zondag, 20 mei 2012

Henk Spaan

Henk Spaan

De kandidatuur van Tofik Dibi

In uncategorized, besluiten, bestuur, congres, cpn, de pers, dibi, discussie, eu, en meer.

Een paar dingen moeten me van het hart omtrent de kandidatuur van Tofik Dibi voor het lijsttrekkerschap.

Ten eerste heeft de kandidatencommissie jammerlijk gefaald. Ze doet er goed aan af te treden.
De commissie had vanaf het begin haast moeten maken omdat de verkiezingen al in september zijn. Het was niet verstandig om pas eind mei met de kandidaten te voorschijn te komen.
Vervolgens had de commissie, vanaf het moment dat bleek dat er ook voor het lijsttrekkerschap meerdere kandidaten waren, moeten besluiten tot een extra snelle en openbare procedure voor plaats nummer één.
Tofik Dibi stelde zich kandidaat en de commissie had niet mogen twijfelen aan zijn geschiktheid. Zijn persoon was onbesproken, iedereen kent hem en kan zelf oordelen. Natuurlijk kan de commissie sommigen die zich melden, passeren, maar toch niet de nummer twee van de vorige lijst!
Als de commissie Tofiks kandidatuur zonder morren geaccepteerd had, zou dat misschien enige aandacht krijgen, maar ik denk niet dat het congres voor hem gekozen zou hebben, want in tegenstelling tot wat hier en daar in de pers wordt beweerd, is de achterban van GroenLinks niet non-conformistisch en anti-autoritair, maar veeleer het tegendeel in interne kwesties.
De commissie was niet blij met de kandidatuur van Tofik en ik neem even aan dat het niet alleen een houding (of een fout) van de commissie is geweest, maar dat het een afspiegeling was van de stemming op het partijbureau en in het bestuur. Het “apparaat” was niet blij en dat was al te zien aan de afwerende reacties toen Rutger Castricum het partijkantoor binnen struinde met de pesterige vraag over de kandidatuur.
Ik begrijp overigens niet waarom nu plotseling een referendum moet komen over het lijsttrekkerschap en waarom de keuze niet wordt overgelaten aan het congres, zoals vaak in het verleden.

Als in de afgelopen jaren iemand anders zich kandidaat had gesteld voor het lijstrekkerschap naast Femke Halsema, dan zou waarschijnlijk niemand bezwaar hebben, want over haar positie bestond weinig twijfel. Maar nu is er paniek omdat er over Jolande Sap wél twijfels zijn. Het moet eens gezegd worden: Jolande Sap maakt als lijsttrekker geen sterke indruk. Zij is een uitstekend kamerlid, maar lijsttrekker? Nee. In contacten met de pers herhaalt ze zich te vaak, het lukt haar niet te ontspannen en ik vrees dat dat meer is dan een beginnersprobleem. Een maand geleden nog dacht ik: misschien moet ik eens D’ 66 stemmen.
Maar ik was blij met het wandelgangenaccoord en besloot toch weer GroenLinks te stemmen. (want als Nederland al aan die drie procent gaat prutsen, kan je de EU gelijk wel opheffen; maar dat is een andere discussie). En nu krijgen we dit, en twijfel ik opnieuw.

Ik denk niet dat we het Tofik Dibi moeten verwijten dat hij zich kandidaat gesteld heeft. Ik neem even aan dat hij kritiek had op Jolande Sap, dat hij dacht dingen beter te kunnen en dan heeft hij het recht om zich kandidaat te stellen. Het is de vraag of het verstandig is, maar het mag. Zeker op het moment dat ook andere partijen lijsttrekkersverkiezingen hebben, is de gedachte aan meerdere kandidaten niet absurd. Als er niet zo spastisch gereageerd was, had het ook geen verzwakking hoeven zijn voor Jolande.
Ook Jolande valt niet veel te verwijten, zij heeft even geslikt, maar vervolgens was zij bereid “de strijd aan te gaan”. Mijn twijfel aan GroenLinks wordt gevoed door de partijcultuur die zichtbaar is geworden: Niemand mag zien dat er discussie is in GroenLinks, niemand mag weten dat er twijfel is, GroenLinks blijft een erfgenaam van de CPN.

Toen bleek dat Tofik Dibi kandidaat was, had ik de neiging voor hem te kiezen. Ten eerste omdat hij prettiger overkomt in discussie of in gesprekken met de pers en ten tweede om een inhoudelijke reden, namelijk dat hij in het verleden heeft gezegd dat GroenLinks groener moet worden. Het wordt tijd daar eens werk van te maken. De laatste partijraadsvergadering ging over “groene economie”. Het leek erop dat iedereen (behalve ik natuurlijk) vond dat onze groene en onze linkse principes gecombineerd konden en moesten worden: GroenLinks komt op voor het milieu en voor de zwakkeren in de samenleving.
Juist de wens om die belangen te combineren belemmert GroenLinks om daadwerkelijk op te treden als een verdediger van een samenleving die zuinig omgaat met grondstoffen en de natuur. De “zwakkeren in de samenleving” zitten bepaald niet te wachten op de mening van GroenLinks en zijn allang weggelopen naar de SP of naar de PVV. GroenLinks heeft daar niets te winnen. Wij moeten niet de belangen behartigen van mensen die ons daar niet om vragen en soms moeten we ons duidelijk uitspreken tegen de materiele belangen van mensen.
Ik beweer al langer dat links en groen strijdig kunnen zijn en vroeg of laat zal dat ook wel tot GroenLinks doordringen. Maar voor dit moment is het kwaad geschied. Tofik Dibi is gedwongen zich in te graven, te “vechten als een leeuw” in een strijd die hij verliezen zal, de gemoederen lopen hoog op en het kan alleen maar meer verliezers geven.


zaterdag, 5 mei 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Hakken revisited

In persoonlijk, politiek personeelsbeleid, v/m, besluiten, boek, dames, de, gewoon, gezin, en meer.

‘k Heb mijn beroepsdeformatie snel kunnen uitleven, heb het Hakkenboek inmiddels uit. Is dit nu dé handleiding voor vrouwen die besluiten zich kandidaat te stellen voor het Kamerlidmaatschap? Nou, nee. Levensverhalen van 30 politiek actieve dames en een boel algemene bespiegelingen: over het glazen plafond, dat vrouwen 100% zeker van zichzelf willen zijn voor ze zichzelf geschikt vinden voor een functie, van die dingen. En een aardig inkijkje in het reilen en zeilen van de politiek, dat wel. Voor het overgrote deel ook toepasselijk op en voor mannen.

Neem de lijst met basiscompetenties die de auteurs onderscheiden om te kunnen slagen in de politiek: kennis van zaken (is strikt gezien geen competentie, maar ach), presentatievaardigheden, debatteer, argumenteer- en vergadertechnieken, samenwerken, prioriteiten stellen, standvastig en daadkrachtig zijn. Niet bepaald onderscheidend. Hooguit gaat het verder in het boek nog over het uiterlijk, de persoonlijke presentatie van dames. Levert geen verrassingen op: niet te meisjesachtig, powerdress e.d. De auteurs noemen nog een boel andere competenties, als netwerken, omgaan met de media en organiseren. En tadaa, bij die laatste vaardigheid gaat het over het de combinatie van politiek en gezin. Zou dat ook bij mannen aan de orde geweest zijn, vraag ik me dan af.

Een aardig boek, maar helaas niet meer dan dat. Misschien niet toch diep genoeg gegraven, maar misschien valt er ook niet zo veel te graven. Net als in de top van het bedrijfsleven is de beeldnorm in de politiek een man met een pak. Dus dames: gewoon doen. Laat je zien. Niet miepen of je het wel kunt, dat doen die kerels ook niet. Kom maar op!


donderdag, 26 april 2012

John Jorna

John Jorna

De campagne is begonnen

In column van de week, 3%, ambtenaren, beleid, beperking, besluiten, bezuinigen, bnp, compromis, en meer.

DE EU EN DE VERKIEZINGEN

Hoe stimuleer je als overheid de economie? Ga je volgens Keynes extra veel geld uitgeven en zo werk creëren of ga je bezuinigen om zo het bedrijfsleven te stimuleren veel te investeren en de consumptie op te peppen doordat de belastingen laag zijn, zoals wijlen Reagan praktiseerde? Elke Nederlandse partij zal hierin een keuze behoren te maken. De weg volgens Keynes is door Nederland zelf afgesloten door in de Europese Raad keiharde garanties te eisen, dat alle lidstaten zo snel mogelijk hun tekort onder de 3% van het BNP zouden brengen. Het kwam Rutte goed uit, want dan zou hij het VVD-programma van veel bezuinigen kunnen uitvoeren en de EU de schuld geven van de noodzaak te bezuinigen. Maar hij presenteerde de rekening vooral aan politiek en economisch zwakke groepen als mensen met een beperking, ouderen en uitkeringstrekkers. Dat kon Wilders niet aan zijn achterban verkopen en zo struikelde het kabinet. De oplossing moet gezocht worden in hervormingen en zo bezuinigen, dat niet juist zwakke groepen worden getroffen en de economie stimuleren door deze krachtig te vergroenen. Het zal mij benieuwen of dat de vijf of zes partijen lukt. Het GroenLinks-programma moet dit gedegen uitwerken.

Hoe moet onze houding tegenover de EU worde?. De huidige crisis heeft overduidelijk aangetoond dat de EU een duidelijke en krachtige leiding mist. Was die er wel geweest en had deze vroegtijdig en stevig ingegrepen en daarvoor al veel scherper het begrotingsbeleid van de lidstaten gecontroleerd, dan zou de crisis niet zo omvangrijk zijn geworden. Nu moest de Duitse Bondsrepubliek voor die krachtige leiding zorgen. Het kwam neer op een Duits dictaat, volop gesteund door Nederland, Finland, Oostenrijk en schoorvoetend door Frankrijk. De huidige aanpak strookt niet bepaald met de Franse traditie, waar de staat een belangrijke rol speelt en de eigen economie zoveel mogelijk beschermt.

Het is mooi, dat er nu toch een zekere consensus is ontstaan, maar wat heeft dat een moeite gekost. Er zullen ongetwijfeld nog heel wat crisissen volgen en elke keer zal dan weer oneindig lang overleg volgen om een moeizaam compromis te bereiken. Allerlei problemen in Europa (en de rest van de wereld) vragen om een duidelijk antwoord: krachtige regelgeving en scherpe controle op de uitvoering. Die uitvoering van de Europese regelgeving ligt nu nog bij de lidstaten en in eerste instantie de controle op de uitvoering ook. Daar ligt een duidelijke zwakte van de EU. Er gaat van alles mis.

De voorbereiding en de besluitvorming over die regelgeving gebeurt vooral door de Europese Raad. Eigenlijk zie je hier een vermenging van uitvoerende macht, die een beleid voorstelt en wetgevende macht, die de voorstellen goedkeurt. De verdere uitwerking gebeurt dan door de ambtenaren onder leiding van de Europese Commissie. De politieke opstelling van de Europese Raad wordt bepaald door de kleur van de afzonderlijke regeringen. In Europa is de meerderheid van de regeringen nu rechts en dus komt er een rechts beleid uit. De nationale opposities zijn in de Europese Raad niet vertegenwoordigd. Uit democratisch oogpunt gezien zou het rechtstreeks door alle Europeanen gekozen Europees Parlement een veel grotere zeggenschap moeten hebben. Vanuit het principe van de scheiding van machten zou de voorbereiding van de besluitvorming en de uitvoering van de besluiten veel meer bij de Europese Commissie moeten liggen. De toestand in de wereld vraagt om snelle en doortastende en democratisch verantwoorde besluitvorming. Allerlei praktijken van financiële machten en criminele organisaties moeten aan banden worden gelegd. Afzonderlijke landen zijn hiertoe niet in staat. Een ontwikkeling naar een federaal Europa is onontkoombaar.

Jaargang 5, Nr. 212.

woensdag, 25 april 2012

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Bomen beschermen (2)

In amsterdam zuid, politiek, bomen, deregulering, handhaving, schriftelijke vragen, amsterdam, besluiten, bestuur, en meer.

Vogelvrije boom in het Sarphatipark?

Stadsdeel Oud-Zuid had een bomenverordening die lang tot de meest progressieve van de heel Amsterdam behoorde. Bomen kregen daarin bescherming dankzij duidelijke en strenge criteria waaraan een kapaanvraag moet voldoen. Niet om individuele bewoners tot last te zijn, maar juist om het publieke belang van bomen te waarborgen. En als er valide argumenten zijn voor kap van een boom, dan ook een verplichting tot herplant van een nieuwe; zodat ontgroening van de stad wordt voorkomen.

