vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

zaterdag, 21 januari 2012

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Schlemielig de crisis de schuld geven

In algemeen, crisis, grondaankoop, marc calon, regiovisie, ambtenaren, apeldoorn, begrip, bleker, en meer.

Waarom zou ik me als inwoner van de gemeente Leek druk maken om een verhaal over grondaankopen in Apeldoorn? Eerst even in het kort het verhaal: Sinds het jaar 2000 heeft Apeldoorn te ambitieus grondaankopen gedaan en dreigt daardoor een scheur in de broek te krijgen die kan oplopen tot 200 miljoen €. Niet geheel onbelangrijk detail daarbij is dat de uitkomst van een raadsonderzoek is dat het college de raad onjuist, onvolledig en te laat heeft geïnformeerd, een politieke doodzonde, en dat de grondaankopen tegen ieder advies vanuit de ambtenaren zou zijn gedaan. De raad van Apeldoorn moet in februari het rapport bespreken en pas dan zullen er conclusies worden getrokken.

Tot zover het verhaal. Dat rapport kwam deze week uit hetgeen aanleiding vormde voor Radio 1 om deskundigen aan het woord te laten. En een van die deskundigen was de burgemeester van Deventer de heer Andries Heidema in zijn hoedanigheid van voorzitter van de VNG Commissie Ruimte en Wonen. Presentatrice Lara Rense voelde hem stevig aan de tand over hoe dit verlies heeft kunnen ontstaan en wat daar nou de oorzaak van was en, aangezien vele Nederlandse gemeenten met een soortgelijk probleem kampen, of er parallellen zijn met Apeldoorn. Met stijgende verbazing heb ik zijn verhaal aan zitten horen. De schuld lag volledig en alleen bij de crisis. En dat is op z'n zachts gezegd knap. Van die crisis zegt menig econoom en financieel expert in een verklaring hoe het de wereld toch zo heeft kunnen verrassen dat ze die "niet hebben zien aankomen".

Natuurlijk is het handigst om de schuld bij de crisis te leggen, dat is immers een ongrijpbaar begrip geworden. Iedereen orakelt daar inmiddels zo hardnekkig over dat het haast een soort indoctrinatie genoemd kan worden. Weet je niet waar iets door veroorzaakt is of wil je het niet benoemen als dat het is, geef de schuld maar aan de crisis, dan gelooft iedereen het. "Tja, de crisis he, wat kun je daar nou aan doen" zo moet de burger maar geloven. Ik snap die lui van de occupy-beweging wel, al wordt daar door menig bestuurder wat lachend tegenaan gekeken. Ja, voor de Bühne trekken we wel een blik begrip los, maar verder doen we er niets mee.

Of er parallellen zijn met problemen bij andere gemeenten? Dat weet ik niet. Wel weet ik dat vele Groninger gemeenten met financiële problemen kampen die veroorzaakt zijn door grondaankopen, min of meer opgelegd vanuit de Regiovisie Groningen-Assen. Een ambitieus programma waarvan de kar indertijd getrokken werd door de gedeputeerde Marc Calon en Henk Bleker. Een TE ambitieus programma. En dat was een aantal jaren geleden al bekend maar volstrekt genegeerd door bestuurders en gemeenteraden (let wel, dit gaat over gemeenten in Groningen, niet over de gemeente Apeldoorn). Niets crisis, hoe graag men dat ook wil laten geloven. De crisis heeft het reeds ontstane probleem wel verder versterkt. Maar was men indertijd realistisch met het voorliggend cijfermateriaal omgegaan dan had er nooit een vertaling kunnen plaatsvinden naar grootschalige grondaankopen. De ambitie van bestuurders in plaats van gezond verstand.

De schuldpositie van Leek is voor een groot deel te danken aan grondaankopen. En misschien in verhouding wel een net zo'n groot probleem als dat in Apeldoorn hetgeen met groot gemak het financieel bankroet  voor Leek in zich kan hebben. Met dank aan de Regiovisie? Nee, met dank aan de bestuurders die zo lijdzaam aan het handje van Marc Calon mee liepen.

donderdag, 19 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Uitgedaagde sukkel! #WOT 3

In filosofie, humor, uitdagen, wot, #wot, auto, de wereld, fictie, gedachte, en meer.
Mijn hond Valentino beheerst de kunst van het uitdagen tot in de puntjes van zijn pootjes. Met zo’n schattig scheef koppie kijken, zijn frisbee naast me op de grond leggen,  zijn neus voorzichtig tegen mijn been duwen, luidruchtig gelukkig zijn als mijn auto richting bos afslaat….. En ik ben zo’n sukkel die daar op ingaat. Eigenlijk tegen beter in, want de wetten van de Mechelse herder staan als een rode vlag in mijn geheugen gegrift. Maar wat doe ik als ik geconfronteerd wordt met regel 10 “Als ik iets aan stukken scheur, zijn alle stukjes van mij’? Ik kan mijn lachen niet inhouden. Met mijn lachen daag ik Valentino nog meer uit en vele stukjes plastic vliegen om mijn hoofd. Beiden breed lachend! Waarom toch laat ik me door een hond uitdagen?
      Deze vraag prikkelt mij op zoek te gaan naar de kracht van het uitdagen.  Wat doet Valentino toch zo goed? Waarom val ik als een sukkel voor zijn geblaf, gepiep, gekwispel, gestaar? Omdat hij mij in mijn hart raakt, en mijn hart laat zich makkelijk verleiden. Maar wil dit dan zeggen dat als iemand mij niet in mijn hart raakt, een uitdager geen voet aan de grond krijgt? Er zijn meerdere manieren om iemand uit te dagen naast verleiding. Humor kan dat ook. Ik weet niet precies waar humor mij raakt, maar de lach bevrijdt en prikkelt tegelijkertijd. Een klein grapje ter illustratie:

“Een multinationale onderneming zoekt per advertentie een secretaresse. Een mechelse herder solliciteert, komt door de typetekst en krijgt een gesprek. ‘Spreekt u ook een of andere buitenlandse taal?’ vraagt de personeelschef. ‘Miauw’ antwoordt de hond.” (uit Plato en zijn kornuiten van Cathcart&Klein)
      Wat dit grapje voor mij zo interessant maakt is de eenvoudige vermenging van werkelijkheid en fictie. Iedereen weet dat honden niet kunnen typen, noch miauwen, en zeker geen personeelsadvertenties kunnen lezen. Toch daagt een grapje uit. Het kan het begin zijn van een ‘Wat als…..’. gedachte-experiment. Dit grapje is voor mij interessant omdat het veel overeenkomsten vertoont met de filosofie. Zowel het grapje als filosofie zijn erop gericht ons in verwarring te brengen. Wat voor de moppentapper de clou is, is voor de filosoof inzicht. En daarom houd ik zo van filosofie: het daagt mijn geest uit paden te bewandelen waar ik niet eerder ben geweest. Mag ik je uitdagen: wandel met mij mee in de wereld van de sukkels!
 

Mijn hond Valentino leeft regel 10 na
* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Uitdagen".

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Verwend

In het menu, niet op voorpagina, al-assad, kinderbescherming, laura dekker, solozeiler, syrië, wereldzeeën, de wereld, en meer.
Meisje Laura Dekker slaagt er in om op 15 jarige leeftijd als solozeiler de wereld te ronden. Over drie dagen wordt haar droom werkelijkheid. Op de oceaan, alleen in haar kajuit schrikt ze nachts wakker van de nachtmerries. Die gaan niet over vreselijke stormen, gebroken masten, kapingen of kapseizen, maar over de Nederlandse kinderbescherming. Ze kan niet meer slapen en besluit een boze brief te schrijven over de intimiderende gesprekken van deze instanties, die handelen over leerplicht en dreigende uithuisplaatsing. Angstige en traumatische ervaringen, die Laura telkens weer opnieuw beleeft. Uit protest strijkt ze de Nederlandse vlag. In Damascus zoekt een vader wekenlang naar zijn vermiste 15 jarige zoon Tamer. Deze heeft op een dag het ouderlijk huis verlaten om nooit meer terug te keren. Veertig dagen later vindt de vader het verminkte lijk van zijn zoon in een mortuarium. De jongen had deelgenomen aan een demonstratie tegen al-Assad. Zijn droom moest hij met zijn leven bekopen, na op een gruwelijke wijze te zijn gemarteld. Het Syrische regime past de martelstrategie toe om het opstandige volk angst in te boezemen. Ik schreef er gisteren al over. Laura Dekker bedwingt de wereldzeeën en is niettemin een verwend meisje. Nederland is een verwend land.

zaterdag, 14 januari 2012

Hans Feddema

Hans Feddema

Van religie naar spiritualiteit?

In 2012, de wereld, december, manier.
20 december 2011  ‘Er raast een spirituele renaissance over de wereld. Een revolutie in de manier waarop we denken. De meeste mensen voelen het, sommigen maken het belachelijk, velen omarmen het en niemand kan het tot stilstand brengen.’  – Marianne Williamson Reflectie via de kerstster (Sirius) in De Hooge Berkt (Bergeijk) Graag sluit ik me [...]

woensdag, 11 januari 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Zoeken naar aardolie wordt steeds duurder

In doem, aardgas, duurzaamheid, economie, energie, fossiele brandstoffen, grenzen aan de groei, inzicht, olie, en meer.
Uit een onderzoek van investeringsbank Dalman Rose & Co. blijkt dat de wereld komend jaar 9% meer zal uitgeven aan de speurtocht naar nieuwe olie en gasvelden. De totale uitgaven zullen in 2012 oplopen tot $595 miljard. Dat bedrag is nodig om in de diepzee en het poolgebied naar olie en gas te zoeken. En [...]

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Innovatie in mobiliteit

Waarom is de mens zo conservatief geworden qua mobiliteit en blijven we kiezen voor traditioneel wegen bouwen, wat het fileleed niet zal oplossen. Toen de gebroeders Wright hun eerste vliegtuig maakten, of eerder Lillienthal met het zweefvliegtuig,  waren zij de innovatieve geesten die het aanzien van de wereld compleet hebben veranderd. Maar waar is onze [...]

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

maandag, 9 januari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Alles is van iedereen

2012 is begonnen. De dagen worden al weer wat langer, maar januari is net als andere jaren toch een vreemde maand; lang, grijs, wat saai. En ook een beetje anders dan vorige jaren. Ik maakte altijd enthousiast gebruik van de uitverkoop maar ik moet bekennen dat die lust me is vergaan. Winkel in, winkel uit in aanwezigheid van een massa andere koopjesjagers, ik word al moe bij de gedachte. Daarentegen ben ik al mijn kasten aan het op en uit ruimen. Vele dozen vol spullen die ik niet meer gebruik vinden hun weg naar de recycling, het oud papier en Lets of andere plaatsen waar gebruikte zaken welkom zijn voor een volgende ronde.
Dus het idee om juist weer meer spullen in huis te halen staat me tegen. Ik heb zelfs al een stoel uit mijn woonkamer gezet – heerlijk, meer ruimte – 3 planken in mijn overvolle boekenkast leeggehaald – heerlijk, lege planken – en een aantal pannen die mijn laden bezetten weggegeven aan iemand die op kamers ging. Heerlijk, ruimte in mijn kast!

