zondag, 6 mei 2012

Theo Brand

Theo Brand

Zachte krachten winnen, dankzij vrouwen en mannen

In media, politiek, religie, emancipatie, groenlinks, linker wang, column, de, de linker wang, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het meinummer dat dezer dagen verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl

Na de val van het door rechts-nationalisten gedoogde Kabinet Rutte, mag Nederland weer naar de stembus. Lijsttrekkers gaan de strijd met elkaar aan. Alexander, Diederik, Emile, Geert, Hero en Mark overtroeven elkaar. Hoe scoren vrouwelijke lijsttrekkers in deze arena?

Jolande Sap en Marianne Thieme doen niet onder voor hun collega’s. Maar aan wie denken de meeste kiezers bij een partijleider of minister-president? En hoe moet een partijleider er uit zien? Wat heeft Emile Roemer wel in huis, waar het Agnes Kant eerder aan ontbrak? Bij een ‘sterke man’ denken we vaak aan iets anders dan als we ‘sterke vrouw’ zeggen. Is de politiek misschien toch vooral een masculiene aangelegenheid?

GroenLinks zet de heersende logica op zijn kop. Jolande Sap (Den Haag), Judith Sargentini (Brussel) en Jojanneke Vanderveen (jongeren) zijn de boegbeelden. En GroenLinks koos onlangs Heleen Weening tot partijvoorzitter. ‘Kies niet automatisch voor het religieuze argument’, houdt de partijvoorzitter – die de kerk van haar jeugd vaarwel zei en zich nu laat inspireren door het Boeddhisme – de lezers van De Linker Wang voor (pagina 8-9).

Georganiseerde godsdienst en de positie van vrouwen: daar zit een spanningsveld. Ook dat kan een reden zijn om godsdienst kritisch te benaderen. Het verklaart het ontstaan van de Oecumenische Vrouwensynode (pagina 15). Veel joodse, christelijke en islamitische geloofsgemeenschappen zijn mannenbolwerken. Dat draagt bij aan het feit dat steeds meer mensen zich rekenen tot de ‘ongebonden spirituelen’. Brechtje Paardekooper pleit op pagina 22 voor meer dialoog en interactie tussen deze groeiende groep zinzoekers en mensen uit kerken.

In meer vrijzinnige geloofsrichtingen binnen de grote religies kunnen vrouwen wél een spirituele of leidinggevende functie bekleden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de protestantse predikant Margrietha Reinders. Haar column laat zien hoe vrouwelijke heilssoldaten zich het lot aantrekken van prostituees op de wallen (pagina 9). God dienen betekent mensen dienen, zo luidt het motto van het Leger des Heils waarvan majoor Alida Bosshardt (1913-2007) in Nederland lange tijd boegbeeld was.

Markant is ook Henriette Roland Holst (1869-1952) die zich op latere leeftijd ontwikkelde tot religieus socialiste. Carin Hereijgers trekt aan de hand van wat deze dichteres rond 1912 meemaakte, lijnen naar het heden (pagina 21).

Doelbewust en effectief ruimte bieden aan ‘zachte krachten’. Daaraan kan iedereen een bijdrage leveren: vrouwen én mannen, jong en oud en mensen met verschillende levensbeschouwingen. De jaarlijkse uitreiking van de Ab Harrewijn Prijs – waarover in dit nummer een artikel op pagina 18-20 – is daarvan naar mijn smaak een inspirerend voorbeeld.


maandag, 12 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

In arbeid, cpn, democratie, economie, groenlinks, ppr, psp, socialisme, vrouwen, en meer.

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

vrijdag, 9 maart 2012

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Monique Samuel: ‘Mubarak is door Facebook van zijn troon gestoten’

In de linker wang, agenda, amersfoort, arabische lente, beleid, boek, christenunie, dagblad, de, en meer.

Monique Samuel ziet uiteindelijk hoop voor jeugd in Midden-Oosten

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Vanochtend stond ze in de NRC Next en vanavond zit ze in Pauw & Witteman. Monique Samuel (22) leidt een avontuurlijk leven. Sinds ze vorig jaar voor het eerst gevraagd werd als commentator van de revolutie in Egypte is haar leven flink veranderd. ‘Vandaag word ik ook weer aan de lopende band gebeld’, zegt ze, ‘omdat er voetbalrellen zijn geweest in Port Said’. Het is tekenend voor haar leven: druk, van alles te doen.

Monique Samuel werd geboren in Amersfoort als dochter van een Egyptische man en een Nederlandse vrouw. ‘Ik ben niet in Egypte geboren, zoals veel mensen denken, maar mijn familie woont daar nog wel’. Ze heeft het land al twaalf keer bezocht en meestal blijft ze langer dan een maand. ‘Ik logeer dan bij mijn oma, die woont in een simpele volkswijk in Caïro’.

Haar familie is Koptisch, de oudste etniciteit in Egypte. De Kopten zijn oorspronkelijke inwoners van het land, voordat er Arabische inmenging plaatsvond. Daarnaast is het een religieuze minderheid in Egypte, omdat zij de Koptisch-christelijke religie aanhangen. ‘Dat is één van de oudste christelijke stromingen op aarde’, legt Samuel uit, ‘gesticht door de apostel Marcus in de eerste eeuw na Christus’. Door de Arabische inmenging is ook de islam in het land gekomen. ‘Als kind van een Arabier wordt je als moslim geboren’, zegt Samuel.

Wanhoopskreet
Haar reizen naar Egypte geven haar een uniek beeld van de situatie daar, wat volgens haar ook de hoofdreden is dat ze veel in de media verschijnt. ‘Kijk, gisteren waren er voetbalrellen in Port Said. De meeste mensen zien dat dan als normaal voetbalgeweld, maar ik zie meer: een complot. Op YouTube zie je politieagenten de andere kant oplopen. Het is net alsof ze wíllen dat het uit de hand loopt.’  Echter, naast persoonlijke ervaring heeft Samuel ook veel kennis over het land: naast haar studie Politicologie aan de Universiteit Leiden, volgde ze veel vakken op het gebied van de geschiedenis van het Midden-Oosten en islamitisch recht. Met name westers beleid in islamitische landen interesseert haar, waardoor ze ook veel kennis heeft over bijvoorbeeld Iran, Israël/Palestina en Libanon. Maar Egypte, het land van haar vader, liet haar niet los: ‘Er is geen Engels of Frans boek over Egypte wat ik niet gelezen heb’.

Samuel heeft veel te vertellen over de Arabische Lente, de revoluties die vorig jaar begonnen in het Midden-Oosten. De revoluties, die voor de buitenwereld vooral een roep om democratie lijken, zijn volgens Samuel veel basaler. ‘Dit is een wanhoopskreet. Het systeem is geheel vastgelopen.’ In het Midden-Oosten is zestig procent van de bevolking onder de 29. De meeste mensen hebben slechts één heerser gekend die mijlenver van de bevolking afstaat of -stond. De welvaart steeg wel, maar de bevolkingsgroei deed dat nog veel harder. ‘De werkloosheid stijgt, het aantal ondervoede kinderen stijgt. Combineer dit met corruptie en steeds slechter onderwijs en je snapt wat er mis is’. Mensen zijn ongelukkig of zelfs wanhopig. ‘Je komt van de universiteit en hebt geen uitzicht op een baan, een appartement of zelfs een huwelijk, daar is geen geld voor.’

Verloren generatie
Sinds de revolutie is het in Egypte niet beter geworden. Samuel vertelt over haar oom, die in airconditioning handelt. Sinds de revolutie verkoopt hij niks meer. ‘Iedereen houdt zijn hand op de knip. Lonen worden niet meer uitbetaald, winkeliers verkopen niets.’ Het hele land moet opnieuw worden opgebouwd. De politieke instituties zijn zwak: sinds de jaren vijftig is Egypte in feite een militaire dictatuur geweest. Mubarak had dan wel geen uniform aan, maar hij had wel het hele leger achter zich. De ware revolutie moet eigenlijk nog plaatsvinden: het leger moet terug naar de barakken. Het kan allemaal nog wel even duren. ‘De generatie van Tahrir is eigenlijk een verloren generatie’, zegt Samuel met pijn in het hart, ‘zij zullen niet profiteren van de revolutie.’

Toch gloort er hoop voor het Midden-Oosten. Op lange termijn gelooft Samuel wel dat het beter wordt: ‘Onder druk van de hoger opgeleide bevolking zullen er geen dictators meer komen.’ Tunesië kan hierin gezien worden als lichtend voorbeeld: ‘Daar won dan wel een islamitische partij de verkiezingen, maar zij houdt zich prima aan de grondwet.’ Dit komt  ook omdat in dit land juist wél sterke instituties zijn. Het leger had niet zoveel macht en er was nadat de dictator was afgezet geen directe opvolger.

Samuel begint binnenkort aan een onderzoek over de rol van sociale media in radicale jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Ondanks dat slechts twintig procent van de bevolking internet heeft is de rol van Facebook en Twitter groot in de Egyptische revolutie, zegt ze. Dit komt ondermeer omdat de Arabische zender Al Jazeera, waar 86 procent van de Egyptenaren naar kijkt, ook YouTubefilmpjes, tweets en Facebookberichten uitzond. ‘Er is nauwelijks vrije pers of vrijheid van meningsuiting, maar op deze manier dus wel. Hier is totaal niet op gerekend door het Egyptische regime.’ Mubarak is eigenlijk door Facebook van zijn troon gestoten.

