woensdag, 4 april 2012

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

only for male feminists, #9

Maybe due to my argumentative nature, surely inherited from my italian -dramatic- genes but surely justified by my dialectic education, the truth is that I love an argument. Or a contradiction. And that's why, actually, most of these columns on being a male feminist are designed to shed some light in the conflicts and dilemmas that such double allegiance brings along. Now, I say most of them. Because today I do not want to write about a conflict, a dilemma or a contradiction. I simply want to share some of the pleasures of my position.

Take any day, around 1440. My working period is about to end, and I am about to jump in my bicycle. In a short while I'll be arriving to the doors of the school of my son, and with other parents I'll be counting the minutes to 1500, when Ayden will show himself up, one of the many drops in the flow of kids running out of the school. Actually, it is like a wave, breaking into the broad and wide world. This single moment justifies whatever pain, conflict or contradiction has been brought along by being the father-at-home. This moment, repeated pretty much every day in the last 8 years, with pretty much the same kids, brings pretty much the same wow feeling every time.

Would it be the empathy across the years? Would it be the vague remembering of the pleasure of coming out of school, like a bat fi-na-lly flying away from its cave and into the twilight? The sense of stretching wings that have been flexed, folded and forgotten... under the eyes of teachers and others, under the pressure of a building definitively not designed for flying? It might be. It might very well be that I like so much to see those kids because I remember that moment of freedom at last.

But it might also be that I have been seeing this group several years already, and I can see, if I care to look, how the years have been forming the faces, the rhythms and the movements of this particular flock of small birds, almost ready to fly on their own by now. I can remember how each of them looked like few years ago, and see how fast they change, and how fast they don't. It is possible to see the man that will be in the face of the kid that is. The twinkle in the eye of that girl looking at her smaller brother is actually the same one that she will give to her own kids in ten or twenty years from now. The irregular running of the other I'll recognize today as in decades from now, as I did past year in one or another park.

So every other day, around 1500 I pity my fellow -non feminist- males. As a matter of fact, I pity my beloved wife, who only once a week get the chance of being here, and whom probably can not recognize every dolphin in this pod, every sardine from this school... swimming away. Away from school and into life.

woensdag, 14 maart 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf V: Elly de Waard

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, boeken, columns, de, duits, facebook, frans, en meer.

Er zijn niet zoveel momenten waarop ik stilsta bij mijn leeftijd. Af en toe word ik ermee geconfronteerd als ik mij bedenk dat onze huidige lichting eerstejaars studenten werd geboren in de tijd dat ik mijn weg begon te vinden op de middelbare school. Als ik de gedachten dan nog wat verder laat dwalen, denk ik nog wel eens aan mijn eigen eindexamen en alle boeken die ik toen voor Nederlands, Frans, Duits en Engels mocht lezen.

Voor Nederlands stonden naast 25 boeken ook nog tien gedichten op het programma. Ergens bij mijn ouders zou mijn lijstje nog moeten liggen, inclusief de aantekeningen die ik erbij had gemaakt. Van het mondeling herinner ik me vooral dat ik werd doorgezaagd over een gedicht van Jan Arends ‘Ik/ schrijf gedichten/ als dunne bomen’ wat bevestigde dat mijn gedichtkeuze wellicht wat te ambitieus was voor een nog niet 18-jarige. Verder verliep het gesprek overigens uitstekend.

Een ander gedicht van de lijst, Tegen de avond van Elly de Waard, koester ik en lees ik nog vaak met plezier terug. Maar ja, daar werd geen vraag over gesteld…

Tegen de avond, als het gegil
van de dag wegsterft en het strand
leeg raakt, de zee kalmer wordt
met een brede langgerektheid
die zich als een verzadigdheid
van alle geluid van je meester maakt

en zich een zachte nevel
als grijs leder over alles uitspreidt

dan aan te schuiven op een verloren
zitplaats tussen de gedempte stemmen
en het deinen van het water
en bij het getij van beide
dan weer wel en dan weer niet
te horen

vrijdag, 9 maart 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Politieke nachten zijn lang

In groenlinks, politiek, weblog, persoonlijk, amsterdam, columns, de, discussie, eerste, en meer.

Toen ik dinsdag, of moet ik zeggen woensdag, om 4.15 in bed stapte, wist ik dat de wekker iets meer dan twee uur later ongenadig zou gaan. Ik realiseerde mij dat mijn verslaving aan politiek ernstig is en er nu eenmaal ‘s nachts vaak spannende dingen gebeuren. Oftewel, van mijn voornemen om niet te wachten op de uitslag van Ohio of de speech van Mitt Romney – die zoals verwacht vrij beroerd was –  kwam weinig terecht.

In de eerste nacht die ik mij goed herinner, vierden we met GroenLinks in Amsterdam de eerste en enige grote zege – de 11 Kamerzetels van 1998. Ook in 2010 was het feest, toen we op 10 zetels kwamen en het ondanks de weinig sfeervolle omgeving van Nieuwspoort een memorabele avond werd. Na een lange rit in de nachttrein en een halfslaapje op Utrecht Centraal was ik helemaal klaar om met studenten en collega’s in een volle zaal terug te blikken op de uitslag.

En hoewel ik de nacht van Schmelzer net niet heb meegemaakt, wordt dat gecompenseerd door de nacht van Wiegel en de nacht van Van Thijn, waarbij de eerste het qua spanning en acteerwerk ruimschoots wint. Op een andere bijzondere nacht werd een paar dagen geleden uitgebreid teruggeblikt: de discussie waarin Melkert wel wat vrolijker had mogen zijn. Wat betreft Nederlandse politieke tv-nachten mijn persoonlijk hoogtepunt.

Maar niets haalt het bij de nacht waar ik al maanden naar had uitgekeken. Het euforische gevoel toen de magische grens van 270 kiesmannen was gepasseerd. Van de drukte in de Melkweg naar de stilte en de tranen thuis op de bank bij wederom een memorabele speech. Obama’s historische winst in een nacht om nooit te vergeten. Maar ook dan hakt de alcohol er de volgende ochtend flink in…

vrijdag, 17 februari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Praktische intelligentie

In weblog, zomaar een mening, bhv, columns, de, eerste, eerste hulp, facebook, geschiedenis, en meer.

Na drie dagen BHV-cursus is mij wel weer duidelijk geworden dat ik lichtelijk onhandig ben. Maar goed, elke groep heeft ook een schlemiel nodig die onnodig veel blusmateriaal laat ontsnappen in een gevecht met de borgpen. Of  de stabiele zijligging zo chaotisch uitvoert dat je twee rondjes om het slachtoffer moet maken om alle armen en benen goed neer te leggen. Maar na vanochtend kan ik gelukkig melden dat ik voor zowel eerste hulp als brandbestrijding het praktijkexamen heb gehaald. Iets van een slechte generale en een goede uitvoering.

Al vroeg was duidelijk dat ik best een intelligent mannetje was, zolang het ging om taal, rekenen, geschiedenis of begrijpend lezen, maar dat ik niet erg praktisch was. Op de lagere school moest ik oefenen met allerlei ruimtelijke tekeningen en kreeg ik het advies met technisch lego te gaan spelen. Dat heb ik één dag volgehouden. Voor mij pleit wel dat ik met gewone lego hele dorpen en steden heb gebouwd en ook dol was op het tekenen van uitgebreide plattegronden.

Bij mijn rijlessen, gelukkig al weer heel wat jaren geleden, merkte ik mijn gebrek aan praktische intelligentie aan het onvermogen om routineuze handelingen routineus uit te voeren. Wat weer als voordeel heeft dat je elke keer iets anders verkeerd doet… Ergens gaat er tussen mijn hersenen, die precies weten wat er moet gebeuren en mijn handen of voeten die het moeten uitvoeren, iets mis.

Misschien helpt het als ik een week lang alleen maar mensen in een stabiele zijligging moet brengen om alsnog dat ritme te krijgen. Nu werkt het namelijk zo dat ik in mijn hoofd alle stappen voor me zie (bijna letterlijk de betreffende pagina uit het handboek) en die stappen vervolgens één voor één uitvoer. Een automatisme zoals bij sommige anderen is het net geworden. Iets vergelijkbaars geldt voor de combinatie van dat wat brandt en dat waarmee je het blust. Ik zie een tabel in mijn hoofd in plaats van een logisch middel dat past bij het soort stof dat in de brand staat.

Kortom, het was een boeiende confrontatie met mijn eigen beperkingen en een hele opluchting dat ik het er toch nog redelijk vanaf heb gebracht. En ik heb geleerd:  als er echt iets aan de hand is, roep je professionele hulp in. Beter voor mij en beter voor u.

dinsdag, 14 februari 2012

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

only for male feminists, #6

In africa, columns, cool.
I have tried, but I can not remember myself ever telling my parents to be in love. In the first years, to my embarrassment and surprise, they knew before I knew myself. Later on they heard from others, to my embarrassment now disguised as anger at their not-so-futile attempts to be informed on my private life. Even later they just knew. I simply can't see myself telling my mother, or my father: hey, I fall in love with...

Yesterday, biking towards his guitar lesson, Ayden said "I'm in a relation".

Finally my constant biking in this flat country has paid back. I did not fall, I didn't even slip away in the patched ice. I wonder if Ayden perceived me as cool as I want him to perceive me. I hope that in any case he didn't see the maelstrom of memories, poems and novels, faces and hands, and more, that traversed my mind in few seconds. How did he get here so far? Are we really here already? Like falling asleep in a train, and wake up suddenly. Not necessarily past your stop, certainly not yet in the depot, but having lost the rhythm of the travel, being scared by the inhuman speed of a train. How did we get here so fast?

Without having mercy with the confusion of his father (or unaware, hopefully), Ayden went on asking advice on acquiring a present to the girl of his dreams (Does he dreams with her? What does he dreams?). I know that we went on biking and I believe I manage to congratulate him and to offer reasonable alternatives. After the lesson we walked together to a shop of his choice, and still in shock I financed (since I'll get the money back, by his own wish) the chosen present.

In the dynamic of these, my columns on being a feminist and stay-at-home parent, this is the moment where I flex the narrative, where the twist should appear. The situation, hopefully shared by my audience, should be placed now in the perspective of the contradictory forces of modernity. I should be able to describe how my past, the latino-macho tradition, bounces and rebounces with my present, the european pseudo-progressive and not-yet-quite-emancipated-but-working-at-it individual. As a matter of fact, when I begun writing this, I have a couple of ideas that sounded pretty ok, at least in my mind.

But to be sincere, probably as any other parent at any other age, patriarchal or matriarchal, egalitarian or authoritarian, in Asia, in America or in Africa, I am at loose for words.