Ik had hier ook boven kunnen zetten: less = more, want daar heb ik het ook over. Maar de zin die ik las 'alles is van iedereen' raakte me meteen. De inhoud van die zin gaat verder, heeft dynamiek, is een belofte; ze wijst naar de toekomst waar we aan begonnen zijn.
Deze week verzorg ik met mijn collega Kamilla Hensema een avond voor het Fries VrouwenNetWerk over de Occupy Movement en het Friesch Dagblad heeft vandaag, maandag, nogmaals een artikel van mij geplaatst over de mogelijke ontwikkelingen van de beweging in 2012.
Eigenlijk vind ik 'Alles is van iedereen' de perfecte beschrijving van het doel van deze beweging die in 2011 is ontstaan en zich explosief en wereldwijd heeft ontwikkeld.
Dat raakt ook aan mijn groeiende desinteresse in 'dingen en spullen'. Ik voel aan alle kanten dat ik genoeg heb. Dat ik rijk ben.
En ook al is het 'financiële crisis' en worden mensen gevoelig geraakt in hun bestaanszekerheid, ook het komende jaar, we blijven vooralsnog het op één na rijkste land van de wereld. En ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel dat. Ook al heb ik geen duizendjes te besteden en behoor ik zeker tot de 99%, zoals de Occupyers zichzelf noemen, we hebben genoeg en in zekere zin te veel. Te veel spullen.
Daar kunnen we moralistisch over doen, maar we kunnen er ook toe overgaan om royaal te delen. Ik kom regelmatig ergens waar bij de entree een 'samen-zijn-we-rijk-tafel' staat. Wat je over hebt leg je daar neer en een ander kan het meenemen als hij of zij er iets aan heeft. Dit wordt de nieuwe trend: weggeef'winkels' van dingen die we niet meer nodig hebben.

Maar er zijn wel andere 'dingen' die we nodig hebben.
Bestaanszekerheid, de energierekening kunnen voldoen, in je huis kunnen blijven wonen ook in slechte tijden, zinvol werk, goede gezondheid, liefde en aandacht, goed onderwijs, contact met de mensen om je heen, perspectief.
De crisis die gaande is gaat over het faillissement van de door economische belangen gestuurde samenleving. De materie, een masculien principe, heeft de overhand gekregen en veroorzaakt op alle niveaus disbalans; daardoor wordt de gezondheidszorg onbetaalbaar, kloppen hypotheken niet meer met de waarde van de huizen en hebben we teveel spullen en te weinig aandacht en zorg.
Onze immateriële waarden als zingeving en het vrouwelijke principe, zijn verwaarloosd.
Maar ....
Dankzij onze digitale snelweg ontdekte ik dat de beweging voor een gegarandeerd basisinkomen levendiger is dan ooit en een internationaal karakter heeft.
In het radioprogramma Pavlov op radio1 werd belicht dat al jaren uit onderzoek blijkt dat Nederlanders 'toegewijd' zijn. Toegewijd aan iets hogers en dat betreft een heel scala van definities; van religieus tot maatschappelijk betrokken op allerlei manieren.
Ik merk zelf dat de wijze waarop ik mijn denkbeelden verwoord zo veel meer herkend en erkend worden dan een paar jaar geleden.
Transition Towns en bewegingen voor Permacultuur blijven zich ontwikkelen en zijn georiënteerd op samenleven met de natuur, minder afhankelijk worden van geld en meer verantwoordelijkheid nemen voor goede voeding, zorg voor de aarde, elkaar en duurzaamheid.

Alles wat met economie en geld te maken heeft verkeert, in crisis. Alles wat met andere vormen van samen-leven te maken heeft is in ontwikkeling. Daarin zie ik een omslag van 'ikke-ikke' naar het nieuwe Wij. Manfred van Doorn noemt dat het ANDividualisme. Daarmee zetten we stappen op het pad van 'Alles is van Iedereen'. En dat vind ik een hoopvol perspectief.
Ik wens iedereen genoeg van veel in 2012.

Ineke Verdoner


Eigentijds idealisme – Gabriel van den Brink 
Pavlov, ntr radio

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Goed voornemen 1: meer lezen

In boeken, kunst, goede voornemens, lezen, de wereld, democracy, eerste, geloof, geluk, en meer.

Na het verslagje over het toch wel enigszins bedroevende aantal boeken dat ik vorig jaar gelezen heb, wordt het tijd om mezelf eens aan het werk te zetten. Ik geloof niet in wonderen, dus ik ga mezelf niet vragen een boek per week te lezen. Nee, ik ga mezelf voor de verandering eens een haalbaar doel stellen. Vijfentwintig boeken. Concreet maken schijnt ook te helpen, dus here goes:

  1. Inheritance – Christopher Paolini. Omdat ik er al in bezig ben, en omdat ik de serie graag wil uitlezen.
  2. The Tiger’s Wife – Tea Obreht. Ik heb veel positiefs gelezen over dit boek waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet waar het over gaat. Ja, iets met Joegslavië en een tijger.
  3. Step across this line – Salman Rushdie. Non-fictie waar ik al een groot deel van heb gelezen, verzameling essays en artikelen waarvan ik om een of andere onverklaarbare reden nooit het eind heb gehaald, en dat terwijl ik Rushdie echt een genie vind. (Al was het alleen maar vanwege zijn zinnen tussen haakjes.)
  4. Conversations with Salman Rushdie – Ed. Michael R. Reder. Ik heb het staan, en als ik toch in mijn Rushdie-fase zit kan ik er net zo goed even in blijven hangen.
  5. A New World Order – Caryl Phillips. Omdat ik The Nature of Blood een heel goed boek vond en benieuwd ben naar wat Phillips te zeggen heeft over het werk van anderen.
  6. The Post-colonial Exotic. Marketing the Margins. – Graham Huggan. Heeft mijn denken over de wereld zelfs veranderd terwijl ik alleen de eerste helft gelezen heb. Misschien wordt het eens tijd voor de tweede helft.
  7. Van de Straat naar de Staat - Red. Lucardie & Voerman. Had ik natuurlijk allang gelezen moeten hebben, zoals iedere goede GroenLinkser.
  8. Moral Politics. How liberals and conservatives think. – Omdat Don’t think of an elephant eigenlijk de Moral Politics voor dummies is.
  9. The Assault on Reason. How the Politics of Fear, Secrecy and Blind Faith Subvert Wise Decision-Making, Degrade Democracy and Imperil America and the World - Al Gore. Al was het alleen maar omdat het een van de langste ondertitels heeft van alle boeken in mijn kasten.
  10. Either/Or. A Fragment of Life. - S. Kierkegaard. Existentialisme trekt me. Als dit bevalt, schrap ik misschien wel wat dingen van deze lijst ten gunste van meer deprimerende boeken over hoe het leven geen zin heeft.
  11. A Glossary of Literary Terms - Ed. M.H. Abrams. Ik ben veel te veel vergeten van mijn studie en merk dat ik soms minder goed onder woorden kan brengen wat ik zie in een boek, en ook dat ik het minder scherp kan analyseren dan eerst. Tijd om weer even op te frissen.
  12. The Idea of the Postmodern. A History. – Hans Bertens. Staat al veel te lang ongelezen in mijn kast en wil ik ook lezen om dezelfde reden als nummer 11. Er weer een beetje in komen.
  13. Regeneration - Pat Barker. Me ooit aangeraden door iemand, maar staat er maar te staan.
  14. Diary of a Good Year – J.M. Coetzee. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk en ik heb het grootste deel ervan gelezen, maar dit nog niet.
  15. Summertime - J.M. Coetzee. Idem.
  16. Broken Verses - Kamila Shamsie. Omdat ik Kartography, van dezelfde auteur, met veel plezier gelezen heb.
  17. De Avonden - Gerard Reve. Ik ben er in bezig en het wil niet erg vlotten, maar ik vind dat het toch wel moet.
  18. A Short History of Tractors in Ukranian. - Marina Lewycka. Zonder goede reden. Het klonk amusant.
  19. The Crying of Lot 49 - Thomas Pynchon. Ik heb mijn schooljaren vlot doorlopen en omdat ik vergeleken met anderen dus erg jong was, heb ik nogal eens het gevoel dat ik misschien wel veel geleerd heb, maar er weinig van begrepen. Dit boekje heb ik volgens mij in het eerste jaar van mijn studie al moeten lezen en ik heb er weinig van begrepen – zoveel had ik toen ook al door. Vorig jaar deed ik een poging het opnieuw te lezen, maar het leest niet soepel en vanwege de negatieve herinnering staat het me tegen. Maar het moet en zal.
  20. A History of Reading - Alberto Manguel. Door de jaren heb ik dit boek meerdere malen horen noemen door mensen en toevallig kwam ik het pas voordelig tegen. Ik kon het niet laten liggen.
  21. True Brits. A Tour of 21st Century Britain in all its Bog-Snorkelling, Gurning and Cheese-Rolling Glory. - J.R. Daeschner. Ooit eens aan begonnen, halverwege gestrand. (Ik maak altijd af waar…). Hoe dan ook, het is redelijk geniaal omdat het gaat over bizarre ‘sporten’. Het is een beetje in de categorie reisboeken van Bryson, maar dan met een paar biertjes extra.
  22. A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson. Misschien wordt het nog wat met me als ik dat lees.  Misschien win ik dan zelfs nog een keer een slechte tv-quiz.
  23. The Satanic Verses - Salman Rushdie. Eigenlijk doe ik niet aan hypes, maar hij is ondertussen wel een beetje overgewaaid. Toch maar eens lezen. 
  24. Timequake – Kurt Vonnegut. Vonnegut heeft rare humor, daar hou ik wel van. Na Cat’s Cradle, Slaughterhouse-5, Slapstick or Lonesome no more en A Man without a Country wordt het tijd om het laatste ongelezen boek van Vonnegut in mijn kast eens te lezen. (En dan natuurlijk weer andere boeken van ‘m kopen).
  25. De waarheid houdt van vrolijke gezichten - Marijke Höweler. Ook weer zo’n boek wat ik maar half… Ook omdat ik het niet leuk vond, in tegenstelling tot Höwelers Dagen als gras en vooral Van geluk gesproken, dat ik iedereen van harte aanraad. Maar toch moet ook dit boek echt een keer uit.

Een van de problemen die ik heb bij het lezen, is dat als ik een boek uit heb en weer een nieuw boek moet kiezen om op te pakken, ik niet kan kiezen. En zo eindig ik dan halverwege in vier boeken tegelijk. Staat mijn kast op een gegeven moment weer vol boeken met boekenleggers halverwege, geen gezicht. En alles voor niets gelezen, want als je verder wilt gaan weet je niet meer wat er in de eerste helft gebeurd is en kun je weer opnieuw beginnen.

Hopelijk helpt deze lijst, nu ik al heb bedacht wat ik wil lezen. Kan ik hooguit nog in vijfentwintig boeken tegelijk beginnen.


woensdag, 4 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Flaporen

In papa gerbie, flaporen, papa gerbie, suus, de wereld, gelukkig, leuk, tenminste, vrouwen, en meer.

Tot nog toe werd ik in mijn leven niet gevraagd als fotomodel, had ik geen hordes vrouwen achter me aan en kan ik dus rustig concluderen dat ik niet echt knap ben. Aan de andere kant mag ik me gelukkig prijzen dat ik geen bulten in mijn gezicht, scheve neus of hazenlip heb, echt lelijk zal dus ook wel niet kloppen.

Toch ben ik bang dat ik op latere leeftijd alsnog flaporen aan het ontwikkelen ben. Niet bewust, niet eens gewenst, maar toch onvermijdelijk. Mijn allerliefste dochter heeft namelijk ontdekt dat het vanaf de schouders van papa erg leuk is om de wereld vanaf een andere hoogte ter ontdekken. Dus zit mijn dochter regelmatig bij papa ‘op de nek’.

Nu is dat niet echt een probleem, al is het wel eens zwaar als je haar na een tijdje weer neer wil zetten, terwijl zij dat niet wil. Of wanneer ze zonder aankondiging begint aan de afdaling, waarbij ik haar moet opvangen, ook al krijg ik per ongeluk een laars in mijn gezicht.

Maar het leukste moment, voor een toeschouwer tenminste, zelf zie ik het niet, is wanneer ze zit en ze houvast zoekt. Dit doet ze steevast aan mijn oren. En ze houdt ze goed vast. Zo goed dat het soms pijn doet. Grappend tegen anderen zeg ik wel eens dat ik de schoonste oren heb van iedereen, maar tegelijkertijd staan mijn oren wel in een onnatuurlijke stand. De kleine vingertjes zijn in en om mijn oren, ze geniet van het uitzicht of spoort me aan te rennen, te springen of te huppelen.

