vrijdag, 3 februari 2012

John Jorna

John Jorna

De Toekomst van GroenLinks

TEGENPARTIJ OF GEDOOGPARTIJ OF
REGERINGSPARTIJ?

GroenLinks is een partij, die altijd een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid ten toon spreidt. Als we iets een goed idee vinden, stemmen we voor, zelfs als het afkomstig is van een partij, waarvan we de ideeën vaak verafschuwen. Als de huidige regering onze steun vraagt, dan bekijken we of we het ermee eens zijn, onderhandelen eventueel en proberen er iets uit te slepen, dat zoveel mogelijk overeenkomt met ons programma. Zo laten we vaak een kans voorbij gaan om deze regering ten val te brengen. Zonder onze steun zou er geen meerderheid voor de plannen zijn. Het gaat soms om zeer onpopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd of de politietrainingsmissie in Kunduz of kostbare maatregelen om de Euro overeind te houden. Van gedoogpartner PVV hoeft de regering bij deze onderwerpen geen steun te verwachten. Spottend spreekt de PVV dan van GroenLinks en D66 als gedoogpartijen. Naar partijen als D66, Partij van de Arbeid, CDA en VVD zendt GroenLinks een signaal uit van kijk naar ons. Wij zijn bereid om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Men beweert, dat het ook maar weinig gescheeld heeft of er was een andere coalitie gevormd en GroenLinks had daarvan deel uit gemaakt. Allerlei hervormingen zouden dan veel gemakkelijker zijn geweest. Op lokaal niveau laat GroenLinks maar al te vaak zien bereid te zijn tot compromissen en onpopulaire maatregelen. Kiezers belonen de partij voor de getoonde daadkracht. Maar op landelijk niveau heeft GroenLinks de naam van eeuwige oppositiepartij en is daardoor minder aantrekkelijk voor kiezers. Een stem op GroenLinks haalt toch niets uit. Die houding van de kiezers moeten we zien te doorbreken.

Binnen de partij wordt die houding maar al te vaak niet in dank aanvaard. Als je de kans krijgt deze uiterst rechtse regering ten val te brengen, dan grijp je die kans toch met twee handen! Als je de pensioenpremies niet nog hoger wilt laten worden en toch de pensioenen over veertig jaar veilig wilt stellen, dan is dat voor veel jongeren een prima zaak, maar de vijftigplussers, die de jaren beginnen te voelen, zijn er minder blij mee. Jonge partijleden hebben ook veel minder moeite met versoepeling van het ontslagrecht dan de vijftigplussers. Die weten, dat  voor hen de kans op een nieuwe baan zeer klein is. Het idee van GroenLinks, dat men een baan van de gemeente krijgt tegen het minimumloon ziet er weinig aantrekkelijk uit. Wat voor een baan? Maar GroenLinks is ook een partij, waar solidariteit tussen jong en oud vanzelfsprekend is. Net als de solidariteit met ontwikkelingslanden en met economisch zwakke EU-lidstaten.

Over Kunduz staan twee opvattingen tegenover elkaar. Blijkens de moties voor het aanstaande partijcongres zien velen in de politietrainingsmissie vooral een militaire missie. Gesuggereerd wordt, dat de politieagenten vaak als militairen worden ingezet. Er is een tijd geweest, dat Afghaanse agenten als goedkopere slechter uitgeruste surrogaatsoldaten werden misbruikt. Daarvan merk ik in de huidige berichtgeving niets meer. Nathalie Righton van de Volkskrant schreef maar al te vaak zeer cynisch en spottend over de missie, maar haar verhalen worden positiever. Toch weet iedereen, dat de kans op blijvend succes vooral na het vertrek van de NAVO troepen klein is. Maar hoe groot is de kans op succes bij het streven naar een politieke oplossing? Waarom zouden de Taliban überhaupt gaan onderhandelen? Ze hebben de tijd. Na 2014 grijpen ze naar de macht. Jammer voor de vrouwen en meisjes. Het is nog maar de vraag of westerse NGO’s onder een nieuw Taliban regime nog mogen blijven werken in Afghanistan zoals nu. Als we door onderhandelingen erin zouden slagen, dat NGO’s mogen blijven werken en de politietrainingsmissie kan worden voortgezet of zelfs verbreed, dan zou onderhandelen een succes zijn Anders is het streven naar een politieke oplossing  in feite het aan hun lot over laten van de Afghanen. Het succes van vredeswerkers elders blijkt dan geen garantie voor succes in de Afghaanse werkelijkheid.

Het moge duidelijk zijn geworden, dat stemmen over Kunduzmoties veel meer is dan een beslissing nemen over wel of niet de missie steunen. In feite gaat het om de partijstrategie. Het is te hopen, dat de 1500 congresgangers beseffen, dat het om meer gaat. Het gaat weer spannend worden.

Jaargang 4, Nr. 200.

vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 15 januari 2012

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Weer actie voor behoud verloskunde

ooievaar 1 214x300 Weer actie voor behoud verloskundeAfgelopen week had ik contact met de fractie van de VVD. We bespreken wat we nog kunnen doen om de onderhandelingen over de plaats van de verloskunde positief te beïnvloeden. Of te wel wat we ervoor kunnen doen dat de acute verloskunde in Meppel blijft en niet naar Zwolle vertrekt.

Voor een goede (kwalitiatieve) basiszorg  moet die afdeling in Meppel blijven. Bovendien is de kans groot dat met de verloskunde ook de kindergeneeskunde verdwijnt. Een aderlating voor het ziekenhuis, maar ook zeer zeker voor de werkgelegenheid van Meppel.

Ik heb afgelopen donderdag de andere fracties een mededeling hierover gedaan. We willen graag op de raadsvergadering van 26 januari een raadsbrede motie indienen. We willen het college oproepen ervoor te zorgen dat de gemeenteraad mee mag praten bij de regiovisie. Nu zijn alleen de Raden van Bestuur van beide ziekenhuizen en zorgverzekeraar Achmea hierbij betrokken. De volledige tekst die ik toen heb uitgesproken kunt u hier vinden.

De Partij van de Arbeid heeft direct al gezegd dat ze die actie willen steunen. Ik hoop dat de andere fracties zich snel willen aansluiten. We houden u op de hoogte.

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Zal ik dit nieuwe jaar wel mijn hoofd boven water houden was de grote vraag

Eind December 2011 ontving ik een uitnodiging van Ronde Tafel met daarbij de mededeling dat men ook dit jaar weer druk bezig is met de organisatie van de Nieuwjaarsduik 2012. Omdat vooral wij het vorig jaar tot een groot succes hadden gemaakt, hoopten zij vanuit de organisatie dat wij ook dit jaar weer mee wilden doen.

Vanaf eind November en begin December zat ik nog te twijfelen en liet binnen vrienden en familie kring doorschemeren dat ik waarschijnlijk niet mee zou doen of dat ik het nog niet wist (deed ik natuurlijk alleen wanneer ik de vraag letterlijk voorgelegd kreeg).

In Januari 2011 wilde ik een duidelijk statement maken uit protest in de vorm van:”wat nou?”,”Deze ‘zielige’, ‘zwakke’ (vaak afgewen) gehandicapte donderstraal kan meer dan velen denken”

Hoe zat het ook alweer dat ik in omgeving 2007 op eigen initiatief wederom bij het UWV aanklopte voor studie mogelijkheden? Kreeg te horen wat de concrete mogelijkheden waren binnen een termijn van 3 maand en daarnaast de opmerking:”doe rustig aan”,”we kennen je ziektebeeld en daarom zal je ook blijvend in aanmerking komen voor een arbeid ongeschiktheid’s uitkering.” Ter afsluiting kreeg ik destijds ook mee dat ik ervan genieten moest!” Harder dan dat kon er eigenlijk niet in mijn smoel gemept worden (het was goed bedoeld maar toch achteraf gezien).

Natuurlijk was 1 Januari 2011 ook een uitdaging voor mijzelf, een beetje bluffen en grenzen verleggen.. Je zal maar gebluft hebben en een enorme stijfkop zijn, dan laat je toch ook zien wat je waard bent!

Dat bleef eigenlijk onhandig de tong uitsteken naar een ieder die mij allang afgeschreven hadden in welke vorm dan ook met daarbij de vraag doe me dit maar even na :P http://www.youtube.com/watch?v=YWhCuKPA0Sc

Nu 1 Januari 2012-01-12

Halverwege December 2011 begon mijn bloed natuurlijk weer te stromen waar het niet zou kunnen stromen en kreeg zelf wederom weer zin aan een verfrissende duik (gewoon doen dacht ik)!

Dit maal zat ik vooraf wel met 2 vragen:

1. Omtrent mijn gezondheid was het wat minder met mij gegaan afgelopen jaar waardoor ik ook veel minder gaan sporten ben, zou mijn rikketik zo’n sprong dan wel aan kunnen (nuchter gezien maar deels ook een onzinnig argument).
2. Wel heel belangrijk voor mezelf, in 2011 had ik mijn eigen al bewezen wil telkens een stap voorwaarts maken en een herhaling van zetten hoort daar niet bij!

Eind December schoot mij te binnen zal ik mijn eigen (opgesloten) gaan verpakken in een doos waarop diverse teksten gekalkt staan wat mij niet bevalt aan de komende begrotingen, mijn ideeën in die vorm waren te onduidelijk en praktisch gezien niet reëel.

Zelf ben ik bijvoeding nodig om maar zwaarder te worden, zo’n doos paste en past prima tussen mijn hals en net boven mijn kont (ben blij dat het voorlopig nog vergoed wordt)..

Op twitter stelde ik ook de vraag wie een origineel idee had en bij voorkeur zocht ik naar een GroenLinks thema en iets over de zorg. De beste tekst was toch wel (aan de voorkant van het shirt) Help ons ook in 2012 ons hoofd boven water te houden! Stem GroenLinks voor échte oplossingen.

(aan de achterkant) Want – gratis zwemles voor pgb-ers, gratis rondje vliegen in de JSF en 130 met je scootmobiel zijn dat niet! #OPRUTTE

1 januari was het zo ver, tegen 14:00 stapte ik uit mijn nest en ging vlot een hapje eten en wat drinken. Net voor ik vertrekken wilde moest ik ook nog even een noodstop maken op het kleinste plekje van de aarde.. Scheld vloek, geen smoesjes jongen gewoon gaan hardlopen dan kom je nog wel op tijd aan.

Bij aankomst herkende 1 van de organisatoren mij meteen en begeleide mij naar de inschrijf en kleed ruimte, toen ik omgekleed was kon ik binnen aansluiten bij een groepje die nog voor mij stonden die de teksten op mijn shirt wel heel interessant vonden (ff een kort momentje gesproken over hoe alles nu gaat en hoe het zou moeten gaan wanneer GroenLinks het voor het zeggen zou hebben)

Op een bepaald moment mochten we naar het water lopen en per groepjes sprongen mijn voorgangers het water in, tegen de tijd dat het bijna mijn beurt was begon ik al zachtjes te lopen en werd ik tegen gehouden door een van de organisatoren van Ronde Tafel, deze vermelde letterlijk aan mij:”jij mag als laatste”,”en je krijgt een speciale aankondiging dus wacht nog maar even.”

Prachtig dacht ik, zonder iets te zeggen begreep deze organisator van Ronde Tafel mij heel goed. Ik sloot me intussen alvast af van alles en begon mij op het water te concentreren en het start sein van Klaas je mag..




Zodra ik het start sein kreeg liep ik in een stevige looppas naar de rand van het water en keek waar ik ongeveer terecht wilde komen, toen werd ik ook meteen even wakker en dacht bij mijn eigen:”ik weet niet waar de camera’s staan van het grote beeldscherm waarop iedereen mee kon kijken”,”laat ik mijzelf maar langzaam 1x ronddraaien zodat zowel de voorkant als achterkant van mijn shirt goed in beeld komen te staan.” Eenmaal omgedraaid zocht ik weer naar het punt waar ik in het water wilde belanden en maakte de sprong, deze ging meteen een stuk beter dan vorig jaar… ik kwam precies op de plek terecht die ik vooraf ingeschat had, raakte wel koppie onder maar kon nu gelukkig zelfstandig snel genoeg op staan. Ook de weg naar het trappetje was een stuk eenvoudiger te vinden… Ontving divers applaus en er rende ook meteen een journaliste naar mij toe van de Hoogeveense Courant.

Had niet eens de tijd om een beetje overdonderd te zijn in de vorm van yes, dit is precies wat ik wil, nu ff gaan opletten wat ik zeg. Tijdens het lopen naar de kleedkamer vertelde deze in positieve zin ‘exact’ wat er vorig jaar gebeurd was:”vorig jaar was ik de aller eerste duiker”,”dit jaar de aller laatste”,”vorig jaar was het steen en steen koud”,”lag er eis etc;” wat ik allang vergeten was want dat eis was vooraf weg gehaald en herinnerde me alleen een aantal smeltende sneeuw bultjes..

Ze vroeg meteen hoe voelde het water aan waarop ik direct antwoordde dat ik ook het water een stuk minder koud aan vond voelen dan vorig jaar maar dat het ondanks dat best nog wel koud was. Ik plakte er aan vast dat mijn sprong gelukkig al veel beter ging dan vorig jaar.

We naderende aanmeld balie om te springen en ik kreeg de vraag:”Vorig jaar was je de eerste duiker”,”nu de laatste!”,”hoe zit dat?” Intern begon ik wat te grinniken met een gevoel van:”Yes”,”ga je straks met name veel richten op het PGB omdat je je eigen daar het meest kwaad om maakt momenteel!”

Eenmaal binnen aangekomen kregen we het wederom even over vorig jaar waarbij ik aangaf dat ik destijds wilde bewijzen dat ik ondanks mijn handicap ook veel dingen wel kon.. We kregen het over de teksten die op mijn shirt stond en zodra het woordje PGB viel kreeg ik het verzoek om mij eerst even om te kleden en daarna het interview af te maken (heel logisch eigenlijk).

In de kleed ruimte aangekomen kreeg ik diverse complimenten in de vorm van:”jij bent wel koppie onder gegaan”,”respect man!” Waarop ik wel eerlijk antwoord gaf dat dat niet mijn bedoeling was maar dat de sprong mij in verhouding met vorig jaar behoorlijk mee viel en ik had het ook niet eens koud..

