Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker. Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.
Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan van theorie naar praktijk.
Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”. Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de “mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van wantrouwen en dat werkt contraproductief.
Komen we er verder mee als we de samenleving zien als bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de verantwoordingsplicht vanuit de overheid.
Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken. Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn. De eigen deskundigheid moet meer erkenning krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te lossen.
Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende richtingen.
Als we onze samenleving in de toekomst zo willen inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort, waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.
Zie voor de in de tekst besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker, Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.