donderdag, 2 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

De dozen samenleving van rechts.

Vandaag komt staatssecretaris Krom met zijn bezuinigingen in de sociale sector. Meteen begint hij het onderwerp te framen door te stellen dat arbeidsgehandicapten zielig worden gevonden en dat als excuus gebruikt om zijn bezuinigingen er door heen te drukken en te rechtvaardigen. Het is eigenlijk hetzelfde liedje als de uitspraak van Rutte dat armoede niet [...]

dinsdag, 31 januari 2012

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Crisis!? Wat nou crisis!

In crisis, lisboa, lissabon, portugal, werk, elektrische fiets, ipad, iphone, minimum loon, en meer.

 

Nederland in crisis

 

Het meest gebruikte woord van de afgelopen jaren is ongetwijfeld: crisis.

We horen ook niet anders dan dat we in de ergste crises ever leven.

Ik moet zeggen dat is ook zo. Het is vreselijk, in Nederland dan.

Immers alles is duurder sinds de euro. Zo is het echt vreselijk duur geworden om een nieuwe fiets te kopen. Vroeger koste dat bijna niets een fiets. Zo’n ding had een ketting en hooguit 3 versnellingen. Nee, dat is wel anders nu. Fietsen doen Nederlanders steeds minder zelf.  De vraag naar elektrische fietsen is haast niet meer bij te houden. Kost wat meer maar scheelt weer een hoop inspanning. Klagen doe je dan als er bij de supermarkt geen plek meer is aan het laadpunt. 

Bellen is ook al zoveel duurder. Jaren geleden kreeg je bij je GSM abbo een Nokia toestel, gratis. Het ding kon bellen en SMS-en en soms had je een spelletje. Dat is ook al veeeel  duurderder geworden. Minder dan een iPhone of Samsung Galaxy kan echt niet. Uiteraard ook wel gewoon een nieuw model dat andere is zó 2010!

Maar zo’n scherm is wel wat klein als je ‘s avonds op de bank hangt voor je full HD flatscreen. Gelukkig is daar dan de iPad. Echt gewoon onmisbaar!

 

Dagelijkse boodschappen dan? Dat is echt duur in Nederland, toch?! Ook al stierenpoep, boodschappen zijn in Nederland zowat zo duur als 10 jaar geleden. Toch zijn er niet veel mensen die evenveel verdienen als 10 jaar geleden.

 

Zuid-Europa moet niet zeuren! Gewoon werken en niet zeuren! Best vreemd is dan weer wel dat Nederlanders zo’n beetje het minste werken van heel Europa. 

 

 

Portugal

 

Een stukje perspectief dan maar. Hoe de rest van het zonnige Zuiden er precies voorstaat weet ik ook niet. Ik kan wel waarnemen hoe het hier in Portugal gaat.

 

Om te beginnen is er natuurlijk salaris. Minimum loon is 550 euro, pensioen bedraagt gemiddeld zo rond de 400 euro. Dat is dan als je het krijgt want steeds vaker meldt het journaal dat er mensen zijn die een maand geen salaris ontvangen omdat het er gewoon niet is.

Nou zegt het inkomen niet zo veel als het prijsniveau onduidelijk is. Veel wordt gedacht: ach ze verdienen minder maar alles is er ook goedkoper. Dat lijkt ook zeker zo als je hier op vakantie komt. De hotels zijn relatief goedkoop en de prijzen in de horeca zijn voor Nederlandse begrippen gewoon lachwekkend. Maar….

Supermarkten zijn duurder en dankzij de de IVA (BTW) verhogingen nog duurder. De wegenbelasting is veel lager, maar wij betalen hier ook nog tol en de benzine en diesel zijn haast gelijk in prijs. In Portugal betalen we meer voor elektriciteit dan we deden in Nederland. Gasleidingen liggen haast nergens en dus hebben we dure gasflessen.

Huizen zijn even duur als in Nederland en de hypotheken zijn gebaseerd op Europese rentes. Etc, etc..

Een simpele rekensom leert dan dat een maand overleven meer geld kost dan dat er verdiend wordt.

 

Hier in ons dorp is de crisis goed voelbaar. Overdag zie je mensen hangen bij het bushok naast het voetbalveld, werkloos. De huizen zijn in steeds slechtere staat. De verf bladdert af en sommige daken zijn met grote zekerheid niet meer waterdicht. De mensen praten ook niet over veel anders meer. 

De mensen die wel werken verdienen in veel gevallen minder dan een jaar geleden. De salarissen zijn gereduceerd en de uren opgehoogd. Omdat de vergrijzing ook toeslaat op het platteland van Portugal hebben veel mensen een pensioen. Ook die zijn naar beneden bijgesteld, maandelijks zo’n 8% minder en geen vakantie- en kerstgeld. 

Dat betekent dat onze oude buurvrouw maandelijks haar pensioentje gaat ophalen in de stad. Diezelfde dag gaat ze van dat geld haar rekeningen betalen van water, stroom, telefoon, etc.. Nog de dag is het geld dan dus gewoon op. Nog maar 30 dagen te gaan…

Diefstal neemt toe. Er wordt ingebroken in huizen maar ook in de supermarkt. Daar werden deze week alle gasflessen gestolen. Hierdoor zitten er nu mensen zonder gas. Veel ouderen hebben namelijk geen auto of ander vervoer en komen het dorp nooit uit.

In de supermarkt hoorde ik het verhaal van iemand waar ‘s nachts 30 kippen en kalkoenen zijn gestolen.

 

De meeste mensen zijn nu druk bezig met het verbouwen van het eigen voedsel. Moestuinen worden dagelijks bijgehouden en verschijnen zelfs op braakliggende terreinen en langs de snelweg. Helaas is het een extreem droge winter en is er een ernstig water tekort aan het ontstaan…

 

 

Share

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Huren of kopen?

In overige columns, banken, crisis, huren, hypotheek, hypotheekrenteaftrek, kopen, aldi, economie, en meer.

Er komt een moment in je leven dat je niet meer bij je ouders kan of wil leven. Dan moet je dus zelf onderdak vinden. Zelf ging ik op kamers, studeren op mijn 18e. Klein hokje in een slechte buurt, al zag ik pas achteraf hoe slecht. Ik heb er met plezier gewoond.

Tegenwoordig is de tendens om zo snel mogelijk te kopen. Want door te huren ‘bouw je niets op’. Of ‘je gooit het geld elke maand weg’, is een ander argument. Sinds de economische crisis zijn het vooral huizenbezitters die in de problemen komen. Sterker nog, door de banken die graag vele onverantwoorde hypotheken wilden verkopen, is de crisis begonnen. Mensen die zich geen huis konden veroorloven, kochten er toch een. Anderen die een klein huis hadden moeten kopen, kochten een groot huis.

