woensdag, 1 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Keith Richards – Life

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, keith richards, lezen, muziek, rolling stones, de wereld, en meer.

Keith Richards - LifeKeith Richards – Life

Ook weer een boek dat ik zelf nooit gekocht zou hebben, tenzij het in de opruiming lag. Maar als verjaardagscadeau daarom juist erg geschikt. Lees eens iets buiten je geijkte kader, iets nieuws. Vele lovende recensies had ik al gelezen (okay, eigenlijk gezien, scanreading is de beste term) over het openhartige boek dat Richards heeft geschreven. De gevolgen van dit boek waren voorspelbaar, ruzie nummer 418 tussen Jagger en Richards.

Volgens mij heeft Richards het boek helemaal niet zelf geschreven, James Fox wordt niet voor niets op de titelpagina genoemd. Een serie hele lange interviews lijkt mij, sommige hoofdstukken zijn overduidelijk spreektaal, geen verhaal. Daarbij komt dan dat Richards op meerdere punten een opmerking maakt in de trant van ‘hier komen we later op terug’. Irritant, want dat er chronologisch verband zit tussen dingen die in zijn leven gebeuren lijkt me wel heel voor de hand liggend. In een interview maak je dergelijke opmerkingen, volgens mij hoeven die niet op papier te verschijnen.

Er staat toch al vrij veel in over zijn jeugd. Het duurt hoofdstukken voordat we aan de Rolling Stones toe zijn, toch de reden dat de meerderheid van de fans dit boek hebben aangeschaft. Toch is al een zesde van het boek voorbij, een behoorlijke prestatie bij een pil van deze omvang. Kortom, genoeg redenen om te zeggen dat het me niet meeviel, deze geautoriseerde autobiografie.

Toch las ik met plezier verder, want de eenzijdige blik van Richards op de wereld was vermakelijk om te lezen. Iemand die jaren geleefd heeft in een roes van drank, drugs en muziek, kan daar mooi over vertellen. En dat kan Richards. Er is genoeg gebeurt om een komisch verhaal te vertellen, om tragiek te beschrijven, om ellende naar buiten te brengen. Dat Richards zich zelf geregeld tegenspreekt is dan ook eerder humoristisch dan irritant. Verwacht niet iemand die een genuanceerde geschiedenis te vertellen heeft, maar zie een eindeloze stroom anekdotes voorbij komen en je hebt een goed boek in je handen.

Dus niet het meesterwerk dat velen er van probeerden te maken, maar eerder de eenoog in het land der blinden. Tenslotte zijn vele (auto)biografieën van beroemdheden, in welk vakgebied dan ook, meestal saai, eenzijdig en kritiekloos. Dat kan de gitarist zeker niet verweten worden. Alleen al daarom verdient hij lof. Dat sommigen dat daarom aanzagen voor een klassieker is begrijpelijk maar onterecht.

Citaat: “Ik was in Parijs, samen met Marlon, op tournee toen ik hoorde dat ons zoontje Tara, toen net twee maanden, in zijn wiegje was overleden. (…) Het enige positieve wat dit betreft was dat Marlon en ik niet met onze neus boven op alle verdriet zaten. Ik moest die avond het podium op. Daarna was het doorploeteren met de tour en met Marlon en die dingen gescheiden houden. (p.390/391)

Nummer: 11-027
Titel: Life
Auteur: Keith Richards (ghostwriter James Fox)
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 575 (8920)
Categorie: Biografie
ISBN: 978-90-229-9567-9

Meer:
Official site
Wikipedia
NY Times
Guardian
Studenten.net


vrijdag, 20 januari 2012

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Er zijn

In netwerk, organisaties, achterban, amsterdam, politici, politicus, politiek, raad, burger, en meer.
Een belangrijke taak voor een politicus is er zijn. Je moet natuurlijk aanwezig zijn bij de vergaderingen van het orgaan waarin je gekozen bent. Daarnaast moet je acte de présence geven bij je achterban, in de media en bij allerlei organisaties die van belang zijn voor je partij of politieke standpunten.
Soms lijkt het wel of deze aanwezigheid belangrijker is dan het inhoudelijke politieke werk dat je doet. Zo worden politici in de media regelmatig afgerekend op het aantal vergaderingen dat ze hebben gemist, en veel minder op de kwaliteit en effectiviteit van hun daadwerkelijke inbreng.
De roep om aanwezigheid levert voor politici regelmatig dilemma's op. Natuurlijk ben je er bij stemmingen, en bij de vergaderingen die er toe doen. Uitnodigingen om aanwezigheid elders moeten echter wedijveren met het lezen van stukken, het nadenken over en formuleren van vragen, visie en standpunten, het overleggen met mensen die input kunnen geven, en het beroep dat op je wordt gedaan door familie en vrienden, en - voor parttime politici als raadsleden en Eerste Kamerleden- je andere werk.
De kunst is om daar te zijn waar het er toe doet, en er ook te zijn zonder dat je fysiek aanwezig bent.

Waar het er toe doet is voor mij vooral daar waar het politiek strategisch van belang is om een goed netwerk te onderhouden, en bij je achterban; de mensen die je hebben gekozen. Om die reden zal ik blijven proberen om naast de grote landelijke GroenLinks bijeenkomsten regelmatig bijeenkomsten van mijn afdeling, het FemNet en de provincies Groningen en Friesland (waarvoor ik vanuit de EK-fractie contactpersoon ben) te bezoeken. Op dit moment lukt dat goed: vorige week was ik bij de nieuwjaarsbijeenkomst van GrienLinks (Friesland), vanmiddag bij de borrel van Amsterdam-West en morgen bij het quota-debat van FemNet en Dwars.
Verder ga ik wel naar een lezing van de Raad voor de Rechtspraak; maar niet naar een diner van de Goede Doelen loterij. Af en toe naar debatten van maatschappelijke organisaties of studentenverenigingen, maar lang niet zo vaak als ik word uitgenodigd. Er moeten immers ook stukken gelezen en inbrengen geschreven worden.

Er zijn is echter meer dan fysieke aanwezigheid. Er zijn is ook: aandacht hebben en benaderbaar zijn. Dat probeer ik zoveel mogelijk te doen en te zijn. Niet door iedere e-mail van iedere ontevreden burger te beantwoorden; wel door in te gaan op meer politieke vragen en suggesties op de onderwerpen die in mijn portefeuille zitten.

Beschikbare tijd zal altijd een belemmering blijven, maar ik probeer er te zijn. Ik ben in ieder geval hier: mdeboer@groenlinks.nl en op twitter: @margreetdeboer. Voor al uw uitnodigingen, vragen en suggesties, die ik in ieder geval zal lezen, en waar ik mogelijk op in zal gaan.

dinsdag, 10 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, katja schuurman, kees van beijnum, lezen, film, geschiedenis, en meer.

Kees van Beijnum - De oesters van Nam keeKees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Het is tragisch dat een boek herinnerd wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.

Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde ‘lijster’, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.

En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.

Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.

Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.

En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.

Citaat: “Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)

Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1

Meer:
Site van Beijnum
Liefst 51 boekverslagen op scholieren.com
Film op IMDB


maandag, 9 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Goed voornemen 1: meer lezen

Na het verslagje over het toch wel enigszins bedroevende aantal boeken dat ik vorig jaar gelezen heb, wordt het tijd om mezelf eens aan het werk te zetten. Ik geloof niet in wonderen, dus ik ga mezelf niet vragen een boek per week te lezen. Nee, ik ga mezelf voor de verandering eens een haalbaar doel stellen. Vijfentwintig boeken. Concreet maken schijnt ook te helpen, dus here goes:

  1. Inheritance – Christopher Paolini. Omdat ik er al in bezig ben, en omdat ik de serie graag wil uitlezen.
  2. The Tiger’s Wife – Tea Obreht. Ik heb veel positiefs gelezen over dit boek waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet waar het over gaat. Ja, iets met Joegslavië en een tijger.
  3. Step across this line – Salman Rushdie. Non-fictie waar ik al een groot deel van heb gelezen, verzameling essays en artikelen waarvan ik om een of andere onverklaarbare reden nooit het eind heb gehaald, en dat terwijl ik Rushdie echt een genie vind. (Al was het alleen maar vanwege zijn zinnen tussen haakjes.)
  4. Conversations with Salman Rushdie – Ed. Michael R. Reder. Ik heb het staan, en als ik toch in mijn Rushdie-fase zit kan ik er net zo goed even in blijven hangen.
  5. A New World Order – Caryl Phillips. Omdat ik The Nature of Blood een heel goed boek vond en benieuwd ben naar wat Phillips te zeggen heeft over het werk van anderen.
  6. The Post-colonial Exotic. Marketing the Margins. – Graham Huggan. Heeft mijn denken over de wereld zelfs veranderd terwijl ik alleen de eerste helft gelezen heb. Misschien wordt het eens tijd voor de tweede helft.
  7. Van de Straat naar de Staat - Red. Lucardie & Voerman. Had ik natuurlijk allang gelezen moeten hebben, zoals iedere goede GroenLinkser.
  8. Moral Politics. How liberals and conservatives think. – Omdat Don’t think of an elephant eigenlijk de Moral Politics voor dummies is.
  9. The Assault on Reason. How the Politics of Fear, Secrecy and Blind Faith Subvert Wise Decision-Making, Degrade Democracy and Imperil America and the World - Al Gore. Al was het alleen maar omdat het een van de langste ondertitels heeft van alle boeken in mijn kasten.
  10. Either/Or. A Fragment of Life. - S. Kierkegaard. Existentialisme trekt me. Als dit bevalt, schrap ik misschien wel wat dingen van deze lijst ten gunste van meer deprimerende boeken over hoe het leven geen zin heeft.
  11. A Glossary of Literary Terms - Ed. M.H. Abrams. Ik ben veel te veel vergeten van mijn studie en merk dat ik soms minder goed onder woorden kan brengen wat ik zie in een boek, en ook dat ik het minder scherp kan analyseren dan eerst. Tijd om weer even op te frissen.
  12. The Idea of the Postmodern. A History. – Hans Bertens. Staat al veel te lang ongelezen in mijn kast en wil ik ook lezen om dezelfde reden als nummer 11. Er weer een beetje in komen.
  13. Regeneration - Pat Barker. Me ooit aangeraden door iemand, maar staat er maar te staan.
  14. Diary of a Good Year – J.M. Coetzee. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk en ik heb het grootste deel ervan gelezen, maar dit nog niet.
  15. Summertime - J.M. Coetzee. Idem.
  16. Broken Verses - Kamila Shamsie. Omdat ik Kartography, van dezelfde auteur, met veel plezier gelezen heb.
  17. De Avonden - Gerard Reve. Ik ben er in bezig en het wil niet erg vlotten, maar ik vind dat het toch wel moet.
  18. A Short History of Tractors in Ukranian. - Marina Lewycka. Zonder goede reden. Het klonk amusant.
  19. The Crying of Lot 49 - Thomas Pynchon. Ik heb mijn schooljaren vlot doorlopen en omdat ik vergeleken met anderen dus erg jong was, heb ik nogal eens het gevoel dat ik misschien wel veel geleerd heb, maar er weinig van begrepen. Dit boekje heb ik volgens mij in het eerste jaar van mijn studie al moeten lezen en ik heb er weinig van begrepen – zoveel had ik toen ook al door. Vorig jaar deed ik een poging het opnieuw te lezen, maar het leest niet soepel en vanwege de negatieve herinnering staat het me tegen. Maar het moet en zal.
  20. A History of Reading - Alberto Manguel. Door de jaren heb ik dit boek meerdere malen horen noemen door mensen en toevallig kwam ik het pas voordelig tegen. Ik kon het niet laten liggen.
  21. True Brits. A Tour of 21st Century Britain in all its Bog-Snorkelling, Gurning and Cheese-Rolling Glory. - J.R. Daeschner. Ooit eens aan begonnen, halverwege gestrand. (Ik maak altijd af waar…). Hoe dan ook, het is redelijk geniaal omdat het gaat over bizarre ‘sporten’. Het is een beetje in de categorie reisboeken van Bryson, maar dan met een paar biertjes extra.
  22. A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson. Misschien wordt het nog wat met me als ik dat lees.  Misschien win ik dan zelfs nog een keer een slechte tv-quiz.
  23. The Satanic Verses - Salman Rushdie. Eigenlijk doe ik niet aan hypes, maar hij is ondertussen wel een beetje overgewaaid. Toch maar eens lezen. 
  24. Timequake – Kurt Vonnegut. Vonnegut heeft rare humor, daar hou ik wel van. Na Cat’s Cradle, Slaughterhouse-5, Slapstick or Lonesome no more en A Man without a Country wordt het tijd om het laatste ongelezen boek van Vonnegut in mijn kast eens te lezen. (En dan natuurlijk weer andere boeken van ‘m kopen).
  25. De waarheid houdt van vrolijke gezichten - Marijke Höweler. Ook weer zo’n boek wat ik maar half… Ook omdat ik het niet leuk vond, in tegenstelling tot Höwelers Dagen als gras en vooral Van geluk gesproken, dat ik iedereen van harte aanraad. Maar toch moet ook dit boek echt een keer uit.

Een van de problemen die ik heb bij het lezen, is dat als ik een boek uit heb en weer een nieuw boek moet kiezen om op te pakken, ik niet kan kiezen. En zo eindig ik dan halverwege in vier boeken tegelijk. Staat mijn kast op een gegeven moment weer vol boeken met boekenleggers halverwege, geen gezicht. En alles voor niets gelezen, want als je verder wilt gaan weet je niet meer wat er in de eerste helft gebeurd is en kun je weer opnieuw beginnen.

Hopelijk helpt deze lijst, nu ik al heb bedacht wat ik wil lezen. Kan ik hooguit nog in vijfentwintig boeken tegelijk beginnen.


zondag, 8 januari 2012

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Mijn weblog in 2011

In blogs, persoonlijk, cijfers, statistiek, weblog, concept, duurzame energie, energie, facebook, en meer.

In 2011 heb ik mijn best gedaan mijn weblog wat constanter bij te werken. Dat is zeker niet het hele jaar door gelukt. Met 134 berichten heb ik in 2011 wel gemiddeld 2 berichten per week weten te schrijven naast mijn werk en gezinsleven. Best een behoorlijk aantal, al heb ik ook een hoop berichten in concept staan die dat nooit ontgroeid zijn en in de loop van de tijd achterhaald zijn.

2011 leverde wel het hoogste aantal bezoeken op. Al is dat aantal al een paar jaar redelijk stabiel rond de 17 duizend.

Aantal bezoekers
2007 100
2008 9.476
2009 17.833
2010 17.061
2011 17.946

Top verwijzers

De impact van sociale media is in de lijst met verwijzers erg duidelijk aan het worden. Voorheen was dat lijstje eigenlijk saai, saaier, saaist met Google aan kop gevolgd door andere zoekmachines, zoals Yahoo! en Bing. Voor 2011 ziet dat lijstje er duidelijk anders uit met twitter.com, facebook.com, startgoogle.startpagina.nl en linkedin.com. Dat zijn dus 3 sociale netwerksites en de google subpagina van startpagina, en geen google.com. De 5e is een intern IP nummer (127.0.0.1), dus ik vermoed dat er vanuit een aantal bedrijven en organisaties driftig meegelezen wordt… De koppeling die ik heb tussen mijn verschillende sociale netwerkprofielen, waardoor ik blogberichten automatisch doorplaats op Twitter, Facebook en LinkedIn heeft dus effect. Hyves komt niet voor in de lijst al plaats ik mijn berichten daar ook nog steeds. Buiten mijn nichtjes zie ik daar eigenlijk nauwelijks tot geen activiteit meer plaatsvinden.

De meest gezochte termen waren symbid, (het) zonnecollectief, krispijn beek (hoe verrassend ;-) en wijwillenzon (de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van Urgenda).

