dinsdag, 24 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Veel aandacht voor Kunduz in Eindhoven

In geen categorie, andere partijen, betrokkenheid, debat, duurzaam, eigen kracht, eindhoven, fractie, kracht, en meer.

In de slimste stad van Nederland ging het debat met de aanwezige GroenLinksers over zaken als progressieve samenwerking, maar ook over Kunduz. De betrokkenheid bij inhoudelijke onderwerpen was groot in Eindhoven. Mooi om zoveel passie te ervaren.

Wanneer het op samenwerking met andere partijen aankomt, kies ik voor uitgaan van eigen kracht. We hebben een helder duurzaam, hervormingsgezind verhaal. Daarmee kunnen we nog scherper voor de dag komen en andere partijen mobiliseren. Kunduz vraagt om een zorgvuldige en betrokken aanpak. Als kandidaat-voorzitter sta ik er voor dat bij dit soort thema’s die raken aan de identiteit en strategie van de partij, voorafgaand aan besluitvorming door de fractie, ruimte voor debat wordt gecreëerd. Dergelijke debatten moeten goed worden gefaciliteerd. Ook na een besluit moet er ruimte zijn om alternatieve opties te blijven bespreken. Ik zie debat als uiting van kracht van onze partij, niet als zwakte.

maandag, 23 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Zin in GL en vrouwenquota

Dit weekend waren Heleen en ik te gast bij Zin in GroenLinks, de loopbaanleergang van onze GroenLinks-academie. We spraken uitgebreid over de koers van de partij en wat we daaraan als kandidaat-voorzitters willen doen. Ik pleit voor meer ruimte voor debat en voor een partij die netwerkt en contacten onderhoudt en versterkt met vakbonden, werkgeversorganisaties, de milieubeweging en alle andere duurzame en hervormingsgezinde krachten.


Tekst bij foto: Joan Ferrier spreekt GroenLinksers toe over vrouwenquota

Na ZiGL reden we samen naar het Femnet/Dwars-debat over vrouwenquota. Mijn standpunt bleef onveranderd: ik ben voorstander van vrouwenquota om het bewustzijn bij mannen te vergroten en hen te ‘dwingen’ op zoek te gaan naar geschikte vrouwelijke kandidaten voor topfuncties. Ze zijn er, dus moeten ze ook in positie komen. En sterker nog: Uit onderzoek blijkt dat gemengde teams van mannen en vrouwen beter presteren. Dus waar is het wachten op? Ook binnen GroenLinks ben ik benieuwd naar de gender balance. Vooral op lokaal niveau. Als voorzitter zal ik stimuleren en faciliteren dat waar nodig meer vrouwen in positie komen, door scouting, opleiding/training en toezicht op procedures.

vrijdag, 20 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Nijmegen en partijdemocratie

In geen categorie, arbeidsmarkt, arnhem, debat, economie, eerste, europa, fractie, nijmegen, en meer.

Na deze week te gast geweest te zijn bij Hellingproef, de jongerenafdeling van het wetenschappelijk bureau De Helling, bij de werkgroep Natuurbescherming en bij het zittende partijbestuur, was het donderdagavond tijd voor een bezoek aan Nijmegen. Naast GroenLinksers uit Nijmegen waren er ook genodigden uit onder andere Lingewaal en Arnhem. Het was een gezellige en betrokken avond.

Centraal thema van gesprek was de interne partijdemocratie. En natuurlijk werd de vraag gesteld wat de voorzitterskandidaten willen gaan doen om die te versterken. Mijn antwoord in eerste aanleg: Zorgen dat er ruimte is voor debat over thema’s die bij veel leden spelen, nog voordat de fractie een standpunt inneemt. Ook wil ik de partij meenemen in debatten over onze strategische koers en over grote thema’s zoals de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid, Europa en last but not least een groene economie. De partijraad vervult hierin wat mij betreft een centrale klankbordfunctie.

dinsdag, 17 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Friesland en Leiden maken er werk van!

Na een bliksembezoek aan een bijeenkomst met raadsleden over de decentralisatie van zorgtaken, ging afgelopen weekend de campagne verder richting Leeuwarden en Leiden. In Leeuwarden waren Heleen en ik uitgenodigd voor de ALV van de afdeling Friesland. Onder deskundige leiding van Isabelle Diks, wethouder in Leeuwarden, konden we uitgebreid ons verhaal doen. Het was een geanimeerde bijeenkomst met een prachtig uitzicht over het Friese land!

In Leiden werden we getrakteerd op een Lagerhuisdebat onder leiding van bestuursvoorzitter Martine Leewis en ondersteund door bestuurslid Manu Busschots. Als je moet kiezen tussen Groen en Links, waar sta je dan? Ik koos na ampel beraad toch voor Groen. Omdat ik Groen vertaal in termen van duurzaamheid. En duurzaamheid is voor mij recht doen aan milieu, mens en maatschappij!

zaterdag, 14 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Dit keer Randstad en Amersfoort

In geen categorie, amersfoort, amsterdam, den haag, gisteren, leuke.

Na een leuke borrel bij de afdeling Den Haag, de thuisbasis van Heleen, op woensdag, donderdag-avond de borrel bij de afdeling Amsterdam (zie foto). Gisteren, vrijdag de 13e, bij de afdelingen Haarlem en Amersfoort op bezoek geweest. Veel positieve reacties!

woensdag, 11 januari 2012

Ger Bosma

Ger Bosma

Back On Track

In geen categorie, december, migratie, weer, bezoekersaantallen, bloggen, kwaad.

Speervanger is Terug!

Een rampzalig verlopen migratie van de servers van web-log.nl heeft ervoor gezorgd dat Speervanger vanaf eind augustus tot begin december off-line was. Bezoekersaantallen daalden in een klap tot nul, terwijl daarvoor gemiddeld 10.000 bezoekers per maand korter of langer langs wipten op Speervanger. Alle afbeeldingen zijn zoek geraakt, veel interpunctie en opmaak is nog in de war, maar ik zal de komende tijd dat zo goed en kwaad herstellen als mogelijk.

Of ik weer ga bloggen is de vraag. Onderwerpen te over, maar eerst maar eens vaststellen of het heilige vuur terugkeert. Ben veel aan het fotograferen de laatste tijd, kijk maar eens op mijn Flickr-fotosite.

Je kunt ook op de banners hieronder klikken

Ger Bosma - View my '1000+ Views' set on Flickriver

Ger Bosma - View my most interesting photos on Flickriver

zondag, 8 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Het land in: Utrecht, Almere, Tilburg en Maastricht

Vrijdag bij het nieuwjaarsbal van Dwars in Utrecht, dit weekend op bezoek bij de afdelingen Almere, Tilburg en Maastricht! Goed om zoveel partijgenoten te spreken! Bijgaande foto is uit Tilburg.

vrijdag, 6 januari 2012

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

Een nieuw jaar, een nieuw begin!

Beste GroenLinksers,

Een nieuw jaar, een nieuw begin. Wat mij betreft wordt 2012 het jaar waarin wij als GroenLinks de opgaande lijn weer te pakken krijgen! Het jaar waarin wij de volgende stap zetten in onze ontwikkeling!

Op 11 februari aanstaande kiezen jullie een nieuwe partijvoorzitter. Als ondernemer en idealist sta ik voor GroenLinks als groene doorbraakpartij; een partij die mensen, bedrijven en instellingen verbindt die op alle fronten actief zijn om van Nederland een duurzaam en innovatief land te maken. Een partij die oog en oor heeft voor de materiële en immateriële noden van mensen, maar juist in deze tijden van crisis de traditionele links-rechts tegenstelling ontstijgt. Een moderne partij die open staat voor mensen en ontwikkelingen in de samenleving, ruimte biedt aan debat, op democratische wijze besluiten neemt en blijft investeren in de eigen beginselen.

Wanneer wij bereid zijn uit te gaan van onze eigen kracht, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me samen met jullie voor deze toekomst inzetten! Meld je daarom uiterlijk 10 januari aanstaande aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef mij tijdens het congres op 11 februari je vertrouwen!

