woensdag, 25 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Nieuw kabinet

In het menu, niet op voorpagina, agnes kant, d66, femke halsema, groenlinks, nieuw kabinet, pvda, sp, en meer.
In april blaast Geert Wilders het kabinet op, omdat hij de voorgestelde bezuinigingen niet meer kan verantwoorden naar zijn slinkende achterban. Mede door de houding van de progressieve partijen rest demissionair minister-president Mark Rutte niets anders dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis verschaft de kiezer Nederland op 20 juni een linkse sociaal-liberale meerderheid. De PvdA slaagt erin met haar ‘realistisch alternatief’ de weggelopen kiezers terug te winnen en blijft met 30 zetels de SP nipt voor als grootste partij. De onderhandelingen tussen PvdA, SP, D66 en Groenlinks over een regeerakkoord verlopen moeizaam. Naast bekende geschillen over de ww en de aow-leeftijd vormt ook de vraag wie van de grootmachten PvdA en SP de minister-president levert een twistpunt. Het feit dat binnen de PvdA menigeen de voorkeur geeft aan Wouter Bos boven Job Cohen, maakt het er niet eenvoudiger op. Maar op 31 augustus staat het sociaal-liberale kabinet op het bordes. Trots presenteert Femke Halsema als eerste vrouwelijke minister-president van Nederland haar team van ministers, waaronder we Wouter Bos, Eberhard van der Laan, Lodewijk Asscher, Jan Marijnissen, Agnes Kant, Lousewies van der Laan, Alexander Pechthold en Andrée van Es ontwaren. Job Cohen wordt opnieuw burgemeester van Amsterdam.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


maandag, 16 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Beatrix vs Wilders: gelijkspelletje

Bron: www.wijblijvenhier.nl

Bron: www.fashionnewz.nl

Kan iemand het wezenlijke verschil tussen deze twee foto’s uitleggen? Ik zie namelijk geen.


zaterdag, 14 januari 2012

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Controleverlies bij de PVV

Met de affaire Bosman is een nieuw dieptepunt bereikt in de politiek. In een interne mail van Statenlid Bosman binnen de PVV, uitte hij zich op de meest abjecte wijze over een PvdA Statenlid. Ook Geert Wilders was geinformeerd over de inhoud van de mail. Daarmee heeft de PVV de twijfelachtige eer een nieuw dieptepunt [...]

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Publicatie beledigingen Cor Bosman opent doofpot PVV.

Voor de verkiezingen voor Provinciale Staten in Limburg schreef de kandidaat voor de PVV-Limburg Cor Bosman in een e-mailbericht aan partijgenoten over kandidaat voor de PvdA Selçuk Öztürk: “Hij is wat mij betreft niets meer en niet minder dan een stuk uitgekotst halalvlees, gemaakt van Turks varken”.
Enkele maanden later verlaat PVV – statenlid Harm Uringa de fractie van de PVV zonder de ware redenen te noemen.
Een jaar later, op vrijdag 13 januari 2012, publiceren de regionale kranten Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad de uitspraken van Bosman. Het bericht van Bosman en de notulen van de vergadering van de PVV-fractie hierover zijn uitgelekt, waarschijnlijk via ex-PVV-er Uringa. Bosman vindt naar aanleiding van de publicatie Uringa een “narcistische zak”.

Cor Bosman heeft met zijn schriftelijke uitspraken volledig buiten de politieke mores geplaatst en niemand zal hem ooit nog serieus nemen. Hij heeft bewezen dat hij er een dubbele moraal op nahoudt. En hier geldt de overtreffende trap van “wie wind zaait zal storm oogsten”.

De PVV-fractie onder leiding van Laurence Stassen heeft het in de doofpot gestopt in de hoop ermee weg te komen. In een reactie schreef ze vorig jaar over het bericht van Bosman dat hij een punt heeft, maar “dit soort taalgebruik kan echt niet”. Het blijft echter bij excuses van Bosman binnen de fractie.
Nu, een jaar later, is door de publicatie “de affaire te groot geworden” en is Bosman uit de fractie gezet. Maar nu nog vindt Stassen Cor Bosman een loyaal PVV-er. Ze wil wel excuus maken. Ze vindt dat ze niet de beroerdste is. Het lijken daarmee niet echt welgemeende excuses.

Volgens Thijs Coppes van de SP-fractie wisten de gedeputeerden Antoine Janssen en Theo Krebber van de PVV het en hebben hun mond gehouden. Omdat ze voordeel hebben van hun huidige positie, hielpen ze mee aan de doofpotcultuur binnen de PVV.

Ook Geert Wilders wist ervan en had zelfs beloofd in te grijpen. Dat is niet zichtbaar gebeurd. Ook Wilders heeft de doofpot gehanteerd om de schade te beperken. Maar zoals wel vaker meet Wilders met twee maten en is hij in normen en waarden veel toleranter ten opzichte van zijn PVV-ers dan anderen in de politiek en samenleving. Dat heeft hij ook bewezen binnen zijn Tweede Kamerfractie.

Het uitlekken wordt door de PVV erger gevonden dan de uitspraken. Laurence Stassen vindt het laakbaar. Harm Uringa krijgt het verwijt een verrader te zij. Het is een beproefde tactiek om de boodschapper zwart te maken en daarmee een fout te verdoezelen. Maar Harm Uringa hield de eer aan zichzelf. Hij was wellicht nog te loyaal aan de PVV omdat hij nog een half jaar heeft gewacht met uitlekken. Maar hij moet worden gewaardeerd als klokkenluider: ” Voor het slagen van het kwade hoeft niets meer te gebeuren dan dat de goeden niets doen”.

Coalitiepartners CDA en VVD vinden dat deze coalitie zo’n goed werk doet dat dit geen consequenties hoeft te hebben voor de samenwerking. Voor hun telt in toenemende mate het geloof in het niet zo Christelijke “het doel heiligt de middelen”. Maar zij moeten beseffen dat “wie met pek omgaat, wordt ermee besmet”.

We moeten met respect met elkaar omgaan. Politici moeten hierin het goede voorbeeld geven. Uit politieke motieven haat zaaien is een groot risico voor onze samenleving. En politici met een dubbele moraal of dubbele agenda zijn niet te vertrouwen. Dat geldt voor de hele PVV-top.

woensdag, 11 januari 2012

Het menu: Cohens brug

PvdA-leider Job Cohen bouwt een brug tussen hoog- en laagopgeleiden. De PvdA wil zowel de academica als de vrachtwagenchauffeur aan zich binden. Cohens roep om solidariteit lijkt uit de tijd. Het primaat ligt bij het individu. We hebben weliswaar intensief contact met familie en vrienden: de eigen kring. Maar zij die daar niet bij horen vallen af. De maatschappij wordt harder. Vreemd genoeg heeft de PvdA hier zelf aan bijgedragen. In de jaren negentig regeerden de sociaal democraten, met PvdA premier Wim Kok, samen met de VVD en D66. Het beleid van deze paarse kabinetten (1994-2002) draaide om werk, privatisering en economische groei. De menselijke maat verdween sluipenderwijs. Cohen probeert het tij te keren. Dat is prima, want de politiek moet voor samenhang zorgen. Maar mensen lijken het delen met anderen buiten de eigen kring te hebben verleerd. Stemmentrekkers Emile Roemer (SP) en Geert Wilders (PVV) hebben dat beter door: zij mobiliseren de ‘eigen groep’. Dit voedt de gevaarlijke polarisatie tussen burgers. Hopelijk beseft iedereen dat wij samen moeten leven. Zij die anderen de rug toekeren, creëren hun eigen tegenstanders. In zo’n samenleving wil ik niet wonen. Cohen begrijpt dat. Hij bouwt de brug die ik over wil.

maandag, 2 januari 2012

Pieter Kos

Pieter Kos

Twitter

Verkiezing Politiek Twitteraar van het jaar 2011

In leidse politiek, #twvhj, twitteraar van het jaar, wilders, geert wilders, stemmen, reacties, steun, trots.
De titel “Politiek twitteraar van het het jaar”  is nipt aan mijn neus voorbij gegaan. Maar teleurgesteld ben ik zeker niet! Geert Wilders haalde 34.8% van de stemmen en ik zelf 33.6%. Een resultaat waar ik trots op ben. Natuurlijk had ik dat extra procent er graag bij gehaald, maar alle reacties en steun waren [...]

donderdag, 15 december 2011

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Verkracht en schuldig

In het menu, niet op voorpagina, afghanistan, de baarsjes, schoonheid, verkrachting, amsterdam, bril, geert wilders, en meer.
Een 21-jarige Afghaanse vrouw, verkracht door de echtgenoot van haar nicht, moet voor haar leven vrezen. Ze was al veroordeeld tot 12 jaar cel wegens 'gedwongen overspel', maar president Karzai heeft haar na twee jaar gratie verleend. Volgens haar verkrachter zal ze nu waarschijnlijk door haar familie uit schaamte worden vermoord. Dit soort praktijken schijnt normaal te zijn in Afghanistan. Ik moet niets van Geert Wilders hebben. Als ik door de Baarsjes in Amsterdam loop geniet ik van de vele culturen die men daar tegenkomt. Een vrouw met hoge hakken, strakke spijkerbroek, kort leren jasje en daarboven een kunstig geknoopte hoofddoek, die slechts laat raden naar het weelderige haar dat er onder verborgen blijft, bewijst dat de vermenging van west en oost kan leiden tot grotere schoonheid. Ook kan ik me voorstellen dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wellicht te zeer vanuit een westerse bril is opgesteld. Maar kan iemand mij, met welk boek ook in de hand, aannemelijk maken wat er rechtvaardig is aan het veroordelen, opsluiten en vermoorden van een vrouw, die het slachtoffer is van niet in bedwang gehouden mannelijke lusten?

dinsdag, 13 december 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Het magische h-woord

In politiek, aftrek, begrotingstekort, bezuinigingen, binnehof, cda, coalitie, cpb, cultuur, en meer.

Ai! Het CPB heeft weer eens wat cijfers losgelaten. En wat blijkt? Nederland zit volop in de recessie. Het zat er natuurlijk al dik aan te komen dat het begrotingstekort de grens van 3% zou overstijgen, maar nu is het officieel. De afgelopen weken werd al druk gespeculeerd waar ons conservatieve kabinet allemaal nog meer op zal gaan bezuinigen. Welke linkse hobby zullen we nu eens onderuit schoffelen?

