vrijdag, 3 februari 2012

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

(lokale) politieke partijen en hun financien

Vorige week is in de Tweede Kamer gesproken over een belangrijke nieuwe wet. De wet moet regelen dat politieke partijen openheid van zaken geven over hun inkomsten. Officieel heet deze wet ‘wet financiering politieke partijen’. Worden politieke partijen gesponsord door personen of bedrijven en zo ja, welke? Belangrijk om te weten, omdat kiezers zo kunnen beoordelen of de standpunten die een politieke partij uitdraagt en de besluiten die een politieke partij neemt, onafhankelijk zijn gemaakt. De wet gaat over landelijke politiek maar hoe zit dat met de politiek op provinciaal en gemeentelijk niveau?Een kamerlid of een gemeenteraadslid dienen beiden een besluit te nemen in het belang van alle bewoners en niet alleen in het belang van een individu (een rijke villabezitter die minder belasting wil betalen, bijvoorbeeld) of het belang van een bedrijf (dat liever een minder strenge milieuvergunning wil) een hele bedrijfstak (de tabaksfabrikanten bijvoorbeeld) of zelfs bedrijven uit het buitenland (olieproducerende bedrijven uit het Midden-Oosten bijvoorbeeld).

Gelukkig is een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voorstander van een wet die regelt dat politieke partijen verantwoording afleggen over hun inkomsten. Dat werd tijd, want in Europa heeft nagenoeg elk democratisch land allang regels over de financiering van politieke partijen. Als de wet wordt aangenomen, is het voor politieke partijen die in de Eerste en Tweede kamer zijn vertegenwoordigd eindelijk goed geregeld. Jammer genoeg worden vooralsnog lokale partijen en politici niet genoemd. Toch zijn er diverse partijen die hier terecht aandacht voor vragen. Een lobbybrief van de VNG over dit onderwerp is helder: een pleidooi voor uniforme en landelijke regelgeving over de openbaarheid van financiering van lokale partijen.

Omdat een eerste verkennend onderzoek van mij tot de conclusie leidde dat landelijke wetgeving noodzakelijk is om lokaal regels te kunnen stellen, heb ik vorig jaar contact opgenomen met de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer over dit onderwerp. GroenLinks zal een belangrijke wijziging op het wetsvoorstel steunen, dat ingediend wordt door kamerlid Heijnen van de PvdA. Heijnen legt het duidelijk uit: “Dit wetsvoorstel is zo lek als een mandje als we lokale afdelingen van politieke partijen buiten beschouwing laten. Dat is één belangrijke overweging om de lokale politiek hierin mee te nemen. In dit wetsvoorstel wordt niet de transparantie van giften aan de lokale politiek geregeld, terwijl het risico van het kopen van invloed door een gift op lokaal niveau veel groter is. De lijntjes zijn korter. (…) Wij vinden het nog belangrijker dat dit op lokaal niveau goed geregeld wordt dan op landelijk niveau.” Je kunt het debat van 25 januari en 26 januari overigens helemaal teruglezen, vermakelijk leesvoer!

Ik ben blij met deze wijziging en ik hoop dat de dames en heren in Den Haag inzien dat openbaarheid van de financiering ook in gemeenteraden en provinciale staten hoort. Juist op het lokale niveau. Ik wacht de stemming over het wetsvoorstel met veel belangstelling af. En mocht je willen weten hoe de fractie van GroenLinks Nijmegen aan zijn inkomsten komt, neem dan gerust contact met mij op. Als penningmeester van de fractie kan ik het je zo vertellen.

vrijdag, 20 januari 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

zondag, 15 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Wethouder Brink kondigt aftreden aan

henk brink

Afgelopen vrijdag maakte wethouder Henk Brink bekend dat hij vanwege zijn gezondheid af zal treden als wethouder in Eindhoven per 1 maart. Henk heeft al geruime tijd serieuze hartklachten. Zijn arts heeft hem afgeraden nog langer de intensieve baan van wethouder uit te oefenen. Een persoonlijke tragedie voor Henk, die graag de periode had volgemaakt, maar een goed besluit  mijns inziens want de gezondheidsrisico’s zijn gewoon te groot. Ik heb Henk veel sterkte toegewenst met zijn gezondheid, en alle goeds voor de toekomst. Ik hoop dat hij snel een nieuwe uitdaging zal vinden in een iets minder veeleisende baan dan het wethouderschap.

Zondagavond maakte de VVD bekend dat fractievoorzitter Monique List unaniem wordt voorgedragen als opvolger. Ik feliciteer Monique bij deze, ik heb alle vertrouwen in haar als nieuwe wethouder in ons college!

lees hieronder het persbericht van de gemeente met de aankondiging van het aftreden van wethouder Brink.

Besluit op dringend advies van artsen

Henk Brink stopt om medische redenen als wethouder

Publicatiedatum: 13-01-2012

Wethouder Henk Brink van Economie, werk en beroepsonderwijs treedt per 1 maart 2012 terug uit het gemeentebestuur. Op dringend advies van de artsen heeft wethouder Brink moeten besluiten de functie van wethouder in de stad Eindhoven neer te leggen, omdat de uitoefening van het wethouderschap zijn gezondheid te zeer schaadt. Dit is vrijdag 13 januari bekend gemaakt in een brief aan de gemeenteraad en tijdens een speciaal belegde persconferentie.

Henk Brink vindt het buitengewoon jammer en tegelijkertijd ook onvermijdelijk dat hij stopt als wethouder. “Met pijn in het hart heb ik de burgemeester en de fractievoorzitter van de VVD gisteren medegedeeld dat ik mijn functie als wethouder Economie, werk en beroepsonderwijs in Eindhoven neerleg. Noodgedwongen. De gezondheidsproblemen waar ik de afgelopen tijd mee te maken heb gekregen, zijn een te grote belemmering voor goed functioneren gebleken. Mijn arts heeft mij dan ook dringend geadviseerd om te stoppen als wethouder. De grote fysieke en mentale belasting die het wethouderschap in de fantastische stad Eindhoven met zich meebrengt, is voor mij op dit moment simpelweg te groot. Als ik iets doe, wil ik daar voor de volle honderd procent voor gaan. Helaas is dat nu niet mogelijk, omdat ik anders mijn gezondheid schaad.”

Burgemeester Van Gijzel benadrukt als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders dat het college graag als geheel de rit had uitgezeten, maar dat de huidige gezondheidssituatie van wethouder Brink helaas tot geen enkele andere conclusie kon leiden. “Mede namens de andere collegeleden wil ik Henk bedanken voor zijn inzet voor onze stad en regio. Gezamenlijk zorgen we er de komende tijd voor dat in de medisch geadviseerde afbouwperiode de lopende zaken zo goed als mogelijk worden afgerond. We hopen dat Henk na deze ingrijpende stap in goede gezondheid weer volledig aan de slag kan in een andere functie.”

Na een korte vakantie zal wethouder Brink in de maand februari de lopende zaken zo goed als mogelijk afronden. Enkele portefeuilles worden waargenomen door zijn collega’s. De VVD-fractie maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Henk Brink bekend.

vrijdag, 13 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Jaarrendement 2011 MyC4

In myc4 investments, persoonlijk, 2011, afrika, investeringen, myc4, myc4.com, p2p investeringen, rendement, en meer.

2011 is al weer een paar weken afgelopen. Na het resultaat van mijn investeringen via MyC4 over december is het dus tijd om te kijken naar het rendement over 2011 Al met al was 2011 een jaar van fors herstel bij MyC4. Nadat ze in 2009 behoorlijk wat ellende bij een aantal providers hebben gehad, wat ook in 2010 nog behoorlijke verliezen gaf bij investeerders. Dat was ook te merken aan mijn eigen resultaten.

Rendement 2011

In de tabel hieronder kun je dat zien aan het sterk oplopende verschil tussen het totaal geïnvesteerde bedrag en het bedrag dat aan het begin van elk jaar over was. In 2010 en 2011 loopt dat verschil fors op. Waardoor er begin 2011 nog maar 43% van mijn oorspronkelijke inleg over was. Oftewel een verlies van 57%. In 2011 is slechts 1% van de inleg verloren gegaan door leningen die niet meer afgelost worden. Het grootste deel van het geld is ook echt kwijt, want het is MyC4 en haar partners tot nu toe gelukt om 5% van de leningen die niet meer terug betaald worden alsnog te innen.

Krispijn 2008 2009 2010 2011
Total amount uploaded € 400,37 € 566,48 € 566,48 € 666,48
Remaining amount end of the year € 400,37 € 453,56 € 188,37 € 281,58
Percentage remaining 100% 80% 33% 42%
Recovery percentage 3% 3% 5%
Return on investment on total amount uploaded before tax, currency & defaults 3,3% 11,7% 5,5% 8,6%
Return on investment on total amount uploaded 2,7% -13,7% -43,1% 2,4%
Return on investment on remaining amount 2,7% -17,2% -129,6% 5,8%

Zoals gezegd was 2011 het jaar van herstel. Mijn rendement over het resterende saldo was 5,8%, inclusief belastingen en de verliezen door wisselkoersverlies en leningen die niet meer afgelost worden. Het rendement over mijn totale investering tot nu toe was 2,4%. Onvoldoende om de verliezen uit 2009 en 2010 goed te maken,genoeg om vertrouwen in 2012 te hebben.

Investering per jaar

Jaar 2008 2009 2010 2011 Totaal
Aantal ondernemers 60 80 58 80 272
Bedrag € 564,33 € 492,50 € 298,84 € 423,28 € 1.778,95
Bedrag/ondernemer € 9,41 € 6,16 € 5,15 € 5,29 € 6,54

Zoals je in bovenstaande overzicht kunt zien heb ik vorig jaar in 80 ondernemers geïnvesteerd. Evenveel als in topjaar 2009. Het bedrag dat ik geïnvesteerd heb is nog niet terug op het niveau waar ik mee begon. Wel ben ik duidelijk mijn risico beter gaan spreiden door kleinere bedragen per keer uit te lenen. In 2008 leende ik nog ruim 9 Euro per ondernemer uit. Nu is het zeldzaam als ik meer dan 5 Euro uitleen. Dat is geen krenterigheid, maar een manier om te voorkomen dat mijn rendement er te veel onder leidt als een ondernemer niet meer kan terugbetalen.

In totaal heb ik de afgelopen 4 jaar Euro 1.778,95 in 272 Afrikaanse ondernemers geïnvesteerd. Alleen het idee al dat mijn vijf euro bij kan dragen aan het succes van een Afrikaanse ondernemer is voor mij voldoende reden om door te gaan met investeren via MyC4.

Resultaten dochter

Ook voor onze dochter hebben we een MyC4 account geopend, waarop we ieder jaar 50 Euro bijstorten voor haar verjaardag. Haar account is eind 2009 geopend, waardoor haar de ellende met providers bespaard is gebleven. Dat is ook te zien aan haar rendement en aan het aantal leningen dat niet is terugebetaald. Op een portefeuille van 150 Euro is minder dan 1 Euro afgeboekt, waarvan 45% alsnog geïnd is.

In 2011 heeft zij een rendement gehaald van 6,5% over de totale inleg inclusief belasting, afboekingen en wisselkoersverliezen. Niet verkeerd in een tijd dat de bankrekening toch echt minder oplevert. Het rendement ligt eigenlijk nog wat hoger, omdat de laatste 50 Euro pas in september is overgemaakt. Voor het gemak ben ik er bij de berekening van het rendement vanuit gegaan dat er het hele jaar 150 Euro op haar account heeft gestaan.

Josie 2009 2010 2011
Total amount uploaded € 50,00 € 100,00 € 150,00
Remaining amount end of the year € 50,00 € 100,00 € 149,63
Percentage remaining 100% 100% 100%
Recovery percentage 45%
Return on investment on total amount uploaded before tax, currency & defaults 0,1% 5,1% 16,4%
Return on investment on total amount uploaded 0,1% 3,4% 6,5%
Return on investment on remaining amount 0,1% 3,4% 6,6%

 

 

vrijdag, 6 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn MyC4 resultaten voor december 2011

In leesvoer, myc4 investments, afrika, investeringen, myc4, persoonlijk, rendement, resultaat, belasting, en meer.

Ik heb nog geen totaal overzicht van mijn resultaten bij MyC4 in 2011, laat staan van al mijn investeringen. Zodra ik die heb zal ik ze hier uiteraard plaatsen. Hieronder in de eerste plaats een overzicht van de resultaten van mijn MyC4 investeringsportefeuille over december 2011.

