maandag, 6 februari 2012

Het menu: peilingen

De ombudsvrouw van de Volkskrant schreef onlangs enigszins besmuikt over de politieke peilingen. Ze kan er als verschijnsel niet omheen, maar ze hecht er niet veel waarde aan want peilingen voorspellen de uitkomst van verkiezingen toch niet, zitten er altijd naast en uitslagen van verschillende bureaus lopen uiteen. Dat politici zich in hun werk laten beïnvloeden door peilingen ervaart ze bovendien als een probleem. Maurice de Hond wijst er op dat van alle westerse democratieën de Nederlandse kiezer het minst te zeggen heeft. Hij kiest noch de premier, noch de regering, noch de burgemeester. Hij mag één keer in de vier jaar zijn stem uitbrengen en moet in de tussenliggende periode zwijgen. Tenzij de politici de tussentijdse peilingen serieus nemen, hetgeen meer en meer het geval is. Juist dat democratische gegeven ervaart de ombudsvrouw als een probleem. En de Haagse redacteur die liever zelf de politicus beoordeelt dan naar peilingen te luisteren, neemt de burger niet serieus. Oftewel: peilingen dragen bij aan de versterking van de democratie. Op één punt heeft de ombudsvrouw gelijk: verschillende bureaus geven verschillende uitkomsten en dat roept de vraag naar de betrouwbaarheid van de uitslagen op. Maak daarom van het verschijnsel politieke peilingen een Centraal Peilbureau en benoem Maurice de Hond tot directeur.

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Generaties, generalisaties en ander gezeur

Soms is iets opeens mode. U weet wel: legging’s, flippo’s, bontkraagjes en Justin Bieber, allemaal waren ze opeens machtig interessant. Ook opinieland kent zulke modeverschijnselen. Zo verschenen er in de Volkskrant de afgelopen week opeens vijf stukken over ‘generaties’. Het één nog verwijtender dan het ander. Zelf kan ik niet zoveel met generatiebegrip. Het is [...]

vrijdag, 3 februari 2012

John Jorna

John Jorna

De Toekomst van GroenLinks

TEGENPARTIJ OF GEDOOGPARTIJ OF
REGERINGSPARTIJ?

GroenLinks is een partij, die altijd een sterke maatschappelijke verantwoordelijkheid ten toon spreidt. Als we iets een goed idee vinden, stemmen we voor, zelfs als het afkomstig is van een partij, waarvan we de ideeën vaak verafschuwen. Als de huidige regering onze steun vraagt, dan bekijken we of we het ermee eens zijn, onderhandelen eventueel en proberen er iets uit te slepen, dat zoveel mogelijk overeenkomt met ons programma. Zo laten we vaak een kans voorbij gaan om deze regering ten val te brengen. Zonder onze steun zou er geen meerderheid voor de plannen zijn. Het gaat soms om zeer onpopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd of de politietrainingsmissie in Kunduz of kostbare maatregelen om de Euro overeind te houden. Van gedoogpartner PVV hoeft de regering bij deze onderwerpen geen steun te verwachten. Spottend spreekt de PVV dan van GroenLinks en D66 als gedoogpartijen. Naar partijen als D66, Partij van de Arbeid, CDA en VVD zendt GroenLinks een signaal uit van kijk naar ons. Wij zijn bereid om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. Men beweert, dat het ook maar weinig gescheeld heeft of er was een andere coalitie gevormd en GroenLinks had daarvan deel uit gemaakt. Allerlei hervormingen zouden dan veel gemakkelijker zijn geweest. Op lokaal niveau laat GroenLinks maar al te vaak zien bereid te zijn tot compromissen en onpopulaire maatregelen. Kiezers belonen de partij voor de getoonde daadkracht. Maar op landelijk niveau heeft GroenLinks de naam van eeuwige oppositiepartij en is daardoor minder aantrekkelijk voor kiezers. Een stem op GroenLinks haalt toch niets uit. Die houding van de kiezers moeten we zien te doorbreken.

Binnen de partij wordt die houding maar al te vaak niet in dank aanvaard. Als je de kans krijgt deze uiterst rechtse regering ten val te brengen, dan grijp je die kans toch met twee handen! Als je de pensioenpremies niet nog hoger wilt laten worden en toch de pensioenen over veertig jaar veilig wilt stellen, dan is dat voor veel jongeren een prima zaak, maar de vijftigplussers, die de jaren beginnen te voelen, zijn er minder blij mee. Jonge partijleden hebben ook veel minder moeite met versoepeling van het ontslagrecht dan de vijftigplussers. Die weten, dat  voor hen de kans op een nieuwe baan zeer klein is. Het idee van GroenLinks, dat men een baan van de gemeente krijgt tegen het minimumloon ziet er weinig aantrekkelijk uit. Wat voor een baan? Maar GroenLinks is ook een partij, waar solidariteit tussen jong en oud vanzelfsprekend is. Net als de solidariteit met ontwikkelingslanden en met economisch zwakke EU-lidstaten.

Over Kunduz staan twee opvattingen tegenover elkaar. Blijkens de moties voor het aanstaande partijcongres zien velen in de politietrainingsmissie vooral een militaire missie. Gesuggereerd wordt, dat de politieagenten vaak als militairen worden ingezet. Er is een tijd geweest, dat Afghaanse agenten als goedkopere slechter uitgeruste surrogaatsoldaten werden misbruikt. Daarvan merk ik in de huidige berichtgeving niets meer. Nathalie Righton van de Volkskrant schreef maar al te vaak zeer cynisch en spottend over de missie, maar haar verhalen worden positiever. Toch weet iedereen, dat de kans op blijvend succes vooral na het vertrek van de NAVO troepen klein is. Maar hoe groot is de kans op succes bij het streven naar een politieke oplossing? Waarom zouden de Taliban überhaupt gaan onderhandelen? Ze hebben de tijd. Na 2014 grijpen ze naar de macht. Jammer voor de vrouwen en meisjes. Het is nog maar de vraag of westerse NGO’s onder een nieuw Taliban regime nog mogen blijven werken in Afghanistan zoals nu. Als we door onderhandelingen erin zouden slagen, dat NGO’s mogen blijven werken en de politietrainingsmissie kan worden voortgezet of zelfs verbreed, dan zou onderhandelen een succes zijn Anders is het streven naar een politieke oplossing  in feite het aan hun lot over laten van de Afghanen. Het succes van vredeswerkers elders blijkt dan geen garantie voor succes in de Afghaanse werkelijkheid.

Het moge duidelijk zijn geworden, dat stemmen over Kunduzmoties veel meer is dan een beslissing nemen over wel of niet de missie steunen. In feite gaat het om de partijstrategie. Het is te hopen, dat de 1500 congresgangers beseffen, dat het om meer gaat. Het gaat weer spannend worden.

Jaargang 4, Nr. 200.

woensdag, 1 februari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Zesjescultuur? Nee joh, dat is gewoon efficiëntie

In politiek, onderwijs, onderwijs, halbe zijlstra, studeren, ton elias, lerarenstaking, de volkskrant, vvd, en meer.
We konden er natuurlijk op wachten. Zodra leraren hun onvrede uiten over het rampzalige onderwijsbeleid, is er altijd wel iemand bereid om de schuld volledig in de schoenen van de docenten zelf te schuiven. En namens de VVD is dat ditmaal Ton Elias. Want daar komt het nogal langdradige verhaal van Elias in de Volkskrant [...]

maandag, 30 januari 2012

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Onderwijs heeft imagoprobleem

In sargasso, de volkskrant, nederland, onderwijs, persoonlijk, 2009, enquete, internationaal, minister, en meer.
1803

Marja van Bijsterveld heeft niet het intellectuele niveau voor een minister en is in die rol de beroerdste ook, aldus bestuurder Marten Kircz van onderwijsbond Aob. De quote geeft precies aan welk imagoprobleem de onderwijssector heeft: een stelletje zeurkousen die boos worden zodra je ze tegenspreekt. Zelfs al zou het waar zijn, dan nog is het persoonlijk beledigen van de minister niet de handigste manier om in gesprek te raken over je geschilpunten.

Zelfs de meerderheid van de docenten vindt dat in het onderwijs een klaagcultuur heerst, bleek in 2009 uit een enquete van de Volkskrant. En over het salaris is men best tevreden. Terecht, als je het internationaal vergelijkt. Wie de OESO rapporten over 2010 en 2011 naast elkaar legt, ziet bijvoorbeeld dat de aanvangssalarissen in dat jaar met 2000 dollar per jaar gestegen zijn (tabellen D3.1, excel en pdf alert). Nederland hoort bij de top als het om beloning van docenten gaat.

(...)
Lees verder in Onderwijs heeft imagoprobleem (nog 181 woorden)

zaterdag, 28 januari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Mijn mannelijke buik

Ik ben het kind van werkende ouders. In allebei vond ik verzorgers en beschermers. Mijn moeder heeft mijn vader in zware tijden beschermd en ze hebben mij altijd voorgehouden dat ik niet de stereotype jongen hoefde te zijn zoals mijn omgeving dat voor zich zag. En zoals Angela Crott (de Volkskrant, 27 januari) dat nog steeds voor zich ziet: ridderlijke jongens die (de seksualiteit van) het meisje beschermen en niet voor ‘slappe hap’ worden aangezien.

Waar ik in mijn jeugd ben geconfronteerd met de perverse effecten van de door Crott bestempelde mannelijke normen en waarden, overkomt dat vandaag de dag talloze andere jongeren. Jongeren waarvan Crott vindt dat de jongens vooral moeten leren om mannelijke leiders te zijn: stoer en in zware tijden rechte koers houdend. En de meisjes moeten vooral niet teveel economische onafhankelijkheid nastreven: het maakt de jongens alleen maar lui en laf. Al was het zo dat we het potentieel van mannen om te beschermen de nek om hebben gedraaid, dan zou ik daar met terugwerkende kracht blij mee zijn. Maar ik mag toch hopen dat we vooral gelijkwaardigheid, vrijheid en emancipatie na proberen te streven. Een samenleving waar we aanvullend op elkaar zijn, los van het geslacht van de ander.

In 2010 bleek Nederland van de elfde naar de zeventiende plaats te zijn gezakt op de wereldranglijst die gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen meet. Met de huidige (mannelijke?) koers van ons land kan ik een verbetering van die positie wel op mijn mannelijke buik schrijven. Maar ik vraag me af: zou Crott werkelijk blij zijn met de mannelijke leiders van dit moment? Leiders die in zware tijden bezuinigen op onderwijs, kinderopvang en zorg?

Ik kan er me nauwelijks iets bij voorstellen.

