vrijdag, 3 februari 2012

John Jorna

John Jorna

De Toekomst van GroenLinks

In column van de week, afghanistan, arbeid, agenten, cda, coalitie, d66, de volkskrant, eu, en meer.

TEGENPARTIJ OF GEDOOGPARTIJ OF
REGERINGSPARTIJ?

GroenLinks is een partij, die altijd een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid ten toon spreidt. Als we iets een goed idee vinden, stemmen we voor, zelfs als het afkomstig is van een partij, waarvan we de ideeën vaak verafschuwen. Als de huidige regering onze steun vraagt, dan bekijken we of we het ermee eens zijn, onderhandelen eventueel en proberen er iets uit te slepen, dat zoveel mogelijk overeenkomt met ons programma. Zo laten we vaak een kans voorbij gaan om deze regering ten val te brengen. Zonder onze steun zou er geen meerderheid voor de plannen zijn. Het gaat soms om zeer onpopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd of de politietrainingsmissie in Kunduz of kostbare maatregelen om de Euro overeind te houden. Van gedoogpartner PVV hoeft de regering bij deze onderwerpen geen steun te verwachten. Spottend spreekt de PVV dan van GroenLinks en D66 als gedoogpartijen. Naar partijen als D66, Partij van de Arbeid, CDA en VVD zendt GroenLinks een signaal uit van kijk naar ons. Wij zijn bereid om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Men beweert, dat het ook maar weinig gescheeld heeft of er was een andere coalitie gevormd en GroenLinks had daarvan deel uit gemaakt. Allerlei hervormingen zouden dan veel gemakkelijker zijn geweest. Op lokaal niveau laat GroenLinks maar al te vaak zien bereid te zijn tot compromissen en onpopulaire maatregelen. Kiezers belonen de partij voor de getoonde daadkracht. Maar op landelijk niveau heeft GroenLinks de naam van eeuwige oppositiepartij en is daardoor minder aantrekkelijk voor kiezers. Een stem op GroenLinks haalt toch niets uit. Die houding van de kiezers moeten we zien te doorbreken.

Binnen de partij wordt die houding maar al te vaak niet in dank aanvaard. Als je de kans krijgt deze uiterst rechtse regering ten val te brengen, dan grijp je die kans toch met twee handen! Als je de pensioenpremies niet nog hoger wilt laten worden en toch de pensioenen over veertig jaar veilig wilt stellen, dan is dat voor veel jongeren een prima zaak, maar de vijftigplussers, die de jaren beginnen te voelen, zijn er minder blij mee. Jonge partijleden hebben ook veel minder moeite met versoepeling van het ontslagrecht dan de vijftigplussers. Die weten, dat  voor hen de kans op een nieuwe baan zeer klein is. Het idee van GroenLinks, dat men een baan van de gemeente krijgt tegen het minimumloon ziet er weinig aantrekkelijk uit. Wat voor een baan? Maar GroenLinks is ook een partij, waar solidariteit tussen jong en oud vanzelfsprekend is. Net als de solidariteit met ontwikkelingslanden en met economisch zwakke EU-lidstaten.

Over Kunduz staan twee opvattingen tegenover elkaar. Blijkens de moties voor het aanstaande partijcongres zien velen in de politietrainingsmissie vooral een militaire missie. Gesuggereerd wordt, dat de politieagenten vaak als militairen worden ingezet. Er is een tijd geweest, dat Afghaanse agenten als goedkopere slechter uitgeruste surrogaatsoldaten werden misbruikt. Daarvan merk ik in de huidige berichtgeving niets meer. Nathalie Righton van de Volkskrant schreef maar al te vaak zeer cynisch en spottend over de missie, maar haar verhalen worden positiever. Toch weet iedereen, dat de kans op blijvend succes vooral na het vertrek van de NAVO troepen klein is. Maar hoe groot is de kans op succes bij het streven naar een politieke oplossing? Waarom zouden de Taliban überhaupt gaan onderhandelen? Ze hebben de tijd. Na 2014 grijpen ze naar de macht. Jammer voor de vrouwen en meisjes. Het is nog maar de vraag of westerse NGO’s onder een nieuw Taliban regime nog mogen blijven werken in Afghanistan zoals nu. Als we door onderhandelingen erin zouden slagen, dat NGO’s mogen blijven werken en de politietrainingsmissie kan worden voortgezet of zelfs verbreed, dan zou onderhandelen een succes zijn Anders is het streven naar een politieke oplossing  in feite het aan hun lot over laten van de Afghanen. Het succes van vredeswerkers elders blijkt dan geen garantie voor succes in de Afghaanse werkelijkheid.

Het moge duidelijk zijn geworden, dat stemmen over Kunduzmoties veel meer is dan een beslissing nemen over wel of niet de missie steunen. In feite gaat het om de partijstrategie. Het is te hopen, dat de 1500 congresgangers beseffen, dat het om meer gaat. Het gaat weer spannend worden.

Jaargang 4, Nr. 200.

vrijdag, 27 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

In divers, acties, afghanistan, beleid, cda, college, cultuur, d66, de volkskrant, en meer.

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

donderdag, 26 januari 2012

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Lichte daling ledenaantallen politieke partijen

In boeken, cda, cijfers, d66, de dieren, dieren, groenlinks, pvda, pvdd, en meer.
De Nederlandse politieke partijen verloren vorig jaar gezamenlijk 2,1% van hun leden. Dat blijkt uit cijfers (pdf) van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Vooral het CDA (-7%), SP (-4,6%) en GroenLinks (-3,5%) verloren, terwijl PvdD (+5,5%), D66 (+1,8%) en SGP (+1,3%) winst boekten. De nieuwe partij 50+ heeft nu 1321 leden. 

In totaal schreven meer dan 20.000 mensen zich (op)nieuw in als partijlid, terwijl van bijna 27.000 personen het lidmaatschap werd beëindigd. De grote drie partijen verloren het meest, maar ook de kleinere partijen gezamenlijk (inclusief SP) zagen vorig jaar meer leden gaan dan komen. In de voorafgaande jaren was juist een stijging te zien in het ledenaantal van de kleintjes

 

Een daling van het ledenaantal is overigens niet uitzonderlijk in een post-verkiezingsjaar. In het jaar 2007 verloren partijen bijvoorbeeld gemiddeld 2,6% van hun leden. Als we kijken naar het verloop van de ledenaantallen is er steeds een stijging in verkiezingsjaren en daarna een daling. In het verleden was die daling sterker dan de winst in verkiezingsjaren, maar vanaf de jaren 2000 weten partijen hun ledenaantallen gemiddeld genomen zelfs iets te vergroten. Lag het aantal leden na verkiezingsjaar 1998 nog op iets meer dan 300.000, na de vorige verkiezingen waren dat er bijna 320.000. De sterke daling van het aantal partijleden in de jaren 1980 en 1990 is gestopt; in de afgelopen 15 jaar is er sprake van een stabilisering van het aantal partijleden.

Er zijn wel grote verschillen tussen partijen. Als we kijken naar de laatste tien jaar zien we vooral bij het CDA een constante afname van het aantal leden. Alleen rond de verkiezingen van 2006 bleef het ledenaantal ongeveer stabiel. De PvdA wist tot 2007 een kleine ledenwinst te boeken, maar leverde die de afgelopen jaren weer (meer dan) in. De SP steeg aanvankelijk snel, met name in 2002 en 2003, maar ook de socialisten verliezen de laatste jaren. De VVD laat de laatste drie jaar juist weer enig herstel zien. Het succes onder Rutte zal hierbij ongetwijfeld een rol spelen. 



