woensdag, 16 mei 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

Vernieuwen

In samenleving algemeen, dibi, frankrijk, griekenland, politiek, vernieuwen, blok, catshuis, communicatie, en meer.

p1020459Het is een aantrekkelijk begrip: vernieuwen. En tegelijk een lastig begrip om in praktijk te brengen. Want vernieuwen heeft pas zin als er publiek voor is. Of het nu om mode, vakanties, communicatie of politiek gaat. Een beetje op je zolderkamer nieuw zitten te wezen geeft individueel misschien voldoening maar het valt als een steen dood in het zand. En vernieuwen heeft ook echt pas betekenis als het publiek je resultaat als nieuw ervaart.

Nu is dat bij mode of vakanties niet zo een probleem. Een andere stijl of een nog niet aangeboden activiteit gelden makkelijk als nieuw. In communicatie zal de aandacht vooral uitgaan naar het middel, zie de opmars van sociale media. Dat wordt in ieder geval vaak als nieuw beleefd. Politici hebben het met het begrip erg moeilijk. Ze weten dat de kiezer dol is op de term. Vernieuwing met een realistisch plan en doel vermijdt te hoge verwachtingen en stappen richting ongewisse avonturen. Tegelijk doet het afbreuk aan de kracht van vernieuwing. Die bestaat er nu juist vaak uit dat je niet weet wat er losgemaakt wordt en hoe de afloop er uit zal zien. Het ligt aan de ervaren urgentie van de omstandigheden hoe kiezers kiezen.

De Grieken kozen voor een vernieuwing met een ongewisse afloop. Vooralsnog is het ontaard het in een situatie die vooral koersloos lijkt. En koersloos is per definitie kansloos. Nieuwe verkiezingen gaan eigenlijk over de vraag of men echte vernieuwing aan wil of toch terug kruipt naar de al bekende recepten en partijen. Een stem op de oude partijen is een stem op het receptuur dat vooral door Brussel en IMF is uitgewerkt. Een stem op nieuwe partijen, waarvan Syriza de tweede partij werd, is in ieder geval een afwijzing van de inmiddels bekende en verwenste receptuur. Syriza lijkt erop te gokken straks de grootste te worden en Brussel daarmee voor het blok te zetten. Net zo min als Luther anti-Rooms was, is Syriza anti-Europees. Ook al maken veel media die fout in hun berichten. Alexis Tsipras, de leider van de partij, wil alleen anders behandeld worden. Als de Europese regeringen straks alsnog de knieën buigen en hem tegemoet komen is de vernieuwing voor Syriza al geslaagd. Maar er zijn meer landen die ongemakkelijk in hun Europese zetel zitten. En waarom wel voor de Grieken buigen en voor anderen niet?

Buigen de Europese knieën niet dan lijkt Alexis Tsipras niet een plan B te hebben. Zeker als zijn partij twee verkiezingen zo kort na elkaar wint, pleegt hij grof verraad aan zijn kiezers als hij alsnog zou toegeven aan Brussel en IMF. Het zou de facto het einde van zijn partij zijn en zijn politieke loopbaan. Syriza zal dan dus de stap in het diepe moeten zetten en de eurozone verlaten. Dat is werkelijke vernieuwing, maar ook de meest ongewisse.

Tofik Dibi heeft met minder wanhopige omstandigheden te maken en koos een overzichtelijke variant van vernieuwing. Hij trekt aan een tak en schudt niet aan de boom. En binnen enkele weken weet hij de afloop. De vraag is of hij het ook zo heeft bedoeld. Had hij zijn kandidatuur ondersteund met het benoemen van enkele inhoudelijke verschillen, dan had hij de eerste schrik bij GroenLinksers nog kunnen overwinnen. GroenLinksers zijn wel machiavellistischer gaan denken over het verwerven van invloed, maar nog steeds erg ontvankelijk voor principes en koersdebatten. Daar had hij zijn vernieuwing op kunnen ankeren, maar heeft dat niet gedaan. Nu resteert enkel een vorm-verhaal en daar kom je binnen GroenLinks niet ver mee. De frustratie dat GroenLinks landelijk nooit de drempel van 10 zetels echt ruim weet te overschrijden wordt breed gedeeld, maar ook aansprekende leiders als Rosenmöller en Halsema (in haar laatste jaren), die inhoud en vorm goed wisten te combineren, is het niet gelukt. De roep tot vernieuwing van Dibi lijkt daarom vooral gebaseerd op een eigen onderbuikgevoel, en steunt niet op een analyse of sterke inhoudelijke overtuiging. Zijn vernieuwing is paradoxaal genoeg te weinig vernieuwend.

Hollande, de nieuw gekozen president van Frankrijk, staat ook voor vernieuwing. De vrije variant van Tripras had hem de nieuwe positie niet gebracht. Daar verschilt de situatie in Frankrijk te veel voor van die in Griekenland. En anders dan Dibi heeft Hollande ingehaakt op een ontwikkeling die al gaande was: het maken van een groeipact. Zijn vernieuwing is een rek- en strekoefening binnen kaders die er al zijn. Of hij de grenzen voldoende weet op te rekken, zodat de Fransen dit ook als vernieuwing beleven, is het ongewisse in zijn vernieuwing. Maar goed, daar heeft hij, als hij in juni een meerderheid in het parlement verwerft, ook nog enkele jaren de tijd voor.

Op 12 september zal ook blijken of en welke vernieuwing er in Nederland is gewenst. Want dat de politici vernieuwing beloven staat vast. De vernieuwing die de PVV beloofde twee jaar geleden is gestrand in het Catshuis. Komt er een vervolg met meer ongewisse gevolgen of kiezen Nederlanders voor andere vernieuwing? Bepalend zal zijn hoe kiezers het tijdsgewricht ervaren: als een uitzichtloze beklemming of een periode die kansen biedt tot vernieuwing.

dinsdag, 15 mei 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De boekenkast van Linda Voortman

In de boekenkast van.., boeken, boekenkast, groenlinks, lezen, linda voorman, politiek, boek, dames, en meer.

Prachtige foto van het Groenlinkse Tweede-Kamerlid naast haar boekenkast. Ik ben meteen jaloers op het trapje. Politieke voorkeur indachtig zal ze het wel groen geschilderd zijn. Maar het feit is voor mij genoeg. Een trapje geeft aan dat de kast groot is. En niet alleen groot, ook dat je zo nu en dan op de bovenste plank moet zijn. Omdat er een boek bij is gekomen, of omdat je een boek van die plank wil lezen. Of even iets moet nakijken. Een boekenkast is nooit af. Een boekenkast, zo stil als die staat, is altijd in beweging. Tenminste als je een boekenkast niet voor de pronk hebt. En daar is de paradox: als je een boekenkast hebt om mee te pronken, valt er meestal niets te pronken. Maar pronken lukt vaak wel met de kast die er niet voor de pronk staat.

Genoeg gefilosofeerd. Wat komen we allemaal tegen in de kast van Linda Voortman? Allereerst systeem, altijd goed. De boeken staan niet lukraak of op kleur. Daardoor lijken sommige planken leeg, maar dat is onvermijdelijk als je je systeem consequent hanteert. Thematisch gesorteerd is denk ik de beste omschrijving.

Het plankje linksboven is zo goed als onleesbaar. Slechts twee keer is er iets te zien. ‘binnenhof’ en ‘tweede kamer’, tenminste dat maak ik er van, want ik ken geen boek dat over de ‘veede kamer’ gaat. Haar politieke plankje dus. Op de plank rechtsboven is de Bijbel duidelijk herkenbaar, net zoals ‘Ons kent ons’, het prachtige fotoboek over de types van Van Kooten en De Bie. Het volume 2 is volgens mij het vervolg over de Top 2000. Een ander boek lijkt me over de band ‘De Dijk’ te gaan, maar dat weet ik niet zeker. De liggende boeken lijken me fotoalbums.

Plank 2 links: J.F. Glastra van Loon, ik kan de titel niet lezen, maar Google vertelt me dat het waarschijnlijk ‘Kanalen graven’ heet. Het WBS Jaarboek 2006 ‘vier jaar Balkenende’ staat er ook. Henk te Velde (niet de zeiler) – Van regentenmentaliteit tot populisme.

Plank 2 rechts zijn de reisgidsen. Twee keer niet aan een bestemming toe te wijzen: Natuurwijzer en een vogelgids. Dichtbij: Hoge Veluwe, Utrecht. Zuid Limburg, Bijzonder welkom in Heel Nederland, Nederland voor nop en nog een keer Utrecht. Binnen Europa: Malta & Gozo, Kroatië (Capitool), Berlijn (Anwb, oud), Wenen (Anwb, nieuw), Berlijn (Anwb, nieuw), Praag (Anwb, oud), Ierland, Frankrijk, Rome en twee keer Noorwegen (1 keer Anwb). The Rough Guide USA completeert de plank.

Plank 3 links lijkt leeg, plank 3 rechts heeft meerdere herkenbare titels: Ik denk iets van Martin van Amerongen, de titel staat achter de trap. Thomas van der Dunk – Buiten is het koud en guur. Anna Politkovskaja – Russisch dagboek. Gladys Mejias – Morgen voor mij. Dan vier titels die ik niet kan plaatsen. Ton van Dijk – Hier gebeurt nooit iets. Tony Judt – Het land is moe. Primo Levi – Titel onleesbaar. Nog 1 onherkenbaar. Fay Weldon – Echte dames lunchen niet. Dan een boekje dat ‘het verhaal’ lijkt te heten. Tenslotte Hans Schoots – Gevaarlijk leven. Een biografie van Joris Ivens. Fay Weldon lijkt verdwaald op deze plank. Te licht tussen de zware boeken.

Plank 4 links, zes delen van een serie. Een encyclopedie? Klassiekers?

Plank 4 rechts. Een mooi (duur 39,90) boek over Groningen: Groningen uit de lucht

Plank 5 links: De plank over de Tweede Wereldoorlog. George E. Berkley – Theresiestadt. Melissa Muller – Anne Frank de biografie. T.Spaans-Van der Bijl – Utrecht in verzet. In de schaduw van de adelaar. Een titel die vaker voorkomt, auteur niet te lezen. J.A.A. Aarse en B. Marinus – Hou zee, Kameraad. Uit de serie ‘De tweede wereldoorlog’ – De bevrijding. Zeker zes boeken onherkenbaar.

Plank 5 rechts: Sport, vooral Feyenoord. Als eerste het dikke jubileumboek van 100 jaar Feyenoord. Dan minstens zo dik: Het geheim van Raleigh door J. Holthausen (zou natuurlijk op de wielerplank moeten staan (6, rechts) maar is daarvoor te groot). De seizoensgids 2010-2011 van VI. Een aantal onherkenbaar. Een fotoboek over de Olympische Spelen van Calgary. Nog een aantal onleesbaar. Wim Bot – Leve Feyenoord een. Tenslotte een blik over Feyenoord, ik gok met beeldmateriaal over het jubileumjaar.

Plank 6 links: leeg

Plank 6 rechts: Wielerboeken. 1e onherkenbaar. Marije Randwijk – De vergeten Tour. Gabriel Garcia Marquez – De kampioen van Colombia. 3e en 4e onherkenbaar. Dan lijkt me er een boek te staan uit de Nationale Sportbibliotheek. Weer twee onleesbaar. Theo Koomen – 25 jaar doping. Steven Rooks – De sportman van het jaar. Het grote tourboek (is van Peter Ouwekerk, niet zichtbaar). Dan acht delen van De Muur, wielertijdschrift in boekvorm. Daarna zijn de boeken weggedraaid, te schuin om nog goed te lezen. Even spieken in mijn eigen kast: Jean Nelissen – De 100 beste Nederlandse wielrenners aller tijden staat ook bij haar in de kast.

Plank 7 links: Veel politiek getinte, linkse lijkt mij, boeken. Gerrit Voerman – De meridiaan van Moskou, 2e is onleesbaar. J.W. Matthijsen – Sovjet-Rusland. Henk Sneevliet – Max Perthus. Weer een onherkenbaar. Mathieu Smedts – Een weerbarstig katholiek. Dan meerdere bedekt door de trap en als laatste George Holland Sabine en Thomas Landon Thorson – A history of political theory.

Plank 7 rechts. De Mart Smeets plank. Mijn territorium. Op volgorde staan er: 1. De afrekening 2. Het laatste geel 3. Helder 4. De Tour wacht op niemand 5. Wereldtour 6. Retro 7. Door naar de volgende ronde 8. Rugnummers en ingevette benen 9. Veelbesproken 10. De Tour van ’80 11. Oranje boven 12. Het dream team 13. Overleven 14. Passie 15. Dertig 16. Ik was nooit in Nagano (deductie, slechts heel klein hoekje zichtbaar) 17, 18 en 19 niet zichtbaar. 20. Geel 21. Net echte mensen 22. Bruisend 23. Stoempen, snot en sterven 24. Opgeruimd 25. Murfreesboro blues 26. Een lange ontsnapping 27. Een brok in de keel 28. Hoezo bezeten? 29. Netwerk 30. De kopgroep 31. Vuur 32. De Lance-Factor. Jammer dat er geen systeem zit in de plank. Chronologisch of alfabetisch was allebei mogelijk, is niet gebeurd.

In totaal dus bijna honderd boeken goed te zien, compliment aan de fotograaf. Ook een compliment aan Linda, ze heeft een prachtige boekencollectie en dan vermoed ik dat er elders in het huis nog wel meer boeken staan. Want fictie en/of literatuur kom je in de kast bijna niet tegen.

Conclusies: 1. Linda heeft bij de Slegte vele boeken gekocht. Ik herken namelijk de typische Slegte-aankopen die ook bij mij boven staan. 2. Ze las veel boeken op weg naar een politieke loopbaan die haar in de Tweede Kamer deed belanden. 3. Waarom iemand uit Enschede, die in Groningen woonde en nu in Utrecht voor Feyenoord kan zijn is mij een raadsel. 4. Ze leest net als ondergetekende graag een stukje van Mart Smeets, maar ligt nog zeker een dozijn boeken achter. 5. Haar wereldbeeld is mede bepaald door haar interesse voor de Tweede Wereldoorlog. 6. In de zomer zit Linda ook urenlang voor de televisie naar de Tour de France te kijken. 7. Ze komt niet toe aan of heeft geen geduld voor fictie. 8. Eigenlijk zou ze dat wel willen, maar haar carrière gaat op dit moment voor. 9. Ze leest het liefst in haar eigen taal, slechts 1 engels boek in de hele kast te vinden. 10. Ze reist graag, maar niet vaak.

De boekenkast van:

Muis (25-10-2011)
Jan Vertonghen (05-06-2011)
Meissie (15-04-2011)
Sanneke (05-03-2011)
Toaske (25-02-2011)
Zuster Klivia (15-02-2011)
Alexander Pechtold (25-05-2009)


maandag, 7 mei 2012

John Jorna

John Jorna

Ook relibeten zingen luidkeels Ave, Ave, Ave Maria

In column van de week, belangrijk, beperking, bezoek, divers, dwars, europa, frankrijk, gesprek, en meer.

EEN KLEINE VOLKSVERHUIZING NAAR LOURDES

Met 18 bussen naar Tourcoing en vandaar met twee TGV’s dwars door Frankrijk plus twee vliegtuigen en meerdere Lance-bussen voor bedlegerige patiënten, totaal 1500 mensen uit de provincies Utrecht, Overijssel, Gelderland benoorden de Waal en een stuk van Flevoland naar Lourdes; het is op zich al een bijzondere prestatie. Ik was erbij en het is een fijne ervaring geworden.

Kort voor mijn vertrek sprak ik met iemand van de actiegroep tegen het Rijsbruggerwegtracé. Ik moest daar in Lourdes maar een kaarsje opsteken, dat de weg niet zou doorgaan. Maar er waren ook Houtenaren in onze groep en als die nu eens een kaars zouden opsteken, dat de weg wel zou doorgaan, dan kwam Maria wel voor een dilemma te staan. De pastor voor onze groep weet op alle vragen een antwoord. Maria zorgt, dat de beste oplossing wordt gevonden. Dus Bunnik, er is nog hoop.

