zaterdag, 28 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Dwarsdenker (Portret in Vrij Nederland 24.01.2012)

De alleskunner die redelijkheid predikt

De homoseksuele ex-predikant en Eerste Kamerlid voor GroenLinks Ruard Ganzevoort zoekt het radicale midden.

Hoogleraar Praktische Theologie, ex-predikant, Eerste Kamerlid voor GroenLinks, hoteleigenaar en fanatiek blogger en twitteraar – Ruard Ganzevoort (46) is het allemaal. En in al zijn hoedanigheden predikt hij redelijkheid, dwars tegen de polarisatie in. In zijn kamer op de Vrije Universiteit vertelt hij over zijn ambivalente verhouding met religie. Toen hij een relatie kreeg met een man verloor hij zijn predikantstitel: een pijnlijke gebeurtenis. Toch veroordeelt hij het anti-homostandpunt van de orthodoxe kerken niet. ‘De nare, onaangename kanten van religie horen er ook bij. Ze geven de aanhangers het besef dat het geloof echt ergens over gaat.’

Tegenwoordig probeert Ganzevoort in orthodoxe kerken het gesprek over homoseksualiteit op gang te brengen. Dit doet hij op een manier die tegendraads is in haar gematigdheid. ‘Ik wil niet homo- of christenbashen, dat vind ik te makkelijk. De visie van een organisatie als Different, die zegt homo’s te genezen van hun seksuele voorkeur, moet bestreden worden. Maar de felheid waarmee dat nu gebeurt, vind ik veel te ver gaan. ‘Ook ideeën die dwars tegen mijn gevoel ingaan, mogen bestaan.’ In 2010 verscheen Adam en Evert. De spanning tussen kerk en homoseksualiteit, dat Ganzevoort schreef met twee anderen. In het boek staan verhalen over homoseksuele jongeren uit orthodox-protestantse en evangelische kringen, naast paragrafen over homoseksualiteit in de Bijbel. De aanpak is nieuw: ‘Er zijn veel boeken over het onderwerp die bij voorbaat voor of tegen homoseksualiteit zijn, en voor of tegen het geloof. Wij laten zien hoe er in orthodoxe kerken over homoseksualiteit wordt gedacht. Hoe kun je, als orthodoxe gelovige, zo zorgvuldig mogelijk met homoseksuelen omgaan? Die vraag proberen wij te beantwoorden.’ En dat helpt, zegt Ganzevoort. ‘Ook in orthodoxe kringen zie je mensen toegroeien naar het idee dat homoseksualiteit geen ziekte is.’

Ruimte voor pedofielen

Ook op andere gebieden valt Ganzevoort op door zijn gematigdheid, die soms juist leidt tot controversiële standpunten. Zo zijn radicale imams wat hem betreft welkom: ‘We leven in een plurale samenleving en daar zullen we het mee moeten doen. In die pluraliteit leven ook mensen die ver van ons af staan. ’ Nog opvallender: tijdens de publieke discussie over de pedofielenvereniging Martijn nam Ganzevoort het op voor de pedofielen. Het is een illusie om te denken dat we alle gevaar kunnen buitensluiten, zo waarschuwt hij. ‘Maar het meeste misbruik wordt niet gepleegd door pedofielen, en de meeste pedofielen begaan geen strafbare feiten. In plaats van een heksenjacht te houden, zouden we moeten werken aan praktische oplossingen, bijvoorbeeld buddyprojecten. Seksueel misbruik blijft onaanvaardbaar. Maar we moeten in de samenleving ook ruimte maken voor pedofielen.

Sinds afgelopen juni is Ganzevoort Eerste Kamerlid voor GroenLinks. Voor een vrijzinnige theoloog is het een spannende tijd in de politiek. Juist het afgelopen jaar heeft religie, in de gedaanten van de weigerambtenaar, de religieuze slacht en het passief stemrecht voor SGP-vrouwen, volop in de publieke belangstelling gestaan. In alle gevallen gaat het om de vraag tot welke hoogte de staat mag inbreken in de vrijheid van godsdienst. In debatten hierover staan steevast de gelovige en de liberaal tegenover elkaar, waarbij de eerste hamert op pluralisme en godsdienstvrijheid, en de tweede op de rechten van het individu.

Heel precies kijken

Van de meeste politici valt op voorhand te bepalen welke positie zij zullen innemen; zo niet bij Ganzevoort. Kiezen voor het ene grondrecht boven het andere is lastig en pijnlijk, en de afweging moet elke keer opnieuw gemaakt worden, benadrukt hij. De overheid moet bepalen of het individu binnen de religieuze groep zo veel schade ondervindt dat ingrijpen in de vrijheid van godsdienst gerechtvaardigd is. Zo kan het dat Ganzevoort vóór het verbieden van de weigerambtenaar is, maar tegen het  verbod op ritueel slachten. Een duidelijke mening over de SGP-vrouwen, over wie de Hoge Raad besliste dat zij zich verkiesbaar moeten kunnen stellen, heeft hij nog niet. ‘Je moet heel precies kijken naar welke rechten er potentieel worden geschonden. Aan de ene kant die van vrouwen binnen de SGP en aan de andere kant die van een politieke organisatie. Maar als de overheid helemaal niets zou doen, dan zou ik denken: er ligt niet voor niks een rechterlijke uitspraak.’

Ganzevoort voelt zich thuis in de Eerste Kamer. ‘Ik voel nu meer dan ooit de urgentie. Het klimaat in ons land wordt beïnvloed door populisme, partijen die anderen uitsluiten, polarisatie tussen bevolkingsgroepen. Er moet een ander verhaal komen, van toekomst, hoop, compassie, van visie op samenleven, in plaats van op uitsluiten.’ De komende jaren wil hij, in de politiek en daarbuiten, vooral proberen een wijs mens te zijn. Dat is volgens hem geen vanzelfsprekendheid. ‘Wijsheid is niet iets wat je hebt, maar iets wat je constant moet bevechten.’


dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


woensdag, 11 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


woensdag, 21 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Mens, dier en religie

In religie en politiek, rituele slacht, boerderij, brieven, consensus, de dieren, dieren, dierenwelzijn, discussie, en meer.

Verschenen in De Cascade 8(2), opinieblad van stichting Cosmicus

De afgelopen maanden is er veel discussie geweest over het wetsvoorstel dat een einde moet maken aan de onverdoofde rituele slacht. Uiteindelijk stemde de Tweede Kamer in met een bijna volledig verbod. Er kon alleen een uitzondering worden gemaakt als er onafhankelijk bewijs zou zijn dat onverdoofde rituele slacht geen extra dierenleed veroorzaakt. Op het moment dat ik dit schrijf, moet de Eerste Kamer nog beslissen over dit wetsvoorstel. Ik krijg dan ook als Eerste Kamerlid een grote verzameling mails, brieven, documenten, filmpjes en nog meer met de bedoeling mij de ene of de andere kant op te bewegen.

Het is een moeilijke afweging omdat het gaat over dierenwelzijn en godsdienstvrijheid. Daaronder ligt echter nog een andere vraag: hoe denken we over de verhouding tussen mens en dier? Die vraag speelt in religies een belangrijke rol, omdat het daarin gaat over wat nu het eigene is van mens-zijn. En dat eigene wordt duidelijk als we kijken naar het verschil tussen mens en dier en tussen mens en godheid. Daarom zijn er in veel religies ook allerlei regels en taboes die ervoor moeten zorgen dat de mens zich niet gaat gedragen als de dieren en zich ook niet inbeeldt dat hij goddelijk is.

Ideeën over die relatie tussen mens en dier gaan natuurlijk een heel bijzondere rol spelen als het gaat over het doden van dieren. Daarom gelden er in de Joodse godsdienst en de Islam heel precieze regels bij dat doden. In de kern van de zaak hebben die met respect voor het dier te maken. Als je dan toch een dier doodt, zorg er dan voor dat het zo snel en pijnloos mogelijk doodbloedt. Er zijn verschillen tussen de Joodse en Islamitische rituele slacht, maar deze basis van respect speelt bij allebei mee.

Het is daarom ook voor Joden en Moslims een pijnlijke ervaring dat er over hun rituele slachtmethoden gezegd wordt dat die barbaars en dieronvriendelijk zijn. Vanuit hun traditie stond juist zorg voor het dier centraal, en ook het besef dat het niet vanzelfsprekend is dat je een dier, een medeschepsel, van het leven berooft. Ze waren ervan overtuigd dat ze zorgvuldig met dieren omgaan door hen volgens hun religieuze regels te doden. En dan opeens zo’n verwijt…

Het verwijt doet des te meer pijn omdat de gewone industriële manier waarop we in Nederland met dieren omgaan ver afstaat van datzelfde respect. Jaarlijks worden er 500 miljoen dieren gekweekt en geslacht. Opgesloten, verminkt, van hot naar her gesleept en gedood. Hier zijn dieren niet in de eerste plaats levende wezens, medeschepselen, maar producten in een economisch proces. Natuurlijk zijn er volop boeren met hart voor hun dieren, maar we zijn toch ver verwijderd geraakt van de klassieke boerderij waar mens en dier samen leefden.

Drie visies

Eigenlijk zijn er vandaag de dag drie fundamenteel verschillende visies op de relatie tussen mens en dier. De eerste, die we bij sommige dierenactivisten vinden, ziet mens en dier als gelijkwaardig. Eigenlijk zijn mensen natuurlijk ook dieren, en met elkaar maken we deel uit van het totale ecosysteem. Er is eigenlijk geen reden waarom de mens zomaar over het leven van dieren zou mogen beschikken. Vaak leidt dit tot een keuze voor vegetarisch leven, of zelfs veganistisch: geen enkel dierlijk materiaal wordt gebruikt, ook geen wol of melk. Het is een nobele visie, maar natuurlijk zitten er grenzen aan. Er is nu eenmaal ook verschil tussen mensen, apen, koeien, ratten, kikkers, wespen, enzovoorts. Bijna niemand beweert dat alle dieren op dezelfde manier ons respect en bescherming verdienen en dus niet gedood mogen worden. De vraag is alleen waar we de grens trekken.

De tweede visie is er een van industriële omgang met dieren. Hier zijn dieren vooral productiemiddelen die zo efficiënt mogelijk moeten worden ingezet voor de productie van vlees, melk, eieren. Zorg voor de dieren is hier vooral ingegeven door de wens te voorkomen dat dieren ziek worden en dus meer gaan kosten. Veel consumenten gaan eigenlijk ook zo met dieren om. Ze houden enorm van hun huisdieren, die soms bijna als kinderen voor hen zijn. Maar het lapje vlees moet vooral onherkenbaar zijn, een industrieel product waaraan je niet meer kunt zien dat het een levend wezen was. Het dier is een ding.

Tussen die twee uitersten – het dier als gelijkwaardig aan de mens en het dier als ding – staat de derde visie die vindt dat de mens verantwoordelijk is voor deze wereld en dus ook voor de dieren. Bij deze visie, die we ook in veel religies herkennen, mag de mens op zich beschikken over dieren, maar moet de mens er ook voor zorgen dat dieren een goed leven hebben. Het doden van een dier moet dan ook met respect gebeuren en zoveel mogelijk leed vermijden. Maar ook hier zitten grenzen aan, want de manier waarop dieren elkaar doden, is vaak minstens zo gruwelijk, en dan laten we de natuur zijn gang gaan.

Kan het beter?

Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het wel ongeveer met de derde visie eens zijn. We vullen het steeds net een beetje anders in, maar er lijkt consensus dat dieren geen mensen en geen dingen zijn en dat respect de basis voor de omgang moet zijn. Als dat zo is, dan is er dus ook alle reden om kritisch te zijn op alle situaties waar dat respect in het geding is. Bijvoorbeeld in de industriële veehouderij met haar megastallen en massale slacht. Maar ook in de rituele slachtpraktijk is heel veel te verbeteren. Vele eeuwen geleden koos men voor een bepaalde manier van slachten omdat dat de meest zorgvuldige en diervriendelijke manier was. Maar dat was wel ‘met de kennis van toen’. Het kan geen kwaad om vandaag de dag opnieuw na te denken over de vraag hoe we zorgvuldig met dieren omgaan als we ze doden.

Wat dat betreft, hoop ik dan ook dat de discussie over het verbieden van de onverdoofde rituele slacht Moslims en Joden aan het denken zet. Bij de huidige discussie komt de nodige polarisatie mee. Het lijkt me ook moeilijk die te vermijden, want de gevoelens gaan diep en de gevolgen zijn groot. Bij voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel gaan de hakken dan ook in het zand en dat leidt tot soms onaangename discussies. Maar als de rook is opgetrokken en een definitief besluit is genomen (welk besluit ook), staan de samenleving als geheel en de religieuze gemeenschappen in het bijzonder voor de vraag welke stappen we kunnen zetten om dierenwelzijn te bevorderen. Want kennelijk is dat het doel van de dierenbeschermers zowel als van degenen die de rituele slacht verdedigen.

Als het stof is neergedaald, kunnen de dierenbeschermers hun aandacht richten op de omgang met productiedieren en hopelijk krijgen ze daar dan ook kamermeerderheden voor (al moet ik zeggen dat ik niet heel erg hoopvol ben op dit punt). En als het stof is neergedaald, kunnen Joden en Moslims stappen gaan zetten om hun rituele slachtpraktijk te verbeteren. De teelt en aanvoer van dieren, de bejegening, de zorgvuldigheid bij het slachten, er zijn zeker punten van verbetering te vinden. En ook kan de discussie gevoerd worden of er vormen van verdoving zijn die aansluiten bij de intenties van de geloofsregels. Ook religieuze tradities blijven namelijk altijd in beweging. Het kan ook van religieuze wijsheid getuigen om oude tradities nog eens kritisch te bekijken.

