maandag, 6 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Nééé Sneeuw!

In wijken, communicatie, informatievoorziening, ns, sensitiviteit, algemeen, crisis, energie, gedachte, en meer.

bron: NH dagblad

Dat was toch we de leukste grap die ik hoorde in de afgelopen dagen: dat de naam NS is ontstaan omdat een directeur naar buiten kijkend de vlokken zag dwarrelen en uitriep: Nee Sneeuw!

Het bekritiseren van NS en Prorail dreigt een nieuw winters familievertier te worden. Samen met het dromen over de elfstedentocht. Sinds de falende dienstregeling en informatievoorziening vrijdag wordt het gezelschapsspel weer met veel bravoure gespeeld. Het is ontegenzeggelijk waar dat NS en Prorail in vele opzichten hebben gefaald. Vooral de informatievoorziening lag er te vaak, te lang uit of was gewoon niet correct. Hoe kan dit nadat men van eerdere ervaringen zo veel heeft kunnen leren?

Het lijkt er op dat NS en Prorail zich vooral op technisch gebied hebben willen beteren. Het programma voor het verkleinen van het aantal wissels en het maken van een aangepaste dienstregeling: het zijn technische oplossingen. Vast terecht, maar niet één op één een antwoord bij wat het publiek steeds zo stoort: geen of onjuiste informatie bij incidenten op het spoor. Daar lijkt de energie niet voor te zijn ingezet. De gedachte was blijkbaar dat met de technische oplossingen het probleem van de communicatie als vanzelf ook opgelost zou zijn. Hoe ijzig koud is de realiteit!

Telkens als er met de dienstregeling iets mis gaat valt me bij de NS op dat:

  • er altijd nieuwe talking heads zijn. Niemand krijgt de kans gezag op te bouwen. Directeur Meerstadt lijkt gereserveerd voor het acht-uur journaal van NOS (ook RTL?) maar niet consequent. En hij werd vrijdag met een slechte boodschap op pad gestuurd en daardoor kwetsbaar in het ongewoon kritische interview van Sacha de Boer.
  • NS en Prorail treden nooit gezamenlijk op. Dit voedt het makkelijke frame van twee giganten die elkaar in de weg zitten. Ook al gaven ze elkaar niet de schuld afgelopen vrijdag en zaterdag, de media deed wel verslag vanuit het aloude beeld dat ze zaten te zwartepieten. Waarom vrijdag niet een gezamenlijke persconferentie gegeven? Dat is heel gebruikelijk bij crises. Ondanks de verschillende verantwoordelijkheden komen overheid en nooddiensten tekst en uitleg geven.
  • NS en Prorail onderschatten keer op keer de kracht van de spotlights. Wat zij als een incident beschouwen is in de publieke opinie en media al crisis. Dit levert veel miscommunicatie op.

In de kritiek op de slechte prestaties van afgelopen dagen valt ook weer te horen dat het allemaal anders moet: dat NS en Prorail moeten fuseren of er een andere (Zwitserse?) vervoerder moet komen. Dit zijn loze vergezichten: je koopt er geen garantie voor dat het echt anders zal gaan.

Ik zou, buiten alle crisisgevoelige maanden om,  als NS en Prorail geld steken in een nationale versie van het TV-programma Rail Away. Laat zien waar je mee bezig bent. Versterk de al algemeen gegroeide waardering voor NS. Laat, zoals bij de Noord/Zuid-lijn met succes is gebeurd, de machinisten en monteurs vertellen hoe hun werk er uit ziet. Dit uiteraard afgewisseld met mooie plaatjes van Nederland vanuit de trein of van buitenaf. In zomers en winterse landschappen…

De belangrijkste les nu is echt te leren van gemaakte fouten. NS heeft veel vertrouwen opgebouwd in de afgelopen jaren.  Dit soort barre tijden van falen verspilt al het opbouwde vertrouwenskapitaal te makkelijk. Doodzonde, niet efficiënt. Meer sensitiviteit voor beleving en beelden bij NS’ers, reizigers en media zal helpen om de communicatie te verbeteren en reizigers in de crises die ongetwijfeld blijven plaatsvinden, beter te informeren.

zaterdag, 4 februari 2012

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

eApps voor Ede

In communicatie, amsterdam, applicatie, bestuur, digitaal, facebook, gegevens, gemeente, gevonden, en meer.

eric leltz

Www.Data.overheid.nl is een mooi initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om gegevens van gemeentelijke overheden digitaal beschikbaar te stellen. Op deze wijze kunnen deze gegevens worden (her)gebruikt in nieuwe toepassingen die door inwoners kunnen worden ontwikkeld.

Omdat deze gegevens al in de bestanden van de gemeente zitten, hoeft het beschikbaar stellen niet veel te kosten. Een drempel is eerder een gevoel van onveiligheid. Maar het gaat alleen om gegevens die toch al openbaar zijn, bijvoorbeeld omdat ze op de gemeentelijke website worden getoond. Met een kleine inzet van de gemeente kan de service aan de inwoners aanmerkelijk worden verbeterd en vereenvoudigd.

Bovendien

  • sluit deze werkwijze aan bij een moderne manier van informatie verwerking,
  • wordt met publiek geld verzamelde informatie beschikbaar gesteld voor een open en transparant Ede,
  • geeft Ede op eenvoudige wijze invulling aan de Wet Openbaarheid van Bestuur,
  • wordt bij het ontwikkelen van applicaties gebruik gemaakt van "the wisdom of the crowd".

De gemeente Amsterdam heeft haar gegevens toegankelijk gemaakt voor iedereen. Hier was de wedstrijd "Apps for Amsterdam" aan verbonden. Op deze wijze zijn programma's ontwikkeld voor smartphones, web, ipad of Facebook. Zo zijn applicaties gemaakt waarmee de energiegegevens over gebouwen en woningen worden getoond en wordt een subsidieadvies gegeven. Met een ander programma kunnen scholen worden gevonden aan de hand van criteria als soort, onderwijsrichting of afstand. Met een andere applicatie kunnen de 178 nationaliteiten die in Amsterdam wonen worden ontdekt.

Tijd dat ook de gemeente Ede haar gegevens beschikbaar stelt om te worden hergebruikt in nieuwe, nuttige, waardevolle en leuke toepassingen. Het is dan aan ontwikkelaars om kansen te zien en iets met de gegevens te doen. Een wedstrijd is een mooie manier om dit proces op gang te brengen. Wat mij betreft mag de wedstrijd "eApps voor Ede" morgen al beginnen.



zondag, 29 januari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Boerkaverbod: heeel belangrijk

Afgelopen week maakte het kabinet bekend dat het -ondanks forse kritiek van de Raad van State- het wetsvoorstel met het boerkaverbod gaat indienen bij de Tweede Kamer. Onze nieuwe minister Spies heeft volgens mijn krant gezegd dat het heel belangrijk is.
Maar belangrijk waarvoor?

Voor onze veiligheid kan het niet wezen, want in vliegtuigen en op het vliegveld zijn boerka's wel toegestaan (je zou de economische belangen van Schiphol eens mogen schaden), en dat zijn de meest terorisme-gevoelige plaatsen die ik ken.

Om op te komen voor onderdrukte vrouwen dan? Een loffelijk streven, maar ik vind het nogal een vreemde gedachtenkronkel om dat te doen door het slachtoffer van vrouwenonderdrukking te gaan bestraffen. Ik geef jou een boete omdat jij je laat onderdrukken. Huh? Dat is net zoiets als het straffen van een vrouw omdat ze verkracht is. Iets wat ze overigens in sommige landen doen.
Slachtoffers bescherm je niet door ze te straffen, maar door ze rechten te geven, en door daders te straffen. Ik zou er nog in kunnen komen wanneer je het iemand dwingen tot het dragen van gezichtsbedekkende kleding strafbaar zou willen stellen.
Bij dit alles moet je je overigens wel afvragen of we het hier wel over slachtoffers hebben? Welke vrouwen dragen in Nederland een boerka (bijna geen) of niqaab (niet meer dan een paar honderd), en waarom doen ze dat? Sommigen zullen het wellicht doen omdat ze moeten van manlijke familieleden, maar naar ik heb begrepen kiest het merendeel er zelf voor, en bestaat een belangrijk deel van de niqaabdragers uit tot de islam bekeerde Westerse vrouwen.
Het stellen van kledingvoorschriften aan vrouwen om ze te beschermen. Dat is ook het argument dat wordt gebruikt in landen waar bedekkende kleding voor vrouwen verplicht is. En ook daar worden de vrouwen gestraft als ze zich niet aan de regels houden, en niet de mannen die door wellust overmand raken. Daar is het een idiote gedachtenkronkel om met kledingvoorschriften vrouwen te beschermen; hier is het dat ook.

Maar waarom is het boerkaverbod dan belangrijk? Omdat we in een open samenleving leven, waarin communicatie heel belangrijk is. Aldus mevrouw Spies.
Ik vind dit, nog afgezien van de discutabele vooronderstelling dat vrouwen in boerka's niet communiceren, een nogal eng argument. Betekent dit dat er een plicht tot communiceren is in de openbare ruimte? Dat ik straks niet alleen door bouwvakkers wordt nageroepen dat ik niet zo chagrijnig moet kijken, maar dat ik er misschien een boete voor kan krijgen omdat dat open communicatie in de weg staat? En wat te denken aan al die mensen die zich volstrekt incommunicabel door de openbare ruimte bewegen omdat hun oren volledig in beslag genomen worden door het geluid uit hun oortjes of koptelefoons? En als je het dan over aantallen Nederlandsers hebt: daar heb je pas echt een probleem te pakken.

Kortom, ik kan geen enkele reden bedenken waarom het boerkaverbod heeeel belangrijk is. Behalve dan om de gedoogpartner tevreden en daarmee de regering in het zadel te houden. En dat is natuurlijk een heel valide argument voor wetgeving waarmee de vrijheid van burgers wordt ingeperkt. Heel belangrijk.

woensdag, 25 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Een goed gesprek

In gerbie's lifeblog, reisverhalen reizen, communicatie, ns, openbaar vervoer, service, trein, boete, euro, en meer.

- Goedemorgen. Ik ben net ingestapt op Station X en daar deed het kaartjesautomaat het niet. Ik moet deze trein halen, als ik nu naar een kaartjesautomaat loop, mis ik mijn aansluiting.

- Dat is niet mijn probleem

- Dus het is mijn probleem dat het kaartjesautomaat niet functioneert?

- Ik moet iedereen die bij mij een kaartje koopt 35 euro extra rekenen.

- Dus omdat jullie automaat het niet doet, moet ik extra betalen?

- Het automaat op Station X is niet van de NS

- Het maakt mij niet uit van wie dat automaat is, ik kon er geen kaartje kopen en ik ben niet van plan mijn trein te missen

- Het is ook niet mijn probleem. Ik reken 35 euro extra.

Ik reageer niet, maar blijf hem stil staan aankijken.

- Waar moet u heen?

Hij zucht bij die laatste opmerking.

De deuren van de treinen zijn al dicht ondertussen. We staan met zijn tweeën bij de laatste geopende deur. Ik ga niet instappen zonder zijn toestemming, maar weiger een boete te betalen voor iets dat niet mijn schuld is.

- Station Y

- Als u beloofd dat u daar aangekomen een retourtje koopt, dan mag u mee

Natuurlijk beloof ik het hem en we stappen allebei in. Hij duikt in zijn hokje en controleert niemand. Bij de derde stop stap ik uit. Ik heb hem niet meer gezien en ga naar mijn werk.


zondag, 22 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Focus op positief

null

Het gaat heel erg in pieken en dalen met mij. Als het niet goed met mij gaat, als ik mij verdrietig voel, of eenzaam, of als er een grote verandering is zoals nu ik in Noorwegen zit, dan moet ik dat hier oplossen zonder face to face contact met mensen. Want er zijn geen mensen hier die ik daar al genoeg voor vertrouw. Doordat ik geen buddygroup heb, heb ik er ook niet veel leren kennen. Schrijven, zoals hier, is een redelijke remedie, maar naast het van me af schrijven van vervelende zaken moet ik ook het positieve belichten.

