zondag, 29 april 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

In christiaan huygens, geschiedenis, natuurwetenschap, antonie van leeuwenhoek, christiaan huygens, cosmotheoros, jan swammerdam, microscoop, bijbel, en meer.

Christiaan Huygens paste zijn theoretisch interesse voor de optica en zijn praktisch interesse voor het slijpen van lenzen niet alleen toe op telescopen, maar ook op microscopen. De microscoop gaf in de 17e eeuw een belangrijke toegang tot een nieuwe wonderwereld.

Vorig jaar werden in het Museum Boijmans en in het Museum Boerhaave in Leiden mooie foto’s ‘getoond, onder meer van micro-organismen, in de tentoonstelling “Schoonheid in de wetenschap”.

schoonheid in de wetenschap microscoop Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Zijn leven lang heeft Huygens zich samen met zijn broer Constantijn jr. geïnteresseerd voor microscopen; een belangstelling en fascinatie, die zij overnamen van en deelden met hun vader Constantijn. Vader Constantijn Huygens was bevriend met Descartes en studeerde, net als zijn zoon Christiaan, theorie en praktijk van de optica. Huygens onderzocht ook zelf  microscopisch kleine plantjes en diertjes, en ontwierp ook een speciale microscoop om de haarvaten in vissestaarten te kunnen bekijken, de zgn. aalkijker.

In zijn Cosmotheoros schrijft Christiaan over de fascinerende wereld onder het microscoop: aderen, bloedkringloop, zaadcellen (“zeer levendig diertjes”): “een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was”.

“[…] Voornamentlijk ook [noemen wij] dat wonder gebruik van ’t glas, in de natuur der dingen te doorzien, na de uitvindingen van het Verrekijk- en Vergroot glas [Microscopium].
[...] lk zoude hier nog veel konnen aanlassen wegens de veelvuldige leering en kennisse van de natuur der dingen […] van den omloop des bloeds door slag- en bloedaderen, die voor dezen wel begrepen wierd, maar onlangs door het Vergrootglas zelfs met de oogen begonnen is gezien te werden in de staarteinden van sommige Vissen: gelijk ook van de voortteling der Dieren, waar omtrent bevonden is dat ’er geen geboren worden dan uit zaad van haar’ s gelijken; en dat het zelve ook waar is van de Kruiden: zelfs dat in het mannelijk zaad ontallijke duizenden van zeer levendige diertjes bespeurt worden, welke, naar alle waarschijnelijkheid, de regte afzetzels der Dieren zijn: een zaak, die verwonderlijk is, en van alle eeuwen onbekend was.”

Huygens onderhield contact met de microscopenbouwer en microbioloog Antoni van Leeuwenhoek(1632-1723).

Huygens heeft  voor de Académie Royale des Sciences een Franse samenvatting vervaardigd van de eerste brief van Van Leeuwenhoek over micro-organismen (1676) en liet hij ook aan zijn mede-leden van de Académie zaaddiertjes en diverse micro­organismen zien met een door hemzelf ontworpen en vervaardigde microscoop.

antonie van leeuwenhoek beobachtung mikroskop  Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Volgens de toen populaire theorie van de spontane generatie ontstaat leven uit levenloos materiaal (Huygens noemt het geloof dat muizen uit aarde ontstaan). Van Leeuwenhoek, die zelf zaadcellen onder de microscoop kon waarnemen, verwierp net als Huygens deze theorie.

(Over Huygens en de microscoop zie ook de publicatie van Museum Boerhave)

Christiaan Huygens, evenals zijn vader Constantijn en Huygens’ vriend Leibniz, werden geïnspireerd door de collecties van de natuuronderzoeker Jan Swammerdam, die als eerste systematisch gebruik maakte van de microscoop en 1675 een natuurgeschiedenis van de insecten publiceerde. Voor Swammerdam was de natuur een bijbel, en was het bestuderen van de wonderwerken der natuur godsdienst. Bij hem, net als bij Christiaan Huygens, vindt men de physicotheologische gedachte dat Gods bestaan kan worden afgeleid uit de structuur van de natuur zelf.

swammerdam bybel der natuure oog bij eye bie Huygens, Van Leeuwenhoek, Swammerdam: de wereld onder het microscoop

Jan Swammerdam, Bijbel der Nature, Oog van en bij

Deze tekst staat ook op mijn Duitse blog

Meer over Christiaan Huygens

Maria Trepp

woensdag, 18 april 2012

Theo Brand

Theo Brand

Juist godsdienstvrijheid maakt godslastering principieel mogelijk

In politiek, religie, godsdienstvrijheid, individualisering, rechtsstaat, artikelen, bijbel, christelijk, emancipatie, en meer.

Godsdienstvrijheid is de moeder van alle grondrechten. Dit stelde de Tilburgse hoogleraar Erik Borgman vorig jaar in tijdschrift VolZin. Ik ben dat van harte met hem eens. De vrijheid van godsdienst én levensovertuiging - deze toevoeging trekt het grondrecht principieel breder dan religie – beschermt mensen in het koesteren en uitdragen van hun diepste overtuigingen. De Staat kan en mag niet opleggen wat burgers wel of juist niet voor levensovertuiging hebben. Dat bepalen mensen in een open en vrije samenleving gelukkig helemaal zelf, uiteraard binnen de kaders van de wet. Godsdienstvrijheid biedt daarmee bescherming tegen zowel staatsatheïsme als theocratie.   

Wie de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging wil verdedigen, zoals ikzelf, kan om deze reden niet anders dan grote moeite hebben met de inhoud van de ‘Wet inzake smalende godslastering’ (artikel 147). Deze wet uit 1932 is inmiddels gelukkig een dode letter. De recente ophef over het afschaffen of juist handhaven van de wet heeft daarom een hoog symbolisch gehalte. Persoonlijk vind ik het voor de hand liggend om een niet meer werkende wet af te schaffen. Maar opstandig word ik pas als een rechter op basis van deze wet daadwerkelijk een straf zou opleggen. 

In de jaren dertig van de vorige eeuw was de maatschappij totaal anders dan nu. ’Godslasterlijke’ artikelen en prenten in een communistisch tijdschrift zorgden voor onrust. Vanuit de toen nog oppermachtige confessionele politiek werd vervolgens de ‘Wet inzakende smalende godslastering’ vastgelegd. In het wetboek van strafrecht wordt godslastering tot vandaag de dag geschaard onder misdrijven tegen de openbare orde. Was dit bij de invoering van de wet in 1932 opgeklopt en te zwaar aangezet?

De grote meerderheid van Nederland zag God als de top van een gezagspyramide, gevolgd door Koningin, Overheid, Kerk en Dominee of Pastoor. Wie in deze context God belastert, lijkt een direct gevaar te zijn voor alle gezagsverhoudingen en daarmee voor de openbare orde: het gevaar van een domino-effect. Maar inmiddels weten we – dankzij secularisatie, emancipatie, individualisering en nieuwe theologische inzichten – dat wat sommige gelovigen als godslastering ervaren geen gevaar is voor de openbare orde. Hooguit kan godslastering als kwetsend voor mensen gekwalificeerd worden.

Bewust kwetsen en grieven vind ik een uiting van onvolwassenheid en gebrek aan respect. Maar sociaal gedrag en wellevendheid laten zich niet afdwingen, zeker niet door wetgeving. Bovendien is het nog maar de vraag of alles wat (orthodoxe) gelovigen als godslasterlijk ervaren, door de vermeende lasteraar ook als beschadigend bedoeld is. Het (vermeende) kwetsen kan ook prikkelen en te denken geven. Misschien is het een uiting van wat iemand ten diepste beweegt en motiveert als atheïst. Ook zijn of haar levensovertuiging, zijn of haar zoektocht naar waarheid, verdient eenzelfde grondwettelijke bescherming.

Voor christenen komt daar iets bij. Sinds de Tweede Wereldoorlog ontdekken theologen steeds sterker de joodse wortels van het christelijk geloof. Zo groeit het besef dat de naam van God eigenlijk niet uitgesproken en opgeschreven mag worden. Het levensgeheim is niet in een beeld of leer te vangen. Daarom wordt God in de grondtekst van de Bijbel aangeduid als JHWH, de Onnoembare, ‘Ik ben die ik ben’.  Ook in de Islam wordt over God ( ‘Allah’ is slechts de Arabische vertaling van ‘God’) verteld dat Hij of Zij maarliefst honderd namen heeft. Op deze wijze wordt God een levenskracht die mensen – als het goed is – niet onderdrukt en groepeert, maar bevrijdt en inspireert. Ook de heilsbetekenis van Jezus kan in deze op vrijheid en humaniteit gerichte visie opnieuw worden begrepen, zoals bijvoorbeeld uitgewerkt is door de invloedrijke theoloog Edward Schillebeeckx (1914-2009).

Dus God en Jezus niet meer als de top van een autoritaire gezagspyramide – zoals vroeger het geval was, en ook nu nog in zware geloofsgemeenschappen – maar als een op emancipatie, vrede en duurzaamheid gerichte spirituele levenskracht.

Voor mij persoonlijk wordt God vooral gelasterd en bespot als aan zijn schepping en aan zijn schepselen schade wordt berokkend door mensen en hun ideologieën. Denk aan oorlog, armoede en milieuvervuiling. Voor mij wordt dat gesymboliseerd in het beeld van de gekruisigde Christus. Om de gewelddadige en voortdurende schending, vervreemding en lastering tegen te gaan is veel wetgeving nodig, vooral op supranationaal niveau. Denk bijvoorbeeld aan de realisatie van milleniumdoelen. Want uittocht en bevrijding vormen – zo geloof ik - het ritme van een nieuwe wereld.

Alleen een atmosfeer waarin mensen mogen uiten wat hen ten diepste raakt en beroert - en waarin goden en machthebbers bespot mogen worden – kan bijdragen aan een betere wereld. Ook als dat leidt tot uitingen die door sommigen – hoe spijtig misschien - als kwetsend worden ervaren. 

Zo kom ik tot de paradoxale conclusie dat juist godsdienstvrijheid, godslastering principieel mogelijk maakt. Hoe smakeloos of juist relevant die lastering ook is. Het kan zuiverend werken en onze godsbeelden omver werpen. Uiteindelijk geloof ik dat de goede Geest – die groter is dan mijzelf, niet in een beeld of leer te vatten is, werkzaam is in mensen én zich door niemand laat kwetsen - uiteindelijk toch haar eigen plan trekt met deze wereld en haar bewoners.

Met name de recente blog van Willem de Gelder (en de reactie daarop van Henk ten Doeschate) inspireerde mij tot het schrijven van dit artikel.


dinsdag, 17 april 2012

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Blogreacties: Theo Brand

Houd God buiten de discussie over godslastering

In politiek, artikelen, belangrijk, bijbel, communistische, de, discussie, donner, god, en meer.

Ophef in het nieuws, ophef op Twitter. De VVD besloot gisteren afstand te nemen van het wetsvoorstel om het verbod op godslastering uit de wet te schrappen. De discussie lijkt puur om God te draaien, maar dit valt wel mee. Hij draait veel meer om mensen.