De bomenverordening van Oud-Zuid heeft zelfs model gestaan voor een ‘geharmoniseerde’ Amsterdamse verordening. Want waarom veertien verschillende – soms zeer verouderde – verordeningen per stadsdeel, als we het in de stad eens zijn over goede regels die bomen beschermen? Helaas, nu zit er in stadsdeel Zuid een bestuur dat in die vooruitstrevende verordening wil gaan hakken. Twee punten springen in het oog: 1) grotere stamomtrek voor vergunningvrij kappen van bomen; en 2) afschaffen van de herplantplicht.

Nu kan ik daar gewoon tégen zijn. Maar dat zou ik te makkelijk vinden. Op zijn minst vind ik dat ik moet begrijpen wat de beweegredenen zijn om de bomenverordening te ‘dereguleren’ – het goedpraatwoord van de huidige coalitie om je handen ergens van af te trekken.

Was er misschien een breed beleefde behoefte aan deregulering van de bomenverordening? Wie hebben die behoefte dan geuit? Welke bewoners en bedrijven smachtten naar minder regels om bomen waarvan zij kennelijk af wensten? Welke redenen zijn daarbij genoemd? En zijn de voorgestelde maatregelen inderdaad het antwoord op de geuite behoefte? Nergens wordt op deze toch relevante vragen ingegaan. Het lijkt er op dat het coalitiepartijen in stadsdeel Zuid vooral willen dereguleren om het dereguleren – of de samenleving daar nu beter van wordt of niet.

Een tweede reden – veel legitiemer – zou kunnen zijn dat het stadsdeel moet bezuinigen. In dat geval moet natuurlijk duidelijk zijn dat de oude verordening veel kosten met zich meebrengt en dat de nieuwe een stuk goedkoper is. Maar nergens stelt het het dagelijks bestuur zichzelf ook maar deze vraag, laat staan dat het een poging doet om dit inzichtelijk te maken. Dus ook hier is het speculeren naar motieven. Voor het in behandeling nemen van een kapvergunning worden leges in rekening gebracht, die – in principe – kostendekkend zijn. Kapaanvragen behandelen zal dus nauwelijks drukken op de stadsdeelbegroting. Anders is dat met de handhaving van de herplantplicht. Als mensen na het vergund vellen van een boom verzaken een nieuwe boom te planten, moet het stadsdeel dat via een bestuursrechtelijk handhavingstraject gaan afdwingen. Dat is veel gedoe. Zonder verplichting tot herplant, geen reden tot handhaving en dat scheelt geld. Hoeveel geld? Wederom: het dagelijks bestuur zegt er niets over. We weten niet wat het stadsdeel bespaart door bomen vogelvrij te verklaren.

Het lijkt blinde dereguleringsideologie, zonder enige kennis van de gevolgen. Dereguleren omdat het kan, niet omdat het moet. Namens GroenLinks heb ik daarom maar vragen gesteld om zicht te krijgen in de gevolgen – inzicht dat een dagelijks bestuur behoort te geven vóórdat het de raad vraagt iets te besluiten.

dinsdag, 24 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Het gedoogkabinet is niet meer

Bron: www.xiara.be

Ik zou er iets over moeten zeggen. Ik heb tenslotte vaak een mening hier. Vaak denk ik dat ik het beter weet. Maar ik weet het even niet meer.

Natuurlijk ben ik blij dat deze regering is gevallen. Dat de invloed van de gedoger, al is het maar tijdelijk, is teruggedrongen. Dat we van het meest rechtse kabinet sinds mensenheugenis af zijn.  Maar wat nu?

Verkiezingen eind juni of begin september? Of toch in de zomer? Rutte en de Jager snel een begroting in elkaar laten flansen of met de hele kamer proberen iets te schrijven? Demissionair kabinet of demissionair met uitzonderingen? Zo snel mogelijk onder de drie procent of mogen we er iets boven zitten? Belangrijke besluiten voor ons uit schuiven of toch snel knopen doorhakken? Ik weet het echt niet.

Vele keuzes zijn simpel. Niet bezuinigen op onderwijs en zorg, wel op defensie. De lage inkomens ontzien, de hoge inkomens kunnen nog veel missen. Ontwikkelingssamenwerking (dat is iets anders dan ontwikkelingshulp) hoeft niet te bezuinigen, cultuur ook niet. Multinationals die hier belastingvoordeel genieten profiteren ten koste van de ‘normale man’, moeten zwaar belast worden. Mislukt project JSF meteen stopzetten. Niet meer investeren in asfalt, maar wel in beter openbaar vervoer. Marktwerking in zorg, ov, nutsbedrijven en onderwijs is uit den boze. Bonussen zijn geen prikkel om beter te presteren, maar zorgen voor meer hebzucht. Morgen nog beginnen met terugtrekken uit Kunduz.

Mijn beeld is wel duidelijk. Maar hoe het voor elkaar te krijgen, geen idee. De vragen blijven onbeantwoord. De tijd zal uitwijzen wat er moet gebeuren..


donderdag, 12 april 2012

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

vrijdag, 23 maart 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Politiek 2.0

In de maatschappij dat zijn wij!, politiek, sociale media, 2.0, arabische lente, beleid, besluiten, blogs, burgers, en meer.

De democratie zou best wel eens met z’n tijd mee kunnen gaan. Burgers hebben wel vertrouwen in het democratische systeem maar niet meer in partijen en besluiten. Wil de burger 2.0 wil meer inspraak? Nou dat kan. Wat zijn de opties en waarom komt het er niet van?

Door twee auteurs is een boekje samengesteld over het gebruik van sociale media en politiek ‘Veel gekwetter, weinig wol’. De ene, Aalberts, is onderzoeker politieke communicatie en gelooft niet dat nieuwe media werkelijk burgers bij politiek gaan betrekken. De andere, Kreijveld, is aldus de omschrijving futuroloog en toekomstverkenner. Hij gelooft juist wel in de wisdom of the crowd.

De opties

De sociale media als hyves, twitter, facebook en blogs bieden uitgebreide mogelijkheden de democratie een boost te geven. Ten eerste kunnen via deze media burgers beter worden geïnformeerd. Omgekeerd kunnen politici vlotjes de wensen van burgers peilen, bijvoorbeeld door middel van digitale burgerpanels. Daarnaast kunnen mensen elkaar makkelijk bereiken om standpunten uit te wisselen en te mobiliseren voor politieke doelen. Denk aan de Arabische Lente waarbij veel eer gaat naar Facebook. Hoewel er ondertussen vaak genoeg op is gehamerd dat Facebook niet de Arabische Lente heeft veroorzaakt, weten we omgekeerd wel dat het de communicatie flink heeft versneld.

Het resultaat

Politici informeren via de sociale mediakanalen wel over hun werk maar van interactie is weinig sprake. Als reden van het bijhouden van bijvoorbeeld een hyve noemden politici vooral  de mogelijkheid snel contact met de achterban te kunnen hebben. Generen van ideeën van burgers werd niet genoemd. Het contact dat er is, blijft oppervlakkig.

De concrete opbrengst is mager. Veel reacties van burgers blijven onbeantwoord – burgers geven aan ook niet echt antwoord te verwachten – , niet duidelijk is welke burgers bereikt worden en onduidelijk is wat ‘men’ wil. Een goed ontvangen proefballonnetje van een politicus kan al snel de verwachting wekken dat het ook werkelijk reëel beleid wordt. En dat kan niet altijd. Mensen volgen politici vaak om de persoon, inspirerend, dezelfde leeftijd enz.  of om een statement te maken als volger van een bepaald iemand. Niet om een bestuurlijke bijdrage te leveren.

Conclusie

Sociale media worden niet optimaal benut voor politiek. Hyvende en twitterende politici schieten met hagel op een ongedefinieerde doelgroep. Via de traditionele media blijkt zo’n grote groep beter bereikt te worden.  Juist via de sociale media kan men zich richten tot een specifieke doelgroep.

Cocreatie, ontwikkelen van beleid door politici samen met burgers, is binnen handbereik gekomen. Je mag verwachten dat het draagvlak voor nieuw beleid dan een stuk groter is. De politiek kan zich dan beperken tot de hoofdlijnen waarbinnen deze cocreatie van beleid plaats kan vinden. Aangezien burgers en politici nog volledig in hun eigen rollen zitten, valt zo’n verandering niet echt te verwachten en blijft het bij veel gekwetter en weinig wol.

 

woensdag, 21 maart 2012

Raymond van Es

Raymond van Es

Het schip van Theseus

In filosofie, besluiten, delen, dieren, dood, foto, gewoon, heraclitus, identiteit, en meer.
Theseus is een held uit de Griekse mythologie. Je kunt hem vergelijken met de moderne superhelden als Superman. Zijn bekendste daad was het doden van de Minotaurus. Koning Minos van Kreta dreigde met oorlog met Athene. Deze kon alleen voorkomen worden als er om de zeven jaar veertien jongeren, zeven jongens en zeven meisjes, liet overvaren als voedsel voor de Minotaurus. Theseus was een van deze jongeren. Zijn doel was de Minotaurus te doden en de andere jongeren te redden. Hij werd op Kreta verliefd op de koningsdochter Ariadne. Zij gaf de draad van Ariadne en een zwaard. Theseus dood de Minotaurus en weet te ontsnappen uit het labyrint.
De naam van Theseus is ook verbonden aan een paradox uit de filosofie. Deze paradox heeft betrekking op de vraag of een object hetzelfde blijft als je alle onderdelen waar dit object uit bestaat vervangt door andere onderdelen. De paradox komen we tegen bij Plutarchus die hem in de eerst eeuw na christus heeft opgetekend. Hij vroeg zich of of een schip waarbij alle houten onderdelen waren vervangen nog steeds hetzelfde schip was. Eerder werd deze paradox al besproken door filosofen als Heraclitus, Socrates en Plato. Het heeft dus oude papieren binnen de filosofie. Later komen we hem ook tegen bij denkers als Thomas Hobbes en John Locke. Het is een model binnen de filosofie voor de vraag of iets hetzelfde blijft of toch iets anders is geworden.
Plutarchus vroeg zich af of een schip hetzelfde blijft als het stukje bij beetje vervangen wordt. Hobbes maakte de paradox nog wat moeilijker.. Wat als de oorspronkelijke planken verzamelt worden en er een tweede schip wordt gebouwd. Welk schip is dan het originele schip van Theseus?
John Locke bedacht een variant met een sok. Stel je hebt een favoriet paar sokken. Je bent zo aan deze sokken gehecht dat je ze niet weg wilt gooien. Nu zit er in een van deze sokken een gat. Je besluit dit gat te stoppen. De sok blijft doorslijten en je stopt het ene gat na het andere. Zou je nog steeds van dezelfde sok kunnen spreken als al het oorspronkelijke materiaal was vervangen?
Hoe zit het nu met deze paradox? Stel dat Theseus aan het varen is en hij vervangt onderweg een plank. Iedereen zal het er mee eens zijn dat we dan nog steeds spreken van hetzelfde schip. Er moeten onderweg echter steeds meer planken vervangen worden. Een schip moet onderhouden worden en er slijt nog wel eens wat. Op het moment dat Theseus de haven binnen vaart, zijn alle planken vervangen. Is het schip dat aankomt dan nog hetzelfde schip als het schip dat vertrok? Is er een moment aan te wijzen waarop het schip van Theseus niet meer hetzelfde schip was? Stel dat het schip uit honderd planken bestond. Je zou kunnen besluiten dat het schip niet meer hetzlefde was als het voor de helft was vervangen. Klopt dit wel? Was het dan niet meer hetzelfde schip nadat de vijftigste plank was vervangen? Dat lijkt willekeurig. Waarom niet pas bij de eenenvijftigste plank of al bij de negenenveertigste. Was het nog hetzelfde schip toen er zevenenveertig planken waren vervangen? Je zou kunnen besluiten dat je wel degelijk moet spreken van een ander schip, telkens als er een plank is vervangen. Natuurlijk, elk nieuw schip lijkt erg veel op het vorige schip, maar het is toch een ander schip. Je hebt gewoon een serie bijna identieke schepen. Dat is een consequente en niet willekeurige oplossing. Het zou wel betekenen dat niets hetzelfde blijft door de tijd heen. Bij heel veel dingen worden er onderdelen vervangen in de loop van de tijd. Dat gaat niet alleen op voor schepen maar ook voor vliegtuigen, auto's, planten, dieren en mensen. Elke cel in ons lichaam wordt gedurende ons leven meerdere keren vervangen door andere cellen. Toch zouden we niet willen zeggen dat we nu daardoor een ander mens zijn geworden. We blijven toch dezelfde persoon. We hebben een identiteit door de tijd heen. Als je de redenatie volgt dat je moet spreken van een ander schip als er een plank is vervangen, dan moet je ook spreken van een ander mens als iemand een kunstheup heeft gekregen. Dat lijkt me toch aardig absurd.
Een andere oplossing zou de theorie van de temporele (tijdelijke) delen zijn. Zoals een schip ruimtelijke delen heeft, zo heeft een schip volgens deze theorie ook tijdelijke delen. Als ik een foto zie van het stadhuis van Leiden die gemaakt is op 15 maart 2012, dan, zie ik volgens deze theorie niet het gehele stadhuis, maar slechts een deel ervan. Ik zie slechts het '15 maart 2012 deel'. Een dergelijk deel noemen we dan een 'temporeel' ofwel tijdelijk deel. Als we op de eerste dag van de vaart een plank vervangen, is het schip dan na de eerste dag een ander schip? Volgens deze theorie is dat niet het geval. We hebben slechts het dag1 deel van de plank vervangen, maar niet dag2 deel, het dag3 deel, het dag4 deel etc. Wat we 'het schip van Theseus' noemen is in deze theorie niets anders dan de verzameling van alle temporele delen. Die verandert nooit. Het schip is de verzameling. Op deze manier beschouwd heeft het schip een identiteit door de tijd heen.
Het blijft een beetje raar dat er nooit wat verandert. De verzameling verandert nooit dus verandert het schip nooit. Hoe vaak je ook planken vervangt, het schip blijft hetzelfde. Dat kan natuurlijk niet kloppen. Sommigen noemen deze theorie daarom zelfs idioot. Daar kan ik het alleen maar me eens zijn.
We kunnen natuurlijk ook zeggen dat het ons niet uitmaakt wat het ware schip van Theseus is, zolang je er maar mee kan doen wat je wilt. In het geval van Theseus naar Kreta varen om de Minotaurus te verslaan. Misschien kunnen we het schip zelfs wel verbeteren als we bepaalde onderdelen vervangen. Dit kunnen we een functionele opvatting noemen. Veel mensen zullen waarschijnlijk zo denken, en het is ongetwijfeld een opvatting die voor de alledaagse praktijk voldoet. Het is echter wel een wat oppervlakkige opvatting. De paradox wordt hier niet opgelost, maar gewoon genegeerd.
Er zijn nog vele andere manieren om tegen deze paradox aan te kijken. Er is er echter geen een die een bevredigende oplossing biedt. Het schip van Theseus zal dus voorlopig nog wel even door onze hoofden blijven varen.

