donderdag, 26 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Torenval in Warffum

In warffum, reis door mijn boekenkast, energie, aardolie, afval, bibliotheek, fictie, gevaar, groningen, en meer.

Eerder deze week schreef ik over de bezetting van een boortoren van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de NAM, op 25 januari 1977. De sensationele actie, die veel publiciteit kreeg, wordt beschreven in een hoofdstuk van de roman Torenval van Jan Folkerts. Vijfendertig jaar geleden was Folkerts de journalist van de Nieuwe Revu, die als een van de vijf actievoerders een dag in de 34 meter hoge boortoren zat. Gisteren was hij opnieuw in Warffum om in de bibliotheek uit zijn debuutroman voor te lezen.

Atoomtegenstanders vermoedden in 1977 dat de NAM vanuit een proefboorlocatie in Warffum onderzoek deed naar opslagmogelijkheden voor radioactief afval in de zoutkoepels onder Pieterburen, een kilometer of acht westwaarts. Vijf actievoerders klommen met proviand voor een dagenlang verblijf in de 34 meter hoge boortoren, tot stomme verbazing van de NAM-werknemers en de plaatselijke autoriteiten. In het Provinciehuis in Groningen werd een crisiscentrum opgericht onder leiding van Commissaris van de Koningin Toxopeus. “Voor vijf mensen met vreedzame bedoelingen in een boortoren tuigen ze de boel wel heel erg op”, schamperden de actievoerders in de roman.

Afgelopen zondag schreef ik al dat het mij niet altijd duidelijk was waar de roman op waargebeurde feiten berustte en waar de fictie begon. Een volgens de roman gebeurd ongeluk met grote gevolgen kon niet in overeenstemming met de werkelijkheid zijn, want dan lag dat nog veel verser in de collectieve Warffumer herinnering.

Wie zou ik kunnen vragen om de regionale versie te horen? Ik besloot oud-burgemeester Ayolt Kloosterboer van Warffum te bellen. De inmiddels 96 jaar oud-bestuurder herinnerde zich de actie nog als de dag van gisteren. Zo vaak was er tenslotte niet zoiets aan de hand in het 2500 inwoners tellende dorp. Hij vertelde me over de risico’s, die de actievoerders hadden gelopen. Ze wisten bijvoorbeeld niet dat de NAM elk moment op twee kilometer oer het aardoppervlak het gas kon bereiken, vertelde Kloosterboer. "Als het boorgat dan niet op tijd zou worden toegedekt bestond er een gevaar op een zogenaamde blow out, waarbij gas aan het aardoppervlak komt”, aldus Kloosterboer. Dat was de reden dat het crisisteam de actie zo snel mogelijk wilde beëindigen. Of de arbeiders van de NAM zich van dat gevaar bewust waren valt te betwijfelen als je op oude filmpjes ziet hoe ze naast het boorgat staan te roken.

In Groningen werd enkele uren na het begin van de actie besloten om de bezetters met een brandspuit uit de boortoren te jagen. Kloosterboer weigerde dat bevel op te volgen. Hij wist dat dat met de kou en de snijdende wind op een smalle, 34 meter hoge toren te gevaarlijk was. Ter plekke werd op zijn initiatief een hoogwerker in elkaar gelast, waarmee de bezetters in de loop van de avond naar beneden werden gehaald. Toen Kloosterboer ’s avonds bij het crisiscentrum in Groningen verscheen begroette Commissaris van de Koning Toxopeus hem met de woorden “daar is de man die mijn bevel niet heeft opgevolgd”. Kloosterboer antwoordde dat het wél goed was afgelopen, waarop Toxopeus hem feliciteerde en zei dat hij het goed had gedaan.

De boortorenbezetters werden de volgende ochtend vrijgelaten. Dezelfde dag bereikte de NAM het gas onder Warffum. Volgens Kloosterboer had het slecht kunnen aflopen als dat tijdens de bezetting was gebeurd. De actievoerders waren zich daarvan niet bewust. In de roman komt het niet aan de orde.

Erik de Graaf

zondag, 22 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Focus op positief

null

Het gaat heel erg in pieken en dalen met mij. Als het niet goed met mij gaat, als ik mij verdrietig voel, of eenzaam, of als er een grote verandering is zoals nu ik in Noorwegen zit, dan moet ik dat hier oplossen zonder face to face contact met mensen. Want er zijn geen mensen hier die ik daar al genoeg voor vertrouw. Doordat ik geen buddygroup heb, heb ik er ook niet veel leren kennen. Schrijven, zoals hier, is een redelijke remedie, maar naast het van me af schrijven van vervelende zaken moet ik ook het positieve belichten.

Ik zit in twee groepjes op Facebook. Dat mag belachelijk klinken, maar ik tref er flink wat gelijkgezinden en sommigen hebben gelijke ervaringen. Ik informeer naar hoe zij er toen mee zijn omgegaan. De ene groep is voor hoogbegaafden en de andere voor hoogsensitieven. Voor alle mensen in die groepen is het een opgave om alle prikkels die ze dagelijks op zich af krijgen te verwerken. Ook al voel ik me hier soms eenzaam, ik sta er niet alleen voor! Als er onrust is in mij, als ik nog veel van dat te verwerken heb, of als er verandering gaande is, zoals nu, dan gaat dit samen met verdriet, met innerlijk conflict ook, maar uiteindelijk lost dat zich op. Daarbij heb ik dus soms even wat communicatie nodig en die zoek ik vooral bij dergelijke personen. Ze kennen me verder niet maar ze hebben wel iets met me overeen, en dat is in dit geval het belangrijkst. Ik heb mijn stressverschijnselen en de oorzaken daarvan ter sprake gebracht. Het is fijn om dan te merken dat ik niet de enige ben en ook goed om de ideeen die mensen hierover hebben aan te horen, daar kan ik wel wat mee.

Ik ben in staat de meeste conflicten die ik heb meegemaakt helder voor de geest te halen. Ook weet ik precies welke emoties dat bij mij teweeg bracht. Maar die herinneringen kunnen zich opwerpen tot prioriteiten, zo ook de bijbehorende emoties, want ergens reageer ik instinctief door er zo snel mogelijk vanaf te willen, door het op te lossen, van me af te gooien, het te lijf te gaan, maar dat verergert soms ook weer de emoties. En daaruit volgt onrust. Ook mijn perceptie van degenen die veelvuldig bij zulke conflicten betrokken zijn, wordt negatief, en dit verstoort mij. Ik ben me bewust van mijn sterke geheugen en de beperkte capaciteit tot filteren van prikkels. Dat is al een belangrijke stap. Tot op zekere hoogte zou ik mij filters kunnen aanleren. Zo ook voor die herinneringen, vooral het negatieve daaraan. Ik probeer positieve emoties en de daarmee geassocieerde herinneringen in welke vorm dan ook een hogere prioriteit te geven dan de negatieve antagonisten. Dan kan ik misschien van binnen uit filteren. Ik weet dat ik daartoe in staat ben, dus ik zal het kunnen, want wat hierbij hoort is abstraheren: het ontkoppelen van gebeurtenissen en herinneringen van emotie, zodat ik objectief een prioriteit kan stellen. Dat betekent uiteraard dat veel zaken negatief blijven, met een reden, want daar kan ik beter afstand van doen, of bij bepaalde personen kan ik beter uit de buurt blijven. Maar ook de positieve zaken worden dan belicht, en dan zou ik die vervolgens goed een prioriteit kunnen geven.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zondag, 15 januari 2012

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Mijn rechtse ikken

In persoonlijk, inbrekers, bezig, keuzes, mensen, politie, portemonnee, inspiratie, ipad.

Een trainersconferentie heeft vooral weer inspiratie en enthousiasme opgeleverd voor Voice Dialogue: de commentaren van al onze subpersoonlijkheden op alles wat we doen en meemaken. Drie deelnemers aan een workshop van een gerenommeerd trainer lieten hun innerlijke puber los en deden lekker niet mee aan de opdracht. Want slecht ingeleid en doelloos, ook na toelichting konden we er geen touw aan vastknopen. Of juist na die toelichting nog minder… jammer, soms vallen mensen van hun voetstuk… Maar die drie trainers hebben wel een heel inspirerend gesprek gevoerd over de essentie van hun vak. We kwamen erop uit dat wij trainers mensen helpen om kruispunten te identificeren waarop ze bewust keuzes kunnen maken voor gedrag. Het betere kruispuntmanagement dus.

Ik heb kennisgemaakt met mijn rechtse ikken. Die van ‘keihard aanpakken’ en ‘tuig het land uit’ en zo. Want toen we terugkwamen van de schouwburg stond de achterdeur open en lag de inhoud van laden en mijn tas op de grond… laptops, telefoon, portemonnee, alles pleitos. En dan ben je de ene helft van de nacht bezig met de politie, pasjes blokkeren en ramen dichttimmeren. Geweldig hoe aardig en behulpzaam iedereen was. En de tweede helft van de nacht hebben we doorgebracht met het betere wakkerliggen. Knarsetandend, schuimbekkend. De idioten die een enorme partij schade en een nog grotere partij ongemak veroorzaken omdat ze jouw Ipad willen. Oppakken die hap. Keihard aanpakken. Ik probeer mijn innerlijke zenboedhist aan het woord te laten… het zijn maar spullen… zennnnn


vrijdag, 13 januari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Renovatie raadszaal

eric leltz

Vandaag heeft mijn fractie naar aanleiding van de berichtgeving in de plaatselijke pers bijgaande brief gestuurd naar de voorzitter van de raad burgemeester Cees van der Knaap.

Ede, 13 januari 2012

Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Ede,

In de afgelopen dagen zijn redactionele artikelen verschenen in het dagblad "De Gelderlander" met als onderwerp de renovatie van de raadzaal van de gemeente Ede. Hierbij werd gebruik gemaakt de openbare notulen van de vergadering van het Presidium van 12 september 2011.

De fractie van GroenLinks/PE hecht aan openheid en transparantie van het openbaar bestuur, dus in deze ook in de gemeente Ede. Als gevolg van bovengenoemde redactionele artikelen kan de indruk worden gewekt dat de gemeenteraad bewust de besluitvorming rond de renovatie van de raadzaal niet tijdig in het openbaar zal voeren. De fractie van GroenLinks/PE acht een openbare gedachtewisseling door de gemeenteraad over de renovatie van de raadzaal van groot belang. Niet alleen omdat de raadszaal in de ogen van de fractie van GroenLinks/PE een openbare functie heeft, maar ook om mogelijke negatieve beeldvorming met betrekking tot het handelen van de gemeenteraad en zijn voorzitter te voorkomen.

In de betreffende vergadering van het Presidium is gesproken om in het openbaar te vergaderen op een "passend moment", dat wil zeggen, na de aanbesteding van de renovatie van de raadzaal. De fractie van GroenLinks/PE acht het zinvol om nu reeds, dus voor de aanbesteding, in het openbaar over dit onderwerp te vergaderen. De politieke partijen kunnen dan hun visie geven op de renovatie en de uitgangspunten formuleren. Dit speelt des te meer daar voor de renovatie €1.7 miljoen in de vigerende perspectiefnota is opgenomen.

De fractie van Groenlinks/PE nodigt u uit om ons over bovenstaand standpunt uw mening te geven en wacht uw reactie met belangstelling af.

Met vriendelijke groet,

Eric Leltz, Fractievoorzitter GroenLinks/PE



donderdag, 12 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Mijn wens #WOT 2

Wens, wens, wens? Wat gebeurt er met me als ik over dit woord nadenk? Gedachteloos begint een toon in mij rond te zingen, een stem brengt mij terug naar mijn kindertijd. Wat een prachtig liedje was dat. “Als er een ster valt mag je een wens doen”. Een mannetje dat niet weet wat hij wensen moet als hij een ster ziet vallen, en dan maar als wens nog een ster laat vallen. Tot er geen één meer aan de hemel staat. Niet alleen dit liedje maar ook sprookjes leren ons dat het mogen doen van wensen een geschenk is, waar je bedachtzaam mee om moet gaan. Want voordat je het weet gebeurt er iets verschrikkelijks! Maar die fee dan, of de geest uit de fles die onze wensen doen uitkomen. Waar ligt hun verantwoordelijkheid? Zijn die feeën en geesten wezens aan wie het vermogen ‘nee’ te zeggen, ontbreekt? Ik ken de sprookjes niet waarin een fee zegt: ‘Die wens van jou, die vind ik zo beroerd, die laat ik niet uitkomen’. Komt dat omdat wij alleen goede wensen hebben?
      Daar ben ik niet van overtuigd. Vaak zijn onze wensen heel erg banaal. De rijdende rechter heeft er wat mee te stellen. Een man die een vrij uitzicht wenst en zijn buurman verplicht zijn schutting weg te halen. Of een vrouw die gek wordt van het getwitter van vogeltjes in de overhangende takken van de boom van de buren. En dan wenst dat die boom omgehakt wordt. Eigenlijk vaak erger nog: om een wens te realiseren is het handig om er een recht van te maken. ‘Ik heb recht op nachtrust dus moet die boom weg’. Het opschalen van een wens naar een recht maakt duidelijk wat er zo vervelend is aan een wens. Het lastige aan een wens is de uitkomst ervan: daarin zijn we meestal afhankelijk van anderen.  En die ander zit niet altijd te wachten op jouw wensen. Hoe kan ik dan de ander beter aanzetten om mijn wens te vervullen dan hem te wijzen op zijn plichten. De rijdende rechter rijdt vaak uit omdat wij het onderscheid niet meer weten tussen wensen en rechten. Waar ligt dan het onderscheid?
       Wij mensen voelen goed aan dat het hebben van een recht betekenisvol is omdat het een ander verplicht. Mijn recht op eigendom verplicht de ander er vanaf te blijven. Mijn recht op geluk verplicht de ander mij dat te gunnen. Ik kan eigendom wensen, maar er bestaat geen plicht bij een ander mij dit te geven. Die wens, daar ben ik zelf verantwoordelijk voor. Daarin ligt het belangrijkste onderscheid tussen een recht en een wens. Voor het uitoefenen van rechten ben ik gerechtvaardigd een ander te verplichten, die mede-verantwoordelijk is. De rijdende rechter helpt ons deze mede-verantwoordelijk aan de juiste personen toe te wijzen. Welke plicht heb ik, welke plicht heeft mijn buurman. Voor het uitoefenen van mijn wensen kan ik alleen diegene verplichten die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt. Alleen mijzelf dus. En dat geeft tevens het belang van wensen weer. Diegene die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt, kan mij de volgende vraag stellen: ‘Als dat wat je voor vandaag wenst, daadwerkelijk uitkomt, hoe denk je dan ik je morgen aankijk?’ Eigenlijk is dat een fee of een geest uit de sprookjes, maar dan met mijn eigen reflectie. Het nadenken over mijn wensen maakt me er bewust van hoe ik in mijn leven sta.
      Ik wens mijzelf voor vandaag veel bedachtzaamheid toe, in datgene wat ik anderen toewens.


