dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


donderdag, 12 januari 2012

Ger Bosma

Ger Bosma

Koken met Godwin: de Reductio ad Hitlerum

In algemeen, etymologie, ge(r)neuzel, geen commentaar, geschiedenis, internationale politiek, adolf, chat, delen, en meer.

Zoals eenieder die geregeld met lieslaarzen door de krochten van het internet waadt ongetwijfeld weet,  lopen veel internetdiscussies na verloop van tijd uit de hand. Na het uitwisselen van een rits aan zowel steekhoudende als onzinnige argumenten, komt er gegarandeerd een moment waarop een balorige of gefrustreerde reaguurder als eerste Hitler en de nazi’s erbij sleept. Of zoals advocaat en deskundige op het terrein van internetrecht Mike Godwin het in 1990 snedig formuleerde:

naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler één.

Zelfs al betrof het oorspronkelijk een volstrekt onschuldige discussie over kinderpostzegels of de merites van handgebreide wollen sokken.

Vergelijkingen met het nazisme of Adolf Hitler slaan vrijwel standaard elke discussie dood. Op usenetfora, in de begintijd van internet, werden dergelijke vormen van drogredenatie door moderatoren niet zelden bestraft met het rücksichtslos beëindigen van het betreffende topic. De Wet van Godwin stipuleert overigens niet veel meer dan dat op het moment dat voor het eerst het H-woord valt, de discussie blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum heeft bereikt.

Een speciaal geval van zo’n drogredenering is de Reductio ad Hitlerum, een term van de naar de VS geëmigreerde Joods-Duitse filosoof Leo Strauss (1899-1973). Kort gezegd komt het erop neer dat wanneer je in staat bent je tegenstander met een of ander polemische kunstgreep te manoeuvreren in het kamp van Hitler’s Derde Rijk, je automatisch de ander hebt gediskwalificeerd. Dit volgens de logica: “Adolf Hitler (of het nazibewind) was X, dus X is slecht.” Een van de meest fascinerende en vaakst genoemde voorbeelden van een Reductio ad Hitlerum is dat vegetarisme niet deugt, omdat (naar verluid) Hitler een vegetariër zou zijn. Een ingezonden vraag, voorgelegd aan de bekende Amerikaanse voedingsgoeroe John Robbins verwoordt dit prangend:

“You people who say that we would all be more peaceful if we ate a vegetarian diet always seem to forget that Adolph Hitler was a vegetarian. That pretty well destroys your belief system, doesn’t it?”

Vooral overtuigde carnofielen bedienen zich vaak van deze drogredenatie. Als de meest bloeddorstige dictator uit de wereldgeschiedenis geen karbonaadjes at, legitimeert dat voor hen klaarblijkelijk het eten van vlees en plaatst in een moeite door vegetariërs in het beklaagdenbankje.

Op de site van de Canadese Windsor Animal Action Group (WAAG) stond tot voor kort een artikel waarin ‘The Animal-Loving Vegetarian Hitler Myth’ genadeloos werd gefileerd. In zeer vermakelijk proza worden alle drogredenaties die Hitler portretteren als onvermoede dierenvriend, vegetariër of tegenstander van vivisectie bij dieren ontdaan van mystificaties en onjuistheden. Mystificaties waarin Hitler zelf overigens een niet geringe rol speelde. De eindconclusie over Hitlers vermeende vegetarisme is ronduit vermakelijk:

“Occasionally eating only cabbage, as supposedly prescribed by his physician to cure Hitler’s bouts of meat consumption-induced sweatiness and flatulence, is not representative of and does not constitute a vegetarian diet; neither does a binge on pop and chips, nor an all out fast. Hitler’s reputation for being a vegetarian seems to consist solely of his not having eaten “red” meat. The effort to describe Hitler’s eating habits as vegetarian requires changing the definition of “vegetarian” to exclude liver, ham, and sausages from the list of meats, and changing the definition of “animal” to exclude pigs and birds.”

Voor wie inmiddels benieuwd is geworden wat dan wel het favoriete recept van de Führer was (en daar in het internettijdperk ook meteen even een licht verteerbaar YouTubefilmpje bij verwacht) heb ik geen goed nieuws. De aangekondigde bereiding in een kookprogramma van Hitler’s favoriete gerecht Gebakken Forel in Botersaus, leidde in België eind 2008 tot veel tumult. Het lievelingsgerecht van de Führer zou door kok Jeroen Meus bovendien weinig tactisch worden bereid op een steenworp afstand van het Adelaarsnest van Adolf Hitler, nabij de Obersalzberg bij Berchtesgaden. De keuze voor Hitlers forelschotel veel onbegrip op. Eerdere delen waren gewijd aan personen die je hooguit als cereal killers zou kunnen kwalificeren, namelijk Roald Dahl, Jacques Brel, Salvador Dali en Freddy Mercury.

Bij overlevenden van de Holocaust schoot de ‘Koken met Hitler’-aflevering die de VRT haar kijkers wilde voorschotelen dus danig in het verkeerde keelgat. De ontstane commotie toont meteen ook de werking van een Godwin in optima forma: de gewraakte aflevering ging vrijwel direct van tafel. Terry Davids van het Vlaamse magazine Joods Actueel reageerde opgelucht:

‘Het was een walgelijk idee. De makers van dat programma hebben er niet bij stilgestaan dat er nog overlevenden van de Holocaust zijn, en dat het onderwerp nog altijd zeer gevoelig ligt bij de nabestaanden. Alsof je in de kelder van Marc Dutroux zijn lievelingsgerecht zou klaarmaken. Maar dat zou natuurlijk niemand in zijn hoofd halen. Ik vraag me trouwens af wie er geïnteresseerd is in wat een massamoordenaar graag eet.’

Nee, van zulke gestoorde lieden is de menukeuze niet zelden zeer onsmakelijk. Het wordt ongetwijfeld het meest malicieus verwoord in de film Silence Of The Lambs, wanneer psychopaat Hannibal Lecter de telefoon ophangt met de onheilspellende woorden: I do wish we could chat longer, but… I’m having an old friend for dinner.”

© Armworstelaars Patrick Hoff & Josh Sommers

zondag, 8 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn weblog in 2011

In blogs, persoonlijk, cijfers, statistiek, weblog, duurzame energie, energie, facebook, google, en meer.

In 2011 heb ik mijn best gedaan mijn weblog wat constanter bij te werken. Dat is zeker niet het hele jaar door gelukt. Met 134 berichten heb ik in 2011 wel gemiddeld 2 berichten per week weten te schrijven naast mijn werk en gezinsleven. Best een behoorlijk aantal, al heb ik ook een hoop berichten in concept staan die dat nooit ontgroeid zijn en in de loop van de tijd achterhaald zijn.

2011 leverde wel het hoogste aantal bezoeken op. Al is dat aantal al een paar jaar redelijk stabiel rond de 17 duizend.

Aantal bezoekers
2007 100
2008 9.476
2009 17.833
2010 17.061
2011 17.946

Top verwijzers

De impact van sociale media is in de lijst met verwijzers erg duidelijk aan het worden. Voorheen was dat lijstje eigenlijk saai, saaier, saaist met Google aan kop gevolgd door andere zoekmachines, zoals Yahoo! en Bing. Voor 2011 ziet dat lijstje er duidelijk anders uit met twitter.com, facebook.com, startgoogle.startpagina.nl en linkedin.com. Dat zijn dus 3 sociale netwerksites en de google subpagina van startpagina, en geen google.com. De 5e is een intern IP nummer (127.0.0.1), dus ik vermoed dat er vanuit een aantal bedrijven en organisaties driftig meegelezen wordt… De koppeling die ik heb tussen mijn verschillende sociale netwerkprofielen, waardoor ik blogberichten automatisch doorplaats op Twitter, Facebook en LinkedIn heeft dus effect. Hyves komt niet voor in de lijst al plaats ik mijn berichten daar ook nog steeds. Buiten mijn nichtjes zie ik daar eigenlijk nauwelijks tot geen activiteit meer plaatsvinden.

De meest gezochte termen waren symbid, (het) zonnecollectief, krispijn beek (hoe verrassend ;-) en wijwillenzon (de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van Urgenda).

Meest gelezen berichten

In het lijstje met meest gelezen berichten valt vooral een ouwetje op over de Seagulll buitenboordmotor. Daarnaast is er in Nederland blijkbaar erg veel belangstelling voor zonneboilers en zonnepanelen, want dat is het voornaamste onderwerp dat verder de top 5 heeft gehaald. Buiten dan We Generate, dat inmiddels is samengegaan met Qurrent. Of ben ik zo saai in onderwerpkeuze geworden dat het enkel nog over duurzame energie gaat? ;-)

  1. Seagull aan de praat  August 2004
  2. Wij willen zon!  November 2010
  3. Zonneboiler actie van Urgenda & het Zonneboilercollectief July 2011
  4. We Generate: het energiebedrijf van de toekomst February 2011
  5. De zonneboiler in gebruik May 2011

woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Installatie van een pastoor in deze tijd

In dossier aartsbisdom, hart, kerk, mensen, olie, regels, stuk, utrecht, vrijheid, en meer.

Onderstaand stuk verscheen in het septembernummer van het parochieblad van de Paus Johannes XXIII parochie,  Open Venster, Editie Odijk. Toen ik het weken later nalas, merkte ik, dat ik onbewust de stijl van honderd jaar geleden had gebruikt om de installatieplechtigheid in 2011 te beschrijven. Ik merkte ook, dat mensen dat herkenden. Tegelijk was het kenmerkend voor de plechtigheid. We vonden het nodig aan het verslag een commentaar toe te voegen. Hierboven komt een brief waaruit blijkt, dat de bezorgdheid terecht is.

Moeder ziet haar zoon als pastoor geïnstalleerd

Zijn negentigjarige moeder was er bij toen Frenk Schyns tot pastoor van onze Paus Johannes XXIII Parochie werd geïnstalleerd door Hulpbisschop Mgr. Drs. Herman Woorts. Daar waren ook honderden parochianen, de burgemeesters van Houten en Bunnik naast enkele mensen uit Benschop, de vorige standplaats van de nieuwe pastoor. Er was een koor, dat alle engelenkoren naar de kroon stak en er was een perfect geregisseerde plechtigheid met misdienaars en acolieten en alle leden van het nieuwe pastoresteam inclusief de twee nieuwe pastoraal werksters, Elisabeth van Dijl en Meike Hettinga.

Terwijl alle aanwezigen uit volle borst het Veni Creator in het Nederlands zongen trad de stoet van geestelijken de kerk binnen. De plechtigheid begon met het voorlezen van de benoemingsbrief door de vicevoorzitter van het parochiebestuur, mevrouw E. Kok-Hendriks. Mgr. Woorts nodigde Frenk Schyns uit de ambtseed af te leggen met de hand op het Evangelieboek. De eed omschrijft gedetailleerd alle taken van een pastoor. Toen was het de beurt aan de twee pastoraal werksters hun ambtseed af te leggen.

De drie lezingen sloten aan bij het karakter van de viering: het belang van gehoorzaamheid aan de regels, hoe goed het is, dat God ons liefheeft en wij Hem en onze naasten liefhebben en dat je van Christus kunt leren, dat nederigheid en zachtmoedigheid belangrijke deugden zijn voor een pastor. De overweging van Mgr. Woorst ging uit van de verering van het H. Hart van Jezus, symbool van de liefde van Jezus voor de mensen. We vierden immers die dag het H. Hartfeest.

Het was een viering vol symbolen. De pastoor ontving uit handen van leden van de pastoraatsgroepen hostieschaal, kelk en altaarmissaal, de sleutel van het tabernakel, zijn zetel op het priesterkoor,  de ambo, de doopschaal met schelp, de biechtstool, de witte stola en de heilige olie. De geloofsbelijdenis kreeg in deze viering een bijzondere nadruk.

Na afloop konden de aanwezigen in en om de H. Familieschool kennis maken met de nieuwe pastores en vooral ook elkaar ontmoeten. Daarbij lieten zij zich de koffie met cake goed smaken.

Maar wat vond je er nu zelf van?
De plechtigheid ademde de nieuwe sfeer in het Aartsbisdom. Dat merkte je al in het begin bij het afleggen van de ambtseed. De nieuwe pastoor wordt gevraagd onder ede te beloven, dat hij overeenkomstig de kerkelijke voorschriften – prima – en in onderwerping aan de paus van Rome en aan de aartsbisschop van Utrecht – dat is nogal wat – de plichten van zijn herderlijk ambt getrouw en stipt te vervullen; dat hij naar best vermogen zal zorg dragen voor het zielenheil van zijn gelovigen – moet je de zorg voor de gelovigen niet breder zien? – en dan zou het voor mij voldoende zijn. Maar dan moet hij ook nog nadrukkelijk zweren, dat hij de liturgische voorschriften nauwkeurig zal nakomen, de kerkgebouwen goed zal onderhouden en het overige bezit goed zal beheren. Nu zijn er in den lande pastoors geweest, die zich veel vrijheid permitteerden in de liturgie en ook een enkeling, die uit de kerkelijke pot graaide, maar voor mij is hier toch sprake van een dwangmatige neiging mensen in een kerkelijk gareel te dwingen. Ik heb ook grote moeite met de term onderwerping alsof het eigen geweten van een pastoor geen rol meer zou mogen spelen. Juist dat automatisch gehoorzamen aan een hoger gezag maakte landen met veel katholieken extra geneigd fascistische ideologieën te accepteren.

Verderop in de viering hernieuwde de pastoor zijn wijdingsbeloften. Die beloften zijn veel gematigder van toon en sluiten ook beter aan bij de verwachtingen van de gewone mensen, de parochianen. Die verwachten een pastoor, die hen nabij is, geen politieagent, die voortdurend controleert of er geen regels overtreden worden. Ze verwachten een priester, die hen inspireert net als Jezus van Nazareth het goede te doen en alles over te hebben voor de mensen. Er wordt in die wijdingsbeloften niet gesproken over onderwerping aan de bisschop, maar over eerbied en gehoorzaamheid. In gehoorzamen zit het woord horen, luisteren naar jouw bisschop om vervolgens je eigen gewetensbeslissing te nemen.

