zondag, 29 januari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Boerkaverbod: heeel belangrijk

Afgelopen week maakte het kabinet bekend dat het -ondanks forse kritiek van de Raad van State- het wetsvoorstel met het boerkaverbod gaat indienen bij de Tweede Kamer. Onze nieuwe minister Spies heeft volgens mijn krant gezegd dat het heel belangrijk is.
Maar belangrijk waarvoor?

Voor onze veiligheid kan het niet wezen, want in vliegtuigen en op het vliegveld zijn boerka's wel toegestaan (je zou de economische belangen van Schiphol eens mogen schaden), en dat zijn de meest terorisme-gevoelige plaatsen die ik ken.

Om op te komen voor onderdrukte vrouwen dan? Een loffelijk streven, maar ik vind het nogal een vreemde gedachtenkronkel om dat te doen door het slachtoffer van vrouwenonderdrukking te gaan bestraffen. Ik geef jou een boete omdat jij je laat onderdrukken. Huh? Dat is net zoiets als het straffen van een vrouw omdat ze verkracht is. Iets wat ze overigens in sommige landen doen.
Slachtoffers bescherm je niet door ze te straffen, maar door ze rechten te geven, en door daders te straffen. Ik zou er nog in kunnen komen wanneer je het iemand dwingen tot het dragen van gezichtsbedekkende kleding strafbaar zou willen stellen.
Bij dit alles moet je je overigens wel afvragen of we het hier wel over slachtoffers hebben? Welke vrouwen dragen in Nederland een boerka (bijna geen) of niqaab (niet meer dan een paar honderd), en waarom doen ze dat? Sommigen zullen het wellicht doen omdat ze moeten van manlijke familieleden, maar naar ik heb begrepen kiest het merendeel er zelf voor, en bestaat een belangrijk deel van de niqaabdragers uit tot de islam bekeerde Westerse vrouwen.
Het stellen van kledingvoorschriften aan vrouwen om ze te beschermen. Dat is ook het argument dat wordt gebruikt in landen waar bedekkende kleding voor vrouwen verplicht is. En ook daar worden de vrouwen gestraft als ze zich niet aan de regels houden, en niet de mannen die door wellust overmand raken. Daar is het een idiote gedachtenkronkel om met kledingvoorschriften vrouwen te beschermen; hier is het dat ook.

Maar waarom is het boerkaverbod dan belangrijk? Omdat we in een open samenleving leven, waarin communicatie heel belangrijk is. Aldus mevrouw Spies.
Ik vind dit, nog afgezien van de discutabele vooronderstelling dat vrouwen in boerka's niet communiceren, een nogal eng argument. Betekent dit dat er een plicht tot communiceren is in de openbare ruimte? Dat ik straks niet alleen door bouwvakkers wordt nageroepen dat ik niet zo chagrijnig moet kijken, maar dat ik er misschien een boete voor kan krijgen omdat dat open communicatie in de weg staat? En wat te denken aan al die mensen die zich volstrekt incommunicabel door de openbare ruimte bewegen omdat hun oren volledig in beslag genomen worden door het geluid uit hun oortjes of koptelefoons? En als je het dan over aantallen Nederlandsers hebt: daar heb je pas echt een probleem te pakken.

Kortom, ik kan geen enkele reden bedenken waarom het boerkaverbod heeeel belangrijk is. Behalve dan om de gedoogpartner tevreden en daarmee de regering in het zadel te houden. En dat is natuurlijk een heel valide argument voor wetgeving waarmee de vrijheid van burgers wordt ingeperkt. Heel belangrijk.

zaterdag, 28 januari 2012

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Mijn mannelijke buik

Ik ben het kind van werkende ouders. In allebei vond ik verzorgers en beschermers. Mijn moeder heeft mijn vader in zware tijden beschermd en ze hebben mij altijd voorgehouden dat ik niet de stereotype jongen hoefde te zijn zoals mijn omgeving dat voor zich zag. En zoals Angela Crott (de Volkskrant, 27 januari) dat nog steeds voor zich ziet: ridderlijke jongens die (de seksualiteit van) het meisje beschermen en niet voor ‘slappe hap’ worden aangezien.

Waar ik in mijn jeugd ben geconfronteerd met de perverse effecten van de door Crott bestempelde mannelijke normen en waarden, overkomt dat vandaag de dag talloze andere jongeren. Jongeren waarvan Crott vindt dat de jongens vooral moeten leren om mannelijke leiders te zijn: stoer en in zware tijden rechte koers houdend. En de meisjes moeten vooral niet teveel economische onafhankelijkheid nastreven: het maakt de jongens alleen maar lui en laf. Al was het zo dat we het potentieel van mannen om te beschermen de nek om hebben gedraaid, dan zou ik daar met terugwerkende kracht blij mee zijn. Maar ik mag toch hopen dat we vooral gelijkwaardigheid, vrijheid en emancipatie na proberen te streven. Een samenleving waar we aanvullend op elkaar zijn, los van het geslacht van de ander.

In 2010 bleek Nederland van de elfde naar de zeventiende plaats te zijn gezakt op de wereldranglijst die gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen meet. Met de huidige (mannelijke?) koers van ons land kan ik een verbetering van die positie wel op mijn mannelijke buik schrijven. Maar ik vraag me af: zou Crott werkelijk blij zijn met de mannelijke leiders van dit moment? Leiders die in zware tijden bezuinigen op onderwijs, kinderopvang en zorg?

Ik kan er me nauwelijks iets bij voorstellen.

 

Link naar ’Vrouwen hebben mannen als beschermers nodig’


dinsdag, 24 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Toezicht op onderwijskwaliteit

In politiek, onderwijs, algemeen, belangrijk, crisis, debat, economie, eerste, eerste kamer, en meer.

(Inbreng van GroenLinks in het plenaire debat in de Eerste Kamer op 24.01.2012)

Goed onderwijs is essentieel voor onze samenleving. Voor de economie, voor de internationale concurrentieslag, voor het vermogen om antwoorden te vinden op nieuwe vragen, voor diversiteit en emancipatie, voor het welslagen van een plurale samenleving, voor creativiteit en innovatie, voor het waarderen van kunst en natuurschoon, voor gezondheid en lichamelijke ontwikkeling, voor verantwoordelijkheid in de omgang met anderen, andersdenkenden en alles wat leeft, voor wijsheid en het bewaren van waardevolle tradities, voor een kritische houding ten opzichte van die tradities, voor het leven en voor het samenleven.

En daarom is het ook zo belangrijk dat we borgen wat goed onderwijs is. Dat we zorgen dat docenten en scholen in de positie gebracht zijn om dat waar te maken en dat ook externe ogen georganiseerd zijn om kritisch mee te kijken en bij te sturen waar dat nodig is. En daarom hebben we het vandaag over de rol van de inspectie. De fractie van GroenLinks is het met de minister eens dat die rol kan worden bijgesteld, maar heeft vragen bij de criteria wat dan goed onderwijs is.

De belangrijkste verschuiving in het wetsvoorstel is dat het toezicht nu getrapt wordt georganiseerd: een quickscan om te bepalen of er sprake is van kwaliteitsrisico’s en als dat het geval is een grondiger onderzoek dat aansluit bij de formuleringen in de huidige wet. Daarmee wordt de standaardcontrole wat lichter en gaat de inspectie meer uit van het zelfkritisch vermogen van scholen en professionals. Dit sturen op vertrouwen en verminderen van controle spreekt mijn fractie op zichzelf genomen aan. Maar dan moeten er wel concrete handvatten zijn voor het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen, en dat leidt tot een aantal vragen.

De eerste vraag die wij aan de regering willen stellen, is hoe het bevorderen van dat zelfkritisch vermogen van scholen en professionals is gewaarborgd. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij henzelf, daar zijn het professionele organisaties voor. Maar de waarde van het toezicht is nu juist dat we daar ook waarborgen voor inbouwen. Het weghalen van dit stukje toezicht betekent nog niet dat het zelftoezicht automatisch ontstaat. Welke stimulansen zijn daarvoor ingebouwd? Wordt er bijvoorbeeld ruimte gecreëerd waarin docententeams aan intervisie en zelfsturing doen? En welke aanvullende stappen zet de minister om te zorgen dat scholen en docenten/leerkrachten ook echt zelf en met elkaar de kwaliteit borgen buiten de minimale indicatoren van de standaardcontrole?

De tweede vraag die bij ons leeft, betreft die minimale indicatoren die ook nog eens enkel worden beoordeeld op basis van openbare verantwoordingsinformatie van de instelling. Het jaarlijkse basistoezicht wordt beperkt tot leerresultaten, voortgang van de ontwikkeling van leerlingen en het personeelsbeleid, maar dat laatste alleen als er een medewerker geklaagd heeft. De rest van de kwaliteitsindicatoren komt alleen in beeld bij het nader onderzoek. Dan gaat het bijvoorbeeld over leerstofaanbod, pedagogisch klimaat, leerlingenzorg, examenkwaliteit. Wat bedoelt de minister bij die minimumindicatoren precies met “voortgang van de ontwikkeling van leerlingen”? Is dat hetzelfde als leerresultaten of gaat het ook om vormingsaspecten? Die vraag is voor ons van belang omdat er automatisch een sturende werking uitgaat van de gekozen indicatoren. Als het jaarlijkse toezicht alleen kijkt naar cognitieve kennisoverdracht, dan gaan scholen daar hun energie in steken. Hoe smaller de basis voor het toezicht, des te eenzijdiger is het effect van dat toezicht.

Daarmee kom ik aan onze derde vraag. Het wetsvoorstel heeft het bij de taken van de inspectie steeds over beoordelen en bevorderen. Dat spreekt ons aan. Maar dan valt het wel op dat het beoordelen grondig is uitgewerkt, terwijl aan het bevorderen slechts lippendienst wordt bewezen. De waarde van het toezicht ligt toch ook in het stimuleren en ondersteunen van een kwaliteitscyclus, of anders gezegd, van een formatieve toetsing en niet enkel een summatieve. Op welke wijze krijgt dit bevorderen gestalte bij de nieuwe werkwijze van de inspectie? Moeten we niet constateren dat dit wetsvoorstel feitelijk het bevorderen schrapt en het toezicht reduceert tot beoordelen? De minister schrijft in de memorie van antwoord van 28 november zelfs expliciet dat een adviesrol van de inspectie strijdt met de beoordelingsrol. Dat bevreemdt ons, en we betreuren het dat hiermee een eenvoudig en gewaardeerd adviesinstrument gewoon wordt geschrapt.

Voorzitter, wij stemmen zoals gezegd in met de intentie achter het voorstel om meer te sturen op vertrouwen in de professional en de instelling. Maar juist dan is het van belang om dat ook te ondersteunen door de prikkels de goede kant op te zetten. Minder op afrekenen en meer op stimuleren. Niet eenzijdig op alleen cognitieve leerresultaten maar op een breed kwaliteitsbegrip inclusief vormingsaspecten. En op deze punten willen we graag meer toelichting en precisering van de regering.

Wat betreft de risicogerichte werkwijze van de inspectie hebben we ook een vraag over de stelselverantwoordelijkheid. Het recente SCP-rapport Overheid en Onderwijsbeleid zegt hierover: “De focus op individuele (zeer) zwakke scholen gaat wel ten koste van de aandacht voor ontwikkelingen in de onderwijskwaliteit in het algemeen en voor belangrijke school- en sectoroverstijgende ontwikkelingen.” (403) Dat laatste hoort nog steeds wel bij de taken van de inspectie, maar krijgt in de uitwerking nauwelijks aandacht. Hoe waarborgt de minister dat deze bredere blik op ontwikkelingen in het veld blijft functioneren? Zou de inspectie niet juist een grotere rol moeten spelen in het identificeren van de structurele problemen en tekorten in het onderwijs? En zo nee, hoe wordt dan deze informatie structureel geborgd?

In datzelfde rapport van het SCP wordt overigens geconcludeerd dat de drie publieke belangen in het onderwijs per definitie met elkaar schuren. Toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid kunnen niet tegelijkertijd worden gerealiseerd. “De sterke focus op doelmatigheid (1990-1998) leidde tot een geringere toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De sterke nadruk op toegankelijkheid die daarop volgde (1998-2007) leidde tot een daling van het niveau (diploma-inflatie). Als reactie op die laatste ontwikkeling ligt het accent sinds 2007 met name op verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.” (p. 406) Nu zijn wij een groot voorstander van kwaliteit, maar welke lessen trekt de minister uit deze conclusie van het SCP? Praten we hier over een paar jaar over de afgenomen toegankelijkheid en doelmatigheid? Of neigt het huidige kabinetsbeleid eigenlijk alweer meer naar de doelmatigheid en is het vooral de toegankelijkheid die onder druk zal komen te staan?

Ik betrek bij die toegankelijkheid nog een klein element uit dit wetsvoorstel waarop ook ouderverenigingen gewezen hebben. De vrijwillige ouderbijdrage wordt redactioneel wat anders in de wet gezet dan voorheen. Daarmee vervalt echter de vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling. Voor minvermogende ouders is dat een probleem. Zij hebben geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo’n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat hoort echter ook bij toegankelijkheid van het onderwijs en is belangrijk om een tweedeling in de samenleving te voorkomen. Welke stappen kan en wil de minister zetten om dit op te lossen zodat kinderen uit deze gezinnen, die het in de huidige crisis toch al zeer moeilijk hebben, in elk geval op school maximaal kunnen participeren?