Ik vind het natuurlijk geweldig dat Suus graag bij mij op de schouders zit. Ik vind het zelfs grappig hoe ze zich vasthoudt. Maar kun je op latere leeftijd toch nog flaporen ontwikkelen?


dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, sociaal, abortus, amerika, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

zondag, 1 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelukkig nieuwjaar!

Allereerst wens ik jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar.

Zoals ik vorig jaar al schreef, recycle ik mijn goede voornemens ieder jaar. Ook dit jaar moet ik daar natuurlijk een paar keer over bloggen, zodat ik ze daarna rustig kan vergeten en tenminste ook nog wat te schrijven heb in 2013.

Het afgelopen jaar was best aardig. Aanvankelijk moest ik nog een beetje zoeken naar waar ik mijn leven mee op moest vullen toen de zoektocht naar werk weggevallen was, maar inmiddels heb ik mijn draai wel gevonden. Mijn contract is verlengd en het gaat goed tussen mij en K. Dat geeft me rust genoeg om niet meer constant bezig te zijn met wat ik nu verder met mijn leven moet.

Eindelijk beginnen met vioollessen was leuk, ook al is het een van de moeilijkere instrumenten om te leren bespelen. Ik hou van de uitdaging en het geeft veel voldoening om te merken dat ik nu relatief makkelijk dingen kan spelen waar ik een half jaar geleden alleen maar moedeloos naar kon staren.

Daarnaast ben ik naar Frankfurt (Oder) geweest voor de Summer Uni, Groen Zomerweekend in Nieuwpoort en naar Parijs voor het EGP congres, waar ik heel even kon ontspannen en in een wereld zijn zonder rare figuren die voor kernenergie zijn of de gulden terug willen. Met K heb ik twee dagen door Parijs gestruind na het EGP-congres en voor de Summer Uni heb ik nog een dagje Berlijn gedaan.

Bijzonder was ook het huwelijk van Anne en Michiel, die ik allebei al kende voor ze een stelletje werden. Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat die twee nu getrouwd zouden zijn. Ik hoop dat ze het nog heel lang volhouden samen.

Minder leuk dit jaar vond ik het vooral op politiek vlak. Voor GroenLinks was het niet het beste jaar en dat terwijl ik juist behoefte heb aan een sterke partij die goed tegen de idiote plannen van dit rampenkabinet in kan gaan. Waar ik aanvankelijk dacht dat stabiliteit onder een rechts kabinet misschien nog niet zo erg was, heb ik me blijkbaar erg vergist. Waar ik het aanvankelijk leuk vond om me bezig te houden met politiek, is alle plezier hierdoor wel verdwenen. Er is niets om optimistisch over te zijn zolang dat Haagse tuig van de PVVD aan hun zetels plakt. Iedere dag dat ik me er druk om maak heb ik hoofdpijn en word ik overspoeld door gevoelens van wanhoop en afkeer. Ik word er geen leuker mens van. 

Mijn goede voornemens voor 2012 zijn daarom dan ook om me minder druk te maken over de samenleving en me bezig te houden met wat wél leuk is. Ik kan een bijdrage leveren aan een sterkere partij, maar ik kan de wereld niet eigenhandig veranderen. Ik moet tot op zekere hoogte loslaten wat er gebeurt, voor ik helemaal niets meer met de wereld te maken wil hebben.

In 2012 wil ik meer tijd voor mezelf, voor K, en voor vrienden die ik veel te weinig zie. Ik wil meer lezen, vaker naar het toneel of een goede film, nieuwe muziek leren kennen en mijn museumjaarkaart weer eens afstoffen. Ik wil over een jaar echte klassieke stukken kunnen spelen op mijn viool, in plaats van kerstliedjes en dergelijke. Als de wereld niet te veranderen valt, kan ik niet meer doen dan mijn eigen wereld leuker maken.


donderdag, 29 december 2011

John Jorna

John Jorna

Helpt geweld tegen het kwaad?

In column van de week, politie, afghanistan, buren, burgers, china, communistische, criminaliteit, de wereld, en meer.

OMGAAN MET HET KWAAD IN DE WERELD

Je bent geograaf of je bent het niet! Als geograaf onderscheid je verschillende schaalniveaus. Het kleinste schaalniveau is dat van het gezin. Zou zich zelfs in een gezin kwaad voordoen? Op het eerste gezicht denk je van niet. Kinderen kunnen wel eens ondeugend zijn, maar dat valt voor mij niet onder “het kwaad”. Maar dan lees je over huiselijk geweld: mannen, die hun vrouw mishandelen of omgekeerd. Kinderen, die mishandeld worden, soms met dodelijk gevolg. Je hoort over seksueel misbruik van meisjes door vader of broer. Achter de voordeur gaat veel kwaad schuil. Leerkrachten en huisartsen wordt gevraagd daarop attent te zijn en ook buren zouden hun vermoeden kunnen melden bij een vertrouwensarts. Laten we bedrijven en instellingen deze keer maar overslaan.

We kijken naar het wijk- of dorpsniveau. Meestal is dit nog redelijk overzichtelijk en kennen veel mensen elkaar. Nu is er vaak veel weerzin tegen sociale controle, want dat wordt gemakkelijk geassocieerd met sociale dwang tot “deugdzaamheid”, als de jonge mensen tenminste nog weten, wat daaronder wordt verstaan. Maar als gezinnen weg gepest worden uit een wijk, dan zou de meerderheid van goedwillende mensen dat niet moeten pikken en zeker niet de ouders van de pesters. Die zouden ook door iedereen daarop aangesproken moeten worden. Buurtwerkers, wijkagenten, buurtverenigingen, jeugdzorg en gemeente horen goed samen te werken en daarbij vooral moeten afspreken, wie de eerst verantwoordelijke is voor de aanpak van een probleemgeval. Een interessant nieuw initiatief is Burgernet. Wie zich daarbij heeft aangesloten krijgt soms van de politie een sms of mondelinge boodschap via de telefoon om te waarschuwen, wanneer hij iemand met een nauwkeurig signalement ziet.

Toch is het bestrijden van criminaliteit en het verzekeren van de veiligheid van de burgers vooral een overheidstaak. De overheid moet de wet handhaven. Zelfs in Nederland valt dat niet mee. Bij zware criminaliteit is vooral het leveren van een wettig en overtuigend bewijs moeilijk. De politie kampt vaak met te weinig of onvoldoende deskundig personeel. Computercriminaliteit vroeg een totaal nieuw soort specialisten.

Is het in Nederland al moeilijk, hoe uitzichtloos lijkt het in een land als Somalië of Mexico of Afghanistan. In dit laatste land proberen we er iets aan te doen door agenten een eerste opleiding te geven en ook mee te werken aan de opleiding van hoger personeel en medewerkers van justitie. Maar het land kent meerdere stammen, die zich weinig aantrekken van een centraal gezag en landelijke wetten. Er is een enorme corruptie, ook bij de overheid en die blijft meestal ongestraft. Lokale krijgsheren betalen wapens en munitie met de opbrengsten van de papaverteelt. En natuurlijk zijn er de Taliban, die met geld van elders velen tot meevechten weten te bewegen. Want het is een arm land met weinig werkgelegenheid. Zo bezien is de training van die paar politieagenten een druppel op een gloeiende plaat? Of moet je misschien een andere beeldspraak gebruiken: een zaadje, waaruit een forse boom kan groeien? Wat doe je tegen het kwaad in een falende staat als Afghanistan? Wat is de zin van de aanwezigheid van de NAVO in het land? Terwijl al eerder is gebleken, dat je je hand maar beter niet in dat wespennest kunt steken. De groei naar een rechtsstaat moet van binnen uit komen en dat vraagt ontwikkeling. De Afghanen zelf moeten tot het inzicht komen, dat het anders kan. Dat vraagt ontwikkeling en het ontstaan van een middenklasse, die dat allemaal niet meer accepteert. Daar gaan wel een paar generaties overheen. Toch zie je het overal in de wereld gebeuren: China, India, Brazilië waren onderontwikkelde landen en groeien nu snel naar de top van de grote economieën in de wereld. Het kwaad in de wereld kun je niet laten verdwijnen met geweld. Het lost niets op. De oorzaak van het kwaad wordt niet weggenomen.

Toch blijft steeds weer de twijfel. Als kind maakte ik de Duitse bezetting heel bewust mee. Ik begreep heel goed, dat het Nazidom het kwaad was, dat bestreden moest worden. Ik was die Canadezen enorm dankbaar toen zij ons na bijna vijf jaar vrijheid brachten. In Oost-Europa kwam in de plaats van het Nazibewind een communistische dictatuur. Het duurde nog vijfenveertig jaar voordat die verdween. Niet door geweld van buitenaf, maar het kwam van binnenuit. In voormalig Joegoslavië moest van buitenaf met geweld worden ingegrepen om er rust te brengen en nog steeds moet de door buitenlandse troepen worden bewaakt. Wat doe je tegen mensen, die echt niet het goede willen?

Hoe lang moeten de Afghanen nog wachten op vrijheid en veiligheid en ontwikkeling en welvaart?

Jaargang 4, Nr. 195.

woensdag, 28 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Selçuk Akinci

Climate control in het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Een van de minst bevredigende onderdelen van de Het Huis van de Vrijheid is de analyse van klimaatpolitiek. Claassen stelt dat we zouden kunnen denken dat we op basis van het schadebeginsel ecologische grenzen kunnen stellen aan economische ontwikkeling. Als we grondstoffen uitputten dat ontzeggen vrijheden aan toekomstige generaties.

Maar welke aanspraak maken toekomstige generaties op ons? Onze kinderen maken overduidelijk aanspraak op ons: zij zijn er en hebben recht op een evenredig deel van de natuurlijke grondstoffen. Maar hoe zit het met de generaties daarna: stel je twee scenario’s voor: in het eerste scenario leeft de mens duurzaam voor tien generaties en dan komt door een meteoriet een einde aan het leven op aarde. In het tweede scenario leeft de mens onduurzaam voor vijf generaties en dan komt de mensheid om door haar eigen vervuiling.

De vraag is of het leven van die extra vijf generaties menselijke inspanning waard is, als menselijk leven toch tot einde komt. De vraag is of we als mensheid kort en gelukkig moeten leven, of langer en minder gelukkig. Voor individuen laten liberalen die keuze aan mensen zelf, maar hoe zit dat het met de mensheid? Voor utilisten is de berekening simpel: volgens het principe van het meeste geluk, moeten gewoon kijken of het verlies aan welzijn door verminderde consumptie opweegt voor de groei van mensen. Het is een empirische vraag hoe die berekening uitvalt. Liberalen hebben echter geen voorkeur voor zoveel mogelijk menselijk leven.

Het fundamentele probleem is dat de vijf ongeboren generaties geen aanspraak maken op ons. Als je echt zou geloven dat  nog-niet geboren leven van ons kan eisen dat we hen moeten laten leven, dan betekent dat iedere vrouw zoveel mogelijk kinderen moet krijgen. Zij hebben als individu geen morele status.

Wat Claassen voorstelt is dat als we de toekomstige generatie niet zien als een groep individuen we dit probleem kunnen ontlopen. Een tweede is dat we de waarde van het bestaan van de toekomstige generatie als groep kunnen instrumentaliseren. Wat wij doen heeft alleen zin omdat er een volgende generatie is die het zal erven. Als we de volgende generatie de mogelijkheid ontzeggen om dingen te doen die blijvend zijn ontzeggen we hun zin in hun leven. Dat is een niet-liberale theorie van waarde, die dingen alleen waardevol vind als ze blijvend zijn. De gemeenschap van mensen heeft waarde op zich.

Hier stokt Claassen: hij besluit er is geen liberale grond om duurzaam te zijn, daarvoor moeten we een andere theorie van waarden hebben, dan wel gebaseerd op het voortbestaan van de mensheid, dan wel op het bestaan van individuele mensen.