 

Link naar ’Vrouwen hebben mannen als beschermers nodig’


vrijdag, 27 januari 2012

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Kinderpardon!

kinderpardon In de raadsvergadering op 24 januari (jawel, op mijn verjaardag) diende ik namens onze fractie een actuele motie in om de regering op te roepen om een kinderpardon te geven aan kinderen die al langer dan 8 jaar in Nederland verblijven. Dit deed ik mede op verzoek van Tofik Dibi, Tweede Kamerlid van GroenLinks. Hij initieerde samen met een hoop bekende Nederlanders de petitie op www.kinderpardon.nu Meer dan 100.000 mensen hebben daar inmiddels hun handtekening op gezet!

Met het indienen van de motie geeft GroenLinks een stem aan een gevoel wat breed gedragen wordt in de samenleving, ook de Eindhovense. Wij willen dat kinderen, die mede door het landelijke beleid inmiddels al jarenlang in Nederland leven, niet gedwongen worden om ons land te verlaten en teruggestuurd worden naar landen waar ze de cultuur en de taal niet van kennen maar die bovenal ook vaak erg gevaarlijk zijn. Wij gunnen deze kinderen een toekomst in Nederland.

Deze motie kon rekenen op een zeer brede steun in Eindhoven. De motie werd mede ingediend door de volgende partijen: SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en zelfs het CDA, die zich hiermee tegen het regeringsbeleid van hun eigen minister keerde. Verder werd de motie gesteund door twee leden van de VVD fractie. De overige leden, als ook het raadslid van LE, vonden dat het geen lokale zaak was om hier iets van te vinden. GroenLinks is het daar niet mee eens, het gaat immers ook om onze inwoners!  Bovendien is ook onze landelijke overheid een democratisch orgaan wat als het goed is luistert naar signalen uit de samenleving. Een lokale gemeenteraad kan die signalen zichtbaar maken en vertalen naar de de tweede kamer!

Heb je nog niet getekend voor het kinderpardon? Doe dat dan nu op www.kinderpardon.nu

Lees hieronder de motie en mijn betoog over het kinderpardon.

TEKST ACTUELE MOTIE KINDERPARDON

clip_image002

Actuele Motie

De ondergetekende heeft de eer de volgende motie aan te bieden.

De ondergetekende, lid van de raad van de gemeente Eindhoven,

Overwegende dat:

- Er een brede maatschappelijke steun is voor een kinderpardon in de Nederlandse samenleving;

- Bijna 100.000 mensen de petitie voor het kinderpardon ondertekenden.

Van mening zijnde dat:

- Het wezensvreemd is om asielkinderen die geworteld zijn in Nederland terug te sturen naar het land van hun ouders;

- Er nu veel aandacht is, zowel politiek als in de media, voor individuele gevallen;

- Er gestreefd zou moeten worden voor een structurele oplossing voor de hele groep kinderen die het betreft (naar schatting 1.500).

Stelt de raad voor te besluiten:

Om het College te verzoeken om bij de minister voor Immigratie & Asiel aan te dringen op een kinderpardon.

Eindhoven, …..

Het lid van de raad,

Renate Richters, GroenLinks

 

BETOOG BIJ MOTIE KINDERPARDON

Actuele motie kinderpardon

“Nederlandse kinderen gedwongen om met vader naar Afghanistan terug te gaan”. Dit was te lezen op de site van de Volkskrant vandaag. Achmed Matin (16 jaar) en Diba Matin (15 jaar) hebben allebei een Nederlands paspoort. Hun moeder is in 2006 overleden. Hun vader, Abdul Momand heeft vorige week te horen gekregen dat hij Nederland moet verlaten van de immigratie- en naturalisatiedienst, ondanks dat de rechtbank tot 3x toe heeft besloten dat hij mag blijven. Abdul Momand staat voor een onmogelijke keuze. Zijn kinderen zonder ouders achterlaten kan hij niet. “Maar eigenlijk kan ik het mijn kinderen ook niet aandoen om naar Kabul te verhuizen” zegt deze vader. De kinderen spreken geen Afghaans. Vader werkt al 10 jaar als conciërge op een basisschool.

Achmed Matin en Diba Matin. De nieuwe Sahar? De nieuwe Mauro?

Weer staat de media bol van een individuele kwestie waarbij kinderen die al lang in Nederland wonen, hier zijn opgegroeid en hier geworteld zijn, worden gedwongen ons land te verlaten. Naar Irak, Afghanistan, Angola, Eritrea.

Weer ontstaat er een breed publiek debat waarbij de regering zijn poot stijf houdt, want regels zijn regels, ondanks dat veel mensen in Nederland zich massaal hebben uitgesproken dat ze het anders willen. Dit blijkt onder andere uit de brede acties die zijn gevoerd naar aanleiding van de situatie van Mauro, maar ook uit de bijna 100.000 handtekeningen die gezet zijn voor de petitie kinderpardon.nu.

We kunnen blijven discussiëren over individuele gevallen, of we kunnen het voor eens en altijd goed oplossen. GroenLinks kiest voor het laatste. Daarom zijn dienen wij vanavond samen met SP, LPF, PvdA, D66, OAE, FPS en het CDA een motie in om bij de minister voor immigratie te pleiten voor een kinderpardon. Naar schatting gaat het hier om maximaal 1.500 kinderen onder de 21 jaar. Met deze oproep geven wij steun aan de nog te behandelen initiatiefwet van PvdA en CU over gewortelde kinderen.

Deze gemeenteraad heeft zich terecht het lot van Mauro, inwoner van onze stad, aangetrokken. Dit hebben wij gemeenteraadsbreed middels een brief aan de minister kenbaar gemaakt. Wij hopen dat u, in navolging van deze brief, met ons de minister wilt oproepen om tot een structurele oplossing voor deze kinderen te komen.

Steun daarom deze actuele motie, en zet daarom je handtekening op www.kinderpardon.nu

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Stefan Verwey – Titel zoekt boek

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, cartoons, lezen, stefan verwey, volkskrant, de volkskrant, en meer.

Stefan Verwey - Titel zoekt boekStefan Verwey – Titel zoekt boek

Uit de Volkskrant ken ik zijn cartoons al. Altijd de moeite waard, in de boekenbijlage. Twijfel was er dus niet toen ik dit boekje in de opruimingbak tegenkwam. Naast de computer liggend, las ik elke keer tijdens het opstarten een paar cartoons.

Verwey beheerst de kunst die slechts weinigen onder de knie hebben. Met weinig woorden veel zeggen. Peter van Straaten kan het ook. Een plaatje, altijd een prominente plek voor (een) boek(en), een klein stukje tekst en er zit een heel verhaal achter. Het verhaal is duidelijk, maar tegelijkertijd geheel ter eigen interpretatie. Dan ben je volgens mij een groot kunstenaar.

Citaat: “Waarom niet net zoiets als Potter, maar dan helemaal anders” (p.44)

Nummer: 11-026
Titel: Titel zoekt boek
Auteur: Stefan Verwey
Taal: Nederlands
Jaar: 2001
# Pagina’s: 112 (8345)
Categorie: Cartoons
ISBN: 978-90-6169641-4

Meer:
Wikipedia
Auteurspagina bij de Harmonie
Titel zoekt boek bij de Harmonie
Vele cartoons via Google


vrijdag, 20 januari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Kinderzorg

In uncategorized, de volkskrant, jongeren, onderwijs, schoolmaatschappelijk werk, sociale stad, wmo, column, zorg, en meer.

‘Dat de hele kinderzorgketen ouders benadert als potentiële kindermishandelaars is een bekende klacht. Daar kan die arme keten zelf niet zo vreselijk veel aan doen. Ze moet. Omdat wij het willen.’ Aldus Sheila Sitalsing vanochtend in haar column in de Volkskrant. We slaan een alarm bij alles wat afwijkt van de norm. Ingrijpende veranderingen zijn noodzakelijk. Met een grote stem voor iedereen die direct met kinderzorg te maken heeft.

Veel hulpverleners binnen deze zorg maken een verschil. Een verschil dat zich niet uit in de dijk aan rapportages, het jargon en de vele verantwoordingen. Maar een verschil dat zich uit in het contact met de persoon die tegenover hem of haar zit. Niet omdat het moet, maar omdat het belangrijk is: omdat het ertoe doet.

Het zou in de grootste plaats moeten gaan over die ruimte. De verandering begint namelijk niet bij de keten, de rapportages of de verantwoording. Maar de verandering ligt verscholen in het contact tussen hulpverlener en cliënt.

In ons.


maandag, 16 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Lustobject

In het menu, niet op voorpagina, ferdows kazemi, hans teeuwen, iran, lustobject, nederlandse nationaliteit, buitenland, de volkskrant, en meer.
De in Iran geboren columniste Ferdows Kazemi sprak onlangs in de Volkskrant haar afkeuring uit over Hans Teeuwen, die op het toneel zijn seksuele fantasie met de koningin verbeelde en daarmee de vrouw als lustobject neerzette. Ik had op deze plaats Ferdows tot nadenken willen stemmen met een vlammend betoog voor de vrouw als lustobject, door voor eens en altijd duidelijk te maken dat de mensheid zonder het fenomeen lustobject niet zou bestaan. Tot ik het schrijnende relaas tegenkwam over het eenjarige dochtertje van haar stervende zus. Ferdows heeft zich na de dood van deze zus en met instemming van de Iraanse vader over het kleine meisje ontfermd en is nu 11 jaar haar pleegmoeder. In Nederland kunnen buitenlandse pleegkinderen geen Nederlandse nationaliteit krijgen. En omdat de Iraanse wetgeving adoptie van haar onderdanen in het buitenland niet toestaat, wordt dit 12-jarige de facto Nederlandse meisje, net als Mauro met uitzetting bedreigd. Waar zijn wij in dit land in vredesnaam mee bezig! Laat dit gedoe waar iedere Nederlander zich ten diepste voor behoort te schamen onmiddellijk ophouden en geef kinderen als Mauro en dit meisje een normaal leven verdomme! Maar Ferdows, gun jouw meisje dan ook dat ze een normaal lustobject mag zijn.

woensdag, 11 januari 2012

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Sociaal zijn voor studenten? Dan geen leenstelsel, maar een basisbeurs.

Op 2 januari verscheen er in de Volkskrant een stuk van Nikie van Thiel, voorzitter van de Jonge Democraten, waarin zij pleitte voor het afschaffen van de basisbeurs. Nadat ik daar in de Volkskrant van 9 januari op reageerde, wezen mensen mij erop dat Van Thiel zo hoffelijk was geweest hier weer een antwoord op [...]

maandag, 2 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Davidster

In het menu, niet op voorpagina, davidster, geloof, holocaust, israel, jeruzalem, joods, demonstratie, en meer.
Altijd weer lastig, om me op 2 januari los te rukken uit de sfeer van de kerstweek. Een week vol saamhorigheid, verstilling, herinnering en weemoed, versterkt door de liedjes uit de dag en nacht doorgaande top 2000. Maar dan, het schokkende ontwaken, op pagina 3 van de Volkskrant. Een foto van goed doorvoede ultraorthodoxe Joden met gele Davidster. Prominent in beeld een klein jongetje dat beide handen omhoogheft. Het schijnt om een demonstratie van ultraorthodoxe Joden in Jeruzalem te gaan, die met Davidster en kampkleding protesteren tegen hun achterstelling in Israel. Daaronder een foto van een mager klein jongetje uit het getto van Warschau, dat eveneens zijn beide handen omhoogheft, ten teken van angstige overgave aan de nazi-soldaten en niet wetend welk gruwelijk lot hij tegemoet gaat. Dat weet de Israëlische minister Yossi Peled als overlevende van de holocaust wel en hij reageert geschokt op de beelden met de mededeling dat zijn bloed bevriest in zijn aderen. Dit moet een vreselijke foto zijn voor al degenen die de horror van de holocaust hebben meegemaakt. Hoe extremer men zijn geloof belijdt, hoe meer men de eigen principes van naastenliefde, empathie en mededogen met de medemens verloochent.