De SGP is qua ledenaantal momenteel de vijfde partij en laat een zeer constante (kleine) stijging zien. GroenLinks is net iets kleiner; vooral in de verkiezingsjaren 2002, 2006 en 2010 deed de partij het goed. D66 klimt sinds 2008 snel uit het dal en verdubbelde daarmee het ledenaantal ten opzichte van een aantal jaren geleden. De Partij voor de Dieren laat een zeer constante stijging zien en wist zelfs in het afgelopen post-verkiezingsjaar dus een mooie ledenstijging te laten zien.

woensdag, 25 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Nieuw kabinet

In het menu, niet op voorpagina, agnes kant, d66, femke halsema, groenlinks, nieuw kabinet, pvda, sp, en meer.
In april blaast Geert Wilders het kabinet op, omdat hij de voorgestelde bezuinigingen niet meer kan verantwoorden naar zijn slinkende achterban. Mede door de houding van de progressieve partijen rest demissionair minister-president Mark Rutte niets anders dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis verschaft de kiezer Nederland op 20 juni een linkse sociaal-liberale meerderheid. De PvdA slaagt erin met haar ‘realistisch alternatief’ de weggelopen kiezers terug te winnen en blijft met 30 zetels de SP nipt voor als grootste partij. De onderhandelingen tussen PvdA, SP, D66 en Groenlinks over een regeerakkoord verlopen moeizaam. Naast bekende geschillen over de ww en de aow-leeftijd vormt ook de vraag wie van de grootmachten PvdA en SP de minister-president levert een twistpunt. Het feit dat binnen de PvdA menigeen de voorkeur geeft aan Wouter Bos boven Job Cohen, maakt het er niet eenvoudiger op. Maar op 31 augustus staat het sociaal-liberale kabinet op het bordes. Trots presenteert Femke Halsema als eerste vrouwelijke minister-president van Nederland haar team van ministers, waaronder we Wouter Bos, Eberhard van der Laan, Lodewijk Asscher, Jan Marijnissen, Agnes Kant, Lousewies van der Laan, Alexander Pechthold en Andrée van Es ontwaren. Job Cohen wordt opnieuw burgemeester van Amsterdam.

zondag, 22 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Gaat de SP een Pyrrhusoverwinning tegemoet?

De SP staat ongekend hoog in de peilingen: 32 zetels. De kans is groot dat dit nog wel eens een Pyrrhusoverwinning wordt: dat ze als de grootste partij in de oppositie komt.

Historische precedenten

Het komt wel vaker voor: dat de grootste partij uit de regering wordt gehouden. zeker als de partij links is. De PvdA is maar acht keer de grootste partij van Nederland geweest (in 1952, 1956, 1971, 1972, 1977, 1982, 1994 en 1998). En in drie gevallen werd zij als grootste partij uit de regering gehouden (1971, 1977, 1982). Dat was in periodes van verregaande polarisatie, zoals we die nu ook kennen. Het zou nog wel eens kunnen gebeuren dat het kabinet-Roemer een illusie blijft zoals het tweede kabinet-Den Uyl eerder. Als de SP de grootste partij is, hoeft het dus niet zo te zijn dat ze in de regering komt: in 2006 was de SP de derde partij van Nederland met 26 zetels en bleef ze ook in de oppositie.

Het politieke landschap

Om een inschatting te maken van het verloop van de formatie hebben we een beeld nodig van het politieke landschap. Ik denk dat je het huidige politiek landschap het beste kan begrijpen aan de  hand van twee tegenstellingen: de links/rechts-tegenstelling en de pro/anti-Europa tegenstelling. De eerste betreft klassieke herverdelingsvragen (voor tegen hypotheekrenteaftrek) en vraagstukken rond immigratie en integratie. De tweede betreft vraagstukken rond Europese integratie en rond hervorming van de verzorgingsstaat (wel of niet verhogen AOW-leeftijd).

Je kan dan vier kwadranten onderscheiden (met zetelaantallen uit de recente De Hond-peiling waarin de SP de grootste is):

  • Euroskeptisch links (43 zetels): dit bestaat uit de SP met 32 zetels en drie kleinere partijen (CU, 6; PvdD 3; en 50+ 2);
  • Hervormingsgezind links (42 zetels): dit bestaat uit de PvdA (17 zetels), D66 (16 zetels) en GroenLinks (9 zetels);
  • Hervormingsgezind rechts (42 zetels): VVD met 30 zetels en het CDA met 12 zetels;
  • Euroskeptisch rechts (23 zetels): PVV met 20 zetels en de SGP met 3 zetels.

Er is dus een heldere linkse meerderheid van partijen, die tegen de bezuinigingen van dit kabinet zijn en tegen het harde anti-immigratieverhaal. Maar evenzozeer is er een meerderheid van partijen die voor een rol van Europa is bij het oplossen van de crisis is en voor hervormingen gericht op een langetermijnbalans van de begroting.

Over links

Het meest simpele kabinet dat we zouden kunnen vormen zou bestaan uit linkse partijen. De kern zou bestaan uit SP, PvdA en GL (56 zetels), aangevuld met D66 en CU. Dat zou een meerderheid van 78 zetels hebben. Je zou CU kunnen ruilen voor het nieuwe CDA, voor een iets ruimere meerderheid. Het grote probleem is dat deze coalitie sterk verdeeld zou zijn over sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. De partij die in de laatste jaren zich heeft ontwikkeld als de grootste voorstander hiervan (D66) zou in een kabinet komen met de grootste tegenstander hiervan (SP).  De cruciale vraag is of de SP van haar Euroskeptische koers zou willen afstappen. De ChristenUnie heeft toen ze in het kabinet-Balkenende IV zat haar Euroskeptische geluid ook gematigd: maar dat was toen om als juniorpartner aan de regeringstafel te mogen zitten. Daarnaast zou het lastig zijn voor D66 om in zo’n kabinet haar relatief rechtse economisch programma te realiseren. De mededeling van Roemer dat hij best wil samen werken met de VVD is dus niet de meest interessante: hij zal geen compromissen hoeven te sluitenover de links/rechts dimensie, als de peilingen zo aanhouden. De fundamentele vraag is of de SP kan samenwerken met een pro-Europese, hervormingspartij als de D66.

Je zou je dus kunnen voorstellen dat we doorgaan met een gedoogconstructie. Een kabinet van D66/GL/PvdA gedoogd door de SP en de CU waar het gaat om haar sociaal-economische programma maar dat voor haar Europees beleid afspraken maakt met VVD en CDA. Dit is een theoretische mogelijkheid waarbij de grootste partij en winnaar van de verkiezingen een vrij marginale positie kiest. Maar misschien voor haar niet de slechtste keuze. De PVV laat zien dat juist de rol van gedoger voor een partij met extreme standpunten, gunstig kan zijn.*

Het radicale midden

Het is paradoxaal: als de economische crisis aanhoudt, zal de SP hier electoraal garen bij spinnen. Maar de realiteit van de crisis zal de SP juist uit het kabinet houden. De enige oplossing voor de crisis ligt, in elk geval in de ogen van een meerderheid, in sociaal-economische hervormingen en Europese integratie. We hebben meer Europese solidariteit nodig om de crisis te bezweren. En we moeten, zeker op de middellange termijn, door hervormingen van de sociale zekerheid, de begroting op orde krijgen.

Als de SP zich blijft verzetten tegen Europese integratie en sociaal-economische hervormingen, plaatst ze zichzelf buiten de politieke realiteit. Dan zou een kabinet van partijen die zich wel in die politieke realiteit plaatsen, de hervormingsgezinde meerderheid, een logisch alternatief kunnen zijn: VVD/PvdA/D66/CDA/GL samen goed voor 84 zetels. Natuurlijk is een onmogelijk kabinet omdat het zich open stelt voor aanvallen van de populistische rechter- en de linkerflank.

