dinsdag, 24 januari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

In blog, 3fm, banen, burgemeester, burger, burgervader, cijfers, cohen, college, en meer.

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

zaterdag, 21 januari 2012

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Schlemielig de crisis de schuld geven

In algemeen, crisis, grondaankoop, marc calon, regiovisie, apeldoorn, bleker, burgemeester, burger, en meer.

Waarom zou ik me als inwoner van de gemeente Leek druk maken om een verhaal over grondaankopen in Apeldoorn? Eerst even in het kort het verhaal: Sinds het jaar 2000 heeft Apeldoorn te ambitieus grondaankopen gedaan en dreigt daardoor een scheur in de broek te krijgen die kan oplopen tot 200 miljoen €. Niet geheel onbelangrijk detail daarbij is dat de uitkomst van een raadsonderzoek is dat het college de raad onjuist, onvolledig en te laat heeft geïnformeerd, een politieke doodzonde, en dat de grondaankopen tegen ieder advies vanuit de ambtenaren zou zijn gedaan. De raad van Apeldoorn moet in februari het rapport bespreken en pas dan zullen er conclusies worden getrokken.

Tot zover het verhaal. Dat rapport kwam deze week uit hetgeen aanleiding vormde voor Radio 1 om deskundigen aan het woord te laten. En een van die deskundigen was de burgemeester van Deventer de heer Andries Heidema in zijn hoedanigheid van voorzitter van de VNG Commissie Ruimte en Wonen. Presentatrice Lara Rense voelde hem stevig aan de tand over hoe dit verlies heeft kunnen ontstaan en wat daar nou de oorzaak van was en, aangezien vele Nederlandse gemeenten met een soortgelijk probleem kampen, of er parallellen zijn met Apeldoorn. Met stijgende verbazing heb ik zijn verhaal aan zitten horen. De schuld lag volledig en alleen bij de crisis. En dat is op z'n zachts gezegd knap. Van die crisis zegt menig econoom en financieel expert in een verklaring hoe het de wereld toch zo heeft kunnen verrassen dat ze die "niet hebben zien aankomen".

Natuurlijk is het handigst om de schuld bij de crisis te leggen, dat is immers een ongrijpbaar begrip geworden. Iedereen orakelt daar inmiddels zo hardnekkig over dat het haast een soort indoctrinatie genoemd kan worden. Weet je niet waar iets door veroorzaakt is of wil je het niet benoemen als dat het is, geef de schuld maar aan de crisis, dan gelooft iedereen het. "Tja, de crisis he, wat kun je daar nou aan doen" zo moet de burger maar geloven. Ik snap die lui van de occupy-beweging wel, al wordt daar door menig bestuurder wat lachend tegenaan gekeken. Ja, voor de Bühne trekken we wel een blik begrip los, maar verder doen we er niets mee.

Of er parallellen zijn met problemen bij andere gemeenten? Dat weet ik niet. Wel weet ik dat vele Groninger gemeenten met financiële problemen kampen die veroorzaakt zijn door grondaankopen, min of meer opgelegd vanuit de Regiovisie Groningen-Assen. Een ambitieus programma waarvan de kar indertijd getrokken werd door de gedeputeerde Marc Calon en Henk Bleker. Een TE ambitieus programma. En dat was een aantal jaren geleden al bekend maar volstrekt genegeerd door bestuurders en gemeenteraden (let wel, dit gaat over gemeenten in Groningen, niet over de gemeente Apeldoorn). Niets crisis, hoe graag men dat ook wil laten geloven. De crisis heeft het reeds ontstane probleem wel verder versterkt. Maar was men indertijd realistisch met het voorliggend cijfermateriaal omgegaan dan had er nooit een vertaling kunnen plaatsvinden naar grootschalige grondaankopen. De ambitie van bestuurders in plaats van gezond verstand.

De schuldpositie van Leek is voor een groot deel te danken aan grondaankopen. En misschien in verhouding wel een net zo'n groot probleem als dat in Apeldoorn hetgeen met groot gemak het financieel bankroet  voor Leek in zich kan hebben. Met dank aan de Regiovisie? Nee, met dank aan de bestuurders die zo lijdzaam aan het handje van Marc Calon mee liepen.

vrijdag, 20 januari 2012

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Er zijn

In achterban, burger, dwars, eerste, friesland, grienlinks, groenlinks, groningen, kunst, en meer.
Een belangrijke taak voor een politicus is er zijn. Je moet natuurlijk aanwezig zijn bij de vergaderingen van het orgaan waarin je gekozen bent. Daarnaast moet je acte de présence geven bij je achterban, in de media en bij allerlei organisaties die van belang zijn voor je partij of politieke standpunten.
Soms lijkt het wel of deze aanwezigheid belangrijker is dan het inhoudelijke politieke werk dat je doet. Zo worden politici in de media regelmatig afgerekend op het aantal vergaderingen dat ze hebben gemist, en veel minder op de kwaliteit en effectiviteit van hun daadwerkelijke inbreng.
De roep om aanwezigheid levert voor politici regelmatig dilemma's op. Natuurlijk ben je er bij stemmingen, en bij de vergaderingen die er toe doen. Uitnodigingen om aanwezigheid elders moeten echter wedijveren met het lezen van stukken, het nadenken over en formuleren van vragen, visie en standpunten, het overleggen met mensen die input kunnen geven, en het beroep dat op je wordt gedaan door familie en vrienden, en - voor parttime politici als raadsleden en Eerste Kamerleden- je andere werk.
De kunst is om daar te zijn waar het er toe doet, en er ook te zijn zonder dat je fysiek aanwezig bent.

Waar het er toe doet is voor mij vooral daar waar het politiek strategisch van belang is om een goed netwerk te onderhouden, en bij je achterban; de mensen die je hebben gekozen. Om die reden zal ik blijven proberen om naast de grote landelijke GroenLinks bijeenkomsten regelmatig bijeenkomsten van mijn afdeling, het FemNet en de provincies Groningen en Friesland (waarvoor ik vanuit de EK-fractie contactpersoon ben) te bezoeken. Op dit moment lukt dat goed: vorige week was ik bij de nieuwjaarsbijeenkomst van GrienLinks (Friesland), vanmiddag bij de borrel van Amsterdam-West en morgen bij het quota-debat van FemNet en Dwars.
Verder ga ik wel naar een lezing van de Raad voor de Rechtspraak; maar niet naar een diner van de Goede Doelen loterij. Af en toe naar debatten van maatschappelijke organisaties of studentenverenigingen, maar lang niet zo vaak als ik word uitgenodigd. Er moeten immers ook stukken gelezen en inbrengen geschreven worden.

Er zijn is echter meer dan fysieke aanwezigheid. Er zijn is ook: aandacht hebben en benaderbaar zijn. Dat probeer ik zoveel mogelijk te doen en te zijn. Niet door iedere e-mail van iedere ontevreden burger te beantwoorden; wel door in te gaan op meer politieke vragen en suggesties op de onderwerpen die in mijn portefeuille zitten.

Beschikbare tijd zal altijd een belemmering blijven, maar ik probeer er te zijn. Ik ben in ieder geval hier: mdeboer@groenlinks.nl en op twitter: @margreetdeboer. Voor al uw uitnodigingen, vragen en suggesties, die ik in ieder geval zal lezen, en waar ik mogelijk op in zal gaan.

donderdag, 19 januari 2012

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Als een boer met kiespijn: de vrije tandartstarieven

In bezuinigingen, kabinet rutte, sociaal, zorg, edith schippers, mondverzorging, vrije tandartstarieven, beleid, buitenland, en meer.