Meest gelezen berichten

In het lijstje met meest gelezen berichten valt vooral een ouwetje op over de Seagulll buitenboordmotor. Daarnaast is er in Nederland blijkbaar erg veel belangstelling voor zonneboilers en zonnepanelen, want dat is het voornaamste onderwerp dat verder de top 5 heeft gehaald. Buiten dan We Generate, dat inmiddels is samengegaan met Qurrent. Of ben ik zo saai in onderwerpkeuze geworden dat het enkel nog over duurzame energie gaat? ;-)

  1. Seagull aan de praat  August 2004
  2. Wij willen zon!  November 2010
  3. Zonneboiler actie van Urgenda & het Zonneboilercollectief July 2011
  4. We Generate: het energiebedrijf van de toekomst February 2011
  5. De zonneboiler in gebruik May 2011

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


donderdag, 29 december 2011

Krispijn Beek

Krispijn Beek

Hyves Last.fm Twitter

Meerkosten van overschakeling op duurzame energie 400 pond per persoon per jaar

In duurzaamheid, economie, biobrandstoffen, ccs, david mackay, decentrale energie, duurzame energie, elektriciteit, energie, en meer.

De kosten voor overschakeling naar een duurzaam energiesysteem kost het Verenigd Koninkrijk 5.000 pond per inwoner per jaar. Dat blijkt uit berekeningen van Professor David MacKay, auteur van Sustainable energy, without the hot air. Dat is een kleine 400 pond meer dan doorgaan op de huidige weg met fossiele energie, maar goedkoper dan het scenario met meer CO2 afvang en opslag (CCS) en hogere inzet van biomassa. Het laatste scenario met meer kernenergie komt als duurste uit de bus in het Verenigd Koninkrijk.

Dat laatste mag geen verrassing zijn voor wie het rapport van City Bank of de rapporten over de negatieve leercurve van kernenergie gelezen heeft (dat betekent dat nieuwe centrales duurder zijn dan oudere, alsof je nieuwe pc dezelfde prestatie levert tegen een hogere prijs dan de huidige). Ook de ontwikkelingen bij Delta zeggen voldoende over de commerciële haalbaarheid van kernenergie. Zoals Jonathan Porritt al zei in zijn afscheidsinterview kernenergie komt niet van de grond zonder staatssteun.

Het scenario dat inzet op biomassa en CCS kent twee uitdagingen. Ten eerste de beschikbaarheid van voldoende duurzaam geproduceerde biomassa voor energieopwekking (die daarmee dus niet voor andere doeleinden beschikbaar is). Ten tweede is het nodig om CCS succesvol op commerciële schaal toe te gaan passen. Wat bij de huidige CO2 prijzen op z’n zachtst gezegd een uitdaging is.

In bovenstaande berekeningen zijn de externe kosten van fossiele energie buiten beschouwing gelaten. Volgens verschillende rapporten zijn die aanzienlijk, al hangt het natuurlijk af van de invulling van duurzame energie of dat voordelen oplevert. Zo zal de luchtkwaliteit niet noemenswaardig verbeteren als je kolen en gas vervangt door biomassa. Volgens de Stern Review zijn de kosten van klimaatverandering per Brit 6.500 pond per jaar. Met een meerprijs van 400 pond per Brit voor duurzame energie lijkt dat me een uitermate rendabele investering… Met als bijkomend voordeel dat het opwekken van decentrale energie en het realiseren van energiebesparing vrij lastig te importeren is, waardoor het lokale werkgelegenheid oplevert.

Nederland

Ervan uitgaande dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland redelijk vergelijkbaar zijn (met dien verstande dat het VK nog meer laaghangend fruit heeft dan Nederland) biedt bovenstaande berekening een mooi startpunt voor Nederland. In Nederland is daarvoor het Energietransitiemodel ontwikkeld. Daarmee kun je ook verschillende scenario’s doorrekenen, zoals bijvoorbeeld het scenario dat ontwikkeld is door Nederland krijgt nieuwe energie van het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen. Toch zou ik er de voorkeur aan geven om het model van MacKay om te planten naar Nederland. Al was het maar omdat MacKay ook werkt aan de toevoeging van zaken als kostenvergelijkingen tussen scenario’s en het effect op luchtkwaliteit. Daarnaast vind ik de toelichting bij de scenario’s van de 2050 Pathway Calculator begrijpelijker en gedetailleerder.

dinsdag, 27 december 2011

Peter Smith

Peter Smith

Het geluk ligt voor het oprapen.

In algemeen, gezondheid, voor de wereld van morgen, durven, geluk, zwerfafval, acties, blog, de volkskrant, en meer.

Hierbij wil ik iedereen ‘n geweldig nieuwjaar wensen en hen bedanken die hebben meegeholpen Klean daar te krijgen waar het nu is.
Of je nu meegedaan hebt met “de Lente verwelkomen“, meegeholpen met “Klean the Movie“, of “SuperKlean“, gestemd op mijn project “de wereld van Zwerfvuil“, ge(re)tweet, gepost op facebook of gedoneerd om de kosten te dekken, de fouten uit mijn teksten hebt gehaald (mijn dochter Sanne;) of alleen maar regelmatig mijn blog-post gelezen hebt, allen hartelijk dank!

Klean gaat in 2012 een stichting worden met als doel om de echte gevolgen van zwerfvuil aan het licht te brengen:

Maar behalve dat ik om bovenstaande reden zwerfvuil ben gaan oprapen bleek er nog iets voor het oprapen te liggen:

Ik heb gemerkt dat ook het geluk voor het oprapen ligt! ;)

Begin 2011 ben ik begonnen met het oprapen van zwerfvuil. Eerst stiekem want ik schaamde me er een beetje voor, je ziet het bijna niemand doen. Het vreemde was dat het geweldig voelde: doen wat volgens jou goed is. En je dus niet laten leiden door wat anderen ervan vinden (of wat jij denkt dat die ervan vinden).

Het is een bijzonder jaar geweest:
- De actie “verwelkom de lente” waar ca 1400 mensen aan meededen.
- Geïnterviewd door o.a. Volkskrant en ÉénVandaag.
- Finalist bij de Wereldprijs van de ASN-Bank.
- Genomineerd voor de TEDxAmsterdamAward
- Door de Volkskrant aangemerkt als één van de meest wereldverbeterende ideeën
- Spreken bij Stand Up Inspiration in Toomler.

En dat allemaal omdat ik zwerfvuil ben gaan oprapen!

Ik ben daardoor van mijn geloof gevallen dat “mijn acties er niet toe doen” of dat “het geen zin heeft want het is een druppel op een gloeiende plaat”.

Dit is mijn wens voor jou: Doe wat je wilt doen en waar je goed aan denkt te doen! Laat je niet leiden door beperkende gedachten als “anderen zullen het vast vreemd vinden”, “ik ben te onbelangrijk” of “het heeft geen zin”.
Zelfs een stortbui begint met een eerste druppel, net als een vleugelslag van een vlinder kan resulteren in een orkaan.

Maak er een geweldig, gezond en gelukkig 2012 van!

Opgeruimde groet,
Peter.

vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

In religie, seksueel misbruik, december, eerste, geweld, hulp, hulpverlening, kant, kerk, en meer.

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


maandag, 12 december 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

vergroening van de belastingen

Hieronder een deel van mijn inbreng op het belastingplan 2012 in de Eerste Kamer: over de vergroening van de belastingen.
Zie voor vragen aan het kabinet over 'het vestigingsklimaat' mijn eerdere blog. Verder besteedde ik nog aandacht aan de Geefwet en de hypotheekrente-aftrek.
Maar hier dus de vergroening:


Met betrekking tot het inzetten van de belastingen voor de verduurzaming van onze economie en samenleving is de fractie van GroenLinks teleurgesteld in deze regering. We zijn weliswaar blij dat de regering het met ons eens is dat vergroening gezien kan worden als nevendoel van de inzet van belastingheffing. Wij betwisten ook niet dat er grenzen zijn aan de vergroening via de belastingheffing, maar naar ons oordeel zijn deze grenzen nog lang niet bereikt.
In de Memorie van Antwoord stelt de regering dat Nederland één van de koplopers in Europa is met milieubelastingen. Kan de regering deze stelling nader onderbouwen, ook kwantitatief?
En hoe ziet die positie er uit na het afschaffen van de kleine belastingen, die vrijwel allemaal een milieudoelstelling hebben? Voorzitter, de fractie van GroenLinks is er een voorstander van dat belastingen die niet langer effectief zijn worden afgeschaft. Met betrekking tot de kleine belastingen die nu afgeschaft worden zijn wij echter niet overtuigd van het gebrek aan effectiviteit. Afschaffing van deze milieubelastingen geeft bovendien een signaal af dat tegenstrijdig is aan onze duurzaamheidsdoelstellingen, zeker wanneer de verwijzing naar andere maatregelen die effectiever zouden zijn niet nader geconcretiseerd kunnen worden.

De fractie van GroenLinks is er - anders dan het kabinet - niet van overtuigd dat verdere vergroening van de belastingen alleen nog in internationaal verband kan plaatsvinden. Ons vestigingsklimaat kan best iets lijden - blijkens het aangehaalde onderzoek van Deloitte - dus waarom niet een voortrekkersrol vervuld? En naar onze overtuiging zal een groener belastingstelsel gunstig kunnen zijn voor de vestiging van ondernemingen die bijdragen aan de hoe dan ook noodzakelijke verduurzaming en vergroening van de economie. Of om het met de woorden van deze regering te zeggen: 'Naast noodzaak en bedreigingen ziet Nederland vooral ook kansen voor de transformatie naar een groene economie met een markt voor duurzame producten.'
Deze woorden komen uit de Nederlandse positie bij de 'Roadmap to a Resource Efficient Europe', oftewel het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, van de Europese Commissie. In de Memorie van Antwoord bij het Belastingplan 2010 geeft de regering aan de inzet van dit stappenplan te ondersteunen, maar maakt daarbij het voorbehoud dat de mogelijkheid wordt opengelaten per regeling andere doelen te laten prevaleren boven een ongewenst milieu-effect. De GroenLinks fractie maakt zich ernstig zorgen over deze bepleitte uitzondering. De recente klimaattop in Durban, waar Nederland overigens wel zeer minimaal vertegenwoordigd was, laat ons weer opnieuw zien hoe moeilijk het is harde afspraken te maken over milieumaatregelen zoals de beperking van de CO2 uitstoot. De fractie van GroenLinks vreest dat met de mogelijkheid andere doelen te laten prevaleren boven milieu-effecten de te maken afspraken boterzacht zullen worden.
Met betrekking tot de inzet van belastingen voor vergroening stelt de regering bij het stappenplan o.a. : 'Verschuiving van belastingen van arbeid naar energie en grondstoffen beloont gewenst gedrag terwijl vervuilers meer gaan betalen. Dat principe steunt Nederland van harte.' Mooie woorden, maar uit het vervolg kan gelezen worden dat de regering vindt dat Nederland het eigenlijk al goed genoeg doet, en dat vooral andere Europese landen moeten gaan bewegen. Is dat wat de regering bedoelt? Of gaat Nederland ook echt handelen volgens het omarmde principe? Zoals ik eerder al heb aangehaald stelt de regering dat Nederland tot de kopgroep behoort van landen met een hoog percentage aan milieubelastingen. Een onderbouwing van deze stelling heb ik reeds gevraagd. Nu is mijn vraag: Is het de inzet van de regering om tot deze kopgroep te blijven behoren?
De regering stelt in de BNC fiche ook verheugd te zijn dat het stappenplan ingaat op de vergroening van de belastingen, en in principe voor het afschaffen van milieuonvriendelijke subsidies te zijn. Vervolgens volgen er echter een aantal mitsen en maren, waardoor ons in ieder geval niet meer duidelijk is waar de regering eigenlijk nog voor is. Om het maar even concreet te maken en terug te grijpen op onze eerdere schriftelijke vragen: is de regering er een voorstander van om in Europees verband een einde te maken aan de belastingvrijstellingen voor fossiele brandstoffen, en voor de belastingvoordelen voor grootverbruikers van energie? En kan de staatssecretaris toezeggen zich hiervoor in Europa hard te gaan maken? Voorzitter, ik ga er vanuit dat de verwijzing naar Europa voor het nemen van deze groene belastingmaatregelen in de Memorie van Antwoord geen loze woorden waren, en dat de staatssecretaris deze beide toezeggingen kan doen.
De fractie van GroenLinks verwelkomt de steun van het kabinet voor de eerste stap uit het stappenplan- het in kaart brengen van de fiscale en niet-fiscale milieuonvriendelijke subsidies en het aangeven hoe deze uitgefaseerd zullen gaan worden - en gaat er van uit dat de regering hiermee op korte termijn aan de slag gaat. Wanneer denkt de regering met deze inventarisatie en plan voor uitfasering te komen? En kan de regering bevestigen dat de afbouw van de belastingvoordelen voor fossiele brandstoffen en voor grootverbruik van energie deel gaat uitmaken van deze plannen? En dat deze plannen ook concrete voorstellen zullen bevatten voor de verschuivingen van belasting op arbeid naar die op grondstoffen, energie en milieu?

Voorzitter, ik wil ook nog even ingaan op het zogenaamde groen beleggen, of beter gezegd het maatschappelijk beleggen. De GroenLinks fractie is allerminst gerust op de ontwikkelingen op dit gebied. Vanuit het veld horen wij dat de groene beleggingen in rap tempo teruglopen, en dat de verwachting is dat dat per 1 januari a.s. in nog veel rapper tempo zal gebeuren wanneer geen duidelijkheid wordt verschaft over het op een of andere manier voortzetten van een belastingvoordeel voor maatschappelijk beleggen.
Onder druk van Tweede en Eerste Kamer is de Staatssecretaris in de afgelopen weken weer met het veld in overleg getreden, waarvoor dank. Maar de uitkomst van dit overleg is ronduit teleurstellend. In zijn nadere antwoord aan deze kamer van vrijdag jl. concludeert de staatssecretaris dat op dit moment niet kan worden gekomen tot een alternatief voor de geleidelijke afschaffing van de heffingskortingen voor maatschappelijk beleggen. Punt. Geen woord over: wat nu. Uit de beantwoording maak ik op dat het plan van de Nederlandse Vereniging van Banken en anderen aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet, en dat het struikelblok alleen nog is gelegen in de eis dat er sprake moet zijn van een vereenvoudiging van de belastingen. Daarbij doet zich de vraag voor wat precies onder vereenvoudiging verstaan moet worden, en of vereenvoudiging een doel op zich is. Is het niet belangrijker om belastingmaatregelen te toetsen aan de eerder door de Tweede Kamer geformuleerde doelstellingen van effectiviteit, efficiency en het de noodzaak van handhaving om overheidsdoelen te bereiken? Ook vraagt de GroenLinks fractie zich af of het feit dat nog geen oplossing is gevonden met betrekking tot de fiscale vereenvoudiging niet vooral te wijten is aan het stilzitten van de staatssecretaris in het afgelopen half jaar?
Voorzitter, wij beginnen ons af te vragen of de staatssecretaris wel een oplossing wil vinden.
Een fiscale regeling voor maatschappelijk beleggen wordt politiek breed gedragen. In de Tweede Kamer diende zoals bekend het CDA hier een motie over in, die na de toezegging van de staatssecretaris nader in overleg te gaan werd ingetrokken. Ik ga er van uit dat die toezegging niet loos was, en dat de staatssecretaris dus echt wil proberen alsnog voor 1 januari 2012 tot een resultaat te komen. Wij vragen de staatssecretaris toe te zeggen dat de heffingskorting ook na 1 januari 2012 1,9% blijft en dat in de komende weken de vereenvoudiging de betrokken sectoren en ministeries nader uitgewerkt wordt

vrijdag, 9 december 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

Is het verdrag een gemiste kans of zijn de deskundigen negatief?

In euro, eu, europese unie, economen, artikel, psychologie, de europese unie, economie, europese, en meer.
Mooi artikel gelezen en op Twitter gepost, nu en passant eens zien hoe het embedden van Tweets gaat, maar de vraag is of de media er goed aan doet zoveel kritische zogenaamde deskundigen te laten "voorspellen" dat de Europese Unie of op zijn minst de Euro ten onder gaat.

Wat vind jij als lezer?

vrijdag, 2 december 2011

Camiel van Altenborg

Camiel van Altenborg

Last.fm Youtube

Prettig Germaans

Er zijn inmiddels heel wat plekken in de wereld, of liever gezegd in Europa, waar ik geweest ben. Er zijn er nog veel meer waar ik nooit geweest ben, maar waar ik genoeg over gehoord en gelezen heb om...

zaterdag, 12 november 2011

Alice Karen

Alice Karen

Balans

Nee, niets zweverigs hoor. Waar was ik ook alweer gebleven. Mijn leven sluipt voort. Ik ben een workaholic. Deadlines zijn deadly als je ze niet haalt. Maar ik ga ze wel halen. Tot die tijd doe ik niet veel anders. Ik probeer echt wel pauze te nemen en even een boek te lezen en ik geniet er ook extra van om ergens heen te fietsen. Het wordt vroeg donker.

