donderdag, 5 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, beleid, burgerschap, christelijk, de, de wereld, discussie, diversiteit, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, kant, kort, kritisch, minister, nadenken, beleid, burgerschap, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


woensdag, 14 maart 2012

Theo Brand

Theo Brand

Links wint aan kracht door evenwichtige visie op religie

In politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, burgerschap, civil society, individualisering, pvda, solidariteit, en meer.

Gelovigen zijn dom, rechts en conservatief. Mensen die juist niet (meer) in gevaarlijke fantasieën geloven, zijn slim, links en liberaal. Het is een beeld dat steeds dominanter wordt in Nederland. De jonge kandidaat PvdA-leider Martijn van Dam is er een exponent van. Maar religie heeft ook een positieve kant. Als linkse partijen dat laatste vergeten, maakt dat hen steeds marginaler. Of positiever gesteld: links wint aan kracht door een evenwichtige visie op religie te ontwikkelen met ruimte voor zowel  fundamentele kritiek als (strategische) samenwerking.

Afgelopen zaterdag benadrukte premier Mark Rutte tijdens een bezoek aan SGP-jongeren dat ook hij een gelovige is. En dat de joods-christelijke traditie een stevig fundament zou zijn tegenover alles wat vreemd is. Het is dus waar: godsdienst werkt behoudend. En ook onderdrukkend. Want je zult maar als homo in een SGP-milieu geboren worden. Waarschijnlijk word je dan naar hulpverleners gestuurd die je in een heteroseksueel keurslijf willen duwen. Religiekritiek hoort – ook daarom –  thuis bij linkse politiek.

Maar de geschiedenis leert dat religie ook een vernieuwende, opbouwende en bevrijdende kracht kan hebben. Kijk naar de vredesbeweging met organisaties als IKV, Pax Christi en Kerk en Vrede die voor een groot deel zijn ontstaan vanuit de kerken. De anti-armoedebeweging (‘De Arme Kant van Nederland’) wordt gedragen door veel mensen vanuit kerkelijke kringen. Gelukkig samen met mensen van bijvoorbeeld Humanitas. Want er zijn Goddank ook veel niet-religieuze mensen die zich inzetten voor mensen in de knel.

Dat geldt ook voor de begeleiding en/of opvang van uitgeprocedeerde vluchtelingen, met de diaconie van de Protestantse Kerk in Amsterdam als lichtend voorbeeld. En ook stichting INLIA. In Nederland zijn verder organisaties actief die – gesteund door de overheid en naast de reclassering – ex-gedetineerden begeleiden om terug te keren in de maatschappij. Vaak zijn deze organisaties christelijk geïnspireerd met ook SGP-ers als drijvende krachten. Particulier initiatief werkt vaak beter dan een bureaucratisch apparaat om sociale doelstellingen te bereiken. En veel particuliere initiatieven worden opgezet door bevlogen –  vaak  levensbeschouwelijk geïnspireerde – mensen.

Het idee van een ‘Big Society’ van de Britse conservatieven moet door links daarom niet zomaar worden afgeschoten. Als alle maatschappelijke initiatieven maar wél worden ondersteund door een assertieve overheid die sociale vrijheid, publieke gerechtigheid en solidariteit blijft organiseren. Een overheid die private rijkdom begrenst en publieke armoede tegengaat. Dus naast een ‘Big Society’ is er beslist ook een ‘Smart & Responsible State’ nodig. Want de staat kan niet alles zelf, maar ook de samenleving niet. Dat laatste wordt vaak vergeten door conservatieven, christen-democraten maar ook door liberalen.

Het gaat om een krachtige wisselwerking tussen de civiele samenleving en de staat zodat de vrije markteconomie niet de lachende derde wordt. Uiteindelijk is de civiele samenleving – die bestaat uit levensbeschouwelijk (al dan niet religieus) geïnspireerde mensen – de bezielende basis van elke maatschappelijke vernieuwing. In die zin kan er zelfs een verband worden gelegd tussen drie grote hedendaagse maatschappelijke processen: individualisering, secularisatie en verrechtsing.