Kijk voor meer informatie over wie ik ben en waar ik voor sta op deze site.

Wil je me steunen? Verwijs dan je eigen netwerk naar dit bericht en betuig je steun via de link ‘steun Arno!’ hiernaast op deze pagina.

Natuurlijk kun je me ook uitnodigen voor een bijeenkomst om nader kennis te maken. Email dan naar: info@uijlenhoet.eu.

Bedankt en tot ziens!

Arno Uijlenhoet

dinsdag, 3 januari 2012

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

“Onduurzaam, met een duurzaam randje”

Vliegen is onduurzaam. Toch ontkom je er als wereldburger niet aan. Op Trees for Travel kun je kijken hoeveel CO2 je uitstoot door een vlucht (en deze eventueel compenseren). Om een idee te geven, voor een retourtje London moet een boom in de tropen 66,5 jaar groeien. Voor een trip heen en terug naar de VS is dat ongeveer 660,5 jaren. Do the math…

Laatst moest ik ‘noodgedwongen’ (jammer dat je op de fiets niet overal kunt komen helaas) kiezen voor luchtvervoer. Tot mijn verrassing kreeg ik een e-ticket verzonden naar mijn telefoon. Daarin stonden alle belangrijke gegevens zoals vertrektijden en gatenummers vermeld. Daarnaast was er ook een digitale barcode. Hierdoor hoefde ik niets uit te printen. Bij het inchecken en douane, hoefde ik alleen mijn paspoort te laten zien en mijn telefoon (met op het scherm de barcode) door een scanner te halen. Ik kon meteen doorlopen. Als je nadenkt is dit alles erg 21. eeuw eigenlijk en niet meer slechts scenes uit een film.

Per jaar alleen al op Schiphol passeren er 45 miljoen reizigers. Dan is deze digitale instapkaart op je telefoon ten opzichte van de papieren voorganger toch nog een duurzaam randje van een onduurzaam gebeuren. De vraag die bij me opkomt, is hoe we in deze steeds meer globaliserende wereld onze (toenemende) mobiliteit kunnen verduurzamen? De auto-industrie is volop bezig met het ontwikkelen van hybride technieken, waarbij zelfs grote merken als BMW, Mercedes en Audi aan mee doen. Laatst was er in het nieuws te lezen dat er ook grote luchtvaartmaatschappijen bezig zijn met het terugdringen van de CO2 uitstoot, veroorzaakt door vliegverkeer. Ik zal daar eens in gaan duiken, misschien wel interessant voor mijn volgende post.

In het kader van het verbeteren van de luchtkwaliteit rijden er door het centrum van mijn stad ‘s-Hertogenbosch nu alleen nog maar electrische bussen. De zogenaamde ‘220 Xpress’. Een aangename vergroening van de binnenstad, die hopelijk snel wordt uitgebreid naar alle wijken van de gemeente.

Nu ik deze blog aan het schrijven ben, moet ik denken aan een presentatie die ik hield op de middelbare school over de ‘magneetzweeftrein’. Het was toen een blik naar te toekomst. Nu een uitgesteld verlangen…

***

zaterdag, 31 december 2011

zaterdag, 24 december 2011

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

And the winner is….??

In geen categorie, lijstjes, twitter, politicus, politiek, trots, twitteraar van het jaar.
Vandaag werd bekend dat ik ben genomineerd als Twitteraar van het jaar in de categorie politiek. Daar ben ik eigenlijk heel trots op! Vooral omdat ik de enige “lokale” politicus ben die is genomineerd. Wie mij een beetje kent weet dat ik gek ben op lijstjes en op competitie (en dat ik (%$&*@@#$ niet ga [...]

vrijdag, 23 december 2011

Arno Uijlenhoet

Arno Uijlenhoet

Twitter

De beste wensen voor 2012!

Hoewel de media ons anders willen doen geloven (zie bijvoorbeeld het Volkskrant-artikel van zaterdag 17 december j.l.), biedt de links-rechts retoriek wat mij betreft geen oplossing voor de burger in deze tijden van economische en politieke crisis. Terecht stelt Hans Schnitzler (publicist en filosoof) deze week in De Volkskrant (21 december j.l.) dat het krampachtige gevecht tussen de linksmens en de rechtsmens een schijn- en achterhoede gevecht is. Het getuigt van een vergane reflex om in tijden van onzekerheid terug te grijpen op bestaande wereldbeelden.

Schnitzler ziet een spanning tussen mondiale vraagstukken en lokale belangen. Ik kan me daar een heel eind in vinden. Toch heb ik het gevoel dat ook die dichotomie gebaseerd is op een oud ‘frame’. De bekende tegenstelling tussen een kosmopolitische versus een provinciale levenshouding. Naar mijn idee gaat het meer om de spanning tussen het grootschalige, anonieme, technocratische versus het kleinschalige, menselijke en democratische in onze samenleving. Het grappige is dat mensen over de gehele wereld roepen om meer grip op hun eigen omgeving. Groene en sociale innovatie laten een uitweg uit deze spanning zien. Bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd op alle niveaus in de samenleving. Van de Occupy-beweging op wereldschaal tot coöperatieve samenwerkingsverbanden tussen burgers of bedrijven op lokale schaal. De meest innovatieve bedrijven en instellingen blijken platte organisaties te zijn die uitgaan van open-innovatie, duurzaamheid, vertrouwen en professionaliteit. Daar ligt dus onze toekomst. Het wordt dan ook de kunst om als groene politieke partijen in Europa en als GroenLinks in Nederland daarop aan te sluiten.

Als GroenLinks hebben wij alle waarden en capaciteiten in huis om koploper te worden, om de bestaande politieke patstelling tussen links en rechts te doorbreken. Wel zullen we dan de tijd moeten nemen, investeren in onze beginselen, uitgaan van onze eigen kracht en ons meer nog dan nu het geval is openstellen voor de mensen en ontwikkelingen om ons heen. Wanneer we daartoe bereid zijn, ligt een groene toekomst voor ons. Ik wil me voor deze ambitie inzetten als jullie partijvoorzitter! Meld je daarom uiterlijk 10 januari a.s. aan voor het congres via http://congres.groenlinks.nl/aanmelden en geef op 11 februari mij je vertrouwen!

De beste wensen voor 2012 en tot binnenkort!

Met vriendelijke groet,

Arno Uijlenhoet

maandag, 19 december 2011

zondag, 18 december 2011

Ufuk Kahya

Ufuk Kahya

Twitter GR

Verwondering nummer 1: kraanwater, heerlijk!

In geen categorie, afval, duurzaamheid, gemeente, koffie, water, belangrijk, kwaliteit.

Nu ik als gastschrijver ben verbonden aan Duurzaamheidkompas.nl, schrijf ik over mijn verbazing en verwonderingen rondom het thema duurzaamheid. Één onderwerp waar ik al een geruime tijd mee loop, is het aanbod van water bij vergaderingen. Vanuit mijn politieke functie ben ik met grote regelmaat in allerlei vergaderzalen te vinden. Zelf bij mijn gemeente, waar men duurzaamheid belangrijk zegt te vinden, staan er gesealde flessen water op tafel en in de koelkasten. Nooit stond ik er echt bij stil, totdat ik op de kamer van mijn wethouder (van onder meer duurzaamheid) een kan water zag staan.

Kraanwater is volgens mij net zo lekker als gefleste bronwater. Het is vele malen goedkoper én duurzamer. Het drinken van kraanwater in herbruikbare flessen of simpelweg een glas, dringt plastic afval terug en is daardoor milieuvriendelijker.