Ook in december heb ik weer een behoorlijk aantal terugbetalingen ontvangen op de leningen die ik via MyC4 aan Afrikaanse ondernemers verstrek. In totaal ging het om Euro 32,13 in 70 terugbetalingen. Ik heb Euro 33,28 opnieuw geïnvesteerd. Vijf van de leningen zijn inmiddels actief en 1 wacht nog op uitbetaling aan de ondernemer.

Algemene ontwikkelingen MyC4

Belangrijker dan mijn eigen resultaten vind ik dat de algemene ontwikkelingen bij MyC4 nog steeds de goede kant op lijken te gaan. Uit de jaarlijkse audit door MyC4 van de providers zijn zo te lezen geen rare dingen gekomen. Het porfolio van een van de zwakker beoordeelde providers (Growth Africa) is inmiddels overgenomen door Micro Africa, dat een veel goede risicobeoordeling heeft gekregen.

Ook de koers van de lokale valuta lijkt eindelijk wat te stabiliseren, wat gunstig is voor het rendement. Afgelopen jaar is het valutarisico voor mijzelf namelijk een van de grotere kostenposten geweest.

Kwaliteit portfolio

De kwaliteit van mijn portfolio is helaas weer wat afgenomen. Van de 88 actieve leningen liggen er 33 op schema, zijn er 29 terugbetalingen op komst (heeft waarschijnlijk met de langere betaaltermijnen in december te maken) en zijn er nu 26 leningen waar de ondernemer achter loopt. Dat is 4 meer dan in november.

Maand / op tijd No Pending Yes Totaal aantal
September 17 12 56 85
Oktober 25 17 46 87
November 22 15 49 86
December 26 29 33 88

Winst/Verlies

Een andere belangrijke manier om te kijken naar mijn investering is uiteraard het financieel rendement. De winst na belasting en is in december lager dan in november en er is een heel klein beetje achterstallige betaling binnen gekomen. In de berekeningen van november zaten wat foutjes, dus hieronder de juiste getallen. Zoals je kan zien is mijn winst in december gedaald ten opzichte van november. Door een gunstige ontwikkeling van de wisselkoersen heb ik echer 0,86 Eurocent extra verdient (jawel, ook ik ben soms een vieze valutaspeculant ;-) .

 

Kengetallen november december
Pending bids € 10,00- € 25,00
Pending principal repayments € 3,56 € 6,98
Outstanding principal € 2,51 € 16,36-
Earned interest after tax and currency € 2,85 € 1,63
Paid tax on earned interest € 0,50 € 0,29
Defaulted principal € 0,00 € 0,00
Recovered principal € 0,04 € 0,07
Adjustments € 0,00 € 0,00
Total currency gain/loss € 0,26- € 0,86
Winst € 3,15 € 0,84
Winst na wisselkoersverlies € 2,89 € 1,70

 

Nieuwe leningen/investeringen

De terugbetalingen die ik in november heb ontvangen heb ik opnieuw geinvesteerd in Afrika. Deze maand heb ik mijn investeringen verdeeld over Ghana, Tanzania en Uganda.

Country Business
Ghana Maria Alata Soap Enterprise € 5,00
Med’s Pharmacy € 5,00
Tanzania Boniface Musa € 5,00
Hilda Edes € 5,00
Uganda Haruna Mwanje € 8,28
Totaal Resultaat
€ 28,28
Kengetallen november december
Pending bids € 10,00- € 25,00
Pending principal repayments € 3,56 € 6,98
Outstanding principal € 2,51 € 16,36-
Earned interest after tax and currency € 2,85 € 1,63
Paid tax on earned interest € 0,50 € 0,29
Defaulted principal € 0,00 € 0,00
Recovered principal € 0,04 € 0,07
Adjustments € 0,00 € 0,00
Total currency gain/loss € 0,26- € 0,86
Winst € 2,89 € 1,70
Winst na wisselkoersverlies € 2,63 € 2,56

woensdag, 4 januari 2012

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) stelt zich graag aan u voor!

In bijgevoegd document stelt de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) zich aan u voor.

Belastingsamenwerking West-Brabant

zondag, 1 januari 2012

Het menu: Sprookje voor 2012

In het menu, niet op voorpagina, banken, femke halsema, ontwikkelingsgeld, rijkdom, algemeen, arbeid, belasting, en meer.
Ooit zal er een land zijn waar alle mensen vreedzaam en gezond kunnen leven. Een land waar rijkdom eerlijker is verdeeld. De hoogste salarissen zijn er aan een acceptabel maximum gebonden, de laagste aan een realistisch minimum en eenieder verricht arbeid naar vermogen. Het verzorgen en opvoeden van kleine kinderen door de ouders wordt beschouwd als een der belangrijkste taken in de samenleving en navenant gehonoreerd. De banken stellen zich weer dienstbaar op door betrouwbaar geld te bewaren en uit te lenen. Beurzen en hedgefundsen bestaan niet meer. Het betalen van belasting ziet de mens als bijdragen aan een collectieve spaarpot voor zaken die het algemeen belang dienen: onderwijs, zorg, veiligheid, natuurbehoud, openbaar vervoer, (duurzame) energie, communicatie. De mensen zijn er vrij om te zeggen wat ze willen en binnen de grenzen van de wet te doen wat ze willen. Verschillende huidskleuren en verschillende gewoontes vormen een verrijking van de cultuur. Geloof speelt als politieke stroming geen rol meer. Ontwikkelingsgeld wordt gebruikt om jonge allochtonen in dat land een goede opleiding te geven, zodat ze hun land van oorsprong met een behoorlijk beginkapitaal kunnen helpen opbouwen. De minister-president van dat land is slim, mooi, ze heeft het hart op de goede plek en ze heet Femke; het land zelf heet Europa.

dinsdag, 27 december 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) stelt zich graag aan u voor!

In bijgevoegd document stelt de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) zich aan u voor.

Belastingsamenwerking West-Brabant

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

maandag, 26 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Kerstgedachte: graag belasting betalen.

Kerstgedachte: graag belasting betalen.

Met de kerst wil je graag een goed gevoel krijgen. Iets doen waar je voldoening van krijgt. Iets buitengewoons dat eigenlijk gewoon zou moeten zijn. Meestal speelt zich dat af in de eigen kring van familie en/of vrienden. Maar veel mensen zijn met de kerst ook vrijgeviger en hebben meer compassie met medemensen die het slecht getroffen hebben.

Dit kan ook worden uitvergroot naar de hele samenleving. We staan aan de vooravond van forse bezuinigingen. Hoe kan je onze gemeenschap dan behulpzaam zijn? Door meer belasting te betalen. Dan hoeft er minder te worden bezuinigd. Dus worden minder mensen door bezuinigingen getroffen. En veel bezuinigingen benadelen vooral mensen (soms dubbelop) die toch al minder bedeeld zijn. Denk maar aan mensen met een minimuminkomen, zorgvragers, (chronisch) zieken enzovoort.
Als de overheid meer te besteden heeft, dan betaalt deze daar over het algemeen zaken mee waar we met z’n allen voordeel van hebben. Natuurlijk heeft iedereen zijn bezwaren op onderdelen, maar er zijn nu ook veel bezwaren tegen bezuinigingen. Want we geven ook graag om cultuur en natuur, onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, een beter milieubeleid, een beter openbaar vervoer en oplossen van files.

Het is een kwestie van hoe je tegen onze samenleving aan kijkt. Meer belasting betalen geeft een goed gemeenschapsgevoel. Zo vragen in de Verenigde Staten van Amerika enkele miljardairs om meer belasting te mogen betalen. We betalen naar draagkracht. Het minste pijn doen de inkomstenbelasting en de belasting op vermogen. Dat is toch geld dat je niet echt in de handen hebt. En natuurlijk krijgen rijkere mensen een hogere belastingaanslag. De meeste mensen hebben geprofiteerd van de welvaartstijging. We kunnen wat missen omdat we materieel veel bezitten. Het kan allemaal wat soberder. Wat langer doen met wat we hebben. We leven toch al grotendeels in een vervangingseconomie met weinig echt nieuwe producten. Nu ben ik niet naar de miljonairsbeurs geweest, dus weet ik niet wat ik allemaal mis. Maar een tandje minder zou toch geen bezwaar mogen zijn. Ik geef toe dat van minder duur consumeren weer een hele hoop mensen last krijgen want minder verkopen betekent ook minder produceren en dus minder inkomen / winst. Maar daarvoor komen andere zaken in de plaats. En de overheid blijft niet op z’n geld zitten. Die belastingcenten worden weer uitgegeven en komen dus ook weer beschikbaar voor onze economie. Eigenlijk is het rondpompen van geld. Maar dan meer voor ons allen.
We gaan dus met een goed gemoed belasting betalen. Met z’n allen die wel een paar procent kunnen missen. Voor het goede doel: onze samenleving. Met ingang van belastingjaar 2012.

Een gelukkig kerstfeest en een vrijgevig 2012 gewenst,

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wie wordt er toegelaten in het Huis van de Vrijheid?

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Filosofen laten graag groepen mensen die op eilanden stranden. Dat geeft altijd een prachtig moment om een nieuwe samenleving in kaart te brengen, zonder gevestigde belangen en oude instituties.

Claassen geeft een mooi voorbeeld in Het Huis van de Vrijheid om te laten zien waarom arbeidsmigratie onrechtvaardig is. Een schip breekt op zee in tweeën en de twee helften komen op de verschillende kanten van een eiland aan. In de ene helft van het schip zaten met name de matrozen. Deze mensen weten van aanpakken. Deze sterke mensen stichten al snel een goed werkende samenleving. Op de andere helft van het schip zaten de meeste passagiers: rijke mensen die niet weten wat hard werken is. Zij weten veel minder goed het beste uit het eiland te halen. Als de twee groepen elkaar na vijf jaar op het midden van het eiland ontmoeten (het is een groot eiland), is het duidelijk waar het beter toeven is: de matrozen die weten wat hard werken is zijn er veel beter aan toe dan de passagiers die niet weten wat hardwerken is. De matrozen die nog tussen de passagiers zaten willen naar de andere helft van het eiland toe: daar zien ze veel meer perspectief. Claassen is hier tegen: dat zou de economie van de arme helft alleen maar verzwakken. Zo laat Claassen zien waarom een liberaal (of eigenlijk een“liberal nationalist”) tegen grote arbeidsmigratie is: dat levert een braindrain op in arme landen.

Ik vind dit een uitermate verhelderend voorbeeld: want volgens mij is het heel duidelijk wat er moet gebeuren. Een van de links-liberale principes die Claassen onderschrijft is dat onverdiende verschillen inkomen eerlijk gedeeld moeten worden. Als ik geboren ben met het vermogen om hard te rennen, en iemand anders is vanaf zijn geboorte gehandicapt, dan moet ik een gedeelte van mijn prijzengeld dat ik verdiend heb met rennen delen met de ander: het is dom geluk dat ik geboren ben met rennersgenen en een ander gehandicapt geboren is.

Dit geldt ook voor de twee gestrande groepen: als er aan een kant door dom geluk alle mensen zitten die door no fault of their own, het meeste uit het eiland kunnen halen, dan moeten zij hun welvaart delen met de andere mensen die door no fault of their own minder uit het eiland kunnen halen. Politiek gesteld: de vraag van (on)rechtvaardigheid van arbeidsmigratie valt in het niet bij de vraag van de (on)rechtvaardigheid van mondiale inkomensverschillen. Ik werk hard, maar toch heb ik een groot deel van mijn rijkdom te danken aan het bestaan van allerlei instituties hier in Nederland waarvoor ik niets heb hoeven doen. Het is niet genoeg dat ik belasting betaal om deze instituties in stand te houden. Dat deze instituties goed functioneren, is toch grotendeels een erfenis van 200 jaar democratisch zelfbestuur in Nederland.  In andere landen is er armoede omdat de instituties daar ontbreken die hier in Nederland voor mijn rijkdom zorgen. Er zijn onverdiende verschillen in inkomens. Wij hebben dus geen recht op een groot deel van onze rijkdom en zouden dat eerlijk moeten delen.