dinsdag, 20 maart 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

De Koning en de formatie

In weblog, formatie, koning, tweede-kamer, invloed, kabinet, koningin, meerderheid, nieuw, en meer.

Koningin Beatrix

Het lijkt er op dat een ruime meerderheid van de Tweede Kamer zal besluiten dat de Koning(in) geen rol meer zal hebben in de formatie van een nieuw kabinet en de Kamer zelf de formateurs zal benoemen. Hoewel ik dat vanuit oogpunt van democratisch wensdenken wel snap hoeft het van mij niet zo.

Het voordeel van een formatie waarbij de regie op het proces bij de Koning ligt is dat deze redelijk politiek neutraal mogelijke coalities kan onderzoeken en het partijpolitieke gedoe achterwege kan blijven. Van ondoorzichtig gekonkel op het Binnenhof blijf je dan gevrijwaard. Dat de gesprekken met de Koning achter gesloten deuren zijn is logisch omdat iedereen zijn wensen en eisen op tafel moet leggen en dat is politiek gevoelig. Dit is ook een reden om het bij de politiek neutrale Koning te laten.

De Koning doet verslag aan de Staten Generaal en daarmee is de transparantie weer gewaarborgd. De formateur voert namens het staatshoofd daarover een eventueel debat.

Het is nu kennelijk populair om het koningshuis ‘aan te pakken’, maar welk doel dit dienen moet is me niet zo helder. Dat de laatste formatie een zooitje was kwam eerder door dwarse politici dan door de vermeende invloed van de Koningin. Dan vind ik het wel vertrouwenwekkend dat zij de regie blijft voeren met haar 30 jaar ervaring inplaats van de voorman/vrouw van de laatste politieke modegril.

zondag, 11 maart 2012

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Keuzevrijheid vrouw mag niet in geding komen!

Op 5 maart hield ik tijdens het debat verloskunde een korte inleiding.

ooievaar 1 214x300 Keuzevrijheid vrouw mag niet in geding komen!

 

 

 

Bijdrage debat Behoud
Verloskunde 5 maart 2012

Voor de gemeenteraad (en ook GroenLinks)  zijn er drie belangrijke redenen voor behoud
verloskunde voor Meppel en de regio.

1e. Vanuit
het gezondheidsperspectief.

We staan voor kwalitatief goede basiszorg in de regio;
behoud volwaardig ziekenhuis inclusief acute verloskundige zorg.

Goede ketenzorg: samenwerking tussen verloskundigen,
gynacologen, huisartsen.

2e belang
van goede voorzieningen / werkgelegenheid

Meppel groeit . behoefte aan goede voorzieningen voor niet
alleen oud maar ook jong!

Niet duidelijk wat effecten zijn voor kindergeneeskunde/
andere afdelingen. Werkgelegenheid staat op de tocht.

3e Geen
draagvlak voor de plannen: waar blijft de klant, tellen die nog wel mee bij
ziekenhuis en Achmea?

Minister heeft gevraagd geen onoverkoombare besluiten te
nemen. Eerst een zorgvisie. Ziekenhuis neemt toch al een besluit.

Minister vraag maatwerk, creatieve oplossingen, goede samenwerkingsmogelijkheden.

Is sluiting van verloskunde nu maatwerk? Is dit creatief?

Belangrijkste. Keuzevrijheid
van de vrouw
komt in het geding . Mogelijkheid moet blijven als men dat wil
op een veilige wijze thuis te kunnen bevallen en bij problemen binnen
bereikbaarheidstijd in een ziekenhuis te komen. Dat staat nu op het spel. Daar
moeten we met elkaar toch passende oplossingen voor kunnen bedenken?

Ik hoop dat dit debat hiertoe een aanzet is.

Willie Oldengarm, fractievoorzitter GroenLinks Meppel

 

maandag, 5 maart 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

ACTUEEL: Referenda: Ja of Nee?

In politiek, democratie, eerste, leiden, maatschappij, fractie, gevaar, gewoon, algemeen, en meer.

           De PvdA kiest een nieuwe ‘leider’. Nou ja, eigenlijk ligt het anders; de leden van de PvdA kiezen de leider van de fractie in de Tweede Kamer. Dit doen ze door middel van een referendum. Er hebben zich vijf kandidaten gemeld, waarvan er waarschijnlijk twee niet eens de reputatie hebben om de fractie te kunnen leiden. De fractieleider wordt verkozen door een referendum. Kijkend naar de vorige soortgelijke verkiezingen (Rutte vs. Verdonk) en de context van de PvdA vóór dit referendum, kunnen we niks anders concluderen dan dat dit referendum slopende gevolgen zou kunnen hebben. Aangezien de strijd binnen de PvdA uitgebreid aan bod is gekomen, richt ik mij op de referenda. Om dit te doen plaats ik hieronder het al eens eerder (23 december 2011) verschenen stuk over referenda. Lees en oordeel zelf.

           Het is bijna het einde van het jaar en dat betekent dat allerlei media lijstjes op gaan stellen. De beste politicus, de beste reclame, de beste sportman, het beste radioprogramma en de beste tv-show van het jaar of seizoen. Gewoon een selectie van de rijtjes die de afgelopen maanden de revue zijn gepasseerd. Vooral dit jaar was er echter een storm aan kritiek op de winnaars. Tegelijkertijd zien we de laatste jaren juist een roep om meer democratie via referenda. In dit stuk zal ik proberen uit te leggen waarom ik ‘nee’ stem tegen de meeste vormen van referenda.

           Het begon met de uitreiking van de Gouden Televizierring in oktober. Van de drie kandidaten – Wie is de Mol?, The Voice of Holland en Voetbal International – waren alle experts het er over eens dat Voetbal International van de drie het slechtste programma was. Wie is de Mol? was al jaren een genomineerde voor deze televisieprijs, maar had nog nooit gewonnen. The Voice of Holland was een nieuwkomer in televisieland en was niet alleen commercieel een groot succes, maar door de nieuwe vorm van het organiseren van een talentenjacht bood het een nieuw product aan in de televisiegids. Toch won Voetbal International. Waarom? Sommigen beweren dat Voetbal International live reclame kon maken. Bovendien is het programma opgezet door het gelijknamige tijdschrift en had het dus een breder publiek om campagne voor zichzelf te voeren. Als gevolg hiervan wilden sommigen direct dat er een vakjury zou komen, en deze zo over het beste programma moeten beslissen, daar waar nu kijkers kunnen stemmen voor hun favoriet. Zo zou kwaliteit boven democratie gaan.

           Dan was er laatst ook ophef over de uitverkiezing tot Sportman van het Jaar. Van de twee grootste kanshebbers – turner Epke Zonderland en schaatser Bob de Jong – won de eerste. De sporters in de zaal konden allemaal hun stem uitbrengen. Epke Zonderland won, ondanks dat hij het afgelopen seizoen geen grote prijzen in de wacht had gesleept. De Jong had dit wél, maar greep dus naast de trofee. Wat overbleef was een discussie of de stemvorm van de verkiezing niet moest veranderen, want de keuze was toch echt niet goed. Zeker niet beschouwende de prijzen die beide sporters binnen hadden gesleept.

           De discussie over de ‘juiste’ uitkomst van deze verkiezingen staat eigenlijk haaks op het laatste decennium in de politiek. Daar willen burgers juist méér invloed op uitoefenen. D66 wilde de gekozen burgmeester, de PVV wil een referendum over Griekenland en GroenLinks wil zelfs een referendum over een kerncentrale. We zien dus een hang naar referenda. Dit terwijl het bij politiek om belangrijke zaken van nationaal belang gaat.

           Ik ben zelf tegen bindende en adviserende referenda, omdat het altijd een keuze is tussen ‘ja’ en ‘nee’. Een genuanceerd verhaal is niet mogelijk bij een referendum, tenzij er referenda worden gehouden over hele specifieke kwesties met hele specifieke oplossingen. Zoiets is alleen onaantrekkelijk voor kiezers omdat het allemaal ‘een pot nat’ is. Het gevaar van referenda ligt juist in de massa. De massa staat niet open voor een genuanceerd verhaal, maar voor spektakel. Dan verandert een referendum al snel in een show tussen het ‘ja’-kamp en het ‘nee’-kamp. Het betrekt de bevolking wel bij de besluitvorming, maar als dat ten koste gaat van de inhoud, pas ik daar liever voor.

           Bovendien, politici en ambtenaren zijn – algemeen genomen – voorbereid om hun vak te beoefenen, omdat hun vak van belang is voor de hele maatschappij. Dus; waarom zouden wij ons willen bemoeien met het beleid van die politici door hen in de weg te lopen met een referendum? Zíj hebben verstand van hun vak. Wij gaan ons toch ook niet bemoeien met de ingrediënten van het brood van de bakker, omdat wij het brood kopen? Of met het vlees van de slager? We kunnen kiezen wat we willen en als het product ons niet bevalt gaan we naar een andere bakker of slager, dus ook naar een andere politieke partij. We kiezen onze volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal, nationaal en europees niveau en laten we het daarbij laten. Het is minder democratisch, maar wel beter voor de kwaliteit van de besluiten. Schoenmaker, blijf bij je leest.

           Bij verkiezingen zoals de Televiezierring of Sportman van het Jaar is bewust gekozen voor een democratische opzet. Als de winnaar, zoals net besproken, dan niet voldoet aan de verwachtingen is dat het risico van het keuzemodel. Het is de keuze van de massa, die makkelijk te manipuleren is. Alleen zijn die twee verkiezingen ‘spelletjes’ en gaat het niet om landsbelang. Met het landsbelang hoort de massa niet te ‘spelen,’ maar dat is wel wat referenda veroorzaken. De massa kiest haar volksvertegenwoordigers en die verstaan, samen met hun ambtenaren,  hun vak. Als we hun de keuzes laten maken is het misschien minder democratisch, maar staan hun besluiten wel voor kwaliteit. Op de vraag ‘Referenda: ja of nee?’ is mijn antwoord: nee.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

ACTUEEL: Referenda: Ja of Nee?

In politiek, algemeen, beleid, d66, democratie, discussie, fractie, griekenland, ambtenaren, en meer.

           De PvdA kiest een nieuwe ‘leider’. Nou ja, eigenlijk ligt het anders; de leden van de PvdA kiezen de leider van de fractie in de Tweede Kamer. Dit doen ze door middel van een referendum. Er hebben zich vijf kandidaten gemeld, waarvan er waarschijnlijk twee niet eens de reputatie hebben om de fractie te kunnen leiden. De fractieleider wordt verkozen door een referendum. Kijkend naar de vorige soortgelijke verkiezingen (Rutte vs. Verdonk) en de context van de PvdA vóór dit referendum, kunnen we niks anders concluderen dan dat dit referendum slopende gevolgen zou kunnen hebben. Aangezien de strijd binnen de PvdA uitgebreid aan bod is gekomen, richt ik mij op de referenda. Om dit te doen plaats ik hieronder het al eens eerder (23 december 2011) verschenen stuk over referenda. Lees en oordeel zelf.

