zaterdag, 28 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Groningen over Kunduz en partij als beweging

Groningen. De stad die mij doet denken aan de Louwersloop. Ik deed ooit eens mee aan deze estafetteloop en kwam meer dood dan levend over de finish, als voorlaatste… De ontmoeting met onze GroenLinks afdeling Groningen-stad was in die zin een verademing! De betrokkenheid bij de partij en enkele inhoudelijke thema’s was er niet minder om. Het thema Kunduz leeft ook in Groningen zeer. In dat verband heb ik geprobeerd het belang van een heldere procedure en een diepgaand debat, voorafgaand aan besluitvorming door de fractie, te onderstrepen. Mijn lijn: Eerst debatteren over zaken die raken aan onze identiteit en waarden, dan pas besluiten nemen.

Om de partij als beweging te versterken wil ik de afdelingen ondersteunen met het aangaan van verbindingen met burgers, bedrijven en instellingen. In praktische zin middels ondersteunend materiaal, maar ook door het ondersteunen van kennisdeling. Succesvolle ervaringen met netwerkbijeenkomsten, acties en campagnes kunnen sneller worden gedeeld via bijvoorbeeld sociale media. Verder wil ik aan de hand van enkele centrale thema’s, zoals de Eurocrisis, de arbeidsmarkt, de zorg en maatschappelijk verantwoord ondernemen, de discussie in de partij stimuleren en acties coördineren. Zo worden we beter zichtbaar als beweging die staat voor een duurzame, rechtvaardige en innovatieve toekomst!

vrijdag, 27 januari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Bestuurlijke worst

Transparantie, een geliefd woord in het openbaar bestuur. Een overtuigend communicerende overheid wil met transparantie een sterke ethosstrategie voeren. Kijk maar: niets te verbergen, geen achterkamertjes, dat moet het vertrouwen ten goede komen. Jammer… uit een Utrechts promotieonderzoek blijkt dat meer transparantie in het lokaal bestuur in ieder geval niet direct leidt tot meer vertrouwen. Sterker nog: wie meer wist, had een negatiever oordeel over al het gesteggel, zoals veel proefpersonen de gang van zaken rond gemeentelijke besluitvorming beoordeelden.

Dat is natuurlijk niet zo gek. Voor een deel is dat gesteggel nu eenmaal onderdeel van het politieke spel. Er moet onderhandeld worden in ons coalitieland. Openbaar onderhandelen is een contradictio in terminis, niemand laat dan het achterste van z’n tong zien. Verder kan een blik achter de schermen ook teleurstelling opleveren over het niveau van debatten en motieven van politici en bestuurders. Wie kijkt voor z’n lol naar een integraal uitgezonden debat van een gemeenteraad? Er zijn vast gemeenten waar wel geïnteresseerde burgers op de publieke tribune zitten, maar over het algemeen zijn deze stoelen alleen gevuld door fractievolgers en belanghebbenden (vooral tegenstanders…) bij een agendapunt.

De promovendus concludeert dat de overheid het niet snel goed kan doen; wel verkeerd. Hoe dan wel communiceren? Niet per se volledig, licht positief van toon en geloofwaardig, aldus de onderzoeker. Omdat burgers niet gek zijn, maar ook niet alles hoeven te weten. ’Those that respect the law and love sausage should watch neither being made’, zei Mark Twain lang geleden al…


dinsdag, 24 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Veel aandacht voor Kunduz in Eindhoven

In de slimste stad van Nederland ging het debat met de aanwezige GroenLinksers over zaken als progressieve samenwerking, maar ook over Kunduz. De betrokkenheid bij inhoudelijke onderwerpen was groot in Eindhoven. Mooi om zoveel passie te ervaren.

Wanneer het op samenwerking met andere partijen aankomt, kies ik voor uitgaan van eigen kracht. We hebben een helder duurzaam, hervormingsgezind verhaal. Daarmee kunnen we nog scherper voor de dag komen en andere partijen mobiliseren. Kunduz vraagt om een zorgvuldige en betrokken aanpak. Als kandidaat-voorzitter sta ik er voor dat bij dit soort thema’s die raken aan de identiteit en strategie van de partij, voorafgaand aan besluitvorming door de fractie, ruimte voor debat wordt gecreëerd. Dergelijke debatten moeten goed worden gefaciliteerd. Ook na een besluit moet er ruimte zijn om alternatieve opties te blijven bespreken. Ik zie debat als uiting van kracht van onze partij, niet als zwakte.

donderdag, 19 januari 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Op pad met Arno Uijlenhoet, kandidaat-voorzitter GroenLinks

Op 11 februari zal er tijdens het congres van GroenLinks een nieuwe voorzitter gekozen worden.  De leden kunnen kiezen uit twee kandidaten. Namelijk Arno Uijlenhoet en Heleen Weening.

Na een periode van ongeveer 6 jaar gaat Henk Nijhof de leiding overdragen aan een van de twee kandidaten.

Door mijn ervaring als lid van het permanent promotieteam van GroenLinks landelijk en de campagne van GroenLinks Brabant tijdens de Provinciale Statenverkiezingen ben ik door Arno Uijlenhoet gevraagd om mee te helpen in zijn 'campagneteam'.

De websites van beide kandidaten had ik al bekeken en ik ben dan ook blij dat ik de kandidaat die mijn voorkeur heeft kan helpen met zijn campagne.

Waarom Arno mijn voorkeur geniet, omdat hij geen keuze maakt tussen D'66 of de SP, maar gebruik wil maken van alle progressieve krachten. Hij lijkt ook steviger op te kunnen treden bij zaken zoals Kunduz, waarbij de fractie de leden 'vergat' te informeren en te peilen.  Maar ook meer wil inzetten op de kracht van de partij zelf, waarbij andere partijen afhankelijk worden van ons, in plaats van dat GroenLinks afhankelijk wordt van andere partijen.

Zo wil hij alsnog een bijeenkomst beleggen voordat er een besluit genomen gaat worden over een eventuele uitbreiding van de civiele politiemissie in Kunduz. Want de leden zijn de besluitvorming over Kunduz nog steeds niet te boven.

Maar Arno wil ook meer de groene kant van GroenLinks weer meer naar voren brengen, iets wat redelijk op de achtergrond is geraakt door de sociale kant van GroenLinks.

IMG_3842

De start van de campagne was min of meer bij het driekoningen gala van DWARS in Utrecht. In de U-bar op de Oudegracht, werden Arno en Heleen aan de tand gevoeld door Jojanneke Vanderveen, voorzitter DWARS. Helaas bleek de geluidsinstallatie niet van goede kwaliteit te zijn en moesten de kandidaten op de bar gaan zitten om de microfoon te kunnen gebruiken. Na het algemene gedeelte kregen de kandidaten ook de kans om de DWARS leden persoonlijk aan te spreken. De DWARS leden maakten hier veelvuldig gebruik van en diverse vragen en stellingen kwamen voorbij.

IMG_3846

Na de 'start' van de campagne werden ook de nieuwjaarsborrels van diverse lokale GroenLinks afdelingen bezocht. Zo zijn we ook op bezoek geweest bij de nieuwjaarsborrel van GroenLinks Tilburg.

Na een korte speech van de wethouder en fractievoorzitter, konden de aanwezige GroenLinks leden de voorzitterskandidaten persoonlijk benaderen.

IMG_3897 IMG_3895

Maar ook tijdens algemene ledenvergaderingen kregen de voorzitterskandidaten de kans om zich te presenteren aan de GroenLinks leden.

Zo hebben we een alv bezocht in Leeuwarden waar natuurlijk ook de vraag kwam, hoe in de toekomst om te gaan met Kunduz. Iets wat bij elke afdeling ter sprake komt, een punt waar de GroenLinks leden nog steeds mee bezig zijn.

Maar ook de keuze, primair inzetten op regeren, of uitgaan van onze eigen idealen en dan mogelijk regeren als het uitkomt.

_MG_3948 

Het is leuk om te zien dat er telkens zoveel mensen komen opdagen, ondanks dat de verwachtingen van de afdelingen zelf, stukken lager zijn.

_MG_3979

De leukste bijeenkomst tot nu toe, vind ik de bijeenkomst in Leiden. Daar was voorafgaand aan het programma een nieuwe ledenbijeenkomst en aansluitend een interactief gedeelte met de kandidaat-voorzitters.

Ze kregen eerst de kans om zich voor te stellen, waarna er stellingen kwamen. De aanwezige leden konden dan kiezen uit voor of tegen.

"Een partij van en door leden met lange termijn visie" of een "partij voor en door kiezers met korte termijn visie, inspelen op de waan van de dag". Het merendeel gaf aan voorstander te zijn van de eerste stelling, ongeveer 5 personen gaf toch aan meer te zien in een kiezerspartij, aangezien die toch je winst leveren in de Tweede Kamer.

_MG_4040

_MG_4033_MG_4030

Maar ook stellingen zoals "Jolande Sap moet opstappen" kwamen voorbij. Hier bleken voorstanders voor te zijn, met als redenen dat ze gefaald zou hebben tijdens de besluitvorming van Kunduz en het 'gedoe' rondom Mariko Peters.

Telkens stonden Arno en Heleen aan dezelfde kant van de zaal bij de stellingen. Toen de stelling kwam "Groen of Links" gaf dat een verschil qua standpunten van de kandidaten. Waar Arno meteen Groen koos, koos Heleen voor het midden, aangezien ze Groen en Links bij elkaar vond horen en dus niet kon kiezen.

Het was een erg leuke bijeenkomst, waarbij alle leden betrokken werden en zo interactief hun mening kunnen geven.

De campagne gaat nog op volle toeren verder naar Eindhoven, Groningen, Utrecht, Rotterdam en als hoogtepunt natuurlijk 11 februari tijdens het congres in Utrecht!

Alle foto's van de bijeenkomsten kun je vinden op: Picasaweb

Wordt vervolgd!

zaterdag, 14 januari 2012

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Een nieuwe voorzitter: Twee goede kandidaten, één functie, een lastige keuze.

Foto gemaakt door Menno Slaats Verbinden, solidariteit, luisteren naar de leden, meer dialoog vooraf, een betere vertaalslag door de Kamerfractie, groene innovatie, een partij die met beide benen in de samenleving staat. Zomaar een paar termen die vanmiddag voorbij kwamen tijdens de discussie tussen de twee voorzitterskandidaten van het landelijk bestuur. Prachtige zinnen, volgens mij willen we dat allemaal. Woorden die ik eerder heb gehoord bij eerdere verkiezingen. De vraag is hoe ga je dit doen als voorzitter? Want woorden zijn nog geen daden. Op de ALV werd dan gelukkig ook door de mooie woorden heen geprikt. De keuze voor de GroenLinks leden wordt er m.i. niet makkelijker op. Een kleine beschouwing van de kandidaten zoals ik ze heb geobserveerd. De twee kandidaten: Heleen Weening & Arno Uilenhoet Opmerking vooraf: Ik ben er van overtuigd dat beide kandidaten uitermate geschikt zijn voor de functie van het voorzitterschap. Ik voel de passie, beide hebben unieke kwaliteiten. Bij beide kandidaten heb ik een goed gevoel. Heleen Weening – ‘Het Solidaire Groene Land’ Antwoordt vanuit het hart, maar toch op een zakelijke prettige manier. Heeft het voornemen om als voorzitter echt een voorzitter voor de leden te zijn die via de organen binnen de partij, zoals bijvoorbeeld de partijraad, werkgroepen etc te werken met de Kamerfracties. Belangrijk punt voor Heleen is besluitvorming vooraf binnen de partij op basis van programma. Zij zet in op een permanent programmacommissie. Heleen wil belangrijke thema’s op de kaart zetten waarover leden in de afdelingen kunnen discussiëren en waarvan de (stand)punten vervolgens door de vertegenwoordigde partijraadsleden meegenomen kunnen worden naar de partijraad. Een initiatief wat ik van harte ondersteun. Heleen vindt dat GroenLinks zich evenredig in uitingen naar buiten moet laten zien voor groene en solidaire thema’s. Partijnaam hoeft niet aangepast te worden. Het partijprogramma is goed, en we zijn geen partij in worsteling. Arno Uijlenhoe t – ‘Het groene goud’ Een goede welbespraakte spreker, fijn om naar te luisteren. Heeft een duidelijke visie waar GroenLinks op in moet zetten. Groene duurzame innovatie. “Het groene goud” Wil meer dialoog binnen de partij en weet ook duidelijk hoe hij dat neer wil gaan zetten. Via de partijraad, via het landelijke bureau, maar ook door werkgroepen niet in Utrecht maar op locaties in het land te laten vergaderen. Goed initiatief. Arno vindt dat de slag naar het duurzame bedrijfsveld meer gemaakt moet worden en zal daar ook op inzetten. Arno geeft aan dat besluitvorming en discussie met leden over belangrijke en gevoelige onderwerpen beter kan en vooraf moet plaatsvinden. Arno vindt dat GroenLinks best meer de nadruk mag leggen op duurzaamheidthema’s, oftewel het “groene goud”. De koers die ingezet is goed, we zijn geen partij die worstelt, we hebben een goed programma. Partijnaam hoeft niet worden aangepast. Twee beschrijvingen, twee capabele mensen voor één functie. Wie kies je dan? Nou ja , ik kies niemand, ik heb me te laat aangemeld voor het congres, dus heb geen stemrecht. Wat als ik wel stemrecht had op wie zou ik dan stemmen? Twijfel alom . wat mij bij Heleen erg aansprak is de directe vertaalslag naar wat er bij mensen speelt. Arno komt bij mij meer zakelijker over, een onmisbare eigenschap voor een voorzitter die mij erg aanspreekt, direct en kundig. Meerdere voorzitters zijn Heleen en Arno voorgegaan binnen de partij. Ze spraken mooie woorden in hun campagne in de weg er naar toe, maar verloren zich ‘grotendeels’ in de Haagse werkelijkheid. Ik heb mezelf de vragen gesteld, bij welke kandidaat ben ik het bangst dat zij/hij zich laat verleiden door de Haagse werkelijkheid en bij welke kandidaat denk ik dat het meeste Haagse menselijkheid gerealiseerd wordt. Wellicht wat kromme maatstaven, nu niet te toetsen en puur een gevoelskwestie. Op basis van deze vragen komt er voor mij een kandidaat uit waar ik op zou stemmen als ik de kans had. Ik zou kiezen voor het iets minder zakelijke, maar voor mijn gevoel iemand die dichter bij het maatschappelijke middenveld staat. Mijn fictieve stem gaat dus niet naar het “groene goud” , maar naar "het solidaire groene land".

vrijdag, 13 januari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Renovatie raadszaal

eric leltz

Vandaag heeft mijn fractie naar aanleiding van de berichtgeving in de plaatselijke pers bijgaande brief gestuurd naar de voorzitter van de raad burgemeester Cees van der Knaap.

