zondag, 29 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Gewoon groen

In de NRC stond een mooie column van Bas Heijne over natuur. Als ik goed ben geïnformeerd, heeft hij deze column ook voorgedragen op een bijeenkomst van natuurbeheerders in het bijzijn van Henk Bleker en heeft de laatste op de van hem bekende wijze daarop gereageerd. Namelijk dat hij het er helemaal mee eens was, maar intussen een beleid uitvoert dat er diametraal tegenover staat. Als GroenLinkser vind ik het lastig om toe te geven, maar ik moet constateren dat groen uit is. Er wordt op een nietsontziende manier bezuinigd op natuur, in een omvang waarbij de kortingen op cultuur en PGB verbleken. Maar de meeste Nederlanders lijkt het nogal weinig te kunnen schelen. De paar protestacties die er zijn geweest, hebben in elk geval niets uitgehaald.

Mijn partij voerde ooit de slogan: knokken voor kwetsbaar is. En als iets dezer dagen kwetsbaar is, dan is het wel de natuur. In tijden waarin alles geëconomiseerd wordt en uitgedrukt in bijdrage aan het bruto nationaal product, delft natuur snel het onderspit. Helaas heeft links en groen daar zelf ook aan bijgedragen, door natuur te framen als economische factor. Het is immers zo mooi te wonen in een stad waar de natuur op 10 minuten rijden met de auto is, het is zo aantrekkelijk voor een multinational zich te vestigen in een groene omgeving, de groene economie levert banen op. Helemaal onwaar is dat uiteraard niet, maar het gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van groen.

We zijn helaas wel vergeten de natuur te prijzen, niet omdat het aan allerlei andere doelen bijdraagt, maar omdat het groen is. We hebben ons zo aan het discours van andere politieke partijen aangepast, dat de boodschap van biodiversiteit, van groen te midden van alle verstening, langzaamaan overwoekerd is. Durven we nog wel de consequente en misschien impopulaire keuze te maken op te komen voor diersoorten zonder hoge knuffelwaarde en voor planten die de doorsnee tuinier uit de grond zou trekken?

Ik denk dat de strategie om natuur en groen via een omweg te verdedigen en te beschermen, keihard tegen haar grenzen is aangelopen. Dat het tijd wordt om groen weer groen te maken en dat verhaal, niet technisch, niet specialistisch, niet eenkennig, overtuigend uit te dragen.  Nu nog de juiste taal daarvoor vinden en niet te vergeten de juiste mensen.

 

vrijdag, 27 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

In divers, toekomst, acties, afghanistan, basisschool, beleid, cda, college, cultuur, en meer.

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

vrijdag, 20 januari 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

donderdag, 19 januari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Als een boer met kiespijn: de vrije tandartstarieven

In bezuinigingen, kabinet rutte, sociaal, zorg, edith schippers, mondverzorging, vrije tandartstarieven, beleid, buitenland, en meer.

Sinds het begin van het nieuwe jaar mogen tandartsen in heel Nederland vrije tarieven hanteren voor alle behandelingen binnen de mondverzorging. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid mogen ze daarvoor hartelijk bedanken. Vanuit het volk zal het aantal steunbetuigingen echter beduidend minder zijn. Wij worden immers aanzienlijk de dupe van dit “experiment” van het kabinet-Rutte.

Wat wil de minister eigenlijk met haar proefballon bereiken? Belangrijke doelen zijn dat de serviceverlening verbetert, er innovatie komt en een ruimer assortiment aan producten beschikbaar wordt. Op zich mooie doelen. Maar het zijn niet de enige die Schippers stelt om het experiment te laten slagen. De prijzen mogen niet te veel stijgen, de toegankelijkheid mag niet in het geding komen en er moet een evenwichtige verhouding tussen tandartsen en zorgverzekeraars ontstaan. En precies op deze drie punten falen de vrije tandartstarieven genadeloos.

Het nieuwe beleid creëert namelijk via deze drie voorwaarden nu al, nog niet drie weken na de start ervan, grote problemen. Neem de prijsstijgingen. Twee veelvoorkomende behandelingen van de tandarts zijn het plaatsen van vullingen en het zetten van kronen. Juist deze vormen van verzorging ondervinden nu al duidelijk prijsstijgingen. Zo blijkt uit onderzoek van de Verzekeringssite.nl dat 87% van de tandartsen over het gemiddelde van €38,- heen gaat, dat zorgverzekeraars maximaal vergoeden voor vullingen. Met het plaatsen van kronen gaat het zelfs nog verder. Maar liefst 95% van de gebitspecialisten overschrijdt hier het verzekerde gemiddelde van €236,85. Daar zitten uitschieters bij van €349,- per kroon. In dat geval komt het er dus op neer dat een consument, los van zijn verzekering, uit eigen zak nog eens €112,15 mag bijleggen. Het eerste probleem is dus een feit: er vinden door de vrije tandartstarieven onevenredige prijsstijgingen plaats.

Doordat verzekeraars dankzij het nieuwe beleid met maximumvergoedingen kunnen werken, hoeven ze lang niet meer het volle pond te vergoeden. Hierdoor neemt de toegankelijkheid van de mondverzorging zienderogen af, het tweede probleem. Immers, alleen als de behandeling onder de maximumvergoeding blijft óf als de tandarts van dienst een contract met dezelfde van één van de 27 beschikbare zorgverzekeraars als de consument heeft afgesloten, hoeft de consument niet extra te betalen. In veel gevallen komt het er echter dus op neer dat met de forse prijsstijgingen de burger wel meer geld kwijt is. Zeker in economische tijden als dezen verslechtert dit de toegankelijkheid van de tandheelkunde ernstig.

Bij deze twee problemen blijft het echter niet. Het derde grote probleem is dat de vrije tandartstarieven juist averechts werken voor een evenwichtige balans tussen tandartsen en zorgverzekeraars. Zoals ik hierboven al aangaf zit het overgrote deel van de tandartsen (soms ver) boven de maximumvergoeding van de zorgverzekeraar. Hierdoor groeien de reële prijs en de vergoede prijs steeds meer uit elkaar. In plaats van een balans ontstaat er dus een wanverhouding.

Al binnen drie weken tijd blijk het proefkonijntje van Schippers dus in feite een faalhaas te zijn. De problemen zijn namelijk inherent aan het nieuwe beleid. Door de vrijgave van de tarieven hebben tandartsen vrij spel gekregen en kunnen ze onbelemmerd de prijzen verhogen. De instelling van de minister dat “de tandartsen en de zorgverzekeraars zelf tot een oplossing moeten komen”, is dan ook onthutsend en behoorlijk naïef. Geen van beide partijen zal daar economisch of financieel gewin bij hebben. Voordat het beleid werd ingevoerd kon de overheid nog controleren dat de tandartsprijzen in lijn moesten liggen met de vergoedingen van de verzekeraars. Nu is die stok achter de deur weg.

De doeltreffendheid van het nieuwe beleid is dan ook ver te zoeken. De drie genoemde belangrijke voorwaarden om het beleid te laten slagen worden niet gehaald en zullen ook niet gehaald worden. Schippers kan dan ook maar zo snel mogelijk stoppen met haar experimentje. Dat is beter voor de consument en voor de tandarts. Anders zal het, onlangs door Metro aangekaarte, stijgende aantal Nederlanders dat in het goedkope buitenland tandartspraktijken bezoekt nog forser gaan groeien. Ver van huis laten landgenoten dan steeds meer hun mondverzorging uitvoeren, terwijl onze tandartsen verder van huis raken dan met de regulering van tandartsprijzen.



zondag, 15 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

Een Ander Nederland in Lochem

In afval, banen, bedrijf, beheer, belangrijk, beleid, bomen, coalitie, cohen, en meer.


teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

Systeemprobleem

koninginCohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

Werk

Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

Duurzaam bouwen en renoveren

duboTerwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

Afval en recycling

Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

Onderhoud groen

groenDatzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

Riolering

Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers

hubTientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

zaterdag, 14 januari 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Stap vooruit in het Vughtse accommodatiebeleid

Het college lichtte donderdagavond haar plannen voor het Vughtse accommodatiebeleid toe. Drie alternatieven: allen zonder Schoonveld en met De Speeldoos. Een stap vooruit in dit slepende dossier, maar toch diende zich vrijdag een nieuwe verrassing aan…

Het dossier accommodatiebeleid is zo complex, dat een echt besluit al jaren vooruit wordt geschoven. Dat komt grotendeels door onenigheid in de gemeenteraad zelf. Als de ene coalitie quick wins benoemde en gebouwen wilde gaan sluiten, werden deze gebouwen zodra ze bijna leeg zijn weer geopend door de volgende coalitie. Binnen vier jaar een besluit nemen én volledig uitgevoerd hebben lukt niet en eerdere besluiten worden vaak herroepen. Maar dat Vughte te veel sociaal-culturele accommodaties heeft én dat deze veroudert zijn, dat erkennen alle partijen.

Dus ook deze coalitie van GB, VVD en D66 heeft het accommodatiebeleid weer voortvarend ter hand genomen. Deze voortvarendheid leidt na bijna twee jaar tot een studie met locaties en plannen voor verdere uitwerking. En het belangrijkste is dat hierbij een van de afspraken uit het coalitieakkoord niet nageleefd wordt: Zaal Schoonveld als jongerencentrum. Een speerpunt voor Gemeentebelangen (GB) in de laatste jaren, waar elke discussie over accommodaties weer op werd teruggekomen. Maar eindelijk lijkt dit ook voor GB een gepasseerd station. Dat is echte winst! Want dat de kosten om Schoonveld aan te passen te hoog zijn wordt al jaren geroepen, maar nu dringt het door en kunnen we verder kijken.

De plannen die het college afgelopen donderdag aan de raad heeft toegelicht, vielen bij alle fracties goed. Ook dat is al een stap vooruit. Maar dat komt mijn inziens vooral door de heldere keuze om afscheid te nemen van Schoonveld. Een keuze die in het verleden vaker is gemaakt én is teruggedraaid! En met alle argumenten en onderbouwingen zijn er dan twee echte alternatieven: 1. De Speeldoos, Rozenoord en het Vlierthonk en 2. De Speeldoos, Rozenoord en Elzenburg. Het alternatief met alleen De Speeldoos en Rozenoord heeft verschillende nadelen – onder andere krap – waardoor deze eigenlijk direct kan worden afgeschreven…

Althans… dat was de situatie op donderdagavond. En tevreden keerde alle fracties huiswaarts om in eigen kring de plannen nog nader te bespreken voor de commissie van begin februari. Maar toen kwam opeens het bericht dat Woonwijze en het MIK een eigen muziekschool in Vught-Zuid willen gaan bouwen. Als eerste dacht ik aan de overeenkomsten met vier jaar terug met de plotselinge plannen met de Petruskerk. Ook toen had het college net plannen gepresenteerd voor het accommodatiebeleid en doorkruisde een ander initiatief deze plannen. Want alle ruimte die het MIK nodig heeft voor haar creatieve muziek-, dans- en cultuureducatie zat in de accommodatieplannen van de gemeente. Daarin zit immers het idee om alle sociaal-culturele gebouwen te centreren in het centrum en in de wijken kleinere ontmoetingsplekken de creëren.