Ik zit vol met vragen over het vervolg van mijn opleiding, want ik heb nog steeds geen zekerheid over het kunnen krijgen van een woonunit in Noorwegen. Anders moet ik halsoverkop iets anders vinden. Halsoverkop terwijl ik van mijn kant alles ruim op tijd in gang heb gezet. Ik vind dat niet fijn. Alsof ik hier van de een op andere dag kan vertrekken en hier niets meer hoef te regelen voordat ik vertrek.

Vanavond ben ik wel even weg en dat lijkt me een goede en terechte onderbreking van mijn workaholisme. Er zijn zo veel dingen die ik heel graag zou willen doen maar waarvoor ik nu geen tijd heb. Ik smeed wel plannen, en overdenk ze wel. Ik wil schrijven. Niet alleen wetenschappelijk, maar ook fictief. Ik wil toneelspelen. Ik wil vaker mensen kunnen zien. Vrienden. Ik wil uit de schaduw komen. De schaduw die nu bestaat uit de dicht bij elkaar liggende muren van mijn studentencontainerwoning. De schaduw die nu bestaat uit al het werk dat me nog boven het hoofd hangt, maar waarvan ik weet dat ik het tot een goed einde ga brengen.

Ik realiseer me dat ik daarvoor wel wat moet opofferen, en dat ik dat ook aan het doen ben. Maar ik realiseer me ook dat ik daarin, en in alles, gebalanceerd moet werken, zodat ik nergens het woordje ‘te’ voor hoef te zetten. En dat is soms lastig. Te veel werken, te weinig ontspannen, te weinig afspreken met vrienden, te veel binnen zijn, te weinig geld, te veel onzekerheid. Allemaal zaken waarnaar ik niet streef.

Het enige gepaste woord dat ik kan vinden is balans. Hard werken, niet te hard, en veel bereiken. Voldoende ontspannen en tot rust kunnen komen. Af en toe vrienden zien. Soms eens naar buiten. Geld en onzekerheid over vervolg kan ik nu even niets aan doen en beide gevallen maken me gestresst maar later wil ik ontzettend, ontzettend graag onafhankelijk zijn en daarvoor voldoende betaald werk kunnen verrichten en een duidelijker en zekerder toekomstperspectief hebben. Je hebt niets gelezen over veel materiële bezittingen. Ik hoef niet het meeste van het meeste, het nieuwste van het nieuwste. Als ik maar in mijn eigen onderzoek kan voorzien en daarbij regelmatig kan kopen wat prettig voor me is: een goed boek, en wanneer nodig mooie kleding.


Gearchiveerd onder:Diaries

vrijdag, 11 november 2011

Camiel van Altenborg

Camiel van Altenborg

Last.fm Youtube

Op de schouders van reuzen

In gelezen, idee, opvattingen, wereldbeeld.
Wie mijn essays tot zover heeft gelezen, zal inmiddels een vrij helder idee hebben van mijn opvattingen op een aantal terreinen, van mijn wereldbeeld tot mijn politieke overtuigingen. Al die ideeën he...

donderdag, 10 november 2011

Camiel van Altenborg

Camiel van Altenborg

Last.fm Youtube

Prettig Germaans

In de wereld, europa, gelezen.
Er zijn inmiddels heel wat plekken in de wereld, of liever gezegd in Europa, waar ik geweest ben. Er zijn er nog veel meer waar ik nooit geweest ben, maar waar ik genoeg over gehoord en gelezen heb om...

woensdag, 12 oktober 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Kinderboekenweek 2011

Eén van de grootste geneugten van het moederschap was de ontdekking van de kinderboeken; er ging een wereld voor me open.

Ik kocht eindeloos prachtige prentenboeken en we begonnen al vroeg elkaar verhaaltjes te vertellen. Daarna volgden de jaren dat ik haar mocht voorlezen tot ze ongeveer vijftien was. Die laatste jaren las zij mij ook af en toe voor en we hebben nog steeds hetzelfde lievelingsboek: Brief voor de Koning van Tonke Dragt.

Daarin huizen een aantal personages die nog altijd tot de verbeelding spreken:

Tuiri zelf natuurlijk, maar ook de Nar, de Kluizenaar en de Dwaas. Prachtige archetypen met even prachtige verhalen. We hebben het zo vaak gelezen; hardop, voor onszelf en altijd als één van ons ziek was, herlazen we De Brief voor de Koning en het vervolg De Geheimen van het Wilde Woud. Het was een soort medicijn.

 

Afgelopen zaterdag, aan het begin van de Kinderboekenweek, reisde ik op één dag heen en weer voor een paar prettige uren met mijn inmiddels volwassen dochter. Ik reisde per trein, 1ste klas op mijn vrij-reizen-dag. Zo nu en dan is dat de oplossing, omdat het anders te lang duurt voordat we allebei tijd hebben om een weekendje samen door te brengen.

Helaas zorgden 'geplande werkzaamheden' én een ongeplande seinstoring voor een forse verlenging van de reistijd op de terugweg. Het werd een kleine uitputtingsslag om het goede humeur te behouden tijdens het voortdurend overstappen van trein op een andere trein, op de bus en weer in de trein.

In de bus van Zwolle naar Steenwijk had ik gelukkig de voorste stoel kunnen bemachtigen; achterin werd ik altijd misselijk. Toen ik goed en wel zat stapte er een man in die me al eerder was opgevallen. Hij was enorm. Zijn jack zat wat gedraaid om zijn grote lijf en zijn ronde gezicht was bedekt met stoppels. Zijn ogen stonden wat vreemd vond ik. Hij stapte langs me en ik haalde opgelucht adem. Op dit late uur had ik er geen behoefte aan om zo'n reus naast me te hebben op de krappe busbankjes. Een moeder plantte haar jongste naast me en zocht zelf een plek verderop. Het meisje pakte haar boek en tot mijn verbazing en plezier zag ik ze 'ons' lievelingsboek las! Ik probeerde een praatje met haar aan te knopen, maar ze was niet geïnteresseerd. Ik herkende die blik: laat-me! Ik-wil-lezen!

 

Inmiddels was de grote man schuin achter mij naast een tengere jonge vrouw gaan zitten. Zodra hij zat opende hij het gesprek; met een kleine zaklantaarn scheen hij op zijn lappen pop en begon haar te vertellen over zijn Vriend, de Papegaai. Zijn monotone stem verraadde wat al enigszins zichtbaar was: hij was niet zo oud als hij groot was.

Ik was moe en begon we wat te irriteren aan het constante geluid van zijn toonloze verhaal.

Hij deed me denken aan de Dwaas in het boek dat naast mij gelezen werd, Marius heette hij.

Op dat moment boog de grote man zich naar mij toe en zei:

'Ik heet ook Marius' en hij zwaaide zijn bontgekleurde papegaai voor mij heen en weer.

Ik was stom verbaasd.

'Mijn moeder wilde dat ik ook mensen ging redden en daarom heeft ze mij zo genoemd.

Ik kan jou ook wel redden' en hij keek me heel lief aan.

Ik zag dat hij mooie ogen had en zei dat me dat wel fijn leek om door hem gered te worden.

Er kwam een grote, stralende lach op zijn gezicht, die de hele bus leek te verlichten....

 

Ja, het licht ging aan want we waren er, in Steenwijk. Ik was dus toch nog ingedommeld, net als het meisje naast me. De Brief voor de Koning lag open tussen ons in en Marius zat

klaar wakker achter me. Bij het uitstappen hielp hij iedereen, ook als het niet nodig was.

Hij reisde niet verder en liep mee naar de trein die klaar stond.

'Dag', riep hij en zwaaide. Heel lang. Steeds kleiner werd zijn gestalte op het perron. Maar hij bleef zwaaien met die grote armen van hem. Mijn held uit het boek was tot leven gekomen. Marius, die me wilde redden.

Een beter begin van de Kinderboekenweek had ik niet kunnen verzinnen.

 

Ineke M. Verdoner

zondag, 9 oktober 2011

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

gelezen: porta romana

In gelezen, hoop, recensie, weer, mooi, nieuw, schrijven.
Robert Welagen, Porta Romana

Samen met perron 500 weer een fijn nieuw boek gelezen!
Voor deze keer ben ik het geheel en al met mijn collega Nicolien eens:

Welagen is een geschoold schrijver. Zijn stijl is uiterst evenwichtig, sfeervol en bescheiden. Hij bouwt in het boek een enorme spanning op waardoor ik het boek in één keer uitlas. Ik hoop dat Welagen zich niet laat opjagen door de populistische schrijvers uit de Randstad en kalm blijft schrijven aan een mooi literair oeuvre.


Lees haar hele recensie hier!

donderdag, 29 september 2011

Michel Klijmij-van der Laan

Michel Klijmij-van der Laan

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr GR DWARS

Waarom het logisch is dat de burgemeester mag blijven

Er was bloed geroken, maar niet gevloeid. Dat hoort niet. Als de media een bestuurder afslachten, dan hoort die bestuurder te vertrekken, ongeacht de feiten. Gelukkig trok de gemeenteraad zich daar niets van aan gisteravond. In een ongekend waardig debat werd duidelijk dat de ruime meerderheid vertrouwen hield in de burgemeester, en niemand voelde de behoefte om een motie van wantrouwen in te dienen. In dit geval was geen besluit ook een besluit.

Wie de media had gevolgd is daar misschien verbaasd over. Wie het rapport had gelezen waarschijnlijk een stuk minder. Feitelijk was er juist gehandeld: Cornelis had geen financiëel voordeel. Een groepje enthousiaste leerlingen verbaasde zich vooral dat er zo’n drukte over was ontstaan. Maar er stond natuurlijk wel een andere belangrijke zin in het rapport: de burgemeester had de schijn van belangenverstrengeling niet expliciet gemeden. Vandaar dat daar harde woorden over vielen. Vandaar ook dat op dat punt de burgemeester diep door het stof moest. Zijn eerste reactie dat er ook de schijn van belangenverstrengeling is als je als burgemeester een brood koopt deed geen recht aan de zwaarte van de beschuldiging. Door het huis tijdens ziijn ambtstermijn te kopen in een regio waar Gouda actief is, met hulp van mensen die ook bij de projectrelatie betrokken zijn, roep je de problemen over je af – hoe open je ook verder bent met bonnetjes. Door daar spijt over te betuigen, en toe te geven dat hij dom was geweest, gaf Cornelis aan dat hij hiervan had geleerd. En dat is wat we wilden zien.

Door op dat punt toe te geven, en ook nog zijn portefeuille mondialisering neer te leggen, was voor iedereen de kou wel uit de lucht. Aangezien er verder geen persoonlijk voordeel is geweest, kon de conclusie niet anders zijn dan dat wegsturen onzin is. Dat is lastig uit te leggen als de media elkaar overschrijven zonder het rapport te lezen, en het publieke oordeel “zelfverrijking” al klaar ligt. Maar de werkelijkheid is nou eenmaal de 57 bladzijdes van het rapport, en niet wat boze kolommen in de Telegraaf.

En nu kunnen we ons weer richten op de echte problemen: de grote bezuinigingen die de crisis en dit kabinet ons opleggen, en het zoveel mogelijk behouden van de kwaliteiten van onze stad.

zaterdag, 17 september 2011

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Schaliegas

In maatschappij, natuur en milieu, nieuws, duurzaamheid, energie, fossiel schandaal, fraccen, fracking, grondstoffen, en meer.

Tot een paar weken geleden had ik nog nooit van schaliegas gehoord. Volgens mij was het op Groen Zomerweekend dat ik het voor het eerst hoorde. En dan gaat dat zoals met veel dingen, dat je denkt dat je dat eens moet googlen van de week, en dat vergeet je dan.

Maar opeens is het een actueel onderwerp dat meerdere malen per week voorbij komt zetten. Opeens bevind je je in een zaal op de European Green Summer Uni waar het over schaliegas gaat, en voel je je een buitenstaander omdat je nog steeds geen idee hebt wat het is. Gelukkig bleek ik niet de enige te zijn, dus daardoor voelde ik me weer wat minder onwetend.

Achteraf denk ik, helaas was ik niet de enige. Nu ik er meer over gelezen en gezien heb, vraag ik me af waarom we eigenlijk ook maar overwegen deze vorm van gaswinning toe te staan in Nederland.

Voor wie nog steeds geen idee heeft van wat schaliegas is, zal ik het kort uitleggen. Schaliegas is gas dat zich in sedimentaire lagen bevindt van schalie of kleisteen. Omdat de gewone gasvoorraden wel een beetje op hun eindje lopen, zijn de gasboeren natuurlijk erg blij met een nieuwe impuls. Meer gas is meer geld. Simpel. Tegelijkertijd wordt er een mooie draai aan gegeven door te zeggen dat schaliegas beter is omdat we het zelf hebben en dus niet afhankelijk zijn van andere landen voor onze energievoorziening, en omdat het zogenaamd duurzamer zou zijn. Of het eerste waar is, kan ik niet inschatten. Het gas bevindt zich namelijk wel hier, maar of we ook alle kennis, apparatuur en chemicaliën in huis hebben die nodig zijn voor de winning van schaliegas heb ik niet uitgezocht.

Het tweede is vrijwel zeker niet waar, om meerdere redenen. Bij de winning van schaliegas wordt gebruik gemaakt van een boortechniek die fraccen genoemd wordt, het maken van hydrolische fracturen in de steenlaag waardoor het gas vrijkomt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van chemicalien en heel erg veel water. Welke stoffen precies gebruikt worden, weet ik niet, maar het gaat onder andere om zware metalen. Het zouden er honderden zijn en de samenstelling verschilt per boorbedrijf vast ook. Hoe dan ook klinkt het mij niet slim in de oren om een van de belangrijkste dingen die de mens nodig heeft, grond – voor leefruimte, voedsel en water – te injecteren met dit soort stoffen. Dat het gebruik van gigantische hoeveelheden water niet erg milieuvriendelijk is, spreekt voor zich. Daar staan we dan als Nederlanders, opgegroeid met de boodschap om de kraan dicht te draaien tijdens het tandenpoetsen, tegenover gaswinning waarbij miljoenen liters water door de grondlagen gespoeld worden.

Op termijn is schaliegas geen oplossing. Het blijft een lelijke vorm van energiewinning. De mijnen zijn een aanslag op het landschap. Het is in de winning zeer milieuonvriendelijk, zoals ik hierboven schreef, en ook niet ideaal in het gebruik. Op lange termijn veroorzaakt deze vorm van winning minder CO2-uitstoot, omdat gas een relatief schone energiebron is. Maar op korte termijn helpt het ons van de regen in de drup. Bij de winning komt methaan vrij wat een sterk broeikaseffect geeft – 17 keer sterker dan CO2. En daarbij komt dan nog eens dat iedere cent die gestoken wordt in deze techniek en in het beschermen van het milieu ten koste gaat van het geld dat beschikbaar is voor duurzamere vormen van energieopwekking. Want hoe dan ook, gas is eindig.

In mijn achterhoofd hoor ik George Lakoff. Slippery slope initiative. Dat wil zeggen, zodra je een initiatief de ruimte geeft, komt er ruimte voor uitbreiding. Je doet iets, of je doet het niet. Als fraccen op een plaats mag, kun je het op een andere plaats moeilijker tegenhouden dan wanneer fraccen in het geheel niet toegestaan was. Hou dat in gedachten, en bedenk dan dat de huidige voorraden schaliegas nog niet duidelijk in kaart gebracht zijn en dat er in de VS ook olie wordt gewonnen met dezelfde techniek. Nu is het een proefboring of twee, maar staat straks ons land vol met lelijke boortorens?

Pikant detail: in tijden van bezuiniging, waar we iedereen die niet mee kan komen laten vallen als een baksteen, geeft de overheid een subsidie van 40% op de opsporingskosten van schaliegas aan bedrijven die straks dikke winst maken op ons gas en ons met verwoeste landschappen en misschien wel verontreinigd drinkwater achterlaten.

