leven? Waar ligt de grens van wat wij als gemeenschap toestaan? Stellen wij als liberaal denkende mensen nog grenzen?

Het moge duidelijk zijn, dat de discussie in de Partijraad van GroenLinks mij aan het denken heeft gezet. Ik kreeg de indruk, dat er voor een libertaire of vrijheidslievende partij geen grenzen  worden gesteld aan het individuele gedrag. Vrijheid blijheid. Dat laatste is nu juist de vraag. Is er blijheid wanneer een medemens geen verdere zin in zijn of haar leven ziet en kiest voor het einde?

Jaargang 4, Nr. 197.

vrijdag, 13 januari 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Veiligheid in een bange buurt

De stadsdeelkrant heb ik meestal binnen drie seconden uit. Deze week werd mijn aandacht wat langduriger getrokken, namelijk door een weerzinwekkende advertentie van de politie. “Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!”. Dat is dus ‘veiligheid’: wantrouwen en angst organiseren met als beoogt effect dat een misdrijf uitblijft. De advertentie past naadloos in het veiligheidsdenken van de stadsdeelvoorzitter: Mensen, maak elkaar zo bang dat jullie het wel uit hoofd halen elkaar iets aan te doen. 

 

"Iemand aan de deur? Doe nooit zomaar open!" - advertentie van de politie in de stadsdeelkrant van 12 januari 2012

“Afspraak met een bedrijf aan huis? Zorg dat er een bekende bij u aanwezig is.” Lezen we ook in de advertentie. Van de tientallen keren dat er bij mij een bedrijf langskwam, was dat gewoon een aardige man of vrouw die een euvel in mijn huis kwam oplossen of de cv kwam onderhouden. Nooit heb ik enige reden gehad tot wantrouwen van mensen die gewoon goed hun werk willen doen.

En hoe vaak zou het elders in de stad mis gaan? Zou misschien één op de tienduizend huisbezoeken malafide blijken? Of één op de honderdduizend? En moeten we dan uit wantrouwen voor onze medemens bij al die 9.999 huisbezoeken van een dienstbaar persoon eerst een bekende optrommelen die er bij aanwezig moet zijn? Belachelijk! Als deze bangmakerij de manier is waarop de politie ‘waakzaam en dienstbaar’ denkt te zijn, dan staat de politie bij mij boven aan het lijstje te wantrouwen bedrijven.

Dit is niet dienstbaar aan een veilige samenleving. Want wat betekent veiligheid nog als je bang wordt van de deurbel?

 

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


zaterdag, 24 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Horen mensen met een beperking er ook bij?

Precies 5 jaar geleden, december 2006, presenteerde de VN een verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: lichamelijk, psychisch, verstandelijk. Dat is belangrijk, want het zorgt ervoor dat ze niet meer afhankelijk zijn van de goedwillende liefdadigheid. Met dit verdrag mogen ze rekenen op een zo veel als mogelijk gelijke behandeling. Als het gaat om onderwijs, wonen, zorg, werk, eindelijk worden de rechten van deze minderheidsgroep erkend.

Inmiddels hebben 151 landen het verdrag ondertekend. Dat is een hoopvolle basis om wereldwijd de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Van die landen hebben er 103 het verdrag ook geratificeerd. Dat wil zeggen dat ze zichzelf verbonden aan de verplichtingen van het verdrag. De meeste andere zijn druk bezig met het voorbereiden van de voorbereidingen daartoe met de bedoeling daarna ook het verdrag te ratificeren.

En Nederland? Nee, Nederland heeft het verdrag niet geratificeerd. We doen zelfs bijna niets aan voorbereidingen. Er zijn aanpassingen nodig in wetten en regels, in zorg en onderwijs, in toegankelijkheid en financiële ondersteuning. Maar Nederland aarzelt. Natuurlijk zijn we wel voor dit verdrag – het is ondertekend – maar om het nu ook echt te gaan uitvoeren… Sterker nog: de financiële ondersteuning van mensen met een beperking wordt minder (denk aan de PGB’s). En al wil de regering kinderen met een beperking meer laten meedoen in het gewone onderwijs, het geld voor goede begeleiding is er niet en komt er niet. Als mensen met hun beperking een goede plaats in de samenleving veroveren – denk aan de topsporters van de Paralympics – dan is dat vaak ondanks onze regels en niet dankzij.

De belangrijkste reden? Het kost geld. Als we ons verplichten om mensen met een beperking echt de kans te geven mee te doen in de samenleving, dan kan men ons daar ook op aanspreken. Het verdrag houdt nog heel wat huiswerk in. Vrees voor de consequenties dus.

Nu is angst meestal een slechte raadgever en dat geldt nog meer als het gaat om principes. Immers: de vraag is niet of een verdrag ons ergens toe verplicht. De echte vraag is wat het goede is dat we moeten doen. Als we vinden dat mensen met een beperking maximaal moeten kunnen meedoen in de samenleving, dan moeten we ons daar voor inzetten, verdrag of niet.

Moreel en profetisch

De echte vraag is daarom: horen mensen met een beperking er echt bij of niet? Dat is niet alleen een economische of politieke vraag, het is een morele en zelfs een profetische vraag. Moreel omdat het gaat om insluiting en uitsluiting, om discriminatie en het recht op een menswaardig leven. Het gaat om de vraag of we mensen met een beperking zien als lastig en duur of als principieel gelijkwaardig.

Uiteindelijk is het ook een profetische vraag. De gelijkwaardige aanwezigheid van mensen met een beperking stelt ons namelijk voor de vraag wat eigenlijk normaal is. Is het normaal dat je kunt zien, horen en op twee benen kunt lopen? Normaler dan wanneer je via braille communiceert of je in een rolstoel verplaatst? Is Nederlands spreken normaler dan gebarentaal?

Wij leven in een cultuur die veel waarde hecht aan gaafheid. We sturen al onze kinderen naar de orthodontist, want scheve tanden moeten worden rechtgezet. Problemen moeten worden verholpen, beperkingen overwonnen. En dankzij de enorm gegroeide medische mogelijkheden kunnen we vandaag de dag veel verhelpen of compenseren.

Wat we daarmee echter kwijtraken, is het besef dat ons bestaan ook gewoon eindig en beperkt is. Dat sommige zaken niet overgaan, dat beperkingen blijven. Maar dat betekent dat beperkingen bij het leven horen. Eigenlijk is de normale situatie dat mensen een beperking hebben. Zeker, die is bij de een nadrukkelijker en storender aanwezig dan bij de ander, maar we zijn allemaal beperkt. En dus moeten we onze samenleving zo inrichten dat iedereen mee kan doen. Geen splitsing tussen ‘wij’ – normale mensen – en ‘zij’ met een beperking.

We hebben een nieuwe verbondenheid nodig van mensen met elk hun eigen beperking, geen liefdadigheid.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 23.12.2012


vrijdag, 23 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Kerstboodschap

Toespraak in de kerstviering Pink Christmas, 23.12.2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam

Je hoeft niet bang te zijn
Al gaat de storm tekeer
Leg maar gewoon je hand
In die van onze Heer

Je hoeft niet bang te zijn
Als oorlog komt of pijn
De Heer zal als een muur
Rondom je leven zijn

Ik heb het wel gezongen voor mijn kinderen. Als ze naar bed gingen. Als ze bang waren. Voor de nacht. Voor monsters onder het bed. Of misschien eigenlijk voor wat de komende dag zou gaan brengen. Want angst heeft alles te maken met machten waartegen je niet opgewassen bent.

Zoals Jamey Rodemeyer, een jongen van 14 die dit jaar geen kerst viert. In mei nam hij een ontroerend youtube filmpje op in de serie ‘it gets better’. Hij vertelde hoe hij op school gepest werd omdat hij anders was, homo was. En hij vertelde hoe Lady Gaga zijn grote voorbeeld, zijn grote troost was. In september maakte hij een eind aan zijn leven omdat hij er niet meer tegen kon.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Meisje. Een kind nog, uitgehuwelijkt. In Nazaret, ergens in het achterland van Israël. Een bezet land, onderdrukt en uitgebuit door de Romeinen. Hun volkstelling heeft als enige doel om de mensen onder controle te houden. En in dat land een jong meisje.

