zaterdag, 19 mei 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Gun andersdenkenden ook bewegingsvrijheid. Over orthodoxie en (in)tolerantie

In religie en politiek, abortus, burgers, dagblad, de, discriminatie, diversiteit, geloof, grondwet, en meer.

(Reformatorisch Dagblad 19.05.2012)

Mogen klassieke christenen met hun opvattingen buiten het privédomein treden en hun opvattingen maatschappelijk gestalte geven? Die vraag stelt dr. De Vries mij naar aanleiding van een debat bij de SGP-jongeren met dr. Bisschop. Een goede vraag met een eenvoudig antwoord: Ja, orthodox-protestantse christenen mogen hun geloof en opvattingen ook maatschappelijk gestalte geven. Evenals iedereen. Maar ieder moet wel rekening houden met andersdenkenden, want we leven in een plurale samenleving.

Hoezo gelijkheidsideologie?

Volgens De Vries en Bisschop is er sprake van een sluipende tirannisering van de zogenaamde gelijkheidsideologie. Er zou steeds minder ruimte zijn voor orthodoxe gelovigen. Kijk maar naar de gewetensbewaarde trouwambtenaar en de vrijheid om homoseksuele docenten te ontslaan. Helaas voeden ze zo het beeld dat ze vooral vrijheid willen om anderen (homoseksuelen) uit te sluiten.

Die term ‘gelijkheidsideologie’ is alleen geliefd bij orthodoxe gelovigen. Wat er gebeurt, is namelijk iets heel anders. Het verfoeide Artikel 1 van de Grondwet gaat niet alleen over discriminatie, het zet vooral ook de toon van diversiteit. Mensen mogen verschillend zijn en verschillende keuzes maken. Dat is dus het tegenovergestelde van een gelijkheidsideologie. Het is het erkennen van verschil. En in al die verschillen – etniciteit, geslacht, geloof, geaardheid – hebben alle mensen in Nederland dezelfde rechten. Grondrechten gelden voor iedereen of voor niemand. Je kunt niet voor jezelf vrijheden claimen die je anderen niet gunt.

Artikel 1 bouwt voort op de klassieke grondrechten en maakt ruimte voor iedereen. Orthodoxe christenen hebben dezelfde rechten en ruimte als iedereen. De vrijheid om anders te zijn, ligt hier verankerd. Dat zouden orthodoxe gelovigen als minderheidsgroepering dankbaar moeten verdedigen, maar in plaats daarvan kiezen ze vaak onnodig voor de verongelijkte taal van de verliezer die zich moet verdedigen.

Elkaar ruimte bieden

Mogen orthodoxe christenen hun geloof nog maatschappelijk gestalte geven, was de vraag. Het lijkt een vraag uit angst, maar daar is weinig reden voor. Het bijzonder onderwijs heeft een stevige positie, reformatorische kerken wordt geen strobreed in de weg gelegd, de SGP heeft de laatste tijd meer invloed dan je op grond van haar ledental zou verwachten, enzovoorts.

Natuurlijk roept hun van de meerderheid afwijkende levensstijl bij sommigen kritiek en weerstand op, maar er is geen enkele serieuze poging om orthodoxe gelovigen te dwingen hun geloof achter de voordeur te houden. En waarom zouden we ook? Hun gemeenschappen brengen de samenleving veel goeds.

Het probleem ontstaat echter bij de intolerantie die ze vaak uitdragen. Dat zit niet alleen bij het thema homoseksualiteit. Waar ze machtig genoeg is, laat de SGP het zwembad op zondag sluiten, verbiedt ze onwelgevallige toneelstukken en tentoonstellingen, en geeft ze burgers geen informatie over seksualiteit en abortus. En dan heb ik het nog niet over de onvrijheid die men elkaar in eigen kring oplegt.

Natuurlijk mogen orthodoxe gelovigen kiezen voor zondagsrust of tegen een homoseksuele relatie. Natuurlijk hoeven ze niet naar een blasfemisch toneelstuk. Natuurlijk mogen ze kiezen voor traditionele normen en waarden en ze mogen die ook uitdragen. En natuurlijk mogen ze geloven dat wie anders gelooft, verloren gaat en dat een andere levensstijl moreel verwerpelijk is. Er is niemand die hen dwingt daarin hun overtuiging of hun gedrag te veranderen.

Maar waarom kunnen zij dan niet accepteren dat er in deze samenleving ook anderen zijn die wel op zondag willen zwemmen of winkelen, die wel naar een blasfemische uitvoering willen of een homoseksuele relatie aangaan? Waarom kunnen ze er niet mee leven dat er mensen zijn die anders zijn? Waarom proberen ze hun overtuiging op te leggen aan anderen?

Wij leven in een plurale samenleving en daarom is het de taak van de overheid – nationaal en lokaal – om te garanderen dat alle burgers in hun eigenheid gerespecteerd worden. De overheid is echt wat anders dan de kerk. Dat draag ik als vrijzinnig pluralistisch theoloog en politicus uit en het doet me goed dat de SGP-jongeren over deze kritische vragen blijken te willen nadenken.

Orthodox of fundamentalistisch?

Uiteindelijk gaat het volgens mij om het verschil tussen orthodox en fundamentalistisch. Ik zie orthodoxie als de keuze om voor zichzelf heel strikt klassieke consequenties te trekken uit het geloof. Fundamentalisme is volgens mij de neiging om die consequenties ook aan anderen op te leggen. Orthodoxie is een persoonlijke keuze met ruimte voor anderen, fundamentalisme is dwang.

Daarom herken ik ook niet wat De Vries mij in de mond legt: “Klassieke christenen zijn met hun waarheidsopvatting een bedreiging voor een echte plurale samenleving.” Geenszins. Maar fundamentalisten zijn dat wel.


vrijdag, 4 mei 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Polarisatie, radicalisering en discriminatie in regio Utrecht

In nieuws uit allochtonië, politiek, discriminatie, onderzoek, polarisatie, radicalisering, college, de.
In de regio Utrecht is een groot verkennend onderzoek verricht naar “ongelijkwaardigheid”, waarmee in deze regio wordt bedoeld dat er onderzoek is gedaan naar discriminatie, polarisatie en radicalisering. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Regionaal College Utrecht. Voor het onderzoek is opvallend weinig aandacht geweest in de landelijke pers. Misschien komt dit doordat [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Polarisatie, radicalisering en discriminatie in regio Utrecht

In nieuws uit allochtonië, politiek, discriminatie, onderzoek, polarisatie, radicalisering, college, de, regio.
In de regio Utrecht is een groot verkennend onderzoek verricht naar “ongelijkwaardigheid”, waarmee in deze regio wordt bedoeld dat er onderzoek is gedaan naar discriminatie, polarisatie en radicalisering. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Regionaal College Utrecht. Voor het onderzoek is opvallend weinig aandacht geweest in de landelijke pers. Misschien komt dit doordat [...]

donderdag, 12 april 2012

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

In speeches, democratie, vrede van utrecht, 10 december, acties, afrika, akkoord, alternatieven, april, en meer.

Post image for Vrede van Utrecht-lezing: over technologie, social media en democratie

11 april 2012

Op 1 februari 1960 gingen vier studenten aan een tafeltje zitten in een lunchroom in Greensboro in North Carolina. Ze bestelden een kopje koffie.

Wat ze deden was verboden want de studenten waren zwart: de zitplaatsen waren voor blanken, de staplaatsen alleen voor de zwarte studenten. ‘We bedienen geen negers’ zei de serveerster.
De studenten bleven zitten, tot sluitingstijd. De volgende ochtend verschenen 27 zwarte studenten, gekleed in pak en das en ze gingen zitten. Een dag later waren het er tachtig. Ze zaten aan de tafels zonder te consumeren en deden er hun huiswerk. Het protest groeide de dag erna tot 300 en de eerste protesterende blanken voegden zich bij hen. Binnen een week waren het er 600 en verspreidde het protest zich ook in de straten. De eerste confrontaties dienden zich aan. Blanke studenten zwaaiden met zuidelijke vlaggen, intimidatie en inmenging van de KluKlux-Clan volgde. In de weken die volgden, verspreidde het protest zich eerst door North Carolina, besmette daarna de omliggende staten en binnen een maand werd het hele zuiden van de Verenigde Staten beheerst door protest; uiteindelijk deden meer dan 70.000 studenten mee, duizenden werden gearresteerd, even zo vele radicaliseerden. Maar het gevolg was de bloei van een zwarte burgerrechtenbeweging en de geleidelijke, maar onomkeerbare afschaffing van het systeem van segregatie dat de VS kende.

Dit voorbeeld heb ik ontleend aan een artikel in The New Yorker. De auteur, Malcolm Gladwell, gebruikt de opkomst van de zwarte burgerrechtenbeweging om het effect van internet op sociaal protest te relativeren. De veelzeggende titel is ‘Small change: why the revolution will not be tweeted’.
Gladwell hekelt internet-utopisten die denken dat de zwakke relaties op facebook, de oppervlakkige vriendennetwerken waarin talloze petities voor goede doelen rouleren, werkelijk toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het risicovolle burgerrechtenactivisme dat de zwarte studenten ten toon spreidden.
Hij verklaart de sociale netwerken op internet ook ongeschikt om werkelijk sociale en democratische veranderingen af te dwingen. In zijn woorden: ‘facebook-activisme is alleen succesvol in het bijeenbrengen van mensen die niet gemotiveerd genoeg zijn om werkelijke verandering af te dwingen’. Facebook – en ook twitter – verzamelen dus, met andere woorden, leunstoelactivisten.
Gladwell schreef zijn artikel in oktober 2010. En dat zeg ik met nadruk. Want dit was voordat de Arabische Lente in zijn volle hevigheid losbarstte.

De datum is van belang omdat Gladwell op dat moment, eind 2010, uitdrukking geeft aan breder gedragen overeenstemming dat de betekenis van social media voor mensenrechten- en democratisch activisme interessant maar ook beperkt is.
Weliswaar heeft dan al de Groene Revolutie in Iran plaatsgevonden, maar zoals Gladwell en ook anderen overtuigend betogen, wordt de bijdrage van vooral twitter aan de protesten daar rijkelijk overschat. Twitter bereikte grote populariteit maar deze concentreerde zich in het westen waar een zeer betrokken internetelite elke snipper nieuws uit het getormenteerde land aan elkaar doorspeelde, dikwijls in het Engels waardoor veel jonge betogers in Iran het nauwelijks lazen.
Hoewel ik het wetenschappelijke en journalistieke debat tussen internet-utopisten en sceptici tekort doe, zie je teruglezend, voor het uitbreken van de Arabische Lente, wel een mainstream-overeenstemming over de betekenis van internet voor de burgerrechten.

1 – Internet en social media hebben betekenis in de spreiding van kennis over mensenrechtenschendingen en sociaal protest en kweken daarmee ook een zekere mate van internationale verbondenheid. Dat zag je ook goed terug bij de Groene Revolutie in Iran. Als een vroeg voorbeeld wordt daarbij in de literatuur de opstand van de bevolking in Chiapas in het Zuiden van Mexico in 1994 genoemd. Dit lokale conflict met de centrale Mexicaanse staat over de achterstelling en discriminatie van de van oorsprong Indiaanse bevolking, kreeg via internet wereldwijde belangstelling, en de opstand kreeg daardoor momentum.

2 – Internet heeft ook een zekere mobilisatiekracht van mensen in heel verschillende landen, afkomstig uit verschillende groepen. Een voorbeeld daarvan is het protest tegen WTO in Seattle in 1999 waarbij internationale activisten een netwerk vormden op straat en in cyberspace. Tegelijkertijd mag daarbij de kanttekening gemaakt worden dat het om een relatief kleine voorhoede ging van professionele activisten.

Een overtuigender voorbeeld van de mobilisatiekracht van internet zijn de grote, wereldwijde demonstraties die plaatsvonden op 15 februari 2003 tegen de oorlog in Irak. In 60 landen gingen tegelijkertijd miljoenen mensen de straat op. De Belgische onderzoekers Van Laer en Van Elst beschrijven deze anti-oorlogsdemonstraties als een historische doorbraak in mobiliserend vermogen via internet. Tegelijkertijd relativeren zij de betekenis daarvan ook omdat uit onderzoek naar de motieven blijkt dat het overgrote deel van de demonstranten niet verder dan 200 kilometer wilde reizen. Weliswaar was het onderwerp (de oorlog in Irak) internationaal, de betrokkenheid en bewogenheid was lokaal, of op zijn best nationaal. Internet bleek een heel effectief instrument in de afstemming van het tijdstip waardoor het protest aan kracht won; het massale karakter van de demonstraties werd in sterke mate bepaald door verzet tegen besluiten van de nationale overheden over de oorlog in Irak.

3 – Tegenover deze voorzichtige positieve analyses van de bijdrage van internet en social media aan vreedzaam, sociaal en mensenrechtelijk protest, staat echter ook zorg. In een gezaghebbende studie, getiteld ‘The Net Delusion’ (verschenen in januari 2011), schetst de wetenschapper Evgeny Morozov een zorgwekkend beeld van de toenemende censuur en surveillance die internet mogelijk maakt. In zijn waarneming liggen staten – en dan met name autoritaire staten – en terroristische en criminele organisaties ruimschoots voor op burgers die zich via internet vreedzaam willen verenigen. Hij beschrijft ook de verregaande samenwerking van staten (en vooral de Verenigde Staten) met grote bedrijven zoals microsoft, google, facebook en twitter als bedreigend voor mensenrechten en democratisering.
Morozov verwijst bijvoorbeeld naar een geruchtmakende toespraak van Hillary Clinton uit januari 2010 (dus een jaar voor het verschijnen van zijn boek) waarin zij zich opwerpt als de hoeder van het wereldwijde vrije internet. Haar ideële betoog staat in contrast met de binnenlandse – en soms ook internationale – veiligheidsmaatregelen die de VS treft, dikwijls gesteund door Silicon Valley, om internetvrijheid (onder het mom van terrorismedreiging) te beperken. (Om nog maar te zwijgen over de reactie van het State-department op de publicatie door Wikileaks van gevoelige overheidsinformatie; inmiddels zit soldaat Bradley Manning die de informatie lekte ook al 2 jaar vast zonder dat er werkelijk zicht is op zijn proces).

