zaterdag, 4 februari 2012

Robert Giesberts

Robert Giesberts

De glijvlucht omlaag van Poetin

Vandaag zijn de Russen door de oppositie opgeroepen weer te demonstreren. Het is de vraag of, om in winterse termen te blijven, het ze lukt gaandewegeen wak te maken waar Poetin in zal verdwijnen. Het vergt moed om in Rusland te demonstreren. Het trotseren van de kou is daar een detail bij. Daar kun je je nog op kleden. Op de gevolgen voor je privé-leven die het kan hebben is het moeilijker je voor te bereiden. Onderwijzers die mee zouden willen demonstreren is dat verboden: hen is opgedragen een pro-Poetindemonstratie bij te wonen die tegelijkertijd vandaag zal plaatsvinden.

Zoals bij zo veel demonstraties zullen er achter de gemeenschappelijke noemer (weg met Poetin) vele private motieven schuilgaan. Voor de één is de grote corruptie dé reden, de ander wil meer welvaart en een derde wil rechtsgelijkheid. Bovenal is er, denk ik, vooral woede. Opgespaarde woede, wat niet met enkele demonstraties is gelucht, maar waar grotere gebeurtenissen voor nodig zijn om het te temperen. Poetin weet dat maar is te afhankelijk van zijn eigen coterie en te verslaafd aan zijn eigen machtshonger om daar adequaat mee om te gaan. Hij ziet het gevaar, maar omdat hij er niet mee kan omgaan, ontkent hij het. In Birma hebben de machthebbers het gevaar wel tijdig onderkend. In enkele Arabische staten waren de leiders ook te onmachtig.

Rusland raakt door de expliciet geworden strijd om recht en macht steeds meer vervreemd van het het buitenland. De geschiedenis van Rusland wordt gekenmerkt door isolationisme en introvertie. Dus beschuldigingen, zoals van Poetin eerder, dat buitenlandse krachten de demonstranten opzwepen vallen in een welbekende aarde. En Poetin zal zelf ook met enige angst zien dat de globaliserende wereld de schuttingen en hagen steeds verder kortwiekt. In de gemeenschap van Europa worden tegenwoordig grondwetswijzigingen opgelegd (Begrotingsdiscipline) of tegengehouden (Hongarije). In de liga van Arabische Staten wordt Assad van Syrië gevraagd terug te treden en stuurt men waarnemers. En zelfs de Afrikaanse Unie vindt een eenheid en overtuiging om bij Ivoorkust vorig jaar positie te kiezen.

Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Naties Rusland straks sancties zal opleggen om  frauduleus verlopen presidentsverkiezingen. De reputatie van de Russische staat en de geloofwaardigheid van zijn leider devalueert uiteraard wel. Voor een land dat zich, net als eerder Birma, een teruggetrokken bestaan binnen de wereldgemeenschap toe eigent, is dat geen groot probleem. Maar Poetin wil juist doen alsof hij legitiem een land leidt dat in het licht kan staan van Amerika en de EU. Die missie is hij met elke demonstratie die de Russen nu organiseren bezig te verliezen. Ik zie er als cartoon bij dat Poetin zich straks opnieuw op de presidentsstoel hijst, maar als hij even omlaag kijkt ziet dat de poten aardig zijn aangetast door vuur, houtrot en andere aandoeningen.

Poetin komt als nieuwe president straks terecht in het treurige rijtje van Loekasjenko, Ahmedinejad en Mugabe. Types die niet alleen triestig zijn door hun wereldvreemdheid en egoïsme, maar ook doordat ze zo overduidelijk vervreemd zijn van hun volk. Die macht hebben de demonstranten vandaag en de komende tijd in ieder geval, te laten zien dat Poetin straks misschien wel in naam president van Rusland is, maar niet van de Russen. En misschien is daarmee de glijvlucht van Poetin naar de harde grond, of dieper nog, het koude ijswater, in gang gezet. En hebben de ontberingen die men ondergaat door mee te demonstreren uiteindelijk ook voor hun eigen omstandigheden heilzame gevolgen.

woensdag, 1 februari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Bismarck spreekt


Bismarck heeft gesproken en we hebben hem nu eindelijk in het echt kunnen horen. Vorig jaar werden enkele 122 jaar oude geluidsopnamen uit het laboratorium van de Amerikaanse uitvinder Thomas Edison ontcijferd. Groot nieuws want eindelijk kon worden bewezen dat de rijkskanselier Otto von Bismarck geen piepstemmetje had, zoals vaak werd verondersteld.

In 1878 vroeg de Edison een patent aan op zijn fonograaf, waarmee hij geluid kon opnemen en weer kon afspelen. Edison gebruikte daarvoor zogenaamde wasrollen, een mengsel van paraffine en bijenwas. In 1957 werden enkele oude wasrollen uit Edisons erfenis gevonden, maar het duurde tot vorig jaar dat eindelijk het verhaal achter de geluidsopnamen duidelijk werd.

In 1889 en 1890 reisde Theo Wangemann, een Duitse medewerker van Edison, naar Europa om de fonograaf te demonstreren en om de hoge kringen van het belang ervan te overtuigen. Wangemann reisde naar de Parijse wereldtentoonstelling en vervolgens naar Berlijn. In september 1889 demonstreerden Wangemann en de inmiddels ook naar Duitsland gevaren Edison de fonograaf aan het hof van keizer Wilhelm II in Potsdam. De keizer was enthousiast, maar weigerde in het apparaat te spreken. De zevenjarige kroonprins mocht wel wat zeggen.

Lees verder op mijn nieuwe blog en beluister de stem van Bismarck: Denk ik aan Duitsland...

Erik de Graaf

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Keith Richards – Life

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, keith richards, lezen, muziek, rolling stones, drugs, en meer.

Keith Richards - LifeKeith Richards – Life

Ook weer een boek dat ik zelf nooit gekocht zou hebben, tenzij het in de opruiming lag. Maar als verjaardagscadeau daarom juist erg geschikt. Lees eens iets buiten je geijkte kader, iets nieuws. Vele lovende recensies had ik al gelezen (okay, eigenlijk gezien, scanreading is de beste term) over het openhartige boek dat Richards heeft geschreven. De gevolgen van dit boek waren voorspelbaar, ruzie nummer 418 tussen Jagger en Richards.

Volgens mij heeft Richards het boek helemaal niet zelf geschreven, James Fox wordt niet voor niets op de titelpagina genoemd. Een serie hele lange interviews lijkt mij, sommige hoofdstukken zijn overduidelijk spreektaal, geen verhaal. Daarbij komt dan dat Richards op meerdere punten een opmerking maakt in de trant van ‘hier komen we later op terug’. Irritant, want dat er chronologisch verband zit tussen dingen die in zijn leven gebeuren lijkt me wel heel voor de hand liggend. In een interview maak je dergelijke opmerkingen, volgens mij hoeven die niet op papier te verschijnen.

Er staat toch al vrij veel in over zijn jeugd. Het duurt hoofdstukken voordat we aan de Rolling Stones toe zijn, toch de reden dat de meerderheid van de fans dit boek hebben aangeschaft. Toch is al een zesde van het boek voorbij, een behoorlijke prestatie bij een pil van deze omvang. Kortom, genoeg redenen om te zeggen dat het me niet meeviel, deze geautoriseerde autobiografie.

Toch las ik met plezier verder, want de eenzijdige blik van Richards op de wereld was vermakelijk om te lezen. Iemand die jaren geleefd heeft in een roes van drank, drugs en muziek, kan daar mooi over vertellen. En dat kan Richards. Er is genoeg gebeurt om een komisch verhaal te vertellen, om tragiek te beschrijven, om ellende naar buiten te brengen. Dat Richards zich zelf geregeld tegenspreekt is dan ook eerder humoristisch dan irritant. Verwacht niet iemand die een genuanceerde geschiedenis te vertellen heeft, maar zie een eindeloze stroom anekdotes voorbij komen en je hebt een goed boek in je handen.

Dus niet het meesterwerk dat velen er van probeerden te maken, maar eerder de eenoog in het land der blinden. Tenslotte zijn vele (auto)biografieën van beroemdheden, in welk vakgebied dan ook, meestal saai, eenzijdig en kritiekloos. Dat kan de gitarist zeker niet verweten worden. Alleen al daarom verdient hij lof. Dat sommigen dat daarom aanzagen voor een klassieker is begrijpelijk maar onterecht.

Citaat: “Ik was in Parijs, samen met Marlon, op tournee toen ik hoorde dat ons zoontje Tara, toen net twee maanden, in zijn wiegje was overleden. (…) Het enige positieve wat dit betreft was dat Marlon en ik niet met onze neus boven op alle verdriet zaten. Ik moest die avond het podium op. Daarna was het doorploeteren met de tour en met Marlon en die dingen gescheiden houden. (p.390/391)

Nummer: 11-027
Titel: Life
Auteur: Keith Richards (ghostwriter James Fox)
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 575 (8920)
Categorie: Biografie
ISBN: 978-90-229-9567-9

Meer:
Official site
Wikipedia
NY Times
Guardian
Studenten.net


maandag, 30 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Denk ik aan Duitsland...


Denk ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht.


Het zijn ongetwijfeld Heinrich Heines beroemdste dichtregels, die hij in 1843 in Parijs schreef. Duitsland hield hem uit zijn slaap, maar in het gedicht Nachtgedanken niet zozeer vanwege het politieke klimaat en het antisemitisme, dat hij al in 1831 ontvlucht was. Al twaalf jaar had hij zijn oude moeder niet gezien en in zijn lange afwezigheid waren al vele geliefden gestorven.

Nog in hetzelfde jaar 1843 voerde de Heimweh Heine van Parijs naar zijn moeder in Hamburg. Zijn reis legde hij vast in Deutschland. Ein Wintermärchen, waarin de liefde voor de Heimat veelvuldig tegenover de afkeer staat. Prachtig beschrijft Heinrich Heine hoe de Pruisische douane vergeefs in zijn bagage zoekt naar verboden boeken, maar dat hij al zijn illegale gedachtengoed in zijn hoofd zit. “Mijn hoofd is een tsjilpend vogelnest van in beslag te nemen boeken”.

Lees meer over Heinrich Heines reis naar Hamburg en over de geur van Duitslands toekomst op mijn nieuwe blog Denk ik aan Duitsland...

Erik de Graaf

zaterdag, 28 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

De "ontaarde" danseres

In berlijn kunst, geschiedenis, auto, berlijn, kunst, licht, parijs, onderzoek.

Hoog op haar sokkel staat een naakte danseres van 65 centimeter in een zaal van het Nieuwe Museum in Berlijn. De ogen terneergeslagen, alsof ze nog moet wennen aan het felle licht. De danseres is van messing, maar als ze van vlees en bloed was zou ze ons veel te vertellen hebben.

In 1926 werd ze gemaakt door de beeldhouwster Marg Moll, die in 1884 als Margarethe Häffner in de toen Duitse Elzas werd geboren. Aan het begin van de twintigste eeuw leerde ze schilder Oskar Moll kennen, met wie ze tot na de Tweede Wereldoorlog in Berlijn, Parijs, Wroclaw (het indertijd nog Duitse Breslau) en Düsseldorf woonde. Als beeldhouwster ontwikkelde Marg Moll zich van het realisme tot de abstracte kunst. De kubistische danseres werd in de jaren twintig verkocht aan een museum in Breslau, dat het eerst tentoonstelde en vervolgens in depot bewaarde.

In 1937 en 1938 werd de danseres met 650 andere door de nazi’s in beslag genomen kunstwerken vertoond op de tentoonstelling van Entartete Kunst. Alle tentoongestelde kunstwerken beledigden volgens opperpropagandanazi Goebbels “het Duitse gevoel”. In München trok de tentoonstelling twee miljoen bezoekers, veel meer dan een gelijktijdige expositie van door de nazi’s gepropageerde kunst. Na München was de ontaarde kunst in Berlijn, Wenen en tal van andere Duitse steden te zien. Na afloop van de tournee werden veel kunstwerken aan buitenlandse musea verkocht, in kelders opgeslagen of, als zich geen kopers voordeden, vernietigd.


De danseres van Marg Moll werd opgeslagen in een kelder in het centrum van Berlijn. Een keer werd het beeld daar uitgehaald voor een bijrol in de propagandafilm Venus vor Gericht (1941), die tegen de Entartete Kunst was gericht. In de bommenregens op het centrum van Berlijn aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verdween de kelder onder metersdik puin.

De danseres was verdwenen en werd vergeten. Totdat in 2010 bij archeologisch onderzoek bij de bouw van een nieuwe metrolijn bij de Alexanderplatz elf beelden uit een ingestorte kelder werden opgegraven, waaronder Molls danseres. Sinds november 2010 staat ze met tien andere geredde slachtoffers in het 64 jaar na de bombardering heropende Neue Museum.

Erik de Graaf

vrijdag, 27 januari 2012

John Jorna

John Jorna

Atlas van Europese Waarden

LEESBAARHEID KAARTEN ENORM
VERBETERD

Recent is een nieuwe editie van de “Atlas van Europese Waarden. Trends en Tradities rond de eeuwwisseling” verschenen. In alle Europese staten, inclusief Turkije en Rusland worden voortdurend mensen ondervraagd op tal van terreinen. Ze moeten bijvoorbeeld aangeven in hoeverre ze het eens of oneens zijn met een bepaalde stelling. Zo’n stelling moet uiteraard in de betreffende landstaal vertaald worden. Dat is sowieso al moeilijk en dan blijft nog het probleem dat een woord in de ene taal net een iets andere betekenis of gevoelswaarde heeft als in het Engels, de voertaal van de atlas en het voorafgaande onderzoek. Dat maakt het onderzoek ook erg kostbaar en dat is in de prijs van de atlas goed te merken. Die is exclusief BTW € 139,– en samen met de 6% BTW en de vervoerskosten kwam de rekening op € 156,88 uit. Kijk je echter naar de fraaie vormgeving en de schat aan gegevens, dan vind ik de atlas dat bedrag zeker waard.

Mijn kritiek bij de vorige uitgave van 2005 was, dat de kaarten heel moeilijk leesbaar waren. Bij elk hoofdstuk paste een bepaalde kleur en de kaarten gaven de verschillen per land aan in meerdere tinten per kleur. De verschillen in tint waren zo klein, dat je maar moeilijk kon bepalen bij welk percentage de kleur hoorde. Nu is er gekozen voor duidelijk contrasterende kleuren, waarbij het verschil tussen hoogste en laagste waarde in een oogopslag te zien is. Ook de vele staaf- en cirkeldiagrammen zijn goed leesbaar.

Na een voorwoord van de President van de Europese Raad, Herman van Rompuy komt een kort hoofdstuk met een snelle samenvatting van de Europese geschiedenis. Je merkt dan hoeveel de Europese staten gemeenschappelijk aan geschiedenis hebben en de geschiedenis vormt het land. Desondanks zijn de verschillen tussen de staten enorm. Ik probeerde een of andere regelmaat te ontdekken, maar die is er op het eerste gezicht niet. In de volgende hoofdstukken komen allerlei aspecten aan de orde van Europa, Gezin en familie, Arbeid, Religie, Politiek, Samenleving en Welzijn. Dan volgt een conclusie. Er is korte informatie per land en informatie over de studie op zich.