Wat de gevolgen van de plannen van Woonwijze en het MIK zijn kan ik nu nog niet overzien, maar het legt wel een beslag op de gepresenteerde plannen. Het college zal tijdens de commissie van februari moeten toelichten in hoeverre de gepresenteerde ideeën hiermee achterhaalt zijn. Maar als de voltallige gemeenteraad in ieder uitspreekt dat het niet meer Zaal Schoonveld zal worden, dan beschouw ik dit nog steeds als een stap voorwaarts!

woensdag, 11 januari 2012

Het menu: Cohens brug

PvdA-leider Job Cohen bouwt een brug tussen hoog- en laagopgeleiden. De PvdA wil zowel de academica als de vrachtwagenchauffeur aan zich binden. Cohens roep om solidariteit lijkt uit de tijd. Het primaat ligt bij het individu. We hebben weliswaar intensief contact met familie en vrienden: de eigen kring. Maar zij die daar niet bij horen vallen af. De maatschappij wordt harder. Vreemd genoeg heeft de PvdA hier zelf aan bijgedragen. In de jaren negentig regeerden de sociaal democraten, met PvdA premier Wim Kok, samen met de VVD en D66. Het beleid van deze paarse kabinetten (1994-2002) draaide om werk, privatisering en economische groei. De menselijke maat verdween sluipenderwijs. Cohen probeert het tij te keren. Dat is prima, want de politiek moet voor samenhang zorgen. Maar mensen lijken het delen met anderen buiten de eigen kring te hebben verleerd. Stemmentrekkers Emile Roemer (SP) en Geert Wilders (PVV) hebben dat beter door: zij mobiliseren de ‘eigen groep’. Dit voedt de gevaarlijke polarisatie tussen burgers. Hopelijk beseft iedereen dat wij samen moeten leven. Zij die anderen de rug toekeren, creëren hun eigen tegenstanders. In zo’n samenleving wil ik niet wonen. Cohen begrijpt dat. Hij bouwt de brug die ik over wil.

woensdag, 4 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

(nog) een kras in Wal-Mart’s poging om een duurzaam boodschappenbolwerk te worden

In duurzaamheid, economie, abp, arbeidsomstandigheden, beleggingsbeleid, duurzaam investeren, ilo richtlijnen, pensioenfonds, sustainability consortium, en meer.

Sinds een paar jaar timmert Wal-Mart stevig aan de weg met het Sustainability Consortium als het gaat om het verduurzamen van haar productieketen. Toch weigert mijn eigen bank (ASN) al een aantal jaar te investeren in Wal-Mart, als ik me goed herinner onder andere i.v.m. wapenverkopen in de winkels. Deze week werd duidelijk dat de ASN door een veel prominentere belegger wordt gevolgd: ABP. In het persbericht motiveert ABP  (pdf) de uitsluiting als volgt:

Het Amerikaanse bedrijf Walmart is door ABP uitgesloten vanwege het personeelsbeleid dat in strijd is met internationale richtlijnen (ILO richtlijnen), met name ten aanzien van arbeidsomstandigheden en de mogelijkheid voor werknemers om zich te organiseren in vakbonden.

Dat maakt duidelijk dat verantwoord ketenbeheer slechts een onderdeel is van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik ben er van overtuigd dat samenwerking met ketenpartners veel meer impact kan hebben op duurzaamheid (zowel sociaal als milieu), tegelijkertijd vergt een ambitieuze verduurzamingsstrategie voor je productieketen ook dat je je eigen interne ambities opschroeft…

Na een paar jaar zeuren tegen ABP (over oa. investeringen in kolen, teerzanden en hun investeringsbeleid) is het mooi om te zien dat er ook voor hun een grens zit aan de engagement strategie. Wanneer een bedrijf haar gedrag en beleid niet wijzigd komt er een moment dat je afscheid moet nemen. Wat mij betreft een dikke pluim voor deze actie van ABP.

dinsdag, 3 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

489 miljard euro op zoek naar rendement

De Europese Centrale Bank gaat over het monetaire beleid in de eurozone. De ECB bepaalt hoeveel euro’s er in omloop zijn en op die manier kan men de euro waardevast houden of in waarde laten stijgen of dalen. Maar nu krijgt de ECB door politici en economen de taak opgedrongen om nationale overheden uit de [...]

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, abortus, amerika, analyse, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

zondag, 1 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Een raaf in de achtertuin

In arnhem, beleid, bleker, dragen, economie, huis, inkomen, kabinet, kant, en meer.

raafEen paar dagen geleden liep ik in het bos achter ons huis. Een mooi landgoed, waar ons gehucht Exel als een Gallisch dorpje tegen aan is geplakt. Een wat schor ‘ra ra’ en een grote kraai in de top van een boom met een ruitvormige staart was herkenning genoeg. Daar zat een Raaf. Met 1.20 meter spanwijdte de grootste kraai, bekend om z’n slimme gedrag. Een instrumentengebruiker, die met stokjes voedsel uit holletjes peutert en stenen gebruikt om noten te kraken. Bijna uitgestorven in Nederland, maar na herintroductie zijn er weer een kleine honderd broedparen. De raaf is een mooi symbool van kwetsbare biodiversiteit. Nu weer onder druk door de plannen van dit kabinet.

Prachtige oase in isolement

ampsenIk woon in een prachtige wereld. Naast het landgoed Ampsen, op een steenworp van het landgoed Verwolde en de moerassige bossen van het Kranengoor. Achter Ampsen liggen de broekgronden. Vroeger waren dat elsenbroeken, moerassen en venen waar beken doorheen stroomden. Nu nog vindt je het geurige gagel in de weg, groeit hier en daar de heide in de bermen. De rest is ontgonnen, mais- en grasakker geworden. De landgoederen liggen als oases van biodiversiteit in deze groen/bruine woestenij, met hier en daar nog resten van oude houtwallen. Want dat is het toch, laten we eerlijk zijn. Rechte lijnen van eiken begeleiden de ontsluitingswegen, jaarlijks vol van eikenprocessierups. Daar tussen liggen eeuwig groene weilanden, regelmatig gescheurd voor nieuwe inplant van engels raai. Afgewisseld door maisakkers, soms een aardappelveld. In de winter groenbemest met wintertarwe. Reeen haasten zich over deze kale akkers, op zoek naar beschutting. Als een boer ploegt, dan zie je nauwelijks meer vogels in zijn sporen. Het bodemleven is verarmd door intensief grondgebruik. Zelfs de roeken, vlak bij het station, trekken steeds meer de stad in omdat er ‘s winters op het platteland niets te halen is. Mijn bijen verhongeren er in de zomer, omdat na de linde er nauwelijks iets bloeit.

Ecologische Hoofdstructuur

exelDie Raaf in het winterse bos is als een symbool van de fantastische biodiversiteit die dit gebied kan dragen. Een prachtige vogel die als opportunistische aaseter aan z’n kost moet komen. Dus veel oppervlakte en rust nodig heeft. Aan de andere kant van Lochem broedt een paar, in het Grote Veld. Ampsen is, denk ik, net te klein. Dat hoeft niet zo te zijn, maar de lijnen met Verwolde en Kranengoor zijn verbrokkeld, de verbinding met de Lochemse Berg is ver weg. Hier ligt potentieel een prachtig natuurgebied, als die lijnen getrokken worden en kwaliteit via natte natuur en houtwallen ervoor zorgt dat natuurgebieden in verbinding komen. Bij ons achter wordt die poging gedaan, door een weiland te ontgraven en een stap tussen Kranengoor en Ampsen mogelijk te maken via een mini-natuurgebiedje. Verderop loopt de, gekanaliseerde, Dortherbeek. Een ecologische verbindingszone. Boeren en buitenlui zetten zich in voor kavelruil om ook daar natuurlijke verbindingen te realiseren. Dan wordt dit gebied weer één, de oases krijgen weer hun voeding. Er is dan ruimte, ook voor de Raaf.

Bezuinigingen

binnenhofVolgende week, de 12de, ga ik naar de provincie. Daar krijgen we te horen wat er met de Ecologische Hoofdstructuur gaat gebeuren nu er drastisch bezuinigd wordt. De voortekenen zijn absoluut onheilspellend. De lijnen worden verbroken, bestemmingen verdwijnen, de oases komen geïsoleerd te liggen. Onder andere omdat agrarisch land onttrokken wordt van die Ecologische Hoofdstructuur.  Dit kabinet, met Bleker als woordvoerder, verandert de verhoudingen en zet de landbouw weer voorop. Kortzichtig, in een gebied waar met agrariërs lang gewerkt is aan grondruilen en zorgvuldig vormgegeven verbindingen. Zodat die Raaf weer terug kan komen, als symbool van biodiversiteit die misschien de ruimte ging krijgen. Nu, met het loslaten van de melkquota in de komende jaren, en de daarmee verbonden explosie van schaalvergroting en productie, worden dergelijke processen jaren terug geslagen. De verbindingen vallen dan weg, de oases staan weer in hun groene woestenij.

Alternatief lokaal

Wat goed is, van het beleid van dit kabinet, is dat we zo weinig van Den Haag te verwachten hebben. Zelfs Arnhem, onze provinciale hoofdstad, is heel ver weg. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, is het ook een beetje. Maar het betekent dat we het zelf moeten oplossen, met zeer beperkte middelen. Ons energiebeleid laat zien dat je in zo’n zoektocht onvermoede krachten tegen komt. Dat we sterker dan Den Haag of Arnhem kunnen zijn. Dat we zelf in staat moeten zijn die biodiversiteit te verbeteren en ons niet door Haagse besognes moeten laten leiden.  Dat kan, maar het vraagt, net als bij ons energiebeleid, volstrekt ‘omdenken’. Vanuit de lokale belangen zoekend naar perspectief voor onze Raaf? In een wereld van jagers en boeren, gewend te oogsten wat de natuur hun lijkt te bieden?

Ja dus. Want is het huidig natuur- en landschapsbeleid niet gebouwd op een zompig fundament van afhankelijkheden zonder overtuigend deel te zijn van onze eigen economie? Komende jaren staan, in Lochem, in het teken van duurzame gebiedsontwikkeling. Daarbij staat de economie van het platteland voorop. Bedrijven die een goed inkomen halen uit dit agrarisch landschap, met haar landgoederen, houtwallen en beken. Schaalvergroting zal onvermijdelijk zijn, maar dan ingepast in een kleinschalig landschap. Verdienen aan de natuur, via biomassa, slimme maairegimes, goed grondgebruik waardoor mestgift omlaag kan, gebruik makend van natuurlijke systemen die evenwicht in de bodem versterken wordt het adagium. Maar ook verdienen aan de biodiversiteit en prachtige natuur omdat dit ons landschap recreatief en toeristisch waardevol maakt. Want de recreant komt voor die beek, prachtige houtwallen en landgoederen.