Sinds het begin van het nieuwe jaar mogen tandartsen in heel Nederland vrije tarieven hanteren voor alle behandelingen binnen de mondverzorging. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid mogen ze daarvoor hartelijk bedanken. Vanuit het volk zal het aantal steunbetuigingen echter beduidend minder zijn. Wij worden immers aanzienlijk de dupe van dit “experiment” van het kabinet-Rutte.

Wat wil de minister eigenlijk met haar proefballon bereiken? Belangrijke doelen zijn dat de serviceverlening verbetert, er innovatie komt en een ruimer assortiment aan producten beschikbaar wordt. Op zich mooie doelen. Maar het zijn niet de enige die Schippers stelt om het experiment te laten slagen. De prijzen mogen niet te veel stijgen, de toegankelijkheid mag niet in het geding komen en er moet een evenwichtige verhouding tussen tandartsen en zorgverzekeraars ontstaan. En precies op deze drie punten falen de vrije tandartstarieven genadeloos.

Het nieuwe beleid creëert namelijk via deze drie voorwaarden nu al, nog niet drie weken na de start ervan, grote problemen. Neem de prijsstijgingen. Twee veelvoorkomende behandelingen van de tandarts zijn het plaatsen van vullingen en het zetten van kronen. Juist deze vormen van verzorging ondervinden nu al duidelijk prijsstijgingen. Zo blijkt uit onderzoek van de Verzekeringssite.nl dat 87% van de tandartsen over het gemiddelde van €38,- heen gaat, dat zorgverzekeraars maximaal vergoeden voor vullingen. Met het plaatsen van kronen gaat het zelfs nog verder. Maar liefst 95% van de gebitspecialisten overschrijdt hier het verzekerde gemiddelde van €236,85. Daar zitten uitschieters bij van €349,- per kroon. In dat geval komt het er dus op neer dat een consument, los van zijn verzekering, uit eigen zak nog eens €112,15 mag bijleggen. Het eerste probleem is dus een feit: er vinden door de vrije tandartstarieven onevenredige prijsstijgingen plaats.

Doordat verzekeraars dankzij het nieuwe beleid met maximumvergoedingen kunnen werken, hoeven ze lang niet meer het volle pond te vergoeden. Hierdoor neemt de toegankelijkheid van de mondverzorging zienderogen af, het tweede probleem. Immers, alleen als de behandeling onder de maximumvergoeding blijft óf als de tandarts van dienst een contract met dezelfde van één van de 27 beschikbare zorgverzekeraars als de consument heeft afgesloten, hoeft de consument niet extra te betalen. In veel gevallen komt het er echter dus op neer dat met de forse prijsstijgingen de burger wel meer geld kwijt is. Zeker in economische tijden als dezen verslechtert dit de toegankelijkheid van de tandheelkunde ernstig.

Bij deze twee problemen blijft het echter niet. Het derde grote probleem is dat de vrije tandartstarieven juist averechts werken voor een evenwichtige balans tussen tandartsen en zorgverzekeraars. Zoals ik hierboven al aangaf zit het overgrote deel van de tandartsen (soms ver) boven de maximumvergoeding van de zorgverzekeraar. Hierdoor groeien de reële prijs en de vergoede prijs steeds meer uit elkaar. In plaats van een balans ontstaat er dus een wanverhouding.

Al binnen drie weken tijd blijk het proefkonijntje van Schippers dus in feite een faalhaas te zijn. De problemen zijn namelijk inherent aan het nieuwe beleid. Door de vrijgave van de tarieven hebben tandartsen vrij spel gekregen en kunnen ze onbelemmerd de prijzen verhogen. De instelling van de minister dat “de tandartsen en de zorgverzekeraars zelf tot een oplossing moeten komen”, is dan ook onthutsend en behoorlijk naïef. Geen van beide partijen zal daar economisch of financieel gewin bij hebben. Voordat het beleid werd ingevoerd kon de overheid nog controleren dat de tandartsprijzen in lijn moesten liggen met de vergoedingen van de verzekeraars. Nu is die stok achter de deur weg.

De doeltreffendheid van het nieuwe beleid is dan ook ver te zoeken. De drie genoemde belangrijke voorwaarden om het beleid te laten slagen worden niet gehaald en zullen ook niet gehaald worden. Schippers kan dan ook maar zo snel mogelijk stoppen met haar experimentje. Dat is beter voor de consument en voor de tandarts. Anders zal het, onlangs door Metro aangekaarte, stijgende aantal Nederlanders dat in het goedkope buitenland tandartspraktijken bezoekt nog forser gaan groeien. Ver van huis laten landgenoten dan steeds meer hun mondverzorging uitvoeren, terwijl onze tandartsen verder van huis raken dan met de regulering van tandartsprijzen.



dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, abortus, amerika, analyse, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

vrijdag, 30 december 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Bij de politie

Notities, rapporten, de veiligheidsmonitor, als raadslid is het eigenlijk altijd zo dat je van alles krijgt aangereikt maar eigenlijk alleen maar op papier, of, zoals gelukkig steeds vaker voorkomt, niet op papier maar als digitaal bestand. Hetgeen dan weer mooi aansluit bij het papierloos werken. Maar wat we ook lezen, wat in de praktijk gebeurt proeven we nooit. Wil je dat wel, dan moet je de boer op. En dat doen we te weinig. We praten natuurlijk wel met veel mensen, maar hoe iets echt in de praktijk uitpakt zien we eigenlijk nooit. Dat ligt natuurlijk aan het raadslid zelf. Zo was ik nog nooit echt met de Politie op pad geweest. Dinsdag 27 december was het zover. Een middag/avond-dienst meedraaien met de Politie in Leek, met de wijkagent Martin Tillema op pad.

Jeugd- en jongerenwerk
Vooraf waren we tot de keuze voor de 27e gekomen vanwege de schoolvakanties en het vuurwerk. Het illegale spul dan wel te verstaan, de verkoop van het reguliere goedje is immers pas vanaf de 29e.  Daarnaast lag de nadruk op de jeugd. Leek kende redelijk wat onrustige jaren, van urinerende jeugd bij de Hema, samenscholing in en buiten de Liekeblom tot “gezellige” samenkomsten op Sintmaheerd en het parkeerterrein bij Nienoord. En natuurlijk voorheen het B-cafe, onderdeel van De Oude Ulo, het jongerenwerk, wat later verplaatst is naar de nieuwbouw Punt1. In 2003 bestonden er zelfs nog plannen voor Jongerenplekken, de JOP’s, een initiatief van de PvdA wat zo jammerlijk sneuvelde door een hoog “Not In My BackYard” gehalte bij een inderhaast opgetrommelde groep tegenstanders. Al met al reden genoeg voor mij om nu eens te kijken of er nog jeugdproblematiek was en zo ja op welk terrein.

Redelijk rustig
In mijn beleving is het al weer heel lang rustig wanneer het om jongeren gaat. Ik hoor of zie nauwelijks nog meer iets van ongewenste samenscholingen. Af en toe hoor je nog iets van vernielingen, maar of dat nou specifiek aan jongerenoverlast is toe te schrijven waag ik te betwijfelen. Tijdens de surveillance tijdens “mijn dienst” gebeurde er helemaal niets. Geen oproepen over de portofoon, geen meldingen, maar ook nagenoeg geen jongeren op straat. Ja, enkelen, op een bankje bij de Hema en de C1000. Maar slechts 2 of 3 jongeren, en dat kan je toch geen samenscholing noemen, om van overlast maar helemaal te zwijgen.

