vrijdag, 27 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

De duurzaam stromende rivier #wot 3


Heraclitus (linksonder)
op de School van Athene
 Heraclitus, de ‘duistere’ filosoof, zou als eerste de zin Panta Rhei (alles stroomt) hebben gezegd. Heraclitus’ bijnaam was de ‘duistere’ filosoof, omdat hij, gedreven door haat voor zijn medemens, als kluizenaar door het leven ging. Hij woonde in de bergen en at niets anders dan gras en kruiden. Net zo droevig als zijn leven was ook zijn dood. In de bergen werd hij ziek, waardoor hij toch weer terug de stad in moest.  Hij wilde dat de arts hem insmeerde met koeienmest in de hoop zijn duistere gemoed uit te drijven. Die koeienmest is hem fataal geworden. Hoe is niet helemaal duidelijk. Het lukte hem niet om de opgedroogde koeienmest van zijn lichaam te halen, waarna hij werd opgegeten door een troep honden. Een andere versie is dat hij verdronk in de mest waarin hij werd ondergedompeld.* Net zo duister als zijn leven zijn ook zijn gedachten. Naast Panta Rhei heeft Heraclitus een andere fascinerende uitspraak gedaan: ‘We kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier afdalen’. De gangbare interpretatie is dat zowel het water dat door de rivier stroomt als de persoon geen moment hetzelfde zijn. Toch is daar de eenheid scheppende bedding van de rivier. De tegenstelling in deze uitspraak vind ik treffend. Wat ons mensen bindt is niet te vinden in een persoonlijke zoektocht, deze gaat eraan vooraf en volgt erop. Wat ons mensen bindt ligt in wat wij delen met elkaar: onze menselijke wereld. Daarom vind ik het streven naar duurzaamheid zo belangrijk, omdat daarin mijn verantwoordelijkheid voor onze aarde tot leven komt. De uitspraak van Heraclitus inspireerde mij ooit tot het volgende verhaal. In dit verhaal komt mijn zoektocht naar verantwoordelijkheid tot leven.

De rivier stroomt al eeuwen door het landschap. In de lente neemt de snelheid van het water en de omvang van de rivier door smeltwater toe. In de herfst gebeurt dit door de heftige najaarsbuien. Overstromingen vinden regelmatig plaats. Bij de bron van de rivier ziet het landschap er anders uit dan bij de mond. De rivier begint met watervalletjes, stort zich daarna in stroomversnellingen waaruit zalmen omhoog springen, creëert draaikolken en eindigt bij de mond in een breed deltalandschap, met kleine poeltjes waarin kikkers leven. Hoe hoog het water morgen staat is niet te voorspellen. De mensen die bij de bron wonen, maken zich hier niet druk om. De mensen in de delta echter werpen dijken op om te voorkomen dat ze elk voorjaar natte voeten hebben. De mensen bij de bron bouwen stuwdammen, de bomen in de omgeving hoeven niet langer gekapt te worden om ’s winters in de warmte te zitten. Een plaatselijke fabriek maakt handig gebruik van het stromende water om haar machines te kunnen koelen en het afvalwater te lozen. Pas na protesten van boeren worden er filters geïnstalleerd. Er wordt een kanaal aangelegd, dat de rivier met een ander verbindt. Er komt meer scheepvaart. In de delta wordt een grote haven gebouwd. Om te voorkomen dat hoog water het aanmeren onmogelijk maakt, worden sluizen toegevoegd. Halverwege stroomt de rivier door een grote stad, de oevers zijn verbonden met bruggen. Rondvaartboten doorkruizen de weg van de scheepvaart. Het panorama vanaf de brug is elke dag anders. De ene dag is de rivier grijs en wild, de andere dag is de rivier glad als olie. Toch noemen de mensen haar al eeuwenlang de blauwe rivier.
Ik heb dit verhaal geschreven tijdens mijn onderzoek naar de spagaat in de sociale werkvoorziening, een thema dat nu weer erg actueel is. Waarvoor zou de Sociale werkvoorziening moeten gaan: haar maatschappelijke rol of haar economische rol? Het niet kunnen kiezen tussen dit duivelsdilemma bracht de Sociale Werkvoorziening in een metaforische spagaat. Ik kwam er in mijn onderzoek ook niet uit. Het zwaard van Damocles is nu gevallen, hart en ziel van dit unieke bedrijf zijn gespleten. En toch stroomt er ook nu weer nieuw water door de rivier, waarin hoop besloten ligt.

Meer lezen over mijn onderzoek?  'Oefening baart kunst; Over de spagaat in de sociale werkvoorziening' in  PDF of via publicaties op mijn website.


* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Stroom". In gedachten op donderdag geschreven, gepubliceerd op vrijdag.

*Ontleend aan Simon Critchley 'Over mijn lijk'

woensdag, 25 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Ik voel me geen student meer

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, bezig, delen, dronken, evenementen, en meer.

null

Ik voel me eigenlijk geen student meer. Ik ben bezig aan mijn afstudeerproject. Ik volg geen cursussen meer. En hiervoor heb ik ook al gedurende tien maanden een onderzoeksproject gedaan. Ook lijk ik de mentaliteit niet te delen en sta ik heel anders in het leven. Veel uitwisselingsstudenten zien de uitwisseling als een groot feest maar nemen het inhoudelijke niet serieus genoeg. Die zijn elk weekend dronken en denken daarmee sociaal te zijn, maar eigenlijk zijn ze gewoon luidruchtig. En dan plaatsen ze het ook nog eens op Facebook.

Gelukkig zijn ze echt niet allemaal zo, alleen moet ik wel een aanknopingspunt vinden om contact te leggen. Ik moet toch wat doen aan mijn eenzaamheid hier die mede te wijten is aan het niet toegewezen krijgen van een buddygroup door bureaucratische rompslomp. Zeker iemand van mijn leeftijd hoort niet eenzaam te zijn. Ik heb wel veel momenten voor mezelf nodig, maar niet enkel dat. Volgende week zou ik daar allicht enige verandering in kunnen brengen. Het is een kans maar geen garantie. Laat ik het proberen.

Volgende week is de internationale week en dan organiseren allerlei organen en verenigingen die iets met de universiteit te maken hebben verschillende evenementen, die ook vooral gericht zijn op uitwisselingsstudenten. De woensdag- en vrijdagavond spraken mij wel aan. Woensdag is er een workshop swingdancen en vrijdag een jazzconcert. Zaterdagavond is er ook nog een semesterstartfeest, maar mijn aanwezigheid voor die avond hangt er vanaf of ik op de woensdag en de vrijdag leuke mensen ben tegengekomen. Dat alles om de eenzaamheid in te perken – ik heb geen idee wat het zal opleveren vooralsnog, en indien het iets oplevert, of het dan überhaupt meer diepgang zal vinden dan het oppervlakkig-sociale studentenleven. Ik zie maar.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

SOPA en PIPA

In de maatschappij dat zijn wij!, internet, sociale media, actie, activities, amerika, artikel, delen, diefstal, en meer.

Als ik katten had, zou ik ze SOPA en PIPA noemen. Klinkt lief toch? Maar er is heel veel protest de afgelopen weken tegen dit stel. SOPA, Stop Online Piracy Act, en PIPA, Protect IP Act, twee Amerikaanse wetten in aanbouw, roepen een hoop weerstand op. Zonder vrij internet staan het delen en vergroten van kennis op het spel.

Wat is er aan de hand?

Wie iets origineels bedenkt heeft daarover auteursrecht. Op internet is het inbreuk maken op auteursrecht heel erg makkelijk. Even een stuk kopiëren van een ander op je eigen site, muziek, spelletjes en films verspreiden die niet van jou zijn: het is een fluitje van een cent. De maker, die zijn brood verdient met het maken van muziek, games en films, krijgt geen cent voor al het werk dat hij er in heeft gestoken. Diefstal. Pure diefstal. De auteurswet beschermt dat. Maar die is lastig te handhaven.

Als een auteursrechthebbende merkt dat zijn werk wordt verspreid op internet zonder zijn toestemming, vraagt hij, eventueel via de provider, aan de publicist het werk te verwijderen. In Amerika bestaat daarvoor de DMCA, Digital Millenium Copyright Act. Een filmmaker vraagt bijvoorbeeld aan YouTube een filmpje dat er onrechtmatig is geplaatst, te verwijderen. Het filmpje moet dan verwijderd worden tenzij de plaatser bezwaar maakt. Als dat zo is, mag de rechter het uitzoeken.

SOPA is geen fijn katje…

SOPA gaat veel grover te werk. Bij een klacht van een gedupeerde moet de internet service provider de account van iemand die inbreuk maakt op het auteursrecht blokkeren. Ook sites die verwijzen naar auteursrechtschendende sites worden verplicht tot actie. Google toont bijvoorbeeld na een zoekopdracht een site die de auteursrechten schendt. Google is verplicht zelf deze site uit de lucht te houden of te halen. Doen ze dat niet, kan heel google geblokkeerd  worden. Je kan je voorstellen dat het voor zo’n zoekmachine vrijwel onmogelijk is te garanderen dat ze alleen verwijzen naar sites die de auteursrechten respecteren. Door SOPA is dan niets meer te vinden, ook niet alle vele legale sites!

Neelie Kroes, Eurocommissaris ‘digitale agenda’ vindt dit te ver gaan. Haar speech op 24 januari 2012:

Of course, many are also concerned about issues of illegal content. And I agree with them that we need to push people away from piracy towards legal content. Sites that knowingly enable massive copyright infringements and make large sums of money at the expense of creators need to be stopped. As regards legislation to combat piracy, I have said on a number of occasions that we should not put in place disproportionate and highly intrusive measures with the potential to disrupt legitimate online activities.

…. en PIPA ook niet.

Zowel SOPA als PIPA willen we niet. Beide maken het te makkelijk hele sites te stoppen die goed internetgebruik faciliteren. SOPA heeft internationale werking, PIPA niet. Voor PIPA is meer toezicht door de rechter, SOPA leidt makkelijker tot afsluiting. ‘Positief’ aan SOPA is dat daar de aangeklaagde wel beschermd is tegen torenhoge proceskosten als een site onterecht uit de lucht is gehaald. Daarvoor moet de aanklager dan opdraaien.  PIPA biedt die bescherming niet.

SOPA is voorgesteld door het huis van afgevaardigden. De leden internetten veel en de vraag is of zij werkelijk zover zullen gaan. PIPA is voorgesteld door de senaat. Die maakt een iets grotere kans, zo is de inschatting.

Is er dan geen alternatief?

Jawel. Het begint met de internetgebruiker. Die is degene die de rechten van de maker niet respecteert door werk zonder toestemming te verspreiden.

In de VS kan, op grond van de DMCA, een gedupeerde door middel van een take downnotice  een publicist verzoeken  een artikel dat onrechtmatig is geplaatst van het net te halen. Aan een take downnotice wordt in de praktijk altijd gehoor gegeven. Weigeren houdt namelijk groot financieel risico in op het moment dat een aanbieder aansprakelijk wordt gesteld. Het versturen van een take downnotice gebeurt regelmatig op oneigenlijke grond: de concurrent wil iemand dwarszitten en ziet hierin een manier om publicatie van iets nieuws te voorkomen.  

Europa heeft zich geconformeerd aan het internationale verdrag op dit gebied: ACTA. Het principe is gelijk aan DMCA maar na 3 keer wordt de internetserviceprovider verplicht de overtreder toegang tot internet af te nemen. Tussenkomst van een rechter is hiervoor niet nodig. In hoeverre deze regelgeving op dit moment in de praktijk geëffectueerd wordt, is mij niet bekend.*

In het boek Het einde van de privacy van Adjiedj Bakas dat op 29 januari verschijnt, wordt ervan uitgegaan dat de internetgebruiker in de toekomst zelf kan bepalen met wie hij zijn gegevens in de cloud deelt, dat er een betaalde variant komt voor wie meer veiligheid zoekt en dat er een flinke groei zal plaatsvinden in de internetveiligheidsbranche. Het ministerie van defensie heeft dan in die beveiliging een belangrijke taak gekregen. We zullen zien….

Conclusie

Inbreuk maken op auteursrecht is diefstal en dat moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Daar moeten zeker internationale afspraken over komen. Maar deze twee voorgestelde wetten maken vrij internet haast onmogelijk. Dat kan, net zo min als diefstal, de bedoeling niet zijn.

Met dank aan Annemarie Hut voor het bronnenonderzoek.

 Inmiddels weet ik dat ACTA nog niet geratificeerd is en het nog een hele tijd kan duren voor het werking heeft. Zie hier.

 

dinsdag, 24 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Toch Job

In het menu, niet op voorpagina, emile roemer, job cohen, pauw en witteman, populisme, pvda, sp, cohen, en meer.
De SP zit in de lift en is virtueel de grootste partij van Nederland. Men vraagt Emile Roemer naar de oorzaak van dit succes. Ik verwacht het bekende riedeltje te horen van opkomen voor de onderdrukten, eerlijk delen en solidariteit, maar tot mijn verbazing geeft hij het enige ware antwoord door - met een licht besmuikte stem - zijn persoonlijke kwaliteiten op te sommen. Volgens velen is Roemer een natuurtalent. Job Cohen wordt zoals altijd aan een kruisverhoor onderworpen bij Pauw en Witteman. Een licht hakkelende man, soms geïrriteerd reagerend. Maar hij houdt vast aan zijn standpunt. Hij gaat zich niet anders voordoen dan hij is en bedoelt daarmee dat hij niet met modder gaat gooien, ook niet als hij door de man met het peroxidehoofd voor ik weet niet wat wordt uitgemaakt. Volgens velen is Cohen te netjes voor dit vak. Het is overduidelijk, Emile heeft het en Job heeft het niet. Beiden vissen uit dezelfde vijver. Hun kiezers hebben het doorgaans niet breed en zijn daardoor gevoelig voor populisme. Roemer maakt daar soms gretig gebruik van. Cohen weigert grote beloften te doen of gouden bergen te beloven die nooit waar gemaakt kunnen worden. Daarom kies ik toch voor Job Cohen.

zaterdag, 21 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Mijn behuizing

In diaries, reisverhaal, -noorwegen, universitaria, |2012, canada, delen, eerste, eten, en meer.

null

Ik deel de keuken met zes anderen en de badkamer met een ander. Die ene ander is echt een partyhardy, komt wel aardig over maar vertoont wel de trekken van iemand die te veel alcohol drinkt. Hij presteerde het door de week dagelijks om me om half zeven ‘s ochtends met zijn kabaal wakker te maken. Ik ben dus een keer half slapend naar de deur gekomen en heb hem tot stilte gemaand, omdat ik niet iedere keer rond die tijd wakker wil worden, ik kan vanaf dat tijdstip nog zeker anderhalf uur slapen. Sindsdien is hij rustiger met de deuren. De meeste andere huisgenoten heb ik ook wel ontmoet, ze zijn wel aardig, en veelal internationaal. Er is een Chinees-Noors meisje dat hier al vijf jaar woont, en ze is nu zo goed als klaar met studeren.