De eerste kaart in de atlas met als titel “European citizenship” geeft de resultaten per land naar de vraag in hoeverre de mensen zich Europeaan voelen. Zij moesten de vraag beantwoorden bij welk gebied zij  het meest behoren en dan de volgorde bepalen tot het er het minst bij behoren. Daarbij moesten ze kiezen uit de woonplaats, de regio, het land, Europa en de wereld. Als Europa als eerste of tweede genoemd werd, dan telde dat mee als antwoord met Europa verbonden. Alleen in Luxemburg en Kosovo voelt meer dan 30% zich zo met Europa verbonden, dat zij Europa op de eerste of tweede plaats zetten. België, Zwitserland en Finland scoren tussen de 20 en 29%. Onder het gemiddelde zitten Groot-Brittannië en nog sterker Ierland, Spanje, Polen, Oekraïne, Roemenië, Georgië en Turkije. De Russen voelen zich het minst Europees. In elk land geeft een cirkeldiagram aan welk percentage welk gebied als eerste noemt. Zo voelen Nederlanders zich sterk verbonden met hun woonplaats en hun land en minder met hun regio, terwijl de Duitsers zich sterk verbonden voelen met ook de woonplaats, maar niet met de Bondsrepubliek, maar meer met de eigen bondsland Beieren of Nedersaksen bijvoorbeeld. In bondsstaten als Zwitserland en Oostenrijk zie je eveneens die sterke binding aan kanton of Bundesland. Gelukkig voelen nog heel wat Belgen zich verbonden met België. De regio scoort er wat lager, maar dan komt weer de vraag of als regio de provincies of de taalgebieden zijn bedoeld. U ziet, hoeveel interessante dingen je kunt zien op nu maar één kaart. Ik ga er dus de komende tijd nog meer blogs aan wijden.

Loek Halman, Inge Sieben and Marga van Zundert: Atlas of European Values. Trends and Traditions at the turn of the Century. Tilburg University European Values Study. Uitgave Brill, Leiden. ISBN 978 90 04 20705 9.

Jaargang 4, Nr. 199.

woensdag, 25 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Nieuw kabinet

In het menu, niet op voorpagina, agnes kant, d66, femke halsema, groenlinks, nieuw kabinet, pvda, sp, en meer.
In april blaast Geert Wilders het kabinet op, omdat hij de voorgestelde bezuinigingen niet meer kan verantwoorden naar zijn slinkende achterban. Mede door de houding van de progressieve partijen rest demissionair minister-president Mark Rutte niets anders dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis verschaft de kiezer Nederland op 20 juni een linkse sociaal-liberale meerderheid. De PvdA slaagt erin met haar ‘realistisch alternatief’ de weggelopen kiezers terug te winnen en blijft met 30 zetels de SP nipt voor als grootste partij. De onderhandelingen tussen PvdA, SP, D66 en Groenlinks over een regeerakkoord verlopen moeizaam. Naast bekende geschillen over de ww en de aow-leeftijd vormt ook de vraag wie van de grootmachten PvdA en SP de minister-president levert een twistpunt. Het feit dat binnen de PvdA menigeen de voorkeur geeft aan Wouter Bos boven Job Cohen, maakt het er niet eenvoudiger op. Maar op 31 augustus staat het sociaal-liberale kabinet op het bordes. Trots presenteert Femke Halsema als eerste vrouwelijke minister-president van Nederland haar team van ministers, waaronder we Wouter Bos, Eberhard van der Laan, Lodewijk Asscher, Jan Marijnissen, Agnes Kant, Lousewies van der Laan, Alexander Pechthold en Andrée van Es ontwaren. Job Cohen wordt opnieuw burgemeester van Amsterdam.

maandag, 23 januari 2012

Jeroen van Rossum

Jeroen van Rossum

Twitter

Linkse Lente?

In het weekend dat PvdA en CDA hun congressen hielden, werd Emile Roemer wakker met een cadeautje. Voor het eerst in de geschiedenis was de SP de grootste in de peilingen. De roerganger van de SP heeft een mooie virtuele winst binnengepraat. Kiezers van PvdA en PVV zijn het erover eens. Na alle Pimmen, Rita’s en Geerten, is Emile Roemer nu dé man voor de zwevende stem. Tweeëndertig virtuele zetels mocht hij bezetten volgens peilend orakel Maurice de Hond. Volgens het onderzoek van trekt de SP onder Roemer vooral kiezers met een laag inkomen, en haalt ze weg bij Wilders’ PVV.

Volgens Emile komen zijn nieuwe kiezers van de PVV, omdat ze daar eindelijk door beginnen te krijgen dat Geert Wilders de ene na de andere belofte breekt. Job Cohen is ondertussen dolblij en helemaal niet zurig over het nieuws van Maurice de Hond. Hij ziet de stemmen van de PVV graag naar de SP verdwijnen. En wat betreft de Partij van de Arbeid zelf; die gaat het minderheidskabinet van Rutte en Verhagen in zijn sop laten gaarkoken de komende maanden. Als de PVV het af laat weten, moeten ze maar nieuwe verkiezingen uitschrijven, luidt het devies. En dan volgt er vast een heerlijk warm bad van linkse samenwerking…

Het is echter nog maar de vraag of Cohen daar zo blij moet zijn. Want hoewel Geert en Emile het stellig zullen ontkennen, zijn de PVV en de SP wel degelijk verwante partijen. De kiezers stappen niet voor niets zo makkelijk over de links-rechts-grens. Geert mag nog zo’n hekel hebben aan alles wat riekt naar links, en Emile Roemer kan zich nog zo verontwaardigd voelen door het bruuske taalgebruik van de gemiddelde PVV’er, we hebben het over twee partijen die – op het standpunt van immigratie en ontwikkelingssamenwerking na – meer met elkaar gemeen hebben dan ze voor doen komen.

De SP en PVV zijn beiden een partij voor boze, behoudende en zelfs verontwaardigde kiezers, waar we er steeds meer van lijken te hebben. Kiezers die denken ‘het Volk’ te zijn, en te weten wat ‘het Volk’ wil. Kiezers die politici te pas en te onpas voor zakkenvullers uitmaken. Kiezers die Europa het liefst morgen torpederen, zonder zich ook maar een minuutje druk te maken over de mogelijke gevolgen voor hun portemonnee. Kiezers die zich überhaupt niet graag verdiepen in ingewikkelde materie, maar aan een paar rake oneliners genoeg hebben om hun waardevolle stemrecht in het stemhokje te verzilveren. Kiezers die bovenal graag overal “nee”op zeggen…

Het lijkt mij tijd, dat niet alleen de politici van PvdA (en CDA), maar ook GroenLinks zich eens achter de oren gaan krabben. Want als dit zo door gaat, bereiken PVV en SP samen bij de volgende verkiezingen meer dan 50 zetels, of misschien zelfs het pluche. En het is leuk, al dat gepraat over een linkse lente, maar of de SP die lente gaat brengen, waar deze eurofiele partijen op zitten te wachten? Het lijkt mij niet. Met een stevige SP én PVV in de Tweede Kamer zijn we nog verder heen dan nu. Hoe conservatief wil je het hebben?

Het wordt tijd dat PvdA en GroenLinks eens wat harder roepen wat ze willen. En het wordt tijd om dat gefilosofeer over een linkse samenwerking eens te laten, en het eigen geluid over het voetlicht te brengen, desnoods in extreme jip-en-janneketaal. Ik zou PvdA en GroenLinks graag in een volgend kabinet zien. Maar een kabinet met de SP, daar zit ik nu net niet op te wachten…


Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

John Irving – Last night in twisted river

John Irving - Last night at twisted riverJohn Irving – Last night in twisted river

Een boek van Irving is altijd een cadeau. Het woord epos komt vaak in me op. Het boek gaat ook nooit over een paar weken of een enkele gebeurtenis, het duurt decennia en de vele evenementen zijn allemaal onderling met elkaar verbonden. Alleen al daarom is elk boek weer een plezier om te lezen.

Aan de andere kant komt de voorspelbaarheid vaak om de hoek. Noordoost Verenigde Staten, een schrijver, beren, wat worstelen, minimaal 400 pagina’s, de overeenkomsten met meerdere voorgaande boeken zijn duidelijk.

Daarom ook kan ik wachten tot de paperback er is, hoef ik het boek niet perse meteen aan te schaffen. Ik stond op het punt, toen ik de kans kreeg om het boek door hem zelf te laten signeren. Maar de hoofdprijs die betaald moest worden voor een enkel boek had ik die dag niet in mijn portemonnee.

Maar natuurlijk kocht ik het boek later wel, las het dus afgelopen zomer. En weer heb ik me geen seconde geen verveeld, zat er geen overbodig woord tussen op alle 667 bladzijden en sleepte het verhaal me mee van begin tot eind. De schrijver in dit boek heet Danny, eigenlijk Daniel en woont met zijn vader in een houthakkersdorp. Een harde wereld, maar vooral een hele kleine wereld. Met een flinke klap komt er een dramatisch einde aan hun leven in het dorpje Twisted River. Daarna begint een vlucht die decennia lang duurt en altijd een rol blijft spelen in hun leven.

Danny is dan weliswaar de hoofdfiguur, maar de bijrollen (hij ziet zelf geen film in dit boek, hoorde ik destijds tijdens het interview dat Theo Hakkert mocht afnemen) zijn minstens zo belangrijk. Zijn vader Dominic leeft zijn hele leven met een schuldgevoel, wil dat zijn zoon het beter heeft, zoals elke vader overigens. Maar in zijn hoofd speelt wel mee dat de geschiedenis van zijn leven bepalend is geweest voor de manier waarop Danny nu leeft. Vriend Ketchum is niet omnipresent maar is voor zowel Danny als Dominic een erg belangrijke invloed.

Het knappe van de boeken van Irving is dat hij het absurde in zijn verhalen weet te verwerken, zonder dat je het gevoel hebt dat het nergens op slaat. Een naakte parachutiste die jaren in het hoofd van Danny blijft spoken, tot hij bijna gelooft dat hij het niet echt zo gezien heeft. Meerdere voorbeelden kun je zo uit het boek halen.

Gezien zijn leeftijd, de dikte van zijn boeken en de tijd die hij nodig heeft, ben ik bang dat we nog maar een paar boeken mogen verwachten van Irving. Ik zal ze in ieder geval van harte verwelkomen.

Citaat: “Danny stepped off the sidewalk and into the empty street, as if daring the blue Mustang to take notice of him. ‘Please don’t hurt my father or my son,’ Danny said. ‘Hurt me, if you have to hurt someone,’ he said .” (p.396)

Nummer: 11-025
Titel: Last night in Twisted River
Auteur: John Irving
Taal: Engels (US)
Jaar: 2009
# Pagina’s: 667 (8233)
Categorie: Literatuur
ISBN: 978-0-552-77658-5

Meer Twisted River:
Popmatters
Official site
Wikipedia
NY Magazine
New York Times
Guardian
VPRO
Vrij Nederland

Andere Irving boeken door mij gelezen:
My movie business
Waarom ik van Dickens hou
Until I find you
Pension Grillparzer
The fourth hand
A widow for a year


zaterdag, 21 januari 2012

Klaas Woltinge

Klaas Woltinge

Hyves Twitter Youtube

Toch even een Wunjo gevoel op dit vroege tijdstip

Vanaf begin 2011 liep ik spontaan met de gedachte:”Wordt het er niet eens tijd voor om je doelen plannen bij te stellen of concreter te maken?”, mijn website RegioHoogeveen.EU heeft momenteel nog een te groot Marktplaats uiterlijk waar ik zeker verandering in aan zal gaan brengen..

Actueel nieuws, een stukje geschiedenis en politiek zijn toch veel interessanter?
Misschien een stukje informatie voorziening er bij in de vorm van waar vind je wat, maar dat mag zeker niet gaan overheersen.

Op 27 December 2011 kreeg ik de behoefte om er ook een radio stream aan te koppelen, in grote lijnen weet ik ook voor mezelf wat ik daarmee wil gaan doen.
Online Streamen mag en kan niet zomaar en daar staan forse boetes op, je komt immers aan de teksten van dichters, geluiden van muzikanten en kunstenaars etc;

Iedereen moet zelf internetradio kunnen maken; gratis en in alle vrijheid aldus Radionomy,
Radionomy heeft voor mezelf maar 1 belangrijke voorwaarde en dat is dat ik verdeeld over de gehele maand vanaf dat ik mijn station startte wel minimaal 12 luister uren per dag zou gaan behalen.

Ga je dat niet redden wordt je Radiostation verwijderd of je kunt er voor kiezen om zelf de afdrachten te gaan betalen, zelf hoop ik van het gratis basic pakket in de Advanced streaming te komen na 3 maand zonder er voor te betalen mits ik maar voldoende luister uren behaal..

Recentelijk had ik ook gebeld en gemaild met Buma en zover ik nu bezig ben kan en mag alles wat ik nu doe, ik kan voorlopig alleen de Radio stream niet in mijn website verwerken omdat er dan vanaf mijn website muziek gedraaid wordt

Vanochtend bekeek de statistieken van RegioHoogeveenEUONAIR en verdeeld over 30 dagen zit ik nu al aan de 12 luister uren gemiddeld terwijl het nog niet eens 27 januari is!

Helemaal top dus, de enigste 2 klussen die er nu voor mezelf liggen zijn:

1. Hoe maak je een logische dag en week indeling qua programmering zodat je de meeste luisteraars op de juiste momenten bereikt, er wordt immers gewoon 24 uur per dag muziek gedraaid.

2. Het radio station moet ook wat nieuws gaan brengen in de vorm van wat gebeurd er in de gemeenteraad, of iets in de vorm van de stelling van de dag/week die stiekem een beetje gekoppeld zit aan het gewone regionale nieuws. Waarmee ik de mist in zou kunnen gaan dat ik verslag van landelijke thema’s zal gaan doen en dat ik deze met een goede smoes gewoon naar Hoogeveen trek.

zondag, 15 januari 2012

Alice Karen

Alice Karen

Afkoelen

null

Heb je wel eens het gevoel gehad dat de grond je te heet onder de voeten werd? Ik wel.

December was hectisch. Ik werkte tachtig uur per week aan mijn project en dan ook nog in de winkel voor de financiën. Ik zorgde dat alles in orde was voor mijn vertrek naar Oslo. Ik had geen tijd meer voor ontspanning, haalde toch zeker een nacht per week door vanwege de hoeveelheid werk. De deadlines. Die stonden vast. En ik haalde mijn deadlines. Drie presentaties, een in Londen, een in Amsterdam, een in Leiden. Een eindversie van de scriptie over het onderzoek waaraan ik tien maanden heb gewerkt. Geen tijd voor veel dingen die mijn leeftijdgenoten doen. Geen tijd om een boek te lezen. Zelfs geen tijd om mijn blog bij te werken.

Ik voelde hoe de Nederlandse bodem mijn voeten schroeide. Ik probeerde de brand te blussen zonder brandslang in de buurt. Ik probeerde de vloer de dweilen met de kraan open. Daar bovenop kwamen nog enkele valse beschuldigingen. Sommige mensen zijn mijn slachtoffer, schijnbaar. Ik schijn de boel te belazeren. Ik trok het niet meer. Het vuur wakkerde aan. Ik moest afkoelen.

Naar het Noorden. Sneeuw en ijs. Mijn eigen therapie. Een afstudeerproject. Bossen vlak bij mijn woning. Afstand nemen. Herstel van wonden. Rustdagen nemen. Weinig om continu afgeleid te raken. Ontstressen. Onderzoeken, lezen, schrijven of wandelen. Onbetaalbaar eten om allemaal zelf te betalen. Het negatieve geschiedenis laten worden. Negatief-geassocieerden loslaten. Sterker worden. Uitsluitend contact onderhouden met mensen die onvoorwaardelijk om mij geven. Toekomstplannen maken. Focus.

Ik heb het voor elkaar. Het is mij gelukt naar Noorwegen te gaan. Dat heb ik zelf geregeld. Zonder me tegen te laten houden door onzinnig gedoe. Daar ben ik trots op.

IJzige Noorse bodem, breng mij rust, stilte, vrede, voorspoed.

Oslo 15 januari t/m 31 juli 2012.