Als bijna vanzelfsprekend begint met deze weinig geruststellende voorspellingen ook het magische h-woord weer rond te zingen op het Binnenhof. De aftrek-die-niet-genoemd-mag-worden wordt heel langzaamaan een wat minder heilig huisje binnen de gelederen van VVD en CDA. Geert Wilders is het daar natuurlijk niet mee eens. “De PVV zal knokken als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid!” Als dat echt waar was, had Geert Wilders de hypotheekrente allang afgeschaft, maar vooruit. Het behoud van laaggeschoold electoraat schrijft nu eenmaal voor dat je geen dingen roept die goed voor ze zijn. SBS6 kijkend Nederland wil naar de mond gepraat worden, het liefst met vuigheid en volume.

Toch wordt de kans dat het kabinet zich aan beperking van de hypotheekaftrek gaat wagen (of branden) sluimerend groter. Jan Kees de Jager gaf te kennen dat hij liever ging hervormen dan bezuinigen, en Maxime Verhagen sprak uit dat wat hem betreft ook in heilige huisjes de dakkapel kan gaan lekken. Binnen de VVD wordt minder luid gespeculeerd over aanpassing van de aftrek, maar ook daar zijn prominente en minder prominente leden aanwezig die beginnen te twijfelen aan de houdbaarheid van de regeling.

Terecht overigens,  die hele hypotheekrenteaftrek kost Nederland klauwen met geld – jaarlijks zo’n twaalf miljard euro. We zijn niet voor niets de enige met zo’n belachelijke, belastinggeld slurpende regeling. Over verkwisting van de centjes van Henk en Ingrid gesproken! Het hele doel van de aftrek – starters op weg helpen met de koop van hun eerste huis – wordt allang niet meer bereikt. Starterwoningen zijn door de regeling de afgelopen decennia alleen maar duurder geworden. De huizenmarkt zit hartstikke op slot, en dat is mede dánkzij de hypotheekrenteaftrek.

Of het nu de hypotheekrenteaftrek wordt, ontwikkelingssamenwerking, of een andere ‘ombuiging’, het kabinet moet in februari met maatregelen komen. Implodeert het kabinet met gierende ruzies over ontwikkelingshulp tussen Geert en de CDA-dissidenten? Laat Geert Wilders na een hoop gebrul zijn marionettenkabinet toch weer gewoon zitten? Zal de PvdA daarvoor haar slappe knieën weer lenen door het kabinet aan een meerderheid te helpen? Of trekt een van de regeringspartijen de spreekwoordelijke stekker eruit? Het jaar 2012 wordt vast een prachtig politiek jaar. En dat magische h-woord? De afschaffing daarvan is enkel een kwestie van tijd…


Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Weer een leugen van Wilders & rechts

In milieu, ontwikkelingshulp, hypotheekrente, publieke omroep, hypotheekrenteaftrek, cda, natuur, vvd, pvv, en meer.
Het nrc schrijft: Wilders noemt morrelen aan renteaftrek onacceptabel. In plaats van op de hypotheekrenteaftrek moet volgens de PVV-leider worden gekort op ‘Europa, subsidies, de publieke omroep, milieubeleid en andere linkse hobby’s’. Verder kondigt hij aan ‘als een leeuw voor de belangen van Henk en Ingrid’ te zullen knokken.
Dit is uiteraard weer een typische Wilderiaans stukje brullen voor de bühne. Maar helaas gebaseerd op leugenachtige fantasieën. Want stel dat we de linkse hobby's zoals hij het noemt aanpakken, wat levert dat op?

Even de totale kosten op een rijtje:

  • Europa: 7,5 miljard bruto
  • Subsidies (cultuur, emancipatie & vreemdelingenkosten) 3,5 miljard
  • Ontwikkelingssamenwerking: 1,7 miljard 
  • Publieke omroep: 0,9 miljard
  • Milieubeleid: 2,5 miljard

Totaal beslaan deze linkse hobby's dan 16,1 miljard en is daarmee een stuk groter dan de rechtse hobby genaamd hypotheekrenteaftrek de overheid kost. Die wordt op ongeveer 12 miljard geraamd.

Echter, in de berekening van bovenstaande kosten heb ik de grootst mogelijke kostenposten genomen. Zo heb ik voor de uitgave aan Europa de bruto kosten genomen, netto kost Europa de Nederlandse staat zo'n 6,5 miljard. Daarmee komen de linkse hobby's op 15,1 miljard. Nog altijd meer dan de hypotheekrenteaftrek.

Bij de subsidies heb ik onder andere alle 2,7 miljard aan reserveringen genomen voor de uitgaven. De daadwerkelijke geraamde uitgaven aan cultuur zijn slechts zo'n 0,9 miljard. Dat is al weer zo'n 1,8 miljard lager ofwel 13,3 miljard aan linkse hobby's blijft er over om op te bezuinigen.

Nu zouden PVVers er tegen in kunnen brengen dat ik (nog) niet alle linkse hobby's heb meegenomen. Zo heb ik de huursubsidie van zo'n 2,6 miljard niet meegeteld. Dan komen de linkse hobby's weer op 15,9 miljard. Dit is alleen niet terecht, want vele Henk's en Ingrids wonen in een huurwoning en genieten op de een of andere wijze van een subsidie daarop. Daarnaast zijn veel subsidies nodig omdat de krappe woningmarkt zorgt voor hoge huren, zeker als deze markt vrij wordt gegeven. Daarnaast is de koopwoningmarkt relatief klein en door hypotheekrenteaftrek dusdanig duur geworden, dat het voor velen zeer moeilijk is om een woning te kopen. Daarom houdt ik deze uitgaven buiten beschouwing en blijft er 13,3 miljard over om op te bezuinigen.

Hoe zit het met deze potentie om te bezuinigen?

Om te beginnen kijken we naar de Europese kosten van 6,5 miljard. Hoe graag Wilders het ook zou willen, de meeste van bovenstaande kosten zijn niet in 1 keer te schrappen. De kosten voor Europa liggen vast in verdragen. Zoals de laatste poging van de EU om verdragen te wijzigen liet zien, zijn deze zeer moeilijk aan te passen. Daar is alleen door contractbreuk, ik vraag me af of Henk en Ingrid dat zien zitten? Daarnaast is ons isoleren van Europa een slechte zaak, 75% van onze economie is gebaseerd op export, merendeels binnen de EU. Ons daar buitenspel zetten schaadt de economie, de werkgelegenheid en daarmee de toekomst van Henk en Ingrid en hun kinderen. Slechte zaak dus, gaan we niet doen, daarmee blijft er 6,8 miljard over aan linkse hobby's om op te bezuinigen!

De Publieke Omroep zouden wellicht hun subsidie kunnen verliezen, of wellicht worden het commerciële omroepen. Maar opdoeken kan natuurlijk ook, levert massale werkeloosheid op. Daar de omroepen creatieve mensen in dienst heeft wordt de cultuursector overspoelt met werkeloze creatievelingen. Omdat Wilders ook op cultuur wilt bezuinigen, gaan er dus meer mensen vechten om de schaarse Euro van de Nederlanders die, door bezuinigingen, minder vaak naar voorstellingen of concerten gaan. Maar goed, we schrappen de totale kosten op de Publieke Omroepen en cultuur en doen net alsof er geen extra werkeloosheidsuitkeringen betaald moeten gaan worden. Daarmee realiseren we 1,8 miljard aan bezuinigen en blijft er 5 miljard aan linkse hobby's over.

Ontwikkelingssamenwerking, vreemdelingenbeleid worden als het aan Wilders ligt uiteraard direct geschrapt. Dit levert 2,5 miljard aan mogelijke bezuinigingen op (1,7 voor ontwikkelingssamenwerking en 0,8 voor vreemdelingenbeleid). Dat afschaffen van ontwikkelingshulp leidt tot meer ellende in ontwikkelingslanden en daarmee tot een groeiende wens om naar Europa te migreren wordt hierbij even vergeten. We kunnen ons dus schrap zetten voor een door PVV-beleid veroorzaakte tsunami aan migranten en illegalen. Door afschaffen van vreemdelingenbeleid (integratie cursussen etc..) leren deze migranten de taal ook steeds minder goed en integreren ze slechter. Of we tuigen een dijk van een veiligheidssysteem en grensbewaking in zodat er niemand ongezien hier binnenkomt of weggaat. Laten we hopen dat de kosten daarvoor minder zijn dan de 2,5 miljard aan bezuinigingen!

Rest ons de laatste kostenpost, milieukosten. Hierin heb ik de ruimste definitie gekozen voor milieu, omdat alleen bezuinigen op het KNMI slechts 0,05 miljard zou opleveren. Daarom ook de bewaking van luchtkwaliteit, de kwaliteit van de leefomgeving, waterkwaliteit en -bescherming, natuurgebieden en milieu-educatie meegenomen. Dat is tezamen de resterende 2,5 miljard. Geheel in de stijl van Bleker schrappen we deze kosten uiteraard radicaal, weg met de bestedingen aan natuurgebieden, de milieu-educatie en bescherming van de Nederlandse wateren. Dat Nederland hiermee een verWildert en sterker vervuild landschap krijgt is de prijs die we moeten betalen. Sommige delen komen wellicht onder water te staan, maar dat is de prijs die we betalen om ons heilige huisje in stand te houden!

Dat is de leugen van Wilders, de PVV, de VVD en het CDA! Ze spiegelen ons voor dat ze radicaal kunnen en willen bezuinigen op allerlei zaken die ofwel relatief weinig opleveren zoals de Publieke Omroepen of cultuur kosten, elk 0,9 miljard. fwel ze zijn niet zo makkelijk te schrappen, zoals de kosten van Europa, 6,5 miljard. Ofwel ze zijn schadelijk voor Nederland, zoals de milieukosten van 2,5 miljard. Ofwel ze leveren andere problemen op, zoals de kosten van ontwikkelingshulp en vreemdelingenbeleid (2,5 miljard).

