woensdag, 1 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Keith Richards – Life

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, keith richards, lezen, muziek, rolling stones, de wereld, en meer.

Keith Richards - LifeKeith Richards – Life

Ook weer een boek dat ik zelf nooit gekocht zou hebben, tenzij het in de opruiming lag. Maar als verjaardagscadeau daarom juist erg geschikt. Lees eens iets buiten je geijkte kader, iets nieuws. Vele lovende recensies had ik al gelezen (okay, eigenlijk gezien, scanreading is de beste term) over het openhartige boek dat Richards heeft geschreven. De gevolgen van dit boek waren voorspelbaar, ruzie nummer 418 tussen Jagger en Richards.

Volgens mij heeft Richards het boek helemaal niet zelf geschreven, James Fox wordt niet voor niets op de titelpagina genoemd. Een serie hele lange interviews lijkt mij, sommige hoofdstukken zijn overduidelijk spreektaal, geen verhaal. Daarbij komt dan dat Richards op meerdere punten een opmerking maakt in de trant van ‘hier komen we later op terug’. Irritant, want dat er chronologisch verband zit tussen dingen die in zijn leven gebeuren lijkt me wel heel voor de hand liggend. In een interview maak je dergelijke opmerkingen, volgens mij hoeven die niet op papier te verschijnen.

Er staat toch al vrij veel in over zijn jeugd. Het duurt hoofdstukken voordat we aan de Rolling Stones toe zijn, toch de reden dat de meerderheid van de fans dit boek hebben aangeschaft. Toch is al een zesde van het boek voorbij, een behoorlijke prestatie bij een pil van deze omvang. Kortom, genoeg redenen om te zeggen dat het me niet meeviel, deze geautoriseerde autobiografie.

Toch las ik met plezier verder, want de eenzijdige blik van Richards op de wereld was vermakelijk om te lezen. Iemand die jaren geleefd heeft in een roes van drank, drugs en muziek, kan daar mooi over vertellen. En dat kan Richards. Er is genoeg gebeurt om een komisch verhaal te vertellen, om tragiek te beschrijven, om ellende naar buiten te brengen. Dat Richards zich zelf geregeld tegenspreekt is dan ook eerder humoristisch dan irritant. Verwacht niet iemand die een genuanceerde geschiedenis te vertellen heeft, maar zie een eindeloze stroom anekdotes voorbij komen en je hebt een goed boek in je handen.

Dus niet het meesterwerk dat velen er van probeerden te maken, maar eerder de eenoog in het land der blinden. Tenslotte zijn vele (auto)biografieën van beroemdheden, in welk vakgebied dan ook, meestal saai, eenzijdig en kritiekloos. Dat kan de gitarist zeker niet verweten worden. Alleen al daarom verdient hij lof. Dat sommigen dat daarom aanzagen voor een klassieker is begrijpelijk maar onterecht.

Citaat: “Ik was in Parijs, samen met Marlon, op tournee toen ik hoorde dat ons zoontje Tara, toen net twee maanden, in zijn wiegje was overleden. (…) Het enige positieve wat dit betreft was dat Marlon en ik niet met onze neus boven op alle verdriet zaten. Ik moest die avond het podium op. Daarna was het doorploeteren met de tour en met Marlon en die dingen gescheiden houden. (p.390/391)

Nummer: 11-027
Titel: Life
Auteur: Keith Richards (ghostwriter James Fox)
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 575 (8920)
Categorie: Biografie
ISBN: 978-90-229-9567-9

Meer:
Official site
Wikipedia
NY Times
Guardian
Studenten.net


maandag, 30 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Denk ik aan Duitsland...


Denk ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht.


Het zijn ongetwijfeld Heinrich Heines beroemdste dichtregels, die hij in 1843 in Parijs schreef. Duitsland hield hem uit zijn slaap, maar in het gedicht Nachtgedanken niet zozeer vanwege het politieke klimaat en het antisemitisme, dat hij al in 1831 ontvlucht was. Al twaalf jaar had hij zijn oude moeder niet gezien en in zijn lange afwezigheid waren al vele geliefden gestorven.

Nog in hetzelfde jaar 1843 voerde de Heimweh Heine van Parijs naar zijn moeder in Hamburg. Zijn reis legde hij vast in Deutschland. Ein Wintermärchen, waarin de liefde voor de Heimat veelvuldig tegenover de afkeer staat. Prachtig beschrijft Heinrich Heine hoe de Pruisische douane vergeefs in zijn bagage zoekt naar verboden boeken, maar dat hij al zijn illegale gedachtengoed in zijn hoofd zit. “Mijn hoofd is een tsjilpend vogelnest van in beslag te nemen boeken”.

Lees meer over Heinrich Heines reis naar Hamburg en over de geur van Duitslands toekomst op mijn nieuwe blog Denk ik aan Duitsland...

Erik de Graaf

zaterdag, 28 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


vrijdag, 27 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Stefan Verwey – Titel zoekt boek

Stefan Verwey - Titel zoekt boekStefan Verwey – Titel zoekt boek

Uit de Volkskrant ken ik zijn cartoons al. Altijd de moeite waard, in de boekenbijlage. Twijfel was er dus niet toen ik dit boekje in de opruimingbak tegenkwam. Naast de computer liggend, las ik elke keer tijdens het opstarten een paar cartoons.

Verwey beheerst de kunst die slechts weinigen onder de knie hebben. Met weinig woorden veel zeggen. Peter van Straaten kan het ook. Een plaatje, altijd een prominente plek voor (een) boek(en), een klein stukje tekst en er zit een heel verhaal achter. Het verhaal is duidelijk, maar tegelijkertijd geheel ter eigen interpretatie. Dan ben je volgens mij een groot kunstenaar.

Citaat: “Waarom niet net zoiets als Potter, maar dan helemaal anders” (p.44)

Nummer: 11-026
Titel: Titel zoekt boek
Auteur: Stefan Verwey
Taal: Nederlands
Jaar: 2001
# Pagina’s: 112 (8345)
Categorie: Cartoons
ISBN: 978-90-6169641-4

Meer:
Wikipedia
Auteurspagina bij de Harmonie
Titel zoekt boek bij de Harmonie
Vele cartoons via Google


donderdag, 26 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Lichte daling ledenaantallen politieke partijen

De Nederlandse politieke partijen verloren vorig jaar gezamenlijk 2,1% van hun leden. Dat blijkt uit cijfers (pdf) van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Vooral het CDA (-7%), SP (-4,6%) en GroenLinks (-3,5%) verloren, terwijl PvdD (+5,5%), D66 (+1,8%) en SGP (+1,3%) winst boekten. De nieuwe partij 50+ heeft nu 1321 leden. 

In totaal schreven meer dan 20.000 mensen zich (op)nieuw in als partijlid, terwijl van bijna 27.000 personen het lidmaatschap werd beëindigd. De grote drie partijen verloren het meest, maar ook de kleinere partijen gezamenlijk (inclusief SP) zagen vorig jaar meer leden gaan dan komen. In de voorafgaande jaren was juist een stijging te zien in het ledenaantal van de kleintjes

 

Een daling van het ledenaantal is overigens niet uitzonderlijk in een post-verkiezingsjaar. In het jaar 2007 verloren partijen bijvoorbeeld gemiddeld 2,6% van hun leden. Als we kijken naar het verloop van de ledenaantallen is er steeds een stijging in verkiezingsjaren en daarna een daling. In het verleden was die daling sterker dan de winst in verkiezingsjaren, maar vanaf de jaren 2000 weten partijen hun ledenaantallen gemiddeld genomen zelfs iets te vergroten. Lag het aantal leden na verkiezingsjaar 1998 nog op iets meer dan 300.000, na de vorige verkiezingen waren dat er bijna 320.000. De sterke daling van het aantal partijleden in de jaren 1980 en 1990 is gestopt; in de afgelopen 15 jaar is er sprake van een stabilisering van het aantal partijleden.

Er zijn wel grote verschillen tussen partijen. Als we kijken naar de laatste tien jaar zien we vooral bij het CDA een constante afname van het aantal leden. Alleen rond de verkiezingen van 2006 bleef het ledenaantal ongeveer stabiel. De PvdA wist tot 2007 een kleine ledenwinst te boeken, maar leverde die de afgelopen jaren weer (meer dan) in. De SP steeg aanvankelijk snel, met name in 2002 en 2003, maar ook de socialisten verliezen de laatste jaren. De VVD laat de laatste drie jaar juist weer enig herstel zien. Het succes onder Rutte zal hierbij ongetwijfeld een rol spelen. 