Wat mensen, beweegt, bezielt en drijft is daarom zeer belangrijk als sociaal-maatschappelijk en spiritueel kapitaal. Ook religieuze inspiratie speelt daarin een rol. Niet uitsluitend religieus, ja dat is waar. Maar toch. Job Cohen – de staatsman die het helaas niet verder schopte dan oppositieleider – zag dat haarscherp met zijn ideeën over een ‘omgekeerde doorbraak’. Want natuurlijk zijn er moslimmannen die hun vrouw slaan, gereformeerde ouderlingen die seksueel misbruik plegen, vrouwen die een boerka moeten dragen en fundamentalistische christenen die de islam demoniseren. Dat verdient kritiek en correctie van links. Tuurlijk. Maar het zou zo jammer zijn als de vele religieus geïnspireerde mensen – voor wie God geen dwingend opperwezen is maar eerder een spirituele krachtbron; en die juist open staan voor mensen met een andere levensbeschouwelijke achtergrond –  zich massaal zouden afkeren van linkse politieke partijen.

Naast een principiële overweging om religie als fenomeen zowel kritisch als ook positief te benaderen, is er daarom ook een strategische overweging: linkse partijen jagen het (min of meer vrijzinnige) religieus geïnspireerde deel van hun achterban richting CDA, ChristenUnie of VVD waarvan de partijleiders immers (ja, ja)  ‘ook gelovigen’ zijn. Zo kom je dus nooit aan een linkse meerderheid.

Niet dat elke linkse lijsttrekker zichzelf voortaan als gelovig en vroom mens moet presenteren. Dat is natuurlijk onzin. Maar kies tenminste voor een evenwichtige benadering waarbij mensen niet beoordeeld of gelabeld worden op basis van hun levensbeschouwing maar op basis van hun daden en keuzes. En omarm de civiele samenleving van veelkleurig en veelzijdig geïnspireerde burgers. Zo komt linkse politiek op termijn sterker en krachtiger op de kaart te staan. Pas dan kunnen we – I have a dream – SGP-vriend Rutte naar huis sturen. Zoals dominee Martin Luther King ooit zei: There will be a day…


donderdag, 9 februari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Wie help je door in een brievenbus te pissen?

In politiek, tolerantie, vrede, burgerschap, coalitie, democratie, populisme, cda, actie, en meer.

Het PVV-Kamerlid Eric Lucassen terroriseerde zijn buurt. Hij dreigde zoutzuur over een echtpaar heen te gooien, intimideerde een bejaarde man zodat deze huilend aangifte deed bij de politie. Verder jaagde hij allochtone kinderen de stuipen op het lijf en riep tegen buren ‘ik ga in je brievenbus pissen’.

Waarom deze oude koe uit de sloot halen? Is dat niet een beetje flauw? Nu de PVV een meldpunt heeft geopend waarin mensen kunnen zeiken en azijnpissen over doorgaans hardwerkende Europese medeburgers, vind ik het toch relevent om ons nationale geheugen weer wat op te frissen. Als het zeepblokje in ons nationale urinoir, zeg maar.

Hero Brinkman maakte zich in 2010 in Nieuwspoort schuldig aan openbare dronkenschap en sloeg de barman. Later werd er door een aannemer een aanklacht tegen Brinkman ingediend wegens mishandeling. Ik moet de eerste Pool nog tegenkomen die hem dat na doet. Tegen Dion Graus werden meerdere aangiften gedaan wegens mishandeling, bedreiging en stalken. Welke Roemeen kan Graus de hand schudden? Marcial Hernandez bracht al een nacht in de cel door nadat hij in een café in Den Haag een ambtenaar een kopstoot had gegeven. Welke serieuze Slowaak doet hem dit na?

De criminaliteit onder PVV Kamerleden lijkt hoger te liggen dan die onder Nederlandse Marokkanen, waarbij ook de Polen en Roemenen er gunstig bij af steken. Zo’n meldpunt doet me vooral denken aan een zwartgeblakerde pot die de ketel verwijten maakt. En wat is de politieke drijfveer van dit alles?

De matig scorende PVV heeft gisteren als het ware een brievenbus op het dorpsplein van Nederland geplaatst. Alle bange, boze en gefrustreerde autochtone Nederlanders kunnen – in de geest van Eric Lucassen – even flink van zich afzeiken. En de pispaal wordt deze keer gevormd door de groep hardwerkende Oost-Europeanen in ons land. Over hun ruggen moet de PVV het beter doen in de peilingen zodat Geert straks zijn middelvinger kan opsteken naar Emile. Want moslimpje plagen en Beatrix-bashen levert geen zetels meer op.

