vrijdag, 27 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De duurzaam stromende rivier #wot 3

In heraclitus, #wot, sociale werkvoorziening, stroom, panta rhei, duurzaamheid, verantwoordelijkheid, bedrijf, belangrijk, en meer.

Heraclitus (linksonder)
op de School van Athene
 Heraclitus, de ‘duistere’ filosoof, zou als eerste de zin Panta Rhei (alles stroomt) hebben gezegd. Heraclitus’ bijnaam was de ‘duistere’ filosoof, omdat hij, gedreven door haat voor zijn medemens, als kluizenaar door het leven ging. Hij woonde in de bergen en at niets anders dan gras en kruiden. Net zo droevig als zijn leven was ook zijn dood. In de bergen werd hij ziek, waardoor hij toch weer terug de stad in moest.  Hij wilde dat de arts hem insmeerde met koeienmest in de hoop zijn duistere gemoed uit te drijven. Die koeienmest is hem fataal geworden. Hoe is niet helemaal duidelijk. Het lukte hem niet om de opgedroogde koeienmest van zijn lichaam te halen, waarna hij werd opgegeten door een troep honden. Een andere versie is dat hij verdronk in de mest waarin hij werd ondergedompeld.* Net zo duister als zijn leven zijn ook zijn gedachten. Naast Panta Rhei heeft Heraclitus een andere fascinerende uitspraak gedaan: ‘We kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier afdalen’. De gangbare interpretatie is dat zowel het water dat door de rivier stroomt als de persoon geen moment hetzelfde zijn. Toch is daar de eenheid scheppende bedding van de rivier. De tegenstelling in deze uitspraak vind ik treffend. Wat ons mensen bindt is niet te vinden in een persoonlijke zoektocht, deze gaat eraan vooraf en volgt erop. Wat ons mensen bindt ligt in wat wij delen met elkaar: onze menselijke wereld. Daarom vind ik het streven naar duurzaamheid zo belangrijk, omdat daarin mijn verantwoordelijkheid voor onze aarde tot leven komt. De uitspraak van Heraclitus inspireerde mij ooit tot het volgende verhaal. In dit verhaal komt mijn zoektocht naar verantwoordelijkheid tot leven.

De rivier stroomt al eeuwen door het landschap. In de lente neemt de snelheid van het water en de omvang van de rivier door smeltwater toe. In de herfst gebeurt dit door de heftige najaarsbuien. Overstromingen vinden regelmatig plaats. Bij de bron van de rivier ziet het landschap er anders uit dan bij de mond. De rivier begint met watervalletjes, stort zich daarna in stroomversnellingen waaruit zalmen omhoog springen, creëert draaikolken en eindigt bij de mond in een breed deltalandschap, met kleine poeltjes waarin kikkers leven. Hoe hoog het water morgen staat is niet te voorspellen. De mensen die bij de bron wonen, maken zich hier niet druk om. De mensen in de delta echter werpen dijken op om te voorkomen dat ze elk voorjaar natte voeten hebben. De mensen bij de bron bouwen stuwdammen, de bomen in de omgeving hoeven niet langer gekapt te worden om ’s winters in de warmte te zitten. Een plaatselijke fabriek maakt handig gebruik van het stromende water om haar machines te kunnen koelen en het afvalwater te lozen. Pas na protesten van boeren worden er filters geïnstalleerd. Er wordt een kanaal aangelegd, dat de rivier met een ander verbindt. Er komt meer scheepvaart. In de delta wordt een grote haven gebouwd. Om te voorkomen dat hoog water het aanmeren onmogelijk maakt, worden sluizen toegevoegd. Halverwege stroomt de rivier door een grote stad, de oevers zijn verbonden met bruggen. Rondvaartboten doorkruizen de weg van de scheepvaart. Het panorama vanaf de brug is elke dag anders. De ene dag is de rivier grijs en wild, de andere dag is de rivier glad als olie. Toch noemen de mensen haar al eeuwenlang de blauwe rivier.
Ik heb dit verhaal geschreven tijdens mijn onderzoek naar de spagaat in de sociale werkvoorziening, een thema dat nu weer erg actueel is. Waarvoor zou de Sociale werkvoorziening moeten gaan: haar maatschappelijke rol of haar economische rol? Het niet kunnen kiezen tussen dit duivelsdilemma bracht de Sociale Werkvoorziening in een metaforische spagaat. Ik kwam er in mijn onderzoek ook niet uit. Het zwaard van Damocles is nu gevallen, hart en ziel van dit unieke bedrijf zijn gespleten. En toch stroomt er ook nu weer nieuw water door de rivier, waarin hoop besloten ligt.

Meer lezen over mijn onderzoek?  'Oefening baart kunst; Over de spagaat in de sociale werkvoorziening' in  PDF of via publicaties op mijn website.


* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Stroom". In gedachten op donderdag geschreven, gepubliceerd op vrijdag.

*Ontleend aan Simon Critchley 'Over mijn lijk'

donderdag, 26 januari 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

Zin en onzin

In , belangrijk.
Zin en onzin. Met de subtitel zinnen in ZuidOost schrijf ik op punt.nl sinds 2009. Bijna dagelijks heb ik iets laten zien van dingen die ik belangrijk vind of van iets wat ik ben tegen gekomen. Bloggen en ontmoeten op digitale sociale fora hebben mij virtueel nieuwe vrienden gegeven.Gekwetter uit een digitaal vogelnestje, feestgeruis van het  fotoboek of zakelijke overlegmomenten, het uitwisselen ...

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

maandag, 23 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

John Irving – Last night in twisted river

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, john irving, lezen, belangrijk, evenementen, film, en meer.

John Irving - Last night at twisted riverJohn Irving – Last night in twisted river

Een boek van Irving is altijd een cadeau. Het woord epos komt vaak in me op. Het boek gaat ook nooit over een paar weken of een enkele gebeurtenis, het duurt decennia en de vele evenementen zijn allemaal onderling met elkaar verbonden. Alleen al daarom is elk boek weer een plezier om te lezen.

Aan de andere kant komt de voorspelbaarheid vaak om de hoek. Noordoost Verenigde Staten, een schrijver, beren, wat worstelen, minimaal 400 pagina’s, de overeenkomsten met meerdere voorgaande boeken zijn duidelijk.

Daarom ook kan ik wachten tot de paperback er is, hoef ik het boek niet perse meteen aan te schaffen. Ik stond op het punt, toen ik de kans kreeg om het boek door hem zelf te laten signeren. Maar de hoofdprijs die betaald moest worden voor een enkel boek had ik die dag niet in mijn portemonnee.

Maar natuurlijk kocht ik het boek later wel, las het dus afgelopen zomer. En weer heb ik me geen seconde geen verveeld, zat er geen overbodig woord tussen op alle 667 bladzijden en sleepte het verhaal me mee van begin tot eind. De schrijver in dit boek heet Danny, eigenlijk Daniel en woont met zijn vader in een houthakkersdorp. Een harde wereld, maar vooral een hele kleine wereld. Met een flinke klap komt er een dramatisch einde aan hun leven in het dorpje Twisted River. Daarna begint een vlucht die decennia lang duurt en altijd een rol blijft spelen in hun leven.

Danny is dan weliswaar de hoofdfiguur, maar de bijrollen (hij ziet zelf geen film in dit boek, hoorde ik destijds tijdens het interview dat Theo Hakkert mocht afnemen) zijn minstens zo belangrijk. Zijn vader Dominic leeft zijn hele leven met een schuldgevoel, wil dat zijn zoon het beter heeft, zoals elke vader overigens. Maar in zijn hoofd speelt wel mee dat de geschiedenis van zijn leven bepalend is geweest voor de manier waarop Danny nu leeft. Vriend Ketchum is niet omnipresent maar is voor zowel Danny als Dominic een erg belangrijke invloed.

Het knappe van de boeken van Irving is dat hij het absurde in zijn verhalen weet te verwerken, zonder dat je het gevoel hebt dat het nergens op slaat. Een naakte parachutiste die jaren in het hoofd van Danny blijft spoken, tot hij bijna gelooft dat hij het niet echt zo gezien heeft. Meerdere voorbeelden kun je zo uit het boek halen.

Gezien zijn leeftijd, de dikte van zijn boeken en de tijd die hij nodig heeft, ben ik bang dat we nog maar een paar boeken mogen verwachten van Irving. Ik zal ze in ieder geval van harte verwelkomen.

Citaat: “Danny stepped off the sidewalk and into the empty street, as if daring the blue Mustang to take notice of him. ‘Please don’t hurt my father or my son,’ Danny said. ‘Hurt me, if you have to hurt someone,’ he said .” (p.396)

Nummer: 11-025
Titel: Last night in Twisted River
Auteur: John Irving
Taal: Engels (US)
Jaar: 2009
# Pagina’s: 667 (8233)
Categorie: Literatuur
ISBN: 978-0-552-77658-5

Meer Twisted River:
Popmatters
Official site
Wikipedia
NY Magazine
New York Times
Guardian
VPRO
Vrij Nederland

Andere Irving boeken door mij gelezen:
My movie business
Waarom ik van Dickens hou
Until I find you
Pension Grillparzer
The fourth hand
A widow for a year


zondag, 22 januari 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

CDA mag uitgangspunten niet weer gebruiken als dekmantel.

Het CDA heeft dit weekeinde zijn nieuwe uitgangspunten en toekomstvisie gepresenteerd. ‘Radicaal voor het midden’ is de bijbehorende slogan. Goed gekozen. Radicaal in de geest van terug naar de oorsprong, de wortels van het CDA. Radicaal zijn is niet nieuw. We kenden de al voor een belangrijk deel uit de Katholieke Volkspartij (KVP) voortgekomen Politieke Partij Radicalen (PPR), die later in GroenLinks is opgegaan. De PPR was radicaal omdat ze ‘ingrijpende hervormingen’ wilde.
Het CDA hoort echter in het midden thuis. De nu gepresenteerde visie is niet vernieuwend. Beetje oneerbiedig: ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Veel uitgangspunten zijn alleen herschreven in een wat moderner taalgebruik. En ook het huidige verkiezingsprogramma bevat al veel van het gedachtegoed dat nu weer wordt geuit. Maar de visie contrasteert wel met de huidige CDA-politiek.

Het CDA moet wel radicaal veranderen. Niet zozeer wat de politieke uitgangspunten betreft, maar meer zijn dagelijkse politiek. Op dit moment is het CDA geen middenpartij. Rechts heeft de macht overgenomen binnen het CDA. Maar de deelname aan het gedoogkabinet Rutte heeft gezorgd voor een verdere teloorgang van de partij. De partij volgt op hoofdthema’s niet haar eigen uitgangspunten. Ze doet veel te veel water bij de wijn. Het CDA is niet trouw aan zichzelf. Dat rekent de kiezer het CDA aan.

Als het CDA het vertrouwen van veel kiezers wil terugwinnen, dan zal het moeten handelen conform zijn eigen doelstellingen. Hoe eerder, hoe beter. De kiezer zal het CDA niet geloven op basis van mooie standpunten in een klein boekje, maar op de politieke besluiten. Daar zit het CDA in een spagaat. Als het CDA zo doorgaat dan zal de kiezer de mooie uitgangspunten al weer snel zijn vergeten en zich hoogstens nog herinneren hoe onbetrouwbaar het CDA is ten opzichte van de eigen idealen. Het CDA zal dus moeten bewijzen dat het radicaal wil veranderen.

Als het CDA daadwerkelijk wil breken met de huidige politiek en het bijbehorende imago, dan zal dat radicaal moeten. Het is zeker niet genoeg als de huidige gezichten alleen maar een ander verhaal vertellen. Dat is een niet geloofwaardig ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’.
De hele politieke top moet worden vernieuwd. Iedereen die dit gedoogkabinet van harte ondersteunt en die het CDA profileert in het Kabinet en Tweede Kamer, zal moeten plaatsmaken. Alleen zo geeft het CDA een duidelijk signaal dat het menens is, dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd. Daarbij lijkt het wijs om ook het harde, hanige imago van de huidige invloedrijke CDA'ers te veranderen in een politiek handelen met meer ‘vrouwelijke’ karaktertrekken.
Als in de toekomst de op zich aansprekende uitgangspunten weer worden gebruikt als dekmantel voor te rechts handelen, dan is dat waarschijnlijk de doodsteek voor dit CDA. Dan kan de partij zich beter opsplitsen in een sociaal-christelijke partij en een rechtse partij.

vrijdag, 20 januari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Kinderzorg

‘Dat de hele kinderzorgketen ouders benadert als potentiële kindermishandelaars is een bekende klacht. Daar kan die arme keten zelf niet zo vreselijk veel aan doen. Ze moet. Omdat wij het willen.’ Aldus Sheila Sitalsing vanochtend in haar column in de Volkskrant. We slaan een alarm bij alles wat afwijkt van de norm. Ingrijpende veranderingen zijn noodzakelijk. Met een grote stem voor iedereen die direct met kinderzorg te maken heeft.

Veel hulpverleners binnen deze zorg maken een verschil. Een verschil dat zich niet uit in de dijk aan rapportages, het jargon en de vele verantwoordingen. Maar een verschil dat zich uit in het contact met de persoon die tegenover hem of haar zit. Niet omdat het moet, maar omdat het belangrijk is: omdat het ertoe doet.

Het zou in de grootste plaats moeten gaan over die ruimte. De verandering begint namelijk niet bij de keten, de rapportages of de verantwoording. Maar de verandering ligt verscholen in het contact tussen hulpverlener en cliënt.

In ons.


Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Poetisch argument voor Vrijheid

In regels, vrijheid, socratisch gesprek, socratisch cafe, belangrijk, bezig, huis, manier, mensen, en meer.
Vrijheid houdt me bezig, is belangrijk voor me, ik zou niet zonder kunnen. Wat is dat waar ik niet zonder kan? Het is niet hetzelfde als lucht of voedsel, water of een dak boven mijn hoofd. Die heb ik op een specifieke manier nodig, als mens, net zoals jij en zij en vele anderen. Vrijheid heb ik nodig als dit mens. In vrijheid manifesteert zich wie ik ben, dit unieke mens als geen ander.
      Ik was afgelopen week in gesprek met mensen over het thema ‘Regels’. Tijdens het gesprek werd me duidelijk dat regels de neiging hebben het vrijheidsgevoel uit mensen weg te drukken. Komt dit omdat we opeens gelijk zijn als we dezelfde regel naleven? Dat er geen onderscheid meer is tussen jij en ik? Dat een regel geen recht doet aan het ‘dit mens’ zijn? Ik denk dat dat maar deels zo geldt. Juist omdat we regels hebben, waarop we allemaal op gelijke wijze verantwoordelijkheid voor nemen, ontstaat er ook ruimte voor vrijheid. Toch herken ik het spanningsveld tussen vrijheid en het naleven van regels. Zeker bij regels die knellen. Waar ik het niet mee eens ben.  Dan voel ik ook alle vrijheid uit mij weggedrukt alsof ik in een dwangbuis zit. Ik heb me zo gevoeld bij een van mijn voormalige werkgevers. Ik was er niet aan toe om de regels vrij te aanvaarden of af te wijzen; ik voelde slechts de overheersende druk van dat keurslijf.
      Ik was diep onder de indruk van het gesprek. Het was een gesprek waarin moed en openheid gesprekspartner waren. En toch knaagde er iets toen ik weer naar huis ging: het was nog niet af, er lag nog een belangrijk thema onder tafel. En dat was de vrijheid zelf. Een beetje betast, maar nog niet in de openbaarheid. Of is juist die onzichtbaarheid de kracht van de vrijheid. Ik weet het niet.