Zo’n grapje tussen door tekent de gezellige sfeer in de groep van de Paus Johannes XXIII parochie. Dat voelden zelfs de jongeren in de leeftijd van 14 tot 21 jaar, die samen optrokken met mensen tot dik in de tachtig. Twee van hen hadden een eigen website opgezet, waarop ze dagelijks verslag deden van hun belevenissen en foto’s plaatsten. Kijk maar eens op  www.lourdesreis.webnode.nl . Ze duwden ook ijverig de rolstoelen of deelden de lunchpakketten uit in de trein. Sommigen waren misdienaar en stonden dus vooraan bij de vieringen. Er waren aparte programma’s voor de jongeren. Wat mij trof was hun grote nieuwsgierigheid naar kerkelijke gebruiken en geloofszaken. Tijdens zo’n gesprek vroeg een meisje: “Hier zie je overal beelden van Maria en andere heiligen. Waarom zie je nu nooit een beeld van God?” Wij kwamen tot een antwoord en ze toonde zich tevreden. Wat zou u zeggen?

Gebeuren er wonderen in Lourdes? Worden mensen er genezen? Een beperkt aantal gevallen is als wonder erkend omdat na zorgvuldig onderzoek er geen aannemelijke wetenschappelijk verantwoorde verklaring kon worden gevonden, althans bij de toenmalige stand van de wetenschap. Voor mij is dat niet zo belangrijk. Als mensen na een bezoek aan Lourdes zich beter voelen of beter met hun ziekte of beperking kunnen omgaan, wie zou ik dan zijn als ik zou beweren, dat ze het zich allemaal maar verbeelden?

Ik voerde gesprekjes met mensen uit onze groep, want ik wilde weten hoe het staat met de Mariadevotie onder deze betrokken katholieken om er een artikel over te kunnen schrijven. Het beeld bleek heel divers. Een ouder echtpaar vertelde, dat ze nu voor de vierde keer in Lourdes waren. De eerste keer in 1962 hadden ze in de jaren ervoor tot drie keer een kindje kort na de geboorte verloren. Een jaar na Lourdes werd een gezonde dochter geboren en daarna nog vier kinderen en inmiddels hebben ze tien kleinkinderen. Kun je je voorstellen, dat ze dankbaar zijn voor dit geluk?

Bernadette sprak tijdens de verschijningen met Maria en toen zij vroeg, wie zij was, antwoordde zij: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.” Bernadette had daar nooit over gehoord en het was voor de pastoor reden om te geloven, dat Maria er werkelijk aan Bernadette verscheen. Onder de deelnemers uit onze groep waren er maar weinigen, die weten wat het betekent, Onbevlekt ontvangen. Veel relibeten onder journalisten maken elke keer dezelfde fout, dat zij denken, dat het betekent, dat Maria maagd bleef, toen zij zwanger werd. Fout! De Katholieke Kerk gelooft, dat Maria nooit bevlekt is geweest met de erfzonde vanaf het moment, dat zij bij haar moeder Anna verwekt werd. Anders zou zij niet waardig zijn geweest moeder van Gods Zoon te worden. Het is niet erg als je het niet weet, want bij katholieken gaat het veel meer om het beleven dan om de leer. Ook relibeten kunnen luidkeels het refrein van het Lourdeslied meezingen, Ave, Ave, Ave Maria (2x).

Als dat lied door duizenden uit heel Europa wordt gezongen tijdens de internationale viering of de lichtprocessie, dan zie je dat daar een grote verbondenheid bestaat. Ik ging er weer meer in Europa geloven. Dus gaan we Europadag vieren op woensdag, 9 mei en ik steek de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren uit. Wist u, dat sommigen die vlag niet lusten omdat ze er een Mariasymbool in zien?

Jaargang 5, Nr. 213.

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

De Europese economie, hoe nu verder?

In sargasso, de, duitsland, economie, europese, frankrijk, griekenland, links.
1836

De markten reageerden vanochtend meteen in mineur op de verkiezingen van gisteren: de euro verloor ten opzichte van de dollar en de beurzen openden fors lager, om daarna weer op te krabbelen. Griekenland wacht voorlopig politieke chaos en Frankrijk zal een linksere koers varen, maar wat gaat Duitsland doen?

Die vraag zal allicht komende zondag beantwoord worden, als de deelstaatverkiezingen in Noordrijn-Westfalen gehouden. Bij de verkiezingen in Sleeswijk Holstein gisteren ging de overwinning naar links. Met een FDP die naar links lonkt, moet Angela Merkel zich zorgen gaan maken om haar thuisfront, met landelijke verkiezingen in september in het vooruitzicht. Toegeven aan druk van Europese partners zal haar positie niet versterken, dus er zal naarstig gezocht worden naar manieren om de noodzakelijke versoepeling van het Europese begrotingsbeleid te bewerkstelligen zonder dat Duitsland de rekening betaalt.

(...)
Lees verder in De Europese economie, hoe nu verder? (nog 204 woorden)

donderdag, 26 april 2012

John Jorna

John Jorna

De campagne is begonnen

In column van de week, 3%, ambtenaren, beleid, beperking, bezuinigen, bnp, compromis, controle, en meer.

DE EU EN DE VERKIEZINGEN

Hoe stimuleer je als overheid de economie? Ga je volgens Keynes extra veel geld uitgeven en zo werk creëren of ga je bezuinigen om zo het bedrijfsleven te stimuleren veel te investeren en de consumptie op te peppen doordat de belastingen laag zijn, zoals wijlen Reagan praktiseerde? Elke Nederlandse partij zal hierin een keuze behoren te maken. De weg volgens Keynes is door Nederland zelf afgesloten door in de Europese Raad keiharde garanties te eisen, dat alle lidstaten zo snel mogelijk hun tekort onder de 3% van het BNP zouden brengen. Het kwam Rutte goed uit, want dan zou hij het VVD-programma van veel bezuinigen kunnen uitvoeren en de EU de schuld geven van de noodzaak te bezuinigen. Maar hij presenteerde de rekening vooral aan politiek en economisch zwakke groepen als mensen met een beperking, ouderen en uitkeringstrekkers. Dat kon Wilders niet aan zijn achterban verkopen en zo struikelde het kabinet. De oplossing moet gezocht worden in hervormingen en zo bezuinigen, dat niet juist zwakke groepen worden getroffen en de economie stimuleren door deze krachtig te vergroenen. Het zal mij benieuwen of dat de vijf of zes partijen lukt. Het GroenLinks-programma moet dit gedegen uitwerken.

Hoe moet onze houding tegenover de EU worde?. De huidige crisis heeft overduidelijk aangetoond dat de EU een duidelijke en krachtige leiding mist. Was die er wel geweest en had deze vroegtijdig en stevig ingegrepen en daarvoor al veel scherper het begrotingsbeleid van de lidstaten gecontroleerd, dan zou de crisis niet zo omvangrijk zijn geworden. Nu moest de Duitse Bondsrepubliek voor die krachtige leiding zorgen. Het kwam neer op een Duits dictaat, volop gesteund door Nederland, Finland, Oostenrijk en schoorvoetend door Frankrijk. De huidige aanpak strookt niet bepaald met de Franse traditie, waar de staat een belangrijke rol speelt en de eigen economie zoveel mogelijk beschermt.

Het is mooi, dat er nu toch een zekere consensus is ontstaan, maar wat heeft dat een moeite gekost. Er zullen ongetwijfeld nog heel wat crisissen volgen en elke keer zal dan weer oneindig lang overleg volgen om een moeizaam compromis te bereiken. Allerlei problemen in Europa (en de rest van de wereld) vragen om een duidelijk antwoord: krachtige regelgeving en scherpe controle op de uitvoering. Die uitvoering van de Europese regelgeving ligt nu nog bij de lidstaten en in eerste instantie de controle op de uitvoering ook. Daar ligt een duidelijke zwakte van de EU. Er gaat van alles mis.

De voorbereiding en de besluitvorming over die regelgeving gebeurt vooral door de Europese Raad. Eigenlijk zie je hier een vermenging van uitvoerende macht, die een beleid voorstelt en wetgevende macht, die de voorstellen goedkeurt. De verdere uitwerking gebeurt dan door de ambtenaren onder leiding van de Europese Commissie. De politieke opstelling van de Europese Raad wordt bepaald door de kleur van de afzonderlijke regeringen. In Europa is de meerderheid van de regeringen nu rechts en dus komt er een rechts beleid uit. De nationale opposities zijn in de Europese Raad niet vertegenwoordigd. Uit democratisch oogpunt gezien zou het rechtstreeks door alle Europeanen gekozen Europees Parlement een veel grotere zeggenschap moeten hebben. Vanuit het principe van de scheiding van machten zou de voorbereiding van de besluitvorming en de uitvoering van de besluiten veel meer bij de Europese Commissie moeten liggen. De toestand in de wereld vraagt om snelle en doortastende en democratisch verantwoorde besluitvorming. Allerlei praktijken van financiële machten en criminele organisaties moeten aan banden worden gelegd. Afzonderlijke landen zijn hiertoe niet in staat. Een ontwikkeling naar een federaal Europa is onontkoombaar.

Jaargang 5, Nr. 212.

vrijdag, 30 maart 2012

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Sarkozy, bedenk goed wat je met je laatste barrel doet

In overig, regelmatig terugkerende ellende, economie, euro, europa, olie, olieprijs, peakoil, politiek, en meer.
Om de hoge olieprijs te drukken wil Frankrijk de strategische oliereserves aanspreken: men wil tijdelijk stoppen met de aankoop van olie en interen op de voorraad. Het lijkt me dat de Fransen zichzelf voor de gek houden. Olie is een delfstof, die je maar één keer kunt gebruiken. De olie, die nu in bovengrondse tanks [...]

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Sarkozy, bedenk goed wat je met je laatste barrel doet

In overig, regelmatig terugkerende ellende, economie, euro, europa, olie, olieprijs, peakoil, politiek, en meer.
Om de hoge olieprijs te drukken wil Frankrijk de strategische oliereserves aanspreken: men wil tijdelijk stoppen met de aankoop van olie en interen op de voorraad. Het lijkt me dat de Fransen zichzelf voor de gek houden. Olie is een delfstof, die je maar één keer kunt gebruiken. De olie, die nu in bovengrondse tanks [...]

maandag, 26 maart 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

vluchteling, wees welkom

In internationale politiek, verenigde naties, vluchtelingen, gerd leers, leers, quota, resettlement, unhcr, afghanistan, en meer.

Nederland nodigt jaarlijks 500 vluchtelingen uit die vastzitten in vluchtelingenkampen over de hele wereld om zich definitief in ons land te hervestigen. Minister Gerd Leers is van plan om daarbij voortaan aanvullende eisen te stellen: hij wil een selectie maken op basis van de achtergrond en ‘integratie-potentie’ van deze vluchtelingen. Dit plan heeft de terechte kritiek gekregen van diverse partijen in de Tweede Kamer en van vluchtelingenorganisaties. Leers verdedigt zich door te stellen dat het Nederlandse hervestigingsbeleid solidariteit betuigt aan de ontwikkelingslanden die grote aantallen vluchtelingen opvangen. Die stelling is echter een gotspe, niet alleen door het voornemen om enkel de succesvolle vluchtelingen uit de kampen te halen, maar ook door het geringe aantal vluchtelingen dat door Nederland wordt uitgenodigd.

Hervestiging, of ‘resettlement’, stuit al decennia op bezwaren bij de ontvangende landen. Ook net na de Tweede Wereldoorlog ging de hervestiging van ontheemden zeer moeizaam. Voor zo’n 1 miljoen vluchtelingen uit met name Oost-Europese landen en de Soviet Unie was een terugkeer naar het land van herkomst geen optie. Zij verbleven in grote vluchtelingenkampen in Duitsland, Italië en Oostenrijk, waar zij niet konden (of wilden) blijven. Voor hen probeerden de Verenigde Naties een plek te vinden in West-Europa, Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Australië. Deze landen selecteerden vooral de vluchtelingen die in de mijnen en in de fabrieken konden werken – doorgaans de jongeren en de gezonden. De ouderen, de zieken en de kinderen kwijnden weg in kampen waar niet genoeg voedsel, medische hulp of onderdak was.

Veel is er niet veranderd aan die situatie, behalve dat er tegenwoordig niet 1 maar 15 miljoen vluchtelingen zijn. Het overgrote deel van de vluchtelingen wordt in buurlanden opgevangen waar zij jarenlang in kampen verblijven, wachtend tot zij terug kunnen keren naar hun land van herkomst. Sommige conflicten duren echter decennia: denk aan de burgeroorlog in Somalië of de jarenlange strijd in Afghanistan. Buurlanden zijn doorgaans zelf niet welvarend of politiek stabiel genoeg om voor deze vluchtelingen te zorgen; bovendien leiden vluchtelingenkamen aan de grens vaak tot destabilisatie van de regio. Het gaat ook niet om kleine aantallen: Jordanië huisvest bijna 2,5 miljoen vluchtelingen, Pakistan ruim 2 miljoen, Syrië 1,5 miljoen, Kenia ruim 400.000 en Tsjaad bijna 350.000. Duitsland is het enige niet-buurland in de top tien met bijna 600.000 vluchtelingen binnen haar landsgrenzen.

UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, probeert met alle macht een oplossing te zoeken voor de uitzichtloze situatie waarin deze vluchtelingen zich bevinden. Als zij niet terug naar het land van herkomst kunnen en ook lokaal niet kunnen integreren, dan is enkel hervestiging in een derde land mogelijk. Die resettlement komt echter nauwelijks van de grond: in 2010 konden bijna 100.000 vluchtelingen zich definitief hervestigen in een ‘Westers’ land. Daarvan ging 90 procent naar de Verenigde Staten, Canada en Australië. In vergelijking met deze landen is het aantal van 500 vluchtelingen dat Nederland wil opnemen beschamend laag, maar grote landen als Frankrijk (400) en Duitsland (450) zitten in 2010 zelfs nog onder de Nederlandse ‘gastvrijheid’.

Nederland doet het dus zo slecht nog niet in vergelijking met andere Europese landen, maar onze inzet verbleekt bij de jarenlange opvang die door Afrikaanse en Aziatische landen aan vluchtelingen wordt geboden. In dat licht is het ook niet te aanvaarden dat Nederland haar selectiebeleid voor dat kleine groepje vluchtelingen aanscherpt en alleen nog ‘kansrijk te integreren’ vluchtelingen wil uitnodigen. Westerse landen zouden een representatieve doorsnede van de vluchtelingenpopulatie moeten opnemen, en niet alleen diegene die goed kunnen werken en gezond zijn. Juist de meest kwetsbare vluchtelingen, zoals alleenstaande moeders met kleine kinderen, minderjarigen, gehandicapten en zieken, hebben ernstig behoefte aan ondersteuning, stabiliteit en speciale zorg; iets dat zij doorgaans niet zullen vinden in de troosteloze vluchtelingenkampen in het bloedhete Oost-Kenia of het onherbergzame noorden van Pakistan.

Het is niet reëel om te veronderstellen dat vluchtelingen eerlijk verdeeld zullen worden over de landen in de wereld: buurlanden van conflicthaarden zullen ongetwijfeld de zwaarste lasten blijven dragen. Westerse landen kunnen die last echter gedeeltelijk overnemen door een ruimhartig vluchtelingenbeleid te hanteren dat gebaseerd is op humane gronden, niet op economische. Er ligt hier een kans voor Leers om samen met de Europese Unie afspraken te maken over de verlichting van de wereldwijde vluchtelingenproblematiek. Het uitgangspunt moet dan zijn dat we het lot proberen te verbeteren van de meest kwetsbare vluchtelingen. Zo’n hervestigingsbeleid betuigt pas echt solidariteit aan de ontwikkelingslanden die het gros van de vluchtelingen opvangen.

 


Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

vluchteling, wees welkom

In internationale politiek, verenigde naties, vluchtelingen, gerd leers, leers, quota, resettlement, unhcr, afghanistan, en meer.

Nederland nodigt jaarlijks 500 vluchtelingen uit die vastzitten in vluchtelingenkampen over de hele wereld om zich definitief in ons land te hervestigen. Minister Gerd Leers is van plan om daarbij voortaan aanvullende eisen te stellen: hij wil een selectie maken op basis van de achtergrond en ‘integratie-potentie’ van deze vluchtelingen. Dit plan heeft de terechte kritiek gekregen van diverse partijen in de Tweede Kamer en van vluchtelingenorganisaties. Leers verdedigt zich door te stellen dat het Nederlandse hervestigingsbeleid solidariteit betuigt aan de ontwikkelingslanden die grote aantallen vluchtelingen opvangen. Die stelling is echter een gotspe, niet alleen door het voornemen om enkel de succesvolle vluchtelingen uit de kampen te halen, maar ook door het geringe aantal vluchtelingen dat door Nederland wordt uitgenodigd.