Je hoeft niet bang te zijn. Makkelijk gezegd als blijkt dat je – ongehuwd en al – zwanger bent. Een schande. Een seksuele schande. Wat zullen de buren wel niet denken? En alle problemen? Ik weet van tienermoeders die daardoor verscheurd raken. Wat moet je met dat kind dat groeit in je buik, dat bij je hoort en tegelijk je leven op zijn kop zet en voor allerlei problemen gaat zorgen? Waar je je voor schaamt en misschien ook blij mee bent? Wat je dwingt om in een klap volwassen te worden… Sexual outcast.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria, want wat er in jou groeit is een cadeautje van God zelf. Vreemd misschien, onbegrepen misschien, afgewezen door anderen misschien, veroordeeld door de kerk misschien (want er is altijd wel een Bijbeltekst te vinden), maar toch – als je het durft te zeggen – een cadeautje van God zelf.

Dinsdagavond vertelt Corné daarover in het programma ‘uit de kast’. Hij is 21 en komt uit de Oud Gereformeerde Gemeente. En hij is homo. Maar hoe vertel je dat je familie? Hoe vertel je over dat wat in je groeit, in je leeft? Hoe kom je over je angst heen?

Van psychologen leren we dat er drie negatieve gevoelens zijn: boos, bang en bedroefd. En in de bijbel kom je ze ook alle drie tegen, maar wel heel verschillend. Boosheid is het handelsmerk van de profeten die ten strijde trekken tegen het onrecht. Je ziet dat bij Jezus die de handelaars uit de tempel wegjaagt. Boosheid geeft energie, vitaliteit, verzet. En dan staat er wel dat je je niet door je boosheid moet laten meeslepen, maar je leest niet dat je niet boos mag zijn.

Verdriet is het geraakt worden door de pijn die het leven ook soms meebrengt. Door de dood bijvoorbeeld en de rouw. Verdriet brengt je heel dicht bij jezelf en soms ook bij anderen. Verdriet gaat vaak over de kern van je leven en daarom roept het ook de troost op. Treur samen met de mensen die treuren, zegt Jezus.

Maar angst is anders. Angst brengt geen energie, vitaliteit of troost. Angst verlamt, verstijft, blokkeert. Door angst verschansen mensen zich en durven ze zich niet meer open te stellen voor de ander, voor het leven.

En daarom klinkt die boodschap, voor Maria en voor de herders: Vrees niet. Je hoeft niet bang te zijn. Je hebt genade gevonden. Genade. Dat betekent: je mag er zijn. Het is goed zoals je bent. Je hoeft niet bang te zijn voor veroordeling, afwijzing, discriminatie, pesten, uitsluiting. Jij mag er zijn. Jij mag jij zijn. Onvoorwaardelijke aanvaarding. Je hoeft niet eerst normaal te worden, je te gedragen als iedereen, je bent geliefd zoals je bent. Genade, dat zijn vriendelijke ogen. Geen monsters onder je bed, geen pesters op school, maar vriendelijke ogen. God bevrijdt, Maria. Zo heet dat. Bevrijd van de angst en de schaamte, van alles wat je aan leeuwen en beren op je weg ziet komen. Vreest niet.

Angst is niet alleen een individuele emotie. Het is ook het kerngevoel van onze cultuur. De westerse samenlevingen voelen zich bedreigd door economische achteruitgang en de komst van vreemdelingen, zo zegt bijvoorbeeld Dominique Moïsi. Terwijl in Azië de hoop domineert en in de Arabische wereld de woede om de vernedering, is het westen vooral bang. En daarom keren we ons in onszelf en worden we minder verdraagzaam. Wat vreemd is, moeten we buitensluiten. Het hoofd onder de dekens.

Het antwoord op angst? Geloof, hoop en liefde. Geloof is vertrouwen, hoop is geloven dat het anders kan. En liefde is de kracht die onze angst doorbreekt. De vriendelijk ogen die ons aankijken en ons aanvaarden. Die ons innerlijke rust geven zodat we de wereld aankunnen. Vrees niet. Maar soms heb je wel een engel nodig om die boodschap echt te horen.


ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Minister-president

In het menu, niet op voorpagina, crisis, europese unie, hebzucht, minister-president, puisant rijken, vs, angst, en meer.
De media overspoelen ons momenteel met berichten over de economische crisis. Landen die hun schulden met sprongen zien toenemen, in een recessie geraken, moeten bezuinigen, hun werkeloosheid zien stijgen en hun ratings zien dalen, waardoor de rente over hun schulden omhoog gaat. Voor u meneer Rutte een inmiddels vertrouwd riedeltje. De VS lossen dit probleem op door de geldpers open te zetten. Meer geld nodig? Dan drukken we toch meer geld. U en de Europese Unie zijn er nog (steeds) niet uit, maar neigen – aan de strenge hand van Duitsland – naar het disciplineren van de landelijke begrotingen. Niet meer geld, maar minder schulden. Onlangs meldde de Volkskrant dat de topmanagers van het Amerikaanse bedrijfsleven hun loon het afgelopen jaar met 36,5 procent zagen stijgen. Het moet u bekend zijn dat die mensen ook zonder die verhoging al miljoenen verdienen. Zoals altijd zal Europa niet achterblijven, uit angst zijn beste managers kwijt te raken aan de VS. Wat wij een crisis noemen is in feite niets anders dan een sluw geënsceneerde verschuiving van inkomen en bezit: de puissant rijken - gedreven door hebzucht - zijn bezig nog rijker te worden door de rest van de wereldbevolking te bestelen. Minister-president, slaap zacht!

donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

zondag, 18 december 2011

Het menu: Blackberries

In het menu, niet op voorpagina, blackberries, katholieke kerk, nrc, pornografie, seksueel misbruik, angst, bom, en meer.
De verhalen over het seksueel misbruik in de rooms katholieke kerk slaan in als een bom. Het rapport van de commissie Deetman beschrijft gedetailleerd hoe perverse geestelijken pubers die aan hen waren toevertrouwd jarenlang tot seks hebben gedwongen. Het NRC Handelsblad schrijft dat een jongen in een volle klas op een seminarie de leraar oraal bevredigde achter de lessenaar. Dit was alleen mogelijk als de geestelijken streng leiding gaven. Iedereen in de klas wist het, niemand durfde er wat van te zeggen. Vermoedelijk was dit geen incident en gebeurde dit vaker op rooms katholieke scholen en instituten. Probeer deze scène eens te visualiseren. Als het niet zo pijnlijk was, zou je denken dat hier gaat om een beschrijving van een fragment uit een slechte pornofilm: Student sucks teacher. Zo iets kan alleen maar gebeuren in een cultuur van bevelen. Kinderen die vóór medio jaren negentig zijn groot geworden moesten hun ouders en opvoeders gehoorzamen. Zij hadden niets in te brengen. Zij hadden angst voor gezagdragers. Je zou willen dat de jeugd zestig jaar geleden al blackberries op zak had gehad. Zodat ze het seksueel misbruik (stiekem) op beeld had kunnen vastleggen. Dat had een hoop ellende kunnen voorkomen.

woensdag, 7 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Co-operatie

Het lijkt raar en tegen alle geluiden uit de wereld om ons heen in, maar ik ben ik positief gestemd. Ik verwoord dat al in de titel van deze nà-Sint-kolumn. Over een paar weken is het Kerstmis en nog even, dan is dat ook alweer voorbij. De tijd gaat echt sneller dan ooit en om te voorkomen dat je als lezer denkt dat het sentimentele kerstgedachten zijn, zet ik nù op een rijtje wat ik tegenkom als ik door mijn bril kijk.

Die bril maakt dat ik achter de headlines lees, door mijn wimpers hoor, en mezelf regelmatige een kwart slag naar het noorden of het oosten draai om andere werkelijkheden te zien.

 

De Occupy beweging vertegenwoordigt zo'n werkelijkheid. Over de hele wereld voelen mensen dat de wijze waarop we ons leven inrichten, leiden en lijden, aan een nieuwe vorm toe is. Of liever, aan een nieuwe inhoud. En juist die verandering van inhoud kunnen we overal zien ontstaan.

Een vriendin vertelde bijvoorbeeld dat ze als politica regelmatig meditatie beoefent en die twee zaken nu ook combineert door deel te nemen aan een groepje dat zich bezighoudt met 'Zen & Politiek'. Ook op LinkedIn kom ik 'groepen' tegen waarin je als ondernemer kunt uitwisselen. Er blijken tientallen groepen te zijn die slow, spiritueel, maatschappelijke en sociale betrokkenheid verbinden met zaken doen. Allerlei inspirerende en hartverwarmende uitwisselingen en bijeenkomsten vinden plaats en zijn ondersteunend voor zzp'ers. Ook het fenomeen van de Open Coffee bijeenkomsten die in vele steden maandelijks plaatsvinden is een verschijnsel van de behoefte aan uitwisselen, delen en samenwerken.