Ik kan me een grondslag bedenken van een andere theorie van waarden: deze gaat uit van morele verantwoordelijkheid. Het is een Kantiaans principe dat iedereen zo moet handelen dat het principe van zijn handeling een universele wet is. Iedereen moet zo kunnen handelen als jij doet. Als je overweegt te liegen, dan moet je bedenken hoe de wereld eruit zou zijn als iedereen zou liegen. Dan heeft praten geen zin meer omdat je zeker weet dat mensen niet de waarheid spreken. Communicatie wordt dan zinloos. Je kan in analogie hiermee voorstellen dat iedereen duurzaam moet leven, want als alle generaties zo onduurzaam zouden hebben geleefd dan zou mijn generatie er niet zijn geweest. Kortom er is voor Kantianen een moreel imperatief om duurzaam te leven.

Voor gemeenschapsgezinden, utilisten en deontologische Kantianen is er een moreel imperatief om als individu duurzaam te leven. Er is echter vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief om als samenleving duurzaam te zijn. Het fascinerende is dat het klimaatvraagstuk als geen ander collectieve actie vereist: het handelen van mensen om duurzamer te leven heeft alleen zin als we het samen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen duurzamer leeft, moet de overheid iedereen daartoe verplichten.

Allemaal mooie theorie. We kunnen duurzaamheid niet verplichten tot de zesde tot tiende generatie. De problemen met het klimaat zijn veel groter dan de vraag of de zesde generaties nog kan leven, maar de vraag of onze kinderen in een zelfde rijkdom kunnen leven als wij. Dat dwingt nu tot het maken van keuzes voordat het klimaat onveranderdelijk is beschadigd voordat zij groot worden. De vraag die onder Claassen’s analyse ligt, is of we we meer moeten doen voor die zesde generatie. Maar volgens mij is die vraag verkeerd: we moeten al ongelofelijk veel doen door de tweede generatie en daar profiteert de zesde ook van. De volgende generatie zal voor een zelfde keuze komen te staan, of ze voor hun kinderen genoeg willen overlaten. En die vrijheid moeten we hen in essentie ook laten. Voor die vrijheid moeten wij ook voor inleveren.

dinsdag, 27 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Verlichting, een terugblik en nieuwjaarswens

Het viel niet mee dit jaar om, tegen alle mismoedige gebeurtenissen en de negatieve berichtgeving in, te blijven ervaren dat deze donkere tijden van heel tijdelijke aard zijn; de echte duisternis hebben we al gehad. We zijn in transitie. We leven in een Tussentijd. Nu komt alles wat voorheen verborgen kon blijven aan het licht. Dat geeft een ontluisterend beeld van de werkelijkheid, maar met de onmiddellijke mogelijkheid om die informatie te gebruiken een andere lichtere werkelijkheid te creëren.

Met de opstand die in Tunesië begon is een licht ontstoken dat zich als een lopend vuurtje over de wereld heeft verspreid. Het blijkt dat dat zich niet eenvoudig laat doven en het heeft zeker niet alleen woede en verontwaardiging teweeg gebracht. Ook heel veel vreugde. Zoals op één van de Occupy-bijeenkomsten een jonge man vertelde hoe gelukkig hij er van werd om met zoveel gelijkgestemden te zijn en dat hij merkte dat die lichtheid aanstekelijk werkte naar zijn omgeving.

Die verandering, of liever transformatie, wordt op bijzondere wijze beschreven in hét boek van 2012 – mind my words! - 'This is the And' van vader en zoon van Doorn.

Een boek dat de totaal andere kant belicht van de zogenaamde crisis en daarmee een nieuw licht werpt op de gebeurtenissen.

 

Een persoonlijk succes waar ik op terug kijk is dat het me gelukt is vele kilo's lichter te worden dit jaar. Dat wens ik ieder toe. Net zoals van andere zaken waar je voldoende, genoeg of teveel van hebt: Doe Het Weg!

Van alle dingen die ik ondernomen heb in 2012 – en dat zijn er vele! - is schrijven een 'kunst in wording' waar ik steeds meer van geniet; het valt me steeds lichter om op papier te krijgen wat ik wil zeggen en ik krijg er een beetje zo'n zelfde gevoel bij als ik zing; het tilt me op.

De vrijdag vóór Kerstavond was ik in de Duif, een mooie kerk aan de Prinsengracht in Amsterdam. Daar hield Jan Kortie zijn maandelijkse mantra-zingen. Met 450 mensen zongen we eenvoudige melodieën, zoveel stemmig als we wilden, zacht en luid, met overgave, zolang als we adem hadden en daarna klonken lange, diepe stiltes.

Toen ik weer buiten liep, in de druilerige regen, voelde ik me compleet verlicht!

 

Laten we 2012 uitroepen tot het Jaar van het Overvloedige Licht!

Lichtvoetig en luchthartig. Sluit je ook aan bij de Orde van Vuurtorens en Zwaailichten

“Zullen we de Nederlandse Vereniging tot Verlenging van het Daglicht oprichten?", stelde een collega mij voor na de blijde boodschap dat we op 18 december de langste nacht weer achter ons gelaten hebben. Ik ondersteun dit initiatief van harte.

Een ander plan voor 2012 waarover ik nadenk is om mijn huiskamer open te stellen voor een maandelijkse meditatiebijeenkomst in het kader van Stadsverlichting, zoals begonnen door Kris en Tijn Touber.

En als er voldoende belangstelling is begin ik vanaf februari met 4 bijeenkomsten 'Mediteren kan je leren', in Het Pakhuus in St. Annaparochie. Volgens mij willen veel meer mensen wat lichter leven en meditatie kan daarbij helpen.

 

Terwijl ik dit schrijf - de 40ste column van dit jaar! - gloeit prachtig winterlicht over de weilanden; het gras licht fel op en het doet de omgeploegde vette klei glanzen. Voor mij is het mooiste woord van 2011 strijklicht.

 

Kortom, ik wens ons allen voor 2012 licht in alle mogelijke vormen en... veel daarvan!

 

Ineke M. Verdoner, Lichtdrager

 

Intervieuw op 29.10 bij de start van Occupy Leeuwarden

This is the And

Stadsverlichting

Mediteren kan je leren een introductiecursus

Zingen met Jan Kortie

Madonna met Ray of Light

Dance into the Light door Phil Collins

vrijdag, 23 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Kerstboodschap

In religie, bijbel, buren, cultuur, de wereld, discriminatie, dood, durven, energie, en meer.

Toespraak in de kerstviering Pink Christmas, 23.12.2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam

Je hoeft niet bang te zijn
Al gaat de storm tekeer
Leg maar gewoon je hand
In die van onze Heer

Je hoeft niet bang te zijn
Als oorlog komt of pijn
De Heer zal als een muur
Rondom je leven zijn

Ik heb het wel gezongen voor mijn kinderen. Als ze naar bed gingen. Als ze bang waren. Voor de nacht. Voor monsters onder het bed. Of misschien eigenlijk voor wat de komende dag zou gaan brengen. Want angst heeft alles te maken met machten waartegen je niet opgewassen bent.

Zoals Jamey Rodemeyer, een jongen van 14 die dit jaar geen kerst viert. In mei nam hij een ontroerend youtube filmpje op in de serie ‘it gets better’. Hij vertelde hoe hij op school gepest werd omdat hij anders was, homo was. En hij vertelde hoe Lady Gaga zijn grote voorbeeld, zijn grote troost was. In september maakte hij een eind aan zijn leven omdat hij er niet meer tegen kon.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Meisje. Een kind nog, uitgehuwelijkt. In Nazaret, ergens in het achterland van Israël. Een bezet land, onderdrukt en uitgebuit door de Romeinen. Hun volkstelling heeft als enige doel om de mensen onder controle te houden. En in dat land een jong meisje.

Je hoeft niet bang te zijn. Makkelijk gezegd als blijkt dat je – ongehuwd en al – zwanger bent. Een schande. Een seksuele schande. Wat zullen de buren wel niet denken? En alle problemen? Ik weet van tienermoeders die daardoor verscheurd raken. Wat moet je met dat kind dat groeit in je buik, dat bij je hoort en tegelijk je leven op zijn kop zet en voor allerlei problemen gaat zorgen? Waar je je voor schaamt en misschien ook blij mee bent? Wat je dwingt om in een klap volwassen te worden… Sexual outcast.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria, want wat er in jou groeit is een cadeautje van God zelf. Vreemd misschien, onbegrepen misschien, afgewezen door anderen misschien, veroordeeld door de kerk misschien (want er is altijd wel een Bijbeltekst te vinden), maar toch – als je het durft te zeggen – een cadeautje van God zelf.

Dinsdagavond vertelt Corné daarover in het programma ‘uit de kast’. Hij is 21 en komt uit de Oud Gereformeerde Gemeente. En hij is homo. Maar hoe vertel je dat je familie? Hoe vertel je over dat wat in je groeit, in je leeft? Hoe kom je over je angst heen?

Van psychologen leren we dat er drie negatieve gevoelens zijn: boos, bang en bedroefd. En in de bijbel kom je ze ook alle drie tegen, maar wel heel verschillend. Boosheid is het handelsmerk van de profeten die ten strijde trekken tegen het onrecht. Je ziet dat bij Jezus die de handelaars uit de tempel wegjaagt. Boosheid geeft energie, vitaliteit, verzet. En dan staat er wel dat je je niet door je boosheid moet laten meeslepen, maar je leest niet dat je niet boos mag zijn.

Verdriet is het geraakt worden door de pijn die het leven ook soms meebrengt. Door de dood bijvoorbeeld en de rouw. Verdriet brengt je heel dicht bij jezelf en soms ook bij anderen. Verdriet gaat vaak over de kern van je leven en daarom roept het ook de troost op. Treur samen met de mensen die treuren, zegt Jezus.

Maar angst is anders. Angst brengt geen energie, vitaliteit of troost. Angst verlamt, verstijft, blokkeert. Door angst verschansen mensen zich en durven ze zich niet meer open te stellen voor de ander, voor het leven.

En daarom klinkt die boodschap, voor Maria en voor de herders: Vrees niet. Je hoeft niet bang te zijn. Je hebt genade gevonden. Genade. Dat betekent: je mag er zijn. Het is goed zoals je bent. Je hoeft niet bang te zijn voor veroordeling, afwijzing, discriminatie, pesten, uitsluiting. Jij mag er zijn. Jij mag jij zijn. Onvoorwaardelijke aanvaarding. Je hoeft niet eerst normaal te worden, je te gedragen als iedereen, je bent geliefd zoals je bent. Genade, dat zijn vriendelijke ogen. Geen monsters onder je bed, geen pesters op school, maar vriendelijke ogen. God bevrijdt, Maria. Zo heet dat. Bevrijd van de angst en de schaamte, van alles wat je aan leeuwen en beren op je weg ziet komen. Vreest niet.

Angst is niet alleen een individuele emotie. Het is ook het kerngevoel van onze cultuur. De westerse samenlevingen voelen zich bedreigd door economische achteruitgang en de komst van vreemdelingen, zo zegt bijvoorbeeld Dominique Moïsi. Terwijl in Azië de hoop domineert en in de Arabische wereld de woede om de vernedering, is het westen vooral bang. En daarom keren we ons in onszelf en worden we minder verdraagzaam. Wat vreemd is, moeten we buitensluiten. Het hoofd onder de dekens.

Het antwoord op angst? Geloof, hoop en liefde. Geloof is vertrouwen, hoop is geloven dat het anders kan. En liefde is de kracht die onze angst doorbreekt. De vriendelijk ogen die ons aankijken en ons aanvaarden. Die ons innerlijke rust geven zodat we de wereld aankunnen. Vrees niet. Maar soms heb je wel een engel nodig om die boodschap echt te horen.


donderdag, 22 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Wetenschap en politiek gaan niet samen

In de maatschappij dat zijn wij!, havel, politiek, populisme, belangrijk, beslissingen, de wereld, debat, dom, en meer.

 

Wetenschap en politiek gaan niet samen. Wat ze gemeen hebben is dat beide in het slop zijn geraakt bij de grote massa. Populisme is in en het antwoord blijft uit. Op een uitzondering na.