Claassen gelooft minder in zulk liberaal kosmopolitisme, omdat er geen internationale staat is waar burgers loyaal aan zijn. Alleen als zo’n staat met loyale burgers bestaat kan er inkomen verdeeld worden. Een gevoel van lotsverbondenheid en zelfs gemeenschapszin is een noodzakelijke voorwaarde voor solidariteit. Dit is de basis van liberaal nationalisme: een overheid met loyale burgers is noodzakelijk voor liberalisme en we kennen alleen een nationale staten waar dat zo is.

De vraag die Claassen onbeantwoord laat is hoe we om moeten gaan met de verschillen in inkomen die daar het gevolg van zijn. Claassen schrijft daar niet over, maar ik denk dat zijn links-liberale principes het lastig maken om niets aan die onrechtvaardigheid te doen. Nationale staten zijn noodzakelijk om mensen voor onverdiende verschillen in inkomen te compenseren, maar nationale staten zorgen voor onverdiende verschillen in inkomen. In die zin is volgens mij liberaal nationalisme zeer problematisch.

zondag, 25 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Matige juristen en holle wetten

De Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste Nederlandse rechtsorgaan voor civiel-, belasting- en strafrecht. In maart 2011 ontstond er al een klein relletje over de benoeming van Ydo Buruma, hoogleraar Straf- en Strafprocesrecht aan de Universiteit van Nijmegen, als Raadsheer (zo wordt de rechter in de Hoge Raad genoemd) in de Hoge Raad. Najaar 2011 opnieuw onrust over de aanbevolen kandidaat Aben voor benoeming: de kandidaat zou zich te kritisch over het wrakingbesluit in de zaak Wilders hebben uitgelaten. Hoe moet het verder met de benoemingen van rechters? Verder politiseren of kijken naar een andere procedure?

Hoe de benoeming gaat. Allereerst is het belangrijk te weten dat de Raadsheren voor het leven worden benoemd en alleen ontslagen worden als ze de leeftijd van 70 hebben bereikt of op eigen verzoek. Bij het ontstaan van een vacature in de Hoge Raad stuurt de president, op dit moment de heer Prof. Mr. Corstens, een brief naar de Tweede Kamer. Bij deze brief wordt een lijst van zes namen bijgevoegd als aanbeveling vanuit de Hoge Raad. De Tweede Kamer is echter niet gebonden aan deze namen.

Na ontvangst van het 'lijstje' besluit de Kamer om drie namen naar de Kroon (regering) te sturen. De regering moet vervolgens uit deze drie namen een nieuwe Raadsheer kiezen en benoemen. De reden om de benoeming via de Tweede Kamer te laten gaan is omdat de Hoge Raad bevoegd is om ambtsmisdrijven van Kamerleden en leden van het kabinet te berechten.

Tot voorkort was het gebruikelijk van het lijstje van de Hoge Raad de laatste drie weg te strepen en de overige drie unaniem als voordacht naar de regering door te sturen. In maart liep dit stuk, de vaste Kamercommissie (nota bene onder voorzitterschap van de Roon, PVV-er) stuurde drie namen door, met Buruma op een. Bij stemming bleek er eens een hoofdelijke (anonieme) stemming te zijn aangevraagd. Al geschiede, met de uitkomst: 24 onthoudingen. Wilders was tegen, want Buruma was niet goed. Hij mocht niet in de Hoge Raad, hij had namelijk een uitgesproken mening. De andere kandidaat, Aben, was 'onacceptabel' omdat hij de verkeerde mening had over het wrakingverzoek in de zaak Wilders.

Het dilemma is, willen we een middelmatige Hoge Raad waarin geen meningen voorkomen, of willen we een Hoge Raad die duidelijk is en verantwoordelijkheid neemt in 'de rechtsvorming'. Als het eerste het antwoord is op wat we willen, dan moeten we vooral doorgaan met het zoeken van kandidaten die nooit iets verkeerds hebben gezegd over wie dan ook. Willen we een Hoge Raad die het voortouw durft te nemen in de ontwikkeling en controle van het recht, dan moeten we eens goed kijken naar hoe we de Hoge Raad willen samen stellen.

Zelf ben ik absoluut voor een Hoge Raad met een duidelijk stem en die ergens voor staat. Juist uit oogpunt van de controlerende functie van de rechter en in het bijzonder van de Hoge Raad. Als in de toekomst de Hoge Raad nog verdere bevoegdheid toekomt, denk bijvoorbeeld aan het voorstel Halsema waarin de rechter een wet kan toetsen aan de Grondwet, wordt de functie nog belangrijker. Juist daarom mag de Hoge Raad niet middelmatig worden, hoe moeilijk dat ook is in een steeds harder wordend politiek klimaat.

Hoe de Hoge Raad dan wel te benoemen, is de logische vervolg vraag. Eerlijkheidshalve weet ik dat nog niet. Voordracht door de Hoge Raad direct aan de Regering zet de Politieke arena van de Tweede Kamer buiten werking en kan een nog grotere 'old boys network' gehalte tot gevolg hebben. De Tweede Kamer een nog grotere stem geven kan tot US Supreme court-achtige taferelen leiden waarin de middelmaat zegen viert. Een idee zou kunnen zijn de voordracht door Eerste en Tweede Kamer te laten zijn, of te zoeken naar een nieuwe weg waarin zowel de onafhankelijkheid als de legitimering van de Hoge Raad zijn gewaarborgd. Middelmatige juristen in belangrijke rechtsorganen lijkt me echter geen optie. Analoog naar Camus, zullen zij namelijk holle wetten en uitspraken voortbrengen.

donderdag, 15 december 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Rotterdam voert heffing op zzp’ers in

In rotterdam, afval, bedrijf, bedrijfsleven, belasting, betalen, burgers, euro, gedachte, en meer.
1792

Twee jaar geleden werden zzp’ers via een wetswijziging gedwongen zich bij de Kamer van Koophandel in te schrijven. Niet echt fijn, want ineens belandden mijn gegevens in een openbaar spamregister. Ik krijg nu een blaadje van de kvk en allerlei folders, die bij het oud papier belanden.

Dit alles is ook de gemeente Rotterdam niet ontgaan. Vandaag kreeg ik een brief: voortaan moet ik als zzp’er extra betalen voor het afvoeren van afval, een tientje per maand. Zo is een wetswijziging die de transparantie van het bedrijfsleven moest bevorderen omgezet in een grond voor belastingheffing. Niet zo gek dus dat op Facebook meteen een protestgroep ontstond. Of protest zinvol is, is echter nog maar de vraag.

Op zich is de gedachte achter de heffing (ieder bedrijf produceert afval en de afvoer daarvan moet kostendekkend zijn) niet slecht, maar het blijft een rare manoeuvre om een groep die niet tot nauwelijks afval produceert mee te laten betalen aan andermans vuilafvoer. Dat is toch het signaal dat uitgaat van het complete tarievenlijstje.

Sterker nog, ook de privé afvalstoffenheffing wordt met vijftig euro verhoogd, om die kostendekkend te maken. Anders gezegd: de stroom van huisvuil, waarin inbegrepen het vuil van mensen met bedrijf aan huis, is al kostendekkend. Alle burgers samen betalen dus voor het extra bedrijfsvuil van de zzp’ers, terwijl de zzp’ers meebetalen aan de vuilverwerking van bedrijven met een eigen pand.

Als het de gemeente werkelijk om een rechtvaardig afvalheffingsbeleid ging, zouden burgers een lagere aanslag ontvangen, zzp’ers een bescheiden opslag op hun privé heffing krijgen en bedrijven hun eigen broek ophouden. Nu is het een ordinaire belasting op ondernemerschap.

Update ‘s avonds: het lijkt alweer voorbij.

woensdag, 14 december 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Structurele verbetering van de economie, de wooncomfort lening

In duurzaam, politiek, economie, energie neutraal, oba, wonen, belasting, energie, werk, en meer.
Onze woningen moeten dringend energie neutraal gemaakt worden. Dat is een klus en investering van 60 tot 150 miljard. Uitgesmeerd over een jaar of 20. De woonlasten worden er structureel mee verlaagd. Wooncomfort verhoogd Bouwvakkers aan het werk Belasting inkomsten … Lees verder

maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

vergroening van de belastingen

In vergroening, belastingplan, groenlinks, afschaffen, arbeid, banken, belasting, belastingen, beperking, en meer.
Hieronder een deel van mijn inbreng op het belastingplan 2012 in de Eerste Kamer: over de vergroening van de belastingen.
Zie voor vragen aan het kabinet over 'het vestigingsklimaat' mijn eerdere blog. Verder besteedde ik nog aandacht aan de Geefwet en de hypotheekrente-aftrek.
Maar hier dus de vergroening:


Met betrekking tot het inzetten van de belastingen voor de verduurzaming van onze economie en samenleving is de fractie van GroenLinks teleurgesteld in deze regering. We zijn weliswaar blij dat de regering het met ons eens is dat vergroening gezien kan worden als nevendoel van de inzet van belastingheffing. Wij betwisten ook niet dat er grenzen zijn aan de vergroening via de belastingheffing, maar naar ons oordeel zijn deze grenzen nog lang niet bereikt.
In de Memorie van Antwoord stelt de regering dat Nederland één van de koplopers in Europa is met milieubelastingen. Kan de regering deze stelling nader onderbouwen, ook kwantitatief?
En hoe ziet die positie er uit na het afschaffen van de kleine belastingen, die vrijwel allemaal een milieudoelstelling hebben? Voorzitter, de fractie van GroenLinks is er een voorstander van dat belastingen die niet langer effectief zijn worden afgeschaft. Met betrekking tot de kleine belastingen die nu afgeschaft worden zijn wij echter niet overtuigd van het gebrek aan effectiviteit. Afschaffing van deze milieubelastingen geeft bovendien een signaal af dat tegenstrijdig is aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, zeker wanneer de verwijzing naar andere maatregelen die effectiever zouden zijn niet nader geconcretiseerd kunnen worden.

De fractie van GroenLinks is er - anders dan het kabinet - niet van overtuigd dat verdere vergroening van de belastingen alleen nog in internationaal verband kan plaatsvinden. Ons vestigingsklimaat kan best iets lijden - blijkens het aangehaalde onderzoek van Deloitte - dus waarom niet een voortrekkersrol vervuld? En naar onze overtuiging zal een groener belastingstelsel gunstig kunnen zijn voor de vestiging van ondernemingen die bijdragen aan de hoe dan ook noodzakelijke verduurzaming en vergroening van de economie. Of om het met de woorden van deze regering te zeggen: 'Naast noodzaak en bedreigingen ziet Nederland vooral ook kansen voor de transformatie naar een groene economie met een markt voor duurzame producten.'
Deze woorden komen uit de Nederlandse positie bij de 'Roadmap to a Resource Efficient Europe', oftewel het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, van de Europese Commissie. In de Memorie van Antwoord bij het Belastingplan 2010 geeft de regering aan de inzet van dit stappenplan te ondersteunen, maar maakt daarbij het voorbehoud dat de mogelijkheid wordt opengelaten per regeling andere doelen te laten prevaleren boven een ongewenst milieu-effect. De GroenLinks fractie maakt zich ernstig zorgen over deze bepleitte uitzondering. De recente klimaattop in Durban, waar Nederland overigens wel zeer minimaal vertegenwoordigd was, laat ons weer opnieuw zien hoe moeilijk het is harde afspraken te maken over milieumaatregelen zoals de beperking van de CO2 uitstoot. De fractie van GroenLinks vreest dat met de mogelijkheid andere doelen te laten prevaleren boven milieu-effecten de te maken afspraken boterzacht zullen worden.
Met betrekking tot de inzet van belastingen voor vergroening stelt de regering bij het stappenplan o.a. : 'Verschuiving van belastingen van arbeid naar energie en grondstoffen beloont gewenst gedrag terwijl vervuilers meer gaan betalen. Dat principe steunt Nederland van harte.' Mooie woorden, maar uit het vervolg kan gelezen worden dat de regering vindt dat Nederland het eigenlijk al goed genoeg doet, en dat vooral andere Europese landen moeten gaan bewegen. Is dat wat de regering bedoelt? Of gaat Nederland ook echt handelen volgens het omarmde principe? Zoals ik eerder al heb aangehaald stelt de regering dat Nederland tot de kopgroep behoort van landen met een hoog percentage aan milieubelastingen. Een onderbouwing van deze stelling heb ik reeds gevraagd. Nu is mijn vraag: Is het de inzet van de regering om tot deze kopgroep te blijven behoren?
De regering stelt in de BNC fiche ook verheugd te zijn dat het stappenplan ingaat op de vergroening van de belastingen, en in principe voor het afschaffen van milieuonvriendelijke subsidies te zijn. Vervolgens volgen er echter een aantal mitsen en maren, waardoor ons in ieder geval niet meer duidelijk is waar de regering eigenlijk nog voor is. Om het maar even concreet te maken en terug te grijpen op onze eerdere schriftelijke vragen: is de regering er een voorstander van om in Europees verband een einde te maken aan de belastingvrijstellingen voor fossiele brandstoffen, en voor de belastingvoordelen voor grootverbruikers van energie? En kan de staatssecretaris toezeggen zich hiervoor in Europa hard te gaan maken? Voorzitter, ik ga er vanuit dat de verwijzing naar Europa voor het nemen van deze groene belastingmaatregelen in de Memorie van Antwoord geen loze woorden waren, en dat de staatssecretaris deze beide toezeggingen kan doen.
De fractie van GroenLinks verwelkomt de steun van het kabinet voor de eerste stap uit het stappenplan- het in kaart brengen van de fiscale en niet-fiscale milieuonvriendelijke subsidies en het aangeven hoe deze uitgefaseerd zullen gaan worden - en gaat er van uit dat de regering hiermee op korte termijn aan de slag gaat. Wanneer denkt de regering met deze inventarisatie en plan voor uitfasering te komen? En kan de regering bevestigen dat de afbouw van de belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen en voor grootverbruik van energie deel gaat uitmaken van deze plannen? En dat deze plannen ook concrete voorstellen zullen bevatten voor de verschuivingen van belasting op arbeid naar die op grondstoffen, energie en milieu?