In het meest positieve scenario kan men de kaasschaaf over bovenstaande kostenposten halen: misschien een miljard op Europa, een miljard op milieu en 1 op ontwikkelingssamenwerking en vreemdelingenbeleid (dan neem je het ruim op die laatste twee) en enkele honderden miljoenen op cultuur en de publieke omroep (ieder 0,25 miljard?). Dat levert een bezuiniging op van 3,5 miljard maximaal en nog altijd grote problemen op genoemde beleidsterreinen.

Welke pijn kost het als we deze 3,5 miljard op het heilige huisje verhalen?




dinsdag, 15 november 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Dissidenten (2)

In politiek, ad koppejan, agema, bosman, brinkman, cda, cda congres, christendemocraat, christendemocratie, en meer.

Het is weer dissidententijd. De twee CDA-exemplaren waren weer volop in het nieuws: Ad ‘Zeeuwse polderheld’ Koppejan en Kathleen ‘ontwikkelingshulpridder’ Ferrier haalden weer bakken zendtijd binnen met de Mauro-affaire. Oh, wat waren die boos. De kwestie deed de twee dwarsliggers nog zuurder en zuiniger kijken dan normaal al het geval is. Wat was het weer spannend. Als ze nu maar niet de stekker uit de gedoogsteun gingen trekken…

Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Zelfs de kranten waren te lui om er nog een sensatieverhaaltje van te maken. Eén bezoekje van Maxime Verhagen, feestvarken op zijn eigen feestje van de democratie, en Ferrier en Koppejan waren gewoon weer ‘trotse christendemocraten’. En als dat niet genoeg was geweest, hadden ze Donner nog klaarstaan in de coulissen, onwrikbaar en gewapend tot zijn tanden, als altijd. De betekenis van het woord christendemocraat is dan ook behoorlijk aan devaluatie onderhevig de laatste tijd.

Aankomend dissidententalent Hero Brinkman haalde ook weer de media vandaag. Na anderhalf jaar aan het lijntje te zijn gehouden, heeft de fractie hem nu dan toch maar eindelijk verteld, dat hij zijn PVV-jongerendag op zijn buik kan schrijven. Hero was er nog van overtuigd dat van twee keer uitstel geen afstel zou komen. Daar hebben Martin Bosma, Fleur Agema en Geert Wilders met z’n drietjes vast smakelijk om gelachen. Maar, Hero ziet geen reden om uit de PVV te stappen, hij laat zich niet wegpesten.

Van al dat geschuur en gedraai ga ik me wel afvragen wanneer er eentje breekt. Ferrier, Koppejan en Brinkman kunnen alle drie een plekje op de volgende kandidatenlijst vast vergeten, dus tenzij ze nog een politieke stunt uithalen, gaan ze roemloos de schaduw in aan het einde van de kabinetsrit. Tot die tijd worden ze getergd en vernederd, om altijd weer met een glimlach vol boerenkiespijn hun fractie te steunen. Telkens weer staan ze vol vuur de pers te woord om hun eigen ideeën te verdedigen, om vervolgens gedoofd en verslagen weer terug te krabbelen. Terug de ijzeren fractiediscipline in.

Vergeleken met deze drie fopdissidenten, is excuusminister Gerd Leers nog een stevige, daadkrachtige held om rekening mee te houden. Het moet toch een keer te veel worden als je telkens je eigen ruggengraat maar thuis moet laten. Dus laten we een weddenschapje aangaan; wie breekt het eerst? Wie breekt er met de duimschroeven van Maxime of Geert, en misschien zelfs met het kabinet? Welk van deze weekdieren blijkt toch een politieke tijger? Ik zet mijn geld op Hero, van het CDA verwacht ik niks meer…

Klik hier voor Dissidenten (1)


vrijdag, 14 oktober 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Verjaardagsfeestje

In politiek, bezuinigingen, blok, cda, coen, d66, de jager, democratie, dissidenten, en meer.

Nu het kabinet Rutte-Verhagen zijn eerste verjaardag viert, en rechts Nederland zijn vingers gretig aflikt bij de sobere taart, gooit Geert Wilders alvast een subtiel bommetje op. In een interview met het AD stelt hij dat het afgelopen jaar een ‘schaduw zal zijn’ ten opzichte van het komende. Hij heeft het over ‘meer beren op de weg’ dan we tot nu toe zagen. Volgens de Volkskrant van vandaag zegt Wilders bovendien dat een motie van wantrouwen niet ondenkbaar is, als er extra bezuinigingen komen met oog op de eurocrisis.

Stef Blok zit de vier jaar echter graag uit met Geert Wilders en zijn PVV. En daarna mogen er nog wel vier jaar bij, als het aan hem ligt. Hij geeft de collega’s van D66 op nu.nl nog een fijne sneer door op te tekenen dat zelfs de vrouwonvriendelijke mannenbroeders van SGP nog hervormingsgezinder zijn dan zij. Nee, hoor, dit kabinet is toch stukken beter dan Paars+ was geweest. Alle overboord gegooide liberale principes – zoals koopzondagen, hervormingen op de arbeidsmarkt en wat niet meer – vindt Stef Blok slechts onderhandelingsschade.

Ook het CDA lijkt dit kabinet nog wel even uit te willen zingen. De zogenaamde dissidenten Ferrier en Koppejan zijn al maanden zo muisstil, dat ik af en toe moet kijken of ze nog wel in de Kamer zitten. Ondanks alle stoere prietpraat van een jaar geleden, zijn ze mak en onzichtbaar. Ze zouden zich dood moeten schamen, maar draaien handig om alle journalistieke vraagstukken heen. Voila; de vertegenwoordiging van 30% tegenstemmers binnen het CDA. Die Ferrier en Koppejan, daar heb je wat aan. Wat een volksvertegenwoordigers!

Ondertussen kunnen de CDA-ministers heerlijk hun christelijke gang gaan, en zelfs de SGP nog trots maken. Marja van Bijsterveld durft deze week nota bene te zeggen dat weigerambtenaren ook een vorm van emancipatie zijn. De overheid is er dus voor iedereen, maar niet voor iedereen evenveel. Exact het betuttelende, christelijke toontje waartegen de paarse VVD (een van de architecten van het homohuwelijk) in het verzet kwam. Maar dat was toen. Nu lijkt het bijna alsof de zelfzekere houding van het CDA-smaldeel in het kabinet groeit, in plaats van krimpt, ondanks het aanhoudende gegrom en geblaf van bedrijfspitbull Wilders. Geen wonder dat het zwakke gekef van Cohen geen indruk maakt. Dat is liftmuziek in de oren van Verhagen en zijn collega’s.

De ministers van het CDA maakt het allemaal niet uit. Ze zitten na een halvering toch op het pluche. Alle hondsberoerde peilingen en stijgend intern gemor ten spijt, ze zitten er maar mooi. Geen Slangenburger die daar nu wat aan doet, het CDA zal Rutte-Verhagen niet laten vallen. Daar zorgt Maxime Verhagen, geflankeerd door Piet Hein ‘duimschroef’ Donner en Gerd ‘excuustruus’ Leers wel voor. Maxime viert zijn eigen feestje van democratie. En vandaag een stuk taart extra, want het is ook nog ’s een verjaardagsfeestje…


woensdag, 12 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Comment on Marxistische mallemolen van Mei ’68 by Jorein Versteege

Martin Bosma is een Nederlandse; Joseph Goebbels. Hij is de spindoctor van de PVV net zoals Goebbels die was van de NSDAP.

De PVV is een anti islamistische, nationaal conservatieve partij. Als ze zouden gaan fuseren met de SGP dan krijg je de Amerikaanse; Republikeinse Partij. Geert Wilders en zijn populisme zijn sterk omdat de sociaal democraten hun linkse idealen in de steek gelaten hebben.

vrijdag, 23 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Bühnebeesten

In politiek, algemene beschouwingen, apb, bedrijspoedel, blok, cabaret, cda, christenunie, coalitie, en meer.

Om te openen met de gevleugelde woorden van CDA sjacheraar Verhagen, wat was het gisteren weer een ‘feest van democratie’. De ene na de andere oneliner, belediging of metafoor  werd via de camara’s van (NOS’) Politiek24 de wereld ingeslingerd. Job Cohen is een poedel, Geert Wilders een kleuter. De kleuter mopperde iets over de maoïstische handjes van de SP, en de stekker die er bij mevrouw Sap waarschijnlijk niet inzat. Dat laatste weer naar aanleiding van een potsierlijke demonstratie ‘stekker uit het stopcontact trekken’ van de voortrekster van GroenLinks. Als kers op de taart moest premier Mark Rutte van Geert Wilders ’s effe normaal doen, en vice versa. Algemene Politieke Beschouwingen op hun sjiekst.

Hoewel de grote verontwaardiging zich gisteren enkel op Geert Wilders richtte, nadat hij twee dagen zonder ook maar een greintje respect de voltallige Tweede Kamer en het kabinet tegen zich in het harnas wist te schelden, is hij niet alleen geweest in het larderen van de Algemene Beschouwingen met stukjes cabaret en snedig bedoelde spitsvondigheid. Ook de oppositiepartijen waren niet vies van een sneer links of rechts. En los van de vraag of dat wel of niet fatsoenlijk is, dringt zich bij mij de vraag op, hoe lang al die fractievoorzitters daarover nagedacht hebben, voor de derde woensdag van september.

Want er zal toch wel overleg geweest zijn over de stekkerdoos van Sap? Sterker nog, er zal iemand aangesteld zijn om het metaforische apparaat op tijd de Tweede Kamer in te smokkelen. En er zal toch iemand voor aanvang van zijn spreektijd, Job Cohen een briefje hebben toegefrommeld met het prachtige verhaaltje over de kleuter die niet naar school wil, maar onvermijdelijk toch het klaslokaal betreedt. En er zal toch een avondje meligheid met Fleur Agema en Martin Bosman voorafgegaan zijn aan de cabareteske tirade en scheldkannonade van blonde Geert… Prachtig uitgedokterde verhaaltjes, klaar voor de politieke bühne.