Coming Out
Alhoewel ze geen lid is van de Koptisch-Orthodoxe Kerk, is Samuel wel christen. ‘God is voor mij de basis van alles wat doe.’ Als ik vraag bij wat voor kerk ze zichzelf thuis voelt, verzucht ze: ‘Oef. Ik ben al bij heel veel kerken geweest, maar in elke kerk zie ik iets van God maar ook heel veel van de mens.’ Daarnaast houdt ze niet van labeltjes: ‘Ik wil gewoon met iedereen in gesprek blijven.’ Ze ziet zichzelf als een een bruggenbouwer. Met een lichte trots vertelt ze over het feit dat ze de eerste christen was die op de Islamitische Omroep kwam. ‘Dat is toch mooi?’

Vorig jaar werd Samuel onderwerp van gesprek door haar coming out: op haar weblog vertelde ze lesbisch te zijn, een vriendin te hebben en te gaan scheiden van haar man. Voor sommige mensen was dat misschien schokkend, denkt ze wel, maar voor haar zelf is de worsteling grotendeels voorbij: ‘God heeft me gewoon zo gemaakt’, zegt Samuel, ‘het is iets tussen Hem en mij.’

Samuel stond tot een tijd geleden bekend als onderdeel van het christelijke wereldje. Ze was columnist bij het Nederlands Dagblad, werkte voor het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie (ze was overigens geen lid van de partij, zegt ze nadrukkelijk) en was te zien bij de EO. Tegenwoordig doet ze een stuk meer dan dat: ‘Ik schrijf bijvoorbeeld voor een progressief weblog als DeJaap en binnenkort word ik columnist voor het homojongerenblad Gay & Night.’

Is dit allemaal het gevolg van haar coming out? Ze benadrukt dat dit niet zo is: ‘Ik heb uit de christelijke wereld juist geweldige reacties gehad’. Ze wilde vooral zelf een breder publiek aanspreken, om met iedereen in gesprek te kunnen blijven.

GroenLinks
Om diezelfde reden is ze nooit lid geweest van een politieke partij. Ze zegt zich wel verbonden te voelen met GroenLinks, maar lid worden wil ze niet. De partij is op dit moment zoekende, zegt ze, ‘net als bijna iedere partij, trouwens. Onze ‘vrienden’ van de PVV en de SP profiteren daarvan.’ Ze vindt dat Nederland veel toekomst gerichter moet denken. Ons land heeft potentie, maar we verschuilen ons nu achter de dijken. ‘We moeten ons eens committeren aan plannen voor de komende 25 jaar, in plaats van elke twee of drie jaar alles te veranderen.’ Of ze zelf de politiek in wil? Daarover zegt ze: ‘Ik moet eerst nog ervaring op doen. Ik wil niet zo’n jong broekie worden die met veel tamtam de kamer in komt, maar na een tijdje ondergesneeuwd raakt. Daarvan zijn er zoveel.’

Van buiten het parlement probeert ze echter wel mensen aan het denken te zetten, bijvoorbeeld over ons denken over het Midden-Oosten. De regering is heel hypocriet, zegt Samuel boos: ‘Ze zien een Arabische winter in plaats van een lente. Democratie in het Midden-Oosten, dat kan gewoon niet. Er móet wel een Egyptisch kalifaat komen, want anders zouden de moslims hier ook wel eens democraat kunnen zijn, da’s voor onze anti-islamitische regering veel te eng.’

Terwijl de democratie in Nederland in verval is, kan men niet enthousiast worden van democratisering aldaar, ‘terwijl Obama, Cameron, Merkel en Sarkozy allemaal positief hebben gereageerd, vond Rutte het maar zorgelijk.’

Nieuwe visie
Er moet een compleet nieuwe visie komen op het Midden-Oosten, vindt Samuel, en we moeten de jeugd daar helpen om democratieën op te bouwen. Veel hoop dat de Nederlandse regering en de EU dat zullen doen, heeft ze echter niet. ‘Ons eigen belang is veel belangrijker, joh.’ Daarom richt ze zich liever op NGO’s en jeugdbewegingen in het Midden-Oosten. Praktisch gaat ze dit de komende tijd doen bij Oxfam Novib, waar ze stage zal lopen.

‘Er is nog veel te doen’, zegt Monique Samuel, doelend op haar agenda voor vandaag. ‘Er is nog veel te doen’, denk ik, terwijl ik haar woorden op me in laat werken. Ik neem afscheid van een jonge, inspirerende vrouw, waarvan we ongetwijfeld nog meer zullen horen.

Dit stuk verscheen als coverstory in De Linker Wang (maart 2012)


zaterdag, 3 maart 2012

Theo Brand

Theo Brand

De lokroep van het radicale midden

In politiek, religie, cda, groenlinks, linker wang, emancipatie, gerechtigheid, kenia, keuzevrijheid, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het maartnummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl

Het ‘radicale midden’ lijkt een lokroep. Het helpt politieke partijen om zich te fixeren op  macht, zonder principiële keuzes te hoeven maken. Deze gedachte borrelde bij me op na het lezen van het artikel van filosoof Peter Sas in dit nummer van De Linker Wang over het strategisch beraad van de christen-democraten (pagina 12-13). Prima dat het CDA culturele verschillen wil verbinden, zo stelt Sas. Maar als het aankomt op duurzaamheid en publieke gerechtigheid, houdt het CDA de kaarten angstvallig tegen de borst en kan de partij straks nog alle kanten op waaien.

Maar opportunisme lijkt ook binnen GroenLinks een rol te spelen. Zo zei filosoof en Denker des Vaderlands Hans Achterhuis onlangs in tijdschrift VolZin: ‘GroenLinks opereert leugenachtig. Haar standpunt over de buitenlandse politiek is ingegeven door het verlangen in de binnenlandse politiek salonfähig te worden en op het regeringspluche plaats te nemen.’ Hans Feddema zegt het in zijn commentaar in dit blad (pagina 20) wat milder: ‘Alles wijst erop dat de fractie (…) vanuit een mengvorm van machtsdenken en ideëel denken, in een impuls heeft gekozen voor ‘Kunduz’.’

Verschil blijft dat GroenLinks geen minister-president in het zadel houdt die zegt dat armoede in Nederland niet bestaat. Deze uitspraak van Mark Rutte staat haaks op de dagelijkse ervaringen van predikant Katinka Broos, directeur van het pastoraat Oude Wijken in Rotterdam. Hoe zij voortdurend armoede om zich heen ziet, beschrijft ze in de rubriek De Uitsmijter (pagina 24).

Matigheid en nuance zijn, denk ik, juist wél van belang in de discussie over het zelfgekozen levenseinde en het burgerinitiatief ‘Uit vrije wil’. In progressieve kringen wordt snel het accent gelegd op autonomie en keuzevrijheid. Maar zijn er naast autonomie wellicht ook andere overwegingen in het geding, zo vraagt theoloog Manuela Kalsky zich af (pagina 6-7).

Ook emancipatie vraagt om ‘een radicaal midden’ zo leert Marc van der Giessen ons (pagina 16-18). Jarenlang woonde en werkte hij als ontwikkelingswerker in Kenia. Hij zag hoe een politiek van goede bedoelingen in de vorm van ontwikkelingshulp (veel donorgeld) de emancipatie van homo’s en lesbo’s belemmert en zelfs kapot maakt. Uiteindelijk bleek niet geld van buitenaf, maar God een uitweg te bieden: geestelijke kracht van de betrokkenen zelf.

Een God dus die ‘aan de straat staat’, om met columnist Margrietha Reinders te spreken (pagina 9). ‘Weerloos maar niet stuk te krijgen’. Dat betekent consequent partijkiezen  voor alles wat kwetsbaar is en voor wie geen stem heeft. En dat vraagt om radicale keuzes die niet zonder wijsheid en gematigdheid kunnen, maar zich vaak ook moeilijk kunnen verhouden tot een naar macht hongerend politiek midden.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bezuinigen als duurzame uitdaging

In politiek, linker wang, aow, begrotingstekort, beleid, betalen, bezuinigen, bezuinigingen, crisis, en meer.

Column in De Linker Wang, Maart 2012

Het wordt steeds duidelijker dat extra bezuinigingen onvermijdelijk zijn. In elk geval binnen de economische logica die ons regeert. Er klinken natuurlijk ook allerlei tegenstemmen die vragen of het wel zo slim is om nog meer te bezuinigen, of daarmee niet de economie helemaal tot stilstand komt. De heersende mening is echter duidelijk: het begrotingstekort is te hoog en zal dus moeten worden teruggebracht. Maar hoe?