Voor ons parochianen is het goed te weten, dat een pastor gemakkelijk klem kan komen te zitten tussen een aartsbisschop met een wat dwingende bestuursstijl en de verwachtingen van ons, die vooral een menselijke benadering van een pastor op prijs stellen. Laten we onze nieuwe pastoor Frenk Schyns open en eerlijk en met veel begrip tegemoet treden.

woensdag, 9 november 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Kinderen reizen straks met hun eigen reisdocument

In familie, zorg en welzijn, buitenland, kinderen, nederlandse identiteitskaart, reizen, vluchtelingen, 2012, automatisch, nederlandse.
Subheader: 
Geldigheid kinderbijschrijvingen vervalt vanaf 26 juni 2012

Met ingang van 26 juni 2012 vervalt de geldigheid van kinderbijschrijvingen in paspoorten en reisdocumenten voor vreemdelingen en vluchtelingen. Vanaf dat moment moeten kinderen een eigen paspoort, Nederlandse identiteitskaart of ander reisdocument hebben als zij naar het buitenland willen reizen. Bij grenscontrole zullen kinderbijschrijvingen vanaf dat moment niet meer worden geaccepteerd als middel voor grensoverschrijding. Bestaande bijschrijvingen in paspoorten worden op 26 juni 2012 automatisch ongeldig.

lees verder

zondag, 6 november 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Bijzondere Wajong Werkt Presentatie

In amersfoort, arbeid, betalen, bijeenkomst, cnv, eerste, euro, geloof, gevonden, en meer.
MEE Zuid-Hollandse Eilanden organiseerde op 27 Oktober een netwerkbijeenkomst in Spijkenisse. Het thema van deze bijeenkomst was Arbeid, en met name de aanpassingen in de Wet werken naar vermogen en de Wajong uitkering. Op deze bijeenkomst kwamen wethouders, beleidsmedewerkers en directeuren van bv. sociale werkvoorzieningen. Andre Rouvoet trad op als dagvoorzitter en ook wij vanuit CNV Jongeren Wajong Werkt Promotieteam waren daarvoor uitgenodigd om iets meer te vertellen over wat wij deden en een presentatie te geven.

Alles wat afgelopen Donderdag mis kon gaan was ook bijna allemaal mis gegaan, ik wilde eerst met de trein van 7:40 richting Rotterdam vertrekken maar had al door dat dat net niet lukken zou en met de trein van 8:06 zou ik ook nog steeds ruim op tijd in Spijkenisse zijn.

7:50 zag ik hoe lang de rij bij de kassa was en bedacht mij, had mij voor genomen om daar naast het treinkaartje een Metro en Bus kaart te kopen en misschien wat extra geld te pinnen maar aangezien de rij zo groot was ging ik maar naar een treinkaartjes automaat.

De rit Hoogeveen - Zwolle verliep goed, de trein richting Amersfoort en dus ook Rotterdam Centraal vertrok helaas 5 minuten later dan was bedoeld, op zich niet zo’n probleem want dan zou ik in Rotterdam nog voldoende overstap tijd over houden. Na de laatste stop richting Amersfoort begon ik mij minder gemakkelijk te voelen, de trein begon veel zachter te rijden en er werd ook periodiek omgeroepen:”excuses dat wij zo zacht rijden”,”er is niets aan de hand maar voor ons rijd een langzame trein”

Zelf startte ik maar een gesprek met een mede passagier over het openbaarvervoer Rotterdam en het was tijdens de rit zo gezellig dat zij ook automatisch een Wajong Werkt presentatie kreeg zonder dat ik spiekte in mijn map (achteraf gezien erg handig).

In Rotterdam aangekomen had ik intussen een ruime 15 minuten vertraging opgelopen, kocht dus snel een metro kaart waar je 2x mee mocht reizen, vervolgens pinde ik elders 20 Euro en toen ik richting de Metro liep en de tijden zag vreesde ik geen aansluiting meer te kunnen krijgen met de bus die ik wilde hebben. Belde dus meteen naar mijn contact persoon van het CNV Jongeren maar die kon ik niet bereiken, geen nood dacht ik en besloot te bellen naar het CNV en vroeg toestemming om maar een taxi te pakken.

Voor dat ik de taxi instapte melde ik aan de chauffeur:”ik heb 20 Euro bij mij”,”moet naar adres x in Spijkenisse”,”ga ik dat redden”. “Nee” was het antwoordt, “Dat gaat je zo’n 80 Euro kosten!” ik liep snel terug naar het pinautomaat en ik kreeg meteen een rood scherm met daarbij de mededeling:”u heeft vandaag al teveel ge-pint”,”pin eerst weer bij uw eigen bank”

Besloot terug te gaan naar betreffende chauffeur en vroeg aan hem of hij onderweg bij een SNS bank langs zou komen, voor een ritje van 80 Euro zou dat wel moeten kunnen. Eerst werdt ik bij een bank afgezet die niet meer bestond en daarna was hij door gereden naar de Coolsingel in Rotterdam, liet mijn GroenLinks tas met presentatie mappen en overige inhoud achter als bewijs dat ik terug keren zou. De Chauffeur zou een stukje door reiden na het mij afzetten omdat waar wij stonden mocht hij niet stil staan.

Nadat ik bij een SNS automaat ge-pint had was de taxi nergens meer te vinden, een poosje rondjes blijven door de Coolsingel en tussendoor wat in de ronde gebeld en uiteindelijk maar een andere taxi genomen.

Ik kwam echt exact op tijd aan, Andre Rouvoet vroeg nog of ik behoefte had aan een kop koffie vooraf wat ik zelf niet nodig vond. Wij, de persoon waarmee ik de Wajong werkt presentatie gaf en ikzelf kregen een glas water en geloof het of niet.. De presentatie verliep vrij soepel.. Normaal gesproken heb ik een spiek briefje bij mij met wie wat gaat zeggen en daarnaast wat steekwoorden voor mezelf. Ook voor mij was het weer een nieuwe presentatie die ik nog niet kende van vorige keren (best een beetje trots op mezelf)

Na onze presentatie volgde er nog een kort afrondend gesprek over wat anders en beter zou kunnen qua werkgelegenheid voor mensen met een handicap. Zelf plaatste ik niet veel opmerkingen want wat ik dacht zou al aan de orde geweest kunnen zijn toen ik er niet was.

Na de afsluiting had ik nog even apart met Andre Rouvoet gesproken waar ik zelf tegenaan liep en wat ik van een aantal werkgevers weet waarom deze zelf liever geen Wajonger in dienst nemen ondanks de voordelen voor hen.

Zelf loop ik tegen scholing aan, ik mag pas naar school zodra ik een werkgever gevonden heb die mij in dienst neemt. Theoretisch en praktisch dus bijna onhaalbaar voor mezelf, ook had ik ooit een werkgever gevonden die de regels wel kende en kon het ook redelijk goed vinden met deze qua aanpak van diverse dingen bij hen op de werkvloer.. Werd binnen daar afgewezen op mijn ziektebeeld, bij NF2 kunnen er tumoren op zenuwen gaan groeien, zelf heb ik last van een aantal tumoren die in mijn rug zitten.

“Klaas”,”bij jou ziektebeeld groeien tumoren op zenuwen zeg jij”,”in je hoofd heb je toch ook zenuwen zitten?” Dat was destijds een beste klap in mijn gezicht, zou kunnen idd maar ik ga er niet vanuit dat daar iets groeien gaat.

Zelf heb ik ook meerdere werkgevers gesproken die de regels wel kennen maar meerdere malen een negatiever ervaring hadden gehad met een Wajonger dus daar liever niet weer aan beginnen, zeker binnen bepaalde sectoren zoals bijvoorbeeld de zorg stelt men een vast personeelsbestand ook wel op prijs.

Andre Rouvoet vroeg mij naar mijn leeftijd waarop ik aangaf bijna 34 te zijn en deze gaf bij mij aan dat mijn leeftijd voor werkgevers ook steeds meer in de weg zou kunnen gaan staan.

Van sommige mensen namen we nadien afscheid en ik bleef achter met 3 dames (gezellig) waarvan er 1 een Jobcoach is. Nog veel na gepraat over o.a. praktijk voorbeelden waar men allemaal tegen aanloopt en wat anders zou kunnen.. Nog ff wat gegeten en nadien werd ik naar het Metro station gebracht In Spijkenisse.

Toen ik met de Metro aangekomen was op trein station Rotterdam Centraal vloog ik als eerste naar de taxi parkeerplaats, sprak diverse chauffeurs met de vraag of ze een oproepje wilden doen over een verloren tas etc; gelukkig trof ik betreffende chauffeur ook… Deze was best wel ‘kwaad’, hij had wel minstens 4 uur op mij staan wachten aan de Coolsingel te Rotterdam en ik zou hem 20 Euro moeten betalen.. Nam mijn tas met inhoud aan, legde een tas met bloemen en een cadeautje wat ik ontvangen had op de grond met de intentie om de 20 Euro gewoon te betalen onder voorwaarde dat ik een bon zou krijgen.. (let op!! het was toen 15:30)

De vervolg vragen waren van wie ik de bloemen en gekregen had en hoe ik wel op de juiste locatie was aangekomen, zelf antwoordde ik netjes dat ik de bloemen plus een presentje had gekregen naar aanleiding van de presentatie die ik gegeven had (de chauffeur was daarvan op de hoogte). Er kwamen 2 chauffeurs bij staan en ik hoefde niet meer te betalen waarop ik betreffende chauffeur een hand gaf en hem bedankte. Wederom begon hij te foeteren, “ik heb minsten 4 uur op je staan wachten”,”mijn hele dag is stuk”,”hoe ben je er gekomen dan?”

Dacht bij mijn eigen meteen:”niet zo zeuren”,”greep naar mijn portemonnee met de intentie om wel een prijs afspraakje te maken” en antwoordde:”55 Euro” (de Coolsingel ligt op loop afstand van station Rotterdam Centraal). Wederom kreeg ik een aantal vragen:”Met welke taxi was je dan naar Spijkenisse gegaan”,”wie was de Chauffeur?”,”Hoe zag deze eruit?”, “mag ik de bon zien?”

Nadat ik de bon had laten zien kreeg ik wederom een kruis verhoor, voelde mezelf deels lullig want we zouden elkaar rond 13:00 wel over het hoofd gezien kunnen hebben en om die reden zou ik zelf ook niet lullig doen over genoemde 20 Euro, vond het alleen vreemd dat meneer beweerde 4 uur te hebben gewacht aan de Coolsingel terwijl toen ik hem weer trof amper 3 uur verder te zijn wat ik niet melde.

Betreffende Chauffeur vroeg weer:”hoe zag de chauffeur eruit die jou vervoerd had?”,”hoe zag de wagen eruit waarin je vervoerd werd?”, “waar zat de taxi meter?”,”zat deze in het dashbord of hing deze aan het plafond?” waarop ik de kleur van de taxi en bekleding van de taxi vermelde waar ook navraag over gedaan werd en vertelde erbij dat de meter op een paaltje op het dashboard stond.

Op dat punt begon ik mijn eigen een beetje te irriteren maar hield mij nog in, betreffende chauffeur zou best 10 minuten op mij gewacht kunnen hebben immers. Wederom voor de 3e keer kreeg ik de vraag wat ik in Spijkenisse had gedaan? In mijn beantwoording vermelde ik aan hem dat ik vanuit het CNV Jongeren een Wajong werkt presentatie moest gaan geven zoals met hem in de taxi al besproken was, vervolgde mijn betoog alleen richtte mij op zijn collega om het een en ander duidelijker toe te lichten.

Ik zei:”ik ben gehandicapt”,”ik wil aan het werk”,”er zijn meer mensen met een handicap die graag zouden willen en kunnen werken” Zelf ratelde ik hoe en waarom ik in aanraking kwam met CNV Jongeren Wajong werkt promotie team en stelde als voorbeeld:”Stel jij bent werkgever”,”ik kan aan jou uitleggen wat jou financiële voordelen zijn wanneer jij mij in dienst gaat nemen”

Zelf werd ik er een beetje ‘agressief’ in en gaf de Wajong werkt presentatie gewoon aan betreffende collega… Maakte van de voordelen van de werkgever gewoon zijn voordeel waarop de chauffeur die mij vervoerd had zijn eigen terug trok en nogmaals zij die 20 Euro hoef je mij niet te betalen en het werd een hand geven in de richting van onze vuisten lichtjes tegen elkaar aanstoten.

Om deze hele preek even met een lachertje, de terug reis Rotterdam Centraal – Hoogeveen verliep prima, vanaf Rotterdam centraal naar de eerst volgende halte scoorde ik een zit plek bij de trein deuren met een stel gezellige dames (studentes).

Bij de eerst volgende halte sprinte ik naar een 4 persoons zitje die beschikbaar was, tegenover mij kwamen 2 gezellige gesprekspartners te zitten en naast mij iemand die in slaap viel op mijn schouder.

Bij de overstap richting Hoogeveen hoefde hoefde ik mijn eigen ook niet te vervelen en het was wederom erg gezellig maar daar zal ik het niet over gaan hebben :P

zondag, 30 oktober 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Eindhoven Culturele Hoofdstad?

In activiteiten, architectuur, breda, commissie, cultuur, den bosch, dutch, eindhoven, europa, en meer.


Ruim een week geleden maakten wij, als stuurgroep Brabant Culturele Hoofdstad 2018, bekend dat we erover nadachten om aan de gemeenteraden en Provinciale Staten voor te stellen om Eindhoven voor te dragen als gemeente die namens ons volgend jaar het Bidbook moet indienen. Dat wordt steeds meer actueel omdat het artistiek team druk doende is dat Bidbook samen te stellen en zich goed oriënteert op onze sterke en zwakke punten in dat proces. Sondering bij de Europese Commissie, het ministerie van VWS, juryleden en andere direct betrokkenen maakte ons ook duidelijk dat het echt onvermijdelijk is dat het Bidbook door een stad moet worden aangeboden aan de Europese jury, zoals in de regelementen is vastgelegd en zeker nog tot 2020 zal gelden. Wel stelt de jury het zeer op prijs als het programma breed wordt gedragen door de regio en omliggende steden en zeker ook dat er samenwerking met andere partners binnen en buiten Europa wordt gezocht. En het feit dat de stad Essen destijds het bidbook indiende, maar dat iedereen weet dat Ruhr 2010 een event was waar alle Ruhrgemeenten intensief aan deelnamen, bewijst ook dat de indienende stad niet automatisch de hoofdrol speelt in het gebeuren rond Culturele Hoofdstad. Ook andere regio's bevestigen dit.