My son is in love.

zondag, 5 februari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Kiezen van kandidaten hoort thuis op congres

In groenlinks, politiek, weblog, burgers, columns, congres, de, energie, facebook, en meer.

Nog een laatste slok water, ongedurig heen en weer lopen, de oneliners een laatste keer oefenen. Het podium op, na lange bange minuten in de coulissen. Half verblind door het licht de zaal inkijken en je verhaal houden, met de tijd die onverbiddelijk naar 0:00 terugtikt. Daarna de spanning van de stemuitslagen die op het grote scherm verschijnen. Het zijn de wandelgangen, de flyers, de speeches en de stemkastjes die ik niet graag zou willen missen.

Het is geen onlogisch voorstel van het partijbestuur om alle leden via een referendum te betrekken bij het vaststellen van de kandidatenlijst. Andere (liberale) partijen doen het al en het past bovendien in een tijd waarin wordt geroepen om meer directe invloed van burgers. Het geeft een veel grotere groep dan de 700 of 800 leden die op een congres komen, de mogelijkheid de koers van de partij mede te bepalen.

Het voorstel versterkt daarnaast de rol van de kandidatencommissie. In plaats van een indeling van geschikte kandidaten in blokken, zal de commissie (weer) een voordracht per plek maken. Dit sluit aan bij het toegenomen belang van rekrutering en selectie. Een partij die kiezers wil overtuigen én mee wil regeren, heeft goede en geloofwaardige kandidaten nodig. Niet voor niets wordt ook bij GroenLinks flink gescout en getraind; daarbij past een stevige rol voor de kandidatencommissie.

Het probleem is echter dat het voorstel twee doelen nastreeft, die lastig met elkaar te zijn verenigen. Aan de ene kant professionalisering door meer op de expertise en inzichten van de kandidatencommissie te steunen, aan de andere kant democratisering door de lijst door veel meer mensen te laten samenstellen. Het grote risico is vervolgens dat de lijst die via een referendum tot stand komt, alsnog flink van het advies van de commissie afwijkt, meer dan op een congres. Zeker omdat het niet mogelijk is in het referendum met één druk op de knop de voordracht integraal over te nemen.

Tijdens het congres wordt per plek gestemd en ontvouwt de kandidatenlijst zich geleidelijk. Wie vindt dat er intussen wel genoeg vrouwen, Amsterdammers of voormalige DWARS’ers op staan, kan dat bij volgende stemmingen compenseren. Bij een referendum, met alle stemmen in één keer, is het resultaat heel wat onvoorspelbaarder en ontbreekt de mogelijkheid halfweg bij te sturen.

Ik vind dat (partij)democratie best een beetje tijd en energie mag kosten. En hoe veel moeite is het eigenlijk om een middag naar een congreszaal te komen en een keer of dertig op een stemkastje te drukken? Bovendien is het congres laagdrempelig: niet alleen geselecteerde afgevaardigden zijn welkom, maar alle leden mogen komen.

Tot slot: de twee minuten waarin een kandidaat zich op een congres presenteert, zeggen niet alles over haar of zijn kwaliteiten. Ze komen echter wel het dichtst bij datgene wat daarna ook van een volksvertegenwoordiger wordt verwacht: spreken in het openbaar, verbinding maken, jezelf en je ideeën verkopen en anderen overtuigen. Een gelikte website maken is niet zo moeilijk en menigeen kan gevat uit de hoek komen op twitter of facebook. Maar daar op dat podium moet het écht gebeuren. Waar kandidaten hebben gestraald, maar ook zijn gestraald. Een traditie om in ere te houden.

Dit opiniestuk staat ook in het GroenLinks Magazine van februari 

zondag, 29 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Gewoon groen

In groenlinks, politiek, weblog, links, midden, natuur, auto, banen, beleid, en meer.

In de NRC stond een mooie column van Bas Heijne over natuur. Als ik goed ben geïnformeerd, heeft hij deze column ook voorgedragen op een bijeenkomst van natuurbeheerders in het bijzijn van Henk Bleker en heeft de laatste op de van hem bekende wijze daarop gereageerd. Namelijk dat hij het er helemaal mee eens was, maar intussen een beleid uitvoert dat er diametraal tegenover staat. Als GroenLinkser vind ik het lastig om toe te geven, maar ik moet constateren dat groen uit is. Er wordt op een nietsontziende manier bezuinigd op natuur, in een omvang waarbij de kortingen op cultuur en PGB verbleken. Maar de meeste Nederlanders lijkt het nogal weinig te kunnen schelen. De paar protestacties die er zijn geweest, hebben in elk geval niets uitgehaald.

Mijn partij voerde ooit de slogan: knokken voor kwetsbaar is. En als iets dezer dagen kwetsbaar is, dan is het wel de natuur. In tijden waarin alles geëconomiseerd wordt en uitgedrukt in bijdrage aan het bruto nationaal product, delft natuur snel het onderspit. Helaas heeft links en groen daar zelf ook aan bijgedragen, door natuur te framen als economische factor. Het is immers zo mooi te wonen in een stad waar de natuur op 10 minuten rijden met de auto is, het is zo aantrekkelijk voor een multinational zich te vestigen in een groene omgeving, de groene economie levert banen op. Helemaal onwaar is dat uiteraard niet, maar het gaat voorbij aan de intrinsieke waarde van groen.

We zijn helaas wel vergeten de natuur te prijzen, niet omdat het aan allerlei andere doelen bijdraagt, maar omdat het groen is. We hebben ons zo aan het discours van andere politieke partijen aangepast, dat de boodschap van biodiversiteit, van groen te midden van alle verstening, langzaamaan overwoekerd is. Durven we nog wel de consequente en misschien impopulaire keuze te maken op te komen voor diersoorten zonder hoge knuffelwaarde en voor planten die de doorsnee tuinier uit de grond zou trekken?

Ik denk dat de strategie om natuur en groen via een omweg te verdedigen en te beschermen, keihard tegen haar grenzen is aangelopen. Dat het tijd wordt om groen weer groen te maken en dat verhaal, niet technisch, niet specialistisch, niet eenkennig, overtuigend uit te dragen.  Nu nog de juiste taal daarvoor vinden en niet te vergeten de juiste mensen.

 

donderdag, 19 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Compassie

In groenlinks, politiek, weblog, mauro, cda, columns, compassie, de, eerste, en meer.

In spanning wachten velen binnen, maar zeker ook buiten het CDA, op de uitkomsten van het Strategisch Beraad. Eén groep maakt zich alvast zorgen en wel over het begrip ‘compassie’ dat door Jacobine Geel (net als partijvoorzitter Ruth Peetoom een theologe) centraal gesteld zou worden. Opvallend genoeg pleitte voorzitter Ruard Ganzevoort bij het jubileum van de Linker Wang ook al voor politiek met compassie als nieuw uitgangspunt voor linkse door het geloof geïnspireerde politiek. Ik hoef er niet bij te vertellen dat hij eveneens theoloog is. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen enige aarzelingen had, al was het maar vanwege het feit dat Bush jr. zich in de presidentiële race van 2000 als ‘ compassionate conservative’  presenteerde. Een ideologie waarin de overheid zich zoveel mogelijk terugtrekt, maar in alle hardheid nog een klein zacht randje heeft.

De angst van het groepje CDA’ers was dat compassie te veel de nadruk zou leggen op afhankelijke en zielige mensen, terwijl het CDA onder Balkenende al die jaren toch ‘eigen verantwoordelijkheid’ had gepredikt. De redenering klonk ongeveer zo: wie het heeft over compassie, kan geen PGB meer afschaffen of Mauro terugsturen naar Angola. Best wel lastig voor de twee CDA-bewindslieden die deze twee pittige dossiers onder hun hoede hebben. Compassie was volgens deze leden prima als levenshouding, maar niet als politiek richtsnoer. Een beetje zoals anderen zeggen dat religie prima is, zolang je dat maar thuis of in de kerk doet, maar er niet het publieke domein mee betreedt.

Om twee redenen vind ik de afwijzing van compassie merkwaardig. De eerste is dat het een uitgangspunt is en geen dwingend voorschrift. In concrete situaties zal compassie toegepast moeten worden en daarin kan een ieder zijn of haar individuele keuzes maken. In die zin is compassie niet anders dan solidariteit of rentmeesterschap: wat het betekent, volgt niet uit het begrip zelf, maar blijkt uit het feitelijke handelen van degenen die zich door deze uitgangspunten laten leiden. De tweede reden heeft te maken met de letterlijke manier waarop compassie vaak lijkt te worden uitgelegd: als medelijden, waarbij de associatie met hulpeloos en zielig al snel is gelegd. Eigenlijk is het – zeg ik als (achter)(achter)(klein)zoon van theologen – mooier en beter om over mededogen te spreken. Compassie ligt dan heel dicht bij naastenliefde, solidariteit, omzien naar de ander. Daarmee wordt de relatie ook gelijkwaardig en minder in simpele tegenstellingen als de slimmerd en de sukkel, de rijke en de arme, de geslaagde en de mislukte. Mededogen is meevoelen met de ander, je in hem of haar verplaatsen, je echt verbonden voelen.

Als dat compassie is, past het volgens mij prima in het gedachtegoed van GroenLinks én van het CDA. Wat zou het mooi zijn als compassie helpt om de gure rechtse wind uit het CDA weg te blazen. Wie weet staat dan onverwacht een nieuwe lente voor de deur.

zondag, 15 januari 2012

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Tot uw dienst

In persoonlijk, weblog, columns, de, facebook, gewoon, kerk, leuk, de kerk, en meer.

Het was onmogelijk ongezien weg te lopen en ik begreep dat het hoe dan ook een rare indruk zou maken. Misschien dacht de dominee dat het aan de inhoud van zijn preek zou liggen. Maar ik moest van de zenuwen zo nodig, dat ik zeker wist dat ik niet lang meer kon blijven zitten en mijn blaas het niet de rest van de dienst zou uithouden. Oftewel: van mijn bank vooraan in de kerk zo gewoon mogelijk naar achter lopen, waar de wc’s zich bevonden. Inderdaad keek menig kerkganger vreemd op en ik voelde in mijn rug ook een verbaasde blik vanaf de preekstoel. Opgelucht kwam ik een paar minuten later weer voorzichtig naar voren.

Het was ook wel een beetje ambitieus, om als twaalfjarige – na krap een jaar orgelles – al kerkdiensten te willen begeleiden. Rustig aan beginnen in de middag, als er sowieso minder mensen in de kerk zitten. Het liefst wat bekende liederen met niet al te veel kruizen of mollen en afwisselend met en zonder pedaal. De zaterdag ervoor hard geoefend, vooral ook op de stukken voor en na de dienst en tijdens de collecte. Mijn zelfvertrouwen was groot en het ging, op wat slordigheidsfoutjes, eigenlijk prima. Maar op het moment van bezinning, voor een organist de langste pauze, voelde ik de spanning in hoog tempo naar hoofd en buik gaan.

