maandag, 6 februari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: peilingen

De ombudsvrouw van de Volkskrant schreef onlangs enigszins besmuikt over de politieke peilingen. Ze kan er als verschijnsel niet omheen, maar ze hecht er niet veel waarde aan want peilingen voorspellen de uitkomst van verkiezingen toch niet, zitten er altijd naast en uitslagen van verschillende bureaus lopen uiteen. Dat politici zich in hun werk laten beïnvloeden door peilingen ervaart ze bovendien als een probleem. Maurice de Hond wijst er op dat van alle westerse democratieën de Nederlandse kiezer het minst te zeggen heeft. Hij kiest noch de premier, noch de regering, noch de burgemeester. Hij mag één keer in de vier jaar zijn stem uitbrengen en moet in de tussenliggende periode zwijgen. Tenzij de politici de tussentijdse peilingen serieus nemen, hetgeen meer en meer het geval is. Juist dat democratische gegeven ervaart de ombudsvrouw als een probleem. En de Haagse redacteur die liever zelf de politicus beoordeelt dan naar peilingen te luisteren, neemt de burger niet serieus. Oftewel: peilingen dragen bij aan de versterking van de democratie. Op één punt heeft de ombudsvrouw gelijk: verschillende bureaus geven verschillende uitkomsten en dat roept de vraag naar de betrouwbaarheid van de uitslagen op. Maak daarom van het verschijnsel politieke peilingen een Centraal Peilbureau en benoem Maurice de Hond tot directeur.

zondag, 5 februari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Groen & Links. De echte New deal.

Het rapport “kieskeurige kiezers” van de UvA is een eye-opener voor de Nederlandse politiek. Het is niet de kiezer die op drift is geraakt, maar de politieke partijen. De kiezer is kritischer geworden en hecht veel waarde aan bepaalde standpunten. Van een vaste partijkeuze is geen sprake. De kiezer stuurt op specifieke thema’s. Wel is [...]

vrijdag, 3 februari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Drenthe: geef ons een GroenLinks-verhaal met gevoel!

In geen categorie, agenda, democratie, groenlinks, limburg, milieu, 2009, belangrijk, delen, en meer.

GroenLinks wordt gezien als een stadspartij, stelt Drenthe te Assen snedig: “Wat gaan jullie voor het platteland doen?”. Heleen en ik begrepen waar dit over gaat, de stadspartij GroenLinks en het platteland met zijn bevolkingskrimp. Ik wil als partijvoorzitter het land, onder andere met de werkgroepen. Om op locatie thema’s te bespreken en kennis en ervaring op lokaal niveau, bijvoorbeeld over krimp, uit te wisselen en van elkaar te leren. Krimp speelt bijvoorbeeld ook in delen van Limburg.

In Assen is behoefte aan een verhaal. “Wij willen ons Groene Boekje,”, zegt de afdeling, die zelf werkt aan een GroenLinks-visie op de plattelandseconomie, “We willen méér dan een beginselprogramma, we willen een verhaal met gevoel.” Arno: “Ons unieke verhaal is dat mens en milieu bronnen van waarde zijn en geen kostenposten. Met elkaar kunnen we dit verhaal concreet maken. Daarom is het zo belangrijk dat wij een open debatpartij zijn.” En nog een andere vraag voor Arno: waarom was hij in 2009 de voorman van Newropeans? Mijn antwoord: “Om Europese democratie op de agenda te zetten. En ja, mijn verhaal bleek een GroenLinksverhaal te zijn – ik kwam thuis.”

zondag, 29 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Naïeve Westen

In het menu, niet op voorpagina, arabische lente, dictator, islamitische cultuur, patriarchale cultuur, tahirplein, afghanistan, cultuur, en meer.
Wat waren we blij een jaar geleden, toen we geloofden in de Arabische lente die begon in Tunesië en Egypte. We buikdansten op tafel bij het aanschouwen van de vreugdevuren op het Tahirplein. Lybië duurde iets langer en ging met meer geweld gepaard, maar ook daar lukte het om de wrede dictator te verdrijven. Inmiddels zijn we een jaar verder. In Tunesië en Egypte zijn Islamitische partijen aan de haal gegaan met de opstand van de seculiere groeperingen. Ontwikkelingen in Afghanistan, Iran, Irak, Somalië en nu ook Nigeria voorspellen weinig goeds. We zijn boos op Rusland, dat de wrede Assad in Syrië blijft steunen. Maar volgens de Russen zullen “de nieuwe smeerlappen erger zijn dan de oude”. We hadden het kunnen weten. De patriarchale structuur, waarin de vader verantwoordelijk is voor het gedrag van zijn nakomelingen en dit met straffe hand reguleert, zetelt diep in de Islamitische cultuur. Iedere man wordt er opgevoed om een dictator te zijn, dan wel zijn volgeling. De jongelui op het Tahirplein die echte democratie wilden, zijn in feite het product van een mislukte islamitische opvoeding. Wat waren we naïef een jaar geleden, om te geloven in de Arabische lente terwijl de winter er nog moet beginnen.

vrijdag, 20 januari 2012

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Drie keer links

Zaterdag 14 januari openden de drie linkse partijen gezamenlijk het jaar. GroenLinks, PvdA en SP willen alle drie ‘een ander Nederland’. We willen samen “slim, solidair en ‘groen’ investeren” in ons land om de crisis te bestrijden.
Juist onder het meest rechtse kabinet sinds Van Agt-Wiegel ligt het voor de hand om alle linkerhanden ineen te slaan. Samen staan we sterk en zo. Hoe ver moet zulke samenwerking nou gaan? Eén sterk links alternatief lijkt aanlokkelijk. En er is veel voor te zeggen. Maar is het tactisch wel handig?

Eerst maar eens wat er allemaal vóór te zeggen valt. De drie partijen die zichzelf gewoon links durven te noemen lijken elkaar in elk geval prachtig aan te vullen.
De SP spreekt de taal van de gewone mensen, niet alleen van de Nederlanders die spreekwoordelijk hard werken, maar zeker ook van de mensen die van een uitkering rond moeten komen. SP-ers klagen steen en been over alles wat er mis is en mis gaat in de samenleving en verwoorden daarmee precies hoe veel mensen erover denken. PVV-stemmers die hun hersenen gebruiken, zien dat de partij van hun eerdere keuze hen nu naait met de miljardenbezuinigingen die ze beginnen te voelen en stappen over naar de SP.
De PvdA heeft meer dan de andere twee de regenten in de gelederen die het land, de provincie of de stad kunnen besturen op grond van hun kennis en ervaring. De term ‘regent’ bedoel ik in dit verband uitdrukkelijk niet pejoratief. Oorspronkelijk zijn regenten immers de eerste bestuurders die hun positie niet bekleedden op grond van hun afkomst, maar op basis van hun verdienste. In een meritocratie zitten veel van de PvdA-bestuurders volkomen terecht op het pluche. Hun taal spreekt de kiezers wel niet meer zo aan, maar is wel de taal waarmee je de dingen gedaan krijgt.
En GroenLinks ten slotte is de ideeënpartij zonder macht die het meest op een ‘volhoudbare’ toekomst is gericht. Wij kunnen op links de nuance inbrengen, de horizon verleggen, creatieve ideeën aandragen en de multiculturele samenleving verdedigen. Wij spreken het nadenkende deel der natie aan. Als we heel erg ons best doen misschien ook nog wel de activisten en de anarchisten en de pacifisten voor zover ze zich niet allang moedeloos van de parlementaire democratie hebben afgewend.

Tussen haakjes. Op landelijk niveau is een nieuwe linkse eenheid zelfs een uitkomst voor de drie huidige politieke leiders. Roemer is de gedroomde voorman in de campagne, die de rechtse drammers en bezuinigingsbulldozers alle hoeken van de Kamer laat zien. Cohen komt ongetwijfeld veel beter tot zijn recht als minister-president dan als parlementariër. En wij zijn verlost van stuntelende stekkerdoosstukjes.

Het is echter niet moeilijk om de problemen binnen de linkse drie-eenheid te zien aankomen, zeker als het sentiment ‘anti-rechts’ zijn centripetale kracht op den duur verliest. Want als de SP bijvoorbeeld zegt wat mensen erover denken, betekent dat: ‘de hoge heren zorgen alleen maar goed voor zichzelf’ en ze bedoelen daarmee nou precies de bestuurders waar de PvdA hetzelfde patent op heeft als het CDA.
Die PvdA-bestuurders zijn in Zwolle bijvoorbeeld niet te beroerd om in een college met de VVD en het CDA (en de ChristenUnie trouwens) te schipperen om de ‘kille bezuinigingen’ (Cohen, Roemer en Sap) van het kabinet te verstouwen. Zij bezuinigen lekker op de voorzieningen die de last voor de zwakkere schouders in onze stad nog een beetje dragelijk maakten, maar willen niet eens nadenken over een kleine lastenverzwaring voor de Zwolse huizenbezitters.
GroenLinks zal overigens in een constellatie terecht komen waarin duurzaamheid vooral geweldig is omdat (of in het ergste geval: alleen maar als) het geld oplevert, kunst omdat het de economie stimuleert en multiculti omdat het werk toch door íemand gedaan zal moeten worden.

