woensdag, 25 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Nieuw kabinet

In het menu, niet op voorpagina, agnes kant, d66, femke halsema, groenlinks, nieuw kabinet, pvda, sp, en meer.
In april blaast Geert Wilders het kabinet op, omdat hij de voorgestelde bezuinigingen niet meer kan verantwoorden naar zijn slinkende achterban. Mede door de houding van de progressieve partijen rest demissionair minister-president Mark Rutte niets anders dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis verschaft de kiezer Nederland op 20 juni een linkse sociaal-liberale meerderheid. De PvdA slaagt erin met haar ‘realistisch alternatief’ de weggelopen kiezers terug te winnen en blijft met 30 zetels de SP nipt voor als grootste partij. De onderhandelingen tussen PvdA, SP, D66 en Groenlinks over een regeerakkoord verlopen moeizaam. Naast bekende geschillen over de ww en de aow-leeftijd vormt ook de vraag wie van de grootmachten PvdA en SP de minister-president levert een twistpunt. Het feit dat binnen de PvdA menigeen de voorkeur geeft aan Wouter Bos boven Job Cohen, maakt het er niet eenvoudiger op. Maar op 31 augustus staat het sociaal-liberale kabinet op het bordes. Trots presenteert Femke Halsema als eerste vrouwelijke minister-president van Nederland haar team van ministers, waaronder we Wouter Bos, Eberhard van der Laan, Lodewijk Asscher, Jan Marijnissen, Agnes Kant, Lousewies van der Laan, Alexander Pechthold en Andrée van Es ontwaren. Job Cohen wordt opnieuw burgemeester van Amsterdam.

zondag, 1 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Het 1e jaar van Jolande Sap.

Het gaat moeilijk met GroenLinks in de peilingen. Met moeite 8 zetels. De fractie is moeilijk zichtbaar en Jolande Sap heeft een aantal malen zwaar onder vuur gelegen. Tijd voor herbezinning of schouders ophalen? Met het vertrek van Femke Halsema verloor de Nederlandse politiek niet alleen een icoon maar vooral een kundig politica. Onder moeilijke [...]

Het menu: Sprookje voor 2012

In het menu, niet op voorpagina, banken, femke halsema, ontwikkelingsgeld, rijkdom, algemeen, arbeid, belasting, en meer.
Ooit zal er een land zijn waar alle mensen vreedzaam en gezond kunnen leven. Een land waar rijkdom eerlijker is verdeeld. De hoogste salarissen zijn er aan een acceptabel maximum gebonden, de laagste aan een realistisch minimum en eenieder verricht arbeid naar vermogen. Het verzorgen en opvoeden van kleine kinderen door de ouders wordt beschouwd als een der belangrijkste taken in de samenleving en navenant gehonoreerd. De banken stellen zich weer dienstbaar op door betrouwbaar geld te bewaren en uit te lenen. Beurzen en hedgefundsen bestaan niet meer. Het betalen van belasting ziet de mens als bijdragen aan een collectieve spaarpot voor zaken die het algemeen belang dienen: onderwijs, zorg, veiligheid, natuurbehoud, openbaar vervoer, (duurzame) energie, communicatie. De mensen zijn er vrij om te zeggen wat ze willen en binnen de grenzen van de wet te doen wat ze willen. Verschillende huidskleuren en verschillende gewoontes vormen een verrijking van de cultuur. Geloof speelt als politieke stroming geen rol meer. Ontwikkelingsgeld wordt gebruikt om jonge allochtonen in dat land een goede opleiding te geven, zodat ze hun land van oorsprong met een behoorlijk beginkapitaal kunnen helpen opbouwen. De minister-president van dat land is slim, mooi, ze heeft het hart op de goede plek en ze heet Femke; het land zelf heet Europa.

dinsdag, 27 december 2011

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

GroenLinks maakt geen ruk naar links

GroenLinks schuift onder Sap naar links volgens de Volkskrant. De partij zou sinds het aantreden van Jolande Sap veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. De Volkskrant duidt dit als een beweging van de partij van progressief richting oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar de cijfers kloppen niet. Als je de berekeningen correct maakt, schuift GroenLinks eerder richting D66 dan richting de SP.

SP-moties

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. In de onderstaande figuur kan je goed zien wat er mis is gegaan in de analyse van de Volkskrant. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 (de periode-Halsema) in totaal 2101 moties in. GroenLinks steunde 1527 van deze moties (in groen weergegeven). Dat is 72%, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd (in grijs weergegeven) . Van de 1752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen (het rode en groene deel), steunde GroenLinks er 1527 ofwel 87%.

Dit is een verschil van 15% dat de uitkomst van de analyse verandert. Als we de cijfers voor de periode-Sap (die de Volkskrant wel correct berekent) en de periode-Halsema met elkaar vergelijken dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87% van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84%. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-journalisten een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

We kunnen de analyse ook omdraaien: hoe vaak stemde de SP met moties van GroenLinks mee? Volgens de Volkskrant vallen de GroenLinks-moties die ingediend zijn sinds Sap partijleider is, beter in de smaak bij Roemer en de zijnen. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5% van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, als je de berekening op de juiste manier maakt, 87,7%. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een uitermate minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van de GroenLinks richting SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

GroenLinks en D66
De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt. Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Tweede Kamer wel aangeleverd. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96% van de moties van D66 steunde, tegenover 91% in de periode 2006-2010. GroenLinks steunt D66-moties dus vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt is bovendien toegenomen. GroenLinks steunt onder Sap bijna alle D66-moties. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren is het dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

Voorzichtige conclusies
De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout verregaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken, omdat GroenLinks vaker met de SP mee zou stemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaalliberale koers van Halsema eerder voort. Dit is ook niet raar: Sap heeft voor en achter de schermen een grote invloed gehad op de koers van GroenLinks voor zij partijleider werd.

Uit eerder onderzoek (pdf) blijkt dat het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer een zeer grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd door wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Ook de politieke context is veranderd: GroenLinks en D66 vinden elkaar in pro-Europese oplossingen van de Europese schuldencrisis. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag. Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan, vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit stuk, van de hand van collega Simon Otjes en mijzelf, verscheen eerder in licht bewerkte vorm in De Volkskrant van 24 december. 

zaterdag, 24 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks maakt geen “ruk naar links”

Anders dan de Volkskrant suggereerde, maakt GroenLinks onder Jolande Sap niet vaker gemene zaak met de SP dan ten tijde van Femke Halsema. Er is vooral continuïteit.

Volgens de Volkskrant van 17 december heeft GroenLinks na het aantreden van Jolande Sap een ruk naar links gemaakt. De partij zou het laatste jaar veel meer op de lijn van de SP zitten dan in de periode-Halsema. Onder Sap zou de partij zijn opschoven van progressief naar oud-links. Deze conclusie wordt getrokken op basis van cijfers over het stemgedrag van fracties in de Tweede Kamer. Dat lijken harde feiten, maar ze kloppen niet. Integendeel, GroenLinks schuift eerder richting D66 dan richting de SP.

De Volkskrant baseert haar conclusie op cijfers van het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer, die wij ook mochten inzien. De SP diende tussen 1 januari 2006 en 31 december 2010 in totaal 2.101 moties in. GroenLinks steunde 1.527 van deze moties. Dat is 72 procent, zoals de Volkskrant rapporteert. Dat cijfer verhult echter dat over 349 van de SP-moties überhaupt niet is gestemd omdat deze werden ingetrokken of gewijzigd.  Van de 1.752 SP-moties die wél in stemming zijn gekomen steunde GroenLinks er 1.527 ofwel 87 procent.

Als we de correcte cijfers voor de periode-Sap en de periode-Halsema met elkaar vergelijken, dan zien we het volgende: GroenLinks steunde tussen 2006 en 2010 87 procent van de SP-moties. Tussen 1 januari 2011 en 30 november 2011 was dat 84 procent. Dat is een kleine daling in plaats van een grote stijging. Waar de Volkskrant-redacteuren een stijging zagen omdat ze een rekenfout hadden gemaakt, blijkt uit hun eigen cijfers dat GroenLinks onder Sap iets minder vaak SP-moties steunt dan onder Halsema.

Volgens de auteurs bevallen de GroenLinks-moties die zijn ingediend sinds het aantreden van Sap de SP beter. De socialisten steunden in het afgelopen jaar 87,5 procent van de GroenLinks-moties. Tussen 2006 en 2010 was dat, zo blijkt uit de cijfers waarop de Volkskrant zich baseert, 87,7 procent. Geen grote stijging in steun van de SP dus, maar een minieme daling. Als we kijken naar het daadwerkelijke stemgedrag van GroenLinks en SP, dan zien we dus geen schokkende toenadering van GroenLinks en SP maar eerder een heel kleine verwijdering.

De Volkskrant trekt op basis van haar gemankeerde analyse niet alleen conclusies over de relatie tussen GroenLinks en de SP, maar ook over D66. Er wordt gesteld dat GroenLinks zich onder Femke Halsema profileerde als links-liberaal en nauw contact met D66 zocht. Dit zou onder Jolande Sap zijn gestopt.

Hier levert het artikel geen cijfers bij, maar die heeft de Volkskrant wel gekregen van de Tweede Kamer. Uit deze cijfers blijkt dat GroenLinks in 2011 96 procent van de moties van D66 steunde. Tussen 2006 en 2010 was dat 91 procent. GroenLinks steunt D66-moties vaker dan dat ze SP-moties steunt. De mate waarin GroenLinks D66-moties steunt, is toegenomen. Onder Sap heeft GroenLinks bijna alle D66-moties gesteund. Als we uit deze cijfers al een verschuiving van GroenLinks kunnen destilleren, is dat dat GroenLinks onder Sap richting D66 opgeschoven is.

De Volkskrant trekt op basis van een rekenfout vergaande conclusies: GroenLinks zou een ruk naar links maken omdat GroenLinks vaker met de SP zou meestemmen. Als we hun eigen cijfers narekenen, dan zien we een heel andere beweging. Wij zien een kleine verwijdering tussen GroenLinks en de SP, en tegelijkertijd een kleine toenadering tussen D66 en GroenLinks. Wij zouden hieruit niet concluderen dat Sap een koerswijziging heeft ingezet. Sap zet de sociaal-liberale koers van Halsema eerder voort.

Uit eerder onderzoek blijkt dat het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer een grote mate van stabiliteit vertoont. Plotselinge veranderingen komen bijna altijd voort uit wijzigingen in de regeringssamenstelling. Nu er een rechtse regering is en de Europese crisis de aandacht al geruime tijd opeist, vinden GroenLinks en D66 elkaar nog vaker dan in de vorige kabinetsperiode. Het is problematisch om deze wijzigingen in stemgedrag één op één te vertalen naar een inhoudelijke koerswijziging. Nog problematischer is het om dit allemaal op te hangen aan een leiderschapswisseling waaraan geen enkel inhoudelijk motief ten grondslag lag.

Hoewel het te prijzen is als journalisten zich op cijfers baseren, moeten ze wel uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie daarvan – vooropgesteld dat de cijfers kloppen.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

woensdag, 14 december 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Armoede werkt toch ook niet voor GroenLinks?

Vroeg je je ook af waarom de SP, PvdA en het FNV een actie rondom armoede organiseerden en GroenLinks er niet aan mee deed? Ik in ieder geval wel. Ik legde mijn vraag voor aan de publieksvoorlichting en kreeg het volgende antwoord:

U vraagt zich af waarom GroenLinks niet aanwezig was bij de manifestatie Armoede werkt niet. Vorig jaar hebben wij wel deelgenomen, maar het bleek dat het GroenLinks-geluid totaal werd ondergesneeuwd door het grote SP-gehalte van de manifestatie. Omdat de opvattingen van SP en GroenLinks over hoe je armoede moet bestrijden verschillend zijn, met name als het gaat om de WSW, maakten wij geen deel uit van deze manifestatie.

Uiteraard staan wij wel achter het doel van deze manifestatie om armoede onder de aandacht te brengen en ondersteunen wij de boodschap dat armoede niet werkt. Of zoals Femke Halsema het ooit verwoord heeft: Armoede is onvrijheid in de meest letterlijke zin van het woord: onvoldoende geld om je gezondheid te beschermen, je kinderen kansen te bieden en je zelf te kunnen ontwikkelen of bevrijden uit uitzichtsloosheid mag niet, zeker niet door vrijheidsminnende liberalen, worden gerelativeerd.

Het staat wat mij betreft niet ter discussie dat de SP nogal de neiging heeft om acties naar zich toe te trekken. Ik denk dat de SP makkelijker vrienden zou maken als ze het eens konden laten om alles waar ze langs komen tomatenrood te verven. Maar ik vind het wel jammer dat GroenLinks dit als reden ziet om niet mee te nemen aan een actie als dit. Een actie met dit onderwerp, op dit moment, in een periode van zware bezuinigingen en PVVD-overheersing.

Ten eerste denk ik dat als je de ervaring hebt dat je ondergesneeuwd bent bij een eerdere actie, dit niet betekent dat je niet mee kunt doen; je moet daar je lessen uit trekken en er gewoon een flinke kist groene tomaten tegenover zetten.

Ten tweede vind ik het opmerkelijk dat GroenLinks niet mee wil doen met een actie met partijen die relatief dichtbij staan qua visie, ondanks dat we het over bepaalde dingen niet eens zijn. Blijkbaar was dit vorig jaar geen probleem, want toen is er wel met SP samengewerkt. Zijn ze in een jaar zo uit elkaar gegroeid?

En juist een actie als dit was een kans om te laten zien dat we als linkse partijen ook samen kunnen werken – zoals rechtse partijen dat ook doen, ondanks dat ze het niet helemaal met elkaar eens zijn. Als we op links al niet kunnen samenwerken ondanks de relatief kleine verschillen, hoe moeten we dat dan ooit doen in een bredere coalitie?

Achteraf te horen dat we achter het doel van de manifestatie staan, voegt weinig toe. GroenLinks heeft de manifestatie met geen woord gesteund. Nog geen agenda-item op de website (behalve dan op die van de GroenLinks provincie Groningen) voor de GroenLinksers die er misschien wél in geïnteresseerd waren om te gaan.

Ik zou in de toekomst toch graag meer samenwerking zien op de linkervleugel. GroenLinks moet weer kiezen voor links en de illusie laten varen dat een brede coaltie een optie is. Wat mij betreft keert GroenLinks zich af van de coaltie en


donderdag, 1 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Mythes over Framing

In framing, groenlinks, politiek, algemeen, amerika, begrijpen, belasting, beleid, boodschap, en meer.