Mark Rutte heeft zijn Miljoennota zonder al te veel commotie door de Tweede Kamer heen gebabbeld. Tussendoor vooral veel verbaal vuurwerk, gevolgd door verontwaardiging. En tijdens die twee dagen hielden de heren en dames fractievoorzitters zich keurig aan het vooraf bedachte imago. Emile Roemer speelde de vermoorde onschuld, die bijna omviel van smart over de ruwe omgangsvormen tijdens het debat. Alexander Pechtold speelde de advocaat van de duivel door Koppejan en Ferrier (de twee dissidenten binnen de fractie van CDA) fijntjes te vragen of wat extra ontwikkelingshulp en een Zeeuwse polder het waard waren deze gedoogconstructie te steunen. Geert Wilders speelde de treiterende pestkop, en vervolgens het grote slachtoffer, omdat niemand boos werd als hij voor xenofoob (waar zou dat toch vandaan komen?) werd uitgescholden. Ondertussen gebeurde er op de inhoud weinig spectaculairs.

Na twee dagen Algemeen Beschouwen, is het weer duidelijk waar politiek volgens de media om draait. En de politici passen hun optreden hier keurig op aan. De inhoud van de Beschouwingen heb ik alleen op Politiek24 kunnen zien. In de journaals en opiniërende programma’s kwam enkel cabaret en ruzie terug. Heel Nederland kon ze bekijken; de zorgvuldig geregisseerde imago’s van de fractievoorzitters. Allemaal aapjes op de politieke bühne.


woensdag, 21 september 2011

Hans Groen

Hans Groen

Twitter

Wilders in het nauw.

In economie, maatschappij, verkiezingen, coalitie, crisis, europa, politiek, algemene beschouwingen, beloftes, en meer.
Als de algemene beschouwingen een punt hebben duidelijk gemaakt, dan is het wel dat Geert Wilders zich steeds ongemakkelijker begint te voelen. De pro europese koers van het kabinet, dat mogelijk wordt gemaakt door de oppositie, raakt zijn partij in het hart. Van alle beloftes die Wilders inmiddels heeft gebroken is zijn opstelling in het [...]

woensdag, 14 september 2011

Patrick Rijke

Patrick Rijke

Linkedin Twitter GR

Het volk bestaat wel

In landelijke politiek, democratie, directe demokratie, mediacratie, politiek, populisme, pvv, referendum, groenlinks, en meer.

‘Het volk bestaat niet’ – onder die titel geeft Dick Pels zijn analyse van het fenomeen populisme en zet hij zijn oplossing voor het probleem uiteen: vernieuwing van de demokratie. Hoewel ik zijn analyse van de kwaal wel overtuigend vind, kan ik hem wat zijn optimistische recept betreft alleen maar helpen hopen. In de klassieke oudheid hebben denkers ervoor gewaarschuwd dat demokratie de neiging heeft uit te lopen op een dictatuur. Ik ben bang dat we tegenwoordig de eerste symptomen meemaken van een nieuwe roep om een ‘sterke man’.

Nationalisme als uitlaatklep van frustratie
Maar eerst maar eens de analyse van Pels. Die bevat vele rake observaties en denklijnen. Zo wijst hij terecht op de kloof tussen winnaars en verliezers in ‘een samenleving waarin ieder voor zich moet concurreren, presteren en slagen.’ De verliezers zitten met een enorme frustratie en een laag zelfrespect. Nationalisme is een ‘eenvoudige manier om dit gevoel van vernedering om te zetten in trots’, omdat het immers niet afhankelijk is van iemands eigen prestaties. We hebben dus te maken met een ‘bijproduct van de diploma-demokratie’ (term van Mark Bovens). Een blijvertje, als dat waar is, en geen verschijnsel dat vanzelf wel overwaait.

Het volk bestaat niet
Een andere vaststelling waar Pels groot gelijk mee heeft is dat de zogenoemde volkswil door de ‘handige marketinginspanning’ van de populisten wordt gecreëerd en vormgegeven. Door het onbehagen – dat er wel degelijk is, overigens – te benoemen en uit te vergroten en te exploiteren voor zijn eigen politieke doeleinden, produceert de populist uit bepaalde geluiden en opvattingen een wil van ‘het volk’. ‘Het volk van de populisten bestaat dus niet zonder de populisten zelf.’ In die zin klopt de titel van Pels’ boek volkomen. Het volk bestaat alleen omdat een zelfbenoemde woordvoerder zegt dat het er is.

Wisselwerkingdemokratie
Ik zal hier niet het hele boek parafraseren, al is de verleiding groot. (Hieronder geef ik een paar hyperlinks naar recensies voor wie meer wil weten alvorens het boek zelf te gaan lezen. Maar dat moet je gewoon doen eigenlijk. Laat je niet afschrikken door Vullings lelijke woorden aan het begin van zijn recensie. Je wordt er vast wijzer van. Of het zet je althans aan het denken.)
De kern van Pels’ betoog begint bij een sublieme observatie van Machiavelli: je moet een vorst zijn om de aard van het volk helemaal te begrijpen en je moet een gewoon burger zijn om de natuur van vorsten volledig te snappen. Of, abstracter gezegd: alle politiek is standpuntgebonden. Daarom is er wisselwerking nodig in de politiek en daarom is er ook een wisselwerkingdemokratie nodig. Het volk heeft een politieke elite nodig om de boel te leiden. En die politieke elite heeft de correctie van het populisme nodig om binding te houden met het volk en om te voorkomen dat ‘zij verandert in een regentesk establishment’. Kort door de bocht samengevat is dit het argument waarmee Pels zijn oplossing onderbouwt: meer directe invloed van ‘het volk’ als correctie op de politieke elite die anders te veel zijn eigen gang gaat.
(Tussen twee haakjes: het volk bestaat dus – ook in het denken van Pels, al noemt hij het niet zo – wel als ‘gewone burgers die niet tot de politieke elite behoren’.)

Media en personen
ik hoef er waarschijnlijk niet zo veel woorden als Pels gebruikt aan te wijden, om duidelijk te maken dat een voldoende wisselwerking in de demokratie des te noodzakelijker is in het mediatijdperk en – daarmee samenhangend – een personendemokratie. Net als populisten een volk creëren dat er in werkelijkheid niet in die vorm is (niet iedereen vindt precies hetzelfde als de denkbeeldige Henk & Ingrid), zo scheppen de media een schijnrealiteit, terwijl ze suggereren ‘alleen maar’ te registreren (maar zonder de vraag van de journalist zou de politicus – denk aan Pim Fortuin – zijn uitspraak nooit hebben gedaan).

Utopie
Pels is dus in feite optimistisch over de rol van het populisme in de samenleving. Hij ziet kans ‘de rauwheid van de tegenstem’ te benutten ten gunste van een beter functionerende demokratie. Aldus schildert hij een ‘voldragen wisselwerkingdemokratie’ waarin een zelfbewuste elite met een vrijzinnige houding die zichzelf durft te relativeren, populisten tegenover zich vindt die een ‘anarchistisch en anti-establishment sentiment’ uitdragen en waarin een anti-elitair ‘nee’ in een referendum een legitieme plaats heeft in het politieke bestel.

Het is te mooi om waar te zijn. Hier bedenkt de socioloog een utopie. Ik wou dat het waar was.

Misschien ben ik te pessimistisch, maar ik moet steeds denken aan de theorie van de cyclus van regeringsvormen die in de klassieke oudheid is geconstrueerd en waarin de demokratie uiteindelijk uitmondt in een dictatuur. De geschiedschrijver Polybius (tweede eeuw voor onze jaartelling) muntte er de term anakyklosis voor, lastig te vertalen, maar het is iets als een ‘regressieve kringloop’, een ‘negatieve spiraal’ of (te) simpel gezegd ‘terug naar af’. In het kort komt het idee hierop neer dat elke ideaaltypische staatsvorm, de monarchie, de aristokratie en de demokratie, uiteindelijk altijd zal ontaarden in een negatieve variant ervan. De alleenheerser wordt op den duur tyranniek, de elite regentesk en de brave burgers ontaarden in een verwende massa die als ze haar zin niet krijgt agressief wordt. Het eind van het liedje is dat er een leider opstaat die het volk in goede banen leidt en zich allengs ontpopt tot een alleenheerser, terug bij af.
We vinden dit idee in rudimentaire vorm ook bij Herodotos (vijfde eeuw voor onze jaartelling) waar een discussie over de beste regeringsvorm wordt afgerond met de conclusie dat de monarchie de andere vormen overtreft. Een argument daarvoor is dat in een demokratie om de criminaliteit die nu eenmaal ontstaat te bestrijden, uiteindelijk ook een sterke man als enige oplossing wordt gezien.

Natuurwet?
Het is niet moeilijk om de parallellen te zien met de ontwikkelingen die leidden tot de komst van een Napoleon, een Hitler of recenter een Berlusconi en bij ons Geert Wilders. Maar zijn zulke ontwikkelingen onontkoombaar? Polybius spreekt van een ‘normale kringloop van constitutionele omwentelingen en de wijze waarop regeringsvormen nu eenmaal van nature veranderen en terugkeren tot hun oorspronkelijke stadium’.
Aristoteles (vierde eeuw voor onze jaartelling) daarentegen heeft meer oog voor specifieke omstandigheden van de ene of de andere staat. Het is in zijn ogen geen automatisme dat het ene regime ontaardt in het andere. Dat laat ruimte voor oplossingen zoals Dick Pels die bepleit.

Hoop
En zowel Polybius als in zijn kielzog Cicero (eerste eeuw voor onze jaartelling) ziet heil in een ‘gemengde constitutie’ waarin monarchale, aristokratische en demokratische elementen elkaar in balans houden. Hun bewijs is de Romeinse republiek. Onze parlementaire demokratie heeft daar veel van weg: een Koning, een elite in het parlement en verkiezingen waarin het volk zijn voorkeur uitspreekt. Dat aan deze constitutie het een en ander te verbeteren valt is duidelijk. Of de suggesties die Pels aandraagt het afglijden naar de dictatuur van de grote bek kunnen voorkomen, valt te bezien.

Deze zomer hebben Koen van Bremen, Albert jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter de website http://publiekewaarden.nl gelanceerd. Kruiter schreef al in 2009: ‘De crisis is niet economisch maar democratisch van aard.’ Ik kijk uit naar de resultaten die hun aanpak van het actie-onderzoek opbrengt. Dat levert vast stof op voor een volgende column.