           Het is bijna het einde van het jaar en dat betekent dat allerlei media lijstjes op gaan stellen. De beste politicus, de beste reclame, de beste sportman, het beste radioprogramma en de beste tv-show van het jaar of seizoen. Gewoon een selectie van de rijtjes die de afgelopen maanden de revue zijn gepasseerd. Vooral dit jaar was er echter een storm aan kritiek op de winnaars. Tegelijkertijd zien we de laatste jaren juist een roep om meer democratie via referenda. In dit stuk zal ik proberen uit te leggen waarom ik ‘nee’ stem tegen de meeste vormen van referenda.

           Het begon met de uitreiking van de Gouden Televizierring in oktober. Van de drie kandidaten – Wie is de Mol?, The Voice of Holland en Voetbal International – waren alle experts het er over eens dat Voetbal International van de drie het slechtste programma was. Wie is de Mol? was al jaren een genomineerde voor deze televisieprijs, maar had nog nooit gewonnen. The Voice of Holland was een nieuwkomer in televisieland en was niet alleen commercieel een groot succes, maar door de nieuwe vorm van het organiseren van een talentenjacht bood het een nieuw product aan in de televisiegids. Toch won Voetbal International. Waarom? Sommigen beweren dat Voetbal International live reclame kon maken. Bovendien is het programma opgezet door het gelijknamige tijdschrift en had het dus een breder publiek om campagne voor zichzelf te voeren. Als gevolg hiervan wilden sommigen direct dat er een vakjury zou komen, en deze zo over het beste programma moeten beslissen, daar waar nu kijkers kunnen stemmen voor hun favoriet. Zo zou kwaliteit boven democratie gaan.

           Dan was er laatst ook ophef over de uitverkiezing tot Sportman van het Jaar. Van de twee grootste kanshebbers – turner Epke Zonderland en schaatser Bob de Jong – won de eerste. De sporters in de zaal konden allemaal hun stem uitbrengen. Epke Zonderland won, ondanks dat hij het afgelopen seizoen geen grote prijzen in de wacht had gesleept. De Jong had dit wél, maar greep dus naast de trofee. Wat overbleef was een discussie of de stemvorm van de verkiezing niet moest veranderen, want de keuze was toch echt niet goed. Zeker niet beschouwende de prijzen die beide sporters binnen hadden gesleept.

           De discussie over de ‘juiste’ uitkomst van deze verkiezingen staat eigenlijk haaks op het laatste decennium in de politiek. Daar willen burgers juist méér invloed op uitoefenen. D66 wilde de gekozen burgmeester, de PVV wil een referendum over Griekenland en GroenLinks wil zelfs een referendum over een kerncentrale. We zien dus een hang naar referenda. Dit terwijl het bij politiek om belangrijke zaken van nationaal belang gaat.

           Ik ben zelf tegen bindende en adviserende referenda, omdat het altijd een keuze is tussen ‘ja’ en ‘nee’. Een genuanceerd verhaal is niet mogelijk bij een referendum, tenzij er referenda worden gehouden over hele specifieke kwesties met hele specifieke oplossingen. Zoiets is alleen onaantrekkelijk voor kiezers omdat het allemaal ‘een pot nat’ is. Het gevaar van referenda ligt juist in de massa. De massa staat niet open voor een genuanceerd verhaal, maar voor spektakel. Dan verandert een referendum al snel in een show tussen het ‘ja’-kamp en het ‘nee’-kamp. Het betrekt de bevolking wel bij de besluitvorming, maar als dat ten koste gaat van de inhoud, pas ik daar liever voor.

           Bovendien, politici en ambtenaren zijn – algemeen genomen – voorbereid om hun vak te beoefenen, omdat hun vak van belang is voor de hele maatschappij. Dus; waarom zouden wij ons willen bemoeien met het beleid van die politici door hen in de weg te lopen met een referendum? Zíj hebben verstand van hun vak. Wij gaan ons toch ook niet bemoeien met de ingrediënten van het brood van de bakker, omdat wij het brood kopen? Of met het vlees van de slager? We kunnen kiezen wat we willen en als het product ons niet bevalt gaan we naar een andere bakker of slager, dus ook naar een andere politieke partij. We kiezen onze volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal, nationaal en europees niveau en laten we het daarbij laten. Het is minder democratisch, maar wel beter voor de kwaliteit van de besluiten. Schoenmaker, blijf bij je leest.

           Bij verkiezingen zoals de Televiezierring of Sportman van het Jaar is bewust gekozen voor een democratische opzet. Als de winnaar, zoals net besproken, dan niet voldoet aan de verwachtingen is dat het risico van het keuzemodel. Het is de keuze van de massa, die makkelijk te manipuleren is. Alleen zijn die twee verkiezingen ‘spelletjes’ en gaat het niet om landsbelang. Met het landsbelang hoort de massa niet te ‘spelen,’ maar dat is wel wat referenda veroorzaken. De massa kiest haar volksvertegenwoordigers en die verstaan, samen met hun ambtenaren,  hun vak. Als we hun de keuzes laten maken is het misschien minder democratisch, maar staan hun besluiten wel voor kwaliteit. Op de vraag ‘Referenda: ja of nee?’ is mijn antwoord: nee.


woensdag, 29 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Ik hou van het openbaar bestuur…

In verklaringen, toespraken en interviews, huis, innovatie, kennis, koningin, kracht, kunst, leiden, licht, en meer.

De laatste toespraak van Bart Eigeman in de Bossche raadszaal, bij zijn afscheid als wethouder, 28 februari 2012.

Ik hou van het Openbaar Bestuur, Het was mooi hier vele 10tallen klassen rond te leiden, te vertellen van 39 raadsleden, het college, de run op de stoel van de voorzitter…. Historische muur als spiegel van bescheidenheid, de doorkijk van binnen naar buiten en van buiten naar binnen……
Ik hou van het openbaar bestuur. Meer omdat het Openbaar is, dan centrum van Bestuur. Ik doe hier niemand tekort, collega-wethouders, raadsleden, ambtenaren, voorzitter en burgemeester, als ik vertel dat mijn energie én drive buiten dit huis liggen.

Frances en Milton, die via TOM-coaches een weg vinden waar geen weg was.
Fharid, hij ging stuiterend door het leven thuis en op school, tot hij via jongerenwerk bij Voor Talent Wordt Geklapt en het Wijktheater kwam. Hij kreeg het podium en nu laat hij anderen stuiteren op zijn percussie-muziek. Piet Verheugt rond het Rivierenplein, ge het gelijk da ge wilt dat de overheid naast oe staat!

Hans Kieft, Wilma vd Steen, Adrienne Hazenberg: veel vrije tijd zetten zij hun schouders onder het beter maken van hun straat, hun buurt, hun dorp.
Kerim al Barkauoi, Carmen Wijnen, Arie Bijl, dwars tegen de stroom van angstzaaierij in, werken zij niet toe naar een ander Nederland, zij gaan er van uit!
Er zijn heel veel mensen die werken aan de gemeenschap. Hun resultaat telt!
En wat ons te doen staat, is de kracht van deze mensen de ruimte bieden.

Wat is het goed dat we in de brede coalities, die er al vanaf 1998 zijn, een grondtoon in de coalitieakkoorden horen.Ik heb meegeschreven aan 3 coalitieakkoorden. Het vertrouwen in de burgers, als kracht van de stad (en van de dorpen), vraagt een uitdagende overheid.

Het voelt een beetje alsof ik heb mogen meewerken de gemeente de 21e eeuw in te leiden. We kwamen in ‘s-Hertogenbosch van een eeuw lang Rooms Rode toonzetters. Zij kenden knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds als politiek denkraam. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid aangevuld dient. Ik heb, ten tijde van de opkomende neo-liberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden. Van Doegeld en BIGgeld tot BEC, van peuterspeelzaal tot – binnenkort – de 1000ste Leerbaan met werkgevers als ambassadeurs, van brede school tot islamitische begraafplaats, van Ma Lommers tot en met de Commisaris van de Koningin, van stencilblaadje tot twitter.

Daar werken we als college nauw in samen. In deze periode zijn de transities een uitdaging tot innovatie, de bezuinigingen niet alleen een korten maar een pogingen te vernieuwen. Huib, Geert, Jeroen, Jan: goed dat we hierin samen optrekken. Wij overbruggen politieke scheidslijnen door het beroep op de kracht van mensen.

We stoeien daarbij met de rol van de overheid: Als overheid zijn we bijna altijd een bio-industrie die zo snel mogelijk zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk rationele eenheidsworst produceert.Ik heb het als mijn opgave gezien onze dienstverlening, onze bestuurlijke activiteit zoveel mogelijk als scharrelboerderij in te richten: zet bewoners, zet professionals, ook onze ambtenaren, in de ruimte om met kwaliteit voedsel te zoeken. Er is grote diversiteit, de jongere, de oudere, de ondernemer bestaat niet, Engelen vraagt iets anders dan de Gestelse buurt: dat dient uitgangspunt van handelen te zijn.

HOE is daarbij een grote voor-waarde om te bereiken wat wij willen. Ik heb daarbij bijzonder goed kunnen samenwerken met de ambtelijke organisatie, met veel plezier om te zien dat hoe hoger de lat ligt, hoe beter mensen tot hun recht komen. Kunst is om mensen niet alleen hun werk goed te laten doen, in het licht van steun op actie aan burgerkracht is het goede werk doen nog uitdagender. Leiding geven als bestuurders en regievoeren als ambtenaren is niet zelf bepalen hoe het kan en moet, het is vooral beweging oproepen door aansprekend te zijn.

Ik ben dankbaar dat vanuit de oppositie de moed bestaat goede plannen te steunen, ik denk aan de sportvisie onder collega Weterings, aan onderwijshuisvesting tot en met het nieuwe VMBO, ik hoop dat een goed theater er ook gaat komen…. En modder gooien is geen Bossch spel! Ik heb respect voor het respect, en dank u allen voor het weerwoord dat mij energie heeft gegeven korter van stof te worden en duidelijker te zijn in besluiten. De extra raad van 22 augutus 2001, Paul Kagie, over peuterwerk staat me nog scherp bij. Jouw ervaring en kennis maakt dat ik me nog een schepje dieper voorbereidde. 1x heb ik de kwetsbare grens van het vertrouwen gevoeld. Misschien dat het niet eens alleen om dat dossier ging. Teveel resultaat willen, is een gevaar voor nieuw resultaat.

Ik heb waardering voor de fractievoorzitters, veel buffelwerk, zeker voor hen die in de coalitie zitten: Hermie, Ralph, Jos, Ben en in het bijzonder Ruud – ik hou van jou man! – zoek de verbinding, vooral met wat nodig is voor de stad. Wees aansprekend, verbindend en biedt steun om de energie in de stad te laten stromen.

Ik zal mijn collega’s missen, ik heb geen vechtcolleges meegemaakt, Ruud, ik gun jou een langjarige ervaring als wethouder in een sterk team! Ik heb vertrouwen in jou als opvolger! En Huib, ik hoop dat we nog eens op n bankje naar de sterren kijken, dat maakt klein en groots tegelijk.

Ik ben trots zo lang met jou gewerkt te hebben Ton. Jij hebt, met ons, deze stad ook buiten deze stad op de kaart gekregen en wij vinden elkaar in het belang van sport, cultuur en onderwijs, om aan echte stadsontwikkeling te doen! Je hebt mij uitgedaagd om naar voren te stappen, ook buiten mijn portefeuille. Je hebt mij laten zien dat het pakken van de telefoon om steun te zoeken, verbindingen te leggen snel tot resultaat leidt. Ton, bedankt.

Waar ik voor sta, is waardevol handelen in dienst van mensen. Hoe waardevol is het dan, dat ik afscheid kan nemen omdat ik het nog naar mijn zin heb. De B’s van Bart staan voor Bezinnen, Bezielen en Bewegen, ik ga even de nadruk leggen op het Bezinnen, met de Belofte dat ik op andere wijze dan nu mij kracht zal gaan inzetten.

Hoe waardevol is het dat ik afscheid kan nemen in bijzijn van mensen die mij niet als wethouder zien, maar als Bart. Mijn secretaresses, Karin/Ans, Henk Wouda, de bodes
Ouders, schoonouders, Jean en bovenal Karin, Femke en Merlijn, Judith, Emma, van jullie heb ik altijd steun ontvangen om politiek te bedrijven met hart en ziel. En voor ik eelt op mijn ziel krijg, ben ik weg, ik heb gezegd!

Bart Eigeman

maandag, 27 februari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Studie Duits verdwijnt uit Leiden

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, leiden, duits, frans, opleiding, studie, talenstudies opheffen, ton naaijkens, universiteit leiden, en meer.

