donderdag, 3 mei 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Laat eens wat van je horen (013-015)

In laat eens wat van je horen, citaat, quote, cda, crisis, de, filosofie, financiële crisis, huis, en meer.

Citaten uit kranten en tijdschriften die ik de afgelopen jaren de moeite vond.

013:

De VVD en het CDA verloochenen hun eigen idealen om te regeren zonder serieus antwoord te geven op de financiële crisis of op de culturele vraag hoe we de boel bij elkaar moeten houden. Van een ruimhartig immigratiebeleid, een hardere welvaartstaat voor diegenen die hun Nederlanderschap nog niet hebben verdiend, rentmeesterschap en verdraagzaamheid komt niets terecht.

Rick van der Ploeg, NRC, 19-12-10

014:

Volgens de wet kan de vreemdelingenbewaring ten uitvoer worden gelegd in het grenslogies, waar een open regime geldt, of in een huis van bewaring. Maar vrijwel iedereen die in Nederland wordt aangehouden, wordt in een huis van bewaring opgesloten, onder een restrictief regime dat bedoeld is voor mensen die of al strafrechtelijk zijn veroordeeld, of tenminste een zware verdenking op zich hebben geladen.

Anton van Kalmthout, Wordt Vervolgd, November 2010

015:

De opkomst van het populisme is het gevolg van de technocratische, marktgedreven politiek van de laatste decennia die onvoldoende heeft omgezien naar vraagstukken van identiteit en ons gezamenlijk belang.

Michael J. Sandel, hoogleraar politieke filosofie, De groene Amsterdammer, 1 juli 2010


dinsdag, 3 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Laat eens wat van je horen (007-009)

In laat eens wat van je horen, citaat, quote, de, eten, facebook, december, bellen, werk, en meer.

Citaten uit kranten en tijdschriften die ik de afgelopen jaren de moeite vond.

007:

“De mensen konden kiezen die dag: naar de opening van de Brookshire Brothers Store waar feestkortingen werden aangeboden, of naar Karla Faye’s executie. Iedereen koos voor de executie”.

Linda Polman, Wordt Vervolgd, december 2011

008:

Sommige manieren om je van je werk af te houden zijn belastend op zichzelf en zorgen er niet voor dat de tijd sneller verloopt: roken, eten, mensen bellen. Met Facebook gingen er uren, middagen en zelfs hele dagen voorbij zonder dat ik het in de gaten had.

Zadie Smith, december 2010

009:

Dus Balkenende en Verhagen konden Bos niet aan en haalden toen grote broer VS erbij. Stuitend, maar vooral ook een beetje zielig.

Diederik Samson, Twitter 10 januari 2011


maandag, 19 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Laat eens van je horen (004-006)

In laat eens wat van je horen, citaat, quote, de, banen, december, nrc, politiek, politici, en meer.

Citaten uit kranten en tijdschriften die ik de afgelopen jaren de moeite vond.

004:

Naarmate de politiek steeds meer een emotiegedreven kijksport is geworden, is de verleiding voor politici groot om zich via de daarin dominante kortetermijnprikkels een weg te banen naar een onsje roem en politiek gewin

Marc Chavannes, NRC, 19 december 2010

005:

De bankdirecteur en de crimineel zijn op elkaar gaan lijken. Ze zitten samen in dezelfde vip-ruimtes en, om de verwarring nog groter te maken, de bankdirecteur blijkt steeds vaker een crimineel te zijn en de crimineel de beste klant van diens bank.

Martin Simek, NRC 19 december 2010

006:

Wij zullen nooit een traditionele machtspartij worden. En we zullen ook nooit met kernidealen marchanderen omwille van de macht, maar altijd in het achterhoofd houden waar we het voor doen.

Jolande Sap, Nu.nl 10 januari 2011


zaterdag, 10 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De PVV en de jaren dertig

In duitsland, duitse taal, cultuur & geschiedenis, politiek, bart jan spruyt, carl schmitt, jaren dertig, pvv, sybe schaap, amerika, blog, en meer.

sybe schaap De PVV en de jaren dertigEerste Kamerlid Sybe Schaap heeft een boek geschreven over de rol van rancune in samenleving en politiek. Hij schrijft dat de PVV een formule hanteert ,,die veel lijkt op die uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Er worden vijandbeelden gecreëerd, beelden die duidelijk moeten maken hoezeer het eigen bestaan wordt bedreigd. De vijand loert niet alleen van buiten, maar heeft ook complotterende handlangers in het eigen domein.”

Wilders noemt deze vergelijking ziekelijk.

Maar waarom eigenlijk? Waarom zou men de jaren dertig niet mogen noemen in verband met de PVV?

PVV-kopstukken en sympathisanten beroepen zich uitdrukkelijk op een nazi en op denkbeelden uit de nazi-geschiedenis.

Bart Jan Spruyt, die Wilders in het zadel heeft geholpen en die het eerste PVV programma samen met Wilders heeft geschreven en ook PVV-kaderleden heeft getraind, is een grote en uitdrukkelijke fan van de nazi Carl Schmitt, die hij uitgebreid als zijn politiek voorbeeld bespreekt.

Spruyt maakte in zijn publicaties, o.a. in het boek De toekomst van de stad (2004) de Schmittiaanse filosofie van een absoluut onderscheid van vriend en vijand tot de zijne.  Het is hier wel even van belang te weten dat Carl Schmitt een antisemiet en nationaal-socialist was en met “de vijand” “de jood” bedoelde, zoals Raphael Gross overtuigend aantoont.[1]

Wie Schmitts hier aangehaalde teksten leest die zal toch erg moeten struikelen over de woorden van Bart Jan Spruyt:

“Lange tijd gold hij [Schmitt] als Schreibtischtäter die de ideeën had aangeleverd die tot de grote incarnatie van het kwaad hadden geleid. Sinds enige tijd is het besef doorgedrongen dat Schmitt te lang ook als zondebok heeft gefungeerd, en dat zijn werk wetenschappelijk gezien op z’n minst bespreekbaar, zo niet hoogst origineel en briljant is….”

Vervolgens gaat Spruyt door de belangrijkste gedachten van Schmitt weer te geven en op de huidige Nederlandse situatie te betrekken, met “de islam” als de nieuwe vijand. Hij maakt daarbij gebruik van een anti-islamitisch citaat van Schmitt, die schreef: “Ook in de duizendjarige strijd tussen christendom en islam is nooit een christen op de gedachte gekomen dat men uit liefde voor de Saracenen of de Turken Europa, in plaats het te verdedigen, aan de islam zou moeten uitleveren.” (Spruyt, De toekomst van de stad, p. 56 f.)

Ook zijn artikel Conservatieve identiteit neemt Spruyt de moeite voor een uitvoerige Schmitt–apologie. Waarom? Wat kan toch de reden zijn, iemand die zich zo enorm gecompromitteerd heeft in bescherming te nemen en diens gedachtegoed te citeren en goed te praten? Zelfs al zou Carl Schmitt niet een zo uitgesproken nazi en antisemiet geweest zijn als hij was, dan nog is zijn onverzoenlijke theorie van De Vijand als duidelijk fascistisch te herkennen. Het is niet vol te houden dat Schmitt weliswaar een vreselijke nazi en antisemiet was, maar dat zijn theorie van de vijand een zo ontzettend briljant voorbeeld voor ons is!

Jan Greven: “Schmitts aantrekkingskracht is dat hij denkt in heldere tegenstellingen: goed/kwaad; mooi/lelijk. Met in de politiek de meest absolute tegenstelling. Die tussen vriend en vijand. Tegenover de vijand past slechts onverzoenlijkheid. Je hoeft hem persoonlijk niet te haten om hem toch te liquideren. […] Schmitts tegenstellingen zijn helder, maar hij voert je op paden waar je niet hoort te zijn. “ (Trouw, 29-3-2005)

Dick Pels over Schmitt:

“Schmitts definitie [van de vijand] legitimeert […] een autoritaire, zo niet totalitaire opvatting van de politieke werkelijkheid, waarin geen enkele ambiguïteit wordt getolereerd en geen ruimte bestaat voor andersoortige onderscheidingen.”[2] Volgens Pels valt bij Schmitt politiek op apocalyptische wijze samen met de oorlog.

Rob Hartmans: “Tijdens de republiek van Weimar werd Schmitt beschouwd als vertegenwoordiger van de zogenaamde konservative Revolution, een amalgaam van ultranationalistische denkers, partijtjes en groeperingen die zich verzetten tegen de burgerlijke maatschappij en de parlementaire democratie. Schmitt zag niets in een romantisch conservatisme, dat verlangde naar een samenleving die een organische, door oeroude instituties en tradities gevormde eenheid was. Een dergelijke samenleving had nooit bestaan, en alle traditionele instituties waren door de wereldoorlog en de revolutie weggevaagd. Evenmin wilde hij iets weten van het normatieve staatsrecht dat werd uitgedragen door neokantiaanse juristen. In tegenstelling tot de Oostenrijkse staatsrechtsgeleerde Hans Kelsen, die als jood in zijn ogen toch al verdacht was, ontkende Schmitt dat er een bepaalde norm ten grondslag lag aan de rechtsorde. Hoe het recht eruitziet is een kwestie van een op macht gebaseerde beslissing. Schmitt citeerde in dit verband graag Hobbes: «Gezag, niet de waarheid, maakt de wetten.» In dit «decisionisme» stond de uitzonderingstoestand centraal. Normen waren volgens Schmitt alleen van toepassing op normale omstandigheden. Waar het op aan kwam, was de vraag wie in uitzonderlijke omstandigheden de beslissingen kon nemen. Vandaar ook zijn opvatting dat degene die de noodtoestand kan afkondigen, beschikt over de soevereiniteit.

