dinsdag, 31 januari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

‘Hogere snelheid op A73 onder Nijmegen is gevaarlijk’

130-kmDe gemeente Nijmegen eist overleg met minister Schultz over haar plan om de snelheid op de A73 bij Nijmegen te verhogen van 120 naar 130 kilometer per uur. Dat zorgt voor een toename van de verkeersrisico’s, meent Nijmegen. Het college heeft daarover een brief gestuurd naar de minister. Een bericht uit de Gelderlander.

Vooral op de toegangswegen naar de stad komend vanaf de A73 leidt de verhoging van de maximumsnelheid tot onveilige situaties. Daar vinden nu al de meeste snelheidsovertredingen plaats. Automobilisten vinden het lastig terug te schakelen van het snelheidsregime op de autosnelweg naar dat van het gemeentelijke wegennet. Dat wordt nog erger, vreest de gemeente, als de snelheid op de A73 omhoog gaat.

Volgens de wethouders Henk Beerten (D66) en Jan van der Meer (GroenLinks) onderschat de minister ook het gevaar op de A73 bij Nijmegen. Daar vindt nu al jaarlijks een fors aantal ernstige ongevallen plaats, meer nog dan op de gemeentelijke wegen. Beide wethouders denken dat de verhoging van de maximum snelheid ook tot meer verkeersstagnatie zal leiden op de A73. “Vooral omdat het snelheidsverschil tussen het vracht- en personenverkeer toeneemt.”

Ze vrezen ook een verslechtering van de luchtkwaliteit en extra lawaai voor de omliggende wijken. Als de minister toch vasthoudt aan haar plannen, wil Nijmegen geld terug van de gemeentelijke investering in geluidsarm asfalt.

donderdag, 26 januari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Torenval in Warffum

In warffum, reis door mijn boekenkast, energie, actie, afval, auto, bellen, bewust, bibliotheek, en meer.

Eerder deze week schreef ik over de bezetting van een boortoren van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de NAM, op 25 januari 1977. De sensationele actie, die veel publiciteit kreeg, wordt beschreven in een hoofdstuk van de roman Torenval van Jan Folkerts. Vijfendertig jaar geleden was Folkerts de journalist van de Nieuwe Revu, die als een van de vijf actievoerders een dag in de 34 meter hoge boortoren zat. Gisteren was hij opnieuw in Warffum om in de bibliotheek uit zijn debuutroman voor te lezen.

Atoomtegenstanders vermoedden in 1977 dat de NAM vanuit een proefboorlocatie in Warffum onderzoek deed naar opslagmogelijkheden voor radioactief afval in de zoutkoepels onder Pieterburen, een kilometer of acht westwaarts. Vijf actievoerders klommen met proviand voor een dagenlang verblijf in de 34 meter hoge boortoren, tot stomme verbazing van de NAM-werknemers en de plaatselijke autoriteiten. In het Provinciehuis in Groningen werd een crisiscentrum opgericht onder leiding van Commissaris van de Koningin Toxopeus. “Voor vijf mensen met vreedzame bedoelingen in een boortoren tuigen ze de boel wel heel erg op”, schamperden de actievoerders in de roman.

Afgelopen zondag schreef ik al dat het mij niet altijd duidelijk was waar de roman op waargebeurde feiten berustte en waar de fictie begon. Een volgens de roman gebeurd ongeluk met grote gevolgen kon niet in overeenstemming met de werkelijkheid zijn, want dan lag dat nog veel verser in de collectieve Warffumer herinnering.

Wie zou ik kunnen vragen om de regionale versie te horen? Ik besloot oud-burgemeester Ayolt Kloosterboer van Warffum te bellen. De inmiddels 96 jaar oud-bestuurder herinnerde zich de actie nog als de dag van gisteren. Zo vaak was er tenslotte niet zoiets aan de hand in het 2500 inwoners tellende dorp. Hij vertelde me over de risico’s, die de actievoerders hadden gelopen. Ze wisten bijvoorbeeld niet dat de NAM elk moment op twee kilometer oer het aardoppervlak het gas kon bereiken, vertelde Kloosterboer. "Als het boorgat dan niet op tijd zou worden toegedekt bestond er een gevaar op een zogenaamde blow out, waarbij gas aan het aardoppervlak komt”, aldus Kloosterboer. Dat was de reden dat het crisisteam de actie zo snel mogelijk wilde beëindigen. Of de arbeiders van de NAM zich van dat gevaar bewust waren valt te betwijfelen als je op oude filmpjes ziet hoe ze naast het boorgat staan te roken.