ZZP-er Femke

Interview met Femke in NRC

Mijn bijdrage aan de politiek heeft ook bestaan uit het plakken van posters. Na vele malen met lijm en kwast het konterfeitsel van Femke op de borden te hebben aangebracht, krijg je een band met de hoofdpersoon. Daarom lees ik nog alles over haar. Zoals het interview in NRC. Femke is politica af. Maar ze blijft bijdragen aan de samenleving. Door vooral de kennis erover te vergroten. Dat was haar uitgangspunt om als zelfstandige zonder personeel nieuw werk te selecteren. Ze levert essays voor de Volkskrant, schrijft een documentaireserie over de positie van vrouwen in de islam. Als gasthoogleraar aan de Universiteit Utrecht onderzoekt ze de betekenis van sociale media voor de mensenrechten. Daarnaast is ze voorzitter van Stichting Vluchteling en wordt ze voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Weekblad Persgroep. Femke: “Wachtgeld blijkt in ieder geval niet nodig”.

dinsdag, 27 december 2011

Peter Smith

Peter Smith

Het geluk ligt voor het oprapen.

In algemeen, gezondheid, voor de wereld van morgen, durven, geluk, zwerfafval, acties, asn-bank, blog, en meer.

Hierbij wil ik iedereen ‘n geweldig nieuwjaar wensen en hen bedanken die hebben meegeholpen Klean daar te krijgen waar het nu is.
Of je nu meegedaan hebt met “de Lente verwelkomen“, meegeholpen met “Klean the Movie“, of “SuperKlean“, gestemd op mijn project “de wereld van Zwerfvuil“, ge(re)tweet, gepost op facebook of gedoneerd om de kosten te dekken, de fouten uit mijn teksten hebt gehaald (mijn dochter Sanne;) of alleen maar regelmatig mijn blog-post gelezen hebt, allen hartelijk dank!

Klean gaat in 2012 een stichting worden met als doel om de echte gevolgen van zwerfvuil aan het licht te brengen:

Maar behalve dat ik om bovenstaande reden zwerfvuil ben gaan oprapen bleek er nog iets voor het oprapen te liggen:

Ik heb gemerkt dat ook het geluk voor het oprapen ligt! ;)

Begin 2011 ben ik begonnen met het oprapen van zwerfvuil. Eerst stiekem want ik schaamde me er een beetje voor, je ziet het bijna niemand doen. Het vreemde was dat het geweldig voelde: doen wat volgens jou goed is. En je dus niet laten leiden door wat anderen ervan vinden (of wat jij denkt dat die ervan vinden).

Het is een bijzonder jaar geweest:
- De actie “verwelkom de lente” waar ca 1400 mensen aan meededen.
- Geïnterviewd door o.a. Volkskrant en ÉénVandaag.
- Finalist bij de Wereldprijs van de ASN-Bank.
- Genomineerd voor de TEDxAmsterdamAward
- Door de Volkskrant aangemerkt als één van de meest wereldverbeterende ideeën
- Spreken bij Stand Up Inspiration in Toomler.

En dat allemaal omdat ik zwerfvuil ben gaan oprapen!

Ik ben daardoor van mijn geloof gevallen dat “mijn acties er niet toe doen” of dat “het geen zin heeft want het is een druppel op een gloeiende plaat”.

Dit is mijn wens voor jou: Doe wat je wilt doen en waar je goed aan denkt te doen! Laat je niet leiden door beperkende gedachten als “anderen zullen het vast vreemd vinden”, “ik ben te onbelangrijk” of “het heeft geen zin”.
Zelfs een stortbui begint met een eerste druppel, net als een vleugelslag van een vlinder kan resulteren in een orkaan.

Maak er een geweldig, gezond en gelukkig 2012 van!

Opgeruimde groet,
Peter.

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

zaterdag, 24 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks maakt geen “ruk naar links”

Anders dan de Volkskrant suggereerde, maakt GroenLinks onder Jolande Sap niet vaker gemene zaak met de SP dan ten tijde van Femke Halsema. Er is vooral continuïteit.

Volgens de Volkskrant van 17 december heeft GroenLinks na het aantreden van Jolande Sap een ruk naar links gemaakt. De partij zou het laatste jaar veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. Onder Sap zou de partij zijn opschoven van progressief naar oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar ze kloppen niet. Integendeel, GroenLinks schuift eerder richting D66 dan richting de SP.

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 in totaal 2.101 moties in. GroenLinks steunde 1.527 van deze moties. Dat is 72 procent, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd.  Van de 1.752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen steunde GroenLinks er 1.527 ofwel 87 procent.

Als we de correcte cijfers voor de periode-Sap en de periode-Halsema met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87 procent van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84 procent. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-redacteuren een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

Volgens de auteurs bevallen de GroenLinks-moties die zijn ingediend sinds het aantreden van Sap de SP beter. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5 procent van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, zo blijkt uit de cijfers waarop de Volkskrant zich baseert, 87,7 procent. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van GroenLinks en SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt.

Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Volkskrant wel gekregen van de Tweede Kamer. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96 procent van de moties van D66 steunde. Tussen 2006 en 2010 was dat 91 procent. GroenLinks steunt D66-moties vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt, is toegenomen. Onder Sap heeft GroenLinks bijna alle D66-moties gesteund. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren, is dat dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout vergaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken omdat GroenLinks vaker met de SP zou meestemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen, dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaal-liberale koers van Halsema eerder voort.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer een grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd voort uit wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is en de Europese crisis de aandacht al geruime tijd opeist, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag.

Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan – vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

vrijdag, 23 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Minister-president

In het menu, niet op voorpagina, crisis, europese unie, hebzucht, minister-president, puisant rijken, vs, angst, en meer.
De media overspoelen ons momenteel met berichten over de economische crisis. Landen die hun schulden met sprongen zien toenemen, in een recessie geraken, moeten bezuinigen, hun werkeloosheid zien stijgen en hun ratings zien dalen, waardoor de rente over hun schulden omhoog gaat. Voor u meneer Rutte een inmiddels vertrouwd riedeltje. De VS lossen dit probleem op door de geldpers open te zetten. Meer geld nodig? Dan drukken we toch meer geld. U en de Europese Unie zijn er nog (steeds) niet uit, maar neigen – aan de strenge hand van Duitsland – naar het disciplineren van de landelijke begrotingen. Niet meer geld, maar minder schulden. Onlangs meldde de Volkskrant dat de topmanagers van het Amerikaanse bedrijfsleven hun loon het afgelopen jaar met 36,5 procent zagen stijgen. Het moet u bekend zijn dat die mensen ook zonder die verhoging al miljoenen verdienen. Zoals altijd zal Europa niet achterblijven, uit angst zijn beste managers kwijt te raken aan de VS. Wat wij een crisis noemen is in feite niets anders dan een sluw geënsceneerde verschuiving van inkomen en bezit: de puissant rijken - gedreven door hebzucht - zijn bezig nog rijker te worden door de rest van de wereldbevolking te bestelen. Minister-president, slaap zacht!

dinsdag, 20 december 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Maximumstraf

In de volkskrant, nederland, politie, minister, opstelten.
Trouwens, ook op het journaal: minister Opstelten wil maximumstraf mensenhandel verhogen van acht naar tien jaar. Klinkt altijd daadkrachtig.

Onlangs berichtte de Volkskrant dat politie-agenten negroïde vrouwen vanaf de bushalte naar hun schoonmaakwerk in Bloemendaal en Aerdenhout hadden gevolgd. Ze belden aan en stelden vast dat de sommige vrouwen illegaal in Nederland verbleven. De vrouwen werden vervolgens het land uitgebonjourd. Daarnaar gevraagd, bleek dat de politie zich niet had verdiept in de vraag of deze vrouwen ook uitgebuit werden. En met dat soort klunzen moeten we dan de mensenhandel bestrijden. Al wordt de maximumstraf honderd jaar, ik denk niet dat de mensenhandelaars zich erg veel zorgen zullen maken.

Gaat lekker zo, daar in Den Haag.

vrijdag, 9 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: ADHD en Ritalin

In het menu, niet op voorpagina, adhd, ritalin, aleid, kinderen, ouder, ouders, tegenwoordig, en meer.
Onlangs schreef columniste Aleid Truijens in de Volkskrant dat de ideale jongen tegenwoordig een meisje is en de echte jongen een adhd'er. Jongens zijn altijd al hun lawaaiige, bonkige, ravottende, slonzige, impulsieve, opschepperige en hartveroverende zelf geweest. Het is de omgeving die in de loop der tijd het kwajongensgedrag als hinderlijk is gaan kwalificeren, er een etiket op is gaan plakken en dit 'probleem' te lijf is gegaan met het uiterst efficiënte middel ritalin, aldus Aleid. Ik had het zelf kunnen schrijven. Ieder kind wordt geboren als 'His majesty the baby', met zijn wiegje als de troon. Het is de taak van de ouders om hem met beide benen in de werkelijkheid van alledag te voeren, waar hij ontdekt een van de vele 'majesteiten' te zijn. Dat doe je als ouder door duidelijk te zijn en hem te confronteren met de grenzen om hem heen. En dat doet de doorsnee ouder van nu te weinig. Wie kent het niet: schreeuwende kinderen in supermarkten of restaurants en ouders die niet ingrijpen. Wij làten het kind in de waan dat hij de majesteit is en als dat lastig wordt, noemen we het adhd.

woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Aleid Truyens en de brief van minister Van Bijsterveldt

In column van de week, december, kinderen, minister, resultaten, 2011, midden, oplossing, weer, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?   2.

Aleid Truyens is een van mijn favoriete columnistes in de Volkskrant. Op pagina V10 en 11 van dinsdag, 6 december 2011 beschrijft zij, als altijd zeer waarheidsgetrouw en realistisch de wijze waarop moderne welvarende ouders omgaan met hun kinderen. Wat een inspanningen leveren de ouders om hun kinderen in allerlei opzichten  een goede opvoeding te geven. Hun  lichamelijke ontwikkeling moet goed verlopen, dus worden ze naar de sportclub gebracht. Kinderen moeten muzikaal gevormd worden, dus worden ze naar muziekles gebracht en zo kunnen we nog even doorgaan.

