Zaterdag ben ik op pad geweest met KDET, onze Klankbordgroep Dak- en Thuislozen. KDET bestaat uit een aantal mensen die vroeger op straat hebben geleefd in Eindhoven, en zich nu, vanuit hun ervaringsdeskundigheid, inzetten om de belangen van de dakloze Eindhovenaar te behartigen. Zij houden zich onder andere bezig met het ondersteunen van de doelgroep door spreekuren te houden op plekken waar veel daklozen komen, zoals de inloophuizen en de nachtopvang, en door hen op te zoeken op de plekken waar zij zoal vertoeven in de stad. Verder heeft KDET een straatkompas gemaakt, een boekje met alle informatie die een dakloze nodig heeft om in Eindhoven de weg te vinden. En ze begeleiden ‘straatsurvivalroutes’. Een route uitgezet voor bv hulpverleners, ambtenaren én dus gemeenteraadsleden, langs alle locaties die belangrijk zijn voor daklozen in onze stad.
Hieronder een sfeerimpressie van de dag in beeld. Lees mijn verslag door onderaan dit artikel op de link te klikken.
Lees hier mijn verslag!!!
Het is vroeg op deze zaterdag, om 9.00 worden we verwacht bij de nachtopvang aan de Barrierweg. We hebben geluk met het weer, koud maar zonnig. Ik trek mijn stevige wandelschoenen aan en uitgerust met dikke sjaal en handschoenen ben ik er klaar voor.
Bij aankomst blijken de mensen die gebruik maken van de nachtopvang al vertrokken. De nachtopvang is dan alweer gesloten. Er zijn alleen nog een paar mensen aanwezig die schoonmaken. Dit wordt gedaan door de gebruikers zelf, hiermee kunnen ze een overnachting verdienen. We beginnen met een rondleiding door de nachtopvang. Een prima voorziening, alles ziet er netjes uit. Er is een gezamenlijke ruimte, waar ook gegeten wordt, er is een rookruimte, met computers, en er zijn slaapzalen waar max. 6 bedden in staan. Ik heb jeugdherbergen mogen ervaren die er beduidend minder luxe aan toe waren. Maar het verschil met een jeugdherberg wordt al snel duidelijk. Bij binnenkomst (op vaste tijden, na 8.00 gaat de deur op slot en kom je er niet meer in of uit), dien je al je spullen in te leveren en krijg je een bak met daarin een standaarduitrusting met trainingsbroek, slippers en een fleecetrui. Toch een klein beetje een gevangenisgevoel. De medewerker, een beetje gaar na zijn nachtdienst, legt uit dat op die manier voorkomen wordt dat er drugs ed gebruikt wordt in het huis. Dat is niet de bedoeling. Maar de gebruikers hebben wel zelf inbreng: er is een periodiek overleg tussen de gebruikers en medewerkers van de nachtopvang. KDET houdt hier wekelijks spreekuur. Ook daar kunnen mensen hun signalen kwijt.
Na de rondleiding in de nachtopvang gaan we de straat op. Het is zaterdag, meteen de moeilijkste dag voor daklozen. Want op zaterdag zijn er haast geen voorzieningen open waar ze terecht kunnen. De inloophuizen zijn gesloten. Alleen bij het Leger des Heils mogen ze een uurtje binnen op zaterdag voor een kopje koffie.
We lopen de route die de meeste mensen afleggen als ze richting het centrum lopen. Tussen de huizen en de flats door. We zien een man in z’n eentje rondscharrelen tussen de flats. Een bekende. ‘Hier stonden vroeger bankjes’ zegt één van onze gidsen. ‘Maar die zijn weggehaald, vanwege overlastmeldingen uit de omgeving. Maar ja, het zijn ook maar mensen….’
De tocht vervolgt richting de Kruisstraat. Naar de Albert Hein. ‘Daar kon je vroeger gratis koffie krijgen, maar die automaat is weggehaald’. De Albert Hein is voor veel mensen de eerste halte om bier te halen. Een doorgewinterde alcoholist drinkt 24 halve liter blikken per dag. Een collega raadslid, vroeger vakkenvuller op zaterdagochtend had zich altijd al afgevraagd wat die mensen toch moeten met al die blikken Euroshopperbier op de vroege ochtend. Nooit gedacht dat mensen dat bier al op dat tijdstip zouden wegkrijgen….
De tocht vervolgt richting het TU/e terrein. Een favoriete plek voor daklozen in de zomer. Hier werden ze, tot voor kort, met rust gelaten. Tot dat de TU/e begon te klagen over de rotzooi die ze lieten slingeren. Sindsdien worden ze daar weggejaagd.
