donderdag, 2 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De dozen samenleving van rechts.

Vandaag komt staatssecretaris Krom met zijn bezuinigingen in de sociale sector. Meteen begint hij het onderwerp te framen door te stellen dat arbeidsgehandicapten zielig worden gevonden en dat als excuus gebruikt om zijn bezuinigingen er door heen te drukken en te rechtvaardigen. Het is eigenlijk hetzelfde liedje als de uitspraak van Rutte dat armoede niet [...]

zondag, 22 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Impressie nieuwjaarsreceptie GroenLinks Schiedam

Vanmiddag ben ik bij de nieuwjaarsreceptie van GroenLinks Schiedam geweest. De afgelopen jaren ben ik zeer beperkt actief geweest, omdat ik een actieve rol binnen GroenLinks en een functie als beleidsmedewerker duurzaam ondernemen wat onhandig vond combineren. Nu ik ambtenaar af ben was een van mijn goede voornemens voor 2012 om weer ‘ns wat actiever te worden binnen GroenLinks. De uitnodiging kwam wat dat betreft op een mooi moment.

Armoede anno 2012

Buiten een gezellige informele start van 2012 was de bijeenkomst ook bedoeld om terug te blikken op 2011 en om met elkaar van gedachte te wisselen over het thema armoede in 2012. Wie het nieuws gevolgd heeft over Schiedam zal het niet verbazen dat de soap opera die de vorige burgemeester op heeft gevoerd daarin helaas een grote rol innam. Mede doordat het vertrek van de burgemeester gevolgd is door het vertrek van alle wethouders. Inmiddels zit er een nieuw college van B&W.

Tijd dus om vooruit te kijken. Al werd ik daar niet op alle punten even vrolijk van. De armoede neemt tenslotte toe, hoewel armoede volgens Rutte natuurlijk niet bestaat in Nederland. In Nederland hebben we ook geen honger, enkel trek. Tegelijkertijd denken de rekenmeesters van CBS en SCP in het Armoedesignalement 2011 toch wat anders over armoede in Nederland:

In 2010 herstelde de economie zich enigszins van de zware recessie. Dit vertaalde zich echter niet in een lagere kans op armoede. 529 duizend huishoudens (met daarin bijna 1,1 miljoen personen) verkeerden dat jaar onder de lage-inkomensgrens. Dat is 7,7 procent van het totaal, net zoveel als in 2009.

Volgens het niet-veel-maar-toereikend criterium groeide de arme groep van 6,1 naar 6,5 procent. In 2009 waren dit 960 duizend personen (in 447 duizend huishoudens), in 2010 was het opgelopen tot 1 miljoen personen (in 462 duizend huishoudens).

Vluchtelingenwerk Schiedam wees er op dat nieuwe regelingen  maken dat asielzoekers die een verblijfsvergunning krijgen meteen met een schuld van dik tienduizend Euro beginnen. Veroorzaakt door de verplichte inburgering en inrichtingskosten van het huis/flatje. Voor beide dienen ze zelf te betalen, al mogen ze wel rentedragend lenen. Niet echt een lekkere nieuwe start denk ik dan. De verantwoordelijke wethouder reageerde meteen dat er bekeken wordt wat de gemeente hieraan kan doen.

Blijer werd ik van de oproep om vooral gezamenlijk op te trekken onder het motto

‘Het gaat nu om de mensen, niet om de politieke sticker.’

Ook projecten waar een aantal aanwezigen over vertelde spraken tot de verbeelding. Zoals een project voor kleinschalige stadslandbouw op balkons. Waarbij het hoofddoel niet zozeer de opbrengst aan groenten en kruiden is, als wel het versterken van de onderlingen contacten en het op gang brengen van de dialoog over hoe je rond komt van een klein budget. Daarnaast wordt er gewerkt aan een project waarbij vrijwilligers getraind worden om mensen te helpen bij het budgetteren. Zo waren er nog een aantal aardige voorbeelden.

Mijn eigen inbreng was beperkt tot een oproep om ook te kijken naar de wijze waarop de totale woonlasten van mensen zich de komende jaren gaan ontwikkelen. Dus inclusief de energierekening. Schiedam is namelijk een mooie, maar ook een oude stad. Waarin mensen met een laag inkomen nogal eens in de minder goede huizen wonen en het is zonde als het geld dat je uitgeeft aan armoedebeleid rechtstreeks in de portemonnee van het energiebedrijf verdwijnt. Een mooi voorbeeld van hoe het  kan vind ik zelf de wijze waarop Thijs de la Court in Lochem tegen de trend in regeert. Zie bijvoorbeeld zijn ideeën over een ander Nederland in Lochem. Waarbij werk, woningverbetering en een beter milieu hand in hand gaan.

 

dinsdag, 10 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Heinrich Zille

In berlijn, literatuur, armoede, auto, bom, de republiek, dood, foto, muur, en meer.

Tegen een blinde muur aan de Marheineckeplatz in het (toen nog) West-Berlijnse Kreuzberg zag ik ooit een reusachtige tekening van het Berlijnse volksleven in de jaren twintig. Onder de kleurige afbeelding stond de naam van de oorspronkelijke kunstenaar: "Heinrich Zille: 10.1.1858 - 9.8.1929". De Berlijnse volkstekenaar en fotograaf was toen net vijftig jaar dood.

Vandaag is het precies 154 jaar geleden dat graficus, lithograaf, schilder, tekenaar en fotograaf werd geboren. Hij groeide in armoede op, werkte jarenlang in een foto-atelier, maar kwam pas goed aan zijn eigen werk toe toen hij rond zijn vijftigste werkloos werd. "Ga liever de straat op. Kijk om je heen en teken", had zijn leermeester hem gezegd. Zijn sociaal-kritische weergave van het Berlijnse leven van het late keizerrijk en de Republiek van Weimar sloeg in als een bom.


"Moeder, als ik wil kan ik bloed in de sneeuw spugen", zegt een meisje op een van Zilles tekeningen trots tegen haar moeder. Of: “moeder, zet de twee bloempotten eens buiten. Ons Liesje zit zo graag in het groene”. De heersende klasse vond Zilles werk maar niks. "Die kerel ontneemt ons alle levensvreugde", becommentarieerde een officier uit het keizerrijk een Zille-tentoonstelling.

In het Nicolaïviertel in het centrum van Berlijn staat sinds zijn honderdvijftigste verjaardag, vandaag vier jaar geleden, een standbeeld van Heinrich Zille. Om de hoek is een Zille Museum. Alles in het oudste deel van de tegenwoordige wereldstad ademt Zille en zijn Berliner Milljöh. Sinds ik in 1979 de muurschildering op de Marheineckeplatz zag sta ik altijd even stil bij Heinrichs verjaardag. Al die tijd al is hij op de dag af een eeuw ouder dan ik. Proost!

Erik de Graaf

vrijdag, 30 december 2011

Het menu: Zorgeloos Nederland

In het menu, niet op voorpagina, koninginnedag, nederland, nederland van boven, rotterdamse haven, samenleving, amsterdam, armoede, en meer.
Nederlanders somberen en kankeren. Het zit economisch tegen. De werkloosheid loopt op. Pensioenen en huizenprijzen dalen. De welvaart neemt af. Consumenten houden de hand op de knip. Ze potten geld op, als appeltje voor de dorst. Maar er is ook dat zorgeloze Nederland. Het mooie televisieprogramma Nederland van boven (vpro, dinsdagavond), toont ons land vanuit de lucht. Iedere aflevering heeft een ander thema. Het reilen en zeilen van de Rotterdamse haven komt onder andere in beeld. Je ziet hoe schepen continu goederen over de rivieren aan- en doorvoeren naar het Europese achterland. Een andere aflevering schetst hoe wij in onze vrije tijd massaal Koninginnedag in Amsterdam vieren. Opvallend is het optimistische karakter van de serie. Ze zoomt van boven letterlijk in op zaken die goed gaan. Vanuit de lucht zie je treinen en auto’s doorrijden. De in beeld gebrachte files en stremmingen op het spoor lossen verbazingwekkend snel op. Mensen krioelen door elkaar en zijn verdraagzaam. Er zijn geen ruzies. Criminaliteit ontbreekt. Evenals armoede. Mensen hebben volop werk. Mobiele telefoons hebben altijd bereik. Niemand slikt antidepressiva. Iedereen lijkt tevreden. Vanuit de lucht gezien, zou je er dolgraag willen wonen.

dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

maandag, 26 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wie wordt er toegelaten in het Huis van de Vrijheid?

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Filosofen laten graag groepen mensen die op eilanden stranden. Dat geeft altijd een prachtig moment om een nieuwe samenleving in kaart te brengen, zonder gevestigde belangen en oude instituties.

Claassen geeft een mooi voorbeeld in Het Huis van de Vrijheid om te laten zien waarom arbeidsmigratie onrechtvaardig is. Een schip breekt op zee in tweeën en de twee helften komen op de verschillende kanten van een eiland aan. In de ene helft van het schip zaten met name de matrozen. Deze mensen weten van aanpakken. Deze sterke mensen stichten al snel een goed werkende samenleving. Op de andere helft van het schip zaten de meeste passagiers: rijke mensen die niet weten wat hard werken is. Zij weten veel minder goed het beste uit het eiland te halen. Als de twee groepen elkaar na vijf jaar op het midden van het eiland ontmoeten (het is een groot eiland), is het duidelijk waar het beter toeven is: de matrozen die weten wat hard werken is zijn er veel beter aan toe dan de passagiers die niet weten wat hardwerken is. De matrozen die nog tussen de passagiers zaten willen naar de andere helft van het eiland toe: daar zien ze veel meer perspectief. Claassen is hier tegen: dat zou de economie van de arme helft alleen maar verzwakken. Zo laat Claassen zien waarom een liberaal (of eigenlijk een“liberal nationalist”) tegen grote arbeidsmigratie is: dat levert een braindrain op in arme landen.

Ik vind dit een uitermate verhelderend voorbeeld: want volgens mij is het heel duidelijk wat er moet gebeuren. Een van de links-liberale principes die Claassen onderschrijft is dat onverdiende verschillen inkomen eerlijk gedeeld moeten worden. Als ik geboren ben met het vermogen om hard te rennen, en iemand anders is vanaf zijn geboorte gehandicapt, dan moet ik een gedeelte van mijn prijzengeld dat ik verdiend heb met rennen delen met de ander: het is dom geluk dat ik geboren ben met rennersgenen en een ander gehandicapt geboren is.

Dit geldt ook voor de twee gestrande groepen: als er aan een kant door dom geluk alle mensen zitten die door no fault of their own, het meeste uit het eiland kunnen halen, dan moeten zij hun welvaart delen met de andere mensen die door no fault of their own minder uit het eiland kunnen halen. Politiek gesteld: de vraag van (on)rechtvaardigheid van arbeidsmigratie valt in het niet bij de vraag van de (on)rechtvaardigheid van mondiale inkomensverschillen. Ik werk hard, maar toch heb ik een groot deel van mijn rijkdom te danken aan het bestaan van allerlei instituties hier in Nederland waarvoor ik niets heb hoeven doen. Het is niet genoeg dat ik belasting betaal om deze instituties in stand te houden. Dat deze instituties goed functioneren, is toch grotendeels een erfenis van 200 jaar democratisch zelfbestuur in Nederland.  In andere landen is er armoede omdat de instituties daar ontbreken die hier in Nederland voor mijn rijkdom zorgen. Er zijn onverdiende verschillen in inkomens. Wij hebben dus geen recht op een groot deel van onze rijkdom en zouden dat eerlijk moeten delen.

Claassen gelooft minder in zulk liberaal kosmopolitisme, omdat er geen internationale staat is waar burgers loyaal aan zijn. Alleen als zo’n staat met loyale burgers bestaat kan er inkomen verdeeld worden. Een gevoel van lotsverbondenheid en zelfs gemeenschapszin is een noodzakelijke voorwaarde voor solidariteit. Dit is de basis van liberaal nationalisme: een overheid met loyale burgers is noodzakelijk voor liberalisme en we kennen alleen een nationale staten waar dat zo is.

De vraag die Claassen onbeantwoord laat is hoe we om moeten gaan met de verschillen in inkomen die daar het gevolg van zijn. Claassen schrijft daar niet over, maar ik denk dat zijn links-liberale principes het lastig maken om niets aan die onrechtvaardigheid te doen. Nationale staten zijn noodzakelijk om mensen voor onverdiende verschillen in inkomen te compenseren, maar nationale staten zorgen voor onverdiende verschillen in inkomen. In die zin is volgens mij liberaal nationalisme zeer problematisch.

zaterdag, 24 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Ik rij geen 130

In algemeen, 130 km/u, aptroot, hufterig gedrag, vvd, armoede, kabinet, onderwijs, protest, en meer.

Ik rij geen 130. Al jaren niet trouwens. Ik heb er geen behoefte aan, en de praktijk is dat daar waar ik 120 mag ik dit maar mondjesmaat doe. Eigenlijk alleen wanneer het rustig is op de weg. Maar veel vaker komt het voor dat ik ergens tussen de 100 en 120 zit. 130 km/u. Het gaat eigenlijk nergens over. Ja, over de leugens van meneer Charlie Aptroot van de VVD, een vurig voorstander van het gaspedaal wat dieper intrappen. En het gaat over de vele honderden miljoenen die de invoering er van kost. Honderden miljoenen voor een rechtse hobby, want meer dan dat is het niet. Het dient geen enkel nut en het is zelfs ronduit schandalig dat het kabinet het prioriteit durft te geven, alsof er geen belangrijkere zaken zijn. Slechts de enkeling die het ervaart als een soort orgasme, yessss, 136! (de 'veilige' marge in het boetesysteem) en toch nergens sneller zijn dan eerder het geval was. Hiep hiep hoera. Honderden miljoenen voor een beetje beleving dus. Honderden miljoenen, die 'we' kennelijk beter besteed vinden dan aan bijvoorbeeld het opkrikken van het onderwijs, of armoedebestrijding (ja ja kabinet, armoede bestaat nog steeds in dit haast geen prachtige land meer). Honderden miljoenen, meer slachtoffers, meer vervuiling, meer hufterig gedrag. Vandaag ontving ik van mijn partij de bestelde bumpersticker tegen die 130 km/u, en dus prijkt die vanaf nu op mijn achterbumper. Een symbolisch protest wellicht. Ik heb niet de illusie dat de sticker veel zal veranderen. 

donderdag, 22 december 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

alleen met chris cleave

In vluchtelingen, chris cleave, frans, leunstoel, parijs, promoveren, the other hand, amsterdam, armoede, en meer.
** dit stuk verscheen eerder in de Leunstoel, internetmagazine voor rustige mensen

Ik ben in Parijs. Het waait hard, het miezert en het is koud, maar dat geeft niet. Een aantal dagen ben ik hier om aan mijn proefschrift te werken, zonder de afleiding van Amsterdam. Geen mails met ingekomen schriftelijke vragen over kinderen in armoede of stakingen in het openbaar vervoer, geen journalisten die willen weten wat ik van het plan vind om AT5 over te laten nemen door RTV Noord-Holland, de Avro en het Parool, geen bioscoop waar ik met mijn Pathé Unlimited pas onbeperkt naartoe kan, geen collega’s waarmee ik privé besognes bespreek.

In Parijs ben ik eenzaam, en dat is precies de juiste gemoedstoestand om mijn zoveelste hoofdstuk te schrijven. De eenzaamheid is zelf opgelegd: ik probeer zo weinig mogelijk met anderen te praten. Dat ik de taal niet perfect beheers helpt daarbij. De interacties die ik heb zijn enkel functioneel. ‘Où est-ce que je peux trouver un restaurant pas cher’, vraag ik aan het meisje achter de balie van mijn hostel. ‘Un entrecôte grillé avec de la sauce béarnaise et frites’, bestel ik bij de ober. ‘Non merci’, zeg ik tegen de zwerver die iets van me wilt.

