donderdag, 12 april 2012

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, aantallen, acties, afrika, akkoord, alternatieven, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

woensdag, 7 maart 2012

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

Fotoverslag Actie tegen bomenkap Morspoortgarage met Maarten ‘t Hart

In geen categorie, actie, bomen, de, dieren, dwars, gedichten, groenlinks, hart, en meer.
Op 5 maart hebben DWARS, Milieudefensie, Partij voor de Dieren en GroenLinks actie gevoerd tegen de kap van prachtige grote bomen bij het Morspoortterrein. Bomen worden permanent gekapt voor een tijdelijke garage, een zwarte dag uit de Leidse politiek. Demonstranten hebben gedichten voorgedragen en er is een nieuwe boom geplant door Maarten ‘t Hart, als teken van [...]

zaterdag, 4 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

De glijvlucht omlaag van Poetin

In samenleving algemeen, demonstranten, poetin, rusland, ahmedinejad, angst, bezig, buitenland, de, en meer.

Vandaag zijn de Russen door de oppositie opgeroepen weer te demonstreren. Het is de vraag of, om in winterse termen te blijven, het ze lukt gaandewegeen wak te maken waar Poetin in zal verdwijnen. Het vergt moed om in Rusland te demonstreren. Het trotseren van de kou is daar een detail bij. Daar kun je je nog op kleden. Op de gevolgen voor je privé-leven die het kan hebben is het moeilijker je voor te bereiden. Onderwijzers die mee zouden willen demonstreren is dat verboden: hen is opgedragen een pro-Poetindemonstratie bij te wonen die tegelijkertijd vandaag zal plaatsvinden.

Zoals bij zo veel demonstraties zullen er achter de gemeenschappelijke noemer (weg met Poetin) vele private motieven schuilgaan. Voor de één is de grote corruptie dé reden, de ander wil meer welvaart en een derde wil rechtsgelijkheid. Bovenal is er, denk ik, vooral woede. Opgespaarde woede, wat niet met enkele demonstraties is gelucht, maar waar grotere gebeurtenissen voor nodig zijn om het te temperen. Poetin weet dat maar is te afhankelijk van zijn eigen coterie en te verslaafd aan zijn eigen machtshonger om daar adequaat mee om te gaan. Hij ziet het gevaar, maar omdat hij er niet mee kan omgaan, ontkent hij het. In Birma hebben de machthebbers het gevaar wel tijdig onderkend. In enkele Arabische staten waren de leiders ook te onmachtig.

Rusland raakt door de expliciet geworden strijd om recht en macht steeds meer vervreemd van het het buitenland. De geschiedenis van Rusland wordt gekenmerkt door isolationisme en introvertie. Dus beschuldigingen, zoals van Poetin eerder, dat buitenlandse krachten de demonstranten opzwepen vallen in een welbekende aarde. En Poetin zal zelf ook met enige angst zien dat de globaliserende wereld de schuttingen en hagen steeds verder kortwiekt. In de gemeenschap van Europa worden tegenwoordig grondwetswijzigingen opgelegd (Begrotingsdiscipline) of tegengehouden (Hongarije). In de liga van Arabische Staten wordt Assad van Syrië gevraagd terug te treden en stuurt men waarnemers. En zelfs de Afrikaanse Unie vindt een eenheid en overtuiging om bij Ivoorkust vorig jaar positie te kiezen.

Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Naties Rusland straks sancties zal opleggen om  frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De reputatie van de Russische staat en de geloofwaardigheid van zijn leider devalueert uiteraard wel. Voor een land dat zich, net als eerder Birma, een teruggetrokken bestaan binnen de wereldgemeenschap toe eigent, is dat geen groot probleem. Maar Poetin wil juist doen alsof hij legitiem een land leidt dat in het licht kan staan van Amerika en de EU. Die missie is hij met elke demonstratie die de Russen nu organiseren bezig te verliezen. Ik zie er als cartoon bij dat Poetin zich straks opnieuw op de presidentsstoel hijst, maar als hij even omlaag kijkt ziet dat de poten aardig zijn aangetast door vuur, houtrot en andere aandoeningen.