Gearchiveerd onder:Diaries, Reisverhaal

vrijdag, 13 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

In boekbesprekingen 2011, cyclogerb wielerboeken, arthur van den boogaard, boeken, boeken 2011, boekrecensie, de muur, lezen, wielerboek, en meer.

De Muur 31De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom

De ondertitel zegt veel. “Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen”. Al veel vaker heb ik het hier beweerd, wielrennen is in mijn ogen de geschiktste sport om over te schrijven. Ik doe mijn best om een leuke verzameling aan te leggen. Ik red het op drie planken op het moment van schrijven. Na het lezen van dit boek ben ik er echter van overtuigd dat ik een verloren strijd aan het vechten ben. Van den Boogaard heeft vele mooie boeken gevonden, daar prachtig over geschreven en ik besef dat ik nooit zelfs maar een redelijke collectie wielerboeken zal hebben.

Andersom kan ik ook blij zijn dat ik nu weer een hele lijst titels heb gevonden waarvan ik weet dat ik ze ooit wil bezitten en lezen. Want ook in deze uitgave van De Muur kwam de auteur al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is compleet te zijn, dat er te veel goede wielerboeken (en nog meer slechte) zijn verschenen om een goed overzicht te geven.

Toch is ondanks alle onmogelijkheden Van den Boogaard er in geslaagd om een prachtig en leesbaar boek te schrijven. Om vele onontdekte pareltjes te vinden, om bekende boeken aan een nieuwe analyse te onderwerpen. Dus zelfs al zou je niet van De Muur houden, dan nog is deze uitgave een must voor de sportliteratuurverzamelaar. Als catalogus. Als referentiekader. Als inspiratiebron. Of gewoon omdat het leuk is om te lezen.

Citaat: “En zo kunnen onwetenden altijd blijven beweren dat het feuilleton dat journalist en schrijver Marquez in 1955 wijdde aan de Colombiaanse wielrenner Ramon Hoyos niet veel meer was dan een aanstekelijk goed geschreven biografie. Daarvoor zijn het tenslotte onwetenden. Alle anderen begrijpen dat Hoyos, net als vele Colombiaanse renners in de jaren vijftig, een in de werkelijkheid rond pedalerende romanpersonage was. Je moet het willen zien. En Marquez deed dat.” (p.128)

Nummer: 11-023
Titel: De Muur 31 – Slipstroom
Auteur: Arthur van den Boogaard
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 240 (7087)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 978-90-204-1203-1

Meer De Muur:
29 28 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1


donderdag, 12 januari 2012

Ger Bosma

Ger Bosma

Koken met Godwin: de Reductio ad Hitlerum

In algemeen, etymologie, ge(r)neuzel, geen commentaar, geschiedenis, internationale politiek, adolf, chat, delen, en meer.

Zoals eenieder die geregeld met lieslaarzen door de krochten van het internet waadt ongetwijfeld weet,  lopen veel internetdiscussies na verloop van tijd uit de hand. Na het uitwisselen van een rits aan zowel steekhoudende als onzinnige argumenten, komt er gegarandeerd een moment waarop een balorige of gefrustreerde reaguurder als eerste Hitler en de nazi’s erbij sleept. Of zoals advocaat en deskundige op het terrein van internetrecht Mike Godwin het in 1990 snedig formuleerde:

naarmate online discussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler één.

Zelfs al betrof het oorspronkelijk een volstrekt onschuldige discussie over kinderpostzegels of de merites van handgebreide wollen sokken.

Vergelijkingen met het nazisme of Adolf Hitler slaan vrijwel standaard elke discussie dood. Op usenetfora, in de begintijd van internet, werden dergelijke vormen van drogredenatie door moderatoren niet zelden bestraft met het rücksichtslos beëindigen van het betreffende topic. De Wet van Godwin stipuleert overigens niet veel meer dan dat op het moment dat voor het eerst het H-woord valt, de discussie blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum heeft bereikt.

Een speciaal geval van zo’n drogredenering is de Reductio ad Hitlerum, een term van de naar de VS geëmigreerde Joods-Duitse filosoof Leo Strauss (1899-1973). Kort gezegd komt het erop neer dat wanneer je in staat bent je tegenstander met een of ander polemische kunstgreep te manoeuvreren in het kamp van Hitler’s Derde Rijk, je automatisch de ander hebt gediskwalificeerd. Dit volgens de logica: “Adolf Hitler (of het nazibewind) was X, dus X is slecht.” Een van de meest fascinerende en vaakst genoemde voorbeelden van een Reductio ad Hitlerum is dat vegetarisme niet deugt, omdat (naar verluid) Hitler een vegetariër zou zijn. Een ingezonden vraag, voorgelegd aan de bekende Amerikaanse voedingsgoeroe John Robbins verwoordt dit prangend:

“You people who say that we would all be more peaceful if we ate a vegetarian diet always seem to forget that Adolph Hitler was a vegetarian. That pretty well destroys your belief system, doesn’t it?”

Vooral overtuigde carnofielen bedienen zich vaak van deze drogredenatie. Als de meest bloeddorstige dictator uit de wereldgeschiedenis geen karbonaadjes at, legitimeert dat voor hen klaarblijkelijk het eten van vlees en plaatst in een moeite door vegetariërs in het beklaagdenbankje.

Op de site van de Canadese Windsor Animal Action Group (WAAG) stond tot voor kort een artikel waarin ‘The Animal-Loving Vegetarian Hitler Myth’ genadeloos werd gefileerd. In zeer vermakelijk proza worden alle drogredenaties die Hitler portretteren als onvermoede dierenvriend, vegetariër of tegenstander van vivisectie bij dieren ontdaan van mystificaties en onjuistheden. Mystificaties waarin Hitler zelf overigens een niet geringe rol speelde. De eindconclusie over Hitlers vermeende vegetarisme is ronduit vermakelijk:

“Occasionally eating only cabbage, as supposedly prescribed by his physician to cure Hitler’s bouts of meat consumption-induced sweatiness and flatulence, is not representative of and does not constitute a vegetarian diet; neither does a binge on pop and chips, nor an all out fast. Hitler’s reputation for being a vegetarian seems to consist solely of his not having eaten “red” meat. The effort to describe Hitler’s eating habits as vegetarian requires changing the definition of “vegetarian” to exclude liver, ham, and sausages from the list of meats, and changing the definition of “animal” to exclude pigs and birds.”

Voor wie inmiddels benieuwd is geworden wat dan wel het favoriete recept van de Führer was (en daar in het internettijdperk ook meteen even een licht verteerbaar YouTubefilmpje bij verwacht) heb ik geen goed nieuws. De aangekondigde bereiding in een kookprogramma van Hitler’s favoriete gerecht Gebakken Forel in Botersaus, leidde in België eind 2008 tot veel tumult. Het lievelingsgerecht van de Führer zou door kok Jeroen Meus bovendien weinig tactisch worden bereid op een steenworp afstand van het Adelaarsnest van Adolf Hitler, nabij de Obersalzberg bij Berchtesgaden. De keuze voor Hitlers forelschotel veel onbegrip op. Eerdere delen waren gewijd aan personen die je hooguit als cereal killers zou kunnen kwalificeren, namelijk Roald Dahl, Jacques Brel, Salvador Dali en Freddy Mercury.

Bij overlevenden van de Holocaust schoot de ‘Koken met Hitler’-aflevering die de VRT haar kijkers wilde voorschotelen dus danig in het verkeerde keelgat. De ontstane commotie toont meteen ook de werking van een Godwin in optima forma: de gewraakte aflevering ging vrijwel direct van tafel. Terry Davids van het Vlaamse magazine Joods Actueel reageerde opgelucht:

‘Het was een walgelijk idee. De makers van dat programma hebben er niet bij stilgestaan dat er nog overlevenden van de Holocaust zijn, en dat het onderwerp nog altijd zeer gevoelig ligt bij de nabestaanden. Alsof je in de kelder van Marc Dutroux zijn lievelingsgerecht zou klaarmaken. Maar dat zou natuurlijk niemand in zijn hoofd halen. Ik vraag me trouwens af wie er geïnteresseerd is in wat een massamoordenaar graag eet.’

Nee, van zulke gestoorde lieden is de menukeuze niet zelden zeer onsmakelijk. Het wordt ongetwijfeld het meest malicieus verwoord in de film Silence Of The Lambs, wanneer psychopaat Hannibal Lecter de telefoon ophangt met de onheilspellende woorden: I do wish we could chat longer, but… I’m having an old friend for dinner.”

© Armworstelaars Patrick Hoff & Josh Sommers

dinsdag, 10 januari 2012

Gerben Kappert

Gerben Kappert

Linkedin

Kees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

In boekbesprekingen 2011, boeken, boeken 2011, boekrecensie, katja schuurman, kees van beijnum, lezen, film, geschiedenis, en meer.

Kees van Beijnum - De oesters van Nam keeKees van Beijnum – De oesters van Nam Kee

Het is tragisch dat een boek herinnerd wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.

Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde ‘lijster’, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.

En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.

Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.

Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.

En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.

Citaat: “Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)

Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1

Meer:
Site van Beijnum
Liefst 51 boekverslagen op scholieren.com
Film op IMDB


maandag, 9 januari 2012

Ger Bosma

Ger Bosma

Verzwolgen door de Golven: Stedeke Gryn

In algemeen, eigen artikelen 2000-2012, etymologie, ge(r)neuzel, geschiedenis, natuur, overig, wetenschap, belangrijk, en meer.

Zoals de afgelopen week goed te merken was, is het winterseizoen in Nederland ook traditioneel het stormseizoen. In de late herfst koelt het in het noordelijk deel van het noordelijk halfrond snel af, terwijl het in in Zuid-Europa vaak nog stevig nazomert. Door de grote temperatuursverschillen ontstaan sterke straalstromen in de bovenatmosfeer, waardoor vooral in dit seizoen vaak diepe lagedrukgebieden ontstaan die met grote vaart over de Britse Eilanden en de Noordzee razen.

De meeste van de catastrofale stormen die de Lage Landen sinds de Middeleeuwen troffen en grote delen daarvan onder water zetten, vonden dan ook plaats in de periode van november tot februari. Zo ook de St. Luciavloed, een alles vernietigende stormvloed die plaatsvond in de nacht van 13 op 14 december 1287, onder meer beschreven in de annalen van het klooster van Wittewierum (Groningen). In termen van slachtoffers – zeker als percentage van de totale bevolking – is de Sint Luciavloed zelfs een van de grootste vloedrampen in de wereldgeschiedenis. In totaal kwamen in Noord-Holland, Friesland en Groningen tussen de 50.000 en 80.000 mensen om het leven, op een totale bevolking van zo’n half miljoen zielen.

De dertiende eeuw verliep qua dodelijke megastormen sowieso desastreus. De Lage Landen werden namelijk verder nog getroffen door de grote Noordzeevloed van 1212 (60.000 doden) de Sint-Marcellusvloed van 1219 (36.000 doden) en een tiental kleinere overstromingen met telkens honderden tot duizenden doden. Het toont maar eens te meer aan, dat het heroïsche gevecht van de Nederlanders met het water ook vaak roemloos werd verloren. Luctor et Submergo.

Het Nederland van een millennium geleden zag er totaal anders uit dan nu. De Noordzeekustlijn was toen nog vrijwel ononderbroken. De Waddenzee, in 2009 door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed, bestond destijds nog helemaal niet: Texel en alle andere waddeneilanden waren verbonden met het vasteland. Ook de latere Zuiderzee, na de afsluiting in 1932 omgedoopt tot IJsselmeer, was nog hoofdzakelijk een laaggelegen merencomplex annex moerasveengebied. Het werd in die tijd Aelmere – ofwel Palingmeer – genoemd, etymologisch gezien inderdaad niet echt spannend. Dit Aelmerengebied was met de Noordzee verbonden door een nauwe zeearm, die uitmondde in het gebied waar later de eilanden Vlieland en Terschelling zouden ontstaan. Ook andere grote zee-inhammen als de Lauwerszee en de Dollard bestonden zo’n 1000 jaar geleden ook nog niet in hun huidige vorm.

In de 12e en 13e eeuw veranderde het uiterlijk van de Noordelijke Lage Landen drastisch. Een belangrijk factor daarin was de stijging van de zeespiegel gedurende de warme periode van 850 -1200. Samen met het steeds verder afgraven van veengrond voor turfwinning, als brandstof voor de inwoners van de hoger gelegen stedelijke gebieden in West- en Midden-Nederland, werd het Aelmeergebied kwetsbaarder voor de invloeden van met name zware noordwesterstormen. Najaars- en winterstormen drongen in de loop der eeuwen dieper en dieper in de kwetsbare laaglanddelta door. Daarbij werden grote delen van de resterende veenlanden weggeslagen.

De Sint Julianavloed in 1164 en de Allerheiligenvloed uit 1170 luidden de periode van overstromingen en grootschalige landerosie in. In 1170 brak de Noordzee door de duinenrij tussen Texel en Huisduinen (bij Den Helder) en werd het Marsdiep, voorheen een beek, een kolkend zeegat. Bij die gebeurtenis werd ook het tussen Texel en Medemblik gelegen Creiler Woud verzwolgen door de golven. Het land tussen Texel, Medemblik en Stavoren werd overstroomd, en Texel en Wieringen werden eilanden.

Tijdens de stormvloeden van 1212, 1214 en 1219 (36.000 doden) en 1248 drong het zeewater steeds dieper Aelmere in en werd het allengs een binnenzee. De genadeklap kwam met de Sint Luciavloed van 1287. Deze waterramp scheidde Friesland definitief van West Friesland en verzwolg tal van dorpen en steden in het tussenliggende gebied, waaronder het inmiddels al lang in de vergetelheid geraakte ommuurde stadje Griend (ook Grint of Gryn), ten noordwesten van Harlingen.

Stedeke Gryn
Tegenwoordig slechts een zandplaat in de Waddenzee, was het eiland Griend in de Middeleeuwen bewoond. Niet alleen dat, er bevond zich een ommuurde nederzetting met poorten, grachten, een klooster en zelfs een hogeschool. Griend was aan het begin van de 13e eeuw dan ook een welvarend eiland, met name beroemd om zijn kaas. Met enige wijsheid achteraf kan je stellen dat het een slecht doordachte beslissing was van de Griendenaren om een tweetal kanalen te graven, om zo de bloeiende handel met het achterland verder te versterken. De Jetting werd in het begin van de 13e eeuw gegraven om de Friese steden te bedienen. Ook achter Vlieland langs werd een nieuwe vaart aangelegd, de Monnikensloot. Griend, reeds gevoelig kleiner geworden door al het eerdere natuurgeweld in de 12e en 13e eeuw, bleek uiterst kwetsbaar. De grote kladeradatsch kwam uiteindelijk in december 1287, toen het stadje vrijwel geheel in de golven verdween, op een tiental huizen na. Griend kwam er nooit meer bovenop. De ‘twaalfde stad van Friesland’ was niet meer.

Tot in de achttiende eeuw werd Griend nog wel bewoond door veehouders, die hun woonsteden op kunstmatig opgeworpen terpen hadden gebouwd. Rond 1800 was het eiland nog altijd zo’n 25 hectare groot, maar verplaatste zich met een snelheid van 7 meter per jaar naar het zuidoosten. Vaste bewoners kende Griend vanaf dat moment niet meer, maar werd nog wel gebruikt door bewoners van Terschelling als weidegebied voor schapen en voor de winning van hooi. Ook werden de eieren van meeuwen en sterns geraapt voor de consumptie. De Vereniging Natuurmonumenten, de huidige eigenaar, kocht het recht op het maaien van gras in 1916 af en richtte er een aantal bewaakte broedkolonies in.