 “De Universiteit Leiden is van plan de studies Frans, Duits en Italiaans op te heffen als zelfstandige opleidingen. Het is de bedoeling dat ze opgaan in een ‘brede’ bachelor Taal, cultuur en mediastudies. Dat bevestigt een woordvoerder van de universiteit. Het formele besluit is nog niet gevallen, zegt ze.” (NRC 27-2-2012)

Terwijl de studenten Frans gaan demonstreren, en hoogleraar Smith in de NRC woedend van een “sterfhuis” spreekt voor de opleiding Frans, is hoogleraar Duits Anthonya Visser voorzichtig optimistisch: “Ik vind het niet per se een probleem dat er dan geen zelfstandige opleiding Duits meer is. Het gaat me om de inhoud. Dat het goed mogelijk blijft om binnen die brede bachelor Duitse taal en cultuur te kunnen blijven bestuderen.’ Visser zegt dat de inhoudelijke discussie erover nog gevoerd moet worden.” (Mare-online).

Maar is de kwaliteit van een studie niet ook afhankelijk van de tijd die men aan een bepaald vak besteedt?

“De succesvolle praktijk om talenstudenten vanaf dag één in de taal zelf te doceren maakten de Nederlandse universitaire talenstudies tot de beste ter wereld. Bij een algemene opleiding is deze praktijk niet langer vol te houden en verworden deze opleidingen tot middelmatige talenstudies die niet uitstijgen boven het niveau van een cursus Frans aan een volksuniversiteit.” (Rens Bod, NRC 3-2-2012)

“Aan de universiteiten worden in rap tempo de ambachtelijke studies afgeschaft. Portugees. Duits. Frans. Arabisch. In plaats daarvan komt geleuter over media. Bullshit is in onze cultuur niet alleen een burgerrecht. Het is een doel in het leven.” (Marjolein Februari, NRC 12-2-2012)

“Tal van Europese talen, waaronder Frans, Duits, Italiaans en Portugees, zullen als de plannen doorgaan niet of nauwelijks meer op bachelorniveau aan Nederlandse universiteiten kunnen worden gestudeerd, behalve met enig geluk als onderdeel van algemene opleidingen ‘taal, cultuur en media’ (alsof die laatste categorie niet al onder taal en cultuur valt). Een snufje Duits, een vleugje Portugees, een wolkje Russisch wellicht, net genoeg om de besluiteloze jonge mens te laten ontdekken wat hij nu eigenlijk écht wil studeren.” (Martin de Haan, NRC 20-3-2012)

Micha Wertheim satire zie hier

Ik ben in 2001 bij Duits afgestudeerd.

Toen was het nog een heerlijke tijd bij Letteren: 4-5 jaar ambachtelijke studie, reflectie, verdieping, kritisch zelfstandig denken.

Ik had er ontzettend veel aan.

Zie ook: Wij willen Bildung!

Maria Trepp

P.S. Overigens heet het al lang geen “studie” meer, mijn kop klopt dus niet. Het heet al lang “opleiding Duits”. Studie is al lang de bedoeling niet meer.

——————————————————————————————————

De Utrechtse hoogleraar Duits Ton Naaijkens in de NRC van 20 maart:

“Juist op een moment waarop de Nederlands-Duitse Handelskamer rapporteert dat 87 procent van de Nederlandse bedrijven die afhankelijk zijn van export naar Duitsland inziet dat gebrekkige talenkennis rechtstreeks tot omzetverlies leidt, besluiten veel Nederlandse universiteiten talenstudies weg te stoppen in sterfhuisconstructies.

Toch is de twijfel of er straks nog wel mensen zijn die uit de moderne talen kunnen vertalen (NRC Handelsblad, 15 maart), ongegrond. Ook al wil de Universiteit Utrecht de opleiding Portugees opheffen – de opleidingen Duits, Engels, Frans, Italiaans, Keltisch en Spaans blijven bestaan en worden allemaal geleid door één of meer hoogleraren.”

zondag, 19 februari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Postcodebeleid

In actualiteit, stad, cbs, culemborg, nrc, de, euro, gegevens, inkomen, en meer.

In NRC Handelsblad van afgelopen week dinsdag stond een over twee pagina’s rijkelijk geïllustreerd artikel met de titel ‘Lees de postcodes en je weet alles’.  Het Centraal Bureau voor de Statistiek weet een hele hoop van ons. Maar hoe maak je dat nu journalistiek verantwoord, prettig inzichtelijk voor lezers? De krant maakte een prachtige interactieve kaart waarop de CBS-statistieken in kleur zichtbaar worden.

Een muisklik op mij eigen adres laat zien dat in mijn buurt 11% van de bewoners niet-westerse allochtonen zijn; dat 30% bestaat uit kinderen jonger dan 14 jaar; 16% bestaat uit eenpersoonshuishoudens; er is 8% eenoudergezinnen; 68% huishoudens met kinderen; 48% is vrouw; het gemiddelde fiscaal inkomen is 3170 euro en elke huishouden bestaat uit 3,1 personen.

Interessanter is het om  de verschillen in Culemborg als geheel te zien. Op dit kaartje zie je dat noord-west-Parijsch en Lanxmeer het kinderrijkst zijn.

Spreiding van huishoudens met kinderen

Op het volgende kaartje zie je waar de mensen met de laagste (donkerblauw) en hoogste inkomens (geel) wonen en ook dat er geen concentratie van puissant rijken in Culemborg is (geen dieprood).
Bedrijven doen allang aan postcodemarketing. Maar dit soort gegevens spelen natuurlijk ook een rol in politieke besluiten. Bijvoorbeeld of je streeft naar homogeen of heterogeen samengestelde wijken.

Spreiding inkomens over Culemborg

Het NRC-artikel eindigt heel treffend met: “Wie door een stad loopt merkt dat elke straat of buurt zijn eigen karakter heeft. Vaak is lastig te bepalen wat nou precies bepalend is voor die sfeer. Het zijn niet alleen de huizen. Het is de statistiek”.

maandag, 13 februari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Zin in de toekomst

In weblog, . heleen weening, congres, groenlinks, henk nijhof, kunduz, mariko peters, belangrijk, besluiten, en meer.

Wellicht is dat de beste conclusie na het congres van afgelopen zaterdag, GroenLinks gaat weer doen wat in haar slogan staat: zin hebben in de toekomst. Want hoewel je de indruk zou krijgen in de dagen vooraf, was er bepaald geen crisisstemming op het congres zelf. Kunduz lag en ligt moeilijk. Maar (en nu spreek ik voor mijzelf) het overtuigende optreden van Kathalijne Buitenweg en (vooral) Ineke van Gent hebben me er toe bewogen steun te geven aan de motie die heel helder vast legt wat het congres wel en niet goed vindt, maar de missie niet te beëindigen. Het huidige mandaat blijft gehandhaafd, maar het GroenLinks congres sluit daarbij wel vier mogelijke uitbreidingen uit:

  • training van grenspolitie 
  • training van het middenkader 
  • training van politie uit andere provincies 
  • trainen van trainers

Mariko Peters vertaalde dit dat alle mogelijkheden die binnen het mandaat staan ook behouden blijven en kon er ‘op die manier wel mee leven’. Mijn advies aan de fractie zou zijn de vier genoemde punten echt met huid en haar te verdedigen, want het congres was in haar stemming hier zeer duidelijk over.

Maar wat vooral toch op viel is dat we de somberheid voorbij willen. ‘Er is leven na Kunduz’ werd meer dan eens gesteld. Dat is goed en laten we het nu weer hebben over de dingen die voor ons als GroenLinks even zo belangrijk zijn als oorlog en vrede: een groene en sociale samenleving, hier en elders in de wereld.

De opvolger van partijvoorzitter Henk Nijhof is ook verkozen en laat ik eerlijk zijn: het liefste had ik gewoon op Henk gestemd. Maar het is Heleen Weening geworden. Zij won haar verkiezing op het congres onder andere met de toezegging dat ze voorafgaande aan grote besluiten éérst een consultatie in de partij zou gaan organiseren en kreeg daarvoor (na alle gedoe rond Kunduz) veel applaus.

Ik ben buitengewoon benieuwd hoe dat vorm gaat krijgen de komende 3 jaar. Want de partijvoorzitter is de Tweede Kamerfractie niet. Het Kunduz besluit was dat wel en er was geen tijd en geen ruimte voor een partijbrede consultatie vooraf. Daarbij staat de missie in ons verkiezingsprogramma en heeft de Kamerfractie een eigen mandaat. Om maar een paar voorbeelden te noemen waarom er geen partijbrede consultatie kón worden gehouden vooraf gaande aan Kunduz. Daarmee vond ik dit een wat bijzondere belofte, maar laat ik gewoon afwachten hoe dit haar beslag krijgt. Ik wens Heleen in ieder geval heel veel succes!

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Zin in de toekomst

In weblog, . heleen weening, congres, groenlinks, henk nijhof, kunduz, mariko peters, consultatie, de, en meer.

Wellicht is dat de beste conclusie na het congres van afgelopen zaterdag, GroenLinks gaat weer doen wat in haar slogan staat: zin hebben in de toekomst. Want hoewel je de indruk zou krijgen in de dagen vooraf, was er bepaald geen crisisstemming op het congres zelf. Kunduz lag en ligt moeilijk. Maar (en nu spreek ik voor mijzelf) het overtuigende optreden van Kathalijne Buitenweg en (vooral) Ineke van Gent hebben me er toe bewogen steun te geven aan de motie die heel helder vast legt wat het congres wel en niet goed vindt, maar de missie niet te beëindigen. Het huidige mandaat blijft gehandhaafd, maar het GroenLinks congres sluit daarbij wel vier mogelijke uitbreidingen uit:

  • training van grenspolitie 
  • training van het middenkader 
  • training van politie uit andere provincies 
  • trainen van trainers

Mariko Peters vertaalde dit dat alle mogelijkheden die binnen het mandaat staan ook behouden blijven en kon er ‘op die manier wel mee leven’. Mijn advies aan de fractie zou zijn de vier genoemde punten echt met huid en haar te verdedigen, want het congres was in haar stemming hier zeer duidelijk over.

Maar wat vooral toch op viel is dat we de somberheid voorbij willen. ‘Er is leven na Kunduz’ werd meer dan eens gesteld. Dat is goed en laten we het nu weer hebben over de dingen die voor ons als GroenLinks even zo belangrijk zijn als oorlog en vrede: een groene en sociale samenleving, hier en elders in de wereld.

De opvolger van partijvoorzitter Henk Nijhof is ook verkozen en laat ik eerlijk zijn: het liefste had ik gewoon op Henk gestemd. Maar het is Heleen Weening geworden. Zij won haar verkiezing op het congres onder andere met de toezegging dat ze voorafgaande aan grote besluiten éérst een consultatie in de partij zou gaan organiseren en kreeg daarvoor (na alle gedoe rond Kunduz) veel applaus.

Ik ben buitengewoon benieuwd hoe dat vorm gaat krijgen de komende 3 jaar. Want de partijvoorzitter is de Tweede Kamerfractie niet. Het Kunduz besluit was dat wel en er was geen tijd en geen ruimte voor een partijbrede consultatie vooraf. Daarbij staat de missie in ons verkiezingsprogramma en heeft de Kamerfractie een eigen mandaat. Om maar een paar voorbeelden te noemen waarom er geen partijbrede consultatie kón worden gehouden vooraf gaande aan Kunduz. Daarmee vond ik dit een wat bijzondere belofte, maar laat ik gewoon afwachten hoe dit haar beslag krijgt. Ik wens Heleen in ieder geval heel veel succes!

woensdag, 8 februari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Seats2meet bijeenkomst met als thema identiteit en droom

In politieke zaken, andere partijen, beslissingen, besluiten, de, discussie, durven, duurzaam, duurzaamheid, en meer.

Gisteravond was alweer de tweede bijeenkomst bij Seats2Meet met ditmaal identiteit en droom als thema's.

Bij de vorige discussie werd gesproken over passie van jezelf, GroenLinks en de samenleving.

In een zaaltje van Seats2meet in Utrecht vertelden ongeveer 10 personen over hun visie op de identiteit van GroenLinks en wat hun dromen zijn.

IMG_4199

Identiteit

Als eerste werd er bekeken hoe we zelf en andere mensen de identiteit van GroenLinks zien. Opvallend daarbij is dat zaken aangehaald worden als dat GroenLinks een betrokken partij is waarbij ook tijd is voor relativering. Maar ook dat sommige personen GroenLinks meer groen vonden dan links, of juist meer links dan groen.

Maar ook kwam ter sprake dat GroenLinks meer het rode en groene karakter moet vertalen naar de 3 p's: People, Planet en Profit.

Tijdens de discussie over de identiteit van GroenLinks kwam ook de naam ter sprake. Voldoet de naam wel aan de identiteit? Moet de partij zich aanpassen aan de naam of moet juist de naam aangepast worden aan de naam?