Poetin komt als nieuwe president straks terecht in het treurige rijtje van Loekasjenko, Ahmedinejad en Mugabe. Types die niet alleen triestig zijn door hun wereldvreemdheid en egoïsme, maar ook doordat ze zo overduidelijk vervreemd zijn van hun volk. Die macht hebben de demonstranten vandaag en de komende tijd in ieder geval, te laten zien dat Poetin straks misschien wel in naam president van Rusland is, maar niet van de Russen. En misschien is daarmee de glijvlucht van Poetin naar de harde grond, of dieper nog, het koude ijswater, in gang gezet. En hebben de ontberingen die men ondergaat door mee te demonstreren uiteindelijk ook voor hun eigen omstandigheden heilzame gevolgen.

zaterdag, 10 december 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

10 / 12 / 2011

In mensenrechten, politiek groningen, politiek internationaal, politiek landelijk, mensenrechten, de, demonstranten, dierenwelzijn, politie, en meer.

Precies een jaar geleden liet de veertienjarige Sahar Hibrahim Gel zien hoe zij in haar eentje een systeem kon veranderen. Gisteren kleurden heel veel scholen violet en paars om homoseksualiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken. De afgelopen week werd het meldnummer voor dierenwelzijn geopend en vond een meerderheid van de Tweede Kamer een landelijk meldnummer voor slachtoffers van mensenhandel overbodig. Tofik Dibi en Irshad Manji bleven deze week uit protest op een podium staan, nadat ze werden bedreigd en bekogeld met eieren. De politie vroeg hen het podium te verlaten. Waar vorig jaar de 18-karaats gouden penning voor de Nobelprijs voor de Vrede in zijn doosje bleef liggen, wordt vandaag de naam van de Chinese winnares van de Nederlandse staatsprijs voor mensenrechten niet genoemd. Vandaag wordt één van de grootste demonstraties in twintig jaar in Rusland gehouden en in Groningen vraagt Amnesty International aandacht voor de noodtoestand in Egypte, waar opstanden nog steeds met grof geweld worden neergeslagen. De Egyptische demonstranten die onlangs in een grote lijn aan de kust stonden, met een onderlinge afstand van honderd meter, ontroeren me. Toen de politie hen vroeg wat ze aan het doen waren antwoordden ze ‘I’m just looking at the sea…’

Het gaat over mensenrechten. En vandaag bestaat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens 63 jaar, om altijd te bewaken.


donderdag, 8 december 2011

Jos van Dijk

Jos van Dijk

Linkedin

Een brandbare combinatie

In de, debat, groenlinks, geloof, politie.
Belgische moslims onder de naam Sharia4Holland verstoorden woensdagavond een debat in de Balie met de liberale Canadese moslima en feministe Irshad Manji en GroenLinks kamerlid Tofik Dibi. De demonstranten vonden dat de debaters niet over hun geloof mochten praten. Ze gooiden met eieren en riepen "Allah is groot". De politie moest een einde maken aan de de demonstratie waarna het debat kon worden

vrijdag, 25 november 2011

Jos van Dijk

Jos van Dijk

Linkedin

Een echte Nederlandse kwestie

In de, feit, gearresteerd.
Bij de intocht van Sint Nicolaas in Dordrecht zijn vier demonstranten gearresteerd vanwege een t-shirt tekst over Zwarte Piet. Deze figuur zou een racistische betekenis hebben. "Mensen kunnen alleen deelnemen als ze meegaan met het feit dat slavernij wordt gebagatelliseerd. Zwarte Piet is een karikatuur van zwarte mensen." OokDe arrestatie van de demonstranten zorgde voor de nodige opschudding.

zaterdag, 19 november 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Zwarte Piet of zwarte bladzijde?