Voorzitter, ik rond af. Goed onderwijs verdient vertrouwen in de professionals en goed toezicht. We zijn blij met het vertrouwen dat uit dit wetsvoorstel blijkt, maar we hebben wel zorgen over de intensiteit van het toezicht en de breedte van het kwaliteitsbegrip en we hopen dat de minister die zorgen bij ons kan wegnemen.


maandag, 16 januari 2012

Tom van den Nieuwenhuijzen

Tom van den Nieuwenhuijzen

Hyves Twitter GR

Nieuwjaarsreceptie homo-organisaties Eindhoven

Op zondag 8 januari hielden de homo-organisaties in Eindhoven hun gemeenschappelijke nieuwjaarsreceptie in het pand van het COC in Eindhoven. Het was een drukke middag.
In de speech die gegeven werd tijdens de receptie door Hans Rooijackers, voorzitter koepelorganisatie Stichting Platform Homo/Lesbische Emancipatie Eindhoven, werd ondermeer gememoreerd aan de raadsvragen die door GroenLinks zijn gesteld in het kader van de weigerambtenaren. GroenLinks wilde dat Eindhoven duidelijk maakte dat weigerambtenaren niet welkom zijn in Eindhoven, ondanks de steun die ze krijgen van het kabinet Rutte-Verhagen.
Naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn heeft het college geantwoord dat in Eindhoven geen weigerambtenaren werkzaam zijn en dat we dat ook zo zullen houden. Niet alleen GroenLinks, maar ook de homogemeenschap is daar erg blij mee.

Gerelateerde blogs:

  1. GroenLinks wil geen weigerambtenaren
  2. VARA Kanniewaarzijn over fietsenstallingen
  3. Het regeer- en gedoogakkoord

woensdag, 11 januari 2012

Theo Brand

Theo Brand

Kiest het CDA voor een echte omslag?

Het CDA overweegt volgens de media ‘een ruk naar links’. De mogelijke koerswijziging blijkt uit gelekte plannen afkomstig uit het zogeheten Strategisch Beraad onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus. Veel christen-democraten zullen de koerswijziging eerder bestempelen als een terugkeer naar het politieke midden. Vooral macht en invloed maken een centrumpositie immers interessant. Maar een strategisch beraad is nog geen principieel beraad. En dat laatste is nodig is om een nieuw fundament onder de partij te leggen.

Als je door de waan van de dag stevig naar rechts bent meegezogen, dan sta je na verloop van tijd beteuterd in de hoek. Dan blijft er één richting over en dat is terugbewegen naar links. Zo verrassend is de koerswijziging daarom niet. De vraag is vooral: hoe ver durft het CDA te gaan? En komt de partij ook aan de progressieve kant van het politieke spectrum uit? Komt de koersverandering voort uit lijfsbehoud of is deze geboren uit een diepgewortelde overtuiging? En als dat laatste het geval is, wanneer volgt dan de erkenning dat de partij door fixatie op macht de afgelopen jaren op een ideologisch dwaalspoor terecht is gekomen?

Nu is de vraag wat de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ precies inhouden nogal verschillend te beantwoorden. Dat is – helemaal voor middenpartijen als CDA en D66 – altijd een wat lastige zaak. Voor mij telt het criterium of een politieke partij culturele verdraagzaamheid, duurzame ontwikkeling en een eerlijke verdeling van welvaart, macht en inkomen bevordert of juist eerder frustreert. Zo bezien is het CDA op dit moment een conservatieve en rechts georiënteerde partij.

Politiek filosoof en emeritus hoogleraar politieke filosofie Henk Woldring stelde eerder in tijdschrift De Linker Wang: “Het politieke midden kan nooit je doelstelling zijn, het gaat om een visie op de samenleving. De christen-democratie moet uiteindelijk een gematigd progressieve politieke beweging zijn.” Woldring schreef in 1996 een doorwrochte filosofische studie over de beginselen van de christen-democratie en zat namens het CDA in de Eerste Kamer. In 2010 zegde hij diep teleurgesteld zijn partijlidmaatschap op.

Levert het CDA straks echt een politieke bijdrage om de dominante economische machten bij te sturen? Durft de partij weer politiek met een hoofdletter te bedrijven? Of blijft het CDA kiezen voor ongebreidelde marktwerking door een verdere terugtreding van de overheid, maar dan in een wat vriendelijker vorm met wat meer culturele openheid? Rechts, maar zonder scherpe kantjes in een wat lichtere variant? Of kiest het CDA voor een echte omslag?

Voor de politiek in het algemeen is het interessant of de koerswijziging van het CDA zal leiden tot de val van het Kabinet Rutte. Wat mij vooral boeit is de vraag of trouwe CDA-kiezers zullen doorzien dat de eeuwige slingerbewegingen van het CDA – of die nu van links naar rechts gaan, of juist van rechts naar links – vooral zijn ingegeven door macht en politieke strategie. En dat visiestukken als het recent verschenen ‘Mens, waar ben je?’ uiteindelijk ondergeschikt zijn aan politiek lijfsbehoud. Of ben ik nu te cynisch? Ik vermoed oprecht van niet. Toch wil ik als religieus geïnspireerde GroenLinkser het CDA het voordeel van de twijfel geven, maar wel met een nadrukkelijke kanttekening.

Natuurlijk is elke politieke partij bezig met macht en strategie. Wat dat betreft neem ik het CDA niets kwalijk. Politiek bedrijven valt of staat met macht en invloed. Maar voor het CDA lijkt politieke macht gaandeweg een doel en een principe op zichzelf te zijn geworden. Dat het CDA nu weereens wat naar links beweegt is daarom alles behalve opzienbarend.

Relevant is vooral de vraag of het CDA  niet alleen om strategische redenen naar links buigt, maar in het voetspoor van de ideeën van onder anderen Henk Woldring, ook definitief durft te kiezen voor een gematigd progressief profiel omdat de christen-democratische wortels van solidariteit, emancipatie en rentmeesterschap dat simpelweg vereisen.

Als die trend zich definitief zou doorzetten, komt het CDA in beeld als interessante en stabiele coalitiepartner voor PvdA, SP, D66, ChristenUnie en ook mijn eigen partij GroenLinks. Afhankelijk uiteraard van de vraag hoeveel Tweede Kamerzetels de partij kan inbrengen bij het realiseren van een nieuwe centrumlinkse regeringscoalitie.


maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


donderdag, 22 december 2011

Theo Brand

Theo Brand

Laat CNV opgaan in een ontzuilde Nieuwe Vakbeweging

De crisis bij de FNV leidt tot nieuwe kansen. De ‘Nieuwe Vakbeweging’ is de werktitel van de beoogde vernieuwingsslag die oud-staatssecretaris Jetta Klijnsma verder mag uitwerken. 2012 lijkt mij dan ook het jaar dat FNV, CNV en MHP (voor middelbaar en hoger personeel) hun hokjesgeest te boven moeten komen. Samen kunnen ze verder gaan als krachtige, postverzuilde vakbeweging: een veelkleurige paraplu voor allerhande kleine vakverenigingen voor uiteenlopende beroepsgroepen en bedrijfstakken.

Zelf ben ik meer dan tien jaar lid van het CNV. Ik werd lid in de tijd van good old Doekle Terpstra. En met overtuiging heb ik later enige tijd gewerkt bij CNV Vakcentrale. De toenemende spanning tussen vakbonden en vakcentrale is – zo heb ik ervaren - beslist niet voorbehouden aan de FNV. En ook binnen het CNV en MHP heeft zich de ontwikkeling voorgedaan van het ontstaan van ‘superbonden’, denk aan CNV Vakmensen, de christelijke evenknie van FNV Bondgenoten. Ook hier werd de afstand tussen de bond en - ironisch - de vakmensen groter. 

Het CNV sprak én spreekt mij aan omdat het christelijk sociaal gedachtegoed voor deze vakbeweging leidend is. Toen het CNV in 1909 werd opgericht stelde deze zich op tegen de klassenstrijd en voor het overlegmodel. Maar dat gold natuurlijk ook voor het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) dat samen met het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) in 1982 opging in de FNV. En van klassenstrijd is nu allang geen sprake meer. Het overlegmodel is zelfs de institutionele norm geworden in Nederland.   

En soms is het wel erg makkelijk om de redelijk zelve te willen zijn, terwijl FNV-onderhandelaars voor alle werknemers van een bedrijf (inclusief de CNV-leden) de hete kastanjes uit het vuur halen door wél met de vuist op tafel te slaan. Ik merk dat ik vooral trots ben op het CNV op die momenten dat ze óók een keer met de vuist op tafel slaan. En als het moet een staking niet uit de weg gaan. Je bent immers een vakbond of je bent het niet. Ik ben kortom een CNV-lid die staat voor gerechtigheid. Niet voor het in stand houden van een bepaald instituut.

CNV-voorzitter Jaap Smit beklemtoont herhaaldelijk dat het CNV vooral moet blijven bestaan en ondertussen houdt hij met een schuin oog in de gaten wat er bij de FNV gebeurt. Hij zou beslist meer karakter kunnen tonen door de vraag op tafel te leggen: waarom zouden we na ruim honderd jaar CNV ons bestaansrecht niet ter discussie durven stellen? Het gaat immers om werkgelegenheid, een gezonde arbeidsmarkt, goede en op maat gesneden belangenbehartiging, gerechtigheid en solidariteit?

Voordat Jaap Smit begon bij het CNV was hij voorzitter van Slachtofferhulp Nederland, een algemene organisatie die in 2002 – ver na het tijdperk van de verzuiling – het licht zag. Opkomen voor de belangen van slachtoffers kun je het beste doen vanuit een algemene organisatie, zo dacht Jaap Smit en zo denken we nu bijna allemaal. Daarbij kunnen individuele bestuurders en medewerkers natuurlijk allemaal hun eigen levensbeschouwelijke achtergrond en motivatie hebben. Mijn vraag aan de CNV-voorzitter: waarom zou dat niet gelden als je opkomt voor mensen die het slachtoffer zijn van bijvoorbeeld een ontslaggolf of een reorganisatie?

Het CNV zou het lef moeten hebben haar eigen bestaansrecht ter discussie te stellen. CNV-leden die zwaar hechten aan een aparte christelijke organisatie kunnen zich aansluiten bij het orthodox-christelijke Christennetwerk GMV, terwijl de grote groep idealistische en tegelijk meer pragmatisch ingestelde CNV-leden kunnen kiezen voor een specifieke vakvereniging die opkomt voor de belangen van hun eigen vakgebied of bedrijfstak. Uiteraard onder de grote en veelkleurige paraplu van de Nieuwe Vakbeweging.

In 1996 is het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) samen met het VNO opgegaan in VNO-NCW. Binnen de gefuseerde algemene werkgeversclub is nog steeds een speciale afdeling actief die zich bezig houdt met zingeving en christelijk-sociaal denken. Dat geldt trouwens ook voor de FNV, vanwege de NKV-roots. In die zin hoeft het CNV niet bang te zijn en kan ze juist een waardevolle protestantse inbreng hebben binnen een brede, ontzuilde vakbeweging die kleine vakverenigingen kan faciliteren om maatwerk te bieden aan specifieke beroepsgroepen of bedrijfstakken.

Of komt er straks bijvoorbeeld naast de algemene kappersbond met 2500 leden toch ook nog een christelijke met 700 leden? Natuurlijk moet dat kunnen in een vrij en democratisch land. Ik zou de laatste zijn die dat gaat verbieden. Maar persoonlijk zou ik zo’n ontwikkeling – ook als CNV-lid - een gemiste kans vinden.

Jaap Smit, wacht dus niet langer en laat het CNV – samen met FNV en MHP – meebouwen aan een inspirerende een veelkleurige vakbeweging van de 21ste eeuw.

Een bewerkte versie van dit betoog verscheen op 4 januari 2012 in dagblad Trouw.


dinsdag, 13 december 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Weer een leugen van Wilders & rechts

Het nrc schrijft: Wilders noemt morrelen aan renteaftrek onacceptabel. In plaats van op de hypotheekrenteaftrek moet volgens de PVV-leider worden gekort op ‘Europa, subsidies, de publieke omroep, milieubeleid en andere linkse hobby’s’. Verder kondigt hij aan ‘als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid’ te zullen knokken.
Dit is uiteraard weer een typische Wilderiaans stukje brullen voor de bühne. Maar helaas gebaseerd op leugenachtige fantasieën. Want stel dat we de linkse hobby's zoals hij het noemt aanpakken, wat levert dat op?

Even de totale kosten op een rijtje:

  • Europa: 7,5 miljard bruto
  • Subsidies (cultuur, emancipatie & vreemdelingenkosten) 3,5 miljard
  • Ontwikkelingssamenwerking: 1,7 miljard 
  • Publieke omroep: 0,9 miljard
  • Milieubeleid: 2,5 miljard

Totaal beslaan deze linkse hobby's dan 16,1 miljard en is daarmee een stuk groter dan de rechtse hobby genaamd hypotheekrenteaftrek de overheid kost. Die wordt op ongeveer 12 miljard geraamd.

Echter, in de berekening van bovenstaande kosten heb ik de grootst mogelijke kostenposten genomen. Zo heb ik voor de uitgave aan Europa de bruto kosten genomen, netto kost Europa de Nederlandse staat zo'n 6,5 miljard. Daarmee komen de linkse hobby's op 15,1 miljard. Nog altijd meer dan de hypotheekrenteaftrek.

Bij de subsidies heb ik onder andere alle 2,7 miljard aan reserveringen genomen voor de uitgaven. De daadwerkelijke geraamde uitgaven aan cultuur zijn slechts zo'n 0,9 miljard. Dat is al weer zo'n 1,8 miljard lager ofwel 13,3 miljard aan linkse hobby's blijft er over om op te bezuinigen.

Nu zouden PVVers er tegen in kunnen brengen dat ik (nog) niet alle linkse hobby's heb meegenomen. Zo heb ik de huursubsidie van zo'n 2,6 miljard niet meegeteld. Dan komen de linkse hobby's weer op 15,9 miljard. Dit is alleen niet terecht, want vele Henk's en Ingrids wonen in een huurwoning en genieten op de een of andere wijze van een subsidie daarop. Daarnaast zijn veel subsidies nodig omdat de krappe woningmarkt zorgt voor hoge huren, zeker als deze markt vrij wordt gegeven. Daarnaast is de koopwoningmarkt relatief klein en door hypotheekrenteaftrek dusdanig duur geworden, dat het voor velen zeer moeilijk is om een woning te kopen. Daarom houdt ik deze uitgaven buiten beschouwing en blijft er 13,3 miljard over om op te bezuinigen.

