
Sinds haar oprichting in 1989 profileert Groen Links zich als voorvechter van een multicultureel Nederland. Dit heeft de partij altijd veel stemmen opgeleverd van allochtone Nederlanders, zeker in vergelijking met de gevestigde orde van PVDA en CDA. Een week is al een lange tijd in de politiek en twee decennia een eeuwigheid, waarin onvoorstelbaar veel kan veranderen. In Europa zijn we van de geel-rode jaren negentig, waarin de sociaal- en christendemocraten de dienst uitmaakten in zo ongeveer de hele EU, in de blauw-met-gele jaren tien terechtgekomen. Liberalen en rechtse partijen hebben een forse opmars gemaakt. Er is meer politieke diversiteit, die ook wordt weerspiegeld in de voorkeuren van de allochtone kiezers. In Nederland betekent dat dat deze groep niet meer zo vanzelfsprekend voor GroenLinks kiest.
Je zou kunnen zeggen dat dit een indicatie is van een toenemende integratie: de allochtone kiezer stapt over van een nichepartij naar een gewone partij. Het kan ook betekenen dat GroenLinks is veranderd en niet meer aantrekkelijk is voor wie deel uitmaakt van het diverse en multiculturele Nederland.
Gezien de reacties in de media op de uitspraken van Femke Halsema over het Islam debat, net voor haar vertrek als partijleider, zou dat het geval wel eens kunnen zijn. In een door GroenLinks georganiseerde conferentie over de vrijheid van godsdienst gaf Halsema te kennen dat bepaalde aspecten van de Islamitische straatcultuur niet getolereerd kunnen worden in Nederland. De nuances van haar betoog zijn uiteraard niet behouden gebleven in de media, wel dat er sprake is van een nieuwe, ferme toon: GroenLinks doet tegenwoordig blijkbaar ook aan ‘Islam-bashing’.
Dit was vroeger ondenkbaar, nuances of niet. Er moet nogal wat veranderd zijn als de partijleider directe kritiek durft te uiten tegen een minderheid. Heeft een stille revolutie plaatsgevonden binnen de partij, of heeft deze zich aangepast aan het maatschappelijke klimaat, waarin kritiek op minderheden en vooral de Islam gewoon is geworden? Wat misschien nog wel belangrijker is: welke consequenties heeft dit voor het nieuwe leiderschap van de partij?
Op het eerste gezicht is er weinig veranderd aan de ideologische positie van Groen Links: de partij is ontstaan uit de emancipatoire bewegingen van de jaren zestig en zeventig en staat nog steeds in deze traditie. Persberichten en verkiezingsprogramma getuigen hiervan, ook in 2011. Emancipatie is binnen GroenLinks altijd opgevat als de bevrijding van het individu aan de dwang van de meerderheid. In ontzuild en progressief Nederland betekent dat dat iedere vorm van automatische groepssolidariteit verdacht is geworden. Globalisatie en het afnemen van nationale identiteit worden in dit narratief positief geïnterpreteerd, want geven meer ruimte aan het individu in zijn zoektocht naar emancipatie en vrijheid.
Het blijkt nu dat deze zoektocht voert tot het overschrijden van de dunne grens tussen individualisme en egocentrisme. De nieuwe Verlichting, waarin iedereen zich in vrijheid zou kunnen ontplooien tot een progressief en weldenkend mens is niet gekomen, in plaats daarvan de opmars van een populistische rechts politiek. Progressief Nederland heeft dit niet zien aankomen, om wat voor reden dan ook en wordt nu overrompeld door de brede terugkeer naar deze schijnveiligheid van de kudde. De individuen die een veilig hokje bezitten keren daarnaar terug, de anderen zoeken naar de profeet of politicus met de makkelijkste antwoorden en minderheden zijn alweer het probleem. Volgens The Economist heeft het Nederlandse kabinet een povere keuze gemaakt: de Nederlandse kiezers zijn verward en angstig en de regering speelt in op deze gevoelens, in plaats van op zoek te gaan naar oplossingen voor de reële problemen van het land.
Binnen deze context is de positie van GroenLinks ten aanzien van minderheden belangrijker dan ooit. De problemen waar Nederland mee kampt zullen niet worden opgelost met de verharding van het politieke klimaat. De hindernissen voor de emancipatie van moslims staan nog overeind. GroenLinks heeft lang geleden al een inhoudelijke keuze gemaakt voor het belang van emancipatie, van alle minderheden, ook de moslims. Wat is veranderd is de opvatting van de partij over de strategie om dit te bereiken. Halsema’s uitlatingen geven blijk van deze nieuwe ‘tough love’: de liefde voor diversiteit blijft, maar harde kritiek op misstanden binnen minderheden mag. Emanciperen schept ook verantwoordelijkheden.