De ‘Wet inzake smalende godslastering’ (artikel 147) bestaat al sinds 1932. Een reeks godslasterlijke artikelen en prenten in een communistische tijdschrift zorgde voor veel ophef en onrust waarop Jan Donner, Minister van Justitie én de opa van, besloot de wet in het leven te roepen. Dit deed hij niet om kritiek op God te verbieden, maar om uitingen te verbieden die “een honen van de persoon Gods bevatten.” In het wetboek van strafrecht wordt godslastering geschaard onder misdrijven tegen de openbare orde[1]: voor sommigen is God zo belangrijk dat de openbare orde in het geding is als hij beledigd word, dus daarom is het verboden.

Het verbod op godslastering wordt door sommigen gezien als een inperking van de individuele vrijheid. Het individu mag immers niet meer zijn mening uiten: als hij God maar een klootzak vindt, mag hij dat niet zeggen. Wat men echter vergeet is dat bescherming van de openbare orde het doel van de wet is. Godslastering kán namelijk voor een boel ordeverstoring zorgen. God is voor veel mensen de reden en het diepste doel van hun bestaan. Het lasteren van God is voor veel mensen een directe lastering van henzelf. Probeer dan maar eens niet diepbedroefd of kwaad te worden. Je kunt je voorstellen dat als veel mensen tegelijk diepbedroef of kwaad zijn, dit tot de nodige commotie kan leiden. Je hoeft maar naar de vele incidenten in het Midden-Oosten te kijken.

Daarnaast kun je hieruit opmaken dat het verbod op godslastering geen inperking van het individu is, maar juist een bescherming. Dit vloeit natuurlijk automatisch voort uit de openbare orde (bij verstoring hiervan komen mensen in gevaar), maar er zit meer in. Zoals in de vorige alinea werd gesteld is God voor veel mensen minstens net zo belangrijk als hun individu. Sterker nog: die twee zijn één. God is in de mens, de mens is in God. Hij stuurt hen, geeft hen existentie. Het beledigen van God staat dan gelijk met het beledigen van het individu, iets wat in Nederland ook verboden is. Dit staat los van het beschermen van de openbare orde, maar slaat op bescherming van de waardigheid van een individu in Nederland. Mag iedereen maar nodeloos gekwetst worden?

Hier kan tegenin worden gebracht dat als de bescherming van het individu al gewaarborgd is door de wet die belediging verbiedt, waardoor een aparte wet tegen godslastering niet nodig is. God is echter geen rechtssubject, dus hij valt niet onder de bescherming van deze wet. Het beledigen van God kan echter als grote belediging voelen voor mensen die wél onder deze wet vallen. Een belangrijke vraag in dezen is: valt een dergelijke indirecte belediging onder de wet, of niet? De aparte wet tegen godslastering voorkomt dat deze vraag gesteld hoeft te worden en schept duidelijkheid. Mensen indirect beledigen door hun God te beledigen mag niet.

Door sommigen wordt het beeld geschetst dat de Nederlandse overheid, met de SGP voorop, nu op de bres staat voor God. Hij wil immers niet gelasterd worden, staat in de Bijbel, dus daarom dwingt de SGP handhaving van het verbod af. Ik weet niet wat er in het hoofd van Kees van de Staaij omgaat, maar ik neig ernaar om te denken dat dit beeld slechts een karikatuur is. Kees weet immers dat God de heilige rechter is die zal oordelen en dat hij daar geen Nederlandse staat voor nodig heeft. Voor een goede discussie kan men God het best buiten beschouwing laten. Deze discussie gaat namelijk om mensen: hun gevoelens, hun integriteit. De afgelopen alinea’s laten zien dat er genoeg argumenten zijn om de discussie op basis hiervan te voeren. De Nederlandse wet is er voor het individu, niet voor God, die gaf zijn wetten al aan Mozes.

De vraag is, wat is belangrijker: de vrijheid van meningsuiting of de openbare orde en de waardigheid van het individu? Het is een moeilijke vraag, waar ik niet zo één-twee-drie het antwoord op weet. Afsluitend wil ik echter iedereen oproepen om te onthouden dat deze discussie dus om mensen gaat. Met woorden is veel pijn te doen. Is die pijn jouw vrijheid van meningsuiting waard?


[1] Voor een ieder die het interessant vindt: alle wetten om de openbare orde te waarborgen zijn hier te vinden. http://www.uwwet.nl/wetten-en-regelingen/strafrecht/wetboek-van-strafrecht/18-misdrijf-tegen-de-openbare-orde.htm#titel 5


zaterdag, 7 april 2012

Theo Brand

Theo Brand

Pasen: Leven van verwondering

In religie, spiritualiteit, verwondering, bijbel, compassie, jezus, god, inzicht, kort, en meer.

“Geloof jij in wonderen?” Op deze vraag kunnen mensen heel verschillende antwoorden geven. “Nee, alles is toeval”, zegt de ene persoon. “Nee, alles wordt door God bepaald”, zegt de ander. Beide antwoorden vind ik onbevredigend en ontoereikend. Het leven laat zich niet persen in een logisch systeem. En geloven is voor mij wat anders dan het onmogelijke voor mogelijk moeten houden. Misschien staat Pasen voor de gebeurtenis die elke platgetreden waarheid op zijn kop zet. Behalve het spirituele inzicht dat liefde en compassie sterker zijn dan de dood. 

Kerken en christenen moeten er voor waken om allerlei geloofsantwoorden te formuleren. Dat worden al gauw leerstellige platitudes over Jezus, God en de Bijbel. Het gaat naar mijn smaak helemaal niet om het voor ‘waar’ moeten aannemen van een gebeurtenis daar en toen. Nee, de vraag is: wat doet zo’n verhaal met je? Wat is authentiek en wat raakt een snaar bij jezelf en bij de ander?

Het leven stelt ieder mens voor raadsels. Niet alleen verwondering speelt een rol, ook tegenslag en verbijstering kunnen een mens aangrijpen. Bij wonderen denken mensen al gauw aan mirakels. Ook met Pasen. Sommige mensen willen hun geloof graag bevestigd zien door indrukwekkende mirakels die ze vervolgens aan God toeschrijven. Maar liggen echte wonderen niet verscholen in het kleine? Zoals Johannes in zijn evangelie schrijft over de vrouw die kort na de dood van Jezus met de tuinman praat. Maar wie was nu toch die tuinman? En de evangelist Lucas schrijft over mannen die kort na de dood van Jezus samen met een vreemdeling op pad gaan (de Emmaüsgangers). Maar als hij verdwenen is, groeit de vraag: wie was toch die vreemdeling? 

In gewone en alledaagse gebeurtenissen ontmoeten ook wij vaak diegene voor wie liefde en compassie sterker zijn dan de dood. Wie zie je dan? Op welk spoor zit je dan? 

Hoe komt het dat iemand toch weer zin en smaak in het leven krijgt, na depressief te zijn geweest? Of er toch het beste van wil blijven maken na het fatale bericht te krijgen ernstig ziek te zijn en niet meer te kunnen genezen? En hoe ontstaat vriendschap? En al die kleine toevalligheden, met andere mensen, op je eigen weg.

Hoe kan ik leren leven van verwondering? Misschien door eerst te beseffen dat een wonder geen buitenissig succesverhaal is. Het lijkt me bijvoorbeeld een groot wonder dat een mens die veel tegenslag moet incasseren, zich er toch doorheen slaat. Of dat iemands liefde uiteindelijk toch sterker is dan zijn of haar dood.

Zo kan Pasen voor mij voelbaar worden. Niet als dogma of als mirakel, maar als levenskracht. Omdat iets van binnen - ondanks bijvoorbeeld onzekerheid of angst - zegt: ‘Het kan wél…’.


woensdag, 15 februari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Minderheid moet twee talen spreken (Interview)

In religie en politiek, belangrijk, bezig, bijbel, boodschap, bron, cda, christelijk, christelijke, en meer.

Terwijl we in een restaurant lunchen, klinkt het lied ‘I wanne have sex on the beach’ op de achtergrond. Het gesprek van Henk Schaafsma met Ruard Ganzevoort en Cors Visser raakt eraan: welke positie hebben christenen in de publieke ruimte en wat betekent dat voor onze boodschap?

Door: Steven Mudde / Interview voor Clink, magazine van christennetwerk/GMV

Het gesprek over de positie van christenen is snel bekeken en ‘Sex on the beach’ onderstreept het nog eens: christenen zijn een minderheid. Het middendeel loopt sterk terug in aantal, de orthodoxie blijft ongeveer gelijk en nu het CDA aan het verliezen is, blijkt dat invloed van de ChristenUnie en de SGP vooral samenhangt met die van het CDA. En door de afbraak van (christelijke) instituten verdwijnt de christelijke zuil meer en meer. Cors: “Orthodoxe christenen werden eerder nog begrepen als ze verwezen naar bepaalde waarden of Bijbelse uitgangspunten. Maar als je nu iets zegt met als uitgangspunt de Bijbel, dan weten mensen dat de Bijbel bestaat, maar ze hebben geen flauw idee wat erin staat. Het maakt je positie een hele andere dan die van vroeger.”

Twee talen spreken

Henk: “Worden christenen dan nog gezien als een volwaardige gesprekspartner?” Ruard: “Mijn beeld is dat bijvoorbeeld de SGP in Den Haag wel serieus genomen wordt als machtsfactor, maar veel minder als inhoudelijke bron van argumenten. Hoe specifieker christelijk ze hun standpunten formuleren, hoe minder het een rol speelt in het debat.” Henk: “Als het over jou persoonlijk gaat binnen GroenLinks, hoe formuleer je dan je boodschap? Ruard: “In het debat gebruik ik geen religieuze taal om mensen te overtuigen, dat communiceert niet. Maar meer op inhoudelijk niveau kan ik allerlei verbindingen leggen met mijn eigen levensbeschouwelijke positie. Ik denk dat het in toenemende mate belangrijk is dat je twee talen spreekt. De expliciete taal van de gelovige en de seculiere taal.”

Cors: “Je moet je boodschap altijd afstemmen op je publiek, anders bereik je niets. Hele goede voorbeelden van mensen die als christen in een seculiere tijd leven, vind ik Lans Bovenberg, James Kennedy en Cees Dekker. Mensen die op een natuurlijke manier weten voor wat voor publiek ze spreken en zich niet schamen voor hun geloof. We hebben dat als christenen ook vaak verkeerd gedaan door onze standpunten ‘christelijk’ te noemen. Er past ons meer bescheidenheid; niet te grote woorden gebruiken. De andere kant is dat je wel je motivatie mag weergeven. As je belangrijkste argument is dat iets niet mag van God en de Bijbel, dan mag je dat ook niet ongenoemd laten. Als je dat wel doet, maak je jezelf ook ongeloofwaardig.”

Ruard: “Ook dat zou ik niet doen. De reden dat ik niet bij een confessionele partij zit, is dat ik niet geloof dat je christelijke standpunten kunt claimen. Ik vind het problematisch als mensen die anders denken worden gediskwalificeerd als niet-christelijk. Kan je vanuit je christen zijn voor of tegen 130km/u zijn? Ik heb daar wel ideeën over, maar iemand die daar anders in kiest, zal ik niet vertellen dat dat niet-christelijk is. Dit is een licht voorbeeld, maar het geldt ook voor veel zwaardere thema’s.”