Drijfzand

Rechtse partijen willen vanouds een kleine overheid en veel ruimte voor de markt. Dat betekent per definitie dat de verworvenheden van de verzorgingsstaat ter discussie komen te staan. Werknemersrechten, uitkeringen, zorgvoorzieningen worden uitgekleed, en ook de collectieve sector van cultuur, natuur, onderwijs is niet veilig. Mensen moeten maar voor zichzelf zorgen. En ook geld voor de kunst, het onderwijs en de natuur hoeft niet bij de overheid vandaan te komen. Zo gaan de collectieve lasten omlaag, maar er wordt niet bij verteld dat we voor het in stand houden van de samenleving dan wel zelf dieper in de buidel moeten tasten.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we partijen die zich schrap zetten voor de verdediging van die verzorgingsstaat en daarbij alles zoveel mogelijk willen laten zoals het was. De AOW-leeftijd, de ontslagbescherming en de door de zorgverzekering betaalde rollator moeten allemaal blijven zoals ze zijn. Dan maar een wat hogere staatsschuld. Er wordt niet bij verteld dat die staatsschuld ook weer door onszelf moet worden betaald en dat de rente daarop ons elk jaar zo’n 10 miljard kost.

Het is verleidelijk om tussen die twee benaderingen een middenweg te zoeken. Een beetje dit en een beetje dat. Een beetje bezuinigen maar niets veranderen. Schrapen en ondertussen ruziën op de vierkante centimeter. Maar met die middenweg houden we het systeem gewoon met elkaar in stand. Een systeem dat draait op lenen en op de hoop dat de economie genoeg blijft groeien om de oplopende rente te kunnen blijven betalen. Wat dat betreft, lijken de klassieke verzorgingsstaat en de financiële wereld nogal op elkaar: ze zijn gebouwd op drijfzand.

Grenzen aan de groei

Als er iets is wat de huidige crises ons leren, dan is het wel dat we eigenlijk een heel ander systeem nodig hebben. Dat is geen nieuwe gedachte. De Club van Rome trok in 1972 de aandacht met het rapport Grenzen aan de groei. Critici stelden dat het niet zo’n vaart zou lopen en dat we de problemen wel met nieuwe technologie konden oplossen. Toch is de wake up call van de Club van Rome nog steeds actueel. Datzelfde geldt voor Bob Goudzwaards ‘Economie van het genoeg’: niemand moet zijn overvloed vermeerderen zolang niet voor iedereen in de basale levensbehoeften voorzien is.

Deze radicale visies brengen twee uitersten bij elkaar: fundamenteel bezuinigen om onze doorgedraaide economie terug te brengen tot de werkelijkheid, en een even fundamentele solidariteit waarin de kwetsbaarste mensen niet het meest van allen onder de crisis lijden. Die twee sluiten elkaar niet uit, integendeel. Ze veronderstellen elkaar. Voor de samenleving is het niet dramatisch als we een paar procent minder groei hebben. Het is wel dramatisch als alle ellende bij de zwakkeren terecht komt. Daarom is de wezenlijke vraag een verdelingsvraag. Durft de rijkere helft van Nederland genoegen te nemen met een beetje minder? Niet alleen nu, maar structureel?

Vandaag de dag heet dat duurzaam. Een duurzame economie teert niet op de toekomst en leeft niet van de uitbuiting. Een duurzame economie leeft van wat we met elkaar kunnen creëren en verdeelt dat eerlijk over iedereen. Een duurzame wereldeconomie geeft meer kansen aan de allerarmsten en vermindert daardoor het risico van mensonterende en onbetaalbare oorlogen. Een duurzame wereldeconomie investeert in mensen en in een goed leefklimaat en vermijdt daardoor onnodige milieukosten.

Deze grote droom dat de wereld anders zou kunnen, leefde bij denkers als Goudzwaard, Boerwinkel en anderen uit de voorgeschiedenis van de Linker Wang. Het is een droom die ons nog in de genen zit: het roer moet en zal om. Niet alleen in concreet beleid, maar ook in onze mentaliteit. Niet welvaart als hoogste doel, maar welzijn. Niet de economie van de groei, maar van het genoeg. Niet het bruto nationaal product, maar het bruto nationaal geluk, zoals Femke Halsema schreef.

Het is niet een droom die in een klap werkelijkheid wordt. Dat gaat in kleine stapjes en met vallen en opstaan. Maar het gebeurt wel. Veel van de ideeën die De Linker Wang en GroenLinks jarenlang hebben uitgedragen, zijn gemeengoed geworden. Grote bedrijven richten zich op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Nederlandse defensie-strategie is eerst en vooral humanitair geworden. Milieu en natuur zijn al lang geen linkse hobby meer. En ook al staat dat bij dit kabinet onder druk, deze basisideeën worden tegenwoordig breed gedragen.

Roer omzetten

Daarom moeten we juist in de huidige crisis blijven zeggen dat het anders kan en anders moet. Dit kabinet lijkt niet tot zo’n hervorming in staat, gevangen als het is in de oude logica waardoor de crises ontstonden. Maar wie weet wat er mogelijk wordt als radicale bezuinigingen gebruikt gaan worden om het roer echt om te zetten…


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bezuinigen als duurzame uitdaging

In politiek, linker wang, kant, kunst, lijden, linkse hobby, lopen, maart, mening, en meer.

Column in De Linker Wang, Maart 2012

Het wordt steeds duidelijker dat extra bezuinigingen onvermijdelijk zijn. In elk geval binnen de economische logica die ons regeert. Er klinken natuurlijk ook allerlei tegenstemmen die vragen of het wel zo slim is om nog meer te bezuinigen, of daarmee niet de economie helemaal tot stilstand komt. De heersende mening is echter duidelijk: het begrotingstekort is te hoog en zal dus moeten worden teruggebracht. Maar hoe?

Drijfzand

Rechtse partijen willen vanouds een kleine overheid en veel ruimte voor de markt. Dat betekent per definitie dat de verworvenheden van de verzorgingsstaat ter discussie komen te staan. Werknemersrechten, uitkeringen, zorgvoorzieningen worden uitgekleed, en ook de collectieve sector van cultuur, natuur, onderwijs is niet veilig. Mensen moeten maar voor zichzelf zorgen. En ook geld voor de kunst, het onderwijs en de natuur hoeft niet bij de overheid vandaan te komen. Zo gaan de collectieve lasten omlaag, maar er wordt niet bij verteld dat we voor het in stand houden van de samenleving dan wel zelf dieper in de buidel moeten tasten.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we partijen die zich schrap zetten voor de verdediging van die verzorgingsstaat en daarbij alles zoveel mogelijk willen laten zoals het was. De AOW-leeftijd, de ontslagbescherming en de door de zorgverzekering betaalde rollator moeten allemaal blijven zoals ze zijn. Dan maar een wat hogere staatsschuld. Er wordt niet bij verteld dat die staatsschuld ook weer door onszelf moet worden betaald en dat de rente daarop ons elk jaar zo’n 10 miljard kost.

Het is verleidelijk om tussen die twee benaderingen een middenweg te zoeken. Een beetje dit en een beetje dat. Een beetje bezuinigen maar niets veranderen. Schrapen en ondertussen ruziën op de vierkante centimeter. Maar met die middenweg houden we het systeem gewoon met elkaar in stand. Een systeem dat draait op lenen en op de hoop dat de economie genoeg blijft groeien om de oplopende rente te kunnen blijven betalen. Wat dat betreft, lijken de klassieke verzorgingsstaat en de financiële wereld nogal op elkaar: ze zijn gebouwd op drijfzand.

Grenzen aan de groei

Als er iets is wat de huidige crises ons leren, dan is het wel dat we eigenlijk een heel ander systeem nodig hebben. Dat is geen nieuwe gedachte. De Club van Rome trok in 1972 de aandacht met het rapport Grenzen aan de groei. Critici stelden dat het niet zo’n vaart zou lopen en dat we de problemen wel met nieuwe technologie konden oplossen. Toch is de wake up call van de Club van Rome nog steeds actueel. Datzelfde geldt voor Bob Goudzwaards ‘Economie van het genoeg’: niemand moet zijn overvloed vermeerderen zolang niet voor iedereen in de basale levensbehoeften voorzien is.

Deze radicale visies brengen twee uitersten bij elkaar: fundamenteel bezuinigen om onze doorgedraaide economie terug te brengen tot de werkelijkheid, en een even fundamentele solidariteit waarin de kwetsbaarste mensen niet het meest van allen onder de crisis lijden. Die twee sluiten elkaar niet uit, integendeel. Ze veronderstellen elkaar. Voor de samenleving is het niet dramatisch als we een paar procent minder groei hebben. Het is wel dramatisch als alle ellende bij de zwakkeren terecht komt. Daarom is de wezenlijke vraag een verdelingsvraag. Durft de rijkere helft van Nederland genoegen te nemen met een beetje minder? Niet alleen nu, maar structureel?

Vandaag de dag heet dat duurzaam. Een duurzame economie teert niet op de toekomst en leeft niet van de uitbuiting. Een duurzame economie leeft van wat we met elkaar kunnen creëren en verdeelt dat eerlijk over iedereen. Een duurzame wereldeconomie geeft meer kansen aan de allerarmsten en vermindert daardoor het risico van mensonterende en onbetaalbare oorlogen. Een duurzame wereldeconomie investeert in mensen en in een goed leefklimaat en vermijdt daardoor onnodige milieukosten.