Roti met tomaat

Het wordt dus nog knap lastig om een kabinet te vormen. Misschien dat lokale oplossingen ons inspiratie kunnen geven: in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Leiden werkt SP samen met de VVD en het CDA, aangevuld door D66 in Zuid-Holland en Leiden. Zo’n Roti-met-tomaat-variant zou rekenkundig mogelijk zijn: 88 zetels. Maar politiek zal het nog lastig worden voor de SP, D66 en de VVD om het eens te worden over economisch hervormingsprogramma. De SP kon zich in deze lokale anti-PvdA-besturen wringen omdat er relatief weinig herverdelings- en hervormingsvraagstukken zijn in het provinciale en het gemeentelijke bestuur. De partij kon zo mooi laten zien dat de ze regeringsverantwoordelijkheid aan kan en compromissen kan sluiten. De vraag is of de SP zich een even flexibele houding kan aanmeten op het landelijk niveau.

* De ironie is dat je zo’n kabinet zou moeten laten leiden door iemand uit de linkerhoek die boven de partijen staat: iemand van het statuur-Cohen laten we zeggen voordat hij lijsttrekker van de PvdA werd.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Initiatiefwet Mooi Nederland van PvdA, GroenLinks en D66, met Mooie Windparken

In duurzaam, guldenlijn, politiek, d66, groenlinks, landschap, mooi nederland, oba, pvda, en meer.
De progressieve partijen komen met een initiatiefwet om de Natuur te beschermen.  En ze noemen de wet “Mooi Nederland.  As maandag is er een symposium over in de Tweede Kamer.  In een Mooi Nederland gaan de komende jaren ook vele … Lees verder

John Swelsen

John Swelsen

Hyves Linkedin Twitter

Waar zit de ruimte in het Lenteakkoord?

GroenLinks-voorzitter Joop Ouborg heeft de collegepartijen opgeroepen om de uitgangspunten van het collegeakkoord van SP, VVD, GroenLinks en D66 nader te bediscussieren. Het gaat dan met name om de financiële afspraken. De vraag is waar liggen de mogelijkheden?

De financiële spelregels van het Lenteakkoord zijn voor een groot deel in beton gegoten doordat geld van de Rijksoverheid voor specifieke doelen is bestemd. Geld dat is gelabeld en bijvoorbeeld voor uitkeringen is bedoeld mag niet worden gebruikt om stoeptegels te leggen. Verder sluit ik uit dat het tekort op de begroting verder kan oplopen, dat zou de gemeente Arnhem ernstig in de problemen kunnen brengen. Als die elementen uit het akkoord worden gefilterd blijven er een drietal afspraken over waar de discussie zich dan op zou kunnen toespitsen.

Drie afspraken
Ten eerste de gemeentelijke belastingen, de onroerend zaak belasting en rioolheffing. In het akkoord staat dat deze niet meer dan de gemiddelde prijsstijging in Nederland mogen stijgen. Het college heeft de Arnhemse burger voorgehouden dat men wil voorkomen dat deze meer aan de gemeente gaat betalen.
Een tweede afspraak is dat wethouders hun eigen begroting op orde hebben. Hogere kosten of tegenvallende uitgaven moeten binnen de eigen begroting worden opgelost.
Tenslotte worden financiële meevallers in principe niet gebruikt voor nieuwe uitgaven maar om tegenvallers op te lossen of te reserveren voor toekomstige tegenvallers.

De laatste voorwaarde is naar mijn inschatting het minst explosief, maar helaas ook het minst voor de hand liggend. De verwachting is dat op allerlei deelterreinen de kosten zullen oplopen en er mogelijk eerder met tegenvallers dan op meevallers gerekend moet worden.
De eerste twee mogelijkheden doornemend rijst de vraag of de VVD en de strenge rekenmeester Leisink (wethouder Financiën, D66) hier veel voor voelen. Indien GroenLinks en SP echter hun sociale gezicht willen redden is het wel noodzakelijk om ergens rek te vinden in de begroting. Het bezuinigingspakket van 25 miljoen, waarvan twee miljoen ten koste van armoedebeleid, is met veel pijn en moeite tot stand gekomen.
Het zal derhalve creativiteit en durf vragen om middelen vrij te maken voor sociaal beleid. Daarbij bestaat natuurlijk ook de mogelijkheid om steun te zoeken bij de oppositie, waarbij naast PvdA, CDA en ChristenUnie ook de lokale fracties blijk hebben gegeven van een sociale inborst. Het liberale blok van VVD en D66 is in de Arnhemse gemeenteraad in de minderheid.

De tweede helft
De tweede helft van de collegeperiode gaat over een paar maanden in. Dan zijn de verkiezingen van 2014 dichterbij dan de datum van het akkoord. De ervaring leert dat dit altijd zijn weerslag heeft op coalities. Partijen willen met een positief verhaal naar de kiezer.
Het wachten is nu op de reactie van de andere partijen.

Geschreven voor ArnhemDichtbij

woensdag, 18 januari 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

is het al 2013?

In algemeen, 2012, 2013?, central park, echr, kerst, new york city, oudejaarsavond, publiceren, en meer.

Jezus, het is bijna 22 januari en dan heb ik een maand niet geblogd. Nu is het bijhouden van dit weblog niet mijn raison d’être, maar ik kan niet ontkennen dat een licht knagend schuldgevoel zich van mij meester begint te maken.

vlakbij het WTC

Ik heb uiteraard niet een maand ondergedoken gezeten. Zo was er de laatste gemeenteraadsvergadering die 18 dagdelen ofzo duurde; er was kerst die zowel in Limburg als in Bussum gevierd werd; er waren twee hoofdstukken van mijn proefschrift die vóór 1 januari ingeleverd moesten worden (gelukt!); er was een vakantie in New York waar ik met M een auto huurde, in Central Park rondliep, mijn oude universiteit bezocht, oudejaarsavond in Brooklyn vierde en belachelijk veel films heb gekeken; er waren een paar initiatiefvoorstellen met D66 en VVD die wel ok waren; en nu is er een noot die geschreven moet worden over een uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens - mijn eerste publicatie, hoezee!

Ondertussen kabbelt het gemeenteraadswerk een beetje voort. Ik heb nog wat initiatiefvoorstellen in de pijpleiding zitten, maar ik twijfel over het indienen: ze gaan niet echt over de grote dingen des levens. Een beetje cultuureducatie hier, een beetje sporten daar, iets leuks met ouderen en dieren: het zet niet echt zoden aan de dijk, het zet Amsterdam niet op z’n kop, het verandert de status quo niet. Wat is dan het nut van indienen? Zeker nu er op ambtenaren wordt bezuinigd moeten wij gemeenteraadsleden misschien ook eens leren diezelfde ambtenaren niet urenlang bezig te houden met nutteloze schriftelijke vragen of particuliere hobbies – of die nu van linker- of rechterzijde komen.

Ik zoek dus nog even door naar het antwoord op de grote vraag. Ik ga ‘m dit jaar heus wel vinden, maar tot die tijd wens ik u een goed uiteinde van de maand januari en een heel gezellige en gezonde februari.


dinsdag, 17 januari 2012

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

Definitief einde van D66 als partij voor goed Openbaar Vervoer?

Afgelopen week maakte de Leidse VVD fractievoorzitter Paul Laudy bekend dat hij het wel ziet zitten om de gereserveerde gelden voor Openbaar Vervoer in Leiden te gaan besteden aan het asfalt van de Ringweg Oost. Niet heel verbazingwekkend omdat de Leidse VVD al jaren is verwikkeld in een wedstrijdje asfalt-verplassen met het CDA. GroenLinks vindt [...]

zaterdag, 14 januari 2012

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Stap vooruit in het Vughtse accommodatiebeleid

Het college lichtte donderdagavond haar plannen voor het Vughtse accommodatiebeleid toe. Drie alternatieven: allen zonder Schoonveld en met De Speeldoos. Een stap vooruit in dit slepende dossier, maar toch diende zich vrijdag een nieuwe verrassing aan…

Het dossier accommodatiebeleid is zo complex, dat een echt besluit al jaren vooruit wordt geschoven. Dat komt grotendeels door onenigheid in de gemeenteraad zelf. Als de ene coalitie quick wins benoemde en gebouwen wilde gaan sluiten, werden deze gebouwen zodra ze bijna leeg zijn weer geopend door de volgende coalitie. Binnen vier jaar een besluit nemen én volledig uitgevoerd hebben lukt niet en eerdere besluiten worden vaak herroepen. Maar dat Vughte te veel sociaal-culturele accommodaties heeft én dat deze veroudert zijn, dat erkennen alle partijen.