Uit de christelijke zuil

Henk: “Wat betekent dat voor de manier waarop christenen in de samenleving aanwezig zijn?”

Cors: “Ik denk dat christenen veel meer het debat moeten zoeken met andersdenkenden. Als je invloed wil hebben, maar niemand kent je, dan lukt dat niet. De enige manier is dat mensen je leren kennen, snappen wie je bent en waarom je iets vindt en dat je niet helemaal achterlijk bent als christen. Misschien is het ook wel beter dat christenen zich op specifieke thema’s met elkaar verbinden en niet in een politieke partij.”

Ruard: “Ik geloof veel minder in de groepsgewijze presentie van christenen in de samenleving. Ik zie mezelf ook niet als bewaker van het christelijke gedachtegoed, veel eerder als bewaker van pluriformiteit. Ik werk bijvoorbeeld graag met het woord compassie. Dat is niet exclusief christelijk, maar je vindt het wel terug. Ik kan daarbij expliciet maken dat ik inspiratie vind in de persoon van Jezus. Anderen vinden diezelfde compassie bij Boeddha. Ik wil die pluriformiteit graag zichtbaar maken. Dat betekent dat rond allerlei thema’s waar christenen beter beschermd worden door de wet dan andere andersdenkenden, dat we daar nog wat stapjes terug hebben te doen. We hebben nog een grotere claim op deze samenleving liggen dan realistisch is en dat gaat ook ten koste van anderen.”

Uniform of pluriform

Henk: “Cors, is de pluriforme samenleving jou ook lief?” Cors: “Ja, die is mij ook lief. Of, naja, dat is een interessante vraag.” Ruard: “Zou het niet beter zijn als alle Nederlanders christen zijn?” Cors: “Ja, dat wel. Misschien niet voor de samenleving, maar wel voor de eeuwige bestemming van de mens.” Henk: “En Ruard, wat is jouw eigen antwoord op die vraag?” “Ruard: Nee, dat is niet per se beter. Ik ben in Suriname opgegroeid en daar vier je Holi Phagwa, Suikerfeest en Kerstfeest. Pluriformiteit is voor mij zo vanzelfsprekend dat het onbegrijpelijk is dat anderen die toevallig in een andere context zijn opgegroeid het eeuwig heil zouden mislopen. Dat wil er bij mij niet in. Ik zie in de Bijbel veel minder dat exclusivisme van het heil en veel meer een focus op leven met anderen en thema’s als onrecht.”

“Ik denk dat pluriformiteit een zegen is. Het is begonnen bij de Torenbouw van Babel en doorgegaan bij Pinksteren. Babel is niet zozeer een straf, maar eerder een zegen. Mensen bleven bij elkaar terwijl ze geroepen waren om tot de uiteinden van de aarde te gaan. Dan drijft God hen uit elkaar en zorgt voor diversiteit.”

Cors: “Ik ben het met je eens dat diversiteit in de Bijbel helemaal niet verkeerd is. Maar dan is het nog wel even de vraag wat de reikwijdte van de diversiteit is. Inderdaad gaat het in de profeten veelal over recht en onrecht, maar bijna altijd gaat het hand in hand met een volk dat God losgelaten heeft. Bij Pinksteren gaat het over allerlei tongen, maar wel, ze zullen allemaal knielen voor Christus. Dat is de verbindende schakel. Je trekt het zo breed dat ik denk, naja.”

Ruard: “Dat is ook de reden waarom ik op het snijvlak van politiek en spiritualiteit bezig blijf. Ik heb basale uitgangspunten die voor mij onopgeefbaar zijn omdat ze uiteindelijk te maken hebben met mijn geloofsverstaan. Daar komt ook mijn verontwaardiging vandaan over dingen waarvan ik denk ‘dit kan God nooit zo gewild hebben.’ Ik ben terughoudend met grote woorden maar het zit wel op dat niveau.”

Rol als vakbond

Henk: Dan de laatste vraag, wat zou de boodschap van christennetwerk|gmv moeten zijn in deze tijd?” Cors: “Ik vind het voordeel van een vakbond dat je heel duidelijk opkomt voor bepaalde belangen. Dat is ook heel legitiem. Daarmee kan je je standpunten heel goed onderbouwen. ‘Dit vinden wij, anderen denken daar anders over, maar dit is onze mening, dit is onze bijdrage.’ En zorg dat je als vakbond je leden niet opsluit.”

Ruard: “Ik denk aan het verschil tussen een absolutistische aanspraak van ‘dit is de absolute waarheid en iedereen zou die moeten overnemen’ en een meer particuliere bijdrage. ‘Dit is waar wij staan en we begrijpen dat iemand anders ergens anders staat.’ Ik denk dat de mate waarin je de absolutistische aanspraken loslaat, het particuliere geluid ook veel beter te verteren valt.”


zondag, 12 februari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

De geletterde klasse

In kenniskloof, democratie, economie, boek, boeken, politiek, taal, ambtenaren, cultuur, en meer.

“Waarde taalminnaars”, zo opende een collega een email die ook aan mij geaddresseerd was. Schijnbaar was de auteur onder de indruk dat ik me rekende tot het gilde der taalminnaars. Die neiging had ik nog nooit gevoeld, als ik me van een ding zou willen bevrijden is het van de dictatuur van het geschreven woord.

Is het geschreven woord superieur?
We leven in een dictatuur van het geschreven woord. Terwijl we uit wetenschappelijk onderzoek maar al te goed weten dat lezen maar één manier is om ons te informeren en lang niet altijd de meest efficiënte. Veel relaties laten zich lastig in woorden vatten, maar kunnen visueel gemakkelijk worden weergegeven. In woorden een complexe statistische relatie uitleggen is vaak weinig verhelderend: bijvoorbeeld als mensen een genetische aanleg hebben, leidt het eten van veel suikers tot een grotere kans op diabetes, dan het weinig eten van suikers. Als mensen die genetische aanleg niet hebben dan is de relatie tussen het eten van suikers en diabetes veel zwakker. Die twee tamelijk complexe zinnen kunnen worden teruggebracht tot twee lijnen in grafiek, waarmee je de relatie veel intuitiever kan begrijpen.  Ik kan je uit leggen hoe je moet lopen van station naar het gemeentehuis, maar als ik het teken heb je daar veel meer aan. Na een college statistiek begrijp je de wiskunde vaak veel beter, dan na het lezen van het handboek, omdat het geschreven woord niet altijd het beste medium is om informatie over te dragen.

We leven in een maatschappij die het woord boven alles waardeert. Als iemand ergens een boek over geschreven heeft dan wordt hij gezien als de expert. In wetenschap gaat het om publicaties in top-wetenschappelijke bladen, niet om optredens op Radio 1. De hoogste kunstvorm is een roman, een goedgespeelde televisieserie of film wordt gezien als oppervlakkig. Het zou een grote schande zijn dat mensen minder voor hun plezier boeken lezen. Televisie-kijken, sporten of computeren zijn uitingen van de consumptiemaatschappij, terwijl lezen toch een superieure activiteit is. Het feit dat je voor het eindexamen in 1960 nog 40 boeken moest lezen en nu minder dan 10 zou aangeven dat er een maatschappelijke probleem is. Over dit fenomeen, ontlezing, wordt veel geklaagd (met name door oud-docenten Nederlands). We kennen het verhaal maar al te goed. Keer op keer zouden technologische ontwikkelingen ervoor zorgen dat we minder gaan lezen: de radio, de televisie, het internet zouden onze samenleving ondermijnen. Keer op keer stonden we aan de rand van de afgrond. De overheid heeft ons met royale subsidies voor openbare bibliotheken, nog net gered van de ondergang.

Lezen en schrijven hebben hun eigen criteria. Als je vraagt of je een boek moet lezen, dan is vaak de eerste reactie: “ja, dat boek las lekker weg.” of “nee, dat boek was niet om door te komen.” Het is niet de vraag of (voor fictie) het boek ons emotioneel raakt, of (voor non-fictie) of het waar is, maar of het mooi geschreven is. Dit is een esthethisch criterium. Waarheid wordt ondergeschikt gemaakt aan schoonheid.

Waarom is lezen dan zo belangrijk?
Om deze maatschappelijke normen te begrijpen, moeten we de machtsstructuren in de huidige samenleving doorgronden. Deze maatschappij wordt beheerst door de geletterde klasse. In ons onderwijs speelt taal een ongelofelijk grote rol: het kerndoel van het basisonderwijs is leren lezen en schrijven. Je gevoelens of ideeën uiten door te schilderen of te kleien neemt na de peuterklassen een steeds minder grote rol in het onderwijs. De regels van de grammatica en het vervormen van onze handen zodat we kunnen schrijven, worden juist steeds prominenter. Dit heeft een disciplinerende werking: kinderen worden gedwongen zich aan bepaalde regels te houden. Diegenen, de geletterde klasse-in-spe die deze regels kennen komen vooruit; diegenen zich verzetten tegen deze disciplinering, worden achtergehouden. Als we kijken naar het curriculum van de middelbare school wordt deze disciplinering alleen maar doorgezet, Je kan een VWO-diploma komen als je nauwelijks kan optellen, maar niet zonder Engels en Nederlands, literatuur en nog een extra moderne vreemde taal. De meest ‘intelligente’ leerlingen (dat zijn de mensen die zich het makkelijkst schikken in de regels van de geletterde klasse) die komen terecht op het gymnasium, waar met name wordt geïnvesteerd in het leren lezen van een dode taal. Dat dient geen ander doel dan het bevestigen van de macht van de geletterde klasse. Diegenen die de dubieuze eer hebben gehad om na de middelbare school geselecteerd te worden voor een topuniversiteit (uiteraard op basis van een motivatiebrief, weer zo’n machtsmiddel van de geletterde klasse) worden daar gedwongen om in een afwisselend ritme te lezen en essays te schrijven. Dat zou dan onafhankelijke kritische meningsvorming stimuleren, terwijl het weinig meer doet dan het verder opleggen van de grammatica-, stijl- en spelregels van de geletterde klasse. De allerslimsten, of eigenlijk diegenen die het best door de hoepel van geletterde klasse kunnen springen die krijgen vervolgens de mogelijkheid om een proefschrift te schrijven; want dat is voor een wetenschapper het hoogste: een boek.

En uit deze groepen selecteren we onze leiders: alle Kamerleden en hoge ambtenaren hebben een universiair of HBO-diploma. Dat zou een testament zijn van hun geschiktheid voor zulk soort ambten, terwijl zo’n diploma weinig zegt over de emotionele, artistieke of gymnastische intelligentie van zo’n persoon. De beste president van de Verenigde Staten, Lincoln, had de slechtste opleidingen van alle presidenten, terwijl de Vietnam-oorlog is begonnen door mensen die als we hun diploma’s moeten geloven the best and brightest van hun generatie waren.  Alle hoge ambten in de politiek, de economie en de media worden bekleed door geletterde klasse. Ze vormen zo een politieke klasse die al millenia -zij het onder het mom van democratie, monarchie of dictatuur- de wereld naar haar hand zet. De selectiecriteria van deze ambten hebben ze zo kunnen formuleren dat ze voor mensen die niet uit de geletterde klasse komen, onmogelijk zijn om aan te voldoen.