Nu ik dit schrijf hoor ik al velen beweren dat bronwater beter smaakt dan kraanwater, van hogere kwaliteit is etc. Maar wat blijkt nou uit een waterproeverij in Brabant? Kraanwater is echt lekkerder! Nu dat gegeven ook bewezen is, zie ik geen reden waarom we niet massaal onze, inmiddels bijna cultuurhistorisch te noemen waterkannen tevoorschijn halen. Op de vraag ‘Wilt u misschien wat drinken; koffie of thee?’ antwoord ik voortaan: ‘Kraanwater, alstublieft’.

vrijdag, 16 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Toekomst verzorgingsstaat: economie, staat en geest.

In geen categorie, banken, cultuur, dijsselbloem, drie logica's, driegeleding, economie, evelien tonkens, habermas, en meer.

22 augustus
2010. Hoe moet het nu verder met de verzorgingsstaat sinds de marktwerking niet
gebracht heeft wat er van werd verwacht? Men vindt dat tussen staat en markt
een nieuwe rolverdeling moet komen. Het toezicht op de banken moet strakker.
Uitbesteding van overheidstaken aan de markt is op zijn retour. Voor een echte
nieuwe taakverdeling moeten we volgens mij echter de vraag van drie kanten
bekijken: naast markt en staat ook de cultureel-geestelijke sector in
uitgebreide zin, waar dan ook traditionele onderdelen van de verzorgingsstaat
als onderwijs en gezondheidszorg onder vallen.

Toezicht op de banken moet strenger. De economie heeft
te veel speelruimte gehad. Maar professionals in bijvoorbeeld zorg of onderwijs
moeten juist meer de ruimte krijgen en de bureaucratische verantwoordingsplicht
moet minder, dat is de nieuwe tijdgeest sinds het politieke optreden van Pim
Fortuyn. In het regeerakkoord van Balkenende IV werd in 2007 de gemeenschap weer
meer gewicht toegekend ten opzichte van het individu dan decennia lang het
geval was geweest. In het onderwijs moest de overheid moest zich volgens de
parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) alleen nog bezig houden met
het “wat” van het onderwijs en niet meer met het “hoe”. In de afgelopen
verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer stond echter bitter weinig concreets
over deze zaken in de partijprogramma’s. Er is kennelijk nog een lange weg te gaan
van theorie naar praktijk.

 

Een aantal Nederlandse auteurs houdt zich al jaren met
deze zaak bezig. Achterhuis schreef recent over “de utopie van de vrije markt”.
Van der Lans schreef al drie heel concrete boekjes over de gewenste nieuwe
speelruimte voor de publieke sector. Tonkens werkt verder aan haar idee van de
“mondige burgers, getemde professionals”. Ook zij stelt, dat professionals in
de publieke sector, denk bijvoorbeeld aan onderwijs en zorg, niet steeds meer
bureaucratische verantwoording zouden moeten afleggen aan de overheid, om zo meer
tijd over te houden voor hun echte werk. De verantwoordingsplicht gaat uit van
wantrouwen en dat werkt contraproductief.

 

Komen we er verder mee als we de samenleving zien als
bestaande uit de drie deelsystemen economie, politiek en cultuur? Ligt het
probleem niet grotendeels bij het over het hoofd zien van het geestelijk-culturele
leven? Vooral het “vrije geestesleven” is telkens in de verdrukking. Habermas
analyseert hoe in de moderne tijd door economisering en bureaucratisering economie
en staat de persoonlijke “leefwereld” van mensen binnendringen en aan zich
ondergeschikt maken. Een beeldend kunstenaar als Dikker ziet dat daardoor in
het overheidsbeleid artistiek-inhoudelijke kwaliteitscriteria worden vervangen
door marktgerichte en kunsthistorische criteria en authenticiteit en
vakbekwaamheid uit beeld verdwijnen. Tonkens spreekt over de drie logica’s van
markt, bureaucratie en professionaliteit. In de publieke sector komt de
professional klem te zitten tussen de veeleisende, mondige burgers en de
verantwoordingsplicht vanuit de overheid.

 

Tonkens heeft de drie logica’s met elkaar vergeleken.
Voor de markt is efficiëntie de centrale waarde, voor de bureaucratie
rechtsgelijkheid en voor het professionalisme inhoudelijke kwaliteit. Juist
omdat de speelruimten van economie en politiek nu ten koste gaan van cultuur
vind ik het interessant om bij Tonkens te lezen aan welke speelruimte de
professionele logica behoefte heeft. De professional stelt zich in dienst van het
welzijn van de cliënt. Maar niet van wat de klant wil of kan betalen, maar wat
de klant werkelijk nodig heeft. De professional is niet direct dienstbaar aan
de cliënt zelf, maar aan een hoger doel, een geestelijke waarde, zoals
gezondheid, welzijn of waarheid. Vanuit opleiding en ervaring is de
professional in staat om te beoordelen wat de cliënt nodig heeft. Omdat de
professional werkt met mensen en elk geval uniek is, heeft hij of zij vrije
beslissingsruimte nodig en krijgt deze nu onvoldoende. De alsmaar toenemende
standaarden en protocollen kunnen hooguit hulpmiddelen zijn.  De eigen deskundigheid moet meer erkenning
krijgen en de regeldruk vanuit de overheid moet veel minder en anders. Er moet
er wel sprake zijn van afstemming van het oordeel van de professional op het
verhaal van de cliënt. Want de cliënt weet wel beter hoe het voelt om met haar
of zijn probleem te leven en wat zij of hij er voor over heeft om het op te
lossen.

 

Steiner, grondlegger van de antroposofie, heeft zich
ook met de gezonde samenleving bezig gehouden. Ook hij onderscheidde daarbij
drie geledingen: geestesleven, rechtsleven en economisch leven, die hij
koppelde aan respectievelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij pleit
ervoor het bestuur van de samenleving in drie geledingen te splitsen, die
zichzelf besturen en met elkaar omgaan als waren het soevereine staten. Ook het
geestesleven, dat onderwijs, gezondheidszorg, cultuur enzovoort omvat, zou op
eigen benen moeten staan en een overkoepelend bestuur moeten hebben. Over
bijvoorbeeld de benodigde financiële middelen zou het dan moeten overleggen en
onderhandelen met de besturen van de economie en de staat. Voor mij nog altijd
een inspirerende gedachte. Het geestesleven omvat alles wat uit de individuele
vermogens van de enkeling voortkomt. Het moet zijn plaats in een gezonde
samenleving enerzijds krijgen vanuit haar eigen impulsen, zeg
professionaliteit, en anderzijds laten afhangen van begrip en waardering bij
mensen die haar prestaties ontvangen. Mensen zouden bijvoorbeeld hun eigen
dokter of school moeten kunnen kiezen, waarvan de professionele deskundigheid
niet door de staat, maar door gezondheidszorg en onderwijs zelf zouden moeten
worden gegarandeerd. Daarbij zou niet de inhoud centraal moeten worden
voorgeschreven, maar een vrij geestesleven ruimte moeten geven aan allerlei verschillende
richtingen.

 

Als we onze samenleving in de toekomst zo willen
inrichten, dat de publieke sector van onderwijs, gezondheidszorg enzovoort,
waarin professionaliteit centraal staat, gezonder functioneren, zal er dus
speelruimte van economie en staat moeten verschuiven richting
geestelijk-cultureel leven. Het is de hoogste tijd dat daar serieus werk van
wordt gemaakt. Eigenlijk is het probleem van de verzorgingsstaat volgens mij
echter veel fundamenteler. Het hele geestelijke leven, waaronder het
verantwoordingsbesef van de gemiddelde burger, maar ook de maatschappelijke
verantwoordelijkheid in dienst waarvan de economie zich zou moeten stellen, is
in mijn ogen toe aan een flinke opknapbeurt.

 

Zie voor de in de tekst
besproken literatuur: Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. Paul Dikker,
Oordelen over kwaliteit, zie http://www.pauldikker.nl/pd.artikel8.htm. Jürgen Habermas: zie artikel Paul Dikker. Jos v.d. Lans: Koning Burger; Ontregelen; en: Erop af! Zie http://www.josvdlans.nl/. Rudolf Steiner, De kernpunten van het sociale vraagstuk. Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals.

donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

De maatschappij als kunstwerk

In geen categorie, deugd, dohmen, joep dohmen, levenskunst, maatschappij als kunstwerkl, moreel peil, spinoza, steiner, en meer.

