maandag, 7 mei 2012

John Jorna

John Jorna

Ook relibeten zingen luidkeels Ave, Ave, Ave Maria

EEN KLEINE VOLKSVERHUIZING NAAR LOURDES

Met 18 bussen naar Tourcoing en vandaar met twee TGV’s dwars door Frankrijk plus twee vliegtuigen en meerdere Lance-bussen voor bedlegerige patiënten, totaal 1500 mensen uit de provincies Utrecht, Overijssel, Gelderland benoorden de Waal en een stuk van Flevoland naar Lourdes; het is op zich al een bijzondere prestatie. Ik was erbij en het is een fijne ervaring geworden.

Kort voor mijn vertrek sprak ik met iemand van de actiegroep tegen het Rijsbruggerwegtracé. Ik moest daar in Lourdes maar een kaarsje opsteken, dat de weg niet zou doorgaan. Maar er waren ook Houtenaren in onze groep en als die nu eens een kaars zouden opsteken, dat de weg wel zou doorgaan, dan kwam Maria wel voor een dilemma te staan. De pastor voor onze groep weet op alle vragen een antwoord. Maria zorgt, dat de beste oplossing wordt gevonden. Dus Bunnik, er is nog hoop.

Zo’n grapje tussen door tekent de gezellige sfeer in de groep van de Paus Johannes XXIII parochie. Dat voelden zelfs de jongeren in de leeftijd van 14 tot 21 jaar, die samen optrokken met mensen tot dik in de tachtig. Twee van hen hadden een eigen website opgezet, waarop ze dagelijks verslag deden van hun belevenissen en foto’s plaatsten. Kijk maar eens op  www.lourdesreis.webnode.nl . Ze duwden ook ijverig de rolstoelen of deelden de lunchpakketten uit in de trein. Sommigen waren misdienaar en stonden dus vooraan bij de vieringen. Er waren aparte programma’s voor de jongeren. Wat mij trof was hun grote nieuwsgierigheid naar kerkelijke gebruiken en geloofszaken. Tijdens zo’n gesprek vroeg een meisje: “Hier zie je overal beelden van Maria en andere heiligen. Waarom zie je nu nooit een beeld van God?” Wij kwamen tot een antwoord en ze toonde zich tevreden. Wat zou u zeggen?

Gebeuren er wonderen in Lourdes? Worden mensen er genezen? Een beperkt aantal gevallen is als wonder erkend omdat na zorgvuldig onderzoek er geen aannemelijke wetenschappelijk verantwoorde verklaring kon worden gevonden, althans bij de toenmalige stand van de wetenschap. Voor mij is dat niet zo belangrijk. Als mensen na een bezoek aan Lourdes zich beter voelen of beter met hun ziekte of beperking kunnen omgaan, wie zou ik dan zijn als ik zou beweren, dat ze het zich allemaal maar verbeelden?

Ik voerde gesprekjes met mensen uit onze groep, want ik wilde weten hoe het staat met de Mariadevotie onder deze betrokken katholieken om er een artikel over te kunnen schrijven. Het beeld bleek heel divers. Een ouder echtpaar vertelde, dat ze nu voor de vierde keer in Lourdes waren. De eerste keer in 1962 hadden ze in de jaren ervoor tot drie keer een kindje kort na de geboorte verloren. Een jaar na Lourdes werd een gezonde dochter geboren en daarna nog vier kinderen en inmiddels hebben ze tien kleinkinderen. Kun je je voorstellen, dat ze dankbaar zijn voor dit geluk?

Bernadette sprak tijdens de verschijningen met Maria en toen zij vroeg, wie zij was, antwoordde zij: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.” Bernadette had daar nooit over gehoord en het was voor de pastoor reden om te geloven, dat Maria er werkelijk aan Bernadette verscheen. Onder de deelnemers uit onze groep waren er maar weinigen, die weten wat het betekent, Onbevlekt ontvangen. Veel relibeten onder journalisten maken elke keer dezelfde fout, dat zij denken, dat het betekent, dat Maria maagd bleef, toen zij zwanger werd. Fout! De Katholieke Kerk gelooft, dat Maria nooit bevlekt is geweest met de erfzonde vanaf het moment, dat zij bij haar moeder Anna verwekt werd. Anders zou zij niet waardig zijn geweest moeder van Gods Zoon te worden. Het is niet erg als je het niet weet, want bij katholieken gaat het veel meer om het beleven dan om de leer. Ook relibeten kunnen luidkeels het refrein van het Lourdeslied meezingen, Ave, Ave, Ave Maria (2x).

Als dat lied door duizenden uit heel Europa wordt gezongen tijdens de internationale viering of de lichtprocessie, dan zie je dat daar een grote verbondenheid bestaat. Ik ging er weer meer in Europa geloven. Dus gaan we Europadag vieren op woensdag, 9 mei en ik steek de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren uit. Wist u, dat sommigen die vlag niet lusten omdat ze er een Mariasymbool in zien?

Jaargang 5, Nr. 213.

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Peak-satelliet: zullen we alle kapotte satellieten vervangen?

In doem, grenzen aan de groei, peak-everything, peakoil, wetenschap, europese, klimaatverandering, de, dood.
Ik blogde al eerder over de dood van Envisat, de Europese aardobservatie-satelliet. De andere satellieten zullen ook ooit uitvallen. Soms valt er één enkel instrument uit, zoals de Advanced Microwave Scanning Radiometer van de AQUA-satelliet. Met dat instrument maten wetenschappers de hoeveelheid zeeijs op bijv. de Noordpool. Wetenschappers, die milieuvervuiling en klimaatverandering onderzoeken, dreigen hun [...]

zondag, 6 mei 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wilskracht

In eten, paternalisme, persoonlijk, uncategorized, engeland, gesprek, goor, kinderen, de, en meer.

Sommige vrienden van mij roken. En eerlijk gezegd ik kan de aantrekkelijkheid ervan wel inzien: je hebt wat in je hand om mee te spelen en je kan met een andere roker altijd en gesprek aangaan. Het schijnt ook nog heel rustgevend te zijn.
Maar het grote probleem is roken is ontzettend smerig als je het voor de eerste keer doet. Om je zelf te verslaven aan roken moet je echt een hobbel over. En dat vind ik raar: je weet het is slecht voor je (longen, huid, tanden, levensverwachting), je weet dat het verslavend is en het is vies om te doen. Waarom begin je daar dan aan?
Hetzelfde geldt ook voor alcohol: wijn en bier zijn verschrikkelijk vies als je het de eerste keer drinkt. Ik hoor mensen altijd zeggen: doe mij maar fruitige zoete wijn. Fruitig en zoet dat klinkt top! Maar dan krijgen ze een zure wrange drank. Ja, het is vast heel fruitig als je aan de wrange zure smaak gewend bent. Dan is er vast een heel spectrum te proeven. Maar waarom zou je daar aan beginnen: we weten allemaal dat het niet gezond is. Slecht voor je brein en je lever en alcohol is nog zwaar verslavend ook. Het is voor mij toch altijd een beetje alsof mensen slootwater drinken. De eerste keer is dat heel goor maar na een paar keer proef je het verschil tussen het zilte Zeeuwse slootwater, het zoete Hollandse kleiwater en het fruitige Drentse veenwater.

Ik kan me ook goed voorstellen dat het lastig is om ergens mee te stoppen wat vanaf het begin aan heel lekker is: chocolade kan ik bijvoorbeeld lastig laten staan. Maar kleine kinderen zijn vanaf het begin dol op alles wat zoet en romig is – dat zal wel iets te maken hebbe met moedersmelk. Je moet wel van goede huize komen om iets wat zo lekker is te weerstaan. Ik kan me ook goed voorstellen dat mensen dingen eten die niet goed voor ze zijn maar wel gezond: het is een kwestie van wilskracht om over je natuurlijke afkeer heen te komen en te doen wat goed is. Close your eyes and think of Engeland.

Maar je wilskracht in zetten om je over natuurlijke weerstand heen te zetten, zodat je je kan verslaven aan iets wat je in de eerste plaats vies vindt en waarvan je weet dat het verslavend is, vind ik echt absurd.

donderdag, 3 mei 2012

Jenny de Jeu

Jenny de Jeu

Hyves Linkedin

Ik ken een meisje…

In uncategorized, hulp, kennis, kracht, binnenstad, de, baby, eerste, eten, en meer.

In mijn stad leeft een meisje van mijn leeftijd. We hebben op dezelfde basisschool gezeten. Dit meisje is al jaren dakloos. Toen ze mij een keer om geld vroeg hebben mijn vriend en ik haar meegenomen naar de shoarmaboer (toen at ik nog vlees…), Ze moest even wennen toen we haar vroegen wat met ons te eten. Ze had erg veel trek en dorst. Al gauw was ze meer op haar gemak en zaten we flink te kletsen. Ik zei dat ik haar kende van de basisschool. En na wat uitleg wist zij het ook weer.

Ik vertelde haar dat ik een aantal jaar in de maatschappelijke opvang had gewerkt en dat ik nu actief was in het ondersteunen van  belangenbehartiging van dak- en thuislozen. Zij vertelde dat ze al jaren dakloos is, en verslaafd.  Haar leven is altijd heel erg moeilijk geweest.  Ondanks veel ellende gaat er een enorme zachte kracht van haar uit.

Met deze zachte kracht maakte ik nader kennis toen we met GroenLinks te gast waren in de nachtopvang.  Voor veel GroenLinksers was dit de eerste keer dat ze nader kennismaakte met dak- en thuislozen.  Een mijnheer was opgefokt en ging uit z’n dak tegen een van de vreemde gasten. Dit meisje greep in op een zachte krachtige manier. De man kalmeerde en de GroenLinkse gasten voelden zich weer veilig.

Toen ik in de binnenstad woonde scharrelde ze regelmatig door mijn straat, het hoofd op de grond gericht, op zoek naar geld of peukjes. Ze vroeg me eens wat te drinken, maar durfde toen niet binnen te komen.  Als ze me ziet is ze altijd heel attent. Vraagt hoe het met mijn dochter en mijn vriend gaat en doet ze de groeten.  Regelmatig hoor ik een enthousiaste ‘Hi Jenny’ als ik weer eens hard door de stad fiets.

Onlangs kwam ik haar weer tegen bij het station, waar ze wel eens  een AA-tje van me krijgt. Ik vond dat ze er goed uitzag. Ze zei dat dat kwam doordat ze had vastgezeten. Ze heeft inmiddels gelukkig al een tijdje een vaste plek in een sociaal pension. Ze wil al jaren naar een zorgboerderij ver weg van de randstad, maar om allerlei redenen lukt dat niet.  Ze kan er bijvoorbeeld pas heen als ze clean is. Als ze eens clean is en uit de afkick kliniek komt, dan valt ze altijd weer in een gat. Is er geen voldoende stevig vervolg voor haar. Waardoor ze in no time weer verslaafd is.  Ze geeft ook aan dat ze hulp nodig heeft, maar krijgt dit onvoldoende en niet op het moment dat dit het hardste nodig is. Ze heeft de wil om een gezond leven te leven. Ze heeft alleen de juiste steun en het vertrouwen nodig om daar te geraken.  En wil niet behandeld worden als iemand waar geen eer meer aan te behalen is. Ieder mens is het waard om de steun te krijgen die het wil en nodig heeft.

Ze wil heel graag moeder worden maar weet dat dat nu niet kan. Het raakt me als ik zie hoe blij ze voor me is als ik haar vertel over de baby die in mijn buik groeit. Ik hoop dat ik ooit zo blij voor haar kan zijn.


woensdag, 2 mei 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Mooi beeld........Mexico City

In eten, foto, foto's, de.



Deze beelden van Javier Marin stonden bij het antropologisch museum in Mexico Stad. Waar het overigens tijdens ons bezoek ongekend begon te hagelen (leidend tot zenuwachtige hilariteit onder de Mexicanen), wat nog onderstaande -niet zo goed gelukte- foto opleverde. Zie voor een meer inhoudelijk verslag van mijn bezoek aan Mexico de website van Rights4Change
Overigens stonden er in Mexico Stad ook nog heel veel mooie grote banken, van allerlei materiaal. Het plan was om daar na ons bezoek aan het museum nog langs te lopen, maar de hagel gooide roet in het eten. Geen foto's van de banken dus.



donderdag, 26 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Foute keuze

In de maatschappij dat zijn wij!, geschiedenis, 4 mei, auke de leeuw, crisis, eten, gezin, herdenken, jongeren, en meer.

Waarom moet iemand van 13 een werkstuk schrijven over Auschwitz? Waarom? Niet dat het niet vreselijk is geweest maar waarom? Voor iemand van 13 of 15, 18, is de tweede wereldoorlog echt ver voor zijn of haar tijd. Het hoort bij de geschiedenisles. Hij ervaart het als ‘toen, over en klaar’. Dus waarom?

“Omdat het nooit meer mag gebeuren” is een inkopper. Maar hoe bereiken we dat? Door een werkstuk over toen? Door voor de zekerheid nooit meer vergelijkingen met de economische crisis en slechte leefomstandigheden van de jaren ’30 te maken omdat er altijd wel afwijkende omstandigheden zijn? Door de slachtoffers te blijven herdenken van die oorlog? En wie herdenken we dan precies?

Doel en middel lopen door elkaar. Op 4 mei herdenken we slachtoffers van de tweede wereldoorlog en sinds 1961 alle slachtoffers van gewapende conflicten. Uit eerbetoon. Voor de bewustwording van de gevolgen van conflicten is dit ook voor jongeren goed.

Maar dan het “omdat het nooit meer mag gebeuren”. Ik zag afgelopen maandag de documentaire Zwarte Soldaten. Zes Nederlandse mannen die destijds vrijwillig voor de SS hebben gekozen, vertellen hun verhaal. Soms worden er verschrikkelijke dingen gezegd. Zeker als je je realiseert dat sommigen er nog steeds achterstaan. De situatie van waaruit die keuze werd gemaakt, verklaart de stap. Het leven leek uitzichtloos en ineens was daar de macht om wel aan eten te komen, voor het hele gezin zelfs, ineens was daar wel de saamhorigheid, de erkenning, het aanzien, het perspectief op succes. Kijk goed, luister, stel je de situatie voor. Het maakte het voor mij een stuk moeilijker die keuze van toen zonder meer te veroordelen.

Geweldig dat er tenminste één jongere die groep ook ziet als verliezer. Auke de Leeuw (15 jaar) schreef er een gedicht over. Aan NRC meldt hij over zijn gedicht de kern van het nut van geschiedenis: “Ik wilde laten zien dat oorlog alleen verliezers kent: aan de goede én de verkeerde kant. Hoe kunnen wij leren van onze fouten als wij die fouten niet mogen benoemen? Ik ben zelf geboren in vrijheid. Voor mij is het al moeilijk genoeg om altijd de juiste keuzes te maken. Hoe moet het dan zijn geweest voor mensen in de oorlog?”

Wat mij betreft had dit gedicht voorgelezen moeten worden op de Dam. Omdat geschiedenis nou eenmaal niet alleen door slachtoffers wordt geschreven.

Auke de Leeuw – Foute keuze

Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar mijn oudoom Dirk Siebe
Een jongen die een verkeerde keuze heeft gemaakt

Koos voor een verkeerd leger
Met verkeerde idealen
Vluchtte voor de armoede
Hoopte op een beter leven
 
Geen weg meer terug
Als een keuze is gemaakt
Alleen een weg vooruit
Die hij niet ontlopen kan
 
Vechtend tegen Russen
Angst om zelf dood te gaan
Denkend aan thuis
Waar Dirk z’n toekomst nog beginnen moet
Zijn moeder is verscheurd door de oorlog
Mama van elf kinderen, waarvan vier in het verzet zitten
En een vechtend aan het oostfront
Alle elf had ze even lief
 
Dirk Siebe kwam nooit meer thuis
 
Mijn naam is Auke Siebe Dirk
Ik ben vernoemd naar Dirk Siebe
Omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.

