zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

In landelijke politiek, groenlinks, links, linkse samenwerking, pvda, sp, bezuinigen, campagne, cda, en meer.

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

vrijdag, 16 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur”

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, agenda, ajax, amsterdam, apeldoorn, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


dinsdag, 6 december 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Juf Marja

In politiek, adhd, autisme, balkendende, basisonderwijs, betutteling, bezuinigingen, bureaucratie, cda, en meer.

Bijna haastig maakte Marja van Bijsterveldt deze week haar plannen voor dertig Tv-zenders in het standaardpakket wereldkundig. Uitzuigerij van kabelmaatschappijen pikt Marja niet langer. Een fijne bliksemafleider voor onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Want wie dacht dat we na vechtkabinet Balkenende XVIII van de christelijke betutteling af waren, komt bedrogen uit.

Marja van Bijsterveldt kondigde vorige week aan dat ze wilde dat ouders zich meer met scholen gingen bemoeien. Ouders moeten meer tijd vrijmaken om voorleesvaders en luizenmoeders te zijn, schoolreisjes te begeleiden en de ontwikkeling van hun kinderen een centrale plek te geven. En dat durft Marja van Bijsterveldt best te zeggen in een tijd waarin de gemiddelde meester of juf nu al gek wordt van ouders die vinden dat hun kind toch net dat beetje aandacht meer verdient. Wat dat betreft heeft Marja met één punt wel een punt: ouders gedragen zich steeds als consumenten.

Want in de huidige assertieve en kindgerichte cultuur is elk kind een prinsje of prinsesje. Zeker wanneer ouders gescheiden zijn, wat tegenwoordig eerder de regel dan de uitzondering is, wordt het welbehagen van het kind met hand en tand (en een grote berg Sinterklaascadeautjes) verdedigd. De bedroevende kwaliteit van onze PABO’s en onze PABO-studenten zorgen bovendien voor een steeds groter wordend wantrouwen tegen leraren. En daar hebben juist de succesvolle PABO’ers, die niet na een jaartje knutselen afhaken, ontzettend last van. Voor een juf of meester goed en wel op stoom komt met zijn klas, komen hele roedels ouders al vertellen hoe het allemaal beter kan, vooral voor hun eigen kroost. Dat het merendeel van onze jeugd bij de eerste scheet die dwars zit al een stempeltje met ADHD of autisme meekrijgt, zal daarbij ook niet erg helpen.

Experts zijn het erover eens dat de kwaliteit van het onderwijs op te lossen is met meer geld op de juiste plek, en minder bureaucratie. De ongebreidelde fusiedrang in onderwijsland, onder druk van de krappe budgetten, bewijst zichzelf al jaren als slechte ontwikkeling. Maar juf Marja gaat het anders oplossen, niks geen geld erbij! In plaats van de positie van leerkrachten in het (basis)onderwijs te versterken, wil ze de ouders nog meer invloed geven in de klaslokalen van Nederland.  Een belachelijk idee.

Een belachelijk idee, niet alleen  omdat het indruist tegen de wens van het kabinet dat de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt groter wordt, maar vooral omdat ouders nu eenmaal geen pedagogische professionals zijn. Er is niet voor niets een opleiding nodig om voor de klas te mogen staan. En een belachelijk idee omdat ouders een klas nooit subjectief kunnen bekijken, omdat hun eigen kind natuurlijk ‘bijzonder’ is. Die illusie is fijn voor de opvoeding thuis, maar funest voor het onderwijs. Een klas met dertig bijzondere kinderen voorzien van een wensenlijstje van de bezorgde, invloedrijke en betrokken ouders wordt al snel onbestuurbaar. Misschien moeten we Marja van Bijsterveldt een weekje voor de klas zetten…


vrijdag, 18 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Protestantisme en politiek

In religie en politiek, belangrijk, christenunie, crisis, d66, de wereld, dragen, eerste, emancipatie, en meer.

Toespraak bij het jubileumcongres van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme op 18.11.2011

Bestaat er nog zoiets als protestantse politiek of is dat in de afgelopen decennia verdwenen? Of veranderd? En wat zou de bijdrage van protestantse politiek aan de samenleving kunnen zijn? Zulke vragen suggereren dat we kunnen definiëren wat protestants is. Wie even rondkijkt, weet dat het ingewikkelder is dan dat.

Zeker, de SGP is protestants en de ChristenUnie grotendeels, maar ook binnen bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks zijn protestantse tradities en groepen herkenbaar. In elk geval valt protestantisme in de politiek niet samen met links of rechts, progressief of conservatief, confessioneel of seculier. Zoals protestants ook buiten de politiek al die gezichten heeft. Van de Hervormde voorkeur voor het openbaar onderwijs en pragmatische oplossingen tot de Gereformeerde principiële neiging om in eigen organisaties te radicaliseren tot de Doperse afkeer van politiek, het is allemaal herkenbaar in de geschiedenis. En zelfs deze labels zijn al weer te generaliserend.

In de omwenteling van de roerige zestiger jaren waren die verschillende protestantse neigingen ook steeds in alle helderheid zichtbaar. De conservatieve stemmen in kerken, politieke partijen en media verzetten zich tegen de aantasting van de orde en de goede zeden en de progressieve stemmen zagen in het verzet tegen de status quo, het groeiende individualisme en de bijbehorende emancipatie tekenen van het heil waarin ze al eeuwen geloofden. Soms sloot men zich aan bij nieuwe seculiere politieke partijen als D66, PPR en DS 70, soms begon men een eigen christelijke partij zoals bij de EVP en de RPF. Of het toeval is dat de eerste drie eind jaren zestig ontstonden en de laatste twee tien jaar later, durf ik niet te zeggen, maar het is wel interessant om ook in dat opzicht de golven van de tijd te onderzoeken.

Laat ik proberen af te stappen van een overgeneralisering van wat protestants zou kunnen of moeten betekenen. De dialectiek van vernieuwing en restauratie, van cultuurkritiek en cultuuraansluiting, van opstand en status quo, het hoort allemaal bij het protestantisme en waarschijnlijk bij elke stroming. Laat ik dus liever zeggen wat voor soort protestantisme ik zelf van belang vind voor onze samenleving en voor de politiek van vandaag. Ik noem drie kenmerken: individualistisch, principieel en sober.

Het eerste kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op het individu. Tegenover de macht van het kerkelijk instituut verdedigden de reformatoren dat er niets en niemand tussen God en deze ene mens staat. Geen kerk, geen leer, niets. Uiteindelijk gaat het om de individuele verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit protestantse uitgangspunt past goed bij een vrijzinnig-liberale politiek, maar ook bij de individualistische samenleving. Op grond van die individuele vrijheid ontstaan ook gemeenschappen waarin we verbonden willen zijn met anderen en verantwoordelijkheid voor elkaar en de wereld willen dragen. Maar het begint met het individu.

Het tweede kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op principes. Het kritisch nadenken over kerkelijk gezag heeft een bepaalde onverzettelijkheid in zich. Compromissen, pragmatiek, het is aan protestanten niet zo besteed. Ze neigen eerder tot Prinzipienreiterei en betweterigheid. De mooie kant daarvan is dat het voortdurend gaat om de vraag naar de fundamentele waarden die in het geding zijn. Politiek is dan ook niet alleen of in de eerste plaats een belangenstrijd, maar een strijd om idealen en principes. Het machtsspel moet misschien gespeeld worden, maar eigenlijk kan een protestant het niet zo goed op een akkoordje gooien als zijn principes op het spel staan.

Het derde kenmerk van protestantisme is soberheid. Geen weelderige ornamenten en rituelen, geen fratsen. Plichtsbesef en soberheid, een calvinistisch arbeidsethos, spaarzaamheid, enzovoorts. Voor een politicus zijn dat schone deugden, maar ook voor de politiek als geheel kan het geen kwaad, zeker niet in een crisis als de onze. Bij dat protestantse verantwoordelijkheidsgevoel hoort ook dat je je rijkdom niet voor jezelf houdt maar inzet voor wie minder bedeeld is, en ook dat is in onze tijd een belangrijk uitgangspunt voor de internationale verhoudingen.

Die drie kenmerken maken de protestant – ook in de politiek – altijd een beetje rebels, maar nooit rellerig. Altijd kritisch op de bestaande situatie en de macht, maar ook met het besef dat een samenleving wel ordening nodig heeft. Anarchistisch en antirevolutionair. De protestant neemt geen genoegen met de status quo maar heeft een diepgewortelde neiging om deze wereld beter te maken. Want – en dat is misschien wel de diepste drijfveer – de wereld zoals we die kennen is niet goed genoeg.

Dat is protestantisme in de politiek. Misschien. Want natuurlijk zijn er veel protestanten die heel andere accenten leggen en er zijn heel veel niet-protestanten die het hier mee eens zouden zijn. Het is waarschijnlijk vooral mijn politiek protestantisme: vrijzinnig, kritisch en verantwoordelijk.


donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


zaterdag, 12 november 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Baas in eigen buik, nog steeds.

In maatschappij, nieuws, politiek, abortus, baas in eigen buik, christenunie, egp, vrouwenrechten, zorgkosten, en meer.

Afgelopen week verscheen in de media een bericht dat Esme Wiegman van de ChristenUnie vond dat abortus uit de AWBZ moet, en dat het alleen in het basispakket thuishoort wanneer er sprake is van een medische noodzaak. Dat wil zeggen, wanneer het gevaarlijk is voor de moeder om zwanger te zijn. Verder moet het maar in een aanvullend pakket, vindt ze.

Er wordt in die artikelen ook verwezen naar dat ze de overheidsvoorlichting niet goed zou vinden omdat de overheid alleen voorlichting geeft over de technische kanten van veilige seks. Ik ben het volledig met Wiegman eens dat er ook aandacht mag zijn voor de omstandigheden waarin je seks hebt en dat duidelijk gemaakt mag worden dat als je er op je 16e nog niet aan toe bent, je niet bepaald een uitzondering bent. Maar deze punten kunnen wat mij betreft op geen enkele wijze een argument vormen om abortus slechter toegankelijk te maken.

Abortus zou altijd beschikbaar moeten zijn voor iedereen die het nodig heeft. Er is lang gevochten om baas in eigen buik te mogen zijn. We moeten ons dit recht niet weer laten afnemen.

Het is niet rechtvaardig om de kosten onder te brengen in een aanvullende verzekering, omdat dit betekent dat niet alleen de medische gevolgen van een ongewenste zwangerschap maar ook nog eens de financiële gevolgen voor de vrouw zijn. De biologische realiteit kunnen we niet veranderen, maar er is geen reden om alle schuld bij de vrouw te leggen. Zwanger worden doe je niet alleen, dus is het onterecht dat alleen vrouwen (al dan niet via een aanvullende verzekering) opdraaien voor de kosten; mannen mogen ook best iets bijdragen voor het feit dat zij onbezorgd kunnen ejaculeren.

Het artikel verscheen ook op Joop, waar iemand een beetje verwijtend reageert naar vrouwen, dat veel vrouwen die een abortus ondergaan gewoon niet voldoende zouden doen om een zwangerschap te voorkomen (de rol van de man wordt hier genegeerd). En dat baas in eigen buik wat hem betreft achterhaald is, omdat het ‘mens’ in de baarmoeder recht heeft op leven.

Over dat laatste kun je eindeloos discussiëren, maar uiteindelijk denk ik dat de discussie tot op zekere hoogte niet relevant is. Als je tegen je zin in zwanger geraakt bent, of dat nu door nalatigheid komt of niet, is dat niet fijn. En of andere mensen vinden dat het gaat om een kind of nog om een klompje cellen, dat doet er dan redelijk weinig toe. Iedereen zal op zo’n moment haar eigen beslissing daarover moeten nemen wat zwaarder weegt.

Je kunt mensen die een ongeboren kind al zien als iets levends niet vertellen dat ze dat niet moeten doen. En ik heb er ook geen probleem mee als er meer voorlichting komt om te laten zien dat abortus niet de enige optie is. Het is sowieso geen pretje, maar als je het doet omdat je het gevoel hebt geen andere opties te hebben, kan het zeker heel ingrijpend zijn.

Als het zo is dat veel abortussen voorkomen kunnen worden omdat de zwangerschap ontstaan is door risicovol gedrag, lijkt het mij logischer om meer in preventie te investeren en niet steeds meer voor eigen risico te laten komen. In die zin snap ik niet dat christelijke partijen zich steeds maar richten op het beperken van rechten voor vrouwen, maar zo weinig constructieve maatregelen voorstellen om te zorgen dat mensen beter omgaan met de risico’s van seks.

Anti-abortusactivisten komen vaak met voorbeelden van vrouwen die een kind laten aborteren omdat ze op vakantie willen, of er al vier hebben gehad. De meeste mensen zullen dit te ver vinden gaan en daarnaast brengt het ook onnodige medische kosten met zich mee voor de samenleving. De kans is echter klein dat dit type mensen een aanvullende verzekering zal afsluiten. Je plant tenslotte niet om ongewenst zwanger te raken. De vraag is wat het gevolg is, voor deze groep die vermoedelijk niet tot de hogere inkomensklasse behoort. Zullen ze het amateuristisch thuis gaan doen om kosten te besparen, of kunnen ze de rekening van de dokter straks niet betalen, of stellen ze de beslissing uit in verband met de kosten zodat we latere abortussen gaan zien? Hoe dan ook verwacht ik niet dat deze groep opeens zal denken dat ze voortaan misschien toch maar verantwoordelijker moeten gaan leven door deze maatregel.