Wat ons stimuleerde om voor Eindhoven te kiezen was vooral dat deze grootste van de vijf deelnemende steden bij een Europese jury het meeste respect zou afdwingen en de verbinding tussen moderne post-industriele (culturele) stedelijkheid en traditionele kunst en cultuur het beste kan verbeelden. Ook al hebben alle andere partners ook zeer sterke punten in hun presentatie en ambities, Eindhoven kan als slimste stad ter wereld deze nominatie het beste binnen halen, lijkt ons. Bovendien heeft Den Bosch al haar handen vol aan Jeroen Bosch en dat zou juist contraproductief voor de nominatie kunnen werken en hebben Helmond, Tilburg en Breda een veel beperktere internationale uitstraling.

Ik werd afgelopen week nog eens bevestigd in deze voorkeur toen ik deelnam aan activiteiten in het kader van de Dutch Design Week in Eindhoven. In prachtige oude Philipsgebouwen, in indrukwekkende nieuwbouw, overal op straat en op pleinen en rondgereden door enthousiaste studenten in fraai gepimpte Mini's kon je overal je hart ophalen. Met productdesign, mode, film (van uiteraard Bredase deelnemers), architectuur en nog veel meer werden honderdduizenden bezoekers van heinde en ver ondergedompeld in deze hedendaagse cultuur. Een leuke opmaat richting 2018 en een stevige uitdaging voor alle andere partners van Brabantstad!

zaterdag, 22 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Een heksenjacht op pedoseksualiteit

In politiek, seksueel misbruik, cda, discussie, huis, integratie, maatschappij, mensen, nederland, en meer.

De vereniging Martijn is omstreden, daarmee is niets te veel gezegd. De club is gericht op de acceptatie van (seksuele) relaties tussen ouderen en kinderen. Het CDA grijpt de veroordeling van de voorzitter wegens het bezit van kinderporno aan om op een verbod aan te dringen. Het is echter zeer de vraag of dat verstandig is. Voor de strijd tegen seksueel misbruik kon het wel eens averechts werken.

De discussie over pedoseksualiteit is in de loop van de jaren een paar keer totaal verschoven (zie mijn artikel ‘tussen trauma en tolerantie‘ voor die ontwikkeling binnen de kerken). In de jaren zeventig en tachtig werd vooral gestreefd naar tolerantie en begrip. Het taboe moest doorbroken worden. De voortrekkers van deze tolerantie meenden zelfs dat het grootste probleem de reactie van de maatschappij is en niet de seksuele contacten zelf. Twintig jaar later is van dat streven naar acceptatie weinig over. Bijna niemand durft het op te nemen voor pedoseksualiteit. En voor pedoseksuelen zelf is steeds minder plaats in de samenleving, zeker als ze een keer veroordeeld zijn. Zo kunnen ze soms geen vaste woonplaats krijgen, worden er folders verspreid met namen en adressen van veroordeelde pedoseksuelen en werd het huis van een niet veroordeelde pedofiel belegerd. En nu sluiten partijen als het CDA zich aan bij burgerinitiatieven om de vereniging Martijn te verbieden.

Ik begrijp die gevoelens. Niet alleen door mijn eigen ervaringen, maar ook door mijn betrokkenheid bij en onderzoek naar slachtoffers van seksueel misbruik. Ik snap heel goed dat het een bedreigend idee is als er bij jou in de buurt iemand woont die seksueel misbruikt gepleegd heeft. Ik begrijp nog veel beter de woede over de vergoelijkende reacties van pedoseksuelen. Zoals de penningmeester van Martijn die de veroordeling van zijn voorzitter wegens het bezit en vervaardigen van een grote verzameling kinderporno (‘voor wetenschappelijke doeleinden’, zei hij zelf) zag als een ‘belemmering voor kinderen’ omdat die nu geen seksueel getinte foto’s meer mogen maken. Dit soort doorzichtige drogredenen – het beroep op kinderseksualiteit – laat vooral zien dat pedoseksuelen meestal niet in staat zijn om onderscheid te maken tussen hun eigen behoeften en de belangen van het kind. En daar zit hem nu net het probleem. Het recente boek van Steven van der Hoeven, Je ogen verraden je, toont dat ook heel scherp.

De vraag is volgens mij dan ook niet wat we zouden moeten vinden van seksueel contact met kinderen. Dat is verboden en dat zal het blijven ook. Terecht. Sterker nog: als daar een kind onder de twaalf bij betrokken is, valt het automatisch in de zwaarste categorie. En ook kinderporno wordt stevig aangepakt omdat het eigenlijk altijd seksueel misbruik impliceert.

De vraag is alleen wel hoe we omgaan met mensen die seksueel gericht zijn op kinderen. Die zijn er namelijk, naar schatting enkele tienduizenden in Nederland. Een deel van hen geeft nooit toe aan die geaardheid en is dus ook niet strafbaar. (Dat maakt het overigens problematisch om de term seksueel misbruik en pedoseksualiteit/pedofilie zomaar gelijk te stellen. Omgekeerd is er ook heel veel seksueel misbruik van kinderen binnen gezinnen (incest) en dan is er van pedoseksualiteit lang niet altijd sprake. Seksueel misbruik komt namelijk niet altijd voort uit seksuele motieven, maar kan ook gaan om macht en vernedering.)

Als we seksueel misbruik willen voorkomen, dan moeten we stilstaan bij de vraag wat potentiële daders van hun daad kan weerhouden en wat bij veroordeelde daders recidive voorkomt. En dan is het veel te simplistisch om te denken dat een verbod op een vereniging als Martijn iets oplost. Alsof er ook maar een pedoseksueel is die dan zal denken: ‘Oh, het mag kennelijk niet. Dan zal ik het maar niet meer doen.’Waarschijnlijk werkt zo’n verbod zelfs alleen maar averechts. Wie seksueel misbruik door pedoseksuelen wil voorkomen, die moet inzetten op hulpverlening en goede integratie in de maatschappij. Isolement, openlijke vernedering, uitsluiting en repressie vergroten de psychische problematiek en maken de kans groter dat mensen over de schreef gaan en zich richten op kinderpornografie of komen tot seksueel misbruik.

Ik heb deze zomer in Zuid-Afrika kennisgemaakt met PedoStop. Dit is een rehabilitatieprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen. Lionel, een van de deelnemers, vertelde uitgebreid over zijn leven, het misbruik dat hij gepleegd had en PedoStop. Net als bij AA-programma’s voor alcoholisten draait het programma om bewustwording, erkenning, en het aanleren van gedrag waarmee ze zichzelf kunnen beheersen. Niemand kan smoesjes en drogredenen beter doorprikken dan een medepedoseksueel, zo vertelde Lionel. Daarnaast is het van belang dat ze hun weg terugvinden naar de samenleving en daar integreren. Een goed geïntegreerd maatschappelijk leven is een belangrijke factor in het voorkomen van misstappen. PedoStop lijkt een succesvolle methode te zijn, al is er nog wel meer onderzoek nodig.

Pedoseksualiteit gaat niet zomaar over. Waarschijnlijk gaat de aanleg zelfs helemaal niet over. Niet door repressie, niet door uitsluiting, niet door opsluiting, niet door therapie, en ook niet door een verbod op een vereniging als Martijn, hoezeer ze het er misschien ook naar gemaakt hebben. Wat wel kan, is mensen die hiermee worstelen helpen te voorkomen dat hun neiging leidt tot misbruik van kinderen. Maar dan is het nodig dat wij onze eigen angst en woede overwinnen en het als samenleving aandurven om ook pedoseksuelen een leven te gunnen. Ter bescherming van kinderen.

Zero tolerance als het gaat om seks met kinderen, maar laten we alsjeblieft een heksenjacht voorkomen. Die is namelijk wel prettig voor de onderbuikgevoelens, maar maakt het probleem alleen maar groter. Daar zou de overheid zich niet voor moeten lenen.


vrijdag, 14 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Europese Groenen discussiëren

In column van de week, europa, beleid, bezuinigen, economie, eu, green, green deal, groenlinks, en meer.

DE SOCIALE DIMENSIE IN HET EU-BELEID

Het sociale beleid in de EU is vrijwel geheel voorbehouden aan de lidstaten. Er zijn wat kleine elementen EU-beleid geworden zoals de gelijke beloning van mannen en vrouwen en (een poging om meer eenheid te krijgen in) de duur van het zwangerschapsverlof. Vroeger werd altijd gezegd, dat wij in Nederland zo’n fantastisch goed sociaal beleid hadden, dat we er alleen maar op achteruit zouden gaan als de EU zich ermee zou gaan bemoeien. Inmiddels is in Nederland op zoveel terreinen een verslechtering van het beleid opgetreden, dat we maar al te vaak moeten constateren, dat de EU ervoor zorgt, dat het niet te erg uit de hand loopt. Voor de huidige regering is het alleen maar mooi, dat de EU er buiten blijft. Ze kan rustig doorgaan met het uitkleden van de verzorgingsstaat.

De Europese Groene Partij, een bundeling van Groene partijen van allerlei Europese staten, al dan niet lid van de EU, wil wat betreft het sociaal beleid toch tot een gemeenschappelijke visie komen. Tussen al die partijen bestaan grote verschillen. Een document, te vinden op de site van de Werkgroep Europa van GroenLinks, tracht tot een definiëring van sociaal beleid te komen. Wat de EU daarbij zou moeten doen is nog niet duidelijk. Nu gaat het vooral om de sociale aspecten van de New Green Deal. Hoe creëer je groene banen? Hoe bereid je de werknemers daarop voor? In het tweede deel gaat het over sociale tegenstellingen. Bij GroenLinks hebben die de laatste jaren minder aandacht gekregen, omdat ,em vooral keek naar manieren om iedereen aan een baan te helpen. Dan verminder je de sociale verschillen ook. Je laat de mensen niet levenslang in een afhankelijke situatie. Daardoor lijkt GroenLinks ook in sociaaleconomisch opzicht een liberale partij te worden. Dat maakt mij af en toe best ongerust over deze koers. Wat doe je als het niet lukt iemand aan werk te helpen, zelfs niet aan werk, dat de gemeentelijke overheid jou aanbiedt? Maar het zou kunnen werken als je het combineert met scholing en de mensen steeds een trede hoger op de maatschappelijke ladder komen. Hoe zorg je dat werkgevers meewerken? Wat doe je met de beroepswerkloze? Er zijn mensen, die het wel mooi vinden altijd in een uitkeringssituatie te zitten en die weinig eisen stellen. Maar tijdens de discussie, die ik meemaakte ging het daar niet zozeer over.

Terug naar de EU, die op sociaal gebied niet of nauwelijks bevoegdheden heeft. De EU kan wel stimuleren door een sociaal beleid te ontwikkelen met duidelijk meetbare doelen. De uitvoering van dat beleid is aan de lidstaten. Ze moeten rapporteren. Wat is er van de doelstellingen terecht gekomen? Dat wordt gepubliceerd. Maar halen die cijfers de media? Worden er dan de volgende dag Kamervragen gesteld? Vergeet het maar. Het zou wel moeten! De EU kan bij falen geen sancties opleggen.

Het ontbreken van Europese regels kan zeer asociaal uitpakken. Jarenlang onderhield een Finse rederij een veerverbinding tussen Helsinki en Tallinn. Toen kwam Estland bij de EU. De rederij verplaatste zijn hoofdkantoor naar Tallinn en plotseling golden de veel slechtere Estse arbeidsvoorwaarden. Volgens het Europese Hof mocht dat, want er waren geen regels, die het verboden. Die lacune in de regelgeving wordt nu hersteld. Zo moet een Nederlandse onderneming zijn Poolse vrachtautochauffeurs betalen volgens de Nederlandse cao. De EU kan de Nederlandse regering erop wijzen, dat bezuinigen op onderwijs en innovatie slecht is voor de economie.

De EU heeft wel duidelijk beleid voor meer werkgelegenheid. Dat sociaaleconomische beleid kan helpen bij de bestrijding van de armoede en van regionale verschillen in welvaart. De EU heeft altijd een regionaal-economisch beleid gekend. Zo werden de oude mijnbouw- en industriegebieden geholpen bij de herstructurering van de economie en dat gold ook voor gebieden, waar arbeidsintensieve industrie verdween zoals de Twentse textielindustrie en voor eenzijdige agrarische gebieden, waar door de rationalisatie een enorme uitstoot van arbeidskrachten plaatsvond. Niet overal was dit beleid succesvol. Nieuwe wegen en industrieterreinen aanleggen leidt niet automatisch tot vestiging van nieuwe industrieën. Welke initiatieven komen uit de streek zelf? Is men in staat de slimme jonge mensen vast te houden? Hoe is het belastingklimaat? Zijn er machtige vakbonden, zoals in het Ruhrgebied? Is er een ondernemersvriendelijk bewind? Is er veel corruptie en cliëntelisme? Werkt de overheid efficiënt? Is er een goede economische infrastructuur? Denk aan notarissen, makelaars, advocaten, banken, verzekeringen, reclamebureaus, bodediensten en ICT-bedrijven? Hoe is de ligging ten opzichte van een koopkrachtige markt? Zijn er voldoende hooggeschoolde arbeidskrachten en/of juist ook laaggeschoolde goedkope weknemers?  In een aantal economisch sterke regio’s zie je deze vestigingsvoorwaarden in sterke mate aanwezig. Ze concurreren heel sterk met elkaar, maar werken ook samen. De economie en daarmee de werkgelegenheid blijft er groeien. Veel mensen vestigen zich daar, zoals in de Randstad te zien op de openingspagina van de Volkskrant de volgende dag. Tegenover die sterke gebieden zijn er veel zwakke regio’s, na de uitbreiding van de EU nog veel meer dan vroeger. Veel geld per regio is niet beschikbaar. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat het vooral van de mensen in zo’n regio uit moet gaan. In vertrekgebieden hoef je daar niet op te rekenen. Het worden dun bevolkte agrarische gebieden met eventueel wat toerisme. Als je van rust houdt is het daar geweldig wonen, maar veel voorzieningen moet je er niet verwachten.

Jaargang 4, nr. 183.

dinsdag, 4 oktober 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Update MyC4 september 2011

In myc4 investments, afrika, ghana, investeringen, myc4, persoonlijk, resultaat, rwanda, tanzania, en meer.

