vrijdag, 4 mei 2012

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Bunder- en Geullerbos

In natuur, wandelen, planten, bomen, daslook, de, diversiteit, foto, boom, en meer.

Om aan de drukte te ontkomen in Eindhoven tijdens Koninginnedag ben ik ‘s morgensvroeg naar mijn favoriete bos gegaan, het Bunder- en Geullerbos in de buurt van Bunde.

De laatste keer was op 16 maart, oftewel alweer anderhalve maand geleden. Het Bunder- en Geullerbos is elke maand weer anders. Dit keer stond het vol bloeiend Daslook! En er was nog maar sporadisch een bloeiende Bosanemoon te vinden. Waar het 16 maart het hele bos nog vol mee stond, zijn ze nu al allemaal uitgebloeid.

Om de planten die ik onderweg tegen zou komen zo goed mogelijk vast te kunnen leggen heb ik alleen gebruik gemaakt van mijn macrolens.

Ondanks dat het een vrije dag was, was het weer erg rustig in het bos en dus veel kans om allerlei dieren te zien.

De bossen ruiken helemaal naar ui van het Daslook, een vreemde gewaarwording, aangezien de bossen in Nederland meestal alleen maar bestaan uit bomen en wat struiken. Maar niet uit planten en zeker niet zoveel Daslook bij elkaar!

_MG_6140

Het zijn te veel foto’s om hier te plaatsen, daarom heb ik een lijstje gemaakt met de planten, paddenstoelen en dieren/insecten en een linkje naar de foto’s:

Bleeksporig bosviooltje (Viola riviniana) (1 2 3 4 5 6 7)
Bosanemoon (Anemone nemorosa) (1)
Bosereprijs (Veronica montana) (1)
Boszegge (Carex sylvatica) (1)
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica) (1)
Daslook (Allium ursinum) (1 2 3 4 5 6)
Eenbes (Paris quadrifolia) (1)
Eenbloemig parelgras (Melica uniflora) (1)
Ereprijs (Veronica spec.) (1)
Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) (1)
Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon) (1)
Gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis) (1)
Gevlekte aronskelk (Arum maculatum) (1 2 3)
Gewone brem (Cytisus scoparius) (1)
Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum) (1)
Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) (1)
Grote muur (Stellaria holostea) (1 2)
Hangende zegge (Carex pendula) (1)
Heelkruid (Sanicula europaea) (1 2 3)
Hemelsleutel (Sedum telephium) (1 2)
Kleefkruid (Galium aparine) (1 2)
Klein hoefblad (Tussilago farfara) (1 2 3)
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans) (1)
Kruipende boterbloem (Ranunculus repens) (1)
Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis) (1 2)
Look-zonder-look (Alliaria petiolata) (1 2)
Luzerne (Medicago sativa) (1)
Moerasstreepzaad (Crepis paludosa) (1 2 3)
Overblijvende ossentong (Pentaglottis sempervirens) (1 2)
Paardebloem (Taraxacum officinale) (1 2)
Pinksterbloem (Cardamine pratensis) (1)
Reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia) (1 2 3)
Robertskruid (Geranium robertianum) (1)
Ruige veldbies (Luzula pilosa) (1 2)
Schaduwkruiskruid (Senecio nemorensis) (1 2)
Slanke sleutelbloem (Primula elatior) (1 2)
Smalle weegbree (Plantago lanceolata) (1 2)
Vergeet-mij-nietje (Myosotis spec.) (1 2 3)
Vogelmuur (Stellaria media) (1)
Waterkers (Rorippa spec.) (1)
Wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta) (1 2 3)
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) (1)
Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) (1 2)

Bont zandoogje (Pararge aegeria) (1)
Boomwrat (Lycogala spec.) (1)
Dagpauwoog (Aglais io) (1)
Eekhoorn (Sciurus vulgaris) (1 2)
Grote bonte specht (Dendrocopos major) (1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17)
Kapjesmorielje (Morchella gigas) (1 2 3 4 5 6)
Wijngaardslak (Helix pomatia) (1 2)
Zadelzwam (Polyporus squamosus) (1 2 3 4 5)
Zwartkop (Sylvia atricapilla) (1 2 3)

Zoals je kunt zien is het een hele lijst geworden, waarbij ik nog veel planten niet (her)ken en dus waarschijnlijk ook niet opgemerkt heb.

Het leukste van de wandeling was het bos bij de Snijdersberg waar Grote bonte spechten zaten. Terwijl ik tussen de bomen door liep hoorde ik een luid geklop tegen de bomen aan. Na een tijdje wachten zag ik de spechten tussen de bomen vliegen en telkens naar één boom gaan. Het was dan ook makkelijk om ze op de foto te krijgen. Wandelaars die voorbij kwamen lopen vroegen allemaal wat er te zien was, want waarom staat iemand met een fotocamera de hele tijd naar de hemel te staren.

Jammer genoeg lukte het niet om een filmpje te maken, maar op een foto kun je goed zien dat het spreekwoord ‘Waar gewerkt wordt, vallen spaanders’ in dit geval letterlijk opgevat moet worden.

_MG_6078 _MG_6106_MG_6108

Na enkele kilometers wandelen hoorde ik wederom een specht roepen. Dit maal niet hoog in de boom, maar hij zat gewoon op de grond.

_MG_6137 _MG_6137-2

Soms wil je een plant op de foto zetten en ondertussen krijg je er iets heel anders, misschien wel mooiers voor terug:

_MG_6152-2_MG_6153

Niet alleen in het najaar kun je paddenstoelen vinden, ook in het voorjaar, zoals een Zadelzwam en een Kapjesmorielje:

_MG_6026_MG_6027
_MG_6122_MG_6129

En als laatste zag ik nog net een eekhoorn over een boomstam rennen:

_MG_6141_MG_6141-2

Het Bunder- en Geullerbos blijft elke keer weer spannend, want je ontdekt elke keer weer iets anders! Ook de enorme diversiteit aan plantensoorten maakt het een genot om te wandelen en thuis na te genieten van het opzoeken van de plantennamen.

Alle foto’s kun je vinden op: http://mennoslaats.nl/gallery3/index.php/Natuur/Bunder--en-Geullerbos-Bunde/30-april-2012

zondag, 22 april 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

De kou en NLL.

In uncategorized, april, bloemen, bomen, buitenhof, buren, dames, de, diversiteit, en meer.
Het was een warme maartmaand. De tulpen en de narcissen kleurden de tuinen en plantsoenen. Langs de Harlingerstraatweg in Leeuwarden stonden zoals in elk voorjaar 'ontplofte' bomen; tengere, donkerbruine stammen met dunne takken die moeiteloos wolken van roze bloesem de lucht in gooien. In de tuinen staan de oude Magnolia's, koninklijk getooid met haar kroon van witte bloemen verleiden ze menig
passerend automobilist alsof ze de Sirenen zijn.

De belofte van de lente hing in de lucht.

Maar zoals vaker hakte april er flink in.
Het voorjaar bevroor; de nacht-vorst was terug en de groei van de dikke knoppen aan allerlei bomen stokte. De tulpen stonden te bibberen in mijn tuin en de fruittelers zien met lede ogen hun verwachtte oogst vroegtijdig gekoeld.
Verkoudheden doen kwistig de ronde en ik wissel met allerlei mensen uit dat we het te koud vinden. Graag meer zon, graag meer warmte, graag.....en toen viel het kabinet.
Net als het voorjaar geknakt in hun aanloop naar mee bloei.
Volgens de ene partij had de andere partij ons, 16 miljoen Nederlanders, in de kou laten staan! Maar ik vond het al véél te koud, dus.....

Tijd voor een nieuwe lente!
Opnieuw, overnieuw, vernieuwd, hoe dan ook maak er een Nederlandse Lente van, #NLL! Onze Arabische zusters en broeders gingen ons voor. Natuurlijk is het daar nog geen zomer. Net zo min als de zaken die de Occupy-bewegingen overal ter wereld aan de orde gesteld hebben, al veranderd zijn. Maar er zijn pleinen bezet, Leaks aan het licht gekomen en structuren veranderd; die bewegingen zijn gemaakt en kunnen niet meer teruggedraaid worden.
Ook al is Nederland een westers land met de daarbij behorende ontwikkelde fysieke en sociale infrastructuur, er zijn veel onderwerpen die vragen, roepen, smeken om andere aanpak, anders denken, anders doen.

Is het nog nodig om ze te noemen? Een eerste greep dan:
*   Onderwijs, jongeren, ouderen, gezondheidszorg:
  • er staan zoveel mensen te trappelen om met logische, liefdevolle en veel minder geldverslindende oplossingen te experimenteren, zonder de uitstotende werking van de regeringsmaatregelen;
    *   Aandacht voor de grote groep zzp'ers en jonge of nieuwe ondernemers die anders denken, innovatie in hun genen hebben, kleinschaligheid kunnen bevorderen en echt andere mogelijkheden zien dan meer-van-het-zelfde maar nog veel te weinig herkend worden, erkenning krijgen, met name door de 'grote jongens' en de overheden.
    *   Over de thema's als vergroening van de economie, duurzaamheid, vervoersstromen, de (kantoor)bouw versus de leegstand, de voedselproductie is op kleine schaal voortgang geboekt. Maar in de grotere context moet veel meer gebeuren, dan alleen koketteren met een containerbegrip.
    *   En dat alles met alles samenhangt, dat we een ge-heel zijn en daar naar moeten handelen..................................
    *   en dan heb ik het nog niet over de ondervertegenwoordiging van vrouwen op alle functies in de wereld; zo zie ik nu de zoveelste tafel bij Buitenhof-tv die volledig door mannen wordt bevolkt. Dat fenomeen kan je op allerlei manieren duiden, maar ik zie als belangrijkste reden van het gebrek aan diversiteit onder de huidige leiders, de nog immer masculine, hiërarchische, fragmentariserende organisatiemodellen die overal in onze samenlevingen de praktijk uitmaken.

Kortom, een Nieuwe Nederlandse Lente graag!

Heren en Dames, u, ik, wij allemaal, laten we de straat op gaan om koffie te drinken met de buren, te mûskopjen met de dorpsbelangen of wijkcomité's, kort maar indringend te overleggen met je politieke partij of maatschappelijke organisatie, in conclaaf met de managementsteam of OR van je werk. Oefen, maak voorbeelden, vind rolmodellen, zoek andere richtingen.
Contact graag, laten we elkaar ont-moeten en uitwisselen, zodat het voorjaar warmte en bloei kan ontwikkelen en een opstap kan zijn naar die mooie zomer van 2012.
Want, Yesss, We Can!!


Ineke M. Verdoner

Over Sirenen
Column Stine Jensen in Buitenhof
Jordi Sovall: hoe samenwerken ook kan







 

donderdag, 5 april 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, basisonderwijs, beleid, burgerschap, christelijk, de, de wereld, discussie, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, kant, kort, kritisch, minister, nadenken, beleid, burgerschap, en meer.

‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.’ Die woorden uit de Grondwet zijn de afgelopen tijd meer dan waar geworden: het onderwijs leidt bij de regering tot ernstig hoofdkrabben. En dan vooral waar het gaat over de kwaliteit van het onderwijs. De ‘deugdelijkheid’, zoals de Grondwet zegt. Hoe staat het daarmee op de Hogescholen die onwaardige diploma’s afgeven, universiteiten met genadezesjes, teruglopende slagingspercentages in het middelbaar onderwijs, en tekortschietende opbrengsten in het primair onderwijs?

De minister van onderwijs hanteert als motto ‘de basis op orde, de lat omhoog’. Een hogere kwaliteit van het onderwijs is noodzakelijk en dat moet met heldere resultaten kunnen worden aangetoond. Het basisonderwijs krijgt een landelijke eindtoets. De kernvakken taal en rekenen staan centraal. En in bijvoorbeeld het hoger onderwijs betekent het dat studenten zoveel mogelijk het voorgeprogrammeerde pakket moeten volgen en binnen de vastgestelde termijn moeten zijn afgestudeerd.

Maar wat is eigenlijk kwaliteit? Marketingmensen zeggen dan zoiets als ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’. Voor het onderwijs zou het dan gaan om de verwachtingen die leven bij ouders, leerlingen en samenleving. Met name bij het beroepsonderwijs speelt deze gedachte vaak een rol: bedrijven en instellingen willen dat het onderwijs maximaal aansluit bij hun behoeften.

Het woord ‘kwaliteit’ heeft echter ook een andere, veel oudere betekenis: de wezenlijke eigenschappen van een zaak of persoon. Afhankelijk van hoe sterk die eigenschappen aanwezig zijn, is er dan een hoge of lage kwaliteit. Zo onderscheiden ‘kwaliteitskranten’ zich door hun kerneigenschap van journalistieke onafhankelijkheid en diepgravende analyses. En bij een kwaliteitsrestaurant is het culinaire niveau hoger dan bij een snackbar, terwijl ze beide ‘voldoen aan de verwachtingen van de klant’.

Onderwijskwaliteit zou veel meer moeten uitgaan van deze betekenis van kwaliteit. Niet per se de verwachtingen van de klant, maar vooral recht doen aan de wezenlijke eigenschappen van het onderwijs. Maar precies op dat punt schiet het huidige beleid te kort omdat er eigenlijk geen visie is op die wezenlijke eigenschappen. Natuurlijk zijn taal en rekenen een onmisbare basis, maar waar doen we het eigenlijk voor? Daar horen we de minister eigenlijk niet over.

Misschien kan ik haar een handje helpen. De wezenlijke eigenschap van onderwijs is volgens mij dat het een leerruimte schept waarbinnen mensen (en vooral jongeren) zich zo ontwikkelen dat ze zelfstandig en authentiek in de samenleving kunnen participeren. Dus geen leerfabriek met gestandaardiseerde processen waarin productie wordt gemaakt, maar ruimte voor groei en vorming. Onderwijskwaliteit begint met de pedagogische opdracht om aan te sluiten bij de eigenheid van de leerling (kind of volwassene) en vormen aan te bieden die uitdagen tot ontwikkeling. In die ontwikkeling gaat het om een stimuleren van authenticiteit en vrijheid en dus van kritisch en creatief nadenken. Talentontwikkeling hoort daarbij: leerlingen moeten zich ook in hun unieke talenten kunnen ontwikkelen, ook als die op een ander vlak liggen dan de verwachtingen van de samenleving, het bedrijfsleven of de ouders.

Voor het zelfstandig participeren in de samenleving is het natuurlijk ook nodig dat mensen vaardigheden ontwikkelen. Dat is de ambachtelijke kant van het onderwijs. Of het nu gaat om timmerlieden, verzorgenden of wetenschappers, in elk beroep vinden we vaardigheden, inzichten en beroepshoudingen die duidelijk maken wat een goede beroepsbeoefenaar onderscheidt van een slechte. Het is een taak van het onderwijs om leerlingen in die ambachtelijkheid te vormen. Dat begint met basisvaardigheden als taal en rekenen, maar het gaat natuurlijk om veel meer.