Maar in veel gevallen zal er een andere reden zijn. Dat wil niet zeggen dat het niet voorkomen had kunnen worden door beter gebruik van anticonceptie, maar wel dat er genoeg situaties zijn waar veel mensen begrip voor op zullen kunnen brengen.

Condooms zijn een van de weinige voorbehoedsmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn zonder recept. Dat maakt ze dan ook aantrekkelijk voor jongeren die misschien niet naar een dokter durven of waar het halen van de anticonceptiepil of een ander voorbehoedsmiddel thuis niet makkelijk bespreekbaar is, bijvoorbeeld als je vijftien jaar bent en je ouders bij de ChristenUnie zitten. Helaas zijn ze relatief onveilig, deels door het grote risico op gebruikersfouten.

In de afgelopen jaren is veel tijd besteed aan het promoten van condoomgebruik. Veilig vrijen campagnes, gericht op de preventie van SOA. De meeste SOA zijn echter met een zalfje of pilletje en een paar weken verholpen, een kind niet. Toch is er relatief weinig voorlichting over ongewenste zwangerschappen voorkomen en zul je in de media al helemaal geen voorlichting zien over andere vormen van anticonceptie.

Ik heb al eerder geschreven over alle problemen rondom anticonceptie. Ik heb als volwassen vrouw genoeg moeite moeten doen om iets te vinden wat ik kan gebruiken zonder daar ziek van te worden. Het is allemaal echt zo simpel nog niet.  De huidige anticonceptiemethoden zijn nog steeds voornamelijk gericht zijn op vrouwen. Dat is deels biologisch verklaarbaar, maar dat maakt het niet minder onhandig. Daarnaast zijn veel vormen van anticonceptie niet erg gebruiksvriendelijk, zeker niet voor jonge meisjes.

Wat we nodig hebben is niet een methode die ervoor zorgt dat jonge vrouwen misschien nog minder snel naar de dokter gaan met hun ongewenste zwangerschap. Zwanger raken omdat je condoom knapt of omdat je de pil uitgekotst hebt is al vervelend genoeg, moet je daar dan ook nog financieel voor gestraft worden? Of als je – zoals ongeveer de helft van de mensen — de bijsluiter van je medicijnen niet leest en niet weet dat je anticonceptiepil minder werkzaam is, is een abortus dan al niet straf genoeg? Slim is het misschien niet, maar laten we alsjeblieft geen holier than thou gaan spelen.

Wat we nodig hebben is niet nog een discussie over recht op leven of over vrouwenrechten, of over wanneer je precies voldoende gedaan hebt om niet zwanger te worden, maar een praktische oplossing van een probleem. Wat we nodig hebben is meer onderzoek naar anticonceptie voor mannen, vrouwvriendelijkere anticonceptie, meer voorlichting over anticonceptie en ongewenste zwangerschappen in aanvulling op de bestaande SOA-campagnes, betere vergoedingen van anticonceptie, en vooral een goede voorlichting over andere vormen van anticonceptie. En om de CU een plezier te doen, mogen ze het wat mij betreft daarbij best over onthouding hebben.

Dit weekend zit ik in Parijs, bij het congres van de Europese Groene Partij. De Europese Groenen zullen gaan stemmen over een motie over het recht op abortus. Een mooi stuk, dat uitdraagt dat alle vrouwen, in ieder Europees land, in iedere inkomensklasse, het recht moeten hebben om in hun eigen land onder goede omstandigheden, zonder bedreigingen of gezondheidsrisico’s de beslissing moeten kunnen nemen om hun zwangerschap te laten beëindigen. Als ik dat lees, weet ik weer dat ik op de goede plek zit bij mijn groene familie.


woensdag, 9 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Waar staat D66 eigenlijk voor?

D66 doet het goed in de peilingen. En als ik Joop-opiniemaker Kisten Verdel mag geloven, zijn de  D66-congresgangers een stuk jonger dan die van de PvdA. ‘De PvdA moet kiezen’, zegt ze. Maar waar de sociaal-democraten nou precies tussen moeten kiezen, blijft in haar betoog volstrekt in de lucht hangen. En waar kiest D66 eigenlijk voor? De trendy partij kiest voor het politieke midden en daarmee de macht als het ultieme doel.

Met kwesties als abortus, euthanasie en weigerambtenaren is het duidelijk. Je weet waar D66 voor staat. Maar hoe we in ons land de publieke sector overeind kunnen houden, hoe we de groeiende kloof tussen rijk en arm aanpakken en de vrije markteconomie in duurzame en sociale banen kunnen leiden? Over deze kwesties vind ik dat D66 sinds haar oprichting verschillende kanten opwaait en alles behalve klare wijn schenkt.

Genuanceerd zijn en pragmatisch denken, zo heet het dan. Natuurlijk is het goed om niet gevangen te blijven in oude linkse reflexen. Zo kan flexibilisering van de arbeidsmarkt kansen bieden aan mensen die nu nog outsider zijn. Het Rijnlandmodel en de vakbeweging kunnen best een opfrisbeurt gebruiken door elementen uit het Scandinavische model over te nemen. Maar let wel op. Voordat je het weet belanden we in een situatie waarin werknemers minder invloed uitoefenen en waarin het kapitaal zich steeds minder aantrekt van de factor arbeid: de mensen die tegen een geringe vergoeding de handen uit de mouwen steken.

Wie de politieke geschiedenis kent, weet dat D66 even makkelijk met CDA en VVD kan gaan regeren als met de PvdA. En waren de paarse kabinetten waar D66 zo mee in zijn nopjes was, niet de regeringen bij uitstek die het economisch neoliberalisme in een stroomversnelling brachten? Binnen de PvdA kijkt men op deze periode inmiddels al wat kritischer terug, maar of dat binnen D66 ooit het geval zal zijn?

Op 15 november overhandigt het Platform Duurzame en Sociale Economie met tal van deskundigen in perscentrum Nieuwspoort een plan aan de partijleiders van PvdA, SP, GroenLinks en ChristenUnie. Maar waar is Alexander Pechtold bij de overhandiging van dit fundamentele plan? Stelt hij die dag andere prioriteiten? Of hebben de initiatiefnemers zo weinig vertrouwen in een consistente visie van D66 dat ze hem niet hebben uitgenodigd?   

In het geseculariseerde Nederland van deze eeuw lijkt D66 de politieke middenpositie van het CDA over te gaan nemen. D66 ruikt de macht en buigt “niet te ver naar links en ook niet te ver naar rechts”, zoals CDA-leider Dries van Agt dat ooit uitdrukte (inmiddels buigt het CDA trouwens wel ongegeneerd naar rechts). In diezelfde tijd maakte D66-er Hans Gruijters het grapje dat je je vingers moet natellen als je een christen-democraat een hand hebt gegeven. Je zou weleens een vinger kunnen missen na zo’n hartelijke begroeting.

Wanneer D66 groter wordt dan de PvdA dan vrees ik dat deze politieke grap als een boemerang kan gaan werken en D66 de ultieme politieke Januskop wordt. Maar misschien hoeft het zover niet te komen en positioneert D66 zich samen met GroenLinks én de PvdA nu eindelijk eens wat sterker als ‘het redelijk alternatief’ voor het niets ontziende neoliberalisme, waarbij de SP als mogelijke coalitiepartner niet bij voorbaat in de ban wordt gedaan.


zondag, 6 november 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Peiling der peilingen: CDA zakt weg

Of u het nu leuk vindt of niet: peilingen spelen een belangrijke rol in het politieke debat. De benarde positie waarin het CDA verkeert wordt versterkt doordat peilingen inzicht geven in de steun voor die partij als er vandaag verkiezingen zouden zijn. Het was dan ook groot nieuws toen Maurice de Hond van Peil.nl deze partij nog maar elf zetels toedichtte. Niet echt leuk voor de christendemocraten, maar misschien ook iets om rekening mee te houden. Meer problematisch is het als verschuivingen van één of twee zetels worden ‘verklaard’ aan de hand van allerlei factoren, terwijl deze net zo goed het gevolg kunnen zijn van onzekerheden in de peiling. In de meest recente peilingen vallen vooral de verschillen tussen de twee grote peilingbureaus Synovate en Peil op.

Onderstaande tabel toont de meest recente peilingen van Synovate (Politieke Barometer) en Peil (Maurice de Hond). Verschillen in het blauw geven aan dat Synovate deze partij meer zetels toedicht, bij verschillen in het rood geeft Maurice de Hond een partij meer zetels. De ‘grote drie’ doen het duidelijk beter bij Synovate: 7 meer voor de PvdA, 3 meer voor CDA en VVD. Bij Peil doen de partijen aan de extremen van het spectrum het beter: SP krijgt van De Hond 6 zetels meer dan bij Synovate, D66 5, en de PVV 2 (dat laatste zou nog net binnen de foutmarge vallen). Dit verschil kan wellicht worden verklaard door de onderzoeksmethode: Peil.nl maakt gebruikt van een panel waarvoor je jezelf kunt aanmelden – dit trekt eerder mensen aan die politiek betrokken en ontevreden zijn.


Figuur 1: Overzicht verschillen laatste peilingen Synovate en Peil

Als we de informatie van de twee peilingbureaus samen nemen, komen we waarschijnlijk tot een meer genuanceerd beeld van de kansen van de partijen. Dit doe ik met behulp van een ‘Pooling the polls’ model van Simon Jackman dat ik eerder ook heb gebruikt bij de voorspelling van de uitslag van de Eerste Kamerverkiezingen. In de gebruikte versie gaat het model er vanuit dat gemiddeld genomen de metingen van de peilingbureaus kloppen. Hoewel deze aanname problematisch is (de steun voor de PVV werd bij de laatste verkiezing onderschat), kunnen we moeilijk anders, omdat we niet weten wat de ‘echte’ uitslag zou zijn. Het is lastig om de precieze uitwerking van het model kort toe te lichten, maar kortweg geeft het model een soort gewogen gemiddelde van de beschikbare peilingen (waarbij oudere peilingen steeds minder zwaar wegen). 

Figuur 2: Peiling der peilingen 4 november 2011 (grote partijen). In de grafiek staan percentages (met foutmarges), de getallen eronder geven de vertaling in zetels (de grijze getallen geven de minimum en maximumverwachting aan met 95% vertrouwen). De sterretjes in de balken geven aan dat er een statistisch significant verschil is tussen de betreffende balk en de meest recente peiling.


De VVD zou het volgens deze ‘Peiling der peilingen’ nu waarschijnlijk iets beter doen dan bij de verkiezingen vorig jaar, maar dit verschil is (net) niet statistisch significant. In de grafiek staan de percentages met de foutenbalk aangegeven; onderaan staan de bijbehorende zetelaantallen. Het model verwacht voor de VVD tussen de 32 en 35 zetels, waarschijnlijk 34. De middelste balk geeft de verwachting aan voor 30 dagen geleden. De electorale positie van de VVD is nauwelijks gewijzigd, want de balken voor deze en vorige maand zijn vrijwel precies even lang. De PvdA staat duidelijk op verlies, van 30 naar 18. Ten opzichte van vorige maand zijn de kansen van de partij ongewijzigd. De PVV staat op winst van 24 naar 27 zetels. Het CDA beleeft een sterke teruggang. In de Kamer heeft ze nu 21 zetels, vorige maand waren dat er volgens de Peiling der peilingen 15 en nu nog 12. Zowel het verschil met de Tweede Kamer als het verschil met vorige maand is significant, zoals de sterretjes in de balken aangeven. De SP staat op winst van 15 zetels nu in de Kamer naar een voorspelde 25. 

Figuur 3: Peiling der peilingen 4 november 2011 (kleine partijen). In de grafiek staan percentages (met foutmarges), de getallen eronder geven de vertaling in zetels (de grijze getallen geven de minimum en maximumverwachting aan met 95% vertrouwen). De sterretjes in de balken geven aan dat er een statistisch significant verschil is tussen de betreffende balk en de meest recente peiling.

Bij de kleinere partijen doet vooral D66 het goed. De partij stijgt van 10 naar ongeveer 17 zetels; stabiel ten opzichte van vorige maand. GroenLinks heeft duidelijk te lijden onder de verschillende kwesties in de partij (Kunduz, Peters) en daalt van 10 naar ongeveer 7 zetels. De ChristenUnie doet het wel iets beter dan in 2010, maar dat vertaalt zich waarschijnlijk nog net niet in zetelwinst. Ook bij de SGP (in percentage iets slechter) en de PvdD (in percentage iets beter) zien we geen wijziging in het aantal verwachte zetels.