Hoe zit het met deze potentie om te bezuinigen?

Om te beginnen kijken we naar de Europese kosten van 6,5 miljard. Hoe graag Wilders het ook zou willen, de meeste van bovenstaande kosten zijn niet in 1 keer te schrappen. De kosten voor Europa liggen vast in verdragen. Zoals de laatste poging van de EU om verdragen te wijzigen liet zien, zijn deze zeer moeilijk aan te passen. Daar is alleen door contractbreuk, ik vraag me af of Henk en Ingrid dat zien zitten? Daarnaast is ons isoleren van Europa een slechte zaak, 75% van onze economie is gebaseerd op export, merendeels binnen de EU. Ons daar buitenspel zetten schaadt de economie, de werkgelegenheid en daarmee de toekomst van Henk en Ingrid en hun kinderen. Slechte zaak dus, gaan we niet doen, daarmee blijft er 6,8 miljard over aan linkse hobby's om op te bezuinigen!

De Publieke Omroep zouden wellicht hun subsidie kunnen verliezen, of wellicht worden het commerciële omroepen. Maar opdoeken kan natuurlijk ook, levert massale werkeloosheid op. Daar de omroepen creatieve mensen in dienst heeft wordt de cultuursector overspoelt met werkeloze creatievelingen. Omdat Wilders ook op cultuur wilt bezuinigen, gaan er dus meer mensen vechten om de schaarse Euro van de Nederlanders die, door bezuinigingen, minder vaak naar voorstellingen of concerten gaan. Maar goed, we schrappen de totale kosten op de Publieke Omroepen en cultuur en doen net alsof er geen extra werkeloosheidsuitkeringen betaald moeten gaan worden. Daarmee realiseren we 1,8 miljard aan bezuinigen en blijft er 5 miljard aan linkse hobby's over.

Ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingenbeleid worden als het aan Wilders ligt uiteraard direct geschrapt. Dit levert 2,5 miljard aan mogelijke bezuinigingen op (1,7 voor ontwikkelingssamenwerking en 0,8 voor vreemdelingenbeleid). Dat afschaffen van ontwikkelingshulp leidt tot meer ellende in ontwikkelingslanden en daarmee tot een groeiende wens om naar Europa te migreren wordt hierbij even vergeten. We kunnen ons dus schrap zetten voor een door PVV-beleid veroorzaakte tsunami aan migranten en illegalen. Door afschaffen van vreemdelingenbeleid (integratie cursussen etc..) leren deze migranten de taal ook steeds minder goed en integreren ze slechter. Of we tuigen een dijk van een veiligheidssysteem en grensbewaking in zodat er niemand ongezien hier binnenkomt of weggaat. Laten we hopen dat de kosten daarvoor minder zijn dan de 2,5 miljard aan bezuinigingen!

Rest ons de laatste kostenpost, milieukosten. Hierin heb ik de ruimste definitie gekozen voor milieu, omdat alleen bezuinigen op het KNMI slechts 0,05 miljard zou opleveren. Daarom ook de bewaking van luchtkwaliteit, de kwaliteit van de leefomgeving, waterkwaliteit en -bescherming, natuurgebieden en milieu-educatie meegenomen. Dat is tezamen de resterende 2,5 miljard. Geheel in de stijl van Bleker schrappen we deze kosten uiteraard radicaal, weg met de bestedingen aan natuurgebieden, de milieu-educatie en bescherming van de Nederlandse wateren. Dat Nederland hiermee een verWildert en sterker vervuild landschap krijgt is de prijs die we moeten betalen. Sommige delen komen wellicht onder water te staan, maar dat is de prijs die we betalen om ons heilige huisje in stand te houden!

Dat is de leugen van Wilders, de PVV, de VVD en het CDA! Ze spiegelen ons voor dat ze radicaal kunnen en willen bezuinigen op allerlei zaken die ofwel relatief weinig opleveren zoals de Publieke Omroepen of cultuur kosten, elk 0,9 miljard. fwel ze zijn niet zo makkelijk te schrappen, zoals de kosten van Europa, 6,5 miljard. Ofwel ze zijn schadelijk voor Nederland, zoals de milieukosten van 2,5 miljard. Ofwel ze leveren andere problemen op, zoals de kosten van ontwikkelingshulp en vreemdelingenbeleid (2,5 miljard).

In het meest positieve scenario kan men de kaasschaaf over bovenstaande kostenposten halen: misschien een miljard op Europa, een miljard op milieu en 1 op ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid (dan neem je het ruim op die laatste twee) en enkele honderden miljoenen op cultuur en de publieke omroep (ieder 0,25 miljard?). Dat levert een bezuiniging op van 3,5 miljard maximaal en nog altijd grote problemen op genoemde beleidsterreinen.

Welke pijn kost het als we deze 3,5 miljard op het heilige huisje verhalen?




dinsdag, 6 december 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Juf Marja

In politiek, adhd, autisme, balkendende, basisonderwijs, betutteling, bezuinigingen, bureaucratie, cda, en meer.

Bijna haastig maakte Marja van Bijsterveldt deze week haar plannen voor dertig Tv-zenders in het standaardpakket wereldkundig. Uitzuigerij van kabelmaatschappijen pikt Marja niet langer. Een fijne bliksemafleider voor onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Want wie dacht dat we na vechtkabinet Balkenende XVIII van de christelijke betutteling af waren, komt bedrogen uit.

Marja van Bijsterveldt kondigde vorige week aan dat ze wilde dat ouders zich meer met scholen gingen bemoeien. Ouders moeten meer tijd vrijmaken om voorleesvaders en luizenmoeders te zijn, schoolreisjes te begeleiden en de ontwikkeling van hun kinderen een centrale plek te geven. En dat durft Marja van Bijsterveldt best te zeggen in een tijd waarin de gemiddelde meester of juf nu al gek wordt van ouders die vinden dat hun kind toch net dat beetje aandacht meer verdient. Wat dat betreft heeft Marja met één punt wel een punt: ouders gedragen zich steeds als consumenten.

Want in de huidige assertieve en kindgerichte cultuur is elk kind een prinsje of prinsesje. Zeker wanneer ouders gescheiden zijn, wat tegenwoordig eerder de regel dan de uitzondering is, wordt het welbehagen van het kind met hand en tand (en een grote berg Sinterklaascadeautjes) verdedigd. De bedroevende kwaliteit van onze PABO’s en onze PABO-studenten zorgen bovendien voor een steeds groter wordend wantrouwen tegen leraren. En daar hebben juist de succesvolle PABO’ers, die niet na een jaartje knutselen afhaken, ontzettend last van. Voor een juf of meester goed en wel op stoom komt met zijn klas, komen hele roedels ouders al vertellen hoe het allemaal beter kan, vooral voor hun eigen kroost. Dat het merendeel van onze jeugd bij de eerste scheet die dwars zit al een stempeltje met ADHD of autisme meekrijgt, zal daarbij ook niet erg helpen.

Experts zijn het erover eens dat de kwaliteit van het onderwijs op te lossen is met meer geld op de juiste plek, en minder bureaucratie. De ongebreidelde fusiedrang in onderwijsland, onder druk van de krappe budgetten, bewijst zichzelf al jaren als slechte ontwikkeling. Maar juf Marja gaat het anders oplossen, niks geen geld erbij! In plaats van de positie van leerkrachten in het (basis)onderwijs te versterken, wil ze de ouders nog meer invloed geven in de klaslokalen van Nederland.  Een belachelijk idee.

Een belachelijk idee, niet alleen  omdat het indruist tegen de wens van het kabinet dat de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt groter wordt, maar vooral omdat ouders nu eenmaal geen pedagogische professionals zijn. Er is niet voor niets een opleiding nodig om voor de klas te mogen staan. En een belachelijk idee omdat ouders een klas nooit subjectief kunnen bekijken, omdat hun eigen kind natuurlijk ‘bijzonder’ is. Die illusie is fijn voor de opvoeding thuis, maar funest voor het onderwijs. Een klas met dertig bijzondere kinderen voorzien van een wensenlijstje van de bezorgde, invloedrijke en betrokken ouders wordt al snel onbestuurbaar. Misschien moeten we Marja van Bijsterveldt een weekje voor de klas zetten…


dinsdag, 22 november 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Sociale media voor emancipatie

In wijken, emancipatie, historici, informatiesamenleving, sociale media, geenstijl, geluid, gewoon, identiteit, en meer.

Sociale media is niet de wereldverbeteraar die sommigen er wel eens van maken. In de opvolgende lijn van boeken, boekdrukkunst, telefonie, radio en TV is het gewoon een nieuw medium dat de communicatie helpt. En dan heb ik het over communicatie in technische zin. Want wie er met de ethische of moralistische bril naar kijkt kan al snel tot gesomber vervallen. Zie Geenstijl of Telegraaf.nl, is dan het geluid, dat is toch geen vooruitgang in communicatie? En al die tweets over wie waar is en de onzin waar ze mee bezig zijn. Er zijn bedrijven die met al die informatie goud in handen denken te hebben. Maar er zijn er dus ook, geen bedrijven, die vrezen voor een soort informatie-implosie; door de overdaad berichten, de oneindige menging van bagger met kwaliteit, gaat de informatiesamenleving tenonder. Of iets vergelijkbaars dramatisch. In dit sombere scenario is de informatieconsument een willoos slachtoffer. Een visie die al onhoudbaar is als men bedenkt dat veel van die consumenten ook in een of andere vorm producent zijn. Al is dat, haast ik mij als kanttekening te zeggen, nog steeds wel beduidend een minderheid.  Het gros van de sociale medialen is vooral consument. Zij hebben de macht van de ‘knop’. Die waar Doe Maar al over zong. Zij kunnen vrijuit defrienden en ontvolgen. Ook zij kunnen de stekker eruit trekken, maar met minder gevolgen voor het landsbelang. De vraag is: willen ze dat en wanneer? Of het nu gaat om boeken, radio, TV en telefoon: ze kwamen op, ze groeiden in gebruik, ze werden door sombermensen voorzien van negatieve etiketten, groeiden desondanks, en stabiliseerden op een gegeven moment in gebruik of krompen geleidelijk weer. Zie bijvoorbeeld cijfers van het CBS over jongeren die televisie. Maar goed, dat is kwantiteit. Wat zegt dit over de beleving? Een arige parallel i mischien de cultuur van schotschriften en pamfletten in de 18e eeuw in Nederland. Daar werd toen door tijdgenoten met veel zorgen over gesproken. Nu kan je stellen dat het emanciperend heeft gewerkt in politiek en cultureel opzicht. Er werd identiteit en bewustzijn mee gewonnen. En hebben radio en TV ook niet stimulerend gewerkt op het bewustzijn van de maatschappelijke en politiek-culturele positie? Denk aan de strijd rond de verzuiling en het doorbreken van die schotten. Ook sociale media zal zo een vormend  effect hebben. Het is al enigszins te zien in de Arabische Lente. Waar de digitale saamhorigheid ook burgers aanzette om zelf het heft in handen te nemen. Het is en mooie taak voor de historici en sociologen van de toekomst om de ontwikkelingen  rond sociale media nu in de toekomst te duiden. Ik kijk er naar uit.

vrijdag, 18 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Protestantisme en politiek

In religie en politiek, belangrijk, christenunie, crisis, d66, de wereld, dragen, eerste, emancipatie, en meer.

Toespraak bij het jubileumcongres van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme op 18.11.2011

Bestaat er nog zoiets als protestantse politiek of is dat in de afgelopen decennia verdwenen? Of veranderd? En wat zou de bijdrage van protestantse politiek aan de samenleving kunnen zijn? Zulke vragen suggereren dat we kunnen definiëren wat protestants is. Wie even rondkijkt, weet dat het ingewikkelder is dan dat.

Zeker, de SGP is protestants en de ChristenUnie grotendeels, maar ook binnen bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks zijn protestantse tradities en groepen herkenbaar. In elk geval valt protestantisme in de politiek niet samen met links of rechts, progressief of conservatief, confessioneel of seculier. Zoals protestants ook buiten de politiek al die gezichten heeft. Van de Hervormde voorkeur voor het openbaar onderwijs en pragmatische oplossingen tot de Gereformeerde principiële neiging om in eigen organisaties te radicaliseren tot de Doperse afkeer van politiek, het is allemaal herkenbaar in de geschiedenis. En zelfs deze labels zijn al weer te generaliserend.

In de omwenteling van de roerige zestiger jaren waren die verschillende protestantse neigingen ook steeds in alle helderheid zichtbaar. De conservatieve stemmen in kerken, politieke partijen en media verzetten zich tegen de aantasting van de orde en de goede zeden en de progressieve stemmen zagen in het verzet tegen de status quo, het groeiende individualisme en de bijbehorende emancipatie tekenen van het heil waarin ze al eeuwen geloofden. Soms sloot men zich aan bij nieuwe seculiere politieke partijen als D66, PPR en DS 70, soms begon men een eigen christelijke partij zoals bij de EVP en de RPF. Of het toeval is dat de eerste drie eind jaren zestig ontstonden en de laatste twee tien jaar later, durf ik niet te zeggen, maar het is wel interessant om ook in dat opzicht de golven van de tijd te onderzoeken.

Laat ik proberen af te stappen van een overgeneralisering van wat protestants zou kunnen of moeten betekenen. De dialectiek van vernieuwing en restauratie, van cultuurkritiek en cultuuraansluiting, van opstand en status quo, het hoort allemaal bij het protestantisme en waarschijnlijk bij elke stroming. Laat ik dus liever zeggen wat voor soort protestantisme ik zelf van belang vind voor onze samenleving en voor de politiek van vandaag. Ik noem drie kenmerken: individualistisch, principieel en sober.