Ik zou me hier wel kunnen vestigen. Vier jaar eerder was ik reeds in Parijs tijdens een kort vakantieweekend; de stad maakte toen weinig indruk op me. Nu heb ik echter een ander doel: nu werk ik hier, al is het voor enkele dagen, al verblijf ik in een hotel. Ik ga vroeg naar bed, ik sta vroeg op. Ik loop doelbewust door de straten, op zoek naar een rustige bistro met prettige zachte stoelen waar ik naast een kop koffie de artikelen over internationaal strafrecht kan lezen die ik op mijn iPad gedownload heb.

De enige afleiding komt van Chris Cleave, die een roman schreef over een vluchtelinge uit Nigeria. ‘The other hand’, speelt zich niet af in Parijs, maar het onderwerp raakt zijdelings aan mijn proefschrift over asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdaden en derhalve heb ik mezelf toegestaan het te lezen. Dat doe ik terwijl ik de eerder genoemde entrecôte nuttig in een klein restaurant langs het Bassin de la Villette, waar tot mijn grote vreugd geen enkele toerist zit. Ik lees in bed, terwijl de vijf vrouwen met wie ik mijn dorm deel één voor één binnenkomen en gaan slapen. Ik lees in de metro, alsof ik precies weet hoe lang ik moet zitten en waar ik moet uitstappen. Dat doe ik niet, maar het maakt niet uit.

Ik heb geen doel anders dan te schrijven. Ik hoef niet naar de Eifeltoren of het Musee d’Orsay. Ik verlang niet naar een avond in Quartier Latin. Ik kuier niet langs de kraampjes van de Marché aux Puces. Ik lees, en ik schrijf. Ik woon hier, en ik werk. Al is het maar voor enkele dagen.


woensdag, 14 december 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Armoede werkt toch ook niet voor GroenLinks?

Vroeg je je ook af waarom de SP, PvdA en het FNV een actie rondom armoede organiseerden en GroenLinks er niet aan mee deed? Ik in ieder geval wel. Ik legde mijn vraag voor aan de publieksvoorlichting en kreeg het volgende antwoord:

U vraagt zich af waarom GroenLinks niet aanwezig was bij de manifestatie Armoede werkt niet. Vorig jaar hebben wij wel deelgenomen, maar het bleek dat het GroenLinks-geluid totaal werd ondergesneeuwd door het grote SP-gehalte van de manifestatie. Omdat de opvattingen van SP en GroenLinks over hoe je armoede moet bestrijden verschillend zijn, met name als het gaat om de WSW, maakten wij geen deel uit van deze manifestatie.

Uiteraard staan wij wel achter het doel van deze manifestatie om armoede onder de aandacht te brengen en ondersteunen wij de boodschap dat armoede niet werkt. Of zoals Femke Halsema het ooit verwoord heeft: Armoede is onvrijheid in de meest letterlijke zin van het woord: onvoldoende geld om je gezondheid te beschermen, je kinderen kansen te bieden en je zelf te kunnen ontwikkelen of bevrijden uit uitzichtsloosheid mag niet, zeker niet door vrijheidsminnende liberalen, worden gerelativeerd.

Het staat wat mij betreft niet ter discussie dat de SP nogal de neiging heeft om acties naar zich toe te trekken. Ik denk dat de SP makkelijker vrienden zou maken als ze het eens konden laten om alles waar ze langs komen tomatenrood te verven. Maar ik vind het wel jammer dat GroenLinks dit als reden ziet om niet mee te nemen aan een actie als dit. Een actie met dit onderwerp, op dit moment, in een periode van zware bezuinigingen en PVVD-overheersing.

Ten eerste denk ik dat als je de ervaring hebt dat je ondergesneeuwd bent bij een eerdere actie, dit niet betekent dat je niet mee kunt doen; je moet daar je lessen uit trekken en er gewoon een flinke kist groene tomaten tegenover zetten.

Ten tweede vind ik het opmerkelijk dat GroenLinks niet mee wil doen met een actie met partijen die relatief dichtbij staan qua visie, ondanks dat we het over bepaalde dingen niet eens zijn. Blijkbaar was dit vorig jaar geen probleem, want toen is er wel met SP samengewerkt. Zijn ze in een jaar zo uit elkaar gegroeid?

En juist een actie als dit was een kans om te laten zien dat we als linkse partijen ook samen kunnen werken – zoals rechtse partijen dat ook doen, ondanks dat ze het niet helemaal met elkaar eens zijn. Als we op links al niet kunnen samenwerken ondanks de relatief kleine verschillen, hoe moeten we dat dan ooit doen in een bredere coalitie?

Achteraf te horen dat we achter het doel van de manifestatie staan, voegt weinig toe. GroenLinks heeft de manifestatie met geen woord gesteund. Nog geen agenda-item op de website (behalve dan op die van de GroenLinks provincie Groningen) voor de GroenLinksers die er misschien wél in geïnteresseerd waren om te gaan.

Ik zou in de toekomst toch graag meer samenwerking zien op de linkervleugel. GroenLinks moet weer kiezen voor links en de illusie laten varen dat een brede coaltie een optie is. Wat mij betreft keert GroenLinks zich af van de coaltie en


dinsdag, 13 december 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Armoede Werkt Niet!

In armoede, armoede werkt niet, administratie, bedrijf, december, den bosch, betalen, bezig, eerste, en meer.
Op 25 November ontving ik een mailtje vanuit het FNV over een aantal praktische dingen waar wij mee bezig waren geweest, in de afsluiting van de mail kreeg ik de vraag of ik op 10 December 2011 ook een stukje wilde vertellen over wat de gevolgen zullen zijn wanneer er bezuinigd zal gaan worden op ondermeer de WSW tijdens de Armoede Werkt Niet Manifestatie!

Bloed ging uiteraard stromen bij mij waar het niet kon gaan, jaaaaa ik wil heel graag mijn bijdrage leveren aan het manifest maar had tevens in November al diverse afspraken binnen GroenLinks, het CNV(j) Wajong werkt promotie team en wat andere afspraken tijdelijk stop gezet omdat ik even geen geld meer voor kan schieten.

Niet echt relevant om te weten maar ik reken ook graag vooruit, deze maand of in Januari 2012 dien ik minimaal 1 dag in de plus te staan, in Januari 2012 ben ik al meteen mijn eigen bijdrage van 220 Euro kwijt aan mijn ziekenfonds omdat ik gebruik maak van diverse hulpmiddelen

Klagen en zeuren vanaf de zijlijn zonder iets te ondernemen hou ik zelf absoluut niet van, daarom ben ik o.a. politiek en binnen het vakbondswezen graag actief, ging dus ook op de uitnodiging in onder voorwaarde dat ik vooraf een treinkaartje toegestuurd zou krijgen.

Afgelopen Zaterdagochtend ging hier dus ook vroeg de wekker,
tegen 05:50 stapte ik uit bed en knalde mijn pc aan om nogmaals exacte reis details door te nemen aangezien deze wel eens willen wijzigen door o.a. storingen of werkzaamheden aan het spoor, daarnaast wilde ik uiteraard in alle rust een stevig ochtend ontbijt nemen, het laatste nieuws door nemen, broodjes smeren voor onderweg etc;

ik werd om 13:00 verwacht bij 2 ruimtes van de Brabanthallen om te melden dat ik aanwezig was en uiteindelijk vooraf ook nog even overleggen met Jan Marijnissen wat ik allemaal zeggen wilde. Zelf zorgde ik er uiteraard voor dat ik al tegen 11:30 op het station van Den Bosch arriveerde, dan kon ik in alle rust mijn weg vinden naar de pendelbus van de PvdA en wat eten etc;

Omstreeks 12:00 of iets later kwam ik aan op locatie, gelukkig maar want ik had vooraf met 3 mensen een afspraak en dan zouden we elkaar wel moeten kunnen vinden. Na wat telefoontjes over en weer kon ik met Tjitske Siderius naar de artiesten/sprekers kamer waar allereerst een bak koffie of iets anders voor mij klaar stond met broodjes etc;

Vooraf wist ik al dat ik maar 1a 2 van de 4 onderstaande mogelijke vragen voorgelegd zou gaan krijgen.

- hoe lang sta je op de wachtlijst?
- Wat voor werk zou je willen doen in de sociale werkplaats?
- Wat doet het thuis zitten met je
- Hoe zie je de toekomst?

Vervolgens vatte ik heel kort mijn levenslijnen v.a. mijn 15e tot aan nu samen zodat hij een beetje kiezen kon welke vraag hij aan mij zou kunnen stellen, we waren daar vlot uit, ik zou de vraag krijgen Wat voor werk zou je willen doen in de sociale werkplaats? (stiekem hoopte ik een beetje op toekomst visie maar tijdens het voorgesprek moesten we snel overleggen en kon ik zelf moeilijk alle 4 punten toelichten).

Na het gesprek met Jan Marijnissen kon ik nog zo’n 30 minuten om diverse stands bezoeken of wat te eten en drinken in de artiesten/sprekers ruimte en daarna mochten wij (Siep Adolfs - directeur SW bedrijf Schiedam, Patrick van Nijnnatten – werknemer SW-bedrijf Schiedam, Gerard Veldhuis, lid OR SW bedrijf Top-Craft, Klaas Woltinge, staat tot op de wachtlijst voor de sociale werkplaats Hoogeveen, IBN / Macek Technika) opkomen.

Naast het podium voelde ik mij redelijk relaxed, de namen van de sprekers werden telkens 1 voor 1 opgenoemd zodat iedere spreker bij opkomst vooraf al een persoonlijk applaus kon verwachten. Naarmate het podium voller werd begon ik mij wel een beetje af te vragen:”waar zal ik straks ongeveer gaan staan i.v.m. de sprekers volgorde” Tegen de tijd dat mijn naam werd genoemd kwam ik iets wat stijfjes en ‘onzeker’ op maar dacht meteen rug recht houden.

Toen ik ongeveer op de plek stond waar ik zou moeten staan met het in ontvangst nemen van het eerste applaus keek ik ook al het publiek netjes aan, het duurde maar een fractie van een seconde en toen gierde heel even echt de zenuwen door mijn keel (zo ziet het er dus uit wanneer je tegenover +/- 6500 mensen staat). Er ging uiteraard meteen een knop in mij om en zag de groepsgrootte niet meer, vanuit trainingen vanuit het CNV(j) had ik al geleerd kijk nooit mensen recht in de ogen aan wanneer je een groot publiek toespreken moet maar kijk naar hen voorhoofden (‘gemeen’ maar handig trucje wat goed werkt)..

Na het applaus ontvangen te hebben en toen ik ook op de juiste plaats stond wachtend op mijn spreekbeurt voelde ik mij steeds meer ontspannen worden, eerst stond ik rechtop met mijn armen gestrekt langs mijn broek maar betrapte mij er op dat ik wel extreme na zweet handjes kreeg.. Mijn linker hand stak ik gewoon half in mijn broekzak en mijn rechterhand drukte ik een paar maal gewoon tegen mijn heup aan (staat wat relaxter en de handjes blijven droog).

Op een bepaalt moment stelde Jan Marijnissen mij voor om verder naar voren te komen op het podium en begon met de vraag:”Wie ben jij?”,”waar kom je vandaan?” etc;

Ik vertelde dat ik Klaas Woltinge was (Wajonger) woonachtig in Hoogeveen..
De vervolg vraag was zou je meer over jezelf willen vertellen waarop mijn antwoord kort en krachtig nee was (spreektijd verzamelen en wachtend op de vraag wat zou je willen doen).

Jan Marijnissen ging een beetje door op mijn situatie en vroeg uiteindelijk naar wat zou je willen doen binnen de sociale werkvoorziening? Dat was uiteraard het moment om mijzelf een beetje beter voor te stellen en vermelde dood leuk dat ik een opleiding had gevolgd in de richting van systeembeheerder, daarvan het diploma ook behaald had en dat ik iets zou kunnen gaan doen binnen de salaris administratie. Het eerste deel knalde ik er vloeiend uit, het woordje salaris administratie kon ik niet helemaal vinden en werd uiteindelijk salaris ‘administatrateur’ omdat ik daar wel goede ervaringen mee had opgedaan.

Jan Marijnissen ging door met vragen stellen en legde mij ook de vraag voor:”hoe lang ik op de wachtlijst stond?” Op dat moment pakte ik ook mijn eigen punt binnen de sociale werkvoorziening, vermelde dat ‘ik’ sinds begin 2006 op een stekkie wacht en pas tegen of na mijn 65e aan de beurt zou komen aldus de wachtlijsten (richting betaald werk).

Vanuit het publiek volgde daarop ook een heftig boee geroep in positieve zin,
Bij afsluiting ook wat applaus omdat ik ‘mijn’ verhaal verteld had en verplaatste mij weer een paar stapjes naar achteren op het podium.

Zat zelf te kiezen, nu het trapje af gaan naast het podium of ff netjes blijven staan waarbij ik voor het laatste koos. Op het moment dat mijn voorgaande spreker het podium verliet deed ik dat zelfde ook.

Jan Marijnissen stond intussen onderaan het trapje en bedankte mij voor mijn bijdrage, zelf vroeg ik om feedback en vermelde eerlijk hoe zat het met mijn gestotter dan omtrent salaris administratie? Als antwoord kreeg ik mee dat mijn verhaal duidelijk was en dat eigenlijk niemand dat opgemerkt zou kunnen hebben.

Links van mij stonden Tjitske Siderius die ook aangaf dat mijn optreden goed was en bij Sadet Karabulut deed ik nogmaals navraag waarop zij antwoordde:”Je kreeg het publiek met je mee”,”met wat je vertelde kwam je helder over!” dus een serieus compliment voor mezelf ;-)

Nadien besloot ik voor mijn eigen om even naar buiten te gaan, het foute rookertje binnen te halen en even een boterham naar binnen te werken. Werd zelf tot 2x toe aangesproken in de vorm van:”Hey Klaas”,”Goed gedaan man!” waarop een leuk babbeltje volgde..

Nadien raakte ik met meerdere mensen dieper in gesprek, omtrent mezelf….
Zelf mag ik dan wel de ‘gelukkige’ WAJONGER zijn die misschien heel veel zou kunnen,
Maar wordt niet toegelaten tot de huidige arbeid’s :

1. Mijn studie is niet actueel, bijscholing kan ik zelf niet betalen helaas
2. U hebt een zenuw aandoening waarbij tumoren op zenuwen zouden kunnen gaan groeien, in mijn persoonlijk geval is het waar! Ik had/heb NF 2, omtrent mijn gebreken was en ben ik ook glas helder.

Kwam er in mijn verleden een piep aankakken in de vorm van:”Klaas”,”je kunt heel veel”,”je weet ook heel veel”,”misschien kunnen wij wat leren van ‘jouw’” maar en daar komt ie! “Klaas”, “zoals je zelf aangaf kamp je met een zenuw aandoening waarbij tumoren op zenuwen groeien”,”wist je ook dat je zenuwen in je hoofd hebt?”

Zelf voelde ik mij destijds behoorlijk gekleineerd, had nadien ook een nader onderzoek ingesteld… Via o.a. mijn ex werkgever kreeg ik te horen dat men belang heeft aan een vast personeels- bestand, al kun je toezeggen dat je weinig ziek zal zijn wordt je gewoon aan de kant gezet!

De hele middag had ik uiteraard veel ge-netwerkt en/of mijn verhaal aangevuld.

vrijdag, 9 december 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Brabant verwerpt natuurplan Bleker

In politiek, armoede, beheer, belangrijk, bezuinigingen, bleker, cda, debat, discussie, en meer.

Goh, wat een dag! Na een 16 uur durende Statenvergadering de apotheose: de provincie Noord-Brabant verwerpt het onderhandelingsakkoord natuur dat staatssecretaris Bleker met het IPO heeft gesloten. Aangezien staatssecretaris Bleker meerdere malen heeft gezegd dat het akkoord van tafel is wanneer één provincie tegenstemt, is dit een geweldigde dag voor de natuur in Nederland!