En voor het zelfstandig participeren is ten slotte nodig dat mensen leren om te gaan met de huidige samenleving. Die is ingewikkeld en veelkleurig en daarom moet het onderwijs ertoe bijdragen dat mensen daarin kunnen leven. Dat betekent aandacht voor burgerschap en diversiteit en vorming die erop gericht is dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar, de wereld.

Als dat de wezenlijke eigenschappen zijn van onderwijs, dan moet de discussie over onderwijskwaliteit dus ook veel breder en dieper worden gevoerd. Want onderwijsbeleid is uiteindelijk geen technische kwestie, maar gaat over visie.

Column in Christelijk Weekblad 24.03.2012


maandag, 26 maart 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Daar ging weer een politiek actief ontspannen weekend ;-)

In de, diversiteit, emancipatie, foto's, gemeente, groenlinks, homo, hoogeveen, klimaat, en meer.
Daar ging weer een politiek actief ontspannen weekend.

Recentelijk ontving ik van het Homo Emancipatie Netwerk PvdA een uitnodiging om bij hen ledendag aanwezig te zijn, bloed ging natuurlijk stromen waar het niet stromen kon en sloeg deze uitnodiging ook niet af (http://www.homo-emancipatie.pvda.nl/nieuws/nieuws/2012/Ledendag+2012.html).

Deels vanuit mezelf en GroenLinks hou ik mezelf veel bezig met het thema seksualiteit en diversiteit, wat wordt er door de grote ‘boze’ buitenwereld geaccepteerd en wat niet?

In hoe verre bestaat er een tolerantie grens naar anders geaarde mensen, is het standje mij alles best zolang het mijn ‘kind’ maar niet is of zijn ‘we’ een slagje minder tolerant en hebben Homo’s, Lesbo’s, Biseksuelen en Transgenders een tabletje nodig van de dokter?

Hoe combineer je geaardheid en religie en is de Homo haat onder religieuze mensen groter, wat zijn de verschillen tussen de grote steden en kleinere plaatsjes?

Omgekeerd zou je ook de vraag kunnen stellen of het moeilijk is om uit de kast te komen en wat daarbij de grootste drempel is, waarom wordt in 1 gemeente het ene Homo stel wel weg gepest en het andere Homo stel helemaal niet?

De antwoorden hierop weet ik niet, maar vind het wel heel interessant om er over na te denken en ook met andere mensen hierover van gedachte te wisselen.

Afgelopen Zaterdag heb ik ervaren als interessante bijeenkomst en had tevens veel leuke mensen leren kennen, ter afsluiting hadden we nog ergens wat gedronken en elders gegeten wat zeker ook heel gezellig was.

Omgeving 22:50 zat ik weer in de trein richting Hoogeveen, bij thuis komst nog even heel snel mijn mail gecontroleerd en toen ook maar meteen mijn nest ingedoken.

Gisteren piepte mijn wekker om 8:00, bedacht mij meteen en dacht doe dat om 9:00 nog maar een keer. Vanuit GroenLinks Meppel was ik uitgenodigd voor een natuurwandeling in Nationaal Park Weerribben-Wieden die 25 Maart plaats zou vinden (http://meppel.groenlinks.nl/node/80963 ), ons klimaat is gewoon heel belangrijk waar we eigenlijk heel zuinig op moeten zijn, wat is er dan leuker om er gewoon even gezellig met een stel collega’s op uit te gaan onder begeleiding van 2 mensen van Natuurmonumenten.

Het is leerzaam,
Het werkt ontspannend,
Je houd je netwerk en contacten warm,
En het is ook nog eens hartstikke gezond.

ik denk dat onderstaande foto's genoeg zeggen:


Tussendoor even pauzeren kan ook geen kwaad:


Zwanen:


Nog meer moois:


...



Zie ook http://meppel.groenlinks.nl/node/81368

woensdag, 29 februari 2012

Bart Eigeman

Bart Eigeman

Twitter

Ik hou van het openbaar bestuur…

In verklaringen, toespraken en interviews, innovatie, kennis, koningin, kracht, kunst, leiden, licht, muur, en meer.

De laatste toespraak van Bart Eigeman in de Bossche raadszaal, bij zijn afscheid als wethouder, 28 februari 2012.

Ik hou van het Openbaar Bestuur, Het was mooi hier vele 10tallen klassen rond te leiden, te vertellen van 39 raadsleden, het college, de run op de stoel van de voorzitter…. Historische muur als spiegel van bescheidenheid, de doorkijk van binnen naar buiten en van buiten naar binnen……
Ik hou van het openbaar bestuur. Meer omdat het Openbaar is, dan centrum van Bestuur. Ik doe hier niemand tekort, collega-wethouders, raadsleden, ambtenaren, voorzitter en burgemeester, als ik vertel dat mijn energie én drive buiten dit huis liggen.

Frances en Milton, die via TOM-coaches een weg vinden waar geen weg was.
Fharid, hij ging stuiterend door het leven thuis en op school, tot hij via jongerenwerk bij Voor Talent Wordt Geklapt en het Wijktheater kwam. Hij kreeg het podium en nu laat hij anderen stuiteren op zijn percussie-muziek. Piet Verheugt rond het Rivierenplein, ge het gelijk da ge wilt dat de overheid naast oe staat!

Hans Kieft, Wilma vd Steen, Adrienne Hazenberg: veel vrije tijd zetten zij hun schouders onder het beter maken van hun straat, hun buurt, hun dorp.
Kerim al Barkauoi, Carmen Wijnen, Arie Bijl, dwars tegen de stroom van angstzaaierij in, werken zij niet toe naar een ander Nederland, zij gaan er van uit!
Er zijn heel veel mensen die werken aan de gemeenschap. Hun resultaat telt!
En wat ons te doen staat, is de kracht van deze mensen de ruimte bieden.

Wat is het goed dat we in de brede coalities, die er al vanaf 1998 zijn, een grondtoon in de coalitieakkoorden horen.Ik heb meegeschreven aan 3 coalitieakkoorden. Het vertrouwen in de burgers, als kracht van de stad (en van de dorpen), vraagt een uitdagende overheid.

Het voelt een beetje alsof ik heb mogen meewerken de gemeente de 21e eeuw in te leiden. We kwamen in ‘s-Hertogenbosch van een eeuw lang Rooms Rode toonzetters. Zij kenden knellende charitas enerzijds en overbezorgde overheid anderzijds als politiek denkraam. In essentie zijn beide geënt op zieligheid, op het tekort van burgers dat door de overheid aangevuld dient. Ik heb, ten tijde van de opkomende neo-liberale onverschillige overheid, vorm willen geven aan bezielend besturen: mensen aanspreken, verbinden en steun op actie bieden. Van Doegeld en BIGgeld tot BEC, van peuterspeelzaal tot – binnenkort – de 1000ste Leerbaan met werkgevers als ambassadeurs, van brede school tot islamitische begraafplaats, van Ma Lommers tot en met de Commisaris van de Koningin, van stencilblaadje tot twitter.

Daar werken we als college nauw in samen. In deze periode zijn de transities een uitdaging tot innovatie, de bezuinigingen niet alleen een korten maar een pogingen te vernieuwen. Huib, Geert, Jeroen, Jan: goed dat we hierin samen optrekken. Wij overbruggen politieke scheidslijnen door het beroep op de kracht van mensen.

We stoeien daarbij met de rol van de overheid: Als overheid zijn we bijna altijd een bio-industrie die zo snel mogelijk zo veel mogelijk en zo goedkoop mogelijk rationele eenheidsworst produceert.Ik heb het als mijn opgave gezien onze dienstverlening, onze bestuurlijke activiteit zoveel mogelijk als scharrelboerderij in te richten: zet bewoners, zet professionals, ook onze ambtenaren, in de ruimte om met kwaliteit voedsel te zoeken. Er is grote diversiteit, de jongere, de oudere, de ondernemer bestaat niet, Engelen vraagt iets anders dan de Gestelse buurt: dat dient uitgangspunt van handelen te zijn.

HOE is daarbij een grote voor-waarde om te bereiken wat wij willen. Ik heb daarbij bijzonder goed kunnen samenwerken met de ambtelijke organisatie, met veel plezier om te zien dat hoe hoger de lat ligt, hoe beter mensen tot hun recht komen. Kunst is om mensen niet alleen hun werk goed te laten doen, in het licht van steun op actie aan burgerkracht is het goede werk doen nog uitdagender. Leiding geven als bestuurders en regievoeren als ambtenaren is niet zelf bepalen hoe het kan en moet, het is vooral beweging oproepen door aansprekend te zijn.

Ik ben dankbaar dat vanuit de oppositie de moed bestaat goede plannen te steunen, ik denk aan de sportvisie onder collega Weterings, aan onderwijshuisvesting tot en met het nieuwe VMBO, ik hoop dat een goed theater er ook gaat komen…. En modder gooien is geen Bossch spel! Ik heb respect voor het respect, en dank u allen voor het weerwoord dat mij energie heeft gegeven korter van stof te worden en duidelijker te zijn in besluiten. De extra raad van 22 augutus 2001, Paul Kagie, over peuterwerk staat me nog scherp bij. Jouw ervaring en kennis maakt dat ik me nog een schepje dieper voorbereidde. 1x heb ik de kwetsbare grens van het vertrouwen gevoeld. Misschien dat het niet eens alleen om dat dossier ging. Teveel resultaat willen, is een gevaar voor nieuw resultaat.

Ik heb waardering voor de fractievoorzitters, veel buffelwerk, zeker voor hen die in de coalitie zitten: Hermie, Ralph, Jos, Ben en in het bijzonder Ruud – ik hou van jou man! – zoek de verbinding, vooral met wat nodig is voor de stad. Wees aansprekend, verbindend en biedt steun om de energie in de stad te laten stromen.

Ik zal mijn collega’s missen, ik heb geen vechtcolleges meegemaakt, Ruud, ik gun jou een langjarige ervaring als wethouder in een sterk team! Ik heb vertrouwen in jou als opvolger! En Huib, ik hoop dat we nog eens op n bankje naar de sterren kijken, dat maakt klein en groots tegelijk.

Ik ben trots zo lang met jou gewerkt te hebben Ton. Jij hebt, met ons, deze stad ook buiten deze stad op de kaart gekregen en wij vinden elkaar in het belang van sport, cultuur en onderwijs, om aan echte stadsontwikkeling te doen! Je hebt mij uitgedaagd om naar voren te stappen, ook buiten mijn portefeuille. Je hebt mij laten zien dat het pakken van de telefoon om steun te zoeken, verbindingen te leggen snel tot resultaat leidt. Ton, bedankt.

Waar ik voor sta, is waardevol handelen in dienst van mensen. Hoe waardevol is het dan, dat ik afscheid kan nemen omdat ik het nog naar mijn zin heb. De B’s van Bart staan voor Bezinnen, Bezielen en Bewegen, ik ga even de nadruk leggen op het Bezinnen, met de Belofte dat ik op andere wijze dan nu mij kracht zal gaan inzetten.

Hoe waardevol is het dat ik afscheid kan nemen in bijzijn van mensen die mij niet als wethouder zien, maar als Bart. Mijn secretaresses, Karin/Ans, Henk Wouda, de bodes
Ouders, schoonouders, Jean en bovenal Karin, Femke en Merlijn, Judith, Emma, van jullie heb ik altijd steun ontvangen om politiek te bedrijven met hart en ziel. En voor ik eelt op mijn ziel krijg, ben ik weg, ik heb gezegd!

Bart Eigeman

zondag, 26 februari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Schoonheid

In schrijfsels, wereld, de, diversiteit, kracht, lichaam, mond, ziel, model.

Soms denk ik dat ik minstens vijftig jaar te vroeg ben geboren, en dat mijn schoonheid niet van deze tijd is. Dat niemand me ziet staan, klein en met rondingen, een kapsel met natuurlijke bruine krullen, sproeten in het gezicht. Ik had lang moeten zijn en mager, maar ik zou het niet kunnen en niet willen. Ik probeer de vrede met mijn lichaam te bewaren, het is mijn enige, ik kan geen nieuwe woning betrekken voor mijn ziel. Ik hoef niet lang te zijn, en niet mager. Ik zou nooit mijn lichaam als model kunnen aandragen. Ik begrijp niet waarom de range daarvoor zo smal is en niet representatief voor de diversiteit aan vrouwelijke vormen, met foto’s waarin blikken niet veel variatie vertonen – vaak leeg, met halfopen mond. Model zijn had ik wel gekund als ik meer dan vijftig jaar geleden was geboren. Waar die doorgeslagen gekte voor het lange, dunne vandaan is gekomen weet ik niet. Maar als je naar oude films kijkt, en oude modelfoto’s uit die tijd, zie je dat alles romiger is, dat vrouwelijke rondingen gevierd worden, er mogen zijn. Maar natuurlijk is er meer dan dat. Er zitten een boel hersenen in mijn hoofd. Dat is de kracht waarmee ik mij staande houd in deze wereld, in deze tijd. En ik word gezien, door een minderheid, maar voldoende in aantal voor mij.

De inheemse Noorse meisjes ogen jeugdig en welvarend, in skinnyjeans en met feilloze perfect gepoederde gezichtjes, steile blonde lokken. Ze lijken op elkaar. Ze kijken naar elkaar. Imiteren elkaar. Hier ben ik onzichtbaar. Incognito en undercover. Gemaskerd en gemaskeerd. Zwijgzaam en verzwegen. Nog vijf maanden.

Maar ik hoef niet te strijden.. wanneer ik zelf de prijs ben. Alleen beseft niet iedereen dat.


Gearchiveerd onder:Schrijfsels

woensdag, 15 februari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Minderheid moet twee talen spreken (Interview)

In religie en politiek, belangrijk, bezig, bijbel, boodschap, bron, cda, christelijk, christelijke, en meer.

Terwijl we in een restaurant lunchen, klinkt het lied ‘I wanne have sex on the beach’ op de achtergrond. Het gesprek van Henk Schaafsma met Ruard Ganzevoort en Cors Visser raakt eraan: welke positie hebben christenen in de publieke ruimte en wat betekent dat voor onze boodschap?

Door: Steven Mudde / Interview voor Clink, magazine van christennetwerk/GMV

Het gesprek over de positie van christenen is snel bekeken en ‘Sex on the beach’ onderstreept het nog eens: christenen zijn een minderheid. Het middendeel loopt sterk terug in aantal, de orthodoxie blijft ongeveer gelijk en nu het CDA aan het verliezen is, blijkt dat invloed van de ChristenUnie en de SGP vooral samenhangt met die van het CDA. En door de afbraak van (christelijke) instituten verdwijnt de christelijke zuil meer en meer. Cors: “Orthodoxe christenen werden eerder nog begrepen als ze verwezen naar bepaalde waarden of Bijbelse uitgangspunten. Maar als je nu iets zegt met als uitgangspunt de Bijbel, dan weten mensen dat de Bijbel bestaat, maar ze hebben geen flauw idee wat erin staat. Het maakt je positie een hele andere dan die van vroeger.”