“Sinds de PVV in de Kamer is, is framing een hype in Den Haag” aldus Tofik Dibi in de laatste Helling. Maar wat is framing precies en gebruiken politieke partijen dit instrument wel slim? Hans de Bruijn analyseert in het boek Framing. Over de macht van taal in de politiek hoe Nederlandse politieke partijen hun argumenten framen. Het boek rekent af met een aantal hardnekkige mythes over framing.

De Bruijn ziet een frame als een inhoudelijke politieke boodschap. Het gebruik van deze boodschap leidt tot een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid. Kortom, een frame is een manier om de werkelijkheid te construeren en daarmee het debat te sturen. Een typisch staaltje framing is het gebruik van de term death tax door de Amerikaanse Republikeinen; door de belasting op erfenissen weer te geven als een belasting op sterven worden voorstanders van deze belasting in het defensief gedrongen.

Er heersen in een aantal hardnekkige mythes over framing: rechts zou beter in framing zijn dan links; je zou eenduidige frames moeten gebruiken; en je zou nooit in het frame van de ander mogen stappen. Zijn deze mythes waar?

Links is rationeel, rechts is emotioneel

“Door framing wek je met een bepaald woord een gevoel en een sfeer op zonder dat het overeen komt met de werkelijkheid.” aldus Tofik Dibi in De Helling. Framing zou een vorm van factfree politics zijn die alleen maar onderbuikgevoelens aanspreekt. En zoals Femke Halsema eerder stelde”het aanspreken van de overbuik [is] bij links traditioneel een probleem.” Links zit vol goede ideeën maar wint de verkiezingen niet omdat mensen bang worden gemaakt door framende PVV-spindokters. Het traditionele beeld is dus: rationele linkse politiek komt slechter aan dan de emotionele rechtse politiek.

Een goed frame heeft een aantal onderdelen, maar de twee belangrijkste zijn dat mensen het er niet mee oneens kunnen zijn en dat het een bepaalde maatschappelijke onderstroom raakt. Als je succesvol wil communiceren in de politiek moet je een waarheid raken en aansluiten bij de waarden van mensen. Dingen zeggen waarvan iedereen weet dat ze niet waar zijn, werkt niet. Framing is niet een foefje uit een trukendoos: een goed frame is opgebouwd vanuit je eigen waarden – waarden die resoneren bij kiezers.

Het is een mythe om te denken dat links in het algemeen slechter kan framen dan rechts. De SP heeft in het verleden heel succesvol campagne gevoerd op basis van framing. De boodschap ‘de zorg is geen markt’ is een links frame dat werkt. Niemand kan het ermee oneens zijn: de zorg kan toch nooit een markt zijn. Het sluit aan bij een maatschappelijke weerstand tegen marktwerking en waarden als zorgzaamheid en medemenselijkheid.

Maar ook GroenLinks kan goed framen: De Bruijn verwijst bijvoorbeeld naar een ijzersterke speech van Femke Halsema in Paradiso nu ruim anderhalfjaar geleden. Halsema schetst een tweesprong: we kunnen als rechts kiezen voor samenleving met rauwe economische tegenstellingen en harde culturele verschillen of voor een sociale, tolerante en groene samenleving, die zich richt op het welzijn van het individu. Dit is ook een frame. Het construeert een valse tegenstelling en duwt daarmee de tegenstander in het defensief: natuurlijk kiezen we allemaal voor de tolerante en groene samenleving en niet voor de tegenstellingen. Het sluit aan bij een gevoel dat we als samenleving de verkeerde kant op gaat.

Links en rechts framen allebei er is niets fundamenteel anders aan de boodschap van links die het haar onmogelijk maakt om succesvol te framen.

Keep it Simple Stupid

Consistentie zou de kern is van een goed frame zijn. Want als je consistent je eigen boodschap herhaalt dan blijft het hangen. Een frame is simpel en wordt versterkt door herhaling. In een frame zijn dingen zwart of wit, goed of fout, mooi of slecht.

Maar volgens de Bruijn kan ambiguiteit in je boodschap juist bindend werken. Hij illustreert dit met Obama’s speech A More Perfect Union. Deze speech gaat over de relatie tussen blank en zwart in Amerika. Obama stelt dat er een tegenstelling in Amerika is tussen blank en zwart. Zwarten zijn vanwege hun ras nog steeds achtergesteld. Deze tegenstelling kent geen winnaars: ook veel blanken hebben niet het gevoel dat ze vooruitkomen. Obama wil deze tegenstelling doorbreken. Hij kan dat als geen ander omdat Obama, de zoon is van een witte moeder en een zwarte vader. Obama doet dit niet alleen voor blank en zwart, maar ook voor Christen en seculier, en voor Westerling en Moslim in andere speeches. Obama’s ambigue profiel (blank en zwart, met Christelijke, Islamistische en seculiere wortels) zorgt ervoor dat hij als geen ander groepen kan verenigen met een verzoenend frame.

De Bruijn stelt dat GroenLinks als geen andere partij in Nederland een verzoenend en daarmee verenigend frame kan gebruiken. GroenLinks is een links-liberale partij. GroenLinks verenigt het gebrek aan overheidsbemoeienis van liberalisme, en de overheidsbemoeienis dat links kenmerkt. Het ambigue links-liberale frame is niet een probleem, omdat kiezers het niet begrijpen, maar kan juist verschillende groepen aanspreken. GroenLinks kan zo liberale en linkse kiezer allebei bedienen. GroenLinks kan overtuigend de tegenstelling tussen links en rechts overbruggen.

We moeten de kiezer niet onderschatten: het hoeft niet allemaal simpel. Een complex frame kan tegenstellingen overbruggen. Sommige politieke partijen kunnen zo inderdaad beide groepen binden: links en rechts, zwart en wit. Er valt hier wel iets op af te dingen: De Bruijn vergeet dat een partij die links en rechts probeert te verenigen, door links gezien kan worden als rechts en door rechts gezien kan worden als links. Een verbindend frame kan een winnend frame zijn, maar het kan ook gezien worden als vlees noch vis.

Stap nooit in het frame van een ander

Tofik Dibi bekent in De Helling dat hij zichzelf regelmatig betrapt op termen als importbruid, een typische PVV-term: “dat moet je dus nooit doen, want dan neem je het frame van een ander over”. Het doel van een frame is om je tegenstander in het defensief te dringen. Als je in het frame van een ander stapt, stap je dus in een situatie waarvan het doel is dat je ze verliest. GroenLinks diende een anti-anti-islamiseringsmotie in: het doel van het overheidsbeleid is niet om islamisering te bestrijden. Als GroenLinks de term islamisering gebruikt in de context van het wel of niet bestrijden ervan, dan erkent de partij dat islamisering een probleem is. Maar als ze vervolgens stelt dat dit probleem niet bestreden hoeft te worden, dan heeft de partij het debat bijvoorbaat al verloren.

En toch, De Bruijn stelt dat je soms gebruik kan maken van een frame van een ander. Je kan voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie pleiten door te verwijzen naar afhankelijkheid van Nederland van landen als Saoedi-Arabië. Energy independence noemen we dat. Je zegt: als je zoals Wilders vindt dat Islamistische dictaturen een probleem zijn moet je investeren in groene energie. Ik ben hier skeptisch over: je onderschrijft het probleem van de PVV. Je erkent dat islamistische dictaturen een probleem zijn. Moslims zijn eng en gevaarlijk daar moeten we niets mee te maken hebben. Je versterkt dus het meester-frame van de PVV. En daarnaast: de PVV gaat echt niet zeggen: “GroenLinks jullie hebben helemaal gelijk we, gaan jullie moties steunen voor subsidiemolens en subsidiepanelen”. De PVV zal zeggen: inderdaad Saoedische olie is eng. We moeten investeren in kernenergie dat aangedreven wordt door veilige Canadese uranium.

Wat De Bruijn wel correct stelt is dat je effectief met het frame van een ander kan omgaan door reframing: probeer het frame van een ander op zijn kop te zetten. Als D66 het CDA verwijt dat ze bevoogdend zijn omdat ze soft drugs willen verbieden, dan moet het CDA daartegenover stellen dat D66 onverschillig is ten opzichte van drugsverslaafden. Je gaat mee met het frame van een ander, daardoor raakt het uit balans en duw je het weg. Verbale aikido noemt De Bruijn dat. Politiek gaat in de kern niet om partijen die het met elkaar oneens zijn over beleid (ik ben voor softdrugs, jij bent tegen). Het gaat om partijen die heel andere visies hebben en daar heel andere frames aan koppelen (Wij van D66 stellen u in staat om zelf keuzes te maken; wij van het CDA zorgen voor u). Politici praten langs elkaar heen, omdat ze het over andere onderwerpen willen hebben, of over hetzelfde onderwerp maar vanuit een ander perspectief.

donderdag, 17 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


zondag, 13 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Paternalisme, Arbeid en Inkomen

In arbeid, inkomen, paternalisme, verdelende rechtvaardigheid, agenda, aow, armoede, belasting, bijstand, en meer.

In de bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten verschillende progressief-linkse auteurs voor een groen en links beschavingsproject. De overheid moet het debat aan gaan met burgers over wat het goede leven is. De auteurs, geleid door Dick Pels, willen hiermee een correctie aan brengen op de liberale koers die GroenLinks onder Femke Halsema heeft ingezet. Zij zou de moraal te veel hebben overgelaten aan het individu.

Het opvallende is dat waar het gaat om praktische politiek de voorstellen van Pels uitermate liberaal zijn en onderbouwd zijn met liberale argumenten. Dit zal ik illustreren aan de hand van het hoofdstuk “Werk, Sociale Zekerheid en Het Goede Leven” waarin Pels samen met Femke Roosma pleit voor het invoeren van een basisinkomen. Ze breken hiermee met de koers van Femke Halsema. Zij schrok in Vrijheid Eerlijk Delen, het stuk waarin ze haar sociaal-liberalisme praktisch uitwerkte, niet terug voor een paternalistische voorstel onderbouwd met paternalistische argumenten: iedereen moest werken omdat dat beter voor hen is. De centrale vraag is: hoe paternalistisch is het vrijzinnig paternalisme van Pels en hoe liberaal het sociaal-liberalisme van Halsema?

Liberalisme? Paternalisme?

Liberalisme houdt in dat de overheid strikt neutraal moet zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Alle liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen inbreuken op hun formele rechten. Links-liberalen vinden dat de overheid daarnaast de materiële voorwaarden voor ontplooiing eerlijk moet verdelen.

Paternalisten geloven dat de overheid niet neutraal mag blijven ten opzichte van ideeën van het goede leven. Burgers moeten de ‘juiste keuzes’ maken, omdat dat goed is voor burgers zelf. In essentie zeggen paternalisten: “de overheid weet beter dan mensen zelf hoe ze hun leven moeten inrichten.” Harde paternalisten willen dwang inzetten om mensen daartoe te zetten. Vrijzinnig paternalisme varieert op een van twee manieren op dit thema: ten eerste, omdat vrijzinnig paternalisten niet zeker weten wat het idee van het goede leven is. Zij werpen dit echter niet terug op het individu maar willen een maatschappelijk, democratisch debat over wat het goede leven is. Ten tweede, omdat vrijzinnig paternalisten mensen niet dwingen, maar duwtjes in de goede richting geven: mensen hebben het recht om de verkeerde keuzes te maken, maar ze worden gestimuleerd om de juiste keuze te maken.

De centrale assumptie van Roosma en Pels is dat ieder sociaal stelsel mensen stimuleert om hun leven op een bepaalde manier in te richten. De sociale zekerheid geeft altijd richting aan een idee van het goede leven.  En op dit moment ligt de focus op werk. Roosma en Pels willen door het basisinkomen te introduceren mensen een andere richting geven.

 

Een Vrijzinnig Paternalistisch Pleidooi voor het Basisinkomen

Een basisinkomen is een door de overheid gegarandeerd minimuminkomen dat iedereen krijgt onafhankelijk van of hij of zij werkt of niet. De beste manier om het uit te leggen is dat de AOW-gerechtigde leeftijd verlaagd wordt naar 18. Mensen kunnen daarnaast bijverdienen zoveel als ze willen, maar als ze door een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar ook bijvoorbeeld omdat ze willen zorgen voor hun familie, of gewoon omdat ze lui zijn, (tijdelijk) niet werken kunnen ze altijd rekenen op een inkomen.

De vrijzinnig paternalisten Pels en Roosma hebben een agenda voor het goede leven: dat goede leven bestaat uit een juiste balans tussen werk, vrije tijd, ontwikkeling en de zorg voor anderen. Het basisinkomen kan daarbij helpen omdat het ruimte biedt voor ontplooiing, zorg en scholing. Mensen kunnen de tijd nemen voor scholing, voor de opvoeding van hun kinderen, het verzorgen van hun ouders of zich richten op sport, kunst en wetenschap en toch een (minimum)inkomen hebben. Het kan voor mensen met een baan een manier zijn om arbeid en zorg beter te combineren. Voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geeft het basisinkomen de vrijheid om slecht werk te weigeren. In de huidige arbeidsmarkt kunnen mensen eigenlijk slecht werk niet weigeren omdat ze dan hun inkomen verliezen.

Roosma en Pels vinden hun voorstel paternalistisch omdat het ervan uitgaat dat het legitiem is voor de overheid om zich het welzijn van mensen te bemoeien. Maar die bemoeienis is beperkt. In essentie verandert het basisinkomen de manier waarop we keuzes maken over werk en inkomen. Als mensen besluiten om niet te werken, is het alternatief nu geen inkomen, met het basisinkomen kunnen mensen rekenen op een vast inkomen. Maar voor Roosma en Pels is het basisinkomen niet alleen een financiële maatregel, het is een normatief signaal: de overheid wil dat mensen zich onthaasten. Het voorstel is volgens Roosma en Pels vrijzinnig omdat er geen belemmeringen zijn om slechte keuzes te maken.