En dat er dan een enkeling is die kippevel krijgt van dat schorre ‘ra ra’ van een eenzame Raaf, is dan mooi meegenomen.

zaterdag, 31 december 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Sociaal ondernemen moet worden beloond

In raad, sociaal inkopen en aanbesteden, social return, sociale werkvoorziening, actualiteit, beleid, beperking, cda, coalitie, en meer.

Nog niet over geblogd, maar zeker het vermelden waard, is dat in november ons Initiatiefvoorstel Sociaal inkopen en aanbesteden unaniem door de gemeenteraad is aangenomen.

Er gaat enorm veel veranderen in de nieuwe Wet Werken naar Vermogen. Er is flink minder geld beschikbaar en we worden geconfronteerd met een afname van het aantal beschermde werkplekken. Dat betekent een forse aanslag op de mogelijkheden van mensen die het toch al moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. Zij moeten, idealiter, zoveel mogelijk een ‘gewoon’ dienstverband krijgen. De huidige regering verzuimt echter om werkgevers te prikkelen om deze mensen in dienst te nemen. Daarom moet de gemeente naar oplossingen zoeken. Immers de gemeente, Culemborg is, straks nog meer dan nu, financieel verantwoordelijk voor deze groep.

De gemeente heeft zeker eigen mogelijkheden om de kansen op werk van Culemborgers in een achterstandspositie te vergroten. Zo koopt de gemeente zelf veel in en moet grote opdrachten aanbesteden. Waar het initiatiefvoorstel op neerkomt is dat de gemeente voorrang moet gaan geven aan bedrijven die zich sociaal gedragen. Concreet gaat het om bedrijven die een kans bieden aan mensen die moeilijk aan werk kunnen komen: mensen met een lichamelijke of psychische beperking, weinig opleiding of langdurig werklozen. In het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente moet het sociale aspect daarom een van de gunningscriteria worden.

Een van de manieren om bezwaren te overkomen en dit nieuwe beleid soepel te laten verlopen zou het instellen van een Fonds Social Return kunnen zijn. Opdrachtnemers of leveranciers zijn dan verplicht een percentage van de aanneemsom in dat fonds te stoppen. Zij kunnen het gestorte geld weer terugverdienen door het bieden van arbeids-, stage- of leerwerkplekken.

De indieners, GroenLinks, PvdA en CU,  hadden snel en slagvaardig willen handelen. Al in 2012 het onderzoek naar de haalbaarheid van sociaal inkopen en aanbesteden en het fonds willen afronden. En zo mogelijk komend jaar nog het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid willen vaststellen. De coalitie dacht daar jammer genoeg anders over. Blijkbaar heeft de coalitie geen haast als het gaat om een zaak die kwetsbare mensen aangaat.

De wethouder vertelde dat hij in de regio aan het werk is om de diverse aanbestedingsregels van gemeenten gelijk te trekken. Dat lijkt een stap in de goede richting. De raad was daar nog niet eerder over geïnformeerd. De wethouder voorspelde echter ook dat het Culemborgse inkoop- en aanbestedingsbeleid hetzelfde zou blijven of slechts marginaal zou afwijken.

Wat GroenLinks betreft zou het initiatiefvoorstel juist daarom een stevige steun in de rug zijn en de onderhandelingspositie van de wethouder in de regio versterken. Immers, ook de Tielse gemeenteraad heeft een GroenLinks- initiatiefvoorstel sociaal inkopen en aanbesteden aangenomen. Gelukkig sprak de wethouder zelf ook uit dat het voorstel zijn beleid ondersteunde.

Het debat in de raad ging, jammer genoeg, niet of nauwelijks over de inhoud. VVD, CDA, d66 en SP spraken vooral over de procedures: of de wethouder voor de voeten gelopen werd; of het niet beter was af te wachten; wanneer de raad weer “in stelling” zou zijn; of het initiatiefvoorstel niet eigenlijk ‘motie’ genoemd moest worden.

Wat dat laatste betreft: nou nee. Een motie nodigt het college uit om iets te doen en is veel vrijblijvender. Een aangenomen initiatiefvoorstel dwingt het college aan het werk te gaan. In veel gemeenten is sociaal inkopen en aanbesteden al lang ingevoerd. Dat Culemborg er daadwerkelijk mee aan de slag gaat en met resultaten komt is, gezien de actualiteit, hard nodig.

donderdag, 29 december 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Wat doet Nijmegen aan energiebeleid?

groene-hertOnlangs was ik de dagvoorzitter van een bijeenkomst voor GroenLinks-kaderleden over energie. Op die dag werden ervaringen uitgewisseld en ideeën aangedragen voor gezamenlijke plannen. Van een paar gemeenten, waar GroenLinks de duurzaamheidswethouder levert, was een verslag gemaakt. Hier volgt een weergave van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Nijmegen. 

De gemeente Nijmegen heeft in de vorm van Het Groene Hert een symbool verbonden aan haar succesvolle energiebeleid. Het Groene Hert staat voor alle energiebesparende maatregelen, voor schone energie en voor alle andere vormen van duurzaamheid die in dit verslag worden genoemd.

Doelstellingen
De gemeente Nijmegen heeft een lange termijn doelstelling wat betreft energiebeleid: De gemeente moet energieneutraal zin in 2045. De wethouder wil dat er dan 50% wordt bespaard op energie en dat 50% van de energie duurzaam wordt opgewekt. Op dit moment vindt Jan van der Meer de korte termijn doelstellingen echter belangrijker. Dit ook om te monitoren of de gemeente op koers ligt. Tot nu toe blijken mensen inderdaad te besparen. Tot medio 2010 is er een energiebesparing van 3,84% geweest in de gemeente.

Voor de energiebesparing heeft de gemeente een doelstelling per doelgroep vastgelegd. De eerste doelgroep zijn de grote bedrijven en instellingen. 16 van dit soort spelers hebben samen het Nijmeegs Energie Convenant (NEC) getekend. Het streven was om in 3
jaar tijd 9% energie te besparen, dus 3 % per jaar. Uiteindelijk is er in totaal zelfs 10% bespaard. Opvallend is wel dat de gemeente één van de 3 deelnemers is die de 3% besparing per jaar niet heeft gehaald. De tweede doelgroep wordt gevormd door de midden- en kleine bedrijven. Hierbij moet gedacht worden aan supermarkten, zorginstellingen en corporaties. Het is wettelijk toegestaan om bij deze doelgroep in sommige gevallen energiebesparende maatregelen af te dwingen. De derde doelgroep bestaat uit de particuliere woningeigenaren. Dit is de moeilijkste groep omdat individuen nog niet zo hard lopen voor energiebesparing. De gemeente heeft voor deze groep een aantal subsidieregelingen vastgesteld. Zo is er een regeling voor groene daken, voor zonnecellen en voor bredere energiebesparende maatregelen.

Het Groene Hert
Omdat klimaatverandering nog onvoldoende in het hart (op z’n Nijmeegse: hert) zit en omdat duurzaamheid herkenbaar moet zijn voor de burgers, heeft de gemeente iets overkoepelends bedacht: Het Groene Hert. Aan alles wat er gebeurt op dit vlak wordt het beeld van het hert verbonden. Sinds februari van dit jaar is er zelfs een winkel van Het Groene Hert. In deze winkel kunnen mensen duurzame producten kopen, maar burgers kunnen er ook advies krijgen over subsidies. Tevens worden leveranciers van duurzame energie en consumenten er in contact gebracht. De winkelier krijgt voor de ontzorgende functie geld van de gemeente.

Schone energie
Naast het besparen van energie probeert de gemeente Nijmegen energie ook te verschonen. Zo komen er vijf windmolens. Dit proces  gaat echter moeizaam vanwege de ruimtelijke ordening. Ook is de gemeente bezig met een warmtenet. Dit moet het paradepaardje worden van wethouder Van der Meer. Wanneer het warmtenet goed is ingevoerd kan hiermee de helft van de duurzaamheidsdoelstelling worden bereikt. Daarnaast werkt de gemeente nog aan de Groene Hub, het stimuleren van de productie en het gebruik van biogas. Het busbedrijf dat het openbaar vervoer in Nijmegen verzorgt is een grote afnemer van biogas. Tenslotte is de gemeente hard bezig met een zonnekracht wijk.

Persoonlijke missie
Volgens de wethouder moet de gemeente een regisserende en stimulerende rol vervullen in dit alles. Alleen al door ermee bezig te zijn en door af en toe te spreken over projecten en succes wordt er een bewustzijn gecreëerd. Jan van der Meer geeft ook aan dat het belangrijk is om tijdens de coalitie-onderhandelingen geld te claimen voor energiebeleid. Als hier tijdens de coalitie-onderhandelingen niet over wordt gesproken komt er niks van. De missie van wethouder Van der Meer is het creëren van enthousiasme voor energiebeleid en duurzaamheid bij andere partijen. Op dit moment vreest hij nog dat wanneer GroenLinks wegvalt in Nijmegen het energiebeleid instort. Door het onderwerp breed uit te zetten en het onderwerp te promoten hoopt hij zijn issue veilig te stellen.

dinsdag, 27 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie (deel 2)

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, vbdo, en meer.

Vorige week ben ik ingegaan op de wijze waarop verantwoord ketenbeheer in eerste instantie ontwikkeld is als antwoord op kritiek op de manier waarop bedrijven omgingen met (vermeende) misstanden bij hun leveranciers. Volgens de auteurs van het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie was dat een logische eerste stap, maar wel een defensieve. Veel bedrijven die op die manier begonnen zijn beginnen manieren te ontdekken waarop verantwoord ketenbeheer meer strategisch ingezet kan worden als een manier om van een red ocean strategy naar een blue ocean strategy te komen. Oftewel van een strategie waarbij gevochten wordt om procenten marktaandeel naar een strategie waar nieuwe markten worden verkend. Die laatste strategie is interessanter, omdat het aantal concurrenten in blauwe oceanen beperkt is. Daarbij baseren de auteurs zich op het boek Blue Ocean Strategy van W. Chan Kim en Renée Mauborgne.