Twee talen spreken

Henk: “Worden christenen dan nog gezien als een volwaardige gesprekspartner?” Ruard: “Mijn beeld is dat bijvoorbeeld de SGP in Den Haag wel serieus genomen wordt als machtsfactor, maar veel minder als inhoudelijke bron van argumenten. Hoe specifieker christelijk ze hun standpunten formuleren, hoe minder het een rol speelt in het debat.” Henk: “Als het over jou persoonlijk gaat binnen GroenLinks, hoe formuleer je dan je boodschap? Ruard: “In het debat gebruik ik geen religieuze taal om mensen te overtuigen, dat communiceert niet. Maar meer op inhoudelijk niveau kan ik allerlei verbindingen leggen met mijn eigen levensbeschouwelijke positie. Ik denk dat het in toenemende mate belangrijk is dat je twee talen spreekt. De expliciete taal van de gelovige en de seculiere taal.”

Cors: “Je moet je boodschap altijd afstemmen op je publiek, anders bereik je niets. Hele goede voorbeelden van mensen die als christen in een seculiere tijd leven, vind ik Lans Bovenberg, James Kennedy en Cees Dekker. Mensen die op een natuurlijke manier weten voor wat voor publiek ze spreken en zich niet schamen voor hun geloof. We hebben dat als christenen ook vaak verkeerd gedaan door onze standpunten ‘christelijk’ te noemen. Er past ons meer bescheidenheid; niet te grote woorden gebruiken. De andere kant is dat je wel je motivatie mag weergeven. As je belangrijkste argument is dat iets niet mag van God en de Bijbel, dan mag je dat ook niet ongenoemd laten. Als je dat wel doet, maak je jezelf ook ongeloofwaardig.”

Ruard: “Ook dat zou ik niet doen. De reden dat ik niet bij een confessionele partij zit, is dat ik niet geloof dat je christelijke standpunten kunt claimen. Ik vind het problematisch als mensen die anders denken worden gediskwalificeerd als niet-christelijk. Kan je vanuit je christen zijn voor of tegen 130km/u zijn? Ik heb daar wel ideeën over, maar iemand die daar anders in kiest, zal ik niet vertellen dat dat niet-christelijk is. Dit is een licht voorbeeld, maar het geldt ook voor veel zwaardere thema’s.”

Uit de christelijke zuil

Henk: “Wat betekent dat voor de manier waarop christenen in de samenleving aanwezig zijn?”

Cors: “Ik denk dat christenen veel meer het debat moeten zoeken met andersdenkenden. Als je invloed wil hebben, maar niemand kent je, dan lukt dat niet. De enige manier is dat mensen je leren kennen, snappen wie je bent en waarom je iets vindt en dat je niet helemaal achterlijk bent als christen. Misschien is het ook wel beter dat christenen zich op specifieke thema’s met elkaar verbinden en niet in een politieke partij.”

Ruard: “Ik geloof veel minder in de groepsgewijze presentie van christenen in de samenleving. Ik zie mezelf ook niet als bewaker van het christelijke gedachtegoed, veel eerder als bewaker van pluriformiteit. Ik werk bijvoorbeeld graag met het woord compassie. Dat is niet exclusief christelijk, maar je vindt het wel terug. Ik kan daarbij expliciet maken dat ik inspiratie vind in de persoon van Jezus. Anderen vinden diezelfde compassie bij Boeddha. Ik wil die pluriformiteit graag zichtbaar maken. Dat betekent dat rond allerlei thema’s waar christenen beter beschermd worden door de wet dan andere andersdenkenden, dat we daar nog wat stapjes terug hebben te doen. We hebben nog een grotere claim op deze samenleving liggen dan realistisch is en dat gaat ook ten koste van anderen.”

Uniform of pluriform

Henk: “Cors, is de pluriforme samenleving jou ook lief?” Cors: “Ja, die is mij ook lief. Of, naja, dat is een interessante vraag.” Ruard: “Zou het niet beter zijn als alle Nederlanders christen zijn?” Cors: “Ja, dat wel. Misschien niet voor de samenleving, maar wel voor de eeuwige bestemming van de mens.” Henk: “En Ruard, wat is jouw eigen antwoord op die vraag?” “Ruard: Nee, dat is niet per se beter. Ik ben in Suriname opgegroeid en daar vier je Holi Phagwa, Suikerfeest en Kerstfeest. Pluriformiteit is voor mij zo vanzelfsprekend dat het onbegrijpelijk is dat anderen die toevallig in een andere context zijn opgegroeid het eeuwig heil zouden mislopen. Dat wil er bij mij niet in. Ik zie in de Bijbel veel minder dat exclusivisme van het heil en veel meer een focus op leven met anderen en thema’s als onrecht.”

“Ik denk dat pluriformiteit een zegen is. Het is begonnen bij de Torenbouw van Babel en doorgegaan bij Pinksteren. Babel is niet zozeer een straf, maar eerder een zegen. Mensen bleven bij elkaar terwijl ze geroepen waren om tot de uiteinden van de aarde te gaan. Dan drijft God hen uit elkaar en zorgt voor diversiteit.”

Cors: “Ik ben het met je eens dat diversiteit in de Bijbel helemaal niet verkeerd is. Maar dan is het nog wel even de vraag wat de reikwijdte van de diversiteit is. Inderdaad gaat het in de profeten veelal over recht en onrecht, maar bijna altijd gaat het hand in hand met een volk dat God losgelaten heeft. Bij Pinksteren gaat het over allerlei tongen, maar wel, ze zullen allemaal knielen voor Christus. Dat is de verbindende schakel. Je trekt het zo breed dat ik denk, naja.”

Ruard: “Dat is ook de reden waarom ik op het snijvlak van politiek en spiritualiteit bezig blijf. Ik heb basale uitgangspunten die voor mij onopgeefbaar zijn omdat ze uiteindelijk te maken hebben met mijn geloofsverstaan. Daar komt ook mijn verontwaardiging vandaan over dingen waarvan ik denk ‘dit kan God nooit zo gewild hebben.’ Ik ben terughoudend met grote woorden maar het zit wel op dat niveau.”

Rol als vakbond

Henk: Dan de laatste vraag, wat zou de boodschap van christennetwerk|gmv moeten zijn in deze tijd?” Cors: “Ik vind het voordeel van een vakbond dat je heel duidelijk opkomt voor bepaalde belangen. Dat is ook heel legitiem. Daarmee kan je je standpunten heel goed onderbouwen. ‘Dit vinden wij, anderen denken daar anders over, maar dit is onze mening, dit is onze bijdrage.’ En zorg dat je als vakbond je leden niet opsluit.”

Ruard: “Ik denk aan het verschil tussen een absolutistische aanspraak van ‘dit is de absolute waarheid en iedereen zou die moeten overnemen’ en een meer particuliere bijdrage. ‘Dit is waar wij staan en we begrijpen dat iemand anders ergens anders staat.’ Ik denk dat de mate waarin je de absolutistische aanspraken loslaat, het particuliere geluid ook veel beter te verteren valt.”


Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Niet bijster divers debat over diversiteit

In persoonlijk, diversiteit, maslow, pinto, communicatie, actie, boek, cijfers, cultuur, en meer.

‘Nij!-meee-gen’. Nooit eerder heb ik iemand met zo veel walging deze plaatsnaam horen uitspreken. Maar ja, ik was dan ook op een onvervalst VVD-feestje beland bij de presentatie van het nieuwe boek van hoogleraar Interculturele Communicatie David Pinto over participatie en integratie. Dagvoorzitter Frits Huffnagel vroeg zich af of het zo maar zou kunnen dat een willekeurige gemeente, bijvoorbeeld ‘Nij!-meee-gen’, zo maar toch weer doelgroepenbeleid zou kunnen invullen. Terwijl het wijze kabinet hier ‘gelukkig’ mee gestopt was. Maar goed ook, vond ook VVD-integratiewoordvoerdster Cora van Nieuwenhuizen. Jubelend vertelde zij hoe haar moeder ooit voor het eerst iemand met een andere huidskleur zag, dus hoe ver we al gekomen zijn. De meest genuanceerde spreker was minister Gert Leers [sic!], maar dat kwam vooral door de delen van zijn speech die niet op zijn papier stonden. Dat het goed is om om ook zakelijk naar de cijfers te kijken: zo veel ‘kansloze immigranten’ zijn er nou ook weer niet. Sterker nog, waar hebben we het over. Maar goed, als dat op papier en dus nu op de site was beland, dan had ‘ie vast weer op het matje gemoeten bij GW.

Misschien moet Leers nog wel even op het matje bij zijn gastheer Pinto, wiens vakgebied hij en passant even te kakken zette: “Wil je als professional individueel niveau effectief zijn in een diverse samenleving, dan ben je bewust dat culturele aspecten een rol spelen. Maar – zeg ik daarbij – we moeten daarin niet doorschieten. Geen pseudo-wetenschap maken van interculturele communicatie. Kom op!” Geen verrassing gezien het diversiteits- en wetenschaps’beleid’ van dit kabinet, maar niet bijster passend op zo’n feestje, lijkt mij.

Het pleidooi tegen doelgroepenbeleid matchte niet goed met de theorie die Pinto presenteerde: een niet-Westerse behoeftenpiramide naast de beroemde van Maslow. Met ‘eer’ als top in plaats van het individualistisch ‘zelfverwezenlijking’. Interessant, dit biedt aanknopingspunten voor het aanspreken van drijfveren. Deze waarden veranderen we niet, althans niet op korte termijn, deze verschillen moeten we accepteren, is het standpunt van Pinto. Leers vond ook dat we mensen hun identiteit niet mogen afnemen.

Maar als je waarde ‘eer’, onderdeel van je identiteit, gekoppeld is aan normen als ‘mannen en vrouwen zwemmen gescheiden’, hoe ga je daar dan mee om? Dat mag tenslotte niet van het nieuwe anti-doelgroepenparadigma. Dan maar geen zwemles voor de dames? Zelf pleit ik regelmatig voor positieve actie, dus juist voor doelgroepenbeleid. Tijdelijk en krachtig, voor broodnodige inhaalslagen. Een cultuur doorbreek je niet met pappen en nathouden.

Het boek was overigens niet beschikbaar bij de boekpresentatie (handig zet, uitgever…). Maar misschien kan ik ook op de website van de VVD terecht…


Liesbeth Tettero

Liesbeth Tettero

Hyves Linkedin Twitter GR

Niet bijster divers debat over diversiteit

In persoonlijk, diversiteit, maslow, pinto, communicatie, actie, boek, cijfers, cultuur, en meer.

‘Nij!-meee-gen’. Nooit eerder heb ik iemand met zo veel walging deze plaatsnaam horen uitspreken. Maar ja, ik was dan ook op een onvervalst VVD-feestje beland bij de presentatie van het nieuwe boek van hoogleraar Interculturele Communicatie David Pinto over participatie en integratie. Dagvoorzitter Frits Huffnagel vroeg zich af of het zo maar zou kunnen dat een willekeurige gemeente, bijvoorbeeld ‘Nij!-meee-gen’, zo maar toch weer doelgroepenbeleid zou kunnen invullen. Terwijl het wijze kabinet hier ‘gelukkig’ mee gestopt was. Maar goed ook, vond ook VVD-integratiewoordvoerdster Cora van Nieuwenhuizen. Jubelend vertelde zij hoe haar moeder ooit voor het eerst iemand met een andere huidskleur zag, dus hoe ver we al gekomen zijn. De meest genuanceerde spreker was minister Gert Leers [sic!], maar dat kwam vooral door de delen van zijn speech die niet op zijn papier stonden. Dat het goed is om om ook zakelijk naar de cijfers te kijken: zo veel ‘kansloze immigranten’ zijn er nou ook weer niet. Sterker nog, waar hebben we het over. Maar goed, als dat op papier en dus nu op de site was beland, dan had ‘ie vast weer op het matje gemoeten bij GW.

Misschien moet Leers nog wel even op het matje bij zijn gastheer Pinto, wiens vakgebied hij en passant even te kakken zette: “Wil je als professional individueel niveau effectief zijn in een diverse samenleving, dan ben je bewust dat culturele aspecten een rol spelen. Maar – zeg ik daarbij – we moeten daarin niet doorschieten. Geen pseudo-wetenschap maken van interculturele communicatie. Kom op!” Geen verrassing gezien het diversiteits- en wetenschaps’beleid’ van dit kabinet, maar niet bijster passend op zo’n feestje, lijkt mij.

Het pleidooi tegen doelgroepenbeleid matchte niet goed met de theorie die Pinto presenteerde: een niet-Westerse behoeftenpiramide naast de beroemde van Maslow. Met ‘eer’ als top in plaats van het individualistisch ‘zelfverwezenlijking’. Interessant, dit biedt aanknopingspunten voor het aanspreken van drijfveren. Deze waarden veranderen we niet, althans niet op korte termijn, deze verschillen moeten we accepteren, is het standpunt van Pinto. Leers vond ook dat we mensen hun identiteit niet mogen afnemen.

Maar als je waarde ‘eer’, onderdeel van je identiteit, gekoppeld is aan normen als ‘mannen en vrouwen zwemmen gescheiden’, hoe ga je daar dan mee om? Dat mag tenslotte niet van het nieuwe anti-doelgroepenparadigma. Dan maar geen zwemles voor de dames? Zelf pleit ik regelmatig voor positieve actie, dus juist voor doelgroepenbeleid. Tijdelijk en krachtig, voor broodnodige inhaalslagen. Een cultuur doorbreek je niet met pappen en nathouden.

Het boek was overigens niet beschikbaar bij de boekpresentatie (handig zet, uitgever…). Maar misschien kan ik ook op de website van de VVD terecht…


dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, algemeen, crisis, debat, diversiteit, economie, eerste, eerste kamer, en meer.

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


woensdag, 28 december 2011

Marcel Kolder

Marcel Kolder

Cultuurbroedplaats zonder subsidie?

In almere2018, cultuurkantelen, de nieuwe samenleving, nieuwe rijkdom, positief, toekomstkantelen, veranderprocessen, almere, buren, en meer.
Ik ben trots op de stichting Cultuurspoor Nieuwland. Deze jonge stichting heeft het kunstlokaal, een ongebruikte wachtruimte onder het kale station Almere Muziekwijk, de afgelopen jaren omgetoverd tot een plek waar kinderen en volwassenen elkaar ontmoeten. Waar van alles gebeurt. Het is opgezet zonder subsidie van de gemeente. Door vrijwilligers uit de stad, de NS [...]

vrijdag, 9 december 2011

Toine van de Ven

Toine van de Ven

Hyves Twitter GR DWARS

Centrumplan Vught krijgt verder vorm

In commissie ruimte, vughtse politiek, centrumplan, vught, gemeente, gemeentebelangen, auto, huren, informatie, en meer.