Vrijheid

Vrijheid
In wat je bent
In wat je doet
In wat je gaat

Vrijheid
In wie je bent
In wie je ziet
In wie je niet ziet

Vrijheid
Gevoel van leven
Gevoel van los
Gevoel van gaan

Leven in Vrijheid
Vrijheid in leven

© Monique Mast
Impressies en reflecties van mijn ronde langs Socratische Cafés Nederland; deze keer Utrecht

zondag, 15 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

Een Ander Nederland in Lochem

In accepteren, afval, banen, bedrijf, beheer, belangrijk, beleid, bomen, coalitie, en meer.


teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

Systeemprobleem

koninginCohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

Werk

Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

Duurzaam bouwen en renoveren

duboTerwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

Afval en recycling

Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

Onderhoud groen

groenDatzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

Riolering

Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers

hubTientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Afscheid zonder publiekswissel

In goal columns, afscheid, gfc, goal, publiekswissel, vincent noorman, geluk, goor, humor, en meer.

Goal, november 2007

De publiekswissel is aan hevige inflatie onderhevig. Twee goede wedstrijden en een beslissende goal en het is zover, je eerste publiekswissel. Die dus daardoor niets meer voorstelt, omdat je weet dat een maand later een teamgenoot na drie assists in een wedstrijd ook een dergelijke wissel krijgt.

Eigenlijk zou de wissel beperkt moeten blijven tot de laatste wedstrijd van de carrière, zoals Romano tegen Ajax bijvoorbeeld (jammer dat hij tegen AJC weer meedeed). Na vele jaren trouwe dienst is het mooi geweest, vijf minuten voor tijd, de wedstrijd al gespeeld, de uitslag staat vast, haal de afscheidsnemer er uit en negeer het spel vanaf dat moment. De scheidsrechter hoeft die wedstrijd ook de blessuretijd niet bij te tellen. De wedstrijd is voorbij.

Onlangs nam Vincent Noorman op de meest verschrikkelijke manier afscheid van zijn voetballoopbaan. Zonder te spelen. Het derde elftal speelde de belangrijkste wedstrijd van het seizoen (die het overigens verloor), Vincent was reserve. Dat kwam voor niemand als een verrassing. Ook niet voor hem zelf. In de rust was de stand nog gelijk. Er waren niet genoeg shirts en broeken, Vincent zag een andere verdediger die ook nog op de bank zat en offerde zijn shirt aan de coach, tevens spits in het elftal. Na een halve warming up en een helft op de bank, ging hij voor het laatst onder de douche. Afscheid nemen zonder te voetballen.

Een week later werd er niet gevoetbald, maar wel een afscheid gevierd bij de Tapperij. Ook dit afscheid was typisch Vincent. Geen poespas, gewoon een laatste avond in de kroeg. ‘Ik ben er voor het laatst en als je wilt, ben je welkom’, het past bij hem. Het werd een geweldige avond die tot in de kleine uurtjes doorging.

De week daarna vertrok hij naar Londen, de liefde achterna reizend. Een hele stap, een mooi avontuur, met een nieuwe baan aan de andere kant van de Noordzee. Iedereen gunt hem het geluk.

Vincent is voetballend nooit een hoogvlieger geweest. In een column op een ander medium legde ik een paar jaar geleden de nadruk op zijn beroerde loopstijl, maar vooral op zijn zelfkennis en relativeringsvermogen, zijn voetbalintelligentie. In de jaren daarna viel het lopen steeds minder op, maar liet Vincent de betrekkelijkheid van voetbal in de lagere elftallen goed zien. Altijd aanwezig, je best doen, maar vooral de lol van het spelletje inzien. En zijn humor zal worden gemist, nu hij Engels als voertaal zal gaan voeren de komende jaren. Zijn bijdrage aan de teamspirit was vorig seizoen in het kampioensjaar minstens zo belangrijk als de doelpunten van de topscorer.

Maar het blijft jammer dat hij geen mooi afscheid heeft gekregen. Misschien wel een passend. Als voetballer op de achtergrond, in de rust in de kleedkamer achterblijven, het siert hem dat hij, juist op die zondag nog steeds het teambelang liet prevaleren boven zijn eigen belang. Misschien dat het team na de winterstop een keer iets terug kan doen. Wanneer hij op een mooie lenteochtend, zijn familie in Goor bezoekend, toch nog een keer de schoenen aantrekt voor een wedstrijdje, moet het toch mogelijk zijn om Vincent een fatsoenlijke publiekswissel aan te bieden. Eentje in de categorie onvergetelijk en verdiend. Voor nu: Good luck Vinnie!


Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Zal ik dit nieuwe jaar wel mijn hoofd boven water houden was de grote vraag

In arbeid, begroting, belangrijk, bezig, bezuinigen, december, divers, eerste, eten, en meer.
Eind December 2011 ontving ik een uitnodiging van Ronde Tafel met daarbij de mededeling dat men ook dit jaar weer druk bezig is met de organisatie van de Nieuwjaarsduik 2012. Omdat vooral wij het vorig jaar tot een groot succes hadden gemaakt, hoopten zij vanuit de organisatie dat wij ook dit jaar weer mee wilden doen.

Vanaf eind November en begin December zat ik nog te twijfelen en liet binnen vrienden en familie kring doorschemeren dat ik waarschijnlijk niet mee zou doen of dat ik het nog niet wist (deed ik natuurlijk alleen wanneer ik de vraag letterlijk voorgelegd kreeg).

In Januari 2011 wilde ik een duidelijk statement maken uit protest in de vorm van:”wat nou?”,”Deze ‘zielige’, ‘zwakke’ (vaak afgewen) gehandicapte donderstraal kan meer dan velen denken”

Hoe zat het ook alweer dat ik in omgeving 2007 op eigen initiatief wederom bij het UWV aanklopte voor studie mogelijkheden? Kreeg te horen wat de concrete mogelijkheden waren binnen een termijn van 3 maand en daarnaast de opmerking:”doe rustig aan”,”we kennen je ziektebeeld en daarom zal je ook blijvend in aanmerking komen voor een arbeid ongeschiktheid’s uitkering.” Ter afsluiting kreeg ik destijds ook mee dat ik ervan genieten moest!” Harder dan dat kon er eigenlijk niet in mijn smoel gemept worden (het was goed bedoeld maar toch achteraf gezien).

Natuurlijk was 1 Januari 2011 ook een uitdaging voor mijzelf, een beetje bluffen en grenzen verleggen.. Je zal maar gebluft hebben en een enorme stijfkop zijn, dan laat je toch ook zien wat je waard bent!

Dat bleef eigenlijk onhandig de tong uitsteken naar een ieder die mij allang afgeschreven hadden in welke vorm dan ook met daarbij de vraag doe me dit maar even na :P http://www.youtube.com/watch?v=YWhCuKPA0Sc

Nu 1 Januari 2012-01-12

Halverwege December 2011 begon mijn bloed natuurlijk weer te stromen waar het niet zou kunnen stromen en kreeg zelf wederom weer zin aan een verfrissende duik (gewoon doen dacht ik)!

Dit maal zat ik vooraf wel met 2 vragen:

1. Omtrent mijn gezondheid was het wat minder met mij gegaan afgelopen jaar waardoor ik ook veel minder gaan sporten ben, zou mijn rikketik zo’n sprong dan wel aan kunnen (nuchter gezien maar deels ook een onzinnig argument).
2. Wel heel belangrijk voor mezelf, in 2011 had ik mijn eigen al bewezen wil telkens een stap voorwaarts maken en een herhaling van zetten hoort daar niet bij!

Eind December schoot mij te binnen zal ik mijn eigen (opgesloten) gaan verpakken in een doos waarop diverse teksten gekalkt staan wat mij niet bevalt aan de komende begrotingen, mijn ideeën in die vorm waren te onduidelijk en praktisch gezien niet reëel.

Zelf ben ik bijvoeding nodig om maar zwaarder te worden, zo’n doos paste en past prima tussen mijn hals en net boven mijn kont (ben blij dat het voorlopig nog vergoed wordt)..

Op twitter stelde ik ook de vraag wie een origineel idee had en bij voorkeur zocht ik naar een GroenLinks thema en iets over de zorg. De beste tekst was toch wel (aan de voorkant van het shirt) Help ons ook in 2012 ons hoofd boven water te houden! Stem GroenLinks voor échte oplossingen.

(aan de achterkant) Want – gratis zwemles voor pgb-ers, gratis rondje vliegen in de JSF en 130 met je scootmobiel zijn dat niet! #OPRUTTE

1 januari was het zo ver, tegen 14:00 stapte ik uit mijn nest en ging vlot een hapje eten en wat drinken. Net voor ik vertrekken wilde moest ik ook nog even een noodstop maken op het kleinste plekje van de aarde.. Scheld vloek, geen smoesjes jongen gewoon gaan hardlopen dan kom je nog wel op tijd aan.

Bij aankomst herkende 1 van de organisatoren mij meteen en begeleide mij naar de inschrijf en kleed ruimte, toen ik omgekleed was kon ik binnen aansluiten bij een groepje die nog voor mij stonden die de teksten op mijn shirt wel heel interessant vonden (ff een kort momentje gesproken over hoe alles nu gaat en hoe het zou moeten gaan wanneer GroenLinks het voor het zeggen zou hebben)

Op een bepaald moment mochten we naar het water lopen en per groepjes sprongen mijn voorgangers het water in, tegen de tijd dat het bijna mijn beurt was begon ik al zachtjes te lopen en werd ik tegen gehouden door een van de organisatoren van Ronde Tafel, deze vermelde letterlijk aan mij:”jij mag als laatste”,”en je krijgt een speciale aankondiging dus wacht nog maar even.”

Prachtig dacht ik, zonder iets te zeggen begreep deze organisator van Ronde Tafel mij heel goed. Ik sloot me intussen alvast af van alles en begon mij op het water te concentreren en het start sein van Klaas je mag..




Zodra ik het start sein kreeg liep ik in een stevige looppas naar de rand van het water en keek waar ik ongeveer terecht wilde komen, toen werd ik ook meteen even wakker en dacht bij mijn eigen:”ik weet niet waar de camera’s staan van het grote beeldscherm waarop iedereen mee kon kijken”,”laat ik mijzelf maar langzaam 1x ronddraaien zodat zowel de voorkant als achterkant van mijn shirt goed in beeld komen te staan.” Eenmaal omgedraaid zocht ik weer naar het punt waar ik in het water wilde belanden en maakte de sprong, deze ging meteen een stuk beter dan vorig jaar… ik kwam precies op de plek terecht die ik vooraf ingeschat had, raakte wel koppie onder maar kon nu gelukkig zelfstandig snel genoeg op staan. Ook de weg naar het trappetje was een stuk eenvoudiger te vinden… Ontving divers applaus en er rende ook meteen een journaliste naar mij toe van de Hoogeveense Courant.

Had niet eens de tijd om een beetje overdonderd te zijn in de vorm van yes, dit is precies wat ik wil, nu ff gaan opletten wat ik zeg. Tijdens het lopen naar de kleedkamer vertelde deze in positieve zin ‘exact’ wat er vorig jaar gebeurd was:”vorig jaar was ik de aller eerste duiker”,”dit jaar de aller laatste”,”vorig jaar was het steen en steen koud”,”lag er eis etc;” wat ik allang vergeten was want dat eis was vooraf weg gehaald en herinnerde me alleen een aantal smeltende sneeuw bultjes..

Ze vroeg meteen hoe voelde het water aan waarop ik direct antwoordde dat ik ook het water een stuk minder koud aan vond voelen dan vorig jaar maar dat het ondanks dat best nog wel koud was. Ik plakte er aan vast dat mijn sprong gelukkig al veel beter ging dan vorig jaar.

We naderende aanmeld balie om te springen en ik kreeg de vraag:”Vorig jaar was je de eerste duiker”,”nu de laatste!”,”hoe zit dat?” Intern begon ik wat te grinniken met een gevoel van:”Yes”,”ga je straks met name veel richten op het PGB omdat je je eigen daar het meest kwaad om maakt momenteel!”

Eenmaal binnen aangekomen kregen we het wederom even over vorig jaar waarbij ik aangaf dat ik destijds wilde bewijzen dat ik ondanks mijn handicap ook veel dingen wel kon.. We kregen het over de teksten die op mijn shirt stond en zodra het woordje PGB viel kreeg ik het verzoek om mij eerst even om te kleden en daarna het interview af te maken (heel logisch eigenlijk).

In de kleed ruimte aangekomen kreeg ik diverse complimenten in de vorm van:”jij bent wel koppie onder gegaan”,”respect man!” Waarop ik wel eerlijk antwoord gaf dat dat niet mijn bedoeling was maar dat de sprong mij in verhouding met vorig jaar behoorlijk mee viel en ik had het ook niet eens koud..

Op het moment dat ik mijn t shirt uit wilde trekken kreeg ik het in ene wel steen koud, had het gevoel dat ik in mijn blootje in de sneeuw lag en het iets te kleine t shirt kon ik ook amper uit krijgen… Was bijna geneigd om te roepen:”wie wil mij even helpen om dit shirt over mijn schouders heen te trekken!”

Niet doen Klaasje, je bent een grote sterke vent met een grote mond die zo zelfstandig mogelijk wenst te blijven.Vanuit mijn eigen situatie zeker sinds het 1e kwartaal van 2011 drong tot mij door dat ik echt een PGB regeling nodig zou gaan krijgen.

Meneer Rutte snapt dat niet, aldus Rutte kan ik wel ondersteuning blijven ontvangen d.m.v. het CAK mits ik een eigen bijdrage lever, en dat noem ik nu juist geld verspilling pur sang omdat ik telkens maar enkele maanden per jaar hulp nodig ben in bijvoorbeeld de huishouding.

Dit kabinet snapt dat niet, komt geld tekort en moet gaan bezuinigen (wat GroenLinks ook zou gaan doen) en plukt zomaar overal geld vandaan om de huidige begroting matchent te maken (iets wat GroenLinks zeker niet wenst in deze vorm).