Mijn kamer is okee, tocht wel als de wind erop staat, het delen van de badkamer is minder en ben ik niet gewend (de partyhardy is wel wat minder nauw met de hygiëne dan ik). De keuken is ranzig, vooral de koelkasten. In elk geval stonden er in de keuken nog aardig wat anonieme pannen, vermoedelijk door voormalige bewoners achtergelaten, zodat ik die niet hoef te kopen, en de vrouw van de professor heeft deze week tot mijn verrassing twee borden, twee kommen en een groot theeglas voor mij gekocht.

Ik heb mijn gekoelde hebben en houwen vandaag verplaatst naar de andere van de twee omdat ik op een plek bleek te zitten die eigenlijk bezet was door een Japans meisje dat een paar weken niet hier was, maar geen briefje had achtergelaten. Een ietwat vreemd meisje dat me vanochtend al bonzend op de deur kwam wekken om negen uur ‘s ochtends. Dat was nogal awkward en tevens mijn eerste ontmoeting met haar. Ik zei haar dat ze ook op een ander tijdstip en op een andere manier haar punt kon maken, en heb mijn spullen op een andere plek gestopt, onderin de andere koelkast. Die plek was uiteraard vreselijk smerig dus ik heb het eerst schoongemaakt. Nou, daarna kon ik echt niet meer slapen. Ik zal wel op de meeting die we binnenkort hebben zeggen dat ik het niet fijn vond. Met de Koreaanse jongen, een andere keukengenoot, heb ik vervolgens uitgemaakt dat die plek wel erg klein was en ik ook de helft van een plankje daarboven kon gebruiken (en hij, die met de Japanse een badkamer deelt, zei dat het Japanse meisje niet echt veel met de anderen communiceert). Een glazen plaat die eigenlijk op die onderla moest ontbrak (maar was er wel in de andere koelkast), en daardoor zou ik anders alles moeten stapelen, en dat kan je natuurlijk bij kwetsbare dingen zoals salade en tomaten niet doen.

Maar goed, we hebben aanstaande woensdagavond een meeting met zijn allen gepland om dit te bespreken. Dit soort dingen gebeuren altijd aan het begin van een semester wanneer er onduidelijk is aangegeven door oude bewoners wat precies hun plek is, en dan moeten de nieuwe maar gissen. Dus dat bespreken ze dan steeds aan het begin van het semester. Er is een ander meisje hier, afkomstig uit Canada en erg aardig, dat er ook voor een semester zal verblijven.

De leeftijden van mijn huisgenoten, allen studenten, liggen niet lager dan die van mij. Ze hebben soms voor het begin aan hun opleiding gewerkt of een andere opleiding gedaan – in hun landen van herkomst kan dat nog, die hebben meer wat lijkt op een kenniseconomie.

Verder betaal ik hier voor dit gehorige, niet zelfstandige gebeuren 20% meer dan mijn oude netto huur terwijl dat geheel zelfstandig was. Voor eten betaal ik gemiddeld 40% meer. Ik heb die maximale lening wel nodig voor die zeven maanden, want ik ben verder van geen enkele financiële backup voorzien, werd mij in november op niet al te leuke manier duidelijk.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

dinsdag, 17 januari 2012

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

Homo’s in het nieuws

Bijbel

Hoorde ik vanochtend eerst op het nieuws dat de parttime Opperrabijn van Amsterdam, ene heer Ralbag, in de Verenigde Staten een petitie heeft ondertekend waarin staat dat joodse homoseksuelen in therapie moeten omdat een homoseksuele levensstijl niet aansluit bij de Torah. En vervolgens dat homoseksuelen die zich bij de christelijke organisatie Different laten behandelen, dit van hun ziektekostenverzekeraar vergoed krijgen. Verontwaardiging alom.

Op zich ben ik niet eens zo geschokt door de mening van de heer Ralbag. Hij vindt de homoseksuele praxis zondig en niet passen bij een joodse levensstijl. Dat mag hij vinden, al zal hij in de als liberaal te boek staande joods-Amsterdamse gemeenschap waarschijnlijk maar op beperkte instemming kunnen rekenen. Theologisch gezien zou zijn stelling zelfs nog gematigd genoemd kunnen worden. Het joods-christelijke geschrift Leviticus roept in de strafwetten (Leviticus 20.13) immers niet op tot therapie, maar tot het doden van hen ‘die het bed met een man delen als met een vrouw’. Maar laat ik me niet verleiden tot tekstexegese en me beperken tot de constatering dat deze valt binnen het domein van de godsdienstvrijheid.

Wat ik wel erg vind, is dat het statement van Ralbag tot extra verwarring leidt bij joodse jongeren die homoseksuele gevoelens bij zichzelf ontdekken. Dat is voor veel mensen al ingewikkeld genoeg zonder de ongetwijfeld liefdevol bedoelde adviezen van De Heer Ralbag. Zijn oproep om in therapie te gaan is namelijk vast niet bedoeld om te zorgen dat jonge joodse homo’s in het reine komen met hun geaardheid om er vervolgens een rijk liefdesleven op na te houden. Zijn oproep is een verkapte vorm van zeggen dat er iets grondig mis is met jonge homo’s. Niet bepaald de steun die jonge homo’s die worstelen met hun identiteit op dat moment nodig hebben.

Nog geen uur later meldt het radio-nieuws dat zorgverzekeraars verplicht zijn om een therapie te vergoeden die de christelijke organisatie Different aanbiedt aan homo’s. Op papier is die therapie bedoeld als psychologische begeleiding, niet als promotie voor een celibataire levensstijl (hier worden overigens ook trajecten voor aangeboden, maar die zijn in eerste instantie bedoeld voor partoraal medewerkers). Maar de overkoepelende stichting Tot Heil des Volks houdt er wel degelijk een aantal klassiek christelijke opvattingen op na, getuige de columns van directeur Hans van Rhee. Tot de clientèle van de organisatie Different behoren met name christelijke homoseksuelen die in conflict komen met hun geaardheid in combinatie met hun godgeloof. Is daar iets mis mee?

In beginsel niet, zou je zeggen. Maar laten we wel wezen: de reden dat homoseksuelen in conflict komen met zichzelf, komt voort uit het gebrek aan acceptatie van een homoseksuele levensstijl binnen diezelfde klassiek christelijke omgeving. Dus niet alleen zijn de geloofsgenoten van de Stichting Tot Heil des Volks deels oorzaak van de psychologische problemen die de cliënten ondervinden, ze zijn vanuit hun missie ook niet in staat de cliënten optimaal te helpen. Zij hebben vanuit het eigen geloof ongetwijfeld begrip voor de worsteling, maar hebben zij dat ultimo ook voor de seksuele verlangens van hun cliënten? Dat laatste waag ik ten zeerste te betwijfelen, gezien de visie van de stichting op homoseksualiteit (“verandering van seksuele gebrokenheid”) alsook de inhoud van de lespakketten over homoseksualiteit die dezelfde organisatie aanbiedt.

Het pijnpunt zit ‘m uiteindelijk nog niet eens zo zeer in het bestaan van dergelijke therapieën. Of praatsessies, want dat zijn het vooral. De vraag is of het legitiem is een traject dat verdacht veel lijkt op pastorale hulpverlening, missiewerk dus, vergoed mag worden vanuit een zorgverzekeraar. In een tijd dat pgb’s worden afgeschaft, de thuiszorg onder druk staat, de geestelijke gezondheidszorg wordt beperkt en fysiotherapie aan banden wordt gelegd, lijkt me het antwoord duidelijk. Laat de herder in dit geval maar op eigen kosten voor zijn schaapjes zorgen.

donderdag, 12 januari 2012

Ger Bosma

Ger Bosma

Koken met Godwin: de Reductio ad Hitlerum

In algemeen, etymologie, ge(r)neuzel, geen commentaar, geschiedenis, internationale politiek, adolf, chat, delen, en meer.

Zoals eenieder die geregeld met lieslaarzen door de krochten van het internet waadt ongetwijfeld weet,  lopen veel internetdiscussies na verloop van tijd uit de hand. Na het uitwisselen van een rits aan zowel steekhoudende als onzinnige argumenten, komt er gegarandeerd een moment waarop een balorige of gefrustreerde reaguurder als eerste Hitler en de nazi’s erbij sleept. Of zoals advocaat en deskundige op het terrein van internetrecht Mike Godwin het in 1990 snedig formuleerde:

naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler één.

Zelfs al betrof het oorspronkelijk een volstrekt onschuldige discussie over kinderpostzegels of de merites van handgebreide wollen sokken.

Vergelijkingen met het nazisme of Adolf Hitler slaan vrijwel standaard elke discussie dood. Op usenetfora, in de begintijd van internet, werden dergelijke vormen van drogredenatie door moderatoren niet zelden bestraft met het rücksichtslos beëindigen van het betreffende topic. De Wet van Godwin stipuleert overigens niet veel meer dan dat op het moment dat voor het eerst het H-woord valt, de discussie blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum heeft bereikt.

Een speciaal geval van zo’n drogredenering is de Reductio ad Hitlerum, een term van de naar de VS geëmigreerde Joods-Duitse filosoof Leo Strauss (1899-1973). Kort gezegd komt het erop neer dat wanneer je in staat bent je tegenstander met een of ander polemische kunstgreep te manoeuvreren in het kamp van Hitler’s Derde Rijk, je automatisch de ander hebt gediskwalificeerd. Dit volgens de logica: “Adolf Hitler (of het nazibewind) was X, dus X is slecht.” Een van de meest fascinerende en vaakst genoemde voorbeelden van een Reductio ad Hitlerum is dat vegetarisme niet deugt, omdat (naar verluid) Hitler een vegetariër zou zijn. Een ingezonden vraag, voorgelegd aan de bekende Amerikaanse voedingsgoeroe John Robbins verwoordt dit prangend:

“You people who say that we would all be more peaceful if we ate a vegetarian diet always seem to forget that Adolph Hitler was a vegetarian. That pretty well destroys your belief system, doesn’t it?”

Vooral overtuigde carnofielen bedienen zich vaak van deze drogredenatie. Als de meest bloeddorstige dictator uit de wereldgeschiedenis geen karbonaadjes at, legitimeert dat voor hen klaarblijkelijk het eten van vlees en plaatst in een moeite door vegetariërs in het beklaagdenbankje.

Op de site van de Canadese Windsor Animal Action Group (WAAG) stond tot voor kort een artikel waarin ‘The Animal-Loving Vegetarian Hitler Myth’ genadeloos werd gefileerd. In zeer vermakelijk proza worden alle drogredenaties die Hitler portretteren als onvermoede dierenvriend, vegetariër of tegenstander van vivisectie bij dieren ontdaan van mystificaties en onjuistheden. Mystificaties waarin Hitler zelf overigens een niet geringe rol speelde. De eindconclusie over Hitlers vermeende vegetarisme is ronduit vermakelijk:

“Occasionally eating only cabbage, as supposedly prescribed by his physician to cure Hitler’s bouts of meat consumption-induced sweatiness and flatulence, is not representative of and does not constitute a vegetarian diet; neither does a binge on pop and chips, nor an all out fast. Hitler’s reputation for being a vegetarian seems to consist solely of his not having eaten “red” meat. The effort to describe Hitler’s eating habits as vegetarian requires changing the definition of “vegetarian” to exclude liver, ham, and sausages from the list of meats, and changing the definition of “animal” to exclude pigs and birds.”

Voor wie inmiddels benieuwd is geworden wat dan wel het favoriete recept van de Führer was (en daar in het internettijdperk ook meteen even een licht verteerbaar YouTubefilmpje bij verwacht) heb ik geen goed nieuws. De aangekondigde bereiding in een kookprogramma van Hitler’s favoriete gerecht Gebakken Forel in Botersaus, leidde in België eind 2008 tot veel tumult. Het lievelingsgerecht van de Führer zou door kok Jeroen Meus bovendien weinig tactisch worden bereid op een steenworp afstand van het Adelaarsnest van Adolf Hitler, nabij de Obersalzberg bij Berchtesgaden. De keuze voor Hitlers forelschotel veel onbegrip op. Eerdere delen waren gewijd aan personen die je hooguit als cereal killers zou kunnen kwalificeren, namelijk Roald Dahl, Jacques Brel, Salvador Dali en Freddy Mercury.

Bij overlevenden van de Holocaust schoot de ‘Koken met Hitler’-aflevering die de VRT haar kijkers wilde voorschotelen dus danig in het verkeerde keelgat. De ontstane commotie toont meteen ook de werking van een Godwin in optima forma: de gewraakte aflevering ging vrijwel direct van tafel. Terry Davids van het Vlaamse magazine Joods Actueel reageerde opgelucht:

‘Het was een walgelijk idee. De makers van dat programma hebben er niet bij stilgestaan dat er nog overlevenden van de Holocaust zijn, en dat het onderwerp nog altijd zeer gevoelig ligt bij de nabestaanden. Alsof je in de kelder van Marc Dutroux zijn lievelingsgerecht zou klaarmaken. Maar dat zou natuurlijk niemand in zijn hoofd halen. Ik vraag me trouwens af wie er geïnteresseerd is in wat een massamoordenaar graag eet.’

Nee, van zulke gestoorde lieden is de menukeuze niet zelden zeer onsmakelijk. Het wordt ongetwijfeld het meest malicieus verwoord in de film Silence Of The Lambs, wanneer psychopaat Hannibal Lecter de telefoon ophangt met de onheilspellende woorden: I do wish we could chat longer, but… I’m having an old friend for dinner.”