 

Bronnen:

Dick Pels, Het volk bestaat niet. De Bezige Bij, ISBN 9789023453918. http://www.debezigebij.nl/web/Boek-5/9789023453918_Het-volk-bestaat-niet.htm

Recensies van Het volk bestaat niet:
• Vrij Nederland (Jeroen Vullings): http://www.vn.nl/boeken/non-fictie/het-volk-bestaat-niet-leiderschap-en-populisme-in-de-mediademocratie-dick-pels/
• de Volkskrant (Hans Wansink): http://www.volkskrant.nl/wca_item/boeken_detail/453/178086/Het-volk-bestaat-niet.html
• GroenLinks Magazine, mei 2011, pagina 20 (Simon Otjes): http://magazine.groenlinks.nl/node/67471.
Ook bereikbaar via het artikel ‘Vloeken in de linkse kerk: populisme nodig’: http://magazine.groenlinks.nl/personendemocratie

De cyclus der staatsvormen
ik ben grote dank verschuldigd aan mijn voormalige collega-docent klassieken Ludwich Verberne die mij geweldig heeft geholpen door de bronnen van het denken over staatsvormen in de oudheid op een rijtje te zetten, waar ik het anders had moeten doen met wat van mijn lectuur in de lang geleden tijd in mijn gebrekkige geheugen was blijven hangen. Van het gedegen overzicht dat hij mij stuurde noem ik voor de geïnteresseerde leek hier alleen:

• Herodotus, Historiën 3.80-83
• Aristoteles, Politiek, 3.6-8 en 5.8-9
• Polybius, Wereldgeschiedenis 6.3-6.9
• Cicero, De staat 1.14-70

Polybius’ tekst is in Engelse vertaling op internet te vinden via de klassieke bronnenverzameling Perseus. Er is een Nederlandse vertaling met de titel Wereldgeschiedenis 264-145 v.Chr., van de hand van Wolther Kassies, Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep 2007

Voor meer informatie over de genoemde schrijvers en vertalingen van hun werk, zie Oudheid.nl onder Literatuur.


maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


donderdag, 1 september 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Spagaat

In politiek, afghanistan, agema, bezuinigingen, cda, christenunie, coalitie, d66, de jager, en meer.

Nu het reces ten einde is, komt Prinsjesdag met rasse schreden dichterbij. En met Prinsjesdag de grove bezuinigingen die ons kabinet al een jaar aan het uitstellen is. En daarmee komt de volgende spagaat van het VVD/CDA/PVV kabinet in zicht.

Ik zeg de volgende spagaat, omdat Mark Rutte en Jan Kees de Jager inmiddels al een pijnlijke liesbreuk moeten hebben opgelopen van de eerste. Het hele debat over de eurocrisis van Europa zou lachwekkend zijn, als het onderwerp niet zo belangrijk was. Pro-Europees beleid wordt verkondigd als ware ons kabinet fel anti, om Geert Wilders met zijn eurohatende Henk en Ingrid de wind uit de zeilen te nemen. Met dank aan de weldenkende oppositie kan het kabinet gezond beleid uitvoeren, zij het op een nogal paradoxale toon.

De wrange grap is dat dit geluid zich waarschijnlijk de komende maanden door zal zetten wanneer de bezuinigingen behandeld worden. Mark Rutte die hele subsidiepotten en zorgregelingen omkeert en leegschudt, terwijl hij luidkeels roept dat Jan-met-de-pet er toch echt niet op achteruit mag gaan! De PVV wordt gevreesd, die heeft tenslotte een stekkertje gekregen bij de vorming van dit kabinet. En dankzij dat stekkertje en de simpele wil om tot het meest ‘rechtse’ kabinet te komen, in plaats van het meest verstandige kabinet, zit Nederland nu met beleid dat met veel lawaai versuikerd moet worden.

PVV runner-up Fleur Agema heeft de eerste duit al in het zakje gedaan. Hoewel Haagse mores voorschrijven dat er over de begroting tot Prinsjesdag niet gesproken wordt, heeft ze al voor het einde van het reces wereldkundig gemaakt dat de zorgbudgetten niet gehalveerd worden, maar – lekker links – inkomensafhankelijk gemaakt. De PVV moet immers ook om haar kiezers denken, en de overboord gegooide verkiezingbeloftes stapelen zich langzaam op. Zou Fleur voor deze ‘slip of the tongue’ normaliter stevig op haar flikker krijgen, ook deze keer zal Rutte het door de vingers zien. En als Geert Wilders tijdens het debat rond de derde dinsdag van september weer flink tekeer gaat, wordt ook dat weer weggelachen.

De veerkracht van de coalitie is te prijzen. Maar de spagaat die VVD, CDA en ook PVV al maanden volhouden om elkaar niet af te vallen, zal zo langzaamaan toch beginnen te schuren. De verschillen in ideologie op essentiële vlakken (Europa, bezuinigingen, Kunduz) worden steeds duidelijker en schrijnender. En hoe duidelijker dat wordt, hoe meer de eigen geloofwaardigheid van het kabinet in het gedrang komt. De spagaat gaat vanzelf zeer doen, als de lenigheid begint te haperen. En tja, wat niet rekt, dat scheurt.


zaterdag, 27 augustus 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Geert Wilders werd uitgejoeld door leerlingen basisschool.

In politiek, wilders, actie, basisschool, binnenstad, de kinderen, geert wilders, gevangenis, jongeren, en meer.
Geert Wilders werd uitgejoeld door leerlingen basisschool.

Op 24 augustus is Geert Wilders uitgejoeld door tientallen kinderen van een basisschool in de wijk Binnenstad – Oost in Helmond toen hij bij het uitgaan van de school een naastgelegen buurthuis verliet. De reden van dit uitjoelen stond niet in de krant, maar Geert Wilders zal ‘m wellicht wel kennen. Het lijkt er sterk op dat de kinderen spontaan hun actie voerden. En blijkbaar hebben zij goed aangevoeld waarom ze dit deden. Zo gemakkelijk en snel zijn kinderen nu ook weer niet manipuleerbaar. Wilders reageerde laconiek op het boegeroep, maar hopelijk zet het hem toch even aan het denken.

Hij was op bezoek in Helmond om te praten met bewoners en hulpverleners over overlast door “Marokkaans tuig dat zich schuldig maakt aan bedreigingen, vandalisme, scheldpartijen en seksuele intimidatie” (citaat Wilders). Wilders wil dat de politie de harde kern overlastgevers voortvarend aanpakt en in de gevangenis zet. Maar ook verwacht hij een rol van de ouders van die Marokkaanse jongeren.
Op een of andere manier stemmen me deze standpunten van Geert Wilders tot tevredenheid. Het is stevige taal, maar eigenlijk onderscheidt hij zich hier niet meer mee van andere politieke partijen. Nagenoeg de hele politiek wil dat wat Wilders nu verkondigd. Hij maakt nu ook het noodzakelijke onderscheid tussen “de islam” en feitelijke problemen. Als Geert Wilders begint te nuanceren, dan is hij op de goede weg terug.

maandag, 15 augustus 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Fatsoenlijke mensen

In politiek, anders breivik, balkenende, blanksma, braakhuis, cda, christenunie, coalitie, cohen, en meer.

De oppositie lijkt Mark Rutte toch een beetje zat te worden. Hoewel een ieder het er nog steeds over eens zal zijn dat hij over beduidend meer flair en soepelheid beschikt dan zijn voorganger, begint die charmante nonchalance wat aan kracht in te boeten. Misschien is de zomer van de enorme eurocrisis en het drama in Noorwegen ook niet de uitgelezen tijd om de gul glimlachende premier uit te hangen. ‘Om ons heen woedt een brand, maar we zien alleen een premier die zich vermaakt op festival Dance Valley’, aldus Bruno Braakhuis van GroenLinks. Dat Mark Rutte zich een miljard of vijftig vergist had bij het presenteren van de crisismaatregelen, heeft zijn populariteit vast ook niet geholpen…

D66 en PvdA verwijten Rutte vooral zijn ónzichtbaarheid. Zij verwachten Rutte en minister van Financiën Jan Kees de Jager deze week bij een debat te zien, gesteund door PVV, GroenLinks, ChristenUnie en SP. In dit debat zal niet alleen de crisis met al zijn consequenties en oplossingen voorbij komen, maar zal wellicht ook het leiderschap van Mark Rutte ter discussie gesteld worden. Want waarom heeft hij in de afgelopen weken niet gereageerd in de media? Had hij, als premier, het volk niet gerust moeten stellen, of op zijn minst uitleg moeten geven over de gevolgen van het hele verhaal? En had hij zich niet moeten mengen in het debat rond Anders Breivik? En hoe zit dat met die uitgestoken hand, die maar niet echt wil komen?

Dat Mark Rutte als premier aangevallen wordt, is natuurlijk prima. Elke premier wordt door de oppositie aangepakt. Zeker als die oppositie het gevoel heeft enkel geraadpleegd te worden als het de premier uitkomt. Een verschil in dit geval is wel, dat ook gedoogpartij PVV weinig vrolijk wordt van Mark Rutte, zodra het de Europese schuldencrisis betreft. Zijn de pro-Europese D66, GroenLinks en PvdA nog te porren voor steun aan de Grieken vanuit hun fatsoen, Geert Wilders toetert er vrolijk op los. “Geen cent naar dat corrupte land, we zien het nooit meer terug!” Het Limburgse accent en de verbeten, venijnige toon  moet u er zelf maar even bij denken.

Al met al staat Rutte dus een lastig debat te wachten. Hoewel de oppositie tot nu toe weinig van de grond krijgt, omdat Geert Wilders ondanks zijn giftige uitspraken een motie van wantrouwen niet zal steunen, begint de toon langzaam wat grimmiger te worden. De oppositiepartijen kunnen een keer ‘de telefoon niet opnemen’, zoals Alexander Pechtold van D66 het al verwoordde in een recent debat over de eurocrisis. En Mark Rutte kan niet eeuwig blijven weglachen dat zijn verhouding met de gedogende PVV af en toe wel erg wonderlijk is. Zijn excuus dat de minderheidsconstructie nu eenmaal betekent dat Geert Wilders alles maar kan roepen, zonder af te geven op het kabinet, begint een beetje te vervelen. Wat dat betreft zou het mij niet verbazen als de Noorse schutter nog even langs komt in het debat.