De kunst zal zijn om niet te blijven steken in de polarisatie en makkelijke vijandbeelden, maar constructief te kijken hoe we dierenwelzijn kunnen verbeteren in zowel de industriële als de rituele slacht. Want over die intentie zijn we het kennelijk eens. Als dierenwelzijn doel is van dierenbeschermers en religieuze gemeenschappen, dan moet er een constructief gesprek mogelijk zijn.


maandag, 19 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bij de veteranenwet: ‘oorlog is niet normaal’

In eerste kamer, strijd, gevaar, technologie, geweld, terrorisme, inzet, kinderen, mensen, en meer.

Inbreng in het debat in de Eerste Kamer over de Veteranenwet, 19.12.2012

Oorlog is niet normaal. Vechten is niet normaal. Dat is niet alleen de les die de meeste opvoeders hun kinderen meegeven, het is ook deel van de pacifistische wortels van mijn partij. Conflicten los je op met woorden, niet met wapens. Daarbij sluiten we onze ogen niet voor de werkelijkheid dat militair ingrijpen soms onvermijdelijk is ter verdediging van het Koninkrijk of van de internationale rechtsorde. Maar het grondbesef blijft dat gevechtshandelingen nooit de ideale methode zijn, hooguit het laatste redmiddel.

Oorlog is niet normaal. En juist daarom heeft de overheid een bijzondere zorgplicht voor mensen die zij in die niet-normale omstandigheden brengt. Wij zijn als samenleving verantwoordelijk voor de risico’s en gevolgen van deze inzet. Die risico’s kunnen groot zijn, zoals we weten uit onderzoek rond bijvoorbeeld PTSS en zoals ik zelf merk bij de trainingen over trauma die ik geef aan de geestelijk verzorgers in de krijgsmacht.

Daarom is mijn fractie de indieners van de Veteranenwet dankbaar voor hun initiatief. Het is in onze ogen een sterk intentionele wet: voordat concrete kaders en maatregelen worden aangewezen, maakt de wet eerst de intentie glashelder: Onze Minister voert een beleid dat is gericht op het bevorderen van erkenning en waardering. Onze minister heeft een zorgplicht voor militairen die worden ingezet en hun relaties. Die beide dimensies zijn van belang, erkenning en zorg. En het is ook van groot belang dat dat niet zuinig maar ruiterlijk is geformuleerd, tot en met een inkomensvangnet en een veteranenombudsman.

Het intentionele karakter van de wet heeft natuurlijk gevolgen voor de begrenzing en definitie, en ik wil graag op dat punt een enkele vraag stellen. Het criterium om onder de reikwijdte van deze wet te vallen, is dat men militiar of gelijkgesteld moet zijn en gediend heeft onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Dat lijkt duidelijk, maar toch.

In de hedendaagse wereld heeft oorlog soms hele andere gestalten dan vroeger en daarbij zijn termen als ‘oorlogsomstandigheden’ en ‘missie’ niet altijd toereikend. Zo valt bijvoorbeeld de strijd tegen terrorisme niet per definitie onder deze termen, maar het is wel degelijk een vorm van gewapende strijd. Moeten we dan niet ook spreken over veteranen? De nota naar aanleiding van het verslag noemt als reden voor hun bijzondere positie “dat alleen voor militairen het lopen van risico’s het hoofdkenmerk van het beroep is, dat zij door tegenstanders actief naar het leven worden gestaan en zij actief geweld moeten gebruiken om deze tegenstanders te doden of buiten gevecht te stellen.” Geldt dat niet in potentie ook sterk bij de strijd tegen terrorisme, waaronder terugkijkend bijvoorbeeld ook de militairen die ingezet werden bij de treinkaping in 1977? En wat betekent dat voor de samenwerking tussen defensie en politie bij de DSI en UIM? Hoe wordt hier omgegaan met de vraag wie wel en wie niet een beroep mag doen op de erkenning en zorg?

Eenzelfde vraag speelt bij de gewijzigde methoden van oorlogsvoering die ontstaan door nieuwe technologie. Gaat een drone-piloot op missie als hij of zij op afstand, bijvoorbeeld vanuit een commando-locatie in Nederland ergens ter wereld gronddoelen aanvalt en ’s avonds weer bij zijn gezin aan tafel aanschuift? Zijn dat oorlogsomstandigheden? Enerzijds is er geen sprake van persoonlijke geweldsrisico’s, anderzijds blijkt ook hier bijvoorbeeld PTSS wel degelijk op te kunnen treden.

Voorzitter, met deze vragen stelt mijn fractie niet de wet of de gebruikte definities ter discussie. Wel vraagt zij hoe de indieners en de regering denken over de gevolgen van veranderende manieren van oorlogsvoering en over een ruimhartige omgang met deze definities als de omstandigheden wijzigen, zodat er niet opnieuw mensen tussen wal en schip vallen.

Want oorlog is niet normaal. Het mag dat in ons denken ook niet worden en we zijn als samenleving erkenning en zorg schuldig aan wie zich voor ons in gevaar begeven.


donderdag, 15 december 2011

John Jorna

John Jorna

Verbod op onverdoofd slachten

PRIMITIEVE RELIGIES

De Eerste Kamer was zeer kritisch over het initiatief wetsontwerp met een verbod op onverdoofd slachten, ingediend door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Dat men zich inspant voor meer dierenwelzijn vind ik persoonlijk prima, maar het mensenwelzijn moet daarbij niet uit het oog worden verloren. Onze Marijke Vos sprak met afschuw over wat zij gezien had in een slachthuis waar kosher geslacht werd en een ander waar halal geslacht werd. Maar over de geestelijke pijn van Joden en Moslims hoorde ik geen woord.

Nu is slachten voor mensen, die er niet aan gewend zijn inderdaad geen prettig gezicht. Het tekent alleen maar weer hoever de moderne mens met een stedelijk leefpatroon verwijderd is geraakt van de praktijk van de voedselproductie. Minder dan een eeuw geleden kwam de huisslacht nog veel voor en de plaatselijke slager (=slachter) had zijn eigen slachterij aan huis. Op elke boerderij, maar ook bij veel landarbeiders en ook bij andere arbeiders op het geïndustrialiseerde platteland werd in het varkenskot een varken gemest. Een keer per jaar kwam de slachter. Het bloed werd zorgvuldig opgevangen om er bloedworst of balkenbrij mee te maken. Voor het hele gezin was het een feestelijke dag. Een mooi stuk vlees ging naar de pastoor of de dominee en ook de bovenmeester profiteerde mee. Bij de toenmalige schamele salarissen was dat maar goed ook. Over verdoving heb ik nooit wat gehoord. De buren van een slager hoorden vaak genoeg het gekrijs van de beesten en waren er aan gewend. Het was allemaal vanzelfsprekend. Voor de vegetariër van vandaag echter een afschuwelijke praktijk.

Toch waren de mensen van toen niet wreder dan wat in de natuur gewoon is. Dieren vormen de prooi van roofdieren. Ik moet zeggen, dat ik er slecht tegen kan als een van de vele katten achter de merels aan zit. Ik vind het prachtig op een mooie zomeravond zittend in de tuin naar het gezang van een merel te luisteren. Maar kattenliefhebbers vinden het doodnormaal als hun kat de zoveelste dode merel aan hun voeten deponeert. Hoeveel dierenliefhebbers kunnen niet genieten van die prachtige natuurfilms op Animal Planet, waar een luipaard of jaguar een jonge antilope achtervolgt, doodt en verslindt? Roofdieren zijn ook zeer inspirerend voor de mens. Een merk sportauto heet niet toevallig Jaguar. De Duitsers noemden hun tanks Tiger en Leopard. Sommige mensen zijn helemaal weg van vechthonden, ontlenen er zelfs status aan.

Zo bezien is de grote aandacht voor dierenwelzijn en de keus voor vegetarisch voedsel of veganisme een breuk binnen onze cultuur. Voor steeds meer mensen wordt het dier op gelijke hoogte gesteld als de mens. Het lijkt of het dier weer als een God vereerd wordt, zoals het Gouden Kalf bij de Israëlieten in de woestijn of de kat bij de Egyptenaren. Wordt dierenliefde een nieuwe religie?

Wat mij opviel in de bijdrage van Marijke Vos bij het debat in de Eerste Kamer was, dat weliswaar aandacht werd besteed aan de Vrijheid van godsdienst, maar in het geheel geen aandacht werd besteed aan het geestelijk welzijn van onze Islamitische en Joodse medeburgers. De moderne seculiere mens lijkt niet meer in staat zich echt in te leven in religieuze gevoelens en overtuigingen. Hij kan er alleen maar in veroordelende zin over denken. Het is allemaal zo primitief en achterlijk en onvrij en het veroorzaakt zoveel ellende in de wereld als godsdienstoorlogen en terrorisme en kindermisbruik. Eigenlijk is alle ellende in de wereld aan de godsdiensten te wijten. Het is helemaal niet moeilijk mensen tot zo’n vijandbeeld te brengen.

Ik was, denk ik vijf jaar. Ik zat bij de nonnen op de kleuterschool. Het was de tijd voor Pasen en de zuster vertelde over die boze Joden, die de lieve Jezus aan het kruis hadden geslagen. Kleine Johnnie was vreselijk boos en vooral op de Joodse buren. Hij schold ze uit voor alles wat lelijk was. Ze begrepen er niets van. Mijn ouders moesten en de buren en mij heel wat uitleggen. Niet veel later begon de Tweede Wereldoorlog en ook die buren werden weggevoerd en zijn niet terug gekomen.

De regels, die voor Joden gelden verwijzen naar het slachten van de offerdieren in de tempel, het huis van Jahweh.  Een verbod treft onze Joodse buren in het hart van hun religie. Ze voelen zich niet meer erkend door ons als wij tornen aan hun diepste overtuiging en ze voelen zich bedreigd, want wat komt er straks nog meer. De geestelijke pijn is niet te verdragen.

Maar daar staat tegenover, wat doe je de dieren aan? Bloederige beelden worden getoond. Afschuwelijk! Opeens moest ik denken aan de terechte verontwaardiging als anti-abortus-activisten met bloederige beelden van de abortuspraktijk komen. Als je als voorstander van de mogelijkheid van abortus zo als een afschuwelijke wreedaard wordt neergezet, dan wordt je terecht boos. Zetten mensen met kritiek op het onverdoofd slachten hun Joodse en Islamitische medeburgers ook zo neer als wreedaards? Zou dat diezelfde pijn veroorzaken?

Misschien schort het ons aan empathisch vermogen om je in te leven in mensen met voor ons onbekende en vreemde gebruiken. Zou in gesprek gaan met elkaar en samen naar oplossingen zoeken geen betere oplossing zijn ook ten gunste van het dierenwelzijn en dan wat los komen van eigen dogma’s aan beide kanten?

Jaargang 4, Nr. 193.

maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

vergroening van de belastingen

In vergroening, belastingplan, groenlinks, arbeid, banken, belasting, belastingen, beperking, betalen, en meer.
Hieronder een deel van mijn inbreng op het belastingplan 2012 in de Eerste Kamer: over de vergroening van de belastingen.
Zie voor vragen aan het kabinet over 'het vestigingsklimaat' mijn eerdere blog. Verder besteedde ik nog aandacht aan de Geefwet en de hypotheekrente-aftrek.
Maar hier dus de vergroening:


Met betrekking tot het inzetten van de belastingen voor de verduurzaming van onze economie en samenleving is de fractie van GroenLinks teleurgesteld in deze regering. We zijn weliswaar blij dat de regering het met ons eens is dat vergroening gezien kan worden als nevendoel van de inzet van belastingheffing. Wij betwisten ook niet dat er grenzen zijn aan de vergroening via de belastingheffing, maar naar ons oordeel zijn deze grenzen nog lang niet bereikt.
In de Memorie van Antwoord stelt de regering dat Nederland één van de koplopers in Europa is met milieubelastingen. Kan de regering deze stelling nader onderbouwen, ook kwantitatief?
En hoe ziet die positie er uit na het afschaffen van de kleine belastingen, die vrijwel allemaal een milieudoelstelling hebben? Voorzitter, de fractie van GroenLinks is er een voorstander van dat belastingen die niet langer effectief zijn worden afgeschaft. Met betrekking tot de kleine belastingen die nu afgeschaft worden zijn wij echter niet overtuigd van het gebrek aan effectiviteit. Afschaffing van deze milieubelastingen geeft bovendien een signaal af dat tegenstrijdig is aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, zeker wanneer de verwijzing naar andere maatregelen die effectiever zouden zijn niet nader geconcretiseerd kunnen worden.