Inmiddels ben ik twintig jaar verder en komen zenuwen eigenlijk niet meer voor. Af en toe is het zelfs oppassen om niet te veel op de automatische piloot te spelen, als het repertoire wel erg bekend is. Hoewel twintig eigenlijk geen jubileumgetal is, vond ik het toch leuk dat in de dienst vanochtend in De Ark bij deze mijlpaal stil werd gestaan. Met extra muzikale aankleding van orgel en piano, mede in samenwerking met Annika op diverse fluiten. Met aardige woorden en complimenten van dominee en kerkgangers na afloop.

Er zijn zondagen dat ik eigenlijk liever in bed zou willen blijven liggen en er zijn liederen waarvan ik hoop dat ik ze nooit meer hoef te spelen. Maar er is ook elke keer weer iets dat raakt, dat inspireert, dat het de moeite waard maakt om te blijven spelen. Dus ik ga graag nog even door: op naar de volgende twintig jaar?!

vrijdag, 6 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Blogsstatistieken

In column van de week, amsterdam, bezig, columns, dood, eerste, geloof, gevonden, groei, en meer.

GROEIENDE BELANGSTELLING

Toen ik nu bijna vier jaar geleden met mijn weblog begon, had ik daarbij wel bepaalde ideeën. Ik wilde een onafhankelijk medium om mijn gedachten kwijt te kunnen. Ik geloofde, dat ik wel iets te zeggen had en dat geloof ik nog steeds. Die gedachten, meestal over actuele zaken, kwamen vooral terecht in mijn Columns van de Week, inmiddels bijna 200. Daarnaast wilde ik mijn weblog gebruiken als een soort archief voor elders gepubliceerde stukken of zienswijzen. Daarvoor waren de andere rubrieken. Zo kan ik merken, dat het aantal bezoekers toeneemt, zo gauw ik iets publiceer over de Rooms-katholieke Kerk. Ook het onderwerp Dossier A12 Salto over de verbinding van Houten met de A12 trekt regelmatig bezoekers en dan met name ook het alternatief, de Meerpaalvariant. In mijn zienswijzen daarover komt ook steeds naar voren, dat er veel informatie ontbreekt, zodat er eigenlijk geen goede besluitvorming mogelijk is. Zou het daarom zijn, dat de publicatie van het definitieve ontwerp bestemmingsplan twee maanden is uitgesteld?

Ik ben dan ook heel nieuwsgierig naar de resultaten van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de invloed van bloggers op de politiek. Daarvoor wordt ook mijn weblog gebruikt en ik kreeg de indruk, dat zij de gehele inhoud gedownload hebben. Wil ik invloed uitoefenen? Ja en neen. Ja, want af en toe erger ik mij dood over bijvoorbeeld toestanden in de zorg en hoop dan mensen wakker te schudden. Neen, want mijn bedoeling is vooral mensen aan het denken te zetten en zo tot een eigen mening te komen. Mensen zouden veel meer moeten nadenken over wat er in onze samenleving aan de hand is. Dat is een eerste stap naar verandering.

Het aardige is ook, dat steeds meer oud-leerlingen van het Niels Stensen College in Utrecht mijn weblog beginnen te ontdekken. Dat merk ik aan de gebruikte zoektermen en soms aan de reacties. Dan blijkt, dat ze mijn gedrevenheid van toen voordat ik per 1 augustus 1994 stopte nog steeds herkennen. Ik kom op de meest onverwachte momenten oud-leerlingen tegen en elke keer doet het mij weer goed te ontdekken, dat ze hun weg in het leven gevonden hebben.

Er is ook een duidelijke groei in de belangstelling. Soms publiceer je iets, dat echt de aandacht trekt. Mijn weblog is natuurlijk niet te vergelijke met bekende bloggers, die al veel langer bezig zijn. Die trekken op een dag bezoekersaantallen, waar ik een maand over doe. Mijn hoogste aantal bezoekers op één dag is 197. Maar interessanter is de groei, die te constateren valt.


Unieke bezoekers

 003954

005899

011384

Max. per maand

Nov 487

Sep 101

Dec 1113

Totaal bezoekers

009430

013983

024276

Maandmaximum

Jul 993

Sep 1493

Mei 2393

Pagina’s

033409

046130

068725

Maandmaximum

Jul 4123

Sep5196

Dec 6680

Aan favorieten toegev.

247

153

234

Hits

057815

073443

088552

Bytes

342,54MB

372,80MB

540,74MB

 

2009

2010

2011

 

Er is sprake van een groeiende belangstelling. Daarbij moet worden opgemerkt, dat het werkelijke aantal bezoekers hoger ligt, doordat het weblog gelinkt is met andere sites zoals www.planeetgroenlinks.nl. Dus moet je anderhalf tot twee keer zoveel bij bovenstaande aantallen optellen. De omvang van mijn weblog is zo stevig gegroeid, dat ook mijn provider meer ruimte moest inruimen.

In de afgelopen decembermaand trok mijn weblog gemiddeld ruim 72 bezoekers per dag. Toch krijg ik maar weinig reacties. Het maakt alles nog spannender als er discussies ontstaan. Schroom niet!

Tot slot: Alle Goeds voor dit nieuwe jaar!

Jaargang 4, Nr. 196.

zondag, 18 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf IV: Martinus Nijhoff

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, muziek, bundel, columns, de, facebook, geluk, en meer.

De schoonheid van de liefde, van het landschap, van de stilte en van de muziek. Maar ook het besef van de tijdelijkheid van zulk geluk. Prachtig samengevat in “Fuguette” van Martinus Nijhoff (uit de bundel Vormen):

Claudien, jij speelt piano, en ik zit
In de warande, en luister naar het zingen
Uit het innige hart der stille dingen,
En luister naar de stem der nacht die bidt -

Nu is mijn hart heel stil geworden: dit
Is het stil einde van het grote dringen.
De regens die tussen ons beiden hingen,
Claudien, zijn over en de nacht is wit.

Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groene heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek -

En ‘t hart, ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet – een glimlach lang – wat het bedroeft.

woensdag, 14 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Mevrouw of meneer de voorzitter

In groenlinks, politiek, weblog, analyse, de, debat, debatten, democratie, facebook, en meer.

Volgend jaar februari mogen we haar kiezen. Of hem. De nieuwe partijvoorzitter. Na bijna zes jaar Nijhof is het tijd voor een ander. Ik herinner mij de komst van de man met de wilde grijze haren (of hadden ze toen nog een andere kleur?) en dito snor nog goed. Kort daarvoor was mijn meest memorabele partijraad ooit, waar Sam Pormes wat halfslachtig eerherstel kreeg en Herman Meijer het veld moest ruimen. In deze woelige tijden zocht GroenLinks een interim-voorzitter die rust kon brengen en die werd in het oosten gevonden. De tijdelijke man bleek het wel naar zijn zin te hebben, stelde zich een jaar later opnieuw beschikbaar en werd met ruime meerderheid gekozen. Het partijleven kwam tot bloei, er werd veel gediscussieerd, de organisatie ging op de schop, maar op de cruciale momenten miste GroenLinks toch de boot. De doorbraak naar 15 zetels kwam niet en regeringsdeelname bleef uit.

Nu staat een nieuwe generatie te trappelen: Heleen Weening is 35 jaar, Arno Uijlenhoet 42. Alhoewel, trappelen… bij de presentatie die zij maandag hielden vond ik hun ideeën nogal voorspelbaar, een beetje old school. Wie is er nou tegen debat in de partij, het vergroten van de interne democratie, het betrekken van leden en het werken aan een (al dan niet linkse) progressieve samenwerking? Het vraagt heel wat speurwerk om inhoudelijke verschillen tussen de twee kandidaten te vinden. En over hoe ze dit alles willen bereiken, blijven Heleen en Arno nogal vaag.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat het voor een functie als partijvoorzitter ook niet nodig is om al te uitgesproken opvattingen te hebben. Of dat er al genoeg te kiezen valt op basis van geslacht, leeftijd, (beroeps)achtergrond, (partij)ervaring en stijl. Maar ik hoop toch dat deze kandidaten in de komende tijd ook iets meer laten zien van wat ze vinden van de huidige koers van GroenLinks, welke inhoudelijke debatten ze willen gaan aanjagen. Iets van een analyse van hoe het komt dat we nog steeds niet meeregeren en waarom het zo matig gaat in de peilingen lijkt mij ook welkom.

Oh ja en een beetje vaker twitteren…

dinsdag, 13 december 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

In radboud universiteit, medezeggenschap, onderwijs, beleid, bestuur, college, column, de, december, en meer.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

vrijdag, 2 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Leve de vrijwilligers

In weblog, zomaar een mening, groenlinks, henk bleker, kabinet, natuur, aankoop, ambtenaren, amsterdam, en meer.

Het was even wennen om mezelf op een provinciale bijeenkomst niet als Statenlid GroenLinks voor te stellen, maar als penningmeester IVN Amsterdam. Op slot Beeckestijn in Velsen kwamen vanochtend zo’n 120 natuurvrijwilligers en provinciale ambtenaren bij elkaar om elkaar beter te leren kennen en na te denken over manieren om samen te werken.

Geen dag te laat, omdat het kabinet in de persoon van Henk Bleker, grof bezuinigt op de natuur en het verzet daartegen maar moeizaam op gang komt. Nou was dat niet de insteek van de bijeenkomst, maar kortingen tot 60% hebben natuurlijk (let op de woordspeling) wel een enorme impact. Waar professionele krachten wegvallen en subsidies voor aankoop en beheer flink minder worden, neemt het belang van al die duizenden vrijwilligers toe.

Af en toe moest ik me wel inhouden en niet in de verdediging te schieten over de rol van de provincie. Gelukkig hebben we daar bovendien prima ambtenaren voor. Maar sommige vrijwilligers lijken wel iets te veel te verwachten van de provincie. Er is nu eenmaal beduidend minder geld en daarnaast is het ondoenlijk om de enorme hoeveelheid van (werk)groepen, stichtingen en organisaties allemaal aandacht te geven en – al dan niet financieel – te ondersteunen.

De belangrijkste les voor mij vandaag was dat dat in heel veel gevallen ook niet nodig is. Met bewondering zag ik hoeveel moois er al lokaal gebeurt door mensen met passie en overtuiging, zonder dat daar altijd subsidie vanuit de overheid voor nodig is. Wat vooral moet gebeuren is dat die goede voorbeelden uitgewisseld worden, men van elkaar leert en losse initiatieven met elkaar worden verbonden. Voor IVN en andere koepelorganisaties in de provincie ligt daar nog een schone taak. Wie weet kan ik daar zelf ook nog een rol in spelen. Want natuur is best belangrijk!

dinsdag, 29 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Leve het stadsparlement?