Vanuit deze positie kunnen ze de maatschappij reguleren. Het mag dan ook niet verbazen dat onze maatschappij geordend wordt door wetboeken. Het zijn deze geschreven woorden die bepalen wat wel of niet mag, wat beloond wordt en wat bestraft. Zo worden de taalregels die onze kinderen al disciplineerden, wederom gebruikt om de ongeletterden in de macht van de geletterde te houden .

De centrale plaats die het woord inneemt in onze samenleving is niet van vandaag of gisteren. We kunnen de overheersing van de geletterde klasse teruglezen in de Bijbel, het Woord van God. God communiceert met ons door woorden: die hij brandt in stenen. Een van deze geschreven geboden is het verbod op beelden. In de Abrahamistische religies wordt dit gebod in meer of in mindere mate opgevolgd: de beeldenstorm was een aanval van de geletterden tegen de ongeletterden. Onze zogenaamde Joods-Christelijke cultuur is weinig meer dan een legitimering van de macht van de geletterde klasse.

U begrijpt: onze samenleving is een wrede dictatuur, die zich geheel focust op de vaardigheden van lezen en schrijven. Deze bepalen de sociale status van mensen: bovenaan staat de geletterde klasse die met spellingsregels, motivatiebrieven en proefschriften de bestaande maatschappelijke ordening in stand houden. Voor de ongeletterde klasse wordt de taal gebruikt als een wreed disciplineringsmiddel.

Ongeletterden allerlanden?
Een taalminnaar kunt u mij dus niet noemen: een taalminnaar is een collaborateur die zich heeft overgegeven voor dictatuur van de geletterde klasse. Een taalminnaar leeft onder de foute vooronderstelling dat je beter onzin kan op schrijven dan dat je een spelfout mag maken.
Ongeletterden aller landen verenigt u: visueel ingestelden, wiskundig begaafden en muziekliefhebbers, verscheur de papieren ketenen die u binden aan de onderdrukkende regels van de geletterde klasse.

zaterdag, 28 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

In uncategorized, boek, boeken, compassie, de, discussie, dwars, eerste kamer, gebeurtenis, en meer.

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


dinsdag, 17 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Homotherapie?

In religie, homoseksualiteit, amerika, consensus, cultuur, discussie, geloof, gemeente, homo, en meer.

Een boeiende dag voor het nadenken over de relatie tussen homoseksualiteit en religie. De (in Amerika wonende) opperrabbijn Ralbag ondertekent een verklaring waarin staat dat homoseksualiteit een ziekte is en in Nederland laait de discussie op over de therapie die Different zou geven om christenhomo’s van hun geaardheid af te helpen. Maar terwijl de Joodse Gemeente Amsterdam onmiddellijk afstand neemt van dit standpunt van de opperrabbijn, springen christelijke organisaties in het gelid om het voor Different op te nemen.

Op twitter en in de media klinken natuurlijk onmiddellijk scherpe woorden tegen religieus fundamentalisme, want dat zou hier aan de orde zijn. Omgekeerd klagen christenen over een seculiere hetze tegen alles wat christelijk is. En er zijn verhalen van cliënten van Different die genuanceerd spreken over de behandeling. Tijd voor een beetje nuance. Is het eigenlijk wel zo erg om therapie aan te bieden voor christenhomo’s die moeite hebben met hun seksuele geaardheid?

Het is wel goed om te beginnen met de constatering dat er over homoseksualiteit nog steeds heel verschillende meningen bestaan. Dat gaat van totale acceptatie tot totale afwijzing. Ook binnen kerken zien we dat hele scala van visies. Het is ook goed om op te merken dat die visies ook geleidelijk in beweging zijn. Zelfs in (christelijke) kringen waar men homoseksualiteit als zonde ziet, heeft men wel meer dan vroeger oog voor de homoseksuele mens. En we moeten erbij bedenken dat in de seculiere wereld homo-acceptatie ook niet vanzelfsprekend is – kijk maar op het voetbalveld. De kritiek op religies vanwege hun ‘homohaat’ is dan ook wel een maatje te groot.

Theologie en psychologie

Different sluit vooral aan bij die kerken – evangelisch en orthodox-protestants – die homoseksualiteit zien als zonde. Of, in een iets ander taalveld, als strijd. Daarbij gebruikt men vaak een theologische en een psychologische redenering. De theologische gaat uit van een paar bijbelteksten waarin seks tussen mannen verboden wordt (vrouwen zijn bijna buiten beeld) en de algemene heteroseksuele teneur van de bijbel en de traditie. Er is weinig oog voor het verschil in tijd en cultuur en de teksten worden een op een vertaald naar het heden, waarbij ook teksten die gaan over seksueel wangedrag worden toegepast op respectvolle liefdesrelaties. Daar richt zich dan ook mijn theologische kritiek op: we doen noch de bijbel, noch de mens recht met deze uitleg. Sterker nog: we gebruiken de bijbel om een minderheid met religieuze middelen te marginaliseren en dat is nu precies waar de bijbel wel heel fel tegen is.

De psychologische redenering gaat ervan uit dat homoseksualiteit geen geaardheid is, maar een stoornis. Daar gebruikt men verschillende woorden voor (handicap, ziekte, scheefgroei), maar de kern is dit: het is geen gewone variatie van de natuur maar een gegroeide afwijking. De meest voorkomende redenen zijn problemen in de relatie met de ouders, seksueel misbruik, eenzaamheid, pesten en dergelijke. Soms kan die scheefgroei met therapie weer worden gecorrigeerd maar in de meeste gevallen moet je leren leven met je gevoelens.  Daarbij is het niet de bedoeling dat je ook kiest voor een ‘homoseksuele levensstijl’; die is immers op grond van de theologische redenering al verboden. Deze psychologische redenering staat volstrekt buiten de wetenschappelijke en therapeutische consensus en valt dan ook in de categorie kwakzalverij.

Wat Different doet

In die wereld opereert Different. Ze bieden begeleiding aan mensen die problemen hebben met hun seksuele gevoelens en/of geloof en die zoeken naar een manier om daarmee om te gaan. Veel cliënten hebben daar baat bij. Dat is niet zo vreemd, want ze vinden eindelijk een gesprekspartner die hun worsteling begrijpt en erkent. In die begeleiding kunnen ze hun schaamte overwinnen, zichzelf leren accepteren, en werken aan problemen uit hun levensloop (die heeft namelijk vrijwel iedereen die wat voor hulp ook zoekt). En ze kunnen in die context ook hun geloofsvragen aan de orde stellen en zichzelf (ondanks hun homoseksualiteit) als gelovige leren accepteren.

Het enige wat ze niet kunnen, is het veranderen van seksuele geaardheid. Onderzoek laat zien dat je wel kunt leren om de kracht van je homoseksuele gevoelens te laten verminderen, maar dat dat vrijwel nooit betekent dat er werkelijk heteroseksuele verlangens ontstaan. Oftewel: je kunt er wat minder homo van worden, maar geen hetero. Dat hoor ik dan ook regelmatig van ex-cliënten: ik ben van een aantal problemen afgekomen, maar niet van mijn homoseksualiteit.

Is het erg?

Is het erg dat Different dit soort therapie aanbiedt? Dat is de vraag. Natuurlijk, er zijn veel meer aparte, vreemde, bizarre en ongegronde therapieën. Zolang het niemand kwaad doet, is het leven en laten leven. En natuurlijk is het waardevol wanneer Different mensen helpt om met hun leven en gevoel om te gaan en pijnpunten uit hun leven aan te pakken. Het probleem is alleen dat de hele benadering en presentatie dat koppelt aan homoseksualiteit. En daarmee houdt Different precies het probleem in stand dat ze zouden moeten helpen oplossen.

Tekenend voor het echte probleem is dat homo’s in orthodox-christelijke kring een verhoogd risico hebben op psychische problemen, tot aan suïcidepogingen toe. Dat heeft alles te maken met de voortdurende boodschap dat je zondig, ziek, of wat dan ook bent. Wanneer ze er vroeger of later niet meer omheen kunnen dat ze homo zijn, zoeken ze (al dan niet gestuurd) hulp bij een organisatie als Different. Dat helpt inderdaad wel om de scherpste kantjes eraf te schuren, maar het blijft homoseksualiteit definiëren als probleem. Different’s hulpverlening is dan ook symptoombestrijding. En dat is uiteindelijk kwalijk. Hoe pastoraal ze het ook verpakken, het blijft indirect bijdragen aan het in stand houden van een homo-onvriendelijk klimaat om vervolgens hulp te bieden aan de slachtoffers daarvan.

Moeten we dat verbieden? Wat mij betreft niet. Maar wel op inhoud en argumenten bestrijden. En goede zorg bieden aan mensen die klem zitten tussen geloof en homoseksualiteit. Niet door als Different homoseksualiteit bij voorbaat af te wijzen en ook niet door als sommige seculiere hulpverleners geloof weg te zetten. Echte hulp betekent dat je mensen helpt om hun eigen weg te vinden.


maandag, 2 januari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst

In kunst, mythologie & volkenkunde, oba, apocalyps, boekillustratie, draak, dürer, eindtijd, openbaring van johannes, en meer.

Als aanvulling op mijn apocalyptisch slangenblog van gisteren: niet alleen de Azteken maar ook Christenen kennen een fantastische apocalyptische slang. 

De theoloog Joost S. reageerde gisteren op mijn blog: 
“[…] durf ik in dit verband ook te wijzen naar Johannes’ ‘Vrouw met haar pasgeboren kind’  door de draak, eertijds ‘Slang’, achtervolgd. Toen spuwde de Slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren. Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de Slang had uitgespuwd.”

Hier de tekst uit de Bijbel, Openbaring 12

De vrouw, de draak en de twee beesten

1 Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken: een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. 2 Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood. 3 Er verscheen een tweede teken in de hemel: een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon. 4 Met zijn staart sleepte hij een derde van de sterren aan de hemel mee en smeet ze op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. 5 Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon. 6 De vrouw zelf vluchtte naar de woestijn. God had daar een plaats voor haar gereedgemaakt, waar twaalfhonderdzestig dagen lang voor haar gezorgd zou worden.
7 Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand 8 maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. 9 De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid. 10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht. 11 Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard. 12 Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is woedend, want hij weet dat hij geen tijd te verliezen heeft.’
13 Toen de draak zag dat hij op de aarde gegooid was, achtervolgde hij de vrouw die een zoon gebaard had. 14 Maar de vrouw kreeg de twee vleugels van de grote adelaar om naar haar plaats in de woestijn te vliegen, waar gedurende een tijd en twee tijden en een halve tijd voor haar gezorgd zou worden, buiten het bereik van de slang. 15 Toen spuwde de slang een stroom water als een rivier achter de vrouw aan om haar daarin mee te sleuren. 16 Maar de aarde schoot haar te hulp: de aarde sperde haar mond open en dronk de rivier op die de draak had uitgespuwd. 17 De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.
18 Hij ging op het strand bij de zee staan.

 

Ik heb lang op internet gezocht of ik deze scene uit de Openbaring van Johannes in de kunst vind. En ja, ik ben blij: Dürer, Rubens, en Franse en Engelse oude boekillustraties.