Dus ook deze coalitie van GB, VVD en D66 heeft het accommodatiebeleid weer voortvarend ter hand genomen. Deze voortvarendheid leidt na bijna twee jaar tot een studie met locaties en plannen voor verdere uitwerking. En het belangrijkste is dat hierbij een van de afspraken uit het coalitieakkoord niet nageleefd wordt: Zaal Schoonveld als jongerencentrum. Een speerpunt voor Gemeentebelangen (GB) in de laatste jaren, waar elke discussie over accommodaties weer op werd teruggekomen. Maar eindelijk lijkt dit ook voor GB een gepasseerd station. Dat is echte winst! Want dat de kosten om Schoonveld aan te passen te hoog zijn wordt al jaren geroepen, maar nu dringt het door en kunnen we verder kijken.

De plannen die het college afgelopen donderdag aan de raad heeft toegelicht, vielen bij alle fracties goed. Ook dat is al een stap vooruit. Maar dat komt mijn inziens vooral door de heldere keuze om afscheid te nemen van Schoonveld. Een keuze die in het verleden vaker is gemaakt én is teruggedraaid! En met alle argumenten en onderbouwingen zijn er dan twee echte alternatieven: 1. De Speeldoos, Rozenoord en het Vlierthonk en 2. De Speeldoos, Rozenoord en Elzenburg. Het alternatief met alleen De Speeldoos en Rozenoord heeft verschillende nadelen – onder andere krap – waardoor deze eigenlijk direct kan worden afgeschreven…

Althans… dat was de situatie op donderdagavond. En tevreden keerde alle fracties huiswaarts om in eigen kring de plannen nog nader te bespreken voor de commissie van begin februari. Maar toen kwam opeens het bericht dat Woonwijze en het MIK een eigen muziekschool in Vught-Zuid willen gaan bouwen. Als eerste dacht ik aan de overeenkomsten met vier jaar terug met de plotselinge plannen met de Petruskerk. Ook toen had het college net plannen gepresenteerd voor het accommodatiebeleid en doorkruisde een ander initiatief deze plannen. Want alle ruimte die het MIK nodig heeft voor haar creatieve muziek-, dans- en cultuureducatie zat in de accommodatieplannen van de gemeente. Daarin zit immers het idee om alle sociaal-culturele gebouwen te centreren in het centrum en in de wijken kleinere ontmoetingsplekken de creëren.

Wat de gevolgen van de plannen van Woonwijze en het MIK zijn kan ik nu nog niet overzien, maar het legt wel een beslag op de gepresenteerde plannen. Het college zal tijdens de commissie van februari moeten toelichten in hoeverre de gepresenteerde ideeën hiermee achterhaalt zijn. Maar als de voltallige gemeenteraad in ieder uitspreekt dat het niet meer Zaal Schoonveld zal worden, dan beschouw ik dit nog steeds als een stap voorwaarts!

woensdag, 11 januari 2012

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Een nieuwe raadzaal naast het stadhuis

Deze week zijn raadsleden voor maar liefst drie ceremonies uitgenodigd: de nieuwjaarsreceptie in het stadhuis, de officiële opening van het stadhuis en de eerste raadsvergadering in de nieuwe raadzaal.

In zijn nieuwjaarstoespraak memoreerde onze burgemeester dat op 9 november 2006 de Raad “unaniem de voorkeur” uitsprak dat men weer wilde gaan vergaderen in het stadhuis. Die stelligheid zou ik niet voor mijn rekening durven nemen.

De bewuste raadsvergadering markeerde wel het enige, maar meteen ook het laatste moment waarbij de zes fracties allemaal uitspraken niet tégen terugkeer van de raad naar het stadhuis te zijn. VVD, CDA en SP met stelligheid (zo snel mogelijk terug); GroenLinks, PvdA en D66 met een slag om de arm (op voorwaarden).

Wat echter telt zijn niet in raadsvergaderingen uitgesproken voorkeuren van fracties, maar besluiten die formeel en in meerderheid genomen worden. En natuurlijk het geld dat daarbij beschikbaar gesteld wordt. Het ging toen, in 2006, bovendien alleen over terugkeer naar het stadhuis zelf; nieuwbouw was nog helemaal niet aan de orde.

Het besluit om voor de raadsvergaderingen toch niet terug te keren naar het (oude) stadhuis, maar een nieuwe raadzaal te bouwen werd pas eind 2009, begin 2010 genomen. Van unanimiteit binnen de raad was toen geen sprake. De renovatie van het stadhuis was nodig en gewenst, maar het plan om daarbij een nieuwe raadzaal te bouwen vonden we geen goed idee. GroenLinks en SP dienden vergeefs een motie in om af te zien van nieuwbouw en bijvoorbeeld theater en raadzaal te combineren. Een amendement om het budget te verlagen haalde het ook niet. Voor de 50 à 60.000 euro die de nieuwbouw jaarlijks aan kapitaallasten zou gaan kosten konden we een nuttiger bestemming bedenken ; daarom was de GroenLinksfractie vorig jaar ook niet aanwezig bij het slaan van de eerste paal voor de nieuwe raadzaal.

Nu is de raadzaal een feit en wordt morgen in gebruik genomen. De gemeenteraad keert niet terug naar het stadhuis, maar trekt in een nieuw pand dat er tegenaan is gebouwd. Het stadhuis is mooi geworden en de nieuwe raadzaal zal ongetwijfeld aan de eisen die we eraan stellen voldoen. De tijd zal leren of de sfeervolle historische omgeving bijdraagt aan een goed debat en betere besluiten. In elk geval zal de raadzaal het hart van de democratie in Culemborg worden; de plek waar volksvertegenwoordigers in openbaarheid wikken, wegen en besluiten.

Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


Het menu: Cohens brug

PvdA-leider Job Cohen bouwt een brug tussen hoog- en laagopgeleiden. De PvdA wil zowel de academica als de vrachtwagenchauffeur aan zich binden. Cohens roep om solidariteit lijkt uit de tijd. Het primaat ligt bij het individu. We hebben weliswaar intensief contact met familie en vrienden: de eigen kring. Maar zij die daar niet bij horen vallen af. De maatschappij wordt harder. Vreemd genoeg heeft de PvdA hier zelf aan bijgedragen. In de jaren negentig regeerden de sociaal democraten, met PvdA premier Wim Kok, samen met de VVD en D66. Het beleid van deze paarse kabinetten (1994-2002) draaide om werk, privatisering en economische groei. De menselijke maat verdween sluipenderwijs. Cohen probeert het tij te keren. Dat is prima, want de politiek moet voor samenhang zorgen. Maar mensen lijken het delen met anderen buiten de eigen kring te hebben verleerd. Stemmentrekkers Emile Roemer (SP) en Geert Wilders (PVV) hebben dat beter door: zij mobiliseren de ‘eigen groep’. Dit voedt de gevaarlijke polarisatie tussen burgers. Hopelijk beseft iedereen dat wij samen moeten leven. Zij die anderen de rug toekeren, creëren hun eigen tegenstanders. In zo’n samenleving wil ik niet wonen. Cohen begrijpt dat. Hij bouwt de brug die ik over wil.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

zaterdag, 31 december 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Sociaal ondernemen moet worden beloond

In raad, sociaal inkopen en aanbesteden, social return, sociale werkvoorziening, actualiteit, arbeidsmarkt, beleid, beperking, cda, en meer.