Mogelijkheden om verantwoord ketenbeheer meer strategisch in te zetten

De auteurs van Verantwoord Ketenbeheer stellen dat het duurzaamheidsvraagstuk veelomvattend is, maar in essentie ook heel eenvoudig: het is een schaarsteprobleem. Het gaat om de beschikbaarheid en daarmee de waarde van grondstoffen, brandstoffen, energie, voedsel en biodiversiteit voor de wereldbevolking. Nu en straks. Bedrijven staan voor de uitdaging om te anticiperen op dit schaarstevraagstuk. Bijvoorbeeld door het opzetten van een effectief beleid voor verantwoord ketenbeheer, want om een duurzaamheidstransformatie te starten is een ketenbenadering nodig.

Door verantwoord ketenbeheer te verbinden aan bv. business development, productontwikkeling, marketing en sales kan verantwoord ketenbeheer op zowel korte als lange termijn waarde gaan opleveren voor een bedrijf. Vanuit de defensieve basis kan dan gewerkt worden aan waardecreatie, bv. door samen met leveranciers te zoeken naar mogelijke efficiencyverbeteringen, kostenreducties, nieuwe producten, nieuwe logistieke oplossingen, nieuwe materialen etc.

De auteurs zien vier terreinen voor waardecreatie

  1. Kostenreductie: toverwoord daarbij is en blijft Total Cost of Ownership. Waarbij de focus ligt op kostenbesparing over de hele gebruiksduur en kwaliteit. Walmart vraagt bijvoorbeeld al haar leveranciers om energie te besparen en de energie-efficientie van producten te verbeteren. Het idee daarachter is dat energiereductie leidt tot kostenbesparingen, die voor een deel doorgegeven worden aan Walmart. Waarmee Walmart haar positie als prijsvechter kan behouden.
  2. Innovatie: voor veel bedrijven geldt dat de impact in de keten qua duurzaamheid veel groter is dan de impact van de eigen bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor de overheid. Door een voorkeurspositie te geven aan leveranciers die voorlopen in het verbeteren van hun duurzaamheidsprestaties wordt de toeleveringsketen structureel gestimuleerd tot innovatie.
  3. Onderscheidend vermogen: duurzaamheid kan een onderscheidend vermogen zijn. Zeker in markten waar de consument weinig verschil ervaart en de prijsdruk hoog is. Zo heeft Unilever de negatieve prijsspiraal bij thee weten te doorbreken door alleen nog te werken met gecertificeerde theeplantages. Daardoor zijn consumenten meer waarde gaan toekennen aan het product en heeft Unilever een forse omzetgroei bereikt.
  4. Ketenintegratie: om de voordelen te realiseren is vergaande samenwerking met toeleveranciers nodig. In de bouw worden verrassende resultaten behaald door toeleveranciers vanaf het begin te betrekken en mee te laten denken over de beste oplossing binnen het beschikbare budget.

Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

Helaas bestaat er volgens de auteurs van Verantwoord Ketenbeheer van risicomanagement naar waardecreatie geen standaardsuccesrecept voor de omslag van risicomanagement naar waardecreatie. Wel benoemen ze een aantal leidende principes die randvoorwaardelijk zijn bij het succesvol waarde creëren door duurzame inkoop:

  • Leiderschap
  • Ondernemerschap
  • Openheid
  • Samenwerking

Veranderende rol inkoop

Een strategische inzet van verantwoord ketenbeheer verandert de rol van de inkoopfunctie. Wanneer inkopers samen met leveranciers werken aan gedeelde doelen wordt de toegevoegde waarde van inkopers duidelijk. Samen met leveranciers wordt dan gewerkt aan een groter onderscheidend vermogen of zelfs aan het creëren van nieuwe markten. Een van de grote uitdagingen is om prikkels te verzinnen die leveranciers uitdagen om mee te denken om de organisatie succesvoller te maken. Op gebied van duurzaamheid kan dat betekenen dat eisen gesteld worden aan de duurzaamheid van een leverancier of product, of door duurzame producten een voorkeursbehandeling te geven. Volgens de auteurs is het echter nog beter om in gezamenlijkheid te zoeken naar (het verhogen van het) differentiërend vermogen.

zaterdag, 24 december 2011

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Bomen en kapvergunningen

GroenLinks vindt dat bomen meer bescherming verdienen dan ze in het gemeentelijk beleid krijgen. Daarom stelden we vragen over de kap van een dennenboom in de tuin van de Lutherse kerk in Monnickendam.

lees verder

dinsdag, 20 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie

In duurzaamheid, economie, duurzaam inkopen, duurzaam ondernemen, inkopen, kpmg, risicomanagement, supply change associates, sustainability consortium, en meer.

Tijdens de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award kregen de aanwezigen het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie mee. Een uitgave van KPMG en VBDO naar aanleiding van een Rond Tafel over verantwoord ketenbeheer die KPMG Sustainability , VBDO en Supply Change Associates eerder dit jaar organiseerden.

Definitie verantwoord ketenbeheer

Van verantwoord ketenbeheer is volgens de publicatie sprake als organisaties bij het gehele inkoopproces rekening houden met sociale en milieuaspecten. Waarbij sociale en milieuaspecten een rol krijgen naast conventionele aspecten als prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. Bij milieuaspecten gaat het om de de impact die een product of dienst tijdens de gehele levenscyclus op de leefomgeving heeft. Bij sociale impact gaat het om de leef- en werkomstandigheden van de mensen die zijn betrokken bij de productieketen.

Verantwoord ketenbeheer kan niet los worden gezien van duurzaam ondernemen. Een bedrijf dat verantwoord wil ondernemen kan er niet omheen om ook te kijken naar de milieudruk en sociale omstandigheden in toeleverende bedrijven.

De eerste stap bij het implementeren van verantwoord ketenbeheer is het opstellen van richtlijnen en gedragscodes voor leveranciers. De invulling daarvan is afhankelijk van de duurzaamheidsthema’s die spelen in de keten. Voor internationale bedrijven zijn er ook veel gebruikte standaarden, zoals:

  • United Nations Global Compact
  • ILO International Labour Standards
  • ILO Code of Practice in Safety and Health
  • OECD Guidelines for Multinational Enterprises
  • The Rio Declaration on Environment and Development
  • United Nations Convention Against Corruption
  • ISO 14001
  • SA 8000
  • OHSAS 18001

Naast algemene richtlijnen bestaan er ook richtlijnen of standaarden die voor een specifieke sector ontwikkeld zijn. Zoals bijvoorbeeld de CO2 Prestatieladder voor de Nederlandse bouwsector.

Verantwoord ketenbeheer als risicomanagement

Verantwoord ketenbeheer is ontstaan in reactie op de kritiek die bedrijven kregen op de werkomstandigheden bij toeleveranciers. Aanvankelijk ontkenden veel bedrijven dat ze verantwoordelijkheid droegen voor de omstandigheden bij hun toeleveranciers. In reactie daarop heeft een grote groep bedrijven inmiddels een inkoopbeleid opgezet waarmee bij leveranciers het kaf van het koren kan worden gescheiden. De aanhoudende druk van stakeholders op bedrijven als Coca Cola, C&A, Nike, Apple en Facebook laat zien dat dat geen overbodige luxe is.

Organisaties die starten met verantwoord ketenbeheer zetten volgens de schrijvers relatief eenzijdig in op een beleid dat risico’s minimaliseert of mitigeert. Het gaat daarbij om risico’s op het gebied van:

  • reputatieschade: bv. door negatief nieuws over gebeurtenissen of omstandigheden in de toeleveringsketen.
  • omzetverlies: bv. door het verliezen van opdrachten/klanten waar duurzaamheid een rol speelt bij de inkoop.
  • wetgeving: bv. doordat er maatschappelijke onvrede ontstaat over de (waargenomen) voortgang. Koplopers hebben dan geen concurrentienadeel, maar voor bedrijven die niet aan de wetgeving voldoet ontstaan risico’s.
  • Stakeholderconflicten: verantwoordelijk gedrag zorgt voor een grotere legitimatie bij stakeholders. Dat kan voordelen opleveren bij bv. het aantrekken van personeel of draagvlak bij de lokale bevolking.

Hoewel een defensieve strategie zeker een eerste stap is stelt de publicatie dat het niet hoeft te leiden tot het inkopen van duurzamere producten of diensten. Je scheidt tenslotte enkel op leveranciersniveau en niet op het niveau van producten of diensten. Om daadwerkelijk duurzamere producten of diensten in te kopen is meer nodig. Belangrijker nog is dat het onderscheidend vermogen van een defensieve strategie steeds kleiner wordt. De auteurs stellen vast dat defensief verantwoord ketenbeheer steeds meer de status krijgt die ‘kwaliteit’ en ISO-certificeringen hebben. Oftewel een vanzelfsprekendheid waar bedrijven niet zonder kunnen als ze zaken willen blijven doen.

Een van de omvangrijkste initiatieven op dit gebied is het Sustainability Consortium van Wal-Mart, waar ik al eerder over schreef en waar inmiddels zo’n 100 bedrijven, instituten (waaronder WUR) en NGO’s aan meewerken. Volgens de auteurs komt het doel om producten een label te geven met alle aspecten van duurzaamheid binnen bereik. Voor Wal-Mart biedt het initiatief ook strategische mogelijkheden, waarover volgende keer meer.

maandag, 19 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bij de veteranenwet: ‘oorlog is niet normaal’

In eerste kamer, strijd, gevaar, technologie, geweld, terrorisme, inzet, kinderen, mensen, en meer.

Inbreng in het debat in de Eerste Kamer over de Veteranenwet, 19.12.2012

Oorlog is niet normaal. Vechten is niet normaal. Dat is niet alleen de les die de meeste opvoeders hun kinderen meegeven, het is ook deel van de pacifistische wortels van mijn partij. Conflicten los je op met woorden, niet met wapens. Daarbij sluiten we onze ogen niet voor de werkelijkheid dat militair ingrijpen soms onvermijdelijk is ter verdediging van het Koninkrijk of van de internationale rechtsorde. Maar het grondbesef blijft dat gevechtshandelingen nooit de ideale methode zijn, hooguit het laatste redmiddel.

Oorlog is niet normaal. En juist daarom heeft de overheid een bijzondere zorgplicht voor mensen die zij in die niet-normale omstandigheden brengt. Wij zijn als samenleving verantwoordelijk voor de risico’s en gevolgen van deze inzet. Die risico’s kunnen groot zijn, zoals we weten uit onderzoek rond bijvoorbeeld PTSS en zoals ik zelf merk bij de trainingen over trauma die ik geef aan de geestelijk verzorgers in de krijgsmacht.

Daarom is mijn fractie de indieners van de Veteranenwet dankbaar voor hun initiatief. Het is in onze ogen een sterk intentionele wet: voordat concrete kaders en maatregelen worden aangewezen, maakt de wet eerst de intentie glashelder: Onze Minister voert een beleid dat is gericht op het bevorderen van erkenning en waardering. Onze minister heeft een zorgplicht voor militairen die worden ingezet en hun relaties. Die beide dimensies zijn van belang, erkenning en zorg. En het is ook van groot belang dat dat niet zuinig maar ruiterlijk is geformuleerd, tot en met een inkomensvangnet en een veteranenombudsman.