Aleid wijst er ook op, dat haar ouders zich echt niet zo goed inspanden. Daar zit hem uiteraard ook precies de crux, waar het om draait. Kinderen worden tegenwoordig enorm overbelast. Zelfs voor eens lekker uitrazen buiten op straat is door de lokkende computerspelletjes en de verkeersonveiligheid geen gelegenheid. Kinderen krijgen ook alles wat hun hartje begeert. Aleid zal er vast en zeker op letten, dat alle speelgoed vormend en verantwoord is. Helaas geldt dat niet voor alle ouders. Aleid beschrijft nauwkeurig hoe het mogelijk is, dat sinds 1985 een generatie is opgegroeid, die alles kreeg, wat ze wilden en als mamma eens nee zei het midden in de supermarkt op een krijsen zette, zodat ik slechts met de grootste moeite de neiging kon onderdrukken het kind een fikse draai om de oren te geven – uiterst onpedagogisch volgens moderne opvattingen – en de moeder voor de zoveelste keer maar weer toegaf. En dat wist het kleine kreng natuurlijk heel goed. Die generatie wordt door het Bureau Motivaction de “Grenzeloze generatie” genoemd. Hen zijn nooit grenzen gesteld en ze kennen voor zich zelf ook geen grenzen. Het is prachtig beschreven, af en toe ook hilarisch en tegelijk beangstigend in: “De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders”. Recent verscheen: “De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V.IK”.

De minister heeft kennelijk naar de resultaten van alle opvoedingsinspanningen gekeken en is daar terecht niet blij mee. Ze denkt, dat nog meer verwennerij de oplossing is, terwijl het zaak is, dat de ouders hun kinderen weer leren wat de waarde is van matigheid is en zelfbeheersing en iets over hebben voor een ander en beleefdheid en je echt inspannen om iets te bereiken en zelfstandigheid en luisteren naar anderen.

Jaargang 4, Nr. 191.

woensdag, 23 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Cultureel glas tweederde vol

In persoonlijk, kunst en cultuur, belangrijk, cultuur, de volkskrant, eerste, genieten, hoop, jongeren, en meer.

Het is maar net hoe je het wilt zien: Nu.nl kopt: één op drie jongeren mijdt cultuur. De Volkskrant bracht het positiever: tweederde jongeren stelt belang in cultuur. Het glas is niet half vol of half leeg, maar maar liefst tweederde vol! Uit onderzoek van het CJP naar de kunst- en cultuurbeleving van jongeren blijkt dat maar liefst 22% van de ondervraagde jongeren zich geen leven zonder cultuur kan voorstellen, de ondernemende cultuurfans. Ze genieten van kunst van anderen en voeren zelf ook uit en op. 32% van de ondervraagden, veelal laag opgeleide jongens, heeft niets met cultuur. Ze gaan hooguit naar de bioscoop, maar dat noemen ze geen cultuur.

Ons cultuurminnende kabinet (hoest, proest) heeft niets met cultuur, dat was al duidelijk. Ook de bijdrage van het Rijk aan het CJP gaat verdwijnen. De stimulans om verder geld te zoeken werkt hopelijk, er wordt hard gewerkt aan een doorstart. Op zich prima natuurlijk, als anderen willen meebetalen is dat geweldig. Het signaal dat de overheid afgeeft, vind ik wel erg: zo belangrijk is cultuur kennelijk nou ook weer niet. Laat maar aan de markt over. Met alle onzekerheid die dat met zich meebrengt.

Gisteren had ik een uurtje over in Brussel. Die tijd heb ik doorgebracht in het Magritte-museum, waar naast een behoorlijk aantal toeristen ook veel groepen kinderen waren. Het was een groot genoegen om te luisteren naar hun associaties bij de prachtige schilderijen, hun creativiteit en het plezier dat zij er overduidelijk beleefden. Misschien was het wel de eerste kennismaking met kunst, zodat ze de overstap maken van de 1/3 naar de 2/3 (ervan uitgaand dat de CJP-cijfers ook voor Brussel gelden natuurlijk). En misschien worden het zelfs wel ondernemende cultuurfans, en kunnen we over een tijdje hun exposities bewonderen. Ik hoop het van harte.


maandag, 14 november 2011

Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Boodschappenlijstje

In persoonlijk, natuur, bleker, concept, de volkskrant, gemeenten, kabinet, mening, weer, en meer.

Deze week doen:

  • Laten weten wat je vindt van de nieuwe ‘Natuur’wet van Bleker via Natuurmonumenten. Zie het interview met zijn volkomen genegeerde adviescommissie in de Volkskrant van vandaag: natuur wordt alleen gezien als iets waar je geen last van mag hebben. Het concept-wetsvoorstel ligt tot vrijdag ter inzage, geef vooral ook je mening bij de officiële internetconsultatie!
  • Debat volgen over het verminderen van het aantal gemeenteraadsleden met maar liefst 24.000 (op nu nog 418 gemeenten, binnenkort na nieuwe herindelingen weer iets minder). Welk probleem lost dit op? Niets. Raadsleden zijn nu al erg zwaar belast, is een argument tegen. Blijf dan bij de hoofdlijnen en weiger slecht geschreven stukken te behandelen, is mijn reactie daar weer op. Maar desondanks is dit weer schijnflinkheid van dit kabinet.
  • Wordfeud spelen en proberen met welke woorden je wegkomt. Een tegenstander won gisteren van me met vondsten als ‘diere’ en ‘wa’…  Zou ‘tja’ mogen?

donderdag, 10 november 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

In goede doelen, ontwikkelingssamenwerking, rijken, samenleving, schuldig, sociaal, solidariteit, stemgedrag, studie, en meer.

Post image for Peerke Donderslezing: Over de middenklassen in het westen en in Afrika

Goedemiddag,

Toen ik opgroeide, een puber was, mocht ik op een saaie zondagmiddag graag met mijn moeder een eindje gaan rijden. Stapvoets reden we dan door de nieuwe villawijken aan de rand van Enschede  en verlustigden ons aan de gouden leeuwen die oprijlanen markeerden, de Griekse zuilen waarmee Twentse boerderettes waren versierd en wij roddelden er op los. Enschede was, zo aan het einde van de jaren zeventig klein genoeg om te weten wie er woonde, hoe ze hun geld hadden verdiend, en of hun huwelijken gelukkig waren.
Wij, moeder en dochter, uit de gegoede middenklasse hadden het heel goed maar bezaten niet het kapitaal dat daar op die ruime kavels vaak nogal afzichtelijk was uitgestald.
Het was een vriendelijke vorm van aapjes kijken, van verveeld vermaak, waarover wij ons weinig schuldig voelden omdat het vertoon van rijkdom ook voor ons was bedoeld, zondagrijders uit de middenklasse.

Precies diezelfde lust tot ‘rijken kijken’ zie je terug in het nieuwe programma van Jort Kelder ‘Hoe heurt het eigenlijk’. En ik kan me nog steeds goed vermaken met de rose-tankende, glad gestreken en opgepompte nouveau-riche-dames aan de Loosdrechtse Plassen, die uitleggen dat ze niet alleen een motorjacht bezitten (‘zeilen is zo veel werk’) maar ook een tweede huis bij Saint Tropez omdat ‘ze zo vreselijk van cultuur houden’.
In ‘hoe heurt het eigenlijk’ wordt het pronkgedrag van de nieuwe rijken slim afgezet tegen de tradities van het oude geld. Over het algemeen zijn dat Olie B. Bommel-achtige heren die in gedateerd Nederlands uitleggen dat zij hun landhuis, stammende uit 1700 of daaromtrent, in stand weten te houden door een natuurcamping en wat biologische boerderijen op de landerijen toe te laten.

Wat ‘Hoe heurt het eigenlijk’ anders maakt dan eerdere programma’s van bijvoorbeeld Gert Jan Droge is het nogal stichtende karakter. Als kijker word je ook op allerlei manieren duidelijk gemaakt hoe je wel en niet zou moeten leven, wat beschaafd is en wat nastrevenswaardig is. En dat is de nouveau-riche overduidelijk niet. Het oude geld wel want dat heeft tradities, sociaal besef, eet met mes en vork en lepelt geen vaten rose naar binnen maar drinkt een glas goede rode wijn op zijn tijd.

Het stichtende karakter van het programma heeft inmiddels ook geleid tot heel serieuze beschouwingen in kranten. Een van de meest hilarische is wel een beschouwing in de Volkskrant donderdag 4 november waarin werd betoogd dat wij Jort Kelder, als onze nationale polderdandy, dankbaar mogen zijn omdat hij een grote bijdrage zou leveren aan de ‘heropvoeding van Nederland’.
Ofwel, de landerijen zullen wij met zijn allen nooit bezitten, de familienamen ook niet, maar beschaafd gedrag leeft de oude adel ons voor.

Ik vind dat uit zo’n geleerde analyse in de krant vooral een nogal wonderlijke nostalgie naar de 19e eeuw spreekt. De redenering die wordt gehanteerd is eenvoudig. Weliswaar is de rijkdom waar de ontwikkelde smaak op rust, niet binnen ons bereik maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk de goede omgangsvormen kunnen kopiëren.
Laat ik het eens bout zeggen. Zoals in de 19e eeuw, zijn armoede en een gebrek aan kansen geen excuus voor slechte manieren.

Wat mij betreft maakt ‘hoe heurt het eigenlijk’ met haar stichtende boodschap en de analyse in de Volkskrant die er op voortbouwt, deel uit van een maatschappelijke en politieke ideologie waarmee ik moeite heb. Het is de ideologie van ‘de eigen verantwoordelijkheid’ die al jaren een grote populariteit geniet.
Het is ook de ideologie waarbij de omstandigheden waarin je leeft, de armoede waar je aan bent blootgesteld, het gebrek aan kansen om hoger op te komen, nooit een argument kunnen zijn voor het gedrag dat je vertoont.
Natuurlijk klopt dit wel op het niveau van het individu. Simpel, als je arm bent en je gaat jatten, dan kan je armoede misschien een verzachtende omstandigheid zijn maar je bent ook gewoon verantwoordelijk voor je criminele gedrag en verdient daar straf voor. Bovendien, voor opgroeiende jongeren in onze samenleving die zich schuldig maken aan crimineel gedrag, geldt ook dat ze weliswaar zelden voortkomen uit de hoogste economische klassen, maar ze wel degelijk kansen hebben. Ze hoeven niet te straatroven omdat er anders geen brood op de plank is. Ze kunnen naar school, er is werk (hoewel de jeugdwerkloosheid relatief hoog is) en ze kunnen een legaal bestaan opbouwen. Dat ze kiezen voor criminaliteit en het terroriseren van anderen, daarop mogen zij – 1 voor 1 – worden aangesproken, evenals de ouders die hen opvoeden.