 

Het Basisinkomen langs een Vrijzinnige Maatlat

De kern van het betoog van Roosma en Pels is keuzevrijheid. Roosma en Pels willen mensen vrijmaken van arbeidsdwang. Het basisinkomen dwingt niemand om te werken, voor hun kinderen te zorgen of tijd te nemen voor scholing en ontspanning. Het maakt al deze keuzes serieuze opties. Dit gaat uit van een rijker begrip van dwang. Je kan stellen dat de overheid mensen alleen maar dwingt iets te doen, als mensen die zich niet aan de opdracht van de overheid houden, strafrechtelijk vervolgd worden. De overheid dwingt mensen om belasting te betalen: doen we dat niet dan kunnen we worden opgepakt. Je kunt stellen, dat een verzorgingsstaat en de vrije markt op een andere manier dwingt: het wel of niet verkrijgen van een inkomen is daar het beste voorbeeld van. De huidige verzorgingsstaat en arbeidsmarkt dwingen mensen om te werken. Als mensen niet werken, dan hebben ze geen inkomen, en zijn ze veroordeeld tot honger en armoede. In puur formele zin, bestaat de vrije keuze om niet te werken wel, maar is dat geen reële keuze. Mensen moeten werken want anders kunnen ze niet in hun basisbehoeften voorzien. Dat is in mijn ogen ook een vorm van dwang. Door een inkomen te verzekeren heft het basisinkomen deze vorm van dwang op. Het maakt daarmee allerlei opties reëel die slechts formeel bestonden. Mensen kunnen nu besluiten om zich helemaal te richten op de zorg voor hun kind, zonder zich zorgen te maken over de huur. In de kern vergroot het basisinkomen de reële keuzevrijheid van mensen.

Het basisinkomen is vooral goed voor mensen met weinig inkomen: mensen met weinig spaargeld, mensen die net rond komen, zij zitten nu een tredmolen van werk, werk, werk. Ze kunnen niet terugvallen op spaargeld of verlofregelingen als ze uit die tredmolen willen stappen. Als ze het niet redden komen ze in de WW of de bijstand. Deze regelingen gaan uit van het principe van reciprociteit, voor een uitkering staat een tegenprestatie: in de WW moet je solliciteren en dat werk accepteren en in de bijstand geldt steeds meer het principe van work first. Mensen mogen niet uit hun werkritme vallen, want anders komen ze nooit meer aan het werk. Het basisinkomen biedt de zwaksten op de arbeidsmarkt volgens Pels en Roosma meer bestaanszekerheid, maar vooral ook meer keuzevrijheid en grotere autonomie, zonder dat daar de verplichting van een tegenprestatie tegenover staat.

Het basisinkomen kan positieve maatschappelijke gevolgen hebben: onthaasting,meer  tijd voor het gezin, meer ruimte voor scholing, meer actieve beoefening van kunst, sport en wetenschap en beter werk voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar dit gebeurt niet door het principe van dwang, maar door het principe van vrije keuze. Het basisinkomen kan dit gevolg alleen hebben als we uitgaan van een sociaal-liberaal vertrouwen in mensen: als mensen in vrijheid keuzes maken dan zullen dat de juiste keuzes zijn. Vrije mensen kiezen voor zorg, kunst, scholing en onthaasting. Als je mensen vrij maakt dan zullen ze niet kiezen voor niets doen, niet voor televisie, drank en drugs om de verveling door te komen. Mensen zijn van nature geneigd tot ‘het goede’ alleen de samenleving dwingt mensen nu om verkeerde keuze te maken.

Paternalisme (met of zonder bijvoeglijke bepalingen) kunnen we niet bij Roosma en Pels aantreffen: de overheid weet niet beter hoe mensen hun leven moeten inrichten. Als je mensen de vrijheid geeft, dan maken ze de goede keuze. De overheid dwingt mensen nu de verkeerde keuze te maken, door eenzijdig de nadruk te leggen op werk.

 

Een Paternalistisch Pleidooi voor Werk

Ik kan me op het gebied van werk en inkomen wel paternalistischere voorstellen bedenken dan het basisinkomen. Je zou je kunnen voorstellen dat iedereen na een jaar werkloosheid een baan krijgt aangeboden en als ze die niet aannemen de uitkering dan wordt gestopt. Je zou dat kunnen doen omdat je vindt dat mensen economisch zelfstandig moeten zijn, omdat werk goed voor ze is, of omdat je vindt dat niemand uitgesloten mag worden van de voordelen van werk. Dat is de kern van Vrijheid Eerlijk Delen van Halsema. Ik heb al eerder laten zien dat dat voorstel veel dingen is, maar niet liberaal. Roosma en Pels geven de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen goed weer: de verdedigers hiervan stelden dat mensen niet het recht hebben om geen deel uit te maken van de samenleving. Die deelname maakt ons tot betere mensen. Meedoen is goed voor je. Je onttrekken aan de samenleving is slecht. En een betaalde baan is het hoogste goed. Hiermee sluit Halsema naadloos aan bij het huidige denken over de arbeidsmarkt: iedereen moet (mee) werken. Vrijheid Eerlijk Delen was in de kern een paternalistisch voorstel, waarbij Halsema beter wist wat goed voor mensen was dan de mensen zelf. Neem vrouwen die besluiten om niet te werken als hun kinderen jong zijn. Die keuze hebben vrouwen nu omdat er uitzonderingen zijn in de bijstand voor vrouwen met jonge kinderen. Halsema vond dat vrouwen hiermee hun eigen toekomst op het spel zetten. Door die vrouwen toe te staan te zorgen slaat de overheid een gat in hun CV, waardoor ze als hun kinderen groot zijn, geen werk meer kunnen vinden. Ze missen dan de werkervaring, het werkritme en de opleiding om weer aan de slag te komen. De overheid moet vrouwen behoeden voor de verkeerde keuzes.

 

Liberalisme, Paternalisme en het Basisinkomen

De discussie binnen GroenLinks over Vrijheid Eerlijk Delen ging inderdaad langs de lijnen van liberalen versus gemeenschapsgezinden. Hierbij stond de vraag of mensen moesten werken niet ter discussie: liberaal Halsema en de vakbondsvleugel waren het daarover eens. Halsema was liberaal omdat ze voor het stimuleren van de werkgelegenheid liberale middelen wilde inzetten als ontslagrechtversoepeling. De gemeenschapsgezinden paternalistisch omdat ze mensen wilden beschermen tegen precair werk.

De paternalistische assumpties van het betoog van Halsema zijn slechts door enkelen benoemd. Door te werken ontplooien mensen zich, als mensen beslissen om niet te werken maken ze een ernstige vergissing, waartegen de overheid hen met dwang en drang moet behoeden. Het is opvallend dat het juist Pels, die de liberale koers van Halsema in vrijzinnig paternalistische richting wil bijsturen, het voorstel doet voor het basisinkomen. Dit zou een ontspannen samenleving stimuleren. Maar let wel: een basisinkomen doet dit via de band van vrijwilligheid: als we mensen bevrijden van een door de markt en overheid aangemoedigde arbeidsdwang dan zullen ze de ‘juiste’ keuze maken voor zorg, ontspanning, ontwikkeling en kunst.

Hun voorstel helt wel door naar de vrijzinnigheid en neemt grote afstand van het paternalisme: het basisinkomen vergroot de reële keuzevrijheid van mensen, en in vrijheid zullen ze de juiste keuzes maken. Ik ben, als links-libertair, een groot voorstander van het basisinkomen. Nu de paternalisten van de traditie Halsema nog.

dinsdag, 8 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Vrijzinnig Paternalisme onder de loep

In groenlinks, liberalisme, paternalisme, politiek, politieke filosofie, agenda, belangrijk, betalen, bundel, en meer.

In hun bundel Vrijzinnig Paternalisme pleiten vijftien denkers voor een herontdekking van het paternalisme door progressief-linkse partijen als GroenLinks. Door het paternalisme vrijzinnig in te vullen kunnen individuele vrijheid en onze collectieve belangen met elkaar verenigd worden. De redacteuren Pels en Van Dijk stellen zo wijziging voor op de liberale koers van Femke Halsema. Het boek mist echter een heldere gedeelde notie van Vrijzinnig Paternalisme. Pels en Van Dijk definieren zelf drie vormen van vrijzinnig paternalisme maar een groot deel van de bijdrages hanteren niet een van deze drie definities van vrijzinnig paternalisme.

Ik definieer in navolging van Claassen paternalisme als het gebruik van overheidsingrijpen die erop gericht zijn om mensen te dwingen iets te doen omdat het in hun eigen belang is. Mensen moeten gestimuleerd worden om de juist keuze maken voor zichzelf. In het klassieke paternalisme behandelt de overheid haar burgers als een ouder zijn kinderen behandelt: hij dwingt ze voor hun eigen bestwil hun boontjes op te eten. De ouder weet het beter. In een strict liberaal perspectief zijn er twee gronden om op te treden: in de eerste plaats als mensen niet autonoom zijn. Kinderen zijn een kernvoorbeeld van niet-autonome wezens. Paternalisme is dan volgens liberalen als Claassen gerechtvaardigd. De tweede reden om als overheid in te grijpen is om de vrijheid van anderen te beschermen: dan is er geen sprake van paternalisme, maar van overheidsingrijpen ten bate van een derde partij. Als je vader voorkomt dat je je broertje stompt is dat geen paternalisme: hij doet het niet ten bate van jou, maar ten bate van je broertje.

Vrijzinnig paternalisme varieert op dit thema. De auteurs stellen drie manieren voor waarop het paternalisme vrijzinnig kan worden ingevuld.

  1. nudges. In navolging van het concept van libertarian paternalism van Sunstein en Thaler pleiten de auteurs ervoor mensen door nudges te stimuleren om de juiste keuze te maken. Een nudge is een aanpassing van de manier waarop keuzes gepresenteerd worden. In tegenstelling tot klassiek paternalisme is er geen sprake van dwang. Sunstein en Thaler gaan ervanuit dat mensen niet rationeel beslissen. Marktwerking is geen instrument dat past bij Sunstein en Thaler.
  2. Je kan de overheid vervangen door de democratische gemeenschap. Hun paternalisme is vrijzinnig omdat wat “de juiste keuze” is, open is voor democratische deliberatie. In hun bijdrage pleiten Swierstra en Tonkens ervoor om mensen te binden aan normen die door democratische deliberatie zijn vastgesteld.
  3. Je kan “omdat het in hun eigen belang is” ook vervangen door “wat noodzakelijk is om autonoom in een open samenleving te functioneren” Mensen worden niet als autonome wezens geboren, maar moeten worden opgevoed om zelf-sturend te zijn. Kinderen moeten opgevoed tot burgers. Ik heb dit paternalisme omwille van het liberalisme genoemd.

De simpele vraag die ik hier wil beantwoorden is of de overige tien bijdragen behoren tot een van deze drie varianten van vrijzinnig paternalisme. Is er sprake van overheidsingrijpen dat erop gericht is mensen te dwingen dan wel te nudgen om in hun eigen belangte handelen, waarbij dat eigen belang al dan niet democratisch is gedefinieerd dan wel noodzakelijk is voor autonomie.  Ik zal hier kort de bijdragen doornemen. Hiermee doe ik altijd de complexiteit van de bijdrage tekort, maar de grote lijn is vaak genoeg voor deze toets.

Hoe vrijzinnig paternalistisch zijn de bijdragen?

De eerste bijdrage is van Ganzevoort. Hij schrijft over de vrijheid van godsdienst en in het bijzonder die gevallen waarin we de vrijheid van godsdienst willen beperken ten bate van minderheden binnen religieuze minderheden. Bijvoorbeeld: mogen gereformeerde scholen homoseksuelen weigeren als docent? Het kan hier dus in geen geval gaan om vrijzinnig paternalisme. Het gaat hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep: de vrijheid van gereformeerde scholen wordt beperkt, niet in hun eigen belang maar in het belang van homoseksuelen in gereformeerde kring.

De tweede bijdrage betreft prostitutie. Hierin pleiten Pels en Lacroix voor de recriminalisering van pooierij. Het moet verboden worden voor derden om seksuele diensten van anderen aan te bieden voor geld. Pels en Lacroix willen zelfstandige prostituees toestaan maar prostituees als werknemer niet. Zij zien te veel misbruik, dwang en mensenhandel in de vrije prostitutiesector. Wederom gaat het hier om overheidsingrijpen ten bate van een derde groep, in dit geval vrouwen; zij worden beschermd tegen pooiers.

De derde bijdrage van de hand van Van Dijk betreft het bestrijden van overgewicht. Zij pleit er onder anderen voor om mensen beter te informeren over wat ze eten, en om gezond voedsel goedkoper te maken ten opzichte van ongezond voedsel. Dit doet ze om obesitas te bestrijden. Deze ingrepen kan je verdedigen op paternalistische gronden. Maar het prijsmechanisme is een instrument dat Thaler en Sunstein juist niet onder libertair paternalisme vatten, het prijsmechanisme gaat uit van mensen als rationele actoren. Je kan, zoals ik eerder heb gedaan, het prijsmechanisme juist ook verdedigen zonder terug te vallen in paternalisme. Zoals Van Dijk zelf laat zien in haar hoofdstuk hebben mensen met overgewicht meer zorgkosten. Die worden nu deels gecollectiviseerd door ons verzekeringsstelsel, je kan deze kosten ook privatiseren door ze in de prijs te verrekenen.

Meijers en Smithuijsen pleiten voor het verheffingsideaal in de kunsten, Wiersma pleit voor het verheffingsideaal in de publieke omroep. We betalen allemaal voor deze culturele sectoren. De auteurs vinden dat deze sectoren verantwoord moeten programmeren: kunst kan bijdragen aan een zelf- en maatschappijkritische houding, de publieke omroep de plek moet zijn waar het publieke debat wordt gevoerd. Zeker, het pleidooi van Meijers en Smithuijsen sluit goed aan bij de notie van paternalisme om wille van het liberalisme: kunst is bevrijdend. Echter het is in de kern niet paternalistisch: niemand wordt gedwongen om naar het museum te gaan of naar de publieke omroep te kijken. Mensen hebben die mogelijkheid maar niet de verplichting. In strikte zin is het niet paternalistisch. We moeten we er wel aan bijdragen via de belastingen, of we er nu gebruik van maken of niet. Dat is misschien onrechtvaardig, maar niet paternalistisch.

Eikelenboom wil van ouders meer betrekken bij de ontwikkeling van hun kinderen: hen versterken bij het opvoeden van kinderen. En dat is natuurlijk een typisch geval van een situatie waarbij een derde betrokken is. Ouders moeten betere ouders gemaakt worden voor hun kind. Dat is dus geen paternalisme, want er is een derde partij bij betrokken.

