dinsdag, 31 januari 2012

zaterdag, 17 december 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

Voormalige MSG aan de Dieperpoellaan

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,


vrijdag, 25 november 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Kunst

In , amsterdam, architectuur, binnenstad, criminaliteit, opleiding, armoede, parijs.
Kunst. Architectuur, gebouwen en de inrichting van de buitenruimte is voor mij de mooiste kunstvorm. Een de studiereis naar Parijs, met haar paleizen, woonwijken, musea en stratenpatroon heeft mij ooit in mijn opleiding geraakt. De binnenstad van Amsterdam staat nu met een beschermde status op een werelderfgoedlijst. De armoede, criminaliteit, uitbuiting en oproeren en opstanden van de Jordaan z...

maandag, 21 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Floriade fonkelt duurzaam

In bartcam, architectuur, duurzaamheid, energie, glastuinbouw, ontwikkeling, park, samen, 1, en meer.

14 oktober 2011

Wethouder Bart Eigeman zoekt inspiratie voor zijn ambtenaren om te laten zien dat duurzaamheid van nu is en niet van de toekomst! Samen naar de Floriade in Venlo dus. Daar wordt economische ontwikkeling gevoed met duurzame brandstof. De glastuinbouw gaat energie leveren, de toeristische impuls zal innovatie stimuleren en de architectuur wordt energieneutraal vormgegeven naar ontwerp van de zeer inspirerende Jon Kristinsson (man op foto). Het park kent een kabelbaan, een energieneutraal kantoor- en presenTatiegebouw dat geen riool behoeft: alle wc-afval levert energie!

Het prachtige economische centrum is een ontwerp van Jo Coenen.

En de installatietechniek wordt geleverd door het Bossche bedrijf GeaGrenco, actieve partner in het Bosssche Energie Convenant (BEC).

zaterdag, 5 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mood Board: Simon Otjes in 2011

Gisteren was ik bij een interessante training georganiseerd door GroenLinks Leiden en Manu Busschots (van Manu Vooru) over jezelf presenteren. Als voorbereiding moest je een mood board maken waarmee je een beeld gaf van wie je bent. Een mooi beeld van mijzelf nu ik net 27 ben geworden.
De basis van het beeld is de sky line van New York vanuit Central Park. Aan de meest linkerkant zie je een aantal dingen die te maken hebben met filosofie. Een grote stapel van filosofische boeken. Daarnaast staat het vrijheidsbeeld (ook uit New York) en een beeld van Marx (uit Berlijn). Filosofisch sta ik een vrijheidslievende linkse traditie. Dat betekent dat ik schatplichting ben aan de Amerikaanse liberale traditie en de Europese socialistische traditie.

In het midden staan een aantal dingen die te maken hebben met een politieke interesse. De grote poster van GroenLinks, de partij waar ik nu het bijzonder geluk voor heb om te mogen werken. De PSP-poster staat voor mijn interesse in politieke en partijgeschiedenis. The United States House of Congress voor mijn interesse in vergelijkende en parlementaire politiek. Het Europese vlaggetje voor Europese politiek.

Aan de rechterkant staat het academiegebouw van de Universiteit Leiden. Ik heb de laatste drie jaar aan een proefschrift gewerkt dat ik hoop daar volgend jaar te mogen verdedigen. Boven het academiegebouw staat een Mac: veel van mijn wetenschappelijk werk speelt zich af op een computer. Gelukkig is dat vaak een mac.

In de skyline zijn nog drie andere dingen te zien waar ik me mee bezig hou. Het kleine windmolentje staat voor het zelf verantwoordelijk nemen voor mijn groene idealen door iedere dag na te denken over de keuzes die je maakt voor eerste levensbehoeften als eten en energie. Het kleine ruimtescheepje (de USS Defiant uit Star Trek Deep Space Nine) staat voor mijn interesse in science fiction. De andere gebouwen uit de New Yorkse sky line voor mijn fascinatie voor architectuur, industrial design en moderne kunst.

De skyline van New York is niet willekeurig gekozen. Ik was hier een jaar geleden op huwelijksreis met mijn man. We wilden graag naar New York omdat dit een echte wereldstad is. Een stad die altijd leeft, nooit slaapt, waar altijd wat gebeurt. Zo is mijn leven ook: ik kan niet stoppen met nadenken, nieuwe dingen beginnen, lezen en schrijven. Gelukkig is er New York Central Park, een prachtig rustpunt in die levendige stad. Tijdens ons verblijf in New York lagen we graag in het gras Central Park. En zo voelt mijn relatie met mijn man ook. Een rustpunt in mijn altijd hectische leven.

dinsdag, 1 november 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nijmegen kiest ontwerpen voor bruggen ‘Ruimte voor de Waal’

In waalsprong, activiteiten, algemeen, bouw, burgemeester, college, evenementen, infrastructuur, landschap, en meer.

promenadebrugAls onderdeel van de dijkverlegging bij Lent zijn twee nieuwe bruggen en een verlenging van de bestaande Waalbrug nodig. De bruggen maken de verbinding van het geplande eiland in de Waal naar de Nijmeegse noordoever. Voor het ontwerpen van deze bruggen zijn voor de zomer drie architecten geselecteerd. Burgemeester en wethouders hebben nu de ontwerpen op hoofdlijnen vastgesteld. Deze ontwerpen worden technisch verder uitgewerkt door de aannemer die via aanbesteding wordt geselecteerd. De aanbesteding start na instemming door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

De Waalbrug (1936) krijgt een verlenging over de geplande nevengeul van de Waal. Architectenbureau Zwarts Jansma heeft het respect voor de monumentale hoofdbrug voorop gesteld. Er zal geen nieuwe boog worden gemaakt, het ontwerp richt zich vooral op de onderzijde van de brug en de pijlers. Er komen drie pijlers en in de betonnen onderbouw wordt de bogenconstructie van de hoofdbrug doorgezet. De overgang tussen de oude en de nieuwe brug wordt gevormd door een landhoofd op het toekomstige eiland. Dit landhoofd kan als gebouw diverse activiteiten huisvesten.