Dit kabinet schuift huidige problemen die spelen gewoon door naar de toekomst, wie dan leeft wie dan zorgt heet dat! Zelf ben ik een GroenLinkser met diverse liberale ideeën, maar wat er nu gebeurd kan echt niet!

Na het omkleden was ik nog even blijven rondhangen bij de soep stand, met een aantal mensen gesproken over de sprong en nog even gewacht op de journaliste die mij nog verder wenste te interviewen.

Al met al een geslaagde dag

zaterdag, 14 januari 2012

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Een nieuwe voorzitter: Twee goede kandidaten, één functie, een lastige keuze.

Foto gemaakt door Menno Slaats Verbinden, solidariteit, luisteren naar de leden, meer dialoog vooraf, een betere vertaalslag door de Kamerfractie, groene innovatie, een partij die met beide benen in de samenleving staat. Zomaar een paar termen die vanmiddag voorbij kwamen tijdens de discussie tussen de twee voorzitterskandidaten van het landelijk bestuur. Prachtige zinnen, volgens mij willen we dat allemaal. Woorden die ik eerder heb gehoord bij eerdere verkiezingen. De vraag is hoe ga je dit doen als voorzitter? Want woorden zijn nog geen daden. Op de ALV werd dan gelukkig ook door de mooie woorden heen geprikt. De keuze voor de GroenLinks leden wordt er m.i. niet makkelijker op. Een kleine beschouwing van de kandidaten zoals ik ze heb geobserveerd. De twee kandidaten: Heleen Weening & Arno Uilenhoet Opmerking vooraf: Ik ben er van overtuigd dat beide kandidaten uitermate geschikt zijn voor de functie van het voorzitterschap. Ik voel de passie, beide hebben unieke kwaliteiten. Bij beide kandidaten heb ik een goed gevoel. Heleen Weening – ‘Het Solidaire Groene Land’ Antwoordt vanuit het hart, maar toch op een zakelijke prettige manier. Heeft het voornemen om als voorzitter echt een voorzitter voor de leden te zijn die via de organen binnen de partij, zoals bijvoorbeeld de partijraad, werkgroepen etc te werken met de Kamerfracties. Belangrijk punt voor Heleen is besluitvorming vooraf binnen de partij op basis van programma. Zij zet in op een permanent programmacommissie. Heleen wil belangrijke thema’s op de kaart zetten waarover leden in de afdelingen kunnen discussiëren en waarvan de (stand)punten vervolgens door de vertegenwoordigde partijraadsleden meegenomen kunnen worden naar de partijraad. Een initiatief wat ik van harte ondersteun. Heleen vindt dat GroenLinks zich evenredig in uitingen naar buiten moet laten zien voor groene en solidaire thema’s. Partijnaam hoeft niet aangepast te worden. Het partijprogramma is goed, en we zijn geen partij in worsteling. Arno Uijlenhoe t – ‘Het groene goud’ Een goede welbespraakte spreker, fijn om naar te luisteren. Heeft een duidelijke visie waar GroenLinks op in moet zetten. Groene duurzame innovatie. “Het groene goud” Wil meer dialoog binnen de partij en weet ook duidelijk hoe hij dat neer wil gaan zetten. Via de partijraad, via het landelijke bureau, maar ook door werkgroepen niet in Utrecht maar op locaties in het land te laten vergaderen. Goed initiatief. Arno vindt dat de slag naar het duurzame bedrijfsveld meer gemaakt moet worden en zal daar ook op inzetten. Arno geeft aan dat besluitvorming en discussie met leden over belangrijke en gevoelige onderwerpen beter kan en vooraf moet plaatsvinden. Arno vindt dat GroenLinks best meer de nadruk mag leggen op duurzaamheidthema’s, oftewel het “groene goud”. De koers die ingezet is goed, we zijn geen partij die worstelt, we hebben een goed programma. Partijnaam hoeft niet worden aangepast. Twee beschrijvingen, twee capabele mensen voor één functie. Wie kies je dan? Nou ja , ik kies niemand, ik heb me te laat aangemeld voor het congres, dus heb geen stemrecht. Wat als ik wel stemrecht had op wie zou ik dan stemmen? Twijfel alom . wat mij bij Heleen erg aansprak is de directe vertaalslag naar wat er bij mensen speelt. Arno komt bij mij meer zakelijker over, een onmisbare eigenschap voor een voorzitter die mij erg aanspreekt, direct en kundig. Meerdere voorzitters zijn Heleen en Arno voorgegaan binnen de partij. Ze spraken mooie woorden in hun campagne in de weg er naar toe, maar verloren zich ‘grotendeels’ in de Haagse werkelijkheid. Ik heb mezelf de vragen gesteld, bij welke kandidaat ben ik het bangst dat zij/hij zich laat verleiden door de Haagse werkelijkheid en bij welke kandidaat denk ik dat het meeste Haagse menselijkheid gerealiseerd wordt. Wellicht wat kromme maatstaven, nu niet te toetsen en puur een gevoelskwestie. Op basis van deze vragen komt er voor mij een kandidaat uit waar ik op zou stemmen als ik de kans had. Ik zou kiezen voor het iets minder zakelijke, maar voor mijn gevoel iemand die dichter bij het maatschappelijke middenveld staat. Mijn fictieve stem gaat dus niet naar het “groene goud” , maar naar "het solidaire groene land".

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


dinsdag, 10 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Beatrix

In het menu, niet op voorpagina, beatrix, declaration of the tie, kleding, oranjes, prins claus, schoonheid, staatsbezoek, en meer.
Afshin, je bijdrage in de Elsevier over koningin Beatrix slaat de plank mis. Begrijp me goed, ik ben geen Oranjefan, maar om Beatrix te reduceren tot paspop die de bevelen van haar hofhouding klakkeloos uitvoert gaat te ver. Iemand met haar statuur drukt een belangrijk stempel op de invulling van een staatsbezoek en op de kleding die ze daarbij draagt. Je hebt gelijk, Bea is hét symbool van verdraagzaamheid. Dat uit ze in Nederland door ons op subtiele wijze te attenderen op het onverdraagzame van de man met peroxide als hoofdbedekking. Dat uit ze in staatsbezoeken door zich op even subtiele wijze aan te passen aan de gewoontes van het land dat ze bezoekt. Voor zover Bea met haar kleding tijdens het moskeebezoek een boodschap heeft uitgedragen, is dat naar de Verenigde Arabische Emeritaten de boodschap van verdraagzaamheid geweest. En naar Nederland een boodschap voor de onverdraagzamen onder ons. En ja, kleding kan een symbool zijn van dwang en knechting. Wijlen prins Claus heeft in zijn beroemde Declaration of the Tie ooit nog op deze betekenis van kleding in onze westerse cultuur gewezen. Maar kleding is vooral het symbool van bescherming, status, verhulling en schoonheid. Het gaf haar status en schoonheid, de lange zwarte jurk en de helblauwe hoofddoek.

maandag, 9 januari 2012

Ger Bosma

Ger Bosma

Verzwolgen door de Golven: Stedeke Gryn

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, etymologie, ge(r)neuzel, geschiedenis, natuur, overig, wetenschap, belangrijk, en meer.

Zoals de afgelopen week goed te merken was, is het winterseizoen in Nederland ook traditioneel het stormseizoen. In de late herfst koelt het in het noordelijk deel van het noordelijk halfrond snel af, terwijl het in in Zuid-Europa vaak nog stevig nazomert. Door de grote temperatuursverschillen ontstaan sterke straalstromen in de bovenatmosfeer, waardoor vooral in dit seizoen vaak diepe lagedrukgebieden ontstaan die met grote vaart over de Britse Eilanden en de Noordzee razen.

De meeste van de catastrofale stormen die de Lage Landen sinds de Middeleeuwen troffen en grote delen daarvan onder water zetten, vonden dan ook plaats in de periode van november tot februari. Zo ook de St. Luciavloed, een alles vernietigende stormvloed die plaatsvond in de nacht van 13 op 14 december 1287, onder meer beschreven in de annalen van het klooster van Wittewierum (Groningen). In termen van slachtoffers – zeker als percentage van de totale bevolking – is de Sint Luciavloed zelfs een van de grootste vloedrampen in de wereldgeschiedenis. In totaal kwamen in Noord-Holland, Friesland en Groningen tussen de 50.000 en 80.000 mensen om het leven, op een totale bevolking van zo’n half miljoen zielen.

De dertiende eeuw verliep qua dodelijke megastormen sowieso desastreus. De Lage Landen werden namelijk verder nog getroffen door de grote Noordzeevloed van 1212 (60.000 doden) de Sint-Marcellusvloed van 1219 (36.000 doden) en een tiental kleinere overstromingen met telkens honderden tot duizenden doden. Het toont maar eens te meer aan, dat het heroïsche gevecht van de Nederlanders met het water ook vaak roemloos werd verloren. Luctor et Submergo.

Het Nederland van een millennium geleden zag er totaal anders uit dan nu. De Noordzeekustlijn was toen nog vrijwel ononderbroken. De Waddenzee, in 2009 door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed, bestond destijds nog helemaal niet: Texel en alle andere waddeneilanden waren verbonden met het vasteland. Ook de latere Zuiderzee, na de afsluiting in 1932 omgedoopt tot IJsselmeer, was nog hoofdzakelijk een laaggelegen merencomplex annex moerasveengebied. Het werd in die tijd Aelmere – ofwel Palingmeer – genoemd, etymologisch gezien inderdaad niet echt spannend. Dit Aelmerengebied was met de Noordzee verbonden door een nauwe zeearm, die uitmondde in het gebied waar later de eilanden Vlieland en Terschelling zouden ontstaan. Ook andere grote zee-inhammen als de Lauwerszee en de Dollard bestonden zo’n 1000 jaar geleden ook nog niet in hun huidige vorm.

In de 12e en 13e eeuw veranderde het uiterlijk van de Noordelijke Lage Landen drastisch. Een belangrijk factor daarin was de stijging van de zeespiegel gedurende de warme periode van 850 -1200. Samen met het steeds verder afgraven van veengrond voor turfwinning, als brandstof voor de inwoners van de hoger gelegen stedelijke gebieden in West- en Midden-Nederland, werd het Aelmeergebied kwetsbaarder voor de invloeden van met name zware noordwesterstormen. Najaars- en winterstormen drongen in de loop der eeuwen dieper en dieper in de kwetsbare laaglanddelta door. Daarbij werden grote delen van de resterende veenlanden weggeslagen.

De Sint Julianavloed in 1164 en de Allerheiligenvloed uit 1170 luidden de periode van overstromingen en grootschalige landerosie in. In 1170 brak de Noordzee door de duinenrij tussen Texel en Huisduinen (bij Den Helder) en werd het Marsdiep, voorheen een beek, een kolkend zeegat. Bij die gebeurtenis werd ook het tussen Texel en Medemblik gelegen Creiler Woud verzwolgen door de golven. Het land tussen Texel, Medemblik en Stavoren werd overstroomd, en Texel en Wieringen werden eilanden.

Tijdens de stormvloeden van 1212, 1214 en 1219 (36.000 doden) en 1248 drong het zeewater steeds dieper Aelmere in en werd het allengs een binnenzee. De genadeklap kwam met de Sint Luciavloed van 1287. Deze waterramp scheidde Friesland definitief van West Friesland en verzwolg tal van dorpen en steden in het tussenliggende gebied, waaronder het inmiddels al lang in de vergetelheid geraakte ommuurde stadje Griend (ook Grint of Gryn), ten noordwesten van Harlingen.

Stedeke Gryn
Tegenwoordig slechts een zandplaat in de Waddenzee, was het eiland Griend in de Middeleeuwen bewoond. Niet alleen dat, er bevond zich een ommuurde nederzetting met poorten, grachten, een klooster en zelfs een hogeschool. Griend was aan het begin van de 13e eeuw dan ook een welvarend eiland, met name beroemd om zijn kaas. Met enige wijsheid achteraf kan je stellen dat het een slecht doordachte beslissing was van de Griendenaren om een tweetal kanalen te graven, om zo de bloeiende handel met het achterland verder te versterken. De Jetting werd in het begin van de 13e eeuw gegraven om de Friese steden te bedienen. Ook achter Vlieland langs werd een nieuwe vaart aangelegd, de Monnikensloot. Griend, reeds gevoelig kleiner geworden door al het eerdere natuurgeweld in de 12e en 13e eeuw, bleek uiterst kwetsbaar. De grote kladeradatsch kwam uiteindelijk in december 1287, toen het stadje vrijwel geheel in de golven verdween, op een tiental huizen na. Griend kwam er nooit meer bovenop. De ‘twaalfde stad van Friesland’ was niet meer.

Tot in de achttiende eeuw werd Griend nog wel bewoond door veehouders, die hun woonsteden op kunstmatig opgeworpen terpen hadden gebouwd. Rond 1800 was het eiland nog altijd zo’n 25 hectare groot, maar verplaatste zich met een snelheid van 7 meter per jaar naar het zuidoosten. Vaste bewoners kende Griend vanaf dat moment niet meer, maar werd nog wel gebruikt door bewoners van Terschelling als weidegebied voor schapen en voor de winning van hooi. Ook werden de eieren van meeuwen en sterns geraapt voor de consumptie. De Vereniging Natuurmonumenten, de huidige eigenaar, kocht het recht op het maaien van gras in 1916 af en richtte er een aantal bewaakte broedkolonies in.

Niets op de stille zandplaat in de Waddenzee herinnert vandaag de dag nog aan het eens zo roemruchte verleden

 

donderdag, 29 december 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Wat doet Nijmegen aan energiebeleid?

groene-hertOnlangs was ik de dagvoorzitter van een bijeenkomst voor GroenLinks-kaderleden over energie. Op die dag werden ervaringen uitgewisseld en ideeën aangedragen voor gezamenlijke plannen. Van een paar gemeenten, waar GroenLinks de duurzaamheidswethouder levert, was een verslag gemaakt. Hier volgt een weergave van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Nijmegen. 

De gemeente Nijmegen heeft in de vorm van Het Groene Hert een symbool verbonden aan haar succesvolle energiebeleid. Het Groene Hert staat voor alle energiebesparende maatregelen, voor schone energie en voor alle andere vormen van duurzaamheid die in dit verslag worden genoemd.

Doelstellingen
De gemeente Nijmegen heeft een lange termijn doelstelling wat betreft energiebeleid: De gemeente moet energieneutraal zin in 2045. De wethouder wil dat er dan 50% wordt bespaard op energie en dat 50% van de energie duurzaam wordt opgewekt. Op dit moment vindt Jan van der Meer de korte termijn doelstellingen echter belangrijker. Dit ook om te monitoren of de gemeente op koers ligt. Tot nu toe blijken mensen inderdaad te besparen. Tot medio 2010 is er een energiebesparing van 3,84% geweest in de gemeente.