Voor meer informatie, kijk de documentaire Gasland over de gevolgen van schaliegaswinning in de VS.

Lijkt het jou ook geen goed plan? Teken dan meteen even de petitie op http://petities.nl/petitie/stop-schaliegaswinning-in-nederland.

 

 


zondag, 28 augustus 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Goethe is vandaag jarig!

In literatuur, auto, dood, emotie, europa, frankrijk, handel, kerk, leiden, en meer.

Lang zal hij leven! Op 28 augustus 1749 werd Johann Wolfgang Goethe geboren, 262 jaar geleden. En lang leefde hij inderdaad. Hij overleed in maart 1832, op 82-jarige leeftijd, maar leeft nog steeds voort als “de beste Duitse schrijver”.

Goethe was nog geen 25 toen hij in één klap beroemd werd door zijn brievenroman Die Leiden des jungen Werthers. De hoofdpersoon Werther schreef in brieven aan een vriend over zijn liefde voor Lotte, die echter al aan de man was. Werther vertrok uit haar omgeving, omdat het toch niets kon worden tussen hen. Toen hij na een poosje terugkeerde bleek Lotte inmiddels getrouwd te zijn. Ondanks hun “zielsverbond” kon er van ware liefde geen sprake zijn. Als uitweg koos Werther voor zelfmoord met het pistool van Lottes man.

Goethes hyperemotionele Werther werd onmiddellijk een hit in heel Europa. Het blauwe rokkostuum met geel vest en gele broek, dat Werther in de roman droeg, werd de nieuwe mode onder jongemannen in die tijd. Er kwamen Werther-mokken en Eau de Werther in de handel. Zelfs Werthers zelfmoord vond navolging, zij het gelukkig in beperkte mate.
Vanuit de kerk werd het boek zwaar bekritiseerd, omdat het de zelfmoord zou verheerlijken. In Leipzig, Kopenhagen en Milaan werd het boek om die reden verboden. Goethe zelf noemde dat onzin en vond zijn eigen overleven het ultieme bewijs voor de stelling dat je liefdesverdriet maar het beste van je af kon schrijven. De Werther was tenslotte grotendeels autobiografisch. Alleen werd de zelfmoord van Werther in Goethes geval de geboorte een bestseller.

Goethe nam zelf later afstand van de tophit uit zijn vroege jaren, die tot op de dag van vandaag als hoogtepunt van de rebelse Sturm und Drang–stroming wordt beschouwd. Hij verloor zijn wilde haren. De emotie moest voortaan worden gepaard aan het verstand (de Romantiek meets de Verlichting). Vanaf 1775 tot aan zijn dood verbleef hij met korte onderbrekingen aan het hof van Weimar. Samen met zijn vriend Schiller domineerde hij de literaire stroming van de Deutsche Klassik.

Tot zijn eigen spijt werd Goethe altijd op zijn Die Leiden des jungen Werther aangesproken. Legendarisch werd de ontmoeting tussen Goethe en Napoleon tijdens het Congres van Erfurt, waarop in 1808 een bondgenootschap tussen Rusland en Frankrijk werd overeengekomen. Napoleon nodigde Goethe uit voor een gesprek. “Voila un homme”, zei de Franse keizer over de Duitse schrijver, een echte man. Napoleon bekende Goethe dat hij de Werther wel zeven keer had gelezen en altijd bij zich had.

Erik de Graaf

vrijdag, 26 augustus 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

De teloorgang van de bibliotheek

In maatschappij, politiek, bezuinigen, boek; boeken; lezen; bibliotheek, basisonderwijs, bibliotheek, boeken, durven, huis, en meer.

De teloorgang van de bibliotheek

Het is onvermijdelijk. Bibliotheken in de huidige vorm zullen gaan verdwijnen. Steeds minder mensen maken gebruik van ‘de bieb’ om diverse redenen. Er wordt minder uit een boek gelezen en meer vanaf internet en misschien hebben mensen tegenwoordig minder tijd en rust om een boek ter hand te nemen dan vroeger.

Voor iemand zoals ik, die als kind niet uit de bieb was weg te slaan, heeft het enige tijd geduurd voordat ik emotioneel kon toelaten dat de teloorgang van de bibliotheek een niet te stoppen proces is. Wat mij daarbij geholpen heeft is dat ik gemeenteraadslid ben geweest en tot in detail inzicht kreeg in de daadwerkelijke overheadkosten van een gemiddelde bibliotheek. Die zijn, afgezet tegen de inkomsten, gigantisch.

Dat wil niet automatisch zeggen dat het daarom maar moet verdwijnen. Zo zijn er meer ‘producten’ die nooit financieel rendabel, maar toch van groot nut zijn en met overheidssteun in stand worden gehouden. Een bekend voorbeeld is het basisonderwijs om maar iets te noemen.

Voor de bibliotheken ligt dat anders, getuige de toenemende sluiting van de gebouwen door heel Nederland. Het is ook niet iets typisch ‘rechts’ dat deze keuze gemaakt wordt  want ook gemeenteraden waar links-georiënteerde partijen de meerderheid hebben komen tot deze beslissing. Ik denk dat het geen ramp hoeft te zijn, mits  we het lezen voorop blijven stellen én creatief durven zijn in het bedenken van andere vormen van boekuitleen. Uitleenpunten in supermarkten of buurtwinkels, verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, scholen of gemeentehuizen zijn helemaal zo gek nog niet. Daar waar mensen bijeen komen kan je boeken uitlenen. Heel vernieuwend zou een soort particuliere uitleen zijn. Hoeveel mensen hebben niet ongelooflijk veel boeken in huis staan? Die zou je, met een goed registratiesysteem aan elkaar kunnen uitlenen. Je meldt je aan op een soort uitleenwebsite met vermelding van welke boeken je uitleent en geïnteresseerden kunnen vervolgens contact met je opnemen. Niet vrijblijvend maar onder dezelfde voorwaarden als bij de bieb. Het leuke is er ook nog aan dat het stimuleert dat mensen met elkaar in contact komen. Ik meld me als deelnemer bij deze aan. Wie volgt?


dinsdag, 9 augustus 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Legalisering softdrugs beter dan alle soorten pasjes.

In politiek, limburg, criminaliteit, idee, kranten, nederlanders, onderzoek, politie, regels, en meer.
Reactie op: ‘ban Franse drugtoerist’, gelezen in Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad van 4 augustus 2011.

Alleen Nederlanders, Belgen en Duitsers toelaten in koffieshops?

Het is het zoveelste verkeerde plan. Weer een idee dat het hypocriete softdrugsbeleid in stand houdt. Het wordt hoog tijd dat softdrugs gelijk worden behandeld als alcohol en tabak. Onderzoek van een half jaar geleden door de econoom Martijn Boermans van de Hogeschool van Utrecht wees uit dat de legalisatie van cannabis de staatskas jaarlijks netto 850 miljoen oplevert. (Veel geld in deze tijd van bezuinigingen.) Haal softdrugs uit de criminaliteit en de georganiseerde misdaad heeft op dit gebied geen bestaansrecht meer, wat enorm bespaart op politie en justitie. Bindt de teelt en handel van wiet net zoals iedere andere product aan er op toegesneden regels en hef er behoorlijk accijns over. Maar de conservatieve Nederlandse politiek reageert vooralsnog zoals de Engelsen zeggen: “I made up my mind so don’t bother me with the facts.”

Lees de compilatie van reacties in de kranten van 9 augustus 2011.

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

Gelezen: what-if

In gelezen, afrika, de wereld, geheim, geschiedenis, handelen, hart, joden, leuk, en meer.
Het is alternatieve geschiedenis-zomer! Vind ik dan. Dus heb ik er een aantal romans bij gepakt die handelen over wat er gebeurd zou zijn als...

Robert Harris, Vaderland
Misschien wel de bekendste alternatieve geschiedenis, want het is verfilmd. De verfilming heb ik destijds niet gezien omdat ik er veel slechts over hoorde, maar misschien ga ik dat alsnog doen. Het boek is namelijk simpel, maar erg spannend - en dat is natuurlijk filmwaardig. Je wordt met de hoofdpersoon meegevoerd in de paranoia die bij het leven in Nazi-Duitsland anno 1964 hoort. Langzaam kom je erachter welk gruwelijk geheim zich heeft afgespeeld in de concentratiekampen van het onoverwinnelijk Duitse rijk... maar ja, wat moet je met die informatie? Het deel van de VS dat onafhankelijk is gebleven heeft ook antisemitische sympathieën...

Harry Turtledove, In the presence of mine enemies
Anders loopt het bij het boek van Turtledove, dat een Nazi-Duitsland anno 2010 behandelt. In tegenstelling tot in het boek van Harris, is de wetenschap over het lot van de joden alom bekend. Vanwege uitspraken van Himmler en de notulen van de Wannsee-konferenz - die door Harris worden aangehaald - vraag ik me af of dat een goed uitgangspunt is, maar soit. Het boek is beklemmend omdat het geschreven is vanuit het perspectief van enkele joden die vermomd als Ariërs in het hart van het derde rijk verder leven, maar op een gegeven moment begin je je wel te ergeren aan al die keren dat een Duitser een antisemitische opmerking maakt en de jood in kwestie wéér denkt "oh je moest eens weten".
Verder ontwikkelt het verhaal zich als in de Sovjet-Unie anno 1985-1991: een nieuwe Führer komt aan de macht, hij introduceert meer openheid, een Gauleiter staat op die vindt dat de Führer niet ver genoeg gaat, de SS-baas probeert met een coup de Führer af te zetten en vervolgens is de Gauleiter de winnaar. Een mooi scenario, maar geloofwaardig? In de Sovjet-Unie speelde mee, dat er door andere even machtige landen werd meegekeken. Die landen zijn er niet in het scenario van Turtledove. Bovendien verandert het systeem wel razendsnel: in minder dan twee jaar tijd is Nazi-Duitsland onherkenbaar veranderd.
Turtledove staat bekend als de meester van de alternatieve geschiedenis, maar dit boek heeft mij niet overtuigd waarom hij dat zou zijn.

Orson Scott Card, Pastwatch: the redemption of Christopher Columbus
In de toekomst - die zich afspeelt in Afrika en Zuid-Amerika, voor de rest is relatief veel van de wereld niet zo goed bewoonbaar meer - is er een technologie waarmee men naar het verleden kan kijken. Maar wellicht is er ook een technologie om het verleden te veranderen? Eén van de hoofdpersonen ontdekt dat Christopher Columbus om ernstig bloedvergieten te voorkomen van zijn oorspronkelijke plan om Constantinopel te bezetten is afgehouden en in plaats daarvan de nieuwe wereld is gaan ontdekken. Maar ja, dat leidt zoals wij dan weer weten tot de christelijke dominantie, ongelijkheid tussen rassen, slavernij en uiteindelijk tot een industriële wereld die ten onder gaat aan het broeikaseffect. Hoe dat te stoppen? De hoofdpersonen doen hun best in dit interessante boek. Of "hun best" ook goed genoeg is, zullen we nooit te weten komen: de hoofdpersonen veranderen namelijk de geschiedenis, maar hoe die geschiedenis vervolgens sinds 1492 is verlopen, wordt nauwelijks geschetst.

Tot nu toe zit er nog niet Philip K. Dick's The Man in the High Castle bij, dat blijft voor mij vooralsnog de ultiemste alternatieve geschiedenis. Maar het is en blijft een leuk en aantrekkelijk genre. We lezen nog even door!

zaterdag, 9 juli 2011

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

Gelezen: non-fictie

In gelezen, christendom, de wereld, eerste, europa, europese, geloof, geschiedenis, groenlinks, en meer.
Heike B. Görtemaker, Eva Braun. Leven met Hitler
Wie was toch die vrouw die achter Hitler stond, die zo lang achter de schermen opereerde? Eva Hitler-Braun leefde na haar zelfmoord voort als een vrouw die een naïef geloof in haar vriend/man had, zich onbewust van de misdaden van het Nazi-regime. Onterecht, betoogt Görtemaker in haar goed leesbare doorwrochten biografie: dat beeld is ontstaan door de talloze mensen uit de omgeving van Hitler die hun eigen rol zo klein mogelijk wilden houden en voorwaarde daarvoor is dat de omgeving van Hitler zo apolitiek mogelijk was. Wat Eva Braun gedreven heeft, is me evenwel nog niet duidelijk.

Tamim Ansary, Een geschiedenis van de wereld door Moslimse ogen
Een eye-opener. Deze zeer leesbaar geschreven geschiedenis van de Midden-wereld (Midden-Oosten is in de ogen van de auteur te Europacentrisch) toont hoe marginaal de rol van Europa in de moslimwereld wel niet geweest is. De Kruistochten - in Europese ogen een historische clash tussen Christendom en Islam - is binnen de Moslimwereld niet meer dan als een vervelend vliegje op de huid van een olifant. De Mongoolse hordes daarentegen! Als de zgn. Kleine Jihad ergens door veroorzaakt is, dan is het door de inmenging van de nazaten van Genghis. Vanaf dat moment ontstaat er in de Islam steeds meer een extremistische onderstroom. Opvallend is de modernere tijd: hoe die extremistische onderstroom eigenlijk pas in de afgelopen dertig-veertig jaar in bepaalde landen een bovenstroom is geworden. Het toont ook hoe fragiel die nieuwe bovenstroom is; wie weet is de huidige "Arabische Lente" alweer het eerste teken van de ondergang van het religieuze extremisme?

Paul Lucardie, Gerrit Voerman (red.), Van de straat naar de staat? GroenLinks 1990-2010
Mijn mening over dit boek gelieve te lezen in het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2011. ;-)

Kluun, Help ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt!
Tja, verplicht leesvoer als je daadwerkelijk zo stom bent geweest... Erg humoristisch opgeschreven allemaal, met een enorme kern van waarheid, in ieder geval in de eerste maanden.

donderdag, 30 juni 2011

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

Gelezen: fictie

Lezen. Wat doe je anders op huwelijksreis? Nu even de fictie, volgende week de rest!

Jenna Blum, Het familieportret
Geen groots en meeslepend boek, wel een ingetogen familiegeschiedenis. Hoofdpersoon is de dochter van een naar de VS geëmigreerde Duitse, die geobsedeerd raakt met de rol die Duitse vrouwen in het algemeen en haar moeder in het bijzonder in de Tweede Wereldoorlog speelden. Ook wel: hoe WOII ook bij de tweede generatie tot trauma's leidt.

Thea Beckman, Stad in de storm
Had ik nog steeds niet gelezen, blij dat ik het - zij het twintig jaar te laat - toch heb gedaan. Het rampjaar 1672 en de nasleep (de "storm" uit de titel slaat ook op de storm van 1674 waarbij de Dom naar beneden kwam vallen) beleefd door de ogen van een jongen op de drempel van volwassenheid met de belangrijkste levensles die de mens kan hebben: er is geen goed en kwaad.

Jonas Jonasson, De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween
Forrest Gump meets The World According to Garp, en dan nog iets meer. Erg vermakelijk boek dat een groot deel van de politieke geschiedenis van de twintigste eeuw omvat en belachelijk maakt.

Howard Jacobson, De Finkler-kwestie
Had vanwege de obsessie van de hoofdpersoon Treslove voor zijn vriend Finkler de Jood eigenlijk een roman van Grunberg kunnen zijn. Met veel humor maar ook met een aantal waarschuwingen naar antisemitisme en doorslaan in rouw. Herlezen waard!

vrijdag, 24 juni 2011

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Brief

In dagelijks leven, internet, brieven, de wereld, gevonden, google, kant, lezen, mensen, en meer.

Breda, 19 juni 2011

‘Waarom sturen mensen eigenlijk nooit meer een brief?’, vroeg hij zich af. Via twitter. Ik vond het eigenlijk wel een intrigerende vraag. Want een brief is in essentie natuurlijk een gruwelijk mooi medium.

Rationeel gezien kon ik de antwoorden allemaal wel verzinnen. Brieven zijn traag. Ze doen er een dag over om aan te komen, nog eens een halve dag om gevonden en gelezen te worden en God weet hoe lang voor je er een antwoord op krijgt. We zijn te ongeduldig geworden voor brieven. Tegenwoordig moet alles meteen,. Directe bevrediging, dat willen mensen.