#WOT staat voor Write On Thursday. Een initiatief van Karin Ramaker van met-k.com Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Wens".

woensdag, 4 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Flaporen

In papa gerbie, flaporen, papa gerbie, suus, de wereld, gelukkig, leuk, tenminste, vrouwen, en meer.

Tot nog toe werd ik in mijn leven niet gevraagd als fotomodel, had ik geen hordes vrouwen achter me aan en kan ik dus rustig concluderen dat ik niet echt knap ben. Aan de andere kant mag ik me gelukkig prijzen dat ik geen bulten in mijn gezicht, scheve neus of hazenlip heb, echt lelijk zal dus ook wel niet kloppen.

Toch ben ik bang dat ik op latere leeftijd alsnog flaporen aan het ontwikkelen ben. Niet bewust, niet eens gewenst, maar toch onvermijdelijk. Mijn allerliefste dochter heeft namelijk ontdekt dat het vanaf de schouders van papa erg leuk is om de wereld vanaf een andere hoogte ter ontdekken. Dus zit mijn dochter regelmatig bij papa ‘op de nek’.

Nu is dat niet echt een probleem, al is het wel eens zwaar als je haar na een tijdje weer neer wil zetten, terwijl zij dat niet wil. Of wanneer ze zonder aankondiging begint aan de afdaling, waarbij ik haar moet opvangen, ook al krijg ik per ongeluk een laars in mijn gezicht.

Maar het leukste moment, voor een toeschouwer tenminste, zelf zie ik het niet, is wanneer ze zit en ze houvast zoekt. Dit doet ze steevast aan mijn oren. En ze houdt ze goed vast. Zo goed dat het soms pijn doet. Grappend tegen anderen zeg ik wel eens dat ik de schoonste oren heb van iedereen, maar tegelijkertijd staan mijn oren wel in een onnatuurlijke stand. De kleine vingertjes zijn in en om mijn oren, ze geniet van het uitzicht of spoort me aan te rennen, te springen of te huppelen.

Ik vind het natuurlijk geweldig dat Suus graag bij mij op de schouders zit. Ik vind het zelfs grappig hoe ze zich vasthoudt. Maar kun je op latere leeftijd toch nog flaporen ontwikkelen?


zaterdag, 31 december 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Het nieuwe jaar in knallen, verknalt het knallen!

Het is weer oudejaarsdag en de discussie over vuurwerk laait weer op. Tegenstanders en voorstanders komen met argumenten aanzetten om juist voor of tegen een vuurwerkverbod te zijn.

image

Wat mij betreft liever gisteren dan morgen dat er een verbod komt, waarbij er alleen om 00:00 uur op 1 januari een vuurwerkshow komt op een centrale plaats in de diverse dorpen en steden.

Wat nadelen die je kunt bedenken:

  • Huisdieren; ze brengen 31 december vaak onder kasten of meubels door.
  • Mensen mijden op 31 december de straten, want de rotjes en pijlen vliegen je om de oren.
  • De enorme rommel die soms weken blijft liggen in tuinen en op straten.
  • Vogels die bewust gebieden gaan mijden of extra hoog gaan vliegen.
  • De gewonden vanwege het afsteken van vuurwerken.
  • Het fijnstof dat vrijkomt bij het afsteken.
  • Prullenbakken en ander straatmeubilair raakt beschadigd.

Enkele voordelen:

  • Traditie
  • Het is mooi om te zien (sierpijlen)

Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Het lijkt er steeds meer dat de nadelen steeds meer gewicht in de schaal leggen zodat de balans steeds meer naar een verbod gaat bewegen.

Zou het dan niet een mooi gebaar zijn om te beginnen met het verbieden van knalvuurwerk en alleen nog maar siervuurpijlen toe te staan?

image2

Daarna een stap verder te gaan en ook sierpijlen alleen nog maar afgestoken mogen worden door gemeenten in plaats van consumenten? De periode waarin vuurwerk dan afgestoken wordt is maar 10-15 minuten.

Dan hebben huisdieren veel minder stress, de rommel is ook beperkt en kan veel sneller opgeruimd worden, je kunt genieten van het vuurwerk zonder gevaar te lopen dat de pijlen of rotjes om je oren vliegen.

Kortom, een ideale oplossing! Dan hoeft die verwijderingsbijdrage ook niet meer!

Ida Sabelis

Ida Sabelis

Twitter

Terug- en vooruitblik. Winterdepressie? Lichtje aan!

Uitzicht Casa Morello Sicilië
Tja, 2011 - soms denk ik 'wat mij betreft mag het over zijn' - dat heeft vooral te maken met mijn gevoel dat ik sinds 19 juli 2011 vrijwel uitsluitend grijze lucht of binnenkamers heb gezien. Is natuurlijk niet zo - maar dat voelt zo ... Op 19 juli kwam ik thuis uit Palermo. Ja, daar heb ik vrienden. En daar lag ik op 18 juli nog een dag aan het strand; eerlijk met de bus, een tasje en een handdoek heengereden. Een rondje Mondello gelopen en toen een plekje veroverd tussen families, pubers en eenzame heren. Ik had niemand nodig, wist dat het in NL 14 graden was en vleide mijzelf in het zand om over een zo groot mogelijk oppervlak ZON naar binnen te laten schijnen. Zo voelde dat. Ik heb wel vaker voorspellende momenten.
Thuis bleek mijn moeder in de lappenmand - gebroken heup, revalidatie, thuiszorg, en mantelzorg. Ja, ook ik ben aan de beurt. Het was koel, regenachtig en grijs. Weinig vakantie - en al snel kwamen het werk, de politiek, de herfst en een seminar over licht. 
Dat bestaat: een seminar over licht en donker. Over verlichting, energieverbruik, gevolgen voor alle dieren (insecten, vogels, vissen, zoogdieren, ook mensen dus) - en hoe we daar nauwelijks bewust mee omgaan. Eerder hoorde ik op de radio (in de fiets, mijn dagelijkse portie echte lux) dat met name oudere mensen vaak slaapproblemen hebben door gebrek aan licht. In een schemerig huis dut je al snel in na het ontbijt. Zo dut je door de dag - en ben je wakker als het echt donker is. Licht helpt om een gezond ritme aan te houden. Veel mensen hebben last van te veel binnen zijn - zeker als er buiten ook minder uren licht is - en zeker als je werk via computers loopt. Je hoeft dus niet (heel) oud te zijn om door tekort aan licht sacherijnig te worden.
JvC-straat - blaadjes
Ik heb een serre thuis; dat scheelt al. Maar ik heb ook last van de winter. En ik ben een avondmens. Dat betekent dat ik vaak laat naar bed ga. Vervolgens moet ik slaapkamerdeur en gordijnen dicht doen omdat de lantaarns buiten mij pal in de ogen schijnen. En ondanks een fietstocht van een kleine 140 kilometer deze week ... lijk ik toch te weinig licht te krijgen. Ik haat dat grijs namelijk. En ik haat de binnenlucht. Kortom, ik heb dat wintergevoel. Geen zonnige ijsmeren, geen extra licht door prachtige sneeuwvelden. Neen, kaarsje aan (max. 30 lux?) - en de kat op schoot.
Het wordt tijd dat het nieuwe jaar aanbreekt. In de gemeenteraad van Heemstede knistert het van de nieuwe plannen. De kansen op debat zijn groot na een training in de herfst. En op de agenda van januari staat, onder andere, een nieuw plan voor de straatverlichting: meer met minder. 80% energie besparen kan. En dan eindelijk die idiote schijnwerpers uit de straat! Zie ook, bijvoorbeeld: http://youtu.be/MwBLmKr_rXg Hmmmmm - 2012 .... kan alleen maar lichter worden! Ahem. Het goede gewenst - en niet te veel licht om middernacht? Dat is een andere discussie.

donderdag, 29 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Zelfverrijking bij Woningcorporaties

In integriteit, claim, diefstal, licht, oplichting, problemen, raad, rotterdam, schuldig, en meer.

eric leltz

Afgelopen week is de directeur van Stichting Gereformeerde Bouwcorporatie voor Bejaarden (SGBB) veroordeeld tot 3 jaar cel. De rechtbank achtte de man schuldig aan oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen. De inmiddels ex-directeur heeft gefraudeerd met miljoenen euro's van de corporatie door vastgoedprojecten aan te laten kopen door een onderneming waaraan een kennis leiding gaf. Deze projecten werden vervolgens voor een veel hogere prijs doorverkocht aan SGBB. De winst verdeelden de twee via een witwas-BV waarvoor de (schoon) zus van de ex-directeur werkzaam was. Onnodig om te vermelden dat zij mee profiteerde van de winst. Het zou zo maar kunnen dat de raad van toezicht van SGBB, waar wethouder van Milligen destijds deel van uit maakte, door de directeur bewust op het verkeerde been is gezet. Maar het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) heeft de leden van de raad van toezicht alvast wel aansprakelijk gesteld. Zij kunnen volgende maand een dagvaarding in de bus verwachten.

Deze zaak lijkt niet op zichzelf te staan. Zo hebben bestuurders van woningcorporaties de afgelopen jaren bijna €30 miljoen in eigen zak gestoken. De schade loopt op tot meer dan €300 miljoen. Dit blijkt uit een inventarisatie van schadeclaims en rechtszaken. Diverse corporaties kampen met problemen:

  • Het Amsterdamse Rochdale waar de directeur zichzelf niet alleen teveel pensioengelden toekende maar zichzelf ook een Maserati als dienstauto cadeau gaf,
  • PWS uit Rotterdam, waar de directeur en een lid van de raad van toezicht samen spanden om zichzelf te verrijken,
  • Woonbron uit Rotterdam, verloor met de aankoop van een cruiseschip €80 miljoen,
  • Rentree uit Deventer verloor door grondspeculaties €60 miljoen,
  • Woningstichting Geertruidenberg (WSG) verloor door de aankoop van vastgoedprojecten en gronden €60 miljoen en diende een claim in tegen de directeur.

Het is dus een zootje bij een aantal woningcorporaties. Er gaan enorme bedragen om in de woningbouwsector. Het gebrek aan intern toezicht is volgens deskundigen een belangrijke oorzaak voor de problemen. Deze problemen lijken zich te concentreren rond de aankoop en verkoop van grond. In een markt met stijgende huizenprijzen kon het voor Woningcorporaties niet op. Het geld leek als vanzelf binnen te komen. Maar nu de huizenprijzen niet meer stijgen komen de problemen en het wanbeleid aan het licht. Het is zoals de rechter in de uitspraak in de zaak tegen de ex-directeur van SGBB zie "de verdachte heeft een volstrekt gebrek aan moraal en hij heeft daarnaast zijn positie grof misbruikt om diefstal mogelijk te maken". Het zijn zeker voor de wandaden van dit kaliber goed gekozen woorden.



John Jorna

John Jorna

Helpt geweld tegen het kwaad?

In column van de week, betalen, boodschap, burgers, communistische, criminaliteit, de wereld, gemeente, geweld, en meer.

OMGAAN MET HET KWAAD IN DE WERELD

Je bent geograaf of je bent het niet! Als geograaf onderscheid je verschillende schaalniveaus. Het kleinste schaalniveau is dat van het gezin. Zou zich zelfs in een gezin kwaad voordoen? Op het eerste gezicht denk je van niet. Kinderen kunnen wel eens ondeugend zijn, maar dat valt voor mij niet onder “het kwaad”. Maar dan lees je over huiselijk geweld: mannen, die hun vrouw mishandelen of omgekeerd. Kinderen, die mishandeld worden, soms met dodelijk gevolg. Je hoort over seksueel misbruik van meisjes door vader of broer. Achter de voordeur gaat veel kwaad schuil. Leerkrachten en huisartsen wordt gevraagd daarop attent te zijn en ook buren zouden hun vermoeden kunnen melden bij een vertrouwensarts. Laten we bedrijven en instellingen deze keer maar overslaan.

We kijken naar het wijk- of dorpsniveau. Meestal is dit nog redelijk overzichtelijk en kennen veel mensen elkaar. Nu is er vaak veel weerzin tegen sociale controle, want dat wordt gemakkelijk geassocieerd met sociale dwang tot “deugdzaamheid”, als de jonge mensen tenminste nog weten, wat daaronder wordt verstaan. Maar als gezinnen weg gepest worden uit een wijk, dan zou de meerderheid van goedwillende mensen dat niet moeten pikken en zeker niet de ouders van de pesters. Die zouden ook door iedereen daarop aangesproken moeten worden. Buurtwerkers, wijkagenten, buurtverenigingen, jeugdzorg en gemeente horen goed samen te werken en daarbij vooral moeten afspreken, wie de eerst verantwoordelijke is voor de aanpak van een probleemgeval. Een interessant nieuw initiatief is Burgernet. Wie zich daarbij heeft aangesloten krijgt soms van de politie een sms of mondelinge boodschap via de telefoon om te waarschuwen, wanneer hij iemand met een nauwkeurig signalement ziet.

Toch is het bestrijden van criminaliteit en het verzekeren van de veiligheid van de burgers vooral een overheidstaak. De overheid moet de wet handhaven. Zelfs in Nederland valt dat niet mee. Bij zware criminaliteit is vooral het leveren van een wettig en overtuigend bewijs moeilijk. De politie kampt vaak met te weinig of onvoldoende deskundig personeel. Computercriminaliteit vroeg een totaal nieuw soort specialisten.

Is het in Nederland al moeilijk, hoe uitzichtloos lijkt het in een land als Somalië of Mexico of Afghanistan. In dit laatste land proberen we er iets aan te doen door agenten een eerste opleiding te geven en ook mee te werken aan de opleiding van hoger personeel en medewerkers van justitie. Maar het land kent meerdere stammen, die zich weinig aantrekken van een centraal gezag en landelijke wetten. Er is een enorme corruptie, ook bij de overheid en die blijft meestal ongestraft. Lokale krijgsheren betalen wapens en munitie met de opbrengsten van de papaverteelt. En natuurlijk zijn er de Taliban, die met geld van elders velen tot meevechten weten te bewegen. Want het is een arm land met weinig werkgelegenheid. Zo bezien is de training van die paar politieagenten een druppel op een gloeiende plaat? Of moet je misschien een andere beeldspraak gebruiken: een zaadje, waaruit een forse boom kan groeien? Wat doe je tegen het kwaad in een falende staat als Afghanistan? Wat is de zin van de aanwezigheid van de NAVO in het land? Terwijl al eerder is gebleken, dat je je hand maar beter niet in dat wespennest kunt steken. De groei naar een rechtsstaat moet van binnen uit komen en dat vraagt ontwikkeling. De Afghanen zelf moeten tot het inzicht komen, dat het anders kan. Dat vraagt ontwikkeling en het ontstaan van een middenklasse, die dat allemaal niet meer accepteert. Daar gaan wel een paar generaties overheen. Toch zie je het overal in de wereld gebeuren: China, India, Brazilië waren onderontwikkelde landen en groeien nu snel naar de top van de grote economieën in de wereld. Het kwaad in de wereld kun je niet laten verdwijnen met geweld. Het lost niets op. De oorzaak van het kwaad wordt niet weggenomen.

