vrijdag, 3 februari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Burgemeester op bezoek

In in het nieuws, 100 jaar, burgemeester, verjaardag, afschaffen, foto, geloof, geluk, gewoon, en meer.

Bron: BN de Stem

Onlangs las ik het nog weer op de lokale nieuwssite. De burgemeester was op bezoek gegaan bij iemand die 101 was geworden. Ik vond dat vreemd. Ik snap dat je op die leeftijd niet veel klasgenoten meer kunt uitnodigen, maar is een dergelijke visite niet een teken van een ouderwets feodaal stelsel?

Waarom komt de burgemeester op bezoek? Zit je daar echt op te wachten op die leeftijd? Bij 100 kan ik me nog iets voorstellen, maar moet je dan op weg naar een recordleeftijd elk jaar weer een stuk gebak voor klaarzetten? Zit zo’n burgemeester eigenlijk te wachten op deze saaie bezoekjes, waarvan met de vergrijzing er steeds meer zullen komen?

“Niet roken, maar wel elke dag een borreltje en naar GTST kijken, dan haal je de 100 wel”, het ongevraagde advies heeft hij al vaak gehoord. Laten we toch ophouden met die onzin. Prachtig als je die leeftijd mag bereiken, maar een bijzondere prestatie is het niet. Je hoeft alleen te blijven ademen. Velen lukte het niet, maar 100 halen is ook gewoon een kwestie van geluk. En ik gun iedereen geluk, maar ik geloof niet dat iemand die de gemeenschap klauwen vol geld kost, daar zijn gezicht moet laten zien.

En dan heb ik het nog niet eens over de tenenkrommende stukjes met foto die de week er op in de huis-aan-huis blaadjes verschijnen. Afschaffen dus die traditie, voordat het te laat is.

Het gebeurt overal blijkbaar:

de-midweek.nl
Utrecht
Ondernemersbelang
BN de Stem
Volnieuws.nl
Nieuwsblad.be
Brabantsdagblad
Leeuwarden


dinsdag, 31 januari 2012

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

subsidievraag is Van Gogh los

In kunst / cultuur, onbegrijpelijk, 400 jaar grachten, bezuinigingen, cultureel ondernemer, dicht museum, feestje, hermitage, hoera, en meer.

** dit stuk schreef ik samen met Marja Ruigrok, gemeenteraadslid voor de VVD

2013 is een belangrijk jaar voor Amsterdam. De grachtengordel bestaat 400 jaar, het Concertgebouw 125 jaar, het Van Gogh Museum 40 jaar, en ga zo maar door. Tijd voor feest! De musea in de stad doen ook mee: met een beetje geluk zijn zowel het Rijksmuseum als het Stedelijk weer open en in volle glorie. Helaas bereikte ons vorige week het bericht dat de collectie van het Van Gogh museum – jaarlijks goed voor ruim anderhalf miljoen buitenlandse bezoekers – drie maanden niet te zien zal zijn.

Wat is er aan de hand? Het Van Gogh heeft al een aantal jaar in de planning staan dat het gaat verbouwen: vanaf oktober 2012 moet het museum zeven maanden dicht om ‘de veiligheid en de conditie van het gebouw op lange termijn te kunnen waarborgen’. Het museum had zelfs geregeld dat haar collectie tijdens de sluiting in een ander museum te zien was: de Hermitage was bereid gevonden om de topstukken een poosje op te hangen. Een prima staaltje van samenwerking tussen twee belangrijke musea in de stad. Alles leek in kannen en kruiken.

Helaas bleek er een foutje te zijn gemaakt. De Hermitage is niet voor zeven, maar slechts voor vier maanden beschikbaar. Tijdens het feestjaar 2013 zou dus drie maanden de werken van Van Gogh en de andere 19e eeuwse kunstenaars niet te zien zijn. Een beetje onhandig, en ook tamelijk knullig. Wethouder Gehrels van Cultuur meldde terstond in de gemeenteraad dat zij met alle betrokkenen op zoek zou gaan naar een oplossing. Die oplossing is er nu: de huur bij de Hermitage wordt met drie maanden verlengt. De rekening voor deze verlenging wordt voor een groot deel bij de gemeente gelegd. Kosten: 600.000 euro.

Dit roept een hoop vragen bij ons op. Hoe is het toch mogelijk dat er zo’n fout is gemaakt? Als we deze aanvraag nu honoreren, hoeveel andere culturele instellingen staan er dan binnenkort op de stoep om ook ondersteuning te vragen? Het Van Gogh is een rijksmuseum: is er ook aan Den Haag om een financiële bijdrage gevraagd? En waarom wordt er überhaupt direct naar de overheid gekeken, voor hulp en financiële ondersteuning, om in een door de instelling zelf gecreëerd gat te springen? Als de Bijenkorf gaat verbouwen, een fout maakt in de berekening en dientengevolge zich geconfronteerd ziet met een sluiting van drie maanden, dat zouden ze dat ook zelf oplossen. Dat doen ondernemers namelijk.

Het Van Gogh krijgt jaarlijks ruim 7 miljoen euro subsidie van de rijksoverheid. Daarnaast haalt het zelf nog 27 miljoen euro aan eigen inkomsten binnen – wat ontzettend hoog en ontzettend goed is. Maar dat het daarbij nog extra ondersteuning nodig heeft, terwijl de stad honderden miljoenen moet bezuinigen en bovendien andere culturele instellingen het vel over de neus wordt gehaald, dat is niet goed te verkopen. Daarom roepen wij de Hermitage en het Van Gogh op zich ware culturele ondernemers te tonen en zelf een oplossing te vinden alvorens direct bij de stad aan te kloppen.


vrijdag, 27 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Utilisten, liberalen en dieren

De basis van dierenrechten is, filosofisch gezien, precair. Traditionele politieke theorieën zijn niet goed in staat om zulke rechten te verdedigen. In het boekje Een waardig bestaan schetst Martha Nussbaum een potentiële oplossing: haar eigen op capaciteitengerichte politiek-filosofische theorie.

Dierenrechten als een filosofisch probleem

Veel mensen hebben de intuïtie dat je niet wreed mag zijn tegen dieren. Stierenvechten voelt als een barbaarse praktijk, waar we zo snel mogelijk vanaf zouden moeten. Maar wat is de politiek-filosofische basis van dierenrechten? De traditionele liberale politieke theorieën bieden geen ruimte voor dierenrechten. Deze streven naar een zo groot mogelijke individuele vrijheid voor rationele burgers. Liberale theorieën zien maar een relevante groep rechtssubjecten: rationele mensen. Liberalen willen mensen in staat stellen om zelf hun eigen ideeën van het goede leven in de praktijk te brengen. Dieren kunnen niet als vrij en rationeel vorm geven aan het eigen leven.

Utilisen lijken dieren gemakkelijk op te kunnen nemen in hun theorieën. Prominente utilisten als Singer hebben zeer veel gedaan om dierenrechten filosofisch te funderen. Utilisten hebben niet veel met rechten, maar destemeer met welzijn. Een recht is voor een utilist niet veel meer dan de erkenning dat het welzijn van een partij ‘telt’. Utilisten willen het totale geluk zo groot mogelijk maken. Dieren kunnen pijn en geluk voelen. Hun geluk en pijn kunnen dus ook mee tellen. Dat klinkt allemaal mooi, maar utilisme leidt vaak tot onintuïtieve conclusies. Ik heb hier al eerder over geschreven. De meest typische utilistische paradox is een happiness monster, een wezen dat zeer gelukkig wordt van het lijden van andere wezens. Zolang zijn geluk maar groot genoeg is, kan dat ieder lijden als irrelevant klein ter zijde worden geschoven: de Westerse consument gedraagt zich vaak als een happiness monster: als ik maar heel gelukkig wordt van het eten van hamburger, dan telt het ongeluk van het dier niet. Dat lijkt me een zeer zwakke verdediging van dierenrechten.

Capaciteitenbenadering als een oplossing

De derde traditionele stroming in de filosofie naast het op Kant geïnspireerde liberalisme en het utilisme is de deugdenethiek van Aristoteles. Aristoteles stelt matiging centraal: deugdzaamheid is vermogen om het midden te vinden. Tussen de extremen van lafheid en roekeloosheid, ligt moed. Ik heb altijd gedacht dat je in deze theorie nooit dierenrechten kan verdedigen. Matiging is een zeer zwakke politieke categorie: men kan hier nooit universele, voor iedereen geldende rechten mee rechtvaardigen. Dierenliefde is een deugd, maar de deugd van dierenliefde ligt tussen squeamishness en wreedheid. Of iemand meer dierenliefde moet tonen, hangt af van de vraag of hij van nature geneigd is naar wreedheid of juist naar squeamishness tegen dieren. Ik ben van nature squeamish: ik kan slecht lijden, bloed of pijn zien. Aristoteles zou mij zeggen: “Man up! Wurg eens een kat met je blote handen, want je helt te verder door naar zachtheid.”

Martha Nussbaum gaat echter een stap verder in haar analyse: ze stelt dat niet matiging de belangrijkste categorie voor Aristoteles is, maar ‘eudaimonia‘, wat ze vertaalt naar het Engelse functioning. Een functioning is een waardevolle menselijke activiteit of toestand. We ontplooien ons door onze functionings te realiseren. Nussbaum wil dat mensen zich kunnen ontplooien. Dit betekent volgens haar dat de overheid de voorwaarden moet scheppen voor om zich mensen in bepaalde activiteiten te ontplooien. Ze noemt deze voorwaarden capaciteiten.

Nussbaum slaat een balans tussen liberalisme en utilisme: haar theorie is liberaal omdat ze probeert de capaciteiten van mensen te vergroten, niet hun daadwerkelijke functionings. Het niet-liberale element van haar theorie is dat Nussbaum een lijst heeft vast gesteld van functionings waardevolle menselijke activiteiten of toestanden die voor ieder mens beschikbaar zouden moeten zijn: in deze lijst staan onder andere gezondheid, leven, denken, emotie, spel, betrokkenheid bij andere mensen en controle over je eigen omgeving. Haar theorie is utilistisch in de zin dat ze streeft naar een bepaalde vorm van geluk, namelijk het geluk dat we ervaren door ons te ontplooien. Echter, haar theorie is niet utilistisch omdat ze niet probeert het geluk zo groot mogelijk te maken, maar probeert om mensen in staat te stellen om zelf hun functioning te kiezen.

Nu kunnen we deze theorie van capaciteiten ook toepassen op dieren. Ook dieren zijn immers in staat om goed te functioneren: in klassieke lijstjes van dierenrechten zoals de “vijf vrijheden” komen deze elementen voor. Dieren moeten vrij moeten zijn van honger, pijn, ziekte en stress, maar bovendien moeten dieren hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen samen met soortgenoten. We zien hier eigenlijk twee groepen claims: ten eerste moeten dieren gezond zijn en ten tweede moeten ze zich op een soort eigen manier kunnen ontplooien. In dat tweede zien we duidelijk een notie van functioning. Een konijn functioneert het best als konijn als het typisch konijnengedrag mag vertonen: graven, herkauwen, rondhupsen.

Capaciteiten kritisch tegen het licht

De capaciteitenbenadering heeft een aantal beperkingen, zeker waar het gaat om het dierenrijk. Het goed functioneren van dieren kan nog wel eens tegengesteld zijn aan elkaar. Een kat kan zich het best ontplooien door de jacht. Dat is echt soort-eigen gedrag van de kat. Op het moment dat hij een muisje vangt, is het echter snel afgelopen met het goed functioneren van het muisje.1 Nussbaum heeft hier wel een antwoord op: dieren kunnen soort eigen gedrag vertonen zonder andere dieren schade te doen. Een kat kan jagen op een led-lampje en een tijger in een dierenpark kan goed zijn katachtige jachtinstincten uitleven op een bal. Ik vraag me af of een kat die jaagt op bal evengoed functioneert als een kat die jaagt op een prooidier. Het een lijkt toch een slechte kopie van het ander.