Ik ben dol op internet. Geen spontaan opgekomen vraag waarop Google en Wikipedia via een smartphone niet du moment een antwoord op kunnen leveren. De verwondering over vraagstelling heeft plaats gemaakt voor verwondering over de technologische capaciteit hierop direct een antwoord te produceren.

Wat we gaande op onze reis langs steeds verdergaande digitalisering een beetje zijn krijtgeraakt is ons geduld. Niet alleen het geduld om te wachten op een reactie. Nee, vooral ons geduld om een mooie brief op te stellen. Om na te denken over elke zin die je opschrijft. Om nog eens na te lezen, voordat je op enter drukt. De enter-toets is de postzegel van weleer.

Ergens heb ik nog een doos liggen met brieven. Brieven die ik ontving. Ik vraag me af of de afzender al mijn brievenb ook nog ergens heeft liggen. Penvrienden, mensen aan de andere kant van het land of de wereld, waarmee je brieven uitwisselt. Ik vraag me af of ze nog bestaan, mensen die elkaar om de pak ‘m beet drie weken een brief sturen. Ik vraag me af of ze nog aangevuld worden met vers materiaal, die schoenendozen met brieven.

Ik deed er opgeteld misschien wel vier uur over, maar ik heb het gedaan. Voor het eerst sinds jaren heb ik weer een echte brief gestuurd. Handgeschreven. Met vulpen. Het is een lesje nederigheid. Een les in geduld. Al dagen kijk ik elke ochtend op de mat om te kijken of er al een antwoord binnen is. De spanning is welhaast ondraaglijk.

vrijdag, 27 mei 2011

Femke Halsema

Femke Halsema

Hyves Twitter TK

Leonardolezing: Politiek in de jaren nul

In speeches, rechtvaardigheid, regels, regeren, regering, rekening, risico, rita verdonk, roc, en meer.

Website van de Leonardo-leerstoelLeonardolezing, uitgesproken 26 mei 2011 op de Universiteit van Tilburg

Dames en heren,

Goedemiddag,

De politiek verlaten veroorzaakt een forse breuk in je bestaan. Eén die je ook nauwelijks kan voorvoelen, zolang je er deel van uitmaakt. Dat geldt òòk als er geen sprake is van een overhaaste aftocht na de val van een kabinet, een incident of een misstap en je jezelf plotseling en in shock terugvindt achter de geraniums.
Ik had mijn vertrek grondig voorbereid en ook wel tussen de bedrijven door nagedacht over de periode erna. Maar veel verder dan uitslapen, boeken lezen, met mijn kinderen spelen en vrienden zien, kwam ik niet. De allesoverheersende gedachte was ‘vrij zijn’ van dwang, druk en het heilige moeten. Maar wat je je onvoldoende realiseert, is dat ‘vrij zijn’ een geestesgesteldheid is die je als politicus juist grondig afleert.

Politici zijn onvrij, èn laten zich onvrij maken, en dat heeft een aantal redenen.
Er is de drukte die veel beroepen op hoog niveau kenmerkt: de agenda wordt door iemand anders gevuld, werkdagen van 12 uur zijn bepaald geen uitzondering en vanaf het opstaan tot het slapengaan jaagt de adrenaline door je bloed.
Ik merkte bijvoorbeeld – en heel simpel – dat ik de krant opnieuw moest leren lezen. Het obsessieve, gespannen scannen van het binnenlandse nieuws op je eigen naam, die van je collega’s en je tegenstanders, het in no-time willen inschatten van de politieke gevaren en risico’s die de krant herbergt, verworden geleidelijk tot een gewoonte. PVV-kamerlid Fleur Agema vertelde ooit bij Pauw & Witteman dat zij elke zaterdag om 6 uur opstond om bij het benzinestation de Telegraaf te kopen. Zodoende wist zij zeker dat zij als eerste van alle Kamerleden mondelinge vragen kon indienen over willekeurig welk incident. Hoe absurd misschien ook het voorbeeld, de onrust en drift waarvan Agema getuigt is geen enkele politicus vreemd.
En zo zijn er meer ingesleten gewoonten: tv-kijken betekent zappen; gesprekken voer je kort en dikwijls instrumenteel, met het oog op het te boeken resultaat; zoals de boeken die je leest vooral ‘nuttig’ moeten zijn voor je politieke handelen. Multitasken is verheven tot een hogere kunst van gelijktijdig telefoneren, internetten, medewerkers instrueren, een debat voorbereiden enzovoort.

Wat het politieke bestaan, als tweede, in hoge mate onvrij maakt is de permanente publieke druk, en de noodzaak èn wil om zichtbaar te zijn. Warren Beaty merkte ooit op over zijn toenmalige minnares Madonna dat zij niet bestond als de camera’s niet draaiden: ‘Why would you say something if it’s off-camera? What point is there existing?’
Politici, zeker de toonaangevende, worden regelmatig en, niet onterecht, bespot omdat ze opduiken in de meest wonderlijke talkshows, RTL-boulevard presenteren en hun oordeel geven over elke denkbare, triviale gebeurtenis. Maar – behalve vanzelfsprekend ijdelheid – hebben zij daarvoor ook goede redenen. Blijvende bekendheid & populariteit zijn namelijk harde voorwaarden voor verkiezingswinst, het kunnen realiseren van je opvattingen en idealen, en de eventuele deelname aan de macht.
Bijvoorbeeld. Toen ik eind 2002, krap 2 maanden voor de verkiezingen, aantrad als nieuwe lijsttrekker, was het grootste probleem mijn geringe naamsbekendheid. Minder dan 30% van de bevolking wist van mijn bestaan. Om ook maar enige rol van betekenis te kunnen spelen tijdens de verkiezingen moest dat razendsnel omhoog naar minimaal 80% en dat betekende een slopende gang langs koffieprogramma’s en vrouwenbladen.
Maar ook jaren daarna, toen ik over bekendheid weinig te klagen had, bleef de noodzaak om zichtbaar te zijn even groot. De meeste kiezers bepalen hun voorkeur namelijk maar deels op politieke opvattingen. Minstens zo belangrijk is hun intuïtieve voorkeur voor de waarden die een politicus vertegenwoordigt, zijn betrouwbaarheid & zijn aardigheid. Opvattingen, levensstijl, humor of de ontroering waarvan een politicus blijk geeft, moeten met elkaar in overeenstemming, en consequent zijn. Zo betekenden in mijn geval de bekende journaalbeelden waarin ik hevig debatteerde met bijv. Rita Verdonk of Geert Wilders ook een gebrekkig electoraal imago van bijterigheid (dan zeg ik het mild).
Het beeld van een politicus dat kiezers opbouwen bestaat uit korte fragmenten, waarbij juist de negatieve het beste beklijven. Reparatie van een onplezierig of onhandig imago kost tijd – televisietijd – en wint aan kracht door herhaling. Voor mij gold in ieder geval dat ik zeker 2 jaar talkshows als ‘Barend & Van Dorp bij elkaar gelachen had, voordat het kwartje viel bij veel kiezers dat ik niet alleen fel kon debatteren, maar misschien ook gewoon een aardige vrouw was aan wie je je kostbare stem kon toevertrouwen.

De druk èn de wil om geregisseerd en beheerst maar ook onophoudelijk zichtbaar te zijn, is niet alleen tijdrovend, maar het beperkt ook je uitingsvrijheid als politicus.
Elke politicus kan getuigen van een slip of the tongue die tot vervelens toe op televisie en op internet zijn herhaald. Balkenende denkt wellicht met weinig plezier terug aan zijn uitspraak tegen mij over de VOC-mentaliteit: ‘Laten we blij zijn met elkaar. Nederland kan het weer! (..) Toch?’ Maar het beëindigde niet voortijdig zijn carrière, wat wel gebeurde met VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn die vooral naam maakte met onhandige opmerkingen, zogenaamde ‘Boekestijntjes’.

De belangrijkste reden waardoor politici onvrij zijn is de tirannie van de tijd en de maatschappelijke omgeving. Daarmee bedoel ik het volgende. Het is voor politici bijna onmogelijk om een bezonken en beredeneerd oordeel te vellen over het politieke bestel waarin zij hun werk doen. Of de maatschappelijke cultuur te analyseren en te bekritiseren waarvan zij tegelijkertijd de drager zijn, waar zij uit voortkomen en hun populariteit aan ontlenen. Politici worden geacht mee te varen op de stroom van maatschappelijke en culturele sentimenten, de tijdsgeest aan te voelen en deze te vertolken. Doen zij dat niet of bekritiseren zij juist de tijdsgeest, dan riskeren zij kiezers, populariteit en uiteindelijk hun positie. Kortom, dan dreigen zij ineffectief te worden.
Maar vrijwel alle politici die ik de afgelopen jaren heb leren kennen, worstelen er ook mee dat ‘de waan van de dag’, zo dikwijls de koers van een debat en de richting van een besluit dicteert. Met de ‘waan’ bedoel ik niet het laatste incidentje uit de Telegraaf dat bij de wekelijkse mondelinge vragen de boventoon voert – hoewel dat ook ergerlijk is. Ik bedoel dat de woorden en onderwerpen die politici kiezen aan maatschappelijke en politieke modes onderhevig zijn en dat die modes dwingend zijn. Simpel gezegd. Geen zichzelf respecterende politicus wil op dit moment thee drinkend en al ‘multiculturaliserend’ in een moskee betrapt worden, ook al zouden daar goede redenen voor zijn. Thee drinken staat voor slapte. Zoals ook geen politicus nu met groot enthousiasme lagere straffen verdedigt, hogere belastingen, gescheiden zwemmen, de vrije verkoop van Mein Kampf enzovoort. Er is een grote omloopsnelheid in de populariteit van politieke onderwerpen. Tegen de dominantie van een kulonderwerp kun je je verzetten, je kan media in hun eenzijdige belangstelling tot de orde willen roepen, maar dan strand je meestal als roepende in de woestijn. Het is bijna onvermijdelijk om je te voegen naar de onderwerpen die gelden als het meest urgent, het meest ernstig – en daarbinnen de variatie te zoeken. Dat is niet uit lafheid of opportunisme maar uit noodzakelijk en gezond lijfsbehoud.

Mocht u na deze inleiding denken dat ik somber ben over de kwaliteit en kracht van politici: nee, geenszins. Wat ik zo-even opsomde zijn de disciplinerende, onvrij makende mechanismen van moderne politiek, mechanismen die – zo zal ik verderop betogen – alleen maar sterker en dwingender worden, en waaraan politici zich slechts met moeite en risico’s kunnen onttrekken.

Maar vandaag verdedig ik ook de stelling dat cultuurkritiek en het opnieuw beoordelen van het politieke bestel en handelen hard nodig zijn. Dat het meedeinen op het tij van maatschappelijke en culturele verandering – niet volstaat. Dat kon misschien in eerdere perioden in onze naoorlogse geschiedenis – waar bijvoorbeeld een oud-politicus zoals Marcel van Dam hoog over opgeeft – nog wel. Maar toen volstond ook om, tegenover de dreiging van de Russen een bataljon tanks aan onze oostgrens te plaatsen. Nu is de maatschappelijke deining te groot en is te onbestemd waar en hoe de golven op de kust slaan.

_____________

Sinds begin februari hebben mijn studenten en ik onderzoek gedaan naar wat ik in de opdracht van de Leonardo-masterclass heb beschreven als ‘De politieke betekenis van de jaren nul’ (de eerste 10 jaar van deze eeuw).

Maar laat me ze eerst even aan u voorstellen: Juliette Barendse, Linde Gasseling, Sabine Geers, Suzanne Keurntjes, Loes Mahieu, Madelene Munnik, Vera Nijveld, Michael Suurendonk, Pauline Verstraten en Eefje Wielders.

Zij hebben de afgelopen maanden literatuurstudie verricht en gesprekken gevoerd – variërend van Mark Rutte tot Hans Laroes, van Herman Tjeenk Willink tot Paul Scheffer. Zij hebben een middag meegelopen bij de redactie van Nieuwsuur, aangezeten bij de fractievergadering van een niet nader te noemen politieke partij en de Haagse sociëteit Nieuwspoort verkend. Zij hebben – aan de hand van eigen stellingen – een debat georganiseerd met studenten van de Tilburgse ROC. En uiteindelijk hebben zij twee keer, in groepjes van drie, een essay geschreven.

Wat ik hier vertel is ook gebaseerd op hun analyses, conclusies en aanbevelingen, wat niet wegneemt dat anekdotes en – zeker – de drastischer opvattingen en conclusies wel degelijk voor mijn eigen rekening komen.

De afgelopen jaren (bijvoorbeeld ook in mijn afscheidsbundel ‘Zoeken naar vrijheid’) heb ik vaak opgemerkt het gevoel te hebben getuige te zijn van een historische politieke tijd. Aantredend als Kamerlid in de tweede Paarse periode in 1998, kenmerkten de politiek en samenleving zich door een grote bezadigdheid. Politiek betekende wat schaven en lasten verlichten en nog eind 2001, toen Pim Fortuyn al heel populair was, bleek uit onderzoek dat de Nederlandse bevolking zeldzaam tevreden was. Er leken – eigenlijk tot de aanslag op de Twin Towers in september 2001 – weinig maatschappelijke en politieke voorbodes voor het tumult dat volgde.

De gedachte getuige te zijn van een historische politieke tijd ontleende ik aan het boek van Ido de Haan over de Nederlandse constitutie: ‘Het beginsel van leven en wasdom’ Hij betoogt daarin dat Nederland tussen 1848 en 1920 in het teken stond van constitutionele politiek. Volgens De Haan draaide het toen niet zozeer om een faire uitvoering van de politieke regels, als wel om het vaststellen van de regels zelf. In die periode werd bijvoorbeeld de staatssoevereiniteit vastgesteld, de scheiding tussen kerk en staat, het vrouwenkiesrecht en de vrijheid van onderwijs. Na 1920 brak een lange periode aan van zgn. ‘normale politiek’. Onze constitutie stond als een huis en werd door politici van alle gezindten als begrenzing geaccepteerd. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, jaren van grote maatschappelijke onrust, concentreerde het politieke en maatschappelijke debat zich vooral op de herverdeling van welvaart en rechtvaardigheid, binnen de normatieve grenzen van de grondwet.
Volgens De Haan is pas aan het einde van Paars, versneld door de aanslag op de Twin Towers, de lange periode van ‘normale politiek’ ten einde gekomen en zijn wij opnieuw aangeland in een periode van constitutionele politiek. Of zoals de Haan het somber opsomt: ‘We hebben te maken met een partijenstelsel dat niet langer de verdeeldheid in de samenleving weerspiegelt, een parlement dat zijn centrale plaats daarin verliest en een staat die vastdraait in zijn ambities van herverdeling en rechtvaardigheid. De staat en de samenleving zullen zich opnieuw moeten grondvesten.’ (Tot dusver Ido de Haan)

Terugkijkend op de afgelopen 13 jaar, zijn onmiskenbaar de grootste en hevigste debatten ‘constitutioneel’ geweest. Beginnend wellicht met het venijnige conflict dat volgde op de uitspraken van Pim Fortuyn over artikel 1 van de grondwet: het discriminatieverbod, als sta-in-de-weg van de vrije meningsuiting. Wat volgden waren talloze debatten over de reikwijdte van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Zo kon het gebeuren dat het parlement debatten voerde over de noodzaak en de plicht elkaar de hand te schudden, omdat dit niet langer werd beschouwd als een vriendelijke gewoonte – en het afwijken ervan als een rariteit -maar als een nationale testcase voor onze tolerantie, vrouwvriendelijkheid en ons gelijkheidsdenken. En in dit geval legde het recht van vrije expressie – in de opvatting van de dienstdoende minister Verdonk – het genadeloos af tegen het discriminatieverbod (dat zij op andere momenten met hartstocht relativeerde).
Nieuw was ook het bediscussiëren van de betekenis van godsdienst, en in het bijzonder de Islam, in het parlement zelf. De dominante uitleg van de scheiding tussen kerk en staat was voordien dat politici geen oordelen vellen over geloof. Ook de verhouding in de Trias Politica wijzigde zich, sinds politici zich actief bemoeien met lopende rechtszaken en de benoeming van rechters niet langer beschouwen als een hamerstuk maar tot inzet maken van partijpolitieke strijd (zoals de nieuwe Raadsheer Ybo Buruma overkwam). En hetzelfde kan gezegd worden over de positie van het staatshoofd, die vorige zomer hardhandig buitenspel is gezet bij de vorming van een minderheidskabinet.