Het eerste kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op het individu. Tegenover de macht van het kerkelijk instituut verdedigden de reformatoren dat er niets en niemand tussen God en deze ene mens staat. Geen kerk, geen leer, niets. Uiteindelijk gaat het om de individuele verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit protestantse uitgangspunt past goed bij een vrijzinnig-liberale politiek, maar ook bij de individualistische samenleving. Op grond van die individuele vrijheid ontstaan ook gemeenschappen waarin we verbonden willen zijn met anderen en verantwoordelijkheid voor elkaar en de wereld willen dragen. Maar het begint met het individu.

Het tweede kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op principes. Het kritisch nadenken over kerkelijk gezag heeft een bepaalde onverzettelijkheid in zich. Compromissen, pragmatiek, het is aan protestanten niet zo besteed. Ze neigen eerder tot Prinzipienreiterei en betweterigheid. De mooie kant daarvan is dat het voortdurend gaat om de vraag naar de fundamentele waarden die in het geding zijn. Politiek is dan ook niet alleen of in de eerste plaats een belangenstrijd, maar een strijd om idealen en principes. Het machtsspel moet misschien gespeeld worden, maar eigenlijk kan een protestant het niet zo goed op een akkoordje gooien als zijn principes op het spel staan.

Het derde kenmerk van protestantisme is soberheid. Geen weelderige ornamenten en rituelen, geen fratsen. Plichtsbesef en soberheid, een calvinistisch arbeidsethos, spaarzaamheid, enzovoorts. Voor een politicus zijn dat schone deugden, maar ook voor de politiek als geheel kan het geen kwaad, zeker niet in een crisis als de onze. Bij dat protestantse verantwoordelijkheidsgevoel hoort ook dat je je rijkdom niet voor jezelf houdt maar inzet voor wie minder bedeeld is, en ook dat is in onze tijd een belangrijk uitgangspunt voor de internationale verhoudingen.

Die drie kenmerken maken de protestant – ook in de politiek – altijd een beetje rebels, maar nooit rellerig. Altijd kritisch op de bestaande situatie en de macht, maar ook met het besef dat een samenleving wel ordening nodig heeft. Anarchistisch en antirevolutionair. De protestant neemt geen genoegen met de status quo maar heeft een diepgewortelde neiging om deze wereld beter te maken. Want – en dat is misschien wel de diepste drijfveer – de wereld zoals we die kennen is niet goed genoeg.

Dat is protestantisme in de politiek. Misschien. Want natuurlijk zijn er veel protestanten die heel andere accenten leggen en er zijn heel veel niet-protestanten die het hier mee eens zouden zijn. Het is waarschijnlijk vooral mijn politiek protestantisme: vrijzinnig, kritisch en verantwoordelijk.


woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nogmaals de weigerambtenaar

In religie en politiek, homoseksualiteit, tolerantie, ambtenaren, boodschap, burgers, commissie, debat, emancipatie, en meer.

Toch nog onverwachts stemde de Tweede Kamer in met de motie van Ineke van Gent die het kabinet oproept met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Ik ben daar – alles afwegend – blij mee, maar uit de kritische reacties blijkt dat niet iedereen dat zo ziet. Is het niet juist tolerant om te accepteren dat er ook mensen zijn die hier anders over denken? Misschien zelfs een vorm van emancipatie, zoals de minister zei? Is het niet voldoende om het pragmatisch te regelen zodat elk trouwlustig stel aan de bak kan, ook als sommige ambtenaren niet elk stel willen trouwen? Hoeveel ruimte is er nog voor gewetensbezwaren van mensen en religieuze minderheden? Is dit niet de zoveelste uitwas van seculiere gelijkhebberij die de oprechte overtuigingen van gelovigen aantast?

Ik snap de gevoeligheden, maar bij mij valt de afweging anders uit. Ik heb in een eerdere blog al eens geschreven dat het wezenlijke probleem volgens mij ergens anders ligt, namelijk bij het feit dat we de ambtenaar van de burgerlijke stand een rituele rol hebben toegedicht die niet past. Als we het burgerlijk huwelijk van deze rituele extraatjes ontdoen, zullen ambtenaren ook niet zo gauw last van hun geweten krijgen. In verschillende kranten las ik vergelijkbare pleidooien, onder meer van Tom Mikkers (Volkskrant) en Marco Derks (Nederlands Dagblad).

Ik zie dat echter niet zo gauw gebeuren en daarom ligt de vraag naar de positie van de weigerambtenaar nog vol op tafel. Het is hoe dan ook goed dat daar duidelijkheid over komt, en volgens mij kan die duidelijkheid alleen maar inhouden dat er uiteindelijk geen ruimte is voor weigerambtenaren. Ik zal uitleggen waarom.

1. Het principe moet hoe dan ook zijn dat ambtenaren uitvoerders zijn van overheidsbeleid en bewakers van de wet. Alleen in uitzonderingssituaties kan er ruimte worden gemaakt om daarvan af te wijken. Die afwijking kan wel betekenen dat iemand bepaalde taken niet uitvoert, maar niet dat iemand bepaalde wetten overtreedt. Het is dus de vraag welk van de twee hier aan de orde is.

2. Niet elk beroep op gewetensbezwaren wordt gehonoreerd. Het moet bijvoorbeeld praktisch op te vangen zijn in de organisatie en het moet aansluiten bij een traditie. Dat is hier allebei wel het geval, dus in die zin is een beroep op gewetensbezwaren op zich terecht.

3. Het grote probleem met weigerambtenaren is echter niet dat ze een bepaalde taak niet willen uitvoeren, maar dat ze dat voor bepaalde burgers wel en voor andere burgers niet willen doen. Dat is fundamenteel anders dan bij andere gewetensbezwaren. Een brugwachter die niet op zondag wil werken, lijkt mij geen probleem. Onaanvaardbaar is een brugwachter die voor sommige schepen op zondag de brug wel bedient en voor andere niet. Een arts die geen euthanasie wil plegen, kan ik begrijpen. Onacceptabel is een arts die dat (in vergelijkbare situaties) wel wil doen bij sommige patiënten maar niet bij anderen.

4. Wij hebben in Nederland niet twee soorten huwelijk, waarbij je voorstander kunt zijn van het ene en tegenstander van het andere. Er is maar één huwelijk en dat is opengesteld voor MV-, MM- en VV-stellen. Daar kan een ambtenaar niet willekeurig in shoppen. Bij het uitvoeren van de wet maakt de ambtenaar geen onderscheid tussen burgers. Doet hij of zij dat wel, dan is dat onwettig.

5. Het argument dat elke homo toch wel kan trouwen, klopt maar is niet overtuigend. Waar elk heterostel een ambtenaar naar keuze kan uitzoeken, daar moet een homokoppel rekening houden met de mogelijkheid dat de gekozen ambtenaar hen niet wil. De boodschap is dat de gemeente een dergelijk onwettig onderscheid accepteert en kennelijk het ene huwelijk toch anders vindt dan het andere huwelijk. Op het gevaar af dat de vergelijking mank gaat: Tot de jaren zestig mochten zwarten gewoon met de bus in Amerika, maar dan wel achterin…

6. De rechten van huwelijksambtenaren worden volgens mij niet wezenlijk geschonden. Er is geen recht op het zijn van trouwambtenaar. Wie bezwaar heeft tegen een gelijkgeslachtelijk huwelijk, kan op allerlei andere plaatsen in de ambtenarij werken. Overigens zijn veel trouwambtenaar BABS, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, en dus externe freelancers. Dat betekent dat er helemaal geen arbeidsrechtelijk probleem is.

7. Ook als de overheid zelf de wet neutraal uitvoert en alle ambtenaren alle huwelijken gelijk behandelen (dus: ook als er geen weigerambtenaren meer zijn), is er nog volop ruimte voor pluraliteit. Iedereen mag in principe buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand worden. Of men nu christen of atheïst, liberaal of conservatief, homo of hetero. Niemand wordt gediscrimineerd, maar ook niemand mag – in die functie – zelf discrimineren.

En met die overwegingen kom ik tot de conclusie dat het goed is dat de regering moet komen met een wettelijke regeling die een einde maakt aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Bij de openstelling van het huwelijk in April 2001 is ruimte gelaten voor ambtenaren met gewetensbezwaren. Dat vond ik voor dat moment een goede keuze, ook al was en is het een vreemd compromis (om de redenen hierboven). Het is niet vreemd om dat na tien jaar te heroverwegen, en dat is precies de oproep tot meer duidelijkheid geweest van de Commissie Gelijke Behandeling in 2008.

Misschien is er een overgangsregeling nodig voor zittende ambtenaren, maar het aanstellen van nieuwe ambtenbaren met gewetensbezwaren lijkt mij in elk geval niet kunnen. Ik heb er geen probleem mee dat mensen moeite hebben met homoseksualiteit. Ik vind het prima als ze een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen geen echt huwelijk vinden. Ik ga daar graag het debat over aan, maar zal ook verdedigen dat mensen deze overtuiging mogen hebben. Maar juist in een plurale samenleving mag de overheid niet zelf – via haar ambtenaren – onderscheid maken tussen burgers.

En verder herhaal ik mijn pleidooi om het burgerlijk huwelijk te deritualiseren en de verdere ceremonie aan de rituele markt over te laten. De hedendaagse BABS-en kunnen zich daar met dezelfde overgave en voldoening beschikbaar stellen voor een mooie trouwdag, maar dan niet namens de overheid. Als een van hen dan geen homo’s, hetero’s, of roodharigen wil bedienen, heb ik daar veel minder moeite mee dan wanneer ze dat doen als dienaar van de overheid.


Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Wij, weigermensen.

In politiek groningen, politiek landelijk, emancipatie, it gets better, jongeren, lgbt, onderwijs, schoolmaatschappelijk werk, ambtenaren, en meer.

In mijn armen en bovenbenen heb ik weinig gevoel. Door het harde schoppen en slaan. Kut! Was ik maar hetero. Ik heb het op school gezegd. Flikker, homo, homo, nicht. Toen begon het. Klappen, schoppen. Twee jaar lang. Elke dag. Leraren zeiden dat ze het erg vonden, maar dat ze niks konden doen. Ik ging school haten. Ze zaten bij de poort altijd te wachten. Elke dag. We pakken je straks wel. Ze gooiden passers naar mijn hoofd en dan draaide de leraar zich gewoon om. Nicht. Flikker. Homo. ‘We pakken je straks wel.’ Waar moet ik heen als ik mezelf niet kan zijn? Was getekend, Dave.

Gisteren nam de Tweede Kamer een motie aan waarin zij aangeeft dat ze geen weigerambtenaren meer wil. Nu worden er veel meer jongeren gepest en getreiterd dan dat er überhaupt ambtenaren zijn, maar misschien hebben leraren gelijk wanneer ze zeggen niks te kunnen doen. Niks kunnen doen voor jongeren zoals Dave.

Vandaag moeten we laten horen wat we wel willen: voorlichting en dialoog op alle scholen over diversiteit en anders mogen zijn. Anders in geloof, anders in huidskleur, anders in geaardheid. We willen dat je op school anders kan en mag zijn. En we willen leraren die je nooit de rug toekeren.

Maar misschien moeten we weigeren deze situatie nog langer toe te staan. En moeten we weigeren dat scholen blijkbaar niet de plekken zijn waar je jezelf kan zijn. Misschien genereren wij, weigermensen, dán genoeg aandacht om het thema te agenderen en een maatschappelijk debat te voeren over oplossingen en interventies.

Want: jouw school moet een plek zijn waar jij jezelf kan en mag zijn. Laten we met de Kinderombudsman vechten voor die plek!


zondag, 16 oktober 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

[Recensie] De schaamte voorbij – Anja Meulenbelt

In boeken, maatschappij, anja meulenbelt, de schaamte voorbij, emancipatie, feminisme, recensie, lezen, persoonlijk, en meer.

De schaamte voorbij was een van de boeken waarvan ik al vaker had bedacht dat ik het ooit eens moest lezen. Een van de vele op de lijst boeken die ik ooit nog eens moet lezen, en daarom was het er nooit van gekomen. Maar nu stond het voor het grijpen, in de boekenkast bij K. die ik stelselmatig plunder ondanks de omvangrijke collectie thuis, omdat de boeken aan de overzijde altijd groener zijn, en zo kwam het er dan van om het te lezen.

Het is een heel toegankelijk boek, een eenvoudig geschreven persoonlijk verhaal van de schrijfster. Ik moest aanvankelijk wel even wennen aan de socialistiese spelling en het gebrek aan interpunctie, maar het draagt op een of andere manier wel bij aan het boek, geeft de lezer het gevoel dat het direct en eerlijk is, zonder opsmuk.

Het boek begint vooral met een heleboel passerende mannen. Een redelijk tragisch verhaal over een mislukt huwelijk, waarvan ik me moeilijk kan voorstellen dat iemand zich erin laat opsluiten – gelukkig maar. En daarna een heleboel relaties met mannen die allemaal hetzelfde flikken, zodat ik me afvroeg waarom ze dat toch steeds maar accepteerde. Om me vervolgens te realiseren dat ik misschien ook wel zo mijn fouten heb gemaakt, in relaties of daarbuiten, maar in ieder geval ook in situaties heb gezeten waarvan ik achteraf dacht dat ik dingen verder had laten komen dan ik had gewild. Wat dat betreft is het toch wel herkenbaar.

Gaandeweg ontwikkelt Anja, leert meer over allerlei politieke en maatschappelijke stromingen, over feminisme, en uiteindelijk vindt ze haar plaats in de vrouwenbeweging. De beschrijving van de onderlinge relaties in de feministische kringen waarin ze verkeert is fascinerend. Variërend van voor mij herkenbare ervaringen van te veel vrouwen bij elkaar die hun onzekerheden op elkaar afreageren, tot de meer praktische kanten van hoe het er aan toe ging in die tijd, in die groepen, wat op zich al erg interessant is om te lezen omdat het zo ver af staat van mijn eigen leven.