© Armworstelaars Patrick Hoff & Josh Sommers

woensdag, 11 januari 2012

Het menu: Cohens brug

PvdA-leider Job Cohen bouwt een brug tussen hoog- en laagopgeleiden. De PvdA wil zowel de academica als de vrachtwagenchauffeur aan zich binden. Cohens roep om solidariteit lijkt uit de tijd. Het primaat ligt bij het individu. We hebben weliswaar intensief contact met familie en vrienden: de eigen kring. Maar zij die daar niet bij horen vallen af. De maatschappij wordt harder. Vreemd genoeg heeft de PvdA hier zelf aan bijgedragen. In de jaren negentig regeerden de sociaal democraten, met PvdA premier Wim Kok, samen met de VVD en D66. Het beleid van deze paarse kabinetten (1994-2002) draaide om werk, privatisering en economische groei. De menselijke maat verdween sluipenderwijs. Cohen probeert het tij te keren. Dat is prima, want de politiek moet voor samenhang zorgen. Maar mensen lijken het delen met anderen buiten de eigen kring te hebben verleerd. Stemmentrekkers Emile Roemer (SP) en Geert Wilders (PVV) hebben dat beter door: zij mobiliseren de ‘eigen groep’. Dit voedt de gevaarlijke polarisatie tussen burgers. Hopelijk beseft iedereen dat wij samen moeten leven. Zij die anderen de rug toekeren, creëren hun eigen tegenstanders. In zo’n samenleving wil ik niet wonen. Cohen begrijpt dat. Hij bouwt de brug die ik over wil.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Wet op Uitgestelde Teleurstelling

Zal 2012 het jaar worden waarin Poetin alsnog van het politieke toneel in Rusland verdwijnt en dit toneel meer werkelijkheid en minder fictie gaat kennen? En zal in 2012 in Egypte de lente wel definitief doorbreken, evenals in Libië en Tunesië? Wordt Obama herkozen? En nemen de Chinezen via Weibo definitief afscheid van de tucht en orde die ‘hun’ communistische partij hen oplegt? En is eind 2012 de eurocrisis vooral een akelige herinnering, net als het kabinet van CDA, VVD en PVV?

We zijn geneigd altijd te optimistisch te zijn. Ik tenminste. Dus als ik de vragen zou vervangen door stellige overtuigingen neem ik een zware hypotheek op mijn persoonlijke gemoedsrust. En zware hypotheken zijn ongezond. Dat hebben de afgelopen jaren me wel geleerd. Konden we de toekomstverwachting maar op huurbasis aannemen en medio 2012, als het tegenvalt of juist meevalt, verkassen naar een nieuwe verwachting. In gelul schijn je niet te kunnen wonen, maar in verwachtingen is het soms goed toeven. Daar kun je aardig gesust door worden. Tot het gordijn van Actualiteit ruw open gaat en je je verwachting ziet verdwijnen als mist opgejaagd door de zon.

Maar goed, dit alles is hypothetisch en metagnomie is niet mijn ding. Op 2012 zal ik waarschijnlijk met net zo veel wrevel en teleurstelling terugkijken als 2011. Dat weet ik bijna als een wetmatigheid omdat voor 2011 zich jaren heb neergelegd die eenzelfde soort van gevoelens en gedachten achter hebben gelaten. En toch klinkt me dat ook weer te somber. Want al telt elk jaar afzonderlijk toch weer zijn dikke zware randen: decenniumgewijs voel ik me toch positief gestemd. Dat lijkt een vreemde tegenspraak. De som van de grijze delen is een soort van wit. Dat klinkt naar de geheime toverformule waar Keuringsdienst van Waren onlangs naar zocht toen ze wilde verklaren hoe uit massa’s grijs gerecycled papier stralend wit WC-papier gefabriceerd wordt. Filteren, filteren en filteren, zei de fabriek. Een stiekem afgeluisterd telefoongesprek wees uit dat dat niet alles was. Misschien dat mijn toverformule in het geheugen ligt en de wens om hoop te hebben. Daardoor kan ik me elk jaar nooit onttrekken aan teleurstelling over wat er wel en juist niet is gebeurd, terwijl over een groter tijdsvlak beschouwd ik allerlei hoopgevende ontwikkelingen zie.

Maar wie weet (zegt die hoopvolle stem in mij) breekt 2012 de Wet op de Uitgestelde Teleurstelling en zie ik over 12 maanden mooie antwoorden op al die boeiende vragen waar ik mijn blog mee begon.

maandag, 9 januari 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Alles is van iedereen

2012 is begonnen. De dagen worden al weer wat langer, maar januari is net als andere jaren toch een vreemde maand; lang, grijs, wat saai. En ook een beetje anders dan vorige jaren. Ik maakte altijd enthousiast gebruik van de uitverkoop maar ik moet bekennen dat die lust me is vergaan. Winkel in, winkel uit in aanwezigheid van een massa andere koopjesjagers, ik word al moe bij de gedachte. Daarentegen ben ik al mijn kasten aan het op en uit ruimen. Vele dozen vol spullen die ik niet meer gebruik vinden hun weg naar de recycling, het oud papier en Lets of andere plaatsen waar gebruikte zaken welkom zijn voor een volgende ronde.
Dus het idee om juist weer meer spullen in huis te halen staat me tegen. Ik heb zelfs al een stoel uit mijn woonkamer gezet – heerlijk, meer ruimte – 3 planken in mijn overvolle boekenkast leeggehaald – heerlijk, lege planken – en een aantal pannen die mijn laden bezetten weggegeven aan iemand die op kamers ging. Heerlijk, ruimte in mijn kast!

Ik had hier ook boven kunnen zetten: less = more, want daar heb ik het ook over. Maar de zin die ik las 'alles is van iedereen' raakte me meteen. De inhoud van die zin gaat verder, heeft dynamiek, is een belofte; ze wijst naar de toekomst waar we aan begonnen zijn.
Deze week verzorg ik met mijn collega Kamilla Hensema een avond voor het Fries VrouwenNetWerk over de Occupy Movement en het Friesch Dagblad heeft vandaag, maandag, nogmaals een artikel van mij geplaatst over de mogelijke ontwikkelingen van de beweging in 2012.
Eigenlijk vind ik 'Alles is van iedereen' de perfecte beschrijving van het doel van deze beweging die in 2011 is ontstaan en zich explosief en wereldwijd heeft ontwikkeld.
Dat raakt ook aan mijn groeiende desinteresse in 'dingen en spullen'. Ik voel aan alle kanten dat ik genoeg heb. Dat ik rijk ben.
En ook al is het 'financiële crisis' en worden mensen gevoelig geraakt in hun bestaanszekerheid, ook het komende jaar, we blijven vooralsnog het op één na rijkste land van de wereld. En ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel dat. Ook al heb ik geen duizendjes te besteden en behoor ik zeker tot de 99%, zoals de Occupyers zichzelf noemen, we hebben genoeg en in zekere zin te veel. Te veel spullen.
Daar kunnen we moralistisch over doen, maar we kunnen er ook toe overgaan om royaal te delen. Ik kom regelmatig ergens waar bij de entree een 'samen-zijn-we-rijk-tafel' staat. Wat je over hebt leg je daar neer en een ander kan het meenemen als hij of zij er iets aan heeft. Dit wordt de nieuwe trend: weggeef'winkels' van dingen die we niet meer nodig hebben.

Maar er zijn wel andere 'dingen' die we nodig hebben.
Bestaanszekerheid, de energierekening kunnen voldoen, in je huis kunnen blijven wonen ook in slechte tijden, zinvol werk, goede gezondheid, liefde en aandacht, goed onderwijs, contact met de mensen om je heen, perspectief.
De crisis die gaande is gaat over het faillissement van de door economische belangen gestuurde samenleving. De materie, een masculien principe, heeft de overhand gekregen en veroorzaakt op alle niveaus disbalans; daardoor wordt de gezondheidszorg onbetaalbaar, kloppen hypotheken niet meer met de waarde van de huizen en hebben we teveel spullen en te weinig aandacht en zorg.
Onze immateriële waarden als zingeving en het vrouwelijke principe, zijn verwaarloosd.
Maar ....
Dankzij onze digitale snelweg ontdekte ik dat de beweging voor een gegarandeerd basisinkomen levendiger is dan ooit en een internationaal karakter heeft.
In het radioprogramma Pavlov op radio1 werd belicht dat al jaren uit onderzoek blijkt dat Nederlanders 'toegewijd' zijn. Toegewijd aan iets hogers en dat betreft een heel scala van definities; van religieus tot maatschappelijk betrokken op allerlei manieren.
Ik merk zelf dat de wijze waarop ik mijn denkbeelden verwoord zo veel meer herkend en erkend worden dan een paar jaar geleden.
Transition Towns en bewegingen voor Permacultuur blijven zich ontwikkelen en zijn georiënteerd op samenleven met de natuur, minder afhankelijk worden van geld en meer verantwoordelijkheid nemen voor goede voeding, zorg voor de aarde, elkaar en duurzaamheid.

Alles wat met economie en geld te maken heeft verkeert, in crisis. Alles wat met andere vormen van samen-leven te maken heeft is in ontwikkeling. Daarin zie ik een omslag van 'ikke-ikke' naar het nieuwe Wij. Manfred van Doorn noemt dat het ANDividualisme. Daarmee zetten we stappen op het pad van 'Alles is van Iedereen'. En dat vind ik een hoopvol perspectief.
Ik wens iedereen genoeg van veel in 2012.

Ineke Verdoner


Eigentijds idealisme – Gabriel van den Brink 
Pavlov, ntr radio

Ger Bosma

Ger Bosma

Verzwolgen door de Golven: Stedeke Gryn

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, etymologie, ge(r)neuzel, geschiedenis, natuur, overig, wetenschap, belangrijk, en meer.

Zoals de afgelopen week goed te merken was, is het winterseizoen in Nederland ook traditioneel het stormseizoen. In de late herfst koelt het in het noordelijk deel van het noordelijk halfrond snel af, terwijl het in in Zuid-Europa vaak nog stevig nazomert. Door de grote temperatuursverschillen ontstaan sterke straalstromen in de bovenatmosfeer, waardoor vooral in dit seizoen vaak diepe lagedrukgebieden ontstaan die met grote vaart over de Britse Eilanden en de Noordzee razen.

De meeste van de catastrofale stormen die de Lage Landen sinds de Middeleeuwen troffen en grote delen daarvan onder water zetten, vonden dan ook plaats in de periode van november tot februari. Zo ook de St. Luciavloed, een alles vernietigende stormvloed die plaatsvond in de nacht van 13 op 14 december 1287, onder meer beschreven in de annalen van het klooster van Wittewierum (Groningen). In termen van slachtoffers – zeker als percentage van de totale bevolking – is de Sint Luciavloed zelfs een van de grootste vloedrampen in de wereldgeschiedenis. In totaal kwamen in Noord-Holland, Friesland en Groningen tussen de 50.000 en 80.000 mensen om het leven, op een totale bevolking van zo’n half miljoen zielen.

De dertiende eeuw verliep qua dodelijke megastormen sowieso desastreus. De Lage Landen werden namelijk verder nog getroffen door de grote Noordzeevloed van 1212 (60.000 doden) de Sint-Marcellusvloed van 1219 (36.000 doden) en een tiental kleinere overstromingen met telkens honderden tot duizenden doden. Het toont maar eens te meer aan, dat het heroïsche gevecht van de Nederlanders met het water ook vaak roemloos werd verloren. Luctor et Submergo.

Het Nederland van een millennium geleden zag er totaal anders uit dan nu. De Noordzeekustlijn was toen nog vrijwel ononderbroken. De Waddenzee, in 2009 door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed, bestond destijds nog helemaal niet: Texel en alle andere waddeneilanden waren verbonden met het vasteland. Ook de latere Zuiderzee, na de afsluiting in 1932 omgedoopt tot IJsselmeer, was nog hoofdzakelijk een laaggelegen merencomplex annex moerasveengebied. Het werd in die tijd Aelmere – ofwel Palingmeer – genoemd, etymologisch gezien inderdaad niet echt spannend. Dit Aelmerengebied was met de Noordzee verbonden door een nauwe zeearm, die uitmondde in het gebied waar later de eilanden Vlieland en Terschelling zouden ontstaan. Ook andere grote zee-inhammen als de Lauwerszee en de Dollard bestonden zo’n 1000 jaar geleden ook nog niet in hun huidige vorm.

In de 12e en 13e eeuw veranderde het uiterlijk van de Noordelijke Lage Landen drastisch. Een belangrijk factor daarin was de stijging van de zeespiegel gedurende de warme periode van 850 -1200. Samen met het steeds verder afgraven van veengrond voor turfwinning, als brandstof voor de inwoners van de hoger gelegen stedelijke gebieden in West- en Midden-Nederland, werd het Aelmeergebied kwetsbaarder voor de invloeden van met name zware noordwesterstormen. Najaars- en winterstormen drongen in de loop der eeuwen dieper en dieper in de kwetsbare laaglanddelta door. Daarbij werden grote delen van de resterende veenlanden weggeslagen.

De Sint Julianavloed in 1164 en de Allerheiligenvloed uit 1170 luidden de periode van overstromingen en grootschalige landerosie in. In 1170 brak de Noordzee door de duinenrij tussen Texel en Huisduinen (bij Den Helder) en werd het Marsdiep, voorheen een beek, een kolkend zeegat. Bij die gebeurtenis werd ook het tussen Texel en Medemblik gelegen Creiler Woud verzwolgen door de golven. Het land tussen Texel, Medemblik en Stavoren werd overstroomd, en Texel en Wieringen werden eilanden.

Tijdens de stormvloeden van 1212, 1214 en 1219 (36.000 doden) en 1248 drong het zeewater steeds dieper Aelmere in en werd het allengs een binnenzee. De genadeklap kwam met de Sint Luciavloed van 1287. Deze waterramp scheidde Friesland definitief van West Friesland en verzwolg tal van dorpen en steden in het tussenliggende gebied, waaronder het inmiddels al lang in de vergetelheid geraakte ommuurde stadje Griend (ook Grint of Gryn), ten noordwesten van Harlingen.