Deze week stond in het teken van het Vughtse centrumplan. Terwijl de ijsbaan voor het laatst wordt opgebouwd op de locatie waar vanaf januari gebouwd gaat worden, werd Vught verrast met de aankondiging van de komst van een Jumbo in het centrum. Maar ook met onduidelijkheid over gevolgen voor parkeren, aanzicht en effecten voor de ondernemers.

Woensdagavond organiseerde Gemeentebelangen een informatieavond over het centrumplan. Dat was op zich al verwarrend, want aan de politieke partij GB werden vragen gesteld over wat de gemeente Vught ergens van vond. Interim-fractievoorzitter Guus van Woesik had dan ook moeite om verschillende vragen te beantwoorden, maar bleef zijn best doen om namens de gemeente te antwoorden. Het was duidelijker geweest als hij had gezegd “Wat de gemeente hiervan vind moet u het college vragen, maar Gemeentebelangen vind … etc”.

Desondanks gaf de avond wel inzicht in de knelpunten. Zo werd de triomfantelijk als een groot succes aangekondigde komst van supermarkt Jumbo naar Vught in het nieuwe winkelcentrum als een zware domper ervaren door verschillende sprekers uit de zaal. De belofte was toch juist om te kiezen voor vele kleine ondernemingen en niet voor een grote? De bedoeling was toch om als aanzicht van het centrum diversiteit en verspringen aan te brengen en niet een lange gele wand? Tja, daar kon niemand antwoord op geven. Tot wethouder Pennings (tevens GB) gisteravond in de commissie Ruimte aangaf dat dit onjuiste informatie was geweest en dat de Jumbo maximaal 1500 m2 mag zijn. Maar wellicht had hij dat beter al woensdagavond tijdens de bijeenkomst van zijn eigen partij kunnen rechtzetten. Ook beweerde de wethouder tijdens de commissie dat het college ervoor zou zorgen dat het buitenaanzicht niet de supermarkt zou laten zien, maar verschillende kleine winkels. Of het college dat mag betwijfel ik, voorheen is gemeld dat de eigenaar van het gebouw zelf mag bepalen wie op welke plek een winkel mag huren en niet het college.

Positief aan de discussie is dat er steeds breder draagvlak onder de politieke partijen lijkt te zijn voor een autoluw centrum. PvdA-GroenLinks pleit daar al heel lang voor, zeker als het centrum aantrekkelijk gemaakt moet worden voor terrassen en slenterend winkelpubliek. Dat is ook een belangrijke reden om te kiezen voor een ondergrondse garage, om zo auto’s aan de rand te laten parkeren en niet in het centrum. Van Woesik gaf aan dat ook GB hier nu voor is en brak zelfs een lans voor een vorm van betaald parkeren om verkeer te reguleren. Nog zo’n punt wat voor PvdA-GroenLinks altijd bespreekbaar was, maar waar GB zich altijd tegen heeft gekeerd. Beide punten vielen echter slecht bij een deel van het publiek. Met name ondernemers zijn bang dat er te weinig parkeerplaatsen zijn en dat mensen met de auto niet dicht genoeg bij de winkels kunnen komen. Zelf vind ik het waardevoller om auto’s te weren en juist goede fietsvoorzieningen te creëren om het centrum als verblijfsgebied aantrekkelijker te maken.

Interessant was afgelopen woensdag wel de presentatie over de huidige Marktveldpassage. Eerder was gemeld dat het niet rendabel was om dit gebied te ontwikkelen, simpelweg omdat de investeringen te hoog zouden zijn. Daarnaast is het gebied in handen van verschillende eigenaren. Dat er aan de westzijde van de Raadhuisstraat nu eindelijk wel een nieuw winkelcentrum wordt ontwikkeld, dwingt de partijen waarschijnlijk tot het ontwikkelen van Oost. En dat is een goede ontwikkeling. Maar ook een die terecht ondernemers voor vragen stelt zoals hoe moet ik die bouwperiode van circa twee keer twee jaar overbruggen? Daar zou het college samen met de ontwikkelaars met een passend antwoord voor moeten komen.

donderdag, 24 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

het mkb van de kunst en cultuur

In groenlinks, kunst / cultuur, bezuinigingen, hoofdlijnennota, investeren, mkb, amsterdam, belangrijk, bezig, en meer.

Een kunstenstad wordt gemaakt door de dynamiek aan de onderkant.

Zo begon ik mijn bijdrage woensdag in de commissie Kunst en Cultuur. We bespraken de Hoofdlijnennota die de opmaat moet vormen voor het Kunstenplan 2013-2017. In dat Kunstenplan zullen alle instellingen beschreven worden die voor vier jaar subsidie van Amsterdam krijgen. Het gaat om een hoop geld (zo’n 84 miljoen) en zeker met de bezuinigingen die er landelijk aan zitten te komen, is het zeer relevant welke criteria belangrijk worden en welke instellingen dus kans maken op subsidie.

De wethouder Kunst en Cultuur heeft ervoorgekozen om nog steeds de topinstellingen in Amsterdam het meeste geld te blijven geven. Dertien instellingen heeft ze genoemd, die samen zo’n 56 miljoen euro zullen krijgen. Daar zitten het Stedelijk Museum, het Concertgebouworkest, het Amsterdam Museum (voorheen het A’dams Historisch) en het Nationaal Ballet tussen. Stuk voor stuk instellingen die volgens de wethouder tot de basisinfrastructuur van de stad horen.

Ik ben het daar niet mee eens. Amsterdam heeft tientallen middelgrote en kleinere kunst- en cultuurinstellingen die ervoor zorgen dat we de culturele hoofdstad van Nederland zijn. Zij zorgen juist voor diversiteit, voor creativiteit en voor innovatie. Zij maken de stad levendig. Omdat zij de fundering vormen van de culturele stad, verdienen zij ook fundering in de Hoofdlijnennota. Daarvan is nu nog te weinig sprake: veel middelgrote en kleinere instellingen zullen sneuvelen als de landelijke overheid zich enkel nog richt op de topinstellingen en wij in Amsterdam dat niet enigszins compenseren.

Daarom stelde ik voor om iets minder geld (een miljoen of twee, drie) aan die topinstellingen te spenderen, en iets meer geld aan het MKB van de kunst en cultuur. Doorgaans hebben die kleinere instellingen maar een beetje subsidie nodig (omdat ze heel veel eigen inkomsten hebben), en dus kan je met twee of drie miljoen ongelooflijk veel doen. Er leek draagvlak voor bij de ander kunst- en cultuurwoordvoerders. Aanstaande woensdag wordt het besloten in de gemeenteraad. We zullen zien.

Zie hieronder voor mijn spreektekst in de commissie (het gesproken woord telt).

Voorzitter,

Een kunstenstad wordt gemaakt door de dynamiek aan de onderkant. Gitta Luiten, directeur van de Mondriaan Stichting, zei het vorige week treffend tijdens het debat in de Balie over deze Hoofdlijnennota. De middelgrote en vooral kleinere instellingen zorgen voor de smeuïgheid in de stad. Ze zorgen voor diversiteit, voor creativiteit en voor innovatie. Juist die innovatie is precies waar de kunstwereld op zoek naar zou moeten.

GroenLinks is het met de wethouder eens dat er een Amsterdamse basisinfrastructuur moet worden geformuleerd. De vraag is wel wat nu eigenlijk de basis in Amsterdam is: zijn dat de topinstellingen die ook landelijke subsidie krijgen, of zijn het juist al die Amsterdamse middelgrote en kleine instellingen die gezamenlijk maken dat Amsterdam de culturele hoofdstad is van dit land?

Wij denken dat dat laatste het geval is. GroenLinks vindt daarom ook dat we juist nu – nu veel van die typisch Amsterdamse instellingen dreigen om te vallen omdat de landelijke overheid besloten heeft alleen maar het topsegment te willen ondersteunen – dat we daarom ons vooral moeten richten op die middelgrote en kleinere instellingen in Amsterdam.

Dat betekent concreet dat er meer geld beschikbaar moet komen in de vrije ruimte. Het betekent voor ons niet dat er dan maar een kaasschaaf moet komen bij de topinstellingen. De wethouder sprak in het voorjaar nog grote woorden over het plan van Zijlstra om enkel te willen investeren in de top. ‘Dan moet de regering ook maar de volledige verantwoordelijkheid op zich nemen’, zei ze stoer. Ik vond het dapper van de wethouder. Maar nu blijkt dat we in Amterdam nog altijd verhoudingsgewijs de meeste miljoenen besteden aan juist die topinstellingen die landelijk ook nog overeind worden gehouden. Deels is dat niet zo gek: balletensembles kosten nu eenmaal veel geld, musea zijn duur om te onderhouden. Maar bij een aantal instellingen zou het toch mogelijk moeten zijn om meer geld via de mecenas binnen te halen.

Juist nu er een Geefwet is aangenomen, juist nu kunnen liefhebbers en vrienden meer gaan schenken terwijl ze tegelijk dat bedrag van de belasting weer terugkrijgen. Dat moet bij de grotere instellingen – die al een heel apparaat hebben om juist die mensen aan te sporen meer te geven – meer mogelijkheden geven. Zeker omdat bij deze instellingen de verhouding eigen inkomsten / subsidie vaak erg scheef is. Het is ook belangrijk in dit kader dat de Kunstraad een integrale afweging kan maken over het gehele budget, niet over de deelbudgetten. Mocht de verordening op dat punt aangepast moeten worden, dan zouden we dat graag willen doen.

Daarnaast denkt GroenLinks dat er ook bij de middelgrote en kleine instellingen meer ruimte zit om hogere eigen inkomsten te generen. Als het instellingen wordt toegestaan om een klein barretje te maken, of een terrasje voor de deur, als ze meer aan merchandising mogen doen en meer reclame mogen maken in de nabijheid van hun instelling, dan is er nog een wereld te winnen in de verdienmogelijkheid van deze instellingen. Dat betekent wel enige deregulering. GroenLinks zal hiervoor een motie indienen in de raadsvergadering volgende week.

Voorzitter, we hebben in Amsterdam teveel stoelen. Iedereen weet dat, en jaren is er niks aan gedaan. Sterker nog, er zijn zelfs stoelen bijgekomen. Het prachtige Muziekgebouw aan ‘t IJ, met z’n fantastische akoestiek, was natuurlijk helemaal niet nodig – iedereen weet het. En nu zitten we eraan vast. Of niet? GroenLinks vindt het niet goed te begrijpen waarom het Muziekgebouw is opgenomen in de lijst van de grote 13. Laat men eerst maar eens met een goed verhaal komen over hoe het gebouw exploitabel wordt. En als dat niet lukt, dan zijn er wellicht kopers op de kust. Is verkoop van dit gebouw aan een commerciële partij zonde? Misschien wel. Maar nu draait de stad al jarenlang op voor een te duur gebouw dat te weinig wordt gebruikt.

Nog iets over stoelen: GroenLinks vindt het goed dat de wethouder in de functionele ruimte slechts 4 podia heeft opgenomen. Dat vraagt namelijk om meer samenwerking, en om investeringen in productie in plaats van in stenen. Wel denken wij dat het belangrijk is om expliciet een aparte functie op te nemen in die functionele ruimte: namelijk dat van een plek waar ruimte is voor maatschappelijk en cultureel debat. Ik ben er nog niet helemaal uit of één van die vier podia een dergelijk label moet krijgen, of dat het een aparte functie moet zijn. Ik hoor graag wat de andere woordvoerders en de wethouder daarvan denkt.

Dan over cultuureducatie. Het kon natuurlijk niet uitblijven dat dat een belangrijk criterium zou worden in deze Hoofdlijnennota. En terecht. Ik zal hier niet uitweiden over het belang van cultuureducatie, want ik denk dat we daar met z’n allen wel van overtuigd zijn. De vraag is wel of werkelijk alle instellingen moeten voldoen aan het adagium cultuureducatie / talentontwikkeling. Voor kleinere instellingen is dit namelijk wel een extra belasting. Hoe ziet de wethouder dat voor zich?

GroenLinks lijkt het bovendien goed om hier het kopje ‘bekwamen’, zoals beschreven door de Kunstraad, nog aan toe te voegen. Bekwamen als het verder ontwikkelingen van talent ter voorbereiding op een professionele loopbaan past heel goed in de ketenbenadering zoals de wethouder dat voorstaat, en daarom wil GroenLinks die instellingen die zich met bekwamen bezig houden ook toegang geven tot de vrije ruimte. Als dat gebeurt, dan is GroenLinks het er ook mee eens dat instellingen in het Kunstenplan geen subsidie meer bij het Amsterdams Fonds voor de Kunsten kunnen aanvragen.

GroenLinks is het niet eens met de wethouder dat de meeste cultuureducatie maar binnenschools moet plaatsvinden. Juist niet, zou ik willen zeggen.  Laat de Amsterdamse kinderen de cultuurtempels in de stad bezoeken, trek ze juist uit die scholen, doe ze een jas aan en ga met ze op stap? Verandering van spijs doet eten, en verandering van plek doet leren. De nadruk op binnenschoolse cultuureducatie zouden wij dan ook willen schrappen – wat meteen ruimte schept voor instellingen die zich nu specifiek op kunst en cultuur van en met kinderen en jongeren richten.

Naast cultuureducatie is er ook het criterium wereldklasse waar veel instellingen aan moeten voldoen. Dat begrijp ik niet zo goed. We hebben toch juist die 13 – of 12, wie zal het zeggen – topinstellingen die van wereldklasse zijn benoemd, juist omdat ze van wereldklasse zijn? Waarom zou de buurtaccomodatie op de hoek, die een zeer belangrijke culturele en kunstzinnige functie vervult in een groot deel van de stad, ook aan wereldklasse moeten voldoen? De meerwaarde van dit criterium voor de functionele en vrije ruimte ziet mijn fractie niet.

Juist zouden we er belang aan hechten dat in de vrije ruimte meer aandacht komt voor de laboratoriumfunctie zoals we die vier jaar geleden ook in het kunstenplan hadden. Vier jaar geleden zei deze zelfde wethouder nog: innovatie en de laboratoriumfunctie is een belangrijke voorwaarde om Amsterdam als creatieve stad vitaal te houden. Daar waren we het toen van harte mee eens, en dat zijn we nog steeds. De laboratoriumfunctie past ook heel goed in de andere voorwaarden die dit College stelt: we investeren in broedplaatsenbeleid, we willen dat instellingen nieuwe verbindingen maken, dat er meer wordt samengewerkt, dat er meer aandacht komt voor de creatieve industrie. Op al die vlakken is de laboratoriumfunctie een spin in het web.

Voorzitter, laten we in 2014/2015 een moment inlassen voor reflex, eventueel door middel van een mid-term review. Dan kunnen we de effecten van de genomen besluiten wegen, en eventueel bijsturen mochten er onvoorziene slachtoffers dreigen te vallen.