Ik zie een doorslaggevende reden om de samenwerking beslist niet te laten, maar vooral niet te ver te voeren. Die reden is van tactische aard, ik geef het toe. Want principieel zijn de onderlinge verschillen op links natuurlijk kleiner dan de kloof met rechts (ik blijf maar even via de links-rechts-lijn redeneren om dit verhaal niet te gecompliceerd te maken, al ken ik natuurlijk ook de kwadranten en de hoefijzers die de politieke werkelijkheid wel wat beter of in elk geval genuanceerder verbeelden en bijvoorbeeld laten zien dat D66 en VVD op sommige terreinen dichter bij GroenLinks staan dan de SP).

In de media-democratie waarin we ons nu eenmaal bevinden, krijgen drie partijen grosso modo drie keer zo veel aandacht als één partij. Die vuistregel gaat niet in alle opzichten op, maar bijvoorbeeld bij het grote ‘lijsttrekkersdebat’ heb je meer inbreng als er drie linkse partijleiders hun geluid mogen laten horen dan wanneer we maar met ééntje vertegenwoordigd zijn.
En zoals je christelijk-rechts, ondernemers-rechts en dom-rechts hebt, kun je maar beter ook alle toonaarden van het linker orkest laten horen. Want in de werkelijkheid waarin de kiezer leeft op het moment waarop hij in het stemhokje staat, kan een CDA-er zomaar vertrouwen krijgen in de PvdA-voorman, een PVV-er zijn hoop stellen op de SP en een VVD-er zomaar kiezen voor een duurzame variant van het liberalisme.

Drie keer links is dus gewoon meer dan één keer links.


Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Nijmegen en partijdemocratie

Na deze week te gast geweest te zijn bij Hellingproef, de jongerenafdeling van het wetenschappelijk bureau De Helling, bij de werkgroep Natuurbescherming en bij het zittende partijbestuur, was het donderdagavond tijd voor een bezoek aan Nijmegen. Naast GroenLinksers uit Nijmegen waren er ook genodigden uit onder andere Lingewaal en Arnhem. Het was een gezellige en betrokken avond.

Centraal thema van gesprek was de interne partijdemocratie. En natuurlijk werd de vraag gesteld wat de voorzitterskandidaten willen gaan doen om die te versterken. Mijn antwoord in eerste aanleg: Zorgen dat er ruimte is voor debat over thema’s die bij veel leden spelen, nog voordat de fractie een standpunt inneemt. Ook wil ik de partij meenemen in debatten over onze strategische koers en over grote thema’s zoals de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid, Europa en last but not least een groene economie. De partijraad vervult hierin wat mij betreft een centrale klankbordfunctie.

zaterdag, 14 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Controleverlies bij de PVV

Met de affaire Bosman is een nieuw dieptepunt bereikt in de politiek. In een interne mail van Statenlid Bosman binnen de PVV, uitte hij zich op de meest abjecte wijze over een PvdA Statenlid. Ook Geert Wilders was geinformeerd over de inhoud van de mail. Daarmee heeft de PVV de twijfelachtige eer een nieuw dieptepunt [...]

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Een nieuwe raadzaal naast het stadhuis

Deze week zijn raadsleden voor maar liefst drie ceremonies uitgenodigd: de nieuwjaarsreceptie in het stadhuis, de officiële opening van het stadhuis en de eerste raadsvergadering in de nieuwe raadzaal.

In zijn nieuwjaarstoespraak memoreerde onze burgemeester dat op 9 november 2006 de Raad “unaniem de voorkeur” uitsprak dat men weer wilde gaan vergaderen in het stadhuis. Die stelligheid zou ik niet voor mijn rekening durven nemen.

De bewuste raadsvergadering markeerde wel het enige, maar meteen ook het laatste moment waarbij de zes fracties allemaal uitspraken niet tégen terugkeer van de raad naar het stadhuis te zijn. VVD, CDA en SP met stelligheid (zo snel mogelijk terug); GroenLinks, PvdA en D66 met een slag om de arm (op voorwaarden).

Wat echter telt zijn niet in raadsvergaderingen uitgesproken voorkeuren van fracties, maar besluiten die formeel en in meerderheid genomen worden. En natuurlijk het geld dat daarbij beschikbaar gesteld wordt. Het ging toen, in 2006, bovendien alleen over terugkeer naar het stadhuis zelf; nieuwbouw was nog helemaal niet aan de orde.

Het besluit om voor de raadsvergaderingen toch niet terug te keren naar het (oude) stadhuis, maar een nieuwe raadzaal te bouwen werd pas eind 2009, begin 2010 genomen. Van unanimiteit binnen de raad was toen geen sprake. De renovatie van het stadhuis was nodig en gewenst, maar het plan om daarbij een nieuwe raadzaal te bouwen vonden we geen goed idee. GroenLinks en SP dienden vergeefs een motie in om af te zien van nieuwbouw en bijvoorbeeld theater en raadzaal te combineren. Een amendement om het budget te verlagen haalde het ook niet. Voor de 50 à 60.000 euro die de nieuwbouw jaarlijks aan kapitaallasten zou gaan kosten konden we een nuttiger bestemming bedenken ; daarom was de GroenLinksfractie vorig jaar ook niet aanwezig bij het slaan van de eerste paal voor de nieuwe raadzaal.

Nu is de raadzaal een feit en wordt morgen in gebruik genomen. De gemeenteraad keert niet terug naar het stadhuis, maar trekt in een nieuw pand dat er tegenaan is gebouwd. Het stadhuis is mooi geworden en de nieuwe raadzaal zal ongetwijfeld aan de eisen die we eraan stellen voldoen. De tijd zal leren of de sfeervolle historische omgeving bijdraagt aan een goed debat en betere besluiten. In elk geval zal de raadzaal het hart van de democratie in Culemborg worden; de plek waar volksvertegenwoordigers in openbaarheid wikken, wegen en besluiten.

dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

In groenlinks, liberalisme, politiek, politieke filosofie, andere partijen, begrijpen, burger, burgerrechten, cda, en meer.

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

zaterdag, 7 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Populisme als crisis reactie.

De artikelen over populisme beschrijven nagenoeg feilloos het succes ervan en zoeken geestdriftig naar een afdoende antwoord op dit verschijnsel. Wat veelal in de artikelen ontbreekt is een werkelijke analyse van de oorzaak van populisme. Crisistijden zijn als olie op vuur voor populisten, waardoor de vraag dient te zijn waarom de politiek het tot zover [...]

zaterdag, 24 december 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Overheid heeft onafhankelijke toetsing fors ingeperkt

Overheid heeft mogelijkheden voor onafhankelijke toetsing van plannen fors ingeperkt.

Op 20 juni jl. ben ik naar de zitting geweest van de Rechtbank van Maastricht voor mijn beroep en dat van de Vereniging Milieudefensie tegen het verlenen van een bouwvergunning voor het Arcus College voor twee vestigingen in Terworm. Ik wist dat de ontvankelijkheid van zowel mij als Milieudefensie ter discussie zou worden gesteld. Op 2 september heeft de rechtbank uitspraak gedaan: beide niet ontvankelijk. De behandeling en de uitspraak hebben me toch wel extra aan het denken gezet.