Stedeke Gryn
Tegenwoordig slechts een zandplaat in de Waddenzee, was het eiland Griend in de Middeleeuwen bewoond. Niet alleen dat, er bevond zich een ommuurde nederzetting met poorten, grachten, een klooster en zelfs een hogeschool. Griend was aan het begin van de 13e eeuw dan ook een welvarend eiland, met name beroemd om zijn kaas. Met enige wijsheid achteraf kan je stellen dat het een slecht doordachte beslissing was van de Griendenaren om een tweetal kanalen te graven, om zo de bloeiende handel met het achterland verder te versterken. De Jetting werd in het begin van de 13e eeuw gegraven om de Friese steden te bedienen. Ook achter Vlieland langs werd een nieuwe vaart aangelegd, de Monnikensloot. Griend, reeds gevoelig kleiner geworden door al het eerdere natuurgeweld in de 12e en 13e eeuw, bleek uiterst kwetsbaar. De grote kladeradatsch kwam uiteindelijk in december 1287, toen het stadje vrijwel geheel in de golven verdween, op een tiental huizen na. Griend kwam er nooit meer bovenop. De ‘twaalfde stad van Friesland’ was niet meer.

Tot in de achttiende eeuw werd Griend nog wel bewoond door veehouders, die hun woonsteden op kunstmatig opgeworpen terpen hadden gebouwd. Rond 1800 was het eiland nog altijd zo’n 25 hectare groot, maar verplaatste zich met een snelheid van 7 meter per jaar naar het zuidoosten. Vaste bewoners kende Griend vanaf dat moment niet meer, maar werd nog wel gebruikt door bewoners van Terschelling als weidegebied voor schapen en voor de winning van hooi. Ook werden de eieren van meeuwen en sterns geraapt voor de consumptie. De Vereniging Natuurmonumenten, de huidige eigenaar, kocht het recht op het maaien van gras in 1916 af en richtte er een aantal bewaakte broedkolonies in.

Niets op de stille zandplaat in de Waddenzee herinnert vandaag de dag nog aan het eens zo roemruchte verleden

 

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

dinsdag, 27 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Links, Rechts en Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Het Is filosofisch een fascinerend boek: boek bestaat uit vier delen. In het eerste deel werkt Claassen het idee van liberalisme uit. Hij laat zien dat liberalen uiteindelijk allemaal een ideaal van autonomie delen, maar dat zij zijn verdeeld over linkse en rechtse liberalen. In de overige drie delen werkt hij onderwerpen uit vanuit liberaal perspectief die zich niet per se verhouden tot die links/rechts tegenstelling: de rol van de overheid in het beperken vrijheid vanwege schade (aan jezelf of anderen), de rol van de overheid in de economie en vraagstukken rond identiteit immigratie en integratie.

Links en Rechts als Filosofische Begrippen

Claassen stelt dat liberalen allemaal een ideaal van autonomie delen (mensen moeten zelf vorm kunnen geven aan hun eigen leven). Ze zijn echter verdeeld over een ander vraagstuk. Rechtse liberale filosofen geloven sterk in individuele verantwoordelijkheid. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen succes en voor hun eigen falen. Linkse liberalen denken dat talenten ongelijk verdeeld zijn: het inkomen dat ik verdien wordt gedeeltelijk bepaald door mijn intelligentie. Dat is aangeboren. Daar ben ik verantwoordelijk voor en heb ik dus geen recht op. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als ik misdaden pleeg, ben ik daar in rechts liberaal perspectief zelf verantwoordelijk voor en moet ik dus de straf dragen. Volgens linkse liberalen ben ik geneigd misdaden te plegen door dingen waar ik zelf niet verantwoordelijk voor ben (slechte jeugd). En dus ben ik daar niet verantwoordelijk voor. Rechts staat voor individuele verantwoordelijkheid voor goede en slechte keuzes, links staat voor collectieve verantwoordelijkheid, omdat niet alles onze eigen keuze is. De andere onderwerpen vallen volgens Claassen daarbuiten: vraagstukken van nationale identiteit, economische groei en paternalisme vallen volgens hem buiten de links/rechts tegenstelling.

Links en Rechts als Politicologische Begrippen

Dit is in politicologisch opzicht een curieuze opinie. We weten dat links en rechts niet altijd hetzelfde betekent hebben: in Nederland betekende links en rechts aan het eind van de negentiende eeuw seculier en religieus. Links was seculier en rechts was religieus. Claassen heeft wel oog voor deze tegenstelling maar noemt dit filosofieën die een autonomie-ideaal centraal stellen (mensen moeten zelf keuzes maken en de overheid moet zo neutraal mogelijk zijn) en filosofieën die een welzijnideaal centraal stellen (de overheid weet wat het goede leven is en moet dit uitdragen). Sinds de Tweede Wereldoorlog betekent links in de eerste plaats voorstander van overheidsingrijpen in de economie en rechts de overheid grijpt niet in. Dit volgt de tegenstelling die Claassen links en rechts noemt. Vanaf de jaren ’70 komt daar de discussie over economische groei bij. Rechts kiest steeds voor economische groei en links voor andere maatschappelijke waarden zoals een ecologische balans en een balans tussen werk en zorg. Na 2002 komen tegenstelling rond immigratie, integratie en identiteit prominent op de politieke agenda. Links betekent hier erkent een multiculturele realiteit en rechts streeft naar een monoculturele samenleving. Links en rechts zijn dus in voortdurende ontwikkeling. Claassen stelt een links/rechts-tegenstelling centraal die in het huidige publieke debat steeds minder prominent wordt: als we kijken naar de posities van kiezers dan is hun positie op culturele vraagstukken steeds belangrijker voor hun positie op de links/rechts-as dan hun positie op economische vraagstukken.

Het interessante is dat als we kijken naar de meningen van kiezers al deze links-rechts assen niet samen vallen: de meeste kiezers zijn voor herverdeling (‘links’) maar ook voor een sterke overheid die optreedt tegen criminaliteit (‘rechts’). Volgens de filosoof Claassen zijn kiezers hier dan niet consequent op zijn. Links en rechts zijn in zijn analyse zulke heldere begrippen, als dit niet de lijnen van competitie zijn hebben kiezers dat schijnbaar verkeerd begrepen.

Ik denk niet dat dit terecht is. Als we het perspectief een klein beetje kantelen dan wordt het volgens mij duidelijk dat je best voor overheid kan zijn die hard optreedt tegen criminaliteit en armoede. Je kan de overheid zien als het schild van de zwakkeren, tegenover de sterkeren. Als een oud omaatje bestolen wordt op straat door een potige crimineel, dan lijkt het mij duidelijk wie de zwakkere en wie de sterkere partij is. Criminelen kiezen vaak de zwaksten in de maatschappij uit: het is gemakkelijker om te stelen van een vrouw of een bejaarde dan van een man en een jongeren. Als je als centrale principe neemt: de overheid moet de zwakkeren beschermen, dan moet de overheid optreden tegen criminelen om zo de slachtoffers te beschermen. Maar laten we nu eens kijken naar de arbeidsmarkt: wie is hier de zwakke en sterke partij? In de arbeidsmarkt zijn er verhoudingsgewijs veel minder bedrijven die om arbeid vragen, dan dat er aanbieders van arbeid zijn. De enkele grote bedrijven hebben ten opzichte van velen werkzoekende een monopoliepositie. Daarnaast hebben zij een hele afdelingspersoneelszaken die arbeidscontracten opstelt en loonschalen bepaalt. Een werkzoekende heeft niet de specialistische kennis om de nuances van het arbeidscontract te begrijpen. De overheid moet als schild van de zwakkeren optreden om de werkzoekende te beschermen tegen de mogelijke uitbuiting door de werkgever. De overheid moet er dus voor zorgen dat lonen eerlijk zijn en contracten niet alleen begrijpelijk zijn maar ook gebonden aan arbeidswetgeving die er voor zorgt dat een werkzoekende zich geen zorgen hoeft te maken over uitbuiting: het is altijd min-of-meer eerlijk geregeld. En als schild van de zwakkeren kan de overheid ook meer belasting vragen van de sterkste om zo regelingen in stand te houden waar zwakkeren voordeel van hebben: een klassiek sociaal-democratisch principe is de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

In dit perspectief is overheidsingrijpen in de markt ten opzichte van bedrijven en in de samenleving ten opzichte van criminelen gerechtvaardigd omdat er een zwakkere partij en is een sterkere partij. De overheid moet als schild van de zwakkeren het opnemen voor de zwakkere partij. Het kan dus best consistent zijn om ‘rechts’ te staan om veiligheid en ‘links’ op sociaal-economische onderwerpen.

Links en rechts zijn flexibele begrippen die over tijd en tussen groepen sterk kunnen verschillen in betekenis. Voor filosofen zijn dit soort termen in gewikkeld. Ze proberen ze te vangen in definities, maar als wetenschapper weet ik maar al te goed dat de politieke werkelijkheid veel complexer is dan de definities van de filosoof toe laten.

maandag, 26 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wie wordt er toegelaten in het Huis van de Vrijheid?

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Filosofen laten graag groepen mensen die op eilanden stranden. Dat geeft altijd een prachtig moment om een nieuwe samenleving in kaart te brengen, zonder gevestigde belangen en oude instituties.

Claassen geeft een mooi voorbeeld in Het Huis van de Vrijheid om te laten zien waarom arbeidsmigratie onrechtvaardig is. Een schip breekt op zee in tweeën en de twee helften komen op de verschillende kanten van een eiland aan. In de ene helft van het schip zaten met name de matrozen. Deze mensen weten van aanpakken. Deze sterke mensen stichten al snel een goed werkende samenleving. Op de andere helft van het schip zaten de meeste passagiers: rijke mensen die niet weten wat hard werken is. Zij weten veel minder goed het beste uit het eiland te halen. Als de twee groepen elkaar na vijf jaar op het midden van het eiland ontmoeten (het is een groot eiland), is het duidelijk waar het beter toeven is: de matrozen die weten wat hard werken is zijn er veel beter aan toe dan de passagiers die niet weten wat hardwerken is. De matrozen die nog tussen de passagiers zaten willen naar de andere helft van het eiland toe: daar zien ze veel meer perspectief. Claassen is hier tegen: dat zou de economie van de arme helft alleen maar verzwakken. Zo laat Claassen zien waarom een liberaal (of eigenlijk een“liberal nationalist”) tegen grote arbeidsmigratie is: dat levert een braindrain op in arme landen.

Ik vind dit een uitermate verhelderend voorbeeld: want volgens mij is het heel duidelijk wat er moet gebeuren. Een van de links-liberale principes die Claassen onderschrijft is dat onverdiende verschillen inkomen eerlijk gedeeld moeten worden. Als ik geboren ben met het vermogen om hard te rennen, en iemand anders is vanaf zijn geboorte gehandicapt, dan moet ik een gedeelte van mijn prijzengeld dat ik verdiend heb met rennen delen met de ander: het is dom geluk dat ik geboren ben met rennersgenen en een ander gehandicapt geboren is.

Dit geldt ook voor de twee gestrande groepen: als er aan een kant door dom geluk alle mensen zitten die door no fault of their own, het meeste uit het eiland kunnen halen, dan moeten zij hun welvaart delen met de andere mensen die door no fault of their own minder uit het eiland kunnen halen. Politiek gesteld: de vraag van (on)rechtvaardigheid van arbeidsmigratie valt in het niet bij de vraag van de (on)rechtvaardigheid van mondiale inkomensverschillen. Ik werk hard, maar toch heb ik een groot deel van mijn rijkdom te danken aan het bestaan van allerlei instituties hier in Nederland waarvoor ik niets heb hoeven doen. Het is niet genoeg dat ik belasting betaal om deze instituties in stand te houden. Dat deze instituties goed functioneren, is toch grotendeels een erfenis van 200 jaar democratisch zelfbestuur in Nederland.  In andere landen is er armoede omdat de instituties daar ontbreken die hier in Nederland voor mijn rijkdom zorgen. Er zijn onverdiende verschillen in inkomens. Wij hebben dus geen recht op een groot deel van onze rijkdom en zouden dat eerlijk moeten delen.

Claassen gelooft minder in zulk liberaal kosmopolitisme, omdat er geen internationale staat is waar burgers loyaal aan zijn. Alleen als zo’n staat met loyale burgers bestaat kan er inkomen verdeeld worden. Een gevoel van lotsverbondenheid en zelfs gemeenschapszin is een noodzakelijke voorwaarde voor solidariteit. Dit is de basis van liberaal nationalisme: een overheid met loyale burgers is noodzakelijk voor liberalisme en we kennen alleen een nationale staten waar dat zo is.

De vraag die Claassen onbeantwoord laat is hoe we om moeten gaan met de verschillen in inkomen die daar het gevolg van zijn. Claassen schrijft daar niet over, maar ik denk dat zijn links-liberale principes het lastig maken om niets aan die onrechtvaardigheid te doen. Nationale staten zijn noodzakelijk om mensen voor onverdiende verschillen in inkomen te compenseren, maar nationale staten zorgen voor onverdiende verschillen in inkomen. In die zin is volgens mij liberaal nationalisme zeer problematisch.

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

maandag, 19 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

De SP kan beter niet gaan meeregeren

In politiek, d66, pvda, andere partijen, weer, woorden, delen, gedoogsteun, geschiedenis, en meer.

‘De SP is klaar om te regeren’, zei Roemer vorige week ineens. De goedlachse SP-leider heeft zelfs al een lijstje met geschikte Socialistische ministers in de binnenzak, verklaarde hij. Vanuit politiek-wetenschappelijk perspectief lijkt dit een hele slechte stap.

De electorale geschiedenis van de linkse politiek in Nederland is er één waaraan we weinig woorden vuil hoeven te maken: sinds de Tweede Wereldoorlog is  de PvdA altijd de grootste geweest. Alhoewel er vaak genoeg concurrentie was (CPN, PSP, DS’70, PPR, om maar een greep te doen), wist niemand voor serieuze dreiging te zorgen. Dit veranderde in 2006, toen de SP, onder leiding van Jan Marijnissen, groeide van 9 naar 25 zetels. De PvdA stond hier maar 8 zetels boven (33): een absoluut unicum op links. Nadat de SP een paar jaar in een dip zat (en bijv. 10 zetels verloor in 2010), gaat het recentelijk weer erg goed met de partij. Sterker nog, virtueel zijn de rollen momenteel omgedraaid: in de meest recente peiling van Maurice de Hond staat de SP op 26 zetels en de PvdA op 18.