Maar met het veroordelen van individueel wangedrag en het tot voorbeeld maken van de oude adel ben je er niet als je de staat van een samenleving wil begrijpen. Als je bijvoorbeeld de criminaliteit wil verminderen, de sociale problemen van werkloosheid, van lethargie of een armoedecultuur van mishandeling en uitbuiting wil begrijpen. Laat staan dat de voorbeeldige omgangsvormen van het oude geld en de elites, ook maar het begin van een oplossing vormen voor de vermindering van die problemen.

Ik wijd uit over ‘Hoe heurt het eigenlijk’ omdat ik de populariteit van de boodschap, blijkbaar ook onder sommige intellectuelen, zeker op dit moment, nogal wrang vindt. We leven in een economische periode waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk, kansarm en kansrijk, mondiaal, in de Verenigde Staten, in Europa en in Nederland snel toenemen. We leven ook in een periode waarin het geloof in vooruitgang, het geloof dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij, zwaar onder druk staat.
Het was precies dat geloof dat het zondagse uitje van mijn moeder en mij tot vrolijk, oppervlakkig vertier maakte dat vrij was van elke vorm van rancune.
Er kon toen namelijk geen twijfel over zijn dat ik als dochter uit de middenklasse – als ik me een beetje gedroeg – meer kansen zou krijgen dan mijn moeder, dat ik een goede opleiding zou kunnen gaan volgen, dat ik werk zou vinden, een huis, dat ik verre reizen zou kunnen maken en verder alles zou kunnen doen wat ik wilde.

Dat tij is gekeerd.
In de eerste plaats voor de mensen met de laagste inkomens maar ook voor de middenklassen.

Europese middenklassen

In het prachtige boekje ‘Ill fares the land’, beschrijft de Britse historicus – en helaas vorig jaar overleden – Tony Judt, de geleidelijke teloorgang van de westerse verzorgingsstaten, en het verdwijnen en verminderen van kansen op sociale stijging van kinderen uit de lagere sociale klassen en de middenklassen.
Hij beschrijft hoe vooral in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk na bijna een eeuw van economische groei en welvaartsspreiding (ruwweg vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1980), deze tot stilstand zijn gekomen. Er is zelfs sprake van een omgekeerde beweging.

Al in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis in 2007 daalde het gemiddelde inkomen van gewone Amerikanen en werd hun geloof in vooruitgang op de proef gesteld. Voor veel burgers gold dat hun huizen hun enige stabiele kapitaal waren. Uit een studie van de Amerikaanse journalist Don Peck blijkt dat aan het begin van 2011 die huizen bij 1 op de 4 middenklasse-gezinnen een nauwelijks nog te dragen schuldenlast is, terwijl 1 op de 7 gezinnen wordt bedreigd door uitzetting en faillissement.
55% van de gewone Amerikanen heeft sinds de crisis te maken gekregen met werkloosheid, vermindering van uren of een forse salarisdaling. Volgens Peck veranderen in de nasleep van de economische crisis de levens van mensen ingrijpend: de verbondenheid tussen generaties staat onder druk, werkloze mannen verliezen hun positie tegenover hun vrouwen en kinderen, jongeren missen toekomstperspectief en zijn somber en voelen zich in de steek gelaten. Ook Tony Judt deelt deze sombere analyse. Hij spreekt van pathologische sociale problemen die horen bij harde klassentegenstellingen: stijgende kindersterfte, verminderende levensverwachting, criminaliteit, een geharde en onverbeterlijke gevangenispopulatie, werkloosheid, obesitas, teenage-zwangerschappen etc. etc.

Judt is de eerste om – terecht – een onderscheid aan te brengen tussen de Verenigde Staten en Groot Brittannië enerzijds en de meer gelijkmatige noord-Europese samenlevingen zoals Nederland anderzijds. Hier zijn de inkomenstegenstellingen nog altijd veel kleiner en is de toegang tot bijvoorbeeld goed onderwijs en relatief goede gezondheidszorg veel beter gewaarborgd. Dat neemt niet weg dat ook in Nederland, net als in andere Europese landen sprake is van een neergaande lijn. De inkomenstegenstellingen groeien en door de bezuinigingen vermindert de toegang tot de publieke voorzieningen voor de lagere en middeninkomens. Denk bijvoorbeeld aan de bezuinigingen op de kinderopvang, de gezondheidszorg, de PGB’s, het onderwijs, de universiteiten en de cultuur.

Tony Judt heeft bovendien een andere boodschap. Hij beschrijft groeiende ongelijkheid niet alleen als onrechtvaardig in zichzelf, maar ook als gevaarlijk voor de sociale en democratische stabiliteit van de samenleving: de geleidelijke toename van sociale en culturele spanningen, de vlucht in extremisme en de snel afbrokkelende bereidheid van mensen om voor elkaar te zorgen, om solidair te zijn – rechtstreeks en via het gezamenlijke betalen van belastingen.
Al deze ontwikkelingen zien we ook in Nederland. De intolerantie jegens elkaar neemt toe, net als de rancune, burgers vluchten naar de politieke flanken en verliezen hun bereidheid – hun stemgedrag is daar een uiting van – om (bijvoorbeeld via belastingen) te investeren in de publieke sfeer, in cultuur, in versterking van het onderwijs, of bijvoorbeeld in ontwikkelingssamenwerking die het lot van de allerarmsten iets verbetert.
Kortom, de groeiende ongelijkheid leidt tot toenemende maatschappelijke tegenstellingen en afnemende solidariteit. Dit ondermijnt geleidelijk het vermogen van een samenleving en haar politici om door inkomensmaatregelen en investeringen in de publieke sector, alsnog het tij te keren.

Afrika

Goed tot hier mijn enigszins sombere analyse van de staat van onze ‘westerse’ samenleving. Nu wil ik met u een hele grote stap maken naar Afrika, als brandpunt van de derde wereld.
In 2009 publiceerde de van oorsprong Zambiaanse econome Dambisa Moyo het boek ‘Dead Aid: Why Aid is Not Working and How There is a Better Way For Africa’. Zij bekritiseert hard en grondig ontwikkelingssamenwerking als een manier om de armoede in Afrika in stand te houden en gewone gezonde economische groei af te remmen. Tegenover de, weinig zoden aan de dijk zettende donaties van Westerse landen, plaatst zij de investeringen die een weinig democratisch land als China in Afrika doet, als duurzamer en toekomstgerichter.
Het hoeft weinig verbazing te wekken dat het boek – zacht gezegd – op een onstuimige ontvangst kon rekenen, temeer daar het al snel een internationale bestseller werd die ook graag door politici geciteerd werd, zoals de president van China. Conservatieven en neoliberalen die Afrika al lang als een bodemloze put beschouwden, zagen in het boek – ook nog geschreven door een Afrikaanse – een mooie aanleiding om alle ontwikkelingshulp stop te zetten. De ontwikkelingsindustrie beschouwde het als een dolksteek in de rug en schreeuwde moord en brand – Bono van U2 voorop – dat Moyo een neo-conservatieve agent was en niet vertrouwd kon worden. De heftige polarisatie rond het boek is begrijpelijk maar ook jammer omdat Moyo’s analyse wel degelijk hout snijdt voor Afrika, net als voor Europa en de Verenigde Staten.

Haar stelling is dat de grote afhankelijkheid van hulpprogramma’s die de afgelopen halve eeuw in Afrika is ontstaan, heeft verhinderd dat er sprake was van gewone economische groei, van stijgende inkomens voor Afrikanen en van de opbouw van democratische rechtstaten. De hulp richtte zich vooral op het verlichten van de ergste armoede en nood, maar creëerde onbedoeld ook afhankelijkheid daarvan.
Bijvoorbeeld in een land als Kenia, waarmee het relatief goed gaat, gaat 70% van het nationaal budget op aan salarissen van politici en overheidsfunctionarissen. Een groot deel van de gewone overheidsinvesteringen in de samenleving komen uit ontwikkelingsbudgetten.

Tegelijkertijd beschrijft Moyo – en dat is een belangrijk punt – ontbraken werkelijke economische investeringen uit Europa en de Verenigde Staten in Afrikaanse landen, terwijl het westen tegelijkertijd zijn grenzen zo goed als gesloten hield en houdt voor grootschalige import uit Afrika. Niet alleen was er sprake van groeiende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp, er was in veel Afrikaanse landen ook nauwelijks een alternatief voor in de vorm van economische activiteiten die inkomen opleveren.
Door hulpafhankelijkheid en de afwezigheid van economische bloei kennen veel Afrikanen, volgens Moyo, weinig mogelijkheden voor sociale stijging, de armoede is groot en wordt bepaald niet kleiner, de inkomensafstanden zijn immens. Tegenover een enorme populatie van armen staat een kleine groep van exorbitante rijken, die vaak corrupt is en in het bezit van de politieke macht. Veel andere smaken dan heel arm en heel rijk zijn er nauwelijks: middenklassen bestaan maar summier en vooral in de landen waarmee het naar verhouding redelijk of goed gaat.

Ik ben het maar ten dele met Moyo eens. Ik denk dat zij de ontwikkelingshulp veel te veel verantwoordelijkheid geeft voor de miserabele staat van veel Afrikaanse landen; andere – geografische, etnische, historische en politieke – redenen spelen een minstens even grote rol. Bovendien denk ik dat zij een veel beter onderscheid dient te maken tussen noodhulp, zoals nu in de Hoorn van Afrika en langer lopende ontwikkelingsprogramma’s.
Ik wil deze lezing ook niet gebruiken om de aard van ontwikkelingssamenwerking verder te bekritiseren. Niet alleen wordt die discussie al hevig gevoerd, je ziet ook bij veel hulporganisaties een grote verandering in de hulp die zij bieden. Veel meer dan in het verleden richt die zich op de opbouw van bedrijfjes en het versterken van de economische structuur van landen, en de werkgelegenheidskansen van mensen.

Ik haal Moyo aan vanwege een andere centrale boodschap van het boek: wat heeft Afrika nodig?
Moyo stelt dat Afrika werkelijke economische investeringen nodig heeft die leiden tot de opbouw van een sterke en politiek bewuste middenklasse.
Het is deze middenklasse die in staat zal zijn om belastingen te betalen, en die – als zij een perspectief hebben op sociale stijging en een betere toekomst voor hun kinderen – dat ook willen doen.
Moyo’s stelling is dat de corruptie en het vergaande politieke misbruik dat zoveel Afrikaanse landen kennen, ook wordt mogelijk gemaakt omdat burgers geen belang hebben bij de verandering ervan. Ze zijn arm, voor hun inkomsten afhankelijk van buitenlandse hulp en missen elk perspectief op werkelijke verbetering voor zichzelf, hun kinderen en de samenleving. De sociale problemen waarmee zij worstelen zijn zo groot, de cultuur van armoede zo diep geworteld, dat er nauwelijks ruimte is voor solidariteit met elkaar.
Moyo stelt dat – en dat beschouw ik als haar belangrijkste claim – dat alleen de opbouw van middenklassen, zal leiden tot de politieke en democratische verandering die zo veel Afrikaanse landen heel erg hard nodig hebben. Als Afrikaanse burgers een beter inkomen krijgen, belasting gaan betalen, dan zullen zij ook hardere eisen gaan stellen aan de politici die hun geld besteden. Het is dan namelijk hun geld – en geen ontwikkelingsgeld – dat verdwijnt in corrupte zakken. Het is hun geld dat bestemd is voor het onderwijs van hun kinderen, voor gezondheidszorg en voor het bijstaan van armen.