Ede, 13 januari 2012

Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Ede,

In de afgelopen dagen zijn redactionele artikelen verschenen in het dagblad "De Gelderlander" met als onderwerp de renovatie van de raadzaal van de gemeente Ede. Hierbij werd gebruik gemaakt de openbare notulen van de vergadering van het Presidium van 12 september 2011.

De fractie van GroenLinks/PE hecht aan openheid en transparantie van het openbaar bestuur, dus in deze ook in de gemeente Ede. Als gevolg van bovengenoemde redactionele artikelen kan de indruk worden gewekt dat de gemeenteraad bewust de besluitvorming rond de renovatie van de raadzaal niet tijdig in het openbaar zal voeren. De fractie van GroenLinks/PE acht een openbare gedachtewisseling door de gemeenteraad over de renovatie van de raadzaal van groot belang. Niet alleen omdat de raadszaal in de ogen van de fractie van GroenLinks/PE een openbare functie heeft, maar ook om mogelijke negatieve beeldvorming met betrekking tot het handelen van de gemeenteraad en zijn voorzitter te voorkomen.

In de betreffende vergadering van het Presidium is gesproken om in het openbaar te vergaderen op een "passend moment", dat wil zeggen, na de aanbesteding van de renovatie van de raadzaal. De fractie van GroenLinks/PE acht het zinvol om nu reeds, dus voor de aanbesteding, in het openbaar over dit onderwerp te vergaderen. De politieke partijen kunnen dan hun visie geven op de renovatie en de uitgangspunten formuleren. Dit speelt des te meer daar voor de renovatie €1.7 miljoen in de vigerende perspectiefnota is opgenomen.

De fractie van Groenlinks/PE nodigt u uit om ons over bovenstaand standpunt uw mening te geven en wacht uw reactie met belangstelling af.

Met vriendelijke groet,

Eric Leltz, Fractievoorzitter GroenLinks/PE



vrijdag, 6 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Blogsstatistieken

GROEIENDE BELANGSTELLING

Toen ik nu bijna vier jaar geleden met mijn weblog begon, had ik daarbij wel bepaalde ideeën. Ik wilde een onafhankelijk medium om mijn gedachten kwijt te kunnen. Ik geloofde, dat ik wel iets te zeggen had en dat geloof ik nog steeds. Die gedachten, meestal over actuele zaken, kwamen vooral terecht in mijn Columns van de Week, inmiddels bijna 200. Daarnaast wilde ik mijn weblog gebruiken als een soort archief voor elders gepubliceerde stukken of zienswijzen. Daarvoor waren de andere rubrieken. Zo kan ik merken, dat het aantal bezoekers toeneemt, zo gauw ik iets publiceer over de Rooms-katholieke Kerk. Ook het onderwerp Dossier A12 Salto over de verbinding van Houten met de A12 trekt regelmatig bezoekers en dan met name ook het alternatief, de Meerpaalvariant. In mijn zienswijzen daarover komt ook steeds naar voren, dat er veel informatie ontbreekt, zodat er eigenlijk geen goede besluitvorming mogelijk is. Zou het daarom zijn, dat de publicatie van het definitieve ontwerp bestemmingsplan twee maanden is uitgesteld?

Ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar de resultaten van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de invloed van bloggers op de politiek. Daarvoor wordt ook mijn weblog gebruikt en ik kreeg de indruk, dat zij de gehele inhoud gedownload hebben. Wil ik invloed uitoefenen? Ja en neen. Ja, want af en toe erger ik mij dood over bijvoorbeeld toestanden in de zorg en hoop dan mensen wakker te schudden. Neen, want mijn bedoeling is vooral mensen aan het denken te zetten en zo tot een eigen mening te komen. Mensen zouden veel meer moeten nadenken over wat er in onze samenleving aan de hand is. Dat is een eerste stap naar verandering.

Het aardige is ook, dat steeds meer oud-leerlingen van het Niels Stensen College in Utrecht mijn weblog beginnen te ontdekken. Dat merk ik aan de gebruikte zoektermen en soms aan de reacties. Dan blijkt, dat ze mijn gedrevenheid van toen voordat ik per 1 augustus 1994 stopte nog steeds herkennen. Ik kom op de meest onverwachte momenten oud-leerlingen tegen en elke keer doet het mij weer goed te ontdekken, dat ze hun weg in het leven gevonden hebben.

Er is ook een duidelijke groei in de belangstelling. Soms publiceer je iets, dat echt de aandacht trekt. Mijn weblog is natuurlijk niet te vergelijke met bekende bloggers, die al veel langer bezig zijn. Die trekken op een dag bezoekersaantallen, waar ik een maand over doe. Mijn hoogste aantal bezoekers op één dag is 197. Maar interessanter is de groei, die te constateren valt.


Unieke bezoekers

 003954

005899

011384

Max. per maand

Nov 487

Sep 101

Dec 1113

Totaal bezoekers

009430

013983

024276

Maandmaximum

Jul 993

Sep 1493

Mei 2393

Pagina’s

033409

046130

068725

Maandmaximum

Jul 4123

Sep5196

Dec 6680

Aan favorieten toegev.

247

153

234

Hits

057815

073443

088552

Bytes

342,54MB

372,80MB

540,74MB

 

2009

2010

2011

 

Er is sprake van een groeiende belangstelling. Daarbij moet worden opgemerkt, dat het werkelijke aantal bezoekers hoger ligt, doordat het weblog gelinkt is met andere sites zoals www.planeetgroenlinks.nl. Dus moet je anderhalf tot twee keer zoveel bij bovenstaande aantallen optellen. De omvang van mijn weblog is zo stevig gegroeid, dat ook mijn provider meer ruimte moest inruimen.

In de afgelopen decembermaand trok mijn weblog gemiddeld ruim 72 bezoekers per dag. Toch krijg ik maar weinig reacties. Het maakt alles nog spannender als er discussies ontstaan. Schroom niet!

Tot slot: Alle Goeds voor dit nieuwe jaar!

Jaargang 4, Nr. 196.

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

woensdag, 28 december 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS Blogreacties: Christian Jongeneel

'Kunduz anno nu; in gesprek met Mariko Peters'

Vorige week woensdag 21 december was er 's avonds in de Jaarbeurs in Utrecht een bijeenkomst georganiseerd door het partijbestuur van GroenLinks landelijk.

Het onderwerp van de bijeenkomst was "Kunduz anno nu; in gesprek met Mariko Peters''. Door het organiseren van deze avond wil het partijbestuur tegemoet komen in een aangenomen motie tijdens het partijcongres.

De motie riep namelijk op tot meer discussie in de partij over standpunten die de Tweede Kamerfractie neemt of genomen heeft. En daar de achterban ook meer bij te betrekken.

Op de bijeenkomst waren ongeveer 60 personen aanwezig.

De avond werd geleid door Rosalie Smit en zij werd bijgestaan door Steven de Vries.

IMG_20111221_195059

Om de avond in te leiden, kwamen er een aantal stellingen voorbij:

  • Wie kent er iemand die zijn of haar lidmaatschap heeft opgezegd naar aanleiding van het standpunt van de Tweede Kamerfractie over Kunduz?
  • Wie is er lid geworden vanwege het standpunt  over Kunduz?
  • Wie heeft er tijdens het congres 'voor' Kunduz gestemd?
  • Wie heeft er tijdens het congres 'tegen' Kunduz gestemd?

Maar liefst de helft van de aanwezige kende iemand die zijn of haar lidmaatschap heeft opgezegd. Zo kreeg ik tijdens de avond de microfoon aangezien ik ook mijn hand op stak.

Iemand die erg actief is geweest bij het promotieteam van GroenLinks heeft na veel wikken en wegen toch besloten om haar lidmaatschap op te zeggen. Waarbij Kunduz uiteindelijk de doorslag heeft gegeven.

Daarnaast bleek de helft van de aanwezige personen voor en de andere helft tegen de missie gestemd te hebben (zover dat ging natuurlijk).

De meeste mensen die tegen gestemd hadden, hadden tegengestemd vanwege het feit dat ze meer zien in politieke oplossing in plaats van politie of militairen. Maar ook het politieke spel rondom de besluitvorming was een reden om tegen te stemmen.

IMG_20111221_204323

Na dit 'opwarmrondje' werd er in de zaal een inventarisatie gemaakt van vragen die men aan bod wilde laten komen.

  • Wat zijn de indicatoren die GroenLinks heeft opgesteld naar aanleiding van de aangenomen motie tijdens het partijcongres? Dus wanneer slaagt of faalt de missie?
  • Is het niet een verborgen oorlogsmissie door partij te kiezen en te zeggen dat ze daarna 'opeens' moeten samenwerken?
  • Wat zijn de bevoegdheden van de politie?
  • Is er wel behoefte aan de trainingsmissie?
  • Wat is civiel?

Bovenstaand zijn een aantal vragen die telkens voorbij kwamen.

IMG_20111221_210922

Mariko Peters gaf daarop een korte inleiding voor ze aan het beantwoorden van de vragen ging beginnen.

Ze erkent dat het debat over de besluitvorming eigenlijk pas achteraf is gevoerd en niet vooraf, dat de impact van het besluit onverwacht veel groter was.

In haar inleiding kwam ook ter sprake dat een volgsysteem van de Afghanen die opgeleid worden tot politie niet gaat werken. Aangezien in Nederland een dergelijk volgsysteem ook al niet blijkt te werken.

Hiermee werd enigszins al de toon gezet voor de rest van de avond. Waarbij Mariko in het 'verdachtenbankje' zat en de zaal een soort jury was die allemaal vragen op haar af kon vuren.

Op het eind van de avond was iedereen het er mee eens dat deze opzet van de avond niet de meest ideale was en dat men naar een andere opzet gaat zoeken in het vervolg.

Na de inleiding van Mariko gaf ze aan dat er drie verschillende soorten trainingen zijn:

  1. Basis: 8 weken, origineel was het 6 weken. De personen die deze training gevolgd hebben worden in Kunduz ingezet.
  2. Vervolg: 10 weken praktijkopleiding. De personen die deze training gevolgd hebben worden in Kunduz ingezet.
  3. Hoger kader: De personen die deze training volgen kunnen in heel Afghanistan ingezet worden.

De basis en vervolg trainingen zijn begin oktober gestart en de eerste personen zouden de training nu afgerond moeten hebben. De resultaten zijn daar binnenkort dus van beschikbaar.

Hieronder een verslag van een aantal vragen uit de zaal en de reactie van Mariko daarop:

"Is het een houdbaar systeem?"

Doordat het loon van de politie hoger is dan gemiddeld in Afghanistan is het een soort lokkertje om mensen bij de politie te krijgen. Maar doordat we als Westen nog heel erg lang in Afghanistan aanwezig zijn, moeten we nog lang opdraaien voor de kosten. Want de politie heeft nog geen rendabel verdienmodel door bijvoorbeeld het incasseren van boetes.

"Is er wel zoveel behoefte aan politiemensen?"

Sommige onderzoeken geven aan dat er juist meer of juist minder behoefte aan is. Onze insteek is meer dat zolang het civiele politiemensen oplevert het aantal niet uitmaakt.

"Waarom voor Kunduz en tegen Uruzgan?"

Omdat Kunduz civiel is en Uruzgan niet.

"Wat zijn de criteria van toetsing en wanneer wordt er getoetst?"

Het kabinet heeft ongeveer 32 toezeggingen gedaan, waarbij te denken valt aan civiel, aantal en duurzaam.

Daarbij krijg je ook het probleem als parlementariër. Want stel er komen andere uitkomsten, maar de richting is toch hetgeen je voor ogen had. Moet je dan de missie afblazen of als gefaald zien?

Het toetsen tijdens de missie is heel erg moeilijk of misschien niet mogelijk, aangezien het een land is dat overhoop ligt en nog vele jaren bezig is om stabiel te worden. Kun je dan wel meten of het goed gaat?

Het is een fragiele start die we nu gemaakt hebben in Kunduz, maar zolang het trainen van politie door kan gaan is het positief wat de fractie betreft.

Daarnaast willen we niet op 1 incident de missie beëindigen, maar zoveel mogelijk de feiten bekijken en trendmatig in de gaten houden hoe het verloopt.