 

En Europa dan, de euro crisis en al die gigantische geldproblematiek die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat? Het Griekse drama dat zoveel duizenden jaren later weer een nieuwe versie krijgt? De onderdrukking die er op allerlei plaatsen in de wereld heerst?

Het bijzondere is, dat we dat ook allemaal weten en kunnen horen en zien. We vinden het meer en meer vanzelfsprekend dat we over alle uithoeken van de wereld informatie krijgen en als we willen daar zelfs contact mee kunnen leggen. Het wordt steeds gewoner om met een wildvreemde aan de andere kant van de wereld, via Twitter een link uit te wisselen, die je kunt gebruiken in een lezing die je geeft. We kunnen André Kuiper straks bijna dagelijks volgen tijdens zijn halfjaar in de Ruimte.

Dus naast de drama's waar we kennis van nemen, zijn er ook de vensters die beschikbaar zijn om naar alle kanten te kijken en uit te reiken. De onevenwichtigheid tussen de hoeveelheid drama en het anderen perspectief dat ons door de media geboden wordt, is mij al jaren een doorn in het oog. Maar het zet ons ook aan om zelf meer bronnen te vinden waar we die andere informatie uit kunnen ontvangen.

Zo ben ik al jaren lid van een maandelijks, eenvoudig gekopieerd blad, stikvol bijzondere informatie en daarin wordt deze keer een stukje overzicht gegeven van de veranderingen sinds de de tweede wereldoorlog; zo zijn er 12 dictators minder in Zuid-Amerika – er is er nu nog één – en ook daar is de beweging naar vereniging en één munteenheid gaande.

 

Maar ook dichtbij bruist er van alles. Heeft u al kennis gemaakt met: durf te vragen? Hun slogan is: #dtv maakt het mogelijk om te laten lukken wat jij wilt dat lukt. En de Waarmakerij of Stichting Werklust? Allemaal initiatieven die op een andere manier naar de bestaande werkelijkheid kijken en heel andere mogelijkheden openmaken.

De rode draad die door al deze ontwikkelingen loopt is het verlangen naar samen. Niet meer tegen, geen bloedvergieten voor en ten koste van. Veel artsen gaan denken in en/en en werken samen met aanvullende therapieën uit andere richtingen, de vakbond FNV die besloten heeft om weer een vakbond te worden en allerlei nieuwe onderwijsinitiatieven die ontstaan onder druk van de verschraling.

 

Overal is het volop in beweging, de opmaat voor de nieuwe aarde; zonder vernietigingsdrang, zonder zich herhalende Griekse of andere drama's, zonder de extreme disbalans tussen rijk en arm. Het besef van ik-ben-de-andere-jij, het éénheidsbewustzijn groeit en dat is een soort project dat dwars tegen de angst en afbraak in gaat. Wat er afgebroken wordt geeft ruimte en maakt plaats voor nieuwe opties. Ik noem dat project de co-operatie, de co-creatie of elk ander begrip dat uitdrukt dat er iets moois gaande is, dat je kan zien door een andere bril op te zetten of een ander gezichtspunt te kiezen.

Dat kan een goed voornemen zijn voor het nieuwe jaar........

 

Ineke M. Verdoner

 

de site van Durf te Vragen

Janosh Graancirkelkunst

Stichting Werklust

De Waarmakerij

5 vragen over de Occupy Beweging

zaterdag, 3 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De Ondernemende Gemeente

ondernemendOf het nu om milieu, gezondheidszorg, natuurbeheer of armoede gaat, de lokale overheid kraakt in haar voegen. Niks ten nadele van de inzet van ambtenaren en bestuurders, want het beeld van slapende raamambtenaren is een verbeelding die schril afsteekt bij de algemene werkelijkheid van het keiharde werken en grote betrokkenheid die vele gemeenten kenmerkt. Maar de dominante positie van de overheid, dus ook die van de raad, wethouder en ambtenaar, is verleden tijd. Eindelijk, tenminste… als je tijdig de risico’s onderkent.

Bezuinigingen

In mijn gemeente Lochem moeten er op termijn 20 fte uit. Wat minder dan 10% van ons bestand, we zijn een kleine gemeente. Financieel komen er nog wat stormen aan. Het zou niet verbazingwekkend zijn als we nog verder moeten in het krimpen van ons ambtenarenbestand. Deze bezuinigingen zijn een belangrijke ‘driver’ achter de ombuigingen. Maar is het niet gek dat we een dergelijke stok achter de deur moeten hebben om kritisch naar onze organisatie te kijken. Het is een negatieve impuls die ons dwingt. En er is weinig creativiteit en ondernemingslust geboren uit weerstand en angst.

Ondernemen in en met de samenleving

lochemenergieLochemEnergie, onze cooperatieve energievereniging, is voor mij een voorbeeld van een particulier initiatief dat laat zien hoe in de toekomst lokaal initiatief een eigen rol pakt. Burgers die het leuk vinden met elkaar te ondernemen, voor een gemeenschappelijk belang. In dit geval geen kleine onderneming, hoewel het daar wel mee begint, maar een bedrijf dat gaat uitgroeien naar een omzet van tien tot twintig miljoen per jaar! Over vijftien jaar een winst van 10 miljoen per jaar, die jaarlijks terug gepompt wordt in de Lochemse samenleving. Deze groep kan ook initiatieven nemen op het gebied van energiebesparing, duurzame renovatie in de bestaande bouw of in de slimme netwerken en duurzame mobiliteit. LochemEnergie zal de lokale overheid overvleugelen. De raad en het college zullen misschien op een aantal vlakken, zoals ruimtelijke ordening, vergunningverlening, nog een rol spelen.

vegenHet Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte, een ontwikkelinitiatief van de gemeente Lochem met Berkel Milieu, Delta, Cambio en 2Switch is weer een andere vorm. De overheid zoekt marktpartijen op waarmee ze een gezamenlijke bedrijfsvorm kan ontwikkelen. Ook om te ondernemen, met belangrijke sociale doelen als het gaat om de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook hier zie je een beweging ‘weg’ van de ambtelijke en bestuurlijke structureren. Met een beperkt aantal kaders die de gemeenteraad stelt zoeken we de vrijheid van maatschappelijk ondernemen op, breken de muur van de overheidsstructuur open.

Alle beleidsvelden in ondernemerschap

Deze ‘vermaatschappelijking’ gaat ver en rijkt over alle beleidsvelden. Neem het armoedebeleid. Waarom vormen groepen in de samenleving geen cooperatieve initiatieven die zelf lijnen uitzetten met sportclubs, toneelgroepen of muziekonderwijs. Die er aan bijdragen dat mensen met een uitkering elkaar ontmoeten en steunen, de koppeling vinden met de lokale fondsen, het bedrijfsleven en de kerken? Waarom zou de overheid die touwtjes in handen houden? Www.rechtop.nu laat fantastisch zien hoe dit in Deventer uitgewerkt is.

rioolNeem nu een onverdacht beleidsveld als onze riolering en verwerking van het afvalwater. Wat is het voor een onzin dat we met veel schoon drinkwater en regenwater ons waardevol afval wegspoelen via een peperduur systeem naar een vergelegen rioolwaterzuivering. We betalen er jaarlijks stevig geld voor! Ach ja, het is natuurlijk een moment een zegen geweest, want ons rioleringssysteem heeft ons van veel ellende afgeholpen. En het was goed dat overheden zich daarmee bemoeiden. Maar het wordt tijd dat systeem eens helemaal overnieuw te bekijken. Riolen verwerken waardevol schoon water, warmte en grondstoffen. Dat kan toch allemaal lokaal afgevangen worden? Zodat we alle warmte vasthouden, schoon water besparen en grondstoffen hergebruiken? Hele delen van Lochem afkoppelen van het riool? Waarom niet. De vraag is of gemeente en Waterschap nu de beste partners zijn om die verandering te bewerkstelligen. Het Lochems rioolbeleid gaat ervan uit dat we hier een consortium voor bouwen, met burgers, kennisinstellingen en bedrijven.