Het intentionele karakter van de wet heeft natuurlijk gevolgen voor de begrenzing en definitie, en ik wil graag op dat punt een enkele vraag stellen. Het criterium om onder de reikwijdte van deze wet te vallen, is dat men militiar of gelijkgesteld moet zijn en gediend heeft onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Dat lijkt duidelijk, maar toch.

In de hedendaagse wereld heeft oorlog soms hele andere gestalten dan vroeger en daarbij zijn termen als ‘oorlogsomstandigheden’ en ‘missie’ niet altijd toereikend. Zo valt bijvoorbeeld de strijd tegen terrorisme niet per definitie onder deze termen, maar het is wel degelijk een vorm van gewapende strijd. Moeten we dan niet ook spreken over veteranen? De nota naar aanleiding van het verslag noemt als reden voor hun bijzondere positie “dat alleen voor militairen het lopen van risico’s het hoofdkenmerk van het beroep is, dat zij door tegenstanders actief naar het leven worden gestaan en zij actief geweld moeten gebruiken om deze tegenstanders te doden of buiten gevecht te stellen.” Geldt dat niet in potentie ook sterk bij de strijd tegen terrorisme, waaronder terugkijkend bijvoorbeeld ook de militairen die ingezet werden bij de treinkaping in 1977? En wat betekent dat voor de samenwerking tussen defensie en politie bij de DSI en UIM? Hoe wordt hier omgegaan met de vraag wie wel en wie niet een beroep mag doen op de erkenning en zorg?

Eenzelfde vraag speelt bij de gewijzigde methoden van oorlogsvoering die ontstaan door nieuwe technologie. Gaat een drone-piloot op missie als hij of zij op afstand, bijvoorbeeld vanuit een commando-locatie in Nederland ergens ter wereld gronddoelen aanvalt en ’s avonds weer bij zijn gezin aan tafel aanschuift? Zijn dat oorlogsomstandigheden? Enerzijds is er geen sprake van persoonlijke geweldsrisico’s, anderzijds blijkt ook hier bijvoorbeeld PTSS wel degelijk op te kunnen treden.

Voorzitter, met deze vragen stelt mijn fractie niet de wet of de gebruikte definities ter discussie. Wel vraagt zij hoe de indieners en de regering denken over de gevolgen van veranderende manieren van oorlogsvoering en over een ruimhartige omgang met deze definities als de omstandigheden wijzigen, zodat er niet opnieuw mensen tussen wal en schip vallen.

Want oorlog is niet normaal. Het mag dat in ons denken ook niet worden en we zijn als samenleving erkenning en zorg schuldig aan wie zich voor ons in gevaar begeven.


zondag, 18 december 2011

Rob Alberts

Rob Alberts

Luis in de Pels

In , amsterdam, beleid, burgers, gezondheid, overheid, samenleving, kwaliteit, opdracht.
Luis in de Pels. Gevraagd en ongevraagd adviezen geven is de belangrijkste opdracht van een adviesraad. De kwaliteit van beleidstukken wordt vergroot door concrete aanwijzingen uit het veld. De verbinding tussen de Overheid en de Burgers maakt kwaliteit in onze Samenleving. Beleid juist op terreinen van Jeugd, Ouderen en Gezondheid grijpen in op de kwaliteit van het leven van velen. In Amsterdam...

dinsdag, 13 december 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

In radboud universiteit, medezeggenschap, onderwijs, achterkamertjes, beleid, besluiten, bestuur, beta, college, en meer.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

maandag, 12 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Is fact free politics een probleem?

Recentelijk betoogde Dick Pels dat ‘links’ maar eens moest ophouden ‘rechts’ ervan te betichten fact free politics te bedrijven. Dit verwijt wordt het huidige kabinet, en vooral gedoogpartner PVV, maar al te vaak gemaakt. Een recent voorbeeld betreft de maximumsnelheid. Zelfs al wijzen alle onderzoeken uit dat 130 op de snelweg slecht is voor milieu, verkeersgebruikers en omwonenden, dan nog zullen boliderijdende VVD’ers er alles aan doen om lekker 10 kilometer harder te mogen rijden. Het genot van het autorijden neemt waarschijnlijk, net als de luchtweerstand, exponentieel toe met de snelheid.

Pels licht zijn bezwaren tegen het verwijt dat ‘rechts’ aan fact free politics zou doen toe aan de hand van drie stellingen. De eerste twee zijn eenvoudig samen te vatten: links doet het ook, en ook rechts gebruikt feiten (al dan niet gemanipuleerd, net als bij links overigens). Dat eerste is zo klaar als een klontje: als het gaat om 130 op de snelweg legt ‘links’ heel rationeel uit dat het nauwelijks tijdwinst oplevert, maar wel meer doden, maar als een asielzoeker het land uitgezet moet worden, moet het hart het ineens winnen van het hoofd.

Pels’ tweede bezwaar is ook zichtbaar. Alle partijen houden ervan om ‘feiten’ te presenteren – vooral als betreffende feiten hen goed uitkomen. Terecht wordt gesteld dat er in sommige dossiers eerder te veel dan te weinig feiten op tafel liggen. Herinnert u zich nog de enorme stapel rapporten waarmee Alexander Pechtold op de proppen kwam toen kabinet Balkenende-IV twintig ambtelijke commissies wilde instellen om bezuinigingen in kaart te brengen? Gelukkig spelen feiten een belangrijke rol bij de vorming van beleid.

Door feiten voor te doen als ‘dingen’, zo is Pels’ derde bezwaar, misleiden de fact-free-politics claimanten ons. Feiten zijn helemaal niet objectief. Feiten worden gefabriceerd, zo stelt de filosoof Latour. Het claimen van objectieve waarheid is fundamentalistisch en maakt vrijzinnige, zelfkritische politiek onmogelijk. Het is bovendien contraproductief om zelfingenomen populistische politici slechts ‘objectieve feiten’ voor te houden; zij zijn immers net als gelovigen die zich door niets van hun stuk laten brengen. “Links moet juist leren”, zegt Pels, “om de feiten te laten dansen op de maat van de eigen muziek: om de feiten te manipuleren, zonder ze te presenteren als onwrikbare dingen”.

Hiermee lijkt Pels zich, doch niet helemaal, een behoorlijk sociaal constructivistisch standpunt aan te meten. Het is duidelijk dat in de politiek, en in de sociale werkelijkheid in bredere zin, veel feiten inderdaad ‘sociale feiten’ zijn. Ze zijn sociaal geconstrueerd, zoals John Searle laat zien: geld, huwelijk en de regering, geen van allen bestaat zonder dat we daar gezamenlijk een betekenis aan toekennen. Maar dat betekent niet dat er in het geheel geen objectieve feiten zijn. De Mount Everest, bijvoorbeeld, zou er ook zijn als de mensheid niet was geëvolueerd. Los van het feit of we dat ding nu een ‘berg’ noemen: hij zou er staan.

Sociale feiten, zoals geld, zijn niet gemakkelijk te reduceren tot een objectieve waarheid. Maar dat wil niet zeggen dat je je in het publieke debat zomaar alles kunt permitteren met dergelijke feiten. Als u bij de bakker een brood wilt meenemen, zult u nog een lastige ochtend beleven als u hem probeert uit te leggen dat die muntjes en briefjes die hij van u verlangt geen waarde hebben. En hoewel er ontzettend veel debat is over de precieze betekenis van de termen ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek, gebruikt Pels ze ruimschoots – en wij begrijpen hem.

Meer hoopgevend is Pels’ stelling dat we op zoek moeten naar een “een vrijzinnige politiek die twijfel toelaat en bereid is het eigen perspectief op de proef te stellen.” Juist een dergelijke kritische houding is hetgeen ten grondslag ligt aan goed wetenschappelijk onderzoek. Open staan voor het eigen ongelijk is de kern van het wetenschappelijke bedrijf. Als we alles al weten kunnen we de tent wel sluiten. Daarin speelt, zoals Pels terecht stelt, de rede een belangrijke rol. Het luisteren en serieus in overweging nemen van argumenten van anderen. Maar ook feiten, empirische waarnemingen, zijn daarbij belangrijk. Want zij bieden ons een uitzicht op de (sociale) werkelijkheid.

Elk overtuigend politiek verhaal berust op ideeën. En die ideeën kleuren ons perspectief op de werkelijkheid. Maar het is een vergissing om feiten dientengevolge slechts te beschouwen als framing. Als je serieus het politiek debat aan wilt gaan, moet je ook bereid zijn om uit je eigen frame te stappen. Je kunt sociale feiten nooit helemaal los zien van je standpunt, maar dat betekent niet dat het niet de moeite waard is om te pogen een onderscheid te maken tussen feiten en meningen. Juist omdat argumenten sterker staan als ze verbonden zijn met feiten. Ook dat draagt namelijk bij aan het voeren van een kritisch en vrijzinnig politiek debat.

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

De stad door de ogen van een dakloze

In divers, activiteiten, ambtenaren, artikel, auto, belangrijk, beleid, bezig, bier, en meer.

Zaterdag ben ik op pad geweest met KDET, onze Klankbordgroep Dak- en Thuislozen. KDET bestaat uit een aantal mensen die vroeger op straat hebben geleefd in Eindhoven, en zich nu, vanuit hun ervaringsdeskundigheid, inzetten om de belangen van de dakloze Eindhovenaar te behartigen. Zij houden zich onder andere bezig met het ondersteunen van de doelgroep door spreekuren te houden op plekken waar veel daklozen komen, zoals de inloophuizen en de nachtopvang, en door hen op te zoeken op de plekken waar zij zoal vertoeven in de stad. Verder heeft KDET een straatkompas gemaakt, een boekje met alle informatie die een dakloze nodig heeft om in Eindhoven de weg te vinden. En ze begeleiden ‘straatsurvivalroutes’. Een route uitgezet voor bv hulpverleners, ambtenaren én dus gemeenteraadsleden, langs alle locaties die belangrijk zijn voor daklozen in onze stad.

Hieronder een sfeerimpressie van de dag in beeld. Lees mijn verslag door onderaan dit artikel op de link te klikken.

  

kdet1 kdet2
‘t Hemeltje, inloophuis in Hemelrijken

De nachtopvang aan de Barrierweg

kdet3 kdet4

Hangplekken achter het station en in de Raffeissenstraat

 
kdet5 kdet6
Hangplekken achter de parkeergarage en langs het spoor  

  

Lees hier mijn verslag!!!