Tenslotte gaat het er in de politiek om de gemeenschap te dienen, wat betekent dat het toegepaste ethiek is.” Vaclav Havel in zijn rede ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Harvard Universiteit in 1995.

Politici met grote woorden winnen terrein, degenen die daar tegen met feiten komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, voeren een steeds wanhopigere strijd tegen het verlies van stemmen. Jarenlang schoten de debatclubs en –cursussen, waar je leerde elkaar met zo sterk mogelijke feiten om de oren te slaan, als paddenstoelen uit de grond. De nieuwe trend is speechen. Monoloog. Je mening geven op een vlammende manier. En de premier moet tegenwoordig bovenal ‘leiderschap’ tonen.

Ik stel het nog sterker: wetenschap en politiek helpen elkaar om zeep. Het doel van wetenschap is een heel andere dan van politiek. Wetenschap probeert zo meetbaar mogelijk aan te tonen hoe de wereld is, politiek verlangt een visie van hoe de wereld zou  moeten zijn, zo stelt de Rotterdamse cultuursocioloog Houtman. Wat dat betreft is politiek net religie en dat lijkt wereldwijd niet af te nemen. De behoefte aan zingeving is groot. Daarop reageren met feiten is kansloos. Kiezers zitten niet te wachten op feiten: ze willen de weg weten. Een idee, een mening, die staat vast. Wetenschap staat per definitie niet vast.

Ten eerste is wetenschap niet objectief. Populaire onderwerpen waarmee gescoord kan worden, worden vaker onderzocht en onderzoek moet betaald worden en ook hier geldt: wie betaalt, bepaalt. Dit zorgt ervoor dat wetenschap geen solide basis is voor een politiek debat.

Ten tweede is het voor wetenschappers een grote uitdaging elke theorie omver te werpen. Zeker in de sociale wetenschappen is controle van de peergroup enorm. Voor de kwaliteit van de wetenschap is dit uitstekend, maar de argeloze krantenlezer ziet het ene na het andere onderzoek goed onderbouwd afgeserveerd worden. En da’s nou net waar een kiezer niet op zit te wachten. Die wil vertegenwoordigd worden door iemand die weet hoe het zit en niet door iemand die met feiten komt die een dag later obsolete zijn.

Het is de behoefte die Max Weber Gesinnungsethik noemde. Hoe meer men zich een anoniem deel van de maatschappij gaat voelen, hoe groter de behoefte aan ‘gesinnung’, aan zingeving. Elk individu wil gezien worden, individualisme en persoonlijk authenticiteit zijn op het moment heel belangrijk. Tegenover de modernisering en rationalisering van deze tijd staat als tegencultuur de PVV.

Het is terug te vinden in de kunst: films gaan over persoonlijke roem, status en succes. De romantische tegencultuur van de jaren ’60 van een selecte club kunstenaars, filosofen en andere linkse hobbyisten, is doorontwikkeld tot een commercieel succesvolle cultuurindustrie. Lees meer hierover in dit artikel met veel voorbeelden. De romantische cultuurkritiek van de hippie staat nu mateloos populair tegenover de wetenschappelijk-technologische samenleving. Gevoel herkend te worden is veel belangrijker dan feiten.

Wordt politiek dan beter zonder feiten? Politiek is gebaat bij een stevige visie op de lange termijn. We zien in Europa dat vooral wordt geregeerd op basis van de wensen van de toekomstige kiezer en die kan de boel niet overzien. Juist daarom laat hij zich graag vertegenwoordigen. Weber: “politiek bedrijven is net als gaten boren in hard hout: het eist een krachtige hand en veel geduld, hartstocht en evenwichtigheid.”

En over de politicus: “Alleen hij die zeker weet dat hij er niet aan te gronde gaat wanneer de wereld – vanuit zijn standpunt bezien – te dom of te gemeen is voor wat hij haar te bieden heeft, alleen hij die ondanks dat alles kan zeggen ‘en wat dan nog?’ die heeft een roeping voor de politiek.”

Havel tot slot: “Het is bij uitstek een opdracht voor politici. De belangrijkste taak van de huidige generatie van politici is, naar ik meen, niet om zich bij het publiek door de beslissingen die ze nemen of door hun glimlach op de televisie bemind te maken. […] Hun rol is het hun verantwoordelijkheid te aanvaarden voor de kansen voor onze wereld op lange termijn en zo een voorbeeld te stellen voor de mensen die hen aan het werk zien. Het is hun verantwoordelijkheid onverschrokken vooruit te zien, zonder angst voor de afkeuring van de massa en hun werk te doordrenken met een geestelijke dimensie […]

Havel: de kunstenaar, de filosoof en linkse hobbyist. Hij wist hoe dat zat met politiek. Een grootse staatsbegrafenis komt hem meer dan toe.

 

 

dinsdag, 20 december 2011

Peter Smith

Peter Smith

StandUp Inspiration #SUI37

In afval, uit de kast komen, verantwoordelijkheid, zwerfvuil, durven, hans sibbel, spreken, standup inspiration, toomler, en meer.

Maandag 19 december dan toch mijn vuurdoop gehad… voor ‘t eerst spreken voor publiek.
En dan nog wel in Toomler!

Foto René Wouters

Wat een grote namen hebben daar gestaan op dat podium…. Laat ik maar geen namen noemen want je zult net zien dat die ene die ik vergeet te noemen net dit blogje leest…
Dat van die grote namen had ik beter niet kunnen weten want terwijl ik daar vers op het podium stond -na een stuiterende introductie van Hans Sibbel- klonk er een stemmetje in mijn achterhoofd: “wie denk je wel dat je bent dat jij hier op dit podium mag staan”. Shit, dat was heel slecht getimed van dat stemmetje…. Ik begon te hakkelen en kwam niet meer uit m’n woorden. Ik moest toen tegenover het publiek bekennen dat het toch wel heel anders is om op ‘t podium voor publiek te staan dan thuis tegen de kat te praten. Gelukkig brak dat het ijs. Ook al kwam ik niet meer zo op dreef als tegen de kat, toch heb ik m’n boodschap wel over kunnen brengen. De gevolgen van zwerfafval; het vergiftigen van onze voedselketen. En dat als je zwerfafval opruimt, je elke dag de wereld een stukje beter achterlaat dan dat je hem tegenkomt, een veel geuite hoop van mensen als ze deze wereld gedwongen moeten verlaten. Tja, en dan is het te laat…

Foto René Wouters



zondag, 18 december 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Vaclav Havel (1936 – 2011)

In kort, de wereld, dragen, hart, hoop, kwaliteit, resultaat.

Weg van de hoop

Diep in ons zelf dragen we hoop:
als dat niet het geval is,
is er geen hoop.

Hoop is de kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.

Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
afgezien van de afloop,
het resultaat.

Vaclav Havel

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Transitie

Het is een gewone houten tafel. Afhankelijk van het seizoen staat die in de tuin, de keuken, of zoals nu in de warme woonkamer. Er omheen 3 vrouwen; we kennen elkaar al lang en hebben veel gedeeld door de jaren heen. Op de tafel sterke koffie met opgeklopte hete melk en roomboterstaaf, zo passend bij december.

We vertellen elkaar de verhalen van het dagelijkse leven, stellen vragen en luisteren. Naar de klank, de stembuigingen, welke woorden ze gebruikt, naar de stiltes tussen de zinnen. Aan die keukentafel is het veilig en als we dat benoemen komt de gedachte op dat dit uitwisselen waarschijnlijk en hopelijk de 'hulpverlening van de toekomst' is.

Geen instituten, behandelplannen, computers en rapportages, maar aandacht als heling van de schrammen en blauwe plekken die we in het leven oplopen. Als ik naar huis rijdt realiseer ik me dat het rustig is in mijn hoofd; ik ben me bewust van een gevoel dat zich het beste laat omschrijven als geborgenheid.

 

De laatste weken was het druk. Niet alleen met de bezigheden voor mijn bedrijf, maar het is vooral zo druk in de wereld en dat dringt soms ook diep in mijn persoonlijk leven door. De media laten steeds weten wat er gaande is, waar dan ook en er is véél gaande. Ondanks dat ik de krant niet meer lees, het nieuws niet meer op de voet volg, voel ik wel de spanning die er heerst. Er zijn zoveel prikkels; over de financiële crisis, het nieuwe virus dat bij koeien en schapen is gevonden, de toename van de werkeloosheid; ik hoor de ongerustheid van mensen over 'hoe dit zal aflopen'. Er is geen sprake meer van Vadertje Staat die voor je zorgt en gaat u maar rustig slapen. We raken steeds meer onder moeders vleugels vandaan en zoeken onze eigen weg; als land, als Europese Unie, als mens of volk. Er staat zoveel ter discussie, er is zoveel onzeker, we worden op onszelf terug geworpen en zoeken naar antwoorden en naar beschutting.

Maar er is op dit moment weinig geborgenheid.

'Maybe it's the time of year, or maybe it's the time of men' zong Joni Mitchell in de sixties; ook een tijd van transitie, net als nu.

 

In mijn beleving zijn we als wereld in transitie. We zoeken naar stukjes grond onder onze voeten als houvast, een soort platform, een station. Want we zijn op doorreis, onderweg naar de volgende Tijd en leven in de Tussentijd. We zijn niet meer in het oude en ook nog niet in het nieuwe, whatever that may be. Dé overgang komt niet alleen voor in de levenscyclus van ieder mens; die hormoonverandering vindt ook plaats in de cycli van de Aarde en het Universum.

De uitdrukking 'in trance' zijn heeft er ook wel iets van; we zijn zeker in de ban van alle veranderingen en de onrust die dat met zich meebrengt. Maar het 'trans' in transitie duidt vooral op doorgang; naar een andere wereld, een andere tijd....of andere vorm.

Dat geeft gevoelens van kaalheid; het vertrouwde dat er niet meer is. Ik weet dat ik niet de enige ben die af en toe niet lekker slaapt en de heftigheid waarmee de verandering gepaard gaat, waarneemt.

 

Het is december, dus het is 'the time of year', maar zeker ook 'the time of men'. Daarom beveel ik je aan om een plaatsje te zoeken aan een keukentafel in een warme woonkamer, met dierbaren om mee te delen en te helen en lekkere koffie. Zorg dat je het goed hebt met jezelf tijdens de winterse weken. De Engelsen noemen dat 'spoil yourself', maar dan met echte warmte en nabijheid. Ik wens je veel momenten van geborgenheid.

 

Ineke M. Verdoner

 

Joni Mitchell: Woodstock..'and maybe it's the time of men'

Recept voor de meest verrrukkellijke chocoladetaart ever!

Weblog van Nanda Huneman van Wonderword over Transitie

vrijdag, 16 december 2011

Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Onverwachte bondgenoten voor een betere wereld

In politiek, religie, spiritualiteit, groenlinks, islam, kerk, linker wang, maatschappij, afschaffen, en meer.

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het decembernummer dat vandaag verschijnt. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

‘Religie is een veelzijdig fenomeen. Wat verdient kritiek en wat ondersteuning? En welke inspiratiebronnen kunnen bijdragen aan duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie?’ Deze tekst staat te lezen op de startpagina van de vernieuwde website van De Linker Wang.

Niet alleen de site is nieuw, ook wat de beweging en het tijdschrift willen uitstralen. Religieuze inspiratie voor maatschappij en politiek wordt binnen De Linker Wang van oudsher op waarde geschat. Daarbij kan de ene levensbeschouwing niet zomaar boven de andere worden geplaatst. Dat laatste past ook niet bij een doorbraakpartij als GroenLinks, de partij waaraan De Linker Wang verbonden is. Het gaat – zoals in dit nummer bepleit door Manuela Kalsky (pagina 4–5) - om respectvolle verscheidenheid en het verbinden van verschillen.

Duurzaamheid, vrede, gerechtigheid en compassie zijn hierbij fundamentele kernwaarden. IJkpunten waarop religieuze instituten, politieke bewegingen en machthebbers beoordeeld moeten kunnen worden. Zo krijgt godsdienstkritiek vanuit De Linker Wang gaandeweg een meer expliciete plaats die past bij linkse politiek.

