vrijdag, 27 januari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Bestuurlijke worst

In politiek, retorica, ethos, achterkamertjes, algemeen, bestuur, debat, licht, overheid, en meer.

Transparantie, een geliefd woord in het openbaar bestuur. Een overtuigend communicerende overheid wil met transparantie een sterke ethosstrategie voeren. Kijk maar: niets te verbergen, geen achterkamertjes, dat moet het vertrouwen ten goede komen. Jammer… uit een Utrechts promotieonderzoek blijkt dat meer transparantie in het lokaal bestuur in ieder geval niet direct leidt tot meer vertrouwen. Sterker nog: wie meer wist, had een negatiever oordeel over al het gesteggel, zoals veel proefpersonen de gang van zaken rond gemeentelijke besluitvorming beoordeelden.

Dat is natuurlijk niet zo gek. Voor een deel is dat gesteggel nu eenmaal onderdeel van het politieke spel. Er moet onderhandeld worden in ons coalitieland. Openbaar onderhandelen is een contradictio in terminis, niemand laat dan het achterste van z’n tong zien. Verder kan een blik achter de schermen ook teleurstelling opleveren over het niveau van debatten en motieven van politici en bestuurders. Wie kijkt voor z’n lol naar een integraal uitgezonden debat van een gemeenteraad? Er zijn vast gemeenten waar wel geïnteresseerde burgers op de publieke tribune zitten, maar over het algemeen zijn deze stoelen alleen gevuld door fractievolgers en belanghebbenden (vooral tegenstanders…) bij een agendapunt.

De promovendus concludeert dat de overheid het niet snel goed kan doen; wel verkeerd. Hoe dan wel communiceren? Niet per se volledig, licht positief van toon en geloofwaardig, aldus de onderzoeker. Omdat burgers niet gek zijn, maar ook niet alles hoeven te weten. ’Those that respect the law and love sausage should watch neither being made’, zei Mark Twain lang geleden al…


woensdag, 25 januari 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Bestuurlijke brei

Mijn complimenten voor documentairemaker Michiel van Erp voor zijn documentaire ‘Postmoderne hutspot’ over opkomst en ondergang van het Nationaal Historisch Museum. De documentaire is nog maar een week online en zeker verplichte kost voor een ieder die iets wil begrijpen van bestuurlijke processen, al bestaat het risico dat er na het bekijken van de documentaire meer vragen dan antwoorden liggen. In mijn optiek is het een leerschool voor politici, bestuurders en ambtenaren.

——————————————————————————————————-

VPRO: Het Uur van de Wolf (uitzendinggemist) \’Postmoderne hutspot\’

——————————————————————————————————-

Bijzonder is dat de vergadering nav het onderzoek door Grondmij gefilmd kon worden. Dit zit in het tweede deel van de documentaire. De bestuurlijke elasticiteit van de Arnhemse burgemeester Krikke valt ook wel op gedurende het traject. Ze blijft keurig in het gelid ondanks dat er van links en rechts allerlei strapatsen worden uitgehaald. Ze begint in het wiel bij Jan Vaessen en langzaam manoevreert ze zich in de waaier van minister Plasterk, die ook wel voelt voor de plannen van Schilp. Ik hoop ooit middels een biografie nog wel de echte mening van Paulien Krikke te horen.

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Behoud Verloskunde Meppel flink in het nieuws!

Deze week is het themooievaar 1 214x300 Behoud Verloskunde Meppel flink in het nieuws!a Behoud acute verloskunde Meppel weer volop in het nieuws. Bianca Mars, jonge moeder uit Meppel is spontaan een burgeractie begonnen. Op Petities.NL kun je een handtekening zetten voor de petitie behoud Verloskunde.

Via Twitter had ik de afgelopen periode contact met haar gehad en gistereren voor het eerst gesproken via de telefoon.  Sinds zondagavond staat de petitie online. Er zijn nu al 700 handtekeningen geplaatst!

Zij wil op 7 maart aanstaande voorafgaande aan het Algemeen Overleg Zwangerschap en Geboorten de handtekeningen aanbieden aan de Tweede Kamer. Als dat zover is, gaan we natuurlijk mee.

De afgelopen week ben ik ook druk bezig geweest met het opstellen van een motie die aanstaande donderdag in de gemeenteraad komt. Alle fracties ondersteunen de motie. Dat is een mooi signaal naar buiten. In de motie roepen we het college op nog eens zich actief in te zetten voor het behoud van verloskunde. Ook wordt gevraagd of zij wil bewerkstelligen dat de gemeenteraad mee mag praten over de regiovisie. Nu houden alleen de Raden van Bestuur en Achmea zich hiermee bezig.

 

dinsdag, 24 januari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Meer kans voor starters bij toewijzing huurwoning

In wonen, arnhem, bestuur, college, gemeente, gemeenteraad, huurwoningen, jongeren, liefde, en meer.

startersHet Nijmeegse college van B&W vindt dat het systeem van toewijzing van huurwoningen beter moet. Starters en jongeren moeten meer kansen krijgen, bijvoorbeeld door de invoering van een snelzoekregeling. De gemeente Nijmegen dient binnenkort een aantal verbetervoorstellen in bij de Stadsregio, die in 2012 een besluit neemt over een nieuwe regionale huisvestingsverordening.

Wethouder Jan van der Meer (GroenLinks)  is van mening dat het huidige systeem van woonruimteverdeling beter kan en moet. Meer kansen voor jongeren en starters en een betere doorstroming zijn gewenst. Daarvoor is het vooral nodig om voldoende huurwoningen te blijven bouwen, maar ook om de beschikbare woonruimte beter te verdelen. Maar het blijft verdelen van schaarste: op de huurmarkt betekent meer kans voor de ene groep helaas minder kansen voor de andere.  

De belangrijkste wijziging die het c ollege voorstelt, is de introductie van een snelzoekregeling. Wie snel een huurwoning nodig heeft, maar niet tot de urgentieregeling hoort, kan meeloten voor een beschikbare woning. De woning mag dan vervolgens niet geweigerd worden. Actief zoeken wordt zo beloond en de kansen voor starters stijgen. Een ander voorstel is dat mensen die verhuizen en een huurwoning achterlaten, zogenaamde doorstromers, vijf jaar lang hun meettijd behouden. Hiermee willen B&W stimuleren dat mensen eerder verhuizen en de doorstroming op de woningmarkt verbetert. Nu verhuizen mensen vaak niet, omdat ze bij verhuizing alle meettijd verliezen. Verder stelt het college voor om het onbeperkt weigeren van een aangeboden woning tegen te gaan. Bovendien wil het college liefde belonen: doorstromers die gaan samenwonen en daardoor twee huurwoningen vrijmaken, mogen hun meettijd bij elkaar optellen.

Een optie die het college graag verder verkend zou zien, is de introductie van ‘woonmiles’ (naar analogie van Airmiles): bewoners die zich actief inzetten voor hun straat of buurt kunnen woonmiles sparen, die ze als meettijd kunnen verzilveren bij verhuizing.