Minister Kamp respecteert dat alle Tweede Kamerfracties hun eigen publieksacties op poten zetten, zo zei hij tegen het NOS Journaal. En CDA-Kamerlid Eddy van Hijum noemde de actie “een klein beetje overdreven”. Ja, dat noem ik nogeens een staaltje van het ‘radicale midden’! Zo blijven CDA en VVD de aantasting van de mentale en psychologische hygiëne in ons land gedogen.

Dit alles neemt niet weg dat de politie en arbeidsinspectie gewoon hun werk moeten doen. En dat mensen die de wet overtreden, ongeacht afkomst, in de kraag gevat moeten worden. Sterker nog: het gebeurt nu al dagelijks. Want ja, er zitten natuurlijk ook malafide jongens tussen. Niets menselijks is de Polen en Roemenen vreemd. En niet te vergeten: hun werkgevers en opdrachtgevers.  

Maar wie in het parlement zitten, krijgen vrij spel. Dan ben je onschendbaar en kun je – in de strijd om de kiezers – van de relatief open en ontspannen sfeer in ons land ongestoord een open riool maken.


vrijdag, 23 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Een kerstcadeau voor de PVV

In politiek, blog, democratie, persoonlijk, brieven, burgerschap, politici, tweets, de.
In mijn vorige blog schreef ik over de noodzaak van actief burgerschap om de democratie vitaal en gezond te houden. Eén van de manieren om dat te doen, is het kenbaar maken van zorgen aan politici. Dat kan via demonstraties, brieven of tweets, maar je kan ze natuurlijk ook persoonlijk opzoeken. En dan hoeven het [...]

zaterdag, 17 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Luie burgers

In consumentisme, politiek, betrokkenheid, burgers, burgerschap, democratie, maatschappij, macht, participatie, en meer.
Wie tegenwoordig wel eens een online discussie leest, zal het zijn opgevallen dat je struikelt over twee nieuwe mythische figuren in de Nederlandse cultuur:  de ‘burger’ en de ‘elite’. Als echte archetypen zijn dit geen bestaande wezens, maar vertegenwoordigen ze bepaalde groepen en emoties. De ‘elite’ is het symbool voor alles wat mis is in [...]

maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, burger, debat, democratie, directe demokratie, e-democratie, politicus, politiek, en meer.

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


woensdag, 30 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Van Bijsterveldt maskeert met haar gelijk een groter probleem

In gerechtigheid, politiek, burgerschap, cda, civil society, maatschappij, onderwijs, rechtvaardigheid, basisonderwijs, en meer.

Met stofzuiger en een soppende doek maak ik samen met andere vaders en (vooral) moeders één keer per jaar het klaslokaal van mijn zoontje grondig schoon. Door het samen te doen zorgen vrijwel alle ouders dat het lokaal het hele schooljaar hygiënisch op orde blijft. Vorige week nam een moeder het initiatief om de klas in Sinterklaas-stijl te versieren. De school had geen geld zodat ouders zelf de handschoen oppakten. Prachtig. Iedereen was trots en blij. Zo wordt de basisschool een dragende gemeenschap waaraan ouders hun steentje bijdragen.     

Ik begrijp onderwijsminister Van Bijsterveldt wel. Ouders moeten hun schoolgaande kinderen meer begeleiden en zelf ook meer betrokken zijn bij de school. Dat schrijft ze vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De CDA-politica verwacht van ouders dat zij de schoolprestaties in de gaten houden en helpen verbeteren en ook meer deel worden van de schoolgemeenschap. ’Het gaat om een mentaliteitsverandering bij alle betrokkenen. De rol van de ouder is te zeer een vergeten rol; veel ouders zijn in een consumentenrol terechtgekomen,’ aldus de minister. En ja, ze heeft groot gelijk.

‘Scholen moeten ouders op hun verantwoordelijkheid aanspreken, maar daar staat ook iets tegenover: de ouders krijgen inzicht in de voortgang die hun kinderen boeken en in de cijfers die ze halen. Ouders en scholen zouden hun afspraken moeten vastleggen in niet-vrijblijvende overeenkomsten,’ aldus de bewindsvrouw. Ik vind dat beslist geen gek idee.

Minister Van Bijsterveldt heeft het gelijk aan haar kant. Een school is meer dan een dienstverlener en vormt een cruciaal onderdeel van de maatschappij waarvoor mensen samen verantwoordelijkheid (moeten) dragen. De prikkels daartoe mogen groter worden. Maar ze maskeert met haar boodschap een groter probleem. Namelijk dat dit kabinet volstrekt onvoldoende wil investeren in het basisonderwijs, denk bijvoorbeeld aan het passend onderwijs. De voorgenomen bezuinigingen in het passend onderwijs krijgen in 2013 een omvang van ruim 300 miljoen euro. De meest kwetsbare leerlingen zijn de dupe.