Wat opvalt is dat de verschillen ten opzichte van de peiling van vorige maand vaak beperkt en meestal niet statistisch significant zijn. Het gaat immers in beide gevallen om een peiling met onzekerheidsmarges. Zelfs als we alle beschikbare informatie van de twee peilingbureaus combineren moeten we rekening houden met een foutmarge van ongeveer twee zetels voor grote partijen. Deze kleine verschuivingen kunnen net zo goed toevallig zijn als een echte verschuiving in de kiezersvoorkeur. Het is dus beter om naar de effecten op de langere termijn te kijken, want die zijn vaak wel statistisch significant. Dan zien we dat PvdA, CDA en GroenLinks verliezen en dat de PVV, SP en D66 duidelijk winnen. Dat is een veel belangrijker en relevanter gegeven dan de wekelijkse zetelpingpong waar nu vaak naar wordt gekeken.

dinsdag, 1 november 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Laatste en eerste woorden bij het afscheid van het CDA

In dagelijks leven, groenlinks, politiek, utrecht, beleid, bijbel, cda, christendemocratie, christenunie, en meer.

Ze staan landelijk op slechts elf zetels in de peilingen en hebben slechts 21 zetels in de Tweede Kamer. In de Gemeenteraden van de grote steden spelen ze al jaren slechts een marginale rol. Tijd dus voor een afscheid van het CDA. De meeste kiezers hebben dat al jaren geleden gedaan. Als lid van een concurrerende partij zou ik daar opgetogen over moeten zijn. Toch vind ik het ergens jammer. Misschien is het nostalgie. Misschien zit er meer achter. Wat ik met het CDA heb? Politiek gezien helemaal niets. Ik zou, bij wijze van spreken, nog liever op de VVD stemmen. Ook rechts, alleen een klein stukje oprechter.

Toch gaan christendemocraten mij na aan het hart. Ik maak mij dan ook zorgen. Allereerst is daar de familiale band. Ik kom uit een typische CDA familie. Beide opa’s waren wethouders voor (voorgangers van) deze partij. Er gaat geen verjaardagsfeest of familieweekend voorbij of we bediscussiëren politiek, kerk en maatschappij. Door de jaren heen ging ook steeds meer de koers van De Partij ter discussie staan. Na het vertrek van Lubbers ontstond de onvrede en de irritatie. Balkenende zorgde in eerste instantie voor een opleving, maar vergrote uiteindelijk het ongemak. Ondertussen denk ik dat alleen nog mijn oma trouw CDA stemt. De rest heeft politiek asiel gezocht bij (meestal) GroenLinks of ChristenUnie. Sommigen bleven zweven.

Ik zal het CDA niet alleen missen vanuit een vreemd soort nostalgie. Het kapot gaan van de christendemocratie betekent ook het failliet van de (traditionele) middenpartijen. Al kun je zeggen dat dit al langer het geval is en het CDA al minstens tien jaar geleden het politieke midden heeft verlaten. Overigens zonder dat een groot deel van het trouwe partijkader dit door heeft gehad. Zelfkritiek is nooit het sterkste punt geweest van de christendemocratie. Het einde van de traditionele middenpartijen staat symbool voor de verdere polarisatie in ons land. Dat is jammer. Ik wil een samenleving die ontspannen is en relaxt. Noemt het maar de kracht van zacht (gejat van Yvon Jaspers).

Toch ga ik ook inhoudelijk een deel van het CDA missen. Om mijn inhoudelijke klik te vinden, moet ik echter wel diep graven. Eigenlijk zo diep dat ik nog voor de oprichting van de partij uitkom. Een aantal citaten:

“Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!”

“De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed. De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld. En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken. De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten. En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld.”

Citaten uit een toespraak van Willem Aantjes, één van de founding fathers van het CDA uit 1975. Later zou er naar deze speech verwezen worden als ‘de Bergrede van Aantjes’, refererend aan de Bergrede van Jezus (Mattheüs 25). Woorden waarin, zelfs ik als humanist, mijn inspiratie kan vinden. Later werd overigens besloten dat het CDA haar beginselen zou vinden in een politiek programma en niet in de Bijbel. Natuurlijk, mooie woorden hoort men nog steeds bij het CDA. Ook op het congres van afgelopen zaterdag (29 oktober 2011) van bijvoorbeeld Jacobine Geel. Overigens blijkt zij (Pauw en Witteman, 31 oktober 2011) helemaal geen lid te zijn van de partij. Maar de kern is nu juist dat Aantjes stelt dat het niet gaat om woorden maar: “ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen.” Willem Aantjes leeft trouwens nog steeds. Maar stemt inmiddels, op hoogbejaarde leeftijd, geen CDA meer. Groot gelijk heeft ‘ie…

Ondertussen laat ik mij inspireren door een deel van zijn woorden. Ik wil spreken “voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.” Ik neem de citaten in bruikleen. Voor het CDA heb ik tot slot nog één citaat over: “Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christendemocratische politiek, verdient het die naam niet.”

Integrale tekst W. Aantjes op 23-8-1975:
“Waarom zijn wij hier en waarom sta en spreek ik hier? Daar is maar één reden voor: als een getuigenis dat wij bij elkaar behoren en ook bij elkaar willen behoren.

Niet om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid, maar om blijk te geven van onze wil om ondanks die werkelijkheid tot elkaar te komen en bij elkaar te blijven. Het CDA wil een appèl zijn op ons volk. Vandaag op onze struikelende weg van wenselijkheid naar werkelijkheid is het allereerst een appèl op elkaar en op onszelf.

Ik hoop dat we het vandaag niet zoeken in subtiele formuleringen en interpretaties, maar zullen discussiëren over de achterliggende zaken zelf. Het gaat er niet om dat wij weleens zullen uitmaken wie er christen is en wie niet. Dat is en blijft voor ieders eigen verantwoordelijkheid en geweten. Het zijn karikaturen die de discussie bederven. Waar het om gaat, is dat het aanvaarden van het evangelie als richtsnoer geen vrijblijvende zaak kan en mag zijn. Daar is het evangelie te kostbaar en unie voor. Zwaarder referentiekader dan het evangelie is er niet. De vraag is niet, hoe goed christen iemand is, maar hoe serieus hij het principiële uitgangspunt van de door hem vertegenwoordigde politieke richting neemt voor zijn politieke activiteiten; in hoeverre het beginsel niet alleen op papier geldt, maar ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen. Niet als een last, maar als een bevrijding. Niet omdat je je aan het evangelie moet houden, maar omdat je ook (en zelfs) in de politiek mag wandelen aan de hand van Gods geboden en geloften.

Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken.
Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!

De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed.
De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld.
En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken.
De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten.
En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld. En wij vinden dat wij al heel wat doen – ik spreek over mezelf – als wij een kaart van Amnesty International als kerstgroet rondzenden in plaats van een zoete afbeelding van de herdertjes in Efratha’s velden.

Geen plaats voor christelijke politiek?
De wereld hunkert naar christelijke politiek!

Een politiek, die spreekt voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.
Kunnen wij dan wel iets doen? Staan wij dan niet machteloos tegenover al deze geweldige noden? Ik weet dat het vooral in het gezelschap van vele antirevolutionairen en christelijk-historischen niet zonder risico’s is de naam van Dorothee Sölle te noemen. Maar waarom zouden wij haar alleen onder het theologische ontleedmes leggen, en niet ook horen de klacht en aanklacht van een mens die niet los kan komen van Christus, maar steeds weer vastloopt op de christenen? In haar gedicht over het overwinnen van de machteloosheid springen als een bevrijding plotseling de woorden naar voren:

Bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld
dat genoeg was
voor allen
Bij ons is al eens
iemand opgestaan
uit de doden

Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christen-democratische politiek, verdient het die naam niet.
Christelijke politiek wordt gekenmerkt door verantwoordelijkheid, dat wil zeggen dat je er weet van hebt verantwoording te moeten afleggen, antwoord te moeten geven. De eerste vraag, die aan een mens gesteld werd, luidde: “Adam, waar ben je?” Dat is de vraag die ons gehele leven begeleidt, ook in de politiek, bij iedere beslissing telkens weer: mens, waar ben je? Waar sta je in de problemen van de wereld? Aan welke kant sta je?
Die eerste vraag zal ook de laatste vraag zijn die ons zal worden gesteld en hij zal niet luiden: “Hoe goed heb je verdiend?” – dat is de vraag die ons hier in de politiek te veel bezighoudt – maar: “Hoe goed heb je gediend?” Het antwoord op de vraag die dan gesteld wordt, wordt hier gegeven.
Vanuit dat besef politiek te handelen, daarin wordt christelijke politiek herkenbaar. Daarin nemen wij elkaar niet de maat. Daar lichten wij elkaar niet op door. Daar spreken wij elkaar wel op aan. Daar roepen wij elkaar wel mee tot de orde. Daar binden wij elkaar wel aan – en dat moet dan helaas wel formeel worden vastgelegd.
Dat is ons richtsnoer. En wie het voorrecht te beurt valt – want dat is het – als vertegenwoordiger van deze richting op verantwoordelijke posten tot politiek handelen te worden geroepen, wordt voor dat politieke handelen geacht daarmee in te stemmen. Het Christen-Democratisch Appèl zal zó zijn, wil het werkelijk christen-democratisch zijn.”

vrijdag, 21 oktober 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: ‘Voor gerechtigheid en tegen discriminatie’

In de linker wang, d66, ewout klei, toekomst, agenda, twitter, vrijheid, vrouwen, vvd, en meer.

Vrijgevochten GPV-biograaf Ewout Klei zoekt heil bij D66 

‘Klein maar krachtig – dat maakt ons uniek’. Zo heet het proefschrift waarop Ewout Klei (1981) eerder dit jaar promoveerde aan de Theologische Universiteit Kampen. Het gaat over de geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Zelf opgegroeid in een GPV-nest is Klei inmiddels actief binnen D66 waar hij de relatie tussen geloof en politiek op de agenda wil zetten.

Het GPV was decennialang de politieke afdeling van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt waarin Klei opgroeide. Maar met het GPV en diens opvolger de ChristenUnie, voelt hij zich niet verbonden. Hij is lid van D66. Iets wat hem, naar eigen zeggen, regelmatig schuine blikken oplevert.
‘Als je christen bent, dan stem je op een christelijke partij, denken veel mensen’, verzucht hij, als ik hem ontmoet op een zonnig terras in Zwolle. ‘Er wordt een enorme morele druk uitgeoefend in kerken en bij mensen onderling dat je op een christelijke partij stemt, ook al past dat niet bij je.’

Kronkel
Een lidmaatschap van D66 levert veel onbegrip op. ‘Sommige mensen vonden zelfs dat ik hierom niet mocht promoveren’, zegt hij. Hij wijst op het conservatieve weblog Eén in Waarheid dat negatief over hem publiceerde. Ook het Reformatorisch Dagblad zou zijn proefschrift negatief beoordeeld hebben omdat hij D66’er is. Het lijkt hem eerder te sterken dan te remmen. Zijn keuze is er één voor rechtvaardigheid en tegen discriminatie. Dat veel orthodox-protestanten zo tegen de partij zijn, bewijst dat zij nog steeds vooral voor zichzelf opkomen, vindt Klei, ‘heb uw naasten lief, zeggen ze, maar blijkbaar geldt dat alleen voor uw eigen naasten.’
Klei groeide op in het Groningse dorp Hoogkerk. ‘Echt een dorpse conservatieve sfeer.’ Hij ging naar een gereformeerd-vrijgemaakte school. ‘Dat hoorde zo. Het was allemaal heel beschermd.’ Als de ouders van Ewout op zijn twaalfde naar Zwolle verhuizen, verandert er niet veel: zijn middelbare school heeft opnieuw een gereformeerd-vrijgemaakte signatuur. Klei gaat twijfelen: ‘het begon met nadenken over de uitverkiezingsleer. Deze leer staat wat mij betreft haaks op het idee dat God liefde is, en kan slechts met een theologische kronkel worden uitgelegd.’ In het verlengde daarvan ging hij nadenken over waarom twee mannen of vrouwen die van elkaar houden niet zouden mogen trouwen, en waarom iemand die crepeert van de pijn niet over zijn eigen leven mag beslissen.

Liefdevolle wereld
In zijn studententijd begint hij zich politiek te oriënteren. Dit was eerst richting VVD, de partij waarop hij stemde toen hij dat voor het eerst mocht. ‘De VVD was toen dé liberale partij, en dat sprak me aan’. Een blauwe maandag was hij lid van de ChristenUnie-jongeren, ‘dat kwam door mijn sociale omgeving’. Uiteindelijk vond hij zijn heil bij D66. ‘Een echte liberale partij die staat voor alle vrijheid en rechtvaardigheid’.
Op de vraag of hij zichzelf nog als christelijk ziet, antwoordt Klei niet-wetend. ‘Ik weet niet precies of God bestaat. In dat opzicht zit ik tussen christen en agnost in.’ Inspiratie uit het geloof, dat haalt hij wel: vooral naastenliefde en rechtvaardigheid spreken hem aan. ‘Ik vind die punten echt de basis, een rechtvaardige en liefdevolle wereld. Ik ben hierin een beetje GroenLinks-achtig, eigenlijk’. Naar de kerk gaat Klei echter niet meer. ‘Het spreekt me gewoon niet meer aan.’