De fractie van GroenLinks is er - anders dan het kabinet - niet van overtuigd dat verdere vergroening van de belastingen alleen nog in internationaal verband kan plaatsvinden. Ons vestigingsklimaat kan best iets lijden - blijkens het aangehaalde onderzoek van Deloitte - dus waarom niet een voortrekkersrol vervuld? En naar onze overtuiging zal een groener belastingstelsel gunstig kunnen zijn voor de vestiging van ondernemingen die bijdragen aan de hoe dan ook noodzakelijke verduurzaming en vergroening van de economie. Of om het met de woorden van deze regering te zeggen: 'Naast noodzaak en bedreigingen ziet Nederland vooral ook kansen voor de transformatie naar een groene economie met een markt voor duurzame producten.'
Deze woorden komen uit de Nederlandse positie bij de 'Roadmap to a Resource Efficient Europe', oftewel het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, van de Europese Commissie. In de Memorie van Antwoord bij het Belastingplan 2010 geeft de regering aan de inzet van dit stappenplan te ondersteunen, maar maakt daarbij het voorbehoud dat de mogelijkheid wordt opengelaten per regeling andere doelen te laten prevaleren boven een ongewenst milieu-effect. De GroenLinks fractie maakt zich ernstig zorgen over deze bepleitte uitzondering. De recente klimaattop in Durban, waar Nederland overigens wel zeer minimaal vertegenwoordigd was, laat ons weer opnieuw zien hoe moeilijk het is harde afspraken te maken over milieumaatregelen zoals de beperking van de CO2 uitstoot. De fractie van GroenLinks vreest dat met de mogelijkheid andere doelen te laten prevaleren boven milieu-effecten de te maken afspraken boterzacht zullen worden.
Met betrekking tot de inzet van belastingen voor vergroening stelt de regering bij het stappenplan o.a. : 'Verschuiving van belastingen van arbeid naar energie en grondstoffen beloont gewenst gedrag terwijl vervuilers meer gaan betalen. Dat principe steunt Nederland van harte.' Mooie woorden, maar uit het vervolg kan gelezen worden dat de regering vindt dat Nederland het eigenlijk al goed genoeg doet, en dat vooral andere Europese landen moeten gaan bewegen. Is dat wat de regering bedoelt? Of gaat Nederland ook echt handelen volgens het omarmde principe? Zoals ik eerder al heb aangehaald stelt de regering dat Nederland tot de kopgroep behoort van landen met een hoog percentage aan milieubelastingen. Een onderbouwing van deze stelling heb ik reeds gevraagd. Nu is mijn vraag: Is het de inzet van de regering om tot deze kopgroep te blijven behoren?
De regering stelt in de BNC fiche ook verheugd te zijn dat het stappenplan ingaat op de vergroening van de belastingen, en in principe voor het afschaffen van milieuonvriendelijke subsidies te zijn. Vervolgens volgen er echter een aantal mitsen en maren, waardoor ons in ieder geval niet meer duidelijk is waar de regering eigenlijk nog voor is. Om het maar even concreet te maken en terug te grijpen op onze eerdere schriftelijke vragen: is de regering er een voorstander van om in Europees verband een einde te maken aan de belastingvrijstellingen voor fossiele brandstoffen, en voor de belastingvoordelen voor grootverbruikers van energie? En kan de staatssecretaris toezeggen zich hiervoor in Europa hard te gaan maken? Voorzitter, ik ga er vanuit dat de verwijzing naar Europa voor het nemen van deze groene belastingmaatregelen in de Memorie van Antwoord geen loze woorden waren, en dat de staatssecretaris deze beide toezeggingen kan doen.
De fractie van GroenLinks verwelkomt de steun van het kabinet voor de eerste stap uit het stappenplan- het in kaart brengen van de fiscale en niet-fiscale milieuonvriendelijke subsidies en het aangeven hoe deze uitgefaseerd zullen gaan worden - en gaat er van uit dat de regering hiermee op korte termijn aan de slag gaat. Wanneer denkt de regering met deze inventarisatie en plan voor uitfasering te komen? En kan de regering bevestigen dat de afbouw van de belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen en voor grootverbruik van energie deel gaat uitmaken van deze plannen? En dat deze plannen ook concrete voorstellen zullen bevatten voor de verschuivingen van belasting op arbeid naar die op grondstoffen, energie en milieu?

Voorzitter, ik wil ook nog even ingaan op het zogenaamde groen beleggen, of beter gezegd het maatschappelijk beleggen. De GroenLinks fractie is allerminst gerust op de ontwikkelingen op dit gebied. Vanuit het veld horen wij dat de groene beleggingen in rap tempo teruglopen, en dat de verwachting is dat dat per 1 januari a.s. in nog veel rapper tempo zal gebeuren wanneer geen duidelijkheid wordt verschaft over het op een of andere manier voortzetten van een belastingvoordeel voor maatschappelijk beleggen.
Onder druk van Tweede en Eerste Kamer is de Staatssecretaris in de afgelopen weken weer met het veld in overleg getreden, waarvoor dank. Maar de uitkomst van dit overleg is ronduit teleurstellend. In zijn nadere antwoord aan deze kamer van vrijdag jl. concludeert de staatssecretaris dat op dit moment niet kan worden gekomen tot een alternatief voor de geleidelijke afschaffing van de heffingskortingen voor maatschappelijk beleggen. Punt. Geen woord over: wat nu. Uit de beantwoording maak ik op dat het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken en anderen aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet, en dat het struikelblok alleen nog is gelegen in de eis dat er sprake moet zijn van een vereenvoudiging van de belastingen. Daarbij doet zich de vraag voor wat precies onder vereenvoudiging verstaan moet worden, en of vereenvoudiging een doel op zich is. Is het niet belangrijker om belastingmaatregelen te toetsen aan de eerder door de Tweede Kamer geformuleerde doelstellingen van effectiviteit, efficiency en het de noodzaak van handhaving om overheidsdoelen te bereiken? Ook vraagt de GroenLinks fractie zich af of het feit dat nog geen oplossing is gevonden met betrekking tot de fiscale vereenvoudiging niet vooral te wijten is aan het stilzitten van de staatssecretaris in het afgelopen half jaar?
Voorzitter, wij beginnen ons af te vragen of de staatssecretaris wel een oplossing wil vinden.
Een fiscale regeling voor maatschappelijk beleggen wordt politiek breed gedragen. In de Tweede Kamer diende zoals bekend het CDA hier een motie over in, die na de toezegging van de staatssecretaris nader in overleg te gaan werd ingetrokken. Ik ga er van uit dat die toezegging niet loos was, en dat de staatssecretaris dus echt wil proberen alsnog voor 1 januari 2012 tot een resultaat te komen. Wij vragen de staatssecretaris toe te zeggen dat de heffingskorting ook na 1 januari 2012 1,9% blijft en dat in de komende weken de vereenvoudiging de betrokken sectoren en ministeries nader uitgewerkt wordt

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Wat is dat eigenlijk, het vestigingsklimaat?

In belastingplan, vestigingsklimaat, groenlinks, eerste kamer, algemeen, andere partijen, begrip, belastingen, blog, en meer.
Vanavond heb ik in de Eertse Kamer mijn bijdrage in eerste termijn geleverd op het belastingplan 2012, waarin ik he kabinet onder meer kritisch bevraag op de veelvuldig gebruikte dooddoener 'het vestigingsklimaat'. Hieronder de tekst van het betreffende deel van mijn bijdrage. Morgen volgt het antwoord van de staatssecretaris en het vervolg van het debat.

Voordat ik op de afzonderlijke voorstellen van de regering inga wil ik eerst een wat breder thema behandelen, dat in het regeringsbeleid een leidende rol lijkt te spelen: het vestigingsklimaat.
In het antwoord op veel van onze vragen, maar ook op die van andere partijen, stelt de regering dat aanpassingen niet wenselijk zijn omdat dat slecht zou zijn voor 'het vestigingsklimaat'. De regering noemt dit onder andere als antwoord op de vraag wat de consequenties zijn van het hanteren van een maximum voor de 30% regeling, maar ook bij vragen over het beëindigen van belastingvoordelen voor fossiele energie en het grootverbruik van energie.
Het klinkt mooi, het vestigingsklimaat, maar wat bedoelt de regering er precies mee? Hoe is ons huidige vestigingsklimaat in vergelijking met andere Europese landen? Kan de regering daarover kwantitatieve gegevens, harde cijfers dus, verstrekken? Welke rol spelen belastingen en belastingvrijstellingen in 'het vestigingsklimaat'? Wat is precies het effect van de door de regering voorgestelde maatregelen op 'het vestigingsklimaat'? En kan de afwijzing van voorstellen die gedaan zijn met betrekking tot de maximering van de 30% regeling en de afschaffing van de vrijstellingen voor (grootverbruik van) fossiele energie ook kwantitatief onderbouwd worden: wat zijn nu precies de verwachte negatieve effecten voor ons vestigingsklimaat?
Wanneer de regering geen nadere, cijfermatige onderbouwing kan geven van 'het vestigingsklimaat' en de effecten daarop van de verschillende maatregelen, is het te pas en te onpas hanteren van dit begrip niet meer dan een inhoudsloos mantra, een dooddoener.
Dat geldt temeer nu het vestigingsklimaat in Nederland blijkens onderzoek van Deloitte, waarover vorige week werd gepubliceerd, buitengewoon gunstig is; de Pers spreekt zelfs van een belastingparadijs.
Daarbij doet zich dan de vraag voor wat de doelstellingen van de regering zijn met betrekking tot 'het vestigingsklimaat'? Hoe goed moet het zijn? Waar ligt de grens tussen het zijn van een belastingparadijs - hetgeen over het algemeen een negatieve connotatie heeft- en het hebben van een goed vestigingsklimaat voor buitenlandse ondernemingen? Kan de staatssecretaris ingaan op deze vraag, en de doelstellingen daarbij kwantificeren?
En voor welke ondernemingen willen we in Nederland precies een goed vestigingsklimaat hebben? Voor alle ondernemingen, inclusief de zware industrie, of toch met name voor de diensten- en -kennissector? Of willen juist een gunstig vestigingsklimaat scheppen voor ondernemingen die voorop lopen in duurzaamheid, en zich inzetten voor innovatie op dat terrein? En wat betekent een eventuele keuze voor bepaalde sectoren voor de maatregelen die wel of juist niet genomen moeten worden?
En, om nog maar een stap verder te gaan: hoe gewenst is het om het Nederlandse vestigingsklimaat voorop te stellen? Wat betekent dit voor de economische positie en ontwikkelingsmogelijkheden van minder rijke landen? En ligt het niet veel meer voor de hand om het over een Europees vestigingsklimaat te hebben, in plaats van over een Nederlands vestigingsklimaat? Is het niet zo dat het idee is dat de EU één markt is, waarin de concurrentiepositie van bedrijven niet wordt bevoordeeld door overheidsmaatregelen?
Voorzitter, zoals u ziet kan één term een hoop vragen oproepen, vooral als de term niet nader ingevuld wordt, en toch veelvuldig gebruikt wordt als dooddoener. Mijn fractie neemt in ieder geval geen genoegen met een simpele verwijzing naar 'het vestigingsklimaat' in antwoord op vragen. Wat ons betreft zal dat begrip steeds, en ook nu, nader ingevuld en onderbouwd moeten worden.
--

Het onderdeel van mijn bijdrage over de vergroening van de belastingen zal ik in een volgende blog opnemen (anders wordt het zo'n lap tekst)

dinsdag, 29 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat willen we met de gezondheidszorg?

In eerste kamer, politiek, analyse, belangrijk, betalen, burgers, debat, discussie, fractie, en meer.

Spreektekst bij het debat over marktordening in de gezondheidszorg 29.11.2011

Het beheersen van de kosten in de gezondheidszorg is terecht een belangrijk punt van aandacht van dit kabinet. We stellen namelijk met elkaar steeds hogere eisen aan die gezondheidszorg en verwachten dat de medische zorg ons zo lang mogelijk zo gezond mogelijk zal houden. Maar tegelijk mag dat niet te veel kosten. Dat heeft iets dubbelhartigs: enerzijds is de zorg een bloeiende sector die veel bijdraagt aan het welbevinden van mensen, anderzijds is het een ongewenste kostenpost. Met die dubbelhartigheid spoort dat dit kabinet een gematigde groei van de zorgbestedingen nastreeft. Dat is op zichzelf goed, maar daarmee is de vraag niet beantwoord wat we nu eigenlijk wel en niet van de gezondheidszorg verwachten.

Er is nog een tweede ambivalentie en die heeft te maken met de financiële prikkels. De discussie over marktwerking en budgetbekostiging kan uitnodigen tot ondoelmatigheid, maar prestatiebekostiging kan ook weer uitlokken tot overbesteding. Zeker wanneer zorginstellingen en zorgverleners direct financieel beloond worden, kan de verleiding groot zijn. Daarom gelooft mijn fractie niet dat marktwerking hét antwoord is. Het kan wel helpen om uit te dagen tot efficiency, maar als die winst dan weer weglekt naar private partijen of dure bestuurders en specialisten, dan helpt het ons niet verder. Veel regie wordt nu gelegd bij de verzekeraars, maar die hebben ook gewoon hun economische belangen.

Het is zeer de vraag of de gezondheidszorg zich wel leent voor een vergaande marktwerking. Patiënten zijn geen consumenten. Ze willen goede en toegankelijke zorg, veelal in een duurzame relatie met een behandelaar. Wij kunnen wel leven met beperkte marktwerking met checks en balances en onder systeemverantwoordelijkheid van de overheid. Het voorliggende wetsvoorstel bouwt daarop voort. Toch liggen hier wel vragen.