Van der Lans, die al bijna twee decennia pleit voor een linkse heruitvinding van paternalisme, heeft een rijke bijdrage. Ik wil op een voorstel van hem bijzonder inzoomen: de eigen krachtconferenties. Dit is een nieuwe invulling van het maatschappelijk werk dat de focus verlegt van professionals naar burgers. Als er sprake is van een opvoedingsprobleem (losgeslagen kinderen, murw geslagen ouderen) dan moet normaal het maatschappelijk werk ingrijpen. Van der Lans pleit voor eigen krachtconferenties: de omgeving van het kind zelf, onder leiding van een speciaal getrainde leek (geen professional) gaat samen opzoek naar een oplossing. Het gaat hier weer om kinderen, dus in die zin is er geen sprake van paternalisme dat een probleem is voor liberalen. Er zijn duidelijk vrijzinnige aspecten: de eigen krachtconferenties gaan in de kern om mensen zelfredzaam maken (‘samenredzaam’ in de woorden van Pieter Hilhorst) en daarnaast staat sociale deliberatie over wat wel en niet acceptabel gedrag is centraal. Echter een belangrijk aspect van paternalisme mist: door de nadruk te leggen op de sociale omgeving van een kind, is er geen sprake van overheidsdwang. En dus in de strikte zin van wat hierboven is geponeerd geen paternalisme. Maar dat is misschien wel wat retorisch.

Over het stuk van Roosma en Pels heb ik een uitgebreider stuk geschreven: dat zicht kort laat samen vatten als ”het voorstel van Roosma en Pels om een basisinkomen in te voeren is geen nudge (want een financiele maatregel die uit gaat van economische rationaliteit), het gaat niet uit van een ideaal van het goede leven (sterker nog het is een manier om mensen zelf in staat te stellen om te kiezen hoe ze hun leven willen vorm geven) en mensen leren er niet beter van hoe ze moeten omgaan met vrijheid.”

Eickhout en Thomas pleiten in hun bijdrage voor klimaatpaternalisme. Mensen moeten gedwongen worden om hun huis te isoleren. Goed voor hun eigen bankrekening, maar bovenal is het goed voor toekomstige generaties. De reden dat we klimaatpolitiek bedrijven is toch vooral omdat we verantwoordelijkheid willen nemen voor toekomstige generaties. En daarmee is het voorstel in de kern niet paternalistisch: de bijdrage aan de bankrekening van burgers is leuk maar de overheid grijp in omdat ze derden wil beschermen.

Ten slotte de bijdrage van Verbeek. Hij richt zich op de mogelijkheid om techniek in te zetten om mensen te stimuleren zich aan de regels te houden. Een automatische snelheidsbegrenzer in een auto bijvoorbeeld die mensen dwingt om zich aan de maximumsnelheid te houden. Vader Staat delegeert zijn paternalistische taken naar technische middelen. Het gaat hier vaak om paternalistisch ingrijpen en vaak om vrijzinnig paternalisme omdat er ook nudge-achtige middelen tussen zitten, zoals een auto die vervelend piept als je rijdt maar niet bent ingeriemd.

 Conclusie

Zijn alle bijdragen in de bundel vrijzinnig paternalisme vrijzinnig paternalistisch? Nee, ze voldoen lang niet allemaal aan de kenmerken hiervan.

  • Verbeek’s voorstel om mensen met techniek te stimuleren aan verkeersregels te voldoet is een echte nudge. En Van Dijk’s pleidooi om de prijs gezond en ongezond eten met elkaar in balans te brengen zijn vrijzinnig paternalistisch omdat het keuze laat bestaan maar de juiste keuze stimuleert (zij het niet met een nudge).
  • In het geval van Van der Lans en Eikelenboom gaat het paternalisme in het onderwijs en de opvoedingsondersteuning. Van der Lans die de nadruk legt op samenredzame gemeenschappen geeft hier een vrijzinnige draai aan. Maar zeker in het geval van Eikelenboom gaat het om het welzijn van het kind waar ouders beter voor moeten zorgen.
  • Wiersma, Meijers en Smithuijsen komen dichtbij het ideaal van paternalisme omwille van het liberalisme: de publieke omroep en de kunsten dragen bij aan die dingen die we nodig hebben om een goed burger te zijn. Echter hier wordt niemand gedwongen of ook maar genudged. De mogelijkheid wordt geboden. Wat de bundel opvallend genoeg mist is een bijdrage over de gevolgen van vrijzinnig paternalisme voor onderwijs. Het onderwijs is de manier om (jonge) mensen een bepaald beschavings aan te leren. De bundel van S&D, het blad van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, over verheffing ging hier juist uitgebreid op in.
  • In veel gevallen is er wel sprake van dwang maar niet van paternalisme omdat er een derde groep is: Eickhout en Thomas laten ons isoleren vanwege toekomstige generaties,  Pels en Lacroix willen pooierij verbieden om prostituees te bevrijden van seksuele slavernij. Ganzevoort wil religieuze gemeenschappen stimuleren om oog te hebben voor hun minderheden.

Vrijzinnig paternalisme laat zich niet vatten in een definitie, maar heeft drie varianten. Een groot deel van de bijdrages in het boek past niet in een van deze drie varianten. Het is een diverse bundel, vol rijke bijdragen, maar het mist een heldere overkoepelende agenda.

dinsdag, 6 september 2011

Paul Vermast

Paul Vermast

Hyves Linkedin Twitter Youtube Flickr GR Blogreacties: Frank Pels

De Dijkgraaf is integer, maar heeft de schijn tegen

In weblog, dijkgraaf, femke halsema, henk tiesinga, integriteit, politiek, zuiderzeeland, de koepel, eerste, en meer.

Henk Tiesinga

Gisteravond is het onderzoeksrapport naar de integriteit van Dijkgraaf Henk Tiesinga openbaar geworden. De dijkgraaf kwam afgelopen zomer in opspraak nadat commotie ontstond over zijn nevenfunctie als voorzitter van de Koepel windenergie Noordoostpolder. Omdat deze koepel een windpark wil realiseren waarvoor vergunningen nodig zijn van het waterschap lijkt er een tegengesteld belang te zijn ontstaan.

In opdracht van de Algemene Vergadering van het Waterschap Zuiderzeeland heeft WagenaarHoes een onderzoek verricht naar de vermeende belangenverstrengeling van de dijkgraaf en pleit hem op alle punten vrij: “Wij hebben geen aanwijzingen gevonden van niet-integer handelen door de dijkgraaf in relatie tot het windpark Noordoostpolder. Van belangenverstrengeling is geen sprake geweest.”

Wel stelt het rapport (de samenvatting -pdf) dat: “de deelname van de heer Tiesinga aan de stuurgroep en de overleggen bij EZ in de publieke beeldvorming bijgedragen aan de schijn van belangenverstrengeling.”

De Algemene Vergadering heeft haar steun aan de dijkgraaf uitgesproken en daarmee is de kous in politieke zin af lijkt me. Toch blijft er wel iets knagen.

Als bestuurder in het Openbaar Bestuur en als politicus moet je jezelf nog nadrukkelijker bewust zijn van je integriteit en de mogelijke schijn van belangenverstrengeling. Zelfs als vaststaat dat er niets aan de hand was (zoals het rapport van WagenaarHoes nu stelt bij de dijkgraaf) zal er altijd ‘iets’ blijven hangen. Veel mensen zullen toch denken ‘waar rook is, is vuur’ hoewel daar geen aanleiding voor hoeft te zijn. Dat is schadelijk. In de eerste plaats voor de betrokken personen, in de tweede plaats voor de organisatie die hij/zij vertegenwoordigd en in algemenere zin is het schadelijk voor het vertrouwen in de overheid en politiek bestuur.

Dat een organisatie na het uitkomen van een rapport dat de betrokkene vrijpleit snel wil overgaan tot de orde van de dag (‘niets aan de hand’) kan ik me voorstellen. Maar de vraag of dit verstandig is uit oogpunt van ‘het vertrouwen in de overheid’ kan hierbij wel worden gesteld.

Zelf ben ik van mening dat je als politiek ambtsdrager, ook als er feitelijk niets aan de hand is, diep door het stof moet als je integriteit in opspraak is geraakt. Want er is altijd een oorzaak die aanleiding geeft tot de ophef en die had je moeten (proberen te) vermijden. Of je daarna nog geloofwaardig bent moet van geval tot geval bekeken worden. Maar ik vrees dat het maatschappelijk gevoel van vertrouwen meestal geschaad is en dat dit het functioneren en bovenal de geloofwaardigheid niet ten goede komt.

Laat ik mijn oud-partijleider Femke Halsema tijdens een spoeddebat afgelopen november over de integriteit van Kamerleden citeren: “Ik blijf bij de opvatting dat Kamerleden in opspraak kunnen raken en dat daarmee een serieus probleem voor de geloofwaardigheid van de politiek ontstaat. Dat probleem is er niet pas nadat de rechter een oordeel heeft uitgesproken.”

Naar mijn opvatting geldt dit niet alleen voor Kamerleden, maar voor alle publiek-politieke ambtsdragers.

Functioneren in het openbaar bestuur en politieke gremia maken dat je handelen extra onder een vergrootglas ligt van de maatschappij. Dat is ook goed, maar vraagt dat je vrijwel doorlopend je eigen handelen blijft toetsen op integriteit. Dit maakt het leven er niet makkelijker op, dat ervaar ikzelf dagelijks bij het toetsen van mijn eigen handelen. Toch denk ik wel dat het noodzakelijk is.

maandag, 16 mei 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

Schrap ‘Links’, behoud ‘Groen’

GroenLinks heeft zich de afgelopen jaren flink ontwikkeld; men is niet meer ‘links’, maar ‘progressief’, een partij van de toekomst. Dit is een goede ontwikkeling, want links is tegenwoordig een scheldwoord. Tegelijkertijd blijft de partij zich echter indelen bij ‘Kamp Links’. Om een grote partij te worden, moet men hiermee stoppen. Het predicaat ‘links’ moet achter zich laten worden, en de partij moet dit woord ook uit haar naam schrappen.

Een paar weken terug volgde ik een college van Prof. Lance Bennett, een politicoloog die werkt aan de Universiteit van Washington. Hij vertelde over ‘links’, die haar boodschap niet meer goed over weet te brengen op haar traditionele doelgroep (de ‘gewone man’), en deze massaal over zag lopen naar andere partijen. Wie de politiek volgt weet dat dit klopt. De leden- en stemaantallen van de Sociaaldemocratische partijen in Europa nemen steeds verder af. In Nederland zijn we inmiddels zo ver dat het woord ‘links’ zelfs een scheldwoord is geworden. Alles dat misgaat wordt in de schoenen van ‘links’ wordt geschoven. Of het nu de financiële crisis of een overval is met een Marokkaanse dader; alles komt door de ‘linkse kerk’, de ‘linkse media’, of de ‘linkse grachtengordelelite’.

Na afloop van het college vroeg ik Bennett waarom de groene partijen het in Europa dan wel zo goed doen, ondanks dat zij met ‘links’ geassocieerd werden. Ik noemde hierbij Die Grünen uit Duitsland. Bennett antwoordde dat de kracht van de groenen was dat ze juist niet links of rechts zijn. Groene partijen, zo stelde Bennett, proberen primair hun eigen groene idealen te verwezenlijken, en kunnen daarvoor met iedereen samenwerken, links én rechts. Die Grünen zijn hiervan een belangrijk voorbeeld.

Die Grünen doen het inderdaad goed. Bij de statenverkiezingen van afgelopen maart was de partij de grote winnaar, en uit een recente peiling bleek dat de partij op een paar procent na de populairste van Duitsland is. De koers van de afgelopen jaren is eigenlijk hoe Bennett beschrijft: men presenteert zich als groen en progressief. ‘Links’ is er niet bij; men is bereid met iedereen te praten.

Hoe ligt dat in Nederland? De groene politiek hier, sinds 1991 uitgedragen door GroenLinks, is in landelijke verkiezingen nooit verder gekomen dan 7,3% van de stemmen (in 1998). Van percentages als 24,2% dat Die Grünen recentelijk scoorde in deelstaat Baden-Württenberg kan de partij alleen maar dromen. Redenen waarom dit zo is, zijn makkelijk te bedenken: het kan komen door moordende concurrentie in het Nederlandse politieke landschap (bijna elke partij noemt het milieu als standpunt) of doordat het milieu in Nederland minder leeft dan in Duitsland (daar zijn twijfels bij te plaatsen, omdat bedrijven ook hier bakken geld verdienen aan milieuvriendelijke producten). Echter, deze redenen liggen allemaal buiten de partij, en zijn dus automatisch zaken waaraan we weinig kunnen veranderen. Zijn er echter dingen te bedenken die GroenLinks zelf kan doen, om Die Grünen in percentages achterna te gaan?

Mijn antwoord is: ja, die dingen zijn er. Er is een imagoverandering nodig. Voor een gedeelte is deze al bezig: Femke Halsema zag weinig heil meer in oud-linkse benaderingen van zaken, en navigeerde de partij van een groene SP naar een groen D66. De overheid was niet meer de oplossing van alle problemen, waar men in het socialisme vanuit gaat, maar de focus kwam op het individu te liggen. Het socialisme werd een inspiratiebron in plaats van een dogma, GroenLinks een ‘linksige’ partij, in plaats van een ‘linkse’. Deze koerswijziging heeft van GroenLinks echter nog geen grote partij gemaakt; terwijl Die Grünen in de peilingen op twee staan, moet GroenLinks maarliefst zes partijen voorlaten.

Wat moet er dan nog gebeuren? Ik denk dat GroenLinks moet beseffen dat haar imagoverandering momenteel nog maar halverwege is. Men presenteert zich nu dan al wel als ‘progressief’, een frisse partij voor de toekomst, niet per se meer als ‘links’. Echter, dit is nog lang niet voltooid. Wat GroenLinks moet doen is verdere stappen zetten om het predicaat ‘links’ volledig achter te laten. Men moet niet proberen gemeenschappelijke punten te formuleren als PvdA en SP, of prominent aanwezig zijn op een bijeenkomst over armoede met de laatstgenoemde. Alhoewel deze zaken allemaal goed bedoeld zijn, blijft de kiezer de partij in ‘Kamp Links’ indelen, en behoort ze tot dat onfrisse hoekje, de boosdoeners. Men moet zich gaan presenteren als partij voor iedereen met een groen en progressief hart, niet alleen de mensen die per ongeluk ook nog ‘links’ zijn. Jan Modaal moet GroenLinks óók als optie gaan zien.