Ik zal tot een afronding komen. GroenLinks denkt dat de wethouder met de Hoofdlijnennota een aantal scherpe en goede keuzes heeft gemaakt. Vorige week in het Baliedebat maakte zij een enorme indruk op mij met haar slotpleidooi: het gaat goed in de stad, er worden mooie en bijzondere dingen gecreëerd, er is volop beweging. Kortom, we gaan niet bij de pakken neerzetten. Dat optimisme deel ik met haar. Dat optimisme betekent voor GroenLinks dat de stad blijft investeren in de humuslaag, in de werkelijke basisinfrastructuur in Amsterdam. De pluriformiteit van het bestel vindt zijn oorsprong bij de middelgrote en kleinere instellingen. Die willen we behouden, daar zetten we op in.


woensdag, 16 november 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Wij, weigermensen.

In politiek groningen, politiek landelijk, emancipatie, it gets better, jongeren, lgbt, onderwijs, schoolmaatschappelijk werk, diversiteit, en meer.

In mijn armen en bovenbenen heb ik weinig gevoel. Door het harde schoppen en slaan. Kut! Was ik maar hetero. Ik heb het op school gezegd. Flikker, homo, homo, nicht. Toen begon het. Klappen, schoppen. Twee jaar lang. Elke dag. Leraren zeiden dat ze het erg vonden, maar dat ze niks konden doen. Ik ging school haten. Ze zaten bij de poort altijd te wachten. Elke dag. We pakken je straks wel. Ze gooiden passers naar mijn hoofd en dan draaide de leraar zich gewoon om. Nicht. Flikker. Homo. ‘We pakken je straks wel.’ Waar moet ik heen als ik mezelf niet kan zijn? Was getekend, Dave.

Gisteren nam de Tweede Kamer een motie aan waarin zij aangeeft dat ze geen weigerambtenaren meer wil. Nu worden er veel meer jongeren gepest en getreiterd dan dat er überhaupt ambtenaren zijn, maar misschien hebben leraren gelijk wanneer ze zeggen niks te kunnen doen. Niks kunnen doen voor jongeren zoals Dave.

Vandaag moeten we laten horen wat we wel willen: voorlichting en dialoog op alle scholen over diversiteit en anders mogen zijn. Anders in geloof, anders in huidskleur, anders in geaardheid. We willen dat je op school anders kan en mag zijn. En we willen leraren die je nooit de rug toekeren.

Maar misschien moeten we weigeren deze situatie nog langer toe te staan. En moeten we weigeren dat scholen blijkbaar niet de plekken zijn waar je jezelf kan zijn. Misschien genereren wij, weigermensen, dán genoeg aandacht om het thema te agenderen en een maatschappelijk debat te voeren over oplossingen en interventies.

Want: jouw school moet een plek zijn waar jij jezelf kan en mag zijn. Laten we met de Kinderombudsman vechten voor die plek!


vrijdag, 28 oktober 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

De onthutsende aftocht naar monoculturaliteit

In kabinet rutte, sociaal, tolerantie, uitzettingsbeleid, politie, crisis, cultuur, eerste, gedoogkabinet, en meer.

De afgelopen dagen maakt het kabinet-Rutte hard werk van het verwezenlijken van haar illegalenbeleid. Eerder nam de regering het besluit de Angolese jongen uit Limburg, Mauro, na een jarenlang verblijf Nederland uit te zetten. Begin deze week zette minister Opstelten van Veiligheid een volgende stap door de ‘vingerscanproef’ te introduceren. Hierdoor moeten vreemdelingen in de toekomst op last van de politie vingerafdrukken laten afnemen, om te controleren of zij hier illegaal verblijven.

In sneltreinvaart racen we met dit kabinet ondertussen naar een op wantrouwen, haat en egocentrisme gefundeerde samenleving. En dat terwijl we nog lang de ergste oorzaken voor dergelijke sferen in de maatschappij, dramatische uitwerkingen van de economische crisis, niet eens ondervinden. Waar gaat het heen met Nederland als we nú al zo hard wegzakken in een modderpoel van anders-dan-ik-haat?

Sinds het aantreden van het gedoogkabinet maakt menig progressief persoon zich ernstige zorgen over de behandeling van Nederlanders met een allochtone afkomst. Het voorgenomen beleid van de ministerraad ten opzichte van immigranten moest keihard zijn. Met de nieuwste maatregelen lijkt ze dit beangstigende streven steeds meer waar te gaan maken. Hierdoor overschrijden de regeringspartijen inmiddels een duidelijke grens van menselijkheid. Niet de humane benadering van buitenlanders, maar de excessieve drang tot het afschepen van medemensen is de ultieme drijfveer van dit kabinet. Het is kleurtjespolitiek van de bovenste plank. Ben je toevallig niet zo (ge)bleek(t) als Rutte, Opstelten of het alle schoonheidsidealen overtredende  kapsel van de heer Geert W., dan ben je ondertussen onderhevig aan een voortslepende angst dit land uitgezet te worden.

De opsporing en uitzetting van zo veel mogelijk door dit kabinet ongewenste Nederlanders schept een klimaat van verdere bekrompenheid in de samenleving. Het doet er kennelijk niet meer toe dat je geworteld bent in de Nederlandse maatschappij. Een groot deel van je kinderbestaan doorbrengen in Nederland geldt voor een kind van allochtone afkomst als niets meer dan: ‘Jammer, maar helaas!’. En als je gekleurd bent of een buitenlandse achternaam hebt, loop je nu ook al het risico uitgezet te worden op basis van vingerscanidentificatie. Moet ik me nu ook zorgen gaan maken, omdat ik van Zuid-Afrikaanse afkomst ben? Ik begin steeds heviger de angst te begrijpen die veel landgenoten heeft overvallen.

De tolerantie raken we volledig kwijt in Nederland. We zijn steeds meer op jacht naar een maatschappij waarin elk alternatief aspect van gedraging, fysieke eigenschap en culturele achtergrond, kortom diversiteit, de deur wordt gewezen. Het creëren van één, monotone cultuur lijkt meer en meer de hoogste prioriteit te krijgen. In de volksmond noemen we dat ‘gevaarlijk’, ‘asociaal’ of misschien nog wel het snelst ‘idioot’.

De xenofobe plannen van het kabinet-Rutte maken mij woester en woester. Het doet me denken aan een nummer van Motown-groep The Temptations. In 1970 (!) brachten zij een nummer uit, genaamd “Ball of Confusion”. De eerste regels typeren het Nederland van 2011 nog steeds uitstekend. Buitengewoon verontrustend!

People moving out, people moving in

Why? Because of the color of their skin

Run, run, run but you sure can’t hide

…..

Segregation, determination, demonstration, integration

Aggravation, humiliation, obligation to our nation

Ball of confusion

That’s what the world is today!


woensdag, 26 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Coming out churches

In religie, homoseksualiteit, kerk, belangrijk, bezig, boodschap, discussie, geluk, gelukkig, en meer.

Ik begrijp best dat sommige mensen in de kerk moeite hebben met homoseksualiteit. Het is vreemd voor ze en ze hebben altijd gehoord dat het verkeerd was. Toen ik net predikant was, heb ik ook zitten schipperen tussen een homoseksuele jongeman en de kerkmensen die moeite met hem hadden. Achteraf weet ik dat ik die jongeman daarmee echt te kort heb gedaan. Schipperen betekent uiteindelijk dat je kiest voor de menigte en dat je de eenling in de kou laat staan.

Interview in ‘Coming out churches’, samengesteld door Wielie Elhorst en Tom Mikkers. Zoetermeer: Meinema, 2011.

Toen ik later zelf uit de kast kwam, leidde dat er toe dat ik geen predikant meer kon zijn in de kerk waar ik bij hoorde. Ik vind het nog altijd heel jammer dat het mij niet gelukt is om het gesprek open te houden. Opnieuw was het belangrijkste argument om het niet uit te houden dat ‘de gemeente’ daar nog niet aan toe was. Dat heeft me wel verdriet gedaan, niet alleen voor mijzelf, maar vooral voor homo’s en lesbiennes die daarin een teken zagen dat ze niet echt volwaardig mee konden doen in die kerk. Dat heeft me geraakt, want de centrale boodschap voor mij als predikant was de liefde van God en het recht doen aan kwetsbare mensen.

Adam en Evert

Ik heb het onderwerp kerk en homoseksualiteit een tijdje laten rusten. Maar uiteindelijk heb ik, samen met twee studenten, het boek ‘Adam en Evert’ geschreven. In dit boek gaat het over kerk en homoseksualiteit in orthodox-protestantse en evangelische  kring. Hoe moeilijk is het om elkaar als mensen vast te blijven houden? Dat houdt me bezig. Het gaat niet om een bepaald standpunt over homoseksualiteit. Ik zie mezelf ook niet als homotheoloog. Maar wel snap ik juist als homo en als theoloog waar de spanningen liggen. Eigenlijk proberen we met dit boek mensen te helpen om wat uit de loopgraven te komen en echt met elkaar in gesprek te gaan. Het is heel bijzonder om soms van mensen te horen dat ze met ons boek voor het eerst woorden vonden om elkaar te gaan verstaan. Zo moeilijk is dat kennelijk.

De verschijning van het boek zorgde ervoor dat ik in het land gevraagd werd om inleidingen te verzorgen over dit onderwerp.  Ik merkte dan dat ouders van homoseksuele kinderen een belangrijke pleitbezorger zijn voor meer acceptatie in de kerken van homoseksualiteit. Zij brachten nadrukkelijk naar voren dat ze klem zitten tussen de kerk die homoseksualiteit afwijst en hun wens voor hun kind dat hij of zij gelukkig wordt.  Ouders gunnen hun kinderen geluk en willen uiteindelijk geen massieve kerk die afstand houdt.

Verschuiving

Al zal de ambivalentie over homoseksualiteit in kerken nog wel even blijven bestaan, toch zie ik wel wat verschuiven ook in orthodoxe kringen. Een soort bewustzijn dat ontluikt. Belangrijk is dat we de voor- en tegenstanders elkaar niet al te zwart/wit labelen. Het ligt heel genuanceerd. Natuurlijk zie ik een restauratieve stroming bijvoorbeeld in de Rooms-Katholieke Kerk. Maar ook evangelische groepen in de Protestantse Kerk in Nederland groeien en ook daar wordt homoseksualiteit veroordeeld. Onderschat ook de invloed van migrantenkerken niet. Ook daar wordt homoseksualiteit vaak niet geaccepteerd. Maar tegelijk zijn er in die kerken en in veel andere ook plaatsen waar seksuele diversiteit wel gewoon mag bestaan. Ook in orthodoxe kerken is nu al veel meer openheid en erkenning. Zelfs als men bezwaren heeft tegen homoseksualiteit, begint men wel oog te krijgen voor de ervaringen van homo’s en lesbiennes. Dat is winst.

Genade

Ik zou zelf wensen dat de discussie over homoseksualiteit in kerken niet gaat om de vraag “Wat mogen homo’s?” maar “ Wat betekent het om kerk te zijn?”  Wat moet in de eerste plaats de primaire boodschap van een kerk zijn? Dat heeft volgens mij te maken met God die van iedereen houdt. Dat moet voorop staan.  Als je deze vraag vertaalt naar een lokale situatie, dan gaat het erom hoe je met elkaar een gemeente wilt zijn. Die vraag is interessanter en ook eerlijker. Het kan vruchtbare antwoorden opleveren.  Het begrip Coming Out Church zou eigenlijk niet zo veel met homoseksualiteit te maken hoeven hebben. Het zou over kerken moeten gaan die met hun oorspronkelijk boodschap uit de kast komen. We kunnen in de kerk discussiëren over seksualiteit maar het hoort eigenlijk te gaan over de vraag hoe het heil bij elk van ons is binnengekomen. Voor de meeste mensen – homo en hetero – heeft dat te maken met het gevoel van onvoorwaardelijke acceptatie. En als dat je overkomt, dan is dat louter genade. Ik heb dat ervaren toen ik uit de kast kwam en mezelf mocht zijn. Die genade kan geen kerk me ontzeggen. Inderdaad…eigenlijk ben ik nog een heel gereformeerd jongetje.


zaterdag, 15 oktober 2011

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Duurzaam onderhoud bomen

In identiteit, kennis, keuzes, landschap, natuur, nieuw, alternatieven, beheer, belangrijk, en meer.

Het versterken van landschap en biodiversiteit in de markt


In Lochem, net als in zoveel plattelandsgemeenten, zijn honderden kilometers berm ingeplant met een diversiteit aan boomsoorten. De eikenlanen domineren, maar ook beuken, acacia, els en es zijn veel voorkomende soorten. Het is een landschap dat uit het begin van de vorige eeuw stamt, als afronding van ontginningen, aankleding van het nieuw verkaveld landschap. Vermengd met oudere landschappen van de landgoederen, de broekgebieden, de oude essen en beekdalen. In die tijd waren ze deel van een snel veranderend landschap waar heggen en hagen verdwenen en schaalvergroting haar intree deed. Oude kaarten getuigen er nog van. Voor die tijd was het vooral het kleinschalig agrarisch landschap met daarbinnen functionele structuren als geriefbosjes, hagen en heggen, afgewisseld met landgoederen die het landschap en biodiversiteit bepaalden. Nu, na bijna een eeuw, bereiken de ongeveer 50.000 laanbomen in het buitengebied hun bejaarde leeftijd. Toenemende kwetsbaarheid, veel dood hout en hoge kosten in onderhoud zijn het gevolg. Zonder ingrepen zullen de lanen uiteen vallen, ontstaat grote schade, zijn er grote maatschappelijke risico’s. Lochem zoekt naar wegen om hier een antwoord op te vinden.