Ook na Schmitts dood [...]  leven zijn denkbeelden voort in allerlei bewegingen in Europa en Amerika die tot Nieuw Rechts worden gerekend.

In hun strijd tegen de liberale, pluriforme democratie kunnen zowel extreem-links als extreem-rechts een heel arsenaal aan wapens vinden in de geschriften van Carl Schmitt, die de Verlichting haatte als de pest en die droomde van een autoritaire, homogene staat, waarin geen ruimte is voor verwarrende experimenten die de stabiliteit kunnen ondermijnen.”[3]

Carl Schmitt oefent een grote aantrekkingskracht uit op veel hedendaagse intellectuelen. Rob Hartmans:

“Schmitts werk munt uit door scherpe formuleringen en glasheldere begrippen. Sommigen noemen hem een Begriffsmagier, een goochelaar met definities. […] Met zijn fraaie begrippen, glasheldere analyses en adembenemende abstracties mag Schmitt als politiek theoreticus en rechtsgeleerde dan zeer belangrijk zijn geweest, in de praktijk sloeg hij de plank op een zeer pijnlijke wijze mis. Want als iets opvalt in het werk van Schmitt, dan is het dat het altijd om grootse begrippen en abstracties gaat: staat, natie, uitzonderingstoestand, Großraum, vriend-vijand, de politiek etcetera.”[4]

Maar de kritiek op Carl Schmitt moet zich niet allen richten tegen diens antiliberale opvattingen. Schmitt was een actieve nazi en antisemiet.

De Leidse hoogleraar mensenrechten Thomas Mertens over de “kroonjurist van de nazi’s” Carl Schmitt:

“Schmitt gaf onder de titel ‘Der Führer schützt das Recht’ zijn juridische fiat aan Hitlers moordpartijen bij zogenaamde Röhm-putsch van 1934. Deze van staatswege georganiseerde moorden troffen niet alleen de top van de S.A. maar ook diverse andere tegenstanders van het regime zoals Schmitts vorige patroon Von Schleicher; Schmitt was een van de voormannen van de door de nazi’s  het leven geroepen ‘Akademie für Deutsches Recht’. “[5]

“[…; in 1936 riep ] [Schmitt]  op tot een zuivering van de bibliotheken van joodse invloeden; hij deed zijn best Hitlers ‘Grossraumgedachte’ te legitimeren […] Schmitts denken maakt duidelijk dat de Westerse cultuur niet bestaat en dat intellectuelen als Schmitt medeverantwoordelijk zijn voor wat er op deze aarde vreselijk fout kan gaan.”[6]

 

Schmitt was een van de belangrijke denkers van de Duitse “conservatieve revolutie”. Het is moeilijk een harde lijn te trekken tussen de denkers van de conservatieve revolutie en de nazi’s. Een gemeenschappelijke noemer is het anti-liberalisme en het gelijk zetten van joods=liberaal=decadent. Een andere gemeenschappelijke noemer is het nationalisme, dat in ieder geval bij Schmitt kan worden vastgesteld. “Bei Schmitt war die Nation […] eine nicht mehr überbietbare Größe […] ein existentielles Phänomen, das durch Freund-Feind-Bestimmung und damit in letzter Instanz durch den kollektiven Kampf eines Volkes auf Leben und Tod definiert war.“[7] Carl Schmitts nationalisme was racistisch, al was hij daarin niet zo extreem als andere nazi’s.[8]

Zeker zijn er verschillen tussen de “echte” nazi’s en de conservatief revolutionairen. Bijvoorbeeld wilden de conservatieven een sterke staat. Hitler was anarchistisch, de staat was ondergeschikt aan zijn impulsen, en dit element past niet bij het conservatisme. Ook de holocaust als zodanig is geen idee of initiatief van de conservatieven geweest.

 

Meer over Schmitt hier of zoek op tag “Carl Schmitt” hier op mijn blog.

s

[1] Raphael Gross, Carl Schmitt und die Juden, Suhrkamp, 2005.

[2] Een zwak voor Nederland, p. 228.

[3] Een gevaarlijke geest, De Groene Amsterdammer, 7-2-2004.

[4] De grote woorden van Carl Schmitt, In : Varwel dan, p. 129, ook De Groene, 1-5-1996.

[5] Fiat aan Hitlers moordpartijen, Filosofie Magazine 02-2002.

[6] NRC 23-11-2001, boeken.

[7] Stefan Breuer, Anatomie der konservativen Revolution, p. 184.

[8] Anatomie der konservativen Revolution, p.191.

 

 



 

 

donderdag, 8 maart 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Gedwongen vrij te zijn: van Epictetus tot Mandela #wot 9

In vrij, plicht, dwang, wot, vrijheid, epictetus, mandela, agenda, boodschap, en meer.
Wat me meteen opvalt in de definitie van vrij, is dat het vooral ingaat op wat het allemaal niet is. Wat is vrij zijn allemaal niet? Onvrij zijn is gebonden, bedwongen, verslaafd, gevangen, belemmerd. Eigenlijk alles wat te maken heeft met een zekere dwang of plicht ontneemt me volgens deze definitie mijn vrijheid. Als ik dit rijtje tot me door laat dringen, vraag ik me af of ik eigenlijk wel vrij ben. Een groot gedeelte van mijn dag ben ik belemmerd, gebonden, bedwongen, en gevangen in de druk van werk, agenda, sociale verplichtingen, de kost moeten verdienen, eten, slapen. Toch heb ik wel het gevoel vrij te zijn. Houd ik mezelf dan niet enorm voor de gek? Of zet deze definitie me op het verkeerde been? Een opsomming van alle dieren in de wereld, die geen leeuw zijn, maken voor mij ook niet duidelijk welk dier een leeuw is. Deze definitie werkt dus niet echt verhelderend. Het benadrukt gedwongen vrijheid.
      Wat deze definitie mij wel duidelijk maakt is de tijdsgeest waarin die is geschreven. We leven in een liberaal tijdperk, waarin vrijheid vooral een negatieve invulling heeft. Vrij zijn betekent ‘vrij van bemoeienis van de staat in mijn persoonlijke levenssfeer’. Deze opvatting van vrijheid werd in de 18e eeuw ingezet om de burgers van het juk van despoten en kerk te bevrijden. Klaarblijkelijk is de tijdsgeest van toen nog steeds actueel.  We leven in een tijd dat we gedwongen zijn vrij te zijn. Vrij van een enorme overheid die haar tentakels steekt in zaken waar ze niet thuishoren. De gedachte lijkt te overheersen dat we een te grote, verslindende overheid hebben, die moet inkrimpen. Of deze gedachte juist is, is een geheel andere discussie. Wat wel opvalt is dat deze opvatting het onvrij zijn centraal stelt. Zijn er ook tijdsgeesten die dit onvrij zijn niet centraal stellen?
      De tijd waarin Epictetus leefde, kende inderdaad een hele andere tijdsgeest. Hij leefde in de nadagen van het Romeinse rijk. Niet zozeer het juk van de staat en kerk maar de oorlogsdruk van omringende steden en landen overheerste. In die tijdsgeest is zijn citaat geboren: ‘Niemand is vrij die niet zichzelf de baas is’. Epictetus roept op tot het ervaren van vrijheid in de innerlijke wereld. De opgave voor de mens is dan een onderscheid te maken tussen invloeden van buitenaf, waarover hij geen macht heeft en invloeden van binnenuit. Dus dan ben ik pas vrij als ik mijn eigen emoties ken en kan beheersen. Een prachtige gedachte, en wederom bekruipt me het gevoel dat ik dan eigenlijk niet vrij ben. Ik ken mijn emoties niet altijd en ze zijn goed in staat mijn gedrag te sturen. En wederom valt me op dat ook deze opvatting een negatieve invulling heeft. Ik ben pas vrij als ik vrij ben van emoties die mijn gedrag sturen. Niet mijn emoties maar mijn ratio zou achter het stuur moeten zitten. Komt het dan dat ik het gevoel heb vrij te zijn omdat ik mijn ratio achter het stuur heb zitten? Ook dat vind ik niet echt een plezierige gedachte. Ik ben dan nog steeds gedwongen om vrij te zijn, niet door kerk of staat maar door mijn eigen ratio. Want ook de ratio kan dwingend zijn.
      Niet een tijdsgeest maar een persoon, die weet wat het is een groot deel van zijn leven fysiek gevangen te zijn, heeft een opvallende uitspraak gedaan over vrijheid. Nelson Mandela heeft het volgende over vrijheid gezegd:  ‘Vrij zijn is niet alleen het afwerpen van uw ketenen, maar leven op een manier die de vrijheid van anderen respecteert en vergroot.’ Ik vind dit een indringende boodschap. Vrijheid gaat niet om mijn veiligheid, gaat niet om mijn innerlijke zielenrust, maar gaat over de manier waarop ik met anderen mensen samenleef. Pas als ik de vrijheid van anderen respecteer en bijdraag aan het vergroten ervan, dan kan ik echt vrij zijn. Mijn vrijheid gaat niet om mij alleen maar om het respecteren van de vrijheid van anderen. Ik voel mij vol van vrijheid als ik anderen respecteer in het gunnen van mijn vrijheid. In onze huidige tijdsgeest vind ik dit een inspirerende gedachte. Met deze gedachte voel ik mij niet langer gedwongen vrij te zijn maar aangemoedigd mijn vrijheid te delen met anderen. Niet uit angst me niet langer vrij te voelen, maar uit hoop dat iedereen vanuit zichzelf hetzelfde wenst.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Vrij * Niet (langer) afhankelijk van de verslavende stof ~ [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), los, niet gebonden; onbedwongen, niet verslaafd; niet gevangen, bevrijd; ontslagen; niet gedwongen; onbeperkt, niet belemmerd; open”

maandag, 5 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Laat eens van je horen (001-003)

In laat eens wat van je horen, citaat, quote, ajax, belasting, de, december, den haag, eerste, en meer.