Deze grote droom dat de wereld anders zou kunnen, leefde bij denkers als Goudzwaard, Boerwinkel en anderen uit de voorgeschiedenis van de Linker Wang. Het is een droom die ons nog in de genen zit: het roer moet en zal om. Niet alleen in concreet beleid, maar ook in onze mentaliteit. Niet welvaart als hoogste doel, maar welzijn. Niet de economie van de groei, maar van het genoeg. Niet het bruto nationaal product, maar het bruto nationaal geluk, zoals Femke Halsema schreef.

Het is niet een droom die in een klap werkelijkheid wordt. Dat gaat in kleine stapjes en met vallen en opstaan. Maar het gebeurt wel. Veel van de ideeën die De Linker Wang en GroenLinks jarenlang hebben uitgedragen, zijn gemeengoed geworden. Grote bedrijven richten zich op duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Nederlandse defensie-strategie is eerst en vooral humanitair geworden. Milieu en natuur zijn al lang geen linkse hobby meer. En ook al staat dat bij dit kabinet onder druk, deze basisideeën worden tegenwoordig breed gedragen.

Roer omzetten

Daarom moeten we juist in de huidige crisis blijven zeggen dat het anders kan en anders moet. Dit kabinet lijkt niet tot zo’n hervorming in staat, gevangen als het is in de oude logica waardoor de crises ontstonden. Maar wie weet wat er mogelijk wordt als radicale bezuinigingen gebruikt gaan worden om het roer echt om te zetten…


woensdag, 25 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Compassie verdraagt geen kille en kleine overheid

In duurzaamheid, gerechtigheid, politiek, religie, vrede, cda, civil society, compassie, groenlinks, en meer.

Compassie is een waardevol uitgangspunt in de politiek, niet alleen binnen het CDA. Maar vul dat begrip dan wel groen en sociaal in, met een heldere rol voor de overheid. Vrede, gerechtigheid en ‘heelheid van de schepping’ kunnen daarbij helpen als leidende waarden. Maar dat is niet voor elke (christelijke)  politicus altijd even vanzelfsprekend, helaas.

Vrede, sociale gerechtigheid en duurzaamheid kun je ook samenvatten met het begrip ‘compassie’: betrokkenheid bij alles wat leeft, met name bij wie of wat extra aandacht behoeft. De Linker Wang – de beweging voor religie en politiek verbonden met GroenLinks – heeft deze gedachte in het voorjaar van 2011 uitgewerkt daarbij geïnspireerd door theoloog Manuela Kalsky. In de zomer werd ‘politiek met compassie’ het motto van De Linker Wang om verder uit te dragen binnen GroenLinks. Kort daarna werd het begrip door theoloog Jacobine Geel gelanceerd binnen het CDA wat binnen die partij tot instemming maar ook tot discussies leidde.

Je kunt er kinderachtig over doen, maar per saldo zijn het toch positieve ontwikkelingen. Compassie kan door niemand worden geclaimd en overstijgt politieke verschillen. Het begrip betekent ‘mededogen’ en er zit ook ‘passie’ (hartstocht) in. Het kan ook verbindingen tot stand brengen tussen politieke partijen. Misschien kan ‘compassie’ als leidraad gelden voor een toenadering tussen CDA en bijvoorbeeld GroenLinks, PvdA en ChristenUnie? Maar van ‘compassie’ als gedeelde inspiratiebron moeten we in alle nuchterheid ook geen wonderen verwachten.     

Theoloog en ethicus Frits de Lange waarschuwde het CDA afgelopen zaterdag in dagblad Trouw om het begrip compassie niet rechts-conservatief in te vullen, zoals door Republikeinen gebeurt in de Verenigde Staten. Het CDA hamert vaak op de rol van de civil society – de optelsom van alle maatschappelijke verbanden die los staan van markt en staat. Dat is een goede keuze, maar de partij gebruikt dat soms ook als excuus om te pleiten voor een kleinere publieke sector met minder sociale voorzieningen. Een kille en kleine overheid dus.

Dat brengt het CDA in conservatief vaarwater dat kritiekloos staat tegenover economisch liberalisme. Compassie wordt dan liefdadigheid in plaats van publieke gerechtigheid. Begrijp me niet verkeerd: liefdadigheid en barmhartigheid zijn nodig om de gaten te dichten die de overheid laat vallen. Dat is goed want de overheid kan niet alles. Maar dat ontslaat de politiek niet van de taak om solidariteit en gelijke kansen te blijven organiseren. Daarvoor is compassie nodig in de sfeer van de burgermaatschappij maar ook vanuit politiek en overheid. Politiek met compassie dus. Dat zou zelfs het motto kunnen worden van een centrumlinks kabinet dat de rollen van de markt, de civiele samenleving én de staat in hun onderlinge samenhang weer op waarde schat.


zaterdag, 7 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Ab Harrewijn en Linker Wang als leerstof VWO…

In religie en politiek, linker wang, de linker wang, invloed, nieuws, politiek, spreken, weer, kennis, en meer.

In het leerboek Civitas (VWO-maatschappijleer) maken de leerlingen kennis met Ab Harrewijn, de Linker Wang en de Ab Harrewijnprijs die 13 mei weer uitgereikt gaat worden.

Al twintig jaar een boeiend platform voor progressieve en spirituele betrokkenheid bij linkse politiek. Volgens sommigen zelfs van invloed op bijbelvertalingen: oudere vertalingen spreken van ‘de andere wang’, nieuwe vertalingen (Groot Nieuws en NBV) van ‘de linker wang’.

Wie meer wil weten, een proefabonnement wil, of lid wil worden, gaat naar www.linkerwang.nl


vrijdag, 16 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn: ‘God moet niet de baas zijn, maar een adviseur’

In de linker wang, d66, marcel duyvestijn, pvda, thijs kleinpaste, feyenoord, geld, gesprek, homo, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn zijn geen ‘verlichtingsfundamentalisten’

‘Geloven is ook maar een mening’ (de Volkskrant, 7 maart 2011), ‘De gelovige geniet teveel privileges’ (de Volkskrant, 20 juli 2011), de oneliners in artikelen van het duo Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn liegen er niet om. Maar ‘verlichtingsfundamentalisten’, zoals ze soms genoemd worden, dat zijn ze niet: “Wij willen de debat, wij eisen niks!” Wat drijft de heren om het debat over religie zo aan te zwengelen?

“Wat er zo fascinerend is aan religie? Dat het twee gezichten heeft: aan de ene kant is er het lieve en vredige gezicht van religie, aan de andere kant is er iets boosaardigs. Het is een soort Januskop”, zegt Thijs Kleinpaste (22), D66-raadslid in Amsterdam Centrum. Marcel Duyvestijn (41), publicist, columnist en ‘liefdevol lid’ van de PvdA, knikt. “Aan de ene kant is er pracht en praal, maar aan de andere kant kan het ook heel verstikkend zijn.” Zelf zijn de heren niet gelovig, maar ze noemen zichzelf ook geen atheïsten. Humanisten, misschien, al houden ze beiden niet zo van labeltjes.
Maar waar is de fascinatie voor religie, en de neiging om haar invloed te willen inperken vandaan gekomen? Beide heren stellen in ieder geval niet gefrustreerd te zijn. “Ik ben wel eens verliefd geweest op een moslima, maar dat werd niets omdat het niet mocht van Allah”, zegt Duyvestijn, “maar daar heb ik geen trauma aan over gehouden, hoor.” Ook Kleinpaste zegt niet gekneveld te zijn geweest. “Ik kom uit Apeldoorn, het randje van de Bible Belt, waar de SGP 2 zetels heeft en de ChristenUnie 3, maar dat is verder niet bepaald traumatisch”.

Maar wat triggert ze dan wel? Uit het gesprek blijkt dat de heren vooral voor rechtvaardigheid strijden. “Het is gewoonweg niet eerlijk”, zegt Kleinpaste, “dat je, als je je kind naar een religieuze school wilt sturen die 20 kilometer weg is, geld krijgt van de overheid, maar als je ditzelfde wilt doen omdat het een goede school is, dan mag het niet.” Duyvestijn is het hiermee eens: “Geloven is ook maar een mening, laten we er niet meer van maken dan het is”.

Mening of DNA
Toen begin dit jaar een artikel in de Volkskrant verscheen waarvan de strekking ‘Geloven is ook maar een mening’ was, deed dit veel stof opwaaien. Vanuit verschillende kanten klonk commentaar. Niet alleen het Reformatorisch Dagblad en de SGP-Jongeren waren negatief, ook progressieven klommen in de pen. “Ach, het is natuurlijk ook een beetje provocatief gesteld”, zeg Duyvestijn, “maar denk eens rustig na: als geloven geen mening is, dan zeg je dus dat het is aangeboren, dat het in je DNA zit ingebakken, dat is niet zo, toch?” Natuurlijk snappen de heren wel dat religie voor mensen persoonlijk meer is dan een mening, “tuurlijk weten we dat geloven meer waard is dan of je voor Ajax of Feyenoord bent”. Daar heeft de overheid echter niets mee te maken. “De overheid moet religie niet anders behandelen dan bijvoorbeeld de sociaaldemocratie. Als het door mensen is bedacht en opgeschreven is het een overtuing. Die moet je gelijk behandelen.”