Voor de energiebesparing heeft de gemeente een doelstelling per doelgroep vastgelegd. De eerste doelgroep zijn de grote bedrijven en instellingen. 16 van dit soort spelers hebben samen het Nijmeegs Energie Convenant (NEC) getekend. Het streven was om in 3
jaar tijd 9% energie te besparen, dus 3 % per jaar. Uiteindelijk is er in totaal zelfs 10% bespaard. Opvallend is wel dat de gemeente één van de 3 deelnemers is die de 3% besparing per jaar niet heeft gehaald. De tweede doelgroep wordt gevormd door de midden- en kleine bedrijven. Hierbij moet gedacht worden aan supermarkten, zorginstellingen en corporaties. Het is wettelijk toegestaan om bij deze doelgroep in sommige gevallen energiebesparende maatregelen af te dwingen. De derde doelgroep bestaat uit de particuliere woningeigenaren. Dit is de moeilijkste groep omdat individuen nog niet zo hard lopen voor energiebesparing. De gemeente heeft voor deze groep een aantal subsidieregelingen vastgesteld. Zo is er een regeling voor groene daken, voor zonnecellen en voor bredere energiebesparende maatregelen.

Het Groene Hert
Omdat klimaatverandering nog onvoldoende in het hart (op z’n Nijmeegse: hert) zit en omdat duurzaamheid herkenbaar moet zijn voor de burgers, heeft de gemeente iets overkoepelends bedacht: Het Groene Hert. Aan alles wat er gebeurt op dit vlak wordt het beeld van het hert verbonden. Sinds februari van dit jaar is er zelfs een winkel van Het Groene Hert. In deze winkel kunnen mensen duurzame producten kopen, maar burgers kunnen er ook advies krijgen over subsidies. Tevens worden leveranciers van duurzame energie en consumenten er in contact gebracht. De winkelier krijgt voor de ontzorgende functie geld van de gemeente.

Schone energie
Naast het besparen van energie probeert de gemeente Nijmegen energie ook te verschonen. Zo komen er vijf windmolens. Dit proces  gaat echter moeizaam vanwege de ruimtelijke ordening. Ook is de gemeente bezig met een warmtenet. Dit moet het paradepaardje worden van wethouder Van der Meer. Wanneer het warmtenet goed is ingevoerd kan hiermee de helft van de duurzaamheidsdoelstelling worden bereikt. Daarnaast werkt de gemeente nog aan de Groene Hub, het stimuleren van de productie en het gebruik van biogas. Het busbedrijf dat het openbaar vervoer in Nijmegen verzorgt is een grote afnemer van biogas. Tenslotte is de gemeente hard bezig met een zonnekracht wijk.

Persoonlijke missie
Volgens de wethouder moet de gemeente een regisserende en stimulerende rol vervullen in dit alles. Alleen al door ermee bezig te zijn en door af en toe te spreken over projecten en succes wordt er een bewustzijn gecreëerd. Jan van der Meer geeft ook aan dat het belangrijk is om tijdens de coalitie-onderhandelingen geld te claimen voor energiebeleid. Als hier tijdens de coalitie-onderhandelingen niet over wordt gesproken komt er niks van. De missie van wethouder Van der Meer is het creëren van enthousiasme voor energiebeleid en duurzaamheid bij andere partijen. Op dit moment vreest hij nog dat wanneer GroenLinks wegvalt in Nijmegen het energiebeleid instort. Door het onderwerp breed uit te zetten en het onderwerp te promoten hoopt hij zijn issue veilig te stellen.

woensdag, 28 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzame samenleving vereist lokaal durf en tegendraadse besluiten

In 40 jaar, afval, arbeid, banken, bedrijfsleven, belangrijk, bestuur, betalen, boodschap, en meer.

Een duurzame samenleving waarbij recht wordt gedaan aan zowel de ecologische, sociale als economische dimensies vraagt om concrete lokale keuzen die ontegenzeggelijk als tegendraads worden beschouwd. Er is meer ‘maakbaar’ aan je samenleving dan je denkt. Je kan kiezen, voor een sociale economie, zinvolle werkgelegenheid, een cradle to cradle samenleving, duurzame landbouw, een gezonde sociale samenhang. De suggestie dat wij als lokale bestuurders, bedrijven en burgers slechts mee stromen in een autonome nationale en mondiale ontwikkeling is ideologie van de beste soort. Dagelijks wordt het tegendeel bewezen.

tinaJaren geleden las ik een studie van SHELL met de onschuldige titel van een meidenblad: TINA; There Is No Alternative. De studie gaf in heldere termen aan dat de hoofdlijn van ontwikkeling wel vast stond: meer concentratie van kapitaal en monopolie, vergroten van de rol van technologie, toename van de macht van internationale markten. Binnen dit scenario kon je nog wel kiezen tussen twee routes: Just Do It en Da Wo. Als mondiale speler hadden de scenario makers van SHELL wel door dat het individualistische ‘westen’ een andere route zou volgen dan het collectief gestructureerde ‘oosten’. Maar in de kern was de boodschap simpel: er is geen alternatief.

Eindige ontwikkeling

schuldIs dat werkelijk zo? Is de huidige ‘groei-economie’, die van korte termijn opportunisme en afwenteling op toekomstige generaties werkelijk het enige alternatief. Zoals publicist Jos van der Schot laatst in het dagblad Trouw stelde: “de huidige economie kent twee voedingsbronnen: de geldpers van de banken en (eindige) natuurlijke grondstoffen in de aarde. De geldpers produceert vooral schuld, schuld van mensen, bedrijven en staten aan banken; het gebruik van grondstoffen gaat ten koste van de voorraad en holt ons ecologisch kapitaal uit”.

Perverse neigingen in economie en taal

tomatenVandaag las ik dat in Rotterdam bijstandgerechtigden de Poolse en Hongaarse migratie-arbeid in de kassen zullen vervangen. De werkgevers zijn nu de bepalende klanten geworden, niet meer de werkzoekenden, aldus de PvdA wethouder. Interessant hoe antwoorden gevonden worden in een eindige oplossing van een schaalvergrotend bedrijfsleven die arbeid als noodzakelijk kwaad accepteert. Een tijdelijke oplossing tot de automatische komkommer of tomatenplukker is uitgevonden of de hele sector verhuizen zal. Dat huis van werkgelegenheid voor de meest kwetsbare groep is op drijfzand gebouwd. En dan gaan we, met de Wet Werken naar Vermogen in de hand en de rode roos in de borstzak deze groep naar de meest riskante hoek van de markt jagen?

Hetzelfde zien we met grondstoffen gebeuren. De visserijsector vist met overheidssteun zijn eigen visgronden leeg. We eten letterlijk onze toekomst op. Zoals Jos van der Schot constateert, investeren we overheidsgeld in de uitputting. In de landbouw steken we overheidsgeld in uitputting van watervoorraden en erosie van vruchtbare bodem, in de energiesector geven we meer overheidsgeld uit aan vervuilende fossiele centrales dan aan schone duurzame energie en vervuilend transport kan rekenen op een fiscale balans.

Maakbaar lokaal alternatief

Dat kan dus anders. De energiesector maakt dat wel heel duidelijk. Schaf subsidies af, haal de scheve energiebelasting er uit en zon en wind winnen het van kolen, olie en kernenergie. Als overheid kan je je vervolgens concentreren op het begeleiden van processen die er toe leiden dat je lokale economie hiervan de vruchten plukt: door zelf energie op te wekken en lokale fondsen te creeeren uit de winsten versterk je structureel werkgelegenheid, bouw je aan sociale samenhang en stimuleer je innovatie. Zo maakbaar is dit!

rioolMaar ook andere thema’s laten sterke paralellen zien: Ons wonderlijke rioleringsstelsel dat schoon water vervuilt via de meest ineffciente toiletpotten om vervolgens dit mengsels over tientallen kilometers weg te pompen naar een rioolwaterzuivering bij de IJssel. De waardevolle grondstoffen en warmte raken we kwijt. Sterker zelfs, we pompen er energie in om dit materiaal ons grondgebied uit te krijgen! En daar betalen we goed geld voor. Als je dat geld nu investeert in lokale systemen die grondstoffen en energie lokaal hergebruikt. Ook dan stimuleer je structureel werkegelegheid en innovatie.

Afval is natuurlijk ook zo’n onderwerp. Slechts 10% van het huidige afval in onze grijze bakken is nog niet herbruikbaar. De rest zouden we gescheiden kunnen aanleveren. Een belangrijk deel kunnen we lokaal of regionhaal opwerken naar fracties waarmee we geld kunnen verdienen. Met de rendementen kunnen we bijdragen aan preventie. Samen met toeleveranciers en winkeliers zorgen dat er minder verpakkingsafval komt. Moet het Rijk wel mee doen, door het statiegeld niet af te schaffen.

Duurzaam renoveren in de bestaande bouw levert een structureel antwoord op. Leidt tot lagere woonlasten, lagere emissies, hogere werkgelegenheid en innovatie. Ja, probleem is het financieren van dit systeem, zoals een aannemer me laatst vertelde. We financieren onze kwetsbare banken met tientallen miljarden en zijn niet in staat het investeringskapitaal voor duurzame renovatie bij elkaar te krijgen terwijl we weten dat het rendement zeker is? Veel van de investeringen schrijf je over 40 jaar af terwijl de energielasten jaarlijks zeker met 5% zullen toenemen. Helder toch, hier is ruimte voor een zakelijke aanpak waar institutionele investeerders en bewoners/eigenaars elkaar kunnen vinden.

Sterke lokale economie

De lijst van opties kan nog veel langer. Tegenover het TINA van SHELL staat een sterk lokaal alternatief. Dat organiseer je niet van bovenaf, maar bouw je van onderop. De komende jaren is dat de uitdaging voor het lokaal bestuur, ook in Lochem. Dan hebben we het over een arbeidsintensieve, creatieve en cultuureigen bedrijvigheid die onze samenleving zonder meer kan vullen. Financieel is dat geen probleem. Want dit brakke schip van onze huidige economie verliest zoveel geld, grondstoffen en kennis aan die mondiale economie dat het dichten van deze lekken een onmiddellijk drijfvermogen geeft. Dat biedt de ruimte en kracht om werkelijk die lokale duurzame economie op te bouwen.

Een mooie uitdaging, zo voor het nieuwe jaar.

zondag, 25 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Matige juristen en holle wetten

In belangrijk, belasting, eerste, grondwet, halsema, idee, kabinet, klimaat, leiden, en meer.

De Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste Nederlandse rechtsorgaan voor civiel-, belasting- en strafrecht. In maart 2011 ontstond er al een klein relletje over de benoeming van Ydo Buruma, hoogleraar Straf- en Strafprocesrecht aan de Universiteit van Nijmegen, als Raadsheer (zo wordt de rechter in de Hoge Raad genoemd) in de Hoge Raad. Najaar 2011 opnieuw onrust over de aanbevolen kandidaat Aben voor benoeming: de kandidaat zou zich te kritisch over het wrakingbesluit in de zaak Wilders hebben uitgelaten. Hoe moet het verder met de benoemingen van rechters? Verder politiseren of kijken naar een andere procedure?

Hoe de benoeming gaat. Allereerst is het belangrijk te weten dat de Raadsheren voor het leven worden benoemd en alleen ontslagen worden als ze de leeftijd van 70 hebben bereikt of op eigen verzoek. Bij het ontstaan van een vacature in de Hoge Raad stuurt de president, op dit moment de heer Prof. Mr. Corstens, een brief naar de Tweede Kamer. Bij deze brief wordt een lijst van zes namen bijgevoegd als aanbeveling vanuit de Hoge Raad. De Tweede Kamer is echter niet gebonden aan deze namen.

Na ontvangst van het 'lijstje' besluit de Kamer om drie namen naar de Kroon (regering) te sturen. De regering moet vervolgens uit deze drie namen een nieuwe Raadsheer kiezen en benoemen. De reden om de benoeming via de Tweede Kamer te laten gaan is omdat de Hoge Raad bevoegd is om ambtsmisdrijven van Kamerleden en leden van het kabinet te berechten.

Tot voorkort was het gebruikelijk van het lijstje van de Hoge Raad de laatste drie weg te strepen en de overige drie unaniem als voordacht naar de regering door te sturen. In maart liep dit stuk, de vaste Kamercommissie (nota bene onder voorzitterschap van de Roon, PVV-er) stuurde drie namen door, met Buruma op een. Bij stemming bleek er eens een hoofdelijke (anonieme) stemming te zijn aangevraagd. Al geschiede, met de uitkomst: 24 onthoudingen. Wilders was tegen, want Buruma was niet goed. Hij mocht niet in de Hoge Raad, hij had namelijk een uitgesproken mening. De andere kandidaat, Aben, was 'onacceptabel' omdat hij de verkeerde mening had over het wrakingverzoek in de zaak Wilders.

Het dilemma is, willen we een middelmatige Hoge Raad waarin geen meningen voorkomen, of willen we een Hoge Raad die duidelijk is en verantwoordelijkheid neemt in 'de rechtsvorming'. Als het eerste het antwoord is op wat we willen, dan moeten we vooral doorgaan met het zoeken van kandidaten die nooit iets verkeerds hebben gezegd over wie dan ook. Willen we een Hoge Raad die het voortouw durft te nemen in de ontwikkeling en controle van het recht, dan moeten we eens goed kijken naar hoe we de Hoge Raad willen samen stellen.

Zelf ben ik absoluut voor een Hoge Raad met een duidelijk stem en die ergens voor staat. Juist uit oogpunt van de controlerende functie van de rechter en in het bijzonder van de Hoge Raad. Als in de toekomst de Hoge Raad nog verdere bevoegdheid toekomt, denk bijvoorbeeld aan het voorstel Halsema waarin de rechter een wet kan toetsen aan de Grondwet, wordt de functie nog belangrijker. Juist daarom mag de Hoge Raad niet middelmatig worden, hoe moeilijk dat ook is in een steeds harder wordend politiek klimaat.

Hoe de Hoge Raad dan wel te benoemen, is de logische vervolg vraag. Eerlijkheidshalve weet ik dat nog niet. Voordracht door de Hoge Raad direct aan de Regering zet de Politieke arena van de Tweede Kamer buiten werking en kan een nog grotere 'old boys network' gehalte tot gevolg hebben. De Tweede Kamer een nog grotere stem geven kan tot US Supreme court-achtige taferelen leiden waarin de middelmaat zegen viert. Een idee zou kunnen zijn de voordracht door Eerste en Tweede Kamer te laten zijn, of te zoeken naar een nieuwe weg waarin zowel de onafhankelijkheid als de legitimering van de Hoge Raad zijn gewaarborgd. Middelmatige juristen in belangrijke rechtsorganen lijkt me echter geen optie. Analoog naar Camus, zullen zij namelijk holle wetten en uitspraken voortbrengen.

zaterdag, 24 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Horen mensen met een beperking er ook bij?