"Wat is civiel?"

Wanneer de politie criminaliteit gaat bestrijden en dus ook westerse opvattingen van bijvoorbeeld vrouwenrechten gaat hanteren.

Na deze vragen en antwoorden was het tijd om kort met het partijbestuur de avond te evolueren.

IMG_20111221_215203

Enkele conclusies van de avond:

  • De opzet waarbij 1 persoon zich komt 'verdedigen' tegen de rest is geen geschikte opzet.
  • Dergelijke bijeenkomsten vaker doen, ook met andere onderwerpen
  • Moet zeker vervolg komen op deze avond
  • Iemand merkte op dat ze het jammer vond dat Mariko niet als partijgenoot aanwezig was maar in de vorm van politicus.

Mariko kreeg als laatste het woord en concludeerde dat ze het ook vervelend vond om als een soort 'verdachte' in het verdachtenbankje geplaatst te zijn tijdens de avond.

Over de missie zei ze nog dat we nog zeker 2 tot 3 generaties in Afghanistan moeten blijven totdat de oplossing zichtbaar gaat worden.

In januari verwacht zij een artikel 100 brief van het kabinet en in februari een debat over het mogelijk uitbreiden van de missie.

 

Ik vond het een interessante avond, waarbij ik helaas de conclusie moet trekken dat de GroenLinks fractie geen lijstje heeft met punten waarop een missie slaagt of faalt. Iets waarvan wel sterk de indruk werd gewekt tijdens de besluitvorming dat dit lijstje er is of zou komen.

Vooral om zo het kabinet ook zelf te kunnen 'monitoren' over de stand van zaken en dat periodiek te kunnen doen. Dat je je lijstje pakt en aan het kabinet vraagt naar de stand van zaken en dan simpelweg kunt afvinken op je lijstje.

Zo is er een missie naar Zuid-Soedan waarbij Nederland ook politiemensen gaat opleiding, het lijkt me daarom zinvol dat GroenLinks toch een soort lijstje gaat opstellen want er zullen in de toekomst alleen maar meer van dergelijke missies komen! Zodat we als partij dergelijke missies goed kunnen blijven volgen op het civiele karakter!

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

vrijdag, 9 december 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Europa begint te zinken.

In economie, europa, crisis, politiek, rutte, 2, europese, manier.
Met het akkoord dat gisterenavond gesloten is en er uitzonderingsposities zijn gecreëerd, heeft Europa zichzelf een slechte dienst bewezen. Het Europese schip breekt op deze manier in 2 stukken. De besluitvorming wordt nu helemaal moeizaam en onoverzichtelijk. De opmerkingen van Rutte laten zich vergelijken met de kapitein van de Titanic die dacht dat het schip [...]

woensdag, 7 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Duurzaamheid: van wensen op papier naar daadwerkelijke actie

CO2 neutraal, Millenniumgemeente, duurzaam bouwen, energie opwekken… allemaal losse ideeën die de afgelopen jaren steun hebben gekregen in de raad. Waar het in Vught vooral aan ontbreekt is een heldere ambitie en keuze van de gemeentelijke inzet op duurzaamheid. Geen losse acties, maar een samenhangend beleid.

De duurzaamheidsparagraaf  is een van de weinige onderdelen uit het coalitieakkoord van GB-VVD-D66 waar ik achter kan staan. Het label Millenniumgemeente verder uitwerken, effecten voor de lange termijn toetsen, streven naar een klimaatneutrale gemeente… allemaal goede voornemens. Maar deze politieke opdracht aan het college was voor de wethouder nog onvoldoende voeding om tot een beleidsnota te komen over hoe de gemeente dit verder inhoud gaat geven. Daarom was er nog behoefte aan een avond om hier met de raad over te spreken, voordat een notitie ter besluitvorming wordt voorgelegd.

Deze avond werd – na verschillende keren te zijn doorgeschoven – afgelopen donderdag gehouden. Na een korte uiteenzetting over duurzaamheid, mochten zes initiatieven vanuit de samenleving zelf worden gepitcht waarna de raadsleden hun visie op de taak van de gemeente op het gebied van duurzaamheid mochten geven. Dat werd een interessante verzameling van allerlei ideeën wat er allemaal zou moeten kunnen. Maar de avond kwam helaas niet veel verder dan het roepen van allerlei ideeën… En dat terwijl de wethouder vooraf had aangegeven juist behoefte te hebben aan richting voor de uitwerking van een notitie. Een veelvoud van ideeën draagt het risico dat het allemaal maar half wordt gerealiseerd.

Namens PvdA-GroenLinks heb ik dan ook aangegeven waar de gemeente naar mijn mening op moet inzetten: maak een heldere keuze, stel een ambitie en ga daarvoor! Uit de lokale samenleving zelf komen al vele ideeën, dat hoeft de gemeente niet over te nemen. Hooguit moet de gemeente ervoor open staan om op verzoek deze initiatieven te ondersteunen. Zo vroegen de meeste initiatieven tijdens de pitch vooral hulp op het gebied van communicatie. Dat is een quick win lijkt me. De rol van de gemeente is een voorbeeldfunctie: zelf laten zien dat je investeert en je ambities realiseert. En zorg dat deze inzet ook zichtbaar is voor de burgers.

Als het college dit advies ter harte neemt is de uitwerking van een duurzaamheidsnota opeens niet zo ingewikkeld meer. Het coalitieakkoord en de aangenomen moties geven immers al de onderwerpen aan waar steun voor is. Kies een lange termijndoel, werk dit uit in verschillende korte termijnstappen en ga het uitvoeren. Alle aangenomen moties zijn nu slechts nog wensen op papier. De opdracht aan het college is dit om te zetten in actie.

dinsdag, 6 december 2011

Astrid Kuiper

Astrid Kuiper

Hyves Twitter

Eerste reactie op het Onderzoek MQ

In raad, risico, amsterdam, bestuur, december, gemeente, onderzoek, opinion, stad, en meer.


Te weinig kritisch op muziekmakerscentrum

De onderzoekscommissie muziekmakerscentrum van ons stadsdeel heeft haar onderzoek af. Nadat een beroep is gedaan op de garantstelling en de financiële risico’s voor het stadsdeel duidelijk werden, is in opdracht van de raad onderzocht hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar vooral hoe het te voorkomen. Naast groot aantal conclusies komt de commissie op basis van haar rapport met 16 aanbevelingen voor een adequaat risicomanagement en een heldere taakverdeling binnen de stadsdeelorganisatie.

Het rapport van de onderzoekscommissie wordt behandeld in de openbare raadscommissievergadering van 13 december 2011 om 20.00 uur.

Een van de conclusies is dat het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer destijds onvoldoende kritisch is geweest bij de voorbereiding en uitvoering van de besluitvorming rond de garantstelling voor het muziekmakerscentrum. Zo is een kritisch second opinion van het exploitatieplan van het muziekmakerscentrum genegeerd. Het is best schrikken als ik lees dat in zo een second opinion twijfels zijn geuit over de vraag naar muziekoefenruimtes, het dagelijks bestuur toch tegen de raad zegt dat het financiële risico voor het stadsdeel uiterst gering is.

Bij de opstelling van de garantstellingsovereenkomst die de FGH-bank eiste om tot financiering over te gaan, heeft het stadsdeel de regie aan de centrale stad overgelaten. Dat moet prima kunnen, maar wel met goede afspraken. De conceptovereenkomst is echter niet door het stadsdeel beoordeeld op juridische en financiële consequenties - dus ook niet dat de garantstelling in één keer door de bank kan worden opgeëist. Hierdoor is het mogelijk dat vastgestelde maximumbedrag van de garantie wordt overschreden
De uiteindelijk door het dagelijks bestuur in 2007 afgegeven garantie bedroeg € 23,65 miljoen, terwijl de raad in 2005 een garantie voor maximaal € 10 miljoen had goedgekeurd. Het dagelijks bestuur had volgens de commissie deze hogere garantstelling moeten voorleggen aan de raad.

Wat ik ook kwalijk acht is dat de centrale stad op haar beurt heeft nagelaten de stedelijke toets voor garantstellingen expliciet uit te voeren. Daarnaast heeft zij de financiële belangen van het stadsdeel, en dus de hele gemeente Amsterdam, onvoldoende meegenomen in haar afweging. Als GroenLinkser vraag ik de gemeente in deze dan ook haar verantwoordelijkheid te nemen.

link naar het onder zoek
http://www.oost.amsterdam.nl/actueel/nieuws_stadsdeelraad/2011/onderzoekscommissie-0/

vrijdag, 28 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Geen kernwapenvrij Europa?

In column van de week, coalitie, defensie, eurocrisis, europa, frankrijk, internationaal, kracht, navo, en meer.

DE VOORUITGANG: COMPUTERGESTUURDE KERNBOMMEN

Ha, dachten wij vorig jaar; de kernbommen gaan ons land uit. Er komt een kernwapenvrij Europa. Maar een paar NAVO lidstaten, waaronder Frankrijk waren tegen. Besloten werd de rol van kernwapens te betrekken bij de ontwikkeling van een nieuwe visie op de rol van de NAVO bij verdediging en afschrikking. Dat noemen ze  de Defence and Deterence Posture Review (DDPR) en deze zal op 21 mei 2012 in Chicago door de staatshoofden worden ondertekend. Een groepje oude knarren van de NAVO, de High Level Group (HLG) moet een voorstel over de rol van kernwapens formuleren. Wie er in de HLG zitting hebben is moeilijk of niet te achterhalen. Wat ze aan formuleringen bedenken is geheim. In februari 2012 gaan ze hun ideeën bespreken met de lidstaten. Het is waarschijnlijk, dat ze vast zullen houden aan een rol voor kernwapens. Het is onwaarschijnlijk, dat de NAVO met deze procedure een prijs zal winnen voor transparantie en democratische inspraak. Behalve met de lidstaten zal de HLG ook met andere betrokkenen overleggen. Of daar behalve de wapenfabrikanten en conservatieve denktanks ook vredesorganisaties en vredeswetenschappers bij zullen horen; het is niet bekend. De definitieve tekst komt pas in Chicago tot stand, maar in het voortraject is er zo gemasseerd en gesleuteld, dat we hoogstens nog kleine wijzigingen kunnen verwachten. Honderden miljoenen burgers van NAVO landen staan bij de besluitvorming buiten spel. Van de huidige coalitie is geen kritische houding te verwachten, zelfs ondanks het feit, dat het Internationaal Gerechtshof slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen een rol van kernwapens als mogelijk geoorloofd ziet. Het officiële standpunt van Nederland is, dat het bereid is als eerste gebruik te maken van kernwapens. Daarbij zullen zeker ongewapende burgers in grote getalen omkomen. Onze regering is bereid een oorlogsmisdaad te begaan.

Intussen zijn de oude B61 bommen van Volkel zo ver heen, dat ze vervangen moeten worden. Als deze bommen afgeworpen worden, dalen ze aan een parachute naar beneden. Het vliegtuig heeft zo de kans tijdig weg te wezen. Als het kernwapen op enige hoogte ontploft is de reikwijdte van de vernietigende kracht groter. Maak u niet ongerust. Als u dichtbij bent, bent u voordat u het weet verdampt. Het uitschakelen van een ondergrondse defensie- of regeringsbunker vraagt echter meer precisie. U vraagt en de wapenindustrie levert. De nieuwe bommen zijn digitaal en gaan computergestuurd op hun doel af. Zulke bommen hebben grotere vleugels. Dus moeten de vliegtuigen, bijvoorbeeld onze F16’s en de toekomstige JSF’s aangepaste ophangsystemen krijgen. Een kostbare zaak. De piloten moeten extra getraind worden. Ook dat kost geld. De bases moeten aangepast worden. Inmiddels wordt er al enorm bezuinigd op traditionele wapensystemen. Dat zou dus nog veel meer moeten gebeuren om door te gaan met kernwapens, die we niet meer willen hebben.

Na alle aandacht voor de Eurocrisis wordt het nu tijd aandacht te besteden aan de gevaarlijke spelletjes, die in NAVO verband gespeeld worden. Tweede Kamer wordt wakker.

Jaargang 4, Nr. 185.

maandag, 24 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Zaak weigerambtenaren vraagt om een overgangsregeling

Auteurs: Theo Brand en Willem de Gelder (iets bewerkt verschenen in de Volkskrant van 24 oktober 2011).

De ministers Donner en Van Bijsterveldt stelden eerder deze maand dat gemeenten ambtenaren in dienst mogen nemen die geen homoseksuelen willen trouwen. De gemeenten moeten dan wel zorgen dat mensen van het gelijke geslacht met elkaar in het huwelijk kunnen treden door bijvoorbeeld tenminste één trouwambtenaar in dienst te hebben die geen bezwaren heeft. De bewindslieden willen de beslissing om weigerambtenaren aan te stellen bij de afzonderlijke gemeenten laten liggen.

In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem? Het ongerijmde is dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm en een smallere interpretatie hanteert van wat het huwelijk inhoudt en voor wie het bedoeld is, dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren zoals nu het geval is.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 2008 dat een gemeente mag weigeren een ambtenaar aan te stellen die alleen hetero’s wil huwen. Dat betekent dat de ene gemeente wel weigerambtenaren in dienst neemt en andere gemeenten juist niet. De situatie is ook  dat gemeenten die nu nog ruimte bieden aan weigerambtenaren, zelfstandig kunnen beslissen dat niet langer te doen. Dat komt de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet ten goede.