Maar er is een groter bezwaar: volgens mij is het niet de verantwoordelijkheid van mensen om voor dieren in het wild te zorgen. Het lijkt me zeker niet de bedoeling dat we alle roofdieren uitmoorden ten bate van de prooidieren. Niet alleen omdat we niet weten wat er zal gebeuren, maar bovendien omdat dat onze verantwoordelijkheid niet is. Dit is een typisch probleem van utilisten, waar ook de capaciteitenbenadering onder lijdt. Deze theorieën maken geen onderscheid tussen wat wel de verantwoordelijkheid van de overheid is en wat niet. Het lijden van dieren dat wordt veroorzaakt door menselijk handelen is inderdaad een politiek probleem, het lijden dat in de natuur ontstaat door menselijk-niet-handelen is onderdeel van de natuur.

De benadering van Nussbaum is welkome bijdrage aan het debat over dierenwelzijn, maar is volgens mij nog steeds onvoldoende sterk om de verplichtingen van mensen tegenover dieren te rechtvaardigen.

vrijdag, 20 januari 2012

Het menu: The Artist

In het menu, niet op voorpagina, golden globes, mary pickford, stomme film, the artist, film, geluk, held, en meer.
Zou het filmpubliek tegenwoordig warm lopen voor een stomme zwart-wit film? Wij lijken niet meer gewend te zijn aan stilte. Treffend voor de hedendaagse Hollywood blockbusters zijn de ultrakorte, vlammende dialogen. De Franse makers van de anderhalf uur durende geluidloze zwart-wit film The Artist namen de gok. En wat voor een! The Artist was de grote verrassing bij de uitreiking van de Golden Globes afgelopen zondag. De film won drie prestigieuze beeldjes, ondermeer voor beste komedie acteur. The Artist gaat over de neergang van steracteur George Valentin, tijdens de overgang van de geluidloze film naar de moderne film in 1927. Hij is de Brad Pitt van zijn tijd. Maar zijn lijzige stem slaat niet aan bij het publiek. Als hij ontslag krijgt, produceert hij zelf een stomme film. Deze flopt en hij raakt aan de bedelstaf. De rising star, Peppy Miller ontfermt zich over haar gevallen held. Na zijn mislukte zelmoordpoging neemt de actrice hem op in haar Hollywood-villa. Samen maken ze een succesvolle tapdansfilm. De geluidsfilm maakte veel slachtoffers. Een groot aantal sterren, onder wie Mary Pickford, had evenmin geluk. Verrassend genoeg boeit The Artist. Wie had verwacht dat het verhaal zo zou aanslaan bij het huidige publiek?

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Rechts geeft niets om uw veiligheid

Velen hebben op de (gedoog)partijen van dit ultrarechtse kabinet gestemd omdat ze de samenleving onveilig geworden vinden. Ze denken dat linkse partijen daar niets aan doen, dus moet er iemand eens even flink met de rechtervuist op tafel slaan en actie ondernemen.

Vandaag mocht ik daar de gevolgen van ondervinden, toen ik aangifte ging doen van diefstal. Maandag is mijn telefoon gestolen. Een jongen die van achter mij aan kwam fietsen, greep mijn telefoon uit mijn handen en ging er vandoor. Ik sprong op mijn fiets en reed hem achterna. Hij kon minder hard fietsen dan ik of dacht misschien dat ik minder hard reed, maar ik begon langzaam dichterbij te komen. Bij een druk kruispunt had de dief ontzettend veel geluk. Hij kon net oversteken voor de auto’s gingen rijden en ik net niet. Daardoor wist hij me te ontkomen.

Ik fietste naar huis en heb mijn verbinding laten blokkeren, zodat de dief in ieder geval niet zou kunnen bellen en geen gebruik zou kunnen maken van mijn applicaties en alle informatie die daarmee verkrijgbaar is. Later kwam ik erachter dat er ook applicaties zijn (die je zelfs op afstand kunt installeren) waarmee je de locatie kunt opvragen, foto’s kunt maken en je gegevens kunt wissen op afstand. Helaas was het daar al te laat voor op dat moment.

Ik deed een internetaangifte, maar die werd afgewezen omdat ik de dader had gezien. Mijn beschrijving van de dader strekte niet verder dan dat het een man met een fiets was, maar dat moest ik blijkbaar persoonlijk komen vertellen.

Vandaag kon ik eindelijk aangifte doen. Daar werd anderhalf uur voor gepland. De dame die mijn aangifte opnam, vertelde dat dat sinds kort was. Er wordt namelijk zo bezuinigd op de politie, dat er niet voldoende baliepersoneel meer kon zitten. De wachttijden liepen daarom af en toe op tot vijf uur, en daarom werken ze nu op afspraak.

Het doen van mijn aangifte kostte uiteindelijk ongeveer een kwartier. Ze doen dat puur voor de verzekering – die ik niet heb, maar dat terzijde. Ze kunnen namelijk helemaal niets met dit soort gevallen. De dader staat wel meerdere keren op camera, maar daar gaan ze daar niets mee doen. Vervolgen kan namelijk niet omdat niet op camera staat dat de dader de telefoon uit mijn hand trekt. Dat denk ik tenminste, want de politie kijkt niet of er camera’s hangen en ik weet niet precies waar die hangen – dat ik hem niet gezien heb wil niet alles zeggen. De dader blijft dus volledig onbekend, ondanks dat hij gewoon op camera staat. Maar ja, er is geen capaciteit voor dit soort zaken.

Ik vind het een gemiste kans, want zelfs als vervolgen niet mogelijk was, zou het wel kunnen dat het een bekende van de politie was of zou het kunnen dat de dader op meerdere beelden op zou duiken na vergelijkbare incidenten. En dan kun je misschien op andere manieren te werk gaan om het een dader lastig te maken.

Dat de dagelijkse realiteit is dat hier geen geld en dus tijd voor is, kan ik nog begrijpen. En ik had de hoop dat in ieder geval iets gedaan kon worden om te zorgen dat de dader geen plezier van mijn telefoon zou hebben. Dat de telefoon geblokkeerd kon worden of dat er een sms-bom op losgelaten zou worden. Maar zelfs dat gebeurt niet. Afgeschaft vanwege bezuinigingen.

Kortom, cameratoezicht is een farce –  zolang je het misdrijf zelf maar buiten beeld doet kun je daarna vrij rondfietsen en in de camera glimlachen – en alle andere mogelijkheden om daders te vinden of te ontmoedigen worden wegbezuinigd.

De simpele waarheid is dat deze dief dit zijn hele leven kan blijven doen, zolang hij niet toevallig net een professionele wielrenner berooft die ook nog eens hard kan slaan, onder de camera te werk gaat of spontaan van zijn fiets valt. Geen haan die er naar kraait. Niemand die hem daarna nog lastig valt. Geen enkel risico dat een eventuele koper een mededeling krijgt dat de telefoon gestolen is.

Daarmee bescherm je criminelen, ontmoedig je aangifte en stimuleer je dat mensen het heft in eigen hand gaan nemen. Het eerste wat ik op mijn toekomstige telefoon ga installeren is een applicatie om hem op afstand te bedienen. Als dit me nog een keer gebeurt, zal ik zelf de GPS-locatie van mijn telefoon wel opvragen en misschien wel met wat vrienden op visite gaan bij de dader, en als het me lukt om met die applicatie foto’s te nemen van de dader zet ik ze voor iedereen op internet. Het mag niet, maar telefoons stelen mag ook niet en het officiële traject heeft niets te maken met rechtvaardigheid.

En volgende keer doe ik mijn aangifte wel via internet en lieg ik dat ik de dader in het geheel niet gezien heb. Dat scheelt me namelijk vrij nemen van mijn werk en drie dagen wachttijd voor ik een kopie van de aangifte heb om op te sturen naar mijn provider.

Dat mijn telefoon gestolen is, is vervelend. Van een dief verwacht ik echter geen goed gedrag, geen bescherming, geen steun.  Maandag was ik alleen boos. Nu heb ik het gevoel dat de overheid me in de kou laat staan ten gunste van criminelen. Dat het sommige politici blijkbaar niets kan schelen, terwijl die zich juist druk zouden moeten maken om veiligheid en die zich verantwoordelijk zouden moeten voelen voor de bescherming van burgers, en dat recht volledig los is komen te staan van rechtvaardigheid omdat rechts liever geld steekt in een paar kilometer harder rijden, met vliegtuigjes spelen en andere dingen waar ze erecties van krijgen. En caviapolitie natuurlijk.

En ondertussen winnen de rechtse partijen nog steeds zieltjes met stoere taal, terwijl ze alles doen om straatterreur te bevorderen. Ik hoop dat de mensen die erin getuind zijn volgende keer twee keer nadenken voor ze het rode potlood ter hand nemen.


zondag, 15 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Afscheid zonder publiekswissel

In goal columns, afscheid, gfc, goal, publiekswissel, vincent noorman, geluk, goor, humor, en meer.

Goal, november 2007

De publiekswissel is aan hevige inflatie onderhevig. Twee goede wedstrijden en een beslissende goal en het is zover, je eerste publiekswissel. Die dus daardoor niets meer voorstelt, omdat je weet dat een maand later een teamgenoot na drie assists in een wedstrijd ook een dergelijke wissel krijgt.

Eigenlijk zou de wissel beperkt moeten blijven tot de laatste wedstrijd van de carrière, zoals Romano tegen Ajax bijvoorbeeld (jammer dat hij tegen AJC weer meedeed). Na vele jaren trouwe dienst is het mooi geweest, vijf minuten voor tijd, de wedstrijd al gespeeld, de uitslag staat vast, haal de afscheidsnemer er uit en negeer het spel vanaf dat moment. De scheidsrechter hoeft die wedstrijd ook de blessuretijd niet bij te tellen. De wedstrijd is voorbij.

Onlangs nam Vincent Noorman op de meest verschrikkelijke manier afscheid van zijn voetballoopbaan. Zonder te spelen. Het derde elftal speelde de belangrijkste wedstrijd van het seizoen (die het overigens verloor), Vincent was reserve. Dat kwam voor niemand als een verrassing. Ook niet voor hem zelf. In de rust was de stand nog gelijk. Er waren niet genoeg shirts en broeken, Vincent zag een andere verdediger die ook nog op de bank zat en offerde zijn shirt aan de coach, tevens spits in het elftal. Na een halve warming up en een helft op de bank, ging hij voor het laatst onder de douche. Afscheid nemen zonder te voetballen.

Een week later werd er niet gevoetbald, maar wel een afscheid gevierd bij de Tapperij. Ook dit afscheid was typisch Vincent. Geen poespas, gewoon een laatste avond in de kroeg. ‘Ik ben er voor het laatst en als je wilt, ben je welkom’, het past bij hem. Het werd een geweldige avond die tot in de kleine uurtjes doorging.

De week daarna vertrok hij naar Londen, de liefde achterna reizend. Een hele stap, een mooi avontuur, met een nieuwe baan aan de andere kant van de Noordzee. Iedereen gunt hem het geluk.

Vincent is voetballend nooit een hoogvlieger geweest. In een column op een ander medium legde ik een paar jaar geleden de nadruk op zijn beroerde loopstijl, maar vooral op zijn zelfkennis en relativeringsvermogen, zijn voetbalintelligentie. In de jaren daarna viel het lopen steeds minder op, maar liet Vincent de betrekkelijkheid van voetbal in de lagere elftallen goed zien. Altijd aanwezig, je best doen, maar vooral de lol van het spelletje inzien. En zijn humor zal worden gemist, nu hij Engels als voertaal zal gaan voeren de komende jaren. Zijn bijdrage aan de teamspirit was vorig seizoen in het kampioensjaar minstens zo belangrijk als de doelpunten van de topscorer.