Het college wil niets wijzigen aan de bepaling van volgorde bij toewijzing (de inschrijfduur voor starters en woonduur voor doorstromers). Ook zijn B&W tevreden over de huidige urgentieregeling voor mensen in een noodsituatie. Een beperkt aantal vrijkomende woningen blijft gereserveerd voor het huisvesten van bijzondere doelgroepen, zoals asielzoekers en mensen met een beperking en/of behoefte aan begeleiding bij het wonen. 

De gemeenteraad moet nog instemmen met de standpunten van het college. Daarna worden de Nijmeegse voorstellen ingebracht bij het bestuur van de Stadsregio Arnhem Nijmegen, die dit jaar besluit over wijziging van de regionale huisvestingsverordening. De nieuwe verordening wordt op zijn vroegst in 2013 van kracht.

maandag, 23 januari 2012

Ledencolumn PAL GroenLinks

Ledencolumn PAL GroenLinks

Hyves Twitter

Democratie is geen drukte!

In bestuur, kabinet, regering, ambtenaren, discussie, eerste, strijd.
In de discussie over de inkrimping van het openbaar bestuur wordt -samen met de ministers, gedeputeerden, wethouders en de ambtenaren- de omvang van de volksvertegenwoordiging bijna vanzelfsprekend meegenomen. Er moeten minder Raads- Staten- en Kamerleden komen, aldus het huidige kabinet. De regering gaat de strijd aan met de ‘bestuurlijke drukte’. Het voorstel lijkt op het eerste gezicht consequent en redelijk, maar dat is het niet. De volksvertegenwoordiging is nooit meegegroeid met het...

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Nieuwjaarsreceptie GroenLinks afdeling Eindhoven

kadidaten Op zondagmiddag 22 januari vond de nieuwjaarsreceptie van GroenLinks Eindhoven plaats. Natuurlijk was ik namens de fractie aanwezig. Tijdens de bijeenkomst konden onze leden kennismaken met de kandidaten voor het voorzitterschap van het landelijk bestuur van GroenLinks: Arno Uijlenvoet en Heleen Weening. De nieuwe voorzitter wordt gekozen tijdens het congres op 10 februari. Tot die tijd reizen de kandidaten door heel Nederland om zich voor te stellen aan de leden (en zoveel mogelijk zieltjes te winnen natuurlijk).

Voorzitter Bert Willemsen leidde het debat. Het debat ging als snel over zaken waar bestuursvoorzitters eigenlijk niet echt over gaan. Ik kreeg daarbij een beetje hetzelfde gevoel als bij het burgemeestersreferendum indertijd: je bevraagt een kandidaatburgemeester op wat zijn standpunt is over zaken waar hij niet over gaat en baseert daarop dan je stemming, zonder je echt te realiseren dat die kandidaat misschien inderdaad een toffe peer is met het goede gedachtegoed wat aanspreekt, maar er uiteindelijk niks over te zeggen heeft over de thema’s waar hij zich over heeft uitgesproken. Immers, daar gaan de politieke partijen over, en worden zaken vastgelegd in een coalitieakkoord.

Tijdens onze bijeenkomst bleek vooral de steun van de Tweede Kamerfractie aan de missie naar Kunduz nog steeds een erg gevoelig onderwerp. De kandidaten deden hun best om het hierbij te laten gaan over waar het over zou moeten gaan: wat is de rol van een partijvoorzitter als zo’n kwestie speelt? Vooral zorgen dat de leden goed gehoord worden in het proces vonden beiden.

Uiteindelijk bleken er niet zoveel verschillen te zijn in de aanpak van de twee kandidaten. Genoeg reden om me nog eens goed te gaan verdiepen in hun websites en hun motivatie die zij daarop uitleggen!

zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

zondag, 15 januari 2012

Willie Oldengarm

Willie Oldengarm

Hyves Linkedin Twitter GR

Weer actie voor behoud verloskunde

ooievaar 1 214x300 Weer actie voor behoud verloskundeAfgelopen week had ik contact met de fractie van de VVD. We bespreken wat we nog kunnen doen om de onderhandelingen over de plaats van de verloskunde positief te beïnvloeden. Of te wel wat we ervoor kunnen doen dat de acute verloskunde in Meppel blijft en niet naar Zwolle vertrekt.

Voor een goede (kwalitiatieve) basiszorg  moet die afdeling in Meppel blijven. Bovendien is de kans groot dat met de verloskunde ook de kindergeneeskunde verdwijnt. Een aderlating voor het ziekenhuis, maar ook zeer zeker voor de werkgelegenheid van Meppel.

Ik heb afgelopen donderdag de andere fracties een mededeling hierover gedaan. We willen graag op de raadsvergadering van 26 januari een raadsbrede motie indienen. We willen het college oproepen ervoor te zorgen dat de gemeenteraad mee mag praten bij de regiovisie. Nu zijn alleen de Raden van Bestuur van beide ziekenhuizen en zorgverzekeraar Achmea hierbij betrokken. De volledige tekst die ik toen heb uitgesproken kunt u hier vinden.

De Partij van de Arbeid heeft direct al gezegd dat ze die actie willen steunen. Ik hoop dat de andere fracties zich snel willen aansluiten. We houden u op de hoogte.

zaterdag, 14 januari 2012

Johanna Welfing

Johanna Welfing

Hyves Twitter PS

Een nieuwe voorzitter: Twee goede kandidaten, één functie, een lastige keuze.