Hervestiging, of ‘resettlement’, stuit al decennia op bezwaren bij de ontvangende landen. Ook net na de Tweede Wereldoorlog ging de hervestiging van ontheemden zeer moeizaam. Voor zo’n 1 miljoen vluchtelingen uit met name Oost-Europese landen en de Soviet Unie was een terugkeer naar het land van herkomst geen optie. Zij verbleven in grote vluchtelingenkampen in Duitsland, Italië en Oostenrijk, waar zij niet konden (of wilden) blijven. Voor hen probeerden de Verenigde Naties een plek te vinden in West-Europa, Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Australië. Deze landen selecteerden vooral de vluchtelingen die in de mijnen en in de fabrieken konden werken – doorgaans de jongeren en de gezonden. De ouderen, de zieken en de kinderen kwijnden weg in kampen waar niet genoeg voedsel, medische hulp of onderdak was.

Veel is er niet veranderd aan die situatie, behalve dat er tegenwoordig niet 1 maar 15 miljoen vluchtelingen zijn. Het overgrote deel van de vluchtelingen wordt in buurlanden opgevangen waar zij jarenlang in kampen verblijven, wachtend tot zij terug kunnen keren naar hun land van herkomst. Sommige conflicten duren echter decennia: denk aan de burgeroorlog in Somalië of de jarenlange strijd in Afghanistan. Buurlanden zijn doorgaans zelf niet welvarend of politiek stabiel genoeg om voor deze vluchtelingen te zorgen; bovendien leiden vluchtelingenkamen aan de grens vaak tot destabilisatie van de regio. Het gaat ook niet om kleine aantallen: Jordanië huisvest bijna 2,5 miljoen vluchtelingen, Pakistan ruim 2 miljoen, Syrië 1,5 miljoen, Kenia ruim 400.000 en Tsjaad bijna 350.000. Duitsland is het enige niet-buurland in de top tien met bijna 600.000 vluchtelingen binnen haar landsgrenzen.

UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, probeert met alle macht een oplossing te zoeken voor de uitzichtloze situatie waarin deze vluchtelingen zich bevinden. Als zij niet terug naar het land van herkomst kunnen en ook lokaal niet kunnen integreren, dan is enkel hervestiging in een derde land mogelijk. Die resettlement komt echter nauwelijks van de grond: in 2010 konden bijna 100.000 vluchtelingen zich definitief hervestigen in een ‘Westers’ land. Daarvan ging 90 procent naar de Verenigde Staten, Canada en Australië. In vergelijking met deze landen is het aantal van 500 vluchtelingen dat Nederland wil opnemen beschamend laag, maar grote landen als Frankrijk (400) en Duitsland (450) zitten in 2010 zelfs nog onder de Nederlandse ‘gastvrijheid’.

Nederland doet het dus zo slecht nog niet in vergelijking met andere Europese landen, maar onze inzet verbleekt bij de jarenlange opvang die door Afrikaanse en Aziatische landen aan vluchtelingen wordt geboden. In dat licht is het ook niet te aanvaarden dat Nederland haar selectiebeleid voor dat kleine groepje vluchtelingen aanscherpt en alleen nog ‘kansrijk te integreren’ vluchtelingen wil uitnodigen. Westerse landen zouden een representatieve doorsnede van de vluchtelingenpopulatie moeten opnemen, en niet alleen diegene die goed kunnen werken en gezond zijn. Juist de meest kwetsbare vluchtelingen, zoals alleenstaande moeders met kleine kinderen, minderjarigen, gehandicapten en zieken, hebben ernstig behoefte aan ondersteuning, stabiliteit en speciale zorg; iets dat zij doorgaans niet zullen vinden in de troosteloze vluchtelingenkampen in het bloedhete Oost-Kenia of het onherbergzame noorden van Pakistan.

Het is niet reëel om te veronderstellen dat vluchtelingen eerlijk verdeeld zullen worden over de landen in de wereld: buurlanden van conflicthaarden zullen ongetwijfeld de zwaarste lasten blijven dragen. Westerse landen kunnen die last echter gedeeltelijk overnemen door een ruimhartig vluchtelingenbeleid te hanteren dat gebaseerd is op humane gronden, niet op economische. Er ligt hier een kans voor Leers om samen met de Europese Unie afspraken te maken over de verlichting van de wereldwijde vluchtelingenproblematiek. Het uitgangspunt moet dan zijn dat we het lot proberen te verbeteren van de meest kwetsbare vluchtelingen. Zo’n hervestigingsbeleid betuigt pas echt solidariteit aan de ontwikkelingslanden die het gros van de vluchtelingen opvangen.

 


donderdag, 22 maart 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Eigen weg. Alleen betreden met toestemming.

In klimaat, liberalisme, politiek, socialisme, auto, bedrijf, beslissingen, betalen, burgers, en meer.

David Cameron stelt het voor in het Verenigd Koninkrijk: de wegen privatiseren. In Nederland zien we het als het zoveelste gotspe van de knetterrechtse Britse regering. Maar ik zie er wel brood in.

Ik reis bijna iedere dag met de trein. De NS is geprivatiseerd. Ik betaal iedere dag met plezier aan de monopolist en erger me af en toe dat ik geen alternatief heb voor vertraagde stoptrein die op enkel spoor stil staat voor Bodegraven. Ik verbaas me over de files die naast me stil staan. De wegen zijn namelijk niet in private handen. Dat is een publiek goed.

Overheidsfalen
Files zijn een typisch geval van overheidsfalen. Alle burgers betalen nu mee aan de wegen. Mensen met een auto betalen extra mee vanuit de motorrijtuigenbelasting. Maar die maakt geen verschil tussen een forens die iedere dag 100 kilometer heen en weer reist en een oma die alleen op zondag 5 kilometer naar haar kleinkind rijdt. Er is geen relatie tussen het gebruik en wat mensen betalen voor de wegen. Daarom rijdt iedereen op het zelfde moment over de wegen heen, namelijk wanneer ze naar hun werk moeten of daar van af komen. Omdat iedereen op hetzelfde moment wil rijden, staat iedereen stil.

Politici leggen wegen aan. Dat doen ze niet op basis van bedrijfskundige argumenten maar op basis van politiek-electorale argumenten. Mensen staan stil in de file en denken dat dat komt omdat er te weinig weg is. Ze willen dat politici meer wegen aan leggen. Rechtse partijen doen wat het volk wil: dit kabinet bezuinigt op alles wat los en vast zit, maar voor een extra autoweg is altijd geld. Nieuwe autowegen moeten we vanuit Den Haag over heel Nederland uitvouwen, op kosten van de hardwerkende Nederlandse belastingbetaler, zodat een deel van de Nederlanders daar over heen kunnen racen, zonder de echte kosten te betalen.

Het echte probleem is niet dat er te weinig wegen zijn, maar dat iedereen er op het zelfde moment overheen wil. Als we mensen laten betalen voor gebruik, dan zullen mensen gespreider gaan rijden.

Rekening rijden
Ik zie u denken. Laten betalen door gebruik noemen we ‘rekening rijden’. Dit maakt gebruik van het profijtbeginsel. Als er veel vraag is naar een wegstrek op een bepaald moment, laat de overheid de prijs van het gebruik toenemen. En zo kunnen we autoverkeer meer over de dag te spreiden.

Er zijn een aantal serieuze bezwaren tegen de Tineke ‘Tolpoort’-achtige constructie van het rekening rijden. In de eerste plaats, gaat rekening rijden ervanuit dat we vanuit Den Haag het weggebruik van heel Nederland kunnen plannen. Dat is het type Sovjet-Russiche maakbaarheidsdenken dat in de wereld niet meer gezien is sinds de val van de muur. Een private marktpartij zal veel responsiever zijn naar zijn consumenten.

Ten tweede, is er het 1984-argument. Er komt een centrale database die bijhoudt waar iedereen is geweest. Als we deze informatie laten bijhouden door private organisaties voor bepaalde strekken, dan valt dit argument weg: ze weten namelijk dan niet alles.

Daarmee hing het plan samen om in iedere auto een kastje neer te zetten. Maar als je een wegstrek privatiseert kan je gewoon aan beide kanten tolpoorten neerzetten. Dat hebben ze in Frankrijk ook. En dat is een land waarna we naar toe op vakantie gaan omdat het zo mooi is.

Dus rekeningrijden en privatiseren lopen grotendeels gelijk op: we creëren een monopolist die een bepaalde weg mag exploiteren. De tol zal naar gebruik en naar moment gedifferentieerd worden Hiermee kan het onderhoud van de weg betaald worden en zo nodig kunnen nieuwe projecten gefinancierd worden. Dat kan een staatsbedrijf doen of een private onderneming

Plankgaspopulisten
Maar er is een groot voordeel aan privatisering. Nu laten we politici beslissingen nemen over wegaanleg. Dat doen ze op basis van politiek-electorale reden, niet op basis van bedrijfskundige overwegingen. Dus leggen de plankgaspopulisten wegen aan, niet omdat ze echt nodig zijn als mensen de juiste prijs zouden betalen voor de wegen, maar omdat ze weten dat dat goed scoort onder kiezers. Meer auto wegen zou het antwoord zijn op de files. Rechts toont hier een naïviteit die we alleen maar kennen uit Communistisch Rusland. Als we ‘gratis’ een product aanbieden, dan zullen mensen daar verantwoordelijk gebruik van maken, en als ze dat niet doen, moeten we meer van het product aanbieden. Alsof je zegt: alle gezondheidszorg is gratis, en als mensen dan en-masse onnodige zorgkosten maken, dan is de oplossing dat we meer zorg aanbieden, niet dat we mensen zelf laten betalen voor hun zorgkosten.

Als we kiezen voor privatisering, zal een bedrijf brood moeten zien in een bepaalde alternatieve verbinding of wegverbreding. Ik denk dat als we mensen de echte prijs laten betalen, er minder auto wordt gereden. En als de beslissing om wegen aan te leggen op een bedrijfskundige logica wordt gebaseerd zullen er minder wegen worden aangelegd, omdat vraag zal afnemen.

De reden dat we moeten kiezen voor privatisering en niet voor rekeningrijden, is dat rekeningrijden maar een deel van het probleem oplost. Er zal minder gereden worden en het autorijden zal meer over tijd gespreid worden. Maar de beslissingen om wegen aan te leggen ligt dan nog steeds bij politici. Die kunnen volgens rechts met van alles niet vertrouwen: de zorg moet bijvoorbeeld zo snel mogelijk geprivatiseerd worden. Ik vertrouw rechtse politici niet met wegen. Die moeten zo snel mogelijk geprivatiseerd worden. Private wegen, een plus voor het milieu en voor ons landschap zou ik zeggen.

maandag, 19 maart 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Van Gogh van dichtbij

In japan/japonisme, kunst- vincent van gogh, close-up, experiment, japonisme, natuur, vincent van gogh, belangrijk, bezoek, en meer.

Van Gogh Up Close  is de titel van de tentoonstelling in het Philadelphia Museum of Art,  die daar nog tot 6 mei te zien is.

Vincent van Gogh was een kunstenaar van uitzonderlijke intensiteit, niet alleen in zijn gebruik van kleur en het uitbundig gebruik van verf, maar ook in zijn persoonlijk leven. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de natuur, en zijn werken – met name degene die hij maakte in de jaren vlak voordat hij zichzelf doodde- treffen de kijker met de kracht van de emoties. De tentoonstelling richt zich op de tumultueuze laatste jaren, een periode van koortsachtige artistieke experimenten die begon toen Van Gogh in 1886 Antwerpen verliet en naar Parijs ging en doorging tot zijn dood in Auvers in 1890.

Van Gogh maakte in deze tijd stillevens en landschappen die verschilden met wat men ooit eerder had gezien, doordat hij  traditionele schildertechnieken radicaal veranderde of deze vaak algeheel terzijde schoof.  Hij experimenteerde met scherptediepte en focus.  Hij gebruikte verschuivende perspectieven en bracht vertrouwde voorwerpen “dicht bij” op de voorgrond.

En hij maakte enkele van de meest originele werken van zijn carrière, werken die de ontwikkeling van de moderne schilderkunst dramatisch veranderden.  Hij creëerde een serie stillevens en schilderijen van bloemen en fruit, waarbij hij zich vooral richtte op aspecten van schaal, hoek, en kleur.  In veel van deze werken kunnen voorwerpen van bovenaf worden gezien, of worden zij in een strak bijgesneden ruimte geplaatst die geen aanwijzingen geeft over de context of de omgeving.  Stukken fruit lijken naar voren te kantelen en dreigen uit het beeld te rollen.

 Van Gogh van dichtbij

Mandje appels, 1887

Gewoon een mand met appels?   Nee. Een belangrijk moment van Van Goghs ontwikkeling van de close-up.  Hier heeft Van Gogh het tafelkleed en de achtergrond weggelaten en dit mandje appels weergegeven in een ongedefinieerde zee van kleur met behulp van een vederlicht penseelstreek.

De close-ups van grashalmen, korenschoven en boomstammen, die de voorgrond van een aantal van de landschappen uit deze periode domineren, wijzen op meer dan alleen een gedetailleerde studie van het onderwerp – ze duiden op een diepe belangstelling voor de afbeelding van de zintuiglijke en emotionele ervaring van het buitenleven. 
Rond deze tijd begon hij ook  Japanse houtsneden te verwerven. Hij bewonderde deze vanwege hun decoratieve kleur en tweedimensionale composities, en hij verwelkomde de ideeën van de Japanse kunstenaars die in nauw samenspel werkten  met de natuur, en het “het kleinste grassprietje” bestudeerden om de natuur als geheel beter te begrijpen. (zie ook Vrouw in kimono bij Vincent van Gogh;  Regendag/ De regen bij Vincent van Gogh ; Vincent van Gogh en Utagawa Hiroshige)

En toen hij in 1888 naar Arles verhuisde, schreef van Gogh dat een verblijf in het zuiden van Frankrijk sterk leek op een bezoek aan Japan.

Het strenge bijsnijden en comprimeren van voor-en achtergrond suggereert de werkwijze die gebruikt werd in de houtsneden van Utagawa Hiroshige en Hayashi Roshü, die dienden als een belangrijke inspiratiebron voor Van Gogh, die met zijn broer Theo honderden van deze houtsneden verzamelde.

Korenveld van 1888 bijvoorbeeld duwt de hemel bijna naar de top van het doek, wat in een gecomprimeerd perspectief resulteert.

 Van Gogh van dichtbij


De landschappen die hij heeft geschilderd rond Arles tonen hun Japanse invloed in een wijds uitzicht over het platteland en met hun hoge horizonlijnen, terwijl de landschappen die hij in 1889 en 1890 in Saint-Remy en Auvers ging maken dichte, meer gestructureerde werken zijn.  Gedomineerd door een scherm van bomen of vallende regendruppels suggereren deze schilderijen de directheid en nabijheid van Van Goghs omgeving.

vincent van gogh up close regen2 Van Gogh van dichtbij

Een jaar voor zijn dood schreef hij in een brief aan zijn zus: “Ik … moet altijd gaan kijken naar een grasspriet, een pijnboom-tak, een korenaar, om mezelf te kalmeren.”

vincent van gogh korenaren 1890 Van Gogh van dichtbij

In “Korenaren” van 1890, is er helemaal geen hemel maar een symfonie van lange, uitgestrekte penseelstreken die wuivende grasbladen suggereren.

“Ik heb geprobeerd om het geluid van de wind in de korenaren te schilderen,” schreef Van Gogh aan zijn vriend, de schilder Paul Gauguin.

In zijn laatste werken komt Van Gogh op een nog meer dramatische wijze dichter bij zijn onderwerpen door het verminderen van de diepte van het veld en het maximaliseren van het expressieve effect van zijn penseelvoering en kleur.  Een nauw gerichte blik op een groepje van iris, een wirwar van amandel-takken, en de levendige patronen van een keizermot zijn slechts enkele van de beelden in een gedurfde serie stillevens die het hoogtepunt van de tentoonstelling markeren.  