Ik zit in twee groepjes op Facebook. Dat mag belachelijk klinken, maar ik tref er flink wat gelijkgezinden en sommigen hebben gelijke ervaringen. Ik informeer naar hoe zij er toen mee zijn omgegaan. De ene groep is voor hoogbegaafden en de andere voor hoogsensitieven. Voor alle mensen in die groepen is het een opgave om alle prikkels die ze dagelijks op zich af krijgen te verwerken. Ook al voel ik me hier soms eenzaam, ik sta er niet alleen voor! Als er onrust is in mij, als ik nog veel van dat te verwerken heb, of als er verandering gaande is, zoals nu, dan gaat dit samen met verdriet, met innerlijk conflict ook, maar uiteindelijk lost dat zich op. Daarbij heb ik dus soms even wat communicatie nodig en die zoek ik vooral bij dergelijke personen. Ze kennen me verder niet maar ze hebben wel iets met me overeen, en dat is in dit geval het belangrijkst. Ik heb mijn stressverschijnselen en de oorzaken daarvan ter sprake gebracht. Het is fijn om dan te merken dat ik niet de enige ben en ook goed om de ideeen die mensen hierover hebben aan te horen, daar kan ik wel wat mee.

Ik ben in staat de meeste conflicten die ik heb meegemaakt helder voor de geest te halen. Ook weet ik precies welke emoties dat bij mij teweeg bracht. Maar die herinneringen kunnen zich opwerpen tot prioriteiten, zo ook de bijbehorende emoties, want ergens reageer ik instinctief door er zo snel mogelijk vanaf te willen, door het op te lossen, van me af te gooien, het te lijf te gaan, maar dat verergert soms ook weer de emoties. En daaruit volgt onrust. Ook mijn perceptie van degenen die veelvuldig bij zulke conflicten betrokken zijn, wordt negatief, en dit verstoort mij. Ik ben me bewust van mijn sterke geheugen en de beperkte capaciteit tot filteren van prikkels. Dat is al een belangrijke stap. Tot op zekere hoogte zou ik mij filters kunnen aanleren. Zo ook voor die herinneringen, vooral het negatieve daaraan. Ik probeer positieve emoties en de daarmee geassocieerde herinneringen in welke vorm dan ook een hogere prioriteit te geven dan de negatieve antagonisten. Dan kan ik misschien van binnen uit filteren. Ik weet dat ik daartoe in staat ben, dus ik zal het kunnen, want wat hierbij hoort is abstraheren: het ontkoppelen van gebeurtenissen en herinneringen van emotie, zodat ik objectief een prioriteit kan stellen. Dat betekent uiteraard dat veel zaken negatief blijven, met een reden, want daar kan ik beter afstand van doen, of bij bepaalde personen kan ik beter uit de buurt blijven. Maar ook de positieve zaken worden dan belicht, en dan zou ik die vervolgens goed een prioriteit kunnen geven.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

zondag, 15 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

Een Ander Nederland in Lochem

In afval, coalitie, cohen, communicatie, crisis, delta, duurzaam, duurzaam bouwen, duurzame energie, en meer.


teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

Systeemprobleem

koninginCohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

Werk

Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

Duurzaam bouwen en renoveren

duboTerwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

Afval en recycling

Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

Onderhoud groen

groenDatzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

Riolering

Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers

hubTientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Mail analyse van 2011

In google+, email, facebook, twitter, analyse, google plus, gmail, sociaal netwerk, communicatie, en meer.
Zo aan het begin van het nieuwe jaar of het einde van het afgelopen jaar (toen heb ik de analyse gestart, ze was nu pas klaar), is het mooi om eens te zien hoe je communicatie verloopt. Voor veel sociale netwerken (zoals Google+ / Google Plus, Twitter, Facebook) bestaan er allerlei tools, maar voor het meest gebruikte communicatie middel van de moderne mens zijn er maar weinig mogelijkheden.

Toch is het mooi om te weten wanneer iemand mailt, met wie, waarover etc.... Daarom bij deze mijn inzichten:



Het is bijvoorbeeld goed om te weten dat als je snel antwoord wilt, je het beste op donderdagavond kan mailen. Op vrijdagen beantwoord ik de meeste emails. Als je dus op zaterdag mailt, heb je kans dat je bijna een hele week moet wachten op antwoord. Voor mijzelf was dit ook een bijzonder inzicht, ik dacht namelijk dat ik veel op zondagen verwerk!



Enfin, het is vooral een leuk feiten onderzoek voor de cijfer en data fetisjist, maar doe er je voordeel mee!

zondag, 1 januari 2012

Het menu: Sprookje voor 2012

In het menu, niet op voorpagina, banken, femke halsema, ontwikkelingsgeld, rijkdom, algemeen, arbeid, belasting, en meer.
Ooit zal er een land zijn waar alle mensen vreedzaam en gezond kunnen leven. Een land waar rijkdom eerlijker is verdeeld. De hoogste salarissen zijn er aan een acceptabel maximum gebonden, de laagste aan een realistisch minimum en eenieder verricht arbeid naar vermogen. Het verzorgen en opvoeden van kleine kinderen door de ouders wordt beschouwd als een der belangrijkste taken in de samenleving en navenant gehonoreerd. De banken stellen zich weer dienstbaar op door betrouwbaar geld te bewaren en uit te lenen. Beurzen en hedgefundsen bestaan niet meer. Het betalen van belasting ziet de mens als bijdragen aan een collectieve spaarpot voor zaken die het algemeen belang dienen: onderwijs, zorg, veiligheid, natuurbehoud, openbaar vervoer, (duurzame) energie, communicatie. De mensen zijn er vrij om te zeggen wat ze willen en binnen de grenzen van de wet te doen wat ze willen. Verschillende huidskleuren en verschillende gewoontes vormen een verrijking van de cultuur. Geloof speelt als politieke stroming geen rol meer. Ontwikkelingsgeld wordt gebruikt om jonge allochtonen in dat land een goede opleiding te geven, zodat ze hun land van oorsprong met een behoorlijk beginkapitaal kunnen helpen opbouwen. De minister-president van dat land is slim, mooi, ze heeft het hart op de goede plek en ze heet Femke; het land zelf heet Europa.

woensdag, 28 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Selçuk Akinci

Climate control in het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Een van de minst bevredigende onderdelen van de Het Huis van de Vrijheid is de analyse van klimaatpolitiek. Claassen stelt dat we zouden kunnen denken dat we op basis van het schadebeginsel ecologische grenzen kunnen stellen aan economische ontwikkeling. Als we grondstoffen uitputten dat ontzeggen vrijheden aan toekomstige generaties.

Maar welke aanspraak maken toekomstige generaties op ons? Onze kinderen maken overduidelijk aanspraak op ons: zij zijn er en hebben recht op een evenredig deel van de natuurlijke grondstoffen. Maar hoe zit het met de generaties daarna: stel je twee scenario’s voor: in het eerste scenario leeft de mens duurzaam voor tien generaties en dan komt door een meteoriet een einde aan het leven op aarde. In het tweede scenario leeft de mens onduurzaam voor vijf generaties en dan komt de mensheid om door haar eigen vervuiling.

De vraag is of het leven van die extra vijf generaties menselijke inspanning waard is, als menselijk leven toch tot einde komt. De vraag is of we als mensheid kort en gelukkig moeten leven, of langer en minder gelukkig. Voor individuen laten liberalen die keuze aan mensen zelf, maar hoe zit dat het met de mensheid? Voor utilisten is de berekening simpel: volgens het principe van het meeste geluk, moeten gewoon kijken of het verlies aan welzijn door verminderde consumptie opweegt voor de groei van mensen. Het is een empirische vraag hoe die berekening uitvalt. Liberalen hebben echter geen voorkeur voor zoveel mogelijk menselijk leven.

Het fundamentele probleem is dat de vijf ongeboren generaties geen aanspraak maken op ons. Als je echt zou geloven dat  nog-niet geboren leven van ons kan eisen dat we hen moeten laten leven, dan betekent dat iedere vrouw zoveel mogelijk kinderen moet krijgen. Zij hebben als individu geen morele status.

Wat Claassen voorstelt is dat als we de toekomstige generatie niet zien als een groep individuen we dit probleem kunnen ontlopen. Een tweede is dat we de waarde van het bestaan van de toekomstige generatie als groep kunnen instrumentaliseren. Wat wij doen heeft alleen zin omdat er een volgende generatie is die het zal erven. Als we de volgende generatie de mogelijkheid ontzeggen om dingen te doen die blijvend zijn ontzeggen we hun zin in hun leven. Dat is een niet-liberale theorie van waarde, die dingen alleen waardevol vind als ze blijvend zijn. De gemeenschap van mensen heeft waarde op zich.

Hier stokt Claassen: hij besluit er is geen liberale grond om duurzaam te zijn, daarvoor moeten we een andere theorie van waarden hebben, dan wel gebaseerd op het voortbestaan van de mensheid, dan wel op het bestaan van individuele mensen.

Ik kan me een grondslag bedenken van een andere theorie van waarden: deze gaat uit van morele verantwoordelijkheid. Het is een Kantiaans principe dat iedereen zo moet handelen dat het principe van zijn handeling een universele wet is. Iedereen moet zo kunnen handelen als jij doet. Als je overweegt te liegen, dan moet je bedenken hoe de wereld eruit zou zijn als iedereen zou liegen. Dan heeft praten geen zin meer omdat je zeker weet dat mensen niet de waarheid spreken. Communicatie wordt dan zinloos. Je kan in analogie hiermee voorstellen dat iedereen duurzaam moet leven, want als alle generaties zo onduurzaam zouden hebben geleefd dan zou mijn generatie er niet zijn geweest. Kortom er is voor Kantianen een moreel imperatief om duurzaam te leven.

Voor gemeenschapsgezinden, utilisten en deontologische Kantianen is er een moreel imperatief om als individu duurzaam te leven. Er is echter vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief om als samenleving duurzaam te zijn. Het fascinerende is dat het klimaatvraagstuk als geen ander collectieve actie vereist: het handelen van mensen om duurzamer te leven heeft alleen zin als we het samen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen duurzamer leeft, moet de overheid iedereen daartoe verplichten.

Allemaal mooie theorie. We kunnen duurzaamheid niet verplichten tot de zesde tot tiende generatie. De problemen met het klimaat zijn veel groter dan de vraag of de zesde generaties nog kan leven, maar de vraag of onze kinderen in een zelfde rijkdom kunnen leven als wij. Dat dwingt nu tot het maken van keuzes voordat het klimaat onveranderdelijk is beschadigd voordat zij groot worden. De vraag die onder Claassen’s analyse ligt, is of we we meer moeten doen voor die zesde generatie. Maar volgens mij is die vraag verkeerd: we moeten al ongelofelijk veel doen door de tweede generatie en daar profiteert de zesde ook van. De volgende generatie zal voor een zelfde keuze komen te staan, of ze voor hun kinderen genoeg willen overlaten. En die vrijheid moeten we hen in essentie ook laten. Voor die vrijheid moeten wij ook voor inleveren.

vrijdag, 23 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Collectieve inkoop zonnepanelen Natuur & Milieu

In duurzaamheid, asn-bank, collectief inkopen, duurzaam bouwen, duurzaam wonen, duurzame energie, energie, stichting natuur & milieu, zon zoekt dak, en meer.

Na een lange radiostilte is Zon Zoekt Dak, de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van stichting Natuur & Milieu, weer tot leven aan het komen. Het doel van Natuur & Milieu met het project Zon zoekt dak is een doorbraak voor particuliere zonne-energie in Nederland bewerkstelligen.Wat dat betreft lijkt het project erg op WijWillenZon van Urgenda en 123 Zonne-energie van Vereniging Eigen Huis. Nudge en Zon-IQ kiezen met Zonnekracht en buurtburgemeesters een andere aanpak, waarbij ze inzet op collectieve inkoop per wijk.