Foto gemaakt door Menno Slaats Verbinden, solidariteit, luisteren naar de leden, meer dialoog vooraf, een betere vertaalslag door de Kamerfractie, groene innovatie, een partij die met beide benen in de samenleving staat. Zomaar een paar termen die vanmiddag voorbij kwamen tijdens de discussie tussen de twee voorzitterskandidaten van het landelijk bestuur. Prachtige zinnen, volgens mij willen we dat allemaal. Woorden die ik eerder heb gehoord bij eerdere verkiezingen. De vraag is hoe ga je dit doen als voorzitter? Want woorden zijn nog geen daden. Op de ALV werd dan gelukkig ook door de mooie woorden heen geprikt. De keuze voor de GroenLinks leden wordt er m.i. niet makkelijker op. Een kleine beschouwing van de kandidaten zoals ik ze heb geobserveerd. De twee kandidaten: Heleen Weening & Arno Uilenhoet Opmerking vooraf: Ik ben er van overtuigd dat beide kandidaten uitermate geschikt zijn voor de functie van het voorzitterschap. Ik voel de passie, beide hebben unieke kwaliteiten. Bij beide kandidaten heb ik een goed gevoel. Heleen Weening – ‘Het Solidaire Groene Land’ Antwoordt vanuit het hart, maar toch op een zakelijke prettige manier. Heeft het voornemen om als voorzitter echt een voorzitter voor de leden te zijn die via de organen binnen de partij, zoals bijvoorbeeld de partijraad, werkgroepen etc te werken met de Kamerfracties. Belangrijk punt voor Heleen is besluitvorming vooraf binnen de partij op basis van programma. Zij zet in op een permanent programmacommissie. Heleen wil belangrijke thema’s op de kaart zetten waarover leden in de afdelingen kunnen discussiëren en waarvan de (stand)punten vervolgens door de vertegenwoordigde partijraadsleden meegenomen kunnen worden naar de partijraad. Een initiatief wat ik van harte ondersteun. Heleen vindt dat GroenLinks zich evenredig in uitingen naar buiten moet laten zien voor groene en solidaire thema’s. Partijnaam hoeft niet aangepast te worden. Het partijprogramma is goed, en we zijn geen partij in worsteling. Arno Uijlenhoe t – ‘Het groene goud’ Een goede welbespraakte spreker, fijn om naar te luisteren. Heeft een duidelijke visie waar GroenLinks op in moet zetten. Groene duurzame innovatie. “Het groene goud” Wil meer dialoog binnen de partij en weet ook duidelijk hoe hij dat neer wil gaan zetten. Via de partijraad, via het landelijke bureau, maar ook door werkgroepen niet in Utrecht maar op locaties in het land te laten vergaderen. Goed initiatief. Arno vindt dat de slag naar het duurzame bedrijfsveld meer gemaakt moet worden en zal daar ook op inzetten. Arno geeft aan dat besluitvorming en discussie met leden over belangrijke en gevoelige onderwerpen beter kan en vooraf moet plaatsvinden. Arno vindt dat GroenLinks best meer de nadruk mag leggen op duurzaamheidthema’s, oftewel het “groene goud”. De koers die ingezet is goed, we zijn geen partij die worstelt, we hebben een goed programma. Partijnaam hoeft niet worden aangepast. Twee beschrijvingen, twee capabele mensen voor één functie. Wie kies je dan? Nou ja , ik kies niemand, ik heb me te laat aangemeld voor het congres, dus heb geen stemrecht. Wat als ik wel stemrecht had op wie zou ik dan stemmen? Twijfel alom . wat mij bij Heleen erg aansprak is de directe vertaalslag naar wat er bij mensen speelt. Arno komt bij mij meer zakelijker over, een onmisbare eigenschap voor een voorzitter die mij erg aanspreekt, direct en kundig. Meerdere voorzitters zijn Heleen en Arno voorgegaan binnen de partij. Ze spraken mooie woorden in hun campagne in de weg er naar toe, maar verloren zich ‘grotendeels’ in de Haagse werkelijkheid. Ik heb mezelf de vragen gesteld, bij welke kandidaat ben ik het bangst dat zij/hij zich laat verleiden door de Haagse werkelijkheid en bij welke kandidaat denk ik dat het meeste Haagse menselijkheid gerealiseerd wordt. Wellicht wat kromme maatstaven, nu niet te toetsen en puur een gevoelskwestie. Op basis van deze vragen komt er voor mij een kandidaat uit waar ik op zou stemmen als ik de kans had. Ik zou kiezen voor het iets minder zakelijke, maar voor mijn gevoel iemand die dichter bij het maatschappelijke middenveld staat. Mijn fictieve stem gaat dus niet naar het “groene goud” , maar naar "het solidaire groene land".

vrijdag, 13 januari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Renovatie raadszaal

eric leltz

Vandaag heeft mijn fractie naar aanleiding van de berichtgeving in de plaatselijke pers bijgaande brief gestuurd naar de voorzitter van de raad burgemeester Cees van der Knaap.

Ede, 13 januari 2012

Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Ede,

In de afgelopen dagen zijn redactionele artikelen verschenen in het dagblad "De Gelderlander" met als onderwerp de renovatie van de raadzaal van de gemeente Ede. Hierbij werd gebruik gemaakt de openbare notulen van de vergadering van het Presidium van 12 september 2011.

De fractie van GroenLinks/PE hecht aan openheid en transparantie van het openbaar bestuur, dus in deze ook in de gemeente Ede. Als gevolg van bovengenoemde redactionele artikelen kan de indruk worden gewekt dat de gemeenteraad bewust de besluitvorming rond de renovatie van de raadzaal niet tijdig in het openbaar zal voeren. De fractie van GroenLinks/PE acht een openbare gedachtewisseling door de gemeenteraad over de renovatie van de raadzaal van groot belang. Niet alleen omdat de raadszaal in de ogen van de fractie van GroenLinks/PE een openbare functie heeft, maar ook om mogelijke negatieve beeldvorming met betrekking tot het handelen van de gemeenteraad en zijn voorzitter te voorkomen.

In de betreffende vergadering van het Presidium is gesproken om in het openbaar te vergaderen op een "passend moment", dat wil zeggen, na de aanbesteding van de renovatie van de raadzaal. De fractie van GroenLinks/PE acht het zinvol om nu reeds, dus voor de aanbesteding, in het openbaar over dit onderwerp te vergaderen. De politieke partijen kunnen dan hun visie geven op de renovatie en de uitgangspunten formuleren. Dit speelt des te meer daar voor de renovatie €1.7 miljoen in de vigerende perspectiefnota is opgenomen.

De fractie van Groenlinks/PE nodigt u uit om ons over bovenstaand standpunt uw mening te geven en wacht uw reactie met belangstelling af.

Met vriendelijke groet,

Eric Leltz, Fractievoorzitter GroenLinks/PE



dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

woensdag, 28 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzame samenleving vereist lokaal durf en tegendraadse besluiten

Een duurzame samenleving waarbij recht wordt gedaan aan zowel de ecologische, sociale als economische dimensies vraagt om concrete lokale keuzen die ontegenzeggelijk als tegendraads worden beschouwd. Er is meer ‘maakbaar’ aan je samenleving dan je denkt. Je kan kiezen, voor een sociale economie, zinvolle werkgelegenheid, een cradle to cradle samenleving, duurzame landbouw, een gezonde sociale samenhang. De suggestie dat wij als lokale bestuurders, bedrijven en burgers slechts mee stromen in een autonome nationale en mondiale ontwikkeling is ideologie van de beste soort. Dagelijks wordt het tegendeel bewezen.

tinaJaren geleden las ik een studie van SHELL met de onschuldige titel van een meidenblad: TINA; There Is No Alternative. De studie gaf in heldere termen aan dat de hoofdlijn van ontwikkeling wel vast stond: meer concentratie van kapitaal en monopolie, vergroten van de rol van technologie, toename van de macht van internationale markten. Binnen dit scenario kon je nog wel kiezen tussen twee routes: Just Do It en Da Wo. Als mondiale speler hadden de scenario makers van SHELL wel door dat het individualistische ‘westen’ een andere route zou volgen dan het collectief gestructureerde ‘oosten’. Maar in de kern was de boodschap simpel: er is geen alternatief.

Eindige ontwikkeling

schuldIs dat werkelijk zo? Is de huidige ‘groei-economie’, die van korte termijn opportunisme en afwenteling op toekomstige generaties werkelijk het enige alternatief. Zoals publicist Jos van der Schot laatst in het dagblad Trouw stelde: “de huidige economie kent twee voedingsbronnen: de geldpers van de banken en (eindige) natuurlijke grondstoffen in de aarde. De geldpers produceert vooral schuld, schuld van mensen, bedrijven en staten aan banken; het gebruik van grondstoffen gaat ten koste van de voorraad en holt ons ecologisch kapitaal uit”.