De SGP is qua ledenaantal momenteel de vijfde partij en laat een zeer constante (kleine) stijging zien. GroenLinks is net iets kleiner; vooral in de verkiezingsjaren 2002, 2006 en 2010 deed de partij het goed. D66 klimt sinds 2008 snel uit het dal en verdubbelde daarmee het ledenaantal ten opzichte van een aantal jaren geleden. De Partij voor de Dieren laat een zeer constante stijging zien en wist zelfs in het afgelopen post-verkiezingsjaar dus een mooie ledenstijging te laten zien.

maandag, 23 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

John Irving – Last night in twisted river

John Irving - Last night at twisted riverJohn Irving – Last night in twisted river

Een boek van Irving is altijd een cadeau. Het woord epos komt vaak in me op. Het boek gaat ook nooit over een paar weken of een enkele gebeurtenis, het duurt decennia en de vele evenementen zijn allemaal onderling met elkaar verbonden. Alleen al daarom is elk boek weer een plezier om te lezen.

Aan de andere kant komt de voorspelbaarheid vaak om de hoek. Noordoost Verenigde Staten, een schrijver, beren, wat worstelen, minimaal 400 pagina’s, de overeenkomsten met meerdere voorgaande boeken zijn duidelijk.

Daarom ook kan ik wachten tot de paperback er is, hoef ik het boek niet perse meteen aan te schaffen. Ik stond op het punt, toen ik de kans kreeg om het boek door hem zelf te laten signeren. Maar de hoofdprijs die betaald moest worden voor een enkel boek had ik die dag niet in mijn portemonnee.

Maar natuurlijk kocht ik het boek later wel, las het dus afgelopen zomer. En weer heb ik me geen seconde geen verveeld, zat er geen overbodig woord tussen op alle 667 bladzijden en sleepte het verhaal me mee van begin tot eind. De schrijver in dit boek heet Danny, eigenlijk Daniel en woont met zijn vader in een houthakkersdorp. Een harde wereld, maar vooral een hele kleine wereld. Met een flinke klap komt er een dramatisch einde aan hun leven in het dorpje Twisted River. Daarna begint een vlucht die decennia lang duurt en altijd een rol blijft spelen in hun leven.

Danny is dan weliswaar de hoofdfiguur, maar de bijrollen (hij ziet zelf geen film in dit boek, hoorde ik destijds tijdens het interview dat Theo Hakkert mocht afnemen) zijn minstens zo belangrijk. Zijn vader Dominic leeft zijn hele leven met een schuldgevoel, wil dat zijn zoon het beter heeft, zoals elke vader overigens. Maar in zijn hoofd speelt wel mee dat de geschiedenis van zijn leven bepalend is geweest voor de manier waarop Danny nu leeft. Vriend Ketchum is niet omnipresent maar is voor zowel Danny als Dominic een erg belangrijke invloed.

Het knappe van de boeken van Irving is dat hij het absurde in zijn verhalen weet te verwerken, zonder dat je het gevoel hebt dat het nergens op slaat. Een naakte parachutiste die jaren in het hoofd van Danny blijft spoken, tot hij bijna gelooft dat hij het niet echt zo gezien heeft. Meerdere voorbeelden kun je zo uit het boek halen.

Gezien zijn leeftijd, de dikte van zijn boeken en de tijd die hij nodig heeft, ben ik bang dat we nog maar een paar boeken mogen verwachten van Irving. Ik zal ze in ieder geval van harte verwelkomen.

Citaat: “Danny stepped off the sidewalk and into the empty street, as if daring the blue Mustang to take notice of him. ‘Please don’t hurt my father or my son,’ Danny said. ‘Hurt me, if you have to hurt someone,’ he said .” (p.396)

Nummer: 11-025
Titel: Last night in Twisted River
Auteur: John Irving
Taal: Engels (US)
Jaar: 2009
# Pagina’s: 667 (8233)
Categorie: Literatuur
ISBN: 978-0-552-77658-5

Meer Twisted River:
Popmatters
Official site
Wikipedia
NY Magazine
New York Times
Guardian
VPRO
Vrij Nederland

Andere Irving boeken door mij gelezen:
My movie business
Waarom ik van Dickens hou
Until I find you
Pension Grillparzer
The fourth hand
A widow for a year


vrijdag, 20 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, carlos arriba, gabriel pernau, lezen, sergi lopez-egea, en meer.

Arribas e.a. - Locos por el TourCarlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour

Het ene Spaanstalige boek dat ik elk jaar wil lezen, werd dit jaar een wielerboek. Tijdens de Tour thuis vast begonnen met lezen, tijdens mijn vakantie in Spanje weer een heel stuk verder gekomen, daarna thuis en in de trein naar het werk uitgekregen.

Het wordt steeds vaker een opgave, lezen in een taal die je verre van perfect beheerst. Toch wil ik het volhouden, goed voor mijn woordenschat, daarbij lees je toch eens een keer iets anders. Juist bij dit onderwerp is dat vreemd, aangezien ik mezelf toch wel een beetje een Tourkenner durf te noemen. Maar de Tour vanuit Nederlands perspectief, of zelfs internationaal gezien, is iets anders dan de Tour vanuit Spaans oogpunt. Alleen daarom al was dit boek een plezierige verrassing voor mij.

Erg interessant om over oude Spaanse wielrenners te lezen, waarvan ik voordien nog nooit gehoord had. Sommigen reden een enkele keer de Tour, maar werden bekend door lokale koersen in Spanje te domineren. Vooral om deze reden vond ik het eerste deel van het boek, geschreven door Pernau het meest boeiend. Natuurlijk is het leuk om te lezen over Delgado, Arroyo en Indurain, maar meer dan wat achtergrondinformatie is er voor mij niet nieuw. Terwijl renners als Joseph Habierre, Vicente Blanco en Victorino Otero tot voor kort geen hersencel van mijn geheugen in beslag namen.

De ontwikkeling van het Spaanse wielrennen kwam pas laat op gang. De Vuelta heeft ook veel minder traditie dan de Giro en de Tour, de eerste tourwinnaar (Federico Bahamontes natuurlijk) kwam veel later en zelfs Nederland had eerder twee winnaars van de grootste wielerronde dan Spanje. Maar de achterstand werd in de jaren tachtig en negentig weggewerkt en Spanje werd een toonaangevende wielernatie. Ondertussen denken vele cynici ook te weten waarom, operatie Puerto lijkt voor velen de enige juiste verklaring. Toch kan het succes nooit alleen verklaard worden door doping, zeker gezien de algemene aanname dat de overgrote meerderheid van het peloton dezelfde middelen ter beschikking heeft.

Citaat: “Bahamontes no sabia bajar, tenia miedo. ‘Es que me cai una vez bajando de Montserrat y fui a parar a un cactus, y desde entonces tengo mucho miedo’, se justificaba unas veces.” (p.181)

Vrije vertaling (mijne dus): “Bahamontes kon niet afdalen, had angst. ‘Ik ben een keer gevallen in de afdaling van de Montserrat en kwam tot stilstand tegen een cactus, sindsdien heb ik erg veel angst’, rechtvaardigde hij soms.

Nummer: 11-024
Titel: Locos por el Tour
Auteur: Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau
Taal: Spaans
Jaar: 2003
# Pagina’s: 479 (7566)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 84-7871-733-1


dinsdag, 17 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Suzanne Vermeer schrijft niet meer

In boekennieuws, in memoriam, paul goeken, suzanne vermeer, vakantiethriller, blog, boeken, concept, eerste, en meer.
Suzanne Vermeer

Bron: Noord Hollands Dagblad

Van de honderden boekrecensies die ik ondertussen geschreven heb, worden de meeste een keer of helemaal niet gelezen. Van sommige recensies weet ik dat dat niet zo is. Google vertelt mij namelijk de zoektermen die mensen hebben gebruikt voor ze per ongeluk op dit blog verschenen. En dat is nogal eens de naam van de schrijfster Suzanne Vermeer. Januari 2010 schreef ik een recensie over All-Inclusive. De afgelopen twee jaar blijkt het een van de populairste pagina’s op mijn blog. Naast tientallen bezoekers elke maand, heb ik ondertussen al negen reacties gekregen, waarvan maar 1 positief. Mensen nemen de moeite om een boek af te kraken op een blog van een andere lezer. Hoe slecht moet je dan schrijven?