 

maandag, 23 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Reid, Geleijnse & Van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2011

In boekbesprekingen 2012, 2011, boeken, boeken 2012, boekrecensie, fokke en sukke, jaaroverzicht, lezen, ajax, en meer.

Het afzien van 2011Reid, Geleijnse & Van Tol – Fokke & Sukke, het afzien van 2011

Voor het eerste sinds jaren heb ik het jaaroverzicht niet meteen gelezen. Verklaarbaar, vorig jaar gaf ik al aan dat ik de twee gevederde vrienden minder scherp vind. Daarbij is een jaaroverzicht vaak pas beter na een tijdje. Paar maandjes gewacht dus dit jaar.

De iPad, Robert M., het Wilders proces, de kernramp in Japan, het slachtveld bij Ajax dankzij of ondanks Cruijff, Kadaffi en Steve Jobs die aan het eind komen. Ook in 2011 waren er genoeg momenten dat de wereld op het commentaar van Fokke en Sukke zat te wachten. Gelukkig kwam dat ook meteen. Feilloos. Misschien moet ik ze, net als CaMu pas jaren later teruglezen.

Moet ik alleen ‘2000’ nog scoren, de rest heb ik al. Wie?

Citaat: “Als ‘ie ons nú wraakt kunnen we gewoon met het eten thuiszijn!” (p.54)

Bron: www.foksuk.nl

Nummer: 12-008
Titel: Fokke & Sukke, het afzien van 2011
Auteur: Reid, Geleijnse & Van Tol
Taal: Nederlands
Jaar: 2012
# Pagina’s: 112 (1042)
Categorie: Humor
ISBN: 9789078753421

Meer:
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
Officiële website


vrijdag, 20 april 2012

Marcel Kruijer

Marcel Kruijer

Twitter

Stroming eten en drinken ontvangt Waddengoud-certificaat uit handen van Marcel Kruijer

In algemeen, millennium, duurzaamheid, heerhugowaard, restaurant, april, biologisch, boerderij, eten, en meer.

Stroming eten & drinken brengt de Wadden naar Heerhugowaard

Texels lamsvlees en Texels rundvlees. Het zijn streekproducten die Stroming eten & drinken in Heerhugowaard op de kaart heeft staan. En met het Waddengoud keurmerk, want gasten moeten wel de garantie hebben dat het echt van Texel afkomstig is en op duurzame wijze is gehouden. Op vrijdag 27 april krijgen eigenaren Kirsten Zoetelief en Wout Schröder uit handen van Marcel Kruijer, voorzitter ‘For a fair World’, officieel het Waddengoud-certificaat uitgereikt. Stroming staat voor ‘puur & h’eerlijk’ en werkt naast de Waddengoud producten veel met biologische producten en streekproducten.

Stroming Eten & Drinken is nog geen jaar oud, maar wil het duidelijk anders doen dan anderen. Zoveel mogelijk producten uit de eigen streek en biologisch. “We willen aan onze gasten de best mogelijke kwaliteit producten serveren. Dan kan alleen met producten die weinig transportkilometers maken, waar weinig tot geen bestrijdingsmiddelen bij zijn gebruikt en die door producenten met liefde zijn gemaakt. En dat kan met Waddengoud gecertificeerde en biologische producten. ‘Puur en h’eerlijk’ daar komt het op neer “, aldus Christel de Jongh van Stroming eten & drinken. Vrijdag 27 april voert het restaurant de nieuwe menukaart officieel in. Hiervoor krijgt het restaurant die dag voor Texels lamsvlees en Texels rundvlees het Waddengoud-certificaat uitgereikt.

Texels lamsvlees en Texels rundvlees van boerderij Hoogvliet

De streekproducten Texels lamsvlees en Texels rundvlees zijn afkomstig van Texel en de dieren zijn op diervriendelijke wijze gehouden. Voor Texels lamsvlees moeten de lammeren op Texel geboren en getogen zijn en moet de moeder of vader een zuivere Texelaar zijn. Dit Texelse schapenras staat wereldwijd bekend om zijn topkwaliteit vlees. Daarnaast moeten de lammeren minimaal 100 dagen in de wei hebben gelopen voordat ze worden geslacht. De Texelse runderen hebben tenminste 210 dagen per jaar buiten gelopen, dat is gelijk aan de hoogst haalbare score van drie sterren bij het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming.

Het lamsvlees en rundvlees is afkomstig van Boerderij Hoogvliet van de familie Hin uit de Waal op Texel. “Wij proberen onze dieren op een zo natuurlijke manier te houden en laten ze slachten op Texel. Korte lijnen dus, weinig stress voor de dieren. Hierdoor krijg je een kwalitatief goed product. We vinden het mooi om te zien dat een restaurant als Stroming ook met de beste zorg onze producten tot op het bord van hun gasten brengt”, vertellen Kees en Trinet Hin van boerderij Hoogvliet.

Waddengoud

Ook Stichting Waddengroep, eigenaar van keurmerk Waddengoud, is blij met de tendens dat streekproducten steeds vaker in de horeca verschijnen. “Met onze stichting staan we voor duurzame economische ontwikkeling van de regio rond het Werelderfgoed Waddenzee. We verbinden daarom graag bedrijven uit de regio via ondermeer échte en duurzame streekproducten uit dit gebied. Daarom zijn wij enorm blij dat horeca Waddengoud gecertificeerde producten oppikt”, aldus Benno Bakker van Stichting Waddengroep.

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Guerilla gardener

In kort, april, bloemen, bomen, eten, buren, de, gewoon, gratis, en meer.

Guerilla worden komend weekend? Inclusief bommen? Doen!

Boomspiegels vol groente en vruchten in plaats van hondenstront. Je groenvoer zo gratis van straat plukken. Je eigen groente verbouwen terwijl je driehoogachter woont. Buiten wandelen en hier en daar een tomaatje eten? Leuk hè? Waar? All over the World, kijk maar. En hier dan? Keep dreaming, of steek je handen uit de mouwen. 21 En 22 april is uitgeroepen tot Guerilla Gardeners weekend!

Een guerilla gardener dondert niet het rozenperk van de buren vol graszaad. Een guerilla gardener zoekt stukken stoep, bijvoorbeeld rond boomstammen, onbestemde perkjes of een aardig stukje stoep dat vanwege de ligging nooit wordt gebruikt als bedoeld. Leegstaande bloembakken of braakliggende grond is ook geschikt. Op zo’n stuk zaait de guerilla gardener zaad van bloemen of groente. Kleine struiken kunnen natuurlijk ook. Hele bomen met vruchten treffen ook doel maar dat moet wel passen natuurlijk.

Ga los, het fenomeen bestaat al 30 jaar maar wordt eindelijk steeds bekender. De omgeving knapt op en we eten over een paar maanden gewoon van de straat.

dinsdag, 17 april 2012

Rob Alberts

Rob Alberts

Varkenskop uit een MOE-land.

In , eten, kookboek, de, moe.
Varkenskop uit een MOE-land. 10 Jaar geleden liep ik door Praag naar een kookboek te zoeken. Tegen de Poolse grens kreeg ik op het busstation worstjes te eten. Samen met scherpe mosterd en mierikswortel heb ik genoten van de worstjes. Jisternici heb ik als naam onthouden. Natuurlijk zijn er in de loop der jaren spelfouten in geslopen. En mijn uitspraak is natuurlijk voor de echte Tjech niet te h...

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

De wetenschap van het godsbewijs

In grabbelton, gevallen, god, de, eerste, gevonden.
1828

Ha, godsbewijzen in het nieuws! VU-promovendus Emanuel Rutten meent een nieuwe te hebben gevonden. Reden genoeg voor atheïstische amateurlogici om zich op te winden, maar voor wetenschapsfilosofen als ik is het natuurlijk hartstikke interessant. Rutten is niet op zijn achterhoofd gevallen en mag zich verheugen in internationale, wetenschappelijke aandacht.

Godsbewijzen zijn zeer nauw verbonden met de opkomst van de moderne wetenschap. Toen Aristoteles in de loop van de middeleeuwen herontdekt werd, ontstond ook grote belangstelling voor zijn theorie van de ‘eerste beweger’ (prime mover / first cause in het engels). Volgens Aristoteles werd iedere beweging veroorzaakt door iets anders, hetgeen hem ertoe aanzette te zoeken naar iets of iemand die het eerste zetje had gegeven. Dat leidde hem naar de ‘eerste beweger’, degene die bestond zonder oorzaak, ofwel God. De eerste beweger moest immaterieel zijn, want materie kan gemanipuleerd worden en God niet.

(...)
Lees verder in De wetenschap van het godsbewijs (nog 275 woorden)

maandag, 16 april 2012

Jeroen

Jeroen

Mus in de pot

In natuur, tuin, eten, de.

In vroeger tijden at men graag spreeuwenei. Een pot aan de muur met een klein gat waar de spreeuw in kon, en een groot gat achterin waar de mensenhand de eitjes uit kon halen. Tegenwoordig is de spreeuwenpot een decoratieve vorm van het nestkastje. Ze zijn er in verschillende maten met een grotere ingang voor de spreeuw en een kleinere voor de mus. Gelukkig weet de mus dat niet want de pot aan onze muur is eigenlijk voor de spreeuw.

vrouwtjesmus in spreeuwenpot

vrouwtjesmus in spreeuwenpot

 

mannetjesmus in spreeuwenpot

mannetjesmus in spreeuwenpot

Mussen leven graag in kolonies, de rest woont onder het dak, maar dit paartje heeft dus een mooi luxe pot. Eten is er genoeg, ze kunnen prima door het gaas van het kippenhok heen om ons biologische kippenvoer te jatten. Biologische mussen dus.

zaterdag, 14 april 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn kleine bijdrage aan de #foodrevolution

In duurzaamheid, dick veerman, duurzame ontwikkeling, foodlog, foodrevolution, nieuw vers, urgenda, voedsel, voedselvoorziening, en meer.

Eind maart stond op Foodlog.nl een artikel over voedselrevolutie. Geen grootse meeslepende revolutie, maar een kleine donderstorm van onderop. Het gaat niet om de actie van de bekende Engelse kok Jamie Oliver, maar om een actie van Nederlandse bodem. Opgezet door Dick Veerman van Foodlog en Sandra van Kampen van Urgenda.

Manifest

Het bijbehorende manifest stelt dat de huidige voedselvoorziening niet toekomstvast is. Dat is te veranderen en ieder individu kan daar een bijdrage aan leveren. Het manifest roept om te werken aan de benodigde veranderingen vanuit negen slimme principes die de fouten van het verleden uitsluiten:

  1. Doe het samen:
    Als consumenten, producenten en winkeliers samen bepalen wat er op ons bord komt, ontstaan nieuwe markten waar iedereen zich verantwoordelijk voor voelt. Slimme, toekomstgerichte bedrijven zullen er evenveel plezier van hebben als consumenten.
  • Sluit kringlopen regionaal (binnen enkele tientallen tot honderden kilometers):
    Houd water en voedingsstoffen in een voor ons beschikbare vorm in omloop; alleen regionaal lukt dat optimaal.
  • Houd ook de geldstromen regionaal:
    Dat zorgt voor voedselzekerheid en werk, zowel in Nederland als in andere landen.
  • Wees biodivers wijs:
    In de natuur hangt alles met alles samen; respecteer je dat niet, dan loop je risico.
  • Sjouw niet met halffabricaten of levende dieren:
    Dat verspilt energie, koopkracht en kostbare nutriënten en zorgt voor onnodig leed.
  • Produceer regionaal en drijf inter-regionaal handel:
    Dat belast de natuur het minst; we kunnen nu eenmaal lang niet al ons voedsel lokaal kopen.
  • Denk EEEE:
    Niet alleen Economisch (financiering), Ecologisch (natuur) maar ook Ethisch (mensen, dieren) en Esthetisch (schoonheid) moeten onze landbouw, voedselproductie en –consumptie met elkaar in evenwicht zijn.
  •  Zorg voor een gezond eetpatroon
    Reclame en verkooptactieken voeden ons op tot te veel en verkeerd eten; gebruik ze om mensen goed en eerlijk te laten eten.
  • Verzamel revolutionair durfkapitaal in een beleggingsfonds
    Banken zien te weinig in echt innoverende projecten die op deze principes gebaseerd zijn; als investeerders tevens consumenten zijn ontstaat veel sneller rendabele vernieuwing.

Mijn bijdrage

Ik heb het manifest ondertekent, al wil ik niet beweren dat ik meteen naar alle 9 principes weet te handelen. Wat niet wegneemt dat ik het wel probeer. Zo hebben we sinds dit voorjaar 3 appelboompjes in onze tuin. De boompjes zijn in Limburg gekweekt en geven over 2 a 3 jaar appels. Aangezien we in een stadswijkje wonen, hebben we bewust appelbomen gekozen die klein blijven.

Daarnaast hebben we vandaag via Symbid een klein bedrag geïnvesteerd in de Rotterdamse stadsboerderij in wording.

dinsdag, 10 april 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Duivels geld? Socratisch Cafe Den Bosch

In afhankelijkheid, socratisch gesprek, geld, socratisch cafe, medemenselijkheid, betalen, café, controle, de, en meer.
‘Probeer vooral te genieten van het gesprek’ is een warme uitnodiging voor een goed gesprek. Een welkome uitnodiging bij een onderwerp dat kil aandoet, geld. Maar is geld niet wat wij ervan maken? En wat maken wij er dan van? We starten het gesprek met de vraag ‘Speelt geld een rol van betekenis?”
      De variëteit aan voorbeelden maakt al snel duidelijk dat geld een uitgebreide rol van betekenis speelt: bij de aanschaf van een nieuw of tweedehands koffiezetapparaat, bij de keuze om een kroon te laten zetten of een kies te laten trekken, bij de opvoeding van kinderen, op vakantie met vrienden, bij de laatste levensfase in het ziekenhuis, op reis in een ver land. Tijdens het bespreken van de voorbeelden realiseerde ik me dat geld een zeer belangrijke rol in ons leven speelt. Een gesprek over geld raakt mensen in hoe ze in het leven staan.
      In het uitwerken van het voorbeeld ‘zonder geld op reis’ tekende zich een afhankelijkheid van geld (of iets anders?) af. Het praktijkvoorbeeld: “In het vliegtuig kwam ik tot de ontdekking dat ik vergeten was geld op mijn betaalrekening te storten en dat ik maar een paar tientjes in mijn portemonnee had. Ik moest bij aankomst de hotelrekening betalen, eten betalen. Ik kon niets anders dan geld aan mijn reisgenoten vragen. Dat gaf me een onprettig gevoel van afhankelijk zijn”. In het onderzoek kwamen vragen naar voren, die onthulden welke houding de gesprekspartners hebben met betrekking tot geld. Opvattingen als ‘met geld koop ik vrijheid’, ‘zonder geld ben ik afhankelijk’, ‘geld verplicht tot wederdienst’, ‘geld vraagt om vertrouwen’ kleurden het voorbeeld verder in. Veel waardevolle intuïties over de rol en de betekenis van geld kwamen op tafel te liggen. Elke intuïtie riep een wedervraag op. De opvatting ‘met geld koop ik vrijheid’ roept vragen op wat de aard van die gekochte vrijheid is. De opvatting ‘zonder geld ben ik afhankelijk’ vraagt om een onderscheid tussen verschillende personen in je leven van wie je minder en meer afhankelijk bent. Prikkelende zijpaden op de weg van het geld openden zich.
      Elk Socratisch gesprek heeft een afronding, zo ook dit gesprek. Ik kwam er echter niet uit. In het antwoorden van de vraag “Speelt geld een rol van betekenis’ miste ik woorden om te raken wat mij zo trof. Ik kwam niet verder dan ‘Geld koopt onafhankelijkheid en vraagt daar iets (je ziel, je wezen, je essentie) voor terug’. Alsof ik het over de duivel had. Voorop stond de wederkerigheid van geld, het ruilmechanisme dat in geld tot leven komt. Maar wat ruil je in voor wat? Ik kon er de vinger niet op leggen. Tijdens de lange, lange, heel erg lange treinreis naar huis, had ik voldoende tijd om het onderzoek voort te zetten. Wat had mij zo in dit voorbeeld geraakt? Het draaide bij mij in het voorbeeld niet langer om geld maar om afhankelijkheid. Onafhankelijkheid verwijst naar een positie in het leven die niet vanzelfsprekend gegeven is. Net als geld is afhankelijkheid een relationeel begrip. Geld als ruilmechanisme laat de menselijke relatie, die gebaseerd is op vertrouwen en warme afhankelijkheid naar de achtergrond verdwijnen. Het is bijna alsof die menselijke relatie in het rijke  materiële Westerse leven aan armoede kan winnen. Het is deze schraalheid die mij in het voorbeeld zo trof. Gekochte onafhankelijkheid brengt afstand tot medemenselijkheid. Minder medemenselijkheid, minder sociale controle, meer vrijheid, minder gemeenschappelijkheid, meer onafhankelijkheid; allerlei fenomenen die in onze samenleving van belang zijn en chaotisch om elkaar heen klotsen. Ik plaats geld en medemenselijkheid tegenover elkaar in de waagschaal. Waar leg ik de balans?