Naar een ondernemende samenleving

Ik pleit voor een herdefinitie van de rol van de overheid. Geen hoekje van ons overheidsbedrijf wordt daarvan gevrijwaard. De samenleving is een een ondernemend organisme, vol wat netwerken en creativiteit. De taak van de overheid is om dat ondernemerschap van synergie, samenwerking en gezamenlijk gekozen richting te voorzien. Op basis van democratisch gelegitimeerde steun van de gemeenteraad. Dan gaat de bezem er door en zouden op termijn nog wel meer dan 20 fte kunnen verdwijnen. Het zou ook anders kunnen gaan, namelijk dat er gecombineerde bedrijven ontstaan waar ook de overheid haar deel in heeft. Maatchappelijke ondernemers in dienst van de overheid.

Ik zie het voor me. In ons nieuwe gemeentehuis. Een vleugel is helemaal vrijgemaakt voor deze maatschappelijke onderneming. Een thematische ‘hub’ voor zzp-ers, bijvoobeeld over duurzaamheid. Daar komen de zzp-bedrijven bij elkaar, huren een bureau, gebruiken gemeenschappelijke diensten, bouwen gemeenschappelijke ondernemingen op. Daar zitten ook onze ambtenaren, die mee ondernemen. Die de opdrachten van de raad doorvertalen in stimulansen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Maar nooit doet de overheid iets meer ‘zelf’, altijd in samenwerking en altijd in ondernemerschap. En dan zou het wel eens interessant zijn om te kijken of die overheid ook zelf in de ‘markt’ kan verdienen. Bijvoorbeeld de markt van gemeenten die nog niet zover zijn.

Opschieten dus, dan zetten we die ondenemende overheid in beweging.

donderdag, 1 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Elk mens is legaal!

In dwars, internationaal, legale mensen, migratie, tolerantie, uitzettingsbeleid, migratie, amerika, angst, en meer.

Vorige week vrijdag was de aftrap van het “Legale mensen”-project bij DWARS, GroenLinkse jongeren. Het is een omvangrijk en ambitieus project met een tijdspad van iets minder dan een jaar, waarin DWARS onder andere een talkshow en een documentaire zal produceren met als strekking: elk mens is legaal. Wij belichten de slepende discussie over asielzoekers en hun eventuele illegale verblijf in Nederland vanuit een elementair andere invalshoek. Volgens ons is geen enkel persoon waar dan ook op de wereld illegaal en moeten we het vraagstuk voortaan vanaf een humane kant benaderen. Niet geld, de economie of de angst voor het onbekende staan centraal, maar de medemenselijkheid wordt het uitgangspunt.

Sinds de kick-off is DWARS al hard op weg van het “Legale mensen”-project een groot succes te maken. Er is een kopgroep geformeerd die alles aanstuurt, de site www.legalemensen.nl is in opbouw en de eerste media tonen zich al zeer geïnteresseerd in het project. Zo publiceerde ik samen met mijn voorzitter van DWARS, Jojanneke Vanderveen, vanochtend een opiniestuk op de site van Wereldjournalisten. Als je verder leest, vindt je een samenvatting van dit stuk en de mogelijkheden die je hebt om aan te sluiten bij het “Legale mensen”-project!

Ingekorte samenvatting van het opiniestuk

Het is misschien wel hét debat van de 21e eeuw: hoe gaan we om met migratie? Anno 2011 wordt het debat overheerst door de vraag: worden wij er wel of niet blij van dat mensen hierheen komen? Er is echter een belangrijkere vraag, die nooit een rol lijkt te spelen in de discussie: wat beweegt mensen om hun thuisland te verlaten? Wat doet het met je om in een vreemd land te belanden, waar over je hoofd gesproken wordt over de vraag of je al dan niet gewenst bent? De menselijke kant van dit vraagstuk wordt vreselijk verwaarloosd. Dat moet veranderen.

Weet u nog, “The American Dream”? Enkele eeuwen na de Europese ontdekking van Amerika begonnen er flinke migratiestromen op gang te komen van Europa naar Amerika. Massaal vertrokken ook onze landgenoten met de westerzon, hun dromen achterna. Dappere avonturiers, die voor hun nageslacht een betere toekomst wilden verzekeren. Een schril contrast met hoe we aankijken tegen de migranten die nu uit andere werelddelen naar Europa komen. Profiteurs zijn het, die komen parasiteren op alle welvaart die we hier hebben opgebouwd. Dat ook zij op zoek zijn naar een betere toekomst en moedig genoeg zijn om daarvoor hun huis en haard te verlaten, vergeten we dan voor het gemak even.

De vraag of mensen wel of niet een verblijfsstatus moeten krijgen lijkt namelijk één op één verbonden met de vraag of wij ervoor voelen deze mensen op te nemen in onze samenleving. Het is vervolgens aardig van ons als we dat wel doen, maar niet onaardig als we het niet doen. Dit is een verkeerde kijk op de problematiek. Als meest welvarende bewoners van de wereld hebben we een plicht onze welvaart te delen. Dat het moeilijk is om dat te doen op plekken waar we het niet voor het zeggen hebben, is tot daar aan toe. Maar dat je dat weigert aan iemand die aan onze deur komt kloppen, is welbeschouwd een schande.

De kern van het verhaal is: alle mensen zijn legale mensen. Zij dienen als zodanig behandeld te worden. Dat betekent dat je ze niet opsluit wanneer ze bij je aankloppen op zoek naar een betere toekomst.
Dat betekent dat je je best doet om hen deel te laten zijn van het fortuin waar je zelf van profiteert. Dat betekent dat je ze niet illegaal noemt. Als we dat als uitgangspunt nemen, komt er misschien wat verstand in het debat.

Lees het gehele artikel op www.wereldjournalisten.nl en neem daar deel aan de discussie!

Meedoen aan het “Legale-Mensen”-project!

Zoals je hebt kunnen merken is DWARS vol passie begonnen aan haar nieuwste project. Omdat we de boodschap zo ver en succesvol mogelijk willen verspreiden, kunnen we altijd extra hulp van geënthousiasmeerde mensen zoals jij gebruiken. Heb jij veel verstand van mensenrechten, ben je handig met filmcamera’s, heb je journalistieke ervaring of ben je op grafisch gebied een natuurtalent? Of zit je gewoon vol idealen en wil je je op een andere manier inzetten voor ons project? Bekijk dan de Bijlage Legale Mensen met een uitgebreide uitleg van het project en de mogelijkheden, ga naar www.dwars.org of stuur een mail naar grootdenkers[at]dwars.org.

We zien je graag tegemoet!


zaterdag, 26 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Youp van ‘t Hek: Kerstbomen

In weblog, hart om mauro, youp van 't hek, afrika, alkmaar, angst, burgers, discussie, geloof, en meer.

Nou heet Mauro weer Jossef en woont hij in Alkmaar. De jongen is zo Noord-Hollands als de kaasmarkt daar. Hij moet alleen maar weg omdat hij zwart is. Althans zo subtiel zou de heilige Cruijff het gezegd hebben. Het mannetje woont acht jaar in Nederland. Hoe oud hij is? Negen. De wet zegt dat hij op moet rotten. En zolang de PVV in ons land de scepter zwaait is de wet de wet. Geen enkele uitzondering bevestigt de regels. Geen één hand durft over het hart te strijken. Wat is er gebeurd dat we dit land geworden zijn? Humor- en meedogenloos! Geen politicus in de buurt van Alkmaar durft zich aan de zaak Jossef te branden. Gevolg: een jochie dat hier acht van zijn negen levensjaren heeft gewoond wordt teruggestuurd naar zijn land van herkomst. Eritrea in dit geval. Een land waar hij niks te zoeken heeft en dus ook niks zal vinden. Hij loopt kans om samen met zijn moeder te worden opgesloten en gemarteld. Grote kans? Ja.

De voltallige redactie van de Alkmaarsche Courant heeft zich het lot van het mannetje aangetrokken en is gisteren pal achter hem gaan staan. Anderhalve pagina besteedden ze aan deze schrijnende zaak. Onmiddellijk brak er een discussie los of een krant dit wel mag doen. Allerhande intellectuelen begonnen op verzoek te kakelen of een dagblad partijdig mag zijn.