Het was een radicale manier van het schilderen van een landschap, het neerkijken op de voeten. De nadruk ligt op de voorgrond details. Vaak is de ondergroei het eigenlijke onderwerp in al zijn vruchtbare rijkdom en zonovergoten weelderigheid.

vincent van gogh sous bois bos met bloemen 1889 Van Gogh van dichtbij

 Maar Van Gogh kijkt zo nu en dan ook naar boven, zoals hij deed in “Amandelbloesems,” met een levendige hemel van aquamarijn gezien door de takken van een bloeiende boom.

vincent van gogh amandelbloesem almond blossom mandelbluete 1890 Van Gogh van dichtbij

Vincent van Gogh, Amandelbloesem, 1890

Maria Trepp


 

 

maandag, 6 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Marcel van Roosmalen – Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, lezen, marcel van roosmalen, actie, auto, cultuur, en meer.

Marcel van Roosmalen - Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdtMarcel van Roosmalen – Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt

Op dit boek zat ik al te wachten, toen ik nog niet eens wist dat het werd samengesteld. De verhalen van Marcel van Roosmalen waren altijd een hoogtepunt in de Vara-gids. Een geweldig observator met een onderkoeld gevoel voor humor.

Twee keer heb ik een boek door hem laten signeren. Jaren geleden in Almelo na een voorstelling van Hard Gras sprak hij me met u aan. Ik wilde nog bijna een geintje maken over McDonalds, maar vond het niet passend. Eind vorig jaar waren we in Enschede met een grote groep mannen, weer Hard Gras. Ik was de enige die een boek wilde laten signeren. Dit boek, ik was pas halverwege. Hij vroeg me mijn naam en kwam meteen met de reactie ‘Ben jij Gerbie van internet?’ Niet alleen volgt hij mijn twitter, hij wist zelfs precies welke foto daarnaast stond. Ik was erg verbaasd. Trots dat hij mij herkend had. Trots op zijn handtekening in mijn exemplaar van zijn boek.

Gedurende dit boek kwam ik er pas achter voor hoeveel bladen hij heeft geschreven de laatste jaren. Ik kende dus al zijn verhalen in Hard Gras en de Vara gids. In de Intermediair, HP/de Tijd, Veronica Magazine, het Parool en incidentele uitgaven kon ik hem ook niet tegenkomen, die las ik nooit. NRC-next, Volkskrant Magazine, Nieuwe Revu en Nu-Sport slechts incidenteel, dus ook daar miste ik een hoop.

In vele andere recensies van dit boek wordt Nederland neergezet als een triest land, gezien door de ogen van de schrijver. Ik ben het daar slechts ten dele mee eens. Want het beeld dat van Roosmalen schetst van Nederland is inderdaad niet een vrolijk makend verhaal, maar vele observaties zou hij ook hebben kunnen doen in Duitsland of België, zeker ook aan de overkant van de Noordzee, mocht hij de kans hebben gekregen om vergelijkbare artikelen te schrijven in die landen. Zo uniek is de Nederlandse cultuur nou ook weer niet.

De stijl van Van Roosmalen daarentegen is wel vrij uniek. En dat terwijl hij toch niets bijzonders doet. Hij gaat ergens heen, probeert op de achtergrond te blijven, observeert en schrijft zo precies mogelijk op wat hij ziet. En dat is bij vlagen hilarisch. Ik herlas het verhaal over een bus vol journalisten door Volendam. Hij blijkt de enige te zijn die niet kritiekloos meedoet met de tour. (“Een van de TROS-voorlichters kwam informeren of ik klaar was met mopperen. Ze had gehoord dat ik tegen iemand gezegd had dat ze Volendam moesten bombarderen. ‘Niet leuk!’, zei ze.”). Andere hoogtepunten zijn de oefenwedstrijd van het Nederlands elftal in Eindhoven (“’We gaan naar Zwitserland’, klonk helemaal niet als een aanmoediging. Het was een dreigement.”), een bezoekje aan Frankrijk waar een gezin meedoet aan het programma ‘ik vertrek’ (“In de winkels kon je gewoon aanwijzen wat je wilde hebben, Als ze dan toch een verschil moesten noemen, was het dat je hier lekker onder elkaar was.”) en de Cd-presentatie van Jannes tijdens een piratenfestijn (“De afgelopen jaren hebben ze uit protest geen carnavalskrakers meer geschreven, maar van die actie had niemand last.”).

Maar eigenlijk is elk verhaal de moeite waard, zitten er geen zwakke stukken in deze verzameling en is het boek op meerdere momenten de oorzaak van een spontane lachbui. Toch heeft het boek ook nadelen: het is een keer uit. Een volgend boek zal wel heel goed moeten zijn om weer zo positief ontvangen te worden, maar vooral moet Van Roosmalen oppassen voor zijn eigen succes. Want hoe beroemder hij wordt, hoe lastiger het wordt om dit soort stukken te kunnen blijven schrijven.

Citaat: “Een uur later verliet ik Schiphol, waar de opnames waren. Jan, van Taxi Jan, reed al jaren artiesten en mensen die te gast waren in talkshows. Hij had al van alles in de auto gehad: ministers, Gordon en Patty Brard. En ook wel eens onbekende mensen als ik, maar hij was nog nooit gevraagd om midden in de nacht naar een visvijver in Brabant te rijden.” (p.155)

Nummer: 11-028
Titel: Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 367 (9287)
Categorie: Non-fictie
ISBN: 978-90-290-8759-9

Meer door Marcel van Roosmalen:
Op pad met Pim
De Pimmels
Je hebt het niet van mij (Hard Gras 48)
Het jaar van de Adelaar (Hard Gras 66)
Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)


zondag, 5 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Courtils, Frankrijk

In fotooo, van der meest, voetbalfoto's, voetbalzondag, fotooo, frankrijk, hans van der meer, voetbal, voetbalfoto, en meer.

 

Courtils voetbalveld

Van der Meest, deel 39

Van der Meest, een serie foto’s van voetbal (-velden) over de hele wereld. Ode aan fotograaf Hans van der Meer.


zondag, 15 januari 2012

Maria Trepp

Maria Trepp

Twitter

Walter Süskind en de Joodse Raad

In geschiedenis, oba, ferdinand aus der fünten, film, hollandse schouwburg, holocaust, joodse ereraad, joodse geschiedenis, joodse raad, en meer.

Rudolf van den Berg vertelde in P&W over zijn nieuwste film Süskind, het waargebeurde verhaal van verzetsman Walter Süskind, de Nederlandse Oskar Schindler, die honderden joodse volwassenen, kinderen en baby’s redde  uit de Hollandse Schouwburg.

De in Duitsland geboren jood Walter Süskind (1906-1945) werkte in Amsterdam  voor de Joodse Raad. Door die raad was hij aangesteld als beheerder van de Hollandsche Schouwburg. In deze functie was hij in staat met de persoonsgegevens van vooral kinderen te manipuleren. 

walter suskind Walter Süskind en de Joodse Raad

Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in ‘Joodsche Schouwburg’. Vanaf dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

hollandse schouwburg Walter Süskind en de Joodse Raad 
Zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten (Süskind kende Ferdinand aus der Fünten goed, de SS Hauptsturmführer die in Amsterdam de leiding had over de deportatie van joden)  kwam hem in zijn verzetswerk van pas. Süskind, een handige en charmante man,  was bijzonder vindingrijk en listig, vervalste lijsten, bedachte honderden trucs.
Samen met de directrice van de crèche op de Plantage Middenlaan, Henriette Rodriques Pimentel, en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad zette Süskind een systeem op om joodse kinderen uit de Schouwburg via de crèche te laten ontsnappen. Onder zijn leiding werden honderden volwassenen, kinderen en baby’s gered uit de schouwburg.

Opmerkelijk is dat het verzetswerk dat Süskind en de zijnen verrichtten gebeurde zonder dat de leiding van de Joodse Raad daar iets vanaf wist. De leiding van de Joodse Raad zou dit namelijk hebben verboden. 
Regisseur Rudolf van den Berg heeft naar eigen zeggen met zijn film geen heldenmonument voor Süskind willen opzetten, maar eerder uitdrukking willen geven aan zijn verbijstering. 
“Voor massamoord heb je geen bloeddorstige beulen nodig” zei hij.

De meeste joden werden weggehaald door Nederlanders. 
Verbijsterend is nog steeds de manier waarop de Joodsche Raad heeft gecoöpereerd met de bezetter.

De Joodsche Raad was een op initiatief van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Via deze raad gaf de bezetter bevelen aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Raad  werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen.
Zonder de ondersteuning van de Joodsche Raad hadden de nazi’s niet zo veel Nederlandse joden kunnen deporteren, omdat men niet wist wie wel en wie niet een jood was. 
Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Joodsche Eereraad uitgesproken: ‘dat de voorzitters van de Joodsche Raad gefaald hebben in een wereld, die zelf in gebreke is gebleven‘,  en heeft met name de medewerking bij selectie en deportatie met klem veroordeeld. 

De rol van Süskind daarentegen werd door de Joodse Ereraad geprezen: 
“De Ereraad wil met erkentelijkheid vermelden het illegale werk door sommige geëmployeerden van de Joodsche Raad verricht, met name op het gebied van het laten ontsnappen van volwassenen en kinderen uit schouwburg en crèche. Zonder anderen te kort te doen brengt de Ereraad hierbij een eresaluut aan Walter Süskind. Tot dit illeagale werk hebben, zover na te gaan, de voorzitters zelf het initiatief niet genomen. Evenmin is gebleken, dat zij dit werk krachtig bevorderd hebben, zoals eigenlijk hun plicht was. Integendeel, dit zou in strijd zijn geweest met hun overige houding. “(Hans Knoop, De Joodsche Raad, p 208)

Een nieuwe studie (besproken in de NRC van 14 januari 2012) probeert antwoord te geven op de vraag waarom niet alleen het aantal maar ook het percentage Joodse slachtoffers in Nederland het hoogst was van West-Europa: 
“In hun comparatieve studie beschrijven de auteurs minutieus de overeenkomsten en verschillen tussen de drie bestudeerde landen. Nauwgezet analyseren Griffioen en Zeller onder meer de positie van het autochtone bestuur, de handelingsvrijheid van de Duitse organisaties die zich met de Jodenvervolging bezighielden, de methoden die zij toepasten en de mate van integratie, assimilatie en organisatiegraad van de Joodse bevolkingsgroepen.
De voornaamste oorzaak van het bijzonder hoge aantal en percentages Joodse slachtoffers in ons land, constateren Griffioen en Zeller, was de vrijwel ongelimiteerde macht waarover het Duitse politieapparaat hier beschikte voor het organiseren van deportaties. Zowel het bezettingsbestuur (Reichskommissariat) als de hoogste Nederlandse bestuurders waren buitenspel gezet. Het laatste geschiedde overigens zonder al te veel tegenstribbelen. 

De Nederlandse situatie verschilde daardoor radicaal van die in Frankrijk en België. De hoogste Franse autoriteiten, die hun gezag over de politie behielden, waren vanaf het najaar van 1942 nauwelijks bereid mee te werken aan deportaties. […]
Ten slotte werd het aantal en het percentage Joodse slachtoffers in Nederland gedeeltelijk bepaald door de inschakeling van de Joodse Raad bij de deportaties (oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’) en de aanvankelijke reacties van de Joodse bevolking op de Duitse methoden van misleiding en intimidatie. Terwijl in Frankrijk en België een aanzienlijk deel van de aanwezige Joden door hun Duitse of Oost-Europese achtergrond zich weinig illusies maakte over het nazi-antisemitisme, was dat bij de sterk geïntegreerde Joodse bevolking hier veel minder het geval. Velen waren daardoor langere tijd geneigd vast te houden aan legale ontsnappingsmogelijkheden: vrijstellingen (waarvoor aanvankelijk bijna een derde deel van de Nederlandse joden in aanmerking kwam) en Arbeitseinsatz in het ‘permanente’ werkkamp Vught. Deze legale ‘ontsnappingsmogelijkheden’ weerhielden veel Joden van onderduiken maar bleken uiteindelijk een verraderlijk onderdeel te vormen van het deportatiesysteem. De vrijgestelden en bewoners van kamp Vught werden alsnog op transport gezet.”
P. Griffioen en R. Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België – Overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Boom; 1045 pagina   ‘s; € 49,50. 

————————————————————————————-
Het verhaal van Süskind werd al eerder eens verfilmd als “Secret Courage — The Walter Suskind Story”

Biografie: Mark Schellekens. Walter Süskind. Athenaeum-Polak & Van Gennep. 240. € 17,95
Film: Süskind. Regie Rudolf van den Berg. Vanaf 19 januari in de bioscoop.
Roman op basis van film: Alex van Galen, Süskind, Arbeiderspers. 256 pag. € 17,50
Documentaire: De duivelse dilemma’s van Walter Süskind. Zondagavond 15 januari, KRO, 23.30 uur, Nederland 2.

Tentoonstelling: Jodenvervolging 1940-1945. Op de eerste verdieping in de Hollandsche Schouwburg is de permanente tentoonstelling Jodenvervolging 1940-1945 ingericht. In de Hollandsche Schouwburg wordt nu ook uniek materiaal tentoon gesteld rondom Walter Süskind, zoals familiefoto’s en onlangs verworven objecten.

 

Maria Trepp www.passagenproject.com

Deze tekst staat in vertaling ook op mijn Duitse weblog  en op mijn Engelse weblog

maandag, 12 december 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

Onthulling van het sinterklaasbombardement-monument

In divers, bloemen, dagblad, de, december, eindhoven, frankrijk, herdenken, persoonlijk.

sinterklaasmonument Op 6 december 1942 vielen er bommen op het centrum van Eindhoven. De geallieerden bombardeerden de Philipsfabrieken, waar materiaal voor de Duitsers gemaakt wordt. Operatie ‘Oyster’  heette het, en het duurde maar 2 uur in totaal. Ruim 150 mensen kwamen om die dag.

Op 6 december 2011, 69 jaar na dato, werd voor de Lichttoren een momument onthult ter nagedachtenis van de slachtoffers. In het monument, dat een Oester voorstelt, met daarin afbeeldingen van wat het bombardement aanrichtte in de stad, zit een rol met alle namen van de overledenen. Een  mooi, persoonlijk ontwerp van Peter Nagelkerke, de kunstenaar die het monument ontwierp. De afbeeldingen zijn gebaseerd op gesprekken met overlevenden. Het Eindhovens Dagblad besteedde de afgelopen veel aandacht aan die verhalen, en tekende ze op in een boekje dat speciaal voor deze gelegenheid gemaakt is.

Het was erg druk bij de onthulling van het monument. De handeling werd verricht door de kleinzoon van initiatiefnemer dhr. van der Heijden. Veel overlevenden en hun familie waren aanwezig. Er werden bloemen gelegd, onder andere door de geallieerden Engeland en Frankrijk.

Erg mooi om te zien dat deze mensen nu eindelijk een plek hebben om de slachtoffers te herdenken. Eindhoven is een belangrijke plek rijker!

vrijdag, 9 december 2011

Hans Verbeek

Hans Verbeek

Hyves Twitter

Geld lenen om schulden af te lossen

In doem, regelmatig terugkerende ellende, duurzaamheid, economie, energie, euro, europa, grenzen aan de groei, nederland, en meer.
De Europese regeringsleiders maken plannen om de begrotingstekorten voortaan onder de 3% te houden. Dat roepen ze wel, maar dit jaar gaat dat in elk geval nog niet lukken. Alleen Estland, Finland, Duitsland en Luxemburg voldoen aan die drieprocentseis. Nederland, Oostenrijk, België, Italië en Malta zitten tussen 3 en 4,5%. Voor Frankrijk en Portugal blijft [...]

woensdag, 2 november 2011

Jan Hoek

Jan Hoek

Linkedin GR

Die Grieken, de euro en het rad voor ogen…

In geld, geregistreerd, idee, grieken, griekenland, 3%, begroting, begrotingstekort, boeken, en meer.
We hebben het maar steeds over Die Grieken, die boven hun stand hebben geleefd en de kluit hebben belazerd. Het is een manier om de crisis onder woorden te brengen. Wie het zo zegt kan alleen maar boos zijn op Die Grieken. Maar zo draaien we ons natuurlijk een rad voor ogen.

Als Griekenland een Nederlandse burger zou zijn geweest, had hij al jaren geregistreerd gestaan in Tiel . Geen bank had hem nog geld geleend, want naar dat geld had je kunnen fluiten. Maar voor landen is dat anders. De banken hebben er op gegokt dat Europa wel garant zou staan. Europa kan immers weinig anders. Als Griekenland zijn schuldaflossing staakt, vallen Europese banken om. En na het faillissement van Lehman lijkt de theorie wel te zijn dat iedere bank een systeembank is, waarvan we het ons niet kunnen veroorloven dat die omvalt.