Maar het blijft jammer dat hij geen mooi afscheid heeft gekregen. Misschien wel een passend. Als voetballer op de achtergrond, in de rust in de kleedkamer achterblijven, het siert hem dat hij, juist op die zondag nog steeds het teambelang liet prevaleren boven zijn eigen belang. Misschien dat het team na de winterstop een keer iets terug kan doen. Wanneer hij op een mooie lenteochtend, zijn familie in Goor bezoekend, toch nog een keer de schoenen aantrekt voor een wedstrijdje, moet het toch mogelijk zijn om Vincent een fatsoenlijke publiekswissel aan te bieden. Eentje in de categorie onvergetelijk en verdiend. Voor nu: Good luck Vinnie!


donderdag, 12 januari 2012

Saskia van der Werff

Saskia van der Werff

Twitter

Mijn wens #WOT 2

In geluk, weer, buren.
Wens, wens, wens? Wat gebeurt er met me als ik over dit woord nadenk? Gedachteloos begint een toon in mij rond te zingen, een stem brengt mij terug naar mijn kindertijd. Wat een prachtig liedje was dat. “Als er een ster valt mag je een wens doen”. Een mannetje dat niet weet wat hij wensen moet als hij een ster ziet vallen, en dan maar als wens nog een ster laat vallen. Tot er geen één meer aan de hemel staat. Niet alleen dit liedje maar ook sprookjes leren ons dat het mogen doen van wensen een geschenk is, waar je bedachtzaam mee om moet gaan. Want voordat je het weet gebeurt er iets verschrikkelijks! Maar die fee dan, of de geest uit de fles die onze wensen doen uitkomen. Waar ligt hun verantwoordelijkheid? Zijn die feeën en geesten wezens aan wie het vermogen ‘nee’ te zeggen, ontbreekt? Ik ken de sprookjes niet waarin een fee zegt: ‘Die wens van jou, die vind ik zo beroerd, die laat ik niet uitkomen’. Komt dat omdat wij alleen goede wensen hebben?
      Daar ben ik niet van overtuigd. Vaak zijn onze wensen heel erg banaal. De rijdende rechter heeft er wat mee te stellen. Een man die een vrij uitzicht wenst en zijn buurman verplicht zijn schutting weg te halen. Of een vrouw die gek wordt van het getwitter van vogeltjes in de overhangende takken van de boom van de buren. En dan wenst dat die boom omgehakt wordt. Eigenlijk vaak erger nog: om een wens te realiseren is het handig om er een recht van te maken. ‘Ik heb recht op nachtrust dus moet die boom weg’. Het opschalen van een wens naar een recht maakt duidelijk wat er zo vervelend is aan een wens. Het lastige aan een wens is de uitkomst ervan: daarin zijn we meestal afhankelijk van anderen.  En die ander zit niet altijd te wachten op jouw wensen. Hoe kan ik dan de ander beter aanzetten om mijn wens te vervullen dan hem te wijzen op zijn plichten. De rijdende rechter rijdt vaak uit omdat wij het onderscheid niet meer weten tussen wensen en rechten. Waar ligt dan het onderscheid?
       Wij mensen voelen goed aan dat het hebben van een recht betekenisvol is omdat het een ander verplicht. Mijn recht op eigendom verplicht de ander er vanaf te blijven. Mijn recht op geluk verplicht de ander mij dat te gunnen. Ik kan eigendom wensen, maar er bestaat geen plicht bij een ander mij dit te geven. Die wens, daar ben ik zelf verantwoordelijk voor. Daarin ligt het belangrijkste onderscheid tussen een recht en een wens. Voor het uitoefenen van rechten ben ik gerechtvaardigd een ander te verplichten, die mede-verantwoordelijk is. De rijdende rechter helpt ons deze mede-verantwoordelijk aan de juiste personen toe te wijzen. Welke plicht heb ik, welke plicht heeft mijn buurman. Voor het uitoefenen van mijn wensen kan ik alleen diegene verplichten die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt. Alleen mijzelf dus. En dat geeft tevens het belang van wensen weer. Diegene die mij elke ochtend in de spiegel aankijkt, kan mij de volgende vraag stellen: ‘Als dat wat je voor vandaag wenst, daadwerkelijk uitkomt, hoe denk je dan ik je morgen aankijk?’ Eigenlijk is dat een fee of een geest uit de sprookjes, maar dan met mijn eigen reflectie. Het nadenken over mijn wensen maakt me er bewust van hoe ik in mijn leven sta.
      Ik wens mijzelf voor vandaag veel bedachtzaamheid toe, in datgene wat ik anderen toewens.


#WOT staat voor Write On Thursday. Een initiatief van Karin Ramaker van met-k.com Iedere donderdag presenteert zij een woord waarmee bloggers aan de slag gaan. Deze week het woord "Wens".

woensdag, 11 januari 2012

Léon Dekkers

Léon Dekkers

Hyves Twitter

Alles gaat stuk

In blog, eten en drinken, huis, portugal, almoster, houtkachel, houtworm, muur, olijfolie, en meer.

De grote olijfoogst

 

Al toen we voor het eerst onze quinta gingen bekijken hadden we zin in de olijfoogst. 

Nu zijn we de eigenaar (ja echt het is geregeld!!!) en zijn we dus de trotse bezitters van zo’n 40 olijfbomen. Dat bomen moet ik maar gelijk even ontkrachten trouwens.

Dat zit zo. Iedereen kent die prachtige, dikke en grillige stammen van de olijfboom. Prachtig maar hoe wordt ie nu zo? Van zelf dus niet is het antwoord. Doe je niets aan een olijf wordt het grote, dikke en ondoordringbare struik. Alleen door heel veel snoeiwerk van alles wat uit de grond of te laag op de stam groeit creëer je de illusie van en mooie boom. Zaak is dan het bij te houden anders gaat eigenwijze stuk hout gewoon weer vanuit de grond groeien onder het moto: ik ben een struik, ik ben een struik!

Als je dat nu ondercontrole hebt moet je ook nog zorgen dat hij niet te ver naar boven doorschiet want anders drogen de takken gewoon in. 

Op het jonge hout gaat de olijf bloeien en zal hij uiteindelijk olijven gaan dragen. Die zijn rechtstreeks van de boom overigens volstrekt oneetbaar.

Nu was het dan zover. De oogst ging beginnen. Ans en Jacques stonden nog op onze camping en ook papa was over komen vliegen. Ik had ondertussen zeilen voor de grond gekocht dus we konden aan de slag.

 

Al na enkele ogenblikken stond onze buurvrouw op de oprit. Vol interesse keek ze toe op de werkzaamheden. “Muito bom, mas….” / Heel goed, maar…

Na een korte cursus oogsten en een hele lading nieuw materiaal konden we nu echt aan de slag. Conclusie met 4 man een hele dag druk in de weer zijn levert je 53 kilo olijven op. Dat was de oogst van 4 bomen. Dat schiet dus niet op.

 

De volgende dagen was het weer gewoon kl*ten dus geen oogst meer. Onze opbrengst van de eerste dag was toen alleen natuurlijk nog geen olijfolie.

 

Daarvoor moesten we naar Almoster. Daar staat de moinho (molen) voor de olijven uit de streek. Concept is tamelijk eenvoudig. Je brengt er je olijven heen, zij persen die volgens ambachtelijke methode. Wij krijgen dan per 10 kilo 1 liter olie, de rest is voor hen. Zo verdienen zij hun geld.

Het persen gebeurt door de olijven eerst te malen. De pulp wordt op rieten matten gelegd die vervolgens onder grote druk worden geperst. Wat dan overblijft is pulp en olie!

 

Onze 53 kilo leverde een overweldigende hoeveelheid van 5,3 liter ongefilterde olie op. Winkelwaarde ongeveer 7 euro. Maar de smaak is geweldig!!!

 

 

 

Stuk, alles gaat stuk!

 

Nooit heb ik het idee gehad echt in de wieg te zijn gelegd voor oneindig geluk. Het zal ook wel deels liggen aan het afwezig zijn optimisme. Maar ach, optimisten zijn nu eenmaal slecht geïnformeerde pessimisten!

 

Het laatste jaar, of misschien wel gewoon de laatste 2 jaar, waren niet de makkelijkste uit ons leven. Wekelijks verbaas ik me over de groep mensen die meewerken aan bijvoorbeeld “Ik Vertrek” en dan doen alsof wonen in het buitenland hetzelfde is als eeuwig  op vakantie en nooit meer werken. Dat nooit meer werken klopt vaak wel: de werkloosheid is meestal veel hoger dan in Nederland en de mensen met baan zijn meestal niet vooruit te branden. Dat is ook zo in Portugal. Wat mij betreft is de werkloosheid hier nog niet wat ie zou moeten zijn. Regelmatig sta ik in een winkel en denk ik stuur ze allemaal maar naar huis en ik doe het zelf wel. Beter en sneller, easy!

 

Maar veel erger dan dat is het gevoel wat we de laatste tijd steeds vaker hebben: houd het  dan nooit op!?! Echt alles lijkt stuk te gaan of niet meer goed te werken.

Dak net gerepareerd, nu lekt het op dezelfde plek weer.  Muur compleet behandeld, gestuct en geverfd nu loopt het water er gewoon weer harder uit dan soms uit de kraan. Dat komt vooral omdat het kennelijk heel moeilijk is watervoorzieningen zo te maken dat ze gewoon werken. Dat geldt dan nog meer voor stroom. Stroom valt nog steeds regelmatig gewoon uit. Soms een paar seconden en soms gewoon veel langer. Ter compensatie hebben we overigens een flinke IVA (BTW) verhoging van 6 naar 23% gekregen. Echt goed voor bijvoorbeeld computers is dat natuurlijk niet.

 

Opzoek naar de lek in het dak is de conclusie dat alle dakpannen van het dak moeten. Ze moeten helemaal schoongemaakt en opnieuw geïmpregneerd. En als ze dan toch van het dak zijn kunnen we gelijk alle houtdelen vervangen. Die bevatten nu een complete dierentuin. Houtwormen, boktorren, etc..

 

Onze nieuwe houtkachel staat dagelijks heerlijk te branden. Helaas blijkt dat we de pech hebben dat we een exemplaar hebben gekocht dat niet helemaal ontvet is voor het verven. Nu zit de kachel vol vlekken en moet na de winter opnieuw gespoten. Commentaar van de winkel: hij zag er nog niet zo uit toen jullie hem meenamen. 

 

Op 12 jan. 2012 stopt de analoge televisie in Portugal. Niet erg opzicht uiteraard. We moesten de antenne en kabels toch al vervangen. Een digitale ontvanger kopen was lastiger. De meeste werken op HDMI en onze tv had slechts scart. Na wat proberen bleek dat de toch al zwakke scart-aansluitingen toch echt versleten waren. Repareren is met een oude tv niet meer aan de orde. Nieuwe dus maar.

 

De rij met kleine zaken is verder oneindig. Maar…. het aller, aller aller ergste was wel het stuk gaan van de espressomachine! Mijn grote vriend begon te lekken en verloor veel van zijn druk. Druk heb je nodig voor een mooie cremelaag. Dat is dus niet wat veel mensen denken te drinken met een Senseo. Dat is badschuim en varkensvet! Ondrinkbaar bocht!