Om erachter te komen wat de intenties van gelovigen zelf zijn, hebben Kleinpaste en Duyvestijn afgelopen zomer gesprekken gevoerd met religieuze mensen, “van christenen tot Ahmed Marcouch”. Dit was interessant en leerzaam. Duyvestijn: “Wat mij opvalt is dat heel veel mensen heel bewust met hun religie bezig zijn. Hugo Scherff (lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam, red.) noemde de discussie rondom religie voor een gedeelte hersengymnastiek. Dat is interessant.” Naast christenen bezochten de heren ook moslims. Ze bemerkten grote verschillen. “Algemeen gesteld zie je dat christenen meer intellectueel met hun religie omgaan, doordenkers, maar bij moslims is het nog vaker ‘het staat in de Koran, dus is het zo’.” Dit komt volgens de heren doordat de islam (nog) niet door een Reformatie of een Verlichting heen is gegaan. Wel geloven ze dat er iets kan gebeuren. Initiatieven als de Final Fatwa van Tofik Dibi, die opriep tot zelf nadenken, zagen de heren als iets positiefs. “Mensen als Ayaan Hirshi Ali, Ahmed Marcouch of Tofik Dibi zijn heel belangrijk”, vindt Kleinpaste.

“Denk zelf” is een boodschap die Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn graag aan de (religieuze) mens wil meegeven: “God moet niet de baas zijn, maar een adviseur. De mens maakt zelf de keuze.” Zeker als het gaat om de rechten van andere mensen, vinden de heren dat God weinig te zeggen mag hebben. Kleinpaste vertelt over een kerkdienst die hij eens bezocht: “De dominee preekte een uur over dat je met je tong iemand kunt laten branden. Het was puur een pleidooi tegen de vrijheid van meningsuiting, en voor je mond houden. Dat vond ik vrij ernstig.” Ook op de houding van religieuzen op het hete hangijzer homoseksualiteit hebben de heren veel commentaar: “Zelfs veel liberale moslims zeggen dat homoseksualiteit een zonde is, en veel christenen ook. Maar sommige mensen zíjn nu eenmaal homo. Moeten ze daarom worden buitengesloten?” Dit buitensluiten is een ‘manifestatie van het kwaadaardige gezicht van religie’, vindt Kleinpaste, “de andere kant van de mooie saamhorigheid die religie kan brengen.”

Beetje boos
De laatste tijd staat religie weer hoog op de agenda, met name door de discussie over het onverdoofd slachten. Een heel moeilijk, maar interessant onderwerp: “Ik gun het die mensen om aan hun eigen religie vorm te geven”, vindt Duyvestijn. “Maar het dier mag geen onnodig pijn leiden” vindt Kleinpaste. “Of dat echter in dit geval zo is, is de vraag: neurologen vegen de vloer aan met het argument dat dieren pijn hebben”. Het leuke aan deze discussie is echter dat het mensen aan het nadenken kan zetten. Duyvestijn: “Als in de Koran staat dat God vindt dat je zo moet slachten, kun je ook nadenken waaróm hij dat zo zou willen. Deze uitdaging om na te denken is erg goed.” Een uitzondering op de wet voor religieuzen vinden de heren echter niet eerlijk: “Ook hier geldt: gelijke monniken, gelijke klappen.”

Tussen de aansporingen om zelf na te denken, vinden de heren zichzelf geen ‘verlichtingsfundamentalisten’. Marcel Duyvestijn wordt er zelfs een beetje boos van: “Ik ben dat niet! Ik ben open minded, ik sta altijd open voor dialoog. Dat is anders dan een fundamentalist. Wij willen debat, we eisen niks!”

Wat de heren nog willen doen, daar zijn ze nog niet helemaal over uit. Duyvestijn: “Misschien willen we een boek schrijven over onze zoektocht naar God, maar over religie zijn natuurlijk al duizenden boeken geschreven.”

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (december 2011) en op weblog Nieuw W!J.


Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Onverwachte bondgenoten voor een betere wereld

In politiek, religie, spiritualiteit, groenlinks, islam, kerk, linker wang, maatschappij, compassie, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het decembernummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

‘Religie is een veelzijdig fenomeen. Wat verdient kritiek en wat ondersteuning? En welke inspiratiebronnen kunnen bijdragen aan duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie?’ Deze tekst staat te lezen op de startpagina van de vernieuwde website van De Linker Wang.

Niet alleen de site is nieuw, ook wat de beweging en het tijdschrift willen uitstralen. Religieuze inspiratie voor maatschappij en politiek wordt binnen De Linker Wang van oudsher op waarde geschat. Daarbij kan de ene levensbeschouwing niet zomaar boven de andere worden geplaatst. Dat laatste past ook niet bij een doorbraakpartij als GroenLinks, de partij waaraan De Linker Wang verbonden is. Het gaat – zoals in dit nummer bepleit door Manuela Kalsky (pagina 4–5) - om respectvolle verscheidenheid en het verbinden van verschillen.

Duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie zijn hierbij fundamentele kernwaarden. IJkpunten waarop religieuze instituten, politieke bewegingen en machthebbers beoordeeld moeten kunnen worden. Zo krijgt godsdienstkritiek vanuit De Linker Wang gaandeweg een meer expliciete plaats die past bij linkse politiek.

Overigens sluit dat geenszins uit dat je geen vraagtekens kunt plaatsen bij sommige vormen van religiekritiek, zoals blijkt uit het artikel van Erica Meijers (pagina 22-24). Zij signaleert een nieuwe onverdraagzaamheid bij links ten aanzien van godsdienst en religie. ‘Wie moslims vastpint op een bepaalde, vermeend conservatieve identiteit, zal het door links zo graag gewilde debat over vrouw-, homo- en dieronvriendelijke tendensen in hun geloof niet snel op gang kunnen brengen,’ aldus Meijers.

Wat dat betreft vormt het interview met Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn – publieke pleitbezorgers van het afschaffen van godsdienstvrijheid – een mooi contrast (pagina 20-21). Dat de heren een debat aanzwengelen is winst. Ook de stelling ‘Denk zelf!’ kan niet vaak genoeg herhaald worden. Veel gelovigen doen dat immers te weinig. Wie durft vervolgens de breed gedeelde vooronderstelling dat gelovigen noodzakelijkerwijs minder zelfstandig denken omdat zij religieus zijn, weer kritisch te doordenken? Hoe verklaren we bijvoorbeeld dat secularisatie en individualisering hand in hand gaan met groeiend populisme en afnemende solidariteit? Hoe autonoom is de mens? Zit de maatschappij niet ingewikkelder in elkaar dan we kunnen bevroeden?

Wat dat betreft is de analyse van Hendro Munsterman ‘Vaticaan als bondgenoot van GroenLinks’ (pagina 18-19) heerlijk tegendraads. Een instituut dat zelf niet zo soepeltjes omgaat met macht, kritiek en vernieuwing van onderaf, vormt zelf juist een gezonde kritische factor ten opzichte van de grote economische machten in de wereld. Zo hangt de werkelijkheid van ongerijmdheden en verrassingen aan elkaar. Durven we niet alleen te kijken maar ook te zien? Niet alleen te horen maar ook te luisteren? Openheid en verwondering maken mensen onverwacht tot bondgenoten en maken soms ongekend positieve krachten los.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Occupy: geen blauwdruk maar een spiegel

In politiek, linker wang, samenleving, 1%, amsterdam, anders breivik, banken, beslissingen, bijbel, en meer.

Column De Linker Wang december 2011

Hoe zal 2011 in de geschiedenisboekjes komen te staan? Waarschijnlijk komt er ruim aandacht voor de Arabische lente en evenzeer voor de eurocrisis. Misschien nog het bereiken van de mijlpaal van zeven miljard wereldbewoners. De tsunami en kernramp van Fukushima en de massamoord door de extreem-rechtse Anders Breivik zullen – bizar genoeg – op termijn voetnoten van de geschiedenis zijn.

En Occupy? De beweging die de wereld wilde veranderen, begon op 17 september als demonstratie voor het beursgebouw van Wall Street en breidde zich uit naar tientallen Amerikaanse en Europese steden. In Nederland vooral op het beursplein in Amsterdam, maar er waren ook initiatieven in vijftien andere steden.  Het is een beweging van ongenoegen. Ontevreden met de macht van banken en beurzen en de onmacht van de parlementaire democratie om tot echter oplossingen te komen. “We are the 99%”, zeggen ze, verwijzend naar de 1% die alle macht en alle geld bezit.

Occupy ademde hoop. Revolutionaire hoop. Radicaal de wereld veranderende hoop. Niet meer de oude macht van het kapitaal of de moedeloos draaiende raderen van de bureaucratie of de politiek. Alles zou anders worden. Iedereen mocht meedoen. Beslissingen werden niet langer top down genomen, maar in de general assembly waar iedereen mag meepraten en het aankomt op consensus. Toespraken werden niet elektronisch versterkt maar mond op mond doorgegeven totdat iedereen het hoorde.