Toch blijft steeds weer de twijfel. Als kind maakte ik de Duitse bezetting heel bewust mee. Ik begreep heel goed, dat het Nazidom het kwaad was, dat bestreden moest worden. Ik was die Canadezen enorm dankbaar toen zij ons na bijna vijf jaar vrijheid brachten. In Oost-Europa kwam in de plaats van het Nazibewind een communistische dictatuur. Het duurde nog vijfenveertig jaar voordat die verdween. Niet door geweld van buitenaf, maar het kwam van binnenuit. In voormalig Joegoslavië moest van buitenaf met geweld worden ingegrepen om er rust te brengen en nog steeds moet de door buitenlandse troepen worden bewaakt. Wat doe je tegen mensen, die echt niet het goede willen?

Hoe lang moeten de Afghanen nog wachten op vrijheid en veiligheid en ontwikkeling en welvaart?

Jaargang 4, Nr. 195.

dinsdag, 20 december 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid

In samenleving algemeen, noord-korea, omgevingsbewustzijn, overheid, werkelijkheid, bedrijf, bestuur, bezig, burgers, en meer.

kim-jong-il-looks-31Ieder mens maakt zijn eigen werkelijkheid. Dat zit in onze natuur. Kim Jong Il (”I didn’t know Kim Jong was il!” was een goede grap die ik gisteren hoorde) kon tot in extremis zijn eigen werkelijkheid  maken. Er was niemand die hem tegensprak. Niemand die hem wees op gevolgen. Het is niet uniek dat mensen op hoge posities de werkelijkheid vervormen door gebrek aan weerwoord. Soms maken ze het er zelf naar en soms is de omgeving te bescheiden of te bewonderend om het weerwoord te geven. De vertrokken directeur van het COA en Cruyff, zijn namen die me nu zo te binnen schieten. Hun leren te veranderen is vermoedelijk tevergeefs. Hooguit hebben schade & schande een gevolg, maar die kan ook negatief zijn: bevestigen dat hun aannames klopten, zij gelijk hebben en de rest niet.

Het percipiëren van een eigen werkelijkheid lijkt met deze voorbeelden ongewenst en fout. Dat kan het worden, maar is het niet. Het is ook een vorm van zelfbescherming en daarmee een middel om zelfvertrouwen te hebben. Samenlevingen waar mensen het recht op het vormen van eigen meningen wordt misgund, munten niet uit in zelfbewuste burgers. Zie wederom Noord-Korea en vindt hierin een mogelijke verklaring voor de enorme klaagzangen en publieke treurnissen na de dood van de Grote Leider. In onze samenleving is het iedereen gegund een eigen werkelijkheid te hebben. Dat gaat gepaard met vrije meningsuiting. Maar dat wil niet zeggen dat het dus ook alleen maar goed is. Voor een gezonde beleving van de eigen werkelijkheid is debat noodzakelijk. Zonder debat ontspoort het, zoals bij Albayrak en Cruyff. Met debat worden mensen gedwongen tot dynamiek: hun werkelijkheid is geen statisch gegeven maar erodeert al naar gelang wie ze spreken, wat ze lezen en zo voort.

Er zijn beroepen die dit type van confrontaties ook bewust moeten opzoeken. Beroepen die het wel en wee van de samenleving of een bedrijf of organisatie bepalen. Privé is het hun gegund een werkelijkheid te percipiëren en daar zonder of met tegenspraak bij te blijven, zakelijk is het de eis dat ze daar juist actief mee bezig zijn. Ze moeten zichzelf steeds de vraag stellen of zoals zij het zien anderen dit ook zo zien. Met die vorm van omgevingsbewustzijn kunnen ze beter inschatten waar ze ferm of juist ontvankelijk moeten zijn, waar ze kunnen versnellen of juist vertragen. Ik ben er van overtuigd dat hoe meer overheden met een goede dosis omgevingsbewustzijn opereren, hoe meer men aansluiting vindt op de gehorizontaliseerde werkelijkheid waar de Raad voor Openbaar Bestuur  vorig jaar over adviseerde. Een mondige en assertieve samenleving, kenmerkend voor de horizontalisering, wil gezien en gehoord worden. Een overheid die met de juiste voelhoorns werkt zal vertrouwen winnen.

Noord-Koreaanse toestanden gelden inmiddels als spreekwoordelijk voor de manie en branie waarmee het land is geleid en de effecten die dat heeft gehad op de bevolking. Zeker geen wenkend perspectief. Wel een nuttig schrikbeeld. En voor Nederlanders vermoedelijk een overbodige, hoewel voor sommige politiek populisten ook bij momenten verleidelijk. Macht is onder meer jouw redeneerwijze en ideeën zo breed mogelijk te laten landen. Als jij de rechtsstaat aanvalt en en velen volgen jouw beweegreden en oordeel, dan is dat macht. En als dan het weerwoord stokt, kan die macht zo maar beklijven en electoraal vertaald worden.

Dat roept ook de vraag op hoe ‘eigen’ ieders werkelijkheid is. Of vraag…. Ik denk wel dat je kunt stellen dat er sprake is van een hoog gehalte copy & paste. Maar beter goed gejat dan slecht bedacht. En uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van argumenten en houdbaarheid van denkbeelden.  Die worden getoetst door debat en door open te staan voor andere meningen. Daar heeft de Nederlandse samenleving een voortdurende uitdaging in en hebben onze overheden en bedrijven een permanente opdracht in.

zondag, 18 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Transitie

Het is een gewone houten tafel. Afhankelijk van het seizoen staat die in de tuin, de keuken, of zoals nu in de warme woonkamer. Er omheen 3 vrouwen; we kennen elkaar al lang en hebben veel gedeeld door de jaren heen. Op de tafel sterke koffie met opgeklopte hete melk en roomboterstaaf, zo passend bij december.

We vertellen elkaar de verhalen van het dagelijkse leven, stellen vragen en luisteren. Naar de klank, de stembuigingen, welke woorden ze gebruikt, naar de stiltes tussen de zinnen. Aan die keukentafel is het veilig en als we dat benoemen komt de gedachte op dat dit uitwisselen waarschijnlijk en hopelijk de 'hulpverlening van de toekomst' is.

Geen instituten, behandelplannen, computers en rapportages, maar aandacht als heling van de schrammen en blauwe plekken die we in het leven oplopen. Als ik naar huis rijdt realiseer ik me dat het rustig is in mijn hoofd; ik ben me bewust van een gevoel dat zich het beste laat omschrijven als geborgenheid.

 

De laatste weken was het druk. Niet alleen met de bezigheden voor mijn bedrijf, maar het is vooral zo druk in de wereld en dat dringt soms ook diep in mijn persoonlijk leven door. De media laten steeds weten wat er gaande is, waar dan ook en er is véél gaande. Ondanks dat ik de krant niet meer lees, het nieuws niet meer op de voet volg, voel ik wel de spanning die er heerst. Er zijn zoveel prikkels; over de financiële crisis, het nieuwe virus dat bij koeien en schapen is gevonden, de toename van de werkeloosheid; ik hoor de ongerustheid van mensen over 'hoe dit zal aflopen'. Er is geen sprake meer van Vadertje Staat die voor je zorgt en gaat u maar rustig slapen. We raken steeds meer onder moeders vleugels vandaan en zoeken onze eigen weg; als land, als Europese Unie, als mens of volk. Er staat zoveel ter discussie, er is zoveel onzeker, we worden op onszelf terug geworpen en zoeken naar antwoorden en naar beschutting.

Maar er is op dit moment weinig geborgenheid.

'Maybe it's the time of year, or maybe it's the time of men' zong Joni Mitchell in de sixties; ook een tijd van transitie, net als nu.

 

In mijn beleving zijn we als wereld in transitie. We zoeken naar stukjes grond onder onze voeten als houvast, een soort platform, een station. Want we zijn op doorreis, onderweg naar de volgende Tijd en leven in de Tussentijd. We zijn niet meer in het oude en ook nog niet in het nieuwe, whatever that may be. Dé overgang komt niet alleen voor in de levenscyclus van ieder mens; die hormoonverandering vindt ook plaats in de cycli van de Aarde en het Universum.

De uitdrukking 'in trance' zijn heeft er ook wel iets van; we zijn zeker in de ban van alle veranderingen en de onrust die dat met zich meebrengt. Maar het 'trans' in transitie duidt vooral op doorgang; naar een andere wereld, een andere tijd....of andere vorm.

Dat geeft gevoelens van kaalheid; het vertrouwde dat er niet meer is. Ik weet dat ik niet de enige ben die af en toe niet lekker slaapt en de heftigheid waarmee de verandering gepaard gaat, waarneemt.

 

Het is december, dus het is 'the time of year', maar zeker ook 'the time of men'. Daarom beveel ik je aan om een plaatsje te zoeken aan een keukentafel in een warme woonkamer, met dierbaren om mee te delen en te helen en lekkere koffie. Zorg dat je het goed hebt met jezelf tijdens de winterse weken. De Engelsen noemen dat 'spoil yourself', maar dan met echte warmte en nabijheid. Ik wens je veel momenten van geborgenheid.

 

Ineke M. Verdoner

 

Joni Mitchell: Woodstock..'and maybe it's the time of men'

Recept voor de meest verrrukkellijke chocoladetaart ever!

Weblog van Nanda Huneman van Wonderword over Transitie

vrijdag, 16 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur”

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, agenda, apeldoorn, artikel, boeken, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


dinsdag, 13 december 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

In radboud universiteit, medezeggenschap, onderwijs, accepteren, achterkamertjes, besluiten, bestuur, beta, bewust, en meer.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

maandag, 28 november 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Och ja! De klimaattop!

In klimaat, weblog, bas eickhout, durban, klimaattop, belangrijk, china, crisis, de wereld, en meer.

Met enige verbijstering onderging ik mijn eigen verbazing over de start van de klimaattop in Durban vandaag. Ik was me er eigenlijk niet zo van bewust dat die vandaag alweer beginnen gaat. Hoe anders was dit twee jaar geleden in aanloop naar de ‘COP15′ in Kopenhagen waar ikzelf voor GroenLinks naar toe mocht. Het trauma van de mislukte Kopenhagentop is nog altijd voelbaar en heeft tot mijn grote vrees het effect dat er ook dit jaar niet echt een (goed) akkoord zal worden bereikt.

Daar waar die noodzaak in Kopenhagen al groot was, is dat belang de afgelopen twee jaar bepaald niet minder geworden. Maar we zitten nu even in een economische crisis en dus is het op korte termijn redden van de Euro even belangrijker dan het op lange termijn redden van ons leefklimaat. Kost ook te veel geld roepen partijen als VVD en PVV. Dat China op dit moment de grootste investeerder is in groene energieopwekking en daar behoorlijk geld aan verdiend laat zien hoe stragtegisch belangrijk energieopwekking is en hoe kortzichtig de atoomambitie van Verhagen, Rutte en Wilders.

Mijn Europese GroenLinks-collega’s zullen zonder twijfel de komende weken gedurende de klimaattop daarvan verslag doen en nieuws brengen. Onze Europarlementariër Bas Eickhout zit namens de Groenen in het onderhandelingsteam van het Europees Parlement, dus nieuws heet van de naald uit het hart van de conferentie zal weer te vinden zijn via @BasEickhout. Maar of dat alles gaat leiden tot een vervolgakkoord op Kyoto? Ik vrees van niet en dan heeft de wereld weer een jaar weg gegooit om met een oplossing te komen. Volgend jaar nieuwe ronden, nieuwe kansen; laten we daarop hopen ten minste! Veel succes Bas!

maandag, 21 november 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

College bezoekt Boschveld/Deuteren

In bartcam, best, bezuinigingen, college, wijken, 1, 2011, inzet, bewust.

13 oktober 2011

Wethouder Bart Eigeman vertelt dat wijkwinkels bewust uit de bezuinigingen gehouden zijn. “Laagdrempelige ontmoeting, een plek waar bewoners terecht kunnen en instellingen zorgen dat er antwoord komt, dat wordt de komende jaren nog belangrijker. Het college kiest voor versterking van de 1e lijn, voorkomen is beter dan… En daar horen wijkwinkels bij, al kan er best verbeterd worden!”

De wandeling langs allerlei plekken waar iets speelt, geeft een goed beeld, nadere afspraken en ook waardering voor de positieve inzet in wijken. De afsluiting met het smartlappenkoor geeft avond extra sfeer!

donderdag, 17 november 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

China, de grote bange reus

In samen op de wereld, china, democratie, economie, eu, euro, europa, europese, gedachte, en meer.

 

Ik kan best een open deur intrappen: de Chinese economie groeit hard. Maar dat die in 30 jaar tijd is gegroeid van krap 70 miljard naar ruim 18.000 miljard yuan – en dat was 2004 – is onvoorstelbaar. Hoe deden ze dat? Blijft het zo? Wat willen ze verder?

Hoe deden ze het?

Vorig jaar heeft China Japan ingehaald als tweede economie van de wereld. De grootste economie is nog steeds de VS met dien verstande dat die van de VS niet meer groeit en die van China wel. Dat biedt bedrijven grote kansen. China heeft een goede infrastructuur opgebouwd, had hele goedkope arbeidskrachten en was dus een aantrekkelijke producent voor exportproducten. De producerende bedrijven zijn niet alleen Chinese bedrijven, ook bijvoorbeeld Philips heeft zijn productie daarheen verplaatst vanwege de lage lonen.

Alles draait in China om behoud van rust en stabiliteit en het in standhouden van de macht van de Communistische Partij. Inflatie, buitenlandse invloed en ontevredenheid onder de bevolking – die heus ziet wat er in het buitenland mogelijk is – zijn risicofactoren voor instabiliteit. Om onvrede te beteugelen, moet de communistische partij het volk dus ook wat geven. En dat krijgt het. De welvaart is voor iedereen gestegen. De rijken zijn 2 keer zo rijk geworden, maar de armen ook.

China ziet zichzelf als kwetsbaar land dat in ontwikkeling is. Chinezen willen bovenal een veilige en stabiele omgeving en roepen in mindere mate om democratie. Een sterke staat die alles domineert en stuurt, ziet de CCP als passend in deze situatie.