 

 De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst

Dürer, Apocalyps: vrouw en slang

 De apocalyptische Bijbelse slang in de kunstRubens, Apocalyps: vrouw en slang

 De apocalyptische Bijbelse slang in de kunst

Apocalyps: vrouw en slang, vloed,  boekillustratie

 De apocalyptische Bijbelse slang in de kunstApocalyps: vrouw en slang, vloed, boekillustratie

Joost schrijft bovendien ook, en ik vind dit erg goed gezegd en heb er zelf nooit op deze manier aan gedacht:
Clou van een Apocalyps is altijd en overal troost en al het goede gewenst voor het heden!”

Ach dáarom zijn de mensen zo gek op de Apocalyps! Dit was nooit in mij opgekomen.
Hoe het ook zij, de Apocalyps is ontegenzeglijk een enorme prikkeling voor de fantasie en dus de kunst.

In de Volkskrant van 3 januari schrijft Maarten Keulemans over het “Zwelgen in eindtijd”: Maya’s, 2012 enz. 
Hij haalt cultuursocioloog Stef Aupers aan, die het apocalyptisch denken wijt aan een lineair Westers tijdsbeeld, dus een begin en een einde van de tijd.

vrijdag, 30 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Heb uw naasten lief gelijk u zelf

In weblog, bijbel, doodstraf, sgp, citaat, eerste, hoop, invloed, leiden, en meer.

Het is vrij vertaald een citaat uit de bijbel (Matteüs 22:39) dat mij als eerste te binnen schoot bij het lezen van het standpunt rondom de doodstraf van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). De SGP is namelijk van mening dat de doodstraf in bepaalde gevallen gerechtvaardigd is en noemt daarbij (zij het niet met zo veel woorden) man en paard: Saddam Hoessein en Bin Laden. (Bron)

De visie van de SGP op de doodstraf berust op wat de Bijbel zegt over de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht. De mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Vanuit dit vertrekpunt – de hoge waardigheid van de mens als beelddrager van God – volgt dat de overheid (rechter) gerechtigd is om bij ernstige levensdelicten de doodstraf te overwegen en toe te passen. “Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt” (Genesis 9 vers 6).(Bron)

Tegelijk zegt de bijbel meer dan eens dat God liefde is. Dat blijkt ook uit het door mij aangehaalde citaat als je dat in z’n geheel leest:
“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.” (Matteüs 22:36-40)

Als waar is wat er in Matteüs 22:40 staat (“deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat”) kun je jezelf natuurlijk nauwelijks beroepen op verdere verwijzingen in de bijbel over “de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht”.

Als je dan kijkt naar wat er in Matteüs 7:12 staat (Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten) kom je natuurlijk nergens meer met je steun aan de doodstraf.

Daarbij bewijst de SGP dat men niet leert van hetgeen er in de ontwikkeling van de mensheid is gebeurd: “Onder invloed van het vooruitgangsgeloof van de Verlichting werd de doodstraf als barbaars van de hand gewezen. Bovendien ontstond er een optimistisch vertrouwen in de mogelijkheid tot aardse perfectionering van de mens. Deze onbijbelse gedachten hebben hun doorwerking gekregen in het denken over de legitimiteit van de doodstraf.” (Bron).

Wie is de SGP om te denken dat het niet Zijn plan was met de mensheid om via de Verlichting te komen tot aardse perfectionering van de mens? Gods wegen zijn immers ondoorgrondelijk. Daar waar de gruwelijkheden van ons tijdsgewricht hebben geleid tot de Universele verklaring van de Rechten van de Mens die stelt dat: “Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon”, en: “Niemand mag onderworpen worden aan enige wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.” (Bron). Dat staat op gespannen voet met het opleggen van de doodstraf.

Nu zullen SGP theologen vast een hoop citaten en argumenten aandragen om mijn ongelijk te bewijzen. Maar hoe zinnig is het om mensen te doden om te laten zien dat het doden van mensen verwerpelijk is? Het zou toe te juichen zijn als de SGP zich zou laten leiden door een ander Bijbels thema: Vergeving. Zoals in Efeziërs 4:32: “Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft”.

Zelfs in de meest wrede misdaad die (volkeren)moord en misdaden tegen de menselijkheid zijn. Want levenslange vrijheidsberoving kan evenzeer een herstel van het geschonden recht zijn waartoe de overheid door de Bijbel is geroepen.

vrijdag, 23 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Kerstboodschap

In religie, angst, bijbel, cultuur, discriminatie, durven, emotie, energie, filmpje, en meer.

Toespraak in de kerstviering Pink Christmas, 23.12.2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam

Je hoeft niet bang te zijn
Al gaat de storm tekeer
Leg maar gewoon je hand
In die van onze Heer

Je hoeft niet bang te zijn
Als oorlog komt of pijn
De Heer zal als een muur
Rondom je leven zijn

Ik heb het wel gezongen voor mijn kinderen. Als ze naar bed gingen. Als ze bang waren. Voor de nacht. Voor monsters onder het bed. Of misschien eigenlijk voor wat de komende dag zou gaan brengen. Want angst heeft alles te maken met machten waartegen je niet opgewassen bent.

Zoals Jamey Rodemeyer, een jongen van 14 die dit jaar geen kerst viert. In mei nam hij een ontroerend youtube filmpje op in de serie ‘it gets better’. Hij vertelde hoe hij op school gepest werd omdat hij anders was, homo was. En hij vertelde hoe Lady Gaga zijn grote voorbeeld, zijn grote troost was. In september maakte hij een eind aan zijn leven omdat hij er niet meer tegen kon.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Meisje. Een kind nog, uitgehuwelijkt. In Nazaret, ergens in het achterland van Israël. Een bezet land, onderdrukt en uitgebuit door de Romeinen. Hun volkstelling heeft als enige doel om de mensen onder controle te houden. En in dat land een jong meisje.

Je hoeft niet bang te zijn. Makkelijk gezegd als blijkt dat je – ongehuwd en al – zwanger bent. Een schande. Een seksuele schande. Wat zullen de buren wel niet denken? En alle problemen? Ik weet van tienermoeders die daardoor verscheurd raken. Wat moet je met dat kind dat groeit in je buik, dat bij je hoort en tegelijk je leven op zijn kop zet en voor allerlei problemen gaat zorgen? Waar je je voor schaamt en misschien ook blij mee bent? Wat je dwingt om in een klap volwassen te worden… Sexual outcast.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria, want wat er in jou groeit is een cadeautje van God zelf. Vreemd misschien, onbegrepen misschien, afgewezen door anderen misschien, veroordeeld door de kerk misschien (want er is altijd wel een Bijbeltekst te vinden), maar toch – als je het durft te zeggen – een cadeautje van God zelf.

Dinsdagavond vertelt Corné daarover in het programma ‘uit de kast’. Hij is 21 en komt uit de Oud Gereformeerde Gemeente. En hij is homo. Maar hoe vertel je dat je familie? Hoe vertel je over dat wat in je groeit, in je leeft? Hoe kom je over je angst heen?

Van psychologen leren we dat er drie negatieve gevoelens zijn: boos, bang en bedroefd. En in de bijbel kom je ze ook alle drie tegen, maar wel heel verschillend. Boosheid is het handelsmerk van de profeten die ten strijde trekken tegen het onrecht. Je ziet dat bij Jezus die de handelaars uit de tempel wegjaagt. Boosheid geeft energie, vitaliteit, verzet. En dan staat er wel dat je je niet door je boosheid moet laten meeslepen, maar je leest niet dat je niet boos mag zijn.

Verdriet is het geraakt worden door de pijn die het leven ook soms meebrengt. Door de dood bijvoorbeeld en de rouw. Verdriet brengt je heel dicht bij jezelf en soms ook bij anderen. Verdriet gaat vaak over de kern van je leven en daarom roept het ook de troost op. Treur samen met de mensen die treuren, zegt Jezus.

Maar angst is anders. Angst brengt geen energie, vitaliteit of troost. Angst verlamt, verstijft, blokkeert. Door angst verschansen mensen zich en durven ze zich niet meer open te stellen voor de ander, voor het leven.

En daarom klinkt die boodschap, voor Maria en voor de herders: Vrees niet. Je hoeft niet bang te zijn. Je hebt genade gevonden. Genade. Dat betekent: je mag er zijn. Het is goed zoals je bent. Je hoeft niet bang te zijn voor veroordeling, afwijzing, discriminatie, pesten, uitsluiting. Jij mag er zijn. Jij mag jij zijn. Onvoorwaardelijke aanvaarding. Je hoeft niet eerst normaal te worden, je te gedragen als iedereen, je bent geliefd zoals je bent. Genade, dat zijn vriendelijke ogen. Geen monsters onder je bed, geen pesters op school, maar vriendelijke ogen. God bevrijdt, Maria. Zo heet dat. Bevrijd van de angst en de schaamte, van alles wat je aan leeuwen en beren op je weg ziet komen. Vreest niet.

Angst is niet alleen een individuele emotie. Het is ook het kerngevoel van onze cultuur. De westerse samenlevingen voelen zich bedreigd door economische achteruitgang en de komst van vreemdelingen, zo zegt bijvoorbeeld Dominique Moïsi. Terwijl in Azië de hoop domineert en in de Arabische wereld de woede om de vernedering, is het westen vooral bang. En daarom keren we ons in onszelf en worden we minder verdraagzaam. Wat vreemd is, moeten we buitensluiten. Het hoofd onder de dekens.

Het antwoord op angst? Geloof, hoop en liefde. Geloof is vertrouwen, hoop is geloven dat het anders kan. En liefde is de kracht die onze angst doorbreekt. De vriendelijk ogen die ons aankijken en ons aanvaarden. Die ons innerlijke rust geven zodat we de wereld aankunnen. Vrees niet. Maar soms heb je wel een engel nodig om die boodschap echt te horen.


vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Occupy: geen blauwdruk maar een spiegel

In politiek, linker wang, samenleving, 1%, amsterdam, anders breivik, banken, beslissingen, bijbel, en meer.

Column De Linker Wang december 2011

Hoe zal 2011 in de geschiedenisboekjes komen te staan? Waarschijnlijk komt er ruim aandacht voor de Arabische lente en evenzeer voor de eurocrisis. Misschien nog het bereiken van de mijlpaal van zeven miljard wereldbewoners. De tsunami en kernramp van Fukushima en de massamoord door de extreem-rechtse Anders Breivik zullen – bizar genoeg – op termijn voetnoten van de geschiedenis zijn.

En Occupy? De beweging die de wereld wilde veranderen, begon op 17 september als demonstratie voor het beursgebouw van Wall Street en breidde zich uit naar tientallen Amerikaanse en Europese steden. In Nederland vooral op het beursplein in Amsterdam, maar er waren ook initiatieven in vijftien andere steden.  Het is een beweging van ongenoegen. Ontevreden met de macht van banken en beurzen en de onmacht van de parlementaire democratie om tot echter oplossingen te komen. “We are the 99%”, zeggen ze, verwijzend naar de 1% die alle macht en alle geld bezit.

Occupy ademde hoop. Revolutionaire hoop. Radicaal de wereld veranderende hoop. Niet meer de oude macht van het kapitaal of de moedeloos draaiende raderen van de bureaucratie of de politiek. Alles zou anders worden. Iedereen mocht meedoen. Beslissingen werden niet langer top down genomen, maar in de general assembly waar iedereen mag meepraten en het aankomt op consensus. Toespraken werden niet elektronisch versterkt maar mond op mond doorgegeven totdat iedereen het hoorde.