Naar de overkant dan maar, langs de Bunker, daar ligt ‘het bultje’. Het valt niet op, een heuveltje met wat bomen en struiken erop, grenzend aan de achtertuinen van de straat verderop. Maar het is één van de beste slaapplekken voor in de zomer. Veilig en beschut, uit het zicht van het leven in de huizen en straat. En iets verderop, een groep struiken. ‘Kijk, hier hangt de waslijn! Toen ik hier laatst was hing het helemaal vol’.
Bij het Dommeltunneltje staan we even stil bij de inmiddels overleden Remy. Een bekende op straat. Hij sliep daar altijd. ‘Zelfs als het -10 was, moesten ze ‘m uit die tunnel komen sleuren. Hij wilde niet naar binnen’. Aan de andere kant van de tunnel stond vroeger de keet van Novadic Kentron. Bakkie koffie drinken. Dat kan er nu ook, bij Occupy, die hier met haar tenten is neergestreken. Onder de Occupiers vertoeven een paar bekenden van de straat.
Achter het oude postkantoor laten onze gidsen zien hoe je door het hek kunt, naar een leegstaand pand van de NS, waar een van onze gidsen vaak heeft geslapen. Een rustige plek, waar ze lang gedoogd zijn. ‘Er was in die tijd een technicus bij de groep, die het hele hek had geautomatiseerd. Het leek wel een oprijlaan’.
Door naar de bankjes bij de moerastuin achter de Effenaar. Nu is er geen riet, maar in de zomer zit je best goed uit het zicht. ‘Trof hier laatst nog iemand aan, zover weg, niet meer aanspreekbaar’. De bankjes langs de Dommel, achter de tramstraat waren ook favoriet. ‘Maar na die melding die ik maakte vanuit KDET, toen ik daar een paar keer iemand in een rolstoel zag rondhangen die heel z’n broek vol bloed had zitten, hebben ze niet alleen de dakloze maar ook de bankjes opgehaald. Niet gewenst’.
Waar de mensen wel gewenst zijn, of in ieder geval gedoogd worden, is naast het Regionaal Historisch Archief aan de Raffeissenstraat. Een prima plek om lekker beschut te zitten als het regent. En de eigenaar van het daarachter gelegen café vindt het goed, als ze hun rotzooi maar opruimen.
Op naar de Heuvelgalerie. Met de lift naar boven, naar een verlaten trappenhuis. ‘Ideaal voor de zondagochtend. Komt niemand hier.’ In de Heuvelgalerie zelf zaten vroeger ook veel daklozen, vooral ‘savonds. Maar daar zijn ze weggeveegd. Overlast voor het winkelend publiek.
Het wordt zo langzaamaan tijd voor de lunch. Normaal gesproken gaan ze dan naar het inloophuis van de Catherinakerk, waar een boterham te krijgen is. Maar die is dicht op zaterdag. Wij hebben geluk: we gaan eten op het kantoor van KDET aan de Paradijslaan. Op de tafel in het kantoor staat een foto van Perry. Tot voor kort lid van KDET, maar onverwacht overleden. Ogenschijnlijk gezond, niet aan de drugs. ‘Hij was aan de gelukkigste periode van zijn leven bezig’.
Na de lunch vervolgt de tocht. Verder langs struiken en bosjes die in het najaar goed gesnoeid worden. Nu kale plekken, maar in de zomer goed dichtgegroeid en daarmee goede plekken om te gebruiken of te overnachten. Door de binnenstad lopen we naar het 18 Septemberplein. ‘Hier gebeurt het. Gekkenhuis was het hier af en toe. Dealers en de hele handel’. Dat beeld herken ik, als ik ‘savonds wel eens vanaf het station naar huis ga na een avondvergadering op mijn werk, staan ze daar inderdaad, op de kop van de Nieuwstraat en het 18 Septemberplein. De dealers en hun klanten.
Bij de parkeergarage aan de Mathildelaan gaan we naar het bovenste parkeerdek. Tussen al het winkelend publiek dat rondjes rijdt op zoek naar een parkeerplek, horen we het verhaal van een goede vriend, die daar zijn favoriete plek had. Ook overleden. Tragisch verhaal, een jongen van 35 die in korte tijd helemaal was afgegleden, in het ziekenhuis terecht was gekomen, en vervolgens op straat is overleden. Een aangrijpend verhaal.‘Hij kon altijd terug naar zijn ouders, en de deur stond ook open voor mij, ik heb er een tijd gelogeerd. Ik kan zijn ouders nu niet onder ogen komen, te pijnlijk, daar kan ik nu nog niet mee omgaan’.