De machine moest bij gebrek aan mogelijkheden hier terug naar Nederland. Dat waren vreselijke dagen, zelfs weken met koffie uit een filter. Het smaakte naar de beste reden om Nederland niet te missen: als donker water met ergens iets in de verte van een koffiesmaak. Gelukkig staat ie inmiddels weer trots op het aanrecht, daar waar hij thuis hoort.

 

Oha. Wat ook stuk gaat zijn mijn kiezen. Geen idee waarom precies maar ze breken spontaan af. Ach laat ook maar…

Share

maandag, 9 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Goed voornemen 1: meer lezen

Na het verslagje over het toch wel enigszins bedroevende aantal boeken dat ik vorig jaar gelezen heb, wordt het tijd om mezelf eens aan het werk te zetten. Ik geloof niet in wonderen, dus ik ga mezelf niet vragen een boek per week te lezen. Nee, ik ga mezelf voor de verandering eens een haalbaar doel stellen. Vijfentwintig boeken. Concreet maken schijnt ook te helpen, dus here goes:

  1. Inheritance – Christopher Paolini. Omdat ik er al in bezig ben, en omdat ik de serie graag wil uitlezen.
  2. The Tiger’s Wife – Tea Obreht. Ik heb veel positiefs gelezen over dit boek waarvan ik eigenlijk niet eens precies weet waar het over gaat. Ja, iets met Joegslavië en een tijger.
  3. Step across this line – Salman Rushdie. Non-fictie waar ik al een groot deel van heb gelezen, verzameling essays en artikelen waarvan ik om een of andere onverklaarbare reden nooit het eind heb gehaald, en dat terwijl ik Rushdie echt een genie vind. (Al was het alleen maar vanwege zijn zinnen tussen haakjes.)
  4. Conversations with Salman Rushdie – Ed. Michael R. Reder. Ik heb het staan, en als ik toch in mijn Rushdie-fase zit kan ik er net zo goed even in blijven hangen.
  5. A New World Order – Caryl Phillips. Omdat ik The Nature of Blood een heel goed boek vond en benieuwd ben naar wat Phillips te zeggen heeft over het werk van anderen.
  6. The Post-colonial Exotic. Marketing the Margins. – Graham Huggan. Heeft mijn denken over de wereld zelfs veranderd terwijl ik alleen de eerste helft gelezen heb. Misschien wordt het eens tijd voor de tweede helft.
  7. Van de Straat naar de Staat - Red. Lucardie & Voerman. Had ik natuurlijk allang gelezen moeten hebben, zoals iedere goede GroenLinkser.
  8. Moral Politics. How liberals and conservatives think. – Omdat Don’t think of an elephant eigenlijk de Moral Politics voor dummies is.
  9. The Assault on Reason. How the Politics of Fear, Secrecy and Blind Faith Subvert Wise Decision-Making, Degrade Democracy and Imperil America and the World - Al Gore. Al was het alleen maar omdat het een van de langste ondertitels heeft van alle boeken in mijn kasten.
  10. Either/Or. A Fragment of Life. - S. Kierkegaard. Existentialisme trekt me. Als dit bevalt, schrap ik misschien wel wat dingen van deze lijst ten gunste van meer deprimerende boeken over hoe het leven geen zin heeft.
  11. A Glossary of Literary Terms - Ed. M.H. Abrams. Ik ben veel te veel vergeten van mijn studie en merk dat ik soms minder goed onder woorden kan brengen wat ik zie in een boek, en ook dat ik het minder scherp kan analyseren dan eerst. Tijd om weer even op te frissen.
  12. The Idea of the Postmodern. A History. – Hans Bertens. Staat al veel te lang ongelezen in mijn kast en wil ik ook lezen om dezelfde reden als nummer 11. Er weer een beetje in komen.
  13. Regeneration - Pat Barker. Me ooit aangeraden door iemand, maar staat er maar te staan.
  14. Diary of a Good Year – J.M. Coetzee. Ik ben een groot liefhebber van zijn werk en ik heb het grootste deel ervan gelezen, maar dit nog niet.
  15. Summertime - J.M. Coetzee. Idem.
  16. Broken Verses - Kamila Shamsie. Omdat ik Kartography, van dezelfde auteur, met veel plezier gelezen heb.
  17. De Avonden - Gerard Reve. Ik ben er in bezig en het wil niet erg vlotten, maar ik vind dat het toch wel moet.
  18. A Short History of Tractors in Ukranian. - Marina Lewycka. Zonder goede reden. Het klonk amusant.
  19. The Crying of Lot 49 - Thomas Pynchon. Ik heb mijn schooljaren vlot doorlopen en omdat ik vergeleken met anderen dus erg jong was, heb ik nogal eens het gevoel dat ik misschien wel veel geleerd heb, maar er weinig van begrepen. Dit boekje heb ik volgens mij in het eerste jaar van mijn studie al moeten lezen en ik heb er weinig van begrepen – zoveel had ik toen ook al door. Vorig jaar deed ik een poging het opnieuw te lezen, maar het leest niet soepel en vanwege de negatieve herinnering staat het me tegen. Maar het moet en zal.
  20. A History of Reading - Alberto Manguel. Door de jaren heb ik dit boek meerdere malen horen noemen door mensen en toevallig kwam ik het pas voordelig tegen. Ik kon het niet laten liggen.
  21. True Brits. A Tour of 21st Century Britain in all its Bog-Snorkelling, Gurning and Cheese-Rolling Glory. - J.R. Daeschner. Ooit eens aan begonnen, halverwege gestrand. (Ik maak altijd af waar…). Hoe dan ook, het is redelijk geniaal omdat het gaat over bizarre ‘sporten’. Het is een beetje in de categorie reisboeken van Bryson, maar dan met een paar biertjes extra.
  22. A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson. Misschien wordt het nog wat met me als ik dat lees.  Misschien win ik dan zelfs nog een keer een slechte tv-quiz.
  23. The Satanic Verses - Salman Rushdie. Eigenlijk doe ik niet aan hypes, maar hij is ondertussen wel een beetje overgewaaid. Toch maar eens lezen. 
  24. Timequake – Kurt Vonnegut. Vonnegut heeft rare humor, daar hou ik wel van. Na Cat’s Cradle, Slaughterhouse-5, Slapstick or Lonesome no more en A Man without a Country wordt het tijd om het laatste ongelezen boek van Vonnegut in mijn kast eens te lezen. (En dan natuurlijk weer andere boeken van ‘m kopen).
  25. De waarheid houdt van vrolijke gezichten - Marijke Höweler. Ook weer zo’n boek wat ik maar half… Ook omdat ik het niet leuk vond, in tegenstelling tot Höwelers Dagen als gras en vooral Van geluk gesproken, dat ik iedereen van harte aanraad. Maar toch moet ook dit boek echt een keer uit.

Een van de problemen die ik heb bij het lezen, is dat als ik een boek uit heb en weer een nieuw boek moet kiezen om op te pakken, ik niet kan kiezen. En zo eindig ik dan halverwege in vier boeken tegelijk. Staat mijn kast op een gegeven moment weer vol boeken met boekenleggers halverwege, geen gezicht. En alles voor niets gelezen, want als je verder wilt gaan weet je niet meer wat er in de eerste helft gebeurd is en kun je weer opnieuw beginnen.

Hopelijk helpt deze lijst, nu ik al heb bedacht wat ik wil lezen. Kan ik hooguit nog in vijfentwintig boeken tegelijk beginnen.


woensdag, 4 januari 2012

zondag, 1 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelukkig nieuwjaar!

Allereerst wens ik jullie allemaal een gelukkig nieuwjaar.

Zoals ik vorig jaar al schreef, recycle ik mijn goede voornemens ieder jaar. Ook dit jaar moet ik daar natuurlijk een paar keer over bloggen, zodat ik ze daarna rustig kan vergeten en tenminste ook nog wat te schrijven heb in 2013.

Het afgelopen jaar was best aardig. Aanvankelijk moest ik nog een beetje zoeken naar waar ik mijn leven mee op moest vullen toen de zoektocht naar werk weggevallen was, maar inmiddels heb ik mijn draai wel gevonden. Mijn contract is verlengd en het gaat goed tussen mij en K. Dat geeft me rust genoeg om niet meer constant bezig te zijn met wat ik nu verder met mijn leven moet.

Eindelijk beginnen met vioollessen was leuk, ook al is het een van de moeilijkere instrumenten om te leren bespelen. Ik hou van de uitdaging en het geeft veel voldoening om te merken dat ik nu relatief makkelijk dingen kan spelen waar ik een half jaar geleden alleen maar moedeloos naar kon staren.

Daarnaast ben ik naar Frankfurt (Oder) geweest voor de Summer Uni, Groen Zomerweekend in Nieuwpoort en naar Parijs voor het EGP congres, waar ik heel even kon ontspannen en in een wereld zijn zonder rare figuren die voor kernenergie zijn of de gulden terug willen. Met K heb ik twee dagen door Parijs gestruind na het EGP-congres en voor de Summer Uni heb ik nog een dagje Berlijn gedaan.

Bijzonder was ook het huwelijk van Anne en Michiel, die ik allebei al kende voor ze een stelletje werden. Tien jaar geleden had ik nooit gedacht dat die twee nu getrouwd zouden zijn. Ik hoop dat ze het nog heel lang volhouden samen.

Minder leuk dit jaar vond ik het vooral op politiek vlak. Voor GroenLinks was het niet het beste jaar en dat terwijl ik juist behoefte heb aan een sterke partij die goed tegen de idiote plannen van dit rampenkabinet in kan gaan. Waar ik aanvankelijk dacht dat stabiliteit onder een rechts kabinet misschien nog niet zo erg was, heb ik me blijkbaar erg vergist. Waar ik het aanvankelijk leuk vond om me bezig te houden met politiek, is alle plezier hierdoor wel verdwenen. Er is niets om optimistisch over te zijn zolang dat Haagse tuig van de PVVD aan hun zetels plakt. Iedere dag dat ik me er druk om maak heb ik hoofdpijn en word ik overspoeld door gevoelens van wanhoop en afkeer. Ik word er geen leuker mens van. 

Mijn goede voornemens voor 2012 zijn daarom dan ook om me minder druk te maken over de samenleving en me bezig te houden met wat wél leuk is. Ik kan een bijdrage leveren aan een sterkere partij, maar ik kan de wereld niet eigenhandig veranderen. Ik moet tot op zekere hoogte loslaten wat er gebeurt, voor ik helemaal niets meer met de wereld te maken wil hebben.

In 2012 wil ik meer tijd voor mezelf, voor K, en voor vrienden die ik veel te weinig zie. Ik wil meer lezen, vaker naar het toneel of een goede film, nieuwe muziek leren kennen en mijn museumjaarkaart weer eens afstoffen. Ik wil over een jaar echte klassieke stukken kunnen spelen op mijn viool, in plaats van kerstliedjes en dergelijke. Als de wereld niet te veranderen valt, kan ik niet meer doen dan mijn eigen wereld leuker maken.


woensdag, 28 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter Blogreacties: Selçuk Akinci

Climate control in het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Een van de minst bevredigende onderdelen van de Het Huis van de Vrijheid is de analyse van klimaatpolitiek. Claassen stelt dat we zouden kunnen denken dat we op basis van het schadebeginsel ecologische grenzen kunnen stellen aan economische ontwikkeling. Als we grondstoffen uitputten dat ontzeggen vrijheden aan toekomstige generaties.

Maar welke aanspraak maken toekomstige generaties op ons? Onze kinderen maken overduidelijk aanspraak op ons: zij zijn er en hebben recht op een evenredig deel van de natuurlijke grondstoffen. Maar hoe zit het met de generaties daarna: stel je twee scenario’s voor: in het eerste scenario leeft de mens duurzaam voor tien generaties en dan komt door een meteoriet een einde aan het leven op aarde. In het tweede scenario leeft de mens onduurzaam voor vijf generaties en dan komt de mensheid om door haar eigen vervuiling.