Allereerst is het de vraag of de regering die systeemverantwoordelijkheid wel goed kan invullen. Deze vraag is ook door de Rekenkamer scherp op tafel gelegd omdat haar analyse laat zien dat de minister de ontwikkeling van de zorguitgaven onvoldoende kan monitoren en al evenmin kan bijsturen en bovendien geen goed zicht heeft op de oorzaken van de overschrijdingen. Daar wordt aan gewerkt, antwoordt de minister, maar we zijn er nog niet. De kritische conclusies van de Rekenkamer over bijvoorbeeld tariefmaatregelen schuift de minister terzijde, niet op grond van aanvullend onderzoek, maar door de analyse zelf ter discussie te stellen. Zij gelooft namelijk in haar maatregelen, maar dat is nog niet genoeg om vertrouwen te geven dat zij het nu wel onder controle heeft. Juist in een zo complex systeem als de gezondheidszorg is een sterke scheidsrechter nodig die buitengewoon kritisch is op de spelers en die het opneemt voor de patiënten die van de zorg afhankelijkheid zijn en voor de burgers die het uiteindelijk allemaal betalen. Vertrouwt de minister niet te veel op instellingen en verzekeraars die winst willen maken en beroepsgroepen die extra verdienen als ze veel behandelingen doen? Graag een reactie van de minister. Wat zijn in het huidige systeem en in het systeem waar zij naartoe werkt de potentiële perverse prikkels en hoe adequaat worden die geredresseerd? Deelt zij de mening van mijn fractie dat het hebben van een winstoogmerk niet past bij organisaties die in de gezondheidszorg met publieke middelen worden gefinancierd? En wat wil zij doen om de inkomens van specialisten echt in de greep te krijgen? Hoe voorkomt ze waterbedeffecten tussen eerste en tweede lijn? En klopt het beeld dat ik krijg uit het veld dat zowel de ziekenhuizen als de huisartsen hun handen aftrekken van de chronisch zieken. Hoe voorkomt de minister dergelijke effecten van de prikkels die ze neerlegt? En nog een heel praktische vraag: hoe verloopt de overgang van DBC naar DOT? Klopt het dat in die transitie nog zoveel onduidelijk is dat de declaraties pas veel later kunnen worden afgehandeld en zijn daar in de bevoorschotting maatregelen voor genomen?

Een tweede vragenveld betreft de inhoudelijke visie op de gezondheidszorg. In dit wetsvoorstel draait alles om de financiële sturing en kaders, maar daarachter gaat het natuurlijk om de vraag hoeveel en welke zorg collectief moet worden georganiseerd en gefinancierd. Moet alles wat kan? Dat zijn buitengewoon lastige en pijnlijke afwegingen, maar ze moeten wel gemaakt worden. De medische mogelijkheden zijn enorm toegenomen, maar betekent dat ook dat ze altijd moeten worden toegepast? Ook als de gezondheidswinst heel beperkt is en de kosten heel hoog? Wie persoonlijk voor die keuze staat, zal misschien geneigd zijn om alles te proberen. En ook artsen hebben een natuurlijke neiging om zoveel mogelijk voor mensen te doen. Maar moet dat altijd? Betekent toegankelijkheid van de zorg ook dat alle denkbare zorg en ingrepen worden geleverd? Dat zijn uiteindelijk geen financiële vragen meer maar principiële zorginhoudelijke en ik vraag de minister of zij daar ook een visie op heeft. En zo nee, wie heeft die visie dan wel en hoe verhoudt die visie zich tot de budgettaire afwegingen?

De Duitse socioloog Ulrich Beck heeft in zijn analyse van de Risikogesellschaft aandacht gevraagd voor het gegeven dat onze technische vooruitgang en de dominantie van de economische logica niet hebben geleid tot een vermindering van risico’s, maar tot een verplaatsing daarvan. Met de toename van medische mogelijkheden lijkt het misschien of we alles in de hand hebben, maar dat is schijn. We blijven aanlopen tegen de risico’s die nu eenmaal bij het leven zelf horen. Die zijn te verleggen en te verplaatsen, maar nooit uit te bannen. Dat betekent, aldus Beck, dat de technologische en economische logica niet allesbepalend kunnen zijn en dat er publieke, politieke en morele correcties op nodig zijn. Dat wil dus ook zeggen dat voor het ordenen van de gezondheidszorg een economisch en juridisch kader als hier voorligt onvoldoende is. In haar reactie op het rapport van de Rekenkamer geeft de minister dit terecht ook aan als ze constateert dat de bevindingen van de Rekenkamer alleen gaan over de financiële kant en niet over de direct samenhangende dimensies van kwaliteit en toegankelijkheid. Maar tegelijk stuurt de minister toch primair via financiële kaders, ook in het voorliggende voorstel. De principiële vraag wat toegankelijkheid en kwaliteit betekenen en of die ook intrinsiek begrensd moeten kunnen worden, blijft daarmee liggen. We praten over wat er wel en niet in het basispakket moet worden opgenomen en hoeveel procentuele groei er mag zijn, maar niet over de vraag wat de waarde van goede zorg is en wat goede zorg ons waard is.

Het aanvaarden van de risico’s en beperkingen van het leven is een thema dat we in de wijsheidstradities van deze wereld vaak tegenkomen, juist ook gekoppeld aan de verantwoordelijkheid en zorg voor de ander. Het gaat dan steeds om de berusting om te aanvaarden wat we niet kunnen veranderen; om de moed om te veranderen wat we wel kunnen veranderen; en om de wijsheid om het verschil hiertussen te zien. Dat zijn niet alleen existentiële afwegingen die aan de orde zijn bij het gesprek tussen arts en patiënt, het zijn ook principiële vragen als we op politiek niveau nadenken over de ordening en begrenzing van de zorg.

Voorzitter, de leden van mijn fractie kunnen op hoofdlijnen wel leven met het voorliggende voorstel extra instrumenten voor de bekostiging op te nemen in de marktordening van de gezondheidszorg. Maar dat voorstel betreft alleen maar de buitenkant van de zorg. Een toekomstbestendige zorgvisie zal ook over de binnenkant moeten gaan en ik hoor graag van de minister hoe zij daarover denkt.


zaterdag, 12 november 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Wij willen kunnen kiezen

In groenlinks, politiek, weblog, bestuur, betrokkenheid, columns, congres, discussie, eerste, en meer.

Mijn eerste GroenLinks congres was in januari 1998 in Zwolle. Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar dat was een congres verdeeld over twee dagen waarin het verkiezingsprogramma werd vastgesteld. Een maand later volgde nog een congres – volgens mij ook twee dagen – voor de kandidatenlijst. Inmiddels heb ik heel wat congressen meegemaakt, de laatste keer met name achter en op het podium, als kandidaat voor de Eerste Kamer. Veruit de leukste zijn de congressen waarop kandidaten gekozen moeten worden. De presentatie van de kandidaten, de spanning bij de stemmingen, met de ontlading aan het eind. Alleen al om die reden vind ik het voorstel van ons partijbestuur om de lijst niet meer door het congres te laten vaststellen, maar via een ledenreferendum, onverstandig en onwenselijk.

Het is natuurlijk niet alleen maar omdat ik die congressen zo leuk vind en ik ben ook niet tegen vernieuwing van de procedure. Maar het bezwaar tegen dit voorstel is dat het twee verschillende problemen wil oplossen, die niet in één nieuwe procedure te vangen zijn. De oorzaken van beide problemen verschillen namelijk nogal. Laat ik dat verder toelichten.

Ten eerste was er onvrede over het blokkensysteem en wilden veel leden weer terug naar een advies met lijstvolgorde. De kandidatencommissie geeft dan per plek aan welke persoon volgens haar daarvoor geschikt is. Op zo’n manier voorkom je (in theorie!) dat de volgorde door het congres te veel door elkaar wordt gehusseld. Althans, je hebt een extra instrument in handen om dat een beetje te dempen. Het bestuur kiest inderdaad voor het in ere herstellen van de lijstvolgorde en dat lijkt mij prima. Ook ik heb, na mijn aanvankelijke enthousiasme over de blokken, de anti-blokkenmotie gesteund.

Ten tweede was er (blijkbaar) onvrede over de betrokkenheid van leden – dat wil zeggen de overgrote meerderheid die niet op een congres komt – bij de vaststelling van de kandidatenlijst. Er wordt verwezen naar het advies van een commissie-Bogers, een advies dat drie jaar lang een zorgvuldig gekoesterd geheim is geweest, waarin een ledenreferendum wordt bepleit. Nou loop ik toch al een tijdje mee en ik heb ook heel wat discussies over de verkiezingsprocedure in de partijraad meegemaakt en mij was deze onvrede toch een beetje ontgaan, maar vooruit.. Ik ben er op zich voorstander om veel meer leden te betrekken bij het kiezen van de kandidaten en een referendum kan dan een prima middel zijn.

Maar wat de bedenkers van het voorstel zich niet lijken te realiseren, is dat zo’n referendum het eerste probleem alleen maar vergroot. Waar met dank aan de zichtbare uitslagen per plek op het congres, nog tijdens de rit nog correcties kunnen worden aangebracht, kan dat in de alles-in-één anonieme stemming van het referendum niet. Kortom, de kans dat de uiteindelijke lijst die door de leden wordt gepresenteerd, afwijkt van de voordracht van de kandidatencommissie, wordt er alleen maar groter van. En de mogelijkheid om in het referendum met één druk op de knop de integrale voordracht van de commissie over te nemen, wordt in het voorstel expliciet afgewezen.

Zoals gezegd, zo’n referendum vind ik geen gek idee, maar als je tegelijk ook het advies van de kandidatencommissie zwaar wilt laten wegen, betekent dit volgens mij dat de uiteindelijke lijst toch op het congres vastgesteld moet worden. Oftewel, een vaststelling in twee ronden: eerst wordt de conceptlijst op basis van het referendum bekend. Dan kunnen kandidaten laten weten of zij blij zijn met de plek, hoger willen, zich terugtrekken. En de kandidatencommissie kan beoordelen in hoeverre de conceptlijst overeenkomt met haar advies. De laatste stap is dat het congres de lijst definitief vaststelt, waarbij een stevige meerderheid nodig is om kandidaten alsnog te laten stijgen. Het bouwt een extra check in op de evenwichtigheid van de lijst, die mij uit het oogpunt van zorgvuldigheid en het goed functioneren van de toekomstige fractie meer dan welkom lijkt.

De modieuze keuze voor single transferable vote is een discussie op zich waard. Interessant genoeg is het een systeem dat zich goed leent voor aparte lijstrekkersferenda en een indeling in blokken, twee onderdelen die nu juist worden afgeschaft… Daar kom ik volgende week op terug.

zondag, 16 oktober 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Delegatie landelijke GroenLinks politici bezoekt Brabant

In divers, eerste kamer, eindhoven, eurocrisis, groenlinks, provincie, sap, tweede kamer, bas eickhout, en meer.

 

Etalage1 Etalage

 

Op 7 oktober bezocht een delegatie van de GroenLinks-fracties van de tweede kamer, eerste kamer en het europarlement onze provincie. Aanwezig waren Jolande Sap, Jesse Klaver, Liesbeth Tongerlo, Arjan el Fassed, Margreet de Boer en Bas Eickhout.

Voorafgaand aan het officiële werkbezoek had de B5 een extra overleg met Jesse Klaver georganiseerd om te praten over de consequenties van de Wet Werken naar Vermogen, die het Rijk wil doorvoeren. Na deze nuttige ochtend vertrok het gezelschap naar de bus, voor de start van de Provincietour. De eerste stop was op het provinciehuis in Den Bosch, waar we een gesprek hadden met duurzame ondernemers. Daarna vervolgde de tour richting de Peel, waar we onder andere de megastal-in-aanbouw van boer Pluk bezochten. Dapper van deze boer om ons te ontvangen, een bus stampvol GroenLinkers die hun verkiezingswinst in het Brabantse deels te danken heeft aan de strijd tegen de megastallen is niet het makkelijkste publiek. Het bezoek heeft ons zoals verwacht niet kunnen overtuigen. Na een omweg via het buitengebied van Deurne, waar pas echt de omvang van de intensieve veeteelt tot uitdrukking kwam, arriveerden we in Eindhoven bij de Etalage. Hier vond de slotbijeenkomst plaats met de talkshow ‘borrelen met Sap’. De Eurocrisis, Brainport, Diginotar en nog vele andere zaken passeerden de revue. Daarna was er nog gelegenheid tot napraten met onze gasten, waar we natuurlijk uitgebreid gebruik van maakten. We kijken terug op een geslaagde dag!

woensdag, 12 oktober 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Maidenspeech over de ID kaart

In id-kaart, vingerafdrukken, eerste kamer, identificatieplicht, oppositie, overheid, raad, raad van state, regering, en meer.
Gisteren mocht ik mij maidenspeech houden in de Eerste Kamer.
Hieronder de belangrijkste passages. De hele tekst vind je op de site van de GroenLinks Eerste Kamerfractie.

Mijnheer de voorzitter,

Ik ben niet arrogant, ik ben pedant. Een betweter. Zo omschreef de bekende culinair journalist Johannes van Dam zichzelf in een interview met het Parool van afgelopen weekend. Het onderscheid zat er wat hem betreft in dat je arrogant bent wanneer je je beter voelt dan een ander, terwijl je wanneer je het echt beter weet, en dat wilt laten zien, slechts pedant bent.
Zonder uitgebreid te willen ingaan op het verschil tussen betweterigheid en arrogantie, durf ik wel te stellen dat het kabinet zich met dit wetsvoorstel zowel betweterig als arrogant toont: het kabinet denkt het beter te weten én lijkt zich daarbij verheven te voelen boven zorgvuldigheidsnormen en gezaghebbende oordelen.
(..)
Dit wetsvoorstel is in een periode van drie weken langs de Raad van State en de beide kamers van de Staten Generaal gejast. Met stoom en kokend water. En waarom? Omdat de minister blijkbaar niet voorbereid was op de uitspraak van de Hoge Raad, terwijl deze gelijkluidend was aan de uitspraak van het Hof Den Bosch, nu een jaar geleden. En omdat de minister blijkbaar koste wat het kost de gevolgen van de uitspraak teniet wil doen, zo nodig zonder inhoudelijke discussie. Het gevolg is dat het debat vooral gaat over de formele juridische vraag of het wetsvoorstel juridisch in orde is; of op basis van een andere heffingsgrondslag wel leges kan worden geheven voor de ID-kaart.
(..)
Wat hierbij overigens opvalt is dat de gierende spoed die de regering aan de dag legt naar aanleiding van de Hoge Raad uitspraak alleen de financiële gevolgen van de uitspraak betreft. Want waarom, voorzitter, gaat de minister niet met dezelfde spoed te werk om een eind te maken aan de verplichte afname van vingerafdrukken ten behoeve van de identiteitskaart, nu deze kaart ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad niet in de eerste plaats gezien mag worden als reisdocument? Is het niet zo dat daarmee de grondslag van het verplicht afnemen van vingerafdrukken ten behoeve van de ID-kaart is weggevallen?
(..)
De terugwerkende kracht die aan het wetsvoorstel wordt verbonden is wat de GroenLinks fractie betreft onbehoorlijk. Een betrouwbare overheid legt niet met terugwerkende kracht belastende maatregelen op aan burgers. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering gemaakt worden op dit uitgangspunt, maar dan moet daar een zeer goede reden voor zijn. In zijn antwoord aan deze kamer doet de minister het voorkomen alsof het onderhavige wetsvoorstel voldoet aan alle criteria waarop het gerechtvaardigd kán zijn terugwerkende kracht aan een belastingmaatregel toe te kennen. Er zou sprake zijn van een regeling die beoogt misbruik of oneigenlijk gebruik tegen te gaan; snel ingrijpen zou nodig zijn voor een rechtvaardige belastingheffing; er zou sprake zijn van een evidente omissie in een wet die leidt tot duidelijk onbedoelde gevolgen; terugwerkende kracht zou nodig zijn omdat burgers anders maatregelen treffen waardoor de regeling haar beoogde effect ontbeert, et cetera.
Alsof burgers die een gratis ID-kaart aanvragen halve criminelen zijn die de andere, brave burgers opzadelen met de enorme financiële gevolgen van hun oneigenlijk gebruik.
En het is nogal wat om de consequentie van het onverbindend verklaren van een wettelijke bepaling door de Hoge Raad te betitelen als een evidente omissie in de wetgeving.
Je zou het arrogant kunnen noemen.
(..)