Lees ook mijn andere impressies van Socratische Cafés Nederland
·         Verstillende schoonheid Socratisch Café Groningen
·         Vrijheid in regels? Socratisch Café Utrecht

Peter Smith

Peter Smith

Warning-Waarschuwing-Pas Op!

Op steeds meer verpakkingen komen waarschuwingen te staan. Meestal betreft dit de inhoud: “Roken kan longkanker veroorzaken” of “Niet voor oraal gebruik”.
Gisteren tijdens het hardlopen kwam ik dit tegen:

De eigenaar moet gedacht hebben: “Laat ik het maar ver weg gooien, dan kan mijn kind er niet in stikken”.
Nee, stikken zal je kind niet, misschien wel een eend of zwaan. Maar… de kans dat je kind het gaat eten heb je wel enorm vergroot!

Misschien moet er op alle plastic verpakkingen een waarschuwing komen: “Plastic in het milieu vergiftigd de voedselketen”.

Beter nog is dat al het plastic weer ingezameld wordt, dus teken de petitie om statiegeld te behouden op EchteHeld.nl.

En als je plastic op straat tegenkomt, ruim het even op, moeite van niks en geweldig resultaat!

vrijdag, 6 april 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Huisgemaakt

In wijken, beleid, biologisch, consumeren, cultuur, eten, europese, kabinet, loslaten, en meer.

Van aanprijzingen als ‘huisgemaakt’  en ‘ambachtelijk’ worden de knieën snel zwakker. Wat vermoedelijk vijftig jaar geleden niet als bijzonderheid gold en nu wel is namelijk dat het niet uit een fabriek komt. We willen weer graag geloven dat de kok in de keuken eigenhandig de appels heeft geschild, het deeg door zijn handen heeft laten gaan om ons de huisgemaakte appeltaart voor te schotelen. En als de gebruikte appels biologisch zijn gekweekt voelt het nog gezond ook. We zijn gecharmeerd van kas die niet uit een friese fabriek komt maar van een boer op twintig kilometer afstand. En van jam die ‘naar grootmoeders recept’ is bereid. Wat veel culinaire genoegens betreft zijn we, kortom, hopeloos romantisch.

De ontwikkeling beperkt zich niet alleen tot de keuken. Ambachtelijke timmerwerk, mondgeblazen glaswerk, handgewoven kleding, het fascineert en verleidt ons meer dan ooit

Bezit is een expressie van de identiteit. Lees er Erich Fromms ‘Hebben of zijn’  (1976) maar op na. Blijkbaar is authenticiteit in onze identiteit belangrijk. Vergelijken is moeilijk, maar gezien de groeiende interesse voor ‘eerlijk waar’ is het belangrijker geworden. Maar is het vernis of heeft het wortels diep in hoe we denken en (willen) zijn? Is het mode of is het een nieuwe mindset?

Voedsel regionaal produceren, en op een gezonde manier, zijn inmiddels al enkele jaren politieke doelen op europees en nationaal niveau. Dat heeft tal van objectieve redenen en staat daarom voor een nieuwe mindset in het denken over voedselproductie en -consumptie. Voor meubels, kleding en andere niet-eetbare goederen is dit, op enkele keurmerken na, veel minder het geval. De belangen zijn hier anders; het is gen kwestie van leven, ziekte of dood. Eten van een besmette kip is schadelijker ongeacht de stoel of tafel waar de consumptie aan wordt gepleegd. Mar om redenen van kinderarbeid, natuur- en bosbehoud is de mindset onmiskenbaar aan het veranderen.

Wat betekent dat voor de romantische inslag? Is dat eigenlijk niet slechts een mooie marketing, aangemoedigd door de europese en nationale overheid? Een mode daardoor die, net als de spijkerbroek, wel deel wordt van onze cultuur, maar ook verdwijnt als de overheden hun beleid loslaten? Zijn we volgend, profiterend van de in gang gezette ontwikkeling, of jagen die, gedreven door en overtuiging over ‘eerlijk waar’ door ons koopgedrag aan?

Is het belangrijk om dat te weten? Ja, als je ziet hoe makkelijk dit kabinet belangrijke regelgeving op bijvoorbeeld natuur, milieu en sociaal gebied loslaat. En niet het loslaten is het probleem, maar vaak de risico’s die genomen worden met de gevolgen. Bewust consumeren zou het niet moeten hebben van overheidsregels. Maar het heeft er nu wel baat bij. Ik hoop dat straks het ‘huisgemaakte’ bezuinigingspakket van het kabinet in die zin geen verrassingen bevat. En zo wel, dan wordt het een test of onze voorkeur voor eerlijk eten en bezit de grens tussen mode en mindset al is gepasseerd.

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

In astronomie, christiaan huygens, buitenaardse wezens, cosmotheoros, gebouwen, johannes kepler, maan, somnium, blog, en meer.

Kijk naar de volle maan vannacht: er lijken er toch echt gebouwen op te staan!  (zie ook deze overtuigende blog)            

Christiaan Huygens had voor zijn populair-wetenschappelijk verhaal Cosmotheoros  (1695, uitgebreid zie hier) intelligente planetenbewoners nodig, als didactisch hulpmiddel, voor de aanschouwelijkheid en voor de perspectivische beschrijving. Huygens beweert dat de planetenbewoners astronomische waarnemingen doen zoals wij, en kan dus het zonnestelsel vanuit hun perspectief beschrijven.


 

alien music astronomer buitenaards astronoom astronomie extraterrestrials teleskoop teleskop telescope Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

Buitenaardse astronoom

Huygens is niet de eerste die het perspectief van buitenaardse wezens gebruikt om een ​aanschouwelijke wetenschappelijke beschrijving te geven, die het copernicaans systeem ondersteunt en uitlegt. Johannes Kepler, de ontdekker van planetaire beweging, heeft in zijn kleine wetenschapsfictie Somnium Astronomicum “(1634, postuum), waarnaar Huygens in Cosmotheoros verwijst, wetenschappelijke kennis, mythologie en fantasie gecombineerd. Kepler werd hierbij geïnspireerd door de antieke auteur Lucian, en in het bijzonder door Plutarchus’ “Maangezicht“. Beide teksten, en dan vooral Plutarchus, dienden ook Huygens als klassieke bronnen.

De leer van Copernicus wordt aanschouwelijk en begrijpelijk als men bedenkt hoe het zonnestelsel voor een buitenaardse waarnemer uitziet. Kepler en Huygens hebben met hun visies en met speelse en verbazingwekkende details al geanticipeerd op de huidige ruimtemissies.

Keplers  Somnium, gepubliceerd in 1634, maar geschreven in 1609 en handschriftelijk in omloop, is het eerste literaire werk, dat – geïnspireerd door de copernicaanse wetenschap-  buitenaardse wezens in de ruimte tot thema maakt, in Keplers geval maanbewoners.

Hoewel Keplers schrift in tegenstelling tot Huygens’ Cosmotheoros duidelijk fantastische trekken heeft, kan men ook belangrijke parallellen tussen de teksten vaststellen. De eerste zin van Kepler, waarmee hij zijn “droom” introduceert is: “Toen in het jaar 1608 de ruzies tussen de broers Keizer Rudolph en aartshertog Matthias hun hoogtepunt bereikten, [...]“

De context van oorlog en ellende verbindt Kepler en Huygens, net als de kritiek op de samenleving en de afkeer van gewapende conflicten. Huygens is altijd een optimist, die zich bijna waant in een Leibnizianische “beste van alle werelden“, en hij kan in alle euvel nog wel iets goeds vinden. Het optimisme laat hem echter bij de gedachte aan het buskruit in de steek:

Wy hebben ook het Buskruid, een stoffe, met zwavel en salpeter gemengd, en wy kennen daar van ’t verscheiden gebruik ’t welk men met regt mag twijfelen of het meer goed dan quad doet. Want door derzelver wondere kragt, en door de konstrijke wetenschap van de Vestingbouwkonst  der steden, scheen men een wisser toeverlaat, dan oulinks bekend was, tegen viandlijke aanvallen gevonden te hebben: maar teffens zien wy, dat ook het geweld der vianden is aangegroeit, en dat de Dapperheid en kragt in ’t strijden nu minder in achting komt, dan voorhenen [….] zoo dat men daarom alleen mag zeggen, dat de menschen de uitvinding van het Buskruid liever mogten ontbeert hebben.”

Buskruit en bommen schieten bijna Huygens’ niet aflatend optimisme kapot: een echte uitdaging. Voor Huygens net als voor Kepler geeft het buitenaards perspectief de gelegenheid om de aardse conflicten te relativeren, en biedt dit perspectief een kans om de zinloosheid van de oorlog aan de kaak te stellen. Huygens:

Hier uit kan men verstaan hoe groot de ruimtens van die ronde lichamen zijn, en hoe klein, ten haren opzigte, het Klootje der Aarde is, waar in wy menschen zoo veel voor hebben, zoo veel t’ scheep varen, en zoo vele oorlogen voeren. ’t Welk te wenschen was dat onze Koningen en Alleenheerschers leerden en bedagten; op dat zy mogten weten, in wat een kleine zaak zy hun zelven afslooven, als zy om een hoek lands in te nemen, tot groot verderf van velen, alle hunne kragten inspannen.”

Kepler beschrijft de maan als het land “Levania”. Hij maakt een onderscheid tussen de maanbewoners die aan degene kant van de maan wonen, die de naar de aarde wijst, en de bewoners die op de andere zijde wonen, die afgekeerd is van de aarde, en die dus de aarde nooit zien. De eerste noemt hij “Subvolvaner,” de laatste “Privolvaner”. “Volva” is bij Kepler de aarde die zich om de eigen as draait voor de ogen van de bewoners van de maan, van Latijns volvere (draaien): in tegenstelling tot de maan draait de aarde “pirouettes” om haar eigen as. 

De passage van Huygens in de Cosmotheoros over de eventuele maanbewoners en hun kijk op de aarde is zeer vergelijkbaar met degene van Kepler, maar Huygens is sceptisch over de existentie van maanbewoners;  hij vindt maanbewoners veel onwaarschijnlijker dan planetenbewoners, omdat hij, anders dan Kepler, ervan overtuigt is dat op de maan geen water is. Ook gelooft Huygens in tegenstelling tot Kepler niet in gebouwen op de maan:

 Kepler nam uit die rondheid der dalen een bewijs, dat dit overgroote gebouwen waren van de Maanlingen, die met Reden werken: dog dat is teenemaal ongeloofelijk, eensdeels om de al te groote grootheid van die gevaartens, ten anderen, om dat dergelijke ronde holtens uit natuurlijke oorzaken konnen gemaakt werden. Maar ik vind ’er niets dat na Zeen gelijkt, schoon de gemelde Kepler, en meest alle andere [Starrekenners] het  tegendeel gevoelen.”

Maar in de volgende passage – waar Huygens beschrijft dat de aarde vanuit de maan gezien altijd op dezelfde plek “hangt” – volgt Huygens Keplers beschrijving:

“De Maan-kloot is by henluiden in twee Halfronden verdeeld, zoodanig, dat, die in het eene wonen, altyd het gezigt van onze Aarde genieten; die in het ander leven, dat gezigt altyd missen: behalven dat sommige, omtrent de grenzen van beiden wonende, het zelve gezigt somwylen verliezen, somwylen wederkrijgen. Zy nu, die onze Aarde zien, zien dezelve altyd in de Lucht hangende, en veel grooter dan de Maan ons voorkomt, als byna met een viermaal grooter Middellijn. Maar dat is wonderlijk, dat zy dezelve altyd by nagt en dag in dezelve plaats van den Hemel, gelyk als onbewegelijk, zien hangen, sommige regt boven hun hoofd, sommige in een zekere hoogte van den Gezigteinder [=horizont] afstaande, andere in den Gezigteinder zelve gelegen, en ondertussen om haar As omdraaijende, vervolgens in den tijd van vier en twintig uuren vertoonende alle de gewesten die ze behelst; en derhalven ook die (het ware te wenschen dat wy ze ook mogten zien) welke aan beide de Assen [=polen] ons, Aardrijk-bewoners, nog onbekend blijven.”

aarde vanuit maan Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

De Aarde vanuit de maan

In maanbewoners en hun gebouwen wil Huygens niet echt geloven, maar dat zit anders met planetenbewoners en hun gebouwen. Volgens Huygens hebben de planetenbewoners mogelijk nog veel mooiere gebouwen dan wij. We mogen niet denken, dat de “dwaalsterrelingen” alleen in lelijke simpele hutten wonen. Nee, net als wij kunnen zij ook mooie paleizen bouwen: “Dog waarom zullen wy gelooven, dat de Dwaalstarrelingen juist hutten, en geen groote en heerlijke huizen, bouwen, als om dat wy niet konnen nalaten te denken, dat onze dingen boven alle andere schoon en volmaakt zijn?

 

Stadsschouwburg Haarlem Maanbewoners of planetenbewoners: Kepler versus Huygens

 

In de Cosmotheoros  verwijst Huygens meerdere malen naar Kepler. Niet alleen naar Keplers vertelling “Somnium“, maar ook – uiteraard- naar de belangrijke wetten van Kepler,

“[,,,] de zonderlinge waarneming van Kepler, hoe dat de afstandigheden der Dwaalstarren (onder die des Aardrijks) van de Zon met de tijden der Omloopen van my gemeld, in een zekere evenredigheid overeenkomen, welke evenredigheid men daarna bevonden heeft, dat ook de Trawanten van Jupiter en Saturnus ten haren opzigte behouden.”

Maar Huygens uit zich ook zeer kritisch en uitvoerig over Keplers voorstelling van het universum en de vaste sterren. Hij protesteert tegen de mening van Kepler, dat “de zon iets speciaals zou zijn in verhouding tot alle andere sterren”. Kepler verdedigde nog steeds de bijzondere positie van de mens, van de aarde en van de zon in het universum; hij neemt dus nog niet het radicaal gedecentraliseerde standpunt van Huygens in

Een andere versie van deze tekst staat ook op mijn Duitse blog over Huygens

Vandaag is het overigens pasen-volle-maan: pasen is altijd op  de eerste zondag na eerste volle maan in de lente.

maria trepp

woensdag, 4 april 2012

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Leerlingen Occupyen les

In de maatschappij dat zijn wij!, consumeren, duurzame economie, economische groei, kritische consument, algemeen, eten, failliet, geld, en meer.

“Mevrouw, we hebben een verrassing voor u. We spraken net in de pauze op Beurs iemand van Occupy en die hebben we meegenomen naar de les.”

De enthousiast stralende gezichten en de blik van de meneer van ik-ben-er-klaar-voor maakten onmiskenbaar duidelijk dat ik mijn minutieuze lesvoorbereiding aan de wilgen kon hangen. Zonder enkele aanwijzing gaat de klas rond de tafel zitten, is direct muisstil en kijkt mij samen met de meneer aan. En ik improviseer naarstig enige vorm van inleiding. De Occupier deed hetzelfde.