Niets op de stille zandplaat in de Waddenzee herinnert vandaag de dag nog aan het eens zo roemruchte verleden

 

vrijdag, 6 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Betovering

In het menu, niet op voorpagina, angela merkel, berlijn, gendarmenmarkt, geschiedenis, holocaust-mahnmal, museumsinsel, eu, en meer.
Schoonheid kan niet de factor zijn die Berlijn voor velen zo betoverend maakt. Daarvoor heeft de stad te veel geleden, door oorlog en tweedeling. Incidenteel kom je er mooie plekken tegen, zoals de Gendarmenmarkt of het gerestaureerde Museumsinsel, maar littekens, kranen en bouwputten domineren nog steeds een groot deel van het stadsbeeld. Nee, voor schoonheid moet je in steden als Londen, Parijs of Rome zijn. De weidsheid van de stad wellicht? Men is bij de wederopbouw niet spaarzaam met ruimte omgegaan. Zo beslaat het Holocaust-Mahnmal ruim een hectare, midden in het centrum. Op vele andere plekken in Berlijn mogen trouwens herinneringen aan deze duistere periode het daglicht aanschouwen. Berlijn maakt de strijd met zijn verleden voelbaar, op een voorzichtige en ontroerende manier. Misschien zorgt de bescheiden no-nonsense mentaliteit van de inwoners voor de betovering van deze miljoenenstad? Zelfs Angela Merkel, een der machtigste vrouwen ter wereld, woont er privé in een eenvoudige etagewoning tegenover het Museumsinsel. Honderd meter verderop staan van tijd tot tijd de kraampjes van een luizenmarkt. Berlijn is de op een na grootste stad van de EU, maar de mensen hebben er geen kapsones. Zou dat het zijn? Wie het weet mag het zeggen.

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, amerika, analyse, banken, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

maandag, 2 januari 2012

Alicia Hobbel

Alicia Hobbel

Hyves Twitter

Gelezen in 2011

Ieder jaar neem ik me voor meer te lezen. Ik kan zeggen dat dat in 2011 gelukt is, maar dat kwam dan vooral omdat ik in 2010 helemaal schandalig weinig boeken opengeslagen heb.

De teller is blijven hangen op… *tromgeroffel*…. 11

Gelukkig waren het wel bijna allemaal boeken die enigszins de moeite waard waren. Niets zo erg als 300 pagina’s door een boek ploegen en je constant afvragen wanneer het nou gaat komen. Daar had ik dit jaar gelukkig weinig last van. En de boeken waarbij dat het geval was, heb ik gewoon weer opzij gelegd.

1. The woman who walked into doors - Roddy Doyle

Lang geleden heb ik The Snapper gelezen van Doyle en ik vond het verschrikkelijk. Waarschijnlijk was ik toen ook nog te jong om het sociale aspect van het boek helemaal te begrijpen. Doyle heeft met dit boek nog een herkansing gekregen. Hij schrijft over een vrouw die door haar man mishandeld wordt en over hoe ze hem er uiteindelijk uit zet. Het was aardig om te lezen, maar niet meer dan dat.

 Hoe een vrouw zo ver komt om zo’n leven te accepteren werd me er niet duidelijker door, al te veel emotionele diepgang kon ik er niet in ontdekken en qua schrijfstijl is Doyle niet bijzonder. Het leest vlot weg, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ik geloof niet dat ik snel nog een boek van Doyle op zou pakken.

2. Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje.

Na alle ophef over het boek, was ik nieuwsgierig. Ik hou niet van hypes, maar wilde uiteindelijk toch weten of het echt zo fout was als het klonk. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het boek met plezier gelezen heb. Het is grappig geschreven. De scène waar de hoofdpersoon met zijn upperclass ouders gaat eten bij zijn vriendin thuis, is me bijvoorbeeld bijgebleven. Zijn  moeder vraagt haar hoe het gerecht wat ze eten heet.

“Is dit Surinaams? Hoe heet dit?”

“Kip met rijst en groente.”

“Ja maar hoe heet het?”

“Kip… met rijst en groente.”

Dit soort humor maakt in alle eenvoud toch duidelijk in wat voor verschillende werelden mensen leven en dat vind ik positief aan dit boek. Wie vindt dat de auteur discrimineert en vrouwonvriendelijk is, weet niet waar de grens ligt tussen fictie en werkelijkheid. Het is misschien geen Mulisch met vier verschillende verhaallagen, maar het lijkt me een goed boek om jongeren op middelbare scholen te laten lezen; een mooie opening om het te hebben over discriminatie, emancipatie, klasse, liefde en seks.

3. De Wetten –  Connie Palmen

Ik vind Connie Palmen, die verderop nog een keer op mijn lijst voorkomt, een intrigerend mens. Ik herken veel van mezelf in haar en haar boeken, zelfs in haar schrijfstijl. Ik vond De Wetten echter een net niet-boek. Het concept is leuk: verschillende mannen in het leven van de hoofdpersoon, die allemaal hun eigen wetten hanteren om het leven te structureren en begrijpen. Niet alle hoofdstukken komen echter goed uit de verf en de karakters missen vaak diepgang. Storend vind ik soms de focus op de reflectie van de hoofdpersoon op haar relaties met al deze mannen. Dat haalt het niveau van het boek een beetje naar beneden, alsof je de brievenrubriek van de Viva zit te lezen. En de schrijfstijl van Palmen is ook zoals altijd eentje die me net niet helemaal ligt: ik hou altijd het gevoel dat haar woorden net niet helemaal soepel uit de pen vloeien.

4. Turks Fruit - Jan Wolkers

Door vele jongens gelezen bij gebrek aan pornoboekjes. Dat belooft wat… Maar afgezien van de soms wat geforceerde shockelementen, de ‘vieze woorden’, vond ik het heel mooi geschreven. Eenvoudig, vloeiend, gedetailleerd en niet emotieloos.

5. De Vriendschap - Connie Palmen

In tegenstelling tot De Wetten wist De Vriendschap me wel te boeien. De manier waarop de hoofdpersoon omgaat met vriendschap, haar manier van gehecht raken aan mensen, haar relatie met fysieke intimiteit en haar positie op school zijn allemaal herkenbaar. Relaties en intimiteit zijn een terugkerend thema in Palmen en is vermoedelijk waarom ze me zo fascineert, omdat ik er net zo mee worstel.

6. De ruimte van Sokolov - Leon de Winter

Het verhaal moet even op gang komen, maar dan wordt het ook wel spannend. Sokolov werkt in de ruimtevaart in Rusland en door een ongeluk met een raket raakt hij zijn aanzien en positie kwijt. Hij glijdt af en vlucht uiteindelijk naar Israël, waar hij door een vroegere klasgenoot en ex-collega uit de goot getrokken wordt en in een crimineel web terecht komt. Het boek bevat wat aardige elementen, vragen met betrekking tot klasse, identiteit en het conflict tussen normen en waarden enerzijds en zelfbehoud anderzijds. Uiteindelijk is voornamelijk een literaire thriller - een boek voor op het strand voor de literaire snob. 

7. De Harm en Miepje Kurk Story - Remco Campert

Zo’n lichtgewicht dat ik me letterlijk niet meer kan herinneren waar het over gaat.

8. Daisy Miller - Henry James

Het gaat over een man die tijdens zijn reis een jongedame ontmoet, Daisy Miller, die zich niet houdt aan de conventies van die tijd. De hoofdpersoon heeft een onsympathiek karakter – voor zover sprake is van enig karakter – en het boekje is voornamelijk een omschrijving van handelingen en gedachten zonder al te veel diepgang. Kort samengevat vindt hij Daisy interessant zolang ze aandacht aan hem besteedt, maar zodra ze met een ander uit wandelen gaat, rent hij er onder invloed van anderen achteraan om haar te waarschuwen dat dat echt niet kan. De belevingswereld van Daisy blijft een mysterie en Daisy sterft uiteindelijk aan een ziekte die zij opliep tijdens een avondwandeling met een man, na daarvoor gewaarschuwd te zijn door de hoofdpersoon. Straf voor haar wangedrag, zou je denken. Het boekje is symbolisch voor de relatie tussen oude wereld (hoofdpersoon Winterbourne) en de nieuwe wereld (Daisy Miller) en verwijst naar plaatsen die vroeger belangrijke rollen speelden in de literatuur en literaire werken die nu niet meer bekend zijn. Daardoor is het echter niet bepaald een tijdloos werk en is het moeilijk te waarderen als iets anders dan een onderdeel van de literaire geschiedenis.

9 & 10. Eragon en Eldest - Christopher Paolini

Een mens heeft af en toe ontspanning nodig of een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijks leven. Na het zien van een slechte verfilming van Eragon



 en het lezen van de reacties van fans, dat – zoals gebruikelijk – het boek beter was dan de film, besloot ik het boek te bestellen. 

Christopher Paolini was pas 15 toen hij de eerste versie van Eragon op papier zette. Misschien was de hoofdpersoon daarom ook een jongen van die leeftijd, maar afgezien daarvan is het bijna niet voor te stellen dat zo’n jong iemand zo’n boek kan schrijven. Het verhaal zit goed in elkaar en er is veel aandacht besteed aan de namen en de verschillende talen van de karakters in het boek. Paolini heeft bijzonder veel aandacht voor details, dat maakt het levendig.

11. Sexing the Cherry - Jeanette Winterson.

Absoluut mijn favoriete boek van het
afgelopen jaar. Wintersons stijl heeft veel weg van die van Angela Carter. Het boek bevat veel fantastische elementen, speelt met tijd, ruimte en gender. Een must-read voor liefhebbers van Carter en voor feministische boekenwurmen.


maandag, 19 december 2011

Willem de Gelder

Willem de Gelder

De SP kan beter niet gaan meeregeren

In politiek, andere partijen, d66, delen, gedoogsteun, geschiedenis, hart, het volk, kabinet, en meer.

‘De SP is klaar om te regeren’, zei Roemer vorige week ineens. De goedlachse SP-leider heeft zelfs al een lijstje met geschikte Socialistische ministers in de binnenzak, verklaarde hij. Vanuit politiek-wetenschappelijk perspectief lijkt dit een hele slechte stap.

De electorale geschiedenis van de linkse politiek in Nederland is er één waaraan we weinig woorden vuil hoeven te maken: sinds de Tweede Wereldoorlog is  de PvdA altijd de grootste geweest. Alhoewel er vaak genoeg concurrentie was (CPN, PSP, DS’70, PPR, om maar een greep te doen), wist niemand voor serieuze dreiging te zorgen. Dit veranderde in 2006, toen de SP, onder leiding van Jan Marijnissen, groeide van 9 naar 25 zetels. De PvdA stond hier maar 8 zetels boven (33): een absoluut unicum op links. Nadat de SP een paar jaar in een dip zat (en bijv. 10 zetels verloor in 2010), gaat het recentelijk weer erg goed met de partij. Sterker nog, virtueel zijn de rollen momenteel omgedraaid: in de meest recente peiling van Maurice de Hond staat de SP op 26 zetels en de PvdA op 18.

Dat de electorale neergang van de PvdA nauw verband houdt met het succes van de SP lijkt duidelijk: beide partijen staan programmatisch niet ver van elkaar af en vissen gedeeltelijk uit dezelfde electorale vijver. De vraag is echter wat de richting van het verband is: is de afname in populariteit van de PvdA de oorzaak van het succes van de SP, of is de toename in populariteit van de SP de oorzaak zijn van de neergang van de PvdA? Alhoewel beide mogelijkheden waarschijnlijk delen van waarheid bevatten, gok ik dat de eerstgenoemde de situatie het beste uitlegt.

De PvdA, dus altijd by far de grootste partij op links, verliest aan populariteit. Electorale statistieken tonen aan dat met name lageropgeleiden de partij steeds minder aantrekkelijk vinden. Waarschijnlijk zijn hier meerdere oorzaken voor, maar één hiervan is, denk ik, dat de PvdA de afgelopen jaren teveel een bestuurderspartij is geworden. Zij maakt haar handen vies door compromissen te sluiten, gedeelten van haar programma te laten varen. De ‘gewone man’, die vroeger trouw PvdA stemde, voelt zich hierdoor in de steek gelaten. Als het even kan wijkt hij uit naar andere partijen, waarvan hij wel het gevoel heeft dat ze strijden voor zijn belangen.

Een partij die haar oorspronkelijke karakter kwijtraakt geeft altijd ruimte voor ‘purifiers’: nieuwe partijen die doen wat de grote partij zou moeten doen. De PvdA, die haar karakter als partij voor de gewone man is kwijtgeraakt, maakte ruimte voor het succes van de SP. De SP staat namelijk wél met beide beden tussen het volk, en strijdt, volgens zichzelf, met hart en ziel voor hen. De PvdA, die doet dat al lang niet meer, zal men zeggen.

Als de SP werkelijk gaat meeregeren, zoals Roemer wil, zal hij onder ogen moeten zien dat de SP ook vuile handen maakt. Je hele programma realiseren kan in het Nederlandse politieke systeem nu eenmaal niet. Er zullen afspraken moeten worden gemaakt, compromissen moeten worden gesloten. Het kabinet zal bepaalde dingen doen die de SP niet wil, en Roemer zal dit aan zijn kiezers uit moeten gaan leggen. Uiteindelijk zou het heel goed kunnen dat de kiezers zich ook door de SP in de kou voelen gezet en weer naar nieuw onderdak gaan zoeken.

Als argument tegen mijn punt kan worden gegeven dat de PVV, die andere purifier, nu ook regeringsverantwoordelijkheid draagt en dit aan de peilingen niet af te zien is. Mijn antwoord hierop is echter dat de PVV helemaal geen regeringsverantwoordelijkheid draagt: men gedoogt het kabinet slechts op de punten die in haar eigen regeringsprogramma staan. Op de punten waar zij het niet mee eens is, stemt zij tegen. Het ‘vuile handen maken’ ontbreekt bij de PVV, evenals het moeilijke ‘uitleggen aan de kiezer’. Alles wat de regering doet wat in strijd is met het PVV-programma, wordt direct op het conto van andere partijen geschreven.  Al het goede komt van de PVV, al het slechte van anderen. Een ronduit briljant staaltje strategie, dat gedogen.

Electoraal gezien kun je stellen dat de SP beter buiten de regering kan blijven.  Echter, ook op het gebied van programmarealisering lijkt het mij voor de SP verstandiger: op lange termijn is goed oppositie voeren en de PvdA naar links dwingen veel beter voor de realisering van een menswaardig bestaan voor iedereen, dan die paar jaar dat de SP meeregeert en vervolgens de kiezers moet vertellen dat men nu eenmaal compromissen moet sluiten.

Wat wel een optie voor de SP is, is een regering gedogen. In Denemarken gebeurt dit momenteel: hier regeert de Sociaaldemocratische partij samen met de sociaal-liberale partij en de sociaal-groene partij (grofweg de Deense equivalenten van de PvdA, D66 en GroenLinks), en geeft de kleine linkse ‘Eenheidslijst’ gedoogsteun. Dit zou voor de SP ook een goede optie zijn, omdat zij hetzelfde kan doen als de PVV nu: zichzelf prijzen voor het goede, en anderen de schuld geven voor het slechte.

Conclusie: uit poltiek-wetenschappelijk oogpunt kan de SP beter niet meeregeren, maar in de oppositie blijven. Dit is electoraal maar op met het oog op programmarealisering beter voor de partij. Gedoogsteun geven lijkt wel een goede optie.