Citaten uit kranten en tijdschriften die ik de afgelopen jaren de moeite vond.

001:
Poëzie en verbeelding zijn verbannen naar het domein van de kindertijd. Ooit schreef en las elke politicus. Nu is er in heel ambtelijk Den Haag geen mens meer te vinden die dag nog doet. Afgezien van Jan Terlouw dan.

Christiaan Weijts, De Groene Amsterdammer, 29 juli 2010

002:
Sjaak Swart heeft me ooit in een interview in tranen verteld hoe zijn moeder op haar sterfbed zijn eerste echte Ajax-tenue voor hem naaide. Hij was toen al lang een van de beste jeugdspelers uit De Meer, de club die toen nog niet kon vermoeden hoe slecht zijn best betaalde spelers in de Arena zouden presteren in het tijdperk waarin je je carriere niet meer begint op een oude voetbalschoen

Martin Simek, NRC 19 december 2010

003:
In het regeerakkoord komt het woord ‘bank’ niet voor, wel het woord ‘boerka’. Hoeveel boerkadraagsters hebben we in Nederland? Ik heb nog nooit last van ze gehad, ze kosten me geen geld. De bankencrisis heeft iedere belasting betalende Nederlander al duizenden euro’s gekost.

Kilian Wawoe, voormalig bankier, NRC Weekblad, 13 november 2010


donderdag, 23 februari 2012

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Sabbat en het Recht

In opinie en commentaar, politiek, groenlinks, religie, tweede kamer, asielzoekers, bericht, citaat, d66, en meer.

Raam in de Schneider-synagoge in Galata, Istanbul

Mijn oog viel op een onschuldig ogend berichtje op pagina 6 van het NRC-Handelsblaadje van gisteren. Het OM gaat in beroep tegen een vonnis waarin een orthodoxe Jood is vrijgesproken van een boete van 60 euro voor het tijdens de Sabbat niet bij zich dragen van een id-bewijs. Het bericht eindigt met een citaat van GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi, die het vonnis „de omgekeerde wereld” noemt. Volgens Dibi wordt ‘religie begrensd door de wet’ en niet andersom. Met die uitspraak begaat hij een dubbele denkfout.

Het vonnis van de Haagse kantonrechter dateert eigenlijk al van een week geleden, maar is door de carnavalsdrukte aan mijn aandacht ontsnapt. Wat is er nu precies aan de hand? Op een bewuste vrijdagavond is na zonsopgang een orthodoxe man gevraagd zijn id-bewijs te tonen. De man kon dit niet, aangezien de orthodox-joodse leefregels voorschrijven dat het tijdens de Sabbat niet is toegestaan iets anders bij je te dragen dan de kleding die je aan hebt. Dit voorschrift komt uit het eerste van twaalf tractaten van de Seder Mo’eed, waarin staat voorgeschreven hoe men zich dient te gedragen op bijzondere dagen in het jaar. In dit eerste tractaat, Sjabbat geheten, staat als laatste van de 39 verboden dat het een Jood niet is toegestaan voorwerpen van het private domein naar het publieke domein te dragen, of andersom.

De Joodse man heeft de politie vervolgens toestemming gegeven thuis zijn rijbewijs op te halen en daarmee zijn identiteit vast te stellen. Desondanks kreeg hij later een boete van 60 euro voor het overtreden van de wet op de identificatieplicht. De man tekende daartegen bezwaar aan en uiteindelijk kwam de zaak voor de Haagse kantonrechter. Die oordeelde dat de Joodse man de politie in de gelegenheid had gesteld zijn identiteit gemakkelijk en binnen een uur te controleren en sprak hem vrij van verdere vervolging. Het gevolg: ophef in de Kamer, een OM dat in hoger beroep gaat en onder meer deze reactie van Tofik Dibi: „Het lijkt de omgekeerde wereld. Elke religie is begrensd door de wet en de wet wordt niet begrensd door religieuze overtuigingen”.

Die uitspraak is maar ten dele waar. Allereerst garandeert Artikel 6a van onze grondwet iedereen het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden. Daar voegt datzelfde artikel wel aan toe dat dit recht geldt behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Bij een brede wetsinterpretatie kun je stellen dat hiermee bedoeld wordt dat het een ieder vrij staat een godsdienst te belijden zolang hiermee de rechtsorde maar niet in gevaar gebracht wordt. De Haagse kantonrechter meent dat aan die verantwoordelijkheid, het respecteren van de rechtsorde, tegemoet gekomen is, doordat de man de politie binnen een redelijke termijn in de gelegenheid stelde zijn identiteit te controleren. De rechter: „Van belang hierbij is uiteraard ook dat het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden slechts een overtreding betreft (dus geen misdrijf) en dat de identiteit van de verdachte op zijn aanwijzing op gemakkelijke wijze binnen een uur kon worden vastgesteld.”

De denkfout die Dibi maakt, is dat het gedrag van mensen, dus ook hun religieuze handelen weliswaar is begrensd door de wet, maar dat deze begrenzing nooit in absolute termen opgelegd mag en kan worden. In het Nederlandse rechtssysteem is de rechter er immers niet alleen om de wetsteksten te interpreteren en toe te passen, maar ook om de omstandigheden van een overtreding mee te wegen. Zou een rechter dit niet doen, kunnen we voortaan net zo goed een computer alle rechterlijke vonnissen laten uitschrijven. Hier is dus geen sprake van een ‘omgekeerde wereld’, maar van twee botsende werkelijkheden waarbij het aan een rechter is om tot een genuanceerd oordeel te komen. Dibi zou dit als geen ander moeten begrijpen, aangezien juist hij, terecht, pleit voor soepele toepassing van de wet als het gaat om bijvoorbeeld, een kinderpardon voor langdurig in Nederland wonende minderjarige asielzoekers. Te meer aangezien bij de behandeling van de wet op de identificatieplicht in de Tweede Kamer het probleem voor orthodoxe Joden al aan de orde is gekomen en door toenmalig Minister Donner is toegezegd dat de politie in de handhaving van de wet wel rekening zou houden met de speciale positie van deze groep („Er zijn wel uitzonderingen. We hebben het gehad over de problematiek van orthodoxe joden op de sabbat. In dat soort situaties kan ik me voorstellen dat je die mogelijkheid nog geeft bij de handhaving”).

De tweede fout van Dibi is wellicht nog veel belangrijker. Met zijn reactie scheert Dibi namelijk langs, en stapt hij wellicht zelfs over de voor de democratie zo belangrijke scheidingsgrens tussen de machten. Het is, of was in ieder geval lange tijd, usance om als volksvertegenwoordiger geen commentaar te leveren op uitgesproken vonnissen. Dit goed gebruik is in een toenemend gepolariseerd klimaat bij velen weliswaar niet meer erg in de mode, maar van een GroenLinks-politicus verwacht ik beter.

Dibi zou nog kunnen beargumenteren dat zijn commentaar niet was gericht op het vonnis, maar op een kennelijk niet voldoende dwingend omschreven tekst in de wet op de identificatieplicht. Hoewel dit argument op basis van de wetsteksten moeilijk hard te maken is, zou Dibi, mocht dat het geval zijn, dus pleiten voor een strenger omschreven id-plicht. Ook dat is ongeloofwaardig, aangezien GroenLinks bij uitstek de partij is die juist grote moeite heeft gehad met de invoering van deze wet.

Overigens was het niet alleen Dibi die in zijn commentaar op dit vonnis een in mijn ogen dubieuze positie innam. Een Kamermeerderheid van VVD, PvdA, PVV, D66 en GroenLinks heeft opheldering gevraagd aan de minister. Met de tweet van D66-Kamerlid Boris van der Ham als voorlopig dieptepunt: „God boven de wet? Nee. Godsdienst is niets meer dan een van de vele meningen, en is begrensd door zelfde overheidswetten.”