Natuurlijk, ook Occupy kan nog geschiedenis schrijven, maar nu ik deze woorden schrijf, lijkt de glans er vanaf. De vreedzame demonstraties zijn op verschillende plaatsen uit de hand gelopen of doodgebloed. De hoge idealen blijken soms een dun vernisje over opportunisme, gemakzucht en luiheid. Dat is makkelijk prijsschieten voor cynici die nauwelijks geloven in een Arabische lente, laat staan een lente in het verziekte neoliberale Amerikaans-Europese systeem.

Gedeelde inspiratie

Dat is triest, want de droom van Occupy zou ons diep kunnen aanspreken. Het is de droom van het begin van de kerk, zoals we in de bijbel lezen: in de eerste gemeente hadden ze alles gemeenschappelijk en leefden ze in harmonie en gedeelde inspiratie. Het is ook de droom van het staatssocialisme geweest: ieder doet wat hij of zij kan en ontvangt wat zij of hij nodig heeft. Maar ook die dromen zijn in duigen gevallen: de oorspronkelijke christelijke gemeenschap is een instituut geworden waarin macht en regels vaak belangrijker zijn dan geestdrift en menselijkheid; het staatssocialisme kon ontaarden in een van de meest onderdrukkende en onmenselijke systemen.

Wat is dat toch, dat hoge idealen zo kunnen tegenvallen? Ik laat de cynische antwoorden even rusten net als de al te vrome – die op hun beurt vaak net zo cynisch zijn over het leven hier en nu. Waarom mislukt het steeds?

Een deel van het antwoord vinden we bij de antropoloog Victor Turner. Hij beschrijft hoe er in rituelen en andere overgangssituaties een gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat tegen alle bestaande structuren en verhoudingen ingaat. Hoog en laag bestaan niet meer, binnen en buiten evenmin. Plotseling is er een nieuw soort gemeenschap die buiten het gewone staat en daarom inspireert, verwart, ter discussie stelt en nieuwe wegen wijst. Deze radicale gemeenschap past niet bij de gewone structuur, maar is een soort anti-structuur, anders dan alles wat we kennen.

Maar ook die nieuwe gemeenschap moet na kortere of langere tijd weer een eigen structuur krijgen en verzandt dan bijna per definitie in dat wat ze wil vermijden. Of ze valt uit elkaar. De anti-structuur is nooit van blijvende aard. Het is een kritiek op de bestaande structuren, maar kan zelf alleen maar bestaan als reactie, niet als volwaardig alternatief. De kerk begon als anti-structuur, maar werd na verloop van tijd zelf deel van de elite. Het socialisme begon als anti-structuur en werd een machtssysteem. Occupy was een anti-structuur en lijkt uiteen te vallen in anarchie.

Verandering

Is het daarmee een dode mus? Een mooi idee dat weer tegenvalt? Een vluchtig teken van hoop waarna we terugvallen in de teleurstelling en het cynisme? Wat mij betreft niet. Er zit een wezenlijke drang tot verandering in de hele beweging en dat is tegelijk een aanklacht tegen het systeem dat nu de wereld bepaalt. Een aanklacht tegen banken, beurzen en regeringen die steeds maar denken dat ze de wereld kunnen redden door in hetzelfde spoor verder te gaan.

Die aanklacht geeft hoop en roept op om in elk geval kleine stappen in de goede richting te zetten. Dat wil niet zeggen dat het alternatief ook direct helder is. Occupy is een spiegel voor een vastlopende wereld, geen blauwdruk voor hoe het wel zou moeten. Wat dat betreft, ligt het dicht bij de boodschap van Jezus. Of bij de dromen van vernieuwingsbewegingen in allerlei tradities. Radicaal. Niet autoritair. Anti-structuur. Boodschappen die alles ter discussie stellen. Maar kijk uit als je die boodschappen zelf weer tot structuur maakt. Voor je het weet, is het middel erger dan de kwaal. De boodschap van een anti-structuur – Occupy, Marx, Jezus – is een kritische vraag en aanzet tot verandering, geen totaaloplossing.


donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


maandag, 24 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Zaak weigerambtenaren vraagt om een overgangsregeling

In gerechtigheid, politiek, tolerantie, homohuwelijk, weigerambtenaren, linker wang, religie, artikel, de linker wang, en meer.

Auteurs: Theo Brand en Willem de Gelder (iets bewerkt verschenen in de Volkskrant van 24 oktober 2011).

De ministers Donner en Van Bijsterveldt stelden eerder deze maand dat gemeenten ambtenaren in dienst mogen nemen die geen homoseksuelen willen trouwen. De gemeenten moeten dan wel zorgen dat mensen van het gelijke geslacht met elkaar in het huwelijk kunnen treden door bijvoorbeeld tenminste één trouwambtenaar in dienst te hebben die geen bezwaren heeft. De bewindslieden willen de beslissing om weigerambtenaren aan te stellen bij de afzonderlijke gemeenten laten liggen.

In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem? Het ongerijmde is dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm en een smallere interpretatie hanteert van wat het huwelijk inhoudt en voor wie het bedoeld is, dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren zoals nu het geval is.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 2008 dat een gemeente mag weigeren een ambtenaar aan te stellen die alleen hetero’s wil huwen. Dat betekent dat de ene gemeente wel weigerambtenaren in dienst neemt en andere gemeenten juist niet. De situatie is ook  dat gemeenten die nu nog ruimte bieden aan weigerambtenaren, zelfstandig kunnen beslissen dat niet langer te doen. Dat komt de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet ten goede.

Rekening houden met gevoeligheden is een goede zaak, maar wel in de geest van de wet. Een landelijke overgangsregeling verdient daarom de voorkeur. Deze regeling kan bijvoorbeeld inhouden dat vanaf 1 januari 2012 – elf jaar na de openstelling van het huwelijksregister voor stellen van hetzelfde geslacht – geen nieuwe weigerambtenaren meer mogen worden aangenomen terwijl de huidige weigerambtenaren hun termijn mogen volmaken.

De richting is dan helder en alle nieuwe trouwambtenaren hebben zich te voegen naar de wettelijke ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een vrije keuze is, worden mensen op basis van deze overgangsregeling niet gedwongen om handelingen te verrichten die zij liever niet doen of die tegen hun geweten in gaan.

Het is niet de individuele ambtenaar die bepaalt voor wie het huwelijk bedoeld is, maar de wetgever die in 2001 het huwelijksregister heeft opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht. Tegelijk verdienen zittende ambtenaren die moeite hebben met deze verandering enige souplesse zonder dat zij plotseling geconfronteerd kunnen worden met nieuwe inzichten van hun eigen gemeenteraad. Een landelijke overgangsregeling zoals in dit artikel voorgesteld, is daarom voor alle betrokkenen de meest solide en ruimhartige oplossing.

Theo Brand (politicoloog) en Willem de Gelder (student politicologie) zijn redacteuren van De Linker Wang, tijdschrift voor religie en politiek verbonden met GroenLinks.


zaterdag, 22 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Vruchtbare inspiratiebronnen voor linkse politiek

In politiek, religie, duurzaamheid, gerechtigheid, groenlinks, kerk, linker wang, spiritualiteit, vrede, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het oktobernummer dat onlangs verscheen. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

Tijdens een ‘verbale bokswedstrijd’ konden GroenLinksers de stelling verdedigen dat hun partij aanleunt tegen D66 of juist verwantschap toont met de SP. ‘Discussie in de tent’ heette het partijweekend waar dit debat enkele jaren geleden plaatsvond. De ludieke strijd was leuk maar riep ook een vraag op: missen we nu niet de kern?

Wie redeneert op een platte politieke as van A naar B vergeet dat er meerdere dimensies zijn, terwijl GroenLinks zich juist kenmerkt door vergezichten en diepere dimensies. Uitgesproken personen, vaak vrouwen en migranten, zetten de toon. Godsdienstcritici en religieus betrokkenen trekken samen op. Wat bindt is de droom van een betere wereld.

Vrijzinnigheid en liberalisme passen bij GroenLinks maar niet als diepste motor. De identiteit van GroenLinks hangt samen met een houding die gericht is op een solidaire, duurzame en vreedzame maatschappij. Hiervoor gepassioneerd zijn om vanuit idealen invloed uit te kunnen oefenen.

In dit nummer van De Linker Wang benadrukt Jolande Sap dat de ideeën van GroenLinks rond WW en ontslagrecht juist sociaal gemotiveerd zijn (pagina 4-6). Ze verdedigt dezelfde maatregelen als Halsema maar de toon is anders. ‘Dat sommigen ons voorstel als té liberaal hebben betiteld, mag opmerkelijk heten,’ zegt Sap.

En over godsdienstvrijheid zegt ze, in navolging van Halsema: ‘Wij maken ons sterk voor geloofsbeleving op eigen voorwaarden en staan pal voor het individuele recht om het eigen geloof te belijden. Tegelijkertijd verzetten we ons tegen gewetensdwang en extremisme uit naam van religie. Het eigene van GroenLinks is dat we voor de beide kanten van dezelfde munt evenveel aandacht hebben.’