Dat de electorale neergang van de PvdA nauw verband houdt met het succes van de SP lijkt duidelijk: beide partijen staan programmatisch niet ver van elkaar af en vissen gedeeltelijk uit dezelfde electorale vijver. De vraag is echter wat de richting van het verband is: is de afname in populariteit van de PvdA de oorzaak van het succes van de SP, of is de toename in populariteit van de SP de oorzaak zijn van de neergang van de PvdA? Alhoewel beide mogelijkheden waarschijnlijk delen van waarheid bevatten, gok ik dat de eerstgenoemde de situatie het beste uitlegt.

De PvdA, dus altijd by far de grootste partij op links, verliest aan populariteit. Electorale statistieken tonen aan dat met name lageropgeleiden de partij steeds minder aantrekkelijk vinden. Waarschijnlijk zijn hier meerdere oorzaken voor, maar één hiervan is, denk ik, dat de PvdA de afgelopen jaren teveel een bestuurderspartij is geworden. Zij maakt haar handen vies door compromissen te sluiten, gedeelten van haar programma te laten varen. De ‘gewone man’, die vroeger trouw PvdA stemde, voelt zich hierdoor in de steek gelaten. Als het even kan wijkt hij uit naar andere partijen, waarvan hij wel het gevoel heeft dat ze strijden voor zijn belangen.

Een partij die haar oorspronkelijke karakter kwijtraakt geeft altijd ruimte voor ‘purifiers’: nieuwe partijen die doen wat de grote partij zou moeten doen. De PvdA, die haar karakter als partij voor de gewone man is kwijtgeraakt, maakte ruimte voor het succes van de SP. De SP staat namelijk wél met beide beden tussen het volk, en strijdt, volgens zichzelf, met hart en ziel voor hen. De PvdA, die doet dat al lang niet meer, zal men zeggen.

Als de SP werkelijk gaat meeregeren, zoals Roemer wil, zal hij onder ogen moeten zien dat de SP ook vuile handen maakt. Je hele programma realiseren kan in het Nederlandse politieke systeem nu eenmaal niet. Er zullen afspraken moeten worden gemaakt, compromissen moeten worden gesloten. Het kabinet zal bepaalde dingen doen die de SP niet wil, en Roemer zal dit aan zijn kiezers uit moeten gaan leggen. Uiteindelijk zou het heel goed kunnen dat de kiezers zich ook door de SP in de kou voelen gezet en weer naar nieuw onderdak gaan zoeken.

Als argument tegen mijn punt kan worden gegeven dat de PVV, die andere purifier, nu ook regeringsverantwoordelijkheid draagt en dit aan de peilingen niet af te zien is. Mijn antwoord hierop is echter dat de PVV helemaal geen regeringsverantwoordelijkheid draagt: men gedoogt het kabinet slechts op de punten die in haar eigen regeringsprogramma staan. Op de punten waar zij het niet mee eens is, stemt zij tegen. Het ‘vuile handen maken’ ontbreekt bij de PVV, evenals het moeilijke ‘uitleggen aan de kiezer’. Alles wat de regering doet wat in strijd is met het PVV-programma, wordt direct op het conto van andere partijen geschreven.  Al het goede komt van de PVV, al het slechte van anderen. Een ronduit briljant staaltje strategie, dat gedogen.

Electoraal gezien kun je stellen dat de SP beter buiten de regering kan blijven.  Echter, ook op het gebied van programmarealisering lijkt het mij voor de SP verstandiger: op lange termijn is goed oppositie voeren en de PvdA naar links dwingen veel beter voor de realisering van een menswaardig bestaan voor iedereen, dan die paar jaar dat de SP meeregeert en vervolgens de kiezers moet vertellen dat men nu eenmaal compromissen moet sluiten.

Wat wel een optie voor de SP is, is een regering gedogen. In Denemarken gebeurt dit momenteel: hier regeert de Sociaaldemocratische partij samen met de sociaal-liberale partij en de sociaal-groene partij (grofweg de Deense equivalenten van de PvdA, D66 en GroenLinks), en geeft de kleine linkse ‘Eenheidslijst’ gedoogsteun. Dit zou voor de SP ook een goede optie zijn, omdat zij hetzelfde kan doen als de PVV nu: zichzelf prijzen voor het goede, en anderen de schuld geven voor het slechte.

Conclusie: uit poltiek-wetenschappelijk oogpunt kan de SP beter niet meeregeren, maar in de oppositie blijven. Dit is electoraal maar op met het oog op programmarealisering beter voor de partij. Gedoogsteun geven lijkt wel een goede optie.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/de_sp_kan_beter_niet_meeregeren/


Het menu: Gekweekt vlees

In het menu, niet op voorpagina, gekweekt vlees, halal, kosjer, stamcellen, veehouders, wereldvoedselprobleem, co2, en meer.
Burgers opgelet! Goed nieuws voor boeren, milieuactivisten, vegetariërs, verantwoorde ondernemers, joden en moslims (slecht nieuws voor de slagers onder u, jammer, we kunnen niet iedereen tevreden stellen). Binnenkort zal het mogelijk zijn een mals stukje kweekgebraad te eten. Het vlees kan in de fabriek worden gekweekt uit dierlijke stamcellen. De bedenkers van dit wetenschappelijke hoogstandje claimen dat de productie ervan minder energie kost, dat het minder ruimte inneemt en dat het minder CO2 uitstoot. En dan hebben we het nog niet gehad over de voordelen voor de dieren zelf. Zij hoeven voortaan slechts af en toe even langs de prikpost om wat vezeltjes af te staan en kunnen dan weer vrolijk terug de wei in. Weg met de megastallen waar ze een vierkante meter met soortgenoten moeten delen. Veehouders kunnen weer ouderwets een hechte band met hun dieren aangaan. Bovendien is het wereldvoedselprobleem hiermee voor een groot deel opgelost. En als klap op de vuurpijl is het nieuwe vlees gegarandeerd kosjer en halal want überhaupt niet geslacht, laat staan verdoofd! Wat wil de moderne mens nog meer?

zondag, 18 december 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Transitie

Het is een gewone houten tafel. Afhankelijk van het seizoen staat die in de tuin, de keuken, of zoals nu in de warme woonkamer. Er omheen 3 vrouwen; we kennen elkaar al lang en hebben veel gedeeld door de jaren heen. Op de tafel sterke koffie met opgeklopte hete melk en roomboterstaaf, zo passend bij december.

We vertellen elkaar de verhalen van het dagelijkse leven, stellen vragen en luisteren. Naar de klank, de stembuigingen, welke woorden ze gebruikt, naar de stiltes tussen de zinnen. Aan die keukentafel is het veilig en als we dat benoemen komt de gedachte op dat dit uitwisselen waarschijnlijk en hopelijk de 'hulpverlening van de toekomst' is.

Geen instituten, behandelplannen, computers en rapportages, maar aandacht als heling van de schrammen en blauwe plekken die we in het leven oplopen. Als ik naar huis rijdt realiseer ik me dat het rustig is in mijn hoofd; ik ben me bewust van een gevoel dat zich het beste laat omschrijven als geborgenheid.

 

De laatste weken was het druk. Niet alleen met de bezigheden voor mijn bedrijf, maar het is vooral zo druk in de wereld en dat dringt soms ook diep in mijn persoonlijk leven door. De media laten steeds weten wat er gaande is, waar dan ook en er is véél gaande. Ondanks dat ik de krant niet meer lees, het nieuws niet meer op de voet volg, voel ik wel de spanning die er heerst. Er zijn zoveel prikkels; over de financiële crisis, het nieuwe virus dat bij koeien en schapen is gevonden, de toename van de werkeloosheid; ik hoor de ongerustheid van mensen over 'hoe dit zal aflopen'. Er is geen sprake meer van Vadertje Staat die voor je zorgt en gaat u maar rustig slapen. We raken steeds meer onder moeders vleugels vandaan en zoeken onze eigen weg; als land, als Europese Unie, als mens of volk. Er staat zoveel ter discussie, er is zoveel onzeker, we worden op onszelf terug geworpen en zoeken naar antwoorden en naar beschutting.

Maar er is op dit moment weinig geborgenheid.

'Maybe it's the time of year, or maybe it's the time of men' zong Joni Mitchell in de sixties; ook een tijd van transitie, net als nu.

 

In mijn beleving zijn we als wereld in transitie. We zoeken naar stukjes grond onder onze voeten als houvast, een soort platform, een station. Want we zijn op doorreis, onderweg naar de volgende Tijd en leven in de Tussentijd. We zijn niet meer in het oude en ook nog niet in het nieuwe, whatever that may be. Dé overgang komt niet alleen voor in de levenscyclus van ieder mens; die hormoonverandering vindt ook plaats in de cycli van de Aarde en het Universum.

De uitdrukking 'in trance' zijn heeft er ook wel iets van; we zijn zeker in de ban van alle veranderingen en de onrust die dat met zich meebrengt. Maar het 'trans' in transitie duidt vooral op doorgang; naar een andere wereld, een andere tijd....of andere vorm.

Dat geeft gevoelens van kaalheid; het vertrouwde dat er niet meer is. Ik weet dat ik niet de enige ben die af en toe niet lekker slaapt en de heftigheid waarmee de verandering gepaard gaat, waarneemt.

 

Het is december, dus het is 'the time of year', maar zeker ook 'the time of men'. Daarom beveel ik je aan om een plaatsje te zoeken aan een keukentafel in een warme woonkamer, met dierbaren om mee te delen en te helen en lekkere koffie. Zorg dat je het goed hebt met jezelf tijdens de winterse weken. De Engelsen noemen dat 'spoil yourself', maar dan met echte warmte en nabijheid. Ik wens je veel momenten van geborgenheid.

 

Ineke M. Verdoner

 

Joni Mitchell: Woodstock..'and maybe it's the time of men'

Recept voor de meest verrrukkellijke chocoladetaart ever!

Weblog van Nanda Huneman van Wonderword over Transitie

dinsdag, 13 december 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Duurzaamheidskompas verwelkomt Ufuk Kahya!

Duurzaamheidskompas verwelkomt Ufuk Kahya!

Hij zal periodiek zijn kijk op duurzaamheid met ons delen. Benieuwd naar zijn achtergrond verhaal?


Mogen we kennismaken: wie is Ufuk Kâhya?

Ik ben een 23-jarige student bestuurskunde bij de Universiteit van Tilburg. Verder ben ik op verschillende fronten maatschappelijk actief voor onder meer NJR (Nationale Jeugdraad) en UWC (United World College). Op 18 jarige leeftijd ben ik in de (gemeente)politiek gestapt, omdat ik actief mee wil denken en een verschil wil maken voor anderen. Sindsdien zit ik ook in de politiek.

Wat is je drijfveer als het gaat om duurzaamheid?

Duurzaamheid wordt vaak gezien als een ideaal of streven. Mij fascineert duurzaamheid juist, omdat ik het een mooie kunstvorm vind. Het is de kunst om op slimme en creatieve wijze je leven groener te maken. De kunst om minder afval achter te laten of geen schade aan het milieu toe te brengen, zonder dat het meer hoeft te kosten of de kwaliteit van je leven aantast.

Waarom heb je besloten om gastschrijver te worden voor Duurzaamheidkompas.nl?

Het leuke aan Duurzaamheidskompas.nl is dat er geschreven wordt door simpele maar nieuwsgierige zielen die dezelfde fascinatie met mij delen. Bloggers van Duurzaamheidskompas.nl zijn niet per se experts, maar zoekers en ontdekkers van duurzaamheid op allerlei leefgebieden.

Wat kunnen de lezers van Duurzaamheidskompas.nl de komende tijd van je verwachten?

Duurzaamheidskompas.nl is voor mij een routekaart met blanke vlekken waarop ik gaande mijn zoektocht naar de kunsten van duurzaamheid steeds meer krabbels op wil zetten. Mijn reis zal er vooral een zijn zonder bestemming en vol variatie. In mijn DK-blog hoop ik mijn experimenten, observaties en verwonderingen met jullie te delen.

***

Geïnspireerd geraakt? Duurzaamheidskompas.nl is altijd op zoek naar gastschrijvers die hun visie/mening willen delen aangaande diverse thema’s binnen duurzaamheid. Voor meer info kun je me mailen via nur@duurzaamheidskompas.nl of contact opnemen door het contactformulier op de site in te vullen.

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Weer een leugen van Wilders & rechts

Het nrc schrijft: Wilders noemt morrelen aan renteaftrek onacceptabel. In plaats van op de hypotheekrenteaftrek moet volgens de PVV-leider worden gekort op ‘Europa, subsidies, de publieke omroep, milieubeleid en andere linkse hobby’s’. Verder kondigt hij aan ‘als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid’ te zullen knokken.
Dit is uiteraard weer een typische Wilderiaans stukje brullen voor de bühne. Maar helaas gebaseerd op leugenachtige fantasieën. Want stel dat we de linkse hobby's zoals hij het noemt aanpakken, wat levert dat op?

Even de totale kosten op een rijtje:

  • Europa: 7,5 miljard bruto
  • Subsidies (cultuur, emancipatie & vreemdelingenkosten) 3,5 miljard
  • Ontwikkelingssamenwerking: 1,7 miljard 
  • Publieke omroep: 0,9 miljard
  • Milieubeleid: 2,5 miljard

Totaal beslaan deze linkse hobby's dan 16,1 miljard en is daarmee een stuk groter dan de rechtse hobby genaamd hypotheekrenteaftrek de overheid kost. Die wordt op ongeveer 12 miljard geraamd.

Echter, in de berekening van bovenstaande kosten heb ik de grootst mogelijke kostenposten genomen. Zo heb ik voor de uitgave aan Europa de bruto kosten genomen, netto kost Europa de Nederlandse staat zo'n 6,5 miljard. Daarmee komen de linkse hobby's op 15,1 miljard. Nog altijd meer dan de hypotheekrenteaftrek.

Bij de subsidies heb ik onder andere alle 2,7 miljard aan reserveringen genomen voor de uitgaven. De daadwerkelijke geraamde uitgaven aan cultuur zijn slechts zo'n 0,9 miljard. Dat is al weer zo'n 1,8 miljard lager ofwel 13,3 miljard aan linkse hobby's blijft er over om op te bezuinigen.