Afrika

China investeert veel in Afrika. Feitelijk Europa’s achtertuin maar wij lieten die ongebruikt. Contact en handel met China levert geen windeieren. Toen Nederland in 1980 twee duikboten leverde aan Taiwan, werd de handel tussen Nederland en China ogenblikkelijk door China stilgelegd. Op dat moment werd China nog niet gezien als wereldmacht in opkomst. Een inschattingsfoutje. In 1984 tekenden Nederland en China een verklaring geen spullen meer te leveren aan Taiwan en de betrekkingen weer te herstellen. Uitgebreide handel vond daarna plaats waarvan Nederlandse bedrijven flink hebben geprofiteerd.

Zo vergaat het nu ook Afrika. Gelet op het feit dat China zich niet als ontwikkeld land maar als land in ontwikkeling ziet, wil het absoluut niet de kolonisator van Afrika worden met bijbehorende verantwoordelijkheden en politieke macht.

Kritiek is er wel: China liet veel door Chinezen doen in Afrika waardoor de lokale bevolking minder profiteerde. Daar wordt aan gewerkt, waar mogelijk laat China nu werk door de lokale bevolking uitvoeren.

Een ander punt van kritiek is de rijkdom door de handel die vooral ten gunste komt van de rijke klasse in Afrika. Herverdeling van welvaart is daar niet zo aan de orde. Uiteraard is dat wel wat de internationale organisaties liever zien.

Daar daarentegen stelt China dat Europa eens moet kijken hoe de Europese hulp aan Afrika van de afgelopen 50 jaar heeft uitgepakt. Er is nog steeds armoede, Europa heeft Afrika afhankelijk gemaakt in plaats van zelfstandig. Het standpunt van China is dat economische ontwikkeling die regio structureel meer welvaart zal gaan opleveren.

Militair

China is een kernmacht, heeft een leger dat inmiddels sterk genoeg is om dat van Taiwan te kunnen verslaan en mogelijkheden om het desnoods de VS lastig te maken mocht dat in de regio nodig zijn (DF-21D). Ze hebben lange afstandswapens die de kust van de VS kunnen bereiken en binnenkort de hele VS en investeert nog flink in defensie. Toch is die militaire macht vooral defensief. De werkelijke macht van China ligt op twee andere terreinen. De economische macht zal ertoe leiden dat ze steeds meer invloed op het wereldtoneel gaat opeisen en de computerkennis is dermate groot dat het veel eerder via die weg tegenstanders zal gaan beschadigen.

Invloed

Hoewel nu nog druk met de eigen opbouw is de verwachting dat China het niet zal nalaten eisen op tafel te leggen wanneer mogelijk. Als China meer geld gaat doneren aan het IMF om de euro overeind te houden, zal het wisselgeld willen. China wil heel graag de markteconomiestatus krijgen, iets wat o.a. de EU nog tegenhoudt. China wil het wapenembargo van de EU van tafel en zal eisen dat er door partners niet wordt samengewerkt met Taiwan. Daarnaast kan China meer macht in het IMF gaan claimen. Nu is alleen de stem van de VS zo groot dat het een veto heeft in het IMF. China zal op z’n minst ook op dat niveau invloed willen gaan uitoefenen.

Blijft het zo?

De economische groei in China is in de jaren ’80 heel bewust in gang gezet. Buitenlandse bedrijven mochten vanaf dat moment investeren in China. Achterliggende gedachte was dat China sterk en welvarend zou zijn als het deel zou uitmaken van de internationale gemeenschap. Invloed van buitenaf is daarmee geaccepteerd maar wordt wel als risico gezien.

De hele productie was vooral gericht op de EU. In 2008 daalde de export naar de EU door de economische terugval waarop China versneld de interne markt is gaan ontwikkelen. En met succes: de groei blijft aanhouden. Vraag is wel hoelang dat nog kan. Nu wordt nog veel geïnvesteerd in vliegvelden en spoorlijnen, hetgeen economische bedrijvigheid genereert maar dit houdt een keer op.

Ook de lage lonen zijn in China opgelopen. Inmiddels trekken Chinese en internationale ondernemingen, waaronder ook Nederlandse, verder op zoek naar nieuwe lage lonenlanden. Zo gebeurt het nu dat Chinese bedrijven hun productie verplaatsen naar Bangladesh en Vietnam.

Conclusie

China houdt alles strak in de hand ten koste van de vrijheid van de Chinezen juist ten behoeve van die Chinezen. China groeit als kool maar probeert die groei ook in te tomen om oververhitting en al te grote inflatie te voorkomen. China investeert veel in defensie maar opereert internationaal bij voorkeur passief en geweldloos.  China kan niet zonder de economie van de VS maar is bang voor de invloed van de VS in en rondom China. Nederland heeft veel belang in China maar maakt ook ethische afwegingen: wat te doen met wapenembargo, wat te doen met bezoek Dalai Lama. China en de CCP, waanzinnig groot en machtig en uit alles blijkt: ook bang.

 

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

‘Voor het slachtoffer is geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel’

In seksueel misbruik, recht, religie, actie, armoede, belangrijk, bezig, claim, cultuur, en meer.

Op een vergadering van de Werkgroep Moderne Theologie met als thema seksueel misbruik sprak Ruard Ganzevoort over theologie uit het perspectief van het slachtoffer. Adrem ondervroeg hem erover. Het leverde een gesprek op over straf, dader en slachtoffer, en de taak van de theologie in de moderne samenleving.

(Interview in Ad Rem, remonstrants maandblad, 22/19, november 2011)

De rol van het slachtoffer bij een strafproces staat de laatste tijd nogal in de belangstelling. Kun je iets zeggen over de recente ontwikkelingen?In de afgelopen tien jaar is geleidelijk aan het slachtofferperspectief een rol gaan spelen in de rechtspraak, bijvoorbeeld dat slachtoffers gehoord kunnen worden door de rechter. Dat is een van de belangrijkste voorbeelden waarbij slachtoffers het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Toch heb ik er gemengde gevoelens over. Met name het laatste jaar lijkt het niet te gaan om het laten horen van de stem van het slachtoffer. Het lijkt eerder te gaan om argumenten voor het steeds strenger straffen van daders. Daar hebben slachtoffers volgens mij niks aan. De vraag wat slachtoffers nodig hebben is een andere dan die of we daders omwille van het slachtoffer zwaarder moeten straffen. Voor slachtoffers ligt de winst niet in de straf, maar in de erkenning van het lijden dat hen is aangedaan.

Nederland is inderdaad de afgelopen jaren strenger gaan straffen. Het blijkt zelfs een van de landen in Europa waar het zwaarst gestraft wordt. Dat vind je geen goede ontwikkeling? Nee, ik vind het dom. Zwaarder straffen helpt niet. Ik ben niet tegen straffen, maar wil je misdaden voorkomen, dan moet je andere dingen doen dan alleen maar straffen. De zaken waar men de zwaarste straffen voor wil, zijn bijvoorbeeld zedenzaken. Die worden terecht ervaren als misdaden die de meeste inbreuk doen op het leven van slachtoffers. Maar juist bij zedenzaken hebben daders in veel gevallen zelf een geschiedenis van slachtofferschap. Door hen alleen aan te spreken op hun daderschap, versterk je alleen hun slachtofferschap. Zo draag je eerder bij aan recidive, dan dat je herhaling voorkomt.

Hoe bedoel je dat? Je ziet het op dit moment bij de discussie over pedofilie. Die discussie is zwaar vertroebeld en heeft kenmerken van een soort heksenjacht. Pedofilie wordt zo gecriminaliseerd dat deze mensen zich in het duister terugtrekken en daarmee des te gevaarlijker worden. Dit is heel onverkwikkelijk. Om te beginnen zijn niet alle pedofielen misbruikers. Het is een aanleg en nog geen daad. Bovendien wordt het merendeel van het seksueel misbruik niet door pedofielen gepleegd, maar door brave huisvaders die incest plegen, door therapeuten, hulpverleners, predikanten, noem maar op. Door zich op dat kleine groepje pedofielen te richten, wil men het grote probleem van seksueel misbruik beheersbaar maken. De enge man in de bosjes is weg, dus nu bestaat het probleem niet meer. Daarmee wordt noch aan slachtoffers, noch aan daders recht gedaan.

Kun je een voorbeeld noemen van een omgang met pedofilie die naar jouw idee meer recht doet aan beide? In Zuid-Afrika is nu een begeleidingsprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen met de naam PedoStop. Dat programma heeft een opzet, vergelijkbaar met de Anonieme Alcoholisten. Zij zeggen, ‘wij hebben een gevaarlijke neiging en als we die niet serieus nemen, dan lopen anderen risico. Dus, willen we dat voorkomen, dan moeten wij verantwoordelijkheid nemen voor onze problematiek. En niemand die zo goed de drogredenen en manipulaties van een pedoseksueel kan doorgronden als een pedoseksueel zelf.’ Zulke initiatieven moeten we geloof ik heel sterk ondersteunen en waarderen. Als je dan hier weldenkende mensen hoort beweren dat je het gewoon maar het beste de kop in kan drukken, dan vind ik dat gewoon heel dom.

Als we dan nu de stap maken naar de theologie. Je hebt vorig jaar bij de Werkgroep Moderne Theologie een voordracht gehouden over seksueel misbruik. Je vertelde daar iets over jouw ideeën over het slachtofferperspectief in de theologie. Kun je daar iets meer over vertellen? Waar ik de laatste jaren op dit punt vooral mee bezig ben geweest is de plek van het slachtoffer in de theologie. Wat mij treft, is dat de grote verhalen van de traditie gaan over traumatische ervaringen, terwijl de theologie het daar niet over heeft. Dat vind ik frustrerend. Het verhaal van de exodus in het Oude Testament is een verhaal van jarenlange onderdrukking en uitbuiting. Alleen door een, ik zou haast zeggen, kosmisch terroristische actie vindt de bevrijding plaats. Of in het Nieuwe Testament waar het grote verhaal de kruisiging is. Traumatischer dan dat kan het niet worden voor de betrokkenen en de omstanders. Deze dimensie van traumatisering is op de een of andere manier uit die verhalen gefilterd. Het zijn in plaats daarvan ofwel glorieuze verhalen geworden, of het zijn, als je kijkt naar de orthodoxie, verhalen die verwijzen naar onze zondigheid. Zo worden mensen die slachtoffer zijn niet geactiveerd om hun eigen slachtofferschap te verbinden bijvoorbeeld met dat van Jezus. Er is in de traditie veel gebeurd om de rol van de zondaar te definiëren, maar voor het slachtoffer is er geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel. Zoals ik het nu zeg, is het gericht op de orthodoxie, maar in de vrijzinnige theologie is het niet veel beter. Daar wordt gezegd dat er elders in de wereld mensen zijn die het heel erg moeilijk hebben en dat wij mede schuldig zijn door onze rijkdom. Daar ben ik het mee eens, maar het verhaal blijft hetzelfde. Wij zijn nog steeds de daders en anderen het slachtoffer.

Hoe komt het slachtoffer-perspectief dan wel tot zijn recht? Het begint al bij de liturgie. Als we het Onze Vader bidden, bijvoorbeeld, wat betekent dat voor mensen voor wie het woord vader problematisch is? Het komt terug in de manier waarop ik teksten lees. Ik lees primair vanuit de marge en vraag me af: Wie wordt hier buitengesloten? Wie wordt in dit verhaal niet genoemd? Wie mag hier niet zijn? Het gaat erom voortdurend te denken vanuit de vraag: Wat gebeurt er met beschadigde mensen als ze dit verhaal horen? Ik ben er van overtuigd dat als je daar aandacht aan geeft, dat het uiteindelijk voor iedereen heilzaam is. Ik vraag me als het om vergeving gaat als eerste af wat voor theologie van vergeving heilzaam is voor slachtoffers. Vergeving voor daders is ook belangrijk, maar als het niet heilzaam is voor slachtoffers houden we het kwaad in stand.

Wat bedoel je precies met vergeving? Vergeving lijkt een begrip dat sterk verbonden is met een theologie vanuit het dader-perspectief? Vergeving gaat om de keuze wrok te laten varen en te kiezen voor loslaten. Kies ik ervoor om vast te houden aan de daad die onze relatie beschadigd heeft of kies ik voor loslaten met het oog op de toekomst? Voor het slachtoffer is dat belangrijk om uiteindelijk uit de slachtofferrol te komen. Zolang je vasthoudt, ben je slachtoffer, alleen het loslaten doorbreekt dat. Of je het nu vergeving noemt of iets anders, die stap is essentieel.

Op welke manier is deze opvatting van vergeving heilzaam voor zowel het slachtoffer als voor de dader? Ook de dader kan niet in zijn rol van dader blijven steken. Dader en slachtoffer gaan door een parallel proces. Het gaat erom dat er ingegrepen wordt in de relatie, waardoor de relatie anders wordt. Even heel simpel gezegd kleeft aan de daad die de posities gedefinieerd heeft ook altijd een aspect van macht. Slachtofferschap heeft te maken met onmacht, daderschap met meer macht. Om dat te doorbreken moet de dader van zijn troon afkomen, zijn macht neerleggen, op de knieën gaan en om vergeving vragen. Een andere mogelijkheid is dat het slachtoffer afziet van onmacht. Soeverein slachtofferschap: ik kies ervoor om niet langer slachtoffer te zijn. Daarmee ontsla ik de ander impliciet van zijn daderschap, maar of dat aankomt, hangt van de dader af. Er is nog een derde manier. Het slachtoffer kan om allerlei redenen de daad herdefiniëren en zeggen ‘ik ben eigenlijk nooit slachtoffer geweest’. Dan is er weliswaar geen sprake van vergeving, maar het helpt wel bij het loslaten. Daar gaat het uiteindelijk om. Het slachtofferschap is geen ultieme positie. Het is een doorgangspositie, die je alleen te boven kunt komen als je hem eerst serieus neemt. Dat geldt voor daderschap net zo.

Daderschap en slachtofferschap lijken niet altijd zo duidelijk uit elkaar te houden. We leven in een wereld waar wat ik hier doe consequenties kan hebben voor iemand ver weg. Consequenties die ik niet ken. Er is geen zwart-wit onderscheid te maken tussen dader, slachtoffer, en onschuldige. Daar zit onze existentiële spanning. We zijn het uiteindelijk allemaal een beetje. Onze rijkdom is gebaseerd op de armoede elders. Dat wil niet zeggen dat je er niet van mag genieten, maar we dragen slachtofferschap en daderschap met ons mee. Dat helpt ons ook in de verbinding met elkaar. Hoe zal ik ooit begrip hebben voor iemand die een ander beschadigd heeft, als ik mij niet bewust ben van mijn beschadigen van anderen? In mijn beschrijving zet ik het wat tegenover elkaar, maar in de praktijk loopt het door elkaar heen en ben je in bijna elke situatie allebei.