Het laatste stukje van het boek vind ik het mooist. Er komt langzaamaan meer lijn in het boek. Niet meer een aanhoudende stroom mannen, maar een duidelijke verandering in het leven van Anja. Zelfstandiger, met antwoorden op lastige vragen. Kritischer, bijvoorbeeld als ze zich afvraagt wat de term ‘gemengd huwelijk’ op de cover van een tijdschrift nou weer betekent, omdat huwelijke toch altijd gemengd zijn? Ik vond dat een grappig detail, omdat ik herken hoe onzinnig dingen soms eigenlijk zijn als je er meer over nadenkt.

Ondanks dat het boek al wat ouder is en misschien niet meer zo vernieuwend is om te lezen als toen het uitkwam, denk ik dat er nog voldoende in zit wat interessant is voor de lezer van nu. Het omgaan met verwachtingen van anderen is van alle tijden, de onzekerheden over je lichaam, de nadelen van anticonceptie (die altijd voor de vrouw zijn, zoals ik hier eerder al eens geschreven heb), of de keuze tussen geld en idealen, tussen doen wat je hart je ingeeft en wat praktisch is. Herkenbaar zijn bijvoorbeeld de stukken over moe zijn van alles wat je uit overtuiging doet naast je verplichtingen, de tijd die erin gaat zitten die ten koste gaat van persoonlijke relaties, de plaatsen waar je niet aangenomen zult worden vanwege je meer of minder uitgesproken opvattingen.

Maar ook met de emancipatie zijn we nog lang niet klaar als je het mij vraagt. De tijd van feministische protesten om het recht op abortus bespreekbaar te maken staat ver van me af, maar de minder duidelijke kanten van vrouwenonderdrukking die beschreven worden zijn er ook nu nog. De afgelopen week heb ik meerdere discussies en opmerkingen voorbij horen komen over werkende moeders. Nog steeds groeien vrouwen op met het idee dat het heel normaal is om je baan op te geven voor je kind, terwijl je man 40 uur werkt. Ik was onlangs nog getuige van een zwangere vrouw die gevraagd werd of ze bleef werken. Waarop deze verbaasd reageerde en zei dat ze ergens eten van moest betalen. Een houding die – helaas, wat mij betreft – nog steeds niet helemaal normaal gevonden wordt.

Wat mij betreft zouden alle meisjes De schaamte voorbij mogen krijgen op hun zestiende verjaardag. Zodat het ze kan aanzetten om na te denken over hoe ze hun leven willen leiden, welke positie ze willen innemen in een relatie, in een bedrijf, en in de samenleving als geheel, en om te leren over de vrouwen die in het verleden al gevochten hebben voor hun rechten. De maatschappij is misschien veranderd, maar de onderliggende structuren zijn helaas nog niet zo anders dat dit boek volledig achterhaald is.


vrijdag, 14 oktober 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Verjaardagsfeestje

In politiek, bezuinigingen, blok, cda, coen, d66, de jager, democratie, dissidenten, en meer.

Nu het kabinet Rutte-Verhagen zijn eerste verjaardag viert, en rechts Nederland zijn vingers gretig aflikt bij de sobere taart, gooit Geert Wilders alvast een subtiel bommetje op. In een interview met het AD stelt hij dat het afgelopen jaar een ‘schaduw zal zijn’ ten opzichte van het komende. Hij heeft het over ‘meer beren op de weg’ dan we tot nu toe zagen. Volgens de Volkskrant van vandaag zegt Wilders bovendien dat een motie van wantrouwen niet ondenkbaar is, als er extra bezuinigingen komen met oog op de eurocrisis.

Stef Blok zit de vier jaar echter graag uit met Geert Wilders en zijn PVV. En daarna mogen er nog wel vier jaar bij, als het aan hem ligt. Hij geeft de collega’s van D66 op nu.nl nog een fijne sneer door op te tekenen dat zelfs de vrouwonvriendelijke mannenbroeders van SGP nog hervormingsgezinder zijn dan zij. Nee, hoor, dit kabinet is toch stukken beter dan Paars+ was geweest. Alle overboord gegooide liberale principes – zoals koopzondagen, hervormingen op de arbeidsmarkt en wat niet meer – vindt Stef Blok slechts onderhandelingsschade.

Ook het CDA lijkt dit kabinet nog wel even uit te willen zingen. De zogenaamde dissidenten Ferrier en Koppejan zijn al maanden zo muisstil, dat ik af en toe moet kijken of ze nog wel in de Kamer zitten. Ondanks alle stoere prietpraat van een jaar geleden, zijn ze mak en onzichtbaar. Ze zouden zich dood moeten schamen, maar draaien handig om alle journalistieke vraagstukken heen. Voila; de vertegenwoordiging van 30% tegenstemmers binnen het CDA. Die Ferrier en Koppejan, daar heb je wat aan. Wat een volksvertegenwoordigers!

Ondertussen kunnen de CDA-ministers heerlijk hun christelijke gang gaan, en zelfs de SGP nog trots maken. Marja van Bijsterveld durft deze week nota bene te zeggen dat weigerambtenaren ook een vorm van emancipatie zijn. De overheid is er dus voor iedereen, maar niet voor iedereen evenveel. Exact het betuttelende, christelijke toontje waartegen de paarse VVD (een van de architecten van het homohuwelijk) in het verzet kwam. Maar dat was toen. Nu lijkt het bijna alsof de zelfzekere houding van het CDA-smaldeel in het kabinet groeit, in plaats van krimpt, ondanks het aanhoudende gegrom en geblaf van bedrijfspitbull Wilders. Geen wonder dat het zwakke gekef van Cohen geen indruk maakt. Dat is liftmuziek in de oren van Verhagen en zijn collega’s.

De ministers van het CDA maakt het allemaal niet uit. Ze zitten na een halvering toch op het pluche. Alle hondsberoerde peilingen en stijgend intern gemor ten spijt, ze zitten er maar mooi. Geen Slangenburger die daar nu wat aan doet, het CDA zal Rutte-Verhagen niet laten vallen. Daar zorgt Maxime Verhagen, geflankeerd door Piet Hein ‘duimschroef’ Donner en Gerd ‘excuustruus’ Leers wel voor. Maxime viert zijn eigen feestje van democratie. En vandaag een stuk taart extra, want het is ook nog ’s een verjaardagsfeestje…


zaterdag, 8 oktober 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Hoe slecht kan een partijraadsvergadering zijn? Over diversiteit in de partijraad van groenlinks

In analyse, artikel, artikelen, bijeenkomst, communicatie, debat, discussie, divers, emancipatie, en meer.
Inti Suarez en Suzanne van Rossenberg, partijraadsleden namens de diversiteitswerkgroepen trekken naar aanleiding van de discussie over diversiteit op 18 juni jl. de conclusie dat dit precies NIET de manier was om het thema diversiteit binnen de partijraad (PR) te bespreken.

De vier belangrijkste verbeterpunten zijn:

• Discussies binnen de PR kunnen winnen in diepte, belang en wezenlijkheid.
•Het partijraadbestuur (PRB) moet de inhoud en vorm van discussies in handen leggen van experts binnen de partijraad of derden.
• Discussies binnen de partijraad kunnen wél grondiger en professioneler worden aangepakt in plaats van geïmproviseerd en onder tijdsdruk.
• Het censureren van artikelen is onacceptabel binnen GroenLinks, zeker als het het onderwerp diversiteit betreft en het insluiten van verschillend perspectief.

Waar bestaat een discussie over diversiteit binnen GroenLinks uit?

Omdat GroenLinks diversiteit en emancipatie hoog in het vaandel heeft, is discussie erover onderdeel van gezamenlijke visievorming en organisatieontwikkeling. Een inhoudelijke discussie zou moeten gaan over de volgende drie vragen:

• Waarom is diversiteit nodig?
• Hoeveel diversiteit is mogelijk?
• Hoe gaat GroenLinks om met diversiteit?

Het tot stand brengen van diversiteit is het overbruggen van verschillen. Een debatleider verleidt sprekers om inzicht te geven in de achtergrond van hun overwegingen. Daadwerkelijke uitwisseling van verschillende gedachten en het nader tot elkaar komen, zijn gebaat bij bewustwording van eigen posities en totstandbrenging van gelijkwaardigheid. Dit kan geïntegreerd worden in plenaire en groepsdiscussies.

Wat ging er mis?

• De methode van discussiëren was polariserend en simplistisch.
• In plaats van positionering en bewustwording kwam er een zinloze nadruk op debattechnieken.
• De samenstelling van het panel die de analyse van het debat deed, was onvoldoende divers qua achtergrond en hun relatie tot GroenLinks (professioneel cq. financieel).
• De leden van het panel waren zich onvoldoende bewust van hun eigen positie als panelleden, als GroenLinksers in de discussie en als sprekers met een witte achtergrond en netwerk.
• Het doel van het debat had niets te maken met de vragen hoe GroenLinks en wij, partijraadsleden om moeten gaan met diversiteit, en ten behoeve waarvan.
•Diversiteitswerkgroepen en -partijraadsleden zijn niet benaderd betreft de discussie over diversiteit of de planning ervan.
•De opvolgende notitie van de diversiteitspartijraadsleden die een inhoudelijk en productief kader schiep voor de discussie werd eerst verwelkomd door het PRB, maar is later ter zijde geschoven.
•De organisatie van de discussie werd door gebrekkige communicatie door en expertisetekort bij het PRB een haastklus.
•Zonder opgaaf van reden kregen vlak voor de bijeenkomst ook het partijbestuur, personeelszaken van het landelijk bureau en het wetenschappelijk bureau een stem in de inhoud en uitvoering van de discussie.

•Een kort artikel dat een van de diversiteitspartijraadsleden op verzoek van het landelijk bureau heeft geschreven over de partijraadbijeenkomst is niet geplaatst in het GroenLinks magazine omdat het geen impressie was, maar een ‘mening’.

Wat nu?
•Is het door de huidige structuren binnen GroenLinks inherent onmogelijk om diversiteit onderdeel te maken van gezamenlijke en inclusieve visievorming en organisatieontwikkeling?
•Kan de partijraad een verschil maken?

De diversiteitspartijraadsleden hebben inmiddels samen met de diversiteitwerkgroepen (Kleurrijk Platform, De Linkerwang, RozeLinks, FemNet, Netwerk Chronisch Zieken en Gehandicapten, GroenLinks Plus!) een structureel, halfjaarlijks overleg geïnitieerd om diversiteit gezamenlijk te blijven agenderen. Alle werkgroepleden en andere geïnteresseerden, waaronder partijraadsleden, zijn van harte welkom.

zondag, 2 oktober 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

DREI

In de sociale stad, politiek landelijk, emancipatie, integratie, sociale stad, vertrouwen, diversiteit, kracht, links, en meer.

De herfstzon maakt drie dingen zichtbaar om je goed te voelen / positief te stemmen over de toekomst.

1. Emancipatie. Polarisatie levert weinig tot niets op. Er zijn aanwijzingen dat polarisatie sneller en intenser plaatsvindt wanneer de tegenstelling betrekking heeft op groepen in plaats van op individuen. En daar kiemt emancipatie: soms onzichtbaar voor de grote menigte. En soms groots, fier en strijdlustig. De kracht van emancipatie stemt ons positief over de toekomst. Er is iets om voor te gaan.

2. De tijd. In Denemarken heeft de centrumrechtse regering onlangs de verkiezingen verloren. Na tien jaar gedoogsteun van de Deense Volkspartij won links, met Helle Thorning-Schmidt aan het roer, de verkiezingen. Na tien jaar liberale hervormingen en strenge immigratieregels is het tijd voor iets anders. Wij hoeven niet tien jaar te wachten om met een antwoord te komen. Als we het maar mogelijk maken.

3. Diversiteit. Het gelijkheidsbeginsel is bedoeld ter bescherming van diversiteit. Diversiteit voor de rechtsstaat, binnen de wetenschap, de biodiversiteit, voor het individu en de minderheidsgroep. Ze moet gekoesterd worden, omdat ze niet vanzelf spreekt. Integendeel, de kans op terreinwinst is altijd het grootst voor de dominante meerderheid. Waar onze regering geen diversiteitsensitieve mindset kent, staan wij voor de uitdaging individuen erkenning te blijven geven voor wat ze doen, en voor wie ze zijn. Het kan (en wordt beter).

Het gaat over dromen, alles uit je leven halen en het overwinnen van je angsten. Over passie. En de liefde.


maandag, 26 september 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Jamey

In uncategorized, barack obama, defence for children, emancipatie, it gets better, jongeren, lgbt, mensenrechten, schoolmaatschappelijk werk, en meer.

‘You’re not a victim, you’re a lesson to all of us.’

Jamey Rodemeyer (14) pleegde afgelopen week zelfmoord na jaren te zijn gepest vanwege zijn geaardheid. Hij ging daar volgens zijn ouders aan onder door. ‘To the kids who are bullying they have to realize that words are very powerful and what you think is just fun and games isn’t to some people, and you are destroying a lot of lives,’ aldus de vader van Jamey. Lady Gaga wil daarover een gesprek met Barack Obama. In Groningen zijn we in gesprek met scholen over diversiteit en anders mogen én kunnen zijn. We hopen te horen wat scholen hieraan doen, ideeën uit te wisselen en scholen aan te moedigen actie te ondernemen. Wat goud waard is, is het It Gets Better project waar Jamey vijf maanden geleden een filmpje voor opnam. Hij besloot met de woorden: ’All you have to do is hold your head up and you’ll go far. Just love yourself and you’re set. … It gets better.’

Een les voor ieder van ons.


vrijdag, 23 september 2011

Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Een vicevoorzitter Politiek met een sociaal gezicht

Nog twee weken tot het DWARS-congres! Ditmaal is Groningen onze onvangstplek. En waar beter dan hier, dit rode bolwerk, om mij te kandideren voor de post van Politiek Secretaris Sociaal in het nieuw te verkiezen DWARS-bestuur?! Bij deze dus! ;) Ik, Ashley North, kandideer mij op het DWARS-congres van 8 en 9 oktober te Groningen voor de bestuursfunctie Politiek Secretaris Sociaal met als aanvullende taak vicevoorzitter Politiek. Hieronder een motivatie waarmee ik hoop dat het DWARS-congres mij goedgezind zal zijn!