Op zorgleerlingen en hun begeleiding wordt keihard gekort. Bezuinigingsdrift is sterker dan een doordachte beleidsvisie. Eerst worden de experts het passend onderwijs uitgebonjourd en daarna moeten leerkrachten de bijscholing in om te leren omgaan met zorgleerlingen. Alsof een leerkracht tijd heeft om alle leerlingen aandacht te geven met klassen van dertig kinderen waarvan enkelen beslist extra zorg nodig hebben. Zoals de Algemene Onderwijsbond (AOb) onlangs stelde: ‘We praten over het werk van vele duizenden mensen die zich de afgelopen jaren hard hebben ingezet om zorgleerlingen de kans te geven op een toekomst. Net als het onderwijspersoneel, zullen veel van die zorgleerlingen straks thuis komen te zitten.’

Misschien moet minister Van Bijsterveldt eens laten berekenen hoeveel geld de inzet die ouders nu al tonen op de basisscholen van hun kinderen, de staatskas jaarlijks oplevert. Zou dat forse bedrag niet bestemd kunnen worden voor de zorgleerlingen? Zo wordt solidariteit concreet en tastbaar. De klas schoonmaken, actief zijn als voorleesouder en meedoen in de ouderraad om zo primair de school van je kind te ondersteunen en secundair – collectief via een omslagberekening door het Rijk – ook zorgleerlingen een kans te bieden.

Natuurlijk zijn er ouders die de kantjes eraf lopen. Betrokkenheid van ouders verdient stimulering. Maar denkt de minister de categorie luie en ongeïnteresseerde ouders nu werkelijk met een tour door het land en met een Facebookpagina op andere gedachten te kunnen brengen? Deze campagne is misschien goed bedoeld, maar zou weleens een beledigende kant kunnen hebben. Dan denk ik vooral aan die actieve vaders en moeders van zorgleerlingen die straks in de kou staan.


zondag, 16 oktober 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Europese identiteit in tijden van crisis

In politiek, burger, schuldencrisis, solidariteit, europese, grieken, identiteit, idee, burgerschap, en meer.
Nu dankzij voortduren van de Europese schuldencrisis Europese solidariteit onder druk komt te staan, dringt het vraagstuk van een Europese identiteit zich op. Voelen we ons voldoende Europees burger om ook de Europeanen buiten onze grenzen te helpen? Of is het idee van een Europees burgerschap een fictie, en zijn we niets anders dan Grieken, [...]

woensdag, 9 februari 2011

Sander Lochtenberg

Sander Lochtenberg

Twitter

Segregatie in de school

In actualiteit, analyses, artikelen, onderwijs, politiek, achterstand, artikel 8, bijsterveldt, burgerschap, en meer.
De huidige minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Marja van Bijsterveldt, heeft onlangs te kennen gegeven het Rijksbeleid omtrent segregatie niet meer te zullen doorzetten. Volgens haar gaat het om de kwaliteit van de leerlingen, niet om de kleur van … Verder lezen

woensdag, 2 februari 2011

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter

Aanbevelingen voor EK-kandidatuur Brechtje (1): vasthoudend, scherp en communicatief.

In amsterdam, burgerschap, congres, diversiteit, groenlinks, de, eerste.
Brechtje Paardekooper: zeer toegewijd en deskundig op het gebied van de publieke sector, diversiteit en feminisme; vasthoudend, scherp en communicatief. Kortom het ideale Eerste Kamerlid voor Groenlinks!Evelien Tonkens, Hoogleraar Actief Burgerschap, Universiteit van Amsterdam, columnist voor de VolkskrantAanstaande zaterdag stelt het congres van GroenLinks onder meer de volgorde van de kieslijst

vrijdag, 9 april 2010

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Tijd voor verbeelding, tijd voor vernieuwing

In geen categorie, arbeidsmarkt, beleid, bestuur, bezuinigen, burgers, burgerschap, crisis, dragen, en meer.

We leven in een tijd van politieke verdeeldheid en maatschappelijke instabiliteit. Onbeantwoorde globalisering heeft geleid tot polarisatie en populisme. De geloofwaardigheid van ons politiek bestel staat op het spel. Juist nu daadkracht wordt gevraagd om de historische economische crisis en de klimaatcrisis op te lossen.