Vuurwapencontrole
Het beloofde dus een saaie avond te gaan worden. Tenminste, dat dacht ik. Martin Tillema had nog wat een petto: vuurwapencontrole. Na het drama in Alphen a/d Rijn is er door het justitieel apparaat hoog in gezet op o.a. de controle op vergunningen. De details laat ik buiten beschouwing, maar het was goed om te zien hoe dit is opgepakt door de Politie in Leek. Een dergelijke controle een keer meemaken was eigenlijk uitzonderlijk en het laat mooi zien hoe divers de Politietaken zijn. Een dergelijke controle is natuurlijk heel formeel, maar om te zien hoe hartelijk en informeel de Politie ontvangen wordt door de burger is best wel bijzonder.

Drugsoverlast
Waar je tijdens zo’n “rustige” dienst ook tijd voor hebt is eens echt kennis te nemen van wat dan wel problemen zijn die we ons moeten aantrekken wanneer het om de jeugd gaat: Drugs. En dan heb je het niet alleen over de gebruiker maar ook over de verkoper, de dealers. De criminaliteit die rond het onderwerp hangt maakt het dat we hier nog meer en vooral preventief op moeten inzetten. Naast preventie, waaronder samenwerking tussen scholen, politie en gemeente, moeten er echt programma’s komen waardoor dealers echt aangepakt en opgepakt kunnen worden. Als gemeenteraad kun je dat niet van je af laten glijden, juist in een tijd van bezuinigen zal hiervoor extra aandacht moeten komen. We moeten vol blijven inzetten op deze vorm van jongerenproblematiek.

Huisvesting Polen
Een heel ander aandachtspunt tijdens mijn werkbezoek was de huisvesting van Polen. Als raadslid ben ik uiteraard op de hoogte van panden in gemeentelijk bezit als voormalig Hotel Leek. Maar wat speelt er nog meer? En gaat het alleen om werkende Polen, of is er ook sprake van werkelozen die hier wonen?

Nieuwe wijkagent
Binnenkort is er weer genoeg te bespreken in het overleg tussen fractie en steunfractie, maar het zal duidelijk zijn dat het niet blijft bij alleen een verslag van dit werkbezoek. Martin Tillema vertrekt als wijkagent. Hij gaat naar de stad, en ik wens hem daar heel veel succes. Helaas blijft het bij deze ene keer, in gesprek met Martin. Ik heb het als zeer aangenaam ervaren. En voor de stad… jullie krijgen er een prima agent bij! De vervanger van Martin is ook al bekend, Gerrit Faber, nu nog werkzaam in Grootegast maar vanaf Januari in Leek. Ik ga zeer zeker een keer op de koffie bij hem. En het blijft niet bij die ene keer.

Mijn bezoek aan de Politie is waardevol gebleken en ik ben vast van plan om het onderdeel te laten zijn van mijn raadswerk. Een aanrader voor alle raadsleden trouwens.

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

In politiek, terworm - arcus, natuur, heerlen, algemeen, artikel, besluiten, bestemmingsplan, buitenring, en meer.
Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

vrijdag, 23 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

zaterdag, 17 december 2011

Het menu: Doe het lekker zelf!

In het menu, niet op voorpagina, banenplan, cda, recessie, samenleving, vvd, werkloosheid, betalen, en meer.
Nederland zit in een recessie. De werkloosheid schiet los. Op dit moment zitten 455.000 mensen zonder baan. Dat is 5,8 procent van de beroepsbevolking. En wat zegt de minister van sociale zaken, Henk Kamp (VVD): Een baan zoeken? Doe het lekker zelf! Steeds meer mensen voelen de gevolgen van de kredietcrisis in de portemonnee. Het werkloosheidcijfer loopt nog verder op. Het aantal mensen in de bijstand neemt aanzienlijk toe. Volgens het CBS krijgen werkloze huizenbezitters het steeds lastiger, omdat ze de hypotheeklasten niet meer kunnen betalen en hun huis niet kunnen verkopen. En de regering hoopt dat de werkgelegenheid vanzelf aantrekt. Kamp roept werklozen op te verhuizen voor een baan, zich om te scholen naar de zorgsector. Het kabinet legt de verantwoordelijkheid helemaal bij de burger. Het lijkt een klassieke reactie van een VVD-CDA kabinet. Tijdens de eerste twee kabinetten Lubbers van CDA-VVD, tussen 1982-1989, liep het werkloosheidcijfer op tot 800.000. Het financieringstekort werd flink teruggebracht, maar wel over de rug van de werklozen. De werkloosheid moest ook toen vanzelf oplossen. De werkgelegenheid trok pas in de jaren negentig weer aan. Van een kabinet verwacht ik meer visie. Het bewaken van de schatkist is een middel en geen doel. Het moet de samenleving leefbaar houden door het verschil tussen arm en rijk te dempen. Bedenk een andere manier om geld te besparen. En maak een banenplan, zodat mensen hun levensstandaard behouden. Het gebrek aan inventiviteit in Den Haag wordt pijnlijk duidelijk. Dit verdient dit mooie land niet. Het incapabele kabinet moet aftreden en het Binnenhof via de achterdeur verlaten.

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Luie burgers

Wie tegenwoordig wel eens een online discussie leest, zal het zijn opgevallen dat je struikelt over twee nieuwe mythische figuren in de Nederlandse cultuur:  de ‘burger’ en de ‘elite’. Als echte archetypen zijn dit geen bestaande wezens, maar vertegenwoordigen ze bepaalde groepen en emoties. De ‘elite’ is het symbool voor alles wat mis is in [...]

vrijdag, 16 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

In geen categorie, alkmaar, coalitie, ecologie, economie, emotie, evenwicht, heerhugowaard, imago, en meer.

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

In geen categorie, alkmaar, coalitie, ecologie, economie, emotie, evenwicht, heerhugowaard, imago, en meer.

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

zaterdag, 10 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

#9: Niet zomaar opgesloten of het land uit

In dwars, legale mensen, mensenrechten, migratie, sociaal, tolerantie, uitzettingsbeleid, artikel, beleid, en meer.

Het is artikel #9 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): Je mag niet zomaar worden opgesloten, of het land uitgezet. Een prachtig streven van een evenzo prachtig document. De lidstaten van de nieuwbakken Verenigde Naties stelden het werk in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog op. Om precies te zijn op 10 december 1948, vandaag 63 jaar geleden. De misdaden tegen de menselijkheid die plaats hadden gevonden, had de burger wereldwijd doen gruwen. Voortaan dienden de mensenrechten overal op de planeet actief te worden beschermd. Ook Nederland tekende. Maar houdt Nederland zich vandaag de dag nog wel aan de artikelen van het UVRM? Aan de hand van artikel 9 een casestudy.

Samen met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Staten nestelt Nederland zich keer op keer in de kopgroep van naties die andere landen wijst op het UVRM en hen beschuldigt van het verwaarlozen van de mensenrechten binnen hun grenzen. Gelukkig maar, want met de vrijheid en humaniteit is het in landen als Myanmar, Oeganda en Jemen inderdaad bijzonder slecht gesteld. Het is dus goed dat landen elkaar controleren op de uitvoering van het UVRM. De vaak kritische boodschap vanuit Nederland zou echter veel meer waarde hebben, als het zelf het beste jongetje uit de klas zou zijn.

En juist daar komt artikel 9 van het UVRM weer om de hoek kijken. Nogmaals: Je mag niet zomaar opgesloten worden, of het land uitgezetOp het eerste gezicht lijkt Nederland zich netjes aan dit aspect van de verklaring te houden. Elke staatsburger heeft namelijk recht op een eerlijk proces en kan niet zomaar in de gevangenis verdwijnen. Daarnaast zijn er uitgebreide integratie- en uitzetprocedures om migranten, ogenschijnlijk, zo eerlijk mogelijk te beoordelen voor een verblijfsvergunning.