Na het moddergevecht in de Amsterdamse Arena om de macht bij Ajax en de positie van de wakkere Telegraaf in deze zaak lijkt het me niet meer echt een discussie of een krant af en toe partijdig mag zijn. Volgens mij moet een krant dat af en toe. Zeker als het om principiële kwesties gaat. Een kind uit je stad dat teruggestuurd wordt. Een kind van nog geen tien jaar oud! Omdat onze wet dat bepaalt.

Waar is de flexibiliteit om snel de wet aan te passen? Wat is er gebeurd dat we dat niet meer willen? Waarom zijn we zulke kleinzielige, bange burgers geworden? Hoe kunnen we met droge ogen zo’n mannetje op een vliegtuig naar een uitgehongerd Afrika sturen?

Afgelopen week las ik dat een Kamerlid van de partij van de bange blanke bejaarden, de PVV, zich zorgen maakt over het geringe aantal kerstbomen op Schiphol. De lieverd was bang dat Schiphol de bomen niet durfde te plaatsen uit angst voor de moslims!

Ondertussen blijkt dat er op Schiphol honderden kerstbomen staan te gloeien. En als Sinterklaas weg is wordt het aantal verdriedubbeld. Bleek dat het Kamerlid zelf de laatste tijd weinig uitgeprocedeerde asielzoekers op het vliegtuig had gezet en er dus niet of nauwelijks was geweest. Onderhand viel een collega van dit Kamerlid, dus ook van de bange blanke bejaarden, minister Rosenthal aan op het feit dat hij Joods was en te weinig voor Israël opkwam. Ik heb het stuk meerdere keren gelezen. Nog steeds geloof ik mijn ogen niet. Het is 2011 en iemand durft deze vraag hardop te stellen…

Maar in die angst leven we dus: plaatselijke politici zijn te bang om achter Jossef te gaan staan, een Kamerlid windt zich op over kerstbomen en een ander valt een minister aan op het feit dat hij Joods is. En de discussie brandt niet los over het toekomstige wel en wee van Jossef, maar of de Alkmaarsche Courant partijdig mag zijn!

Van mij mag de Alkmaarsche Courant niet partijdig zijn, maar moet de krant dat. Wij moeten dit allemaal. Wij moeten dit niet willen. Niet willen dat de ontwikkelingshulp bijna afgeschaft wordt, niet willen dat er een minister op zijn Joodse afkomst wordt aangesproken en niet willen dat er een kansloos kind het land uitgeschopt wordt. En als we dat wel willen dan moeten we voorlopig geen kerstbomen neerzetten. Dus geen kerstbomen uit angst voor de moslims, maar omdat we een heel naar rechts en benauwd landje geworden zijn.

Bron: NRC Handelsblad

maandag, 21 november 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Over winnen

Er waren deze weken wel tig aanleidingen om een blog te schrijven. Maar het ontbrak me aan tijd om alle aanzetten die zich in mijn hoofd formuleerden uit te werken tot een samenhangend geheel. Er was zoveel, steeds weer en nog.

Het stormt.

Maar nu zit ik hier met uitzicht op de mist die het leven in het noorden al dagenlang in zijn grijze greep houdt. Het heeft wat; het is zo stil, alle geluiden worden gedempt en de wereld wordt even heel klein. Via de media blijf ik helemaal op de hoogte van die veelheid van dingen

die er nog immer zijn. Maar omdat ik me deze dag aanpas aan het beperkte zicht, vind ik

eindelijk de rust om hier-en-nu en binnen te blijven, in the eye of the storm.

 

Het laatste nieuws is de overwinning van de Spaanse conservatieven. Zij zullen een nieuwe regering vormen; de Grieken en de Italianen zijn daar ook mee bezig. Schijnt momenteel een typisch zuidelijke activiteit te zijn. De overeenkomst is namelijk dat in al deze landen het bestaande systeem nu zo vast gelopen is dat anderen hun licht moeten laten schijnen over hoe-verder. Zo te zien wordt er een nieuw blik grijze pakken open getrokken.

Het één na laatste nieuws is dat Cruijff nog blijft bakkeleien met de andere commissarissen

van Ajax. Allemaal mannetjesputters, stoere managers, die gewoon nog een robbertje vechten

over wat ooit een leuke voetbalclub was. Iedereen wil winnen.

 

Het leukste nieuws vond ik het digitaal bijwonen van de tweede aflevering van TEDxYouth 2011.

In Amsterdam kwamen 200 jonge mensen bij elkaar op de wereldwijde dag van de rechten

van het kind. Volgens de inmiddels overal bekende aanpak van 'Ideas worth spreading' vertelden deze jonge mensen over hun ideeën en wat ze er mee doen.

Wat een kracht en wat een geluk hebben wij dat zij er zijn! Dat biedt echt perspectief.

Het één na leukste van deze week was de bijeenkomst die de Provinsje Fryslân organiseerde in het kader van hun programma Digitale Agenda. Het leuke er aan waren de mensen.

Gezeten aan de grote ronde 'integrale' tafel in de kantine van Tryater, ontstonden in no time fantastische en heel haalbare plannen die het verschil kunnen maken tussen bijvoorbeeld een leeg en een vitaal platteland. De organisatie die eerdere rondes in deze DAF2011 bijeenkomsten hadden begeleid haalden er bij lange na niet zoveel rendement uit als er in dat uurtje op die ronde tafel kwam te liggen. Maar het was vooral een feest te midden van zoveel geïnspireerde mensen te zijn; dwarsdenkers met bezieling om alle mogelijkheden aan elkaar te linken. De werkelijke betekenis van win/win.

 

Deze 4 onderwerpen licht ik uit de veelheid. Want er waren ook nog de heerlijke dagen op het Noordelijk Film Festival, de verontrustende berichten over het optreden van het leger in Egypte, de toenemende verharding in de reactie op de wereldwijde Occupy beweging en het gekrakeel over de her-verkiezingsstrijd van Obama die al is begonnen.

Over al die onderwerpen heb ik in mijn hoofd al een column geschreven. Maar de tijd gaat zo snel en in dit alles is tevens een terugkerend thema: hoe gaan we de toekomst voor ons winnen. Met vechten tégen elkaar of samen werken vóór. Die keuze staat steeds centraal met alle onzekerheden van beide opties. Want vluchten kan niet meer en zoiets als verkiezingen winnen doe je alleen nog maar omdat je voorganger het heeft afgelegd tegen de toenemende chaos.

 

Het gaat over winnen.

Het óverwinnen van angst, zoals die kinderen op TEDxY.

Over de winst van 1 +1 = 11, zoals aan de tafel in Tryater.

Over de nieuwe pakken die de verkiezingen gewonnen hebben en nu hun deel moeten bijdragen aan de aanpak van de vele problemen. Het gaat erom dat wij de uitdagingen waar we voor staan overwinnen; niet meer ten koste van de ander, maar met elkaar.

Dus hier komt de tip (gratis en voor niets) voor de RvC van Ajax:

De BV Aarde is onze onderneming en wij allen zijn de aandeelhouders.

 

Ineke M. Verdoner

 

De Digitale Agenda van Fryslân

De site van TEDxYouth

zondag, 20 november 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

zaterdag, 19 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Een grote uitdaging

In agenda, bedrijf, bezuinigingen, blogs, cohen, delen, eerste, gewoon, humor, en meer.
Al enkele jaren ben ik actief voor het CNV(j) Wajong Werkt Promotie team waar vanuit wij presentaties geven aan werkgevers door heel het land binnen hen bedrijf om het een en ander uit te leggen over wat de financiële voordelen zijn met het in dienst nemen van een Wajonger, wat hen Kwaliteiten zijn en hoe alles in zijn werk gaat wanneer betreffende Wajonger speciale voorzieningen nodig heeft, extra ondersteuning etc; Betreffende presentaties gaan mij ook met gemak af natuurlijk en zou ik ook in mijn eentje kunnen geven als met moet.

Sinds kort had ik samen met een andere Wajonger 3 presentaties gegeven voor groter pubiek, de eerste ging vloeiend naar mijn idee, de tweede had ik verknald naar mijn idee (terwijl wij wel positieve feedback kregen) en de derde was ik redelijk tevreden met her en der wat schoonheidsfoutjes die we met wat humor op konden lossen.

Het blijft telkens spannend voor mij wanneer ik grotere groepen moet toespreken, zal wel een soort van vaal angst zijn.

24 November ga ik een voorlichting in Berlicum geven en zoals het er nu naar uit ziet mag ik dat helemaal alleen gaan doen, moet ik dus 2x zoveel tekst gaan leren wat eigenlijk allang in mijn hoofd zit en kan ik zenuwachtig worden voor 2.