Het is vroeg op deze zaterdag, om 9.00 worden we verwacht bij de nachtopvang aan de Barrierweg. We hebben geluk met het weer, koud maar zonnig. Ik trek mijn stevige wandelschoenen aan en uitgerust met dikke sjaal en handschoenen ben ik er klaar voor.

Bij aankomst blijken de mensen die gebruik maken van de nachtopvang al vertrokken. De nachtopvang is dan alweer gesloten. Er zijn alleen nog een paar mensen aanwezig die schoonmaken. Dit wordt gedaan door de gebruikers zelf, hiermee kunnen ze een overnachting verdienen. We beginnen met een rondleiding door de nachtopvang. Een prima voorziening, alles ziet er netjes uit. Er is een gezamenlijke ruimte, waar ook gegeten wordt, er is een rookruimte, met computers, en er zijn slaapzalen waar max. 6 bedden in staan. Ik heb jeugdherbergen mogen ervaren die er beduidend minder luxe aan toe waren. Maar het verschil met een jeugdherberg wordt al snel duidelijk. Bij binnenkomst (op vaste tijden, na 8.00 gaat de deur op slot en kom je er niet meer in of uit), dien je al je spullen in te leveren en krijg je een bak met daarin een standaarduitrusting met trainingsbroek, slippers en een fleecetrui. Toch een klein beetje een gevangenisgevoel. De medewerker, een beetje gaar na zijn nachtdienst, legt uit dat op die manier voorkomen wordt dat er drugs ed gebruikt wordt in het huis. Dat is niet de bedoeling. Maar de gebruikers hebben wel zelf inbreng: er is een periodiek overleg tussen de gebruikers en medewerkers van de nachtopvang. KDET houdt hier wekelijks spreekuur. Ook daar kunnen mensen hun signalen kwijt.

Na de rondleiding in de nachtopvang gaan we de straat op. Het is zaterdag, meteen de moeilijkste dag voor daklozen. Want op zaterdag zijn er haast geen voorzieningen open waar ze terecht kunnen. De inloophuizen zijn gesloten. Alleen bij het Leger des Heils mogen ze een uurtje binnen op zaterdag voor een kopje koffie.

We lopen de route die de meeste mensen afleggen als ze richting het centrum lopen. Tussen de huizen en de flats door. We zien een man in z’n eentje rondscharrelen tussen de flats. Een bekende. ‘Hier stonden vroeger bankjes’ zegt één van onze gidsen. ‘Maar die zijn weggehaald, vanwege overlastmeldingen uit de omgeving. Maar ja, het zijn ook maar mensen….’

De tocht vervolgt richting de Kruisstraat. Naar de Albert Hein. ‘Daar kon je vroeger gratis koffie krijgen, maar die automaat is weggehaald’. De Albert Hein is voor veel mensen de eerste halte om bier te halen. Een doorgewinterde alcoholist drinkt 24 halve liter blikken per dag. Een collega raadslid, vroeger vakkenvuller op zaterdagochtend had zich altijd al afgevraagd wat die mensen toch moeten met al die blikken Euroshopperbier op de vroege ochtend. Nooit gedacht dat mensen dat bier al op dat tijdstip zouden wegkrijgen….

De tocht vervolgt richting het TU/e terrein. Een favoriete plek voor daklozen in de zomer. Hier werden ze, tot voor kort, met rust gelaten. Tot dat de TU/e begon te klagen over de rotzooi die ze lieten slingeren. Sindsdien worden ze daar weggejaagd.

Naar de overkant dan maar, langs de Bunker, daar ligt ‘het bultje’. Het valt niet op, een heuveltje met wat bomen en struiken erop, grenzend aan de achtertuinen van de straat verderop. Maar het is één van de beste slaapplekken voor in de zomer. Veilig en beschut, uit het zicht van het leven in de huizen en straat. En iets verderop, een groep struiken. ‘Kijk, hier hangt de waslijn! Toen ik hier laatst was hing het helemaal vol’.

Bij het Dommeltunneltje staan we even stil bij de inmiddels overleden Remy. Een bekende op straat. Hij sliep daar altijd. ‘Zelfs als het -10 was, moesten ze ‘m uit die tunnel komen sleuren. Hij wilde niet naar binnen’. Aan de andere kant van de tunnel stond vroeger de keet van Novadic Kentron. Bakkie koffie drinken. Dat kan er nu ook, bij Occupy, die hier met haar tenten is neergestreken. Onder de Occupiers vertoeven een paar bekenden van de straat.

Achter het oude postkantoor laten onze gidsen zien hoe je door het hek kunt, naar een leegstaand pand van de NS, waar een van onze gidsen vaak heeft geslapen. Een rustige plek, waar ze lang gedoogd zijn. ‘Er was in die tijd een technicus bij de groep, die het hele hek had geautomatiseerd. Het leek wel een oprijlaan’.

Door naar de bankjes bij de moerastuin achter de Effenaar. Nu is er geen riet, maar in de zomer zit je best goed uit het zicht. ‘Trof hier laatst nog iemand aan, zover weg, niet meer aanspreekbaar’. De bankjes langs de Dommel, achter de tramstraat waren ook favoriet. ‘Maar na die melding die ik maakte vanuit KDET, toen ik daar een paar keer iemand in een rolstoel zag rondhangen die heel z’n broek vol bloed had zitten, hebben ze niet alleen de dakloze maar ook de bankjes opgehaald. Niet gewenst’.

Waar de mensen wel gewenst zijn, of in ieder geval gedoogd worden, is naast het Regionaal Historisch Archief aan de Raffeissenstraat. Een prima plek om lekker beschut te zitten als het regent. En de eigenaar van het daarachter gelegen café vindt het goed, als ze hun rotzooi maar opruimen.

Op naar de Heuvelgalerie. Met de lift naar boven, naar een verlaten trappenhuis. ‘Ideaal voor de zondagochtend. Komt niemand hier.’ In de Heuvelgalerie zelf zaten vroeger ook veel daklozen, vooral ‘savonds. Maar daar zijn ze weggeveegd. Overlast voor het winkelend publiek.

Het wordt zo langzaamaan tijd voor de lunch. Normaal gesproken gaan ze dan naar het inloophuis van de Catherinakerk, waar een boterham te krijgen is. Maar die is dicht op zaterdag. Wij hebben geluk: we gaan eten op het kantoor van KDET aan de Paradijslaan. Op de tafel in het kantoor staat een foto van Perry. Tot voor kort lid van KDET, maar onverwacht overleden. Ogenschijnlijk gezond, niet aan de drugs. ‘Hij was aan de gelukkigste periode van zijn leven bezig’.

Na de lunch vervolgt de tocht. Verder langs struiken en bosjes die in het najaar goed gesnoeid worden. Nu kale plekken, maar in de zomer goed dichtgegroeid en daarmee goede plekken om te gebruiken of te overnachten. Door de binnenstad lopen we naar het 18 Septemberplein. ‘Hier gebeurt het. Gekkenhuis was het hier af en toe. Dealers en de hele handel’. Dat beeld herken ik, als ik ‘savonds wel eens vanaf het station naar huis ga na een avondvergadering op mijn werk, staan ze daar inderdaad, op de kop van de Nieuwstraat en het 18 Septemberplein. De dealers en hun klanten.

Bij de parkeergarage aan de Mathildelaan gaan we naar het bovenste parkeerdek. Tussen al het winkelend publiek dat rondjes rijdt op zoek naar een parkeerplek, horen we het verhaal van een goede vriend, die daar zijn favoriete plek had. Ook overleden. Tragisch verhaal, een jongen van 35 die in korte tijd helemaal was afgegleden, in het ziekenhuis terecht was gekomen, en vervolgens op straat is overleden. Een aangrijpend verhaal.‘Hij kon altijd terug naar zijn ouders, en de deur stond ook open voor mij, ik heb er een tijd gelogeerd. Ik kan zijn ouders nu niet onder ogen komen, te pijnlijk, daar kan ik nu nog niet mee omgaan’.

Buiten aangekomen staan we stil bij de deur van de nachtopvang ‘het Eindje’. Ik dacht dat die zo genoemd was naar de parkeergarage waar hij onderin gevestigd zit, die heet ook het Eindje. Maar het blijkt de naam te zijn die door de doelgroep zelf zo is verzonnen. ‘Want als je hier zit, is het echt het einde’. In het Eindje staan zo’n dertig bedden voor de cliënten van Novadic Kentron. Zwaar verslaafde mensen, zover heen. ‘Als ik hier terecht was gekomen, had ik het niet overleefd.’

Zigzaggend door de wijk lopen we richting Hemelrijken. Hier zit inloophuis ‘het Hemeltje’. Het Hemeltje is normaal gesproken op zaterdag gesloten. Maar vandaag is er de kerstmarkt van de buurtvereniging. Er zijn activiteiten in het aan de overkant van de straat gelegen SPILcentrum maar de verkoop van de handwerk-artikelen is dit jaar in het Hemeltje. De doelgroep mag vandaag niet binnen. Dit levert veel discussie op. ‘Belachelijk dat de mensen er niet in mogen!’ Maar de coördinator van het Hemeltje legt uit dat ze blij is om het gebouw voor één keer beschikbaar te stellen voor aan de buurtvereniging. ‘Zo komen de buurtbewoners ook eens over de drempel. En het is buiten de openingstijden.’

In de tuin van Hemeltje drinken we koffie en kijken we terug op de dag. Onze gidsen willen graag van ons horen wat we meenemen van deze ervaring. Ik laat de dag in mijn gedachten voorbij gaan. Het opgejaagde gevoel, van nergens welkom zijn, altijd op je hoede. Het was indrukwekkend om de persoonlijke verhalen van onze gidsen te horen, die open over hun eigen ervaringen, en die van anderen hebben gesproken. Verhalen over hoe het leven van mensen kan lopen. Over verslaving, over gebroken gezinnen, over huwelijken die stranden. Over ellenlange hulpverleningstrajecten, waarbij de slechte ervaringen zich op slechte ervaringen stapelen. Over kinderen die op jonge leeftijd niet meer thuis terecht kunnen. Met name het laatste raakt me, dat kinderen soms in omstandigheden opgroeien waarin ze geen eerlijke kans lijken te krijgen.

Ik denk terug aan de verhalen die ik heb gehoord tijdens de hoorzitting naar de maatschappelijke opvang, die de gemeenteraad een paar jaar geleden heeft gehouden. Ik heb veel dakloze mensen en hulpverleners gesproken in die tijd. Het verhaal van die piloot is me het meeste bijgebleven. Iemand met succes in het leven, een goede baan, een mooi huis in België. Tot hij op een dag na het werk zijn straat in reed, en werd ingehaald door een auto, die voor zijn ogen zijn vrouw en dochtertje doodrijdt, die hem op stonden te wachten. De piloot is doorgereden en uiteindelijk op straat terecht gekomen in Eindhoven, aan de drank. Hij heeft jarenlang geen contact gehad met zijn familie.