Op het moment dat ik mijn t shirt uit wilde trekken kreeg ik het in ene wel steen koud, had het gevoel dat ik in mijn blootje in de sneeuw lag en het iets te kleine t shirt kon ik ook amper uit krijgen… Was bijna geneigd om te roepen:”wie wil mij even helpen om dit shirt over mijn schouders heen te trekken!”

Niet doen Klaasje, je bent een grote sterke vent met een grote mond die zo zelfstandig mogelijk wenst te blijven.Vanuit mijn eigen situatie zeker sinds het 1e kwartaal van 2011 drong tot mij door dat ik echt een PGB regeling nodig zou gaan krijgen.

Meneer Rutte snapt dat niet, aldus Rutte kan ik wel ondersteuning blijven ontvangen d.m.v. het CAK mits ik een eigen bijdrage lever, en dat noem ik nu juist geld verspilling pur sang omdat ik telkens maar enkele maanden per jaar hulp nodig ben in bijvoorbeeld de huishouding.

Dit kabinet snapt dat niet, komt geld tekort en moet gaan bezuinigen (wat GroenLinks ook zou gaan doen) en plukt zomaar overal geld vandaan om de huidige begroting matchent te maken (iets wat GroenLinks zeker niet wenst in deze vorm).

Dit kabinet schuift huidige problemen die spelen gewoon door naar de toekomst, wie dan leeft wie dan zorgt heet dat! Zelf ben ik een GroenLinkser met diverse liberale ideeën, maar wat er nu gebeurd kan echt niet!

Na het omkleden was ik nog even blijven rondhangen bij de soep stand, met een aantal mensen gesproken over de sprong en nog even gewacht op de journaliste die mij nog verder wenste te interviewen.

Al met al een geslaagde dag

dinsdag, 3 januari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Dronten, van harte gefeliciteerd

In weblog, 40 jaar, 50 jaar, biddinghuizen, dronten, koningin juliana, swifterbant, arbeid, gemeente, en meer.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot instelling van een gemeente Dronten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1
Ingesteld wordt een gemeente, genaamd Dronten.

Artikel 39
Deze wet treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag, […].

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 25 maart 1971
JULIANA.

De ‘door Ons te bepalen dag’ was vandaag precies 40 jaar geleden, op 3 januari 1972. Daarom vieren we vandaag dat de Gemeente Dronten 40 jaar bestaat, maar herdenken we tegelijk dat 10 jaar eerder de eerste bewoners zich vestigden in wat wij nu kennen als Dronten.

Dat is geen historie waarbij je wellicht kan bogen op Romeinse stichters of roemrijke bevrijdingen. Maar een verhaal van noeste arbeid door onze pioniers en het uitstekende werk van de tekenaars van de Rijksdienst die met visie en kunde ons gebied ontwierpen. Ontwerpen waardoor we vandaag de dag een spoorlijn aangelegd zien worden die toen reeds werd ingetekend en eind dit jaar in gebruik zal worden genomen.

2012 is om al deze redenen een feestelijk jaar voor de Gemeente Dronten! Zoals ook volgend jaar een feestelijk jaar zal zijn omdat we dan kunnen gedenken dat onze dorpen Biddinghuizen en Swifterbant een 50 jarige bewoning kennen.

zondag, 1 januari 2012

Het menu: Sprookje voor 2012

In het menu, niet op voorpagina, banken, femke halsema, ontwikkelingsgeld, rijkdom, algemeen, arbeid, belasting, en meer.
Ooit zal er een land zijn waar alle mensen vreedzaam en gezond kunnen leven. Een land waar rijkdom eerlijker is verdeeld. De hoogste salarissen zijn er aan een acceptabel maximum gebonden, de laagste aan een realistisch minimum en eenieder verricht arbeid naar vermogen. Het verzorgen en opvoeden van kleine kinderen door de ouders wordt beschouwd als een der belangrijkste taken in de samenleving en navenant gehonoreerd. De banken stellen zich weer dienstbaar op door betrouwbaar geld te bewaren en uit te lenen. Beurzen en hedgefundsen bestaan niet meer. Het betalen van belasting ziet de mens als bijdragen aan een collectieve spaarpot voor zaken die het algemeen belang dienen: onderwijs, zorg, veiligheid, natuurbehoud, openbaar vervoer, (duurzame) energie, communicatie. De mensen zijn er vrij om te zeggen wat ze willen en binnen de grenzen van de wet te doen wat ze willen. Verschillende huidskleuren en verschillende gewoontes vormen een verrijking van de cultuur. Geloof speelt als politieke stroming geen rol meer. Ontwikkelingsgeld wordt gebruikt om jonge allochtonen in dat land een goede opleiding te geven, zodat ze hun land van oorsprong met een behoorlijk beginkapitaal kunnen helpen opbouwen. De minister-president van dat land is slim, mooi, ze heeft het hart op de goede plek en ze heet Femke; het land zelf heet Europa.

vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwe kansen voor arbeidsverhoudingen

Onderstaande stukje dat ik op 5 december schreef met verheugende bericht dat de vakbeweging een begin van vernieuwing lijkt in te zetten.

Een noodzakelijke, maar toch ook dappere stap is het die de vakbondsvoorzitters van FNV afgelopen zaterdag hebben gezet. Het loslaten van oude structuren vergt moed en dat is toch wat hier is gebeurd. De Nieuwe Vakbeweging (werktitel) wordt een open vakorganisatie waar verschillende bonden en verenigingen zich bij aan kunnen sluiten.

 

De organisatiegraad van de vakbeweging in Nederland werd de laatste decennia steeds kleiner maar ook eenzijdiger. Met namen de middelbare witte man vanaf ca 45 jaar is oververtegenwoordigd. Dat bracht met zich mee dat de belangenbehartiging zich ook daar naartoe verplaatst heeft. Op zichzelf is dat vrij logisch, ware het niet dat het FNV protectionistisch bezig is geweest. Nieuwe initiatieven in vertegenwoordiging waarvan vooral Alternatief Voor Vakbond (AVV) een prominent voorbeeld is, werden in eerste instantie met argwaan tegemoet getreden. De collectieve solidariteit verdween steeds meer uit zicht.

 

Jongeren, ZZP-ers en flexwerkers werden ondanks het feit dat ze in omvang toenamen en hun problematiek groter werd meer en meer genegeerd. Bonden zoals FNV zelfstandigen, FNV ZBo, FNV mooi, FNV KIEM en FNV Jong hebben binnen de grote vakcentrale waarin de bolwerken ABVAKABO en Bondgenoten de toon zetten nauwelijks iets in te brengen.

 

Het is dus niet alleen van belang om de organisatiegraad op te krikken, maar om deze te verbreden. Dan pas ontstaat er echte solidariteit, ooit de reden voor oprichting van de vakbeweging.

 

Maar er is meer winst te behalen. De verstarde arbeidsverhoudingen in Nederland moeten worden opengebroken, en niet door het ontslagrecht te versoepelen. Dat is het traditionele werkgeverspraatje, dat jammerlijk genoeg ook door sommige progressieve politici is overgenomen.

Het verdient aanbeveling om een nieuwe visie op de veranderde arbeidsverhoudingen te ontwikkelen en niet vanuit een defensieve houding maar realistisch. Ook doet de nieuwe vakbeweging er goed aan om de werknemersvertegenwoordiging binnen organisaties steviger te ondersteunen. Vervolgens moet de politiek de medezeggenschap binnen bedrijven een stevige wettelijke basis geven. Zo kunnen de arbeidsverhoudingen meer aansluiten bij de geest van de tijd en grote individualisering combineren met versterkte solidariteit.

 

woensdag, 28 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzame samenleving vereist lokaal durf en tegendraadse besluiten

Een duurzame samenleving waarbij recht wordt gedaan aan zowel de ecologische, sociale als economische dimensies vraagt om concrete lokale keuzen die ontegenzeggelijk als tegendraads worden beschouwd. Er is meer ‘maakbaar’ aan je samenleving dan je denkt. Je kan kiezen, voor een sociale economie, zinvolle werkgelegenheid, een cradle to cradle samenleving, duurzame landbouw, een gezonde sociale samenhang. De suggestie dat wij als lokale bestuurders, bedrijven en burgers slechts mee stromen in een autonome nationale en mondiale ontwikkeling is ideologie van de beste soort. Dagelijks wordt het tegendeel bewezen.

tinaJaren geleden las ik een studie van SHELL met de onschuldige titel van een meidenblad: TINA; There Is No Alternative. De studie gaf in heldere termen aan dat de hoofdlijn van ontwikkeling wel vast stond: meer concentratie van kapitaal en monopolie, vergroten van de rol van technologie, toename van de macht van internationale markten. Binnen dit scenario kon je nog wel kiezen tussen twee routes: Just Do It en Da Wo. Als mondiale speler hadden de scenario makers van SHELL wel door dat het individualistische ‘westen’ een andere route zou volgen dan het collectief gestructureerde ‘oosten’. Maar in de kern was de boodschap simpel: er is geen alternatief.

Eindige ontwikkeling

schuldIs dat werkelijk zo? Is de huidige ‘groei-economie’, die van korte termijn opportunisme en afwenteling op toekomstige generaties werkelijk het enige alternatief. Zoals publicist Jos van der Schot laatst in het dagblad Trouw stelde: “de huidige economie kent twee voedingsbronnen: de geldpers van de banken en (eindige) natuurlijke grondstoffen in de aarde. De geldpers produceert vooral schuld, schuld van mensen, bedrijven en staten aan banken; het gebruik van grondstoffen gaat ten koste van de voorraad en holt ons ecologisch kapitaal uit”.

Perverse neigingen in economie en taal

tomatenVandaag las ik dat in Rotterdam bijstandgerechtigden de Poolse en Hongaarse migratie-arbeid in de kassen zullen vervangen. De werkgevers zijn nu de bepalende klanten geworden, niet meer de werkzoekenden, aldus de PvdA wethouder. Interessant hoe antwoorden gevonden worden in een eindige oplossing van een schaalvergrotend bedrijfsleven die arbeid als noodzakelijk kwaad accepteert. Een tijdelijke oplossing tot de automatische komkommer of tomatenplukker is uitgevonden of de hele sector verhuizen zal. Dat huis van werkgelegenheid voor de meest kwetsbare groep is op drijfzand gebouwd. En dan gaan we, met de Wet Werken naar Vermogen in de hand en de rode roos in de borstzak deze groep naar de meest riskante hoek van de markt jagen?

Hetzelfde zien we met grondstoffen gebeuren. De visserijsector vist met overheidssteun zijn eigen visgronden leeg. We eten letterlijk onze toekomst op. Zoals Jos van der Schot constateert, investeren we overheidsgeld in de uitputting. In de landbouw steken we overheidsgeld in uitputting van watervoorraden en erosie van vruchtbare bodem, in de energiesector geven we meer overheidsgeld uit aan vervuilende fossiele centrales dan aan schone duurzame energie en vervuilend transport kan rekenen op een fiscale balans.

Maakbaar lokaal alternatief

Dat kan dus anders. De energiesector maakt dat wel heel duidelijk. Schaf subsidies af, haal de scheve energiebelasting er uit en zon en wind winnen het van kolen, olie en kernenergie. Als overheid kan je je vervolgens concentreren op het begeleiden van processen die er toe leiden dat je lokale economie hiervan de vruchten plukt: door zelf energie op te wekken en lokale fondsen te creeeren uit de winsten versterk je structureel werkgelegenheid, bouw je aan sociale samenhang en stimuleer je innovatie. Zo maakbaar is dit!

rioolMaar ook andere thema’s laten sterke paralellen zien: Ons wonderlijke rioleringsstelsel dat schoon water vervuilt via de meest ineffciente toiletpotten om vervolgens dit mengsels over tientallen kilometers weg te pompen naar een rioolwaterzuivering bij de IJssel. De waardevolle grondstoffen en warmte raken we kwijt. Sterker zelfs, we pompen er energie in om dit materiaal ons grondgebied uit te krijgen! En daar betalen we goed geld voor. Als je dat geld nu investeert in lokale systemen die grondstoffen en energie lokaal hergebruikt. Ook dan stimuleer je structureel werkegelegheid en innovatie.

Afval is natuurlijk ook zo’n onderwerp. Slechts 10% van het huidige afval in onze grijze bakken is nog niet herbruikbaar. De rest zouden we gescheiden kunnen aanleveren. Een belangrijk deel kunnen we lokaal of regionhaal opwerken naar fracties waarmee we geld kunnen verdienen. Met de rendementen kunnen we bijdragen aan preventie. Samen met toeleveranciers en winkeliers zorgen dat er minder verpakkingsafval komt. Moet het Rijk wel mee doen, door het statiegeld niet af te schaffen.

Duurzaam renoveren in de bestaande bouw levert een structureel antwoord op. Leidt tot lagere woonlasten, lagere emissies, hogere werkgelegenheid en innovatie. Ja, probleem is het financieren van dit systeem, zoals een aannemer me laatst vertelde. We financieren onze kwetsbare banken met tientallen miljarden en zijn niet in staat het investeringskapitaal voor duurzame renovatie bij elkaar te krijgen terwijl we weten dat het rendement zeker is? Veel van de investeringen schrijf je over 40 jaar af terwijl de energielasten jaarlijks zeker met 5% zullen toenemen. Helder toch, hier is ruimte voor een zakelijke aanpak waar institutionele investeerders en bewoners/eigenaars elkaar kunnen vinden.

Sterke lokale economie

De lijst van opties kan nog veel langer. Tegenover het TINA van SHELL staat een sterk lokaal alternatief. Dat organiseer je niet van bovenaf, maar bouw je van onderop. De komende jaren is dat de uitdaging voor het lokaal bestuur, ook in Lochem. Dan hebben we het over een arbeidsintensieve, creatieve en cultuureigen bedrijvigheid die onze samenleving zonder meer kan vullen. Financieel is dat geen probleem. Want dit brakke schip van onze huidige economie verliest zoveel geld, grondstoffen en kennis aan die mondiale economie dat het dichten van deze lekken een onmiddellijk drijfvermogen geeft. Dat biedt de ruimte en kracht om werkelijk die lokale duurzame economie op te bouwen.

Een mooie uitdaging, zo voor het nieuwe jaar.

dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

zondag, 25 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Het Eeuwige Tekort van het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

In 2005 schreef Rutger een ander opvallend filosofisch werk: Het Eeuwige Tekort, waarin het begrip ‘schaarste’ centraal stond. Is Het Eeuwige Tekort consistent met de politieke visie die Claassen uitwerkt in Het Huis van de Vrijheid?