De overheid heeft in de ruimtelijke ordening de laatste jaren veel veranderingen doorgevoerd, vooral in de mogelijkheden om via de rechter een onafhankelijke inhoudelijke toetsing te verlangen. De overheid bepaalt het speelveld en dat is tegenwoordig voor de burger sterk beperkt. Het is onaantrekkelijker gemaakt om te procederen en de kans op succes is verkleind.
Zo is de toetsing van de rechterlijke macht gemarginaliseerd. De rechter toetst ‘marginaal’ en dat betekent dat de rechters vooral bekijken of de procedures juist zijn gevolgd en dat een besluit niet tegen de eigen regels van de overheid indruist: “Is de overheid bevoegd om dit besluit te nemen?” Een van de argumenten die de overheid heeft gehanteerd bij deze inperking van de inhoudelijke toetsing is dat een inhoudelijk besluit dat is genomen door een democratisch orgaan ook als zodanig gerespecteerd moet worden. De rechter moet niet op de stoel van de politiek gaan zitten.
De politici hebben de taak om deze keuzes te maken. Hier is tegenin te brengen dat tegenwoordig veel besluiten niet worden genomen door het democratische orgaan zelf, maar door de bestuurders (college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of het kabinet). Bestuurders hebben onder andere met de invoering van het dualisme en door vergaande mandatering van bevoegdheden de macht gedeeltelijk naar zich toe getrokken. Gemeenteraad, provinciale staten of Tweede Kamer kunnen en moeten hun bestuurders natuurlijk controleren, maar controleren is vanwege de veelheid aan onderwerpen en ook het lagere kennis- en informatieniveau moeilijk. Zeker bij raden en staten ‘winnen’ de professionele bestuurders, gesteund door de ambtenaren, het vaak (gemakkelijk) van de amateur – volksvertegenwoordigers. En vlak ook het politieke gehalte niet uit dat de meerderheid, zijnde de coalitiepartijen, vaak gedwongen is om zijn eigen wethouders (en politieke kopstukken) niet af te vallen.

De keuze voor welk planologisch instrument wordt gebruikt, is hierbij vaak van doorslaggevend belang. Het bestemmingsplan is het meest omvattend planologisch plan met juridische waarborgen van een zorgvuldige vaststelling door de gemeenteraad en een beroepsmogelijkheid plus (onafhankelijke) toetsing door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Alleen is de rol van de provincie sinds de meest recente grote verandering van de Wet ruimtelijke ordening verkleind omdat ze geen bestemmingsplannen meer goedkeuren. Daar staat tegenover dat de provincie nu los van de gemeente een provinciaal ‘inpassingsplan’ mag maken (zie Buitenring Parkstad Limburg). En de Afdeling Bestuursrechtspraak toetst tegenwoordig marginaal. Over het algemeen worden er tegenwoordig minder project- en bestemmingsplanprocedures voor nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen gevoerd. Maar ook vroeger werden bestemmingsplanprocedures op grote schaal omzeild door zogenaamde artikel 19 procedures.

De nieuwbouw van Arcus is een groot plan met veel ruimtelijke consequenties. De gemeente en ook Arcus erkennen dat dit bouwplan een majeur plan is. Dat is onder andere herkenbaar aan de vele belangen en ‘omgevingsvraagstukken’ die aan de orde zijn. Denk maar aan de locatiekeuze (Terworm of CBS-weg), het verkeer- en vervoerplan, parkeren (in de buurten erom heen), luchtvervuilingsproblematiek, raakvlakken met het natuurbelangen enz. Voor de twee gebouwen is een stapel papier van 20 centimeter aan teksten en tekeningen geproduceerd. Maar amper voor de gebouwen zelf. De bouwvergunning voor de gebouwen wordt in een tweede fase verleend. Tijdens de zitting ging het ook over van alles behalve de gebouwen zelf.
Je zou verwachten dat voor zo’n ingrijpend plan een stevige ruimtelijke ordeningsprocedure wordt gekozen. Het is raar maar mogelijk dat dit grote plan met al zijn consequenties procedureel via het verlenen van een bouwvergunning wordt geregeld. En dus dat al die verstrekkende belangen (de locatiekeuze, verkeer, natuur enz.) kunnen worden aangemerkt als algemeen belang van een goede ruimtelijke ordening. Met iedereen als belanghebbende, ook in de beroepfase.

Al deze belangen worden afgedaan via een procedure van een bouwvergunning waarbij vrijstelling wordt verleend van het bestemmingsplan. De Provincie Limburg heeft de mogelijkheden om deze procedure te kiezen enkele jaren geleden sterk verbreed. Vrijstelling houdt in dat het bestemmingsplan hier niet meer hoeft te worden nageleefd en dat er ook geen nieuwe bestemmingsplanprocedure hoeft te worden gevolgd als men een (bouw)plan heeft dat niet in het bestaande bestemmingsplan past. De gemeenteraad stelt weliswaar bestemmingsplannen vast, maar B&W hoeven zich daar niet aan te houden. B&W moeten dat natuurlijk wel beargumenteren. Maar in essentie hebben B&W de gemeenteraad uitgeschakeld.

Bij de procedure voor een bouwvergunning mag iedereen inspreken op het ontwerpplan. En B&W moeten ook een rapport maken hoe ze met die zienswijzen omgaan. In het geval van Arcus heeft de gemeente nog best veel aanvullend onderzoek gedaan naar aanleiding van de zienswijzen. (Onder andere een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek).
Maar als B&W de bouwvergunning verleend hebben, zijn de mogelijkheden om in beroep te gaan bij de rechtbank ineens veel geringer. Je moet dan ook ‘belanghebbend’ zijn. Het begrip ‘belang hebbend’ wordt wel heel erg eng uitgelegd. Hiervoor geldt een soort afstandscriterium. Burgers zijn alleen ontvankelijk als ze binnen een bepaalde afstand van het nieuwe gebouw wonen. Bij grote gebouwen is dat zo om en nabij 250 – 300 meter en bij kleine gebouwen minder dan 100 meter.
Daar heeft de nieuwe Crisis- en herstelwet nog een schepje bovenop gedaan: vanuit de woonplek moet men dit gebouw ook nog kunnen zien.
De combinatie afstand en zicht leidde bij de vestiging voor de Arcus opleidingen Techniek achter de Hogeschool Zuyd ertoe dat er geen enkele burger ontvankelijk wordt verklaard. Dit bouwplan heeft daardoor helemaal geen inhoudelijke rechterlijke toetsing gekregen. Of dat de bedoeling is van de wetgever? Het komt de gemeente natuurlijk wel erg goed uit dat op deze manier het bouwplan van Arcus immuun is gemaakt voor maatschappelijke weerstand.

Deze weerstand kan ook worden geboden door rechtspersonen met doelstellingen die verband houden met ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld de natuur- en milieuverenigingen. Vanuit de statuten worden deze verenigingen en stichtingen als belanghebbend aangemerkt als er aspecten aan de orde zijn die tot hun doelstellingen behoren. Maar in Heerlen is de kracht van de natuur- en milieubeweging de laatste jaren sterk ingeboet. Onder andere door gebrek aan menskracht is het IVN niet erin geslaagd om in beroep te gaan. De Vereniging Milieudefensie heeft wel beroep aangetekend. Pech daarbij is dat Milieudefensie (mede door mijn toedoen) een amateuristische maar cruciale vormfout heeft gemaakt bij het indienen van het beroepschrift. Het beroepschrift werd ingediend via een webapplicatie van de rechtbank in plaats van per post of fax. Via internet indienen van beroepen staat formeel alleen open voor burgers en niet voor rechtspersonen.
De rechtbank heeft deze vormfout zo zwaar geacht, dat ook Milieudefensie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is toch wel triest. Het beroepschrift was op tijd en in goede orde bij de rechtbank ontvangen getuige de ontvangstbevestiging. In deze tijd is blijkbaar de wijze van bezorgen doorslaggevend om aan inhoudelijk recht spreken toe te komen. De rechters zijn hiermee op een gemakkelijke manier van een moeilijke beslissing afgekomen? Dit was in ieder geval niet de meest moedige weg. Voor mij bewijst het ook dat deze rechters, maar wellicht ook de rechterlijke macht over het algemeen, zich hebben neergelegd bij de inperking van hun reikwijdte om beslissingen te nemen.