Het kabinet denkt het beter te weten dan de Hoge Raad. Met een formele, technische reparatiewet wil het de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad teniet doen. De inhoudelijke argumentatie van de Hoge Raad wordt daarbij genegeerd. (..) (de minister lijkt) een insteek te kiezen die diametraal tegenover het oordeel van de Hoge Raad staat. In zijn antwoorden aan deze kamer stelt de minister zonder meer dat de kaart wordt verstrekt ten behoeve van de aanvrager, terwijl de Hoge Raad nu juist had geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat de aanvraag van een ID-kaart naar zijn aard in overheersende mate verband houdt met een individualiseerbaar belang, nu deze hoofdzakelijk ten dienste staat aan de algemene draag- en toonplicht, en daarmee aan het algemeen belang. En waar de Hoge Raad tot de conclusie komt dat het verstrekken van een ID-kaart niet als een dienst kan worden beschouwd , spreekt de minister weliswaar niet van een dienst, maar wel van een product, waarmee wederom de suggestie wordt gewekt dat de kaart er ten dienste van de burgers is in plaats van ten dienste van het algemeen belang.

Voorzitter, ik kom bij de hamvraag. Is het gerechtvaardigd dat de overheid – en daarmee de belastingbetaler- de kosten van het verstrekken van de ID-kaart draagt? Laat ik vooropstellen dat het diametraal tegenover elkaar zetten van de aanvrager die profiteert van een gratis ID-kaart en de belastingbetaler die moet opdraaien van de kosten miskent dat we het hier grosso modo over een en dezelfde burger hebben.

Maar ook wanneer het niet om een en dezelfde burger gaat is er veel te zeggen voor het kosteloos verstrekken van de kaart. Want wie schiet er wat mee op dat bijvoorbeeld een dakloze- die op basis van zijn leefwijze meer dan gemiddeld gevraagd zal worden zich te legitimeren- keer op keer wordt beboet omdat hij geen geld heeft om een identiteitsbewijs aan te schaffen en zich dus niet kan legitimeren? Niet alleen zijn de kosten van de handhaving in dit soort gevallen vele malen hoger dan de kosten van het verstrekken van een gratis ID-kaart, ook worden mensen nodeloos gecriminaliseerd.

En ook de zogenaamde darkspot jongeren, die geen toegang hebben tot werk of inkomen omdat ze geen ID-kaart hebben, en geen ID kaart hebben omdat ze geen geld hebben, zouden erg geholpen zijn met een gratis ID-kaart.

Maar ook afgezien van het belang voor deze bijzondere kwetsbare groepen is het antwoord op de vraag of de belastingbetaler moet opdraaien voor de kosten van de ID-kaart een volmondig ja. Dat is namelijk wat we in dit land doen met kosten die ten behoeve van het algemeen belang gemaakt worden: die worden uit de algemene middelen betaald, en opgebracht door de belastingbetaler. (..) Als we dat niet willen is er een eenvoudige oplossing: het afschaffen van de algemene identificatieplicht. GroenLinks vindt u daarvoor aan uw zijde. Een ieder die de algemene identificatieplicht wil handhaven, zal daarvan echter de consequenties moeten aanvaarden, en de kosten ervan voor lief moeten nemen.

Mijnheer de voorzitter,

Net als Johannes van Dam vind ik mijzelf niet arrogant.
Maar op het gevaar af dat ik reeds naar aanleiding van mijn maidenspeech als pedant of betweterig wordt gezien, durf ik wel te stellen dat ik het in dit geval beter weet: dit is geen goed wetsvoorstel.


Helaas ging de SGP, die zich eerder op hetzelfde principiele standpunt leek te stellen als de rest van de oppositie, aan het einde van het debat akkoord met een toezegging van minister Donner dat de paspoortwet uiterlijk de eerste helft van 2012 bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. In de paspoortwet moet de status van de ID-kaart definitief geregeld worden, en daarbij zal ook de discussie over de financiering weer aan de orde kunnen komen. Dat is ook het moment waarop de basis voor het afnemen van vingerafdrukken komt te vervallen, aldus de minister. Maar zoals ik in het debat al zei: als GroenLinks fractie denken wij dat de minsiter daar nu al stappen in kan zetten. Mogelijk komen we op dat punt binnenkort dan ook met schriftelijke vragen.

zondag, 2 oktober 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Uitnodiging: Borrelen met Sap: je komt toch ook??!!!

In divers, bas eickhout, bijeenkomst, buren, eerste, eerste kamer, eindhoven, euro, familie, en meer.

Jolande

 

wanneer: 7 oktober 2011
waar: De Etalage, Mecklenburgstraat 1 in Eindhoven
hoe laat: van 17:00 tot 19:00 uur
inloop: vanaf 16.30 uur

 

 

Op vrijdag 7 oktober bezoekt een stevige delegatie van GroenLinks, Noord Brabant, met leden uit de Tweede Kamer, Eerste Kamer en het Europees Parlement. Het provincie-bezoek wordt afgesloten met een politieke talkshow “Borrelen met Sap” in Eindhoven. De talkshow start om 17.00 tot 18.00 uur.

Jolande Sap wordt onder meer geïnterviewd over de Green Deal van dit kabinet. Bas Eickhout wordt aan de tand gevoeld waarom GroenLinks zoveel moeite doet Griekenland binnen de Euro te houden. Jesse Klaver vertelt over zijn Brabantse roots en praat met Statenlid Paul Smeulders en wethouder Lenie Scholten over ‘Brainport 2020’, een ambitieus plan waarmee Nederland moet doorstoten naar de top vijf van meest duurzame en concurrerende economieën.

De bijeenkomst is openbaar, je mag vrienden, buren en familie meenemen. Dus ik hoop dat jullie allemaal komen!

woensdag, 6 juli 2011

Pepijn Boekhorst

Pepijn Boekhorst

GR

Landelijke woonvisie: de Nijmeegse gevolgen

In groen werkt, huren, hypotheek, woonbond, woonvisie, banken, eerlijke, eerste kamer, euro, en meer.
De woonvisie van het kabinet Rutte is een document om van te huilen. Was de aanleiding nog een vraag van de Eerste Kamer om een integrale visie op de woningmarkt, de uitwerking is een aantal selectieve maatregelen om huren te ontmoedigen en kopen te vergemakkelijken. Het is treurig om te constateren dat de meest perverse subsidiemaatregel van de rijksoverheid niet wordt aangepakt. De hypotheekrenteaftrek blijft in volle glorie bestaan. Want, zo schrijft het kabinet: “eigenwoningbezit… draagt bij aan het opbouwen van eigen vermogen en daarmee aan zelfredzaamheid van burgers… Eigenwoningbezit geeft daarmee in belangrijke mate invulling aan het bredere kabinetsstreven naar meer eigen verantwoordelijkheid voor en zeggenschap bij de bewoners.” En daar wordt de plank behoorlijk misgeslagen!

Er is niks mis met het kopen van een woning. Maar sinds wanneer ben je zelfredzaam wanneer je dertig jaar lang gebonden bent aan een enorme lening bij een bank? En je ook nog eens dertig jaar afhankelijk bent van subsidie van de rijksoverheid? Zelfredzaam betekent volgens mij dat je je eigen broek op moet kunnen houden. Veel mensen (ik zelf ook trouwens) kunnen hun eigen woning niet financieren zonder overheidssubsidie. We zijn daarmee overgeleverd aan rentepercentages, aflossingsclausules en overstap(on)mogelijkheden die de banken voor ons bedacht hebben. Laten we het daarom geen zelfredzaamheid noemen maar staats- en bankafhankelijkheid. Dat doet meer recht aan de werkelijke situatie, die wat mij betreft snel mag veranderen. 

Een tweede twijfelachtige veronderstelling van het kabinet is dat eigenwoningbezit bijdraagt aan het opbouwen van eigen vermogen. In 2009 en 2010 zijn de huizenprijzen gedaald en de verwachting is dat dit de komende jaren zal aanhouden. Dat betekent dus geen waardegroei maar op zijn best een stabilisatie van de woningwaarde. Veel hypotheken zijn gebaseerd op de aanname dat de woning in waarde stijgt. Dat is het ‘vermogensmotortje’. Het lijkt erop dat deze motor voorlopig stilstaat en niemand weet wanneer deze weer gaat lopen. Ik zou het verstandig vinden wanneer overheidsbeleid daar rekening mee houdt.

Tot zover het landelijke beeld. Niet iets om vrolijk van te worden. Wat betekent dit voor de Nijmeegse bewoners? Voor de mensen in een koopwoning weinig. Zij behouden hun aanspraken en krijgen het komende jaar zelfs een korting op de overdrachtsbelasting, wanneer ze verhuizen naar een andere koopwoning. De korting geldt natuurlijk ook voor huurders die de overstap maken naar een koopwoning. Voor de mensen in een huurwoning verandert er wel veel. Want het kabinet Rutte kiest er voor om flink te bezuinigen op de uitgaven voor huurtoeslag. Mensen die huurtoeslag ontvangen en een huur betalen boven € 361,66 gaan gemiddeld 120 euro per jaar extra betalen, oplopend naar 160 euro in de jaren daarna. Voor sommige huishoudens kan de korting bijna 400 euro bedragen. Ik deel de zorgen van de Woonbond dat er in de woonvisie nauwelijks iets staat over de betaalbaarheid van het wonen. Vreemd, omdat ook de minister nog een andere maatregel neemt op de huurmarkt: de woningcorporaties moeten gaan meebetalen aan de huurtoeslag. In Nijmegen kost de corporaties dat zo’n 7,25 miljoen per jaar. Dat betekent dat ze minder kasgeld hebben om uitgaven of investeringen te doen. Minder productie van nieuwbouwwoningen, minder leefbaarheidsgeld of minder energiemaatregelen kunnen het gevolg zijn. 

Over het probleem van de woningcorporaties spraken de woordvoerders wonen van de verschillende politieke partijen onlangs met de corporatiedirecteuren. In een heldere presentatie werd duidelijk dat het rijksbeleid een groot probleem veroorzaakt. Wat we in Nijmegen mogen oplossen. Dat kan maar er is niet één oplossing die volstaat. We weten zeker dat het pijn gaat doen en dat is onvermijdelijk. De politieke partijen zullen moeten aangeven hoe zij deze pijn willen verdelen. Ik zal namens GroenLinks er voor pleiten dat dit eerlijk moet gebeuren. Een eerlijke verdeling tussen kopers en huurders. Tussen mensen die al een woning hebben en starters op de woningmarkt. Ook moet er een eerlijke verdeling komen tussen wat de corporatie voor haar eigen rekening neemt (snijden in beheer- en bedrijfskosten of meer samenwerken) en wat de huurder voor rekening zal nemen (hogere huurprijzen). Hogere huurprijzen kunnen dus een oplossing zijn. Dat is voor mij bespreekbaar, maar zeker niet altijd en overal. Samenhang is noodzakelijk tussen de huurprijs en de kwaliteit van een woning (een luxere of grote woning mag meer huur kosten) maar ook met de woonlasten van mensen (een woonquote van 50% is niet sociaal). En het lijkt mij ook onwenselijk dat in sommige wijken van Nijmegen geen goedkope huurwoningen meer te vinden zijn. GroenLinks houdt vast aan een vitale stad! Een ambitie waar we het kabinet Rutte jammer genoeg nooit over horen.

woensdag, 29 juni 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

mini symposium Eigen Kracht in West

In eigen kracht, amsterdam west, politiek, vertrek, belangrijk, eerste, eerste kamer, gasten, groenlinks, en meer.
Ben je belangrijk geworden als er ter ere van je afscheid een symposium wordt georganiseerd (ook al is het een mini-symposium)? Bij die vraag sta ik maar niet al te lang stil. Eervol vind ik het in ieder geval wel.
Ter gelegenheid van mijn vertrek uit de Amsterdamse (deelraads)politiek organiseert mijn GroenLinks afdeling op 6 juli a.s. een mini symposium over Eigen Kracht in de buurt. Met buurtbewoners die vertellen over de manier waarop zij hun eigen kracht en die van mede buurtbewoners inzetten. Als vrijwilliger bij Blue (bespreekbaar maken huiselijk geweld), binnen een gehandicapten-adviesraad en in een clientenraad van een GGZ-instelling. Dick Jansen, voormalig wethouder welzijn in Westerpark, zal deze gasten interviewen, en met hen en de aanwezigen op zoek gaan naar manieren waarop het stadsdeel kan bijdragen aan het vinden en gebruiken van de eigen kracht van bewoners en hun netwerken.
Het zal degenen die mij kennen niet verbazen dat ik een belangrijke stem heb gehad in de keuze van het thema. Ik reken op een bijeenkomst die niet alleen voor degenen die op lokaal niveau actief zijn interessant is, maar die mij ook weer zal inspireren voor mijn werk in de Eerste Kamer. Want ook bij landelijke politiek en wetgeving moet wat mij betreft centraal staan hoe we de eigen kracht van mensen en hun netwerken kunnen aanspreken, en kunnen vergroten.
Meer informatie over het symposium vind je hier

dinsdag, 28 juni 2011

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

CDA: Verbod vrouwenonderdrukking in strijd met grondwet

In dagelijks nieuws, interesses, politiek, boodschap, cda, dieren, discussie, eerste kamer, geloof, en meer.
CDA-Kamerlid Henk Jan Ormel is teleurgesteld in zijn collega-Kamerleden die per se vandaag wilden beslissen over het voorstel voor een verbod op vrouwenonderdrukking. Een meerderheid van de Kamer bleek voor een dergelijk verbod. Continue reading


maandag, 23 mei 2011

Lennart Huizing

Lennart Huizing

Twitter Flickr

Deze regering zit nog wel even

In analyse, eerste kamer, politiek, verkiezingen, partijen, regering, sgp, eerste.