De vraag is wat de daadwerkelijke politieke waarde van deze keuze is, vandaag de dag. De dominante partijen hameren iedere minuut van iedere dag over de problemen met minderheden, moet GroenLinks dan advocaat van de duivel spelen met zulke uitlatingen? De reacties in de media laten zien dat ‘love’ maar al te makkelijk wordt vergeten en dat alleen ‘tough’ de kranten haalt. Als dat de positie van GroenLinks lijkt te zijn, bestaat een grote kans dat de partij zich verder zal vervreemden van wie dan ook maar de tolerante kiezer geacht wordt te zijn. Zonder uiteraard aan populariteit te winnen bij de bezorgden en onzekeren.
Er is ook een andere mogelijkheid: dat emancipatie niet afhankelijk is van politiek en dat het aantal geemancipeerde Nederlanders groeit, GroenLinks of niet. Wilders en consorten vertegenwoordigen degenen die niet blij zijn met de toenemende globalisering en die verlangen naar een meer overzichtelijk en minder kakelbont land. Een segment van de bevolking dat nooit eerder deel kreeg aan de macht en nu dus geëmancipeerd is geworden. Progressief Nederland heeft dan ook zware verliezen geleden bij de verkiezingen maar is niet verdwenen. Op het politieke toneel zijn nieuwe acteurs verschenen, ook producten van politieke emancipatie. Het debat wordt niet meer bepaald door de traditionele achterban van de PvdA en de CDA, maar erkent nu ook de VVDers en de PVVers. GroenLinks houdt zin in de toekomst, een toekomst die politiek diverser is geworden. GroenLinks en haar linkse of progressieve bondgenoten moeten zich daarop voorbereiden met een nieuwe toon en ander leiderschap, waarin harde uitlatingen over minderheden, maar ook buitenparlementaire acties – Nederland bekent kleur, misschien - zijn toegestaan. Een nieuwe winter, een nieuw geluid.
Spanning en onduidelijkheid
Het ziet ernaar uit dat GroenLinks afdaalt van haar ivoren toren aan de grachtengordel naar de drukte van het marktplein, waar verschillende culturen botsen en de problemen van de multiculturele samenleving zich afspelen. Een deel van de GroenLinkse achterban ervaart dit als een verdere verrechtsing van hun partij; een verder meebuigen met de wind. Misschien hebben zij gelijk. Maar een ander deel van de Groenlinkse achterban beschouwt het ‘nieuwe GroenLinks’ als zoekend naar een evenwicht tussen de verschillende belangen en verlangens van alle groepen in onze samenleving. De partij is op zoek naar een positie tussen de huidige xenofobie en het allochtonenknuffelen van vroeger. Misschien hebben zij gelijk.
Wat is de lange termijn agenda van progressief Nederland voor autochtoon en allochtoon Nederland, dat is de vraag. Een vraag waarvan het antwoord zal bepalen welk politieke stroming de toekomst heeft. Tussen de grote woorden en stoere taal is het nog niet duidelijk wat GroenLinks eigenlijk te melden heeft.
Wat GroenLinks zou willen melden is wel te vinden, in manifesten, verkiezingsprogramma’s en beginselverklaringen. De staat volgens GroenLinks moet nog steeds een instrument van emancipatie zijn. De partij beweegt zich naar het publieke slagveld, waar individuen dagelijks moeten vechten voor hun identiteit en voor hun eigen ruimte, onafhankelijk van welk collectief dan ook. Dat geldt niet alleen voor minderheden, ook de confrontatie van de vrijzinnige idealen van GroenLinks met andere politieke partijen moet hier gaan gebeuren, op het politieke marktplein. Het nieuwe GroenLinks van Halsema -en nu van Sap- is een standpunt aan het ontwikkelen als progressief links-liberaal, of vrijzinnig. Het is hoog tijd om dit beter te verkopen op de politieke markt, waar samenwerking en botsingen aan de orde van de dag zijn. Daarvoor moet het eerst beter onder woorden worden gebracht dan tot op heden het geval is geweest.
Diversiteitsbeleid: van publiek naar privaat en terug.