In het huidige politieke klimaat lijkt de seculiere meerderheid een religie gelijk te stellen aan een mening. Terwijl religie gelijk gesteld dient te worden aan een levensovertuiging die verder gaat dan een persoonlijke opinie. Het gaat immers ook om een aangenomen set gedragsregels die in dit geval hun oorsprong vinden in een dieperliggend godsgeloof. De samenleving, en daarmee de wet, dient rekening te houden met en ruimte te bieden aan mensen met een levensopvatting deze na te leven. Daar gaat artikel 6 in de grondwet ook over. Daarmee hoeft aanhangers van religie niet méér rechten of méér vrijheden te worden toegekend dan anderen. Maar erkenning van de benodigde ruimte te kunnen leven volgens de eigen regels, zonder dat daarmee de rechtsorde wordt aangetast, zou niet te veel gevraagd mogen zijn. Zeker niet voor een land waarin de vrijheid van godsdienst zo’n beetje is uitgevonden.


vrijdag, 30 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Heb uw naasten lief gelijk u zelf

In weblog, bijbel, doodstraf, sgp, citaat, eerste, hoop, invloed, leiden, en meer.

Het is vrij vertaald een citaat uit de bijbel (Matteüs 22:39) dat mij als eerste te binnen schoot bij het lezen van het standpunt rondom de doodstraf van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). De SGP is namelijk van mening dat de doodstraf in bepaalde gevallen gerechtvaardigd is en noemt daarbij (zij het niet met zo veel woorden) man en paard: Saddam Hoessein en Bin Laden. (Bron)

De visie van de SGP op de doodstraf berust op wat de Bijbel zegt over de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht. De mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Vanuit dit vertrekpunt – de hoge waardigheid van de mens als beelddrager van God – volgt dat de overheid (rechter) gerechtigd is om bij ernstige levensdelicten de doodstraf te overwegen en toe te passen. “Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt” (Genesis 9 vers 6).(Bron)

Tegelijk zegt de bijbel meer dan eens dat God liefde is. Dat blijkt ook uit het door mij aangehaalde citaat als je dat in z’n geheel leest:
“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.” (Matteüs 22:36-40)

Als waar is wat er in Matteüs 22:40 staat (“deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat”) kun je jezelf natuurlijk nauwelijks beroepen op verdere verwijzingen in de bijbel over “de roeping, die de overheid heeft tot herstel van het geschonden recht”.

Als je dan kijkt naar wat er in Matteüs 7:12 staat (Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten) kom je natuurlijk nergens meer met je steun aan de doodstraf.

Daarbij bewijst de SGP dat men niet leert van hetgeen er in de ontwikkeling van de mensheid is gebeurd: “Onder invloed van het vooruitgangsgeloof van de Verlichting werd de doodstraf als barbaars van de hand gewezen. Bovendien ontstond er een optimistisch vertrouwen in de mogelijkheid tot aardse perfectionering van de mens. Deze onbijbelse gedachten hebben hun doorwerking gekregen in het denken over de legitimiteit van de doodstraf.” (Bron).

Wie is de SGP om te denken dat het niet Zijn plan was met de mensheid om via de Verlichting te komen tot aardse perfectionering van de mens? Gods wegen zijn immers ondoorgrondelijk. Daar waar de gruwelijkheden van ons tijdsgewricht hebben geleid tot de Universele verklaring van de Rechten van de Mens die stelt dat: “Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon”, en: “Niemand mag onderworpen worden aan enige wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.” (Bron). Dat staat op gespannen voet met het opleggen van de doodstraf.

Nu zullen SGP theologen vast een hoop citaten en argumenten aandragen om mijn ongelijk te bewijzen. Maar hoe zinnig is het om mensen te doden om te laten zien dat het doden van mensen verwerpelijk is? Het zou toe te juichen zijn als de SGP zich zou laten leiden door een ander Bijbels thema: Vergeving. Zoals in Efeziërs 4:32: “Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft”.

Zelfs in de meest wrede misdaad die (volkeren)moord en misdaden tegen de menselijkheid zijn. Want levenslange vrijheidsberoving kan evenzeer een herstel van het geschonden recht zijn waartoe de overheid door de Bijbel is geroepen.

zaterdag, 10 december 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Samen kleien aan een nieuwe God

In groenlinks, artikel, citaat, inspraak, nederland, politici, politiek, dood, punt, en meer.
1791

God is dood en wordt nog steeds node gemist. Bondiger kan ik Dick Pels’ artikel ‘Naar een vrijzinnig paternalisme‘ niet samenvatten. Omdat die referentie aan Friedrich Nietzsche vaak verkeerd begrepen wordt, geeft ik nog even het volledige citaat uit De Vrolijke Wetenschap: ‘God is dood en blijft dood, en wij hebben hem vermoord! Hoe kunnen wij ons troosten, moordenaars aller moordenaars?!’ Uit Nietzsches aforisme spreekt eerder wanhoop dan bevrijding. Fjodor Dostojevski zette de intellectuele punt op de i in De gebroeders Karamazov: ‘Als God dood is, is alles geoorloofd.’ Ook de Rus zag geen bevrijding.

Sinds Nietzsche en Dostojevski hebben seculiere politici van allerlei (liberale of rode) snit geprobeerd God ook politiek dood te verklaren, daarin effectief tegengewerkt door hun conservatief-christelijke collega’s. Paternalisten heten de laatsten, omdat zij een moraal voorstaan die zonder inspraak van onderop tot stand komt – wat in het protestants-christelijke Nederland overigens nogal een karikaturale voorstelling van zaken is, omdat gelovigen hier te lande al in de zeventiende eeuw een stevig emancipatieproces doorlopen hebben.

(...)
Lees verder in Samen kleien aan een nieuwe God (nog 309 woorden)

dinsdag, 1 november 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Laatste en eerste woorden bij het afscheid van het CDA

In dagelijks leven, groenlinks, politiek, utrecht, beleid, beslissing, bijbel, cda, christelijk, en meer.

Ze staan landelijk op slechts elf zetels in de peilingen en hebben slechts 21 zetels in de Tweede Kamer. In de Gemeenteraden van de grote steden spelen ze al jaren slechts een marginale rol. Tijd dus voor een afscheid van het CDA. De meeste kiezers hebben dat al jaren geleden gedaan. Als lid van een concurrerende partij zou ik daar opgetogen over moeten zijn. Toch vind ik het ergens jammer. Misschien is het nostalgie. Misschien zit er meer achter. Wat ik met het CDA heb? Politiek gezien helemaal niets. Ik zou, bij wijze van spreken, nog liever op de VVD stemmen. Ook rechts, alleen een klein stukje oprechter.

Toch gaan christendemocraten mij na aan het hart. Ik maak mij dan ook zorgen. Allereerst is daar de familiale band. Ik kom uit een typische CDA familie. Beide opa’s waren wethouders voor (voorgangers van) deze partij. Er gaat geen verjaardagsfeest of familieweekend voorbij of we bediscussiëren politiek, kerk en maatschappij. Door de jaren heen ging ook steeds meer de koers van De Partij ter discussie staan. Na het vertrek van Lubbers ontstond de onvrede en de irritatie. Balkenende zorgde in eerste instantie voor een opleving, maar vergrote uiteindelijk het ongemak. Ondertussen denk ik dat alleen nog mijn oma trouw CDA stemt. De rest heeft politiek asiel gezocht bij (meestal) GroenLinks of ChristenUnie. Sommigen bleven zweven.

Ik zal het CDA niet alleen missen vanuit een vreemd soort nostalgie. Het kapot gaan van de christendemocratie betekent ook het failliet van de (traditionele) middenpartijen. Al kun je zeggen dat dit al langer het geval is en het CDA al minstens tien jaar geleden het politieke midden heeft verlaten. Overigens zonder dat een groot deel van het trouwe partijkader dit door heeft gehad. Zelfkritiek is nooit het sterkste punt geweest van de christendemocratie. Het einde van de traditionele middenpartijen staat symbool voor de verdere polarisatie in ons land. Dat is jammer. Ik wil een samenleving die ontspannen is en relaxt. Noemt het maar de kracht van zacht (gejat van Yvon Jaspers).

Toch ga ik ook inhoudelijk een deel van het CDA missen. Om mijn inhoudelijke klik te vinden, moet ik echter wel diep graven. Eigenlijk zo diep dat ik nog voor de oprichting van de partij uitkom. Een aantal citaten:

“Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!”

“De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed. De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld. En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken. De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten. En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld.”

Citaten uit een toespraak van Willem Aantjes, één van de founding fathers van het CDA uit 1975. Later zou er naar deze speech verwezen worden als ‘de Bergrede van Aantjes’, refererend aan de Bergrede van Jezus (Mattheüs 25). Woorden waarin, zelfs ik als humanist, mijn inspiratie kan vinden. Later werd overigens besloten dat het CDA haar beginselen zou vinden in een politiek programma en niet in de Bijbel. Natuurlijk, mooie woorden hoort men nog steeds bij het CDA. Ook op het congres van afgelopen zaterdag (29 oktober 2011) van bijvoorbeeld Jacobine Geel. Overigens blijkt zij (Pauw en Witteman, 31 oktober 2011) helemaal geen lid te zijn van de partij. Maar de kern is nu juist dat Aantjes stelt dat het niet gaat om woorden maar: “ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen.” Willem Aantjes leeft trouwens nog steeds. Maar stemt inmiddels, op hoogbejaarde leeftijd, geen CDA meer. Groot gelijk heeft ‘ie…

Ondertussen laat ik mij inspireren door een deel van zijn woorden. Ik wil spreken “voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.” Ik neem de citaten in bruikleen. Voor het CDA heb ik tot slot nog één citaat over: “Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christendemocratische politiek, verdient het die naam niet.”