Maar los van de hypocrisie in de binnenlandse omgang met internetvrijheid, maakt Morozov zich in zijn boek uit 2010 ook grote zorgen over de wijze waarop – vooral de Verenigde Staten – zich in toenemende mate opwerpen als de hoeder van de internationale internetvrijheid. Hij verwijst naar een geruchtmakend incident tijdens de Groene revolutie in Iran.
Het komt een jonge medewerker van het State Department – Jared Cohen, waarover later meer – namelijk ter ore dat Twitter een aantal dagen plat gaat vanwege onderhoudswerkzaamheden. Hij schrijft een brief aan twitter en bepleit dat dit wordt uitgesteld. Na overleg met het State-department gaat twitter akkoord. In eerste instantie is deze opzienbarende stap van een commercieel bedrijf in samenwerking met de Amerikaanse overheid, gezien als een belangrijke overwinning voor de internetvrijheid. Later bleek echter dat de Iraanse autoriteiten de brief van de jonge medewerker en de maatregelen van twitter beschouwden als een geslaagde poging tot ‘regime change’ door de Amerikaanse overheid. In reactie op deze Amerikaanse inmenging is de internetvrijheid drastisch beperkt en de repressie van bijvoorbeeld bloggers en twitteraars nog verder toegenomen. Het werkte, aldus Morozov, dus averechts.

Kortom, voordat de Arabische lente in zijn volle hevigheid losbreekt lijkt er in het internationale debat een gematigd positieve waardering van de bijdrage van internet en social media aan mensen- en burgerrechten en democratie. Er vindt internationale verspreiding plaats van kennis van mensenrechtenschendingen, het leed van onderdrukte mensen en groepen wordt daardoor eerder en vaker zichtbaar. Met behulp van internet kunnen mensen ook gemobiliseerd worden voor vreedzaam sociaal protest, tegelijkertijd wordt de reikwijdte en de schaal daarvan betwijfeld. Maar tegenover de opbrengst van internet en social media staat zorg over de dwingende dominantie van staten en overheden op het net: de autoritaire staten die het internet gebruiken om hun burgers verregaand te controleren en te censureren; vrije westerse staten die internet lijken te willen gebruiken als een instrument van ‘regime change’.

Het zal u opgevallen zijn dat ik tot nu toe nadrukkelijk onderscheid in de periode tot aan de Arabische lente, en wat er op volgde. Ik ben er dan ook overtuigd dat de opstanden van de Arabische wereld een geheel nieuwe dimensie hebben gegeven aan internet en social media en de bijdrage die deze kan leveren aan verzet tegen dictatuur en onderdrukking.

Maar laat ik eerst een stap terugzetten.
Toen ik een aantal maanden geleden geheel fris en onbevangen mijn voorstel voor onderzoek naar de relatie tussen internet, social media en mensenrechten indiende bij de Universiteit Utrecht, had ik niet echt benul waaraan ik me waagde. En ik moet ook bekennen dat ik dit drieste maar ook wat onbezonnen plan wel eens heb betreurd.
Niet alleen is dit het werkterrein van duizenden gestudeerde technologen, mediawetenschappers, politicologen en filosofen die elkaar met graagte – en soms in een voor de buitenstaander moeilijk te volgen jargon – bestrijden. Bovendien gaat de ontwikkeling van technologie, de maatschappelijke en politieke reacties erop, zo razendsnel dat elke beschrijving ervan gedateerd is voordat je een punt achter een zin kan zetten. Die ontwikkelingen zijn ook allesbehalve eenduidig. Er zijn talloze voorbeelden van technologische innovatie die mensen in staat stellen zich te bevrijden van onderdrukking, zich te emanciperen. Er zijn talloze vormen van innovatie die het tegengestelde effect hebben. Er vindt ook een wedren om de macht en de vrijheid van het net op vele niveau’s plaats. Tussen staten (autoritaire en democratische), tussen staten en terroristische en criminele organisaties, tussen burgers en staten, tussen burgers en bedrijven, tussen bedrijven en bedrijven enzovoort enzovoort.
Voorspellingen over de ontwikkeling van internet zijn niet te maken, net zo min als over de politieke en maatschappelijke omgang ermee.

Dit dwingt mij, zeker als nieuwkomer op het terrein, tot grote voorzichtigheid. En tot beperking. Voor de verspreiding en vestiging van mensenrechten en democratie zijn andere vormen van communicatietechnologie minstens zo belangrijk. De bijdrage van de mobiele telefonie aan het mobiliseren van betogers, zoveel bleek bijv. tijdens de Arabische opstanden, is ongelooflijk groot.
Ik beperk me tot het internet en de rol van social media – met name weblogs, facebook en twitter – vanwege de publieke platforms die zij vormen en de potentie om mensen te verenigen en te mobiliseren.
Wat betreft de mensenrechten beperk ik me tot de politieke vrijheden. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om je te verenigen, partijen, organisaties en bewegingen op te richten, de vrijheid van protest en vreedzaam verzet.

Met dit intermezzo kom ik aan de Arabische opstanden die de afgelopen anderhalf jaar hebben gewoed en de rol die internet erin heeft gespeeld.
Ik voer u nog even terug. Wellicht heeft u het allemaal nog op het netvlies maar indrukwekkende verhalen kunnen nooit genoeg verteld worden.

Op 10 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazi, uit woede en wanhoop over de eindeloze treiterijen door de overheid, zichzelf in brand voor het kantoor van de gouverneur. Toen hij een maand later overleed, had zich via blogs en sms woedende koorts door het hele land verspreid. Vrienden en familie vonden elkaar op internet, vermengden zich met vreemden in hun gezamenlijk rouw en woede over de politieke corruptie, het despotische regime. Op Youtube verspreidden zich persiflerende filmpjes, online werden grappen gemaakt, op zo’n schaal dat het regime het nakijken had. Bij zijn dood verspreidde het virtuele protest zich naar de straten en de pleinen. Beelden van protesten verschenen op facebook en Youtube, Al Jazeera nam het over, en deze verhevigden het protest. Het regime trachtte Facebook, twitter en Youtube aan banden te leggen maar internationale hackers zoals Anonymous hielpen de demonstranten om de internetbans te breken. Bloggers werden gevangen gezet maar in aantallen namen de betogers enkel toe. Op 14 januari vluchtte dictator Ben Ali naar Saoedi Arabië. En ondanks dat de officiële, door de staat gerunde media de protesten negeerde, spreidde het protest zich naar Algerije en daaropvolgend naar Oman, Jemen, Egypte enzovoort.
In Egypte was een lokale Google-baas een facebook-groep begonnen ter nagedachtenis van Khaled Said, een 28-jarige blogger die medio 2010 door de politie doodgeslagen was. Zoals Bouazi in Tunesie, werd Said een icoon van verzet in Egypte. Op 25 januari vulde het Tahrir plein zich voor het eerst. Mubarak in Egypte reageerde ongeveer gelijk als het Tunesische regime en hij probeerde het land te ‘unpluggen’. Hij slaagde daar niet langer in dan vier dagen, tegen een geschatte financiële schade van 90 miljoen dollar. De nieuwsservice van de Moslim Broederschap werd bijvoorbeeld verboden maar deze bleef vanuit Londen gewoon nieuws brengen. Het onverwachte bijeffect was bovendien dat middenklasse-Egyptenaren die het nieuws over de protesten vooral thuis op het internet volgden, ook de straten introkken of naar het Tahrirplein kwamen.
De rest is geschiedenis. Als dominostenen vielen de Noordafrikaanse en Arabische regimes, soms relatief vreedzaam, soms na een woedende burgeroorlog zoals in Libië. En niet overal. De strijd in Syrie is van een grote gruwelijkheid waarbij het regime tot op heden burgers op het net en in de straten met grof geweld weet te onderdrukken. In Saoedi-Arabie zijn er slechts kleine, maar wel heel symbolische protesten zoals het prachtige ‘women2drive’, van vrouwen die het verbod op autorijden tarten en hun ritjes op facebook plaatsten.

Is dit nou de verdienste van internet (en van mobiele telefonie)?
Relativering is dan natuurlijk op zijn plaats. In een mooi overzicht van de rol van de digitale media bij de Arabische opstanden beschrijven de Amerikaanse wetenschappers Howard en Hussain de vele factoren die bijdroegen tot de Arabische opstanden. De langdurige sociale en politieke onvrede, in de eerste plaats. De geleidelijke opkomst van liberale middenklassen en internationaal georiënteerde studenten die de middelen en de eloquentie bezaten om uitdrukking te geven aan die sociale onvrede en deze te helpen verspreiden. De aanwezigheid van iconen van onderdrukking, zoals Bouazi en Said, waardoor de bevolking zich verenigde in collectieve rouw en verontwaardiging.
Bovendien varieerden de bepalende factoren voor de opstanden van land tot land, maar schrijven Howard en Hussain, de constante factor in alle opstanden was het internet en in een tweede instantie de klassieke media (met name Al Jazeera dat youtube-filmpjes, facebook-oproepen en berichten van bloggers razendsnel verder verspreidde. En dat de opstanden zich als een inktvlek van land tot land konden spreiden, vond dankzij internet plaats.

Waarom was de rol van internet en social media in de verspreiding van protest en verzet deze keer een andere, krachtiger dan tot nu toe het geval was? Ik zou een drietal redenen willen aanwijzen.
Het belangrijkste is wellicht de rechtstreekse relatie tussen het net en de straat. Het protest was hybride, het vond gelijktijdig plaats op internet en op de pleinen en versterkte elkaar: via facebook verzamelden mensen zich, filmpjes van protesten en politiegeweld in de straten vonden hun weg op het net en leidden tot nieuwe acties. Hier kwamen de blogger en de facebooker uit hun leunstoel en voegden zich – bij wijze van spreken – bij de zwarte student uit de VS van de jaren 60 die heel risicovol protesteert.
Anders dan bijvoorbeeld bij eerdere protesten, zoals in Seattle of tijdens de anti-Irak demonstratie, werden in de internetgemeenschappen in de Arabische landen ‘sterke’, meer duurzame banden gekweekt. De facebookcontacten, de steun aan webloggers hield niet enkel stand voor de duur van een demonstratie, het verspreiden van een digitaal pamflet, maar vertaalde zich in onderlinge solidariteit en hulp aan elkaar. De veelgehoorde kritiek dat internet en met name facebook alleen ‘zachte’ weinig betekenisvolle gemeenschappen kweken werd tijdens de Arabische opstanden gelogenstraft.
Paradoxaal genoeg hebben de pogingen tot censuur – tot het maken van firewalls – geleid tot een verheviging van de protesten. Internet was daardoor niet alleen een instrument voor het mobiliseren van burgerlijk en politiek verzet maar ‘online zijn’ werd ook een daad van politiek verzet. De populariteit van weblogs, facebook en twitter nam daardoor alleen maar toe en het afgesneden zijn van internet leidde ertoe dat meer gezagsgetrouwe burgers zich aansloten bij de protesten in de straten.

Nu ja, inmiddels is het medio 2012 en is de sociale en politieke opbrengst van de Arabische opstanden op zijn zachtst gezegd ambivalent. Militairen behouden macht, transitieregeringen blijken soms de totalitaire trekken van de voorgangers te vertonen, Islamisten proberen de macht te grijpen en blijken in een aantal gevallen de mensenrechten niet voor vrouwen te laten gelden.
De kanttekening die daarbij wel gemaakt moet worden is dat de vestiging van een democratie en mensenrechten niet in maanden, maar in jaren beoordeeld moet worden. Hoe dan ook zijn de voortekenen niet overal even gunstig.

Het is dan verleidelijk om met terugwerkende kracht de betekenis van de opstanden zelf, en de rol die internet daarin heeft gespeeld, te relativeren. Een enkeling, vooral aan rechtsconservatieve zijde, hoor je al roepen dat de seculiere dictaturen in een aantal landen beter waren dan de Islamitische politiek die je er voor terugkrijgt.
Veel internetsceptici hoor je inmiddels zeggen dat het onvoltooide of afgebroken democratiseringsproces in Noord Afrika maar weer eens de zwakte aantoont van internet om bij te dragen aan wezenlijke maatschappelijke verandering. Daarmee wordt – wat mij betreft – ontkend dat de opstand die heeft plaats gevonden, de collectieve roep om bevrijding die leidde tot het afzetten van totalitaire heersers en hun regimes, wel degelijk een heel wezenlijke maatschappelijke en politieke verandering is.