Paarse Wang
Klei blijft zijn religieuze achtergrond wel benadrukken. Klei is lid van De Linker Wang en een onlangs maakte hij via Twitter bekend dat hij binnen D66 een soortgelijke organisatie wil opzetten die Klei grinnikend ‘De Paarse Wang’ noemt. Het platform bestaat vooral om D66 van wat ‘intellectuele bezinning’ te voorzien en het openbaar debat aan te zwengelen. Hij benadrukt dat het platform uitgesproken seculier is, en dat het nietbedoelt is om D66 een religieus tintje te geven. ‘D66 is misschien wel de meest seculiere partij van Nederland, en daar zijn we trots op’.

Toekomst
Klei juicht toenadering tussen D66 en GroenLinks toe ‘Ik denk dat de partijen veel gemeen hebben. Ik denk dat veel D66’ers zich verbonden kunnen voelen met mensen als Ruard Ganzevoort en Dick Pels’. Of zo’n samenwerking op den duur zou kunnen leiden tot een fusie, zoals sommigen beweren, durft hij niet te zeggen. ‘Er zijn heel veel verschillen in partijcultuur’.
Als het gesprek op zijn einde loopt, benadrukt hij dat hij van veel dingen nog niet weet hoe ze zullen lopen. ‘Wat de toekomst brenge moge…’, zegt  hij, memorerend aan het bekende christelijke lied, terwijl ik afscheid van hem neem.

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (oktober 2011).


vrijdag, 7 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Het schamele succes van linkse moties

De algemene beschouwingen zijn hét moment waarop partijen het kabinetsbeleid kunnen bijstellen. Bij de laatste algemene beschouwingen werden 24 moties in stemming gebracht. Slechts drie daarvan werden aangenomen. Jolande Sap was de eerste indiener van één daarvan. De andere moties kwamen van coalitiepartij CDA en gedoogpartij SGP. Een succesje voor GroenLinks dus. Maar GroenLinks is niet altijd zo succesvol in het binnenhalen van moties.

GroenLinks-Tweede Kamerleden dienden sinds de beëdiging van het kabinet-Rutte 199 moties en amendementen in. Dit is weinig in vergelijking met andere oppositiepartijen als de PvdA, D66, ChristenUnie en SP, die allemaal ruim boven de 200 moties zitten – alleen de kleine fracties SGP en de Partij voor de Dieren dienden minder moties in. Veel moties van GroenLinks halen bovendien geen meerderheid. D66, ChristenUnie en SP halen ongeveer 100 voorstellen binnen. De SP scoort overigens procentueel niet beter dan GroenLinks: zij haalt meer voorstellen binnen, maar dient er ook veel meer in. De PvdA weet als grootste oppositiefractie 136 voorstellen aangenomen te krijgen. GroenLinks blijft steken op 48.


‘Linkse’ motie minder kans op succes
Wat verklaart het succes van moties? Er is een heldere links-rechtsstructuur waarneembaar in de mate waarin partijen moties krijgen aangenomen. Partij voor de Dieren, SP en GroenLinks krijgen het minst moties aangenomen. Als linkse partijen, staan zij het verst van dit kabinet. De PvdA, D66, ChristenUnie en SGP – en hun voorstellen – staan dichter bij het centrum. Over het algemeen worden alleen niet-ingrijpende moties aangenomen. De moties van GroenLinks-Kamerleden die het halen, vragen om informatie of verzoeken de regering zich – vaak in internationaal verband – ergens voor in te zetten.

De motie die Sap indiende tijdens de algemene beschouwingen stelde dat de norm van 0,7 procent van het bruto binnenlands product voor ontwikkelingssamenwerking behouden moet blijven, zelfs als er straks nog meer bezuinigd gaat worden. Die 0,7-norm is staand kabinetsbeleid; GroenLinks heeft met de motie voorkomen dat dit kabinet – dat al op ontwikkelingssamenwerking bezuinigt – nog verder op ontwikkelingssamenwerking gaat korten. Meer verregaande voorstellen zouden waarschijnlijk niet op de steun van CDA of VVD kunnen rekenen, en zonder hen is er geen meerderheid. Moties die vragen om een serieuze aanpassing van het kabinetsbeleid, ofwel de meerderheid van de GroenLinks-moties, halen het dus niet.

De data voor dit onderzoek zijn verzameld door Tom Louwerse en Simon Otjes (Universiteit Leiden). Dit artikel is ook verschenen op de website van het GroenLinks Magazine.

dinsdag, 4 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Alleenvrouwschappij

In mannen, politiek, stemgedrag, vrouwen, algemeen, analyse, cda, christenunie, d66, en meer.

Nederland lijkt uitgeëmancipeerd. Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten en dezelfde plichten. Voor de wet zijn man en vrouw gelijk. Maar in de politiek ook? Zijn er verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen? En in politieke opvattingen?

Verschillen in politieke opvattingen

Vrouwen zijn op sociaal-economisch terrein socialer dan mannen: zij zijn voor een gelijkere inkomensverdeling dan mannen. Ze willen dat de overheid meer doet om een sociale rechtvaardigheid te verzekeren.  Vrouwen zijn op een aantal culturele thema’s progressiever: zij zijn vaker voorstander van het toelaten van asielzoekers. Dat geldt niet alleen voor asielzoekers maar ook voor homo’s:  vrouwen zijn voorstander van een meer omvattende gemeenschap. Ook zijn ze een groter tegenstander van kernenergie dan mannen. Vrouwen zijn een sceptischer over ingrijpende veranderingen, niet alleen over technologische verandering, maar ook over bijvoorbeeld Europese integratie. Vrouwen zijn niet per se softer dan mannen: vrouwen zijn over het algemeen vaker voorstander van strengere straffen. Wat het grote verschil lijkt te zijn is dat vrouwen voorstander zijn van gemeenschapszin (sociaal, inclusief maar ook conservatief) en dat mannen een meer individualistische politieke instelling hebben (economisch liberaal, uitsluitend maar ook voorstander van innovatie en vernieuwing).

Verschillen in stemgedrag

If women were the only voters, the Democrats would win in a landslide every time. If men were the only voters, the GOP would be the left-wing party” stelt Amy Gardner in The West Wing. Maar is altijd waar? Het is inderdaad zo dat bij de verkiezingen vrouwen vaak anders stemden dan mannen. Echter, de manier waarop de verschillen in stemgedrag tussen mannen en vrouwen zich uiten is contextafhankelijk: vrouwenstemrecht werd in Nederland ingevoerd in 1922. In 1918 waren er verkiezingen gehouden met algemeen stemrecht voor mannen. Er werd verwacht dat met name de seculiere linkse partijen (SDAP, CPH) die voorstander waren geweest van vrouwenkiesrecht van de invoering daarvan zouden profiteren. Echter, zij verloren drie zetels (was 25 werd 22). Ook de seculiere rechtse partijen (LP, LSP, VDB) verloren vier zetels (was 20 werd 16). Dat gold ook voor de categorie overig (was 5 werd 2 – ook gevolg van kleine verandering in het kiesstelsel). Het waren de Christen-Democratische partijen (CHU, ARP en RKSP) die er op vooruitgingen (van 50 naar 60). Ceteris paribus lijkt dit er op te duiden dat vrouwen niet in grote mate op linkse partijen hebben gestemd bij deze verkiezingen.

En nu? Als alleen vrouwen zouden stemmen, zou de PvdA de grootste partij zijn. De sociaal-democraten zouden 28 zetels halen als alleen vrouwen zouden stemmen. Daarop volgt de VVD (25) en het CDA (24). En dan pas de PVV (21) met op de voet de SP (18). GroenLinks (13) ligt voor op D66 (10). Onder de kleine partijen staat de CU sterk (6) en de PvdD (3). De heren van het SGP zouden ook twee zetels krijgen in het vrouwelijke parlement. Er is dus een linkse meerderheid onder de vrouwen van 78 zetels. Maar ook de Christen-democraten doen het nog relatief goed onder vrouwen ze halen hier nog 32 zetels.  Het zijn de verschillende liberale partijen van Nederland (D66-VVD-PVV) die slecht scoren onder vrouwen. Er is groen licht voor een links vrouwenkabinet van PvdA-CDA-SP-GL.

Als alleen mannen het stemrecht hadden dan zag de Tweede Kamer er anders uit.  De VVD ligt met 36 zetels ruim voor op de PvdA (31). De PVV haalt 26 zetels, ruim meer dan het CDA (17). De SP (12) ligt vlak bij D66 (11). GroenLinks ligt daar ver onder (8). De ChristenUnie haalt even veel zetels als de SGP (4). Een zetel is over voor een mannelijke PvdD’er. Seculier links haalt 52 zetels, de liberalen (VVD-D66-PVV) 73 en de Christen-Democraten maar 25. Een kabinet CDA-VVD-PVV haalt een meerderheid onder de mannen (81).

In de politieke opvattingen zijn er nu verschillen tussen en mannen en vrouwen: vrouwen zijn voorzichtiger en meer gericht op de gemeenschap, mannen willen verandering en zijn meer gericht op het individu. Het mag dan ook niemand verbazen dat mannen in het verleden en op dit moment liberale partijen verkiezen. Vrouwen kiezen voor sociaal-democratische en Christen-democratische partijen, die een communotaire orientatie hebben.

Deze analyse is gebaseerd op het NKO 2010.

maandag, 3 oktober 2011

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Rijsberman (D66) en Siepel (ChristenUnie) over de PVV

In partij van de onvrijheid, flevoland, ps, pvv, debat, kort, provinciale staten.
Rijsberman (D66) en Siepel (ChristenUnie) evalueren kort zes maanden PVV in de provinciale staten van Flevoland:

Een stel recalcitrante pubers die hélémaal niets toevoegen aan de ontwikkeling van Flevoland, maar vooral uit zijn op eigen gewin.

(vrij geïnterpreteerd, klik hier voor debat van 28-9-2011 en hier voor het hele interview met Siepel)

UPDATE: ook het CDA is niet blij




vrijdag, 23 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Bühnebeesten

In politiek, algemene beschouwingen, apb, bedrijspoedel, blok, cabaret, cda, christenunie, coalitie, en meer.

Om te openen met de gevleugelde woorden van CDA sjacheraar Verhagen, wat was het gisteren weer een ‘feest van democratie’. De ene na de andere oneliner, belediging of metafoor  werd via de camara’s van (NOS’) Politiek24 de wereld ingeslingerd. Job Cohen is een poedel, Geert Wilders een kleuter. De kleuter mopperde iets over de maoïstische handjes van de SP, en de stekker die er bij mevrouw Sap waarschijnlijk niet inzat. Dat laatste weer naar aanleiding van een potsierlijke demonstratie ‘stekker uit het stopcontact trekken’ van de voortrekster van GroenLinks. Als kers op de taart moest premier Mark Rutte van Geert Wilders ’s effe normaal doen, en vice versa. Algemene Politieke Beschouwingen op hun sjiekst.

Hoewel de grote verontwaardiging zich gisteren enkel op Geert Wilders richtte, nadat hij twee dagen zonder ook maar een greintje respect de voltallige Tweede Kamer en het kabinet tegen zich in het harnas wist te schelden, is hij niet alleen geweest in het larderen van de Algemene Beschouwingen met stukjes cabaret en snedig bedoelde spitsvondigheid. Ook de oppositiepartijen waren niet vies van een sneer links of rechts. En los van de vraag of dat wel of niet fatsoenlijk is, dringt zich bij mij de vraag op, hoe lang al die fractievoorzitters daarover nagedacht hebben, voor de derde woensdag van september.

Want er zal toch wel overleg geweest zijn over de stekkerdoos van Sap? Sterker nog, er zal iemand aangesteld zijn om het metaforische apparaat op tijd de Tweede Kamer in te smokkelen. En er zal toch iemand voor aanvang van zijn spreektijd, Job Cohen een briefje hebben toegefrommeld met het prachtige verhaaltje over de kleuter die niet naar school wil, maar onvermijdelijk toch het klaslokaal betreedt. En er zal toch een avondje meligheid met Fleur Agema en Martin Bosman voorafgegaan zijn aan de cabareteske tirade en scheldkannonade van blonde Geert… Prachtig uitgedokterde verhaaltjes, klaar voor de politieke bühne.

Mark Rutte heeft zijn Miljoennota zonder al te veel commotie door de Tweede Kamer heen gebabbeld. Tussendoor vooral veel verbaal vuurwerk, gevolgd door verontwaardiging. En tijdens die twee dagen hielden de heren en dames fractievoorzitters zich keurig aan het vooraf bedachte imago. Emile Roemer speelde de vermoorde onschuld, die bijna omviel van smart over de ruwe omgangsvormen tijdens het debat. Alexander Pechtold speelde de advocaat van de duivel door Koppejan en Ferrier (de twee dissidenten binnen de fractie van CDA) fijntjes te vragen of wat extra ontwikkelingshulp en een Zeeuwse polder het waard waren deze gedoogconstructie te steunen. Geert Wilders speelde de treiterende pestkop, en vervolgens het grote slachtoffer, omdat niemand boos werd als hij voor xenofoob (waar zou dat toch vandaan komen?) werd uitgescholden. Ondertussen gebeurde er op de inhoud weinig spectaculairs.