De crisis valt best mee. Ook al wil men u anders doen geloven, de meeste hypotheekbezitters betalen gewoon maandelijks aan de bank, kunnen nog gewoon op vakantie en hoeven nog niet bij de Aldi boodschappen te doen.

De probleemgevallen zijn jongeren die samen een huisje kochten en er iets later achter komen dat ze toch nog niet toe zijn aan samenwonen. Of elkaar ondertussen niet meer lief vinden. Mensen die uit elkaar gaan en een onverkoopbaar huis bezitten. Ik ben blij dat ik al aan de verkeerde kant van de dertig was toen ik mijn eerste hypotheek afsloot. Ik heb vele jaren gehuurd en daar is niets mis mee.

Daarom dus een pleidooi voor huren. Wat is er mis met eerst eens aanzien hoe het gaat? Waarom moet je je meteen in de schulden steken? Je hoeft je huis niet als beleggingsobject te zien. Je hoeft niet een mooier huis dan je ouders te kopen als je pas 24 bent. Er is niets mis met buren die van een uitkering leven. Een lagere school voor je kind waar kinderen uit een arme buurt ook komen, betekent niet dat jouw kind ook slecht Nederlands gaat praten.

De crisis raakt mij nauwelijks. Koopkrachtniveau 2005. Nou nou, toen hadden we het slecht. Misschien zakken we zelfs wel terug naar 1998! Dan moeten we in Guatemala toch maar eens een inzamelactie houden voor al die mensen die geen weekendje meer weg kunnen nadat ze op wintersport en cruise zijn geweest. De crisis raakt degenen met een hoge schuld. Zij die een huis kochten, waar ze eigenlijk hadden moeten huren. Niet meer doen dus. Wees verstandig, koop pas een huis als je zeker weet dat je het je kunt veroorloven. Economie is niet zo moeilijk.


donderdag, 26 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Obama

In het menu, niet op voorpagina, banken, crisis, obama, state of the union, vs, hoop, huis, en meer.
Het lijkt wel alsof Barack Obama zijn oude elan heeft hervonden. Het elan waarmee hij vier jaar geleden de hele westerse wereld aan zich wist te binden. De strijd tegen de inkomensongelijkheid was het centrale thema van zijn State of the Union. Daar moeten ook de banken een bijdrage aan leveren, want zij zijn met hun dubieuze hypotheekpraktijken medeverantwoordelijkheid voor de huidige crisis. Obama: “Miljoenen Amerikanen die hard werken en zich aan de regels houden, verdienen een regering en een financieel stelsel die hetzelfde doen.” Subliem. Dit lezende doet zich des te nijpender de vraag voor: waar was deze Obama de afgelopen drie jaar? De man met de flair en de moed om de dingen bij hun naam te noemen? De man die hoop op verandering bood? Hij werd geconfronteerd met de failliete boedel van een desastreus Bush-beleid, die door de bankencrisis nog groter werd dan verwacht. Hij kreeg vorig jaar ook nog eens te maken met een meerderheid van de republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. Hij is er grijzer van geworden, maar het schijnt weer bergop te gaan met de VS. Deze man en zijn vrouw verdienen het om hun klus af te maken; ze kunnen het.

dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

maandag, 23 januari 2012

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR

Via uitstel naar afstel!

In nucleair, delta, kerncentrale, kerncentrale borssele, afval, crisis, investeringen, kernenergie, leiden, en meer.

Vandaag maakte het Zeeuwse energiebedrijf Delta bekend dat ze voorlopig afziet van de bouw van een tweede kerncentrale bij Borssele. “In de afgelopen tijd is gebleken dat de combinatie van de financiële crisis, de hoge investeringen die nodig zijn voor een kerncentrale, het huidige investeringsklimaat en de huidige overcapaciteit op de elektriciteitsmarkt met lage energieprijzen, moet leiden tot de conclusie dat voorlopig geen kerncentrale kan worden gebouwd” laat het bedrijf weten in de Provinciale Zeeuwse Courant.

Het is goed dat bij Delta nu ook de realiteit begint door te dringen. Er zijn nog nooit kerncentrales gebouwd zonder overheidssubsidie en de kosten voor sloop en opslag van afval worden via overheden op de samenleving afgewenteld. Dus kernenergie, is gevaarlijk, duur en overbodig.

Delta spreekt over een ‘voorlopig’ uitstel waarbij de plannen voor een tweede kerncentrale de komende 2 tot 3 jaar niet worden doorgezet. Delta zegt nu dat de plannen weer worden opgepakt zodra de omgevingsfactoren verbeteren. Dat is natuurlijk logisch omdat het bedrijf niet binnen een half jaar tijd een draai kan verkopen van zeker doorzetten van een tweede kerncentrale (met alle bijbehorende kosten) naar toch maar geen nieuwe centrale. Maar dit uitstel kan maar tot één ding leiden: afstel.

Dat is goed nieuws voor Zeeland, goed nieuws voor het milieu en goed nieuws voor komende generaties. Hopelijk heeft Delta niet al te lang nodig om zo ver te komen het plan definitief af te blazen, zodat we nu zo snel mogelijk werk kunnen gaan maken van de sluiting van Borssele (laten we nog maar één keer zeggen “1”).

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

zaterdag, 21 januari 2012

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Schlemielig de crisis de schuld geven

In algemeen, crisis, grondaankoop, marc calon, regiovisie, ambtenaren, bleker, burgemeester, burger, en meer.

Waarom zou ik me als inwoner van de gemeente Leek druk maken om een verhaal over grondaankopen in Apeldoorn? Eerst even in het kort het verhaal: Sinds het jaar 2000 heeft Apeldoorn te ambitieus grondaankopen gedaan en dreigt daardoor een scheur in de broek te krijgen die kan oplopen tot 200 miljoen €. Niet geheel onbelangrijk detail daarbij is dat de uitkomst van een raadsonderzoek is dat het college de raad onjuist, onvolledig en te laat heeft geïnformeerd, een politieke doodzonde, en dat de grondaankopen tegen ieder advies vanuit de ambtenaren zou zijn gedaan. De raad van Apeldoorn moet in februari het rapport bespreken en pas dan zullen er conclusies worden getrokken.