In groenlinks, politiek, weblog, amsterdam, bestuur, bezig, de, democratie, discussie, en meer.

Terwijl Donner onder invloed van het adagium “hoe minder bestuurders, hoe beter” bezig was de botte bijl in de stadsdelen te zetten, broedde GroenLinks Amsterdam op een alternatief. Vandaag kwam het initiatiefvoorstel voor een stadsparlement naar buiten, gemaakt in samenwerking tussen raadsfractie en stadsdeelwethouders.

Het is te prijzen dat GroenLinks op deze manier niet lijdzaam afwacht, maar de tegenaanval inzet. Er is veel voor te zeggen om een vorm van lokale democratie in de stadsdelen te handhaven en op die manier bestuur in de buurt voort te zetten. Het aantal politici wordt, net zoals het kabinet wil, flink teruggebracht.  Het voorstel voorkomt ook een gemeenteraad na 2014 die, nog meer dan nu al het geval is, alleen maar uit leden van binnen de ring bestaat.

Ik voorzie alleen wel een probleem als gevolg van de samenstelling en de manier van kiezen van de leden van de districtsraden en het stadsparlement. Omdat hetzelfde mensen zijn die in hun eigen district én op het stadsniveau besluiten nemen en controleren, is het conflict van loyaliteit en belangen in het systeem ingebakken. Dit hangt ook samen met de onmogelijkheid om tot een vaste afbakening van taken en bevoegdheden te komen.

Een tweede onduidelijkheid zit in de overgang naar de Metropoolregio Amsterdam. In het voorstel wordt gesteld dat met het stadsparlement de omschakeling naar zo’n model te maken is. Wanneer dat idee serieus wordt genomen, moet er een gekozen vertegenwoordiging in plaats van de Stadsregio komen, waarin ook de gemeenten om Amsterdam heen opgaan. Betekent dat vervolgens het einde van het stadsparlement? Houdt dat in dat de districtsraden dan alsnog op hetzelfde niveau komen als de gemeenteraden van bijvoorbeeld Amstelveen of Purmerend?

Kortom, een mooie voorzet voor een discussie die hoognodig gevoerd moet worden. Maar dan moet nog wel meer nagedacht worden over de verhouding tussen districtsraden en stadsparlement. Bovendien, zeg ik dan maar als provinciaal, wordt het ook tijd dat GroenLinks Amsterdam over de stadsgrenzen kijkt en in overleg treedt met de gemeenten in de omgeving.

zondag, 20 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf III: Rutger Kopland

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, hoop, problemen, regels, bundel, de, facebook, en meer.

In een reeks die gaat over gedichten die mij raken, is het onvermijdelijk dat ik vroeg of laat bij Rutger Kopland uit kom. Ik denk dat er weinig andere dichters zijn die met hun woorden mij zo dicht op en onder de huid zitten. Tegelijk is het werk van Kopland ook in tekst en compositie uitdagend en ontdek ik herlezend telkens weer nieuwe kronkels en inzichten. Tijdens mijn politieke werk heb ik altijd veel gehad aan ‘ Oneindig veel problemen’:

Want alle gebeurtenissen zijn uitzonderingen op
al die regels volgens welke ze niet gebeuren.

Het is dus beter het woord probleem niet te gebruiken
want de problemen die er zijn en die er niet zijn
zijn dezelfde.

Van zijn vroegere werk spreekt Alles op de fiets, waaruit ‘Jonge sla’ waarschijnlijk het bekendste is geworden, mij het meeste aan. De mooiste bundel uit Koplands  grote oeuvre is wat mij betreft Tot het ons loslaat, waarin ook het bovenstaande gedicht staat en daarnaast kunststukjes als ’Een tuin in de avond’, ‘In de morgen’ en ‘Enkele andere overwegingen’.

Het gedicht dat ik heb uitgekozen komt uit de bundel Een lege plek om te blijven.  Ik kreeg het ooit voor mijn verjaardag gedrukt op een kussensloop;  ja, zo eenvoudig kan de aanleiding zijn. Sindsdien is het iets als een lijflied geworden. Het titelloze gedicht vat in vier eenvoudige regels samen wat ik hoop te zijn, voor een ander, voor mezelf:

XIV

Ga nu maar liggen, liefste, in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Het is levensfilosofie en levenshouding in één. Het maakt mij blij in mooie tijden, het troost in moeilijke tijden. Het is fraai geschreven en fraai gecomponeerd. Het is, kortom, een gedicht waarvan ik hoop dat het nog lang bij me wil blijven.

donderdag, 17 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Het overdragen van stemmen

In groenlinks, politiek, weblog, columns, congres, discussie, eerste, engeland, facebook, en meer.

In de politicologie woedt al jaren een flinke discussie over wat nu het beste kiesstelsel is. De centrale vraag is wat het belangrijkste doel is van verkiezingen: zorgen voor een stabiele meerderheid (regeerbaarheid) of een zo precies mogelijke afspiegeling van de voorkeuren van de stemmers (representatie). De meeste Europese landen hebben gekozen voor het laatste met kiesstelsels die zijn gebaseerd op een idee van evenredige vertegenwoordiging in plaats van het ‘first-past-the-post’ dat een deel van de Angelsaksische wereld kenmerkt. Een tussenvariant, die meer naar evenredige vertegenwoordiging neigt, is alternative vote of single transferable vote (hierna: STV). Dit systeem wordt bijvoorbeeld in Australië en Ierland gebruikt. In Engeland hebben de Lib-Dems ook alternative vote gepropageerd, maar dit werd door de bevolking in een referendum afgewezen.

In het voorstel voor een nieuwe manier om de GroenLinks kandidatenlijst vast te stellen, via een ledenraadpleging, wordt ook gepleit voor STV als methode voor de stemming en het tellen van de stemmen. Daarmee wordt meer gekozen voor representatie (alle geledingen en stromingen vertegenwoordigd) dan voor regeerbaarheid (in dit geval vertaald als een sterke samenhangende ploeg). Al eerder werd dit systeem gebruikt bij de lijsttrekkersverkiezing voor het Europees Parlement. In dat geval ging het om één plek (want het idee van duo-lijsttrekkers hebben we na een wat mindere ervaring laten varen) en dan is de procedure vrij eenvoudig. Er waren vijf kandidaten en iedere stemmer zet die vijf op volgorde van voorkeur, wat leidt tot rijtjes als BJANT JTNBA ATBNJ enzovoort. De stemmen worden geteld en er wordt gekeken hoe vaak elke kandidaat bovenaan het lijstje staat. Als in de eerste ronde niemand door meer dan 50% op plek één is gezet, valt de kandidaat met het minste aantal 1e voorkeuren af. Op alle lijstjes waar deze kandidaat bovenaan stond, wordt vervolgens gekeken wie daarop de 2e voorkeur had en deze stemmen worden toegevoegd aan de andere vier kandidaten. Wordt ook hiermee nog niet de horde van 50% genomen, dan worden de lijstjes van degene bekeken die dan de minste 1e voorkeuren heeft. Dit gaat door tot er een lijsttrekker is gekozen.

Bij STV gaat het om verkiezingen van meerdere kandidaten in een aantal districten, zoals tijdens parlementsverkiezingen. Neem bijvoorbeeld een district waar 5 zetels te verdelen zijn en 80.000 stemmen zijn uitgebracht. Dat betekent dat een kandidaat 16.000 stemmen moet halen om gekozen te worden. Als er 12 mensen in dit district meedoen, zal het niet zo snel voorkomen dat iemand dat aantal eerste voorkeuren meteen haalt. Ook dan valt per telronde de kandidaat af met de minste 1e voorkeuren en worden die stemmen verdeeld over de andere kandidaten, totdat er vijf kandidaten zijn die over de kiesdrempel zijn gekomen. Let wel: het aantal benodigde stemmen is gebaseerd op de verhouding tussen het aantal geldige stemmen en het aantal zetels per district: het is dus niet nodig om 50% te halen. Bovendien levert deze methode weliswaar een volgorde op van kandidaten – nl. de één heeft minder rondes nodig dan de ander om aan de 16.000 te komen – maar uiteindelijk zijn zij alle vijf parlementariër.

In het voorstel voor het referendum gaat het echter wel om het halen van 50% en moet er bovendien een volgorde uitkomen. Als ik de toepassing van STV goed begrijp is het eigenlijk een aaneenschakeling van alternative votes (stemmen per plek).  Ik stel mij het volgende scenario voor: 40% van de stemmers zet Jolande Sap op één, 25% Tofik Dibi, 20% Liesbeth van Tongeren, 10% Jesse Klaver en 5% Mariko Peters.  De tweede voorkeuren van Mariko en daarna Jesse worden verdeeld over de andere kandidaten, wat Jolande precies over de drempel helpt. Voor de tweede plek doen ook de ‘biljetten’ waarop Jolande bovenaan stond weer mee, maar dan wordt gekeken naar de tweede voorkeur, terwijl bij de andere kandidaten naar de eerste voorkeur wordt gekeken (totdat die kandidaten een plek op de lijst hebben gekregen).

De suggestie die wordt gewekt is dat dit de stemming op een congres het dichtst benaderd. Gegeven de methodes bij een grootschalige raadpleging is dat ongetwijfeld waar. De uiteindelijke lijstvolgorde zal misschien ook niet spectaculair afwijken van wat 600 leden in een zaal bij elkaar kunnen bedenken. Maar het cruciale verschil is uiteraard wel dat de reactie op de uitslag van de stemming over de vorige plek bij een congres wel en bij een internetraadpleging niet kan meewegen. Immers, de gehele voorkeursvolgorde is al vooraf gegeven en die kan niet tijdens de rit worden gewijzigd, maar wordt in een reeks van telrondes keurig afgewerkt. Je kiest voor Tofik op twee en Liesbeth op drie, in de veronderstelling dat daarvoor Jolande op één is gekozen. Je zet één van de groene kandidaten wat lager, in de veronderstelling dat die andere al een veilige plek hoog op de lijst heeft. Je wilt nu wel eens iemand van buiten de Randstad, in de veronderstelling dat er al wel voldoende Amsterdammers bij de eerste zes staan.