Rekening houden met gevoeligheden is een goede zaak, maar wel in de geest van de wet. Een landelijke overgangsregeling verdient daarom de voorkeur. Deze regeling kan bijvoorbeeld inhouden dat vanaf 1 januari 2012 – elf jaar na de openstelling van het huwelijksregister voor stellen van hetzelfde geslacht – geen nieuwe weigerambtenaren meer mogen worden aangenomen terwijl de huidige weigerambtenaren hun termijn mogen volmaken.

De richting is dan helder en alle nieuwe trouwambtenaren hebben zich te voegen naar de wettelijke ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een vrije keuze is, worden mensen op basis van deze overgangsregeling niet gedwongen om handelingen te verrichten die zij liever niet doen of die tegen hun geweten in gaan.

Het is niet de individuele ambtenaar die bepaalt voor wie het huwelijk bedoeld is, maar de wetgever die in 2001 het huwelijksregister heeft opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht. Tegelijk verdienen zittende ambtenaren die moeite hebben met deze verandering enige souplesse zonder dat zij plotseling geconfronteerd kunnen worden met nieuwe inzichten van hun eigen gemeenteraad. Een landelijke overgangsregeling zoals in dit artikel voorgesteld, is daarom voor alle betrokkenen de meest solide en ruimhartige oplossing.

Theo Brand (politicoloog) en Willem de Gelder (student politicologie) zijn redacteuren van De Linker Wang, tijdschrift voor religie en politiek verbonden met GroenLinks.


maandag, 10 oktober 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Theater: weinig feiten, veel emoties

In raad, theater, politiek, analyse, discussie, gemeenteraad, huisvesting, school, weer, en meer.

Passage uit het Rekenkamerrapport over de soap rond de huisvesting van Theater De Fransche School bl.z 16:

Tot slot komt uit dit deel van de analyse duidelijk naar voren dat emoties en negatieve beeldvorming over en weer een constructieve, inhoudelijke discussie over de gewenste podiumvoorziening in de weg staan. Betrokkenen houden elkaar gevangen en misgunnen elkaar het succes. De gemeentelijke politiek is verdeeld, wat zijn weerslag heeft op de besluitvorming in de gemeenteraad. Daar lijken irrationele overwegingen de discussie te beïnvloeden…..

De raad mag het zich aantrekken besluiten niet op feitelijke argumenten te baseren.

zaterdag, 8 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Wisseling van wethouders

DE KUNST VAN HET HAALBARE

Wethouders en gemeenteraden worstelen nog steeds met het dualisme. Menig wethouder is al dan niet gedwongen afgetreden. Wethouders zijn niet langer lid van de gemeenteraad en van hun fractie. Het College staat los van de Raad, zoals de regering los staat van het parlement. Normaal steunt de regering op een meerderheid in beide kamers van het parlement. Bij sommige kwesties moet de huidige regering steun zoeken bij andere partijen dan de regeringspartijen en gedoogpartner PVV. Dat vraagt dan het nodige overleg, eventueel in achterkamertjes. Zo kan het beleid bijvoorbeeld pro-Europees blijven. Nu een nieuwe bankencrisis voor mogelijk wordt gehouden met een nieuwe economische crisis moeten VVD, CDA en PVV opnieuw om de tafel. Moet er nog meer bezuinigd worden, is de vraag. Bekend was ook het zogenaamde torentjesoverleg tussen regeringspartners om over nieuwe kwesties tot overeenstemming te komen. Frustrerend voor de oppositie, want die werd zo buitenspel gezet. Voor het overleg met de kamer was over het onderwerp al beslist.

Deze Haagse mores zouden leerzaam kunnen zijn om onnodige spanningen tussen de Raad en het College of een individuele wethouder te voorkomen. Over sommige zaken beslist het College op grond van de wet of van afspraken met de Raad. De Raad houdt zich bezig met de hoofdlijnen, niet met details of met de uitvoering. Tegelijk dient de Raad het werk van het College te controleren. Dan kan blijken, dat de Raad niet gelukkig met iets is. Hoe kun je dat voorkomen? Een ervaren wethouder weet maar al te goed over welke zaken hij met de Raad kan botsen. De kunst is dan de Raad tijdig te informeren en eventueel tot overleg te komen. In elke raadsperiode moet beleid ontwikkeld worden over zaken, waarover niets in het coalitieakkoord is opgenomen. Ook dan is intensief overleg met de Raad geboden en in het bijzonder met en tussen de coalitiepartners.

Misschien gaat het vaker mis bij de dagelijkse gang van zaken. Een wethouder bereidt een besluit voor. Overleggend met de ambtenaren komt naar voren, dat iets wettelijk niet kan of economisch niet verantwoord is. Dat zal de Raad niet leuk vinden. Een slimme wethouder informeert de Raad onmiddellijk. Dat is beter dan met een compleet, maar afwijkend voorstel te komen, waardoor de Raad onaangenaam verrast is. De wethouder heeft voor 100% gelijk en toch is de Raad geïrriteerd, zeker als dat vaker voorkomt. Besluitvorming over ingewikkelde kwesties is een langdurig proces, waarin wethouder en Raad samen moeten optrekken. Soms zien we bij een College de neiging eigen beleid te ontwikkelen. Salarissen worden mede bepaald door het aantal inwoners. Het hoeft niet mee te spelen, maar het kan er wel toe leiden, dat een College wat eerder geneigd is in te stemmen met groeitaken, waar de bevolking niets van wil weten en als het goed is de Raad evenmin. Een College moet altijd beseffen, dat de Raad uiteindelijk de baas is. Dat is moeilijk, want een College heeft meestal een informatievoorsprong en is daardoor gemakkelijker geneigd ideeën van de Raad terzijde te schuiven. De zoveelste botsing volgt.

Een wethouder kan zo afhankelijk zijn van de ambtenaren, dat het eigenlijk de ambtenaren zijn die het beleid bepalen. Gewetensvolle ambtenaren dienen daarbij het belang van de gemeente, van de Raad en van de burgers. Ze houden rekening met de meningen in de Raad, maar de verleiding ligt op de loer eigen stokpaardjes te gaan berijden. Een goede wethouder staat tegenover de ambtenaren stevig in zijn schoenen.

In het dualistische stelsel is voortdurend overleg en een constante informatiestroom de kunst om uit de hand lopende spanningen tussen een wethouder en de Raad te voorkomen. De wethouder is de dienaar van de Raad.

Jaargang 4, Nr. 182 

dinsdag, 4 oktober 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Aanpassing plannen en financiën geeft Waalsprong stevig fundament

waalsprongDe bouw van het nieuwe Nijmeegse stadsdeel Waalsprong ontkomt niet aan de gevolgen van de internationale economische situatie en de stagnatie op de Nederlandse woningmarkt. Om de financiën op orde te houden en om voor 30.000 bewoners een aantrekkelijk woongebied te kunnen realiseren, grijpen de aandeelhouders van de grondexploitatiemaatschappij (GEM) Waalsprong nu in. De belangrijkste ingrepen zijn een aanpassing van het plan voor de Citadel, verlaging van grondprijzen en een herverdeling van de financiële risico’s tussen de aandeelhouders. Het college van B&W wil als grootste aandeelhouder in de GEM instemmen met de maatregelen. De gemeenteraad kan daarover deze maand nog wensen en bedenkingen uitspreken.

De voortdurende internationale crisis op de financiële markten heeft in Nederland al enige jaren een stagnatie op de woningmarkt tot gevolg. Dat is ook merkbaar bij de ontwikkeling van het nieuwe stadsdeel Waalsprong in Nijmegen. Om de financiële gevolgen hiervan in beeld te brengen heeft de gemeente aan een extern bureau een ’second opinion’ gevraagd, zowel over de grondexploitatie en de risicoverdeling binnen de GEM Waalsprong als over de grondexploitatie die de gemeente zelf voert. De gemeente is met 50% de grootste aandeelhouder in de GEM en werkt daarin samen met marktpartijen en woningcorporaties.

In de second opinion is vastgesteld dat de financiële opzet voor de Waalsprong solide en transparant is. Wel worden de grondprijzen als stevig aangeduid. De prognoses over het tempo van de afzet van woningen zijn volgens het bureau optimistisch. De leidende conclusie is dat het in de huidige marktomstandigheden noodzakelijk is om een deel van de plannen en afspraken tussen de aandeelhouders aan te passen.

Het college van B&W is recent met de andere aandeelhouders in de GEM een pakket aan maatregelen overeen gekomen. Een nieuwe planuitwerking van de Citadel als centrum van de Waalsprong is daarvan de belangrijkste. Vanwege de veranderde vraag op de woningmarkt komen er minder appartementen en meer woningen met een tuin. Ook zal het parkeren voor een groter deel op straat en minder in parkeergarages plaatsvinden. De beschikbare ruimte voor winkels blijft gelijk. Omdat de bouw van de Citadel in fases wordt opgeknipt, is er nu kans om de winkels sneller te realiseren. Deze aanpassingen leveren ongeveer 20 miljoen op. Voor B&W is het tegelijkertijd van belang om de samenhang tussen de plannen voor de Citadel, de Hoge Bongerd en Veur-Lent te optimaliseren. Deze bouwplannen vormen straks het stedelijke profiel van de noordelijke Waaloever. Het college wil over deze grote gebiedsontwikkeling de komende tijd ook het gesprek aangaan met de stad.

Andere maatregelen die voor de Waalsprong zijn voorgesteld, zijn onder andere een lager afzettempo van woningen voor de komende 5 jaar (tot 400 kavels per jaar), een lagere grondprijs voor winkels in de Citadel, een korting op de grondprijs voor woningkavels en een herverdeling van de financieringsrisico’s tussen de aandeelhouders.

Met deze maatregelen verwachten B&W om samen met de partners in de GEM weer een stevig fundament te hebben voor de verdere ontwikkeling van de Waalsprong.
Ondertussen is de bouw van woningen in de nieuwe wijk Laauwik dit jaar goed op gang gekomen. In 2011 zijn er 550 bouwrijpe kavels overgedragen en voor 2012 is de verwachting dat er in de Waalsprong tussen de vier- en vijfhonderd woningen afgezet worden. In de komende 15 jaar worden nog zo’n 8000 woningen gebouwd.

Nijmegen verkeert in de bijzondere situatie dat de bevolking de komende decennia blijft groeien. Er blijft een grote behoefte aan woningen, die voor een belangrijk deel in de Waalsprong kan worden opgevangen. Als onderdeel van het realiseren van een nieuw stadsdeel op de Nijmeegse noordoever, ligt de bouw van nieuwe infrastructuur op schema. Zo wordt er hard gewerkt aan de nieuwe stadsbrug De Oversteek, de realisatie van het definitieve NS-station in Lent en de ombouw van de toegangswegen. Ook is gestart met de realisatie van de drie grote natuur- en recreatieplassen in de Landschapszone. Naar aanleiding van de second opinion op de gemeentelijke grondexploitatie worden de grondprijzen voor de geplande woningkavels in dit plassengebied verlaagd. Dit om de bouwproductie te stimuleren. Ook is vanwege de economische situatie besloten de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen in de Waalsprong over een langere tijd te spreiden. De voorbereidingen voor het graven van een nevengeul van de Waal en de aanleg van een stadseiland zijn in volle gang als onderdeel van het rijksproject ‘Ruimte voor de Rivier’.

Zodra de raad zich, uiterlijk 3 november, over de maatregelen heeft uitgesproken, nemen burgemeester en wethouders een besluit. Daarna vindt besluitvorming over de aangepaste grondexploitatie plaats in de Algemene Aandeelhoudersvergadering van de GEM.

zondag, 25 september 2011

Ulbe Spaans

Ulbe Spaans

Twitter

Een muur van Strandhuisjes?

In politiek, natuur, politiek, strand, welzijn, westland, beleid, communicatie, discussie, en meer.

Afgelopen woensdag kwamen politici en ondernemers bij elkaar in “De Westlandse Druif” te Monster om met elkaar een eerste aanzet te geven aan de nota Toerisme en Recreatie.Progressief Westland ( en de Raad van State) heeft altijd het standpunt gehuldigd dat wij geen toeristische gemeente zijn.Wat uiteraard niet wegneemt dat er geen toeristische elementen in het Westland aanwezig zijn.
Wethouder Weverling ging in zijn inleiding met name in op de regisserende en faciliterende  rol van de Gemeente en bakende daarmee tegelijk ook het speelveld af met het oog op eventuele (te hoge) financiële verwachtingen.

Concreet werd na een levendige discussie afgesproken dat er door de ondernemers initiatieven ontplooid gaan worden om meer samenhang in het aanwezige aanbod te krijgen.Te denken valt dan aan arrangementen die elkaar kunnen versterken  in relatie tot de glastuinbouw, cultuur(historie), strand en het aanwezige overnachtingsaanbod.
Maar ook de communicatie naar,met name de randgemeenten, werd genoemd.
Dat bracht een van de ondernemers ertoe om een “cursus”gebiedsmarketing aan te bieden.
Na enig aandringen van de gespreksleider schaarden een tiental ondernemers zich aarzelend achter dit initiatief.
Hieruit bleek dat de gebiedsmarketing die de Gemeente in haar beleid heeft opgenomen (voor  € 1.000.000) vooralsnog Toerisme en Recreatie uitsluit. Deze puur economische gebiedsmarketing; die in het verleden vooral door “groene mannetjes” en “stickers”naar buiten kwam is door Progressief Westland altijd als inefficiënt bestempeld.
Nimmer is het effect hiervan aangetoond.
Jammer dat de recent aangestelde directeur niet aanwezig was, want hij had zich op deze manier alvast kunnen oriënteren op een wellicht toekomstig beleidsonderdeel.  

