Ik ben allergisch voor Het Platenpaleis op Radio 2, die altijd aanstaat op vrijdagen in de winkel, uitgerekend wanneer ik werk (op de groenteafdeling). Misschien zou ik beter kunnen stellen dat Radio 2 als geheel mijn anti-allergenen tot een maximum activeert. Afgelopen vrijdag was er eerst een popcanon op die zender, een selectie van hits van de jaren vijftig tot nu, gevolgd door de gebruikelijke discotrade, Het Platenpaleis met oneindig veel slappe, homogene disco en bingo-belspelletjes, om knettergestoord van te worden. Ik kwam in die popcanon helaas pas binnenvallen bij de jaren ’80, en veel van die nummers waren nog best aardig.
Voordat ik met een gezicht als een po-po-po-pokerface dergelijke en andere onzin (maar naar perceptie van sommige anderen volledig voorbeeldige gevleugelde uitspraken) ga uitkramen, moet ik bekennen dat ik een significante daling van het niveau van de muziek waarnam in zowel het Nederlandstalig-begin-jaren ’90-blok als het blok van de jaren ’00. Ik vind sowieso dat je altijd moet oppassen met muziek Nederlandstalig maken, maar desondanks hoeft dit niet per se een doem te zijn – er zijn best nog bands die er in muzikaal en creatief opzicht aardig wat van weten te bakken wanneer er gezongen wordt in het Nederlands. Ik heb overigens geen flauw idee hoe de selectie van de nummers van de popcanon tot stand is gekomen – deels nattevingerwerk schat ik – ik moest me zelfs nog gelukkig prijzen dat het niet tot de ‘Toppers’ was gekomen, maar helaas wel tot enkele andere nummers die Henk en Ingrid wel zouden bekoren. Zo ook Dromen zijn bedrog van Marco Borsato, creatief nihil en verder voorzien van een nogal redundant en clichématig refrein. Maar als er niet een persoonlijke herinnering aan dit nummer verbonden was geweest, zou ik er natuurlijk niet over zijn begonnen, het zou het niet waard zijn.
Op mijn eerste basisschool, die ik tot en met groep vijf bezocht, was er telkens een maandsluiting, waarbij de leerlingen kleine stukjes konden toneelspelen of een liedje konden playbacken en dansen. Zo ben ik een keertje Kortjakje geweest met haar boek vol zilverwerk – dat was gewoon een dik Jip en Janneke-verhalenboek waarin mijn moeder allemaal aluminiumfolie had gestopt. Ook was ik meerdere keren een van de telgen van de Spice Girls, vanwege de krullen waarschijnlijk Melanie B, en een andere keer was ik de frontvrouw van de Venga Boys. Geen van deze ervaringen was destijds vervelend, ondanks dat het nu misschien gênant geworden zou kunnen worden dat de Spice Girls vooral werden nagebootst door in bikini-ondergoed op het podium te verschijnen – de eerste bikinitopjes waarschijnlijk naast die lange Hema-hemdjes van toen in het wit met dunne roze, gele of groene streepjes. Ik zat in groep vier, een combinatieklas met groep drie, en ik was soms wat onverschillig geworden aangezien ik me zeer was gaan vervelen, omdat ik in groep drie blijkbaar al te veel had opgelet bij de uitleg aan de toenmalige groep vier terwijl ik stil aan mijn groep drie-werkjes moest werken – of die al af had. Ik was ook wat onverschillig geworden ten opzichte van de maandsluitingen; ik vond dat de twee juffen die ik toen had zich er veel te veel mee bemoeiden, en hun vaak niet al te zeer door mij gewaardeerde suggesties toch maar al te vaak doordrukten. Aan het einde van die ene maand bleef ik, mede daardoor, ‘over’, ik had geen anderen om iets mee op te voeren of te playbacken. Dat was een riskante positie, maar ik zou liever zelf nog iets verzinnen en zo in mijn eentje iets doen dan wat een van de juffen toen voorstelde, nee, eiste. Ze had geen geduld om me een kans te geven mijn eigen creativiteit de vrije loop te laten, dus eiste ze van mij dat ik me aansloot bij een groepje. Natuurlijk kon ik die maand niet bij een al gevormd groepje Spice Girls of zoiets dergelijks aankloppen – dat moesten er immers steeds vijf zijn.
Echter, een achtergrondzangeresje meer of minder kon geen kwaad. Een van Marco Borsato’s Dromen zijn bedrog-achtergrondzangeresjes. En dit allemaal met kinderen van groep drie. Toen de juf doordringend naar me keek en een snerende toon aansloeg, hield ik mijn mond en suggereerde ik haar geen van mijn ideeën meer. Marco Borsato was overigens een Surinaamse jongen uit groep drie. Op het podium stonden wij achtergrondzangeresjes maar wat heen en weer te deinen en te playbacken, terwijl de Surinaamse Marco Borsato overdreven gesticulerend het publiek voor zich won. Ik kon wel door de grond gaan, ik voelde me op dat moment echt heel gênant, alsof ik er maar wat bij hing. Ik had een ultiem wrong-place-wrong-time-gevoel. Ik kon niet snel genoeg het podium verlaten toen het voorbij was.
Sindsdien word ik hier steeds wanneer ik dat nummer hoor aan herinnerd. Het is natuurlijk slechts een klein stukje jeugdtragiek waarom ik ook kan lachen. Toch hoor ik dat nummer niet graag, niet alleen omdat het slecht is, maar ook omdat het me zo aan die juf doet denken die nooit de moeite genomen heeft me mijn creativiteit te gunnen, die me nooit extra werk gunde, en die met rode pen in mijn schrift schreef wanneer ik uit verveling vanwege het klaar zijn met mijn opdrachten in mijn schrift tekende.
En oh ja, over dromen gesproken, kijk eens naar de film Inception. Ik heb niet vaak een film gezien die zo goed in elkaar is gezet, en je tot en met het einde achterlaat met de vraag wat nou echt is gebeurd, en wat in dromen. Wat is er nou eigenlijk bedrog in die film, en wat niet? Ik kan het vast niet voorleggen aan Marco Borsato.
A.
Gearchiveerd onder:
Diaries