Maar als Europa weet dat het de rekening betaalt, waarom greep het dan niet in? Toen de euro werd ingevoerd zijn er geen goede afspraken gemaakt over hoe landen om moeten gaan met begrotingstekorten en staatsschulden. Natuurlijk, het begrotingstekort mag niet hoger zijn dan 3% en de staatsschuld niet hoger dan 60% van het Bruto Nationaal Produkt. Maar wat te doen als een land zich daar niet aan houdt? De politici die de euro invoerden durfden hun burgers niet te vertellen dat het voordeel van de euro ook zou moeten betekenen dat Europa wat over de begroting van individuele landen te zeggen zou krijgen. De halfbakken afspraken die ze wel maakten, werden als eerste geschonden door Duitsland en Frankrijk. En als die het al mogen, dan mag een land met een dwerg-economie als Griekenland het natuurlijk ook. Maar de kruik gaat net zo lang te water tot ze barst, dus nu is Griekenland feitelijk failliet en moet Europa de banken redden die ondanks de virtuele registratie in Tiel, toch geld bleven lenen aan Griekenland.

Maar is dat wel redelijk? Hadden die Grieken de boel dan niet geflest, toen ze zich met opgepoetste cijfers de euro in sjoemelden? Zeker. Maar wie heeft ze daarbij geholpen? Goldman Sachs, die de toenmalige Griekse regering maar wat graag hielp om de boeken op te leuken . En een paar jaar later heel goed wist dat je niet moest investeren in Griekse banken.

Maar zelfs dan. Als er geen Tiel is voor landen, dan moet je als bank natuurlijk zelf een beetje opletten. En voor Europa geldt hetzelfde. Maar banken vonden het wel lekker om geld uit te lenen aan Griekenland omdat ze er op rekenden dat Europa feitelijk garant stond. En Europese politici vertelden hun kiezers liever niet dat Europa betekent dat landen elkaars souvereiniteit delen. En dat dat een goed idee was, omdat het vrede en welvaart oplevert.

Dus laten we ophouden met het steeds over die Grieken te hebben. Wat we nodig hebben is minder banken en meer Europa. Daar moest het maar eens over gaan!

vrijdag, 28 oktober 2011

John Jorna

John Jorna

Geen kernwapenvrij Europa?

In column van de week, coalitie, defensie, eurocrisis, europa, frankrijk, internationaal, kracht, navo, en meer.

DE VOORUITGANG: COMPUTERGESTUURDE KERNBOMMEN

Ha, dachten wij vorig jaar; de kernbommen gaan ons land uit. Er komt een kernwapenvrij Europa. Maar een paar NAVO lidstaten, waaronder Frankrijk waren tegen. Besloten werd de rol van kernwapens te betrekken bij de ontwikkeling van een nieuwe visie op de rol van de NAVO bij verdediging en afschrikking. Dat noemen ze  de Defence and Deterence Posture Review (DDPR) en deze zal op 21 mei 2012 in Chicago door de staatshoofden worden ondertekend. Een groepje oude knarren van de NAVO, de High Level Group (HLG) moet een voorstel over de rol van kernwapens formuleren. Wie er in de HLG zitting hebben is moeilijk of niet te achterhalen. Wat ze aan formuleringen bedenken is geheim. In februari 2012 gaan ze hun ideeën bespreken met de lidstaten. Het is waarschijnlijk, dat ze vast zullen houden aan een rol voor kernwapens. Het is onwaarschijnlijk, dat de NAVO met deze procedure een prijs zal winnen voor transparantie en democratische inspraak. Behalve met de lidstaten zal de HLG ook met andere betrokkenen overleggen. Of daar behalve de wapenfabrikanten en conservatieve denktanks ook vredesorganisaties en vredeswetenschappers bij zullen horen; het is niet bekend. De definitieve tekst komt pas in Chicago tot stand, maar in het voortraject is er zo gemasseerd en gesleuteld, dat we hoogstens nog kleine wijzigingen kunnen verwachten. Honderden miljoenen burgers van NAVO landen staan bij de besluitvorming buiten spel. Van de huidige coalitie is geen kritische houding te verwachten, zelfs ondanks het feit, dat het Internationaal Gerechtshof slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen een rol van kernwapens als mogelijk geoorloofd ziet. Het officiële standpunt van Nederland is, dat het bereid is als eerste gebruik te maken van kernwapens. Daarbij zullen zeker ongewapende burgers in grote getalen omkomen. Onze regering is bereid een oorlogsmisdaad te begaan.

Intussen zijn de oude B61 bommen van Volkel zo ver heen, dat ze vervangen moeten worden. Als deze bommen afgeworpen worden, dalen ze aan een parachute naar beneden. Het vliegtuig heeft zo de kans tijdig weg te wezen. Als het kernwapen op enige hoogte ontploft is de reikwijdte van de vernietigende kracht groter. Maak u niet ongerust. Als u dichtbij bent, bent u voordat u het weet verdampt. Het uitschakelen van een ondergrondse defensie- of regeringsbunker vraagt echter meer precisie. U vraagt en de wapenindustrie levert. De nieuwe bommen zijn digitaal en gaan computergestuurd op hun doel af. Zulke bommen hebben grotere vleugels. Dus moeten de vliegtuigen, bijvoorbeeld onze F16’s en de toekomstige JSF’s aangepaste ophangsystemen krijgen. Een kostbare zaak. De piloten moeten extra getraind worden. Ook dat kost geld. De bases moeten aangepast worden. Inmiddels wordt er al enorm bezuinigd op traditionele wapensystemen. Dat zou dus nog veel meer moeten gebeuren om door te gaan met kernwapens, die we niet meer willen hebben.

Na alle aandacht voor de Eurocrisis wordt het nu tijd aandacht te besteden aan de gevaarlijke spelletjes, die in NAVO verband gespeeld worden. Tweede Kamer wordt wakker.

Jaargang 4, Nr. 185.

woensdag, 26 oktober 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Nu weer Italië?

In samen op de wereld, euro, europa, italië, betalen, bezuinigen, bezuinigingen, de wereld, economen, en meer.

Vakantiebestemming Griekenland is financieel  nog niet opgelost, vakantiekoploper Frankrijk gaat wankelen en nu staat een andere populaire bestemming in een afgrond te staren.

In tegenstelling tot sommige andere landen met financiële uitdagingen, staan de Italianen er zelf niet slecht voor. Ze hebben geen grote hypotheken en andere leningen. De belastinginkomsten zijn al jaren hoger dan de uitgaven. Dat klinkt niet slecht. De enige reden dat Italië leent is om de schulden en de oplopende rente te betalen. Die stijging wordt door  de inkomsten niet bijgehouden, dus loopt de schuld steeds verder op.

Harder werken en meer verdienen zou je zeggen. En dat is nou net wat Italië niet lukt. Er wordt te weinig geïnvesteerd, de bevolking is ernstig aan het vergrijzen. Van de 57 mln. mensen zijn er 19 mln. gepensioneerd en 8 mln. ambtenaar of werkloos. De economische groei is 0,75% per jaar de afgelopen 15 jaar. De arbeidsproductiviteit neem niet meer toe. De economie kan dus niet meer groeien, de renteschuld doet dat wel. Da’s lastig, zeker voor Europa omdat de Italiaanse economie groter is dan de Griekse. En zo heeft ieder land zijn eigen problemen.

‘Europa’ verwacht bezuinigingen en belastingverhogingen. Hierin zitten direct risico’s: met meer werklozen stijgen de uitgaven nog meer en dalen de belastinginkomsten juist. Reden waarom ook in Nederland bezuinigen wordt ontraden door verschillende economen. Toch lijken de eisen van ‘Europa’ juist in die richting te gaan.

De Europese is de grootste economie van de wereld. Onze welvaart kan alleen maar dalen. Twee-en-een-half-miljard Chinezen en Indiërs zien hun welvaart stijgen. We putten straks met veel meer mensen uit dezelfde bronnen. Je zou haast denken: laten we de krachten gebundeld houden om op termijn een vrije val van onze welvaart te voorkomen.

Europeanen lijken zich helemaal niet fijn te voelen bij de Euro. Waarschijnlijk vooral gebaseerd op onderbuikgevoel naar aanleiding van wat zorgwekkende berichten want welke kiezer weet nu exact hoe het zit? Politici, zo hoorde ik deze week, richten zich vooral op de kiezers van de komende verkiezingen en niet op degene door wie ze gekozen zijn. Alles en iedereen gestuurd door onderbuikgevoel. Wie kan opstaan en verder kijken dan dat? Ik zou haast zeggen: iemand met verstand van economie. Zonder last of ruggespraak en zonder een niet-begrijpende kiezer hijgend in de nek. Maar zoveel macht geven we niet uit handen. Nee, dan liever met z’n allen ten onder. Hebben we het in elk geval zelf gedaan.

zondag, 23 oktober 2011

Robert Giesberts

Robert Giesberts

De tucht van sociale media

In sociale media, blog, facebook, linkedin, tumblr, twitter, email, frankrijk, meldingen, en meer.

ketenenIk aarzel tussen Tumblr en Wordpress, wat is handiger? Beide kun je je naam geven, als kost me dat bij Tumblr geen geld. Het is een luxeprobleem. Toen email geïntroduceerd werd kregen veel werknemers een managing-probleem: te veel email in korte tijd die allemaal even urgent leek. Je hoort er weinig meer over, behalve na vakanties, maar ik denk dat ze er nog steeds zijn: werknemers die niet kunnen selecteren en gefrusteerd vastlopen in het dagelijkse getij van emails.
Mijn probleem (ja, laten we het nu eens over mijn probleem hebben), is dat ik een managing-probleem ga krijgen (ontkenningsfase..het is natuurlijk al zo als je er over schrijft…) met allemaal accounts en sites. Tumblr en deze blog. Twitter, het dagelijkse microblog waar je of zinnig of grappig wilt opvallen. De website van mijn bedrijf die regelmatig verfrist moet worden. En van mijn tweede huis in Frankrijk die ook aandacht behoeft met nieuwe foto’s of een bijgewerkte verhuuragenda. En vraagt dagelijks LinkedIn via email mijn aandacht. De connecties maar zeer zeker ook de vele groepen waar ik lid van ben. En tenslotte is er Facebook die ik probeer te negeren maar zich ook met meldingen en verzoeken via email aan mij opdringt.
Ik zou er een dagtaak van kunnen maken. Als ik echt, echt niks te doen had. Nu heb ik momenteel te weinig om handen, maar toch nog te veel om al die digitale middelen accuraat te bedienen. En dan zwijg ik nu verder over alle loginnamen en wachtwoorden, waar ik een boekje voor heb aangeschaft dat nooit verloren mag gaan.
Het is living on the edge, walking with fire. Zelfverkozen ketenen die tuchtigen en verrijken. Het laatste domineert vooralsnog, voor mijn gevoel.

dinsdag, 11 oktober 2011

Steven de Vries

Steven de Vries

Hyves Linkedin Last.fm Twitter GR DWARS

Utrecht laat multifunctioneel, elektrisch schip bouwen

In energie, groen, groenlinks, milieu, politiek, utrecht, water, belangrijk, binnenstad, en meer.

Maandag 1 augustus 2011
Vanaf april 2012 vaart een multifunctioneel, elektrisch aangedreven schip over de Utrechtse wateren. Maandag 1 augustus 2011 tekent de gemeente de opdracht voor de bouw van een emissievrij ‘multi purpose vessel’. Dit nieuwe schip neemt het werk over van de huidige vuilnisboot, maar kan meer: aan boord kliko’s legen, tegelijk glas, papier en restafval meenemen en extreem lange of zware vracht vervoeren.

Het schip vaart straks zeven dagen per week voor al het vervoer over water van en naar de binnenstad van Utrecht.

Sinds anderhalf jaar heeft de gemeente, als eerste ter wereld, een elektrisch aangedreven vrachtschip, de zogenoemde bierboot. Daar komt nu een tweede exemplaar bij. Waar de bierboot vooral dranken- en horecagroothandels onder zijn klanten mag rekenen, kan het nieuwe schip ook goederen vervoeren voor particulieren en ondernemers. Door de slimme en unieke inrichting van het interieur, waardoor verschillende afvalstromen dagelijks tegelijk kunnen worden opgehaald, blijft er tijd en ruimte over om het schip in te zetten voor derden. Voor bijvoorbeeld verhuizingen, verbouwingen en groot materiaal zoals big bags. Dit scheelt vrachtverkeer in de historische binnenstad en daarmee CO2-uitstoot.

Slimme inrichting
Het nieuwe vrachtschip meet zestien bij ruim vier meter. Dat is vier meter langer dan de huidige vuilnisboot. Waar bij de oude boot het restafval los of in vuilniszakken in het open ruim gestort wordt, werkt het nieuwe schip met kliko’s. Met dezelfde hefboomtechniek als op vuilnisauto’s worden deze geleegd in afvalcontainers, vergelijkbaar met de ondergrondse containers in de stad. Acht uitneembare containers van ieder drie kuub herbergen tegelijk de aparte afvalstromen. In het schip passen ook 26 rolcontainers of 24 koel/vriescontainers. Met een eveneens elektrisch aangedreven kraan kan de boot ook vracht van en naar straatniveau in en uit de boot takelen. ‘s Nachts laadt de accu op voor de volgende dag. Vuyk Engineering uit Rotterdam is verantwoordelijk voor het unieke, speciaal op Utrecht toegepaste ontwerp. Scheepswerf Bocxe uit Delft heeft de bouwopdracht gekregen.

Europees voorbeeld
De gemeente Utrecht vindt het belangrijk om in dit soort duurzame transportmiddelen te investeren. Deze emissievrije boot draagt bij aan een betere luchtkwaliteit en leidt tot efficiënter goederenvervoer in de binnenstad. Daarom zijn de extra kosten voor de elektrische aandrijving mede gefinancierd uit het Actieplan Goederenvervoer van de gemeente Utrecht. Europese subsidie krijgt Utrecht via het project Connecting Citizen Ports 21. De Provincie Utrecht, de gemeente Utrecht en de gemeente Nieuwegein werken hierin samen met binnenhavens in België, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. Het ontwerp van het Utrechtse ‘multi purpose vessel’ kan voor deze steden als voorbeeld dienen voor het optimaal en duurzaam vervoeren van goederen in historische binnensteden. 

woensdag, 28 september 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Bad Hijab in Nederland

In sargasso, satire, islam, europa, frankrijk, nederland, strijd, verbod, verkeer, en meer.
1773

In Iran bestaat speciale politie die je als vrouw kan beboeten wegens bad hijab, het op onjuiste wijze dragen van hoofdbedekking. Europa krijgt de smaak op dat vlak ook te pakken. Na Frankrijk, waar de eerste boetes zijn uitgedeeld, en België krijgt ook Nederland een bad hijab wet, in de vorm van het burkaverbod, dat ook nikabs, integraalhelmen en bivakmutsen meepikt om de schijn van een aanval op de islam zoveel mogelijk te vermijden.

In Frankrijk is de weg naar het Europese Hof ingezet, dus de vraag of het verbod door de mensenrechtenbeugel kan, wordt vanzelf beantwoord. Het is toch vooral symboolpolitiek over de rug van onderdrukte moslimvrouwen, die meer geholpen zouden zijn bij een actievere emancipatiepolitiek.

Dit alles laat onverlet dat het dragen van een burka inderdaad onbehoorlijk is. Het kabinet stelt terecht dat het bedekken van je gezicht “fundamenteel in strijd [is] met het karakter van het publiek verkeer, waarin wij elkaar met herkenbaar gelaat gelijkelijk tegemoet treden”. Maar als je via de wet de fatsoensrakker wilt uithangen, doe het dan goed.

Een veel groter probleem dan het handjevol burkadraagsters vormen namelijk lieden met donkere of glimmende zonnebrillen, die menen dat ze die niet hoeven af te zetten als ze je aanspreken. Toegegeven, Beatrijs Ritsema vindt het geen probleem, maar die vindt dat je ook van een burkadraagster maar hebt te accepteren dat ze zich verschuilt. Dat is voor haar van dezelfde orde. Het blauwe boekje is helderder: “Een zonnebril houdt u nooit op bij een tweegesprek. Ook niet als u een celebrity bent.”