Als we wat dieper in de situatie duiken, blijkt echter dat ook Nederland zelf zich op een betreurenswaardig niveau bevindt, in ieder geval met betrekking tot artikel 9. Laten we het eerste deel van het artikel erbij pakken. Dat zegt dat niemand zomaar opgesloten mag worden. “Zomaar opgesloten worden” moet je interpreteren als opgesloten worden zonder de wet te hebben overtreden of daarvan verdacht te zijn. Wanneer het om asielzoekers gaat die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, mensen die wij alledaags zonder gêne “illegalen” plachten te noemen, vindt het “zomaar opsluiten” op grote schaal plaats. Dat is zelfs staand beleid. Niet voor niets heeft Nederland meerdere detentiecentra waar “illegalen” in worden opgesloten als zij geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Het gaat hierbij echter wel om volwassenen én kinderen die op geen enkele wijze de wet hebben overtreden. Illegaliteit is namelijk nog altijd niet strafbaar. Toch permitteert de Nederlandse staat zich deze mensen maandenlang het daglicht te ontnemen, met per dag slechts spaarzame momenten in de buitenlucht. Kortom, Nederland sluit dus jaarlijks wel degelijk mensen “zomaar” op, zonder dat zij misdrijven of overtredingen hebben gepleegd.

Ook het tweede deel van artikel 9 lapt Nederland aan haar laars. Dat je niet zomaar het land uit mag worden gezet dreigt ons land zelfs op meerdere manieren te gaan schenden. Allereerst verdwijnen de hierboven aangehaalde “illegalen” niet zonder doel in detentie- en uitzetcentra. Van daaruit worden ze namelijk weer uitgezet naar het land van herkomst: vaak landen waar de veiligheids- en leefsituatie uiterst penibel is. Deze mensen worden dus in contrast met het UVRM wel degelijk “zomaar” het land uitgezet. Ze zijn niets strafbaars begaan en worden teruggestuurd naar een land waar hen een zware toekomst wacht. De overheid dreigt het tweede deel van artikel 9 echter nog extremer te overtreden. Serieuze plannen worden door regerings- en gedoogpartijen geopperd om landgenoten met een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit te ontvreemden op het moment dat zij wettelijk de fout ingaan. Wat houdt dit in? Staatsburgers met meerdere nationaliteiten kan in dat geval de Nederlandse nationaliteit “zomaar” ontnomen worden, om vervolgens “zomaar” het land uitgezet te worden.

De omgang met het UVRM door Nederland doet me sterk denken aan een passage in Mark Rutte is lesbisch van Raoul Heertje:

Vervolgens kunnen we zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen. Dan wordt nog veel duidelijker dat wij zijn oké olé olé, wij zij oké olé olé, wij zijn oké, wij zijn oké, wij zijn oké olé olé olé.

Deze mentaliteit heerst inderdaad in Nederland. En veel van de mensenrechten worden inderdaad goed gerespecteerd en uitgevoerd. We mogen onze ogen alleen niet sluiten voor die rechten die wel in het gedrang komen. En artikel 9 is daar een goed voorbeeld van.

Artikel 9 is één van de meest vrijheidgaranderende opnames in het UVRM. Juist dit artikel zorgt ervoor dat mensen niet zonder eerlijke berechting opeens in het gevang kunnen belanden, omdat de staat ze uit de weg wil ruimen. Ook de asielzoekers zonder verblijfvergunning kunnen niet op deze manier door Nederland uit de weg geruimd worden. Pas als Nederland zelf alle opnames in het UVRM juist uitvoert, kunnen we zoals Heertje het noemt “zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen”. Laten we daar hard aan werken.

Dit blog is onderdeel van de blogcyclus van DWARS, GroenLinkse jongeren over de Internationale Dag van de Rechten van de  Mens. De andere blogs zijn te lezen op http://goo.gl/4hHhi.  Dit blog is geschreven in samenwerking met Legale Mensen.


dinsdag, 6 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Kanteling WMO: herstel balans of enkel besparing?

“Kijk, deze lijn zijn onze inkomsten voor de WMO en deze sterk stijgende lijn zijn de geprognosticeerde uitgaven…” Deze stijgende zorgkosten en tekorten op het budget noodzaken de gemeente om kritisch te kijken naar de inzet van middelen. Maar wat staat daarbij voorop? Kwalitatieve zorg of besparen?

Voor Vught heeft sinds de invoering van de WMO continu kwaliteit voorop gestaan. En dat loont zo blijkt uit alle vergelijkende tests. De klanten zijn tevreden en de kwaliteit wordt goed beoordeeld. Die lijn moet worden voortgezet, zeker voor mensen die deze zorg het hardste nodig hebben. Dat het college er nu kiest voor de middelmaat door standaard verordeningen over te nemen, is dan ook teleurstellend. Taakstellend is bij de begroting 2012 alvast een fiks bedrag bezuinigd op de WMO. Een groot deel van deze bezuiniging moet worden opgevangen door “de kanteling”…

Het idee achter de kanteling is dat de overheid teveel taken heeft overgenomen van de burger zelf en deze weer terug moet geven. Op het gebied van de WMO betekent dat, dat mensen met een zorgvraag eerst bij vrienden en familie moeten aankloppen, voordat ze een aanvraag bij de gemeente indienen. Ook betekent het dat ergens recht op hebben, niet altijd betekent dat je het ook nodig hebt en dus moet krijgen. Een gedachte die prima te volgen is, maar makkelijk kan doorslaan in teveel afschuiven naar mensen die deze last niet altijd kunnen dragen.

Het was dan ook pijnlijk om naast de presentatie van de gemeente een vrijwilliger van de seniorenraad uit Boxtel aan het woord te horen. Deze verkondigde bijvoorbeeld doodleuk dat de voedselbank zo’n voorbeeld van de kracht van de samenleving is. Wellicht toont dat eventuele kracht van de samenleving, maar is dat de Vughtse samenleving die we moeten willen? Waarbij je als je het moeilijk hebt moet aankloppen bij de voedselbank en afhankelijk bent van liefdadigheid? Dat is niet mijn ideaal! Deze mensen moeten weten dat ze terug kunnen vallen op onze gezamenlijke solidariteit.

Het teruggeven van verantwoordelijkheden aan de burger, betekent dat er meer wordt gevraagd van mensen om te zorgen voor ouders, buren, vrienden etc. Dat zou logischerwijs samen moeten gaan met een versterking van de professionele ondersteuning van vrijwilligers. Goede hulp door familie en vrienden voorkomt immers duurdere professionele hulp. Dan moet er ook geïnvesteerd worden om te voorkomen dat de vrijwilligers te zwaar worden belast. Dat gebeurt op dit moment al met mantelzorgactiviteiten, maar dat moet geïntensiveerd worden wanneer de taken nog meer verschuiven naar een grotere groep mantelzorgers.

Dat zijn punten die PvdA-GroenLinks bij de bespreking van de nieuwe WMO verordening in het voorjaar zeker zal meewegen in onze overwegingen. De nieuwe verordening mag niet enkel gebaseerd zijn op de wens om te bezuinigen, maar moet dat vangnet blijven bieden aan eenieder die dat echt nodig heeft.

maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, burger, debat, democratie, directe demokratie, e-democratie, politicus, politiek, en meer.

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


woensdag, 30 november 2011

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Ledenraadpleging Burgerinitiatief ‘uit vrije wil’

In partijraad, debat, groenlinks, hulp, hulp bij zelfdoding, oud.