Tijdens het debat over het natuurakkoord heb ik gevochten als een leeuw. Bleker maakt de natuur kapot en Brabant mag zich niet laten chanteren! Hoewel SP-gedeputeerde Van den Hout zwichtte voor Bleker, nam de volksvertegenwoordiging een buitengewoon moedig besluit. De meerderheid van Provinciale Staten (26 voor – 28 tegen) verwierp het akkoord.

Het was nog nooit zo stil in de Statenzaal als tijdens de hoofdelijke stemming over het natuurakkoord. Veel velen was het een verrassing dat de voltallige PVV-fractie tegenstemde. Zij kunnen weliswaar leven met de bezuinigingen op natuur, maar vinden het onacceptabel dat Gedeputeerde Staten voorstelt een akkoord goed te keuren, waarvan ze zelf zegt dat het onuitvoerbaar is.

De Statenleden van de SP zaten in een lastige positie. Enerzijds verdedigde hun eigen gedeputeerde Van de Hout - zij het tandenkransend - namens Gedeputeerde Staten het natuurakkoord. Anderzijds spreekt de landelijke SP vernietigend over het akkoord. Ze stelden zelfs de notitie op “1 voor natuur: Natuurbehoud in de provincie Brabant, waarom de provinciale overheid het deelakkoord ‘natuur’ niet moet tekenen.” Ontzettend goed dat 4 SP Statenleden vanavond hun hart volgden, maar ik ben blij dat ik op dit moment niet in hun schoenen sta.

Vandaag werd meerdere malen duidelijk wat voor mogelijkheden het biedt nu het CDA en de VVD sinds maart samen geen Statenmeerderheid hebben. Tijdens de discussie over de toekomst van het landelijk gebied, konden maar liefst 4 moties van GroenLinks – ondanks een negatief advies van Gedeputeerde De Boer (VVD) – rekenen op een meerderheid. Zo:

-     komt er een nulmeting met alle informatie met betrekking tot de intensieve veehouderij in Brabant. Provinciale Staten ontvangt jaarlijks een geactualiseerd overzicht hiervan;

-      moet de onafhankelijke regiegroep die het advies van de Commissie van Doorn gaat uitvoeren, inzichtelijk maken op welke wijze de kringlopen van de Brabantse veehouderij – traceerbaar – gesloten te maken zijn op basis van Noordwest-Europese schaal;

-    moet het publieke garantiefonds voor de kosten van zoönosen (dierziekten) door het bedrijfsleven zelf worden gevuld;

-     wordt in de Verordening Ruimte voor nieuwbouw of uitbreiding het afstandscriterium van minimaal 250 meter tussen intensieve veehouderijbedrijven en gevoelige bestemmingen (woningen) bij vergunningverlening opgenomen. Binnen de afstand van 250 – 1000 meter tussen een LOG of IV-bedrijf tot een woonkern of lintbebouwing wordt voortaan bij vergunningverlening een aanvullende gezondheidskundige risicobeoordeling uitgevoerd.

Ook de motie die de PvdA mede namens GroenLinks indiende met de veelzeggende titel ‘Genoeg, geen vee erbij’ haalde het! Deze motie spreekt uit dat - gezien de richtlijnen van de Commissie Van Doorn - alles in het werk moet worden gesteld om de veestapel terug te dringen.

Onder lees meer mijn spreektekst tijdens de 1e termijn van het debat over het natuurakkoord. Het videoverslag volgt snel!

Voorzitter, GroenLinks staat pal voor 2 zaken:

-     Dat alle bestaande natuur goed beheerd wordt, nu en in de toekomst. Dat is toch wel het minste wat we kunnen doen?

-     De Brabantse natuur op termijn verder wordt versterkt. Gelukkig staat dat ook in het Statenvoorstel over het Brabantse StadteLand, ook al mag ik dat geloof ik niet meer zo noemen. In het stuk over Stad en Platteland staat letterlijk dat de afname van biodiversiteit stopt en mogelijkheden worden geboden voor een toename. Dat is een ontzettend flinke ambitie, want ondanks vele inspanningen loopt de biodiversiteit al jaren terug. Mijn eerste vraag aan Gedeputeerde Staten is dan ook heel simpel: gelooft GS zelf nou werkelijk, dat het met het onderhandelingsakkoord natuur dat staatssecretaris Bleker met het IPO heeft gesloten, mogelijk is om de enorme ambitie die deze Staten zojuist heeft vastgesteld, te behalen? 

Tsja, het onderhandelingsakkoord. Of moet ik wurgakkoord zeggen, om met de woorden van SP Tweede Kamerlid Henk van Gerven te spreken? Eigenlijk wel, want het is een wurgakkoord! Ook onze eigen gedeputeerde Van den Hout zei niet voor niets in én tegen de Tweede Kamer dat we eigenlijk niet mogen spreken van een akkoord, maar van een dictaat. Er is immers niet onderhandeld.

Het dictaat houdt in dat het netwerk van natuurgebieden, de ecologische hoofdstructuur veel kleiner wordt: 600 duizend hectare in plaats van de eerder beoogde 728 duizend. De kwaliteit van de natuur neemt fors af door het huidige kabinetsbeleid. Meer planten- en diersoorten zullen uitsterven. Ook de biodiversiteit zal verminderen. Dat zijn niet mijn woorden, maar van het Planbureau voor de Leefomgeving. Toch een redelijke neutrale, vaak ook wat conservatieve club.

Wat betekent dat nou voor Brabant?

Nou, Brabantse natuurgebieden moeten worden verkocht. Gebruik en toegankelijkheid van natuurgebieden kan in verband met de veiligheid niet meer worden gegarandeerd. In Brabant gaat het om gebieden in stedelijke regios zoals bijvoorbeeld het Mastbos, de Strabrechtse Heide en het Bossche Broek.

Ook dit alles is niet mijn bescheiden mening. Nee, dit schrijft Gedeputeerde Staten ons deze week over in een notitie over Staatsbosbeheer. Deze organisatie beheert ongeveer 25% van de Brabantse bossen en natuurgebieden. In deze natuurgebieden ontvangt Staatsbosbeheer jaarlijks ongeveer 15 miljoen bezoekers. Door de bezuinigingen bij Staatsbosbeheer - die oplopen tot zon 60% - wordt de voorlichtende rol en haar rol t.b.v. recreatie uitgehold. Rollen die Staatsbosbeheer van oudsher heeft en die wij allemaal zo belangrijk vinden.

Kijk: dat je in deze financieel lastige tijden wat minder geld aan natuur besteedt en bijvoorbeeld natuuraankoop over meer jaren uitsmeert, logisch. Maar dat je zoveel bezuinigt zodat zelfs het beheer van bestaande natuur zwaar onder druk komt, dat gaat er bij ons niet in.

We laten ons verdorie toch niet chanteren door Henk Bleker, die dreigt met een noodwet? Stikken of slikken. Wat voor banenrepubliek is dit voortaan? Ik vraag GS nadrukkelijk om de eerste de beste trein naar Den Haag te pakken om echt te gaan onderhandelen. Hopelijk kunnen we dan spreken over een akkoord in plaats van over een dictaat.

Komt bij dat de financiële risicos voor de provincie Noord-Brabant amper zijn in te schatten doordat nog niet duidelijk is:

- Hoe de 100 miljoen die het Rijk vanaf 2014 beschikbaar stelt voor beheer tussen de provincies verdeeld zal worden?

- Hoe het resterende budget van het Investeringsfonds Landelijk gebied wordt ingezet?

- Hoe en waar de ruilgronden worden ingezet?

- Hoe de afgesproken restopgave voor natuurontwikkeling (inrichting en beheer) over de provincies zal worden verdeeld?

Over deze zaken moeten de provincies het komende half jaar nog met elkaar onderhandelen. De armoede verdelen. Daar komen ze natuurlijk nooit uit: iedere provincie komt met een verdeelsleutel die voor zichzelf het best uitpakt.

Voorzitter, dit is niet alleen een slecht dictaat, maar ook een onduidelijk dictaat. Ik zou zo 5 onderwerpen kunnen noemen, waar ook gisteren tijdens het 3e Kamerdebat hierover geen duidelijkheid over is gekomen. Dat doe ik met het oog op de tijd niet.

Een ander punt waar veel onduidelijkheid over bestaat, en waar echt helderheid over moet komen, is de Memorie van toelichting die het IPO heeft geschreven bij het deelakkoord Natuur. Er zijn twijfels of de interpretatie van het deelakkoord in deze Memorie van toelichting wordt gesteund door alle partijen die het akkoord moeten tekenen. Daarom dienen we een amendement in om de Memorie van toelichting integraal onderdeel te laten uitmaken van het deelakkoord. Iedereen is immers gebaat bij duidelijkheid.

Voorzitter, ik ben benieuwd naar de reactie van de gedeputeerde hierop en sluit af. Prima dat natuurbeleid naar provincies komt, maar niet onder deze voorwaarden. We hebben geen flauw idee hoe dit dictaat gaat uitpakken voor de provincie Noord-Brabant en voor de Brabantse natuur. Tot duidelijk is dat met het beschikbare geld aan de doelstellingen kan worden voldaan, mag Brabant hier onder geen beding mee instemmen.

donderdag, 8 december 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Homo niet zo sapiens

In duurzaam, persoonlijk, armoede, bleker, betalen, foto, homo, gewoon, landbouw, en meer.

Er is een planeet ontdekt waar volgens onze normen leven mogelijk is. Mooi, dan moet homo sapiens maar eens goed gaan nadenken hoe we daar met ons allen heenkunnen. Wegwezen voordat planeet Aarde is uitgewoond is. Helaas valt dat ‘sapiens’ voor de lange termijn erg tegen.

Wat Bleker op de beperkte schaal van ons kikkerlandje aanricht, gebeurt helaas door zijn gedachtegoedgenoten op grote schaal in een van de grootste landen op de aardkloot. De Braziliaanse senaat heeft een wet goedgekeurd die toestaat dat het Amazonewoud leeggekapt wordt. Het had al te lang geduurd, die linkse milieulobby die de agrarische ontwikkeling van het land in de weg stond, aldus senator Abreu. Die ook, gut, toeval, voorzitter is van een grote landbouw- en veeteeltfederatie. Meer soja (vooral voor veevoer), rundvlees en hardhout voor de hele wereld. Dat dat ook minder zuurstof voor de hele wereld betekent omdat het Amazonewoud een van onze belangrijkste collectieve longen is, soit. Tegen de tijd dat we daar last van krijgen, heeft homo sapiens toch wel een ruimtereis bedacht op weg naar Kepler 22-b. Ongetwijfeld voor wie het kan betalen. Beginnen we gewoon opnieuw. Zijn we meteen af van de vraag of armoede wel bestaat of niet.


woensdag, 7 december 2011

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Hyves Last.fm Twitter GR

Oliebollen voor het goede doel!

Via de mail kreeg ik een bestelformulier om oliebollen te bestellen en hiermee meteen een goed doel te steuen. Ik vind dit een zeer goed initiatief en wil hiervan meer mensen op de hoogte stellen om zo een extra bijdrage te leveren. Onderstaande tekst is overgenomen van het formulier. Dit formulier (link) kunt u invullen en opsturen voor de bestelling.

Geachte heer, mevrouw,

Mijn vrouw en ik zijn al een aantal jaren actief met een jongeren project onder de paraplu van Dorcas. Dit project zijn we in 2008 begonnen. Een project waarbij we veertien dagen werken met de allerarmste van Tanzania. Wij bouwen daar huisjes voor mensen die bijna in de openlucht wonen en dagelijks moeten zoeken naar eten en drinken.Scholing en medische zorg is bijna helemaal niet bereikbaar.

Wij geven een aantal mensen een beetje hoop op een betere toekomst. Daarnaast worden de jongeren in de leeftijd van 17 tot 25 jaar geconfronteerd met deze armoede. Wij vinden het voor de jongeren een geschenk, een uniee kans en wij zijn dankbaar dat wij dit kunnen en mogen doen.

Uit ervaring weten we dat de middelen die wij met allerhande acties binnenhalen om dit project te doen goed terecht komt. We zijn er zelf bij. Geen strijkstok gedoe. In augustus 2012 gaan we met jongeren uit Opmeer en Broek op Langedijk. Totaal een groep van 35 jongeren.

zaterdag, 3 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De Ondernemende Gemeente

In afval, angst, arbeidsmarkt, armoede, armoedebeleid, bezuinigingen, ambtenaren, college, bedrijf, en meer.

ondernemendOf het nu om milieu, gezondheidszorg, natuurbeheer of armoede gaat, de lokale overheid kraakt in haar voegen. Niks ten nadele van de inzet van ambtenaren en bestuurders, want het beeld van slapende raamambtenaren is een verbeelding die schril afsteekt bij de algemene werkelijkheid van het keiharde werken en grote betrokkenheid die vele gemeenten kenmerkt. Maar de dominante positie van de overheid, dus ook die van de raad, wethouder en ambtenaar, is verleden tijd. Eindelijk, tenminste… als je tijdig de risico’s onderkent.

Bezuinigingen

In mijn gemeente Lochem moeten er op termijn 20 fte uit. Wat minder dan 10% van ons bestand, we zijn een kleine gemeente. Financieel komen er nog wat stormen aan. Het zou niet verbazingwekkend zijn als we nog verder moeten in het krimpen van ons ambtenarenbestand. Deze bezuinigingen zijn een belangrijke ‘driver’ achter de ombuigingen. Maar is het niet gek dat we een dergelijke stok achter de deur moeten hebben om kritisch naar onze organisatie te kijken. Het is een negatieve impuls die ons dwingt. En er is weinig creativiteit en ondernemingslust geboren uit weerstand en angst.

Ondernemen in en met de samenleving

lochemenergieLochemEnergie, onze cooperatieve energievereniging, is voor mij een voorbeeld van een particulier initiatief dat laat zien hoe in de toekomst lokaal initiatief een eigen rol pakt. Burgers die het leuk vinden met elkaar te ondernemen, voor een gemeenschappelijk belang. In dit geval geen kleine onderneming, hoewel het daar wel mee begint, maar een bedrijf dat gaat uitgroeien naar een omzet van tien tot twintig miljoen per jaar! Over vijftien jaar een winst van 10 miljoen per jaar, die jaarlijks terug gepompt wordt in de Lochemse samenleving. Deze groep kan ook initiatieven nemen op het gebied van energiebesparing, duurzame renovatie in de bestaande bouw of in de slimme netwerken en duurzame mobiliteit. LochemEnergie zal de lokale overheid overvleugelen. De raad en het college zullen misschien op een aantal vlakken, zoals ruimtelijke ordening, vergunningverlening, nog een rol spelen.

vegenHet Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte, een ontwikkelinitiatief van de gemeente Lochem met Berkel Milieu, Delta, Cambio en 2Switch is weer een andere vorm. De overheid zoekt marktpartijen op waarmee ze een gezamenlijke bedrijfsvorm kan ontwikkelen. Ook om te ondernemen, met belangrijke sociale doelen als het gaat om de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook hier zie je een beweging ‘weg’ van de ambtelijke en bestuurlijke structureren. Met een beperkt aantal kaders die de gemeenteraad stelt zoeken we de vrijheid van maatschappelijk ondernemen op, breken de muur van de overheidsstructuur open.