De toenemende boertigheid in de omgangsvormen is een breed maatschappelijk verschijnsel. Half Nederland doet eraan mee, iedereen op zijn eigen wijze. Zo bezien doen de burkadraagsters gewoon mee aan een maatschappelijke middelvingertrend, die de afgelopen week ook in het parlement opgeld deed. In Iran kost het op onjuiste wijze dragen van een zonnebril je vijftien dollar. Dan kan Nederland toch niet achterblijven? (sg)

vrijdag, 16 september 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

Nationale Politie

In tekst, amsterdam, begroting, beheer, bestuur, bezuiniging, burgemeester, de, discussie, en meer.
Nationale Politie, een discussie die na 160 jaar (nogmaals) wordt beslecht.

Op 1 januari 2012 moet het dan zover zijn: de Nationale Politie, één politiekorps dat onderverdeeld is in 10 regionale divisies. Een voortvloeisel van jaren lange discussie over het inrichten en de sturing van de politie. Bij iedere hervorming kwam het weer terug, maar de discussie speelt eigenlijk al vanaf de vorming van de rijks- en gemeentepolitie in 1848-1851 met de invoering van de Grondwet en Gemeentewet.

Tot aan de Franse tijd in Nederland kan er nog niet gesproken worden over een politie, en al helemaal niet over 'de' politie. Het was eerder een losse verzameling van personen die iets met de sociale veiligheid van een stad te maken hadden, schouten, rakkers en schutterij. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk had dit als gevolg dat er een militair politiekorps haar intrede deed: de Gendarmeri Impériale. Na ineenstorting van het Franse rijk bleef het systeem van de 'veldwachter' en commissaris van politie gehandhaafd, echter nu operend onder de naam van Marechaussee. Alleen deze waren met name aanwezig in het zuiden, als er in het noorden een grote opstand uitbrak was het de taak van het leger om deze te beteugelen. Dit leidde - hoe verrassend - tot meningsverschillen tussen militaire en civiele commandanten over wanneer er nou militaire bijstand kon worden ingeschakeld. Als gevolg daarop werk bij een Koninklijk Besluit in 1836 de plaatselijke (openbare orde) politiezorg ondergeschikt gemaakt aan de Burgemeester en Wethouders. Duidelijkheid omtrent de opsporingskant werd geschapen door het in 1838 ingevoerde Wetboek van Strafvordering. Daarin was duidelijk opgenomen dat bepaalde politiemedewerkers ook opsporingsambtenaar onder een Procureur-generaal waren.

Indertijd waren er protesten tegen de rol van het leger in de orde handhaving, met name Provó Kluit, Directeur van de Amsterdamse Politie. Zijn grote bezwaar was met name dat het leger 'per definitie' niet geschikt was omdat deze niet zelfstandig zonder bevelen konden werken. Toch waren deze militairen noodzakelijk voor het handhaven van de orde gedurende enkele voedselrellen in de winters tot 1857. De legerleiding was het hier mee eens, alleen het burgerlijk gezag was nog enigszins doof. Toch zag je in de grote steden zoals Rotterdam en Amsterdam een politiekorps ontstaan naar Brits 'Metropolitan Police' voorbeeld. Eind jaren 40 van de negentiende eeuw was er al grote discussie over hoe de politie er uit moest komen te zien. Niet alleen qua organisatie maar ook op gebied van beheer en bevel. In de politieke discussie stonden twee liberalen tegen over elkaar: Thorbecke, bedenker van de Grondwet van 1848 en in 1951 als Minister van Binnenlandse Zaken schrijver van de Gemeentewet. En aan de andere kant Provó Kluit, eerst als directeur der Amsterdamse politie en tussen 1850 en 1853 als lid van de Tweede Kamer.

Provó Kluit had zich in 1849 al duidelijk uitgelaten over hoe de politie in zijn ogen moest worden gevormd en ingedeeld. Hij deed dit in een 88 pagina tellende brochure getiteld: " De Zelfstandigheid der Policie Verdedigd". Het pleidooi wat daarin geschreven staat mogen duidelijk zijn. Ten eerste moest er volgens Kluit een duidelijke scheiding zijn Politie en Rechterlijke macht. Om maar even mooi Oudnederlands te kunnen citeren:

"Policie-magt en regtsmagt zijn alzoo zusterlijke gezellinnen, die van verschillende geaardheid echter elkander wederkeerige hulp bieden. Hij zijn takken van derzelfde stam die toegebonden elkander kunnen naderen, doch niet tot één kunnen zamengroeijen." (Kluit, p.6)

Verder is hij stevig gekant tegen het behouden van een bewapende Marechaussee, niet omdat deze niet enig onberekenbaar nut kan stichten, maar voor het Nederlandse volk was nu eenmaal niet muitziek en behoefte daarom geen "instelling der marechaussee" om de enkele struikrovers die elders waren aan te pakken. Daarnaast is het hebben van een militaire politie die te paard rondrijdt onpraktisch "aangezien dit rijk voor een zeer aanzienlijk deel is doorsneden door water" (p. 34).

Een gemeentelijke politie kan overigens evenmin zijn goedkeuring verdragen. De verdeling van de politie in kleine territoriale gebieden is "klaarblijkelijk eene dwaling, naardien het beheer en alzoo de regeling en indeling der policie van staatsgezag uitgaat, omdat policie eene belang van de staat, niet van eene enkele gemeente is." (p. 47) Echter niet alleen deze opsplitsing van de politie is geen goede zet geweest volgens Kluit, ook het duale gezag tussen Justitie en Binnenlandse Zaken is oorzaak van "dat de policie hier ten lande weinig aan hare bestemming heeft voldaan, omdat door splitsing [...] eenheid bij het bestuur werd gemist, en de uitvoering te veel door plaatselijke inzigten werd belemmerd, [...]". (p. 47). Er dient dan ook te komen tot "eene enkel lichaam van policie" welke onderverdeeld moet worden in een vijftal directoraten met gemiddeld 2 Commissarissen van Politie per directoraat. Dit alles centraal geregeld onder de Minister van Justitie.

Nadat Kluit in 1850 toetrad tot de Tweede Kamer bleek hij naar verwachting de politieke tegenspeler van Thorbecke, dan Minister van Binnenlandse Zaken. Bij de invoering van de Gemeentewet in 1851 bleek Thorbecke te pleiten voor een Gemeentelijke politie, onder bevel van de burgemeester alsmede de Officier van Justitie, en een - op dat moment nog op te richten - Rijkspolitie. De commissaris van Politie viel zowel, zo valt op te maken uit artikel 170 Gemeentewet 1851, was in dienst van de gemeente maar was tevens dienaar van de Kroon. Dit was tegen het zere been van Kluit. Echter was dit bij de behandeling van de begroting van Justitie op 25 en 26 november 1851 niet hetgeen waar Kluit het meeste over struikelde. Nee, het gebrek aan enige wet of besluit omtrent de Rijkspolitie was in de eerste termijn een grote punt van orde. "Er moet dus onvermijdelijk eene wet zijn.". Het gebrek aan een politiewet was echter niet de hoofdoorzaak van de chaotische wijze van handelen, nee, "De hoofdoorzaak van verwikkelingen, [...] schijnt er in gelegen te zijn dat men zich gewaagd heeft eene versnippering van politie, tusschen Rijks- en Gemeente-politie, waarvan niemand de grens weet aan te wijzen. Het is een Gordiaansche knoop, die niemand kan ontwikkelen." (Handelingen der Tweede Kamer, 25 november 1851). Drie voordelen zouden zich voordoen als er wel spraken was van een eenheid van politie, wederom in de woorden van Provó Kluit: "Ik beroep mij in de eerste plaats op het magische woord bezuiniging, waaronder ik niet begrijp eene beknibbeling op een post hier, maar een grote bezuiniging." Daarnaast zou eenheid ook einde maken aan de ongelijkheid in de verschillende gemeenten en provinciën. Een derder voordeel is meer politie door de samenvoeging en ten slotte zou eenheid zorgen voor een betere discipline omdat het leidt tot opheffing van alle "kleingeestige locale belangen".

Helaas voor Kluit bleef het qua veranderingen daarbij, een verdeling in Rijks- en Gemeentepolitie. Wel werd er in 1852 een staatscommissie ingesteld met als doel het "zich buigen over een oplossing voor het politievraagstuk". Voorzitter: Provó Kluit. Te raden valt in welke richting werd gekeken, eveneens valt in te schatten hoe de commissie zich uit over de huidige situatie: Ronduit slecht, rijkspolitie bestond enkel van naam en de gemeenten voorzagen slecht en amateuristisch in de politie behoefte. De aangedragen oplossing was "beginsel van eenheid, zelfstandigheid en centralisatie der politie".

Het zou nog tot 1994 duren voordat er een verandering plaats vond in het onderscheid tussen Gemeentelijke- en Rijkspolitie. Daarna zou de discussie nog niet stillen, amper 18 jaar na de invoering van 25 politie regio’s (plus een landelijk opererende Korps Landelijke Politie Dienst) lijkt de volgende hervorming er aan te komen. Eén centraal gestuurde landelijke politie die uit gaat naar eenheid, met een directe ‘directeur’ onder de Minster van Justitie (en Veiligheid). Overigens lijken de vier voordelen die in 1851 werden genoemd actueler dan ooit. Zodoende lijkt het erop dat na een discussie van ruim 160 jaar Provó Kluit alsnog het voordeel van de twijfel krijgt boven de onbeweegzame staatsman Thorbecke.

vrijdag, 9 september 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Workshop Trans-border Transport

In algemeen, maatschappij, nieuws, duitsland, egsu, europa, frankfurt/oder, frankrijk, openbaar vervoer, en meer.

Gisterenavond stond mijn eerste workshop op het programma van vijf tot zeven, de workshop trans-border transport. Er waren vijf sprekers aanwezig en in de zaal zaten niet meer dan 25 mensen. Drie van de sprekers hielden een verhaal. De eerste was Helmut Thoma, over het grensgebied van Frankrijk, Zwitserland en Duitsland en de plannen die daar bestaan om tramlijnen aan te leggen. Duidelijk werd dat het lastig was om daar openbaar vervoersverbindingen van de grond te krijgen omdat er verschillende aanbieders opereren en er samengewerkt moet worden tussen verschillende overheden: de lokale Duitse, twee Zwitserse kantons en een gecentraliseerde Franse overheid, waardoor de verbindingen met Frankrijk nog moeizamer van de grond kwamen dan die tussen Duitsland en Zwitserland. Er waren wel plannen, maar van de 14 werden er maar twee daadwerkelijk uitgevoerd tot nu toe, en dat na veel gesteggel over financien.

De volgende spreker was H.M. Fransz, die een verhaal hield over het gebrek aan openbaar vervoer van Duitsland naar Polen. Ondanks het feit dat de dichtstbijzijnde grote steden in de buurt van Berlijn in Polen liggen, wordt er weinig geinvesteerd in deze verbindingen. Sterker nog, sinds 1972 is het aantal verbindingen per spoor naar Polen afgenomen tot het niveau van de jaren ’60. De daling geldt zowel voor personen- als goederenvervoer. Nu worden er veel autokilometers afgelegd van en naar deze steden, wat natuurlijk niet bevorderlijk is voor het milieu. Wat mij verbaasde was het feit dat er nog stukken spoorlijn zijn zonder elektriciteit. Hierdoor duurt een reis van Berlijn naar Wroclaw met de auto drie uur, maar met de trein zes uur, omdat er gewisseld moet worden van elektriciteit naar Diesel. Het OV kan op deze manier nooit concurreren met de auto. Dezelfde problemen spelen ook op andere routes. De trein kan hierdoor ook geen goede aansluiting bieden op vluchten, omdat dieseltreinen niet naar het vliegveld mogen rijden.

Voor wat betreft de reizigersinformatie gaat het wel de goede kant op. VBB heeft een heldere website met informatie in het Duits, Engels en Pools. Maar zonder vlotte reistijden en goede verbindingen zonder overstappen kan het OV uiteindelijk niet concurreren. Volgens Fransz zal het aantal treinreizigers op sommige trajecten meer dan verdubbelen als de oude stukken spoor elektrisch worden.

De laatste voordracht gaat over de verbinding hier tussen Frankfurt en Slubice. Er is behoefte aan een verbinding, maar deze is er nog steeds niet. Kort samengevat is er al jaren onderzoek in gestoken, maar is het een langzaam proces omdat verschillende partijen op een lijn moeten zien te komen, er subsidie aangevraagd moet worden en er allerlei wettelijke problemen zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot arbeidsrecht.

Wat duidelijk werd bij alledrie de situaties, was dat een van de problemen is dat er zowel in Polen als in Duitsland nog mensen zijn die liever geld investeren in wegen dan in openbaar vervoer. Verder waren het vooral problemen die er altijd zijn als veel partijen samen moeten werken: het kost veel moeite alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.

Het waren drie interessante verhalen, maar ik miste een aantal dingen bij de workshop. Er werd weinig gesproken over de structurele problemen die er zijn bij het werken in verschillende landen. Het verschil in arbeidsrecht is er eentje, evenals het verschil in valuta en wat in een land als redelijke prijs ervaren wordt. Maar er werd niet diep op ingegaan en het ging vooral over de afzonderlijke gevallen. Ook ging het, wat ik voor een Europees congres opmerkelijk vind, nauwelijks over Europa. Er werd zelfs voor gepleit om het OV te laten regelen door regionale overheden, terwijl ik niet in zie hoe je daarmee problemen oplost. Verschillen in valuta los je niet op per stad of regio, evenmin als verschillen in wetgeving (bijvoorbeeld m.b.t. werktijden). Juist daar had ik verwacht dat het over Europa zou gaan. Maar Europa werd alleen genoemd toen het ging over subsidie vragen voor deze projecten. Tenslotte miste ik de interactie in de workshop. Op de achterkant van het programma staat dat in de workshops bijdragen gevraagd worden van de aanwezigen, maar in dit geval was daar nauwelijks sprake van.


zondag, 28 augustus 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Goethe is vandaag jarig!

In literatuur, frankrijk, gelukkig, kerk, leiden, auto, brieven, nam, de kerk, en meer.

Lang zal hij leven! Op 28 augustus 1749 werd Johann Wolfgang Goethe geboren, 262 jaar geleden. En lang leefde hij inderdaad. Hij overleed in maart 1832, op 82-jarige leeftijd, maar leeft nog steeds voort als “de beste Duitse schrijver”.

Goethe was nog geen 25 toen hij in één klap beroemd werd door zijn brievenroman Die Leiden des jungen Werthers. De hoofdpersoon Werther schreef in brieven aan een vriend over zijn liefde voor Lotte, die echter al aan de man was. Werther vertrok uit haar omgeving, omdat het toch niets kon worden tussen hen. Toen hij na een poosje terugkeerde bleek Lotte inmiddels getrouwd te zijn. Ondanks hun “zielsverbond” kon er van ware liefde geen sprake zijn. Als uitweg koos Werther voor zelfmoord met het pistool van Lottes man.

Goethes hyperemotionele Werther werd onmiddellijk een hit in heel Europa. Het blauwe rokkostuum met geel vest en gele broek, dat Werther in de roman droeg, werd de nieuwe mode onder jongemannen in die tijd. Er kwamen Werther-mokken en Eau de Werther in de handel. Zelfs Werthers zelfmoord vond navolging, zij het gelukkig in beperkte mate.
Vanuit de kerk werd het boek zwaar bekritiseerd, omdat het de zelfmoord zou verheerlijken. In Leipzig, Kopenhagen en Milaan werd het boek om die reden verboden. Goethe zelf noemde dat onzin en vond zijn eigen overleven het ultieme bewijs voor de stelling dat je liefdesverdriet maar het beste van je af kon schrijven. De Werther was tenslotte grotendeels autobiografisch. Alleen werd de zelfmoord van Werther in Goethes geval de geboorte een bestseller.

Goethe nam zelf later afstand van de tophit uit zijn vroege jaren, die tot op de dag van vandaag als hoogtepunt van de rebelse Sturm und Drang–stroming wordt beschouwd. Hij verloor zijn wilde haren. De emotie moest voortaan worden gepaard aan het verstand (de Romantiek meets de Verlichting). Vanaf 1775 tot aan zijn dood verbleef hij met korte onderbrekingen aan het hof van Weimar. Samen met zijn vriend Schiller domineerde hij de literaire stroming van de Deutsche Klassik.