Na twee dagen Algemeen Beschouwen, is het weer duidelijk waar politiek volgens de media om draait. En de politici passen hun optreden hier keurig op aan. De inhoud van de Beschouwingen heb ik alleen op Politiek24 kunnen zien. In de journaals en opiniërende programma’s kwam enkel cabaret en ruzie terug. Heel Nederland kon ze bekijken; de zorgvuldig geregisseerde imago’s van de fractievoorzitters. Allemaal aapjes op de politieke bühne.


donderdag, 22 september 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter Blogreacties: Harmen Binnema

Stemgedrag Algemene Beschouwingen: Wilders blaft hard, maar bijt niet

De Algemene Beschouwingen 2011 lieten een nogal wisselend beeld van de politiek zien. Het grootste deel van de tweede dag werd er inhoudelijk gedebatteerd, maar Wilders wist weer het beeld te bepalen met zijn compromisloze en op de persoon gerichte taal. Het debat eindigde met de stemming over 21 ingediende moties. Hier kwam de echte Hollandse aap uit de mouw: Wilders blaft wel, maar bijt niet.

De PVV stemde in 19 van de 21 gevallen gewoon mee met de VVD en in 17 van de 21 gevallen met het CDA. Ter vergelijking: de PvdA van 'grote gedoger' Job Cohen stemde slechts tweemaal hetzelfde als de VVD en vier maal als het CDA. Wilders steunde daarbij geen enkel voorstel van de oppositie - zijn fractie stemde alleen voor zijn eigen voorstel over een referendum over de EU-steun aan Griekenland.

Als we het stemgedrag over deze 21 moties in kaart brengen en daar de patronen uit destilleren, zien we een duidelijk links-rechts beeld (dat natuurlijk overeenkomt met de tegenstelling tussen regering en oppositie, aangezien de drie regeringspartijen ter rechterzijde zitten). Meest links staan SP, PvdD, GroenLinks en PvdA. D66 staat net iets ter rechterzijde daarvan, gevolgd door ChristenUnie en SGP. Dan volgen de regeringspartij CDA, gedoogpartner PVV en de regeringsfractie van de VVD. Merk wel op dat de schattingen van deze 'ideaalposities' van partijen behoorlijk onzeker zijn: het gaat hier maar om 21 stemmingen. Desalniettemin komt het beeld overeen met het stemgedrag in het afgelopen parlementaire jaar.

Schattingen stemgedrag met behulp van IDEAL van Simon Jackman.




Het eendimensionale plaatje geeft al een zeer goede voorspelling van het stemgedrag van de partijen, maar er zijn een paar stemmingen die niet in dit beeld passen. Neem bijvoorbeeld het referendum over Griekenland, waar PVV en PvdD samen voor stemden. Als we deze patronen ook in kaart willen brengen is een twee-dimensionaal figuur nodig. Hierin is te zien dat op een klein aantal moties is samengewerkt door PVV, PvdD en SP (zij staan op Dimensie 2 aan dezelfde kant van het spectrum). In dat laatste geval ging het vooral om moties die door de middenpartijen werden gesteund, maar door PVV, VVD, SP en PvdD werden verworpen. 

Het tweedimensionale beeld is in feite hetzelfde als het eendimensionale plaatje: het stemgedrag wordt gedomineerd door links versus rechts, oppositie versus regering (inclusief de gedoogpartner). Het laat zien dat Wilders wel veel stampij maakt in de Kamer, zowel inhoudelijk over een aantal onderwerpen als door zijn woordkeus, maar als puntje bij paaltje komt het kabinetsbeleid gewoon steunt.
Schattingen stemgedrag met behulp van IDEAL van Simon Jackman.
Voor de statistici: Het model is geïdentificeerd door de posities van SP, PVV en CU vast te stellen op basis van hun positie in een klassieke multidimensional scaling op de afstandsmatrix tussen partijen. 

donderdag, 15 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Lange Tenen

In politiek, antisemitisme, bekeringsdrang, boete, cda, celstraf, christendom, christenunie, cidi, en meer.

Joël Voordewind van ChristenUnie wil graag een verbod op het ontkennen van de Holocaust, wanneer dit tot doel heeft haat te zaaien. Concreet betekent dit dat je celstraf of een boete van enkele duizenden euro’s riskeert wanneer je stellig roept dat de Holocaust nooit heeft plaatsgevonden. De animo voor dit wetsvoorstel is overigens erg laag, omdat – volgens de andere partijen in de Tweede Kamer – het wettelijk al mogelijk is dit aan te pakken.

Om heel eerlijk te zijn, mijn broek zakt hiervan af. En nee, niet van de geringe animo voor dit voorstel, maar eerder van het feit dat dit voorstel er überhaupt ligt. Want ontkennen van de Holocaust is wat mij betreft niet kwetsend, maar gewoon erg dom… Als ik tegen een Jood zeg dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden, moet hij me niet aangeven. Dan moet hij me heel hard uitlachen.

Ik weet niet of het lange tenen zijn, of dat het een principekwestie is, maar ik vind het lastig te begrijpen dat iemand het als echt kwetsend ervaart dat een ander iets ontkent waarvan we allemaal weten dat het waar is. Ja, de Holocaust is van grote proporties, en het is van de zotten om te doen alsof die nooit heeft plaatsgevonden, maar kwetsend? Is het niet gewoon een beetje treurig? Dat iemand meent te moeten zeggen dat de Holocaust niet bestaat, en dat jij dan boos wordt. “Welles! Dat is wel gebeurd!” Ik zou me er drukker om maken dat bij een gemiddelde voetbalwedstrijd alle ‘Joden aan het gas’ moeten. Dat lijkt mij een stuk grievender.

Het voorstel van Joël Voordewind doet me denken aan het de groeiende confrontatieschuwheid die door Nederland waart. Wilders wordt voor de rechter gezet, PVV-critici worden op hoge toon bedreigd met subsidiestops, het verbod op godslastering wordt alweer met rust gelaten. Politieke partijen weigeren met elkaar in debat te gaan nota bene! Wat is dat toch, dat discussies steeds vaker uit de weg worden gegaan, of worden vervangen door maatregelen. Willen we bij wet regelen wanneer iemand zich beledigd voelt? En kan dat sowieso niet een toontje lager, waar het wederzijds uitsluitende ideologieën betreft? Zijn we de bekeringsdrang niet een beetje voorbij?

Ik wil best aannemen dat geloof of etnische identiteit een serieuze aangelegenheid is, maar hoe kan ik iemand beledigen, door te zeggen dat ik er niet in geloof, of het er niet mee eens ben? We leven nu eenmaal in een land met meerdere culturen, identiteiten en geloven, tot overtuigd atheïsten aan toe. Als je zelf ergens in gelooft, maakt het toch geen bal uit wat een ander daarvan vindt?

Wat betreft de Holocaust lijkt het me helemaal simpel. We leren allemaal op school wat daar gebeurd is. Dus – zoals gezegd – het ontkennen daarvan lijkt mij niet erg kwetsend, en al helemaal geen strafblad waard. Wel erg dom…


woensdag, 7 september 2011

Theo Brand

Theo Brand

Het Slangenburgberaad en andere CDA-kronkels

Namens ruim zeshonderd CDA-leden – verenigd in het Slangenburgberaad – levert theoloog Hein Pieper vandaag kritiek op de partijtop. Het CDA laat zich teveel meeslepen door de neoliberale waan van de dag. Maar… eigenlijk is het allemaal de schuld van de PvdA. Want onder Paars begon de neoliberale zondeval. Aldus Pieper.

Dat doet me denken aan het Paradijsverhaal. Daarin geeft Adam de schuld aan Eva: ‘Zij was het die mij van de verboden vrucht gaf’. En Eva verwijst op haar beurt snel door naar de listige slang die haar verleidde van de vrucht te eten. Dit verhaal zou de theoloog Pieper moeten aanspreken. Want het CDA doet me vooral denken aan een kronkelende slang wat betreft het neoliberalisme.

Vorige week bracht het wetenschappelijk bureau van het CDA een rapport uit waarin gesteld werd dat ‘de overheid’ terug moet in haar hok. Wetgeving moet worden teruggedrongen en de samenleving moet vrij baan krijgen. Dat klinkt mooi. En natuurlijk is het goed om overbodige regelgeving en controledwang aan te pakken. Maar wat betekent zo’n – toch ook wat populistische – boodschap voor de publieke sector en voor onze sociale wetgeving? Wie de samenleving ruimte geeft en de overheid wil uitkleden, geeft vooral ook de markteconomie vrij baan.  

Uitstekend dat het CDA het primaat wil leggen bij burgers en hun maatschappelijke verbanden. Maar zonder visie op hoe je solidariteit opnieuw organiseert en tegelijk op een behoorlijk peil houdt (zowel nationaal als internationaal) blijft groeiende private rijkdom van een kleine groep mensen gepaard gaan met een verschraling van de publieke sector wat leidt tot minder gelijke kansen.

Het verschil tussen rijk en arm is blijven groeien sinds het CDA aan de macht is. Zeker de huidige regering – waarin het CDA toch een flink partijtje meeblaast -  pakt chronisch zieken en gehandicapten keihard aan en laat tegelijk bezitters van grote huizen en auto’s ongemoeid. Daarover zouden de Slangenburgers zich best wat kritischer mogen uitlaten.

Waarschijnlijk willen de CDA-ers van het Slangenburgberaad nu vooral graag gehoord worden door de partijtop. Maar omdat de partijtop vooral bevriend is met de VVD, moet er wel iets lelijks over de PvdA gezegd worden. Zo kronkelt het CDA zich verder richting twaalf zetels in de peilingen en lijken de eerste fusiebesprekingen met de ChristenUnie in aantocht.

Misschien biedt dat laatste nog een lichtpuntje. Want de ChristenUnie laat qua ideeën en politieke keuzes duidelijk zien een betere balans te vinden tussen overheid, vrije markt en civiele samenleving dan het CDA. Evenals de PvdA en GroenLinks trouwens.

Lees ook mijn eerdere weblog waarin ik betoog dat het CDA zich in sociaal-economisch opzicht vooral laat leiden door het neoliberalisme.


donderdag, 1 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Spagaat

Nu het reces ten einde is, komt Prinsjesdag met rasse schreden dichterbij. En met Prinsjesdag de grove bezuinigingen die ons kabinet al een jaar aan het uitstellen is. En daarmee komt de volgende spagaat van het VVD/CDA/PVV kabinet in zicht.

Ik zeg de volgende spagaat, omdat Mark Rutte en Jan Kees de Jager inmiddels al een pijnlijke liesbreuk moeten hebben opgelopen van de eerste. Het hele debat over de eurocrisis van Europa zou lachwekkend zijn, als het onderwerp niet zo belangrijk was. Pro-Europees beleid wordt verkondigd als ware ons kabinet fel anti, om Geert Wilders met zijn eurohatende Henk en Ingrid de wind uit de zeilen te nemen. Met dank aan de weldenkende oppositie kan het kabinet gezond beleid uitvoeren, zij het op een nogal paradoxale toon.

De wrange grap is dat dit geluid zich waarschijnlijk de komende maanden door zal zetten wanneer de bezuinigingen behandeld worden. Mark Rutte die hele subsidiepotten en zorgregelingen omkeert en leegschudt, terwijl hij luidkeels roept dat Jan-met-de-pet er toch echt niet op achteruit mag gaan! De PVV wordt gevreesd, die heeft tenslotte een stekkertje gekregen bij de vorming van dit kabinet. En dankzij dat stekkertje en de simpele wil om tot het meest ‘rechtse’ kabinet te komen, in plaats van het meest verstandige kabinet, zit Nederland nu met beleid dat met veel lawaai versuikerd moet worden.

PVV runner-up Fleur Agema heeft de eerste duit al in het zakje gedaan. Hoewel Haagse mores voorschrijven dat er over de begroting tot Prinsjesdag niet gesproken wordt, heeft ze al voor het einde van het reces wereldkundig gemaakt dat de zorgbudgetten niet gehalveerd worden, maar – lekker links – inkomensafhankelijk gemaakt. De PVV moet immers ook om haar kiezers denken, en de overboord gegooide verkiezingbeloftes stapelen zich langzaam op. Zou Fleur voor deze ‘slip of the tongue’ normaliter stevig op haar flikker krijgen, ook deze keer zal Rutte het door de vingers zien. En als Geert Wilders tijdens het debat rond de derde dinsdag van september weer flink tekeer gaat, wordt ook dat weer weggelachen.