31 juli 2010. Over levenskunst wordt
veel geschreven. Mijn google zoekmachine geeft op dit trefwoord 81.900
resultaten. Als ik “maatschappij als kunstwerk” in typ, krijg ik slechts 9
resultaten. Houdt de vraag hoe we de samenleving beter kunnen maken niemand meer
bezig? Hebben wij inmiddels collectief de overtuiging dat macht, gemakzucht en
hebzucht het uiteindelijk altijd winnen van het streven de maatschappij te
verbeteren? In discussies over mobiliteitsbeleid hoor je bijvoorbeeld vaak
zeggen, dat wat we ook proberen er toch telkens meer auto’s bij zullen komen.
Ik vind dat een onverteerbaar idee. Waarom zouden “lagere” driften zoals het
streven naar gemak, genot, eer, geld en roem het altijd moeten winnen van het
streven om het leven meer in overeenstemming met onze idealen in te
richten?

 

De vraag naar het leven als
kunstwerk is gerelateerd aan het vermogen van de mens om zichzelf en daarmee
zijn leven te verbeteren, in de Griekse filosofie heet dat een “deugdzaam” mens
te worden. Een verdergaande vraag daarachter is of de mens vrij is dan wel kan
zijn. Daarvoor moet dan eerst het begrip vrijheid gedefinieerd worden. Spinoza,
Steiner en Dohmen geven daar elk een iets ander antwoord op.*) Maar zij allen
geloven dat de mens in staat is door aan zichzelf te werken op een hoger moreel
peil te komen. Zij zien daarbij een hoger persoonlijk moreel peil samengaan met
socialer en maatschappelijk verantwoorder gedrag. Ook ik ben overtuigd van die
mogelijkheid. In het verlengde daarvan ben ik er ook van overtuigd, dat ook de
samenleving verbeterd kan worden, mits wij bereid zijn daar de nodige moeite
voor te doen. De vraag is niet of de samenleving verbeterd kan worden. De vraag
is of wij bereid zijn daar ons voor in te zetten en er zo nodig offers voor te
brengen.

 

Alle drie genoemde auteurs
bevestigen, dat die morele verbetering ook zaken als onze zielenrust, gevoel
van zinvolheid en geluk vergroot. Met ander woorden de inspanning die gedaan
moet worden om gemak, genot, eer geld en roem te offeren aan een sociaal en
ethisch verantwoorde persoonlijke inzet is ook een investering die de persoon
zelf ten goede komt. De volgende kwestie is dan of men bereid is deze
inspanningen te doen. Het is duidelijk dat in onze tijd het pessimisme daarover
verregaand overheerst. Maar elke maatschappelijk verantwoorde daad weegt mee
aan de positieve zijde van de balans. Als iedereen elektriciteit uit
alternatieve energiebronnen gebruikt, is het broeikaseffect snel opgelost.
Kortom de maatschappij kan mooier, beter en meer waardevol gemaakt worden. Als wij
bereid zijn daaraan onze eigen bijdrage te leveren.

 

*)Joep Dohmen, Het leven als kunstwerk; A. Patijn, A. v. Rijsdam, B. Teerds, Benedictus de Spinoza, Rudolf Steiner: een
vergelijkend onderzoek
, op: http://weblog-at.blogspot.com

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

De maatschappij als kunstwerk

In geen categorie, deugd, dohmen, joep dohmen, levenskunst, maatschappij als kunstwerkl, moreel peil, spinoza, steiner, en meer.

31 juli 2010. Over levenskunst wordt
veel geschreven. Mijn google zoekmachine geeft op dit trefwoord 81.900
resultaten. Als ik “maatschappij als kunstwerk” in typ, krijg ik slechts 9
resultaten. Houdt de vraag hoe we de samenleving beter kunnen maken niemand meer
bezig? Hebben wij inmiddels collectief de overtuiging dat macht, gemakzucht en
hebzucht het uiteindelijk altijd winnen van het streven de maatschappij te
verbeteren? In discussies over mobiliteitsbeleid hoor je bijvoorbeeld vaak
zeggen, dat wat we ook proberen er toch telkens meer auto’s bij zullen komen.
Ik vind dat een onverteerbaar idee. Waarom zouden “lagere” driften zoals het
streven naar gemak, genot, eer, geld en roem het altijd moeten winnen van het
streven om het leven meer in overeenstemming met onze idealen in te
richten?

 

De vraag naar het leven als
kunstwerk is gerelateerd aan het vermogen van de mens om zichzelf en daarmee
zijn leven te verbeteren, in de Griekse filosofie heet dat een “deugdzaam” mens
te worden. Een verdergaande vraag daarachter is of de mens vrij is dan wel kan
zijn. Daarvoor moet dan eerst het begrip vrijheid gedefinieerd worden. Spinoza,
Steiner en Dohmen geven daar elk een iets ander antwoord op.*) Maar zij allen
geloven dat de mens in staat is door aan zichzelf te werken op een hoger moreel
peil te komen. Zij zien daarbij een hoger persoonlijk moreel peil samengaan met
socialer en maatschappelijk verantwoorder gedrag. Ook ik ben overtuigd van die
mogelijkheid. In het verlengde daarvan ben ik er ook van overtuigd, dat ook de
samenleving verbeterd kan worden, mits wij bereid zijn daar de nodige moeite
voor te doen. De vraag is niet of de samenleving verbeterd kan worden. De vraag
is of wij bereid zijn daar ons voor in te zetten en er zo nodig offers voor te
brengen.

 

Alle drie genoemde auteurs
bevestigen, dat die morele verbetering ook zaken als onze zielenrust, gevoel
van zinvolheid en geluk vergroot. Met ander woorden de inspanning die gedaan
moet worden om gemak, genot, eer geld en roem te offeren aan een sociaal en
ethisch verantwoorde persoonlijke inzet is ook een investering die de persoon
zelf ten goede komt. De volgende kwestie is dan of men bereid is deze
inspanningen te doen. Het is duidelijk dat in onze tijd het pessimisme daarover
verregaand overheerst. Maar elke maatschappelijk verantwoorde daad weegt mee
aan de positieve zijde van de balans. Als iedereen elektriciteit uit
alternatieve energiebronnen gebruikt, is het broeikaseffect snel opgelost.
Kortom de maatschappij kan mooier, beter en meer waardevol gemaakt worden. Als wij
bereid zijn daaraan onze eigen bijdrage te leveren.

 

*)Joep Dohmen, Het leven als kunstwerk; A. Patijn, A. v. Rijsdam, B. Teerds, Benedictus de Spinoza, Rudolf Steiner: een
vergelijkend onderzoek
, op: http://weblog-at.blogspot.com

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Culturele verheffing vraagt meer dan hoogwaardige kunst en beschouwingen over moraal

In geen categorie, adel van de geest, commerie, culturele verheffing, elite, maatschappij, maatschappijanalyse, media, riemen, en meer.

30 juli 2010. Rob Riemen, de organisator van de jaarlijkse Nexus-lezingen, schreef het boek “Adel van de geest”. Hij houdt daarin een boeiend pleidooi voor herwaardering van Kunst en Cultuur als bronnen van edele moraal. Het publiek krijgt in zijn ogen onder andere door de commerciële massamedia voorgespiegeld, dat vrijheid betekent: rijk, machtig en beroemd zijn. De menselijke waardigheid is in het gedrang. Om het herstel van menselijke waarden te bevorderen, pleit Riemen voor meer aanzien voor hogere kunst en – verdergaand – adel van de geest. Een echte plaatsing daarvan in de context van de hedendaagse maatschappij ontbreekt helaas echter grotendeels in zijn boek.