Dit neemt niet weg dat sceptici terecht wijzen op het onvermogen om via internet een democratie en een rechtstaat te vestigen. De Arabische opstanden bewijzen wat mij betreft dat internet en social media een ongekende kracht kunnen ontwikkelen in het verenigen en mobiliseren van verontwaardigde en dikwijls getraumatiseerde burgers. Rouw en leed, het diepgevoelde verlangen om mishandeling en moord te stoppen maakt mensen een.
Iets anders is het, als de tiran is verjaagd, er wraak is genomen en de ergste wonden zijn gelikt, om elkaar te vinden op het alternatief. Na de opstanden blijkt het internet de spreekwoordelijke ‘kruiwagen met kikkers’. Verzet en protest behoeven misschien weinig leiders, bij de opbouw van een nieuwe democratische staat zijn leiderschap, en bezielde maatschappelijke en politieke organisaties die de duizenden uiteenlopende meningen aaneensmeden tot enigszins overzichtelijke stromingen onontbeerlijk. Verzet, protest en demonstratie zijn een gedeelde uitroep van emotie en ongeluk; internet helpt deze te versterken en te mobiliseren. Democratie vergt vergadering, het gezamenlijke sluiten van een gecalculeerd compromis, en internet en social media met hun grote en ook prachtige nadruk op individuele expressie, bieden daar tot nu toe – zo lijkt het – niet de handvaten voor.

Dat is – denk ik – waar we nu staan. De titel van het artikel in The New Yorker waarmee ik begon was ‘Small Change. Will the revolution be tweeted?’.
Mijn voorlopige antwoord daarop zou zijn: ‘the revolution can, but democracy and peace can not be tweeted.

Hoe verder? Is het mogelijk dat internet niet alleen een rol gaat spelen in de bevrijding van mensen uit onrecht, maar ook in de opbouw van democratische alternatieven?

Eerlijk gezegd moet ik u daarop het antwoord schuldig blijven en hoop ik dat het debat van zo meteen ons daar wat verder in helpt.
Ik zou wel een vingerwijzing willen geven.
Internet lijkt tot nu toe vooral het domein van individuele, vrijheidslievende burgers, van autoritaire staten die het willen beknotten of van staten (zoals de Verenigde Staten) die juist hun kans schoon zien om via het internet ‘regime change’ in die autoritaire staten af te dwingen, en van bedrijven die winstmaximalisatie zoeken.
Maatschappelijke, publieke organisaties zonder winstoogmerk, duurzame culturele en politieke verbanden van burgers, lijken zich veel minder op het net genesteld te hebben.
Natuurlijk zijn er inmiddels grote onafhankelijke organisaties zoals Avaaz, globalvoices, transparancy international en anderen die miljoenen burgers aan zich binden. Het zijn ook prachtige en hoopgevende initiatieven die het vergrootglas zetten op wereldwijd onrecht en onvrijheid.
Maar dit is ook precies waar de beperking schuilt.
Deze organisaties richten zich ook op het mobiliseren van protest en verzet, en doen dat soms met groot succes. Maar het zijn geen organisaties die een democratisch en mensenrechtelijk alternatief formuleren, en daarop mensen verenigen. Het zijn – in de tweede plaats – ook dikwijls westerse organisaties die top down het onrecht in met name de derde wereld aan de kaak stellen. Het nadeel daarvan bleek heel recent bij het initiatief Kony 2012 van Amerikaanse jongens die middels een viral erin slaagden om de Oegandese oorlogsmisdadiger Joseph Kony wereldwijd bekend te maken. Maar de ontvangst daarvan bij de Oegandese slachtoffers was niet onverdeeld positief.

Kan internet burgers binden, organisatorisch en in hun maatschappelijke idealen, bij de vestiging van democratie en mensenrechten? En hoe dan? Deze vraag leg ik ook aan u voor.
Laat ik een hoopgevend voorbeeld geven. Ik vertelde u eerder van Jared Cohen, de heel jonge medewerker van het state department die eigenhandig probeerde de groene revolutie in goede twitterbanen te leiden. Het hoeft niet te verbazen dat deze wizzkid vrij snel werd weggekocht door Google waar hij de opdracht kreeg om een denktank – het tot op heden onbekende Google Ideas – op te richten. Nu mag natuurlijk getwijfeld worden aan de intenties en motieven die Google hiermee heeft.
Maar toch. Vorig jaar liet Jared Cohen als kersverse directeur van Google Ideas voor het eerst van zich horen in de Amerikaanse media. In Dublin, in Ierland, bleek hij een summit te hebben belegd over terrorisme in aanwezigheid van zo’n 80 ex-extremisten en –terroristen, varierend van farc, IRA, neo-nazi’s tot jihadisten en El Qaida aanhangers. Zij spraken er met elkaar over hoe de radicalisering van jongeren voorkomen en verminderd kan worden. Zoals Cohen het verwoordde: ‘we believe internettechnology can become part of the solution, of turning away from violence’. De ambitie was niet minder dan ‘a shift in narratives’ te bereiken.
Voor wie het netwerk van voormalige extremisten sindsdien enigszins volgt (overigens te vinden onder de naam againstviolentextremism.org.) ziet dat de leden op allerlei plekken op het internet een ‘counterjihad’ proberen te formuleren, zoals velen van hen ook de wereld over reizen om met jongeren te praten en alternatieven aan te reiken.

Het voorbeeld is klein en aan de onafhankelijkheid van het initiatief mag getwijfeld worden, toch wil ik het niet ongenoemd laten. Het probeert namelijk twee zaken te verenigen.
1. het verzamelt mensen die niet alleen samen tegen onrecht protesteren maar ook proberen een alternatief te formuleren
2. Ondanks dat de commerciële arm van Google erachter zit (en het initiatief daarop enigszins gewantrouwd mag worden), geeft het regie aan de direct betrokkenen; de mensen die terreur hebben ondervonden en hebben uitgevoerd en maakt hen ook verantwoordelijk.

Tot slot. In de strijd tussen utopisten en sceptici heb ik me de afgelopen maanden vaak afgevraagd tot welke groep ik dan behoor. Ik ben me ervan bewust dat terwijl ik spreek staten, terreurgroepen en bedrijven telkens ingenieuzer middelen vinden om ons, burgers, te controleren en te censureren. Ik vind dat dit dwingt tot oppassendheid en een zekere mate van scepsis. Tegelijkertijd hebben wij, mensen, ook het internet uitgevonden, dat in de stem die het geeft aan de kwetsbaren en de onderdrukten historisch en fantastisch is.
Als wij in staat zijn om internet uit te vinden en te ontwikkelen dan moeten wij ook in staat zijn om het aan te wenden voor democratie en mensenrechten.

Femke Halsema bekleedt dit voorjaar de Vrede van Utrecht Leerstoel

dinsdag, 10 april 2012

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

GroenLinks wil een beter antidiscriminatiebeleid

In geen categorie, activiteiten, begroting, belangrijk, cijfers, college, de, december, discriminatie, en meer.

In 2009 waren er 258 meldingen en klachten van discriminatie in Den Bosch. De afname in 2010 (153) werd door het college geweten aan veranderde wetgeving. Hierdoor was er nauwelijks voorlichting gegeven. In het pas openbaar gemaakte cijfers blijkt dat er in 2011 slechts 19 (!!) klachten en meldingen zijn binnengekomen. “Dit heeft jammer genoeg weinig te maken met een toename van de tolerantie, maar alles met een gebrekkige voorlichting, preventie, bekendheid en toegankelijkheid. Dit moet echt beter” zegt Ufuk Kâhya, raadslid voor GroenLinks.

GroenLinks heeft al vaker aandacht gevraagd voor het antidiscriminatiebeleid in onze gemeente. Het aantal meldingen en klachten bedroeg 258 in 2009, 153 in 2010 en slechts 19 in 2011. Helaas heeft deze afnamen weinig te maken met de toename van de tolerantie, maar alles met een beperkte voorlichting, preventie, bekendheid en toegankelijkheid. Het landelijk beeld geeft een stijging van het aantal meldingen met ongeveer 5% aan. GroenLinks wil dat er een beter antidiscriminatiebeleid gevoerd wordt in onze gemeente. Wij vinden het bij voorlichting en preventie belangrijk dat de weerbaarheid van de Bosschenaar toeneemt. Veel jongeren raken hopeloos, terwijl ze veel talent hebben en graag hun bijdrage leveren aan de samenleving. Ufuk Kâhya stuurde namens GroenLinks de volgende vragen:

Betreft: Schriftelijke vragen ex art. 39 RvO m.b.t. antidiscriminatiebeleid

Geachte College,

GroenLinks heeft al meerdere malen aandacht gevraagd voor het Bossche antidiscriminatiebeleid. Recentelijk is het jaarverslag van Radar over 2011 openbaar geworden. In 2009 waren er 258 klachten en meldingen van discriminatie in

’s-Hertogenbosch. In 2010 waren het er 153. Deze forse afname werd verklaard door het feit dat er in 2010 nauwelijks voorlichting was gegeven wegens problemen die ontstonden wegens de wetswijziging. Ondanks de raadsbreed aangenomen motie ‘antidiscriminatiebeleid’ die uitsprak dat het antidiscriminatiebeleid gericht op registratie, klachtbehandeling én preventie goed ten uitvoer moet worden gebracht en de toezeggingen van het College tijdens het interpellatiedebat van 14 december 2010, blijkt nu dat er in 2011 slechts 19 meldingen zijn geweest. Een zeer forse daling. Tegen de trend in, aangezien de landelijke brancheorganisatie voor antidiscriminatievoorzieningen aangeeft dat registratie van discriminatie met gemiddeld 5% stijgt.

1. Hoe verklaart u de afname van het aantal meldingen van 258 in 2009, naar 153 in 2010 en 19 in 2011, terwijl meldingen in 2011 landelijk met 5% zijn gestegen?

2. Op welke wijze heeft u, conform uw toezegging aan de raad, een vinger aan de pols gehouden? En had u eerdere signalen dat het aantal meldingen fors achterbleef en wat heeft u toen gedaan?
Wat is u oordeel over de uitvoering van de wettelijke taak van registratie en klachtbehandeling en wat gaat u nu doen?

3. Door de Raad is in de begroting van 2011 besloten: “Naast de wettelijke taken op het gebied van antidiscriminatie (registratie en klachtbehandeling) subsidiëren wij Radar in het verrichten van preventie- en voorlichtingstaken.” In de begroting is hiervoor een bedrag van € 40.000,- opgenomen. Uit het jaarverslag van Radar blijkt dat er in 2011 geen preventieve of voorlichtingsactiviteiten hebben plaatsgevonden. Waarom is dat niet gebeurt, wat was u rol daarin en waar is het beschikbare budget voor preventieve activiteiten voor gebruikt?

4. Hoe gaat u ervoor zorgen dat er in 2012 de preventie- en voorlichtingstaken vanuit het Bossche antidiscriminatiebeleid wel ten uitvoer worden gebracht?

5. In uw brief aan de commissie Maatschappelijke Ontwikkelingen 14 maart jl. geeft u aan een plan van aanpak voor preventie te ontwikkelen. Is dit plan er al en wilt u dit doen toekomen aan de commissie Maatschappelijke Ontwikkelingen?

Namens de fractie van GroenLinks,
Ufuk Kâhya

vrijdag, 30 maart 2012

Marcel Kolder

Marcel Kolder

Minorisering op het voortgezet speciaal onderwijs

In toekomstkantelen, veranderprocessen, zorgkantelen, bezuiningen, boos, discriminatie, gehad, inclusie, mayim, en meer.
Ik ben boos. Namens mijn dochter. Ze mag namelijk niet meer mee op schoolkamp. De school kan haar niet begeleiden. Ze is de enige in een rolstoel in een klas van 12 kinderen. Er is onvoldoende personeel. Wekenlang verheugde Mayim zich op dat kamp. Wij ook. Elke dag is het voorpret. Snurkt de juf? Bij [...]

woensdag, 14 maart 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Nog meer selectieve perceptie

In in het nieuws, in het nieuws, oost europa, polen, politiek, pvv, de, de europese unie, discriminatie, en meer.

Bron: forum.fok.nl

Al eeuwen zijn wij Nederlanders een handelsnatie. Het ging ons in de zeventiende eeuw al goed, we noemen het niet voor niets de gouden eeuw. Ook toen al hadden we arbeidskrachten nodig, we importeerden Fransen (Hugenoten) en Duitsers. Tussen 1600 en 1650 groeide onze hoofdstad van 50 naar 200 duizend inwoners. Vooral de immigranten waren hiervoor verantwoordelijk.

In de jaren zestig ging het ons weer te goed. We waren zelf te beroerd het zware werk te doen. Spanjaarden, Italianen, Turken en Marokkanen deden het wel. In de tussentijd handelden we met een steeds groter deel van ons continent. Dankzij de Europese Unie en zijn voorlopers hebben we sinds 1957 een steeds grotere groep landen waarmee we samenwerken. Sinds 2004 hoort Polen daarbij, sinds 2007 Bulgarije. Deze nieuwe generatie arbeidsmigranten doen dus niets fout door hier te werken.

Toch zijn er nog steeds mensen die bang zijn voor vernieuwing en vooruitgang. Die mensen zijn het doel van de site die de PVV heeft opgezet. Bang maken en dan lekker klagen. Het schijnt een succes te zijn. Behalve (weer) publiciteit voor de PVV heeft de site weinig nut. Overlast melden doe je niet bij een website van een politieke partij, maar bij de politie. Als er een wet is overtreden is het niet relevant of de overtreder Pools, Turks of Nederlands is, de wet verbiedt discriminatie.

Wel is de site weer een geweldig voorbeeld van selectieve perceptie. Als mijn fiets wordt gestolen, wil ik dat die terugkomt, het paspoort van de dader is daarvoor niet relevant. Ik geloof ook niet dat het de PVV om alle Oost-Europeanen gaat. Het enige lid van de partij is namelijk getrouwd met een Hongaarse, Krisztina Marfai. Ben eigenlijk wel benieuwd wat zij van die site vindt.