Overigens sluit dat geenszins uit dat je geen vraagtekens kunt plaatsen bij sommige vormen van religiekritiek, zoals blijkt uit het artikel van Erica Meijers (pagina 22-24). Zij signaleert een nieuwe onverdraagzaamheid bij links ten aanzien van godsdienst en religie. ‘Wie moslims vastpint op een bepaalde, vermeend conservatieve identiteit, zal het door links zo graag gewilde debat over vrouw-, homo- en dieronvriendelijke tendensen in hun geloof niet snel op gang kunnen brengen,’ aldus Meijers.

Wat dat betreft vormt het interview met Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn – publieke pleitbezorgers van het afschaffen van godsdienstvrijheid – een mooi contrast (pagina 20-21). Dat de heren een debat aanzwengelen is winst. Ook de stelling ‘Denk zelf!’ kan niet vaak genoeg herhaald worden. Veel gelovigen doen dat immers te weinig. Wie durft vervolgens de breed gedeelde vooronderstelling dat gelovigen noodzakelijkerwijs minder zelfstandig denken omdat zij religieus zijn, weer kritisch te doordenken? Hoe verklaren we bijvoorbeeld dat secularisatie en individualisering hand in hand gaan met groeiend populisme en afnemende solidariteit? Hoe autonoom is de mens? Zit de maatschappij niet ingewikkelder in elkaar dan we kunnen bevroeden?

Wat dat betreft is de analyse van Hendro Munsterman ‘Vaticaan als bondgenoot van GroenLinks’ (pagina 18-19) heerlijk tegendraads. Een instituut dat zelf niet zo soepeltjes omgaat met macht, kritiek en vernieuwing van onderaf, vormt zelf juist een gezonde kritische factor ten opzichte van de grote economische machten in de wereld. Zo hangt de werkelijkheid van ongerijmdheden en verrassingen aan elkaar. Durven we niet alleen te kijken maar ook te zien? Niet alleen te horen maar ook te luisteren? Openheid en verwondering maken mensen onverwacht tot bondgenoten en maken soms ongekend positieve krachten los.


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Occupy: geen blauwdruk maar een spiegel

In politiek, linker wang, samenleving, 1%, amsterdam, anders breivik, banken, beslissingen, bijbel, en meer.

Column De Linker Wang december 2011

Hoe zal 2011 in de geschiedenisboekjes komen te staan? Waarschijnlijk komt er ruim aandacht voor de Arabische lente en evenzeer voor de eurocrisis. Misschien nog het bereiken van de mijlpaal van zeven miljard wereldbewoners. De tsunami en kernramp van Fukushima en de massamoord door de extreem-rechtse Anders Breivik zullen – bizar genoeg – op termijn voetnoten van de geschiedenis zijn.

En Occupy? De beweging die de wereld wilde veranderen, begon op 17 september als demonstratie voor het beursgebouw van Wall Street en breidde zich uit naar tientallen Amerikaanse en Europese steden. In Nederland vooral op het beursplein in Amsterdam, maar er waren ook initiatieven in vijftien andere steden.  Het is een beweging van ongenoegen. Ontevreden met de macht van banken en beurzen en de onmacht van de parlementaire democratie om tot echter oplossingen te komen. “We are the 99%”, zeggen ze, verwijzend naar de 1% die alle macht en alle geld bezit.

Occupy ademde hoop. Revolutionaire hoop. Radicaal de wereld veranderende hoop. Niet meer de oude macht van het kapitaal of de moedeloos draaiende raderen van de bureaucratie of de politiek. Alles zou anders worden. Iedereen mocht meedoen. Beslissingen werden niet langer top down genomen, maar in de general assembly waar iedereen mag meepraten en het aankomt op consensus. Toespraken werden niet elektronisch versterkt maar mond op mond doorgegeven totdat iedereen het hoorde.

Natuurlijk, ook Occupy kan nog geschiedenis schrijven, maar nu ik deze woorden schrijf, lijkt de glans er vanaf. De vreedzame demonstraties zijn op verschillende plaatsen uit de hand gelopen of doodgebloed. De hoge idealen blijken soms een dun vernisje over opportunisme, gemakzucht en luiheid. Dat is makkelijk prijsschieten voor cynici die nauwelijks geloven in een Arabische lente, laat staan een lente in het verziekte neoliberale Amerikaans-Europese systeem.

Gedeelde inspiratie

Dat is triest, want de droom van Occupy zou ons diep kunnen aanspreken. Het is de droom van het begin van de kerk, zoals we in de bijbel lezen: in de eerste gemeente hadden ze alles gemeenschappelijk en leefden ze in harmonie en gedeelde inspiratie. Het is ook de droom van het staatssocialisme geweest: ieder doet wat hij of zij kan en ontvangt wat zij of hij nodig heeft. Maar ook die dromen zijn in duigen gevallen: de oorspronkelijke christelijke gemeenschap is een instituut geworden waarin macht en regels vaak belangrijker zijn dan geestdrift en menselijkheid; het staatssocialisme kon ontaarden in een van de meest onderdrukkende en onmenselijke systemen.

Wat is dat toch, dat hoge idealen zo kunnen tegenvallen? Ik laat de cynische antwoorden even rusten net als de al te vrome – die op hun beurt vaak net zo cynisch zijn over het leven hier en nu. Waarom mislukt het steeds?

Een deel van het antwoord vinden we bij de antropoloog Victor Turner. Hij beschrijft hoe er in rituelen en andere overgangssituaties een gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat tegen alle bestaande structuren en verhoudingen ingaat. Hoog en laag bestaan niet meer, binnen en buiten evenmin. Plotseling is er een nieuw soort gemeenschap die buiten het gewone staat en daarom inspireert, verwart, ter discussie stelt en nieuwe wegen wijst. Deze radicale gemeenschap past niet bij de gewone structuur, maar is een soort anti-structuur, anders dan alles wat we kennen.

Maar ook die nieuwe gemeenschap moet na kortere of langere tijd weer een eigen structuur krijgen en verzandt dan bijna per definitie in dat wat ze wil vermijden. Of ze valt uit elkaar. De anti-structuur is nooit van blijvende aard. Het is een kritiek op de bestaande structuren, maar kan zelf alleen maar bestaan als reactie, niet als volwaardig alternatief. De kerk begon als anti-structuur, maar werd na verloop van tijd zelf deel van de elite. Het socialisme begon als anti-structuur en werd een machtssysteem. Occupy was een anti-structuur en lijkt uiteen te vallen in anarchie.

Verandering

Is het daarmee een dode mus? Een mooi idee dat weer tegenvalt? Een vluchtig teken van hoop waarna we terugvallen in de teleurstelling en het cynisme? Wat mij betreft niet. Er zit een wezenlijke drang tot verandering in de hele beweging en dat is tegelijk een aanklacht tegen het systeem dat nu de wereld bepaalt. Een aanklacht tegen banken, beurzen en regeringen die steeds maar denken dat ze de wereld kunnen redden door in hetzelfde spoor verder te gaan.

Die aanklacht geeft hoop en roept op om in elk geval kleine stappen in de goede richting te zetten. Dat wil niet zeggen dat het alternatief ook direct helder is. Occupy is een spiegel voor een vastlopende wereld, geen blauwdruk voor hoe het wel zou moeten. Wat dat betreft, ligt het dicht bij de boodschap van Jezus. Of bij de dromen van vernieuwingsbewegingen in allerlei tradities. Radicaal. Niet autoritair. Anti-structuur. Boodschappen die alles ter discussie stellen. Maar kijk uit als je die boodschappen zelf weer tot structuur maakt. Voor je het weet, is het middel erger dan de kwaal. De boodschap van een anti-structuur – Occupy, Marx, Jezus – is een kritische vraag en aanzet tot verandering, geen totaaloplossing.


donderdag, 15 december 2011

John Jorna

John Jorna

Verbod op onverdoofd slachten

PRIMITIEVE RELIGIES

De Eerste Kamer was zeer kritisch over het initiatief wetsontwerp met een verbod op onverdoofd slachten, ingediend door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Dat men zich inspant voor meer dierenwelzijn vind ik persoonlijk prima, maar het mensenwelzijn moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Onze Marijke Vos sprak met afschuw over wat zij gezien had in een slachthuis waar kosher geslacht werd en een ander waar halal geslacht werd. Maar over de geestelijke pijn van Joden en Moslims hoorde ik geen woord.

Nu is slachten voor mensen, die er niet aan gewend zijn inderdaad geen prettig gezicht. Het tekent alleen maar weer hoever de moderne mens met een stedelijk leefpatroon verwijderd is geraakt van de praktijk van de voedselproductie. Minder dan een eeuw geleden kwam de huisslacht nog veel voor en de plaatselijke slager (=slachter) had zijn eigen slachterij aan huis. Op elke boerderij, maar ook bij veel landarbeiders en ook bij andere arbeiders op het geïndustrialiseerde platteland werd in het varkenskot een varken gemest. Een keer per jaar kwam de slachter. Het bloed werd zorgvuldig opgevangen om er bloedworst of balkenbrij mee te maken. Voor het hele gezin was het een feestelijke dag. Een mooi stuk vlees ging naar de pastoor of de dominee en ook de bovenmeester profiteerde mee. Bij de toenmalige schamele salarissen was dat maar goed ook. Over verdoving heb ik nooit wat gehoord. De buren van een slager hoorden vaak genoeg het gekrijs van de beesten en waren er aan gewend. Het was allemaal vanzelfsprekend. Voor de vegetariër van vandaag echter een afschuwelijke praktijk.

Toch waren de mensen van toen niet wreder dan wat in de natuur gewoon is. Dieren vormen de prooi van roofdieren. Ik moet zeggen, dat ik er slecht tegen kan als een van de vele katten achter de merels aan zit. Ik vind het prachtig op een mooie zomeravond zittend in de tuin naar het gezang van een merel te luisteren. Maar kattenliefhebbers vinden het doodnormaal als hun kat de zoveelste dode merel aan hun voeten deponeert. Hoeveel dierenliefhebbers kunnen niet genieten van die prachtige natuurfilms op Animal Planet, waar een luipaard of jaguar een jonge antilope achtervolgt, doodt en verslindt? Roofdieren zijn ook zeer inspirerend voor de mens. Een merk sportauto heet niet toevallig Jaguar. De Duitsers noemden hun tanks Tiger en Leopard. Sommige mensen zijn helemaal weg van vechthonden, ontlenen er zelfs status aan.

Zo bezien is de grote aandacht voor dierenwelzijn en de keus voor vegetarisch voedsel of veganisme een breuk binnen onze cultuur. Voor steeds meer mensen wordt het dier op gelijke hoogte gesteld als de mens. Het lijkt of het dier weer als een God vereerd wordt, zoals het Gouden Kalf bij de Israëlieten in de woestijn of de kat bij de Egyptenaren. Wordt dierenliefde een nieuwe religie?

Wat mij opviel in de bijdrage van Marijke Vos bij het debat in de Eerste Kamer was, dat weliswaar aandacht werd besteed aan de Vrijheid van godsdienst, maar in het geheel geen aandacht werd besteed aan het geestelijk welzijn van onze Islamitische en Joodse medeburgers. De moderne seculiere mens lijkt niet meer in staat zich echt in te leven in religieuze gevoelens en overtuigingen. Hij kan er alleen maar in veroordelende zin over denken. Het is allemaal zo primitief en achterlijk en onvrij en het veroorzaakt zoveel ellende in de wereld als godsdienstoorlogen en terrorisme en kindermisbruik. Eigenlijk is alle ellende in de wereld aan de godsdiensten te wijten. Het is helemaal niet moeilijk mensen tot zo’n vijandbeeld te brengen.