Ik denk dat mijn studenten en ik er niet over van mening verschillen dat we inderdaad een periode van maatschappelijke en politieke turbulentie doormaken.
Wel hebben wij samen het idee begraven dat er sprake is van een harde omslag in de politieke geschiedenis die zich concentreert in 1 decennium en is veroorzaakt door de aanslag op de Twin Towers en de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Maatschappelijke en culturele verwarring lijkt eerder het gevolg van geleidelijker, maar evenzeer ingrijpende veranderingen. Veranderingen waarvan de politieke moorden in Nederland en 9/11 in de Verenigde Staten wel machtige symbolen zijn.

Samen, de studenten en ik, hebben we er drie grote en geleidelijke veranderingen uitgelicht die naar onze opvatting met name de afgelopen 10 jaar groot effect hebben gehad op de politieke verhoudingen en het politieke handelen. Deze veranderingen, als ook de effecten op de politiek, hebben de studenten onderzocht en in hun essays beschreven.

1.
De eerste grote verandering is globalisering en de definitieve vestiging van een risicomaatschappij. Deze is de afgelopen decennia in tientallen studieboeken beschreven en de vaststelling dat Nederland onderdeel is geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij is bepaald niet nieuw.
Nieuw is wel de hardhandigheid waarmee globalisering de afgelopen jaren onze huiskamers en het parlement is binnengewalst. Als student leerde ik aan het einde van de jaren tachtig al over de ‘risicomaatschappij’ die het gevolg was van globalisering, waarbij de kernramp in Tsjernobyl het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was. Maar afgezien van een enkele dioxinekoe, leek het met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico’s wel mee te vallen.
Die illusie van relatieve veiligheid zijn wij inmiddels wel kwijt.
Inmiddels hebben we hardhandig de gevolgen ondervonden van een aantal
wereldwijde, financiële en economische crises.
Ik kan me goed herinneren dat over de Algemene Beschouwingen van 2008 de dreiging hing van een aanstormende financiële crisis. Maar zelfs toen vlak daarna de Amerikaanse Bank Lehman Brothers omviel, was van groot alarm in de Haagse politiek en in de samenleving nog geen sprake. Het beperkte zich tot een droge notie van risico’s waarop de Nederlandse regering, mocht er iets gebeuren, ‘adequaat’ – in het betere Haagse jargon – zou reageren. Dat is overigens ook gebeurd.
Maar ik kan niet verhullen dat het dreigende omvallen van Nederlandse banken en de duizelingwekkende bedragen die de Nederlandse regering vervolgens beschikbaar moest stellen, ook voor mij een schokkende eye-opener van internationale kwetsbaarheid waren. De razendsnel oplopende staatsschuld, de toenemende werkloosheid in Nederland door onverantwoord gedrag van bankiers en hypothecairs in de Verenigde Staten, was en bleef een nauwelijks te bevatten samenloop van gebeurtenissen en omstandigheden.
En kwetsbaarheid voor internationale risico’s heeft zich niet beperkt tot de financiële markt en de economie. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de
razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten en heeft de wereldwijde klimaatverandering bijvoorbeeld moeten leiden tot een kostbaar plan voor dijkverhoging en dijkbewaking. De aanslag op de Twin Towers en daarop volgend die in Madrid en Londen hebben de zekerheid te leven in een relatief geweldsloze en veilige samenleving voor veel mensen ondermijnd. Internationaal conflict en geweld houden zich ook in onze achtertuin op, worden hier geboren en groot gebracht: zoveel werd vooral bij de moord op Theo van Gogh duidelijk.

Om een beter zicht te krijgen op het effect van internationale crises en risico’s op de Nederlandse politiek hebben de studenten onderzocht hoe in Nederland is omgegaan met de Mexicaanse griep. Dit griepvirus, eerst de varkensgriep genoemd, kreeg vanaf het voorjaar van 2009 delen van de wereld in de greep, zeker toen bleek dat door besmetting niet alleen dieren maar ook mensen dood konden gaan. Inmiddels staat de teller wereldwijd op bijna 19.000 slachtoffers. In Nederland heeft de regering, onder verantwoordelijkheid van minister Klink, snel en ingrijpend gereageerd. Er waren folders en internetsites, risicogroepen kregen het advies zich preventief te vaccineren en er zijn 34 miljoen griepvaccins aangeschaft. Uiteindelijk heeft de Mexicaanse griep in Nederland nooit werkelijk huisgehouden.

Terugkijkend op de politieke besluitvorming valt vooral de grote en oncontroleerbare rol op die deskundigen spelen. Minister en parlement ontbeerden de specialistische kennis die inschatting van de gezondheidsrisico’s vergde en moesten zich in het geheel verlaten op de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de World Health Organisation (WHO). Het waren ook de deskundigen die de minister en vervolgens de kamer voor een keuze plaatsten. Men kon 1. ‘afwachtend beleid’ voeren maar dit had een ‘risico voor de nationale gezondheid’ of men kon 2. ‘preventief beleid’ voeren, dat een financieel risico droeg.
Zo geformuleerd hoeft het weinig verbazing te wekken dat Nederland – als één van heel weinige landen – overging tot de peperdure aanschaf van een astronomisch aantal griepvaccins. De keuze was dan ook eigenlijk geen keuze maar een fait accompli omdat geen verantwoordelijk politicus uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking zal plaatsen.
Achteraf is er discussie ontstaan over de onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie, en het oordeelsvermogen van politici. Dat vind ik terecht.

Meer in het algemeen kun je stellen dat globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn. Waarvan op het moment dat zij dwingende adviezen geven ook nauwelijks bekend is dat zij zelf over de juiste en noodzakelijk informatie beschikken. De President van de Nederlandse Bank, de heer Wellink, heeft bijvoorbeeld achteraf aangegeven dat ook de Nederlandse Bank en hij zelf onvoldoende op de hoogte waren van de financiële producten waarin banken handelden en de risico’s die deze in zich hadden. Toch voer de regering volledig op de Nederlandse Bank.

2.
Globalisering is niet de enige grote, geleidelijke verandering die de politiek beheerst. Even ingrijpend is – om het eens in chique wetenschappelijke termen te zeggen – het gewijzigde paradigma van multiculturalisme.
Kort gezegd, is multiculturalisme in Nederland lang het bewijs geweest van vrijheid. In ons vrije, democratische land zou ruimte zijn voor andersdenkenden, andere tradities en gebruiken. Door de kracht van onze rechtsstaat, door onze tolerante inborst, ons democratisch bestel en de maatschappelijke mogelijkheden voor sociale stijging, zouden wij ook de komst van grote groepen vreemdelingen gemakkelijk kunnen opvangen. En belangrijker nog, binnen de grenzen van de rechtsstaat werd heb alle ruimte gegeven om hun eigen gang te gaan.
Inmiddels wordt multiculturalisme niet meer beschouwd als een bewijs van vrijheid, maar als een regelrechte bedreiging van onze vrijheid. Tolerantie is niet langer een deugd die geprezen wordt maar synoniem geworden met ‘plooien, schikken en afkopen’ van eigenlijk onoverkomelijke verschillen, tegenstellingen en botsingen.

Het verdwijnen van het geloof in multiculturalisme is een gevolg van de hardnekkigheid van integratieproblemen en het dreigende ontstaan van een allochtone onderklasse (met overmatige criminaliteit en overlast onder allochtone jongeren). Het is ook een gevolg van de angst voor gewelddadig, Islamitisch fundamentalisme dat door de aanslagen is gevoed en ertoe leidt dat in Nederland levende en werkende moslims inmiddels achterdochtig worden beschouwd als wolven in schaapskleren.
Maar beide problemen – de hardnekkige integratieachterstanden en de zorg om gewelddadig Islamitisch fundamentalisme – zijn ook een dankbare voedingsbodem gebleken voor snel populair wordende populisten. Dat multiculturalisme inmiddels een scheldwoord is geworden, is in belangrijke mate hun verdienste. Dit zeg ik wel met enige ironie.

De studenten hebben de afgelopen maanden als casus studie gemaakt van de incidenten die er de afgelopen jaren zijn geweest rond Imams die weigerden de hand te schudden van, in de eerste plaats Minister Verdonk. Vooral de eerste keer dat een Imam, zichtbaar en publiek weigerde de minister de hand te schudden groeide snel uit tot een nationale rel. De minister vond dat er onvoldoende respect was voor het instituut ‘minister’ en voor haar als vrouw en liet weten dat handen schudden een Nederlandse plicht was.

Op basis van hun onderzoek naar het veranderde oordeel over multiculturalisme en de incidenten rond handen schudden merken de studenten op dat politici en het politieke debat zich los lijken te hebben gezongen van de rechtstatelijke kaders waarbinnen zij opereren. Bij de beoordeling van het gedrag van individuele en groepen burgers stellen zij zich minder de vraag ‘is dit onwettig’ maar veeleer de vraag ‘is dit onprettig’. Afwijkend gedrag wordt in toenemende mate als on-Nederlands en onprettig bestempeld en veroordeeld.
Veel burgers, veel media ook, zijn gecharmeerd van de daadkracht en flinkheid die spreekt uit deze stevige oordelen: met name populistische politieke stromingen die van het veroordelen van onprettig, on-Nederlands gedrag hun handelsmerk hebben gemaakt, hebben dan ook een grote electorale vlucht gemaakt
Tegenover de symbolische kracht van harde normatieve oordelen over soms kleine incidenten staat echter een grote politieke en beleidsmatige onmacht. Politici zijn namelijk wel degelijk gehouden en gebonden aan de grenzen van de democratische rechtsstaat, waar deze rechtstreeks voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen. Ongeacht retoriek en vertoon van flinkheid kent het integratiebeleid de afgelopen 10 jaar nauwelijks verandering maar een grote stroperige continuïteit en traagheid. De problemen rond integratie, sociale achterstand en criminaliteit zijn de afgelopen jaren niet werkelijk verminderd.
Het zichtbare verschil tussen zeggen en doen in het debat over de multiculturele samenleving levert – zo voeg ik daar aan toe – politici en het politieke bestel inmiddels een serieus geloofwaardigheidsprobleem op.

3.
Als je de gevolgen van de grote maatschappelijke veranderingen rond globalisering en multiculturalisme bij elkaar optelt, dan kun je vaststellen dat politici zich in een lastig parket bevinden, of – wellicht beter – in een lastig parket hebben gemanoeuvreerd.
De grootste maatschappelijke problemen kennen dikwijls een internationale oorsprong, oplossing of vermindering ervan onttrekt zich daardoor vaker aan het handelingsvermogen van gewone Nederlandse politici. Daarbij zijn zij in toenemende mate afhankelijk van specialistische deskundigen, waarbij zij de belangen en de juistheid van deskundige meningen niet altijd even goed overzien. De verleiding van een vlucht in symbolische daadkracht, in flinkheid bij incidenten is levensgroot en deze route wordt dan ook regelmatig genomen.
Het parket wordt nog lastiger als de derde grote verandering van de afgelopen jaren in ogenschouw wordt genomen: de fragmentatie en verveelvoudiging van media en de groeiende invloed van nieuwe media, van internet, weblogs en twitter.

De opvallendste vaststelling van de studenten in het onderzoek dat zij hebben gedaan naar de invloed van de mediacratie op het politieke handelen is dat wordt onderschat dat media zelf in toenemende mate ten prooi zijn aan grote commerciële en economische belangen.
Tijdens een debat gisteravond bij DWDD tussen een vertegenwoordiger van ‘dode- bomen’ media en webloggers – waar de studenten en ik toevallig aanwezig waren -
werd die dwang van commercie nog eens zichtbaar.
De meest gelezen onderwerpen op weblogs en de digitale pagina’s van kranten variëren van ‘condooms met tandjes’ tot de borsten en billen van Kim Kardashian. Serieuze onderzoeksjournalistiek, analyses van ingewikkelde economische problemen leggen het in de lezersaandacht altijd af tegen relletjes met overspel, zich misdragende BN’ers, moord en doodslag. En waar de lezersaandacht minder is, verdwijnt ook de belangstelling van adverteerders, uitgevers en mediabedrijven. Hoofdredacteuren en journalisten staan onder grote druk om lezers – en daarmee adverteerders – waar voor hun geld te geven.

Voor politiek nieuws betekent dit dat ruzies en conflicten, swingende, harde uitspraken over bijvoorbeeld Islamitisch stemvee of Grieks wangedrag, veel makkelijker hun weg vinden in de media dan – ik noem maar wat – de achtergronden van de financiële crisis.

Ik begon deze lezing met de vaststelling dat politici onvrij zijn. Een politicus die langer meewil verhoudt zich tot de tijdsgeest en tot de onderwerpen die zijn kiezers en de media het meeste lijken bezig te houden.
Nu weet ik dat u stiekem denkt: ‘ja hoor eens, een moedige politicus kiest natuurlijk altijd zijn eigen weg, ongeacht de risico’s’. Natuurlijk, dat is ook zo. En er zijn talloze voorbeelden van moderne, moedige politici die dagelijks impopulaire onderwerpen agenderen en verdedigen. Politici die werk maken van onderwerpen als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, de noodzaak van nieuwe duurzame energiepolitiek, wereldwijde voedselzekerheid enzovoort, ondanks dat hen dit zo goed als onzichtbaar maakt in de media en daarmee voor kiezers. Zoals ook de moderne politiek talloze voorbeelden kent van politici die dwars tegen de voorspellingen in van peilingen – waar ik overigens ook nog een betoog zou kunnen opbouwen – electoraal risicovolle beslissingen nemen omdat zij een grote innerlijke noodzaak voelen. Mijn opvolger gaf bijvoorbeeld meteen na aantreden een visitekaartje af.

Ik verzet mij hevig tegen de gemakkelijke gedachte dat de kwaliteit van politici de afgelopen decennia minder is geworden of dat de politiek oppervlakkiger en vluchtiger is. Deze nostalgische gedachte die nog wel eens door oude politieke mastodonten wordt geuit, miskent eenvoudig dat de maatschappelijke en politieke omgeving waarin politici hun werk doen met name het afgelopen decennium ingewikkelder en risicovoller is geworden.

Dit neemt niet weg dat er alle reden is om de staat van de politiek en het handelen van politici opnieuw goed en hardhandig te doordenken.
Als ik terugkeer naar Ido de Haan en zijn analyse van ‘constitutionele politiek’ dan denk ik dat je inderdaad kan vaststellen dat, als een gevolg van globalisering, de grote problemen in de multiculturele samenleving en komst van een mediacratie, samenleving en politiek zich opnieuw – moeten – grondvesten.

Politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zullen daarin onvermijdelijk leiding moeten nemen. Zij dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid om oplossingen aan te reiken voor grote maatschappelijke problemen. Of het nu gaat om het verminderen van de werkloosheid die voortkomt uit de internationale economische crisis, het op orde brengen van de staatshuishouding, het verminderen van de sociale en integratieproblemen, het beter beheersbaar en controleerbaar maken van het bureaucratische pandemonium (zoals Volkskrantcolumnist Bert Wagendorp deze week zo mooi opmerkte) of het aanpakken van klimaat- en energieproblemen

In het tweede deel van de masterclass heb ik de studenten gevraagd om – met achterlating van al hun theoretische kennis – eens na te denken over de noodzakelijke veranderingen in het politieke bestel en het handelen van politici.

Ik geef u eerst twee heel alledaagse observaties van de studenten door, waar ik even om moest lachen maar die ook onmiskenbaar veelzeggend zijn.
Na gesprekken met politici en een bezoek aan het parlement, verzuchtten de studenten om beurten dat zij het in het parlement interessanter en ook gezelliger vonden dan zij dachten en dat politici aardiger, welwillender en ook redelijker waren dan hun beeld van hen was.
En vorige week meldde een student dat zij, bezig met de opmaak van het slotessay, eindeloos op Google had gezocht naar foto’s van samenwerkende, vriendelijk met elkaar pratende politici en dat zij die niet had kunnen vinden.

Moderne politici zijn dagelijks verwikkeld in een harde overlevingsstrijd, een strijd om media- en publieke aandacht, in een strijd om het behagen en binden van hun kiezers. Politici zijn met handen en voeten gebonden aan kiezersverwachtingen, populariteitsvereisten en politieke mores. Het maakt hen onvrij om met wat meer afstand de grote problemen van deze tijd te aanschouwen. Het kan hen ook in een isolement brengen van eigendunk en zelfgenoegzaamheid, zo lang het ze goed gaat.