Een belangrijke symbolische stap die gezet moet worden, is dat GroenLinks het ‘Links’ uit haar naam schrapt. Het zal gevoelig liggen bij de achterban, vooral bij degenen met een CPN- of PSP-achtergrond, maar een partij die niet ‘links’ is, moet ook niet ‘links’ heten. Bij een groen, progressief en fris imago, hoort ook een dergelijke naam.

Dat de partij hiermee, samen met de andere stappen weg van ‘links’, leden en kiezers zal verliezen, staat buiten kijf, maar ik geloof dat er tegelijkertijd waarschijnlijk veel meer leden en kiezers bij zullen komen. Ik ben in ieder geval bereid dit risico te nemen.

Op naar de toekomst, zou ik zeggen.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/schrap_links_behoud_groen/


dinsdag, 5 april 2011

Ger Bosma

Ger Bosma

De weg naar Kunduz

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, ge(r)neuzel, geschiedenis, internationale politiek, persoonlijk, politiek, achterban, activiteiten, en meer.

Eind januari stemde de GroenLinks-fractie (minus onze eigen Ineke van Gent) in met het geven van steun aan de omstreden politie-missie voor het Afghaanse Kunduz. Ook twee maand later is er bij een groot deel van de achterban enorme onvrede over deze beslissing, haar motivatie en de manier waarop dit besluit tot stand kwam. Voor mijzelf is het in ieder geval de voornaamste reden om na 10 jaar lidmaatschap een punt te zetten achter mijn activiteiten voor GroenLinks.

Verspeeld krediet
Toen half december Femke Halsema bekend maakte dat ze zou opstappen en haar opvolgster Jolande Sap presenteerde, had ik niet gedacht dat deze in staat zou zijn om in zo’n rap tempo alle krediet te verspelen die GroenLinks onder Halsema had opgebouwd. Ondanks de kritiek die ik zeker ook had op Halsema en de allengs meer liberale koers van de partij (een soort groengewassen D66 light), was zij wat mij betreft uitgegroeid tot iemand van statuur die bijna boven de partijen stond. Femke was ongetwijfeld het grootste pre van GroenLinks de laatste jaren.

Hoewel vast een degelijk politica, ben ik over haar opvolgster Jolande Sap aanmerkelijk kritischer. Met name de behandeling van het dossier Kunduz heeft het krediet voor Sap nogal gereduceerd. Saps emotionele betogen in de kamer, haar doofheid voor de massale en zeer terechte kritiek uit de achterban en ook haar goedgelovigheid in de toezeggingen door premier Rutte maken op mij een bar slechte indruk. Met name neem ik haar – en de veel te volgzame fractie – kwalijk dat men in weerwil van alle bekende feiten een onwrikbaar, welhaast wereldvreemd geloof in de maakbaarheid van de weerbarstige Afghaanse realiteit bleef uitstralen. Ook tegen de uitdrukkelijke wens van een groot deel van de partij en het kader in.

Schadelijk idealisme?

Bevlogenheid en idealisme zijn in principe natuurlijk prachtig. Maar je op zo’n naxefeve en opzichtige wijze voor het karretje laten spannen van hetzelfde cynische westers imperialisme dat Afghanistan al meer dan dertig jaar lang tot een treurig stemmend slagveld heeft gemaakt? Dat lijkt me geen goed idee. Deze onverkwikkelijke periode werd grosso modo in 1980 ingeluid, toen Jimmy Carter’s Nationaal Veiligheids Adviseur Zbigniew Brzezinski direct na de Sovjet invasie in Afghanistan in een memo aan Carter stelde: “We now have the opportunity to give the Soviet Union its own Vietnam”.

De rest van het verhaal kennen we: de bewapening door de CIA in de jaren 80 van de moedjahedien, van allerlei verfoeilijke criminelen en van religieuze fanatici als Osama Bin Laden alsook de latere Taliban, met vele honderden miljoenen dollars. Wat voorspelbaar volgde was een implosie van het land na het verdrijven van de Sovjet-troepen. Daana, tijdens de bloederige en onmenselijk wrede Afghaanse burgeroorlog in de jaren 90, had het westen in een keer alle interesse verloren. Onderwijl voerden onze handen afhakkende voormalige ‘bondgenoten’ de sharia in en zakte een verloren generatie weg in een moeras van analfabetisme, armoede en zelotische achterlijkheid.

Toen zo’n 14 jaar geleden na veel strijd de zegevierende Taliban het in de jaren 70 nog relatief mondaine Afghanistan definitief transformeerden in een primitief tribaal en religieus reservaat, waren de enige belangen die Clinton en Bush jr. zagen de miljardendeals die de olierijkdommen van de Kaspische Zee moesten ontsluiten voor westerse benzineslurpers en Abrahamtanks. Dit alles een logisch uitvloeisel van hetzelfde arrogante geo-strategische wanbeleid dat tot op de dag van vandaag in deze tumultueuze regio de boventoon voert.

Anno 2011, met behulp van ‘onze’ politietrainers in Kunduz, zullen we nu eindelijk de zaak recht zetten? En kunnen gelukkig “de meisjes binnenkort weer naar school”, zoals de propagandariedel gaat? Te belachelijk voor woorden. Zolang Nederland aansluiting blijft zoeken bij de Amerikaanse militaire strategie voor Afghanistan, is er geen enkele kans op duurzame verbetering. Alle voortekenen in Kunduz en elders in Afghanistan wijzen daarop. Een uit het pacifisme voortkomende partij als GroenLinks zou dat, meer dan wie ook, moeten onderkennen.

De hel van Kunduz
Extra navrant in deze is natuurlijk dat de steun van GroenLinks onontbeerlijk was in het laten doorgaan van deze missie. Had tweederde van de kamer al voorgestemd, dan was het een hamerstuk en was de steun van GroenLinks niet zo cruciaal geweest. Het is daarmee een hele verantwoordelijkheid die je als partij op je laadt. Daarnaast lijkt het me ten enen male onwenselijk dat beslissingen als deze, die gaan over oorlog en vrede, genomen worden met een meerderheid van de helft plus 1. Zeker op basis van een aantal boterzachte toezeggingen van Rutte waarvan ieder weldenkend mens beseft dat ze losgezongen zijn van de Afghaanse realiteit. De exorbitante kosten (1 miljard voor het enkele weken trainen van hooguit enkele honderden of duizenden ongeletterde rekruten) komen daar nog eens bij.

Het is daarom volstrekt begrijpelijk dat het doordrukken van deze koers door Sap c.s. binnen grote delen van GroenLinks bijzonder slecht is gevallen. Wat Sap duidt als idealisme, helpt Afghanistan geen steek verder en is bovendien een onwelriekende splijtzwam in de partij. Hoe graag de fractie het misschien anders zou wensen: ook de weg naar de hel van Kunduz zal eens te meer geplaveid blijken te zijn met goede voornemens.

Geschreven op 20 maart 2011 voor de Groene Klinker, ledenblad GL Groningen.

xa9 Cartoon: David Horsey, Tribune Media Services

dinsdag, 15 februari 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Het niet-aanvalsverdrag van Ineke van Gent

Op het PvdA-congres van 29 januari pleitte GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent voor een niet-aanvalsverdrag tussen GroenLinks, de PvdA en de SP. Op het GroenLinks-congres van 5 februari herhaalde ze dat pleidooi. Die oproep is opvallend om drie redenen: vanwege de partijen die betrokken zijn, vanwege het feit dat Ineke de enige is die zich hierover uitgesproken heeft en vanwege de strategische implicaties van zo’n publieke oproep.

Betrokken Partijen
Bij het twintigjarig bestaan van GroenLinks hield Femke Halsema een gloedvolle speech waarin zij pleitte voor een progressieve alliantie. “Gezien de overeenkomsten ligt samenwerking tussen PvdA, GroenLinks en D66 dan het meeste voor de hand.” De SP wordt ingedeeld bij de sociaal-conservatieve stroming waar zij expliciet afstand van neemt.

Ineke wil in haar linkse samenwerking nadrukkelijk wel de SP betrekken en legt juist minder nadruk op samenwerking met D66. Op het PvdA-congres ging linkse samenwerking allereerst over de PvdA, GroenLinks en de SP en op het GroenLinks-congres reageerde ze op een motie die om samenwerking tussen deze drie linkse partijen pleitte. Het lijken woordenspelletjes, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de linkse samenwerking van Ineke iets anders is dan de progressieve samenwerking van Femke.

Initiatief
Daarnaast is opvallend dat het initiatief tot een niet-aanvalsverdrag is genomen door een fractielid en niet een fractievoorzitter. Tot nog toe hebben met name fractievoorziters en partijvoorziters zich uitgesproken over samenwerking en weten we weinig over de individuele meningen van fractieleden.

Het is dan ook onduidelijk of het voorstel tot een niet-aanvalsverdrag gedragen wordt door de gehele GroenLinks-fractie. De dag na het GroenLinks-congres vroeg Ineke op twitter plagend aan haar fractiegenoot Tofik Dibi “of ben je de PvdA aan het bashen? #nietaanvalsverdrag” Het antwoord van Tofik was: “Staat de handtekening van de PvdA onder dat verdrag? Die indruk krijg ik na de zoveelste aanval niet.”

Strategische implicaties
Tot slot is de oproep tot een niet-aanvalsverdrag opvallend omdat je op het eerste gezicht beter achter de schermen een verdrag kunt sluiten dan er voor de schermen toe op te roepen. Juist in de campagneperiode is het ieder voor zich en nemen de aanvallen van partijen over en weer op elkaar toe.

Uiteraard trekken alle oppositiepartijen deze verkiezingen vooraleerst gezamenlijk op tegen het kabinet, maar de verleiding om de linkse vrienden een sneer mee te geven wordt iedere dag dat de verkiezingen dichterbij komen een beetje groter. De Partij van de Dieren valt GroenLinks aan omdat zij niet diervriendelijk genoeg zou zijn, de SP en de PvdA focussen in hun Kunduz-kritiek hun peilen op GroenLinks. Zonder een daadwerkelijk niet-aanvalsverdrag kan je daar moeilijk boos om worden.

Doordat zo’n verdrag niet bestaat maar er vanuit GroenLinks wel toe opgeroepen is stelt de partij zich kwetsbaar op: aanvallen van andere partijen worden door een oproep niet voorkomen, maar aanvallen van GroenLinks op andere linkse partijen zijn hypocriet geworden; GroenLinks heeft immers opgeroepen om dat toch juist niet te doen. GroenLinks legt zichzelf dus beperkingen op, zonder dat de concurrenten aan de zelfde beperkingen gebonden zijn. De vraag is wat daar, minder dan een maand voor de verkiezingen, de ratio achter kan zijn.


maandag, 7 februari 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Waakzaamheid

In groenlinks, congres, eerste kamer, kunduz, sap, speeches, steun, achterban, draagvlak, en meer.

Een korte terugblik op het congres van afgelopen zaterdag.

Het viel me mee, simpel gezegd. De sfeer was positiever en opbouwender dan ik had verwacht, na alle berichten over opzeggingen en emotionele reacties over scheuringen in de partij. Hoewel de meeste leden nog steeds niet overtuigd zijn van de missie naar Kunduz staat het vertrouwen in de fractie voorop.

De beide moties die zijn aangenomen zijn ook de enige waar ik voor heb gestemd. De motie Treurnis, Eenheid en Vertrouwen had ook mijn naam als mede-ondertekenaar onder zich staan. Omdat ik het wel nodig vond een signaal af te geven, met name dat de fractie voor dit besluit veel te weinig draagvlak had in de achterban. Maar voor mij staat de eenheid in de partij, met alle stromingen die we hebben en die bij GroenLinks horen, en het vertrouwen in de fractie en Jolande Sap als fractievoorzitter voorop. Dat signaal miste ik in de motie Respect en Waakzaamheid, vandaar dat ik die niet mede heb ondertekend. Wel stemde ik voor omdat wat respect hier en daar nooit verkeerd is. Het woord verliest alleen wel wat van z’n gewicht.

Behalve Kunduz moest er ook nog een Eerste Kamerlijst worden samengesteld. Gelukkig werd al snel duidelijk dat de omstreden kandidaat Harry Borghouts nauwelijks steun had. Jammer voor Borghouts maar beter voor de partij. Nog beter was het geweest als Harmen Binnema en Brechtje Paardekoper hoger waren geëindigd, om zo wat meer vers bloed in de fractie te krijgen.

De nazit met DWARS, vol met onnavolgbare speeches met onverklaarbare applausmomenten, was weer een waardige afsluiter. En het nieuwe kapsel van Femke Halsema de slagroom op de cake.

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

Jolande Sap: Meer brains, minder branie

In politiek, artikel, belastingplan, blog, brinkman, campagne, compromis, congres, dwars, en meer.

Het is niet makkelijk om één van de bekendste, populairste en meest mediagenieke politici op te volgen. Maar Jolande Sap heeft zich binnen no-time opgewerkt van een voor vele onbekende fractievoorzitter tot een door vriend en vijand gerespecteerd partijleider met een eigen profiel: meer brains, minder branie. Een blog over de stijl van misschien wel de intelligentste politicus van het binnenhof.


Meer brains, minder branie. Jolande zegt het niet alleen, maar heeft het in haar eerste weken ook meteen laten zien. Het is bij uitstek een politica die voor de inhoud gaat. Beeldvorming is een middel, het resultaat telt. Jolande straalt het heilige geloof uit dat ze ervan overtuigd is dat kiezers, leden, misschien zelfs tegenstanders te overtuigen zijn met een goed onderbouwt verhaal.

In haar tweede NRC-column vertelde Jolande over haar ontnuchterende ervaring met ‘fact free politics’ toen ze bij het belastingplan 2009, net nieuw in de Tweede-Kamer, er achter kwam dat haar collega’s helemaal niet geïnteresseerd bleken in haar idealen en analyses, maar enkel in het behouden van de balans tussen de ouderenbelasting van Bos en de doorwerkbonus van Balkenende.

Maar in plaats van teleurgesteld te raken in het Haagse wereldje, heeft Jolande de strijd aangebonden met de politiek van de branie en de waan van de dag. Ze volgde zonder enige moeite Kees Vendrik (‘de beste minister van financiën die Nederland nooit gehad heeft’) als financieel woordvoerder op. Haar kennis en expertise die ze etaleerde in de parlementaire onderzoekscommissie De Wit leverde haar het predicaat politiek talent van het jaar op.