BTW verlaging voor zonnepanelen

Als eerste stap heeft Natuur & Milieu op 25 oktober bijna 18.000 handtekeningen voor verlaging van BTW voor zonnepanelen aangeboden aan de leden van de Commissie Financiën van de Tweede Kamer. De btw-verlaging van 19 naar 6% is volgens de ondertekenaars nodig omdat er momenteel geen andere stimuleringsmaatregelen zijn voor zonne-energie op daken van particulieren. Hoewel de Tweede Kamer Commissie erkende dat het noodzakelijk was om woningeigenaren te ondersteunen met het installeren van zonne-energie, vonden de leden het nu niet opportuun om hiervoor bij de minister te pleiten. Natuur & Milieu en haar partners blijven zich inzetten om een verlaging van de kosten van zonne-energie te realiseren.

De inkoopactie

Het vervolg begint nu ook vorm te krijgen. Begin volgend jaar lanceren Natuur & Milieu en de ASN Bank een collectieve inkoopactie om de aanschaf en installatie van zonnepanelen voor particulieren gemakkelijker te maken. Momenteel is Natuur & Milieu op zoek naar de beste leverancier van zonnepanelen die woningeigenaren het beste aanbod van Nederland gaat aanbieden. Het voordeel van deze collectieve inkoop is dat Natuur & Milieu alles regelt: een scherpe prijs, goede kwaliteit en de installatie van de panelen. Net als bij 123 zonne-energie van Vereniging Eigen Huis en in tegestelling tot WijWillenZon waar je zelf voor de installatie moest zorgen.

De ASN Bank wil het klimaatprobleem helpen oplossen en duurzame energie bevorderen. Daarom steunt ze Natuur & Milieu. Financieel, via haar communicatie, en door onderzoek. De ASN Bank heeft mogelijke leveranciers van de zonnepanelen en randapparatuur voor Zon zoekt Dak beoordeeld. Bijvoorbeeld op hoe zij en hun toeleveranciers omgaan met mensenrechten en milieu. Volledige zekerheid is lastig te geven. Maar de ASN Bank heeft het uiterste gedaan om zich ervan te vergewissen dat de zonnepanelen worden gemaakt met respect voor mens, natuur en klimaat.

Het aanbod van Zon zoekt dak is beperkt geldig. In januari maakt Natuur & Milieu bekend wie de winnende aanbieder is. Als je op de hoogte wilt blijven van de ontwikkelingen rond Zon zoekt dak kun je aanmelden op de website van Zon zoekt dak.

woensdag, 14 december 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

De gemeentelijke taalcoach

In weblog, klare taal, leesbaarheid, participatie, taalcoach, vaagtaal, adres, ambtenaren, belastingdienst, en meer.

Afdelopen dagen viel de gemeentelijke participatiekrant weer op de mat waarin ik als kop zag staan dat er een ‘gemeentelijke taalcoach’ is. Deze wordt ingezet voor de inburgering, maar het leek me voor de redactie van die krant ook geen slecht idee.

Geen vak zo moeilijk als communicatie denk ik wel eens. Want (zeker in overheidsland) is het vaak totaal onduidelijk of onaantrekkelijk om de aangeboden informatie te lezen. Zo zag ik op de voorpagina van de ‘participatiekrant’ (de naam alleen al nodigt mij niet uit tot lezen) iets staan over een Mast-loket, een klantcontactcenrum en een benchmark. Ik was eigenlijk al afgehaakt. Gaat niet over mij, niet voor mij bedoeld.

Hoe meer je inhoudelijk deskundig over een onderwerp bent, hoe minder geschikt je bent om er over te communiceren. Want je vervalt in jargon en onbegrijpelijk gewauwel voor de niet-deskundigen. Dat geldt ook voor mijzelf als ik het in de politieke realiteit heb over amendementen, kadernota of presidium. De meeste mensen hebben dan echt geen idee meer en daar mag ik ook niet vanuit gaan. Als je een amendement echter ‘hertaald’ naar ‘wijzigingsbesluit’ wordt het voor de meeste mensen al veel duidelijker. Agendacommissie klinkt minischien minder chique dan ‘presidium’ maar het is wel de taak van die club. Kortom, wie de schoen past trekke hem aan.

Toch zou ik (juist bij de doelgoep -ook zo’n verschrikkelijke ambtenarenterm- waarvoor de participatiekrant bedoeld is) meer aandacht besteden aan het begrijpelijk schrijven van deze krant. Mensen zijn niet dom, maar je kan van niemand verwachten eerst een halve ambtenaar te worden voordat ze begrijpen wat er staat.

Overigens, dit verwijt treft zeker niet alleen de gemeente Dronten. Ikzelf heb behoorlijk wat ervaring met (laat ik me onaardig uitdrukken) ambtenaren vaagtaal en politiek gewauwel. Maar de belastingdienst weet het voor elkaar te krijgen dat ik vrijwel altijd brieven krijg waarvan ik na lezing constateer dat ik, behalve mijn eigen adres, er niets van heb begrepen. Daarbij vergeleken is de participatiekrant een goed leesbaar ding. Maar ik zou iedereen aanraden die iets te communiceren heeft om er iemand voor te vragen die er geen enkel verstand van heeft. Als die het inhoudelijk juist opschrijven kan is het doorgaans ook heel begrijpbaar.

woensdag, 7 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Duurzaamheid: van wensen op papier naar daadwerkelijke actie

In vughtse politiek, duurzaamheid, millenniumgemeente, vught, acties, communicatie, duurzaam, duurzaam bouwen, energie, en meer.

CO2 neutraal, Millenniumgemeente, duurzaam bouwen, energie opwekken… allemaal losse ideeën die de afgelopen jaren steun hebben gekregen in de raad. Waar het in Vught vooral aan ontbreekt is een heldere ambitie en keuze van de gemeentelijke inzet op duurzaamheid. Geen losse acties, maar een samenhangend beleid.

De duurzaamheidsparagraaf  is een van de weinige onderdelen uit het coalitieakkoord van GB-VVD-D66 waar ik achter kan staan. Het label Millenniumgemeente verder uitwerken, effecten voor de lange termijn toetsen, streven naar een klimaatneutrale gemeente… allemaal goede voornemens. Maar deze politieke opdracht aan het college was voor de wethouder nog onvoldoende voeding om tot een beleidsnota te komen over hoe de gemeente dit verder inhoud gaat geven. Daarom was er nog behoefte aan een avond om hier met de raad over te spreken, voordat een notitie ter besluitvorming wordt voorgelegd.

Deze avond werd – na verschillende keren te zijn doorgeschoven – afgelopen donderdag gehouden. Na een korte uiteenzetting over duurzaamheid, mochten zes initiatieven vanuit de samenleving zelf worden gepitcht waarna de raadsleden hun visie op de taak van de gemeente op het gebied van duurzaamheid mochten geven. Dat werd een interessante verzameling van allerlei ideeën wat er allemaal zou moeten kunnen. Maar de avond kwam helaas niet veel verder dan het roepen van allerlei ideeën… En dat terwijl de wethouder vooraf had aangegeven juist behoefte te hebben aan richting voor de uitwerking van een notitie. Een veelvoud van ideeën draagt het risico dat het allemaal maar half wordt gerealiseerd.

Namens PvdA-GroenLinks heb ik dan ook aangegeven waar de gemeente naar mijn mening op moet inzetten: maak een heldere keuze, stel een ambitie en ga daarvoor! Uit de lokale samenleving zelf komen al vele ideeën, dat hoeft de gemeente niet over te nemen. Hooguit moet de gemeente ervoor open staan om op verzoek deze initiatieven te ondersteunen. Zo vroegen de meeste initiatieven tijdens de pitch vooral hulp op het gebied van communicatie. Dat is een quick win lijkt me. De rol van de gemeente is een voorbeeldfunctie: zelf laten zien dat je investeert en je ambities realiseert. En zorg dat deze inzet ook zichtbaar is voor de burgers.

Als het college dit advies ter harte neemt is de uitwerking van een duurzaamheidsnota opeens niet zo ingewikkeld meer. Het coalitieakkoord en de aangenomen moties geven immers al de onderwerpen aan waar steun voor is. Kies een lange termijndoel, werk dit uit in verschillende korte termijnstappen en ga het uitvoeren. Alle aangenomen moties zijn nu slechts nog wensen op papier. De opdracht aan het college is dit om te zetten in actie.

maandag, 28 november 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Alweer over bomenkap op Nienoord

In algemeen, raad, bomenkap, leek, nienoord, actie, activiteiten, college, communicatie, en meer.

Het is dus vorige week niet gelukt om mensen aan tafel te krijgen om over de bomenkap te praten. Enerzijds om uitleg te geven, anderzijds om te kijken hoe het nu verder moet. 1 aanmelding “viel er te betreuren”. Een ander mailde wel dat die nog niet wist of die tijd had, en weer een ander wilde alleen onder voorwaarden komen. Hoe bizar. Wanneer je een oplossing wil en daar actie voor voert zou je toch denken dat alles uit de kast moet om ergens te komen.

Dus niet! Opnieuw bleef het bij geroep aan de zijlijn. Hoe weinig constructief maar vooral ook hoe populistisch, om vooral alleen maar te roepen in plaats van daadwerkelijk iets te doen. Vandaag was er een artikel in het DvhN. Een soortgelijk onderzoek van het NatuurCollege als dat van Oranjewoud, als ik het goed begrepen heb, wees uit dat er niet veel aan de hand was met de bomen. Ik ben benieuwd naar de onderzoeksmethode en het rapport.

Aangezien een doorbraak vorige week niet mogelijk bleek had ik zelf al lopen denken aan een andere aanpak. Een aanpak waarbij er eerst maar eens even niets kon gebeuren met fase 2, de kap van de laan naar Midwolde, en gelijktijdig er een aantal onderzoeken ter hand moeten worden genomen. Om de zuiverheid van de procedure helder te krijgen, maar vooral met de nadruk op de informatie die ten grondslag heeft gelegen aan het positief advies van de klankbordgroep en het uiteindelijk advies aan de raad van Leek op basis waarvan het besluit genomen is.

Het artikel van vanochtend bracht e.e.a. in een stroomversnelling. Vroeg in de middag heb ik om een extra agendapunt voor de Raadsvergadering van 7 december gevraagd; de behandeling van hetgeen wat ik zojuist beschreef. 7 december zal dus een aantal vragen aan de orde komen en, bij voldoende steun van de overige raadsfracties, het college opdragen een aantal stappen te zetten. In grote lijnen komt het er dan op neer dat er niet verder gekapt zal worden alvorens een een tal zaken op tafel zijn gekomen. Het wil niet zeggen dat ik mij ineens niet meer achter het genomen besluit stel, de uitvoering van het project Nienoord, maar ik (en de GroenLinks fractie) wil wel eerst een bevestiging hebben van de juistheid van dat besluit.

Bestaat toeval? Ik heb altijd gedacht van niet. Maar toeval of niet, vanmiddag liep er ook ineens een mail binnen van de aktiegroep “Kappen-nou”. Met zowaar voor het eerst een serieuze oproep en uitnodiging om om tafel te gaan over de ontstane situatie en fase 2. Wat men dus eerst niet voor elkaar kreeg lijkt ze nu ineens te gaan dagen. En hadden ze dat nou een paar maanden geleden maar gedaan…

Hier onder de tekst van de aanvraag van GroenLinks om een extra agendapunt 7 december;

Inzake bomenkap Nienoord.
Naar aanleiding van een artikel in het Dagblad van het Noorden van maandag 28 november 2011 wil de GroenLinks fractie, voordat overgegaan wordt tot het uitwerken van de 2de fase van de verjonging van de Nienoordslaan, het volgende: Geen activiteiten ten behoeve van de 2de fase ontwikkelen die onomkeerbaar (moratorium) zijn totdat de volgende vragen zijn beantwoord:

1. Duidelijkheid over hoe lang een moratorium kan duren en wanneer de financiering in gevaar komt.
2. Een extern onderzoek te verlangen naar het deel van de procedure waar informatie uit moest komen op basis waarvan een goed afgewogen oordeel kon worden gegeven. Is bijvoorbeeld in dat proces een second opinion overwogen, en zo nee, waarom niet?
3. Onderzoek naar de rol van Oranjewoud. (Bijv. Is er voldoende onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de bomen?)
4. Een extern onderzoek naar de hele procedure waarbij er vooral aandacht zou moeten zijn naar de externe communicatie. M.a.w. is er wel voldoende communicatie geweest afgezet tegen de impact die Nienoord heeft op de Leekster samenleving. Waren er voldoende momenten van inspraak?
5. Uitsluitsel verkrijgen over inmiddels door derden verrichtte onderzoeken als het NatuurCollege en de schouwing op 29 oktober.