De mens is het doel

Occupy startte in de VS, zo begon hij. Juist dat verraste hem het meest. In het land waar alles draait om geld, en vooral om steeds meer geld, begint dit principe te wankelen. Het Occupy-concept breidt zich uit en voor het eerst in de geschiedenis ontstond een beweging die inmiddels wereldwijd verspreid is. Het belangrijkste principe: de mens is een doel en geld een middel. Vooral in de financiële wereld – maar helaas lang niet meer alleen daar – is dit principe omgedraaid. Door middel van veel gesprekken voeren op straat en ludieke acties als bankruns, hardloopwedstrijdjes tussen banken, probeert men de onnozele passant bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid als klant. Jazeker: Occupy roept op tot marktwerking. Dat spel wordt nu namelijk beroerd gespeeld.

Jij bepaalt

Het principe is eenvoudig: aanbieder biedt product, geen vraag, klant weg, bedrijf failliet. Nieuw bedrijf, zelfde ritueel, tot er een product is wat de klant wel ziet zitten. Toch? Zo niet bij de banken. De klant moppert over de hoge bonussen, de klant moppert over zijn belastingcentjes die de bank overeind houden als het mis gaat, maar de klant doet niets. De klant blijft gewoon klant en financiert via rente en via belasting…inderdaad de hoge salarissen en bonussen. Voor Noord-Koreaanse begrippen prima maar in een vrije markt staat deze klant flink voor aap. Overstappen dus! Waarheen? Op deze site vind je goed onderzoek naar alternatieven. Triodos en ASN komen met glans door de vergelijking.

Evenwicht

Niet alleen de banken werden besproken. Welvaart in het algemeen is een belangrijk thema. Waarom hebben wij het zo goed? Wie betaalt dat en realiseer je je dat ook? De verdeling van i-phone, dure kleding, veel te veel eten, laptops en wat al niet meer versus letterlijk dood liggen gaan van honger. Beetje scheef eigenlijk, toch? Al die welvaart voor onszelf willen houden en mensen die ook een fijn leven willen – neem het ze eens kwalijk – in de gevangenis zetten bij aankomst in dit land. Doen we dat nou echt met mensen? Ja. Wij wel.

Deze les was geweldig. Helaas komt Occupy tegenwoordig alleen nog in het nieuws als ze van standplaats moeten wijzigen. Wat mij betreft zetten ze door. We zijn er een beetje aan toe.

dinsdag, 3 april 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Laat eens wat van je horen (007-009)

In laat eens wat van je horen, citaat, quote, de, eten, facebook, december, bellen, werk, en meer.

Citaten uit kranten en tijdschriften die ik de afgelopen jaren de moeite vond.

007:

“De mensen konden kiezen die dag: naar de opening van de Brookshire Brothers Store waar feestkortingen werden aangeboden, of naar Karla Faye’s executie. Iedereen koos voor de executie”.

Linda Polman, Wordt Vervolgd, december 2011

008:

Sommige manieren om je van je werk af te houden zijn belastend op zichzelf en zorgen er niet voor dat de tijd sneller verloopt: roken, eten, mensen bellen. Met Facebook gingen er uren, middagen en zelfs hele dagen voorbij zonder dat ik het in de gaten had.

Zadie Smith, december 2010

009:

Dus Balkenende en Verhagen konden Bos niet aan en haalden toen grote broer VS erbij. Stuitend, maar vooral ook een beetje zielig.

Diederik Samson, Twitter 10 januari 2011


maandag, 2 april 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Flierefluiter, genieten en mûskopje

In uncategorized, gevallen, media, nederlanders, nederlands, bevolkingsgroep, de, de wereld, eerste, en meer.
Zomaar drie woorden. Niet helemaal zomaar, natuurlijk.
Ze hebben iets gemeen, iets leuks. Het eerste woord werd vorig jaar, door mensen die Nederlands niet als eerste taal hebben, gekozen als het leukste Nederlandse woord!

Wat een prachtige keus, dacht ik toen ik het hoorde. De radiopresentator vermeldde er bij dat dit jaar het woord 'genieten' die eer te beurt was gevallen. Dat was goed nieuws; niet-Nederlandstaligen kiezen woorden met een vrolijke betekenis. Ik herinner me dat het Genootschap van de Nederlandse taal ons verblijdde met hun keus voor het woord 'weigerambtenaar'.
Dat zette me er toe aan om even te googelen wat het woord van 2010 was: tja, ik was er al bang voor; men koos toen voor 'gedoogregering'. Er wordt gezegd dat veel mensen in dit land last hebben van depressieve gevoelens. Ik denk nu te weten tot welke bevolkingsgroep die mensen behoren.

Woorden. Taal. Ik houd van taal. Van de Nederlandse taal, maar ook van het Engels. Vooral de laatste jaren verengelst het Nederlands. Ik hoor mezelf regelmatig Engelse woorden gebruiken. Vooral als de Amerikaanse familie weer op bezoek is geweest, is de besmetting extra actief en mijn zinnen doorspekt met 'what-ever's'.
Maar zo nu en dan wordt er ook een oud of heel gewoon Nederlands woord herkenbaar in haar oorspronkelijke betekenis. Vaak door nèt even een ander accent of schrijfwijze.
Zo val ik bijvoorbeeld voor:
ont-moeten
eigen-wijsheid
all-één en heel-al.
Prachtig vind ik ze, omdat hun werkelijke betekenis opeens zichtbaar wordt.

Ik woon in een provincie die een eigen taal heeft. Het Fries is geen dialect – dat nog even voor de onwetenden onder u – maar een officiële taal. Evenals in het Engels zijn sommige woorden in het Fries net even leuker of preciezer, dan in het Nederlands.
'Nijsgjirrig' is bijvoorbeeld zo'n woord; ik gebruik het als ik wil vertellen dat iets me boeit. Of 'sebeare' dat zoveel betekent als doen-alsof, maar dan nog net ietsje anders, want sebeare drukt preciezer uit wat ik wil zeggen.
Het mooiste Friese woord vind ik nog altijd mûskopje.
Zie je het voor je? Van de kleine muizenkopjes bij elkaar; ze besnuffelen elkaar wat en maken van die piepgeluidjes. Dan weet je meteen de betekenis van het woord: een beetje smoezen, gemoedelijk overleggen.
Ik vermoed echter dat de somberen onder ons daar vooral negatieve associaties mee hebben, zoals oude-jongens-krentenbrood of achter-kamertjes-politiek.

Dat is niet zo raar natuurlijk, want er lijkt weinig reden voor positieve benadering van wat er gaande is in de wereld, als we de gangbare media moeten geloven.

Nee, dan de anderstaligen, die houden van flierefluiter.

Dus als we nog niet wisten waar we de nieuwe Nederlanders en anderstaligen voor nodig hebben, dan weten we het nu. Om van te genieten!


Ineke M. Verdoner


Over de Friese cultuur
Over het leukste woord


vrijdag, 30 maart 2012

Theo Brand

Theo Brand

CNV toont visie waar FNV lijkt te stampvoeten

In gerechtigheid, politiek, vakbeweging, cda, cnv, compassie, fnv, groenlinks, rechtvaardigheid, en meer.

CNV-voorzitter Jaap Smit doet op zijn weblog een dringende oproep. Werknemers, werkgevers en overheid moeten snel aan tafel om uit de verlamming van de crisis te komen. Het CNV is bereid om over de hele linie loonmatiging te accepteren maar wel onder een aantal keiharde voorwaarden. Hopelijk toont de FNV zich ontvankelijk voor deze constructieve opstelling van het CNV.

De ‘keiharde voorwaarden’ waarover Jaap Smit schrijft, getuigen van solidariteit. Het CNV is alleen bereid over loonmatiging te onderhandelen als er een zware belasting op bonussen wordt ingevoerd en als mensen in de meest kwetsbare situaties worden ontzien. Smit noemt Wajongeren en WSW-ers die de klappen krijgen als gevolg van de Wet Werken Naar Vermogen. Voor hen moeten er duidelijke garanties komen om aan het werk te komen of blijven. Ook moeten de zware bezuinigingen op het passend onderwijs teruggedraaid worden.

Het mooie hiervan vind ik dat het CNV visie toont. De vakbond is meer dan alleen een belangenbehartiger die het onderste uit de kan haalt, probeert het maatschappelijke totaalplaatje voor ogen te krijgen en beoordeelt vervolgens wat rechtvaardig is. Als mensen met reguliere banen genoegen nemen met minder loonsverhoging, kunnen mensen die het echt zwaar te verduren hebben, mogelijk toch weer perspectief krijgen. Een prima insteek.

Het doet me denken aan de visie die senator Ruard Ganzevoort gisteravond uiteenzette op een GroenLinks-bijeenkomst in Zwolle. In de politiek spelen populisme, technocratie en belangenbehartiging een rol, zo stelde hij. Maar het fundament moet een visie op het goede leven zijn. Hoe verdelen we de pijn? Wie draagt welke lasten? Wanneer zijn we solidair? Het gaat dan om de verbondenheid met alles en iedereen. Dat gaat verder dan belangenbehartiging die immers altijd gericht is op een bepaalde groep waardoor belangen van anderen, zoals outsiders op de arbeidsmarkt, weer onder druk komen staan.

Ganzevoort toonde zich als GroenLinks-politicus geïnspireerd door het begrip ‘compassie’ (mededogen) dat verbindingen legt en niemand uitsluit. Met zo’n begrip kijk je verder dan het eigen belang of een korte termijn visie. Ook binnen het CDA is het begrip ‘compassie’ gelanceerd, maar ik verneem daar nu niets meer van. De leidende rechtervleugel van het CDA wil blijkbaar niet dat er ook met andere groepen rekening wordt gehouden dan met de midden- en hogere inkomens. Want hardop zullen CDA en VVD het niet zeggen, maar ook zij doen aan belangenbehartiging: die van de auto- en huizenbezitters met een bovengemiddeld inkomen.

Aan de ene kant dus belangenbehartiging door VVD en CDA voor mensen die hun schaapjes op het droge hebben. Aan de andere kant belangenbehartiging door FNV, SP en een smaldeel van de PvdA voor zoveel mogelijk loonsverhoging en verworven rechten van werknemers. Beide posities zijn niet creatief en constructief. Het is beter om een sociale en rechtvaardige totaalvisie te ontwikkelen waar mensen met smalle, gemiddelde en brede schouders allemaal een evenredig deel van het gemeenschappelijke offer brengen. 

In het kader van de ontwikkelingen van de ‘Nieuwe Vakbeweging’ pleitte ik begin januari voor een samengaan van FNV, CNV en MHP in één krachtige vakbeweging die bestaat uit effectieve bonden per beroepsgroep of bedrijfstak. Die mening ben ik nog steeds toegedaan. Maar ik hoop wel dat de krachtige nationale vakbeweging die dan ontstaat, zal werken vanuit een heldere maatschappijvisie en méér is dan een platte belangenbehartigingsmachine. Jaap Smit zou – gezien zijn evenwichtige en sociale visie – wat mij betreft een prima voorzitter kunnen zijn van deze postverzuilde ‘Nieuwe Vakbeweging’.

Dit betoog is ook gepubliceerd op opiniewebsite Joop.nl.


Reinier van der Hulst

Reinier van der Hulst

Twitter DWARS

De Tarbaanse Oorlog: 1

In fictie, bidden, blok, boek, de, dood, eerste, eten, gasten, en meer.

AfbeeldingHij werd wakker, stond op. De man liep naar de spiegel en keek erin. Hij keek naar zichzelf: een man van rond de vijftig, een hoofd in de vorm van een afgeronde rechthoek met zwart haar. Niet alleen als hoofdhaar, maar ook als snor. Omdat hij zich nog niet geschoren had groeiden er stoppeltjes over zijn hele gezicht. Duf keek de man rond in de kamer: deze was vrij groot. In het midden van de vrijwel vierkante kamer stond een tweepersoonsbed tegen de achterwand. Zijn vrouw was al op. Links van het bed, ook tegen een wand, stond een massale, bruine klerenkast. Een vierkante. De man zelf stond voor de spiegel aan de voorwand. Aan zijn voeten lag een kleed wat een groot deel van de vloer vanaf de voorwand bedekte. Na een minuutje ontwaakte de man uit zijn dagdroom; hij ging zich maar aankleden.

Na het aankleden liep hij de gang in: een recht pad wat uitmondde in een bruine wenteltrap naar beneden. Van beneden hoorde de man zijn vrouw.
“Schat, we gaan eten.”
Hij pakte de trapleuning en zwierde zich van de trap af. Met een plof kwam hij neer op de grond en vrijwel direct kwam een lange, magere, blonde vrouw op hem af. Ze was ongeveer vijf jaar jonger dan hij. Ze droeg een wit T-shirt met een blauw vestje erover; dit boven een spijkerrok. Ze kuste hem.
“Wat zie je er goed uit,” zei ze
  “Jij ook schat. Mooie combinatie heb je aan,” antwoordde hij liefkozend.
Hij kuste haar ook. Ze keken elkaar lief in de ogen. Zij pakte hem bij zijn stropdas en hield het ermee spelend tussen haar rechterduim en wijsvinger. De stropdas was blauw, net als het colbertje wat hij droeg. Dit colbertje had gouden ringen aan de polsen. Onder het jasje droeg hij een lichtblauw overhemd. De zwarte riem met gouden gesp, donkerblauwe broek en goudgeringde zwarte laarzen maakten het helemaal af. Terwijl ze hun armen bij elkaar om de schouders gooiden liepen ze de woonkamer in.

Daar, aan een zware tafel, zat een vrij jonge man – een jaar of twintig – met een blauw vestje aan over een wit overhemd. Zodra hij het stel binnen zag komen stond hij op. Nu was zijn gezicht ook duidelijk te zien: het was bijna ovaal te noemen. Hij had een bril op, waarvan de glazen niet omrand waren. Met zijn blonde haar zag hij er een beetje bekakt uit. Zodra hij bij het paar was sloeg hij zijn armen om hun nekken.
“Dag mam, dag pap. Lekker geslapen?”
Liefdevol kuste de vrouw hem.
“Ja. Jij ook lekker geslapen jongen?” vroeg de man terwijl hij met zijn hand door het haar van de jongen ging.
Toen ging de telefoon.

De vrouw nam op.
“Met Albertina Aras. Wat is er Abzjardon? Wát? Het is niet waar! We komen eraan!”
Albertina gebaart haar zoon even de kamer uit te gaan. Daarna gebaarde ze haar man te gaan zitten en zelf nam ze ook een fauteuil.
“Abzjardan, dat was je vader.”
  “Wat vertelde hij?”
“Hij heeft heel bijzonder nieuws…”
Albertina stokte.
“… Ik raak er door van slag. Jouw vader heeft bezoek gekregen; van jullie voorvader.”
Abzjardan zijn mond viel open van verbazing.
“Wat? De voorvader van onze familie? Maar dat kan helemaal niet! Hij is de eerste generatie van de familie en ik hoor bij de vijfde, dus hij is al ongeveer honderd jaar dood, zo niet nog langer.”
  “Toch is het zo.”
De echtgenoot keek zijn vrouw aan, schudde toen een paar keer zijn hoofd en zei dat Frans Willem er ook van moest weten.
Dus haalde Albertina haar zoon de kamer in. Samen vertelden ze Frans Willem dat ze naar zijn opa gingen. Hij ging akkoord. Wat kon hij anders?

De oudere Aras woonde in een landhuis in een van de rijkere wijken van de stad. Het bestond uit vier verdiepingen. Niet zo gek: in dit huis woonde ooit een gezin bestaande uit negen man. Nu woonde de ex-commissaris er samen met zijn vrouw, Cabrona. Ook overnachtte zijn vader er regelmatig.
De woning bestond uit twee aan elkaar geplakte blokken. Het eerste was de woning zelf en het tweede stond aan de achterkant van het eerste blok. Dit was de garage, waar Abzjardon vaak in te vinden was. Knutselend aan zijn oldtimers. De deuren van de garage waren groot, groen en massief. Ze waren ovaal van vorm, met een spitsige top. Verder waren beide blokken bijna gelijk aan elkaar: de eerste en tweede verdieping werden gekenmerkt door de ramen, die strak in rij ingemetseld waren. Alleen de begane grond had een groter raam, wat uitzicht bood op een met gras gevulde voortuin. Hier was aan de binnenkant de woonkamer.
Daar stonden de grootouders met hun drie gasten. Abzjardan leek aardig op zijn vader, alleen was zijn vader wat forser en misschien iets ruiger. Ook gebruikte hij meer rood in zijn kleding dan zijn zoon.