In vergelijking tot de vormfout van de Vereniging Milieudefensie komt de gemeente wel erg goed weg. De overheid mag zich blijkbaar wel heel veel permitteren. Ik noem behalve de toetsing van de locatiekeuze drie planologische missers.
1. Het gebouw achter de hogeschool mag worden gebouwd op een plek waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 1999 het vorige bestemmingsplan Geleendal – Eyckholt (het huidige bedrijventerrein Coriopolis) heeft vernietigd. Dit gebied diende bij de natuurlijke bufferzone van Terworm te worden getrokken. Volgens artikel 30 van de Wet ruimtelijke ordening moet de gemeente het door een uitspraak van de Raad van State vernietigde bestemmingsplan repareren en dus voor die delen een nieuw bestemmingsplan opstellen. Dat heeft de gemeente nagelaten en dat kwam nu dus goed uit.
2. Op een groot deel van de huidige bouwlocatie achter de Hogeschool Zuyd is een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Hiervoor is artikel 17 van de Wet ruimtelijke ordening gebruikt die een voorziening voor maximaal vijf jaar toestaat. Na die vijf jaar is de parkeerplaats ook een poos gesloten geweest (maar nu weer in gebruik). De parkeerplaats had eigenlijk opgeruimd moeten worden en het gebied weer teruggegeven aan de natuur. De gemeente kon hier straffeloos de wet overtreden met als bijkomend voordeel dat het nu gebruikte onderzoek naar natuurwaarden op deze plek natuurlijk totaal niets opleverde.
3. De gemeente heeft aangegeven dat de oppervlakte natuur op de bouwplekken van Arcus zou worden gecompenseerd in het gebied Ransdalerveld. Op zich niet zo veel tegen in te brengen, ware het niet dat inmiddels duidelijk is dat dit in de praktijk naar alle waarschijnlijkheid niet zal lukken. Een loze belofte van de gemeente. Het betreffende project (een landinrichting nieuwe stijl) is enkele jaren geleden een stille dood gestorven. En de Ecologische Hoofdstructuur heeft sindsdien ook sterke inperkingen gekregen.
De Provincie Limburg heeft overigens zeer goed geholpen bij het mogelijk maken van bouwplannen in natuurgebieden. Potentiële natuur kan worden vernietigd door de planologische bescherming van de natuur en in het bijzonder de Ecologische Hoofdstructuur sterk in te perken. Dit geldt over het algemeen en in het bijzonder in Terworm. De formeel beschermde gebieden van Terworm zijn doelbewust krap getekend vanwege de andere bedoelingen van de gemeente. Er is bij de begrenzing geen rekening gehouden met de feitelijke (potentiële) natuurwaarden, zoals die in gedegen onderzoek is vastgelegd (en door de uitspraak van de Raad van State bevestigd). En de natuurontwikkeling langs de Valkenburgerweg is verplaatst, al is mij niet bekend waar naar toe.

Dit alles is dus niet getoetst door de rechtbank. En dit vindt zijn oorsprong in de keuze van de planologische procedure door de gemeente. En als ik dan politiek doorredeneer kom ik uit bij een wethouder die (al dan niet con amore) gesteund door de ambtenaren, zijn doorzettingsmacht gebruikt, onvoldoende gehinderd door de meerderheid van de gemeenteraad (coalitie). Deze beperkingen in de democratie en in de planologische besluitvorming kunnen niet meer worden rechtgezet in een beroep op onafhankelijke toetsing. Dat geldt voor het geval Arcus – Terworm, maar ook over het algemeen hapert hier regelmatig ons systeem van ruimtelijke ordening.

En deze planologische onvolkomenheid staat niet op zichzelf. De overheden beschermen zich vaker tegen kritische burgers. De Crisis- en herstelwet heeft de mogelijkheden voor beroep ingeperkt, overheden mogen niet meer onderling procederen (vooral van belang bij de Buitenring) en er mogen geen beroepsgronden of onderzoeken meer worden toegevoegd aan het beroepschrift.
Wordt natuur nog vaak gezien als een linkse hobby; een gezonde leefomgeving, verkeer en vervoer enz. gelden als algemene belangen. Maar met de inperking van criterium ‘belang hebben’ worden dus nagenoeg alle burgers uitgesloten van de rechtsgang. Daarnaast wordt het door de verhoging van de griffierechten zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt om je recht te halen. Dat ‘waag het niet om tegen een overheidsbeslissing in beroep te gaan’ is verder versterkt door verenigingen en stichtingen te dreigen om de subsidie in te trekken als men planologische procedures wil voeren als overleg niets oplevert (waarbij het regelmatig voorkomt dat de overheid zijn zin wil doordrijven).

Dit bestuurlijke handelen is dubieus omdat de overheid ten opzichte van zichzelf niet onafhankelijk is. Het is niet alleen ingegeven door de zorg voor een voldoende zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Het immuun maken van zichzelf is een eigenbelang dat blijkbaar zwaar meetelt. Het is belangenverstrengeling dat de burger buitenspel zet. Overheden en daarbinnen de machtigere bestuurders drijven hun zin door. De rechtstaat brokkelt hiermee ontoelaatbaar af.

geschreven: 22 oktober 2011

vrijdag, 23 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Een kerstcadeau voor de PVV

In politiek, blog, democratie, persoonlijk, brieven, burgerschap, politici, tweets.
In mijn vorige blog schreef ik over de noodzaak van actief burgerschap om de democratie vitaal en gezond te houden. Eén van de manieren om dat te doen, is het kenbaar maken van zorgen aan politici. Dat kan via demonstraties, brieven of tweets, maar je kan ze natuurlijk ook persoonlijk opzoeken. En dan hoeven het [...]

zaterdag, 17 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Luie burgers

In consumentisme, politiek, betrokkenheid, burgers, burgerschap, democratie, maatschappij, macht, participatie, en meer.
Wie tegenwoordig wel eens een online discussie leest, zal het zijn opgevallen dat je struikelt over twee nieuwe mythische figuren in de Nederlandse cultuur:  de ‘burger’ en de ‘elite’. Als echte archetypen zijn dit geen bestaande wezens, maar vertegenwoordigen ze bepaalde groepen en emoties. De ‘elite’ is het symbool voor alles wat mis is in [...]

vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Occupy: geen blauwdruk maar een spiegel

In politiek, linker wang, samenleving, 1%, amsterdam, anders breivik, banken, beslissingen, bijbel, en meer.

Column De Linker Wang december 2011

Hoe zal 2011 in de geschiedenisboekjes komen te staan? Waarschijnlijk komt er ruim aandacht voor de Arabische lente en evenzeer voor de eurocrisis. Misschien nog het bereiken van de mijlpaal van zeven miljard wereldbewoners. De tsunami en kernramp van Fukushima en de massamoord door de extreem-rechtse Anders Breivik zullen – bizar genoeg – op termijn voetnoten van de geschiedenis zijn.

En Occupy? De beweging die de wereld wilde veranderen, begon op 17 september als demonstratie voor het beursgebouw van Wall Street en breidde zich uit naar tientallen Amerikaanse en Europese steden. In Nederland vooral op het beursplein in Amsterdam, maar er waren ook initiatieven in vijftien andere steden.  Het is een beweging van ongenoegen. Ontevreden met de macht van banken en beurzen en de onmacht van de parlementaire democratie om tot echter oplossingen te komen. “We are the 99%”, zeggen ze, verwijzend naar de 1% die alle macht en alle geld bezit.

Occupy ademde hoop. Revolutionaire hoop. Radicaal de wereld veranderende hoop. Niet meer de oude macht van het kapitaal of de moedeloos draaiende raderen van de bureaucratie of de politiek. Alles zou anders worden. Iedereen mocht meedoen. Beslissingen werden niet langer top down genomen, maar in de general assembly waar iedereen mag meepraten en het aankomt op consensus. Toespraken werden niet elektronisch versterkt maar mond op mond doorgegeven totdat iedereen het hoorde.

Natuurlijk, ook Occupy kan nog geschiedenis schrijven, maar nu ik deze woorden schrijf, lijkt de glans er vanaf. De vreedzame demonstraties zijn op verschillende plaatsen uit de hand gelopen of doodgebloed. De hoge idealen blijken soms een dun vernisje over opportunisme, gemakzucht en luiheid. Dat is makkelijk prijsschieten voor cynici die nauwelijks geloven in een Arabische lente, laat staan een lente in het verziekte neoliberale Amerikaans-Europese systeem.

Gedeelde inspiratie

Dat is triest, want de droom van Occupy zou ons diep kunnen aanspreken. Het is de droom van het begin van de kerk, zoals we in de bijbel lezen: in de eerste gemeente hadden ze alles gemeenschappelijk en leefden ze in harmonie en gedeelde inspiratie. Het is ook de droom van het staatssocialisme geweest: ieder doet wat hij of zij kan en ontvangt wat zij of hij nodig heeft. Maar ook die dromen zijn in duigen gevallen: de oorspronkelijke christelijke gemeenschap is een instituut geworden waarin macht en regels vaak belangrijker zijn dan geestdrift en menselijkheid; het staatssocialisme kon ontaarden in een van de meest onderdrukkende en onmenselijke systemen.

Wat is dat toch, dat hoge idealen zo kunnen tegenvallen? Ik laat de cynische antwoorden even rusten net als de al te vrome – die op hun beurt vaak net zo cynisch zijn over het leven hier en nu. Waarom mislukt het steeds?

Een deel van het antwoord vinden we bij de antropoloog Victor Turner. Hij beschrijft hoe er in rituelen en andere overgangssituaties een gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat tegen alle bestaande structuren en verhoudingen ingaat. Hoog en laag bestaan niet meer, binnen en buiten evenmin. Plotseling is er een nieuw soort gemeenschap die buiten het gewone staat en daarom inspireert, verwart, ter discussie stelt en nieuwe wegen wijst. Deze radicale gemeenschap past niet bij de gewone structuur, maar is een soort anti-structuur, anders dan alles wat we kennen.