Perverse neigingen in economie en taal

tomatenVandaag las ik dat in Rotterdam bijstandgerechtigden de Poolse en Hongaarse migratie-arbeid in de kassen zullen vervangen. De werkgevers zijn nu de bepalende klanten geworden, niet meer de werkzoekenden, aldus de PvdA wethouder. Interessant hoe antwoorden gevonden worden in een eindige oplossing van een schaalvergrotend bedrijfsleven die arbeid als noodzakelijk kwaad accepteert. Een tijdelijke oplossing tot de automatische komkommer of tomatenplukker is uitgevonden of de hele sector verhuizen zal. Dat huis van werkgelegenheid voor de meest kwetsbare groep is op drijfzand gebouwd. En dan gaan we, met de Wet Werken naar Vermogen in de hand en de rode roos in de borstzak deze groep naar de meest riskante hoek van de markt jagen?

Hetzelfde zien we met grondstoffen gebeuren. De visserijsector vist met overheidssteun zijn eigen visgronden leeg. We eten letterlijk onze toekomst op. Zoals Jos van der Schot constateert, investeren we overheidsgeld in de uitputting. In de landbouw steken we overheidsgeld in uitputting van watervoorraden en erosie van vruchtbare bodem, in de energiesector geven we meer overheidsgeld uit aan vervuilende fossiele centrales dan aan schone duurzame energie en vervuilend transport kan rekenen op een fiscale balans.

Maakbaar lokaal alternatief

Dat kan dus anders. De energiesector maakt dat wel heel duidelijk. Schaf subsidies af, haal de scheve energiebelasting er uit en zon en wind winnen het van kolen, olie en kernenergie. Als overheid kan je je vervolgens concentreren op het begeleiden van processen die er toe leiden dat je lokale economie hiervan de vruchten plukt: door zelf energie op te wekken en lokale fondsen te creeeren uit de winsten versterk je structureel werkgelegenheid, bouw je aan sociale samenhang en stimuleer je innovatie. Zo maakbaar is dit!

rioolMaar ook andere thema’s laten sterke paralellen zien: Ons wonderlijke rioleringsstelsel dat schoon water vervuilt via de meest ineffciente toiletpotten om vervolgens dit mengsels over tientallen kilometers weg te pompen naar een rioolwaterzuivering bij de IJssel. De waardevolle grondstoffen en warmte raken we kwijt. Sterker zelfs, we pompen er energie in om dit materiaal ons grondgebied uit te krijgen! En daar betalen we goed geld voor. Als je dat geld nu investeert in lokale systemen die grondstoffen en energie lokaal hergebruikt. Ook dan stimuleer je structureel werkegelegheid en innovatie.

Afval is natuurlijk ook zo’n onderwerp. Slechts 10% van het huidige afval in onze grijze bakken is nog niet herbruikbaar. De rest zouden we gescheiden kunnen aanleveren. Een belangrijk deel kunnen we lokaal of regionhaal opwerken naar fracties waarmee we geld kunnen verdienen. Met de rendementen kunnen we bijdragen aan preventie. Samen met toeleveranciers en winkeliers zorgen dat er minder verpakkingsafval komt. Moet het Rijk wel mee doen, door het statiegeld niet af te schaffen.

Duurzaam renoveren in de bestaande bouw levert een structureel antwoord op. Leidt tot lagere woonlasten, lagere emissies, hogere werkgelegenheid en innovatie. Ja, probleem is het financieren van dit systeem, zoals een aannemer me laatst vertelde. We financieren onze kwetsbare banken met tientallen miljarden en zijn niet in staat het investeringskapitaal voor duurzame renovatie bij elkaar te krijgen terwijl we weten dat het rendement zeker is? Veel van de investeringen schrijf je over 40 jaar af terwijl de energielasten jaarlijks zeker met 5% zullen toenemen. Helder toch, hier is ruimte voor een zakelijke aanpak waar institutionele investeerders en bewoners/eigenaars elkaar kunnen vinden.

Sterke lokale economie

De lijst van opties kan nog veel langer. Tegenover het TINA van SHELL staat een sterk lokaal alternatief. Dat organiseer je niet van bovenaf, maar bouw je van onderop. De komende jaren is dat de uitdaging voor het lokaal bestuur, ook in Lochem. Dan hebben we het over een arbeidsintensieve, creatieve en cultuureigen bedrijvigheid die onze samenleving zonder meer kan vullen. Financieel is dat geen probleem. Want dit brakke schip van onze huidige economie verliest zoveel geld, grondstoffen en kennis aan die mondiale economie dat het dichten van deze lekken een onmiddellijk drijfvermogen geeft. Dat biedt de ruimte en kracht om werkelijk die lokale duurzame economie op te bouwen.

Een mooie uitdaging, zo voor het nieuwe jaar.

vrijdag, 23 december 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Friese provinciebestuurders willen de lelijkheid uit hun ziel in het Friese landschap zetten

Twee jaar geleden deed Platform Duurzaam Friesland de provincie een aanbod. Ze wilden als eigenaren,hun windmolens uit het landschap halen, en daarna op een mooie manier 600 MW windenergie realiseren. Maar het huidige Friese provinciebestuur wil lelijke cluster windparken, daar … Lees verder

woensdag, 21 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Wat een jaar!

In algemeen, 2011, hufters, werk, bestuur, bezig, burgemeester, centrumplan, commissie, en meer.

“Terugkijken moet je nooit doen, vooral vooruit kijken.” Maar… wie van het oude niet wil leren is geen knip voor z’n neus waard. Terugkijken is dus noodzakelijk, al is het alleen al om er van te leren! 2011 was in meerdere opzichten een prachtig, maar ook een bewogen jaar. Prive ging het niet voor de wind, maar van het tegenovergestelde was ook niet echt sprake. Laat ik het stabiel noemen. Het was een druk jaar. Niet in de laatste plaatst door de politiek. Verkiezingen in de Provinciale staten, het bestuur van de Provinciale afdeling van GroenLinks Groningen, Mauro, de bomenkap op Nienoord, de Rodeburghal, mijn raadswerk met successen als de invoering van Burgernet (uit te voeren begin 2012), mijn werk niet te vergeten: KPN, ook nog wat hand- en spandiensten voor een enkele sportvereniging, Novatec en het opstappen van een wethouder (waar er nog meer wethouders dat ook hadden moeten doen maar niet deden), de verkeersbordenkwestie, begraafplaatsen, het centrumplan van Leek en het referendum, het bedrijvenfonds, de commissie m.b.t. herbenoeming van de burgemeester, de werkgroep “papierlooswerken”, wennen aan het gebruik van de iPad in plaats van al dat papier enz. enz. enz. Dat alles bracht heel veel overleg me zich mee maar legde vooral zeer veel beslag op mijn tijd. Overleg natuurlijk met veelal mijn fractiegenoot Paul Tameling, maar ook het plaatsvervangend Cie.-lid Albert Houwer (beoogd opvolger van Paul). Nou, dat was 2011 in een notendop. Zou ik het allemaal uitschrijven dan is de goedbedoelende lezer van mijn weblog nog wel even bezig dat allemaal te verwerken. Dat gaat ‘m niet worden denk ik dan maar, dus de verkorte versie, daar moet iedereen het mee doen. Maar er was ook tijd voor ontspanning. Lekker er op uit met ega en onze camper. De vakanties en de (soms lange) weekenden, genietend van fiets- en wandeltochtjes, een glas port, een hapje op z’n tijd… gewoon lekker er op uit. Het lijkt allemaal een redelijk zorgeloos bestaan. En voor wie denkt dat het ook het geval is, dat laat ik maar zo ☺ Ik zal niemand gaan vermoeien met de sores. Waar ik me wel druk om maak is de verdergaande verhuftering van Nederland. Steeds vaker zie je mensen en groepen daar deel van uitmaken waar je het niet achter zoekt. En ik merk ook dat ik me daar sterker tegen af begin te zetten. Voor de goed bedoelenden: hele prettige feestdagen en een gezond 2012!