Het blijft wel de vraag hoe serieus de fatsoenlijke mensen van de oppositie zijn met hun dreigement. Misschien kunnen ze nog wat leren van de PVV. Want zolang het bij woorden blijft, en de oppositie vanuit landsbelang het kabinet aan een meerderheid blijft helpen wanneer de PVV afhaakt, zit dit kabinet er nog wel even. Geert Wilders heeft zijn positie immers ook niet gekregen door zich zo fatsoenlijk op te stellen…


donderdag, 28 juli 2011

“Wilders handlanger van Anders Breivik”

In algemeen, politiek, links, midden, noorwegen, rechtdoorzee, rechts, angst, cultuur, en meer.

Geert Wilders gedraagt zich als ’politieke handlanger’ van Anders B., de christenextremist die vorige week tientallen sociaal-democratische jongeren vermoordde.De uitlatingen van de politicus draagt bij „aan een klimaat van haat en geweld tegen moslims en linkse partijen”, aldus bronnen. „De PVV heeft blijkbaar niks geleerd van de moord op Pim Fortuyn”.

Men denkt dat dit ’demoniseren en verketteren’ komt omdat de angst voor het succes van moslims en de linkse partijen groot is. „Als er ooit wat gewelddadigs gebeurt tegen moslims of linkse partijen en haar aanhangers, dan weet iedereen vanaf nu dat Wilders aan een klimaat heeft bijgedragen waarin dat voor sommige gekken gerechtvaardigd leek, mede op grond van hun demoniserende opmerkingen.”

Te makkelijk en flauw? Zeker. Maar het mag toch wel ironisch genoemd worden dat dit grotendeels de woorden van Geert Wilders zijn. Maar wat schieten we hiermee op? Weinig.

Ondertussen is het debat over de kracht van woorden vervallen tot de zoveelste links-rechtsdiscussie. Op links een soort revanche voor “de kogel kwam van links”, op rechts claims dat Beivik was geïslamiseerd en dat links door al die moslims maar toe te laten eigenlijk de schuldige is. Zucht. Vanuit de loopgraven wordt enthousiast heeen weer geschoten, en wie het genuanceerde midden opzoekt raakt verzeild in een spervuur van meningen van beide kanten. Het bovenstaande stukje laat alleen maar zien dat niemand beter is dan de ander.

Woorden doen ertoe. Wie de tegenstander een “minderwaardig mens” noemt, of een cultuur “achterlijk”, ontneemt de tegenstander zijn waardigheid en maakt het daarmee makkelijker om net een stapje verder te gaan. Daarnaast zorgt zo’n stellingname ervoor dat op je woorden terugkomen haast niet mogelijk is. Wie de PvdA als “shariasocialisten” neerzet kan daarna moeilijk oprecht overkomen als er een hele groep overhoop geschoten wordt. Wie het heeft over “massa-immigratie” kan, zelfs met de feitelijke cijfers bij de hand (nauwelijks immigratie) zijn ongelijk niet meer toegeven. Beide kanten raken gevangen in hun eigen gelijk.

Los van de invloed op dwazen met wapenvergunningen, het levert ook minder bloedige praktische problemen op. In de USA botsen de Democraten en Republikeinen keihard over het voor de 102e keer verhogen van het schuldenplafond. De angst voor de paar extreme, compromisloze kiezers is groter dan de angst voor het ineenstorten van de Amerikaanse, en daarmee de wereldeconomie.

Wat we nu nodig hebben zijn politici die over de fantasiegrens tussen links en rechts kunnen stappen, terug de realiteit in. Die keuzes durven maken in het algemeen belang – gefundeerd op de eigen ideologie, maar met handreikingen naar de ander. Geen dictatuur van de meerderheid maar de democratie van het hele volk. Ongetwijfeld zijn er genoeg kiezers die het links vs rechts geneuzel zat zijn. Het gaat er immers niet om waar de kogel vandaan kwam, het gaat erom dat er een kogel is en dus een probleem om op te lossen.

dinsdag, 26 juli 2011

Theo Brand

Theo Brand

Wijsheid en liefde kunnen niet regeren met haat als hun gedoogpartner

In gerechtigheid, politiek, cda, coalitie, islam, piet hein donner, populisme, rechtsstaat, religie, en meer.

Ook na de massamoord in Noorwegen neemt Geert Wilders geen afstand van haatzaaien en het demoniseren van de Islam. Alle eerdere uitspraken laat hij overeind staan. Ook die over het deporteren van miljoenen moslims uit Europa. Afstand nemen van Breiviks monsterlijke daden, zoals Wilders doet, is prima maar ligt wel erg voor de hand. Nederland zou anders domweg over Wilders heen vallen. En dat zou de bijl aan de wortel van de PVV zijn. Er is echt méér nodig dan zo’n rituele dans.

Uitsluitend afstand nemen komt voort uit politiek lijfsbehoud en ervaar ik als volstrekt ontoereikend omdat de rechts-radicale terrorist zich mede door Wilders en zijn ideeën liet inspireren om meer dan tachtig mensen – overwegend jonge socialisten – koelbloedig te vermoorden. 

Is Geert Wilders medeplichtig aan de afgrijselijke daad van Breivik? Nee, dat gaat me te ver en is feitelijk onjuist. Is hij medeverantwoordelijk voor het maatschappelijke klimaat waarin gewelddadig extremisme in Europa een grotere voedingsbodem krijgt? Ja, het feit dat Breivik Wilders uitgebreid benoemt en citeert laat hierover geen twijfel bestaan.

Ontken ik met deze stelling het bestaansrecht van de PVV?  Nee. Anderhalf miljoen kiezers hebben op deze extreem-rechtse politieke partij gestemd. Maar de gebeurtenissen in Noorwegen zouden Wilders – als onderdeel van de politieke elite en als lid van ons nationale parlement – tot inkeer en reflectie moeten brengen.

Haatzaaien en demoniseren zijn niet onschuldig. Het zou Wilders sieren als hij over zijn eigen schaduw heen springt en dat toegeeft. De PVV kan zich dan ontwikkelen tot een rechts-nationalistische partij zoals de Vooruitgangspartij in Noorwegen. Deze partij heeft zeer rechtse standpunten maar zich nooit verlaagd tot het kwalijke niveau van de PVV. Juist dit zou daarom het moment voor Wilders moeten zijn om door de zure appel heen te bijten. Hij zou moeten terugkeren naar de tijd dat hij zich afsplitste van de VVD: uiterst rechts maar binnen de grenzen en de vertrouwde moraal van onze liberale democratie. Maar ja, een diepe knieval past niet bij zijn onverschrokken imago en electoraal succesvolle pose.    

Door geen afstand te nemen van eerdere uitspraken blijft ‘haat’ het centrale thema en ‘angst’ de electorale motor. En zelfkritiek de grote blinde vlek. Hoe kunnen het CDA en de VVD zichzelf nog langer in het zadel houden door een man zonder reflectievermogen?

Zeker iemand als de jurist Piet Hein Donner zou - beter laat dan nooit – in deze nieuwe fase moeten beseffen dat de weg met de PVV nu echt doodloopt. Jarenlang genoot deze gezagsdrager veel aanzien van links tot rechts, maar die tijd lijkt nu definitief voorbij te gaan. Wordt dus wakker, klassieke christen-democraat. Want van Maxime en de VVD hoeven we dat inzicht waarschijnlijk niet als eerste te verwachten. Wijsheid en liefde kunnen niet regeren met haat als hun gedoogpartner. Lees de Psalmen van David er maar op na, meneer Donner.


maandag, 25 juli 2011

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

De Angst voor Paars

In politiek, achterban, angst, aow, arbeidsmarkt, belasting, bezuinigingen, cda, christendemocratie, en meer.

Na een korte onderbreking om de plannen van de Jager voor Griekenland te bespreken, is het zomerreces van de Tweede Kamer nu dan toch echt van start gegaan. En naast tijd voor vakantie en werkbezoeken, is het dan blijkbaar ook tijd om (anoniem) het afgelopen politieke jaar eens te bekijken. Want waar de deelnemers aan de formatie van Paars Plus maanden hun kaken stijf op elkaar hielden, kwam NRC afgelopen weekend met een uitgebreid relaas over deze formatie en het mislukken daarvan.

En wat blijkt? Mark Rutte heeft gejokt. De onderhandelingen liepen volgens hem vast op de hervorming van het ontslagrecht en de WW, waarover de PvdA niet wilde praten, aldus zijn verklaring daags nadat de stekker uit de formatie was getrokken.  Nu blijkt echter, dat de PvdA hier best over wilde praten. Ook de starre houding van de VVD ten opzichte van de hoogte van de bezuinigingen heeft de drie andere partijen niet op de kast gekregen. Hoewel D66 en GroenLinks beduidend enthousiaster waren dan de onderhandelaars van de PvdA, blijken de onderhandelaars en financieel specialisten van de vier Paarse partijen al een heel eind te zijn gekomen in een maand onderhandelingstijd.

Sterker nog, als we NRC mogen geloven, had het viertal ambitieuze plannen, waaronder een aantal liberale pareltjes als verruiming van de euthanasiewetgeving, een verbod op het weigeren van homohuwelijken en zondags winkelen. Maar ook werd er gesproken over een boerkaverbod, een grootscheepse herziening van het belastingstelsel en een ministersploeg van slechts acht ministers, die tezamen op het ministerie van Algemene Zaken zitting zouden krijgen. En ook voor de hervorming van het ontslagrecht en de WW waren de financieel specialisten een prachtig voorstel aan het uitwerken.

Al met al kunnen we heus stellen dat de vier partijen op financieel vlak nog best wat hadden  te onderhandelen. Echter, op sociaal-cultureel vlak vonden ze elkaar heel snel. Sterker nog, de plannen die in één luttele maand op papier zijn gezet, waren ontzettend ambitieus. En plannen met kunstbezuinigingen, terughoudendheid met arbeidsmarkthervormingen of SGP-pleasende maatregelen rond abortus of zondagsrust kwamen in deze plannen zeker niet voor.