De afgelopen jaren heb ik met behulp van een Worpress plugin de investeringen die ik via MyC4 in Afrikaanse ondernemers doe automatisch op mijn weblog geplaatst. Helaas lijkt het er op dat de plugin niet meer werkt, ik heb eigenlijk geen zin om uit te zoeken waarom niet. Om toch een overzicht te geven van mijn resultaten en investeringen zal ik vanaf nu maandelijks een overzicht plaatsen van nieuwe investeringen per land, ontvangen aflossingen en het aantal leningen in portfolio dat op schema ligt met afbetalen.

Ontvangen aflossingen

In september heb ik 48 aflossingen ontvangen, samen goed voor ruim 20 Euro. Het volledige bedrag heb ik geherinvesteerd via MyC4.

Country Business  Amount
Ghana ABC Technical Ltd € 0,18
Adax Company Ltd € 0,68
Armajaro Farmer Shop Enchi € 0,20
JAA Secretarial & Susu Services € 0,43
Krispat Ear Centre (GH) Ltd € 0,22
Parana Enterprise € 0,19
Plant Delight € 0,43
Susu Loan-Adom Group € 0,15
Trafix Catering Services Limited € 0,22
VICTORIA APPIAH € 0,41
Kenya ann mukami ndiba € 0,12
Exodus Academy € 0,36
Francis Kubai € 0,37
Gathambara Enterprises € 0,39
Jeffcot Enterprises € 0,40
Kyome Fresh Paul Mulinge Mwanza € 0,04
Macema Supplies € 0,19
Magutel Creative Ltd € 0,42
Nancy Waithira Gikonyo € 0,22
Stanley Maina Karira € 0,32
Steel Converters € 0,31
Teresia Nyambura Gathuku € 0,39
Rwanda Bashangire Grace € 0,41
Bivuzimana Ezechiel € 0,83
GISAGARA Alex € 0,57
Ishema Evariste € 0,42
Mukiza € 0,90
Mutesa € 0,44
N. Elie € 0,47
Naomi € 0,51
Nyirampabwa € 0,56
Nyiramucyo € 0,91
Sempabwa Jean Claude € 0,38
Serapion .M € 0,44
Turatsinze € 0,86
Tanzania DONATH JOSEPH CHUWA € 0,42
Godson Dotto Mweta € 2,43
Team Freight Ltd € 0,28
WASOLE INVESTMENT € 0,89
Uganda Africa Organic Yokana Ssekitoleko € 0,38
Kalule Ronald € 0,20
kasangaki Pataleo € 0,30
Katabaazi Sam € 0,70
Luggya Edward € 0,39
Mwaita Gerald € 0,37
Nkajja Peter € 0,24
Nuwagaba Naris € 0,37
Quick Supermarket € 0,80
Richard Mafumo € 0,71
Totaal Resultaat
€ 22,82

Nieuwe investeringen

Ik heb in september een behoorlijk aantal nieuwe investeringen gedaan. Dat komt doordat ik niet alleen terugbetalingen heb ontvangen die ik opnieuw geïnvesteerd heb, maar ook Euro 100 extra heb gestort. In totaal heb ik Euro 172,50 verdeeld over 32 ondernemers in 4 landen geïnvesteerd. Het meeste geld heb ik in Uganda geïnvesteerd. Tot mijn verbazing ontbreekt Kenia in september volledig. Tijd dus om weer wat meer werk te maken van spreiding over landen en meer te investeren in Kenia, Ghana en Tanzania.

Country Business  Amount
Ghana Bokass Susu Enterprise € 5,00
Susu Loan – Rich Step Investment € 10,00
Rwanda Eric € 5,00
Habagatsi € 5,00
Makuza Ereneste € 5,00
Mukankubito Produncienne € 5,00
Mukunzi Sada € 5,00
Nzayinambaho Jean De la Paix € 5,00
Tanzania Boutique Shop € 5,00
Nice Said Mbwana. € 5,00
Play Time Pub € 7,75
Uganda Aniisa Ngoma € 5,00
Buyinza Godfrey € 5,00
Byabashaija Aggrey € 5,00
Garments and Hard Ware € 5,00
Ikere Samuel Enock € 5,00
Kalungi David Ssejjongo € 5,00
Kasambeko John € 5,00
Kayiwa Fred € 5,00
Kebisembo Grace € 5,00
Makabala Chris € 5,00
Mukasa Joseph € 5,00
Mulero Fred € 5,00
Musitafa Abdu € 5,00
Mutebi Amin € 5,00
Nakalembe Rehema € 5,00
Ogugu Erasmus € 5,00
Opio Simon € 5,00
Oumo James David € 5,00
Promise Enterprises limited € 5,00
Simon Peter Ssenabulya € 5,00
Ssesanga Adam € 5,00
Wakhakha Stephen € 5,00
Totaal Resultaat
€ 172,75

Kwaliteit portfolio

Een van de belangrijkste zaken is de kwaliteit van mijn portfolio. Die ik vooral afmeet aan het aantal ondernemers dat op schema ligt met terugbetalen. Momenteel heb ik 85 ondernemers in portfolio, waarvan er 17 achterlopen met terugbetalingen. Daarnaast zijn er 12 waar binnenkort terugbetalingen verwacht worden. Die lopen dus wel iets achter, maar dat kan ook liggen aan administratieve vertragingen.

Ten opzichte van augustus betekent dit dat ik wel een groter aantal ondernemers in portfolio heb (van 62 naar 85), maar het aantal ondernemers dat achterloopt met betalen is gelijk gebleven.

Op schema No Pending Yes Totaal aantal
Aantal bedrijven 17 12 56 85

zondag, 18 september 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Een boerkaverbod brengt vrouwen van de ene gevangenis in de andere

In politiek, tweede kamer, voorstellen, vrijheid, weer, boeken, boerkaverbod, burger, burgers, en meer.

Een paar maanden geleden schreeuwde mijn hele (christelijke) omgeving moord en brand: de Tweede Kamer stond namelijk op het punt om in te stemmen met een verbod op onverdoofde slacht, en dit perkte de godsdienstvrijheid van joden en moslims ernstig in. Op dit moment is er in de Tweede Kamer een discussie gaande over het wel of niet instellen van een verbod op boerka’s en hoor ik 80% van Nederland klakkeloos instemmen, waaronder de mensen die een paar maanden geleden een inperking op de godsdienstvrijheid nog zo erg vonden.

Een boerka is ‘vrouwonderdrukkend’, wordt er gezegd; een vrouw geniet immers niet de vrijheid om te bepalen welke kleding zij draagt. Dit is natuurlijk twijfelachtig: immers, waarom zou een vrouw niet zelf kunnen kiezen voor het dragen van een boerka? Deze was oorspronkelijk immers bedoeld ter zelfbescherming: jezelf bedekken voorkomt dat mannen in de verleiding komen om zich aan je te vergrijpen. Daarnaast kan de vrouw het ook zien als een teken van gehoorzaamheid aan God, waardoor een verbod haar dus dwing om een zonde te begaan. Een aantasting van de vrijheid van godsdienst, dus, net als dat het geval was bij het verbod op onverdoofde slacht [1].

Echter, ik kan het me goed voorstellen dat het predicaat ‘vrouwonderdrukkend’ in veel gevallen wél opgaat: dat een vrouw een boerka draagt omdat het moet van haar echtgenoot of vader. Dit vind ik verschrikkelijk, en vind ik inderdaad iets waartegen wij, als Westerse maatschappij, moeten strijden. Een goede vraag die echter gesteld moet worden is wat een verbod in deze strijd eigenlijk uit zou halen. De mening van de echtgenoot of vader basseert hij op de Koran, en deze is voor hem dus goddelijk en heilig en daardoor automatisch belangrijker dan de wetten van de overheid. Als een boerka verboden is, is de implicatie voor zo’n man simpel: zijn vrouw of dochter mag niet in het zicht zijn van andere mannen, en als een boerka verboden is, dan moet ze maar gewoon thuis blijven.

Een boerka is een gevangenis, zei Tofik Dibi eens. Zo zie ik dat ook, maar het boerkaverbod brengt de islamitische vrouw van de ene gevangenis naar de andere. Als ze de boerka vrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het niet (volledig) mogen belijden van haar religie en als ze de boerka onvrijwillig droeg, brengt het haar in de gevangenis van het uit het zicht blijven voor de buitenwereld. Van de regen in de drup.

Wat moeten wij dan wel doen om boerka’s en andere onderdrukkingsmiddelen uit ons land te krijgen? Simpel, nog meer de nadruk leggen op integratie. Moslims moeten weer onderdeel worden van Nederland, in plaats van dat zij de positie hebben van een tweederangs burger die zij op dit moment heeft, en steeds meer krijgt. Een dergelijke positie leidt tot radicalisering, een bekend principe in de psychologie die ik even kort zal uitleggen: als de in-group (hier: moslims in Nederland) wordt bedreigd (wat op dit moment gebeurt door hen als tweederangs burgers te behandelen) leidt dit tot verregaande loyaliteit van haar leden, wat zich uit in een grote nadruk op eigen tradities en gebruiken (hier: het dragen van een boerka). Dit probleem opheffen kan slechts door de in-group te verruimen: moslims moeten zich ‘burger van Nederland’ voelen, in plaats van ‘moslim in Nederland’, zodat de nadruk op de eigen tradities minder wordt. Deze verandering kan slechts plaatsvinden door verregaande integratie, en, misschien nog wel het belangrijkst, een hoop geduld.

Integratie en het gevoel een normaal en geaccepteerd burger te zijn, dát leidt tot de uitbanning van de gevangenis die de boerka heet; een verbod creëert slechts een nieuwe. Daarnaast roep ik op tot consistentie: een boerkaverbod ís een inperking van de vrijheid godsdienst, dus iedereen die met dit argument tegen het verbod op onverdoofde slacht was, dient ook tegen dit voorstel te zijn.

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/boerkaverbod_brengt_vrouwen_van_de_ene_gevangenis_in_deandere/

UPDATE 21-09: The Guardian bericht dat Franse moslima’s sinds het boerkaverbod allemaal thuis zitten: http://www.guardian.co.uk/world/2011/sep/19/battle-for-the-burqa


[1] Ik vind deze inperking van de vrijheid van godsdienst overigens nog ernstiger dan het verbod op onverdoofde slachts. In het laatste geval kan men immers nog beluisten om noodgedwongen vegetariër te worden omdat religieuze boeken niemand verplichten om vlees te eten, bij het verbod op een boerka wordt het vroom leven de vrouw onmogelijk gemaakt.


vrijdag, 26 augustus 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

De teloorgang van de bibliotheek

In maatschappij, politiek, bezuinigen, boek; boeken; lezen; bibliotheek, basisonderwijs, bibliotheek, boeken, durven, huis, en meer.

De teloorgang van de bibliotheek

Het is onvermijdelijk. Bibliotheken in de huidige vorm zullen gaan verdwijnen. Steeds minder mensen maken gebruik van ‘de bieb’ om diverse redenen. Er wordt minder uit een boek gelezen en meer vanaf internet en misschien hebben mensen tegenwoordig minder tijd en rust om een boek ter hand te nemen dan vroeger.

Voor iemand zoals ik, die als kind niet uit de bieb was weg te slaan, heeft het enige tijd geduurd voordat ik emotioneel kon toelaten dat de teloorgang van de bibliotheek een niet te stoppen proces is. Wat mij daarbij geholpen heeft is dat ik gemeenteraadslid ben geweest en tot in detail inzicht kreeg in de daadwerkelijke overheadkosten van een gemiddelde bibliotheek. Die zijn, afgezet tegen de inkomsten, gigantisch.

Dat wil niet automatisch zeggen dat het daarom maar moet verdwijnen. Zo zijn er meer ‘producten’ die nooit financieel rendabel, maar toch van groot nut zijn en met overheidssteun in stand worden gehouden. Een bekend voorbeeld is het basisonderwijs om maar iets te noemen.

Voor de bibliotheken ligt dat anders, getuige de toenemende sluiting van de gebouwen door heel Nederland. Het is ook niet iets typisch ‘rechts’ dat deze keuze gemaakt wordt  want ook gemeenteraden waar links-georiënteerde partijen de meerderheid hebben komen tot deze beslissing. Ik denk dat het geen ramp hoeft te zijn, mits  we het lezen voorop blijven stellen én creatief durven zijn in het bedenken van andere vormen van boekuitleen. Uitleenpunten in supermarkten of buurtwinkels, verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, scholen of gemeentehuizen zijn helemaal zo gek nog niet. Daar waar mensen bijeen komen kan je boeken uitlenen. Heel vernieuwend zou een soort particuliere uitleen zijn. Hoeveel mensen hebben niet ongelooflijk veel boeken in huis staan? Die zou je, met een goed registratiesysteem aan elkaar kunnen uitlenen. Je meldt je aan op een soort uitleenwebsite met vermelding van welke boeken je uitleent en geïnteresseerden kunnen vervolgens contact met je opnemen. Niet vrijblijvend maar onder dezelfde voorwaarden als bij de bieb. Het leuke is er ook nog aan dat het stimuleert dat mensen met elkaar in contact komen. Ik meld me als deelnemer bij deze aan. Wie volgt?


zaterdag, 2 juli 2011

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Een sociaal masker voor een kille penningmeester

Een carnavalsmasker

Sociaal(?) masker

GroenLinks had bij de algemene beschouwing in stadsdeel Zuid een duidelijke boodschap: wie uitsluitend naar het huishoudboekje kijkt en niet investeert in de stad en zijn mensen, schuift de lasten naar de toekomst.

Bij de perspectiefnota had GroenLinks voor 2012 een klein wensje: géén financiële drempels voor kleinschalige locaties in de buurt waar burgers eigen initiatieven een plek geven. Noem het huiskamers van de buurt; ‘Welkom’ op de Marathonweg is zo’n huiskamer van de de buurt. Dit wensje was verwoord in een amendement dat GroenLinks samen met de SP indiende (en dat niet is aangenomen).

Waarom kleinschalige locaties?
1. Een huiskamer van de buurt is fijner en toegankelijker dan een huis van de wijk, wat een groot bastion met ruimte voor zich suf overleggende instellingen dreigt te worden. Burgerinitiatieven komen bovendien tot stand op het schaalniveau van een buurt, niet van een wijk. Bedenk dat een ‘wijk’ in stadsdeel Zuid al gauw meer dan 25.000 inwoners heeft.
2. Juist de meest kwetsbare mensen zijn gebaat bij ondersteuning in hun vertrouwde sociale én fysieke omgeving. Denk aan ouderen of mensen die slecht ter been zijn. Of denk aan psychiatrische patiënten voor wie een reis naar andere buurt al een hele overwinning is.
3. Een publieke huiskamer in zelfbeheer staat dichter bij de mensen dan een gebouw waarin organisaties en instellingen centralistisch door de overheid worden aangestuurd.