dinsdag, 20 december 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid

In samenleving algemeen, noord-korea, omgevingsbewustzijn, overheid, werkelijkheid, bestuur, debat, leider, lezen, en meer.

kim-jong-il-looks-31Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid. Dat zit in onze natuur. Kim Jong Il (”I didn’t know Kim Jong was il!” was een goede grap die ik gisteren hoorde) kon tot in extremis zijn eigen werkelijkheid  maken. Er was niemand die hem tegensprak. Niemand die hem wees op gevolgen. Het is niet uniek dat mensen op hoge posities de werkelijkheid vervormen door gebrek aan weerwoord. Soms maken ze het er zelf naar en soms is de omgeving te bescheiden of te bewonderend om het weerwoord te geven. De vertrokken directeur van het COA en Cruyff, zijn namen die me nu zo te binnen schieten. Hun leren te veranderen is vermoedelijk tevergeefs. Hooguit hebben schade & schande een gevolg, maar die kan ook negatief zijn: bevestigen dat hun aannames klopten, zij gelijk hebben en de rest niet.

Het percipiëren van een eigen werkelijkheid lijkt met deze voorbeelden ongewenst en fout. Dat kan het worden, maar is het niet. Het is ook een vorm van zelfbescherming en daarmee een middel om zelfvertrouwen te hebben. Samenlevingen waar mensen het recht op het vormen van eigen meningen wordt misgund, munten niet uit in zelfbewuste burgers. Zie wederom Noord-Korea en vindt hierin een mogelijke verklaring voor de enorme klaagzangen en publieke treurnissen na de dood van de Grote Leider. In onze samenleving is het iedereen gegund een eigen werkelijkheid te hebben. Dat gaat gepaard met vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook alleen maar goed is. Voor een gezonde beleving van de eigen werkelijkheid is debat noodzakelijk. Zonder debat ontspoort het, zoals bij Albayrak en Cruyff. Met debat worden mensen gedwongen tot dynamiek: hun werkelijkheid is geen statisch gegeven maar erodeert al naar gelang wie ze spreken, wat ze lezen en zo voort.

Er zijn beroepen die dit type van confrontaties ook bewust moeten opzoeken. Beroepen die het wel en wee van de samenleving of een bedrijf of organisatie bepalen. Privé is het hun gegund een werkelijkheid te percipiëren en daar zonder of met tegenspraak bij te blijven, zakelijk is het de eis dat ze daar juist actief mee bezig zijn. Ze moeten zichzelf steeds de vraag stellen of zoals zij het zien anderen dit ook zo zien. Met die vorm van omgevingsbewustzijn kunnen ze beter inschatten waar ze ferm of juist ontvankelijk moeten zijn, waar ze kunnen versnellen of juist vertragen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer overheden met een goede dosis omgevingsbewustzijn opereren, hoe meer men aansluiting vindt op de gehorizontaliseerde werkelijkheid waar de Raad voor Openbaar Bestuur  vorig jaar over adviseerde. Een mondige en assertieve samenleving, kenmerkend voor de horizontalisering, wil gezien en gehoord worden. Een overheid die met de juiste voelhoorns werkt zal vertrouwen winnen.

Noord-Koreaanse toestanden gelden inmiddels als spreekwoordelijk voor de manie en branie waarmee het land is geleid en de effecten die dat heeft gehad op de bevolking. Zeker geen wenkend perspectief. Wel een nuttig schrikbeeld. En voor Nederlanders vermoedelijk een overbodige, hoewel voor sommige politiek populisten ook bij momenten verleidelijk. Macht is onder meer jouw redeneerwijze en ideeën zo breed mogelijk te laten landen. Als jij de rechtsstaat aanvalt en en velen volgen jouw beweegreden en oordeel, dan is dat macht. En als dan het weerwoord stokt, kan die macht zo maar beklijven en electoraal vertaald worden.

Dat roept ook de vraag op hoe ‘eigen’ ieders werkelijkheid is. Of vraag…. Ik denk wel dat je kunt stellen dat er sprake is van een hoog gehalte copy & paste. Maar beter goed gejat dan slecht bedacht. En uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van argumenten en houdbaarheid van denkbeelden.  Die worden getoetst door debat en door open te staan voor andere meningen. Daar heeft de Nederlandse samenleving een voortdurende uitdaging in en hebben onze overheden en bedrijven een permanente opdracht in.

maandag, 19 december 2011

Ria Damhof

Ria Damhof

GR

Kerstpakket

In kerstpakket, oxfam novib, bestuur, gemeente, kerst, ambtenaren, gemeente eemsmond.
Tja, het is vlak voor kerst dus is er geen ontkomen aan. Of toch wel? Op deze dagen wordt menig kerstpakket bezorgd of klaargezet voor alle ambtenaren en bestuur van de gemeente Eemsmond. Dit jaar zal ik geen kerstpakket van de gemeente Eemsmond ontvangen, ook mijn fractiegenoot Leo de Vree niet. We hebben eerder al aangegeven dat we liever het geld dat gemoeid is met het jaarlijks

zondag, 18 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Afdeling Bestuursrechtspraak RvS vernietigt plan Buitenring

In buitenring, provincie, parkstad limburg, besluiten, december, heerlen, limburg, natuur, raad, en meer.
Hieronder het officiële persbericht over de vernietiging van de Buitenring.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het provinciale inpassingsplan vernietigd dat de aanleg van de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk maakt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (7 december 2011). Tegen het plan van de provincie Limburg waren bijna 125 organisaties en particulieren in beroep gekomen, waaronder de Limburgse Milieufederatie, Natuurmonumenten en de Stichting Stop Buitenring. Tegen de uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Het plan maakt de aanleg van Buitenring Parkstad Limburg mogelijk. Het tracé van deze ringweg met een totale lengte van 26 kilometer loopt door de gemeenten Nuth, Heerlen, Schinnen, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf en Kerkrade.