Maar ook die nieuwe gemeenschap moet na kortere of langere tijd weer een eigen structuur krijgen en verzandt dan bijna per definitie in dat wat ze wil vermijden. Of ze valt uit elkaar. De anti-structuur is nooit van blijvende aard. Het is een kritiek op de bestaande structuren, maar kan zelf alleen maar bestaan als reactie, niet als volwaardig alternatief. De kerk begon als anti-structuur, maar werd na verloop van tijd zelf deel van de elite. Het socialisme begon als anti-structuur en werd een machtssysteem. Occupy was een anti-structuur en lijkt uiteen te vallen in anarchie.

Verandering

Is het daarmee een dode mus? Een mooi idee dat weer tegenvalt? Een vluchtig teken van hoop waarna we terugvallen in de teleurstelling en het cynisme? Wat mij betreft niet. Er zit een wezenlijke drang tot verandering in de hele beweging en dat is tegelijk een aanklacht tegen het systeem dat nu de wereld bepaalt. Een aanklacht tegen banken, beurzen en regeringen die steeds maar denken dat ze de wereld kunnen redden door in hetzelfde spoor verder te gaan.

Die aanklacht geeft hoop en roept op om in elk geval kleine stappen in de goede richting te zetten. Dat wil niet zeggen dat het alternatief ook direct helder is. Occupy is een spiegel voor een vastlopende wereld, geen blauwdruk voor hoe het wel zou moeten. Wat dat betreft, ligt het dicht bij de boodschap van Jezus. Of bij de dromen van vernieuwingsbewegingen in allerlei tradities. Radicaal. Niet autoritair. Anti-structuur. Boodschappen die alles ter discussie stellen. Maar kijk uit als je die boodschappen zelf weer tot structuur maakt. Voor je het weet, is het middel erger dan de kwaal. De boodschap van een anti-structuur – Occupy, Marx, Jezus – is een kritische vraag en aanzet tot verandering, geen totaaloplossing.


donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

woensdag, 14 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Last.fm Twitter

Mevrouw of meneer de voorzitter

In groenlinks, politiek, weblog, analyse, columns, debat, democratie, facebook, gevonden, en meer.

Volgend jaar februari mogen we haar kiezen. Of hem. De nieuwe partijvoorzitter. Na bijna zes jaar Nijhof is het tijd voor een ander. Ik herinner mij de komst van de man met de wilde grijze haren (of hadden ze toen nog een andere kleur?) en dito snor nog goed. Kort daarvoor was mijn meest memorabele partijraad ooit, waar Sam Pormes wat halfslachtig eerherstel kreeg en Herman Meijer het veld moest ruimen. In deze woelige tijden zocht GroenLinks een interim-voorzitter die rust kon brengen en die werd in het oosten gevonden. De tijdelijke man bleek het wel naar zijn zin te hebben, stelde zich een jaar later opnieuw beschikbaar en werd met ruime meerderheid gekozen. Het partijleven kwam tot bloei, er werd veel gediscussieerd, de organisatie ging op de schop, maar op de cruciale momenten miste GroenLinks toch de boot. De doorbraak naar 15 zetels kwam niet en regeringsdeelname bleef uit.

Nu staat een nieuwe generatie te trappelen: Heleen Weening is 35 jaar, Arno Uijlenhoet 42. Alhoewel, trappelen… bij de presentatie die zij maandag hielden vond ik hun ideeën nogal voorspelbaar, een beetje old school. Wie is er nou tegen debat in de partij, het vergroten van de interne democratie, het betrekken van leden en het werken aan een (al dan niet linkse) progressieve samenwerking? Het vraagt heel wat speurwerk om inhoudelijke verschillen tussen de twee kandidaten te vinden. En over hoe ze dit alles willen bereiken, blijven Heleen en Arno nogal vaag.

Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat het voor een functie als partijvoorzitter ook niet nodig is om al te uitgesproken opvattingen te hebben. Of dat er al genoeg te kiezen valt op basis van geslacht, leeftijd, (beroeps)achtergrond, (partij)ervaring en stijl. Maar ik hoop toch dat deze kandidaten in de komende tijd ook iets meer laten zien van wat ze vinden van de huidige koers van GroenLinks, welke inhoudelijke debatten ze willen gaan aanjagen. Iets van een analyse van hoe het komt dat we nog steeds niet meeregeren en waarom het zo matig gaat in de peilingen lijkt mij ook welkom.

Oh ja en een beetje vaker twitteren…

maandag, 12 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Samen voor een betere toekomst!

In geen categorie, burgers, crisis, debat, democratie, economie, geloof, groenlinks, links, en meer.

Soms word je in het leven voor lastige keuzes geplaatst. Mij gebeurde dat toen ik van verschillende kanten werd gepolst of ik interesse zou hebben mee te gaan in de sollicitatieprocedure voor het voorzitterschap van de partij. Voor een relatieve nieuweling is dat eervol, maar ook een uitdaging. Uiteindelijk won de idealist het in mij. Ik heb oog voor wat haalbaar is, maar bovenal geloof ik in een rechtvaardige, duurzame en democratische samenleving. Dat is wat mij drijft in mijn leven, in mijn werk en nu ook in mijn kandidatuur voor het voorzitterschap van onze partij.

En ik ben ervan overtuigd dat idealisme weer meer dan ooit nodig is! De vertrouwenscrisis in de politiek, de crisis in onze economie en de klimaatcrisis vragen om een partij die hervormingsgezind is, die de traditionele links-rechts tegenstellingen overstijgt en die het politieke ongenoegen weet te vertalen in een inclusieve, beschavende en hoopgevende visie op de toekomst. GroenLinks ís deze partij.

Maar om er in de Nederlandse politiek op termijn echt toe te doen, zullen we ons meer als als politiek-maatschappelijke doorbraakbeweging moeten profileren en organiseren. GroenLinks moet daarom meer gaan investeren in de lange termijn, in de eigen beginselen, in de eigen basis en minder machtspolitiek bedrijven op de korte termijn.

Wij zijn niet alleen een ideeënpartij op zoek naar de macht, maar bovenal een politieke beweging op zoek naar meer kracht. Wij gaan niet van de straat naar de staat! Wij zijn van de straat en de staat!

Om aan deze ambitie inhoud te geven, pleit ik voor de volgende keuzes:

  1. Voor een open debatpartij: Laten wij weer meer ruimte maken voor debat. Discussies gaan gewoon door, in alle openheid, zonder vrees, ook wanneer de Tweede Kamerfractie op grond van haar eigen afweging en mandaat een besluit neemt waarvoor geen meerderheid in de partij bestaat.
  2. Voor een verbonden partij: Om een duurzame doorbraak, een echte Green Deal te realiseren, halen we alles uit de kast om ons te verbinden met hervormingsgezinde burgers, bedrijven en instellingen.
  3. Voor progressieve samenwerking: Uitgaande van onze eigen kracht, gaan we samenwerking aan met progressieve krachten in de Nederlandse politiek.
  4. Meer aandacht voor interne democratie: Om de interne democratie en de aantrekkingskracht van onze partij te versterken voeren we primaries in bij het verkiezen van onze lijsttrekker.
  5. Verdere professionalisering: We zullen nog meer dan nu moeten investeren in de kwaliteiten van onze organisatie, onder andere door opleiding, training en talentsearch.

Door uit te gaan van onze eigen kracht krijgen we een scherper, groener en progressiever profiel en kunnen we beter profiteren van de groeiende duurzame onderstroom in onze samenleving. En versterken we ook onze machtsbasis!
Ik vraag om jullie steun, omdat ik ervan overtuigd ben dat GroenLinkse politiek meer dan ooit nodig is en omdat ik weet dat we beter kunnen! Samen voor een betere toekomst!