Alle beleidsvelden in ondernemerschap

Deze ‘vermaatschappelijking’ gaat ver en rijkt over alle beleidsvelden. Neem het armoedebeleid. Waarom vormen groepen in de samenleving geen cooperatieve initiatieven die zelf lijnen uitzetten met sportclubs, toneelgroepen of muziekonderwijs. Die er aan bijdragen dat mensen met een uitkering elkaar ontmoeten en steunen, de koppeling vinden met de lokale fondsen, het bedrijfsleven en de kerken? Waarom zou de overheid die touwtjes in handen houden? Www.rechtop.nu laat fantastisch zien hoe dit in Deventer uitgewerkt is.

rioolNeem nu een onverdacht beleidsveld als onze riolering en verwerking van het afvalwater. Wat is het voor een onzin dat we met veel schoon drinkwater en regenwater ons waardevol afval wegspoelen via een peperduur systeem naar een vergelegen rioolwaterzuivering. We betalen er jaarlijks stevig geld voor! Ach ja, het is natuurlijk een moment een zegen geweest, want ons rioleringssysteem heeft ons van veel ellende afgeholpen. En het was goed dat overheden zich daarmee bemoeiden. Maar het wordt tijd dat systeem eens helemaal overnieuw te bekijken. Riolen verwerken waardevol schoon water, warmte en grondstoffen. Dat kan toch allemaal lokaal afgevangen worden? Zodat we alle warmte vasthouden, schoon water besparen en grondstoffen hergebruiken? Hele delen van Lochem afkoppelen van het riool? Waarom niet. De vraag is of gemeente en Waterschap nu de beste partners zijn om die verandering te bewerkstelligen. Het Lochems rioolbeleid gaat ervan uit dat we hier een consortium voor bouwen, met burgers, kennisinstellingen en bedrijven.

Naar een ondernemende samenleving

Ik pleit voor een herdefinitie van de rol van de overheid. Geen hoekje van ons overheidsbedrijf wordt daarvan gevrijwaard. De samenleving is een een ondernemend organisme, vol wat netwerken en creativiteit. De taak van de overheid is om dat ondernemerschap van synergie, samenwerking en gezamenlijk gekozen richting te voorzien. Op basis van democratisch gelegitimeerde steun van de gemeenteraad. Dan gaat de bezem er door en zouden op termijn nog wel meer dan 20 fte kunnen verdwijnen. Het zou ook anders kunnen gaan, namelijk dat er gecombineerde bedrijven ontstaan waar ook de overheid haar deel in heeft. Maatchappelijke ondernemers in dienst van de overheid.

Ik zie het voor me. In ons nieuwe gemeentehuis. Een vleugel is helemaal vrijgemaakt voor deze maatschappelijke onderneming. Een thematische ‘hub’ voor zzp-ers, bijvoobeeld over duurzaamheid. Daar komen de zzp-bedrijven bij elkaar, huren een bureau, gebruiken gemeenschappelijke diensten, bouwen gemeenschappelijke ondernemingen op. Daar zitten ook onze ambtenaren, die mee ondernemen. Die de opdrachten van de raad doorvertalen in stimulansen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Maar nooit doet de overheid iets meer ‘zelf’, altijd in samenwerking en altijd in ondernemerschap. En dan zou het wel eens interessant zijn om te kijken of die overheid ook zelf in de ‘markt’ kan verdienen. Bijvoorbeeld de markt van gemeenten die nog niet zover zijn.

Opschieten dus, dan zetten we die ondenemende overheid in beweging.

zaterdag, 26 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Revolutie met recht

In duurzaamheid, duurzame energie, energietransitie, klimaatbeleid, klimaatverandering, mensenrechten, olie, peak oil, recht, en meer.

In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

Deel 1: Energie en oliekrimp

In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

Deel 3: Het falen van de democratie

In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

Deel 4: Revolutie met recht

In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

Mijn commentaar op Revoluite met recht

Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

Klimaatbeleid via de rechtbank

Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

vrijdag, 25 november 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Kunst

In , amsterdam, architectuur, binnenstad, criminaliteit, opleiding, armoede, parijs.
Kunst. Architectuur, gebouwen en de inrichting van de buitenruimte is voor mij de mooiste kunstvorm. Een de studiereis naar Parijs, met haar paleizen, woonwijken, musea en stratenpatroon heeft mij ooit in mijn opleiding geraakt. De binnenstad van Amsterdam staat nu met een beschermde status op een werelderfgoedlijst. De armoede, criminaliteit, uitbuiting en oproeren en opstanden van de Jordaan z...

dinsdag, 22 november 2011

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Nederlandse slavernij anno 2011

In armoede, bezig, cultuur, gemeente, gewoon, jongeren, mensen, nederlanders, onderwijs, en meer.


Jossef wordt uitgezet, ondanks alle inspanningen van gemeente, artsen en school heeft het COA besloten door te gaan en Jossef en zijn moeder te verhuizen naar Katwijk om vanaf daar uitgezet te worden.

Even voor uw beeldvorming: de NOS berichtgeving over de situatie aldaar..

Door het label asielzoeker/vluchteling wordt vergeten dat het hier om mensen gaat. Als je naar ze kijkt als mensen en ziet dat Jossef gewoon Nederlands praat, het goed doet op school en in niets onder doet voor een mens dat hier geboren is, vraag ik me af waar we in hemelsnaam mee bezig zijn.

Er worden nu Nederlandse jongeren (ja, Nederlandse daar ze een andere, hun zogenaamde eigen cultuur, niet kennen) uitgezet naar landen waar kindsoldaten, honger, armoede, geweld, verkrachting, gebrek aan onderwijs en toekomst een waarschijnlijk vooruitzicht zijn.
Is dat wat we werkelijk willen? Meewerken aan het zwaarste strafsysteem dat er bestaat? Er wordt zo vaak schande gesproken over het Nederlandse verleden in de slavernij. De Pieten moeten paars en de Gouden Koets moet opnieuw gedecoreerd om de herinnering aan dit slechte verleden weg te poetsen. En dat alles terwijl we op deze wijze nog steeds mensen onderwerpen aan de onmenselijke grillen van ons 'verheven' Nederlanders...

donderdag, 17 november 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

China, de grote bange reus

In samen op de wereld, china, democratie, economie, eu, euro, europa, europese, gedachte, en meer.

 

Ik kan best een open deur intrappen: de Chinese economie groeit hard. Maar dat die in 30 jaar tijd is gegroeid van krap 70 miljard naar ruim 18.000 miljard yuan – en dat was 2004 – is onvoorstelbaar. Hoe deden ze dat? Blijft het zo? Wat willen ze verder?

Hoe deden ze het?

Vorig jaar heeft China Japan ingehaald als tweede economie van de wereld. De grootste economie is nog steeds de VS met dien verstande dat die van de VS niet meer groeit en die van China wel. Dat biedt bedrijven grote kansen. China heeft een goede infrastructuur opgebouwd, had hele goedkope arbeidskrachten en was dus een aantrekkelijke producent voor exportproducten. De producerende bedrijven zijn niet alleen Chinese bedrijven, ook bijvoorbeeld Philips heeft zijn productie daarheen verplaatst vanwege de lage lonen.

Alles draait in China om behoud van rust en stabiliteit en het in standhouden van de macht van de Communistische Partij. Inflatie, buitenlandse invloed en ontevredenheid onder de bevolking – die heus ziet wat er in het buitenland mogelijk is – zijn risicofactoren voor instabiliteit. Om onvrede te beteugelen, moet de communistische partij het volk dus ook wat geven. En dat krijgt het. De welvaart is voor iedereen gestegen. De rijken zijn 2 keer zo rijk geworden, maar de armen ook.

China ziet zichzelf als kwetsbaar land dat in ontwikkeling is. Chinezen willen bovenal een veilige en stabiele omgeving en roepen in mindere mate om democratie. Een sterke staat die alles domineert en stuurt, ziet de CCP als passend in deze situatie.

Afrika

China investeert veel in Afrika. Feitelijk Europa’s achtertuin maar wij lieten die ongebruikt. Contact en handel met China levert geen windeieren. Toen Nederland in 1980 twee duikboten leverde aan Taiwan, werd de handel tussen Nederland en China ogenblikkelijk door China stilgelegd. Op dat moment werd China nog niet gezien als wereldmacht in opkomst. Een inschattingsfoutje. In 1984 tekenden Nederland en China een verklaring geen spullen meer te leveren aan Taiwan en de betrekkingen weer te herstellen. Uitgebreide handel vond daarna plaats waarvan Nederlandse bedrijven flink hebben geprofiteerd.

Zo vergaat het nu ook Afrika. Gelet op het feit dat China zich niet als ontwikkeld land maar als land in ontwikkeling ziet, wil het absoluut niet de kolonisator van Afrika worden met bijbehorende verantwoordelijkheden en politieke macht.

Kritiek is er wel: China liet veel door Chinezen doen in Afrika waardoor de lokale bevolking minder profiteerde. Daar wordt aan gewerkt, waar mogelijk laat China nu werk door de lokale bevolking uitvoeren.

Een ander punt van kritiek is de rijkdom door de handel die vooral ten gunste komt van de rijke klasse in Afrika. Herverdeling van welvaart is daar niet zo aan de orde. Uiteraard is dat wel wat de internationale organisaties liever zien.

Daar daarentegen stelt China dat Europa eens moet kijken hoe de Europese hulp aan Afrika van de afgelopen 50 jaar heeft uitgepakt. Er is nog steeds armoede, Europa heeft Afrika afhankelijk gemaakt in plaats van zelfstandig. Het standpunt van China is dat economische ontwikkeling die regio structureel meer welvaart zal gaan opleveren.

Militair

China is een kernmacht, heeft een leger dat inmiddels sterk genoeg is om dat van Taiwan te kunnen verslaan en mogelijkheden om het desnoods de VS lastig te maken mocht dat in de regio nodig zijn (DF-21D). Ze hebben lange afstandswapens die de kust van de VS kunnen bereiken en binnenkort de hele VS en investeert nog flink in defensie. Toch is die militaire macht vooral defensief. De werkelijke macht van China ligt op twee andere terreinen. De economische macht zal ertoe leiden dat ze steeds meer invloed op het wereldtoneel gaat opeisen en de computerkennis is dermate groot dat het veel eerder via die weg tegenstanders zal gaan beschadigen.

Invloed

Hoewel nu nog druk met de eigen opbouw is de verwachting dat China het niet zal nalaten eisen op tafel te leggen wanneer mogelijk. Als China meer geld gaat doneren aan het IMF om de euro overeind te houden, zal het wisselgeld willen. China wil heel graag de markteconomiestatus krijgen, iets wat o.a. de EU nog tegenhoudt. China wil het wapenembargo van de EU van tafel en zal eisen dat er door partners niet wordt samengewerkt met Taiwan. Daarnaast kan China meer macht in het IMF gaan claimen. Nu is alleen de stem van de VS zo groot dat het een veto heeft in het IMF. China zal op z’n minst ook op dat niveau invloed willen gaan uitoefenen.

Blijft het zo?

De economische groei in China is in de jaren ’80 heel bewust in gang gezet. Buitenlandse bedrijven mochten vanaf dat moment investeren in China. Achterliggende gedachte was dat China sterk en welvarend zou zijn als het deel zou uitmaken van de internationale gemeenschap. Invloed van buitenaf is daarmee geaccepteerd maar wordt wel als risico gezien.

De hele productie was vooral gericht op de EU. In 2008 daalde de export naar de EU door de economische terugval waarop China versneld de interne markt is gaan ontwikkelen. En met succes: de groei blijft aanhouden. Vraag is wel hoelang dat nog kan. Nu wordt nog veel geïnvesteerd in vliegvelden en spoorlijnen, hetgeen economische bedrijvigheid genereert maar dit houdt een keer op.

Ook de lage lonen zijn in China opgelopen. Inmiddels trekken Chinese en internationale ondernemingen, waaronder ook Nederlandse, verder op zoek naar nieuwe lage lonenlanden. Zo gebeurt het nu dat Chinese bedrijven hun productie verplaatsen naar Bangladesh en Vietnam.

Conclusie

China houdt alles strak in de hand ten koste van de vrijheid van de Chinezen juist ten behoeve van die Chinezen. China groeit als kool maar probeert die groei ook in te tomen om oververhitting en al te grote inflatie te voorkomen. China investeert veel in defensie maar opereert internationaal bij voorkeur passief en geweldloos.  China kan niet zonder de economie van de VS maar is bang voor de invloed van de VS in en rondom China. Nederland heeft veel belang in China maar maakt ook ethische afwegingen: wat te doen met wapenembargo, wat te doen met bezoek Dalai Lama. China en de CCP, waanzinnig groot en machtig en uit alles blijkt: ook bang.

 

woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

‘Voor het slachtoffer is geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel’

In seksueel misbruik, recht, religie, actie, armoede, belangrijk, bezig, claim, cultuur, en meer.

Op een vergadering van de Werkgroep Moderne Theologie met als thema seksueel misbruik sprak Ruard Ganzevoort over theologie uit het perspectief van het slachtoffer. Adrem ondervroeg hem erover. Het leverde een gesprek op over straf, dader en slachtoffer, en de taak van de theologie in de moderne samenleving.

(Interview in Ad Rem, remonstrants maandblad, 22/19, november 2011)

De rol van het slachtoffer bij een strafproces staat de laatste tijd nogal in de belangstelling. Kun je iets zeggen over de recente ontwikkelingen?In de afgelopen tien jaar is geleidelijk aan het slachtofferperspectief een rol gaan spelen in de rechtspraak, bijvoorbeeld dat slachtoffers gehoord kunnen worden door de rechter. Dat is een van de belangrijkste voorbeelden waarbij slachtoffers het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Toch heb ik er gemengde gevoelens over. Met name het laatste jaar lijkt het niet te gaan om het laten horen van de stem van het slachtoffer. Het lijkt eerder te gaan om argumenten voor het steeds strenger straffen van daders. Daar hebben slachtoffers volgens mij niks aan. De vraag wat slachtoffers nodig hebben is een andere dan die of we daders omwille van het slachtoffer zwaarder moeten straffen. Voor slachtoffers ligt de winst niet in de straf, maar in de erkenning van het lijden dat hen is aangedaan.

Nederland is inderdaad de afgelopen jaren strenger gaan straffen. Het blijkt zelfs een van de landen in Europa waar het zwaarst gestraft wordt. Dat vind je geen goede ontwikkeling? Nee, ik vind het dom. Zwaarder straffen helpt niet. Ik ben niet tegen straffen, maar wil je misdaden voorkomen, dan moet je andere dingen doen dan alleen maar straffen. De zaken waar men de zwaarste straffen voor wil, zijn bijvoorbeeld zedenzaken. Die worden terecht ervaren als misdaden die de meeste inbreuk doen op het leven van slachtoffers. Maar juist bij zedenzaken hebben daders in veel gevallen zelf een geschiedenis van slachtofferschap. Door hen alleen aan te spreken op hun daderschap, versterk je alleen hun slachtofferschap. Zo draag je eerder bij aan recidive, dan dat je herhaling voorkomt.

Hoe bedoel je dat? Je ziet het op dit moment bij de discussie over pedofilie. Die discussie is zwaar vertroebeld en heeft kenmerken van een soort heksenjacht. Pedofilie wordt zo gecriminaliseerd dat deze mensen zich in het duister terugtrekken en daarmee des te gevaarlijker worden. Dit is heel onverkwikkelijk. Om te beginnen zijn niet alle pedofielen misbruikers. Het is een aanleg en nog geen daad. Bovendien wordt het merendeel van het seksueel misbruik niet door pedofielen gepleegd, maar door brave huisvaders die incest plegen, door therapeuten, hulpverleners, predikanten, noem maar op. Door zich op dat kleine groepje pedofielen te richten, wil men het grote probleem van seksueel misbruik beheersbaar maken. De enge man in de bosjes is weg, dus nu bestaat het probleem niet meer. Daarmee wordt noch aan slachtoffers, noch aan daders recht gedaan.

Kun je een voorbeeld noemen van een omgang met pedofilie die naar jouw idee meer recht doet aan beide? In Zuid-Afrika is nu een begeleidingsprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen met de naam PedoStop. Dat programma heeft een opzet, vergelijkbaar met de Anonieme Alcoholisten. Zij zeggen, ‘wij hebben een gevaarlijke neiging en als we die niet serieus nemen, dan lopen anderen risico. Dus, willen we dat voorkomen, dan moeten wij verantwoordelijkheid nemen voor onze problematiek. En niemand die zo goed de drogredenen en manipulaties van een pedoseksueel kan doorgronden als een pedoseksueel zelf.’ Zulke initiatieven moeten we geloof ik heel sterk ondersteunen en waarderen. Als je dan hier weldenkende mensen hoort beweren dat je het gewoon maar het beste de kop in kan drukken, dan vind ik dat gewoon heel dom.