De vraag is of het leven van die extra vijf generaties menselijke inspanning waard is, als menselijk leven toch tot einde komt. De vraag is of we als mensheid kort en gelukkig moeten leven, of langer en minder gelukkig. Voor individuen laten liberalen die keuze aan mensen zelf, maar hoe zit dat het met de mensheid? Voor utilisten is de berekening simpel: volgens het principe van het meeste geluk, moeten gewoon kijken of het verlies aan welzijn door verminderde consumptie opweegt voor de groei van mensen. Het is een empirische vraag hoe die berekening uitvalt. Liberalen hebben echter geen voorkeur voor zoveel mogelijk menselijk leven.

Het fundamentele probleem is dat de vijf ongeboren generaties geen aanspraak maken op ons. Als je echt zou geloven dat  nog-niet geboren leven van ons kan eisen dat we hen moeten laten leven, dan betekent dat iedere vrouw zoveel mogelijk kinderen moet krijgen. Zij hebben als individu geen morele status.

Wat Claassen voorstelt is dat als we de toekomstige generatie niet zien als een groep individuen we dit probleem kunnen ontlopen. Een tweede is dat we de waarde van het bestaan van de toekomstige generatie als groep kunnen instrumentaliseren. Wat wij doen heeft alleen zin omdat er een volgende generatie is die het zal erven. Als we de volgende generatie de mogelijkheid ontzeggen om dingen te doen die blijvend zijn ontzeggen we hun zin in hun leven. Dat is een niet-liberale theorie van waarde, die dingen alleen waardevol vind als ze blijvend zijn. De gemeenschap van mensen heeft waarde op zich.

Hier stokt Claassen: hij besluit er is geen liberale grond om duurzaam te zijn, daarvoor moeten we een andere theorie van waarden hebben, dan wel gebaseerd op het voortbestaan van de mensheid, dan wel op het bestaan van individuele mensen.

Ik kan me een grondslag bedenken van een andere theorie van waarden: deze gaat uit van morele verantwoordelijkheid. Het is een Kantiaans principe dat iedereen zo moet handelen dat het principe van zijn handeling een universele wet is. Iedereen moet zo kunnen handelen als jij doet. Als je overweegt te liegen, dan moet je bedenken hoe de wereld eruit zou zijn als iedereen zou liegen. Dan heeft praten geen zin meer omdat je zeker weet dat mensen niet de waarheid spreken. Communicatie wordt dan zinloos. Je kan in analogie hiermee voorstellen dat iedereen duurzaam moet leven, want als alle generaties zo onduurzaam zouden hebben geleefd dan zou mijn generatie er niet zijn geweest. Kortom er is voor Kantianen een moreel imperatief om duurzaam te leven.

Voor gemeenschapsgezinden, utilisten en deontologische Kantianen is er een moreel imperatief om als individu duurzaam te leven. Er is echter vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief om als samenleving duurzaam te zijn. Het fascinerende is dat het klimaatvraagstuk als geen ander collectieve actie vereist: het handelen van mensen om duurzamer te leven heeft alleen zin als we het samen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen duurzamer leeft, moet de overheid iedereen daartoe verplichten.

Allemaal mooie theorie. We kunnen duurzaamheid niet verplichten tot de zesde tot tiende generatie. De problemen met het klimaat zijn veel groter dan de vraag of de zesde generaties nog kan leven, maar de vraag of onze kinderen in een zelfde rijkdom kunnen leven als wij. Dat dwingt nu tot het maken van keuzes voordat het klimaat onveranderdelijk is beschadigd voordat zij groot worden. De vraag die onder Claassen’s analyse ligt, is of we we meer moeten doen voor die zesde generatie. Maar volgens mij is die vraag verkeerd: we moeten al ongelofelijk veel doen door de tweede generatie en daar profiteert de zesde ook van. De volgende generatie zal voor een zelfde keuze komen te staan, of ze voor hun kinderen genoeg willen overlaten. En die vrijheid moeten we hen in essentie ook laten. Voor die vrijheid moeten wij ook voor inleveren.

Rob Alberts

Rob Alberts

Geboorte, leven en de dood.

In , geluk, groenlinks, liefde, partijraad, discussie, dood.
Geboorte, leven en de dood. Liefde, geluk en waardigheid. Ik gun elk kind dat het geboren wordt met Liefde. Ik gun iedereen tijdens het leven veel geluk. maar bovenal wens ik iedereen een waardige dood. In de discussie rondom levensbeeindiging bij ouderen spelen veel factoren een rol. Tijdens de discussie in de Partijraad van GroenLinks is verschillende malen benadrukt dat er altijd aandacht moe...

dinsdag, 27 december 2011

Peter Smith

Peter Smith

Het geluk ligt voor het oprapen.

In algemeen, gezondheid, voor de wereld van morgen, durven, geluk, zwerfafval, acties, blog, de volkskrant, en meer.

Hierbij wil ik iedereen ‘n geweldig nieuwjaar wensen en hen bedanken die hebben meegeholpen Klean daar te krijgen waar het nu is.
Of je nu meegedaan hebt met “de Lente verwelkomen“, meegeholpen met “Klean the Movie“, of “SuperKlean“, gestemd op mijn project “de wereld van Zwerfvuil“, ge(re)tweet, gepost op facebook of gedoneerd om de kosten te dekken, de fouten uit mijn teksten hebt gehaald (mijn dochter Sanne;) of alleen maar regelmatig mijn blog-post gelezen hebt, allen hartelijk dank!

Klean gaat in 2012 een stichting worden met als doel om de echte gevolgen van zwerfvuil aan het licht te brengen:

Maar behalve dat ik om bovenstaande reden zwerfvuil ben gaan oprapen bleek er nog iets voor het oprapen te liggen:

Ik heb gemerkt dat ook het geluk voor het oprapen ligt! ;)

Begin 2011 ben ik begonnen met het oprapen van zwerfvuil. Eerst stiekem want ik schaamde me er een beetje voor, je ziet het bijna niemand doen. Het vreemde was dat het geweldig voelde: doen wat volgens jou goed is. En je dus niet laten leiden door wat anderen ervan vinden (of wat jij denkt dat die ervan vinden).

Het is een bijzonder jaar geweest:
- De actie “verwelkom de lente” waar ca 1400 mensen aan meededen.
- Geïnterviewd door o.a. Volkskrant en ÉénVandaag.
- Finalist bij de Wereldprijs van de ASN-Bank.
- Genomineerd voor de TEDxAmsterdamAward
- Door de Volkskrant aangemerkt als één van de meest wereldverbeterende ideeën
- Spreken bij Stand Up Inspiration in Toomler.

En dat allemaal omdat ik zwerfvuil ben gaan oprapen!

Ik ben daardoor van mijn geloof gevallen dat “mijn acties er niet toe doen” of dat “het geen zin heeft want het is een druppel op een gloeiende plaat”.

Dit is mijn wens voor jou: Doe wat je wilt doen en waar je goed aan denkt te doen! Laat je niet leiden door beperkende gedachten als “anderen zullen het vast vreemd vinden”, “ik ben te onbelangrijk” of “het heeft geen zin”.
Zelfs een stortbui begint met een eerste druppel, net als een vleugelslag van een vlinder kan resulteren in een orkaan.

Maak er een geweldig, gezond en gelukkig 2012 van!

Opgeruimde groet,
Peter.

maandag, 26 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wie wordt er toegelaten in het Huis van de Vrijheid?

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

Filosofen laten graag groepen mensen die op eilanden stranden. Dat geeft altijd een prachtig moment om een nieuwe samenleving in kaart te brengen, zonder gevestigde belangen en oude instituties.

Claassen geeft een mooi voorbeeld in Het Huis van de Vrijheid om te laten zien waarom arbeidsmigratie onrechtvaardig is. Een schip breekt op zee in tweeën en de twee helften komen op de verschillende kanten van een eiland aan. In de ene helft van het schip zaten met name de matrozen. Deze mensen weten van aanpakken. Deze sterke mensen stichten al snel een goed werkende samenleving. Op de andere helft van het schip zaten de meeste passagiers: rijke mensen die niet weten wat hard werken is. Zij weten veel minder goed het beste uit het eiland te halen. Als de twee groepen elkaar na vijf jaar op het midden van het eiland ontmoeten (het is een groot eiland), is het duidelijk waar het beter toeven is: de matrozen die weten wat hard werken is zijn er veel beter aan toe dan de passagiers die niet weten wat hardwerken is. De matrozen die nog tussen de passagiers zaten willen naar de andere helft van het eiland toe: daar zien ze veel meer perspectief. Claassen is hier tegen: dat zou de economie van de arme helft alleen maar verzwakken. Zo laat Claassen zien waarom een liberaal (of eigenlijk een“liberal nationalist”) tegen grote arbeidsmigratie is: dat levert een braindrain op in arme landen.

Ik vind dit een uitermate verhelderend voorbeeld: want volgens mij is het heel duidelijk wat er moet gebeuren. Een van de links-liberale principes die Claassen onderschrijft is dat onverdiende verschillen inkomen eerlijk gedeeld moeten worden. Als ik geboren ben met het vermogen om hard te rennen, en iemand anders is vanaf zijn geboorte gehandicapt, dan moet ik een gedeelte van mijn prijzengeld dat ik verdiend heb met rennen delen met de ander: het is dom geluk dat ik geboren ben met rennersgenen en een ander gehandicapt geboren is.

Dit geldt ook voor de twee gestrande groepen: als er aan een kant door dom geluk alle mensen zitten die door no fault of their own, het meeste uit het eiland kunnen halen, dan moeten zij hun welvaart delen met de andere mensen die door no fault of their own minder uit het eiland kunnen halen. Politiek gesteld: de vraag van (on)rechtvaardigheid van arbeidsmigratie valt in het niet bij de vraag van de (on)rechtvaardigheid van mondiale inkomensverschillen. Ik werk hard, maar toch heb ik een groot deel van mijn rijkdom te danken aan het bestaan van allerlei instituties hier in Nederland waarvoor ik niets heb hoeven doen. Het is niet genoeg dat ik belasting betaal om deze instituties in stand te houden. Dat deze instituties goed functioneren, is toch grotendeels een erfenis van 200 jaar democratisch zelfbestuur in Nederland.  In andere landen is er armoede omdat de instituties daar ontbreken die hier in Nederland voor mijn rijkdom zorgen. Er zijn onverdiende verschillen in inkomens. Wij hebben dus geen recht op een groot deel van onze rijkdom en zouden dat eerlijk moeten delen.

Claassen gelooft minder in zulk liberaal kosmopolitisme, omdat er geen internationale staat is waar burgers loyaal aan zijn. Alleen als zo’n staat met loyale burgers bestaat kan er inkomen verdeeld worden. Een gevoel van lotsverbondenheid en zelfs gemeenschapszin is een noodzakelijke voorwaarde voor solidariteit. Dit is de basis van liberaal nationalisme: een overheid met loyale burgers is noodzakelijk voor liberalisme en we kennen alleen een nationale staten waar dat zo is.