 

Ook intellectuelen hebben in de
twintigste eeuw hogere waarden ondergeschikt gemaakt aan de rechten van de
massa’s. Linkse intellectuelen praatten bijvoorbeeld leugens van het communistische
Rusland goed. Juist intellectuelen zouden moeten pleiten voor elitecultuur.
Ware kunst en filosofie bevorderen immers zielenrijkdom en ontwikkelen het
vermogen om deugdzaam te handelen.

 

Riemen is een fan van Thomas Mann.
Hij beschrijft diens fundamentele verwarring toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog duidelijk werd dat zijn pleidooi voor adel van de geest niet meer
houdbaar was zonder de politiek-maatschappelijk context erbij te betrekken.
Daarvoor had Mann democratie afgewezen, omdat die op gespannen voet zou staan
met verheffing en middelmaat in de hand zou werken. Mann emigreerde in de jaren
dertig zelfs naar de Verenigde Staten omdat onder Hitler alle democratie en
daarmee vrijheid voor kunstenaars verdwenen. Hier stopt ook zo ongeveer Riemens
analyse van de maatschappelijke voorwaarden voor hoogwaardige cultuur.

 

Ik heb een grote bewondering voor de
moed die Riemen toont door de fundamentele vragen over de kwaliteit van het
samenleven aan de orde te stellen. Hij opent als een van de weinigen in onze
tijd het perspectief op een weg naar boven. Volgens mij is echter een bredere
analyse nodig om te achterhalen waarom oppervlakkigheid en middelmaat in onze
cultuur belangrijker lijken dan kwaliteit en ethiek. Cultuur omvat meer dan
elitekunst.  Globaal gesproken domineert
de economie ons maatschappelijk leven verregaand, ten koste van de cultuur in
de zin van het ontwikkelen van menselijke waarden en vermogens. Drie
voorbeelden daarvan. Het is niet vanzelfsprekend, dat massamedia commercieel
mogen zijn. Dat maken onze wetten mogelijk. Daardoor hebben kijkcijfers nu meer
invloed op de programma’s dan inhoudelijke kwaliteit. Dat werkt de
oppervlakkigheid in de hand. Ten tweede is ons onderwijs grotendeels op
materieel nut en het kwalificeren voor een beroep gericht in plaats van op het
ontwikkelen van eigenheid, persoonlijke kwaliteiten en het vermogen om het leven
naar eigen inzicht in te richten. Derde voorbeeld: investeren van kapitaal is
“vrij” in plaats van dat er voorwaarden worden gesteld om kapitaal
maatschappelijk verantwoord te investeren.

 

Adel van de geest acht ik van groot
belang. Ik ben daarbij geen pessimist, die denkt dat het vroeger veel beter met
het gemiddelde morele peil van mensen gesteld was. Maar in deze tijd waarin we
steeds meer en wereldwijd allemaal van elkaar afhankelijk zijn, moeten ook het
bestuur en de inrichting van het samenleven mee veranderen. Randvoorwaarde voor
alle economie moet zijn dat de natuurlijke rijkdom van de aarde niet wordt
aangetast. De economische ontwikkeling moet uiteindelijk ondergeschikt worden
gemaakt aan mogelijkheid van mensen om zichzelf te ontwikkelen. Als mens, als
medemens en als geestelijk wezen.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Echte wetenschap berust op liefde: de filosofie van mijn opa

In geen categorie, christendom, filosofie, liefde, wetenschap, begrip, bijbel, gedichten, geloof, en meer.

19 maart 2010. Het is frappant hoezeer mijn grootvader
voorin de twintigste eeuw tot dezelfde fundamenten voor zijn levensopvatting
kwam als ik twee generaties later. Dat besefte ik pas ver na zijn dood toen ik
zijn opstellen onder ogen kreeg. Liefde, openbaring en wonderen verbond mijn
opa met een pleidooi voor eigen oordeelsvorming, het verwerpen van geloof
louter op grond van gezag, de wetenschap als toetssteen en de wens inzichten in
het dagelijkse leven te kunnen gebruiken. Voor mij leidde de antroposofie tot in
wezen dezelfde overtuigingen.

 

Mijn opa heb ik meegemaakt tot ik ongeveer zes jaar was. Hij
was een aimabele man, die graag een gulden of zelfs rijksdaalder op een wondje
legde als je daarmee thuiskwam. Hij speelde Bach en kerkgezangen op het
harmonium. Vijf en twintig jaar was hij als gemeentesecretaris een van de
bekende persoonlijkheden in Zwijndrecht, het tuindersdorp waar mijn vader
opgroeide, dat in mijn kinderjaren veranderde in een overloopgebied voor op
Rotterdam georiënteerde forensen. Ik voelde mij zeer aangetrokken tot mijn opa
zonder dat ik wist waarom. In de nalatenschap van mijn vader ontdekte ik later
zijn gedichten, gelegenheidsverzen en afleveringen van zijn column “Brief uit
Holland”, vermoedelijk uit “Nieuws van de week”, dat in Nederlands Indië (nu
Indonesië)  verscheen. Hij schreef
eveneens in het blad voor gereformeerde gemeentesecretarissen.

 

Ik trof ook twee lezingen “Over het Christendom” aan, die
hij vermoedelijk in de jaren dertig in Dordrecht gaf. De ontdekking dat mijn
opa zich in zijn leven bezig heeft gehouden met dezelfde fundamentele vragen als
ik ontroerde mij. Opgegroeid in een ongelovig milieu in Drachten werd hij in
een christelijke studentenvereniging met het christendom geconfronteerd. Na
Nietsche en Freud bestudeerd te hebben, verdiepte hij zich toen in het
christendom. Tot zijn verrassing vond hij hier antwoorden op vele vragen. In de
kern vormde hij zich zo de volgende visie.

 

Alleen door een werkelijk belangeloze toewijding aan een
onderwerp, dat wil zeggen door christelijke liefde, geeft de natuur haar
geheimen prijs. De natuurwetenschap in West-Europa is geboren toen de
menselijke geest genoeg geschoold was in de oefeningen van de Middeleeuwse
theologie. Sinds Descartes nemen wij de waarheid echter niet meer op gezag aan,
maar alleen als zij ons als zodanig blijkt. Descartes kwam op tegen de
denkmethode van de scholastische theologie, die volgens de methode van het
gezag redeneerde. De autoriteiten die deze methode volgde waren Aristoteles en
de Bijbel. Volgens mijn opa kwam Descartes’ protest tegen de gezagsmethode
juist voort uit een christelijke waarheidsdrang. Descartes ging volgens hem te
ver door het geloof aan het eigen oordeel en aan de zintuiglijke waarneming als
onverenigbaar met het geloof op gezag voor te stellen. Want, aldus mijn opa, op
de zuivere waarneming geeft de natuur haar geheimen niet prijs. Men moet zijn
object liefhebben. Ook in de internationale politiek kan vrede alleen tot stand
komen als men bereid is zijn vijanden lief te hebben. Wie liefheeft, ziet de
feiten heel anders. Begaafdheid voor een vak wil zeggen de gave om dat vak te
kunnen liefhebben. Het begrip wordt ons gegeven door  “ingevingen”. Die noemt het christendom
ingevingen van de Heilige Geest. God zendt de Heilige Geest als een bode van
inzicht. Ook via Christus komt die boodschap tot ons. Gezag en oordeel lossen
zich op in een overkoepelende openbaring. De openbaring is in wezen een
bovenwetenschappelijk wonder.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Echte wetenschap berust op liefde: de filosofie van mijn opa

In geen categorie, christendom, filosofie, liefde, wetenschap, bezig, bijbel, boodschap, column, en meer.

19 maart 2010. Het is frappant hoezeer mijn grootvader
voorin de twintigste eeuw tot dezelfde fundamenten voor zijn levensopvatting
kwam als ik twee generaties later. Dat besefte ik pas ver na zijn dood toen ik
zijn opstellen onder ogen kreeg. Liefde, openbaring en wonderen verbond mijn
opa met een pleidooi voor eigen oordeelsvorming, het verwerpen van geloof
louter op grond van gezag, de wetenschap als toetssteen en de wens inzichten in
het dagelijkse leven te kunnen gebruiken. Voor mij leidde de antroposofie tot in
wezen dezelfde overtuigingen.