De kiezer heeft gesproken. Nou ja, tamelijk indirect en onnavolgbaar, maar daarover heb ik het al gehad. Wat nu interessant is, is hoe de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer effect gaat hebben op de politiek.

De gedoogcoalitie heeft geen meerderheid. Ze komen een zetel tekort. Die kan bij verschillende partijen gehaald worden. Dat kan bij de SGP, maar kan ook bij de nieuwe partij 50+ van Jan Nagel. Beide hebben al aangegeven niet per sé negatief te staan ten opzichte van de regering. De SGP zal waarschijnlijk in staat zijn om een aantal punten binnen te halen door te beloven de regering welwillend te zijn, maar in feite is de kans groot dat de SGP toch wel meestemt. Toch maakt dit het er allemaal niet stabieler op. Is de kans dat de regering ten val zal komen voor het einde van de rit eerder toe- of afgenomen?

lees verder

Gert Jan Kleinpaste

Gert Jan Kleinpaste

Hyves Twitter GR

Blauwtje

In d66, democratie, eerste kamer, godslastering, oppositie, pvv, sgp, eerste, winkels, en meer.

Pen 
Hmm, eens even kijken. Waar ligt het rode potloodje. Heey, ik zie geen rood potloodje. Gelukkig heb ik van mijn vrienden deze prachtige pennenset gekregen toen ik gexefnstalleerd werd in de Staten van Noord Holland. Eens even kijken. Blauwe balpen…. puntje van de tong tussen de lippen, rondje netjes kleuren: D66, Roger van Boxtel!

Zou het zo gegaan zijn. In het hoofd en in het hokje. In Noord Holland, waar xe9xe9n D66-er een klein drama veroorzaakte. Roger van Boxtel ziet zijn ploeg xe9xe9n zetel kleiner worden. Hij rekende op zes zetels en heeft er nu vijf. Daarmee is er ook xe9xe9n oppositiezetel van kleur verschoten.

De democratie teruggebracht tot haar essentie: "Gij zult een rood potlood gebruiken!" De Eerste Kamer net zo verdeeld als het hele land: 37 zetels voor VVD/CDA en gedoogzooitje PVV. Net geen meerderheid, net als de oppositie. De sleutel dus in handen van de SGP. Winkels dicht op zondag, godslastering blijft verboden, de liberalen worden strenger in de leer.

De getrapte verkiezing is een bizar systeem. Niet meer van deze tijd. Misschien is een stemcomputer beter dan een zoekgeraakt rood potlood of is het zaak richeltjes in stemhokjes definitief te verbieden.     

Gert Jan Kleinpaste

Gert Jan Kleinpaste

Hyves Twitter GR

Blauwtje

In d66, democratie, eerste kamer, godslastering, oppositie, pvv, sgp, eerste, winkels, en meer.

Pen 
Hmm, eens even kijken. Waar ligt het rode potloodje. Heey, ik zie geen rood potloodje. Gelukkig heb ik van mijn vrienden deze prachtige pennenset gekregen toen ik gexefnstalleerd werd in de Staten van Noord Holland. Eens even kijken. Blauwe balpen…. puntje van de tong tussen de lippen, rondje netjes kleuren: D66, Roger van Boxtel!

Zou het zo gegaan zijn. In het hoofd en in het hokje. In Noord Holland, waar xe9xe9n D66-er een klein drama veroorzaakte. Roger van Boxtel ziet zijn ploeg xe9xe9n zetel kleiner worden. Hij rekende op zes zetels en heeft er nu vijf. Daarmee is er ook xe9xe9n oppositiezetel van kleur verschoten.

De democratie teruggebracht tot haar essentie: "Gij zult een rood potlood gebruiken!" De Eerste Kamer net zo verdeeld als het hele land: 37 zetels voor VVD/CDA en gedoogzooitje PVV. Net geen meerderheid, net als de oppositie. De sleutel dus in handen van de SGP. Winkels dicht op zondag, godslastering blijft verboden, de liberalen worden strenger in de leer.

De getrapte verkiezing is een bizar systeem. Niet meer van deze tijd. Misschien is een stemcomputer beter dan een zoekgeraakt rood potlood of is het zaak richeltjes in stemhokjes definitief te verbieden.     

zondag, 22 mei 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

afsluiten en beginnen

In eerste kamer, raad, sms, twitter, uitslag, verkiezingen, activiteiten, amsterdam, amsterdam west, en meer.
Morgen zijn de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Als alles goed gaat zal ik worden gekozen. Gezien de zetelverdeling moet GroenLinks die vijfde zetel - een restzetel - mijn zetel - vrij probleemloos binnen kunnen halen, en zou het dus niet zo spannend moeten zijn. Maar dat is het natuurlijk wel.
Je weet maar nooit, er kan altijd wat mis gaan.....
Met diezelfde slag om de arm heb ik afgelopen weken andere GroenLinks activiteiten afgebouwd. Het deelraadslidmaatschap in Amsterdam West, het voorzitterschap van de kandidatencommissie partijbestuur. Het is allemaal bijna afgesloten en overgedragen, maar wel met die mits dat de uitslag morgen conform verwachting is.
Rond half vijf morgenmiddag weten we het. Jullie misschien wel eerder dan ik, want ik zit op dat moment in een vergadering van de Raad van Toezicht van Triversum. Waar ik me ongetwijfeld niet zal kunnen bedwingen om af en toe SMS en Twitter te checken.
En dan gaat het hopelijk beginnen. Het nieuwe avontuur in de Eerste Kamer. Ik heb er veel zin in!

Lennart Huizing

Lennart Huizing

Twitter Flickr

Eerste Kamer, maar beter

In nederland, politiek, verkiezingen, peilingen, stemmen, afschaffen, eerste, eerste kamer, eu, en meer.

Morgen zijn de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Een gedrocht van een verkiezing, door de getrapte structuur. We weten wie er gaan stemmen en voor welke partij ze zijn, maar door de koehandel over de restzetels doet deze verkiezingen afbreuk aan het vertrouwen in de politiek.

GroenLinks wil de Eerste Kamer afschaffen. Ik begrijp waarom. De meeste landen in de EU hebben geen equivalent voor de Eerste Kamer. Maar uit peilingen blijkt dat de meerderheid van de bevolking geen voorstander is van afschaffing. En onder die meerderheid schaar ik ook mijzelf.

lees verder

woensdag, 18 mei 2011

Tineke Strik

Tineke Strik

EK

Regering zegt privacy impact assements toe

In politiek, minister, minister donner, overheid, privacy, regels, regering, burger, cda, en meer.

Gisteren kruisten de Eerste Kamer en minister Donner en staatssecretaris Teeven de degens over de privacy. De Eerste Kamer wil in meerderheid een zorgvuldiger afweging bij wetgeving: welk effect heeft een wet op de privacy, en is een inbreuk op de privacy echt nodig? Op dit punt lijkt de regering zich iets van onze volhardendheid aan te trekken. Voortaan zal ze bij relevante wetten in de Memorie van Toelichting ingaan op het effect op de privacy. Dat is grote winst, dat betekent een helderder debat en afweging.

Verder drong de Senaat aan op meer regie bij de burger zelf, en ook meer verantwoordelijkheid door de overheid voor een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens. Dat laatste vormde nog het grootste conflictpunt. Donner, normaal niet vies van regels en kaders stellen, vond dat hij niet het bedrijfsleven kon dwingen tot maatregelen om de privacy van burgers te garanderen. Het zou het bedrijfsleven te veel geld kosten. Absurd, als je technologie kunt gebruiken om een inbreuk te maken, kun je dat ook om de privacy te beschermen. Als je daar bij het ontwerpen van een systeem al aan denkt, is dat echt niet een rib uit het lijf van het bedrijfsleven.

Ook was Donner niet van plan om veel met horizonbepalingen te gaan werken, wetten dus die na een aantal jaren vanzelf ophouden. Een wet wordt dan alleen verlengd als die noodzakelijk en deugdelijk is gebleken. Hier bleek enige spanning tussen CDA en VVD. In het regeerakkoord en in het kabinetsstandpunt staat het namelijk wél opgenomen. Wij willen dat in de concrete voorstellen terugzien.

De Eerste Kamer heeft het debat in elk geval aangegrepen om het kabinet te voorzien van kaders waarbinnen het de concrete voorstellen gaat uitwerken. Hopelijk voorkomt deze werkwijze een tweede debacle zoals het EPD. Het kabinet hoeft zich een volgende keer niet verrast te tonen bij een tegenstem als wij onze uitgangspunten niet terugzien. Hopelijk gaat de Tweede Kamer zich nu ook meer van de privacy van hun kiezers aantrekken.

Zie hieronder mijn eerste en tweede termijn

Tineke Strik

Tineke Strik

EK

GroenLinks bereidt privacydebat in Eerste Kamer voor

In politiek, minister, minister donner, privacy, resultaat, beleid, blog, debat, donner, en meer.

Gisteren onderhield de Eerste Kamer zich met minister Donner en staatssecretaris Teeven over de wijze waarop dit kabinet met onze privacy omgaat. De privacy passages in het regeerakkoord waren lichtpuntjes vergeleken met de overige duistere teksten.

Ter voorbereiding van dit debat, organiseerde de privacywerkgroep en ik een bijzonder boeiende expertmeeting in de Eerste Kamer. Binnen GroenLinks is weinig verschil van mening: burgers moeten meer greep op hun eigen data krijgen. Nu nog even het beleid aanpassen. Hieronder mijn inleiding van 29 april. De volgende blog dan het resultaat in de Kamer

dinsdag, 26 april 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Verslag 15 April Democratie

Na een avondje stappen en Den Haag verkennen ging op 15 April bij mij vroeg de wekker, het ontbijt zou klaar staan tussen 7:30 - 9:30 en aangezien ik ook voor 10:00 uit-chekken moest dacht ik:”laat ik maar als eerste eruit gaan.” (deelde mijn kamer met 5 andere mensen)

Het ontbijt was heerlijk en in mijn ogen ook een luxe, noem het gerust gezond bunkeren. Je kon gewoon een dienblad pakken en deze vullen met alles waar je trek in had, wat je er bij wilde hebben en je kon je eigen brood smeren i.p.v. dat je iets vooraf besloten spul krijgt aangereikt (StayOkey omgeving Hollandsspoor is een aanrader).

Om 12:30 werd ik verwacht bij een bijeenkomst georganiseerd door GroenLinks Dwars met als thema: “Democratie”, eerst wat koffie gekregen en tegen 12:45 werd iedereen van harte welkom geheten etc;

Persoonlijk vond ik het wel heel komisch dat Jan Laurier tegen 14:00 iets over de geschiedenis van de vergaderzaal ging vertellen in de Eerste Kamer, ook de wijze waarop (even de benen strekken en een beetje mee lopen naar de plekken die hij aanwees). Hoe meer hij ging vertellen, des te meer er bij mijzelf wel terug kwam in de vorm van dit heb ik ooit geleerd of eerder gehoord.. Met name toen er gewezen werd naar het overheersende schilderij werd gewezen die goed overzicht heeft op de zaal ;) Wel heel leerzaam iig.

Omstreeks 14:15 startte de eerste workshop, Judith Sargentini vertelde van alles over het burgerinitiatief en de voorgeschiedenis ervan vanaf circa 1985. Natuurlijk waren en zijn goede voorstellen die pleiten voor het burgerinitiatief zeker welkom.

De tweede workshop werd gegeven 15:00 door Jan Laurier, dat was een workshop met een thema die mijzelf ook wel veel bezig houd:”Zijn wij een Eerste kamer nodig?”, Zelf vond ik de Eerste kamer altijd overbodig, maar met het huidige kabinet was ik blij dat deze nog steeds wel bestaat.

Jan Laurier startte de discussie van zijn workshop heel goed, hij stelde gewoon een paar open vragen die niets met de Eerste kamer te maken hebben, hooguit actueel zijn/waren in het nieuws.