Afgelopen zomer werd bekend dat Suzanne Vermeer geen boeken meer zal schrijven. Het bleek een pseudoniem te zijn van Paul Goeken. Zelf schreef Goeken meerdere thrillers. Toen een nieuw boek ‘een andere weg’ bleek, besloot de uitgever dat hij een pseudoniem nodig had.

Toen ik dat las, kwam de irritatie nog verder naar boven. Buiten het feit dat ik het een flutboek vond (gelukkig niet zelf gekocht), erg slecht geschreven, verbaasd over het feit dat het een bestseller was (17.000 exemplaren blijkbaar), vond de uitgever blijkbaar dat de enige manier om het boek te verkopen was om van de schrijver een dame te maken. Een nepbiografie werd opgesteld, een marketingstrategie bedacht en Goeken bleek ineens bestsellers te schrijven.

Twee dingen storen mij. Ten eerste de minachting voor de lezer die hieruit spreekt, alsof de uitgever bedacht dat hij wel wist wat ik als lezer wil lezen. Dat het niet gaat om het boek, maar om het imago van de schrijver. Ten tweede dat het nog werkte ook. Vermeer produceerde twee ‘vakantiethrillers’ per jaar en het werden stuk voor stuk goed verkopende titels. Het doorsnee lezerspubliek interesseerde het blijkbaar niet dat het slechte boeken waren, het geloofde in een concept.

Over de doden niets dan goeds, zegt men. Ik ken de schrijver Goeken niet. Ik kende de mens ook niet. Ik kan en zal over hem dan ook niets negatiefs over schrijven. Maar dat het marketingconcept Suzanne Vermeer niet meer bestaat, daar treur ik niet om.


vrijdag, 13 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, arthur van den boogaard, boeken, boeken 2011, boekrecensie, de muur, lezen, wielerboek, en meer.

De Muur 31De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

De ondertitel zegt veel. “Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen”. Al veel vaker heb ik het hier beweerd, wielrennen is in mijn ogen de geschiktste sport om over te schrijven. Ik doe mijn best om een leuke verzameling aan te leggen. Ik red het op drie planken op het moment van schrijven. Na het lezen van dit boek ben ik er echter van overtuigd dat ik een verloren strijd aan het vechten ben. Van den Boogaard heeft vele mooie boeken gevonden, daar prachtig over geschreven en ik besef dat ik nooit zelfs maar een redelijke collectie wielerboeken zal hebben.

Andersom kan ik ook blij zijn dat ik nu weer een hele lijst titels heb gevonden waarvan ik weet dat ik ze ooit wil bezitten en lezen. Want ook in deze uitgave van De Muur kwam de auteur al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is compleet te zijn, dat er te veel goede wielerboeken (en nog meer slechte) zijn verschenen om een goed overzicht te geven.

Toch is ondanks alle onmogelijkheden Van den Boogaard er in geslaagd om een prachtig en leesbaar boek te schrijven. Om vele onontdekte pareltjes te vinden, om bekende boeken aan een nieuwe analyse te onderwerpen. Dus zelfs al zou je niet van De Muur houden, dan nog is deze uitgave een must voor de sportliteratuurverzamelaar. Als catalogus. Als referentiekader. Als inspiratiebron. Of gewoon omdat het leuk is om te lezen.

Citaat: “En zo kunnen onwetenden altijd blijven beweren dat het feuilleton dat journalist en schrijver Marquez in 1955 wijdde aan de Colombiaanse wielrenner Ramon Hoyos niet veel meer was dan een aanstekelijk goed geschreven biografie. Daarvoor zijn het tenslotte onwetenden. Alle anderen begrijpen dat Hoyos, net als vele Colombiaanse renners in de jaren vijftig, een in de werkelijkheid rond pedalerende romanpersonage was. Je moet het willen zien. En Marquez deed dat.” (p.128)

Nummer: 11-023
Titel: De Muur 31 – Slipstroom
Auteur: Arthur van den Boogaard
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 240 (7087)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 978-90-204-1203-1

Meer De Muur:
29 28 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1


dinsdag, 10 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, katja schuurman, kees van beijnum, lezen, film, geschiedenis, en meer.

Kees van Beijnum - De oesters van Nam keeKees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Het is tragisch dat een boek herinnerd wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.

Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde ‘lijster’, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.

En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.

Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.

Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.

En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.

Citaat: “Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)

Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1

Meer:
Site van Beijnum
Liefst 51 boekverslagen op scholieren.com
Film op IMDB


maandag, 9 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Goed voornemen 1: meer lezen

Na het verslagje over het toch wel enigszins bedroevende aantal boeken dat ik vorig jaar gelezen heb, wordt het tijd om mezelf eens aan het werk te zetten. Ik geloof niet in wonderen, dus ik ga mezelf niet vragen een boek per week te lezen. Nee, ik ga mezelf voor de verandering eens een haalbaar doel stellen. Vijfentwintig boeken. Concreet maken schijnt ook te helpen, dus here goes:

  1. Inheritance – Christopher Paolini. Omdat ik er al in bezig ben, en omdat ik de serie graag wil uitlezen.
  2. The Tiger’s Wife – Tea Obreht. Ik heb veel positiefs gelezen over dit boek waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet waar het over gaat. Ja, iets met Joegslavië en een tijger.
  3. Step across this line – Salman Rushdie. Non-fictie waar ik al een groot deel van heb gelezen, verzameling essays en artikelen waarvan ik om een of andere onverklaarbare reden nooit het eind heb gehaald, en dat terwijl ik Rushdie echt een genie vind. (Al was het alleen maar vanwege zijn zinnen tussen haakjes.)
  4. Conversations with Salman Rushdie – Ed. Michael R. Reder. Ik heb het staan, en als ik toch in mijn Rushdie-fase zit kan ik er net zo goed even in blijven hangen.
  5. A New World Order – Caryl Phillips. Omdat ik The Nature of Blood een heel goed boek vond en benieuwd ben naar wat Phillips te zeggen heeft over het werk van anderen.
  6. The Post-colonial Exotic. Marketing the Margins. – Graham Huggan. Heeft mijn denken over de wereld zelfs veranderd terwijl ik alleen de eerste helft gelezen heb. Misschien wordt het eens tijd voor de tweede helft.
  7. Van de Straat naar de Staat - Red. Lucardie & Voerman. Had ik natuurlijk allang gelezen moeten hebben, zoals iedere goede GroenLinkser.
  8. Moral Politics. How liberals and conservatives think. – Omdat Don’t think of an elephant eigenlijk de Moral Politics voor dummies is.
  9. The Assault on Reason. How the Politics of Fear, Secrecy and Blind Faith Subvert Wise Decision-Making, Degrade Democracy and Imperil America and the World - Al Gore. Al was het alleen maar omdat het een van de langste ondertitels heeft van alle boeken in mijn kasten.
  10. Either/Or. A Fragment of Life. - S. Kierkegaard. Existentialisme trekt me. Als dit bevalt, schrap ik misschien wel wat dingen van deze lijst ten gunste van meer deprimerende boeken over hoe het leven geen zin heeft.
  11. A Glossary of Literary Terms - Ed. M.H. Abrams. Ik ben veel te veel vergeten van mijn studie en merk dat ik soms minder goed onder woorden kan brengen wat ik zie in een boek, en ook dat ik het minder scherp kan analyseren dan eerst. Tijd om weer even op te frissen.
  12. The Idea of the Postmodern. A History. – Hans Bertens. Staat al veel te lang ongelezen in mijn kast en wil ik ook lezen om dezelfde reden als nummer 11. Er weer een beetje in komen.
  13. Regeneration - Pat Barker. Me ooit aangeraden door iemand, maar staat er maar te staan.
  14. Diary of a Good Year – J.M. Coetzee. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk en ik heb het grootste deel ervan gelezen, maar dit nog niet.
  15. Summertime - J.M. Coetzee. Idem.
  16. Broken Verses - Kamila Shamsie. Omdat ik Kartography, van dezelfde auteur, met veel plezier gelezen heb.
  17. De Avonden - Gerard Reve. Ik ben er in bezig en het wil niet erg vlotten, maar ik vind dat het toch wel moet.
  18. A Short History of Tractors in Ukranian. - Marina Lewycka. Zonder goede reden. Het klonk amusant.
  19. The Crying of Lot 49 - Thomas Pynchon. Ik heb mijn schooljaren vlot doorlopen en omdat ik vergeleken met anderen dus erg jong was, heb ik nogal eens het gevoel dat ik misschien wel veel geleerd heb, maar er weinig van begrepen. Dit boekje heb ik volgens mij in het eerste jaar van mijn studie al moeten lezen en ik heb er weinig van begrepen – zoveel had ik toen ook al door. Vorig jaar deed ik een poging het opnieuw te lezen, maar het leest niet soepel en vanwege de negatieve herinnering staat het me tegen. Maar het moet en zal.
  20. A History of Reading - Alberto Manguel. Door de jaren heb ik dit boek meerdere malen horen noemen door mensen en toevallig kwam ik het pas voordelig tegen. Ik kon het niet laten liggen.
  21. True Brits. A Tour of 21st Century Britain in all its Bog-Snorkelling, Gurning and Cheese-Rolling Glory. - J.R. Daeschner. Ooit eens aan begonnen, halverwege gestrand. (Ik maak altijd af waar…). Hoe dan ook, het is redelijk geniaal omdat het gaat over bizarre ‘sporten’. Het is een beetje in de categorie reisboeken van Bryson, maar dan met een paar biertjes extra.
  22. A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson. Misschien wordt het nog wat met me als ik dat lees.  Misschien win ik dan zelfs nog een keer een slechte tv-quiz.
  23. The Satanic Verses - Salman Rushdie. Eigenlijk doe ik niet aan hypes, maar hij is ondertussen wel een beetje overgewaaid. Toch maar eens lezen. 
  24. Timequake – Kurt Vonnegut. Vonnegut heeft rare humor, daar hou ik wel van. Na Cat’s Cradle, Slaughterhouse-5, Slapstick or Lonesome no more en A Man without a Country wordt het tijd om het laatste ongelezen boek van Vonnegut in mijn kast eens te lezen. (En dan natuurlijk weer andere boeken van ‘m kopen).
  25. De waarheid houdt van vrolijke gezichten - Marijke Höweler. Ook weer zo’n boek wat ik maar half… Ook omdat ik het niet leuk vond, in tegenstelling tot Höwelers Dagen als gras en vooral Van geluk gesproken, dat ik iedereen van harte aanraad. Maar toch moet ook dit boek echt een keer uit.