Maar niet alleen zijn de internationale problemen en risico’s, en de afhankelijkheid van derden bij het begrijpen en beheersen ervan, te groot; de vlucht in symbolische daadkracht, symbolische debatten over vooral de multiculturele samenleving die – ondanks daadkrachtige en soms oorlogszuchtige taal – niet leiden tot verbetering van het dagelijkse leven van mensen, ondermijnen de geloofwaardigheid en uiteindelijke effectiviteit van politici. En dit gevaar van politieke machteloosheid en ineffectiviteit op de lange termijn bedreigt alle politici, ook de populisten die zich vooral verheugen over de electorale winst op de korte termijn.

Politieke samenwerking over partijpolitieke grenzen heen, kent een grote noodzaak. Het vermeerdert de gedeelde kennis, het vergemakkelijkt het sluiten van de noodzakelijke compromissen en van het samen regeren.
De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’. Het dwingt politici zich beter rekenschap te geven van de politieke ‘umwelt’ waarin ze opereren en al in campagnetijd actief naar coalities te zoeken en deze te verdedigen, waarmee zij na de verkiezingen zouden willen regeren. Afgelopen zomer leidde de vergaande polarisatie tussen politici tot een gefragmenteerde verkiezingsuitslag en een bijna onbestuurbaar land. De ervaringen van de formatie en de idiotie van de totstandkoming van het huidige minderheidskabinet, zouden zich niet moeten herhalen.
Een zelfde milde dwang tot samenwerking zou uit kunnen gaan van het bij de gewone verkiezingen mogen uitbrengen van een adviserende stem op een voorkeurscoalitie. Ook dan geldt dat politici minder uitgedaagd worden om het conflict te zoeken met de electorale concurrenten (zoals Mark Rutte tijdens de laatste verkiezingen deed met Jan Peter Balkenende) maar al tijdens de campagne publiek samenwerking te zoeken met de latere en meest gewenste regeringspartner.
Daarbij lijkt het ons goed als de partijdiscipline en de onderlinge partijtegenstellingen verminderen. Een voorstel van de studenten is om Kamerleden in het parlement niet meer gegroepeerd naar partij te laten plaatsnemen maar bijvoorbeeld op alfabetische volgorde waardoor zij vaker samen optrekken en samenwerken.
Zelf voeg ik daar nog een suggestie naar Italiaans voorbeeld aan toe. Daar kiezen de leden van de verschillende oppositiepartijen samen één oppositieleider. Ook dat leidt onvermijdelijk tot betere samenwerking: de leiders zullen minder geneigd zijn elkaar vliegen af te vangen of elkaar te herhalen. Daarbij verandert het de verhouding tussen de grote en de kleinere oppositiepartijen. Denkt u zich eens in: het zal lang niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de leider van de grootste oppositiepartij ook de oppositieleider wordt, bij de andere, kleinere partijen zijn wellicht beter gekwalificeerde kandidaten.
Veel politici maken zich zorgen over de zogenaamde kloof tussen politiek en burgers. Zij gaan eens in de zoveel tijd ostentatief (met een camera op hun nek) in koffiehuizen zitten, de deuren langs om te flyeren en beleggen bijeenkomsten waar burgers hun gal kunnen spuien. Al deze, dikwijls symbolische ontmoetingen betekenen niet werkelijk dat er met burgers wordt samengewerkt. Burgers bezitten veel kennis over, en dagelijkse ervaring met maatschappelijke en bureaucratische problemen, vaker dan nu gebeurt kunnen zij politici helpen oplossingen te formuleren. Met de komst van internet kan de kennis van burgers beter toegankelijk worden gemaakt, gebundeld en geselecteerd (zie bijvoorbeeld de ontwikkeling met ‘crowdsourcing’, waar in NL ook Maurice de Hond zich mee bezighoudt).
Een aantal jaren geleden heeft Rita Verdonk een ‘Ritawiki’ geïntroduceerd: burgers werden uitgenodigd om op haar site mee te schrijven aan haar verkiezingsprogramma. Het initiatief ging al snel kapot aan ‘reaguurders’ die site kaapten. Dat neemt niet weg dat het een goed idee was. Een idee van de studenten is om, verbonden aan de site van de Tweede Kamer, een ‘politieke wiki’ te starten waarop burgers oplossingen voor dringende en grote maatschappelijke problemen kunnen aanreiken. Vergelijkbaar met ‘wikipedia’ moet ook het debat over de inbreng van verschillende burgers zichtbaar kunnen zijn en moet zichtbaar kunnen zijn wie deelnemen aan een debat. Om te verhinderen dat de site gekaapt wordt, zou het een idee kunnen zijn dat burgers zich inschrijven met hun ‘digid’ die dan wel bekend is bij de Tweede Kamer maar niet zichtbaar is. Wel moet nagegaan worden of dit privacyproblemen geeft.

Onderlinge, harde competitie en concurrentie tussen politici en tussen parlementariërs en regering is slecht voor de openbaarheid. Angst voor misstappen en voor publieke vernedering leidt ertoe dat politici terugdeinzen voor het geven van inzicht in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Het voorstel van Minister Donner om de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verder in te perken en journalisten die de gangen van een minister willen nagaan, verder op achterstand te zetten, is een teken aan de wand.
Het is een misvatting dat een ‘cultuur van heimelijkheid’ de kwetsbaarheid van politici zou verminderen; het vergroot juist de achterdocht en de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden.
Openbaarheid van informatie is een teken van politieke kracht, het versterkt de samenwerking met burgers en vergroot daarmee uiteindelijk ook de legitimiteit van beslissingen.
Het zou goed zijn als de Wet Openbaarheid Bestuur juist wordt verruimd en het aantal ‘uitzonderingsgronden’ voor het ter beschikking stellen van informatie aan journalisten en anderen, wordt verminderd
Naar mate beslissingen ingewikkelder worden (zoals bijvoorbeeld bij de Mexicaanse griep) zou het ook goed zijn als politici vaker laten zien ‘hoe’ zij tot een beslissing zijn gekomen, en niet enkel burgers ermee confronteren ‘dat’ zij een beslissing hebben genomen. Samen met de studenten pleit ik ervoor om vergelijkbaar met de Rekenkamer (die de doelmatigheid en rechtmatigheid van overheidsbestedingen onderzoekt) een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn.

Ervan uitgaand dat er sprake is van constitutionele politiek waarbij politiek en samenleving zich opnieuw grondvesten, zou het logisch zijn dat onze constitutie daarin ook een grote rol speelt. En dan bedoelen wij niet enkel in de schreeuwerige verdediging van een enkel grondrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Het kenmerk, maar ook de schoonheid, van onze constitutie is de gelijkwaardige botsing van grondrechten, van burgerlijke waarden, die erdoor op een vreedzame manier mogelijk wordt gemaakt. De grondwet constitueert daarmee ook heel letterlijk onze samenleving.
Betere kennis en een meer actieve verdediging van onze grondwet door politici, helpt wellicht ook burgers om met wat meer distantie, wat meer abstractie, politiek en maatschappelijk conflict en meningsverschil te beoordelen. Dit vereist echter wel dat de grondwet wordt vereenvoudigd en wordt verduidelijkt. Onze grondrechten zijn te cryptisch beschreven omdat ze tegelijkertijd ruimte laten voor uitzonderingsbepalingen door de overheid vast te stellen. Wij zijn voorstander van een nieuwe, moderne grondwet die eenvoudig en aantrekkelijk is en die daarmee ook een goed instrument in het onderwijs en in het politieke debat kan zijn.
Daarnaast is het hoog tijd om constitutionele toetsing in te voeren (diegenen die mijn werk van de afgelopen jaren kennen weten dat dit niet de eerste keer is dat ik hiervoor pleit). Niet alleen geeft het burgers een grotere mate van rechtsbescherming tegenover overheidsmacht, het brengt de grondwet ook tot leven omdat deze niet langer ‘een gesloten deur’ is voor burgers, zoals Thorbecke het ruim anderhalve eeuw geleden al omschreef.
Als samenleving en politiek een nieuw grondvest zoeken voor gezamenlijk handelen dan hopen wij dat die wordt gevonden in het zachtaardige, rechtstatelijke patriottisme dat onze constitutie biedt

Gisteravond kreeg ik bij DWDD de vraag, waarom komt u er nou mee, nu u aan de kant staat.
Aan de kant staan is ook reinigend en noodzakelijk om de politiek – waarvan ik houd – met wat meer distantie, wat minder politieke belangen, wat minder koortsachtig te kunnen gadeslaan en te beoordelen.

Ik dank de Universiteit van Tilburg, en in het bijzonder Hans van Driel en zijn staf voor de gelegenheid die zij mij hebben geboden. Ik dank vooral de Leonardostudenten voor het waardevolle onderzoek dat zij de afgelopen maanden hebben verricht en de vele levendige gesprekken en discussies die wij samen hebben gevoerd.

Dank u wel.

 

NB: Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een ‘songfestivalsysteem’ eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

'Mevrouw Yvon de Witte meldt via twitter dat zij het idee voor een 'songfestivalsysteem' eerder op Facebook heeft voorgesteld en heeft vastgelegd bij de belastingdienst. Zij hecht aan vermelding daarvan: bij deze.

maandag, 2 mei 2011

Alice Karen

Alice Karen

Blogbericht over bloggen

In diaries, philosophies, |2011, twitter, blogs, huis, persoonlijk, politiek, blog, en meer.

Een kijkje achter de virtuele schermen

Bestaat er zoiets als een ‘blogetiquette’, een set van regels waaraan je je als blogger dient te houden?
Nee, mijn blog is sowieso niet conformistisch. Natuurlijk zal ik geen mensen bij name beledigen of dood en verderf schreeuwen, maar dat geldt sowieso voor gedrag in het algemeen en niet alleen voor het schrijven op een blog in het bijzonder. Verder zie ik absoluut geen limitaties in wat voor een content ik hier op plaats. Mijn schrijfstijl zelf lijkt me sowieso niet te aanstootgevend te zijn.

Kan je het als blogger echt over alles hebben?
Ik ben niet van de taboes, ben open wat dat betreft. Wel zijn sommige zaken meer privé dan andere, en dat blijkt uit het feit dat ik hier sommige berichten wachtwoordbeveiligd heb gemaakt. Deze onderwerpen zijn het waard om uitgewerkt te worden, maar zo persoonlijk dat ik ze niet voor het hele wereld wijde web beschikbaar stel. In plaats daarvan kan het wachtwoord op verzoek worden opgevraagd en dan beslis ik of diegene het krijgt. Het is maar een select groepje dat kan inloggen bij deze beveiligde berichten.

Publiceer je wel eens een ouder postje opnieuw, of is dat not done?
Als een blogpostje opnieuw gepubliceerd wordt alleen maar vanwege een ziekelijke neiging tot zo veel mogelijk volgers, vind ik het een beetje achterlijk, eerlijk gezegd. Bloggers moeten dat zelf weten, maar ikzelf publiceer niet gauw een oud postje opnieuw. Ik val niet graag in de herhaling, maar ontwikkel graag verder. Een andere manier is om de datum van een al bestaande post te wijzigen, maar de vraag is dan natuurlijk wel hoe actueel dat bericht of het onderwerp dan nog is. En of er niet nog iets nieuws over gezegd kan worden, want dat kan ik wel waarderen.

Wat maakt je blog boeiend, of omgekeerd waaraan herken je een saaie blog?
Saaie blogs kennen te weinig variatie en doen ook niet echt iets unieks, maar soms wel aan een overdosis aan promotie. Ik sta eigenlijk helemaal niet stil bij de vraag of mijn blog boeiend is voor anderen. Voor mij is hij boeiend genoeg omdat ik er mijn gang kan gaan en het voor mij een persoonlijke geschiedenis vormt ook, al die berichten bij elkaar, als een soort peiler van mijn persoonlijke groei, waarin mijn referentiekader dynamisch is gebleken met de tijd, en waarop berichten zijn geplaatst die niet getekend zijn door een perceptie van een later tijdstip, tenzij het flashbacks betreft, hoewel ik niet zeer vatbaar ben voor vertekening. Mijn blog is verder als een verzamelplek voor inzichten, als een manier om writing skills op peil te houden. Dagboeken, korte verhalen, poëzie, essays. Realiteit, dromen en fictie, maar ook research. Lange verhalen zijn er ook, maar dan in de maak, en op aanvraag zijn daarvan fragmenten te lezen.

Is je schrijfstijl belangrijk om lezers aan je blog te binden?
In mijn schrijfstijl zullen sommige mensen zich vast kunnen vinden, maar anderen ook niet, denk ik. Het is soms vrij specifiek. Dat is mijn manier van schrijven. Hier geldt dat ik niet actief bezig ben met de kwestie: wat moet ik doen om mijn blog vooral voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk en boeiend te maken, mede door de schrijfstijl te versimpelen of uitsluitend populaire onderwerpen te kiezen. Ik schrijf datgene wat in me opkomt. En dat gebeurt in vlagen en impulsief, kan soms rauw zijn en scherpe randjes hebben, maar ik ben een voorstander van het specifieke, dat ik verkies boven een zeer brede toegankelijkheid, die het mijn inziens alleen maar oppervlakkiger zal maken. Dat past niet bij mij.

Hoe houd je de discussie op gang zonder te provoceren?
Ik ben scherp, kritisch, rauw, maar weet ook mijn grenzen van hoe ver ik wil gaan. Ik ben geen beroepscynicus en zal dat ook niet worden. Discussies moeten niveau hebben, en doordat mijn blog niet de meest laagdrempelige is, gebeurt dat vanzelf wel.

Vraag je toestemming aan de eigenaar wanneer je diens blog wil toevoegen aan je blogroll?
De linksectie. Dat ligt eraan hoe kwetsbaar iemand zich op zijn of haar blog opstelt. Acht ik iemand kwetsbaar, dan zal ik dat zeker vragen. Wil iemand vooral veel lezers, dan vraag ik dat niet, maar dan betwijfel ik ook weer of het iets toevoegt aan mijn blog, om de link naar betreffende blog in mijn blogroll te plaatsen.

Hoe stimuleer je lezers om te reageren?
Het valt wel mee hoe veel reacties ik krijg. Wel krijg ik van een select groepje trouwe lezers frequent reacties. Dat kan ik erg waarderen. Ook hier geldt dat het me niet zozeer om de veelheid aan reacties te doen is, maar eerder om inhoudelijkheid, of mate van aanmoediging door dat selecte groepje mensen. Dat motiveert ook weer.

Is commentaar van lezers welkom op je blog of juist niet, wat is voor jou een reden om een lezerscommentaar niet te publiceren?
Commentaar, kritische kanttekeningen. Natuurlijk, zo lang het maar niet doelbewust een poging is om mij te beledigen. Ik weet heel goed welke stappen in dan zal ondernemen. Weigeren is een optie. Bij ernstig misbruik lijkt me dat niet voldoende, zeker niet bij oude bekenden. Maar kritische kanttekeningen die verder geen persoonlijke aanval vormen, zal ik gewoon toestaan.

Reageer je op elke commentaar van elke lezer? Wat was de leukste reactie die je ooit kreeg op een stukje?
Zeker, mede als blijk van waardering. De meeste reacties zijn ook erg leuk, ik noem geen specifieke reacties. Het is helemaal zo dat veel bloggers maar wat langs elkaar heen bloggen, in de zin van dat ik niets terug hoor op een reactie van mij op andermans blog, in de zin van een tegenreactie daar of een reactie terug op mijn blog. Daar kom ik dan niet meer terug. Die mensen moeten maar bij anderen zijn om aan hun trekken te komen van bezoekersaantallen, als ze daar zo verslaafd aan zijn.