Tussen de Waalbrug en de spoorbrug komt een brug vanaf de kade op de noordoever van de nevengeul naar het eiland Veur-Lent. Deze ‘Promenade’-brug is de hoofdtoegang naar het eiland, bestemd voor zowel wandelaars, fietsers als autoverkeer. In het ontwerp van Ney-Poulissen komt de as van de brug te liggen in de richting van de Sint Stevenskerk. Het middendeel van de brug is bestemd voor autoverkeer en komt hoger te liggen, de zijstroken zijn bedoeld voor fietsers en wandelaars en liggen op dijkhoogte. De brug sluit op een speelse wijze aan bij de beleving van het water. De combinatie van de architect Chris Poulissen en constructeur Laurent Ney is bekend in Nijmegen. Ze zijn de ontwerpers van de nieuwe stadsbrug ‘De Oversteek’, die op dit moment in aanbouw is.

Het westelijk deel van het eiland wordt met de uiterwaarden op de vaste noordoever verbonden door de ‘Citadelbrug’. NEXT-architects heeft het ontwerp gemaakt voor een brug die als een slingerend pad de nevengeul overspant. De brug gaat zodoende ‘natuurlijk’ over in het uiterwaardenlandschap, waarbij de toegang tot de brug een avontuurlijke uitstraling krijgt. De brug is zo’n vijf meter breed en bedoeld voor fietsers en wandelaars. Incidenteel kan de brug ook worden gebruikt voor bevoorrading en calamiteitenvoertuigen, als er evenementen op het eiland plaatsvinden.

In opdracht van het college van burgemeester en wethouders zijn de ontwerpers begeleid door een ruimtelijke kwaliteitscommissie onder leiding van Jan Brouwer. Hij is voormalig rijksadviseur voor de infrastructuur en in Nijmegen nauw betrokken bij zowel de bouw van stadsbrug De Oversteek als bij de planvorming voor de dijkverlegging. Onder zijn leiding is de kwaliteit van de ontwerpen, de inpassing in het gebied, en de uitvoerbaarheid beoordeeld.

De aannemer die komend half jaar via een openbare aanbesteding wordt geselecteerd voor uitvoering van het totale project, zal de bruggen samen met de architecten verder uitwerken. In 2016 dienen de bruggen klaar te zijn samen met de dijkverlegging, het graven van de nevengeul en de aanleg van het eiland.

Het Architectuur Centrum Nijmegen (ACN) draagt Ney-Poulissen als gasten aan voor het artist-in-residenceproject Besiendershuis. In de maanden november en december zullen de architect-constructeurs en de kunstenaars van Atelier Veldwerk vanuit het Besiendershuis onderzoek verrichten naar stad en landschap in relatie tot de stedenbouwkundige ontwikkelingen in Nijmegen in het algemeen en de realisatie van drie bruggen in het bijzonder. Ney-Poulissen tekenen naast De Oversteek en de Promenadebrug ook voor een fietsbrug bij station Lent.

zondag, 30 oktober 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Waarom ik nog bij GroenLinks zit

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, gemeenteraad, groenlinks, lokale politiek, zwolle, activiteiten, andere partijen, architectuur, en meer.

‘Zo dus jij zit nog wel steeds bij GroenLinks’ – ironisch grijnzend schoof een voormalig partijlid en trouw bezoeker van de ledenvergaderingen aan, toen ik deze zomer tijdens een van de activiteiten bij ons in de wijk aan de bar van ‘sociaal-culturele vereniging’ Eureka aan het Assendorperplein een biertje zat te hijsen. Hij was een van de mensen voor wie de naïeve opstelling van de Kamerfractie rond de ‘politietraining’ in Kunduz de druppel was geweest die terechtkwam op een emmer vol onvrede over de vrijzinnige koers van de landelijke partij. Het kostte onze afdeling maar liefst drie oud-fractievoorzitters en een aantal andere leden, van wie sommigen net als mijn bargenoot van die middag al wel eens eerder hadden aangegeven bij landelijke verkiezingen socialistisch te stemmen.
‘Ja, ouwe overloper,’ riposteerde ik, ‘ik ben nog steeds lid, actief in de raadszaal en elders in de stad.’ We waren het snel eens over de klunzige Kunduz-aanpak en de verstrengeling van Mariko Peters (nee niet van belangen, maar wel van wat anders, meenden we als mannen met bier aan de bar). En zo bleef de ontmoeting toch nog gezellig. ‘Ik schrijf wel eens in een column waarom ik desondanks bij GroenLinks blijf’, zo hield ik me een vervelende woordenwisseling van het lijf. Ik had gewoon zin in een vrije middag.
Hier is die dan.

Direct
Toen ik een klein decennium geleden besloot politiek actief te worden heb ik heel bewust gekozen voor de lokale politiek. Ik wil mijn steentje bijdragen aan het verbeteren van mijn directe leefomgeving en die van onze en alle kinderen. Hier in de stad is demokratie nog lekker ‘direct’.
Ik fiets naar de andere kant van de stad om met een bewoner ter plekke te bekijken wat de problemen zijn bij hem om de hoek bij het kruispunt van een hoofdfietsroute in de wijk met een auto-ontsluitingsweg en bel met de ambtelijk projectleider om de complicaties die ik heb ontdekt door te spreken. Ik ga op de Grote Markt in discussie met iemand van de stichting Levende Stadsgeschiedenis over het gebruik van eigentijdse architectuur in onze oude binnenstad, die sinds de Middeleeuwen in een eeuwenlange opeenvolging van bouwstijlen zijn huidige karakter kreeg. Ik speel met mijn kinderen in het stadspark en snak naar de komst van een horecapaviljoen met een terrasje aan de parkvijver, maar ik ken en snap heel goed de bezwaren van omwonenden als de gemeente aanstuurt op een soort partycentrum.