De veerkracht van de coalitie is te prijzen. Maar de spagaat die VVD, CDA en ook PVV al maanden volhouden om elkaar niet af te vallen, zal zo langzaamaan toch beginnen te schuren. De verschillen in ideologie op essentiële vlakken (Europa, bezuinigingen, Kunduz) worden steeds duidelijker en schrijnender. En hoe duidelijker dat wordt, hoe meer de eigen geloofwaardigheid van het kabinet in het gedrang komt. De spagaat gaat vanzelf zeer doen, als de lenigheid begint te haperen. En tja, wat niet rekt, dat scheurt.


vrijdag, 26 augustus 2011

Ruud Pet

Ruud Pet

Linkedin Twitter GR

raadspanel

Het presidium van de gemeenteraad stelt voor het Raadspanel af te schaffen. Dit moet gebeuren in het kader van de, door de coalitiepartijen afgedwongen, bezuinigingen op het budget van de gemeenteraad. Leefbaar Almere en de PVV hebben zich al tegenstander verklaard van dit voornemen. Ligt in de lijn van hun opvatting dat er niet zonder meer bezuinigd mag worden op het raadsbudget. Maar heeft ook te maken met het gegeven dat deze twee partijen graag gebruik maken van het instrument Raadspanel. Zij doen dat ook goed en in ieder geval veel beter dan mijn eigen fractie, GroenLinks. Een kleine 2000 politiek betrokken Almeerders werken enthousiast mee aan de onderzoeken/vragen die worden uitgezet door raadsfracties. Uit de antwoorden komt een redelijk representatief beeld terug. Het is jammer dat deze Almeerders hun, moderne, betrokkenheid wellicht niet langer kunnen tonen. Wil de gemeenteraad het instrument handhaven dan doen partijen er wel verstandig aan het Raadspanel nadrukkelijker te betrekken bij de dilemma's die in de samenleving spelen. Leefbaar en PVV doen dit goed, de anderen moeten meer investeren. Het afschaffen van het panel is de mogelijke uitkomst van een bezuiniging van 300.000 euro op het raadsbudget van 3 miljoen. Opgelegd door het college, in samenspraak met de coalitiepartijen. De oppositiepartijen zijn bereid te kijken naar bezuinigingen maar vinden dat de controlerende functie van de raad niet aangetast mag worden. En juist daar lijken de bezuinigingen wel plaats te gaan vinden aangezien het grootste deel van het raadsbudget niet beïnvloedbaar is. Een kleine 2 miljoen gaat op aan faciliteiten zoals vergaderruimtes en ict. Er blijft 1 miljoen over voor het 'echte' werk van de raad. Op dit bedrag moet nu de korting gaan plaatsvinden en dat is natuurlijk zorgelijk. De taken van de raad komen sterk onder druk te staan. Het college heeft al een grote voorsprong op de Raad en deze wordt nog groter. Wat is het belang van PvdA, VVD, D66, CDA en Christenunie hierbij?

zondag, 21 augustus 2011

Theo Brand

Theo Brand

Vrijzinnigheid als dwangbuis of als wenkend perspectief?

Vrijzinnigheid is een begrip dat leeft binnen GroenLinks – maar ook binnen D66 en de PvdA. Het slaat op een mentaliteit waarbij het individu niet langer wordt beknot door seksegebonden rolpatronen, taboes op homoseksualiteit of andere culturele en/of religieuze opvattingen en gewoonten die individuele ontplooiing in de weg staan.

Vrijzinnigheid is van groot belang, maar de maakbaarheid ervan is beperkt omdat vrijheid en emancipatie zich moeilijk laten afdwingen. Tegelijk is de veerkracht van de Nederlandse samenleving vaak zo groot dat veranderingen vaak van onderop groeien. Het is veel effectiever om die hoopvolle en authentieke processen te stimuleren dan om – op paternalistische wijze - onwillige mensen tot vrijheid te dwingen. Als dat überhaupt al mogelijk en wenselijk zou zijn.

Het is begrijpelijk dat de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen in 2001 bij een minderheid van conservatieve trouwambtenaren niet meteen tot enthousiaste reacties leidde. Ook ligt het niet voor de hand dat alle orthodox-gelovige vrouwen kiezen voor een radicaal andere levensstijl dan hun moeders en grootmoeders. Maar dat neemt niet weg dat alle mensen wel dezelfde rechten hebben en ontplooingskansen zouden moeten krijgen. Vrijzinnigheid mag geen dwangbuis worden, wel een wenkend perspectief en een ontspannen uitnodiging.

Dat laatste – vrijzinnigheid als een ontspannen uitnodiging - mis ik bijvoorbeeld in het integratiedebat en in het debat over godsdienstvrijheid. Ook binnen mijn eigen partij, GroenLinks, mis ik bij sommigen weleens wat relativeringsvermogen. Enerzijds gaat het over vrijheidsrechten maar anderzijds over culturele verschillen en over ongelijktijdigheid: niet iedereen maakt de zelfde ontwikkeling door op het zelfde tijdstip. Het gaat over veranderingsprocessen die nog niet zo lang geleden in de breedte van de Nederlandse maatschappij plaatsvonden. Dat heeft tijd gekost. Mogen die processen nu (bij anderen) helemaal geen tijd meer kosten en geduld vragen? Ik denk van wel, als we de uiteindelijke richting maar helder hebben.

Het ontkennen of afwijzen van homoseksualiteit en het in stand (willen) houden van een ongelijke positie van vrouwen en mannen in sommige kringen, past niet bij de vrijzinnige maatschappij die ook mij voor ogen staat. Maar de bevordering van vrijheid en emancipatie vraagt in de eerste plaats om dialoog en geduld en pas in allerlaatste instantie om wetgeving en dwang. Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen en groepen stimuleren of verleiden om te kiezen voor vrijheid en emancipatie?

In elk geval niet door te stellen of te suggeren dat een bepaalde religie of (sub-)cultuur achterlijk is. Elke godsdienst, levensbeschouwing of cultuur wordt geïnterpreteerd en gepraktiseerd door nieuwe generaties. Zij doen dat in de context van de moderne wereld en de open samenleving. Onder de oppervlakte broeit het vaak van de langzaam groeiende veranderingen. Denk aan feministische moslima’s. Of bijvoorbeeld aan het feit dat er sinds kort kinderopvangcentra bestaan op reformatorisch-christelijke grondslag. Persoonlijk juich ik deze verzuiling niet toe, maar het geeft aan dat het steeds normaler wordt dat SGP-vrouwen op de arbeidsmarkt actief zijn, wat twintig jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar was. En het feit dat gereformeerd-vrijgemaakte homo’s zich organiseren en ruimte bevechten in hun eigen kring, is een ontwikkeling die ook spontaan is gegroeid en (een deel van) de achterban van de ChristenUnie uiteindelijk ingrijpend zal veranderen.

Juist omdat verandering van onderop het beste werkt, was het ook beter geweest als het onverdoofd ritueel slachten niet meteen door de Tweede Kamer per wet verboden zou zijn geworden, maar eerst tot dialoog had geleid met bijvoorbeeld een convenant als uitkomst. De betreffende joden en moslims hadden dan zelf met een veranderingsproces kunnen starten. De eigen geloofstraditie had dan in harmonie gebracht kunnen worden met nieuwe inzichten rond dierenwelzijn. Omdat echter niet voor dialoog en een ontspannen oplossing is gekozen maar voor dwang, voelt een groot deel van de joden en moslims zich geschoffeerd. Het is bovendien erg hypocriet dat een partij als de VVD – die nooit enige moeite heeft met de bio-industrie – zich wel keert tegen onverdoofd ritueel slachten. Geld verdienen aan grootschalig industrieel dierenleed is blijkbaar minder kwalijk dan kleinschalig dierenleed op basis van eeuwenoude rituelen. Ergo: voor de VVD is niet geldzucht, maar religie de bron van alle kwaad. Hoe simpel wil je het hebben.

De kwestie van de zogeheten weigerambtenaren vind ik ingewikkeld. In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem – zo kun je oppervlakkig stellen. Toch vind ik het ongerijmd dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm (en smallere interpretatie) hanteert van wat het huwelijk inhoudt – en voor wie het bedoeld is – dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren ten aanzien van weigerambtenaren, zoals nu het geval is.

Beter is een landelijke overgangsregeling voor weigerambtenaren (zoals eerder bepleit door publicist en politicologie-student Willem de Gelder). Deze regeling kan bijvoorbeeld behelsen dat vanaf nu (2011; tien jaar na invoering) geen enkele weigerambtenaar meer mag worden aangenomen. En dat alle nu nog zittende weigerambtenaren tot en met uiterlijk 2015 hun werkzaamheden mogen blijven verrichten. De richting is dan helder en trouwambtenaren hebben zich op termijn volledig te voegen naar de ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een volstrekt vrije keuze is, worden mensen in deze situatie niet gedwongen om handelingen te verrichten die tegen hun geweten in gaan.

De richting die ik kies is die van maatschappelijke vrijzinnigheid (die overigens niet hoeft te botsen met midden-orthodoxe posities in de wereld van kerk en religie). Maar de weg er naartoe moet van haar scherpe en intolerante randjes worden verlost. Dat vraagt bijvoorbeeld om ondersteuning van bewegingen van onderop, denk aan subsidies voor homo- en vrouwenemancipatie (positief). En dus niet om secularistische Don Quichottes die te hoop lopen tegen bepaalde groepen en overtuigingen (negatief).

GroenLinks moet bovendien niet vergeten dat ecologie en sociale rechtvaardigheid haar kernthema’s zijn en dat juist op die terreinen sneller en effectiever resultaten geboekt kunnen worden tegen consumentisme en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Door een fixatie op vrijheid, zouden we de gelijkheid en broederschap nog vergeten. Ja, broederschap… fraternalisme dus. En alstjeblieft geen paternalisme, hoe vrijzinnig die ook bedoeld moge zijn.


maandag, 15 augustus 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Fatsoenlijke mensen

In politiek, anders breivik, balkenende, blanksma, braakhuis, cda, christenunie, coalitie, cohen, en meer.

De oppositie lijkt Mark Rutte toch een beetje zat te worden. Hoewel een ieder het er nog steeds over eens zal zijn dat hij over beduidend meer flair en soepelheid beschikt dan zijn voorganger, begint die charmante nonchalance wat aan kracht in te boeten. Misschien is de zomer van de enorme eurocrisis en het drama in Noorwegen ook niet de uitgelezen tijd om de gul glimlachende premier uit te hangen. ‘Om ons heen woedt een brand, maar we zien alleen een premier die zich vermaakt op festival Dance Valley’, aldus Bruno Braakhuis van GroenLinks. Dat Mark Rutte zich een miljard of vijftig vergist had bij het presenteren van de crisismaatregelen, heeft zijn populariteit vast ook niet geholpen…

D66 en PvdA verwijten Rutte vooral zijn ónzichtbaarheid. Zij verwachten Rutte en minister van Financiën Jan Kees de Jager deze week bij een debat te zien, gesteund door PVV, GroenLinks, ChristenUnie en SP. In dit debat zal niet alleen de crisis met al zijn consequenties en oplossingen voorbij komen, maar zal wellicht ook het leiderschap van Mark Rutte ter discussie gesteld worden. Want waarom heeft hij in de afgelopen weken niet gereageerd in de media? Had hij, als premier, het volk niet gerust moeten stellen, of op zijn minst uitleg moeten geven over de gevolgen van het hele verhaal? En had hij zich niet moeten mengen in het debat rond Anders Breivik? En hoe zit dat met die uitgestoken hand, die maar niet echt wil komen?

Dat Mark Rutte als premier aangevallen wordt, is natuurlijk prima. Elke premier wordt door de oppositie aangepakt. Zeker als die oppositie het gevoel heeft enkel geraadpleegd te worden als het de premier uitkomt. Een verschil in dit geval is wel, dat ook gedoogpartij PVV weinig vrolijk wordt van Mark Rutte, zodra het de Europese schuldencrisis betreft. Zijn de pro-Europese D66, GroenLinks en PvdA nog te porren voor steun aan de Grieken vanuit hun fatsoen, Geert Wilders toetert er vrolijk op los. “Geen cent naar dat corrupte land, we zien het nooit meer terug!” Het Limburgse accent en de verbeten, venijnige toon  moet u er zelf maar even bij denken.

Al met al staat Rutte dus een lastig debat te wachten. Hoewel de oppositie tot nu toe weinig van de grond krijgt, omdat Geert Wilders ondanks zijn giftige uitspraken een motie van wantrouwen niet zal steunen, begint de toon langzaam wat grimmiger te worden. De oppositiepartijen kunnen een keer ‘de telefoon niet opnemen’, zoals Alexander Pechtold van D66 het al verwoordde in een recent debat over de eurocrisis. En Mark Rutte kan niet eeuwig blijven weglachen dat zijn verhouding met de gedogende PVV af en toe wel erg wonderlijk is. Zijn excuus dat de minderheidsconstructie nu eenmaal betekent dat Geert Wilders alles maar kan roepen, zonder af te geven op het kabinet, begint een beetje te vervelen. Wat dat betreft zou het mij niet verbazen als de Noorse schutter nog even langs komt in het debat.

Het blijft wel de vraag hoe serieus de fatsoenlijke mensen van de oppositie zijn met hun dreigement. Misschien kunnen ze nog wat leren van de PVV. Want zolang het bij woorden blijft, en de oppositie vanuit landsbelang het kabinet aan een meerderheid blijft helpen wanneer de PVV afhaakt, zit dit kabinet er nog wel even. Geert Wilders heeft zijn positie immers ook niet gekregen door zich zo fatsoenlijk op te stellen…


donderdag, 11 augustus 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Tolerantie en de weigerambtenaar

In tolerantie, orthodox-christelijke opvatting, weigerambtenaren, asfalt, bijbel, christenunie, gemeente, groningen, ambtenaren, en meer.
“Politiek en goddienst, daarover worden de mensen het toch nooit eens”, zei mijn moeder zaliger altijd tegen mij. Waarschijnlijk om mij te behoeden, me daar ooit mee in te laten. Daar komt alleen maar ruzie van!, voegde ze er zelfverzekerd aan toe. Ik vrees dat ik haar daarin postuum gelijk moet geven.