Tot zover het verhaal. Dat rapport kwam deze week uit hetgeen aanleiding vormde voor Radio 1 om deskundigen aan het woord te laten. En een van die deskundigen was de burgemeester van Deventer de heer Andries Heidema in zijn hoedanigheid van voorzitter van de VNG Commissie Ruimte en Wonen. Presentatrice Lara Rense voelde hem stevig aan de tand over hoe dit verlies heeft kunnen ontstaan en wat daar nou de oorzaak van was en, aangezien vele Nederlandse gemeenten met een soortgelijk probleem kampen, of er parallellen zijn met Apeldoorn. Met stijgende verbazing heb ik zijn verhaal aan zitten horen. De schuld lag volledig en alleen bij de crisis. En dat is op z'n zachts gezegd knap. Van die crisis zegt menig econoom en financieel expert in een verklaring hoe het de wereld toch zo heeft kunnen verrassen dat ze die "niet hebben zien aankomen".

Natuurlijk is het handigst om de schuld bij de crisis te leggen, dat is immers een ongrijpbaar begrip geworden. Iedereen orakelt daar inmiddels zo hardnekkig over dat het haast een soort indoctrinatie genoemd kan worden. Weet je niet waar iets door veroorzaakt is of wil je het niet benoemen als dat het is, geef de schuld maar aan de crisis, dan gelooft iedereen het. "Tja, de crisis he, wat kun je daar nou aan doen" zo moet de burger maar geloven. Ik snap die lui van de occupy-beweging wel, al wordt daar door menig bestuurder wat lachend tegenaan gekeken. Ja, voor de Bühne trekken we wel een blik begrip los, maar verder doen we er niets mee.

Of er parallellen zijn met problemen bij andere gemeenten? Dat weet ik niet. Wel weet ik dat vele Groninger gemeenten met financiële problemen kampen die veroorzaakt zijn door grondaankopen, min of meer opgelegd vanuit de Regiovisie Groningen-Assen. Een ambitieus programma waarvan de kar indertijd getrokken werd door de gedeputeerde Marc Calon en Henk Bleker. Een TE ambitieus programma. En dat was een aantal jaren geleden al bekend maar volstrekt genegeerd door bestuurders en gemeenteraden (let wel, dit gaat over gemeenten in Groningen, niet over de gemeente Apeldoorn). Niets crisis, hoe graag men dat ook wil laten geloven. De crisis heeft het reeds ontstane probleem wel verder versterkt. Maar was men indertijd realistisch met het voorliggend cijfermateriaal omgegaan dan had er nooit een vertaling kunnen plaatsvinden naar grootschalige grondaankopen. De ambitie van bestuurders in plaats van gezond verstand.

De schuldpositie van Leek is voor een groot deel te danken aan grondaankopen. En misschien in verhouding wel een net zo'n groot probleem als dat in Apeldoorn hetgeen met groot gemak het financieel bankroet  voor Leek in zich kan hebben. Met dank aan de Regiovisie? Nee, met dank aan de bestuurders die zo lijdzaam aan het handje van Marc Calon mee liepen.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


zondag, 15 januari 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter Blogreacties: Krispijn Beek

Een Ander Nederland in Lochem


teaserGisteren begaf ik me tussen rode hesjes van de PvdA, de tomatentassen van de SP en de groengebuttonde GroenLinksers  in Nijmegen.Voor de nieuwjaarsbijeenkomst ‘Een Ander Nederland’. Natuurlijk een gezellige en feestelijke happening van progressief Nederland. Maar ook hoopgevend, omdat de bundeling van krachten uitzicht biedt op het vervolg op de huidige coalitie. Wat zegt deze brief van Cohen, Roemer en Sap over lokaal beleid. Bestaat er zoiets als ‘Een ander Nederland in Lochem’? Jawel!

Systeemprobleem

koninginCohen, Roemer en Sap zeggen, naar goede linkse traditie, dat de huidige crisis ons niet ‘zomaar’ overkomt, als een natuurramp die we als onvermijdelijk verschijnsel moeten accepteren. Nee, deze crisis komt vanuit falende financiële markten, zelfverrijking, korte termijnbelangen die boven de lange termijn worden gesteld. Dat is goed nieuws! Een natuurramp moet je naar beste weten opvangen. Die vergt een wendbare en alerte samenleving. Maar een crisis die geen natuurverschijnsel is… daar kan je in de kern iets aan doen. Die kan je aanpakken en voorkomen. Het systeem dat tot die  crisis leidt kan omgevormd worden. Daar gaat Een Ander Nederland ook over.

Werk

Centraal in de oproep voor Een Ander Nederland staat het scheppen van zinvolle en duurzame banen. Want via werk komen we bij de structuur die onze economie en samenleving vormt. En dat is nu juist ook wat onze lokale paarse coalitie laat zien. In een duurzame economie combineren we zinvol werk met duurzame investeringen. In Lochem spelen daarbij een aantal wezenlijke onderwerpen; energie, duurzaam bouwen, afval en recycling, groenbeleid, wegenbeheer, riolering. Ik pak er een paar elementen uit.

Duurzaam bouwen en renoveren

duboTerwijl de nieuwbouw in Lochem (net als in de rest van Nederland) stokt  biedt zich een fantastisch werkveld aan voor onze bouwers, installateurs en architecten. Het grootste deel van onze woningvoorraad is niet toekomstbestendig. Hoeveel werk en innovatiekracht zal er in die duurzame renovatie kunnen gaan. Dat levert veel winst op, financieel, milieutechnisch,  qua kennis. ‘Bouwend Lochem’ maakt zich hiervoor klaar. Ik schuif aan, als wethouder, bij een van de landelijke topteams om gezamenlijk beleid te ontwikkelen. Onze afdeling overlegt bij ‘Bouwend Lochem’ om krachten te bundelen. In de regio zetten we de klokken gelijk. Kortom… dit gaan we doen!

Afval en recycling

Met Berkel Milieu, 2Switch, het werkvoorzieningschap Delta en het buurtonderhoudsbedrijf Cambio werken we aan nauwe samenwerking, het Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte. Daarin bundelen we al onze krachten voor zowel het beheer van de gebouwde omgeving als ons uitgestrekte buitengebied. Bijzonder daarbij is dat we ook in staat zullen zijn om een goed en effectief afvalbrengpunt op te zetten. Met alle arbeidskracht gebundeld kunnen we afvalstromen beter scheiden en sorteren en alles van waarde eruit halen. In Zutphen zie je dat nu al gebeuren, met o.a. het ‘zwarte kratje’ waarin huishoudens glas, blik, plastic, papier en andere makkelijk te scheiden zaken aan de straat zetten. Delta haalt dat op en zorgt dat de afvalstromen goed terecht komen. Dat levert arbeidsplaatsen op en zorgt ook voor extra inkomsten omdat het goed gescheiden afval makkelijk in de markt te zetten is.  Dat kan voor veel meer afvalstromen gebeuren en daarmee een beter milieu en meer (duurzame) werkgelegenheid opleveren.