We leven in een tijd waarin de kerken meer en meer in de marge van de samenleving terecht lijken te komen. Heeft deze theologie toch een grotere reikwijdte dan de kerkelijke context? In religieuze tradities zit zo veel wijsheid waar de samenleving behoefte aan heeft. Dat merkte ik bijvoorbeeld toen ik op een studiedag van Bureau Slachtofferhulp sprak over de Middeleeuwse boete- en biechtpraktijk. Die begint met gewetensonderzoek, zo gedetailleerd mogelijk onderscheiden tussen het deel waar ik schuld aan heb en het deel waar ik geen schuld aan heb Dat moet leiden tot oprecht berouw. Dat kun is niet te meten, maar het gaat om het besef, ‘ja, ik ben ten diepste dader, ik ben schuldig.’ Dat is de tweede stap. De derde stap is dat het moet leiden tot een belijdenis bij de mond. Het is niet genoeg om het alleen te voelen, het voor jezelf te houden, of met God in het reine te komen. Wat ik openlijk gedaan heb, moet ook openlijk beleden worden. De vierde stap is de genoegdoening met de daad. Dat kan zijn dat ik de schade betaal, het kan zijn dat ik mijn leven beter en goede werken ga doen. Er moet iets fysiek gebeuren. De balans moet hersteld worden om ruimte te maken voor de vijfde stap: absolutie. Loslaten, nu ben ik geen dader meer, nu ben ik vrij. Het slachtoffer gaat precies dezelfde route af en dat is net zo moeilijk. Gewetensonderzoek: Wat is er eigenlijk gebeurd? Wat was mijn aandeel? Wat is me overkomen? De tweede stap, parallel aan het berouw, is de erkenning. ja, ik ben inderdaad beschadigd. Ik ben slachtoffer gemaakt en getraumatiseerd. De derde stap is dat ik dat moet zeggen. Ik moet mijn stem verheffen en uitspreken dat ik slachtoffer ben. De vierde stap is dat ik uit de patronen stap die bij het slachtofferschap horen. Ik moet mijn leven veranderen, autonomie nemen of misschien wel de genoegdoening van de dader accepteren. Zo komen we bij de vijfde stap, parallel aan de absolutie, het loskomen van het slachtofferschap. De protestanten hebben op een gegeven moment gebroken met deze praktijk. Genoegdoening vonden ze niet meer nodig, want dat heeft Christus al gedaan. Kijk, theologisch is dat allemaal wel mooi, maar het werkt niet. Er moet iets van genoegdoening zijn, anders krijg je goedkope genade. Dit is iets van de wijsheid van eeuwen. Er wordt iets gezegd in religieuze taal over de relatie tussen mens en God, maar tussen mensen in de samenleving werkt het net zo. De therapeuten van Bureau Slachtofferhulp herkenden wat ik vertelde. Ze herkenden hun seculiere werk erin, maar ze begrepen ook waarom je religieuze taal nodig hebt om dit tot uitdrukking te brengen.

Waarom is die religieuze taal nodig? Ik noem het vaak een wijsheidstraditie om het niet exclusief over het transcendente te laten gaan. Wat die traditie toevoegt, is de symbolisering. De symbolische taal van de religie biedt het kader waarin je dit soort dingen kunt zeggen. Het geeft iets van een ultieme horizon . Je kunt het ook in juridische taal zeggen, maar veel mensen missen dan toch iets. Ze willen het niet meteen religieus maken, maar ze ervaren de verbinding met de dieptedimensie van het bestaan als bijzonder waardevol.

Hoe zou je in dit kader de taak van de theologie beschrijven? De theologie is de wetenschap die in staat is dit soort wijsheden op te diepen en vanuit een niet autoritaire, maar juist dienstbare houding ter beschikking te stellen aan de samenleving. Dat wil zeggen, het gaat er niet alleen om dingen uit de traditie te halen en die ter beschikking te stellen. Het gaat er ook om vanuit de hedendaagse situatie die traditie ter discussie te stellen. In die wisselwerking worden beide bevraagd en bekritiseerd. Aan die taak zit een ambachtelijke kant. Theologen zouden in staat moeten zijn de cultuur en de samenleving te lezen, soms te verhelderen, en verbindingen met tradities te leggen. Daar zit dan geen claim of richting in, het gaat erom te snappen wat er gebeurt. Als theoloog kun je dingen naar voren brengen, waar een socioloog niet per se taal voor heeft. Er is echter ook een meer inhoudelijke kant. De theoloog mag zichzelf behartiger van de traditie weten en in missionaire of profetische zin die wereld proberen te beïnvloeden. De grondwaarden van je religie, of je die nu rechtvaardigheid, compassie, zuiverheid, of heiligheid noemt, vertalen in een kritische analyse van de samenleving.

Je bent niet alleen theoloog, maar ook politicus. Hoe verhoudt je taak als theoloog zich tot je rol als politicus? In de discussie over het ritueel slachten bijvoorbeeld probeer ik te verhelderen wat het belang van ritueel slachten is in een bepaalde religieuze traditie. Tegelijk probeer ik duidelijk te maken dat geen enkele traditie onveranderlijk is, maar dat onder druk van maatschappelijke veranderingen ook een religie meebeweegt. Als er een verbod komt op ritueel slachten houdt die religie niet op te bestaan. Dat is de ambachtelijke kant. De inhoudelijke kant komt aan de orde in hetzelfde debat als het gaat om de vraag hoe we omgaan met verschillen tussen mensen. Respecteren we dat de een andere keuzes maakt dan de ander? Respecteren we de normatieve aanspraken die vanuit tradities op mensen afkomen? En met name, wat betekent het dat deze discussie gevoerd wordt over de rug van minderheden? Betekent dat we ongebreidelde vleesproductie laten voortbestaan niet dat we het hedonistische recht op vlees eten kennelijk belangrijker vinden dan het religieuze recht op vlees eten? Daar sta ik voor een liberale religieuze traditie, voor een vrijzinnige theologie. In de politieke arena argumenteer ik niet met religieuze taal, maar mijn stellingname is wel primair ingegeven door mijn religieuze overtuiging.

(Interview door Martijn Junte, oktober 2011, Lid redactie Ad rem, predikant remonstrantse gemeente Eindhoven)

 


dinsdag, 15 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

Reactie op halal & koosjer 2.0 door Diar

In activiteiten, belastingen, beleid, beschaving, bezig, buren, cda, china, cultuur, en meer.

Het westen is financieel verzwakt door de explosieve groeiende Moslims te onderhouden.

Hiervan profiteren China en Moslimlanden zelf; de islam is in het centrum van het debat in het Westen, omdat hier grote moslimpopulaties zich enorm verbreiden en heel snel grote steden bedreigen. Vroeger was dit niet het geval. Al zouden we het willen, we kunnen ons moeilijker aan de culturele invloed van de islam onttrekken. Islamitische wangedrag wordt door de blinde politicus als godsdienst beschouwd. CDA, PVDA, D66 en GL steunen Islamitische verbreiding in Nederland. “….kijk naar je omgeving, er zijn enkele homo’s en bejaarden achtergebleven, moeten we ons met deze mensen integreren?”, zegt Imam A. Karim. Deze imam weet heel goed dat er veel Nederlandse politicus achter hem staan…Blijkbaar zit de vijand niet in de woestijnen, deze jihadisten streven ernaar de Europese samenlevingen zo snel mogelijk te ontwrichten. Ongeveer 80% van de activiteiten is gewijd aan de zeer vijandelijke “kafir” en die staat in alle moskeen centraal. De militante islamitische groepen die zich als gematigd manifesteren, vinden steeds meer steun onder de Moslim migranten. Door deze doctrinaire verbreiding zijn er grote spanningen, het opkomend Islamisering in Nederlandse steden, de explosieve opmars van de krachten achter vijfde colonne van 2 miljoen Moslims wordt zeker het verval van de maatschappij. Grote groepen van Turken, Marokkanen en Somaliërs noemen Nederlanders “kafir” . Een moslim is ten strengste verboden om religieuze interactie met een “kafir” hebben, behalve pogingen tot bekering. Volgens de ideologie van de politieke islam, wordt onderscheid gemaakt tussen een moslim en een niet-moslim: de “kafir” die dit stempel krijgt opgedrukt is een Nederlander. Het concept “kafir” heeft dus betrekking op een niet-moslims. Hoe achterlijker deze massa hoe groter de toewijding en het bijhorend fanatisme. In het westen zie je de islam qua macht toenemen, de achilleshiel zijn de imam’s en corrupte politicus. In het westen worden intolerante imam’s met open armen opgevangen. Barbarij, politiek geweld, wreedheid komen nu naar Nederland. Dat is wat de islam ons brengt en niets anders! Tel eens het aantal hoofddoekjes die sinds 8 jaar bijkwamen. Moslims zijn alleen maar “nog” achterlijker geworden. Hoeveel christenen verlaten de kerk en zijn ex-christenen geworden na de komst van deze massa moslims naar Nederland! Vandaag staan ze ten schande omwille van de agressie tegen de dieren in naam van de slachtfeest! Diep triest wat er deze dagen met al die miljoenen dieren gebeurd! Barbaarse massahysterie onder de naam van “offerfeest” en hun achterlijke miljoenen criminelen dienen zich te schamen voor al dit dierenleed!
Het is verrassend hoe veel van in Nederland wonende Moslims, Nederlanders als hun ware vijand noemen. Tijdens offerfeest wordt in veel moskeen over de “kafir’s” gesproken, verbod op de rituele slachting van dieren wordt als argument gebruikt om nog meer Moslims te organiseren. Imams noemen Nederlanders “kafir”. De politieke islam heerst nu ook in Nederland. De Islam is neerbuigend richting het Westen…Ze stromen massaal binnen en geliktijdig noemen ze de Nederlanders hun vijanden, Moslims discrimineren openlijk.
Na de jihadisten succes in Libië, gaat ayatollah Khamenei verder: “Arabische moslims moeten een internationaal islamitisch machtsblok vormen”, de Iraanse leider noemt het westen vanwege politieke en economische malaise zwakker dan ooit.
Dankzij de westerse schurken zijn de Jihadisten van Libië aan de macht gekomen, Tunesië en Egypte krijgen hun enge islamitische regimes op een gevaarlijkere niveau terug. De kern van hele islamitische dictatuur, Saudische dictatuur wordt beschermd door de westerse elite. Als we het hebben over dictatuur, het ontbreken van een grondwet en van rechten voor de vrouwen en de minderheden, dan is het wel dààr waar opgetreden dient te worden. Ideologische bron van alle Arabische dictaturen, de gevaarlijke Islam heerst overal… De islamieten zitten in een positie als een hefboom door hun geografische ligging. Egypte onder de invloed van de Moslim Broederschap, gesteund door de Turkse moslims kan nu toegang krijgen tot de geavanceerde westerse wapens. Controle van Egypte over het Suez-kanaal zou de controle betekenen over de kortste route van Europa naar de Indische Oceaan en een directe invloed op de 1,8 miljoen vaten olie per dag die door het kanaal worden vervoerd.
Islamitische dictatuur molla Khamenei is enthousiast over de politieke veranderingen in Arabische landen. ‘Het lijdt geen twijfel dat ze in ieder islamitisch land zullen leiden tot wat we in Libie hebben gezien.’ De islamieten controleren olievelden, bewapend via Iran gesmokkelde chemische wapens.

Na Egypte zijn er nog Jemen en Somalië. Islamieten kunnen de controle grijpen over het land en een beroep doen op Turkse erkenning en veiligheidsgaranties. Dan zouden de islamieten ook de toegang tot de Straat van Bab el-Mandab beheersen waardoor 4,8 miljoen vaten per dag aan olieopbrengst worden verscheept, en de toegang tot de Rode Zee. Bovendien zouden zij in staat zijn om de Somalische piraten te ondersteunen en kunnen helpen bij het opzetten van een Somalische staat. wat dit betreft is NAVO beleid totaal antiwesters.
Heilige tocht van zwaar geïndoctrineerde moslims naar Europa blijft een vaste job van de Europese schurken. Naast de Turken en Marokkanen stromen ook brutale Somaliërs, Bulgaarse Moslims binnen. Hierdoor het aantal islamitische “gebedsruimtes” en moskeeën groeit nog steeds. Ook zijn gebedsruimtes binnen Nederlandse Universiteiten afgedwongen, evenals gescheiden loketten, taallessen en inburgeringcursussen etc. Er zijn veel Islamitische scholen bijgekomen. Vanaf het begin hebben de moslims veel volkeren overvallen, gekoloniseerd en waar mogelijk geïslamiseerd en hun productiviteit in de vorm van belastingen uitgebuit.
Islam bewijst constant geen godsdienst te zijn maar een onredelijke, onvrije, enge, strenge ideologie, waaruit ontsnappen levensgevaarlijk is. Als we naar alle moslimlanden kijken zien we, vervolging, discriminatie, eenzame opsluiting, moord, verbanning en noem maar op. Bijna alle Arabische landen zitten continue in oorlog met de buurlanden. Turkije zegt openlijk dat alle buren vijanden zijn.
Een moslimvrouw die de hoofddoek draagt, draagt de vlag van de islam. De helft van de bevolking zit gesluierd thuis, de andere helft is 5 maal daags bezig een ernstige hernia op te lopen. Het is de hoofddoek die de maat aangeeft voor het verschil tussen de islam en het westen. De moslimvrouw zegt openlijk dat de westerse beschaving onaanvaardbaar voor haar is, dat ze een ziekte is, een pest voor de mensheid, en dat alleen de islam de mens waardigheid kan geven. Het gevaarlijkste van de Islam is dat als die ideologie de overhand krijgt, alle vooruitgang stopt. Het is tijd om ons heel erg goed voor te bereiden op het allerergste.