- Wat vind je van vrijheid van religie? Gevolgd door een korte discussie
- Wat vind je van ritueel slachten? Gevolgd door een korte discussie

v.a. dat moment begon hij echt met de workshop, hij vertelde in het kort iets over wat een rechter doet namelijk iemand wel of niet schuldig bevinden aan feit x en dan een straf wel of niet toepasselijk vinden.

Wederom kwam hij met de vraag:”Wat vind je van ritueel slachten?” en daarbij moest je je voorstellen dat bijvoorbeeld je buurman voor de rechter stond.

Verbieden? Dat kan niet, daarmee tast je de vrijheid van religie aan dus verbieden kan de rechter niet.

Regels aanpassen in het wetboek? Daar is een rechter niet toe bevoegd.

Er van uitgaande dat wij geen vrijheid van religie kennen dan?

De rechter kan zelfs dan niets ondernemen omdat dieren niet in het wetboek benoemd worden..

Vond zelf zeker workshop 2 een heel mooi voorzetje voor het afsluitend debat waarbij je aan kon geven voor of tegen de Eerste kamer te zijn en indien je tegen was, waarom zou je tegen zijn en hoe zou je het anders willen zien..

Na het afsluitend debat konden we nog even wat na praten onder het genot van een hapje en drankje en mocht men ook wat boeken mee nemen die over waren. Na mijn tas redelijk gevuld te hebben waren mijn ogen nog gericht op 2 boeken, bankzaken en een boek die mij visueel gewoon niet trok.. Jan tipte mij, wees het minder mooi ogende boek aan en melde:”dat is een vrij interessant boek”,”dat geeft een stukje uitleg over het elektronisch patiënten dossier.” Ow, gaaf bedankt voor de tip! Die paste ook nog wel in mijn tas.




Nadien gingen we vanuit DWARS nog even ergens eten en daarna op weg naar huis, zelf kon ik voor 2 treinen kiezen.. of 20 minuten wachten maar wel sneller thuis zijn, of bijna direct met iemand mee reizen maar onderweg iets vaker stoppen. Ik koos voor het laatste, konden we ook nog even gezellig na praten immers..

v.a Utrecht had ik geen gezelschap meer en besloot er een boek bij te pakken, tegen de tijd dat ik in Zwolle aankwam ontdekte ik dat de stof mij zo boeide dat ik al op pagina 57 bleek te zitten (ik lees zelden tot nooit tenzij het studie boeken zijn).

In Zwolle moest ik wederom lang wachten op de trein naar Hoogeveen en bij thuis komst rond 1:00 ging meteen even de pc aan om mijn mail te controleren, indien nodig te beantwoorden en mijn spullen klaar zetten voor de volgende dag i.v.m, de demonstratie tegen KernEnergie te Amsterdam..

De Donderdag aan de Haagse HogeSchool en de Vrijdag in de Eerste kamer waren zeer geslaagd, ook in Den Haag zelf had ik mij niet verveeld ;)

zondag, 20 maart 2011

Ruud Pet

Ruud Pet

Linkedin Twitter GR

provincie

In almere, burgemeester, cda, college, d66, eerste, eerste kamer, flevoland, amsterdam, en meer.
De kruitdampen rondom de omstreden uitslag in Flevoland zijn opgetrokken. Van de ruim 80 vermiste stembiljetten in Almere zijn er een kleine 80 boven tafel gekomen. Vreemd! Almere blonk al uit door als laatste grote stad met een uitslag te komen. Amsterdam had al een uitslag om 22.30 uur, waar Almere nodig had tot 01.30. Vreemd! Onze burgemeester blufte zich door de situatie door bij voorbaat al luid en duidelijk te roepen dat we het natuurlijk allemaal goed op orde hadden. Vreemd! Maar nu kan er gewerkt worden aan een nieuw college van gedeputeerden. Uiteindelijk komt dat neer op VVD, PvdA en de combinatie CDA/CU. Hebben ze, zoals in Almere wel het geval is, D66 niet nodig voor een meerderheid. Vier gedeputeerden (2 x VVD, 1 x PvdA en 1 namens de christelijke combinatie). Rechts aan de macht met een sociaal democratisch tintje. Altijd beter dan een situatie waar de PvdA wordt ingewisseld voor de PVV. Een combinatie waar het milieu, de natuur het nakijken zal hebben, in het verlengde van het landelijke CDA (Bleker)beleid. Nijpels zal de rechtse variant natuurlijk eerst onderzoeken en zal daarbij natuurlijk gesouffleerd worden door de Haagse politici die naarstig op zoek zijn naar een werkbare meerderheid in de Eerste Kamer. CU of D66 zal zich dan moeten lenen voor zo'n constructie...en dat zie ik ze nog niet doen.

zondag, 13 maart 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

in afwachting van

In groenlinks, eerste kamer, campagne, eerste, fractie, idee, provinciale staten, raad, verkiezingen, en meer.
De verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn inmiddels ruim een week geleden, en alle hectiek eromheen begint wat te zakken. Dat het niet alleen om provinciale verkiezingen ging, maar ook om die voor de Eerste Kamer gold voor mij wel heel in het bijzonder: als nummer 5 op de Eerste Kamer lijst had (en heb) ik verreweg de spannendste plek. Bij de uitslagenavond in Den Haag werd er flink met me meegeleefd. Gelukkig zag het er daar eigenlijk steeds goed uit: GroenLinks leek stabiel op 5 zetels in de Eerste Kamer uit te komen. Zo stabiel dat ik ook als toekomstig Eerste Kamerlid op het podium mocht komen. Vlak voordat we weer vertrokken naar Amsterdam sloeg de stemming echter plotseling om: vier zetels. De terugweg vond derhalve in een wat terneergeslagen stemming plaats; hoewel ik al wel iets had van 'we zien het wel'. Toen ik ging slapen was het nog steeds vier zetels; toen ik de volgende ochtend wakker werd waren het er weer vijf. Wel de laatste restzetel, wat het met al het gespeculeer over strategische stemmen en bijzondere allianties naar mijn idee toch nog onzeker maakte, hoewel de verschillende berichten en analyses nooit expliciet vermeldden dat een en ander ten koste zou gaan van een GroenLinks zetel.
Optimistisch als ik ben ben ik er toch maar steeds van uit gegaan dat het goed zou komen. De fractie in Amsterdam-West getrakteerd op taart, dat soort werk. Maar eigenlijk heb ik er pas sinds dinsdag echt vertrouwen in: met een extra Statenzetel in Gelderland hebben we niet meer de laatste restzetel maar de derde, en volgens wat rekenaars waar ik wel vertrouwen in heb kan er niets misgaan wanneer alle GroenLinks Statenleden netjes op GroenLinks stemmen. Nu is dat vorige keer fout gegaan, waarmee de kans dat dat nu weer gebeurt aanzienlijk minder is geworden (een gewaarschuwd mens en zo).
Ik heb er nu dus alle vertrouwen in dat ik echt Eerste Kamerlid ga worden in juni.
En met dit vertrouwen kwam ook de rust om weer echt tijd te steken in andere dingen dan de campagne en de verkiezingen: werk, raad, gezin.
En het afkicken van wel zeer overmatig getwitter en geblog in mijn en de campagne.
Zekerheid is er natuurlijk nog niet.
Ik blijf in afwachting van de definitieve uitslag.

woensdag, 9 maart 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

De salonfähigkeit van de Partij voor de Dieren

Op 23 mei stemmen alle gekozen leden van de Provinciale Staten voor de Eerste Kamer. De Partij voor de Dieren heeft genoeg provinciale zetels gehaald voor een zetel in de Eerste Kamer, maar houdt nog stemmen over. Deze reststemmen kan zij schenken aan een andere partij. Omdat één zetel het verschil kan maken tussen het wel of niet behalen van een meerderheid voor de samenwerking tussen kabinet-Rutte en de SGP, kan dit cruciaal zijn. Aan welke partij zal de partij haar reststemmen gunnen?

GroenLinks lijkt de meest voor de hand liggende keuze. Net als de Partij voor de Dieren heeft deze partij duurzaamheid hoog op haar agenda staan en worden de partijen vaak gezien als ‘zusterpartijen’. Tijdens de recente campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen viel dit ook op door de gezamenlijke strijd die de partijen voerde tegen megastallen, wat in sommige provincies een van de belangrijkere verkiezingsthema’s was. Daarnaast hadden de partijen bij de vorige Eerste Kamerverkiezingen, in 2007, een lijstverbinding, om te profiteren van elkaars reststemmen.

Desalniettemin was vanochtend te lezen dat de Statenleden van de Partij voor de Dieren op 23 mei sowieso niet op GroenLinks zullen gaan stemmen. Niko Koffeman, het enige Eerste Kamerlid dat de PvdD op dit moment heeft, zei dit vanochtend in de Volkskrant (1). “Daar doen ze hun best om ons overbodig te verklaren”, sprak de senator over haar (voormalige) zusterpartij. Als opties noemt Koffeman D66 of de SP.

Het feit dat de Partij voor de Dieren de SP verkiest boven GroenLinks, is te begrijpen. De SP hangt tussen 7 en 8 zetels in, en een stem van de PvdD kan de achtste zetel van de SP veilig stellen, terwijl GroenLinks meer stemmen dan nodig heeft voor een extra zetel. De reden om GroenLinks uit te sluiten, het feit dat deze partij haar best zou doen de PvdD overbodig te maken, vind ik echter zeer opmerkelijk.

In mei 2010 was ik aanwezig bij een lezing van Marianne Thieme, de grote dame achter de Partij voor de Dieren. Hoewel deze lezing zeer interessant was, zal ik er verder niet over uitweiden, maar wil ik inzoomen op een vraag die gesteld werd. Het was een paar weken voor de Tweede Kamerverkiezingen en een aanwezige vroeg zich af hoeveel zetels Thieme zou willen behalen in die verkiezing. Het antwoord luidde dat de Partij voor de Dieren vier zetels een ideaal aantal zou vinden. Men hoefde er niet meer, omdat men geen machtspartij was, maar een ‘getuigenispartij’. Ze stelde zichzelf niet ten doel om in de regering te komen, maar om haar belangrijkste issues (dierenwelzijn en duurzaamheid) op de politieke agenda te krijgen, en andere partijen te inspireren om zich hier ook mee bezig te houden.

De uitspraak van dhr. Koffeman is in het licht van dit getuigenis van zijn partijgenoot mevrouw Thieme erg opmerkelijk. De PvdD stelt zichzelf ten doel andere partijen te inspireren over haar issues na te denken, maar besluit vervolgens een partij die dit ook daadwerkelijk doet uit te sluiten als mogelijke partner, omdat ze hun best doen om “ons overbodig te verklaren”.

Overbodig zijn, is dit niet juist het ultieme doel van de Partij voor de Dieren? Als men haar doel heeft bereikt? Dierenwelzijn en duurzaamheid hoog op de agenda’s en in verkiezingsprogramma’s? Blijkbaar niet: de partij die het hardst haar best doet om dit te bereiken, maakt geen kans op de reststemmen. Zou de partij zichzelf nog steeds een ‘getuigenispartij’ noemen, of zouden de mooie zetels in de Eerste- en Tweede Kamer zelfs deze partij salonfähig hebben gemaakt?

(1) http://www.volkskrant.nl/vk/nl/5066/VK-dossier-Statenverkiezingen/article/detail/1857317/2011/03/09/Kans-op-meerderheid-coalitie-in-Eerste-Kamer-lijkt-nihil.dhtml


zondag, 6 maart 2011

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Een kijkje in de Agenda van Klaas Woltinge

Periodiek krijg ik naar mijn hoofd moetwillig of onbewust teksten in woord en spraak naar mijn hoofd geslingerd dat WAJONGERS werkloos thuis zitten en in fora’s gaat het zelfs een stapje verder.. Dan heeft men het over domme profiteurs die op onze belastingcenten loopt te profiteren. Dit jaar ziet het er naar uit dat er fors bezuinigd zal gaan worden op de WAJONG en WSW indicaties, daarnaast ook op onderwijs waar ik het al helemaal niet mee eens ben.

Bezwaren: Niemand heeft er voor gekozen om WAJONGER te worden of in duidelijker Nederlands verwoord arbeidsgehandicapt te zijn! Zelf ben ik een WAJONGER waarvoor het geld niet is om deze bij te scholen of aan het werk te helpen. Daarnaast moet er natuurlijk ook werk zijn wat een arbeidsgehandicapte aan zou kunnen. Dat bereik je volgens mij niet door te bezuinigen op de basis, zoals het er naar uit ziet zal er nog forser bezuinigd worden op een voorbeeld situatie als mijzelf. Dat is eigelijk toch heel dom denken en niet na durven denken over de Toekomst? Bezuinigen op scholing of trajecten waarmee je aan het werk zou kunnen komen houd concreet in dat je de WAJONG uitkering nooit meer uit komt.
Door het weg halen van een goede basis bezuinig je inderdaad een beetje op korte termijn, schuif je de gevolgen daarvan door naar de toekomst.

Vrede: ik heb er intussen vrede mee dat ik een zogenaamde werkloze ben, termen als nutteloos, profiteur en luilak bestrijd in iedere toon! Doe nog steeds mijn best d.m.v. MLM systemen een kleine aanvulling bij te verdienen wat zeker geen vast en betrouwbaar extra inkomen oplevert aan mijn adres, wel zet ik mij politiek en vrijwillig steeds harder in om mee te praten over wat anders en beter zou kunnen.