Hier loop je tijdens een wijkplatform de mensen die zich net als jij druk maken over het reilen en zeilen in hun woonomgeving tegen het lijf. Hier word je in de raadszaal rechtstreeks aangesproken door leden van een actiecomité die net als wij het buitengebied rond de bestaande stad groen willen houden. Hier zie je de gevolgen van de beslissingen die je neemt met eigen ogen: er wordt een fietsstraat aangelegd waar je je jaar na jaar sterk voor hebt gemaakt, er worden ondanks niet-in-mijn-voor-en-achtertuin-bezwaren toch woningen gebouwd op een jarenlang leeg gebleven veldje, zodat het beleid van ‘inbreiding’ in de bestaande stad realiteit wordt, en een prachtig stukje ‘binnentuin’ in het zuidelijke stadsdeel blijft na jaren strijd groen en wordt toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Daarom ben ik nog steeds actief in de lokale politiek.

Onze fractie werkt systematisch aan een duurzaam, groen, sociaal én ‘kleurrijk’ Zwolle en daarin onderscheiden we ons van alle andere partijen in de stad.
Geen enkele partij is tégen Zwollenaren met een kleurtje, roze driehoek of afwijkende leefstijl, maar GroenLinks Zwolle strijdt ronduit vóór behoud van de multiculturele samenleving en pleit niet voor integratie maar voor ‘samen-leven’. En bij ‘samen’ horen voor ons vanzelfsprekend ook mensen met een fysieke beperking of mensen die om welke reden dan ook zichzelf tijdelijk, langdurig of levenslang niet kunnen redden.
Sommige partijen – hier in de stad ook linkse partijen – zien in cultuur een makkelijke bezuinigingsprooi, maar GroenLinks wijst op de intrinsieke waarde ervan en op de meerwaarde van cultuur in de breedste zin van het woord voor een levendige, aantrekkelijke en (ook economisch) bloeiende stad. Ook cultuur zorgt voor een ‘kleurrijke’ stad.
Sociaal vindt elke partij zichzelf. Maar bij GroenLinks strekt solidariteit zich ook in één adem uit over de rest van de wereld.
Alleen GroenLinks springt steeds op de bres voor biodiversiteit, een schone lucht en het kleine en het grote ‘groen’ in en om de stad, of het nu gaat om mussenhagen, bermen die beter door schapen dan door machines kunnen worden gemaaid of complete uitloopgebieden in de stadsrand waar de stadsbewoners schone lucht en rust opsnuiven.
En – last but not least – voor GroenLinks is duurzaamheid geen marketing-imago waar geld mee te verdienen valt, maar gaat het er echt om dat onze planeet het volhoudt (zonder planet geen people, laat staan profit, zeg ik altijd maar, als ‘de drie P’s’ weer eens in evenwicht moeten zijn volgens de beleidsmakers).

Daarom zit ik nog steeds bij GroenLinks.

Ennuh… als je dit nou leest, hè, moet je dan eigenlijk ook niet toegeven: eigenlijk was het fout om jullie in de steek te laten!


Wilbert Willems

Wilbert Willems

Eindhoven Culturele Hoofdstad?

In activiteiten, architectuur, breda, commissie, cultuur, den bosch, dutch, eindhoven, europa, en meer.


Ruim een week geleden maakten wij, als stuurgroep Brabant Culturele Hoofdstad 2018, bekend dat we erover nadachten om aan de gemeenteraden en Provinciale Staten voor te stellen om Eindhoven voor te dragen als gemeente die namens ons volgend jaar het Bidbook moet indienen. Dat wordt steeds meer actueel omdat het artistiek team druk doende is dat Bidbook samen te stellen en zich goed oriënteert op onze sterke en zwakke punten in dat proces. Sondering bij de Europese Commissie, het ministerie van VWS, juryleden en andere direct betrokkenen maakte ons ook duidelijk dat het echt onvermijdelijk is dat het Bidbook door een stad moet worden aangeboden aan de Europese jury, zoals in de regelementen is vastgelegd en zeker nog tot 2020 zal gelden. Wel stelt de jury het zeer op prijs als het programma breed wordt gedragen door de regio en omliggende steden en zeker ook dat er samenwerking met andere partners binnen en buiten Europa wordt gezocht. En het feit dat de stad Essen destijds het bidbook indiende, maar dat iedereen weet dat Ruhr 2010 een event was waar alle Ruhrgemeenten intensief aan deelnamen, bewijst ook dat de indienende stad niet automatisch de hoofdrol speelt in het gebeuren rond Culturele Hoofdstad. Ook andere regio's bevestigen dit.

Wat ons stimuleerde om voor Eindhoven te kiezen was vooral dat deze grootste van de vijf deelnemende steden bij een Europese jury het meeste respect zou afdwingen en de verbinding tussen moderne post-industriele (culturele) stedelijkheid en traditionele kunst en cultuur het beste kan verbeelden. Ook al hebben alle andere partners ook zeer sterke punten in hun presentatie en ambities, Eindhoven kan als slimste stad ter wereld deze nominatie het beste binnen halen, lijkt ons. Bovendien heeft Den Bosch al haar handen vol aan Jeroen Bosch en dat zou juist contraproductief voor de nominatie kunnen werken en hebben Helmond, Tilburg en Breda een veel beperktere internationale uitstraling.