Voorzitter, ik wil ook nog even ingaan op het zogenaamde groen beleggen, of beter gezegd het maatschappelijk beleggen. De GroenLinks fractie is allerminst gerust op de ontwikkelingen op dit gebied. Vanuit het veld horen wij dat de groene beleggingen in rap tempo teruglopen, en dat de verwachting is dat dat per 1 januari a.s. in nog veel rapper tempo zal gebeuren wanneer geen duidelijkheid wordt verschaft over het op een of andere manier voortzetten van een belastingvoordeel voor maatschappelijk beleggen.
Onder druk van Tweede en Eerste Kamer is de Staatssecretaris in de afgelopen weken weer met het veld in overleg getreden, waarvoor dank. Maar de uitkomst van dit overleg is ronduit teleurstellend. In zijn nadere antwoord aan deze kamer van vrijdag jl. concludeert de staatssecretaris dat op dit moment niet kan worden gekomen tot een alternatief voor de geleidelijke afschaffing van de heffingskortingen voor maatschappelijk beleggen. Punt. Geen woord over: wat nu. Uit de beantwoording maak ik op dat het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken en anderen aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet, en dat het struikelblok alleen nog is gelegen in de eis dat er sprake moet zijn van een vereenvoudiging van de belastingen. Daarbij doet zich de vraag voor wat precies onder vereenvoudiging verstaan moet worden, en of vereenvoudiging een doel op zich is. Is het niet belangrijker om belastingmaatregelen te toetsen aan de eerder door de Tweede Kamer geformuleerde doelstellingen van effectiviteit, efficiency en het de noodzaak van handhaving om overheidsdoelen te bereiken? Ook vraagt de GroenLinks fractie zich af of het feit dat nog geen oplossing is gevonden met betrekking tot de fiscale vereenvoudiging niet vooral te wijten is aan het stilzitten van de staatssecretaris in het afgelopen half jaar?
Voorzitter, wij beginnen ons af te vragen of de staatssecretaris wel een oplossing wil vinden.
Een fiscale regeling voor maatschappelijk beleggen wordt politiek breed gedragen. In de Tweede Kamer diende zoals bekend het CDA hier een motie over in, die na de toezegging van de staatssecretaris nader in overleg te gaan werd ingetrokken. Ik ga er van uit dat die toezegging niet loos was, en dat de staatssecretaris dus echt wil proberen alsnog voor 1 januari 2012 tot een resultaat te komen. Wij vragen de staatssecretaris toe te zeggen dat de heffingskorting ook na 1 januari 2012 1,9% blijft en dat in de komende weken de vereenvoudiging de betrokken sectoren en ministeries nader uitgewerkt wordt

dinsdag, 6 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn MyC4 resultaat in november

In myc4 investments, afrika, belita, ghana, growth africa ltd., investeringen, micro africa, myc4, persoonlijk, en meer.

Ook in november heb ik weer een behoorlijk aantal terugbetalingen ontvangen op de leningen die ik via MyC4 aan Afrikaanse ondernemers versterk. In totaal ging het om Euro 37,25 in 90 terugbetalingen, Euro 35 daarvan heb ik opnieuw geïnvesteerd.

Algemene ontwikkelingen MyC4

Belangrijker dan mijn eigen resultaten vind ik dat de algemene ontwikkelingen bij MyC4 de goede kant op lijken te gaan. Nadat in oktober duidelijk werd dat Growth Africa Capital afscheid neemt van haar lening activiteiten was november de maand waarin de portefeuille van werd overgedragen aan Micro Africa. Growth Africa gaat zich vanaf volgend jaar focussen op het ondersteunen van Afrikaanse ondernemers met kennis en kunde.

MyC4 heeft met Belita wel een nieuwe provider weten aan te trekken. Wat betekent dat het weer wat makkelijker wordt voor investeerders om hun risico’s te spreiden. Want vanuit het oogpunt van risicomanagement heb ik liever veel kleine leningen bij verschillende providers dan een te grote concentratie bij een provider. Uit de statistieken blijkt dat steeds meer investeerders op MyC4 die mening delen.

Kwaliteit portfolio

De kwaliteit van mijn portfolio is weer wat toegenomen. Van de 86 actieve leningen liggen er 49 op schema, zijn er 15 terugbetalingen op komst en zijn er nog slechts 22 leningen waar de ondernemer achter loopt. Dat is 3 minder dan in oktober, terwijl er geen leningen zijn waar de achterstand tot meer dan 6 maanden is opgelopen.

Maand / op tijd No Pending Yes Totaal aantal
September 17 12 56 85
Oktober 25 17 46 87
November 22 15 49 86

Winst/Verlies

Een andere belangrijke manier om te kijken naar mijn investering is uiteraard het financieel rendement. De winst na belasting is gestegen en er is een heel klein beetje achterstallige betaling binnen gekomen. Ook de wisselkoersverliezen zijn in november beperkt gebleven. Dat neemt niet weg dat mijn winst van Euro 14,51 omslaat in een verlies van Euro 16,82 na wisselkoersverlies.

Kengetallen t/m oktober t/m november
Pending bids € 10,00 € 0,00
Pending principal repayments € 10,81 € 14,37
Outstanding principal € 299,64 € 302,15
Earned interest after tax and currency € 18,52 € 21,37
Paid tax on earned interest € 3,27 € 3,77
Defaulted principal € 15,24 € 15,24
Recovered principal € 8,34 € 8,38
Adjustments € 0,00 € 0,00
Total currency gain/loss € 31,07- € 31,33-
Winst € 11,62 € 14,51
Winst na wisselkoersverlies € 19,45- € 16,82-

Nieuwe leningen/investeringen

De terugbetalingen die ik in november heb ontvangen heb ik opnieuw geinvesteerd in Afrika. Deze maand heb ik mijn investeringen verdeeld over Rwanda en Oeganda.

Country Business
Rwanda Cyubahiro € 5,00
Nyiramucyo € 5,00
Ruhigira € 5,00
Turatsinze € 5,00
Uganda Kabanyoro Mabel Jennifer K € 5,00
Katende Robert € 5,00
Kwikiriza Annet € 5,00
Totaal Resultaat
€ 35,00

donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

maandag, 28 november 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Ohja, we hebben ook nog natuur in Nederland! Hè, vervelend!

In politieke zaken, belasting, beleid, cda, crisis, durban, eurocrisis, financiële crisis, gezondheid, en meer.

Afgelopen weken is er een duidelijke trend merkbaar in Nederland, of beter gezegd in het beleid van het kabinet bestaande uit VVD en CDA.

De nieuwe natuurwet van staatssecretaris Bleker die volgens veel natuurorganisaties juist een aantasting van de natuur is in plaats van een verrijking van de natuur, dan blijkt dat er maar één volksvertegenwoordiger (Bas Eickhout, GroenLinks) uit Nederland naar de klimaattop in Durban gaat en dan werd vandaag bekend gemaakt dat er vanaf 1 september 2012 op 60% van de snelwegen 130 km/uur gereden mag worden en de snelheid bij 4 grote steden van 80 km/uur naar 100 km/uur verhoogd gaat worden.

Je zou bijna denken dat tijdens het ministerraad de volgende zin wekelijks uitgesproken wordt:

"Ohja, we hebben ook nog natuur in Nederland! Hè, vervelend!"

Want wat moeten we toch met die natuur en waarom zouden we ons druk maken over het klimaat als we al onze handen vol hebben aan de eurocrisis en de financiële crisis.

Daarnaast wil dit kabinet des te meer de Nederlandse bevolking te vriend houden, althans dat denken ze.

Getuige een quote van minister Schultz op nu.nl:

"Je bent sneller op de plek van bestemming en het sluit ook beter aan bij de beleving van de weggebruiker."

Daarbij wordt geheel voorbij gegaan aan het effect van milieu, gezondheid en brandstofverbruik!

Gaat het kabinet binnenkort belasting heffen op mensen die van natuur genieten? En mensen die niks van natuur moeten hebben juist een belastingvoordeel geven? Je zou het bijna gaan denken, gezien de nieuwe wetten en maatregelen!

donderdag, 24 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

het mkb van de kunst en cultuur

In groenlinks, kunst / cultuur, bezuinigingen, hoofdlijnennota, investeren, mkb, amsterdam, belangrijk, bezig, en meer.

Een kunstenstad wordt gemaakt door de dynamiek aan de onderkant.

Zo begon ik mijn bijdrage woensdag in de commissie Kunst en Cultuur. We bespraken de Hoofdlijnennota die de opmaat moet vormen voor het Kunstenplan 2013-2017. In dat Kunstenplan zullen alle instellingen beschreven worden die voor vier jaar subsidie van Amsterdam krijgen. Het gaat om een hoop geld (zo’n 84 miljoen) en zeker met de bezuinigingen die er landelijk aan zitten te komen, is het zeer relevant welke criteria belangrijk worden en welke instellingen dus kans maken op subsidie.

De wethouder Kunst en Cultuur heeft ervoorgekozen om nog steeds de topinstellingen in Amsterdam het meeste geld te blijven geven. Dertien instellingen heeft ze genoemd, die samen zo’n 56 miljoen euro zullen krijgen. Daar zitten het Stedelijk Museum, het Concertgebouworkest, het Amsterdam Museum (voorheen het A’dams Historisch) en het Nationaal Ballet tussen. Stuk voor stuk instellingen die volgens de wethouder tot de basisinfrastructuur van de stad horen.

Ik ben het daar niet mee eens. Amsterdam heeft tientallen middelgrote en kleinere kunst- en cultuurinstellingen die ervoor zorgen dat we de culturele hoofdstad van Nederland zijn. Zij zorgen juist voor diversiteit, voor creativiteit en voor innovatie. Zij maken de stad levendig. Omdat zij de fundering vormen van de culturele stad, verdienen zij ook fundering in de Hoofdlijnennota. Daarvan is nu nog te weinig sprake: veel middelgrote en kleinere instellingen zullen sneuvelen als de landelijke overheid zich enkel nog richt op de topinstellingen en wij in Amsterdam dat niet enigszins compenseren.

Daarom stelde ik voor om iets minder geld (een miljoen of twee, drie) aan die topinstellingen te spenderen, en iets meer geld aan het MKB van de kunst en cultuur. Doorgaans hebben die kleinere instellingen maar een beetje subsidie nodig (omdat ze heel veel eigen inkomsten hebben), en dus kan je met twee of drie miljoen ongelooflijk veel doen. Er leek draagvlak voor bij de ander kunst- en cultuurwoordvoerders. Aanstaande woensdag wordt het besloten in de gemeenteraad. We zullen zien.

Zie hieronder voor mijn spreektekst in de commissie (het gesproken woord telt).