Precies 5 jaar geleden, december 2006, presenteerde de VN een verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: lichamelijk, psychisch, verstandelijk. Dat is belangrijk, want het zorgt ervoor dat ze niet meer afhankelijk zijn van de goedwillende liefdadigheid. Met dit verdrag mogen ze rekenen op een zo veel als mogelijk gelijke behandeling. Als het gaat om onderwijs, wonen, zorg, werk, eindelijk worden de rechten van deze minderheidsgroep erkend.

Inmiddels hebben 151 landen het verdrag ondertekend. Dat is een hoopvolle basis om wereldwijd de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Van die landen hebben er 103 het verdrag ook geratificeerd. Dat wil zeggen dat ze zichzelf verbonden aan de verplichtingen van het verdrag. De meeste andere zijn druk bezig met het voorbereiden van de voorbereidingen daartoe met de bedoeling daarna ook het verdrag te ratificeren.

En Nederland? Nee, Nederland heeft het verdrag niet geratificeerd. We doen zelfs bijna niets aan voorbereidingen. Er zijn aanpassingen nodig in wetten en regels, in zorg en onderwijs, in toegankelijkheid en financiële ondersteuning. Maar Nederland aarzelt. Natuurlijk zijn we wel voor dit verdrag – het is ondertekend – maar om het nu ook echt te gaan uitvoeren… Sterker nog: de financiële ondersteuning van mensen met een beperking wordt minder (denk aan de PGB’s). En al wil de regering kinderen met een beperking meer laten meedoen in het gewone onderwijs, het geld voor goede begeleiding is er niet en komt er niet. Als mensen met hun beperking een goede plaats in de samenleving veroveren – denk aan de topsporters van de Paralympics – dan is dat vaak ondanks onze regels en niet dankzij.

De belangrijkste reden? Het kost geld. Als we ons verplichten om mensen met een beperking echt de kans te geven mee te doen in de samenleving, dan kan men ons daar ook op aanspreken. Het verdrag houdt nog heel wat huiswerk in. Vrees voor de consequenties dus.

Nu is angst meestal een slechte raadgever en dat geldt nog meer als het gaat om principes. Immers: de vraag is niet of een verdrag ons ergens toe verplicht. De echte vraag is wat het goede is dat we moeten doen. Als we vinden dat mensen met een beperking maximaal moeten kunnen meedoen in de samenleving, dan moeten we ons daar voor inzetten, verdrag of niet.

Moreel en profetisch

De echte vraag is daarom: horen mensen met een beperking er echt bij of niet? Dat is niet alleen een economische of politieke vraag, het is een morele en zelfs een profetische vraag. Moreel omdat het gaat om insluiting en uitsluiting, om discriminatie en het recht op een menswaardig leven. Het gaat om de vraag of we mensen met een beperking zien als lastig en duur of als principieel gelijkwaardig.

Uiteindelijk is het ook een profetische vraag. De gelijkwaardige aanwezigheid van mensen met een beperking stelt ons namelijk voor de vraag wat eigenlijk normaal is. Is het normaal dat je kunt zien, horen en op twee benen kunt lopen? Normaler dan wanneer je via braille communiceert of je in een rolstoel verplaatst? Is Nederlands spreken normaler dan gebarentaal?

Wij leven in een cultuur die veel waarde hecht aan gaafheid. We sturen al onze kinderen naar de orthodontist, want scheve tanden moeten worden rechtgezet. Problemen moeten worden verholpen, beperkingen overwonnen. En dankzij de enorm gegroeide medische mogelijkheden kunnen we vandaag de dag veel verhelpen of compenseren.

Wat we daarmee echter kwijtraken, is het besef dat ons bestaan ook gewoon eindig en beperkt is. Dat sommige zaken niet overgaan, dat beperkingen blijven. Maar dat betekent dat beperkingen bij het leven horen. Eigenlijk is de normale situatie dat mensen een beperking hebben. Zeker, die is bij de een nadrukkelijker en storender aanwezig dan bij de ander, maar we zijn allemaal beperkt. En dus moeten we onze samenleving zo inrichten dat iedereen mee kan doen. Geen splitsing tussen ‘wij’ – normale mensen – en ‘zij’ met een beperking.

We hebben een nieuwe verbondenheid nodig van mensen met elk hun eigen beperking, geen liefdadigheid.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 23.12.2012


donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

zondag, 18 december 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Verwondering nummer 1: kraanwater, heerlijk!

In geen categorie, afval, duurzaamheid, gemeente, belangrijk, water, koffie.

Nu ik als gastschrijver ben verbonden aan Duurzaamheidkompas.nl, schrijf ik over mijn verbazing en verwonderingen rondom het thema duurzaamheid. Één onderwerp waar ik al een geruime tijd mee loop, is het aanbod van water bij vergaderingen. Vanuit mijn politieke functie ben ik met grote regelmaat in allerlei vergaderzalen te vinden. Zelf bij mijn gemeente, waar men duurzaamheid belangrijk zegt te vinden, staan er gesealde flessen water op tafel en in de koelkasten. Nooit stond ik er echt bij stil, totdat ik op de kamer van mijn wethouder (van onder meer duurzaamheid) een kan water zag staan.

Kraanwater is volgens mij net zo lekker als gefleste bronwater. Het is vele malen goedkoper én duurzamer. Het drinken van kraanwater in herbruikbare flessen of simpelweg een glas, dringt plastic afval terug en is daardoor milieuvriendelijker.

Nu ik dit schrijf hoor ik al velen beweren dat bronwater beter smaakt dan kraanwater, van hogere kwaliteit is etc. Maar wat blijkt nou uit een waterproeverij in Brabant? Kraanwater is echt lekkerder! Nu dat gegeven ook bewezen is, zie ik geen reden waarom we niet massaal onze, inmiddels bijna cultuurhistorisch te noemen waterkannen tevoorschijn halen. Op de vraag ‘Wilt u misschien wat drinken; koffie of thee?’ antwoord ik voortaan: ‘Kraanwater, alstublieft’.

zaterdag, 17 december 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

Voormalige MSG aan de Dieperpoellaan

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,


vrijdag, 16 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Impressie Uitreiking VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award

In duurzaamheid, economie, akzo nobel, dsm, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, ketenbeheer, koninklijke bam groep, kpmg, en meer.

Afgelopen woensdag was ik namens Strukton aanwezig bij de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award 2011 in het kantoor van KPMG. Een avond die in het teken stond van de rol die duurzaam inkopen en ketenbeheer kunnen spelen bij het verduurzamen van organisaties. Onderstaande impressie is zeker niet compleet, maar geeft hopelijk wel een beeld van de avond.

Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), gaf aan dat de VBDO twee belangrijke routes ziet om de productieketen te verduurzamen:

  • Via de klant
  • Via de eigenaar/aandeelhouder

Hoewel er bij de consument nog een wereld te winnen is als het gaat om duurzaam consumeren. Zeker als de klant een ander bedrijf is kun je grote duurzaamheidswinst behalen.

Duurzaamheid is volgens de VBDO belangrijk vanuit maatschappelijk oogpunt en vanuit de business case. Vooral op dat laatste aspect zijn bedrijven goed aan te spreken. Om met duurzaamheid tot een sluitende business case te komen is de keten cruciaal. Zowel voor het toevoegen van waarde als voor voor het verbeteren van de marge. Verantwoord ketenbeheer draait volgens de VBDO niet om het drukken van kosten, maar om het helpen van je ketenpartners om successen te behalen in andere omstandigheden. Unilever doet dit bv. door met belangrijke leveranciers gezamenlijke ontwikkel / innovatieovereenkomsten af te sluiten. Verantwoord ketenbeheer vraagt om visie, transparantie, ketenbeheer en lef om waarde toe te voegen en aan je visie vast te houden.

Bart Vos van de Tilburg School of Economy & Management voegde daar tijdens de paneldiscussie aan toe dat het niet alleen gaat om de verdeling van de waardecreatie tussen bedrijven, maar ook om de verdeling van waardecreatie binnen bedrijven. Hoe wordt een inkoper afgerekend? Wat telt er mee voor de projectleider? Welke businessunit ziet de gerealiseerde extra marge terug in zijn cijfers?

Lessen Unilever

Unilever heeft vorig jaar het Unilever Sustainable Living Plan gelanceerd. Doel verdubbeling van de omzet, milieuvoetafdruk halveren, meer dan 1 miljard mensen helpen in actie te komen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren, en 100% van de landbouwgrondstoffen betrekken uit duurzame landbouw (da’s volgens Unilever wat anders dan biologische landbouw).

Voor Unilever staat vast dat duurzaamheid in de toekomst een basisvoorwaarde wordt voor zakendoen. Wanneer dat zo is zijn er nog maar twee mogelijkheden leiden of volgen. Leiden geeft (tijdelijk) competitief voordeel.

De kunst daarbij is te zoeken naar de sweet spot waar er voordeel is voor de klant en waar de oplossing goed is voor duurzaamheid. Voorbeeld: handenwassen met zeep. Om bacteriën te doden moet je je handen 30 tot 60 seconden wassen met standaardzeep. Unilever heeft een zeep ontwikkeld die hetzelfde effect bereikt in 7 seconden. Dat scheelt 23 tot 53 seconden aan water en 7 seconden is voor kinderen een haalbaardere termijn dan een minuut handen wassen. Unilever heeft ook een leverancierscode voor haar banken en financiers, dat is wennen voor de banken.

Een belangrijke keueze van Unilever om duurzamer te worden is om weg te gaan van veilingen en internationale markten, waar je niet weet wat de herkomst is. Unilever werkt actief aan kortere ketens. Voor contacten met kleine boeren wel samenwerken met lokale partijen, dus handelshuis ertussen. Met het handelshuis worden wel afspraken gemaakt over kennisondersteuning en inkooptrajecten.

Bij Unilever is duurzaam of niet geen discussie meer, omdat verdubbeling van de omzet en halvering van de ecologische footprint beide op hoog niveau vastliggen en even zwaar wegen bij de beoordeling. Voor bv. thee is Rainforest Alliance de norm, einde discussie. Wel is Unilever met Rainforest Alliance in discussie over de sociale criteria die Rainforest Alliance hanteert. Unilever vindt deze namelijk onvoldoende en wil vernieuwing van de criteria.

Uitreiking Award en speciale vermeldingen

Giuseppe van der Helm noemde vooral de vooruitgang in verduurzaming van de keten van de bouwsector opmerkelijk. Deze vooruitgang is in zijn ogen voor een belangrijk deel te danken aan het beheersen van de CO2-uitstoot. In de bouwsector is het gebruik van de CO2-prestatieladder van SKAO inmiddels heel gebruikelijk geworden. Bouwbedrijf BAM is zelfs doorgedrongen tot de top 10 van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award en ontving daarvoor een speciale vermelding van de jury. Ook de vooruitgang bij Wavin, een belangrijke toeleverancier voor de bouwsector, werd beloond met een speciale vermelding.

De vijf genomineerde bedrijven waren Akzo Nobel, DSM, Philips, Reed Elsevier en Unilever. De winnaar van de Award was Philips met 95% van de maximale score.

Aanpak BAM

BAM lichtte kort toe hoe zij de afgelopen jaren hadden gewerkt aan het verbeteren van hun ketenbeheer. Deze aanpak bestond uit 3 stappen (waarvan ik er maar 2 heb onthouden ;-) :

  1. keuzes maken binnen de grote hoeveelheid aan duurzaamheidsonderwerpen. BAM heeft daarbij gekozen voor: veiligheid, CO2 reductie en afvalreductie
  2. Uit de of of discussie van geld of duurzaam stappen

Daarnaast stellen inkopers in gesprekken met leveranciers en onderaannemers de vraag of de leverancier/onderaannemer ideeën heeft hoe het duurzamer kan dan in het bestek staat (en daarbij hebben ze het niet meteen over de centjes).

Paneldiscussie

Van de paneldiscussie zijn me maar een paar zaken bijgebleven. Ten eerste de nadruk die Philips legde op het belang van samen met concurrenten optrekken als het gaat om problemen die vroeg in de keten zitten. Bijvoorbeeld als de winning van grondstoffen in verband wordt gebracht met oorlogen of andere misstanden. De tweede opmerking die me bij is gebleven is het antwoord van Piet Sprengers, ASN Bank, op de vraag hoe je achterblijvers in beweging kunt krijgen. Zijn idee was om dat als criterium mee te nemen in de beoordeling van de koplopers.

De derde opmerking komt ook op naam van Piet Sprengers. Hij gaf aan dat de ASN bank investeert vanuit waarden creatie en pas dan vanuit waarde creatie. Hij gaf aan dat deze op de langere termijn heel goed in elkaars verlengde kunnen liggen. Zo heeft de ASN nauwelijks tot geen investeringen in de financiële sector, omdat de meeste banken en verzekeraars niet transparant genoeg zijn om toegelaten te worden tot het beleggingsuniversum van de ASN-bank. Dat dat de ASN bank op dit moment geen windeieren legt behoeft geen uitleg…

Na afloop van de avond kregen alle aanwezigen het boekje Verantwoord Ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie mee.

donderdag, 15 december 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Zorgvuldig onderzoek naar windmolens Lage Weide

In dagelijks leven, energie, groen, groenlinks, milieu, politiek, utrecht, wonen, bedrijventerrein, en meer.

GroenLinks Utrecht vindt dat er een zorgvuldig onderzoek moet komen naar de realisatie van windmolens op Lage Weide. Dat heeft woordvoerder en GroenLinks raadslid Steven de Vries vandaag in de gemeenteraadsvergadering gezegd. Bewoners maken zich zorgen over slagschaduw en geluidsoverlast.

De Vries: “Het plaatsen van windmolens op het industrieterrein kan, afhankelijk van de aantallen en de modellen, een belangrijke bijdrage leveren aan de productie van duurzame energie in onze stad. Daarnaast kan het een forse stap zijn in het behalen van onze energieambities. GroenLinks is dan ook enthousiast over de richting die het vorige college onder leiding van voormalig wethouder Ingrid de Bondt (VVD) met betrekking tot windenergie is ingeslagen. Het is echter wel belangrijk om zorgvuldig en onafhankelijk te onderzoeken wat de gevolgen voor omwonenden van Lage Weide zijn. De gemeenteraad kan dan te zijner tijd een afgewogen beslissing nemen over de daadwerkelijke plaatsing van windmolens.”

De VVD diende een motie in die oproept om de verder ontwikkeling van windenergie op Lage Weide per direct te staken. “Nu zomaar opeens nee zeggen, zonder gedegen en onafhankelijk onderzoek, is voor GroenLinks veel te kort door de bocht. We willen eerst precies weten wat het ons oplevert, maar ook wat de gevolgen voor de omgeving zullen zijn”, zegt De Vries.