Een van de problemen die ik heb bij het lezen, is dat als ik een boek uit heb en weer een nieuw boek moet kiezen om op te pakken, ik niet kan kiezen. En zo eindig ik dan halverwege in vier boeken tegelijk. Staat mijn kast op een gegeven moment weer vol boeken met boekenleggers halverwege, geen gezicht. En alles voor niets gelezen, want als je verder wilt gaan weet je niet meer wat er in de eerste helft gebeurd is en kun je weer opnieuw beginnen.

Hopelijk helpt deze lijst, nu ik al heb bedacht wat ik wil lezen. Kan ik hooguit nog in vijfentwintig boeken tegelijk beginnen.


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Revolutionaire technologie

In boekennieuws, gerbie kijkt youtube, boeken, youtube, concept, filmpje, spaans, begrijpen, nieuw.

Gerbie kijkt YouTube 063

Ik weet dat de meerderheid van u geen Spaans spreekt. Toch is het filmpje niet al te moeilijk te begrijpen.

Een geheel nieuw concept. Een boek.


dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, coalitie, compassie, amerika, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, hard gras, lezen, marcel van roosmalen, vitesse, voetbal, en meer.

Hard Gras 78Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

Ik had me voorgenomen dit jaar slechts dikke boeken te lezen. Een pagina of 300 is toch wel het minimum. Maar dan valt de laatste aflevering van Hard Gras in de bus. Marcel van Roosmalen, geweldige schrijver, had precies gedaan wat velen hoopten. Schrijven over Vitesse. En wat kun je je als volger nu meer wensen dan een jaar bij een club als Vitesse.

In 2006 verscheen ‘Je hebt het niet van mij’, deel 48 van Hard Gras, waarin hij voor het eerst zijn clubje volgt. Ontluisterend. Een profclub waar dingen gebeuren waar een amateurclub zich voor zou schamen. In deel 66 volgt deel twee. Nog steeds goed, maar minder origineel. Kan ook niet anders. Daarmee zou het klaar moeten zijn, het Swiebertje effect moest vermeden worden.

Maar dan staat er ineens een Georgische zakenman in Arnhem die de club gekocht blijkt te hebben en binnen drie jaar kampioen van Nederland wil zijn en Europa in wil met de club. Natuurlijk moet er dan een nieuw boek komen. En wie kun je dan beter vragen dan van Roosmalen?

Toch heeft het ook een nadeel: men kent de schrijver ondertussen goed bij de club. Hij kan niet meer zo ongestoord zijn gang gaan als de eerste keer. Er gebeurt tegelijkertijd zo veel, dat het voor een eenzame observator bijna onmogelijk is om alles mee te krijgen. Toch is ook deze uitgave van Hard Gras weer geslaagd. Het was bij vlagen ook hilarisch wat er allemaal gebeurde. Daar hoef je als schrijver geen draai aan te geven, geen interpretatie op los te laten. Gewoon opschrijven wat je ziet is genoeg voor schitterende momenten voor de lezer.

Ik heb dan ook weer volop genoten van de hoofdpersonen in dit boek. De megalomane Jordania, de losgeslagen van Leeuwen, de onervaren Ferrer en de vele werknemers die niet wisten wat ze overkwam.

Citaat: “Ik zou liegen als ik zeg dat een transfer naar Vitesse een droom was. Ik kende deze club amper, maar het verhaal en de ambities klonken goed. Het leek me een mooi opstapje naar de Premier League.” (p.96)

Nummer: 11-021
Titel: Hard Gras 78. Geef me nog twee dagen.
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 112 (6527)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 978-90-713-5944-6

Meer Hard Gras:

73 72 71 70 69 68 67 66 65 64 63 62 61 60 59 58 57 56 55 54 53 52 51 50 49 48 47 46 45 44 43 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 31 30 29 28 27 26 25 24 23 22 21 20

Meer van Roosmalen:
Torpedo 1
Op pad met Pim
De Pimmels
Zijn blog
Columns in NRC next
Twitter


vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Boekbespreking: Parels en Proefballonnen

Op 21 december schreef ik voor ArnhemDichtbij een boekrecensie over Parels en Proefballonnen, een decennium Arnhem, van Bob Roelofs.

Het boek van Bob Roelofs, Parels en Proefballonnen,  dat onlangs verscheen verdient in mijn ogen meer aandacht dan het tot nu toe heeft gekregen. Alleen al het feit dat iemand de handschoen oppakt om politiek en maatschappelijk Arnhem te beschrijven verdient complimenten. Het boek is uitgegeven door Jeugdland en de opbrengst van het boek gaat rechtstreeks naar de Stichting Jeugdland, organisator van activiteiten en vakanties voor kinderen in Arnhem.

De Kroniek van Arnhem in het eerste decennium van deze eeuw is onderhoudend, niet in de laatste plaats omdat er vele thema’s zijn om te bespreken. Grote projecten (Stationsgebied, Rijnboog, Stadsblokken/Meinerswijk), kroonjuwelen die zich hebben ontwikkeld tot internationale statuur (Openluchtmuseum, Burgers’ Zoo) of die er nooit zullen komen (Nationaal Historisch Museum, Haven), een kerk die in staat van ontbinding verkeert, de meest tumultueze en hulpbehoevende voetbalclub van Nederland (Vitesse), een politieke duiventil onder de voortdurend bediscussieerde leiding van de enige stabiele factor in de Arnhemse gemeenteraad, burgermoeder Krikke. De titel is prachtig maar redelijk algemeen en mogelijk voor het komende decennium ook weer bruikbaar.Knappend glas en vallende ornamenten is zomaar een suggestie die de afgelopen tien jaar wat explicieter duidt.