De vraag die Claassen onbeantwoord laat is hoe we om moeten gaan met de verschillen in inkomen die daar het gevolg van zijn. Claassen schrijft daar niet over, maar ik denk dat zijn links-liberale principes het lastig maken om niets aan die onrechtvaardigheid te doen. Nationale staten zijn noodzakelijk om mensen voor onverdiende verschillen in inkomen te compenseren, maar nationale staten zorgen voor onverdiende verschillen in inkomen. In die zin is volgens mij liberaal nationalisme zeer problematisch.

zondag, 18 december 2011

Harmen Binnema

Harmen Binnema

Linkedin Last.fm Twitter PS

Dichterbij mezelf IV: Martinus Nijhoff

De schoonheid van de liefde, van het landschap, van de stilte en van de muziek. Maar ook het besef van de tijdelijkheid van zulk geluk. Prachtig samengevat in “Fuguette” van Martinus Nijhoff (uit de bundel Vormen):

Claudien, jij speelt piano, en ik zit
In de warande, en luister naar het zingen
Uit het innige hart der stille dingen,
En luister naar de stem der nacht die bidt -

Nu is mijn hart heel stil geworden: dit
Is het stil einde van het grote dringen.
De regens die tussen ons beiden hingen,
Claudien, zijn over en de nacht is wit.

Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groene heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek -

En ‘t hart, ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet – een glimlach lang – wat het bedroeft.

zaterdag, 17 december 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

Vrijheid

We zagen elkaar vanmiddag van een afstandje en op hetzelfde ogenblik. We konden ons lachen niet inhouden. Enkele weken geleden kreeg ik al een sms van haar: ze had heugelijk nieuws. De wijziging naar haar zelfgekozen achternaam was een feit! Ze wilde het me pas laten weten wanneer ze het verzilverd zag in haar nieuwe paspoort. We haalden herinneringen op. Over zweet, tranen en rillingen. ‘Weet je nog…’ De bureaucratische molen, de afhankelijke positie richting buitenlandse ambassades en de regelgeving in ons eigen land: hoe zéér ze vrijheid in de weg stonden. Man o man. Zij verdient een standbeeld.

We leerden elkaar kennen in de vrouwenopvang, jaren geleden. De gedachte aan de vrijheid die haar was ontnomen en de inbreuk die is gepleegd op haar integriteit, en die van haar kinderen, ontroeren me nog. Nog een geluk dat we vandaag konden vaststellen dat we destijds ergens mee zijn begonnen. Iets wat er voor heeft gezorgd dat wij elkaar vandaag lachend tegen konden komen op het Waagplein. Ze vroeg hoe het met mij was. ‘Kan niet beter,’ zei ik haar. Dankzij dit moment.

Haar nieuwe achternaam betekent zoveel als vrijheid betekent. De vrijheid die geoogst moet worden. We gaan het vieren.

‘Mam, mag ik Kris een mandarijntje geven?’


donderdag, 15 december 2011

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

De maatschappij als kunstwerk

In geen categorie, deugd, dohmen, joep dohmen, levenskunst, maatschappij als kunstwerkl, moreel peil, spinoza, steiner, en meer.

31 juli 2010. Over levenskunst wordt
veel geschreven. Mijn google zoekmachine geeft op dit trefwoord 81.900
resultaten. Als ik “maatschappij als kunstwerk” in typ, krijg ik slechts 9
resultaten. Houdt de vraag hoe we de samenleving beter kunnen maken niemand meer
bezig? Hebben wij inmiddels collectief de overtuiging dat macht, gemakzucht en
hebzucht het uiteindelijk altijd winnen van het streven de maatschappij te
verbeteren? In discussies over mobiliteitsbeleid hoor je bijvoorbeeld vaak
zeggen, dat wat we ook proberen er toch telkens meer auto’s bij zullen komen.
Ik vind dat een onverteerbaar idee. Waarom zouden “lagere” driften zoals het
streven naar gemak, genot, eer, geld en roem het altijd moeten winnen van het
streven om het leven meer in overeenstemming met onze idealen in te
richten?

 

De vraag naar het leven als
kunstwerk is gerelateerd aan het vermogen van de mens om zichzelf en daarmee
zijn leven te verbeteren, in de Griekse filosofie heet dat een “deugdzaam” mens
te worden. Een verdergaande vraag daarachter is of de mens vrij is dan wel kan
zijn. Daarvoor moet dan eerst het begrip vrijheid gedefinieerd worden. Spinoza,
Steiner en Dohmen geven daar elk een iets ander antwoord op.*) Maar zij allen
geloven dat de mens in staat is door aan zichzelf te werken op een hoger moreel
peil te komen. Zij zien daarbij een hoger persoonlijk moreel peil samengaan met
socialer en maatschappelijk verantwoorder gedrag. Ook ik ben overtuigd van die
mogelijkheid. In het verlengde daarvan ben ik er ook van overtuigd, dat ook de
samenleving verbeterd kan worden, mits wij bereid zijn daar de nodige moeite
voor te doen. De vraag is niet of de samenleving verbeterd kan worden. De vraag
is of wij bereid zijn daar ons voor in te zetten en er zo nodig offers voor te
brengen.

 

Alle drie genoemde auteurs
bevestigen, dat die morele verbetering ook zaken als onze zielenrust, gevoel
van zinvolheid en geluk vergroot. Met ander woorden de inspanning die gedaan
moet worden om gemak, genot, eer geld en roem te offeren aan een sociaal en
ethisch verantwoorde persoonlijke inzet is ook een investering die de persoon
zelf ten goede komt. De volgende kwestie is dan of men bereid is deze
inspanningen te doen. Het is duidelijk dat in onze tijd het pessimisme daarover
verregaand overheerst. Maar elke maatschappelijk verantwoorde daad weegt mee
aan de positieve zijde van de balans. Als iedereen elektriciteit uit
alternatieve energiebronnen gebruikt, is het broeikaseffect snel opgelost.
Kortom de maatschappij kan mooier, beter en meer waardevol gemaakt worden. Als wij
bereid zijn daaraan onze eigen bijdrage te leveren.

 

*)Joep Dohmen, Het leven als kunstwerk; A. Patijn, A. v. Rijsdam, B. Teerds, Benedictus de Spinoza, Rudolf Steiner: een
vergelijkend onderzoek
, op: http://weblog-at.blogspot.com

Feiko van der Veen

Feiko van der Veen

GR

De maatschappij als kunstwerk

In geen categorie, deugd, dohmen, joep dohmen, levenskunst, maatschappij als kunstwerkl, moreel peil, spinoza, steiner, en meer.

31 juli 2010. Over levenskunst wordt
veel geschreven. Mijn google zoekmachine geeft op dit trefwoord 81.900
resultaten. Als ik “maatschappij als kunstwerk” in typ, krijg ik slechts 9
resultaten. Houdt de vraag hoe we de samenleving beter kunnen maken niemand meer
bezig? Hebben wij inmiddels collectief de overtuiging dat macht, gemakzucht en
hebzucht het uiteindelijk altijd winnen van het streven de maatschappij te
verbeteren? In discussies over mobiliteitsbeleid hoor je bijvoorbeeld vaak
zeggen, dat wat we ook proberen er toch telkens meer auto’s bij zullen komen.
Ik vind dat een onverteerbaar idee. Waarom zouden “lagere” driften zoals het
streven naar gemak, genot, eer, geld en roem het altijd moeten winnen van het
streven om het leven meer in overeenstemming met onze idealen in te
richten?

 

De vraag naar het leven als
kunstwerk is gerelateerd aan het vermogen van de mens om zichzelf en daarmee
zijn leven te verbeteren, in de Griekse filosofie heet dat een “deugdzaam” mens
te worden. Een verdergaande vraag daarachter is of de mens vrij is dan wel kan
zijn. Daarvoor moet dan eerst het begrip vrijheid gedefinieerd worden. Spinoza,
Steiner en Dohmen geven daar elk een iets ander antwoord op.*) Maar zij allen
geloven dat de mens in staat is door aan zichzelf te werken op een hoger moreel
peil te komen. Zij zien daarbij een hoger persoonlijk moreel peil samengaan met
socialer en maatschappelijk verantwoorder gedrag. Ook ik ben overtuigd van die
mogelijkheid. In het verlengde daarvan ben ik er ook van overtuigd, dat ook de
samenleving verbeterd kan worden, mits wij bereid zijn daar de nodige moeite
voor te doen. De vraag is niet of de samenleving verbeterd kan worden. De vraag
is of wij bereid zijn daar ons voor in te zetten en er zo nodig offers voor te
brengen.

 

Alle drie genoemde auteurs
bevestigen, dat die morele verbetering ook zaken als onze zielenrust, gevoel
van zinvolheid en geluk vergroot. Met ander woorden de inspanning die gedaan
moet worden om gemak, genot, eer geld en roem te offeren aan een sociaal en
ethisch verantwoorde persoonlijke inzet is ook een investering die de persoon
zelf ten goede komt. De volgende kwestie is dan of men bereid is deze
inspanningen te doen. Het is duidelijk dat in onze tijd het pessimisme daarover
verregaand overheerst. Maar elke maatschappelijk verantwoorde daad weegt mee
aan de positieve zijde van de balans. Als iedereen elektriciteit uit
alternatieve energiebronnen gebruikt, is het broeikaseffect snel opgelost.
Kortom de maatschappij kan mooier, beter en meer waardevol gemaakt worden. Als wij
bereid zijn daaraan onze eigen bijdrage te leveren.

 

*)Joep Dohmen, Het leven als kunstwerk; A. Patijn, A. v. Rijsdam, B. Teerds, Benedictus de Spinoza, Rudolf Steiner: een
vergelijkend onderzoek
, op: http://weblog-at.blogspot.com

maandag, 12 december 2011

Renate Richters

Renate Richters

Twitter GR

De stad door de ogen van een dakloze

Zaterdag ben ik op pad geweest met KDET, onze Klankbordgroep Dak- en Thuislozen. KDET bestaat uit een aantal mensen die vroeger op straat hebben geleefd in Eindhoven, en zich nu, vanuit hun ervaringsdeskundigheid, inzetten om de belangen van de dakloze Eindhovenaar te behartigen. Zij houden zich onder andere bezig met het ondersteunen van de doelgroep door spreekuren te houden op plekken waar veel daklozen komen, zoals de inloophuizen en de nachtopvang, en door hen op te zoeken op de plekken waar zij zoal vertoeven in de stad. Verder heeft KDET een straatkompas gemaakt, een boekje met alle informatie die een dakloze nodig heeft om in Eindhoven de weg te vinden. En ze begeleiden ‘straatsurvivalroutes’. Een route uitgezet voor bv hulpverleners, ambtenaren én dus gemeenteraadsleden, langs alle locaties die belangrijk zijn voor daklozen in onze stad.

Hieronder een sfeerimpressie van de dag in beeld. Lees mijn verslag door onderaan dit artikel op de link te klikken.

  

kdet1 kdet2
‘t Hemeltje, inloophuis in Hemelrijken

De nachtopvang aan de Barrierweg

kdet3 kdet4

Hangplekken achter het station en in de Raffeissenstraat

 
kdet5 kdet6
Hangplekken achter de parkeergarage en langs het spoor  

  

Lees hier mijn verslag!!!

Het is vroeg op deze zaterdag, om 9.00 worden we verwacht bij de nachtopvang aan de Barrierweg. We hebben geluk met het weer, koud maar zonnig. Ik trek mijn stevige wandelschoenen aan en uitgerust met dikke sjaal en handschoenen ben ik er klaar voor.