Hier raakt de analyse van Moyo, zij het over een heel ander en oneindig veel kwetsbaarder continent, aan de redenering van Judt. Ook Judt betoogt dat duurzame welvaart en maatschappelijke stabiliteit voor een belangrijk deel op de middenklassen rusten en op een geringe afstand tussen de hoge en lage inkomens: bij een gelijkmatige spreiding van welvaart, gebonden aan een werkelijk perspectief op sociale stijging, zijn de sociale problemen beheersbaar en zijn mensen bereid en in staat tot werkelijke solidariteit.
Hoe ver Afrika hier misschien nog van verwijderd is, en hoe onbegaanbaar misschien ook de route lijkt, Moyo pleit voor een volwassen en eerlijke omgang met Afrikaanse landen. Zij pleit voor werkelijke economische investeringen, zoals – inderdaad – China dat nu doet, en die in de eerste plaats gewone ‘hardwerkende’ Afrikanen ondersteunen. Terzijde, we hoeven geen rooskleurig beeld te hebben van de motieven van Chinezen om te investeren, maar dat maakt het ook niet per se slecht. Bijvoorbeeld in Liberia, waar ik dit voorjaar was, zijn Chinezen in grote getale aanwezig vanwege de rijkdom aan grondstoffen van het land. Maar je ziet ook overal Chinese winkels en kleine restaurants. Aan de rand van de hoofdstad Monrovia wordt een grote universiteit gebouwd met Chinees geld. Dat maakt – hoe dan ook – een daadkrachtiger indruk dan de Unicef-posters die je verderop in de jungle ziet: ‘also boys like to do the dishes’.

Net als Judt pleit Moyo vooral voor de opbouw van meer egalitaire samenlevingen waarin de rijkdom eerlijker wordt gedistribueerd, de inkomensafstanden kleiner zijn en waar via de belastingen en via politieke inmenging mensen betrokken zijn bij het welzijn van elkaar en van hun land.

Ik denk dat velen van u, die hier vandaag aanwezig zijn, een wat grotere dan gemiddelde belangstelling hebben voor ontwikkelingssamenwerking en worstelen met de vraag hoe wij de derde wereld kunnen helpen. Zoals Peerke Donders, de naamgever van deze lezing, dat meer dan een eeuw geleden deed in Suriname.

Hoe kunnen wij Afrika helpen?

Met het beantwoorden van deze vraag wil ik deze lezing afronden.
In de eerste plaats door ons zelf te helpen. Hoe moeilijk ook de economische periode die wij doormaken, hoe hoog de nood aan bezuinigingen ook is, juist nu moeten wij er naar streven om de inkomensafstanden in onze samenleving niet verder te laten vergroten, en onze publieke sfeer niet te laten verloederen. Alleen als onze samenleving in de toekomst een rechtvaardige is, die gelijke kansen op onderwijs, werk en welzijn kent voor mensen uit alle inkomensklassen, zal er de bereidheid zijn en blijven om over onze schutting heen te kijken en een open oog te hebben voor de noden in Afrika.

In de tweede plaats, door tegelijkertijd onze omgang met Afrika te veranderen. Anders dan Moyo denk ik dat hulp – en zeker noodhulp – voorlopig noodzakelijk zal blijven. Maar wij moeten ons meer en meer concentreren op het investeren in duurzame economische groei in Afrika. Via microkredieten, via venture capitalists die kleine bedrijfjes (taxi-, telecombedrijfjes) helpen starten, via publieke organisaties die mensen trainen in politieke en democratische weerbaarheid, zoals nu door een aantal NL’se organisaties in de landen van de Arabische lente wordt gedaan. We zullen ook eerlijke handel moeten gaan toestaan. De benadeling van Afrika die het gevolg is van protectionisme en tarfiefmuren, is absurd – zeker in het licht van de grote armoede die daar is en de hulp die er vanuit Europa naar toe wordt gezonden.

Als ik terugdenk aan de zondagse ritjes met mijn moeder, moet ik altijd een beetje grinniken, Vanwege het schaamteloze naar binnen loeren natuurlijk, maar ook vanwege de volledige afwezigheid van jaloezie en rancune bij andermans uitgestalde rijkdom. In ons leven zat namelijk ruimte en perspectief genoeg om niet afgunstig te zijn.

Ik hoop dat mijn dochter ooit, met haar dochter (wie weet?) zo’n zondags ritje maakt, vrolijk en enkel licht gegeneerd, wetende dat ook zij alle ruimte hebben om zich te ontwikkelen en ontplooien.
Sterker, ik hoop dat over enige tijd een vrouw in Monrovia met haar dochter een ritje naar de buitenwijken maakt. En zich dan vermaakt. Sans rancune, omdat zij het zelf ook goed hebben.

Deze lezing werd uitgesproken op 6 november in Tilburg, ter gelegenheid van de Peerke Donderslezing op 4 november 2011

maandag, 24 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Zaak weigerambtenaren vraagt om een overgangsregeling

Auteurs: Theo Brand en Willem de Gelder (iets bewerkt verschenen in de Volkskrant van 24 oktober 2011).

De ministers Donner en Van Bijsterveldt stelden eerder deze maand dat gemeenten ambtenaren in dienst mogen nemen die geen homoseksuelen willen trouwen. De gemeenten moeten dan wel zorgen dat mensen van het gelijke geslacht met elkaar in het huwelijk kunnen treden door bijvoorbeeld tenminste één trouwambtenaar in dienst te hebben die geen bezwaren heeft. De bewindslieden willen de beslissing om weigerambtenaren aan te stellen bij de afzonderlijke gemeenten laten liggen.

In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem? Het ongerijmde is dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm en een smallere interpretatie hanteert van wat het huwelijk inhoudt en voor wie het bedoeld is, dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren zoals nu het geval is.

De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde in 2008 dat een gemeente mag weigeren een ambtenaar aan te stellen die alleen hetero’s wil huwen. Dat betekent dat de ene gemeente wel weigerambtenaren in dienst neemt en andere gemeenten juist niet. De situatie is ook  dat gemeenten die nu nog ruimte bieden aan weigerambtenaren, zelfstandig kunnen beslissen dat niet langer te doen. Dat komt de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde trouwambtenaren niet ten goede.

Rekening houden met gevoeligheden is een goede zaak, maar wel in de geest van de wet. Een landelijke overgangsregeling verdient daarom de voorkeur. Deze regeling kan bijvoorbeeld inhouden dat vanaf 1 januari 2012 – elf jaar na de openstelling van het huwelijksregister voor stellen van hetzelfde geslacht – geen nieuwe weigerambtenaren meer mogen worden aangenomen terwijl de huidige weigerambtenaren hun termijn mogen volmaken.

De richting is dan helder en alle nieuwe trouwambtenaren hebben zich te voegen naar de wettelijke ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een vrije keuze is, worden mensen op basis van deze overgangsregeling niet gedwongen om handelingen te verrichten die zij liever niet doen of die tegen hun geweten in gaan.

Het is niet de individuele ambtenaar die bepaalt voor wie het huwelijk bedoeld is, maar de wetgever die in 2001 het huwelijksregister heeft opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht. Tegelijk verdienen zittende ambtenaren die moeite hebben met deze verandering enige souplesse zonder dat zij plotseling geconfronteerd kunnen worden met nieuwe inzichten van hun eigen gemeenteraad. Een landelijke overgangsregeling zoals in dit artikel voorgesteld, is daarom voor alle betrokkenen de meest solide en ruimhartige oplossing.

Theo Brand (politicoloog) en Willem de Gelder (student politicologie) zijn redacteuren van De Linker Wang, tijdschrift voor religie en politiek verbonden met GroenLinks.


vrijdag, 14 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Europese Groenen discussiëren

In column van de week, europa, beleid, bezuinigen, economie, eu, green, green deal, groenlinks, en meer.

DE SOCIALE DIMENSIE IN HET EU-BELEID

Het sociale beleid in de EU is vrijwel geheel voorbehouden aan de lidstaten. Er zijn wat kleine elementen EU-beleid geworden zoals de gelijke beloning van mannen en vrouwen en (een poging om meer eenheid te krijgen in) de duur van het zwangerschapsverlof. Vroeger werd altijd gezegd, dat wij in Nederland zo’n fantastisch goed sociaal beleid hadden, dat we er alleen maar op achteruit zouden gaan als de EU zich ermee zou gaan bemoeien. Inmiddels is in Nederland op zoveel terreinen een verslechtering van het beleid opgetreden, dat we maar al te vaak moeten constateren, dat de EU ervoor zorgt, dat het niet te erg uit de hand loopt. Voor de huidige regering is het alleen maar mooi, dat de EU er buiten blijft. Ze kan rustig doorgaan met het uitkleden van de verzorgingsstaat.

De Europese Groene Partij, een bundeling van Groene partijen van allerlei Europese staten, al dan niet lid van de EU, wil wat betreft het sociaal beleid toch tot een gemeenschappelijke visie komen. Tussen al die partijen bestaan grote verschillen. Een document, te vinden op de site van de Werkgroep Europa van GroenLinks, tracht tot een definiëring van sociaal beleid te komen. Wat de EU daarbij zou moeten doen is nog niet duidelijk. Nu gaat het vooral om de sociale aspecten van de New Green Deal. Hoe creëer je groene banen? Hoe bereid je de werknemers daarop voor? In het tweede deel gaat het over sociale tegenstellingen. Bij GroenLinks hebben die de laatste jaren minder aandacht gekregen, omdat ,em vooral keek naar manieren om iedereen aan een baan te helpen. Dan verminder je de sociale verschillen ook. Je laat de mensen niet levenslang in een afhankelijke situatie. Daardoor lijkt GroenLinks ook in sociaaleconomisch opzicht een liberale partij te worden. Dat maakt mij af en toe best ongerust over deze koers. Wat doe je als het niet lukt iemand aan werk te helpen, zelfs niet aan werk, dat de gemeentelijke overheid jou aanbiedt? Maar het zou kunnen werken als je het combineert met scholing en de mensen steeds een trede hoger op de maatschappelijke ladder komen. Hoe zorg je dat werkgevers meewerken? Wat doe je met de beroepswerkloze? Er zijn mensen, die het wel mooi vinden altijd in een uitkeringssituatie te zitten en die weinig eisen stellen. Maar tijdens de discussie, die ik meemaakte ging het daar niet zozeer over.