GroenLinks strijdt al jaren tegen de al bestaande stank- en geluidsoverlast van bedrijventerrein Lage Weide. “Dat blijven we doen. We zullen aandacht blijven houden voor de reeds bestaande problemen. Maar vanzelfsprekend ook voor de potentiële overlast die windmolens op Lage Weide kunnen gaan veroorzaken”, verzekert De Vries. Alleen de VVD stemde voor, waarmee de motie werd verworpen.

Gert-Jan Krabbendam

Gert-Jan Krabbendam

Hyves Linkedin Twitter Youtube

GroenLinks komt met plan voor Limburgs omgangshuis

In omgangshuis, eerste, groenlinks, limburg, belangrijk, verkiezingen, 2012, radio.

Tijdens de verkiezingen was GroenLinks de enige partij die in haar verkiezingsprogramma aandacht vroeg voor het ontbreken van een omgangshuis in Limburg. In het eerste kwartaal van 2012 gaat GroenLinks werken aan het realiseren van een plan dat een omgangshuis mogelijk moet maken in Limburg. Op L1 radio kreeg ik de kans uit te leggen wat de bedoeling is en waarom een omgangshuis belangrijk is.

Het verkiezingsprogramma van GroenLinks zegt over begeleide omgangsmogelijkheden:

lees verder

dinsdag, 13 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vrijwillig levenseinde?

In groenlinks, hulp bij zelfdoding, sociaal, zorg, euthanasie, vrijwillig levenseinde, artikel, belangrijk, de deur, en meer.

Aanstaande zaterdag, 17 december, komt de Partijraad van GroenLinks bijeen over de onderwerpen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde. Centraal staat het burgerinitiatief van Uit Vrije Wil. Dit is een verbond dat strijdt voor een waardig zelfgekozen levenseinde van ouderen met een voltooid leven. Kijk voor het volledige burgerinitiatief op de site van de initiatiefnemers. De vraag die aan de partijraad van GroenLinks voorligt is of de Kamerfractie al dan niet steun moet geven aan het initiatief. Ongeveer 80 leden van de partij buigen zich over deze kwestie.

De Partijraad maakt een fout die vaak voorkomt: euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde als synoniemen van elkaar beschouwen. De medische wereld maakt echter een duidelijk onderscheid tussen beide handelingen. Het is belangrijk dat onderscheid helder te hebben. Euthanasie is de hulp bij zelfdoding van hevig lijdende, ongeneeslijk zieke mensen. Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft daarentegen de hulp bij zelfdoding van gezonde mensen die om persoonlijke redenen een einde aan hun leven willen maken. Een andere vergissing die gemakkelijk in ons progressieve kamp gemaakt wordt, is dat er overwegend vanuit het perspectief van de patiënt wordt geredeneerd. De positie van de arts is vaak onderbelicht. Hieronder zullen wij dieper ingaan op de beide hier aangesneden kwesties.

Euthanasie hulp bij vrijwillig levenseinde

Het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde moet gemaakt blijven worden. Het gaat hier om twee wezenlijk verschillende aangelegenheden. Te beginnen met euthanasie. Zoals we hierboven al aangaven gaat het hierbij om medische hulp bij zelfdoding van ongeneeslijk zieke mensen die ernstig lijden. Daarnaast moet de patiënt een duurzame wens tot sterven hebben, die door twee artsen beoordeeld wordt. Als aan alle zorgvuldigheidseisen wordt voldaan kan de arts overgaan tot euthanasie. Nadat hij de euthanasiezaak heeft voorgebracht bij de Toetsingscommissie, kan hij met zuiver handelen niet vervolgd worden. Dit gebeurt dan ook praktisch nooit. Euthanasie is dan ook een grote verworvenheid. Mensen die ondraaglijk lijden moeten met behulp van medische expertise hieruit verlost kunnen worden.

Hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft echter het leven beëindigen van fysiek gezonde mensen. Het gaat hierbij veelal om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen of om mensen die aan depressies lijden. Op wetenschappelijk niveau is er nog veel discussie over de vraag of mensen met een doodswens psychisch gezond kunnen zijn. Deze discussie betreft met name het geval van depressieve personen. Een kernsymptoom van depressie is namelijk geen zin meer in het leven hebben. Zeker in deze gevallen is het dus moeilijk om te bepalen of iemand voor zichzelf “het leven voltooid heeft” of dat er sprake is van een behandelbare depressie. Het is zodoende van groot belang dat bij deze vrijwillig levenseinde-zaken de behandelingsmogelijkheden nauwkeurig in acht worden genomen. Blijkt het inderdaad een psychische ziekte te zijn die bovendien onbehandelbaar is, dan is euthanasie een optie. Let wel, hierbij is er dus sprake van hevig lijden en een ongeneeslijke ziekte, waardoor dergelijke zaken niet als hulp bij een vrijwillig levenseinde gelden, maar voor de wet als euthanasie.

En dat is precies het belangrijke onderscheid. Het is van grote betekenis dat zowel de Partijraad als de fractie van GroenLinks het onderscheid tussen euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde goed maken. Hulp bij zelfdoding impliceert namelijk altijd dat er derden actief betrokken zijn bij de dood van degene met een doodswens. Voor deze hulpverleners is het belangrijk dat ze goed beschermd worden door de wet en dat ze niet gedwongen kunnen worden tot de hulp bij de dood van een persoon waar zij in die specifieke casus niet persoonlijk ten volle achterstaan.

Het perspectief van de arts

Dat brengt ons bij het perspectief van de arts. Dit is immers de aangewezen persoon tot het uitvoeren van euthanasie en eventuele hulp bij een vrijwillig levenseinde. De discussies over de twee onderwerpen in kwestie worden vaak gevoerd vanuit het perspectief van de patiënt. Welke rechten heeft deze en hoe moeten die invulling gegeven worden? De vragen over wat hulp bij zelfdoding met de arts doet en hoe artsen tegenover verdere versoepeling van de wetgeving staan komen daarentegen veel minder vaak aan bod.

Vooropgesteld, natuurlijk zijn er voldoende artsen die weinig morele druk ondervinden bij het uitvoeren van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Voor veel van hun collega’s drukken deze zaken zwaarder op het geweten. Zij willen er 100% zeker van zijn dat ze voor zichzelf kunnen verantwoorden dat ze per specifiek geval al dan niet bijdragen aan de hulp bij zelfdoding. Kortaf gezegd is de arts namelijk wel medeplichtig aan de dood van een medemens. De strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij een vrijwillig levenseinde geldt dan ook voor veel medici als een stok achter de deur en geeft hen innerlijke rust. Als een arts nu namelijk voor zichzelf niet de medewerking bij de doodswens van een persoon kan verantwoorden, kan hij tegen bijvoorbeeld een druk zettende familie van de patiënt het volgende argument aandragen: “Als ik overga tot medewerking, pleeg ik wel een strafbaar feit”. Veel artsen biedt deze huidige uitweg gewetensrust. Op het moment dat hulp bij een vrijwillig levenseinde wordt gelegaliseerd kunnen artsen niet meer onder medewerking uit.

Dat blijkt namelijk uit de mogelijkheden die er zijn om hulp bij een vrijwillig levenseinde toe te passen. De eerste mogelijkheid is dat de arts de persoon in kwestie ‘een spuitje geeft’. Dit is uiterst onwenselijk, omdat de uiteindelijke beslissende daad tot levenseinde, zoals in de regel ook bij euthanasie het geval is, het beste bij de persoon zelf kan liggen. Dat is dan ook de tweede mogelijkheid: toezicht van de middelen verstrekkende arts bij de zelf uitgevoerde zelfdoding van de persoon. Dit is van groot belang. Lang niet altijd is de eerste dosering voldoende en moet de arts met een extra dosering bijspringen om de dood daadwerkelijk te doen intreden. In deze beide gevallen is de arts dus actief betrokken bij de doding van een ander persoon. Hij kan er niet onderuit, tenzij een arts niet meer de aangewezen persoon is om hulp bij een vrijwillig levenseinde te verlenen.

In dat geval dienen zich twee nieuwe opties aan: artsen verstrekken alleen de medische middelen, om de zelfdoding vervolgens zonder toezicht door de persoon in kwestie zelf uit te laten voeren of de arts geeft slechts advies over hoe de persoon op een relatief ‘goede’ wijze zelfdoding kan uitvoeren. Beide zijn echter geen wenselijke situaties, doordat de kans op mislukking van de zelfdoding groot is, wat dramatische gevolgen voor de persoon en diens familie heeft. Deze mogelijkheden uitgesloten, blijft het dus zo dat bij hulp bij een vrijwillig levenseinde de arts altijd zijn verantwoordelijkheid moet nemen, of hij nou voor zichzelf ethisch kan verantwoorden of niet.

Conclusie

De vraag is dus gerezen of hulp bij een vrijwillig levenseinde daadwerkelijk gelegaliseerd moet worden of dat het net als euthanasie in het wetboek van strafrecht moet komen. In dat laatste geval wordt het via de gedoogconstructie dus wel degelijk mogelijk gemaakt, maar kan de arts voor zichzelf uitmaken of hij medewerking aan het levenseinde wil verlenen. Hij kan zich dan namelijk nog altijd beroepen op het gegeven dat hij niet verplicht is tot de uitvoering van een strafbaar feit.

Al met al blijkt de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde en eventuele overname van de oproep van Uit Vrije Wil een zeer complexe te zijn. Wij zijn dan ook erg blij dat de Partijraad van GroenLinks zich uitgebreid wil buigen over dit onderwerp en gedegen tot een bepaald standpunt zal komen. Dit artikel schrijven wij om in die discussie de Partijraad op het hart te drukken met de hierboven aangehaalde aspecten rekening te houden bij de opinievorming. In het kort achtereenvolgens nogmaals:

  • euthanasie is niet hetzelfde als hulp bij een vrijwillig levenseinde

  • hulp bij een vrijwillig levenseinde betreft gezonde mensen

  • het perspectief van de arts is even belangrijk in de discussie over hulp bij een vrijwillig levenseinde als die van de hulpvragende.

Wij wensen de Partijraad komende zaterdag veel succes met het vormen van een standpunt en hebben vertrouwen in een goed resultaat.

Dit artikel is geschreven door Ashley North (politiek secretaris Sociaal en vicevoorzitter politiek) en Anne Zeven (voorzitter subcommissie Zorg) van DWARS, GroenLinkse jongeren.


maandag, 12 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Is fact free politics een probleem?

Recentelijk betoogde Dick Pels dat ‘links’ maar eens moest ophouden ‘rechts’ ervan te betichten fact free politics te bedrijven. Dit verwijt wordt het huidige kabinet, en vooral gedoogpartner PVV, maar al te vaak gemaakt. Een recent voorbeeld betreft de maximumsnelheid. Zelfs al wijzen alle onderzoeken uit dat 130 op de snelweg slecht is voor milieu, verkeersgebruikers en omwonenden, dan nog zullen boliderijdende VVD’ers er alles aan doen om lekker 10 kilometer harder te mogen rijden. Het genot van het autorijden neemt waarschijnlijk, net als de luchtweerstand, exponentieel toe met de snelheid.

Pels licht zijn bezwaren tegen het verwijt dat ‘rechts’ aan fact free politics zou doen toe aan de hand van drie stellingen. De eerste twee zijn eenvoudig samen te vatten: links doet het ook, en ook rechts gebruikt feiten (al dan niet gemanipuleerd, net als bij links overigens). Dat eerste is zo klaar als een klontje: als het gaat om 130 op de snelweg legt ‘links’ heel rationeel uit dat het nauwelijks tijdwinst oplevert, maar wel meer doden, maar als een asielzoeker het land uitgezet moet worden, moet het hart het ineens winnen van het hoofd.

Pels’ tweede bezwaar is ook zichtbaar. Alle partijen houden ervan om ‘feiten’ te presenteren – vooral als betreffende feiten hen goed uitkomen. Terecht wordt gesteld dat er in sommige dossiers eerder te veel dan te weinig feiten op tafel liggen. Herinnert u zich nog de enorme stapel rapporten waarmee Alexander Pechtold op de proppen kwam toen kabinet Balkenende-IV twintig ambtelijke commissies wilde instellen om bezuinigingen in kaart te brengen? Gelukkig spelen feiten een belangrijke rol bij de vorming van beleid.

Door feiten voor te doen als ‘dingen’, zo is Pels’ derde bezwaar, misleiden de fact-free-politics claimanten ons. Feiten zijn helemaal niet objectief. Feiten worden gefabriceerd, zo stelt de filosoof Latour. Het claimen van objectieve waarheid is fundamentalistisch en maakt vrijzinnige, zelfkritische politiek onmogelijk. Het is bovendien contraproductief om zelfingenomen populistische politici slechts ‘objectieve feiten’ voor te houden; zij zijn immers net als gelovigen die zich door niets van hun stuk laten brengen. “Links moet juist leren”, zegt Pels, “om de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek: om de feiten te manipuleren, zonder ze te presenteren als onwrikbare dingen”.

Hiermee lijkt Pels zich, doch niet helemaal, een behoorlijk sociaal constructivistisch standpunt aan te meten. Het is duidelijk dat in de politiek, en in de sociale werkelijkheid in bredere zin, veel feiten inderdaad ‘sociale feiten’ zijn. Ze zijn sociaal geconstrueerd, zoals John Searle laat zien: geld, huwelijk en de regering, geen van allen bestaat zonder dat we daar gezamenlijk een betekenis aan toekennen. Maar dat betekent niet dat er in het geheel geen objectieve feiten zijn. De Mount Everest, bijvoorbeeld, zou er ook zijn als de mensheid niet was geëvolueerd. Los van het feit of we dat ding nu een ‘berg’ noemen: hij zou er staan.

Sociale feiten, zoals geld, zijn niet gemakkelijk te reduceren tot een objectieve waarheid. Maar dat wil niet zeggen dat je je in het publieke debat zomaar alles kunt permitteren met dergelijke feiten. Als u bij de bakker een brood wilt meenemen, zult u nog een lastige ochtend beleven als u hem probeert uit te leggen dat die muntjes en briefjes die hij van u verlangt geen waarde hebben. En hoewel er ontzettend veel debat is over de precieze betekenis van de termen ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek, gebruikt Pels ze ruimschoots – en wij begrijpen hem.

Meer hoopgevend is Pels’ stelling dat we op zoek moeten naar een “een vrijzinnige politiek die twijfel toelaat en bereid is het eigen perspectief op de proef te stellen.” Juist een dergelijke kritische houding is hetgeen ten grondslag ligt aan goed wetenschappelijk onderzoek. Open staan voor het eigen ongelijk is de kern van het wetenschappelijke bedrijf. Als we alles al weten kunnen we de tent wel sluiten. Daarin speelt, zoals Pels terecht stelt, de rede een belangrijke rol. Het luisteren en serieus in overweging nemen van argumenten van anderen. Maar ook feiten, empirische waarnemingen, zijn daarbij belangrijk. Want zij bieden ons een uitzicht op de (sociale) werkelijkheid.