Natuurlijk, ook Occupy kan nog geschiedenis schrijven, maar nu ik deze woorden schrijf, lijkt de glans er vanaf. De vreedzame demonstraties zijn op verschillende plaatsen uit de hand gelopen of doodgebloed. De hoge idealen blijken soms een dun vernisje over opportunisme, gemakzucht en luiheid. Dat is makkelijk prijsschieten voor cynici die nauwelijks geloven in een Arabische lente, laat staan een lente in het verziekte neoliberale Amerikaans-Europese systeem.

Gedeelde inspiratie

Dat is triest, want de droom van Occupy zou ons diep kunnen aanspreken. Het is de droom van het begin van de kerk, zoals we in de bijbel lezen: in de eerste gemeente hadden ze alles gemeenschappelijk en leefden ze in harmonie en gedeelde inspiratie. Het is ook de droom van het staatssocialisme geweest: ieder doet wat hij of zij kan en ontvangt wat zij of hij nodig heeft. Maar ook die dromen zijn in duigen gevallen: de oorspronkelijke christelijke gemeenschap is een instituut geworden waarin macht en regels vaak belangrijker zijn dan geestdrift en menselijkheid; het staatssocialisme kon ontaarden in een van de meest onderdrukkende en onmenselijke systemen.

Wat is dat toch, dat hoge idealen zo kunnen tegenvallen? Ik laat de cynische antwoorden even rusten net als de al te vrome – die op hun beurt vaak net zo cynisch zijn over het leven hier en nu. Waarom mislukt het steeds?

Een deel van het antwoord vinden we bij de antropoloog Victor Turner. Hij beschrijft hoe er in rituelen en andere overgangssituaties een gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat tegen alle bestaande structuren en verhoudingen ingaat. Hoog en laag bestaan niet meer, binnen en buiten evenmin. Plotseling is er een nieuw soort gemeenschap die buiten het gewone staat en daarom inspireert, verwart, ter discussie stelt en nieuwe wegen wijst. Deze radicale gemeenschap past niet bij de gewone structuur, maar is een soort anti-structuur, anders dan alles wat we kennen.

Maar ook die nieuwe gemeenschap moet na kortere of langere tijd weer een eigen structuur krijgen en verzandt dan bijna per definitie in dat wat ze wil vermijden. Of ze valt uit elkaar. De anti-structuur is nooit van blijvende aard. Het is een kritiek op de bestaande structuren, maar kan zelf alleen maar bestaan als reactie, niet als volwaardig alternatief. De kerk begon als anti-structuur, maar werd na verloop van tijd zelf deel van de elite. Het socialisme begon als anti-structuur en werd een machtssysteem. Occupy was een anti-structuur en lijkt uiteen te vallen in anarchie.

Verandering

Is het daarmee een dode mus? Een mooi idee dat weer tegenvalt? Een vluchtig teken van hoop waarna we terugvallen in de teleurstelling en het cynisme? Wat mij betreft niet. Er zit een wezenlijke drang tot verandering in de hele beweging en dat is tegelijk een aanklacht tegen het systeem dat nu de wereld bepaalt. Een aanklacht tegen banken, beurzen en regeringen die steeds maar denken dat ze de wereld kunnen redden door in hetzelfde spoor verder te gaan.

Die aanklacht geeft hoop en roept op om in elk geval kleine stappen in de goede richting te zetten. Dat wil niet zeggen dat het alternatief ook direct helder is. Occupy is een spiegel voor een vastlopende wereld, geen blauwdruk voor hoe het wel zou moeten. Wat dat betreft, ligt het dicht bij de boodschap van Jezus. Of bij de dromen van vernieuwingsbewegingen in allerlei tradities. Radicaal. Niet autoritair. Anti-structuur. Boodschappen die alles ter discussie stellen. Maar kijk uit als je die boodschappen zelf weer tot structuur maakt. Voor je het weet, is het middel erger dan de kwaal. De boodschap van een anti-structuur – Occupy, Marx, Jezus – is een kritische vraag en aanzet tot verandering, geen totaaloplossing.


donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Echte wetenschap berust op liefde: de filosofie van mijn opa

In geen categorie, christendom, filosofie, liefde, wetenschap, natuur, politiek, bezig, bijbel, en meer.

19 maart 2010. Het is frappant hoezeer mijn grootvader
voorin de twintigste eeuw tot dezelfde fundamenten voor zijn levensopvatting
kwam als ik twee generaties later. Dat besefte ik pas ver na zijn dood toen ik
zijn opstellen onder ogen kreeg. Liefde, openbaring en wonderen verbond mijn
opa met een pleidooi voor eigen oordeelsvorming, het verwerpen van geloof
louter op grond van gezag, de wetenschap als toetssteen en de wens inzichten in
het dagelijkse leven te kunnen gebruiken. Voor mij leidde de antroposofie tot in
wezen dezelfde overtuigingen.

 

Mijn opa heb ik meegemaakt tot ik ongeveer zes jaar was. Hij
was een aimabele man, die graag een gulden of zelfs rijksdaalder op een wondje
legde als je daarmee thuiskwam. Hij speelde Bach en kerkgezangen op het
harmonium. Vijf en twintig jaar was hij als gemeentesecretaris een van de
bekende persoonlijkheden in Zwijndrecht, het tuindersdorp waar mijn vader
opgroeide, dat in mijn kinderjaren veranderde in een overloopgebied voor op
Rotterdam georiënteerde forensen. Ik voelde mij zeer aangetrokken tot mijn opa
zonder dat ik wist waarom. In de nalatenschap van mijn vader ontdekte ik later
zijn gedichten, gelegenheidsverzen en afleveringen van zijn column “Brief uit
Holland”, vermoedelijk uit “Nieuws van de week”, dat in Nederlands Indië (nu
Indonesië)  verscheen. Hij schreef
eveneens in het blad voor gereformeerde gemeentesecretarissen.

 

Ik trof ook twee lezingen “Over het Christendom” aan, die
hij vermoedelijk in de jaren dertig in Dordrecht gaf. De ontdekking dat mijn
opa zich in zijn leven bezig heeft gehouden met dezelfde fundamentele vragen als
ik ontroerde mij. Opgegroeid in een ongelovig milieu in Drachten werd hij in
een christelijke studentenvereniging met het christendom geconfronteerd. Na
Nietsche en Freud bestudeerd te hebben, verdiepte hij zich toen in het
christendom. Tot zijn verrassing vond hij hier antwoorden op vele vragen. In de
kern vormde hij zich zo de volgende visie.

 

Alleen door een werkelijk belangeloze toewijding aan een
onderwerp, dat wil zeggen door christelijke liefde, geeft de natuur haar
geheimen prijs. De natuurwetenschap in West-Europa is geboren toen de
menselijke geest genoeg geschoold was in de oefeningen van de Middeleeuwse
theologie. Sinds Descartes nemen wij de waarheid echter niet meer op gezag aan,
maar alleen als zij ons als zodanig blijkt. Descartes kwam op tegen de
denkmethode van de scholastische theologie, die volgens de methode van het
gezag redeneerde. De autoriteiten die deze methode volgde waren Aristoteles en
de Bijbel. Volgens mijn opa kwam Descartes’ protest tegen de gezagsmethode
juist voort uit een christelijke waarheidsdrang. Descartes ging volgens hem te
ver door het geloof aan het eigen oordeel en aan de zintuiglijke waarneming als
onverenigbaar met het geloof op gezag voor te stellen. Want, aldus mijn opa, op
de zuivere waarneming geeft de natuur haar geheimen niet prijs. Men moet zijn
object liefhebben. Ook in de internationale politiek kan vrede alleen tot stand
komen als men bereid is zijn vijanden lief te hebben. Wie liefheeft, ziet de
feiten heel anders. Begaafdheid voor een vak wil zeggen de gave om dat vak te
kunnen liefhebben. Het begrip wordt ons gegeven door  “ingevingen”. Die noemt het christendom
ingevingen van de Heilige Geest. God zendt de Heilige Geest als een bode van
inzicht. Ook via Christus komt die boodschap tot ons. Gezag en oordeel lossen
zich op in een overkoepelende openbaring. De openbaring is in wezen een
bovenwetenschappelijk wonder.

Echte wetenschap berust op liefde: de filosofie van mijn opa is a post from weblog Feiko van der Veen.

donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


dinsdag, 1 november 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Laatste en eerste woorden bij het afscheid van het CDA

In dagelijks leven, groenlinks, politiek, utrecht, vvd, beleid, beslissing, bijbel, cda, en meer.

Ze staan landelijk op slechts elf zetels in de peilingen en hebben slechts 21 zetels in de Tweede Kamer. In de Gemeenteraden van de grote steden spelen ze al jaren slechts een marginale rol. Tijd dus voor een afscheid van het CDA. De meeste kiezers hebben dat al jaren geleden gedaan. Als lid van een concurrerende partij zou ik daar opgetogen over moeten zijn. Toch vind ik het ergens jammer. Misschien is het nostalgie. Misschien zit er meer achter. Wat ik met het CDA heb? Politiek gezien helemaal niets. Ik zou, bij wijze van spreken, nog liever op de VVD stemmen. Ook rechts, alleen een klein stukje oprechter.

Toch gaan christendemocraten mij na aan het hart. Ik maak mij dan ook zorgen. Allereerst is daar de familiale band. Ik kom uit een typische CDA familie. Beide opa’s waren wethouders voor (voorgangers van) deze partij. Er gaat geen verjaardagsfeest of familieweekend voorbij of we bediscussiëren politiek, kerk en maatschappij. Door de jaren heen ging ook steeds meer de koers van De Partij ter discussie staan. Na het vertrek van Lubbers ontstond de onvrede en de irritatie. Balkenende zorgde in eerste instantie voor een opleving, maar vergrote uiteindelijk het ongemak. Ondertussen denk ik dat alleen nog mijn oma trouw CDA stemt. De rest heeft politiek asiel gezocht bij (meestal) GroenLinks of ChristenUnie. Sommigen bleven zweven.

Ik zal het CDA niet alleen missen vanuit een vreemd soort nostalgie. Het kapot gaan van de christendemocratie betekent ook het failliet van de (traditionele) middenpartijen. Al kun je zeggen dat dit al langer het geval is en het CDA al minstens tien jaar geleden het politieke midden heeft verlaten. Overigens zonder dat een groot deel van het trouwe partijkader dit door heeft gehad. Zelfkritiek is nooit het sterkste punt geweest van de christendemocratie. Het einde van de traditionele middenpartijen staat symbool voor de verdere polarisatie in ons land. Dat is jammer. Ik wil een samenleving die ontspannen is en relaxt. Noemt het maar de kracht van zacht (gejat van Yvon Jaspers).

Toch ga ik ook inhoudelijk een deel van het CDA missen. Om mijn inhoudelijke klik te vinden, moet ik echter wel diep graven. Eigenlijk zo diep dat ik nog voor de oprichting van de partij uitkom. Een aantal citaten:

“Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!”

“De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed. De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld. En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken. De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten. En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld.”