“Hoezo is de voorvader gekomen? Dat kan toch alleen maar in een legende gebeuren?”
  “Ja, Abzjardan, maar toch is het gebeurd. Ik zal het je laten zien.”
Zo liepen vader en zoon de trap op, op weg naar de zolder van het huis. Op de zolder – gemaakt uit houten planken – stond een boek op een standaard. Voor dat boek lag een kleedje, gedecoreerd met blauwe en gouden strepen.
“Kijk, zoon, dit is mijn bidplek.”
  “Bidplek?”
“Ja, het is een traditie in onze familie om voor de voorvaderen te bidden. Hierdoor blijven ze ons gunstig gezind. Het bidden gaat echter alleen op voor de directe familie. Zo bid ik voor mijn vader en zijn voorouders.”
  “Aha. En hoe kwam Arabas dan tevoorschijn?”
“Ik was aan het bidden, maar tijdens het bidden werd er ineens op mijn schouder getikt. En daar stond hij dan, de stichter van de Arassen.”
 Juist op het moment dat Abzjardon dat zei begon het boek te gloeien. Het leek alsof het aan het veranderen was. Dit werd al snel gevolgd door een straal licht wat uit het boek scheen. De lichtbundel raakte de grond aan en er werd steeds meer gestalte in zichtbaar. De gestalte van een man. Zodra het licht gedoofd was stond er een vrij forse man; een kruising tussen Abzjardon en Abzjardan. Het was Arabas Aras.


donderdag, 29 maart 2012

McStarbucks

In eten, berlijn, cappuccino, kwaliteit, mcdonalds, starbucks, amerikaanse, mooi.
Waarom toch die weerzin tegen Starbucks, terwijl ik nog nooit een van hun koffiecafé’s bezocht heb? Om daar achter te komen, moet ik er op zijn minst een keer een cappuccino gedronken hebben. Het is mooi voorjaarsweer en ik ga op zoek naar een dichtbij zijnde Starbucks. In Berlijn heeft deze Amerikaanse koffieketen zich nadrukkelijk more »

dinsdag, 27 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

In moslims/islam, religie, moraal, humanisme& atheïsme, nasr abu zayd, verboden wetenschapsmonologen, afghanistan, algemeen, arbeid, beschaving, blogs, en meer.

De Verboden Wetenschapsmonologen (muzikaal theater) vertellen de aangrijpende verhalen van academici die in hun eigen land vervolgd werden en in Nederland een veilige werkplek vonden.

De monologen zijn gebaseerd op echte verhalen van gevluchte wetenschappers.

Ik keek benieuwd naar de namen van de wetenschappers die figureren in de voorstelling, en miste een belangrijke naam:

De Egyptenaar, liberale moslim en balling Nasr Abu Zayd, oud-Cleveringahooglerar aan de Universiteit Leiden, overleden in 2010.

nasr De verboden wetenschapsmonologen/ er ontbreekt: Nasr Abu Zayd

Hij was sinds 1995 balling in Nederland nadat hij in Egypte tot geloofsafvallige werd bestempeld. Hij beschouwde de Koran als een zowel religieus alsook mythisch en literair werk.

Wikipedia: “Abu Zayd gold als groot kenner van de islamitische stromingen in de islamitische wetenschappen en stelde zich tot doel een te ontwikkelen die moslims in staat stelt hun eigen tradities te verbinden met de moderne wereld van
vrijheid, gelijkheid, mensenrechten en democratie. Op basis van kritisch onderzoek van de Koran en de hadiethliteratuur kwam Abu Zayd onder meer tot de conclusie dat de juridische positie van de vrouw gelijk dient te zijn aan die van de man.”

Uit mijn eerdere blogs over hem: 

 

Nasr Abu Zayd kritisch op de Arabische Wereld én op het Westen (November 2009)

 

Nasr Abu Zayd over wie ik eerder veel heb geschreven levert in de NRC harde kritiek op de Arabische wereld én op het Westen.

Typisch Nasr om tegen beide partijen tegelijk aan te schoppen.

Nasr houdt altijd een interessante balans tussen pessimisme en optimisme; of tussen realisme en idealisme.

Uit het interview:

“Verandering [in Egypte en in de Arabische wereld] , zegt Abu Zayd, is noch in het belang van de staat, noch in het belang van de Moslimbroederschap. ,,Noch, ben ik bang, van het Westen.”

Waarom niet?

,,Omdat het Westen enorme economische belangen bij de regimes heeft. Het doet er niet toe wat die regimes doen met vrouwen of vrijheid of democratie, zolang die belangen maar worden beschermd.”

Verandering is alleen mogelijk als het gebied wordt overgelaten aan zijn eigen dynamiek. ,,De voortdurende buitenlandse interventies” – Abu Zayd doelt op het kolonialisme, en nu de oorlogen in Afghanistan en Irak en het Israëlisch-Palestijnse conflict – ,,staan een gezonde ontwikkeling in de weg. Godsdienst is de enige toevlucht voor de mensen om zich te beschermen.”

[...]

,,Als geleerde, als dromer moet ik ook optimistisch zijn. Hoe kan een wetenschapper die zijn droom over de toekomst verliest zijn werk voortzetten? Je moet geloven in de mogelijkheid van mensen om hun leven te veranderen, in welke maatschappij ze ook leven.”

 ———————————————————————————

 

Hoe rechts stelselmatig de liberale islam onderuit haalt

Juist omdat ik weet dat rechts alles op alles zet om de liberale islam tegen te werken, bijvoorbeeld ook in zijn meest democratische gedaante zoals Nasr Abu Zayd,  ben ik uiterst wantrouwig tegenover rechts dat nu een enorm grote grote bek trekt.

Terwijl de Leidse professoren Bolkestein en Ellian een voortrekkersrol spelen in de strijd tegen Ramadan, hebben de Leidse neocon-professoren Cliteur en Ellian een voortrekkersrol vervuld in de buitengewoon aanstootgevende strijd tegen hun Leidse collega Nasr Abu Zayd.

In twee uitgebreide artikelen in Civis mundi[1] heeft Paul Cliteur  de moeite genomen de Leidse oud-Cleveringa-hoogleraar en inmiddels WRR-auteur, de liberale moslim Nasr Abu Zayd, als moslim en als wetenschapper onderuit te halen. Cliteur schrijft over Abu Zayd, die in Egypte door de moslimfundamentalisten werd vervolgd:

“Het is natuurlijk wrang wanneer iemand die in zijn eigen land zoveel problemen heeft ondervonden met moslim-fundamentalisme in zijn nieuwe gastland te horen krijgt dat de fundamentalisten in zekere zin gelijk hadden. Toch moet ik dat doen.” (Civis mundi 41, p. 221)

Cliteur weigert Abu Zayd als gelovige moslim te beschouwen. Voor Cliteur is Abu Zayd een afvallige en een atheïst- en het maakt voor hem niet uit wat Abu Zayd zelf hierover zegt. (p.222). Ook kunnen “wij” volgens Cliteur Abu Zayd niet serieus nemen als wetenschapper (p. 225) . Cliteur baseert overigens zijn kritiek op één autobiografisch boek; hij haalt de wetenschappelijke publicaties van Abu Zayd niet aan.

In het tweede artikel When in Rome… herhaalt Cliteur zijn vijandige argumentatie tegen Abu Zayd. Maar deze keer heeft hij ook een Goede Moslim aan te bieden, die hij als kontrast tegenover de Slechte Moslim Abu Zayd kan stellen: Afshin Ellian. Wat Cliteur bij Ellian zo bevalt, dat is het feit dat hij bij Ellian een kritiek “op de islam an sich” aantreft- “niet alleen op de verschillende interpretaties van de islam […] ”. “Dat [de kritiek op de islam an sich] betekent kennelijk dat de zaak niet helemaal hopeloos is .” ( p. 21)   De Goede Moslim Ellian is de volledig geseculariseerde moslim die bovendien slecht spreekt over de islam. Ellian over de islam: “De islam is een structurele wantoestand die al ruim veertienhonderd jaar alle aspecten van opvoeding, cultuur, economie, politiek en omgangsvormen overheerst. [....] Het lijkt op de pest: waar de islam ook komt overheerst armoede, gebrekkige ontwikkeling, analfabetisme, onderdrukking, corruptie, frustratie en vooral geweld.”[2]

Oud-marxist Ellian vervalt hier in een typische denktrant van oud-marxisten: in plaats van de economie als allesbepalende factor, wordt nu de religie als allesbepalende factor gezien. De Parijse hoogleraar arabistiek Mohammed Arkoun: “De overvloedige politieke literatuur vervalt in dezelfde fouten [als het marxisme] als zij van de verdinglijkte, verstarde, tijdloze en gebanaliseerde islam de belangrijkste en onoverkomelijke bron maakt voor alle ideologische afwijkingen, geweld, intolerantie en mislukking in al die samenlevingen waar deze ‘religie’wordt aangehangen.”[3]

Paul Cliteurs kritiek op Nasr Abu Zayd is opmerkelijk, zowel inhoudelijk alsook formeel. Om te beginnen met formele aspecten: Cliteur heeft nooit contact of dialoog gezocht met Abu Zayd. Hij spreekt niet met hem, hij schrijft over zijn Leidse collega. Een subject wordt tot object gemaakt. Mohammed Arkoun, de Parijse hoogleraar Arabisch zegt: “De islam is geen uitdaging van het andere, geen bron van reflectie, geen gesprekspartner, geen samenwerkingspartner voor de Europeaan, het blijft deze derde persoon, het object waarover men spreekt, dat men onder de microscoop legt, reïficeert, opblaast of banaliseert tot er en ideologisch monster overblijft […] “[4]

Arkoun heeft het hier niet eens over een mens, hij heeft het over de islam, die hij graag als gesprekspartner behandeld zou willen zien. Maar Abu Zayd is eens mens en een wetenschapper die van Cliteur tot belachelijk en verachtelijk object wordt gemaakt. Cliteur baseert zijn kritiek op één boek van Abu Zayd. Hij noemt Abu Zayd een balling, maar vertelt er niet bij, dat Abu Zayd professor is in Leiden, en zelfs Cleveringa-hoogleraar was. Het verzwijgen van deze relevante context-informatie heeft een beledigend karakter, te meer omdat Cliteur Abu Zayd de wetenschappelijke competentie meent te kunnen ontzeggen. Het is bijna komisch te noemen, dat Cliteur zich achter de veroordeling van de fundamentalisten stelt, en deze inzake Abu Zayd gelijk geeft. Daarmee geeft Cliteur zichelf als fundamentalist – verlichtingsfundamentalist- te kennen. Mohammed Arkouns opmerking over fundamentalistische intellectuelen treft ook Cliteur: “[…] elke verwijzing naar de leer van de geschapen koran [wordt] krachtig verworpen door de huidige bewakers van de ‘orthodoxie’.  Heel wat intellectuelen zijn medeverantwoordelijk voor deze verwerping omdat ze geen theoretisch belang zien in de modernisering van het islamitische denken en de heropening van het zeer rijke theologische en antropologische debat.”[5]

 


[1] God houdt niet van vrijzinnigheid , In: Civis mundi; vol. 41 (2002), afl. 4, en When in Rome, do as the Romans do In: Civis mundi; vol. 42 (2003), afl. 1.

[2] Wie is die vrolijke ketter? In: Brieven van een Pers, p. 227.

[3] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 14.

[4] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 13.

[5] Bolkestein en Arkoun: Islam en de democratie, 1994, p. 38.

 

———————————————————————————————————————

Paul Scheffer en Hans Jansen over Nasr Abu Zayd

 

Vandaag schrijft Hans Jansen weer over Nasr Abu Zayd ( zie ook mijn vorige Jansen/Abu Zayd blog). Hij haalt Paul Scheffer aan, die in Het land van aankomst schrijft over Nasr Abu Zayd.

Hans Jansen:  ”Scheffer heeft gemerkt dat deze man [Abu Zayd] zijn weldoeners en asielverleners in zijn geschriften regelmatig als ‘de vijand’ aanduidt. Niet de moslimactivisten die hem wegens vermeende afvalligheid van de islam naar het leven staan zijn voor Abu-Zayd de vijand, maar degenen die hem toevlucht verschaffen.”

Scheffer geeft in Het land van aankomst geen paginanummers voor de door hem gebruikte citaten, maar ik heb een passage gevonden in het boek “Vernieuwing in het islamitisch denken”, die vermoedelijk bedoelt is. Ik citeer hier de hele passage, zoadat iedereen zich ervan kan overtuigen of dit de bewijs is dat Abu Zayd “de niet-moslims als de vijand [blijft] beschouwen” zoals Jansen schrijft.

Mij, niet-moslim, beschouwt Abu Zayd in ieder geval niet als vijand.

Ik zal in een  vervolg-blog ingaan op de door Abu Zayd voorgestelde vernieuwing van het islamitisch denken.

Als met citaten wordt gesmeten, en bovendien niet eens wordt vermeld waar deze citaten vandaan komen, lijkt het me belangrijk even eerst te beginnen de tekst goed te lezen die bedoeld wordt:

Abu Zayd: “De culturele uitdaging waarmee onze islamitische gemeen­schap zeven eeuwen geleden geconfronteerd werd heeft de wij­ze bepaald waarop de geleerden schreven en compileerden; zij verzamelden alles wat in engere of ruimere zin met de Tekst ver­band hield onder de noemer van koranwetenschappen. De uit­daging waarmee wij vandaag geconfronteerd worden, vereist dat wij een andere weg inslaan. Vandaag is ons probleem niet meer dat wij ons erfgoed voor de ondergang of onze cultuur voor versplintering moeten behoeden. Al is dat een probleem dat altijd voor alle gemeenschappen belangrijk is, toch zijn we van mening dat het op dit moment, waarop het bestaan zelf be­dreigd wordt, niet het allerbelangrijkste probleem is. Niemand kan de ogen sluiten voor het verbond van de externe vijand, be­lichaamd in het wereldimperialisme en het Israëlische zionis­me, met de reactionaire krachten die in het binnenland de heer­schappij voeren. En zo zijn wij vandaag in de situatie terechtge­komen dat wij zelf ons eigen voortbestaan moeten verdedigen, nu de vijand er vrijwel in geslaagd is door onze gelederen heen te breken om voor eens en voor altijd te proberen ons van ons ware bewustzijn te beroven en het door middel van zijn culture­le instellingen en media te vervangen door een vals bewustzijn dat moet bewerkstelligen dat wij ons uiteindelijk bij zijn bedoe­lingen met ons neerleggen en ons volledig onderwerpen. De schriftgeleerden in het verleden hebben de uitdaging aangeno­men waarmee zij geconfronteerd werden en zij zijn er tot op ze­kere hoogte in geslaagd het erfgoed voor teloorgang te behoe­den. Het erfgoed dat zij hebben bewaard had niettemin een re­actionair karakter, zoals we eerder hebben aangeduid. [p.59]

Wat zouden wij nu als wetenschappers moeten doen om de uitdaging van tegenwoordig aan te kunnen? Op deze vraag zijn ongetwijfeld verschillende antwoorden mogelijk, omdat weten­schappers verschillende visies hebben op de werkelijkheid waarin wij leven, met al haar invloeden en conflicten. Zij heb­ben immers ook verschillende, uit hun eigen opvattingen en prioriteiten voortvloeiende, visies op de problemen, de dilem­ma’s en de structurering van onze werkelijkheid. Sommigen bij­voorbeeld denken dat onze ware redding te vinden is in de te­rugkeer naar de islam onder toepassing van zijn voorschriften en door de islam ons gehele economische, sociale en politieke leven tot in de kleinste details van het individuele en maat­schappelijke bestaan te laten beheersen. [...] Tegenover het tegenwoordige religieuze discours staat de stroming van de vernieuwing. Dat is een stroming die vindt dat wij van de ouden niet alles klakkeloos kunnen overnemen. De ouden leefden immers in hun tijd, waarin zij hun mening vormden, de basis legden voor allerlei wetenschappen, een be­schaving stichtten, een filosofie samenstelden en een denkwijze vormgaven. De som van dit alles is het erfgoed dat zij ons nage­laten hebben. Het is een erfgoed dat nog steeds deel uitmaakt van ons bewustzijn en dat bewust of onbewust invloed op ons gedrag heeft. Wij kunnen dit erfgoed niet buiten beschouwing laten, maar wij kunnen het evenmin aanvaarden zoals het is; wij moeten het opnieuw vormgeven, afstand nemen van wat niet meer bij onze tijd past, de positieve kanten ervan bevestigen en het opnieuw vormgeven in een taal die bij onze tijd past. Deze vernieuwing is onontkoombaar als we onze huidige crisis te bo­ven willen komen. Zij verbindt namelijk onze oorsprong met het heden en het nieuwe met het overgeërfde [...]  “

“Zijn weldoneres en asielverleners” valt Abu Zayd hier niet aan, zoals Jansen beweert.
Hij verzet zich tegen imperialisme en zionisme, net als vele Westerse intellectuelen.