Het doel van deze 5 punten zal moeten zijn te kijken of het gerechtvaardigd is door te gaan met fase 2 zoals tot nu toe is gepland, waarbij er duidelijkheid moet komen dat alle procedures goed doorlopen zijn en de klankbordgroep op juiste gronden tot een advies heeft kunnen komen en de raad op basis hiervan een juiste beslissing heeft genomen.


vrijdag, 25 november 2011

Peter Smith

Peter Smith

Alle neushoorns schijten op een hoop (Gastblog Marina)

In afval, beschaving, zwerfvuil, communicatiemiddel, neushoorns, onverschilligheid, schijthoop, zwerfafval, wereld, en meer.

Een paar jaar terug was ik in Zuid-Afrika op vakantie in het Krügerpark. Onze mooiste belevenis was een wandelsafari onder begeleiding van twee park rangers. Ze hadden wel humor die mannen. Voor we naar de plaats van bestemming reden, gingen ze eerst op zoek naar de leeuwen die vlakbij gespot waren. We vonden en bewonderden drie grote exemplaren en reden maximaal 100 meter verder. Daar mochten we uitstappen voor onze wandeling. Ze hebben zich natuurlijk verkneukeld om ons toeristen die angstig om zich heen kijkend, de bus uit kwamen. Uiteindelijk vertelden ze dat de leeuwen net een flink wildebeest gevangen en gegeten hadden, dat ze hun buik vol hadden en echt niet achter een groep mensen aan zouden gaan.

Schijthoop
Wij moesten even slikken, maar besloten hen te vertrouwen en zo gingen we aan de wandel. Midden in de uitgestrekte natuur liepen we daar, beschermd door onze rangers. Onderwijl kregen we uitleg over de sporen van de bewoners van deze natuur. Pootafdrukken en poep. Zo kwamen we bij een grote hoop. Dit bleek de schijthoop van een rondtrekkende neushoorn te zijn. Die schijthoop is een soort bulletin board: elke keer dat de neushoorn voorbij komt laat hij zijn boodschap achter. “I was here”. Andere neushoorns doen hetzelfde. Zo weten de neushoorns precies wie er allemaal in dat gebied rondstruinen. Zo weten ze dat er een leuk vrouwtje in de buurt is waar ze achteraan kunnen en ook dat er nog meer neushoornmannetjes zijn, die hen wellicht van hun troon willen verstoten. Aan de manier waarop en waar ze hun hoop achterlaten, kunnen de neushoorns van elkaar opmaken hoe dominant ze zijn en of er gevochten moet worden om de hiërarchie te bepalen of niet.
Het was ongelooflijk wat een verhaal die ranger over die ene schijthoop kon vertellen.

Sporen en symptomen
Vandaag liep ik in de polder en vergeleek de schijthoop van de neushoorn, met de troep die ik onderweg tegenkwam. Wat kan ik daar uit opmaken? Behoort het waterflesje met dop toe aan een jonge vrouw op de fiets die haar tas te vol vond om het flesje mee naar huis te nemen? Het limonadeflesje zonder dop, voorheen eigendom van een scholier die gewend is alles te laten vallen, waar het zo uitkomt? Het yoghurt zuigzakje…. van een kind op weg naar huis? Of van een verkoper die een snel ontbijt neemt op weg naar z’n eerste afspraak? Waar de schijthoop van de neushoorns een precair communicatiemiddel is wat het voortbestaan van de soort waarborgt, heeft onze troep niets met communicatie te maken.

Of toch? Want wat is zwerfvuil eigenlijk? Het zijn toch ook sporen die iets vertellen over de mensen die ze achter laten. Heeft het zwerfvuil dan toch iets met communicatie te maken? Is het misschien een hulproep van mensen die ten ondergaan aan onverschilligheid? Help ik hen wel door hun sporen op te ruimen? Moet de hoop groeien en groeien om zo als bulletin board voor de rest van de wereld te dienen? Wat kunnen we opmaken uit de schijthopen met zwerfafval in onze leefomgeving? Wat vertelt het ons en hoe kunnen we de boodschap van zwerfafval zien als precair communicatiemiddel dat ons helpt bij het voortbestaan van onze soort?

Zie jij er een gat in? Heb jij suggesties, ik lees ze graag!

Marina Schriek

dinsdag, 22 november 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Sociale media voor emancipatie

In wijken, emancipatie, historici, informatiesamenleving, sociale media, communicatie, cultuur, arabische lente, geluid, en meer.

Sociale media is niet de wereldverbeteraar die sommigen er wel eens van maken. In de opvolgende lijn van boeken, boekdrukkunst, telefonie, radio en TV is het gewoon een nieuw medium dat de communicatie helpt. En dan heb ik het over communicatie in technische zin. Want wie er met de ethische of moralistische bril naar kijkt kan al snel tot gesomber vervallen. Zie Geenstijl of Telegraaf.nl, is dan het geluid, dat is toch geen vooruitgang in communicatie? En al die tweets over wie waar is en de onzin waar ze mee bezig zijn. Er zijn bedrijven die met al die informatie goud in handen denken te hebben. Maar er zijn er dus ook, geen bedrijven, die vrezen voor een soort informatie-implosie; door de overdaad berichten, de oneindige menging van bagger met kwaliteit, gaat de informatiesamenleving tenonder. Of iets vergelijkbaars dramatisch. In dit sombere scenario is de informatieconsument een willoos slachtoffer. Een visie die al onhoudbaar is als men bedenkt dat veel van die consumenten ook in een of andere vorm producent zijn. Al is dat, haast ik mij als kanttekening te zeggen, nog steeds wel beduidend een minderheid.  Het gros van de sociale medialen is vooral consument. Zij hebben de macht van de ‘knop’. Die waar Doe Maar al over zong. Zij kunnen vrijuit defrienden en ontvolgen. Ook zij kunnen de stekker eruit trekken, maar met minder gevolgen voor het landsbelang. De vraag is: willen ze dat en wanneer? Of het nu gaat om boeken, radio, TV en telefoon: ze kwamen op, ze groeiden in gebruik, ze werden door sombermensen voorzien van negatieve etiketten, groeiden desondanks, en stabiliseerden op een gegeven moment in gebruik of krompen geleidelijk weer. Zie bijvoorbeeld cijfers van het CBS over jongeren die televisie. Maar goed, dat is kwantiteit. Wat zegt dit over de beleving? Een arige parallel i mischien de cultuur van schotschriften en pamfletten in de 18e eeuw in Nederland. Daar werd toen door tijdgenoten met veel zorgen over gesproken. Nu kan je stellen dat het emanciperend heeft gewerkt in politiek en cultureel opzicht. Er werd identiteit en bewustzijn mee gewonnen. En hebben radio en TV ook niet stimulerend gewerkt op het bewustzijn van de maatschappelijke en politiek-culturele positie? Denk aan de strijd rond de verzuiling en het doorbreken van die schotten. Ook sociale media zal zo een vormend  effect hebben. Het is al enigszins te zien in de Arabische Lente. Waar de digitale saamhorigheid ook burgers aanzette om zelf het heft in handen te nemen. Het is en mooie taak voor de historici en sociologen van de toekomst om de ontwikkelingen  rond sociale media nu in de toekomst te duiden. Ik kijk er naar uit.

donderdag, 17 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

De kloof tussen kiezer en gekozenen in kaart gebracht

In uncategorized, aow, begroting, belangrijk, cda, communicatie, d66, delen, dragen, en meer.

Peter Kanne, opinieonderzoeker bij TNS NIPO, is skeptisch over de vraag of stemmen wel zin heeft. Volgens hem zijn er zulke grote verschillen tussen wat kiezers van partijen verwachten en wat die partijen daadwerkelijk willen, dat het kabinetsbeleid niet goed aansluit bij wat de kiezers willen. Is dit de schuld van de slecht communicerende partijen, niet-oplettende kiezers of van sensatiegerichte media?

De kern van het verhaal van Kanne is dat er een groot verschil is tussen de voorkeuren van kiezers zelf, tussen de positie die kiezers denken dat een partij heeft en de posities van partijen volgens hun programma. Kanne gaat uit van het kieskompasmodel. Dit onderscheidt een links/rechts tegenstelling en een conservatief/progressief tegenstelling. De grootste verschillen tussen partijen en kiezers zitten aan de rechterkant van het politieke spectrum. VVD, PVV, CDA en D66 kiezers schatten hun partijen allemaal op economisch gebied veel linkser in dan dat ze “daadwerkelijk” zijn. CDA, D66 en PVV zijn volgens hun eigen kiezers centrum-linkse partijen, terwijl deze partijen in hun programma’s rechtse voorstellen deden. Dit zorgt ervoor dat het regeringsprogramma van het kabinet-Rutte een rechts karakter heeft, terwijl dat volgens Kanne niet is wat kiezers willen.

Op links speelt deze tegenstelling ook: de afstanden zijn hier minder groot maar betreffen nu niet alleen maar de economische maar ook de culturele tegenstelling. GroenLinks wordt bijvoorbeeld door kiezers rechtser en conservatiever ingeschat dan dat ze daadwerkelijk is. Dat geldt voor bijna alle linkse partijen. Kiezers staan wel vrij dicht bij de positie die ze zelf een partij toedichten. Dit zorgt ervoor dat kiezers eigenlijk allemaal clusteren in de links-conservatieve hoek, terwijl partijen verdeeld zijn tussen links-progressieven en rechts-conservatieven.

Who is to blame?

Kanne legt de schuld van de discrepantie tussen kiezers en gekozenen bij de politieke partijen. Hij vindt dat partijen zich niet helder positioneren: zij zijn niet helder in de communicatie van hun standpunten, weigeren echt positie te kiezen en wisselen van standpunt. Het boek bevat een zeer uitgebreide beschrijving van hoe in de laatste vijf jaar partijen posities hebben gekozen, maar ook deze posities weer hebben laten vallen. Waar hij bij de beschrijving van het verschil tussen kiezers en gekozenen uitgebreid statistisch materiaal levert, doet hij dit niet bij het verklaren van deze verschillen. Dat laat dus ruimte voor alternatieve verklaringen:

Je zou de schuld van het verschil tussen wat kiezers denken dat partijen willen en wat kiezers willen gedeeltelijk bij de media leggen. Media berichten alleen over dingen die nieuwswaardig zijn: dat GroenLinks voor het milieu is, komt niet op de voor pagina van de krant. Alleen als GroenLinks iets anders doet dan verwacht, is dat nieuwswaardig. Kiezers krijgen dus vrij veel informatie over hoe partijen draaien en opmerkelijke standpunten in nemen en vrij weinig over de andere standpunten van partijen. Is het dan raar dat kiezers daar een verkeerd beeld van hebben?

Kanne pleit de kiezer van alle schuld vrij. Zij willen wel op basis van de inhoud stemmen, maar de inconsistentie van partijen voorkomt dat. Er zijn verschillende mechanismen die ervoor zorgen dat kiezers zelfs als ze inhoudelijk willen stemmen, er naast kunnen zitten. De eerste is wensdenken. Het is opvallend dat kiezers partijen zo dicht bij hun eigen positie stellen. Het kan best dat kiezers denken dat hun partij hun positie innemen: “ze kunnen denken, dit vind ik, ik stem op die partij, dus zal die partij het wel met me eens zijn.”