Het afgelopen half jaar heb ik hard gewerkt als bestuurslid Promotie & Ledenwerving voor DWARS. Met andere DWARS’ers heb ik mij met succes ingezet om politiek interessant te maken voor jongeren. Wat mij opviel is dat veel jongeren weinig bewust zijn van de sociale rechten die ze toekomen. Rechten die door economische malaise en vergrijzing onder druk staan. Daarnaast verhardt de samenleving en verslechteren de verhoudingen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Ook jongeren hebben een verantwoordelijkheid om mee te denken over deze sociale vraagstukken.

Als Politiek Secretaris Sociaal wil ik jongeren betrekken om zich in te zetten tegen de heersende sociale onzekerheid. Dat betekent dat we samen de zorgen om zorg moeten wegenemen. We moeten werken om voor onze generatie een eerlijk pensioen te verzekeren. Ik wil met andere jongeren meedenken over hoe we onderwijs toegankelijk houden. Ook voor groepen die door achterstanden de weg hier naartoe nog niet kunnen vinden. Voor een sociaal klimaat is orde en veiligheid een voorwaarde. Met jongeren wil ik nadenken over hoe we veiligheidsvraagstukken vanuit een DWARS perspectief kunnen oplossen.

Als vicevoorzitter Politiek wil ik de inbreng van leden omvormen tot een goed en krachtig verhaal waarmee DWARS jong en oud kan overtuigen van haar idealen. Geen versplintering maar een duidelijke lijn, uitgestippeld door de leden, naar de voorgrond brengen. Samen veroveren wij de media en de samenleving om DWARS sociaal de kaart te zetten.

Kom naar het congres van 8 en 9 oktober en laat je door mijn verhaal overtuigen. Tot in het Groningse!


vrijdag, 16 september 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Unheimisch

In politiek landelijk, emancipatie, integratie, mensenrechten, vrijheid, boerka, boerkaverbod, dragen, gewoon, en meer.

Hé lekker: het boerkaverbod komt eraan. Onze Minister van Publieke Ruimten vertelde daarover vandaag dat we in die publieke ruimte van Nederland ‘herkenbaar en aanspreekbaar met elkaar omgaan. En,’ zo zei hij, ‘zo’n boerka geeft ons maar een unheimisch gevoel’.

Mijn aanname is dat van de vermoedelijk honderdvijftig vrouwen die in Nederland een boerka dragen een deel van hen daartoe gedwongen wordt. Het isolement waarbinnen deze vrouwen leven wordt met de invoering van een verbod alleen maar groter, want de onderdrukking waar zij onder lijden gaat binnenskamers gewoon door. In ‘Duizend schitterende zonnen’ van Khaled Hosseini zegt de man van Mariam dat ‘het gezicht van een vrouw alleen een zaak is van haar man’. Hij dwingt haar een boerka te dragen. Dat we dáár geen antwoord op hebben of als antwoord een boerkaverbod introduceren is nou wat je noemt… unheimisch.


woensdag, 14 september 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Transhollandia

In mensenrechten, politiek landelijk, emancipatie, it gets better, jongeren, lgbt, mensenrechten, bezig, groningen, en meer.

Willem is vijftien en gaat door het leven als iemand van het andere dan het biologische geslacht. Hij heeft nog geen geslachtsveranderende operatie ondergaan. Willem is geen travestiet die alleen af en toe door het leven gaat als iemand van het andere geslacht, want hij doet dit altijd. Willem heeft, zoals hij zelf zegt, geen keus het niet te doen. Willem moet nog een jaar (of zelfs langer) wachten voor hij kan beginnen met gesprekken over geslachtsveranderende operaties, hormonen en dergelijke. Wat hem op dit moment bezighoudt is de vraag: hoe overleef ik de tussentijd? Hoe zorg ik er bijvoorbeeld voor dat ik me met gymnastiek niet in een apart hokje, ‘maar gewoon bij de jongens’ kan omkleden. Voor hem en anderen zijn we, Stichting LGBT Groningen, met Transvisie bezig een gespreksgroep op te richten, want hoe doe je dat: de tussentijd overleven.

Willem kan binnenkort in ieder geval zijn identiteit laten wijzigen: hij mag en kan ‘zijn’. En dat vinden we vanzelfsprekend.


zondag, 21 augustus 2011

Theo Brand

Theo Brand

Vrijzinnigheid als dwangbuis of als wenkend perspectief?

Vrijzinnigheid is een begrip dat leeft binnen GroenLinks – maar ook binnen D66 en de PvdA. Het slaat op een mentaliteit waarbij het individu niet langer wordt beknot door seksegebonden rolpatronen, taboes op homoseksualiteit of andere culturele en/of religieuze opvattingen en gewoonten die individuele ontplooiing in de weg staan.

Vrijzinnigheid is van groot belang, maar de maakbaarheid ervan is beperkt omdat vrijheid en emancipatie zich moeilijk laten afdwingen. Tegelijk is de veerkracht van de Nederlandse samenleving vaak zo groot dat veranderingen vaak van onderop groeien. Het is veel effectiever om die hoopvolle en authentieke processen te stimuleren dan om – op paternalistische wijze - onwillige mensen tot vrijheid te dwingen. Als dat überhaupt al mogelijk en wenselijk zou zijn.

Het is begrijpelijk dat de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen in 2001 bij een minderheid van conservatieve trouwambtenaren niet meteen tot enthousiaste reacties leidde. Ook ligt het niet voor de hand dat alle orthodox-gelovige vrouwen kiezen voor een radicaal andere levensstijl dan hun moeders en grootmoeders. Maar dat neemt niet weg dat alle mensen wel dezelfde rechten hebben en ontplooingskansen zouden moeten krijgen. Vrijzinnigheid mag geen dwangbuis worden, wel een wenkend perspectief en een ontspannen uitnodiging.

Dat laatste – vrijzinnigheid als een ontspannen uitnodiging - mis ik bijvoorbeeld in het integratiedebat en in het debat over godsdienstvrijheid. Ook binnen mijn eigen partij, GroenLinks, mis ik bij sommigen weleens wat relativeringsvermogen. Enerzijds gaat het over vrijheidsrechten maar anderzijds over culturele verschillen en over ongelijktijdigheid: niet iedereen maakt de zelfde ontwikkeling door op het zelfde tijdstip. Het gaat over veranderingsprocessen die nog niet zo lang geleden in de breedte van de Nederlandse maatschappij plaatsvonden. Dat heeft tijd gekost. Mogen die processen nu (bij anderen) helemaal geen tijd meer kosten en geduld vragen? Ik denk van wel, als we de uiteindelijke richting maar helder hebben.

Het ontkennen of afwijzen van homoseksualiteit en het in stand (willen) houden van een ongelijke positie van vrouwen en mannen in sommige kringen, past niet bij de vrijzinnige maatschappij die ook mij voor ogen staat. Maar de bevordering van vrijheid en emancipatie vraagt in de eerste plaats om dialoog en geduld en pas in allerlaatste instantie om wetgeving en dwang. Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen en groepen stimuleren of verleiden om te kiezen voor vrijheid en emancipatie?

In elk geval niet door te stellen of te suggeren dat een bepaalde religie of (sub-)cultuur achterlijk is. Elke godsdienst, levensbeschouwing of cultuur wordt geïnterpreteerd en gepraktiseerd door nieuwe generaties. Zij doen dat in de context van de moderne wereld en de open samenleving. Onder de oppervlakte broeit het vaak van de langzaam groeiende veranderingen. Denk aan feministische moslima’s. Of bijvoorbeeld aan het feit dat er sinds kort kinderopvangcentra bestaan op reformatorisch-christelijke grondslag. Persoonlijk juich ik deze verzuiling niet toe, maar het geeft aan dat het steeds normaler wordt dat SGP-vrouwen op de arbeidsmarkt actief zijn, wat twintig jaar geleden nog volstrekt ondenkbaar was. En het feit dat gereformeerd-vrijgemaakte homo’s zich organiseren en ruimte bevechten in hun eigen kring, is een ontwikkeling die ook spontaan is gegroeid en (een deel van) de achterban van de ChristenUnie uiteindelijk ingrijpend zal veranderen.

Juist omdat verandering van onderop het beste werkt, was het ook beter geweest als het onverdoofd ritueel slachten niet meteen door de Tweede Kamer per wet verboden zou zijn geworden, maar eerst tot dialoog had geleid met bijvoorbeeld een convenant als uitkomst. De betreffende joden en moslims hadden dan zelf met een veranderingsproces kunnen starten. De eigen geloofstraditie had dan in harmonie gebracht kunnen worden met nieuwe inzichten rond dierenwelzijn. Omdat echter niet voor dialoog en een ontspannen oplossing is gekozen maar voor dwang, voelt een groot deel van de joden en moslims zich geschoffeerd. Het is bovendien erg hypocriet dat een partij als de VVD – die nooit enige moeite heeft met de bio-industrie – zich wel keert tegen onverdoofd ritueel slachten. Geld verdienen aan grootschalig industrieel dierenleed is blijkbaar minder kwalijk dan kleinschalig dierenleed op basis van eeuwenoude rituelen. Ergo: voor de VVD is niet geldzucht, maar religie de bron van alle kwaad. Hoe simpel wil je het hebben.

De kwestie van de zogeheten weigerambtenaren vind ik ingewikkeld. In alle Nederlandse gemeenten kunnen homo’s en lesbo’s met elkaar trouwen. Wat is dan nog het probleem – zo kun je oppervlakkig stellen. Toch vind ik het ongerijmd dat een uitvoerend ambtenaar een andere norm (en smallere interpretatie) hanteert van wat het huwelijk inhoudt – en voor wie het bedoeld is – dan de nationale wetgever doet op basis van democratische besluitvorming. Die ongerijmdheid moet je niet willen oplossen door elke afzonderlijke gemeente zijn eigen beleid te laten formuleren ten aanzien van weigerambtenaren, zoals nu het geval is.

Beter is een landelijke overgangsregeling voor weigerambtenaren (zoals eerder bepleit door publicist en politicologie-student Willem de Gelder). Deze regeling kan bijvoorbeeld behelsen dat vanaf nu (2011; tien jaar na invoering) geen enkele weigerambtenaar meer mag worden aangenomen. En dat alle nu nog zittende weigerambtenaren tot en met uiterlijk 2015 hun werkzaamheden mogen blijven verrichten. De richting is dan helder en trouwambtenaren hebben zich op termijn volledig te voegen naar de ruimte die het huwelijk volgens democratische besluitvorming aan mensen biedt. Omdat trouwambtenaar worden een volstrekt vrije keuze is, worden mensen in deze situatie niet gedwongen om handelingen te verrichten die tegen hun geweten in gaan.

De richting die ik kies is die van maatschappelijke vrijzinnigheid (die overigens niet hoeft te botsen met midden-orthodoxe posities in de wereld van kerk en religie). Maar de weg er naartoe moet van haar scherpe en intolerante randjes worden verlost. Dat vraagt bijvoorbeeld om ondersteuning van bewegingen van onderop, denk aan subsidies voor homo- en vrouwenemancipatie (positief). En dus niet om secularistische Don Quichottes die te hoop lopen tegen bepaalde groepen en overtuigingen (negatief).

GroenLinks moet bovendien niet vergeten dat ecologie en sociale rechtvaardigheid haar kernthema’s zijn en dat juist op die terreinen sneller en effectiever resultaten geboekt kunnen worden tegen consumentisme en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Door een fixatie op vrijheid, zouden we de gelijkheid en broederschap nog vergeten. Ja, broederschap… fraternalisme dus. En alstjeblieft geen paternalisme, hoe vrijzinnig die ook bedoeld moge zijn.


zondag, 10 juli 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

Vrouwensport zwaar ondergewaardeerd

In emancipatie, maatschappij, politiek, sport-wellness, atletiek, marathon, media, sport, voetbal, en meer.

Wie van een lekker potje voetbal kijken houdt, kan zijn hart ophalen. Op dit moment vindt namelijk het wereldkampioenschap voetbal plaats. U leest het goed; het WK Voetbal. Wat…? U wist van niets? Kan ik me voorstellen. Ik heb het namelijk over Damesvoetbal en dat krijgt in Nederland amper aandacht.

Gisteravond speelden de vier teams die het hoogste staan genoteerd op de FIFA-wereldranglijst voor vrouwen, de kwartfinales. Spannend en vooral sportief voetbal waarin gestreden wordt tot de laatste seconde voor de winst. De wedstrijden daarvóór waren niet minder spannend en van hoog niveau. Je zou verwachten dat er dus iets over dit toernooi geschreven wordt in de kranten maar helaas dat is niet het geval. In de regionale krant van mijn woonplaats staat in ieder geval helemaal niets, nada, nul komma nul vermeld.

Dit is niet de eerste keer dat ik ageer tegen de discriminatie van vrouwensport in ons land. Ik ben ook al meermaals de discussie aangegaan met diverse sportredacteuren die bij een hardloopwedstrijd bijvoorbeeld, wel verslag in woord en beeld doen van de mannen maar niet van de deelnemende vrouwen. Of als er iets over vrouwen wordt verteld in de krant bijvoorbeeld dan is het altijd in een kleiner artikel, ergens op pagina 23, meestal zonder foto.

Wat is dat toch in ons land? Waarom loopt een buurland zoals Duitsland massal uit voor Damesvoetbal (de kwartfinale WK Zweden-Australië was bijna uitverkocht) en er keken naar schatting vijftien miljoen kijkers naar de live-uitzending! Ook dat leest u goed; live-uitzending. In Nederland is dit ondenkbaar. Met uitzondering voor de schaatsende damesprofs, komen de vrouwen in sportief Nederland er behoorlijk bekaaid af. Er moet al Olympisch goud of zilver zijn behaald wil je enigzins in beeld komen.