Nu zouden PVVers er tegen in kunnen brengen dat ik (nog) niet alle linkse hobby's heb meegenomen. Zo heb ik de huursubsidie van zo'n 2,6 miljard niet meegeteld. Dan komen de linkse hobby's weer op 15,9 miljard. Dit is alleen niet terecht, want vele Henk's en Ingrids wonen in een huurwoning en genieten op de een of andere wijze van een subsidie daarop. Daarnaast zijn veel subsidies nodig omdat de krappe woningmarkt zorgt voor hoge huren, zeker als deze markt vrij wordt gegeven. Daarnaast is de koopwoningmarkt relatief klein en door hypotheekrenteaftrek dusdanig duur geworden, dat het voor velen zeer moeilijk is om een woning te kopen. Daarom houdt ik deze uitgaven buiten beschouwing en blijft er 13,3 miljard over om op te bezuinigen.

Hoe zit het met deze potentie om te bezuinigen?

Om te beginnen kijken we naar de Europese kosten van 6,5 miljard. Hoe graag Wilders het ook zou willen, de meeste van bovenstaande kosten zijn niet in 1 keer te schrappen. De kosten voor Europa liggen vast in verdragen. Zoals de laatste poging van de EU om verdragen te wijzigen liet zien, zijn deze zeer moeilijk aan te passen. Daar is alleen door contractbreuk, ik vraag me af of Henk en Ingrid dat zien zitten? Daarnaast is ons isoleren van Europa een slechte zaak, 75% van onze economie is gebaseerd op export, merendeels binnen de EU. Ons daar buitenspel zetten schaadt de economie, de werkgelegenheid en daarmee de toekomst van Henk en Ingrid en hun kinderen. Slechte zaak dus, gaan we niet doen, daarmee blijft er 6,8 miljard over aan linkse hobby's om op te bezuinigen!

De Publieke Omroep zouden wellicht hun subsidie kunnen verliezen, of wellicht worden het commerciële omroepen. Maar opdoeken kan natuurlijk ook, levert massale werkeloosheid op. Daar de omroepen creatieve mensen in dienst heeft wordt de cultuursector overspoelt met werkeloze creatievelingen. Omdat Wilders ook op cultuur wilt bezuinigen, gaan er dus meer mensen vechten om de schaarse Euro van de Nederlanders die, door bezuinigingen, minder vaak naar voorstellingen of concerten gaan. Maar goed, we schrappen de totale kosten op de Publieke Omroepen en cultuur en doen net alsof er geen extra werkeloosheidsuitkeringen betaald moeten gaan worden. Daarmee realiseren we 1,8 miljard aan bezuinigen en blijft er 5 miljard aan linkse hobby's over.

Ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingenbeleid worden als het aan Wilders ligt uiteraard direct geschrapt. Dit levert 2,5 miljard aan mogelijke bezuinigingen op (1,7 voor ontwikkelingssamenwerking en 0,8 voor vreemdelingenbeleid). Dat afschaffen van ontwikkelingshulp leidt tot meer ellende in ontwikkelingslanden en daarmee tot een groeiende wens om naar Europa te migreren wordt hierbij even vergeten. We kunnen ons dus schrap zetten voor een door PVV-beleid veroorzaakte tsunami aan migranten en illegalen. Door afschaffen van vreemdelingenbeleid (integratie cursussen etc..) leren deze migranten de taal ook steeds minder goed en integreren ze slechter. Of we tuigen een dijk van een veiligheidssysteem en grensbewaking in zodat er niemand ongezien hier binnenkomt of weggaat. Laten we hopen dat de kosten daarvoor minder zijn dan de 2,5 miljard aan bezuinigingen!

Rest ons de laatste kostenpost, milieukosten. Hierin heb ik de ruimste definitie gekozen voor milieu, omdat alleen bezuinigen op het KNMI slechts 0,05 miljard zou opleveren. Daarom ook de bewaking van luchtkwaliteit, de kwaliteit van de leefomgeving, waterkwaliteit en -bescherming, natuurgebieden en milieu-educatie meegenomen. Dat is tezamen de resterende 2,5 miljard. Geheel in de stijl van Bleker schrappen we deze kosten uiteraard radicaal, weg met de bestedingen aan natuurgebieden, de milieu-educatie en bescherming van de Nederlandse wateren. Dat Nederland hiermee een verWildert en sterker vervuild landschap krijgt is de prijs die we moeten betalen. Sommige delen komen wellicht onder water te staan, maar dat is de prijs die we betalen om ons heilige huisje in stand te houden!

Dat is de leugen van Wilders, de PVV, de VVD en het CDA! Ze spiegelen ons voor dat ze radicaal kunnen en willen bezuinigen op allerlei zaken die ofwel relatief weinig opleveren zoals de Publieke Omroepen of cultuur kosten, elk 0,9 miljard. fwel ze zijn niet zo makkelijk te schrappen, zoals de kosten van Europa, 6,5 miljard. Ofwel ze zijn schadelijk voor Nederland, zoals de milieukosten van 2,5 miljard. Ofwel ze leveren andere problemen op, zoals de kosten van ontwikkelingshulp en vreemdelingenbeleid (2,5 miljard).

In het meest positieve scenario kan men de kaasschaaf over bovenstaande kostenposten halen: misschien een miljard op Europa, een miljard op milieu en 1 op ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid (dan neem je het ruim op die laatste twee) en enkele honderden miljoenen op cultuur en de publieke omroep (ieder 0,25 miljard?). Dat levert een bezuiniging op van 3,5 miljard maximaal en nog altijd grote problemen op genoemde beleidsterreinen.

Welke pijn kost het als we deze 3,5 miljard op het heilige huisje verhalen?




woensdag, 7 december 2011

John Jorna

John Jorna

Terug naar vroeger ook in de Kerk

Onderstaand commentaar mailde ik naar de pastoor van de Paus Johannes XXIII parochie, Frenk Schyns. Tot nu toe mocht ik geen antwoord ontvangen. Intussen is het decembernummer met het artikel “Waarom gaat de priester als eerste ter communie??” verschenen. Ik heb nog geen enkele reactie ontvangen en dus wordt het tijd mijn mening in een groter verband te verspreiden.

Licht op Liturgie

Het pastoraal team gaat in de komende maanden in het Open Venster een aantal liturgische onderwerpen bespreken die wij regelmatig tegenkomen in onze gesprekken met kerkgangers.

Een vraag die vaak gesteld wordt is:

 

Waarom gaat de priester als eerste ter communie??

Volgens de liturgische voorschriften moet de priester altijd zelf eerst communiceren, voordat hij de communie uitreikt aan de gelovigen. Nu zijn er gelovigen die het niet netjes vinden dat de priester als eerste ter communie gaat; sommigen zien het zelfs als een teken dat de priester zich 'boven de mensen' opstelt en zich 'beter' zou voelen dan de parochianen. Ze hebben er dan ook kritiek op. Deze kritiek lijkt ingegeven door de beleefdheidsnorm, die stelt dat de gastheer zijn gasten voor laat gaan.

De priester is echter geen gastheer. Hij is voorganger. In de Eucharistie is Jezus natuurlijk zelf de gastheer, Hij nodigt ons uit aan zijn tafel. Als de priester als eerste de communie ontvangt, voordat hij deze uitreikt aan de gelovigen, is dat dus geen uitdrukking van een misplaatst 'superioriteitsgevoel'. Integendeel: het laat zien dat ook hij 'ontvanger' is, en daarin de gelovigen voorgaat. Je kunt tenslotte alleen uitdelen wat je eerst zelf ontvangen hebt!

Heeft u ook vraag aangaande de liturgie die u graag besproken zou hebben? Deze kunt u mailen naar: info@pj23.nl 

Bovenstaand stuk zal in het decembernummer van Open Venster verschijnen. In de Odijkse redactievergadering heb ik ervoor gepleit de auteur te adviseren, het stuk terug te trekken, omdat het de ergernis van de mensen alleen maar zou vergroten. Mijn mederedactrice vond, dat dat niet kan. Ik heb in 20 jaar redacteurschap altijd gesteld, dat een redactie onafhankelijk hoort te zijn en verantwoordelijk is voor wat in het blad gepubliceerd wordt. Pas achteraf kan een locatieraad of een parochiebestuur de redactie erop aanspreken. Wij hebben afgesproken, dat ik pastoor Schyns in kennis zal stellen van mijn bezwaren.

In de eerste zin wordt gesteld, dat het volgens de liturgische voorschriften moet. Dat is geen antwoord op de vraag. De vraag is juist waarom het moet.

Vervolgens worden de bezwaren van de gelovigen omschreven, maar de reden waarom het zo’n veertig jaar geleden gebruikelijk is geworden ontbreekt. Het Tweede Vaticaans Concilie besloot, dat de liturgie veel meer moest aansluiten bij wat gebruikelijk is in de cultuur van een bepaald gebied, dus in dit geval bij de West-Europese cultuur. Vandaar ook de volkstaal. In onze cultuur is het gebruikelijk, dat men eerst de gasten bedient en eigenlijk hoor je te wachten tot iedereen zijn glaasje heeft voordat gezamenlijk het glas geheven wordt. Dat zien we ook als assistenten en misdienaars  wachten en dan allen tegelijk met de priester de hostie nuttigen. Ik vind dat altijd een ontroerend teken van er samen voor staan, van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ergernis betreft dus niet alleen de beschreven gevoelens, maar ook de idee, dat de vernieuwing, die het Tweede Vaticaans Concilie heeft gebracht terzijde wordt geschoven.

Inderdaad is Jezus de gastheer, die ons telkens weer uitnodigt dit te doen ter Zijner gedachtenis. En dit terzijde; het is ook een argument om intercommunie mogelijk te maken. Dat is een wens, die bij velen leeft, vooral bij echtparen, waarvan een van de partners niet tot de Rooms-katholieke Kerk behoort, maar wel het H. Doopsel heeft ontvangen, erkend door de Rooms-katholieke Kerk.

Maar goed, het stuk stelt, dat de voorganger als eerste het H. Brood van Jezus  zelf ontvangt. Dat gebeurt op het moment, dat door de woorden van de consecratie het brood verandert in het Lichaam van Jezus en de wijn verandert in het Bloed van Jezus. Dat is de komst van Jezus in ons midden, de ontvangst van Jezus in onze gemeenschap. Betekent, dat nu, dat de priester het Brood en de Wijn als eerste hoort te nuttigen? Dat nu sluit juist niet aan bij onze cultuur. Als ik als gastheer mijn kleindochter vraag om even met het schaaltje bonbons rond te gaan, dan zal zij niet met volle mond bij de gasten komen, maar als laatste een bonbon pakken. De priesters, die ervoor kozen eerst de communie uit te delen en daarna pas zelf Brood en Wijn te nuttigen, voelden dit haarfijn aan en de gelovigen apprecieerden dat.

Het Tweede Vaticaans Concilie bracht meer vernieuwingen in de liturgie. In de Eucharistie kreeg de maaltijd veel meer nadruk en het offer minder. De Eucharistie werd weer veel meer gezien als dat wat bij het Laatste Avondmaal gebeurde weer  doen ter gedachtenis aan Jezus. Het werd een gezamenlijke maaltijd, waaraan allen actief deelnamen en betrokken werden. Wij gelovigen werden van toeschouwer deelnemer. Als assistent vertegenwoordig ik de mensen in de Kerk. Samen met de voorganger komen we de Kerk binnen. Wij staan de voorganger terzijde en samen met hem zijn wij verantwoordelijk voor de gemeenschap, zoals iedereen zich verantwoordelijk voelt.

Onze eerste pastoor Bary in Odijk was tegelijk hoofdaalmoezenier van het mannelijk jeugdwerk in Nederland. Hij en zijn collega’s waren hier en elders in Europa al jaren bezig de liturgie te vernieuwen. Ik maakte het zelf mee. Je stond met de hele verkennersgroep rondom het geïmproviseerde altaar en dat gebeurde ook in mijn vierde klas van de O.L. Vrouw van Fatimaschool in Arnhem, waar ik wekenlang bezig geweest was samen met de kinderen iets te begrijpen van de H. Mis en dan kwam kapelaan Bary en liet alle gewaden zien en de kelk en de pateen en de ciborie en dan vierden wij samen de H. Eucharistie.

 Toen wij in februari 1967 in Odijk kwamen wonen, raakte ik al snel bij de liturgische vernieuwing betrokken. Ik moest pastoor Bary wel een keer manen alles de mensen goed uit te leggen. Want het was nogal wat, die overgang van een mystieke eredienst, waar de meeste mensen weinig van begrepen naar vieringen samen met de mensen in een meer huiselijke sfeer. Als in een huiskamer was er een volière en een aquarium in de kerk. Zelfs Paris Match kwam naar Odijk. Het doet pijn, wanneer met een hautaine soevereiniteit dit alles onder geschoffeld wordt.

Vaticanum II bracht ook een andere visie op het priesterschap. Allereerst het inzicht, dat wij als gedoopten een priesterlijk volk zijn, deel hebben in het algemeen priesterschap van Christus. Dit inzicht vormde het fundament onder de toenemende rol van de vrijwilligers in de parochies. Dat vroeg veel kennis, verantwoordelijkheidsgevoel, bereidheid tot intensief overleg en inzet. We wilden verantwoord bezig zijn. We werden daarbij erg geïnspireerd door de verhalen over de eerste christengemeenschappen. Jezus had de apostelen als bisschoppen aangesteld: “Weidt mijn lammeren, weidt mijn schapen”. Maar priesters zoals nu waren er niet. Als de christenen het Avondmaal wilden vieren, kwamen ze bij een van hen in zijn of haar huis samen en wij stellen ons voor, dat de gastheer en waarschijnlijk soms de gastvrouw als voorganger optrad. Pas heel geleidelijk heeft het priesterschap in de Kerk zich ontwikkeld en werd het een zeer heilig ambt, gescheiden van de gelovigen. De priester voelde zich door God geroepen en door God gezonden naar een gelovige gemeenschap. Ik heb die ambtsopvatting zien veranderen. Priesters wilden deel zijn van de gemeenschap, de eerste onder gelijken en uit die gemeenschap geroepen om het heilig dienstwerk te verrichten samen met de gemeenschap en in gezamenlijke verantwoordelijkheid. Terug dus naar de bron, naar de eerste christengemeenschappen. En aansluitend bij het begrip collegialiteit, dat natuurlijk niet alleen voor alle bisschoppen samen met de paus geldt, maar evenzeer voor de priesters samen met de bisschop in een bisdom en de pastoor samen met de parochianen in een parochie.