Citaten uit een toespraak van Willem Aantjes, één van de founding fathers van het CDA uit 1975. Later zou er naar deze speech verwezen worden als ‘de Bergrede van Aantjes’, refererend aan de Bergrede van Jezus (Mattheüs 25). Woorden waarin, zelfs ik als humanist, mijn inspiratie kan vinden. Later werd overigens besloten dat het CDA haar beginselen zou vinden in een politiek programma en niet in de Bijbel. Natuurlijk, mooie woorden hoort men nog steeds bij het CDA. Ook op het congres van afgelopen zaterdag (29 oktober 2011) van bijvoorbeeld Jacobine Geel. Overigens blijkt zij (Pauw en Witteman, 31 oktober 2011) helemaal geen lid te zijn van de partij. Maar de kern is nu juist dat Aantjes stelt dat het niet gaat om woorden maar: “ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen.” Willem Aantjes leeft trouwens nog steeds. Maar stemt inmiddels, op hoogbejaarde leeftijd, geen CDA meer. Groot gelijk heeft ‘ie…

Ondertussen laat ik mij inspireren door een deel van zijn woorden. Ik wil spreken “voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.” Ik neem de citaten in bruikleen. Voor het CDA heb ik tot slot nog één citaat over: “Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christendemocratische politiek, verdient het die naam niet.”

Integrale tekst W. Aantjes op 23-8-1975:
“Waarom zijn wij hier en waarom sta en spreek ik hier? Daar is maar één reden voor: als een getuigenis dat wij bij elkaar behoren en ook bij elkaar willen behoren.

Niet om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid, maar om blijk te geven van onze wil om ondanks die werkelijkheid tot elkaar te komen en bij elkaar te blijven. Het CDA wil een appèl zijn op ons volk. Vandaag op onze struikelende weg van wenselijkheid naar werkelijkheid is het allereerst een appèl op elkaar en op onszelf.

Ik hoop dat we het vandaag niet zoeken in subtiele formuleringen en interpretaties, maar zullen discussiëren over de achterliggende zaken zelf. Het gaat er niet om dat wij weleens zullen uitmaken wie er christen is en wie niet. Dat is en blijft voor ieders eigen verantwoordelijkheid en geweten. Het zijn karikaturen die de discussie bederven. Waar het om gaat, is dat het aanvaarden van het evangelie als richtsnoer geen vrijblijvende zaak kan en mag zijn. Daar is het evangelie te kostbaar en unie voor. Zwaarder referentiekader dan het evangelie is er niet. De vraag is niet, hoe goed christen iemand is, maar hoe serieus hij het principiële uitgangspunt van de door hem vertegenwoordigde politieke richting neemt voor zijn politieke activiteiten; in hoeverre het beginsel niet alleen op papier geldt, maar ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen. Niet als een last, maar als een bevrijding. Niet omdat je je aan het evangelie moet houden, maar omdat je ook (en zelfs) in de politiek mag wandelen aan de hand van Gods geboden en geloften.

Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken.
Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!

De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed.
De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld.
En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken.
De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten.
En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld. En wij vinden dat wij al heel wat doen – ik spreek over mezelf – als wij een kaart van Amnesty International als kerstgroet rondzenden in plaats van een zoete afbeelding van de herdertjes in Efratha’s velden.

Geen plaats voor christelijke politiek?
De wereld hunkert naar christelijke politiek!

Een politiek, die spreekt voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.
Kunnen wij dan wel iets doen? Staan wij dan niet machteloos tegenover al deze geweldige noden? Ik weet dat het vooral in het gezelschap van vele antirevolutionairen en christelijk-historischen niet zonder risico’s is de naam van Dorothee Sölle te noemen. Maar waarom zouden wij haar alleen onder het theologische ontleedmes leggen, en niet ook horen de klacht en aanklacht van een mens die niet los kan komen van Christus, maar steeds weer vastloopt op de christenen? In haar gedicht over het overwinnen van de machteloosheid springen als een bevrijding plotseling de woorden naar voren:

Bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld
dat genoeg was
voor allen
Bij ons is al eens
iemand opgestaan
uit de doden

Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christen-democratische politiek, verdient het die naam niet.
Christelijke politiek wordt gekenmerkt door verantwoordelijkheid, dat wil zeggen dat je er weet van hebt verantwoording te moeten afleggen, antwoord te moeten geven. De eerste vraag, die aan een mens gesteld werd, luidde: “Adam, waar ben je?” Dat is de vraag die ons gehele leven begeleidt, ook in de politiek, bij iedere beslissing telkens weer: mens, waar ben je? Waar sta je in de problemen van de wereld? Aan welke kant sta je?
Die eerste vraag zal ook de laatste vraag zijn die ons zal worden gesteld en hij zal niet luiden: “Hoe goed heb je verdiend?” – dat is de vraag die ons hier in de politiek te veel bezighoudt – maar: “Hoe goed heb je gediend?” Het antwoord op de vraag die dan gesteld wordt, wordt hier gegeven.
Vanuit dat besef politiek te handelen, daarin wordt christelijke politiek herkenbaar. Daarin nemen wij elkaar niet de maat. Daar lichten wij elkaar niet op door. Daar spreken wij elkaar wel op aan. Daar roepen wij elkaar wel mee tot de orde. Daar binden wij elkaar wel aan – en dat moet dan helaas wel formeel worden vastgelegd.
Dat is ons richtsnoer. En wie het voorrecht te beurt valt – want dat is het – als vertegenwoordiger van deze richting op verantwoordelijke posten tot politiek handelen te worden geroepen, wordt voor dat politieke handelen geacht daarmee in te stemmen. Het Christen-Democratisch Appèl zal zó zijn, wil het werkelijk christen-democratisch zijn.”

donderdag, 6 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Ben je relativist of fundamentalist? Geen normen maar waarden!

In politiek, religie, spiritualiteit, bijbel, jezus, jodendom, cda, onderwijs, boeken, en meer.

Het begrip fundamentalisme is rond 1920 ontstaan en had betrekking op behoudende christenen in de Verenigde Staten die protesteerden tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Vandaag denken we bij fundamentalisme vooral aan moslims die geweld gebruiken. Zo wordt in de massamedia gesproken over ‘moslimterrorisme’. Een merkwaardig begrip.

Denk aan Noord-Ierland. Was de IRA een vertegenwoordiger van ‘rooms-katholiek terrorisme’? En was het door dominee Paisley gelegitimeerde geweld ‘terrorisme op gereformeerde grondslag’? En gaf de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig in Duitsland uiting aan ‘socialistisch terrorisme’? En recenter: is de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een ’christelijk-historische terrorist’?

Hoe absurd het ook klinkt, misschien moeten we dit niet te snel ontkennen. Elk geloof en elke ideologie kent het gevaar te ontsporen. Het kan ons een spiegel voorhouden. Als ideologisch of religieus gedreven mens, balanceer je – als het je tenminste menens is – voortdurend tussen fundamentalisme en relativisme.

Nu kan relativeren beslist geen kwaad. Ook Jezus was een meester in het relativeren (terwijl een groot aantal van zijn volgelingen dat wel eens vergat of vergeet). Jezus relativeerde niet alleen wetten en regels, maar ook het verschil tussen joden en heidenen: de gelovigen en de andersgelovigen in zijn tijd.

Deze kritische (profetische) boodschap – die haaks staat op de menselijke neiging om te denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ – tref je ook aan in de Joodse Bijbel (voor christenen: het Oude Testament). Daarin wordt in talloos veel verhalen verteld dat juist een buitenstaander (denk aan de prostituee Rachab) of een underdog (denk aan de herdersjongen David) een cruciale rol speelt om toekomst mogelijk te maken. Moraal van het oeroude verhaal: zonder de inbreng van vreemdelingen en rare snuiters geen heil voor ’het volk van God’ en uiteindelijk de hele schepping.

Jezus én de joodse traditie waaruit hij voort is gekomen: de appel valt niet ver van de boom. De les die de joodse en de christelijke traditie ons voorhoudt, vertelt dat we de wereld niet zomaar mogen opdelen in gelovigen versus ongelovigen, in ‘wij’ versus ‘zij’. Het bijbels geïnspireerde geloof dat God (‘de Levende’) onze menselijke fixaties wil openbreken, kan mensen behoeden om fundamentalist te worden, of aanhanger van een politieke leider die alles zwart-wit presenteert. Zo blijft (of wordt) de Bijbel voor mensen een bron van vrede en humaniteit. Misschien moeten juist ook gelovigen zelf veel meer oog krijgen voor deze rode draad van humaniteit en grensoverschrijding in hun heilige boeken.

Worden we daarmee allemaal liberale relativisten? En hoe verstandig is relativisme in een wereld van ongebreideld kapitalisme, ecologische crisis en groeiende private rijkdom die gepaard gaat met publieke armoede? Nee, niet alleen fundamentalisme maar ook relativisme is gevaarlijk: gemakzucht en onverschilligheid die vaak conservatief van aard is (denk aan de dominante stromingen binnen CDA en VVD) maar zich soms ook progressief voordoet.

Voorzichtigheid troef, aangevuld met wat symboolpolitiek om ‘vreemde rituelen van achterlijke gelovigen’ aan te pakken. Dat is de dood in de pot. Daarom zijn passie en compassie zo hard nodig in de politiek. Praat niet langer over normen (nieuwe verboden voor minderheden onder het mom ‘Doe toch eens normaal man’). Nee, bedrijf liever politiek vanuit inspirerende en dieper liggende waarden.  

Als dat gebeurt kunnen relativisten zich weer laten aanspreken door politieke partijen met een herkenbaar politiek fundament. En mensen die vatbaar zijn voor fundamentalisme en xenofobie kunnen hun gevoelens van onbehagen dan hopelijk weer wat relativeren. Niet 150 boerka dragende vrouwen in Nederland zijn het grootste maatschappelijk probleem, wel het feit dat jonge migranten minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en dat de aarde opwarmt door CO2-uitstoot. Ja, vooral dát zou niet langer gerelativeerd moeten worden! 

Gooi daarom de joodse en christelijke traditie niet te grabbel zodat populisten als Wilders ermee aan de haal gaan. Of zodat conservatieven – denk aan het CDA - deze waardevolle inspiratiebronnen voor hun eigen politieke karretje spannen. Het ‘geroepen zijn’ om bruggen te bouwen en mee te werken aan de ‘voltooiing van de schepping’ is immers bij uitstek een opdracht voor groene en linkse politiek.


vrijdag, 23 september 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nationalisme of heil voor de wereld

In politiek, religie, antisemitisme, bijbel, crisis, de wereld, dwars, europa, financiële crisis, en meer.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 22 september 2011.

In tijden van spanning neemt het nationalisme toe. Mensen hebben sowieso al de neiging om naar soortgenoten toe te trekken. We vinden anderen die op ons lijken bij voorbaat aardiger, slimmer, beter dan wie ons vreemd is. Dat heet de etnocentrische reflex. Een reflex: we denken er niet bij na maar zoeken instinctief aansluiting bij de groep waar we het meest mee delen. Of het nu uiterlijk is, kleding, gedrag, religie, of wat dan ook. Waarschijnlijk is het dezelfde neiging die we zien bij kuddedieren. Zebra’s bijvoorbeeld, die het veiligst zijn in de groep soortgenoten omdat dan de leeuwin alleen de massa ziet en niet die ene prooi kan onderscheiden.