Nog even terug naar het voetbal. In Nederland ging in 2007 de eredivisie voor Damesvoetbal van start, inmiddels kennen we het resutaat. Nu de belangrijkste topclubs niet meer bereid zijn in de vrouwentak te investeren is er van een eredivisie-ambitie haast niets meer over. ‘Er komt te weinig geld voor binnen’, luidt de bekende verklaring. Een hele vreemde situatie als je bedenkt dat één op de twaalf voetballers ter wereld een vrouw is. Daarom hoop ik dat de beleidsmakers in ons land gaan inzien dat het afgelopen moet zijn met het discrimineren van de helft van de bevolking en eisen gaan stellen aan het verlenen van subsidies wat betreft de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sport. Ook de vrouwen zelf moeten zich luider laten horen. Schrijf een boze brief naar de krant als voor de zoveelste keer op maandagochtend een uitgebreid verslag te lezen valt (met foto’s!) van één of andere lokale herenvoetbalclub uit de derde klasse maar er helemaal niets te zien is van de topsportsters die op dit moment een spannend WK-toernooi spelen in Duitlsand.

We zullen ons voorlopig moeten behelpen met de omringende landen. Zondag 17 juli ben ik erbij; de finalewedstrijd in Frankfurt. Er getuige van zijn welke club de beste van de wereld wordt. Gelukkig toont Duitsland zich een sportvrouwvriendelijke natie. De sport-emancipatie in Nederland laat nog lang op zich wachten…

 


maandag, 6 juni 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Een andere manier om naar bezuinigingen te kijken

De bezuinigingen vliegen ons om de oren op het moment. Er wordt bezuinigd op zorg, op reintegratie en sociale werkvoorzieningen, op kinderopvang. Veel van de bezuinigingen treffen kwetsbare burgers. Wat mij betreft is het argument dat je de meest kwetsbaren in de samenleving moet ontzien een valide argument. Als er bezuinigd mag worden, dan bij de mensen en de bedrijven die het kunnen opbrengen. Zolang de hypotheekrente-aftrek ongemoeid wordt gelaten is er alle reden om alle bezuinigingen die de economisch minder bedeelden treffen rigoreus van de hand te wijzen.
Naast dit argument van eerlijk delen, solidariteit en medemenselijkheid kun je ook naar de bezuinigingen kijken vanuit een mensenrechtenperspectief.
In tal van internationale verdragen zijn de rechten van de mens vastgelegd, waaronder een groot aantal sociale rechten. Het recht op toegankelijke gezondheidszorg om maar eens wat te noemen; het recht op een dak boven je hoofd; het verbod van discriminatie en de bijbehorende plicht om de positie van vrouwen te verbeteren,....
Veel van de nu aangekondigde bezuinigingen hebben effecten die deze mensenrechten raken. Bijvoorbeeld: het wegbezuinigen van tolken in de gezondheidszorg zal de toegankelijkheid van de zorg verminderen voor iedereen die het Nederlands onvoldoende machtig is. Voor vrouwen die te maken hebben gehad met seksueel geweld, of die bij de dokter komen voor iets op het gebied van de seksuele en reproductieve gezondheid zal dit in nog sterkere mate gelden: dat zijn niet de onderwerpen waarbij je je twaalfjarige zoon laat vertalen.
Nederland is er altijd als de kippen bij om andere landen op hun mensenrechtenverplichtingen te wijzen. Maar ook Nederland is aan deze verdragsverplichtingen gebonden. Dat betekent dat de regering de gevolgen van het gevoerde beleid op deze mensenrechten in kaart zal moeten brengen; en in de besluitvorming zal moeten betrekken. Dat geldt voor al het beleid; ook voor bezuinigingen.
Goede voorbeelden hiervoor zijn er; zo heeft de gemeente Coventry in Engeland een human rights and equality impact assessment laten uitvoeren naar de public budget cuts (zie hier).

Mensenrechten zijn er niet voor de sier. Er is alle reden voor een mensenrechteneffectrapportage op de bezuinigingsplannen van de regering.

woensdag, 13 april 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Afschaffen gemeenschap van goederen goed voor vrouwen?

In familerecht, emancipatie, gemeenschap van goederen, huwelijksvermogensrecht, economische zelfstandigheid, femnet, huwelijkse voorwaarden, afschaffen, beleid, en meer.
Eind vorig jaar deed Magda Berndsen van D66 het voorstel om ons systeem van huwelijksvermogensrecht om te gooien: niet de gemeenschap van goederen zou de standaard moeten zijn, maar de huwelijkse voorwaarden. In deze tijd van emancipatie waarin we streven naar economische zelfstandigheid van vrouwen en waarin een mens een mens is en geen deel van een paar, is de gemeenschap van goederen achterhaald, vond ze. De regering zegde haar toe haar voorstel te zullen onderzoeken.
Ondertussen kwamen er reacties op het voorstel. Verschillende mensen betoogden dat het afschaffen van de gemeenschap van goederen wel eens heel nadelig zou kunnen uitpakken voor vrouwen, en dan juist voor de vrouwen die om wat voor reden dan ook (nog) niet economisch zelfstandig zijn. Zie onder meer de reactie van E-Quality.
Ik vind het een erg interessante discussie, juist omdat het de kern raakt van veel dilemma's op het gebied van emancipatie en recht: Wat is voor de emancipatie het goede om te doen: wetgeving en beleid vormgeven op basis van een doel dat je wilt bereiken (i.c. het stimuleren van vrouwen om economisch zelfstandig te worden) of kiezen voor de bescherming van de 'zwakkeren' (i.c. diegenen die nog niet economisch zelfstandig zijn)?
Deze week mag ik twee keer over dit thema discussiëren, vanavond bij de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, en morgen bij het FemNet van GroenLinks.
Als deze discussies tot diepere inzichten of een oplossing van het eeuwige dilemma leiden, laat ik het hier zeker weten!

woensdag, 16 maart 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Een activerende verzorgingsstaat I: Waarom?

In politiek, arbeidsmarkt, armoede, bezuinigen, bijstand, blog, economie, emancipatie, geluk, en meer.

GroenLinks pleit al jarenlang voor een activerende verzorgingsstaat. In haar beginselprogramma heeft de partij nota bene opgenomen dat ons stelsel van sociale zekerheid ‘mensen niet alleen moet verzekeren van inkomen, maar hen ook uitzicht moet bieden op een plek op de arbeidsmarkt of een andere vorm van participatie.’ Toch is er nog altijd een klein deel van de achterban dat zo nu en dan vraagtekens zet bij het model van de activerende verzorgingsstaat. Daarom op dit blog een drieluik. Vandaag deel I: Een activerende verzorgingsstaat, waarom?

Het redden van de Sociale Zekerheid

Er zijn twee redenen waarom het goed is de verzorgingsstaat zo in te richten dat ze meer gericht is op participatie en emancipatie. De eerste is een financiële: met de aankomende vergrijzing zullen de overheidsuitgaven flink gaan stijgen, met name de uitgaven voor zorg en AOW. Tegelijkertijd zijn er naar verhoudingen minder werknemers, waardoor de inkomsten van de overheid zullen afnemen. Er dreigen dus grote tekorten op de overheidsbegroting. Ik hou niet van het schetsen van doemscenario’s, maar bij moedige politiek hoort ook eerlijkheid: rapport na rapport toont aan dat als we niets doen de huidige sociale voorzieningen straks niet meer te betalen zijn.

Dan zijn er twee dingen die er kunnen gebeuren. De eerste manier is de rechtse manier: bezuinigen. We zien dat dit kabinet daar nu al mee begint: er wordt bezuinigd op de bijstand, op de sociale werkvoorziening, op de kwetsbaren. Als de vergrijzing intreed zal dit doorzetten: de stijgende overheidsuitgaven moeten geremd worden en afbraak van ons sociale stelsel dreigt.

Er is echter een manier om ons stelsel van sociale zekerheid te redden. Dat is de omslag maken naar een activerende verzorgingsstaat. Als we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen aan de slag gaan, nemen de inkomsten van de overheid toe. Meer werkende mensen betekend meer inkomstenbelasting, meer productie dus meer btw-inkomsten en minder mensen die een beroep moeten doen op een sociale regeling. Zo kunnen we het doemscenario voorkomen: verlaging van de uitkeringen en toename van de armoede in Nederland. Door de omslag te maken naar een activerende verzorgingsstaat kunnen we ervoor zorgen dat de mensen die echt niet mee kunnen komen ook in de toekomst een fatsoenlijk bestaan wordt geboden.

The pursuit of happiness

Er is nog een tweede reden om te kiezen voor een activerende verzorgingsstaat die belangrijker is dan het financiele argument. En dat argument draait om geluk.

De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring noemt drie onvervreemdbare rechten: life, liberty and the pursuit of happiness. Life en liberty hebben we inmiddels behoorlijk geregeld, maar de overheid spant zich slechts in beperkte mate in om mensen te helpen bij hun zoektocht naar een gelukkig leven. De overheid is geen geluksmachine wordt er gedacht. Het klopt dat de overheid niet het geluk van individuen kan maken of breken, maar een activerende verzorgingsstaat kan mensen wel degelijk helpen bij het najagen van geluk.

Niemand wordt gelukkig van niets doen. Een doel in het leven, het gevoel nuttig te zijn en een bijdrage te leveren, dat geeft voldoening. Het gevoel gewaardeerd te worden en met iets bezig te zijn waar je werkelijk vervulling in kan vinden. Het volgen van je hart. Daartoe moeten we mensen in staat stellen.

Maar in onze huidige geglobaliseerde economie kan niet iedereen meekomen met het snelle tempo dat er gevraagd wordt. Tegen hun zin worden sommigen in een uitkering gedwongen. Een uitkering is een stuk beter dan armoede, maar vaak is het tevens een uitzichtloze situatie. Juist een economie die gericht is op participatie, die opkomt voor de belangen van outsiders op de arbeidsmarkt, die onderwijs centraal stel – juist zo’n economie kan mensen kansen bieden hun talenten te ontplooien en te ontsnappen uit een achtergestelde positie. Juist een activerende verzorgingsstaat vergroot de sociale mobiliteit van mensen en zorgt ervoor dat iedereen tot bloei kan komen. Met andere woorden: juist een activerende verzorgingsstaat kan een wezelijke bijdrage leveren aan the pursuit of happiness.


zondag, 27 februari 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Oproep aan feministisch Nederland

In emancipatie, diversiteit, feminisme, groenlinks, eerste kamer, arbeid, economische zelfstandigheid, eerste, gender, en meer.
Beste feministen,
Ik roep jullie op om bij de provinciale Statenverkiezingen van 2 maart op GroenLinks te stemmen, voor een stevig feministisch geluid in de Eerste Kamer.
Ik sta op plaats 5 van de kandidatenlijst van GroenLinks voor de Senaat. In de huidige peilingen is dat jammer genoeg geen zekere plek. Alle extra steun is daarom welkom. Natuurlijk voor een Groen en Links geluid in de provincies, maar in mijn geval vooral ook om in de Eerste Kamer aandacht te vragen voor emancipatie en diversiteit. Ik beloof jullie dat ik mij daar met hart en ziel voor in zal zetten. Voor economische zelfstandigheid en ontplooiingskansen voor alle vrouwen. Voor een betere verdeling van arbeid en zorg. Voor een blijvende aanpak van alle vormen van gender-gerelateerd geweld. Ik zal aandacht vragen voor de effecten van wetsvoorstellen voor verschillende groepen vrouwen, waar nodig door middel van een Emancipatie-effectrapportage. Ik zal bij het beoordelen van wetgeving het VN-Vrouwenverdrag en andere mensenrechtenverdragen betrekken.
Ik denk dat ik in de Eerste Kamer een duidelijk feministisch geluid kan laten klinken.
Ik hoop dat jullie mij willen helpen om dat te doen.
Door woensdag op GroenLinks te stemmen, al is het maar voor deze ene keer.
En door dit bericht, of een link er naartoe, door te sturen aan al je feministische vrienden en vriendinnen.

donderdag, 27 januari 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Van multicultureel naar vrijzinnig liberaal; de opmerkelijke reis van Groen-Links