Ik werd afgelopen week nog eens bevestigd in deze voorkeur toen ik deelnam aan activiteiten in het kader van de Dutch Design Week in Eindhoven. In prachtige oude Philipsgebouwen, in indrukwekkende nieuwbouw, overal op straat en op pleinen en rondgereden door enthousiaste studenten in fraai gepimpte Mini's kon je overal je hart ophalen. Met productdesign, mode, film (van uiteraard Bredase deelnemers), architectuur en nog veel meer werden honderdduizenden bezoekers van heinde en ver ondergedompeld in deze hedendaagse cultuur. Een leuke opmaat richting 2018 en een stevige uitdaging voor alle andere partners van Brabantstad!

maandag, 10 oktober 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

PvdA – Kerkrade geeft Heerlen een gevangenis?

In politiek, heerlen, buitenring, limburg, parkstad limburg, provincie, aardige, architectuur, asielzoekers, en meer.
De PvdA heeft opgevangen dat de staatssecretaris van gevangeniszaken Fred Teeven een nieuwe gevangenis wil laten bouwen in Limburg. Dat die nodig is, wist ik niet. De laatste berichten die ik over gevangenissen hoorde, was dat er onterecht asielzoekers in worden opgesloten en dat er eentje die toch leeg stond aan België wordt verhuurd.

Maar goed, de PvdA van Kerkrade wil die best naar Parkstad Limburg en “het liefst zo dicht mogelijk bij Kerkrade” halen en wel op het hoogwaardige bedrijventerrein Avantis plaatsen. En 200 banen, dat is niet mis. Ze willen ‘m niet in Kerkrade. Dat is toch wel erg goedgeefs, je zou het zelfs onbaatzuchtig noemen, en vooral een mooie blijk van de wil tot samenwerking in Parkstad Limburg. Blijkbaar heeft Kerkrade zelf geen mooi terrein meer binnen de gemeentegrenzen. Er mogen natuurlijk wel mensen uit Kerkrade gaan werken. En blijkbaar wil de PvdA de bezoekende familieleden en vrienden van de aldaar verblijvende Kerkradenaren geen wereldreis laten maken? (Wel via de Buitenring, zoals de provincie die gepland heeft?) En Avantis is toch wel de meest ver weg gelegen plek van Heerlen dus zullen de meeste Heerlenaren zich niet storen aan een gevangenis op Avantis.

Bedrijventerreinleider René Seijben is gelijk blij, want dan heeft hij weer een plekje gevuld. Maar hij geeft terecht aan dat het bestemmingsplan hier niet in voorziet. Daar is wel een mouw aan te passen. Avantis gaat prat op de sterke relaties tussen de onderzoekers van die hoogwaardige bedrijven en de universiteiten en hoge scholen in de buurt. We krijgen dan wellicht een productiehal voor wasknijpers of zo erbij, maar dat gevang moet wel een enorm uitdagend onderzoeksobject worden voor onze sociale wetenschappers. Die krijgen daar zeker ook nieuwe energie van.

Maar dan toch die ruimtelijke ordening. Als we al een gevangenis van Kerkrade krijgen, dan mag Heerlen toch zelf wel bepalen waar die zou moeten komen? Wij Heerlenaren en onze gemeenteraad voorop, plaatsen een gevangenis niet aan de rand van de samenleving. De vorige keer dat ons een gevangenis werd aangeboden, zou deze worden gebouwd waar nu het nieuwe gebouw van het CBS staat. Maar daar tegenover is echt nog plaats genoeg. Zelfs voor een gevangens als die een beetje schaamgroen erom heen krijgt en voor zover dan nog zichtbaar een aardige architectuur. Alleen jammer van die krimpende bevolking, dat operatie Hartslag zo geslaagd is en de opvang in Domushuizen en Exodus zo prima functioneert, dat Heerlen de bewoners bij elkaar moet schrapen.

Het bericht hierover stond in de regionale kranten Limburgs Dagblad en Dagblad de Limburger van zaterdag 8 oktober 2010.

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Eerste voetbalwedstrijden in Warffum (1914-1924)

In vv warffum, warffum, kant, promotie, eerste, architectuur, auto, foto, roman, en meer.

Sinds ruim honderd jaar wordt er in Warffum gevoetbald. In het begin speelde de dorpsjeugd ongeorganiseerd partijtjes op boerenland. Vaak tot ergernis van de boeren, die hun grasland door de voetballers vertrapt zagen worden en niet zelden ballen in beslag namen. In zijn roman Koos. Een verhaal uit het Groninger dorpsleven (1938) herinnerde Benjamin Broekema (1904-1942) aan zo’n boze boer, die in 1914 een partijtje verstoorde. "Dit kwam allemaal door de nieuwe wetten", mopperde boer Kropman. In zijn tijd werkten jongens vanaf hun negende of tiende jaar. Toen had je nog geen last van kwajongens.

Rond 1914 werd de eerste voetbalclub van Warffum opgericht. Vanaf dat jaar speelde de voetbalclub Sport tegen clubs uit de omgeving, zoals Vitesse uit Middelstum, Velecité uit Kantens en UFC uit Uithuizen. Vier jaar later, op 18 februari 1918, werd VV Warffum opgericht. Initiatiefnemer was Elias Maurits van der Zijl (1880-1942), de directeur van de Rijks- HBS in Warffum.

Aanvankelijk waren alleen leerlingen van de HBS lid van de voetbalvereniging. Enkele jaren later werden ook niet-leerlingen tot de club toegelaten. Trainingen en wedstrijden vonden plaats op weilanden in de buurt, waarvoor nu, anders dan vroeger, officieel toestemming werd gevraagd van de boeren. Bij zo’n gelegenheid in de buurt van Baflo brak de snelle, inmiddels 16- of 17-jarige Benjamin Broekema zijn enkel. Zijn voetbalvrienden vervoerden hem per trein naar een ziekenhuis in de stad Groningen, waar de breuk volgens zijn biografe Pauline Broekema (geen familie) verkeerd werd gezet. Benjamin Broekema zou nooit meer zijn oude niveau halen.