Ergens komt mij zelf dat persoonlijk vrij onhandig uit, Maandag 21 November bezoekt Job Cohen Hoogeveen en betreffende avond volgt er zoals gewoonlijk een politiek café, Job Cohen zal daarbij in gaan op de actuele ontwikkelingen in den Haag, de grote bezuinigingen van dit kabinet op sociaal vlak zullen o.a. een groot aandachtspunt zijn.

Reden voor mezelf om het politiek café zeker te gaan bezoeken en misschien een aantal vragen en of stellingen voor te leggen en daarbij wil ik mij gaan richten op de verruwing van de samenleving (Kleur Rijk), het PGB, Zorg en de Wajongere etc;

23 November om 19:30 heb ik een vergadering van stichting de Zonnebloem in mijn agenda staan die ik zeker niet kan missen omdat we veel belangrijke punten op de agenda hebben staan waarvan er 1 handig voor mezelf is voor persoonlijke ontwikkeling.

28 November ga ik naar Utrecht om mijn bijdrage te leveren aan stichting Schwung in de Wajong, naast mijn eigen ervaringen uit de praktijk te delen met daarnaast gewoon de kennis die ik heb vanuit het Wajong Werkt Promotie Team, Crossover etc; wil ik mij vooraf wel heel goed voorbereiden en voor komende week heb ik mijn eigen natuurlijk wat huiswerk opdrachten toe gekend.

Wanneer ik zo mijn agenda geratel terug lees wat zeker niet de eerste keer is in mijn blogs moet ik mijn eigen heel goed beseffen dat ik het gewoon kan, ik kan groter publiek toespreken! Voorgaande presentaties gingen goed want anders kreeg ik niet de toestemming om aankomend voorlichting in mijn eentje te doen ;-)

donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


maandag, 7 november 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Is specifiek beleid voor Marokkaanse en Antilliaanse jongeren succesvol?

In nieuws uit allochtonië, politiek, roept u maar, antilliaanse jongeren, criminaliteit, grote steden, marokkaanse jongeren, onderzoek, overlast, en meer.

In maart van dit jaar suggereerde het actualiteitenprogramma Eénvandaag in twee enigszins schreeuwerige uitzendingen dat het Marokkanenbeleid in 22 Nederlandse gemeenten mislukt zou zijn.
Die conclusie leek voorbarig. De uitzendingen maakten weliswaar duidelijk dat er veel subsidie ging naar de gemeenten zonder dat er duidelijke prestatieafspraken waren gemaakt, maar harde cijfers die aantoonden dat het beleid mislukt is, waren er niet. Harde cijfers dat het beleid gelukt zou zijn, waren er trouwens ook niet.

Inmiddels zijn er wel cijfers. Niet alleen over ‘Marokkanengemeenten’, maar ook over ‘Antillianengemeenten’. Minister Donner heeft eind oktober de rapportages Marokkaanse Nederlanders 2011 en Antilliaanse Nederlanders 2011 naar de Kamer gestuurd. Hierin worden de resultaten in gemeenten waar specifiek beleid voor Marokkaanse en Antilliaanse jongeren wordt gevoerd, vergeleken met cijfers van een jaar geleden toen voor het eerst een meting werd verricht.


Hieruit blijkt dat het nog niet gelukt is het aantal schoolverlaters en werklozen onder jongeren van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst te verminderen. Het aantal voortijdig schoolverlaters in deze groep is zelfs licht gestegen, evenals het aantal werklozen. Op het meest gevoelige terrein, de bestrijding van criminaliteit en overlast, is volgens de gemeenten echter wel sprake van enige verbetering.

Het ministerie benadrukt in een begeleidende brief dat het niet reeel is na een jaar beleid al veel concrete verbetering te verwachten. Zichtbare vooruitgang op basis van de cijfers was in deze rapportages over het eerste jaar nog niet te verwachten, schrijft het ministerie in een toelichting. “Veel maatregelen zijn in 2010 ingevoerd en kunnen nog nauwelijks in de resultaten tot uitdrukking komen.”

Rapport ‘hoe specifiek is regulier beleid (en andersom)?

Over het algemeen hebben gemeenten meer geinvesteerd in tegengaan van ‘overlast’ en ‘criminaliteit’ dan in ‘school’ en ‘werk’. Dat concludeert het gemeentelijk samenwerkingsverband Marokkaans-Nederlandse risicojongeren na een inventarisatie van de inspanningen en resultaten in de betrokken gemeenten. De resultaten van deze inventarisatie zijn gepresenteerd in het rapport ‘hoe specifiek is regulier beleid (en andersom)?’. Dit rapport is ook door Donner naar de Kamer gestuurd.

Bij de thema’s ‘voortijdig schoolverlaten’ en ‘werk’ wordt volgens dit rapport niet veel aandacht besteed aan een specifieke aanpak voor de Marokkaans-Nederlandse doelgroep. Gemeenten verwijzen op die thema’s vaak naar de reguliere activiteiten van bijvoorbeeld sociale diensten of jongerenloketten.

Op grond van de inventarisatie in de betrokken gemeenten, concludeert het rapport;

  •  “Gemeenten beseffen dat het voor een effectieve aanpak nodig is te beginnen met het doorbreken van de anonimiteit van de risicojongeren. Daarom zetten zij, liefst permanent maar in ieder geval tijdens de kritieke uren van de week, functionarissen in die zich ophouden waar ook de jongeren zich bevinden. Het zijn de ‘extra ogen en oren’ op straat.
  • Door de inzet in de wijk en dichtbij de jongeren, signaleren gemeenten sneller waar het met een jongere of groepen jongeren fout kan gaan en kunnen zij eerder en doeltreffender optreden.
  • Voor het benaderen van (jongeren binnen) groepen, ontwikkelen zij een specifieke ‘groepsaanpak’.
  • Voorwaarde voor een doeltreffende aanpak is dat, naast alerte signaleerders in de wijk, voldoende en professionele achtervang van alle relevante partners in de aanpak beschikbaar is. Dat lijkt het geval.
  • Meestal zijn deze partners georganiseerd in een casusoverleg. De jongeren die door de straatcoaches of andere professionals in de wijk zijn gesignaleerd, worden daar ingebracht ter bespreking.“

Prestatie- en resultaatafspraken

Kritiek is er ook: “Gemeenten formuleren de doelen voor de aanpak van Marokkaans-Nederlandse risicojongeren vaak in abstracte termen (bevorderen, versterken, tegengaan, verhogen, etc.). In enkele gevallen worden ambities in concrete percentages genoemd. Gemeenten maken prestatieafspraken met uitvoeringsorganisaties voor wat betreft verwachte inspanningen, maar slechts incidenteel geven gemeenten aan ook te verlangen dat de interventies een bepaald (maatschappelijk of individueel) en meetbaar effect moeten behalen.”

Vergelijkbare kritiek kwam ook al naar voren in de eerdergenoemde uitzendingen van EénVandaag. Het ontbreken van prestatieafspraken en (afspraken over) meetbare resultaten gaat overigens niet alleen bij deze problematiek op. Uit een in september gepresenteerd onderzoek blijkt dat tweederde van de gemeenten moeite heeft met het maken van concrete en meetbare afspraken met gesubsidieerde instellingen en vaak worden deze afspraken überhaupt niet gemaakt.

Onderzoek

Alle gemeenten hanteren wel vormen van onderzoek voorafgaande aan, tijdens of na uitvoering van interventies en/ of trajecten. Ook geven sommige gemeenten volgens het rapport veel aandacht aan de evaluatie of monitoring van interventies die zich specifiek op de doelgroep richten. Hierop baseren zij vervolgens ook hun nieuwe beleid. Kleinere gemeenten kiezen eerder voor erkende (evidence-based) interventies waardoor ze niet zelf hun interventies met werkzame bestanddelen hoeven te ontwerpen en testen.

Specifiek of regulier beleid

Volgens het rapport ‘Hoe specifiek is regulier beleid (en andersom)?’ heeft het ‘Marokkanenbeleid’ in de uitvoering meestal niet geleid tot specifiek beleid, maar tot het introduceren van specifieke aandacht voor de doelgroep binnen het reguliere beleid. ”Veel meer dan van ‘specifiek beleid’ kan daarom gesproken worden van het versterkenvan ‘cultuursensitiviteit’ binnen het reguliere beleid.”