Die etnocentrische reflex wordt bij gevaar alleen maar groter. Dan komt het er op aan en dan moeten dus ook de gelederen gesloten worden. Het is dan ook niet zo vreemd dat in de geschiedenis antisemitisme en homofobie vaak hand in hand gaan. Wanneer het economisch moeilijker was of  oorlog dreigde, zocht de spanning in de samenleving een uitweg ten koste van de ‘vreemdeling’. De groepsreflex richt zich tegen wie anders is.

Het is dus ook niet vreemd dat de laatste tien jaar het nationalisme ook in Europa zo gegroeid is. Elf september 2001 werd direct gevolgd door de War on terror met een zwart-wit wereldbeeld, en daaroverheen kwam de wereldwijde onzekerheid van de financiële crisis. Een makkelijke voedingsbodem voor de neiging om ons terug te trekken in de veiligheid van onze eigen soort. Alle problemen die er zijn, worden toegeschreven aan ‘de anderen’. Grenzen worden aangescherpt, muren opgetrokken. In dat klimaat wordt Europa een gevaar en de ‘internationale rechtsorde’ een dwaas idee. In plaats daarvan klinkt de roep om de ‘nationale identiteit’ – wat die ook precies wezen mag – te versterken en te beschermen tegen te veel verwaterende invloeden. Als wij het in Nederland maar voor elkaar hebben en alle vreemde smetten buiten de deur kunnen houden.

Natuurlijk zijn ook in de religie deze neigingen te herkennen, want religie is symbolisch gekristalliseerde levenswijsheid. In alle tradities komen we pogingen tegen om vooral aan de oude patronen vast te houden en zich af te zetten tegen andersdenkenden. Deze radicale stemmen menen dat ze als enige de goddelijke waarheid verstaan hebben en daarom anderen wel moeten veroordelen. En helaas moeten we constateren dat in verschillende stromingen deze stemmen weer de overhand hebben. Conservatieve theologen zijn er vaak goed in om de grenzen scherp te trekken en duidelijk te maken wie er allemaal buiten valt.

Er is echter ook een andere beweging, een die het heil van de hele wereld op het oog heeft. Theologen als Van Ruler schreven lang geleden al dat het God om de hele wereld gaat, en niet alleen om Israël of om de kerk. Als de bijbel zegt dat het volk van God is  uitverkoren tussen alle andere volken, dan betekent dat niet ten koste van alle volken, maar juist omwille van alle volken. Geen enkele reden om de ander uit te sluiten, maar juist om alle ruimte te maken voor de ander, voor de vreemdeling. Dat is onze roeping. Juist die boodschap is vandaag de dag broodnodig, dwars tegen onze etnocentrische reflexen in.

De kernvraag, zowel in de theologie als in de politiek, is wat de horizon van ons denken is. Zijn we uit op het goede leven (‘heil’) voor onze eigen groep en land, of gaat het ons om de wereld als geheel? Zijn we tevreden als we ons eigen hoekje op orde hebben, of beseffen we dat elke oplossing te kort schiet die niet de hele wereld in ogenschouw neemt? Of het nu in theologische taal wordt gezegd of in politieke, de weg van het nationalisme loopt altijd dood. We zijn deel van de wijdere wereld, of we dat nu willen of niet. Nationalisme is de reflex van de angst; onze toekomst ligt in een open houding tot de wereld.


donderdag, 11 augustus 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Tolerantie en de weigerambtenaar

In tolerantie, orthodox-christelijke opvatting, weigerambtenaren, christenunie, dagblad, de, eerste, gemeente, groningen, en meer.
“Politiek en goddienst, daarover worden de mensen het toch nooit eens”, zei mijn moeder zaliger altijd tegen mij. Waarschijnlijk om mij te behoeden, me daar ooit mee in te laten. Daar komt alleen maar ruzie van!, voegde ze er zelfverzekerd aan toe. Ik vrees dat ik haar daarin postuum gelijk moet geven.

Neem nu de ophef over de “weigerambtenaren”. De stad Groningen heeft als eerste gemeente in Nederland besloten de tijdelijke contracten van drie ambtenaren, die vanuit gewetensbezwaren, weigeren om homostellen in de echt te verbinden, niet te verlengen. Een naar mijn mening terecht besluit, omdat deze ambtenaren niet bereid zijn, om “zonder aanzien des persoon” alle geliefden met een huwelijkswens in de echt te verbinden, zelfs als deze voldoen aan alle eisen die de overheid als wetgever aan het huwelijk stelt.

Het dagblad Trouw bracht vandaag een opiniestuk waarin de auteurs* het recht op tolerantie bepleiten voor deze weigerambtenaren. Naar hun mening wezen alle trends er al op dat er een dag zou komen waarop er definitief geen ruimte meer bestaat voor trouwambtenaren die een orthodox christelijke (of joodse of islamitische) visie op het huwelijk hebben. Echter naar mijn mening klopt deze bewering gewoonweg niet. Uiteraard mogen trouwambtenaren er wel een orthodox christelijke opvatting op na houden (of een joodse of islamitische), zolang deze opvatting de uitoefening van hun beroep maar niet in de weg staat. Het niet willen uitvoeren van een opgedragen taak staat daar nogal haaks op.

Het zou toch volstrekt onacceptabel zijn, dat ik als GroenLinkser, met een politieke opvatting voor minder asfalt, tijdens de uitoefening van mijn werk bij Rijkswaterstaat zou gaan weigeren om de ombouw van de Zuidelijke Ringweg Groningen mede gestalte te gaan geven. Daar ben ik nu juist voor ingehuurd. Dat is eveneens van toepassing op een trouwambtenaar, die moet eenvoudigweg huwelijken afsluiten. Hoe simpel kan het zijn?

En dan de gevraagde tolerantie voor de weigerambtenaren. Hoe tolerant zijn de bestuurders van al die scholen met de Bijbel geweest die een homoseksuele sollicitant een baan onthouden hebben of nog erger een homoseksuele leerkracht na ontdekking de deur hebben gewezen?
Was er toen ook sprake van enige tolerantie? Ik kan mij dat helaas niet meer herinneren.

* De auteurs hebben respectievelijk een SGP en een Christenunie achtergrond.

maandag, 7 maart 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Christenen zijn een groeimarkt voor GroenLinks

In de linker wang, groenlinks, politiek, abortus, achterban, bijbel, cda, christenunie, d66, en meer.

De Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart hebben landelijk relatief weinig informatie opgeleverd: ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni vorig jaar is er niet erg veel veranderd. In mijn persoonlijke omgeving heb ik echter wél een verandering gezien, iets waar met name GroenLinks veel van zou kunnen leren.

Zoals veel mensen weten kom ik uit een christelijke omgeving. Ik ben student lid van de christelijke studentenvereniging Navigators in Leiden (NSL) en hiervoor zat ik op een school met uitsluitend christelijke leerlingen en -docenten. Dit geeft mij de mogelijkheden om veel christenen van verschillende achtergronden te kennen en te spreken. Al sinds jonge leeftijd ben ik politiek geïnteresseerd, waardoor ik veel weet over hoe christenen in de politieke wereld staan.

Ik kan het me nog herinneren als de dag van gisteren: de Gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar, toen ik voor het eerst mocht stemmen in Leiden. Ik stemde GroenLinks en ik raakte hierdoor verwikkelt met vele mensen uit mijn omgeving. Ik ga niemand veroordelen, maar de oneliners die ik naar mijn hoofd heb gekregen, schokten mij soms tot op het bot. Mensen twijfelden of ik wel écht christen was omdat ik op een seculiere partij stemde of vroegen waarom ik geen waarde hechtte aan ‘leven dat God had gegeven’ omdat ik op een partij stemde die zich hard maakt voor abortus. Deze uitspraken maakten veel indruk op mij en sterkte mij in de mening dat ik bij de christelijke partijen niks te zoeken had. Op 9 juni stemde ik opnieuw GroenLinks en in oktober besloot ik lid te worden van de partij. Een keuze waar ik nog steeds 100% achter sta, juist ook met de Bijbel in de hand.

Toen kwamen daar de Provinciale Statenverkiezingen op 2 maart. Als enthousiast vrijwilliger hing ik een poster op mijn raam, deelde ik flyers uit en knoopte ik ook binnen de vereniging gesprekken over waarop mensen zouden gaan stemmen. Natuurlijk kreeg ik van veel verstokte CDA’ers en CU’ers te horen dat zij er niet over peinsden om op GroenLinks te stemmen, maar toch merkte ik bij veel mensen interesse voor die ‘positieve partij’. De verrassing was voor mij groot toen ik van veel mensen hoorde dat ze uiteindelijk GroenLinks op hun stembiljet invulden. Want dit waren er niet een paar (zoals bij de vorige twee verkiezingen), maar dit waren er tientallen.

Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar ik bemerk een verandering in het denken. Het wordt langzaam niet meer vanzelfsprekend om voor het CDA of de ChristenUnie te kiezen, omdat je als je jezelf als christen serieus neemt, nu eenmaal ‘christelijk’ moet stemmen. Men ontdekt dat ook binnen een progressieve, seculiere partij traditioneel-christelijke waarden als naastenliefde en rentmeesterschap een rol spelen en dat bij de christelijke partijen deze partijen juist ondergesneeuwd (kunnen) raken doordat men vooral opkomt voor de rechten van haar achterban (bijvoorbeeld het recht op religieus onderwijs waar met name de ChristenUnie op blijft hameren).

Volgens mij raken veel christenen (met name jongeren) uitgekeken op het hokjesdenken. Zij zijn op zoek naar een positieve partij die niet opkomt voor haar eigen achterban maar oog heeft voor de zwakken in de samenleving en zorg draagt voor God’s schepping. Een partij met een open visie richting religie in plaats van een angstige (PVV) of een naar afgunst neigende (D66). Deze partij zou GroenLinks kunnen zijn. De christelijke wereld is voor de partij volgens mij een grote groeimarkt.

Wat moet er gebeuren om deze groep aan te spreken? Formeel gezien weinig, denk ik, maar informeel moet men christenen laten merken dat religie niet een ongewenst iets is. Dit is namelijk wel iets waar veel christenen bij GroenLinks tegenaan lopen; men voelt, net als bij D66, dat er op ze neergekeken wordt, een gevoel dat zeker niet altijd onterecht is. Hierin ligt een opdracht voor christelijk platform De Linker Wang, een organisatie dat binnen én buiten GroenLinks tamelijk onbekend is. Mensen (en dus ook christenen) willen niet ‘alleen’ staan. Een stem op GroenLinks kan in de christelijke wereld wel zo voelen. Meer profilering van De Linker Wang kan laten zien dat een christelijke GroenLinks’er helemaal niet alleen staat in zijn mening, en dat hij niet gek is.

Terwijl moslims gedemoniseerd worden door de PVV, christenen zich gedemoniseerd voelen door D66 (en soms ook door GroenLinks), droom ik van een land waarin iedereen hand in hand staat: of je nu atheïst, christen, moslim of wat dan ook bent. GroenLinks kan hierin een belangrijke rol spelen. Ik hoop dat de partij deze kans aangrijpt.


Aantal berichten op deze pagina: 19. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 10340 uur (430,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,3 per week.

Pagina: 1