 

Mijn opa heb ik meegemaakt tot ik ongeveer zes jaar was. Hij
was een aimabele man, die graag een gulden of zelfs rijksdaalder op een wondje
legde als je daarmee thuiskwam. Hij speelde Bach en kerkgezangen op het
harmonium. Vijf en twintig jaar was hij als gemeentesecretaris een van de
bekende persoonlijkheden in Zwijndrecht, het tuindersdorp waar mijn vader
opgroeide, dat in mijn kinderjaren veranderde in een overloopgebied voor op
Rotterdam georiënteerde forensen. Ik voelde mij zeer aangetrokken tot mijn opa
zonder dat ik wist waarom. In de nalatenschap van mijn vader ontdekte ik later
zijn gedichten, gelegenheidsverzen en afleveringen van zijn column “Brief uit
Holland”, vermoedelijk uit “Nieuws van de week”, dat in Nederlands Indië (nu
Indonesië)  verscheen. Hij schreef
eveneens in het blad voor gereformeerde gemeentesecretarissen.

 

Ik trof ook twee lezingen “Over het Christendom” aan, die
hij vermoedelijk in de jaren dertig in Dordrecht gaf. De ontdekking dat mijn
opa zich in zijn leven bezig heeft gehouden met dezelfde fundamentele vragen als
ik ontroerde mij. Opgegroeid in een ongelovig milieu in Drachten werd hij in
een christelijke studentenvereniging met het christendom geconfronteerd. Na
Nietsche en Freud bestudeerd te hebben, verdiepte hij zich toen in het
christendom. Tot zijn verrassing vond hij hier antwoorden op vele vragen. In de
kern vormde hij zich zo de volgende visie.

 

Alleen door een werkelijk belangeloze toewijding aan een
onderwerp, dat wil zeggen door christelijke liefde, geeft de natuur haar
geheimen prijs. De natuurwetenschap in West-Europa is geboren toen de
menselijke geest genoeg geschoold was in de oefeningen van de Middeleeuwse
theologie. Sinds Descartes nemen wij de waarheid echter niet meer op gezag aan,
maar alleen als zij ons als zodanig blijkt. Descartes kwam op tegen de
denkmethode van de scholastische theologie, die volgens de methode van het
gezag redeneerde. De autoriteiten die deze methode volgde waren Aristoteles en
de Bijbel. Volgens mijn opa kwam Descartes’ protest tegen de gezagsmethode
juist voort uit een christelijke waarheidsdrang. Descartes ging volgens hem te
ver door het geloof aan het eigen oordeel en aan de zintuiglijke waarneming als
onverenigbaar met het geloof op gezag voor te stellen. Want, aldus mijn opa, op
de zuivere waarneming geeft de natuur haar geheimen niet prijs. Men moet zijn
object liefhebben. Ook in de internationale politiek kan vrede alleen tot stand
komen als men bereid is zijn vijanden lief te hebben. Wie liefheeft, ziet de
feiten heel anders. Begaafdheid voor een vak wil zeggen de gave om dat vak te
kunnen liefhebben. Het begrip wordt ons gegeven door  “ingevingen”. Die noemt het christendom
ingevingen van de Heilige Geest. God zendt de Heilige Geest als een bode van
inzicht. Ook via Christus komt die boodschap tot ons. Gezag en oordeel lossen
zich op in een overkoepelende openbaring. De openbaring is in wezen een
bovenwetenschappelijk wonder.

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Klaas van Egmond, Een vorm van beschaving

In geen categorie, duurzaamheid, integraal wereldbeeld, mensbeeld, wereldbeeld, beschaving, coalitie, december, ecologie, en meer.

17 december 2010

Klaas van Egmond, van 1988 tot 2008 directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau, het belangrijkste adviesbureau van de overheid in milieuzaken, schreef Een vorm van beschaving. Daarin bespreekt hij oplossingen voor de duurzaamheidsproblematiek vanuit het perspectief van de waarden in de er achterliggende mens- en wereldbeelden. Voor wie het gevoel heeft, dat de huidige (internationale) politiek lang geen afdoende greep heeft op de milieuproblemen, is het een verademing eens wat verder te kijken dan de dagelijkse, doorgaans ontmoedigende  krantenberichten hierover. Hij zou mooi zijn als dit boek zou bijdragen aan een brede maatschappelijke coalitie voor duurzaamheid.

Door zijn invalshoek kan Van Egmond ecologische, economische,
technologische en sociaal-culturele aspecten met elkaar in verband brengen. Zo
hebben bijvoorbeeld het doorgaande verlies aan biodiversiteit en de dreigende, te
grote klimaatopwarming als gemeenschappelijke oorzaak, dat bedrijven en
consumenten de milieukosten ervan niet hoeven te betalen. De economie eet als
het ware de ecologie op. De kosten verschuiven naar toekomstige generaties.

Economische groei moet vanuit de waarden van een wereldbeeld
gerechtvaardigd te kunnen worden. Groei kan alleen zinvol zijn als deze
bijdraagt aan een menswaardig leven. Als we dit voorbeeld bezien vanuit de
wereldbeelden, komen we tot de volgende conclusie. Een eenzijdig egoïstisch,
materialistisch wereldbeeld is een grote bedreiging voor het milieu.
Bevrediging van basisbehoeften als voedsel, kleding en onderdak dient een
menswaardig bestaan, maar als luxebehoeften, zoals elk jaar op vakantie met het
vliegtuig (“wat lekker voor je, joh!”), het milieu onevenredig belasten, zijn
zij vanuit dat wereldbeeld niet te rechtvaardigen. Daarmee wordt de
eenzijdigheid van dit wereldbeeld duidelijk. En wordt inzichtelijk, dat meer
wereldbeelden noodzakelijk zijn om te beoordelen wanneer economische groei
gerechtvaardigd is.

De vier toekomstscenarios’s die tegenwoordig vaak gebruikt
worden bij onderzoek voor overheidsbeleid, zie bijvoorbeeld de Structuurvisie
Noord Holland, voegt de schrijver samen tot een overkoepelend, integraal
wereldbeeld, dat zo alle mogelijke wereldbeelden omvat. Vanuit geen van de vier
wereldbeelden kan duurzaamheid afdoende tot stand gebracht worden. Van Egmond
pleit dan ook voor politieke samenwerking over partijgrenzen heen vanuit middelpuntzoekende krachten. Eenzijdige
wereldvisies, die geen respect tonen voor mogelijke andere visies, kunnen alleen
maar contraproductief, middelpuntvliedend
werken.

Het integrale wereldbeeld geeft mij een invalshoek om veel
maatschappelijke problemen mee te beoordelen. Zo ben ik het met de schrijver eens,
dat bijvoorbeeld speculatie met aandelen of grond niet te rechtvaardigen is. Zij
dienen geen maatschappelijk, menswaardig doel. De grote hoeveelheid reclames
die de media dagelijks over ons uitstorten, zijn ook niet te verdedigen vanuit
menselijke waarden. Zij zetten aan tot het verheerlijken van consumptie, in een
tijd waarin de onduurzame consequentie van overconsumptie is dat andere wereldbewoners niet eens voldoende te eten hebben. De draagkracht van de aarde raakt uitgeput. Ik hoop dat Van Egmonds pleidooi vele bepleiters van duurzaamheid tot elkaar
zal brengen.

http://wetenschappelijkbureau.groenlinks.nl/files/Paternalisme%20van%20de%20maatschappelijke%20samenhang%20-%20lezing%20Klaas%20van%20Egmond%20-%207%20oktober%202010_0.pdf

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Klaas van Egmond, Een vorm van beschaving

In geen categorie, duurzaamheid, integraal wereldbeeld, mensbeeld, wereldbeeld, beschaving, betalen, coalitie, december, en meer.