Integrale tekst W. Aantjes op 23-8-1975:
“Waarom zijn wij hier en waarom sta en spreek ik hier? Daar is maar één reden voor: als een getuigenis dat wij bij elkaar behoren en ook bij elkaar willen behoren.

Niet om de ogen te sluiten voor de werkelijkheid, maar om blijk te geven van onze wil om ondanks die werkelijkheid tot elkaar te komen en bij elkaar te blijven. Het CDA wil een appèl zijn op ons volk. Vandaag op onze struikelende weg van wenselijkheid naar werkelijkheid is het allereerst een appèl op elkaar en op onszelf.

Ik hoop dat we het vandaag niet zoeken in subtiele formuleringen en interpretaties, maar zullen discussiëren over de achterliggende zaken zelf. Het gaat er niet om dat wij weleens zullen uitmaken wie er christen is en wie niet. Dat is en blijft voor ieders eigen verantwoordelijkheid en geweten. Het zijn karikaturen die de discussie bederven. Waar het om gaat, is dat het aanvaarden van het evangelie als richtsnoer geen vrijblijvende zaak kan en mag zijn. Daar is het evangelie te kostbaar en unie voor. Zwaarder referentiekader dan het evangelie is er niet. De vraag is niet, hoe goed christen iemand is, maar hoe serieus hij het principiële uitgangspunt van de door hem vertegenwoordigde politieke richting neemt voor zijn politieke activiteiten; in hoeverre het beginsel niet alleen op papier geldt, maar ook in het praktisch beleid als maatstaf en zelfs als voornaamste en laatste maatstaf zal functioneren, en waar je in die zin ook elkaar op tot de orde mag roepen. Niet als een last, maar als een bevrijding. Niet omdat je je aan het evangelie moet houden, maar omdat je ook (en zelfs) in de politiek mag wandelen aan de hand van Gods geboden en geloften.

Het evangelie geeft geen rechtstreekse richtlijnen voor het politieke handelen, maar het geeft wel richtlijnen voor het rechtstreekse politieke handelen, en soms wel degelijk heel concreet. Leest u er Mattheüs 25 maar eens op na: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemdelingen huisvesten, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken.
Maar dan moeten wij dan wel nú vandaag toepassen. Intussen zijn wij 2000 jaar verder, en kijk eens om u heen!

De hongerigen worden niet gevoed; zij sterven als ratten langs de wegen van hun uitgedroogde landen. En als wij 1 procent van ons nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking uitgeven, hebben wij meer zorgen over de vraag of die ene procent wel goed wordt besteed, dan over de vraag of die 99 procent die wij voor onszelf reserveren wel goed wordt besteed.
De dorstigen worden niet gelaafd. Zij worden aan hun lot overgelaten. En als wij ons aan ons televisietoestel volzuigen met het vergif van de consumptiereclame, dan zit ons de verhoging van de alcoholaccijns meer dwars dan de ellende van de dorstigen in de wereld.
En de vreemdelingen worden niet gehuisvest. Zij worden gediscrimineerd en uitgewezen. En wij laten ze uitwijzen, tenzij we ze nodig hebben om het werk te doen waaraan geen Nederlander ondanks honderdduizenden werklozen zijn handen vuil wenst te maken.
De naakten worden niet gekleed. Zij worden uitgestoten.
En de gevangenen wórden niet bezocht. Zij worden gemarteld. En wij vinden dat wij al heel wat doen – ik spreek over mezelf – als wij een kaart van Amnesty International als kerstgroet rondzenden in plaats van een zoete afbeelding van de herdertjes in Efratha’s velden.

Geen plaats voor christelijke politiek?
De wereld hunkert naar christelijke politiek!

Een politiek, die spreekt voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben; die een weg baant voor wie geen voeten hebben; die helpt wie geen helper hebben.
Kunnen wij dan wel iets doen? Staan wij dan niet machteloos tegenover al deze geweldige noden? Ik weet dat het vooral in het gezelschap van vele antirevolutionairen en christelijk-historischen niet zonder risico’s is de naam van Dorothee Sölle te noemen. Maar waarom zouden wij haar alleen onder het theologische ontleedmes leggen, en niet ook horen de klacht en aanklacht van een mens die niet los kan komen van Christus, maar steeds weer vastloopt op de christenen? In haar gedicht over het overwinnen van de machteloosheid springen als een bevrijding plotseling de woorden naar voren:

Bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld
dat genoeg was
voor allen
Bij ons is al eens
iemand opgestaan
uit de doden

Zo uniek, zo exclusief is het evangelie. En zó is het een richtsnoer voor het politieke handelen. Als dat niet herkenbaar is in een christen-democratische politiek, verdient het die naam niet.
Christelijke politiek wordt gekenmerkt door verantwoordelijkheid, dat wil zeggen dat je er weet van hebt verantwoording te moeten afleggen, antwoord te moeten geven. De eerste vraag, die aan een mens gesteld werd, luidde: “Adam, waar ben je?” Dat is de vraag die ons gehele leven begeleidt, ook in de politiek, bij iedere beslissing telkens weer: mens, waar ben je? Waar sta je in de problemen van de wereld? Aan welke kant sta je?
Die eerste vraag zal ook de laatste vraag zijn die ons zal worden gesteld en hij zal niet luiden: “Hoe goed heb je verdiend?” – dat is de vraag die ons hier in de politiek te veel bezighoudt – maar: “Hoe goed heb je gediend?” Het antwoord op de vraag die dan gesteld wordt, wordt hier gegeven.
Vanuit dat besef politiek te handelen, daarin wordt christelijke politiek herkenbaar. Daarin nemen wij elkaar niet de maat. Daar lichten wij elkaar niet op door. Daar spreken wij elkaar wel op aan. Daar roepen wij elkaar wel mee tot de orde. Daar binden wij elkaar wel aan – en dat moet dan helaas wel formeel worden vastgelegd.
Dat is ons richtsnoer. En wie het voorrecht te beurt valt – want dat is het – als vertegenwoordiger van deze richting op verantwoordelijke posten tot politiek handelen te worden geroepen, wordt voor dat politieke handelen geacht daarmee in te stemmen. Het Christen-Democratisch Appèl zal zó zijn, wil het werkelijk christen-democratisch zijn.”

maandag, 17 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Citaat: SGP en de zorgzame samenleving

In politiek, samenleving, kabinet, nederlands, sgp, mooi, saldo, de, per saldo, en meer.

Citaat uit een verslag in het Nederlands Dagblad over een debatavond bij de SGP-J

GroenLinks-senator Ruard Ganzevoort noemde het ‘triest’ dat de SGP zich verbindt aan een bezuinigingspakket dat per saldo de ‘zorgzame samenleving’ aantast. ‘Dat past niet bij de SGP’, hield de theoloog/politicus zijn collega voor. En wat krijgt de SGP ervoor terug? ‘Een kabinet dat een beetje terughoudend is waar het cultureel liberale vrijheden betreft. Dat is mooi voor de SGP.’ Volgens Ganzevoort gaat het soms om principiële zaken, soms om ‘cliëntelisme’. Als voorbeeld van dat laatste noemde hij het opkomen voor grote gezinnen, waarbij het niet toevallig is dat de SGP-achterban nogal wat van die gezinnen rijk is.


zondag, 16 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Heldenschets: Jan Pronk

In heldenschetsen, internationaal, partij van de arbeid, dwars, sociaal, arbeid, blog, citaat, debat, en meer.

Na een weekje afwezigheid door het congres van DWARS, GroenLinkse jongeren in Groningen, is het dat nu toch echt weer tijd voor een nieuwe heldenschets. De afgelopen weken passeerden twee GroenLinksers, een PvdA’er en één van D’66 de revue: Andrée van Es, Ineke van Gent, Jan Schaefer en Hans van Mierlo. Wie maakt deze week zijn heroïsche ereronde?

Hij is één van de meest spraakmakende mastodonten binnen de Partij van de Arbeid. Zijn politieke carrière nam een vlucht in 1971 toen hij namens deze partij in de Tweede Kamer kwam. Twee jaar later begon hij onder Joop den Uyl aan zijn eerste ministerschap. Drie nieuwe termijnen zouden volgen. Door zich decennia lang actief te mengen in zowel de nationale als de partijpolitiek werd hij één van de meest kenmerkende kopstukken binnen links, groen en progressief Nederland. Verguist door velen vanwege zijn haast onophoudelijke kritiek, geliefd door anderen dankzij zijn dossierkennis, openheid en duidelijk linkse stellingname. Dit blog valt onder die laatste categorie. De held van deze week is: Jan Pronk.