Daarbij blijkt ook dat links en rechts niet meer zo helder zijn als vroeger (zover dat vroeger wel helder was). Maar ook, moet je groen zien als duurzaam of juist als natuur? Of is het beide?

Wat ook naar voren kwam uit de discussie is dat GroenLinks meer emoties moet durven te tonen. En dan niet huilend op straat gaan staan, maar wanneer er een bedreiging van waarde speelt dit uitspreken.

Dit zou veel meer mensen aanspreken!

Een en dezelfde identiteit is er niet (althans er is geen homogene visie daarop), net zoals iedereen bij de vorige bijeenkomst anders tegen de passie van GroenLinks aan kijkt.

Maar de identiteit heeft wel telkens de kernwaarden groen en rood bij iedereen.

Droom

Bij het onderdeel droom blijken er grotere verschillen te zijn. Zo wil iemand (als een echte GroenLinkser) 'maar' 15-20 zetels halen op termijn, want dat zou het meest haalbare zijn. Maar met dat zetelaantal zouden we wel een bredere doelgroep in de samenleving bereiken, waardoor we op meer plaatsen in de samenleving 'staan'.

Iemand anders heeft als dat droom dat GroenLinks zich uitspreekt voor maximaal 7 kernwaarden en daaraan alle besluitvormingen, overwegingen etc. kan 'ophangen'.

Zodat die kernwaarden als een rode draad door onze partij en uitingen zal gaan lopen.

Dit heeft als groot voordeel dat mensen helder hebben waar we voor staan en waar ze van op aan kunnen bij ons. Immers onze kernwaarden zijn helder.

Ik zelf heb als droom dat GroenLinks duurzaamheid op alle vlakken (sociaal, cultureel, natuur etc.) als kernbegrip gaat gebruiken en dat in alle uitingen en besluiten gaat gebruiken.

Want het was een van onze kernbegrippen, maar hebben het te veel laten liggen waardoor andere partijen er mee aan de haal zijn gegaan. Zo hebben we destijds ook ruimte gelaten voor de VVD om groenrechts te 'misbruiken'.

IMG_4200

Wat ook een mooie uitspraak is tijdens de discussie over wat je droom is, dat GroenLinks erkent en herkent moet worden.

Iemand anders zijn droom is om GroenLinks als beweging te zien i.p.v. een grote partij met veel zetels. Door juist als grote beweging midden in de samenleving te staan heb je in de toekomst juist meer invloed dan met alleen veel zetels.

Vooral door de komst van het informatie-tijdperk, waarbij opgemerkt wordt door iemand, dat GroenLinks moet bedenken hoe ze hiermee om zal gaan.

Want er kan een tijd komen dat de informatievoorziening ons gaat inhalen en daarbij ook de democratische controle achterhaalt kan worden.

Want hoe gaan we hier in de toekomst mee om?

Daarnaast moeten we ook op blijven komen voor de mensen die niet mee kunnen komen in de snelheid van het informatie-tijdperk. Een echte GroenLinks gedachte, min of meer is onze achterban die de snelheid bij kan houden, maar wel opkomen voor de mensen die het niet bij kunnen houden.

IMG_4201

Dit is ook een rode draad die al jaren door de partij loopt, het doorsnee lid is welgesteld, maar we komen juist voor de zwakkeren op in de maatschappij.

Iemand anders heeft een droom dat GroenLinks de grootste partij wordt en haar idealen blijft hanteren en dus niet misbruik maakt van haar macht.

Allemaal mooie dromen, waarbij het kijken naar kernwaarden wel iets is waar wat mij betreft GroenLinks iets mee moet doen. Daarmee kunnen we ook veel beter overwogen beslissingen nemen en kunnen we een debacle zoals Kunduz voorkomen door vast te houden aan die kernwaarden en ons daaraan te verantwoorden.

Want als je mensen op straat vraagt wat GroenLinks is, krijg je momenteel 2 antwoorden: geitenwollessokken partij-grachtengordel of geen idee waar GroenLinks voor staat!

Het was weer een erg leuke, maar ook zinnige bijeenkomst om weer stil te staan bij de partij en waar we momenteel staan en willen staan op termijn.

Hopelijk komen er in de toekomst meer van deze informele bijeenkomsten, waarbij je in een kleine club van gedachten kunt wisselen over diverse onderwerpen.

IMG_4205IMG_4206

vrijdag, 3 februari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Duurzaam VVD

In weblog, dronten, duurzaamheid, milieu, vvd, windmolens, agenda, burgemeester, de, en meer.

Zo kan het ook Drontense VVD-collega's!

De liberale ‘vrinden’ van de VVD laten zich de afgelopen weken in Dronten weer van hun sterkste kant zien. Op de agenda staan een aantal van die onderwerpen die kennelijk voor de Drontense VVD’ers een beetje moeilijk te verteren lijken. Van die ‘linkse hobby’s’ als windmolenbeleid en duurzaamheid.

Bij het windmolenbeleid ging woordvoerder Anke d’Hooghe-Molenkamp er vol in. Windmolens zijn lelijk, duur, draaien op subsidie en er mogen er vooral geen bijkomen. Want wie weet blijkt over tien jaar wel dat de opwarming van de aarde allemaal best wel meeviel en dan stonden al die windmolens zinloos in het landschap te roesten. Als je niet zeker wist dat je er in de toekomst geen last van zou hebben moest je het toch vooral maar niet doen! Mijn vraag hoe ze dit dan zag als het gaat om haar favoriete energie opwekking via kerncentrales en kernafval was een beetje moeilijk. Maar gelukkig werd ze gered door burgemeester De Jonge die het afhamerde omdat kernenergie niet op de agenda stond.

Hoewel we bij de vergadering een tribune vol (agrarisch) ondernemers hadden die erg voor meer windmolens waren, en maar liefst twee van de VVD raadsleden niet mee konden besluiten omdat ze belanghebbend zijn bij windmolens, was en bleef de VVD tegen die verschrikkelijke windmolens. Want eigenlijk is het allemaal maar (linkse?) onzin!

Dat we op milieugebied van de VVD fractie verder niets hoeven te verwachten bleek ook gisteravond wel weer. Het duurzaamheid beleid werd in een speciale informatieavond door wethouder Van Amerongen (VVD) aan de gemeenteraad gepresenteerd zodat helder was welke ambities er zijn als we het beleid later deze maand gaan behandelen. Tijdens de presentatie werd zo vaak benadrukt dat alles wat de gemeente wil binnen de bestaande budgetten past dat de VVD-geur wel haast doordringend te noemen was. Maar dat was niet vanwege de hoge opkomst van VVD raadsleden. Waar wel beide VVD-wethouders van de partijwaren om het beleid toe te lichten en te verdedigen was de VVD-fractie in geen velden of wegen te bekennen. Ze zullen het wel niet zo interessant vinden. Want ‘dat vervelende en lastige milieubeleid is alleen maar dure onzin, dus daar moet je verder geen tijd in steken’ zal wel de gedachte zijn. Je zal je als wethouder duurzaamheid maar gesteund weten door zo’n raadsfractie van de eigen politieke kleur, ik zou bijna medelijden krijgen.

Maar natuurlijk begrijp ik het allemaal verkeerd, zo zal de VVD betogen. Ze schaffen het duurzaamheidsbeleid niet af en zullen het niet blokkeren, net zoals bij sociale zaken. Dat maakt –in de logica van de Drontense fractie- de VVD een hartstikke sociale en groene partij. Sja, en wat zou je daar nu tegenin kunnen brengen? *ironieteken*

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Duurzaam VVD

In weblog, dronten, duurzaamheid, milieu, vvd, windmolens, agenda, de, energie, en meer.

Zo kan het ook Drontense VVD-collega's!

De liberale ‘vrinden’ van de VVD laten zich de afgelopen weken in Dronten weer van hun sterkste kant zien. Op de agenda staan een aantal van die onderwerpen die kennelijk voor de Drontense VVD’ers een beetje moeilijk te verteren lijken. Van die ‘linkse hobby’s’ als windmolenbeleid en duurzaamheid.

Bij het windmolenbeleid ging woordvoerder Anke d’Hooghe-Molenkamp er vol in. Windmolens zijn lelijk, duur, draaien op subsidie en er mogen er vooral geen bijkomen. Want wie weet blijkt over tien jaar wel dat de opwarming van de aarde allemaal best wel meeviel en dan stonden al die windmolens zinloos in het landschap te roesten. Als je niet zeker wist dat je er in de toekomst geen last van zou hebben moest je het toch vooral maar niet doen! Mijn vraag hoe ze dit dan zag als het gaat om haar favoriete energie opwekking via kerncentrales en kernafval was een beetje moeilijk. Maar gelukkig werd ze gered door burgemeester De Jonge die het afhamerde omdat kernenergie niet op de agenda stond.

Hoewel we bij de vergadering een tribune vol (agrarisch) ondernemers hadden die erg voor meer windmolens waren, en maar liefst twee van de VVD raadsleden niet mee konden besluiten omdat ze belanghebbend zijn bij windmolens, was en bleef de VVD tegen die verschrikkelijke windmolens. Want eigenlijk is het allemaal maar (linkse?) onzin!

Dat we op milieugebied van de VVD fractie verder niets hoeven te verwachten bleek ook gisteravond wel weer. Het duurzaamheid beleid werd in een speciale informatieavond door wethouder Van Amerongen (VVD) aan de gemeenteraad gepresenteerd zodat helder was welke ambities er zijn als we het beleid later deze maand gaan behandelen. Tijdens de presentatie werd zo vaak benadrukt dat alles wat de gemeente wil binnen de bestaande budgetten past dat de VVD-geur wel haast doordringend te noemen was. Maar dat was niet vanwege de hoge opkomst van VVD raadsleden. Waar wel beide VVD-wethouders van de partijwaren om het beleid toe te lichten en te verdedigen was de VVD-fractie in geen velden of wegen te bekennen. Ze zullen het wel niet zo interessant vinden. Want ‘dat vervelende en lastige milieubeleid is alleen maar dure onzin, dus daar moet je verder geen tijd in steken’ zal wel de gedachte zijn. Je zal je als wethouder duurzaamheid maar gesteund weten door zo’n raadsfractie van de eigen politieke kleur, ik zou bijna medelijden krijgen.

Maar natuurlijk begrijp ik het allemaal verkeerd, zo zal de VVD betogen. Ze schaffen het duurzaamheidsbeleid niet af en zullen het niet blokkeren, net zoals bij sociale zaken. Dat maakt –in de logica van de Drontense fractie- de VVD een hartstikke sociale en groene partij. Sja, en wat zou je daar nu tegenin kunnen brengen? *ironieteken*

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

(lokale) politieke partijen en hun financien

In groen werkt, bedrijf, belangrijk, besluiten, betalen, de, debat, eerste, europa, en meer.

Vorige week is in de Tweede Kamer gesproken over een belangrijke nieuwe wet. De wet moet regelen dat politieke partijen openheid van zaken geven over hun inkomsten. Officieel heet deze wet ‘wet financiering politieke partijen’. Worden politieke partijen gesponsord door personen of bedrijven en zo ja, welke? Belangrijk om te weten, omdat kiezers zo kunnen beoordelen of de standpunten die een politieke partij uitdraagt en de besluiten die een politieke partij neemt, onafhankelijk zijn gemaakt. De wet gaat over landelijke politiek maar hoe zit dat met de politiek op provinciaal en gemeentelijk niveau?Een kamerlid of een gemeenteraadslid dienen beiden een besluit te nemen in het belang van alle bewoners en niet alleen in het belang van een individu (een rijke villabezitter die minder belasting wil betalen, bijvoorbeeld) of het belang van een bedrijf (dat liever een minder strenge milieuvergunning wil) een hele bedrijfstak (de tabaksfabrikanten bijvoorbeeld) of zelfs bedrijven uit het buitenland (olieproducerende bedrijven uit het Midden-Oosten bijvoorbeeld).

Gelukkig is een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voorstander van een wet die regelt dat politieke partijen verantwoording afleggen over hun inkomsten. Dat werd tijd, want in Europa heeft nagenoeg elk democratisch land allang regels over de financiering van politieke partijen. Als de wet wordt aangenomen, is het voor politieke partijen die in de Eerste en Tweede kamer zijn vertegenwoordigd eindelijk goed geregeld. Jammer genoeg worden vooralsnog lokale partijen en politici niet genoemd. Toch zijn er diverse partijen die hier terecht aandacht voor vragen. Een lobbybrief van de VNG over dit onderwerp is helder: een pleidooi voor uniforme en landelijke regelgeving over de openbaarheid van financiering van lokale partijen.