In politiek, discussie, invloed, racisme, weer, slavernij, demonstranten, de.
Onlangs laaide naar aanleiding van de hardhandige arrestatie van twee demonstranten de discussie weer op over de vraag of Zwarte Piet niet net als de slavernij afgeschaft dient te worden. Het argument is dat Zwarte Piet een aanstootgevend artefact is van 19e eeuws racisme en wellicht ook nu nog een slechte invloed heeft op tere [...]

vrijdag, 21 oktober 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Occupy: Idealisme voor beginners?

In consumentisme, politiek, nederland, occupy, vs, kritiek, demonstranten, de.
Er is inmiddels veel geschreven over de Occupy beweging, ook over de demonstraties in Nederland. Er is vooral veel kritiek. Het zou te vaag zijn, een gebrek aan concrete doelen hebben. Het is niet origineel, want gekopieerd uit de VS. De demonstranten zijn ‘weekendrevolutionairen‘  en ‘crypto-kapitalisten‘. De beweging is te breed, of juist niet breed genoeg. Men demonstreert bij de [...]

woensdag, 3 augustus 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Hapklaar

In tv recensies, debatten, sport op tv, speeches, afghanistan, bier, de, debat, eerste, en meer.

Post image for Hapklaar

Mensen die het beste met me voor hebben adviseerden me in deze rubriek te verzwijgen dat ik niet van sport houd. Voor het uitkijken van een hele voetbalwedstrijd heb ik eigenlijk nooit het geduld, of over de live-weergave van de Tour de France nog maar te zwijgen. Berg na berg gaat zelfs het Franse landschap op enig moment vervelen. Ik realiseer me dat ik hiermee tot een minderheid behoor, die wordt gedoogd zolang zij op gepaste momenten het bier en de hapjes ververst.

Toch staat de manie van sportliefhebbers om alles van begin tot eind en live mee te willen maken – en niet alleen ’s avond laat terug te zien in korte hapklare brokken – niet zo ver van me af. Alleen bij mij uit de manie zich niet bij sport maar bij de live-verslagen van grote maatschappelijke en politieke gebeurtenissen.

Dinsdag vond in het Britse parlement de hoorzitting plaats met Rupert en James Murdoch, en hun Britse CEO Rebekah Brooks over de afluisterpraktijken van News of the world. Onder andere de BBC zond dit live (via internet) uit. Bij mij veroorzaakt elke onderbreking van dit ‘festijn’ ergernis. Van alles, van de saaie grauwe setting, de interruptie van vader Murdoch om weinig geloofwaardig te zeggen dat dit ‘de nederigste dag is uit zijn bestaan’, tot het incident met de scheerschuimtaart, wil ik graag rechtstreeks getuige zijn. Zoals de echte Tourliefhebber het vechten en lijden van Johnny Hoogerland gelijktijdig, zonder onderbreking, met hem wil doormaken.

Nu kan mijn kijkgedrag worden gediskwalificeerd als de afwijking van een politieke ex-junk, en misschien is dat ook zo.

Maar zoals sport TV–manie veroorzaakt, zo zijn er miljoenen mensen die de verovering van het Tahrir-plein in Egypte door demonstranten dagen ademloos hebben gevolgd. Hoeveel mensen hebben niet live de ondervraging van Bill Clinton over Monica Lewinsky bekeken, of de speeches van Obama en Palin. Hoeveel mensen zijn niet opgebleven voor de nachtelijke invallen in Irak?

In Nederland worden belangrijke politieke debatten sinds enige tijd live uitgezonden. Het debat over het paspoort van Ayaan Hirsi Ali dat leidde tot de val van het tweede Kabinet Balkenende werd ’s nachts door meer dan 1 miljoen mensen gevolgd. Ook de grote debatten over Irak en de Afghanistan-crisis van het vierde kabinet Balkenende werden door recordaantallen mensen bekeken.