De hoeveelheid aan onderwerpen maakt dat de beschrijving vaak summier is of dat thema’s juist helemaal niet aan bod komen. Zo blijft de teloorgang van de Stichting Werk en Scholing, wat toch een politiek heikele kwestie was, onbesproken. Maar het is een respectabel initiatief van Roelofs en zoals gezegd zeker de moeite waard, voor een schamele tien euro die ook nog eens grotendeels naar Stichting Jeugdland gaan.

De tijd gaat overigens snel, het boek eindigt een jaar geleden en intussen lijkt er alweer genoeg materiaal voor een jaarboek 2011 te zijn. Een van de eerste SP-wethouders, Margriet Bleijenberg, heeft binnen een jaar na installatie reeds bedankt voor haar taak, met de financiële problemen bij Arnhem Mode Biënnale dient zich weer een hoofdpijndossier aan, Vitesse heeft wonderwel de weg omhoog alsnog ingezet, een opmerkelijke en bewogen rentree van Martin van Meurs in de gemeenteraad en de meest actuele vraag voor de toekomst is hoe het nu verder moet met de Rijnhal.

Ik heb me eerder al eens uitgesproken voor meer Arnhemse politieke geschiedschrijving. Het kan niet zo zijn dat we het tot in de eeuwigheid moeten doen met alleen Gerard v Westerloo, die eind jaren tachtig een periode in de Arnhemse politiek besprak in Niet spreken met de bestuurder. Het wordt ook tijd voor een politieke biografie van een nestor, en aangezien Van Meurs daarvoor (nog) niet in aanmerking komt zou het mooi zijn als bijvoorbeeld Dick Tiemens zich hiertoe geroepen zou voelen.

zondag, 18 december 2011

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Energiezuinige woningen

30 november 2011

Het is echt een duurzame dag! Ook op het Duurzaamheids Congres tekent wethouder Bart Eigeman samen met andere partijen een mooi plan. Er is subsidie toegekend voor een Bosch plan om 1500-2000 woningen energiezuinig te maken: Slimme buurten.

Mooi resultaat: geen dikke nota’s, wel actie met partners om op een creatieve wijze resultaat te boeken.

vrijdag, 16 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur”

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, agenda, ajax, amsterdam, apeldoorn, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


donderdag, 8 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Homo emotico

eric leltz

De grote belangstelling voor boeken over "het brein" heeft alles te maken met de trits van crises waar we middenin zitten: de klimaatcrisis, de energiecrisis, de kredietcrisis, de eurocrisis, de landencrisis.

We komen tot het besef dat de huidige economische modellen niet meer voldoen in een snelle, innoverende maar complexe wereld. Deze modellen zijn gebaseerd op groei, efficiency, massa en rendement. Ze stammen uit een (industrieel) tijdperk toen omstandigheden niet zo snel veranderden en hulpbronnen in overvloed aanwezig waren. Vandaar dat essentiële zaken als het uitputten van de aarde en luchtvervuiling nauwelijks een rol spelen in deze modellen. Het draait er enkel om welvaart en dat kan tot gevolg hebben dat een lekkende olietanker in de Golf van Mexico een ramp is voor het milieu maar goed is voor het bruto nationaal product (BNP) van dat land. Het besef dat economie meer is dan welvaart en dat het welzijn van mensen ook een prominente rol mag spelen dringt maar langzaam door. Het gaat dan als het ware niet alleen om het BNP maar ook om het BNG, het bruto nationaal geluk. Niet langer draait de economie alleen om de rationele kant van de mens die streeft naar winstmaximalisatie maar gaat het ook om de emotionele kant en winstoptimalisatie. De "homo economicus" van Plato en de "ik denk dus ik besta" gedachte van Descartes vormen slechts een deel van de economische werkelijkheid.

Pas sinds begin van deze eeuw wordt in de economie meer rekening gehouden met de gevoelsmatige kant van de mens. In 2002 wonnen Kahneman en Tverski de Nobelprijs voor de economie voor hun onderzoek naar intuïtieve besluitvorming. Vooroordelen en emoties spelen een grote rol in de besluitvorming. Daarom moet niet langer de wiskunde met zijn modellen basis zijn voor de economie, maar de psychologie. Freud, met zijn "irrationele drijfveren" en Keynes met zijn "animal spirits" hadden het nog niet zo slecht gezien. Mensen zoeken resultaten die goed genoeg zijn en dat hoeven niet altijd financieel optimale resultaten te zijn.

De opkomst van het denken van de mens als gevoelig wezen in de economie is tevens de tijd van de opkomst van de ICT. Bij uitstek een technisch en wiskundig kader maar dat wel wordt ingezet voor personalisatie en om maatwerk te leveren, waarbij ieder mens zich kan onderscheiden. Dit heeft geleid tot een kennissamenleving en een bijbehorende kenniseconomie. Bij deze economie passen fijnmaziger modellen omdat niet iedereen over een kam kan worden geschoren. Ieder beweegt vanuit een eigen unieke ruimte en maakt van daaruit keuzes. Het maakt dan nieuwsgierig naar door welke prikkels deze "homo emotico" zich laat beïnvloeden en door welke juist niet. En dan is inzicht in de diepere drijfveren, waarom maakt iemand een keuze, relevanter dan de keuze zelf.



woensdag, 30 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Van Bijsterveldt maskeert met haar gelijk een groter probleem

Met stofzuiger en een soppende doek maak ik samen met andere vaders en (vooral) moeders één keer per jaar het klaslokaal van mijn zoontje grondig schoon. Door het samen te doen zorgen vrijwel alle ouders dat het lokaal het hele schooljaar hygiënisch op orde blijft. Vorige week nam een moeder het initiatief om de klas in Sinterklaas-stijl te versieren. De school had geen geld zodat ouders zelf de handschoen oppakten. Prachtig. Iedereen was trots en blij. Zo wordt de basisschool een dragende gemeenschap waaraan ouders hun steentje bijdragen.     

Ik begrijp onderwijsminister Van Bijsterveldt wel. Ouders moeten hun schoolgaande kinderen meer begeleiden en zelf ook meer betrokken zijn bij de school. Dat schrijft ze vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De CDA-politica verwacht van ouders dat zij de schoolprestaties in de gaten houden en helpen verbeteren en ook meer deel worden van de schoolgemeenschap. ’Het gaat om een mentaliteitsverandering bij alle betrokkenen. De rol van de ouder is te zeer een vergeten rol; veel ouders zijn in een consumentenrol terechtgekomen,’ aldus de minister. En ja, ze heeft groot gelijk.

‘Scholen moeten ouders op hun verantwoordelijkheid aanspreken, maar daar staat ook iets tegenover: de ouders krijgen inzicht in de voortgang die hun kinderen boeken en in de cijfers die ze halen. Ouders en scholen zouden hun afspraken moeten vastleggen in niet-vrijblijvende overeenkomsten,’ aldus de bewindsvrouw. Ik vind dat beslist geen gek idee.

Minister Van Bijsterveldt heeft het gelijk aan haar kant. Een school is meer dan een dienstverlener en vormt een cruciaal onderdeel van de maatschappij waarvoor mensen samen verantwoordelijkheid (moeten) dragen. De prikkels daartoe mogen groter worden. Maar ze maskeert met haar boodschap een groter probleem. Namelijk dat dit kabinet volstrekt onvoldoende wil investeren in het basisonderwijs, denk bijvoorbeeld aan het passend onderwijs. De voorgenomen bezuinigingen in het passend onderwijs krijgen in 2013 een omvang van ruim 300 miljoen euro. De meest kwetsbare leerlingen zijn de dupe.

Op zorgleerlingen en hun begeleiding wordt keihard gekort. Bezuinigingsdrift is sterker dan een doordachte beleidsvisie. Eerst worden de experts het passend onderwijs uitgebonjourd en daarna moeten leerkrachten de bijscholing in om te leren omgaan met zorgleerlingen. Alsof een leerkracht tijd heeft om alle leerlingen aandacht te geven met klassen van dertig kinderen waarvan enkelen beslist extra zorg nodig hebben. Zoals de Algemene Onderwijsbond (AOb) onlangs stelde: ‘We praten over het werk van vele duizenden mensen die zich de afgelopen jaren hard hebben ingezet om zorgleerlingen de kans te geven op een toekomst. Net als het onderwijspersoneel, zullen veel van die zorgleerlingen straks thuis komen te zitten.’

