Een paar dagen geleden liep ik in het bos achter ons huis. Een mooi landgoed, waar ons gehucht Exel als een Gallisch dorpje tegen aan is geplakt. Een wat schor ‘ra ra’ en een grote kraai in de top van een boom met een ruitvormige staart was herkenning genoeg. Daar zat een Raaf. Met 1.20 meter spanwijdte de grootste kraai, bekend om z’n slimme gedrag. Een instrumentengebruiker, die met stokjes voedsel uit holletjes peutert en stenen gebruikt om noten te kraken. Bijna uitgestorven in Nederland, maar na herintroductie zijn er weer een kleine honderd broedparen. De raaf is een mooi symbool van kwetsbare biodiversiteit. Nu weer onder druk door de plannen van dit kabinet.
Prachtige oase in isolement
Ik woon in een prachtige wereld. Naast het landgoed Ampsen, op een steenworp van het landgoed Verwolde en de moerassige bossen van het Kranengoor. Achter Ampsen liggen de broekgronden. Vroeger waren dat elsenbroeken, moerassen en venen waar beken doorheen stroomden. Nu nog vindt je het geurige gagel in de weg, groeit hier en daar de heide in de bermen. De rest is ontgonnen, mais- en grasakker geworden. De landgoederen liggen als oases van biodiversiteit in deze groen/bruine woestenij, met hier en daar nog resten van oude houtwallen. Want dat is het toch, laten we eerlijk zijn. Rechte lijnen van eiken begeleiden de ontsluitingswegen, jaarlijks vol van eikenprocessierups. Daar tussen liggen eeuwig groene weilanden, regelmatig gescheurd voor nieuwe inplant van engels raai. Afgewisseld door maisakkers, soms een aardappelveld. In de winter groenbemest met wintertarwe. Reeen haasten zich over deze kale akkers, op zoek naar beschutting. Als een boer ploegt, dan zie je nauwelijks meer vogels in zijn sporen. Het bodemleven is verarmd door intensief grondgebruik. Zelfs de roeken, vlak bij het station, trekken steeds meer de stad in omdat er ‘s winters op het platteland niets te halen is. Mijn bijen verhongeren er in de zomer, omdat na de linde er nauwelijks iets bloeit.
Ecologische Hoofdstructuur
Die Raaf in het winterse bos is als een symbool van de fantastische biodiversiteit die dit gebied kan dragen. Een prachtige vogel die als opportunistische aaseter aan z’n kost moet komen. Dus veel oppervlakte en rust nodig heeft. Aan de andere kant van Lochem broedt een paar, in het Grote Veld. Ampsen is, denk ik, net te klein. Dat hoeft niet zo te zijn, maar de lijnen met Verwolde en Kranengoor zijn verbrokkeld, de verbinding met de Lochemse Berg is ver weg. Hier ligt potentieel een prachtig natuurgebied, als die lijnen getrokken worden en kwaliteit via natte natuur en houtwallen ervoor zorgt dat natuurgebieden in verbinding komen. Bij ons achter wordt die poging gedaan, door een weiland te ontgraven en een stap tussen Kranengoor en Ampsen mogelijk te maken via een mini-natuurgebiedje. Verderop loopt de, gekanaliseerde, Dortherbeek. Een ecologische verbindingszone. Boeren en buitenlui zetten zich in voor kavelruil om ook daar natuurlijke verbindingen te realiseren. Dan wordt dit gebied weer één, de oases krijgen weer hun voeding. Er is dan ruimte, ook voor de Raaf.
Bezuinigingen
Volgende week, de 12de, ga ik naar de provincie. Daar krijgen we te horen wat er met de Ecologische Hoofdstructuur gaat gebeuren nu er drastisch bezuinigd wordt. De voortekenen zijn absoluut onheilspellend. De lijnen worden verbroken, bestemmingen verdwijnen, de oases komen geïsoleerd te liggen. Onder andere omdat agrarisch land onttrokken wordt van die Ecologische Hoofdstructuur. Dit kabinet, met Bleker als woordvoerder, verandert de verhoudingen en zet de landbouw weer voorop. Kortzichtig, in een gebied waar met agrariërs lang gewerkt is aan grondruilen en zorgvuldig vormgegeven verbindingen. Zodat die Raaf weer terug kan komen, als symbool van biodiversiteit die misschien de ruimte ging krijgen. Nu, met het loslaten van de melkquota in de komende jaren, en de daarmee verbonden explosie van schaalvergroting en productie, worden dergelijke processen jaren terug geslagen. De verbindingen vallen dan weg, de oases staan weer in hun groene woestenij.
Alternatief lokaal
Wat goed is, van het beleid van dit kabinet, is dat we zo weinig van Den Haag te verwachten hebben. Zelfs Arnhem, onze provinciale hoofdstad, is heel ver weg. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, is het ook een beetje. Maar het betekent dat we het zelf moeten oplossen, met zeer beperkte middelen. Ons energiebeleid laat zien dat je in zo’n zoektocht onvermoede krachten tegen komt. Dat we sterker dan Den Haag of Arnhem kunnen zijn. Dat we zelf in staat moeten zijn die biodiversiteit te verbeteren en ons niet door Haagse besognes moeten laten leiden. Dat kan, maar het vraagt, net als bij ons energiebeleid, volstrekt ‘omdenken’. Vanuit de lokale belangen zoekend naar perspectief voor onze Raaf? In een wereld van jagers en boeren, gewend te oogsten wat de natuur hun lijkt te bieden?
Ja dus. Want is het huidig natuur- en landschapsbeleid niet gebouwd op een zompig fundament van afhankelijkheden zonder overtuigend deel te zijn van onze eigen economie? Komende jaren staan, in Lochem, in het teken van duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij staat de economie van het platteland voorop. Bedrijven die een goed inkomen halen uit dit agrarisch landschap, met haar landgoederen, houtwallen en beken. Schaalvergroting zal onvermijdelijk zijn, maar dan ingepast in een kleinschalig landschap. Verdienen aan de natuur, via biomassa, slimme maairegimes, goed grondgebruik waardoor mestgift omlaag kan, gebruik makend van natuurlijke systemen die evenwicht in de bodem versterken wordt het adagium. Maar ook verdienen aan de biodiversiteit en prachtige natuur omdat dit ons landschap recreatief en toeristisch waardevol maakt. Want de recreant komt voor die beek, prachtige houtwallen en landgoederen.
En dat er dan een enkeling is die kippevel krijgt van dat schorre ‘ra ra’ van een eenzame Raaf, is dan mooi meegenomen.