Bovendien blijkt nu, volgens anonieme VVD’ers, dat de buigzaamheid van Geert Wilders erg tegenviel. Geen verhoging van de AOW-leeftijd, geen verregaande hervormingen in de zorg, geen bezuinigingen zonder lastenverzwaringen. Allemaal zaken die in de Paarse variant wel aanwezig waren… Maar ja, wel een rechts kabinet. Want dat is natuurlijk waar de Paarse onderhandelingen op stuk zijn gelopen. Angst voor een rechtse oppositie van PVV en CDA.

En dat is jammer. Na jaren christelijke, betuttelende kabinetten te hebben gehad, was Nederland wat mij betreft wel weer toe aan een wat liberaler en meer technocratisch bewind. Maar Mark Rutte en zijn VVD zijn gezwicht voor de boze achterban en de angstaanjagende peilingen van Maurice de Hond. Terwijl met een beetje dapperheid meer van hun verkiezingsprogramma terecht was gekomen, dan nu het geval is. Laten we hopen dat de volgende verkiezingen wat politieke moed met zich meebrengen.


Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Motivatie bomaanslag en moordpartij ligt deels bij boodschap Wilders.

In politiek, wilders, film, geert wilders, islam, jongeren, kritiek, mening, mensen, en meer.
Anders Brehring Breivik pleegt op vrijdag 22 juli 2011 een bomaanslag op het regeringskwartier in Oslo met 8 doden tot gevolg. En hij doodt daarna 68 jongeren die deelnamen aan een zomerkamp op het eiland Utøya. Afschuwelijk daden, gepleegd door iemand die in zijn extremisme geen grenzen kende. Hoewel niemand zo’n daden voor mogelijk houdt, zijn er blijkbaar wel van deze maniakale mensen. En hoewel Breiviks daden weer uitzonderlijk zijn binnen deze categorie uitzonderingen, heeft hij ze wel met voorbedachten rade uitgevoerd.

Volgens de berichten hield Breivik de sociaaldemocratische partij van Noorwegen verantwoordelijk voor de islamisering van de samenleving en de immigratiepolitiek die in zijn ogen niet streng genoeg was. Breivik heeft zijn mening deels gevormd door de uitlatingen van Geert Wilders. Wilders voert een woordelijke kruistocht tegen de islam en de islamisering van onze samenleving. Als Geert Wilders reageert dat hij afstand neemt van “alles waar die man voor staat en heeft gedaan”, dan geldt dat ongetwijfeld voor zijn daden. Echter, Wilders en Breivik bekritiseren op vergelijkbare wijze de multiculturele samenleving.

Hoewel Wilders keer op keer aangeeft tegen geweld te zijn, roept dergelijke kritiek op de islam wel extreme reacties op. Denk daarbij ook aan de protesten in islamitische landen tegen de cartoons van onder andere Kurt Westergaard in de Deense krant Jyllands Posten in 2005 en de film Fitna, met brandstichtingen, geweld en doden tot gevolg. Maar ook dat Wilders bedreigd wordt waardoor hij al jarenlang politiebewaking krijgt. Deze consequenties aanvaardt Wilders. Voor een deel sterken deze reacties zelfs zijn mening over de islam. Maar moet je dergelijke reacties wel accepteren, mede in het besef dat je ze wel uitlokt? Breivik heeft die grenzen wel ruimschoots overtreden.

Had Geert Wilders de reikwijdte van zijn uitlatingen zelf beter moeten inschatten? Dat is achteraf praten. Dat iemand zijn denkbeelden zou gebruiken als reden voor dit excessieve geweld, kan Wilders niet hebben vermoed. Maar Wilders heeft wel vaak het verwijt gekregen van haat zaaien. (Zijn vertrouwelinge Laurence Stassen noemde in mei jl. een moskee een haatpaleis.)
Ondanks dat de vrijheid van meningsuiting belangrijker wordt geacht voor een veroordeling, moet deze afschuwelijke gebeurtenis Wilders toch aan het denken zetten? Wellicht dat hij vanuit zijn voorbeeldfunctie in de toekomst meer genuanceerde uitspraken doet met meer respect voor zijn opponenten?

Theo Brand

Theo Brand

Bevoordeling gelovige is taaie seculiere mythe

In gerechtigheid, politiek, religie, rechtsstaat, spiritualiteit, tolerantie, weigerambtenaren, best, bezuinigingen, en meer.

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn vinden het een misstand dat gelovigen in Nederland worden voorgetrokken boven mensen met een andere levensbeschouwing (de Volkskrant, 20 juli). Maar hoe sterk zijn hun argumenten? En zoeken zij geen spijkers op laag water om hun secularistische punt te maken?

Kleinpaste en Duyvestijn vinden dat de wet op de smalende godslastering moet worden afgeschaft, ook al is dat inmiddels een slapend wetsartikel. Prima, maar hoe worden gelovigen in de praktijk nu bevoordeeld door een dode letter? 

Ook stellen ze dat de vrijheid van meningsuiting even belangrijk moet worden als de vrijheid van godsdienst door artikel 6 van de Grondwet niet langer apart te laten staan. Maar de vrijheid van meningsuiting is in de praktijk al minstens zo belangrijk als de vrijheid van godsdienst. Denk aan de recente vrijspraak van Geert Wilders.

Verder moet de vrijheid van onderwijs worden opgedoekt. ‘Op school leer je rekenen, taal en omgaan met andere kinderen (…). Godsdienstlessen zijn nuttig, zolang alle religies met dezelfde belangstelling aan leerlingen wordt aangereikt,’ zo schrijven de auteurs. Maar onderwijs heeft ook een levensbeschouwelijke, ethische en spirituele component. Wat leer je kinderen bijvoorbeeld over de natuur, over hun eigen spirituele ontwikkeling en over de derde wereld? En in welke mate doe je dat? Daarover bestaan geen eenduidige richtlijnen die de overheid zomaar kan opleggen, wel bestaan er kaders en grenzen. Daarom hebben ouders het recht om zelf te bepalen wat voor soort onderwijs zij hun kinderen willen laten geven, los van de vraag of dit godsdienstig geïnspireerd is of niet.

Belastingvoordelen die wel voor godshuizen gelden maar niet voor carnavalsverenigingen: die zijn Kleinpaste en Duyvestijn een doorn in het oog. Maar de auteurs gaan er aan voorbij dat levensbeschouwing wat anders is dan een volksfeest. Kerkgenootschappen kun je niet vergelijken met carnaval, wel met het Humanistisch Verbond. Kerkleden hebben geen belastingvoordelen boven leden van andere levensbeschouwelijke organisaties.

Tenslotte moeten de zogeheten weigerambtenaren het ontgelden. Maar voor hen is er nooit een overgangsregeling geweest. Dat had best gemogen omdat wereldwijd en historisch gezien de openstelling van het huwelijksregister voor homoseksuelen geen vanzelfsprekendheid is. Als zo’n regeling er bijvoorbeeld gedurende tien jaar zou zijn geweest – met nadrukkelijk de garantie dat er in elke gemeente door homo’s getrouwd kon worden – dan zou in 2011 de laatste weigerambtenaar van het toneel verdwenen zijn. Maar secularistische scherpslijperij heeft zo’n overgangsregeling in de weg gestaan.

Twee fundamentele opmerkingen tot slot. Ten eerste dat de meeste gelovigen in Nederland niet homofoob of fundamentalistisch zijn. Met hun betoog suggereren de auteurs een clichématig beeld dat religie per definitie conservatief is en geen motor van humaniteit en vernieuwing zou kunnen zijn. Ten tweede verbaas ik me dat de auteurs zich over deze sterk symbolische kwesties druk maken terwijl een keihard regeringsbeleid mensen die in een kwetsbare positie verkeren alle kansen uit handen slaat. Denk aan de bezuinigingen op Wajong, PGB en in de GGZ. Als iets godgeklaagd is, dan is dat het toch wel? Over welke kwesties maken we ons druk en door welke misstanden worden we nu echt in beweging gezet?

Dit artikel is op 25 juli gepubliceerd in de Volkskrant.


dinsdag, 28 juni 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Vrijspraak Geert Wilders is grensverleggend.

In politiek, wilders, debat, geert wilders, holocaust, islam, mensen, nieuws, politici, en meer.
In het verleden heb ik een paar keer geschreven over het proces van Wilders. Van mij had hij veroordeeld mogen worden. De Rechtbank van Amsterdam heeft op 23 juni anders besloten. Een grensverleggend vonnis dat (gelukkig) wel weer grenzen stelt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beter was om Wilders vrij te spreken dan hem te straffen voor een aantal van zijn uitingen. In het vonnis wordt goed uitgelegd wat de (nieuwe) grenzen zijn van de vrijheid van meningsuiting. Maar bij de interpretatie hebben de rechters zich soms toch wel in bochten moeten wringen.

Volgens de rechters is Wilders soms “grof” geweest, “denigrerend” en “opruiend”, maar dat vinden ze niet genoeg voor het strafbare “beledigen” of “haat zaaien”. Dat lijkt op woordenboekjuristerij maar de rechtbank heeft een en ander wel beargumenteerd. Wilders heeft in het debat nieuwe grenzen opgezocht, waarbij hij soms verwees naar andere voorbeelden. De rechters zijn daarin meegegaan. Maar de vrijspraak was zeker niet vanzelfsprekend.
Van sommige uitspraken stel de rechtbank dat ze op de grens van het strafrechtelijk toelaatbare waren, maar dat de context van het debat of betreffende artikel leidde tot niet-bestraffen. Hier stellen de rechters een nieuwe grens. Het was vanwege een arrest van de Hoge Raad al bekend dat er een (mijns inziens nogal knullig) onderscheid wordt gemaakt tussen het niet kunnen beledigen van een godsdienst en het wel strafbaar kunnen zijn van het beledigen van de betreffende gelovigen. Beledigen van de islam is niet strafbaar, beledigen van moslims kan dat wel zijn. Al wordt de reikwijdte daarvan in de parlementaire behandeling van de wet beperkt.