De Partijraadsleden uit Waterland (Bert Wiedemeijer en Vincent Koerse) nodigen alle leden van GroenLinks in de regio Waterland uit voor een debat over het Burgerinitiatief ‘uit vrije wil’. Met dat burgerinitiatief willen de indieners (onder wie oud-minister Els Borst) meer wettelijke ruimte krijgen voor hulp bij zelfdoding. Vincent en Bert nemen de uitkomsten van het debat mee naar de Partijraad, die binnenkort aan de Tweede Kamerfractie advies uitbrengt over dit vraagstuk.

lees verder

zaterdag, 26 november 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Revolutie met recht

In duurzaamheid, duurzame energie, energietransitie, klimaatbeleid, klimaatverandering, mensenrechten, olie, peak oil, recht, en meer.

In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

Deel 1: Energie en oliekrimp

In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

Deel 3: Het falen van de democratie

In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

Deel 4: Revolutie met recht

In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

Mijn commentaar op Revoluite met recht

Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

Klimaatbeleid via de rechtbank

Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

maandag, 21 november 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Europees bestuur naar regio.

In europa, maatschappij, districten, politiek, regio, bestuur, burger, problemen.
Het huidige Europa kampt met een aantal grote problemen als het gaat om het bestuur. Nog teveel wordt Europa vanuit een landelijke bril bekeken en bestuurd. Een benadering vanuit districten met een duidelijke maatschappelijke, culturele en sociaaleconomische samenhang, zal meer recht doen aan Europa en daardoor meer aansprekend kunnen worden voor de burger. Regionale verschillen [...]

maandag, 14 november 2011

Ulbe Spaans

Ulbe Spaans

Twitter

Not inspired …….. stuitend!!

Ik ben zojuist teruggekomen van een bezoekje aan een  ”Inspired by Westland” happening.
U kent dat wel, met een paar honderd man in een theater en dan toegesproken worden.
Hapje, drankje,  filmpje en  jawel  een GROEN MANNETJE………. nogmaals,  u kent dat wel.
Het is tenslotte crisis en ik heb vanuit de begrotingsraad van afgelopen donderdag begrepen van diverse wethouders dat er ingrijpende keuzes moesten worden gemaakt.
Het college en hun vazallen CDA -Westland Verstandig en GBW hebben nadrukkelijk voor deze club gekozen boven het ondersteunen van verenigingen en vakleerkrachten.
Kijk en luister vooral even  naar WOS uitzending gemist van 11-11-2011 dan wordt er  heel veel duidelijk. 
Deze keuze is ; zo hoor ik daar van voorstanders, nadrukkelijk voor u als Westlandse burger gemaakt.
Nogmaals, dit was dus één van de belangrijke ingrijpende keuzes.
Ik vind dat je dan moet bekijken of het ook een rechtvaardige keuze is.
(Het woord “rechtvaardig”  leen ik even van Wethouder Bogaard, het is een  kernwoord uit zijn herijkings-subsidiediscussie )
Niet dat het er enigzins toe doet want deze club heeft afgelopen donderdag van bovengenoemde partijen het groene licht gekregen om tot en met 2015 het lieve sommetje van 400.000 euro PER JAAR uit te geven.
Dus op naar theater de Naald om met eigen oren te vernemen hoe het gemeenschapsgeld; dat zo royaal door CDA -Westland Verstandig en GBW beschikbaar is gesteld, besteed gaat worden.

Na een inleiding en een woordje van Wethouder Arne Weverling kwam Lars Flinkerbusch aan het woord. Hij geeft leiding aan onze Westland Marketing.

Om een lang verhaal kort te maken: “het is mij totaal niet duidelijk waaraan het gemeenschapsgeld besteed gaat worden”.
En ik vind dat stuitend!
Stuitend omdat verenigingen voor een paar honderd euro subsidie tot twee cijfers achter de komma hun aanvraag moeten verantwoorden.
En als je te laat bent ……………………….. helaas.
Er zijn accountantsverklaringen opgevraagd voor een paar honderd euro.
En er is recent een meetlat ontwikkeld waaraan toekomstige subsidieaanvragen getoetst worden. Strenge criteria.

Maar deze club harkt voor miljoenen gemeenschapsgeld binnen en kan niet helder maken wat men nu precies gaat doen en wanneer het doel bereikt is.
Wat te denken van onderstaande doelstellingen van deze Westland marketing club::
“Westland wordt binnen en buiten de sector gezien als de koploper in de Nederlandse glastuinbouwsector”.
Of nog eentje:
“Hoger opgeleiden hebben een  positief beeld van het Westland en weten wat het Westland te bieden heeft op het gebied van wonen ,werken en recreëren.

Hoe meet je bovenstaande doelen?
Het Westland is toch al koploper?
Wat is een positief beeld exact?
Bij hoeveel hoger opgeleiden?
Binnen welke periode moet e.e.a bereikt zijn?
enz. enz. enz.

Waarom is er geen meetlat voor deze club gehanteerd?
Hoe moeten wij als raad straks controleren of  de miljoenen gemeenschapsgeld verantwoord zijn besteed?

Door geen meetbare doelen te hanteren hebben GBW-CDA en Westland Verstandig een blanco cheque afgegeven, een vrijbrief van 400.000 euro per jaar in crisistijd.
Zijn dit de “ingrijpende keuzes” waar Wethouder Duijvestijn (CDA) het over heeft?
Was dit de langdurige afweging waar hij op de WOS over sprak?

Daar waar onze eigen Westlandse verenigingen een miniscule contrôle dienen te ondergaan en langs een meetlat worden afgeschraapt.

Laat ik afsluiten met nog een fraai voorbeeld van het kritiekloos beschikbaar stellen van  miljoenen gemeenschapsgeld. Een na “lange afwegingen gemaakte ingrijpende keuze” aldus het college. 

Hierbij een opmerking uit de notitie:” Strategie Westland Marketing”:

“Voorwaarde voor succes is een breed draagvlak”
Volgens mij kan je dit na de laatste begrotingsraad niet meer met droge ogen beweren.

Ulbe


Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Een ander Europa is nodig.

In economie, europa, maatschappij, democratie, politiek, vrijheid, blog, burger, consumentisme, en meer.
In mijn vorige blog was ik geëindigd met de conclusie dat het verheffingsideaal het heeft afgelegd tegen marktwerking. Welvaart weegt zwaarder dan democratische rechten. De ontwikkeling van de burger op alle lagen, heeft plaats moeten maken voor ongeremd consumentisme. Wat opvalt is dat de politieke leiders in Europa geen van allen het lef hebben om [...]

zondag, 13 november 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Eerste politiek café van de gemeenteraad

polcafe

De raadswerkgroep communicatie hield in het voorjaar een brainstormbijeenkomst met inwoners van Eindhoven om te ontdekken wat er voor nodig was om inwoners meer bij de politiek te betrekken. De conclusie: de politiek moet in gesprek met de burger. Op 2 november deden we een poging tijdens het eerste politieke café georganiseerd door de gemeenteraad.

In een volle zaal van het Stadspaviljoen gingen de raadsleden in debat over twee onderwerpen: sporttarieven en het van Abbemuseum. Dat deze onderwerpen het publiek aanspraken was wel duidelijk: ruim 150 mensen kwamen naar het debat!

Ik heb namens GroenLinks meegedaan aan het debat over het van Abbemuseum. Natuurlijk ging het in het debat veel over het voorstel van de PvdA om het van Abbe meer bezoekers te laten trekken. Hierover schreef ik al eerder een blog. Ook in dit debat heb ik aangegeven dat GroenLinks het wat te kort door de bocht vindt om alleen naar de bezoekersaantallen van het museum te kijken, maar dat we wel vinden dat ook bij het van Abbe gekeken moet worden wat er bezuinigd kan worden. Lastig in het debat was dat er veel vergelijkingen gemaakt werden met bv het schoolzwemmen. Lastig, want het is echt appels met peren vergelijken, maar terecht dat het aan bod kwam in het debat, want zo beleven de inwoners het dus wel.