De vrijheid als kern van de Europese verlichting bestaat niet in de islam. Europa heeft in een moeizame strijd afscheid genomen van het idee van de almachtigheid van een religie. De niet-moslim is volgens de islam een onvolmaakt mens, kritiek op moslims is verboden en het verlaten van de islam wordt met de dood bestraft. En deze religie hebben we de kans gegeven zich binnen 30 jaar definitief in Europa te vestigen…De strijd tussen het Westen en de Islam is namelijk al heel oud en laait met tussenpozen telkens weer op. Deze strijd vergt bovendien echte offers en leidt tot veel leed, zeker ook aan Westerse kant.
Wanneer er meer moslims zijn, dan niet moslims transformeert een democratie in een theocratie. Islam is de grootste bedreiging voor vrije landen…Deze bezadigde, oude heren vergeten, dat deze Moslims die ze nog steeds binnenhalen een nucleaire wapens worden, ook onder hun voeten. De eeuwenoude indoctrinatie van mensen in de islam zit in hun DNA. Generatie op generatie is geleerd dat islam hun identiteit is. Hun binding met familie, stam en hun verleden. Dat is nog eens iets anders dan fascisme en communisme. Oude garde die zich elite noemt maakt een fatale denkfout door te denken dat islam uiteindelijk zal wegsmelten.
Europese politici hebben bewust de ogen gesloten. Het is juist de islamitische wereld en met name de Turks Islamitische AKP en Arabische Broederschap die het westen niet alleen als een bedreiging ziet, maar juist als een potentiële vijand, waarin maar één antwoord mogelijk: demografische explosie moslims via de baarmoeder, prediking en oproepen tot invoeren van Turkse Arabische cultuur.
Hoe lang mogen Saoedi-Arabië, Turkije, Pakistan, Iran, Marokko en Somalië openlijk de moslims in Europa aansturen?
Dictatoriale moslimlanden hebben door hun oliedollars decennia lang de politiek georganiseerde islam in Europa met veel geld verzorgd, vooral de Moslimbroederschap en AKP componenten Fetullah, rabita, diyanet en Milli Gorus profiteerden daarvan. De directe inmenging van Turkije en Marokko in de lotgevallen van de moslims echter is voor de toekomst nog veel gevaarlijker.
Nederland heeft het recht zijn eigen cultuur te behouden en dient zich niet gedienstig neer te leggen bij middeleeuwse opvattingen die het westen eeuwen terug al heeft overwonnen. Evolutie is vooruitgang dan zet je de klok geen eeuwen terug door lieden te volgen die een verschrikkelijk “systeem” van onderdrukking/onderwerping aanhangen. Zolang Europa niets doet aan de expansie van de moslims/islam hier, zal heel Europa een kruitvat worden. Europese politici die voor Moslims en tegen eigen land zijn, zijn gewoon knettergek en onwetend.

zaterdag, 12 november 2011

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

Kraanwater in de Nijmeegse horeca

Vrijdag 11 november was het de dag van de duurzaamheid. Die middag hield ik samen met PvdA-raadslid Stijn Verbruggen en 6 leden van onze jongerenorganisaties Dwars en Jonge Socialisten een enquête in de horeca van Nijmegen. We wilden weten of gasten kraanwater krijgen als zij hierom vragen. Onze stelling is dat het Nijmeegs kraanwater  minstens even schoon en lekker is als bronwater. En het is veel milieuvriendelijker want het hoeft niet verpakt te worden in een plastic fles en vervoerd te worden met een vrachtauto. Kraanwater vraagt 500 x minder CO2 dan bronwater! Bekijk hier de uitzending van Nijmegen1 TV voor een reportage (1e item).

Uit onze enquête blijkt dat een grote meerderheid van de Nijmeegse horeca desgevraagd gratis kraanwater schenkt, zeker als iemand daarnaast een andere consumptie (kop koffie, wijn of maaltijd) bestelt. Dat is een mooi resultaat! Nijmegen toont zich daarmee een gastvrije stad. Opvallend was dat horeca-ondernemers duurzaamheid helemaal niet noemen als argument om kraanwater in plaats van bronwater te schenken. Terwijl de Nijmeegse horeca door het schenken van kraanwater, al behoorlijk duurzaam bezig is. Men is zich daar niet van bewust. De horeca is een potentiële bondgenoot, waarmee de gemeente verder kan optrekken om Nijmegen duurzamer te maken!

Veel ondernemers geven in de enquête aan dat ze interesse hebben om mee te doen aan een actie om kraanwater in de horeca verder te promoten. Samen met Stijn ga ik hierover binnenkort in gesprek met de Nijmeegse afdeling van de Koninklijke Horeca. Ook is er contact met het landelijk opererende WeTapWater om Nijmegen op de kaart te zetten als gastvrije en duurzame stad. Onze actie wordt vervolgd!

maandag, 7 november 2011

John Jorna

John Jorna

Een huwelijk in deze tijd

In column van de week, algemeen, belangrijk, bezig, geloof, geluk, gelukkig, genieten, homohuwelijk, en meer.

TROUW, VERTROUWEN BETROUWBAAR

Onlangs vierden wij ons Gouden Huwelijksfeest. Langzamerhand ben ik een beetje hersteld van de feestelijkheden en van een grieperige verkoudheid. Tijd om terug te blikken, niet zo zeer op het feest. Dat was heel fijn. Maar toen ik het met mijn volleybalmaatjes vierde, vroegen er een paar en het gebeurde vaker: Hoe houd je dat vol? Een interessante demografische vraag: Waardoor blijven twee op de drie huwelijken langdurig in stand en waardoor strandt tegenwoordig één op de drie huwelijken? Wie hierop nu hét antwoord verwacht, moet ik teleurstellen. Elk huwelijk is weer anders. Ieder stel moet zijn eigen weg vinden, zijn eigen aanpak.

Maar wat is een huwelijk? Bij culturele antropologie heb ik vroeger geleerd, dat het huwelijk inhoudt een langdurig samenwonen van een man en een vrouw met het oog op het krijgen en grootbrengen van kinderen. Vandaar dat - ook in Nederland - pas echt aan een huwelijk begonnen werd als het krijgen van kinderen mogelijk bleek en het meisje zwanger was. In onze anonieme samenleving vraagt een huwelijk registratie, want het is niet zoals in een dorp of zwervende horde algemeen bekend wie met wie is. De twee huwen elkaar, sluiten samen een huwelijk en de ambtenaar van de burgerlijke stand is daarvan getuige en registreert de wederzijdse bereidheid tot een huwelijk. In een tijd, dat de twee nog maagdelijk waren, was er pas echt sprake van een huwelijk als het huwelijk “geconsumeerd” was door de huwelijks daad.

Is er nu sprake van een huwelijk als twee mensen gaan samenwonen? Juridisch nog niet en cultureel-antropologisch evenmin. Het vraagt minstens een samenlevingscontract als men de overheid buiten de relatie wil houden. Bovendien moet er al sprake zijn van een kinderwens. We weten , dat die niet altijd vervuld wordt. Ik vermoed, dat de cultureel-antropologen van vandaag het homohuwelijk of het lesbisch huwelijk toch tot een andere categorie zullen rekenen al is er in juridische zin wel degelijk sprake van een huwelijk.

Maar de vraag was hoe je het vijftig jaar met elkaar uithoudt. Ik geloof, dat de verwachtingen, die de twee hebben al heel belangrijk zijn. Als je denkt, dat je nu voor altijd het hemelse geluk zult ervaren, dat de ander er altijd voor je zal zijn en steeds maar bezig is jou gelukkig te maken en dat de ander altijd maar lief en aardig zal zijn, dan kan het alleen maar op een teleurstelling uitlopen. Die hevige verliefdheid verdwijnt vroeg of laat. Die kan best nog regelmatig oplaaien en daar moet je dan volop van genieten, maar verliefdheid wordt geleidelijk meer vertrouwdheid, rekenen op elkaar, weten wat je aan elkaar hebt en elke keer weer ontdekken, dat je op dezelfde lijn zit al is het maar bij de menukeuze in een restaurant.

Ik zei tegen de volleybalvrienden, dat een huwelijk regelmatig een “onderhoudsbeurt” nodig heeft. Natuurlijk enige hilariteit vanwege de term “beurt”, maar ik legde uit, dat er van tijd tot tijd samen op uit zijn en dan alle aandacht hebben voor elkaar en alles samen doen, dan kunnen die verliefde gevoelens er opeens weer zijn. Verder vertelde ik, dat je als er iets fout zit, dat je het dan niet langdurig moet opkroppen. De ander is zich vaak van geen kwaad bewust. Je kunt ook het gevoel ontwikkelen, de attentheid voor de ander, die ervoor zorgt, dat je voelt, dat er iets mis is. Soms is een grapje genoeg. Als mijn vrouw me weer eens erg achter de broek zit, dan zing ik soms: “Oh lieve schooljuffrouw, ik hou zo veel van jou!”. De klus wordt alsnog geklaard.

Genoeg privacy prijs gegeven. Een gelukkig huwelijk vraagt van beide kanten inspanning. Het vraagt geduld en kunnen omgaan met teleurstellingen, vertrouwen in de ander en de bereidheid trouw te zijn en trouw als vanzelfsprekend te zien, het besef, dat een huwelijk meer is dan alleen maar genieten. Ik zou wensen, dat er een generatie opgroeit, die het niet zover laat komen, dat een scheiding onvermijdelijk lijkt, maar altijd aandacht heeft voor de zorg je huwelijk gelukkig te houden. Voor hun kinderen alleen maar goed.

Jaargang 4, Nr. 186.

zondag, 30 oktober 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Waarom ik nog bij GroenLinks zit

‘Zo dus jij zit nog wel steeds bij GroenLinks’ – ironisch grijnzend schoof een voormalig partijlid en trouw bezoeker van de ledenvergaderingen aan, toen ik deze zomer tijdens een van de activiteiten bij ons in de wijk aan de bar van ‘sociaal-culturele vereniging’ Eureka aan het Assendorperplein een biertje zat te hijsen. Hij was een van de mensen voor wie de naïeve opstelling van de Kamerfractie rond de ‘politietraining’ in Kunduz de druppel was geweest die terechtkwam op een emmer vol onvrede over de vrijzinnige koers van de landelijke partij. Het kostte onze afdeling maar liefst drie oud-fractievoorzitters en een aantal andere leden, van wie sommigen net als mijn bargenoot van die middag al wel eens eerder hadden aangegeven bij landelijke verkiezingen socialistisch te stemmen.
‘Ja, ouwe overloper,’ riposteerde ik, ‘ik ben nog steeds lid, actief in de raadszaal en elders in de stad.’ We waren het snel eens over de klunzige Kunduz-aanpak en de verstrengeling van Mariko Peters (nee niet van belangen, maar wel van wat anders, meenden we als mannen met bier aan de bar). En zo bleef de ontmoeting toch nog gezellig. ‘Ik schrijf wel eens in een column waarom ik desondanks bij GroenLinks blijf’, zo hield ik me een vervelende woordenwisseling van het lijf. Ik had gewoon zin in een vrije middag.
Hier is die dan.

Direct
Toen ik een klein decennium geleden besloot politiek actief te worden heb ik heel bewust gekozen voor de lokale politiek. Ik wil mijn steentje bijdragen aan het verbeteren van mijn directe leefomgeving en die van onze en alle kinderen. Hier in de stad is demokratie nog lekker ‘direct’.
Ik fiets naar de andere kant van de stad om met een bewoner ter plekke te bekijken wat de problemen zijn bij hem om de hoek bij het kruispunt van een hoofdfietsroute in de wijk met een auto-ontsluitingsweg en bel met de ambtelijk projectleider om de complicaties die ik heb ontdekt door te spreken. Ik ga op de Grote Markt in discussie met iemand van de stichting Levende Stadsgeschiedenis over het gebruik van eigentijdse architectuur in onze oude binnenstad, die sinds de Middeleeuwen in een eeuwenlange opeenvolging van bouwstijlen zijn huidige karakter kreeg. Ik speel met mijn kinderen in het stadspark en snak naar de komst van een horecapaviljoen met een terrasje aan de parkvijver, maar ik ken en snap heel goed de bezwaren van omwonenden als de gemeente aanstuurt op een soort partycentrum.

Hier loop je tijdens een wijkplatform de mensen die zich net als jij druk maken over het reilen en zeilen in hun woonomgeving tegen het lijf. Hier word je in de raadszaal rechtstreeks aangesproken door leden van een actiecomité die net als wij het buitengebied rond de bestaande stad groen willen houden. Hier zie je de gevolgen van de beslissingen die je neemt met eigen ogen: er wordt een fietsstraat aangelegd waar je je jaar na jaar sterk voor hebt gemaakt, er worden ondanks niet-in-mijn-voor-en-achtertuin-bezwaren toch woningen gebouwd op een jarenlang leeg gebleven veldje, zodat het beleid van ‘inbreiding’ in de bestaande stad realiteit wordt, en een prachtig stukje ‘binnentuin’ in het zuidelijke stadsdeel blijft na jaren strijd groen en wordt toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Daarom ben ik nog steeds actief in de lokale politiek.

Onze fractie werkt systematisch aan een duurzaam, groen, sociaal én ‘kleurrijk’ Zwolle en daarin onderscheiden we ons van alle andere partijen in de stad.
Geen enkele partij is tégen Zwollenaren met een kleurtje, roze driehoek of afwijkende leefstijl, maar GroenLinks Zwolle strijdt ronduit vóór behoud van de multiculturele samenleving en pleit niet voor integratie maar voor ‘samen-leven’. En bij ‘samen’ horen voor ons vanzelfsprekend ook mensen met een fysieke beperking of mensen die om welke reden dan ook zichzelf tijdelijk, langdurig of levenslang niet kunnen redden.
Sommige partijen – hier in de stad ook linkse partijen – zien in cultuur een makkelijke bezuinigingsprooi, maar GroenLinks wijst op de intrinsieke waarde ervan en op de meerwaarde van cultuur in de breedste zin van het woord voor een levendige, aantrekkelijke en (ook economisch) bloeiende stad. Ook cultuur zorgt voor een ‘kleurrijke’ stad.
Sociaal vindt elke partij zichzelf. Maar bij GroenLinks strekt solidariteit zich ook in één adem uit over de rest van de wereld.
Alleen GroenLinks springt steeds op de bres voor biodiversiteit, een schone lucht en het kleine en het grote ‘groen’ in en om de stad, of het nu gaat om mussenhagen, bermen die beter door schapen dan door machines kunnen worden gemaaid of complete uitloopgebieden in de stadsrand waar de stadsbewoners schone lucht en rust opsnuiven.
En – last but not least – voor GroenLinks is duurzaamheid geen marketing-imago waar geld mee te verdienen valt, maar gaat het er echt om dat onze planeet het volhoudt (zonder planet geen people, laat staan profit, zeg ik altijd maar, als ‘de drie P’s’ weer eens in evenwicht moeten zijn volgens de beleidsmakers).

Daarom zit ik nog steeds bij GroenLinks.

Ennuh… als je dit nou leest, hè, moet je dan eigenlijk ook niet toegeven: eigenlijk was het fout om jullie in de steek te laten!


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Klap

In voetbal, voetbal column, column, klap, voetbal, voetbalzondag, achterstand, bal, de wereld, en meer.

Al meer dan 35 jaar speel ik voetbal. Vanochtend overkwam me iets, dat ik nog nooit eerder meemaakte. Ik heb een klap in mijn gezicht gehad. Bewust.

Je leest het regelmatig, wedstrijden die uit de hand lopen. Je weet welke clubs vaker betrokken zijn dan anderen. Maar op een dag krijg je zelf een klap en sta je compleet verbaasd te kijken naar de wereld om je heen.