Wat zou het moeten kosten? Ik weet het niet. Maar dat kan bij de begroting duidelijk worden, nadat het dagelijks bestuur heeft gesproken met instellingen die kleinschalige initiatieven mogelijk willen maken. Misschien kost het wel niks, omdat woningcorporaties bereid zijn om de huurderving van een huiskamer van de buurt voor rekening te nemen. Laten we toch een aanname doen: 30.000 euro voor drie huiskamers in de buurt. Ik zou er best wel meer willen, maar je hebt dit ook niet allemaal meteen georganiseerd – bij succes het kan met de jaren groeien.

Grafiek 1. Het bedrag voor onbenut 'nieuw beleid' waarvan volgens GroenLinks een deel (het groene partje) naar huiskamers-van-de-buurt moet kunnen.

Morele chantage
Voor de uitvoering van het vernieuwde welzijnsbeleid is een maximaal bedrag beschikbaar van 750.000 euro voor beheerlasten van de locaties. Dit bedrag komt overeen met de huur voor vijf huizen van de wijk. Er is dus geen financiële ruimte voor een extra plekjes dicht bij de mensen zelf. Tenzij je bereid bent dat bedrag niet als maximum te hanteren. Helaas doet de PvdA dat wel: het totaalbudget voor ‘Vernieuwd Welzijn’ is een absoluut en onaantastbaar maximum. Het bedrag daarbinnen voor beheer van locaties is dat ook. Zo kom je automatisch op de schandelijk morele chantage van de PvdA dat de lasten voor een kleinschalig locatie “weer ten koste gaat van een fte”. Terwijl het honderdvoudige van dit bedrag (namelijk 3 miljoen euro) onbenut op de plank ligt als ‘ruimte voor nieuw beleid’. Nieuw beleid dat er niet eens is en waarvoor niet eens plannen zijn om er aan te beginnnen. In grafiek 1 worden deze bedragen in perspectief gezet.

Ik doe een oproep aan alle instellingen die een aanbod willen doen voor de burgers van Zuid: zorg voor kleinschalige initiatieven in de buurt. Maak duidelijk welke kosten daarmee zijn gemoeid. Misschien kost het wel niks, of misschien een beetje extra. Maar in ieder geval wil ik bij de begroting een keuze kunnen maken – ook zonder amendement op de perspectiefnota.

Bezuinigingsdiscipline

Dan de vraag: gaat er niet al genoeg geld naar welzijn? Alsmaar weer geld erbij is toch ook niet goed voor die sector? Ze zouden er maar lui van worden. Ik geloof echt dat een bezuiniging kan werken als een katalysator. Mij zal je dus nooit met een van pijn vertrokken gezicht horen zeggen dat ‘bezuinigen niet leuk is nu eenmaal moet’. Integendeel: bezuinigen moet je willen – anders bereik je nooit iets.

Dus dat extra geld dat GroenLinks wil, is dat niet gewoon gebrek aan bezuinigingsdiscipline? Dan moeten we de bedragen toch even in perspectief zien. Hoeveel geld gaat er om in vernieuwd welzijn? En hoeveel was dat enkele jaren terug?

Budget voor vernieuwd welzijn

Grafiek 2. Budget voor buurthuis- en opbouwwerk, c.q. vernieuwd welzijn in 2012. Bron: antwoord op schriftelijke vragen van GroenLinks

Grafiek 2 laat zien hoeveel budget er was/is voor het buurthuis- en opbouwwerk het stadsdeel Zuid (in 2009 Oud-Zuid en Zuideramstel samen). De afname in 2011 is het gevolg van eerder besloten bezuiniging in Oud-Zuid en het niet-voortzetten van incidentele subsidies in het voormalige stadsdeel Zuideramstel. De afname in 2012 is het gevolg van de extra bezuinigingen van PvdA, VVD en D66. In 2012 zie je bovenop ook een klein groen streepje: dat is het wensje van GroenLinks om huiskamers van de buurt mogelijk te maken. Zonder het wensje van GroenLinks – nu een feit, omdat het amendement niet is aangenomen – is in 2012 55,9% van het budget bezuinigd. Had de coalitie – en PvdA voorop – GroenLinks zijn wensje gegund, dan was nog steeds 55,2% van het budget gekort. Waar hebben we het over?

Hoe sociaal ben je als je een ander kruimels misgunt?

Ik vind het wel cynisch dat de coalitie na anderhalf jaar een oppositiepartij zelfs een kruimeltje beleidsruimte misgunt. Voor de PvdA blijkt het huishoudboekje ook van groter belang dan ruimte geven aan nieuw sociaal werk. Het sociale gezicht van PvdA blijkt een masker, waarachter een kille penningmeester schuilgaat.

vrijdag, 1 juli 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Stop de onderwijs-betutteling. Investeer in propedeuses.

In onderwijs, aanbieden, aantallen, automatisch, belangrijk, beleid, bezuinigingen, cijfers, de volkskrant, en meer.

Niet iedere vwo’er kan meer zomaar naar de universiteitkopte vanmorgen De Volkskrant.

Het academisch onderwijs wordt exclusiever: niet meer elke leerling met een vwo-diploma komt er automatisch voor in aanmerking. Universiteiten moeten kleinschaligere colleges aanbieden waarbij het verplicht is aanwezig te zijn. Het aantal herkansingen voor tentamens daalt. Studenten mogen voortaan worden geselecteerd op basis van hun cijfers en motivatie. Loting wordt afgeschaft.

Alsdus de ‘strategische agenda’ van de ministerraad deze morgen. Niet te geloven wat een pleister-op-pleister beleid.

Veel studenten kiezen momenteel om verkeerde redenen voor een academische opleiding. De reden is natuurlijk de slechte reputatie van de HBO’s (goh, hoe zou dat komen? Misschien omdat de meeste falende HBO-opleidingen nog veel minder kleinschalig werken?) en niet de aard van beroepsonderwijs. Veel academici klagen over de weinig practische insteek van hun universitaire opleidingen. Wat mij betreft komen er daarom, zoals er ook al opleidingen als geneeskunde en tandheelkunde zijn, meer beroepsopleidingen die een VWO vooropleiding vereisen (zie ook mijn vooruitblik op het Soeterbeeck Programma dit voorjaar over de keuze voor universiteit/HBO, en de uitgesproken column na afloop). Kleinschaligheid is volgens mij voor bijna ieder type onderwijs beter. Meer docenten per student zorgt voor een betere interactie en beter onderwijs. Maar juist de kleinschalige opleidingen zijn het minst rendabel, en dit kabinet maakt het financiele plaatje daarachter onmogelijk.

Dit kabinet houdt van regeltjes. Duw studenten in een korset, pomp ze door een dimplomafabriek en Nederland wordt goedkoop slimmer. Aldus de visie op onderwijs van Van Bijsterveldt en Zijlstra. Right.

Het Nederlandse onderwijssysteem moet beter. De waarde van een VWO diploma is door de tweede fase bezuinigingen flink gedaald en het hoger onderwijs past haar niveau aan op de instroom. Doet de instelling dat niet, dan studeren studenten niet snel genoeg af en krijgt de instelling niet genoeg middelen om voort te bestaan.

Gelukkig is het niveau van een opleiding niet belangrijk voor dit kabinet, want de kwaliteit van onderwijs kun je eenvoudig meten aan het aantal afgestudeerden. *sigh*

Nederland wordt steeds slimmer! Aldus ministers die steeds dommer worden.

Om het falen van het middelbaar onderwijs te compenseren gaan hoger onderwijsinstellingen nog eens na-selecteren. Wat is een middelbaar diploma nog waard? Een VWO diploma in de juiste vakken zou gewoon een entreebewijs moeten zijn voor een universitaire opleiding.

JA. Natuurlijk zitten er veel studenten bij die het academische niveau niet aankunnen. Pas het niveau daar niet op aan, maar  filter deze studenten er in een vroeg stadium uit. De voorselecterende werking van de propedeuse kan veel beter benut worden dan nu het geval is.

Propedeuse-studenten worden bij teveel opleidingen teveel gepamperd om de overgang van VWO naar universiteit “meer geleidelijk” te laten verlopen. Onverstandig! In een nieuwe omgeving is het belangrijk dat studenten direct met de daar geldende mores kennismaken. In plaats daarvan stellen studenten hun hoge verwachtingen, met daaraan gekoppelde inzet, vaak in de eerste maanden van de studie bij. Confronteer ze met “het nieuwe niveau”. Kunnen ze het aan? Dan mag je blijven. Zo niet, dan zit je (nog) niet op de juiste plek. Hoe eerder deze selectie plaatsvindt hoe beter. Is het kaf eenmaal van het koren gescheiden, resteert een werkbare studentenpopulatie die het niveau aankan. Dan is aanvullende selectie op basis van VWO resultaten niet nodig en wordt laatbloeiers een passende carriere niet onmogelijk gemaakt.

Selectie na een propedeusejaar vind ik onverdedigbaar. Van de resterende studenten is immers bepaald dat zij het niveau aan kunnen. Een jaar is naar mijn mening de maximale tijd die je van een student kunt “opofferen” als deze niet op de juiste plaats zit. Langstudeerders die wel op de juiste plek zitten kosten bovendien niks extra.

Verplichte aanwezigheid werkt een goede selectie juist tegen. Aanwezigheidsplicht is, naast consessies aan niveau, een andere verkeerde manier om studenten te pamperen.

De “oplossingen” van dit kabinet zijn pleisters-op-pleisters-op-pleisters. We moeten durven investeren in het middelbaar onderwijs, zodat het niveau daar weer omhoog kan. Goede docenten kunnen daarbij helpen, in Engeland worden potentiele eerstegraads docenten met een flinke som geld naar het middelbaar onderwijs gelokt. Ook moeten we stoppen ons te concentreren op aantallen hoger opgeleiden, de consequentie daarvan is alleen maar devaluering van diploma’s.

Het hoger onderwijs, zowel HBO als universiteit, kan zich het beste concentreren op intensievere propedeuses, zodat alleen de echt gemotiveerde studenten voor de opleidingen overblijven. Het gevolg zal ook meer differentiatie zijn. Iedere instelling zal zich richting op een bepaald type student, en in het eerste jaar zal blijken of deze op de juiste plaats zit. Alle aanvullende opgelegde regeltjes van de overheid zitten die goede selectie alleen maar in de weg.

vrijdag, 24 juni 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

AutoPulse bij de RAV Gooi en Vechtstreek

In rode kruis, hulpverlening, sigma, hulp, rodekruis, ehbo, 1ehulp, vru, eerste hulp, en meer.

Ik weet niet of ik als instructeur eerstehulp hier heel blij mee moet zijn! Maar even serieus, dit is een mooie ontwikkeling. Dit soort aparaten zorgt dat de ambulance verpleegkundige en -chauffeur de handen vrij hebben voor andere handelingen! Dat is dan wel zoals sommige reaguurders bij dit filmpje de issues rondom batterijen daargelaten. De technieken voor automatisch beademen en reanimeren gaan steeds verder dus eventuele problemen met batterijen en verstoringen worden wel opgelost. De kosten voor dit soort apparaten zullen ook wel dalen op termijn. Maar door de problemen met verstoringen en accu-duur is het nog altijd goed als de mensen die dit bedienen vaardig zijn in het nobele handwerk van reanimatie! Zo bekeken zal mijn vrijwilligerbaan als instructeur eerstehulp en reanimatie instructeur bij het Nederlandse Rode Kruis niet in gevaar komen!

woensdag, 8 juni 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

De weigerambtenaren-kwestie schreeuwt om een overgangsregeling

Minister van Bijsterveldt is duidelijk: ambtenaren van de burgerlijke stand mogen het trouwen van homostellen blijven weigeren, als zij in de knoop komen met hun geweten.

De uitspraken van de minister zorgden vandaag voor veel verontwaardiging op het internet. Vooral leden van linkse oppositiepartijen uitte hun ongenoegen. Vergelijkingen met de middeleeuwen en Oeganda, dat soort zaken. Alhoewel ik heb grotendeels eens ben met de standpunten van deze mensen, erger ik me aan de ongenuanceerde toon van veel van deze opinionisten. Als het aan veel mensen ligt, worden weigerambtenaren vandaag de laan nog uitgestuurd. ‘Ze voeren hun werk maar gewoon uit, en anders rotten ze maar op’, wordt er geschreeuwd.

Pardon? Iemand zomaar op straat zetten, sinds wanneer is dat normaal in Nederland? Ik dacht dat wij in een land leefden waarin we alles overlegden en ervoor zorgden dat de directe betrokkenen in ieder geval even tijd hadden om rustig te wennen aan de veranderingen. Liever nog: we zouden zorgen dat de betrokkenen helemaal geen slachtoffer zouden zijn. Zijn de mensen die schreeuwen immers niet dezelfde mensen die staatssecretaris Zijlstra heftig bekritiseerden omdat zijn rigoreuze bezuinigingsplannen op  de studiefinanciëring geen overgangsregeling bevatte, en hij dus ‘halverwege het spel de regels veranderde’? Zijn het niet dezelfde mensen die moord en brand schreeuwden toen kunstinstellingen ineens een belachelijk korte tijd kregen om een groot deel van hun inkomsten via een andere weg te vergaren dan via subsidie?

Ik schreeuwde ook moord en brand, toen bij de studiefinanciëring en de kunst – ik wil best inzien dat bezuinigen nodig is, maar zonder enige overgangsregeling snijden is oneerlijk en onbehoorlijk. In deze discussie schreeuw ik ook moord en brand, al geruime tijd, omdat ik ook van mening ben dat de aanwezigheid van weigerambtenaren gewoon niet hoort in onze moderne maatschappij. Als ambtenaar heb je maar gewoon de wet uit te voeren, wordt er gezegd, en ja, dat vind ik ook. Dat toestaan misschien pragmatisch is, dat maakt mij niet uit. Het principe van gelijkheid is belangrijker.

Echter, waarom wordt er deze discussie niet gesproken over een overgangsregeling? Waarom mogen de regels voor huidige studenten niet halverwege hun studie veranderen, maar mag dit voor ambtenaren tijdens hun carrière niet? Van de ene op de andere dag een ambtenaar niet meer toestaan iets te doen wat hij al jaren wel mag, en hem daarmee dwingen een andere baan te zoeken, is net zo goed oneerlijk en onbehoorlijk!