In groenlinks, actie, acties, agenda, algemeen, cda, debat, december, dwang, en meer.
Sinds haar oprichting in 1989 profileert Groen Links zich als voorvechter van een multicultureel Nederland. Dit heeft de partij altijd veel stemmen opgeleverd van allochtone Nederlanders, zeker in vergelijking met de gevestigde orde van PVDA en CDA. Een week is al een lange tijd in de politiek en twee decennia een eeuwigheid, waarin onvoorstelbaar veel kan veranderen. In Europa zijn we van de geel-rode jaren negentig, waarin de sociaal- en christendemocraten de dienst uitmaakten in zo ongeveer de hele EU, in de blauw-met-gele jaren tien terechtgekomen. Liberalen en rechtse partijen hebben een forse opmars gemaakt. Er is meer politieke diversiteit, die ook wordt weerspiegeld in de voorkeuren van de allochtone kiezers. In Nederland betekent dat dat deze groep niet meer zo vanzelfsprekend voor GroenLinks kiest.
Je zou kunnen zeggen dat dit een indicatie is van een toenemende integratie: de allochtone kiezer stapt over van een nichepartij naar een gewone partij. Het kan ook betekenen dat GroenLinks is veranderd en niet meer aantrekkelijk is voor wie deel uitmaakt van het diverse en multiculturele Nederland.
Gezien de reacties in de media op de uitspraken van Femke Halsema over het Islam debat, net voor haar vertrek als partijleider, zou dat het geval wel eens kunnen zijn. In een door GroenLinks georganiseerde conferentie over de vrijheid van godsdienst gaf Halsema te kennen dat bepaalde aspecten van de Islamitische straatcultuur niet getolereerd kunnen worden in Nederland. De nuances van haar betoog zijn uiteraard niet behouden gebleven in de media, wel dat er sprake is van een nieuwe, ferme toon: GroenLinks doet tegenwoordig blijkbaar ook aan ‘Islam-bashing’.
Dit was vroeger ondenkbaar, nuances of niet. Er moet nogal wat veranderd zijn als de partijleider directe kritiek durft te uiten tegen een minderheid. Heeft een stille revolutie plaatsgevonden binnen de partij, of heeft deze zich aangepast aan het maatschappelijke klimaat, waarin kritiek op minderheden en vooral de Islam gewoon is geworden? Wat misschien nog wel belangrijker is: welke consequenties heeft dit voor het nieuwe leiderschap van de partij?
Op het eerste gezicht is er weinig veranderd aan de ideologische positie van Groen Links: de partij is ontstaan uit de emancipatoire bewegingen van de jaren zestig en zeventig en staat nog steeds in deze traditie. Persberichten en verkiezingsprogramma getuigen hiervan, ook in 2011. Emancipatie is binnen GroenLinks altijd opgevat als de bevrijding van het individu aan de dwang van de meerderheid. In ontzuild en progressief Nederland betekent dat dat iedere vorm van automatische groepssolidariteit verdacht is geworden. Globalisatie en het afnemen van nationale identiteit worden in dit narratief positief geïnterpreteerd, want geven meer ruimte aan het individu in zijn zoektocht naar emancipatie en vrijheid.
Het blijkt nu dat deze zoektocht voert tot het overschrijden van de dunne grens tussen individualisme en egocentrisme. De nieuwe Verlichting, waarin iedereen zich in vrijheid zou kunnen ontplooien tot een progressief en weldenkend mens is niet gekomen, in plaats daarvan de opmars van een populistische rechts politiek. Progressief Nederland heeft dit niet zien aankomen, om wat voor reden dan ook en wordt nu overrompeld door de brede terugkeer naar deze schijnveiligheid van de kudde. De individuen die een veilig hokje bezitten keren daarnaar terug, de anderen zoeken naar de profeet of politicus met de makkelijkste antwoorden en minderheden zijn alweer het probleem. Volgens The Economist heeft het Nederlandse kabinet een povere keuze gemaakt: de Nederlandse kiezers zijn verward en angstig en de regering speelt in op deze gevoelens, in plaats van op zoek te gaan naar oplossingen voor de reële problemen van het land.
Binnen deze context is de positie van GroenLinks ten aanzien van minderheden belangrijker dan ooit. De problemen waar Nederland mee kampt zullen niet worden opgelost met de verharding van het politieke klimaat. De hindernissen voor de emancipatie van moslims staan nog overeind. GroenLinks heeft lang geleden al een inhoudelijke keuze gemaakt voor het belang van emancipatie, van alle minderheden, ook de moslims. Wat is veranderd is de opvatting van de partij over de strategie om dit te bereiken. Halsema’s uitlatingen geven blijk van deze nieuwe ‘tough love’: de liefde voor diversiteit blijft, maar harde kritiek op misstanden binnen minderheden mag. Emanciperen schept ook verantwoordelijkheden.
De vraag is wat de daadwerkelijke politieke waarde van deze keuze is, vandaag de dag. De dominante partijen hameren iedere minuut van iedere dag over de problemen met minderheden, moet GroenLinks dan advocaat van de duivel spelen met zulke uitlatingen? De reacties in de media laten zien dat ‘love’ maar al te makkelijk wordt vergeten en dat alleen ‘tough’ de kranten haalt. Als dat de positie van GroenLinks lijkt te zijn, bestaat een grote kans dat de partij zich verder zal vervreemden van wie dan ook maar de tolerante kiezer geacht wordt te zijn. Zonder uiteraard aan populariteit te winnen bij de bezorgden en onzekeren.
Er is ook een andere mogelijkheid: dat emancipatie niet afhankelijk is van politiek en dat het aantal geemancipeerde Nederlanders groeit, GroenLinks of niet. Wilders en consorten vertegenwoordigen degenen die niet blij zijn met de toenemende globalisering en die verlangen naar een meer overzichtelijk en minder kakelbont land. Een segment van de bevolking dat nooit eerder deel kreeg aan de macht en nu dus geëmancipeerd is geworden. Progressief Nederland heeft dan ook zware verliezen geleden bij de verkiezingen maar is niet verdwenen. Op het politieke toneel zijn nieuwe acteurs verschenen, ook producten van politieke emancipatie. Het debat wordt niet meer bepaald door de traditionele achterban van de PvdA en de CDA, maar erkent nu ook de VVDers en de PVVers. GroenLinks houdt zin in de toekomst, een toekomst die politiek diverser is geworden. GroenLinks en haar linkse of progressieve bondgenoten moeten zich daarop voorbereiden met een nieuwe toon en ander leiderschap, waarin harde uitlatingen over minderheden, maar ook buitenparlementaire acties – Nederland bekent kleur, misschien - zijn toegestaan. Een nieuwe winter, een nieuw geluid.

Spanning en onduidelijkheid
Het ziet ernaar uit dat GroenLinks afdaalt van haar ivoren toren aan de grachtengordel naar de drukte van het marktplein, waar verschillende culturen botsen en de problemen van de multiculturele samenleving zich afspelen. Een deel van de GroenLinkse achterban ervaart dit als een verdere verrechtsing van hun partij; een verder meebuigen met de wind. Misschien hebben zij gelijk. Maar een ander deel van de Groenlinkse achterban beschouwt het ‘nieuwe GroenLinks’ als zoekend naar een evenwicht tussen de verschillende belangen en verlangens van alle groepen in onze samenleving. De partij is op zoek naar een positie tussen de huidige xenofobie en het allochtonenknuffelen van vroeger. Misschien hebben zij gelijk.
Wat is de lange termijn agenda van progressief Nederland voor autochtoon en allochtoon Nederland, dat is de vraag. Een vraag waarvan het antwoord zal bepalen welk politieke stroming de toekomst heeft. Tussen de grote woorden en stoere taal is het nog niet duidelijk wat GroenLinks eigenlijk te melden heeft.
Wat GroenLinks zou willen melden is wel te vinden, in manifesten, verkiezingsprogramma’s en beginselverklaringen. De staat volgens GroenLinks moet nog steeds een instrument van emancipatie zijn. De partij beweegt zich naar het publieke slagveld, waar individuen dagelijks moeten vechten voor hun identiteit en voor hun eigen ruimte, onafhankelijk van welk collectief dan ook. Dat geldt niet alleen voor minderheden, ook de confrontatie van de vrijzinnige idealen van GroenLinks met andere politieke partijen moet hier gaan gebeuren, op het politieke marktplein. Het nieuwe GroenLinks van Halsema -en nu van Sap- is een standpunt aan het ontwikkelen als progressief links-liberaal, of vrijzinnig. Het is hoog tijd om dit beter te verkopen op de politieke markt, waar samenwerking en botsingen aan de orde van de dag zijn. Daarvoor moet het eerst beter onder woorden worden gebracht dan tot op heden het geval is geweest.

Diversiteitsbeleid: van publiek naar privaat en terug.
Wat zou dan deze GroenLinkse nieuwe identiteit is in verhouding tot het allochtonenvraagstuk kunnen zijn?. Of we het nu willen of niet, het politieke debat van dit moment wordt gedomineerd door deze kwestie en het is goed dat de partij het oude standpunt van ‘multiculturalisme boven alles’ achter zich heeft gelaten, maar wat komt ervoor in de plaats?
GroenLinks is natuurlijk geen Wilderiaanse beweging. Ook geen anti-Wilders partij, zoals Rene Danen en Mohamed Rabbae – prominente GroenLinks leden – misschien zouden willen. Wat is de partij dan wel? Hoe moet de ‘tough love’ van Halsema worden vertaald naar diversiteitsbeleid?
Multicultureel Nederland werd volgens de gangbare opinie geboren in 1983 toen de WRR het eerste rapport uitbracht waarin werd gepoogd om diversiteitsbeleid vorm te geven vanuit de politiek. Van dit animo is weinig overgebleven binnen de overheid. De avant-garde van de beleidsmakers is dan ook verhuisd naar de private sector en verdient zijn brood met het produceren van diversiteitsmanagement voor bedrijven, die wel de noodzaak daarvan inzien. Het debat in de politiek verhardt, terwijl het bedrijfsleven steeds meer gebruik maakt van de kracht van diversiteit.
De ontwikkelingen in het diversiteitsmanagement in de private sector spelen zich af op drie terreinen: het faciliteren van werk voor mensen van verschillende culturele achtergronden, het verkennen van nieuwe markten en het mainstreamen van diversiteit als een positieve waarde in de bedrijfscultuur.
Het interessante is dat deze drie thema’s eenvoudig zijn te vertalen in politieke actie. Om te beginnen: de verbetering van de werksituatie voor mensen van verschillende culturele achtergrond is de simpele erkenning dat verschillende mensen verschillende behoeftes hebben wat betreft hun werkomgeving. Zoals bijna niemand verwacht te moeten werken op de avond van 5 december, zo kan ook ruimte worden gemaakt voor andere feestdagen, net zoals veel bedrijven gebedsruimtes hebben ingericht. Het gaat erom dat een bedrijf gewoon vriendelijk kan zijn tegen verschillende culturen.
Als we over verkennen van nieuwe markten praten: een alternatieve kijk op een bepaalde situatie wordt algemeen erkend als een must in het competitieve bedrijfsleven van vandaag. Diversiteit in een brede zin is een onmisbaar element hiervan. In de politiek vertaalt dit principe zich in de noodzaak voor interne diversiteit binnen politieke partijen. Om te kunnen praten met diverse groepen (en niet alleen te praten over diverse groepen) moeten leden van deze groepen deelnemen aan het interne debat. Als GroenLinks, of welke partij dan ook, kans wil maken op een belangrijke positie in de diverse sectoren van de maatschappij, moeten moeten deze sectoren eerst de partij worden binnen gehaald.
Het profileren van welk bedrijf dan ook als diversiteitsvriendelijk en het naar buiten treden als een niet homogene entiteit is de derde poot van elke diversiteitsbeleid in de zakenwereld van vandaag. Dit derde principe is moeilijker te integreren in het leven van een politieke partij, waar eenheid van meningen hoog wordt gewaardeerd. Het proces van interne discussie is vooral gericht op het bereiken van consensus. De diverse wereld van vandaag leert ons nog een andere les: wij moeten niet alleen leren om het met elkaar eens te worden, maar ook om het niet met elkaar eens te hoeven zijn.
Deze drie elementen hebben veel te danken aan maatschappelijke trends van twintig tot dertig jaar geleden. Net zoals in de milieu-discussie heeft het bedrijfsleven zich stellingen en praktijken eigen gemaakt die afkomstig zijn uit de activistisch-progressieve politieke hoek. Ons pleidooi is om deze keer de rollen om te draaien en de politiek van morgen te inspireren door het bedrijfsleven van vandaag. Laten we diversiteit faciliteren, gebruiken en mainstreamen. Door alle nadruk op de problemen van multicultureel Nederland te blijven leggen, worden deze toch niet opgelost. Iedereen weet inmiddels wel wat ‘tough’ betekent, het wordt tijd om ook te gaan nadenken over wat ‘love’ zou kunnen inhouden. Oplossingsgericht denken zou daarvan goed begin kunnen zijn.

maandag, 3 januari 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

Een vrouwenhand en paardentand

In emancipatie, vrijheid, vrouwen, gezellig, idee, muziek, natuur, nederland, onderzoek, en meer.

Afgelopen zondag was een dag van pure wellness kan je wel zeggen. De hele dag ontspanning en verwennerij.
Het begon met uitslapen; echt een luxe voor iemand als ik die elke dag behalve op zondag door de wekker wordt gewekt. Vervolgens ben ik in de natuur, diep inademend en luisterend naar wat winterkoninkjes mijn hond gaan uitlaten. Dat is altijd een feestje; ik wandel en geniet en mijn hond is ook steevast heel erg blij en speels als we samen buiten zijn.

Daarna samen met W een heerlijk ontbijt genuttigd mét champagne want die waren we (echt waar) vergeten op oudejaarsavond. Zo’n chamapgne-ontbijt is echt een aanrader overigens. Je voelt je meteen dubbel zo ontspannen. Daarna zijn we samen gaan fitnessen. Gezellig met aandacht voor elkaar en ons eigen lijf, heerlijk in beweging. Je voelt de energie stromen en alleen al het idee dat je goed bezig bent op 2 januari geeft al een boost!

Na de sport zijn we doorgereden naar de sauna. Voor wie wel eens in een sauna komt is het bekend hoe weldadig het daar kan zijn. Heerlijke geuren, ontspannende muziek, scrubzout, ijskoud dompelbad, 70 tot 110 graden sauna’s, Turks stoombad en natuurlijk niet te vergeten; het warme bubbelbad.

Terwijl ik met gesloten ogen in het bubbelbad lag moest ik aan mijn moeder en mijn grootmoeders denken. Vrouwen net als ik maar met een compleet ander leven. Waar zij amper tijd hadden voor zichzelf en altijd dienstbaar waren aan een ander, lag ik in dat bubbelbad, volledig gericht op mijn geïndividualiseerd welzijn.
Op dat moment besefte ik de omvang en betekenis van de verworvenheden die vrouwen in Nederland de afgelopen 50 jaar hebben verkregen. Ik voelde respect voor met name de vrouwen uit wiens schoot ik direct en indirect ben ontsproten. Zij hebben, niet zelden door het brengen van grote offers, bijgedragen aan de weldaad waaraan ik mij anno 2011 in dat bubbelbad laafde.

Ik weet zeker dat zij op hun manier ook gelukkig waren, de een wat meer dan de ander. Maar los daarvan was het voor hen vergeleken met mij een leven van hard labeur. Mijn moeder verwoordde dat door af en toe cynisch op te merken: “Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil.” Een uitdrukking die bij mij al op vrij jonge leeftijd alle emancipatorische sensoren op tilt deden slaan.

Vrijheid en zelfbeschikkingsrecht maken een mens, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek gelukkig. Ik was die zondag intens gelukkig.


Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 9575 uur (398,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,5 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2