———————————————————————————————————————

Verlichting in het Islamitisch denken: Nasr Abu Zayd

 

Nasr Abu Zayd heeft veel geschreven over verlichting en Islam. Zijn meest recente tekst Reformation of Islamic thought (2006)  is op internet te vinden, net als zijn Leidse oratie als Cleveringa-hoogleraar The Qur’an : God and man in communication. Verder is in de laatste jaren nog verschenen Rethinking the Qu’ran (2004) . Eind augustus schreef Abu Zayd een artikel in de Volkskrant “De gematigde islam bestaat niet alleen, maar wint ook aan invloed”.

Abu Zayd gaat vrij ver in zijn kritiek op de islam, veel verder dan andere liberale moslims:
“Er zijn bijvoorbeeld li­berale islamistische intellectuelen, die een vorm van civil society en dus ook van de­mocratie bepleiten, binnen de context van een politieke islam. Waar zij vooral voor terugschuwen is de scheiding van staat en religie, dus een seculiere maatschappij, omdat het Arabische begrip almaniah (secularisme), lange tijd met atheïsme is geas­socieerd. Mijns inziens is secularisme in de zin van de scheiding tussen kerk en staat noodzakelijk voor de opbouw van een civil society, en moet dus ook het meer libera­le islamisme worden bekritiseerd. [Dit slaat bijvoorbeeld ook als kritiek op Tariq Ramadan, M.T]“

Abu Zayd keert zich tegen een orthodoxe interpretatie van de islam, en probeert aan te tonen dat de islam ook andere denkers dan orthodoxe heeft gekend:
“De koran is Gods woord. Alle moslims hebben dit door de eeuwen heen onder­schreven. De discussie ging over de kwestie of de koran eeuwig was, of tijdelijk en geschapen. Dit leidde tot hevige debatten en zelfs tot de vervolging van de aanhan­gers van één van beide posities. De orthodoxe notie van een eeuwige koran leidt er automatisch toe dat de letterlijke betekenis van de tekst de enige ware is. Deze na­druk op de onfeilbaarheid van de heilige tekst is de logische conclusie uit het idee dat de tekst de precieze, woordelijke uitdrukking is van de absolute goddelijke wer­kelijkheid. En terwijl dit idee binnen het christendom als een extremistische doctri­ne werd gezien, omdat de theologie daar gebaseerd was op vier verschillende evange­liën, is het in de islamitische theologie altijd de meest gangbare leer geweest [...] . Deze intellectuele strijd tussen islamitische theologen over de precie­ze aard van de koran werd uiteindelijk beslecht in het voordeel van de orthodoxen tegenover de heterodoxen.”

Zelf is Abu Zayd een “heterodoxe” islamitische denker.
“Andere [niet-orthodoxe] scholen in de geschiedenis van het islamitische denken, die een meer rationele interpretatie van de islam voorstonden, zijn steeds meer terzijde geschoven. De orthodoxe theologie is de algemene politieke ideologie geworden van de meeste moslimstaten, enkel en alleen omdat ze gehoorzaamheid als een religieuze plicht ziet en politieke leiders graag wor­den gezien als de representanten van Gods gezag op aarde. “

De koraninterpretatie die Abu Zayd afwijst omschrijft hij als volgt:
“Aangezien verzet tegen intellectueel absolutisme een belangrijke bedreiging vormt voor politieke dictaturen, probeert men in de islamitische wereld nog altijd om de waarde van vrijheid te ondermijnen door religie als haar tegenstander voor te stellen. Daarom worden begrippen als gedachtenvrijheid, secularisme en Verlichting tot ‘sa­tanische’ begrippen bestempeld. Omdat deze begrippen bovendien allemaal pro­ducten van de westerse cultuur en Europese beschaving zijn, wordt gesuggereerd dat ze de essentiële kenmerken van de islamitische cultuur en beschaving tegenspreken. Daarom moeten ze worden afgewezen, opdat de moslims hun eigen identiteit niet verliezen, en niet alleen voor altijd gedomineerd zullen worden door hun historische vijanden, maar ook cultureel aan hen vastgeklonken zullen zijn. Om de gewone moslims ervan te overtuigen dat er geen enkele uitweg is behalve het vasthouden aan de zuivere islamitische identiteit, wordt de koran gebruikt en uitgelegd als de enige bron van Licht en daarmee ook als de enige bron van Verlichting.”

Dit wijst Abu Zayd af.

Verder legt Abu Zayd uit dat de islam zowel een historische als ook een universele dimensie heeft, die hij als volgt omschrijft:
“De is­lam heeft, net als elke andere godsdienst, meer dan één dimensie. De eerste is de his­torische dimensie, die haar specifieke leer over geloof, ethiek en vroomheid ontleent aan de context van de zevende eeuw. De tweede dimensie is universeler en vertegen­woordigt meer algemeen-menselijke, in zekere zin: verlichte, waarden, die tijd en plaats overstijgen. Deze twee dimensies van de islam zijn telkens onderwerp van dis­cussie geweest.

De historische dimensie wordt door met name rechtsgeleerden als de meest wezenlijke beschouwd, omdat zij met de realiteit, met het handelen van indi­viduen in de maatschappij te maken hebben, en ze er aldus toekwamen de meest wezenlijke doelstellingen van de islam uit de rechtspraktijk af te leiden. Via hun in­ductieve methode leidden zij de volgens hen vijf meest wezenlijke doelstellingen van de islam af: bescherming van het leven, van het nageslacht, van eigendom, van de geestelijke gezondheid, en van de godsdienst. Het is niet moeilijk in te zien dat deze vijf doelstellingen hoofdzakelijk afgeleid zijn uit het islamitisch strafrecht. De eerste is afgeleid uit de straf op moord, omdat vergelding volgens de koran in feite de bescherming van het leven beoogt (koran n, 178-179). De tweede doelstelling is afgeleid uit de straf op overspel. De derde doel­stelling houdt niets anders in dan de straf op diefstal: het afhakken van de handen van de dief. De vierde doelstelling heeft te maken met het verbod op alcohol. In de koran wordt weliswaar geen straf voor alcoholgebruik genoemd maar dit is later ­na de dood van de profeet – wel strafbaar gesteld. De bescherming van de gods­dienst is een principe dat afgeleid lijkt uit de doodstraf op godsdienstige afvalligheid, die later aan de traditie is toegevoegd. Deze straf werd uitgevonden door de rechtsgeleerden: in de koran wordt geen wereldlijke straf genoemd voor hen die de islam de rug toekeren nadat zij zich er eerst toe hadden bekeerd. De doodstraf werd ingevoerd om hoofdzakelijk politieke redenen, toen de bescherming van politiek ge­zag werd gelijkgesteld aan die van de islam.

Een andere lezing van de islamitische heilige teksten zou andere, meer universele doelstellingen van de islam opleveren. Ten eerste zou men dan zeggen dat de leer van de ene transcendente God tegenover het polytheïsme en tegenover de verering van  idolen, als voortbrengselen van de mensen zelf, bedoeld was om de mensen te be­vrijden van het heidendom en om de weg te openen naar rationaliteit. Het tweede doel zou volgens deze lezing het ontstaan van een gemeenschap van gelovigen zijn die niet langer op stamverbanden was gebaseerd. Het derde zou de vestiging zijn van rationeel menselijk gedrag in plaats [...] onwetendheid [...] . Onwetendheid in die zin, dat iemand zo onderdanig is tegenover de gedragscode die door de stam is opgelegd, dat hij niet kan handelen naar menselijk rationeel be­grip. De islam introduceerde dus rationeel gedrag om [onwetendheid] te vervangen. Ten vierde zou men vanuit deze interpretatie zeggen dat het erom gaat dat sociale recht­vaardigheid in de gemeenschap der gelovigen totstandkomt, wat in de historische context van de vroege islam door het geven van aalmoezen werd bewerkstelligd. Het vijfde doel zou volgens deze optiek het ontwikkelen van menselijk rationeel denken zijn, van reflectie in plaats van het blindelings navolgen van tradities uit het verle­den.

Abu Zayd is een voorstander van het kritisch denken:
“1. kritische kennis behoort de traditie niet klakkeloos na te volgen, omdat dit een onkritische omgang met de doctrines van een school en zijn tradities is die als onge­wenst wordt beschouwd. Deze kritiek op het traditionalisme was natuurlijk gericht tegen de orthodoxe school binnen de theologie, die de letterlijke interpretatie van de hele koran verdedigde. De adepten van deze school meenden zelfs dat al Gods ei­genschappen, alle eschatologische beelden, zelfs het idee dat God door mensenogen gezien zal worden, deel uitmaken van de letterlijk bestaande werkelijkheid. 2. traditionalisme en de letterlijke interpretatie van de heilige teksten die daaruit volgt is geen religieuze plicht; het is zelfs de verzaking van die plicht. God heeft het juist tot een mensenplicht gemaakt om ware kennis te verwerven, en dat is onmoge­lijk als men een traditie onkritisch navolgt. Elke vorm van traditionalisme impli­ceert dat er fouten worden gemaakt, omdat er slechts twee mogelijkheden zijn: of men volgt alle tradities na, ongeacht hoe contradictoir die zijn, of men kiest voor een bepaalde traditie en verwerpt daarmee een andere. Echter, als men een keuze maakt kan men er nooit zeker van zijn dat het de goede was, omdat daar geen enkel criterium voor is. Zelfs God vraagt niet om blinde navolging van zijn boodschap, hij bewijst die via de rede en via wonderen.
3. ten derde moet het idee van consensus of van de waarheid van de toevallige mening van de meerderheid verworpen worden, omdat die niet van zichzelf waar hoeft te zijn. Mohammeds volgelingen waren bijvoorbeeld in de minderheid toen de islam net ontstond en toch is hun overtuiging de ware. Noch het gezag van de meerderheid, noch dat van een of ander traditionalisme kan de redelijkheid van conformering aan een traditie garanderen . “
(citaten uit:  Abu Zayd, Verlichting in het Islamitisch denken, in Krisis, Tijdschrift voor Filosofie, 74, 1999)

Abu Zayd baseert zich sterk op de rationalistische Islamitische filososoof Ibn Rushd (Averroes), op de Westerse hermeneutische traditie en op de Duitse filosoof Habermas. Ik wil nog even opmerken dat dit, bij alle respect voor Abu Zayd, niet samenvalt met mijn eigen positie, die ik als veel minder rationalistisch zou willen omschrijven.
Maar dat maakt niet uit, Nasr Abu Zayd is voor mij een zeer interessante dialoogpartner.

Nasr Abu Zayd heeft zich uitgebreid bezig gehouden met de hermeneutiek; moderne tekstinterpretatie dus.

In zijn boek Het heilig vuur,Over de strijd tussen jodendom, christendom en islam schrijft Peter Sloterdijk indringend over de noodzaak tot vernieuwing in de monotheïstische religies. For Sloterdijk is de hermeneutiek een belangrijk middel om de religie te verzachten en “meerwaardig denken” aan te moedigen. [Meerwaardig denken is het tegenovergestelde van zwart/wit denken of dogmatisch denken] .

Sloterdijk:

“De vormen van hermeneutiek, zoals die in de omgang met de heilige geschriften ontwikkeld worden, kunnen eveneens gelden als leerschool voor meerwaardig denken. Dit komt vooral door de omstandigheid dat de beroepsmatige schriftuitleggers zich met een gevaarlijk alternatief geconfronteerd zien. Het handwerk van het interpreteren vraagt uit zichzelf alom derde wegen, want zo­dra het goed en wel begonnen is, komt het voor de onaanvaardbare keuze te staan om de goddelijke boodschap ofwel te goed, ofwel te slecht te begrijpen. Beide opties zouden noodlottige consequenties met zich meebrengen. Zou de uitlegger het heilige boek zo goed begrijpen als alleen de schrijver dat zou kunnen, dan zou hij de in­druk wekken God op de schouder te willen kloppen en verklaren het geheel met hem eens te zijn -een pretentie die de hoeders van heilige tradities niet bepaald appreciëren. Zou hij het daarentegen in strijd met de consensus begrijpen, of sterker nog het boek vol­strekt duister of onzinnig vinden, dan zou er wel eens demonische verstoktheid in het spel kunnen zijn. In beide gevallen voldoet de uitlegger niet aan de norm en stelt hij zich bloot aan de reactie van de orthodoxie, die zoals bekend nooit kleinzerig was wanneer het erop aankwam ketters te laten zien wat de grenzen zijn. De religi­euze hermeneutiek is dan ook a priori op het tussengebied tussen twee vormen van godslastering aangewezen en moet zich daar in evenwicht zien te houden. In geen andere situatie is er een beter motief om voor een derde mogelijkheid te kiezen. Als je niet zo­danig met de bedoelingen van de schrijver mag versmelten dat je de indruk wekt hem beter te begrijpen dan hij zichzelf bij het dic­teren van de tekst begreep, maar ook zijn boodschap niet zo mag miskennen alsof hij een vreemde was die ons niets te zeggen heeft, dan is het uitwijken naar een middenpositie voorspelbaar. Het tus­senrijk van de uitlegging is de vertrouwde omgeving voor het zoe­ken naar een juist begrip van de heilige tekens; principiële onvol­maaktheid biedt voor zulk begrip alle kans. Ik hoef niet omstandig uit te leggen dat deze arbeid in de schemering van een altijd slechts gedeeltelijk onthulde betekenis bij uitstek geschikt is om het extre­misme te breken “( p 112/113)

 

Maria Trepp

 

 

maandag, 19 maart 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

7 Crisis overlevingstips #WOT 11

In overleven, vooroordelen, nadenken, crisis, creativiteit, onbewust, tips, wot, de, en meer.
Ik zie regelmatig lijstjes met tips voorbijkomen. Klaarblijkelijk zijn die lijstjes met tips erg populair. Elke keer als ik weer zo’n lijst heb doorgelezen, denk ik vaak: ‘Ja, dat had ik ook wel kunnen bedenken’. En op de een of andere manier bedenk ik ze toch nooit. Veel tips klinken als gezond verstand, maar mensen (ik) hebben moeite naar hun eigen gezonde verstand te luisteren. De tip van een ander klinkt vaak slimmer dan die van jezelf. In mijn ‘7 crisis-overlevingstips’ geef ik meteen toe dat ik niets van deze tips zelf heb bedacht. Wat zijn mijn ‘7 crisis-overlevingstips’?