De goede man, ik zal zijn club hier niet noemen, was de hele wedstrijd al geïrriteerd. Ik kan me er iets bij voorstellen. Hij was de beste voetballer op het veld. Zijn medespelers waren iets minder. We stonden al met 3-0 voor. Bij elk duel, zelfs als hij zelf in balbezit was, probeerde hij een tegenstander te raken. Hij had al vijf minuten gekregen van de scheidsrechter, was blijkbaar niet afgekoeld.

Op een dood spelmoment vraag ik hem wat hem dwars zit. Hij wijst op een in zijn ogen onterecht gegeven strafschop, probeert de wereld de schuld te geven van hun achterstand. Ik vertel hem dat het zijn eigen spel is. Zijn balverlies. Zijn passes die niet aankomen. Op dat moment was ik nog netjes, ik hoopte oprecht op een leuke wedstrijd en win het liefst tegen een tegenstander die zijn best doet. In de rust legden mijn medespelers mijn opmerkingen als jennend uit. Kan ik me, achteraf, ook iets bij voorstellen.

Desalniettemin heb ik geen wet gebroken. Geen scheldwoord. Geen overtreding. Het spel wordt hervat, ik draai me naar de bal, voel een vuist in mijn gezicht en zie de volgende overtreding vlak naast me. Ik val niet, ik voel aan mijn wang en vertel de scheidsrechter wat er gebeurde, terwijl hij voor die overtreding floot. De aanvoerder van zijn team komt bij me en raadt me aan rustig aan te doen. “Hij is snel geïrriteerd.”. De dader loopt lachend een paar meter verderop en stoot nog wat scheldwoorden uit.

De scheidsrechter heeft niets gezien, kan dus niets doen. Even twijfelde ik wat ik in het veld aan het doen was. Nadat ik vlak voor rust de 4-0 maakte, wist ik dat ik gewisseld zou worden. In de tweede helft zat ik lekker overdekt te kijken naar een eenvoudige overwinning, we winnen met 7-0. De beste speler van het veld krijgt nog geel, maar had voor zeker 5 overtredingen geel moeten krijgen.

Na de wedstrijd kwam hun aanvoerder weer naar me toe. Hij bood zijn excuses aan. Ik bedank hem, maar accepteer ze niet. Het was niet zijn fout. Hij heeft mij niet geraakt. Ik speel reserve zesde klasse op zondagochtend. Slechts een klasse onder ons. Recreatief voetbal.


zaterdag, 22 oktober 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Economie van lokale duurzaamheid

1Gisteren sprak ik uitgebreid met mijn Nijmeegse collega over lokaal klimaatbeleid. “Denk je dat we, met al onze inspanningen, grootschalige klimaatverandering kunnen voorkomen?”, vroeg hij. We waren het er allebei snel over eens dat dit een illusie is. Omdat de verandering van het klimaat een vertraagde response is op emissies van broeikasgassen: de verandering die we nu waarnemen het effect is van emissies van 20 tot 30 jaar geleden. Het klimaatsysteem is traag. Ons gedrag beïnvloed de wereld van onze kinderen. Dus als wij aan een knop draaien, dan is een groot deel van het effect pas over 20 of 30 jaar voelbaar! Onze invloed is ook marginaal omdat we als lokale partijen maar weinig in de melk te brokkelen hebben. Als onze emissies dalen… wordt dat teniet gedaan door stijging elders. Tenslotte hebben we ook nog te maken met een handelssysteem in broeikasgassen. Als wij, in Lochem en Nijmegen, onze emissies radicaal laten dalen, dan legitimeert dat anderen, zoals kolencentrales, om hun emissies te verhogen. Want Nederland heeft een verplichtingenkader waarbinnen ze beweegt. Rede om dan maar rustig aan te doen met lokaal klimaatbeleid?

Met de smalle blik van een milieukundige die op zoek is naar directe effecten misschien wel. Die blik is ook de oorzaak van het bovenstaande dilemma. Duurzaamheid is een breed en vol begrip is waarin de economische, ecologische en sociale dimensies in samenhang opereren met oog op de lange termijn (de volgende generaties) en onze buren (internationaal). De economie van duurzame ontwikkeling is dus zeker even belangrijk als de ecologie.

Stijgende kosten en uitstroom kapitaal

2Het is niet zo moeilijk om je voor te stellen hoe de samenleving over tien a twintig jaar in diepe problemen zit door afhankelijkheid van stijgende energieprijzen. Er is geen twijfel over de schaarste, zeker als ze gecombineerd wordt met schaarste van schone lucht en de CO2 effecten worden meegerekend in de prijs van onze energie. Het zal nog even duren, voordat dit gebeurt. Maar het is onvermijdelijk en de Europese processen zijn al vergaand in beweging om dit af te dwingen. De energierekening van onze lokale samenleving, in Lochem, zal ongeveer 3 miljoen Euro (zonder transportkosten) per jaar zijn. Je hoeft geen wiskundige of econoom te zijn om te bedenken dat dit over 10 tot 20 jaar een aantal malen over de kop gaat. Op zich is het opvangen van deze prijsstijging al een enorme klus. De effecten op de vaste lasten van mensen, zo laten recente berekeningen van o.a. Nibud zien, zijn enorm.

Dat geld stroomt onze lokale economie uit. Maar heel weinig van deze geldstroom wordt lokaal terug geïnvesteerd. Onze lokale economie is natuurlijk zo lek als een mandje. Dat verlies aan koopkracht door de energierekening brengt ons in een lastige situatie: we hebben bijvoorbeeld stevig wat geld nodig om te investeren in bestaande woningen om ze energiezuinig te maken. Maar met dalende koopkracht ontbreekt dit kapitaal. Banken en beleggers willen wel instappen, maar tegen hoge rentes en rendementen, waarmee de kapitaalvoorziening dus leidt tot een versterkte geldstroom naar buiten toe. Esco’s, financiele voorzieningen die betaald worden uit de efficiency winsten van besparingen, zijn onvoldoende om in bestaande bouw voldoende financieringskracht te vinden voor de noodzakelijke renovatie naar duurzaamheid.

Centrifugale en centripetale krachten

3In een centrifuge draait alles naar buiten toe. Onze samenleving zit in dat systeem. De krachten zorgen ervoor dat de meeste antwoorden binnen het systeem leiden tot uitstroom van kapitaal. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, want daar is het systeem ook voor gebouwd. Kenmerk, naast de uitstroom van kapitaal, is een fragmentatie van activiteiten en processen. Een gemis aan samenhang, verlies van identiteit, steun op individueel consumentisme dat de centrifuge aan drijft. Een ander kenmerk is dat productiemiddelen, zoals grond en de bedrijven, sterk in handen komen van gecentraliseerd privaat kapitaal buiten onze gemeenschap. Recent werd ik verrast door het feit dat een groot deel van de agrarische grond in Lochem op die manier al belegd is.

3Centripetale krachten zijn tegengesteld daaraan. Die trekken naar binnen toe, vormen een verbindende kracht. Je ziet samenhangende en complexe systemen ontstaan die gekenmerkt worden door lokaal eigendom en lokale identiteit. Een belangrijk kenmerk is dat kapitaal lokaal geaccumuleerd en geherinvesteerd wordt. Processen binnen dat systeem zijn als synergetische netwerken met elkaar verbonden. De ene impuls, leidt tot veelvuldige impulsen naar binnen toe. Een belangrijk kenmerk is dat de productiemiddelen sterk in handen zijn van de lokale partijen en dat vreemd kapitaal slechts wordt aangetrokken om processen in beweging te krijgen ten bate van lokaal geformuleerde doelen.

In een dynamisch systeem zijn centripetale en centrifugale in grote lijnen in evenwicht. Daardoor blijft een systeem stabiel, anders schiet ze uit de baan en fragmenteert in een crisis, of slaat geheel naar binnen… naar een statische situatie waar bijvoorbeeld alle innovatie verdwijnt. Dynamiek is in de economie een dimensie die wezenlijk is. Soms zeggen ze dan wel: “Stilstand is achteruitgang”. Wat daarmee bedoeld wordt is niet altijd duidelijk. Maar het klopt, dat innovatie een belangrijke motor van de economie is. Die vereist een zorgvuldig evenwicht tussen de krachten naar binnen- en naar buiten toe.

Bijvoorbeeld zonne-energie

Een goed voorbeeld is misschien wel de zonne-centrale Armhoede. We zijn in staat, als lokale samenleving, om voor een belangrijk deel in onze eigen energiebehoefte te voldoen met zon en andere oneindige bronnen. Dat kunnen we nu al aantonen. In Lochem ligt een voormalige vuilstort, die zonder meer een productieruimte heeft voor 4 a 5 Megawatt geïnstalleerd vermogen.

In het huidige systeem is het nog heel lastig om zo’n zonne-centrale van de grond te krijgen. Nationale belastingwetgeving discrimineert een dergelijk initiatief. Waar alle consumenten, leden van LochemEnergie, collectief een groot bedrijf vertegenwoordigen (en ook eigenaar zijn, namelijk LochemEnergie), worden ze toch beschouwd als ‘kleingebruikers’ in de belastingwet en moeten maximale energiebelasting betalen. De grootverbruikers in onze gemeente betalen zo weinig voor hun energie, dat duurzame energie nog niet loont. Dus… we kunnen voor onze bewoners noch voor onze bedrijven voor een redelijke prijs zonne-energie leveren vanuit onze centrale.

Zo is het systeem ingericht, met als effect dat geldstromen van onze burgers en bedrijven niet naar LochemEnergie gaan, maar naar grote partijen in Europa. En dat heeft weer tot gevolg dat het vermogen tot herinvesteren in de Lochemse samenleving alleen maar daalt, zeker naarmate energieprijzen stijgen.

Rijksfinancien

Dé argumentatie voor dit lekke systeem is dat ons Rijk inkomsten zal missen als de regulerende energiebelasting anders wordt ingericht. Stel je voor dat lokale initiatieven als LochemEnergie werkelijk de lokale markt zullen bepalen. Op zich is die zorg bemoedigend. Want blijkbaar is die potentie er, anders zou de weerstand niet zo groot zijn. Tegelijk is die zorg typisch een fenomeen van een gefragmenteerd denkende overheid. Een overheid die inkomsten ziet via energiebelasting, maar zich niet beseft dat haar economie structureel een zodanig lek vertoond dat ze kracht verliest in plaats van wint en daarmee een structureel veel groter financieel risico veroorzaakt. Sterker nog… door de herinvestering van de vele miljoenen binnen Lochem zal het financieel rendement voor het Rijk, via BTW en andere belastingafdrachten, eenvoudig het verlies aan inkomsten van de energiebelasting goed maken. Het wordt tijd om dit eens concreet in een berekening neer te zetten.

Systemische uitdaging

  1. Duurzame ontwikkeling is dus niet zo’n ‘containerbegrip’ als sommigen veronderstellen. Het is een heel politiek en systemisch begrip. Dat maakt het ook zo spannend. Als we weerstand ontmoeten, in de verandering van centrale systemen (zoals de verandering van het belastingsysteem) dan kunnen we vermoeden dat we op de goede weg zijn. Het besef dat dit de werkelijke uitdaging is, is belangrijk. Want anders denken we nog dat we met projecten rond energiebesparing en duurzame energie het klimaatvraagstuk kunnen aanpakken. Dat is een illusie en leidt tot valse verwachtingen en teleurstelling. Deze activiteiten zijn slechts bouwstenen in een samenhangend verhaal dat duurzame ontwikkeling heet en vooral gaat over sociaal- economische processen en systeemverandering.
  2. Een tweede conclusie is dat je als lokale overheid heel bewust moet bijdragen in de versterking van de centripetale krachten. Dat betekent bijvoorbeeld dat je ervoor moet zorgen dat productiemiddelen zo veel mogelijk in lokaal eigendom komen en blijven. Kenmerkend voor de actuele discussie rond duurzame energieproductie is dat we veel investeerders zien. Van energie- tot afvalbedrijven, die dolgraag het productief vermogen aan zich willen trekken. Dat is natuurlijk prachtig. Want het gaat toch om het ‘resultaat’, namelijk duurzame energieproductie? En daar gaat het dus fout. Want tegelijk moet die duurzame energieproductie leiden tot lokale rendementen, een structurele influx van gelden die lokaal geherinvesteerd worden in nieuwe productie duurzame energie, duurzame renovatie bestaande bouw, dorpshuizen en trapveldjes. Investeerders moeten op hun plek gehouden worden en het vraagt een stoere overheid om dat voor elkaar te krijgen.  

maandag, 17 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Wees origineel, ga naar de kerk

In kerk, religie, spiritualiteit, tolerantie, diaconaat, individualisering, jezus, verwondering, vrijzinnigheid, en meer.

Dit artikel is ook gepubliceerd in VolZin, tijdschrift voor zinvol leven (www.volzin.nu) op 14 oktober 2011.

In een huurauto reden we tijdens onze huwelijksreis over het eiland Mauritius. Na een scherpe bocht zagen we ineens honderden vrouwen met jurken en omslagdoeken in allerlei rode tinten. Langs het water en in het riet zaten ze stil, zongen en mediteerden. Het tafereel in de open lucht maakte indruk op ons. Misschien ook omdat het zondagmorgen was. De vrouwen bepaalden ons bij onze eigen ervaringen van verstilling, gebed en het deel uitmaken van een geloofsgemeenschap.

Wat me opviel was een lectuurtafel met tientallen boekjes met titels als The True Path en The Way to Total Satisfaction. Ook cassettebandjes en CD’s werden te koop aangeboden. De vrouw achter de tafel vertelde mij graag over de weg naar God zoals die gepraktiseerd wordt in de beweging Manav Utthan Sewa Samiti, een relatief jonge geestelijke en sociaal-maatschappelijke stroming uit India. Met de immigratie van tienduizenden Hindoes uit India naar Mauritius kwam deze beweging op het eiland terecht.

De vrouw achter de tafel kreeg assistentie. Er was immers een belangstellende bij de lectuurtafel! Al snel ontstond een gesprek. Uit welk land wij kwamen? Uit Nederland, zo vertelde ik. Een boekje kreeg ik toegestopt met achterin adressen van vestigingen en contactpersonen, ook in Nederland. Als ik weer thuis was, kon ik daar prima mijn licht opsteken.   

Het gaf me een warm gevoel. Mensen die oprecht geloven, daar samen gestalte aan geven en ook mij als vreemdeling in geestelijk opzicht het beste gunnen. En dat terwijl ik in Nederland met een grote boog om vergelijkbare – vaak christelijke – lectuurtafels heen loop. Waarom eigenlijk? Want wat is – los van de exotische ambiance en het feit dat het om verschillende religies gaat – nu echt het verschil tussen de ene en de andere lectuurtafel? Vanwaar die weerstand tegen verkondiging als het uit christelijke hoek komt?