Al met al kijken we terug op een leuke en leerzame avond. Zeker voor herhaling vatbaar!

zaterdag, 12 november 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Cooperatie Zuidenwind zoekt 500 Duurzame Limburgers

In duurzaam, invloed, cooperatie, participatie, windpark, zuidenwind, campagne, eerste, foto, en meer.
Dit zijn 3 van de bestuursleden van Coöperatie Zuidenwind in Limburg. Ze poseren voor een foto in de eerste promotie campagne van de coöperatie. De coöperatie is  deze zomer opgericht. Ze willen zelf meewerken om meer duurzame energie  op te … Lees verder

vrijdag, 11 november 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Raadsvergadering: Niet vooruitzien in begroting 2012

In de Vughtse begroting 2012 wordt te diep gesneden in de sociale uitgaven en wordt in niet ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen op dit gebied. Dat kan ik de burger niet uitleggen, zelfs het college begreep dat…

Vught moet bezuinigen vertellen we onszelf al anderhalf jaar. Maar alle voorspellingen moeten steeds positief worden bijgesteld. Zo ook in deze begroting. Vught krijgt 2 miljoen meer, dan het college dacht bij de begroting 2011. Toch houdt het college vast aan de bezuinigingstaakstelling. Vught spaart en ziet de bankrekening oplopen tot bijna 11 miljoen in 2015.

Ondertussen wordt hard gesneden in de sociale uitgaven. In totaal bijna 80 procent van de bezuinigingen op de programma’s. Te veel! Nu kan 17 procent van de Vughtse burgers al met enige of grote moeite rondkomen. Dat vanwege rijksbeleid de zorg- en huurtoeslag afneemt en de kosten toenemen is zorgelijk. Dat het Rijk extra taken aan de gemeente geeft met minder geld eveneens. Het kan niet anders dan dat deze stapeling van landelijke en lokale bezuinigingen negatieve effecten voor onze burgers heeft.

Bij de kadernota heeft PvdA-GroenLinks geprobeerd de bezuinigingen op sociale uitgaven te beperken…. Helaas zonder succes. Bij de begroting heb ik namens de fractie voorgesteld een sociaal reparatiefonds in te stellen. Hiermee zou de raad in ieder geval de negatieve effecten voor onze burgers kunnen repareren. Helaas kreeg dit geen steun. Alle fracties spraken uit dat als de nood echt aan de man is er geld wordt gezocht voor armoedebeleid en zorg. Maar ondertussen wordt er nu wel eerst diep in gesneden, zonder te kijken naar de te verwachten toekomstige ontwikkelingen.

Wethouder Wilbert Seuren (D66) stelt dat de gemeente alles in de hand heeft. Op dit moment is er geen reden om extra aanvragen voor bijzondere bijstand of zorg te verwachten. Coalitiepartijen D66 en Gemeentebelangen sloten daar direct op aan. De VVD gaf aan dat de gemeente waarschijnlijk nog flink moet investeren vanwege ontwikkelingen, maar wil er pas over een half jaar over spreken. Het CDA wilde nu alleen extra geld voor armoedebeleid. Andere effecten komen later wel.

Alleen de SP steunde PvdA-GroenLinks in de stelling dat we nu moeten voorzien dat we extra geld nodig gaan hebben voor de zwakkeren in onze samenleving. De gemeente kan niet alle effecten van rijksbeleid repareren, maar wel afzwakken voor degene die dat het meest nodig hebben. ‘Reserveren = vooruitzien’ stelde Saskia Heijboer (VVD) over de N65. Maar duidelijk is dat we sommige zaken wel willen zien en andere liever niet. Voor PvdA-GroenLinks reden om zeker niet in te stemmen met deze begroting.

donderdag, 10 november 2011

John Jorna

John Jorna

Landbouw op het EGP-congres

In europa, bedrijf, bezig, burger, dieren, energie, eu, europese, gelukkig, en meer.

TOEKOMST VOOR DE EUROPESE LANDBOUW

Landbouw zal altijd een zekere mate van marktingrijpen vergen. Er is immers zelden een evenwicht tussen vraag en aanbod. Door de weersomstandigheden, maar bij ons niet zo vaak door ziekten of plagen kan de oogst mislukken met als gevolg hoge prijzen voor de consument, een hoog inkomen voor de boer, die wel een goede oogst heeft en een slecht jaar voor de boer, waarvan de oogst inderdaad slecht is. Het is ook een reden voor de EU zich vanouds met landbouw bezig te houden. Men wil voedselzekerheid voor de Europese burger tegen redelijke prijzen en men wil een gezonde boerenstand, boeren met een gezond bedrijf en een redelijk inkomen. Toch heeft de landbouwpolitiek van de EU voortdurend ongewenste effecten.

Ook GroenLinks heeft zich steeds met landbouw bezig gehouden en vooral in het begin werd de boer vooral als boosdoener gezien, die zorgde voor stank en zijn dieren onder erbarmelijke omstandigheden huisvesting bood. Er was weinig inzicht in de productie-consumptiekolom. Dat is gelukkig verleden tijd. GroenLinks heeft een moderne visie op de landbouw ontwikkeld en daarbij intensief met producenten, consumenten en deskundige organisaties overlegd. Zie hiervoor op de site van GroenLinks het document “De boer is troef” en een document van de Europese Groenen “The agricultural dimension of the New Green Deal”. Over dit alles werd op woensdag, 9 november intensief gediscussieerd in de Europawerkgroep van GroenLinks. Ik geef hieronder een aantal indrukken met mijn eigen commentaar.

In de dialoog tussen boer en burger komt steeds meer de nadruk te liggen op de kwaliteit: Het voedsel moet veilig en gezond zijn, dus zonder resten van bestrijdingsmiddelen, liefst zonder genetische manipulatie en zonder ziektekiemen. Het moet alle voedingsstoffen bevatten, waaraan een mens behoefte heeft. Consumenten letten daar steeds meer op en supermarkten merken dat en spelen er op in. Consumentenorganisaties controleren de producten in de winkels en publiceren erover. Er is een kentering merkbaar, maar een consument moet wel voldoende inkomen hebben om die wat duurdere producten te kunnen aanschaffen. Soms gaan ze naar boerenwinkels, maar als je midden in de stad woont, is dat wat lastig. Boeren geven voorlichting, bijvoorbeeld via open dagen of laten mensen tegen een kleine vergoeding zelf fruit plukken. Consumenten kunnen een boom of een dier adopteren. De nieuwste ontwikkeling is, dat burgers mee werken en mee investeren in een boerenbedrijf, een CSA. Er is een streven merkbaar om stad en ommelanden weer meer tot een zelfvoorzienende eenheid te maken en voedsel niet over duizenden kilometers aan te voeren. Toch kan het ecologisch slim zijn Griekse druiven naar Nederland te brengen  en ze niet meer hier in verwarmde kassen te telen.

Veel boeren houden behoefte aan inkomenssteun. Terecht worden daaraan voorwaarden verbonden. Boeren worden geacht het landschap te onderhouden en te beschermen.  Denk aan houtwallen, weidevogels, akkerranden, geriefhoutbosjes, erfbeplanting, slootkanten, wilgen knotten. Wat mij opvalt bij al die natuurbeschermende maatregelen is, dat handhaven van een evenwicht nooit als doelstelling wordt gehanteerd. Roofdieren (vossen) en roofvogels krijgen zo veel bescherming, dat hun prooidieren gedecimeerd worden. En dan maar klagen, dat de weidevogelstand zo achteruit gaat. De boeren hebben dat dondersgoed in de gaten, drijven de spot met het natuurbeschermingsbeleid en dit alles bevordert niet hun motivatie. Enige herijking lijkt mij verstandig. En kom dan niet aan met het verhaal, dat de natuur zelf voor correctie zorgt in deze zin, dat als alle prooidieren gedecimeerd zijn, de roofdieren vanzelf weer in aantal teruggaan.