Overigens schijnt het meldpunt PVV-ers net zo’n succes te zijn als de site die de inspiratie daarvoor was. Gezien het feit dat er meer dan 300.000 oorspronkelijke Oost Europeanen in ons land wonen en slechts een paar dozijn volksvertegenwoordigers van de PVV, is het procentueel gezien misschien wel een groter succes.


dinsdag, 13 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Scherp debat over discriminerend PVV-meldpunt en Rutte in het Europees Parlement

In politiek, debat, discriminatie, europarlement, intolerantie, marije cornelissen, meldpunt, pvv, racisme, en meer.

Samenvatting van de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 13 maart, 15.00:

-Harde woorden over Rutte door Reding en anderen

- De Oostenrijkse sociaal-democraat Swoboda eist stellingname Rutte

- Verhofstadt : heeft “misprijzen” voor Wilders. Verhofstadt  legt verband tussen beginnend zetelverlies van Wilders en het meldpunt.

-Verhofstad: “We hebben allemaal het recht te horen wat de Nederlandse regering van het meldpunt vindt.”

- Verhofstad: “Stilzwijgen van het Catshuis is onaanvaardbaar.”

- Marije Cornelissen: “Kijk naar  ‘Das Leben der Anderen’, melden en verklikken.’”

Hetzelfde doen we nu de Oosteuropeanen aan die dit eerder hebben meegemaakt.

“Premier verzaakt zijn verantwoordelijkheden.”

“Melden doe je bij de politie, in geheel Europa”


Peter van Dalen: “PVV eenmanspartij= PW partij Wilders”

“…per kwartaal wordt iemand op de korrel genomen, morgen bent u het of ik.”

“Duur debat in het Europees Parlement, alleen maar omdat Rutte de site niet veroordeelt.”

 

Marie-Christine VERGIAT: “PVV site roept op tot rassenhaat”

“Vergelijkbare sites in andere landen tegen homo’s, buitenlanders enz.”

“Onverdraaglijk.”

 

Jacek Olgierd KURSKI: “Spoken uit het verleden”

“Parlement moet website veroordelen en Nederland dwingen om de site weg te halen”

 

Auke ZIJLSTRA:

“Brusselse elite  is verantwoordelijk voor overlast en criminaliteit in Nederland. Omgekeerde wereld de site aan te pakken. Europarlement moet afgeschaft.”

 

Sofia in ‘t Veld:  “Overlast door Oost-Europeanen – en wat heeft de PVV concreet ertegen gedaan?”

“Geschiedenis van Europa: vroeger was er veel meer overlast in de vorm van oorlog.”

Criminaliteit van nu stelt in vergelijking weinig voor.

 

Europees Commissaris Viviane REDING:

“Oproep aan de autoriteit in Nederland om te toetsen of deze website in overeenstemming is met de wetgeving.

De Nederlandse autoriteiten moeten dit vanuit verschillende hoeken bekijken:

1. het kaderbesluit  racisme en vreemdelingenhaat.

2. nationale rechtbanken kunnen vaststellen of aangezet wordt tot haat op basis van afkomst.’

“Het gaat om onaanvaardbaar gedrag door een partij, om de reactie van de regering hierop,  om de rechten van individuen met oog op het vrij verkeer, en om de bescherming van alle Europese burgers.”

“Het gaat om waarden waarop wij onze gezamenlijke toekomst bouwen.”

 ”Het is onacceptabel dat EU-burgers het doel van intolerantie en xenofobie worden, alleen omdat zij hun recht nemen en verhuizen van één lidstaat naar de andere. Elke regering heeft de plicht burgers uit andere lidstaten te verwelkomen. Ze moeten het belang van vrij verkeer van burgers aan hun burgers uitleggen, zowel het economische als het maatschappelijke belang.”

 

Nicolai WAMMEN: 

Raad Algemene Zaken heeft het thema “discriminatie op website” nog niet besproken, maar veroordeelt discriminatie op grond van afkomst.

Update: Europarlement veroordeelt houding Rutte

Ruttes rigide zwijgen over Polenmeldpunt maakt de zaak erger’

Maria Trepp

maandag, 27 februari 2012

Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Geen Quota, maar Kwaliteit

In uncategorized, algemeen, arbeidsmarkt, blog, cda, cohen, de, diederik samson, dieren, en meer.

          

Job Cohen is opgestapt. Op 19 februari jongstleden besloot hij terug te treden als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Deze blog zal niet gaan over waarom Job Cohen is teruggetreden; dat is al genoeg door anderen gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over het kandidaatschap van Diederik Samson, Martijn van Dam of Ronald Plasterk; dat is ook al genoeg gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over de democratische hervormingen die de Partij van de Arbeid wel eens de das om zouden kunnen doen, mochten ze worden ingevoerd. De aanleiding heeft wél met de PvdA te maken, namelijk met Nebahat Albayrak.

            Afgelopen zaterdag (24 februari jl.) stelde Nebahat Albayrak zich ook eens beschikbaar als kandidaat om de PvdA te leiden. Dat brengt het tot nu toe bekende aantal kandidaten op vier. Het minst overtuigende deel van de PvdA-soap kwam pas daarna: Marleen Barth, fractievoorzitter namens de PvdA in de Eerste Kamer riep vrouwen binnen de PvdA op om zich kandidaat te stellen voor het fractievoorzitterschap.

            Begrijp me niet verkeerd: ik ben voor de emancipatie en vind dus dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Ik vind het alleen heel krom gedacht dat PvdA-vrouwen zich aan moeten melden als kandidaat om de nieuwe partijleider te worden, alleen omdat ze vrouw zijn. Zodra er sprake is van negatieve discriminatie (vrouw achtergesteld t.o.v. man), staat de wereld in brand; zodra een vrouw zich om precies dezelfde reden kandidaat stelt, moet dat juist gestimuleerd worden. De wereld op zijn kop. Als vrouwen goed zijn en graag willen, dan moeten ze zich vooral kandidaat stellen, maar alleen daarom. Anders doen vrouwen alleen mee als symbolische functie; bovendien wordt de echte partijleider verkozen via een referendum. Als één van de kandidaten dan alsnog zich aangemeld zou hebben omdat het percentage vrouwen te verhogen, dan zal dit afstralen op de campagne. De echte, ideologische, drijfveer ontbreekt en dat voelt de kiezer haarscherp aan.

            De oproep van mevrouw Barth heeft een logische achtergrond: er zitten gewoon veel te weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven en het politieke leven. Oké, de voorzitters van het CDA en GroenLinks zijn vrouw, net zoals de fractievoorzitters van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Het is alleen wel schokkend dat ongeveer 10% van de bestuursleden van de grote bedrijven vrouw is. Zeker als men nagaat dat 60 à 66% van de studenten vrouw is. De PvdA is dus maar het topje van de ijsberg. Hoe dit op te lossen?

            De algemeen gedragen oplossing voor dit probleem zijn vrouwenquota: bedrijven zijn verplicht om een bepaald percentage vrouwen in de besturen op te nemen. Ik ben van mening dat dit niet de oplossing is. Alleen een serieuze cultuuromslag zal een versnelde groei van het percentage vrouwen veroorzaken. Op den duur kunnen bedrijven toch niet anders, gezien het hierboven genoemde percentage vrouwen op de universiteit, waarvan een groot deel zal slagen en dus zeer nuttig en bepalend zal zijn op de arbeidsmarkt. Emancipatorische organisaties zijn echter van mening dat deze omslag pas zal plaatsvinden rond 2050. Tot die tijd zien ze de vrouwenquota als ‘paardenmiddel’ om de achterstelling tegen te gaan. Waar deze organisaties gelijk in hebben is dat een groot deel van de besturen wordt samengesteld door vriendjespolitiek. Vrouwen zullen echter door een quotum worden benadeeld, omdat ze in het bestuur zitten ‘omdat ze vrouw zijn.’ De vrouwelijke bestuursleden zullen toch worden buitengesloten en voelen zich nog meer gediscrimineerd. Op deze manier heeft een quotum dus een tegenovergestelde werking.

            De oproep van Marleen Barth staat symbool voor de krampachtige geforceerde pogingen tot emancipatie van vrouwen op topposities. Ook vrouwenquota zijn in dat opzicht geforceerd en averechts te noemen. Vrouwen die zich kandideren als lijsttrekker ‘omdat ze vrouw zijn’ en geen passie uitstralen zullen toch door de kiezers worden afgestraft. Vrouwen die door quota in besturen terechtgekomen zijn, zullen zich benadeeld voelen omdat ze niet op hun kwaliteiten zijn beoordeeld. Er zijn genoeg getalenteerde vrouwen, kijk maar naar het aantal vrouwelijke studenten. Die zullen binnenkort een enorme bijdrage leven aan onze samenleving. Echte kwaliteit komt altijd bovendrijven.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

Geen Quota, maar Kwaliteit

In politiek, groenlinks, leiden, emancipatie, gewoon, algemeen, groei, arbeid, arbeidsmarkt, en meer.

          

Job Cohen is opgestapt. Op 19 februari jongstleden besloot hij terug te treden als politiek leider van de Partij van de Arbeid. Deze blog zal niet gaan over waarom Job Cohen is teruggetreden; dat is al genoeg door anderen gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over het kandidaatschap van Diederik Samson, Martijn van Dam of Ronald Plasterk; dat is ook al genoeg gedaan. Deze blog zal ook niet gaan over de democratische hervormingen die de Partij van de Arbeid wel eens de das om zouden kunnen doen, mochten ze worden ingevoerd. De aanleiding heeft wél met de PvdA te maken, namelijk met Nebahat Albayrak.

            Afgelopen zaterdag (24 februari jl.) stelde Nebahat Albayrak zich ook eens beschikbaar als kandidaat om de PvdA te leiden. Dat brengt het tot nu toe bekende aantal kandidaten op vier. Het minst overtuigende deel van de PvdA-soap kwam pas daarna: Marleen Barth, fractievoorzitter namens de PvdA in de Eerste Kamer riep vrouwen binnen de PvdA op om zich kandidaat te stellen voor het fractievoorzitterschap.

            Begrijp me niet verkeerd: ik ben voor de emancipatie en vind dus dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben. Ik vind het alleen heel krom gedacht dat PvdA-vrouwen zich aan moeten melden als kandidaat om de nieuwe partijleider te worden, alleen omdat ze vrouw zijn. Zodra er sprake is van negatieve discriminatie (vrouw achtergesteld t.o.v. man), staat de wereld in brand; zodra een vrouw zich om precies dezelfde reden kandidaat stelt, moet dat juist gestimuleerd worden. De wereld op zijn kop. Als vrouwen goed zijn en graag willen, dan moeten ze zich vooral kandidaat stellen, maar alleen daarom. Anders doen vrouwen alleen mee als symbolische functie; bovendien wordt de echte partijleider verkozen via een referendum. Als één van de kandidaten dan alsnog zich aangemeld zou hebben omdat het percentage vrouwen te verhogen, dan zal dit afstralen op de campagne. De echte, ideologische, drijfveer ontbreekt en dat voelt de kiezer haarscherp aan.

            De oproep van mevrouw Barth heeft een logische achtergrond: er zitten gewoon veel te weinig vrouwen in de top van het bedrijfsleven en het politieke leven. Oké, de voorzitters van het CDA en GroenLinks zijn vrouw, net zoals de fractievoorzitters van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Het is alleen wel schokkend dat ongeveer 10% van de bestuursleden van de grote bedrijven vrouw is. Zeker als men nagaat dat 60 à 66% van de studenten vrouw is. De PvdA is dus maar het topje van de ijsberg. Hoe dit op te lossen?

            De algemeen gedragen oplossing voor dit probleem zijn vrouwenquota: bedrijven zijn verplicht om een bepaald percentage vrouwen in de besturen op te nemen. Ik ben van mening dat dit niet de oplossing is. Alleen een serieuze cultuuromslag zal een versnelde groei van het percentage vrouwen veroorzaken. Op den duur kunnen bedrijven toch niet anders, gezien het hierboven genoemde percentage vrouwen op de universiteit, waarvan een groot deel zal slagen en dus zeer nuttig en bepalend zal zijn op de arbeidsmarkt. Emancipatorische organisaties zijn echter van mening dat deze omslag pas zal plaatsvinden rond 2050. Tot die tijd zien ze de vrouwenquota als ‘paardenmiddel’ om de achterstelling tegen te gaan. Waar deze organisaties gelijk in hebben is dat een groot deel van de besturen wordt samengesteld door vriendjespolitiek. Vrouwen zullen echter door een quotum worden benadeeld, omdat ze in het bestuur zitten ‘omdat ze vrouw zijn.’ De vrouwelijke bestuursleden zullen toch worden buitengesloten en voelen zich nog meer gediscrimineerd. Op deze manier heeft een quotum dus een tegenovergestelde werking.

            De oproep van Marleen Barth staat symbool voor de krampachtige geforceerde pogingen tot emancipatie van vrouwen op topposities. Ook vrouwenquota zijn in dat opzicht geforceerd en averechts te noemen. Vrouwen die zich kandideren als lijsttrekker ‘omdat ze vrouw zijn’ en geen passie uitstralen zullen toch door de kiezers worden afgestraft. Vrouwen die door quota in besturen terechtgekomen zijn, zullen zich benadeeld voelen omdat ze niet op hun kwaliteiten zijn beoordeeld. Er zijn genoeg getalenteerde vrouwen, kijk maar naar het aantal vrouwelijke studenten. Die zullen binnenkort een enorme bijdrage leven aan onze samenleving. Echte kwaliteit komt altijd bovendrijven.


maandag, 16 januari 2012

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Islamofobie en discriminatie

In uncategorized, discriminatie, ineke van der valk, islam, islamofobie, migratie, eerste, nederlandse, opdracht, en meer.
Vorige week werd het boek Islamofobie en discriminatie gepresenteerd. Het boek van onderzoeker Ineke van der Valk is één van de eerste Nederlandse wetenschappelijke studies naar islamofobie. Het boek werd geschreven in opdracht van het Euromediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (Emcemo). Het biedt een toegankelijk overzicht van de theorievorming rond islamofobie en schetst de [...]