Partijen kunnen hier ook op inspelen: door het aura te creëren dat hij de gewone man verdedigt, wordt Wilders veel linksere economische posities toegedicht dan hij uiteindelijk waarmaakt. Zo trekt hij wel linksere kiezers, maar hoeft hij daarvoor niet de financiële consequenties te dragen. Als er dan echte keuzes gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld als een partij in de regering zit, dan kan het nog eens lastig worden: een partij kan doen wat ze belooft heeft in haar programma, maar dat hoeft niet te zijn wat de kiezer verwacht had. De sterke weerstand tegen “Obamacare” en het debâcle rond Kunduz zijn hier voorbeelden van.

Een ander mechanisme is een gebrek aan politieke kennis. Op de vraag van de enquêteur geeft de kiezer het sociaal-geaccepteerde antwoord dat hij op de inhoud kiest maar echt veel wil hij er niet voor doen. Als de kiezer net als de onderzoekers van Kanne in de verkiezingsprogramma’s had gekeken, hadden hij een goede inschatting kunnen maken van de partijposities. Het is een interessante, maar niet door Kanne beantwoorde, vraag in hoeverre de mispercepties van kiezers samenhangen met variabelen als politieke interesse, politieke kennis en opleidingsniveau.

Zelfbinding

Kanne gaat uit van een bepaald model dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen: kiezers kiezen voor die partij uit die het meest overeenkomt met hun posities. Dit is het zogeheten ‘proximity model’. Dit hoeft niet het enige model te zijn dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen. Partijen kunnen ook kiezen voor een partij die hun prioriteiten deelt en daar het meest voor opkomt. In dit zogeheten ‘directional voting model’ kiezen mensen voor partijen die extremere posities hebben dan zij zelf op bepaalde vraagstukken, omdat die daar echt wel aan zullen trekken.

Je kan dit kiesgedrag op twee manieren begrijpen: aan de ene kant is het een vorm van zelfbinding. Kiezers willen dat er wat aan milieuvervuiling gebeurt en stemmen daarom op een partij met extreme posities op milieu. Partijen kunnen allerlei voorkeuren hebben (een beter milieu, meer geld voor zorg, hogere lonen) maar door te kiezen voor een partij die een van die dingen belangrijk vindt, binden ze zichzelf aan die prioriteit. Een vorm van democratiche zelfbinding: “okay, ik vind het milieu belangrijk dan accepteer ik de consequentie dat mijn prioriteiten op zorg niet gerealiseerd worden omdat je overheidsgeld niet twee keer kan uitgeven.” Je kan deze keuze echter ook strategisch duiden: mensen willen dat er iets gebeurt aan het milieu, en kiezen daarom voor een partij die daar het hardst aan trekt. In het touwtrekspel dat de Nederlandse coalitiepolitiek is, gebeurt er dan ten minste iets.

En GroenLinks?

Uit het onderzoek van Kanne volgen een aantal onderwerpen waarop GroenLinks tekortschiet: dat is waar er een grote afstand is tussen de kiezer en GroenLinks en waarop kiezers de posities van GroenLinks maar ten dele hebben begrepen. Het slechtst scoren die onderwerpen waarop GroenLinks geen heldere positie heeft ingenomen, volgens de codeurs van Kanne: de voorstellen rond studiefinanciering, de positie wat betreft vrijheid van meningsuiting en het op orde krijgen van de begroting. Dit geeft aan dat GroenLinks geen duidelijke positie heeft die in zwart/wit termen te vatten is en deze is ook niet helder aan haar kiezer gecommuniceerd.

GroenLinks kiezers zijn het het minst met de partij eens over Europa, migratie (zowel arbeidsmigratie als laaggeschoolde migratie), vredesmissies, integratie, de AOW en ontwikkelingssamenwerking. Het grootste deel van deze items zit in de culturele progressief/conservatief as. Op deze onderwerpen deelt minder dan de helft van de kiezers het GroenLinks standpunt. Typisch culturele onderwerpen (migratie, integratie) zijn de achilleshiel van GroenLinks: GroenLinks-kiezers zijn wel groen en links, maar delen de posities van GroenLinks wat betreft de open samenleving in mindere mate. Opvallend is dat zeker wat betreft immigratie GroenLinks kiezers zich terdege beseffen dat de partij wat anders vindt dan zij: ongeveer de helft van de kiezers weet dat GroenLinks een pro-immigratie standpunt inneemt en slechts 30-40% deelt dat standpunt. Kennelijk accepteren kiezers dat dit verschil bestaat. Dat is de gedoogdemocratie die Kanne beschrijft. Je ziet eenzelfde patroon bij ontwikkelingssamenwerking. GroenLinks-kiezers weten dat GroenLinks en zij daarover van mening verschillen, en stemmen toch GroenLinks.

Complexer is het onderwerp vredesmissies: de meeste GroenLinks-kiezers denken dat GroenLinks tegen het gebruik van militairen bij vredesmissies is, terwijl dit niet het geval is. Het meest opvallende is dat GroenLinks-kiezers zelf minder vaak tegen het militaire karakter van vredesmissies zijn dan dat ze denken dat GroenLinks hier tegen is. GroenLinks-kiezers denken dat de partij principiëler is dan zij zelf zijn. De interne discussies van de laatste vijftien jaar over het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen, hebben geen gevolg gehad voor het beeld van de partij bij de eigen kiezers.

Conclusies

Kanne raadt partijen aan om helder positie te kiezen. Partijen zouden eigen politieke visies consistent moeten uitdragen. Nieuwe partijformaties, een vernieuwd leiderschap en overeenstemming tussen boodschapper en inhoud zouden kunnen bijdragen aan een kleinere afstand tussen partijen en hun kiezers. Dit lijkt me maar ten dele waar: het probleem is niet dat partijen geen visie zouden hebben, volgens de codeurs van Kanne, staan de partijen over een groot deel van het politieke speelveld verspreid. Partijen zijn veel extremer dan kiezers. In de logica van schaling betekent extremer ook consequenter. Kiezers staan veel meer in het centrum, en plaatsen partijen veel meer in het centrum. Het is niet dat partijen geen oplossingen of posities hebben, maar er is sprake van een fundamentele ‘mismatch’ tussen aanbod en vraag in de politiek: kiezers zijn voor het overgrote deel links-conservatief. Dit geldt voor kiezers van bijna alle partijen, behalve GroenLinks.  Er is, zoals Wouter van der Brug eerder bij zijn inaugurele reden observeerde, geen partij die een combinatie van economisch linkse en cultureel conservatieve standpunten aanbiedt. Zelfs als je kijkt naar de posities die partijen volgens kiezers hebben, liggen de SP, PVV en CDA aan de rand van dit gebied. Partijen clusteren heel consequent op een links/rechts dimensie, maar kiezers niet. Om dit probleem op te lossen, moet er een links-conservatieve partij ontstaan: zowel SP als PVV (zeker in de ogen van kiezers) zouden deze lacune kunnen vullen als ze afstand zouden nemen van hun progressieve casu quo rechtse wortels. De concentratie van kiezers in de links-conservatieve hoek bevestigt weer eens dat er in Nederland weinig ruimte is voor een centrum-progressieve politieke formatie.

Een zeer verkorte versie van dit artikel verschijnt ook in het volgende GroenLinks Magazine.

zondag, 13 november 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Eerste politiek café van de gemeenteraad

In divers, blog, burger, communicatie, debat, eerste, eindhoven, gemeenteraad, groenlinks, en meer.

polcafe

De raadswerkgroep communicatie hield in het voorjaar een brainstormbijeenkomst met inwoners van Eindhoven om te ontdekken wat er voor nodig was om inwoners meer bij de politiek te betrekken. De conclusie: de politiek moet in gesprek met de burger. Op 2 november deden we een poging tijdens het eerste politieke café georganiseerd door de gemeenteraad.

In een volle zaal van het Stadspaviljoen gingen de raadsleden in debat over twee onderwerpen: sporttarieven en het van Abbemuseum. Dat deze onderwerpen het publiek aanspraken was wel duidelijk: ruim 150 mensen kwamen naar het debat!

Ik heb namens GroenLinks meegedaan aan het debat over het van Abbemuseum. Natuurlijk ging het in het debat veel over het voorstel van de PvdA om het van Abbe meer bezoekers te laten trekken. Hierover schreef ik al eerder een blog. Ook in dit debat heb ik aangegeven dat GroenLinks het wat te kort door de bocht vindt om alleen naar de bezoekersaantallen van het museum te kijken, maar dat we wel vinden dat ook bij het van Abbe gekeken moet worden wat er bezuinigd kan worden. Lastig in het debat was dat er veel vergelijkingen gemaakt werden met bv het schoolzwemmen. Lastig, want het is echt appels met peren vergelijken, maar terecht dat het aan bod kwam in het debat, want zo beleven de inwoners het dus wel.

Al met al kijken we terug op een leuke en leerzame avond. Zeker voor herhaling vatbaar!

dinsdag, 8 november 2011

Van (Oude) Mensen en de Dingen die Voorbijgingen

Ja, ik ben al lid van GroenLinks sinds het oprichtingscongres en daarvoor al van een van de voorlopers (de oudste van de drie als je het echt weten wilt). Partijgenoten heb je in soorten: oudere (niet zo veel meer langzamerhand), jongere (steeds meer natuurlijk), die waar je het mee kunt vinden en een paar waar je het nooit mee eens wordt: zo was het altijd al en je denkt dat het zo simpel zal blijven.

Intussen beschouw ik mezelf natuurlijk niet als oud(er). Zelfs niet op mijn verjaardag, terwijl ik half september toch echt 57 werd. Zo heel af en toe kun je er niet meer onder uit, als je samen gaat plakken bijvoorbeeld en je nieuwe plakmaatje vertelt dat zijn vader een paar jaar jonger is dan jij: die jongen behoort duidelijk tot een nieuwere generatie. Maar meestal doe je het politiek werk met veel plezier en bedenk je ondertussen helemaal niet dat een heleboel gebeurtenissen en ervaringen van vroeger die je als vanzelfsprekend en bekend vooronderstelt dat helemaal niet zijn voor een heleboel partijgenoten.

Die hadden indertijd misschien een heel andere hobby, woonden niet aan deze kant van de Maas of waren zelfs niet eens geboren. Zulke GroenLinksers nodigen iemand uit voor een praatje op de komende ledenvergadering omdat die vast iets van communicatie weet en zijn er onkundig van dat de man ooit tien jaar lang een hele goede voorzitter was van onze Bossche afdeling. Die weten niets van de Vereniging Linkse Samenwerking, de jarenlange oppositie onder leiding van fractievoorzitter Evelien van Onck, de strijd voor behoud van het woonwagenkamp aan de Vlijmenseweg, de agitatie tegen een nieuwe concertzaal met de (gepast populistische) actie “Eerst riolen, dan violen.” Die kunnen niet al onze raadsleden van de afgelopen vijfentwintig jaar opsommen, die denken wellicht dat Bart Eigeman altijd al wethouder geweest is. En dat mag je ze ook niet kwalijk nemen, want niemand heeft hen ooit verteld daarover.

Daarom is het een goed idee binnenkort eens een avond uit te trekken om de geschiedenis van GroenLinks Den Bosch te schrijven. Kort, bondig, feitelijk en zakelijk , op twee A-viertjes. Om die tekst daarna op de website van de afdeling) te plaatsen, www.groenlinksdenbosch.nl. De namen van onze vroegere raadsleden en afdelingsbestuurders, gecombineerd met een selectie uit de activiteiten van de afdeling. Want GroenLinks Den Bosch bestaat al even en we kunnen best een beetje trots zijn op de zaken die we ondernamen en de mensen die zich daarvoor hebben ingezet.


zondag, 6 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

En de winnaar is: het falafelfeest! Over een bijzondere debatworkshop.

In debat, werk, analyse, angst, braakhuis, cda, communicatie, eerste, groenlinks, en meer.