Progressief Westland bracht naar voren dat de diverse bestuurslagen ( provincie,gemeente, waterschap) een vlotte en transparante besluitvorming in de weg zitten en frustratie en  tijdverlies met zich mee brengen.
Regie hierop is dringend noodzakelijk.
Uiteraard werd het onzalige plan om zo’n 100 strandhuisjes die: “als een muur voor het net aangelegde natuurgebied de natuurlijke opbouw van de duinen verstoren” door ons aangekaart als een volstrekt ongewenste activiteit.

Al met al een aardige aftrap om samenhang en beleid  te realiseren.
Opvallend  was de bijna unanieme conclusie dat natuur, groen, ruimte en cultuurhistorie tot de belangrijkste elementen voor ons welzijn worden aangemerkt.
Goed dat van begin af aan de ondernemers erbij betrokken worden.
Duidelijk werd wel dat de ondernemers het met elkaar zullen moeten gaan oppakken en dat het gezamenlijke belang ook het persoonlijke belang kan bevorderen.
Uit sommige reacties maakte ik echter op dat dit laatste (nog) niet door iedereen werd gedeeld.

 En………. nu we het toch over recreatie hebben.

Wat is het toch jammer dat zo’n schitterende locatie als “de Westlandse Druif” in Monster slechts via het industrieterrein bereikbaar is. Gelukkig wordt hier in de toekomst een fietspad aangelegd zodat men (iets) beter bereikbaar zal zijn.

Ulbe


zondag, 21 augustus 2011

Theo Brand

Theo Brand

Vrijzinnigheid als dwangbuis of als wenkend perspectief?

Vrijzinnigheid is een begrip dat leeft binnen GroenLinks – maar ook binnen D66 en de PvdA. Het slaat op een mentaliteit waarbij het individu niet langer wordt beknot door seksegebonden rolpatronen, taboes op homoseksualiteit of andere culturele en/of religieuze opvattingen en gewoonten die individuele ontplooiing in de weg staan.

Vrijzinnigheid is van groot belang, maar de maakbaarheid ervan is beperkt omdat vrijheid en emancipatie zich moeilijk laten afdwingen. Tegelijk is de veerkracht van de Nederlandse samenleving vaak zo groot dat veranderingen vaak van onderop groeien. Het is veel effectiever om die hoopvolle en authentieke processen te stimuleren dan om – op paternalistische wijze - onwillige mensen tot vrijheid te dwingen. Als dat überhaupt al mogelijk en wenselijk zou zijn.

Het is begrijpelijk dat de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen in 2001 bij een minderheid van conservatieve trouwambtenaren niet meteen tot enthousiaste reacties leidde. Ook ligt het niet voor de hand dat alle orthodox-gelovige vrouwen kiezen voor een radicaal andere levensstijl dan hun moeders en grootmoeders. Maar dat neemt niet weg dat alle mensen wel dezelfde rechten hebben en ontplooingskansen zouden moeten krijgen. Vrijzinnigheid mag geen dwangbuis worden, wel een wenkend perspectief en een ontspannen uitnodiging.

Dat laatste – vrijzinnigheid als een ontspannen uitnodiging - mis ik bijvoorbeeld in het integratiedebat en in het debat over godsdienstvrijheid. Ook binnen mijn eigen partij, GroenLinks, mis ik bij sommigen weleens wat relativeringsvermogen. Enerzijds gaat het over vrijheidsrechten maar anderzijds over culturele verschillen en over ongelijktijdigheid: niet iedereen maakt de zelfde ontwikkeling door op het zelfde tijdstip. Het gaat over veranderingsprocessen die nog niet zo lang geleden in de breedte van de Nederlandse maatschappij plaatsvonden. Dat heeft tijd gekost. Mogen die processen nu (bij anderen) helemaal geen tijd meer kosten en geduld vragen? Ik denk van wel, als we de uiteindelijke richting maar helder hebben.

Het ontkennen of afwijzen van homoseksualiteit en het in stand (willen) houden van een ongelijke positie van vrouwen en mannen in sommige kringen, past niet bij de vrijzinnige maatschappij die ook mij voor ogen staat. Maar de bevordering van vrijheid en emancipatie vraagt in de eerste plaats om dialoog en geduld en pas in allerlaatste instantie om wetgeving en dwang. Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen en groepen stimuleren of verleiden om te kiezen voor vrijheid en emancipatie?

In elk geval niet door te stellen of te suggeren dat een bepaalde religie of (sub-)cultuur achterlijk is. Elke godsdienst, levensbeschouwing of cultuur wordt geïnterpreteerd en gepraktiseerd door nieuwe generaties. Zij doen dat in de context van de moderne wereld en de open samenleving. Onder de oppervlakte broeit het vaak van de langzaam groeiende veranderingen. Denk aan feministische moslima’s. Of bijvoorbeeld aan het feit dat er sinds kort kinderopvangcentra bestaan op reformatorisch-christelijke grondslag. Persoonlijk juich ik deze verzuiling niet toe, maar het geeft aan dat het steeds normaler wordt dat SGP-vrouwen op de arbeidsmarkt actief zijn, wat twintig jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar was. En het feit dat gereformeerd-vrijgemaakte homo’s zich organiseren en ruimte bevechten in hun eigen kring, is een ontwikkeling die ook spontaan is gegroeid en (een deel van) de achterban van de ChristenUnie uiteindelijk ingrijpend zal veranderen.

Juist omdat verandering van onderop het beste werkt, was het ook beter geweest als het onverdoofd ritueel slachten niet meteen door de Tweede Kamer per wet verboden zou zijn geworden, maar eerst tot dialoog had geleid met bijvoorbeeld een convenant als uitkomst. De betreffende joden en moslims hadden dan zelf met een veranderingsproces kunnen starten. De eigen geloofstraditie had dan in harmonie gebracht kunnen worden met nieuwe inzichten rond dierenwelzijn. Omdat echter niet voor dialoog en een ontspannen oplossing is gekozen maar voor dwang, voelt een groot deel van de joden en moslims zich geschoffeerd. Het is bovendien erg hypocriet dat een partij als de VVD – die nooit enige moeite heeft met de bio-industrie – zich wel keert tegen onverdoofd ritueel slachten. Geld verdienen aan grootschalig industrieel dierenleed is blijkbaar minder kwalijk dan kleinschalig dierenleed op basis van eeuwenoude rituelen. Ergo: voor de VVD is niet geldzucht, maar religie de bron van alle kwaad. Hoe simpel wil je het hebben.

De kwestie van de zogeheten weigerambtenaren vind ik ingewikkeld. In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem – zo kun je oppervlakkig stellen. Toch vind ik het ongerijmd dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm (en smallere interpretatie) hanteert van wat het huwelijk inhoudt – en voor wie het bedoeld is – dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren ten aanzien van weigerambtenaren, zoals nu het geval is.

Beter is een landelijke overgangsregeling voor weigerambtenaren (zoals eerder bepleit door publicist en politicologie-student Willem de Gelder). Deze regeling kan bijvoorbeeld behelsen dat vanaf nu (2011; tien jaar na invoering) geen enkele weigerambtenaar meer mag worden aangenomen. En dat alle nu nog zittende weigerambtenaren tot en met uiterlijk 2015 hun werkzaamheden mogen blijven verrichten. De richting is dan helder en trouwambtenaren hebben zich op termijn volledig te voegen naar de ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een volstrekt vrije keuze is, worden mensen in deze situatie niet gedwongen om handelingen te verrichten die tegen hun geweten in gaan.

De richting die ik kies is die van maatschappelijke vrijzinnigheid (die overigens niet hoeft te botsen met midden-orthodoxe posities in de wereld van kerk en religie). Maar de weg er naartoe moet van haar scherpe en intolerante randjes worden verlost. Dat vraagt bijvoorbeeld om ondersteuning van bewegingen van onderop, denk aan subsidies voor homo- en vrouwenemancipatie (positief). En dus niet om secularistische Don Quichottes die te hoop lopen tegen bepaalde groepen en overtuigingen (negatief).

GroenLinks moet bovendien niet vergeten dat ecologie en sociale rechtvaardigheid haar kernthema’s zijn en dat juist op die terreinen sneller en effectiever resultaten geboekt kunnen worden tegen consumentisme en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Door een fixatie op vrijheid, zouden we de gelijkheid en broederschap nog vergeten. Ja, broederschap… fraternalisme dus. En alstjeblieft geen paternalisme, hoe vrijzinnig die ook bedoeld moge zijn.


Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Reactie op brief over lokatie nieuw ziekenhuis OZG

In winschoten, ziekenhuis, oldambt, groenlinks, mening, politiek, discussie, fractie, gemeente, en meer.
Naar aanleiding van een ingezonden brief van de heer Bolhuis in het Dagblad van het Noorden van afgelopen zaterdag 20 augustus, waarin door de briefschrijver naar voren wordt gebracht dat er door GroenLinks gezwabberd wordt ten aanzien van haar standpunt m.b.t. de locatie van het nieuw te bouwen ziekenhuis, heb ik gemeend, als lid van de GroenLinks fractie in de Gemeente Oldambt, daarop het volgende op mijn weblog te moeten gaan verduidelijken:

De fractie van GroenLinks in het Oldambt is van mening dat het ziekenhuis vooraleerst voor de gemeente Oldambt en in het bijzonder voor de stad Winschoten behouden moet blijven. Wij zien daartoe in potentie, voldoende mogelijkheden op de huidige locatie van het ziekenhuis, wellicht in combinatie met het terrein dat aan de overkant van de Stikkerlaan reeds braak ligt dan wel vrij zou kunnen komen. Dit zou tevens de ontwikkeling van de beoogde zorgboulevard aan de Stikkerlaan kunnen gaan versterken. Door in te zetten op behoud van het ziekenhuis in Winschoten wil GroenLinks voorkomen dat een dergelijke belangrijke voorziening voor deze stad verloren gaat, waarmee tevens de functie als centrumstad voor het omliggend plattelandsgebied te zeer dreigt te worden uitgehold. Binnen een gebied waar de krimp om zich heen slaat, moet juist een dergelijke neerwaartse ontwikkeling worden voorkomen. Dat het behoud van het ziekenhuis in Winschoten tevens van belang is voor de aldaar gevestigde middenstand behoeft dan ook, gelet op vorenstaande, geen nader betoog.

De Ommelander Ziekenhuis Groep stelt echter dat de huidige locatie in Winschoten om meerdere redenen niet langer geschikt is als locatie voor een nieuw te bouwen ziekenhuis en wijst, na eerder Zuidbroek, Scheemda West nu als “second best” locatie aan. De GroenLinks fractie is daar op voorhand nog niet van overtuigd maar staat wel open voor een op argumenten te voeren discussie.

Die discussie zal gebruikelijker wijze in de gemeenteraad plaats gaan vinden, waarna besluitvorming volgt op basis van weging van de argumenten. De uitkomst daarvan staat van tevoren niet vast en kan dus in voorkomende gevallen ook anders gaan uitpakken dan waar vooraf op werd ingezet. Dat kan op een afstandje wat lijken op gezwabber, maar getuigd feitelijk van een goed ontwikkeld gevoel voor politiek realisme!

dinsdag, 26 juli 2011

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

DEAL wordt DAL-E

In samenwerking, bestuursakkoord, provincie groningen, deal, gemeenten, eemsmond, fractie, groenlinks, groningen, en meer.
In 2008 hebben de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Loppersum en Eemsmond samen met de provincie Groningen een bestuursakkoord gesloten. Het samenwerkingsverband heeft ondertussen o.a. een aparte dienst de Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH-DEAL) voortgebracht. Destijds heeft GroenLinks als enige fractie bij de besluitvorming tegen dit samenwerkingsverband gestemd. De argumenten om tegen te

maandag, 6 juni 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Een andere manier om naar bezuinigingen te kijken

De bezuinigingen vliegen ons om de oren op het moment. Er wordt bezuinigd op zorg, op reintegratie en sociale werkvoorzieningen, op kinderopvang. Veel van de bezuinigingen treffen kwetsbare burgers. Wat mij betreft is het argument dat je de meest kwetsbaren in de samenleving moet ontzien een valide argument. Als er bezuinigd mag worden, dan bij de mensen en de bedrijven die het kunnen opbrengen. Zolang de hypotheekrente-aftrek ongemoeid wordt gelaten is er alle reden om alle bezuinigingen die de economisch minder bedeelden treffen rigoreus van de hand te wijzen.
Naast dit argument van eerlijk delen, solidariteit en medemenselijkheid kun je ook naar de bezuinigingen kijken vanuit een mensenrechtenperspectief.
In tal van internationale verdragen zijn de rechten van de mens vastgelegd, waaronder een groot aantal sociale rechten. Het recht op toegankelijke gezondheidszorg om maar eens wat te noemen; het recht op een dak boven je hoofd; het verbod van discriminatie en de bijbehorende plicht om de positie van vrouwen te verbeteren,....
Veel van de nu aangekondigde bezuinigingen hebben effecten die deze mensenrechten raken. Bijvoorbeeld: het wegbezuinigen van tolken in de gezondheidszorg zal de toegankelijkheid van de zorg verminderen voor iedereen die het Nederlands onvoldoende machtig is. Voor vrouwen die te maken hebben gehad met seksueel geweld, of die bij de dokter komen voor iets op het gebied van de seksuele en reproductieve gezondheid zal dit in nog sterkere mate gelden: dat zijn niet de onderwerpen waarbij je je twaalfjarige zoon laat vertalen.
Nederland is er altijd als de kippen bij om andere landen op hun mensenrechtenverplichtingen te wijzen. Maar ook Nederland is aan deze verdragsverplichtingen gebonden. Dat betekent dat de regering de gevolgen van het gevoerde beleid op deze mensenrechten in kaart zal moeten brengen; en in de besluitvorming zal moeten betrekken. Dat geldt voor al het beleid; ook voor bezuinigingen.
Goede voorbeelden hiervoor zijn er; zo heeft de gemeente Coventry in Engeland een human rights and equality impact assessment laten uitvoeren naar de public budget cuts (zie hier).