De Oude Claassen: Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid is in de kern een liberaal boek. Claassen noemt zich in dit boek liberaal, alhoewel hij opmerkt dat dat in het Nederland maatschappelijk debat meer verwarring oproept dan oplost. Liberalisme betekent voor Claassen het streven naar een zo groot mogelijke autonomie voor mensen dat betekent dat mensen zo vrij mogelijk moeten zijn om zelf te beslissen over hun eigen leven, maar dat Claassen erkent dat vrij zijn ook gepaard is met het hebben van bepaalde vermogens: baby’s zijn niet autonoom, want die zijn niet instaat om doelen voor zich te stellen of de gevolgen van hun handelen in te schatten. Autonomie-als-ideaal omvat zowel de vrijheid zelf te kiezen als de plicht van de gemeenschap om zorg te dragen dat iedereen de vermogens heeft om te kiezen. Overheidsingrijpen is in principe alleen gelegitimeerd als die autonomie vergroot.

In het boek onderzoekt Claassen in allerlei maatschappelijke casussen hoe dit autonomie-ideaal in elkaar steekt. Zo bespreekt hij ook de topinkomens in het bedrijfsleven. Claassen stelt voor dat topinkomens positionele goederen zijn: de waarde van een topinkomen zit niet zo zeer in het bedrag, maar destemeer in of het meer of minder is dan het inkomen van de buurman. Zo ontstaat er een wedloop tussen topmanagers die allemaal meer willen verdienen dan de andere manager: om zo een duurdere auto en een duurder huis te kopen. Dit zijn consumptiemiddelen die ook weer met name waarde hebben in wedijver.

Volgens oude Claassen mag de overheid niet ingrijpen: er is geen sprake van schade aan autonomie. Mensen kiezen er zelf voor om mee te doen in de ratrace. We doen elkaar geen schade aan door een duurdere auto dan de ander te kopen. Als de ander zich daardoor gekleineerd voelt en ook een duurdere auto wil kopen is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. Zolang er geen aanwijsbare schade voor autonomie door wedijver tussen topmanagers komt is er voor Claassen geen reden om in te grijpen. Sociale grenzen aan de groei zijn geen geldige reden voor Claassen om in te grijpen. De overheid is neutraal ten opzichte van de inkomensstijgingen van individuen.

Claassen merkt op dat als iemand oog heeft voor een oneerlijke verdeling van talenten dat hij dan misschien topmanagers wil belasten voor hun grote talenten waar hun grote inkomens mee verdient zijn.* Ook als bonussen de verkeerde prikkels geven dan moet de overheid ingrijpen: als ze risicovol ondernemen boven economische duurzaamheid stellen. Hier gebeurt volgens Claassen nog te weinig aan in de markt. Bij de overheid slaat men volgens hem door: door de balkenendenorm biedt de overheid te lage lonen aan topmanagers en we weten allemaal if you pay peanuts you get monkeys. De oude Claassen is in de analyse van topinkomens een klassieke liberaal: de overheid moet autonomie beschermen en niet meer doen.

De Jonge Claassen: Het Eeuwige Tekort

Het Eeuwige Tekort is juist kritisch over liberale filosofieën. Het boek gaat over de vraag hoe we met schaarsten om moeten gaan. Liberale filosofen erkennen dat er schaarste aan natuurlijke hulpbronnen is. Voor liberale filosofen is schaarste echter een natuurlijke toestand en ligt de verantwoordelijkheid voor dat er schaarste bestaat niet bij de mens. Dit noodzaakt ons om de maatschappij te organiseren op basis van principes van rechtvaardigheid. Het belangrijkste liberale verdelingsprincipe is de markt. In de markt ontstaat volgens economen door concurrentie om schaarse middelen de meest efficiënte verdeling. Deze concurrentie is volgens liberalen een positieve kracht: de motor voor economische en technologisce ontwikkeling. Iedereen heeft daar uiteindelijk voordeel van. Afgunst en jaloezie zijn voor liberalen daarmee uiteindelijk positieve krachten. Liberalen stellen de voldoening van behoefte centraal. De aard van de behoeften maakt hen weinig uit. Claassen noemt dit een “kritiekloze verheerlijking van behoeftebevrediging”.

Jonge Claassen staat in Het Eeuwnig Tekort veel kritischer tegenover schaarste dan de liberalen. Hij stelt zichzelf voor als een pluralist. Hij is kritisch over de centrale rol die concurrentie inneemt op alle plekken in de hedendaagse maatschappij: in de wetenschap, de politiek en de televisie. Concurrentie over schaarse grondstoffen leidt in zijn ogen alleen maar tot uitputting van het sociale, psychische en natuurlijke kapitaal: stress, sociale verharding en vervuiling. In plaats daarvan zou niet alles door de lens van competitie gezien moeten worden: een pluraliteit van maatschappelijke sferen met eigen verdelingsmechanismen (niet alleen de markt) zou in stand gehouden moeten worden. Het is een doorn in het oog van de jonge Claassen dat het huidige sociaaleconomische stelsel dat arbeid en consumptie centraal stelt andere waardevolle menselijke activiteiten (“tijdrovende, affectieve relaties” in de liefdeloze filosofentaal, wat wij tijd voor geliefden, gezin en vrienden zouden noemen) naar de zijkant schuift. We zouden maatschappelijke sferen moeten creëren waarin schaarste en afgunst geen centrale rol spelen. De logica van de economie maakt van mensen sociale autisten die zich monomaan richten op de maximalisatie van de winst, en daarvoor alle morele en maatschappelijke normen die ze kunnen overtreden, zullen overtreden. Dit is uiteindelijk een gevaar voor de economie zelf. Claassen wil de cultuur van de schaarste overwinnen door te breken met het dominante winst- en groeidenken. Dit is de jonge, linkse cultuurcriticus Claassen: kritisch over de cultuur van de schaarste die alles economiseert en geen ruimte laat voor andere waardevolle menselijke activiteiten.

Jong en Oud

De jonge en de oude Claassen lijken diametraal tegenovergesteld. De jonge Claassen kiest voor een keiharde kritiek op de cultuur van de schaarste waarvan het lof door liberalen wordt bezongen. Liberalisme is niets meer dan de kritiekloze verheerlijking van behoeftebevrediging die door afgunst in stand wordt gehouden en ons geestelijk uitput. De oude Claassen, zelf een liberaal, vindt dat een keuze voor mensen zelf: als jij het je aantrekt dat je buurman een grote Porsche heeft, en daarom nog harder wil werken en meer wil gaan verdienen dan ben je daar zelf verantwoordelijk voor. Dat is geen schade van autonomie. Dus de overheid hoeft niet in te grijpen.

De obsessie met economische groei is voor de jonge Claassen een doorn in het oog en voor de oude Claassen individuele keuze, waar de overheid neutraal tegenover moet staan. Interessant vind ik ook dat waar de jonge Claassen pleitte voor schaarstevrije sferen, de oudere Claassen waarschuwt voor het doorslaan van de overheid richting matiging van topinkomens. Dat zou niet goed zijn voor het type managers dat we binnen halen bij de overheid, want schijnbaar is loon alles wat zou moeten tellen bij public service.

Toch ligt het beeld wat genuanceerder: de jonge en de oude Claassen hebben beide oog voor de maatschappelijke gevolgen van de nadruk op economische groei. Als er maatschappelijke schade ontstaat door de nadruk op schaarste en concurrentie dan moet de overheid ingrijpen. Als monomane autisten de wet gaan overschrijden is er een probleem, ook als de bonusstructuur de managers vervreemdt van de werkvloer.

Cultuurfilosofie versus Politieke Filosofie

Uiteindelijk ligt er echter een fundamenteel filosofisch onderscheid tussen de twee Claassens: filosofisch putten de jonge en de oude Claassen uit andere tradities. De jonge Claassen oriënteert zich op continentale cultuurkritische denkers als Arendt, de oude Claassen is veel Anglosaksischer en analytischer, en zijn filosofen als Sen zijn grote voorbeeld. Voor de oude Claassen is er een fundamenteel onderscheid tussen wat moreel onwenselijk is en politiek onrechtvaardig: Claassen vindt dat de overheid geen oordeel moet hebben of meer willen verdienen omdat je buurman een grotere auto heeft goed of slecht is. Dat moeten mensen zelf uitzoeken. Dat betekent niet dat de oude Claassen zelf geen mening heeft over auto’s en afgunst, maar hij vindt dat individuele meningen geen rol hebben in de politiek. De overheid moet zo neutraal mogelijk zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Wat de oude Claassen vindt als politiek filosoof en wat de oude Claassen vindt als moreel filosoof hoeven niet hetzelfde te zijn. De jongere cultuurkritische Claassen zal het hier niet mee eens zijn. Het voornaamste argument aan de hand van deze critici is dat we als overheid wel neutraal kunnen proberen te zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven maar dat er door het sociaaleconomische stelsel er een ideaal (dat van competitie) dwingend aan ons op gelegd wordt. Het marktdenken wordt steeds dominanter in de vorming van onze karakters en de marktlogica wordt langzaam aan alle sociale sferen opgelegd. Dit komt het meest sprekend tot uiting in het voorstel van de oude Claassen om de topinkomens bij de overheid niet te veel uit te pas te laten lopen met de markt. We kunnen ons alleen tegen deze erosie van onze cultuur verzetten door ons collectief te organiseren. Het morele laissez-faire van Claassen houdt een cultuur van stress en uitputting in stand die we alleen kunnen doorbreken door overheidsingrijpen.

* Ik vind dit om twee redenen een tamelijk schokkende omschrijving: als iemand gevoelig is voor argumenten dat als talenten oneerlijk verdeeld zijn, er dan een ongelijke verdeling van middelen kan ontstaan, dan kan hij de topinkomens nog wel eens willen belasten. Iedereen zou gevoelig moeten zijn voor een oneerlijke verdeling van talent. Dat is geen kwestie van smaak.

Ten tweede, is Claassen schijnbaar onder de indruk dat de inkomens van topmanagers in verhouding staat met de door hen geleverde arbeid. Maar als ik weer cijfers uit de Verenigde Staten hoor, massa-ontslagen, economische malaise en wel een stijging van de topinkomens, dan vraag ik me serieus af of topinkomens wel in verhouding staat geleverde arbeid. Is de arbeidsmarkt aan de top wel een perfect functionerende markt? Topinkomens worden niet bepaalt in een markt waar er heel veel aanbieders zijn en heel veel vragers en mensen anoniem opereren. Het grootste bezwaar is dat er geen sprake is van een anomiteit, maar dat topinkomens worden goedgekeurd in een old boys-netwerk, waar iedereen elkaar kent. Je kan je serieus afvragen of daar sprake is van gezonde marktwerking.

maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

vergroening van de belastingen

In vergroening, belastingplan, groenlinks, afschaffen, arbeid, banken, belasting, belastingen, beperking, en meer.
Hieronder een deel van mijn inbreng op het belastingplan 2012 in de Eerste Kamer: over de vergroening van de belastingen.
Zie voor vragen aan het kabinet over 'het vestigingsklimaat' mijn eerdere blog. Verder besteedde ik nog aandacht aan de Geefwet en de hypotheekrente-aftrek.
Maar hier dus de vergroening:


Met betrekking tot het inzetten van de belastingen voor de verduurzaming van onze economie en samenleving is de fractie van GroenLinks teleurgesteld in deze regering. We zijn weliswaar blij dat de regering het met ons eens is dat vergroening gezien kan worden als nevendoel van de inzet van belastingheffing. Wij betwisten ook niet dat er grenzen zijn aan de vergroening via de belastingheffing, maar naar ons oordeel zijn deze grenzen nog lang niet bereikt.
In de Memorie van Antwoord stelt de regering dat Nederland één van de koplopers in Europa is met milieubelastingen. Kan de regering deze stelling nader onderbouwen, ook kwantitatief?
En hoe ziet die positie er uit na het afschaffen van de kleine belastingen, die vrijwel allemaal een milieudoelstelling hebben? Voorzitter, de fractie van GroenLinks is er een voorstander van dat belastingen die niet langer effectief zijn worden afgeschaft. Met betrekking tot de kleine belastingen die nu afgeschaft worden zijn wij echter niet overtuigd van het gebrek aan effectiviteit. Afschaffing van deze milieubelastingen geeft bovendien een signaal af dat tegenstrijdig is aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, zeker wanneer de verwijzing naar andere maatregelen die effectiever zouden zijn niet nader geconcretiseerd kunnen worden.