De Raad van State is van oordeel dat er geen 'toereikend inzicht bestaat in de gevolgen van de weg voor de beschermde natuurgebieden 'Brunssummerheide' en 'Geleenbeekdal'. De aanleg van de buitenring leidt tot meer autoverkeer ter hoogte van die natuurgebieden en dus tot een toename van de uitstoot van stikstof op de kwetsbare natuur. Het betoog van de provincie Limburg dat deze stijging voldoende wordt gecompenseerd door het schoner worden van de automotoren, heeft de Raad van State niet overtuigd. De provincie had duidelijk moeten maken hoe hoog de toename van de stikstofuitstoot is en hoe deze zich verhoudt tot de al bestaande stikstofuitstoot op de natuurgebieden, aldus de hoogste bestuursrechter. Dit inzicht is nodig omdat in de natuurbeschermingsregels is bepaald dat de provincie zich ervan moet verzekeren dat de 'natuurlijke kenmerken' van de beschermde natuurgebieden door het inpassingsplan niet worden aangetast.

Nagenoeg alle overige bezwaren die tegen het plan waren ingediend konden niet slagen, aldus de hoogste bestuursrechter.

Vanwege de samenhang van het deel van het tracé dat door de natuurgebieden loopt met het resterende tracé voor de buitenring, heeft de Raad van State besloten het gehele inpassingsplan te vernietigen. Dit hoeft niet te betekenen dat de buitenring helemaal van de baan is. De provincie Limburg kan besluiten om een nieuw plan voor de buitenring vast te stellen. Daarbij zal de provincie rekening moeten houden met het oordeel van de Raad van State in deze uitspraak.

Klik hier voor de uitspraak BU7002 van de Afdeling.

vrijdag, 16 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

In geen categorie, alkmaar, coalitie, ecologie, economie, emotie, evenwicht, heerhugowaard, imago, en meer.

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

In geen categorie, alkmaar, coalitie, ecologie, economie, emotie, evenwicht, heerhugowaard, imago, en meer.

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

dinsdag, 13 december 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

vrijdag, 9 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

De wethouder!

In algemeen, opinie, cda, houtsingels, preventief toezicht. financiën, bestuur, coalitieakkoord, gemeente, gemeenteraad, en meer.

Deze week komt het wethouder zijn in Leek twee keer voor het voetlicht. Vandaag het afscheid van de inmiddels ex-wethouder Meindert Bouma. Met gemengde gevoelens. Tot twee keer toe overleefde hij een GroenLinks Motie van wantrouwen de afgelopen paar jaar. En hij trok zijn conclusies uit het vernietigende rapport over Novatec/Timmerfabriek Baarsema, iets wat alle leden van het Dagelijks Bestuur (DB) van Novatec hadden moeten doen maar niet deden. Ik schreef daar al eerder over.

Het vroegtijdig vertrek van Meindert Bouma kun je op meerdere manieren bekijken. Moedig? Om direct al z’n conclusies te trekken? Of verantwoording afleggen voor de gemeenteraad en dan opstappen? Ik snap zijn beweegreden voor de keuze die hij heeft gemaakt. Vandaag een afscheidsreceptie. Daar beluister je negatieve geluiden over. Ook ik heb mij achter m’n oren gekrabt. Verdient een Wethouder die van ons tot twee keer toe een Motie kreeg en door zijn lidmaatschap van het DB van Novatec een afscheidsreceptie? Is een dergelijk “feestje” een afrekening of mag dat het zijn? De wethouder en de mens Meindert Bouma, ik ga graag naar zijn feestje om de mens Meindert Bouma.

Dan het andere feit deze week, het aantreden van een nieuwe wethouder van CDA huize. Hans Morssink. Wat geen nieuwsfeit was is de mening van GroenLinks over een herverdeling van portefeuilles om zo een wethouder uit te sparen. Dat hebben we direct na het aftreden van Meindert Bouma al aangegeven. Ik begrijp dus ook niet dat het DvhN juist dit noemt in het nieuwsartikel over het aantreden van de nieuwe wethouder. Wat volgens mij wel vermeldenswaardig was geweest is die andere boodschap in de stemverklaring van GroenLinks; “Een wethouder van CDA huize in een tijd dat het CDA zo verdeeld is in links en rechts. De onvoldoende bekendheid met Dhr. Morssink brengt ons opnieuw tot het wijzen op het coalitieakkoord en dat er onverkort vastgehouden wordt aan het op peil houden van de sociale lat in deze gemeente. Nu dan ook geen voor- of tegenstem. Wij gaan de nieuwe wethouder beoordelen op zijn daden en spreken de hoop uit dat we aan het eind van deze periode kunnen zeggen, deze wethouder heeft ervoor gezorgd dat de sociale lat in Leek hoger ligt dan vanuit het rijksbeleid kon worden verwacht.”. Want het is juist die links-rechts verhouding binnen het CDA die ons in hoge mate irriteert, dat bracht ik al eerder aan de orde.

Tot zover over de wethouders. Maar toch ook nog even wat anders. Het CDA heeft een nieuwe fractievoorzitter in Leek. Ik ga uiteraard niet over de keuzes die het CDA maakt, en dat is maar goed ook. Maar ik wil er wel dit over kwijt. Ik had maar wat graag gezien dat Jan Willem Slotema fractievoorzitter was geworden. Om verschillende redenen; 8 jaar raadslid, terdege historisch besef op de verschillende beleidsterreinen, weet vaak de juiste snaar te raken in zijn bijdrages, maar vooral, en dat spreekt ons het meeste aan, net als Meindert Bouma het hart op de juiste plek: Links! Een betere kandidaat was er wat mij betreft voor het fractievoorzitterschap van het CDA niet geweest.

dinsdag, 6 december 2011

Astrid Kuiper

Astrid Kuiper

Hyves Twitter

Eerste reactie op het Onderzoek MQ

In raad, risico, amsterdam, bestuur, december, gemeente, onderzoek, opinion, stad, en meer.


Te weinig kritisch op muziekmakerscentrum

De onderzoekscommissie muziekmakerscentrum van ons stadsdeel heeft haar onderzoek af. Nadat een beroep is gedaan op de garantstelling en de financiële risico’s voor het stadsdeel duidelijk werden, is in opdracht van de raad onderzocht hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar vooral hoe het te voorkomen. Naast groot aantal conclusies komt de commissie op basis van haar rapport met 16 aanbevelingen voor een adequaat risicomanagement en een heldere taakverdeling binnen de stadsdeelorganisatie.

Het rapport van de onderzoekscommissie wordt behandeld in de openbare raadscommissievergadering van 13 december 2011 om 20.00 uur.

Een van de conclusies is dat het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer destijds onvoldoende kritisch is geweest bij de voorbereiding en uitvoering van de besluitvorming rond de garantstelling voor het muziekmakerscentrum. Zo is een kritisch second opinion van het exploitatieplan van het muziekmakerscentrum genegeerd. Het is best schrikken als ik lees dat in zo een second opinion twijfels zijn geuit over de vraag naar muziekoefenruimtes, het dagelijks bestuur toch tegen de raad zegt dat het financiële risico voor het stadsdeel uiterst gering is.