Een andere kant van het natuurbesef is, dat natuur vooral opgevat wordt als levende natuur en dat er weinig aandacht is voor de basis van die levende natuur: bodem, moedermateriaal/grondsoort, (micro-)reliëf, helling, hoogteligging, waterhuishouding, (micro-)klimaat, vegetatietype. Als voor deze aspecten geen aandacht is, ondergraaf je de basis voor de biodiversiteit. Maar al deze aspecten hebben ook hun eigen intrinsieke waarde en dan met name allerlei bijzondere vormen in het landschap, waarin de geologische geschiedenis zichtbaar wordt. In Nederland moet vooral veel aandacht zijn voor het microreliëf. De kleine hoogteverschillen van 1 á 2 meter zijn bepalend voor de ontsluiting van het landschap, de bewoning, het kavelpatroon en het agrarisch bodemgebruik. Alles samen bepaalt de bijzondere waarde van een historisch landschap en doet menigeen al fietsend verzuchten: “Wat is Nederland toch mooi!” Dan hebben mensen het over cultuurlandschappen en niet over bos, hei en zandverstuivingen, ook geen echte natuur, maar door de mens bepaald. Wees zuinig op deze “public goods”.

Tenslotte nog iets over biobrandstoffen. Duidelijk is, dat ze in toenemende mate concurreren met voedselgewassen. Zo zorgen ze voor lokale voedseltekorten en in veel gevallen voor hogere voedselprijzen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Mijn idee was altijd, dat het dwaasheid is goed landbouwgrond braak te laten liggen (dus niet vanwege een bepaald landbouwsysteem) om op die manier overproductie  tegen te gaan. Als je dan energie leverende gewassen verbouwt en daarbij zijn geen grote hoeveelheden kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen nodig, dan is dat een zinnige zaak. De opbrengsten vallen vaak tegen. De inspanningen zouden meer gericht moeten zijn op planten, die veel effectiever zonlicht omzetten in chemische energie en daarbij werden algen genoemd. Boeren kunnen met windmolens op hun grond en zonnecellen op de daken, met mestvergisting (biogas) en energieleverende broeikassen ook bijdragen aan een vergroening van de energievoorziening.

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Afscheid van de democratie.

In europa, maatschappij, democratie, politiek, vrijheid, burger, crisis, ondergang, politici, en meer.
Als 1 ding duidelijk is geworden tijdens de huidige eurozone crisis, is dat politici in deze periode maar weinig behoefte hebben aan democratie. De Griekse premier Papandreou gebruikte zelfs de mogelijkheid van een referendum om een politieke beslissing af te dwingen. Bang als politici zijn dat de burger kiest voor zijn ondergang, wordt steeds meer [...]

dinsdag, 8 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Vrijzinnig Paternalisme onder de loep

In groenlinks, liberalisme, paternalisme, politiek, politieke filosofie, agenda, belangrijk, betalen, bundel, en meer.

In hun bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten vijftien denkers voor een herontdekking van het paternalisme door progressief-linkse partijen als GroenLinks. Door het paternalisme vrijzinnig in te vullen kunnen individuele vrijheid en onze collectieve belangen met elkaar verenigd worden. De redacteuren Pels en Van Dijk stellen zo wijziging voor op de liberale koers van Femke Halsema. Het boek mist echter een heldere gedeelde notie van Vrijzinnig Paternalisme. Pels en Van Dijk definieren zelf drie vormen van vrijzinnig paternalisme maar een groot deel van de bijdrages hanteren niet een van deze drie definities van vrijzinnig paternalisme.

Ik definieer in navolging van Claassen paternalisme als het gebruik van overheidsingrijpen die erop gericht zijn om mensen te dwingen iets te doen omdat het in hun eigen belang is. Mensen moeten gestimuleerd worden om de juist keuze maken voor zichzelf. In het klassieke paternalisme behandelt de overheid haar burgers als een ouder zijn kinderen behandelt: hij dwingt ze voor hun eigen bestwil hun boontjes op te eten. De ouder weet het beter. In een strict liberaal perspectief zijn er twee gronden om op te treden: in de eerste plaats als mensen niet autonoom zijn. Kinderen zijn een kernvoorbeeld van niet-autonome wezens. Paternalisme is dan volgens liberalen als Claassen gerechtvaardigd. De tweede reden om als overheid in te grijpen is om de vrijheid van anderen te beschermen: dan is er geen sprake van paternalisme, maar van overheidsingrijpen ten bate van een derde partij. Als je vader voorkomt dat je je broertje stompt is dat geen paternalisme: hij doet het niet ten bate van jou, maar ten bate van je broertje.

Vrijzinnig paternalisme varieert op dit thema. De auteurs stellen drie manieren voor waarop het paternalisme vrijzinnig kan worden ingevuld.

  1. nudges. In navolging van het concept van libertarian paternalism van Sunstein en Thaler pleiten de auteurs ervoor mensen door nudges te stimuleren om de juiste keuze te maken. Een nudge is een aanpassing van de manier waarop keuzes gepresenteerd worden. In tegenstelling tot klassiek paternalisme is er geen sprake van dwang. Sunstein en Thaler gaan ervanuit dat mensen niet rationeel beslissen. Marktwerking is geen instrument dat past bij Sunstein en Thaler.
  2. Je kan de overheid vervangen door de democratische gemeenschap. Hun paternalisme is vrijzinnig omdat wat “de juiste keuze” is, open is voor democratische deliberatie. In hun bijdrage pleiten Swierstra en Tonkens ervoor om mensen te binden aan normen die door democratische deliberatie zijn vastgesteld.
  3. Je kan “omdat het in hun eigen belang is” ook vervangen door “wat noodzakelijk is om autonoom in een open samenleving te functioneren” Mensen worden niet als autonome wezens geboren, maar moeten worden opgevoed om zelf-sturend te zijn. Kinderen moeten opgevoed tot burgers. Ik heb dit paternalisme omwille van het liberalisme genoemd.

De simpele vraag die ik hier wil beantwoorden is of de overige tien bijdragen behoren tot een van deze drie varianten van vrijzinnig paternalisme. Is er sprake van overheidsingrijpen dat erop gericht is mensen te dwingen dan wel te nudgen om in hun eigen belangte handelen, waarbij dat eigen belang al dan niet democratisch is gedefinieerd dan wel noodzakelijk is voor autonomie.  Ik zal hier kort de bijdragen doornemen. Hiermee doe ik altijd de complexiteit van de bijdrage tekort, maar de grote lijn is vaak genoeg voor deze toets.

Hoe vrijzinnig paternalistisch zijn de bijdragen?

De eerste bijdrage is van Ganzevoort. Hij schrijft over de vrijheid van godsdienst en in het bijzonder die gevallen waarin we de vrijheid van godsdienst willen beperken ten bate van minderheden binnen religieuze minderheden. Bijvoorbeeld: mogen gereformeerde scholen homoseksuelen weigeren als docent? Het kan hier dus in geen geval gaan om vrijzinnig paternalisme. Het gaat hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep: de vrijheid van gereformeerde scholen wordt beperkt, niet in hun eigen belang maar in het belang van homoseksuelen in gereformeerde kring.

De tweede bijdrage betreft prostitutie. Hierin pleiten Pels en Lacroix voor de recriminalisering van pooierij. Het moet verboden worden voor derden om seksuele diensten van anderen aan te bieden voor geld. Pels en Lacroix willen zelfstandige prostituees toestaan maar prostituees als werknemer niet. Zij zien te veel misbruik, dwang en mensenhandel in de vrije prostitutiesector. Wederom gaat het hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep, in dit geval vrouwen; zij worden beschermd tegen pooiers.