Eén van de bezwaren tegen STV is dat voor stemmers moeilijk te doorgronden is wat de effecten van hun voorkeursvolgorde zullen zijn. Eén van de bezwaren tegen de concrete toepassing in deze procedure is dat het andere beoogde doel, namelijk een evenwichtige lijst die recht doet aan het advies van de kandidatencommissie, wel eens verder uit zicht zou kunnen raken.Ik laat hier nog even buiten beschouwing dat wanneer je de mogelijkheid hebt minder voorkeuren aan te geven dan het aantal plaatsen, omdat je iemand per se niet op de lijst wilt hebben, de  lijst niet geheel gevuld zal gaan worden. De ironie wil dat een systeem met blokken (te beschouwen als multi-member districts zoals in Ierland) beter geschikt is in combinatie met STV dan een volledige lijst van 20 of 25 kandidaten. Maar dat zal wel vloeken in de kerk zijn…

maandag, 14 november 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Dive in politics or the politics of diving

In claim, columns, crisis, people, politics, responsibility, up, party.
It was late in the evening. As usual, I was taking part in a board meeting. Business as usual, you would say. Unusual was that this board was not political. In the last twenty years, pretty much any other meeting that I took part of was political. Not any longer, though. Having become more cynical than ever, I took a break from politics. And I went diving.

What I did not expect is that a year later I would be back in politics. The politics of diving. And here I am again. In a board of directors of my diving club, hearing pretty much the same sort of discussions that I heard in my venezuelan neighbors association in the eighties, in my university political movement in the nineties, in my dutch green party the last decade. How to motivate people to act, and how to control the people that acts. How to balance the wills and wishes of diverse groups. How to move on in times of crisis.

Business as usual, then. Up to the moment in which one of my fellow board member said it: "we are not politicians, no way!". And again, I have to think in that profound abyss, in the unbelievable gap between people that, after all, do pretty much the same. That actually depend on each other to live.

Hearing my fellow boarder disparaging politicians, I had to remember a conversation with another diver. In one of the long drives that we do between houses and dive places, we talk about everything, of course. Being close to one or another election, I asked my friend about his voting, and I was sadly not surprised by his being uninterested in voting. When I asked why was when I got surprised: "because I don't like them". Them? "Yes, them. Those that take decisions about my life, that have real power over me... and have never met me, do not and will not know me, and still... still decide what rules I have to play by. All of them are the same: they don't know me, and they don't care. Why would I care about them?"

Back to my divers' board meeting. We are not politicians, said my fellow board member. I asked what did he mean. I could see that he was quite angry. In the board we are in crisis, due to a rebellious core of active members. Tired of what they think is the incompetence of our chairman, the rioters threaten to resign. "It's you or us" they informed the chairman. Describing the rebellious group, my fellow boarder accused them of betrayal. Well, not quite of betrayal, but of being "politicians". Nasty. Looking around the faces of the board, I saw that the insult was quite clear. You might be many things, you might be right, you might be wrong... But politician? That you should not be.

The funny thing, I would say, is that a director board is nothing else than a group of politicians. Any big human group needs a few that represent the many and take decisions (or at least propose the decisions to be taken). What else could politics be?

Actually the question is: how big was the screw that politicians made? How can it be that if you decide to work for others today, you are meet with skepticism, even with anger?

Some of you, readers of my columns coming from the green party, will think that the main challenge of our years is global warming, or the unbelievable extinction of bio-diversity that we have witness. Some others of my readers might consider that the huge increase in human diversity that our years of globalization have seen is the real issue here. Migration and migrants, that's the real challenge. Me myself, I have been gravitating between these two and the capacity of innovate, of create alternatives at whatever-might-the-next-challenge-be.

But perhaps we are all wrong. Is not global warming, is not the migrant, is not the disappearing plant or animal. It is not even our capacity of coming up with new answers. It is us. It is our profound distrust of ourselves, our distrust for the ones that decide to do something, to claim responsibility, to step up and take position. Because politics, whether of diving or of electors, is nothing else than taking up position. How comes that we have come to hate that?

How comes that we despise the ones that lead us?

zaterdag, 12 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Wij willen kunnen kiezen

In groenlinks, politiek, weblog, bestuur, betrokkenheid, columns, congres, discussie, eerste, en meer.

Mijn eerste GroenLinks congres was in januari 1998 in Zwolle. Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar dat was een congres verdeeld over twee dagen waarin het verkiezingsprogramma werd vastgesteld. Een maand later volgde nog een congres – volgens mij ook twee dagen – voor de kandidatenlijst. Inmiddels heb ik heel wat congressen meegemaakt, de laatste keer met name achter en op het podium, als kandidaat voor de Eerste Kamer. Veruit de leukste zijn de congressen waarop kandidaten gekozen moeten worden. De presentatie van de kandidaten, de spanning bij de stemmingen, met de ontlading aan het eind. Alleen al om die reden vind ik het voorstel van ons partijbestuur om de lijst niet meer door het congres te laten vaststellen, maar via een ledenreferendum, onverstandig en onwenselijk.

Het is natuurlijk niet alleen maar omdat ik die congressen zo leuk vind en ik ben ook niet tegen vernieuwing van de procedure. Maar het bezwaar tegen dit voorstel is dat het twee verschillende problemen wil oplossen, die niet in één nieuwe procedure te vangen zijn. De oorzaken van beide problemen verschillen namelijk nogal. Laat ik dat verder toelichten.

Ten eerste was er onvrede over het blokkensysteem en wilden veel leden weer terug naar een advies met lijstvolgorde. De kandidatencommissie geeft dan per plek aan welke persoon volgens haar daarvoor geschikt is. Op zo’n manier voorkom je (in theorie!) dat de volgorde door het congres te veel door elkaar wordt gehusseld. Althans, je hebt een extra instrument in handen om dat een beetje te dempen. Het bestuur kiest inderdaad voor het in ere herstellen van de lijstvolgorde en dat lijkt mij prima. Ook ik heb, na mijn aanvankelijke enthousiasme over de blokken, de anti-blokkenmotie gesteund.

Ten tweede was er (blijkbaar) onvrede over de betrokkenheid van leden – dat wil zeggen de overgrote meerderheid die niet op een congres komt – bij de vaststelling van de kandidatenlijst. Er wordt verwezen naar het advies van een commissie-Bogers, een advies dat drie jaar lang een zorgvuldig gekoesterd geheim is geweest, waarin een ledenreferendum wordt bepleit. Nou loop ik toch al een tijdje mee en ik heb ook heel wat discussies over de verkiezingsprocedure in de partijraad meegemaakt en mij was deze onvrede toch een beetje ontgaan, maar vooruit.. Ik ben er op zich voorstander om veel meer leden te betrekken bij het kiezen van de kandidaten en een referendum kan dan een prima middel zijn.

Maar wat de bedenkers van het voorstel zich niet lijken te realiseren, is dat zo’n referendum het eerste probleem alleen maar vergroot. Waar met dank aan de zichtbare uitslagen per plek op het congres, nog tijdens de rit nog correcties kunnen worden aangebracht, kan dat in de alles-in-één anonieme stemming van het referendum niet. Kortom, de kans dat de uiteindelijke lijst die door de leden wordt gepresenteerd, afwijkt van de voordracht van de kandidatencommissie, wordt er alleen maar groter van. En de mogelijkheid om in het referendum met één druk op de knop de integrale voordracht van de commissie over te nemen, wordt in het voorstel expliciet afgewezen.

Zoals gezegd, zo’n referendum vind ik geen gek idee, maar als je tegelijk ook het advies van de kandidatencommissie zwaar wilt laten wegen, betekent dit volgens mij dat de uiteindelijke lijst toch op het congres vastgesteld moet worden. Oftewel, een vaststelling in twee ronden: eerst wordt de conceptlijst op basis van het referendum bekend. Dan kunnen kandidaten laten weten of zij blij zijn met de plek, hoger willen, zich terugtrekken. En de kandidatencommissie kan beoordelen in hoeverre de conceptlijst overeenkomt met haar advies. De laatste stap is dat het congres de lijst definitief vaststelt, waarbij een stevige meerderheid nodig is om kandidaten alsnog te laten stijgen. Het bouwt een extra check in op de evenwichtigheid van de lijst, die mij uit het oogpunt van zorgvuldigheid en het goed functioneren van de toekomstige fractie meer dan welkom lijkt.

De modieuze keuze voor single transferable vote is een discussie op zich waard. Interessant genoeg is het een systeem dat zich goed leent voor aparte lijstrekkersferenda en een indeling in blokken, twee onderdelen die nu juist worden afgeschaft… Daar kom ik volgende week op terug.

zondag, 30 oktober 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

De managers en de professionals

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, bedrijf, bestuurscrisis, cijfers, columns, de telegraaf, facebook, en meer.

Gelukkig werd er dit weekend weer eens gewonnen in de competitie. Ook nog met ruime cijfers, tegen een ploeg waarmee we het anders altijd moeilijk hebben. Het leidde de aandacht, al was het maar voor even, af van de bestuurscrisis die schijnt te woeden in en om de Arena. Met dank aan de Telegraaf (spreekbuis van Cruijff) en Parool/AD (voor het broodnodige tegengeluid) weten we hoe gezellig het eraan toe gaat in de Raad van Commissarissen. Duidelijk is in elk geval dat er nog steeds geen nieuwe technisch directeur is en dat Cruijff nog meer vertrouwelingen in de Ajax-organisatie probeert binnen te krijgen. De kern van het probleem is volgens Cruijff “dat we verschillend denken. Zij zien Ajax als een beursgenoteerd bedrijf. Ik zie Ajax als een voetbalclub.”

Het conflict tussen Cruijff en co. en de anderen is een tegenstelling die in de bestuurskunde en organisatiewetenschap klassiek is geworden: managers tegenover professionals. Het is een tegenstelling die we ook in het onderwijs, in de zorg, in het openbaar vervoer en in veel andere sectoren tegenkomen. Sommigen zijn ervan overtuigd dat je niet goed in staat bent een ziekenhuis te leiden als je niet zelf ook operaties hebt gedaan, of dat je geen goede directeur van een middelbare school kunt zijn als je niet zelf ook voor de klas hebt gestaan. Vandaar de wens van Cruijff om overal in de organisatie ‘voetbalmensen’ in managementposities aan te stellen: je kunt alleen Ajax leiding geven, als je zelf ook hebt gevoetbald. En dan het liefst op een hoger niveau dan Beenhakker, Adriaanse of Van Gaal. Managers die niet die achtergrond hebben, zouden niet snappen hoe een voetbalclub geleid moet worden en zouden ook niet snappen hoe je binnen een club professionals (trainers) tot hun recht kunt laten komen.

Maar de tegenstelling tussen bedrijf en voetbalclub is misleidend: Ajax is natuurlijk allebei. Een stervoetballer is niet meteen een goede trainer en zeker niet meteen een goede manager. Wie op cruciale functies zit in een grote organisatie met veel personeel en een miljoenenbegroting, heeft er weinig aan dat hij in een ver of minder ver verleden zo’n mooie voorzet in huis had. Een deel van Ajax is een bedrijf en moet ook als een bedrijf worden geleid. Juist managers die niet beladen zijn met te veel voetbalachtergrond kunnen de professionals op de Toekomst en in de Arena de ruimte geven om hun kwaliteiten in te zetten. Te veel voetbalkapiteins op een schip leidt alleen maar tot gedoe over de koers, voordat de boot überhaupt kan gaan varen.