 

Dit stuk is ook verschenen op Joop.nl:
http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/de_sp_kan_beter_niet_meeregeren/


zaterdag, 17 december 2011

Walter van Peijpe

Walter van Peijpe

Hyves Last.fm Twitter Youtube

Schoolvoorbeelden van monumenten in Leiden

Voormalige MSG aan de Dieperpoellaan

Leiden is trots op haar monumenten en er komen er steeds meer bij. Dat is mooi, het Leids cultureel erfgoed is één van de belangrijkste kwaliteiten van de stad. Gelukkig staan er inmiddels ook veel gebouwen uit de 20e eeuw op de lijst van gemeentelijke monumenten. Maar gebouwen uit de wederopbouw periode worden nog te weinig op waarde geschat. Een aangenomen motie van GroenLinks probeert hier wat aan te doen. Het belangrijkst is echter dat de gemeente Leiden zich beseft dat ook naoorlogse gebouwen, mooi of lelijk, onderdeel kunnen uitmaken van de Leidse cultuurhistorie.

Dinsdag 13 december meldde wethouder Jan-Jaap de Haan (Cultuur) trots dat drie bestaande Leidse schoolgebouwen de status hebben gekregen van beschermd gemeentelijk monument: Het Bonaventura College aan de Mariënpoelstraat, het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en het ROC ID College aan de Groenhazengracht. “Met hun bijzondere baksteenarchitectuur, allerlei decoratieve details en zelfs een oude kapel zijn de kersverse gemeentelijke monumenten een waardevolle toevoeging aan de mooie lijst van al bestaande Leidse monumenten. Verleden en toekomst zijn in deze Leidse schoolgebouwen verenigd.” zegt Jan-Jaap de Haan in het persbericht.

Bonaventura College, Mariënpoelstraat

Dat deze drie scholen de monumentenstatus hebben gekregen is te danken aan het zeer volledige rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 1: 1800 – 1940. Het rapport is geschreven voor de Unit Monumenten en Archeologie Leiden, door Yteke Spoelstra, een architectuurhistorica die onder andere gespecialiseerd is in scholenbouw.

Net als stations, musea, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en andere [semi]openbare grote publieke gebouwen kennen scholen vaak een bijzondere architectuur. Schoolgebouwen zijn cultuurhistorisch van groot belang omdat in de architectuur meestal naast de typische architectonische kenmerken ook de onderwijsopvattingen uit die tijd goed afleesbaar zijn.

ROC ID College aan de Groenhazengracht

Daarom vormen scholen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Vroeger dacht men daar helaas anders over. Aan het einde van het rapport is een lijst opgenomen van alle gebouwde scholen uit de periode 1800 – 1940. Helaas is een groot deel daarvan gesloopt. Veel van de scholen die er nog wel staan zijn inmiddels aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument. Daar komen er dus nu drie bij en dat is mooi.

Maar er is ook reden tot zorg. Dezelfde auteur, Yteke Spoelstra, schreef nog een rapport: De school “Een sieraad der gemeente” De geschiedenis van de scholenbouw in Leiden Deel 2: 1945-1965. Ook dit is weer een zeer volledig overzicht, nu van alle gebouwde Leidse scholen uit de wederopbouw periode. Ook deze scholen geven een goed beeld van de architectuur en de onderwijsopvattingen uit die tijd. Veel van ons hebben in deze schoolgebouwen les gehad. Er is zelfs een grote kans dat onze kinderen er nu nog op school zitten. Ook in dit tweede rapport staat aan het eind een overzicht van alle scholen. Een aantal is inmiddels gesloopt maar heel veel scholen staan er nog steeds. Alleen is nu opvallend is dat geen van deze scholen een monumentenstatus heeft. En dit is reden tot zorg. Het lijkt erop dat de gemeente de cultuurhistorische waarde van een aantal scholen uit de wederopbouw nog niet inziet en de gebouwen makkelijk laat slopen wanneer nieuwe ontwikkelingen op de locatie gewenst zijn.

Vlakbij het nieuwe monument het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat staan twee naoorlogse scholen op de nominatie om gesloopt te worden. De voormalige Middelbare Meisjes School Sint Agnes van de Rooms-katholieke Zusters der Liefde aan de Eijmerspoelstraat en de voormalige Mathesis Scientiarum Genitrix (MSG) aan de Dieperpoellaan. Deze twee scholen moeten wijken voor de herontwikkeling van de locatie Dieperhout. Er is duidelijk nooit een poging gedaan om deze twee scholen te behouden of te hergebruiken. Dat is vreemd want in het scholen-rapport wordt het volgende gezegd over het Agnes: “Dit fraaie exemplaar uit 1965/1966 is ontworpen door het Leidse architectenbureau Van Oerle, Schrama en Bos. De ruime groenstrook voor de school aan de Kagerstraat maakt dat het een beeldbepalend gebouw in de buurt is…“ en over de MTS: “De school, die in 1964 ontworpen is door het bekende architectenbureau Jan Lucas en Henk Niemeyer is in 1966 in gebruik genomen. Minister Diepenhorst opende het gebouw dat vier miljoen gulden heeft gekost….. Het gebouw is gaaf zowel in hoofdvorm als in detail en is exemplarisch voor schoolgebouwen voor het technische onderwijs uit de jaren zestig”.

Agnes College, Eijmerspoelstraat, Schrama en Bos, 1965

Het is tragisch dat ondanks bovenstaande kwalificaties de gemeente, tegen het advies van de Leidse monumentenselectiecommissie in, besloten heeft de twee scholen niet aan te wijzen als gemeentelijk monument maar ze te slopen. Blijkbaar gaat het monumentenbewustzijn van de gemeente nog niet veel verder dan tot de Tweede Wereldoorlog. Dit is volkomen onterecht. Ook naoorlogse gebouwen maken onderdeel uit van het Leidse cultuurhistorische erfgoed en verdienen soms een monumentenstatus.

Gelukkig is in september een motie van GroenLinks in de gemeenteraad aangenomen die het college verzoekt om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de stad waarbij sloop van bestaande gebouwen aan de orde is, altijd de Monumentenselectiecommissie te consulteren over de waarde van eventueel aanwezig cultureel erfgoed. Ook verzoekt de motie het college altijd een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van hergebruik van een gebouw wanneer dit gebouw door de monumentenselectiecommissie is voorgedragen voor voorlopige aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument.

Mathesis Scientiarum Genitrix, Dieperpoellaan, Lucas en Niemeyer, 1966

Helaas zal de motie de twee scholen op de Dieperhout-locatie niet van de slopershamer redden. Daarvoor zijn de plannen al te ver gevorderd. Maar er is nog hoop. Gezien de huidige crisis op de woningmarkt is het niet heel waarschijnlijk dat met name voor de MSG-locatie snel een ontwikkelaar gevonden zal worden. Misschien komt hergebruik dan weer in beeld en worden het Agnes en de MSG alsnog als gemeentelijk monument vermeld  op de lijst van scholen, in het nog te schrijven scholen-rapport Deel 3,


vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Occupy: geen blauwdruk maar een spiegel

In politiek, linker wang, samenleving, 1%, amsterdam, anders breivik, banken, beslissingen, bijbel, en meer.

Column De Linker Wang december 2011

Hoe zal 2011 in de geschiedenisboekjes komen te staan? Waarschijnlijk komt er ruim aandacht voor de Arabische lente en evenzeer voor de eurocrisis. Misschien nog het bereiken van de mijlpaal van zeven miljard wereldbewoners. De tsunami en kernramp van Fukushima en de massamoord door de extreem-rechtse Anders Breivik zullen – bizar genoeg – op termijn voetnoten van de geschiedenis zijn.

En Occupy? De beweging die de wereld wilde veranderen, begon op 17 september als demonstratie voor het beursgebouw van Wall Street en breidde zich uit naar tientallen Amerikaanse en Europese steden. In Nederland vooral op het beursplein in Amsterdam, maar er waren ook initiatieven in vijftien andere steden.  Het is een beweging van ongenoegen. Ontevreden met de macht van banken en beurzen en de onmacht van de parlementaire democratie om tot echter oplossingen te komen. “We are the 99%”, zeggen ze, verwijzend naar de 1% die alle macht en alle geld bezit.

Occupy ademde hoop. Revolutionaire hoop. Radicaal de wereld veranderende hoop. Niet meer de oude macht van het kapitaal of de moedeloos draaiende raderen van de bureaucratie of de politiek. Alles zou anders worden. Iedereen mocht meedoen. Beslissingen werden niet langer top down genomen, maar in de general assembly waar iedereen mag meepraten en het aankomt op consensus. Toespraken werden niet elektronisch versterkt maar mond op mond doorgegeven totdat iedereen het hoorde.

Natuurlijk, ook Occupy kan nog geschiedenis schrijven, maar nu ik deze woorden schrijf, lijkt de glans er vanaf. De vreedzame demonstraties zijn op verschillende plaatsen uit de hand gelopen of doodgebloed. De hoge idealen blijken soms een dun vernisje over opportunisme, gemakzucht en luiheid. Dat is makkelijk prijsschieten voor cynici die nauwelijks geloven in een Arabische lente, laat staan een lente in het verziekte neoliberale Amerikaans-Europese systeem.

Gedeelde inspiratie

Dat is triest, want de droom van Occupy zou ons diep kunnen aanspreken. Het is de droom van het begin van de kerk, zoals we in de bijbel lezen: in de eerste gemeente hadden ze alles gemeenschappelijk en leefden ze in harmonie en gedeelde inspiratie. Het is ook de droom van het staatssocialisme geweest: ieder doet wat hij of zij kan en ontvangt wat zij of hij nodig heeft. Maar ook die dromen zijn in duigen gevallen: de oorspronkelijke christelijke gemeenschap is een instituut geworden waarin macht en regels vaak belangrijker zijn dan geestdrift en menselijkheid; het staatssocialisme kon ontaarden in een van de meest onderdrukkende en onmenselijke systemen.

Wat is dat toch, dat hoge idealen zo kunnen tegenvallen? Ik laat de cynische antwoorden even rusten net als de al te vrome – die op hun beurt vaak net zo cynisch zijn over het leven hier en nu. Waarom mislukt het steeds?

Een deel van het antwoord vinden we bij de antropoloog Victor Turner. Hij beschrijft hoe er in rituelen en andere overgangssituaties een gemeenschapsgevoel kan ontstaan dat tegen alle bestaande structuren en verhoudingen ingaat. Hoog en laag bestaan niet meer, binnen en buiten evenmin. Plotseling is er een nieuw soort gemeenschap die buiten het gewone staat en daarom inspireert, verwart, ter discussie stelt en nieuwe wegen wijst. Deze radicale gemeenschap past niet bij de gewone structuur, maar is een soort anti-structuur, anders dan alles wat we kennen.

Maar ook die nieuwe gemeenschap moet na kortere of langere tijd weer een eigen structuur krijgen en verzandt dan bijna per definitie in dat wat ze wil vermijden. Of ze valt uit elkaar. De anti-structuur is nooit van blijvende aard. Het is een kritiek op de bestaande structuren, maar kan zelf alleen maar bestaan als reactie, niet als volwaardig alternatief. De kerk begon als anti-structuur, maar werd na verloop van tijd zelf deel van de elite. Het socialisme begon als anti-structuur en werd een machtssysteem. Occupy was een anti-structuur en lijkt uiteen te vallen in anarchie.

Verandering

Is het daarmee een dode mus? Een mooi idee dat weer tegenvalt? Een vluchtig teken van hoop waarna we terugvallen in de teleurstelling en het cynisme? Wat mij betreft niet. Er zit een wezenlijke drang tot verandering in de hele beweging en dat is tegelijk een aanklacht tegen het systeem dat nu de wereld bepaalt. Een aanklacht tegen banken, beurzen en regeringen die steeds maar denken dat ze de wereld kunnen redden door in hetzelfde spoor verder te gaan.

Die aanklacht geeft hoop en roept op om in elk geval kleine stappen in de goede richting te zetten. Dat wil niet zeggen dat het alternatief ook direct helder is. Occupy is een spiegel voor een vastlopende wereld, geen blauwdruk voor hoe het wel zou moeten. Wat dat betreft, ligt het dicht bij de boodschap van Jezus. Of bij de dromen van vernieuwingsbewegingen in allerlei tradities. Radicaal. Niet autoritair. Anti-structuur. Boodschappen die alles ter discussie stellen. Maar kijk uit als je die boodschappen zelf weer tot structuur maakt. Voor je het weet, is het middel erger dan de kwaal. De boodschap van een anti-structuur – Occupy, Marx, Jezus – is een kritische vraag en aanzet tot verandering, geen totaaloplossing.


dinsdag, 13 december 2011

Joep Bos-Coenraad

Joep Bos-Coenraad

Twitter

Rector on tour column @ FNWI, 13 december 2011.

Onderstaande tekst droeg ik voor tijdens het Rector on Tour op de beta-faculteit van de Radboud Universiteit, op 13 december 2011. Het lijkt heel wat tekst, maar als ik het voordraag vliegt de tijd natuurlijk ;)

De leden van de facultaire studentenraad vroegen mij of ik een column wilde voordragen voor het mooie terugkerende “Rector on tour” programma aan mijn faculteit. En hoewel ik op vrijwillige basis eigenlijk geen columns wil schrijven voor studenten die met een gratis lunch gelokt moeten worden, maak ik voor de komst van onze Rector Magnificus graag een uitzondering.

Mijnheer Kortmann en ik kennen elkaar nog uit de tijd dat ik, als lid van de universitaire studentenraad, met kritische vragen het college van bestuur uit de tent probeerde te lokken, in de hoop dat zij hun beleid van een beter doordachte inhoud zouden voorzien. In die tijd sprak ik Mijnheer Kortmann meestal aan met “Beste heer Kortmann”, maar niet lang daarna had ik een hele inspirerende ontmoeting met zijn broer. Met de kwalificatie “beste” ben ik sindsdien wat terughoudender, maar een aardige man is het zeker, die mijnheer Kortmann. Nooit te beroerd voor een goede discussie, en bovendien rebels genoeg om zijn onvrede over de landelijke koers wat onderwijs betreft te ventileren. Het organiseren van de grootste optocht van hoogleraren in toga uit de Nederlandse geschiedenis, zo’n 1000 stuks, is daarvan een indrukwekkend voorbeeld.

En zo’n betrokken Rector Magnificus is erg prettig, zolang hij voor hetzelfde doel staat als jij tenminste. Het is immers de man bij uitstek die iets in de melk te brokkelen heeft waar het het Radboudiaanse onderwijsbeleid betreft. Trots was ik dan ook toen ik las dat mijnheer Kortmann het door de Vereniging van Universiteiten (voorheen de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) gestelde minimum van 12 contacturen per week eigenlijk nog aan de slappe kant vond. Dat mogen er volgens hem best 15 zijn.

Nu zult u misschien lachen. 15 contacturen. 15 uur hoorcollege, werkcollege of practicum. Daar zit een gemiddelde Beta-student op woensdagmiddag al aan. Sterker nog, ik herinner mij uit mijn FSR jaar dat het faculteitsbestuur het aantal contacturen bij enkele studies juist expliciet wilde reduceren tot maximaal 20 per week, waarschijnlijk met een zalentekort of een bezuinigingsslag in het achterhoofd. Desalniettemin verdient onze rector lof voor zijn stellingname. Want bij veel opleidingen is het onderwijs nog lang niet zo stimulerend als aan onze faculteit. En laten we eerlijk zijn: er zijn maar weinig studenten die zich naast 12 contacturen de volle 28 resterende uren in de werkweek tot zelfstudie kunnen motiveren, wat dat betreft zijn studenten net mensen. Geef ze impulsen en ze komen te leven.

En ondanks de tegenvallende rendementen van ons mensenschuwe exacte betweters – hee, kwaliteit moet je niet overhaasten! -, merken we dat de rector zo nu en dan jaloers is op de inzet van onze studentenpopulatie. Misschien ook niet zo vreemd als je af en toe de zoutzakken bij rechtsgeleerdheid achter hun laptops in de collegezaal ziet zitten. Volgens mijnheer Kortmann worden op FNWI de hele week door fanatiek “SOMMEN GEMAAKT” in groepsverband, die vervolgens in een werkgroep worden besproken. Een methode die zich ook uitstekend zou lenen voor opleidingen als psychologie en rechtsgeleerdheid.