Onderhoud groen

groenDatzelfde Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte kan ook de enorme uitdaging voor het beheer van ons openbaar groen beter vormgeven. Behalve dat we een steviger team zullen vormen voor het noodzakelijk schoffel en renovatiewerk zijn we ook in staat een gezamenlijk dilemma rond het beheer van de bomen in het buitengebied beter aan te pakken. Door krachten en kennis te bundelen kunnen we in zetten op goed kwalitatief onderhoud van onze bomen en zijn we in staat werkelijk een bedrijfsplan te maken waarbij we het rendement van de opbrengsten aan hout en houtsnipppers beter kunnen ‘vermarkten’ en een ruim opgezette nieuwaanplant kunnen realiseren zodat we ook op de lange termijn van voldoende opbrengsten en kwaliteit kunnen genieten. Goed voor onze lokale economie, de werkgelegenheid, de biodiversiteit en het landschap!

Riolering

Ons rioolstelsel lijkt een prachtig efficiënt systeem gericht op het afvoeren van afvalstoffen. Maar is het wel zo efficiënt? Met het riool voeren we waardevolle voedingsstoffen en warmte af met een behoorlijk gebruik van energie. Jaarlijkse onderhoudslasten stijgen snel. Dat kan anders, door direct in de buurt het afvalwater te verwerken en warmte uit het riool te onttrekken. De ombouw van dit systeem zal de komende tien jaar veel werkgelegenheid kunnen leveren terwijl het ons verlies van kostbare grondstoffen beperkt. Ook hier gaan zorg voor het milieu, leefomgeving en werk samen.

Een ‘hub’ voor duurzame zzp-ers

hubTientallen, zoniet honderden, bedrijfjes hebben een plek op zolder of in een achterkamer. Zzp-ers die als energieadvies geven, technische innovaties realiseren, communicatie ondersteunen, conferenties organiseren. Veel van die bedrijven en bedrijfjes werken geïsoleerd. Ze maken weinig gebruik van elkaar onderlinge kracht. Het energieadvies zou gebruik kunnen maken  van de communicatiedeskundige, de onderzoeker of financieel deskundige om de hoek. Bij LochemEnergie merken we hoeveel kennis en arbeidskracht aanwezig is en als we die bundelen dan ontstaat een geheel nieuwe kracht. Dat kan, bijvoorbeeld in een gedeelde kantoorruimte met gedeelde faciliteiten. Gezamenlijke receptie, computernetwerk en kantine. Gezamenlijke scholing, gedeelde projecten en gebundelde communicatie. Een antwoord op eventuele leegstand in kantoren en een versterking van de innovatieve en duurzame werkgelegenheid dus.

Zo krijgt Een Ander Nederland in Lochem vorm. Daarvoor is meer nodig dan een enthousiast ‘paars’ Lochems college en ondernemende gemeenteraad. Stimulans en ruimte vanuit het Rijk om duurzaam en sociaal te innoveren is  wezenlijk. Niet voor niets pleit Lochem voor  de aanpassing van de belastingwetgeving voor energie, zodat ook een lokaal energiebedrijf als LochemEnergie kan concurreren met de (nu gesubsidieerde) grootschalige opwekking van grijze energie. Het Rijk zal de belastingwetgeving moeten vergroenen, innovatie moeten stimuleren en samen met de financiële sector moeten bijdragen aan de investeringsruimte voor dergelijke duurzame initiatieven, bijvoorbeeld door het opzetten of gericht steunen van ‘revolverende’ fondsen die investeren in duurzame energie makkelijker maken. Het Rijk zal belemmerende regelgeving moeten wegnemen en normen moeten stellen (bv op het vlak van energiezuinig en duurzaam bouwen) om een gemeenschappelijk speelveld te creëren waarin al deze initiatieven kunnen floreren. Even belangrijk is dat gemeenten en lokale gemeenschappen de verbinding zoeken, gemeenschappelijke ontwikkeltrajecten opzetten en innovatie in een open en lerende omgeving plaatsen. Zodat die duurzame toekomst op vele plekken tegelijk vorm krijgt.

Dan krijgen we het andere Nederland dat we nodig hebben.  

Het menu: Schaakmat

Arme Wilders. Hij doet zo zijn best om Nederland terug te geven aan de Nederlanders. Maar zijn ideeën over Nederland met uitsluitend witte mensjes en draadjesvlees slaan alleen aan bij een deel van de kiezer. Hij wil de gulden terug, Mauro eruit, Beatrix eruit, ze is namelijk te Duits. Ze is te veel beïnvloed door pappa Bernard en eega Claus. Het lijkt erop dat de kiezer de PVV beu is. Ze daalt in de opiniepeilingen. Zelfs de meest overtuigde PVV-ers wilden Mauro hier houden. De jongen met zachte g is een van ons, vinden ook zij. En kom niet aan onze dierbare Koningin. Pas op Geert, overspeel je hand niet. Dit is het lot van de populistische partij. De PVV meent te weten wat het volk wil. Alleen verandert het volk snel van mening. Het vernederen en discrimineren van allochtonen, de kern van de PVV, houden het volk minder bezig dan de zorgen om werk, huizen en pensioen. De economische crisis als een zegen. Wat de gevestigde partijen niet lukt, doet het inzakkende kapitalisme: het zet Wilders schaak. En met de blunders die Geert en zijn politici voortdurend maken, zet de PVV zich uiteindelijk zelf schaakmat.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

maandag, 9 januari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Alles is van iedereen

2012 is begonnen. De dagen worden al weer wat langer, maar januari is net als andere jaren toch een vreemde maand; lang, grijs, wat saai. En ook een beetje anders dan vorige jaren. Ik maakte altijd enthousiast gebruik van de uitverkoop maar ik moet bekennen dat die lust me is vergaan. Winkel in, winkel uit in aanwezigheid van een massa andere koopjesjagers, ik word al moe bij de gedachte. Daarentegen ben ik al mijn kasten aan het op en uit ruimen. Vele dozen vol spullen die ik niet meer gebruik vinden hun weg naar de recycling, het oud papier en Lets of andere plaatsen waar gebruikte zaken welkom zijn voor een volgende ronde.
Dus het idee om juist weer meer spullen in huis te halen staat me tegen. Ik heb zelfs al een stoel uit mijn woonkamer gezet – heerlijk, meer ruimte – 3 planken in mijn overvolle boekenkast leeggehaald – heerlijk, lege planken – en een aantal pannen die mijn laden bezetten weggegeven aan iemand die op kamers ging. Heerlijk, ruimte in mijn kast!