We praten over de voorzieningen en de hulpverlening in Eindhoven. Wat er nog mist, en wat er beter kan. En wat je van de mensen zelf mag verwachten. ‘Het lijk wel expeditie Robinson op de straat!’ concludeert mijn collega.

Mijn conclusie: Het is een dun lijntje tussen succesvol zijn en niet. Door foute keuzes en een samenloop van omstandigheden kan een stabiel leven ineens opslaan. We denken dat dat ons nooit kan overkomen, dat wij het nooit zover zouden laten komen. Maar uit de verhalen blijkt dat een leven op de rand van de maatschappij in sommige gevallen dichterbij is dan je denkt. Ik vind het zo belangrijk dat we deze mensen niet zomaar afschrijven, maar dat we ons inzetten om hen uit de situatie te helpen waar ze in geraakt zijn, en ook deze mensen aanspreken op wat ze zelf willen en kunnen. Daar gaat het gemeentelijke beleid over.

Onze wegen gaan hier uit elkaar. Ik loop terug naar de nachtopvang om mijn fiets te halen, en ga naar huis. Na een dag koukleumen op straat is thuis de kachel aan en wacht het eten. Ik voel me rijk, maar ook verdrietig. Het duurt nog een uur voor de nachtopvang weer open gaat.

zaterdag, 10 december 2011

Het menu: Duurzame energie

In het menu, niet op voorpagina, co2, durban, klimaattop, zeespiegel, afrika, beleid, china, en meer.
De klimaattop in Durban, Zuid Afrika, is vandaag met een dag verlengd omdat de deelnemende landen het niet eens met elkaar zijn. Met name China en de VS liggen dwars. Zij willen niet dat de regels die de CO2 uitstoot moeten verminderen bindend worden. Wanneer beseffen Bejing en Washington dat het vijf over twaalf is? Eilanden dreigen onder water te lopen door de stijging van de zeespiegel. Het weer wordt extremer. Het wordt natter én droger. De regenbuien zullen steeds heviger worden. De periodes van droogtes steeds langer. Het ene moment klotst het water over kades van rivieren en staan de bewoners van binnensteden tot hun knieën in het water. Het andere moment mogen boeren hun land niet beregenen, omdat er een tekort aan drinkwater dreigt. Regeringen moeten meer investeren in duurzame energie. Begin daar vandaag mee. Bouw afgrijselijk ogende windmolenparken aan zee, zoals de Fransen doen. Wek meer stroom op uit waterkracht. Schakel over op zonne-energie. Stop met het gebruik van fossiele brandstoffen. Goed dat er overal lokale groeperingen opstaan om duurzame energie op te wekken, in plaats van afhankelijk te zijn van het beleid van regeringen die zaken alleen uit economisch oogpunt benaderen. Hulde aan Texel, dat naar verwachting over een aantal jaar de energie helemaal uit duurzame bronnen haalt. Hopelijk pikken regeringen dit signaal op en wenden zij de steven voordat de klimaatproblemen nog groter zijn geworden.

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

#9: Niet zomaar opgesloten of het land uit

Het is artikel #9 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): Je mag niet zomaar worden opgesloten, of het land uitgezet. Een prachtig streven van een evenzo prachtig document. De lidstaten van de nieuwbakken Verenigde Naties stelden het werk in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog op. Om precies te zijn op 10 december 1948, vandaag 63 jaar geleden. De misdaden tegen de menselijkheid die plaats hadden gevonden, had de burger wereldwijd doen gruwen. Voortaan dienden de mensenrechten overal op de planeet actief te worden beschermd. Ook Nederland tekende. Maar houdt Nederland zich vandaag de dag nog wel aan de artikelen van het UVRM? Aan de hand van artikel 9 een casestudy.

Samen met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Staten nestelt Nederland zich keer op keer in de kopgroep van naties die andere landen wijst op het UVRM en hen beschuldigt van het verwaarlozen van de mensenrechten binnen hun grenzen. Gelukkig maar, want met de vrijheid en humaniteit is het in landen als Myanmar, Oeganda en Jemen inderdaad bijzonder slecht gesteld. Het is dus goed dat landen elkaar controleren op de uitvoering van het UVRM. De vaak kritische boodschap vanuit Nederland zou echter veel meer waarde hebben, als het zelf het beste jongetje uit de klas zou zijn.

En juist daar komt artikel 9 van het UVRM weer om de hoek kijken. Nogmaals: Je mag niet zomaar opgesloten worden, of het land uitgezetOp het eerste gezicht lijkt Nederland zich netjes aan dit aspect van de verklaring te houden. Elke staatsburger heeft namelijk recht op een eerlijk proces en kan niet zomaar in de gevangenis verdwijnen. Daarnaast zijn er uitgebreide integratie- en uitzetprocedures om migranten, ogenschijnlijk, zo eerlijk mogelijk te beoordelen voor een verblijfsvergunning.

Als we wat dieper in de situatie duiken, blijkt echter dat ook Nederland zelf zich op een betreurenswaardig niveau bevindt, in ieder geval met betrekking tot artikel 9. Laten we het eerste deel van het artikel erbij pakken. Dat zegt dat niemand zomaar opgesloten mag worden. “Zomaar opgesloten worden” moet je interpreteren als opgesloten worden zonder de wet te hebben overtreden of daarvan verdacht te zijn. Wanneer het om asielzoekers gaat die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, mensen die wij alledaags zonder gêne “illegalen” plachten te noemen, vindt het “zomaar opsluiten” op grote schaal plaats. Dat is zelfs staand beleid. Niet voor niets heeft Nederland meerdere detentiecentra waar “illegalen” in worden opgesloten als zij geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Het gaat hierbij echter wel om volwassenen én kinderen die op geen enkele wijze de wet hebben overtreden. Illegaliteit is namelijk nog altijd niet strafbaar. Toch permitteert de Nederlandse staat zich deze mensen maandenlang het daglicht te ontnemen, met per dag slechts spaarzame momenten in de buitenlucht. Kortom, Nederland sluit dus jaarlijks wel degelijk mensen “zomaar” op, zonder dat zij misdrijven of overtredingen hebben gepleegd.

Ook het tweede deel van artikel 9 lapt Nederland aan haar laars. Dat je niet zomaar het land uit mag worden gezet dreigt ons land zelfs op meerdere manieren te gaan schenden. Allereerst verdwijnen de hierboven aangehaalde “illegalen” niet zonder doel in detentie- en uitzetcentra. Van daaruit worden ze namelijk weer uitgezet naar het land van herkomst: vaak landen waar de veiligheids- en leefsituatie uiterst penibel is. Deze mensen worden dus in contrast met het UVRM wel degelijk “zomaar” het land uitgezet. Ze zijn niets strafbaars begaan en worden teruggestuurd naar een land waar hen een zware toekomst wacht. De overheid dreigt het tweede deel van artikel 9 echter nog extremer te overtreden. Serieuze plannen worden door regerings- en gedoogpartijen geopperd om landgenoten met een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit te ontvreemden op het moment dat zij wettelijk de fout ingaan. Wat houdt dit in? Staatsburgers met meerdere nationaliteiten kan in dat geval de Nederlandse nationaliteit “zomaar” ontnomen worden, om vervolgens “zomaar” het land uitgezet te worden.

De omgang met het UVRM door Nederland doet me sterk denken aan een passage in Mark Rutte is lesbisch van Raoul Heertje:

Vervolgens kunnen we zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen. Dan wordt nog veel duidelijker dat wij zijn oké olé olé, wij zij oké olé olé, wij zijn oké, wij zijn oké, wij zijn oké olé olé olé.

Deze mentaliteit heerst inderdaad in Nederland. En veel van de mensenrechten worden inderdaad goed gerespecteerd en uitgevoerd. We mogen onze ogen alleen niet sluiten voor die rechten die wel in het gedrang komen. En artikel 9 is daar een goed voorbeeld van.

Artikel 9 is één van de meest vrijheidgaranderende opnames in het UVRM. Juist dit artikel zorgt ervoor dat mensen niet zonder eerlijke berechting opeens in het gevang kunnen belanden, omdat de staat ze uit de weg wil ruimen. Ook de asielzoekers zonder verblijfvergunning kunnen niet op deze manier door Nederland uit de weg geruimd worden. Pas als Nederland zelf alle opnames in het UVRM juist uitvoert, kunnen we zoals Heertje het noemt “zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen”. Laten we daar hard aan werken.

Dit blog is onderdeel van de blogcyclus van DWARS, GroenLinkse jongeren over de Internationale Dag van de Rechten van de  Mens. De andere blogs zijn te lezen op http://goo.gl/4hHhi.  Dit blog is geschreven in samenwerking met Legale Mensen.


donderdag, 8 december 2011

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Problemen met de oplaadpunten in de bus!

Leeuwarden, 8 december 2011 - De laatste tijd ontvangen we (GrienLinks Fryslân) regelmatig klachten over de oplaadpunten in de bus. Mensen die hun kaart willen opwaarderen worden verrast door een AVM (oplaadpunt) die enkel een grijs scherm geeft of buiten dienst is. Tijd voor onderzoek. In gesprek met reizigers, chauffeurs en zoveel mogelijk AVM’s checkend, reizen we van Leeuwarden naar Drachten en vice versa. Uit gesprekken met de passagiers blijkt dat veel mensen gebruik maken van automatisch opwaarderen en dus geen gebruik hoeven te maken van de oplaadpunten in de bus. Echter er is een percentage van zo’n twintig procent die geen gebruik maakt van de automatische optie. Zij geven aan dat de AVM’s in de bussen al minstens drie weken buiten werking zijn. Dit is met name lastig als er geen oplaadpunt in hun dorp is. Ze kunnen via het internet wel een product kopen, maar niet ophalen in de bus. Het beleid in de bus is: “Is je saldo te laag, eerst een kaartje kopen graag”. Een sticker met deze tekst is bevestigd naast de OV-chiplezer bij binnenkomst van de bus. Maar waar ligt de grens? Heb je te weinig saldo als je via internet net 50 euro gekocht hebt. Even voor de duidelijkheid, als je via internet een product koopt dan komt dit niet direct op je kaart te staan, maar moet je dit ophalen via een AVM in de bus, alvorens dit op je OV-chipkaart komt te staan. Zegt u het maar. Heb je te weinig saldo, of is het een verwijtbaar iets van de vervoerder? Op dit moment is het de passagier die moet betalen en bij binnenkomst een kaartje moet kopen als de AVM niet werkt. Dit lijkt ons de omgekeerde wereld. De chauffeurs die we spraken bevestigen dat AVM’s bij Connexxion al lange tijd buiten werking zijn. Een chauffeur geeft aan dat hij met een knoop in zijn maag zit: moet hij de passagier laten betalen voor iets dat niet werkt in zijn bus? Vervolgens laat hij de richtlijnen van het bedrijf zien hoe te handelen. De tekst van de sticker is de richtlijn, ongeacht de omstandigheden. Andere chauffeurs komen met zelfde verhalen en een ieder gaat op zijn eigen manier met de passagier om. Dit zorgt voor frictie. Als de één de passagier laat doorlopen en dezelfde passagier moet de volgende keer betalen bij een andere chauffeur, dan geeft dit problemen. Overigens geven de chauffeurs ook aan dat er veel problemen zijn met de anonieme OV-chipkaarten bij Connexxion. Ze weigeren vaak dienst. Dat terwijl de passagier bij Qbuzz, Arriva en de NS wel gewoon op de kaart kan reizen. Tot slot zijn we ook zelf de AVM’s gaan testen: 15 in totaal. 11 van Connexxion en 4 van Qbuzz. De 11 van Connexxion waaran 6 stadsdienst en 5 buitendienst: geen van deze AVM’s werkten. Bij Qbuzz (streekbussen): 1 van de AVM’s weigerde dienst. Kortom: de problemen liggen vooral bij Connexxion. Het wordt hoog tijd dat de problemen worden opgelost. De gedeputeerde Verkeer en Vervoer van de provincie Fryslân is inmiddels op de hoogte en zal de vervoerders erop aanspreken. Uiteraard blijven wij het volgen. Komt u AVM’s tegen die niet werken: laat het ons weten.