Als enig fractielid werd Jolande lid van de programmacommissie in 2010. In die hoedanigheid heb ik als voorzitter van DWARS met haar gesproken over het GroenLinks-AOW plan, ontworpen door, jawel, Jolande zelf. Wij stonden behoorlijk kritisch tegenover het plan waarin je pas na 45 jaar participatie recht had op een volledige AOW-uitkering, maar Jolande nam ruim de tijd om ons te overtuigen. Niet alleen omdat ze de steun van DWARS op het congres wel kon gebruiken, maar vooral omdat Jolande echt in het plan geloofde en ons om die reden in haar argumentatie mee wilde nemen. Toen iemand opperde dat het plan het wellicht slecht zou doen in de beeldvorming zei ze zonder een moment te twijfelen: niet als we het goed uitleggen. DWARS heeft ze weten te overtuigen, de kiezer nog niet; nadat het GroenLinks-plan in de media flink onder vuur had gelegen schaarde Femke Halsema zich in de campagne achter het compromis dat sociale partners hadden gesloten.

Diezelfde focus op de inhoud zie je terug bij de missie naar Kunduz. Bij de discussiebijeenkomsten vlak na de publicatie van de artikel 100-brief stelde Jolande zich buitengewoon open op. Dat compliment werd haar ook expliciet gemaakt door een oude rot uit Drenthe, gevolgd door de opmerking: dat is in het verleden wel eens anders geweest. Jolande kwam niet met een vooringenomen mening een verhaal verdedigen, maar kwam luisteren. Maar zoals ze op het congres zei: “luisteren betekent niet dat je precies doet wat iemand anders wil.” Jolande laat zich overtuigen door argumenten, niet door het feit dat mensen het met haar oneens zijn.

Die inhoudelijke, open houding was sterker dan ooit herkenbaar in het AO en het Kamerdebat over de missie. Jolande legde open op tafel dat ze vooraf met Rutte gesproken had en verteld hem had waar een missie volgens haar aan moest voldoen. Timmermans (PvdA), Brinkman (PVV) en Van Bommel (SP) reageerde boos, hoe kan het nou zijn dat een politicus uit de oppositie samenwerkt met de premier? Jolande beantwoordde een vraag van Van Bommel daarover met de uitspraak: “Misschien heeft dit te maken met een verschil in traditie tussen onze partijen: Wij zijn bij GroenLinks geneigd om moties te formuleren waarvan we willen dat ze ook worden uitgevoerd.” Met andere woorden: u voert politiek voor de bühne, ik voer politiek voor de inhoud.

Zelden was besluitvorming zo transparant als rondom de missie naar Kunduz. Een kabinet wint advies in bij partijen en legt een voorstel voor. Een partij wikt en weegt daarover en komt tot de slotsom dat het voorstel niet voldoet aan haar voorwaarden en legt uit hoe het voorstel aangepast dient te worden. Het kabinet gaat akkoord en wijzigt het voorstel. Zo bepaalt de Kamer wat er gebeurt en niet de regering. Zo heeft Jolande de piketpaaltjes van de missie geslagen en niet Rutte. Zo werkt dualisme. Het kamerdebat over Kunduz was een uitstekend voorbeeld van open politiek, van eerlijke politiek, van moedige politiek.

Brains in plaats van branie, maar niet in plaats van moed. Moed, omdat Jolande ervoor koos de missie inhoudelijk te verbeteren, in plaats van voor het veilige ‘nee’ te gaan. De GroenLinks-fractie was meerdere malen in staat om op een zorgvuldigere manier netjes af te haken. Jolande koos er echt voor om door te zetten en liep daarmee zelfs het risico om haar gloednieuwe partijleiderschap te verliezen: kritische leden dreigden met een motie van wantrouwen. Voor veel politici zou dat een reden zijn geweest om af te haken: de missie kwam te snel na haar aantreden, was niet belangrijk genoeg om zelf politiek voor te sneuvelen, was te onpopulair bij de kiezers. Niet voor Jolande. Naar verluidt zou ze zelf daarover hebben gezegd: “Wat kan mij m’n positie nou schelen, ik geloof hierin.” Dat is gaan voor de inhoud, dat is politieke moed.

Brains in plaats van branie. De eerste resultaten zijn er: Jolande heeft eigenhandig het kabinetsplan omgevormd en haar partij in het gareel weten te houden. Dat levert haar in de Haagse kaasstolp ongetwijfeld respect op, maar ik denk dat het electorale succes op de middellange termijn zal volgen. Is er niet een grote groep kiezers die ook verder wil kijken dan de waan van de dag? Is er niet echt die groep kiezers, die inderdaad kiest op basis van inhoudelijke argumenten? Is er niet een groep die, net als Jolande, wil luisteren in plaats van schreeuwen? Open, eerlijke, inhoudelijke politiek: ik ben overtuigd, Jolande is here to stay.


donderdag, 27 januari 2011

Inti Suarez

Inti Suarez

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Van multicultureel naar vrijzinnig liberaal; de opmerkelijke reis van Groen-Links

In groenlinks, actie, acties, agenda, algemeen, cda, debat, december, dwang, en meer.
Sinds haar oprichting in 1989 profileert Groen Links zich als voorvechter van een multicultureel Nederland. Dit heeft de partij altijd veel stemmen opgeleverd van allochtone Nederlanders, zeker in vergelijking met de gevestigde orde van PVDA en CDA. Een week is al een lange tijd in de politiek en twee decennia een eeuwigheid, waarin onvoorstelbaar veel kan veranderen. In Europa zijn we van de geel-rode jaren negentig, waarin de sociaal- en christendemocraten de dienst uitmaakten in zo ongeveer de hele EU, in de blauw-met-gele jaren tien terechtgekomen. Liberalen en rechtse partijen hebben een forse opmars gemaakt. Er is meer politieke diversiteit, die ook wordt weerspiegeld in de voorkeuren van de allochtone kiezers. In Nederland betekent dat dat deze groep niet meer zo vanzelfsprekend voor GroenLinks kiest.
Je zou kunnen zeggen dat dit een indicatie is van een toenemende integratie: de allochtone kiezer stapt over van een nichepartij naar een gewone partij. Het kan ook betekenen dat GroenLinks is veranderd en niet meer aantrekkelijk is voor wie deel uitmaakt van het diverse en multiculturele Nederland.
Gezien de reacties in de media op de uitspraken van Femke Halsema over het Islam debat, net voor haar vertrek als partijleider, zou dat het geval wel eens kunnen zijn. In een door GroenLinks georganiseerde conferentie over de vrijheid van godsdienst gaf Halsema te kennen dat bepaalde aspecten van de Islamitische straatcultuur niet getolereerd kunnen worden in Nederland. De nuances van haar betoog zijn uiteraard niet behouden gebleven in de media, wel dat er sprake is van een nieuwe, ferme toon: GroenLinks doet tegenwoordig blijkbaar ook aan ‘Islam-bashing’.
Dit was vroeger ondenkbaar, nuances of niet. Er moet nogal wat veranderd zijn als de partijleider directe kritiek durft te uiten tegen een minderheid. Heeft een stille revolutie plaatsgevonden binnen de partij, of heeft deze zich aangepast aan het maatschappelijke klimaat, waarin kritiek op minderheden en vooral de Islam gewoon is geworden? Wat misschien nog wel belangrijker is: welke consequenties heeft dit voor het nieuwe leiderschap van de partij?
Op het eerste gezicht is er weinig veranderd aan de ideologische positie van Groen Links: de partij is ontstaan uit de emancipatoire bewegingen van de jaren zestig en zeventig en staat nog steeds in deze traditie. Persberichten en verkiezingsprogramma getuigen hiervan, ook in 2011. Emancipatie is binnen GroenLinks altijd opgevat als de bevrijding van het individu aan de dwang van de meerderheid. In ontzuild en progressief Nederland betekent dat dat iedere vorm van automatische groepssolidariteit verdacht is geworden. Globalisatie en het afnemen van nationale identiteit worden in dit narratief positief geïnterpreteerd, want geven meer ruimte aan het individu in zijn zoektocht naar emancipatie en vrijheid.
Het blijkt nu dat deze zoektocht voert tot het overschrijden van de dunne grens tussen individualisme en egocentrisme. De nieuwe Verlichting, waarin iedereen zich in vrijheid zou kunnen ontplooien tot een progressief en weldenkend mens is niet gekomen, in plaats daarvan de opmars van een populistische rechts politiek. Progressief Nederland heeft dit niet zien aankomen, om wat voor reden dan ook en wordt nu overrompeld door de brede terugkeer naar deze schijnveiligheid van de kudde. De individuen die een veilig hokje bezitten keren daarnaar terug, de anderen zoeken naar de profeet of politicus met de makkelijkste antwoorden en minderheden zijn alweer het probleem. Volgens The Economist heeft het Nederlandse kabinet een povere keuze gemaakt: de Nederlandse kiezers zijn verward en angstig en de regering speelt in op deze gevoelens, in plaats van op zoek te gaan naar oplossingen voor de reële problemen van het land.
Binnen deze context is de positie van GroenLinks ten aanzien van minderheden belangrijker dan ooit. De problemen waar Nederland mee kampt zullen niet worden opgelost met de verharding van het politieke klimaat. De hindernissen voor de emancipatie van moslims staan nog overeind. GroenLinks heeft lang geleden al een inhoudelijke keuze gemaakt voor het belang van emancipatie, van alle minderheden, ook de moslims. Wat is veranderd is de opvatting van de partij over de strategie om dit te bereiken. Halsema’s uitlatingen geven blijk van deze nieuwe ‘tough love’: de liefde voor diversiteit blijft, maar harde kritiek op misstanden binnen minderheden mag. Emanciperen schept ook verantwoordelijkheden.
De vraag is wat de daadwerkelijke politieke waarde van deze keuze is, vandaag de dag. De dominante partijen hameren iedere minuut van iedere dag over de problemen met minderheden, moet GroenLinks dan advocaat van de duivel spelen met zulke uitlatingen? De reacties in de media laten zien dat ‘love’ maar al te makkelijk wordt vergeten en dat alleen ‘tough’ de kranten haalt. Als dat de positie van GroenLinks lijkt te zijn, bestaat een grote kans dat de partij zich verder zal vervreemden van wie dan ook maar de tolerante kiezer geacht wordt te zijn. Zonder uiteraard aan populariteit te winnen bij de bezorgden en onzekeren.
Er is ook een andere mogelijkheid: dat emancipatie niet afhankelijk is van politiek en dat het aantal geemancipeerde Nederlanders groeit, GroenLinks of niet. Wilders en consorten vertegenwoordigen degenen die niet blij zijn met de toenemende globalisering en die verlangen naar een meer overzichtelijk en minder kakelbont land. Een segment van de bevolking dat nooit eerder deel kreeg aan de macht en nu dus geëmancipeerd is geworden. Progressief Nederland heeft dan ook zware verliezen geleden bij de verkiezingen maar is niet verdwenen. Op het politieke toneel zijn nieuwe acteurs verschenen, ook producten van politieke emancipatie. Het debat wordt niet meer bepaald door de traditionele achterban van de PvdA en de CDA, maar erkent nu ook de VVDers en de PVVers. GroenLinks houdt zin in de toekomst, een toekomst die politiek diverser is geworden. GroenLinks en haar linkse of progressieve bondgenoten moeten zich daarop voorbereiden met een nieuwe toon en ander leiderschap, waarin harde uitlatingen over minderheden, maar ook buitenparlementaire acties – Nederland bekent kleur, misschien - zijn toegestaan. Een nieuwe winter, een nieuw geluid.

Spanning en onduidelijkheid
Het ziet ernaar uit dat GroenLinks afdaalt van haar ivoren toren aan de grachtengordel naar de drukte van het marktplein, waar verschillende culturen botsen en de problemen van de multiculturele samenleving zich afspelen. Een deel van de GroenLinkse achterban ervaart dit als een verdere verrechtsing van hun partij; een verder meebuigen met de wind. Misschien hebben zij gelijk. Maar een ander deel van de Groenlinkse achterban beschouwt het ‘nieuwe GroenLinks’ als zoekend naar een evenwicht tussen de verschillende belangen en verlangens van alle groepen in onze samenleving. De partij is op zoek naar een positie tussen de huidige xenofobie en het allochtonenknuffelen van vroeger. Misschien hebben zij gelijk.
Wat is de lange termijn agenda van progressief Nederland voor autochtoon en allochtoon Nederland, dat is de vraag. Een vraag waarvan het antwoord zal bepalen welk politieke stroming de toekomst heeft. Tussen de grote woorden en stoere taal is het nog niet duidelijk wat GroenLinks eigenlijk te melden heeft.
Wat GroenLinks zou willen melden is wel te vinden, in manifesten, verkiezingsprogramma’s en beginselverklaringen. De staat volgens GroenLinks moet nog steeds een instrument van emancipatie zijn. De partij beweegt zich naar het publieke slagveld, waar individuen dagelijks moeten vechten voor hun identiteit en voor hun eigen ruimte, onafhankelijk van welk collectief dan ook. Dat geldt niet alleen voor minderheden, ook de confrontatie van de vrijzinnige idealen van GroenLinks met andere politieke partijen moet hier gaan gebeuren, op het politieke marktplein. Het nieuwe GroenLinks van Halsema -en nu van Sap- is een standpunt aan het ontwikkelen als progressief links-liberaal, of vrijzinnig. Het is hoog tijd om dit beter te verkopen op de politieke markt, waar samenwerking en botsingen aan de orde van de dag zijn. Daarvoor moet het eerst beter onder woorden worden gebracht dan tot op heden het geval is geweest.