In de praktijk blijkt de tegenstelling tussen managers en professionals helemaal geen tegenstelling te zijn. Eerder zijn beide groepen complementair, als ze elkaar tenminste de ruimte geven dat te doen waar elk van beiden goed in is. Ik zou hopen voor mijn cluppie dat Cruijff ooit nog eens tot dat inzicht mag komen. Dan kunnen zowel Steven ten Have als Frank de Boer hun werk doen en staan we volgend jaar weer op het Museumplein. Of op zo’n troosteloze parkeerplaats, maar het gaat om het idee…

 

zondag, 23 oktober 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf II: Huub Oosterhuis

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, columns, donker, dood, facebook, geloof, hart, en meer.

Soms krijg ik wel eens de vraag hoe dat nou zit met dat geloof van mij. Elke keer vind ik dat weer lastig te beantwoorden. Omdat ik het zelf ook niet zo precies weet. Op zoek naar een label noem ik mezelf dan progressief christen, maar wat die begrippen afzonderlijk en in combinatie betekenen, is al lastig genoeg om te duiden. Het is meer dan ‘ik denk wel dat er iets is’ maar het is ook zeker niet ‘van kaft tot kaft’.

Misschien is het wel geloven in een God die niet bestaat, maar dan nog is het niet voor niets geweest. Geloof is voor mij vooral ook proberen iets wat je niet kunt begrijpen, toch onder woorden te brengen. In de mooiste vorm dan ook nog in combinatie met muziek.  In die zoektocht ben ik regelmatig weer geïnspireerd door de teksten van Huub Oosterhuis, waarbij de prachtige muziek van Oomen, Huijbers en Löwenthal niet is weg te denken.

Nooit meer zonder

Op mijn levenslange reizen
twijfel donker achtervolgt mij
liefde blind holt voor mij uit
zing ik steeds op andere wijzen
over wie ik niet kan spreken
zing ik ooit mijn hart te breken
ooit mijn hart voor jouw te breken.

Opgereisd pas halverwege
met een keel kapot gezongen
met een hart voor wie gebroken
kruip ik onder dorenstruiken
druk mijn ogen in de aarde
smeek dat nu het eind zal komen
smeek de dood dat hij zal komen.

Spoorloos trok voorbij de twijfel
waar ik lag – de liefde keerde
zag mij bracht mij drank en spijze
deed mij opstaan uit de dood

nog een leven zal ik reizen
nooit meer zonder reisgenoot.

zaterdag, 15 oktober 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

De achterban

In groenlinks, politiek, weblog, zomaar een mening, amsterdam, columns, de jager, discussie, achterban, en meer.

Het warrig en inconsequent redenerende PvdA-raadslid Latif Hasnaoui was natuurlijk geen partij voor Tofik Dibi, deze week bij Pauw en Witteman. Dibi verweerde zich terecht tegen het verwijt dat politici met een moslim-achtergrond zich meer direct voor hun achterban zouden moeten inzetten. Je bent immers gekozen om zo goed mogelijk het verkiezingsprogramma uit te voeren van de partij die je vertegenwoordigt. Een verhaal dat Dibi met overtuiging bracht, zonder te ontkennen dat hij als moslim in de Tweede Kamer wel een speciale verantwoordelijkheid voelt. Heel herkenbaar, omdat het ook de manier is waarop ik mij altijd als Statenlid voor GroenLinks heb ingezet, bijvoorbeeld als ik de vraag kreeg wat ik ging doen voor jongeren of voor Amsterdam.

Maar ergens is het een iets te mooi antwoord. Want iedere politicus neemt het meer op voor bepaalde groepen, heeft meer affiniteit met de ene groep dan met de andere. Wie je bent, waar je vandaan komt en met wie je praat, heeft invloed op je politieke handelen. Al was het maar omdat een verkiezingsprogramma maar een beperkt aantal antwoorden geeft op een beperkt aantal vragen. Er komt zoveel voorbij waarin je je niet kunt verlaten op het programma, maar een eigen afweging moet maken. Handelen ‘volgens het GroenLinks programma’ is dan ook heel relatief: het is het resultaat van wat je gezamenlijk (als afdeling, als fractie) beschouwt als een GroenLinks standpunt. De discussie rondom Kunduz is daarvan een duidelijke illustratie.

Gezien vanuit het perspectief van de kiezer is het ook logisch dat een politicus actiever is voor sommige achterbannen. Het is niet zonder reden dat iemand GroenLinks stemt en een ander PVV. Daar horen ideeën, belangen en wensen bij. Een politicus moet antwoord hebben op de vraag ‘What have you done for me lately?’ Politieke keuzes hebben consequenties, soms pijnlijke. Voor echte mensen in echte situaties. Ook GroenLinks maakt zulke keuzes: eerder de bijstandsmoeder dan de miljonair, eerder de busreiziger dan de automobilist, eerder de vogelaar dan de jager. En dat is niet gek, want het past bij een politieke opvatting waarin je opkomt voor mensen die kwetsbaar zijn, die solidariteit verdienen. Dat komt de een ten goede en gaat ten koste van de ander.

Het is heel iets anders dan cliëntelisme, waarin er bijna een 1-op-1 relatie ontstaat tussen kiezer en gekozene en de laatste in ruil voor een stem iets moet bieden. Bovendien heeft dat iets dwingend in zich: we zijn toch allebei Groninger/christen/milieuactivist, dus… Het is juist een gezamenlijke verantwoordelijkheid om voor die particuliere belangen op te komen. En dat gaat vaak het best wanneer dat komt van degene van wie je het niet had verwacht.

zaterdag, 8 oktober 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Een hoop drukte om bestuurlijke drukte

In politiek, weblog, groenlinks, tweede kamer, twitter, utrecht, werk, ambtenaren, bestuur, en meer.

Op twitter zag ik al de naam Flutholland voorbij komen als naam voor de provincie die zou ontstaan uit de fusie van Flevoland, Utrecht en Noord-Holland. In de Tweede Kamer is het enthousiasme voor deze opschaling niet erg groot, mag de voorzichtige conclusie zijn. Tegelijk lijkt het kabinet door te zetten, waarbij ik me dan afvraag op welke gelegenheidsgedogers Rutte en Donner dit keer hun zinnen hebben gezet. Het is niet ondenkbaar dat GroenLinks en D66 – zie ook hun verkiezingsprogramma’s – voor dit idee te porren zijn, maar daarmee is er nog geen Kamermeerderheid.

Intussen begint de discussie over het middenbestuur, de rol van provincies of landsdelen en de wenselijkheid van opschaling, alle trekken te vertonen van datgene wat zogenaamd bestreden zou moeten worden: bestuurlijke drukte. Het is al bijna 10 jaar geleden dat de commissie-Geelhoed het fraaie rapport Op schaal gewogen presenteerde, waarin onder andere werd gepleit voor ‘een herschikking van de provinciegrenzen op de noordvleugel van de Randstad’. Dat is bestuurlijke taal voor het samenvoegen van de drie provincies zoals het kabinet nu ook voorstelt. Overigens werd daar terecht aan toegevoegd dat dit ook consequenties moest hebben voor de samenwerking van andere provincies, evenals  de waarschuwing dat culturele en sociale grenzen niet altijd met provinciegrenzen samenvallen.

In 2005 riep de ‘Holland Acht’, gevormd door de vier burgemeester van de grote steden en de vier Commissarissen van de Koningin in de Randstad, op tot bestuurlijke herschikking en slagvaardiger bestuur. De reactie van het toenmalige kabinet was het instellen van de commissie-Kok, die begin 2007 adviseerde om één Randstadbestuur in te stellen. Met als belangrijke kanttekening dat het nieuwe bestuur niet op de stoel van de gemeenten moest gaan zitten en er ook geen extra taken vanuit het Rijk bij zou gaan krijgen, maar de bestaande provinciale taken moest gaan bundelen.

Naast deze rapporten zijn tientallen andere rapporten, visies, documenten, opinies en vragen verschenen, die allemaal iets over de bestuurlijke drukte in de Randstad te melden hadden en mogelijke oplossingen daarvoor aandroegen. Het heeft volksvertegenwoordigers, bestuurders, ambtenaren en zeker ook consultants al heel wat jaren flink aan het werk gehouden. Aan plekken om je druk te maken over bestuurlijke drukte was en is geen gebrek. Maar wat het heeft opgeleverd?

Ik pleit er zeker niet voor dat provincies in de huidige vorm en het huidige aantal moeten blijven bestaan. Er zijn inderdaad problemen in de Randstad die provinciegrenzen overstijgen. En na al die politiek-bestuurlijke bezigheidstherapie kan het misschien geen kwaad eens een knoop door te hakken. Maar het zou zo jammer zijn als dat gaat op basis van het visiearme en matig onderbouwde voorstel van dit kabinet. Daar worden Noord-Holland, Utrecht en Flevoland niet beter van.

donderdag, 6 oktober 2011

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Nu al een klassieker: hoe je onzinnige kamervragen beantwoordt

In partij van de onvrijheid, partij van de viespeuken, nrc, pvv, martin bosma, bosma, columns, conservatief, cultuur, en meer.
PVV-Kamerlid Martin Bosma (oud-journalist) stelde kamervragen over het aandeel van 9 procent dat 'SP-financier' Derk Sauer heeft in NRC Handelsblad. Minister Marja van Bijsterveldt laat in de beantwoording doorschemeren dat ze wel wat beters te doen dan dit soort vragen te beantwoorden.

(gelukkig gaat nog de minister nog de tweede kamer over de eigendomspositie van kranten en bestaat er nog zoiets als een vrije pers)

Vragen van het lid Bosma (PVV) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap over SP-financier Sauer die een substantieel aandelenpakket van
NRC Handelsblad blijkt te hebben (ingezonden 2 september 2011).

1 Heeft u kennisgenomen van het artikel ‘Uitgever van NRC Handelsblad boekt
verlies in eerste jaar’?

Ja, nadat u mij bij mijn overige werkzaamheden daarop wees.

2 Was u ervan op de hoogte dat SP-financier Derk Sauer maar liefst 9 procent van
NRC Handelsblad in bezit blijkt te hebben?

Gelukkig niet. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap volgt de
wederwaardigheden en faits divers rond de spreiding van aandelenbezit in het
particuliere bedrijfsleven niet op de voet. Dat draagt bij aan een zo gering
mogelijke bestuurlijke drukte, beperkte bureaucratische lasten en een optimale
focus op de kerntaken van het departement.