Elk overtuigend politiek verhaal berust op ideeën. En die ideeën kleuren ons perspectief op de werkelijkheid. Maar het is een vergissing om feiten dientengevolge slechts te beschouwen als framing. Als je serieus het politiek debat aan wilt gaan, moet je ook bereid zijn om uit je eigen frame te stappen. Je kunt sociale feiten nooit helemaal los zien van je standpunt, maar dat betekent niet dat het niet de moeite waard is om te pogen een onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Juist omdat argumenten sterker staan als ze verbonden zijn met feiten. Ook dat draagt namelijk bij aan het voeren van een kritisch en vrijzinnig politiek debat.

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

De stad door de ogen van een dakloze

In divers, activiteiten, ambtenaren, artikel, auto, belangrijk, bezig, bier, binnenstad, en meer.

Zaterdag ben ik op pad geweest met KDET, onze Klankbordgroep Dak- en Thuislozen. KDET bestaat uit een aantal mensen die vroeger op straat hebben geleefd in Eindhoven, en zich nu, vanuit hun ervaringsdeskundigheid, inzetten om de belangen van de dakloze Eindhovenaar te behartigen. Zij houden zich onder andere bezig met het ondersteunen van de doelgroep door spreekuren te houden op plekken waar veel daklozen komen, zoals de inloophuizen en de nachtopvang, en door hen op te zoeken op de plekken waar zij zoal vertoeven in de stad. Verder heeft KDET een straatkompas gemaakt, een boekje met alle informatie die een dakloze nodig heeft om in Eindhoven de weg te vinden. En ze begeleiden ‘straatsurvivalroutes’. Een route uitgezet voor bv hulpverleners, ambtenaren én dus gemeenteraadsleden, langs alle locaties die belangrijk zijn voor daklozen in onze stad.

Hieronder een sfeerimpressie van de dag in beeld. Lees mijn verslag door onderaan dit artikel op de link te klikken.

  

kdet1 kdet2
‘t Hemeltje, inloophuis in Hemelrijken

De nachtopvang aan de Barrierweg

kdet3 kdet4

Hangplekken achter het station en in de Raffeissenstraat

 
kdet5 kdet6
Hangplekken achter de parkeergarage en langs het spoor  

  

Lees hier mijn verslag!!!

Het is vroeg op deze zaterdag, om 9.00 worden we verwacht bij de nachtopvang aan de Barrierweg. We hebben geluk met het weer, koud maar zonnig. Ik trek mijn stevige wandelschoenen aan en uitgerust met dikke sjaal en handschoenen ben ik er klaar voor.

Bij aankomst blijken de mensen die gebruik maken van de nachtopvang al vertrokken. De nachtopvang is dan alweer gesloten. Er zijn alleen nog een paar mensen aanwezig die schoonmaken. Dit wordt gedaan door de gebruikers zelf, hiermee kunnen ze een overnachting verdienen. We beginnen met een rondleiding door de nachtopvang. Een prima voorziening, alles ziet er netjes uit. Er is een gezamenlijke ruimte, waar ook gegeten wordt, er is een rookruimte, met computers, en er zijn slaapzalen waar max. 6 bedden in staan. Ik heb jeugdherbergen mogen ervaren die er beduidend minder luxe aan toe waren. Maar het verschil met een jeugdherberg wordt al snel duidelijk. Bij binnenkomst (op vaste tijden, na 8.00 gaat de deur op slot en kom je er niet meer in of uit), dien je al je spullen in te leveren en krijg je een bak met daarin een standaarduitrusting met trainingsbroek, slippers en een fleecetrui. Toch een klein beetje een gevangenisgevoel. De medewerker, een beetje gaar na zijn nachtdienst, legt uit dat op die manier voorkomen wordt dat er drugs ed gebruikt wordt in het huis. Dat is niet de bedoeling. Maar de gebruikers hebben wel zelf inbreng: er is een periodiek overleg tussen de gebruikers en medewerkers van de nachtopvang. KDET houdt hier wekelijks spreekuur. Ook daar kunnen mensen hun signalen kwijt.

Na de rondleiding in de nachtopvang gaan we de straat op. Het is zaterdag, meteen de moeilijkste dag voor daklozen. Want op zaterdag zijn er haast geen voorzieningen open waar ze terecht kunnen. De inloophuizen zijn gesloten. Alleen bij het Leger des Heils mogen ze een uurtje binnen op zaterdag voor een kopje koffie.

We lopen de route die de meeste mensen afleggen als ze richting het centrum lopen. Tussen de huizen en de flats door. We zien een man in z’n eentje rondscharrelen tussen de flats. Een bekende. ‘Hier stonden vroeger bankjes’ zegt één van onze gidsen. ‘Maar die zijn weggehaald, vanwege overlastmeldingen uit de omgeving. Maar ja, het zijn ook maar mensen….’

De tocht vervolgt richting de Kruisstraat. Naar de Albert Hein. ‘Daar kon je vroeger gratis koffie krijgen, maar die automaat is weggehaald’. De Albert Hein is voor veel mensen de eerste halte om bier te halen. Een doorgewinterde alcoholist drinkt 24 halve liter blikken per dag. Een collega raadslid, vroeger vakkenvuller op zaterdagochtend had zich altijd al afgevraagd wat die mensen toch moeten met al die blikken Euroshopperbier op de vroege ochtend. Nooit gedacht dat mensen dat bier al op dat tijdstip zouden wegkrijgen….

De tocht vervolgt richting het TU/e terrein. Een favoriete plek voor daklozen in de zomer. Hier werden ze, tot voor kort, met rust gelaten. Tot dat de TU/e begon te klagen over de rotzooi die ze lieten slingeren. Sindsdien worden ze daar weggejaagd.

Naar de overkant dan maar, langs de Bunker, daar ligt ‘het bultje’. Het valt niet op, een heuveltje met wat bomen en struiken erop, grenzend aan de achtertuinen van de straat verderop. Maar het is één van de beste slaapplekken voor in de zomer. Veilig en beschut, uit het zicht van het leven in de huizen en straat. En iets verderop, een groep struiken. ‘Kijk, hier hangt de waslijn! Toen ik hier laatst was hing het helemaal vol’.

Bij het Dommeltunneltje staan we even stil bij de inmiddels overleden Remy. Een bekende op straat. Hij sliep daar altijd. ‘Zelfs als het -10 was, moesten ze ‘m uit die tunnel komen sleuren. Hij wilde niet naar binnen’. Aan de andere kant van de tunnel stond vroeger de keet van Novadic Kentron. Bakkie koffie drinken. Dat kan er nu ook, bij Occupy, die hier met haar tenten is neergestreken. Onder de Occupiers vertoeven een paar bekenden van de straat.

Achter het oude postkantoor laten onze gidsen zien hoe je door het hek kunt, naar een leegstaand pand van de NS, waar een van onze gidsen vaak heeft geslapen. Een rustige plek, waar ze lang gedoogd zijn. ‘Er was in die tijd een technicus bij de groep, die het hele hek had geautomatiseerd. Het leek wel een oprijlaan’.

Door naar de bankjes bij de moerastuin achter de Effenaar. Nu is er geen riet, maar in de zomer zit je best goed uit het zicht. ‘Trof hier laatst nog iemand aan, zover weg, niet meer aanspreekbaar’. De bankjes langs de Dommel, achter de tramstraat waren ook favoriet. ‘Maar na die melding die ik maakte vanuit KDET, toen ik daar een paar keer iemand in een rolstoel zag rondhangen die heel z’n broek vol bloed had zitten, hebben ze niet alleen de dakloze maar ook de bankjes opgehaald. Niet gewenst’.

Waar de mensen wel gewenst zijn, of in ieder geval gedoogd worden, is naast het Regionaal Historisch Archief aan de Raffeissenstraat. Een prima plek om lekker beschut te zitten als het regent. En de eigenaar van het daarachter gelegen café vindt het goed, als ze hun rotzooi maar opruimen.

Op naar de Heuvelgalerie. Met de lift naar boven, naar een verlaten trappenhuis. ‘Ideaal voor de zondagochtend. Komt niemand hier.’ In de Heuvelgalerie zelf zaten vroeger ook veel daklozen, vooral ‘savonds. Maar daar zijn ze weggeveegd. Overlast voor het winkelend publiek.

Het wordt zo langzaamaan tijd voor de lunch. Normaal gesproken gaan ze dan naar het inloophuis van de Catherinakerk, waar een boterham te krijgen is. Maar die is dicht op zaterdag. Wij hebben geluk: we gaan eten op het kantoor van KDET aan de Paradijslaan. Op de tafel in het kantoor staat een foto van Perry. Tot voor kort lid van KDET, maar onverwacht overleden. Ogenschijnlijk gezond, niet aan de drugs. ‘Hij was aan de gelukkigste periode van zijn leven bezig’.

Na de lunch vervolgt de tocht. Verder langs struiken en bosjes die in het najaar goed gesnoeid worden. Nu kale plekken, maar in de zomer goed dichtgegroeid en daarmee goede plekken om te gebruiken of te overnachten. Door de binnenstad lopen we naar het 18 Septemberplein. ‘Hier gebeurt het. Gekkenhuis was het hier af en toe. Dealers en de hele handel’. Dat beeld herken ik, als ik ‘savonds wel eens vanaf het station naar huis ga na een avondvergadering op mijn werk, staan ze daar inderdaad, op de kop van de Nieuwstraat en het 18 Septemberplein. De dealers en hun klanten.

Bij de parkeergarage aan de Mathildelaan gaan we naar het bovenste parkeerdek. Tussen al het winkelend publiek dat rondjes rijdt op zoek naar een parkeerplek, horen we het verhaal van een goede vriend, die daar zijn favoriete plek had. Ook overleden. Tragisch verhaal, een jongen van 35 die in korte tijd helemaal was afgegleden, in het ziekenhuis terecht was gekomen, en vervolgens op straat is overleden. Een aangrijpend verhaal.‘Hij kon altijd terug naar zijn ouders, en de deur stond ook open voor mij, ik heb er een tijd gelogeerd. Ik kan zijn ouders nu niet onder ogen komen, te pijnlijk, daar kan ik nu nog niet mee omgaan’.

Buiten aangekomen staan we stil bij de deur van de nachtopvang ‘het Eindje’. Ik dacht dat die zo genoemd was naar de parkeergarage waar hij onderin gevestigd zit, die heet ook het Eindje. Maar het blijkt de naam te zijn die door de doelgroep zelf zo is verzonnen. ‘Want als je hier zit, is het echt het einde’. In het Eindje staan zo’n dertig bedden voor de cliënten van Novadic Kentron. Zwaar verslaafde mensen, zover heen. ‘Als ik hier terecht was gekomen, had ik het niet overleefd.’

Zigzaggend door de wijk lopen we richting Hemelrijken. Hier zit inloophuis ‘het Hemeltje’. Het Hemeltje is normaal gesproken op zaterdag gesloten. Maar vandaag is er de kerstmarkt van de buurtvereniging. Er zijn activiteiten in het aan de overkant van de straat gelegen SPILcentrum maar de verkoop van de handwerk-artikelen is dit jaar in het Hemeltje. De doelgroep mag vandaag niet binnen. Dit levert veel discussie op. ‘Belachelijk dat de mensen er niet in mogen!’ Maar de coördinator van het Hemeltje legt uit dat ze blij is om het gebouw voor één keer beschikbaar te stellen voor aan de buurtvereniging. ‘Zo komen de buurtbewoners ook eens over de drempel. En het is buiten de openingstijden.’

In de tuin van Hemeltje drinken we koffie en kijken we terug op de dag. Onze gidsen willen graag van ons horen wat we meenemen van deze ervaring. Ik laat de dag in mijn gedachten voorbij gaan. Het opgejaagde gevoel, van nergens welkom zijn, altijd op je hoede. Het was indrukwekkend om de persoonlijke verhalen van onze gidsen te horen, die open over hun eigen ervaringen, en die van anderen hebben gesproken. Verhalen over hoe het leven van mensen kan lopen. Over verslaving, over gebroken gezinnen, over huwelijken die stranden. Over ellenlange hulpverleningstrajecten, waarbij de slechte ervaringen zich op slechte ervaringen stapelen. Over kinderen die op jonge leeftijd niet meer thuis terecht kunnen. Met name het laatste raakt me, dat kinderen soms in omstandigheden opgroeien waarin ze geen eerlijke kans lijken te krijgen.

Ik denk terug aan de verhalen die ik heb gehoord tijdens de hoorzitting naar de maatschappelijke opvang, die de gemeenteraad een paar jaar geleden heeft gehouden. Ik heb veel dakloze mensen en hulpverleners gesproken in die tijd. Het verhaal van die piloot is me het meeste bijgebleven. Iemand met succes in het leven, een goede baan, een mooi huis in België. Tot hij op een dag na het werk zijn straat in reed, en werd ingehaald door een auto, die voor zijn ogen zijn vrouw en dochtertje doodrijdt, die hem op stonden te wachten. De piloot is doorgereden en uiteindelijk op straat terecht gekomen in Eindhoven, aan de drank. Hij heeft jarenlang geen contact gehad met zijn familie.

We praten over de voorzieningen en de hulpverlening in Eindhoven. Wat er nog mist, en wat er beter kan. En wat je van de mensen zelf mag verwachten. ‘Het lijk wel expeditie Robinson op de straat!’ concludeert mijn collega.

Mijn conclusie: Het is een dun lijntje tussen succesvol zijn en niet. Door foute keuzes en een samenloop van omstandigheden kan een stabiel leven ineens opslaan. We denken dat dat ons nooit kan overkomen, dat wij het nooit zover zouden laten komen. Maar uit de verhalen blijkt dat een leven op de rand van de maatschappij in sommige gevallen dichterbij is dan je denkt. Ik vind het zo belangrijk dat we deze mensen niet zomaar afschrijven, maar dat we ons inzetten om hen uit de situatie te helpen waar ze in geraakt zijn, en ook deze mensen aanspreken op wat ze zelf willen en kunnen. Daar gaat het gemeentelijke beleid over.

Onze wegen gaan hier uit elkaar. Ik loop terug naar de nachtopvang om mijn fiets te halen, en ga naar huis. Na een dag koukleumen op straat is thuis de kachel aan en wacht het eten. Ik voel me rijk, maar ook verdrietig. Het duurt nog een uur voor de nachtopvang weer open gaat.

zaterdag, 10 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Een recht op vrije tijd

In arbeid, inkomen, liberalisme, socialisme, verdelende rechtvaardigheid, vrije tijd, agenda, arbeidsomstandigheden, artikel, en meer.