Bij aankomst blijken de mensen die gebruik maken van de nachtopvang al vertrokken. De nachtopvang is dan alweer gesloten. Er zijn alleen nog een paar mensen aanwezig die schoonmaken. Dit wordt gedaan door de gebruikers zelf, hiermee kunnen ze een overnachting verdienen. We beginnen met een rondleiding door de nachtopvang. Een prima voorziening, alles ziet er netjes uit. Er is een gezamenlijke ruimte, waar ook gegeten wordt, er is een rookruimte, met computers, en er zijn slaapzalen waar max. 6 bedden in staan. Ik heb jeugdherbergen mogen ervaren die er beduidend minder luxe aan toe waren. Maar het verschil met een jeugdherberg wordt al snel duidelijk. Bij binnenkomst (op vaste tijden, na 8.00 gaat de deur op slot en kom je er niet meer in of uit), dien je al je spullen in te leveren en krijg je een bak met daarin een standaarduitrusting met trainingsbroek, slippers en een fleecetrui. Toch een klein beetje een gevangenisgevoel. De medewerker, een beetje gaar na zijn nachtdienst, legt uit dat op die manier voorkomen wordt dat er drugs ed gebruikt wordt in het huis. Dat is niet de bedoeling. Maar de gebruikers hebben wel zelf inbreng: er is een periodiek overleg tussen de gebruikers en medewerkers van de nachtopvang. KDET houdt hier wekelijks spreekuur. Ook daar kunnen mensen hun signalen kwijt.

Na de rondleiding in de nachtopvang gaan we de straat op. Het is zaterdag, meteen de moeilijkste dag voor daklozen. Want op zaterdag zijn er haast geen voorzieningen open waar ze terecht kunnen. De inloophuizen zijn gesloten. Alleen bij het Leger des Heils mogen ze een uurtje binnen op zaterdag voor een kopje koffie.

We lopen de route die de meeste mensen afleggen als ze richting het centrum lopen. Tussen de huizen en de flats door. We zien een man in z’n eentje rondscharrelen tussen de flats. Een bekende. ‘Hier stonden vroeger bankjes’ zegt één van onze gidsen. ‘Maar die zijn weggehaald, vanwege overlastmeldingen uit de omgeving. Maar ja, het zijn ook maar mensen….’

De tocht vervolgt richting de Kruisstraat. Naar de Albert Hein. ‘Daar kon je vroeger gratis koffie krijgen, maar die automaat is weggehaald’. De Albert Hein is voor veel mensen de eerste halte om bier te halen. Een doorgewinterde alcoholist drinkt 24 halve liter blikken per dag. Een collega raadslid, vroeger vakkenvuller op zaterdagochtend had zich altijd al afgevraagd wat die mensen toch moeten met al die blikken Euroshopperbier op de vroege ochtend. Nooit gedacht dat mensen dat bier al op dat tijdstip zouden wegkrijgen….

De tocht vervolgt richting het TU/e terrein. Een favoriete plek voor daklozen in de zomer. Hier werden ze, tot voor kort, met rust gelaten. Tot dat de TU/e begon te klagen over de rotzooi die ze lieten slingeren. Sindsdien worden ze daar weggejaagd.

Naar de overkant dan maar, langs de Bunker, daar ligt ‘het bultje’. Het valt niet op, een heuveltje met wat bomen en struiken erop, grenzend aan de achtertuinen van de straat verderop. Maar het is één van de beste slaapplekken voor in de zomer. Veilig en beschut, uit het zicht van het leven in de huizen en straat. En iets verderop, een groep struiken. ‘Kijk, hier hangt de waslijn! Toen ik hier laatst was hing het helemaal vol’.

Bij het Dommeltunneltje staan we even stil bij de inmiddels overleden Remy. Een bekende op straat. Hij sliep daar altijd. ‘Zelfs als het -10 was, moesten ze ‘m uit die tunnel komen sleuren. Hij wilde niet naar binnen’. Aan de andere kant van de tunnel stond vroeger de keet van Novadic Kentron. Bakkie koffie drinken. Dat kan er nu ook, bij Occupy, die hier met haar tenten is neergestreken. Onder de Occupiers vertoeven een paar bekenden van de straat.

Achter het oude postkantoor laten onze gidsen zien hoe je door het hek kunt, naar een leegstaand pand van de NS, waar een van onze gidsen vaak heeft geslapen. Een rustige plek, waar ze lang gedoogd zijn. ‘Er was in die tijd een technicus bij de groep, die het hele hek had geautomatiseerd. Het leek wel een oprijlaan’.

Door naar de bankjes bij de moerastuin achter de Effenaar. Nu is er geen riet, maar in de zomer zit je best goed uit het zicht. ‘Trof hier laatst nog iemand aan, zover weg, niet meer aanspreekbaar’. De bankjes langs de Dommel, achter de tramstraat waren ook favoriet. ‘Maar na die melding die ik maakte vanuit KDET, toen ik daar een paar keer iemand in een rolstoel zag rondhangen die heel z’n broek vol bloed had zitten, hebben ze niet alleen de dakloze maar ook de bankjes opgehaald. Niet gewenst’.

Waar de mensen wel gewenst zijn, of in ieder geval gedoogd worden, is naast het Regionaal Historisch Archief aan de Raffeissenstraat. Een prima plek om lekker beschut te zitten als het regent. En de eigenaar van het daarachter gelegen café vindt het goed, als ze hun rotzooi maar opruimen.

Op naar de Heuvelgalerie. Met de lift naar boven, naar een verlaten trappenhuis. ‘Ideaal voor de zondagochtend. Komt niemand hier.’ In de Heuvelgalerie zelf zaten vroeger ook veel daklozen, vooral ‘savonds. Maar daar zijn ze weggeveegd. Overlast voor het winkelend publiek.

Het wordt zo langzaamaan tijd voor de lunch. Normaal gesproken gaan ze dan naar het inloophuis van de Catherinakerk, waar een boterham te krijgen is. Maar die is dicht op zaterdag. Wij hebben geluk: we gaan eten op het kantoor van KDET aan de Paradijslaan. Op de tafel in het kantoor staat een foto van Perry. Tot voor kort lid van KDET, maar onverwacht overleden. Ogenschijnlijk gezond, niet aan de drugs. ‘Hij was aan de gelukkigste periode van zijn leven bezig’.

Na de lunch vervolgt de tocht. Verder langs struiken en bosjes die in het najaar goed gesnoeid worden. Nu kale plekken, maar in de zomer goed dichtgegroeid en daarmee goede plekken om te gebruiken of te overnachten. Door de binnenstad lopen we naar het 18 Septemberplein. ‘Hier gebeurt het. Gekkenhuis was het hier af en toe. Dealers en de hele handel’. Dat beeld herken ik, als ik ‘savonds wel eens vanaf het station naar huis ga na een avondvergadering op mijn werk, staan ze daar inderdaad, op de kop van de Nieuwstraat en het 18 Septemberplein. De dealers en hun klanten.

Bij de parkeergarage aan de Mathildelaan gaan we naar het bovenste parkeerdek. Tussen al het winkelend publiek dat rondjes rijdt op zoek naar een parkeerplek, horen we het verhaal van een goede vriend, die daar zijn favoriete plek had. Ook overleden. Tragisch verhaal, een jongen van 35 die in korte tijd helemaal was afgegleden, in het ziekenhuis terecht was gekomen, en vervolgens op straat is overleden. Een aangrijpend verhaal.‘Hij kon altijd terug naar zijn ouders, en de deur stond ook open voor mij, ik heb er een tijd gelogeerd. Ik kan zijn ouders nu niet onder ogen komen, te pijnlijk, daar kan ik nu nog niet mee omgaan’.

Buiten aangekomen staan we stil bij de deur van de nachtopvang ‘het Eindje’. Ik dacht dat die zo genoemd was naar de parkeergarage waar hij onderin gevestigd zit, die heet ook het Eindje. Maar het blijkt de naam te zijn die door de doelgroep zelf zo is verzonnen. ‘Want als je hier zit, is het echt het einde’. In het Eindje staan zo’n dertig bedden voor de cliënten van Novadic Kentron. Zwaar verslaafde mensen, zover heen. ‘Als ik hier terecht was gekomen, had ik het niet overleefd.’

Zigzaggend door de wijk lopen we richting Hemelrijken. Hier zit inloophuis ‘het Hemeltje’. Het Hemeltje is normaal gesproken op zaterdag gesloten. Maar vandaag is er de kerstmarkt van de buurtvereniging. Er zijn activiteiten in het aan de overkant van de straat gelegen SPILcentrum maar de verkoop van de handwerk-artikelen is dit jaar in het Hemeltje. De doelgroep mag vandaag niet binnen. Dit levert veel discussie op. ‘Belachelijk dat de mensen er niet in mogen!’ Maar de coördinator van het Hemeltje legt uit dat ze blij is om het gebouw voor één keer beschikbaar te stellen voor aan de buurtvereniging. ‘Zo komen de buurtbewoners ook eens over de drempel. En het is buiten de openingstijden.’

In de tuin van Hemeltje drinken we koffie en kijken we terug op de dag. Onze gidsen willen graag van ons horen wat we meenemen van deze ervaring. Ik laat de dag in mijn gedachten voorbij gaan. Het opgejaagde gevoel, van nergens welkom zijn, altijd op je hoede. Het was indrukwekkend om de persoonlijke verhalen van onze gidsen te horen, die open over hun eigen ervaringen, en die van anderen hebben gesproken. Verhalen over hoe het leven van mensen kan lopen. Over verslaving, over gebroken gezinnen, over huwelijken die stranden. Over ellenlange hulpverleningstrajecten, waarbij de slechte ervaringen zich op slechte ervaringen stapelen. Over kinderen die op jonge leeftijd niet meer thuis terecht kunnen. Met name het laatste raakt me, dat kinderen soms in omstandigheden opgroeien waarin ze geen eerlijke kans lijken te krijgen.

Ik denk terug aan de verhalen die ik heb gehoord tijdens de hoorzitting naar de maatschappelijke opvang, die de gemeenteraad een paar jaar geleden heeft gehouden. Ik heb veel dakloze mensen en hulpverleners gesproken in die tijd. Het verhaal van die piloot is me het meeste bijgebleven. Iemand met succes in het leven, een goede baan, een mooi huis in België. Tot hij op een dag na het werk zijn straat in reed, en werd ingehaald door een auto, die voor zijn ogen zijn vrouw en dochtertje doodrijdt, die hem op stonden te wachten. De piloot is doorgereden en uiteindelijk op straat terecht gekomen in Eindhoven, aan de drank. Hij heeft jarenlang geen contact gehad met zijn familie.

We praten over de voorzieningen en de hulpverlening in Eindhoven. Wat er nog mist, en wat er beter kan. En wat je van de mensen zelf mag verwachten. ‘Het lijk wel expeditie Robinson op de straat!’ concludeert mijn collega.

Mijn conclusie: Het is een dun lijntje tussen succesvol zijn en niet. Door foute keuzes en een samenloop van omstandigheden kan een stabiel leven ineens opslaan. We denken dat dat ons nooit kan overkomen, dat wij het nooit zover zouden laten komen. Maar uit de verhalen blijkt dat een leven op de rand van de maatschappij in sommige gevallen dichterbij is dan je denkt. Ik vind het zo belangrijk dat we deze mensen niet zomaar afschrijven, maar dat we ons inzetten om hen uit de situatie te helpen waar ze in geraakt zijn, en ook deze mensen aanspreken op wat ze zelf willen en kunnen. Daar gaat het gemeentelijke beleid over.

Onze wegen gaan hier uit elkaar. Ik loop terug naar de nachtopvang om mijn fiets te halen, en ga naar huis. Na een dag koukleumen op straat is thuis de kachel aan en wacht het eten. Ik voel me rijk, maar ook verdrietig. Het duurt nog een uur voor de nachtopvang weer open gaat.

donderdag, 8 december 2011

Eric Leltz

Eric Leltz

Twitter GR

Homo emotico

In kredietcrisis, boeken, economie, eurocrisis, gedachte, geluk, ict, kant, kenniseconomie, en meer.

eric leltz

De grote belangstelling voor boeken over "het brein" heeft alles te maken met de trits van crises waar we middenin zitten: de klimaatcrisis, de energiecrisis, de kredietcrisis, de eurocrisis, de landencrisis.