Bij de opstelling van de garantstellingsovereenkomst die de FGH-bank eiste om tot financiering over te gaan, heeft het stadsdeel de regie aan de centrale stad overgelaten. Dat moet prima kunnen, maar wel met goede afspraken. De conceptovereenkomst is echter niet door het stadsdeel beoordeeld op juridische en financiële consequenties - dus ook niet dat de garantstelling in één keer door de bank kan worden opgeëist. Hierdoor is het mogelijk dat vastgestelde maximumbedrag van de garantie wordt overschreden
De uiteindelijk door het dagelijks bestuur in 2007 afgegeven garantie bedroeg € 23,65 miljoen, terwijl de raad in 2005 een garantie voor maximaal € 10 miljoen had goedgekeurd. Het dagelijks bestuur had volgens de commissie deze hogere garantstelling moeten voorleggen aan de raad.

Wat ik ook kwalijk acht is dat de centrale stad op haar beurt heeft nagelaten de stedelijke toets voor garantstellingen expliciet uit te voeren. Daarnaast heeft zij de financiële belangen van het stadsdeel, en dus de hele gemeente Amsterdam, onvoldoende meegenomen in haar afweging. Als GroenLinkser vraag ik de gemeente in deze dan ook haar verantwoordelijkheid te nemen.

link naar het onder zoek
http://www.oost.amsterdam.nl/actueel/nieuws_stadsdeelraad/2011/onderzoekscommissie-0/

maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


dinsdag, 29 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Leve het stadsparlement?

Terwijl Donner onder invloed van het adagium “hoe minder bestuurders, hoe beter” bezig was de botte bijl in de stadsdelen te zetten, broedde GroenLinks Amsterdam op een alternatief. Vandaag kwam het initiatiefvoorstel voor een stadsparlement naar buiten, gemaakt in samenwerking tussen raadsfractie en stadsdeelwethouders.

Het is te prijzen dat GroenLinks op deze manier niet lijdzaam afwacht, maar de tegenaanval inzet. Er is veel voor te zeggen om een vorm van lokale democratie in de stadsdelen te handhaven en op die manier bestuur in de buurt voort te zetten. Het aantal politici wordt, net zoals het kabinet wil, flink teruggebracht.  Het voorstel voorkomt ook een gemeenteraad na 2014 die, nog meer dan nu al het geval is, alleen maar uit leden van binnen de ring bestaat.

Ik voorzie alleen wel een probleem als gevolg van de samenstelling en de manier van kiezen van de leden van de districtsraden en het stadsparlement. Omdat hetzelfde mensen zijn die in hun eigen district én op het stadsniveau besluiten nemen en controleren, is het conflict van loyaliteit en belangen in het systeem ingebakken. Dit hangt ook samen met de onmogelijkheid om tot een vaste afbakening van taken en bevoegdheden te komen.

Een tweede onduidelijkheid zit in de overgang naar de Metropoolregio Amsterdam. In het voorstel wordt gesteld dat met het stadsparlement de omschakeling naar zo’n model te maken is. Wanneer dat idee serieus wordt genomen, moet er een gekozen vertegenwoordiging in plaats van de Stadsregio komen, waarin ook de gemeenten om Amsterdam heen opgaan. Betekent dat vervolgens het einde van het stadsparlement? Houdt dat in dat de districtsraden dan alsnog op hetzelfde niveau komen als de gemeenteraden van bijvoorbeeld Amstelveen of Purmerend?

Kortom, een mooie voorzet voor een discussie die hoognodig gevoerd moet worden. Maar dan moet nog wel meer nagedacht worden over de verhouding tussen districtsraden en stadsparlement. Bovendien, zeg ik dan maar als provinciaal, wordt het ook tijd dat GroenLinks Amsterdam over de stadsgrenzen kijkt en in overleg treedt met de gemeenten in de omgeving.

maandag, 21 november 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Europees bestuur naar regio.

In europa, maatschappij, districten, politiek, regio, bestuur, burger, problemen.
Het huidige Europa kampt met een aantal grote problemen als het gaat om het bestuur. Nog teveel wordt Europa vanuit een landelijke bril bekeken en bestuurd. Een benadering vanuit districten met een duidelijke maatschappelijke, culturele en sociaaleconomische samenhang, zal meer recht doen aan Europa en daardoor meer aansprekend kunnen worden voor de burger. Regionale verschillen [...]

zondag, 13 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Patatje ‘zuurvlees’

In weblog, burgemeester de jonge, dronten, frank patat, beleid, bestemmingsplan, bestuur, bureaucratie, burgemeester, en meer.

Afgelopen donderdag besprak de commissie op voorstel van GroenLinks de slepende kwestie tussen de gemeente en ‘Frank Patat’, een ondernemer uit Dronten die een snackwagen exploiteerd en naar zijn opvatting niet de juiste standplaats van de gemeente krijgt toegewezen.

Deze portefeuille is in handen van burgemeester De Jonge (om voor mij onverklaarbare redenen overigens) en er lijkt sprake te zijn van een weinig beste chemie tussen de burgemeester en ‘Frank Patat’. De verstandhouding is behoorlijk zuur zo lijkt het. Ondanks dat vrijwel alle fracties aangaven van mening te zijn dat er een oplossing gevonden moet worden blijft de burgemeester onvermurfbaar en weigert hij maar een millimeter van zijn standpunt af te komen, of zoals hij het zelf noemde: “het is een principe kwestie geworden”.

Ik hoop dat collega’s met meer invloed (zetels) zich nog eens tot hem willen richten. Want in het openbaar bestuur moet je niet enkel handelen met het hoofd, naar de letter van de wet, zoals de burgemeester betoogde. Naar mijn opvatting moet je ook kijken naar de geest van de wet, met een warm hart voor medemensen, met barmhartigheid en mededogen. Termen die -zo lijken mij- bij een CDA-burgemeester toch enige herkenning zouden moeten oproepen.

Hieronder mijn inbreng van afgelopen donderdag in eerste termijn:

Voorzitter,

Met enige aarzeling heb ik bij de raadsvergadering gevraagd deze brief naar de commissie van vandaag op te waarderen. Niet omdat ik de inhoud niet belangwekkend genoeg vind, maar omdat we in dit huis de goede gewoonte hebben om geen individuele gevallen te bespreken. Dat vind ik ten principale ook een te huldigen uitgangspunt. Maar laat ik maar een oud spreekwoord van stal halen dat stelt: dat uitzonderingen de regel bevestigen.

Voorzitter, als je kijkt naar het verhaal zoals de heer Van Flierenburg in zijn brieven naar voren brengt zie ik een ondernemer die graag zijn brood wil verdienen in onze gemeente maar vastloopt in de weerbarstigheid van de bureaucratie. Daarin heeft hij wellicht ook niet altijd even handig geopereerd of altijd de juiste keuzes gemaakt. Maar wie zonder zonden is werpe de eerste steen, zou ik willen zeggen.

De overheid is er ten dienste van de bevolking en niet omgekeerd. Datzelfde geldt vanzelfsprekend voor ondernemers en de meer algemene vraag die ik aan het college zou willen stellen is of u zich verantwoordelijk voelt voor onze ondernemers in de gemeente.

Ik bedoel daar dit mee: als iemand een bepaalde standplaats inneemt om zijn onderneming te drijven en die ondernemer moet daar vertrekken, voelt u zich dan verantwoordelijk om iemand een nieuwe plaats aan te bieden of daar op z’n minst pro-actief met de ondernemer naar te zoeken?