Het walhalla voor een debattrainer: een workshop geven in de plenaire zaal van de Tweede Kamer! Dit was de leukste klus die ik ooit gehad heb, en ik had toch al een heleboel erg leuke klussen achter de rug… De aanleiding: de nieuwe ledendag van GroenLinks, in het gebouw van de Tweede Kamer, met zo’n 600 leden op visite in twee rondes. Met welkomstwoorden, cupcakes, een informatiemarkt en workshops. En daar mocht ik dus twee keer een workshop ‘In debat, hoe doe je dat?’ geven. Het concept: 45 minuten (!), 60 – 90 deelnemers (!!), 6 lekker stereotype fictieve partijen, één stelling, een miniportie theorie en een jury.

Het was voor de deelnemers erg leuk om te debatteren in de grote zaal, om hun betogen uit te spreken en elkaar lekker te interrumperen, en voor mij als trainer/voorzitter om het binnen de zeer beperkte tijd nog enigszins ergens op te laten slaan… Er zaten veel echte debattalenten bij, dat was geweldig om te zien en horen. De meerwaarde zat in de analyse van de jury: in de ochtend was dat Tweede Kamerlid Jesse Klaver, in de middag zijn collega Bruno Braakhuis en Eerste Kamerlid Ruard Ganzevoort. En tijdens beide sessies met gastjurylid, ook voor mij een grote verrassing: cabaretier Guido Weijers. Zij keken naar de inhoud, de discipline (via de voorzitter aub!), de interrupties en de reacties daarop, de nonverbale communicatie, de improvisatietalenten, noem maar op.

Opvallend was dat zowel in de ochtend- als in de middagsessie de winnaar niet de groene partij was, maar eerst de ‘Nederlandse Gezinspartij’ (confessionelen, CDA en gristelijker) en in de middag de populistische partij ‘Duidelijk Nederlands’ (SP en uiteraard PVV). Om de juryvoorzitter van de middagsessie, Ruard, te citeren: “De populisten hebben gewonnen en daar balen we behoorlijk van.” De conclusie: maak het jezelf niet te moeilijk? De gezinspartij hoefde alleen maar steeds terug te komen op hun kernwaarden (“Voorzitter, voor ons is iedere zondag een culturele zondag.”) en de populisten zetten een keihard frame neer door één keer hun angst uit te spreken voor Marokkaanse buurtbarbecues (“Falafelfeesten”) en de rest van de partijen stortten zich op de ontkenning van een dergelijk fenomeen. Waarmee het geheel een geheel ‘don’t think of an elephant’-gehalte kreeg… Het was een fictief debat, maar de herkenbaarheid van de dagelijkse praktijk in deze zaal was griezelig groot…


woensdag, 2 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Aristoteles en Mauro

In communicatie, debat, framing, politiek, mauro, analyse, arbeidsmarkt, banen, burgemeester, en meer.

Aristoteles maakte een handige indeling in overtuigingsmiddelen in ethos, logos en pathos. Een analyse volgens deze indeling van het debat over Mauro.

Ethos: vinden we de spreker deskundig, betrouwbaar en aansprekend?

  • Mauro spreekt aan: hartstikke Limburgs, heeft veel vrienden, komt bescheiden over maar kan goed uit de hoek komen (zie zijn reactie op het briefje van Bleker). Maar is hij een gelukszoeker of een slachtoffer? Welk frame wint?
  • De pleegouders van Mauro: van hen proberen voorstanders van het uitzetten de betrouwbaarheid ter discussie te stellen. Hebben ze willens en wetens de procedures gerekt? Of, daartegenover, mogen pleegouders vechten voor hun kind? Ook hier wordt in het debat frame met tegenframe bestreden.
  • Minister Leers. Zijn betrouwbaarheid staat forser ter discussie. Lees ook de column van Rob Wijnberg die bestaat uit conflicterende citaten van burgemeester Leers (2006) en minister Leers (2011).

Logos: wat zijn de argumenten?

  • Tja, een feit is een feit. Of toch niet? Wat gaat voor, de letter van de wet of de discretionaire bevoegdheid van de minister?
  • Is ‘het geval’ Mauro schrijnend of niet? Boterzacht natuurlijk. Voorstanders van uitzetting zullen de eerder genoemde veronderstelde onbetrouwbaarheid van de ouders aanhalen. Of zelfs die van de media, wat CDA’ster Sterk probeer-twitterde. Tegenstanders gebruiken de eindeloze procedures en de inconsequente reacties van de beslissers als argumenten.
  • Studievisum, redding of dode mus?
  • Over hoe veel AMA’s gaat het eigenlijk? 8? 80? 800? En al waren het er 800, wat is er eigenlijk erg aan? Was de vergrijzing niet een groot dreigement?

Pathos: wie speelt het best in op de angsten en de behoeften van de beslissers?

  • “Duizenden kommen er dan”, stelt de kroegbazin, als deskundige geïnterviewd door onze wakkere verslaggever. Angst voor ‘tsunami’s’ van ‘gelukszoekers’, ‘die onze banen inpikken’… Cijfers over aanzuigende werking en vergrijzing, die doen er niet toe. Wie de angst het effectiefst aanwakkert, krijgt gelijk. En de stemmen.
  • Wie heeft er geen behoefte aan helderheid en eerlijkheid? De regels zijn hier niet op toegesneden, de onduidelijkheid en daarmee het gevoel van oneerlijkheid zit erin gebakken
  • En dan is er ook een behoefte aan menselijkheid, aan mededogen. Wie heeft hier woorden voor?

Mijn keuzes: Mauro is slachtoffer van het systeem, Leers een onbetrouwbare uitvoerder van PVV-beleid, het CDA en laten we de VVD niet vergeten: hypocriete PVV-bedrijfspoedels, de ouders van Mauro hebben terecht voor zijn belang gevochten, de regels moeten helderder en dan consquent worden uitgevoerd, geïntegreerde vluchtelingen als Mauro hebben we hier voor onze eigen arbeidsmarkt hard nodig, we mogen blij zijn dat hij hier wil wonen.


maandag, 31 oktober 2011

Socrates Schouten

Socrates Schouten

Linkedin DWARS

Zeven miljard

In duurzame ontwikkeling, economie, nederlands, politiek, wetenschap, maximale, milieu, natuur, natuur en milieu, en meer.

(N.B. Dit is best een lang verhaal. Lezers die niet van een gezellige introductie houden, kunnen het beste op ‘read more’ klikken – vanaf de ‘IPAT’-formule – en vanaf daar verder lezen…)

Gefeliciteerd! We zijn nu met z’n zeven miljarden op aarde. Volgens tellingen van de VN is het zevende miljard vandaag bereikt, maandag 31 oktober 2011. Toen ik vorig jaar mijn scriptie schreef en iets over de groei van de wereldbevolking kwijt moest, was ‘eind oktober 2011′ al de voorspelling. Het leek me al leuk als het precies met mijn verjaardag, 30 oktober, zou samenvallen. Welnu, een dagje later, ook prima.

Maar even serieus. Zeven miljard, and still ‘growing strong’. Hoe zit het eigenlijk met overbevolking en schaarste van grondstoffen en duurzaamheid? Dat laatste woord wordt intussen veel gebezigd in de communicatie van elke zichzelf respecterende organisatie, of het nu een politieke partij of een commercieel bedrijf is. Maar om duurzaamheid in verband te brengen met een maximale omvang van de mensheid, is een stuk minder populair. Binnen GroenLinks werd het een paar keer geprobeerd, de laaste keer op een congres in (ik meen) 2009 in de vorm van een motie van Quintijn Hoogenboom. Deze haalde het bij lange na niet, want hiermee werd volgens het partijbestuur een veel te negatieve draai gegeven aan een thema dat GroenLinks juist pósitief wilde benaderen. Ook ik stemde tegen, want ik vond de redenering van de motie veel te simplistisch. Maar Quintijn had natuurlijk gewoon gelijk. Die wereldbevolking kan niet maar steeds probleemloos blijven doorgroeien. Dus, wat nu? Wanneer moet het écht stoppen?

Het antwoord van de ‘ecologische voetafdruk’ is dat het allang had moeten stoppen. Sinds de jaren 70 gebruikt de mensheid meer hulpbronnen en biologische capaciteit dan er op een duurzame manier beschikbaar zijn. We overvragen de natuur, en maken die daarmee kapot. Volgens de schattingen vragen we nu ongeveer 1,3 keer teveel van de aarde.

De ecologische voetafdruk vermeldt niet hoe lang die situatie houdbaar is. En de methode geeft ook geen antwoord op de vraag hoeveel mensen de aarde dan eigenlijk kan verdragen. In de jaren zeventig waren mensen gemiddeld een stuk minder welvarend dan nu, dus consumeerden minder, maar de technologie was aanzienlijk inefficiënter. Voor een gelijk welvaartsniveau waren toen dus meer energie en grondstoffen nodig. De ‘impact’ van 4 miljard mensen in 1970 is dus anders dan de impact van hetzelfde aantal mensen in 2040.

Een formule die in deze discussie veel wordt gehanteerd is I=PAT. Het leest Impact = Population x Affluence x Technology, ofwel: de milieudruk is de omvang van de (wereld)bevolking maal het welvaartsniveau maal de (let wel) inefficiëntie van de technologie. De P en de A zijn almaar blijven groeien sinds we erover zijn gaan nadenken. Alleen de T is gedaald: onze auto’s (Hummers uitgezonderd) rijden zuiniger dan vroeger, elektrische apparaten verslinden minder, etcetera. Maar we hebben wel meer auto’s en meer elektrische apparaten dan ooit tevoren.

Wat gaat de P doen? Lange tijd heeft men volgehouden dat we, ergens tussen 2050 en 2080, bij 9 à 10 miljard mensen zouden pieken en daarna heel rustig aan de wereldbevolking zal afnemen. Het is onzeker of dat gebeuren zal.

En de T? Er leeft onder de meeste politieke gezindten bijzonder veel optimisme dat juist de technologische efficiëntie zal zorgen dat de milieudruk niet uit de klauwen loopt. Velen geloven in een soort automatische correctie: als er zich milieuproblemen voordoen, ontstaat er maatschappelijke reuring en doen we er wat aan. Anderen, zoals ik, zien dat natuur en milieu doorlopend verschralen. Die fantastische technologische oplossingen zijn keer op keer ‘too little and too late’ om te voorkomen dat er stukken waardevolle natuur verloren gaan, onze menselijke sporen intussen elke hectare land en kubieke meter atmosfeer hebben bereikt, en de leefgebieden van vele volkeren onder hun ogen onleefbaar worden.

Ik zou mijn lezers onderschatten als ik ook nog eens de ontwikkeling van de A zou gaan voorkauwen. Wat ik liever doe, is het simplisme dat steeds maar weer de kop op steekt als deze ‘IPAT’-discussie wordt gevoerd (meestal zonder ‘IPAT’ te noemen, gelukkig), te bestrijden. Het onderbelichte punt is namelijk dat de factoren P, A en T wederzijds afhankelijk zijn. Er zit misschien een factor tien rek in (maar meer dan tien geef ik het niet), maar het huidige welvaarts- en technologieniveau is niet denkbaar zonder die miljarden mensen. Afgezien van het ‘voetvolk’ (eerbied komt wel weer in mijn volgende blog) draaien honderden miljoenen mensen mee in een ongelooflijk grote en complexe maatschappij die zorgen dat wij vernuftige en zuinige auto’s hebben, en iPads waarmee we snel kunnen communiceren en efficiënt nieuwe en betere technologieën ontwikkelen, en voedselproductiesystemen die zorgen dat er steeds weer te eten is (in de ontwikkelde landen).

Tegelijk hebben we die vernuftige technologie nodig om deze wereldbevolking in stand te houden. Teruggaan naar een geromantiseerde oertijd, waarin we heel weinig heetten te gebruiken, kan niet. Mensen hadden enorme leefgebieden, niet alléén omdat er veel minder mensen waren, maar ook omdat die vele hectares nodig waren om ze van bijeengejaagd en -verzameld voedsel te voorzien. En voor het stoken van een fikkie om één gezinnetje warm te houden, heb je best veel brandhout nodig.