In 1921 kreeg de club de beschikking over een heus sportveld van 110 bij 72 meter achter de HBS aan de Oosterstraat. Dat was een enorme verbetering. Zeker toen de HBS vier jaar later een gymnastiekzaal met kleedkamers bouwde. VV Warffum kon daardoor gebruikmaken van een voor die tijd ongekend mooie sportaccommodatie. VV Warffum zou tot 1961 achter de HBS op het huidige Op Roakeldaisterrein blijven spelen. Toen werd verhuisd naar de huidige accommodatie aan de Westervalge. Zes jaar later verhuisde ook de HBS naar de andere kant van het dorp. De prachtige, onder architectuur gebouwde gymzaal uit 1925 is vervallen achtergebleven.

Vanaf 1920 speelde Warffum in de competities van de Groninger Voetbal Bond, de GVB. In het seizoen 1920-1921 zelfs met twee elftallen. Beide elftallen werden kampioen. Het eerste elftal promoveerde in twee jaar door naar de tweede klasse van de KNVB. Een beslissingswedstrijd om promotie naar de eerste klasse werd in 1924 met 0-1 verloren van het Groningse GVV. Daarmee kwam een eind aan een eerste succesperiode van VV Warffum. Een aantal goede spelers verliet de HBS en daarmee de voetbalvereniging.

Erik de Graaf

PS: op warffum.nl staat de bovenste foto uit 1929 in de rubriek "het verhaal achter de foto". Gaat het hier om een elftal van VV Warffum of is het een team van de plaatselijke Rijks-HBS? En wie staan er op de foto?

zondag, 9 oktober 2011

Jenny de Jeu

Jenny de Jeu

Hyves Linkedin

Inspiratie in een koffertje

In uncategorized, manier, nieuw, organisatie, raad, architectuur, gelukkig, huis, hulpverlener, en meer.

Jongeren van de cliëntenraad adviseren over een groot nieuw GGZ gebouw. Formeel, informeel, gevraagd en ongevraagd staan zij de instelling bij met goede raad.  Een groot gebouw staat in de steigers waar ook de jonge GGZ klanten zich binnenkort welkom moeten kunnen voelen.

De jongeren zijn geen architect of binnenhuisarchitect, hebben ook nog nooit eerder advies uit hoeven brengen over een dergelijk omvangrijk nieuwbouwproject.  Gelukkig zijn er wel wat hulpmiddelen in te zetten. Zo is er gebruik gemaakt van het instrument ‘Ruimte vragen’ van het LOC, en van hetzelfde LOC is ook een deskundige van de ‘bouwpool’ ingevlogen.  Inspirerend was ook het boek ‘Van huis en Haard’ waar architect en hulpverlener Minke Wagenaar hulpverlening en architectuur laat samenkomen. Maar vooral de gesprekken tussen de jongeren onderling over wat zo’n gebouw met je doet en hoe dat voelt waren erg zinvol.

Een belangrijke taak voor de cliëntenraad is om oog en aandacht te blijven hebben voor het jeugdig cliëntperspectief. Hoe voelt het om als jonge cliënt in zo’n gebouw te zijn? Wat heb je nodig om je er prettig te voelen? Hoe kunnen gebouw en interieur bijdragen aan een zo goed mogelijk gevoel? Wat vinden jongeren en kinderen prettig, en wat juist vervelend? Zijn zaken waar de cliëntenraad zich mee heeft beziggehouden.

Om alle goede raad en gevoelens van de jeugdige klanten een plek te geven heeft de cliëntenraad een inspiratiekoffertje gemaakt. Een spannend ogend koffertje, wat uitnodigt om bekeken te worden. Het koffertje zit vol ideeën, suggesties en wensen. Welke door organisatie en architecten gebruikt kunnen worden.  Zo zitten er hele concrete wensen in, maar ook een gedicht, woorden waar je een fijn gevoel bij krijgt en kleine grapjes. Het koffertje is aangeboden aan de directeur en heeft inmiddels al een kleine tournee gemaakt door de organisatie en heeft enkele weken ter inspiratie op het kantoor van de architect gestaan.  De cliëntenraad hoopt dat het koffertje bijdraagt aan de kindvriendelijkheid van het nieuwe gebouw. Een leuke manier om je advies te verpakken!

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

En de winnaar is…….., oeps, gesloopt [2]

Vorige week schreef ik hier al over de met sloop bedreigde Van der Klauwtoren, die onlangs  is uitgeroepen tot ‘Jong Leids Monument 2011′.  In het programma Politiekeuvel van Unity-TV werd ik vorige week hierover geinterviewd. Het interview is hierboven terug te zien.


dinsdag, 27 september 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

En de winnaar is…….., oeps, gesloopt

In foto's, politiek, architectuur, flinterdiep, leiden, monumenten, 50 jaar, angst, discussie, en meer.

De Van der Klaauwtoren en de woonhuizen aan de Middelstegracht 14-18 zijn de winnaars geworden van de Jonge Monumentenverkiezingen tijdens de Open Monumentendagen van 10 en 11 september. In totaal werden bijna 1500 geldige stemmen uitgebracht.

Die verkiezingen waren georganiseerd door de Stichting Industrieel Erfgoed Leiden en de Historische Vereniging Oud Leiden in samenwerking met de gemeente Leiden om meer aandacht te vragen voor architectuur in Leiden uit de periode na 1940. De Jonge Monumentenverkiezing vond plaats in het kader van Leiden 50 jaar Monumentenstad.

Uit het persbericht Historische vereniging Oud Leiden

Natuurlijk ben ik blij met deze uitslag. Ik heb mij immers in de gemeenteraad ingezet om de voorgenomen sloop van de van der Klauwtoren te voorkomen. Het feit dat de toren nu verkozen is tot Jong Monument 2011 toont aan dat er in Leiden veel meer mensen zijn die vinden dat het gebouw behouden moet blijven. Ik heb hoop dat deze verkiezing de Van der Klauwtoren nog van de ondergang kan redden.