De fractie van GroenLinks is er - anders dan het kabinet - niet van overtuigd dat verdere vergroening van de belastingen alleen nog in internationaal verband kan plaatsvinden. Ons vestigingsklimaat kan best iets lijden - blijkens het aangehaalde onderzoek van Deloitte - dus waarom niet een voortrekkersrol vervuld? En naar onze overtuiging zal een groener belastingstelsel gunstig kunnen zijn voor de vestiging van ondernemingen die bijdragen aan de hoe dan ook noodzakelijke verduurzaming en vergroening van de economie. Of om het met de woorden van deze regering te zeggen: 'Naast noodzaak en bedreigingen ziet Nederland vooral ook kansen voor de transformatie naar een groene economie met een markt voor duurzame producten.'
Deze woorden komen uit de Nederlandse positie bij de 'Roadmap to a Resource Efficient Europe', oftewel het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, van de Europese Commissie. In de Memorie van Antwoord bij het Belastingplan 2010 geeft de regering aan de inzet van dit stappenplan te ondersteunen, maar maakt daarbij het voorbehoud dat de mogelijkheid wordt opengelaten per regeling andere doelen te laten prevaleren boven een ongewenst milieu-effect. De GroenLinks fractie maakt zich ernstig zorgen over deze bepleitte uitzondering. De recente klimaattop in Durban, waar Nederland overigens wel zeer minimaal vertegenwoordigd was, laat ons weer opnieuw zien hoe moeilijk het is harde afspraken te maken over milieumaatregelen zoals de beperking van de CO2 uitstoot. De fractie van GroenLinks vreest dat met de mogelijkheid andere doelen te laten prevaleren boven milieu-effecten de te maken afspraken boterzacht zullen worden.
Met betrekking tot de inzet van belastingen voor vergroening stelt de regering bij het stappenplan o.a. : 'Verschuiving van belastingen van arbeid naar energie en grondstoffen beloont gewenst gedrag terwijl vervuilers meer gaan betalen. Dat principe steunt Nederland van harte.' Mooie woorden, maar uit het vervolg kan gelezen worden dat de regering vindt dat Nederland het eigenlijk al goed genoeg doet, en dat vooral andere Europese landen moeten gaan bewegen. Is dat wat de regering bedoelt? Of gaat Nederland ook echt handelen volgens het omarmde principe? Zoals ik eerder al heb aangehaald stelt de regering dat Nederland tot de kopgroep behoort van landen met een hoog percentage aan milieubelastingen. Een onderbouwing van deze stelling heb ik reeds gevraagd. Nu is mijn vraag: Is het de inzet van de regering om tot deze kopgroep te blijven behoren?
De regering stelt in de BNC fiche ook verheugd te zijn dat het stappenplan ingaat op de vergroening van de belastingen, en in principe voor het afschaffen van milieuonvriendelijke subsidies te zijn. Vervolgens volgen er echter een aantal mitsen en maren, waardoor ons in ieder geval niet meer duidelijk is waar de regering eigenlijk nog voor is. Om het maar even concreet te maken en terug te grijpen op onze eerdere schriftelijke vragen: is de regering er een voorstander van om in Europees verband een einde te maken aan de belastingvrijstellingen voor fossiele brandstoffen, en voor de belastingvoordelen voor grootverbruikers van energie? En kan de staatssecretaris toezeggen zich hiervoor in Europa hard te gaan maken? Voorzitter, ik ga er vanuit dat de verwijzing naar Europa voor het nemen van deze groene belastingmaatregelen in de Memorie van Antwoord geen loze woorden waren, en dat de staatssecretaris deze beide toezeggingen kan doen.
De fractie van GroenLinks verwelkomt de steun van het kabinet voor de eerste stap uit het stappenplan- het in kaart brengen van de fiscale en niet-fiscale milieuonvriendelijke subsidies en het aangeven hoe deze uitgefaseerd zullen gaan worden - en gaat er van uit dat de regering hiermee op korte termijn aan de slag gaat. Wanneer denkt de regering met deze inventarisatie en plan voor uitfasering te komen? En kan de regering bevestigen dat de afbouw van de belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen en voor grootverbruik van energie deel gaat uitmaken van deze plannen? En dat deze plannen ook concrete voorstellen zullen bevatten voor de verschuivingen van belasting op arbeid naar die op grondstoffen, energie en milieu?

Voorzitter, ik wil ook nog even ingaan op het zogenaamde groen beleggen, of beter gezegd het maatschappelijk beleggen. De GroenLinks fractie is allerminst gerust op de ontwikkelingen op dit gebied. Vanuit het veld horen wij dat de groene beleggingen in rap tempo teruglopen, en dat de verwachting is dat dat per 1 januari a.s. in nog veel rapper tempo zal gebeuren wanneer geen duidelijkheid wordt verschaft over het op een of andere manier voortzetten van een belastingvoordeel voor maatschappelijk beleggen.
Onder druk van Tweede en Eerste Kamer is de Staatssecretaris in de afgelopen weken weer met het veld in overleg getreden, waarvoor dank. Maar de uitkomst van dit overleg is ronduit teleurstellend. In zijn nadere antwoord aan deze kamer van vrijdag jl. concludeert de staatssecretaris dat op dit moment niet kan worden gekomen tot een alternatief voor de geleidelijke afschaffing van de heffingskortingen voor maatschappelijk beleggen. Punt. Geen woord over: wat nu. Uit de beantwoording maak ik op dat het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken en anderen aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet, en dat het struikelblok alleen nog is gelegen in de eis dat er sprake moet zijn van een vereenvoudiging van de belastingen. Daarbij doet zich de vraag voor wat precies onder vereenvoudiging verstaan moet worden, en of vereenvoudiging een doel op zich is. Is het niet belangrijker om belastingmaatregelen te toetsen aan de eerder door de Tweede Kamer geformuleerde doelstellingen van effectiviteit, efficiency en het de noodzaak van handhaving om overheidsdoelen te bereiken? Ook vraagt de GroenLinks fractie zich af of het feit dat nog geen oplossing is gevonden met betrekking tot de fiscale vereenvoudiging niet vooral te wijten is aan het stilzitten van de staatssecretaris in het afgelopen half jaar?
Voorzitter, wij beginnen ons af te vragen of de staatssecretaris wel een oplossing wil vinden.
Een fiscale regeling voor maatschappelijk beleggen wordt politiek breed gedragen. In de Tweede Kamer diende zoals bekend het CDA hier een motie over in, die na de toezegging van de staatssecretaris nader in overleg te gaan werd ingetrokken. Ik ga er van uit dat die toezegging niet loos was, en dat de staatssecretaris dus echt wil proberen alsnog voor 1 januari 2012 tot een resultaat te komen. Wij vragen de staatssecretaris toe te zeggen dat de heffingskorting ook na 1 januari 2012 1,9% blijft en dat in de komende weken de vereenvoudiging de betrokken sectoren en ministeries nader uitgewerkt wordt

zaterdag, 10 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Een recht op vrije tijd

In arbeid, inkomen, liberalisme, socialisme, verdelende rechtvaardigheid, vrije tijd, agenda, arbeidsomstandigheden, artikel, en meer.

Het is vandaag Internationale Dag van de Mensenrechten. De wereld viert dat op 10 december 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn aangenomen. DWARS bloggers kijken naar een aantal van de mensenrechten vanuit groen, sociaal en vrijzinnig perspectief. Ik kijk naar artikel 24: het mensenrecht op vrije tijd.

Artikel 24: Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Een van de universele mensenrechten is het recht op vrije tijd. Zijn de universele mensenrechten zo decadent dat er een recht op luieren is? Een recht op lanterfanten? Op kosten van de Verenigde Naties op vakantie naar Chersonisos? Is dat het echt het niveau van de Universele Mensenrechten?

Het recht op vrije tijd heeft zijn wortels in de socialistische beweging. Een van de belangrijkste strijdpunten van de socialisten was de achturige werkdag. Arbeiders moesten beschermd worden tegen werkgevers. Er was een fundamentele inbalans in macht tussen werkgevers en werknemers. Een beperkt aantal werkgevers beheersten de vraag naar arbeid. Er waren veel arme mensen op zoek naar werk. Daardoor konden werkgevers hoge eisen stellen aan werknemers: lage lonen, lange werktijden, slechte arbeidsomstandigheden. De socialisten wouden daar een grens aan stellen door de achturige werkdag. Het principe was “acht uur werken, acht uur slapen en acht uur ontspannen”. Later kwam daar de vijfdagige werkweek en vakanties met behoud van loon bij. Van het begin van de twintigste eeuw richtten de vakbeweging in onderhandelingen met werkgevers en de socialisten in het parlement zich op de achturige werkdag: door stakingen, petities en onderzoeken probeerden ze het onderwerp op de agenda te zetten. Na de Eerste Wereldoorlog werd in Nederland de achturige werkdag ingevoerd.

Dit mensenrecht was een manier om arbeiders te beschermen tegen uitbuiting door werkgevers. Het verschilt daarmee fundamenteel van andere grondrechten die burgers moeten beschermen tegen de macht van de overheid. Het lijkt dus een verouderd mensenrecht. Een middel dat nodig was in de twintigste eeuw om werknemers te beschermen tegen werkgevers. Het lijkt een mensenrecht dat past in een ontwikkelingsland als Bangaladesh maar dat in het Nederland van de 21ste eeuw van ‘het nieuwe werken’ en zzp’ers niet meer zinnig is.

Niets is minder waar: het recht op vrije tijd past als geen ander in de huidige tijd. We leven in een samenleving die werk centraal stelt. Alle politieke partijen willen dat iedereen aan het werk komt. Dat geldt voor rechts en voor links. Zelfs GroenLinks heeft in haar programma een uitermate ambitieuze agenda: iedere werkloze moet na een jaar een baan aannemen van de overheid. De werkgeversorganisaties en de vakbonden steunen het streven naar een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie.

Je kan vanuit groen en links perspectief twijfels hebben over de noodzaak om allemaal zoveel mogelijk te werken. In een groene economie zouden we niet alleen maar moeten willen werken, maar juist ook meer ontspannen: we raken de grenzen van de Aarde met onze productie (dat is onze arbeid) en met onze consumptie (wat betalen met het loon voor dat werk). De cyclus van een week lang keihard werken om in het weekend keihard te consumeren past niet een duurzame economie. In een echte groene economie zou meer ruimte moeten zijn voor de dingen die er echt toe doen: tijd voor je vrienden, tijd nemen voor je gezin, tijd om van de natuur te genieten. Het vastleggen van het recht op vrije tijd geeft weer dat wij als wereldgemeenschap meer in het leven zien dan werk.

Maar er is een belangrijk reden om juist het recht op vrije tijd te waarderen: een recht op vrije tijd geeft mensen op een fundamentele manier de keuze om zelf hun leven in te richten. Het is geen plicht om te rusten, maar een recht waar mensen gebruik van mogen maken. Dat past goed bij het onderliggende ideaal onder de mensenrechten: het idee dat er in iedere samenleving ruimte moet zijn voor iedereen om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Sommige mensen vinden hun ontplooiing in arbeid. Zeker voor wetenschappers en kunstenaars is werk een levensvervulling. Maar ik ken ook docenten die opbloeien als ze voor de klas staan. Voor andere mensen is juist hun vrije tijdsbesteding een belangrijk deel van wie ze zijn. Ze werken beperkt om te voorzien in hun eigen levensonderhoud, maar als ze eenmaal een minimuminkomen hebben verdiend genieten ze van hun recht om zelf te bepalen wat ze doen en vullen ze hun tijd met hobby’s, reizen, zorg voor familie of door zich als vrijwilliger in te zetten voor de maatschappij. De samenleving moet iedereen in staat stellen om zelf te bepalen hoe ze hun leven inrichten en of ze daarin de nadruk leggen op werk of op vrije tijd. Dat is in een liberaal ideaal dat door het recht op vrije tijd dichterbij wordt geholpen.

Kortom: het recht op vrije tijd heeft haar wortels in de socialistische traditie, draagt bij aan een duurzame economie en is noodzakelijk voor liberale politiek. Het recht op rust en vrije tijd is groen, sociaal en vrijzinnig.

zondag, 20 november 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

zondag, 6 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Bijzondere Wajong Werkt Presentatie

In amersfoort, arbeid, betalen, bijeenkomst, cnv, eerste, euro, geloof, gevonden, en meer.
MEE Zuid-Hollandse Eilanden organiseerde op 27 Oktober een netwerkbijeenkomst in Spijkenisse. Het thema van deze bijeenkomst was Arbeid, en met name de aanpassingen in de Wet werken naar vermogen en de Wajong uitkering. Op deze bijeenkomst kwamen wethouders, beleidsmedewerkers en directeuren van bv. sociale werkvoorzieningen. Andre Rouvoet trad op als dagvoorzitter en ook wij vanuit CNV Jongeren Wajong Werkt Promotieteam waren daarvoor uitgenodigd om iets meer te vertellen over wat wij deden en een presentatie te geven.

Alles wat afgelopen Donderdag mis kon gaan was ook bijna allemaal mis gegaan, ik wilde eerst met de trein van 7:40 richting Rotterdam vertrekken maar had al door dat dat net niet lukken zou en met de trein van 8:06 zou ik ook nog steeds ruim op tijd in Spijkenisse zijn.

7:50 zag ik hoe lang de rij bij de kassa was en bedacht mij, had mij voor genomen om daar naast het treinkaartje een Metro en Bus kaart te kopen en misschien wat extra geld te pinnen maar aangezien de rij zo groot was ging ik maar naar een treinkaartjes automaat.

De rit Hoogeveen - Zwolle verliep goed, de trein richting Amersfoort en dus ook Rotterdam Centraal vertrok helaas 5 minuten later dan was bedoeld, op zich niet zo’n probleem want dan zou ik in Rotterdam nog voldoende overstap tijd over houden. Na de laatste stop richting Amersfoort begon ik mij minder gemakkelijk te voelen, de trein begon veel zachter te rijden en er werd ook periodiek omgeroepen:”excuses dat wij zo zacht rijden”,”er is niets aan de hand maar voor ons rijd een langzame trein”

Zelf startte ik maar een gesprek met een mede passagier over het openbaarvervoer Rotterdam en het was tijdens de rit zo gezellig dat zij ook automatisch een Wajong Werkt presentatie kreeg zonder dat ik spiekte in mijn map (achteraf gezien erg handig).

In Rotterdam aangekomen had ik intussen een ruime 15 minuten vertraging opgelopen, kocht dus snel een metro kaart waar je 2x mee mocht reizen, vervolgens pinde ik elders 20 Euro en toen ik richting de Metro liep en de tijden zag vreesde ik geen aansluiting meer te kunnen krijgen met de bus die ik wilde hebben. Belde dus meteen naar mijn contact persoon van het CNV Jongeren maar die kon ik niet bereiken, geen nood dacht ik en besloot te bellen naar het CNV en vroeg toestemming om maar een taxi te pakken.

Voor dat ik de taxi instapte melde ik aan de chauffeur:”ik heb 20 Euro bij mij”,”moet naar adres x in Spijkenisse”,”ga ik dat redden”. “Nee” was het antwoordt, “Dat gaat je zo’n 80 Euro kosten!” ik liep snel terug naar het pinautomaat en ik kreeg meteen een rood scherm met daarbij de mededeling:”u heeft vandaag al teveel ge-pint”,”pin eerst weer bij uw eigen bank”

Besloot terug te gaan naar betreffende chauffeur en vroeg aan hem of hij onderweg bij een SNS bank langs zou komen, voor een ritje van 80 Euro zou dat wel moeten kunnen. Eerst werdt ik bij een bank afgezet die niet meer bestond en daarna was hij door gereden naar de Coolsingel in Rotterdam, liet mijn GroenLinks tas met presentatie mappen en overige inhoud achter als bewijs dat ik terug keren zou. De Chauffeur zou een stukje door reiden na het mij afzetten omdat waar wij stonden mocht hij niet stil staan.

Nadat ik bij een SNS automaat ge-pint had was de taxi nergens meer te vinden, een poosje rondjes blijven door de Coolsingel en tussendoor wat in de ronde gebeld en uiteindelijk maar een andere taxi genomen.