Neem nu de ophef over de “weigerambtenaren”. De stad Groningen heeft als eerste gemeente in Nederland besloten de tijdelijke contracten van drie ambtenaren, die vanuit gewetensbezwaren, weigeren om homostellen in de echt te verbinden, niet te verlengen. Een naar mijn mening terecht besluit, omdat deze ambtenaren niet bereid zijn, om “zonder aanzien des persoon” alle geliefden met een huwelijkswens in de echt te verbinden, zelfs als deze voldoen aan alle eisen die de overheid als wetgever aan het huwelijk stelt.

Het dagblad Trouw bracht vandaag een opiniestuk waarin de auteurs* het recht op tolerantie bepleiten voor deze weigerambtenaren. Naar hun mening wezen alle trends er al op dat er een dag zou komen waarop er definitief geen ruimte meer bestaat voor trouwambtenaren die een orthodox christelijke (of joodse of islamitische) visie op het huwelijk hebben. Echter naar mijn mening klopt deze bewering gewoonweg niet. Uiteraard mogen trouwambtenaren er wel een orthodox christelijke opvatting op na houden (of een joodse of islamitische), zolang deze opvatting de uitoefening van hun beroep maar niet in de weg staat. Het niet willen uitvoeren van een opgedragen taak staat daar nogal haaks op.

Het zou toch volstrekt onacceptabel zijn, dat ik als GroenLinkser, met een politieke opvatting voor minder asfalt, tijdens de uitoefening van mijn werk bij Rijkswaterstaat zou gaan weigeren om de ombouw van de Zuidelijke Ringweg Groningen mede gestalte te gaan geven. Daar ben ik nu juist voor ingehuurd. Dat is eveneens van toepassing op een trouwambtenaar, die moet eenvoudigweg huwelijken afsluiten. Hoe simpel kan het zijn?

En dan de gevraagde tolerantie voor de weigerambtenaren. Hoe tolerant zijn de bestuurders van al die scholen met de Bijbel geweest die een homoseksuele sollicitant een baan onthouden hebben of nog erger een homoseksuele leerkracht na ontdekking de deur hebben gewezen?
Was er toen ook sprake van enige tolerantie? Ik kan mij dat helaas niet meer herinneren.

* De auteurs hebben respectievelijk een SGP en een Christenunie achtergrond.

maandag, 25 juli 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

De Angst voor Paars

In politiek, achterban, angst, aow, arbeidsmarkt, belasting, bezuinigingen, cda, christendemocratie, en meer.

Na een korte onderbreking om de plannen van de Jager voor Griekenland te bespreken, is het zomerreces van de Tweede Kamer nu dan toch echt van start gegaan. En naast tijd voor vakantie en werkbezoeken, is het dan blijkbaar ook tijd om (anoniem) het afgelopen politieke jaar eens te bekijken. Want waar de deelnemers aan de formatie van Paars Plus maanden hun kaken stijf op elkaar hielden, kwam NRC afgelopen weekend met een uitgebreid relaas over deze formatie en het mislukken daarvan.

En wat blijkt? Mark Rutte heeft gejokt. De onderhandelingen liepen volgens hem vast op de hervorming van het ontslagrecht en de WW, waarover de PvdA niet wilde praten, aldus zijn verklaring daags nadat de stekker uit de formatie was getrokken.  Nu blijkt echter, dat de PvdA hier best over wilde praten. Ook de starre houding van de VVD ten opzichte van de hoogte van de bezuinigingen heeft de drie andere partijen niet op de kast gekregen. Hoewel D66 en GroenLinks beduidend enthousiaster waren dan de onderhandelaars van de PvdA, blijken de onderhandelaars en financieel specialisten van de vier Paarse partijen al een heel eind te zijn gekomen in een maand onderhandelingstijd.

Sterker nog, als we NRC mogen geloven, had het viertal ambitieuze plannen, waaronder een aantal liberale pareltjes als verruiming van de euthanasiewetgeving, een verbod op het weigeren van homohuwelijken en zondags winkelen. Maar ook werd er gesproken over een boerkaverbod, een grootscheepse herziening van het belastingstelsel en een ministersploeg van slechts acht ministers, die tezamen op het ministerie van Algemene Zaken zitting zouden krijgen. En ook voor de hervorming van het ontslagrecht en de WW waren de financieel specialisten een prachtig voorstel aan het uitwerken.

Al met al kunnen we heus stellen dat de vier partijen op financieel vlak nog best wat hadden  te onderhandelen. Echter, op sociaal-cultureel vlak vonden ze elkaar heel snel. Sterker nog, de plannen die in één luttele maand op papier zijn gezet, waren ontzettend ambitieus. En plannen met kunstbezuinigingen, terughoudendheid met arbeidsmarkthervormingen of SGP-pleasende maatregelen rond abortus of zondagsrust kwamen in deze plannen zeker niet voor.

Bovendien blijkt nu, volgens anonieme VVD’ers, dat de buigzaamheid van Geert Wilders erg tegenviel. Geen verhoging van de AOW-leeftijd, geen verregaande hervormingen in de zorg, geen bezuinigingen zonder lastenverzwaringen. Allemaal zaken die in de Paarse variant wel aanwezig waren… Maar ja, wel een rechts kabinet. Want dat is natuurlijk waar de Paarse onderhandelingen op stuk zijn gelopen. Angst voor een rechtse oppositie van PVV en CDA.

En dat is jammer. Na jaren christelijke, betuttelende kabinetten te hebben gehad, was Nederland wat mij betreft wel weer toe aan een wat liberaler en meer technocratisch bewind. Maar Mark Rutte en zijn VVD zijn gezwicht voor de boze achterban en de angstaanjagende peilingen van Maurice de Hond. Terwijl met een beetje dapperheid meer van hun verkiezingsprogramma terecht was gekomen, dan nu het geval is. Laten we hopen dat de volgende verkiezingen wat politieke moed met zich meebrengen.


donderdag, 5 mei 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

SP trouwste bondgenoot van de PVV?

In pvv, elsevier, stemgedrag, sp, bondgenoten, politiek, aanbesteding, analyse, andere partijen, en meer.
Volgens Elsevier is de SP de trouwste bondgenoot van de PVV in de Tweede Kamer. De partij zou het vaakst van alle oppositiepartijen meestemmen met de PVV. Elsevier-columnist Syp Wynia trekt in een bijgevoegd filmpje een snelle conclusie: SP en PVV kunnen maar beter zo snel mogelijk fuseren, want grote inhoudelijke verschillen zijn er niet. Als het inderdaad waar zou zijn dat de SP en de PVV vrijwel altijd hetzelfde stemmen, valt daar misschien iets voor te zeggen. Het is echter totale onzin.

Het achtergrondartikel in Elsevier weekblad waarnaar wordt verwezen geeft de achterliggende cijfers. Het betreft de analyse van het stemgedrag in de Tweede Kamer in de periode oktober 2010 tot maart 2011, in totaal 987 moties, in samenwerking met de Dienst Informatievoorziening Tweede Kamer. Deze cijfers zijn niet vrijelijk beschikbaar, maar zijn wel te reconstrueren aan de hand van de Handelingen van de Tweede Kamer. Wij komen in de periode 14 oktober 2010 tot 1 maart 2011 op in totaal 961 moties – niet precies hetzelfde aantal als Elsevier, maar het is onwaarschijnlijk dat dit verschil tot wezenlijk andere inzichten leidt.

Stemt de SP vaak hetzelfde als de PVV? Nee. De SP stemde in 35% van de stemmingen over moties hetzelfde als de PVV, dit is minder dan VVD, CDA, SGP, ChristenUnie, D66 én PvdA. Alleen de PvdD en GroenLinks stemden nog vaker anders dan de PVV. De echte bondgenoten van de PVV zijn CDA en VVD. Dat is ook niet verwonderlijk: de PVV steunt het kabinet van CDA en VVD omdat ze inhoudelijk verwant zijn. De PVV week soms wel af van het stemgedrag van CDA en VVD, maar minder vaak dan D66 dit deed tijdens kabinet Balkenende-II.


De claim van Elsevier dat de SP de sterkste bondgenoot van de PVV is, is gebaseerd op de stemmingen waarin de coalitie verdeeld was (of beter gezegd: waarin de PVV afwijkend stemde van CDA en VVD). In deze gevallen stemde de SP volgens de gegevens van Elsevier 86 keer mee met de PVV en 79 keer met CDA en VVD. Maar de SP is niet de enige partij die in zo’n geval regelmatig met de PVV meestemde. Onderstaande grafiek presenteert de gevallen waarin de coalitie verdeeld was (dus ook als CDA of VVD niet hetzelfde stemmen) . Het beeld is hetzelfde als dat bij Elsevier, alleen de Partij voor de Dieren stemde in onze analyse even vaak mee met de PVV als de SP dat deed. Geen van de partijen stemde in meer dan de helft van de gevallen met de PVV mee, ook de SP niet. Als ze niet met de oppositie mee stemt staat de PVV dus relatief geïsoleerd. De verschillen in ‘steun’ voor de kant van de PVV zijn niet erg groot: bij een conflict in de coalitie stemde ook GroenLinks en de PvdA in bijna 40% van de gevallen met de PVV mee: toch niet echt partijen waartussen een fusie voor de hand ligt.


Een betere maat voor ‘bondgenootschap’ met de PVV is de mate waarin partijen moties waarvan de PVV eerste indiener was, steunden. Staat een partij achter de voorstellen van een andere partij? De SP deed dit het vaakst: in iets meer dan 50% van de gevallen steunde de SP de PVV-moties. Dit is iets vaker dan andere partijen, maar de verschillen zijn niet groot: de PvdD steunde ruim 45% van de PVV-moties en de PvdA meer dan 40%. Dat VVD en CDA niet vaker voor PVV-moties stemden komt omdat de PVV vooral moties indiende als zij het oneens is met het kabinet; partijen dienen bijna nooit moties in als zij het eens zijn met het kabinet. Dit geeft dus een overschatting van de overeenkomsten tussen SP en PVV en een onderschatting van de overeenkomsten tussen PVV en CDA/VVD. Het is zeker waar dat de SP op een aantal terreinen vaker voor PVV-voorstellen stemde dan andere oppositiepartijen, maar de verschillen tussen SP en andere oppositiepartijen zijn niet bijzonder groot.



Als PVV en SP echt twee handen op een populistische onderbuik zouden zijn, dan zou de partij ook de moties van de SP vaak moeten hebben gesteund. Dit is niet het geval: minder dan 30% van de SP moties werd door de PVV gesteund. Dit is weliswaar duidelijk vaker dan CDA en VVD, maar ongeveer hetzelfde als de steun van de SGP voor PVV-moties. Alle andere partijen steunden SP-moties veel vaker dan de PVV dat deed. Met name linkse partijen als de PvdD en GL tonen een zeer grote verwantschap met de SP. De SP stelt met name noties voor die onacceptabel zijn voor het CDA en de VVD die de PVV dus niet kan steunen zonder haar rechtse bondgenoten in het tegen zich in het harnas te jagen.



Op welke onderwerpen zijn de PVV en de SP verwant? We kunnen moties en amendementen die zijn ingediend tijdens de begrotingsbehandelingen op grond van hun nummer indelen naar ministerie: van ELI (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) tot VWS (Volksgezond, Welzijn en Sport). Voor elk ministerie kijken we weer in welke mate partijen hetzelfde stemmen. PVV en de SP zijn het het meest eens zijn op het gebied van volksgezondheid: in iets meer dan 50% van de stemmingen over moties en amendementen die ingediend zijn over de VWS-begroting stemmen de PVV en de SP hetzelfde. De PVV stelt zich wat betreft zorg en ouderen relatief sociaal op. De PVV en de SP stemmen het minst vaak hetzelfde als het over economische zaken gaat: daar stemmen ze in bijna 20% van de gevallen hetzelfde. Het gaat hier om onderwerpen als marktwerking. Het verzet tegen marktwerking is de kern van de linkse politiek van de SP, maar dit vindt weinig weerklank bij de PVV, zo bleek onder andere bij de stemming over de verplichte aanbesteding van het openbaar vervoer in de steden. De SP en PVV stemmen ook vaak hetzelfde over Binnenlandse Zaken (Antillianen, ambtenaren en inburgering) en Defensie (militaire missies). Over Buitenlandse Zaken (Israel of ontwikkelingssamenwerking) en Veiligheid zijn de partijen het juist vaak oneens. De PVV kan dus niet zonder meer links op sociaaleconomisch terrein genoemd worden: ze is misschien wel sociaal op het gebied van zorg, maar kiest -anders dan de SP- niet voor een sterk overheidsingrijpen in de economie.

ELI: stemmingen over moties en amendementen ingediend bij de begroting EZ, LNV en Financiën; BuZa: Buitenlandse Zaken; J&V: Justitie; I&R Verkeer & Waterstaat, VROM en het Infrastructuurfonds; OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Def: Defensie; BZK: Binnenlandse Zaken, Koninkrijksrelaties, Wonen, Wijken en Integratie en Algemene Zaken; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Jeugd & Gezin.