Zelf heb ik bij “sommen maken” een nogal pejoratieve connotatie die weinig blijk geeft van het onderscheid tussen ordinair rekenen en elegante wiskunde. Controleer je een balans, of pas je wat alledaagse statistiek toe, dan maak je volgens de meeste beta’s een ordinaire som.
Een decadente natuurwetenschapper daarentegen vindt zichzelf enkel goed genoeg voor het volwaardig onderzoeken, afleiden en bewijzen van materie. Maar de heer kortmann is een jurist en bedoelt het waarschijnlijk niet verkeerd, maar, heuswaar, juist goed.

En daaruit schemert al een beetje de complexe taak van de rector van een brede universiteit voort. Anno 2011 is niemand meer beta, jurist, econoom, medicus, sociale wetenschapper en geesteswetenschapper tegelijkertijd. Enerzijds wordt er zoveel mogelijk beleid aan de faculteiten overgelaten om het bij hun studenten en vakgebieden te laten aansluiten. Anderzijds ontkomt men er niet aan af en toe juist ook universiteits-brede regels te stellen, en te leren van elkaar. Maar waar wordt wat voor wie besloten?

We willen allemaal een universiteit die meer is dan de som van de faculteiten. Als chemicus wil je in je vrije ruimte ook eens een mooi vak kunnen volgen aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Dat is, echt waar, hartstikke interessant. Ik kan het weten want dat heb ik in mijn Bachelor ook gedaan. Zo makkelijk heb mijn studiepunten bovendien nog nooit verdiend! Maar dat terzijde. Aan de andere kant zitten beta’s niet te wachten op een centraal aangestuurd IT-clubje dat onze goed werkende Linux computers komt herinstalleren met Microsoft-Windows met een teletubbie-interface. Goede bedoelingen maar ontoereikende kennis van domeinspecifieke details kunnen alsnog tot slechte besluiten leiden.

In praktijk worden kritische medezeggenschappers nogal eens van het kastje naar de muur gestuurd: “dat moet van de Rector”, antwoordt de Vice-Decaan onderwijs op een vraag van de facultaire studentenraad, waarop de Rector bij navraag ontkracht “nee hoor, dit is decentraal management, dat mogen faculteiten lekker zelf uitzoeken”. Een effectieve, maar wanneer bewust ingezet, oneerlijke afwimpel-manoeuvre, die betrokken kritische studenten jaarlijks veel tijd en frustraties kost.

In werkelijkheid worden aan dit plaatje nog het ministerie van OCW, de onderwijsinstituten en het ongrijpbare college van decanen worden toegevoegd, zonder heldere referenties naar zwart-op-wit stukken. Daar kan onze universiteit helaas nog veel van leren. Als het nergens controleerbaar staat vermeld, dan heeft het geen waarde. Transparantie. De kernwaarde van iedere zuivere academicus. Zoals een publicatie niet wordt geaccepteerd zonder referenties bij haar statements, zouden studenten het niet langer moeten accepteren als een decaan of vice-decaan weer eens iets over de schutting kiepert zonder referentie waaruit blijkt dat het op dat specifieke niveau ondergebracht is.

En als het college van bestuur niets te verbergen heeft, dan zou het ook de nieuwsredactie weer meer middelen en vrijheden mogen geven en radiostiltes tot het verleden laten behoren. Op een universiteit moeten we niet geheimzinnig doen over wat er gebeurt en waarom dat gebeurt, we moeten juist trots zijn op onze universiteit. Hier wordt fantastisch onderzoek gedaan en ook veel van onze opleidingen zijn van hoog niveau. Dat moeten we juist krachtig ventileren, en publicitaire tegenvallers op de koop toe nemen! Waar komt toch dat verlangen naar achterkamertjes en mediacontrole vandaan? Mijnheer Kortmann, kunt u ons dat vertellen?

zondag, 27 november 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Historische wandeling langs een Romeins verleden van Nijmegen

In wandelen, geschiedenis, nederland, ns, tol, foto's, invloed, weer, werk, en meer.

Vandaag heb ik samen met Lilith een route gewandeld door Nijmegen, Berg en Dal en Beek-Ubbergen.

De route stond in het teken van de Romeinse invloeden op Nijmegen en de dorpen in de buurt van Nijmegen.

De start van de route is bij het NS station in Nijmegen en laat je al meteen veel interessante gebouwen zien zoals het Besiendershuis.

IMG_3374 IMG_3375

Het Besiendershuis is gebouwd omstreeks 1525 en werd bewoond door de besiender. De besiender moest tol innen bij de passerende schepen op de Waal.

Tijdens de route loop je een groot gedeelte langs de Waal en heb je een mooi uitzicht op de brug.

IMG_3370

Daarnaast blijkt een kunstwerk iets leuks voor te stellen:

IMG_3377

Wanneer je om het kunstwerk loopt, zie je telkens andere Romeinse cijfers. Zoals in dit geval IV.

Op het Valkhof, een heuvel dicht bij de Waal, staat een van de oudste gebouwen van Nijmegen. Namelijk de Sint-Nicolaaskapel.

IMG_3390 IMG_3386

De Sint-Nicolaaskapel is gebouwd rond 1030 en de resten van de Sint-Maartenskapel stammen uit de 12e eeuw.

Onderweg kom je ook de vrouwenbeelden van de Romeinse godinnen Flora (lente), Ceres (zomer), Pomona (herfst) en Vesta (winter) tegen:

IMG_3398

Na enkele kilometers door Nijmegen gewandeld te hebben ga je richting Berg en Dal. In de verte zie je de Ooijpolder liggen.

IMG_3403

Je komt nu in de bossen terecht waar vroeger de aquaducten liepen die door de Romeinen zijn aangelegd.

IMG_3406

De diverse watergeulen herinneren nog aan de tijd van de Romeinen. De grond die vrijkwam bij het uitgraven van deze watergeulen zijn vaak weer in de buurt van deze watergeulen gedumpt. Daar zijn dan weer enorme wallen ontstaan!

Zo kun je bij het Kerstendal duidelijk zien hoeveel werk er verzet moet zijn om al die hoeveelheden grond weg te werken!

IMG_3412IMG_3414

Het is fascinerend om te zien hoe een gebied na al die jaren nog steeds zoveel sporen laat zien van de invloed van de Romeinen.

Vanaf een dijk, aangelegd door de Romeinen, heb je uitzicht op het een na kleinste dorp van Nederland met ongeveer 90 inwoners, Persingen genaamd. Je kunt vanaf de dijk dus met gemak meer dan 2 kilometer ver weg kijken.

IMG_3417IMG_3419

Vanaf de dijk gaat het met een slingerpad vrij snel naar beneden. De dijk bevindt zich dan ook 85 meter boven NAP.

IMG_3420

Onderweg naar Beek-Ubbergen kom je de dikste boom van Nederland tegen. Een tamme kastanje met een omtrek van 850cm en een leeftijd van ongeveer 475 jaar.

IMG_3422IMG_3423

In Beek-Ubbergen hebben we weer de bus naar het station in Nijmegen gepakt. De route beschrijving is soms wat lastig te volgen, waarschijnlijk doordat de beschrijving op sommige punten gedateerd is.

Maar met de feitjes van hetgeen je onderweg ziet is het een erg leuke en leerzame wandelroute. Vooral het gedeelte door de bossen waar het werk van de Romeinen nog steeds zo duidelijk aanwezig is, is erg fascinerend om te zien!

Alle foto's kun je vinden op:

http://mennoslaats.nl/gallery3/index.php/Steden/Historische-wandeling-langs-een-Romeins-verleden-van-Nijmegen

vrijdag, 18 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Protestantisme en politiek

In religie en politiek, belangrijk, christenunie, crisis, d66, de wereld, dragen, eerste, emancipatie, en meer.

Toespraak bij het jubileumcongres van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme op 18.11.2011

Bestaat er nog zoiets als protestantse politiek of is dat in de afgelopen decennia verdwenen? Of veranderd? En wat zou de bijdrage van protestantse politiek aan de samenleving kunnen zijn? Zulke vragen suggereren dat we kunnen definiëren wat protestants is. Wie even rondkijkt, weet dat het ingewikkelder is dan dat.

Zeker, de SGP is protestants en de ChristenUnie grotendeels, maar ook binnen bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks zijn protestantse tradities en groepen herkenbaar. In elk geval valt protestantisme in de politiek niet samen met links of rechts, progressief of conservatief, confessioneel of seculier. Zoals protestants ook buiten de politiek al die gezichten heeft. Van de Hervormde voorkeur voor het openbaar onderwijs en pragmatische oplossingen tot de Gereformeerde principiële neiging om in eigen organisaties te radicaliseren tot de Doperse afkeer van politiek, het is allemaal herkenbaar in de geschiedenis. En zelfs deze labels zijn al weer te generaliserend.

In de omwenteling van de roerige zestiger jaren waren die verschillende protestantse neigingen ook steeds in alle helderheid zichtbaar. De conservatieve stemmen in kerken, politieke partijen en media verzetten zich tegen de aantasting van de orde en de goede zeden en de progressieve stemmen zagen in het verzet tegen de status quo, het groeiende individualisme en de bijbehorende emancipatie tekenen van het heil waarin ze al eeuwen geloofden. Soms sloot men zich aan bij nieuwe seculiere politieke partijen als D66, PPR en DS 70, soms begon men een eigen christelijke partij zoals bij de EVP en de RPF. Of het toeval is dat de eerste drie eind jaren zestig ontstonden en de laatste twee tien jaar later, durf ik niet te zeggen, maar het is wel interessant om ook in dat opzicht de golven van de tijd te onderzoeken.

Laat ik proberen af te stappen van een overgeneralisering van wat protestants zou kunnen of moeten betekenen. De dialectiek van vernieuwing en restauratie, van cultuurkritiek en cultuuraansluiting, van opstand en status quo, het hoort allemaal bij het protestantisme en waarschijnlijk bij elke stroming. Laat ik dus liever zeggen wat voor soort protestantisme ik zelf van belang vind voor onze samenleving en voor de politiek van vandaag. Ik noem drie kenmerken: individualistisch, principieel en sober.

Het eerste kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op het individu. Tegenover de macht van het kerkelijk instituut verdedigden de reformatoren dat er niets en niemand tussen God en deze ene mens staat. Geen kerk, geen leer, niets. Uiteindelijk gaat het om de individuele verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit protestantse uitgangspunt past goed bij een vrijzinnig-liberale politiek, maar ook bij de individualistische samenleving. Op grond van die individuele vrijheid ontstaan ook gemeenschappen waarin we verbonden willen zijn met anderen en verantwoordelijkheid voor elkaar en de wereld willen dragen. Maar het begint met het individu.

Het tweede kenmerk van protestantisme is een sterke nadruk op principes. Het kritisch nadenken over kerkelijk gezag heeft een bepaalde onverzettelijkheid in zich. Compromissen, pragmatiek, het is aan protestanten niet zo besteed. Ze neigen eerder tot Prinzipienreiterei en betweterigheid. De mooie kant daarvan is dat het voortdurend gaat om de vraag naar de fundamentele waarden die in het geding zijn. Politiek is dan ook niet alleen of in de eerste plaats een belangenstrijd, maar een strijd om idealen en principes. Het machtsspel moet misschien gespeeld worden, maar eigenlijk kan een protestant het niet zo goed op een akkoordje gooien als zijn principes op het spel staan.

Het derde kenmerk van protestantisme is soberheid. Geen weelderige ornamenten en rituelen, geen fratsen. Plichtsbesef en soberheid, een calvinistisch arbeidsethos, spaarzaamheid, enzovoorts. Voor een politicus zijn dat schone deugden, maar ook voor de politiek als geheel kan het geen kwaad, zeker niet in een crisis als de onze. Bij dat protestantse verantwoordelijkheidsgevoel hoort ook dat je je rijkdom niet voor jezelf houdt maar inzet voor wie minder bedeeld is, en ook dat is in onze tijd een belangrijk uitgangspunt voor de internationale verhoudingen.

Die drie kenmerken maken de protestant – ook in de politiek – altijd een beetje rebels, maar nooit rellerig. Altijd kritisch op de bestaande situatie en de macht, maar ook met het besef dat een samenleving wel ordening nodig heeft. Anarchistisch en antirevolutionair. De protestant neemt geen genoegen met de status quo maar heeft een diepgewortelde neiging om deze wereld beter te maken. Want – en dat is misschien wel de diepste drijfveer – de wereld zoals we die kennen is niet goed genoeg.

Dat is protestantisme in de politiek. Misschien. Want natuurlijk zijn er veel protestanten die heel andere accenten leggen en er zijn heel veel niet-protestanten die het hier mee eens zouden zijn. Het is waarschijnlijk vooral mijn politiek protestantisme: vrijzinnig, kritisch en verantwoordelijk.


Ashley North

Ashley North

Hyves DWARS

Zwarte Piet is racisme

In racisme, tolerantie, veiligheid/politie, politie, achtergrond, agenten, bruin, dialoog, discussie, en meer.

Een aantal jaar terug brak de discussie los. Trots op Nederland-lijsttrekker Rita Verdonk streed vol vurigheid voor het behoud van ‘s lands meest gevierde feest, Sinterklaasavond. Voor een groot deel was Nederland echter niet trots op Rita. Een zichzelf serieus en capabel achtend kandidaat-fractievoorzitter die als één van haar belangrijkste speerpunten de conservatie van een niet-bestaande oude man en zijn slaafse knechten uitroept. Het was toch een schande dat onder druk van een groepje elitaire racismebestrijders, wij Sinterklaas zouden moeten opgeven? Inspelend op de nationalistische gevoelens, hoopte Verdonk zo veel stemmen binnen te halen. Die kwamen er niet; plaatsvervangende schaamte en een zekere hilariteit richting IJzeren Rita daarentegen wel.

De hilariteit was afgelopen week, terecht, echter ver te zoeken, terwijl de plaatsvervangende schaamte tot ongekend niveau steeg. Buitensporig politieoptreden tegen een duo idealistische bezoekers van de intocht van Sinterklaas in Dordrecht lieten de gêne voor de intolerantie in Nederland tot een nieuw dieptepunt zakken.

Quincy Gario en Kno’ledge Cesare, twee Nederlandse dichters met Antilliaanse roots, bezochten afgelopen zaterdag de aankomst van Sinterklaas in Dordt. Gehuld in shirt met daarop de tekst “Zwarte Piet is racisme” stonden zij langs de route. Niet omdat ze tegen het Sinterklaasfeest zijn, maar om de dialoog over de racistische aspecten hiervan op een vreedzame manier aan te gaan. Die vredelievende werkwijze lag kennelijk niet binnen het denkvermogen van de plaatselijke politie. Omdat de artiesten weigerden hun onschuldige shirts uit te trekken, werden ze bruut door de agenten gearresteerd. Voor het oog van vele kinderen duwde de politie het tweetal agressief op de grond en bleef hen met overdreven overmacht hardhandig het gezicht en lichaam tegen de stenen aandrukken. De agenten deelden zelfs stompen uit. Een absurde handelwijze tegen nota bene een vredige invulling van de vrijheid van meningsuiting.