Maar nieuwsprogrammering en politieke verslaggeving staan onder druk: het moet sneller, afwisselender en ironische ‘duiding’ vervangt de betrokken verslaggeving uit eerste hand. De veronderstelling is dat mensen anders wegzappen.

Het moge zo zijn; de gebeurtenissen die ik hier noem zijn ook uitzonderlijk en meeslepend. Maar toch.

Zou het ook kunnen dat juist de licht verteerbare, hapklare brokken waartoe nieuws en politieke gebeurtenissen worden verkleind, het zapgedrag versterken? Zou zappen misschien ook een gevolg kunnen zijn van korte, selectieve samenvattingen die geen emotie of betrokkenheid oproepen? Is het niet zo dat we vooral betrokken raken als we de wedstrijd van begin tot eind, of voor het grootste deel kunnen zien?

Deze recensie verscheen op 20 juli 2011 in De Volkskrant

Hapklaar

maandag, 11 januari 2010

Laura Punt

Laura Punt

Hyves Linkedin Twitter GR

Kernafval in Drenthe. Mooi niet!!!!

In uncategorized, ambitie, assen, biogascentrale, drenthe, duurzaam, duurzame energiecentrale, gemeente, groenlinks, en meer.

Met zijn opmerkingen in de Nieuwjaarsspeech voor de Provincie Drenthe heeft de CdK een zeer gevoelige snaar geraakt, die zwaar natrilt in de gemoederen van GroenLinks Drenthe. Kernafval in de Drentse ondergrond?? Hoe verzint hij het. Het onderzoek naar CO2 opslag is nog niet eens afgerond en daar komt de volgende “rotzooi” die wel in de Drentse grond verstopt & bewaart kan worden voor ons nageslacht. GroenLinks wil niet eens kolencentrales in de Eemshaven, laat staan een kerncentrale. Het is de PvdA wel toevertrouwd, discussies die al jaren terug zijn gevoerd, incl. alle demonstratie’s van toen, opnieuw leven in te blazen. Kort geleden immers in Assen ook de al jaren geleden gevoerde discussie over het 4de kwadrant van Assen, even dunnetjes overgedaan. Ook hierbij liepen de gemoederen hoog op, veel demonstranten in no time op de been en is de discussie nu, volgens de wethouder, voor eeuwig gedaan. En gij geloofd dat!  Over een paar jaar komt het weer bovendrijven omdat de PvdA een “proefballonetje” op laat om “draagvlak” te krijgen voor hun ideeën.

GroenLinks heeft dit “proefballonnetje”over kernafval in de Drentse ondergrond, hoog opgepakt. De Tweede Kamer heeft schriftelijke vragen gesteld. Gelukkig zit ons TK-lid Ineke van Gent dichtbij. En lang leven de twitter en de email, zodat na de twitter van donderdagavond naar de landelijke campagneleider en zijn mail naar Tweede kamer als resultaat had dat Ineke van Gent en Kees Venrik vrijdagmiddag al de vragen hebben ingediend. Dat daar druk mailverkeer met de beleidsmedewerkers en statenleden van GroenLinks Drenthe aan vooraf is gegaan, staat zonder twijfel vast. En dat CdK zich  waarschijnlijk verbaasd afvraagt wat hij  te weeg heeft gebracht, lijkt mij ook niet. Kijk voor meer info over de Drentse en landelijke discussie op: http://www.dvhn.nl/nieuws/noorden/drenthe/article5669072.ece/’Drents-nee-tegen-kernafval-ongepast’ en

http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/43874/ophef-uitspraken-cdk-tichelaar-over-opslag-van-kernafval

GroenLinks maakt zich al maanden hard voor een duurzame energiecentrale in Drenthe, dus zeker geen Windmolenpark, biogascentrale, zonne-energiepark bovenop een opslag van kernafval in Drenthe.

Kortom, GroenLinks staat op de bres!!

Tegen kernafval en kerncentrales en voor DUURZAME ENERGIE!


Aantal berichten op deze pagina: 10. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 20425 uur (851 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,1 per week.

Pagina: 1