Ik kwam echt exact op tijd aan, Andre Rouvoet vroeg nog of ik behoefte had aan een kop koffie vooraf wat ik zelf niet nodig vond. Wij, de persoon waarmee ik de Wajong werkt presentatie gaf en ikzelf kregen een glas water en geloof het of niet.. De presentatie verliep vrij soepel.. Normaal gesproken heb ik een spiek briefje bij mij met wie wat gaat zeggen en daarnaast wat steekwoorden voor mezelf. Ook voor mij was het weer een nieuwe presentatie die ik nog niet kende van vorige keren (best een beetje trots op mezelf)

Na onze presentatie volgde er nog een kort afrondend gesprek over wat anders en beter zou kunnen qua werkgelegenheid voor mensen met een handicap. Zelf plaatste ik niet veel opmerkingen want wat ik dacht zou al aan de orde geweest kunnen zijn toen ik er niet was.

Na de afsluiting had ik nog even apart met Andre Rouvoet gesproken waar ik zelf tegenaan liep en wat ik van een aantal werkgevers weet waarom deze zelf liever geen Wajonger in dienst nemen ondanks de voordelen voor hen.

Zelf loop ik tegen scholing aan, ik mag pas naar school zodra ik een werkgever gevonden heb die mij in dienst neemt. Theoretisch en praktisch dus bijna onhaalbaar voor mezelf, ook had ik ooit een werkgever gevonden die de regels wel kende en kon het ook redelijk goed vinden met deze qua aanpak van diverse dingen bij hen op de werkvloer.. Werd binnen daar afgewezen op mijn ziektebeeld, bij NF2 kunnen er tumoren op zenuwen gaan groeien, zelf heb ik last van een aantal tumoren die in mijn rug zitten.

“Klaas”,”bij jou ziektebeeld groeien tumoren op zenuwen zeg jij”,”in je hoofd heb je toch ook zenuwen zitten?” Dat was destijds een beste klap in mijn gezicht, zou kunnen idd maar ik ga er niet vanuit dat daar iets groeien gaat.

Zelf heb ik ook meerdere werkgevers gesproken die de regels wel kennen maar meerdere malen een negatiever ervaring hadden gehad met een Wajonger dus daar liever niet weer aan beginnen, zeker binnen bepaalde sectoren zoals bijvoorbeeld de zorg stelt men een vast personeelsbestand ook wel op prijs.

Andre Rouvoet vroeg mij naar mijn leeftijd waarop ik aangaf bijna 34 te zijn en deze gaf bij mij aan dat mijn leeftijd voor werkgevers ook steeds meer in de weg zou kunnen gaan staan.

Van sommige mensen namen we nadien afscheid en ik bleef achter met 3 dames (gezellig) waarvan er 1 een Jobcoach is. Nog veel na gepraat over o.a. praktijk voorbeelden waar men allemaal tegen aanloopt en wat anders zou kunnen.. Nog ff wat gegeten en nadien werd ik naar het Metro station gebracht In Spijkenisse.

Toen ik met de Metro aangekomen was op trein station Rotterdam Centraal vloog ik als eerste naar de taxi parkeerplaats, sprak diverse chauffeurs met de vraag of ze een oproepje wilden doen over een verloren tas etc; gelukkig trof ik betreffende chauffeur ook… Deze was best wel ‘kwaad’, hij had wel minstens 4 uur op mij staan wachten aan de Coolsingel te Rotterdam en ik zou hem 20 Euro moeten betalen.. Nam mijn tas met inhoud aan, legde een tas met bloemen en een cadeautje wat ik ontvangen had op de grond met de intentie om de 20 Euro gewoon te betalen onder voorwaarde dat ik een bon zou krijgen.. (let op!! het was toen 15:30)

De vervolg vragen waren van wie ik de bloemen en gekregen had en hoe ik wel op de juiste locatie was aangekomen, zelf antwoordde ik netjes dat ik de bloemen plus een presentje had gekregen naar aanleiding van de presentatie die ik gegeven had (de chauffeur was daarvan op de hoogte). Er kwamen 2 chauffeurs bij staan en ik hoefde niet meer te betalen waarop ik betreffende chauffeur een hand gaf en hem bedankte. Wederom begon hij te foeteren, “ik heb minsten 4 uur op je staan wachten”,”mijn hele dag is stuk”,”hoe ben je er gekomen dan?”

Dacht bij mijn eigen meteen:”niet zo zeuren”,”greep naar mijn portemonnee met de intentie om wel een prijs afspraakje te maken” en antwoordde:”55 Euro” (de Coolsingel ligt op loop afstand van station Rotterdam Centraal). Wederom kreeg ik een aantal vragen:”Met welke taxi was je dan naar Spijkenisse gegaan”,”wie was de Chauffeur?”,”Hoe zag deze eruit?”, “mag ik de bon zien?”

Nadat ik de bon had laten zien kreeg ik wederom een kruis verhoor, voelde mezelf deels lullig want we zouden elkaar rond 13:00 wel over het hoofd gezien kunnen hebben en om die reden zou ik zelf ook niet lullig doen over genoemde 20 Euro, vond het alleen vreemd dat meneer beweerde 4 uur te hebben gewacht aan de Coolsingel terwijl toen ik hem weer trof amper 3 uur verder te zijn wat ik niet melde.

Betreffende Chauffeur vroeg weer:”hoe zag de chauffeur eruit die jou vervoerd had?”,”hoe zag de wagen eruit waarin je vervoerd werd?”, “waar zat de taxi meter?”,”zat deze in het dashbord of hing deze aan het plafond?” waarop ik de kleur van de taxi en bekleding van de taxi vermelde waar ook navraag over gedaan werd en vertelde erbij dat de meter op een paaltje op het dashboard stond.

Op dat punt begon ik mijn eigen een beetje te irriteren maar hield mij nog in, betreffende chauffeur zou best 10 minuten op mij gewacht kunnen hebben immers. Wederom voor de 3e keer kreeg ik de vraag wat ik in Spijkenisse had gedaan? In mijn beantwoording vermelde ik aan hem dat ik vanuit het CNV Jongeren een Wajong werkt presentatie moest gaan geven zoals met hem in de taxi al besproken was, vervolgde mijn betoog alleen richtte mij op zijn collega om het een en ander duidelijker toe te lichten.

Ik zei:”ik ben gehandicapt”,”ik wil aan het werk”,”er zijn meer mensen met een handicap die graag zouden willen en kunnen werken” Zelf ratelde ik hoe en waarom ik in aanraking kwam met CNV Jongeren Wajong werkt promotie team en stelde als voorbeeld:”Stel jij bent werkgever”,”ik kan aan jou uitleggen wat jou financiële voordelen zijn wanneer jij mij in dienst gaat nemen”

Zelf werd ik er een beetje ‘agressief’ in en gaf de Wajong werkt presentatie gewoon aan betreffende collega… Maakte van de voordelen van de werkgever gewoon zijn voordeel waarop de chauffeur die mij vervoerd had zijn eigen terug trok en nogmaals zij die 20 Euro hoef je mij niet te betalen en het werd een hand geven in de richting van onze vuisten lichtjes tegen elkaar aanstoten.

Om deze hele preek even met een lachertje, de terug reis Rotterdam Centraal – Hoogeveen verliep prima, vanaf Rotterdam centraal naar de eerst volgende halte scoorde ik een zit plek bij de trein deuren met een stel gezellige dames (studentes).

Bij de eerst volgende halte sprinte ik naar een 4 persoons zitje die beschikbaar was, tegenover mij kwamen 2 gezellige gesprekspartners te zitten en naast mij iemand die in slaap viel op mijn schouder.

Bij de overstap richting Hoogeveen hoefde hoefde ik mijn eigen ook niet te vervelen en het was wederom erg gezellig maar daar zal ik het niet over gaan hebben :P

dinsdag, 25 oktober 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Even een teken van leven

In arbeid, bijeenkomst, blog, cnv, jongeren, ministerie van, oud, persoonlijk, pgb, en meer.
Al een poosje heb ik een behoorlijke blog achterstand terwijl er juist nu blog voer voldoende aanwezig is denkende aan de WMO, Wajong het PGB etc; Ook ‘mijn nieuwe’ bed bevalt mij prima, nu moet ik er nog voor zorgen dat deze echt van mij wordt want heb hem nu in bruikleen van Icare.

Komende dagen en weken hoef ik mij ook niet te vervelen, thuis wil ik diverse ruimtes gaan schilderen en daarnaast een aantal websites van mijzelf een nieuwe look gaan geven.

Donderdag 27 Oktober ga ik naar een netwerkbijeenkomst van MEE Zuid-Hollandse Eilanden, oud-politicus dhr. Rouvoet geeft een korte inleiding in de veranderingen in de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong uitkering. Ikzelf samen met iemand anders van het CNV jongeren (Wajong Werkt Promotieteam) geven een presentatie door Dhr. van Gorsel, directeur Wsw de Welplaat Spijkenisse geeft presentatie over de veranderingen in de Wet sociale werkvoorzieningen. Dhr. H. Blom, bestuurder van de MEE Plus Groep, zal vertellen over de werkzaamheden van MEE Zuid-Hollandse Eilanden het gebied van arbeid op dit moment en in de toekomst. Na de verschillende presentaties zal er de mogelijkheid zijn om vragen te stellen aan de sprekers en nadien zoek ik natuurlijk de mogelijkheid om nog een beetje te gaan netwerken.

Vrijdag 28 Oktober ga ik naar Schoonebeek voor een basiscursus voor ‘nieuwe’ vrijwilligers van stichting de Zonnebloem om iets meer te leren over de achtergronden van de doelgroep waarmee ik werk plus de visie van stichting de Zonnebloem zelf.

Donderdag 3 November ga ik vanuit mezelf, een Twitter vriendin van het UWV en CrossOver naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de medewerkers persoonlijk uit te nodigen voor een speciale bijeenkomst op 10 november en daarbij vertel ik natuurlijk ook wel een beetje mijn persoonlijke (politieke) praatje en het praatje voor vele anderen.

Zelf zit ik dus niet stil ;-)

zondag, 16 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jan Pronk

In heldenschetsen, internationaal, partij van de arbeid, dwars, sociaal, arbeid, blog, citaat, debat, en meer.

Na een weekje afwezigheid door het congres van DWARS, GroenLinkse jongeren in Groningen, is het dat nu toch echt weer tijd voor een nieuwe heldenschets. De afgelopen weken passeerden twee GroenLinksers, een PvdA’er en één van D’66 de revue: Andrée van Es, Ineke van Gent, Jan Schaefer en Hans van Mierlo. Wie maakt deze week zijn heroïsche ereronde?

Hij is één van de meest spraakmakende mastodonten binnen de Partij van de Arbeid. Zijn politieke carrière nam een vlucht in 1971 toen hij namens deze partij in de Tweede Kamer kwam. Twee jaar later begon hij onder Joop den Uyl aan zijn eerste ministerschap. Drie nieuwe termijnen zouden volgen. Door zich decennia lang actief te mengen in zowel de nationale als de partijpolitiek werd hij één van de meest kenmerkende kopstukken binnen links, groen en progressief Nederland. Verguist door velen vanwege zijn haast onophoudelijke kritiek, geliefd door anderen dankzij zijn dossierkennis, openheid en duidelijk linkse stellingname. Dit blog valt onder die laatste categorie. De held van deze week is: Jan Pronk.

De PvdA is geen politieke partij. Het zijn alleen maar vijfhonderd bestuurders. Die zitten dan op een congres, luisteren naar andere bestuurders en pikken alles. Politieke partijen bestaan überhaupt nauwelijks meer. Het zijn elitaire kiesverenigingen geworden, grijze massa’s zijn het: bureaucratisch, zonder politiek debat, noch tussen noch binnen de partijen.

Jan Pronk ten voeten uit. Openlijk kritisch over zijn eigen partij, terwijl hij daarvoor wel in functie was. Met deze quote begint de inleiding van het boek De verbeelding aan de macht van Peter Bootsma en Willem Breedveld over de geschiedenis van het kabinet-Den Uyl. Pronk nam daarin zitting als minister van Ontwikkelingssamenwerking en was ten tijde van het citaat, bijna dertig jaar later, opnieuw bewindsman namens de PvdA. Nostalgisch blikte hij terug op de tijd dat hij begon in de nationale politiek. Polarisatie. Keerpunt. Basisdemocratie. Slechts drie van de toonaangevende begrippen tijdens de roerige jaren ’60 en ’70. Gedurende zijn laatste periode als minister, in Paars-II, leek er niets meer van deze begrippen over te zijn. Bestuurders domineerden partijen en maakten zodoende basisdemocratie onmogelijk, de links-progressieve samenwerking zoals bij Keerpunt’72 was verder weg dan ooit doordat ook het laatste begrip, polarisatie, volledig uit de mode was geraakt. Waar ooit onder anderen door Pronk de strijd tussen links en rechts een kookpunt bereikte, zat zijn PvdA inmiddels vijf jaar in een kabinet met de ideologische aartsvijand: VVD.

Dat was aan het begin van zijn loopbaan wel anders. Jan Pronk kwam als onderdeel van de Nieuw Links-beweging in 1971 de Tweede Kamer in namens de Partij van de Arbeid. Als exponent van deze vernieuwende stroom was hij een van de belangrijke figuren die begin jaren ’70 de PvdA aanzienlijk naar de linker, progressieve hoek trokken. Vanwege zijn uitgesprokenheid baarde Pronk opzien. Velen zouden hem gaan beschouwen als het linkse geweten binnen de PvdA en hadden daarom veel respect voor hem. Mede dankzij deze zekere populariteit benoemde Den Uyl de sociaal-democraat uit Scheveningen in 1973 tot minister van Ontwikkelingssamenwerking. Dit is des te opmerkelijker, omdat Pronk met zijn amper 30 jaar nog een broekie was in de Nederlandse politiek.

Zijn rotsvaste principes en openbare commentaren op met name zijn eigen PvdA  bekoorden echter lang niet iedereen. Zo uitten de christen-democraten van het Uyliaanse kabinet harde kritiek op Pronk’s benoeming tot minister. Zeker zijn sympathie voor communistische landen stuit in de conservatieve kringen op veel weerstand. Binnen de Partij van de Arbeid was ook lang niet altijd iedereen blij met de aanwezigheid van Jan Pronk. Een intern gezegde van de partij luidde dan ook lange tijd: “De rust verdwijnt waar JP verschijnt”. Met harde, ongezouten kritiek op onder andere het leiderschap van Wouter Bos en een deel van het Paarse beleid, is dit dan ook een terechte constatering.