Tot zijn eigen spijt werd Goethe altijd op zijn Die Leiden des jungen Werther aangesproken. Legendarisch werd de ontmoeting tussen Goethe en Napoleon tijdens het Congres van Erfurt, waarop in 1808 een bondgenootschap tussen Rusland en Frankrijk werd overeengekomen. Napoleon nodigde Goethe uit voor een gesprek. “Voila un homme”, zei de Franse keizer over de Duitse schrijver, een echte man. Napoleon bekende Goethe dat hij de Werther wel zeven keer had gelezen en altijd bij zich had.

Erik de Graaf

maandag, 9 mei 2011

Gert Jan Kleinpaste

Gert Jan Kleinpaste

Hyves Twitter GR

Retraite

In dodenherdenking, economie, europa, frankrijk, geld, gewoon, helpen, hero brinkman, innovatie, en meer.

Limousin 188 
Afgelopen week was ik met mijn lief, haar dochters (met elk een vriendin), mijn zoons en de vriendin van mijn oudste zoon in Croisille-sur-Briance (Haute Vienne, regio Limousin). Even ver weg van het leven van alledag in ons land. Ver weg van het moddergooien tussen Mei Li Vos (PvdA) en Hero Brinkman (PVV).

Dichtbij genoeg (via televisie) om met elkaar wel stil te staan en stil te zijn bij de dodenherdenking. Wij keken naar het monument op De Dam, waar het dit keer twee minuten stil bleef.

De meivakantie, die ik overigens niet meer als schoolleider beleefde, maar als zelfstandig onderwijskundig ondernemer. Want sinds 1 mei 2011 ben ik weer freelancer en vanaf die dag kunnen ook managementteams met mij naar Croisille-sur-Briance. Zij kunnen mij overigens ook gewoon in Nederland consulteren.

Een retriate op het Franse platteland kan erg goed helpen om beter te focussen op hetgeen je te doen staat. Ben Verwaayen, xe9xe9n van Nederlands topmanagers, doet dit – eveneens in Frankrijk – bij tijd en wijle met de top van de VVD (zo weten wij na de aflevering van buitenhof van zondag jl.). Ik bied organisaties graag diezelfde mogelijkheid om in alle rust te reflecteren op het Franse platteland.

Verwaayen zei meer goede dingen in Buitenhof. Hij stond stil bij het gegeven dat de ons omringende landen veel meer investeren in onderwijs dan Nederland. Terwijl onderwijs en innovatie van essentieel belang zijn voor een gezonde economie. Wij weten natuurlijk ook dat scholing en werk de factoren zijn voor sociale stijging en succes in de samenleving.  

Verder brak hij een lans voor Europa. Dat ernstig verdeelde Europa dat maar geen eenheid wil zijn, terwijl wij alleen eendrachtig de concurrentie aankunnen met opkomende landen als China en Brazilixeb.

"Eendracht", belangen bundelen. Over je eigen belang heen durven kijken. Dat waren voor mij ook thema's om op te kauwen tijdens in mijn vakantieweekje, mijn retriate en mijn bezinning op de toekomst. Want dat is iets dat ontbreekt in Nederlandse organisaties, met iedereen op een eigen eilandje. In een eigen fort, ophaalbrug omhoog. Ik wil vanuit mijn bedrijfje juist graag verbinden, bruggen slaan en samenwerking stimuleren.

Onderwijl genoot ik van het prachtige weer, de rust en de fantastische omgeving. En van de gezelligheid van acht reisgenoten.

Vandaag begon het leven van alledag weer. Mijn partner aan het werk in Den Bosch en ik bezig met de organisatie van een conferentie voor schoolleiders en met allerhande praktische zaken die nu eenmaal nodig zijn om in Nederland als freelancer geld te mogen verdienen.

Retraite is a post from Weblog van Gertjan Kleinpaste.

vrijdag, 22 april 2011

Rian Verweijmeren

Rian Verweijmeren

Goede vrijdag

In foto, actualiteit, de, dood, frankrijk, geloof, god, herdenken, jezus, en meer.
Vandaag herdenken we de dood van Jezus aan het kruis. Ik ben niet gelovig maar ik denk dat er wel zo iemand als Jezus heeft geleefd. Ooit. Ik geloof niet dat hij de zoon van God was maar beslist dat hij een goed mens was. Alles wat daarna kwam was onzin en narigheid.


Onderstaand schilderijtje heb ik in een Bredase kerk gezien. Het komt uit Frankrijk en de maker is onbekend. Ik vond het prachtig. Zó mooi gestileerd.



Christ

zaterdag, 19 maart 2011

Herman Folkerts

Herman Folkerts

Twitter

De onmacht van de internationale gemeenschap.

In volkenbond, libie, vn-veiligheidsraad, ghadaffi, groot-britannie, frankrijk, algemeen, belangrijk, groot-brittannië, en meer.
Na het beëindigen van de eerste wereldoorlog en als gevolg van het Verdrag van Versailles is in 1919 de Volkenbond opgericht, met als doel “nieuwe oorlogen te voorkomen”. Nadat, in de roerige jaren dertig enkele kernleden zelf als bezetter andere naties binnen waren gevallen* en in de lijn der verwachting ook hun lidmaatschapschap met de bond hadden beëindigd, bleven Groot-Brittannië en Frankrijk, de huidige initiators van de net door de VN-veiligheidsraad ingestelde no-fly zone in Libië, volledig gespeend van enige verdere macht en invloed op het wereldtoneel achter. Over het algemeen wordt de Volkenbond gezien als de tandeloze voorloper van de VN, waarvan de Veiligheidsraad afgelopen donderdag een resolutie heeft aangenomen om de in opstand gekomen burgerbevolking, die nu al ruim 3 weken door haar eigen regiem wordt bestookt met mortieren en bommen, te beschermen. In feite had er snel opgetreden kunnen worden, want de tanks van machthebber Ghadaffi stonden als het ware al aan de poorten van enkele voor het verzet belangrijke steden. Sarkozy, van Frankrijk vindt het echter belangrijk om op zaterdagmiddag nog een top te houden waarbij hij ook de steun wenst van enkele Arabische landen, zoals Quatar en de UAE (Verenigde Emiraten), alvorens de geallieerde vliegtuigen mogen opstijgen om de bevolking in nood te kunnen helpen. Terwijl elke minuut nu telt in Libië, staat het Franse staatshoofd de overige arriverende wereldleiders glimlachend en uitgebreid te begroeten op de stoepen van het Elysée. Dit beeld deed mij weer denken aan die roemloze laatste periode die de Volkenbond heeft gekenmerkt. Verrek..wist u overigens dat die club formeel nooit is beëindigd?

* Japanse inval in Mansjoerije (China) in 1933, Inval van Italie in Albesinie (Ethiopie) en de Russische inval in Finland.

zondag, 13 maart 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

De Nederlandse Besluitvorming over de Goldstone-Resoluties

In politicologie, ierland, informatie, internationaal, invloed, israel, israël, israëlische, kabinet, en meer.

Na de aanval van Israël op de Gaza-strook in 2009 stelde de VN een fact finding mission in, onder leiding van de Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone, om boven tafel te halen wat er tijdens operation cast lead gebeurd was. Naar aanleiding van het rapport werd in het najaar van 2009 door de VN Mensenrechtenraad en vervolgens door de Algemene Vergadering VN een resolutie aangenomen die de belangrijkste conclusies van Goldstone overnam: eigen onderzoek door Israël en de Palestijnse naar de geconstateerde misdaden en mocht dat niet afdoende gebeuren doorverwijzing van de zaak naar het Internationaal Strafhof. Nederland stemde zowel in de Human Rights Council als in the General Assembly tegen de resolutie over het rapport van Goldstone. Hoe kan het dat een land dat nota bene in haar grondwet heeft staan dat het de internationale rechtsorde bevordert, zich hiertegen verzette? Een analyse van de Nederlandse besluitvorming omtrent de Goldstone-resoluties.

Het rapport Goldstone

Discussie over de commissie Goldstone begon al op het moment dat zij op 12 januari 2009 werd ingesteld door de VN-mensenrechtenraad. De resolutie die tot oprichting van de Fact Finding Missie leidde gaf enkel mandaat om mensenrechtenschendingen en schendingen van internationaal humanitair recht door Israël te onderzoeken en om die reden onthield Nederland zich bij deze resolutie van stem. Omdat de Nederlandse regering echter veel vertrouwen had in de persoon Goldstone, en deze aangaf het mandaat zelf breder te trekken en ook de Palestijnse misstappen te onderzoeken, oefende Nederland, tevergeefs, toch druk uit op de Israëlische regering om met de commissie Goldstone samen te werken.

De conclusies van de commissie Goldstone waren niet mals. Zowel Palestijnse groeperingen als Israël werden beschuldigd van oorlogsmisdaden en mogelijke misdaden tegen de menselijkheid. Maar voor Israël kwamen de beschuldigingen het hardst aan. Het land zou volgens de commissie met de Gaza-oorlog niet enkel Hamas willen uitschakelen, maar er was sprake van een bewuste strategie om disproportioneel geweld in te zetten gericht op de burgerbevolking van Gaza.

De commissie beveelt aan dat de VN Veiligheidsraad Israël en Hamas opdraagt om binnen een termijn van zes maanden eigen juridische onderzoeken in te stellen naar de beschuldigingen. Mochten de beschuldigingen niet door Israel en Hamas serieus onderzocht en vervolgd worden, dan beveelt de commissie aan dat de Veiligheidsraad deze zaak doorverwijst naar het Internationaal Strafhof (ICC).

Kamerbrief over Goldstone-Rapport

In de Kamerbrief die ministers Verhagen (Buitenlandse Zaken) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) naar de Kamer stuurden ter voorbereiding op de VN Mensenrechtenraad waar het rapport besproken zou worden, werd enkel genoemd dat Nederland een groot belang [hecht] aan een correcte en evenwichtige behandeling van [dit] rapport door de Raad. Toen de kamer hier niet genoegen mee nam en vroeg om een inhoudelijk oordeel van de regering en een debat voorafgaand aan de VN Mensenrechtenraad liet minister Verhagen weten dat men extra tijd nodig had om het lijvige rapport grondig te bestuderen en bovendien wilde hij in de wandelgangen van de VN-vergaderingen in New York eerst indrukken opdoen bij regeringsleiders en ministers van andere regeringen.

De werkelijke reden van de vertraging lag echter in een conflict tussen minister Koenders en minister Verhagen over het rapport. Meteen na publicatie noemde Verhagen het ‘buitengewoon jammer’ dat voornamelijk Israël het in het rapport moet ontgelden. Dat leidde tot grote woede bij zijn collega-minister Koenders (ontwikkelingssamenwerking) die zich veel sceptischer opstelde en bovendien gepikeerd was over het gebrek aan overleg. Uit één van de wikileaks cables blijkt de ruzie zo hoog te zijn opgelopen dat Balkenende was genoodzaakt te bemiddelen.

Na dreigingen van Kamerleden om de Nederlandse delegatie in de Verenigde Naties bij gebrek aan overleg maar een spreekverbod op te leggen, of minister Verhagen vervroegd terug te halen uit New York kwam er op vrijdag 25 september eindelijk een brief, zodat de Tweede-Kamer op 29 september, de dag voor de Nederlandse inbreng in de Mensenrechtenraad, nog met de minister kon spreken over de inbreng van Nederland met betrekking tot het Goldstone rapport.

In de brief geeft de regering geen oordeel over de geconstateerde overtredingen, omdat over de gedragingen van betrokkenen meer een rechtelijk dan een politiek oordeel wenselijk is en de regering de vele bevindingen ‘nog kan bevestigen, nog kan weerleggen.’ Wel krijgt het rapport een veeg uit de pan: de minister vindt de beschuldigingen van een opzettelijke campagne, ‘zonder bewijs daarvoor,’ buitengewoon zorgelijk ‘vanwege de suggestiviteit.’

Wel onderschrijft de regering de stelling dat het van belang is dat beide partijen grondig onderzoek doen naar de beschuldigingen en ‘passende consequenties’ nemen. Daarbij haast de minister te vermelden dat Israël reeds een groot aantal van zulke strafrechtelijke onderzoeken uitvoert terwijl het bestuur van Gaza geen onafhankelijke en transparante juridische sector.

Daarnaast maakt de regering in de brief alvast een procedurele argumentatie die van invloed zal blijken voor de verdere opstelling van Nederland. Het rapport dient niet gepolitiseerd te worden en daarom enkel in de Mensenrechtenraad besproken te worden en niet in andere gremia van de VN, zoals het Goldstone rapport voorstelt. Dat zou volgens de minister pogingen het vredesproces op te starten ernstig frustreren. Dit oordeel wordt volgens de brief gedeeld door de andere EU-lidstaten en de VS. Toch kan niet worden uitgesloten dat de Mensenrechtenraad besluit tot doorverwijzing. In dat geval zal de regering met andere EU-lidstaten ‘bezien hoe daar op te reageren.’

Het Kamerdebat

In het Algemeen Overleg en de Plenaire afronding daarvan was er in de Tweede-Kamer eensgezindheid over de noodzaak dat de geconstateerde schendingen door de partijen zelf onderzocht moesten worden, al bestond er bij sommige partijen grote scepsis of dit ook door Hamas zou gebeuren. Wel was er grote verdeeldheid over de toon richting het rapport, Israël en de manier waarop eventuele schendingen van oorlogsrecht verder onderzocht moesten worden.

De linkse partijen SP, PvdA, GroenLinks en D66 waren allen van mening dat het rapport evenwichtig was, de overtredingen door Israël schokkend en zij wezen allen op de noodzaak dat het internationaal recht zijn loop krijgt, door uitdrukkelijk de optie van het internationaal strafhof open te houden.

Een rechtse Kamermeerderheid van CDA, VVD, ChristenUnie en PVV vond het rapport eenzijdig, meende dat Israël op basis van dit rapport niets aan te rekenen viel en gaf aan dat Israël al zelf strafrechtelijk onderzoek deed en dat, als er al een follow-up moest komen, dit vooral in de VN Mensenrechtenraad moest terug komen.

Minister Verhagen schaarde zich, duidelijker dan in zijn brief, bij de tweede groep. Hij stelde dat het rapport-Goldstone omdat Israël daar niet aan mee had willen werken noodzakelijkerwijs op onvolledige informatie was gebaseerd. Verhagen koos duidelijk de kant van Israël toe hij zij: “Hamas is een aggresor. Die veroordelen wij, maar Israël zullen wij bij die reactie uiteraard aanspreken op haar verplichtingen zich aan het humanitair oorlogsrecht te houden.” Daar voegde hij aan toe dat hij de bewering van Goldstone dat Israel een opzettelijke strategie volgde van aanvallen tegen burgerdoelen en collectieve straffen niet kon onderschrijven.

Ook was Verhagen het met rechts eens dat de strafrechtelijke onderzoeken die al in Israël liepen voldoende voorbeelden waren voor onderzoek van deze beschuldigingen. Het argument van onder meer Van Dam van coalitiepartij PvdA, dat juist bij een bewuste strategie van een land vervolging van individuele zaken onvoldoende was, legde hij hiermee naast zich neer. De suggestie van VVD-Kamerlid Nicolaï dat Israel op zijn minst een equivalent van een parlementaire enquête zou moeten instellen, antwoordde de minister dat Israel dit zou kunnen doen om bredere beschuldigingen te kunnen weerleggen.

Tot slot herhaalde Verhagen zijn belangrijke dat de discussie over dit rapport gaat over de mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten, en daarom in de Mensenrechtenraad thuis hoort. Het lijkt erop alsof de linkse partijen zich onvoldoende realiseerden wat het belang van deze stelling was. Door te breken met de aanbeveling van Goldstone om de Veiligheidsraad de voortgang van de Israëlische en Palestijnse onderzoeken te laten monitoren brak hij gelijktijdig met de aanbeveling om de zaak door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof indien de Veiligheidsraad zou constateren dat één van beide partijen het onderzoek niet serieus zou oppakken.

Na het debat werden drie moties aangenomen. Eén motie Nicolaï cs. die het kabinet opriep te bevorderen dat beide partijen nader onderzoek doen naar zowel individuele strafrechtelijke zaken als naar strategische aspecten en daarover rapporteren aan de Mensenrechtenraad. Eén motie Van Dam die toevoegt dat indien één van de partijen hierin in gebreke blijft de mensenrechten vervolgstappen neemt en één motie Van Dam-Peters waarin het kabinet wordt gevraagd om druk uit te oefenen op Israël om de blokkade van Gaza op te heffen. De eerdere suggestie van Van Dam om dit te doen door een uitspraak van het Internationaal hof van Jusitie te bewerkstelligen wordt in deze motie niet expliciet genoemd.