Wat zijn de manieren om je blog te promoten zonder het van de daken te schreeuwen of al te opdringerig over te komen?
Ik vind het eerlijk gezegd een beetje wanhopig of sneu overkomen wanneer bloggers een instelling hebben als het van de daken schreeuwen en opdringerig overal aanwezig trachten te zijn. Sommige bloggers willen, om vooral altijd in de schijnwerpers te staan, per se elke dag een bericht schrijven. Dat vind ik allicht de grootste dooddoener aan een blog. Soms is er gewoon even geen nieuws, of geen ander boeiend onderwerp om op een inspirerende wijze over te schrijven. Dan laat ik het gewoon. Zo komt het voor dat ik twee weken nagenoeg niets plaats, en dan weer zes berichten binnen een week. Dan moest er blijkbaar veel opgeschreven worden. Huis-tuin-en-keuken-bloggers zijn er meer dan genoeg, en spreken meestal wel meer mensen aan door uitsluitend concrete gebeurtenissen en zaken te beschrijven waarin meer mensen zich herkennen, liefst elke dag. Ik doe het juist met alle plezier net even wat anders. Ik maak ook geen deel uit van een hecht groepje bloggers dat elkaar steevast volgt en terug volgt. Misschien is dat ietwat eigenzinnige, onaangepaste een eigenschap die het maakt dat mijn blog veel mensen enerzijds totaal niet boeit en anderzijds een select groepje trouwe lezers trekt. Ik ben nou eenmaal geen hielenlikker van de eeuwige meerderheid. Daar ligt voor anderen misschien een uitdaging in, maar voor mij allerminst. Sommige dagen vormen uitzonderingen waarbij de statistieken ineens pieken vertonen. Maar ik ben niet verslaafd aan de statistieken van mijn blog. Die pieken bestaan dan grotendeels uit browsers die geen blijvertjes zijn, die mijn blog toevallig vinden op een bepaalde zoekterm in google, en er dan doorheen bladeren.
Concrete promotiemiddelen gebruik ik vrij weinig. Mijn blog staat op de feed van Planeetgroenlinks aangesloten, maar ik weet niet of ik dat wel wil blijven doen, hoewel het concept daarvan okee is. Er wordt zo langs elkaar heen geblogd. Dat wil ik mijn blog niet aandoen. En ik heb het lang niet altijd over politiek, alleen soms over algehele trends die ik waarneem. Ik ben het helemaal niet altijd met die partij eens, maar het is wel de enige partij die zo een blog heeft die eigenlijk is opgebouwd uit feeds van vele blogs die erop zijn aangesloten. Dat vind ik slim bedacht. Ik ben van geen enkele politieke partij lid. Ik baseer mezelf veelal op common sense, zou nooit een foto van mijn hoofd met daaronder een partijlogo als avatar gebruiken. Dat gaat mij veel te ver, en het impliceert een doorgedraaide volgzaamheid, dunkt me. Verder, alle respect voor de mensen die uitdragen waarvoor ze oprecht staan. Ik geef het eerlijk toe als ik niet oprecht ergens achter sta, of niet meer sta. Ik waan mij weer partijloos, maar heb absoluut mijn standpunten, en zal telkens kijken welke partij het beste bij me aansluit wanneer er weer verkiezingen zijn, en ook zeker stemmen. Maar wat ik beslist niet kan, is iets uitdragen, promoten, waar ik het van binnen eigenlijk niet mee eens ben, evenals over zaken waar ik dan weer niet alles van weet continu een ongezouten mening te spuien. Zeker niet op mijn blog. In dit geval ben ik ervan overtuigd dat ik genoeg referenties heb.
Ik heb mijn Twitter-account opgeheven, dat ik eerder vrijwel uitsluitende gebruikte om automatisch shortlinks naar blogartikelen te genereren wanneer ik weer iets nieuws had geschreven. Ik vond het vreemd klinken toen het een hype werd, wat kan je nou met zo een netwerksite, waar smartphonende politici en andere ogenschijnlijk heel belangrijke figuren zich naar de lazarus twitteren? Wonen ze al hun debatten dan nog wel bij, of zitten ze gewoon te tweeten omdat hun baan zo onwaarschijnlijk saai lijkt? Enfin, ik heb mij dat natuurlijk afgevraagd, en besloot toch om een account aan te maken en te testen wat dat nou precies is, Twitter. Anders vind ik niet dat ik het recht heb om er mijn mening overheen te laten gaan. Ik heb het account aangemaakt, er mijn blogfeed op aangesloten zodat er elke keer een shortlink zichtbaar werd zodra ik een blogbericht plaatste. Wederom promotie. Deze verzopen echter een beetje in de tweets van velen die circa elke tien minuten een tweet laten – vergelijk met de scheet, voor beiden geldt dat iets minder frequent prettiger is. En ik heb uiteraard enkele sociale experimenten uitgevoerd met behulp van mijn Twitter-account. Dat kon ik niet laten. Gewoon om te kijken welke belangrijke politieke bollebozen me terug zouden followen, en om te kijken wat er gebeurt als ik iets zeg met daar achteraan de tag #PVV. Maar nu heb ik gezien wat er gebeurde, en gelachen om de uitkomst van mijn zeer subtiel uitgevoerde experimenten, en daarmee verder ook besloten dat behalve dit lolletje Twitter geen enkele toegevoegde waarde heeft voor mij en mijn blog.
Eigenlijk zijn de enige zinnige actieve promoties die ik nu nog maak het af en toe handmatig plaatsen van een link naar een van mijn blogposts op Facebook, als ik denk dat er daar een zinnige discussie uit kan voortkomen, en het regelmatig deelnemen aan een Blogkermis. Dat is een nieuw concept waarbij een initiator via die website een bepaald thema aandraagt, waar vervolgens verschillende andere bloggers op kunnen reageren door een link te sturen naar een daaraan gerelateerd blogbericht. Die worden vervolgens in een verzamelbericht op het blog van de initiatiefnemer geplaatst, die het tot een geheel maakt.
Ik kan publiceren en toch zelf een beetje anoniem blijven, juist door sommige zaken universeler te maken. Misschien hebben anderen daar ook wat aan, ik weet het niet. Al met al vind ik het fijner dat dit door een select groepje nadenkende mensen wordt gelezen en niet door een boel oppervlakkige – huis, tuin en keuken en dat is dan de hele leefwereld – figuren. Dit blog heeft überhaupt niet als doel om oppervlakkig te zijn. Mede daarom promoot ik het nauwelijks nog – het is zonder dat sterk genoeg. Overigens zie ik in dat de mate van promotie ook afhangt van het doel dat iemand voor ogen heeft met het blog. Hierin moet men zich echter niet verliezen, dan komt het wanhopig over.

Sta je open voor gastbloggers op je blog en hoe pak je dat aan?
Mijn blog is een onderdeel van mijn persoon geworden. Een soort territorium. Een ander zou beter een eigen blog kunnen beginnen. Een gastblogger zou bovendien behoorlijk wat content moeten aanleveren om niet te verzuipen in mijn blogberichten. De kleur, de uniciteit van dit blog wil ik graag waarborgen, en ook aanmoedigen bij anderen. Mocht ik in een groepje willen bloggen, dan zou ik een ander blog starten. Maar mijn blog zou hiervoor nooit opgeheven worden, dit is mijn online plekje.


Gearchiveerd onder:Diaries

zondag, 10 april 2011

Alice Karen

Alice Karen

Alphen

In diaries, philosophies, |2011, vrede, wereld, werk, winkels, wonen, amsterdam, en meer.

Alphen aan den Rijn. Daar werd ik geboren, daar groeide ik op.

Het staat weer op de kaart. En hoe. In winkelcentrum de Ridderhof werden de vaste boodschappen gedaan. En uitgerekend daar schiet iemand met een mitrailleur om zich heen, in het wilde weg, nietsontziend. Zelfs kinderen zijn daarbij niet ontzien.

Zes onschuldige dodelijke slachtoffers zijn er, vijftien gewonden, en een ongestrafte dader die na deze gruweldaden zelfmoord heeft gepleegd.

Voor mij was het vroeger als kind een heel uitje om met mijn vader mee te gaan naar het winkelcentrum en daar de grote wekelijkse boodschappen te doen. Het lijstje voor te lezen dat altijd door mijn moeder was geschreven en waar mijn vader absoluut niet zonder zou kunnen. Om zelf mee boodschapjes bij elkaar te scharrelen als ik van de vorige keren onthouden had waar het product stond, en het dan ook van het juiste merk te pakken. Ik hielp goed en kreeg dan steeds een Gulden waarvan ik ofwel iets mocht kopen (toen kon je nog bepaalde zakken chips voor dit bedrag of minder vinden), ofwel kreeg ik de Gulden uit het winkelwagentje dat ik moest terugzetten in de rij nadat mijn vader de boodschappen in zijn auto geladen had. En de moordenaar herlaadt zijn mitrailleur, schiet zelfs op kinderen die daar met hun vader boodschappen doen.

Op woensdagmiddag was ik vrij toen ik nog op de basisschool zat, en ging ik met mijn moeder mee naar de markt bij het parkeerterrein. Daar kreeg ik dan steevast een speculaasje, een plakje worst en een plakje kaas. Twee keer een pond jong. En hier begint het schieten.

Ik ging naar de bibliotheek bij het winkelcentrum totdat ik zo ongeveer alle B- en C-boeken gelezen had nog voordat ik naar de middelbare school ging. En in paniek verzamelt men zich bij de bibliotheek.

Bij dit winkelcentrum werd mijn kleding gerepareerd, hier ging ik naar de drogisterij, hier haalde ik patat op de makkelijke dagen. En de moordenaar schiet een medewerker van de kledingwinkel dood.

Aan de andere kant van het kruispunt bij dit winkelcentrum bezocht ik mijn eerste middelbare school, dagelijks ritme. En niemand kan wennen aan het ijzingwekkend snelle ritme van de mitrailleur.

Bij dit winkelcentrum wachtte ik op de bus toen ik in Leiden op de middelbare school zat, of pikte ik mijn toenmalige vriendje uit Den Haag op, of nam ik weer afscheid van hem in omhelzing. En de nabestaanden omhelzen elkaar in wanhoop.

Later werden de grote wekelijkse boodschappen steeds meer op zaterdag gedaan, en kleine boodschappen af en toe nog tussendoor. Vrijdagen kwamen niet meer zo goed uit toen ik naar de middelbare school ging, het ritme veranderde doordat mijn vader mij naar Amsterdam bracht op vrijdag omdat ik daar aan baanwielrennen deed.

In plaats daarvan was zaterdag de dag voor de grote boodschappen. Mijn moeder rijdt geen auto, mijn vader is door de week druk met zijn baan, en op zondag zijn de winkels in Alphen gesloten. En op deze zaterdag..

De moordenaar heeft zijn mitrailleur herhaaldelijk opgeladen, kon er maar geen genoeg van krijgen, totdat hij zichzelf trof bij de ingang van de Albert Heijn. Eerloos lagen de onschuldige slachtoffers daar, tot aan de nacht vanwege forensisch onderzoek. De nacht is ontwricht. Alphen is ontwricht. Huilende mensen omhelzen elkaar. Zijn foto komt online. Earlier, I must have seen his face somewhere in this place.

Ik raakte ontdaan, werd verdrietig van de beelden op het nieuws toen ik dat aanzette. Ik kreeg bezorgde lieve berichten van vrienden. Ik was op dat moment in Rotterdam bij mijn oudtante van 92, een oude, wijze, levenservaren dame die me getroost heeft, even tot rust heeft doen komen en van wie ik haar telefoon mocht gebruiken, voordat ik weer huiswaarts ging.

Ik belde mijn ouders die nog altijd in Alphen wonen, maar zij waren er gelukkig minder van op de hoogte dan ik op dat moment omdat mijn moeder op dat moment familie op bezoek had, waaronder ook kleine kinderen die gelukkig heel veel aandacht nodig hadden, en omdat mijn vader op dat moment gelukkig in Berlijn zat voor zijn werk. Daardoor is het voor hen niet van de grote boodschappen op zaterdag gekomen.

De gehele Alphense gemeenschap is diep getroffen, ooggetuigen zijn totaal ontdaan. Een van hen, de eigenaar van de dierenwinkel, praatte voor de camera en bracht zijn kleine kinderen vroeger naar de kinderopvang waar mijn moeder werkte. In Alphen is niemand echt anoniem doordat het een beperkte omvang heeft. Gezichten zie je herhaaldelijk, herken je, ons kent ons. Wie zouden het zijn?

It could have happened anywhere. It could have happened to anyone.

Maar ik ken deze plaats zo goed, hier heb ik ook roots, herinneringen. Des te moeilijker is het te bevatten dat zoiets ook vlakbij kan gebeuren, op een plaats die ik heel goed ken, en slachtoffers gemaakt heeft die ik misschien wel van gezicht ken. Het is schokkend. Ik hoop dat zij in vrede zullen rusten, en wens directe nabestaanden veel sterkte toe.

In wat voor een wereld leven we? Een die behoorlijk wreed kan zijn. Maar angst moet niet de boventoon voeren, want dan zou je niets meer durven, niet meer fatsoenlijk kunnen leven, niet eens je boodschappen durven doen of ‘s avonds over straat durven fietsen. Dat belemmert. Het had overal kunnen gebeuren, en bij iedereen. De dader bij de betreffende kwestie is er gelukkig niet meer, dat is nog een geruststelling.

En de lente zet onverbiddelijk door, de zonnige windstilte werd bruut kapotgeschoten. Het leven zal verder gaan, en laat bij sommige personen, op sommige plaatsen, op sommige tijden littekens achter. Maar het gaat verder, en samen staan we daarin sterk.

And you can’t tell me just who you are
You buy new clothes just to hide those scars
You built that roof just to hide those stars
Now you can’t take it back to the start
~ Lupe Fiasco, ‘The instrumental’, 2006

Update: Mijn moeder was vrijdag bij de Square Mode in de Ridderhof om een nieuwe legging uit te zoeken. Zij werd geholpen bij haar keuze door de eigenaresse. Ze kwam er vaker, en de eigenaresse maakte altijd een leuk praatje met haar. Op deze zaterdag werd de eigenaresse van Square Mode vermoord bij de schietpartij.


Gearchiveerd onder:Diaries

zaterdag, 26 maart 2011

Jenneke van Pijpen

Jenneke van Pijpen

Hyves Linkedin Twitter

....en toen kwam er toch nog een antwoord van P&W.....

Mijn open mail aan de redactie van Pauw en Witteman kreeg vele reacties op twitter en werd door meer dan 1200 mensen gelezen op deze site. Maar van de kant van de redactie zelf bleef het stil. Wat aanmaningen via twitter hielpen niet. Ik geloof niet dat er een mens zit achter het twitteraccount @pauwenwitteman. Ze reageren in ieder geval nooit ergens op.
Ik stuurde jl. woensdag maar eens een rappèl via de officiele weg; het contactformulier op de site.
Toen kwam er wel, snel, een reactie. Omdat mijn mail een open mail was, geef ik het antwoord ook maar in de openheid. Zoveel staat er tenslotte niet in....
Ach, ik had niet anders verwacht. Zeker toen het antwoord zo lang op zich liet wachten, was een inhoudelijke reactie geen realistische verwachting meer. Dat is blijkbaar gewoon, omdat er nou eenmaal zoveel kijkers zijn en zoveel mails komen en... en...en.. en.. en... nou ja, lees het hieronder maar.  
Ik ben er nu wel weer klaar mee..... met dat programma dan... en met het wegschrijven van mijn ergernis ook...

Beste Jenneke,

 

Alle mail wordt hier gelezen, maar (een cliché, echter naar waarheid) wij ontvangen honderden reacties per dag. Met alle respect voor uw opinie, het is voor ons erg moeilijk om met iedereen in discussie te gaan over een mening die iemand heeft. Ook wij evalueren ons programma, dus uw mening wordt zeer zeker op prijs gesteld!

 

Verder, over onderwerpkeuze valt te twisten, over smaak ook, maar een gesprek verloopt ook vaak gewoon zoals het verloopt. Dit  hangt ook sterk af van de gasten die bij ons aan tafel zitten. Ook wij chargeren wel eens, soms kan dat laconieker overkomen dan misschien de bedoeling was. Wij proberen iedere dag weer een goed programma te maken, met een zo gevarieerd mogelijk scala aan onderwerpen en gasten. De ene dag lukt dit beter dan de andere, het is maar afhankelijk van wie wil en kan komen, soms.

 

Ik hoop dat u aan andere uitzendingen van ons nog wel plezier zult beleven!

 

Grt (..)

P&W

 


(einde 'discussie')

Permalink | Leave a comment  »

Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 7506 uur (312,7 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,7 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2