Subsidieer het bomenbeheer

De laanbomen, zeker de vele oudere bomen, zijn dominante dragers van het landschap geworden. Veel van deze bomen hebben, met hun leeftijd en karakteristieke structuur, een grote monumentale en emotionele waarde. Mensen die in hun omgeving wonen zijn gehecht, voelen een persoonlijke binding. Beheer van deze bomen is dan ook een kwestie van uiterste zorgvuldigheid met als doel het bewaren en versterken van de huidige landschappelijke en emotionele waarden. Het is, vanuit dat perspectief, niet meer dan vanzelfsprekend dat de samenleving hier ook geld voor over heeft. Het onderhoud moet dan ook door de verantwoordelijk eigenaar betaald worden. Voor de Lochemse laanbomen is dat de overheid, met een noodzakelijk jaarlijks budget tussen de 250.000 en 500.000 Euro. Een budget dat er niet is

Laat het landschap zichzelf terug verdienen

Een andere benadering, met erkenning van het belang van bomen in landschap, biodiversiteit en identiteit, is dat deze kenmerkende structuren onderdeel vormden van een landschap dat zichzelf in stand hield. Heggen, hagen, geriefbosjes en landgoederen waren allemaal deel van een economisch systeem en cultuur. Uiteraard ontstonden daaruit monumentale en emotionele waarden, maar die werden binnen het systeem van uitruil in de markt ook gefinancierd. De laanbomen werden aangelegd door een overheid die indertijd helemaal geen beeld had van onderhoud op de lange termijn. Dat op een gegeven moment gedund moest worden en structureel onderhoud noodzakelijk was, werd in die tijd niet als probleem ervaren. Zo ontstond een systeem waarin het onderhoud van laanbomen buiten de markt om werd geregeld, als een vorm van ‘subsidie’ van de overheid. Je zou kunnen stellen dat een van de grote problemen  van het onderhoud landschap door die afhankelijk is van  overheidssubsidies wordt bepaald. Die subsidies zijn namelijk weer afhankelijk van het reilen en zeilen van overheidsfinancien, bijvoorbeeld als deel van de economische groei, uitgifte gronden voor bedrijven en huizen. Zodra er een teruggang is wordt deze ‘luxe’ afgeroomd en het landschap onverzorgd achtergelaten. Kortom, het landschap (dus ook de laanbomen) moeten de eigen broek ophouden en niet structureel afhankelijk zijn van kwetsbare overheidsfinanciën.

Lochem bezuinigt

Drie keer werd de gemeenteraad gevraagd om extra geld te stoppen in onderzoek naar de vitaliteit van haar laanbomen, om vanuit die basis het noodzakelijk onderhoud in beeld te brengen. Drie keer weigerde de raad dit verzoek. In die drie jaren is het economisch tij veranderd. Er is een recessie, de overheid moet radicaal snijden. De kans op een overheidsfinanciering van het onderhoud bomen buitengebied (en nog in sterkere mate geldt dat voor andere landschapselementen) is zeer klein geworden. Daarmee lijkt de stelling van voorstanders van een verdienend landschap een onvermijdelijke te worden. Immers, er is geen enkele financiële ruimte meer om bomenonderhoud te subsidiëren. Dan zal het bomenonderhoud zichzelf moeten financieren.

De business case bomenonderhoud


Als het bomenonderhoud zichzelf moet financieren, dan accepteer je dat onderhouds- en plantkosten afgezet moeten worden tegen opbrengsten. Opbrengsten bestaan uit rondhout, tophout en afvalhout. Het ‘verwaarden’ van die biomassa wordt dus belangrijk. Een tweede aspect dat je accepteert, is dat je kijkt naar het economisch rendement van je beheer en dus bereid bent de verdiencapaciteit te vergroten (de opbrengst biomassa feitelijk) om daaruit beheer, onderhoud en plantkosten te financieren. Dat betekent ook dat je in staat moet zijn om aan bomen te verdienen.

Een ander element in deze ‘business case’ is dat we efficiënter moeten gaan beheren. We zien ruimte voor verbetering in ons beheer, door meer te weten over de vitaliteit van onze bomen, door zorgvuldiger beheer, waardoor we kunnen zorgen dat bomen vitaler blijven en dus minder onderhoud vergen. We kunnen beter met marktpartijen samenwerken, bijvoorbeeld door de samenwerking met de WSW instelling Delta en de agrarische natuurvereniging ‘t Onderholt te verbeteren en met boseigenaren gecombineerde activiteiten te ontplooien.

Een derde aspect is dat we de relatie met omwonenden kunnen verbeteren. Naast hun verbinding met natuur en landschap en daarmee ook de mogelijke, vrijwillige, betrokkenheid bij het beheer zien we ook veel deskundigheid die gemobiliseerd kan worden. Er is kennis over bomenbeheer, over de historie en waarden van de bomen en andere landschapselementen, die een belangrijke toegevoegde waarde heeft.

Pilots onderhoud bomen buitengebied


We komen van ‘ver’. Het ‘verwaarden’ van hout en andere biomassa is een vak dat we nog onvoldoende beheersen. Nog te veel gaat verloren, bijvoorbeeld omdat we te laagwaardige toepassingen toestaan of omdat we de markt niet kennen. Het beheer loopt ver achter. Vaak onderhouden we bomen te laat, met grote schade als gevolg. En door onze verwaarlozing van ons bomenbestand komen we in een vicieuze cirkel. We zien de relatie met bermbeheer nog onvoldoende, waardoor regelmatig wortelzones en stamvoeten worden beschadigd. We bieden bomen vaak onvoldoende ruimte, waardoor ze in verdrukking komen.

We moeten de samenwerking met (markt)partijen nog goed vormgeven. Delta heeft mensen met een arbeidshandicap en kan veel routinewerk verzetten. ‘t Onderholt heeft deskundige mensen in dienst, maar niet alle apparatuur en certificaten om ermee te werken. Groot onderhout aan bomen is vakwerk en we moeten die kennis nog bundelen in een goed samenwerkend consortium.

We moeten nog leren met buurten en buurtverenigingen samen te werken. Onze gecertificeerde vakmensen moeten leren om onderhoudsplannen in overleg met omwonenden en buurtverenigingen voor te bereiden. Geen simpele klus, want er zin veel tegenstrijdige belangen en emoties. Iedereen is ‘deskundig’, het gevoelde eigendom ligt vaak bij direct omwonenden. Met respect toch stevige keuzes maken is dan de uitdaging.

Ambachtelijk proces, tijdrovend


Dit proces is een kwestie van meerdere jaren. Ervaring op doen gebeurt in de praktijk. Het gaat om complexe en ingrijpende activiteiten en we moeten de tijd nemen om te leren van onze ervaringen. Daarbij zien we dat in veel gevallen de kennis en tijd ontbreekt om de plannen goed en snel op te zetten. Historische eigendomsverhoudingen zijn diep in archieven begraven, soms onbekend. Juridische zekerheid is nodig om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijkheid bij de juiste instantie en persoon komt te liggen.

De rendementen zullen niet hoog zijn. Er is sprake van achterstallig onderhoud en de waarde van dood hout is laag in de markt. Een inhaalslag is noodzakelijk om uit de vicieuze cirkel van achterstallig onderhoud en stijgende schade en kosten te komen. En dat zonder eigen financiële ruimte en met een zeer beperkte stafcapaciteit. Een uitdaging van omvang dus.

Risico

Misschien ‘redden’ we het niet om het ideale bomenbeheer te vinden binnen de ons gegeven ruimte. Dan zijn er een aantal alternatieven, die overigens pas aan bod komen als we ervaring hebben. Het zijn alternatieven die elkaar aanvullen.

We rekenen uit wat we nodig hebben om de inhaalslag te maken op basis waarvan we met de laagst mogelijke exploitatie ons onderhoud vorm geven. Kortom, een echte investering.

We rekenen uit wat we nodig hebben om te ‘verdienen’ en gaan, planmatig, ook gezonde bomen oogsten zodat we met die opbrengsten ons onderhoud gaan financieren.

We breiden ons areaal bomen uit. Dat kunnen laanbomen, maar kan ook bos zijn, waardoor we een langjarige cyclus kunnen draaien van oogst en aanplant. We worden dus bosondernemer.

Er zijn vast en zeker meer antwoorden en alternatieven. De tijd moet dat leren. Elk voordeel zal gepaard gaan met nadelen, en uiteindelijk is het ook een politieke en bestuurlijke keuze. Zover zijn we nog lang niet. Eerst doen we ervaring op, verlagen we de kostprijs van ons beheer, verbeteren we ons onderhoud en leren beter samen te werken, met bedrijven die ons consortium vormen en met omwonenden die zich eigenaar van het landschap voelen en dat misschien ook in grote mate zijn.

zaterdag, 8 oktober 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Hoe slecht kan een partijraadsvergadering zijn? Over diversiteit in de partijraad van groenlinks

In analyse, artikelen, communicatie, de, debat, discussie, divers, diversiteit, emancipatie, en meer.
Inti Suarez en Suzanne van Rossenberg, partijraadsleden namens de diversiteitswerkgroepen trekken naar aanleiding van de discussie over diversiteit op 18 juni jl. de conclusie dat dit precies NIET de manier was om het thema diversiteit binnen de partijraad (PR) te bespreken.

De vier belangrijkste verbeterpunten zijn:

• Discussies binnen de PR kunnen winnen in diepte, belang en wezenlijkheid.
•Het partijraadbestuur (PRB) moet de inhoud en vorm van discussies in handen leggen van experts binnen de partijraad of derden.
• Discussies binnen de partijraad kunnen wél grondiger en professioneler worden aangepakt in plaats van geïmproviseerd en onder tijdsdruk.
• Het censureren van artikelen is onacceptabel binnen GroenLinks, zeker als het het onderwerp diversiteit betreft en het insluiten van verschillend perspectief.

Waar bestaat een discussie over diversiteit binnen GroenLinks uit?

Omdat GroenLinks diversiteit en emancipatie hoog in het vaandel heeft, is discussie erover onderdeel van gezamenlijke visievorming en organisatieontwikkeling. Een inhoudelijke discussie zou moeten gaan over de volgende drie vragen:

• Waarom is diversiteit nodig?
• Hoeveel diversiteit is mogelijk?
• Hoe gaat GroenLinks om met diversiteit?

Het tot stand brengen van diversiteit is het overbruggen van verschillen. Een debatleider verleidt sprekers om inzicht te geven in de achtergrond van hun overwegingen. Daadwerkelijke uitwisseling van verschillende gedachten en het nader tot elkaar komen, zijn gebaat bij bewustwording van eigen posities en totstandbrenging van gelijkwaardigheid. Dit kan geïntegreerd worden in plenaire en groepsdiscussies.

Wat ging er mis?

• De methode van discussiëren was polariserend en simplistisch.
• In plaats van positionering en bewustwording kwam er een zinloze nadruk op debattechnieken.
• De samenstelling van het panel die de analyse van het debat deed, was onvoldoende divers qua achtergrond en hun relatie tot GroenLinks (professioneel cq. financieel).
• De leden van het panel waren zich onvoldoende bewust van hun eigen positie als panelleden, als GroenLinksers in de discussie en als sprekers met een witte achtergrond en netwerk.
• Het doel van het debat had niets te maken met de vragen hoe GroenLinks en wij, partijraadsleden om moeten gaan met diversiteit, en ten behoeve waarvan.
•Diversiteitswerkgroepen en -partijraadsleden zijn niet benaderd betreft de discussie over diversiteit of de planning ervan.
•De opvolgende notitie van de diversiteitspartijraadsleden die een inhoudelijk en productief kader schiep voor de discussie werd eerst verwelkomd door het PRB, maar is later ter zijde geschoven.
•De organisatie van de discussie werd door gebrekkige communicatie door en expertisetekort bij het PRB een haastklus.
•Zonder opgaaf van reden kregen vlak voor de bijeenkomst ook het partijbestuur, personeelszaken van het landelijk bureau en het wetenschappelijk bureau een stem in de inhoud en uitvoering van de discussie.

•Een kort artikel dat een van de diversiteitspartijraadsleden op verzoek van het landelijk bureau heeft geschreven over de partijraadbijeenkomst is niet geplaatst in het GroenLinks magazine omdat het geen impressie was, maar een ‘mening’.

Wat nu?
•Is het door de huidige structuren binnen GroenLinks inherent onmogelijk om diversiteit onderdeel te maken van gezamenlijke en inclusieve visievorming en organisatieontwikkeling?
•Kan de partijraad een verschil maken?

De diversiteitspartijraadsleden hebben inmiddels samen met de diversiteitwerkgroepen (Kleurrijk Platform, De Linkerwang, RozeLinks, FemNet, Netwerk Chronisch Zieken en Gehandicapten, GroenLinks Plus!) een structureel, halfjaarlijks overleg geïnitieerd om diversiteit gezamenlijk te blijven agenderen. Alle werkgroepleden en andere geïnteresseerden, waaronder partijraadsleden, zijn van harte welkom.

vrijdag, 7 oktober 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Echte liefde

In things we love, it gets better, jongeren, lgbt, onderwijs, stuk, werkelijkheid, de wereld, groningen, en meer.

‘Echte liefde’ heet het theaterstuk van scholieren van het Alfa-college te Groningen dat gisteren haar première beleefde. Maar wat is écht en wat is de kracht van het stuk, vraag ik me af bij het zien van een teaser voor Gegoten Lood. ‘De wereld kantelt. We leven in een aardverschuiving. Dankzij social media lijkt de wereld één groot, krachtig netwerk. Samen sturen we dictators naar huis, verbreken we onderdrukking en herscheppen we de wereld. Tenminste… zo lijkt het. Met Gegoten Lood wordt op zoek gegaan naar wat nog werkelijkheid is. Wat wordt ons als werkelijkheid gepresenteerd? Welke invloed hebben de media op ons realiteitsbesef? Welke waarden bepalen nog ons handelen? Wat kunnen jij en ik aan?’

‘Echte liefde’ kan de reacties aan die en dat zij oproept. De vraag is misschien of ze enig denken en handelen bepaalt en daarmee de wereld die ‘school’ heet herschept. Samen zorgen we ervoor dat diversiteit op scholen doorklank kan vinden en ook al is dat onzichtbaar… we voelen dat er een stap wordt gezet. Een stap naar echte liefde. Een stap naar iets wat we allemaal aan kunnen. En aan willen gaan.


zondag, 2 oktober 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

DREI

In de sociale stad, politiek landelijk, emancipatie, integratie, sociale stad, vertrouwen, diversiteit, kracht, links, en meer.

De herfstzon maakt drie dingen zichtbaar om je goed te voelen / positief te stemmen over de toekomst.

1. Emancipatie. Polarisatie levert weinig tot niets op. Er zijn aanwijzingen dat polarisatie sneller en intenser plaatsvindt wanneer de tegenstelling betrekking heeft op groepen in plaats van op individuen. En daar kiemt emancipatie: soms onzichtbaar voor de grote menigte. En soms groots, fier en strijdlustig. De kracht van emancipatie stemt ons positief over de toekomst. Er is iets om voor te gaan.

2. De tijd. In Denemarken heeft de centrumrechtse regering onlangs de verkiezingen verloren. Na tien jaar gedoogsteun van de Deense Volkspartij won links, met Helle Thorning-Schmidt aan het roer, de verkiezingen. Na tien jaar liberale hervormingen en strenge immigratieregels is het tijd voor iets anders. Wij hoeven niet tien jaar te wachten om met een antwoord te komen. Als we het maar mogelijk maken.

3. Diversiteit. Het gelijkheidsbeginsel is bedoeld ter bescherming van diversiteit. Diversiteit voor de rechtsstaat, binnen de wetenschap, de biodiversiteit, voor het individu en de minderheidsgroep. Ze moet gekoesterd worden, omdat ze niet vanzelf spreekt. Integendeel, de kans op terreinwinst is altijd het grootst voor de dominante meerderheid. Waar onze regering geen diversiteitsensitieve mindset kent, staan wij voor de uitdaging individuen erkenning te blijven geven voor wat ze doen, en voor wie ze zijn. Het kan (en wordt beter).