Nog niet over geblogd, maar zeker het vermelden waard, is dat in november ons Initiatiefvoorstel Sociaal inkopen en aanbesteden unaniem door de gemeenteraad is aangenomen.

Er gaat enorm veel veranderen in de nieuwe Wet Werken naar Vermogen. Er is flink minder geld beschikbaar en we worden geconfronteerd met een afname van het aantal beschermde werkplekken. Dat betekent een forse aanslag op de mogelijkheden van mensen die het toch al moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. Zij moeten, idealiter, zoveel mogelijk een ‘gewoon’ dienstverband krijgen. De huidige regering verzuimt echter om werkgevers te prikkelen om deze mensen in dienst te nemen. Daarom moet de gemeente naar oplossingen zoeken. Immers de gemeente, Culemborg is, straks nog meer dan nu, financieel verantwoordelijk voor deze groep.

De gemeente heeft zeker eigen mogelijkheden om de kansen op werk van Culemborgers in een achterstandspositie te vergroten. Zo koopt de gemeente zelf veel in en moet grote opdrachten aanbesteden. Waar het initiatiefvoorstel op neerkomt is dat de gemeente voorrang moet gaan geven aan bedrijven die zich sociaal gedragen. Concreet gaat het om bedrijven die een kans bieden aan mensen die moeilijk aan werk kunnen komen: mensen met een lichamelijke of psychische beperking, weinig opleiding of langdurig werklozen. In het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente moet het sociale aspect daarom een van de gunningscriteria worden.

Een van de manieren om bezwaren te overkomen en dit nieuwe beleid soepel te laten verlopen zou het instellen van een Fonds Social Return kunnen zijn. Opdrachtnemers of leveranciers zijn dan verplicht een percentage van de aanneemsom in dat fonds te stoppen. Zij kunnen het gestorte geld weer terugverdienen door het bieden van arbeids-, stage- of leerwerkplekken.

De indieners, GroenLinks, PvdA en CU,  hadden snel en slagvaardig willen handelen. Al in 2012 het onderzoek naar de haalbaarheid van sociaal inkopen en aanbesteden en het fonds willen afronden. En zo mogelijk komend jaar nog het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid willen vaststellen. De coalitie dacht daar jammer genoeg anders over. Blijkbaar heeft de coalitie geen haast als het gaat om een zaak die kwetsbare mensen aangaat.

De wethouder vertelde dat hij in de regio aan het werk is om de diverse aanbestedingsregels van gemeenten gelijk te trekken. Dat lijkt een stap in de goede richting. De raad was daar nog niet eerder over geïnformeerd. De wethouder voorspelde echter ook dat het Culemborgse inkoop- en aanbestedingsbeleid hetzelfde zou blijven of slechts marginaal zou afwijken.

Wat GroenLinks betreft zou het initiatiefvoorstel juist daarom een stevige steun in de rug zijn en de onderhandelingspositie van de wethouder in de regio versterken. Immers, ook de Tielse gemeenteraad heeft een GroenLinks- initiatiefvoorstel sociaal inkopen en aanbesteden aangenomen. Gelukkig sprak de wethouder zelf ook uit dat het voorstel zijn beleid ondersteunde.

Het debat in de raad ging, jammer genoeg, niet of nauwelijks over de inhoud. VVD, CDA, d66 en SP spraken vooral over de procedures: of de wethouder voor de voeten gelopen werd; of het niet beter was af te wachten; wanneer de raad weer “in stelling” zou zijn; of het initiatiefvoorstel niet eigenlijk ‘motie’ genoemd moest worden.

Wat dat laatste betreft: nou nee. Een motie nodigt het college uit om iets te doen en is veel vrijblijvender. Een aangenomen initiatiefvoorstel dwingt het college aan het werk te gaan. In veel gemeenten is sociaal inkopen en aanbesteden al lang ingevoerd. Dat Culemborg er daadwerkelijk mee aan de slag gaat en met resultaten komt is, gezien de actualiteit, hard nodig.

Vincent Koerse

Vincent Koerse

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Gelukkig 2012!

2011 was het jaar van de bestuurscrisis in Waterland waarin de burgemeester door VVD, PvdA, Waterland Natuurlijk! en D66 naar huis werd gestuurd. GroenLinks was het niet eens met dit besluit omdat wij vinden dat een burgemeester een onderzoek naar de integriteit van raadsleden moet kunnen instellen zonder meteen zelf het veld te moeten ruimen. Maar de meerderheid beslist.

lees verder

woensdag, 28 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Electorale winnaars en verliezers 2011

Het politieke landschap wordt vaak beschreven in termen van winnaars en verliezers. Peilingen spelen daarin een centrale rol: al hun problemen ten spijt, de onderzoeken van Maurice de Hond en Synovate geven een indicatie van de populariteit van politieke partijen. Deze trends spelen vervolgens een belangrijke rol in de perceptie van het succes van de partijen. De kritiek op Cohen zou waarschijnlijk wegebben als de peilingen voor de PvdA wél gunstig zouden zijn, terwijl Roemers positieve imago natuurlijk wordt geholpen door de goede score van de SP in de peilingen.

Wie waren nu eigenlijk de winnaars en verliezers in 2011? Een vergelijking van de peilingen van eind dit jaar met die van eind 2010.

Winnaars
De SP is ongetwijfeld de grootste winnaar van 2011. Volgens het 'Pooling of polls' model dat de cijfers van Synovate en Maurice de Hond/Peil.nl combineert, kreeg de SP eind 2010 nog maar 16 zetels in de peilingen, terwijl de partij nu op 23 staat. Opvallend is wel dat De Hond veel meer zetels toekent aan de SP (28 zetels) dan de Politieke Barometer van Synovate (18 zetels). Zoals meestal het geval is, zijn de trends in de peilingen van De Hond veel sterker de zien dan in die van Synovate. Hoe het ook zij: in beide peilingen wint de SP.

D66 is de tweede winnaar van 2011. De partij stond eind 2010 al op winst in vergelijking met de Tweede Kamerverkiezingen van juni in dat jaar (13 zetels, +3), maar ze wist deze winst dit jaar te vergroten (nu tussen de 15 en 18 zetels, waarschijnlijk 16). Ook D66 doet het beter bij de peilingen van Maurice De Hond/Peil.nl dan in die van Synovate, maar wederom geldt: bij beide peilingbureaus is er sprake van een toename.

De derde winnaar, de Partij voor de Dieren, wint alleen bij Synovate: van 2 zetels in 2010 naar 3 zetels eind dit jaar. Die winst pakte de partij overigens al begin dit jaar, in de periode dat het Kunduz-besluit en de verkiezingen voor de Provinciale Staten speelden. Daarna bleef de partij redelijk stabiel.
Peilingen voor de vijf grootste partijen
De figuur geeft de verwachte percentages voor elke partij met 95% Bayesiaans betrouwbaarheidsinterval, tijdens de verkiezingen (meest lichte balk), een jaar geleden (middelste balk) en op basis van de meest recente gegevens (meest donkere balk). Onder de figuur staan de bijbehorende zetelaantallen; in het zwart staat de meeste waarschijnlijke verwachting, in het grijs staan de hoogste en laagste verwachting (95% vertrouwen). De sterretjes geven aan dat het verschil tussen de meest recente peiling en de betreffende balk statistisch significant is.
Verliezers
Grootste verliezer in 2011 is het CDA, dat van 17 naar 13 zetels zakt in het 'Pooling the polls' model. De afname geldt voor zowel Synovate als Maurice de Hond. De partij verloor vooral na de Provinciale Statenverkiezingen en opnieuw na de Algemene Beschouwingen in september. De terugval is momenteel gestopt, maar 13 zetels blijft een angstwekkend laag getal voor de partij die in 2006 nog de premier mocht leveren.