Toch constateert de rechtbank dat nogal wat uitspraken tegen mensen zijn gericht en niet alleen tegen de godsdienst. Dat sommige uitspraken aan het adres van moslims toch niet strafbaar werden gesteld, heeft Wilders ook te danken aan de toevalligheid dat hij tegelijkertijd ook stelde dat hij niets heeft tegen moslims. Soms nuanceert Wilders zijn opmerkingen door zich ook in positieve zin te uiten over moslims en dat het voor de grote groep voordelen heeft als kwaadwillenden worden aangepakt. Maar daarin onderscheidt hij zich niet van andere politici en die nuancering behoort niet tot de beeldvorming die Wilders over zich afroept.
De rechtbank stelt dat het niet om mensen gaat, maar om hun ideeën en gedrag. Wilders heeft voorgesteld moslims die zich niet aanpassen het land uit te zetten. De rechtbank acht dit discriminerend, maar ook weer niet omdat Wilders er niet álle moslims mee treft. Ik vind dat goedpraten op basis van een flinterdunne redenering: moslims zijn een dreiging … waartegen we ons verdedigen moeten, maar ik heb verder niets tegen je.

Ook het wijzen op zijn status als politicus is grensverleggend. In feite is de onschendbaarheid in het debat van politici verlegd van de raads- en statenzaal of Tweede Kamer naar het gehele publieke debat. Wilders mag zijn uitspraken doen als politicus. Daarmee wordt een nieuwe uitzonderingspositie gekweekt. Politici zijn volgens deze beslissing geen gewone burgers en de gelijke behandeling (artikel 1 van de Grondwet) is hiermee toch wel opgerekt. De verruwing van het politieke debat is daarmee een feit, maar gewone burgers moeten toch oppassen als ze zich op vergelijkbare wijze uiten.

Geert Wilders draaft weer een stuk verder door bij het interpreteren van de uitspraak. Dat dit een overwinning is voor de vrijheid van meningsuiting, valt niet te ontkennen. Maar het vonnis heeft vooral betrekking op politici. Zijn pleitdooi dat niemand meer met haat zaaien geconfronteerd mag worden gaat duidelijk verder dan de bedoeling van de rechters. En dat hij roept dat de betreffende artikelen uit het Wetboek van strafrecht kunnen worden geschrapt, gaat ook veel te ver. Hoe moeilijk de wet ook te interpreteren is, het ontkennen van de Holocaust en islamofobie mag niet. Het is al erg genoeg dat een politicus zich mag profileren met denigreren van bevolkingsgroepen en dus met zaaien van tweedracht in de samenleving en zich hiermee populair mag maken bij zijn eigen kiezers.

Er zijn nieuwe grenzen gesteld, ook voor Wilders. Of die blijvend zijn, zullen nieuwe toetsingen uitwijzen. Geert Wilders kan er niet zomaar een schepje bovenop doen. En dat is wel weer positief. Want politici zoals Wilders moeten vaak met iets nieuws komen, willen ze blijven aanspreken. Met de islam kan hij niet meer dan min of meer in herhaling vallen. En dat is niet goed voor zijn profilering. Een politicus die in dezelfde groef blijft ronddraaien, verliest zijn aantrekkingskracht?

Verder verwijs ik naar het vonnis van de Rechtbank van Amsterdam van 23 juni 2011 en het betreffende artikel in Dagblad De Pers van 24 juni.

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Raoul Heertje fileert vonnis Geert Wilders

Raoul Heertje legt in Jip en Janneke-taal uit wat het absurde is aan de juridische argumentatie waarmee Wilders vrijgepleit wordt van haatzaaien, aanzetten tot discriminatie en belediging op grond van etnische, culturele en godsdienstige achtergrond.

zaterdag, 18 juni 2011

Mark Berck

Mark Berck

Twitter

Geert, je weet toch dat als je kaatst je de bal terug kan verwachten!

In dagelijks nieuws, interesses, mening, politiek, bezig, euro, geert wilders, intelligentie, klikspaan, en meer.
Geert Wilders toont weer eens heel duidelijk aan dat hij alleen maar bezig is met provoceren. Niet dat dat nieuws is, maar toch. Dat Geert graag de Grieken de eurozone uit wil schoppen is bekend, en dat roeptoetert hij graag naar iedereen die maar in zijn buurt komt. Continue reading


vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

maandag, 16 mei 2011

Diederik ten Cate

Diederik ten Cate

Twitter DWARS

De Heilige Oorlog van Geert Wilders

In politiek, complot, cultuur, debat, discussie, electoraat, europe, geert wilders, geloof, en meer.

Geert Wilders is zonder twijfel de meest besproken Nederlandse politicus. Meer dan wie dan ook wordt hij bekritiseerd, een gevaar voor de samenleving genoemd en zelfs met Nazi’s vergeleken. Het verbaasd mij echter hoe weinig mensen bekend zijn met de ideologie van Geert Wilders. De discussie over Wilders richt zich met name op zijn (discriminerende) voorstellen, op het feit dat hij ‘groepen in de samenleving naast elkaar zet’  of ‘ de enige is die echt de problemen van de mensen in de oude wijken begrijpt.’ Zelden gaat het over de haast heilige oorlog die Wilders aan de islam verklaard heeft.

De kern van de ideologie van Wilders is als volgt: De islam is een gevaarlijke totalitaire ideologie die het westen wil overnemen. Dat probeert zij op twee manieren. De eerste manier waarop de islam volgens Wilders het westen wil veroveren is door oorlogvoering en met name de strijd van Israel is hier van belang. Israel is de ‘first line of defense‘  van het vrije westen en als Jerusalem valt, dan vallen ook Athene, Rome en Amsterdam.

De tweede manier is door middel van al-hijara, massa-immigratie. In lijn met de Eurabia theorie van Bat Ye’or gelooft Wilders dat er een islamitisch complot is om met zo veel mogelijk islamieten naar het westen te immigreren, hier zo veel mogelijk kinderen te baren zodat de westerse samenlevingen in meerderheid islamitisch zullen worden. Totdat de moslims hier de overheid hebben doen zij net alsof ze gematigd zijn en onze westerse waarden hebben overgenomen, maar op ieder moment kan de moslim zijn ware gezicht tonen en ons zijn sharia-wetten opleggen, dit heet taqiyya.

Wilders gelooft dat het niet alleen een radicaal-extremistische tak van de islam is die het westen over wil nemen, maar dat het inherent aan de islam is om te proberen elke niet-moslim te onderwerpen. Daarom richt zijn strijd zich niet tegen bepaalde islamitische interpretaties maar tegen iedere vorm van de islam. Wilders gelooft dat hij de aanvoerder is van het verzet tegen het islamitisch imperialisme. Hij is de man die voorop gaat in onze strijd tegen de islam, om onze Judeo-Christenlijke samenlevingen te beschermen tegen de barbaarse islamitische ideologie. Onze cultuur is volgens Wilders superieur aan de islamitische cultuur en daarom dient zij met hand en tand verdedigd te worden. De strijd die Wilders op dit moment gaande ziet tegen de islam is er daarom één die bijna sacrale proporties krijgt: het is de strijd van us against them, van goed tegen kwaad. Het is een haast heilige oorlog om onze verlichtingsidealen te verdedigen.

Onder de progressieve kring die wel op de hoogte is van de Wilders-ideologie zijn er twee geluiden die de potentie van deze ideologie relativeren. Ten eerste wordt er gezegd: extremer dan hij nu is kan Wilders niet worden, hij heeft zijn limiet bereikt. Ten tweede wordt er gezegd: De PVV geloofd niet echt in hun islam-sprookjes, het is slechts een strategie om de grootste te worden. De beste manier om de PVV te bestrijden is ze inkapselen in het systeem, dan zullen ze genoodzaakt zijn hun toon te matigen.

Wat betreft het eerste punt: ik geloof wel dat Wilders nog extremer kan worden dan hij op dit moment is. Zijn toon in Israël en in de VS is harder dan in Nederland. Zijn oorlogsmetaforen en complottheorie zijn nog niet volledig tot wasdom gekomen in het Nederlandse publieke debat. Ik geloof dat er nog ruimte is tussen dat wat Wilders zegt voor een Nederlandse camera en mogelijke uitspraken die uit zijn ideologie zijn te herleiden. De reden dat dit niet gebeurd is volgens mij dat Wilders inziet dat een sterkere oorlogsretoriek en versterking van het complotdenken meer kiezers zal afstoten dan aantrekken.

Dat de islam-angst slechts een instrument is om kiezers te winnen geloof ik echter ook niet. Ik zou graag geloven dat Wilders weet dat wat hij zegt over de islam kolder is en ik geloof zelfs dat er een (groot?) aantal PVV-Kamerleden zijn die er zo over denken. Maar ik denk dat Wilders zelf wel degelijk gelooft in zijn eigen verhaal. Waar haalt hij anders de motivatie vandaan om keer op keer de Westerse wereld rond te reizen, te waarschuwen voor het islamitische gevaar en te bouwen aan een internationale coalitie? Dat is niet met het oog op het Nederlandse electoraat.

Ik heb Wilders nog nooit zo compleet en integraal zijn ideologie uiteen horen zetten als in zijn toespraak afgelopen donderdag in Nashville, Tenessee. De gehele toespraak is hier te lezen, maar om mijn eerdere uiteenzetting te onderstrepen hierbij een aantal quotes uit Wilders’ toespraak:

I am here with a warning. I am here with a battle cry: “Wake up. Islam is at your gate.”

Islam is dangerous. Islam wants to establish a state on earth, ruled by islamic sharia law. Islam aims for the submission of all non-Muslims.

Islam is an ideology of conquest. It uses two methods to achieve this goal: the first method is the sword. The second method is immigration. This phenomenon of conquest through immigration is called al-Hijra.

Islam is spreading like wildfire everywhere in the West where political, academic, cultural and media elites lack the guts to proudly proclaim, as I believe we all should proclaim: Our Judeo-Christian Western culture is far better and far superior to the islamic culture

A moderate islam doen not exist and will never exist.

And now, Europe is beginning to look like Arabia.

What is needed, my friends, is a spirit of resistance. Why? Because resistance to evil is our moral duty.

The jihad against Israel is a jihad against all of us. If Israel falls, we, too, will feel the consequences. If Jerusalem falls, Athens, Rome, Amsterdam and Nashville will fall. Therefore, we all are Israel.

Dear friends, here is my warning. Make no mistake: Islam is also coming for America.

My friends, we will stand together.

We will stand firm.

We will not submit. Never. Not in Israel, not in Europe, not in America. Nowhere.

We will survive.

We will stop islam.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 6429 uur (267,9 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2