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Islamofobie en discriminatie

In uncategorized, discriminatie, ineke van der valk, islam, islamofobie, boek, de, eerste, migratie, en meer.
Vorige week werd het boek Islamofobie en discriminatie gepresenteerd. Het boek van onderzoeker Ineke van der Valk is één van de eerste Nederlandse wetenschappelijke studies naar islamofobie. Het boek werd geschreven in opdracht van het Euromediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (Emcemo). Het biedt een toegankelijk overzicht van de theorievorming rond islamofobie en schetst de [...]

zondag, 15 januari 2012

Het menu: Schaakmat

In het menu, niet op voorpagina, beatrix, crisis, discriminatie, mauro, pvv, wilders, koningin, en meer.
Arme Wilders. Hij doet zo zijn best om Nederland terug te geven aan de Nederlanders. Maar zijn ideeën over Nederland met uitsluitend witte mensjes en draadjesvlees slaan alleen aan bij een deel van de kiezer. Hij wil de gulden terug, Mauro eruit, Beatrix eruit, ze is namelijk te Duits. Ze is te veel beïnvloed door pappa Bernard en eega Claus. Het lijkt erop dat de kiezer de PVV beu is. Ze daalt in de opiniepeilingen. Zelfs de meest overtuigde PVV-ers wilden Mauro hier houden. De jongen met zachte g is een van ons, vinden ook zij. En kom niet aan onze dierbare Koningin. Pas op Geert, overspeel je hand niet. Dit is het lot van de populistische partij. De PVV meent te weten wat het volk wil. Alleen verandert het volk snel van mening. Het vernederen en discrimineren van allochtonen, de kern van de PVV, houden het volk minder bezig dan de zorgen om werk, huizen en pensioen. De economische crisis als een zegen. Wat de gevestigde partijen niet lukt, doet het inzakkende kapitalisme: het zet Wilders schaak. En met de blunders die Geert en zijn politici voortdurend maken, zet de PVV zich uiteindelijk zelf schaakmat.

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

In politiek, analyse, compassie, crisis, cultuur, debat, democratie, discriminatie, discussie, en meer.

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

In boeken, geloof, geschiedenis, literatuur, boek, conventies, dagelijks leven, discriminatie, emancipatie, en meer.

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


zaterdag, 24 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Horen mensen met een beperking er ook bij?

In integratie, politiek, belangrijk, beperking, bezig, cultuur, december, discriminatie, gewoon, en meer.

Precies 5 jaar geleden, december 2006, presenteerde de VN een verdrag voor de rechten van mensen met een beperking: lichamelijk, psychisch, verstandelijk. Dat is belangrijk, want het zorgt ervoor dat ze niet meer afhankelijk zijn van de goedwillende liefdadigheid. Met dit verdrag mogen ze rekenen op een zo veel als mogelijk gelijke behandeling. Als het gaat om onderwijs, wonen, zorg, werk, eindelijk worden de rechten van deze minderheidsgroep erkend.

Inmiddels hebben 151 landen het verdrag ondertekend. Dat is een hoopvolle basis om wereldwijd de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Van die landen hebben er 103 het verdrag ook geratificeerd. Dat wil zeggen dat ze zichzelf verbonden aan de verplichtingen van het verdrag. De meeste andere zijn druk bezig met het voorbereiden van de voorbereidingen daartoe met de bedoeling daarna ook het verdrag te ratificeren.

En Nederland? Nee, Nederland heeft het verdrag niet geratificeerd. We doen zelfs bijna niets aan voorbereidingen. Er zijn aanpassingen nodig in wetten en regels, in zorg en onderwijs, in toegankelijkheid en financiële ondersteuning. Maar Nederland aarzelt. Natuurlijk zijn we wel voor dit verdrag – het is ondertekend – maar om het nu ook echt te gaan uitvoeren… Sterker nog: de financiële ondersteuning van mensen met een beperking wordt minder (denk aan de PGB’s). En al wil de regering kinderen met een beperking meer laten meedoen in het gewone onderwijs, het geld voor goede begeleiding is er niet en komt er niet. Als mensen met hun beperking een goede plaats in de samenleving veroveren – denk aan de topsporters van de Paralympics – dan is dat vaak ondanks onze regels en niet dankzij.

De belangrijkste reden? Het kost geld. Als we ons verplichten om mensen met een beperking echt de kans te geven mee te doen in de samenleving, dan kan men ons daar ook op aanspreken. Het verdrag houdt nog heel wat huiswerk in. Vrees voor de consequenties dus.

Nu is angst meestal een slechte raadgever en dat geldt nog meer als het gaat om principes. Immers: de vraag is niet of een verdrag ons ergens toe verplicht. De echte vraag is wat het goede is dat we moeten doen. Als we vinden dat mensen met een beperking maximaal moeten kunnen meedoen in de samenleving, dan moeten we ons daar voor inzetten, verdrag of niet.

Moreel en profetisch

De echte vraag is daarom: horen mensen met een beperking er echt bij of niet? Dat is niet alleen een economische of politieke vraag, het is een morele en zelfs een profetische vraag. Moreel omdat het gaat om insluiting en uitsluiting, om discriminatie en het recht op een menswaardig leven. Het gaat om de vraag of we mensen met een beperking zien als lastig en duur of als principieel gelijkwaardig.

Uiteindelijk is het ook een profetische vraag. De gelijkwaardige aanwezigheid van mensen met een beperking stelt ons namelijk voor de vraag wat eigenlijk normaal is. Is het normaal dat je kunt zien, horen en op twee benen kunt lopen? Normaler dan wanneer je via braille communiceert of je in een rolstoel verplaatst? Is Nederlands spreken normaler dan gebarentaal?

Wij leven in een cultuur die veel waarde hecht aan gaafheid. We sturen al onze kinderen naar de orthodontist, want scheve tanden moeten worden rechtgezet. Problemen moeten worden verholpen, beperkingen overwonnen. En dankzij de enorm gegroeide medische mogelijkheden kunnen we vandaag de dag veel verhelpen of compenseren.

Wat we daarmee echter kwijtraken, is het besef dat ons bestaan ook gewoon eindig en beperkt is. Dat sommige zaken niet overgaan, dat beperkingen blijven. Maar dat betekent dat beperkingen bij het leven horen. Eigenlijk is de normale situatie dat mensen een beperking hebben. Zeker, die is bij de een nadrukkelijker en storender aanwezig dan bij de ander, maar we zijn allemaal beperkt. En dus moeten we onze samenleving zo inrichten dat iedereen mee kan doen. Geen splitsing tussen ‘wij’ – normale mensen – en ‘zij’ met een beperking.

We hebben een nieuwe verbondenheid nodig van mensen met elk hun eigen beperking, geen liefdadigheid.

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 23.12.2012


vrijdag, 23 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Kerstboodschap

In religie, angst, bijbel, cultuur, discriminatie, durven, emotie, energie, filmpje, en meer.

Toespraak in de kerstviering Pink Christmas, 23.12.2012, Keizersgrachtkerk, Amsterdam

Je hoeft niet bang te zijn
Al gaat de storm tekeer
Leg maar gewoon je hand
In die van onze Heer

Je hoeft niet bang te zijn
Als oorlog komt of pijn
De Heer zal als een muur
Rondom je leven zijn

Ik heb het wel gezongen voor mijn kinderen. Als ze naar bed gingen. Als ze bang waren. Voor de nacht. Voor monsters onder het bed. Of misschien eigenlijk voor wat de komende dag zou gaan brengen. Want angst heeft alles te maken met machten waartegen je niet opgewassen bent.

Zoals Jamey Rodemeyer, een jongen van 14 die dit jaar geen kerst viert. In mei nam hij een ontroerend youtube filmpje op in de serie ‘it gets better’. Hij vertelde hoe hij op school gepest werd omdat hij anders was, homo was. En hij vertelde hoe Lady Gaga zijn grote voorbeeld, zijn grote troost was. In september maakte hij een eind aan zijn leven omdat hij er niet meer tegen kon.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria. Meisje. Een kind nog, uitgehuwelijkt. In Nazaret, ergens in het achterland van Israël. Een bezet land, onderdrukt en uitgebuit door de Romeinen. Hun volkstelling heeft als enige doel om de mensen onder controle te houden. En in dat land een jong meisje.

Je hoeft niet bang te zijn. Makkelijk gezegd als blijkt dat je – ongehuwd en al – zwanger bent. Een schande. Een seksuele schande. Wat zullen de buren wel niet denken? En alle problemen? Ik weet van tienermoeders die daardoor verscheurd raken. Wat moet je met dat kind dat groeit in je buik, dat bij je hoort en tegelijk je leven op zijn kop zet en voor allerlei problemen gaat zorgen? Waar je je voor schaamt en misschien ook blij mee bent? Wat je dwingt om in een klap volwassen te worden… Sexual outcast.

Je hoeft niet bang te zijn, Maria, want wat er in jou groeit is een cadeautje van God zelf. Vreemd misschien, onbegrepen misschien, afgewezen door anderen misschien, veroordeeld door de kerk misschien (want er is altijd wel een Bijbeltekst te vinden), maar toch – als je het durft te zeggen – een cadeautje van God zelf.

Dinsdagavond vertelt Corné daarover in het programma ‘uit de kast’. Hij is 21 en komt uit de Oud Gereformeerde Gemeente. En hij is homo. Maar hoe vertel je dat je familie? Hoe vertel je over dat wat in je groeit, in je leeft? Hoe kom je over je angst heen?

Van psychologen leren we dat er drie negatieve gevoelens zijn: boos, bang en bedroefd. En in de bijbel kom je ze ook alle drie tegen, maar wel heel verschillend. Boosheid is het handelsmerk van de profeten die ten strijde trekken tegen het onrecht. Je ziet dat bij Jezus die de handelaars uit de tempel wegjaagt. Boosheid geeft energie, vitaliteit, verzet. En dan staat er wel dat je je niet door je boosheid moet laten meeslepen, maar je leest niet dat je niet boos mag zijn.

Verdriet is het geraakt worden door de pijn die het leven ook soms meebrengt. Door de dood bijvoorbeeld en de rouw. Verdriet brengt je heel dicht bij jezelf en soms ook bij anderen. Verdriet gaat vaak over de kern van je leven en daarom roept het ook de troost op. Treur samen met de mensen die treuren, zegt Jezus.

Maar angst is anders. Angst brengt geen energie, vitaliteit of troost. Angst verlamt, verstijft, blokkeert. Door angst verschansen mensen zich en durven ze zich niet meer open te stellen voor de ander, voor het leven.

En daarom klinkt die boodschap, voor Maria en voor de herders: Vrees niet. Je hoeft niet bang te zijn. Je hebt genade gevonden. Genade. Dat betekent: je mag er zijn. Het is goed zoals je bent. Je hoeft niet bang te zijn voor veroordeling, afwijzing, discriminatie, pesten, uitsluiting. Jij mag er zijn. Jij mag jij zijn. Onvoorwaardelijke aanvaarding. Je hoeft niet eerst normaal te worden, je te gedragen als iedereen, je bent geliefd zoals je bent. Genade, dat zijn vriendelijke ogen. Geen monsters onder je bed, geen pesters op school, maar vriendelijke ogen. God bevrijdt, Maria. Zo heet dat. Bevrijd van de angst en de schaamte, van alles wat je aan leeuwen en beren op je weg ziet komen. Vreest niet.

Angst is niet alleen een individuele emotie. Het is ook het kerngevoel van onze cultuur. De westerse samenlevingen voelen zich bedreigd door economische achteruitgang en de komst van vreemdelingen, zo zegt bijvoorbeeld Dominique Moïsi. Terwijl in Azië de hoop domineert en in de Arabische wereld de woede om de vernedering, is het westen vooral bang. En daarom keren we ons in onszelf en worden we minder verdraagzaam. Wat vreemd is, moeten we buitensluiten. Het hoofd onder de dekens.

Het antwoord op angst? Geloof, hoop en liefde. Geloof is vertrouwen, hoop is geloven dat het anders kan. En liefde is de kracht die onze angst doorbreekt. De vriendelijk ogen die ons aankijken en ons aanvaarden. Die ons innerlijke rust geven zodat we de wereld aankunnen. Vrees niet. Maar soms heb je wel een engel nodig om die boodschap echt te horen.


dinsdag, 20 december 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

DWARS roept op tot boycot Connexxion

In dwars, migratie, openbaar vervoer, racisme, sociaal, tolerantie, uitzettingsbeleid, veiligheid/politie, migratie, en meer.

Afgelopen vrijdag 16 december werd bekend dat vervoersbedrijf Connexxion dit jaar actief heeft bijgedragen aan de opsporing van dertig werksters die illegaal in Nederland verbleven. Chauffeurs van de busmaatschappij was opgevallen dat enige tientallen vrouwen met een Afrikaans uiterlijk dagelijks de bus van Amsterdam naar gemeenten als Bloemendaal en Heemstede namen. Ze tipten hierover de politie. DWARS, GroenLinkse jongeren verafschuwt deze verklikpraktijken en roept op tot een algehele boycot van Connexxion.