Mensenrechten zijn er niet voor de sier. Er is alle reden voor een mensenrechteneffectrapportage op de bezuinigingsplannen van de regering.

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

dinsdag, 24 mei 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Te rooskleurig beeld over bijstandsgerechtigden

In arnhem, politiek, social media, sociale zaken, uwv, armoedebeleid, arnhem, sociaal, nummer 1, en meer.

De re-integratiemiddelen voor bijstandsgerechtigden worden fors ingeperkt. Arnhems gemeenteraad en wethouder moeten dit beter onderkennen.

Het Arnhemse college van burgemeester en wethouders is van zins het bestuursakkoord van VNG en kabinet over de invulling van de nieuwe Wet werken naar vermogen (WWNV) te verwerpen. Dat klinkt heel dapper maar is eigenlijk bittere noodzaak want uitholling van de sociale werkvoorziening en een zwaardere belasting van de dienst Inwonerszaken door de instroom van Wajongeren in de nieuw beoogde WWNV zou desastreuze gevolgen hebben voor het armoedebeleid.
Dan de bezuinigingen. De gemeenteraad is na enkele maanden discussie en na een paar chaotische debatten op 19 april tot besluitvorming gekomen. Maar er zit nog een aantal open eindes in het voorstel van het college. Ik wil me hier richten op de bezuinigingen ten aanzien van de armoedeagenda en de oplossing die hiervoor is bedacht.

Wethouder Van Wessem wil met minder geld hetzelfde voorzieningenniveau realiseren. Dat is een loffelijk streven, maar is het realistisch?
Volumereductie, dus minder uitkeringen verstrekken, lijkt het toverwoord. In de raadsvergadering van 18 april en in een brief aan de raad staat dit op nummer 1. Het is een beproefd liberaal recept, onder het motto ‘de beste weg uit armoede is de weg naar arbeid’. Soms is dat zo, echter niet altijd. Zo zijn er ook veel werkende armen waar het stadsbestuur verantwoordelijk voor is.
Er is de verwachting, of is het de hoop, om een meer dan gemiddeld aantal mensen van een bijstandsuitkering (WWB) naar werk te helpen. Laten we voor het gemak ervan uitgaan dat de economische groei zich voortzet. Dan is het de vraag welke middelen de gemeente ter beschikking heeft om deze mensen aan het werk te helpen.
Begin januari verscheen een rapport van de Rekenkamercommissie Arnhem over het re-integratiebeleid. Op de inhoud en de gevolgde methodiek van de commissie valt een hoop aan te merken. De hete hangijzers worden omzeild en de tijdspanne die is genomen om tot valide resultaten te komen is veel te kort. Re-integratie is iets voor middellange termijn en vergt meerjarig onderzoek alvorens steekhoudende uitspraken over de effectiviteit van beleid kunnen worden gedaan.
Zo wordt bijvoorbeeld in het rapport geen woord over de omgeving van de gemeente gerept. En daar is veel gaande. Zo worden de re-integratiegelden bij UWV volledig bevroren en dat zal grote gevolgen hebben voor de klanten die na afloop van een WW-uitkering naar de bijstand gaan.
De re-integratiemiddelen voor de gemeenten zelf worden ook fors ingeperkt waardoor het maar zeer de vraag is of een aantal projecten kan worden voortgezet. De grootste groep WWB’ers heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt waardoor begeleiding, re-integratie en/of scholing de enige succesfactor is om duurzaam uit de uitkering te komen.
Ik wil de gemeenteraad en de wethouder dan ook adviseren eens grondig over dit rapport te debatteren en realisme te betrachten in plaats van de rooskleurige beelden die we nu krijgen voorgeschoteld.

(Mijn opiniestuk gepubliceerd in De Gelderlander op zaterdag 21 mei jl)

Kopie artikel

In volgende bijdragen zal ik enkele punten nader uitdiepen.

vrijdag, 13 mei 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Duidelijkheid voor de Dieren

In amsterdam, arbeid, cda, de dieren, debat, dieren, fractie, groenlinks, motie, en meer.
Het was de afgelopen weken een hoop gedoe in de Amsterdamse Partij van de Arbeid, over het mogelijke verbod op onverdoofd slachten. Onverdoofd slachten is voorwaarde om vlees koosjer of halal te laten zijn, afhankelijk van de godsdienst die je aanhangt. Onverdoofd slachten laat – zeker wanneer het niet goed wordt gedaan – een dier lijden.

Het PvdA-raadslid Myriam Bergervoet voerde een eenzame en verbeten strijd tegen de rest van haar fractie, zo viel in de krant te lezen. De Amsterdamse PvdA-fractie zette grote vraagtekens bij de steun die de Tweede Kamer fractie van de PvdA had uitgesproken voor het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om onverdoofd slachten te verbieden. Myriam Bergervoet op haar beurt verweet haar fractie hypocrisie en stelde dat de PvdA zou pleiten voor 365 dagen per jaar dierendag als dieren zouden kunnen stemmen. Kortom, het debat was fel.

Wat leverde het nou op? In de raad haalde geen enkele motie een meerderheid, maar er kwam wel duidelijkheid over waar partijen staan. De PvdA in Amsterdam vindt dat de discussie goed gevoerd moet worden en pleitte er in een motie voor “voorafgaand aan de besluitvorming over het wetsvoorstel voor het verbieden van onverdoofd slachten uitgebreid te zoeken naar oplossingen die voldoen aan het uitgangspunt dat gelovigen niet worden belemmerd in hun geloof en dieren tegelijk beter worden beschermd tegen nodeloos lijden.”

Da’s mooi. Maar het is iets anders dan uit te spreken “tegen een wetsvoorstel voor het verbieden van onverdoofd ritueel slachten te zijn, zolang er na uitgebreid onderzoek en overleg door de tweede Kamer met de betreffende gemeenschappen niet is gekomen tot een oplossing waarmee gelovigen niet worden belemmerd in hun geloof, en dieren tegelijk beter worden beschermd tegen nodeloos lijden.” Zo stond het in een motie van het CDA en daar stemde de PvdA tegen.

Dat zijn toch ongeveer dezelfde teksten? Dat zijn het niet. De motie van de PvdA gaat over het proces, over hoe we de discussie over onverdoofd slachten moeten voeren. En met de tekst “het wetsvoorstel” is duidelijk dat het alleen maar kan gaan om het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren. In zijn eigen motie zegt de PvdA dus niet of zij een verbod op ritueel slachten wil tegenhouden of juist invoeren. Daarvoor moet je bij de motie van het CDA zijn. Stem je daarvoor, dan ben je tegen een verbod op ritueel slachten. Stem je tegen de motie van het CDA, dan ben je voor een verbod en in ieder geval bereid het te aanvaarden.

Dus voor de duidelijkheid: de PvdA is voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten en in ieder geval bereid het te aanvaarden.

Ook voor de duidelijkheid: GroenLinks stemde verdeeld. Zoals woordvoerder Evelien van Roemburg het uitdrukte: alle GroenLinks-raadsleden zijn tegen onverdoofd slachten, maar ze zijn niet allemaal voor een verbod daarop. Vier leden lieten in hun stemgedrag het welzijn van dieren het zwaarst wegen, drie leden vonden uiteindelijk dat onverdoofd slachten als religieus ritueel niet onmogelijk dient te worden gemaakt. Ik hoorde bij de laatste groep.

En voor nog meer duidelijkheid: omdat het raar is een discussie te voeren over het welzijn van dieren in de laatste minuten van hun leven en niet over de kwaliteit van het leven dat daaraan vooraf gaat, dienden GroenLinks en Partij voor de Dieren een motie in tegen de bio-industrie. Die kon dan weer niet op de steun van de PvdA rekenen.

donderdag, 14 april 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Halfjaar kabinet-Rutte: terug bij af?

In kabinet, peilingen, rutte, pooling the polls, campagne, cda, cijfers, d66, december, en meer.
In oktober 2010 tradt het meest rechtse kabinet in jaren aan: een regering met ministers van VVD en CDA, in het parlement mede gesteund door de PVV. In een aantal opzichten ging het dit kabinet voor de wind. De goedgemutste jonge premier Mark Rutte zorgde voor een verfrissend geluid vanaf de regeringszetels tijdens de belangrijke parlementaire debatten. Het kabinet kwam met maatregelen waarbij rechts Nederland onder leiding van VVD-kamerlid Aptroot de vingers aflikte: 130 op de snelweg (sommige dan), een (aangekondigde) hervorming van de politie en er mag weer gerookt worden in kleine cafés zonder personeel. Na het aftreden van het kabinet steeg dan ook de steun voor de drie coalitiepartijen in de peilingen, van iets meer dan 50% naar zo'n 53% (ongeveer 80 zetels). Maar na de affaire-Lucassen c.s., de missie in Kunduz en in de aanloop naar de Statenverkiezingen verloren deze drie partijen steeds meer terrein: nu scoren de partijen volgens de beste inschatting* minder goed dan bij de laatste verkiezingen.

De zwarte geeft de schatting van het stemmenpercentage voor VVD, PVV en CDA gezamenlijk op elke dag. Het grijze gebied geeft een 95% credibility interval (foutmarge). De gekleurde ronde bolletjes geven de uitslag van de verschillende peilingen aan: een rode P voor Peil.nl, een blauwe B voor Politieke Barometer en een groene N voor TNS NIPO.

VVD
De VVD doet het als enige coalitiepartij nog goed. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen voor Paars-Plus (niet echt een favoriet bij de VVD-kiezers), maar steeg daarna gestaag door naar een hoogtepunt van 23,5% (+- 36 zetels). Met name tijdens de campagne leek de VVD het lastig te hebben, maar de laatste weken wint de partij weer terrein.



PvdA
De grootste oppositiepartij PvdA staat nog steeds op verlies ten opzichte van de Kamerverkiezingen, maar lijkt het diepste dal te hebben gehad. Sinds december is de partij bezig met een herstel, wat stevig doorzette rondom de besluitvorming inzake Kunduz. Ook de verkiezingscampagne verliep redelijk gunstig voor de PvdA, hoewel er een korte afvlakking lijkt te zijn in de laatste 2 weken voorafgaande aan die verkiezingen.


PVV
Bij de afgelopen Kamerverkiezingen werd de steun voor de PVV stevig onderschat in de peilingen (met zo'n 3%). Daar lijkt nu niet zozeer sprake van te zijn (analyse niet getoond), maar het is lastig om dat precies vast te stellen. Wat wel duidelijk is dat Wilders de goede scores van zijn partij in de zomer niet heeft weten vast te houden. Sinds de affaire-Lucassen is er sprake van een stevige afname van de steun. Na een kortstondig herstel in de eerste maanden van dit jaar, lijkt Wilders' steun opnieuw af te nemen. Hij scoort volgens de schatting nu rondom de score van 9 juni 2010.

CDA 
De steun voor het CDA blijft kwakkelen. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen over de regering (zeker rondom het gedoe met de 'drie dissidenten'). Daarna was er sprake van een gedeeltelijk herstel, maar dit wil niet echt doorzetten. De afgelopen maanden is er een duidelijke golfbeweging te zien in de steun voor het CDA. Momenteel scoort de partij iets onder de 11% (+- 17 zetels).



Andere partijen

De SP lijkt garen te spinnen bij het kabinet. De partij bleef aanvankelijk hangen op het niveau van de laatste verkiezingen, maar staat daar de laatste maanden steeds ruim een procent boven. Ook D66 doet het goed en wint als de peilingen bewaarheid zouden worden nu ongeveer 1,5%punt ten opzichte van de vorige verkiezingen. GroenLinks deed het aanvankelijk goed, maar verloor duidelijk rondom de kwestie Kunduz. Er lijkt nu een licht herstel op te treden. De steun voor ChristenUnie en SGP is vrij stabiel (SGP is lastig te schatten met deze methode omdat Peil.NL en TNS-NIPO geen percentages, maar alleen zetels presenteren). De PvdD laat een golfbeweging zien rondom de huidige twee zetels.


*De genoemde cijfers zijn gebaseerd op een 'pooling the polls' model, waarbij peilingen van Peil.NL (Maurice de Hond), Synovate (Politieke Barometer) en TNS-NIPO worden gecombineerd tot een (dagelijkse) schatting van de politieke steun voor de politieke partijen. Meer uitleg staat op de site van Simon Jackman, voor wie niet bang wordt van termen als 'random walk model', 'prior' en 'Markov Chain Monte Carlo estimation'. Kortgezegd: als je de gegevens van drie peilingen combineert, weet je meer dan van een enkele peiling. Je kunt ook aangeven hoe 'zeker' de gepeilde percentages zijn (een 95% interval staat grijs geplot in de figuur).












zondag, 10 april 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Rechtvaardig bezuinigen en verstandig kiezen

In arnhem, gemeenteraad, media, politiek, arnhem, sociaal, werk, petitie, protest, en meer.