Misschien moet minister Van Bijsterveldt eens laten berekenen hoeveel geld de inzet die ouders nu al tonen op de basisscholen van hun kinderen, de staatskas jaarlijks oplevert. Zou dat forse bedrag niet bestemd kunnen worden voor de zorgleerlingen? Zo wordt solidariteit concreet en tastbaar. De klas schoonmaken, actief zijn als voorleesouder en meedoen in de ouderraad om zo primair de school van je kind te ondersteunen en secundair – collectief via een omslagberekening door het Rijk – ook zorgleerlingen een kans te bieden.

Natuurlijk zijn er ouders die de kantjes eraf lopen. Betrokkenheid van ouders verdient stimulering. Maar denkt de minister de categorie luie en ongeïnteresseerde ouders nu werkelijk met een tour door het land en met een Facebookpagina op andere gedachten te kunnen brengen? Deze campagne is misschien goed bedoeld, maar zou weleens een beledigende kant kunnen hebben. Dan denk ik vooral aan die actieve vaders en moeders van zorgleerlingen die straks in de kou staan.


dinsdag, 22 november 2011

Alice Karen

Alice Karen

Karen

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2011, beheer, boeken, buitenland, financiën, en meer.

null

Vandaag werd ik toevallig twee keer aangeschreven als Karen. Dit was opvallend. Karen is mijn tweede naam.

Karen gaat voor zeven maanden naar Oslo in januari, en daar in vrijheid werken aan een onderzoeksproject, onder eigen beheer van haar financiën, en onder eigen beheer van vrije tijd aldaar. Karen leeft en wordt niet geleefd. Ze heeft de borg over de kamer die ze aangeboden heeft gekregen al betaald, geheel zelf, nadat ze zelfstandig heeft gesolliciteerd naar woonruimte. Over niet al te lange tijd zal ze het enkeltje boeken.

Karen is trots en verliest haar trots niet. Ze is er trots op dat ze het gebeuren in Oslo doorzet. Het is fijn om iets op haar C.V. te kunnen zetten over dat ze een wetenschappelijk onderzoek in het buitenland heeft uitgevoerd in haar studietijd. Het zal een leuke en interessante ervaring worden die ze niet laat bederven door tegenslag.

Karen heeft al het sombere en al haar tegenslag bij Alice in Nederland achtergelaten en begraven wanneer ze naar Oslo vertrekt. Ze wil niet overladen worden met verdriet, een ballast die haar bootje tot zinken zou kunnen brengen. Ze heeft al het water weggepompt in de oceaan, een koude, noordelijke oceaan waarvan ze de organismen zal gaan bestuderen. Karen is vaak vrolijk en haar gemoedstoestand is in rust.

Karen struikelt wel eens, maar staat altijd, altijd weer op. Daar is ze trots op. Door naar Oslo te gaan bevestigt ze dat ze hiertoe in staat is en zelfstandig haar toekomst kan bepalen, een toekomst die het dichtst bij haar echte wil ligt. Ze wil haar wetenschappelijke achtergrond verrijken, maar ziet het vertrek ook als een retraite, om afstand te nemen en orde op zaken te stellen.

Sterker dan ooit zal Karen vanuit Noorwegen naar Nederland terugkeren en zich verenigen met Alice. Ze zal haar warm omhelzen en verzekeren van een goede, glansrijke en liefdevolle toekomst.

Karen laat zich niet stoppen en niet breken. Ze kiest voor zichzelf. Karen houdt van de mensen die haar dit gunnen en geeft om hen. Gedurende haar verblijf in Oslo zal zij met die mensen in contact blijven, omdat zij ze gaat missen. Van de anderen zal ze afstand nemen.

Maar Karen blijft Alice, en Alice blijft Karen. Alice Karen.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Sociale media voor emancipatie

In wijken, emancipatie, historici, informatiesamenleving, sociale media, politiek, arabische lente, bezig, boeken, en meer.

Sociale media is niet de wereldverbeteraar die sommigen er wel eens van maken. In de opvolgende lijn van boeken, boekdrukkunst, telefonie, radio en TV is het gewoon een nieuw medium dat de communicatie helpt. En dan heb ik het over communicatie in technische zin. Want wie er met de ethische of moralistische bril naar kijkt kan al snel tot gesomber vervallen. Zie Geenstijl of Telegraaf.nl, is dan het geluid, dat is toch geen vooruitgang in communicatie? En al die tweets over wie waar is en de onzin waar ze mee bezig zijn. Er zijn bedrijven die met al die informatie goud in handen denken te hebben. Maar er zijn er dus ook, geen bedrijven, die vrezen voor een soort informatie-implosie; door de overdaad berichten, de oneindige menging van bagger met kwaliteit, gaat de informatiesamenleving tenonder. Of iets vergelijkbaars dramatisch. In dit sombere scenario is de informatieconsument een willoos slachtoffer. Een visie die al onhoudbaar is als men bedenkt dat veel van die consumenten ook in een of andere vorm producent zijn. Al is dat, haast ik mij als kanttekening te zeggen, nog steeds wel beduidend een minderheid.  Het gros van de sociale medialen is vooral consument. Zij hebben de macht van de ‘knop’. Die waar Doe Maar al over zong. Zij kunnen vrijuit defrienden en ontvolgen. Ook zij kunnen de stekker eruit trekken, maar met minder gevolgen voor het landsbelang. De vraag is: willen ze dat en wanneer? Of het nu gaat om boeken, radio, TV en telefoon: ze kwamen op, ze groeiden in gebruik, ze werden door sombermensen voorzien van negatieve etiketten, groeiden desondanks, en stabiliseerden op een gegeven moment in gebruik of krompen geleidelijk weer. Zie bijvoorbeeld cijfers van het CBS over jongeren die televisie. Maar goed, dat is kwantiteit. Wat zegt dit over de beleving? Een arige parallel i mischien de cultuur van schotschriften en pamfletten in de 18e eeuw in Nederland. Daar werd toen door tijdgenoten met veel zorgen over gesproken. Nu kan je stellen dat het emanciperend heeft gewerkt in politiek en cultureel opzicht. Er werd identiteit en bewustzijn mee gewonnen. En hebben radio en TV ook niet stimulerend gewerkt op het bewustzijn van de maatschappelijke en politiek-culturele positie? Denk aan de strijd rond de verzuiling en het doorbreken van die schotten. Ook sociale media zal zo een vormend  effect hebben. Het is al enigszins te zien in de Arabische Lente. Waar de digitale saamhorigheid ook burgers aanzette om zelf het heft in handen te nemen. Het is en mooie taak voor de historici en sociologen van de toekomst om de ontwikkelingen  rond sociale media nu in de toekomst te duiden. Ik kijk er naar uit.

maandag, 7 november 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

GroenLinks ledendag in Tweede Kamergebouw

Zaterdag was er een ledendag voor de nieuwe leden van GroenLinks in het Tweede Kamergebouw. Door het grote aantal nieuwe leden waren de halfjaarlijkse rondleidingen niet meer haalbaar en werd er een gehele dag georganiseerd voor maar liefst 600 leden!

De dag was opgedeeld in een ochtendprogramma en een middagprogramma.

De leden werden welkom geheten in de plenaire zaal van de Tweede Kamer:

Adea8EJCIAA9_QKAdfXLG5CEAA9wQ-
Foto's: Jaap de Bruijn

Na de introductie in de plenaire zaal waren er allerlei workshops. Zoals 'hoe ga je in debat?', 'Euro ABC', 'Kijk achter de schermen', etc..

Tijdens de pauzes kregen de leden kans om de standjes te bezoeken van de diverse werkgroepen in de Statenpassage.

Natuurlijk had het promotieteam ook een standje waar we nieuwe leden wierven.

IMG_2580

We wierven nieuwe leden voor het promotieteam en verkochten meteen merchandise voor de webwinkel, zoals sweaters, sjaals, mutsen en boeken.