Arno Uijlenhoet, kandidaat-voorzitter GroenLinks

zondag, 11 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Democratie en kapitalisme

In het menu, niet op voorpagina, democratie, hebzucht, kapitalisme, euro, europa, griekenland, het volk, en meer.
Democratie als samenlevingsvorm is te duur, zegt politiek redacteur Martin Sommer. Hij doelt daarmee op de recente ontwikkelingen in Europa, waar nationale democratische principes door Merkozy opzij zijn gezet teneinde de euro te redden. In een democratie kiest het volk zijn leiders. Deze zullen populaire maatregelen moeten nemen om aan de macht te komen. Wanneer het volk geïnfecteerd is door de begeerte en wellust van het kapitalisme leiden populaire maatregelen tot begrotingstekorten. Begeerte en wellust worden immers bevredigd door steeds meer en niet door iets minder. Door deze begrotingstekorten leveren we ons over aan de tirannie van de geldmarkten. Zij bepalen onder welke voorwaarde we de leningen krijgen, nodig om de tekorten op te vullen. Zo is momenteel het volk in Griekenland, nota bene de bakermat van de democratie, door deze tirannie van de geldmarkten monddood gemaakt. De democratie bijt dus in zijn eigen staart door het ongebreidelde kapitalisme zijn gang te laten gaan. Wellust en begeerte zullen aan banden gelegd moeten worden, willen we de democratie naar behoren laten functioneren. Bijvoorbeeld door wettelijke grenzen te stellen aan rijkdom; bijvoorbeeld door overheidstekorten te verbieden op straffe van aftreden.

zaterdag, 10 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

'It gets one to know one'

In tekst, arabische lente, artikel, concept, december, democratie, dictator, eerste, gevaar, en meer.

Article 3.Everyone has the right to life, liberty and security of person.

Het recht op leven, vrijheid en persoonlijke veiligheid, dat schrijft het derde artikel van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens voor, althans als je de Engelse versie mag geloven. Daarin wordt gesproken over 'Personal security', net als de Franse 'Securete de sa persone', in het Nederlands is het echter de 'onschendbaarheid van persoon'. Hetgeen is anders is dan persoonlijke veiligheid.

Daar wil ik het echter ter gelegenheid van de verjaardag verklaring het niet over hebben, noch over of de rechten van de mens een horizontale werking hebben, noch of ze niet een westers concept zijn of een jubelzang over het goed het wel niet is dat er rechten van de mens zijn. Allemaal mooie onderwerpen, maar niet voor nu.

Waar ik het wel over wil hebben is het 'brengen' en ontstaan van vrijheid. Mensen die mij kennen weten dat ik een zwak heb voor de Arabische wereld. Weinig dingen zijn dan ook zo actueel als de Lente die in middels een koude winter geworden is. Mubarrak mag dan wel weg zijn, maar zijn legerchefs hebben feitelijk nog de macht in handen. Lybië ging niet zo heel erg lekker, om nog maar even niks over Syrië te zeggen.

Graag had ik dan ook geschreven over hoe goed wij - als vrije en democratische westen - wel niet zijn in het steunen van de Arabische lente. Helaas blijken onze ministers en premiers die normaal de mond vol hebben over mensenrechten, vrijheid en democratie toch iets minder enthousiast. Met de spontane opstand in Tunesië, snel gevolgd door Egypte en andere landen, werden de ministers echter zenuwachtig. Premier Rutte repte zich snel naar de microfoon om te vermelden dat "we er natuurlijk niet aan moeten denken dat het Broederschap [conservatieve partij] aan de macht komt." Verhagen wist in Nieuwsuur te melden dat mensen rechten het meeste baat hadden bij een stabiele regering. Veel kan je zeggen over Khadaffi, Al-Assad en Mubarrak, maar niet dat ze niet stabiel waren.

Nu is het militaire regime wat Mubarrak verving in dictatoriale zin geen democratie, de overwinning van een islamitische partij in Tunesië is dat wel. Helaas is dat niet wat wij willen. Wij hebben liever onze - dierbare - mannetjes er zitten. Toch houden ze, de Westerse leiders, vol dat we voor democratie zijn. Dat zijn we ook, als er in Iran of Syrië gedemonstreerd wordt volgt al snel de oproep aan de leider te vertrekken. Op het moment dat er druk op het regime in Egypte, Bahrein, Yemen, Oman of Saudi-Arabië komt, is het echter van het grootste belang dat de stabiliteit (lees het dictatoriale regime) in stand blijft. De wil van de meerderheid is dan van groot gevaar daar voor.

Kortom, we meten met twee maten, een vriendelijke maat van artikel 3 - het grondvest voor alle politieke en mensenrechten - voor vrijheidsonderdrukkende regimes die we steunen en een hardere artikel 3 voor de regimes van de 'we don't like you list'. Laten we overal, in het kader van de dierbare vrijheid voor een ieder, onze zelfgekozen leiders eens op te roepen met het huichelachtige gedrag. Wees eindelijk nou eens consequent, ook al is de uitkomst van de verkiezing niet zoals we die zouden willen zien. Eigen economisch en machtsbelang zou bij de vrijheid van anderen een keer niet de eerste viool moeten spelen.

Ook ik weet dat het idee dat eigen belang naar de tweede plaats wordt geschoven niet te realiseren is. Maar misschien moeten we 10 december dan toch eens aangrijpen om een keer naar onze eigen rol te kijken in de onderdrukking van miljoenen over de wereld en over wie we nu eigenlijk moeten steunen. Idealistisch: ja, maar vandaag mag het.

Kijk tip: Onze dierbare dictator van VPRO’s Tegenlicht.

donderdag, 8 december 2011

Maria in je huiskamer?

Het lijkt erop dat de oppositie in de Bossche gemeenteraad haar zin krijgt. De glasplaat die de middeleeuwse put op de Markt afsluit word vervangen door een puthuis. Niet zo’n lelijk exemplaar als er al eens eerder op de Markt verscheen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw . Nee, nu wordt het ranker en veel smaakvoller, naar een ontwerp van Jan van Eerden, de redder van de Binnendieze, voor wie de stad de spiegel van de kosmos vormt en onze markt vast de navel van het heelal.

Toen de VVD eenmaal overstag ging kon het CDA in populisme natuurlijk niet achterblijven en gelukkig: uit een inderhaast georganiseerde internetenquête bleek – heel verrassend – dat een “meerderheid” een puthuis terugwil. Dit onzalig plan lijkt zo in de volgende raadsvergadering voldoende steun te verwerven.

GroenLinks is voor behoud van onze historische binnenstad, maar tegen het terugbouwen van historie, of het nu stadpoorten, waterputten of het indertijd afgebroken deel van de Citadel betreft. De gemeenteraadsfractie zal dus tegen een nieuw puthuis stemmen en verder haar verlies nemen zoals het hoort in een democratie, zelfs al zijn er eigenlijk indertijd heel andere afspraken gemaakt met de coalitiepartners.

Dat het namaakmiddeleeuws puthuis in het voorstel vergezeld gaat worden door een Mariakapel vind ik pas echt kwalijk. In de openbare ruimte dient de overheid geen religieus symbool te plaatsen, zelfs niet als de stad dat zomaar cadeau krijgt. Na de verbouwing van mijn winkel kreeg ik een fraaie bronzen afbeelding van de Zoete Moeder van Den Bosch ten geschenke. Sindsdien hangt die aan de gevel van Boekhandel Twaalfmorgen aan de Kruisstraat. Maar wat ik als particulier ongestoord mag doen om de aloude route van de Maria-omgang te markeren , dat is de overheid niet toegestaan.

Want de Markt is bij uitstek het plein van en voor alle Bosschenaren en dat dient zo te blijven. In de huiskamer van Den Bosch hoort geen symbool van één enkele religie. De tijd in dat onze stad 99 % van de inwoners rooms-katholiek was (en het Christusbeeld op het Emmaplein haar plaats kreeg) ligt al bijna een eeuw achter ons. Er zijn gelukkig nog roomse Bosschenaren, maar heel veel stadsgenoten hebben tegenwoordig een ander geloof: die zijn moslim, protestant, hindoe of boedhist, Bahai, Soefi of helemaal niks. Het verbaast me heel erg dat in de hele discussie over de combinatie puthuis/Mariakapel tot nu toe aan dit aspect grotendeels wordt voorbijgegaan. En ik verwacht van mijn partij dat ze zich in de raad tegen die kapel met hand en tand verzet.


maandag, 5 december 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Thorbeckedebat brengt me ver af van Thorbecke

In gemeenteraad zwolle, landelijke politiek, burger, debat, democratie, directe demokratie, e-democratie, politicus, politiek, en meer.

Johan Rudolph Thorbecke, de grondlegger van de parlementaire democratie in Nederland, werd op 14 januari 1798 geboren in Zwolle. Daarom bestaat er in onze stad een Stichting Thorbecke Zwolle, die jaarlijks een Thorbeckedebat organiseert. Deze debatten worden georganiseerd om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen en de kwaliteit van het openbaar bestuur te vergroten. Dit jaar ging het debat over het bestaansrecht van ons huidige politieke bestel. Het selecte gezelschap Zwollenaren dat bijeen was gekomen in de raadszaal, kreeg twee korte betogen voorgeschoteld van prof. dr. Rudy Andeweg, hoogleraar Emperische Politicologie aan de Universiteit van Leiden en van prof. dr. Gabriël van den Brink, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, waarna men ‘in debat’ ging (lees: vragen mocht stellen aan de inleiders) onder leiding van dr. Jan Drentje, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, bestuurslid van de organiserende stichting en Thorbecke-kenner.