De praktijken van Connexxion zijn volgens DWARS een zeer ernstig signaal. “Het lijkt wel een heksenjacht. Dat de politie hier bij monde van de heer Konijn op reageert met ‘wij steken onze nek uit tegen uitbuiting’ is ronduit belachelijk,” aldus Jojanneke Vanderveen, voorzitter van DWARS. Twaalf vrouwen zijn inmiddels uitgezet.

De jongeren van GroenLinks roepen een tweeledige boycot af. Ze roepen de Nederlandse overheden op bij de aanbestedingen voor het stadsvervoer niet langer te kiezen voor Connexxion. Vanderveen: “Openbaar vervoer is openbaar vervoer. Daar hoort geen discriminatie en dus geen Connexxion bij.” Ook roepen ze reizigers op van andere vervoerders dan Connexxion gebruik te maken of de fiets als alternatief te gebruiken.

De Raad van State heeft de politie-actie inmiddels onrechtmatig verklaard. Volgens het adviesorgaan hadden de dertig werksters niet opgepakt mogen worden op basis van huidskleur. Daarmee keurt ze de detentie af van de achttien vrouwen die nog niet uitgezet zijn en komen de aanklachten waarschijnlijk te vervallen.

Kijk voor meer informatie op:                                                                                               - www.dwars.org                                                                                                                    Connexxion helpt illegalen oppaken                                                                                – De bus als verlengstuk van de IND                                                                                  - Dien een klacht in bij Connexxion om arrestaties om negroïde uiterlijk


vrijdag, 16 december 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

18+ op Terweijde

In stad, fair play, terweijde, agenda, college, discriminatie, fractie, gemeente, gezin, en meer.

Het was de bedoeling gisteren dat er in de raadsvergadering vragen gesteld en opmerkingen gemaakt konden worden over de stand van zaken in Terweijde. Helaas was het geen volwaardig punt op de agenda en kwam dit aardig in de verdrukking door het gestuntel van het college rond het museum. Daar moest eerst uitleg over gegeven worden, excuses aangeboden en veel vragen beantwoord.

De vragen over Terweijde werden gesteld, maar het waren er veel en tijd om ze fatsoenlijk te beantwoorden en te bespreken ontbrak. De mensen die speciaal daarvoor waren gekomen waren terecht teleurgesteld. Afgesproken is dat de vragen schriftelijk worden beantwoord en dat ze op de gemeentelijke website gezet gaan worden. In de raadsvergadering van 26 januari staat Terweijde weer op de agenda.

De GroenLinks fractie wil een reactie van het college op het bereiken van en aandacht voor de groep 18+.

Tijdens de Terweijde-avond op 24 november werd gezegd dat er voor de oudere jeugd niet veel te doen is. Huidige en toekomstige mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding (brede-schoolactiviteiten) voor de groep jongeren die buiten Culemborg op school zitten zijn niet relevant. En nu ook nog Fair Play weg moet…. Het jongerencentrum richt zich meer op de jongere jeugd tot 15 jaar. Een deel van de groep 18-plussers heeft geen werk, geen uitzicht, vaak geen diploma, stageplek moeilijk te vinden; jongeren verliezen de moed, werd gezegd. Jongeren denken zelf dat discriminatie een rol speelt en proberen het dan ook niet meer als ze worden afgewezen. Ze melden zich niet bij het ParticipatieHuis en krijgen geen uitkering. Op de Terwejde-avond werd ook gezegd dat de  instantie die zich bezig moet houden met het voorkomen en beperken van vroegtijdige schooluitval bij jongeren tussen de 18 en 23 jaar (de RMC) zeer passief is. Wanneer een leerling van het Mbo niet meer op school komt, nemen ze wel een keer contact op, maar daar blijft het bij.

Deze opmerkingen moeten we serieus nemen. Juist het goed aanpakken van deze groep is relevant want “opvallend is dat veel (Marokkaanse) mannen van rond de 30 een slechte maatschappelijke positie hebben: geen werk, geen relatie of gezin en/of drugsgebruik” staat in het verslag dat van die avond voor de raad is gemaakt.

Deze groep mengen met de jeugd die in de Salaamander komt lijkt me geen goed idee. Dat de gemeente een jongerencoachingsproject start is een goede zaak. Gemeenten breken zich vaak het hoofd over hoe ze bepaalde (moeilijke) doelgroepen kunnen bereiken. Waar de groep 18-plussers te vinden is, is bij Fair Play, want daar voelen ze zich thuis. Zonder overlast in de buurt. Om die reden is SMVC bij Fair Play gaan zitten. Deze organisatie heeft de contacten en probeert met particuliere financiering jongeren naar werk of opleiding te begeleiden. De rol die SMVC en Fair Play spelen bij het bereiken van deze jongens en de korte lijntjes naar hun netwerk worden, naar mijn smaak, onderbelicht. Wat betekent het als Fair Play verdwijnt? Is het waar dat gemeente of het jongerenwerk nooit ’s avonds bij Fair Play zijn geweest als deze groep daar is?

dinsdag, 22 november 2011

René van Engelen

René van Engelen

Youtube

Geen weigerambtenaren in Papendrecht

In weigerambtenaar papendrecht groenlinks, ambtenaren, burgermeester, cda, cu, d66, discriminatie, discussie, fractie, en meer.
Gisterenavond hebben we een goede discussie met principiële standpunten gehad over het thema weigerambtenaren. Als PvdA en GL vinden we dat het KUNNEN weigeren van een homohuwelijk een vorm van discriminatie is, discriminatie van homoseksuelen. De burgermeester sprak uit dat alle Buitengewoon Ambtenaren Burgerlijke Stand (BABS) bereid zijn huwelijken tussen mensen van het gelijke geslacht willen sluiten. Ook de drie wethouders die pas BABS zijn geworden (Joke Reuwer D66, Cees Koppenol CDA en Wilco Scheurwater ChristenUnie) zijn hiertoe bereid. De burgermeester heeft dit nog nadrukkelijk bij de drie wethouders nagevraagd.
Zo kunnen we stellen dat Papendrecht weigerambtenaar vrij is. Wel opvallend dat de CDA fractie en de CU fractie zich stellig achter de weigerambtenaar opstelden. Hun eigen wethouders zijn in ieder geval geen weigerambtenaar.

dinsdag, 15 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

Reactie op halal & koosjer 2.0 door Diar

In activiteiten, belastingen, beleid, beschaving, bezig, buren, cda, china, cultuur, en meer.

Het westen is financieel verzwakt door de explosieve groeiende Moslims te onderhouden.

Hiervan profiteren China en Moslimlanden zelf; de islam is in het centrum van het debat in het Westen, omdat hier grote moslimpopulaties zich enorm verbreiden en heel snel grote steden bedreigen. Vroeger was dit niet het geval. Al zouden we het willen, we kunnen ons moeilijker aan de culturele invloed van de islam onttrekken. Islamitische wangedrag wordt door de blinde politicus als godsdienst beschouwd. CDA, PVDA, D66 en GL steunen Islamitische verbreiding in Nederland. “….kijk naar je omgeving, er zijn enkele homo’s en bejaarden achtergebleven, moeten we ons met deze mensen integreren?”, zegt Imam A. Karim. Deze imam weet heel goed dat er veel Nederlandse politicus achter hem staan…Blijkbaar zit de vijand niet in de woestijnen, deze jihadisten streven ernaar de Europese samenlevingen zo snel mogelijk te ontwrichten. Ongeveer 80% van de activiteiten is gewijd aan de zeer vijandelijke “kafir” en die staat in alle moskeen centraal. De militante islamitische groepen die zich als gematigd manifesteren, vinden steeds meer steun onder de Moslim migranten. Door deze doctrinaire verbreiding zijn er grote spanningen, het opkomend Islamisering in Nederlandse steden, de explosieve opmars van de krachten achter vijfde colonne van 2 miljoen Moslims wordt zeker het verval van de maatschappij. Grote groepen van Turken, Marokkanen en Somaliërs noemen Nederlanders “kafir” . Een moslim is ten strengste verboden om religieuze interactie met een “kafir” hebben, behalve pogingen tot bekering. Volgens de ideologie van de politieke islam, wordt onderscheid gemaakt tussen een moslim en een niet-moslim: de “kafir” die dit stempel krijgt opgedrukt is een Nederlander. Het concept “kafir” heeft dus betrekking op een niet-moslims. Hoe achterlijker deze massa hoe groter de toewijding en het bijhorend fanatisme. In het westen zie je de islam qua macht toenemen, de achilleshiel zijn de imam’s en corrupte politicus. In het westen worden intolerante imam’s met open armen opgevangen. Barbarij, politiek geweld, wreedheid komen nu naar Nederland. Dat is wat de islam ons brengt en niets anders! Tel eens het aantal hoofddoekjes die sinds 8 jaar bijkwamen. Moslims zijn alleen maar “nog” achterlijker geworden. Hoeveel christenen verlaten de kerk en zijn ex-christenen geworden na de komst van deze massa moslims naar Nederland! Vandaag staan ze ten schande omwille van de agressie tegen de dieren in naam van de slachtfeest! Diep triest wat er deze dagen met al die miljoenen dieren gebeurd! Barbaarse massahysterie onder de naam van “offerfeest” en hun achterlijke miljoenen criminelen dienen zich te schamen voor al dit dierenleed!
Het is verrassend hoe veel van in Nederland wonende Moslims, Nederlanders als hun ware vijand noemen. Tijdens offerfeest wordt in veel moskeen over de “kafir’s” gesproken, verbod op de rituele slachting van dieren wordt als argument gebruikt om nog meer Moslims te organiseren. Imams noemen Nederlanders “kafir”. De politieke islam heerst nu ook in Nederland. De Islam is neerbuigend richting het Westen…Ze stromen massaal binnen en geliktijdig noemen ze de Nederlanders hun vijanden, Moslims discrimineren openlijk.
Na de jihadisten succes in Libië, gaat ayatollah Khamenei verder: “Arabische moslims moeten een internationaal islamitisch machtsblok vormen”, de Iraanse leider noemt het westen vanwege politieke en economische malaise zwakker dan ooit.
Dankzij de westerse schurken zijn de Jihadisten van Libië aan de macht gekomen, Tunesië en Egypte krijgen hun enge islamitische regimes op een gevaarlijkere niveau terug. De kern van hele islamitische dictatuur, Saudische dictatuur wordt beschermd door de westerse elite. Als we het hebben over dictatuur, het ontbreken van een grondwet en van rechten voor de vrouwen en de minderheden, dan is het wel dààr waar opgetreden dient te worden. Ideologische bron van alle Arabische dictaturen, de gevaarlijke Islam heerst overal… De islamieten zitten in een positie als een hefboom door hun geografische ligging. Egypte onder de invloed van de Moslim Broederschap, gesteund door de Turkse moslims kan nu toegang krijgen tot de geavanceerde westerse wapens. Controle van Egypte over het Suez-kanaal zou de controle betekenen over de kortste route van Europa naar de Indische Oceaan en een directe invloed op de 1,8 miljoen vaten olie per dag die door het kanaal worden vervoerd.
Islamitische dictatuur molla Khamenei is enthousiast over de politieke veranderingen in Arabische landen. ‘Het lijdt geen twijfel dat ze in ieder islamitisch land zullen leiden tot wat we in Libie hebben gezien.’ De islamieten controleren olievelden, bewapend via Iran gesmokkelde chemische wapens.

Na Egypte zijn er nog Jemen en Somalië. Islamieten kunnen de controle grijpen over het land en een beroep doen op Turkse erkenning en veiligheidsgaranties. Dan zouden de islamieten ook de toegang tot de Straat van Bab el-Mandab beheersen waardoor 4,8 miljoen vaten per dag aan olieopbrengst worden verscheept, en de toegang tot de Rode Zee. Bovendien zouden zij in staat zijn om de Somalische piraten te ondersteunen en kunnen helpen bij het opzetten van een Somalische staat. wat dit betreft is NAVO beleid totaal antiwesters.
Heilige tocht van zwaar geïndoctrineerde moslims naar Europa blijft een vaste job van de Europese schurken. Naast de Turken en Marokkanen stromen ook brutale Somaliërs, Bulgaarse Moslims binnen. Hierdoor het aantal islamitische “gebedsruimtes” en moskeeën groeit nog steeds. Ook zijn gebedsruimtes binnen Nederlandse Universiteiten afgedwongen, evenals gescheiden loketten, taallessen en inburgeringcursussen etc. Er zijn veel Islamitische scholen bijgekomen. Vanaf het begin hebben de moslims veel volkeren overvallen, gekoloniseerd en waar mogelijk geïslamiseerd en hun productiviteit in de vorm van belastingen uitgebuit.
Islam bewijst constant geen godsdienst te zijn maar een onredelijke, onvrije, enge, strenge ideologie, waaruit ontsnappen levensgevaarlijk is. Als we naar alle moslimlanden kijken zien we, vervolging, discriminatie, eenzame opsluiting, moord, verbanning en noem maar op. Bijna alle Arabische landen zitten continue in oorlog met de buurlanden. Turkije zegt openlijk dat alle buren vijanden zijn.
Een moslimvrouw die de hoofddoek draagt, draagt de vlag van de islam. De helft van de bevolking zit gesluierd thuis, de andere helft is 5 maal daags bezig een ernstige hernia op te lopen. Het is de hoofddoek die de maat aangeeft voor het verschil tussen de islam en het westen. De moslimvrouw zegt openlijk dat de westerse beschaving onaanvaardbaar voor haar is, dat ze een ziekte is, een pest voor de mensheid, en dat alleen de islam de mens waardigheid kan geven. Het gevaarlijkste van de Islam is dat als die ideologie de overhand krijgt, alle vooruitgang stopt. Het is tijd om ons heel erg goed voor te bereiden op het allerergste.