Ik had hier ook boven kunnen zetten: less = more, want daar heb ik het ook over. Maar de zin die ik las 'alles is van iedereen' raakte me meteen. De inhoud van die zin gaat verder, heeft dynamiek, is een belofte; ze wijst naar de toekomst waar we aan begonnen zijn.
Deze week verzorg ik met mijn collega Kamilla Hensema een avond voor het Fries VrouwenNetWerk over de Occupy Movement en het Friesch Dagblad heeft vandaag, maandag, nogmaals een artikel van mij geplaatst over de mogelijke ontwikkelingen van de beweging in 2012.
Eigenlijk vind ik 'Alles is van iedereen' de perfecte beschrijving van het doel van deze beweging die in 2011 is ontstaan en zich explosief en wereldwijd heeft ontwikkeld.
Dat raakt ook aan mijn groeiende desinteresse in 'dingen en spullen'. Ik voel aan alle kanten dat ik genoeg heb. Dat ik rijk ben.
En ook al is het 'financiële crisis' en worden mensen gevoelig geraakt in hun bestaanszekerheid, ook het komende jaar, we blijven vooralsnog het op één na rijkste land van de wereld. En ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel dat. Ook al heb ik geen duizendjes te besteden en behoor ik zeker tot de 99%, zoals de Occupyers zichzelf noemen, we hebben genoeg en in zekere zin te veel. Te veel spullen.
Daar kunnen we moralistisch over doen, maar we kunnen er ook toe overgaan om royaal te delen. Ik kom regelmatig ergens waar bij de entree een 'samen-zijn-we-rijk-tafel' staat. Wat je over hebt leg je daar neer en een ander kan het meenemen als hij of zij er iets aan heeft. Dit wordt de nieuwe trend: weggeef'winkels' van dingen die we niet meer nodig hebben.

Maar er zijn wel andere 'dingen' die we nodig hebben.
Bestaanszekerheid, de energierekening kunnen voldoen, in je huis kunnen blijven wonen ook in slechte tijden, zinvol werk, goede gezondheid, liefde en aandacht, goed onderwijs, contact met de mensen om je heen, perspectief.
De crisis die gaande is gaat over het faillissement van de door economische belangen gestuurde samenleving. De materie, een masculien principe, heeft de overhand gekregen en veroorzaakt op alle niveaus disbalans; daardoor wordt de gezondheidszorg onbetaalbaar, kloppen hypotheken niet meer met de waarde van de huizen en hebben we teveel spullen en te weinig aandacht en zorg.
Onze immateriële waarden als zingeving en het vrouwelijke principe, zijn verwaarloosd.
Maar ....
Dankzij onze digitale snelweg ontdekte ik dat de beweging voor een gegarandeerd basisinkomen levendiger is dan ooit en een internationaal karakter heeft.
In het radioprogramma Pavlov op radio1 werd belicht dat al jaren uit onderzoek blijkt dat Nederlanders 'toegewijd' zijn. Toegewijd aan iets hogers en dat betreft een heel scala van definities; van religieus tot maatschappelijk betrokken op allerlei manieren.
Ik merk zelf dat de wijze waarop ik mijn denkbeelden verwoord zo veel meer herkend en erkend worden dan een paar jaar geleden.
Transition Towns en bewegingen voor Permacultuur blijven zich ontwikkelen en zijn georiënteerd op samenleven met de natuur, minder afhankelijk worden van geld en meer verantwoordelijkheid nemen voor goede voeding, zorg voor de aarde, elkaar en duurzaamheid.

Alles wat met economie en geld te maken heeft verkeert, in crisis. Alles wat met andere vormen van samen-leven te maken heeft is in ontwikkeling. Daarin zie ik een omslag van 'ikke-ikke' naar het nieuwe Wij. Manfred van Doorn noemt dat het ANDividualisme. Daarmee zetten we stappen op het pad van 'Alles is van Iedereen'. En dat vind ik een hoopvol perspectief.
Ik wens iedereen genoeg van veel in 2012.

Ineke Verdoner


Eigentijds idealisme – Gabriel van den Brink 
Pavlov, ntr radio

zaterdag, 7 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Populisme als crisis reactie.

De artikelen over populisme beschrijven nagenoeg feilloos het succes ervan en zoeken geestdriftig naar een afdoende antwoord op dit verschijnsel. Wat veelal in de artikelen ontbreekt is een werkelijke analyse van de oorzaak van populisme. Crisistijden zijn als olie op vuur voor populisten, waardoor de vraag dient te zijn waarom de politiek het tot zover [...]

vrijdag, 6 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Een nieuw jaar, een nieuw begin!

Beste GroenLinksers,

Een nieuw jaar, een nieuw begin. Wat mij betreft wordt 2012 het jaar waarin wij als GroenLinks de opgaande lijn weer te pakken krijgen! Het jaar waarin wij de volgende stap zetten in onze ontwikkeling!

Op 11 februari aanstaande kiezen jullie een nieuwe partijvoorzitter. Als ondernemer en idealist sta ik voor GroenLinks als groene doorbraakpartij; een partij die mensen, bedrijven en instellingen verbindt die op alle fronten actief zijn om van Nederland een duurzaam en innovatief land te maken. Een partij die oog en oor heeft voor de materiële en immateriële noden van mensen, maar juist in deze tijden van crisis de traditionele links-rechts tegenstelling ontstijgt. Een moderne partij die open staat voor mensen en ontwikkelingen in de samenleving, ruimte biedt aan debat, op democratische wijze besluiten neemt en blijft investeren in de eigen beginselen.

Wanneer wij bereid zijn uit te gaan van onze eigen kracht, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me samen met jullie voor deze toekomst inzetten! Meld je daarom uiterlijk 10 januari aanstaande aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef mij tijdens het congres op 11 februari je vertrouwen!

Kijk voor meer informatie over wie ik ben en waar ik voor sta op deze site.

Wil je me steunen? Verwijs dan je eigen netwerk naar dit bericht en betuig je steun via de link ‘steun Arno!’ hiernaast op deze pagina.

Natuurlijk kun je me ook uitnodigen voor een bijeenkomst om nader kennis te maken. Email dan naar: info@uijlenhoet.eu.

Bedankt en tot ziens!

Arno Uijlenhoet

zondag, 1 januari 2012

Tom Redford

Tom Redford

Twitter

A New Year

In new year post, economy, euro, finance, new year, activity, claim, climate change, crisis, en meer.

And so another year has passed, and, as was the case with the first of these new year posts that I wrote a few years back, the world is plodding slowly through financial and economic crisis, towards Euro-zone doom and environmental catastrophe. Happy New Year!

Two years ago, I called for a more honest debate, and last year, for worthwhile action. Frankly, with both of the major crises facing us—not to mention the innumerable other lasting tragedies of our world—both of those things are lacking.