Conclusie

In het rapport wordt geconcludeerd dat het beleid in de 22 gemeenten “ veel positieve inzet heeft opgeleverd”. De ‘cultuursensiviteit’ die de gemeenten vanuit de ‘Marokkanen-aanpak’ in hun beleid hebben geintroduceerd, zal ook andere niet-Westerse groepen ten goede komen en uiteindelijk de effectiviteit van het totale beleid.

Of het beleid op korte termijn tot resultaten zal leiden is volgens het rapport moeilijk te zeggen. “Het gaat om jongeren (en omgeving) met complexe problemen. Bovendien is het realiseren van een trendbreuk niet alleen afhankelijk van op de doelgroep gerichte interventies maar ook van de invloeden van andere zaken als algemene, maatschappelijke ontwikkelingen die los van deze doelgroep staan maar deze soms wel extra hard raken. Gemeenten hebben daar weinig invloed op, evenals op de inzet van de concrete, individuele professional wiens persoon in belangrijke mate bepalend is voor het al dan niet vinden van de juiste aansluiting bij de jongeren en gezinnen. Dit laat onverlet dat het aannemelijk is dat de gezamenlijke inspanningen positieve effecten zullen hebben.”

Alle 22 gemeenten willen die kennis en ervaring, op enigerlei wijze, implementeren in hun reguliere aanpak. De verwachting is echter dat vanwege de grote bezuinigingen bij het Rijk en de gemeenten, de toekomstige middelen niet zullen volstaan om alle nieuwe ontwikkelingen in het reguliere beleid te kunnen opnemen. Daarover maken sommige gemeenten zich volgens het rapport zorgen. De angst bestaat dat waardevol gebleken, maar te kostbare interventies zullen verdwijnen.

De betrokken gemeenten ontvangen tot eind 2012 geld voor de extra aanpak. Daarna stopt de subsidie. Donner schrijft dat de betrokken gemeenten resultaten zien van het geïntensiveerde beleid en dat zij daarom bereid zijn te blijven investeren in de ontwikkelde aanpak.

Vanaf 2012 wordt het beleid voor speciale doelgroepen afgeschaft, zoals vastgelegd in de Integratiebrief. De aanpak en de daarop gebaseerde maatregelen moeten daarom vanaf 2012 voor iedereen gaan gelden. “Afkomst speelt daarbij geen rol” schrijft Donner.

Wanneer het specifieke beleid verdwijnt en er ook geen resultaatafspraken worden gemaakt, zal het waarschijnlijk gissen blijven of het specifieke projecten voor Marokkaanse en Antilliaanse jongeren succesvol zijn geweest of niet. Discussies over het onderwerp zullen gevoerd blijven worden op grond van ‘beelden’ en minder op grond van ‘feiten’.

Ewoud Butter is freelance onderzoeker en schrijver en hoofdredacteur van Republiek Allochtonië

Lees of bekijk ook::

Links naar de rapporten (alle links verwijzen naar de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken); 

Gemeenten met Antiiliaanse en Marokkaanse Nederlanders

Gemeenten met Marokkaanse Nederlanders

Gemeenten met Antilliaanse Nederlanders


zondag, 6 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

En de winnaar is: het falafelfeest! Over een bijzondere debatworkshop.

In debat, werk, analyse, angst, braakhuis, cda, communicatie, eerste, groenlinks, en meer.

Het walhalla voor een debattrainer: een workshop geven in de plenaire zaal van de Tweede Kamer! Dit was de leukste klus die ik ooit gehad heb, en ik had toch al een heleboel erg leuke klussen achter de rug… De aanleiding: de nieuwe ledendag van GroenLinks, in het gebouw van de Tweede Kamer, met zo’n 600 leden op visite in twee rondes. Met welkomstwoorden, cupcakes, een informatiemarkt en workshops. En daar mocht ik dus twee keer een workshop ‘In debat, hoe doe je dat?’ geven. Het concept: 45 minuten (!), 60 – 90 deelnemers (!!), 6 lekker stereotype fictieve partijen, één stelling, een miniportie theorie en een jury.

Het was voor de deelnemers erg leuk om te debatteren in de grote zaal, om hun betogen uit te spreken en elkaar lekker te interrumperen, en voor mij als trainer/voorzitter om het binnen de zeer beperkte tijd nog enigszins ergens op te laten slaan… Er zaten veel echte debattalenten bij, dat was geweldig om te zien en horen. De meerwaarde zat in de analyse van de jury: in de ochtend was dat Tweede Kamerlid Jesse Klaver, in de middag zijn collega Bruno Braakhuis en Eerste Kamerlid Ruard Ganzevoort. En tijdens beide sessies met gastjurylid, ook voor mij een grote verrassing: cabaretier Guido Weijers. Zij keken naar de inhoud, de discipline (via de voorzitter aub!), de interrupties en de reacties daarop, de nonverbale communicatie, de improvisatietalenten, noem maar op.

Opvallend was dat zowel in de ochtend- als in de middagsessie de winnaar niet de groene partij was, maar eerst de ‘Nederlandse Gezinspartij’ (confessionelen, CDA en gristelijker) en in de middag de populistische partij ‘Duidelijk Nederlands’ (SP en uiteraard PVV). Om de juryvoorzitter van de middagsessie, Ruard, te citeren: “De populisten hebben gewonnen en daar balen we behoorlijk van.” De conclusie: maak het jezelf niet te moeilijk? De gezinspartij hoefde alleen maar steeds terug te komen op hun kernwaarden (“Voorzitter, voor ons is iedere zondag een culturele zondag.”) en de populisten zetten een keihard frame neer door één keer hun angst uit te spreken voor Marokkaanse buurtbarbecues (“Falafelfeesten”) en de rest van de partijen stortten zich op de ontkenning van een dergelijk fenomeen. Waarmee het geheel een geheel ‘don’t think of an elephant’-gehalte kreeg… Het was een fictief debat, maar de herkenbaarheid van de dagelijkse praktijk in deze zaal was griezelig groot…


Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De inhoudsloze tempel van het politieke midden.

Het radicale midden dient de bestemming te zijn voor het CDA, aldus De Geus. Volgens Pechtold brokkelt de tempel van het midden af, omdat de traditionele partijen geen antwoord hebben op de huidige problemen. Die partijen zouden zich overgeven aan populisme, uit angst voor de vlucht van de kiezer naar de flanken. Op de site [...]

woensdag, 2 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Aristoteles en Mauro

In communicatie, debat, framing, politiek, mauro, analyse, arbeidsmarkt, banen, burgemeester, en meer.

Aristoteles maakte een handige indeling in overtuigingsmiddelen in ethos, logos en pathos. Een analyse volgens deze indeling van het debat over Mauro.

Ethos: vinden we de spreker deskundig, betrouwbaar en aansprekend?

  • Mauro spreekt aan: hartstikke Limburgs, heeft veel vrienden, komt bescheiden over maar kan goed uit de hoek komen (zie zijn reactie op het briefje van Bleker). Maar is hij een gelukszoeker of een slachtoffer? Welk frame wint?
  • De pleegouders van Mauro: van hen proberen voorstanders van het uitzetten de betrouwbaarheid ter discussie te stellen. Hebben ze willens en wetens de procedures gerekt? Of, daartegenover, mogen pleegouders vechten voor hun kind? Ook hier wordt in het debat frame met tegenframe bestreden.
  • Minister Leers. Zijn betrouwbaarheid staat forser ter discussie. Lees ook de column van Rob Wijnberg die bestaat uit conflicterende citaten van burgemeester Leers (2006) en minister Leers (2011).

Logos: wat zijn de argumenten?

  • Tja, een feit is een feit. Of toch niet? Wat gaat voor, de letter van de wet of de discretionaire bevoegdheid van de minister?
  • Is ‘het geval’ Mauro schrijnend of niet? Boterzacht natuurlijk. Voorstanders van uitzetting zullen de eerder genoemde veronderstelde onbetrouwbaarheid van de ouders aanhalen. Of zelfs die van de media, wat CDA’ster Sterk probeer-twitterde. Tegenstanders gebruiken de eindeloze procedures en de inconsequente reacties van de beslissers als argumenten.
  • Studievisum, redding of dode mus?
  • Over hoe veel AMA’s gaat het eigenlijk? 8? 80? 800? En al waren het er 800, wat is er eigenlijk erg aan? Was de vergrijzing niet een groot dreigement?