3 Acht u de kans aanwezig dat NRC Handelsblad nog verder links georiënteerd
raakt, bijvoorbeeld doordat NRC-journalisten in het gevlei willen komen bij hun
radicaal-linkse eigenaar?

Ik ga er van uit, dat de mate van Lux in de Libertas toereikend is bij de redactie
van deze krant om de vrees voor een dergelijk gedragspatroon niet overmatig te
doen zijn. Mocht uw vrees echter bewaarheid worden dan kunnen abonnees hun
mening hierover eventueel kenbaar maken door ‘te stemmen met de voeten’.


4 Deelt u de mening dat u als minister dient toe te zien op een scheiding tussen
eigendom en redactie bij dagbladen?

Nee. Ook dat draagt weer bij aan een zo gering mogelijke bestuurlijke drukte,
beperkte bureaucratische lasten en een optimale focus op de kerntaken van het
departement. Vanzelfsprekend acht ik scheiding van redactie en eigenaar van
belang. Maar hier vindt regulering plaats via de Raad voor de Journalistiek.


5 Deelt u een gevoel van verlies dat het eens zo trotse conservatief-liberale
avondblad is verworden tot een politiek-correct blad dat een lofzang brengt op de
multiculturele samenleving, het EU-nationalisme, de ‘arabische lente’, de strijd
tegen Israel, de kunstsubsidies en dat, behoudens een enkele uitzondering, alleen
maar extreem-linkse columnisten heeft?

Mijn gevoelsleven heeft weinig raakvlakken met “trotse conservatief-liberale
tendenties”, maar het primaire gevoel bij uw vraagstelling is er een van de blijde
bewondering voor het werk van NRC-columnisten als Heldring en Hofland. Hun
scherpzinnige geest en gepolijste schrijfstijl zijn al decennia een toonbeeld van
Ausdauer, klasse en jeugdigheid. Een voorbeeld dus voor elke journalist, zelfs als
deze parlementariër is geworden. Lofzangen bieden deze columns, die zich
kenmerken door een kritische journalistieke benadering zelden, is mijn indruk.

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

Minister beantwoordt Kamervragen PVV-Kamerlid Bosma over NRC

In tegengeluid, pvv, ambtenaar, auto, cultuur, divers, dragen, bosma, columns, en meer.
Een maand geleden stelde PVV-Kamerlid Martin Bosma Kamervragen aan minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt, over het belang dat mediatycoon Derk Sauer binnen NRC Handelsblad heeft. Lees hier de antwoorden van de minister.

1-Heeft u kennisgenomen van het artikel ‘Uitgever van NRC Handelsblad boekt verlies in eerste jaar’
Ja, nadat u mij bij mijn overige werkzaamheden daar op wees.

2-Was u ervan op de hoogte dat SP-financier Derk Sauer maar liefst 9 procent van NRC Handelsblad in bezit blijkt te hebben?
Gelukkig niet. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap volgt de wederwaardigheden en faits divers rond de spreiding van aandelenbezit in het particuliere bedrijfsleven niet op de voet. Dat draagt bij aan een zo gering mogelijke bestuurlijke drukte, beperkte bureaucratische lasten en een optimale focus op de kerntaken van het departement.

3-Acht u de kans aanwezig dat NRC Handelsblad nog verder links georiënteerd raakt, bijvoorbeeld doordat NRC-journalisten in het gevlei willen komen bij hun radicaal-linkse eigenaar?
Ik ga er van uit, dat de mate van Lux in de Libertas toereikend is bij de redactie van deze krant om de vrees voor een dergelijk gedragspatroon niet overmatig te doen zijn. Mocht uw vrees echter bewaarheid worden dan kunnen abonnees hun mening hierover eventueel kenbaar maken door ‘te stemmen met de voeten’.

4-Deelt u de mening dat U als minister dient toe te zien op een scheiding tussen eigendom en redactie bij dagbladen?
Nee. Ook dat draagt weer bij aan een zo gering mogelijke bestuurlijke drukte, beperkte bureaucratische lasten en een optimale focus op de kerntaken van het departement. Vanzelfsprekend acht ik scheiding van redactie en eigenaar van belang. Maar hier vindt regulering plaats via de Raad voor de Journalistiek.

5-Deelt u een gevoel van verlies dat het eens zo trotse conservatief-liberale avondblad is verworden tot een politiek-correct blad dat een lofzang brengt op de multiculturele samenleving, het EU-nationalisme, de ‘Arabische lente’, de strijd tegen Israël, de kunstsubsidies en dat, behoudens een enkele uitzondering, alleen maar extreem-linkse columnisten heeft?
Mijn gevoelsleven heeft weinig raakvlaken met “trotse conservatief-liberale” tendenties, maar het primaire gevoel bij uw vraagstelling is er een van blijde bewondering voor het werk van NRC-columnisten als Heldring en Hofland. Hun scherpzinnige geest en gepolijste schrijfstijl zijn al decennia een toonbeeld van Ausdauer, klasse en jeugdigheid. Een voorbeeld dus voor elke journalist, zelfs als deze parlementariër is geworden. Lofzangen bieden deze columns, die zich kenmerken door een kritische journalistieke benadering zelden, is mijn indruk.

Op Twitter werd al voorgesteld om de ambtenaar die voor de beantwoording van deze vragen heeft gezorgd voor te dragen voor "Ambtenaar v/h Jaar". Helemaal mee eens overigens!

woensdag, 5 oktober 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf I: Judith Herzberg

In persoonlijk, weblog, zomaar een mening, analyse, blog, bundel, columns, delen, eerste, en meer.

In de afgelopen jaren is op dit blog regelmatig een gedicht voorbij gekomen. Omdat er een passende gelegenheid was die vroeg om een poëtisch antwoord vroeg. Omdat ik iets wilde delen van dichters en dichtregels die mij raakten en raken. De komende tijd wil ik het iets structureler gaan aanpakken. Voor de trouwe lezers zal het misschien herinneringen oproepen aan mijn serie political songs.

Als eerste is vandaag Judith Herzberg aan de beurt, een dichteres die ik de eerste (en enige) keer live zag in 1997. In de 6e klas van het VWO nam onze leraar Nederlands Karel van Steenwijk een aantal enthousiaste leerlingen mee naar de Nacht van de Poëzie in Vredenburg.  Daar wilde ik uiteraard bij zijn en het werd een zeer bijzondere ervaring. Het is sowieso speciaal om urenlang geconcentreerd te luisteren naar een bonte stoet dichters die voordraagt uit eigen werk. De show werd gestolen door Louis Lehmann, toen al 77 jaar en na lange tijd weer op het podium, die verraste met een minirap en aan wie ik het prachtige woord bebabbelbaar te danken heb:

Tafeltje tiktak, klokje bom!
Dingen in de keuken vallen om.
Koekepan pingpong, kopje krak!
Uit door de voordeur, binnen door het dak.

Maak het maar, maak het maar,
maak het maar bebabbelbaar.

Toch maakte Judith Herzberg op mij de meeste indruk en haar voordracht nodigde mij uit tot het kopen van mijn eerste poëziebundel Wat zij wilde schilderen. Het gedicht dat zij las tot grote hilariteit van de ruim 2000 aanwezigen (en ook van zichzelf), Het wachten op de halte, is wat te lang om hier op te nemen (maar ga het lezen!). Bovendien heb ik gekozen voor een ander gedicht uit Herzbergs mooie oeuvre, afkomstig uit dezelfde bundel, getiteld Opzet . In dit korte gedicht zit een mooie combinatie van ratio en gevoel, van vanzelfsprekendheid en nieuwsgierigheid, van kwetsbaarheid en analyse. Misschien wel zo herkenbaar omdat ik zelf ook steeds zoek naar die balans en die zo lastig blijkt te vinden. Met als kern van het gedicht de prachtige zin ‘Kijk dan hoe/ik mijn hand leg’.

OPZET

Wil je dat ik uitleg?
Dit en dat en nog iets
dat je toch al weet
nog eens zeg?

Ja want hoe weet ik
of wat ik denk
klopt met hoe het ìs,
echt?

Kijk dan hoe
ik mijn hand leg.

Ik heb die hand
al eens meer -

Nee dat was -

maandag, 26 september 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Het kartel

In politiek, weblog, werk, cda, pvv, vvd, leek, blok, kabinet, en meer.

De voorbije algemene politieke beschouwingen waren in meerdere opzichten teleurstellend. Allereerst natuurlijk omdat in het gekrakeel, gescheld en gedoe de pijnlijke inhoud van het kabinetsbeleid onzichtbaar bleef. Maar het was ook teleurstellend voor de oppositiepartijen omdat zij zo goed als niets voor elkaar gekregen en een – op een slippertje na – soeverein optredende premier Rutte de Miljoenennota ongeschonden door de Kamer loodste. Dat kwam vooral ook doordat PVV, VVD en CDA een krachtig blok vormden bij het stemmen over de moties (zoals de analyse van Tom Louwerse laat zien). Eigenlijk leek alleen de SGP iets voor elkaar te krijgen met de toezegging van Rutte om minder te korten bij grote gezinnen.

Tegelijk stond het debat in het teken van de vraag wie nu eigenlijk de grote gedoger is. Wie nuchter naar het stemgedrag kijkt en de, ondanks alle retoriek, grote volgzaamheid van de PVV tegenover deze coalitie, kan niet anders dan constateren dat die titel toch echt aan de PVV toebehoort. Maar de discussie over het gedogen legde wel een interessante wending in de Nederlandse politiek bloot, die het gevolg is van deze minderheidsconstructie. Een wending die zichtbaar was in de steun van oppositiepartijen in wisselende samenstelling voor de Kunduzmissie, de hulp aan Griekenland en het pensioenakkoord. De crux zit er wat mij betreft dat het onderscheid met dank aan de bijzondere constructie de grens tussen oppositie en coalitie vervaagt en dat de term ‘gedogen’ slechts beperkt het nieuwe politieke speelveld karakteriseert.