De PvdA is geen politieke partij. Het zijn alleen maar vijfhonderd bestuurders. Die zitten dan op een congres, luisteren naar andere bestuurders en pikken alles. Politieke partijen bestaan überhaupt nauwelijks meer. Het zijn elitaire kiesverenigingen geworden, grijze massa’s zijn het: bureaucratisch, zonder politiek debat, noch tussen noch binnen de partijen.

Jan Pronk ten voeten uit. Openlijk kritisch over zijn eigen partij, terwijl hij daarvoor wel in functie was. Met deze quote begint de inleiding van het boek De verbeelding aan de macht van Peter Bootsma en Willem Breedveld over de geschiedenis van het kabinet-Den Uyl. Pronk nam daarin zitting als minister van Ontwikkelingssamenwerking en was ten tijde van het citaat, bijna dertig jaar later, opnieuw bewindsman namens de PvdA. Nostalgisch blikte hij terug op de tijd dat hij begon in de nationale politiek. Polarisatie. Keerpunt. Basisdemocratie. Slechts drie van de toonaangevende begrippen tijdens de roerige jaren ’60 en ’70. Gedurende zijn laatste periode als minister, in Paars-II, leek er niets meer van deze begrippen over te zijn. Bestuurders domineerden partijen en maakten zodoende basisdemocratie onmogelijk, de links-progressieve samenwerking zoals bij Keerpunt’72 was verder weg dan ooit doordat ook het laatste begrip, polarisatie, volledig uit de mode was geraakt. Waar ooit onder anderen door Pronk de strijd tussen links en rechts een kookpunt bereikte, zat zijn PvdA inmiddels vijf jaar in een kabinet met de ideologische aartsvijand: VVD.

Dat was aan het begin van zijn loopbaan wel anders. Jan Pronk kwam als onderdeel van de Nieuw Links-beweging in 1971 de Tweede Kamer in namens de Partij van de Arbeid. Als exponent van deze vernieuwende stroom was hij een van de belangrijke figuren die begin jaren ’70 de PvdA aanzienlijk naar de linker, progressieve hoek trokken. Vanwege zijn uitgesprokenheid baarde Pronk opzien. Velen zouden hem gaan beschouwen als het linkse geweten binnen de PvdA en hadden daarom veel respect voor hem. Mede dankzij deze zekere populariteit benoemde Den Uyl de sociaal-democraat uit Scheveningen in 1973 tot minister van Ontwikkelingssamenwerking. Dit is des te opmerkelijker, omdat Pronk met zijn amper 30 jaar nog een broekie was in de Nederlandse politiek.

Zijn rotsvaste principes en openbare commentaren op met name zijn eigen PvdA  bekoorden echter lang niet iedereen. Zo uitten de christen-democraten van het Uyliaanse kabinet harde kritiek op Pronk’s benoeming tot minister. Zeker zijn sympathie voor communistische landen stuit in de conservatieve kringen op veel weerstand. Binnen de Partij van de Arbeid was ook lang niet altijd iedereen blij met de aanwezigheid van Jan Pronk. Een intern gezegde van de partij luidde dan ook lange tijd: “De rust verdwijnt waar JP verschijnt”. Met harde, ongezouten kritiek op onder andere het leiderschap van Wouter Bos en een deel van het Paarse beleid, is dit dan ook een terechte constatering.

En dat is maar goed ook. Zo’n 15 jaar geleden maakten de sociaal-democraten de fout te veronderstellen naar het politieke midden op te moeten schuiven, omdat daar het grootste electorale succes te behalen zou zijn. De ideologische veren afschudden. Het resultaat? Een partij zonder imago. Zonder karakter. Zonder electoraal succes. Juist nu heeft de PvdA een leider nodig die de partij duidelijk (links) positioneert en zich niet geneert voor zijn ideologie. Eén die uitspraken doet waarmee Nederland weer overtuigd raakt van het grote belang van linkse politiek voor de samenleving. Een Jan Pronk.

Onterecht is Jan Pronk afgescheept door de Partij van de Arbeid. Achteraf blijkt veel van zijn kritiek terecht te zijn geweest, terwijl hij van grote waarde voor de sociaal-democraten is geweest. Zo bewees hij het belang van ontwikkelingssamenwerking en maakte van dat onderwerp een belangrijk thema in de Nederlandse politiek. Als minister steunde hij meerdere Afrikaanse landen in hun vrijheidsstrijd tegen hun koloniale overheersers. In 2001 was hij de voorzitter van de Klimaatconferentie in Bonn en sloot hij onder zijn leiding een klimaatakkoord met, op de VS na, alle deelnemende landen om het broeikaseffect actief te bestrijden. Daarnaast staat hij internationaal zo hoog aangeschreven dat hij tweemaal benoemd werd tot speciaal-gezant van de VN. Kortom, een man waar de PvdA trots op zou moeten zijn in plaats van hem te willen dumpen.

Jan Pronk. Emotioneel, bevlogen, gedegen en recht voor zijn raap. Een ware linkse ideoloog die met zijn uitspraken de Nederlandse progressieven nog altijd weet scherp te houden. Begrijpt het ware belang van het socialistische lied De Internationale door ontwikkelingssamenwerking blijvend op de politieke kaart te hebben gezet. Van een zeldzaam soort politici waar links Nederland prangend behoefte aan heeft. Jan Pronk: een held!

Om de humor er een beetje in te houden als toegift een persiflage van Pronk in Koefnoen. Het betreft de kritiek die hij uitte op Wouter Bos, toenmalig partijleider van de PvdA. Een aanrader! Veel plezier!


dinsdag, 11 oktober 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

mecenas

In kunst / cultuur, bijlmerparktheater, concertgebouworkest, cort van der linden, helaas, libertijn, mecenaat, melkweg, nationaal ballet, en meer.

— column uitgesproken op het politiek café van de VVD (de Libertijn) op 10 oktober over het mecenaat — 

Vanmiddag google-de ik het begrip ‘mecenas’ eventjes. De online Van Dale zei dat dit iemand is die kunstenaars geldelijk steunt. Wikipedia was wat explicieter: ‘een mecenas is een doorgaans welgesteld persoon die als beschermheer of –vrouwe van kunstenaars optreedt door ze van financiële middelen te voorzien, zodat ze zich zorgeloos kunnen wijden aan scheppend werk’.

Ik dacht eventjes: wat lief eigenlijk van zo’n welgesteld persoon, dat hij zijn goeie geld wil besteden aan de kunst en cultuur van het land. Wat kan daar nou mis mee zijn?

Het mecenaat is door velen, die zich vooral ter rechterzijde van het politieke spectrum bevinden, als hét antwoord op de kunst- en cultuurbezuinigingen van het huidige kabinet geformuleerd. Zo verscheen van de hand van Diederik Boomsma, duo-raadslid voor het CDA in Amsterdam en een prominente jonge conservatieve denker, een veelbesproken opiniestuk dat stelde dat we het subsidie-infuus maar moesten afbouwen, en de kunsten terug moeten werpen op markt en mecenas.

Dat klinkt natuurlijk fantastisch. Laat het aan de liefhebber zelf over om te bepalen waar zijn geld naar toegaat, in plaats van dat we een beetje socialistisch belastingen bij elkaar harken om dat vervolgens te gaan herverdelen aan tromboneclubjes waar niemand op zit te wachten en pindakaasvloeren die door niemand worden begrepen.

Logisch! Of niet?

Eind september was Marja Ruigrok (raadslid in Amsterdam voor de VVD) op een bijeenkomst waar meer informatie werd verschaft over de verkoop van aandelen van het Concertgebouw. Een paar dagen later vertelde ze me dat zij in haar jurk en hoge hakken een uitzondering vormde omdat de bijeenkomst vooral werd bijgewoond door oude en witte mannen. Ook twitterde ze: ‘Jammer dat er nu weinig 30-ers en 40-ers worden aangesproken’.

Ik moest dan ook even lachen toen ik het citaat van de heer Rienstra (directeur van de VandenEnde Foundation) op de VVD site las: ‘de overheid heeft cultuur elitair gemaakt’. Want als er iets elitair is, dan is het wel de rijke bovenlaag van de bevolking laten bepalen welke kunst en cultuur in Nederland mag overleven.

Als er iets elitair is, dan is het wel het mecenaat.

In oktober vorig jaar kopte de Volkskrant nog: ‘Cultuursector kan klappen opvangen met donateurs’! Particuliere gevers zouden bereid zijn om financiële steun te geven aan kunstinstellingen. De vraag is alleen: wie zijn die particuliere gevers? Zijn dat de bakkers, de studenten, de secretaresses en de verpleegkundigen? Of zit het echt grote geld bij de rijke witte oude mannen die Marja tegenkwam?

De mecenas als vervanger voor overheidssubsidies zal een kunstsector opleveren waar ik me als jonge vrouw niet thuis zal voelen. Evenmin zullen Henk, Ingrid en Achmed zich aangesproken voelen door de geliefde clubjes van de mecenas. Als de witte oude mannen van Marja het mogen bepalen, dan overleven het Concertgebouworkest, de Opera en het Nationaal Ballet ongetwijfeld. Maar de Melkweg, het Productiehuis MC en het Bijlmerparktheater – waar het publiek doorgaans wit noch oud is – zullen hun deuren moeten sluiten.