De uitdaging voor GroenLinks is om dit evenwichtige standpunt aan te vullen met de boodschap dat levensbeschouwingen – inclusief ‘gelovige tradities’ zoals John Veldman dat verwoordt op pagina 24 – maatschappelijk vruchtbare inspiratiebronnen zijn. Religie en spiritualiteit overstijgen de persoonlijke levenssfeer en kunnen een bondgenoot zijn van progressieve politiek. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat kerkgenootschappen wereldwijd kritisch met regeringen meedenken om geweld zoveel mogelijk te voorkomen (pagina 8-9) en uit de manier waarop Sid Bachrach de joodse geloofstraditie interpreteert en praktiseert (pagina 10-11).

Na twintig jaar wil De Linker Wang dit verhaal over inspiratie, religie en politiek blijven vertellen. Dat vraagt om vernieuwing die onder meer tot uitdrukking komt in de vormgeving van dit tijdschrift. Vormgever Max Prins, die ook de opmaak verzorgt, heeft De Linker Wang een nieuwe jas gegeven die goed past maar voor sommige lezers misschien nog wat onwennig aanvoelt. Laat dit dan vooral onwennigheid zijn die mensen kunnen ervaren als zij zich door de toekomst laten aanspreken. 

Theo Brand, eindredacteur.


vrijdag, 21 oktober 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Ewout Klei: ‘Voor gerechtigheid en tegen discriminatie’

In de linker wang, d66, ewout klei, geloof, geschiedenis, gesprek, gewoon, groenlinks, idee, en meer.

Vrijgevochten GPV-biograaf Ewout Klei zoekt heil bij D66 

‘Klein maar krachtig – dat maakt ons uniek’. Zo heet het proefschrift waarop Ewout Klei (1981) eerder dit jaar promoveerde aan de Theologische Universiteit Kampen. Het gaat over de geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Zelf opgegroeid in een GPV-nest is Klei inmiddels actief binnen D66 waar hij de relatie tussen geloof en politiek op de agenda wil zetten.

Het GPV was decennialang de politieke afdeling van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt waarin Klei opgroeide. Maar met het GPV en diens opvolger de ChristenUnie, voelt hij zich niet verbonden. Hij is lid van D66. Iets wat hem, naar eigen zeggen, regelmatig schuine blikken oplevert.
‘Als je christen bent, dan stem je op een christelijke partij, denken veel mensen’, verzucht hij, als ik hem ontmoet op een zonnig terras in Zwolle. ‘Er wordt een enorme morele druk uitgeoefend in kerken en bij mensen onderling dat je op een christelijke partij stemt, ook al past dat niet bij je.’

Kronkel
Een lidmaatschap van D66 levert veel onbegrip op. ‘Sommige mensen vonden zelfs dat ik hierom niet mocht promoveren’, zegt hij. Hij wijst op het conservatieve weblog Eén in Waarheid dat negatief over hem publiceerde. Ook het Reformatorisch Dagblad zou zijn proefschrift negatief beoordeeld hebben omdat hij D66’er is. Het lijkt hem eerder te sterken dan te remmen. Zijn keuze is er één voor rechtvaardigheid en tegen discriminatie. Dat veel orthodox-protestanten zo tegen de partij zijn, bewijst dat zij nog steeds vooral voor zichzelf opkomen, vindt Klei, ‘heb uw naasten lief, zeggen ze, maar blijkbaar geldt dat alleen voor uw eigen naasten.’
Klei groeide op in het Groningse dorp Hoogkerk. ‘Echt een dorpse conservatieve sfeer.’ Hij ging naar een gereformeerd-vrijgemaakte school. ‘Dat hoorde zo. Het was allemaal heel beschermd.’ Als de ouders van Ewout op zijn twaalfde naar Zwolle verhuizen, verandert er niet veel: zijn middelbare school heeft opnieuw een gereformeerd-vrijgemaakte signatuur. Klei gaat twijfelen: ‘het begon met nadenken over de uitverkiezingsleer. Deze leer staat wat mij betreft haaks op het idee dat God liefde is, en kan slechts met een theologische kronkel worden uitgelegd.’ In het verlengde daarvan ging hij nadenken over waarom twee mannen of vrouwen die van elkaar houden niet zouden mogen trouwen, en waarom iemand die crepeert van de pijn niet over zijn eigen leven mag beslissen.

Liefdevolle wereld
In zijn studententijd begint hij zich politiek te oriënteren. Dit was eerst richting VVD, de partij waarop hij stemde toen hij dat voor het eerst mocht. ‘De VVD was toen dé liberale partij, en dat sprak me aan’. Een blauwe maandag was hij lid van de ChristenUnie-jongeren, ‘dat kwam door mijn sociale omgeving’. Uiteindelijk vond hij zijn heil bij D66. ‘Een echte liberale partij die staat voor alle vrijheid en rechtvaardigheid’.
Op de vraag of hij zichzelf nog als christelijk ziet, antwoordt Klei niet-wetend. ‘Ik weet niet precies of God bestaat. In dat opzicht zit ik tussen christen en agnost in.’ Inspiratie uit het geloof, dat haalt hij wel: vooral naastenliefde en rechtvaardigheid spreken hem aan. ‘Ik vind die punten echt de basis, een rechtvaardige en liefdevolle wereld. Ik ben hierin een beetje GroenLinks-achtig, eigenlijk’. Naar de kerk gaat Klei echter niet meer. ‘Het spreekt me gewoon niet meer aan.’

Paarse Wang
Klei blijft zijn religieuze achtergrond wel benadrukken. Klei is lid van De Linker Wang en een onlangs maakte hij via Twitter bekend dat hij binnen D66 een soortgelijke organisatie wil opzetten die Klei grinnikend ‘De Paarse Wang’ noemt. Het platform bestaat vooral om D66 van wat ‘intellectuele bezinning’ te voorzien en het openbaar debat aan te zwengelen. Hij benadrukt dat het platform uitgesproken seculier is, en dat het nietbedoelt is om D66 een religieus tintje te geven. ‘D66 is misschien wel de meest seculiere partij van Nederland, en daar zijn we trots op’.

Toekomst
Klei juicht toenadering tussen D66 en GroenLinks toe ‘Ik denk dat de partijen veel gemeen hebben. Ik denk dat veel D66’ers zich verbonden kunnen voelen met mensen als Ruard Ganzevoort en Dick Pels’. Of zo’n samenwerking op den duur zou kunnen leiden tot een fusie, zoals sommigen beweren, durft hij niet te zeggen. ‘Er zijn heel veel verschillen in partijcultuur’.
Als het gesprek op zijn einde loopt, benadrukt hij dat hij van veel dingen nog niet weet hoe ze zullen lopen. ‘Wat de toekomst brenge moge…’, zegt  hij, memorerend aan het bekende christelijke lied, terwijl ik afscheid van hem neem.

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (oktober 2011).


zaterdag, 8 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Ieder voor zich of toch liever samen?

In politiek, overheid, samenleving, a2, belasting, beleid, bezuinigingen, burger, cultuur, en meer.

Column verschenen in De Linker Wang, oktober 2011

Het was een indringend beeld, de graaiers die op de A2 hielpen bij het ‘opruimen’ van geld dat uit een geldauto was gevallen. Indringend, want wat zouden wij zelf hebben gedaan? Doorrijden? Het geld oprapen en afgeven aan de bewakers? Of toch maar meenemen? In gesprekken erover bleek de moraal vaak flinterdun. Toen doordrong dat de graaiers waarschijnlijk allemaal op video stonden, ging de een na de ander bij de politie het geld (of een deel ervan) inleveren. Dat is ongeveer het morele niveau van een kat of een klein kind: alles mag als het maar niet gezien wordt… Het morele basisprincipe van mijn en dijn is niet altijd even sterk.

Geld van burgers

Datzelfde principe van mijn en dijn wordt juist wel ingeroepen in allerlei discussies over overheidsuitgaven. Of het nu gaat om kunstsubsidies, salarissen van politici en bestuurders, of zorgkosten, er is al gauw iemand die roept: ‘dat doen ze wel van mijn geld.’ En eerlijk is eerlijk, het kabinet lokt dat ook uit. Men verkoopt de harde bezuinigingen onder meer met het argument dat men zuinig is op ons geld. Dat siert de overheid natuurlijk. Het is goed dat ministers beseffen dat ze namens ons beleid maken en uitvoeren en dat het geld dat ze daarbij uitgeven ons gezamenlijke geld is.

Die boodschap wordt vervolgens vooral door kritische stemmen snel overgenomen: ‘dat doen ze van ons geld.’ Inderdaad. Maar het gaat fout als dat vervolgens vertaald wordt naar het individuele niveau. ‘Dat doen ze van mijn geld.’ Meestal betekent dat ook gelijk: ‘en dat zou niet moeten. Mijn geld wordt besteed aan zaken waarmee ik het niet eens ben.’ De – goede – boodschap dat de overheid zich bewust is dat men geld van de burgers uitgeeft, wordt een verlammende redenering als iedereen het met elke uitgave eens moet zijn.