Als je kijkt hoe dat in het voorliggende geval is gegaan heb ik daar wel wat opmerkingen bij. Want een keuze is niet altijd een vrijwillige. Als de opties een tijdelijke standplaats zijn of geen standplaats is dat natuurlijk geen daadwerkelijke keuze die je in vrijheid maken kan als je in Dronten wilt blijven ondernemen.

Voorzitter, ik ben niet van plan om hier het hele geval hier te gaan zitten uitbenen. Dat lijkt me ook niet de bedoeling. GroenLinks zou het college willen vragen te zoeken naar een daadwerkelijke, definitieve, oplossing. Dat een inwoner misschien lastig is mag zo zijn, maar wil niet zeggen dat je die niet ten dienste moet zijn. Dat iemand in zijn verleden dingen heeft gedaan die niet kunnen mag zo zijn, maar in onze rechtstaat is je dat vergeven als je de straf daarvoor hebt aanvaard. Als iemand in Dronten zijn brood wil verdienen om zo zijn eigen broek te kunnen ophouden, zijn verplichtingen te voldoen en daardoor geen gebruik hoeft te maken van de vangnetten die de maatschappij heeft gesteld, moeten we dat volgens mij toejuichen en verder helpen. Of anders gezegd: vooral niet tegenwerken.

Natuurlijk voorzitter, ieder verhaal kent twee kanten en GroenLinks is daar bepaald niet blind voor. Maar wij zouden wel graag willen dat het college ondernemers in redelijkheid steunt in het voeren van hun onderneming. Het argument dat wij in deze zaak hebben gehoord dat het beleid geen nieuwe standplaatsen toelaat zou ik het college echt met klem willen ontraden in het vervolg. Want onze raad stelt bijkans maandelijks een wijziging bestemmingsplan vast. Dat zijn stuk voor stuk gevallen die binnen het bestaande beleid van het bestemmingplan niet kunnen. Maar dan werken we mee aan aanpassing van het beleid. Doet u dat nu ook en komt u tot een snelle tijdelijke oplossing voor de tijd dat er gezocht wordt naar en acceptabele definitieve oplossing.

Daarbij zeg ik ook, via u voorzitter, in de richting van de heer Van Flierenburg: werkt u nu mee aan hetgeen de gemeente van u vraagt aan regels en procedures. Vergeet wat er in het verleden is gebeurd en ga met het college nu opzoek naar een snelle oplossing. Want voorzitter, ik neem aan dat het college die toezegging vanavond toch zeker wel zal doen?

Dankuwel.

zaterdag, 12 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Wij willen kunnen kiezen

In groenlinks, politiek, weblog, bestuur, betrokkenheid, columns, congres, discussie, eerste, en meer.

Mijn eerste GroenLinks congres was in januari 1998 in Zwolle. Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar dat was een congres verdeeld over twee dagen waarin het verkiezingsprogramma werd vastgesteld. Een maand later volgde nog een congres – volgens mij ook twee dagen – voor de kandidatenlijst. Inmiddels heb ik heel wat congressen meegemaakt, de laatste keer met name achter en op het podium, als kandidaat voor de Eerste Kamer. Veruit de leukste zijn de congressen waarop kandidaten gekozen moeten worden. De presentatie van de kandidaten, de spanning bij de stemmingen, met de ontlading aan het eind. Alleen al om die reden vind ik het voorstel van ons partijbestuur om de lijst niet meer door het congres te laten vaststellen, maar via een ledenreferendum, onverstandig en onwenselijk.

Het is natuurlijk niet alleen maar omdat ik die congressen zo leuk vind en ik ben ook niet tegen vernieuwing van de procedure. Maar het bezwaar tegen dit voorstel is dat het twee verschillende problemen wil oplossen, die niet in één nieuwe procedure te vangen zijn. De oorzaken van beide problemen verschillen namelijk nogal. Laat ik dat verder toelichten.

Ten eerste was er onvrede over het blokkensysteem en wilden veel leden weer terug naar een advies met lijstvolgorde. De kandidatencommissie geeft dan per plek aan welke persoon volgens haar daarvoor geschikt is. Op zo’n manier voorkom je (in theorie!) dat de volgorde door het congres te veel door elkaar wordt gehusseld. Althans, je hebt een extra instrument in handen om dat een beetje te dempen. Het bestuur kiest inderdaad voor het in ere herstellen van de lijstvolgorde en dat lijkt mij prima. Ook ik heb, na mijn aanvankelijke enthousiasme over de blokken, de anti-blokkenmotie gesteund.

Ten tweede was er (blijkbaar) onvrede over de betrokkenheid van leden – dat wil zeggen de overgrote meerderheid die niet op een congres komt – bij de vaststelling van de kandidatenlijst. Er wordt verwezen naar het advies van een commissie-Bogers, een advies dat drie jaar lang een zorgvuldig gekoesterd geheim is geweest, waarin een ledenreferendum wordt bepleit. Nou loop ik toch al een tijdje mee en ik heb ook heel wat discussies over de verkiezingsprocedure in de partijraad meegemaakt en mij was deze onvrede toch een beetje ontgaan, maar vooruit.. Ik ben er op zich voorstander om veel meer leden te betrekken bij het kiezen van de kandidaten en een referendum kan dan een prima middel zijn.

Maar wat de bedenkers van het voorstel zich niet lijken te realiseren, is dat zo’n referendum het eerste probleem alleen maar vergroot. Waar met dank aan de zichtbare uitslagen per plek op het congres, nog tijdens de rit nog correcties kunnen worden aangebracht, kan dat in de alles-in-één anonieme stemming van het referendum niet. Kortom, de kans dat de uiteindelijke lijst die door de leden wordt gepresenteerd, afwijkt van de voordracht van de kandidatencommissie, wordt er alleen maar groter van. En de mogelijkheid om in het referendum met één druk op de knop de integrale voordracht van de commissie over te nemen, wordt in het voorstel expliciet afgewezen.

Zoals gezegd, zo’n referendum vind ik geen gek idee, maar als je tegelijk ook het advies van de kandidatencommissie zwaar wilt laten wegen, betekent dit volgens mij dat de uiteindelijke lijst toch op het congres vastgesteld moet worden. Oftewel, een vaststelling in twee ronden: eerst wordt de conceptlijst op basis van het referendum bekend. Dan kunnen kandidaten laten weten of zij blij zijn met de plek, hoger willen, zich terugtrekken. En de kandidatencommissie kan beoordelen in hoeverre de conceptlijst overeenkomt met haar advies. De laatste stap is dat het congres de lijst definitief vaststelt, waarbij een stevige meerderheid nodig is om kandidaten alsnog te laten stijgen. Het bouwt een extra check in op de evenwichtigheid van de lijst, die mij uit het oogpunt van zorgvuldigheid en het goed functioneren van de toekomstige fractie meer dan welkom lijkt.

De modieuze keuze voor single transferable vote is een discussie op zich waard. Interessant genoeg is het een systeem dat zich goed leent voor aparte lijstrekkersferenda en een indeling in blokken, twee onderdelen die nu juist worden afgeschaft… Daar kom ik volgende week op terug.

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1975 uur (82,3 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4