17 december 2010

Klaas van Egmond, van 1988 tot 2008 directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau, het belangrijkste adviesbureau van de overheid in milieuzaken, schreef Een vorm van beschaving. Daarin bespreekt hij oplossingen voor de duurzaamheidsproblematiek vanuit het perspectief van de waarden in de er achterliggende mens- en wereldbeelden. Voor wie het gevoel heeft, dat de huidige (internationale) politiek lang geen afdoende greep heeft op de milieuproblemen, is het een verademing eens wat verder te kijken dan de dagelijkse, doorgaans ontmoedigende  krantenberichten hierover. Hij zou mooi zijn als dit boek zou bijdragen aan een brede maatschappelijke coalitie voor duurzaamheid.

Door zijn invalshoek kan Van Egmond ecologische, economische,
technologische en sociaal-culturele aspecten met elkaar in verband brengen. Zo
hebben bijvoorbeeld het doorgaande verlies aan biodiversiteit en de dreigende, te
grote klimaatopwarming als gemeenschappelijke oorzaak, dat bedrijven en
consumenten de milieukosten ervan niet hoeven te betalen. De economie eet als
het ware de ecologie op. De kosten verschuiven naar toekomstige generaties.

Economische groei moet vanuit de waarden van een wereldbeeld
gerechtvaardigd te kunnen worden. Groei kan alleen zinvol zijn als deze
bijdraagt aan een menswaardig leven. Als we dit voorbeeld bezien vanuit de
wereldbeelden, komen we tot de volgende conclusie. Een eenzijdig egoïstisch,
materialistisch wereldbeeld is een grote bedreiging voor het milieu.
Bevrediging van basisbehoeften als voedsel, kleding en onderdak dient een
menswaardig bestaan, maar als luxebehoeften, zoals elk jaar op vakantie met het
vliegtuig (“wat lekker voor je, joh!”), het milieu onevenredig belasten, zijn
zij vanuit dat wereldbeeld niet te rechtvaardigen. Daarmee wordt de
eenzijdigheid van dit wereldbeeld duidelijk. En wordt inzichtelijk, dat meer
wereldbeelden noodzakelijk zijn om te beoordelen wanneer economische groei
gerechtvaardigd is.

De vier toekomstscenarios’s die tegenwoordig vaak gebruikt
worden bij onderzoek voor overheidsbeleid, zie bijvoorbeeld de Structuurvisie
Noord Holland, voegt de schrijver samen tot een overkoepelend, integraal
wereldbeeld, dat zo alle mogelijke wereldbeelden omvat. Vanuit geen van de vier
wereldbeelden kan duurzaamheid afdoende tot stand gebracht worden. Van Egmond
pleit dan ook voor politieke samenwerking over partijgrenzen heen vanuit middelpuntzoekende krachten. Eenzijdige
wereldvisies, die geen respect tonen voor mogelijke andere visies, kunnen alleen
maar contraproductief, middelpuntvliedend
werken.

Het integrale wereldbeeld geeft mij een invalshoek om veel
maatschappelijke problemen mee te beoordelen. Zo ben ik het met de schrijver eens,
dat bijvoorbeeld speculatie met aandelen of grond niet te rechtvaardigen is. Zij
dienen geen maatschappelijk, menswaardig doel. De grote hoeveelheid reclames
die de media dagelijks over ons uitstorten, zijn ook niet te verdedigen vanuit
menselijke waarden. Zij zetten aan tot het verheerlijken van consumptie, in een
tijd waarin de onduurzame consequentie van overconsumptie is dat andere wereldbewoners niet eens voldoende te eten hebben. De draagkracht van de aarde raakt uitgeput. Ik hoop dat Van Egmonds pleidooi vele bepleiters van duurzaamheid tot elkaar
zal brengen.

http://wetenschappelijkbureau.groenlinks.nl/files/Paternalisme%20van%20de%20maatschappelijke%20samenhang%20-%20lezing%20Klaas%20van%20Egmond%20-%207%20oktober%202010_0.pdf

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Gezondheidsrisico zendmasten vermijdbaar met integraal wereldbeeld?

In geen categorie, gsm, straling, umts, zendmasten, blog, burgers, college, evenwicht, en meer.

Oorspronkelijk geplaatst 19-12-2010

Op een flat in de Alkmaarse Emmastraat werden binnen een week na aankondiging daarvan nieuwe antennes geplaatst voor mobiele telefonie en draadloos internet. De oudere bewoners voelen zich erdoor overvallen en maken zich ongerust over de gezondheidseffecten van de straling. Ik deel hun ongerustheid en heb het Alkmaarse college gevraagd of zij dat ook doet. Het meest absurde van zendmasten is de overbodige patstelling waarin voor- en tegenstanders zich bevinden. Masten met een veel minder hoog stralingsniveau zouden volstaan om het mobiele netwerk te laten functioneren. Waarom gebeurt dat niet?

 

Mijn vorige blog schreef ik over het integrale wereldbeeld van Klaas van Egmond. Om bijvoorbeeld milieuproblemen op te lossen, zouden maatschappelijke groeperingen met verschillende wereldbeelden respectvol naar elkaar kunnen luisteren en zo tot een breed gedragen oplossingspakket kunnen komen. Op het terrein van de zendmasten lijkt dat goed mogelijk. Het Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk heeft de verschillende visies en belangen afgewogen. De stralingsintensiteit gaat nu tot 10.000 micowatt per vierkante meter, terwijl 100 genoeg zou zijn. Daarmee zouden de klachten, zoals hoofdpijn, migraine, concentrtatieproblemen of een opgejaagd, onprettig gevoel niet meer optreden. Het Kennisplatform roept al vanaf mei 2007 tevergeefs de betrokken (belangen)groeperingen op te reageren. De Gezondheidsraad, de in Monet verenigde aanbieders van mobiele netwerken en het Antennebureau van de landelijke overheid hebben nog niets gezegd. De GGD’s  als enige wel.

Hoe zit dat? De Gezondheidsraad stelt zich op het standpunt dat er eerst eenduidig wetenschappelijk onderzoek moet zijn, dat bewijst dat de straling ongezond is. De vele onderzoeken die dat tot onderwerp hebben maar niet 100% kunnen bewijzen ten spijt. Monet is bang voor schadeclaims als zij erkent dat er gezondheidseffecten kunnen zijn. En het Ministerie van Economische Zaken is niet onafhankelijk omdat zij miljarden heeft verdiend door de aanbieders van mobiele telefonie stralingslicenties te verkopen. Allemaal factoren waardoor de pragmatische oplossing, waarbij voor alle belangen en visies respect is, niet tot stand komt.

Is ons politiek-maatschappelijk bestel wel ingericht op het overbruggen van belangentegenstellingen? Is de macht van burgers wel voldoende in evenwicht met die van bedrijven? Zo te zien moet er eerst structureel wel het een en ander veranderen voordat
machtsposities in evenwicht zijn, zodat gezamenlijk zoeken naar oplossingen wederzijds voordeel oplevert. Met name het recht van bedrijven om kosteloos het milieu te mogen belasten geeft hen een onevenredig voordeel. Ook zou de overheid om als onafhankelijke instantie boven de partijen geloofwaardig te zijn zichzelf geen economische rechten moeten toekennen. Economische rechten zouden in onze juridische structuur evenveel gewicht moeten krijgen als sociale en culturele rechten. Binnen het integrale wereldbeeld zijn de economische, sociale en culturele aspecten gelijkwaardig. Om het integrale wereldbeeld vaste grond onder de voeten te geven is een verandering van de huidige
maatschappelijke structuur nodig.

 

 

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Gezondheidsrisico zendmasten vermijdbaar met integraal wereldbeeld?

In geen categorie, gsm, straling, umts, zendmasten, blog, burgers, college, evenwicht, en meer.