Natuurlijk is het goed als het makkelijker wordt voor liefhebbers om geld te schenken aan hun favoriete instelling. Natuurlijk is het goed als instellingen meer kennis in huis hebben om geld uit de markt te halen. Maar het mecenaat is absoluut geen panacee voor de komende bezuinigingen.

In 1917 werd onder de liberale premier Cort van der Linden het censuskiesrecht afgeschaft. Als we echt vinden dat de mecenaten het voor het zeggen moeten hebben, laten we dan gewoon het censuskiesrecht weer invoeren. Tot die tijd is het de taak van de overheid – ook onder leiding van de huidige liberale premier – om kunstinstellingen draaiende te houden.


maandag, 12 september 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Goud M/V

In theater, v/m, kinderen, leuk, mannen, sport, vrouwen, citaat, nederlandse, en meer.

Groot nieuws: de genomineerde acteurs voor de Louis d’Or. En o ja, de actrices voor de Theo d’Or. Fijn dat er aandacht is voor het Nederlandse theater. terecht! Maar waarom zijn er eigenlijk verschillende prijzen voor mannen en vrouwen? Het is toch niet zoals bij sport dat fysieke voorwaarden verschillen zodat gescheiden prijzen beide seksen een kans op een prijs geven? Een goede acteur M/V overtuigt, een slechte niet. (Wel een geinige reactie op Twitter: O, da’s omdat mannen nog steeds emotioneel n achterstand hebben en dus qua acteren nog wat in te halen hebben.) Maar dan: waarom wordt de Louis eerder genoemd dan de Theo? En eerder uitgereikt? En waarom wordt van de winnaar wel een citaat zijn speech uitgezonden, van de vrouwen niet?

De winnaars Elsie de Brauw en Jacob Derwig had ik trouwens ‘s middags nog gezien in Kinderen van de Zon. Prachtig, overrompelend. Zowel De Brauw als Halina Reijn vond ik veel overtuigender dan Derwig. Hij zette een leuk typetje neer met een geinige pruik, maar veel diepgang had zijn spel niet. En als er al een man had moeten winnen, dan Gijs Scholten van Aschat voor zijn verpersoonlijking van het charmante kwaad in Richard III. Maar ja, ik zit niet in de jury.


donderdag, 14 juli 2011

Hans Kuipers

Hans Kuipers

Hyves Twitter GR

Geen biertje bij het vissen, of roseetje in het park

In groenlinks-meppel, alcohol, apv, meppel, schriftelijke vraag, softdrugs, agenda, burgemeester, citaat, en meer.

glas rose 150x150 Geen biertje bij het vissen, of roseetje in het parkAfgelopen week kregen wij de antwoorden van het College op onze schriftelijke vragen over het gebruiksverbod op alcohol en softdrugs in de Algemene Plaatselijke Verordening. Daarin staat het volgende artikel:

Artikel 2.4.6. Hinderlijk gebruik van drank en softdrugs

  1. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
  2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
    1. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
    2. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.
  3. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, sofdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben.
  4. Onder softdrugs worden verstaan: de middelen, genoemd in lijst II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet.
Dit artikel is bedoeld om overlastsituaties tegen te gaan. B&W hebben echter besloten om

Op grond van artikel 2.4.6, derde lid van de APV van de gemeente Meppel alle gebieden gelegen binnen de bebouwde kommen van de gemeente Meppel aan te wijzen als gebieden waar het verboden is softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben;

En eenzelfde besluit voor alcohol. Mijns inziens zijn deze maatregelen flink disproportioneel. Iemand die langs de kant van de gracht zit te vissen, en daar een lekker biertje bij drinkt, is immers ook in overtreding. Ik kan niet eens met burgemeester Westmaas een roseetje gaan drinken in het park, al kan ik me niet inbeelden dat we dan enige overlast veroorzaken.

Aanleiding voor onze schriftelijke vragen was het antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) op schriftelijke vragen van het Tweede Kamerlid Bouwmeester:

“Een gebruiksverbod in de APV kan betrekking hebben op bepaalde plekken, straten of wijken, maar kan niet het hele grondgebied van een gemeente omvatten. Een dergelijk ruime invulling van het gebruiksverbod zal voor de bestuursrechter geen stand houden omdat dit niet proportioneel is ten opzichte van het handhaven van de openbare orde.”

In deze uitspraak kan ik me aardig vinden. In sommige overlastsituaties zou het de politie kunnen helpen een gebruiksverbod voor alcohol en softdrugs in bepaalde gebieden te hebben. Maar dan moeten nadrukkelijk nut en noodzaak aantoonbaar zijn.

De Raad van State deed deze week een uitspraak die nog verder gaat dan die van de Minister: gemeenten mogen überhaupt geen blowverbod instellen, omdat zo’n verbod in strijd is met de Opiumwet, die het aanwezig hebben van softdrugs al verbiedt.

Voor gemeentelijke verbods- en strafbepalingen die deze voorschriften uit de Opiumwet dupliceren bestaat, ongeacht het motief dat daaraan ten grondslag ligt, geen ruimte.

Dit kan ook gevolgen hebben voor het gebruiksverbod in Meppel. Het Meppeler College wil daar, blijkens haar antwoorden, echter van niets weten. Zij stelt dat

op dit moment [...] er nog geen aanleiding [is] om de gebiedsaanwijzing te herzien. Mocht de bestuursrechter een uitspraak doen dat een dergelijke gebiedsaanwijzing te ruim is geformuleerd, dan zal de huidige gebiedsaanwijzing zeker heroverwogen worden.

Jammer dat het College zo’n afwachtende houding aanneemt, terwijl ook zij moet zien dat deze inzet niet proportioneel is. Overigens is er nóg een opmerkelijk citaat uit de beantwoording:

[...] past in de lijn van de genomen inspanningen van de gemeente en betrokken partners om softdrugsverslaving onder jongeren tegen te gaan.

Enerzijds blijkt hier de naïviteiteit van het College, want zeg nou zelf: wat voor drempel werpt dit op? Er is altijd wel een andere plek te verzinnen. Wat mij meer tegen de borst stuit is dat een maatregel die door de Gemeenteraad aan het College is toegestaan om de openbare orde te handhaven, blijkbaar ook wordt ingezet om andere doelen na te streven. En dat vind ik voor een dermate beperkende regel toch geen goed motief.

Op dit moment komen we op dit vlak niet veel verder. De gebiedsaanwijzing is een taak van het College, of we daar nou blij mee zijn of niet. Ik blijf het wel volgen, en mocht er ergens in den lande een uitspraak volgen die consequenties kan hebben voor het gebruiksverbod in Meppel, zullen we het zeker weer op de agenda plaatsen.

woensdag, 13 juli 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Toorn

In citaat.
Een in toorn geschreven brief zou veelal even goed zijn doel bereiken en met minder nadelige gevolgen, indien hij niet werd verzonden, maar, na geschreven te zijn, vernietigd.

Photobucket

zaterdag, 9 juli 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

De waarheid en de leugen

In citaat, de, licht.
"De waarheid verblindt, evenals het licht. De leugen daarentegen is een fraaie avondschemer die elk voorwerp goed doet uitkomen."

- Albert Camus


Photobucket

maandag, 20 juni 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

De pijn van bedrog

In citaat, nederlands.
"Wanneer wij door iemand bedrogen worden, kan het verdriet ons in hem vergist te hebben meer pijn doen dan het nadeel dat ons zijn bedrog berokkent."

- C. J. Wijnaendts Francken Nederlands letterkundige

vechtende marmotten

dinsdag, 31 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Begrijpen

In citaat, foto.
"Niets is gemakkelijker dan zo te schrijven dat geen mens het begrijpt; niets is moeilijker dan belangrijke gedachten zo uit te drukken dat ieder mens ze begrijpt."

A. Schopenhauer

Photobucket

dinsdag, 17 mei 2011

Invest(in)teren?

In begroting, bezuinigen, bezuinigingen, de, discussie, eerste, euro, film, gedachte, en meer.
Uit de film Jery Maguire komt de beroemde quote "show me the money". Een citaat dat ook in de dagelijkse politiek vaak terug komt. Bij elk mooi plan komt het (gebrek aan) geld ter sprake. Dat speelt nu in de discussie rondom de bezuinigingen, maar ook in de reguliere uitgaven knelt het soms. Op dit moment speelt bijvoorbeeld de doorkijk naar 2017 voor het groot onderhoud van de stad: ophogingen van wegen, vervanging van speeltoestellen, bruggen, lantaarnpalen etc.

Deze Lange Termijn Investeringen (LTI) geven een onthutsend beeld. Als we dezelfde kwaliteit van de openbare ruimte willen behouden komen we over een paar jaar structureel 2 miljoen euro tekort. Dat is al rekening houdend met wat meer wateroverlast op straat, want in het Waterplan dat ook in deze periode wordt besproken is al aangekondigd dat we niet aan de norm kunnen voldoen dat de straten maar eens per 100 jaar onder water mogen komen te staan.