De weigerambtenaren-kwestie schreeuwt om een overgangsregeling. Weigerambtenaren zijn wat mij betreft ook niet meer van deze tijd, maar mensen zomaar op straat zetten is dat net zo goed niet. Waarom zeggen we niet gewoon met z’n allen dat nieuw aan te nemen ambtenaren elk huwelijk moeten sluiten, en dat de ‘oude weigeraars’ gewoon mogen blijven weigeren? Dan wordt niemand slachtoffer, maar raken we wel automatisch van het probleem af. Een win-win-situatie, toch?

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/weigerambtenaren_kwestie_schreeuwt_om_een_overgangsregeling/


dinsdag, 17 mei 2011

Invest(in)teren?

In 40 jaar, artikel, begroting, belasting, bezuinigen, bezuinigingen, citaat, euro, film, en meer.
Uit de film Jery Maguire komt de beroemde quote "show me the money". Een citaat dat ook in de dagelijkse politiek vaak terug komt. Bij elk mooi plan komt het (gebrek aan) geld ter sprake. Dat speelt nu in de discussie rondom de bezuinigingen, maar ook in de reguliere uitgaven knelt het soms. Op dit moment speelt bijvoorbeeld de doorkijk naar 2017 voor het groot onderhoud van de stad: ophogingen van wegen, vervanging van speeltoestellen, bruggen, lantaarnpalen etc.

Deze Lange Termijn Investeringen (LTI) geven een onthutsend beeld. Als we dezelfde kwaliteit van de openbare ruimte willen behouden komen we over een paar jaar structureel 2 miljoen euro tekort. Dat is al rekening houdend met wat meer wateroverlast op straat, want in het Waterplan dat ook in deze periode wordt besproken is al aangekondigd dat we niet aan de norm kunnen voldoen dat de straten maar eens per 100 jaar onder water mogen komen te staan.

Deze problemen komen voort uit de slappe bodem vam Gouda. Dit heeft al eens geleid tot de beruchte Artikel 12-status, begrotingstoezicht door het Rijk. Die status is jaren geleden al afgekocht. We kregen een eenmalige zak geld voor achterstallig onderhoud (nou ja, de helft) en een extra uitkering via het Gemeentefonds voor de normale structureel hogere uitgaven van bijna 3 miljoen. Dat geld wordt ook keurig in de grond gestopt, maar is dus niet genoeg.

Er zijn verschillende oplossingsrichtingen mogelijk, waarbij elk nadeel zijn nadeel heeft. Je kan speeltoestellen niet vervangen. Dan kom je in de knoei met je eigen norm voor speeltuinen. Je kan minder groot onderhoud plegen. Dan storten bruggen in, vallen lantaarnpalen om en wordt je groenstrook vanzelf een sloot. Je kan de belasting verhogen (2 miljoen is 30 euro per inwoner per jaar). Je kan bezuinigen op groenonderhoud, maar dat doen we ook al met het dagelijkse onderhoud en dan wordt het groen dus dubbel gepakt. Dat doen we dus allemaal niet.

De nu voorgestelde oplossing is tweeledig. Ten eerste wordt een weg niet meer automatisch opgehoogd na 40 jaar, maar alleen als de weg echt teveel is verzakt. Dat is in Gouda overigens wat meer dan gebruikelijk (tot 20cm boven grondwaterpeil). Dat mag niet ten koste gaan vade veiligheid, en die harde toezegging heeft GroenLinks gekregen. De tweede oplossingsrichting is het kapitaliseren van het groot onderhoud. In plaats van het geld voor een nieuwe brug in 1 keer uitgeven sluit je dan een lening af die je in een bepaalde periode aflost, met rente. Op korte termijn geeft dat veel ruimte in de groot onderhoudspot, want in plaats van een paar ton of paar miljoen geef je er in 1 jaar maar 1/10 of zelfs 1/40 van dat bedrag uit. Op lange termijn komen die kosten wel ieder jaar terug en komen de rentelasten erbij. Daardoor "verdwijnt" straks maximaal een miljoen euro uit de onderhoudspot, want die blijft even groot zodat dit voor de begroting neutraal is.

Geen fijne gedachte, want het blijft een hypotheek op de toekomst. Zelfs met de wetenschap dat dit systeem in andere gemeenten al veel langer wordt gebruikt. De andere oplossingen laten wel het duivelse dilemma zien: dit lijkt de minst erge manier om toch de kwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte in stand te houden.

maandag, 16 mei 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Schrap ‘Links’, behoud ‘Groen’

GroenLinks heeft zich de afgelopen jaren flink ontwikkeld; men is niet meer ‘links’, maar ‘progressief’, een partij van de toekomst. Dit is een goede ontwikkeling, want links is tegenwoordig een scheldwoord. Tegelijkertijd blijft de partij zich echter indelen bij ‘Kamp Links’. Om een grote partij te worden, moet men hiermee stoppen. Het predicaat ‘links’ moet achter zich laten worden, en de partij moet dit woord ook uit haar naam schrappen.

Een paar weken terug volgde ik een college van Prof. Lance Bennett, een politicoloog die werkt aan de Universiteit van Washington. Hij vertelde over ‘links’, die haar boodschap niet meer goed over weet te brengen op haar traditionele doelgroep (de ‘gewone man’), en deze massaal over zag lopen naar andere partijen. Wie de politiek volgt weet dat dit klopt. De leden- en stemaantallen van de Sociaaldemocratische partijen in Europa nemen steeds verder af. In Nederland zijn we inmiddels zo ver dat het woord ‘links’ zelfs een scheldwoord is geworden. Alles dat misgaat wordt in de schoenen van ‘links’ wordt geschoven. Of het nu de financiële crisis of een overval is met een Marokkaanse dader; alles komt door de ‘linkse kerk’, de ‘linkse media’, of de ‘linkse grachtengordelelite’.

Na afloop van het college vroeg ik Bennett waarom de groene partijen het in Europa dan wel zo goed doen, ondanks dat zij met ‘links’ geassocieerd werden. Ik noemde hierbij Die Grünen uit Duitsland. Bennett antwoordde dat de kracht van de groenen was dat ze juist niet links of rechts zijn. Groene partijen, zo stelde Bennett, proberen primair hun eigen groene idealen te verwezenlijken, en kunnen daarvoor met iedereen samenwerken, links én rechts. Die Grünen zijn hiervan een belangrijk voorbeeld.

Die Grünen doen het inderdaad goed. Bij de statenverkiezingen van afgelopen maart was de partij de grote winnaar, en uit een recente peiling bleek dat de partij op een paar procent na de populairste van Duitsland is. De koers van de afgelopen jaren is eigenlijk hoe Bennett beschrijft: men presenteert zich als groen en progressief. ‘Links’ is er niet bij; men is bereid met iedereen te praten.

Hoe ligt dat in Nederland? De groene politiek hier, sinds 1991 uitgedragen door GroenLinks, is in landelijke verkiezingen nooit verder gekomen dan 7,3% van de stemmen (in 1998). Van percentages als 24,2% dat Die Grünen recentelijk scoorde in deelstaat Baden-Württenberg kan de partij alleen maar dromen. Redenen waarom dit zo is, zijn makkelijk te bedenken: het kan komen door moordende concurrentie in het Nederlandse politieke landschap (bijna elke partij noemt het milieu als standpunt) of doordat het milieu in Nederland minder leeft dan in Duitsland (daar zijn twijfels bij te plaatsen, omdat bedrijven ook hier bakken geld verdienen aan milieuvriendelijke producten). Echter, deze redenen liggen allemaal buiten de partij, en zijn dus automatisch zaken waaraan we weinig kunnen veranderen. Zijn er echter dingen te bedenken die GroenLinks zelf kan doen, om Die Grünen in percentages achterna te gaan?

Mijn antwoord is: ja, die dingen zijn er. Er is een imagoverandering nodig. Voor een gedeelte is deze al bezig: Femke Halsema zag weinig heil meer in oud-linkse benaderingen van zaken, en navigeerde de partij van een groene SP naar een groen D66. De overheid was niet meer de oplossing van alle problemen, waar men in het socialisme vanuit gaat, maar de focus kwam op het individu te liggen. Het socialisme werd een inspiratiebron in plaats van een dogma, GroenLinks een ‘linksige’ partij, in plaats van een ‘linkse’. Deze koerswijziging heeft van GroenLinks echter nog geen grote partij gemaakt; terwijl Die Grünen in de peilingen op twee staan, moet GroenLinks maarliefst zes partijen voorlaten.

Wat moet er dan nog gebeuren? Ik denk dat GroenLinks moet beseffen dat haar imagoverandering momenteel nog maar halverwege is. Men presenteert zich nu dan al wel als ‘progressief’, een frisse partij voor de toekomst, niet per se meer als ‘links’. Echter, dit is nog lang niet voltooid. Wat GroenLinks moet doen is verdere stappen zetten om het predicaat ‘links’ volledig achter te laten. Men moet niet proberen gemeenschappelijke punten te formuleren als PvdA en SP, of prominent aanwezig zijn op een bijeenkomst over armoede met de laatstgenoemde. Alhoewel deze zaken allemaal goed bedoeld zijn, blijft de kiezer de partij in ‘Kamp Links’ indelen, en behoort ze tot dat onfrisse hoekje, de boosdoeners. Men moet zich gaan presenteren als partij voor iedereen met een groen en progressief hart, niet alleen de mensen die per ongeluk ook nog ‘links’ zijn. Jan Modaal moet GroenLinks óók als optie gaan zien.

Een belangrijke symbolische stap die gezet moet worden, is dat GroenLinks het ‘Links’ uit haar naam schrapt. Het zal gevoelig liggen bij de achterban, vooral bij degenen met een CPN- of PSP-achtergrond, maar een partij die niet ‘links’ is, moet ook niet ‘links’ heten. Bij een groen, progressief en fris imago, hoort ook een dergelijke naam.

Dat de partij hiermee, samen met de andere stappen weg van ‘links’, leden en kiezers zal verliezen, staat buiten kijf, maar ik geloof dat er tegelijkertijd waarschijnlijk veel meer leden en kiezers bij zullen komen. Ik ben in ieder geval bereid dit risico te nemen.

Op naar de toekomst, zou ik zeggen.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/schrap_links_behoud_groen/


zaterdag, 14 mei 2011

Vincent Jacobs

Vincent Jacobs

Hyves Last.fm Twitter Youtube DWARS

Best wel spannend: Presentatie Frismakers!

In communicatie, innovatie, nederland, resultaat, bijeenkomst, onderzoek, organisaties, automatisch.

Op 19 april was het dan zover, voor een grote groep communicatiemanagers mocht ik een presentatie houden bij een bijeenkomst van Frismakers. In mijn presentatie ging ik in op het onderzoek wat ik heb gehouden namens 9292 REISinformatiegroep BV. Het thema van dit onderzoek was de positionering van 9292 en hoe ze zich van een ‘Trust Brand’ naar een ‘Love Brand’ zouden kunnen ombouwen. Frismakers is een Open Innovatie Platform voor en door managers van top organisaties in Nederland. Zo’n presentatie voor een grote groep managers is best wel spannend, zeker in combinatie met de tijdsdruk van zo’n 5 minuten en automatisch bewegende slides. Zie hieronder het resultaat.

www.youtube.com/watch?v=GrfUECEp1Gs

maandag, 2 mei 2011

Alice Karen

Alice Karen

Blogbericht over bloggen

In diaries, philosophies, |2011, twitter, blogs, huis, persoonlijk, politiek, blog, en meer.

Een kijkje achter de virtuele schermen

Bestaat er zoiets als een ‘blogetiquette’, een set van regels waaraan je je als blogger dient te houden?
Nee, mijn blog is sowieso niet conformistisch. Natuurlijk zal ik geen mensen bij name beledigen of dood en verderf schreeuwen, maar dat geldt sowieso voor gedrag in het algemeen en niet alleen voor het schrijven op een blog in het bijzonder. Verder zie ik absoluut geen limitaties in wat voor een content ik hier op plaats. Mijn schrijfstijl zelf lijkt me sowieso niet te aanstootgevend te zijn.

Kan je het als blogger echt over alles hebben?
Ik ben niet van de taboes, ben open wat dat betreft. Wel zijn sommige zaken meer privé dan andere, en dat blijkt uit het feit dat ik hier sommige berichten wachtwoordbeveiligd heb gemaakt. Deze onderwerpen zijn het waard om uitgewerkt te worden, maar zo persoonlijk dat ik ze niet voor het hele wereld wijde web beschikbaar stel. In plaats daarvan kan het wachtwoord op verzoek worden opgevraagd en dan beslis ik of diegene het krijgt. Het is maar een select groepje dat kan inloggen bij deze beveiligde berichten.

Publiceer je wel eens een ouder postje opnieuw, of is dat not done?
Als een blogpostje opnieuw gepubliceerd wordt alleen maar vanwege een ziekelijke neiging tot zo veel mogelijk volgers, vind ik het een beetje achterlijk, eerlijk gezegd. Bloggers moeten dat zelf weten, maar ikzelf publiceer niet gauw een oud postje opnieuw. Ik val niet graag in de herhaling, maar ontwikkel graag verder. Een andere manier is om de datum van een al bestaande post te wijzigen, maar de vraag is dan natuurlijk wel hoe actueel dat bericht of het onderwerp dan nog is. En of er niet nog iets nieuws over gezegd kan worden, want dat kan ik wel waarderen.

Wat maakt je blog boeiend, of omgekeerd waaraan herken je een saaie blog?
Saaie blogs kennen te weinig variatie en doen ook niet echt iets unieks, maar soms wel aan een overdosis aan promotie. Ik sta eigenlijk helemaal niet stil bij de vraag of mijn blog boeiend is voor anderen. Voor mij is hij boeiend genoeg omdat ik er mijn gang kan gaan en het voor mij een persoonlijke geschiedenis vormt ook, al die berichten bij elkaar, als een soort peiler van mijn persoonlijke groei, waarin mijn referentiekader dynamisch is gebleken met de tijd, en waarop berichten zijn geplaatst die niet getekend zijn door een perceptie van een later tijdstip, tenzij het flashbacks betreft, hoewel ik niet zeer vatbaar ben voor vertekening. Mijn blog is verder als een verzamelplek voor inzichten, als een manier om writing skills op peil te houden. Dagboeken, korte verhalen, poëzie, essays. Realiteit, dromen en fictie, maar ook research. Lange verhalen zijn er ook, maar dan in de maak, en op aanvraag zijn daarvan fragmenten te lezen.