Het is tijd voor verbeelding. Het is tijd voor vernieuwing.

Het wordt de kunst om de vertrouwensvraag van burgers in Nederland en andere Europese landen op een geloofwaardige manier te beantwoorden. Het beantwoorden van de behoefte aan culturele en sociale bescherming vraagt niet om vasthouden aan het bestaande, maar om verbeelding en vernieuwing. Verbeelding over waar Nederland, waar Europa, vandaan komt en waar het naar toe moet (1), én vernieuwing van ons economisch bestel, onze verzorgingsstaat (2) in het licht van het proces van Europese economische en politieke integratie.

1) Wij willen Nederland sterker, schoner en toekomstbestendiger maken in de wetenschap dat onze kracht van oudsher ligt in vrijzinnigheid en openheid gecombineerd met een calvinistische arbeidsmoraal. Die vrijzinnigheid heeft zijn wortels in het feit dat Nederland altijd al een migratieland is geweest. Dit land is mede door nieuwkomers gevormd. Godsdienstvrijheid, respect voor mensenrechten en minderheden zijn pijlers waarop onze samenleving is gebouwd. De rechtstaat is ons gemeenschappelijke vertrekpunt. Wat mij betreft zijn dit ook de uitgangspunten voor de toekomst. Het is on-Nederlands om hele groepen burgers in onze samenleving op basis van hun geloofsovertuiging te stigmatiseren. Moslimfundamentalisme of religieusfundamentalisme van welke andere soort dan ook, beantwoord je niet met reactionaire politiek maar met handhaving van de rechtsorde! Laten we uitgaan van onze kracht!

Tegelijkertijd mogen we van nieuwkomers verwachten dat zij zich rekenschap geven van de waarden die in deze samenleving gangbaar zijn. Door taalonderwijs, inburgering en het volgen van een vakopleiding zal zelfstandig, vrijzinnig burgerschap moeten worden bevorderd. In Europees verband zal ingezet moeten worden op een gezamenlijk beleid op het gebied van arbeidsmigratie, afgestemd op de behoefte van de arbeidsmarkt en met een stimulans op terugkeer naar het land van herkomst. Een effectieve Europese aanpak van arbeidsmigratie laat zien dat de toekomst van Nederland ook op dit punt in Europa ligt. Europa biedt weldegelijk ook bescherming.

2) Maar er is meer om de polarisatie rondom het thema integratie te overwinnen: participatie. Door de crisis zijn veel mensen hun bestaanszekerheid kwijtgeraakt, of hebben moeite om werk te vinden. Het is daarom van groot belang dat definitief de stap wordt gezet naar een activerende participatiestaat. Iedereen wordt gevraagd om naar vermogen actief deel te nemen aan onze samenleving. Tegenover een werkloosheidsuitkering staat de plicht tot participatie. Zo snijdt het mes van twee kanten: emancipatie wordt bevorderd en de arbeidsmarkt wordt voorbereid op een zich vergrijzende beroepsbevolking. Want één ding is duidelijk. Linksom of rechtsom, we hebben nu en straks iedereen nodig!

Het belang van een participatiesamenleving reikt echter nog verder. We moeten de huidige economische crisis gebruiken als scharnier naar een betere, duurzame toekomst. We hebben alle kwaliteit en innovatiekracht van burgers en bedrijven nodig om onze economie weer te laten draaien en het overheidstekort terug te dringen. Maar dan wel op zo’n manier dat onze welvaart niet ten koste gaat van toekomstige generaties. Stilzitten en bezuinigen met de kaasschaaf heeft geen zin. De gevolgen van ongebreidelde marktwerking maken duurzaam en solidair hervormen nodig. Het gaat erom nu t ekiezen voor groene innovatie op het gebied van energie en mobiliteit, te investeren in onderwijs en arbeidskansen en hervorming van onze verzorgingsstaat en ons bestuur.

De huidige tijd vraagt om echte keuzes. Keuzes die uitstijgen boven de traditionele links-rechtsdeling, maar gericht zijn op een duurzame, solidaire, geëmancipeerde toekomst. Door open en eerlijk te zijn over de uitdagingen waarvoor Nederland staat, een beroep te doen op ieders verantwoordelijkheid om aan deze samenleving bij te dragen en een helder perspectief neer te zetten voor de toekomst, kan geloofwaardigheid teruggebracht worden in de politiek. En dat is hard nodig! Juist nu!

Aantal berichten op deze pagina: 12. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 18305 uur (762,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1