Wat zou dan deze GroenLinkse nieuwe identiteit is in verhouding tot het allochtonenvraagstuk kunnen zijn?. Of we het nu willen of niet, het politieke debat van dit moment wordt gedomineerd door deze kwestie en het is goed dat de partij het oude standpunt van ‘multiculturalisme boven alles’ achter zich heeft gelaten, maar wat komt ervoor in de plaats?
GroenLinks is natuurlijk geen Wilderiaanse beweging. Ook geen anti-Wilders partij, zoals Rene Danen en Mohamed Rabbae – prominente GroenLinks leden – misschien zouden willen. Wat is de partij dan wel? Hoe moet de ‘tough love’ van Halsema worden vertaald naar diversiteitsbeleid?
Multicultureel Nederland werd volgens de gangbare opinie geboren in 1983 toen de WRR het eerste rapport uitbracht waarin werd gepoogd om diversiteitsbeleid vorm te geven vanuit de politiek. Van dit animo is weinig overgebleven binnen de overheid. De avant-garde van de beleidsmakers is dan ook verhuisd naar de private sector en verdient zijn brood met het produceren van diversiteitsmanagement voor bedrijven, die wel de noodzaak daarvan inzien. Het debat in de politiek verhardt, terwijl het bedrijfsleven steeds meer gebruik maakt van de kracht van diversiteit.
De ontwikkelingen in het diversiteitsmanagement in de private sector spelen zich af op drie terreinen: het faciliteren van werk voor mensen van verschillende culturele achtergronden, het verkennen van nieuwe markten en het mainstreamen van diversiteit als een positieve waarde in de bedrijfscultuur.
Het interessante is dat deze drie thema’s eenvoudig zijn te vertalen in politieke actie. Om te beginnen: de verbetering van de werksituatie voor mensen van verschillende culturele achtergrond is de simpele erkenning dat verschillende mensen verschillende behoeftes hebben wat betreft hun werkomgeving. Zoals bijna niemand verwacht te moeten werken op de avond van 5 december, zo kan ook ruimte worden gemaakt voor andere feestdagen, net zoals veel bedrijven gebedsruimtes hebben ingericht. Het gaat erom dat een bedrijf gewoon vriendelijk kan zijn tegen verschillende culturen.
Als we over verkennen van nieuwe markten praten: een alternatieve kijk op een bepaalde situatie wordt algemeen erkend als een must in het competitieve bedrijfsleven van vandaag. Diversiteit in een brede zin is een onmisbaar element hiervan. In de politiek vertaalt dit principe zich in de noodzaak voor interne diversiteit binnen politieke partijen. Om te kunnen praten met diverse groepen (en niet alleen te praten over diverse groepen) moeten leden van deze groepen deelnemen aan het interne debat. Als GroenLinks, of welke partij dan ook, kans wil maken op een belangrijke positie in de diverse sectoren van de maatschappij, moeten moeten deze sectoren eerst de partij worden binnen gehaald.
Het profileren van welk bedrijf dan ook als diversiteitsvriendelijk en het naar buiten treden als een niet homogene entiteit is de derde poot van elke diversiteitsbeleid in de zakenwereld van vandaag. Dit derde principe is moeilijker te integreren in het leven van een politieke partij, waar eenheid van meningen hoog wordt gewaardeerd. Het proces van interne discussie is vooral gericht op het bereiken van consensus. De diverse wereld van vandaag leert ons nog een andere les: wij moeten niet alleen leren om het met elkaar eens te worden, maar ook om het niet met elkaar eens te hoeven zijn.
Deze drie elementen hebben veel te danken aan maatschappelijke trends van twintig tot dertig jaar geleden. Net zoals in de milieu-discussie heeft het bedrijfsleven zich stellingen en praktijken eigen gemaakt die afkomstig zijn uit de activistisch-progressieve politieke hoek. Ons pleidooi is om deze keer de rollen om te draaien en de politiek van morgen te inspireren door het bedrijfsleven van vandaag. Laten we diversiteit faciliteren, gebruiken en mainstreamen. Door alle nadruk op de problemen van multicultureel Nederland te blijven leggen, worden deze toch niet opgelost. Iedereen weet inmiddels wel wat ‘tough’ betekent, het wordt tijd om ook te gaan nadenken over wat ‘love’ zou kunnen inhouden. Oplossingsgericht denken zou daarvan goed begin kunnen zijn.