Dat verlammende wordt versterkt door berekeningen dat ongeveer de helft van het geld van burgers door de overheid wordt ingenomen en dat we pas na juli ‘voor onszelf gaan verdienen.’ Voortdurend wordt het beeld neergezet dat de staat een groot geldverslindend monster is dat voortdurend loert op onze eigendommen. En als ze ons geld eenmaal hebben, kunnen wij niets anders doen dan mokkend toezien hoe ze ons geld verspillen.

Afbraak solidariteit

Wat we snel vergeten, is dat we met ons gezamenlijke geld onze samenleving in stand houden. Dat we de zaken zo geregeld hebben dat niet iedereen zijn eigen riool bouwt, maar dat het handiger is als we dat samen doen. Dat je beter collectief scholen en ziekenhuizen kunt bouwen dan ieder voor zich. Dat havens, spoorwegen, bossen, cultuur, sportvoorzieningen en al die dingen meer structuur geven aan de samenleving waar we allemaal elke dag van profiteren. En dat ook investeren in de rest van de wereld – ontwikkelingssamenwerking, defensie – uiteindelijk oplevert dat we met ons allen in een betere, meer leefbare wereld wonen. Dat ‘ons geld’ precies ‘ons’ geld is omdat we daarmee onze gezamenlijke belangen en doelen kunnen dienen. Elke euro belasting die ik betaal is een investering in de samenleving, ook als die misschien wordt uitgegeven op een manier die ik zelf niet gekozen zou hebben. Dat is ook het signaal van de ‘pluk ons’-beweging, rijke mensen die vinden dat ze wel wat meer belasting kunnen betalen.

Het kabinetsbeleid is erop gericht ‘Nederland terug te geven aan de Nederlanders.’ Dat is vooral economisch bedoeld. De staat moet kleiner en mensen moeten vooral zaken weer zelf gaan betalen. Maar daarmee is het beleid ook gericht op een afbraak van de solidariteit, een afbraak van de collectieve verantwoordelijkheid, een afbraak van de gezamenlijkheid. Sport, gezondheid en onderwijs worden meer een individueel belang dan een collectieve verantwoordelijkheid. Cultuur en natuur zijn geen investering in de samenleving maar een kostenpost.

Het kabinet denkt misschien met deze koers te doen wat mensen willen: ‘ons geld terug.’ Maar feitelijk zaagt het aan de poten van de samenleving. Dat men sober wil omgaan met de collectieve uitgaven is verstandig en noodzakelijk in het economische klimaat van nu. Dat men heel kritisch kijkt naar overhead en onnodige kosten in het overheidsapparaat is ook belangrijk, want elk bureaucratisch systeem neigt naar zelfverdikking. En als sommige taken ook of beter privaat kunnen worden georganiseerd, dan moeten we dat vooral willen.

Gezamenlijkheid

Maar dat men de gedachte aanwakkert dat elke overheidseuro diefstal van de burger is, is ongelooflijk dom. De overheid is namelijk van ons en doet namens ons de dingen die we niet zo makkelijk zelf kunnen organiseren. Daarom moeten we investeren in vertrouwen in de overheid en in verantwoording van het beleid. En vooral niet meegaan in het idee dat de overheid tegenover ons staat. De vraag is niet of de burger of de staat er beter van wordt, maar hoeveel we willen bijdragen aan de gezamenlijkheid van de samenleving. Niet het ‘mijn of dijn’, maar het ‘mijn of ons’ is de eigenlijke kwestie.


maandag, 7 maart 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Christenen zijn een groeimarkt voor GroenLinks

In de linker wang, groenlinks, politiek, abortus, achterban, bijbel, cda, christenunie, d66, en meer.

De Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart hebben landelijk relatief weinig informatie opgeleverd: ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni vorig jaar is er niet erg veel veranderd. In mijn persoonlijke omgeving heb ik echter wél een verandering gezien, iets waar met name GroenLinks veel van zou kunnen leren.

Zoals veel mensen weten kom ik uit een christelijke omgeving. Ik ben student lid van de christelijke studentenvereniging Navigators in Leiden (NSL) en hiervoor zat ik op een school met uitsluitend christelijke leerlingen en -docenten. Dit geeft mij de mogelijkheden om veel christenen van verschillende achtergronden te kennen en te spreken. Al sinds jonge leeftijd ben ik politiek geïnteresseerd, waardoor ik veel weet over hoe christenen in de politieke wereld staan.

Ik kan het me nog herinneren als de dag van gisteren: de Gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar, toen ik voor het eerst mocht stemmen in Leiden. Ik stemde GroenLinks en ik raakte hierdoor verwikkelt met vele mensen uit mijn omgeving. Ik ga niemand veroordelen, maar de oneliners die ik naar mijn hoofd heb gekregen, schokten mij soms tot op het bot. Mensen twijfelden of ik wel écht christen was omdat ik op een seculiere partij stemde of vroegen waarom ik geen waarde hechtte aan ‘leven dat God had gegeven’ omdat ik op een partij stemde die zich hard maakt voor abortus. Deze uitspraken maakten veel indruk op mij en sterkte mij in de mening dat ik bij de christelijke partijen niks te zoeken had. Op 9 juni stemde ik opnieuw GroenLinks en in oktober besloot ik lid te worden van de partij. Een keuze waar ik nog steeds 100% achter sta, juist ook met de Bijbel in de hand.

Toen kwamen daar de Provinciale Statenverkiezingen op 2 maart. Als enthousiast vrijwilliger hing ik een poster op mijn raam, deelde ik flyers uit en knoopte ik ook binnen de vereniging gesprekken over waarop mensen zouden gaan stemmen. Natuurlijk kreeg ik van veel verstokte CDA’ers en CU’ers te horen dat zij er niet over peinsden om op GroenLinks te stemmen, maar toch merkte ik bij veel mensen interesse voor die ‘positieve partij’. De verrassing was voor mij groot toen ik van veel mensen hoorde dat ze uiteindelijk GroenLinks op hun stembiljet invulden. Want dit waren er niet een paar (zoals bij de vorige twee verkiezingen), maar dit waren er tientallen.

Ik weet niet waar dit vandaan kwam, maar ik bemerk een verandering in het denken. Het wordt langzaam niet meer vanzelfsprekend om voor het CDA of de ChristenUnie te kiezen, omdat je als je jezelf als christen serieus neemt, nu eenmaal ‘christelijk’ moet stemmen. Men ontdekt dat ook binnen een progressieve, seculiere partij traditioneel-christelijke waarden als naastenliefde en rentmeesterschap een rol spelen en dat bij de christelijke partijen deze partijen juist ondergesneeuwd (kunnen) raken doordat men vooral opkomt voor de rechten van haar achterban (bijvoorbeeld het recht op religieus onderwijs waar met name de ChristenUnie op blijft hameren).

Volgens mij raken veel christenen (met name jongeren) uitgekeken op het hokjesdenken. Zij zijn op zoek naar een positieve partij die niet opkomt voor haar eigen achterban maar oog heeft voor de zwakken in de samenleving en zorg draagt voor God’s schepping. Een partij met een open visie richting religie in plaats van een angstige (PVV) of een naar afgunst neigende (D66). Deze partij zou GroenLinks kunnen zijn. De christelijke wereld is voor de partij volgens mij een grote groeimarkt.

Wat moet er gebeuren om deze groep aan te spreken? Formeel gezien weinig, denk ik, maar informeel moet men christenen laten merken dat religie niet een ongewenst iets is. Dit is namelijk wel iets waar veel christenen bij GroenLinks tegenaan lopen; men voelt, net als bij D66, dat er op ze neergekeken wordt, een gevoel dat zeker niet altijd onterecht is. Hierin ligt een opdracht voor christelijk platform De Linker Wang, een organisatie dat binnen én buiten GroenLinks tamelijk onbekend is. Mensen (en dus ook christenen) willen niet ‘alleen’ staan. Een stem op GroenLinks kan in de christelijke wereld wel zo voelen. Meer profilering van De Linker Wang kan laten zien dat een christelijke GroenLinks’er helemaal niet alleen staat in zijn mening, en dat hij niet gek is.

Terwijl moslims gedemoniseerd worden door de PVV, christenen zich gedemoniseerd voelen door D66 (en soms ook door GroenLinks), droom ik van een land waarin iedereen hand in hand staat: of je nu atheïst, christen, moslim of wat dan ook bent. GroenLinks kan hierin een belangrijke rol spelen. Ik hoop dat de partij deze kans aangrijpt.


zondag, 31 oktober 2010

Hans Feddema

Hans Feddema

Politiek en emancipatie

In 2010, de linker wang, femke, femke halsema, groenlinks, halsema, islam, linker wang, september, en meer.
30 september 2010 De groots opgezette conferentie ‘Religie en Politiek’ van GroenLinks en De Linker Wang op 9 oktober was geslaagd. Ook al ervoer Femke Halsema blijkens onder meer de reactie van Trouw-columnist Ephimenco dat bij een ‘derdewegkritiek’ op de islam er addertjes onder het gras kunnen liggen, vooral in tijden van islam bashing, zoals [...]

Aantal berichten op deze pagina: 18. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 13339 uur (555,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,2 per week.

Pagina: 1