Deze problemen komen voort uit de slappe bodem vam Gouda. Dit heeft al eens geleid tot de beruchte Artikel 12-status, begrotingstoezicht door het Rijk. Die status is jaren geleden al afgekocht. We kregen een eenmalige zak geld voor achterstallig onderhoud (nou ja, de helft) en een extra uitkering via het Gemeentefonds voor de normale structureel hogere uitgaven van bijna 3 miljoen. Dat geld wordt ook keurig in de grond gestopt, maar is dus niet genoeg.

Er zijn verschillende oplossingsrichtingen mogelijk, waarbij elk nadeel zijn nadeel heeft. Je kan speeltoestellen niet vervangen. Dan kom je in de knoei met je eigen norm voor speeltuinen. Je kan minder groot onderhoud plegen. Dan storten bruggen in, vallen lantaarnpalen om en wordt je groenstrook vanzelf een sloot. Je kan de belasting verhogen (2 miljoen is 30 euro per inwoner per jaar). Je kan bezuinigen op groenonderhoud, maar dat doen we ook al met het dagelijkse onderhoud en dan wordt het groen dus dubbel gepakt. Dat doen we dus allemaal niet.

De nu voorgestelde oplossing is tweeledig. Ten eerste wordt een weg niet meer automatisch opgehoogd na 40 jaar, maar alleen als de weg echt teveel is verzakt. Dat is in Gouda overigens wat meer dan gebruikelijk (tot 20cm boven grondwaterpeil). Dat mag niet ten koste gaan vade veiligheid, en die harde toezegging heeft GroenLinks gekregen. De tweede oplossingsrichting is het kapitaliseren van het groot onderhoud. In plaats van het geld voor een nieuwe brug in 1 keer uitgeven sluit je dan een lening af die je in een bepaalde periode aflost, met rente. Op korte termijn geeft dat veel ruimte in de groot onderhoudspot, want in plaats van een paar ton of paar miljoen geef je er in 1 jaar maar 1/10 of zelfs 1/40 van dat bedrag uit. Op lange termijn komen die kosten wel ieder jaar terug en komen de rentelasten erbij. Daardoor "verdwijnt" straks maximaal een miljoen euro uit de onderhoudspot, want die blijft even groot zodat dit voor de begroting neutraal is.

Geen fijne gedachte, want het blijft een hypotheek op de toekomst. Zelfs met de wetenschap dat dit systeem in andere gemeenten al veel langer wordt gebruikt. De andere oplossingen laten wel het duivelse dilemma zien: dit lijkt de minst erge manier om toch de kwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte in stand te houden.

dinsdag, 10 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Humor

In citaat, hart, humor, lief, liefde.
"Humor is een eigenschap van het hart, zoals liefde. Er zijn mensen die niet lief kunnen hebben; waarschijnlijk zijn het dezelfde die geen humor hebben. "

Photobucket

zaterdag, 7 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Broos

In citaat, de.
"Tussen ons en de hel of de hemel, is er niets dan het leven, en dat is het meest broze wat er ter wereld bestaat."

Photobucket

vrijdag, 6 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Kunst

In citaat, de, kunst.
"De kunst van het goede leven wordt niet bepaald door er maar op los te leven, maar door de wil iets van het leven te maken."

jonge boom

woensdag, 4 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

4 mei

In citaat.
"Cultuur betekent oorspronkelijk 'een stuk zaairijp gemaakte grond'. Was het daar maar bij gebleven."

- Lévi Weemoedt

Photobucket

zondag, 1 mei 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Originaliteit

In citaat.
"Als we elkaar allemaal onze zonden zouden opbiechten dan zouden we elkaar allemaal uitlachen om ons gebrek aan originaliteit."

Photobucket

woensdag, 27 april 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Rare jongens, die Romeinen?

In armoede, belasting, betalen, geregistreerd, hebzucht, integriteit, invloed, jongeren, macht, en meer.
Het afgelopen weekend las ik dan eindelijk Fik Meijer's “Macht zonder grenzen” over het Romeinse Rijk uit. Stond al jaren in de kast te wachten. Weliswaar was het niet de eerste keer dat ik de geschiedenis van de Romeinen in vogelvlucht las, maar toch bood het weer nieuwe inzichten. Nu vouwde ik een hoekje van de pagina om bij een tekst van Sallustius:

'Toen rijkdom eenmaal in ere was geraakt en vanzelf gevolgd werd door roem, invloed en politieke macht, verloor voortreffelijkheid haar glans, werd armoede een bron van schande en kreeg integriteit de schijn van opzichtige afkeuring. En zo, vanwege de rijkdom, deden bij de jongeren genotzucht en inhaligheid gepaard met arrogantie hun intrede: het was niets dan roven en potverteren, achteloos omgaan met eigen bezit en de zinnen zetten op dat van anderen, te grabbel gooien van eigen eer en eerbaarheid, van goddelijke en menselijke normen, zonder enig respect of ontzag voor wat dan ook.'

Dat geeft dan toch te denken, zo'n tekst van 50 voor Christus. Maar boeiend was ook het ingrijpen van keizer Diocletianus in de prijzen van meer dan duizend produkten. Let wel: in 301. Letterlijk citaat uit Meijer: `De ingreep werd gemotiveerd door te verwijzen naar de hebzucht van enkelen. Deze speculanten hadden geen oog voor de belangen van het rijk, ze dachten alleen aan hun eigen beurs. Door hun gedrag waren de prijzen soms wel vier of acht keer te hoog geworden.'

Gaat er al een lampje branden? Dit gaat natuurlijk over bankiers, hun http://www.ah.nl/bonus/en de desastreuze invloed die dat heeft op het functioneren van de samenleving. De miljoenen die ze meekrijgen zijn op zichzelf nog niet eens het echte probleem. Dat kunnen bedrijven en de samenleving wel lijden. Maar de risico's die de bankiers nemen om hun bonus mee te pakken en de demotiverende onbegrijpelijkheid van de hoogte van hun salarissen hakken er ongenadig in. Niks nieuws onder de zon dus.

Maar goed. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Diocletianus niet alleen ingreep in de prijzen. Die moesten omlaag, zodat er meer geld over bleef om belasting te betalen. Voor het leger en andere voorzieningen, zo vermeldt Meijer. En die belastingplichtigen moesten ordentelijk geregistreerd kunnen worden en daarom werden beroepen erfelijk gemaakt. Je vader boer, dan jij ook boer. Wel zo overzichtelijk. Het recept om iedere mobiliteit uit een samenleving te maken. De Sovjet-Unie was geen alternatief voor de uitzuigers. Maar dat maakt de uitzuigers er nog niet beter op...

zondag, 3 april 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Leef !

In citaat, something to think about, de, gewoon, huis, kracht.
"Leef niet alsof je nog duizenden jaren voor je hebt. Het noodlot zit je op de hielen. Neem het er goed van zolang leven en kracht tot je beschikking staan."

- Marcus Aurelius

Photobucket

Die Marcus Aurelius zei soms wijze dingen. Door drukte of zorgen of dromen over de toekomst vergeet ik ook weleens gewoon van het leven van nu te genieten. Maar steeds vaker ben ik me ervan bewust dat ik gewoon blij ben dat ik er ben en dat het leven nú ook goed is. Dat ik een fijn huis heb en een leuke baan, een goeie ex en een fijne zoon, schoondochter en kleinkind. Dat de winter weer voorbij is en het mooie weer weer is begonnen. Ik sta even stil en geniet van alles wat ik niet heb en alles wat ik wél heb.

maandag, 7 maart 2011

“Geef Nederland terug aan de Nederlanders”

In algemene berichten, citaat, column, de, dwdd, eerste, eten, feestje, landschap, en meer.

Volendammer klederdracht

Volgens Youp is dit een citaat van Mark Rutte. Het is te lezen in zijn column “Louter Losers” in de NRC van 5 maart 2011. Het is trouwens de laatste op het grote formaat, want vandaag is de eerste NRC op tabloid formaat verschenen. Aanleiding voor een feestje bij DWDD. Maar dit terzijde. Het gaat om Mark. Youp begrijpt dat hij (Mark dus) de aanhangers van de PVVD een “beetje naar de rechtse bek moet praten”. Maar Nederland is toch niet bezet? Youp verdedigt ons multiculti landschap met een metafoor die uit lekker eten bestaat: pizza, shoarma, kebab en appeltaart. Hij raakt me helemaal met de volgende alinea: “Vluchtelingen waren in het rijke Nederland toch altijd welkom? Daar ben ik juist zo trots op. Anders word je zo’n sneue Volendammer, die een onschuldig meisje haar hoofddoekje verbiedt, terwijl ze twee meter verderop toeristen voor miljoenen per jaar in debiele klederdracht staan te hijsen.”

zondag, 11 oktober 2009

Johan Goossens

Johan Goossens

Linkedin GR

Gaat dat zien: Brecht&Weill in 't Park

In economie, cultuur, citaat, de, nederland, april.
Lekker Brechtiaans uitvergroot muziektheater. Al is het maar voor de nostalgie en om alle klassiekers nog eens opgefrist langs te horen komen. Voor het gemak een citaat uit het Parool van 22 april van dit jaar (over een verwante voorstelling): “Ook in Nederland kent iedereen Die Dreigroschenoper van Kurt Weill en Berthold Brecht, althans de naam, of anders wel de 'hits' Seeräuberjenny en vooral

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 22561 uur (940 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,2 per week.

Pagina: 1