We hadden een eigen flyer om mensen te interesseren voor het promotieteam:

k3yis

Er was redelijk wat interesse voor het promotieteam:

IMG_2554-2IMG_2556-2

Als promotieteam hebben we niet alleen leden geworven, maar ook meegeholpen bij de ledendag. Leden ontvangen bij de ingang van de Tweede Kamer, bij de infobalie staan, boekjes uitdelen aan mensen bij het verlaten van de Tweede Kamer, etc..

Natuurlijk kon een foto niet ontbreken van de mensen van het promotieteam die zaterdag aanwezig waren:

IMG_2558-2-2
Van links naar rechts: Nelly, Lilith, Joeri, Menno, Renske, Anita en Jeroen

Na het ochtend- en middagprogramma werd er een groepsfoto gemaakt van de aanwezige leden:

4m9iohik4c

Helaas was de dag zo voorbij en was het tijd om op te ruimen.

Wat mij betreft was het een zeer geslaagde dag vol enthousiaste leden! Volgend jaar weer?

zaterdag, 5 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mood Board: Simon Otjes in 2011

Gisteren was ik bij een interessante training georganiseerd door GroenLinks Leiden en Manu Busschots (van Manu Vooru) over jezelf presenteren. Als voorbereiding moest je een mood board maken waarmee je een beeld gaf van wie je bent. Een mooi beeld van mijzelf nu ik net 27 ben geworden.
De basis van het beeld is de sky line van New York vanuit Central Park. Aan de meest linkerkant zie je een aantal dingen die te maken hebben met filosofie. Een grote stapel van filosofische boeken. Daarnaast staat het vrijheidsbeeld (ook uit New York) en een beeld van Marx (uit Berlijn). Filosofisch sta ik een vrijheidslievende linkse traditie. Dat betekent dat ik schatplichting ben aan de Amerikaanse liberale traditie en de Europese socialistische traditie.

In het midden staan een aantal dingen die te maken hebben met een politieke interesse. De grote poster van GroenLinks, de partij waar ik nu het bijzonder geluk voor heb om te mogen werken. De PSP-poster staat voor mijn interesse in politieke en partijgeschiedenis. The United States House of Congress voor mijn interesse in vergelijkende en parlementaire politiek. Het Europese vlaggetje voor Europese politiek.

Aan de rechterkant staat het academiegebouw van de Universiteit Leiden. Ik heb de laatste drie jaar aan een proefschrift gewerkt dat ik hoop daar volgend jaar te mogen verdedigen. Boven het academiegebouw staat een Mac: veel van mijn wetenschappelijk werk speelt zich af op een computer. Gelukkig is dat vaak een mac.

In de skyline zijn nog drie andere dingen te zien waar ik me mee bezig hou. Het kleine windmolentje staat voor het zelf verantwoordelijk nemen voor mijn groene idealen door iedere dag na te denken over de keuzes die je maakt voor eerste levensbehoeften als eten en energie. Het kleine ruimtescheepje (de USS Defiant uit Star Trek Deep Space Nine) staat voor mijn interesse in science fiction. De andere gebouwen uit de New Yorkse sky line voor mijn fascinatie voor architectuur, industrial design en moderne kunst.

De skyline van New York is niet willekeurig gekozen. Ik was hier een jaar geleden op huwelijksreis met mijn man. We wilden graag naar New York omdat dit een echte wereldstad is. Een stad die altijd leeft, nooit slaapt, waar altijd wat gebeurt. Zo is mijn leven ook: ik kan niet stoppen met nadenken, nieuwe dingen beginnen, lezen en schrijven. Gelukkig is er New York Central Park, een prachtig rustpunt in die levendige stad. Tijdens ons verblijf in New York lagen we graag in het gras Central Park. En zo voelt mijn relatie met mijn man ook. Een rustpunt in mijn altijd hectische leven.

woensdag, 2 november 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Die Grieken, de euro en het rad voor ogen…

In banken, begroting, begrotingstekort, boeken, burger, burgers, cijfers, crisis, delen, en meer.
We hebben het maar steeds over Die Grieken, die boven hun stand hebben geleefd en de kluit hebben belazerd. Het is een manier om de crisis onder woorden te brengen. Wie het zo zegt kan alleen maar boos zijn op Die Grieken. Maar zo draaien we ons natuurlijk een rad voor ogen.

Als Griekenland een Nederlandse burger zou zijn geweest, had hij al jaren geregistreerd gestaan in Tiel . Geen bank had hem nog geld geleend, want naar dat geld had je kunnen fluiten. Maar voor landen is dat anders. De banken hebben er op gegokt dat Europa wel garant zou staan. Europa kan immers weinig anders. Als Griekenland zijn schuldaflossing staakt, vallen Europese banken om. En na het faillissement van Lehman lijkt de theorie wel te zijn dat iedere bank een systeembank is, waarvan we het ons niet kunnen veroorloven dat die omvalt.

Maar als Europa weet dat het de rekening betaalt, waarom greep het dan niet in? Toen de euro werd ingevoerd zijn er geen goede afspraken gemaakt over hoe landen om moeten gaan met begrotingstekorten en staatsschulden. Natuurlijk, het begrotingstekort mag niet hoger zijn dan 3% en de staatsschuld niet hoger dan 60% van het Bruto Nationaal Produkt. Maar wat te doen als een land zich daar niet aan houdt? De politici die de euro invoerden durfden hun burgers niet te vertellen dat het voordeel van de euro ook zou moeten betekenen dat Europa wat over de begroting van individuele landen te zeggen zou krijgen. De halfbakken afspraken die ze wel maakten, werden als eerste geschonden door Duitsland en Frankrijk. En als die het al mogen, dan mag een land met een dwerg-economie als Griekenland het natuurlijk ook. Maar de kruik gaat net zo lang te water tot ze barst, dus nu is Griekenland feitelijk failliet en moet Europa de banken redden die ondanks de virtuele registratie in Tiel, toch geld bleven lenen aan Griekenland.

Maar is dat wel redelijk? Hadden die Grieken de boel dan niet geflest, toen ze zich met opgepoetste cijfers de euro in sjoemelden? Zeker. Maar wie heeft ze daarbij geholpen? Goldman Sachs, die de toenmalige Griekse regering maar wat graag hielp om de boeken op te leuken . En een paar jaar later heel goed wist dat je niet moest investeren in Griekse banken.

Maar zelfs dan. Als er geen Tiel is voor landen, dan moet je als bank natuurlijk zelf een beetje opletten. En voor Europa geldt hetzelfde. Maar banken vonden het wel lekker om geld uit te lenen aan Griekenland omdat ze er op rekenden dat Europa feitelijk garant stond. En Europese politici vertelden hun kiezers liever niet dat Europa betekent dat landen elkaars souvereiniteit delen. En dat dat een goed idee was, omdat het vrede en welvaart oplevert.

Dus laten we ophouden met het steeds over die Grieken te hebben. Wat we nodig hebben is minder banken en meer Europa. Daar moest het maar eens over gaan!

dinsdag, 1 november 2011

Mirella van Leeuwen

Mirella van Leeuwen

Nog eens stapel.

In boeken, links, website, mail.
Gisteravond kreeg ik een mail van een student.  Hij vroeg mij of ik hem kon overtuigen dat zijn boeken niet vol leugens stonden. Er stond mij niets anders te doen dan te zeggen dat ik dat niet...

[[ This is a content summary only. Visit my website for full links, other content, and more! ]]

maandag, 31 oktober 2011

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Dawn French – A tiny bit marvellous

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken, boeken 2011, boekrecensie, dawn french, groot-brittannië, humor, lezen, en meer.

Dawn FrenchDawn French – A tiny bit marvellous

Vorig jaar op mijn verjaardag gekregen, van mijn zusje, zoals veel goede boeken in mijn kast. Tien maanden later zie ik ineens dat de Nederlandse vertaling uitkomt. Moet ik het boek vrij ‘vers’ hebben ontvangen. Nu is een boek van French geen verrassende keuze. Mijn gevoel voor humor heeft veel te maken met de Engelse serie ‘Comic Strip’ (IMDB). Indirect is Monty Python natuurlijk de grondlegger, maar ik bestond nog niet eens toen die serie voor het eerst te zien was.