Het is vandaag Internationale Dag van de Mensenrechten. De wereld viert dat op 10 december 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn aangenomen. DWARS bloggers kijken naar een aantal van de mensenrechten vanuit groen, sociaal en vrijzinnig perspectief. Ik kijk naar artikel 24: het mensenrecht op vrije tijd.

Artikel 24: Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Een van de universele mensenrechten is het recht op vrije tijd. Zijn de universele mensenrechten zo decadent dat er een recht op luieren is? Een recht op lanterfanten? Op kosten van de Verenigde Naties op vakantie naar Chersonisos? Is dat het echt het niveau van de Universele Mensenrechten?

Het recht op vrije tijd heeft zijn wortels in de socialistische beweging. Een van de belangrijkste strijdpunten van de socialisten was de achturige werkdag. Arbeiders moesten beschermd worden tegen werkgevers. Er was een fundamentele inbalans in macht tussen werkgevers en werknemers. Een beperkt aantal werkgevers beheersten de vraag naar arbeid. Er waren veel arme mensen op zoek naar werk. Daardoor konden werkgevers hoge eisen stellen aan werknemers: lage lonen, lange werktijden, slechte arbeidsomstandigheden. De socialisten wouden daar een grens aan stellen door de achturige werkdag. Het principe was “acht uur werken, acht uur slapen en acht uur ontspannen”. Later kwam daar de vijfdagige werkweek en vakanties met behoud van loon bij. Van het begin van de twintigste eeuw richtten de vakbeweging in onderhandelingen met werkgevers en de socialisten in het parlement zich op de achturige werkdag: door stakingen, petities en onderzoeken probeerden ze het onderwerp op de agenda te zetten. Na de Eerste Wereldoorlog werd in Nederland de achturige werkdag ingevoerd.

Dit mensenrecht was een manier om arbeiders te beschermen tegen uitbuiting door werkgevers. Het verschilt daarmee fundamenteel van andere grondrechten die burgers moeten beschermen tegen de macht van de overheid. Het lijkt dus een verouderd mensenrecht. Een middel dat nodig was in de twintigste eeuw om werknemers te beschermen tegen werkgevers. Het lijkt een mensenrecht dat past in een ontwikkelingsland als Bangaladesh maar dat in het Nederland van de 21ste eeuw van ‘het nieuwe werken’ en zzp’ers niet meer zinnig is.

Niets is minder waar: het recht op vrije tijd past als geen ander in de huidige tijd. We leven in een samenleving die werk centraal stelt. Alle politieke partijen willen dat iedereen aan het werk komt. Dat geldt voor rechts en voor links. Zelfs GroenLinks heeft in haar programma een uitermate ambitieuze agenda: iedere werkloze moet na een jaar een baan aannemen van de overheid. De werkgeversorganisaties en de vakbonden steunen het streven naar een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie.

Je kan vanuit groen en links perspectief twijfels hebben over de noodzaak om allemaal zoveel mogelijk te werken. In een groene economie zouden we niet alleen maar moeten willen werken, maar juist ook meer ontspannen: we raken de grenzen van de Aarde met onze productie (dat is onze arbeid) en met onze consumptie (wat betalen met het loon voor dat werk). De cyclus van een week lang keihard werken om in het weekend keihard te consumeren past niet een duurzame economie. In een echte groene economie zou meer ruimte moeten zijn voor de dingen die er echt toe doen: tijd voor je vrienden, tijd nemen voor je gezin, tijd om van de natuur te genieten. Het vastleggen van het recht op vrije tijd geeft weer dat wij als wereldgemeenschap meer in het leven zien dan werk.

Maar er is een belangrijk reden om juist het recht op vrije tijd te waarderen: een recht op vrije tijd geeft mensen op een fundamentele manier de keuze om zelf hun leven in te richten. Het is geen plicht om te rusten, maar een recht waar mensen gebruik van mogen maken. Dat past goed bij het onderliggende ideaal onder de mensenrechten: het idee dat er in iedere samenleving ruimte moet zijn voor iedereen om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Sommige mensen vinden hun ontplooiing in arbeid. Zeker voor wetenschappers en kunstenaars is werk een levensvervulling. Maar ik ken ook docenten die opbloeien als ze voor de klas staan. Voor andere mensen is juist hun vrije tijdsbesteding een belangrijk deel van wie ze zijn. Ze werken beperkt om te voorzien in hun eigen levensonderhoud, maar als ze eenmaal een minimuminkomen hebben verdiend genieten ze van hun recht om zelf te bepalen wat ze doen en vullen ze hun tijd met hobby’s, reizen, zorg voor familie of door zich als vrijwilliger in te zetten voor de maatschappij. De samenleving moet iedereen in staat stellen om zelf te bepalen hoe ze hun leven inrichten en of ze daarin de nadruk leggen op werk of op vrije tijd. Dat is in een liberaal ideaal dat door het recht op vrije tijd dichterbij wordt geholpen.

Kortom: het recht op vrije tijd heeft haar wortels in de socialistische traditie, draagt bij aan een duurzame economie en is noodzakelijk voor liberale politiek. Het recht op rust en vrije tijd is groen, sociaal en vrijzinnig.

vrijdag, 9 december 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Brabant verwerpt natuurplan Bleker

In politiek, armoede, bedrijfsleven, beheer, belangrijk, bezuinigingen, bleker, cda, debat, en meer.

Goh, wat een dag! Na een 16 uur durende Statenvergadering de apotheose: de provincie Noord-Brabant verwerpt het onderhandelingsakkoord natuur dat staatssecretaris Bleker met het IPO heeft gesloten. Aangezien staatssecretaris Bleker meerdere malen heeft gezegd dat het akkoord van tafel is wanneer één provincie tegenstemt, is dit een geweldigde dag voor de natuur in Nederland!

Tijdens het debat over het natuurakkoord heb ik gevochten als een leeuw. Bleker maakt de natuur kapot en Brabant mag zich niet laten chanteren! Hoewel SP-gedeputeerde Van den Hout zwichtte voor Bleker, nam de volksvertegenwoordiging een buitengewoon moedig besluit. De meerderheid van Provinciale Staten (26 voor – 28 tegen) verwierp het akkoord.

Het was nog nooit zo stil in de Statenzaal als tijdens de hoofdelijke stemming over het natuurakkoord. Veel velen was het een verrassing dat de voltallige PVV-fractie tegenstemde. Zij kunnen weliswaar leven met de bezuinigingen op natuur, maar vinden het onacceptabel dat Gedeputeerde Staten voorstelt een akkoord goed te keuren, waarvan ze zelf zegt dat het onuitvoerbaar is.

De Statenleden van de SP zaten in een lastige positie. Enerzijds verdedigde hun eigen gedeputeerde Van de Hout - zij het tandenkransend - namens Gedeputeerde Staten het natuurakkoord. Anderzijds spreekt de landelijke SP vernietigend over het akkoord. Ze stelden zelfs de notitie op “1 voor natuur: Natuurbehoud in de provincie Brabant, waarom de provinciale overheid het deelakkoord ‘natuur’ niet moet tekenen.” Ontzettend goed dat 4 SP Statenleden vanavond hun hart volgden, maar ik ben blij dat ik op dit moment niet in hun schoenen sta.

Vandaag werd meerdere malen duidelijk wat voor mogelijkheden het biedt nu het CDA en de VVD sinds maart samen geen Statenmeerderheid hebben. Tijdens de discussie over de toekomst van het landelijk gebied, konden maar liefst 4 moties van GroenLinks – ondanks een negatief advies van Gedeputeerde De Boer (VVD) – rekenen op een meerderheid. Zo:

-     komt er een nulmeting met alle informatie met betrekking tot de intensieve veehouderij in Brabant. Provinciale Staten ontvangt jaarlijks een geactualiseerd overzicht hiervan;

-      moet de onafhankelijke regiegroep die het advies van de Commissie van Doorn gaat uitvoeren, inzichtelijk maken op welke wijze de kringlopen van de Brabantse veehouderij – traceerbaar – gesloten te maken zijn op basis van Noordwest-Europese schaal;

-    moet het publieke garantiefonds voor de kosten van zoönosen (dierziekten) door het bedrijfsleven zelf worden gevuld;

-     wordt in de Verordening Ruimte voor nieuwbouw of uitbreiding het afstandscriterium van minimaal 250 meter tussen intensieve veehouderijbedrijven en gevoelige bestemmingen (woningen) bij vergunningverlening opgenomen. Binnen de afstand van 250 – 1000 meter tussen een LOG of IV-bedrijf tot een woonkern of lintbebouwing wordt voortaan bij vergunningverlening een aanvullende gezondheidskundige risicobeoordeling uitgevoerd.

Ook de motie die de PvdA mede namens GroenLinks indiende met de veelzeggende titel ‘Genoeg, geen vee erbij’ haalde het! Deze motie spreekt uit dat - gezien de richtlijnen van de Commissie Van Doorn - alles in het werk moet worden gesteld om de veestapel terug te dringen.

Onder lees meer mijn spreektekst tijdens de 1e termijn van het debat over het natuurakkoord. Het videoverslag volgt snel!

Voorzitter, GroenLinks staat pal voor 2 zaken:

-     Dat alle bestaande natuur goed beheerd wordt, nu en in de toekomst. Dat is toch wel het minste wat we kunnen doen?

-     De Brabantse natuur op termijn verder wordt versterkt. Gelukkig staat dat ook in het Statenvoorstel over het Brabantse StadteLand, ook al mag ik dat geloof ik niet meer zo noemen. In het stuk over Stad en Platteland staat letterlijk dat de afname van biodiversiteit stopt en mogelijkheden worden geboden voor een toename. Dat is een ontzettend flinke ambitie, want ondanks vele inspanningen loopt de biodiversiteit al jaren terug. Mijn eerste vraag aan Gedeputeerde Staten is dan ook heel simpel: gelooft GS zelf nou werkelijk, dat het met het onderhandelingsakkoord natuur dat staatssecretaris Bleker met het IPO heeft gesloten, mogelijk is om de enorme ambitie die deze Staten zojuist heeft vastgesteld, te behalen? 

Tsja, het onderhandelingsakkoord. Of moet ik wurgakkoord zeggen, om met de woorden van SP Tweede Kamerlid Henk van Gerven te spreken? Eigenlijk wel, want het is een wurgakkoord! Ook onze eigen gedeputeerde Van den Hout zei niet voor niets in én tegen de Tweede Kamer dat we eigenlijk niet mogen spreken van een akkoord, maar van een dictaat. Er is immers niet onderhandeld.

Het dictaat houdt in dat het netwerk van natuurgebieden, de ecologische hoofdstructuur veel kleiner wordt: 600 duizend hectare in plaats van de eerder beoogde 728 duizend. De kwaliteit van de natuur neemt fors af door het huidige kabinetsbeleid. Meer planten- en diersoorten zullen uitsterven. Ook de biodiversiteit zal verminderen. Dat zijn niet mijn woorden, maar van het Planbureau voor de Leefomgeving. Toch een redelijke neutrale, vaak ook wat conservatieve club.

Wat betekent dat nou voor Brabant?

Nou, Brabantse natuurgebieden moeten worden verkocht. Gebruik en toegankelijkheid van natuurgebieden kan in verband met de veiligheid niet meer worden gegarandeerd. In Brabant gaat het om gebieden in stedelijke regios zoals bijvoorbeeld het Mastbos, de Strabrechtse Heide en het Bossche Broek.

Ook dit alles is niet mijn bescheiden mening. Nee, dit schrijft Gedeputeerde Staten ons deze week over in een notitie over Staatsbosbeheer. Deze organisatie beheert ongeveer 25% van de Brabantse bossen en natuurgebieden. In deze natuurgebieden ontvangt Staatsbosbeheer jaarlijks ongeveer 15 miljoen bezoekers. Door de bezuinigingen bij Staatsbosbeheer - die oplopen tot zon 60% - wordt de voorlichtende rol en haar rol t.b.v. recreatie uitgehold. Rollen die Staatsbosbeheer van oudsher heeft en die wij allemaal zo belangrijk vinden.

Kijk: dat je in deze financieel lastige tijden wat minder geld aan natuur besteedt en bijvoorbeeld natuuraankoop over meer jaren uitsmeert, logisch. Maar dat je zoveel bezuinigt zodat zelfs het beheer van bestaande natuur zwaar onder druk komt, dat gaat er bij ons niet in.

We laten ons verdorie toch niet chanteren door Henk Bleker, die dreigt met een noodwet? Stikken of slikken. Wat voor banenrepubliek is dit voortaan? Ik vraag GS nadrukkelijk om de eerste de beste trein naar Den Haag te pakken om echt te gaan onderhandelen. Hopelijk kunnen we dan spreken over een akkoord in plaats van over een dictaat.

Komt bij dat de financiële risicos voor de provincie Noord-Brabant amper zijn in te schatten doordat nog niet duidelijk is:

- Hoe de 100 miljoen die het Rijk vanaf 2014 beschikbaar stelt voor beheer tussen de provincies verdeeld zal worden?

- Hoe het resterende budget van het Investeringsfonds Landelijk gebied wordt ingezet?

- Hoe en waar de ruilgronden worden ingezet?

- Hoe de afgesproken restopgave voor natuurontwikkeling (inrichting en beheer) over de provincies zal worden verdeeld?

Over deze zaken moeten de provincies het komende half jaar nog met elkaar onderhandelen. De armoede verdelen. Daar komen ze natuurlijk nooit uit: iedere provincie komt met een verdeelsleutel die voor zichzelf het best uitpakt.

Voorzitter, dit is niet alleen een slecht dictaat, maar ook een onduidelijk dictaat. Ik zou zo 5 onderwerpen kunnen noemen, waar ook gisteren tijdens het 3e Kamerdebat hierover geen duidelijkheid over is gekomen. Dat doe ik met het oog op de tijd niet.

Een ander punt waar veel onduidelijkheid over bestaat, en waar echt helderheid over moet komen, is de Memorie van toelichting die het IPO heeft geschreven bij het deelakkoord Natuur. Er zijn twijfels of de interpretatie van het deelakkoord in deze Memorie van toelichting wordt gesteund door alle partijen die het akkoord moeten tekenen. Daarom dienen we een amendement in om de Memorie van toelichting integraal onderdeel te laten uitmaken van het deelakkoord. Iedereen is immers gebaat bij duidelijkheid.

Voorzitter, ik ben benieuwd naar de reactie van de gedeputeerde hierop en sluit af. Prima dat natuurbeleid naar provincies komt, maar niet onder deze voorwaarden. We hebben geen flauw idee hoe dit dictaat gaat uitpakken voor de provincie Noord-Brabant en voor de Brabantse natuur. Tot duidelijk is dat met het beschikbare geld aan de doelstellingen kan worden voldaan, mag Brabant hier onder geen beding mee instemmen.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1191 uur (49,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0,6 bericht per dag, 4,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6 7