Mijn ingezonden artikel zoals dat dit weekend in De Gelderlander, editie Arnhem, is geplaatst:

In De Gelderlander van afgelopen zaterdag 26 maart werpt SP-fractievoorzitter Cris Lenting zich op als patroon van het college in Arnhem. Nog voor de discussie en besluitvorming in de raad heeft plaatsgevonden komt dit nogal monistisch over.

Maar Lenting komt in zijn betoog helaas niet verder dan de schuld te leggen bij enerzijds het huidige kabinet-Rutte en de rest van de rekening op eerdere stadsbesturen af te schuiven. Van de SP mag echter nu meer verwacht worden. Als het ernst is met het besturen met het gezicht naar de stad en als men wil bezuinigen met oog voor de stad moeten er andere keuzes worden gemaakt.

In zeker twee kwesties is de Arnhemse samenleving de afgelopen weken stevig in protest gekomen, de dreigende sluiting van Loket Zuid en de forse bezuiniging van 2 miljoen op armoedebeleid. Als de woorden van Lenting geen loze woorden zijn zal de SP en samen met haar de andere collegepartners in de komende weken alternatieven gaan zoeken voor deze onrechtvaardige bezuinigingen.

Natuurlijk is het geen gemakkelijke taak om vlekkeloos uit dit bezuinigingstraject te komen. Maar dat hoort nu eenmaal bij besturen. Ik ga er maar vanuit dat Lenting zich goed realiseert dat deze twee thema’s (faciliteiten en dienstverlening dicht bij de bewoner en strijden tegen armoede) de bestaansgrond van de SP zijn en dat het dualisme gaat zegevieren en de links-progressieve meerderheid in de raad verstandig kiest en rechtvaardig bezuinigt.

John Swelsen

Mede-ondertekenaar petitie Arnhemmers duurzaam betrokken, Arnhem

Naschrift:

Wat me de afgelopen weken mateloos heeft gestoord is dat raadsleden van diverse pluimage de burger verwijten dat ze alleen zeggen waar niet op mag worden bezuinigt. Natuurlijk doen ze dat, ze zijn per slot van rekening door college en raad uitgenodigt om dit te doen, als bewoners van een wijk of als vrijwilligers van een vereniging. De burger hoeft ook het werk van de raadsleden niet te gaan doen, ze hebben daar bovendien de middelen en instrumenten ook niet voor. Een raadslid is gekozen om in die brei van informatie, taken en bevoegdheden keuzes te maken en daar verantwoording voor te nemen, dus niet zeuren en aan het werk!

Hier het artikel van Cris Lenting

 

zondag, 13 maart 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

De Nederlandse Besluitvorming over de Goldstone-Resoluties

In politicologie, actie, agenda, algemeen, analyse, campagne, cda, christenunie, d66, en meer.

Na de aanval van Israël op de Gaza-strook in 2009 stelde de VN een fact finding mission in, onder leiding van de Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone, om boven tafel te halen wat er tijdens operation cast lead gebeurd was. Naar aanleiding van het rapport werd in het najaar van 2009 door de VN Mensenrechtenraad en vervolgens door de Algemene Vergadering VN een resolutie aangenomen die de belangrijkste conclusies van Goldstone overnam: eigen onderzoek door Israël en de Palestijnse naar de geconstateerde misdaden en mocht dat niet afdoende gebeuren doorverwijzing van de zaak naar het Internationaal Strafhof. Nederland stemde zowel in de Human Rights Council als in the General Assembly tegen de resolutie over het rapport van Goldstone. Hoe kan het dat een land dat nota bene in haar grondwet heeft staan dat het de internationale rechtsorde bevordert, zich hiertegen verzette? Een analyse van de Nederlandse besluitvorming omtrent de Goldstone-resoluties.

Het rapport Goldstone

Discussie over de commissie Goldstone begon al op het moment dat zij op 12 januari 2009 werd ingesteld door de VN-mensenrechtenraad. De resolutie die tot oprichting van de Fact Finding Missie leidde gaf enkel mandaat om mensenrechtenschendingen en schendingen van internationaal humanitair recht door Israël te onderzoeken en om die reden onthield Nederland zich bij deze resolutie van stem. Omdat de Nederlandse regering echter veel vertrouwen had in de persoon Goldstone, en deze aangaf het mandaat zelf breder te trekken en ook de Palestijnse misstappen te onderzoeken, oefende Nederland, tevergeefs, toch druk uit op de Israëlische regering om met de commissie Goldstone samen te werken.

De conclusies van de commissie Goldstone waren niet mals. Zowel Palestijnse groeperingen als Israël werden beschuldigd van oorlogsmisdaden en mogelijke misdaden tegen de menselijkheid. Maar voor Israël kwamen de beschuldigingen het hardst aan. Het land zou volgens de commissie met de Gaza-oorlog niet enkel Hamas willen uitschakelen, maar er was sprake van een bewuste strategie om disproportioneel geweld in te zetten gericht op de burgerbevolking van Gaza.

De commissie beveelt aan dat de VN Veiligheidsraad Israël en Hamas opdraagt om binnen een termijn van zes maanden eigen juridische onderzoeken in te stellen naar de beschuldigingen. Mochten de beschuldigingen niet door Israel en Hamas serieus onderzocht en vervolgd worden, dan beveelt de commissie aan dat de Veiligheidsraad deze zaak doorverwijst naar het Internationaal Strafhof (ICC).

Kamerbrief over Goldstone-Rapport

In de Kamerbrief die ministers Verhagen (Buitenlandse Zaken) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) naar de Kamer stuurden ter voorbereiding op de VN Mensenrechtenraad waar het rapport besproken zou worden, werd enkel genoemd dat Nederland een groot belang [hecht] aan een correcte en evenwichtige behandeling van [dit] rapport door de Raad. Toen de kamer hier niet genoegen mee nam en vroeg om een inhoudelijk oordeel van de regering en een debat voorafgaand aan de VN Mensenrechtenraad liet minister Verhagen weten dat men extra tijd nodig had om het lijvige rapport grondig te bestuderen en bovendien wilde hij in de wandelgangen van de VN-vergaderingen in New York eerst indrukken opdoen bij regeringsleiders en ministers van andere regeringen.

De werkelijke reden van de vertraging lag echter in een conflict tussen minister Koenders en minister Verhagen over het rapport. Meteen na publicatie noemde Verhagen het ‘buitengewoon jammer’ dat voornamelijk Israël het in het rapport moet ontgelden. Dat leidde tot grote woede bij zijn collega-minister Koenders (ontwikkelingssamenwerking) die zich veel sceptischer opstelde en bovendien gepikeerd was over het gebrek aan overleg. Uit één van de wikileaks cables blijkt de ruzie zo hoog te zijn opgelopen dat Balkenende was genoodzaakt te bemiddelen.

Na dreigingen van Kamerleden om de Nederlandse delegatie in de Verenigde Naties bij gebrek aan overleg maar een spreekverbod op te leggen, of minister Verhagen vervroegd terug te halen uit New York kwam er op vrijdag 25 september eindelijk een brief, zodat de Tweede-Kamer op 29 september, de dag voor de Nederlandse inbreng in de Mensenrechtenraad, nog met de minister kon spreken over de inbreng van Nederland met betrekking tot het Goldstone rapport.

In de brief geeft de regering geen oordeel over de geconstateerde overtredingen, omdat over de gedragingen van betrokkenen meer een rechtelijk dan een politiek oordeel wenselijk is en de regering de vele bevindingen ‘nog kan bevestigen, nog kan weerleggen.’ Wel krijgt het rapport een veeg uit de pan: de minister vindt de beschuldigingen van een opzettelijke campagne, ‘zonder bewijs daarvoor,’ buitengewoon zorgelijk ‘vanwege de suggestiviteit.’

Wel onderschrijft de regering de stelling dat het van belang is dat beide partijen grondig onderzoek doen naar de beschuldigingen en ‘passende consequenties’ nemen. Daarbij haast de minister te vermelden dat Israël reeds een groot aantal van zulke strafrechtelijke onderzoeken uitvoert terwijl het bestuur van Gaza geen onafhankelijke en transparante juridische sector.

Daarnaast maakt de regering in de brief alvast een procedurele argumentatie die van invloed zal blijken voor de verdere opstelling van Nederland. Het rapport dient niet gepolitiseerd te worden en daarom enkel in de Mensenrechtenraad besproken te worden en niet in andere gremia van de VN, zoals het Goldstone rapport voorstelt. Dat zou volgens de minister pogingen het vredesproces op te starten ernstig frustreren. Dit oordeel wordt volgens de brief gedeeld door de andere EU-lidstaten en de VS. Toch kan niet worden uitgesloten dat de Mensenrechtenraad besluit tot doorverwijzing. In dat geval zal de regering met andere EU-lidstaten ‘bezien hoe daar op te reageren.’

Het Kamerdebat

In het Algemeen Overleg en de Plenaire afronding daarvan was er in de Tweede-Kamer eensgezindheid over de noodzaak dat de geconstateerde schendingen door de partijen zelf onderzocht moesten worden, al bestond er bij sommige partijen grote scepsis of dit ook door Hamas zou gebeuren. Wel was er grote verdeeldheid over de toon richting het rapport, Israël en de manier waarop eventuele schendingen van oorlogsrecht verder onderzocht moesten worden.

De linkse partijen SP, PvdA, GroenLinks en D66 waren allen van mening dat het rapport evenwichtig was, de overtredingen door Israël schokkend en zij wezen allen op de noodzaak dat het internationaal recht zijn loop krijgt, door uitdrukkelijk de optie van het internationaal strafhof open te houden.

Een rechtse Kamermeerderheid van CDA, VVD, ChristenUnie en PVV vond het rapport eenzijdig, meende dat Israël op basis van dit rapport niets aan te rekenen viel en gaf aan dat Israël al zelf strafrechtelijk onderzoek deed en dat, als er al een follow-up moest komen, dit vooral in de VN Mensenrechtenraad moest terug komen.

Minister Verhagen schaarde zich, duidelijker dan in zijn brief, bij de tweede groep. Hij stelde dat het rapport-Goldstone omdat Israël daar niet aan mee had willen werken noodzakelijkerwijs op onvolledige informatie was gebaseerd. Verhagen koos duidelijk de kant van Israël toe hij zij: “Hamas is een aggresor. Die veroordelen wij, maar Israël zullen wij bij die reactie uiteraard aanspreken op haar verplichtingen zich aan het humanitair oorlogsrecht te houden.” Daar voegde hij aan toe dat hij de bewering van Goldstone dat Israel een opzettelijke strategie volgde van aanvallen tegen burgerdoelen en collectieve straffen niet kon onderschrijven.

Ook was Verhagen het met rechts eens dat de strafrechtelijke onderzoeken die al in Israël liepen voldoende voorbeelden waren voor onderzoek van deze beschuldigingen. Het argument van onder meer Van Dam van coalitiepartij PvdA, dat juist bij een bewuste strategie van een land vervolging van individuele zaken onvoldoende was, legde hij hiermee naast zich neer. De suggestie van VVD-Kamerlid Nicolaï dat Israel op zijn minst een equivalent van een parlementaire enquête zou moeten instellen, antwoordde de minister dat Israel dit zou kunnen doen om bredere beschuldigingen te kunnen weerleggen.

Tot slot herhaalde Verhagen zijn belangrijke dat de discussie over dit rapport gaat over de mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten, en daarom in de Mensenrechtenraad thuis hoort. Het lijkt erop alsof de linkse partijen zich onvoldoende realiseerden wat het belang van deze stelling was. Door te breken met de aanbeveling van Goldstone om de Veiligheidsraad de voortgang van de Israëlische en Palestijnse onderzoeken te laten monitoren brak hij gelijktijdig met de aanbeveling om de zaak door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof indien de Veiligheidsraad zou constateren dat één van beide partijen het onderzoek niet serieus zou oppakken.

Na het debat werden drie moties aangenomen. Eén motie Nicolaï cs. die het kabinet opriep te bevorderen dat beide partijen nader onderzoek doen naar zowel individuele strafrechtelijke zaken als naar strategische aspecten en daarover rapporteren aan de Mensenrechtenraad. Eén motie Van Dam die toevoegt dat indien één van de partijen hierin in gebreke blijft de mensenrechten vervolgstappen neemt en één motie Van Dam-Peters waarin het kabinet wordt gevraagd om druk uit te oefenen op Israël om de blokkade van Gaza op te heffen. De eerdere suggestie van Van Dam om dit te doen door een uitspraak van het Internationaal hof van Jusitie te bewerkstelligen wordt in deze motie niet expliciet genoemd.

Stemming VN-Mensenrechtenraad

Op de dag van het kamerdebat begon de discussie in de VN Mensenrechtenraad over het rapport Goldstone. De discussie mondde uit in een resolutie, voorgesteld door Pakistan, waarin het niet meewerken van Israël aan het rapport werd veroordeeld en de aanbevelingen van het rapport werden overgenomen met de oproep aan alle VN-lichamen om op de implementatie van de aanbevelingen te bevorderen. Daarnaast beval de Mensenrechtenraad de Algemene Vergadering van de VN aan het rapport op haar agenda te plaatsen.

Minister Verhagen gaf later in een brief naar de Kamer aan dat de resolutie voor de EU – en zeker voor Nederland – onacceptabel was vanwege haar eenzijdige aandacht voor het Israëlische optreden tijdens de operatie Cast Lead, de onvoorwaardelijke ondersteuning van alle aanbevelingen van de Golstone-commissie en het voorstel de bespreking van het rapport voor te leggen aan andere VN-organen. Maar even zag het er naar uit dat er helemaal niet over de resolutie gestemd hoefde te worden.