En dat is maar goed ook. Zo’n 15 jaar geleden maakten de sociaal-democraten de fout te veronderstellen naar het politieke midden op te moeten schuiven, omdat daar het grootste electorale succes te behalen zou zijn. De ideologische veren afschudden. Het resultaat? Een partij zonder imago. Zonder karakter. Zonder electoraal succes. Juist nu heeft de PvdA een leider nodig die de partij duidelijk (links) positioneert en zich niet geneert voor zijn ideologie. Eén die uitspraken doet waarmee Nederland weer overtuigd raakt van het grote belang van linkse politiek voor de samenleving. Een Jan Pronk.

Onterecht is Jan Pronk afgescheept door de Partij van de Arbeid. Achteraf blijkt veel van zijn kritiek terecht te zijn geweest, terwijl hij van grote waarde voor de sociaal-democraten is geweest. Zo bewees hij het belang van ontwikkelingssamenwerking en maakte van dat onderwerp een belangrijk thema in de Nederlandse politiek. Als minister steunde hij meerdere Afrikaanse landen in hun vrijheidsstrijd tegen hun koloniale overheersers. In 2001 was hij de voorzitter van de Klimaatconferentie in Bonn en sloot hij onder zijn leiding een klimaatakkoord met, op de VS na, alle deelnemende landen om het broeikaseffect actief te bestrijden. Daarnaast staat hij internationaal zo hoog aangeschreven dat hij tweemaal benoemd werd tot speciaal-gezant van de VN. Kortom, een man waar de PvdA trots op zou moeten zijn in plaats van hem te willen dumpen.

Jan Pronk. Emotioneel, bevlogen, gedegen en recht voor zijn raap. Een ware linkse ideoloog die met zijn uitspraken de Nederlandse progressieven nog altijd weet scherp te houden. Begrijpt het ware belang van het socialistische lied De Internationale door ontwikkelingssamenwerking blijvend op de politieke kaart te hebben gezet. Van een zeldzaam soort politici waar links Nederland prangend behoefte aan heeft. Jan Pronk: een held!

Om de humor er een beetje in te houden als toegift een persiflage van Pronk in Koefnoen. Het betreft de kritiek die hij uitte op Wouter Bos, toenmalig partijleider van de PvdA. Een aanrader! Veel plezier!


zondag, 25 september 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Hans van Mierlo

In d66, heldenschetsen, partij van de arbeid, pvda, vvd, algemeen, politiek, groenlinks, homohuwelijk, en meer.

Het einde van de week is daar. Zondag. En dat betekent: een nieuwe heldenschets! Eerder kwamen Andrée van Es en Jan Schaefer aan bod. Wie zal dit keer met heroïsche flegmatiek het digitale toneel betreden? Ook vandaag weer een nieuwe held voor de groene, linkse en/of progressieve politiek.

Hij begon zijn loopbaan als journalist voor het Algemeen Handelsblad. Daar leerde hij Hans Gruijters kennen, destijds politicus namens de VVD. Beiden afkomstig uit Brabant besloten zij als belangrijkste initiatiefnemers in 1966 een nieuwe partij op te richten: Democraten ’66. Als langdurig voorman van deze progressieven groeide de held van deze week uit tot één van de meest populaire politici van de twintigste eeuw. Namens D66 was hij fractieleider in de Tweede Kamer, Eerste Kamerlid, minister van Defensie, minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier. Deze imposante carrière sloot hij af met de eretitel van Minister van Staat. Een titel die hij verkreeg vanwege zijn grote diensten voor de Nederlandse politiek. Zo was hij medeverantwoordelijk voor de meest progressieve regeringen die Nederland heeft gehad: de twee Paarse kabinetten en het kabinet-Den Uyl. Tot en met zijn dood in 2010 behoorde hij tot Nederlands’ meest gerespecteerde staatsmannen. De held van deze week is: Hans van Mierlo.

Vorig jaar lente overleed Hans van Mierlo op 78-jarige leeftijd in Amsterdam. Met zijn dood nam Nederland afscheid van één van haar meest welbespraakte politici van de voorbije eeuw. Gevleugelde uitspraken lieten hem triomferen in de politieke arena. “Macht bestaat in de fantasie van mensen die het niet hebben” en “Oorlog is niet één drama van miljoenen. Oorlog is miljoenen malen het drama van één” zijn slechts twee van zijn verbale hoogstandjes. Ook voor mij was Hans van Mierlo een icoon. Het schoolvoorbeeld van een oprecht, integer en charismatisch politicus.

In 1966 begon het succesverhaal van Hans van Mierlo in de nationale politiek. Met drieënveertig gelijkgestemden besloot hij tot de oprichting van een nieuwe, progressieve partij: D66. Het jongste kindje van het Nederlandse partijenstelsel moest via de ‘ontploffingstheorie’ de binnenlandse politiek drastisch democratiseren. Burgemeesters en premiers rechtstreeks kiezen, een districtenstelsel en grootschalige invoering van referenda: dat waren de kroonjuwelen van de vernieuwingspartij. Het klonk zowaar revolutionair! Met deze standpunten en zijn charmante uitstraling sloten Van Mierlo en D66 uitstekend aan bij de opvattingen van de zich uit de zuilenmaatschappij worstelende jeugd. Bij de Tweede Kamerverkiezingen kreeg de partij dit dan ook terugbetaald. Met 7 zetels bestormde D66 het parlement. Een ongekend hoog aantal voor het nog verstijfde, verzuilde Nederland.

Onder leiding van Hans van Mierlo groeide D66 uit tot een van de bepalende gezichten in de progressieve hoek. De Bredanaar zocht nadrukkelijk de samenwerking op met de Partij van de Arbeid en de PPR, een voorloper van GroenLinks. Zo beklonken deze drie partijen, mede op initiatief van Van Mierlo, de samenwerking in 1971 door een schaduwkabinet te vormen tegen het kabinet-Biesheuvel. De Nederlanders moest hiermee gewezen worden op het (betere) alternatief dat ze te kiezen hadden. Met Van Mierlo als vicepremier in deze silhouetregering bleek dit de opmaat voor de linkse overwinning van 1972. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis werd er met Joop den Uyl als premier een progressief kabinet gevormd. Alhoewel Van Mierlo een geesteskindje geboren zag worden, was de verkiezingsuitslag bitterzoet. Dankzij de overwinningen van PvdA en PPR kon de formatie beginnen. Zijn eigen D66 zakte echter van 11 zetels terug naar 6. Toen daarbij de PvdA in 1977 het idee voor een grote Progressieve Volkspartij, waarin de genoemde drie partijen verenigd zouden zijn, definitief liet varen, verliet Van Mierlo teleurgesteld de nationale politiek.

Niet voor lang, bleek al snel. Begin jaren ’80 werd HAFMO (de koosnaam die Van Mierlo kreeg door hem alleen bij zijn initialen te noemen) namelijk voor het eerst minister. Defensie werd zijn portefeuille in de kortdurige kabinetten-Van Agt II en III. Naast een bevlogen politicus trad Van Mierlo nu ook toe tot de bestuurlijke politieke top van Nederland.

Dit was de vooravond van zijn grootste wapenfeit. In 1986 keerde Hans van Mierlo terug als politiek leider van D66. De partij stond destijds, onder leiding van Maarten Engwirda, op nog slechts twee zetels in de peilingen en had naarstig behoefte aan het Van Mierlo-effect. De terugkeer van de grote man werd een succes. Dat jaar nog behaalde D66 negen zetels in de Tweede Kamer. En de groei hield niet op. Uiteindelijk resulteerde dit in het recordaantal zetels van 24 voor D66 in 1994. De democraten verkregen zo een machtige onderhandelingspositie bij de kabinetsformatie. Hans van Mierlo wist dat het nu moest gebeuren: een kabinet zonder confessionele partijen. Ondanks tegenwerking van zowel de PvdA als de VVD, slaagde de Brabantse sterpoliticus. De vorming van Paars lukte! Met Wim Kok als minister-president namen D66, PvdA en VVD in de zomer van 1994 zitting. Voor het eerst had Nederland een kabinet zonder deelname van christen-democraten.

Zelf zat Hans van Mierlo alleen als minister in Kok I. Als bedenker van de paarse kabinetten gaat een groot deel van de eer voor de geweldige mijlpalen van deze regeringen niettemin eveneens naar de meesterretoricus. Het homohuwelijk, euthanasie en opschorting van de dienstplicht zijn slechts enkele hoogtepunten waar menig progressief hart een salto om maakt. Hans van Mierlo en D66 bewezen met deze verworvenheden en de creatie van de kabinetten-Paars definitief hun waarde voor de Nederlandse politiek.

Ditmaal tevreden nam Hans van Mierlo in 1998 definitief afscheid van de landelijke politiek. Minister van Volksgezondheid Els Borst nam zijn rol over als politiek leider van D66. Alhoewel Van Mierlo een graag geziene gast bleef in politieke bladen en programma’s, verdiepte hij zich steeds meer in de literaire en intellectuele wereld. Daar leerde hij schrijfster Connie Palmen kennen. Met haar had hij vanaf 1999 een relatie en trad hij een jaar voor zijn overlijden in het huwelijksbootje.

Hans van Mierlo. Met D66 maakte hij de pieken en dalen van de politiek mee. Een ding staat als een paal boven water: dankzij hem kreeg progressief Nederland een duidelijke boost en zijn verworvenheden binnengehaald die anders ondenkbaar zouden zijn geweest. Een politicus waarvan er maar weinigen zijn geweest in Nederland. Hans van Mierlo: een held!

De toegift van vandaag is het eerste verkiezingsfilmpje van D66. Hans van Mierlo heeft de hoofdrol en maakte zich met deze unieke opname in een slag immens populair.


vrijdag, 9 september 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Zoveel mogelijk mensen helpen op weg naar werk

In amsterdam, arbeid, begroting, belangrijk, blog, eerste, eigen kracht, gemeente, inzet, en meer.
Deze blog verscheen ook op de website van GroenLinks Amsterdam.

Het kabinet Rutte zet keihard het mes in het geld om mensen met een uitkering aan het werk te helpen. Keihard en asociaal. In Amsterdam betekent het Haagse wanbeleid dat het geld voor toeleiding naar werk afneemt van € 220 miljoen per jaar in 2010 naar € 70 miljoen per jaar in 2014. In 2011 werd er al flink bezuinigd, en ook in 2012 is de nood weer aan de man. Dan is er € 50 miljoen minder beschikbaar dan in 2011, bovenop de bezuiniging van € 20 miljoen waarvan we al wisten dat hij er aan kwam. Het is dus niet meer dan logisch dat de gemeente nadenkt over de manier om met het beetje geld dat er nog is zoveel mogelijk mensen met een uitkering te helpen op weg naar werk.

Amsterdam kent nog steeds een regeling voor gesubsidieerde arbeid. Toen het Rijk die regeling afschafte met de invoering van de nieuwe bijstandswet, heeft Amsterdam gekozen die regeling voort te zetten: de ID-regeling (Instroom en Doorstroom). De ID-regeling (en een aantal andere vormen van gesubsidieerde arbeid) kost de stad ongeveer € 45 miljoen per jaar. Er zijn ongeveer 1450 gesubsidieerde arbeidsplaatsen in de stad. Als we niet ingrijpen, dan geeft de gemeente in 2014 meer dan de helft van zijn geld voor re-integratie uit aan die 1450 mensen. De andere helft is dan beschikbaar voor die andere kleine 40.000 mensen met een uitkering in de kaartenbakken van DWI. En die zouden ook wel aan het werk willen. Die verdeling is zo scheef dat het niet meer dan logisch is om de ID-regeling versneld af te bouwen (want in 2008 was al besloten om af te gaan bouwen, maar dan veel langzamer). Alleen door versneld af te bouwen, houden we nog geld over om mensen met een uitkering fatsoenlijk te ondersteunen op weg naar werk.

Maar zo logisch als het is, versnelde afbouw van de ID-regeling is ook ingrijpend en heeft pijnlijke gevolgen voor mensen en organisaties. Mensen met een ID-baan verrichten werk dat goed is voor de stad. Een aantal van hen staat straks waarschijnlijk op straat. Hun werk zal lang niet in alle gevallen door vrijwilligers worden overgenomen.

GroenLinks steunt het voorstel van wethouder Andrée van Es om de gesubsidieerde arbeid versneld af te bouwen. Maar we vinden wel dat de gemeente zijn best moet doen om de gevolgen van die bezuiniging zoveel mogelijk moet verzachten voor de mensen die de afgelopen jaren hard voor de stad hebben gewerkt. Bij hen ligt onze eerste prioriteit. We vinden dat de gemeente moet investeren in hun opleiding, als dat leidt tot een reguliere baan bij hun huidige werkgever. Ook vinden we dat de gemeente net wat langer het salaris moet doorbetalen, als iemand dan in dienst kan blijven, in afwachting van een vrijkomende functie bij de huidige werkgever. Ook willen we aandacht voor de materiele positie van oudere ID-ers, voor wie ontslag een enkeltje uitkering is.

Soms wordt wel beweerd dat de bezuiniging op de gesubsidieerde arbeid een “domme” bezuiniging is. Want als de ID-ers worden ontslagen, dan krijgen ze alsnog een uitkering en dat kost ook geld. Ze krijgen inderdaad een uitkering, maar dat is in eerste instantie een WW-uitkering en geen bijstandsuitkering. Dat kost de gemeente geen geld, hoe cynisch het ook is. Belangrijker – en aanmerkelijk minder cynisch – is dat geld dat wordt uitgegeven aan de gesubsidieerde arbeid, niet meer beschikbaar is voor andere, effectievere manieren van re-integratie. Anders gesteld, je kunt de ID-ers aan het werk houden en uitkeringen uitsparen, maar als je het geld voor de ID-ers inzet om andere mensen aan het werk te krijgen, dan spaar je nog veel meer uitkeringen uit. En iedere uitgespaarde uitkering is iemand die aan het werk is gegaan.