De gemeente Leiden  zit met een probleem. Naast de HVOL en STIEL is de gemeente zelf medeorganisator van de verkiezing.  De vraag is: Hoe kan je aan de ene kant het belang van jonge monumenten in Leiden erkennen door het uitschrijven van een prijsvraag en aan de andere kant een vergunning afgeven voor de sloop van het winnende gebouw?

Ook de Rijksuniversiteit Leiden zit met een probleem. De gemeente weigerde begin dit jaar om de Van der Klauwtoren als gemeentelijk monument aan te wijzen uit angst voor een forse schadeclaim van de RUL. De universiteit ziet geen enkele reden om de toren te behouden en zegt de opbrengsten van sloop en nieuwbouw  nodig te hebben voor de financiering van de restauratie van de Sterrewacht. Bovendien is volgens de RUL de toren ongeschikt voor hergebruik. 

De RUL zal moeten terugkomen op haar standpunt dat de toren geen onderdeel uitmaakt van het Leidse culturele erfgoed.  De uitslag van deze verkiezing bewijst dat dit wel zo is. Ook de financiële verknoping met de, inderdaad prachtig gerestaureerde, Sterrewacht, is een lastig verhaal. De vastgoedportefeuille van de RUL is immers groot en door heel Leiden verspreid. Maar het belangrijkst is: de toren is prima geschikt voor hergebruik. Er is zelfs al een goed, winstgevend, alternatief dat wel uitgaat van behoud van de van der Klauwtoren.

ontwerp Flinterdiep

Ik hoop dat deze verkiezing de discussie over de voorgenomen sloop van de Van der Klauwtoren nieuw leven zal inblazen. Ik hoop dat de gemeente Leiden opnieuw hartstochtelijk zal pleiten bij de RUL voor behoud van de toren. Ik zou bijzonder teleurgesteld zijn in de RUL als zij nog steeds geen gehoor zou geven aan dit terechte verzoek.


zondag, 4 september 2011

donderdag, 11 augustus 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

ROCview

In foto's, architectuur, leiden, leiden cs, roc.

Uitzicht vanuit het ROCLeiden [in aanbouw] op het Stationsplein-Zeezijde.


donderdag, 30 juni 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Een gemiste kans: de Leidse Architectuurprijs 2011

Zaterdag 25 juni werd op de Dag van de Architectuur, voor de eerste keer de Leidse Architectuurprijs uitgereikt. Een vakjury had tien Leidse gebouwen die recent in gebruik zijn genomen, genomineerd. Het publiek kon via internet stemmen op één van deze  gebouwen. Winnaar werd de renovatie van de Sterrewacht door het Leidse architectenburo Veldman, Rietbroek, Smit.

De Sterrewacht is een belangrijk gebouw in de Leidse cultuurhistorie maar is in de loop der tijd zwaar verwaarloosd. Mede dankzij een rijkssubsidie van € 2,8 miljoen kon het rijksmonument worden gerenoveerd. En inderdaad het resultaat is prachtig en een absolute aanwinst voor de stad. Maar is deze renovatie ook de eerste Leidse Architectuurprijs waard?

Er staan in Leiden ongeveer 3000 monumenten. De Leidse historische binnenstad is misschien wel de belangrijkste kwaliteit van de stad en een ‘unique selling point’ voor het aantrekken van toeristen, bedrijven en instellingen en daarmee een motor van de lokale economie. Terecht wordt dit cultuurhistorisch erfgoed goed bewaakt en wordt er in de meeste gevallen geïnvesteerd in het behoud en versterken hiervan.

Maar Leiden is meer dan een historische binnenstad die geconserveerd moet worden. Leiden is ook de Stad van Ontdekkingen, een moderne stad die in ontwikkeling concurreert met andere steden in de Randstad, Nederland en Europa.  Een stad die, als zij wil meedoen in deze globale concurrentiestrijd, moet meegaan met haar tijd en daar zelfs op vooruit moet lopen. De Leidse kenniseconomie vraagt om een innovatieve en een vooruitstrevende stadscultuur.

Leiden stond nooit echt bekend om de kwaliteit van haar moderne architectuur. In de meeste architectuurgidsen over hedendaagse architectuur komt Leiden nog niet voor. Maar met de recente ontwikkeling van de woonwijken Roomburg en Nieuw Leyden, het Bio Science Park en enkele grotere gebouwen is de kwaliteit van de Leidse moderne architectuur de laatste jaren enorm  toegenomen.

De bedoeling van de Leidse Architectuurprijs is om deze kwaliteit van de moderne architectuur in Leiden in de publiciteit te brengen. Zo kan Leiden laten zien dat zij niet alleen een conserverende maar ook een vooruitstrevende stadscultuur heeft. Het is dan ook jammer dat de Sterrewacht door de vakjury genomineerd is  voor de Leidse Architectuurprijs. De Sterrewacht is een mooi project maar het is geen goede ambassadeur voor de moderne architectuur van Leiden. Daarmee is deze eerste Leidse Architectuurprijs een gemiste kans en een verkeerd signaal naar de buitenwereld. 

foto’s via site surveymonkey


woensdag, 29 juni 2011

dinsdag, 17 mei 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

‘Nieuw Elan’ in de Mirakelsteeg

In politiek, architectuur, binnenstad, leiden, portaal, groen, leefomgeving, media, openbare ruimte, en meer.