Het gaat over dromen, alles uit je leven halen en het overwinnen van je angsten. Over passie. En de liefde.


maandag, 26 september 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Jamey

In uncategorized, barack obama, defence for children, emancipatie, it gets better, jongeren, lgbt, mensenrechten, schoolmaatschappelijk werk, en meer.

‘You’re not a victim, you’re a lesson to all of us.’

Jamey Rodemeyer (14) pleegde afgelopen week zelfmoord na jaren te zijn gepest vanwege zijn geaardheid. Hij ging daar volgens zijn ouders aan onder door. ‘To the kids who are bullying they have to realize that words are very powerful and what you think is just fun and games isn’t to some people, and you are destroying a lot of lives,’ aldus de vader van Jamey. Lady Gaga wil daarover een gesprek met Barack Obama. In Groningen zijn we in gesprek met scholen over diversiteit en anders mogen én kunnen zijn. We hopen te horen wat scholen hieraan doen, ideeën uit te wisselen en scholen aan te moedigen actie te ondernemen. Wat goud waard is, is het It Gets Better project waar Jamey vijf maanden geleden een filmpje voor opnam. Hij besloot met de woorden: ’All you have to do is hold your head up and you’ll go far. Just love yourself and you’re set. … It gets better.’

Een les voor ieder van ons.


maandag, 19 september 2011

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Hyves Last.fm Twitter GR

Recensie: Grandcafé Wonders Heerhugowaard

In recensie, heerhugowaard, restaurant, wonders, aanrader, diversiteit, genieten, helaas, keuken, en meer.

Zondag 18 september heb ik gegeten bij Grandcafé Wonders in Heerhugowaard. Vooraf eerst genoten van het terras aan het onlangs aangelegde Coolplein. Dit plein is nog niet geheel klaar, maar dat kan de pret van de nazomerzon niet drukken. Het terras ligt op een gunste plek, waardoor het de gehele middag genieten is. Na de regen die vlak daarvoor was gevallen was het afdrogen van de stoelen en tafels wel prettig geweest.

De koffie, Café Brûlée, was genieten en absoluut een aanrader. Na de koffie was de temperatuur helaas niet meer voldoende om buiten te blijven zitten. Voor het diner verplaatsen wij ons naar binnen.

Het interieur van Wonders is uniek te noemen. Een grote hoge ruimte die zo is aangekleed dat het evengoed knus overkomt. De ruimte is ingedeeld met diverse hoekjes en ronde tafels op verhogingen met een ronde bank er omheen. De bar vormt het middelpunt van het grandcafé en valt direct op als je binennstapt. De bar meanderd door een deel van de zaak, waardoor het geen obstakel is, maar volledig opgaat in de rest van het uitbundige interieur.

De open keuken bij Wonders straalt vertrouwen uit. Iedereen die wil kan de koks letterlijk op hun vingers kijken. Ieder restaurant zou wat mij betreft zo’n keuken moeten hebben.

Nadat we onze tafel toegewezen hadden gekregen was het tijd een eerste blik op de kaart te werpen. Een grote overzichtelijke kaart waarop een diversiteit aan gerechten is te vinden. Na een afweging wordt de keuze gemaakt voor de loungeplatter. Een heerlijkheid van diverse warme en koude gerechten. Het enthousiasme waarmee de serveerster het omschreef deed het figuurlijke water al in de mond lopen.

Tijdens het wachten op de loungeplatter werden we voorzien van een glas Chardonnay. Deze fruitige, licht zoete wijn was een aangename vooraankondiging voor wat ons te wachten stond.

Twee op elkaar geplaatste schalen als zijnde een etagère was rijkelijk gevuld met diverse gerechten. Bovenop stonden prominent twee glaasjes met een goed gekruid tomatensoepje. De zalm, eendenborst, carpaccio, en broodstengels met ham lieten wij ons goed smaken. Ieder gerecht was een klein feestje op zichzelf.

Zoals de naam van dit gerecht aangeeft is het een loungegerecht en bij Wonder in Heerhugowaard is het goed loungen. Mocht u gaan eten bij Wonders, wat ik u zeer kan aanbevelen, dan is de Loungeplatter een prima keuze.

Wonders Heerhugowaard krijgt van mij een 8+ vanwege de intieme sfeer in een toch groot restaurant, de open keuken en de voortreffelijke combinatie van smaken in de gerechtjes van de loungeplatter waarbij toch ieder gerechtje zijn eigen identiteit heeft behouden.

vrijdag, 9 september 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Hallo Cultuur: opening culturele seizoen!

In divers, diversiteit, eindhoven, evenementen, hart, mensen, muziek, recht, seizoen, en meer.

logo_header Het was een levendige bedoening in de stad afgelopen weekend: op 4 september was het alweer de derde editie van ‘Hallo Cultuur!’, de opening van het culturele seizoen in Eindhoven. Dit maal deden er 23 organisaties mee, elk jaar groeit het evenement en daarmee de diversiteit van het aanbod voor het publiek. Het mag met recht een volwaardige aftrap van het culturele seizoen genoemd worden! Ik had een heel programma bedacht (wat dan natuurlijk helemaal niet haalbaar blijkt te zijn), maar uiteindelijk heb ik de volgende organisaties bezocht: de designsale van Yksi, de ontdekfabriek, het  5 Minutenmuseum, FluxS, TAC, Parktheater en Plaza Futura (waar dit seizoen gelukkig weer theatervoorstellingen te zien zijn na de verbouwing van de grote zaal).

hc1

Maar dat was niet het enige wat er te doen was. Het  festival van portrettekenaars  en het culinaire weekend op het Wilhelminaplein waar alle horecagelegenheden hun bijdrage aan leverden, maakten van de wijk de Bergen (waar ik zelf ook woon), met recht het levendige en kunstzinnige hart van Eindhoven.

En op cultureel gebied was er verder afgelopen week ook nog vanalles te beleven, onder andere het Zimmer Frei! festival op 27 augustus in het NatLab. Films over de historie van Philips op het NatLab en het ontstaan van de elektronische muziek, videokunst en animaties, en niet te vergeten nostalgische computerspelletjes (moest meteen denken aan de regenachtige middagen toen ik vroeger met mijn broertje ‘pong’ speelde, een van de eerste computer-tennis-spelletjes). En daarnaast was het er goed toeven in de zon op het terras met een relaxed muziekje op de achtergrond.

 

zimmer1 zimmer2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Genoeg te doen dus weer in Eindhoven, en leuk om te zien hoeveel mensen voor deze evenementen op de been waren. Dat benadrukt maar weer het belang van culturele initiatieven in een stad wat mij betreft!

maandag, 22 augustus 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Een blog die ik niet op papier kan krijgen omtrent Tolerantie!

In nederland, baby, de, discussie, diversiteit, homo, homoseksualiteit, idee, imago, en meer.
Geachte lezer,

Al geruime tijd probeer ik een tekst te schrijven over Homo tolerantie binnen Nederland, maar kan deze maar niet op papier krijgen. Heeft u tips of suggesties voor mij?

Al jaren dacht ik na over het thema Seksualiteit & Diversiteit en zeker vanaf eind 2005 begin 2006 toen ik mij aansloot bij het netwerk Chronisch Zieken en Gehandicapten nam ik dit thema aan als 1 van mijn kerntaken binnen betreffend netwerk, dat wilde ik niet zomaar natuurlijk en overal zit wel een verhaal achter.

Binnen Nederland oogde en oogt het nog steeds dat wij hier de boel best wel goed voor elkaar hebben voor mensen met andere seksuele voorkeuren die als normaal beschouwd worden binnen Nederlandse regelgeving, mijn vragen waarmee ik speel zijn onder andere of dat wel echt waar is en hier volgen een aantal vragen mijnerzijds:

- Waarom wil ik perse van het onderwerp Homo Tolerantie maken terwijl ik in mijn schrijven meer thema’s en vraagstukken wil aanhalen?
- Heeft het nut om Nederland eens flink onder de loep te nemen ten opzichte van andere landen, wij hebben alles immers vrij goed voor elkaar.
- Persoonlijk heb ik het idee dat er best wel veel dood gezwegen of beschouwd -wordt als ver van mijn bed show, klopt dit?
- Zou het kunnen kloppen dat wij of velen misschien teveel gaan denken in hokjes?
- Wanneer ben je Homo, Lesbo, Bi Seksueel of Transgender en zou het erfelijk kunnen zijn?

Voor mezelf heb ik helder op een rij wat ik in grote lijnen zou willen gaan schrijven, de aftrap zou ik gaan maken met een korte vraagstelling (en misschien beantwoording) waarom de Roze Feestweken zo belangrijk zijn. Hier heeft men immers alles ‘goed’ voorelkaar, er speelt wel wat Homo haat maar dat hou je toch! Vooral niet teveel aandacht aan schenken.

Wanneer je er dieper over nadenkt, mogen we heel blij zijn met de Roze Feestweken en is het ook een goed moment om er over na te denken dat het hier allemaal ‘wel’ kan en in diverse andere landen niet. Misschien denk ik wel eens te diep na over dingen en zou ik de Roze Feestweken wel kunnen verdedigen onder de noemer goed voor toerisme in plaats van na te denken over Homo acceptatie buiten Nederland.

Zelf weiger ik om er juist niet dieper over na te denken, achter het dansende ‘nichten’ gebeuren op een bootje zit toch veel meer? Ik schrijf bewust nichten tussen aanhalingstekens met de vraag wanneer ben je ‘nicht’ of homo? ‘nichten’ ‘verknallen’ toch het goede imago van de Homo?

Volgens mij bestaan er gewoon teveel vooroordelen omtrent Homoseksualiteit en anders geaarden, krijg er zelf meteen een misselijk gevoel bij hoe ik deze zin hier neer klieder.. Hoezo anders geaard?

Zelf ben ik er op uit om een discussie uit te lokken waarbij ik de zogenaamde Tolerante medelander zou willen aanspreken in de vorm van hoe tolerant ben je nu echt?

- Zoenen mag, zolang het maar niet publiekelijk is en het zoenende hetero stel wordt amper opgemerkt wanneer deze het niet teveel overdrijven.
- Homoseksueel zijn kan, zolang ‘mijn’ eigen kind maar geen Homo, Lesbo, Biseksuele of transgender wordt.

Hoe te denken over je bent een Lesbo stel en je wilt een kind, dat zou zogenaamd toch al niet kunnen? Leg maar uit aan je kleine koter hoe het toch mogelijk is dat 2 vrouwen 1 baby hebben, tijdens Biologie lessen wordt er immers gehamerd op het mannetje vrouwtje verhaal?

Omtrent de kinderwens dwaal ik misschien een beetje af in deze, maar bij mijn weten is de regelgeving gaarvoor nog steeds niet goed voor elkaar? Om wel to da point te blijven, hoe is het mogelijk dat bijvoorbeeld het Homo zijn als ziekte beschouwd wordt?

Opvoeding!, Opvoeding!, Opvoeding! En aangeleerd gedrag misschien? Homo en Kanker Homo was vanaf mijn kindertijd een leuk en stoer scheldwoord (ondeugd), op latere leeftijd in mijn tiener jaren had ik niets tegen Homo’s maar woorden als Gore Homo, Vuile Flikker vlogen er wel gemakkelijk uit naar gasten die ‘ik’ niet mocht of waar wat op aan te merken was.. Je zou maar een vette onvoldoende halen op vak x waarbij je al minder gemakkelijk met leerkracht x overweg kon.. Zo’n ‘Etterbak’ heeft toch de pik op je en schelden is hip?

Auw, ik moet nu stoppen met schrijven voelde zojuist een zweep in mijn nek, “zal wel heel stout geweest zijn.” Werkelijke vraag mijnerzijds is waarom moet alles in hokjes gestopt worden? Mensen gaan naar die stomme hokjes leven en sommigen daarvan zouden wel eens op zoek kunnen zijn naar het hokje wat het beste bij hen past.

Persoonlijk gezien vind ik dat jammer, zou dit hele verhaal ook op 1a 2 a4tjes passen? Lange teksten zijn saai om te lezen en deze brief zou wel behoorlijk ingekort mogen worden.

Alvast bedankt voor uw reactie,

Vriendelijke Groet,

Klaas Woltinge :P

(bovenstaande tekst is bewust wat spottend opgesteld, niet alles te letterlijk nemen s.v.p.)

zondag, 24 juli 2011

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Aanslag

In opinie en commentaar, politiek, noorwegen, oslo, terrorisme, coalitie, cultuur, diversiteit, europa, en meer.

Utoya, 22 juli 2011 - foto: AP

Dit is geen politieke daad. Dit is de daad van een gestoorde gek. Woorden van die strekking werden geuit via twitter, toen bekend werd dat de bomaanslagen in Oslo en de daaropvolgende wanstaltige, één uur durende slachtpartij op Utøya niet de verantwoordelijkheid van Al-Qaida waren, maar van de rechts-extremistische Noor Anders Breivik. Dat hij een gestoorde gek is, moge evident zijn. Maar zijn daad was wel degelijk politiek.

De wandaad van Breivik is net zo politiek als de moord op Fortuyn door Volkert van der Graaf. De actie van, vermoedelijk, een éénling, dat wel. Maar ook een actie die is ingegeven vanuit de volstrekt abjecte gedachtegang dat de ideologie die de daders aanhingen belangrijker was dan een mensenleven. Of, in het geval van Breivik, zelfs 93 levens.

Breivik behoort tot het slag mensen dat men vroeger rechts-extremisten noemt, nazi’s en ander tuig dat de suprematie van het eigen ras en de eigen cultuur nastreeft. Deze mensen houden er abjecte denkbeelden op na die lange tijd volstrekt niet als acceptabel werden beschouwd. Met het groeiend anti-islamitische sentiment in Europa hebben deze lieden echter een nieuw, legitiem platform geboden om hun ideeën van intolerantie en culturele suprematie te spuien.

Het opvallende van het bloedbad dat Breivik heeft aangericht, is de keuze voor zijn slachtoffers. Breivik is verklaard anti-moslim, maar heeft er niet voor gekozen om, pak ‘m beet, een moskee op te blazen. In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen om af te reizen naar een eiland Utøya in de Tyrifjorden, zo’n dertig kilometer ten westen van Oslo, waar in dit weekeinde het jaarlijkse zomerkamp van de jongerenafdeling van de Noorse arbeiderspartij gehouden werd. 700 jongeren op ongeveer 10 hectare. Eén op de zeven jongeren heeft dat niet overleefd.