Diversiteitsbeleid: van publiek naar privaat en terug.
Wat zou dan deze GroenLinkse nieuwe identiteit is in verhouding tot het allochtonenvraagstuk kunnen zijn?. Of we het nu willen of niet, het politieke debat van dit moment wordt gedomineerd door deze kwestie en het is goed dat de partij het oude standpunt van ‘multiculturalisme boven alles’ achter zich heeft gelaten, maar wat komt ervoor in de plaats?
GroenLinks is natuurlijk geen Wilderiaanse beweging. Ook geen anti-Wilders partij, zoals Rene Danen en Mohamed Rabbae – prominente GroenLinks leden – misschien zouden willen. Wat is de partij dan wel? Hoe moet de ‘tough love’ van Halsema worden vertaald naar diversiteitsbeleid?
Multicultureel Nederland werd volgens de gangbare opinie geboren in 1983 toen de WRR het eerste rapport uitbracht waarin werd gepoogd om diversiteitsbeleid vorm te geven vanuit de politiek. Van dit animo is weinig overgebleven binnen de overheid. De avant-garde van de beleidsmakers is dan ook verhuisd naar de private sector en verdient zijn brood met het produceren van diversiteitsmanagement voor bedrijven, die wel de noodzaak daarvan inzien. Het debat in de politiek verhardt, terwijl het bedrijfsleven steeds meer gebruik maakt van de kracht van diversiteit.
De ontwikkelingen in het diversiteitsmanagement in de private sector spelen zich af op drie terreinen: het faciliteren van werk voor mensen van verschillende culturele achtergronden, het verkennen van nieuwe markten en het mainstreamen van diversiteit als een positieve waarde in de bedrijfscultuur.
Het interessante is dat deze drie thema’s eenvoudig zijn te vertalen in politieke actie. Om te beginnen: de verbetering van de werksituatie voor mensen van verschillende culturele achtergrond is de simpele erkenning dat verschillende mensen verschillende behoeftes hebben wat betreft hun werkomgeving. Zoals bijna niemand verwacht te moeten werken op de avond van 5 december, zo kan ook ruimte worden gemaakt voor andere feestdagen, net zoals veel bedrijven gebedsruimtes hebben ingericht. Het gaat erom dat een bedrijf gewoon vriendelijk kan zijn tegen verschillende culturen.
Als we over verkennen van nieuwe markten praten: een alternatieve kijk op een bepaalde situatie wordt algemeen erkend als een must in het competitieve bedrijfsleven van vandaag. Diversiteit in een brede zin is een onmisbaar element hiervan. In de politiek vertaalt dit principe zich in de noodzaak voor interne diversiteit binnen politieke partijen. Om te kunnen praten met diverse groepen (en niet alleen te praten over diverse groepen) moeten leden van deze groepen deelnemen aan het interne debat. Als GroenLinks, of welke partij dan ook, kans wil maken op een belangrijke positie in de diverse sectoren van de maatschappij, moeten moeten deze sectoren eerst de partij worden binnen gehaald.
Het profileren van welk bedrijf dan ook als diversiteitsvriendelijk en het naar buiten treden als een niet homogene entiteit is de derde poot van elke diversiteitsbeleid in de zakenwereld van vandaag. Dit derde principe is moeilijker te integreren in het leven van een politieke partij, waar eenheid van meningen hoog wordt gewaardeerd. Het proces van interne discussie is vooral gericht op het bereiken van consensus. De diverse wereld van vandaag leert ons nog een andere les: wij moeten niet alleen leren om het met elkaar eens te worden, maar ook om het niet met elkaar eens te hoeven zijn.
Deze drie elementen hebben veel te danken aan maatschappelijke trends van twintig tot dertig jaar geleden. Net zoals in de milieu-discussie heeft het bedrijfsleven zich stellingen en praktijken eigen gemaakt die afkomstig zijn uit de activistisch-progressieve politieke hoek. Ons pleidooi is om deze keer de rollen om te draaien en de politiek van morgen te inspireren door het bedrijfsleven van vandaag. Laten we diversiteit faciliteren, gebruiken en mainstreamen. Door alle nadruk op de problemen van multicultureel Nederland te blijven leggen, worden deze toch niet opgelost. Iedereen weet inmiddels wel wat ‘tough’ betekent, het wordt tijd om ook te gaan nadenken over wat ‘love’ zou kunnen inhouden. Oplossingsgericht denken zou daarvan goed begin kunnen zijn.

zondag, 23 januari 2011

Ger Bosma

Ger Bosma

De Provincie vs. Den Haag

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, geen commentaar, politiek, geschiedenis, achterban, beleid, campagne, cda, en meer.

2011 is wederom een verkiezingsjaar. Op 2 maart vinden de verkiezingen voor de Provinciale Staten plaats. Zoals de laatste jaren gebruikelijk met om het even welke verkiezing, is ook deze Statenverkiezing goeddeels te beschouwen als een peiling hoe de kiezer denkt over de Haagse politiek. Ook nu zullen ongetwijfeld vooral de zwaargewichten uit de Tweede Kamer in februari de media domineren en wordt 2 maart in essentie een graadmeter van de populariteit van de zittende regeringscoalitie.

Je kan het spijtig vinden, maar normaal gesproken zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten niet iets waar de kiezer warm voor loopt. De laatste keren was het opkomstpercentage nog geen 50 procent. Als de voortekenen niet bedriegen, is het animo om te gaan stemmen dit jaar beduidend groter. Dat komt niet per se omdat de kiezer zich ineens bovenmatig is gaan interesseren voor Provinciale thema’s. De oorzaak moet zoals gezegd voornamelijk in het Haagse worden gezocht. We hebben immers te maken met getrapte verkiezingen, waarbij de zetelverdeling in de Provinciale Staten vrijwel één op één bepaalt welke senatoren plaats nemen in de bankjes van de Eerste Kamer: de Statenleden kiezen namelijk de Eerste Kamerleden.

Vleugellam
Overigens valt er evenmin een hernieuwde waardering van de kiezer voor de Eerste Kamer te noteren. Dit ‘Hogerhuis’ wordt toch vaak als een relict uit oude tijden weggezet. Vooral in PVV-kringen gingen geregeld stemmen op om de Eerste Kamer op te heffen of drastisch te verkleinen. Dat geluid wordt de laatste tijd echter nauwelijks meer vernomen in de entourage van de Grote Blonde Gedoger. Ook de Eerste Kamer is inmiddels een strijdterrein geworden voor de in 2010 in volle hevigheid opgelaaide politieke loopgravenoorlog tussen rechts en links. De PVV lijkt ondertussen ook in de Senaat hoge ogen te kunnen gaan gooien, vooral ten koste van het CDA.

Aangezien het door Wilders gedoogsteunde kabinet Rutte tot nu toe geen meerderheid in de Eerste Kamer heeft, staat er inderdaad veel op het spel. Blijft de coalitie van VVD-CDA+PVV steken op minder dan 38 zetels, dan wordt (c.q. blijft) het kabinet Rutte in belangrijke mate vleugellam. Daadkrachtig regeren wordt dan de komende jaren een erg lastig verhaal. Dat het kabinet inzake de voorgenomen BTW-verhoging op theater- en concertkaartjes op pijnlijke wijze bakzeil moest halen, kan heel wel de voorbode zijn voor het soort politieke impasses dat ontstaat als de Senaat gedomineerd blijft door de oppositiepartijen. In dat geval kan de oppositie alsnog alle met moeite door de Tweede Kamer geloodste wetsvoorstellen van de regering torpederen, of verregaande amendementen afdwingen.

Immers, de gedoogsteun van de PVV beperkt zich ook maar tot een handjevol onderwerpen. Op veel andere dossiers zullen wisselende coalities met de oppositie moeten worden gezocht. Een goede verkiezingsuitslag bij de Provinciale Staten is derhalve voor de 3 partijen die het kabinet Rutte mogelijk maken een must. Aan de linkse en centrumrechtse oppositie de schone taak om dit te verijdelen. Op dit moment heeft het CDA 21 senaatszetels, de VVD 14 en de PVV 0. Weliswaar zal de CDA net als in juni 2010 in de Tweede Kamer ongetwijfeld een fiks (en terecht) pak slaag krijgen van de kiezer, maar de VVD gaat hiervan profiteren. De PVV zal, indien schandalen rond aspirant kandidaten deze keer achterwege blijven, met stip de Eerste Kamer binnen katapulteren. Daarmee wordt de partij van Wilders, ooit begonnen als eenmansfractie, voor langere tijd stevig ingebed in het Nederlandse politieke landschap; of we daar nu blij mee zijn of niet.

Verkiezingskoorts
Dit onderliggende Haagse motief zal ongetwijfeld – tegen wil en dank – de komende weken de eigenlijke Provinciale verkiezingen gaan overschaduwen. Dat er zoveel op het spel staat is toch behoorlijk uniek in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. De uitslag van Statenverkiezingen had voorheen vooral invloed op de sfeer tussen coalitiepartners, maar nu treft het die samenwerking in het hart. Slechts in 1958 en in 1982 zou je met enige goede wil de Statenverkiezingen kunnen beschouwen als de langzame inleiding tot de val van een zittend kabinet. Wetend wat de inzet is, zullen Haagse kopstukken tijdens deze campagne dan ook de boventoon gaan voeren.

In de Volkskrant viel onlangs te lezen hoe GroenLinks-lijsttrekker in de Eerste Kamer Tof Thissen de verandering duidt. Vier jaar geleden deed hij voor het eerst mee, weliswaar ook toen ondersteund door Femke Halsema. Maar nu gaat aan zijn zijde politiek leider Jolande Sap voluit meedoen. Ook Thissen zelf zal veelvuldig moeten aantrede: “Ik heb een tienvoudig aantal verzoeken mee te doen aan debatten.”

Overigens hoeven we ook niet al te cynisch te zijn. Een hoge opkomst bij de Statenverkiezingen is ook voor sociaal-progressieve partijen als GroenLinks sowieso mooi meegenomen, aangezien hun achterban over het algemeen meer op heeft met de Provinciale Staten. Wanneer als indirect gevolg hiervan ook de mogelijkheid ontstaat om het kille en onbarmhartige rechtse beleid van de regering Rutte op tal van terreinen gevoelig om te buigen, dan is dat voor de linkse oppositie alleen maar winst.

Geschreven op 22/1/11 voor het ledenblad van GroenLinks Groningen, de Groene Klinker

 

dinsdag, 11 januari 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Afscheid van de Kamer

In femkes weblogberichten, regels, samenleving, samenwerking, stemmen, televisie, tweede kamer, banen, banken, en meer.

Dinsdag heeft Femke Halsema afscheid genomen van de Tweede Kamer. Lees hier haar afscheidsbrief: “Vanaf de eerste keer dat ik struikelend over het groene tapijt naar het spreekgestoelte liep tot aan de laatste routineus geplaatste interruptie, heb ik me bevoorrecht geweten. Aan volksvertegenwoordiger zijn is niets gewoon of vanzelfsprekend.”

Amsterdam, 10 januari 2011

Geachte voorzitter, beste Gerdi,

Beste collega’s,

Vanaf de eerste keer dat ik struikelend over het groene tapijt naar het spreekgestoelte liep tot aan de laatste routineus geplaatste interruptie, heb ik me bevoorrecht geweten. Aan volksvertegenwoordiger zijn is niets gewoon of vanzelfsprekend.

Je merkt het ook dagelijks: aan de egards waarmee de bodes je behandelen, het nauwkeurig geschreven verslag van je goede en slechte inbreng, je ’s ochtends vroeg schoongemaakte kamer, de aankondiging van de kok dat de Indische schepschotel klaar staat en het milde commentaar waarmee de beveiliging je vergeeft dat je toegangspas weer eens thuis in een andere tas is blijven steken.

Als volksvertegenwoordiger word je door de zorg van anderen omringd. Vooral van al het kamerpersoneel dat dikwijls onzichtbaar, maar professioneel en onvergetelijk aardig zijn werk doet. Nu ik vertrek na twaalf en een half jaar, wil ik allereerst èn vooral tegen hun zeggen: dank jullie wel!

Sinds ik 3 weken geleden mijn vertrek aankondigde heb ik natuurlijk veel nagedacht over de plek die ik verlaat en van mij zal er geen somberte komen. Sinds 1998, toen ik aantrad, zijn onze samenleving en ons parlement veranderd. De schok van de aanslag op de Twin Towers, van twee politieke moorden en van een internationale financiële en economische crisis klinken ook door in het parlement, en hebben onze politieke verhoudingen en omgangsvormen onherroepelijk veranderd. Onze samenleving is meer gepolariseerd geraakt en ons parlement is van een vriendelijk forum meer en meer een strijdlustige arena geworden. De taal die we hanteren is soms schril maar ook recht toe, recht aan; de tegenstellingen zijn even hard als ze helder zijn. Mij is dat lief.

Ik kan me namelijk heel goed de schok herinneren toen ik als kersverse justitiewoordvoerder de betekenis leerde van de afkorting AMA MOB: een alleenstaande, minderjarige asielzoeker is met onbekende bestemming vertrokken. Het is een willekeurig voorbeeld van bureaucratisch en beleidsjargon, bedoeld om een groot menselijk drama te verhullen en van pijn te ontdoen.

Het parlement bewijst zichzelf een heel slechte dienst als zij opereert als een hermetisch gesloten systeem met eigen codes en taal, onbegrijpelijk voor buitenstaanders, voor het volk dat zij vertegenwoordigt. De afgelopen jaren is de Tweede Kamer onmiskenbaar toegankelijker geworden en dat is goed: veel liever hevige emoties, straatrumoer en ruwere zeden dan de handjeklap en zelfgenoegzaamheid van de besloten sociëteit. Je bevoorrecht weten is iets heel anders dan je bevoorrecht gedragen.

Nu de tegenstellingen in onze samenleving groter worden, is wel de vraag hoe deze door volksvertegenwoordigers in goede banen worden geleid. Ons parlement is van oudsher de plaats waar niet alleen de meerderheid, maar ook politieke, etnische en religieuze minderheden zich gehoord en vertegenwoordigd behoren te weten. Er dient ruimte te zijn voor de geaccepteerde opvattingen, maar ook en juist voor de niet-geaccepteerde en zelfs onacceptabele opvattingen. Nu het politieke debat niet meer alleen plaatsvindt in het parlement, maar ook – en soms gelijktijdig – op televisie en op internet, lijkt het mij tijd om na te denken over de regels van parlementaire onschendbaarheid. Volksvertegenwoordigers dienen zich beschermd en vrij te weten, ook als zij meningen verkondigen die sommigen tegen de borst stuiten of zelfs ronduit kwetsen. Die bescherming zou niet alleen moeten gelden als zij achter het spreekgestoelte of bij de interruptiemicrofoon staan, maar overal waar zij uit hoofde van hun functie het woord voeren.

Voor mij gold en geldt dat het democratische debat aan betekenis wint naarmate het scherper en helderder wordt gevoerd. Tegelijkertijd heb ik altijd geprobeerd de deugd van wellevendheid te beoefenen. Juist het besef in een bevoorrechte positie te verkeren, geeft je als parlementariër de opdracht om je in te leven in de problemen en zorgen van alle mensen die je vertegenwoordigt en om zacht over hen te oordelen. Ook over de mensen die nooit op je zouden stemmen en niet onder stoelen of banken steken dat zij een hekel hebben aan je opvattingen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen – deugdzaamheid blijft een ideaal – dat ik daar soms in ben geslaagd … en soms ook niet.