Na zware druk van de Verenigde Staten trok de Palestijnse Autoriteit haar steun voor de resolutie in. Hoewel zij geen formele stem heeft in de VN was dit voor de islamitische landen in de Mensenrechtenraad aanleiding om de resolutie door te schuiven naar de volgende vergadering van de Mensenrechtenraad in maart 2010. In de tussentijd kon gewerkt worden aan het vergaren van meer steun onder westerse landen.

De actie van de Palestijnse Autoriteit leidde tot grote protesten in Palestina en de rest van de islamitische wereld tegen President van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas (Scharp, 2009). Als gevolg hiervan werdt de resolutie na een draai op 15 oktober alsnog in stemming gebracht in een speciale zitting van de Mensenrechtenraad. De resolutie was amper gewijzigd.

Resolutie S-12/1 werdt aangenomen met 25 stemmen voor, 6 stemmen tegen en 11 onthoudingen. Nederland stemde, evenals de VS en 4 andere Europese landen tegen de resolutie. Het beeld dat Verhagen naar de Kamer toe had geschetst, als zouden alle EU-landen op één lijn zitten klopte evenwel niet. België onthield zich van stem, en Groot-Brittannië en Frankrijk namen in het geheel niet deel aan de stemming. In antwoord op Kamervragen van Van Dam gaf Verhagen als redenen voor de Nederlandse tegenstem de onevenwichtigheid van de resolutie, het feit dat alle aanbevelingen over werden genomen en als belangrijkste het doorsturen naar andere VN-organen. Ook hier ontbrak een gedegen argumentatie waarom Nederland zich hier zo fel tegen verzette.

Stemming in Algemene Vergadering VN

Na de doorverwijzing van de Mensenrechtenraad naar de Algemene Vergadering van de VN werd het daar op 4 en 5 november besproken en werd resolutie 64/10 opgesteld. Deze resolutie was aanzienlijk evenwichtiger dan de resolutie in de mensenrechtenraad. De resolutie endorses het verslag van de speciale zitting van de Mensenrechtenraad, stuurt het rapport door naar de VN-veiligheidsraad en roept zowel Israel als de Palestijnse zijde om binnen drie maanden eigen onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de beschuldigingen van schendingen van mensenrechten en international humanitair recht.

Deze resolutie werd aangenomen met 114 stemmen voor, 18 tegen en 44 onthoudingen. Onder de voor stemmers bevonden zich 4 EU-lidstaten: Cyprus, Ierland, Portugal en Slovenië. Onder de 18 tegenstemmers bevonden zich 6 EU-leden, waaronder Nederland. De overige EU-leden onthielden zich van stemming. Ook Israël en de VS stemde tegen de resolutie. Na afloop van de stemming gaf de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN, Herman Schaper, een stemverklaring af. Schaper gaf aan dat hij niet nu voor een resolutie kon stemmen die een andere resolutie endorses waar hij drie weken geleden tegen gestemd had. Nederland had moeite met het aanvaarden van de aanbevelingen Goldstone-rapport zonder restricties. Bovendien ging Schaper verder was Nederland van mening dat het Goldstone-rapport door de Mensenrechtenraad was geïnitieerd en dus ook door de Mensenrechtenraad alleen moest worden behandeld. Tot slot sprak Schaper steun uit voor delen van de resolutie die opriepen tot eigen onderzoek, maar hij sprak ook het algemeen gevoel uit dat de resolutie niet bevorderlijk was voor het Israëlisch-Palestijnse vredesproces

In een kamerbrief van 6 november onderschreef minister Verhagen deze lijn en gaf aan dat Nederland in de Algemene Vergadering actief een EU-consensus na heeft gestreefd en tot vlak voor de stemming er mogelijkheden leken te zijn om gezamenlijk met de EU te onthouden. Toen vlak voor stemming de Palestijnen (onder druk van de meer extreme landen in de Arabische groep) eerder gedane concessies weer introkken en terugkeerden naar het oorspronkelijke tekstvoorstel, waarin het Goldstone-rapport en alle daarin vervatte aanbevelingen onderschreven (endorse), was het voor verschillende lidstaten (waaronder Nederland) niet meer mogelijk om te kunnen onthouden, aldus de brief. Daarnaast waren andere pijnpunten voor Nederland de doorverwijzing naar de Veiligheidsraad en de eenzijdige weergave van het Gaza-conflict.

In het algemeen overleg dat de kamercommissie buitenlandse zaken op 12 november voerde was met name de opstelling van coalitiepartner PvdA opvallend. Van Dam erkende dat de resolutie in de Mensenrechtenraad niet evenwichtig was en daarom naar zijn inschatting een onthouding rechtvaardigde, maar hij stelde dat de resolutie in de Algemene Vergadering eigenlijk precies dat weergaf wat de Kamer wilde: een resolutie, waarin beide partijen op gelijke wijze werden beoordeeld en opgeroepen eigen onderzoek te doen. Een stem tegen de resolutie was volgens hem niet uit te leggen. Maar, gesteund door ChristenUnie, SGP, PVV, VVD en het CDA legde Verhagen nogmaals uit dat het rapport Goldstone en de discussie die daaruit voortvloeit eenzijdige kritiek op Israel met zich mee brengt en dat is volgens hem niet bevordelijk voor het vredesproces.

Opvallend is verder dat Verhagen in het AO heel duidelijk stelt dat als de gehele EU zich had onthouden van stemming hij dat ook gedaan zou hebben en dan gewoon dezelfde stemverklaring had kunnen. “Een aantal landen was niet bereid om tot onthouding over te gaan. Die zeiden: wij willen hoe dan ook voorstemmen. Ik heb toen gezegd: als dat gebeurt, ga ik tegenstemmen. Dan ga ik me niet meer onthouden van stemmen, dan is het gewoon klaar. Als het blijkbaar zo is dat individuele lidstaten hun eigen opvatting laten horen, dan geef ik de mijne ook.”

In het AO blijkt het probleem van Verhagen met name te liggen bij het feit dat in de AV-resolutie en onevenwichtige MRR-resolutie wordt endorsed. Een concreet voorstel om dat te veranderen in neemt kennis van werd door de indieners geblokkeerd. Volgens Van Dam is het gebruikelijk in de AV om als je het met slechts één woordje niet eens bent niet meteen tegen te stemmen, maar je te onthouden. Nu beland Nederland volgens Van Dam in een kamp van landen die het internationaal recht geen warm hard toedragen. Verhagen reageert door te stellen dat hij, in tegenstelling tot de PvdA, wel degelijk tot het kamp van de VS behoort.

Conclusie

Al met al gebruikt Nederland 2 hoofdargumenten om haar nee-stem te rechtvaardigen. Het rapport en de resoluties waren onevenwichtig en de zaak zou niet buiten de VN-Mensenrechtenraad behandeld mogen worden.

Zowel het Goldstone rapport zelf, als de twee resoluties zijn door Verhagen onevenwichtig genoemd, waarbij Israël als boosdoener wordt afgeschilderd. Maar juist omdat alle informatie politiek gekleurd en onevenwichtig was, is er een onafhankelijke fact finding mission gestart. Dat Verhagen deze afdoet als eenzijdig is daarom op zijn minst opmerkelijk. Ook de resolutie in de Algemene Vergadering spreekt expliciet zowel Israël als ”the Palestianian side” aan. En zelfs in de resolutie in de mensenrechtenraad staan geen zaken waar Nederland echt bezwaren tegen zou kunnen hebben: Israël wordt veroordeeld voor het niet mee willen werken aan de fact finding mission en er worden zorgen uitgesproken over het niet implementeren van eerdere uitspraken van de VN-Mensenrechtenraad, maar dat zijn geen stellingen die Nederland onmogelijk zou kunnen onderschrijven.

De tweede argumentatielijn van Verhagen is nog onduidelijker. Het VN-systeem werkt zo dat de Mensenrechtenraad zaken door kan verwijzen naar de Algemene Vergadering en dat deze vervolgens zaken weer op de agenda van de Veiligheidsraad kan plaatsen. Het argument ‘het is in de Mensenrechtenraad gestart dus moet ook daar worden afgerond’ lijkt daarom ook niet bijzonder sterk.

Als de EU één lijn had getrokken had Nederland zich aan een onthouding geconformeerd zei Verhagen. Zowel PvdA-minister Koenders als PvdA-Kamerlid Van Dam hebben met de CDA-minister overhoop gelegen over de Nederlandse inzet op het Goldstone-dossier. Terug kijkend lijkt het erop dat Verhagen echter zijn zin heeft kunnen doorzetten en dat met name de Israël-liefde van de Minister van Buitenlandse Zaken de Nederlandse nee-stem betreffende de Goldstone-resoluties kan verklaren.


woensdag, 2 maart 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Rondje Raad – de uitgebreide versie*

In gemeenteraad zwolle, cultuur, debat, democratie, directe demokratie, gemeenteraad, politiek, zwolle, groenlinks, en meer.

‘Zwolle van stuwwal tot stad’ – aan de hand van dat boek heb ik Zwolle leren kennen, nadat ik hier eind jaren zeventig, halverwege mijn gymnasiumopleiding, kwam wonen. Sassenpoort en Hoornwerk, Wijnhuis en Roo Haen, Han Prins en Waanders werden vertrouwde namen voor me. Geschiedenis is de sleutel tot begrip. En mét de kennis groeide mijn waardering voor deze historische stad.
Ik woonde in die jaren in Westenholte, waar de stad oprukte in het IJssellandschap. Rustig wandelen of juist hardlopen op de IJsseldijken, de talloze fietskilometers over Zalkerveerweg en Assendorperlure, zitten op de deur van de Katersluis, de rivier op met het Kleine Veer– de kwaliteit van de stad, zo ervoer ik aan den lijve, wordt óók bepaald door het ‘ommeland’. (Van mij had Schelle mogen blijven zoals het toen was.)
Later woonde ik steeds op loopafstand van de binnenstad en er waren tijden dat ik ‘s avonds vaker in de binnenstad te vinden was dan thuis: Odeon en Fraterhuis trekken mij meer dan de tv (dat ik in die tijd nogal klein behuisd was, speelde vast ook mee). En een goed boek lezen is heerlijk, maar nog fijner is om er in een kroeg over te praten met goede vrienden… en een goed glas!
De historische binnenstad, het fraaie buitengebied en het culturele klimaat – de stad blijft zich steeds ontwikkelen. En aan die ontwikkeling werk ik als raadslid graag mee.

Verder kijken
Als docent klassieke talen heb ik mijn leerlingen vaak voorgehouden: je mag de aoristus en het gerundivum voor mijn part vergeten, waar het mij bij de bestudering van het verleden echt om te doen is: kijk verder dan je neus lang is (dat geldt overigens ook als je straks met Carnaval een feestneus op hebt)! Ik bedoel daarmee: je moet verder terugkijken dan wat de krant schrijft over het nieuws van gisteren. Verder vooruitkijken dan wat we morgen willen hebben. Ook letterlijk verder kijken dan je eigen territorium. En figuurlijk: over de grenzen van je eigen cultuur heenkijken.

Zo ‘zit’ ik ook in ‘de politiek’. Discussies over demokratie en inspraak gaan terug tot de tijd van Sokrates en Plato, niet slechts tot Van Mierlo. De oude filosofen hadden bijvoorbeeld een scherp oog voor de nadelen van de directe demokratie waarin zij leefden. Zo waarschuwden zij voor besluitvorming op basis van emoties in plaats van argumenten… Net als de klassieke denkers ga ik graag in gesprek over de beste manier om beslissingen te nemen.

En zo bekijk ik ook de ontwikkeling van Zwolle. In het verleden hebben Zwollenaren hun stad steeds aangepast aan steeds nieuwe wensen. Wij doen niet anders. Er komen nieuwe wijken waar het groen was, nieuwe bruggen over de gracht, nieuwe lantaarnpalen in de oude binnenstad. En onherroepelijk verdwijnt er ook iets, het gouverneurshuis, het bankgebouw van Van Straaten, de verffabriek van Schaepman. Soms doodzonde, soms de beste oplossing (bij die groene ruimte is dat eigenlijk nooit zo trouwens).
Daarbij komt dat we onze leefomgeving niet alleen voor onszelf inrichten. Ook alle generaties na ons moeten het ermee doen. Hebben mijn en uw kinderen uiteindelijk meer aan een snelweg naar Ommen of aan een fraai beeldenpark in het Vechtdal?

Denken over politiek
Ik houd het bij deze voorbeelden. Anders ga ik maar door hoor. Over bestuurlijke grenzen die knellen in plaats van afbakenen (waarom wil onze gemeente nog een eigen lege bedrijventerrein erbij, terwijl er net over de IJssel ook al eentje ligt?). Over de waarde van cultuur, van Verhalenboot tot Bevrijdingsfestival (maar liever nog over dat fantastische kwaliteitsfestival ZwArt!). Of hoe dom het is je eigen cultuur boven die van anderen te stellen (mogen ‘zij’ dat niet dan?).

Ik vind het belangrijk na te denken over politiek, maar ook om de daad bij het woord te voegen.
Voor dat laatste kunt u mij volgen op het raadsplein. Ik zit in het vak van GroenLinks.
Voor meer woorden verwijs ik u naar mijn weblog. Ik ga graag met u in debat!

*een versie van 450 woorden is gepubliceerd in de serie Rondje Raad in de Raadswijzer in het huis-aan-huis-blad De Peperbus in Zwolle


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8120 uur (338,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2