Pathos: wie speelt het best in op de angsten en de behoeften van de beslissers?

  • “Duizenden kommen er dan”, stelt de kroegbazin, als deskundige geïnterviewd door onze wakkere verslaggever. Angst voor ‘tsunami’s’ van ‘gelukszoekers’, ‘die onze banen inpikken’… Cijfers over aanzuigende werking en vergrijzing, die doen er niet toe. Wie de angst het effectiefst aanwakkert, krijgt gelijk. En de stemmen.
  • Wie heeft er geen behoefte aan helderheid en eerlijkheid? De regels zijn hier niet op toegesneden, de onduidelijkheid en daarmee het gevoel van oneerlijkheid zit erin gebakken
  • En dan is er ook een behoefte aan menselijkheid, aan mededogen. Wie heeft hier woorden voor?

Mijn keuzes: Mauro is slachtoffer van het systeem, Leers een onbetrouwbare uitvoerder van PVV-beleid, het CDA en laten we de VVD niet vergeten: hypocriete PVV-bedrijfspoedels, de ouders van Mauro hebben terecht voor zijn belang gevochten, de regels moeten helderder en dan consquent worden uitgevoerd, geïntegreerde vluchtelingen als Mauro hebben we hier voor onze eigen arbeidsmarkt hard nodig, we mogen blij zijn dat hij hier wil wonen.


zondag, 30 oktober 2011

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Waar maak ik me nou toch druk om..

In belangrijk, blog, boodschap, de wereld, familie, gedachte, hart, het internet, internet, en meer.
Relativering, een woord dat iedereen kent maar dat oh zo moeilijk geleefd en beleefd kan worden. Net als vele anderen maak ik me vaak druk om de onbenulligheden in het leven. Een vergeten boodschap, een knuffel die ik niet krijg, de net even iets minder rooskleurige bankrekening. Relativeren, het is allemaal niet zo belangrijk, is achteraf zeer makkelijk maar in het moment zelf een haast ondoenlijke zaak.

Totdat je via een paar kliks op het internet het leven van een ander in duikt…

Tranen met tuiten heb ik gehuild bij het verhaal van Pascal Marcelis: PenD Het verlies van de liefde van je leven op het moment dat je jonge gezin zo compleet lijkt is een ondragelijke gedachte. Een ondragelijke gedachte die voor Pascal werkelijkheid is geworden.

Vervolgens kom ik aan bij het blog van Lowie van Gorp over zijn dochter Guusje . Zijn ernstig zieke dochter. De strijd die ze moeten leveren, het leven dat stil staat maar oh zo graag nog heel lang door wil gaan.

Mijn hart gaat uit naar mensen die hetzelfde moeten doorstaan, ondergaan en moeten beleven. Het gevoel dat zij moeten hebben kan ik me niet indenken. En als ik het dan lees en denk aan mijn uitbarsting over de vergeten boodschappen van gister relativeert het enorm.

Leef het leven vol overtuiging, vol passie, vol liefde. Elke dag opnieuw. Een prachtige gedachte die toch, ondanks de verhalen van Pascal en Lowie elke dag weer een uitdaging vormt. Om het te blijven realiseren zou ik haast elke dag een dergelijk verhaal moeten lezen.

Maar bij de gedachte aan elke dag zo’n verhaal, weer een gezin, een leven, een zonnestraal die vervaagd word ik vreselijk bang. Elke dag worden deze verhalen beleefd, elke dag overlijdt er iemand die nog zoveel ervaringen te ervaren had. Elke dag wordt een gezin uit elkaar gescheurd. Ik kijk naar mijn prachtige kinderen en prijs mezelf intens gelukkig, maar de angst neemt ook toe, wat als hen wat overkomt?

Ik zou er alles voor geven om elke dag weer me alleen maar druk te hoeven maken om onbenulligheden. Dat zulke verhalen er niet meer zijn, dat Pascal samen met zijn vrouw oud kan worden. Dat Guusje de vrouw wordt die de wereld verandert. Ik zou er alles voor geven, behalve mijn gezin…

Lieve Pascal, Lowie en alle anderen die in een soortgelijke situatie zitten. Ik wens jullie alle kracht en liefde van de wereld, al lijkt de wereld op zo’n moment niet groot genoeg....



Zojuist bereikte mij het trieste bericht dat Guusje ons heeft verlaten. Ik wens haar ouders, broers en zussen, verdere familie en vrienden heel veel sterkte toe in deze vreselijk zware tijd..

vrijdag, 28 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

De onthutsende aftocht naar monoculturaliteit

In kabinet rutte, sociaal, tolerantie, uitzettingsbeleid, politie, crisis, cultuur, kabinet, klimaat, en meer.

De afgelopen dagen maakt het kabinet-Rutte hard werk van het verwezenlijken van haar illegalenbeleid. Eerder nam de regering het besluit de Angolese jongen uit Limburg, Mauro, na een jarenlang verblijf Nederland uit te zetten. Begin deze week zette minister Opstelten van Veiligheid een volgende stap door de ‘vingerscanproef’ te introduceren. Hierdoor moeten vreemdelingen in de toekomst op last van de politie vingerafdrukken laten afnemen, om te controleren of zij hier illegaal verblijven.

In sneltreinvaart racen we met dit kabinet ondertussen naar een op wantrouwen, haat en egocentrisme gefundeerde samenleving. En dat terwijl we nog lang de ergste oorzaken voor dergelijke sferen in de maatschappij, dramatische uitwerkingen van de economische crisis, niet eens ondervinden. Waar gaat het heen met Nederland als we nú al zo hard wegzakken in een modderpoel van anders-dan-ik-haat?

Sinds het aantreden van het gedoogkabinet maakt menig progressief persoon zich ernstige zorgen over de behandeling van Nederlanders met een allochtone afkomst. Het voorgenomen beleid van de ministerraad ten opzichte van immigranten moest keihard zijn. Met de nieuwste maatregelen lijkt ze dit beangstigende streven steeds meer waar te gaan maken. Hierdoor overschrijden de regeringspartijen inmiddels een duidelijke grens van menselijkheid. Niet de humane benadering van buitenlanders, maar de excessieve drang tot het afschepen van medemensen is de ultieme drijfveer van dit kabinet. Het is kleurtjespolitiek van de bovenste plank. Ben je toevallig niet zo (ge)bleek(t) als Rutte, Opstelten of het alle schoonheidsidealen overtredende  kapsel van de heer Geert W., dan ben je ondertussen onderhevig aan een voortslepende angst dit land uitgezet te worden.

De opsporing en uitzetting van zo veel mogelijk door dit kabinet ongewenste Nederlanders schept een klimaat van verdere bekrompenheid in de samenleving. Het doet er kennelijk niet meer toe dat je geworteld bent in de Nederlandse maatschappij. Een groot deel van je kinderbestaan doorbrengen in Nederland geldt voor een kind van allochtone afkomst als niets meer dan: ‘Jammer, maar helaas!’. En als je gekleurd bent of een buitenlandse achternaam hebt, loop je nu ook al het risico uitgezet te worden op basis van vingerscanidentificatie. Moet ik me nu ook zorgen gaan maken, omdat ik van Zuid-Afrikaanse afkomst ben? Ik begin steeds heviger de angst te begrijpen die veel landgenoten heeft overvallen.

De tolerantie raken we volledig kwijt in Nederland. We zijn steeds meer op jacht naar een maatschappij waarin elk alternatief aspect van gedraging, fysieke eigenschap en culturele achtergrond, kortom diversiteit, de deur wordt gewezen. Het creëren van één, monotone cultuur lijkt meer en meer de hoogste prioriteit te krijgen. In de volksmond noemen we dat ‘gevaarlijk’, ‘asociaal’ of misschien nog wel het snelst ‘idioot’.

De xenofobe plannen van het kabinet-Rutte maken mij woester en woester. Het doet me denken aan een nummer van Motown-groep The Temptations. In 1970 (!) brachten zij een nummer uit, genaamd “Ball of Confusion”. De eerste regels typeren het Nederland van 2011 nog steeds uitstekend. Buitengewoon verontrustend!

People moving out, people moving in

Why? Because of the color of their skin

Run, run, run but you sure can’t hide

…..

Segregation, determination, demonstration, integration

Aggravation, humiliation, obligation to our nation

Ball of confusion

That’s what the world is today!


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2385 uur (99,4 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3