Wat is de moraal van dit verhaal? Eenieder die claimt dat we met “veel minder mensen” zouden moeten zijn, of “veel minder moeten consumeren”, of gewoon nog “veel meer technologische ontwikkeling” moeten stimuleren, heeft het juist én verkeerd. Het moet alledrie met mate. En daar is zeer nauwgezet beleid voor nodig, dat van A tot Z rekening houdt met de verwikkeling van de IPAT-factoren. Maar het meeste nog moet men zich realiseren dat de formule IPAT alle kanten op kan, en dat de aarde flexibel is, en allerlei uitkomsten van I (de milieudruk) aankan. Hoe meer men het echter uit de klauwen laat lopen, hoe meer we met de botte bijl aan het hakken zijn in het mooie, onmisbare aardse landschap dat maar één keer bestaat, en bij uitsterven niet meer terugkomt.


zondag, 30 oktober 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Kracht van Zelforganisaties

In geen categorie, bestuur, betalen, burgemeester, college, communicatie, de stichting, euro, fractie, en meer.

foto: Inke Katoen

Vanaf 2012 wilde het College van B&W zelforganisaties niet langer subsidiëren. In april van dit jaar ging de gemeenteraad niet akkoord met dit voorstel. Toch blijkt uit een artikeltje in het Brabants Dagblad van 26 oktober (“Cadeau voor Ons Poppetje”) dat niet alle organisaties daarvan op de hoogte zijn. Stichting Ons Poppetje, een multiculturele zelforganisatie voor alle Bosschenaren, kreeg een gift van 3000 euro van het Oranje Fonds.

Aan de Erwtenman van het Brabants Dagblad vertelt de voorzitter Elda Janzen te vrezen volgend jaar geen gemeentelijke subsidie meer te krijgen. En dan kan de stichting de huur niet meer betalen. Het is mij een raadsel waarom stichtingsbesturen zo lang in onzekerheid moeten blijven en stelde daarom de hieronder staande vragen aan de burgemeester en wethouders.


Aan het College van Burgemeester & Wethouders
’s-Hertogenbosch, 27 oktober 2011

Betreft: Schriftelijke vragen ex art. 39 RvO m.b.t. communicatie richting zelforganisaties n.a.v. de ombuigingen

Geachte College,
In de aanloop naar de ombuigingen van 12 april jl. is er door u richting zelforganisaties in onze stad gecommuniceerd dat hun subsidiering vanaf 2012 mogelijkerwijs zou kunnen vervallen. Ombuigingsvoorstel 3-5 repte hierover. De Raad heeft in al haar wijsheid besloten dit voorstel niet te effectueren (amendement A1 Wijzigingen ombuigingen spoor 1). In het Brabants Dagblad van woensdag 26 oktober valt te lezen dat het bestuur van Stichting Ons Poppetje (één van de 13 zelforganisaties die onder het ombuigingsvoorstel 3-5 vielen) in onzekerheid leeft over het verkrijgen van subsidie in 2012. Dit is merkwaardig aangezien de Raad hierover op 12 april al duidelijkheid heeft geboden. Dit signaal roept bij de fractie van GroenLinks de volgende vragen op:

1. Is het College op de hoogte van het feit dat er zelforganisaties zijn, zoals Stichting Ons Poppetje, die in onzekerheid verkeren over het wel of niet ontvangen van subsidie in 2012?

2. Op welke wijze heeft het College na het raadsbesluit over de ombuigingen gecommuniceerd met zelforganisaties?

3. Hoe verklaart het College de onduidelijkheid die bij deze zelforganisaties leeft?

4. Wat gaat het College doen om deze onduidelijkheid bij de zelforganisaties weg te nemen?

Namens de fractie van GroenLinks,
Ufuk Kâhya

donderdag, 27 oktober 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Smalltalk of Peptalk?

Marten Idema

Binnenkort verhuist jongerencentrum Peptalk als het aan het gemeentebestuur ligt van de Kei aan de Peppelensteeg naar het Harmoniegebouw aan het Kuiperplein. Peptalk is daarmee terug in het centrum. Jaren geleden was het daar ook al gevestigd, maar juist vanwege overlast is destijds een andere locatie gezocht ver(der) weg van de ‘bewoonde’ wereld.

Niet iedereen is gelukkig met de nieuwe locatie. Aan de ene kant is het mooi dat het jongerencentrum meer in het centrum komt in plaats van aan de rand van een woonwijk. Zo komt het ook dichter bij andere uitgaansgelegenheden. Aan de andere kant wordt hiermee dit uitgaansgebied wel uitgebreid en krijg je mogelijk meer overlast. Voor de omwonenden geldt dat ze het geluid van het Museumplein konden verwachten toen ze in hun appartementen trokken. Maar die vlieger gaat niet op voor het geluid uit de nieuwe Peptalk. Dat vergt dus zorgvuldige communicatie. Maar juist daar laat de gemeente het afweten. Omwonenden worden in het onzekere gelaten. Weliswaar werden zij op een informatieavond in januari geïnformeerd over de voorgenomen verplaatsing maar daarna bleef het stil tot afgelopen week. Toen stond de verplaatsing als voldongen feit in de krant. Geen wonder dat dan het gevoel opkomt dat het allemaal toch al besloten is en van inspraak geen enkele sprake meer kan zijn. Dat wordt extra gevoed omdat:

  • Het opmerkelijk stil blijft van de kant van zowel Welstede, als vertegenwoordiger van Peptalk, als van de gemeente,
  • de verhuizing niet als apart agendapunt staat vermeld om te bespreken in een van de commissies maar dat dit besluit impliciet is opgenomen in de begroting

Dan moet je wel heel alert zijn om dit op te merken. Zeker omdat in het meerjarenbeleid is vastgelegd dat de gemeente Ede tot 2014 een verplaatsing van Peptalk niet overweegt!

En niet alleen de omwonenden moesten de verhuizing uit de krant lezen, ook de Edese Darts Club (EDC), die in de Harmonie is gehuisvest, moest dat. Toen in het voorjaar de ideeën over de verhuizing bekend werden hebben zij direct contact opgenomen met de gemeente omdat zij niet wisten of ze dan wel in de Harmonie konden blijven. Ondanks toezeggingen is er tot op heden nog geen enkel contact met hen opgenomen en blijven zij in het ongewisse. 

Is dit een typisch staaltje van inwoners negeren? De vertrouwensband tussen inwoners en gemeente is hiermee weer behoorlijk op de proef gesteld.

Met dank aan fotograaf Marten Idema voor de foto.   



donderdag, 20 oktober 2011

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Spannende Social Media Game voor studenten in de nacht van 11-11-‘11

In game, nachtnet, wonen, wijken en vervoer, communicatie, media, social media, studenten, twitter, wedstrijd, en meer.

NachtnetBrabant organiseert op 11 november 2011 de eerste Student Night Game Brabant. Het bijzondere van deze socialmediagame is dat alle communicatie via twitter - @nachtnetbrabant - gebeurt en dat de studenten zelf bepalen waar de wedstrijd start en eindigt. Ook leuk: de snelste nightgamer wint een geheel verzorgd treinweekend voor twee personen naar Berlijn! Voor de runners-up zijn er vele bioscoopbonnen van € 25!

Spannende Social Media Game voor studenten in de nacht van 11-11-‘11

lees verder

maandag, 10 oktober 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Kaizen opdat NS ook vandaag had kunnen sporen

In sprinter, tilburg, utrecht, den bosch, lean, spoorwegen, achmea, apeldoorn, ns, en meer.

Vaak en graag reis ik met de trein, naar alle tevredenheid. De NS draag ik 'n warm hart toe. Zeker daar mijn voorouders in de 19e en begin 20e eeuw bij de spoorwegen werken als machinisten & conducteurs. En helemaal daar ik, slechts kort dat wel, bij NS Stations heb mogen werken.

Aldus verdedig ik de NS tegen klagende aanvallen door verstokte automobilisten die hun slechte ervaring baseren op enkele ritjes, waarvan er wellicht 1 minder goed ging.

Alleen vandaag baal ik! Om half 10 moet ik bij Achmea 'n lean training geven over Kaizen's en proces optimalisatie. Op tijd vertrokken was m'n planning om half 9 aan te komen. Helaas zijn de processen bij de NS niet geoptimaliseerd. Bij Amersfoort liet de NS mijn intercity eerst wachten om 'n vertraagde sprinter voorsprong te geven. Toen bedacht men ook te kunnen wachten op 'n vertraagde intercity naar Amsterdam/Schiphol. Tussen Amersfoort en Utrecht sukkelden we alsnog achter de sprinter aan. Tot zo ver de gegeven voorsprong.

Op Utrecht leek alles goed te komen, want aansluiting gehaald. Die aansluiting ging tussen Utrecht en Den Bosch echter ook achter 'n sprinter aan sukkelen. Toch lukte het om tijdig in Den Bosch te arriveren. De aansluitende sprinter naar Tilburg reed net binnen en zou 8u29 vertrekken. Dus niet. Dit artikel begin ik te tikken om 8u44 en inmiddels om 8u47 zijn we vertrokken. Geen verklaring, excuus of wat dies meer, gewoon 18 minuten later vertrekken. Ik kom straks in Tilburg binnen gerend om 'n training in proces optimalisatie te geven. Een belangrijk onderdeel van Lean en Kaizen is tijdigheid, voorspelbaarheid en transparantie met 'n duidelijke communicatie. Mag ik deze training alstublieft bij de NS geven? De workaround van nog eerder vertrekken is niet effectief of efficiënt, ik verspil daar teveel tijd mee, dus geen oplossing.

Ik draag de NS dus 'n warm hart toe en als goede vriend ben ik eerlijk en kritisch: doe wat aan echte verbeteringen NS, nieuw materieel, spoor en techniek is niet alleen de oplossing. Dat is windowdressing, verbeter je processen, je operationeel management en de houding & gedrag van je medewerkers. Denk vanuit je klanten en klantwaarde, je medewerkerswaarde en niet alleen vanuit je financiëlewaarde! Dan komt het best goed.

zaterdag, 8 oktober 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Hoe slecht kan een partijraadsvergadering zijn? Over diversiteit in de partijraad van groenlinks

Inti Suarez en Suzanne van Rossenberg, partijraadsleden namens de diversiteitswerkgroepen trekken naar aanleiding van de discussie over diversiteit op 18 juni jl. de conclusie dat dit precies NIET de manier was om het thema diversiteit binnen de partijraad (PR) te bespreken.

De vier belangrijkste verbeterpunten zijn:

• Discussies binnen de PR kunnen winnen in diepte, belang en wezenlijkheid.
•Het partijraadbestuur (PRB) moet de inhoud en vorm van discussies in handen leggen van experts binnen de partijraad of derden.
• Discussies binnen de partijraad kunnen wél grondiger en professioneler worden aangepakt in plaats van geïmproviseerd en onder tijdsdruk.
• Het censureren van artikelen is onacceptabel binnen GroenLinks, zeker als het het onderwerp diversiteit betreft en het insluiten van verschillend perspectief.

Waar bestaat een discussie over diversiteit binnen GroenLinks uit?

Omdat GroenLinks diversiteit en emancipatie hoog in het vaandel heeft, is discussie erover onderdeel van gezamenlijke visievorming en organisatieontwikkeling. Een inhoudelijke discussie zou moeten gaan over de volgende drie vragen:

• Waarom is diversiteit nodig?
• Hoeveel diversiteit is mogelijk?
• Hoe gaat GroenLinks om met diversiteit?

Het tot stand brengen van diversiteit is het overbruggen van verschillen. Een debatleider verleidt sprekers om inzicht te geven in de achtergrond van hun overwegingen. Daadwerkelijke uitwisseling van verschillende gedachten en het nader tot elkaar komen, zijn gebaat bij bewustwording van eigen posities en totstandbrenging van gelijkwaardigheid. Dit kan geïntegreerd worden in plenaire en groepsdiscussies.

Wat ging er mis?