Oorspronkelijk geplaatst 19-12-2010

Op een flat in de Alkmaarse Emmastraat werden binnen een week na aankondiging daarvan nieuwe antennes geplaatst voor mobiele telefonie en draadloos internet. De oudere bewoners voelen zich erdoor overvallen en maken zich ongerust over de gezondheidseffecten van de straling. Ik deel hun ongerustheid en heb het Alkmaarse college gevraagd of zij dat ook doet. Het meest absurde van zendmasten is de overbodige patstelling waarin voor- en tegenstanders zich bevinden. Masten met een veel minder hoog stralingsniveau zouden volstaan om het mobiele netwerk te laten functioneren. Waarom gebeurt dat niet?

 

Mijn vorige blog schreef ik over het integrale wereldbeeld van Klaas van Egmond. Om bijvoorbeeld milieuproblemen op te lossen, zouden maatschappelijke groeperingen met verschillende wereldbeelden respectvol naar elkaar kunnen luisteren en zo tot een breed gedragen oplossingspakket kunnen komen. Op het terrein van de zendmasten lijkt dat goed mogelijk. Het Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk heeft de verschillende visies en belangen afgewogen. De stralingsintensiteit gaat nu tot 10.000 micowatt per vierkante meter, terwijl 100 genoeg zou zijn. Daarmee zouden de klachten, zoals hoofdpijn, migraine, concentrtatieproblemen of een opgejaagd, onprettig gevoel niet meer optreden. Het Kennisplatform roept al vanaf mei 2007 tevergeefs de betrokken (belangen)groeperingen op te reageren. De Gezondheidsraad, de in Monet verenigde aanbieders van mobiele netwerken en het Antennebureau van de landelijke overheid hebben nog niets gezegd. De GGD’s  als enige wel.

Hoe zit dat? De Gezondheidsraad stelt zich op het standpunt dat er eerst eenduidig wetenschappelijk onderzoek moet zijn, dat bewijst dat de straling ongezond is. De vele onderzoeken die dat tot onderwerp hebben maar niet 100% kunnen bewijzen ten spijt. Monet is bang voor schadeclaims als zij erkent dat er gezondheidseffecten kunnen zijn. En het Ministerie van Economische Zaken is niet onafhankelijk omdat zij miljarden heeft verdiend door de aanbieders van mobiele telefonie stralingslicenties te verkopen. Allemaal factoren waardoor de pragmatische oplossing, waarbij voor alle belangen en visies respect is, niet tot stand komt.

Is ons politiek-maatschappelijk bestel wel ingericht op het overbruggen van belangentegenstellingen? Is de macht van burgers wel voldoende in evenwicht met die van bedrijven? Zo te zien moet er eerst structureel wel het een en ander veranderen voordat
machtsposities in evenwicht zijn, zodat gezamenlijk zoeken naar oplossingen wederzijds voordeel oplevert. Met name het recht van bedrijven om kosteloos het milieu te mogen belasten geeft hen een onevenredig voordeel. Ook zou de overheid om als onafhankelijke instantie boven de partijen geloofwaardig te zijn zichzelf geen economische rechten moeten toekennen. Economische rechten zouden in onze juridische structuur evenveel gewicht moeten krijgen als sociale en culturele rechten. Binnen het integrale wereldbeeld zijn de economische, sociale en culturele aspecten gelijkwaardig. Om het integrale wereldbeeld vaste grond onder de voeten te geven is een verandering van de huidige
maatschappelijke structuur nodig.

 

 

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

In geen categorie, alkmaar, coalitie, ecologie, economie, emotie, evenwicht, heerhugowaard, imago, en meer.

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

Terugblik 2011: Waarom het Alkmaars college gevallen is

In geen categorie, alkmaar, coalitie, ecologie, economie, emotie, evenwicht, heerhugowaard, imago, en meer.

Politiek is mensenwerk. Op 10 maart 2011 bracht de fractievoorzitter van het CDA het Alkmaarse college ten val. Omdat het ziekenhuis MCA besloten heeft haar nieuwbouw niet in Alkmaar of De Schermer, maar in Heerhugowaard neer te zetten. CDA-fractievoorzitter Henk Adriaanse heeft nu het gevoel, dat zijn linkse coalitiepartners hem in de kou hebben laten staan bij zijn vele pogingen om het ziekenhuis binnen de stadsgrenzen te houden. Daarom wil hij niet met hen verder. De ratio achter de coup lijkt ver te zoeken. Het ziekenhuis zal hij zo niet terug krijgen. Tot grote verbazing van veel mensen lijkt een persoonlijke emotie de doorslag te geven en schuift het CDA na een jaar samenwerken de coalitie ineens aan de kant. Hoe is het mogelijk, dat op grond van emotie de stad bestuurd wordt? Dat is toch in hoge mate onverantwoordelijk?

In het presidium van de Alkmaarse gemeenteraad heeft CDA fractievoorzitter Henk Adriaanse nader hoe hij tot zijn coup is gekomen. Ter herinnering: met een Motie van Wantrouwen bracht hij op 10 maart het college ten val, inclusief zijn eigen CDA wethouder. Na de brief van 3 maart waarin van het college meedeelde dat het Medisch Centrum Alkmaar voor Heerhugowaard had gekozen als locatie voor haar nieuwbouw, kreeg Henk vele mailtjes, vertelde hij. Verhuizing van het ziekenhuis was slecht voor de
economie van de stad, het college maakte een slechte beurt, dat was de boodschap. Hij besloot een daad te stellen. Hij stapte naar de oppositie om het college te laten vallen. Omdat hij bang was dat zijn coup zou mislukken als hij open kaart speelde, zo vertelde Henk, antwoordde hij met neen op de vraag van zijn coalitiepartners of hij van plan was een motie van wantrouwen te steunen of in te dienen.

Dat is nogal wat. Als een minister liegt tegen het parlement, wordt dat doorgaans gezien als een politieke doodzonde. Waarom zou dat niet gelden voor het liegen tegen je coalitiepartners? Door zo te handelen maakte hij zich een onbetrouwbare partner. Hij kon ervan uitgaan dat de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en D66 hem in de toekomst niet meer als een aantrekkelijke partner zouden zien. Hij gooide hiermee immers de resultaten van een jaar samenwerken in de coalitie zonder geldige opgaaf van redenen in de prullenbak. Op deze manier en ook op geen enkele andere manier kon hij immers het MCA
behouden voor de stad. Daarvoor deed hij het dan ook niet. Als het werkelijk zou zijn gegaan om het MCA en om de stad, zou het CDA zelfstandig uit het college hebben kunnen stappen. Zo zou de partij verantwoording hebben afgelegd voor de mislukte pogingen van het college, inclusief de CDA, om het ziekenhuis te behouden. Dat zou een eerlijk gebaar van betekenis zijn geweest. Maar daar koos hij niet voor. Het belangrijkste voor Henk was kennelijk de schuld in de schoenen van andere partijen te schuiven en de weg voor het CDA vrij te houden om terug te keren in een nieuw college. Voorafgaand aan zijn publieke afkeuring van het oude college wilde hij weten dat zijn partij gewoon terug kon komen in
het nieuwe college. Dat was niet de erkenning van mede-verantwoordelijkheid, dat was het ontkennen van verantwoordelijkheid. Dat was het stellen van het partijbelang boven het stadsbelang.

Henk Adriaanse heeft mij niet kunnen overtuigen met zijn twee gezichten. Niet met zijn visionaire blik. Zijn optreden heeft ook niet tot resultaat voor de stad geleid. Als alleen het nauwelijks verholen gevecht om de macht overblijft als drijfveer van politiek handelen, zoals hier het geval is, leidt dat terecht tot een cynisch beeld bij de burger over “de
politiek”. Helaas straalt dat af op alle politieke partijen. Alleen het oprecht samen verantwoordelijkheid nemen voor een goed bestuur kan dat beeld doorbreken. Het tegenovergestelde is gebeurd. Een weinig opwekkend politiek drama.

 

bewerking van op 27 maart 2011 geschreven blog

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1046 uur (43,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0,7 bericht per dag, 4,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2