GroenLinks realiseert zich dat ID-ers belangrijk werk doen in de stad. We vinden dat dat werk gedaan zou moeten worden als normale arbeid en niet op basis van de ID-regeling. We willen daarom onderzoeken of we bij de begroting voorstellen kunnen doen om van noodzakelijk werk normaal werk te maken. Al weten we dat geld schaars zal zijn. Tegelijk vinden we dat grote organisaties – de gemeente voorop – alles uit de kast moeten halen om de korting op de gesubsidieerde arbeid op eigen kracht op te vangen.

donderdag, 30 juni 2011

Noël Vergunst

Noël Vergunst

Hyves Linkedin Twitter GR

GroenLinks kiest voor sociale en duurzame hervormingen

In kabinet, kinderen, mensen, nijmegen, oplossing, parkeergarages, plannen, proces, profiel, en meer.
Bijdrage eerste termijn van de perspectiefnota 2012.
GroenLinks is de partij van verandering en hervorming. Wij nemen geen genoegen met de wereld zoals we die kennen. En al jaren zetten we ons in om Nijmegen socialer en duurzamer te maken. Het is geen geheim dat wij worstelen met de wijze en de omvang waarop we nu te maken hebben met bezuinigingen. Dat is niet omdat we moeite zouden hebben met hervormingen, maar door de manier waarop. Dit kabinet saneert keihard en zonder een goede visie. Als gemeente worden we geconfronteerd met de ene na de andere korting in het sociale domein. En we mogen zelf de brokken opruimen. Van de vele drastische maatregelen noem ik hier: het met 2/3 inperken van het budget voor het begeleiden van werkzoekenden naar een baan, het afknijpen van het armoedebeleid en het over de schutting gooien van taken uit het landelijk ABWZ-beleid naar het lokale WMO-beleid zonder de bijbehorende middelen. Denk hierbij aan de kortingen op begeleiding en het persoonsgebonden budget.
Terecht heeft Nijmegen tegen het bestuursakkoord gestemd. Het benoemen van het beschamende beleid van de Rijksoverheid ontslaat ons als stadsbestuur echter niet van de plicht om met goede en acceptabele oplossingen te komen. GroenLinks neemt dan ook de uitdaging aan om ons sociaal beleid om een andere manier vorm te geven. We hanteren hierbij twee uitgangspunten: hervormen op een sociale en duurzame manier en repareren waar absoluut noodzakelijk. We ondersteunen daarom de keuze van het college om extra geld in te zetten voor werk & inkomen en zorg & welzijn. Maar onze fractie dient samen met onze coalitiepartners een amendement in om daarboven extra te investeren in werk en preventief veiligheidsbeleid.
De afbouw van de gesubsidieerde arbeid is een moeizaam en pijnlijk proces voor alle betrokkenen. Voor 2012 maakt de coalitie extra geld vrij om het voor instellingen mogelijk te maken zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. De inventarisatie van de maatschappelijke effecten heeft ons in ieder geval niet gerust gesteld. Mensen zouden van werk naar werk begeleid worden. En banen zouden zoveel mogelijk regulier gemaakt worden. Hier is nog weinig van terecht gekomen. De middelen die beschikbaar zijn gesteld voor een zorgvuldige ombouw horen ook voldoende ten goede aan instellingen die hiervoor zelf geen reserves hebben. De gemeente kan niet alle verantwoordelijkheid bij de werkgevers leggen. Daarom de vraag aan het college: bent u bereid om werkgevers beter dan tot nu toe het geval is te ondersteunen in hun zware taak om hun gesubsidieerde banen op een sociale manier af te bouwen? In het najaar verwachten we een nadere inventarisatie van de gevolgen voor de betrokken personen, zodat we bij de begroting nog kunnen bijsturen indien we dat nodig vinden. Met de € 1,5 miljoen extra voor instellingen, kunnen en moeten zij ook meer hun verantwoordelijkheid nemen en alles op alles zetten om deze medewerkers in dienst te houden. Het moet ons van het hart dat enkele grote en vermogende instellingen ons zwaar teleurstellen. We roepen hen op hun (maatschappelijke) verantwoordelijkheid te nemen. 
De extra impuls om mensen aan het werk te krijgen betalen we door anders met onze parkeergarages om te gaan. Voor GroenLinks ligt het voor de hand dat onze bestaande en nieuwe parkeergarages op zijn minst kostendekkend zijn. Meer dan 10 jaar lang structureel 1 miljoen euro besteden aan aanloopverliezen vinden wij dan ook een verkeerd signaal. We roepen het college op te kijken naar de restwaarde, de afschrijvingstermijn en het aanbesteden aan marktpartijen. We verwachten dat het mogelijk moet zijn om de parkeergarages zonder aanloopverliezen te exploiteren.
Door de financiële crisis en de ingestorte huizenmarkt wordt de exploitatie van de Waalsprong en het Waalfront een groot zorgenkind. Het is ons duidelijk dat de plannen in de waalsprong aangepast dienen te worden. Het zou kortzichtig zijn om dit ten koste te laten gaan van onze duurzame ambities. De kinderen die nu in de Waalsprong wonen moeten ook als zij groot zijn kunnen leven in een wijk die voldoende groen heeft, waar voldoende voorzieningen zijn en waar een gezonde mix van betaalbare en dure woningen staat.
We zien wel degelijk perspectieven. In Nijmegen is de woningbehoefte nog steeds hoog. Op dit moment zijn er 1600 woningen in aanbouw, waarvan er dit jaar 800 opgeleverd worden. De bouwkranen blijven zichtbaar in onze stad (als ze tenminste niet omvallen). De komende jaren investeren we miljarden in grote projecten zoals de dijkteruglegging en de stadsbrug. Juist deze projecten bieden kansen om het economisch-toeristisch profiel van onze stad te versterken. Wanneer we de Lindenberghaven op korte termijn uitbaggeren, kunnen museumschepen hier aanmeren en ontstaat er een nieuw aantrekkelijk gebied aan de rivier. Om meer aandacht voor grote bouwprojecten te genereren willen we dat het architectuurcentrum haar nuttige werk kan blijven doen. Daarom vragen we het college om het schrappen van de gehele subsidie ongedaan te maken. We zijn blij dat we na jaren praten dichtbij een oplossing komen voor de warmtelevering in de Waalsprong. Met een wamtenet op middentemperatuur dragen we bij aan onze hoge klimbaatambities. Bovendien maakt een collectief warmtenet huizen goedkoper dan bij het gebruik van individuele systemen.
De contouren van de veranderingen en bezuinigingen worden met deze perspectiefnota weer een stap duidelijker. Nu wordt het tijd om deze te verbinden met een visie: we zetten zwaar in op het begeleiden van werkzoekenden naar de arbeidsmarkt. Maar hoe doen we dat? Welke groepen gaan we helpen en welke niet? Hoe zorgen we dat mensen die geen betaalde baan kunnen vinden toch kunnen participeren aan de samenleving? Op het terrein van zorg & welzijn is het prima om meer van mensen te vragen. Maar hoe zorgen we ervoor dat hulpzoekenden de weg naar hulp weten te vinden? Zelfredzaamheid en efficiency mogen geen loze kreten blijven. GroenLinks neemt de uitdaging aan verdere invulling te geven aan de hervormingen van het sociale beleid.

woensdag, 29 juni 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Hoorzitting bezuinigingen: minder korten op sociale investeringen

In vughtse politiek, bezuinigingen, kadernota, vught, wmo, activiteiten, arbeid, bomen, college, en meer.

Volgende week besluit de Vughtse raad over de bezuinigingsopgave voor de komende jaren. Terwijl dinsdagavond de storm door Vught heen joeg en overal bomen ontwortelde, vond in het Raadhuis de voorbereidende hoorzitting plaats. Elf mensen namen de moeite om in te spreken, allen over de bezuinigingen op de sociale hoofdstukken.

De hoorzitting was bedoeld om iedereen zijn/haar visie te kunnen laten geven over de bezuinigingsvoorstellen van het college. Natuurlijk was er op basis van een eerder document al een commissievergadering geweest in maart waar verschillende mensen hebben ingesproken. Met deze inbreng, de meningen van de raadsfracties en na gesprekken met verschillende verenigingen heeft het college een definitief pakket voorgesteld in de kadernota.

Nog steeds vallen de harde klappen in de drie sociale hoofdstukken: Jeugd en onderwijs, Leefbaarheid en Zorg, arbeid en inkomen. Niet vreemd dus ook dat vooral op deze onderwerpen is ingesproken. Daarin waren verschillende gelijkluidende signalen te horen. Professionele organisaties zoals Welzijn Vught, de bibliotheek en De Speeldoos hebben aangegeven ook een verantwoordelijkheid naar het personeel te hebben. Bezuinigingen dienen daarom te worden gematigd en/of vertraagd om hierop in te kunnen spelen. De drie sportverenigingen wezen vooral op de eerder dit jaar doorgevoerde wijzigingen in het accommodatiebeleid: 10 procent huurverhoging en het voortaan moeten betalen voor het nemen van opties en voor reserveringen. Dat komt wrang over als er nu wordt gesteld dat de verenigingen voorlopig worden ontzien. Dit werd beaamd door organisaties zoals Jeugdwerk Rozenoord – we willen de prijs lager houden voor armere gezinnen – en Stichting Anders Bezig Zijn – overhead tot minimum beperkt en meer vraag naar de activiteiten in het kader van de WMO.

Desondanks gaven alle insprekers blijk van begrip voor de bezuinigingen. Maar wel op een dusdanige manier dat het mogelijk is om deze op te vangen. PvdA-GroenLinks zal volgende week inzetten op het verminderen van de klappen op de sociale hoofdstukken. Daarvoor was het zeer nuttig dat organisaties zoals Welzijn Vught, de bibliotheek en De Speeldoos heel duidelijk aangeven wat ze wel aan bezuinigingen denken te kunnen dragen. Zonder dat de sociaal-culturele activiteiten te veel in het geding komen. Het college spreekt op vele terreinen vooral over de eigen kracht van mensen. Maar zoals mevrouw Heessels namen Ouderen Samen verkondigde: een professional van Welzijn Vught houdt vele vrijwilligers actief. Een kleine professionele organisatie kan op deze wijze veel ‘eigen kracht’ ondersteunen en mogelijk maken.

De verschillende argumenten van de insprekers om nogmaals goed te heroverwegen hoe we om gaan met de investeringen in de sociale hoofdstukken snijden hout. voldoende inbreng voor het debat volgende week.

vrijdag, 13 mei 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Duidelijkheid voor de Dieren

In amsterdam, arbeid, cda, de dieren, debat, dieren, fractie, groenlinks, motie, en meer.
Het was de afgelopen weken een hoop gedoe in de Amsterdamse Partij van de Arbeid, over het mogelijke verbod op onverdoofd slachten. Onverdoofd slachten is voorwaarde om vlees koosjer of halal te laten zijn, afhankelijk van de godsdienst die je aanhangt. Onverdoofd slachten laat – zeker wanneer het niet goed wordt gedaan – een dier lijden.

Het PvdA-raadslid Myriam Bergervoet voerde een eenzame en verbeten strijd tegen de rest van haar fractie, zo viel in de krant te lezen. De Amsterdamse PvdA-fractie zette grote vraagtekens bij de steun die de Tweede Kamer fractie van de PvdA had uitgesproken voor het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om onverdoofd slachten te verbieden. Myriam Bergervoet op haar beurt verweet haar fractie hypocrisie en stelde dat de PvdA zou pleiten voor 365 dagen per jaar dierendag als dieren zouden kunnen stemmen. Kortom, het debat was fel.

Wat leverde het nou op? In de raad haalde geen enkele motie een meerderheid, maar er kwam wel duidelijkheid over waar partijen staan. De PvdA in Amsterdam vindt dat de discussie goed gevoerd moet worden en pleitte er in een motie voor “voorafgaand aan de besluitvorming over het wetsvoorstel voor het verbieden van onverdoofd slachten uitgebreid te zoeken naar oplossingen die voldoen aan het uitgangspunt dat gelovigen niet worden belemmerd in hun geloof en dieren tegelijk beter worden beschermd tegen nodeloos lijden.”

Da’s mooi. Maar het is iets anders dan uit te spreken “tegen een wetsvoorstel voor het verbieden van onverdoofd ritueel slachten te zijn, zolang er na uitgebreid onderzoek en overleg door de tweede Kamer met de betreffende gemeenschappen niet is gekomen tot een oplossing waarmee gelovigen niet worden belemmerd in hun geloof, en dieren tegelijk beter worden beschermd tegen nodeloos lijden.” Zo stond het in een motie van het CDA en daar stemde de PvdA tegen.

Dat zijn toch ongeveer dezelfde teksten? Dat zijn het niet. De motie van de PvdA gaat over het proces, over hoe we de discussie over onverdoofd slachten moeten voeren. En met de tekst “het wetsvoorstel” is duidelijk dat het alleen maar kan gaan om het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren. In zijn eigen motie zegt de PvdA dus niet of zij een verbod op ritueel slachten wil tegenhouden of juist invoeren. Daarvoor moet je bij de motie van het CDA zijn. Stem je daarvoor, dan ben je tegen een verbod op ritueel slachten. Stem je tegen de motie van het CDA, dan ben je voor een verbod en in ieder geval bereid het te aanvaarden.

Dus voor de duidelijkheid: de PvdA is voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten en in ieder geval bereid het te aanvaarden.

Ook voor de duidelijkheid: GroenLinks stemde verdeeld. Zoals woordvoerder Evelien van Roemburg het uitdrukte: alle GroenLinks-raadsleden zijn tegen onverdoofd slachten, maar ze zijn niet allemaal voor een verbod daarop. Vier leden lieten in hun stemgedrag het welzijn van dieren het zwaarst wegen, drie leden vonden uiteindelijk dat onverdoofd slachten als religieus ritueel niet onmogelijk dient te worden gemaakt. Ik hoorde bij de laatste groep.

En voor nog meer duidelijkheid: omdat het raar is een discussie te voeren over het welzijn van dieren in de laatste minuten van hun leven en niet over de kwaliteit van het leven dat daaraan vooraf gaat, dienden GroenLinks en Partij voor de Dieren een motie in tegen de bio-industrie. Die kon dan weer niet op de steun van de PvdA rekenen.

dinsdag, 3 mei 2011

Koen Martens

Koen Martens

Linkedin Last.fm

Privacy, ITSec, overheid, hackers en koffie

In dutch, nationaal, science 'n stuff, rekening, samenleving, structureel, aanbesteding, arbeid, bedrijf, en meer.

Naar aanleiding van een discussie met een hacker die de zoveelste simpele beveiligingsfout in een overheidswebsite had ontdekt (jawel, een SQL-injectie) verwonderde ik me er over dat er geen enkele controle is op systemen die grootschalig persoonsgegevens verwerken of opslaan. Dat is eigenlijk raar, en geeft aan dat het besef van risico’s op het gebied van ICT bijzonder laag is bij de overheid. Ik was dan ook blij verrast een uitnodiging voor een ‘open koffie’ in mijn mailbox te vinden voor maandag 9 mei a.s. waarin dit onderwerp aan bod komt, georganiseerd door ambtenaar 2.0. Ik ben daarbij, om te pleiten voor een verplichte controle door een onafhankelijke partij die verstand heeft van beveiliging wanneer een systeem wordt opgeleverd, en deze partij al bij het opstellen van de eisen ind de aanbesteding te betrekken.