Geheel onterecht was er weinig aandacht in de Leidse media over het verheugende feit dat woningcorporatie Portaal in maart 2011 de prijsvraag ‘Nieuw Elan’ won met het ontwerp van Han Dijk, Bart Schrijnen en Emile Revier voor de transformatie van de Mirakelsteeg in Leiden. Het is namelijk een geweldig goed plan dat verdere uitwerking verdient. Het ontwerp kan, als het wordt uitgevoerd, een schoolvoorbeeld worden van succesvol binnenstedelijk bouwen in Leiden.

De ontwerpwedstrijd was uitgeschreven door de woningcorporaties Haag Wonen, Mitros, Com•wonen, Portaal en het Stimuleringsfonds voor Architectuur (SfA). Deelname aan de prijsvraag stond open voor jonge architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, planologen, sociaal geografen, stadssociologen en deskundigen op het vlak van bewonersparticipatie. De opdracht was om op een vernieuwende, kwalitatieve en gedurfde manier een nieuwe toekomst te schetsen voor buurten uit de jaren ’70 en ’80.

De Mirakelsteeg ligt in het centrum van Leiden, achter de Lange Mare. Het is zo’n typische 70′er – 80’er jaren stadsvernieuwingsbuurt, zoals die er zoveel zijn in Leiden. De architectuur is van matige kwaliteit, er wordt alleen gewoond en geparkeerd en de inrichting van de openbare ruimte is weinig aantrekkelijk. Het ontwerpteam  Dijk, Schrijnen en Revier heeft de locatie bijna chirurgisch bestudeerd en maakt van de Mirakelsteeg weer een levendige, groene en aantrekkelijke buurt: Auto’s verdwijnen onder een groen parkeerdek, bestaande huizen worden energiezuinig gemaakt, de huidige structuur wordt verdicht door het afmaken en toevoegen van huizen en er komt weer een buurtwinkel op de hoek.

Het ontwerp voor de Mirakelsteeg is ook interessant omdat het als voorbeeld kan dienen voor de transformatie van andere stadsvernieuwingsbuurten in het centrum van Leiden. Kortom een fantastisch plan dat laat zien dan met veel creativiteit binnenstedelijk bouwen niet alleen meer aantrekkelijkere woningen oplevert maar ook een  mooie en groene leefomgeving.


dinsdag, 8 maart 2011

Pepijn Zwanenberg

Pepijn Zwanenberg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr GR

Mirliton Theater

In toekomst, architectuur, college, delen, groenlinks, nederland, nee, plannen, stad, en meer.
Hoog Catharijne was, is en zal waarschijnlijk altijd een omstreden bouwwerk blijven in onze stad. Maar hoe je het ook wendt of keert, het is inmiddels wél onlosmakelijk met Utrecht verbonden. Ergens verscholen in het beton bevindt zich het Mirliton theater. Een uniek theater op een unieke plek. Een tijdscapsule van de 'vooruitgang', als het aan GroenLinks raadslid Pepijn Zwanenberg ligt.
In de jaren dat Hoog Catharijne nu bestaat zijn vele delen inmiddels verschillende malen gemoderniseerd. Want dat is het nadeel van het najagen van de tijdsgeest; hoe moderner je iets wilt maken hoe sneller het door diezelfde tijd wordt ingehaald.
In Hoog Catharijne is echter één plek die de vernieuwingsdrang telkens bespaard is gebleven; het Mirliton theater bij Voor Clarenburg. Dit kleine theater, waar Herman Berkien en Tineke Schouten hun succesvolle carrières begonnen, is sinds eind jaren tachtig gesloten en bij veel Utrechters onbekend. Sindsdien gebruikt Corio het soms voor bedrijfstrainingen en gaat het een enkele keer open voor een architectuur wandeling.
Het interieur van het theater is nog in originele staat en naast dat het al bijzonder is dat een theaterinterieur uit die periode de tijd heeft doorstaan, is het daarmee ook een soort tijdscapsule in dit winkelhart van Nederland. Een monument van de ‘vooruitgang’, juist omdat het na de bouw nooit meer is aangepast. Enige tijd geleden had Corio plannen om ook deze unieke plek te moderniseren.
Dat leidt bij GroenLinks tot de volgende vragen:
1. Is het college bekend met het Mirliton theater?
2. Is het college het met GroenLinks eens dat het Mirliton Theater een unieke plek in Hoog Catharijne is, die het waard is om te behouden?
3. Zo ja, is het college bereid om te bezien of het theater een monumentale status kan krijgen, zodat het ook voor de toekomst behouden blijft? (Zo ja, ga dan door naar vraag 5)
4. Zo nee, waarom niet? En is het college dan ten minste bereid het Mirliton Theater goed te laten documenteren door onze gemeentelijke Dienst Monumenten?
5. Is het college bereid om met Corio in overleg te treden om het Mirliton Theater weer een publieke functie te geven?

dinsdag, 22 februari 2011

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Laat het licht eens schijnen

In amsterdam zuid, politiek, amsterdamse school, lantaarns, verlichting, veiligheid, amsterdam, architectuur, armoede, en meer.

Wéér zo’n pamflet in de bus. En dit keer staat zelfs mijn e-mailadres er op. Kennelijk word ik gezien als een van degenen die een lantaarnpaal moet redden. Redden? Een lantaarnpaal? In het Oud-Zuidse Zuid – zou je denken – bestaat er geen kredietcrisis, geen klimaatcrisis, geen armoede en geen uitsluiting. Nee, het allerergste wat er gaande is, is de vervanging van het ene type lichtmast door een ander type. En dus een hevige oproep om het grote onrecht te keren en een lantaarnpaal te redden – voor het te laat is! Buurtpolitiek kent zo zijn eigen grote rampen, want over smaak valt goed te twisten. En durf daar geen vraagteken bij te plaatsen, want je bent ‘in de buurt’ zo persona non grata. Intimidatie en schandaliseren is norm – vele e-mails getuigen daarvan. Vanwege een lantaarnpaal.