Voor GroenLinks was 2011 een slecht jaar. Rondom de militaire civiele missie naar Kunduz verloor de partij sterk. Daarna herstelde GroenLinks licht, maar door de affaire-Peters ging het opnieuw mis. Pas in de laatste paar maanden herstelde de partij enigszins en staat ze nu op 8 zetels, nog altijd 3 minder dan vorig jaar.

De VVD stond eind 2010 nog op 36 zetels, maar moet er nu 3 inleveren. Dat zou nog steeds een verbetering betekenen ten opzichte van het verkiezingsresultaat in juni 2010, maar de senior regeringspartij verliest toch iets van haar glans. Hoewel de goedlachse premier zich nog relatief gemakkelijk door lastige dossiers weet te worstelen, moest de Tweede Kamerfractie toch een aantal gevoelige klappen incasseren (bijv. weigerambtenaren, 130 km/u toch niet meteen overal). Het verlies is overigens niet dramatisch: eind 2010 stond de partij op een hoogtepunt, ze zakte het afgelopen jaar slechts een klein beetje weg. 

Peilingen voor de kleinere partijen
Zie toelichting bij vorige figuur

Stabiel
De PVV was in het afgelopen jaar, afgaande op de peilingen, electoraal stabiel. Ze had 25 zetels en houdt die. Dat is een kleine, niet-significante, verbetering ten opzichte van de laatste verkiezingen. Het gaat dus absoluut niet slecht met de PVV, maar veel vooruitgang zit er ook niet in. In het voorjaar zakte de partij zelfs een beetje weg, maar ze herstelde dat snel.

De PvdA verloor in 2010 snel terrein, maar wist in 2011 te stabiliseren rond de 21 zetels. Ze wist te 'pieken' rondom de Provinciale Statenverkiezingen, waardoor de sociaal-democraten nu de op een na grootste fractie in de Senaat vormen. Negen zetels verlies ten opzichte van de Tweede Kamer blijft echter een magere score.

De kleine Christelijke partijen en 50+ blijven stabiel op 5 zetels voor de ChristenUnie, 2 voor de SGP en één voor 50+.

Conclusie
De winnaars van 2011 zitten allemaal in de oppositie: SP, D66 en PvdD. De gedoogcoalitie als geheel zakt dan ook weg in 2011 en staat nu op 46% van de stemmen, ten opzichte van ruim 51% eind 2010. Gezien de omvangrijke bezuinigingen die het kabinet wil doorvoeren is dat verlies niet overigens niet bijzonder groot. Na de presentatie van de begroting verloor de coalitie echter redelijk stevig. Het komende jaar, met nog meer bezuinigingen en waarschijnlijk nog een grote portie Eurocrisis, zal daarom ook in electorale termen bijzonder boeiend worden.

Meer cijfers zijn te vinden op peiling.tomlouwerse.nl

dinsdag, 27 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

zaterdag, 24 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Raadsvergadering: geen referendum over de IJzeren Man

Vorige maand gaf de raad het college de opdracht een ondernemer te zoeken voor de exploitatie van de IJzeren Man. Nu stelde de SP voor om het resultaat van deze zoektocht aan de Vughtse bevolking voor te leggen in een referendum. Een zeer interessante gedachte, maar helaas zonder steun in de raad.

De IJzeren Man is terecht een onderwerp dat vele Vughtenaren aan het hart gaat. Wat dat betreft lijkt het dan ook een ideaal onderwerp voor een referendum. Maar bij een referendum hoort ook een goede vraag. Een vraag waarbij het ongecompliceerde antwoord helder is. En dat botst met het eerdere raadsbesluit van vorige maand. Zoals ik eerder schreef stuurde een meerderheid van de raad het college op pad met een flinke boodschappenlijst. Daarmee is het kader gegeven en de interessantste vraag al democratisch beantwoord.

Volgens het raadsbesluit en bijbehorende motie – waar PvdA-GroenLinks en de SP tegen stemden – werd besloten dat het college op pad moest om een ondernemer te vinden om de IJzeren Man te exploiteren volgens de voorwaarden van de raad. In 2009 had de raad echter al heldere voorwaarden gesteld voor exploitatie en daarmee was dit besluit overbodig. Ik heb meermaals gesteld dat het college dit besluit moet uitvoeren in plaats van proberen te verruimen. VVD, GB, D66 en CDA dachten daar helaas anders over. Het college moet op pad en terugkomen met een Service Level Agreement (SLA) met een ondernemer. Zeg maar simpelweg een uitgewerkt contract met afspraken en voorwaarden voor de exploitatie.

In het voorstel van de SP wordt dit SLA voorgelegd aan de bevolking in een referendum. Een ja of nee tegen een pakket van afspraken. Maar interessanter was geweest om de vraag voor te leggen of de IJzeren Man überhaupt door derden geëxploiteerd mag worden. Of anders of de IJzeren Man een jaarlijkse bijdrage van de gemeente mag kosten. Dat zijn vragen die ik wel aan de bevolking had willen voorleggen, maar juist daarover heeft de gemeenteraad vorige maand een besluit genomen. Een besluit dat ik niet steun, maar wat wel door een democratische meerderheid wordt gesteund.

Alle andere fracties gaven in de commissie al direct aan dat ze het SP-voorstel niet zouden steunen. CDA en VVD beriepen zich daarbij zelfs op een principieel anti-referendum standpunt – wij zijn immers gekozen als vertegenwoordigers – maar vier jaar geleden heeft de voltallige gemeenteraad, dus ook het CDA en de VVD, ingestemd met een referendumverordening. PvdA-GroenLinks wilde vooral meer informatie hebben en met elkaar bediscussiëren wat de voor- en nadelen zijn. Deze discussie was meer een gesprek tussen de SP en PvdA-GroenLinks, omdat alle andere fracties al geoordeeld hadden.

Dat er geen referendum ging komen was dus al duidelijk. Tijdens de raadsvergadering heb ik nog geprobeerd om een alternatief te toetsen om de bevolking te betrekken bij de resultaten van de zoektocht van het college: een kwalitatief onderzoek oftewel een enquête. Dat geeft ons als raad veel meer informatie over de keuzes van de bevolking. Waarom voor of tegen? Onder welke voorwaarden mag het wel? Maar ook daar bleek snel geen draagvlak voor te zijn. En daarmee was het referendum – én een andere manier van volksraadpleging – snel van de baan… Jammer, want het is een interessante gedachte, alleen hadden we dat moeten bedenken voordat de raad een raadsbesluit nam.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks maakt geen “ruk naar links”

Anders dan de Volkskrant suggereerde, maakt GroenLinks onder Jolande Sap niet vaker gemene zaak met de SP dan ten tijde van Femke Halsema. Er is vooral continuïteit.

Volgens de Volkskrant van 17 december heeft GroenLinks na het aantreden van Jolande Sap een ruk naar links gemaakt. De partij zou het laatste jaar veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. Onder Sap zou de partij zijn opschoven van progressief naar oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar ze kloppen niet. Integendeel, GroenLinks schuift eerder richting D66 dan richting de SP.

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 in totaal 2.101 moties in. GroenLinks steunde 1.527 van deze moties. Dat is 72 procent, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd.  Van de 1.752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen steunde GroenLinks er 1.527 ofwel 87 procent.

Als we de correcte cijfers voor de periode-Sap en de periode-Halsema met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87 procent van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84 procent. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-redacteuren een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

Volgens de auteurs bevallen de GroenLinks-moties die zijn ingediend sinds het aantreden van Sap de SP beter. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5 procent van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, zo blijkt uit de cijfers waarop de Volkskrant zich baseert, 87,7 procent. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van GroenLinks en SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt.

Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Volkskrant wel gekregen van de Tweede Kamer. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96 procent van de moties van D66 steunde. Tussen 2006 en 2010 was dat 91 procent. GroenLinks steunt D66-moties vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt, is toegenomen. Onder Sap heeft GroenLinks bijna alle D66-moties gesteund. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren, is dat dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout vergaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken omdat GroenLinks vaker met de SP zou meestemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen, dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaal-liberale koers van Halsema eerder voort.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer een grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd voort uit wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is en de Europese crisis de aandacht al geruime tijd opeist, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag.

Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan – vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

maandag, 19 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

De SP kan beter niet gaan meeregeren

In politiek, andere partijen, d66, delen, gedoogsteun, geschiedenis, hart, het volk, kabinet, en meer.

‘De SP is klaar om te regeren’, zei Roemer vorige week ineens. De goedlachse SP-leider heeft zelfs al een lijstje met geschikte Socialistische ministers in de binnenzak, verklaarde hij. Vanuit politiek-wetenschappelijk perspectief lijkt dit een hele slechte stap.

De electorale geschiedenis van de linkse politiek in Nederland is er één waaraan we weinig woorden vuil hoeven te maken: sinds de Tweede Wereldoorlog is  de PvdA altijd de grootste geweest. Alhoewel er vaak genoeg concurrentie was (CPN, PSP, DS’70, PPR, om maar een greep te doen), wist niemand voor serieuze dreiging te zorgen. Dit veranderde in 2006, toen de SP, onder leiding van Jan Marijnissen, groeide van 9 naar 25 zetels. De PvdA stond hier maar 8 zetels boven (33): een absoluut unicum op links. Nadat de SP een paar jaar in een dip zat (en bijv. 10 zetels verloor in 2010), gaat het recentelijk weer erg goed met de partij. Sterker nog, virtueel zijn de rollen momenteel omgedraaid: in de meest recente peiling van Maurice de Hond staat de SP op 26 zetels en de PvdA op 18.

Dat de electorale neergang van de PvdA nauw verband houdt met het succes van de SP lijkt duidelijk: beide partijen staan programmatisch niet ver van elkaar af en vissen gedeeltelijk uit dezelfde electorale vijver. De vraag is echter wat de richting van het verband is: is de afname in populariteit van de PvdA de oorzaak van het succes van de SP, of is de toename in populariteit van de SP de oorzaak zijn van de neergang van de PvdA? Alhoewel beide mogelijkheden waarschijnlijk delen van waarheid bevatten, gok ik dat de eerstgenoemde de situatie het beste uitlegt.

De PvdA, dus altijd by far de grootste partij op links, verliest aan populariteit. Electorale statistieken tonen aan dat met name lageropgeleiden de partij steeds minder aantrekkelijk vinden. Waarschijnlijk zijn hier meerdere oorzaken voor, maar één hiervan is, denk ik, dat de PvdA de afgelopen jaren teveel een bestuurderspartij is geworden. Zij maakt haar handen vies door compromissen te sluiten, gedeelten van haar programma te laten varen. De ‘gewone man’, die vroeger trouw PvdA stemde, voelt zich hierdoor in de steek gelaten. Als het even kan wijkt hij uit naar andere partijen, waarvan hij wel het gevoel heeft dat ze strijden voor zijn belangen.

Een partij die haar oorspronkelijke karakter kwijtraakt geeft altijd ruimte voor ‘purifiers’: nieuwe partijen die doen wat de grote partij zou moeten doen. De PvdA, die haar karakter als partij voor de gewone man is kwijtgeraakt, maakte ruimte voor het succes van de SP. De SP staat namelijk wél met beide beden tussen het volk, en strijdt, volgens zichzelf, met hart en ziel voor hen. De PvdA, die doet dat al lang niet meer, zal men zeggen.

Als de SP werkelijk gaat meeregeren, zoals Roemer wil, zal hij onder ogen moeten zien dat de SP ook vuile handen maakt. Je hele programma realiseren kan in het Nederlandse politieke systeem nu eenmaal niet. Er zullen afspraken moeten worden gemaakt, compromissen moeten worden gesloten. Het kabinet zal bepaalde dingen doen die de SP niet wil, en Roemer zal dit aan zijn kiezers uit moeten gaan leggen. Uiteindelijk zou het heel goed kunnen dat de kiezers zich ook door de SP in de kou voelen gezet en weer naar nieuw onderdak gaan zoeken.

Als argument tegen mijn punt kan worden gegeven dat de PVV, die andere purifier, nu ook regeringsverantwoordelijkheid draagt en dit aan de peilingen niet af te zien is. Mijn antwoord hierop is echter dat de PVV helemaal geen regeringsverantwoordelijkheid draagt: men gedoogt het kabinet slechts op de punten die in haar eigen regeringsprogramma staan. Op de punten waar zij het niet mee eens is, stemt zij tegen. Het ‘vuile handen maken’ ontbreekt bij de PVV, evenals het moeilijke ‘uitleggen aan de kiezer’. Alles wat de regering doet wat in strijd is met het PVV-programma, wordt direct op het conto van andere partijen geschreven.  Al het goede komt van de PVV, al het slechte van anderen. Een ronduit briljant staaltje strategie, dat gedogen.

Electoraal gezien kun je stellen dat de SP beter buiten de regering kan blijven.  Echter, ook op het gebied van programmarealisering lijkt het mij voor de SP verstandiger: op lange termijn is goed oppositie voeren en de PvdA naar links dwingen veel beter voor de realisering van een menswaardig bestaan voor iedereen, dan die paar jaar dat de SP meeregeert en vervolgens de kiezers moet vertellen dat men nu eenmaal compromissen moet sluiten.

Wat wel een optie voor de SP is, is een regering gedogen. In Denemarken gebeurt dit momenteel: hier regeert de Sociaaldemocratische partij samen met de sociaal-liberale partij en de sociaal-groene partij (grofweg de Deense equivalenten van de PvdA, D66 en GroenLinks), en geeft de kleine linkse ‘Eenheidslijst’ gedoogsteun. Dit zou voor de SP ook een goede optie zijn, omdat zij hetzelfde kan doen als de PVV nu: zichzelf prijzen voor het goede, en anderen de schuld geven voor het slechte.

Conclusie: uit poltiek-wetenschappelijk oogpunt kan de SP beter niet meeregeren, maar in de oppositie blijven. Dit is electoraal maar op met het oog op programmarealisering beter voor de partij. Gedoogsteun geven lijkt wel een goede optie.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/de_sp_kan_beter_niet_meeregeren/


vrijdag, 16 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur”

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, agenda, ajax, amsterdam, artikel, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

zondag, 11 december 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Verkiezingen in 2012? de Heilige huisjes met lekkende daken voorbij, PVV-stemmers tegen bezuinigingen

Nu.nl stelt: Driekwart PVV-stemmers tegen bezuinigingen http://www.nu.nl/politiek/2690653/driekwart-pvv-stemmers-bezuinigingen.html
Dat worden dan nieuwe verkiezingen denk ik. Lijkt me namelijk dat we weinig keuze hebben. Ook als we de PIGS (Portugal, Italië, Griekenland & Spanje) niet steunen. Hoewel, 't kabinet zou ervoor kunnen kiezen de hypotheekrenteaftrek af te schaffen (zeg ik als huizen bezitter met hypotheek), levert 12 miljard op. Je hoeft namelijk niet altijd te bezuinigen, inkomsten vergroten kan ook. Maar goed, daar zullen driekwart van de zogenaamde liberale VVDers hey niet mee eens zijn. Velen leven van hun "rechtse hobby" die lijkt op 'n communistische staatssubsidie op het schijn-eigenaarsschap van een eigen woning (uiteindelijk is je woning van de bank tot je schuld is afbetaald)! Boeiende tijden dus. Of de gedoogpartner trekt de sterker eruit, of VVD & CDA voeren de plannen van GroenLinks & D'66 uit :-)
En laat men over dat heilige huisje bij de VVD nou net over nadenken. Het kont dus dichterbij dan de communistisch-liberale VVDers denken: http://www.nu.nl/economie/2690659/vvd-moet-praten-hypotheekrente.html de discussie wordt aangezwengeld die coryfeeën als Ed Nijpels. Bij CDA deed vice-premier Maxime Verhagen een duit in het lege zakje door te zeggen dat de heilige huisjes lekkende daken (kunnen) hebben en gerepareerd moeten worden. Wordt vervolgd dus.

donderdag, 8 december 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Opiniestuk: Brabant, laat je niet chanteren door Bleker

In politiek, artikel, bestuursakkoord, bleker, cda, d66, dieren, euro, europese, en meer.