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Religie, kerk en geloof zijn collectivistisch en leiden tot dwang. Spiritualiteit is daarentegen persoonlijk en bevrijdend. Dat geluid hoor ik althans vaker in Nederland. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen. Toch ben ik ervan overtuigd dat geloofsgemeenschappen – kerken of moskeeën – een meer genuanceerde beoordeling verdienen dan deze populaire en dominante gedachtegang. 

Zeker in een tijd van secularisatie wordt het horen bij een kerk of moskee steeds meer een bewuste keuze. En misschien is - in tegenstelling tot vroeger - maatschappijkritiek en non-conformisme vandaag de dag eerder binnen de religieuze instituten te vinden dan daarbuiten.

De ontkerkelijking maakt de kerk naar mijn idee minder arrogant, minder vanzelfsprekend en daarmee vaak ook spiritueler. Zoals wij dat in 2005 ervoeren bij de honderden – in rode jurken en omslagdoeken gehulde – vrouwen langs het riviertje op het eiland Mauritius: geen dwang, maar rust en saamhorigheid.

Individualisering is niet aan de kerkleden in Nederland voorbij gegaan. En bij leden van andere godshuizen zal dat niet anders zijn. Dat maakt dat ook mensen in de kerk op zoek zijn naar echtheid, naar beleving, naar wat van waarde is. Ook zij – of juist zij – zoeken naar waar het in het persoonlijke leven én in de wereld echt op aan komt.

Het mooie van een kerk vind ik de gemeenschap: samen maken de kerkbezoekers een kring, staan open voor wat genoemd wordt het mysterie van de Eeuwige, delen brood en wijn, zetten zich in voor mensen – in de stad, het land of de wereld – die hulp nodig hebben. Lief en leed ontmoeten elkaar soms onverwacht en worden in de geloofsgemeenschap samen gevierd en gedragen.

Nu we zes jaar getrouwd zijn, hebben mijn vrouw en ik samen drie jonge kinderen. Alle drie zijn ze gedoopt. Niet primair omdat ze bij ‘de kerk’ moeten horen, maar wel omdat we in onze kerk verhalen horen over hoop, liefde en vertrouwen. Over ‘de Levende’ die met je mee gaat. Die traditie willen we onze kinderen meegeven – terwijl we beseffen dat alle christelijke woorden en rituelen ook maar benaderingen zijn. Maar naar onze diepe  overtuiging wel waardevolle en zinvolle benaderingen die in de loop van vele eeuwen hun kracht hebben bewezen.

De christelijke traditie moet zich niet opsluiten in orthodoxie en heeft alle mensen van goede wil als bondgenoot. Maar de kerk mag tegelijk zelfbewust haar eigen verhaal vertellen. En dat is naar mijn smaak een ander verhaal dan een puur geïndividualiseerde vorm van spiritualiteit. We mogen als mensen een boodschap voor en aan elkaar hebben. En ook een boodschap voor en aan de wereld.

Waar blijf je als christen – maar ook als moslim of hindoe – zonder een wervende uitstraling, zonder missionair elan? Wat is je geloof en je geloofsgemeenschap waard als je niet getuigt van het geloof, de hoop en de liefde die in jou is? En je gunt de mens die op je pad komt – of het nu een vreemdeling is of niet – toch het beste?

Ja, die gun je het beste. Maar moet die ander dan ook jouw godsdienst aanhangen? Dat lijkt mij niet de grootste zorg. Zending en missie gaan altijd hand in hand met dialoog en diaconaat. In beide begrippen zit een stuk wederkerigheid. Waar je God als de afzender van een gebeurtenis tussen mensen beschouwt, daar mogen mensen in alle verwondering en bescheidenheid samen de ontvankelijke partij zijn. 

Wat betekent dit inzicht voor de christelijke kerken in Nederland? ‘Orthodoxie zonder vrijzinnigheid verkrampt, vrijzinnigheid zonder orthodoxie verdampt’, zegt de protestantse theoloog en hoogleraar Ruard Ganzevoort. Christenen mogen bewust leven en werken vanuit de eigen geloofstraditie, maar niet zonder openheid naar de cultuur, de mensen en ook andere religies om hen heen.

De rooms-katholieke bisschop dr. Gerard de Korte brak onlangs in een inspirerende toespraak voor de Protestantse Kerk een lans voor ‘open orthodoxie’. Voor hem is het belijden van de drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest de kern van het christelijk geloof die in alle openheid beleden mag worden.

Deze gedachte en de term ‘open orthodoxie’ spreken me aan. Maar we zouden het ook  ‘vrijzinnige vroomheid’ kunnen noemen. Met God als de ‘Levende die kracht geeft’, waarvan christenen geloven dat deze nauw verbonden is met de radicale humaniteit van Jezus. Samen maakt dat de goede Geest in mensen wakker.

Zo wordt de leer van de drie-eenheid geen christelijke afrastering in een multireligieuze samenleving, maar vooral een doorleefde kwalificatie van hoe menselijk samenleven – in samenhang met de rest van het geschapene – ten diepste bedoeld is.


zaterdag, 15 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Loyaal met een scherpe rand

In cda, minderheidskabinet, politiek, pvv, stemgedrag, vvd, agenda, andere partijen, beleid, en meer.

In oktober 2010 kondigden VVD, PVV en VVD aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVD en CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoord gesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot) aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die in het coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwe positie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had de PVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haar parlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de “rechts buiten” van de Tweede Kamer. Is het gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitie van CDA en VVD?

De kern van onze uitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: een constructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en een kritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit het gedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD. Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet (volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet wat betreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar de PVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actiever en uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nog steeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties en amendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op die onderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op die onderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partij met een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant van de anti-establishment oppositie is in andere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals de Italiaanse Lega Nord en de Deense Volkspartij.

Het onderzoek kijkt naar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient in totaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemt aan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Wel is het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indient dan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van de fractie.

De tweede vraag is op welke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties die zijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig te classificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken het meest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van de periode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende over justitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVV in het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie en integratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.

De derde vraag betreft de samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen met andere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD, en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVV nauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaat over de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu minder vaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleen staat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooral alleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord), terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van het gedoogakkoord).

In verreweg de meeste stemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoe vaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaakst hetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010 (65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijk vaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkse oppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op de sociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waarop er eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SP en de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen op deze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmen als de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betreft het succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? De mate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen over tijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijen bereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achter bij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extreme gedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals de Partij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomen te krijgen.

Dit is een samenvatting van de rapportage “Loyaal met een scherpe rand. Stemgedrag PVV 2010-2011 in kaart gebracht” die ik samen met Tom Louwerse heb gemaakt in opdracht van het VPRO Radio 1 programma Argos. Eerder schreven we voor hen “Kiezen voor Confrontatie”.

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Stemgedrag PVV: Loyaal met een scherpe rand


In oktober 2010kondigden VVD, PVV en CDA aan een bijzonder meerderheidskabinet te vormen. VVDen CDA onderschreven een coalitieakkoord. Daarnaast werd een gedoogakkoordgesloten met de PVV – deze partij steunt het kabinetsbeleid op een (groot)aantal terreinen en belooft het niet te laten vallen over maatregelen die inhet coalitieakkoord staan omschreven. Dit betekende dat de PVV een nieuwepositie innam in het politieke landschap. Tot de verkiezingen van 2010 had dePVV bewust gekozen voor confrontatie met de gevestigde partijen in haarparlementair gedrag. Ze stelde zich op als een rechtse oppositiepartij, de"rechts buiten" van de Tweede Kamer. Ishet gedrag van de PVV veranderd nu de partij gedoogpartner is van een coalitievan CDA en VVD?

De kern van onzeuitkomsten is dat de PVV als gedoogpartner twee houdingen combineert: eenconstructieve houding op onderwerpen die in het gedoogakkoord staan en eenkritische, confronterende houding op andere terreinen. Op onderwerpen uit hetgedoogakkoord is zij minder actief en stemt zij vaak hetzelfde als CDA en VVD.Dit betreft zowel de sociaaleconomische agenda van het kabinet(volksgezondheid, sociale zaken en financiën) als de agenda van het kabinet watbetreft veiligheid, integratie en immigratie. Echter op die onderwerpen waar dePVV heeft aangeven het niet eens te zijn met het kabinet is de partij actieveren uitgesprokener geworden. De partij stemt dan anders als CDA en VVD, en nogsteeds relatief vaak alleen. Ook dient zij op deze onderwerpen meer moties enamendementen in. We beschrijven deze manier van opereren als loyaal (op dieonderwerpen die in het gedoogakkoord staan) maar met een scherpe rand (op dieonderwerpen die daarbuiten vallen). Deze stijl van opereren waarbij de partijmet een been in het regeringsvak staat en met het andere been aan de kant vande anti-establishment oppositie is inandere landen succesvol toegepast door rechts-populistische partijen zoals deItaliaanse Lega Nord en de DeenseVolkspartij.



Het onderzoek kijktnaar zes vragen: ten eerste, hoe actief zijn PVV-Kamerleden? De PVV dient intotaal minder voorstellen in. Dit past bij het beeld van een partij die deelneemtaan de regeringsmacht. Deze fracties dienen doorgaans minder voorstellen in. Welis het zo dat de partij relatief meer (arbeidsintensieve) amendementen indientdan voorheen, wat blijk geeft van een verdere professionalisering van defractie.

De tweede vraag is opwelke onderwerpen PVV-Kamerleden actief zijn. We hebben gekeken naar moties diezijn ingediend in het kader van de begrotingsbehandelingen, welke eenvoudig teclassificeren zijn. Van deze moties is het onderwerp buitenlandse zaken hetmeest populair bij de PVV. Dit is een grote verschuiving ten opzichte van deperiode 2006-2010 toen de fractie vooral moties en amendementen indiende overjustitie en binnenlandse zaken. Dit is te verklaren vanuit het feit dat de PVVin het gedoogakoord afspraken heeft gemaakt over veiligheid, immigratie enintegratie, maar niet over buitenlands beleid Europa.



De derde vraag betreftde samenwerking met de PVV: hoe vaak dient de PVV voorstellen in samen metandere partijen? De PVV dient vooral moties in met coalitiepartners CDA en VVD,en met de SP. De opvallende verschuiving hierbij is dat het CDA en de PVVnauwelijks samen moties indienden vóór 2010.

De vierde vraag gaatover de isolatie van de PVV: hoe vaak stemt de PVV alleen? De PVV stemt nu mindervaak alleen dan in de periode 2006-2010, maar de mate waarin de PVV alleenstaat blijft in historisch-vergelijkend perspectief hoog. De PVV staat vooralalleen in stemmingen over buitenlandse zaken (geen onderdeel van het gedoogakkoord),terwijl dit eerder binnenlandse zaken was (wel grotendeels onderdeel van hetgedoogakkoord).



In verreweg de meestestemmingen staat de PVV echter niet alleen. Onze vijfde onderzoeksvraag is hoevaak andere partijen hetzelfde stemmen als de PVV. De VVD stemt het vaaksthetzelfde als PVV (77%) en doet dit ook vaker dan in de periode 2006-2010(65%). Het CDA stemt nu in 75% van de gevallen mee met de PVV, aanzienlijkvaker dan voorheen (53%). De mate waarin de PVV hetzelfde stemt als de linkseoppositiepartijen is afgenomen. Opvallend hierbij is dat zeker op desociaaleconomische onderwerpen, zoals sociale zaken en volksgezondheid, waaroper eerder sprake was van een zekere verwantschap tussen linkse partijen als SPen de PVV, in deze periode minder samen wordt gestemd. Omdat voorstellen opdeze punten financiële consequenties hebben, kan de PVV niet hetzelfde stemmenals de SP zonder het gedoogakkoord te breken.

De zesde vraag betrefthet succes van de PVV: hoeveel moties en amendementen worden aangenomen? Demate waarin de PVV voorstellen krijgt aangenomen is aanzienlijk toegenomen overtijd. Dit heeft echter nog steeds niet het niveau dat normale coalitiepartijenbereiken. In termen van het totaal aantal aangenomen moties blijft de PVV achterbij andere partijen. Dit is mede te verklaren vanuit het meer extremegedachtegoed van de partij: ook andere radicale oppositiepartijen zoals dePartij voor de Dieren en GroenLinks weten een beperkt aantal moties aangenomente krijgen.

Dit is de samenvatting van de rapportage Loyaal met een scherpe rand, die ik samen met Simon Otjes heb geschreven voor Argos, een programma van VPRO radio. De vragen zijn samen metArgos vastgesteld. Het onderzoek is een vervolg op de rapportage "Kiezenvoor Confrontatie" die de auteurs in mei 2010 voor Argos schreven.

dinsdag, 11 oktober 2011

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De koppige filosoof?

In filosofie, vraaggesprek, retorica, koppig, horzel, verantwoordelijkheid, samenwerking, proces, techniek, en meer.
Waarom zijn filosofen soms zo lastig? Omdat ze lang stil blijven staan en er geen vaart in het gesprek komt? Vertraging en rust nemen om een kwestie te doordenken werkt echter vaak zeer verhelderend. Het koppig blijven vasthouden aan dezelfde vraag is een techniek uit de retorica, die blootlegt waar het in een kwestie echt om draait. Hoe gaat dat in zijn werk?

Aan de hand van een voorstel dat voorligt of een knellende kwestie stelt de vragensteller aan de antwoordgever 5x dezelfde vraag. De vragensteller daagt als een horzel de antwoordgever uit om een steeds diepere laag aan te boren en deze onder woorden te brengen. Een voorbeeld:

1e Wat is dat, netwerken? Netwerken is een nieuwe vorm van samenwerking.
2e Wat is dat, een nieuwe vorm van samenwerking? Dat is zonder arbeidscontracten met elkaar een klus tot een goed einde brengen.
3e Wat is dat, een klus tot een goed einde brengen? Dat is gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de uitkomsten en het proces van de klus.
4e Wat is dat, gezamenlijke verantwoordelijkheid? Dat is bewust handelen naar het besef dat het eindresultaat meer is dan de optelsom van de individuele inzet.
5e Wat is dat, bewust handelen? Dat is van te voren nadenken over mogelijke consequenties van het eigen handelen en daar achter gaan staan.

De uitkomst van dit herhalingsgesprek is wellicht een dragende overtuiging voor een goede netwerkrelatie. Hetzelfde stappenplan is uit te voeren met verschillende soorten vragen. De ‘wat is’ vraag achterhaalt dieperliggende betekenissen van gehanteerde concepten. De ‘waartoe’ vraag biedt meer inzicht in doeleinden. De ‘hoe’ vraag staat stil bij overtuigingen voor handelingswijzen. Daag jezelf of je gesprekspartner eens uit door als een horzel elkaar te bevragen!

Met dank aan Vrije Ruimte; Praktijkboek van Jos Kessels, Erik Boers en Pieter Mostert

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2629 uur (109,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 1,9 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3