Als we dan nu de stap maken naar de theologie. Je hebt vorig jaar bij de Werkgroep Moderne Theologie een voordracht gehouden over seksueel misbruik. Je vertelde daar iets over jouw ideeën over het slachtofferperspectief in de theologie. Kun je daar iets meer over vertellen? Waar ik de laatste jaren op dit punt vooral mee bezig ben geweest is de plek van het slachtoffer in de theologie. Wat mij treft, is dat de grote verhalen van de traditie gaan over traumatische ervaringen, terwijl de theologie het daar niet over heeft. Dat vind ik frustrerend. Het verhaal van de exodus in het Oude Testament is een verhaal van jarenlange onderdrukking en uitbuiting. Alleen door een, ik zou haast zeggen, kosmisch terroristische actie vindt de bevrijding plaats. Of in het Nieuwe Testament waar het grote verhaal de kruisiging is. Traumatischer dan dat kan het niet worden voor de betrokkenen en de omstanders. Deze dimensie van traumatisering is op de een of andere manier uit die verhalen gefilterd. Het zijn in plaats daarvan ofwel glorieuze verhalen geworden, of het zijn, als je kijkt naar de orthodoxie, verhalen die verwijzen naar onze zondigheid. Zo worden mensen die slachtoffer zijn niet geactiveerd om hun eigen slachtofferschap te verbinden bijvoorbeeld met dat van Jezus. Er is in de traditie veel gebeurd om de rol van de zondaar te definiëren, maar voor het slachtoffer is er geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel. Zoals ik het nu zeg, is het gericht op de orthodoxie, maar in de vrijzinnige theologie is het niet veel beter. Daar wordt gezegd dat er elders in de wereld mensen zijn die het heel erg moeilijk hebben en dat wij mede schuldig zijn door onze rijkdom. Daar ben ik het mee eens, maar het verhaal blijft hetzelfde. Wij zijn nog steeds de daders en anderen het slachtoffer.

Hoe komt het slachtoffer-perspectief dan wel tot zijn recht? Het begint al bij de liturgie. Als we het Onze Vader bidden, bijvoorbeeld, wat betekent dat voor mensen voor wie het woord vader problematisch is? Het komt terug in de manier waarop ik teksten lees. Ik lees primair vanuit de marge en vraag me af: Wie wordt hier buitengesloten? Wie wordt in dit verhaal niet genoemd? Wie mag hier niet zijn? Het gaat erom voortdurend te denken vanuit de vraag: Wat gebeurt er met beschadigde mensen als ze dit verhaal horen? Ik ben er van overtuigd dat als je daar aandacht aan geeft, dat het uiteindelijk voor iedereen heilzaam is. Ik vraag me als het om vergeving gaat als eerste af wat voor theologie van vergeving heilzaam is voor slachtoffers. Vergeving voor daders is ook belangrijk, maar als het niet heilzaam is voor slachtoffers houden we het kwaad in stand.

Wat bedoel je precies met vergeving? Vergeving lijkt een begrip dat sterk verbonden is met een theologie vanuit het dader-perspectief? Vergeving gaat om de keuze wrok te laten varen en te kiezen voor loslaten. Kies ik ervoor om vast te houden aan de daad die onze relatie beschadigd heeft of kies ik voor loslaten met het oog op de toekomst? Voor het slachtoffer is dat belangrijk om uiteindelijk uit de slachtofferrol te komen. Zolang je vasthoudt, ben je slachtoffer, alleen het loslaten doorbreekt dat. Of je het nu vergeving noemt of iets anders, die stap is essentieel.

Op welke manier is deze opvatting van vergeving heilzaam voor zowel het slachtoffer als voor de dader? Ook de dader kan niet in zijn rol van dader blijven steken. Dader en slachtoffer gaan door een parallel proces. Het gaat erom dat er ingegrepen wordt in de relatie, waardoor de relatie anders wordt. Even heel simpel gezegd kleeft aan de daad die de posities gedefinieerd heeft ook altijd een aspect van macht. Slachtofferschap heeft te maken met onmacht, daderschap met meer macht. Om dat te doorbreken moet de dader van zijn troon afkomen, zijn macht neerleggen, op de knieën gaan en om vergeving vragen. Een andere mogelijkheid is dat het slachtoffer afziet van onmacht. Soeverein slachtofferschap: ik kies ervoor om niet langer slachtoffer te zijn. Daarmee ontsla ik de ander impliciet van zijn daderschap, maar of dat aankomt, hangt van de dader af. Er is nog een derde manier. Het slachtoffer kan om allerlei redenen de daad herdefiniëren en zeggen ‘ik ben eigenlijk nooit slachtoffer geweest’. Dan is er weliswaar geen sprake van vergeving, maar het helpt wel bij het loslaten. Daar gaat het uiteindelijk om. Het slachtofferschap is geen ultieme positie. Het is een doorgangspositie, die je alleen te boven kunt komen als je hem eerst serieus neemt. Dat geldt voor daderschap net zo.

Daderschap en slachtofferschap lijken niet altijd zo duidelijk uit elkaar te houden. We leven in een wereld waar wat ik hier doe consequenties kan hebben voor iemand ver weg. Consequenties die ik niet ken. Er is geen zwart-wit onderscheid te maken tussen dader, slachtoffer, en onschuldige. Daar zit onze existentiële spanning. We zijn het uiteindelijk allemaal een beetje. Onze rijkdom is gebaseerd op de armoede elders. Dat wil niet zeggen dat je er niet van mag genieten, maar we dragen slachtofferschap en daderschap met ons mee. Dat helpt ons ook in de verbinding met elkaar. Hoe zal ik ooit begrip hebben voor iemand die een ander beschadigd heeft, als ik mij niet bewust ben van mijn beschadigen van anderen? In mijn beschrijving zet ik het wat tegenover elkaar, maar in de praktijk loopt het door elkaar heen en ben je in bijna elke situatie allebei.

We leven in een tijd waarin de kerken meer en meer in de marge van de samenleving terecht lijken te komen. Heeft deze theologie toch een grotere reikwijdte dan de kerkelijke context? In religieuze tradities zit zo veel wijsheid waar de samenleving behoefte aan heeft. Dat merkte ik bijvoorbeeld toen ik op een studiedag van Bureau Slachtofferhulp sprak over de Middeleeuwse boete- en biechtpraktijk. Die begint met gewetensonderzoek, zo gedetailleerd mogelijk onderscheiden tussen het deel waar ik schuld aan heb en het deel waar ik geen schuld aan heb Dat moet leiden tot oprecht berouw. Dat kun is niet te meten, maar het gaat om het besef, ‘ja, ik ben ten diepste dader, ik ben schuldig.’ Dat is de tweede stap. De derde stap is dat het moet leiden tot een belijdenis bij de mond. Het is niet genoeg om het alleen te voelen, het voor jezelf te houden, of met God in het reine te komen. Wat ik openlijk gedaan heb, moet ook openlijk beleden worden. De vierde stap is de genoegdoening met de daad. Dat kan zijn dat ik de schade betaal, het kan zijn dat ik mijn leven beter en goede werken ga doen. Er moet iets fysiek gebeuren. De balans moet hersteld worden om ruimte te maken voor de vijfde stap: absolutie. Loslaten, nu ben ik geen dader meer, nu ben ik vrij. Het slachtoffer gaat precies dezelfde route af en dat is net zo moeilijk. Gewetensonderzoek: Wat is er eigenlijk gebeurd? Wat was mijn aandeel? Wat is me overkomen? De tweede stap, parallel aan het berouw, is de erkenning. ja, ik ben inderdaad beschadigd. Ik ben slachtoffer gemaakt en getraumatiseerd. De derde stap is dat ik dat moet zeggen. Ik moet mijn stem verheffen en uitspreken dat ik slachtoffer ben. De vierde stap is dat ik uit de patronen stap die bij het slachtofferschap horen. Ik moet mijn leven veranderen, autonomie nemen of misschien wel de genoegdoening van de dader accepteren. Zo komen we bij de vijfde stap, parallel aan de absolutie, het loskomen van het slachtofferschap. De protestanten hebben op een gegeven moment gebroken met deze praktijk. Genoegdoening vonden ze niet meer nodig, want dat heeft Christus al gedaan. Kijk, theologisch is dat allemaal wel mooi, maar het werkt niet. Er moet iets van genoegdoening zijn, anders krijg je goedkope genade. Dit is iets van de wijsheid van eeuwen. Er wordt iets gezegd in religieuze taal over de relatie tussen mens en God, maar tussen mensen in de samenleving werkt het net zo. De therapeuten van Bureau Slachtofferhulp herkenden wat ik vertelde. Ze herkenden hun seculiere werk erin, maar ze begrepen ook waarom je religieuze taal nodig hebt om dit tot uitdrukking te brengen.

Waarom is die religieuze taal nodig? Ik noem het vaak een wijsheidstraditie om het niet exclusief over het transcendente te laten gaan. Wat die traditie toevoegt, is de symbolisering. De symbolische taal van de religie biedt het kader waarin je dit soort dingen kunt zeggen. Het geeft iets van een ultieme horizon . Je kunt het ook in juridische taal zeggen, maar veel mensen missen dan toch iets. Ze willen het niet meteen religieus maken, maar ze ervaren de verbinding met de dieptedimensie van het bestaan als bijzonder waardevol.

Hoe zou je in dit kader de taak van de theologie beschrijven? De theologie is de wetenschap die in staat is dit soort wijsheden op te diepen en vanuit een niet autoritaire, maar juist dienstbare houding ter beschikking te stellen aan de samenleving. Dat wil zeggen, het gaat er niet alleen om dingen uit de traditie te halen en die ter beschikking te stellen. Het gaat er ook om vanuit de hedendaagse situatie die traditie ter discussie te stellen. In die wisselwerking worden beide bevraagd en bekritiseerd. Aan die taak zit een ambachtelijke kant. Theologen zouden in staat moeten zijn de cultuur en de samenleving te lezen, soms te verhelderen, en verbindingen met tradities te leggen. Daar zit dan geen claim of richting in, het gaat erom te snappen wat er gebeurt. Als theoloog kun je dingen naar voren brengen, waar een socioloog niet per se taal voor heeft. Er is echter ook een meer inhoudelijke kant. De theoloog mag zichzelf behartiger van de traditie weten en in missionaire of profetische zin die wereld proberen te beïnvloeden. De grondwaarden van je religie, of je die nu rechtvaardigheid, compassie, zuiverheid, of heiligheid noemt, vertalen in een kritische analyse van de samenleving.

Je bent niet alleen theoloog, maar ook politicus. Hoe verhoudt je taak als theoloog zich tot je rol als politicus? In de discussie over het ritueel slachten bijvoorbeeld probeer ik te verhelderen wat het belang van ritueel slachten is in een bepaalde religieuze traditie. Tegelijk probeer ik duidelijk te maken dat geen enkele traditie onveranderlijk is, maar dat onder druk van maatschappelijke veranderingen ook een religie meebeweegt. Als er een verbod komt op ritueel slachten houdt die religie niet op te bestaan. Dat is de ambachtelijke kant. De inhoudelijke kant komt aan de orde in hetzelfde debat als het gaat om de vraag hoe we omgaan met verschillen tussen mensen. Respecteren we dat de een andere keuzes maakt dan de ander? Respecteren we de normatieve aanspraken die vanuit tradities op mensen afkomen? En met name, wat betekent het dat deze discussie gevoerd wordt over de rug van minderheden? Betekent dat we ongebreidelde vleesproductie laten voortbestaan niet dat we het hedonistische recht op vlees eten kennelijk belangrijker vinden dan het religieuze recht op vlees eten? Daar sta ik voor een liberale religieuze traditie, voor een vrijzinnige theologie. In de politieke arena argumenteer ik niet met religieuze taal, maar mijn stellingname is wel primair ingegeven door mijn religieuze overtuiging.

(Interview door Martijn Junte, oktober 2011, Lid redactie Ad rem, predikant remonstrantse gemeente Eindhoven)

 


zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Begrotingsbehandeling

In divers, leges, nee, ondernemers, onderwijs, ouders, overheid, partijen, raad, en meer.

Op 8 november behandelde de gemeenteraad de begroting voor 2012. Lees hieronder mijn betoog….

Betoog begroting 2012 GroenLinks

GroenLinks vindt dat het college goed op weg is om de erfenissen uit het verleden en de opgaven voor de toekomst het hoofd te bieden. De begroting is al een heel stuk beter ‘helder en op orde’. We zijn er echter nog niet. Nog té vaak wordt de begroting dichtgereden met kasschuiven, alternatieve inzet van reserveringen, verlengen van afschrijvingstermijnen en voorsorteren op mogelijke kansen en te verwachten voordelen. Wij verwachten dan ook van het college dat zij dit blijft aanpakken.

Het grootste deel van de ruim 56 mln bezuinigingen heeft onze goedkeuring. Heel belangrijk vinden we het extra geld in armoede en de Wmo. Wij zijn ook erg tevreden met de investering in duurzaamheid. Met een beperkt budget weliswaar, maar doordat we dat niet inzetten om allerlei losse projecten op te tuigen maar het investeren in scholing en goede randvoorwaarden, kiezen we voor een fundamentele aanpak waarmee we ons tot de koplopers in de wereld scharen. Daar zijn wij trots op.

Bij een aantal voornemens hebben wij in de commissie en eerder dit jaar kritische kanttekeningen geplaatst. Ik noem er hier een paar:

- De leges, die willen we kostendekkend, maar toen bleek dat de procedures erg duur en omslachtig zijn. Maar onder druk wordt alles vloeibaar is gebleken. In ieder geval bij de horeca. Wij willen dat de andere dossiers zo ook worden doorgelicht.

- Het innovatieprogramma. We zijn het eens met de doelstellingen, maar niet met een structurele financiering voor Brainport Development hierin.

- Cultuur. Voor het CKE zien we positieve ontwikkelingen. Bij de voorstellen over de bibliotheek en de backoffice hebben we nog ernstige twijfels over de haalbaarheid. Hoe denkt de wethouder dit op te lossen?

- Tot slot de sporttarieven, waarover we nog in discussie gaan, maar waarbij wij op basis van het dossier wel het gevoel hebben gekregen dat de taakstelling haalbaar is. We zijn blij dat de ijsbaan toch open zal blijven.

Als we terugkijken op al deze discussies, dan vragen wij ons af wat nu echt het allerbelangrijkste is voor de komende jaren. Wat is het toekomstperspectief waar we voor gaan? Voor GroenLinks is dat meedoen en kansen voor iedereen. Kansen op onderwijs, ontwikkeling, werk en een gezond leefklimaat. Een van de belangrijkste speerpunten in ons verkiezingsprogramma én in ons coalitieakkoord, maar ook het grootste risico in onze meerjarenbegroting.

Deze coalitie heeft ‘werk voor iedereen’ als belangrijk doel gesteld . Maar door de rijksbezuinigingen worden de gemeenten de kansen ontnomen om mensen daar op een goede manier bij te ondersteunen. Gedachten om mensen met een arbeidshandicap gewoon in reguliere bedrijven aan het werk te helpen zijn mooi, maar het gebeurt niet vanzelf! Zonder financiële middelen blijven deze doelen slechts van papier.

Voor die mensen voor wie betaald werk nog een brug te ver is, stelde onze coalitie dat sociale activering of vrijwilligerswerk wenselijk is. Omdat meedoen en ergens bijhoren beter is dan eenzaam thuis achter de geraniums zitten. Door de bezuinigingen van het Rijk op het participatiebudget vervallen deze mogelijkheden. GroenLinks vindt dit erg zorgelijk, wij vragen ons af of het lukt om ook deze mensen een alternatief te bieden. Wij komen hierop terug bij de behandeling van het participatiebudget. En wij verwachten van dit college dat zij er alles aan doet om onze afspraken uit het coalitieakkoord overeind te houden!