Maar de makers van Comic Strip Presents, een serie die in Nederland nooit echt aansloeg, zijn ook de mensen in en achter The Young Ones, Bottom, Absolutely Fabulous, A bit of Fry and Laurie, The Vicar of Dibley en vele andere goede Britse komedies. Grappig om te zien dat velen sindsdien ook boeken hebben geschreven. Stephen Fry en Ben Elton zijn tegenwoordig zelfs meer schrijver dan wat anders, maar ook Adrian Edmonson, Hugh Laurie en Alexei Sayle staan in mijn boekenkast. In dat rijtje staat nu ook Dawn French.

Toch viel dit boek me niet mee. Waar vooral Ben Elton er in slaagt om iets van zijn engagement in zijn romans te verwerken, is het debuut van Dawn French vooral lectuur met niet al te veel diepgang. Sterker nog, het verhaal kwam niet echt op gang, leek af te streven op een stapel papier zonder plot. Gelukkig viel dat gaandeweg toch nog mee, maar ik kan niet echt dolenthousiast worden van dit boek.

Het verwisselen van standpunt werkt weliswaar goed, maar de karakters zijn zo verdomd eendimensionaal dat je na een bladzijde of dertig al kunt voorspellen hoe het volgende hoofdstuk er uit zal zien. Niet verwijtbaar, maar het is wel te zien dat French vooral schreef voor sketches. De ‘cast’ is een verzameling extreme stereotypes. De homofiele intellectuele zoon (“I merely breathe. I do not live a life worth living”). De opstandige tienerdochter (“I know I’m supposed to like be revising ‘n’ shizz but it’s not my fault Mum took me to see the nurse just before exams.”) en de onzekere van binnen maar zeker naar buiten toe moeder, tevens psycholoog, maar ondertussen begrijpt ze haar eigen kinderen niet (“Surely I am not replacing my ever-diminishing relationship with my own adolescents with an equally challenging injection of youth in the form of a young lover?”). De anderen in het boek zijn bijrollen, zelfs ‘Dad’ komt pas in hoofdstuk 74 voor het eerst aan het woord. De belangrijkste bijrol is er voor de jonge stagiaire uit Nieuw Zeeland van moeders, die de nodige avances moet zien te ontwijken.

Het verhaal is dus niet al te diep. De karakters eendimensionaal en de plot erg mager. Ondanks dat alles is dit geen vervelend boek om te lezen. Daarvoor heeft French te veel humor, te veel zelfspot. Zo lang er maar geen literatuur wordt verwacht, geen boodschap, geen diepere betekenis, dan kun je een paar aangename uurtjes doorbrengen met dit boek.

Citaat: “I just so love my new puppy? I’ve decided to call him Elvis coz he’s like so huge and black. Like the real Elvis was. Dad like laughed his head off when I told him that.” (p. 279)

Nummer: 11-020
Titel: A tiny bit marvellous
Auteur: Dawn French
Taal: Engels (UK)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 338 (6415)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-0-718-15605-3

Meer French:
Comic Strip Presents
Dawn French (IMDB)
Dawn French (Wikipedia)
French and Saunders
Interview (Telegraph)
Recensie (Metro)
YouTube interview:


woensdag, 26 oktober 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Kleinschaligheid

In kort, energie, belangrijk, delen, downloaden, gratis, internet, macht, mensen, en meer.

Er komen steeds meer ZZP’ers, mensen willen graag hun eigen kennis en kunde te gelde maken zonder naar de pijpen van dure leidinggevenden zonder toegevoegde waarde te moeten dansen.

Grote thuiszorginstellingen worden in steeds meer plaatsen ingehaald door buurtzorg, kleinschalige organisaties waar thuiszorgers – verpleegkundigen- volgens zelf in teams gemaakte roosters mensen verzorgen en verplegen. Niks onpersoonlijke organisatie met een geldverslindende directeur.

Voor de kleine ondernemer die zich wil verzekeren tegen ziektekosten is er het broodfonds, gebaseerd op solidariteit. Iedereen stort in een pot en als iemand door ziekte geld nodig heeft, doet hij een beroep op deze spaarpot. De deelnemers die een pot delen kennen elkaar allemaal. Weg geldbeleggende, winstmakende en zakkenvullende verzekering.

Wetenschappelijke boeken zijn steeds vaker kosteloos te downloaden, steeds meer kennis komt gratis beschikbaar via internet. Energie van de zon kan gratis uit de lucht worden geplukt.

De macht van de markt neemt af. Geld wordt veel minder belangrijk. Misschien is dit de nieuwe weg: niet groot denken maar juist klein, heeeeel klein.

zaterdag, 22 oktober 2011

René van Engelen

René van Engelen

Youtube

Papendrechtse schrijvers

In papendrechtse schrijvers, bibliotheek, boeken, gedichten, leuk, nieuw.


Wat leuk vandaag! Open dag in onze eigen bibliotheek. Met een flink aantal Papendrechtse schrijvers waren we vertegenwoordigd. Zat ik daar zomaar met mijn boeken naast Gouden Griffel winnares Leonie Kooiker ('Het malle ding van bobbistiek'). Dat leverde een leuk gesprek op. Kijk ook eens op www.leoniekooiker.nl.
Zomaar een leuk nieuw talent: Francesco Daniel. Nog niet eens volwassen en schrijft al gedichten. Daarbij kan hij geweldig illustreren. Zijn boekje 'Almas del silencio' heb ik gelijk gekocht. Kijk eens op www.fracescodaniel.com
Veel leesplezier allemaal....het leven is vurrukuluk (het 'Nederland leest' geschenk van Remco Campert, heb ik al in de boekenkast staan).

vrijdag, 21 oktober 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Vier boeken

In literatuur, oost-europa, angst, auto, boeken, homo, roman, dood, gedichten.

Welke vier boeken zou u meenemen als u in een koude winternacht zou worden opgehaald voor een lang, onvrijwillig verblijf in een werkkamp of een gevangenis? Van mij vergt die vraag eerlijk gezegd te veel inlevingsvermogen.

Het overkwam de Duits-Roemeense dichter Oskar Pastior wel. In januari 1945 moest hij zijn koffer pakken, omdat hij als zeventienjarige jongen op de lijst van de Russen stond om naar een werkkamp in Stalins Sovjetunie gestuurd te worden. Als Roemeen van Duitse komaf moest hij voor “herstelbetaling” zorgen.

Onderin een oude grammofoonkist legde hij de Faust van Goethe, de Zarathustra van Nietzsche, een dunne dichtbundel van de Oostenrijkse Heimatdichter (maar ook nazi-poëet) Joseph Weinheber en een bloemlezing met gedichten uit acht eeuwen. “Geen romans, want die lees je een keer en dan nooit weer”. Bovenop de vier boeken kwam allerlei noodzakelijk gerei: van scheerkwast tot nagelschaar.

De beschrijving komt niet direct van Oskar Pastior. Ze staat in de roman Atemschaukel van Herta Müller, de Nobelprijswinnares van 2009. Dat boek is zwaar gebaseerd op Pastiors levensverhaal. In lange gesprekken vertelde hij Müller over de kou, de angst, de pijn, de honger en alle andere ellende in het werkkamp, waarin hij vijf jaar werd afgebeuld. En over zijn verborgen homosexualiteit, die hem de kop zou hebben gekost als ze bekend zou zijn geworden. Hij vertelde haar alles.

Nou ja, bijna alles. Vorig jaar, vier jaar na zijn dood in 2006, werd ontdekt dat Pastior onder de schuilnaam “Otto Stein” van 1961 tot 1968 informant voor de Roemeense geheime dienst Securitate was geweest. Nadat hij overigens in de vijf jaren daarvoor zelf intensief was bespioneerd. In 1968 hield de “samenwerking” op toen Pastior na een reis naar het westen in West-Berlijn asiel vroeg en kreeg. Dat was dus achteraf ook een vlucht uit de klauwen van de Securitate.

Herta Müller was geschokt door de ontdekking, maar voelde ook “medeleven” en “verdriet”. Pastior was kwetsbaar en chantabel als Duitser, homo, dichter en regimecriticus in Roemenë. Jammer vond Müller wel dat hij na 1968 niemand ooit iets had verteld over die zwarte bladzijde uit zijn leven.

Erik de Graaf

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2500 uur (104,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2