Ruim vijftien jaar geleden schreven de politicologen Richard Katz en Peter Mair (helaas onlangs veel te vroeg gestorven) over de opkomst van de cartel party. Hun nog steeds actuele betoog bevat twee cruciale elementen. Het eerste is dat partijen, traditioneel gezien als de verbindende schakel tussen de burgers en de staat, in de loop van de tijd steeds meer onderdeel van de staat zijn geworden. De wens om te regeren en te profiteren van de voordelen die dit biedt, is hier in belangrijke mate verantwoordelijk voor. Maar het  heeft ook te maken met het feit dat het leeuwendeel van de inkomsten van partijen komt uit subsidiëring door de staat en steeds minder uit de bijdragen van leden. Het tweede element slaat op het kartel van partijen, dat inhoudt dat vrijwel elke partij (op een enkele extremistische uitzondering na) een potentiële regeringspartner is. Een partij kan tijdelijk tot de oppositie worden veroordeeld, maar maakt de keer daarna weer kans om mee te doen. Zoals Katz en Mair het formuleren:

… the fear of being thrown out of the office by the voters was also seen as the major incentive for politicians to be responsive to the citizenry. In the cartel model, on the other hand, none of the major parties is ever definitively ‘out’. As a result, there is an increased sense in which electoral democracy may be seen as a means by which the rulers control the ruled, rather than the other way around.

Wie het geheel aan politieke partijen, misschien met uitzondering van de SP die vooralsnog weigert deals te sluiten met het kabinet, beschouwt als een kartel, snapt ook beter waarom op specifieke onderwerpen afspraken tussen oppositie en kabinet worden gemaakt. De extra dimensie die het minderheidskabinet toevoegt is dat niet alleen van verkiezing tot verkiezing andere machtsblokken binnen het kartel ontstaan, maar ook tijdens de regeerperiode. Tegelijk kunnen de niet-regeringspartijen binnen het kartel hun onderwerpen uitzoeken om stevig van leer te trekken tegen het kabinet, wel in de wetenschap dat dat precies de punten zijn waarop PVV, VVD en CDA elkaar des te steviger vasthouden.

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Communicatie: een vak apart

In maatschappelijke ontwikkelingen, columns, dagelijkse bezigheden, communicatie, gesprek, gevonden, gewoon, de, hand, en meer.
Verbijsterd kijkt de co-assistente mij aan terwijl ze aarzelend de kamer uitloopt achter haar begeleidend specialist aan. Ik kijk stomverbaasd terug en we hebben intens oogcontact. De specialist heeft net een demonstratie communicatieve vaardigheden gegeven waar ik nog even van bij moet komen. De co-assistente blijkbaar ook.

Door de verpleegkundige werd ik op een fijne manier ontvangen, ze liet me in een comfortabele stoel plaats nemen, verstelde de voetensteun zodat de dermatoloog mijn onderbeen goed kon bekijken. 'De dokter komt zo', gaf ze ontspannen aan.


Als een wervelwind verscheen een paar minuten later de specialist met achter hem aan de co-assistente. Hij gaf mij een hand, voelde aan mijn onderbeen en mompelde wat.
'Wat zegt u, informeerde ik beleefd. Gemompel volgde.
'Hoe krijg je nu zoiets', vroeg ik om het gesprek op gang te brengen.
'Ja, dat vraagt iemand die een hartinfarct gekregen heeft ook altijd', antwoordde hij met zijn blik naar beneden gericht en zweeg vervolgens weer.

Huh, wat zegt hij nu? Durft hij niet te zeggen dat er meestal geen oorzaak gevonden wordt voor een trombosebeen? Wat zou er sowieso door zijn hoofd gaan? Zou hij het tijdverspilling vinden, hij kijkt amper naar mijn been. Moet het protocol gewoon afgewerkt worden en verder niet zeuren? Waarvoor is dit consult überhaupt nodig? De gedachten buitelden door mijn hoofd. Ik had opeens helemaal geen zin meer om een gesprek met hem te voeren. Ik voelde me weer even een opstandige puber.

'Weet u dat u die steunkous twee jaar moet blijven dragen', met zijn zware stem verbrak hij opeens de stilte. Ik schrok er bijna van omdat ik dacht dat hij helemaal niets meer zou zeggen.
'Ja, dat heb ik gelezen...'
'Dat komt omdat we zoveel mogelijk willen voorkomen dat er complicaties ontstaan. Zoals aders die beschadigen, kleppen in de aders die kapot gaan, we willen voorkomen dat er open wonden ontstaan die niet herstellen...', zo ging hij nog even door met opnoemen van wat er allemaal mis kan gaan, in een snelheid vergelijkbaar met water dat van grote hoogte naar beneden dendert.

'Aha, u bent positief ingesteld hoor ik. Wanneer weet u of al deze complicaties daadwerkelijk optreden', vroeg ik toen hij eindelijk was uitgesproken.
'Over twee jaar, dan maken we een echo en weten we meer' gaf hij aan terwijl hij al naar de deur liep.

Geneeskunde studenten krijgen tegenwoordig standaard in hun opleiding lessen en trainingen in gespreksvoering en communicatie. Maar wie traint de oudere garde hierin?

zondag, 18 september 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Liegebeest

In politiek, weblog, zomaar een mening, lezen, portemonnee, strijd, website, weer, werken, en meer.

Mijn dagelijkse boodschappen doe ik bijna altijd bij Albert Heijn. De reclames met die o zo spontane supermarktmanager begin ik inmiddels wel zat te raken en ik word nerveus van hamsterweken. Maar het is een supermarkt aangenaaam dichtbij, prettig ruim opgezet en met een groot aanbod. Vooral de grote keuze aan biologische producten (in de reeks Puur & Eerlijk) bevalt mij goed. Het komt regelmatig voor dat ik aan de kassa verschijn met een vrijwel geheel biologisch gevuld boodschappenmandje.

Bij het biologisch vlees (kip!) doet dat af en toe een beetje pijn in de portemonnee, maar dat heb ik er graag voor over.  Ik was dan ook verbaasd te lezen dat juist Albert Heijn door Wakker Dier is genomineerd als één van de negen liegebeesten vanwege misleidende verpakkingen. Dat kon toch zeker niet over Puur & Eerlijk gaan?

Op de website trof ik de reden voor de nominatie aan: er is vlees uit de bio-industrie dat op de verpakking een groen takje heeft. Daarmee zou een verkeerde suggestie worden gewekt en een link met P&E. Ik heb het vanavond op locatie nog even uitgebreid gecheckt, maar ik zie echt niet hoe die verwarring kan ontstaan. En is een groen takje misleidend? Erg vergezocht allemaal.

Maar het is meer dan een beetje merkwaardig Albert Heijn hier op een lijstje van liegebeesten aan te treffen, het lijkt me ook contraproductief. Zou het niet logischer zijn juist een supermarkt die actief is met biologisch vlees (inclusief aanbiedingen) te stimuleren daarmee door te gaan?

Liegebeesten is natuurlijk een leuke woordvondst, maar het zet meteen ook wel weer een negatieve toon. Helaas kiest Wakker Dier vaker vooral voor ‘blaming and shaming’.  Maar ik vrees dat dit in de praktijk wel eens contraproductief kan werken. De supermarkt zal niet onder de indruk zijn en de consument wordt er niet veel wijzer van. Toch zonde, want de strijd tegen de bio-industrie en voor dierenwelzijn blijft heel hard nodig.

maandag, 12 september 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

De gematigde moslim

In weblog, zomaar een mening, angst, columns, de wereld, democratie, discussie, facebook, familie, en meer.

De term fatwa is wat mij betreft ongelukkig gekozen, maar aan publiciteit juist daarom geen gebrek voor het initiatief van Tofik Dibi. Het is een oproep aan gematigde moslims om hun geloof niet langer te laten gijzelen door de radicale en extremistische krachten:

Wij redelijke moslims uit alle hoeken van de wereld willen één van ons meest waardevolle bezittingen ons weer eigen maken. Dat is het meest waardige eerbetoon dat wij kunnen geven aan alle slachtoffers van extremisten en ook aan hen die op dit moment vechten voor vrijheid en democratie in de Arabische wereld. Door vrij van angst onze eigen godsdienst, gedachten en geweten terug te eisen.

De ondersteuners van deze laatste fatwa willen laten zien dat zij gelovigen met ‘een eigen hart, een eigen ziel, een eigen geest en een eigen geweten’ zijn. Dit in contrast met de dogma’s die strenggelovigen in eigen kring aanhangen én met de eenzijdige manier waarop criticasters de islam portretteren.

De frustratie dat het beeld van de islam bij velen wordt bepaald door een een kleine groep fanatici, kan ik mij levendig voorstellen. Als christen moet ik er ook niet aan denken dat anderen bij mijn geloof vooral zouden denken aan activisten die abortusklinieken aanvallen, ouders die hun kinderen weigeren in te enten of predikers die homo’s de hel in wensen. Het kunnen inderdaad een paar doorgeslagen types zijn die het verpesten voor al die andere goedwillende gelovigen. Maar ik geloof niet dat de oplossing dan is om je eigen veilige hoekje met gelijkgezinden te claimen en vervolgens te doen alsof je je geloof daarmee hebt kunnen terug eisen.

Er zit een merkwaardige spanning in de manier waarop in de petitie van Dibi en collega’s tegen geloof wordt aangekeken. Aan de ene kant heeft het een duidelijke collectieve boodschap: wij gematigden nemen gezamenlijk het roer weer over en bevrijden het geloof uit dogma’s, fatwa’s en verzetten ons tegen extremisme. Maar het eindigt met een uitgesproken individualistische toonzetting, waarin het eigen denken en het eigen geweten voorop staat. Wat blijft er in die interpretatie over van het gezamenlijk beleven van het geloof, in het samen opstellen en navolgen van leefregels? Want wie het geloof terugeist van de radicalen, moet daar tegenover wel een eigen verhaal hebben: welke ideeën en opvattingen binden de ‘redelijke moslims uit alle hoeken van de wereld’? Er moet iets zijn wat uitstijgt boven de individuele beleving van dat geloof.

Daar zit het moeizame van geloven, daar wringt, schuurt en bijt het. Want net zo min als ik kan ontkennen dat gekke activisten en dwaze predikers een beroep doen op dezelfde God in wie ik geloof, kunnen de ‘redelijke moslims’ om de pijnlijke constatering heen dat de kapers van 11 september dat deden met een beroep op Allah. Er zitten grenzen aan de mate waarin we onze eigen God en onze eigen godsdienst naar onze smaak kunnen modelleren. We zullen in onderlinge confrontatie en discussie de vraag moeten beantwoorden hoe het toch kan dat we terwijl we het allemaal over God of Allah hebben, daar in ons denken en handelen zo verschillend invulling aan geven.

Die discussie is moeilijk, omdat het betekent dat je niet als ‘redelijke’ christen of moslim kunt zeggen: zij hebben het niet begrepen en onze manier van geloven is de enige die klopt. Dat is dezelfde morele of ideologische superioriteit die – terecht – juist de fanatici en de criticasters wordt verweten. Zoals het zwarte schaap dat ondanks alles familie van je blijft, zullen we moeten accepteren dat anderen die op zo’n fundamenteel andere – en vaak in jouw ogen verwerpelijke – manier geloven van dezelfde gemeenschap deel uitmaken.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 6005 uur (250,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2