Werk voor iedereen. Maar tegelijkertijd behalen we onze doelstellingen door ‘beter te handhaven en de poortwachtersfunctie’. Natuurlijk moeten we fraude bestrijden, daarover is geen discussie. Maar als mensen recht hebben op een uitkering, moeten ze die gewoon krijgen. Als je mensen duurzaam aan het werk wilt hebben, is een goede motivatie erg belangrijk. Iemand met wantrouwen tegemoet treden zal dan niet helpen. Wij willen mensen aanspreken op hun kwaliteiten en hun eigen kracht. Behandel hen dan ook zo, ga naast hen staan ipv boven hen, dat levert zoveel meer resultaat!

Ondertussen wordt de situatie van mensen met een minimum inkomen of een beperking er niet beter op. Zij worden door de rijksmaatregelen vaak dubbel of zelfs driedubbel gepakt. De effecten van deze stapeling van maatregelen, landelijk én lokaal zijn niet te overzien. Hoe kunnen wij dan goede afwegingen maken? Daarom zijn wij voornemens een motie mee in te dienen met onder andere het OAE om de stapelingen van effecten in kaart te brengen, en hier passende maatregelen op te nemen. Want GroenLinks vreest voor de toekomst van bv alleenstaande ouders met kinderen. Die moeten we ontzien!

Maar is het dan alleen maar doemdenken?

Nee. In al deze ontwikkelingen horen we ook heel veel positieve, hoopvolle geluiden. Deze Raad maakt zich zorgen om de draagkracht van de samenleving, of er wel genoeg vrijwilligers zijn om al die dingen te gaan doen die de overheid niet meer wil regelen. Een aantal partijen heeft haar oordeel al klaar. Dat gaat nóóóit lukken. Maar toch hebben bv de vrijwillige hulpdienst, of Humanitas geen enkel gebrek aan vrijwilligers. De zelfhulpnetwerken, waarbij veel gebruik gemaakt wordt van ervaringsdeskundigen, zijn nog nóóit zo succesvol geweest. Bij uitstek voorbeelden van hoe vrijwilligers aanvullend kunnen zijn op professionele zorg. En bij het vrijwilligerspunt melden zich élke week een kleine 20 mensen voor vrijwilligerswerk! Prachtige en hoopvolle voorbeelden. Het gaat er dus ook om hoe je mensen aanspreekt en wat je ze kunt bieden.

Een ander voorbeeld. GroenLinks baalt er stevig van dat het Rijk met de WWnV niks wil doen om de werkgevers te verplichten om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Want doen ze dat vanzelf? Nee, het grootste deel doet dat waarschijnlijk niet vanzelf. Maar ze zijn er wel, die betrokken ondernemers die vanuit een maatschappelijk besef mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen. Zo sprak ik laatst de directeur van van Asperdt, hier op de Hurk, die vanuit een maatschappelijke betrokkenheid een huismeesterproject is gestart en daarmee mensen uit een moeilijke doelgroep weer perspectief bood. Wat doen wij om deze werkgevers te ondersteunen? Burgemeester van Gijzel, bijna een jaar geleden deed u een oproep in uw nieuwjaarstoespraak aan werkgevers. U zei toen: ‘Wij hebben klaargestaan toen u ons nodig had. Nu moet het andersom’. Wat heeft ú tot nu toe gedaan om de werkgevers te betrekken bij deze maatschappelijke vraagstukken? Wij roepen u én wethouder Brink op: Zoek de werkgevers in de wijken op, niet alleen in China!

In tijden van financiële krapte moeten we op zoek gaan naar maatschappelijk rendement. Als we toch investeren, plak er dan een maatschappelijke doelstelling aan vast, twee vliegen in één klap! GroenLinks heeft hier allerlei ideeën over. Wij geven hier één voorbeeld.

Met deze begroting besluiten we om bijna 2 ton in het expatcenter te steken. In de commissie legde wethouder Brink uit dat dat geld nodig is om onze gemeentelijke taak te regelen. Maar zien wij onze taak alleen maar als het uitleggen van wetten en regeltjes? Of gaan we voor het welzijn van mensen in onze stad? Het vrijwilligerspunt heeft een project om kenniswerkers te koppelen aan oudkomers (ook weer vrijwilligers) om hen wegwijs te maken in Eindhoven en de integratie te bevorderen. Van die kennisuitwisseling worden beide partijen beter, daarom wordt momenteel gekeken of het project bij het expatcenter kan worden aangehaakt. Twee vliegen in 1 klap. Wij vragen de wethouder om zich in te zetten voor dit project. Als nodig dienen wij hier een motie voor in.

Tot slot voorzitter. Het perspectief waarin we deze begroting beoordelen is er eentje van een samenleving in verandering. We hadden, ook zonder de landelijke bezuinigingen, nooit alles kunnen laten zoals het was. De komende 20 jaar verandert onze bevolkingssamenstelling en de behoefte van de mensen drastisch. Dit had hoe dan ook geleid tot een verdere stijging van het gebruik van bv Wmo en welzijnsvoorzieningen. Door de bezuinigingen wordt het veranderingsproces moeilijker en sneller. Maar de verandering was hoe dan ook nodig geweest. GroenLinks kan en wíl daarom niet garanderen dat alles blijft zoals het was. Wij geloven in de kracht van de samenleving. En wij geloven in de kracht van mensen en het teruggeven van de regie. Het is dan ook zaak om als overheid de goede keuzes te maken om deze ontwikkelingen te faciliteren.

Besturen in deze tijd vraagt om lef. Lef om keuzes te maken, te stoppen met wat was en ruimte te geven aan het nieuwe. Deze coalitie, en dit college maakt in onze ogen de juiste keuzes, binnen de mogelijkheden die zij nu heeft.

———————————————————————————————————

vrijdag, 11 november 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Dag van de Dialoog

In armoede, de wereld, delen, huis, jongeren, kinderen, licht, media, oud, en meer.
Donderdagmiddag bij het verlaten van de Stopera zag ik opeens Glenn Helberg samen met anderen aan een tafeltje zitten. Glenn Helberg was voorzitter van de Denktank Sociale Cohesie van het voormalige Stadsdeel Zeeburg en is een ontzettend aardige man. Natuurlijk ging ik hem even de hand drukken. Aan de tafel bleken nog meer Amsterdamse prominenten te zitten, zoals DJ Isis, rabbijn Lody van de Kamp en wethouder Andrée van Es. Maar gelukkig niet alleen maar prominenten. Dag van de Dialoog!

De uitnodiging om aan te schuiven kon ik natuurlijk niet afslaan. Het gesprek had als onderwerp Jong en Oud in de Stad, maar waaierde alle kanten op. Over jongeren en of ze willen deugen. Zelf ben ik daar vooral optimistisch over, maar er zijn kinderen en jong volwassenen die stevig uit de bocht vliegen. Dat doen ze zelf, maar lang niet altijd kunnen we ze daar in hun eentje voor verantwoordelijk houden. Armoede, niet herkende licht verstandelijke handicap, geen positieve voorbeelden in de eigen omgeving, het helpt allemaal niet en daar kunnen ze zelf niet zoveel aan doen. Volwassenen – al dan niet met een functie – natuurlijk wel. Maar ook sociale media kwamen langs. Anoniem misschien, maar wel de nieuwe plek om elkaar te ontmoeten en kennis en opvattingen met elkaar uit te wisselen. Ook tussen jong en oud, die in het echte leven niet zo heel veel plekken delen. En natuurlijk kwam Occupy langs. Wel een plek in de echte wereld die alle mensen kunnen delen. En waar ze dat ook doen. En waar DJ Isis na afloop weer naar toe ging om de wereld een beetje beter te maken.

En wat leerde ik? In ieder geval dat je de uitnodiging om aan te schuiven bij het gesprek eigenlijk altijd zou moeten aanvaarden. Ik ging verrijkt naar huis. Ik leerde ook hoe wer eens waardevol het is wanneer Amsterdammers van diverse pluimage met elkaar in gesprek gaan.

donderdag, 10 november 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, rijken, samenleving, schuldig, sociaal, solidariteit, stemgedrag, studie, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

zondag, 30 oktober 2011

Alice Karen

Alice Karen

Mauro moet oprutte??

In diaries, |2011, armoede, cda, dissidenten, gedoe, jongeren, leers, mauro, en meer.

Wat een gedoe rondom Mauro, die inmiddels is verworden tot boegbeeld van het labiele, onpeilbare Nederlandse immigratie- en asielbeleid. Ingeburgerd en wel, een keurige jongen, zeer gehecht aan zijn pleegfamilie, die hier de dupe dreigt te worden van het egoïstische ‘regels zijn regels’ van CDA, VVD en PVV. Waar is de medemenselijkheid?
Er zitten echter wel mazen in die wet voor de groep jonge asielzoekers waartoe Mauro behoort. Bovendien is het dwaas om hem nu de deur te wijzen, geen wonder dat hij ingeburgerd is geraakt na zo veel tijd van zo een veel te lange procedure. En zou zijn biologische moeder hem überhaupt kunnen verzorgen? Wat zal hij moeten doen in Angola, waar hij niet meer dezelfde scholing kan krijgen, en waarschijnlijk heel anders en in armoede zal moeten leven? En dat alles wordt beslist door een stel egocentrische bureaucraten – Rutte, Leers, Wilders om er maar een stel te noemen. Die bepalen simpelweg het leven van jongeren zoals Mauro, want ‘regels zijn regels, en het is niet persoonlijk bedoeld, Mauro!!’, hoewel zoiets zijn hele verdere leven zal bepalen. En dat soort volk, dat zich politici noemt, moet ik nog serieus gaan nemen?
Ach, Rut toch op, ivoren-torentjes-blabbermouths. Hebben jullie in jullie kleine leventjes van pluche, heerszucht en zelfmedelijden dan zo veel last van de Mauro’s in Nederland? Liggen jullie daar ‘s nachts van te klappertanden in bed? Gelukkig marginaliseert zeker het CDA zich door dit gebuig voor Gerd en Geert. De partij kent slechts twee dissidenten in de Kamer. Het CDA staat 11 zetels in de peilingen, wat ooit bijna een viervoud daarvan was, en pakt hiermee vooral zichzelf. Dit mede aangezien het feit dat de achterban, die blijkbaar niets in te brengen heeft, in meerderheid wil dat Mauro blijft.
‘Maar maak je niet druk Mauro, het is allemaal niet persoonlijk bedoeld!’


Gearchiveerd onder:Diaries

woensdag, 19 oktober 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Berlage in Usquert

In groningen, cultuur, amsterdam, armoede, auto, berlage, betalen, burgemeester, eerste, en meer.

Het Noord-Groningse Usquert was in de eerste helft van de twintigste eeuw een van de rijkste gemeenten van Nederland. Wassenaar, Bloemendaal en het Gooi verbleekten er bij. Nou ja, bijna. De enorme rijkdom was echter beperkt tot een kleine elite van grote herenboeren. In hun “ achtertuinen” bestond veel armoede. De socialistische SDAP, de vooroorlogse voorloper van de PvdA, behield tot ver na de Tweede Wereldoorlog de absolute meerderheid in de gemeenteraad.

Rijk en vooruitstrevend was de combinatie in Usquert. In april 1929 besloot de gemeenteraad tot de bouw van een nieuw gemeentehuis. H.P. Berlage, volgens burgemeester Welt “Neerlands grootsten bouwmeester van den tegenwoordigen tijd”, kreeg de opdracht een modern gebouw te ontwerpen.

Het is Berlages enige gemeentehuis. Eerdere ontwerpen voor gemeentehuizen, ondermeer in Den Haag, werden niet uitgevoerd. Vandaar dat Berlage aan het eind van zijn succesrijke loopbaan graag het nieuwe gemeentehuis van Usquert ontwierp én bouwde. Het is een juweeltje geworden.

Tijdens de bouw ontstond één probleempje. Toen Berlage eens vanuit Amsterdam naar de bouw kwam kijken vond hij zijn creatie schril afsteken bij de gigantische rentenierwoningen van de herenboeren in het dorp. Reden om een extra torentje op te bouwen, geheel in Italiaanse stijl (denk aan het raadhuis in Siena). De raad van Usquert wilde de meerkosten niet betalen, waarop Berlage aanbood de ontbrekende 1200 guldens, een fors bedrag voor die tijd, uit eigen zak te bekostigen.

In januari 1930 werd het gemeentehuis feestelijk ingewijd. In de hal voor de raadszaal werd de raadsleden alle wijsheid gewenst: "Heil ’t nieuwe huis! USQUERT’s gemeentenaren tot vreugd, waar raadszaal hunnen daad vereent. Vermoge hij dan, tot bloei van de gemeent, steeds nieuwe kracht tot wijzen raad te garen".

Tot de gemeentelijke herindeling van 1990 heeft het Berlagehuis als gemeentehuis gediend. Nog tot en met 30 oktober kunt u er de tentoonstelling BERLAGE in het NOORDEN bewonderen. Grijp uw kans. U heeft nog anderhalve week.

Erik de Graaf

PS: voor meer foto's van het Berlage Huis in Usquert klikt u hier!

vrijdag, 14 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Europese Groenen discussiëren

In column van de week, europa, beleid, bezuinigen, economie, eu, green, green deal, groenlinks, en meer.

DE SOCIALE DIMENSIE IN HET EU-BELEID

Het sociale beleid in de EU is vrijwel geheel voorbehouden aan de lidstaten. Er zijn wat kleine elementen EU-beleid geworden zoals de gelijke beloning van mannen en vrouwen en (een poging om meer eenheid te krijgen in) de duur van het zwangerschapsverlof. Vroeger werd altijd gezegd, dat wij in Nederland zo’n fantastisch goed sociaal beleid hadden, dat we er alleen maar op achteruit zouden gaan als de EU zich ermee zou gaan bemoeien. Inmiddels is in Nederland op zoveel terreinen een verslechtering van het beleid opgetreden, dat we maar al te vaak moeten constateren, dat de EU ervoor zorgt, dat het niet te erg uit de hand loopt. Voor de huidige regering is het alleen maar mooi, dat de EU er buiten blijft. Ze kan rustig doorgaan met het uitkleden van de verzorgingsstaat.

De Europese Groene Partij, een bundeling van Groene partijen van allerlei Europese staten, al dan niet lid van de EU, wil wat betreft het sociaal beleid toch tot een gemeenschappelijke visie komen. Tussen al die partijen bestaan grote verschillen. Een document, te vinden op de site van de Werkgroep Europa van GroenLinks, tracht tot een definiëring van sociaal beleid te komen. Wat de EU daarbij zou moeten doen is nog niet duidelijk. Nu gaat het vooral om de sociale aspecten van de New Green Deal. Hoe creëer je groene banen? Hoe bereid je de werknemers daarop voor? In het tweede deel gaat het over sociale tegenstellingen. Bij GroenLinks hebben die de laatste jaren minder aandacht gekregen, omdat ,em vooral keek naar manieren om iedereen aan een baan te helpen. Dan verminder je de sociale verschillen ook. Je laat de mensen niet levenslang in een afhankelijke situatie. Daardoor lijkt GroenLinks ook in sociaaleconomisch opzicht een liberale partij te worden. Dat maakt mij af en toe best ongerust over deze koers. Wat doe je als het niet lukt iemand aan werk te helpen, zelfs niet aan werk, dat de gemeentelijke overheid jou aanbiedt? Maar het zou kunnen werken als je het combineert met scholing en de mensen steeds een trede hoger op de maatschappelijke ladder komen. Hoe zorg je dat werkgevers meewerken? Wat doe je met de beroepswerkloze? Er zijn mensen, die het wel mooi vinden altijd in een uitkeringssituatie te zitten en die weinig eisen stellen. Maar tijdens de discussie, die ik meemaakte ging het daar niet zozeer over.