Is je schrijfstijl belangrijk om lezers aan je blog te binden?
In mijn schrijfstijl zullen sommige mensen zich vast kunnen vinden, maar anderen ook niet, denk ik. Het is soms vrij specifiek. Dat is mijn manier van schrijven. Hier geldt dat ik niet actief bezig ben met de kwestie: wat moet ik doen om mijn blog vooral voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk en boeiend te maken, mede door de schrijfstijl te versimpelen of uitsluitend populaire onderwerpen te kiezen. Ik schrijf datgene wat in me opkomt. En dat gebeurt in vlagen en impulsief, kan soms rauw zijn en scherpe randjes hebben, maar ik ben een voorstander van het specifieke, dat ik verkies boven een zeer brede toegankelijkheid, die het mijn inziens alleen maar oppervlakkiger zal maken. Dat past niet bij mij.

Hoe houd je de discussie op gang zonder te provoceren?
Ik ben scherp, kritisch, rauw, maar weet ook mijn grenzen van hoe ver ik wil gaan. Ik ben geen beroepscynicus en zal dat ook niet worden. Discussies moeten niveau hebben, en doordat mijn blog niet de meest laagdrempelige is, gebeurt dat vanzelf wel.

Vraag je toestemming aan de eigenaar wanneer je diens blog wil toevoegen aan je blogroll?
De linksectie. Dat ligt eraan hoe kwetsbaar iemand zich op zijn of haar blog opstelt. Acht ik iemand kwetsbaar, dan zal ik dat zeker vragen. Wil iemand vooral veel lezers, dan vraag ik dat niet, maar dan betwijfel ik ook weer of het iets toevoegt aan mijn blog, om de link naar betreffende blog in mijn blogroll te plaatsen.

Hoe stimuleer je lezers om te reageren?
Het valt wel mee hoe veel reacties ik krijg. Wel krijg ik van een select groepje trouwe lezers frequent reacties. Dat kan ik erg waarderen. Ook hier geldt dat het me niet zozeer om de veelheid aan reacties te doen is, maar eerder om inhoudelijkheid, of mate van aanmoediging door dat selecte groepje mensen. Dat motiveert ook weer.

Is commentaar van lezers welkom op je blog of juist niet, wat is voor jou een reden om een lezerscommentaar niet te publiceren?
Commentaar, kritische kanttekeningen. Natuurlijk, zo lang het maar niet doelbewust een poging is om mij te beledigen. Ik weet heel goed welke stappen in dan zal ondernemen. Weigeren is een optie. Bij ernstig misbruik lijkt me dat niet voldoende, zeker niet bij oude bekenden. Maar kritische kanttekeningen die verder geen persoonlijke aanval vormen, zal ik gewoon toestaan.

Reageer je op elke commentaar van elke lezer? Wat was de leukste reactie die je ooit kreeg op een stukje?
Zeker, mede als blijk van waardering. De meeste reacties zijn ook erg leuk, ik noem geen specifieke reacties. Het is helemaal zo dat veel bloggers maar wat langs elkaar heen bloggen, in de zin van dat ik niets terug hoor op een reactie van mij op andermans blog, in de zin van een tegenreactie daar of een reactie terug op mijn blog. Daar kom ik dan niet meer terug. Die mensen moeten maar bij anderen zijn om aan hun trekken te komen van bezoekersaantallen, als ze daar zo verslaafd aan zijn.

Wat zijn de manieren om je blog te promoten zonder het van de daken te schreeuwen of al te opdringerig over te komen?
Ik vind het eerlijk gezegd een beetje wanhopig of sneu overkomen wanneer bloggers een instelling hebben als het van de daken schreeuwen en opdringerig overal aanwezig trachten te zijn. Sommige bloggers willen, om vooral altijd in de schijnwerpers te staan, per se elke dag een bericht schrijven. Dat vind ik allicht de grootste dooddoener aan een blog. Soms is er gewoon even geen nieuws, of geen ander boeiend onderwerp om op een inspirerende wijze over te schrijven. Dan laat ik het gewoon. Zo komt het voor dat ik twee weken nagenoeg niets plaats, en dan weer zes berichten binnen een week. Dan moest er blijkbaar veel opgeschreven worden. Huis-tuin-en-keuken-bloggers zijn er meer dan genoeg, en spreken meestal wel meer mensen aan door uitsluitend concrete gebeurtenissen en zaken te beschrijven waarin meer mensen zich herkennen, liefst elke dag. Ik doe het juist met alle plezier net even wat anders. Ik maak ook geen deel uit van een hecht groepje bloggers dat elkaar steevast volgt en terug volgt. Misschien is dat ietwat eigenzinnige, onaangepaste een eigenschap die het maakt dat mijn blog veel mensen enerzijds totaal niet boeit en anderzijds een select groepje trouwe lezers trekt. Ik ben nou eenmaal geen hielenlikker van de eeuwige meerderheid. Daar ligt voor anderen misschien een uitdaging in, maar voor mij allerminst. Sommige dagen vormen uitzonderingen waarbij de statistieken ineens pieken vertonen. Maar ik ben niet verslaafd aan de statistieken van mijn blog. Die pieken bestaan dan grotendeels uit browsers die geen blijvertjes zijn, die mijn blog toevallig vinden op een bepaalde zoekterm in google, en er dan doorheen bladeren.
Concrete promotiemiddelen gebruik ik vrij weinig. Mijn blog staat op de feed van Planeetgroenlinks aangesloten, maar ik weet niet of ik dat wel wil blijven doen, hoewel het concept daarvan okee is. Er wordt zo langs elkaar heen geblogd. Dat wil ik mijn blog niet aandoen. En ik heb het lang niet altijd over politiek, alleen soms over algehele trends die ik waarneem. Ik ben het helemaal niet altijd met die partij eens, maar het is wel de enige partij die zo een blog heeft die eigenlijk is opgebouwd uit feeds van vele blogs die erop zijn aangesloten. Dat vind ik slim bedacht. Ik ben van geen enkele politieke partij lid. Ik baseer mezelf veelal op common sense, zou nooit een foto van mijn hoofd met daaronder een partijlogo als avatar gebruiken. Dat gaat mij veel te ver, en het impliceert een doorgedraaide volgzaamheid, dunkt me. Verder, alle respect voor de mensen die uitdragen waarvoor ze oprecht staan. Ik geef het eerlijk toe als ik niet oprecht ergens achter sta, of niet meer sta. Ik waan mij weer partijloos, maar heb absoluut mijn standpunten, en zal telkens kijken welke partij het beste bij me aansluit wanneer er weer verkiezingen zijn, en ook zeker stemmen. Maar wat ik beslist niet kan, is iets uitdragen, promoten, waar ik het van binnen eigenlijk niet mee eens ben, evenals over zaken waar ik dan weer niet alles van weet continu een ongezouten mening te spuien. Zeker niet op mijn blog. In dit geval ben ik ervan overtuigd dat ik genoeg referenties heb.
Ik heb mijn Twitter-account opgeheven, dat ik eerder vrijwel uitsluitende gebruikte om automatisch shortlinks naar blogartikelen te genereren wanneer ik weer iets nieuws had geschreven. Ik vond het vreemd klinken toen het een hype werd, wat kan je nou met zo een netwerksite, waar smartphonende politici en andere ogenschijnlijk heel belangrijke figuren zich naar de lazarus twitteren? Wonen ze al hun debatten dan nog wel bij, of zitten ze gewoon te tweeten omdat hun baan zo onwaarschijnlijk saai lijkt? Enfin, ik heb mij dat natuurlijk afgevraagd, en besloot toch om een account aan te maken en te testen wat dat nou precies is, Twitter. Anders vind ik niet dat ik het recht heb om er mijn mening overheen te laten gaan. Ik heb het account aangemaakt, er mijn blogfeed op aangesloten zodat er elke keer een shortlink zichtbaar werd zodra ik een blogbericht plaatste. Wederom promotie. Deze verzopen echter een beetje in de tweets van velen die circa elke tien minuten een tweet laten – vergelijk met de scheet, voor beiden geldt dat iets minder frequent prettiger is. En ik heb uiteraard enkele sociale experimenten uitgevoerd met behulp van mijn Twitter-account. Dat kon ik niet laten. Gewoon om te kijken welke belangrijke politieke bollebozen me terug zouden followen, en om te kijken wat er gebeurt als ik iets zeg met daar achteraan de tag #PVV. Maar nu heb ik gezien wat er gebeurde, en gelachen om de uitkomst van mijn zeer subtiel uitgevoerde experimenten, en daarmee verder ook besloten dat behalve dit lolletje Twitter geen enkele toegevoegde waarde heeft voor mij en mijn blog.
Eigenlijk zijn de enige zinnige actieve promoties die ik nu nog maak het af en toe handmatig plaatsen van een link naar een van mijn blogposts op Facebook, als ik denk dat er daar een zinnige discussie uit kan voortkomen, en het regelmatig deelnemen aan een Blogkermis. Dat is een nieuw concept waarbij een initiator via die website een bepaald thema aandraagt, waar vervolgens verschillende andere bloggers op kunnen reageren door een link te sturen naar een daaraan gerelateerd blogbericht. Die worden vervolgens in een verzamelbericht op het blog van de initiatiefnemer geplaatst, die het tot een geheel maakt.
Ik kan publiceren en toch zelf een beetje anoniem blijven, juist door sommige zaken universeler te maken. Misschien hebben anderen daar ook wat aan, ik weet het niet. Al met al vind ik het fijner dat dit door een select groepje nadenkende mensen wordt gelezen en niet door een boel oppervlakkige – huis, tuin en keuken en dat is dan de hele leefwereld – figuren. Dit blog heeft überhaupt niet als doel om oppervlakkig te zijn. Mede daarom promoot ik het nauwelijks nog – het is zonder dat sterk genoeg. Overigens zie ik in dat de mate van promotie ook afhangt van het doel dat iemand voor ogen heeft met het blog. Hierin moet men zich echter niet verliezen, dan komt het wanhopig over.

Sta je open voor gastbloggers op je blog en hoe pak je dat aan?
Mijn blog is een onderdeel van mijn persoon geworden. Een soort territorium. Een ander zou beter een eigen blog kunnen beginnen. Een gastblogger zou bovendien behoorlijk wat content moeten aanleveren om niet te verzuipen in mijn blogberichten. De kleur, de uniciteit van dit blog wil ik graag waarborgen, en ook aanmoedigen bij anderen. Mocht ik in een groepje willen bloggen, dan zou ik een ander blog starten. Maar mijn blog zou hiervoor nooit opgeheven worden, dit is mijn online plekje.


Gearchiveerd onder:Diaries

woensdag, 27 april 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Vrijheid van smakeloosheid

In politiek, godwin, pvv, von den dunk, wilders, armoede, uitspraak, vrijheid, vvd, en meer.

De vrijheid van meningsuiting is impliciet het recht om uit te spreken dat je geen smaakt hebt, ook al beledig je hier mensen mee. Het verbieden van de Willem Arondéuslezing van Thomas von den Dunk is een grove inperking van deze vrijheid.

Devergelijking die Von den Dunk trekt tussen de PVV en het nazisme is volledig onzinnig. Een man die zich, of het nu met puberale bewoordingen is of niet, uitspreekt tegen van de opkomst van een bepaalde religie, heeft niets te maken met een walgelijke dictator die de dood van miljoenen mensen op zijn kerfstok heeft. Een lullig tabelletje dat enigszins wetenschappelijk aandoet, zoals Michael Blok drie dagen terug op Joop.nl publiceerde, verandert daar niets aan. Niet geloofwaardig, intellectueel armoedig (copyright Thijs Kleinpaste) en bovenal gewoon smakeloos, zo’n vergelijking.

Maar is het ook niet smakeloos om de koers van de VVD af te doen als ‘zwartekousenliberalisme’, omdat zij enigszins rekening houdt met de SGP? Is het ook niet smakeloos om een abortusarts een seriemoordenaar te noemen, als hij gewoon zijn werk doet? Is het ook niet smakeloos om religie, wat voor sommige mensen hét fundament van hun leven is, te bagatelliseren als ‘maar een mening’? Is het ook niet smakeloos om een vloedgolf die duizenden mensen laat verdrinken te gebruiken om de mate van islamisering mee aan te duiden? Er zijn zo nog honderden voorbeelden te bedenken van een uitspraak die in de ogen van sommigen smakeloos is, en waar mensen zich beledigd door voelen. Ik heb echter nog nooit gehoord dat deze standpunten hierom niet uitgesproken mogen worden. De vrijheid van meningsuiting is impliciet het recht om uit te spreken dat je geen smaakt hebt, en omdat smakeloosheid mensen kan beledigen, is dit automatisch ook het recht om te beledigen.

Het verbieden van de Willem Arondéuslezing, omdat Von den Dunk hierin de PVV zou beledigen, is dus een grove inperking van deze vrijheid van meningsuiting. Hiermee is het tornen aan een fundamentele waarde in de westerse rechtstaat. Iets wat grote gevolgen kan hebben; wat is het volgende dat niet mag? Het nieuwsbericht dat een band een nummer over Wilders schrapt dat zij bij een optreden zou willen spelen, deed mij in ieder geval hevig schrikken. Je zou bijna denken dat een godwin op zijn plaats is, maar om niet zelf in ongeloofwaardigheid, intellectuele armoede en smakeloosheid te vervallen, zal ik me hier niet schuldig aan maken.

 

Dit stuk is tevens verschenen op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/vrijheid_van_smakeloosheid/


woensdag, 20 oktober 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Burgernomics: De Big Mac index

In algemeen, ge(r)neuzel, persoonlijk, wetenschap, arbeid, arches, china, energieverbruik, euro, en meer.

Turtle-burger Drie weken geleden besteedde ik aandacht aan de Golden Arches Theory Of Conflict Prevention van Thomas Friedman: landen met een McDonald's restaurant voeren zelden oorlog met elkaar. Vandaag staat een een nieuw smakelijk onderwerp op het menu, dat evenmin zou misstaan op het curriculum van de Hamburger University in Oakbrook, Illinois: de Big Mac index.