Daarmee heeft Breivik niet alleen Noorwegen, maar specifiek de Noorse sociaal-democratie in het hart geraakt. Breivik had het specifiek gemunt op ‘links’. Het was de arbeiderspartij die, wat Breivik betreft, verantwoordelijk was voor een Noorwegen met meerdere culturen, voor een Noorwegen waarin diversiteit en pluriformiteit de norm zijn, voor een Noorwegen waar ook moslims wonen, al is het slechts een handjevol. In de strijd tegen de islam is het in de ogen van Breivik niet alleen legitiem, maar zelfs noodzakelijk, om mensen met een andere politieke overtuiging, op gruwelijke wijze uit de weg te ruimen.

Dit waandenkbeeld van Breivik vind ongetwijfeld zijn oorsprong in een klimaat waarbij ‘links’ steeds meer de schuld lijkt te krijgen van alles wat er in het verleden fout is gegaan. Dat sentiment is ook in Nederland erg sterk. Het falen van de multiculturele samenleving, zo daar al sprake van is, is eenzijdig de schuld van de PvdA, als je rechts-populistische politici mag geloven. Ook al is in de periode 1960-1990 de PvdA slechts zeven van de dertig jaar in een coalitie vertegenwoordigd geweest. Net zo makkelijk wordt ook de verantwoordelijkheid voor de staatsschuld, de kredietcrisis en ongetwijfeld ook de hondenpoep in de schoenen van de PvdA geschoven.

Is daarmee ‘rechts’, of, laten we het beestje bij de naam noemen: Wilders, mede-verantwoordelijk voor het bloedbad van Breivik? Nee, net zo min als een willekeurige moslim verantwoordelijk gesteld kan worden voor de aanslagen van Al-Qaida, een willekeurige Palestijn voor de daden van Hamas. En, ja, net zo min als dat destijds op 6 mei 2002 de kogel van ‘links’ kwam.

Maar de kous is daarmee niet helemaal af. Want in een klimaat waarbij het usance is geworden om moslims te bestempelen als het grootste gevaar voor het voortbestaan van de westerse cultuur, is het mogelijk dat gevaarlijke psychopaten als Breivik gaan denken dat geweld dan wellicht een legitiem verdedigingsmiddel is. En in een politiek klimaat waarbij het usance is om in het parlement en daarbuiten de politieke tegenstander te bestrijden door het plegen van karaktermoord, zal ook de afkeer tegen politici of politieke partijen en denkbeelden alleen maar verder toenemen.

Woorden plegen geen moorden, mensen plegen moorden. Ontegenzeglijk waar. Maar een klimaat van steeds toenemende polarisatie werkt als een incubator voor de denkbeelden van mensen als Breivik. En de politiek, de Nederlandse voorop, kan in mijn ogen wel wat depolarisatie gebruiken.

dinsdag, 12 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Universiteit en talent II

In diaries, -noorwegen, philosophies, universitaria, |2011, diversiteit, groei, kabinet, nederland, en meer.

Over fabrieken gesproken. Niet alleen de mentaliteit van de universiteit is veranderd, een onpersoonlijke, verkilde mentaliteit die denkt in budgetten, groei, massale toestromen, zo veel zo snel mogelijk met zo min mogelijk moeite. Promoveren moet vooral snel boven goed, en voor steeds meer studenten zijn juist steeds minder promotieplekken beschikbaar. Deze mentaliteit denkt niet in individuen, personen en talent.

Mede het kabinetsbeleid is hier debet aan, is eigenlijk de grootste veroorzaker te noemen van de mentaliteitsverandering op de universiteit. Ze is een ster gebleken in het afbreken en kapotbezuinigen van kenniseconomie en het zo massaal mogelijk (lees: studentenaantallen) met zo min mogelijk personeel (lees: universitaire docenten) produceren van halffabrikaten (lees: nog niet geheel competente afgestudeerden), liefst gemaakt van edelmetalen (lees: steeds meer vooral weggelegd voor degenen met een rijke papa), met hierna beperkte mogelijkheden tot verdere ontwikkeling aan de universiteit zelf (lees: steeds meer promotieplekken worden wegbezuinigd). Er is in deze visie bijzonder weinig plaats voor diversiteit en individueel talent.

Zo is mij vandaag ter ore gekomen dat het Huygens Scholarship Programme, een beurs waarnaar zeer goede studenten kunnen solliciteren ter ondersteuning van hun onderzoeksprojecten in het buitenland, wordt afgeschaft. Terdege ben ik mij ervan bewust dat ik begin dit jaar een aanvraag hiervoor in de vorm van ongeveer een boom aan papier heb verstuurd, waaronder onder meer een voordrachtsbrief, motivatiebrief, curriculum, cijferlijst en twee referenties. Dit voor mijn geplande onderzoeksproject in Noorwegen, vanaf begin 2012.

Desalniettemin zal ik weigeren mij in de vorm van een halffabrikaat de vrije markt op te laten jassen door de heren langstudeerders uit het kabinet, omdat ik anders te veel geld zou kosten. Ik hoop door te groeien op de universiteit; ik ben niet uit te drukken in geld. Langstuderende kortetermijndenkers van het kabinet, uw blikken en woorden spreken in eurotekens, schuif het vooral door naar de volgende generaties, want naïeve sprookjes over grootse rijkdom in de toekomst houden jullie uiteraard in stand met het veranderen van de spelregels terwijl het spel gespeeld wordt – maar niet zodanig dat jullie er zelf last van hebben, uiteraard, dat nooit. Misschien moeten jullie juist investeren, zo kan voorkomen worden dat het onderwijs niet nog verder afglijdt dan nu het geval is, maar dat is natuurlijk niet goed voor het aantal followers op Twitter.

De radartjes van deze fabriek zullen vastroesten als dit zo doorgaat, maar dat zien jullie niet, want dat kan jullie aan je reet roesten. Liever kopen jullie Strike Fighters om het buitenland tevreden te houden als postzegelkavel Nederland met grootheidswaan. En van wiens geld? Bedankt.

Erg verbazend dat we steeds verder dalen in de internationale toplijst van universiteiten en kenniseconomieen vind ik het niet, waarom zijn jullie dan zo verbaasd? Het kwartje valt blijkbaar nog steeds niet, dat kan ook niet met oogkleppen van biljetten op.

Rocket engines burning fuel so fast
Up into the night sky they blast
Through the universe the engines whine
Could it be the end of man and time?
Back on earth the flame of life burns low
Everywhere is misery and woe
Pollution kills the air, the land and sea
Man prepares to meet his destiny
~ Black Sabbath, ‘Into the void’, 1971


Gearchiveerd onder:Diaries

zondag, 6 maart 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Een kijkje in de Agenda van Klaas Woltinge

In agenda, belangrijk, bezig, bezuinigen, campagne, cv, de, delen, diversiteit, en meer.
Periodiek krijg ik naar mijn hoofd moetwillig of onbewust teksten in woord en spraak naar mijn hoofd geslingerd dat WAJONGERS werkloos thuis zitten en in fora’s gaat het zelfs een stapje verder.. Dan heeft men het over domme profiteurs die op onze belastingcenten loopt te profiteren. Dit jaar ziet het er naar uit dat er fors bezuinigd zal gaan worden op de WAJONG en WSW indicaties, daarnaast ook op onderwijs waar ik het al helemaal niet mee eens ben.

Bezwaren: Niemand heeft er voor gekozen om WAJONGER te worden of in duidelijker Nederlands verwoord arbeidsgehandicapt te zijn! Zelf ben ik een WAJONGER waarvoor het geld niet is om deze bij te scholen of aan het werk te helpen. Daarnaast moet er natuurlijk ook werk zijn wat een arbeidsgehandicapte aan zou kunnen. Dat bereik je volgens mij niet door te bezuinigen op de basis, zoals het er naar uit ziet zal er nog forser bezuinigd worden op een voorbeeld situatie als mijzelf. Dat is eigelijk toch heel dom denken en niet na durven denken over de Toekomst? Bezuinigen op scholing of trajecten waarmee je aan het werk zou kunnen komen houd concreet in dat je de WAJONG uitkering nooit meer uit komt.
Door het weg halen van een goede basis bezuinig je inderdaad een beetje op korte termijn, schuif je de gevolgen daarvan door naar de toekomst.

Vrede: ik heb er intussen vrede mee dat ik een zogenaamde werkloze ben, termen als nutteloos, profiteur en luilak bestrijd in iedere toon! Doe nog steeds mijn best d.m.v. MLM systemen een kleine aanvulling bij te verdienen wat zeker geen vast en betrouwbaar extra inkomen oplevert aan mijn adres, wel zet ik mij politiek en vrijwillig steeds harder in om mee te praten over wat anders en beter zou kunnen.

Bezigheden:
Netwerk GroenLinks Chronisch Zieken en Gehandicapten zet ik mij niet voor de sier voor in, het zelfde geld voor het CNV(J) WAJONG werkt en RozeLinks. Om eerlijk te wezen dreig ik nu ook iets te willen gaan doen met GroenLinks Kleurrijk.
Doe ik nog niet, daarmee zou ik wel heel veel hooi op mijn vork nemen en qua reis kosten zou het ook vrij duur worden die veelal wel achteraf te declareren zijn.
Buiten het politieke en vakbond’s werk om maak ik mijzelf ook graag nuttig, werk bij stichting de Zonnebloem Hoogeveen om ouderen 9x per jaar een leuke dag te bieden, vergaderingen die er achteraf bij horen vinden ook ongeveer 9x per jaar plaats en met een beetje geluk kan en mag ik ook mee doen aan huis bezoeken aan de oudere die misschien vereenzaamd. Voor mezelf staat het leuk op mijn CV, maar het geeft ook zeker aan dat ik maatschappelijk betrokken ben. Dit vergeten veel mensen te vaak helaas!

Reden voor mij om jullie even mee te laten gluren in mijn agenda van gemaakte afspraken buiten Hoogeveen of extra afspraken.

11 Maart ga ik vanuit het CNV(J) een nieuwe (toekomstige) werkgever ambassadeur bezoeken, dien wel met een gelikt verhaal aan te komen natuurlijk waarom dat zo belangrijk is!

12 Maart een vergadering met RozeLinks te Utrecht over hoe zetten wijzelf ons goed op de kaart en diverse overige punten die ter tafel komen of ik nu intern hou.

13 Maart: Verjaardag Klaas, mijn verjaardag van 1 Maart j.l. sloeg ik maar even over, had het te druk met campagne voeren voor GroenLinks, netwerk borrels en diverse verbouwingen die in mijn woning plaats vonden en plaats zullen gaan vinden.

17 Maart: Lezing Haagse school stage lopen of LAP, het moment voor mij om interesse te tonen en ook flink te gaan netwerken vanuit mijn eigen en GroenLinks gedachtegang!

24 Maart: Meet&Greet middag in Amsterdam! (die kans laat ik zeker niet lopen!)

CNV Jongeren en FNV Jong zijn vorig jaar het project “CAO Wajong-proof” gestart om ervoor te zorgen dat werkgevers en vakbonden meer en betere afspraken maken over Wajongers. Zelf heb ik namelijk ook belang bij deze afspraken, ze vergroten namelijk mijn kans op werk en het behoud hiervan! Jaarlijks worden er honderden CAO’s afgesloten. Om WAJONGERS aan het werk te helpen, is het niet alleen van belang dat het aantal WAJONG-afspraken stijgt. Ook het soort afspraken, de kwaliteit én haalbaarheid van deze afspraken zijn belangrijk.

Er is onderzoek gedaan bij verschillende CAO-onderhandelaars. De uitkomst zijn praktische adviezen & tips voor CAO onderhandelaars om nog betere én haalbare WAJONG afspraken te maken! Zelf wil ik ook wel een onderhandelaar ontmoeten, Ben nieuwsgierig naar wat een CAO-onderhandelaar in de sector waar ik werk of wil werken kan betekenen? wil daarnaast graag mijn stem uitbrengen op de beste CAO-WAJONG afspraak, mijn netwerk uitbreiden vind ik ook zeer belangrijk. Vanuit het netwerk GroenLinks Chronisch Zieken en Gehandicapten zijn mijn kerntaken seksualiteit en diversiteit en de WAJONG regeling. Op het gebied van de WAJONG regeling kan het nooit geen kwaad om een actueel contact personen lijstje te hebben waarbij je terecht kunt met je eigen en GroenLinks visie om ideeën te delen of informatie op te vragen indien nodig.

Durven critici die te snel hen vooroordelen klaar hebben over WAJONGERS nu ook over hen stellingen na te denken, durft politiek Nederland het aan om over mijn opsomming van punten na te denken???

o.a. GroenLinks houd zich hier wel mee bezig, nu het kabinet nog en de eerste kamer leden!

zondag, 27 februari 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Oproep aan feministisch Nederland

In emancipatie, diversiteit, feminisme, groenlinks, eerste kamer, arbeid, economische zelfstandigheid, eerste, gender, en meer.
Beste feministen,
Ik roep jullie op om bij de provinciale Statenverkiezingen van 2 maart op GroenLinks te stemmen, voor een stevig feministisch geluid in de Eerste Kamer.
Ik sta op plaats 5 van de kandidatenlijst van GroenLinks voor de Senaat. In de huidige peilingen is dat jammer genoeg geen zekere plek. Alle extra steun is daarom welkom. Natuurlijk voor een Groen en Links geluid in de provincies, maar in mijn geval vooral ook om in de Eerste Kamer aandacht te vragen voor emancipatie en diversiteit. Ik beloof jullie dat ik mij daar met hart en ziel voor in zal zetten. Voor economische zelfstandigheid en ontplooiingskansen voor alle vrouwen. Voor een betere verdeling van arbeid en zorg. Voor een blijvende aanpak van alle vormen van gender-gerelateerd geweld. Ik zal aandacht vragen voor de effecten van wetsvoorstellen voor verschillende groepen vrouwen, waar nodig door middel van een Emancipatie-effectrapportage. Ik zal bij het beoordelen van wetgeving het VN-Vrouwenverdrag en andere mensenrechtenverdragen betrekken.
Ik denk dat ik in de Eerste Kamer een duidelijk feministisch geluid kan laten klinken.
Ik hoop dat jullie mij willen helpen om dat te doen.
Door woensdag op GroenLinks te stemmen, al is het maar voor deze ene keer.
En door dit bericht, of een link er naartoe, door te sturen aan al je feministische vrienden en vriendinnen.

woensdag, 2 februari 2011

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter

Aanbevelingen voor EK-kandidatuur Brechtje (1): vasthoudend, scherp en communicatief.

In amsterdam, burgerschap, congres, diversiteit, groenlinks, de, eerste.
Brechtje Paardekooper: zeer toegewijd en deskundig op het gebied van de publieke sector, diversiteit en feminisme; vasthoudend, scherp en communicatief. Kortom het ideale Eerste Kamerlid voor Groenlinks!Evelien Tonkens, Hoogleraar Actief Burgerschap, Universiteit van Amsterdam, columnist voor de VolkskrantAanstaande zaterdag stelt het congres van GroenLinks onder meer de volgorde van de kieslijst

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 11192 uur (466,4 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2