Terug naar de EU, die op sociaal gebied niet of nauwelijks bevoegdheden heeft. De EU kan wel stimuleren door een sociaal beleid te ontwikkelen met duidelijk meetbare doelen. De uitvoering van dat beleid is aan de lidstaten. Ze moeten rapporteren. Wat is er van de doelstellingen terecht gekomen? Dat wordt gepubliceerd. Maar halen die cijfers de media? Worden er dan de volgende dag Kamervragen gesteld? Vergeet het maar. Het zou wel moeten! De EU kan bij falen geen sancties opleggen.

Het ontbreken van Europese regels kan zeer asociaal uitpakken. Jarenlang onderhield een Finse rederij een veerverbinding tussen Helsinki en Tallinn. Toen kwam Estland bij de EU. De rederij verplaatste zijn hoofdkantoor naar Tallinn en plotseling golden de veel slechtere Estse arbeidsvoorwaarden. Volgens het Europese Hof mocht dat, want er waren geen regels, die het verboden. Die lacune in de regelgeving wordt nu hersteld. Zo moet een Nederlandse onderneming zijn Poolse vrachtautochauffeurs betalen volgens de Nederlandse cao. De EU kan de Nederlandse regering erop wijzen, dat bezuinigen op onderwijs en innovatie slecht is voor de economie.

De EU heeft wel duidelijk beleid voor meer werkgelegenheid. Dat sociaaleconomische beleid kan helpen bij de bestrijding van de armoede en van regionale verschillen in welvaart. De EU heeft altijd een regionaal-economisch beleid gekend. Zo werden de oude mijnbouw- en industriegebieden geholpen bij de herstructurering van de economie en dat gold ook voor gebieden, waar arbeidsintensieve industrie verdween zoals de Twentse textielindustrie en voor eenzijdige agrarische gebieden, waar door de rationalisatie een enorme uitstoot van arbeidskrachten plaatsvond. Niet overal was dit beleid succesvol. Nieuwe wegen en industrieterreinen aanleggen leidt niet automatisch tot vestiging van nieuwe industrieën. Welke initiatieven komen uit de streek zelf? Is men in staat de slimme jonge mensen vast te houden? Hoe is het belastingklimaat? Zijn er machtige vakbonden, zoals in het Ruhrgebied? Is er een ondernemersvriendelijk bewind? Is er veel corruptie en cliëntelisme? Werkt de overheid efficiënt? Is er een goede economische infrastructuur? Denk aan notarissen, makelaars, advocaten, banken, verzekeringen, reclamebureaus, bodediensten en ICT-bedrijven? Hoe is de ligging ten opzichte van een koopkrachtige markt? Zijn er voldoende hooggeschoolde arbeidskrachten en/of juist ook laaggeschoolde goedkope weknemers?  In een aantal economisch sterke regio’s zie je deze vestigingsvoorwaarden in sterke mate aanwezig. Ze concurreren heel sterk met elkaar, maar werken ook samen. De economie en daarmee de werkgelegenheid blijft er groeien. Veel mensen vestigen zich daar, zoals in de Randstad te zien op de openingspagina van de Volkskrant de volgende dag. Tegenover die sterke gebieden zijn er veel zwakke regio’s, na de uitbreiding van de EU nog veel meer dan vroeger. Veel geld per regio is niet beschikbaar. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat het vooral van de mensen in zo’n regio uit moet gaan. In vertrekgebieden hoef je daar niet op te rekenen. Het worden dun bevolkte agrarische gebieden met eventueel wat toerisme. Als je van rust houdt is het daar geweldig wonen, maar veel voorzieningen moet je er niet verwachten.

Jaargang 4, nr. 183.

zaterdag, 24 september 2011

GroenLinks Noordoost-Overijssel

GroenLinks Noordoost-Overijssel

Hardenberg Fair Trade gemeente?

In bestuur, armoede, bijeenkomst, campagne, de wereld, gemeente, groenlinks, millenniumdoelen, nederland, en meer.

“Ik zou graag zien dat gemeente Hardenberg een Fair Trade gemeente wordt”, zegt Marco Laarman, raadslid van GroenLinks van gemeente Hardenberg. Fair Trade of makkelijker gezegd : Eerlijke handel is hard nodig om de internationale millenniumdoelen te halen. In het jaar 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen namelijk internationale afspraken gemaakt om vóór 2015 armoede, ziekte en honger wereldwijd ver terug te dringen. Als gemeente kun je daaraan je steentje bijdragen. 

De titel “Fairtrade Gemeente” is een eervolle titel die de gemeente kan behalen als er aan een zestal criteria wordt voldaan en de gemeente bijzonder veel aandacht besteedt aan eerlijke handel (zie www.fairtradegemeenten.nl). Ook bedrijven in de gemeente, de horeca, supermarkten, scholen, kledingwinkels, sportkantines, de gemeente zelf, iedereen kan meedoen. Men werkt samen met één doel: het stimuleren van eerlijke handel.
Niet alleen de gemeente maar ook inwoners van de gemeente kunnen meehelpen aan het bereiken van de milleniumdoelen, zodat armoede, ziekte en honger in de wereld minder voorkomt. Hoe dat kan, dat wordt duidelijk in de door GroenLinks georganiseerde bijeenkomst over Fair Trade die op dinsdag 27 september wordt gehouden uur in de Wijkboerderij Baalder, Beekberg 45 te Hardenberg. De bijeenkomst begint om 20.00 uur en duurt tot 22.00 uur. Iedereen is van harte welkom.
Tijdens de bijeenkomst, die zal worden begeleid door Ad van den Assem, voorzitter van GroenLinks Noordoost Overijssel, zal Franka Viets, directeur COS Overijssel, een presentatie over de campagne “Fair Trade Gemeente” verzorgen. De heer Gerard Tholen en mevrouw Jo Kampman, beide van de Wereldwinkel Hardenberg, zullen vertellen wat de wereldwinkel betekent voor fair trade. Wethouder René de Vent zal namens de gemeente Hardenberg het standpunt van de gemeente over het thema verwoorden en zal er gelegenheid zijn voor het stellen van vragen aan de sprekers.
De bijeenkomst wordt door GroenLinks georganiseerd in het kader van de Nederlandse campagne “Fairtrade gemeente” , een initiatief van stichting Max Havelaar, COS Nederland, ICCO en de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels. De campagne richt zich op verdere uitbreiding van fair trade (eerlijke handel): want eerlijke handel is cruciaal om de realisatie van de millenniumdoelen dichterbij te brengen!

zaterdag, 13 augustus 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Woede op Zuid? Hier heb je het!

Verwacht geen samenhangend stuk tekst. Ik ben net wakker. Ik lag zoals ik meestal doe als ik wakker word opgerold in bed Twitter bij te lezen. Maar zojuist ben ik boos opgestoven en naar de kamer gelopen, vuurspuwend en vloekend. Aanleiding? Het m.i. nogal stupide stuk van iemand waarvan ik werkelijk niet geloofd zou hebben dat ze op Zuid woont of gewoond heeft als ze het er niet bij verteld had.

Spuugzat ben ik de negatieve berichtgeving over Zuid, en ik heb er al eerder over geschreven over mijn eigen wijk. Pendrecht in beeld bij Secret Millionaire Nederland, daar kon ik nog wel om lachen – zeker om de beelden met een plein vol politie terwijl ik hier nog nooit een agent heb gezien. Toen weer een of ander toneelstuk in een halfgesloopte flat, waar ze speciaal Pendrecht voor uit hadden gezocht omdat het over een slechte wijk moest gaan. Steeds weer wordt het stempeltje slechte buurt op allerlei wijken in Zuid gedrukt.

Is er niets mis dan? Ja, natuurlijk wel. Pendrecht is een suf dorp – er is geen levendige horeca, er zit maar een restaurant en verder kun je er alleen snacks van mishandelde kippen halen, we hebben een versteend plein met winkels die het er moeilijk hebben, en nog een paar rijtjes slechte woningen. Maar dat is niet het beeld wat opgeroepen wordt als het gaat over slechte buurten op Zuid: criminaliteit, allochtonen, armoede, daar gaat het over in het nieuws.

Brenda Stoter Boscolo kan het op Joop.nl ook niet laten er nog wat bovenop te gooien; volgens haar is het hier op Zuid zo waanzinnig slecht dat zelfs rellen als in Londen hier zouden kunnen ontstaan. Redenen daarvoor noemt zij de bezuinigingen en de stijgende werkeloosheid. Ten opzichte van een jaar geleden is de werkloosheid in Rotterdam 1% gestegen, maar de laatste cijfers van het UWV van 1 mei geven aan de de werkloosheid ten opzichte van de maand daarvoor gedaald is. Ja, het is crisis, maar de werkloosheid in Nederland ligt nog altijd ver onder het gemiddelde in de Eurozone.

Volgens Brenda zou de woede in Rotterdam onder jongeren ontstaan omdat zij geen werk hebben, geen opleiding en geen toekomstperspectief. Ze noemt voorbeelden van allochtone jongeren die zo gediscrimineerd worden dat ze blij mogen zijn als ze een baantje in de supermarkt vinden. Daarmee legt ze ergens een oorzaak neer – afkomst – zonder hier bewijs voor te hebben en bovendien suggereert ze hiermee dat een bijbaantje in een supermarkt minderwaardig is. Veel jongeren, allochtoon of autochtoon, werken ook gewoon in een supermarkt omdat dit een van de weinige plekken is waar je kunt werken als je vijf dagen op school zit. Kantoren zijn meestal niet open ‘s avonds, logisch dus dat je al snel bij winkelwerk uitkomt als bijbaantje. En dat jongeren daar dan moeten werken om zelf dingen te betalen komt echt niet alleen maar voor bij allochtonen. Ook sommige autochtonen wonen niet in villa’s namelijk.

Ik heb zelf naast mijn studie ook in een supermarkt gewerkt en ook mijn eigen verzekering betaald. Dat maakt je niet arm en zielig en vatbaar voor een relschoppersmentaliteit als het goed is, maar zelfstandig en handig met geld. Uit haar artikel spreekt echter een mentaliteit dat iedereen geld van pappie en mammie moet kunnen krijgen en zielig is als dat niet kan, in plaats van waardering voor mensen die ondanks het feit dat ze niet in een villawijk geboren zijn hard werken om iets van hun leven te maken. Je zou juist trots moeten zijn op die jongeren, waar ze ook vandaan komen, en niet moeten proberen om slachtoffers van ze te maken.

Toen ik zelf langer in een supermarkt werkte, werd ik assistent afdelingsmanager. Toen ik als jonge, blanke hoogopgeleide geen werk kon vinden – want daar hoef je dus echt niet zwart voor te zijn of slecht opgeleid – heb ik er zelfs fulltime als afdelingsmanager gewerkt. En dan zie je allerlei jongeren: blank, zwart, of ergens er tussenin. Soms werken ze goed, soms slecht, soms ergens er tussenin. En wat ik daar heb gezien doet me toch vermoeden dat het meer met opvoeding dan met ethnische afkomst of geld te maken heeft of je goed terecht komt. Ik heb allochtone en autochtone jongeren uit minder welgestelde gezinnen keihard zien werken, zonder ook maar een spoortje van woede richting de samenleving. En ook jongeren, al dan niet allochtoon, al dan niet arm, die de kantjes eraf liepen en als ze ontslagen werden de oorzaak buiten zichzelf zochten. Het is toch een beetje makkelijk om steeds maar weer de oorzaak bij huidskleur en de inhoud van de portemonnee te leggen. Zorgt een lege portemonnee voor slecht gedrag? Of zou het eigenlijk niet andersom zijn?

Het is ook niet duidelijk over wie BSB het nu eigenlijk heeft in haar artikel en dat maakt het lastig om er echt zinnig op te reageren; de probleemgroep die ze noemt wisselt steeds van samenstelling. Ze heeft het over die arme Mohammed op Zuid. Maar die is wel afgestudeerd. Terwijl ze het eerst heeft over jongeren die boos worden en gaan rellen omdat ze geen opleiding hebben. En over jongeren in supermarkten, maar die kunnen ook blank zijn, zegt ze. Dus nou ja, iets met jongeren en de suggestie van ethnische problemen of zo.

Laat het duidelijk zijn, je zal me niet horen ontkennen dat je het moeilijker hebt met werk zoeken als je een Arabische achternaam hebt dan wanneer je Janssen heet. Ook ik heb collega’s gehad die geen allochtonen aannamen of mensen op andere afdelingen horen klagen dat ze zich daar gediscrimineerd voelden, waar ik me echt wel iets bij voor kon stellen. Maar het is wel een beetje makkelijk scoren om alles wat fout gaat maar bij discriminatie neer te leggen.

Het is ook niet eerlijk naar allochtonen toe. Want eigenlijk zeg je daarmee tegen ze dat wat ze ook doen, hoe hard ze ook werken, niet uitmaakt; ze zullen nooit Nederlands worden en daarmee dus altijd kansarm blijven. Terwijl het ook voor allochtonen zo is dat je met een opleiding verder komt dan zonder opleiding, en dat je met televisies uit winkels stelen geen diploma verdient. Terwijl allochtonen misschien wel gediscrimineerd worden, maar vrouwen ook, of homo’s, of gehandicapten. Om een of andere reden lijken we het op een bepaald niveau ‘begrijpelijk’ te vinden dat allochtone jongeren boos zijn en zouden willen rellen, maar achten we het niet waarschijnlijk dat homo’s, kunstenaars en mensen die hun PGB verliezen ruiten gaan ingooien. Eigenlijk zegt dat ook al iets over hoe ‘we’ denken over allochtonen en jongeren. Het zogenaamd goedbedoelde medelijden met die groepen is misschien wel het allerergste wat je ze kunt tonen.

In een artikel als waarheid stellen dat agenten je voor allerlei onzin aanhouden, maar niet helpen als je ze nodig hebt, vind ik het beneden peil van een journalist. Vervolgens stellen dat jongeren en autochtonen daardoor de samenleving niet begrijpen al helemaal. Dat ze daardoor niet om kunnen gaan met woede en rare dingen gaan doen is nog erger. Gooi alle groepen op een hoop. Geef ze een onjuist excuus. Negeer vooral alle andere groepen met dezelfde problemen.

BSB praat over allerlei groepen jongeren in het algemeen, en begint dan een relaas over arme zielepieten die geen geld hebben voor dure sportscholen en wekelijkse bioscoopbezoeken. Als je een beeld op wilt roepen van mensen die de steun van de overheid nodig hebben, is dit niet bepaald de manier om het te doen. Het zorgt er alleen maar voor dat ik me afvraag in wat voor vreemde wereld zij leeft dat geen geld voor een dure fitness en wekelijks naar Pathe blijkbaar de eerste voorbeelden zijn die haar te binnen schieten om duidelijk te maken dat gesubsidieerde culturele instellingen nodig zijn. Het zorgt er niet bepaald voor dat ik meteen denk: ja! revolutie! alle jongeren hebben recht op een filmabonnement!