De vrijheid als kern van de Europese verlichting bestaat niet in de islam. Europa heeft in een moeizame strijd afscheid genomen van het idee van de almachtigheid van een religie. De niet-moslim is volgens de islam een onvolmaakt mens, kritiek op moslims is verboden en het verlaten van de islam wordt met de dood bestraft. En deze religie hebben we de kans gegeven zich binnen 30 jaar definitief in Europa te vestigen…De strijd tussen het Westen en de Islam is namelijk al heel oud en laait met tussenpozen telkens weer op. Deze strijd vergt bovendien echte offers en leidt tot veel leed, zeker ook aan Westerse kant.
Wanneer er meer moslims zijn, dan niet moslims transformeert een democratie in een theocratie. Islam is de grootste bedreiging voor vrije landen…Deze bezadigde, oude heren vergeten, dat deze Moslims die ze nog steeds binnenhalen een nucleaire wapens worden, ook onder hun voeten. De eeuwenoude indoctrinatie van mensen in de islam zit in hun DNA. Generatie op generatie is geleerd dat islam hun identiteit is. Hun binding met familie, stam en hun verleden. Dat is nog eens iets anders dan fascisme en communisme. Oude garde die zich elite noemt maakt een fatale denkfout door te denken dat islam uiteindelijk zal wegsmelten.
Europese politici hebben bewust de ogen gesloten. Het is juist de islamitische wereld en met name de Turks Islamitische AKP en Arabische Broederschap die het westen niet alleen als een bedreiging ziet, maar juist als een potentiële vijand, waarin maar één antwoord mogelijk: demografische explosie moslims via de baarmoeder, prediking en oproepen tot invoeren van Turkse Arabische cultuur.
Hoe lang mogen Saoedi-Arabië, Turkije, Pakistan, Iran, Marokko en Somalië openlijk de moslims in Europa aansturen?
Dictatoriale moslimlanden hebben door hun oliedollars decennia lang de politiek georganiseerde islam in Europa met veel geld verzorgd, vooral de Moslimbroederschap en AKP componenten Fetullah, rabita, diyanet en Milli Gorus profiteerden daarvan. De directe inmenging van Turkije en Marokko in de lotgevallen van de moslims echter is voor de toekomst nog veel gevaarlijker.
Nederland heeft het recht zijn eigen cultuur te behouden en dient zich niet gedienstig neer te leggen bij middeleeuwse opvattingen die het westen eeuwen terug al heeft overwonnen. Evolutie is vooruitgang dan zet je de klok geen eeuwen terug door lieden te volgen die een verschrikkelijk “systeem” van onderdrukking/onderwerping aanhangen. Zolang Europa niets doet aan de expansie van de moslims/islam hier, zal heel Europa een kruitvat worden. Europese politici die voor Moslims en tegen eigen land zijn, zijn gewoon knettergek en onwetend.

zaterdag, 29 oktober 2011

Claire Vaessen

Claire Vaessen

Twitter GR

Discriminatie tussen hart en hoofd

In actualiteit, gezondheid, petitie, psychiatrie, betalen, hart, prinsjesdag, rekening, risico, en meer.

Moet je, met een verwijzing door je huisarts, naar een psychiater dan word je €200,- in rekening gebracht. Moet je, met een huisartsverwijzing, naar een cardioloog, dan hoef je niets te betalen. Je falende hart is goedkoper dan je falende hoofd.

Daags na Prinsjesdag laat mijn zorgverzekeraaar zich van zijn beste dienstverlenende kant zien door de wijzigingen in het basispakket voor mij op een rijtje te zetten; verhoging van het eigen risico bijvoorbeeld. Meest in het oog springend in het overzicht is de openlijke discriminatie van psychische ziektes ten opzichte van lichamelijke aandoeningen. Eufemistisch wordt die discriminatie “eigen bijdrage” genoemd. Het komt er doodeenvoudig op neer dat iemand met bijvoorbeeld een depressie dieper in de buidel moeten tasten dan iemand met een gecompliceerde beenbreuk opgelopen bij een ski-ongeval.

Weer zo’n maatregel van het VVD-CDA-PVV-kabinet die een bepaalde groep wegzet en beledigt. Het speelt in op vage en in elk geval onwetenschappelijke onderbuikgevoelens dat ‘iets psychisch’ waarschijnlijk aan jezelf ligt en je met het dreigement € 200,- te moeten betalen je eigen ‘genezing’ wel zoekt. Patiënten die aan een depressie of psychoses lijden en hun omgeving weten wel beter.

Wie dit ook onverteerbaar vindt kan, net als ik heb gedaan, de petitie ondertekenen: € 200 en nog veel meer: GEEN STIJL!

vrijdag, 21 oktober 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Profiel Ewout Klei: ‘Voor gerechtigheid en tegen discriminatie’

In de linker wang, d66, ewout klei, politiek, geschiedenis, gesprek, gewoon, god, groenlinks, en meer.

Vrijgevochten GPV-biograaf Ewout Klei zoekt heil bij D66 

‘Klein maar krachtig – dat maakt ons uniek’. Zo heet het proefschrift waarop Ewout Klei (1981) eerder dit jaar promoveerde aan de Theologische Universiteit Kampen. Het gaat over de geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). Zelf opgegroeid in een GPV-nest is Klei inmiddels actief binnen D66 waar hij de relatie tussen geloof en politiek op de agenda wil zetten.

Het GPV was decennialang de politieke afdeling van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt waarin Klei opgroeide. Maar met het GPV en diens opvolger de ChristenUnie, voelt hij zich niet verbonden. Hij is lid van D66. Iets wat hem, naar eigen zeggen, regelmatig schuine blikken oplevert.
‘Als je christen bent, dan stem je op een christelijke partij, denken veel mensen’, verzucht hij, als ik hem ontmoet op een zonnig terras in Zwolle. ‘Er wordt een enorme morele druk uitgeoefend in kerken en bij mensen onderling dat je op een christelijke partij stemt, ook al past dat niet bij je.’

Kronkel
Een lidmaatschap van D66 levert veel onbegrip op. ‘Sommige mensen vonden zelfs dat ik hierom niet mocht promoveren’, zegt hij. Hij wijst op het conservatieve weblog Eén in Waarheid dat negatief over hem publiceerde. Ook het Reformatorisch Dagblad zou zijn proefschrift negatief beoordeeld hebben omdat hij D66’er is. Het lijkt hem eerder te sterken dan te remmen. Zijn keuze is er één voor rechtvaardigheid en tegen discriminatie. Dat veel orthodox-protestanten zo tegen de partij zijn, bewijst dat zij nog steeds vooral voor zichzelf opkomen, vindt Klei, ‘heb uw naasten lief, zeggen ze, maar blijkbaar geldt dat alleen voor uw eigen naasten.’
Klei groeide op in het Groningse dorp Hoogkerk. ‘Echt een dorpse conservatieve sfeer.’ Hij ging naar een gereformeerd-vrijgemaakte school. ‘Dat hoorde zo. Het was allemaal heel beschermd.’ Als de ouders van Ewout op zijn twaalfde naar Zwolle verhuizen, verandert er niet veel: zijn middelbare school heeft opnieuw een gereformeerd-vrijgemaakte signatuur. Klei gaat twijfelen: ‘het begon met nadenken over de uitverkiezingsleer. Deze leer staat wat mij betreft haaks op het idee dat God liefde is, en kan slechts met een theologische kronkel worden uitgelegd.’ In het verlengde daarvan ging hij nadenken over waarom twee mannen of vrouwen die van elkaar houden niet zouden mogen trouwen, en waarom iemand die crepeert van de pijn niet over zijn eigen leven mag beslissen.

Liefdevolle wereld
In zijn studententijd begint hij zich politiek te oriënteren. Dit was eerst richting VVD, de partij waarop hij stemde toen hij dat voor het eerst mocht. ‘De VVD was toen dé liberale partij, en dat sprak me aan’. Een blauwe maandag was hij lid van de ChristenUnie-jongeren, ‘dat kwam door mijn sociale omgeving’. Uiteindelijk vond hij zijn heil bij D66. ‘Een echte liberale partij die staat voor alle vrijheid en rechtvaardigheid’.
Op de vraag of hij zichzelf nog als christelijk ziet, antwoordt Klei niet-wetend. ‘Ik weet niet precies of God bestaat. In dat opzicht zit ik tussen christen en agnost in.’ Inspiratie uit het geloof, dat haalt hij wel: vooral naastenliefde en rechtvaardigheid spreken hem aan. ‘Ik vind die punten echt de basis, een rechtvaardige en liefdevolle wereld. Ik ben hierin een beetje GroenLinks-achtig, eigenlijk’. Naar de kerk gaat Klei echter niet meer. ‘Het spreekt me gewoon niet meer aan.’

Paarse Wang
Klei blijft zijn religieuze achtergrond wel benadrukken. Klei is lid van De Linker Wang en een onlangs maakte hij via Twitter bekend dat hij binnen D66 een soortgelijke organisatie wil opzetten die Klei grinnikend ‘De Paarse Wang’ noemt. Het platform bestaat vooral om D66 van wat ‘intellectuele bezinning’ te voorzien en het openbaar debat aan te zwengelen. Hij benadrukt dat het platform uitgesproken seculier is, en dat het nietbedoelt is om D66 een religieus tintje te geven. ‘D66 is misschien wel de meest seculiere partij van Nederland, en daar zijn we trots op’.

Toekomst
Klei juicht toenadering tussen D66 en GroenLinks toe ‘Ik denk dat de partijen veel gemeen hebben. Ik denk dat veel D66’ers zich verbonden kunnen voelen met mensen als Ruard Ganzevoort en Dick Pels’. Of zo’n samenwerking op den duur zou kunnen leiden tot een fusie, zoals sommigen beweren, durft hij niet te zeggen. ‘Er zijn heel veel verschillen in partijcultuur’.
Als het gesprek op zijn einde loopt, benadrukt hij dat hij van veel dingen nog niet weet hoe ze zullen lopen. ‘Wat de toekomst brenge moge…’, zegt  hij, memorerend aan het bekende christelijke lied, terwijl ik afscheid van hem neem.

Dit stuk verscheen in De Linker Wang (oktober 2011).


vrijdag, 23 september 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Vrijheid van onderwijs?

In samenleving, arnhem, beleid, bestuur, de, discriminatie, gemeente, gesprek, mond, en meer.

eric leltz

Vandaag stond in "de Gelderlander" dat basisschool De Zuiderpoort een aantal leerlingen na de verplichte verhuizing in verband met een verbouwing niet meer terug wil laten komen. Het bestuur heeft besloten dat de school na de verbouwing wil beginnen met een percentage van maximaal één allochtone leerling op vier autochtone. Ouders zijn verbouwereerd: "het voelt als een klap in het gezicht" en het woord 'racisme' werd al door een van de ouders in de mond genomen. Een school hoort een afspiegeling te zijn van de wijk. En de wijk hoort gemêleerd te zijn. Voor dat laatste draagt de gemeente mede zorg. Een school kan niet eenzijdig gaan bepalen wie er wel en niet op school worden toegelaten zolang de leerlingen en ouders zich houden aan de geldende regels. En in het geval van de Zuiderpoort gaat het dus ook nog om leerlingen die al op de Zuiderpoort zitten.

We zullen aan de wethouder vragen wat er nu precies waar is aan het bericht. Als dit het beleid van de school blijkt te zijn, dient het schoolbestuur hier direct op te worden aangesproken. En als de school desondanks leerlingen gaat weigeren? Dan is het tijd voor een pittig gesprek tussen gemeentebestuur en schoolbestuur. En aan de ouders het advies om een klacht in te dienen bij het anti discriminatie bureau in Arnhem.



maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


zaterdag, 13 augustus 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Woede op Zuid? Hier heb je het!

In kunst, maatschappij, nieuws, politiek, armoede, crisis, rotterdam, verkiezingen, 1%, en meer.

Verwacht geen samenhangend stuk tekst. Ik ben net wakker. Ik lag zoals ik meestal doe als ik wakker word opgerold in bed Twitter bij te lezen. Maar zojuist ben ik boos opgestoven en naar de kamer gelopen, vuurspuwend en vloekend. Aanleiding? Het m.i. nogal stupide stuk van iemand waarvan ik werkelijk niet geloofd zou hebben dat ze op Zuid woont of gewoond heeft als ze het er niet bij verteld had.

Spuugzat ben ik de negatieve berichtgeving over Zuid, en ik heb er al eerder over geschreven over mijn eigen wijk. Pendrecht in beeld bij Secret Millionaire Nederland, daar kon ik nog wel om lachen – zeker om de beelden met een plein vol politie terwijl ik hier nog nooit een agent heb gezien. Toen weer een of ander toneelstuk in een halfgesloopte flat, waar ze speciaal Pendrecht voor uit hadden gezocht omdat het over een slechte wijk moest gaan. Steeds weer wordt het stempeltje slechte buurt op allerlei wijken in Zuid gedrukt.

Is er niets mis dan? Ja, natuurlijk wel. Pendrecht is een suf dorp – er is geen levendige horeca, er zit maar een restaurant en verder kun je er alleen snacks van mishandelde kippen halen, we hebben een versteend plein met winkels die het er moeilijk hebben, en nog een paar rijtjes slechte woningen. Maar dat is niet het beeld wat opgeroepen wordt als het gaat over slechte buurten op Zuid: criminaliteit, allochtonen, armoede, daar gaat het over in het nieuws.