Terug naar de EU, die op sociaal gebied niet of nauwelijks bevoegdheden heeft. De EU kan wel stimuleren door een sociaal beleid te ontwikkelen met duidelijk meetbare doelen. De uitvoering van dat beleid is aan de lidstaten. Ze moeten rapporteren. Wat is er van de doelstellingen terecht gekomen? Dat wordt gepubliceerd. Maar halen die cijfers de media? Worden er dan de volgende dag Kamervragen gesteld? Vergeet het maar. Het zou wel moeten! De EU kan bij falen geen sancties opleggen.

Het ontbreken van Europese regels kan zeer asociaal uitpakken. Jarenlang onderhield een Finse rederij een veerverbinding tussen Helsinki en Tallinn. Toen kwam Estland bij de EU. De rederij verplaatste zijn hoofdkantoor naar Tallinn en plotseling golden de veel slechtere Estse arbeidsvoorwaarden. Volgens het Europese Hof mocht dat, want er waren geen regels, die het verboden. Die lacune in de regelgeving wordt nu hersteld. Zo moet een Nederlandse onderneming zijn Poolse vrachtautochauffeurs betalen volgens de Nederlandse cao. De EU kan de Nederlandse regering erop wijzen, dat bezuinigen op onderwijs en innovatie slecht is voor de economie.

De EU heeft wel duidelijk beleid voor meer werkgelegenheid. Dat sociaaleconomische beleid kan helpen bij de bestrijding van de armoede en van regionale verschillen in welvaart. De EU heeft altijd een regionaal-economisch beleid gekend. Zo werden de oude mijnbouw- en industriegebieden geholpen bij de herstructurering van de economie en dat gold ook voor gebieden, waar arbeidsintensieve industrie verdween zoals de Twentse textielindustrie en voor eenzijdige agrarische gebieden, waar door de rationalisatie een enorme uitstoot van arbeidskrachten plaatsvond. Niet overal was dit beleid succesvol. Nieuwe wegen en industrieterreinen aanleggen leidt niet automatisch tot vestiging van nieuwe industrieën. Welke initiatieven komen uit de streek zelf? Is men in staat de slimme jonge mensen vast te houden? Hoe is het belastingklimaat? Zijn er machtige vakbonden, zoals in het Ruhrgebied? Is er een ondernemersvriendelijk bewind? Is er veel corruptie en cliëntelisme? Werkt de overheid efficiënt? Is er een goede economische infrastructuur? Denk aan notarissen, makelaars, advocaten, banken, verzekeringen, reclamebureaus, bodediensten en ICT-bedrijven? Hoe is de ligging ten opzichte van een koopkrachtige markt? Zijn er voldoende hooggeschoolde arbeidskrachten en/of juist ook laaggeschoolde goedkope weknemers?  In een aantal economisch sterke regio’s zie je deze vestigingsvoorwaarden in sterke mate aanwezig. Ze concurreren heel sterk met elkaar, maar werken ook samen. De economie en daarmee de werkgelegenheid blijft er groeien. Veel mensen vestigen zich daar, zoals in de Randstad te zien op de openingspagina van de Volkskrant de volgende dag. Tegenover die sterke gebieden zijn er veel zwakke regio’s, na de uitbreiding van de EU nog veel meer dan vroeger. Veel geld per regio is niet beschikbaar. Ik raak er steeds meer van overtuigd, dat het vooral van de mensen in zo’n regio uit moet gaan. In vertrekgebieden hoef je daar niet op te rekenen. Het worden dun bevolkte agrarische gebieden met eventueel wat toerisme. Als je van rust houdt is het daar geweldig wonen, maar veel voorzieningen moet je er niet verwachten.

Jaargang 4, nr. 183.

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Verjaardagsfeestje

In politiek, bezuinigingen, blok, cda, coen, d66, de jager, democratie, dissidenten, en meer.

Nu het kabinet Rutte-Verhagen zijn eerste verjaardag viert, en rechts Nederland zijn vingers gretig aflikt bij de sobere taart, gooit Geert Wilders alvast een subtiel bommetje op. In een interview met het AD stelt hij dat het afgelopen jaar een ‘schaduw zal zijn’ ten opzichte van het komende. Hij heeft het over ‘meer beren op de weg’ dan we tot nu toe zagen. Volgens de Volkskrant van vandaag zegt Wilders bovendien dat een motie van wantrouwen niet ondenkbaar is, als er extra bezuinigingen komen met oog op de eurocrisis.

Stef Blok zit de vier jaar echter graag uit met Geert Wilders en zijn PVV. En daarna mogen er nog wel vier jaar bij, als het aan hem ligt. Hij geeft de collega’s van D66 op nu.nl nog een fijne sneer door op te tekenen dat zelfs de vrouwonvriendelijke mannenbroeders van SGP nog hervormingsgezinder zijn dan zij. Nee, hoor, dit kabinet is toch stukken beter dan Paars+ was geweest. Alle overboord gegooide liberale principes – zoals koopzondagen, hervormingen op de arbeidsmarkt en wat niet meer – vindt Stef Blok slechts onderhandelingsschade.

Ook het CDA lijkt dit kabinet nog wel even uit te willen zingen. De zogenaamde dissidenten Ferrier en Koppejan zijn al maanden zo muisstil, dat ik af en toe moet kijken of ze nog wel in de Kamer zitten. Ondanks alle stoere prietpraat van een jaar geleden, zijn ze mak en onzichtbaar. Ze zouden zich dood moeten schamen, maar draaien handig om alle journalistieke vraagstukken heen. Voila; de vertegenwoordiging van 30% tegenstemmers binnen het CDA. Die Ferrier en Koppejan, daar heb je wat aan. Wat een volksvertegenwoordigers!

Ondertussen kunnen de CDA-ministers heerlijk hun christelijke gang gaan, en zelfs de SGP nog trots maken. Marja van Bijsterveld durft deze week nota bene te zeggen dat weigerambtenaren ook een vorm van emancipatie zijn. De overheid is er dus voor iedereen, maar niet voor iedereen evenveel. Exact het betuttelende, christelijke toontje waartegen de paarse VVD (een van de architecten van het homohuwelijk) in het verzet kwam. Maar dat was toen. Nu lijkt het bijna alsof de zelfzekere houding van het CDA-smaldeel in het kabinet groeit, in plaats van krimpt, ondanks het aanhoudende gegrom en geblaf van bedrijfspitbull Wilders. Geen wonder dat het zwakke gekef van Cohen geen indruk maakt. Dat is liftmuziek in de oren van Verhagen en zijn collega’s.

De ministers van het CDA maakt het allemaal niet uit. Ze zitten na een halvering toch op het pluche. Alle hondsberoerde peilingen en stijgend intern gemor ten spijt, ze zitten er maar mooi. Geen Slangenburger die daar nu wat aan doet, het CDA zal Rutte-Verhagen niet laten vallen. Daar zorgt Maxime Verhagen, geflankeerd door Piet Hein ‘duimschroef’ Donner en Gerd ‘excuustruus’ Leers wel voor. Maxime viert zijn eigen feestje van democratie. En vandaag een stuk taart extra, want het is ook nog ’s een verjaardagsfeestje…


zondag, 9 oktober 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Groepsdenken

eric leltz

In het kader van "10 jaar na 11 september" had de Volkskrant een rapportage over de Edese wijk Veldhuizen. De wijk waar 10 jaar geleden Marokkaanse jongeren juichend over straat liepen. De burgemeester van Ede kon zich niet vinden in het artikel en reageerde per ingezonden brief. Een inwoner ging daar met weer een ingezonden brief tegenin. Dat was het sein voor een aantal raadsleden om via Twitter aan te geven dat ze de actie van de burgemeester zeer konden waarderen en dat de inwoner een heel verkeerd beeld van Ede weergaf. Bovendien "bewijst de inwoner er Ede geen goede dienst mee". Ja, als dat al zo is, is dat toch nog geen reden om niet te benoemen waar het om gaat.

Is hier niet sprake van het slecht kunnen omgaan met kritiek van in ieder geval een deel van de edese raad? En is zij zo in zichzelf gekeerd dat veel "onder de paraplu" wordt gehouden? Dat zou de vele stukken die onder geheimhouding worden aangeboden kunnen verklaren. Voorbeelden zijn:

  • Financiële cijfers van de sociale werkvoorziening,
  • Inzicht financiële ontwikkeling nieuwbouw project Veluwse poort,
  • Verbouwing raadzaal en
  • Bijstellen duurzaamheidsambities in Kernhem

Omdat veel stukken vertrouwelijk zijn, kun je ze niet delen met deskundigen en de kennis hierover blijft dus binnen de raad. Maar voor een transparant bestuur en voor kwalitatief goede besluiten zou dat wel eens funest kunnen zijn. En natuurlijk kan niet alles openbaar. Een gemeente is ook een bedrijf en niet alle bedrijfsgegevens hoeven op straat te liggen. Dat kan schade toebrengen aan de onderhandelingspositie. Maar dat geldt maar voor een heel klein gedeelte van de informatie. En zelfs bij dat deel is werken met een embargo vaak al voldoende. Dus heroverweeg de geheimhouding.

Mijn fractie heeft deze week een poging gewaagd om de beslotenheid van de vergadering van de commissie ruimtelijke ontwikkeling op te heffen. We kregen de handen nog maar heel voorzichtig op elkaar.



woensdag, 14 september 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Het volk bestaat wel

In landelijke politiek, democratie, directe demokratie, mediacratie, politiek, populisme, pvv, referendum, groenlinks, en meer.

‘Het volk bestaat niet’ – onder die titel geeft Dick Pels zijn analyse van het fenomeen populisme en zet hij zijn oplossing voor het probleem uiteen: vernieuwing van de demokratie. Hoewel ik zijn analyse van de kwaal wel overtuigend vind, kan ik hem wat zijn optimistische recept betreft alleen maar helpen hopen. In de klassieke oudheid hebben denkers ervoor gewaarschuwd dat demokratie de neiging heeft uit te lopen op een dictatuur. Ik ben bang dat we tegenwoordig de eerste symptomen meemaken van een nieuwe roep om een ‘sterke man’.

Nationalisme als uitlaatklep van frustratie
Maar eerst maar eens de analyse van Pels. Die bevat vele rake observaties en denklijnen. Zo wijst hij terecht op de kloof tussen winnaars en verliezers in ‘een samenleving waarin ieder voor zich moet concurreren, presteren en slagen.’ De verliezers zitten met een enorme frustratie en een laag zelfrespect. Nationalisme is een ‘eenvoudige manier om dit gevoel van vernedering om te zetten in trots’, omdat het immers niet afhankelijk is van iemands eigen prestaties. We hebben dus te maken met een ‘bijproduct van de diploma-demokratie’ (term van Mark Bovens). Een blijvertje, als dat waar is, en geen verschijnsel dat vanzelf wel overwaait.