Ze maakt een vergelijking tussen een wijk in London en Rotterdam Zuid. Ik ken die wijk in Londen niet, dus kan niet zeggen of de vergelijking logisch is. Maar ze roept een beeld op van een Rotterdam Zuid waarin arm en rijk gesegregeerd leven: ze plaatst ze in haar artikel letterlijk tegenover elkaar, de duurdere woningen op de Kop van Zuid en de armeren in de Peperklip. Het is een suggestief voorbeeld, wat voor de rest van Rotterdam Zuid wat mij betreft niet opgaat. Voor mijn eigen buurt kan ik niet eens bedenken waar hier de ‘rijken’ wonen of de ‘armen’. Er wonen hier gewoon mensen, en allerlei soorten door elkaar. In mijn straat wonen mensen die huren en mensen die gekocht hebben door elkaar, zelfs in hetzelfde flat. Mensen die chronisch ziek zijn, mensen die werken, mensen die klaar zijn met werken; mensen met kinderen en mensen die daar al uit zijn of er nooit aan zijn begonnen;allochtoon en autochtoon; er zitten woningen tussen voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen; en mensen die hier een huis hebben gekocht omdat het voordelig is en ze niet zo’n behoefte hebben aan een groot huis met hoge maandlasten, ook al kunnen ze dat betalen. Ook waar ik eerder woonde, in Vreewijk, heb ik nooit het gevoel gehad in een gesegregeerde samenleving te wonen (behalve dan toen de vrijwel geheel blanke Nieuwe Dalenwijk in het nieuws kwam omdat Janmaat goed scoorde bij de verkiezingen en ik me afvroeg hoe dat was voor mijn overbuurvrouw, de enige zwarte vrouw in de straat volgens mij). Daarnaast zegt fysieke locatie niet per se iets: in de VINEX-wijk Carnisselande, waar ik helaas zo’n zes jaar heb gewoond, staan dure woningen vlakbij sociale huurwoningen, maar ik heb nooit de illusie gehad dat de miljonairs daar gezellig op de thee gingen bij hun minder rijke overburen.

Uiteindelijk sluit BSB af met het verhaal dat ze hoopt dat het smsje dat een vriendin kreeg, met een oproep tot rellen, van een rare eenling was. Dat ze hoopt dat het er niet van komt. Dat het eng is dat er mensen zijn die eraan denken. “En dat tegen de achtergrond van een tijd waarin de media steeds gretiger roept dat het hier ook kan gebeuren.” Het getuigt wel van lef om dat te zeggen als je artikel geplaatst wordt onder de kop “Rotterdam ruikt naar rellen” en je net duizend woorden hebt gewijd aan een beeld van een angstaanjagende Rotterdamse ghetto waar rellen net zo waarschijnlijk zijn als in Londen.

Journalisten zonder zelfreflectie die suggestieve, ongefundeerde pulp uitbraken en dan doen alsof het aan een ander ligt. Gelukkig hoeven we daar tegenwoordig in ieder geval geen bomen meer voor om te hakken, dat scheelt in ieder geval een paar slachtoffers. En nu ga ik ontbijten, en hopen op een mooie revolutie, beginnend met een protest van bejaarde lesbische kunstenaars die hun PGB kwijt dreigen te raken. Die gun ik wel een plasmascherm, of een filmabonnement.


vrijdag, 5 augustus 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Kaasrate

Al zo’n vijf jaar worden overal in het land vechtsportactiviteiten gebruikt om met name allochtone jongeren te betrekken bij sportclubs, integratie te bevorderen en sociale problemen te voorkomen. Dit kwam voort uit een programma van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de evaluatie hiervan was positief:

Zowel de harde cijfers als de inzichtgevende verhalen uit interviews en observaties laten zien dat vechtsport een belangrijke bijdrage kan leveren aan weerbaarheid, agressiebeteugeling en persoonlijke groei. Juist voor maatschappelijk kwetsbare jeugd biedt vechtsport mogelijkheden tot het verbeteren van hun psychosociale welzijn en maatschappelijke (re)integratie. Gekwalificeerde vechtsporttrainers met sportinhoudelijke én pedagogische kennis en vaardigheden vormen hierbij een sleutelrol. De opgetekende ‘harde’ en ‘zachte’ resultaten laten zien dat vechtsport geen wondermiddel is dat altijd werkt, maar tonen vooral ook de inspirerende persoonlijke én maatschappelijke beloften van vechtsport.

Genoten van karate?

Ergens in maart werd bedacht om met deze ervaren organisatie in zee te gaan om probleemjongeren discipline bij te brengen op een manier die bij hun beleveniswereld aansluit. Dat past helemaal in het veiligheidsbeleid (preventie en perspectief bieden), waarbij criminelen worden bestraft maar je probeert om te voorkomen dat jongeren tot criminaliteit afglijden. Je zou het zelfs kunnen zien als een onorthodoxe maatregel. Aangezien de meeste overlast wordt veroorzaakt door Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn die de doelgroep die prioriteit krijgt hierbij. Ook dat is beleid, en dat wordt breed gedragen – van Trots op Nederland tot en met GroenLinks.

Het NIVM (Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij) krijgt de opdracht en brengt dit eind juli naar buiten. Ook op Forum Gouda kwam het nieuws langs, waarna het een week lang stil bleef. Geen reactie, geen verontruste politici, helemaal niets. Tot het AD kopte over Marokkaanse probleemjongeren, met de melding dat het niet voor criminele jongeren bedoeld is. GeenStijl denkt “dat kan sappiger” en verzint er fietsendieven en verkrachters bij die graties naar de karate mogen. En all hell breaks loose.

Ineens worden er vragen gesteld, ineens ontploffen de Goudse twitteraccounts. Want je moet wel laten zien als politicus dat je “not amused” bent. En natuurlijk wordt er schande gesproken hierover. Dat het al op andere plekken in het land gebeurt doet er niet toe. Het gaat over Marokkanen en Gouda, dus het is totale gekte. Of het effectief is wordt al bijna niet meer gevraagd in de publieke opinie, het gaat alleen nog maar over “voor hun is het graties en voor ons niet”. En dat terwijl we moeten bezuinigen!

Om die laatste ballon maar gelijk lek te prikken: zo simpel is het niet. Ja, we moeten bezuinigen. Maar omdat veiligheid nou eenmaal een belangrijk issue is in Gouda is afgesproken dat op veiligheid niet wordt bezuinigd. In die pot geld zit bovendien nog wat geld van het Rijk dat alleen maar aan veiligheid mag worden uitgegeven, naar aanleiding van een busoverval in 2008. Dat geld kan dus niet naar armoede, zorg of de gewone sportsubsidies. Dus gaat het naar een project dat de veiligheid kan verbeteren. En ja, Marokkaans-Nederlandse jongeren hebben prioriteit omdat daar meer problemen zijn, dus dan wordt het daaraan besteed.

Ja maar, waarom voor hun gratis en niet voor mij? Ook simpel. Er gaan jaarlijks al miljoenen euro’s naar alle Goudse kinderen, via sportclubs, onderwijs, culturele instellingen, enzovoort. Het geld zit verspreid over allerlei potjes dus vergeef me dat ik het exacte bedrag niet weet, maar reken maar op tientallen tot honderden euro’s per Gouds kind (de volledige begroting is zo’n 2500 euro per Gouwenaar) voor zaken waar ieder kind gebruik van kan maken. Plus potjes als de Geld-Terug-Regeling zodat je je kind ook kan laten sporten als je niet zoveel geld hebt.

Een hoop gedoe dus om een plan dat op meerdere plaatsen voorkomt, past in ons beleid en niet ten koste gaat van de gewone Gouwenaar. Dat wordt verziekt in de media door halve waarheden, aannames en tendentieuze berichtgeving, waardoor het enige criterium waarop je dit af moet rekenen (hoe effectief is het? en zelfs Theo Krins is daar positief over) uit het oog verdwijnt. De ironie is ook dat de bevolking enerzijds vraagt om de veiligheid te verbeteren, met name waar het gaat om de problemen met Marokkaans-Nederlandse jongeren, maar als dat dan daadwerkelijk gebeurt de eerste reactie is “waarom wordt er voor hun nou wel wat gedaan?”.

Je zou er haast agressief van worden. Is daar een cursus voor?

vrijdag, 15 juli 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Afsluiting van het bezuinigingsproces: de kadernota

In divers, andere partijen, armoede, armoedebeleid, begroting, beleid, beperking, bezuinigen, bezuinigingen, en meer.

Stap voor stap heeft de gemeenteraad haar keuzes gemaakt om 56 miljoen euro te bezuinigen. De eerste richtingen werden al in het coalitieakkoord aangegeven. Toen was er echter te weinig financiële informatie bekend om al concrete keuzes te maken. Die kwamen gaandeweg: het college presenteerde eind vorig jaar het bezuinigingspalet ‘samenwerkend aan morgen’. Hierin gaf zij haar visie op de taken van de overheid en de keuzes die de gemeente daarbij zou moeten maken. De contouren van de invulling van de 56 miljoen werden hierin geschetst. In februari boog de gemeenteraad zich over dit document. In 2 commissierondes (met in totaal vier vakgerichte commissievergaderingen en één afsluitende gecombineerde vergadering) werd uitgebreid stilgestaan bij alle voorstellen. GroenLinks kon zich toen wel vinden in de richtingen die het college schetste, maar had grote zorgen over de haalbaarheid van de bedragen en de effecten van die bezuinigen. Wij wilden op veel onderwerpen eerst meer informatie voordat we over konden gaan tot een definitief besluit. Tussen februari en juli zijn er daarom veel extra notities geproduceerd en bediscussieerd. Een greep uit de onderwerpen: leerlingenvervoer, schoolzwemmen, de Wmo, het nieuw sociaal beleid, het Centrum voor Jeugd en Gezin, armoedebeleid, duurzaamheid, innovatiebeleid, Cultuur Totaal, de bibliotheek, het Centrum voor de Kunsten, de sporttarieven, ijsbaan en sporthallen. Je kunt wel stellen dat dit college niet stil heeft gezeten, en de gemeenteraad dus ook niet!

Bij al deze discussies hebben de politieke partijen hun mening gegeven en keuzes gemaakt. Daarom was te debat over de kadernota redelijk voorspelbaar (immers, alle grote, belangrijke, gevoelige onderwerpen waren al aan de orde geweest). Toch was het vaststellen van de kadernota een belangrijk moment: hiermee ging de gemeenteraad definitief akkoord met de bezuinigingsvoorstellen. Uiteindelijk werd de kadernota alleen goedgekeurd door de coalitiepartijen (waaronder GroenLinks dus). Helaas hebben de oppositiepartijen, om uiteenlopende redenen, tegen gestemd.

Lees hier een beschouwing op de voor onze fractie meest belangrijke punten bij de kadernota.

Intensiveringen

Een moeilijk woord om te zeggen dat we ervoor kiezen om niet alleen te bezuinigen, maar dat we het ook belangrijk vinden om geld vrij te maken voor nieuwe dingen die we nodig vinden voor de stad. De belangrijkste investeringen die we willen doen zijn: bijna 9 miljoen euro extra uittrekken voor armoede en Wmo beleid. Dit geld is hard nodig om de kwetsbaarsten in onze gemeenschap te ontzien, en was een belangrijk punt voor GroenLinks bij de coalitievorming. Verder kiezen we ervoor om structureel geld vrij te maken voor duurzaamheid. Met dit geldt zetten we in op een verduurzaming van het hele gemeentelijke beleid. Met design en innovatie willen we nieuwe projecten mogelijk maken, creatieve oplossingen bedenken voor bv zorg of leefbaarheidsvraagstukken. Hiermee creëren we werkgelegenheid maar ook meer welzijn voor onze inwoners. Met name de laatste twee zaken lagen onder vuur van de oppositie. Zij wilden dit geld liever gebruiken om minder te bezuinigen op andere zaken. Wij blijven van mening dat als je echt toekomstgericht bezig wilt zijn, en kansen wil creëren voor een positieve ontwikkeling, je daar dan ook wat geld voor moet vrijmaken.

Welzijn/Wmo

GroenLinks is tevreden met de koers die uitgezet wordt in het sociale domein. We kijken naar eigen kracht en willen mensen eigen regie geven over hun leven, ook als ze een beperking hebben. We stimuleren hen om met hun eigen netwerk te zoeken naar maatwerk oplossingen. Maar we blijven als overheid wel zorgen voor een stevig vangnet voor diegenen die het anders niet redden. Eigen kracht betekent niet zoek het zelf maar uit! Onze GroenLinks-wethouder Lenie heeft met deze portefeuille een stevige opdracht. Het is haar gelukt om een flinke bezuiniging in te boeken, en de gevolgen daarvoor te beperken. Dit heeft wel pittige discussies opgeleverd, zoals bv over het leerlingenvervoer en het schoolzwemmen, niet alleen in de gemeenteraad, maar ook met al die organisaties in de stad. Tot nu toe is het haar gelukt om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Zelfs met welzijnsorganisatie Lumens, die een forse bezuiniging moet realiseren, is het grotendeels gelukt om in overleg tot oplossingen te komen. GroenLinks wil wel de effecten goed in de gaten kunnen houden. Dit heeft de wethouder toegezegd.

Arbeidsmarkt

GroenLinks is erg bezorgd over de ontwikkelingen op het arbeidsmarktbeleid. De invoering van de Wet Werken naar Vermogen legt een onuitvoerbare opdracht bij de gemeenten. Daarom heeft Eindhoven (na het unaniem aannemen van een actuele motie van onze fractie) zich tegen het bestuursakkoord gekeerd. Het is nu nog even afwachten hoe het verder gaat. Maar duidelijk is wel dat de participatie van inwoners in een kwetsbare situatie steeds meer onder druk zal komen te staan. GroenLinks blijft zich inzetten voor deze doelgroep!

Sport

Het college wilde de ijsbaan dichtdoen. Daar was de raad, inclusief GroenLinks het niet mee eens. De ijsbaan is immers de enige breedtesportvoorziening voor schaatsers. Uiteindelijk is er overeenstemming gevonden over een bezuinigingspakket binnen de sportsector, waarbij de tarieven (beperkt) mogen stijgen, en een sporthal wordt gesloten. GroenLinks ging akkoord en diende met een aantal andere partijen moties in om de randvoorwaarden goed vast te leggen.

Cultuur

Misschien waren dit wel de moeilijkste bezuinigingsvoorstellen waarover we moesten besluiten: de bezuinigingen op de bieb en het CKE. Een debat met een open einde: want we zijn het weliswaar eens met de denkrichtingen van het college, maar nog niet overtuigd van het bedrag. Daarom worden er nog aanvullende onderzoeken gedaan en beslissen we bij de begroting pas definitief over de hoogte van de bedragen. Onze fractie vond het wel erg jammer dat er in de beeldvorming, actief gevoed door een aantal oppositiepartijen, het idee werd gewekt dat de coalitie alle wijkfilialen van de bibliotheek wilde sluiten zonder dat er iets anders voor in de plaats komt. De afspraak is immers dat de wijkfilialen pas kunnen sluiten als er een alternatief in de vorm van een wijksteunpunt in de wijk gerealiseerd wordt. Hiermee blijven we de doelgroepen in de wijk bedienen, alleen zoeken we aansluiting bij de nieuwe ontwikkelingen in het bibliotheekwezen. Eerder schreef ik op deze blog al een stuk specifiek over deze bezuinigingen.

Ruimtelijke opgave

Om de bezuinigingen in het ruimtelijke domein goed in beeld te brengen, en de raad in staat te stellen om prioriteiten in de ruimtelijke ontwikkeling te stellen en daarin keuzes te maken, heeft het college een ‘meerjareninvesteringsplan’ gemaakt. GroenLinks vond dit document een goede start maar nog niet helemaal goed uitgevoerd. Het college zegde ons toe om dit verder uit te werken bij de begroting.

Een heel wezenlijk punt in het meerjareninvesteringsplan baarde ons stevige zorgen: het ontbreken van de gebiedsontwikkeling Groen Gennep. Daar wordt nu stevig gebouwd aan de nieuwe Fontys Sporthogeschool, maar het geld voor de natuurontwikkeling blijft achterwege, sterker nog, staat niet eens genoemd in het meerjareninvesteringsplan! Dat was voor GroenLinks niet acceptabel. Middels een motie, die breed gesteund werd in de raad, is het ons gelukt om de groenontwikkeling van de Genneper Parken op te nemen als strategisch project in het meerjareninvesteringsplan.

Dit waren voor onze fractie de belangrijkste punten die overbleven na alle discussies die de afgelopen maanden zijn gevoerd. Het college heeft ons toezeggingen gedaan waardoor wij met vertrouwen in kunnen stemmen met de kadernota. Het college gaat deze besluiten nu uitwerken in de begroting. Bij de begroting zullen wij de voorstellen opnieuw toetsen op haalbaarheid en effecten.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 4887 uur (203,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 1 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2