• De methode van discussiëren was polariserend en simplistisch.
• In plaats van positionering en bewustwording kwam er een zinloze nadruk op debattechnieken.
• De samenstelling van het panel die de analyse van het debat deed, was onvoldoende divers qua achtergrond en hun relatie tot GroenLinks (professioneel cq. financieel).
• De leden van het panel waren zich onvoldoende bewust van hun eigen positie als panelleden, als GroenLinksers in de discussie en als sprekers met een witte achtergrond en netwerk.
• Het doel van het debat had niets te maken met de vragen hoe GroenLinks en wij, partijraadsleden om moeten gaan met diversiteit, en ten behoeve waarvan.
•Diversiteitswerkgroepen en -partijraadsleden zijn niet benaderd betreft de discussie over diversiteit of de planning ervan.
•De opvolgende notitie van de diversiteitspartijraadsleden die een inhoudelijk en productief kader schiep voor de discussie werd eerst verwelkomd door het PRB, maar is later ter zijde geschoven.
•De organisatie van de discussie werd door gebrekkige communicatie door en expertisetekort bij het PRB een haastklus.
•Zonder opgaaf van reden kregen vlak voor de bijeenkomst ook het partijbestuur, personeelszaken van het landelijk bureau en het wetenschappelijk bureau een stem in de inhoud en uitvoering van de discussie.

•Een kort artikel dat een van de diversiteitspartijraadsleden op verzoek van het landelijk bureau heeft geschreven over de partijraadbijeenkomst is niet geplaatst in het GroenLinks magazine omdat het geen impressie was, maar een ‘mening’.

Wat nu?
•Is het door de huidige structuren binnen GroenLinks inherent onmogelijk om diversiteit onderdeel te maken van gezamenlijke en inclusieve visievorming en organisatieontwikkeling?
•Kan de partijraad een verschil maken?

De diversiteitspartijraadsleden hebben inmiddels samen met de diversiteitwerkgroepen (Kleurrijk Platform, De Linkerwang, RozeLinks, FemNet, Netwerk Chronisch Zieken en Gehandicapten, GroenLinks Plus!) een structureel, halfjaarlijks overleg geïnitieerd om diversiteit gezamenlijk te blijven agenderen. Alle werkgroepleden en andere geïnteresseerden, waaronder partijraadsleden, zijn van harte welkom.

woensdag, 5 oktober 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Machtig middel voor communicatie

In eeuwenoude wijsheden, training, communicatie, communicatiemiddel, dialoog, durven, dwars, hart, rotterdam, en meer.
'Het is het meest krachtige communicatiemiddel dat ik ooit ben tegen gekomen' vertelde Stephan Covey in één van zijn presentaties. De Talking Stick, of in goed Nederlands de Praatstok, is een machtig middel voor communicatie.

Essentie van het gebruik is: “praten vanuit je hart en niet vanuit je hoofd.” Dit kan gaan over (alledaagse) zaken die iemand dwars zitten of bespreekbaar wil maken, tot botsingen tussen mensen. Praten vanuit je gevoel. In onze individualistische en rationele samenleving is dat niet alledaags, bang dat het als ‘soft’ of niet ‘daadkrachtig’ wordt gezien. In gesprek gaan met elkaar kan ook op andere manieren. Indianen gebruiken hiervoor al eeuwenlang de talking stick. De stick straalt onpartijdigheid uit.

In conflictsituaties, discussies of debatten onderbreken mensen elkaar regelmatig, om hun gelijk te halen of omdat zij zich niet gehoord of gezien voelen. Wat gebeurt er als je de praatstok gebruikt in een training of bijeenkomst? De gesprekken verdiepen zich zonder dat dit geforceerd overkomt. Iedereen zit in een cirkel, het symbool van gelijkwaardigheid. Luisteren naar elkaar is essentieel. Degene die de stok in zijn of haar hand heeft mag praten, de rest is stil en wacht tot diegene is uitgesproken en zich begrepen voelt. Pas dan geeft de spreker de stok aan de volgende door.

Elkaar interumperen of op andere manieren het gesprek onderbreken is onnodig. Iedereen komt aan de beurt en krijgt de tijd zijn of haar verhaal te vertellen. Alles is bespreekbaar. Een perfect hulpmiddel bij trainingen en een ideale manier om met elkaar in gesprek te komen en te blijven bij (dreigende) conflicten.

In conflictsituaties is het gebruik van de talking stick methode uitermate effectief. Het brengt mensen in lastige situaties dichter bij elkaar. Soft is dit zeker niet. In Rotterdam zetten ze de talking stick al in bij buurtgesprekken, met positief resultaat. Het vraagt van mensen zich open te stellen voor elkaar, te praten vanuit zijn/haar gevoel, vooroordelen te vergeten en als individu deel te nemen.  Zo ontstaat er meer respect en begrip voor elkaar met als logisch gevolg dat mensen zich kwetsbaarder en opener op durven stellen. Het kenmerk van een echte dialoog.

De gespreksleider heeft een belangrijke rol. Hij/zij stelt zich open voor de anderen, zorgt ervoor dat de juiste sfeer wordt gecreëerd en maakt afspraken over het gebruik van deze methode. Een prachtig voorbeeld hoe een eeuwenoud gebruik succesvol is in onze huidige samenleving.

Bovenstaande talking stick maakte Karen de Vries van Karidiès voor mij. Deze gebruik ik in trainingen. Al mijn keuren en symbolen staan erop. Karen maakt praatstokken in opdracht en zij geeft ook een workshop praatstok maken.

maandag, 26 september 2011

Annemiek de Crom

Annemiek de Crom

Communicatie: een vak apart

In maatschappelijke ontwikkelingen, columns, dagelijkse bezigheden, communicatie, gevonden, gewoon, opleiding, studenten, tegenwoordig, en meer.
Verbijsterd kijkt de co-assistente mij aan terwijl ze aarzelend de kamer uitloopt achter haar begeleidend specialist aan. Ik kijk stomverbaasd terug en we hebben intens oogcontact. De specialist heeft net een demonstratie communicatieve vaardigheden gegeven waar ik nog even van bij moet komen. De co-assistente blijkbaar ook.

Door de verpleegkundige werd ik op een fijne manier ontvangen, ze liet me in een comfortabele stoel plaats nemen, verstelde de voetensteun zodat de dermatoloog mijn onderbeen goed kon bekijken. 'De dokter komt zo', gaf ze ontspannen aan.


Als een wervelwind verscheen een paar minuten later de specialist met achter hem aan de co-assistente. Hij gaf mij een hand, voelde aan mijn onderbeen en mompelde wat.
'Wat zegt u, informeerde ik beleefd. Gemompel volgde.
'Hoe krijg je nu zoiets', vroeg ik om het gesprek op gang te brengen.
'Ja, dat vraagt iemand die een hartinfarct gekregen heeft ook altijd', antwoordde hij met zijn blik naar beneden gericht en zweeg vervolgens weer.

Huh, wat zegt hij nu? Durft hij niet te zeggen dat er meestal geen oorzaak gevonden wordt voor een trombosebeen? Wat zou er sowieso door zijn hoofd gaan? Zou hij het tijdverspilling vinden, hij kijkt amper naar mijn been. Moet het protocol gewoon afgewerkt worden en verder niet zeuren? Waarvoor is dit consult überhaupt nodig? De gedachten buitelden door mijn hoofd. Ik had opeens helemaal geen zin meer om een gesprek met hem te voeren. Ik voelde me weer even een opstandige puber.

'Weet u dat u die steunkous twee jaar moet blijven dragen', met zijn zware stem verbrak hij opeens de stilte. Ik schrok er bijna van omdat ik dacht dat hij helemaal niets meer zou zeggen.
'Ja, dat heb ik gelezen...'
'Dat komt omdat we zoveel mogelijk willen voorkomen dat er complicaties ontstaan. Zoals aders die beschadigen, kleppen in de aders die kapot gaan, we willen voorkomen dat er open wonden ontstaan die niet herstellen...', zo ging hij nog even door met opnoemen van wat er allemaal mis kan gaan, in een snelheid vergelijkbaar met water dat van grote hoogte naar beneden dendert.

'Aha, u bent positief ingesteld hoor ik. Wanneer weet u of al deze complicaties daadwerkelijk optreden', vroeg ik toen hij eindelijk was uitgesproken.
'Over twee jaar, dan maken we een echo en weten we meer' gaf hij aan terwijl hij al naar de deur liep.

Geneeskunde studenten krijgen tegenwoordig standaard in hun opleiding lessen en trainingen in gespreksvoering en communicatie. Maar wie traint de oudere garde hierin?

zondag, 25 september 2011

Ulbe Spaans

Ulbe Spaans

Twitter

Een muur van Strandhuisjes?

In politiek, natuur, politiek, strand, welzijn, westland, beleid, communicatie, discussie, en meer.

Afgelopen woensdag kwamen politici en ondernemers bij elkaar in “De Westlandse Druif” te Monster om met elkaar een eerste aanzet te geven aan de nota Toerisme en Recreatie.Progressief Westland ( en de Raad van State) heeft altijd het standpunt gehuldigd dat wij geen toeristische gemeente zijn.Wat uiteraard niet wegneemt dat er geen toeristische elementen in het Westland aanwezig zijn.
Wethouder Weverling ging in zijn inleiding met name in op de regisserende en faciliterende  rol van de Gemeente en bakende daarmee tegelijk ook het speelveld af met het oog op eventuele (te hoge) financiële verwachtingen.

Concreet werd na een levendige discussie afgesproken dat er door de ondernemers initiatieven ontplooid gaan worden om meer samenhang in het aanwezige aanbod te krijgen.Te denken valt dan aan arrangementen die elkaar kunnen versterken  in relatie tot de glastuinbouw, cultuur(historie), strand en het aanwezige overnachtingsaanbod.
Maar ook de communicatie naar,met name de randgemeenten, werd genoemd.
Dat bracht een van de ondernemers ertoe om een “cursus”gebiedsmarketing aan te bieden.
Na enig aandringen van de gespreksleider schaarden een tiental ondernemers zich aarzelend achter dit initiatief.
Hieruit bleek dat de gebiedsmarketing die de Gemeente in haar beleid heeft opgenomen (voor  € 1.000.000) vooralsnog Toerisme en Recreatie uitsluit. Deze puur economische gebiedsmarketing; die in het verleden vooral door “groene mannetjes” en “stickers”naar buiten kwam is door Progressief Westland altijd als inefficiënt bestempeld.
Nimmer is het effect hiervan aangetoond.
Jammer dat de recent aangestelde directeur niet aanwezig was, want hij had zich op deze manier alvast kunnen oriënteren op een wellicht toekomstig beleidsonderdeel.  

Progressief Westland bracht naar voren dat de diverse bestuurslagen ( provincie,gemeente, waterschap) een vlotte en transparante besluitvorming in de weg zitten en frustratie en  tijdverlies met zich mee brengen.
Regie hierop is dringend noodzakelijk.
Uiteraard werd het onzalige plan om zo’n 100 strandhuisjes die: “als een muur voor het net aangelegde natuurgebied de natuurlijke opbouw van de duinen verstoren” door ons aangekaart als een volstrekt ongewenste activiteit.

Al met al een aardige aftrap om samenhang en beleid  te realiseren.
Opvallend  was de bijna unanieme conclusie dat natuur, groen, ruimte en cultuurhistorie tot de belangrijkste elementen voor ons welzijn worden aangemerkt.
Goed dat van begin af aan de ondernemers erbij betrokken worden.
Duidelijk werd wel dat de ondernemers het met elkaar zullen moeten gaan oppakken en dat het gezamenlijke belang ook het persoonlijke belang kan bevorderen.
Uit sommige reacties maakte ik echter op dat dit laatste (nog) niet door iedereen werd gedeeld.

 En………. nu we het toch over recreatie hebben.

Wat is het toch jammer dat zo’n schitterende locatie als “de Westlandse Druif” in Monster slechts via het industrieterrein bereikbaar is. Gelukkig wordt hier in de toekomst een fietspad aangelegd zodat men (iets) beter bereikbaar zal zijn.

Ulbe


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3273 uur (136,4 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2