Ook weer geïnspireerd door Jezus en het beeld van de goede herder verwachten we van de priester vooral zorgzaamheid en opkomen voor zijn schapen. Iemand, die vooral door zijn dienend voorbeeld de mensen de Weg wijst. Iemand, die de mensen laat nadenken en ze hun eigen verantwoordelijkheid gunt. Niet bang is, dat ze fouten maken, dat ontdekken en zelf naar de goede oplossing zoeken en ze dan als ze er naar vragen een weg uit de problemen wijst.

Verbijsterd vragen mensen zich af, waarom zo autoritair wordt opgetreden door ‘moderne’ priesters, waarom er weer zo hiërarchisch wordt gedacht, waarom overlegorganen terzijde worden geschoven, waarom volwassen mensen als kinderen worden behandeld en zij zich niet meer serieus genomen voelen. Soms zeg ik, dat het wachten is op een paus Johannes XXIV. Zal ik dat nog meemaken?

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Co-operatie

Het lijkt raar en tegen alle geluiden uit de wereld om ons heen in, maar ik ben ik positief gestemd. Ik verwoord dat al in de titel van deze nà-Sint-kolumn. Over een paar weken is het Kerstmis en nog even, dan is dat ook alweer voorbij. De tijd gaat echt sneller dan ooit en om te voorkomen dat je als lezer denkt dat het sentimentele kerstgedachten zijn, zet ik nù op een rijtje wat ik tegenkom als ik door mijn bril kijk.

Die bril maakt dat ik achter de headlines lees, door mijn wimpers hoor, en mezelf regelmatige een kwart slag naar het noorden of het oosten draai om andere werkelijkheden te zien.

 

De Occupy beweging vertegenwoordigt zo'n werkelijkheid. Over de hele wereld voelen mensen dat de wijze waarop we ons leven inrichten, leiden en lijden, aan een nieuwe vorm toe is. Of liever, aan een nieuwe inhoud. En juist die verandering van inhoud kunnen we overal zien ontstaan.

Een vriendin vertelde bijvoorbeeld dat ze als politica regelmatig meditatie beoefent en die twee zaken nu ook combineert door deel te nemen aan een groepje dat zich bezighoudt met 'Zen & Politiek'. Ook op LinkedIn kom ik 'groepen' tegen waarin je als ondernemer kunt uitwisselen. Er blijken tientallen groepen te zijn die slow, spiritueel, maatschappelijke en sociale betrokkenheid verbinden met zaken doen. Allerlei inspirerende en hartverwarmende uitwisselingen en bijeenkomsten vinden plaats en zijn ondersteunend voor zzp'ers. Ook het fenomeen van de Open Coffee bijeenkomsten die in vele steden maandelijks plaatsvinden is een verschijnsel van de behoefte aan uitwisselen, delen en samenwerken.

 

En Europa dan, de euro crisis en al die gigantische geldproblematiek die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat? Het Griekse drama dat zoveel duizenden jaren later weer een nieuwe versie krijgt? De onderdrukking die er op allerlei plaatsen in de wereld heerst?

Het bijzondere is, dat we dat ook allemaal weten en kunnen horen en zien. We vinden het meer en meer vanzelfsprekend dat we over alle uithoeken van de wereld informatie krijgen en als we willen daar zelfs contact mee kunnen leggen. Het wordt steeds gewoner om met een wildvreemde aan de andere kant van de wereld, via Twitter een link uit te wisselen, die je kunt gebruiken in een lezing die je geeft. We kunnen André Kuiper straks bijna dagelijks volgen tijdens zijn halfjaar in de Ruimte.

Dus naast de drama's waar we kennis van nemen, zijn er ook de vensters die beschikbaar zijn om naar alle kanten te kijken en uit te reiken. De onevenwichtigheid tussen de hoeveelheid drama en het anderen perspectief dat ons door de media geboden wordt, is mij al jaren een doorn in het oog. Maar het zet ons ook aan om zelf meer bronnen te vinden waar we die andere informatie uit kunnen ontvangen.

Zo ben ik al jaren lid van een maandelijks, eenvoudig gekopieerd blad, stikvol bijzondere informatie en daarin wordt deze keer een stukje overzicht gegeven van de veranderingen sinds de de tweede wereldoorlog; zo zijn er 12 dictators minder in Zuid-Amerika – er is er nu nog één – en ook daar is de beweging naar vereniging en één munteenheid gaande.

 

Maar ook dichtbij bruist er van alles. Heeft u al kennis gemaakt met: durf te vragen? Hun slogan is: #dtv maakt het mogelijk om te laten lukken wat jij wilt dat lukt. En de Waarmakerij of Stichting Werklust? Allemaal initiatieven die op een andere manier naar de bestaande werkelijkheid kijken en heel andere mogelijkheden openmaken.

De rode draad die door al deze ontwikkelingen loopt is het verlangen naar samen. Niet meer tegen, geen bloedvergieten voor en ten koste van. Veel artsen gaan denken in en/en en werken samen met aanvullende therapieën uit andere richtingen, de vakbond FNV die besloten heeft om weer een vakbond te worden en allerlei nieuwe onderwijsinitiatieven die ontstaan onder druk van de verschraling.

 

Overal is het volop in beweging, de opmaat voor de nieuwe aarde; zonder vernietigingsdrang, zonder zich herhalende Griekse of andere drama's, zonder de extreme disbalans tussen rijk en arm. Het besef van ik-ben-de-andere-jij, het éénheidsbewustzijn groeit en dat is een soort project dat dwars tegen de angst en afbraak in gaat. Wat er afgebroken wordt geeft ruimte en maakt plaats voor nieuwe opties. Ik noem dat project de co-operatie, de co-creatie of elk ander begrip dat uitdrukt dat er iets moois gaande is, dat je kan zien door een andere bril op te zetten of een ander gezichtspunt te kiezen.

Dat kan een goed voornemen zijn voor het nieuwe jaar........

 

Ineke M. Verdoner

 

de site van Durf te Vragen

Janosh Graancirkelkunst

Stichting Werklust

De Waarmakerij

5 vragen over de Occupy Beweging

dinsdag, 6 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn MyC4 resultaat in november

In myc4 investments, afrika, belita, ghana, growth africa ltd., investeringen, micro africa, myc4, persoonlijk, en meer.

Ook in november heb ik weer een behoorlijk aantal terugbetalingen ontvangen op de leningen die ik via MyC4 aan Afrikaanse ondernemers versterk. In totaal ging het om Euro 37,25 in 90 terugbetalingen, Euro 35 daarvan heb ik opnieuw geïnvesteerd.

Algemene ontwikkelingen MyC4

Belangrijker dan mijn eigen resultaten vind ik dat de algemene ontwikkelingen bij MyC4 de goede kant op lijken te gaan. Nadat in oktober duidelijk werd dat Growth Africa Capital afscheid neemt van haar lening activiteiten was november de maand waarin de portefeuille van werd overgedragen aan Micro Africa. Growth Africa gaat zich vanaf volgend jaar focussen op het ondersteunen van Afrikaanse ondernemers met kennis en kunde.

MyC4 heeft met Belita wel een nieuwe provider weten aan te trekken. Wat betekent dat het weer wat makkelijker wordt voor investeerders om hun risico’s te spreiden. Want vanuit het oogpunt van risicomanagement heb ik liever veel kleine leningen bij verschillende providers dan een te grote concentratie bij een provider. Uit de statistieken blijkt dat steeds meer investeerders op MyC4 die mening delen.

Kwaliteit portfolio

De kwaliteit van mijn portfolio is weer wat toegenomen. Van de 86 actieve leningen liggen er 49 op schema, zijn er 15 terugbetalingen op komst en zijn er nog slechts 22 leningen waar de ondernemer achter loopt. Dat is 3 minder dan in oktober, terwijl er geen leningen zijn waar de achterstand tot meer dan 6 maanden is opgelopen.

Maand / op tijd No Pending Yes Totaal aantal
September 17 12 56 85
Oktober 25 17 46 87
November 22 15 49 86

Winst/Verlies

Een andere belangrijke manier om te kijken naar mijn investering is uiteraard het financieel rendement. De winst na belasting is gestegen en er is een heel klein beetje achterstallige betaling binnen gekomen. Ook de wisselkoersverliezen zijn in november beperkt gebleven. Dat neemt niet weg dat mijn winst van Euro 14,51 omslaat in een verlies van Euro 16,82 na wisselkoersverlies.

Kengetallen t/m oktober t/m november
Pending bids € 10,00 € 0,00
Pending principal repayments € 10,81 € 14,37
Outstanding principal € 299,64 € 302,15
Earned interest after tax and currency € 18,52 € 21,37
Paid tax on earned interest € 3,27 € 3,77
Defaulted principal € 15,24 € 15,24
Recovered principal € 8,34 € 8,38
Adjustments € 0,00 € 0,00
Total currency gain/loss € 31,07- € 31,33-
Winst € 11,62 € 14,51
Winst na wisselkoersverlies € 19,45- € 16,82-

Nieuwe leningen/investeringen

De terugbetalingen die ik in november heb ontvangen heb ik opnieuw geinvesteerd in Afrika. Deze maand heb ik mijn investeringen verdeeld over Rwanda en Oeganda.

Country Business
Rwanda Cyubahiro € 5,00
Nyiramucyo € 5,00
Ruhigira € 5,00
Turatsinze € 5,00
Uganda Kabanyoro Mabel Jennifer K € 5,00
Katende Robert € 5,00
Kwikiriza Annet € 5,00
Totaal Resultaat
€ 35,00

maandag, 5 december 2011

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Gemeentelijke lening helpt starters op de Nijmeegse woningmarkt

starters2Het college van burgemeester en wethouders wil meer starters een kans geven op de woningmarkt. Het college stelt de gemeenteraad voor om in 2012 meer startersleningen dan voorheen te verstrekken, voor mensen die hun eerste koopwoning willen kopen. De startersleningen worden gefinancierd door een lening die de gemeente aangaat in combinatie met cofinanciering van ontwikkelaars in de Waalsprong. Op deze manier kunnen vanaf volgend jaar 150 starters gebruik maken van een financiële steun in de rug. Het gaat om 100 leningen in de Waalsprong en 50 leningen voor starters in de andere wijken van de stad. Sinds 2004 zijn er in Nijmegen bijna 100 startersleningen verstrekt.

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat er in Nijmegen, tot na 2030, behoefte is aan extra woningen. Veel starters in Nijmegen, die op zoek zijn naar een geschikte koopwoning, lopen echter tegen de aangescherpte hypotheekvoorwaarden aan. Dat maakt het bemachtigen van een koopwoning moeilijker, zoniet onmogelijk. Het college van B&W vindt het belangrijk om starters in Nijmegen financieel te steunen zodat zij hun eerste stap op de koopmarkt kunnen zetten. Daarnaast stimuleert het college van B&W met deze maatregel de woningbouw in de stad.

150 startersleningen
Om 150 startersleningen te kunnen verstrekken leent de gemeente een bedrag van € 5,25 miljoen. De rente en de risico’s van deze lening worden bekostigd en afgedekt met een budget van € 600.000. Hiervan is reeds € 400.000 aangevraagd bij de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Ontwikkelaars in de Waalsprong financieren € 200.000 mee, zodat er in de Waalsprong in totaal 100 leningen kunnen worden verstrekt. In de overige delen van de stad kunnen 50 leningen worden verstrekt.

Maximale koopprijs
De gemeente verstrekt startersleningen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De starterslening bedraagt afhankelijk van het inkomen minimaal € 3.000 en maximaal € 35.000. De koopprijs van de woning is maximaal € 225.000. De eerste drie jaar van de starterslening zijn rente en aflossingsvrij. Daarna worden de maandlasten bepaald op basis van het inkomen.

Besluit Raad
Naar verwachting besluit de Stadsregio nog dit jaar over de inzet van € 400.000 ten behoeve van de startersleningen in Nijmegen. De gemeenteraad neemt op 14 december 2011 een besluit over het voorstel om in 2012 aan 150 starters op de koopmarkt een starterslening te verstrekken.

zaterdag, 3 december 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

De Ondernemende Gemeente

ondernemendOf het nu om milieu, gezondheidszorg, natuurbeheer of armoede gaat, de lokale overheid kraakt in haar voegen. Niks ten nadele van de inzet van ambtenaren en bestuurders, want het beeld van slapende raamambtenaren is een verbeelding die schril afsteekt bij de algemene werkelijkheid van het keiharde werken en grote betrokkenheid die vele gemeenten kenmerkt. Maar de dominante positie van de overheid, dus ook die van de raad, wethouder en ambtenaar, is verleden tijd. Eindelijk, tenminste… als je tijdig de risico’s onderkent.

Bezuinigingen

In mijn gemeente Lochem moeten er op termijn 20 fte uit. Wat minder dan 10% van ons bestand, we zijn een kleine gemeente. Financieel komen er nog wat stormen aan. Het zou niet verbazingwekkend zijn als we nog verder moeten in het krimpen van ons ambtenarenbestand. Deze bezuinigingen zijn een belangrijke ‘driver’ achter de ombuigingen. Maar is het niet gek dat we een dergelijke stok achter de deur moeten hebben om kritisch naar onze organisatie te kijken. Het is een negatieve impuls die ons dwingt. En er is weinig creativiteit en ondernemingslust geboren uit weerstand en angst.