Voorzitter,

Een kunstenstad wordt gemaakt door de dynamiek aan de onderkant. Gitta Luiten, directeur van de Mondriaan Stichting, zei het vorige week treffend tijdens het debat in de Balie over deze Hoofdlijnennota. De middelgrote en vooral kleinere instellingen zorgen voor de smeuïgheid in de stad. Ze zorgen voor diversiteit, voor creativiteit en voor innovatie. Juist die innovatie is precies waar de kunstwereld op zoek naar zou moeten.

GroenLinks is het met de wethouder eens dat er een Amsterdamse basisinfrastructuur moet worden geformuleerd. De vraag is wel wat nu eigenlijk de basis in Amsterdam is: zijn dat de topinstellingen die ook landelijke subsidie krijgen, of zijn het juist al die Amsterdamse middelgrote en kleine instellingen die gezamenlijk maken dat Amsterdam de culturele hoofdstad is van dit land?

Wij denken dat dat laatste het geval is. GroenLinks vindt daarom ook dat we juist nu – nu veel van die typisch Amsterdamse instellingen dreigen om te vallen omdat de landelijke overheid besloten heeft alleen maar het topsegment te willen ondersteunen – dat we daarom ons vooral moeten richten op die middelgrote en kleinere instellingen in Amsterdam.

Dat betekent concreet dat er meer geld beschikbaar moet komen in de vrije ruimte. Het betekent voor ons niet dat er dan maar een kaasschaaf moet komen bij de topinstellingen. De wethouder sprak in het voorjaar nog grote woorden over het plan van Zijlstra om enkel te willen investeren in de top. ‘Dan moet de regering ook maar de volledige verantwoordelijkheid op zich nemen’, zei ze stoer. Ik vond het dapper van de wethouder. Maar nu blijkt dat we in Amterdam nog altijd verhoudingsgewijs de meeste miljoenen besteden aan juist die topinstellingen die landelijk ook nog overeind worden gehouden. Deels is dat niet zo gek: balletensembles kosten nu eenmaal veel geld, musea zijn duur om te onderhouden. Maar bij een aantal instellingen zou het toch mogelijk moeten zijn om meer geld via de mecenas binnen te halen.

Juist nu er een Geefwet is aangenomen, juist nu kunnen liefhebbers en vrienden meer gaan schenken terwijl ze tegelijk dat bedrag van de belasting weer terugkrijgen. Dat moet bij de grotere instellingen – die al een heel apparaat hebben om juist die mensen aan te sporen meer te geven – meer mogelijkheden geven. Zeker omdat bij deze instellingen de verhouding eigen inkomsten / subsidie vaak erg scheef is. Het is ook belangrijk in dit kader dat de Kunstraad een integrale afweging kan maken over het gehele budget, niet over de deelbudgetten. Mocht de verordening op dat punt aangepast moeten worden, dan zouden we dat graag willen doen.

Daarnaast denkt GroenLinks dat er ook bij de middelgrote en kleine instellingen meer ruimte zit om hogere eigen inkomsten te generen. Als het instellingen wordt toegestaan om een klein barretje te maken, of een terrasje voor de deur, als ze meer aan merchandising mogen doen en meer reclame mogen maken in de nabijheid van hun instelling, dan is er nog een wereld te winnen in de verdienmogelijkheid van deze instellingen. Dat betekent wel enige deregulering. GroenLinks zal hiervoor een motie indienen in de raadsvergadering volgende week.

Voorzitter, we hebben in Amsterdam teveel stoelen. Iedereen weet dat, en jaren is er niks aan gedaan. Sterker nog, er zijn zelfs stoelen bijgekomen. Het prachtige Muziekgebouw aan ‘t IJ, met z’n fantastische akoestiek, was natuurlijk helemaal niet nodig – iedereen weet het. En nu zitten we eraan vast. Of niet? GroenLinks vindt het niet goed te begrijpen waarom het Muziekgebouw is opgenomen in de lijst van de grote 13. Laat men eerst maar eens met een goed verhaal komen over hoe het gebouw exploitabel wordt. En als dat niet lukt, dan zijn er wellicht kopers op de kust. Is verkoop van dit gebouw aan een commerciële partij zonde? Misschien wel. Maar nu draait de stad al jarenlang op voor een te duur gebouw dat te weinig wordt gebruikt.

Nog iets over stoelen: GroenLinks vindt het goed dat de wethouder in de functionele ruimte slechts 4 podia heeft opgenomen. Dat vraagt namelijk om meer samenwerking, en om investeringen in productie in plaats van in stenen. Wel denken wij dat het belangrijk is om expliciet een aparte functie op te nemen in die functionele ruimte: namelijk dat van een plek waar ruimte is voor maatschappelijk en cultureel debat. Ik ben er nog niet helemaal uit of één van die vier podia een dergelijk label moet krijgen, of dat het een aparte functie moet zijn. Ik hoor graag wat de andere woordvoerders en de wethouder daarvan denkt.

Dan over cultuureducatie. Het kon natuurlijk niet uitblijven dat dat een belangrijk criterium zou worden in deze Hoofdlijnennota. En terecht. Ik zal hier niet uitweiden over het belang van cultuureducatie, want ik denk dat we daar met z’n allen wel van overtuigd zijn. De vraag is wel of werkelijk alle instellingen moeten voldoen aan het adagium cultuureducatie / talentontwikkeling. Voor kleinere instellingen is dit namelijk wel een extra belasting. Hoe ziet de wethouder dat voor zich?

GroenLinks lijkt het bovendien goed om hier het kopje ‘bekwamen’, zoals beschreven door de Kunstraad, nog aan toe te voegen. Bekwamen als het verder ontwikkelingen van talent ter voorbereiding op een professionele loopbaan past heel goed in de ketenbenadering zoals de wethouder dat voorstaat, en daarom wil GroenLinks die instellingen die zich met bekwamen bezig houden ook toegang geven tot de vrije ruimte. Als dat gebeurt, dan is GroenLinks het er ook mee eens dat instellingen in het Kunstenplan geen subsidie meer bij het Amsterdams Fonds voor de Kunsten kunnen aanvragen.

GroenLinks is het niet eens met de wethouder dat de meeste cultuureducatie maar binnenschools moet plaatsvinden. Juist niet, zou ik willen zeggen.  Laat de Amsterdamse kinderen de cultuurtempels in de stad bezoeken, trek ze juist uit die scholen, doe ze een jas aan en ga met ze op stap? Verandering van spijs doet eten, en verandering van plek doet leren. De nadruk op binnenschoolse cultuureducatie zouden wij dan ook willen schrappen – wat meteen ruimte schept voor instellingen die zich nu specifiek op kunst en cultuur van en met kinderen en jongeren richten.

Naast cultuureducatie is er ook het criterium wereldklasse waar veel instellingen aan moeten voldoen. Dat begrijp ik niet zo goed. We hebben toch juist die 13 – of 12, wie zal het zeggen – topinstellingen die van wereldklasse zijn benoemd, juist omdat ze van wereldklasse zijn? Waarom zou de buurtaccomodatie op de hoek, die een zeer belangrijke culturele en kunstzinnige functie vervult in een groot deel van de stad, ook aan wereldklasse moeten voldoen? De meerwaarde van dit criterium voor de functionele en vrije ruimte ziet mijn fractie niet.

Juist zouden we er belang aan hechten dat in de vrije ruimte meer aandacht komt voor de laboratoriumfunctie zoals we die vier jaar geleden ook in het kunstenplan hadden. Vier jaar geleden zei deze zelfde wethouder nog: innovatie en de laboratoriumfunctie is een belangrijke voorwaarde om Amsterdam als creatieve stad vitaal te houden. Daar waren we het toen van harte mee eens, en dat zijn we nog steeds. De laboratoriumfunctie past ook heel goed in de andere voorwaarden die dit College stelt: we investeren in broedplaatsenbeleid, we willen dat instellingen nieuwe verbindingen maken, dat er meer wordt samengewerkt, dat er meer aandacht komt voor de creatieve industrie. Op al die vlakken is de laboratoriumfunctie een spin in het web.

Voorzitter, laten we in 2014/2015 een moment inlassen voor reflex, eventueel door middel van een mid-term review. Dan kunnen we de effecten van de genomen besluiten wegen, en eventueel bijsturen mochten er onvoorziene slachtoffers dreigen te vallen.

Ik zal tot een afronding komen. GroenLinks denkt dat de wethouder met de Hoofdlijnennota een aantal scherpe en goede keuzes heeft gemaakt. Vorige week in het Baliedebat maakte zij een enorme indruk op mij met haar slotpleidooi: het gaat goed in de stad, er worden mooie en bijzondere dingen gecreëerd, er is volop beweging. Kortom, we gaan niet bij de pakken neerzetten. Dat optimisme deel ik met haar. Dat optimisme betekent voor GroenLinks dat de stad blijft investeren in de humuslaag, in de werkelijke basisinfrastructuur in Amsterdam. De pluriformiteit van het bestel vindt zijn oorsprong bij de middelgrote en kleinere instellingen. Die willen we behouden, daar zetten we op in.


maandag, 21 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

In verklaringen, toespraken en interviews, begroting, bouw, crisis, deal, belangrijk, belasting, duitsland, duurzaam, en meer.

Op 18 november verscheen een opiniestuk in het dagblad Trouw van een aantal wethouders van verschillende politieke kleur. Een oproep aan kabinet en Tweede Kamer om de belasting op zelflevering van schone energie te wijzigen , zoals al eerder in Duitsland gebeurde. Daarmee wordt een drempel op vergroening van niet-fossiele energie weggenomen. Ook wethouder Bart Eigeman tekende de brief.


Doorbraak duurzame energie voor het grijpen

Maandag praat de Tweede Kamer over duurzame energie en de veelbesproken ‘Green Deal’. Behalve de behandeling van de begroting van minister Verhagen is het ook dé kans om een doorbraak voor lokaal geproduceerde duurzame energie te realiseren.

Dit kabinet wil duurzame energie vooruit helpen, dat blijkt bijvoorbeeld wel uit de initiatieven die opgenomen zijn in de Green Deal. Echter, de urgentie van klimaatverandering, maar meer nog de economische crisis die nu gaande is, nopen tot verdergaande maatregelen. Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven kijken reikhalzend uit naar een maatregel die in een klap zal leiden tot een doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie: stel lokale duurzame energiecoöperatieven vrij van energiebelasting. Krijgen we maandag eindelijk de doorbraak waar we al jaren op wachten?

De energiebelasting is in 1996 geïntroduceerd om energiegebruik te remmen. Nu vormt ze, onbedoeld, een onneembare drempel voor het lokaal opwekken van duurzame energie.
Het enthousiasme bij mensen om hun ‘eigen’ energie op te wekken, is enorm. Als mensen de elektriciteit van zonnepanelen op hun eigen dak gebruiken, komt de energie ‘gratis’ hun huis binnen en hoeven ze bovendien geen energiebelasting te betalen. Als een coöperatieve vereniging de gezamenlijk aangeschafte zonnepanelen daarentegen op een centrale plaats, bijvoorbeeld een weiland of het dak van een groot gebouw, en de opgewekte stroom via het openbare net naar de gebruikers stuurt, betalen de leden van de coöperatie een hoge rekening. De energiebelasting die ze moeten betalen is, zeker in vergelijking met de energiebelasting voor grote bedrijven, zo hoog, dat deze zonnecentrale niet rendabel is. Wanneer de vergelijking met een volkstuin wordt gemaakt, wordt het nog krommer. Immers, voor het eigen gekweekte kropje sla op de volkstuin hoeft ook geen wegenbelasting te worden betaald om het thuis op te kunnen eten.

Het is onbegrijpelijk dat de regulerende energiebelasting, bedoeld om vervuilend energiegebruik tegen te gaan, de doorbraak van schone energie frustreert. In onze gemeenten hebben we daar ernstige problemen mee. Enerzijds omdat hierdoor het realiseren van beleidsdoelstellingen wordt gefrustreerd. Anderzijds omdat hierdoor vele ondernemers, die ook in de optiek van dit kabinet de motor zijn voor duurzaamheid, het duurzaam ondernemen onmogelijk wordt gemaakt.