Het is niet de eerste keer, en zeker niet de laatste, dat een overheidssite slecht in elkaar blijkt te zitten. Vorig jaar al kondigde een andere bevriende hacker de ‘mogbug’ (‘month of government bugs’) aan. Hij/zij had in maar liefst 30 verschillende overheidssites lekken gevonden die toegang gaven tot persoonsgegevens of mogelijk gebruikt konden worden om bezoekers te misleiden en hun gegevens prijs te geven. Het gaat dan om elementaire fouten zoals SQL-injectie of cross-site scripting (XSS). Dit zijn fouten die een beginnend programmeur nog mag maken, maar bij een professioneel ICT-bedrijf simpelweg niet mogen voorkomen. En al helemaal niet bij een bedrijf dat door de overheid wordt betaald om systemen te ontwikkelen.

Dat deze fouten toch keer op keer de kop op steken heeft een aantal redenen. Om te beginnen is er bij de gemiddelde ‘brood-programmeur’ weinig besef van beveiliging. Er wordt gekeken naar de functionele eisen aan het systeem, en wanneer het geschreven programma daar aan voldoet is het ‘af”. De functionele eisen worden oogkleppen, de programmeurs bezien hun noeste arbeid slechts in het licht van normaal gebruik. Voer het systeem onverwachte input, en er gebeuren ineens vreemde dingen.

Er zijn enkele basis-principes die een programmeur kan aanhouden om dit soort voor de hand liggende maar verstrekkende fouten te voorkomen. De principes zijn geen goed bewaard geheim, wie een simpele google query doet naar “how to build secure web applications” is al een heel eind. Het hoeft niet meer dan een half uur te kosten om programmeurs bewust te maken van de meest voor de hand liggende risico’s. Wie dan ook nog eens een paar uurtjes steekt in het lezen van bijvoorbeeld de vrij beschikbare OWASP development guide zal niet snel meer met open ogen in de oude valkuilen lopen.

Kortom, met een kleine hoeveelheid basis-kennis en een dosis gezond verstand kunnen de keer op keer weer gemaakte beginnersfouten worden voorkomen. Echter, er is meer nodig. Veiligheid is niet iets dat achteraf aan een systeem kan worden toegevoegd. Voor een veilig systeem is het nodig reeds in de beginfase al na te denken over mogelijke aanvallen op het systeem. ‘Security by design’ moet het uitgangsprincipe zijn. Wanneer het systeem ontworpen wordt, moeten de architecten en ontwikkelaars al nadenken over de risico’s en hoe deze zo klein mogelijk te maken.

Een goed ontwerp maken dat ook rekening houdt met alle mogelijke aanvallen die het systeem kunnen breken kost natuurlijk wel wat meer tijd dan wanneer men uitsluitend let op de functionele eisen. Een gebrek aan inzicht in beveiliging leidt er toe dat overheidsinstellingen dit niet voldoende meenemen in aanbestedingen van grote software-projecten. Hierdoor zal, bij gelijke aandacht voor de functionele eisen, de partij die wel ‘security by design’ toepast duurder uitpakken dan de partij die dit onder het tapijt schuift.

Tot slot is het belangrijk dat een opgeleverd systeem door een derde, onafhankelijke partij wordt getoetst. Het is eigenlijk niet zo heel ongewoon. Wanneer de overheid een pand laat bouwen, wordt na oplevering een bouwkundige inspectie uitgevoerd. Een opgeleverd ICT-systeem wordt echter klakkeloos in bedrijf genomen. De partij die het systeem heeft ontwikkeld mag het ook installeren en uitrollen. Er is geen inspecteur, die kijkt of het systeem veilig is gebouwd. Er is niemand die kijkt of niet weer de gebruikelijke fouten zijn gemaakt.

Gelukkig beschikt Nederland over een gezonde en bloeiende hacker-community, mensen met een idealistische drijfveer. Mensen zoals in mijn inleiding al genoemd. Zij kijken ongevraagd met een kritische blik naar alle systemen die de overheid uitrolt. Zij vinden de voor de hand liggende, en minder voor de hand liggende fouten. En rapporteren het resultaat van hun onderzoek onbetaald aan de overheid. Jammer genoeg is dat vaak aan dovemansoren gericht, en worden de bezwaren onder het tapijt of in de doofpot geveegd. “We willen niet de indruk geven dat we onzorgvuldig met gegevens van burgers omgaan”, “er is al zoveel geld uitgegeven, we kunnen dit nu niet meer terugdraaien”, en andere excuses om het eigen falen te verbloemen zijn niet van de lucht. In uitzonderlijke gevallen kreeg de goedbedoelende klokkenluider zelfs te maken met juridische intimidatie om toch vooral stil te houden dat er iets fundamenteel niet deugt.

Ik denk dat de privacy van burgers gebaat is bij het structureel toepassen van controle door ter zake kundige beveiligingsexperts. Huur hiervoor een gerenommeerd ICT beveiligingsbedrijf in, of beter nog zorg voor een eigen overheidsdienst met mensen die snappen waar het over gaat. Zorg dat elk systeem eerst aan een uitgebreide controle wordt onderworpen, waardoor de elementaire vergissingen nog voor ingebruikname worden gesignaleerd. Betrek deze controleurs al vroeg bij het bedenken, uitwerken, implementeren en uitrollen van systemen zodat zij ook mee kunnen denken over de aanbesteding en al tijdens het uitvoeringstraject aan de bel kunnen trekken.

Het frappante is, er bestaan al een aantal organen die deze rol zouden kunnen (of moeten) vervullen. Enerzijds is er GOVCERT. Deze overheidsorganisatie heeft als missie ‘het voorkomen en afhandelen van ICT-veiligheidsincidenten’. In de praktijk blijkt dit een papieren tijger. Het team wordt niet tijdig bij grote aanbestedingen betrokken. Maar ook wanneer ze worden geconfronteerd met lekken in bestaande systemen, staan ze met de handen op de rug gebonden. Ze hebben geen macht, maar kunnen slechts advies geven.

Hetzelfde geld eigenlijk voor het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Zij is ingesteld om toe te zien op de naleving van de wet bescherming persoonsgegevens. Hoewel ze advies kunnen geven, is het niet verplicht bij de implementatie van een systeem om ook de veiligheid hiervan te laten toetsen door het CBP (dit even los van de vraag of het CBP uberhaupt over de technische know-how beschikt om hier een deskundig oordeel over te kunnen vormen).

Dus zowel de officiele instanties zoals GOVCERT en het CBP alsmede de hacker-community lopen voortdurend achter de feiten aan. Pas als het eigenlijk al te laat is, krijgen zij de kans om lekken in de software te onderzoeken en te signaleren.

Ik pleit er daarom voor dat beveiliging van systemen een principieel uitgangspunt wordt bij de start van een nieuw groot overheidsproject. GOVCERT moet hierin een belangrijke rol krijgen. Dit betekent ook dat zij vooraanstaande experts op het vakgebied meer moeten betrekken, of wellicht zelfs in dienst moeten nemen. Ook moeten de bevoegdheden worden uitgebreid. Van vrijblijvend advies moet een fiat van GOVCERT een vereiste worden bij aanbestedingsprojecten en uitrol van nieuwe systemen.

En blijft de overheid falen? Dan is het aan ons, hackers van Nederland, om ons nog meer dan voorheen in te zetten om het falen aan de kaak te stellen. WOB de ontwikkeltrajecten, stel lijsten op van software-huizen die keer op keer onveilige systemen hebben afgeleverd, spreek top-ambtenaren publiekelijk aan op hun verantwoordelijkheid voor onze privacy, leg de zaken uit aan politici, benader de pers en blijf de overheid hacken. Wij zijn het technologisch geweten van de samenleving.

 

zaterdag, 19 maart 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Een activerende verzorgingsstaat III: Waarom is dat links?

In politiek, arbeid, arbeidsmarkt, armoede, blog, burger, duitsland, geloof, geschiedenis, en meer.

GroenLinks pleit al jarenlang voor een activerende verzorgingsstaat. In haar beginselprogramma heeft de partij nota bene opgenomen dat ons stelsel van sociale zekerheid ‘mensen niet alleen moet verzekeren van inkomen, maar hen ook uitzicht moet bieden op een plek op de arbeidsmarkt of een andere vorm van participatie.’ Toch is er nog altijd een klein deel van de achterban dat zo nu en dan vraagtekens zet bij het model van de activerende verzorgingsstaat. Daarom op dit blog een drieluik. Vandaag het laatste deel: Een activerende verzorgingsstaat, waarom is dat typisch links?

Het Scandinavische model

Zoals ik in het eerste deel van dit drieluik schreef kan de omslag naar een activerende verzorgingsstaat helpen bij het redden van de sociale zekerheid. Dat op zich lijkt al een reden om het model als links te betitelen. Een andere reden is: het model komt komt voort uit landen waarin het stelsel van sociale zekerheid is vormgegeven door Sociaal-Democraten.

Grofweg kan je drie modellen voor inrichting van de sociale zekerheid onderscheiden. Het Angel-Saksische model uit de VS en Groot-Brittannië, Het continentale model van bijvoorbeeld Nederland en Duitsland en het Scandinavische model, waarbij Zweden en Denemarken vaak als voorbeeldlanden fungeren.

In de Agel-Saksische landen is traditioneel neo-liberalisme en het neo-conservatisme sterk. De verzorgingsstaat in deze landen is behoorlijk teruggedrongen of nooit echt uitgebreid geweest. Veel wordt overgelaten aan de eigen verantwoordelijkheid van de burger. De nadruk ligt op werknemersverzekeringen voor specifieke groepen en niet op volksverzekeringen voor iedereen. Het zijn de landen van het heilige geloof in de vrije markt en het laissez-faire idee.

Op het Europese continent is heeft met name de Christen-Democratie een stevige traditie. De verzorgingsstaat in bijvoorbeeld Nederland of Duitsland heeft een socialer gezicht: uitkeringen zijn wat hoger en iedereen kan rekenen op een sociaal vangnet zodat armoede wordt voorkomen.

In de Scandinavische landen domineerden de Sociaal-Democratische partijen traditioneel het politieke systeem. De verzorgingstaat in deze landen gaat nog een stap verder: zij zijn de uitvinders van het model van de activerende verzorgingsstaat. De arbeidsparticipatie is er hoog, met name onder vrouwen. De nadruk ligt op universele regelingen en op onderwijs. De lonen liggen er hoog en en veel van het werk is geschoolde arbeid.

Omdat het continentale model onbetaalbaar dreigt te worden moet de keuze gemaakt worden: Gaan we de VS achterna of volgen we het model van Zweden? Mijn antwoord op die vraag lijkt me in ieder geval helder.

Positieve vrijheid versus negatieve vrijheid

Toch is het feit dat het model van de activerende verzorgingsstaat is uitgevonden door de Sociaal-Democraten nog niet echt een genoeg om het typisch links te noemen. Er is ook een inhoudelijke redenering op te zetten die gaat over de vraag hoe je tegen vrijheid aankijkt. Typisch rechts is het om enkel nadruk te leggen op negatieve vrijheid, typisch links is op daarnaast ook positieve vrijheid te benadrukken.

Negatieve vrijheid is de vrijheid van. In de praktijk vaak de vrijheid van overheidsbemoeienis. De klassieke liberale vrijheden zijn negatieve vrijheden: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, vrijheid van godsdienst, enz.

Positieve vrijheid is de vrijheid om. Mensen zijn nog niet vrij als ze ergens niet van weerhouden worden, echte vrijheid heb je pas als je ook de middelen hebt om datgene te doen waar je niet van weerhouden wordt . Iedereen heeft de vrijheid om op wereldreis te gaan. Niet iedereen heeft de middelen.

Positieve vrijheid wil mensen empoweren, wil mensen in staat stellen om meer te kunnen doen. Positieve vrijheid is gericht op bevrijding van het individu. Niet door hem los te maken van zijn ketenen, maar door hem te verheffen en kansen te bieden. En het is die vrijheid die alle linkse partijen, van Marxisten tot Sociaal-liberalen, in de geschiedenis hebben bepleit. Die nadruk op positieve vrijheid naast negatieve vrijheid is daarom iets dat links fundamenteel onderscheidt van rechts.

Juist het benadrukken van de positieve vrijheid van mensen, dat is wat een activerende verzorgingsstaat tracht te bereiken. Mensen kansen bieden, hen in staat stellen geluk na te jagen. Dat is het doel van een activerende verzorgingsstaat. En dat is typisch links.


zondag, 27 februari 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Oproep aan feministisch Nederland

In emancipatie, diversiteit, feminisme, groenlinks, eerste kamer, arbeid, economische zelfstandigheid, eerste, gender, en meer.
Beste feministen,
Ik roep jullie op om bij de provinciale Statenverkiezingen van 2 maart op GroenLinks te stemmen, voor een stevig feministisch geluid in de Eerste Kamer.
Ik sta op plaats 5 van de kandidatenlijst van GroenLinks voor de Senaat. In de huidige peilingen is dat jammer genoeg geen zekere plek. Alle extra steun is daarom welkom. Natuurlijk voor een Groen en Links geluid in de provincies, maar in mijn geval vooral ook om in de Eerste Kamer aandacht te vragen voor emancipatie en diversiteit. Ik beloof jullie dat ik mij daar met hart en ziel voor in zal zetten. Voor economische zelfstandigheid en ontplooiingskansen voor alle vrouwen. Voor een betere verdeling van arbeid en zorg. Voor een blijvende aanpak van alle vormen van gender-gerelateerd geweld. Ik zal aandacht vragen voor de effecten van wetsvoorstellen voor verschillende groepen vrouwen, waar nodig door middel van een Emancipatie-effectrapportage. Ik zal bij het beoordelen van wetgeving het VN-Vrouwenverdrag en andere mensenrechtenverdragen betrekken.
Ik denk dat ik in de Eerste Kamer een duidelijk feministisch geluid kan laten klinken.
Ik hoop dat jullie mij willen helpen om dat te doen.
Door woensdag op GroenLinks te stemmen, al is het maar voor deze ene keer.
En door dit bericht, of een link er naartoe, door te sturen aan al je feministische vrienden en vriendinnen.

Aantal berichten op deze pagina: 27. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8213 uur (342,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2