Omdat een eerste verkennend onderzoek van mij tot de conclusie leidde dat landelijke wetgeving noodzakelijk is om lokaal regels te kunnen stellen, heb ik vorig jaar contact opgenomen met de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer over dit onderwerp. GroenLinks zal een belangrijke wijziging op het wetsvoorstel steunen, dat ingediend wordt door kamerlid Heijnen van de PvdA. Heijnen legt het duidelijk uit: “Dit wetsvoorstel is zo lek als een mandje als we lokale afdelingen van politieke partijen buiten beschouwing laten. Dat is één belangrijke overweging om de lokale politiek hierin mee te nemen. In dit wetsvoorstel wordt niet de transparantie van giften aan de lokale politiek geregeld, terwijl het risico van het kopen van invloed door een gift op lokaal niveau veel groter is. De lijntjes zijn korter. (…) Wij vinden het nog belangrijker dat dit op lokaal niveau goed geregeld wordt dan op landelijk niveau.” Je kunt het debat van 25 januari en 26 januari overigens helemaal teruglezen, vermakelijk leesvoer!

Ik ben blij met deze wijziging en ik hoop dat de dames en heren in Den Haag inzien dat openbaarheid van de financiering ook in gemeenteraden en provinciale staten hoort. Juist op het lokale niveau. Ik wacht de stemming over het wetsvoorstel met veel belangstelling af. En mocht je willen weten hoe de fractie van GroenLinks Nijmegen aan zijn inkomsten komt, neem dan gerust contact met mij op. Als penningmeester van de fractie kan ik het je zo vertellen.

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

(lokale) politieke partijen en hun financien

In groen werkt, bedrijf, belangrijk, betalen, dames, debat, den haag, europa, fractie, en meer.

Vorige week is in de Tweede Kamer gesproken over een belangrijke nieuwe wet. De wet moet regelen dat politieke partijen openheid van zaken geven over hun inkomsten. Officieel heet deze wet ‘wet financiering politieke partijen’. Worden politieke partijen gesponsord door personen of bedrijven en zo ja, welke? Belangrijk om te weten, omdat kiezers zo kunnen beoordelen of de standpunten die een politieke partij uitdraagt en de besluiten die een politieke partij neemt, onafhankelijk zijn gemaakt. De wet gaat over landelijke politiek maar hoe zit dat met de politiek op provinciaal en gemeentelijk niveau?Een kamerlid of een gemeenteraadslid dienen beiden een besluit te nemen in het belang van alle bewoners en niet alleen in het belang van een individu (een rijke villabezitter die minder belasting wil betalen, bijvoorbeeld) of het belang van een bedrijf (dat liever een minder strenge milieuvergunning wil) een hele bedrijfstak (de tabaksfabrikanten bijvoorbeeld) of zelfs bedrijven uit het buitenland (olieproducerende bedrijven uit het Midden-Oosten bijvoorbeeld).

Gelukkig is een ruime meerderheid in de Tweede Kamer voorstander van een wet die regelt dat politieke partijen verantwoording afleggen over hun inkomsten. Dat werd tijd, want in Europa heeft nagenoeg elk democratisch land allang regels over de financiering van politieke partijen. Als de wet wordt aangenomen, is het voor politieke partijen die in de Eerste en Tweede kamer zijn vertegenwoordigd eindelijk goed geregeld. Jammer genoeg worden vooralsnog lokale partijen en politici niet genoemd. Toch zijn er diverse partijen die hier terecht aandacht voor vragen. Een lobbybrief van de VNG over dit onderwerp is helder: een pleidooi voor uniforme en landelijke regelgeving over de openbaarheid van financiering van lokale partijen.

Omdat een eerste verkennend onderzoek van mij tot de conclusie leidde dat landelijke wetgeving noodzakelijk is om lokaal regels te kunnen stellen, heb ik vorig jaar contact opgenomen met de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer over dit onderwerp. GroenLinks zal een belangrijke wijziging op het wetsvoorstel steunen, dat ingediend wordt door kamerlid Heijnen van de PvdA. Heijnen legt het duidelijk uit: “Dit wetsvoorstel is zo lek als een mandje als we lokale afdelingen van politieke partijen buiten beschouwing laten. Dat is één belangrijke overweging om de lokale politiek hierin mee te nemen. In dit wetsvoorstel wordt niet de transparantie van giften aan de lokale politiek geregeld, terwijl het risico van het kopen van invloed door een gift op lokaal niveau veel groter is. De lijntjes zijn korter. (…) Wij vinden het nog belangrijker dat dit op lokaal niveau goed geregeld wordt dan op landelijk niveau.” Je kunt het debat van 25 januari en 26 januari overigens helemaal teruglezen, vermakelijk leesvoer!

Ik ben blij met deze wijziging en ik hoop dat de dames en heren in Den Haag inzien dat openbaarheid van de financiering ook in gemeenteraden en provinciale staten hoort. Juist op het lokale niveau. Ik wacht de stemming over het wetsvoorstel met veel belangstelling af. En mocht je willen weten hoe de fractie van GroenLinks Nijmegen aan zijn inkomsten komt, neem dan gerust contact met mij op. Als penningmeester van de fractie kan ik het je zo vertellen.

zaterdag, 28 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Groningen over Kunduz en partij als beweging

In geen categorie, acties, arbeidsmarkt, besluiten, burgers, de, debat, discussie, dood, en meer.

Groningen. De stad die mij doet denken aan de Louwersloop. Ik deed ooit eens mee aan deze estafetteloop en kwam meer dood dan levend over de finish, als voorlaatste… De ontmoeting met onze GroenLinks afdeling Groningen-stad was in die zin een verademing! De betrokkenheid bij de partij en enkele inhoudelijke thema’s was er niet minder om. Het thema Kunduz leeft ook in Groningen zeer. In dat verband heb ik geprobeerd het belang van een heldere procedure en een diepgaand debat, voorafgaand aan besluitvorming door de fractie, te onderstrepen. Mijn lijn: Eerst debatteren over zaken die raken aan onze identiteit en waarden, dan pas besluiten nemen.

Om de partij als beweging te versterken wil ik de afdelingen ondersteunen met het aangaan van verbindingen met burgers, bedrijven en instellingen. In praktische zin middels ondersteunend materiaal, maar ook door het ondersteunen van kennisdeling. Succesvolle ervaringen met netwerkbijeenkomsten, acties en campagnes kunnen sneller worden gedeeld via bijvoorbeeld sociale media. Verder wil ik aan de hand van enkele centrale thema’s, zoals de Eurocrisis, de arbeidsmarkt, de zorg en maatschappelijk verantwoord ondernemen, de discussie in de partij stimuleren en acties coördineren. Zo worden we beter zichtbaar als beweging die staat voor een duurzame, rechtvaardige en innovatieve toekomst!

zondag, 22 januari 2012

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

CDA mag uitgangspunten niet weer gebruiken als dekmantel.

In politiek, groenlinks, belangrijk, besluiten, cda, de, gedoogkabinet, imago, kabinet, en meer.
Het CDA heeft dit weekeinde zijn nieuwe uitgangspunten en toekomstvisie gepresenteerd. ‘Radicaal voor het midden’ is de bijbehorende slogan. Goed gekozen. Radicaal in de geest van terug naar de oorsprong, de wortels van het CDA. Radicaal zijn is niet nieuw. We kenden de al voor een belangrijk deel uit de Katholieke Volkspartij (KVP) voortgekomen Politieke Partij Radicalen (PPR), die later in GroenLinks is opgegaan. De PPR was radicaal omdat ze ‘ingrijpende hervormingen’ wilde.
Het CDA hoort echter in het midden thuis. De nu gepresenteerde visie is niet vernieuwend. Beetje oneerbiedig: ‘oude wijn in nieuwe zakken’. Veel uitgangspunten zijn alleen herschreven in een wat moderner taalgebruik. En ook het huidige verkiezingsprogramma bevat al veel van het gedachtegoed dat nu weer wordt geuit. Maar de visie contrasteert wel met de huidige CDA-politiek.

Het CDA moet wel radicaal veranderen. Niet zozeer wat de politieke uitgangspunten betreft, maar meer zijn dagelijkse politiek. Op dit moment is het CDA geen middenpartij. Rechts heeft de macht overgenomen binnen het CDA. Maar de deelname aan het gedoogkabinet Rutte heeft gezorgd voor een verdere teloorgang van de partij. De partij volgt op hoofdthema’s niet haar eigen uitgangspunten. Ze doet veel te veel water bij de wijn. Het CDA is niet trouw aan zichzelf. Dat rekent de kiezer het CDA aan.

Als het CDA het vertrouwen van veel kiezers wil terugwinnen, dan zal het moeten handelen conform zijn eigen doelstellingen. Hoe eerder, hoe beter. De kiezer zal het CDA niet geloven op basis van mooie standpunten in een klein boekje, maar op de politieke besluiten. Daar zit het CDA in een spagaat. Als het CDA zo doorgaat dan zal de kiezer de mooie uitgangspunten al weer snel zijn vergeten en zich hoogstens nog herinneren hoe onbetrouwbaar het CDA is ten opzichte van de eigen idealen. Het CDA zal dus moeten bewijzen dat het radicaal wil veranderen.

Als het CDA daadwerkelijk wil breken met de huidige politiek en het bijbehorende imago, dan zal dat radicaal moeten. Het is zeker niet genoeg als de huidige gezichten alleen maar een ander verhaal vertellen. Dat is een niet geloofwaardig ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’.
De hele politieke top moet worden vernieuwd. Iedereen die dit gedoogkabinet van harte ondersteunt en die het CDA profileert in het Kabinet en Tweede Kamer, zal moeten plaatsmaken. Alleen zo geeft het CDA een duidelijk signaal dat het menens is, dat de daad ook bij het woord wordt gevoegd. Daarbij lijkt het wijs om ook het harde, hanige imago van de huidige invloedrijke CDA'ers te veranderen in een politiek handelen met meer ‘vrouwelijke’ karaktertrekken.
Als in de toekomst de op zich aansprekende uitgangspunten weer worden gebruikt als dekmantel voor te rechts handelen, dan is dat waarschijnlijk de doodsteek voor dit CDA. Dan kan de partij zich beter opsplitsen in een sociaal-christelijke partij en een rechtse partij.

donderdag, 19 januari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Ethiek moet naast de techniek lopen

In artikel, besluiten, boek, conventies, de, debat, ethiek, filosofie, kritiek, en meer.
1800
Met ‘De grens van de mens’ schreef de Twentse hoogleraar filosofie Peter-Paul Verbeek een toegankelijk boek over de wisselwerking tussen ethiek en technologie. Tegelijkertijd is het een kritiek op beide werelden. Ingenieurs denken onvoldoende na over de consequenties van hun werk, terwijl veel ethici niet verder komen dan bezwaren mopperen. Techniekfilosofie zou de brug moeten slaan – vandaar een boek voor het grote publiek.

Het is een warme dag, dus prof.dr. Peter-Paul Verbeek loopt in een fleurig overhemd door het doolhof van het Cubicus gebouw op de UT-campus. In voorkomende gevallen trekt hij daar een min of meer passend colbertje bij aan – het uniform van een generatie die zich aantoonbaar niet wil laten leiden door oude conventies. Een visitatiecommissie die enige tijd geleden de door hem geleide opleiding kwam beoordelen, bevestigde dat beeld. Ze oordeelde dat er weliswaar niets mis was, maar constateerde ook dat de Twentse benadering van de filosofie zich, tegen de traditie in, wel heel erg liet leiden door de praktijk in plaats van de theoretische beschouwing. De opleiding droeg als het ware onvoldoende stropdas.

Verbeek, begeesterd: ‘Maar dat is toch juist het prachtige van de techniekfilosofie! Filosofen hebben de neiging om eerst een abstracte theorie op te stellen en die dan toe te passen op de werkelijkheid. In het geval van technologie dringt de werkelijkheid zich op aan de filosofie. Technologie stuurt het debat. Wij passen vaak geen bestaande filosofie toe op techniek, maar ontwikkelen nieuwe kaders omdat de oude kaders niet altijd voldoen voor nieuwe technologieën. Techniekfilosofie is per definitie pionierswerk, omdat je steeds voor nieuwe uitdagingen gesteld wordt.’

‘De kritiek luidt dan vaak: de ethiek hobbelt achter de techniek aan. Als ethici zich zo opstellen, komen ze inderdaad terecht in de rol van Waldorf en Statler, de oude mannetjes uit de Muppets, die steeds achteraf mopperen dat het niet deugt. Ik vind dat de ethiek naast de techniek moet lopen, niet erachteraan. Ethici moeten medeontwerper zijn van technische systemen. Ja, dan maak je vuile handen, maar dat is nou juist het mooiste van mijn werk. Het is niet alleen interessant of een stuk technologie ethisch verantwoord is of niet. Het gaat erom helder te maken wat die technologie betekent in het leven van mensen en om op grond daarvan besluiten te kunnen nemen over de toepassing.’