Ik was, denk ik vijf jaar. Ik zat bij de nonnen op de kleuterschool. Het was de tijd voor Pasen en de zuster vertelde over die boze Joden, die de lieve Jezus aan het kruis hadden geslagen. Kleine Johnnie was vreselijk boos en vooral op de Joodse buren. Hij schold ze uit voor alles wat lelijk was. Ze begrepen er niets van. Mijn ouders moesten en de buren en mij heel wat uitleggen. Niet veel later begon de Tweede Wereldoorlog en ook die buren werden weggevoerd en zijn niet terug gekomen.

De regels, die voor Joden gelden verwijzen naar het slachten van de offerdieren in de tempel, het huis van Jahweh.  Een verbod treft onze Joodse buren in het hart van hun religie. Ze voelen zich niet meer erkend door ons als wij tornen aan hun diepste overtuiging en ze voelen zich bedreigd, want wat komt er straks nog meer. De geestelijke pijn is niet te verdragen.

Maar daar staat tegenover, wat doe je de dieren aan? Bloederige beelden worden getoond. Afschuwelijk! Opeens moest ik denken aan de terechte verontwaardiging als anti-abortus-activisten met bloederige beelden van de abortuspraktijk komen. Als je als voorstander van de mogelijkheid van abortus zo als een afschuwelijke wreedaard wordt neergezet, dan wordt je terecht boos. Zetten mensen met kritiek op het onverdoofd slachten hun Joodse en Islamitische medeburgers ook zo neer als wreedaards? Zou dat diezelfde pijn veroorzaken?

Misschien schort het ons aan empathisch vermogen om je in te leven in mensen met voor ons onbekende en vreemde gebruiken. Zou in gesprek gaan met elkaar en samen naar oplossingen zoeken geen betere oplossing zijn ook ten gunste van het dierenwelzijn en dan wat los komen van eigen dogma’s aan beide kanten?

Jaargang 4, Nr. 193.

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Hyves Last.fm Twitter GR

Klassiek concert in Heerhugowaard?

Concertgebouw Amsterdam, Sydney Operahouse, Radio City Music Hall New York. Allemaal plekken waar door de grootste orkesten van de wereld de mooiste klassieke concerten worden gegeven voor uitverkochte zalen. Nu zou je Heerhugowaard niet zomaar aan dit rijtje kunnen toevoegen. Op het gebied van bekendheid en grootsheid kunnen wij ons niet meten met de groten der aarde. Wat wel universeel is, zijn muziekliefhebbers. Muziekliefhebbers zijn er overal ter wereld en dat geldt het zelfde voor muziekliefhebbers die naar een klassiek concert willen.

In Heerhugowaard is helaas niet veel mogelijkheid om een klassiek concert te bezoeken van een gerenommeerd en landelijk of internationaal bekend orkest. Daarom  heb ik het plan opgevat om een gerenommeerd en bekend klassiek orkest naar Heerhugowaard te halen voor een groots concert.
Dit concert is natuurlijk niet alleen bedoeld voor Heerhugowaarders. Iedereen die wil komen is van harte welkom.

Graag wil ik weten of er interesse is voor zo’n concert en ook wat voor muziek dan gespeeld moet worden.

Laat een reactie achter op dit blog of doe dit via de contact pagina.

zaterdag, 10 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

'It gets one to know one'

Article 3.Everyone has the right to life, liberty and security of person.

Het recht op leven, vrijheid en persoonlijke veiligheid, dat schrijft het derde artikel van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens voor, althans als je de Engelse versie mag geloven. Daarin wordt gesproken over 'Personal security', net als de Franse 'Securete de sa persone', in het Nederlands is het echter de 'onschendbaarheid van persoon'. Hetgeen is anders is dan persoonlijke veiligheid.

Daar wil ik het echter ter gelegenheid van de verjaardag verklaring het niet over hebben, noch over of de rechten van de mens een horizontale werking hebben, noch of ze niet een westers concept zijn of een jubelzang over het goed het wel niet is dat er rechten van de mens zijn. Allemaal mooie onderwerpen, maar niet voor nu.

Waar ik het wel over wil hebben is het 'brengen' en ontstaan van vrijheid. Mensen die mij kennen weten dat ik een zwak heb voor de Arabische wereld. Weinig dingen zijn dan ook zo actueel als de Lente die in middels een koude winter geworden is. Mubarrak mag dan wel weg zijn, maar zijn legerchefs hebben feitelijk nog de macht in handen. Lybië ging niet zo heel erg lekker, om nog maar even niks over Syrië te zeggen.

Graag had ik dan ook geschreven over hoe goed wij - als vrije en democratische westen - wel niet zijn in het steunen van de Arabische lente. Helaas blijken onze ministers en premiers die normaal de mond vol hebben over mensenrechten, vrijheid en democratie toch iets minder enthousiast. Met de spontane opstand in Tunesië, snel gevolgd door Egypte en andere landen, werden de ministers echter zenuwachtig. Premier Rutte repte zich snel naar de microfoon om te vermelden dat "we er natuurlijk niet aan moeten denken dat het Broederschap [conservatieve partij] aan de macht komt." Verhagen wist in Nieuwsuur te melden dat mensen rechten het meeste baat hadden bij een stabiele regering. Veel kan je zeggen over Khadaffi, Al-Assad en Mubarrak, maar niet dat ze niet stabiel waren.

Nu is het militaire regime wat Mubarrak verving in dictatoriale zin geen democratie, de overwinning van een islamitische partij in Tunesië is dat wel. Helaas is dat niet wat wij willen. Wij hebben liever onze - dierbare - mannetjes er zitten. Toch houden ze, de Westerse leiders, vol dat we voor democratie zijn. Dat zijn we ook, als er in Iran of Syrië gedemonstreerd wordt volgt al snel de oproep aan de leider te vertrekken. Op het moment dat er druk op het regime in Egypte, Bahrein, Yemen, Oman of Saudi-Arabië komt, is het echter van het grootste belang dat de stabiliteit (lees het dictatoriale regime) in stand blijft. De wil van de meerderheid is dan van groot gevaar daar voor.

Kortom, we meten met twee maten, een vriendelijke maat van artikel 3 - het grondvest voor alle politieke en mensenrechten - voor vrijheidsonderdrukkende regimes die we steunen en een hardere artikel 3 voor de regimes van de 'we don't like you list'. Laten we overal, in het kader van de dierbare vrijheid voor een ieder, onze zelfgekozen leiders eens op te roepen met het huichelachtige gedrag. Wees eindelijk nou eens consequent, ook al is de uitkomst van de verkiezing niet zoals we die zouden willen zien. Eigen economisch en machtsbelang zou bij de vrijheid van anderen een keer niet de eerste viool moeten spelen.

Ook ik weet dat het idee dat eigen belang naar de tweede plaats wordt geschoven niet te realiseren is. Maar misschien moeten we 10 december dan toch eens aangrijpen om een keer naar onze eigen rol te kijken in de onderdrukking van miljoenen over de wereld en over wie we nu eigenlijk moeten steunen. Idealistisch: ja, maar vandaag mag het.

Kijk tip: Onze dierbare dictator van VPRO’s Tegenlicht.

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Een recht op vrije tijd

In arbeid, inkomen, liberalisme, socialisme, verdelende rechtvaardigheid, vrije tijd, agenda, arbeidsomstandigheden, artikel, en meer.

Het is vandaag Internationale Dag van de Mensenrechten. De wereld viert dat op 10 december 1948 de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn aangenomen. DWARS bloggers kijken naar een aantal van de mensenrechten vanuit groen, sociaal en vrijzinnig perspectief. Ik kijk naar artikel 24: het mensenrecht op vrije tijd.

Artikel 24: Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Een van de universele mensenrechten is het recht op vrije tijd. Zijn de universele mensenrechten zo decadent dat er een recht op luieren is? Een recht op lanterfanten? Op kosten van de Verenigde Naties op vakantie naar Chersonisos? Is dat het echt het niveau van de Universele Mensenrechten?

Het recht op vrije tijd heeft zijn wortels in de socialistische beweging. Een van de belangrijkste strijdpunten van de socialisten was de achturige werkdag. Arbeiders moesten beschermd worden tegen werkgevers. Er was een fundamentele inbalans in macht tussen werkgevers en werknemers. Een beperkt aantal werkgevers beheersten de vraag naar arbeid. Er waren veel arme mensen op zoek naar werk. Daardoor konden werkgevers hoge eisen stellen aan werknemers: lage lonen, lange werktijden, slechte arbeidsomstandigheden. De socialisten wouden daar een grens aan stellen door de achturige werkdag. Het principe was “acht uur werken, acht uur slapen en acht uur ontspannen”. Later kwam daar de vijfdagige werkweek en vakanties met behoud van loon bij. Van het begin van de twintigste eeuw richtten de vakbeweging in onderhandelingen met werkgevers en de socialisten in het parlement zich op de achturige werkdag: door stakingen, petities en onderzoeken probeerden ze het onderwerp op de agenda te zetten. Na de Eerste Wereldoorlog werd in Nederland de achturige werkdag ingevoerd.

Dit mensenrecht was een manier om arbeiders te beschermen tegen uitbuiting door werkgevers. Het verschilt daarmee fundamenteel van andere grondrechten die burgers moeten beschermen tegen de macht van de overheid. Het lijkt dus een verouderd mensenrecht. Een middel dat nodig was in de twintigste eeuw om werknemers te beschermen tegen werkgevers. Het lijkt een mensenrecht dat past in een ontwikkelingsland als Bangaladesh maar dat in het Nederland van de 21ste eeuw van ‘het nieuwe werken’ en zzp’ers niet meer zinnig is.

Niets is minder waar: het recht op vrije tijd past als geen ander in de huidige tijd. We leven in een samenleving die werk centraal stelt. Alle politieke partijen willen dat iedereen aan het werk komt. Dat geldt voor rechts en voor links. Zelfs GroenLinks heeft in haar programma een uitermate ambitieuze agenda: iedere werkloze moet na een jaar een baan aannemen van de overheid. De werkgeversorganisaties en de vakbonden steunen het streven naar een zo groot mogelijke arbeidsparticipatie.

Je kan vanuit groen en links perspectief twijfels hebben over de noodzaak om allemaal zoveel mogelijk te werken. In een groene economie zouden we niet alleen maar moeten willen werken, maar juist ook meer ontspannen: we raken de grenzen van de Aarde met onze productie (dat is onze arbeid) en met onze consumptie (wat betalen met het loon voor dat werk). De cyclus van een week lang keihard werken om in het weekend keihard te consumeren past niet een duurzame economie. In een echte groene economie zou meer ruimte moeten zijn voor de dingen die er echt toe doen: tijd voor je vrienden, tijd nemen voor je gezin, tijd om van de natuur te genieten. Het vastleggen van het recht op vrije tijd geeft weer dat wij als wereldgemeenschap meer in het leven zien dan werk.

Maar er is een belangrijk reden om juist het recht op vrije tijd te waarderen: een recht op vrije tijd geeft mensen op een fundamentele manier de keuze om zelf hun leven in te richten. Het is geen plicht om te rusten, maar een recht waar mensen gebruik van mogen maken. Dat past goed bij het onderliggende ideaal onder de mensenrechten: het idee dat er in iedere samenleving ruimte moet zijn voor iedereen om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Sommige mensen vinden hun ontplooiing in arbeid. Zeker voor wetenschappers en kunstenaars is werk een levensvervulling. Maar ik ken ook docenten die opbloeien als ze voor de klas staan. Voor andere mensen is juist hun vrije tijdsbesteding een belangrijk deel van wie ze zijn. Ze werken beperkt om te voorzien in hun eigen levensonderhoud, maar als ze eenmaal een minimuminkomen hebben verdiend genieten ze van hun recht om zelf te bepalen wat ze doen en vullen ze hun tijd met hobby’s, reizen, zorg voor familie of door zich als vrijwilliger in te zetten voor de maatschappij. De samenleving moet iedereen in staat stellen om zelf te bepalen hoe ze hun leven inrichten en of ze daarin de nadruk leggen op werk of op vrije tijd. Dat is in een liberaal ideaal dat door het recht op vrije tijd dichterbij wordt geholpen.