Het stemgedrag van de SP en PVV in de afgelopen periode was verre van identiek. PVV en SP stemmen minder vaak samen dan PVV en PvdA. Alleen als het gaat om moties van de PVV en stemmingen waarin de coalitie verdeeld was, vonden de SP en de PVV elkaar relatief vaak. Dit zijn de gevallen waarin de PVV afweek van de regeringspartijen en de SP haar kans schoon zag om ‘in te breken’ op de coalitie. Ook andere partijen deden dit. Dat de SP wat vaker optrekt met de PVV dan bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks lijkt voornamelijk een gevolg van hun posities inzake gezondheidszorg waarbij de SP en PVV beide een ‘sociaal’ standpunt innemen. Dit neemt niet weg dat SP en PVV op veel meer thema’s verdeeld zijn en dus anders stemmen. Waar het bijvoorbeeld gaat om economische zaken stemt de PVV heel anders dan de linkse partijen.

Het “wilde idee” van Wynia dat SP en PVV wel zouden kunnen fuseren omdat ze “zoveel op elkaar lijken” raakt kant noch wal. Alsof Elsevier en de Groene Amsterdammer wel samen zouden kunnen gaan omdat ze beiden wel eens een kritisch artikel over de overheid schrijven. Als het stemgedrag in de Tweede Kamer al aanleiding zou geven tot een fusie, is dat een fusie op rechts: de coalitie is het in verreweg de meeste gevallen roerend eens.

Dit artikel is samen geschreven met Simon Otjes en verschijnt gelijktijdig ook op zijn weblog.


Update 6-5: Op verzoek* maken we de dataset die we hebben verzameld en gebruikt voor de bovenstaande analyse openbaar, zodat iedereen onze gegevens kan controleren en de analyse kan repliceren. De gegevens zijn verzameld met behulp van een script dat stemmingen op officielebekendmakingen.nl download en verwerkt. Mocht je onvolkomenheden tegenkomen in de data, dan horen we dat graag. De dataset is beschikbaar onder een Creative Commons 3.0 Attribution-ShareAlike Licentie. Vermeld bij gebruik de namen en websites van Tom Louwerse (http://www.tomlouwerse.nl) en Simon Otjes (http://www.simonotjes.nl). 


* van ene 'Anoniem'

donderdag, 14 april 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Halfjaar kabinet-Rutte: terug bij af?

In kabinet, peilingen, rutte, pooling the polls, campagne, cda, cijfers, d66, december, en meer.
In oktober 2010 tradt het meest rechtse kabinet in jaren aan: een regering met ministers van VVD en CDA, in het parlement mede gesteund door de PVV. In een aantal opzichten ging het dit kabinet voor de wind. De goedgemutste jonge premier Mark Rutte zorgde voor een verfrissend geluid vanaf de regeringszetels tijdens de belangrijke parlementaire debatten. Het kabinet kwam met maatregelen waarbij rechts Nederland onder leiding van VVD-kamerlid Aptroot de vingers aflikte: 130 op de snelweg (sommige dan), een (aangekondigde) hervorming van de politie en er mag weer gerookt worden in kleine cafés zonder personeel. Na het aftreden van het kabinet steeg dan ook de steun voor de drie coalitiepartijen in de peilingen, van iets meer dan 50% naar zo'n 53% (ongeveer 80 zetels). Maar na de affaire-Lucassen c.s., de missie in Kunduz en in de aanloop naar de Statenverkiezingen verloren deze drie partijen steeds meer terrein: nu scoren de partijen volgens de beste inschatting* minder goed dan bij de laatste verkiezingen.

De zwarte geeft de schatting van het stemmenpercentage voor VVD, PVV en CDA gezamenlijk op elke dag. Het grijze gebied geeft een 95% credibility interval (foutmarge). De gekleurde ronde bolletjes geven de uitslag van de verschillende peilingen aan: een rode P voor Peil.nl, een blauwe B voor Politieke Barometer en een groene N voor TNS NIPO.

VVD
De VVD doet het als enige coalitiepartij nog goed. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen voor Paars-Plus (niet echt een favoriet bij de VVD-kiezers), maar steeg daarna gestaag door naar een hoogtepunt van 23,5% (+- 36 zetels). Met name tijdens de campagne leek de VVD het lastig te hebben, maar de laatste weken wint de partij weer terrein.



PvdA
De grootste oppositiepartij PvdA staat nog steeds op verlies ten opzichte van de Kamerverkiezingen, maar lijkt het diepste dal te hebben gehad. Sinds december is de partij bezig met een herstel, wat stevig doorzette rondom de besluitvorming inzake Kunduz. Ook de verkiezingscampagne verliep redelijk gunstig voor de PvdA, hoewel er een korte afvlakking lijkt te zijn in de laatste 2 weken voorafgaande aan die verkiezingen.


PVV
Bij de afgelopen Kamerverkiezingen werd de steun voor de PVV stevig onderschat in de peilingen (met zo'n 3%). Daar lijkt nu niet zozeer sprake van te zijn (analyse niet getoond), maar het is lastig om dat precies vast te stellen. Wat wel duidelijk is dat Wilders de goede scores van zijn partij in de zomer niet heeft weten vast te houden. Sinds de affaire-Lucassen is er sprake van een stevige afname van de steun. Na een kortstondig herstel in de eerste maanden van dit jaar, lijkt Wilders' steun opnieuw af te nemen. Hij scoort volgens de schatting nu rondom de score van 9 juni 2010.

CDA 
De steun voor het CDA blijft kwakkelen. De partij verloor sterk tijdens de onderhandelingen over de regering (zeker rondom het gedoe met de 'drie dissidenten'). Daarna was er sprake van een gedeeltelijk herstel, maar dit wil niet echt doorzetten. De afgelopen maanden is er een duidelijke golfbeweging te zien in de steun voor het CDA. Momenteel scoort de partij iets onder de 11% (+- 17 zetels).



Andere partijen

De SP lijkt garen te spinnen bij het kabinet. De partij bleef aanvankelijk hangen op het niveau van de laatste verkiezingen, maar staat daar de laatste maanden steeds ruim een procent boven. Ook D66 doet het goed en wint als de peilingen bewaarheid zouden worden nu ongeveer 1,5%punt ten opzichte van de vorige verkiezingen. GroenLinks deed het aanvankelijk goed, maar verloor duidelijk rondom de kwestie Kunduz. Er lijkt nu een licht herstel op te treden. De steun voor ChristenUnie en SGP is vrij stabiel (SGP is lastig te schatten met deze methode omdat Peil.NL en TNS-NIPO geen percentages, maar alleen zetels presenteren). De PvdD laat een golfbeweging zien rondom de huidige twee zetels.


*De genoemde cijfers zijn gebaseerd op een 'pooling the polls' model, waarbij peilingen van Peil.NL (Maurice de Hond), Synovate (Politieke Barometer) en TNS-NIPO worden gecombineerd tot een (dagelijkse) schatting van de politieke steun voor de politieke partijen. Meer uitleg staat op de site van Simon Jackman, voor wie niet bang wordt van termen als 'random walk model', 'prior' en 'Markov Chain Monte Carlo estimation'. Kortgezegd: als je de gegevens van drie peilingen combineert, weet je meer dan van een enkele peiling. Je kunt ook aangeven hoe 'zeker' de gepeilde percentages zijn (een 95% interval staat grijs geplot in de figuur).












woensdag, 13 april 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Stichting ‘LeidsHout’

In foto's, leiden, leidseruimte, stadshout, amsterdam, christenunie, college, duurzaam, economie, en meer.
  • Foto: Emile van Aelst
  • Leiden heeft een probleem met bomen. We kappen er teveel en we planten er te weinig terug. Afgesproken is dat gekapte bomen één op één gecompenseerd worden met nieuwe bomen ergens anders in de stad. Financieel is deze regeling afgedekt in het bomenfonds. Hierin zit inmiddels een flinke hoeveelheid geld die niet gebruikt wordt. GroenLinks Leiden stelde hier op 25 maart 2011 schriftelijke vragen over aan het college. GroenLinks wilde graag weten hoeveel bomen er nog gecompenseerd moeten worden en hoeveel geld er in het bomenfonds zit. Eerder, bij de behandeling van de Bestuursrapportage 2010, werd een motie van de ChristenUnie met algemene stemmen aanvaard. Deze motie verzoekt het college om voor de behandeling van de jaarrekening 2010 met een nieuw plan van aanpak te komen voor het niet functionerende bomenfonds. De gemeente heeft dus nog tot juni 2011 de tijd om met een goed voorstel te komen. Ik wacht in spanning af.

    Maar naast bovenstaande ‘boomcompensatiezorg’ heeft de ontbossing van Leiden ook een andere interessante component: wat gebeurt er eigenlijk met de gekapte bomen? Mijn vermoeden is dat deze in de versnipperaar terecht komen. En dat is natuurlijk zonde. Veel gekapte bomen zijn prima bruikbaar als leverancier van ‘stadshout’. Hergebruik van stadsbomen is niet alleen duurzaam maar ook goed voor de locale economie. Amsterdam heeft inmiddels een Stichting Stadshout en ook in Utrecht, Groningen en Den Haag zijn initiatieven die het gebruik van ‘stadshout’ als duurzaam bouwmateriaal ontdekt hebben. Het wachten is nu dus op Leiden. Sloopbomen hebben we genoeg en er zit zat geld in het bomenfonds om een Stichting ‘LeidsHout’ te ondersteunen bij de oprichting.

    Lees hier meer over ‘stadshout’

    Mijn artikel is ook te lezen op ‘LeidseRuimte’


    vrijdag, 1 april 2011

    Diederik ten Cate

    Diederik ten Cate

    Twitter DWARS

    Is liberalisme slechts een mening?

    In politicologie, cda, christenunie, de volkskrant, debat, eigenschappen, gedachte, geloof, jongeren, en meer.

    D66-raadslid Thijs Kleinpaste en PvdA-lid Marcel Duyvensteijn stelden op 7 maart in de Volkskrant de ‘religie ook maar een mening is‘ en dat de staat moet stoppen met het geven an allerlei privileges voor religies. “Het probleem zit hem in de neiging het geloof in god net even hoger te waarderen dan willekeurig welke andere mening,” aldus Kleinpaste en Duyvensteijn. De jongerenorganisaties van het CDA, de ChristenUnie en de SGP reageerden in de Volkskrant dat religie niet slechts een mening is, maar een geopenbaarde waarheid met transcendente oorsprong is.

    Het debat of religie gewoon een mening is, is op analytisch niveau interessant maar op praktisch niveau maar in beperkte mate zinnig en vooral ook beledigend – kan ik me zo voorstellen althans. De tegenvraag, is liberalisme slechts een mening, is echter net zo interessant.

    Hoewel veel mensen die het liberalisme aanhangen onmiddellijk zullen erkennen dat hun mening geenszins superieur is aan die van anderen, claimt politiek-filosofische stroming van het deontologisch liberalisme wel degelijk een andere positie in de maatschappij dan die van zomaar een mening.

    Volgens liberale filosofen als John Rawls is er een onderscheidt tussen het morele en het ethische, een onderscheidt tussen dat wat rechtvaardig is en dat wat goed is.

    Liberalen stellen dat ieders individuele visie op het goede leven in normatieve zin gelijk is: iedereen heeft individuele waarden en individuele opvattingen over wat goed is. Er bestaan geen universele waarden en daarom moet iedereen in staat gesteld worden om naar eigen inzichten en met maximale vrijheid het eigen leven vorm te geven.

    Naast individuele opvattingen over het goede leven hebben mensen volgens liberal-deontologen echter ook fundamentele universele rechten. Daarom moet de staat rechtvaardige normen op stellen om te zorgen dat ieders fundamentele rechten niet geschonden worden. De gelijke vrijheid van de een houdt op waar de gelijke vrijheid van de ander begint. Er bestaan dus weliswaar geen universele waarden, er bestaan wel degelijk universele normen. Normen zijn volgens liberalen rechtvaardig als ze onpartijdig zijn.

    Om te kunnen beredeneren wat onpartijdige normen zijn gebruikt John Rawls het gedachte-experiment van de sluier der onwetendheid: stel je voor dat iedereen zich achter een sluier van onwetendheid bevindt en niet weet welke persoon op aarde je zal zijn als de sluier wordt weggenomen – en ga vervolgens de regels voor de samenleving ontwerpen.

    Immanuel Kant gebruikt de categorisch imperatief om te garanderen dat de normen van een samenleving onpartijdig zijn: handel volgens regels waarvan je zou kunnen wensen dat ze een algemene wet zijn.

    Jürgen Habermas beweert dat een mens niet ontdaan kan worden van zijn particuliere situatie en eigenschappen en dat daarom rechtvaardige regels enkel tot stand kunnen komen in een inclusieve en machtsvrije deliberatie over wat de beste normen voor een samenleving zijn.

    Net zo goed als de christelijke jongeren beweren dat hun geloof een transcendente en universele waarheid voorschrijft claimen liberalen ook universele rechten en normen te kennen. Het belangrijkste verschil zit erin dat liberalen, anders dan christenlijke denkers, beweren dat hun normen onpartijdig zijn tegenover individuele ethische opvattingen over het goede leven. Maar die claim ligt onder vuur van communitaristen als MacIntyre.


    Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 7363 uur (306,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,7 per week.

    Volgende pagina

    Pagina: 1 2