De discussie laait steeds weer op

De hoofdvraag was dus of ons politieke bestel, dat werd ontworpen in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, nog wel bij de samenleving van vandaag de dag en bij de huidige politieke situatie past. Voor een korte samenvatting van de discussie vorige maand in Zwolle kunnen we net zo goed een artikel in de NRC uit 2004 (!) aanhalen over een voorstel van D66-minister De Graaf van en voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Toen zei Andeweg ook al: ‘,,Politici zijn bang voor de kloof”, maar ,,die is er gewoon niet”. In Zwolle liet hij dat aan de hand van een veelheid aan cijfers uit de recente doorlichting van onze democratie door vijftig wetenschappers nog eens zien. Ook de opvattingen van zijn opponent laten zich prima weergeven met de woorden uit 2004. ‘Volgens de socioloog Gabriël van den Brink is de kloof er wel (…) Hij ziet als ‘het ,,fundamentele probleem”, dat er een aparte politieke klasse is die in een andere belevingswereld verkeert dan de burgers. (…) Een ander kiesstelsel is daarom ,,een marginale verandering”, zolang de informatiestromen waarop besluiten worden gebaseerd niet veranderen, meent Van den Brink. Daarvoor moet [je] niet alleen het kiesstelsel [veranderen], maar ook burgers op een andere manier directe invloed geven.’

Structuur versus cultuur

Andeweg stelt dus structurele veranderingen in het systeem voor; Van den Brink ziet meer in een verandering van de politieke cultuur.
Andeweg vindt het bestaande bestel te veel gericht op afspiegeling en consensus. Dat was handig in de tijd van de verzuiling, maar past niet meer bij de huidige individualisering. Kiezers willen in toenemende mate invloed op de regeringsvorming. Dat vergt aanpassingen aan het systeem.
Van den Brinks analyse draait om de geloofwaardigheid van politici, die steevast meer beloven dan ze kunnen waarmaken. Hij pleit voor een scheiding tussen bestuur en politiek en voor meer ideologie, dat is meer strijd en in zijn ogen ook meer amusement in de politiek. Verder wijst hij er op dat burgerschap in Nederland weinig om het lijf heeft. Je mag stemmen, maar er is geen opkomstplicht, en je hoeft ‘tussendoor’ nooit een burgerplicht te vervullen in de vorm van militaire dienst of deelname aan een jury(rechtspraak).

Onnodige tegenstelling

Hoewel de beide hoogleraren nadrukkelijk als opponenten werden gepresenteerd bij het debat, is het uit bovenstaande samenvatting hopelijk evident dat er ook een flink raakvlak tussen beider betogen te construeren valt. Zelfs op de tegenstelling tussen structuur en cultuur valt veel af te dingen. Als de houding van politici zou veranderen, zouden waarschijnlijk al snel de staatsrechtelijke hervormingen worden doorgevoerd waarover al decennia wordt gepraat, maar die steeds stuiten op een blokkade van de zittende macht. En invoering van vormen van meer directe invloed van burgers op de politiek leidt nogal wiedes tot verandering van het gedrag van politici.
Maar ook inhoudelijk bevatten beider analyses en de voorgestelde ingrepen waardevolle elementen.

In mijn ogen is het inderdaad niet meer van deze tijd dat je eens in de vier jaar je stem uitbrengt en dat de politici die jou vertegenwoordigen vervolgens vier jaar lang ‘ongestoord’ hun gang kunnen gaan. Dat is geen ‘demokratie’, maar een ‘electorale oligarchie’ zoals Peter Jones in zijn Vote for Caesar het snedig noemt. ‘Niet één oude Griek zou dit hebben beschouwd als iets wat met demokratia te maken heeft.’

Bij de tijd brengen

Het gaat er in een demokratie in de kern om dat de burgers de macht hebben. De omstandigheden en de fysieke en technische mogelijkheden bepalen vervolgens goeddeels de praktische inrichting van het systeem om dat te organiseren. In de oorspronkelijke directe demokratie in Athene was de betrokkenheid van de burgers maximaal en voortdurend. Dat kon ook op die schaal. Maar bijvoorbeeld in de Romeinse republiek was het al gauw fysiek niet meer mogelijk om iedereen daadwerkelijk direct bij de beslissingen te betrekken. Je kon het je als boer in de provincie natuurlijk helemaal niet veroorloven om dagen van huis te gaan om een volksvergadering in het verre Rome bij te wonen. Het vertegenwoordigende systeem was een prima oplossing voor dit probleem, dat zich ook weer voordeed in de tijd dat ons bestel werd ingericht.

Met alle moderne media en communicatiemiddelen is het in onze 21ste-eeuwse variant van demokratie volgens mij wel denkbaar dat de betrokkenheid van de gemiddeld goed geïnformeerde burgers weer veel directer wordt. Het ‘ostrakisme’ (schervengericht) waarmee de Atheense stemgerechtigden zich tussentijds van een gekozen bestuurder konden ontdoen, zou bijvoorbeeld gemakkelijk via internet te realiseren zijn. Ook is het technisch uitvoerbaar om digitaal je stem uit te brengen over elk onderwerp waarover je je maar wilt laten horen. Burgers zijn tegenwoordig vaak – zeker op bepaalde onderwerpen – net zo goed geïnformeerd als ambtenaren, bestuurders en parlementariërs. Dus waarom zou je die kennis niet benutten als je als samenleving beslissingen voorbereidt en neemt?
Ik zeg niet dat de we alle technische mogelijkheden die we hebben per se moeten inschakelen. Ik vind wel dat we ons systeem niet langer moeten laten begrenzen door de beperkte mogelijkheden uit het verleden.

Betrokkenheid

Dergelijke structurele aanpassingen geven burgers niet alleen meer directe invloed, maar vragen ook veel meer directe betrokkenheid van hen. Een betrokkenheid die politici en bestuurders scherp zal houden. Want Van den Brink heeft van zijn kant natuurlijk volkomen gelijk met zijn analyse dat de representatieve demokratie (in de landelijke politiek) een nieuw ‘regentendom’ heeft voortgebracht, een politieke klasse met eigen mores en een eigen cultuurtje, die alleen al daardoor moeite heeft om nog goed over te komen bij het publiek van kiezers. En de polarisatie van de afgelopen jaren in de landelijke politiek bewijst wel zijn stelling dat als het ideologisch gehalte van het debat en de public performance van politici toeneemt, politiek veel meer gaat leven onder de burgers.

En Thorbecke?

Terugkijkend op het Thorbeckedebat van dit jaar constateer ik dat het me flink aan het denken heeft gezet ‘om burgers en overheid dichter bij elkaar te brengen’. Maar waar Thorbecke vooral moeite deed om de macht van de koning te beperken ten faveure van de aristocratie uit zijn dagen, daar gaat het nu om een overheveling van de macht van de oligarchen naar de eigenlijke dèmos. Bovendien betwijfel ik stellig of Thorbecke iets zou begrijpen van de oplossingen die ik voorsta, laat staan dat hij er begrip voor zou kunnen opbrengen. Zo bezien heeft het Thorbeckedebat ertoe geleid dat ik ver van Thorbecke ben ‘afgedwaald’.


donderdag, 1 december 2011

John Jorna

John Jorna

De brief van Minister van Bijsterveldt

In column van de week, basisonderwijs, bezuinigingen, copd, delen, democratie, gewoon, hulp, internet, en meer.

OPEN ZENUW GERAAKT?

Onderwijsminister Van Bijsterveldt stuurde een brief naar de Tweede Kamer over de relatie ouders – kind – school en schetste enkele wenselijkheden, althans in haar ogen. Het lokte nogal heftige reacties uit. Voor mij is dat een teken, dat er kennelijk hier en daar wat mis is. Nu ben ik zelf vader en grootvader en ik ben jarenlang leraar geweest en daarbij heb ik ook veel ervaring opgedaan met ouderparticipatie in het Voortgezet onderwijs. Ik weet, waar ik het over heb.

Men viel vooral over de oproep van de minister aan de ouders actiever te worden in de school. Dat speelt vooral in het Basisonderwijs, want in het Voortgezet Onderwijs zijn de mogelijkheden beperkt. Jarenlang werkten moeders op mijn school aan een knipselarchief, maar toen was er nog geen internet. Er waren ouders actief in de Medezeggenschapsraad en door voortdurend de vinger aan de pols te houden konden veel problemen in een vroeg stadium worden voorkomen. Met ouders organiseerde ik een enquête over vredesopvoeding en het bleek, dat bij alle vakken doelen van vredesopvoeding konden worden nagestreefd.