(...)
Lees verder in Ethiek moet naast de techniek lopen (nog 1,163 woorden)

zondag, 15 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Wethouder Brink kondigt aftreden aan

In divers, burgemeester, college, de, economie, eindhoven, gemeente, gemeenteraad, gewoon, en meer.

henk brink

Afgelopen vrijdag maakte wethouder Henk Brink bekend dat hij vanwege zijn gezondheid af zal treden als wethouder in Eindhoven per 1 maart. Henk heeft al geruime tijd serieuze hartklachten. Zijn arts heeft hem afgeraden nog langer de intensieve baan van wethouder uit te oefenen. Een persoonlijke tragedie voor Henk, die graag de periode had volgemaakt, maar een goed besluit  mijns inziens want de gezondheidsrisico’s zijn gewoon te groot. Ik heb Henk veel sterkte toegewenst met zijn gezondheid, en alle goeds voor de toekomst. Ik hoop dat hij snel een nieuwe uitdaging zal vinden in een iets minder veeleisende baan dan het wethouderschap.

Zondagavond maakte de VVD bekend dat fractievoorzitter Monique List unaniem wordt voorgedragen als opvolger. Ik feliciteer Monique bij deze, ik heb alle vertrouwen in haar als nieuwe wethouder in ons college!

lees hieronder het persbericht van de gemeente met de aankondiging van het aftreden van wethouder Brink.

Besluit op dringend advies van artsen

Henk Brink stopt om medische redenen als wethouder

Publicatiedatum: 13-01-2012

Wethouder Henk Brink van Economie, werk en beroepsonderwijs treedt per 1 maart 2012 terug uit het gemeentebestuur. Op dringend advies van de artsen heeft wethouder Brink moeten besluiten de functie van wethouder in de stad Eindhoven neer te leggen, omdat de uitoefening van het wethouderschap zijn gezondheid te zeer schaadt. Dit is vrijdag 13 januari bekend gemaakt in een brief aan de gemeenteraad en tijdens een speciaal belegde persconferentie.

Henk Brink vindt het buitengewoon jammer en tegelijkertijd ook onvermijdelijk dat hij stopt als wethouder. “Met pijn in het hart heb ik de burgemeester en de fractievoorzitter van de VVD gisteren medegedeeld dat ik mijn functie als wethouder Economie, werk en beroepsonderwijs in Eindhoven neerleg. Noodgedwongen. De gezondheidsproblemen waar ik de afgelopen tijd mee te maken heb gekregen, zijn een te grote belemmering voor goed functioneren gebleken. Mijn arts heeft mij dan ook dringend geadviseerd om te stoppen als wethouder. De grote fysieke en mentale belasting die het wethouderschap in de fantastische stad Eindhoven met zich meebrengt, is voor mij op dit moment simpelweg te groot. Als ik iets doe, wil ik daar voor de volle honderd procent voor gaan. Helaas is dat nu niet mogelijk, omdat ik anders mijn gezondheid schaad.”

Burgemeester Van Gijzel benadrukt als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders dat het college graag als geheel de rit had uitgezeten, maar dat de huidige gezondheidssituatie van wethouder Brink helaas tot geen enkele andere conclusie kon leiden. “Mede namens de andere collegeleden wil ik Henk bedanken voor zijn inzet voor onze stad en regio. Gezamenlijk zorgen we er de komende tijd voor dat in de medisch geadviseerde afbouwperiode de lopende zaken zo goed als mogelijk worden afgerond. We hopen dat Henk na deze ingrijpende stap in goede gezondheid weer volledig aan de slag kan in een andere functie.”

Na een korte vakantie zal wethouder Brink in de maand februari de lopende zaken zo goed als mogelijk afronden. Enkele portefeuilles worden waargenomen door zijn collega’s. De VVD-fractie maakt op korte termijn de voordracht van de opvolger van Henk Brink bekend.

zaterdag, 14 januari 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Stap vooruit in het Vughtse accommodatiebeleid

In vughtse politiek, accommodatiebeleid, vught, coalitie, college, d66, de, discussie, eerste, en meer.

Het college lichtte donderdagavond haar plannen voor het Vughtse accommodatiebeleid toe. Drie alternatieven: allen zonder Schoonveld en met De Speeldoos. Een stap vooruit in dit slepende dossier, maar toch diende zich vrijdag een nieuwe verrassing aan…

Het dossier accommodatiebeleid is zo complex, dat een echt besluit al jaren vooruit wordt geschoven. Dat komt grotendeels door onenigheid in de gemeenteraad zelf. Als de ene coalitie quick wins benoemde en gebouwen wilde gaan sluiten, werden deze gebouwen zodra ze bijna leeg zijn weer geopend door de volgende coalitie. Binnen vier jaar een besluit nemen én volledig uitgevoerd hebben lukt niet en eerdere besluiten worden vaak herroepen. Maar dat Vughte te veel sociaal-culturele accommodaties heeft én dat deze veroudert zijn, dat erkennen alle partijen.

Dus ook deze coalitie van GB, VVD en D66 heeft het accommodatiebeleid weer voortvarend ter hand genomen. Deze voortvarendheid leidt na bijna twee jaar tot een studie met locaties en plannen voor verdere uitwerking. En het belangrijkste is dat hierbij een van de afspraken uit het coalitieakkoord niet nageleefd wordt: Zaal Schoonveld als jongerencentrum. Een speerpunt voor Gemeentebelangen (GB) in de laatste jaren, waar elke discussie over accommodaties weer op werd teruggekomen. Maar eindelijk lijkt dit ook voor GB een gepasseerd station. Dat is echte winst! Want dat de kosten om Schoonveld aan te passen te hoog zijn wordt al jaren geroepen, maar nu dringt het door en kunnen we verder kijken.

De plannen die het college afgelopen donderdag aan de raad heeft toegelicht, vielen bij alle fracties goed. Ook dat is al een stap vooruit. Maar dat komt mijn inziens vooral door de heldere keuze om afscheid te nemen van Schoonveld. Een keuze die in het verleden vaker is gemaakt én is teruggedraaid! En met alle argumenten en onderbouwingen zijn er dan twee echte alternatieven: 1. De Speeldoos, Rozenoord en het Vlierthonk en 2. De Speeldoos, Rozenoord en Elzenburg. Het alternatief met alleen De Speeldoos en Rozenoord heeft verschillende nadelen – onder andere krap – waardoor deze eigenlijk direct kan worden afgeschreven…

Althans… dat was de situatie op donderdagavond. En tevreden keerde alle fracties huiswaarts om in eigen kring de plannen nog nader te bespreken voor de commissie van begin februari. Maar toen kwam opeens het bericht dat Woonwijze en het MIK een eigen muziekschool in Vught-Zuid willen gaan bouwen. Als eerste dacht ik aan de overeenkomsten met vier jaar terug met de plotselinge plannen met de Petruskerk. Ook toen had het college net plannen gepresenteerd voor het accommodatiebeleid en doorkruisde een ander initiatief deze plannen. Want alle ruimte die het MIK nodig heeft voor haar creatieve muziek-, dans- en cultuureducatie zat in de accommodatieplannen van de gemeente. Daarin zit immers het idee om alle sociaal-culturele gebouwen te centreren in het centrum en in de wijken kleinere ontmoetingsplekken de creëren.

Wat de gevolgen van de plannen van Woonwijze en het MIK zijn kan ik nu nog niet overzien, maar het legt wel een beslag op de gepresenteerde plannen. Het college zal tijdens de commissie van februari moeten toelichten in hoeverre de gepresenteerde ideeën hiermee achterhaalt zijn. Maar als de voltallige gemeenteraad in ieder uitspreekt dat het niet meer Zaal Schoonveld zal worden, dan beschouw ik dit nog steeds als een stap voorwaarts!

woensdag, 11 januari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Een nieuwe raadzaal naast het stadhuis

In raad, raadzaal, stadhuis, culemborg, groenlinks, burgemeester, cda, d66, de, en meer.

Deze week zijn raadsleden voor maar liefst drie ceremonies uitgenodigd: de nieuwjaarsreceptie in het stadhuis, de officiële opening van het stadhuis en de eerste raadsvergadering in de nieuwe raadzaal.

In zijn nieuwjaarstoespraak memoreerde onze burgemeester dat op 9 november 2006 de Raad “unaniem de voorkeur” uitsprak dat men weer wilde gaan vergaderen in het stadhuis. Die stelligheid zou ik niet voor mijn rekening durven nemen.

De bewuste raadsvergadering markeerde wel het enige, maar meteen ook het laatste moment waarbij de zes fracties allemaal uitspraken niet tégen terugkeer van de raad naar het stadhuis te zijn. VVD, CDA en SP met stelligheid (zo snel mogelijk terug); GroenLinks, PvdA en D66 met een slag om de arm (op voorwaarden).

Wat echter telt zijn niet in raadsvergaderingen uitgesproken voorkeuren van fracties, maar besluiten die formeel en in meerderheid genomen worden. En natuurlijk het geld dat daarbij beschikbaar gesteld wordt. Het ging toen, in 2006, bovendien alleen over terugkeer naar het stadhuis zelf; nieuwbouw was nog helemaal niet aan de orde.

Het besluit om voor de raadsvergaderingen toch niet terug te keren naar het (oude) stadhuis, maar een nieuwe raadzaal te bouwen werd pas eind 2009, begin 2010 genomen. Van unanimiteit binnen de raad was toen geen sprake. De renovatie van het stadhuis was nodig en gewenst, maar het plan om daarbij een nieuwe raadzaal te bouwen vonden we geen goed idee. GroenLinks en SP dienden vergeefs een motie in om af te zien van nieuwbouw en bijvoorbeeld theater en raadzaal te combineren. Een amendement om het budget te verlagen haalde het ook niet. Voor de 50 à 60.000 euro die de nieuwbouw jaarlijks aan kapitaallasten zou gaan kosten konden we een nuttiger bestemming bedenken ; daarom was de GroenLinksfractie vorig jaar ook niet aanwezig bij het slaan van de eerste paal voor de nieuwe raadzaal.

Nu is de raadzaal een feit en wordt morgen in gebruik genomen. De gemeenteraad keert niet terug naar het stadhuis, maar trekt in een nieuw pand dat er tegenaan is gebouwd. Het stadhuis is mooi geworden en de nieuwe raadzaal zal ongetwijfeld aan de eisen die we eraan stellen voldoen. De tijd zal leren of de sfeervolle historische omgeving bijdraagt aan een goed debat en betere besluiten. In elk geval zal de raadzaal het hart van de democratie in Culemborg worden; de plek waar volksvertegenwoordigers in openbaarheid wikken, wegen en besluiten.

vrijdag, 6 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Een nieuw jaar, een nieuw begin!

In geen categorie, besluiten, bijeenkomst, congres, crisis, debat, duurzaam, email, groenlinks, en meer.

Beste GroenLinksers,

Een nieuw jaar, een nieuw begin. Wat mij betreft wordt 2012 het jaar waarin wij als GroenLinks de opgaande lijn weer te pakken krijgen! Het jaar waarin wij de volgende stap zetten in onze ontwikkeling!

Op 11 februari aanstaande kiezen jullie een nieuwe partijvoorzitter. Als ondernemer en idealist sta ik voor GroenLinks als groene doorbraakpartij; een partij die mensen, bedrijven en instellingen verbindt die op alle fronten actief zijn om van Nederland een duurzaam en innovatief land te maken. Een partij die oog en oor heeft voor de materiële en immateriële noden van mensen, maar juist in deze tijden van crisis de traditionele links-rechts tegenstelling ontstijgt. Een moderne partij die open staat voor mensen en ontwikkelingen in de samenleving, ruimte biedt aan debat, op democratische wijze besluiten neemt en blijft investeren in de eigen beginselen.

Wanneer wij bereid zijn uit te gaan van onze eigen kracht, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me samen met jullie voor deze toekomst inzetten! Meld je daarom uiterlijk 10 januari aanstaande aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef mij tijdens het congres op 11 februari je vertrouwen!

Kijk voor meer informatie over wie ik ben en waar ik voor sta op deze site.

Wil je me steunen? Verwijs dan je eigen netwerk naar dit bericht en betuig je steun via de link ‘steun Arno!’ hiernaast op deze pagina.

Natuurlijk kun je me ook uitnodigen voor een bijeenkomst om nader kennis te maken. Email dan naar: info@uijlenhoet.eu.

Bedankt en tot ziens!

Arno Uijlenhoet

woensdag, 4 januari 2012

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Achterkamertjes

In benw, niet publicabel, besluiten, achterkamertjes, groenlinks, gemeente, nieuw, bestuurder, de, en meer.
In de kerstvakantie plofte de Wenakker, provinciaal ledenblad van GroenLinks Grongingen, op de mat. En daarin stond een portret van een nieuw aangetreden wethouder Marja Bos (foto) in de gemeente Bellingwedde. In juni vorig jaar werd ze de zevende wethouder in de provincie, een mooie score! Als nieuwe GroenLinks bestuurder trof ze een aantal voorbeelden van achterkamertjespolitiek aan. Eén

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3316 uur (138,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3