Klaarblijkelijk is een van de meest gekoesterde verworvenheden in ons land, deze vrijheid van meningsuiting, ernstig in het geding op het moment dat het Nederlandse tradities dreigt aan te tasten. We zijn in Nederland veel te bekrompen en krampachtig (geworden). Waarom kunnen we niet gewoon erkennen dat Zwarte Piet inderdaad racisme is? De historische versie van Sinterklaas, een katholieke goedzak uit Turkije, leefde eeuwen voor de introductie van Zwarte Piet. Hij had niets van doen met dit verzonnen figuur. Zwarte Piet verscheen namelijk pas in 1852, elf jaar vóór de afschaffing van de slavernij in Nederland, voor het eerst ten tonele. Zijn rol? De knecht van Sinterklaas zijn, die op slaafse wijze de klusjes van de goedheiligman moest opknappen. Maar dat was niet alles. Met hun huidskleur als middel moesten de Zwarte Pieten zich eng gedragen om kinderen de stuipen op het lijf te jagen. Geen racisme? Please, get yourself together!

Niemand in Nederland wil Sinterklaas afschaffen. Wel is het zinnig om de feestvierders te wijzen op de racistische achtergrond van bepaalde kenmerken en deze misschien maar helemaal te verwijderen. Begrijpelijk, als je het mij vraagt. Maar het belangrijkste is om in ieder geval bewustzijn te creëren voor de racistische elementen en te erkennen dat de slavernij een even beschamend, verwerpelijk als wezenlijk onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis is. Dat de twee woordkunstenaars hier in Dordrecht op vreedzame wijze geen uiting aan mochten geven, typeert het nog altijd onvolwassen ongemak van Nederland met haar eigen foute verleden.

Zwarte Piet is inderdaad racisme. Maar met het scheppen van bewustzijn en wellicht enkele aanpassingen kunnen we gewoon Sinterklaas blijven vieren. Daarom eet ik nu mijn laatste, etnisch verantwoorde chocoladekruidnoten op; ze zijn immers zwart, bruin én wit! ;)

Als afsluiting hieronder nog een toepasselijk nummer op de situatie: Blessed Are Those Who Struggle van The Last Poets. Net als Quincy en Kno’ledge “spoken-word” dichters. Het refrein vertelt het verhaal:

Blessed are those who struggle

Oppression is worse than the grave

Better to die for a noble cause

Than to live and die a slave


woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

‘Voor het slachtoffer is geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel’

In seksueel misbruik, recht, religie, actie, armoede, belangrijk, bezig, claim, cultuur, en meer.

Op een vergadering van de Werkgroep Moderne Theologie met als thema seksueel misbruik sprak Ruard Ganzevoort over theologie uit het perspectief van het slachtoffer. Adrem ondervroeg hem erover. Het leverde een gesprek op over straf, dader en slachtoffer, en de taak van de theologie in de moderne samenleving.

(Interview in Ad Rem, remonstrants maandblad, 22/19, november 2011)

De rol van het slachtoffer bij een strafproces staat de laatste tijd nogal in de belangstelling. Kun je iets zeggen over de recente ontwikkelingen?In de afgelopen tien jaar is geleidelijk aan het slachtofferperspectief een rol gaan spelen in de rechtspraak, bijvoorbeeld dat slachtoffers gehoord kunnen worden door de rechter. Dat is een van de belangrijkste voorbeelden waarbij slachtoffers het gevoel krijgen dat ze gehoord worden. Toch heb ik er gemengde gevoelens over. Met name het laatste jaar lijkt het niet te gaan om het laten horen van de stem van het slachtoffer. Het lijkt eerder te gaan om argumenten voor het steeds strenger straffen van daders. Daar hebben slachtoffers volgens mij niks aan. De vraag wat slachtoffers nodig hebben is een andere dan die of we daders omwille van het slachtoffer zwaarder moeten straffen. Voor slachtoffers ligt de winst niet in de straf, maar in de erkenning van het lijden dat hen is aangedaan.

Nederland is inderdaad de afgelopen jaren strenger gaan straffen. Het blijkt zelfs een van de landen in Europa waar het zwaarst gestraft wordt. Dat vind je geen goede ontwikkeling? Nee, ik vind het dom. Zwaarder straffen helpt niet. Ik ben niet tegen straffen, maar wil je misdaden voorkomen, dan moet je andere dingen doen dan alleen maar straffen. De zaken waar men de zwaarste straffen voor wil, zijn bijvoorbeeld zedenzaken. Die worden terecht ervaren als misdaden die de meeste inbreuk doen op het leven van slachtoffers. Maar juist bij zedenzaken hebben daders in veel gevallen zelf een geschiedenis van slachtofferschap. Door hen alleen aan te spreken op hun daderschap, versterk je alleen hun slachtofferschap. Zo draag je eerder bij aan recidive, dan dat je herhaling voorkomt.

Hoe bedoel je dat? Je ziet het op dit moment bij de discussie over pedofilie. Die discussie is zwaar vertroebeld en heeft kenmerken van een soort heksenjacht. Pedofilie wordt zo gecriminaliseerd dat deze mensen zich in het duister terugtrekken en daarmee des te gevaarlijker worden. Dit is heel onverkwikkelijk. Om te beginnen zijn niet alle pedofielen misbruikers. Het is een aanleg en nog geen daad. Bovendien wordt het merendeel van het seksueel misbruik niet door pedofielen gepleegd, maar door brave huisvaders die incest plegen, door therapeuten, hulpverleners, predikanten, noem maar op. Door zich op dat kleine groepje pedofielen te richten, wil men het grote probleem van seksueel misbruik beheersbaar maken. De enge man in de bosjes is weg, dus nu bestaat het probleem niet meer. Daarmee wordt noch aan slachtoffers, noch aan daders recht gedaan.

Kun je een voorbeeld noemen van een omgang met pedofilie die naar jouw idee meer recht doet aan beide? In Zuid-Afrika is nu een begeleidingsprogramma voor veroordeelde pedoseksuelen met de naam PedoStop. Dat programma heeft een opzet, vergelijkbaar met de Anonieme Alcoholisten. Zij zeggen, ‘wij hebben een gevaarlijke neiging en als we die niet serieus nemen, dan lopen anderen risico. Dus, willen we dat voorkomen, dan moeten wij verantwoordelijkheid nemen voor onze problematiek. En niemand die zo goed de drogredenen en manipulaties van een pedoseksueel kan doorgronden als een pedoseksueel zelf.’ Zulke initiatieven moeten we geloof ik heel sterk ondersteunen en waarderen. Als je dan hier weldenkende mensen hoort beweren dat je het gewoon maar het beste de kop in kan drukken, dan vind ik dat gewoon heel dom.

Als we dan nu de stap maken naar de theologie. Je hebt vorig jaar bij de Werkgroep Moderne Theologie een voordracht gehouden over seksueel misbruik. Je vertelde daar iets over jouw ideeën over het slachtofferperspectief in de theologie. Kun je daar iets meer over vertellen? Waar ik de laatste jaren op dit punt vooral mee bezig ben geweest is de plek van het slachtoffer in de theologie. Wat mij treft, is dat de grote verhalen van de traditie gaan over traumatische ervaringen, terwijl de theologie het daar niet over heeft. Dat vind ik frustrerend. Het verhaal van de exodus in het Oude Testament is een verhaal van jarenlange onderdrukking en uitbuiting. Alleen door een, ik zou haast zeggen, kosmisch terroristische actie vindt de bevrijding plaats. Of in het Nieuwe Testament waar het grote verhaal de kruisiging is. Traumatischer dan dat kan het niet worden voor de betrokkenen en de omstanders. Deze dimensie van traumatisering is op de een of andere manier uit die verhalen gefilterd. Het zijn in plaats daarvan ofwel glorieuze verhalen geworden, of het zijn, als je kijkt naar de orthodoxie, verhalen die verwijzen naar onze zondigheid. Zo worden mensen die slachtoffer zijn niet geactiveerd om hun eigen slachtofferschap te verbinden bijvoorbeeld met dat van Jezus. Er is in de traditie veel gebeurd om de rol van de zondaar te definiëren, maar voor het slachtoffer is er geen verhaal. Dat vind ik onacceptabel. Zoals ik het nu zeg, is het gericht op de orthodoxie, maar in de vrijzinnige theologie is het niet veel beter. Daar wordt gezegd dat er elders in de wereld mensen zijn die het heel erg moeilijk hebben en dat wij mede schuldig zijn door onze rijkdom. Daar ben ik het mee eens, maar het verhaal blijft hetzelfde. Wij zijn nog steeds de daders en anderen het slachtoffer.

Hoe komt het slachtoffer-perspectief dan wel tot zijn recht? Het begint al bij de liturgie. Als we het Onze Vader bidden, bijvoorbeeld, wat betekent dat voor mensen voor wie het woord vader problematisch is? Het komt terug in de manier waarop ik teksten lees. Ik lees primair vanuit de marge en vraag me af: Wie wordt hier buitengesloten? Wie wordt in dit verhaal niet genoemd? Wie mag hier niet zijn? Het gaat erom voortdurend te denken vanuit de vraag: Wat gebeurt er met beschadigde mensen als ze dit verhaal horen? Ik ben er van overtuigd dat als je daar aandacht aan geeft, dat het uiteindelijk voor iedereen heilzaam is. Ik vraag me als het om vergeving gaat als eerste af wat voor theologie van vergeving heilzaam is voor slachtoffers. Vergeving voor daders is ook belangrijk, maar als het niet heilzaam is voor slachtoffers houden we het kwaad in stand.

Wat bedoel je precies met vergeving? Vergeving lijkt een begrip dat sterk verbonden is met een theologie vanuit het dader-perspectief? Vergeving gaat om de keuze wrok te laten varen en te kiezen voor loslaten. Kies ik ervoor om vast te houden aan de daad die onze relatie beschadigd heeft of kies ik voor loslaten met het oog op de toekomst? Voor het slachtoffer is dat belangrijk om uiteindelijk uit de slachtofferrol te komen. Zolang je vasthoudt, ben je slachtoffer, alleen het loslaten doorbreekt dat. Of je het nu vergeving noemt of iets anders, die stap is essentieel.

Op welke manier is deze opvatting van vergeving heilzaam voor zowel het slachtoffer als voor de dader? Ook de dader kan niet in zijn rol van dader blijven steken. Dader en slachtoffer gaan door een parallel proces. Het gaat erom dat er ingegrepen wordt in de relatie, waardoor de relatie anders wordt. Even heel simpel gezegd kleeft aan de daad die de posities gedefinieerd heeft ook altijd een aspect van macht. Slachtofferschap heeft te maken met onmacht, daderschap met meer macht. Om dat te doorbreken moet de dader van zijn troon afkomen, zijn macht neerleggen, op de knieën gaan en om vergeving vragen. Een andere mogelijkheid is dat het slachtoffer afziet van onmacht. Soeverein slachtofferschap: ik kies ervoor om niet langer slachtoffer te zijn. Daarmee ontsla ik de ander impliciet van zijn daderschap, maar of dat aankomt, hangt van de dader af. Er is nog een derde manier. Het slachtoffer kan om allerlei redenen de daad herdefiniëren en zeggen ‘ik ben eigenlijk nooit slachtoffer geweest’. Dan is er weliswaar geen sprake van vergeving, maar het helpt wel bij het loslaten. Daar gaat het uiteindelijk om. Het slachtofferschap is geen ultieme positie. Het is een doorgangspositie, die je alleen te boven kunt komen als je hem eerst serieus neemt. Dat geldt voor daderschap net zo.

Daderschap en slachtofferschap lijken niet altijd zo duidelijk uit elkaar te houden. We leven in een wereld waar wat ik hier doe consequenties kan hebben voor iemand ver weg. Consequenties die ik niet ken. Er is geen zwart-wit onderscheid te maken tussen dader, slachtoffer, en onschuldige. Daar zit onze existentiële spanning. We zijn het uiteindelijk allemaal een beetje. Onze rijkdom is gebaseerd op de armoede elders. Dat wil niet zeggen dat je er niet van mag genieten, maar we dragen slachtofferschap en daderschap met ons mee. Dat helpt ons ook in de verbinding met elkaar. Hoe zal ik ooit begrip hebben voor iemand die een ander beschadigd heeft, als ik mij niet bewust ben van mijn beschadigen van anderen? In mijn beschrijving zet ik het wat tegenover elkaar, maar in de praktijk loopt het door elkaar heen en ben je in bijna elke situatie allebei.

We leven in een tijd waarin de kerken meer en meer in de marge van de samenleving terecht lijken te komen. Heeft deze theologie toch een grotere reikwijdte dan de kerkelijke context? In religieuze tradities zit zo veel wijsheid waar de samenleving behoefte aan heeft. Dat merkte ik bijvoorbeeld toen ik op een studiedag van Bureau Slachtofferhulp sprak over de Middeleeuwse boete- en biechtpraktijk. Die begint met gewetensonderzoek, zo gedetailleerd mogelijk onderscheiden tussen het deel waar ik schuld aan heb en het deel waar ik geen schuld aan heb Dat moet leiden tot oprecht berouw. Dat kun is niet te meten, maar het gaat om het besef, ‘ja, ik ben ten diepste dader, ik ben schuldig.’ Dat is de tweede stap. De derde stap is dat het moet leiden tot een belijdenis bij de mond. Het is niet genoeg om het alleen te voelen, het voor jezelf te houden, of met God in het reine te komen. Wat ik openlijk gedaan heb, moet ook openlijk beleden worden. De vierde stap is de genoegdoening met de daad. Dat kan zijn dat ik de schade betaal, het kan zijn dat ik mijn leven beter en goede werken ga doen. Er moet iets fysiek gebeuren. De balans moet hersteld worden om ruimte te maken voor de vijfde stap: absolutie. Loslaten, nu ben ik geen dader meer, nu ben ik vrij. Het slachtoffer gaat precies dezelfde route af en dat is net zo moeilijk. Gewetensonderzoek: Wat is er eigenlijk gebeurd? Wat was mijn aandeel? Wat is me overkomen? De tweede stap, parallel aan het berouw, is de erkenning. ja, ik ben inderdaad beschadigd. Ik ben slachtoffer gemaakt en getraumatiseerd. De derde stap is dat ik dat moet zeggen. Ik moet mijn stem verheffen en uitspreken dat ik slachtoffer ben. De vierde stap is dat ik uit de patronen stap die bij het slachtofferschap horen. Ik moet mijn leven veranderen, autonomie nemen of misschien wel de genoegdoening van de dader accepteren. Zo komen we bij de vijfde stap, parallel aan de absolutie, het loskomen van het slachtofferschap. De protestanten hebben op een gegeven moment gebroken met deze praktijk. Genoegdoening vonden ze niet meer nodig, want dat heeft Christus al gedaan. Kijk, theologisch is dat allemaal wel mooi, maar het werkt niet. Er moet iets van genoegdoening zijn, anders krijg je goedkope genade. Dit is iets van de wijsheid van eeuwen. Er wordt iets gezegd in religieuze taal over de relatie tussen mens en God, maar tussen mensen in de samenleving werkt het net zo. De therapeuten van Bureau Slachtofferhulp herkenden wat ik vertelde. Ze herkenden hun seculiere werk erin, maar ze begrepen ook waarom je religieuze taal nodig hebt om dit tot uitdrukking te brengen.

Waarom is die religieuze taal nodig? Ik noem het vaak een wijsheidstraditie om het niet exclusief over het transcendente te laten gaan. Wat die traditie toevoegt, is de symbolisering. De symbolische taal van de religie biedt het kader waarin je dit soort dingen kunt zeggen. Het geeft iets van een ultieme horizon . Je kunt het ook in juridische taal zeggen, maar veel mensen missen dan toch iets. Ze willen het niet meteen religieus maken, maar ze ervaren de verbinding met de dieptedimensie van het bestaan als bijzonder waardevol.