Ook in de buurt waar ik zelf woon, is aan de dageraad groot onheil waar te nemen . Tijd voor een kleine wandeling langs het prachtige P.L. Takcomplex waarin ik zelf woon.

een zgn. 'Ritter'

Gietijzeren mast '1867' met een sobere ronde lantaarn (Thérèse Schwartzestraat)


mast 1867 met klassieke (ronde) lantaarn, maar hier met minder sierlijke 'laddersteunen'. (Henriette Ronnerplein)

mast 'Apollo', gietijzeren voet, stalen mast met krul. Figureert prachtig bij Amsterdamse School. (Therese Schwartzestraat/-plein)

Een '1924' mast - absoluut aan vervanging toe! - met niet-passend Friso Kramer armatuur (Jozef Israëlskade bij het Berlage Lyceum). Links in de verte zien we weer een Apollo-mast.

Hoe onooglijk: de strakke doch sierlijke lijnen en decoratie van de Amsterdamse School (hier: het Berlage Lyceum) verpest door classicistische truttigheid van de openbare verlichting.

Dit vloekt! Deze neoclassicistische mast (een stijl waarin wordt teruggegrepen op de oude architectuur van de gotiek, de renaissance en de barok) contrasteert verschrikkelijk bij de expressionistische (als je wil: anti-neoclassicistische) Amsterdamse School.

detail mast 1867: klassiek en slank

detail mast 1883: klassiek en sierlijk

Mast 1883, klassiek en sierlijk, onderste deel. Over onderhoud gesproken: deze mast staat zo scheef als de toren van Pisa.

Ook straatlantaarns moeten af en toe worden vervangen...

Zalige eenvoud

Zeg nu zelf: wat een heerlijke rust van eenvoudige, bescheiden lijnen. Dit is harmonie; dit is de samenhang die recht doet aan de gouden decennia van de sociale woningbouw (Coöperatiehof)

Waarom moeten lantaarnpalen worden vervangen?

Niets heeft het eeuwige leven, daarom is zo nu en dan vervanging nodig. Bovendien willen we verlichting die meer veiligheid biedt: in plaats van geel, wit licht, wat contrastrijker is. En we willen openbare verlichting die zuinig is met energie. Eens in de zoveel tijd is nietsdoen geen optie: vervanging is nodig om werkzaamheid en veiligheid te waarborgen.

Waarom een ander het type lantaarn?

In Amsterdam is in de afgelopen decennia klaarblijkelijk willekeurig omgegaan met de keuze voor masten en armaturen. Het bewijs daarvoor is bij mij in de buurt zichtbaar (zie foto’s): de klassieke grachtenlantaarn (‘ritter’) met verschillende masten en armaturen, de Apollomast en de Friso Kramerarmatuur, ze staan allemaal door elkaar heen. Kennelijk was de persoonlijke smaak van een of andere ambtelijke projectleider – of die van een mondige bewoner in straat x op nummer y – van groter belang dan de samenhang tussen het straatmeubilair en zijn architectonische en stedenbouwkundige omgeving. Het straatbeeld is er onsamenhangend en rommelig door. Een beetje meer eenheid en een zekere beperking in het aantal typen masten en armaturen is ook goed voor Amsterdam: het houdt de kosten voor onderhoud in toom.

Smaken verschillen, dat hoeft niet te worden ontkend. Maar de publieke ruimte vraagt om meer dan een optelsom van smaken.

Samenvattend

  • Liever een samenhangend straatbeeld: mast en armatuur, stedenbouw en architectuur in onderlinge verwantschap;
  • Liever een beperkt aantal type lichtmasten en armaturen om het beheer efficiënt en daarmee de kosten in toom te houden – zeker in tijden van zware bezuinigingen.
  • Niets heeft het eeuwige leven, vervanging is soms nodig. Vervanging is tevens een goede gelegenheid om energiezuiniger verlichting aan te brengen, die bovendien meer veiligheid op straat biedt.

De gemeente Amsterdam heeft een paar jaar geleden een prima beleidsplan openbare verlichting opgesteld. Daarin staan handvatten die helpen bij kiezen uit zovele mogelijkheden en zovele overwegingen (waaronder kosten, veiligheid en energieverbruik). Ik vind het een degelijk plan. U kunt zelf het beleidsplan downloaden en lezen.

zondag, 6 februari 2011

Ger Bosma

Ger Bosma

Groningen in HDR

In fotos, ge(r)neuzel, geschiedenis, persoonlijk, architectuur, delen, tegelijkertijd.

HDR staat voor “High Dynamic Range” en duidt op beelden met een hoog dynamisch bereik, waarbij zowel zeer donkere delen als zeer heldere delen goed worden weergegeven. Met behulp van tone mapping-technieken kan het contrast worden verminderd en kunnen afbeeldingen worden gemaakt met behoud of overdrijving van lokaal contrast om zo een kunstzinnig effect te bereiken.

De meeste gangbare foto’s hebben een klein dynamisch bereik, net als verreweg de meeste digitale camera’s en ook beeldschermen. Het menselijk oog heeft een zeer groot dynamisch bereik, sommige duurdere digitale camera’s hebben ook een relatief groot dynamisch bereik en kunnen daarom ook erg donkere en erg lichte delen tegelijkertijd opslaan.

Door het gebruik van HDR instellingen op Digitale Spiegel refelxcamera’s ben je in staat om enkele foto’s snel achter elkaar te maken, met verschillende belichtingstijden (bracketing). Door die foto’s te combineren kan daar een HDR-afbeelding mee samengesteld worden.

Bron: wikipedia (tekst bewerkt)

Veel meer architectuur en natuurfoto’s op mijn Flickr-Photostream

Ger Bosma - View my recent photos on Flickriver

Aantal berichten op deze pagina: 21. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8804 uur (366,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,4 per week.

Pagina: 1