Tip 1: Durf anti-cyclisch te denken
Klinkt niet heel erg eenvoudig, maar Guido Thys ziet hier toch de beste overlevingstip in. Investeer tijdens slechte tijden en spaar tijdens goede tijden. Deze tip doet me meteen denken aan mijn eerste economieles over de varkenscyclus; dat was inderdaad een heldere les. De varkenscyclus vertelt u precies waarom deze tip van levensbelang is. Wat is die varkenscyclus? Als varkensfokkers massaal gaan uitbreiden, omdat de prijs van varkens hoog ligt, duurt het een tijdje voordat al die varkentjes geboren en opgegroeid zijn. Als die varkentjes dan eindelijk op de markt verschijnen, zal de prijs door het hoge aanbod kelderen. Met als gevolg dat de varkensfokkers massaal kippen gaan fokken, waardoor er na een tijdje weer weinig varkens op de markt zijn, de prijs weer stijgt en nieuwe varkensfokkers massaal gaan uitbreiden. En als je het fokken van varkens niet zo ziet zitten, is wellicht de volgende investering de moeite waard: een nieuw model spaarvarken voor betere tijden.

Lees hier verder over Guido’s 5 overlevingstips

Tip 2: Ophouden met het gezeur
Niet erover praten maar handjes uit de mouwen! Dat is pas een prikkelende tip van Bouke te Pas. Volgens Bouke zorgt negatieve taal ervoor dat we onze handen in onze mouwen laten zitten en niet aan de gang gaan.  Ik begrijp best wel dat we ons niet onnodig in de put moeten praten, maar als we ophouden over de crisis te praten, verdwijnt hij dan vanzelf? Dat is toch niet wat Bouke bedoelt. Bouke geeft de tip de crisis als kans te benutten; doe het rustiger aan. Als ik hier goed over nadenk, voel ik toch wat tweestrijd in me op borrelen. Rustig mijn handjes uit de mouwen steken dan maar? Dat is pas een wijze tip.


Tip 3: Trek de broekriem aan
Deze tip is van geheel andere orde en lijkt strijdig met tip 1. Toch is dat niet zo, want deze tip vertelt u hoe u gezond én zuinig kunt koken. Dus zie dat als een investeren in jezelf. Of in je boekenplank, want voor de juiste uitvoering van deze tip moet je een crisis-kookboek aanschaffen. Of nog simpeler: ‘geen vlees meer eten en de kruimels van tafel vegen en in een kom verzamelen’. Ondanks dat deze tip wel wat zuinig overkomt, bevat deze tip veel gezond verstand. Niet goedkoper gaan eten maar gezonder gaan eten. Ik neem hem graag in mijn lijstje over. Leuk detail: deze tip is zeer populair in Griekenland, de crisiskookboeken gaan als hete broodjes over de toonplank.

Lees hier de tip vanInnofood

Tip 4: Lees geen overlevingstips
Een vreemde eend in de bijt van de overlevingstips, want deze tip adviseert je toch vooral je eigen gezonde verstand te gebruiken. Wat zeer handig is van deze tip is dat hij stiekem toch verwijst naar al die tips die je niet zou moeten lezen. Ben je nieuwsgierig naar welke tips ik allemaal niet noem, dan moet je deze link volgen. En wellicht kom je tot de ontdekking dat er veel waarheid in deze tip zit. Maar dan heb je dat inzicht toch maar mooi zelf verworven!

       
Tip 5: Wees creatief
Wederom een zeer goede gezond verstand tip. Maar om creatief te kunnen zijn moet je weten wat creativiteit is. Een goede uitlegger van creativiteit is John Cleese. Creativiteit heeft alles te maken met het niet bewust nadenken over een probleem. Op een bepaalde manier zijn de eerste 4 tips slechts een voorbereiding op deze tip. Als ik naar John Cleese luister, brengt het wel de vraag naar voren wie er gezelschap in je geest houdt als je niet-bewust nadenkt en je je meest creatieve ideeën geeft.  Ergens gebruikt John Cleese in zijn speech het symbool van een schildpad. Ik kon het niet helpen, maar mijn gedachten dwaalden af naar de schildpad die volgens een zeer oude gedachte de aarde zou dragen. De schildpad was het creatieve antwoord op de vraag waarom de aarde niet naar beneden valt. De aarde valt niet naar beneden omdat hij op de rug van een schildpad wordt gedragen. Logisch toch?

Kijk hier naar despeech die John Cleese over creativiteit geeft

Tip 6: Denk gezond na
Na het anders denken, niet denken maar doen, zuinig denken en onbewust denken een heldere tip. Gebruik je gezonde verstand! Want het gebrek aan gezond verstand heeft ons deze crisis gebracht. Tenminste, dat doet onze deze tipgever beloven. Volgens hem is gezond verstand het medicijn dat ons geneest van alle crisissen,  die van vandaag en die van de toekomst. Als ik hier ongezond over nadenk, dan realiseer me echter meteen dat gezond verstand juist dat verstand is waar je niet al te lang over na hoeft te denken. Al die tips zijn toch wel erg verwarrend.


Tip 7: Onderzoek je vooroordelen
En hier ben ik bij een tip aanbeland waar je wel echt zelf over na moet denken. Gezond verstand, onbewust denken, anders denken brengen het nieuwe maar staan onvoldoende stil bij het oude. Welke vooroordelen hebben je tot nog toe geregeerd? En hoe hebben die bijdragen aan de huidige crisis. De constatering dat een crisis een ramp wordt, als we erop reageren met voorgevormde oordelen, met vooroordelen dus, is een tip die alle tips om zeep helpt. Want hoe kan je een tip in stand houden en tegelijkertijd je vooroordelen weggooien. Een prachtige paradox! Want hoe zet ik dit inzicht om in een tip zonder dat het een nieuw vooroordeel wordt?

Ik kan het toch niet nalaten om paradoxaal af te sluiten met een leestip. Lees Between past and future van Hannah Arendt, over het inzicht over de crisis als fenomeen.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord crisis. *Crisis is het omslagpunt, waarbij de conjunctuurgolf een neerwaartse beweging maakt. Daarom wordt dit punt ook wel een recessiepunt genoemd. (korte) Periode van ernstige ontwrichting van het staatkundig, sociaal-economisch en/of cultureel leven.

zondag, 18 maart 2012

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Reizigers-zelfbestuur

In uncategorized, eten, hart, maart, nederlands, nederlandse spoorwegen, bedrijf, belangrijk, boek, en meer.
De man in de advertentie in Spoor, het kwartaalblad van Nederlands grootste openbaar vervoers-maatschappij, zit er heel relaxed bij op bladzijde 25 van het eerste nummer van 2012. In een luxe eerste klas stoel leest hij in het gratis boekenweekgeschenk van Tom Lanoye. Er zit niemand tegenover of naast hem en er staat een tafeltje dat ik nog nooit in een trein heb gezien! Al met al een aanlokkelijk beeld als aankondiging van de gratis-reizen-zondag op 18 maart, in samenwerking met de jaarlijkse boekenweek:
Koop een boek, daarbij krijgt u een boekje als geschenk en de spoorwegen bieden u een dag gratis treinen omdat het zo lekker leest in de trein. Toch?
Dit concept werkt al jaren zo en al even zoveel jaren is het zo belachelijk druk op die dag, dat je met een beetje pech je hele treinreis opgepakt in nauwe gangen moet staan. Nogal het tegenovergestelde van het aanlokkelijk beeld van de man in die eerste klas coupé  De Nederlandse Spoorwegen zit duidelijk op een vreemd spoor; ze bieden via de boekenweek een gratis reisdag aan en faciliteren dat vervolgens niet; je kan instappen, dat lukt meestal nog wel, maar zitten, laat staan zittend lezen? Kleine kans!

Hoewel gewapend met een vrij reizen-kaartje-eerste-klas gebeurde er wat ik al vreesde: de hele eerste klas coupé puilde net zo uit van de vele reizigers als de rest van de trein.

Het was een ongemakkelijk situatie: ík had een voordeelkaartje eerste klas, maar moest ik dan iemand met een voordeelboekje tweede klas er uit jagen?
Zover kwam het gelukkig niet, omdat iemand opstond, die er op het volgende station uit wilde en vond dat hij de laatste 15 minuten wel kon staan.
In de coupé heerste een soort stemming van daar-komen-we-met-elkaar-wel-uit; als tevreden reizigers, deelden we verhalen, pepermuntjes en chocola.
0p de achtgrond dreigde nog wel de komst van de conducteur, die roet in het eten zou kunnen strooien. Tenslotte zaten veel reizigers op een onbetaalde eerste klas stoel.

De kaartjesknipmevrouw kwam, zag en overwon! Ze controleerde alle kaartjes en vertelde alle gratis-boekenweekgeschenk-reizigers dat ze onterecht een zitplaats bezetten in de eerste klas, dat dat niet mocht en dat ze op de eventuele terugweg echt 2de klas moesten reizen. Maar ze bood ook min of meer haar excuus aan; ze was erg ongelukkig met het tekort aan wagons, waardoor ze eigenlijk mensen de al overvolle tweedeklas gangen in moest sturen. Toen ik haar vroeg of ze bij haar werkgever gehoor vond voor haar klacht, haalde ze haar schouders op; ze was al lang niet meer trots op het bedrijf waar ze al 12,5 jaar bij werkte. Van haar mocht iedereen blijven zitten.
In de geven omstandigheden was dat een heel adequate oplossing, waaruit weer blijkt hoe belangrijk het is als werknemers kunnen omgaan met lastige situaties en dat ook (mogen) doen.
Aan het eindpunt van de reis wenste de treincoach ons via de intercom nog een prettige dag, ondanks het ongemak tijdens de treinreis.
Een dame met hart voor de zaak, maar ook handelend als hart ván de zaak.

Dus hierbij een gratis advies voor onze spoorwegen:
Reizigers-zelfbestuur onder begeleiding van adequate medewerkers.
Misschien is er dan hoop voor de Nederlandse Spoorwegen!


Ineke M. Verdoner

De leespagina van de ns
Muziek van Ernst Reijseger, als verwant van de Reiziger

Heaven On Earth

dinsdag, 13 maart 2012

Thijs de la Court

Thijs de la Court

Linkedin Twitter

Salderen, zonne-energie en een appelboom

In beperking, capaciteit, decentraal, discussie, duurzaam, duurzaamheid, duurzame energie, economie, energie, en meer.



Energiebelasting voor de opwekking vanaf je zonnepanelen of windolen is een enorme rem op een ontwikkeling van onze duurzame toekomst. De laatste maand ben ik heel intensief betrokken bij de lobby voor het afschaffen van die belasting. Interessant daarbij is dat er een scala aan mogelijkheden bestaat om dat te doen. Sommigen beter dan anderen. En hoe toets je die mogelijkheden eigenlijk? Volgens mij aan een aantal basisprincipes. Ik noem er een paar.

De consument wordt ook producent: Nou, dat klinkt simpel! Natuurlijk. Als je een zonnepaneel op je dak zet, of je zet ze gezamenlijk op een voormalige vuilstort of gemeentelijk dak, dan wordt je naast consument ook producent. Toch is dit niet altijd zo helder. In sommige voorstellen stellen de energieleveranciers voor dat je de elektriciteit altijd verkoopt aan een leverancier of handelaar. Vervolgens koop je die energie weer in. Dat willen energiebedrijven natuurlijk heel graag. Die willen niet dat de consumenten ook producenten worden. Ja, het mag tot de salderingsgrens van 5000 kWh, dus ongeveer je eigen verbruik. Maar ook dat vinden ze niet zo goed. Op de langere termijn willen ze dat af gaan schaffen.

Lokale en collectieve duurzame energie productie wordt gestimuleerd: Ja, dat klinkt ook wel logisch. Natuurlijk moeten we onze voormalige vuilstort, ons gemeentehuis of onze gymzalen vol leggen. Liefst met enkele megawatts aan capaciteit. Misschien nog enkele windmolens erbij. En dat in gemeenschappelijk bezit, via een cooperatieve vereniging. Dat is voor lang niet iedereen erg logisch. In een aantal voorstellen wordt een grens voorgesteld van bv. 100.000 kWh. Dat is de hoeveelheid energie die voor zo’n 25 huishoudens (hebben ze geen warmtepomp) gebruikelijk is. Maar dat is toch vreemd? Want waarom zouden we niet een stevige zonnecentrale mogen bouwen en die collectief als ons eigen productiesysteem mogen gebruiken? Nu, hier zitten ook de leveranciers tussen. Want voor hun is een dergelijk systeem concurrentie. Ze willen kleinere systemen best een stevig voordeel geven, maar het moet niet te veel van het goede worden.

Het is logisch ook voor grote collectieve systemen energiebelasting vrij te stellen: Natuurlijk, zoals ik hierboven stelde hoeft een groot systeem geen beperking te leveren. Ja, er is wel een subsidie van het Rijk, de SDE+. Maar het is absoluut gokken of je systeem daarvoor in aanmerking komt, en het is toch wonderlijk om een subsidie te vragen voor iets wat eigenlijk zonder subsidie zou moeten kunnen draaien? Dan spreken we gewoon af dat voor grotere collectieve systemen geen SDE+ beschikbaar is, maar wel de energiebelasting er af gaat. Nou, dat vindt het Rijk niet zo eenvoudig. Want stel je voor dat het systeem succesvol is! Dan komen er minder belastinggelden binnen. Overigens… het Rijk krijgt dan wel meer BTW binnen en ook de werkgelegenheid groeit, regionale economie wordt versterkt en innovatie neemt toe. Maar van dit kabinet moeten we begrotingsdiscipline toepassen, hetgeen vooral betekent dat je je probleem (minder inkomsten) binnen dezelfde kolom (energiebelasting) moet oplossen. Beetje vreemd, want duurzaamheid bekijk je altijd integraal. Toch zou het nog wel kunnen door de grenzen van het middenverbruik (laag belastingtarief) ietsjes op te schuiven. Middengebruikers en grootgebruikers gaan dan iets meer betalen.

Je moet wel een grens stellen, waarschijnlijk een geografische: De begrenzing van je systeem is wel belangrijk, uiteindelijk. Want duurzame energie is in de meeste gevallen ook decentraal opgewekt. Je wilt eigenlijk vooral een stimulans van die lokaal opgewerkte energie. En niet in bijvoorbeeld bijstook van biomassa in kolencentrales, hoewel sommigen dat ook duurzaam noemen. En grootschalige windenergie op zee, vraagt enorme investeringen (o.a. voor het net) en de vraag is of je die collectief wilt doen. Het is een lastig onderwerp, maar het principe dat je lokaal moet produceren wat je kan en dat de stimulans ook op die geografische begrenzing moet liggen lijkt helder. Wat is die begrenzing dan? Ik weet het niet. In Lochem kiezen we voor de gemeentegrens, maar dat is makkelijk… want we hebben een groot buitengebied. Misschien moet je de regio nemen waarin je woont en geeft dat voldoende speelruimte. Ik ben benieuwd naar commentaar.

De appelboom en haar boomgaard: Bij energiebelasting wordt wel het voorbeeld van het kropje sla gebruikt om uit te leggen dat energiebelasting voor lokale duurzame opwekking onzinnig is. Immers, je betaalt geen belasting over je kropje sla uit je achtertuin, noch uit je volkstuin. Om het beeld een beetje te verrijken gebruik ik de appelboom. Ik doe dat, omdat ik zie dat de energiebedrijven het monopolie willen over de handel in energie. Dat is vreemd. Want als ik een appelboom in mijn achtertuin heb, dan is het vanzelfsprekend dat ik zelf de appels kan eten. En als ik met vrienden een grote boomgaard koop, dan kan ik zonder meer ook mijn eigen appels blijven eten uit die boomgaard. Geen mens die me dan wil belasten. Wat de energiebedrijven (EnergieNederland) voorstellen is om alle appels in te leveren bij hun. Zij gaan vervolgens die appels weer verkopen. Wat doe je dan met energiebelasting? Een voorstel is om dan te regelen dat je over de appels uit de boomgaard die van jou zijn, je eerst wel belasting betaalt, maar later terug krijgt via de fiscus.