De derde bijdrage van de hand van Van Dijk betreft het bestrijden van overgewicht. Zij pleit er onder anderen voor om mensen beter te informeren over wat ze eten, en om gezond voedsel goedkoper te maken ten opzichte van ongezond voedsel. Dit doet ze om obesitas te bestrijden. Deze ingrepen kan je verdedigen op paternalistische gronden. Maar het prijsmechanisme is een instrument dat Thaler en Sunstein juist niet onder libertair paternalisme vatten, het prijsmechanisme gaat uit van mensen als rationele actoren. Je kan, zoals ik eerder heb gedaan, het prijsmechanisme juist ook verdedigen zonder terug te vallen in paternalisme. Zoals Van Dijk zelf laat zien in haar hoofdstuk hebben mensen met overgewicht meer zorgkosten. Die worden nu deels gecollectiviseerd door ons verzekeringsstelsel, je kan deze kosten ook privatiseren door ze in de prijs te verrekenen.

Meijers en Smithuijsen pleiten voor het verheffingsideaal in de kunsten, Wiersma pleit voor het verheffingsideaal in de publieke omroep. We betalen allemaal voor deze culturele sectoren. De auteurs vinden dat deze sectoren verantwoord moeten programmeren: kunst kan bijdragen aan een zelf- en maatschappijkritische houding, de publieke omroep de plek moet zijn waar het publieke debat wordt gevoerd. Zeker, het pleidooi van Meijers en Smithuijsen sluit goed aan bij de notie van paternalisme om wille van het liberalisme: kunst is bevrijdend. Echter het is in de kern niet paternalistisch: niemand wordt gedwongen om naar het museum te gaan of naar de publieke omroep te kijken. Mensen hebben die mogelijkheid maar niet de verplichting. In strikte zin is het niet paternalistisch. We moeten we er wel aan bijdragen via de belastingen, of we er nu gebruik van maken of niet. Dat is misschien onrechtvaardig, maar niet paternalistisch.

Eikelenboom wil van ouders meer betrekken bij de ontwikkeling van hun kinderen: hen versterken bij het opvoeden van kinderen. En dat is natuurlijk een typisch geval van een situatie waarbij een derde betrokken is. Ouders moeten betere ouders gemaakt worden voor hun kind. Dat is dus geen paternalisme, want er is een derde partij bij betrokken.

Van der Lans, die al bijna twee decennia pleit voor een linkse heruitvinding van paternalisme, heeft een rijke bijdrage. Ik wil op een voorstel van hem bijzonder inzoomen: de eigen krachtconferenties. Dit is een nieuwe invulling van het maatschappelijk werk dat de focus verlegt van professionals naar burgers. Als er sprake is van een opvoedingsprobleem (losgeslagen kinderen, murw geslagen ouderen) dan moet normaal het maatschappelijk werk ingrijpen. Van der Lans pleit voor eigen krachtconferenties: de omgeving van het kind zelf, onder leiding van een speciaal getrainde leek (geen professional) gaat samen opzoek naar een oplossing. Het gaat hier weer om kinderen, dus in die zin is er geen sprake van paternalisme dat een probleem is voor liberalen. Er zijn duidelijk vrijzinnige aspecten: de eigen krachtconferenties gaan in de kern om mensen zelfredzaam maken (‘samenredzaam’ in de woorden van Pieter Hilhorst) en daarnaast staat sociale deliberatie over wat wel en niet acceptabel gedrag is centraal. Echter een belangrijk aspect van paternalisme mist: door de nadruk te leggen op de sociale omgeving van een kind, is er geen sprake van overheidsdwang. En dus in de strikte zin van wat hierboven is geponeerd geen paternalisme. Maar dat is misschien wel wat retorisch.

Over het stuk van Roosma en Pels heb ik een uitgebreider stuk geschreven: dat zicht kort laat samen vatten als ”het voorstel van Roosma en Pels om een basisinkomen in te voeren is geen nudge (want een financiele maatregel die uit gaat van economische rationaliteit), het gaat niet uit van een ideaal van het goede leven (sterker nog het is een manier om mensen zelf in staat te stellen om te kiezen hoe ze hun leven willen vorm geven) en mensen leren er niet beter van hoe ze moeten omgaan met vrijheid.”

Eickhout en Thomas pleiten in hun bijdrage voor klimaatpaternalisme. Mensen moeten gedwongen worden om hun huis te isoleren. Goed voor hun eigen bankrekening, maar bovenal is het goed voor toekomstige generaties. De reden dat we klimaatpolitiek bedrijven is toch vooral omdat we verantwoordelijkheid willen nemen voor toekomstige generaties. En daarmee is het voorstel in de kern niet paternalistisch: de bijdrage aan de bankrekening van burgers is leuk maar de overheid grijp in omdat ze derden wil beschermen.

Ten slotte de bijdrage van Verbeek. Hij richt zich op de mogelijkheid om techniek in te zetten om mensen te stimuleren zich aan de regels te houden. Een automatische snelheidsbegrenzer in een auto bijvoorbeeld die mensen dwingt om zich aan de maximumsnelheid te houden. Vader Staat delegeert zijn paternalistische taken naar technische middelen. Het gaat hier vaak om paternalistisch ingrijpen en vaak om vrijzinnig paternalisme omdat er ook nudge-achtige middelen tussen zitten, zoals een auto die vervelend piept als je rijdt maar niet bent ingeriemd.

 Conclusie

Zijn alle bijdragen in de bundel vrijzinnig paternalisme vrijzinnig paternalistisch? Nee, ze voldoen lang niet allemaal aan de kenmerken hiervan.

  • Verbeek’s voorstel om mensen met techniek te stimuleren aan verkeersregels te voldoet is een echte nudge. En Van Dijk’s pleidooi om de prijs gezond en ongezond eten met elkaar in balans te brengen zijn vrijzinnig paternalistisch omdat het keuze laat bestaan maar de juiste keuze stimuleert (zij het niet met een nudge).
  • In het geval van Van der Lans en Eikelenboom gaat het paternalisme in het onderwijs en de opvoedingsondersteuning. Van der Lans die de nadruk legt op samenredzame gemeenschappen geeft hier een vrijzinnige draai aan. Maar zeker in het geval van Eikelenboom gaat het om het welzijn van het kind waar ouders beter voor moeten zorgen.
  • Wiersma, Meijers en Smithuijsen komen dichtbij het ideaal van paternalisme omwille van het liberalisme: de publieke omroep en de kunsten dragen bij aan die dingen die we nodig hebben om een goed burger te zijn. Echter hier wordt niemand gedwongen of ook maar genudged. De mogelijkheid wordt geboden. Wat de bundel opvallend genoeg mist is een bijdrage over de gevolgen van vrijzinnig paternalisme voor onderwijs. Het onderwijs is de manier om (jonge) mensen een bepaald beschavings aan te leren. De bundel van S&D, het blad van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, over verheffing ging hier juist uitgebreid op in.
  • In veel gevallen is er wel sprake van dwang maar niet van paternalisme omdat er een derde groep is: Eickhout en Thomas laten ons isoleren vanwege toekomstige generaties,  Pels en Lacroix willen pooierij verbieden om prostituees te bevrijden van seksuele slavernij. Ganzevoort wil religieuze gemeenschappen stimuleren om oog te hebben voor hun minderheden.

Vrijzinnig paternalisme laat zich niet vatten in een definitie, maar heeft drie varianten. Een groot deel van de bijdrages in het boek past niet in een van deze drie varianten. Het is een diverse bundel, vol rijke bijdragen, maar het mist een heldere overkoepelende agenda.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1955 uur (81,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3