Kortom: het recht op vrije tijd heeft haar wortels in de socialistische traditie, draagt bij aan een duurzame economie en is noodzakelijk voor liberale politiek. Het recht op rust en vrije tijd is groen, sociaal en vrijzinnig.

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

#9: Niet zomaar opgesloten of het land uit

In dwars, legale mensen, mensenrechten, migratie, sociaal, tolerantie, uitzettingsbeleid, artikel, beleid, en meer.

Het is artikel #9 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): Je mag niet zomaar worden opgesloten, of het land uitgezet. Een prachtig streven van een evenzo prachtig document. De lidstaten van de nieuwbakken Verenigde Naties stelden het werk in de naweeën van de Tweede Wereldoorlog op. Om precies te zijn op 10 december 1948, vandaag 63 jaar geleden. De misdaden tegen de menselijkheid die plaats hadden gevonden, had de burger wereldwijd doen gruwen. Voortaan dienden de mensenrechten overal op de planeet actief te worden beschermd. Ook Nederland tekende. Maar houdt Nederland zich vandaag de dag nog wel aan de artikelen van het UVRM? Aan de hand van artikel 9 een casestudy.

Samen met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Staten nestelt Nederland zich keer op keer in de kopgroep van naties die andere landen wijst op het UVRM en hen beschuldigt van het verwaarlozen van de mensenrechten binnen hun grenzen. Gelukkig maar, want met de vrijheid en humaniteit is het in landen als Myanmar, Oeganda en Jemen inderdaad bijzonder slecht gesteld. Het is dus goed dat landen elkaar controleren op de uitvoering van het UVRM. De vaak kritische boodschap vanuit Nederland zou echter veel meer waarde hebben, als het zelf het beste jongetje uit de klas zou zijn.

En juist daar komt artikel 9 van het UVRM weer om de hoek kijken. Nogmaals: Je mag niet zomaar opgesloten worden, of het land uitgezetOp het eerste gezicht lijkt Nederland zich netjes aan dit aspect van de verklaring te houden. Elke staatsburger heeft namelijk recht op een eerlijk proces en kan niet zomaar in de gevangenis verdwijnen. Daarnaast zijn er uitgebreide integratie- en uitzetprocedures om migranten, ogenschijnlijk, zo eerlijk mogelijk te beoordelen voor een verblijfsvergunning.

Als we wat dieper in de situatie duiken, blijkt echter dat ook Nederland zelf zich op een betreurenswaardig niveau bevindt, in ieder geval met betrekking tot artikel 9. Laten we het eerste deel van het artikel erbij pakken. Dat zegt dat niemand zomaar opgesloten mag worden. “Zomaar opgesloten worden” moet je interpreteren als opgesloten worden zonder de wet te hebben overtreden of daarvan verdacht te zijn. Wanneer het om asielzoekers gaat die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, mensen die wij alledaags zonder gêne “illegalen” plachten te noemen, vindt het “zomaar opsluiten” op grote schaal plaats. Dat is zelfs staand beleid. Niet voor niets heeft Nederland meerdere detentiecentra waar “illegalen” in worden opgesloten als zij geen verblijfsvergunning hebben gekregen. Het gaat hierbij echter wel om volwassenen én kinderen die op geen enkele wijze de wet hebben overtreden. Illegaliteit is namelijk nog altijd niet strafbaar. Toch permitteert de Nederlandse staat zich deze mensen maandenlang het daglicht te ontnemen, met per dag slechts spaarzame momenten in de buitenlucht. Kortom, Nederland sluit dus jaarlijks wel degelijk mensen “zomaar” op, zonder dat zij misdrijven of overtredingen hebben gepleegd.

Ook het tweede deel van artikel 9 lapt Nederland aan haar laars. Dat je niet zomaar het land uit mag worden gezet dreigt ons land zelfs op meerdere manieren te gaan schenden. Allereerst verdwijnen de hierboven aangehaalde “illegalen” niet zonder doel in detentie- en uitzetcentra. Van daaruit worden ze namelijk weer uitgezet naar het land van herkomst: vaak landen waar de veiligheids- en leefsituatie uiterst penibel is. Deze mensen worden dus in contrast met het UVRM wel degelijk “zomaar” het land uitgezet. Ze zijn niets strafbaars begaan en worden teruggestuurd naar een land waar hen een zware toekomst wacht. De overheid dreigt het tweede deel van artikel 9 echter nog extremer te overtreden. Serieuze plannen worden door regerings- en gedoogpartijen geopperd om landgenoten met een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit te ontvreemden op het moment dat zij wettelijk de fout ingaan. Wat houdt dit in? Staatsburgers met meerdere nationaliteiten kan in dat geval de Nederlandse nationaliteit “zomaar” ontnomen worden, om vervolgens “zomaar” het land uitgezet te worden.

De omgang met het UVRM door Nederland doet me sterk denken aan een passage in Mark Rutte is lesbisch van Raoul Heertje:

Vervolgens kunnen we zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen. Dan wordt nog veel duidelijker dat wij zijn oké olé olé, wij zij oké olé olé, wij zijn oké, wij zijn oké, wij zijn oké olé olé olé.

Deze mentaliteit heerst inderdaad in Nederland. En veel van de mensenrechten worden inderdaad goed gerespecteerd en uitgevoerd. We mogen onze ogen alleen niet sluiten voor die rechten die wel in het gedrang komen. En artikel 9 is daar een goed voorbeeld van.

Artikel 9 is één van de meest vrijheidgaranderende opnames in het UVRM. Juist dit artikel zorgt ervoor dat mensen niet zonder eerlijke berechting opeens in het gevang kunnen belanden, omdat de staat ze uit de weg wil ruimen. Ook de asielzoekers zonder verblijfvergunning kunnen niet op deze manier door Nederland uit de weg geruimd worden. Pas als Nederland zelf alle opnames in het UVRM juist uitvoert, kunnen we zoals Heertje het noemt “zonder schuldgevoel naar de rest van de wereld wijzen”. Laten we daar hard aan werken.

Dit blog is onderdeel van de blogcyclus van DWARS, GroenLinkse jongeren over de Internationale Dag van de Rechten van de  Mens. De andere blogs zijn te lezen op http://goo.gl/4hHhi.  Dit blog is geschreven in samenwerking met Legale Mensen.


woensdag, 7 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Co-operatie

Het lijkt raar en tegen alle geluiden uit de wereld om ons heen in, maar ik ben ik positief gestemd. Ik verwoord dat al in de titel van deze nà-Sint-kolumn. Over een paar weken is het Kerstmis en nog even, dan is dat ook alweer voorbij. De tijd gaat echt sneller dan ooit en om te voorkomen dat je als lezer denkt dat het sentimentele kerstgedachten zijn, zet ik nù op een rijtje wat ik tegenkom als ik door mijn bril kijk.

Die bril maakt dat ik achter de headlines lees, door mijn wimpers hoor, en mezelf regelmatige een kwart slag naar het noorden of het oosten draai om andere werkelijkheden te zien.

 

De Occupy beweging vertegenwoordigt zo'n werkelijkheid. Over de hele wereld voelen mensen dat de wijze waarop we ons leven inrichten, leiden en lijden, aan een nieuwe vorm toe is. Of liever, aan een nieuwe inhoud. En juist die verandering van inhoud kunnen we overal zien ontstaan.

Een vriendin vertelde bijvoorbeeld dat ze als politica regelmatig meditatie beoefent en die twee zaken nu ook combineert door deel te nemen aan een groepje dat zich bezighoudt met 'Zen & Politiek'. Ook op LinkedIn kom ik 'groepen' tegen waarin je als ondernemer kunt uitwisselen. Er blijken tientallen groepen te zijn die slow, spiritueel, maatschappelijke en sociale betrokkenheid verbinden met zaken doen. Allerlei inspirerende en hartverwarmende uitwisselingen en bijeenkomsten vinden plaats en zijn ondersteunend voor zzp'ers. Ook het fenomeen van de Open Coffee bijeenkomsten die in vele steden maandelijks plaatsvinden is een verschijnsel van de behoefte aan uitwisselen, delen en samenwerken.

 

En Europa dan, de euro crisis en al die gigantische geldproblematiek die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat? Het Griekse drama dat zoveel duizenden jaren later weer een nieuwe versie krijgt? De onderdrukking die er op allerlei plaatsen in de wereld heerst?

Het bijzondere is, dat we dat ook allemaal weten en kunnen horen en zien. We vinden het meer en meer vanzelfsprekend dat we over alle uithoeken van de wereld informatie krijgen en als we willen daar zelfs contact mee kunnen leggen. Het wordt steeds gewoner om met een wildvreemde aan de andere kant van de wereld, via Twitter een link uit te wisselen, die je kunt gebruiken in een lezing die je geeft. We kunnen André Kuiper straks bijna dagelijks volgen tijdens zijn halfjaar in de Ruimte.

Dus naast de drama's waar we kennis van nemen, zijn er ook de vensters die beschikbaar zijn om naar alle kanten te kijken en uit te reiken. De onevenwichtigheid tussen de hoeveelheid drama en het anderen perspectief dat ons door de media geboden wordt, is mij al jaren een doorn in het oog. Maar het zet ons ook aan om zelf meer bronnen te vinden waar we die andere informatie uit kunnen ontvangen.

Zo ben ik al jaren lid van een maandelijks, eenvoudig gekopieerd blad, stikvol bijzondere informatie en daarin wordt deze keer een stukje overzicht gegeven van de veranderingen sinds de de tweede wereldoorlog; zo zijn er 12 dictators minder in Zuid-Amerika – er is er nu nog één – en ook daar is de beweging naar vereniging en één munteenheid gaande.

 

Maar ook dichtbij bruist er van alles. Heeft u al kennis gemaakt met: durf te vragen? Hun slogan is: #dtv maakt het mogelijk om te laten lukken wat jij wilt dat lukt. En de Waarmakerij of Stichting Werklust? Allemaal initiatieven die op een andere manier naar de bestaande werkelijkheid kijken en heel andere mogelijkheden openmaken.

De rode draad die door al deze ontwikkelingen loopt is het verlangen naar samen. Niet meer tegen, geen bloedvergieten voor en ten koste van. Veel artsen gaan denken in en/en en werken samen met aanvullende therapieën uit andere richtingen, de vakbond FNV die besloten heeft om weer een vakbond te worden en allerlei nieuwe onderwijsinitiatieven die ontstaan onder druk van de verschraling.

 

Overal is het volop in beweging, de opmaat voor de nieuwe aarde; zonder vernietigingsdrang, zonder zich herhalende Griekse of andere drama's, zonder de extreme disbalans tussen rijk en arm. Het besef van ik-ben-de-andere-jij, het éénheidsbewustzijn groeit en dat is een soort project dat dwars tegen de angst en afbraak in gaat. Wat er afgebroken wordt geeft ruimte en maakt plaats voor nieuwe opties. Ik noem dat project de co-operatie, de co-creatie of elk ander begrip dat uitdrukt dat er iets moois gaande is, dat je kan zien door een andere bril op te zetten of een ander gezichtspunt te kiezen.

Dat kan een goed voornemen zijn voor het nieuwe jaar........

 

Ineke M. Verdoner

 

de site van Durf te Vragen

Janosh Graancirkelkunst

Stichting Werklust

De Waarmakerij

5 vragen over de Occupy Beweging

maandag, 5 december 2011

Henk Daalder

Henk Daalder

Linkedin Twitter

Hoeveel terreur heeft de duurzaamheidsrevolutie van 2012 nodig

In duurzaam, guldenlijn, invloed, politiek, mensen, systeemdenken, verbeelding, de wereld, structureel, en meer.
Filisoof en systeemdenker Ervin Laszlo voorspelt dat de wereld in 2012 een grote revolutie zal doormaken. Na die revolutie zal de wereld op een structureel duurzamere manier werken. Binnenkort breekt dus de pleuris uit en de vraag is waar en … Lees verder

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1344 uur (56 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,7 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6