De energiebelasting werd indertijd budgetneutraal ingevoerd waardoor verhoging van de inkomstenbelasting achterwege kon blijven. We realiseren ons terdege dat een oplossing voor dit probleem, ook met EU-regels, niet eenvoudig is. De doorbraak van lokale energieopwekking heeft echter meerdere positieve maatschappelijke effecten. Het zorgt voor werkgelegenheid bij installatiebedrijven, bouw en renovatiebedrijven en versterkt zo de lokale duurzame economie. Het rendement van de energieopwekking kan opnieuw worden geïnvesteerd in zaken als energiebesparing en verdere groei van wind, zon en biomassa. Een belangrijk effect is dat lokaal ondernemerschap en sociale verbanden worden versterkt. Daarmee ontstaat een kracht en betrokkenheid die wezenlijk is voor lokaal en nationaal klimaatbeleid. Het totale eindresultaat, ook voor het rijk, zal groter zijn dan de inkomsten uit de huidige energiebelasting.

Bestuurders van gemeenten en provincies vragen de Tweede Kamer om deze doorbraak van duurzame energie mogelijk te maken. Dat kan door de energiebelasting voor duurzame opwekking van coöperatieve energieverenigingen af te schaffen. Daarmee handelt de overheid conform dezelfde wetgeving die nu al geldt voor grootverbruikers van energie. Zij betalen een extreem lage energiebelasting, omdat het economisch belang en onze concurrentiepositie hiermee gediend is. Het zorgt voor een sterke economie en een gevulde schatkist. Coöperatieve energieverenigingen zijn te beschouwen als bedrijven die gezamenlijk grootproducent en -gebruiker van duurzame energie worden en zo een wezenlijke bijdrage leveren aan onze economie. Met als bijkomend groot voordeel dat hierbij geen broeikasgassen vrijkomen.

En heeft dit Kabinet twijfels? Laat een onafhankelijk instituut een maatschappelijke kosten-batenanalyse maken en geef ruimte aan proefprojecten van professioneel georganiseerde lokale coöperatieven. Dan kan het bewijs geleverd worden dat deze wetswijziging alleen maar winnaars kent. Wij helpen u er graag bij!

D66
Berend de Vries, Tilburg
Alexandra van Huffelen, Rotterdam

CDA
Robbert Jan Piet, Beverwijk
Bas Nootenboom, Barendrecht

PvdA
Houkje Rijpstra, Tytsjerksteradiel
Jos Pierey, Deventer

GroenLinks
Thijs de la Court, Lochem
Robert Linnekamp, Zaanstad
Bart Eigeman, ‘s-Hertogenbosch

zondag, 20 november 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Scheve verdeling opbrengst globalisering gunstig voor populariteit Wilders?

In geen categorie, angst, eerlijke, globalisering, handel, imf, occupy, stiglitz, vrije markt, en meer.

De angst voor de gevolgen van globalisering wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor het succes van Wilders. “De Chinezen veroveren de wereldeconomie en dat gaat ons banen kosten”, denken veel mensen. Economen beweren daarentegen dat echte vrijhandel wederzijds voordeel oplevert. Hoe moet de wereldeconomie dan ingericht worden? Nobelprijswinnaar Jozeph Stiglitz schrijft in Eerlijke globalisering dat dit zeker mogelijk is. Hoe moeten we ons dat voorstellen? En helpt het tegen Wilders? Zullen mensen dan minder angst hebben voor de toekomst?

Een werkelijk vrije markt bestaat alleen onder ideale condities. Zoals volledige  werkgelegenheid, volkomen concurrentie, perfecte risicomarkten – risico’s bij de risicoveroorzakers – en gelijke toegang tot informatie. Die zijn er nooit. Daarom zijn overheden nodig om de gevolgen van het ontbreken van de perfecte condities te corrigeren. Voor een goed functionerende markteconomie is bijvoorbeeld adequate overheidsregulering van de kapitaalmarkt nodig, maar ook zaken als werkgelegenheidsbeleid, goed onderwijs en goede gezondheidszorg.

En hoe gaat het met de regulering van de wereldmarkt? Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz hoe het werkt. Bij onderhandelingen over vrijhandel hebben rijke, Westerse multinationals een onevenredig grote invloed. Lobby door het bedrijfsleven wordt als vanzelfsprekend gezien. Bij  conflicten hebben zij ook enorme bedragen beschikbaar voor het voeren van juridische procedures, in tegenstelling tot ontwikkelingslanden. Het democratisch gehalte van internationale bestuursorganen is laag. Onderhandelingen over handelsliberalisering vinden achter gesloten deuren plaats. Organisaties als IMF en Wereldbank worden
bestuurd door de rijke landen en bewaken de belangen van Westerse banken veel beter
dan van bevolkingen van arme landen.

De revenuen van handelsliberalisering waren in 2000 als volgt verdeeld. De bevolking
van de rijke landen – 15% van de wereldbevolking – kreeg 70% van de opbrengst.  Dat was 350 miljard dollar per jaar. Ontwikkelde landen leggen gemiddeld vier keer zo hoge invoerheffingen op als ontwikkelingslanden. De liberalisering van kapitaalstromen – voornamelijk gunstig voor rijke landen – was wel geregeld, maar de liberalisering van arbeid (waar ontwikkelingslanden veel van hebben) nauwelijks. Corrupte regimes, die vaak de grondstoffen van hun land verkopen aan het Westen en de opbrengst in eigen zak steken, worden van wapens voorzien door het Westen. Als een dictator verjaagd is door de bevolking, stelt het IMF als eis dat de door het corrupte regiem gemaakte schulden wel moeten worden afbetaald aan de Westerse banken.

Dat moet beter kunnen. Neem de landbouwsubsidies. In de Verenigde Staten krijgen
25.000 katoenboeren op onvruchtbare grond jaarlijks gemiddeld 160.000 dollar subsidie.
Daarmee duperen zij 10 miljoen Afrikaanse boeren, die de Amerikaanse boeren er anders uit zouden concurreren, want de natuurlijke condities voor katoenproductie zijn er veel beter. Als zij hun katoen aan de VS zouden kunnen verkopen, zouden ook de Amerikaanse consumenten daarvan profiteren. Nu betalen Amerikanen niet alleen voor katoen maar ook extra belasting voor de subsidies aan boeren.

Als de globalisering eerlijker zou zijn geregeld, worden daar natuurlijk ook groepen op de korte termijn door gedupeerd, zoals bijvoorbeeld die katoenboeren in de VS. Een hervorming van de mondiale kapitaalmarkt zou fondsen kunnen opbrengen om voor hen overgangsregelingen te treffen. Met bedragen die een fractie zijn van wat nu wordt besteed aan de bankencrisis zouden we een heel eind komen.

Stel je nu eens voor dat we IMF en Wereldbank inderdaad de opdracht zouden geven om
ook  de belangen van de bevolking van ontwikkelingslanden te beschermen. En dat de onderhandelingen over handelsliberalisatie niet meer vooral als lobby gebruikt worden, maar moeten bewaken dat de voordelen evenwichtig aan alle betrokkenen ten goede komen. Zouden mensen dan meer vertrouwen krijgen in de toekomst? Zou dat de impasse doorbreken waarin de Westerse wereld zich bevindt? Zouden mensen dan weer meer in het nut van politieke participatie gaan geloven? Wat denkt u, lezer?

zaterdag, 19 november 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Energiebelasting op 'nul' voor coöperatieve verenigingen

In duurzame energie, economie, economische zaken, energie, eurocrisis, innovatie, kabinet, kamerleden, kant, en meer.

Meer dan 50 wethouders, burgemeesters en gedeputeerden lieten deze week weten dat een doorbraak in de regelgeving van de energiebelasting noodzakelijk is om grootschalige uitrol van duurzame energie regionaal en lokaal mogelijk te maken. Maandag 21 november spreekt de 2de kamer hierover.

Al eerder schreef ik het: de energiebelasting vormt dé rem op doorbraak van lokale opwekking van duurzame energie op lokaal en regionaal vlak. Bij ons staat LochemEnergie zich zowat te verkrampen in de startblokken met Megawatts aan ruimte om onmiddellijk uit te rollen. Terwijl grote bedrijven geen cent betalen aan energiebelasting een een groot lokaal initiatief nog steeds kansloos. Innovatie, sociale verdienmodellen, versterking van werkgelegenheid, duurzaamheid… het zijn allemaal zaken die op de plank blijven liggen als de doorbraak er niet komt. En dat terwijl de Eurocrisis als een sombere deken over ons heen gaat liggen en de regio’s krimpen. Zou dit kabinet nu eindelijk een keer inzien dat de economische crisis ook een systeemcrisis is. We hebben, in de regio’s een enorm potentieel. Neem daarom belemmeringen voor duurzame ontwikkeling weg.

In de put praten

Terwijl we de economie een buiklanding zien maken zie je lokaal en regionaal initiatieven die willen opstijgen. Het zijn andere initiatieven dan de lege hulsen die ons systeem zo kwetsbaar maken. Het zijn degelijke structuren voor duurzame energieopwekking, voor verwerking van biomassa, versterking biodiversiteit in samenhang met natuur, voor coöperatieve zorginstellingen, dorpshuizen als ondernemingscentra, thematische werkplekken voor ZZP-ers en ga zo maar door. Het lijkt of dit kabinet niet wil luisteren en ons alleen maar verder het dal in trapt. Want waar innovatie- en sociale kracht zit… vinden we CDA en VVD landelijk nog niet aan onze kant.

Plattelandsparlement

Op 12 november vond het Plattelandsparlement plaats. Ruim 300 deelnemers discussieerden met elkaar in de 2de kamer. Opvallend dat bij het slotdebat de CDA vertegenwoordigers van de 2de kamer goed aangeschoven waren. Natuurlijk, het CDA is een partij van de regio’s, dit is hun klassieke achterban. Opvallend dat die kamerleden de oproep van het Plattelandsparlement om de energiebelasting voor cooperatieve verenigingen op ‘nul’ te zetten negeerden. Nog steeds begrepen ze niet dat een duurzame economie haar wortels heeft in klei en zand van onze samenleving en niet in de vluchtige durfinvesteerders waartoe onze nationale en internationale banken verworden zijn.

Behandeling begroting ELI

Maandag de 21ste november staat de begroting Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op de rol in de Tweede Kamer. Een herkansing voor de parlementsleden en uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat die kans gegrepen gaat worden. Met meer dan 50 bestuurders, van SGP tot SP, roepen we de kamer op, en vooral onze collega’s van CDA en VVD, om die doorbraak te realiseren die voor onze duurzame economie zo wezenlijk is.

Voor meer informatie: www.klimaatverbond.nl   

zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

donderdag, 10 november 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, rijken, samenleving, schuldig, sociaal, solidariteit, stemgedrag, studie, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

vrijdag, 4 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn MyC4 portefeuille in oktober 2011

In myc4 investments, afrika, ghana, investeringen, myc4, persoonlijk, rendement, resultaat, rwanda, en meer.

De maand oktober is voorbij, dus tijd om te kijken hoe mijn investeringen in Afrikaanse ondernemers gerendeerd hebben. De investeringen doe ik via MyC4, een internet platform waarmee je geld aan Afrikaanse ondernemers kunt uitlenen.

Kwaliteit portfolio

Een van de belangrijkste zaken vind ik de kwaliteit van mijn portfolio. Deze meet ik af aan het aantal ondernemers dat op schema ligt met terugbetalen. Momenteel heb ik 87 ondernemers in portfolio, waarvan er 25 achterlopen met terugbetalingen. Daarnaast zijn er 17 waar binnenkort terugbetalingen verwacht worden. Die lopen dus wel iets achter, maar dat kan ook liggen aan administratieve vertragingen.

Ten opzichte van september betekent dit dat ik 2 ondernemers meer in portfolio heb (van 85 naar 87). Vervelender is dat het aantal ondernemers dat op tijd is met terugbetalen gedaald is van 56 naar 46 en het aantal dat echt achterloopt met betalen gestegen is van van 17 naar 25. Geen goed teken en ik hoop dat het niet betekent dat het aantal defaults de komende maanden gaat stijgen.

Op schema No Pending Yes Totaal aantal
Aantal bedrijven 25 17 46 87

Winst / verlies

Een andere interessante manier om naar de investeringen te kijken is uiteraard de vraag of ik in 2011 winst draai op mijn investeringen in Afrika. Hoewel ik mijn investeringen via MyC4 zie als vervanging van het traditionele geld geven aan goede doelen is winst maken mooi meegenomen. Zoals je hieronder kunt zien is winst maken lastig. Het resultaat na rente, belasting en defaults (inclusief alsnog afbetaalde leningen) is met Euro 11,62 redelijk. Op een geïnvesteerd bedrag van ongeveer 300 Euro is dat zo’n 3%. Na aftrek van de wisselkoersverliezen resteert helaas een verlies van Euro 19,45, oftewel ruim 6% verlies. Maar ja wie snel geld wil verdienen kan beter ‘Gods werk gaan doen’.