woensdag, 7 december 2011

René Kerkwijk

René Kerkwijk

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube GR

Buurtsignaal

In default, aangeven, beleid, problemen, link, samenwerking.
Deze weken zijn we in de buurt Woenselse Heide aan de slag gegaan met het project Buurtsignaal (klik op de link voor uitleg). Het doel van Buurtsignaal is om buurtbewoners te betrekken bij het lokale veiligheidsbeleid. Dit beleid wordt vastgesteld in nauwe samenwerking met de bewoners, die aangeven welke problemen voor hen prioriteit hebben. In [...]

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Duurzaamheid: van wensen op papier naar daadwerkelijke actie

CO2 neutraal, Millenniumgemeente, duurzaam bouwen, energie opwekken… allemaal losse ideeën die de afgelopen jaren steun hebben gekregen in de raad. Waar het in Vught vooral aan ontbreekt is een heldere ambitie en keuze van de gemeentelijke inzet op duurzaamheid. Geen losse acties, maar een samenhangend beleid.

De duurzaamheidsparagraaf  is een van de weinige onderdelen uit het coalitieakkoord van GB-VVD-D66 waar ik achter kan staan. Het label Millenniumgemeente verder uitwerken, effecten voor de lange termijn toetsen, streven naar een klimaatneutrale gemeente… allemaal goede voornemens. Maar deze politieke opdracht aan het college was voor de wethouder nog onvoldoende voeding om tot een beleidsnota te komen over hoe de gemeente dit verder inhoud gaat geven. Daarom was er nog behoefte aan een avond om hier met de raad over te spreken, voordat een notitie ter besluitvorming wordt voorgelegd.

Deze avond werd – na verschillende keren te zijn doorgeschoven – afgelopen donderdag gehouden. Na een korte uiteenzetting over duurzaamheid, mochten zes initiatieven vanuit de samenleving zelf worden gepitcht waarna de raadsleden hun visie op de taak van de gemeente op het gebied van duurzaamheid mochten geven. Dat werd een interessante verzameling van allerlei ideeën wat er allemaal zou moeten kunnen. Maar de avond kwam helaas niet veel verder dan het roepen van allerlei ideeën… En dat terwijl de wethouder vooraf had aangegeven juist behoefte te hebben aan richting voor de uitwerking van een notitie. Een veelvoud van ideeën draagt het risico dat het allemaal maar half wordt gerealiseerd.

Namens PvdA-GroenLinks heb ik dan ook aangegeven waar de gemeente naar mijn mening op moet inzetten: maak een heldere keuze, stel een ambitie en ga daarvoor! Uit de lokale samenleving zelf komen al vele ideeën, dat hoeft de gemeente niet over te nemen. Hooguit moet de gemeente ervoor open staan om op verzoek deze initiatieven te ondersteunen. Zo vroegen de meeste initiatieven tijdens de pitch vooral hulp op het gebied van communicatie. Dat is een quick win lijkt me. De rol van de gemeente is een voorbeeldfunctie: zelf laten zien dat je investeert en je ambities realiseert. En zorg dat deze inzet ook zichtbaar is voor de burgers.

Als het college dit advies ter harte neemt is de uitwerking van een duurzaamheidsnota opeens niet zo ingewikkeld meer. Het coalitieakkoord en de aangenomen moties geven immers al de onderwerpen aan waar steun voor is. Kies een lange termijndoel, werk dit uit in verschillende korte termijnstappen en ga het uitvoeren. Alle aangenomen moties zijn nu slechts nog wensen op papier. De opdracht aan het college is dit om te zetten in actie.

vrijdag, 2 december 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Dit kabinet doet aan schone autootjes pesten

elektrische_autoWie een schone auto rijdt, zou minder parkeergeld moeten betalen. Maar dat wil de staatssecretaris niet. Terwijl steden juist graag groene politiek voeren. Lees het opiniestuk dat Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren schreef samen met wethouder Jan van der Meer in Nijmegen, wethouder Frits Lintmeijer in Utrecht en stadsdeelwethouder Dirk de Jager in Amsterdam-West.

Niet minder dan drie kabinetten bogen zich erover: een simpele regeling die het gemeenten mogelijk maakt om schone auto’s minder parkeergeld te vragen. Deze week zette staatssecretaris Atsma (Infrastructuur) het wetsvoorstel bij het grof vuil. Daarmee zet hij een dikke streep door een belangrijk adagium van dit kabinet: decentraal wat kan, centraal wat moet. Alhoewel de lucht in Nederland gemiddeld gesproken langzamerhand ietsjes minder ongezond is geworden, blijven er met name in de steden veel knelpunten over.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten trok pas weer aan de bel: als de lucht niet schoner wordt en we de afgesproken normen niet halen, blijven niet alleen de gezondheidsrisico’s te hoog, maar ontstaan er, net als tien jaar geleden, wettelijke problemen met nieuwbouw. Het beleid van het kabinet om de lucht te klaren is weinig behulpzaam. Door de snelwegen te verbreden, neemt ook de druk op wegen in de stad verder toe. Mensen moeten tenslotte via die brede wegen het stedelijk gebied in. De kaalslag in het openbaar vervoer helpt ook niet om mensen te verleiden over te stappen op duurzamer vervoer. Bovendien wordt het fiscaal beleid om schone auto’s te stimuleren uitgekleed. De verhoging van de maximum snelheid tenslotte leidt tot extra uitstoot.

Een staatssecretaris die zelf weinig doet, zou op zijn minst decentrale overheden die hun verantwoordelijkheid willen nemen de kans moeten geven dat te doen. Dat zou ook passen in de verregaande decentralisatiepolitiek van dit kabinet. Het is dan ook knap inconsequent om gemeenten het recht te ontzeggen om mensen die investeren in superschone (en doorgaans dure) auto’s een voordeeltje te bieden bij het parkeren. Een nieuw fenomeen in Nederland: schoon autootje pesten.

Atsma zegt zich bovendien zorgen te maken over mensen met een krappe beurs. Die zouden nadeel kunnen ondervinden van gedifferentieerde parkeertarieven. Dat valt te bezien. Het bieden van voordeel aan de een, betekent niet per se nadeel voor een ander. Het argument is ook hypocriet: op tal van andere beleidsterreinen interesseert de inkomenspositie van laagbetaalden dit kabinet geen zier.

Er komt nog iets bij. Door een wetsvoorstel dat al sinds 2007 in het vat zit letterlijk op een achternamiddag van tafel te vegen, toont de rijksoverheid opnieuw haar onbetrouwbaarheid richting ondernemers. Groene pioniers, ondernemers die innovatieve producten willen slijten zoals elektrische auto’s of auto’s op biogas, worden gek van de wispelturigheid van de overheid. Het fiscaal regime verandert om de haverklap en aangekondigde wetten die schone auto’s een steuntje in de rug geven, verdwijnen plots van tafel. Daar bouw je geen businesscases mee op.

We hadden meer verwacht van staatssecretaris Joop Atsma. In het verleden maakte juist hij zich sterk voor bijvoorbeeld investeringen in snelfietsroutes. Maar deze CDA-bewindsman heeft zich inmiddels gevoegd naar de anti-duurzaamheidssentimenten van dit kabinet. Louter uit rancune tegen alles wat groen is weigert hij nu ook steden de kans te geven moderne groene politiek te bedrijven. Daarmee vervreemdt het CDA zich niet alleen van stedelijke kiezers, maar ook van groene ondernemers.

donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

maandag, 28 november 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Ohja, we hebben ook nog natuur in Nederland! Hè, vervelend!

In politieke zaken, belasting, beleid, cda, crisis, durban, eurocrisis, financiële crisis, gezondheid, en meer.

Afgelopen weken is er een duidelijke trend merkbaar in Nederland, of beter gezegd in het beleid van het kabinet bestaande uit VVD en CDA.

De nieuwe natuurwet van staatssecretaris Bleker die volgens veel natuurorganisaties juist een aantasting van de natuur is in plaats van een verrijking van de natuur, dan blijkt dat er maar één volksvertegenwoordiger (Bas Eickhout, GroenLinks) uit Nederland naar de klimaattop in Durban gaat en dan werd vandaag bekend gemaakt dat er vanaf 1 september 2012 op 60% van de snelwegen 130 km/uur gereden mag worden en de snelheid bij 4 grote steden van 80 km/uur naar 100 km/uur verhoogd gaat worden.

Je zou bijna denken dat tijdens het ministerraad de volgende zin wekelijks uitgesproken wordt:

"Ohja, we hebben ook nog natuur in Nederland! Hè, vervelend!"

Want wat moeten we toch met die natuur en waarom zouden we ons druk maken over het klimaat als we al onze handen vol hebben aan de eurocrisis en de financiële crisis.

Daarnaast wil dit kabinet des te meer de Nederlandse bevolking te vriend houden, althans dat denken ze.

Getuige een quote van minister Schultz op nu.nl:

"Je bent sneller op de plek van bestemming en het sluit ook beter aan bij de beleving van de weggebruiker."

Daarbij wordt geheel voorbij gegaan aan het effect van milieu, gezondheid en brandstofverbruik!

Gaat het kabinet binnenkort belasting heffen op mensen die van natuur genieten? En mensen die niks van natuur moeten hebben juist een belastingvoordeel geven? Je zou het bijna gaan denken, gezien de nieuwe wetten en maatregelen!

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1494 uur (62,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,4 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6