Buiten aangekomen staan we stil bij de deur van de nachtopvang ‘het Eindje’. Ik dacht dat die zo genoemd was naar de parkeergarage waar hij onderin gevestigd zit, die heet ook het Eindje. Maar het blijkt de naam te zijn die door de doelgroep zelf zo is verzonnen. ‘Want als je hier zit, is het echt het einde’. In het Eindje staan zo’n dertig bedden voor de cliënten van Novadic Kentron. Zwaar verslaafde mensen, zover heen. ‘Als ik hier terecht was gekomen, had ik het niet overleefd.’
Zigzaggend door de wijk lopen we richting Hemelrijken. Hier zit inloophuis ‘het Hemeltje’. Het Hemeltje is normaal gesproken op zaterdag gesloten. Maar vandaag is er de kerstmarkt van de buurtvereniging. Er zijn activiteiten in het aan de overkant van de straat gelegen SPILcentrum maar de verkoop van de handwerk-artikelen is dit jaar in het Hemeltje. De doelgroep mag vandaag niet binnen. Dit levert veel discussie op. ‘Belachelijk dat de mensen er niet in mogen!’ Maar de coördinator van het Hemeltje legt uit dat ze blij is om het gebouw voor één keer beschikbaar te stellen voor aan de buurtvereniging. ‘Zo komen de buurtbewoners ook eens over de drempel. En het is buiten de openingstijden.’
In de tuin van Hemeltje drinken we koffie en kijken we terug op de dag. Onze gidsen willen graag van ons horen wat we meenemen van deze ervaring. Ik laat de dag in mijn gedachten voorbij gaan. Het opgejaagde gevoel, van nergens welkom zijn, altijd op je hoede. Het was indrukwekkend om de persoonlijke verhalen van onze gidsen te horen, die open over hun eigen ervaringen, en die van anderen hebben gesproken. Verhalen over hoe het leven van mensen kan lopen. Over verslaving, over gebroken gezinnen, over huwelijken die stranden. Over ellenlange hulpverleningstrajecten, waarbij de slechte ervaringen zich op slechte ervaringen stapelen. Over kinderen die op jonge leeftijd niet meer thuis terecht kunnen. Met name het laatste raakt me, dat kinderen soms in omstandigheden opgroeien waarin ze geen eerlijke kans lijken te krijgen.
Ik denk terug aan de verhalen die ik heb gehoord tijdens de hoorzitting naar de maatschappelijke opvang, die de gemeenteraad een paar jaar geleden heeft gehouden. Ik heb veel dakloze mensen en hulpverleners gesproken in die tijd. Het verhaal van die piloot is me het meeste bijgebleven. Iemand met succes in het leven, een goede baan, een mooi huis in België. Tot hij op een dag na het werk zijn straat in reed, en werd ingehaald door een auto, die voor zijn ogen zijn vrouw en dochtertje doodrijdt, die hem op stonden te wachten. De piloot is doorgereden en uiteindelijk op straat terecht gekomen in Eindhoven, aan de drank. Hij heeft jarenlang geen contact gehad met zijn familie.
We praten over de voorzieningen en de hulpverlening in Eindhoven. Wat er nog mist, en wat er beter kan. En wat je van de mensen zelf mag verwachten. ‘Het lijk wel expeditie Robinson op de straat!’ concludeert mijn collega.
Mijn conclusie: Het is een dun lijntje tussen succesvol zijn en niet. Door foute keuzes en een samenloop van omstandigheden kan een stabiel leven ineens opslaan. We denken dat dat ons nooit kan overkomen, dat wij het nooit zover zouden laten komen. Maar uit de verhalen blijkt dat een leven op de rand van de maatschappij in sommige gevallen dichterbij is dan je denkt. Ik vind het zo belangrijk dat we deze mensen niet zomaar afschrijven, maar dat we ons inzetten om hen uit de situatie te helpen waar ze in geraakt zijn, en ook deze mensen aanspreken op wat ze zelf willen en kunnen. Daar gaat het gemeentelijke beleid over.
Onze wegen gaan hier uit elkaar. Ik loop terug naar de nachtopvang om mijn fiets te halen, en ga naar huis. Na een dag koukleumen op straat is thuis de kachel aan en wacht het eten. Ik voel me rijk, maar ook verdrietig. Het duurt nog een uur voor de nachtopvang weer open gaat.