Stemming VN-Mensenrechtenraad

Op de dag van het kamerdebat begon de discussie in de VN Mensenrechtenraad over het rapport Goldstone. De discussie mondde uit in een resolutie, voorgesteld door Pakistan, waarin het niet meewerken van Israël aan het rapport werd veroordeeld en de aanbevelingen van het rapport werden overgenomen met de oproep aan alle VN-lichamen om op de implementatie van de aanbevelingen te bevorderen. Daarnaast beval de Mensenrechtenraad de Algemene Vergadering van de VN aan het rapport op haar agenda te plaatsen.

Minister Verhagen gaf later in een brief naar de Kamer aan dat de resolutie voor de EU – en zeker voor Nederland – onacceptabel was vanwege haar eenzijdige aandacht voor het Israëlische optreden tijdens de operatie Cast Lead, de onvoorwaardelijke ondersteuning van alle aanbevelingen van de Golstone-commissie en het voorstel de bespreking van het rapport voor te leggen aan andere VN-organen. Maar even zag het er naar uit dat er helemaal niet over de resolutie gestemd hoefde te worden.

Na zware druk van de Verenigde Staten trok de Palestijnse Autoriteit haar steun voor de resolutie in. Hoewel zij geen formele stem heeft in de VN was dit voor de islamitische landen in de Mensenrechtenraad aanleiding om de resolutie door te schuiven naar de volgende vergadering van de Mensenrechtenraad in maart 2010. In de tussentijd kon gewerkt worden aan het vergaren van meer steun onder westerse landen.

De actie van de Palestijnse Autoriteit leidde tot grote protesten in Palestina en de rest van de islamitische wereld tegen President van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas (Scharp, 2009). Als gevolg hiervan werdt de resolutie na een draai op 15 oktober alsnog in stemming gebracht in een speciale zitting van de Mensenrechtenraad. De resolutie was amper gewijzigd.

Resolutie S-12/1 werdt aangenomen met 25 stemmen voor, 6 stemmen tegen en 11 onthoudingen. Nederland stemde, evenals de VS en 4 andere Europese landen tegen de resolutie. Het beeld dat Verhagen naar de Kamer toe had geschetst, als zouden alle EU-landen op één lijn zitten klopte evenwel niet. België onthield zich van stem, en Groot-Brittannië en Frankrijk namen in het geheel niet deel aan de stemming. In antwoord op Kamervragen van Van Dam gaf Verhagen als redenen voor de Nederlandse tegenstem de onevenwichtigheid van de resolutie, het feit dat alle aanbevelingen over werden genomen en als belangrijkste het doorsturen naar andere VN-organen. Ook hier ontbrak een gedegen argumentatie waarom Nederland zich hier zo fel tegen verzette.

Stemming in Algemene Vergadering VN

Na de doorverwijzing van de Mensenrechtenraad naar de Algemene Vergadering van de VN werd het daar op 4 en 5 november besproken en werd resolutie 64/10 opgesteld. Deze resolutie was aanzienlijk evenwichtiger dan de resolutie in de mensenrechtenraad. De resolutie endorses het verslag van de speciale zitting van de Mensenrechtenraad, stuurt het rapport door naar de VN-veiligheidsraad en roept zowel Israel als de Palestijnse zijde om binnen drie maanden eigen onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de beschuldigingen van schendingen van mensenrechten en international humanitair recht.

Deze resolutie werd aangenomen met 114 stemmen voor, 18 tegen en 44 onthoudingen. Onder de voor stemmers bevonden zich 4 EU-lidstaten: Cyprus, Ierland, Portugal en Slovenië. Onder de 18 tegenstemmers bevonden zich 6 EU-leden, waaronder Nederland. De overige EU-leden onthielden zich van stemming. Ook Israël en de VS stemde tegen de resolutie. Na afloop van de stemming gaf de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN, Herman Schaper, een stemverklaring af. Schaper gaf aan dat hij niet nu voor een resolutie kon stemmen die een andere resolutie endorses waar hij drie weken geleden tegen gestemd had. Nederland had moeite met het aanvaarden van de aanbevelingen Goldstone-rapport zonder restricties. Bovendien ging Schaper verder was Nederland van mening dat het Goldstone-rapport door de Mensenrechtenraad was geïnitieerd en dus ook door de Mensenrechtenraad alleen moest worden behandeld. Tot slot sprak Schaper steun uit voor delen van de resolutie die opriepen tot eigen onderzoek, maar hij sprak ook het algemeen gevoel uit dat de resolutie niet bevorderlijk was voor het Israëlisch-Palestijnse vredesproces

In een kamerbrief van 6 november onderschreef minister Verhagen deze lijn en gaf aan dat Nederland in de Algemene Vergadering actief een EU-consensus na heeft gestreefd en tot vlak voor de stemming er mogelijkheden leken te zijn om gezamenlijk met de EU te onthouden. Toen vlak voor stemming de Palestijnen (onder druk van de meer extreme landen in de Arabische groep) eerder gedane concessies weer introkken en terugkeerden naar het oorspronkelijke tekstvoorstel, waarin het Goldstone-rapport en alle daarin vervatte aanbevelingen onderschreven (endorse), was het voor verschillende lidstaten (waaronder Nederland) niet meer mogelijk om te kunnen onthouden, aldus de brief. Daarnaast waren andere pijnpunten voor Nederland de doorverwijzing naar de Veiligheidsraad en de eenzijdige weergave van het Gaza-conflict.

In het algemeen overleg dat de kamercommissie buitenlandse zaken op 12 november voerde was met name de opstelling van coalitiepartner PvdA opvallend. Van Dam erkende dat de resolutie in de Mensenrechtenraad niet evenwichtig was en daarom naar zijn inschatting een onthouding rechtvaardigde, maar hij stelde dat de resolutie in de Algemene Vergadering eigenlijk precies dat weergaf wat de Kamer wilde: een resolutie, waarin beide partijen op gelijke wijze werden beoordeeld en opgeroepen eigen onderzoek te doen. Een stem tegen de resolutie was volgens hem niet uit te leggen. Maar, gesteund door ChristenUnie, SGP, PVV, VVD en het CDA legde Verhagen nogmaals uit dat het rapport Goldstone en de discussie die daaruit voortvloeit eenzijdige kritiek op Israel met zich mee brengt en dat is volgens hem niet bevordelijk voor het vredesproces.

Opvallend is verder dat Verhagen in het AO heel duidelijk stelt dat als de gehele EU zich had onthouden van stemming hij dat ook gedaan zou hebben en dan gewoon dezelfde stemverklaring had kunnen. “Een aantal landen was niet bereid om tot onthouding over te gaan. Die zeiden: wij willen hoe dan ook voorstemmen. Ik heb toen gezegd: als dat gebeurt, ga ik tegenstemmen. Dan ga ik me niet meer onthouden van stemmen, dan is het gewoon klaar. Als het blijkbaar zo is dat individuele lidstaten hun eigen opvatting laten horen, dan geef ik de mijne ook.”

In het AO blijkt het probleem van Verhagen met name te liggen bij het feit dat in de AV-resolutie en onevenwichtige MRR-resolutie wordt endorsed. Een concreet voorstel om dat te veranderen in neemt kennis van werd door de indieners geblokkeerd. Volgens Van Dam is het gebruikelijk in de AV om als je het met slechts één woordje niet eens bent niet meteen tegen te stemmen, maar je te onthouden. Nu beland Nederland volgens Van Dam in een kamp van landen die het internationaal recht geen warm hard toedragen. Verhagen reageert door te stellen dat hij, in tegenstelling tot de PvdA, wel degelijk tot het kamp van de VS behoort.

Conclusie

Al met al gebruikt Nederland 2 hoofdargumenten om haar nee-stem te rechtvaardigen. Het rapport en de resoluties waren onevenwichtig en de zaak zou niet buiten de VN-Mensenrechtenraad behandeld mogen worden.

Zowel het Goldstone rapport zelf, als de twee resoluties zijn door Verhagen onevenwichtig genoemd, waarbij Israël als boosdoener wordt afgeschilderd. Maar juist omdat alle informatie politiek gekleurd en onevenwichtig was, is er een onafhankelijke fact finding mission gestart. Dat Verhagen deze afdoet als eenzijdig is daarom op zijn minst opmerkelijk. Ook de resolutie in de Algemene Vergadering spreekt expliciet zowel Israël als ”the Palestianian side” aan. En zelfs in de resolutie in de mensenrechtenraad staan geen zaken waar Nederland echt bezwaren tegen zou kunnen hebben: Israël wordt veroordeeld voor het niet mee willen werken aan de fact finding mission en er worden zorgen uitgesproken over het niet implementeren van eerdere uitspraken van de VN-Mensenrechtenraad, maar dat zijn geen stellingen die Nederland onmogelijk zou kunnen onderschrijven.

De tweede argumentatielijn van Verhagen is nog onduidelijker. Het VN-systeem werkt zo dat de Mensenrechtenraad zaken door kan verwijzen naar de Algemene Vergadering en dat deze vervolgens zaken weer op de agenda van de Veiligheidsraad kan plaatsen. Het argument ‘het is in de Mensenrechtenraad gestart dus moet ook daar worden afgerond’ lijkt daarom ook niet bijzonder sterk.

Als de EU één lijn had getrokken had Nederland zich aan een onthouding geconformeerd zei Verhagen. Zowel PvdA-minister Koenders als PvdA-Kamerlid Van Dam hebben met de CDA-minister overhoop gelegen over de Nederlandse inzet op het Goldstone-dossier. Terug kijkend lijkt het erop dat Verhagen echter zijn zin heeft kunnen doorzetten en dat met name de Israël-liefde van de Minister van Buitenlandse Zaken de Nederlandse nee-stem betreffende de Goldstone-resoluties kan verklaren.


woensdag, 1 september 2010

Ger Bosma

Ger Bosma

Hier Spreekt Radio Gleiwitz

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, ge(r)neuzel, geen commentaar, geschiedenis, internationale politiek, televisie en film, adolf, berlijn, en meer.

Schlesien_and_Schleswig-Holstein De feiten lijken voor zich te spreken. Op 1 september 1939 begon met de Slag om Westerplatte, nabij de Vrije Stad Danzig, de Duitse aanval op Polen en daarmee de Tweede Wereldoorlog. Precies 6 jaar en een dag later, op 2 september 1945 kwam met de officixc3xable capitulatie van de Japanse strijdkrachten een einde aan het bloedigste conflict aller tijden. 2192 dagen na de invasie van Polen, stond de teller op tussen de 62 miljoen en volgens de zwartste schattingen zelfs 78 miljoen doden.

Vaak wordt de Poolse soldaat en stationschef van het Westerplatte-Gdxc3xa1nsk station Wojciech Najsarek genoemd als eerste oorlogsslachtoffer. Enkele minuten na de eerste salvo's vanaf het Duitse slagschip SMS Schleswig-Holstein en de landing van de eerste Duitse Stoxc3x9ftruppen werd de onfortuinlijke Najsarek, die ongetwijfeld Poolshoogte kwam nemen, getroffen door Duits mitrailleurvuur. Het was 4:50 in de vroege ochtend van 1 september 1939.Toch viel het eerste slachtoffer van WO 2 eigenlijk al een dag eerder, in wat bekend staat als het Gleiwitz-incident. Na de ondertekening van het geheime Molotov-Ribbentrop pact op 24 augustus, waarmee Stalin en Hitler een niet-aanvalsverdrag hadden gesloten, had Hitler zijn handen vrij voor de door hem zo vurige gewenste Poolse campagne. De aanval op Polen, ook bekend als Fall Weixc3x9f, werd amper een week later ingeleid door een in scene gezet grensincident. Het was Hitler's bedoeling om de Duitse invasie van Polen te doen voorkomen als gerechtvaardigde reactie op Poolse agressie in de grensstreek.

FranzHoniok Onder commando van Sturmbannfxc3xbchrer Alfred Naujocks overvielen als Poolse soldaten verklede SS-troepen in de avond van 31 augustus het radiostationnetje te Gleiwitz (Gliwice), gelegen vlak bij de Pools-Duitse grens. Pikant detail is daarbij dat de gebruikte uniformen hoogstwaarschijnlijk werden vervaardigd in het atelier van Oskar Schindler. De bedoeling was om via een in het Pools opgestelde nationalistische radioboodschap de Duitse publieke verontwaardiging aan te wakkeren. Franz Honiok, een onfortuinlijke Duitse boer en handelaar in landbouwmaterieel, werd daarbij ingezet als zondebok. Honiok, een man met sterke pro-Poolse sympathiexc3xabn werd op 30 augustus opgepakt door de Gestapo, juist voor dit doel. Hij moest doorgaan voor een Poolse rebel.

Wat er daarna gebeurt heeft alles weg van een klucht. Rond 8 uur 's avonds overvallen de 'Poolse rebellen' het radiostationnetje, waarbij het 3-koppige Duitse personeel wordt gekneveld. Er is echter geen microfoon voorhanden. Tamelijk logisch zo blijkt al snel: Gleiwitz is slechts een relaisstation voor Radio Breslau, tientallen kilometers verderop. Lichtelijk wanhopig, vindt men uiteindelijk een noodkanaal, normaal alleen in gebruik voor calamiteiten als noodweer en overstromingen. Daarop worden door Karl Hornack, een soldaat die enig Pools spreekt, de historische woorden gesproken: "Attentie! Dit is Gliwice. Het radiostation is in Poolse handen." Van de vele tienduizenden Duitsers die op dat moment via radio Breslau naar lichte muziek luisterden, heeft waarschijnlijk vrijwel niemand iets meegekregen van deze radioboodschap van de 'Poolse opstandelingen'.

Het gaat daarna van kwaad tot erger. Franz Honiok, inmiddels weer enigszins bij kennis, werd bij de ingang van het radiostation in zijn achterhoofd geschoten. De kort daarop gealarmeerde lokale politie nam foto's van Honiok's lichaam. Deze foto's werden direct door de Gestapo geconfisqueerd. Berlijn bleek echter niet tevreden met de foto's en de Gestapo keerde later die avond terug voor een nieuwe fotosessie. Het lichaam van Honiok werd anders neergelegd en een tweede lijk werd toegevoegd, maar ook deze mis-en-scxc3xa8ne bleek uiteindelijk weinig bruikbaar voor het beoogde propagandadoel. De twee lijken verdwenen daarna spoorloos.

Gleiwitz-(c) ww2 in color.comHoewel Gleiwitz vanuit propagandaoogpunt een totale mislukking werd, werd de Duitse oorlogsmachinerie toch in werking gesteld. Op de avond van 1 september sprak Adolf Hilter, in de herkansing, alsnog in de Reichstag de doorzichtige leugen uit dat de Polen de daadwerkelijke agressors waren: "Polen hat nun heute nacht zum erstenmal auf unserem eigenen Territorium auch mit bereits regulxc3xa4ren Soldaten geschossen. Seit 5 Uhr 45 wird jetzt zurxc3xbcckgeschossen! Und von jetzt ab wird Bombe mit Bombe vergolten!"

Op 3 september 1939 verklaarden Engeland en Frankrijk Nazi-Duitsland de oorlog, iets wat Hitler had hopen te vermijden. Op 7 september capituleerden ook de tientallen Poolse verdedigers bij Westerplatte. Zij hadden ruim een week op heroxc3xafsche wijze weerstand geboden tegen een Duitse overmacht die daarbij enorme verliezen moest incasseren. Na de snelle verdeling van Polen in een Duitse en Sovjet-invloedssfeer, raakte de oorlog vanaf het voorjaar van 1940 in een stroomversnelling. Tot september 1945 zou het bloedvergieten niet meer te stoppen blijken, met als apotheose de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

De vermoedelijk laatste dode van WO 2 viel echter heel wat later dan 1945. In 2007 berichtte de Daily Mail over Leslie Croft, Brits veteraan van de Italiaanse campagne. Op 86-jarige leeftijd overleed Croft volgens een lijkschouwer in het ziekenhuis van Rotherham zonder twijfel als gevolg van een granaatscherf die al sinds 1943 in zijn dunne darm zat.

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 15037 uur (626,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0 bericht per dag, 0,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2