Bezigheden:
Netwerk GroenLinks Chronisch Zieken en Gehandicapten zet ik mij niet voor de sier voor in, het zelfde geld voor het CNV(J) WAJONG werkt en RozeLinks. Om eerlijk te wezen dreig ik nu ook iets te willen gaan doen met GroenLinks Kleurrijk.
Doe ik nog niet, daarmee zou ik wel heel veel hooi op mijn vork nemen en qua reis kosten zou het ook vrij duur worden die veelal wel achteraf te declareren zijn.
Buiten het politieke en vakbond’s werk om maak ik mijzelf ook graag nuttig, werk bij stichting de Zonnebloem Hoogeveen om ouderen 9x per jaar een leuke dag te bieden, vergaderingen die er achteraf bij horen vinden ook ongeveer 9x per jaar plaats en met een beetje geluk kan en mag ik ook mee doen aan huis bezoeken aan de oudere die misschien vereenzaamd. Voor mezelf staat het leuk op mijn CV, maar het geeft ook zeker aan dat ik maatschappelijk betrokken ben. Dit vergeten veel mensen te vaak helaas!

Reden voor mij om jullie even mee te laten gluren in mijn agenda van gemaakte afspraken buiten Hoogeveen of extra afspraken.

11 Maart ga ik vanuit het CNV(J) een nieuwe (toekomstige) werkgever ambassadeur bezoeken, dien wel met een gelikt verhaal aan te komen natuurlijk waarom dat zo belangrijk is!

12 Maart een vergadering met RozeLinks te Utrecht over hoe zetten wijzelf ons goed op de kaart en diverse overige punten die ter tafel komen of ik nu intern hou.

13 Maart: Verjaardag Klaas, mijn verjaardag van 1 Maart j.l. sloeg ik maar even over, had het te druk met campagne voeren voor GroenLinks, netwerk borrels en diverse verbouwingen die in mijn woning plaats vonden en plaats zullen gaan vinden.

17 Maart: Lezing Haagse school stage lopen of LAP, het moment voor mij om interesse te tonen en ook flink te gaan netwerken vanuit mijn eigen en GroenLinks gedachtegang!

24 Maart: Meet&Greet middag in Amsterdam! (die kans laat ik zeker niet lopen!)

CNV Jongeren en FNV Jong zijn vorig jaar het project “CAO Wajong-proof” gestart om ervoor te zorgen dat werkgevers en vakbonden meer en betere afspraken maken over Wajongers. Zelf heb ik namelijk ook belang bij deze afspraken, ze vergroten namelijk mijn kans op werk en het behoud hiervan! Jaarlijks worden er honderden CAO’s afgesloten. Om WAJONGERS aan het werk te helpen, is het niet alleen van belang dat het aantal WAJONG-afspraken stijgt. Ook het soort afspraken, de kwaliteit én haalbaarheid van deze afspraken zijn belangrijk.

Er is onderzoek gedaan bij verschillende CAO-onderhandelaars. De uitkomst zijn praktische adviezen & tips voor CAO onderhandelaars om nog betere én haalbare WAJONG afspraken te maken! Zelf wil ik ook wel een onderhandelaar ontmoeten, Ben nieuwsgierig naar wat een CAO-onderhandelaar in de sector waar ik werk of wil werken kan betekenen? wil daarnaast graag mijn stem uitbrengen op de beste CAO-WAJONG afspraak, mijn netwerk uitbreiden vind ik ook zeer belangrijk. Vanuit het netwerk GroenLinks Chronisch Zieken en Gehandicapten zijn mijn kerntaken seksualiteit en diversiteit en de WAJONG regeling. Op het gebied van de WAJONG regeling kan het nooit geen kwaad om een actueel contact personen lijstje te hebben waarbij je terecht kunt met je eigen en GroenLinks visie om ideeën te delen of informatie op te vragen indien nodig.

Durven critici die te snel hen vooroordelen klaar hebben over WAJONGERS nu ook over hen stellingen na te denken, durft politiek Nederland het aan om over mijn opsomming van punten na te denken???

o.a. GroenLinks houd zich hier wel mee bezig, nu het kabinet nog en de eerste kamer leden!

donderdag, 3 maart 2011

Paul Smeulders

Paul Smeulders

Hyves Twitter Youtube PS

Trots en tevreden: 3 Statenzetels!

In politiek, social media, stemmen, boeken, campagne, d66, den bosch, duurzame energie, eerste, en meer.

Na maanden keihard campagnevoeren was het gisteren zover. Brabant ging naar de stembus om 55 nieuwe Provinciale Statenleden te kiezen. ’s Nachts bleek dat al onze inspanningen zijn beloond. We gaan van 2 van 3 Statenzetels! Mede door de hoge opkomst verdubbelt ons stemmenaantal zelfs bijna! Gisteren stemden 56.113 Brabanders op GroenLinks (5,9%), tegenover 31.611 stemmen in 2007 (4,1%). De exitpoll van de UvT leert ons dat een groot percentage van de Brabanders die voor GroenLinks koos, vier jaar geleden niet naar de stembus ging. Ik ben er trots op dat het ons met een vernieuwende campagne is gelukt om ‘nieuwe kiezers’ te mobiliseren.

De exitpoll van de UvT deelde ons eerst zelfs 4 zetels toe, maar dat bleek iets te positief. Niettemin zijn 3 zetels een prachtig resultaat, zeker wanneer je de landelijke prestaties bekijkt. Als GroenLinks Brabant boeken we met +1,8% de grootste winst van alle provincies! Onze goede prestatie is ook in andere statistieken terug te zien. Van de 10 gemeenten waar GroenLinks de grootste winst boekt, liggen er maar liefst 9 in Brabant! Oké, Terschelling doet het met +4,16% het beste (waarom eigenlijk?), maar wordt gevolgd door Laarbeek (+3,59%), Boxtel (+2,95%), Eersel (+2,90%), Son en Breugel (+2,71%), Vught (+2,58%), Goirle (+2,56%), Den Bosch (+2,56%), Geertruidenberg (+2,55%) en Haaren (+2,52%). Voor mij is dit hét bewijs dat een goede campagne wel degelijk effect heeft!

In de zomer van 2010 begon ik in mijn eentje aan de campagnevoorbereidingen. In de eerste versie van het campagneplan stond: "Wat voorop staat is dat we de beste campagne van Brabant gaan voeren: een campagne waar iedereen van onder de indruk is!" De dag na de verkiezingen mogen we vol trots vaststellen dat dit gelukt is!

Om in aanloop naar 2 maart veel Brabanders (met name jongeren) te bereiken, had GroenLinks Brabant een primeur: de eerste 3D-campagne in de geschiedenis. Door een 3D-bril met een rood en een groen glaasje is het mogelijk diepte zien in de flyers, posters en zelfs het verkiezingsfilmpje. Hierin bouwen de kandidaten een decor met Brabantse elementen. Varkens hebben de ruimte, bussen zorgen voor goed openbaar vervoer en zonnepanelen leveren duurzame energie. Brabanders konden tijdens de tour van een speciale GroenLinks-caravan langs Brabantse gemeenten in hetzelfde decor een 3D-foto van zichzelf laten maken. We zetten sowieso stevig in op Social Media. Via VraaghetPaul.nl is het mogelijk om mij rechtstreeks vragen te stellen, die ik dan direct beantwoord. En we lanceerden als eerste lokale of provinciale politieke partij een eigen iPhone en Android App. Niet alleen de kiezers waarderen onze inspanningen. GroenLinksBrabant.nl werd bekroond als Beste Provinciale Partijwebsite en onze campagne wordt door Jack de Vries en Kay van de Linde geroemd!

In het behalen van dit resultaat was ik het uithangbord van een geolied campagneteam. Het was mogelijk om zo’n vernieuwende campagne te voeren, doordat ons campagneteam bestaat uit enthousiaste en uiterst professionele vakmensen. Uiteraard komen er nog momenten waarop ik iedereen uitgebreid ga bedanken voor zijn/ haar inzet tijdens de campagne, maar laat ik nu alvast zeggen dat ik heb genoten van jullie drive, kennis en betrokkenheid! De grootste dank ben ik verschuldigd aan onze campagnecoördinator Truuske Smits. Door haar aanwezigheid liep onze campagne gesmeerd en heb ik me geen moment druk hoeven te maken. Een ongekende luxe in een hectische tijd als een verkiezingscampagne!

Ik bewonder de vastberadenheid van al onze  campagnevrijwilligers, die er vaak in de kou op uit trokken om posters te plakken en om te flyeren. Het is hartverwarmend om ontzettend veel positieve reacties van Brabantse GroenLinks afdelingen te ontvangen over onze campagne. Het is nu aan ons om deze banden de komende 4 jaar warm te houden en te versterken.

Tot slot wil ik iedereen ontzettend bedanken voor de mooie reacties op onze verkiezingsuitslag! Uit het hele land stromen al de hele dag de gelukwensen en complimenten binnen. Nu ik alle feiten op een rij heb gezet, kan ik die reacties steeds beter plaatsen. GroenLinks gaat in heel Nederland van 6,1% van de stemmen in 2007, naar 6,3% nu. Zonder de geweldige uitslag in Brabant was GroenLinks waarschijnlijk op verlies uitgekomen. Het wordt echter nog mooier. Mede door onze zetelwinst (en hopelijk ook die in Limburg), maakt GroenLinks nog goede kans op een 5e zetel in de Eerste Kamer (momenteel hebben we 4 senatoren). Het vereiste daarvoor? Dat een D66 Statenlid op GroenLinks stemt! Dat mag toch geen probleem zijn? Als je als D66’er kunt kiezen tussen een extra Eerste Kamerzetel voor de PVV of eentje voor GroenLinks, dan weet je het toch wel? Bovendien pakt D66 door een aantal lijstverbindingen met GroenLinks (waaronder in Brabant) enkele restzetels in Provinciale Staten. Voor wat hoort wat!

Samen met Patricia Brunklaus en Theo Bouwman ga ik in ieder geval 4 jaar knallen in Provinciale Staten. Dat zijn we verplicht aan 56.113 Brabanders!

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Eerste Kamer blijkt lastig te peilen

In peilingen, prognose, eerste kamer, gegevens, groenlinks, oppositie, partijen, peiling, poll, en meer.
Voorafgaande aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten kwamen de peilingbureaus met inschattingen wat deze verkiezingen zouden betekenen voor de samenstelling van de Eerste Kamer. Peilen is niet eenvoudig en voor de Eerste Kamer al helemaal niet: verschuivingen in één bepaalde provincie kunnen net het verschil maken in de Senaat. Dat blijkt ook uit een vergelijking van de peilingen/prognoses met de (voorlopige) uitslag.



Op dit weblog heb ik de laatste weken prognoses voor de Eerste Kamer gepubliceerd, gebaseerd op Tweede Kamerpeilingen (TNS NIPO, Peil en Synovate), opkomstverwachtingen en regionale verschillen in partijkeur. De vergelijking van mijn laatste model op basis van de peilingen tot en met 2 maart laat zien dat deze aanpak redelijk succesvol was. In onderstaande figuur staat de laatste verwachting, waarbij het aantal verwachte zetels (volgens het ANP) grijs is gekleurd. Bij een aantal partijen is de meest waarschijnlijke verwachting bewaarheid geworden: ChristenUnie, D66, SGP en de overigen behaalden even veel zetels als verwacht. Bij een aantal andere partijen lag het uiteindelijke percentage ruim binnen de foutmarge: GroenLinks, PvdA, PvdD, SP en VVD. Alleen bij het CDA (en in zekere zin ook bij de PVV) is dit niet het geval: deze partij deed het met 11 zetels duidelijk beter dan verwacht. Slechts in één van de 1000 simulaties van het model kreeg het CDA dat aantal. CDA’ers blijken nog trouwer te zijn opgekomen dan verwacht, maar er kan ook sprake zijn van een last-minute ‘pity swing’: stemmers voor de coalitie die niet wilden dat de meest rechtse partijen in de coalitie de overhand zouden krijgen.

Simulaties Eerste Kamer model: vergelijking met uitslag
(grijze staven geven gerealiseerd zetelaantal aan volgens verwachting ANP)

In vergelijking met de laatste Eerste Kamer peilingen van Peil.nl (Maurice de Hond) en Synovate (Politieke Barometer) deed het hier gepubliceerde model het goed. De grote peilingbureaus zaten er beide 14 zetels naast, terwijl de prognose van deze site er ‘slechts’ 8 zetels naast zat. Daarmee deden de grote bureaus het slechter dan bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen, toen ze er ook zo’n 15 zetels naast zaten, maar toen op een totaal van 150 (nu 14 op 75 zetels). Alleen de exit poll van Synovate deed het nog beter: die zat er 4 zetels naast. Helaas voor de samenstellers van de exit poll zat die afwijking nu juist in het verschil tussen oppositie en coalitie (de coalitie stond in de exit poll op 35, maar lijkt uiteindelijk af te stevenen op 37).



Bovenstaand beeld laat zien dat het loont om de gegevens van verschillende peilingbureaus te combineren. Daardoor worden bijvoorbeeld uitschieters uitgevlakt. Daarnaast lijkt het er op dat de hier gebruikte methodiek van het omrekenen van de uitslag naar de Provinciale Staten beter werkt dan de omrekenmethodes van de peilingbureaus – hoewel dat lastig te zeggen is omdat zij niet erg duidelijk zijn hoe ze tot hun Eerste Kamer prognoses komen. Daarnaast is het van belang om duidelijk te maken welke onzekerheidsmarges een rol spelen. Dat kan wellicht voorkomen dat er zure stukjes in kranten verschijnen waarin wordt gemeld dat peilingen ‘er altijd naast zitten’. Peilingen hebben onzekerheidsmarges en daarmee moet rekening worden gehouden: één zetel afwijking per partij betekent niet dat de peiling niet deugt, want dat valt binnen de foutmarge. Aan de wetten van de steekproeftrekking ontkomt namelijk niemand.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 8213 uur (342,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,6 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2