We komen tot het besef dat de huidige economische modellen niet meer voldoen in een snelle, innoverende maar complexe wereld. Deze modellen zijn gebaseerd op groei, efficiency, massa en rendement. Ze stammen uit een (industrieel) tijdperk toen omstandigheden niet zo snel veranderden en hulpbronnen in overvloed aanwezig waren. Vandaar dat essentiële zaken als het uitputten van de aarde en luchtvervuiling nauwelijks een rol spelen in deze modellen. Het draait er enkel om welvaart en dat kan tot gevolg hebben dat een lekkende olietanker in de Golf van Mexico een ramp is voor het milieu maar goed is voor het bruto nationaal product (BNP) van dat land. Het besef dat economie meer is dan welvaart en dat het welzijn van mensen ook een prominente rol mag spelen dringt maar langzaam door. Het gaat dan als het ware niet alleen om het BNP maar ook om het BNG, het bruto nationaal geluk. Niet langer draait de economie alleen om de rationele kant van de mens die streeft naar winstmaximalisatie maar gaat het ook om de emotionele kant en winstoptimalisatie. De "homo economicus" van Plato en de "ik denk dus ik besta" gedachte van Descartes vormen slechts een deel van de economische werkelijkheid.

Pas sinds begin van deze eeuw wordt in de economie meer rekening gehouden met de gevoelsmatige kant van de mens. In 2002 wonnen Kahneman en Tverski de Nobelprijs voor de economie voor hun onderzoek naar intuïtieve besluitvorming. Vooroordelen en emoties spelen een grote rol in de besluitvorming. Daarom moet niet langer de wiskunde met zijn modellen basis zijn voor de economie, maar de psychologie. Freud, met zijn "irrationele drijfveren" en Keynes met zijn "animal spirits" hadden het nog niet zo slecht gezien. Mensen zoeken resultaten die goed genoeg zijn en dat hoeven niet altijd financieel optimale resultaten te zijn.

De opkomst van het denken van de mens als gevoelig wezen in de economie is tevens de tijd van de opkomst van de ICT. Bij uitstek een technisch en wiskundig kader maar dat wel wordt ingezet voor personalisatie en om maatwerk te leveren, waarbij ieder mens zich kan onderscheiden. Dit heeft geleid tot een kennissamenleving en een bijbehorende kenniseconomie. Bij deze economie passen fijnmaziger modellen omdat niet iedereen over een kam kan worden geschoren. Ieder beweegt vanuit een eigen unieke ruimte en maakt van daaruit keuzes. Het maakt dan nieuwsgierig naar door welke prikkels deze "homo emotico" zich laat beïnvloeden en door welke juist niet. En dan is inzicht in de diepere drijfveren, waarom maakt iemand een keuze, relevanter dan de keuze zelf.



zaterdag, 3 december 2011

Mickel Langeveld

Mickel Langeveld

Hyves Last.fm GR

De volgende stap: Doen!

In de wereld, empowerment, geluk, doen!, jan dijkgraaf, memen, richard dawkins, tedx amsterdam, the next step, en meer.
Het valt me de laatste tijd steeds meer op en je ziet het ook in discussies die over informatieuitwisseling gaan terugkomen. Als Youp roept dat we het zo niet meer willen en Jan daar op reageert dat de vrijblijvendheid daarvan gratuit is en voorstelt om op eerste kerstdag 14.00 uur met zijn allen in actie [...]

maandag, 21 november 2011

Ineke Verdoner

Ineke Verdoner

Over winnen

Er waren deze weken wel tig aanleidingen om een blog te schrijven. Maar het ontbrak me aan tijd om alle aanzetten die zich in mijn hoofd formuleerden uit te werken tot een samenhangend geheel. Er was zoveel, steeds weer en nog.

Het stormt.

Maar nu zit ik hier met uitzicht op de mist die het leven in het noorden al dagenlang in zijn grijze greep houdt. Het heeft wat; het is zo stil, alle geluiden worden gedempt en de wereld wordt even heel klein. Via de media blijf ik helemaal op de hoogte van die veelheid van dingen

die er nog immer zijn. Maar omdat ik me deze dag aanpas aan het beperkte zicht, vind ik

eindelijk de rust om hier-en-nu en binnen te blijven, in the eye of the storm.

 

Het laatste nieuws is de overwinning van de Spaanse conservatieven. Zij zullen een nieuwe regering vormen; de Grieken en de Italianen zijn daar ook mee bezig. Schijnt momenteel een typisch zuidelijke activiteit te zijn. De overeenkomst is namelijk dat in al deze landen het bestaande systeem nu zo vast gelopen is dat anderen hun licht moeten laten schijnen over hoe-verder. Zo te zien wordt er een nieuw blik grijze pakken open getrokken.

Het één na laatste nieuws is dat Cruijff nog blijft bakkeleien met de andere commissarissen

van Ajax. Allemaal mannetjesputters, stoere managers, die gewoon nog een robbertje vechten

over wat ooit een leuke voetbalclub was. Iedereen wil winnen.

 

Het leukste nieuws vond ik het digitaal bijwonen van de tweede aflevering van TEDxYouth 2011.

In Amsterdam kwamen 200 jonge mensen bij elkaar op de wereldwijde dag van de rechten

van het kind. Volgens de inmiddels overal bekende aanpak van 'Ideas worth spreading' vertelden deze jonge mensen over hun ideeën en wat ze er mee doen.

Wat een kracht en wat een geluk hebben wij dat zij er zijn! Dat biedt echt perspectief.

Het één na leukste van deze week was de bijeenkomst die de Provinsje Fryslân organiseerde in het kader van hun programma Digitale Agenda. Het leuke er aan waren de mensen.

Gezeten aan de grote ronde 'integrale' tafel in de kantine van Tryater, ontstonden in no time fantastische en heel haalbare plannen die het verschil kunnen maken tussen bijvoorbeeld een leeg en een vitaal platteland. De organisatie die eerdere rondes in deze DAF2011 bijeenkomsten hadden begeleid haalden er bij lange na niet zoveel rendement uit als er in dat uurtje op die ronde tafel kwam te liggen. Maar het was vooral een feest te midden van zoveel geïnspireerde mensen te zijn; dwarsdenkers met bezieling om alle mogelijkheden aan elkaar te linken. De werkelijke betekenis van win/win.

 

Deze 4 onderwerpen licht ik uit de veelheid. Want er waren ook nog de heerlijke dagen op het Noordelijk Film Festival, de verontrustende berichten over het optreden van het leger in Egypte, de toenemende verharding in de reactie op de wereldwijde Occupy beweging en het gekrakeel over de her-verkiezingsstrijd van Obama die al is begonnen.

Over al die onderwerpen heb ik in mijn hoofd al een column geschreven. Maar de tijd gaat zo snel en in dit alles is tevens een terugkerend thema: hoe gaan we de toekomst voor ons winnen. Met vechten tégen elkaar of samen werken vóór. Die keuze staat steeds centraal met alle onzekerheden van beide opties. Want vluchten kan niet meer en zoiets als verkiezingen winnen doe je alleen nog maar omdat je voorganger het heeft afgelegd tegen de toenemende chaos.

 

Het gaat over winnen.

Het óverwinnen van angst, zoals die kinderen op TEDxY.

Over de winst van 1 +1 = 11, zoals aan de tafel in Tryater.

Over de nieuwe pakken die de verkiezingen gewonnen hebben en nu hun deel moeten bijdragen aan de aanpak van de vele problemen. Het gaat erom dat wij de uitdagingen waar we voor staan overwinnen; niet meer ten koste van de ander, maar met elkaar.

Dus hier komt de tip (gratis en voor niets) voor de RvC van Ajax:

De BV Aarde is onze onderneming en wij allen zijn de aandeelhouders.

 

Ineke M. Verdoner

 

De Digitale Agenda van Fryslân

De site van TEDxYouth

vrijdag, 18 november 2011

John Jorna

John Jorna

Moderne thuiszorg

In column van de week, aanbesteding, delen, eerste, failliet, geluk, idee, mensen, organisatie, en meer.

DE VOORUITGANG HONDERD JAAR TERUG

Elke gemeente besteedt de thuiszorg aan. Er worden voorwaarden gesteld waaraan de thuiszorg moet voldoen. Wie binnen die voorwaarden voor de laagste prijs inschrijft wint de aanbesteding. Thuiszorgorganisaties zijn zeker in het begin onder de kostprijs gaan inschrijven. Ze leden dus verlies. Zo zijn thuiszorgorganisaties failliet gegaan. Andere organisaties namen het werk over. Het personeel van de failliete organisatie had geluk als het bij de nieuwe zorgverlener in dienst kon treden.

Hoe kan een organisatie de prijs zo laag mogelijk houden? Er zijn meerdere mogelijkheden. Een eerste is de kosten van de overhead zo laag mogelijk te houden. Dat zie je, daar waar met het oude model van de wijkverpleegsters invoert. Iemand doet naast het werk enige coördinatie en er is een boekhouder nodig. Helaas is vaak het omgekeerde het geval. Met het idee te besparen op sommige kosten heeft men de organisatie groter gemaakt. Dan kun je bepaalde taken als de personeelsdienst en de communicatieafdeling samenvoegen en met minder mensen toe. Maar meestal komen er meerdere duur betaalde managementlagen bovenop de organisatie te liggen en dat maakt de organisatie veel duurder.

Soms zoekt men het in een ver doorgevoerde specialisatie, waarbij je zo min mogelijk hoogopgeleide mensen nodig hebt. Dan komen bij sommige cliënten elke dag wel vijf of zes hulpverleners binnen: om te wassen en aan of uit te kleden, om te zwachtelen, om de bloeddruk te controleren, om te spuiten, om medicijnen uit te delen en om de steunkousen aan en uit te doen. Weliswaar kun je op de loonkosten besparen, maar de reiskosten en de reistijd nemen toe en weg is de besparing. Bovendien wordt de organisatie zo gecompliceerd, dat er meer management nodig is en managers zijn duur.

Men kan het ook zoeken in waar mogelijk laag opgeleid personeel inzetten of jong personeel. Die mensen worden laag ingeschaald en zo bespaar je op loonkosten. De kunst is dan om de ouderen steeds weer weg te werken.

Onlangs hoorde ik weer een voorbeeld van de smerige praktijken, die in zwang zijn. Een medewerkster van de thuiszorg kreeg te horen, dat haar aantal uren zou worden teruggebracht naar twaalf per week, het aantal uren volgens het contract. Intussen had ze al jaren 21 tot 24 uren per week gewerkt en dat aantal uren had ze hard nodig om een redelijk inkomen te bereiken, dat ze dan nog aanvulde met inkomsten uit de zorg voor oppaskinderen. Maar ze kon wel 21 tot 24 uur per week blijven werken, maar die uren boven het contractaantal zouden steeds voor één jaar zijn tegen het wettelijk minimumloon. Dat is nog lager dan het toch al lage cao-loon. En dat terwijl ze vaak bij patiënten komt, die moeilijke en ingewikkelde zorg nodig hebben.

Dat heet dan modern ondernemerschap. Op aanraden van de vakbond raadpleegde ze de ondernemingsraad. Die wist van niets. Uiteindelijk kreeg ze van de baas van haar leidinggevende te horen, dat er niets zou veranderen. Waar is de tijd gebleven, dat er gezinszorg bestond, een platte organisatie met goed opgeleide mensen, die zelfs in staat waren om de zorg voor een kinderrijk gezin geheel over te nemen als de moeder tijdelijk uitviel? Waar is de tijd gebleven, dat bazen nog enig moreel besef hadden? Komt de klassenstrijd weer terug?

Jaargang 4, Nr. 188.

Aantal berichten op deze pagina: 24. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 1875 uur (78,1 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,2 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2