Kengetallen t/m oktober
Pending bids € 10,00
Pending principal repayments € 10,81
Outstanding principal € 299,64
Earned interest after tax and currency € 18,52
Paid tax on earned interest € 3,27
Defaulted principal € 15,24
Recovered principal € 8,34
Adjustments € 0,00
Total currency gain/loss € 31,07-
Winst € 11,62
Winst na wisselkoersverlies € 19,45-

Nieuwe leningen/investeringen

In oktober heb ik in Euro 40 uitgeleend aan 8 ondernemers in 3 landen. De spreiding over verschillende landen is nog steeds niet optimaal, maar naast Rwanda en Oeganda gaat er dit keer ook weer wat geld naar een Tanzaniaanse ondernemer.

Country Business
Rwanda Habyarimana J Paul € 5,00
Hakizabashayija € 5,00
Sindayigaya Narcisse € 5,00
Tanzania Nyere Super Sembe € 5,00
Uganda Mutegeki Tadeo € 5,00
Nakiyonga Madrine € 5,00
Namitala Annet € 5,00
Rugumayo John € 5,00
Totaal Resultaat
€ 40,00

Ontvangen aflossingen

In oktober heb ik 71 aflossingen ontvangen, samen goed voor bijna 30 Euro. Het grootste deel van de terugbetalingen komt uit Kenya, Rwanda en Oeganda.

Country Business
Ghana ABC Technical Ltd € 0,27
FAWES UNIQUE € 0,47
H. K. Tetteh Chemical Shop and Enterprise € 0,40
Trafix Catering Services Limited € 0,21
Kenya ann mukami ndiba € 0,16
Bingwa Services € 0,94
Design One Limited € 0,59
Exodus Academy € 0,36
Formula Farm Feeds Limited € 0,57
Francis Kubai € 0,33
Jeffcot Enterprises € 0,36
Josephat Salu Kiseve € 0,03
Kyome Fresh Paul Mulinge Mwanza € 0,22
Macema Supplies € 0,16
Magutel Creative Ltd € 0,04
Nancy Waithira Gikonyo € 0,08
Steel Converters € 0,30
Sylondam International Ltd € 2,29
Teresia Nyambura Gathuku € 0,37
Rwanda Bivuzimana Ezechiel € 0,43
Eric € 0,50
Ishema Evariste € 0,46
Mukankubito Produncienne € 0,36
Mukiza € 0,93
Mukunzi Sada € 0,77
Naomi € 0,53

dinsdag, 1 november 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Ik ben een bezem wie zal ik vegen

In zoektermen stats, blog, stats, zoektermen, temperatuur, weblog, belasting, discussie, dronken, en meer.

Liefst 415 bezoekers zochten in juli naar ‘cabaretiers Nederland’ en kwamen op mijn weblog (toen nog met streepje. En werkend) terecht. Ook een revival voor ‘groene thee honing’. De 18 bezoekers die daar naar zochten bleven ook bijna zes minuten hangen. Goede lezers blijkbaar. Ook de 8 bezoekers die naar ‘oorlogskerkhoven’ zochten namen er de tijd voor. Meer dan 14 minuten gemiddeld. Langzame lezers?

De zoekterm over Bas de Jong gaat dit maal over belasting. Niet vermoord dus, maar ook deze combinatie is meestal niet gunstig. In totaal meer dan 1000 zoektermen, de variatie is enorm in juli.

Bijzonder zoektermen in juli 2011:

www.dronkenafrikaan (ik ken de site niet, kan me niet voorstellen dat er zelfs maar per ongeluk een link op mijn site staat)

god hoort uw vloek niet (en daar gaat de discussie juist over. De basis van alle religie is dat je gelooft. Dan geloof je volgens mij automatische dat god die vloek juist wel hoort)

argentijn dronken in tour de france + rijdt verder in verkeerde richting (duidelijk klok en klepel verhaal. Het gaat om Abdel-Kader Zaaf (Wikipedia) een Algerijn, geen Argentijn. Zou dat dezelfde zijn die eerst op Afrikaan zocht?)

bakfiets colombia breukink (nu kan ik me weinig herinneren van het WK destijds in Colombia, maar als Breukink op een bakfiets meedeed, had ik zeker nog geweten.)

bus komt bij verlaten rotonde op andere weghelft wie gaat er voor (hiervoor heb ik toch iets te weinig informatie. Op een andere weghelft is meestal een fout teken. Ik ben bang dat er van voorrang geen sprake meer is.)

goedkope vlucht zomaar ergens heen (dat zou moeten lukken. Als je niet te kieskeurig bent en uit de zoekterm maak ik dat wel op, kun je al een vlucht van een cent vinden)

ik ben een bezem wie zal ik vegen (klinkt als een slechte zin uit een nog slechtere pornofilm. Verdere toelichting laat ik aan uw eigen verbeelding)

kew jaliens vreemdgaat (was dat niet die heel gelovige voetballer? Zou die vreemdgaan en dat dan ook nog op internet zetten?)

met marloes onder de douche origineel (schrijft zanger Rinus zijn nummers niet zelf? Wat een teleurstelling)

oma 80 jaar liedje op melodie van voor naar achter (te beroerd zelf een nummer te schrijven? Dit is wel erg lui)

rum appleton niet lekker (komen er echt mensen met zo’n slechte smaak op mijn weblog?)

sport tieten (ik geloof niet dat die twee veel met elkaar te maken hebben. Op wat uitzonderingen na zijn de meeste sportsters niet bekend vanwege hun tieten, sporters al helemaal niet. Over die uitzonderingen wil ik het overigens best een keer met u hebben)

voetbalschoenen van messi voor kinderen waar kun dat koopen hoe veel kosta (het zijn niet de schoenen die het verschil maken, het ligt er aan wat je met die schoenen doet. Goede schoenen betekent niet dat je een betere voetballer bent. Grammatica ook niet overigens, maar het leest wel een stuk eenvoudiger)

waar ligt de elders (bij de kladden en de filistijnen?)

waarom wisselen spelers tijdens de rust niet van dug-outs (goede vraag. Suggesties?)

wat is de kleur voor februari (wat is de temperatuur van woede, wat is de smaak van dinsdag, hoe groot is de herfst)

elftalfoto ajax 2012 (mooi op tijd. Volgens mij zoek je een half jaar te vroeg)


zondag, 30 oktober 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Collectieve zelflevering: zon en wind voor je gemeenschap!

In duurzame energie, economie, eerste, energie, energiebesparing, euro, gebruikers, geluk, gemeente, en meer.

Verander de energieheffing voor coöperatieve verenigingen

In Lochem liggen ruim 17 hectaren voormalig vuilstort te wachten op zonnepanelen. Met een beetje goede wil kunnen 1000 gezinnen er hun duurzame energie van halen. De prijzen van zonnepanelen dalen, hun efficiëntie neemt toe, de elektriciteitsprijzen stijgen… dus waarom liggen die panelen er nog niet? Omdat er een enorm gat wordt geslagen door de regulerende energiebelasting. Dan gaat het makkelijk over ruim 30% van de elektriciteitsrekening. Een belastingmaatregel die bedoeld is om het energiegebruik af te remmen door het een hogere prijs te geven. Voor zonne- en windenergie en voor coöperatieve verenigingen en verenigingen van eigenaren moet een uitzondering gemaakt worden. Als dat gebeurt, dan hebben we een doorbraak, dan verandert er echt iets in onze energievoorziening!

De vergelijking met de slakrop in de volkstuin

slakropWat is nu de rechtvaardiging voor het afschaffen van de energiebelasting op collectieve zelflevering, dus het leveren van duurzame energie via zonnepanelen van een cooperatieve vereniging die elders (bijvoorbeeld op een voormalige vuilstort) staan. Je bent toch gewoon een energieproducent geworden die haar energie via het publieke net naar een huis transporteert? Wat ben je dan anders dan de Nuons, Essenten en andere producenten van deze wereld. Behalve heel wat kleiner en misschien heel wat duurzamer.

De vergelijking wordt wel getrokken met de volkstuin. Als je lid bent van een volkstuinvereniging, dan heb je een landje waar je je slakropjes kan kweken. Met een beetje geluk komen ze niet allemaal tegelijk op (bij mij bijna altijd wel!). Je snijdt je kropje af en neemt ‘m mee naar huis, over de openbare weg. Je hoeft er niks voor te betalen. Geen fiscus die je land en haar productie op waarde gaat schatten. Tuurlijk betaalde je belasting, toen je de zaden kocht. Maar we maken geen verschil tussen die volkstuin en je achtertuin. Je mag je slaplantje opkweken, over de weg vervoeren en zonder belasting te betalen heerlijk consumeren. Dat zonnepaneel, op die voormalige vuilstort, is een vergelijkbaar verhaal. Je neemt een kavel op de vuilstort, dan paneel is van jou, en als de zon schijnt, dan betaal je iemand (de netwerkbeheerder), om die energie over het net naar je huis te vervoeren. Dat wordt keurig geadministreerd. Wat je kavel op de vuilstort verlaat, komt bij je huis weer binnen. Dus kan je het net zo afrekenen als bij die zonnepanelen die op je huis of in je tuin staan.

groenteboerDe Nuon’s en Essenten van deze wereld, die produceren niet in je voor- of achtertuin, of in je volkstuin. Dat zijn private instellingen die een product op de markt brengen. Net als sla die bij de groentenboer ligt. Daar betaal je wel belasting over. Dat is een ander verhaal.

Onze economie gaat voor!

De energiebelasting (eigenlijk wordt over een ‘heffing’ gesproken) is niet voor iedereen hetzelfde. Grootverbruikers krijgen een groot voordeel. Dat gaat al heel snel. Een verbruik van meer dan 10.000 Kwh levert een voordeel van meer dan 50% op. Ga je 50.000 Kwh of meer gebruiken dan zit je al op een tiende van de energiebelasting van kleingebruikers!

Tot 10.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.1121
Van 10.000 tot 50.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0408
Van 50.000 tot 1.000.000 Kwh betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0109
Boven de 10 miljoen Kwh (niet zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0010
Boven de 10 miljoen Kwh (zakelijk), betaal je in 2011 (excl BTW): Euro 0.0005 

Rechtvaardiging van deze differentiatie is dat grootgebruikers vaak sterk afhankelijk zijn van hun energielasten voor bijvoorbeeld hun productie en export. Daarmee concurreren ze op een markt, ook met het buitenland. Daar gelden andere energietarieven en belastingregimes. Om onze economie niet te frustreren met ongelijke concurrentie wordt de energiebelasting voor grootverbruikers lager gemaakt. Dat doen we, omdat ze belangrijk zijn voor onze economie, niet omdat we zo aardig willen zijn voor deze bedrijven. We zien dat, zo rond Lochem, heel snel. De grote bedrijven betalen nauwelijks iets voor hun energie. Aan hun hoeven we niet te proberen wind- of zonnekracht te leveren. Ze gaan voor fossiel, veel goedkoper!

lampDus, het lid van een cooperatieve energievereniging wordt, als kleingebruiker van zo’n 5000 Kwh, gewoon in het toptarief belast. Blijkbaar is de economische bijdrage van deze kleingebruikers nog niet meegewogen in deze, op zich begrijpelijke, argumentatie onder de belastingwetgeving. Het leggen van zonnepanelen, het bouwen en onderhouden van windmolens, de bedrijvigheid van het ‘runnen’ van een lokaal energiebedrijf, levert een zeer hoog rendement voor de lokale economie. We berekenden dat het, voor het kleine Lochemse, wel eens om een jaarlijks bedrag van 10 tot 20 miljoen Euro kan gaan dat recycled wordt in de lokale economie. Dat is voor een gemeente met 13.000 huishoudens substantieel. Het is geen klein bedrijf, maar een collectieve grootverbruiker die een wezenlijke bijdrage levert aan de lokale economie.