Hoe zou je in dit kader de taak van de theologie beschrijven? De theologie is de wetenschap die in staat is dit soort wijsheden op te diepen en vanuit een niet autoritaire, maar juist dienstbare houding ter beschikking te stellen aan de samenleving. Dat wil zeggen, het gaat er niet alleen om dingen uit de traditie te halen en die ter beschikking te stellen. Het gaat er ook om vanuit de hedendaagse situatie die traditie ter discussie te stellen. In die wisselwerking worden beide bevraagd en bekritiseerd. Aan die taak zit een ambachtelijke kant. Theologen zouden in staat moeten zijn de cultuur en de samenleving te lezen, soms te verhelderen, en verbindingen met tradities te leggen. Daar zit dan geen claim of richting in, het gaat erom te snappen wat er gebeurt. Als theoloog kun je dingen naar voren brengen, waar een socioloog niet per se taal voor heeft. Er is echter ook een meer inhoudelijke kant. De theoloog mag zichzelf behartiger van de traditie weten en in missionaire of profetische zin die wereld proberen te beïnvloeden. De grondwaarden van je religie, of je die nu rechtvaardigheid, compassie, zuiverheid, of heiligheid noemt, vertalen in een kritische analyse van de samenleving.

Je bent niet alleen theoloog, maar ook politicus. Hoe verhoudt je taak als theoloog zich tot je rol als politicus? In de discussie over het ritueel slachten bijvoorbeeld probeer ik te verhelderen wat het belang van ritueel slachten is in een bepaalde religieuze traditie. Tegelijk probeer ik duidelijk te maken dat geen enkele traditie onveranderlijk is, maar dat onder druk van maatschappelijke veranderingen ook een religie meebeweegt. Als er een verbod komt op ritueel slachten houdt die religie niet op te bestaan. Dat is de ambachtelijke kant. De inhoudelijke kant komt aan de orde in hetzelfde debat als het gaat om de vraag hoe we omgaan met verschillen tussen mensen. Respecteren we dat de een andere keuzes maakt dan de ander? Respecteren we de normatieve aanspraken die vanuit tradities op mensen afkomen? En met name, wat betekent het dat deze discussie gevoerd wordt over de rug van minderheden? Betekent dat we ongebreidelde vleesproductie laten voortbestaan niet dat we het hedonistische recht op vlees eten kennelijk belangrijker vinden dan het religieuze recht op vlees eten? Daar sta ik voor een liberale religieuze traditie, voor een vrijzinnige theologie. In de politieke arena argumenteer ik niet met religieuze taal, maar mijn stellingname is wel primair ingegeven door mijn religieuze overtuiging.

(Interview door Martijn Junte, oktober 2011, Lid redactie Ad rem, predikant remonstrantse gemeente Eindhoven)

 


zaterdag, 12 november 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Het einde van de democratie

In 1992 publiceerde Francis Fukuyama een boek getiteld ‘Het eind van de geschiedenis en de laatste mens’, waarin hij aankondigde dat na de val van het communisme de wereld zich geleidelijk zou ontwikkelen langs de lijnen van gecombineerde vrije markt economie en liberale democratie. Ironisch genoeg staan we nog geen kwart eeuw later op het [...]

donderdag, 10 november 2011

John Jorna

John Jorna

Landbouw op het EGP-congres

In europa, bedrijf, bezig, burger, dieren, energie, eu, europese, gelukkig, en meer.

TOEKOMST VOOR DE EUROPESE LANDBOUW

Landbouw zal altijd een zekere mate van marktingrijpen vergen. Er is immers zelden een evenwicht tussen vraag en aanbod. Door de weersomstandigheden, maar bij ons niet zo vaak door ziekten of plagen kan de oogst mislukken met als gevolg hoge prijzen voor de consument, een hoog inkomen voor de boer, die wel een goede oogst heeft en een slecht jaar voor de boer, waarvan de oogst inderdaad slecht is. Het is ook een reden voor de EU zich vanouds met landbouw bezig te houden. Men wil voedselzekerheid voor de Europese burger tegen redelijke prijzen en men wil een gezonde boerenstand, boeren met een gezond bedrijf en een redelijk inkomen. Toch heeft de landbouwpolitiek van de EU voortdurend ongewenste effecten.

Ook GroenLinks heeft zich steeds met landbouw bezig gehouden en vooral in het begin werd de boer vooral als boosdoener gezien, die zorgde voor stank en zijn dieren onder erbarmelijke omstandigheden huisvesting bood. Er was weinig inzicht in de productie-consumptiekolom. Dat is gelukkig verleden tijd. GroenLinks heeft een moderne visie op de landbouw ontwikkeld en daarbij intensief met producenten, consumenten en deskundige organisaties overlegd. Zie hiervoor op de site van GroenLinks het document “De boer is troef” en een document van de Europese Groenen “The agricultural dimension of the New Green Deal”. Over dit alles werd op woensdag, 9 november intensief gediscussieerd in de Europawerkgroep van GroenLinks. Ik geef hieronder een aantal indrukken met mijn eigen commentaar.

In de dialoog tussen boer en burger komt steeds meer de nadruk te liggen op de kwaliteit: Het voedsel moet veilig en gezond zijn, dus zonder resten van bestrijdingsmiddelen, liefst zonder genetische manipulatie en zonder ziektekiemen. Het moet alle voedingsstoffen bevatten, waaraan een mens behoefte heeft. Consumenten letten daar steeds meer op en supermarkten merken dat en spelen er op in. Consumentenorganisaties controleren de producten in de winkels en publiceren erover. Er is een kentering merkbaar, maar een consument moet wel voldoende inkomen hebben om die wat duurdere producten te kunnen aanschaffen. Soms gaan ze naar boerenwinkels, maar als je midden in de stad woont, is dat wat lastig. Boeren geven voorlichting, bijvoorbeeld via open dagen of laten mensen tegen een kleine vergoeding zelf fruit plukken. Consumenten kunnen een boom of een dier adopteren. De nieuwste ontwikkeling is, dat burgers mee werken en mee investeren in een boerenbedrijf, een CSA. Er is een streven merkbaar om stad en ommelanden weer meer tot een zelfvoorzienende eenheid te maken en voedsel niet over duizenden kilometers aan te voeren. Toch kan het ecologisch slim zijn Griekse druiven naar Nederland te brengen  en ze niet meer hier in verwarmde kassen te telen.

Veel boeren houden behoefte aan inkomenssteun. Terecht worden daaraan voorwaarden verbonden. Boeren worden geacht het landschap te onderhouden en te beschermen.  Denk aan houtwallen, weidevogels, akkerranden, geriefhoutbosjes, erfbeplanting, slootkanten, wilgen knotten. Wat mij opvalt bij al die natuurbeschermende maatregelen is, dat handhaven van een evenwicht nooit als doelstelling wordt gehanteerd. Roofdieren (vossen) en roofvogels krijgen zo veel bescherming, dat hun prooidieren gedecimeerd worden. En dan maar klagen, dat de weidevogelstand zo achteruit gaat. De boeren hebben dat dondersgoed in de gaten, drijven de spot met het natuurbeschermingsbeleid en dit alles bevordert niet hun motivatie. Enige herijking lijkt mij verstandig. En kom dan niet aan met het verhaal, dat de natuur zelf voor correctie zorgt in deze zin, dat als alle prooidieren gedecimeerd zijn, de roofdieren vanzelf weer in aantal teruggaan.

Een andere kant van het natuurbesef is, dat natuur vooral opgevat wordt als levende natuur en dat er weinig aandacht is voor de basis van die levende natuur: bodem, moedermateriaal/grondsoort, (micro-)reliëf, helling, hoogteligging, waterhuishouding, (micro-)klimaat, vegetatietype. Als voor deze aspecten geen aandacht is, ondergraaf je de basis voor de biodiversiteit. Maar al deze aspecten hebben ook hun eigen intrinsieke waarde en dan met name allerlei bijzondere vormen in het landschap, waarin de geologische geschiedenis zichtbaar wordt. In Nederland moet vooral veel aandacht zijn voor het microreliëf. De kleine hoogteverschillen van 1 á 2 meter zijn bepalend voor de ontsluiting van het landschap, de bewoning, het kavelpatroon en het agrarisch bodemgebruik. Alles samen bepaalt de bijzondere waarde van een historisch landschap en doet menigeen al fietsend verzuchten: “Wat is Nederland toch mooi!” Dan hebben mensen het over cultuurlandschappen en niet over bos, hei en zandverstuivingen, ook geen echte natuur, maar door de mens bepaald. Wees zuinig op deze “public goods”.

Tenslotte nog iets over biobrandstoffen. Duidelijk is, dat ze in toenemende mate concurreren met voedselgewassen. Zo zorgen ze voor lokale voedseltekorten en in veel gevallen voor hogere voedselprijzen. Dat kan de bedoeling niet zijn. Mijn idee was altijd, dat het dwaasheid is goed landbouwgrond braak te laten liggen (dus niet vanwege een bepaald landbouwsysteem) om op die manier overproductie  tegen te gaan. Als je dan energie leverende gewassen verbouwt en daarbij zijn geen grote hoeveelheden kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen nodig, dan is dat een zinnige zaak. De opbrengsten vallen vaak tegen. De inspanningen zouden meer gericht moeten zijn op planten, die veel effectiever zonlicht omzetten in chemische energie en daarbij werden algen genoemd. Boeren kunnen met windmolens op hun grond en zonnecellen op de daken, met mestvergisting (biogas) en energieleverende broeikassen ook bijdragen aan een vergroening van de energievoorziening.

woensdag, 9 november 2011

Theo Brand

Theo Brand

Waar staat D66 eigenlijk voor?

D66 doet het goed in de peilingen. En als ik Joop-opiniemaker Kisten Verdel mag geloven, zijn de  D66-congresgangers een stuk jonger dan die van de PvdA. ‘De PvdA moet kiezen’, zegt ze. Maar waar de sociaal-democraten nou precies tussen moeten kiezen, blijft in haar betoog volstrekt in de lucht hangen. En waar kiest D66 eigenlijk voor? De trendy partij kiest voor het politieke midden en daarmee de macht als het ultieme doel.

Met kwesties als abortus, euthanasie en weigerambtenaren is het duidelijk. Je weet waar D66 voor staat. Maar hoe we in ons land de publieke sector overeind kunnen houden, hoe we de groeiende kloof tussen rijk en arm aanpakken en de vrije markteconomie in duurzame en sociale banen kunnen leiden? Over deze kwesties vind ik dat D66 sinds haar oprichting verschillende kanten opwaait en alles behalve klare wijn schenkt.

Genuanceerd zijn en pragmatisch denken, zo heet het dan. Natuurlijk is het goed om niet gevangen te blijven in oude linkse reflexen. Zo kan flexibilisering van de arbeidsmarkt kansen bieden aan mensen die nu nog outsider zijn. Het Rijnlandmodel en de vakbeweging kunnen best een opfrisbeurt gebruiken door elementen uit het Scandinavische model over te nemen. Maar let wel op. Voordat je het weet belanden we in een situatie waarin werknemers minder invloed uitoefenen en waarin het kapitaal zich steeds minder aantrekt van de factor arbeid: de mensen die tegen een geringe vergoeding de handen uit de mouwen steken.

Wie de politieke geschiedenis kent, weet dat D66 even makkelijk met CDA en VVD kan gaan regeren als met de PvdA. En waren de paarse kabinetten waar D66 zo mee in zijn nopjes was, niet de regeringen bij uitstek die het economisch neoliberalisme in een stroomversnelling brachten? Binnen de PvdA kijkt men op deze periode inmiddels al wat kritischer terug, maar of dat binnen D66 ooit het geval zal zijn?

Op 15 november overhandigt het Platform Duurzame en Sociale Economie met tal van deskundigen in perscentrum Nieuwspoort een plan aan de partijleiders van PvdA, SP, GroenLinks en ChristenUnie. Maar waar is Alexander Pechtold bij de overhandiging van dit fundamentele plan? Stelt hij die dag andere prioriteiten? Of hebben de initiatiefnemers zo weinig vertrouwen in een consistente visie van D66 dat ze hem niet hebben uitgenodigd?   

In het geseculariseerde Nederland van deze eeuw lijkt D66 de politieke middenpositie van het CDA over te gaan nemen. D66 ruikt de macht en buigt “niet te ver naar links en ook niet te ver naar rechts”, zoals CDA-leider Dries van Agt dat ooit uitdrukte (inmiddels buigt het CDA trouwens wel ongegeneerd naar rechts). In diezelfde tijd maakte D66-er Hans Gruijters het grapje dat je je vingers moet natellen als je een christen-democraat een hand hebt gegeven. Je zou weleens een vinger kunnen missen na zo’n hartelijke begroeting.

Wanneer D66 groter wordt dan de PvdA dan vrees ik dat deze politieke grap als een boemerang kan gaan werken en D66 de ultieme politieke Januskop wordt. Maar misschien hoeft het zover niet te komen en positioneert D66 zich samen met GroenLinks én de PvdA nu eindelijk eens wat sterker als ‘het redelijk alternatief’ voor het niets ontziende neoliberalisme, waarbij de SP als mogelijke coalitiepartner niet bij voorbaat in de ban wordt gedaan.


dinsdag, 8 november 2011

Van (Oude) Mensen en de Dingen die Voorbijgingen

Ja, ik ben al lid van GroenLinks sinds het oprichtingscongres en daarvoor al van een van de voorlopers (de oudste van de drie als je het echt weten wilt). Partijgenoten heb je in soorten: oudere (niet zo veel meer langzamerhand), jongere (steeds meer natuurlijk), die waar je het mee kunt vinden en een paar waar je het nooit mee eens wordt: zo was het altijd al en je denkt dat het zo simpel zal blijven.

Intussen beschouw ik mezelf natuurlijk niet als oud(er). Zelfs niet op mijn verjaardag, terwijl ik half september toch echt 57 werd. Zo heel af en toe kun je er niet meer onder uit, als je samen gaat plakken bijvoorbeeld en je nieuwe plakmaatje vertelt dat zijn vader een paar jaar jonger is dan jij: die jongen behoort duidelijk tot een nieuwere generatie. Maar meestal doe je het politiek werk met veel plezier en bedenk je ondertussen helemaal niet dat een heleboel gebeurtenissen en ervaringen van vroeger die je als vanzelfsprekend en bekend vooronderstelt dat helemaal niet zijn voor een heleboel partijgenoten.

Die hadden indertijd misschien een heel andere hobby, woonden niet aan deze kant van de Maas of waren zelfs niet eens geboren. Zulke GroenLinksers nodigen iemand uit voor een praatje op de komende ledenvergadering omdat die vast iets van communicatie weet en zijn er onkundig van dat de man ooit tien jaar lang een hele goede voorzitter was van onze Bossche afdeling. Die weten niets van de Vereniging Linkse Samenwerking, de jarenlange oppositie onder leiding van fractievoorzitter Evelien van Onck, de strijd voor behoud van het woonwagenkamp aan de Vlijmenseweg, de agitatie tegen een nieuwe concertzaal met de (gepast populistische) actie “Eerst riolen, dan violen.” Die kunnen niet al onze raadsleden van de afgelopen vijfentwintig jaar opsommen, die denken wellicht dat Bart Eigeman altijd al wethouder geweest is. En dat mag je ze ook niet kwalijk nemen, want niemand heeft hen ooit verteld daarover.

Daarom is het een goed idee binnenkort eens een avond uit te trekken om de geschiedenis van GroenLinks Den Bosch te schrijven. Kort, bondig, feitelijk en zakelijk , op twee A-viertjes. Om die tekst daarna op de website van de afdeling) te plaatsen, www.groenlinksdenbosch.nl. De namen van onze vroegere raadsleden en afdelingsbestuurders, gecombineerd met een selectie uit de activiteiten van de afdeling. Want GroenLinks Den Bosch bestaat al even en we kunnen best een beetje trots zijn op de zaken die we ondernamen en de mensen die zich daarvoor hebben ingezet.


Aantal berichten op deze pagina: 30. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 2213 uur (92,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,3 bericht per dag, 2,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3 4