Het volk bestaat niet
Een andere vaststelling waar Pels groot gelijk mee heeft is dat de zogenoemde volkswil door de ‘handige marketinginspanning’ van de populisten wordt gecreëerd en vormgegeven. Door het onbehagen – dat er wel degelijk is, overigens – te benoemen en uit te vergroten en te exploiteren voor zijn eigen politieke doeleinden, produceert de populist uit bepaalde geluiden en opvattingen een wil van ‘het volk’. ‘Het volk van de populisten bestaat dus niet zonder de populisten zelf.’ In die zin klopt de titel van Pels’ boek volkomen. Het volk bestaat alleen omdat een zelfbenoemde woordvoerder zegt dat het er is.

Wisselwerkingdemokratie
Ik zal hier niet het hele boek parafraseren, al is de verleiding groot. (Hieronder geef ik een paar hyperlinks naar recensies voor wie meer wil weten alvorens het boek zelf te gaan lezen. Maar dat moet je gewoon doen eigenlijk. Laat je niet afschrikken door Vullings lelijke woorden aan het begin van zijn recensie. Je wordt er vast wijzer van. Of het zet je althans aan het denken.)
De kern van Pels’ betoog begint bij een sublieme observatie van Machiavelli: je moet een vorst zijn om de aard van het volk helemaal te begrijpen en je moet een gewoon burger zijn om de natuur van vorsten volledig te snappen. Of, abstracter gezegd: alle politiek is standpuntgebonden. Daarom is er wisselwerking nodig in de politiek en daarom is er ook een wisselwerkingdemokratie nodig. Het volk heeft een politieke elite nodig om de boel te leiden. En die politieke elite heeft de correctie van het populisme nodig om binding te houden met het volk en om te voorkomen dat ‘zij verandert in een regentesk establishment’. Kort door de bocht samengevat is dit het argument waarmee Pels zijn oplossing onderbouwt: meer directe invloed van ‘het volk’ als correctie op de politieke elite die anders te veel zijn eigen gang gaat.
(Tussen twee haakjes: het volk bestaat dus – ook in het denken van Pels, al noemt hij het niet zo – wel als ‘gewone burgers die niet tot de politieke elite behoren’.)

Media en personen
ik hoef er waarschijnlijk niet zo veel woorden als Pels gebruikt aan te wijden, om duidelijk te maken dat een voldoende wisselwerking in de demokratie des te noodzakelijker is in het mediatijdperk en – daarmee samenhangend – een personendemokratie. Net als populisten een volk creëren dat er in werkelijkheid niet in die vorm is (niet iedereen vindt precies hetzelfde als de denkbeeldige Henk & Ingrid), zo scheppen de media een schijnrealiteit, terwijl ze suggereren ‘alleen maar’ te registreren (maar zonder de vraag van de journalist zou de politicus – denk aan Pim Fortuin – zijn uitspraak nooit hebben gedaan).

Utopie
Pels is dus in feite optimistisch over de rol van het populisme in de samenleving. Hij ziet kans ‘de rauwheid van de tegenstem’ te benutten ten gunste van een beter functionerende demokratie. Aldus schildert hij een ‘voldragen wisselwerkingdemokratie’ waarin een zelfbewuste elite met een vrijzinnige houding die zichzelf durft te relativeren, populisten tegenover zich vindt die een ‘anarchistisch en anti-establishment sentiment’ uitdragen en waarin een anti-elitair ‘nee’ in een referendum een legitieme plaats heeft in het politieke bestel.

Het is te mooi om waar te zijn. Hier bedenkt de socioloog een utopie. Ik wou dat het waar was.

Misschien ben ik te pessimistisch, maar ik moet steeds denken aan de theorie van de cyclus van regeringsvormen die in de klassieke oudheid is geconstrueerd en waarin de demokratie uiteindelijk uitmondt in een dictatuur. De geschiedschrijver Polybius (tweede eeuw voor onze jaartelling) muntte er de term anakyklosis voor, lastig te vertalen, maar het is iets als een ‘regressieve kringloop’, een ‘negatieve spiraal’ of (te) simpel gezegd ‘terug naar af’. In het kort komt het idee hierop neer dat elke ideaaltypische staatsvorm, de monarchie, de aristokratie en de demokratie, uiteindelijk altijd zal ontaarden in een negatieve variant ervan. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat er een leider opstaat die het volk in goede banen leidt en zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af.
We vinden dit idee in rudimentaire vorm ook bij Herodotos (vijfde eeuw voor onze jaartelling) waar een discussie over de beste regeringsvorm wordt afgerond met de conclusie dat de monarchie de andere vormen overtreft. Een argument daarvoor is dat in een demokratie om de criminaliteit die nu eenmaal ontstaat te bestrijden, uiteindelijk ook een sterke man als enige oplossing wordt gezien.

Natuurwet?
Het is niet moeilijk om de parallellen te zien met de ontwikkelingen die leidden tot de komst van een Napoleon, een Hitler of recenter een Berlusconi en bij ons Geert Wilders. Maar zijn zulke ontwikkelingen onontkoombaar? Polybius spreekt van een ‘normale kringloop van constitutionele omwentelingen en de wijze waarop regeringsvormen nu eenmaal van nature veranderen en terugkeren tot hun oorspronkelijke stadium’.
Aristoteles (vierde eeuw voor onze jaartelling) daarentegen heeft meer oog voor specifieke omstandigheden van de ene of de andere staat. Het is in zijn ogen geen automatisme dat het ene regime ontaardt in het andere. Dat laat ruimte voor oplossingen zoals Dick Pels die bepleit.

Hoop
En zowel Polybius als in zijn kielzog Cicero (eerste eeuw voor onze jaartelling) ziet heil in een ‘gemengde constitutie’ waarin monarchale, aristokratische en demokratische elementen elkaar in balans houden. Hun bewijs is de Romeinse republiek. Onze parlementaire demokratie heeft daar veel van weg: een Koning, een elite in het parlement en verkiezingen waarin het volk zijn voorkeur uitspreekt. Dat aan deze constitutie het een en ander te verbeteren valt is duidelijk. Of de suggesties die Pels aandraagt het afglijden naar de dictatuur van de grote bek kunnen voorkomen, valt te bezien.

Deze zomer hebben Koen van Bremen, Albert jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter de website http://publiekewaarden.nl gelanceerd. Kruiter schreef al in 2009: ‘De crisis is niet economisch maar democratisch van aard.’ Ik kijk uit naar de resultaten die hun aanpak van het actie-onderzoek opbrengt. Dat levert vast stof op voor een volgende column.

 

Bronnen:

Dick Pels, Het volk bestaat niet. De Bezige Bij, ISBN 9789023453918. http://www.debezigebij.nl/web/Boek-5/9789023453918_Het-volk-bestaat-niet.htm

Recensies van Het volk bestaat niet:
• Vrij Nederland (Jeroen Vullings): http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/het-volk-bestaat-niet-leiderschap-en-populisme-in-de-mediademocratie-dick-pels/
• de Volkskrant (Hans Wansink): http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/178086/Het-volk-bestaat-niet.html
• GroenLinks Magazine, mei 2011, pagina 20 (Simon Otjes): http://magazine.groenlinks.nl/node/67471.
Ook bereikbaar via het artikel ‘Vloeken in de linkse kerk: populisme nodig’: http://magazine.groenlinks.nl/personendemocratie

De cyclus der staatsvormen
ik ben grote dank verschuldigd aan mijn voormalige collega-docent klassieken Ludwich Verberne die mij geweldig heeft geholpen door de bronnen van het denken over staatsvormen in de oudheid op een rijtje te zetten, waar ik het anders had moeten doen met wat van mijn lectuur in de lang geleden tijd in mijn gebrekkige geheugen was blijven hangen. Van het gedegen overzicht dat hij mij stuurde noem ik voor de geïnteresseerde leek hier alleen:

• Herodotus, Historiën 3.80-83
• Aristoteles, Politiek, 3.6-8 en 5.8-9
• Polybius, Wereldgeschiedenis 6.3-6.9
• Cicero, De staat 1.14-70

Polybius’ tekst is in Engelse vertaling op internet te vinden via de klassieke bronnenverzameling Perseus. Er is een Nederlandse vertaling met de titel Wereldgeschiedenis 264-145 v.Chr., van de hand van Wolther Kassies, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep 2007

Voor meer informatie over de genoemde schrijvers en vertalingen van hun werk, zie Oudheid.nl onder Literatuur.


vrijdag, 9 september 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Teeven werkt voor de samenleving

In teeven, taakstraf, strafrecht, ambtenaren, de volkskrant, dragen, nederland, samenleving, tweede kamer, en meer.
Naar aanleiding van de kop "Teeven wil 'Werkt voor de samenleving'op hesje taakstraf" ontspon zich gisteravond bij ons aan de keukentafel de volgende discussie: 'Waarom laten we ze niet meteen met een bal aan hun been langs de snelweg werken?' 'Of een brandmerk op hun voorhoofd.' 'Misschien zou Teeven zelf ook zo'n hesje aan kunnen trekken.' 'En alle ambtenaren.' 'Als Teeven zelf zo'n hesje aantrekt, vind ik het wel goed.''Maar dan zou er niet op moeten staan 'werkt voor de samenleving', maar 'zou voor de samenleving moeten werken'.' Kortom, borrelpraat. Of in dit geval avondeten-praat.
Nu is het heel gemakkelijk om ook het voorstel van Teeven af te doen als borrelpraat. En een echt big issue is het misschien niet. Maar volgens de Volkskrant heeft Teeven het voorstel wel degelijk serieus naar de Tweede Kamer gestuurd. En ik vind dat zorgwekkend. Want aan welk strafdoel moet het bijdragen? In Nederland kennen we een aantal strafdoelen (vergelding, generale preventie en speciale preventie); openbare vernedering hoort daar gelukkig niet bij.
Maar misschien is het niet bedoeld als stigma of vernedering? Maar juist als positief signaal om deze mensen te laten inzien dat het fijn is om iets bij te dragen aan de samenleving in plaats van om criminele dingen te doen (speciale preventie). Misschien willen we dat ze trots zijn op het dragen van hun hesje? Dat kan natuurlijk alleen maar gaan werken als het dragen van zo'n hesje in de beeldvorming wordt geassocieerd met het werken voor de samenleving, en niet met het uitvoeren van een taakstraf. En dat kan alleen wanneer niet alleen degenen die een taakstraf uitvoeren zo'n hesje dragen, maar iedereen die - met trots- voor de samenleving werkt. Inclusief Teeven. Waarmee onze keukentafelpraat zo gek nog niet was: Alleen als Teeven ook in een hesje met 'Werkt voor de samenleving' gaat lopen, kunnen we dat van onze taakgestraften verlangen.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3611 uur (150,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,4 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2