However, despite the gloom settling in for a long spell of depressing headlines, I’m reminded of what a friend occasionally points out: we’re living in one of the best of times. Ok, we’re probably in recession, and there is a long way to go in reducing inequality, and ensuring a basic standard of living for millions, but, at least in Europe, if you stop to think back for a moment to how you would have lived in the past (50, 100, 200 years ago), it becomes clear that things aren’t as devastatingly bad as many would claim.

The immediate concern of shoring up the Euro, and preventing the rot from setting in on the developed world’s economy, is increasingly used as an excuse to postpone action on climate change and the environment. “We have no money for ‘unnecessary’ eco-luxuries” is paraphrasing, but sums up one of the attitudes to environmental problems that is asserting itself now.

Of course, in reality, not only do we have the resources to tackle the problem, but we must act on one problem to solve the other. Sitting, as it does, under the most basic levels of all economic activity, environmental collapse, or at least, radical change, will do nothing to help trade and commerce in the future.

So, what chance is there that 2012 can be the year in which progress is made in dealing with the duality of economic and environmental crises?

Archive of New Year Posts (since 2007)

vrijdag, 30 december 2011

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Onverwachte crisissfeer in Arnhemse raad

Mijn tweede blog voor ArnhemDichtbij ging op woensdag 9 november over een bijna crisis in de gemeenteraad van Arnhem.

Daar waar gisteren op de verlengde politieke avond de Meerjarenplanbegroting betrekkelijk geruisloos door de Arnhemse gemeenteraad werd geloodst ontstond er ‘s nachts toch nog een crisissfeer. Bij het laatste agendapunt over de realisatie van de doorstroomvoorziening in de Remisestraat ontstond een venijnige sfeer.

Addy Plieger (ChristenUnie) en Desiree Egberts (SP) hadden zich sterk gemaakt voor behoud van de crisisopvang maar wethouder Kok (GroenLinks) verzette zich daar sterk tegen. Ook over de hoogte van een investeringsbudget van €2,85 miljoen had met name Plieger sterke bedenkingen. Het onheil tekende zich al onmiddellijk af nadat Plieger haar amendement (toen nog samen met SP) toelichtte. De woordvoerders van twee coalitepartijen, Van Hamersveld (D66) en Overbeek (GroenLinks), vuurden kritische opmerkingen af in de richting van Plieger.

Na de reactie van de wethouder die zijn positie nog steviger afbakende kwam de SP in de problemen, een schorsing door Vink (PvdA) aangevraagd voor 10 minuten liep in het nachtelijk uur, inmiddels was het al tegen half twee, uit tot zo’n drie kwartier. Die waren nodig om het grootste deel van de socialistische fractie weer in het spoor van de wethouder en het college te krijgen. Cris Lenting (SP) gaf na de schorsing in een stemverklaring aan dat de SP verdeeld zou stemmen maar het fractiestandpunt was “dat men tevreden was met de toezeggingen van de wethouder”. Die toezeggingen zijn gedurende het debat echter niet veranderd, wel de toon waarmee ze werden neergezet. Egberts stemde als enige van de SP-fractie tegen het amendement en tegen het gehele voorstel. Dit is niet voor de eerste keer en mogelijk ook niet de laatste.

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Banenmarkt 2011

Ik ben in de tweede helft van 2011 begonnen met het bloggen voor ArnhemDichtbij. Meestal gaan deze over politiek maar het eerste blog op 8 oktober was een verslag van de Banenmarkt.

Evenals de afgelopen jaren werd de Landelijke Banenmarkt in Arnhem gisteren op het Stadhuis gehouden. Buiten stond weer het Jongerenpaviljoen opgesteld, alwaar diverse ambachten werden uitgebeeld. En dit alles onder de leus ‘Pak je kans’.

Laat jezelf zien, het werkt! Dat was het thema van de Banenmarkt en die slogan kwam ook terug in de diverse workshops die door medewerkers van UWV WERKbedrijf en verschillende externe partners werden gegeven. Zo heb ik zelf de workshop Social Media gegeven, over de ontwikkelingen van de nieuwe media op de arbeidsmarkt. Daarnaast werden er workshops verzorgd voor 45-plussers, die een groot deel van het ingeschreven bestand aan werkzoekenden bij UWV vormt, vond er verder een speedmeet plaats, een stagemarkt en een workshop zelfstandig ondernemen (door UWV en Kamer van Koophandel gezamenlijk) voor werkzoekenden die voor zichzelf willen beginnen.

Veel werkgevers en intermediairs stonden in de ruim 50 stands met hun vacatures, terwijl er ook informatie over opleidingen te vinden was. Werkcoaches van UWV WERKbedrijf begeleidden werkzoekenden en assisteerden bij het in gesprek komen met werkgevers. Iedere match die zo tot stand komt is een succes want de meeste mensen zijn zeer gemotiveerd om weer aan de slag te gaan.

4200 bezoekers telde de Banenmarkt in Arnhem dit jaar, weer aanzienlijk meer dan vorig jaar. Dat geeft meteen ook de thermometer van de economie aan. We wachten dan ook gespannen af hoe de arbeidsmarkt gaat reageren op de huidige crisis.

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks maakt geen “ruk naar links”

Anders dan de Volkskrant suggereerde, maakt GroenLinks onder Jolande Sap niet vaker gemene zaak met de SP dan ten tijde van Femke Halsema. Er is vooral continuïteit.

Volgens de Volkskrant van 17 december heeft GroenLinks na het aantreden van Jolande Sap een ruk naar links gemaakt. De partij zou het laatste jaar veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. Onder Sap zou de partij zijn opschoven van progressief naar oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar ze kloppen niet. Integendeel, GroenLinks schuift eerder richting D66 dan richting de SP.

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 in totaal 2.101 moties in. GroenLinks steunde 1.527 van deze moties. Dat is 72 procent, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd.  Van de 1.752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen steunde GroenLinks er 1.527 ofwel 87 procent.

Als we de correcte cijfers voor de periode-Sap en de periode-Halsema met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87 procent van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84 procent. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-redacteuren een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

Volgens de auteurs bevallen de GroenLinks-moties die zijn ingediend sinds het aantreden van Sap de SP beter. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5 procent van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, zo blijkt uit de cijfers waarop de Volkskrant zich baseert, 87,7 procent. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van GroenLinks en SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt.

Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Volkskrant wel gekregen van de Tweede Kamer. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96 procent van de moties van D66 steunde. Tussen 2006 en 2010 was dat 91 procent. GroenLinks steunt D66-moties vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt, is toegenomen. Onder Sap heeft GroenLinks bijna alle D66-moties gesteund. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren, is dat dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout vergaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken omdat GroenLinks vaker met de SP zou meestemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen, dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaal-liberale koers van Halsema eerder voort.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer een grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd voort uit wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is en de Europese crisis de aandacht al geruime tijd opeist, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag.

Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan – vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

vrijdag, 23 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Minister-president

In het menu, niet op voorpagina, crisis, europese unie, hebzucht, minister-president, puisant rijken, vs, angst, en meer.
De media overspoelen ons momenteel met berichten over de economische crisis. Landen die hun schulden met sprongen zien toenemen, in een recessie geraken, moeten bezuinigen, hun werkeloosheid zien stijgen en hun ratings zien dalen, waardoor de rente over hun schulden omhoog gaat. Voor u meneer Rutte een inmiddels vertrouwd riedeltje. De VS lossen dit probleem op door de geldpers open te zetten. Meer geld nodig? Dan drukken we toch meer geld. U en de Europese Unie zijn er nog (steeds) niet uit, maar neigen – aan de strenge hand van Duitsland – naar het disciplineren van de landelijke begrotingen. Niet meer geld, maar minder schulden. Onlangs meldde de Volkskrant dat de topmanagers van het Amerikaanse bedrijfsleven hun loon het afgelopen jaar met 36,5 procent zagen stijgen. Het moet u bekend zijn dat die mensen ook zonder die verhoging al miljoenen verdienen. Zoals altijd zal Europa niet achterblijven, uit angst zijn beste managers kwijt te raken aan de VS. Wat wij een crisis noemen is in feite niets anders dan een sluw geënsceneerde verschuiving van inkomen en bezit: de puissant rijken - gedreven door hebzucht - zijn bezig nog rijker te worden door de rest van de wereldbevolking te bestelen. Minister-president, slaap zacht!

donderdag, 22 december 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Dictator, profeet en technocraat

In recensie, crisis, dictator, euro, gedachte, griekenland, italië, macht, portemonnee, en meer.
1794

Het lijken mooie tijden voor technocraten momenteel. Waar het financiële stelsel kraakt, moeten zij de boel als oliemannetjes weer aan de gang helpen. Parlementen weten het niet meer en wenden zich tot kundige lieden, die normaalgesproken afstand bewaren tot de politieke smeer.

In het oude Rome deed men dat ook. Wanneer de situatie hopeloos leek, maakte de senaat de weg vrij voor een dictator, die tijdelijk een algehele volmacht kreeg om orde op zaken te stellen. Types als Lucius Quinctius Cincinnatus verjoegen dan de vijandige legers en keerden na gedane zaken terug naar hun boerderij. De senaat mocht dan weer op de winkel passen. De term ‘dictator’ is een beetje besmet geraakt sinds Julius Caesar zijn tijdelijke macht weigerde in te leveren, maar de gedachte is dezelfde gebleven: in opperste nood leg je je lot in handen van iemand die je vertrouwt om zijn competenties, en volg je ongezien zijn commando’s.

De technocraten die in Italië en Griekenland de euro moeten redden, zijn helemaal geen ingenieurs, maar bankiers, zij het van een ander type dat de crisis veroorzaakt heeft. Maar ‘bankier’ of ‘econoom’ klinkt niet vertrouwenwekkend genoeg om je portemonnee door te laten redden. ‘Technocraat’ heeft die lading kennelijk wel. Dat is curieus. Ik zie twee verklaringsgronden.

(...)
Lees verder in Dictator, profeet en technocraat (nog 442 woorden)

Theo Brand

Theo Brand

Laat CNV opgaan in een ontzuilde Nieuwe Vakbeweging

De crisis bij de FNV leidt tot nieuwe kansen. De ‘Nieuwe Vakbeweging’ is de werktitel van de beoogde vernieuwingsslag die oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma verder mag uitwerken. 2012 lijkt mij dan ook het jaar dat FNV, CNV en MHP (voor middelbaar en hoger personeel) hun hokjesgeest te boven moeten komen. Samen kunnen ze verder gaan als krachtige, postverzuilde vakbeweging: een veelkleurige paraplu voor allerhande kleine vakverenigingen voor uiteenlopende beroepsgroepen en bedrijfstakken.

Zelf ben ik meer dan tien jaar lid van het CNV. Ik werd lid in de tijd van good old Doekle Terpstra. En met overtuiging heb ik later enige tijd gewerkt bij CNV Vakcentrale. De toenemende spanning tussen vakbonden en vakcentrale is – zo heb ik ervaren - beslist niet voorbehouden aan de FNV. En ook binnen het CNV en MHP heeft zich de ontwikkeling voorgedaan van het ontstaan van ‘superbonden’, denk aan CNV Vakmensen, de christelijke evenknie van FNV Bondgenoten. Ook hier werd de afstand tussen de bond en - ironisch - de vakmensen groter. 

Het CNV sprak én spreekt mij aan omdat het christelijk sociaal gedachtegoed voor deze vakbeweging leidend is. Toen het CNV in 1909 werd opgericht stelde deze zich op tegen de klassenstrijd en voor het overlegmodel. Maar dat gold natuurlijk ook voor het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) dat samen met het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) in 1982 opging in de FNV. En van klassenstrijd is nu allang geen sprake meer. Het overlegmodel is zelfs de institutionele norm geworden in Nederland.   

En soms is het wel erg makkelijk om de redelijk zelve te willen zijn, terwijl FNV-onderhandelaars voor alle werknemers van een bedrijf (inclusief de CNV-leden) de hete kastanjes uit het vuur halen door wél met de vuist op tafel te slaan. Ik merk dat ik vooral trots ben op het CNV op die momenten dat ze óók een keer met de vuist op tafel slaan. En als het moet een staking niet uit de weg gaan. Je bent immers een vakbond of je bent het niet. Ik ben kortom een CNV-lid die staat voor gerechtigheid. Niet voor het in stand houden van een bepaald instituut.

CNV-voorzitter Jaap Smit beklemtoont herhaaldelijk dat het CNV vooral moet blijven bestaan en ondertussen houdt hij met een schuin oog in de gaten wat er bij de FNV gebeurt. Hij zou beslist meer karakter kunnen tonen door de vraag op tafel te leggen: waarom zouden we na ruim honderd jaar CNV ons bestaansrecht niet ter discussie durven stellen? Het gaat immers om werkgelegenheid, een gezonde arbeidsmarkt, goede en op maat gesneden belangenbehartiging, gerechtigheid en solidariteit?