Kijk je echter bij het Basisonderwijs dan zijn er veel meer mogelijkheden. Wat mij opviel in de krantenartikelen was dat ouders taken van betaalde krachten gingen overnemen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk. Het is leuk, dat er zo geld vrijkomt om meer leerkrachten of onderwijsassistenten aan te trekken, maar geld voor de schoonmakers moet gewoon binnen het budget te vinden zijn. Met dat deel van haar oproep laadde de minister de verdenking op zich de gevolgen van bezuinigingen te willen opvangen door ouders in te schakelen. Als ze dat wil, prima, maar laat ze er dan ook eerlijk voor uitkomen.

Ouders behoren het werk van de leerkrachten te ondersteunen en niet te ondergraven. Als je als ouder naar je kind laat merken, dat je eigenlijk neerkijkt op die armoedzaaiers van onderbetaalde leerkrachten, dan bevorder je niet bepaald het respect van de kinderen voor hun leerkracht. De docent is een professional, die verstand heeft van onderwijs en opvoeding, vaardig is in het observeren van kinderen, zijn onderwijs evalueert en ziet waar hij zelf is tekort geschoten, maar ook ziet, waar de individuele leerling faalt. Hij praat met de leerling over de manier waarop die leerling het probleem gaat aanpakken en schakelt desgewenst de ouders in om hun kind te ondersteunen door het maken van huiswerk beter te structureren en het kind te stimuleren en zo nodig te controleren. Soms ziet hij tijdig, dat specialistische hulp nodig is. Het kan om leerproblemen gaan als dyslexie of pedagogische problemen als een beetje te erg puberen of ernstige psychische problemen. En dan moet zo’n docent ook nog zijn eigen vakgebied bijhouden. Docent zijn is een roeping. Je kiest er niet voor als steenrijk worden het belangrijkste doel in je leven is. Van ouders mag dan verwacht worden, dat ze bereid zijn intensief mee te werken bij het verbeteren van de resultaten of de leerhouding of het gedrag van hun kind. Dus op ouderavonden komen, samenwerken met de school en waar mogelijk de inspanningen van de leerkrachten ondersteunen en bij wangedrag van hun kind op school bereid zijn een lijn te trekken met de school.

Een school brengt niet alleen kennis en inzicht bij. Vooral in het Voortgezet Onderwijs leren kinderen ook een mening te vormen en tot een gefundeerd oordeel te komen. Ik noemde al vredesopvoeding, maar het gaat ook om milieueducatie en burgerschapsvorming. Daar gaat het om kennis, maar ook om mentaliteit. Als er rond de verkiezingen in de klas gepraat wordt over onze democratie en het belang van lid zijn van een politieke partij en van deelnemen aan de verkiezingen en je tevoren verdiepen in de standpunten van een partij; dan kunnen al die inspanningen van de man of vrouw voor de klas in een keer onder geschoffeld worden als ouders daar nonchalant over doen of laten merken, dat ze geen enkel vertrouwen hebben in de democratie en ook niet van plan zijn er iets aan te doen. Je kunt als docent een prachtig verhaal houden over de uitstoot van auto’s en met name het ultra fijne stof, dat door filters niet wordt tegen gehouden en zorgt voor steeds meer COPD-patiënten, als vader zich onverschillig toont voor het lot van die mensen en rustig de maximumsnelheid overtreedt, dan vergeet het kind het verhaal van de docent al snel. Een school kan kinderen bewust maken van normen en waarden, maar de houding van de ouders bepaalt of kinderen zich die waarden eigen maken en zich houden aan de normen. De mentaliteitsonderzoeken van het Bureau Synovate laten zien, dat hier nog een wereld te winnen valt.

De secularisatie heeft ervoor gezorgd, dat grote delen van de bevolking niet meer beschikken over een duidelijk stelsel van waarden en normen en ook niet meer beschikken over inspirerende voorbeeldfiguren. Mensen stellen zich autonoom op en zeggen wat ze denken en doen waar ze zin in hebben. Oude waarden en normen, die berusten op eeuwen van menselijke ervaringen en met het etiket van een goddelijke openbaring zijn door velen als ouderwets en achterhaald en niet meer van deze tijd terzijde geschoven. Wat betekent opvoeden dan nog? Welke waarden leef je je kinderen voor? Bij welke waarden van ouders kan een school aansluiten? Want bedenk wel, dat ouders bepalen welke waarden hun kinderen aanvaarden en daarbij is de rol van de moeder overheersend. Nooit kun je als ouders de opvoeding van je kind overlaten aan een school. Jij als ouder bent verantwoordelijk voor de opvoeding van je kinderen.

Jaargang 4, Nr. 190.

dinsdag, 29 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Leve het stadsparlement?

In groenlinks, politiek, weblog, samenwerking, stadsregio, amsterdam, besluiten, bestuur, bezig, en meer.

Terwijl Donner onder invloed van het adagium “hoe minder bestuurders, hoe beter” bezig was de botte bijl in de stadsdelen te zetten, broedde GroenLinks Amsterdam op een alternatief. Vandaag kwam het initiatiefvoorstel voor een stadsparlement naar buiten, gemaakt in samenwerking tussen raadsfractie en stadsdeelwethouders.

Het is te prijzen dat GroenLinks op deze manier niet lijdzaam afwacht, maar de tegenaanval inzet. Er is veel voor te zeggen om een vorm van lokale democratie in de stadsdelen te handhaven en op die manier bestuur in de buurt voort te zetten. Het aantal politici wordt, net zoals het kabinet wil, flink teruggebracht.  Het voorstel voorkomt ook een gemeenteraad na 2014 die, nog meer dan nu al het geval is, alleen maar uit leden van binnen de ring bestaat.

Ik voorzie alleen wel een probleem als gevolg van de samenstelling en de manier van kiezen van de leden van de districtsraden en het stadsparlement. Omdat hetzelfde mensen zijn die in hun eigen district én op het stadsniveau besluiten nemen en controleren, is het conflict van loyaliteit en belangen in het systeem ingebakken. Dit hangt ook samen met de onmogelijkheid om tot een vaste afbakening van taken en bevoegdheden te komen.

Een tweede onduidelijkheid zit in de overgang naar de Metropoolregio Amsterdam. In het voorstel wordt gesteld dat met het stadsparlement de omschakeling naar zo’n model te maken is. Wanneer dat idee serieus wordt genomen, moet er een gekozen vertegenwoordiging in plaats van de Stadsregio komen, waarin ook de gemeenten om Amsterdam heen opgaan. Betekent dat vervolgens het einde van het stadsparlement? Houdt dat in dat de districtsraden dan alsnog op hetzelfde niveau komen als de gemeenteraden van bijvoorbeeld Amstelveen of Purmerend?

Kortom, een mooie voorzet voor een discussie die hoognodig gevoerd moet worden. Maar dan moet nog wel meer nagedacht worden over de verhouding tussen districtsraden en stadsparlement. Bovendien, zeg ik dan maar als provinciaal, wordt het ook tijd dat GroenLinks Amsterdam over de stadsgrenzen kijkt en in overleg treedt met de gemeenten in de omgeving.

zondag, 27 november 2011

Hans Feddema

Hans Feddema

Politiek en economie zijn rijp voor nieuwe ethiek

In 2011, democratie, griekenland, italië, macht, europese, politici, kwestie, elite.
24 november 2011 Is de democratie het probleem? Je zou het bijna denken, nu in Griekenland en Italië de macht uit handen van politici is overgegaan op die van technocraten. Maar als het een kwestie is van falende politici, dan geldt dat niet alleen de Griekse en Italiaanse. Het is immers de Europese politieke elite [...]

zaterdag, 26 november 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

De Senaat en het Volk van Europa

In politiek, democratie, eu, europa, europese, schuldencrisis, democratisch.
Terwijl Europese schuldencrisis voortsleept, roepen commentatoren op tot een slagvaardiger en democratischer EU. Nochtans ontberen deze oproepen vaak concrete invulling. Bovendien wijzen recente ontwikkelingen erop dat ook in Europa de democratie even gepauzeerd wordt wanneer daadkrachtig opgetreden gewenst is. Slagvaardig en democratisch lijken elkaar te bijten. Hier wil ik echter een optie naar voren schuiven [...]

Aantal berichten op deze pagina: 27. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1795 uur (74,8 dagen). Berichtgemiddelde: 0,4 bericht per dag, 2,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4