Coöperatieve zelflevering, miljoenenmotor lokale economie

SOCIAAL NETWREKDaarbij mag best vermeld worden dat deze omzet sterk verbreed wordt omdat de lokale bedrijven deel zijn van een hecht sociaal/maatschappelijk netwerk waarlangs ook andere producten de consumenten bereiken. In Lochem betrekken we LochemEnergie direct bij het Slimme Netwerk (eigenlijk is het omgekeerd hoor… die mensen van LochemEnergie zijn slimmer dan wij… en ze betrekken ons bij de ontwikkeling van het Smart Grid) en bij energiebesparing in de bestaande bouw. De omzet die daar te bereiken is ligt in de tientalen miljoenen per jaar binnen de gemeente Lochem. Duurzame omzet, omdat het om zeer renderende investeringen gaat die passen bij een duurzame economie. Kortom, deze coöperatieve systemen kunnen in een gemeente als Lochem, met 33.000 inwoners en 13.000 huishoudens tot een jaarlijkse versterking van tientallen miljoenen Euro’s in de lokale economie leiden. Waarom worden cooperatieve verenigingen dan niet vrijgesteld van regulerende energiebelasting als het argument van belang voor de economie het fundament van deze heffing is?

De coöperatieve grootverbruiker!

De coöperatieve vereniging is niet alleen een vereniging van producenten, maar ook van gebruikers. In die zin vormen ze in gezamenlijkheid een grootverbruiker en kan de energieconsumptie van alle leden van LochemEnergie opgeteld worden. Dat is, met ruim 1000 aspirant-leden van LochemEnergie, zo een 4 a 5 miljoen Kwh. Als we boven de 2000 leden uit komen en de gemeente doet ook mee met haar gemeentehuis, openbare verlichting en pompen van de riolering, dan zijn we met elkaar een echte grootverbruiker die nauwelijks meer belasting hoeft te betalen. Met de doelstelling van LochemEnergie, meer dan 60% van de aansluitingen zijn in 2020 lid, een makkelijk haalbaar verhaal.

Nee, zo werkt het natuurlijk niet. Want gebruikers hebben een aansluitpunt, een uniek huisadres. Maar de essentie is toch helder! En het zou me niet verbazen als een aantal slimme fiscaal/juristen hier een antwoord op weten te vinden.

Wat je zeker kan concluderen is dat, naar de intentie van de belastingwetgeving, de coöperatieve vereniging die duurzame energie opwekt en collectief gebruikt minstens gelijk gesteld mag worden met grootgebruikers. Dus in het laagste belastingtarief zouden moeten vallen.

Verlies aan inkomsten voor het Rijk?

De landelijke overheid, het Rijk, is natuurlijk bezorgd over de inkomenseffecten. De energiebelasting is een belangrijke inkomstenbron voor het Rijk, en de financiele positie van ons land is niet makkelijk. Het is daarom wel begrijpelijk dat een wijziging met een mogelijk negatief effect voor Rijk’s inkomsten niet positief ontvangen wordt. Het antwoord hierop is tweeledig:

  1. Er zijn ook inkomsten. De investeringen, de versterkte lokale werkgelegenheid, de verbetering van besparingsinspanningen met meer energie-efficiency als gevolg, maar ook werkgelegenheid voor installateurs en in de bouw. Een impuls voor de economie, die levert het Rijk meer geld op dan de maatregel kost. Twijfels hierover? Laten we het doorrekenen, bv. in praktijkproeven binnen de experimenteerruimte!
  2. De kosten vallen mee omdat het feitelijk om nog een beperkt aantal initiatieven gaat. Het coöperatieve karakter, met eisen richting lokale verdienmodellen, is nog niet breed uitgewerkt. Het aantal serieuze businesscases is beperkt, de  investeringsmogelijkheden voor de investeringen komen langzaam los. Heus… er komt geen vloedgolf. En als het Rijk het wil, dan kan ze beginnen met een plafond, om te voorkomen dat er een ‘open einde’ is. Dus een experimenteerruimte. 

Als coöperatieve energieverenigingen kunnen bewijzen dat ze een economisch, sociaal en milieurendement van betekenis hebben, dan zullen ze de markt gaan bepalen. In Lochem streeft LochemEnergie naar een dekking van meer dan 60% in 2020. Het Rijk mag best richting aan deze ontwikkeling geven, bv. door een voorwaarde te stellen dat deze ontwikkeling moet leiden tot versterking van de economie en tot vergelijkbare inkomsten via andere belastingkanalen dan de regulerende energiebelasting. De eerste stap is het bieden van ruimte om hiermee te experimenteren.

Een stap naar de echte energiebelasting

energiebelastingDeze aanpassing op de belastingwetgeving voor energie is klein vergeleken bij de werkelijke aanpassing die nodig is: namelijk het verwerken van de milieueffecten van het energiegebruik in de prijs. Dat kan en wordt op Europees niveau ook besproken. Door de CO2 inhoud van het energiegebruik te vertalen in kosten. Hoe meer CO2, hoe meer je betaalt! Dat kan je dan ook nog combineren met de afstand van het transport van de energie. Want via al dat transport heb je kostbare en belastende infrastructuur nodig en ook nog stevige verliezen. Hoe dichter bij je energie wordt opgewekt, hoe lager de transporttarieven. Daarmee zou je definitief een eerlijk krachtenveld krijgen waarin wind, zon en biomassa kunnen concurreren met fossiel. De komende jaren zullen in het teken staan van een lobby voor deze, feitelijk onvermijdelijke, aanpassing van de energiebelasting. Een aanpassing die stevig tijd zal kosten, in een krachtenveld waar grote energieleveranciers veel te verliezen hebben. De beperkte aanpassing van de huidige wetgeving om cooperatieve opwek laag te belasten is daarmee een kleine stap in de goede richting.

Professioneel lobby traject

tweede kamerEr zijn al wat pogingen gedaan om de wetgeving aan te passen. Gedeeltelijk zijn ze ook gelukt, want voor Verenigingen van Eigenaren is er licht aan de horizon, hoewel de goedkeuring van de tweede kamer nog steeds niet vertaald is in concrete maatregelen. Om tot een wetswijziging te komen, desnoods met een relatief beperkte experimenteerruimte, is een echte bundeling van krachten en een goede analyse van vragen en eventuele weerstanden nodig. 

Dit gebeurt nu. Initiatieven van diverse partijen worden gebundeld, onderzoeksvragen wordt verzameld en de sleutelpersonen in de politiek worden betrokken in een gezamenlijke zoektocht zodat een meerderheid in het parlement zeker wordt.

Afgelopen week kwamen de Grote 32 gemeenten, de Grote 4 gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en VNG bij elkaar voor afspraken over hun lobby traject. Daar werd besloten deze thematiek uit te werken voor een gemeenschappelijke inspanning. Organisaties als het Klimaatverbond en Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling pakken coördinatie op, sluiten die kort met netwerken van lokale initiatieven als e-decentraal. De klimaatambassadeurs, bestuurders die mede de Lokale Klimaatagenda opstellen, maken zich sterk voor het onderwerp. Een netwerk van duurzame bestuurders zorgt voor een achterban van een brede politieke afkomst, om zeker te zijn van de politieke breedte die nodig is om het voorstel door het parlement te laveren. Tenslotte wordt afstemming gezocht met de grote milieu-organisaties en hun lobbyisten om met elkaar een transparant traject in te zetten waardoor we met elkaar het resultaat bereiken dat nodig is.

Daarmee zetten we, gezamenlijk, in op een doorbraak voor collectieve opwek van duurzame energie.

donderdag, 27 oktober 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Forse verlaging schadelijke stoffen in het centrum van Nijmegen

In klimaat & energie, stadsregio, aardgas, arnhem, diesel, invloed, nijmegen, openbaar vervoer, ov, en meer.

breng-busIn 2010 is de lucht in het centrum van Nijmegen veel beter geworden. Dat geldt in ieder geval voor de concentraties van NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof). De afname van NO2 veroorzaakt door verkeer, is vooral in het centrum groot: zo’n 20 procent in de Bloemerstraat en de Smetiusstraat. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de invoering in 2010 van de 75 stadsbussen die op aardgas rijden. Vanaf 2013 gaan alle bussen, ook de streekbussen, op biogas rijden en zal de lucht nog verder verbeteren.

NO2 is, samen met het eraan gerelateerde PM10, een goede indicator voor de luchtkwaliteit in een stad en de invloed van verkeer. Gemiddeld zijn de NO2-concentraties in Nijmegen bijna gelijk gebleven in de periode 2009-2010 en Nijmegen volgt daarmee de landelijk trend. De NO2-concentraties op de meetlocaties in het centrum, Bloemerstraat en Smetiusstraat, geven daarentegen een daling van 9 tot 10 procent te zien in 2010 ten opzichte van 2009. Ze dalen significant sneller dan op de overige locaties in drukke straten. Daar is een daling te zien van 1 procent. Omdat het lokale verkeer ongeveer de helft bijdraagt aan de totale concentratie, betekent de daling in beide straten een daling van de verkeersbijdrage aan NO2 in de lucht van 18 tot 20 procent.In beide straten rijden zeer veel bussen, zo’n 1100 per dag. De daling wordt veroorzaakt door de invoer van aardgasbussen vanaf 2010.

Voor NO2 (stikstofdioxide) liggen er in Nijmegen 25 meetpunten verspreid over de stad. Zowel langs drukke wegen als in rustige wijkstraten. Op locaties met veel verkeer zijn de concentraties ongeveer tweemaal hoger dan in de rustige wijkstraten. In de Smetiusstraat wordt sinds twee jaar gemeten. Nijmegen laat met de meetresultaten zien dat bussen op aardgas zorgen voor een afname van de luchtvervuiling ten opzichte van dieselbussen. De stadsregio Arnhem Nijmegen, die gaat over de OV-concessie, gaat een stap verder richting verduurzaming van het openbaar vervoer en heeft per 2013 verplicht gesteld dat alle 225 bussen in de stadsregio op biogas gaan rijden. Op dat moment zijn de bussen niet alleen schoner dan diesel maar ook vrijwel klimaatneutraal.
Nijmegen en de Stadsregio pleiten breder voor het stimuleren van groengas (biogas) en hopen dat de Kamer afziet van de plotselinge verhoging van de belasting op auto’s die op aard/biogas rijden, zoals aangekondigd op Prinsjesdag.

maandag, 17 oktober 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

‘Rutte’ jarig

In kort, bezuinigen, europa, henk en ingrid, licht, nederland, ontwikkeling, plannen, politiek, en meer.

‘Rutte’ zit één jaar. De constructie met een minderheidskabinet vind ik niet tegenvallen. Bij gebrek aan een dichtgetimmerd regeerakkoord, doet de hele tweede kamer mee. Althans, die kans ligt er…

Bekijk nu en dan eens Ruttes rapport. Van de 60 voornemens zijn er 18 waargemaakt of inmiddels ‘door de kamer’. Dat is iets meer dan een kwart, in een kwart van de tijd. Niet slecht. Direct van tafel gingen de 3000 extra agenten.

Onder de uitgevoerde voornemens: maximum snelheid naar 130, boetes omhoog, geen verlof ontsnapte TBS’ers en bezuinigen op ontwikkelingswerk. Dat scoort bij Henk en Ingrid en andere kortetermijndenkers. En de Kunduzmissie. Het eerste wapenfeit waarover flink gedebatteerd moest worden. Het gepolderde resultaat is helaas nu ter plaatse merkbaar. ‘Meneer Taliban, kunt u even van uw kameel afstappen? U voert geen verlichting. Wij adviseren u dringend een wit lichtje voor en achter een rood….’. Je zal er voorstaan als serieus militair of agent.

Mopperen over politiek is makkelijk – het werk is vast ingewikkeld – maar de onderwerpen getuigen van kneuterigheid. Nederland is groot, heeft nog korte tijd te gaan en is voor altijd welvarend: buiten Europa kijken we nauwelijks en voorbereiden op de toekomst – waarin behoud van welvaart de allergrootste uitdaging wordt – is nu heel moeilijk te verkopen. Het effect bij de Kunduzmissie lijkt me tekenend voor de politiek van nu: polderen, pappen en nathouden. Meneer Rutte, wilt u alstublieft een keer al uw 60 genoemde plannen uitleggen in het licht van de ontwikkeling van het veranderende krachtenveld in de wereld?

Zelf doen? Kijk dan bij de nationale begrotingswijzer. Mag je zelf je belasting bestemmen.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2659 uur (110,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 1,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2