Voordat Jaap Smit begon bij het CNV was hij voorzitter van Slachtofferhulp Nederland, een algemene organisatie die in 2002 – ver na het tijdperk van de verzuiling – het licht zag. Opkomen voor de belangen van slachtoffers kun je het beste doen vanuit een algemene organisatie, zo dacht Jaap Smit en zo denken we nu bijna allemaal. Daarbij kunnen individuele bestuurders en medewerkers natuurlijk allemaal hun eigen levensbeschouwelijke achtergrond en motivatie hebben. Mijn vraag aan de CNV-voorzitter: waarom zou dat niet gelden als je opkomt voor mensen die het slachtoffer zijn van bijvoorbeeld een ontslaggolf of een reorganisatie?

Het CNV zou het lef moeten hebben haar eigen bestaansrecht ter discussie te stellen. CNV-leden die zwaar hechten aan een aparte christelijke organisatie kunnen zich aansluiten bij het orthodox-christelijke Christennetwerk GMV, terwijl de grote groep idealistische en tegelijk meer pragmatisch ingestelde CNV-leden kunnen kiezen voor een specifieke vakvereniging die opkomt voor de belangen van hun eigen vakgebied of bedrijfstak. Uiteraard onder de grote en veelkleurige paraplu van de Nieuwe Vakbeweging.

In 1996 is het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) samen met het VNO opgegaan in VNO-NCW. Binnen de gefuseerde algemene werkgeversclub is nog steeds een speciale afdeling actief die zich bezig houdt met zingeving en christelijk-sociaal denken. Dat geldt trouwens ook voor de FNV, vanwege de NKV-roots. In die zin hoeft het CNV niet bang te zijn en kan ze juist een waardevolle protestantse inbreng hebben binnen een brede, ontzuilde vakbeweging die kleine vakverenigingen kan faciliteren om maatwerk te bieden aan specifieke beroepsgroepen of bedrijfstakken.

Of komt er straks bijvoorbeeld naast de algemene kappersbond met 2500 leden toch ook nog een christelijke met 700 leden? Natuurlijk moet dat kunnen in een vrij en democratisch land. Ik zou de laatste zijn die dat gaat verbieden. Maar persoonlijk zou ik zo’n ontwikkeling – ook als CNV-lid - een gemiste kans vinden.

Jaap Smit, wacht dus niet langer en laat het CNV – samen met FNV en MHP – meebouwen aan een inspirerende een veelkleurige vakbeweging van de 21ste eeuw.

Een bewerkte versie van dit betoog verscheen op 4 januari 2012 in dagblad Trouw.


zondag, 18 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Transitie

Het is een gewone houten tafel. Afhankelijk van het seizoen staat die in de tuin, de keuken, of zoals nu in de warme woonkamer. Er omheen 3 vrouwen; we kennen elkaar al lang en hebben veel gedeeld door de jaren heen. Op de tafel sterke koffie met opgeklopte hete melk en roomboterstaaf, zo passend bij december.

We vertellen elkaar de verhalen van het dagelijkse leven, stellen vragen en luisteren. Naar de klank, de stembuigingen, welke woorden ze gebruikt, naar de stiltes tussen de zinnen. Aan die keukentafel is het veilig en als we dat benoemen komt de gedachte op dat dit uitwisselen waarschijnlijk en hopelijk de 'hulpverlening van de toekomst' is.

Geen instituten, behandelplannen, computers en rapportages, maar aandacht als heling van de schrammen en blauwe plekken die we in het leven oplopen. Als ik naar huis rijdt realiseer ik me dat het rustig is in mijn hoofd; ik ben me bewust van een gevoel dat zich het beste laat omschrijven als geborgenheid.

 

De laatste weken was het druk. Niet alleen met de bezigheden voor mijn bedrijf, maar het is vooral zo druk in de wereld en dat dringt soms ook diep in mijn persoonlijk leven door. De media laten steeds weten wat er gaande is, waar dan ook en er is véél gaande. Ondanks dat ik de krant niet meer lees, het nieuws niet meer op de voet volg, voel ik wel de spanning die er heerst. Er zijn zoveel prikkels; over de financiële crisis, het nieuwe virus dat bij koeien en schapen is gevonden, de toename van de werkeloosheid; ik hoor de ongerustheid van mensen over 'hoe dit zal aflopen'. Er is geen sprake meer van Vadertje Staat die voor je zorgt en gaat u maar rustig slapen. We raken steeds meer onder moeders vleugels vandaan en zoeken onze eigen weg; als land, als Europese Unie, als mens of volk. Er staat zoveel ter discussie, er is zoveel onzeker, we worden op onszelf terug geworpen en zoeken naar antwoorden en naar beschutting.

Maar er is op dit moment weinig geborgenheid.

'Maybe it's the time of year, or maybe it's the time of men' zong Joni Mitchell in de sixties; ook een tijd van transitie, net als nu.

 

In mijn beleving zijn we als wereld in transitie. We zoeken naar stukjes grond onder onze voeten als houvast, een soort platform, een station. Want we zijn op doorreis, onderweg naar de volgende Tijd en leven in de Tussentijd. We zijn niet meer in het oude en ook nog niet in het nieuwe, whatever that may be. Dé overgang komt niet alleen voor in de levenscyclus van ieder mens; die hormoonverandering vindt ook plaats in de cycli van de Aarde en het Universum.

De uitdrukking 'in trance' zijn heeft er ook wel iets van; we zijn zeker in de ban van alle veranderingen en de onrust die dat met zich meebrengt. Maar het 'trans' in transitie duidt vooral op doorgang; naar een andere wereld, een andere tijd....of andere vorm.

Dat geeft gevoelens van kaalheid; het vertrouwde dat er niet meer is. Ik weet dat ik niet de enige ben die af en toe niet lekker slaapt en de heftigheid waarmee de verandering gepaard gaat, waarneemt.

 

Het is december, dus het is 'the time of year', maar zeker ook 'the time of men'. Daarom beveel ik je aan om een plaatsje te zoeken aan een keukentafel in een warme woonkamer, met dierbaren om mee te delen en te helen en lekkere koffie. Zorg dat je het goed hebt met jezelf tijdens de winterse weken. De Engelsen noemen dat 'spoil yourself', maar dan met echte warmte en nabijheid. Ik wens je veel momenten van geborgenheid.

 

Ineke M. Verdoner

 

Joni Mitchell: Woodstock..'and maybe it's the time of men'

Recept voor de meest verrrukkellijke chocoladetaart ever!

Weblog van Nanda Huneman van Wonderword over Transitie

zaterdag, 17 december 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

In politiek, architectuur, leiden, monumenten, wederopbouwarchitectuur, college, crisis, december, gemeente, en meer.

Voormalige MSG aan de Dieperpoellaan

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1164 uur (48,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,6 bericht per dag, 4,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5