Brenda Stoter Boscolo kan het op Joop.nl ook niet laten er nog wat bovenop te gooien; volgens haar is het hier op Zuid zo waanzinnig slecht dat zelfs rellen als in Londen hier zouden kunnen ontstaan. Redenen daarvoor noemt zij de bezuinigingen en de stijgende werkeloosheid. Ten opzichte van een jaar geleden is de werkloosheid in Rotterdam 1% gestegen, maar de laatste cijfers van het UWV van 1 mei geven aan de de werkloosheid ten opzichte van de maand daarvoor gedaald is. Ja, het is crisis, maar de werkloosheid in Nederland ligt nog altijd ver onder het gemiddelde in de Eurozone.

Volgens Brenda zou de woede in Rotterdam onder jongeren ontstaan omdat zij geen werk hebben, geen opleiding en geen toekomstperspectief. Ze noemt voorbeelden van allochtone jongeren die zo gediscrimineerd worden dat ze blij mogen zijn als ze een baantje in de supermarkt vinden. Daarmee legt ze ergens een oorzaak neer – afkomst – zonder hier bewijs voor te hebben en bovendien suggereert ze hiermee dat een bijbaantje in een supermarkt minderwaardig is. Veel jongeren, allochtoon of autochtoon, werken ook gewoon in een supermarkt omdat dit een van de weinige plekken is waar je kunt werken als je vijf dagen op school zit. Kantoren zijn meestal niet open ‘s avonds, logisch dus dat je al snel bij winkelwerk uitkomt als bijbaantje. En dat jongeren daar dan moeten werken om zelf dingen te betalen komt echt niet alleen maar voor bij allochtonen. Ook sommige autochtonen wonen niet in villa’s namelijk.

Ik heb zelf naast mijn studie ook in een supermarkt gewerkt en ook mijn eigen verzekering betaald. Dat maakt je niet arm en zielig en vatbaar voor een relschoppersmentaliteit als het goed is, maar zelfstandig en handig met geld. Uit haar artikel spreekt echter een mentaliteit dat iedereen geld van pappie en mammie moet kunnen krijgen en zielig is als dat niet kan, in plaats van waardering voor mensen die ondanks het feit dat ze niet in een villawijk geboren zijn hard werken om iets van hun leven te maken. Je zou juist trots moeten zijn op die jongeren, waar ze ook vandaan komen, en niet moeten proberen om slachtoffers van ze te maken.

Toen ik zelf langer in een supermarkt werkte, werd ik assistent afdelingsmanager. Toen ik als jonge, blanke hoogopgeleide geen werk kon vinden – want daar hoef je dus echt niet zwart voor te zijn of slecht opgeleid – heb ik er zelfs fulltime als afdelingsmanager gewerkt. En dan zie je allerlei jongeren: blank, zwart, of ergens er tussenin. Soms werken ze goed, soms slecht, soms ergens er tussenin. En wat ik daar heb gezien doet me toch vermoeden dat het meer met opvoeding dan met ethnische afkomst of geld te maken heeft of je goed terecht komt. Ik heb allochtone en autochtone jongeren uit minder welgestelde gezinnen keihard zien werken, zonder ook maar een spoortje van woede richting de samenleving. En ook jongeren, al dan niet allochtoon, al dan niet arm, die de kantjes eraf liepen en als ze ontslagen werden de oorzaak buiten zichzelf zochten. Het is toch een beetje makkelijk om steeds maar weer de oorzaak bij huidskleur en de inhoud van de portemonnee te leggen. Zorgt een lege portemonnee voor slecht gedrag? Of zou het eigenlijk niet andersom zijn?

Het is ook niet duidelijk over wie BSB het nu eigenlijk heeft in haar artikel en dat maakt het lastig om er echt zinnig op te reageren; de probleemgroep die ze noemt wisselt steeds van samenstelling. Ze heeft het over die arme Mohammed op Zuid. Maar die is wel afgestudeerd. Terwijl ze het eerst heeft over jongeren die boos worden en gaan rellen omdat ze geen opleiding hebben. En over jongeren in supermarkten, maar die kunnen ook blank zijn, zegt ze. Dus nou ja, iets met jongeren en de suggestie van ethnische problemen of zo.

Laat het duidelijk zijn, je zal me niet horen ontkennen dat je het moeilijker hebt met werk zoeken als je een Arabische achternaam hebt dan wanneer je Janssen heet. Ook ik heb collega’s gehad die geen allochtonen aannamen of mensen op andere afdelingen horen klagen dat ze zich daar gediscrimineerd voelden, waar ik me echt wel iets bij voor kon stellen. Maar het is wel een beetje makkelijk scoren om alles wat fout gaat maar bij discriminatie neer te leggen.

Het is ook niet eerlijk naar allochtonen toe. Want eigenlijk zeg je daarmee tegen ze dat wat ze ook doen, hoe hard ze ook werken, niet uitmaakt; ze zullen nooit Nederlands worden en daarmee dus altijd kansarm blijven. Terwijl het ook voor allochtonen zo is dat je met een opleiding verder komt dan zonder opleiding, en dat je met televisies uit winkels stelen geen diploma verdient. Terwijl allochtonen misschien wel gediscrimineerd worden, maar vrouwen ook, of homo’s, of gehandicapten. Om een of andere reden lijken we het op een bepaald niveau ‘begrijpelijk’ te vinden dat allochtone jongeren boos zijn en zouden willen rellen, maar achten we het niet waarschijnlijk dat homo’s, kunstenaars en mensen die hun PGB verliezen ruiten gaan ingooien. Eigenlijk zegt dat ook al iets over hoe ‘we’ denken over allochtonen en jongeren. Het zogenaamd goedbedoelde medelijden met die groepen is misschien wel het allerergste wat je ze kunt tonen.

In een artikel als waarheid stellen dat agenten je voor allerlei onzin aanhouden, maar niet helpen als je ze nodig hebt, vind ik het beneden peil van een journalist. Vervolgens stellen dat jongeren en autochtonen daardoor de samenleving niet begrijpen al helemaal. Dat ze daardoor niet om kunnen gaan met woede en rare dingen gaan doen is nog erger. Gooi alle groepen op een hoop. Geef ze een onjuist excuus. Negeer vooral alle andere groepen met dezelfde problemen.

BSB praat over allerlei groepen jongeren in het algemeen, en begint dan een relaas over arme zielepieten die geen geld hebben voor dure sportscholen en wekelijkse bioscoopbezoeken. Als je een beeld op wilt roepen van mensen die de steun van de overheid nodig hebben, is dit niet bepaald de manier om het te doen. Het zorgt er alleen maar voor dat ik me afvraag in wat voor vreemde wereld zij leeft dat geen geld voor een dure fitness en wekelijks naar Pathe blijkbaar de eerste voorbeelden zijn die haar te binnen schieten om duidelijk te maken dat gesubsidieerde culturele instellingen nodig zijn. Het zorgt er niet bepaald voor dat ik meteen denk: ja! revolutie! alle jongeren hebben recht op een filmabonnement!

Ze maakt een vergelijking tussen een wijk in London en Rotterdam Zuid. Ik ken die wijk in Londen niet, dus kan niet zeggen of de vergelijking logisch is. Maar ze roept een beeld op van een Rotterdam Zuid waarin arm en rijk gesegregeerd leven: ze plaatst ze in haar artikel letterlijk tegenover elkaar, de duurdere woningen op de Kop van Zuid en de armeren in de Peperklip. Het is een suggestief voorbeeld, wat voor de rest van Rotterdam Zuid wat mij betreft niet opgaat. Voor mijn eigen buurt kan ik niet eens bedenken waar hier de ‘rijken’ wonen of de ‘armen’. Er wonen hier gewoon mensen, en allerlei soorten door elkaar. In mijn straat wonen mensen die huren en mensen die gekocht hebben door elkaar, zelfs in hetzelfde flat. Mensen die chronisch ziek zijn, mensen die werken, mensen die klaar zijn met werken; mensen met kinderen en mensen die daar al uit zijn of er nooit aan zijn begonnen;allochtoon en autochtoon; er zitten woningen tussen voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen; en mensen die hier een huis hebben gekocht omdat het voordelig is en ze niet zo’n behoefte hebben aan een groot huis met hoge maandlasten, ook al kunnen ze dat betalen. Ook waar ik eerder woonde, in Vreewijk, heb ik nooit het gevoel gehad in een gesegregeerde samenleving te wonen (behalve dan toen de vrijwel geheel blanke Nieuwe Dalenwijk in het nieuws kwam omdat Janmaat goed scoorde bij de verkiezingen en ik me afvroeg hoe dat was voor mijn overbuurvrouw, de enige zwarte vrouw in de straat volgens mij). Daarnaast zegt fysieke locatie niet per se iets: in de VINEX-wijk Carnisselande, waar ik helaas zo’n zes jaar heb gewoond, staan dure woningen vlakbij sociale huurwoningen, maar ik heb nooit de illusie gehad dat de miljonairs daar gezellig op de thee gingen bij hun minder rijke overburen.

Uiteindelijk sluit BSB af met het verhaal dat ze hoopt dat het smsje dat een vriendin kreeg, met een oproep tot rellen, van een rare eenling was. Dat ze hoopt dat het er niet van komt. Dat het eng is dat er mensen zijn die eraan denken. “En dat tegen de achtergrond van een tijd waarin de media steeds gretiger roept dat het hier ook kan gebeuren.” Het getuigt wel van lef om dat te zeggen als je artikel geplaatst wordt onder de kop “Rotterdam ruikt naar rellen” en je net duizend woorden hebt gewijd aan een beeld van een angstaanjagende Rotterdamse ghetto waar rellen net zo waarschijnlijk zijn als in Londen.

Journalisten zonder zelfreflectie die suggestieve, ongefundeerde pulp uitbraken en dan doen alsof het aan een ander ligt. Gelukkig hoeven we daar tegenwoordig in ieder geval geen bomen meer voor om te hakken, dat scheelt in ieder geval een paar slachtoffers. En nu ga ik ontbijten, en hopen op een mooie revolutie, beginnend met een protest van bejaarde lesbische kunstenaars die hun PGB kwijt dreigen te raken. Die gun ik wel een plasmascherm, of een filmabonnement.


zondag, 10 juli 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

Vrouwensport zwaar ondergewaardeerd

In emancipatie, maatschappij, politiek, sport-wellness, atletiek, marathon, media, sport, voetbal, en meer.

Wie van een lekker potje voetbal kijken houdt, kan zijn hart ophalen. Op dit moment vindt namelijk het wereldkampioenschap voetbal plaats. U leest het goed; het WK Voetbal. Wat…? U wist van niets? Kan ik me voorstellen. Ik heb het namelijk over Damesvoetbal en dat krijgt in Nederland amper aandacht.

Gisteravond speelden de vier teams die het hoogste staan genoteerd op de FIFA-wereldranglijst voor vrouwen, de kwartfinales. Spannend en vooral sportief voetbal waarin gestreden wordt tot de laatste seconde voor de winst. De wedstrijden daarvóór waren niet minder spannend en van hoog niveau. Je zou verwachten dat er dus iets over dit toernooi geschreven wordt in de kranten maar helaas dat is niet het geval. In de regionale krant van mijn woonplaats staat in ieder geval helemaal niets, nada, nul komma nul vermeld.

Dit is niet de eerste keer dat ik ageer tegen de discriminatie van vrouwensport in ons land. Ik ben ook al meermaals de discussie aangegaan met diverse sportredacteuren die bij een hardloopwedstrijd bijvoorbeeld, wel verslag in woord en beeld doen van de mannen maar niet van de deelnemende vrouwen. Of als er iets over vrouwen wordt verteld in de krant bijvoorbeeld dan is het altijd in een kleiner artikel, ergens op pagina 23, meestal zonder foto.

Wat is dat toch in ons land? Waarom loopt een buurland zoals Duitsland massal uit voor Damesvoetbal (de kwartfinale WK Zweden-Australië was bijna uitverkocht) en er keken naar schatting vijftien miljoen kijkers naar de live-uitzending! Ook dat leest u goed; live-uitzending. In Nederland is dit ondenkbaar. Met uitzondering voor de schaatsende damesprofs, komen de vrouwen in sportief Nederland er behoorlijk bekaaid af. Er moet al Olympisch goud of zilver zijn behaald wil je enigzins in beeld komen.

Nog even terug naar het voetbal. In Nederland ging in 2007 de eredivisie voor Damesvoetbal van start, inmiddels kennen we het resutaat. Nu de belangrijkste topclubs niet meer bereid zijn in de vrouwentak te investeren is er van een eredivisie-ambitie haast niets meer over. ‘Er komt te weinig geld voor binnen’, luidt de bekende verklaring. Een hele vreemde situatie als je bedenkt dat één op de twaalf voetballers ter wereld een vrouw is. Daarom hoop ik dat de beleidsmakers in ons land gaan inzien dat het afgelopen moet zijn met het discrimineren van de helft van de bevolking en eisen gaan stellen aan het verlenen van subsidies wat betreft de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sport. Ook de vrouwen zelf moeten zich luider laten horen. Schrijf een boze brief naar de krant als voor de zoveelste keer op maandagochtend een uitgebreid verslag te lezen valt (met foto’s!) van één of andere lokale herenvoetbalclub uit de derde klasse maar er helemaal niets te zien is van de topsportsters die op dit moment een spannend WK-toernooi spelen in Duitlsand.

We zullen ons voorlopig moeten behelpen met de omringende landen. Zondag 17 juli ben ik erbij; de finalewedstrijd in Frankfurt. Er getuige van zijn welke club de beste van de wereld wordt. Gelukkig toont Duitsland zich een sportvrouwvriendelijke natie. De sport-emancipatie in Nederland laat nog lang op zich wachten…

 


Aantal berichten op deze pagina: 27. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 7578 uur (315,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2