Maak kennis met burgernomics. Allemaal te danken aan de Big Mac, in 1967 bedacht door restauranthouder Jim Delligatti in Pittsburgh. Dit onverwoestbare icoon van Amerikaans fastfoodimperialisme inspireerde in 1986 The Economist-redactrice Pam Woodall tot een heuse Big Mac-index, bedoeld als speelse manier om het verschil in relatieve koopkracht tussen verschillende landen in kaart te brengen. Mc Donald's staat namelijk niet alleen bekend om de wereldwijde standaardisering van het menu, maar koopt bovendien haar ingredixc3xabnten lokaal in.
 
In de prijs van een Big Mac zitten dus automatisch de kosten van de ingredixc3xabnten, arbeid en energieverbruik inbegrepen. Wat de ingredixc3xabnten van een Big Mac zoal zijn? Amerikanen van boven de de veertig zullen het ongetwijfeld eenvoudig kunnen reproduceren, dankzij een enorm succesvolle reclamecampagne uit de jaren 70: "How fast can you say "twoallbeefpattiesspecialsaucelettucecheesepicklesonionsonasesameseedbun?"

Door het prijsniveau van een Big Mac in de VS te vergelijken met die in andere landen kun je iets zeggen over relatieve koopkracht en dus over de wisselkoersen van verschillende valuta's. De Big Mac index toont aan hoeveel dollar een andere valuta 'eigenlijk' waard is en maakt zo mooi inzichtelijk of de wisselkoers te hoog of te laag is. Laten we de gegevens uit juli 2008 eens bekijken. Een Big Mac in de Verenigde Staten kostte toen $3.57 en in Engeland gemiddeld xc2xa32.29. Dat verondersteld een koopkrachtpariteit van 1,56 ($3.57/xc2xa32.29), terwijl de werkelijke wisselkoers op dat moment $2 op  xc2xa31 was. Omdat de absolute kosten vergelijkbaar zouden moeten zijn, leidt dit tot de conclusie dat de Britse pond destijds overgewaardeerd was ten opzichte van de dollar met 22 %, [(1.56-2.00)/2.00]*100= -22%.

Mcdonald_macattack_adbusters De Big Mac-index wordt door The Economist zo'n twee maal per jaar gepubliceerd en aangeprezen als "a more fun way to understand exchange rates than textbooks." Op 14 oktober jl. verscheen de meest recente bijdrage: "An indigestible problem: Why China needs more expensive burgers", wederom rijkelijk gelardeerd met allerlei naar de fastfoodcultuur verwijzende woordspelingen. De conclusie van The Economist op basis van de Big Mac methodologie is dat de Chinese Yuan zo'n 40% ondergewaardeerd is ten opzichte van de dollar. De daartegenoverstaande overwaardering van de Zwitserse frank (meer dan 80 %), de Braziliaanse real (42%) en de euro (29%) lijken een goede graadmeter van de toenemende spanningen op de internationale valutamarkt en dan met name de door sommigen ontwaarde onstuitbare val van de dollar.

Het voedt geruchten dat het op termijn misschien komt tot een valutaoorlog. The Economist  bericht: "The tensions caused by such misalignments prompted Brazilxe2x80x99s finance minister, Guido Mantega, to complain last month that his country was a potential casualty of a xe2x80x9ccurrency warxe2x80x9d. Perhaps it was something he ate. In Brazil a Big Mac costs the equivalent of $5.26, implying that the real is now overvalued by 42%. The index also suggests that the euro is overvalued by about 29%. And the Swiss, who avoid most wars, are in the thick of this one. Their franc is the most expensive currency on our list. The Japanese are so far the only rich country to intervene directly in the markets to weaken their currency. But according to burgernomics, the yen is only 5% overvalued, not much of a casus belli."

Gelukkig maar dat het dus niet zo'n vaart loopt met oorlogvoeren tussen landen die zich beschermd weten door een waar leger aan Mc Donald's vestigingen.

dinsdag, 28 september 2010

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Het akkoord; tolereren, accepteren of agiteren

In angst, coalitie, democratie, groenlinks, huis, kabinet, manier, meester, mensen, en meer.
Tegenstrijdige gevoelens maken zich van mij meester bij het horen van het nieuws dat er een akkoord is bereikt. Zodra mensen horen dat ik tot de GroenLinks orde behoor wordt er automatisch vanuit gegaan dat ik tegen alles wat rechts op de politieke ladder staat ben. Een misvatting die er bij velen moeilijk uit te krijgen is.

Ik bezit geen geitenwollensokken, heb geen wierrookstokjes in huis en nee, mijn koelkast is niet geheel biologisch. Ik ben geen fanaticus, geen linksterrorist. Ik ben een realist die zich thuisvoelt bij de visie van GroenLinks, de koers die ze willen varen, en de punten die ze willen en zullen maken.

De reacties die ik vanuit het complete partijenspectrum die ons land rijk is langs zie komen op de huidige formatie zijn ronduit schokkend. Het jij-bakken, potten die ketels verwijten en muggen die tot olifanten verworden. De tolerantie is verdwenen, precies zoals verwacht.

Nederland is een democratie. Nederlanders hebben het recht om zelf te bepalen op welke partij zij stemmen, en een meerderheid van deze stemmen vormt een coalitie om ons land te besturen. Dat deze meerderheid via meerdere vormen bereikt kan worden is waar, maar desalnietemin bestaat de coalitie altijd uit een meerderheid van de stemmen van de bevolking van dit land.

Is het rechtvaardig om het vertrouwen nu reeds op te zeggen, is het rechtvaardig om alles uit te vlakken en de democratie terzijde te schuiven? Als de formatie zo het slechtste in de mens naar boven haalt, moeten we dan niet overstappen op een 2 partijen systeem?

Begrijp me niet verkeerd, een rechtse regering boezemt mij een zekere angst in. Veel denkbeelden en actiepunten van deze partijen druisen recht tegen mijn gevoelens in. Ook ik zal af en toe een steekje onder water geven met als gevolg hopelijk een gesprek. Maar ook al is dit niet het kabinet dat op mijn wensenlijst stond, de basis van mijn bestaan mag daardoor niet gelijk weggevaagd worden. Open staan voor anderen, respect en inlevingsvermogen zijn basisprincipes die je niet aan de kant mag gooien als de uitkomst je niet zint.

Of je nu links- of rechtsom gaat, tegenstand is er altijd. Maar is agiteren tegen een besluit nu de juiste manier om de onvrede te uiten? Waar tolerantie zo hoog in het vaandel zou staan bij de links op de ladder partijen is deze zelfde tolerantie verdwenen zodra het om rechts gaat. Laten we nu alsjeblieft iedereen in zijn waarde laten en eens kijken wat er werkelijk gaat gebeuren. Iets wat niet werkt zal vroeg of laat stranden. En als je op dat strand kuilen wilt graven, ga je gang, maar vecht het niet uit op open zee.

maandag, 13 september 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Geslaagde Coup van Rechts?

In eigen artikelen 2000-2012, nieuws, politiek, achterban, actie, ad koppejan, bezuinigingen, cda, coalitie, en meer.

Ruim 3 maand na de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni – we schrijven 11 september – hangt het eerste kabinet Rutte van VVD en CDA met gedoogsteun van Wilders' PVV nog steeds boven de markt. Of dit kabinet er werkelijk komt, en of het in dat geval lang stand zal houden daargelaten: de intenties van Rutte, Verhagen en Wilders zijn duidelijk. Zij zetten alles op alles om het meest rechtse kabinet ooit te verwezenlijken. Zelfs als dat betekent dat men gedoogsteun van de reactionaire christenbroeders van het SGP moet accepteren.

Vlak na het kortstondige stranden van de onderhandelingen op 3 september, waarbij de PVV van Wilders het vertrouwen in het CDA opzegde, liet Rutte zich ontglippen dat VVD, CDA en PVV op een onderhandelingsresultaat afstevenden waarbij "rechts Nederland de vingers zou aflikken". Dat zette de toon: in deze PVC-combinatie is Rutte naar eigen inschatting in staat een zeer groot deel van het VVD-verkiezingsprogramma te realiseren. Geen wonder dat Paars Plus, ondanks de goede persoonlijke verhoudingen, flagrant mislukte. Het CDA was al lang gepolst over een kabinet over rechts en verloren zoon Geert Wilders, die binnen zijn PVV geen enkel tegengeluid hoeft te duchten, was beschikbaar en werd in de armen gesloten.

links nagelbijten
Drie bijeen (c) De Pers Na de mislukking van Paars Plus, tot chagrijn van links maar tot grote opluchting van de VVD-achterban, wisten Rutte, Verhagen ("Ons past bescheidenheid") en Wilders elkaar verrassend snel te vinden. Informateur Lubbers werd door het trio vrijwel meteen op een zijspoor gemanoeuvreerd. Een rompkabinet VVD-CDA, met gedoogsteun van de PVV werd de inzet. Aansturen op zo'n  gedoogvariant was essentieel voor het CDA, dat de stap naar een normale coalitie met de PVV niet aandurfde, maar ook voor Wilders, die niet de mensen beschikbaar had voor ministerposten. Daarnaast hield Wilders zo de handen vrij om een eigen kritisch geluid te blijven verkondigen wanneer het kabinetsbeleid hem niet zou bevallen. Dat het CDA met deze vrijblijvende rol van Wilders kon leven is al zeer bevreemdend. Ronduit onbegrijpelijk lijkt het dat Rutte het risico wil lopen dat het eerste kabinet onder zijn leiding gegijzeld wordt door de notoir grillige PVV-voorman, zelfs voortijdig ten val komt.

Toen de gedoogvariant eenmaal was verkozen, restten nog twee onzekere factoren, die beide vooralsnog beheersbaar leken. Enerzijds bestond twijfel of Wilders voldoende kon worden ingekapseld zodat hij de – vooral voor zijn achterban van honderdduizenden Henken en Ingrids – pijnlijke bezuinigingen van 18 miljard euro zou willen steunen. Wilders bleek nog steeds een neoliberaal in hart en nieren, ondanks het opportunistische leentje-buur spelen in SP-programma tijdens de verkiezingscampagne. Deze horde lijkt met relatief gemak te zijn genomen.

Verder was het ongewis of grote verliezer CDA, nog natollend van een enorme electorale dreun, wel klaar was voor regeringsdeelname. Machtspoliticus pur sang Maxime Verhagen, die behoort tot de conservatieve rechtervleugel van zijn partij, maakte de inschatting dat hij de kamerleden en de achterban geleidelijk wel zou kunnen bewegen tot zo'n gedoogcoalitie. Aanvankelijk leek dit inderdaad goed te gaan. Maar in de tweede helft van augustus, toen de CDA-politici geleidelijk terugkeerden van vakantie, ontstond steeds meer verzet tegen een kabinet met de PVV.

CDA-zwaargewichten en oudgedienden als Bert de Vries, Willem Aantjes, Dries van Agt, Doekle Terpstra en Cees Veerman roerden zich met verve. Na 4 weken onderhandelen kwam ex-informateur Lubbers zelfs met een volstrekt ongebruikelijke verklaring. Hij was van mening veranderd en vond nu dat een minderheidskabinet eigenlijk toch niet de bedoeling was. Als klap op de vuurpijl kwam CDA-onderhandelaar en partij-ideoloog Ab Klink eind augustus met een brief waarin hij uitlegde hoe hij tot de conclusie was gekomen dat dit een kabinet was dat het CDA niet zou moeten willen.

kristallen bol

Nu Ab Klink deze week als onderhandelaar en CDA-kamerlid het veld heeft geruimd, proberen Rutte, Verhagen en Wilders de stekker die op 3 september door de PVV-voorman uit de formatiebesprekingen werd getrokken er in allerijl weer in te stoppen. Dat de onderhandelingen zullen worden hervat, na tussenkomst van informateur Tjeenk Willink, lijkt dus inmiddels vrijwel onontkoombaar.

Luchtfoto_G_Semendinger_NYCPAU Bij gebrek aan een glazen bol kan ik uiteraard niet voorspellen wat er de komende weken exact gaat gebeuren. Toch kan ik wel een poging wagen. Wanneer de volgende horde, de gehypete toespraak van Geert Wilders op Ground Zero op 11 september niet leidt tot hernieuwd tumult in CDA-gelederen, lijkt Verhagen in zijn snode plannen te kunnen slagen. Dan is het aan het CDA-congres, inclusief de overgebleven CDA-dissidenten Kathleen Ferrier en Ad Koppejan om wel of niet in te stemmen met het bereikte akkoord. Gezien de immense druk die het kamp Verhagen reeds heeft uitgeoefend op de critici en gemoedsbezwaarden binnen de partij, zal het neerkomen op een alles-of-niets offensief. Wordt het formatieakkoord weggestemd, dan is het meteen einde oefening voor Verhagen.

Rutte lijkt voorlopig in een zetel te zitten, aangezien het falen van deze coalitie automatisch op het conto van zwakkere broeders CDA of PVV zal worden geschreven. Ook voor elke andere coalitie (behalve de Roemer-variant) lijken de rechtsliberalen onmisbaar. Voor het CDA is het overduidelijk buigen of barsten. Maar ook Wilders heeft laten zien door zijn voorbarige opblazen van de coalitieonderhandelingen op 3 september dat hij geen stalen zenuwen heeft. Hij laadt door zijn actie bovendien nog steeds de verdenking op zich liever in de oppositie te blijven dan zich te verbinden aan een kabinet dat veel impopulaire maatregelen zal nemen. Wanneer de zwarte piet voor het mislukken bij het CDA kan worden neergelegd, zal Wilders vanuit de oppositie proberen zijn rechtse concurrenten verder leeg te eten. Rutte blijft dan goeddeels buiten schot.

Frustrerend voor links en progressief Nederland is dat het initiatief nog steeds bij rechts ligt. Deze partijen zitten veel meer op een lijn dan hun opponenten ter linkerzijde. Links is sinds 9 juni ver in het defensief gedrongen en hopeloos verdeeld. Alleen een principieel en standvastig CDA-congres (het lijkt een contradictio in termines) kan Paars Plus of een middenkabinet weer in beeld brengen. Een weinig florissante constatering, die de linkse oppositiepartijen dwingt tot een fundamentele herbezinning.

xc2xa9 11-9-10 Geschreven voor het ledenblad van GroenLinks Groningen Stad, de Groene Klinker.

Aantal berichten op deze pagina: 24. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 12188 uur (507,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,3 per week.

Pagina: 1