Ondernemen in en met de samenleving

lochemenergieLochemEnergie, onze cooperatieve energievereniging, is voor mij een voorbeeld van een particulier initiatief dat laat zien hoe in de toekomst lokaal initiatief een eigen rol pakt. Burgers die het leuk vinden met elkaar te ondernemen, voor een gemeenschappelijk belang. In dit geval geen kleine onderneming, hoewel het daar wel mee begint, maar een bedrijf dat gaat uitgroeien naar een omzet van tien tot twintig miljoen per jaar! Over vijftien jaar een winst van 10 miljoen per jaar, die jaarlijks terug gepompt wordt in de Lochemse samenleving. Deze groep kan ook initiatieven nemen op het gebied van energiebesparing, duurzame renovatie in de bestaande bouw of in de slimme netwerken en duurzame mobiliteit. LochemEnergie zal de lokale overheid overvleugelen. De raad en het college zullen misschien op een aantal vlakken, zoals ruimtelijke ordening, vergunningverlening, nog een rol spelen.

vegenHet Bedrijf Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte, een ontwikkelinitiatief van de gemeente Lochem met Berkel Milieu, Delta, Cambio en 2Switch is weer een andere vorm. De overheid zoekt marktpartijen op waarmee ze een gezamenlijke bedrijfsvorm kan ontwikkelen. Ook om te ondernemen, met belangrijke sociale doelen als het gaat om de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook hier zie je een beweging ‘weg’ van de ambtelijke en bestuurlijke structureren. Met een beperkt aantal kaders die de gemeenteraad stelt zoeken we de vrijheid van maatschappelijk ondernemen op, breken de muur van de overheidsstructuur open.

Alle beleidsvelden in ondernemerschap

Deze ‘vermaatschappelijking’ gaat ver en rijkt over alle beleidsvelden. Neem het armoedebeleid. Waarom vormen groepen in de samenleving geen cooperatieve initiatieven die zelf lijnen uitzetten met sportclubs, toneelgroepen of muziekonderwijs. Die er aan bijdragen dat mensen met een uitkering elkaar ontmoeten en steunen, de koppeling vinden met de lokale fondsen, het bedrijfsleven en de kerken? Waarom zou de overheid die touwtjes in handen houden? Www.rechtop.nu laat fantastisch zien hoe dit in Deventer uitgewerkt is.

rioolNeem nu een onverdacht beleidsveld als onze riolering en verwerking van het afvalwater. Wat is het voor een onzin dat we met veel schoon drinkwater en regenwater ons waardevol afval wegspoelen via een peperduur systeem naar een vergelegen rioolwaterzuivering. We betalen er jaarlijks stevig geld voor! Ach ja, het is natuurlijk een moment een zegen geweest, want ons rioleringssysteem heeft ons van veel ellende afgeholpen. En het was goed dat overheden zich daarmee bemoeiden. Maar het wordt tijd dat systeem eens helemaal overnieuw te bekijken. Riolen verwerken waardevol schoon water, warmte en grondstoffen. Dat kan toch allemaal lokaal afgevangen worden? Zodat we alle warmte vasthouden, schoon water besparen en grondstoffen hergebruiken? Hele delen van Lochem afkoppelen van het riool? Waarom niet. De vraag is of gemeente en Waterschap nu de beste partners zijn om die verandering te bewerkstelligen. Het Lochems rioolbeleid gaat ervan uit dat we hier een consortium voor bouwen, met burgers, kennisinstellingen en bedrijven.

Naar een ondernemende samenleving

Ik pleit voor een herdefinitie van de rol van de overheid. Geen hoekje van ons overheidsbedrijf wordt daarvan gevrijwaard. De samenleving is een een ondernemend organisme, vol wat netwerken en creativiteit. De taak van de overheid is om dat ondernemerschap van synergie, samenwerking en gezamenlijk gekozen richting te voorzien. Op basis van democratisch gelegitimeerde steun van de gemeenteraad. Dan gaat de bezem er door en zouden op termijn nog wel meer dan 20 fte kunnen verdwijnen. Het zou ook anders kunnen gaan, namelijk dat er gecombineerde bedrijven ontstaan waar ook de overheid haar deel in heeft. Maatchappelijke ondernemers in dienst van de overheid.

Ik zie het voor me. In ons nieuwe gemeentehuis. Een vleugel is helemaal vrijgemaakt voor deze maatschappelijke onderneming. Een thematische ‘hub’ voor zzp-ers, bijvoobeeld over duurzaamheid. Daar komen de zzp-bedrijven bij elkaar, huren een bureau, gebruiken gemeenschappelijke diensten, bouwen gemeenschappelijke ondernemingen op. Daar zitten ook onze ambtenaren, die mee ondernemen. Die de opdrachten van de raad doorvertalen in stimulansen en nieuwe samenwerkingsverbanden. Maar nooit doet de overheid iets meer ‘zelf’, altijd in samenwerking en altijd in ondernemerschap. En dan zou het wel eens interessant zijn om te kijken of die overheid ook zelf in de ‘markt’ kan verdienen. Bijvoorbeeld de markt van gemeenten die nog niet zover zijn.

Opschieten dus, dan zetten we die ondenemende overheid in beweging.

donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Elk mens is legaal!

In dwars, internationaal, legale mensen, migratie, tolerantie, uitzettingsbeleid, migratie, amerika, artikel, en meer.

Vorige week vrijdag was de aftrap van het “Legale mensen”-project bij DWARS, GroenLinkse jongeren. Het is een omvangrijk en ambitieus project met een tijdspad van iets minder dan een jaar, waarin DWARS onder andere een talkshow en een documentaire zal produceren met als strekking: elk mens is legaal. Wij belichten de slepende discussie over asielzoekers en hun eventuele illegale verblijf in Nederland vanuit een elementair andere invalshoek. Volgens ons is geen enkel persoon waar dan ook op de wereld illegaal en moeten we het vraagstuk voortaan vanaf een humane kant benaderen. Niet geld, de economie of de angst voor het onbekende staan centraal, maar de medemenselijkheid wordt het uitgangspunt.

Sinds de kick-off is DWARS al hard op weg van het “Legale mensen”-project een groot succes te maken. Er is een kopgroep geformeerd die alles aanstuurt, de site www.legalemensen.nl is in opbouw en de eerste media tonen zich al zeer geïnteresseerd in het project. Zo publiceerde ik samen met mijn voorzitter van DWARS, Jojanneke Vanderveen, vanochtend een opiniestuk op de site van Wereldjournalisten. Als je verder leest, vindt je een samenvatting van dit stuk en de mogelijkheden die je hebt om aan te sluiten bij het “Legale mensen”-project!

Ingekorte samenvatting van het opiniestuk

Het is misschien wel hét debat van de 21e eeuw: hoe gaan we om met migratie? Anno 2011 wordt het debat overheerst door de vraag: worden wij er wel of niet blij van dat mensen hierheen komen? Er is echter een belangrijkere vraag, die nooit een rol lijkt te spelen in de discussie: wat beweegt mensen om hun thuisland te verlaten? Wat doet het met je om in een vreemd land te belanden, waar over je hoofd gesproken wordt over de vraag of je al dan niet gewenst bent? De menselijke kant van dit vraagstuk wordt vreselijk verwaarloosd. Dat moet veranderen.

Weet u nog, “The American Dream”? Enkele eeuwen na de Europese ontdekking van Amerika begonnen er flinke migratiestromen op gang te komen van Europa naar Amerika. Massaal vertrokken ook onze landgenoten met de westerzon, hun dromen achterna. Dappere avonturiers, die voor hun nageslacht een betere toekomst wilden verzekeren. Een schril contrast met hoe we aankijken tegen de migranten die nu uit andere werelddelen naar Europa komen. Profiteurs zijn het, die komen parasiteren op alle welvaart die we hier hebben opgebouwd. Dat ook zij op zoek zijn naar een betere toekomst en moedig genoeg zijn om daarvoor hun huis en haard te verlaten, vergeten we dan voor het gemak even.

De vraag of mensen wel of niet een verblijfsstatus moeten krijgen lijkt namelijk één op één verbonden met de vraag of wij ervoor voelen deze mensen op te nemen in onze samenleving. Het is vervolgens aardig van ons als we dat wel doen, maar niet onaardig als we het niet doen. Dit is een verkeerde kijk op de problematiek. Als meest welvarende bewoners van de wereld hebben we een plicht onze welvaart te delen. Dat het moeilijk is om dat te doen op plekken waar we het niet voor het zeggen hebben, is tot daar aan toe. Maar dat je dat weigert aan iemand die aan onze deur komt kloppen, is welbeschouwd een schande.

De kern van het verhaal is: alle mensen zijn legale mensen. Zij dienen als zodanig behandeld te worden. Dat betekent dat je ze niet opsluit wanneer ze bij je aankloppen op zoek naar een betere toekomst.
Dat betekent dat je je best doet om hen deel te laten zijn van het fortuin waar je zelf van profiteert. Dat betekent dat je ze niet illegaal noemt. Als we dat als uitgangspunt nemen, komt er misschien wat verstand in het debat.

Lees het gehele artikel op www.wereldjournalisten.nl en neem daar deel aan de discussie!

Meedoen aan het “Legale-Mensen”-project!

Zoals je hebt kunnen merken is DWARS vol passie begonnen aan haar nieuwste project. Omdat we de boodschap zo ver en succesvol mogelijk willen verspreiden, kunnen we altijd extra hulp van geënthousiasmeerde mensen zoals jij gebruiken. Heb jij veel verstand van mensenrechten, ben je handig met filmcamera’s, heb je journalistieke ervaring of ben je op grafisch gebied een natuurtalent? Of zit je gewoon vol idealen en wil je je op een andere manier inzetten voor ons project? Bekijk dan de Bijlage Legale Mensen met een uitgebreide uitleg van het project en de mogelijkheden, ga naar www.dwars.org of stuur een mail naar grootdenkers[at]dwars.org.

We zien je graag tegemoet!


dinsdag, 29 november 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Sinterklaas bestaat niet meer!

Het is bijna december. Sinterklaas waart rond en in de straten gaan lichtjes aan zodra de schemer invalt. Het ziet er gezellig en aantrekkelijk uit; daarmee wordt het beeld opgeroepen van 'alles is in orde'. Mensen met tassen vol aankopen en overal waar koffie gedronken kan worden is het druk aan de tafeltjes. Het valt me op dat er ook al veel winkels zijn met 'uitverkoop' of 'sale' op de etalageruiten. Is dat niet vroeger dan anders?

Meer dan in voorgaande jaren vind ik de verlichte straten in de stad en de tassen vol inkopen een afspiegeling van een verleden, een voltooide tijd. De stad deed me onecht aan, alsof iedereen ontkende wat er werkelijk gaande is. Kop in het zand, het is december en we doen lekker gewoon net als al die vorige decembers. We weten het wel maar net als toen we kind waren, willen we nog steeds niet geloven dat Sinterklaas niet meer bestaat.

 

“Als je kinderen vraagt naar hun ideeën over een rechtvaardige wereld, komen ze met universele waarden, die in ieder van ons resoneren: eerlijk delen, voor elkaar zorgen, respectvol zijn, de zwakkeren beschermen. Als kind voelden we haarfijn aan dat het niet deugde dat wij in rijkdom leefden, terwijl anderen stierven van de honger. Als volwassenen laten we ons in veel mindere mate leiden door die universele waarden. Toch weten ook volwassenen dondersgoed wat deugt en wat niet. We handelen er alleen niet altijd naar.”

 

Dat zegt Tex Gunning in een toespraak die Ode publiceerde. Ik vond het passend om daar aan te refereren in deze tijd van kinderfeesten, maar ook de tijd dat kinderen en jonge mensen zo indringend van zich laten horen.

Zoals we nu horen over de Nederlandse Jussuf, de volgende jonge asielzoeker die binnenkort dreigt te worden uitgezet. Een nieuwe aflevering van het verhaal over Mauro.

Via LinkedIn hoorde ik over een 14 jarige Jusuf uit Burkina Faso, die daar al jaren in de mijnen werkt en me uitnodigde om met hem te linken.

Eerder al heb ik velen het filmpje doorgestuurd van Severn Suzuki, het 13 jarige meisje dat in 2008 de wereld toespreekt op de bijeenkomst van de Verenigde Naties en ons voorhoudt hoe beroerd we met het milieu, met kinderen en met geld omgaan.

Ik voeg er bij deze Birke Baehr aan toe, die ons indringende vragen stelt over onze omgang met dieren, voedsel en de aarde en ook aangeeft hoe het anders kan.

Ik vond op You Tube eindelijk de toespraak terug die Adora Svitak hield op een TED Next Generation over hoe vreemd het is om zaken 'kinderachtig' te noemen, een prachtig verhaal.

En vooruit, omdat ik toch bezig ben en het bijna Sinterklaas is, doe ik er ook nog de ongelofelijke verhalen bij van Emmanuel Kelly en Sung-bong Choi, die uit het niets de podia van 'X Factor Australia' en 'Korea's got Talent' veroverden en de aandacht vestigden op de wereld achter glamour en bling bling.

 

Misschien geven de cijfers straks toch weer aan dat ook dit jaar de uitgaven voor kado's en andere extra's ter ere van de feestdagen opnieuw hoger zijn dan in vorige jaren. In VS was dat inderdaad het geval in het afgelopen Thanksgiving weekend. Het lijkt alsof er twee werelden parallel bestaan; die ene van de veranderingen op alle terreinen, waarin geld razendsnel ontwaart en al bijna niet meer bestaat sinds de handel in leningen, hypotheken en manipulaties met nog niet bestaande graanoogsten deel uitmaken van ons economische bestel. En die van de Oude Wereld van Sinterklaas en Kerst.

 

Ik kreeg van de week een tekening opgestuurd, gemaakt door Sjoukje, de dochter van een vriendin. Zij brengt, net als die andere prachtige jonge mensen op haar manier in beeld waar het echt over gaat de komende tijd, onderweg naar de Nieuwe Wereld; zij noemt het 'verbonden harten'. Met toestemming van de tekenares voeg ik haar kado heel graag bij alle gulle gaven die wij van onze wijze kinderen krijgen.

En veel plezier op pakjesavond!

 

Ineke Verdoner

 

 George Tobal & Jossef Kallid link naar TEDyouthAmsterdam, november 2011

 Severn Suzuki 2008  het meisje dat de UN toesprak

Sung-bong Choi    De Koreaanse zanger

  Emmanuel Kelly   Het Iraakse pleegkind die de harten van de jury in Australie deed smelten

 Birke Baehr  De jongen op Ted Next Generation over ons voedsel

Adora Svitak  Zij vertelt over het misplaatste gebruik van het woord ´kinderachtig´.

 

En de tekening ´Connecting Hearts´ van Sjoukje

connectinghearts

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1488 uur (62 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4