Daarbij laat ik het. Het was mij een grote eer om parlementariër te mogen zijn. Ik dank jullie – medestanders en tegenstanders – voor de samenwerking en wens jullie scherpte en wellevendheid toe.

Femke

maandag, 20 december 2010

Mirte Postma

Mirte Postma

Hyves Linkedin

Femke

Verkiezingsposter 2003

Het is al vaak gezegd de afgelopen dagen, maar ook ik ga Femke Halsema ontzettend missen in de Nederlandse politiek. Oprecht, onderbouwd, sympathiek en met humor. Er zijn helaas niet veel politici die het allemaal hebben.

Ergens halverwege de jaren '00 herinner ik me dat ik het helemaal met Femke gehad had. Ze denderde wat al teveel voor de troepen uit en vergat haar partij ook mee te nemen. Maar de laatste jaren, vooral ook sinds de opkomst van Wilders, was ik weer fan. Ze groeide steeds meer in haar rol en was een veradmening in debatten in de Kamer en erbuiten. Scherp maar altijd met humor en vooral ook met veel autoriteit omdat ze altijd wist waar ze het over had.

Lees ook het mooie artikel van Brechtje dat vandaag in Trouw verscheen.

zondag, 19 december 2010

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter Blogreacties: Mirte Postma

De benaderbare politicus bestaat

p { margin-bottom: 0.21cm; } Het was niet helemaal onverwacht dat Femke Halsema afgelopen vrijdag haar afscheid aankondigde. GroenLinksers wisten immers al dat dit haar laatste termijn was. En we mochten er van uitgaan dat ze het tijdstip van terugtreden wijs zou kiezen.Met Femke Halsema had GroenLinks een leider, die inhoudelijk misschien wel af en toe iets te ver voorop liep, maar qua

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter

Tussen Geloof en Groepsdwang

In religie, maatschappij, de volkskrant, discussie, femke halsema, godsdienstvrijheid, halsema, utrechtse, volkskrant, en meer.
Links moet opkomen voor de vrijheid om niet beperkt te worden door geloofsregels die anderen opleggen.Op zaterdag 9 oktober gaf Femke Halsema in de Utrechtse Jacobikerk een lezing over godsdienstvrijheid. Coreferent was André Rouvoet. De afgelopen week zette de discussie tussen die twee zich voort in de kolommen van de Volkskrant. Rouvoets reactie spitste zich toe op de rol van vrouwen in het

maandag, 13 december 2010

Tom Louwerse

Tom Louwerse

Twitter

Halsema relatief populairst in verkiezing Politicus van het Jaar

In politicus van het jaar, eenvandaag, cda, electoraat, groenlinks, manier, femke, femke halsema, mening, en meer.
Geert Wilders (PVV) kreeg in de verkiezing voor de Politicus van het Jaar van EenVandaag de meeste stemmen: 17,5% van de 30.000 deelnemers aan de verkiezing van het programma kozen voor de PVV-leider. Femke Halsema (GroenLinks) wist in verhouding tot het stemmenaantal van haar partij de meeste stemmen binnen te halen. Naast Halsema wisten ook Roemer (SP), Wilders en een aantal CDA-politici relatief veel stemmen te trekken in de Eenvandaag peiling.

Hoewel het binnenhalen van de meeste stemmen natuurlijk een knappe prestatie is, zegt dat niet noodzakelijkerwijs iets over de statuur van een politicus. De leider van een grote partij heeft immers een grotere schare sympathisanten dan die van een kleine. Als alle VVD-stemmers bij de laatste verkiezingen op Rutte zouden hebben gestemd bij de verkiezing van Politicus van het Jaar, zou hij deze ruim hebben gewonnen. De leider van een kleinere politieke partij zal relatief minder stemmen halen. Het is dus informatiever om te kijken naar de verhouding tussen het aantal stemmen bij de Politicus van het Jaar-verkiezing en het aantal stemmen bij de laatste Kamerverkiezingen. Op deze manier zie je welke politicus meer en welke minder persoonlijke stemmen kreeg bij de Politicus van het Jaar verkiezingen, dan je op basis van het stemmenaantal bij de verkiezingen zou verwachten.


De grafiek bevat het percentage van de stemmen in de Beste Politicus verkiezing gedeeld door het percentage van de stemmen voor de bijbehorende partij tijdens de laatste verkiezingen (voor de top-10 en Cohen). Halsema kreeg ruim anderhalf keer zoveel stemmen bij EenVandaag als GroenLinks bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen, terwijl Rutte het met iets minder dan 80% van de VVD-score bij de Tweede Kamerverkiezingen moest stellen. Bij het CDA en de PvdA zijn meer politici in de top-10 terecht gekomen. Voor hen is het stemmenpercentage van de partij gelijkelijk verdeeld (bij CDA gedeeld door 5, bij PvdA gedeeld door 3); daardoor is de bij hen vermelde verhouding eerder een over- dan een onderschatting van hun populariteit.

Het is overigens problematisch om op basis van de EenVandaag peiling iets te zeggen over de voorkeuren het gehele electoraat. Het EenVandaag Opiniepanel is een zogenaamd zelf-geselecteerd panel: iedereen kan zich opgeven. Dit betekent dat sommige groepen oververtegenwoordigd zijn in de steekproef. Hoewel dit door weging deels gecorrigeerd kan worden, zullen bepaalde groepen waarschijnlijk oververtegenwoordigd blijven in de uiteindelijke uitslag. In het geval van de verkiezing van de Politicus van het Jaar komt daarbij dat mensen actief is opgeroepen om deel te nemen aan de 'verkiezing', waardoor de kans op een vertekend resultaat nog groter is. Dit wil niet zeggen dat de resultaten van het Opiniepanel noodzakelijkerwijs afwijken van de mening van het gehele electoraat: dat is onbekend.

dinsdag, 30 november 2010

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Landelijke actiedag tegen armoede

In actie, banen, cohen, emile roemer, femke halsema, groenlinks, hoop, huis, inkomen, en meer.
Afgelopen Zaterdag ging bij mij vroeg de wekker, eerder al las ik op Regiohoogeveen een oproep van de PvdA en SP om naar een manifestatie te gaan tegen plannen van het Kabinet Rutte om mensen met een arbeidsbeperking (Wajong, WSW, WWB uitkering) inkomen te laten inleveren en 30.000 banen in de sociale werkvoorziening te schrappen.

Ook vanuit het Netwerk GroenLinks Chronisch Zieken en Gehandicapten speelde de vraag of wij hier aan mee zouden doen, die behoefte was er namelijk wel.
Voor vertrek naar het Hotel in Hoogeveen zat ik nog te kiezen, trek ik mijn GroenLinks shirt wel of niet aan en had uiteindelijk voor het laatste gekozen.

De bus reis naar de Brabantshallen was erg relaxed, gelukkig was de chauffeur een roker zodat er halverwege de rit een rook en plas pauze kon worden ingelast.

Bij aankomst van de Brabantshallen was het al vrij druk, we werden verwelkomt met diverse muziek, een bak tomatensoep en een bak koffie.. er doolde nog een enge griezel rond die wat met klokken zat te zwaaien en deze wilde waarschijnlijk aangeven dat we naar de zaal moesten gaan omdat het manifestatie beginnen zou..

Sprekers waren o.a. Emile Roemer (fractieleider SP), Sadet Karabulut, Job Cohen, Mariëtte Hamer, (fractieleider PvdA), Vincent Bijlo, Agnes Jongerius en diverse sprekers die hen eigen ervaringen vertelden.

Presentatie: Carrie.
Muziek: Span (swingband SP), Bl3nder (met Def P.), Spic 'n Harry Slinger (van Drukwerk)

De sfeer was goed en het publiek werd veel betrokken bij de speeches waarom er actie gevoerd zou moeten worden, ook was het leuk dat er een VVD’er aan het woord kwam die het op dit onderdeel absoluut niet eens is met Mark Rutte. Hij sprak in zijn speech Mark Rutte duidelijk aan dat deze bezuinigings maatregel gewoon niet kon!

Zelf miste ik GroenLinks een beetje, naast mezelf had ik er wel een paar getroffen maar die gingen net als mij onder eigen vlag mee. Sinds gisteren weet ik dat GroenLinks wel uitgenodigd was, Femke Halsema kon zelf niet en mocht helaas geen vervanger sturen.

Bij het vertrek van de Brabantshallen kregen we een voedsel pakketje mee voor onderweg naar huis, hieruit bleek dat er minimaal 1500 bezoekers waren.
De PvdA, SP en FNV gaan zeker door met actie voeren en ik vermoed dat GroenLinks haar eigen zich ook wel sterkt maakt voor dit thema.

Ik hoop dat er sterk oppositie gevoerd kan worden voor dit onderdeel, met alleen maar nee roepen kom je waarschijnlijk niet ver en er zullen dus ook wel alternatieven aangedragen moeten worden.

zondag, 28 november 2010

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter

De enige kans voor links ligt in het midden.

In politiek, binnenlandse politiek, groenlinks, cda, cohen, armoede, eerste, femke halsema, halsema, en meer.
Deze zaterdag is politiek gezien een uiterst interessante dag, om twee redenen. CDA-minister Hans Hillen kondigt vanmorgen in de media al het eerste verschijnsel aan. Vandaag is de dag dat het CDA een ruk naar rechts maakt. Daarnaast vindt vandaag in den Bosch de manifestatie ' Armoede werkt niet" plaats. Job Cohen zal daarbij aanwezig zijn; Femke Halsema en Alexander Pechtold ontbreken.

maandag, 8 november 2010

Jan de Laat

Jan de Laat

Hyves Flickr

Tweet-tweet-tweet

In actie, acties, blogs, femke halsema, film, halsema, informatie, landschap, mail, en meer.
Ik vind het moeilijk om je een goed beeld van het totale politieke landschap te krijgen.
Partijleiders die vervolgd worden, partijbureaus staan in brand, politici twitteren tegen elkaar.

De twitter/geenstijl tijd van nu zorgt trouwens dat ik per seconde overdonderd wordt met informatie. Als kiezer 2.0 wacht ik maar tot de film over 2010-2014 uitkomt; ik kan toch niet kiezen uit de 10 eindejaarscabaretvoorstellingen die net zoals pepernoten ergens in november beginnen.

Wie heeft nog tijd om vastgeketend aan een trein actie te voren tegen kernenergie? Nederlanders zijn te druk om elkaar te bombarderen met mail en te reaguren bij de buurman.

Het laatste voorbeeld hoef je niet ver te zoeken. Een generatieconflict lijkt op te gloren nu een tweet van Femke Halsema en Tofik Dibi er voor zorgt dat actievoerders zoals Mohammed Rabbae en Rene Danen hun acties verder zetten buiten de partij.

Ik heb er nog geen standpunt er over, ik lees de blogs op planeetgroenlinks er nog maar eens op na.



zondag, 31 oktober 2010

Hans Feddema

Hans Feddema

Politiek en emancipatie

In 2010, de linker wang, femke, femke halsema, groenlinks, halsema, islam, linker wang, september.
30 september 2010 De groots opgezette conferentie ‘Religie en Politiek’ van GroenLinks en De Linker Wang op 9 oktober was geslaagd. Ook al ervoer Femke Halsema blijkens onder meer de reactie van Trouw-columnist Ephimenco dat bij een ‘derdewegkritiek’ op de islam er addertjes onder het gras kunnen liggen, vooral in tijden van islam bashing, zoals [...]

woensdag, 28 juli 2010

Marko Draisma

Marko Draisma

Twitter

Informeel overleg

In beleid, cda, eerste, femke halsema, gevonden, gewoon, gezellig, halsema, humor, en meer.
Hoe zouden die eerste ontmoetingen zijn verlopen? Mark Rutte, groeiend in zijn rol van aankomen premier, weet dat hij het ijs zal moeten breken. "Een moslim en een christen lopen door de Kalverstraat... " Rutte, weer even als de studentikoze kwajongen. En het werkt, Verhagen en Wilders lachen als Limburgse boeren met kiespijn. Elkaar gevonden in een gedeelde bron van ergernis. Zoiets, misschien.

Het is natuurlijk een ietwat te makkelijk excuus om achterkamertjespolitiek te bedrijven, "informeel overleg". Maar in dit geval waarschijnlijk ook noodzakelijk. Want ondanks het gretige verlangen van PVV en VVD om samen met het CDA tot een rechtse regering te komen, is het wederzijds wantrouwen groot. Officiële statements tussendoor zouden maar media-aandacht kunnen genereren. En dat gaat een eigen leven leiden. Bovendien, wat valt er te zeggen, die eerste dagen? "Na de vierde gang hebben we elkaars hand vast gehouden en een lied ingezet". Kun je niet mee aankomen. Wantrouwen wegnemen kost tijd. Waarschijnlijk is er nog weinig inhoudelijks aan bod gekomen.

Hoe anders is dat overleg verlopen in de verkenning van de paars-plus variant. De sfeer zat er meteen in met die droppot op tafel en de aanstekelijke humor van Femke Halsema. Ook dat overleg moest binnenskamers blijven, en dat gebeurde. Met moeite, want o, wat zaten met name Pechtold en ook Halsema te popelen om hun Twitter-volgers op de hoogte te houden. Het enthousiasme straalde er ook achter de schermen nog vanaf.

Dat de VVD het uiteindelijk op financiële gronden toch heeft afgeblazen vind ik te betreuren. Het is niet anders. Toch denk ik dat we het kind niet met het badwater weg moeten gooien. Ik stel voor dat - ook als een andere regering al lang een feit is - dit informele paars-plus overleg wordt voortgezet. Ergens in een bruine kroeg bijvoorbeeld. Waar, wat en wanneer, dat hoeft niemand te weten. Gewoon, gezellig bijkletsen. Met humor. En, afgeschermd van het journaille, met volledige vrijheid van meningsuiting. Volgens mij komt dat uiteindelijk een progressief liberaal beleid ten goede.

maandag, 7 juni 2010

Brechtje Paardekooper

Brechtje Paardekooper

Hyves Linkedin Twitter

Magistraal

In femke halsema, halsema, nederlandse.
Ik kon er niet van slapen: de magistrale speech van Femke Halsema. Volgens mij is het de beste Nederlandse politieke speech van dit decennium.Maar kijk zelf maar.

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 14678 uur (611,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2