In de lobby rond energiebelasting kom je deze discussie nu tegen. Misschien hebben die handelaren in elektronen wel gelijk. Maar ik vind het vreemd, dat de lokale consument ook niet lokale producent mag worden en zelf, bijvoorbeeld via haar coöperatieve vereniging, de handel gaat organiseren. “Ja”, zegt de tussenhandelaar, maar ik zorg ervoor dat die handelsstroom goed gereguleerd wordt, programmaverantwoordelijkheid heet dat. Dus de zorg dat er altijd genoeg elektriciteit van voldoende stabiliteit op het net is. Hoewel dat natuurlijk ‘waar’ is, wantrouw ik de handelaar die mij afhankelijk maakt van zijn product en mij vertelt dat hij de enige is die ervoor kan zorgen dat ik zeker ben van voldoende aanvoer. 

En zo kom ik van salderen, belasting betalen, zonne-energie op de appelboom en de macht van de handelaar. Heb ik de essentie nu te pakken?

maandag, 12 maart 2012

Lennart Huizing

Lennart Huizing

Twitter Flickr

Stemmen via internet. Slecht slecht slecht slecht!

In internet, stemmen, technologie, verkiezingen, congres, eten, groenlinks, gewoon, idee.

Zou wel lekker makkelijk zijn. Stemmen via internet. Gewoon, vanaf kantoor even je stemformulier invulen, op 'stem' klikken en klaar is Kees. Maar ik wil toch even roet in het eten gooien, met als aanleiding het filmpje op Slashdot.org over internetstemmen met Prof. Halderman. Via internet kun je een boel, maar verkiezingen horen hier niet thuis. Het is onmogelijk om online een verkiezing te organiseren die geheim, betrouwbaar en vrij is. Niet aan beginnen dus. Toch zijn verschillende partijen met het idee aan het spelen. Het GroenLinks congres verwierp gelukkig een ledenreferendum via internet vorige maand.

lees verder

donderdag, 8 maart 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Gedwongen vrij te zijn: van Epictetus tot Mandela #wot 9

In vrij, plicht, dwang, wot, vrijheid, epictetus, mandela, agenda, boodschap, en meer.
Wat me meteen opvalt in de definitie van vrij, is dat het vooral ingaat op wat het allemaal niet is. Wat is vrij zijn allemaal niet? Onvrij zijn is gebonden, bedwongen, verslaafd, gevangen, belemmerd. Eigenlijk alles wat te maken heeft met een zekere dwang of plicht ontneemt me volgens deze definitie mijn vrijheid. Als ik dit rijtje tot me door laat dringen, vraag ik me af of ik eigenlijk wel vrij ben. Een groot gedeelte van mijn dag ben ik belemmerd, gebonden, bedwongen, en gevangen in de druk van werk, agenda, sociale verplichtingen, de kost moeten verdienen, eten, slapen. Toch heb ik wel het gevoel vrij te zijn. Houd ik mezelf dan niet enorm voor de gek? Of zet deze definitie me op het verkeerde been? Een opsomming van alle dieren in de wereld, die geen leeuw zijn, maken voor mij ook niet duidelijk welk dier een leeuw is. Deze definitie werkt dus niet echt verhelderend. Het benadrukt gedwongen vrijheid.
      Wat deze definitie mij wel duidelijk maakt is de tijdsgeest waarin die is geschreven. We leven in een liberaal tijdperk, waarin vrijheid vooral een negatieve invulling heeft. Vrij zijn betekent ‘vrij van bemoeienis van de staat in mijn persoonlijke levenssfeer’. Deze opvatting van vrijheid werd in de 18e eeuw ingezet om de burgers van het juk van despoten en kerk te bevrijden. Klaarblijkelijk is de tijdsgeest van toen nog steeds actueel.  We leven in een tijd dat we gedwongen zijn vrij te zijn. Vrij van een enorme overheid die haar tentakels steekt in zaken waar ze niet thuishoren. De gedachte lijkt te overheersen dat we een te grote, verslindende overheid hebben, die moet inkrimpen. Of deze gedachte juist is, is een geheel andere discussie. Wat wel opvalt is dat deze opvatting het onvrij zijn centraal stelt. Zijn er ook tijdsgeesten die dit onvrij zijn niet centraal stellen?
      De tijd waarin Epictetus leefde, kende inderdaad een hele andere tijdsgeest. Hij leefde in de nadagen van het Romeinse rijk. Niet zozeer het juk van de staat en kerk maar de oorlogsdruk van omringende steden en landen overheerste. In die tijdsgeest is zijn citaat geboren: ‘Niemand is vrij die niet zichzelf de baas is’. Epictetus roept op tot het ervaren van vrijheid in de innerlijke wereld. De opgave voor de mens is dan een onderscheid te maken tussen invloeden van buitenaf, waarover hij geen macht heeft en invloeden van binnenuit. Dus dan ben ik pas vrij als ik mijn eigen emoties ken en kan beheersen. Een prachtige gedachte, en wederom bekruipt me het gevoel dat ik dan eigenlijk niet vrij ben. Ik ken mijn emoties niet altijd en ze zijn goed in staat mijn gedrag te sturen. En wederom valt me op dat ook deze opvatting een negatieve invulling heeft. Ik ben pas vrij als ik vrij ben van emoties die mijn gedrag sturen. Niet mijn emoties maar mijn ratio zou achter het stuur moeten zitten. Komt het dan dat ik het gevoel heb vrij te zijn omdat ik mijn ratio achter het stuur heb zitten? Ook dat vind ik niet echt een plezierige gedachte. Ik ben dan nog steeds gedwongen om vrij te zijn, niet door kerk of staat maar door mijn eigen ratio. Want ook de ratio kan dwingend zijn.
      Niet een tijdsgeest maar een persoon, die weet wat het is een groot deel van zijn leven fysiek gevangen te zijn, heeft een opvallende uitspraak gedaan over vrijheid. Nelson Mandela heeft het volgende over vrijheid gezegd:  ‘Vrij zijn is niet alleen het afwerpen van uw ketenen, maar leven op een manier die de vrijheid van anderen respecteert en vergroot.’ Ik vind dit een indringende boodschap. Vrijheid gaat niet om mijn veiligheid, gaat niet om mijn innerlijke zielenrust, maar gaat over de manier waarop ik met anderen mensen samenleef. Pas als ik de vrijheid van anderen respecteer en bijdraag aan het vergroten ervan, dan kan ik echt vrij zijn. Mijn vrijheid gaat niet om mij alleen maar om het respecteren van de vrijheid van anderen. Ik voel mij vol van vrijheid als ik anderen respecteer in het gunnen van mijn vrijheid. In onze huidige tijdsgeest vind ik dit een inspirerende gedachte. Met deze gedachte voel ik mij niet langer gedwongen vrij te zijn maar aangemoedigd mijn vrijheid te delen met anderen. Niet uit angst me niet langer vrij te voelen, maar uit hoop dat iedereen vanuit zichzelf hetzelfde wenst.

* #WOT Write On Thursday. Dat is waar #WOT voor staat. Een initiatief van Karin Ramaker. Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee vele bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Vrij * Niet (langer) afhankelijk van de verslavende stof ~ [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), los, niet gebonden; onbedwongen, niet verslaafd; niet gevangen, bevrijd; ontslagen; niet gedwongen; onbeperkt, niet belemmerd; open”

maandag, 5 maart 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Hoe een luchtige recensie een serieus verhaal wordt

In de, disclaimer, dood, dronken, eerste, eten, geloof, gewoon, gezondheid, en meer.

Ik dacht van de week een luchtig stukje te schrijven over een leuk kookboek, met daarbij de hoop dat nu de foodies vegetarisme en veganisme ontdekt hebben, hun enthousiasme ook over zal slaan op de horeca. Uit de reacties op mijn stukje “Puur Plantaardig” zou je echter denken dat ik geschreven had dat veganisme het enige ware geloof was en dat iedereen vooral zonder na te denken moet stoppen met dierlijk eten, omdat je anders naar de hel gaat of dood gaat aan weet ik veel wat voor enge ziekte die je krijgt van vlees.

Er blijkt maar weer uit dat alles wat nieuw is toch een beetje eng is, dat over veganisme anders wordt gedacht dan over andere diëten, en dat over vegetariërs en veganisten veel vooroordelen bestaan. We eten smakeloos eten, willen iedereen bekeren, leven ongezond op kosten van de samenleving en hebben niet nagedacht over wat we (niet) in onze mond stoppen. Ze bestaan vast, maar ik ben ze nog niet tegengekomen.

De kritiek onder mijn stukje was bijvoorbeeld dat plantaardig eten niet gezond is en dat die voorlichting vaak ontbreekt. Blijkbaar wordt bij veganisme meteen gedacht aan negatieve gevolgen op de gezondheid en een disclaimer verwacht, terwijl dat bij andere voedingskeuzes zelden een issue is. Als ik een stukje zou schrijven over fair trade chocolade, zou waarschijnlijk niemand gezegd hebben dat ik ook iets had moeten schrijven over de negatieve kanten van chocoladeconsumptie. Laat staan wanneer ik een stukje geschreven had over een kookboek met leuke recepten met fair trade chocolade. Overigens schreef ik ook dat ik me soms weleens liet verleiden tot non-vegan citroentaart. Niemand heeft opgemerkt dat dat niet gezond is en gevraagd of ik erbij wilde zetten dat je dan wel wat extra moet sporten om dat stuk taart te compenseren.

Het tweede wat opvalt is dat er een veronderstelling aan ten grondslag ligt dat vlees of andere dierlijke producten eten je dieet automatisch gezonder maakt. Dan vergeten we voor het gemak maar even dat, om maar iets te noemen, veganisten niet bepaald de mensen zijn die het meest bijdragen aan de obesitasepidemie, en dat een frikandel in de linker- en een in de rechterhand nog geen gebalanceerd dieet maakt waar je al je voedingsstoffen uit haalt.

Mensen zouden vegetarisch of veganistisch gaan eten zonder iets te weten van eten en daarom vaak ongezond leven en te weinig voedingsstoffen binnen krijgen. Ongetwijfeld zijn er jongeren die in de puberteit bedenken dat ze geen vlees meer willen eten, zonder te weten wat de gevolgen dan zijn voor de inname van voedingsstoffen. En er zijn mensen die leven op de vegetarische versie van het Henk & Ingrid-dieet: aardappelen, groente, vegaburger. Alhoewel je je in dat laatste geval best af kunt vragen of dat nou per se veel slechter is dan wanneer je de vegaburger vervangt door braadworst.

Maar veganisme doe je volgens mij niet zomaar. Je moet er best iets voor laten en daar moet je een reden voor hebben. Waarom zou je veganistisch gaan eten en heel veel lekkere dingen laten staan, zonder goede reden en zonder je te verdiepen in mogelijke alternatieven? Als je niet nagedacht hebt over waarom je dat stuk kaas of chocoladetaart wilt laten staan, wat drijft je er dan toe? Waar je als niet al te strenge vegetariër weinig impact op je leven zult ervaren, is dat met veganisme toch wel echt anders. Het is een probleem bij iedere zakenlunch, verjaardag, kerstmaaltijd bij familie, en waar je meestal vrij makkelijk kunt inschatten of ergens vlees in zit, is dat een stuk moeilijker met melkbestanddelen of kleurstoffen. De kans lijkt me klein dat iemand zomaar stopt met het eten van producten met albumen of karmijnzuur omdat hij/zij het zo zielig vindt klinken.

Dan de inhoudelijke vraag: is puur plantaardig wel gezond? Het eerlijke antwoord is dat daar moeilijk antwoord op te geven is. Flexitariërs en vegetariërs schijnen langer te leven dan mensen die dagelijks vlees eten, maar ook langer dan veganisten. Het oude “alles met mate” gaat hier wellicht ook op, al wil langer leven natuurlijk niet per se zeggen dat je ook gezonder leeft. Veganisten hebben misschien sneller tekorten, maar ze hebben bijvoorbeeld weer minder snel overgewicht en alles wat daarmee samenhangt. Ik denk in ieder geval dat een veganist die op zijn voeding let, zeker niet ongezond hoeft te leven.

Dat brengt me bij het volgende punt: waarom zou je alleen plantaardig moeten willen eten als dat het gezondst is? Voor de meeste mensen is gezond leven ook niet het belangrijkst in hun leven. Het gaat om de balans die we zelf zoeken tussen gezond, plezierig en principes. Of je nu op een risicovolle wintersportvakantie gaat omdat je dat leuk vindt, op vakantie gaat naar een gebied waar malaria voorkomt, of je in het weekend graag dronken vol vreet aan de broodjes shoarma/falafel.

Persoonlijk denk ik dat de gezondheidsrisico’s van mijn dieet wel erg meevallen. Ja, ik moet vitamine B12 slikken. Hoe dan ook kies ik hiervoor, zelfs als het een heel klein beetje slechter zou zijn dan af en toe een ei eten. Al is het niet helemaal een keuze – zuivel kan ik al tien jaar niet meer eten en toen ik ook letterlijk over de grond rolde van de maagpijn als ik rood vlees at, was dat voor mij het laatste zetje wat ik nodig had om te stoppen met iets waar ik toch al morele bezwaren tegen had. Ik voel me daar goed bij, en volgens mij heeft niemand daar dan iets over te zeggen, zolang we accepteren dat mensen in Nederland zelf mogen kiezen wat ze eten.

Ik schreef ergens in een bijzin dat ik het vreemd vind dat in een stad als Rotterdam er nog restaurants zijn die geen fatsoenlijk vegetarisch gerecht op de kaart hebben staan. Vervolgens komen er dan flauwe opmerkingen van mensen die zich blijkbaar aangevallen voelen omdat andere mensen andere keuzes maken: veganisten zouden niets in een restaurant te zoeken hebben. Waarom niet is niet duidelijk en omdat vleeseters er geen last van hebben als anderen geen vlees eten, kan er eigenlijk geen rationeel argument achter zitten. En zoals altijd kunnen sommige mensen het niet laten te pas en te onpas te melden dat ze liever biefstuk eten als het over vegetarisme gaat.

Ook waren er mensen die vonden dat ik er niet over moest klagen, want vegetarische restaurants serveerden ook geen vlees. Ten eerste impliceert dat dat een vegetarisch restaurant een uitzondering is op de regel, namelijk dat alle restaurants vleesrestaurants zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo. Een vegetarisch restaurant is een speciaal restaurant dat gespecialiseerd is in vegetarische gerechten. Zoals een snackbar gespecialiseerd is in snacks en een pizzeria in pizza’s, en je daar dan ook niet hoeft te rekenen op sushi. Maar een Italiaans restaurant kan prima een vegetarisch Italiaans gerecht serveren.

Er zou ook niet voldoende vraag naar zijn naar vegetarisch op de kaart. Wellicht is er inderdaad niet genoeg vraag naar een vegetarisch gerecht in ieder restaurant. Of zelfs alleen die in Rotterdam. Laat staan naar volledig plantaardig. Maar het is ook wel zo dat restaurants hun eigen glazen ingooien. Met een verlepte salade met stopverfmozzarella trek je niet bepaald klanten. En in een populair restaurant in een buurt met veel vega-potentieel kon ik niet eens een gerecht krijgen zonder kaas er overheen. Juist in de horeca verwacht ik dat men enigszins open staat voor creatief omgaan met eten, al was het alleen maar om te zorgen dat als ik nog eens een etentje organiseer voor tien personen, ik niet bij de concurrent aanschuif. De meeste vega(n)s zijn in een restaurant niet zo moeilijk. Als we in dat eettentje wat we zelf niet uit zouden zoeken aan tafel zitten met collega’s of vrienden zijn we allang blij dat we gewoon iets kunnen eten, ook als dat een bord friet met groene salade is. Dan koken we de dag erna thuis wel weer wat lekkerders.

Tot slot het vooroordeel dat veganistisch smakeloos is. Als je plantaardige eten nooit lekker is, ligt dat toch echt aan je kookkunsten en niet aan het ontbreken aan dierlijke producten. Wie daar nog aan twijfelt, mag me gerust eens mailen voor een goed recept. En wie lief is, mag best komen eten.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1523 uur (63,5 dagen). Berichtgemiddelde: 0,5 bericht per dag, 3,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4 5 6