Onderstaand opinieartikel is geschreven door de Statenfracties van de PvdA, GroenLinks en D66 in Noord-Brabant en stond vandaag (8-12) in het Eindhovens Dagblad. In het artikel roepen we Provinciale Staten op voorlopig niet in te stemmen met het voorlopige bestuursakkoord over natuur dat staatssecretaris Bleker eerder afsloot met de provincies. Het artikel is te vinden onder lees meer

Brabant, laat je niet chanteren door Bleker

Rond het Binnenhof en het Bossche provinciehuis voltrekt zich momenteel een drama waar weinig Brabanders weet van hebben. Het slachtoffer? De Brabantse natuur.

Door Antoinette Knoet-Michels, Paul Smeulders en Anne-Marie Spierings

Wat is er aan de hand? In september is een akkoord bereikt tussen het kabinet en de provinciale koepelorganisatie over de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies. Het gaat hier om een onderhandelingsakkoord. Het is pas definitief als alle provinciebesturen met het akkoord hebben ingestemd en de Tweede Kamer het heeft goedgekeurd. Het akkoord dat er nu ligt, breekt de Brabantse natuur af. Dat komt omdat er te weinig geld is voor natuurkwaliteit en het onderhouden van de bestaande natuur. Vreemd genoeg bevat het akkoord tegelijkertijd maatregelen die geld kosten, in plaats van opleveren.

Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt voor onherstelbare schade als het akkoord wordt uitgevoerd. De kwaliteit van de natuur neemt fors af. Plant- en diersoorten zullen uitsterven. Daarmee verdwijnt een natuurlijke buffer die ons beschermt tegen milieuvervuiling. Ook de Brabantse provinciebestuurder Johan van den Hout (SP) kraakt het natuurbeleid van CDA-staatssecretaris Henk Bleker. "De korting van zeventig procent op de rijksuitgaven voor natuur is buiten alle proporties en funest voor de biodiversiteit. Het ontbreekt aan elke vorm van visie. De internationale verplichtingen worden door dit afbraakbeleid aan alle kanten onhaalbaar", betoogde Van den Hout tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Om het akkoord vervolgens toch – zij het tandenknarsend – te verdedigen in het provinciehuis.

De Tweede Kamer heeft altijd gezegd dat het onderhouden van de bestaande natuur goed geregeld moet zijn bij decentralisatie van het natuurbeleid. Dat is in dit akkoord absoluut niet het geval. Bleker stelt 100 miljoen euro beschikbaar, terwijl volgens berekeningen van provincies zeker 250 miljoen nodig is. Wat blijft over van bijvoorbeeld de Loonse en Drunense Duinen? Is straks nog groen te vinden rond onze steden? Een lommerrijk bosje, een mooie houtwal, een poel met struiken? We weten niet eens of we de toch al lage Europese normen nog wel halen.

Het akkoord zit vol onduidelijke afspraken en merkwaardige maatregelen. Zo stelt het akkoord voor om losliggende stukjes natuur te verkopen, om met dat geld op andere plaatsen natuur te kopen. Dat zijn vaak de stukjes natuur waar veel mensen dichtbij huis van genieten. Het gevolg is natuur- én kapitaalvernietiging.

Waarom instemmen met zo'n desastreus akkoord? Omdat de provincies bang zijn dat niet instemmen met het akkoord nog slechter uitpakt voor de natuur. De provincie wordt dus voor een onmogelijk dilemma geplaatst. Dat is geen keuze, maar chantage.

Zelfs staatssecretaris Bleker gelooft niet dat het onderhouden van de bestaande natuur met dit akkoord goed geregeld is. Bleker zei na afloop van het Kamerdebat over het akkoord dat het rijk en de provincies het toch nog eens over de onderhoudsgelden moeten hebben. Er zijn dus wel degelijk aanknopingspunten om tot een beter akkoord te komen.

Wij – PvdA, GroenLinks en D66 in Brabant – vinden dat dit akkoord geen recht doet aan het belang van natuur voor mensen, planten en dieren. We willen een natuurbeleid met visie. Een natuurbeleid dat het belang van natuur onderkent. Een natuurbeleid dat betrouwbaar is, zodat boeren, burgers en buitenlui weten waar ze aan toe zijn. Een natuurbeleid waarmee we onze afspraken en Europese verplichtingen nakomen. En een natuurbeleid waarmee we onze euro's goed benutten in plaats van vernietigen.

Wij roepen de Tweede Kamer op om waarborgen en aanvullende garanties te eisen van staatssecretaris Bleker. In provinciale staten zullen wij voorstellen om een oordeel over het akkoord uit te stellen totdat de gevolgen voor de Brabantse natuur bekend zijn. Brabant mag zich niet laten chanteren!

Antoinette Knoet-Michels (PvdA), Paul Smeulders (GroenLinks) en Anne-Marie Spierings (D66) zijn lid van provinciale staten van Noord-Brabant.

maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, burger, debat, democratie, directe demokratie, e-democratie, politicus, politiek, en meer.

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Pooling the Polls: Coalitie op 70 zetels

In cda, d66, de dieren, december, gedoogpartner, groenlinks, licht, maurice de hond, peiling, en meer.
De doorrekening van de meest recente peilingen inclusief de Politieke Barometer van vandaag geeft aan dat de laatste maand qua netto verschuivingen relatief rustig is geweest. Geen enkele verschuiving in de periode 1 november tot 1 december was statistisch significant. De VVD staat sinds de verkiezingen op lichte winst, hoewel deze winst net binnen de foutmarge valt voor de meest recente schatting. Hetzelfde geldt voor gedoogpartner PVV - er is dus geen sprake van een enorme stijging van de partij van Wilders, zoals soms wel lijkt te worden verondersteld. Grote winnaars ten opzichte van de verkiezingen zijn SP en D66 die waarschijnlijk elk zo'n 7 à 8 zetels zouden winnen. Opvallend is wel dat Peil.nl van Maurice de Hond de winst van beide partijen (veel) hoger inschat dan de Politieke Barometer: bij De Hond staat de SP bijvoorbeeld maar liefst 9 zetels hoger.


Verliezen worden geleden bij de PvdA en het CDA. Bij de PvdA lijkt een licht herstel op te treden, maar dit valt nog binnen de foutmarge. De scherpe val van het CDA in de afgelopen maanden lijkt voorlopig even gestopt. GroenLinks staat ook nog steeds op verlies ten opzichte van juni 2010, maar ook bij die partij lijkt een licht herstel op te treden. De overige partijen zijn redelijk stabiel. De Partij voor de Dieren lijkt kans te maken op een derde zetel en ook 50PLUS zou een zetel winnen en daarmee voor het eerst in de Tweede Kamer komen.


Lees en bekijk meer op peiling.tomlouwerse.nl >>

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1538 uur (64,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6