In Groningen werd enkele uren na het begin van de actie besloten om de bezetters met een brandspuit uit de boortoren te jagen. Kloosterboer weigerde dat bevel op te volgen. Hij wist dat dat met de kou en de snijdende wind op een smalle, 34 meter hoge toren te gevaarlijk was. Ter plekke werd op zijn initiatief een hoogwerker in elkaar gelast, waarmee de bezetters in de loop van de avond naar beneden werden gehaald. Toen Kloosterboer ’s avonds bij het crisiscentrum in Groningen verscheen begroette Commissaris van de Koning Toxopeus hem met de woorden “daar is de man die mijn bevel niet heeft opgevolgd”. Kloosterboer antwoordde dat het wél goed was afgelopen, waarop Toxopeus hem feliciteerde en zei dat hij het goed had gedaan.

De boortorenbezetters werden de volgende ochtend vrijgelaten. Dezelfde dag bereikte de NAM het gas onder Warffum. Volgens Kloosterboer had het slecht kunnen aflopen als dat tijdens de bezetting was gebeurd. De actievoerders waren zich daarvan niet bewust. In de roman komt het niet aan de orde.

Erik de Graaf

donderdag, 5 januari 2012

Wilbert Willems

Wilbert Willems

Activiteiten rondom de kerstboomverbranding gaan door!

In kerstbomen, kerstboom, kerstboomverbranding, wonen, wijken en vervoer, activiteiten, bomen, gemeente, gevaar, kinderen, en meer.
Subheader: 
Kerstboomverbranding van donderdag 5 januari 2012

De activiteiten rondom de kerstboomverbranding gaan door maar de bomen worden niet verbrand. Voor de kinderen is er een aardigheidje en een loting met wat leuke prijsjes voor het inleveren.

De kerstboom verbranding van donderdag 5 januari gaat vanwege de windkracht niet door. In overleg met de brandweer is de gemeente van mening dat het gevaar te groot is om deze happening door te laten gaan.

Vandaag staan onderstaande locaties op de agenda:
. Heuvel (Heuvelbrink/Mgr. Nolensplein)
. Doornbos (veldje Abdijstraat/Kijsveld)
. Brabantpark/Heusdenhout (voetbalveldje Gastakker/Voorvang)
.

Kerstboomverbranding

lees verder

dinsdag, 3 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Wat is goed politiek drama?

In denenmarken, fictie, politiek, verenigd koninkrijk, verenigde staten van amerika, vergelijkende politiek, abortus, amerika, analyse, en meer.

Goed politiek drama slaat een ongemakkelijke balans slaan tussen drie dingen: politiek realisme, een intrigerend plot en meeslepend politiek idealisme. De schets van hoe politiek werkt, moet kloppen, anders gaat het wringen. We zetten de televisie uit als het niet klopt. Maar wil een politiek drama ons meenemen, dan moet er iets gebeuren, we moeten mee genomen worden in een verhaal. Politiek biedt daar mooie mogelijkheid voor: grote belangen, slimme strategen en intrige op het hoogste niveau. Ten slotte wordt een politiek drama alleen echt interessant als we ons met de karakters kunnen identificeren: als zij zich vol idealisme inzetten voor een betere wereld. Ik wil vanuit dit perspectief naar een aantal verschillende politieke drama’s kijken.

Ideal(istisch)e Politici

The West Wing (1999-2006, wiki, een van de vele prachtige scenes) is de touch stone van political drama. Het volgt President Bartlet, de ideale president: een man met de charme van Clinton, de intelligentie van Keynes en de compassie van Carter. Het team om hem heen, zijn woordvoerders, chief of staff, en speechwriters, doen hun best om van dit Presidentschap een succes te maken. De politieke realiteit is weerbarstig, de Democratische President staat tegenover een Republikeins Congres. Ze weten politieke successen te boeken, maar moeten nationaal en internationaal tegenslagen weerstaan. Alle politici hebben het hart op de juiste plek, maar moeten soms vuile handen maken om meerderheden voor hun wetten te vinden en om de wereld veilig te houden. De serie is geprezen om het realistisch beeld dat het geeft van het Amerikaanse politieke stelsel. De serie komt het meest op gang in de laatste seizoenen als de focus wordt verlegd naar de race om het presidentschap tussen een oude, maar onafhankelijk denkende Republikein en een jonge Democratische kandidaat met een etnische afkomst. Vier jaar voor de verkiezing van Obama weet de serie een boel correcte voorspellingen te doen: zelfs de voorspelling dat de Democratische kandidaat uiteindelijk een tegenstrever zou kiezer voor de post van Secretary of State.

Ik denk dat de grote kracht van The West Wing ligt in de combinatie van twee dingen: een realistisch beeld hoe politiek in Amerika eigenlijk werkt, een aanstekelijk politiek idealisme van de hoofdpersonen die geloven dat ze het land de goede kant op kunnen krijgen. Maar het geniale schrijf- en camerawerk maakt het af: door de snelle dialogen en voortdurend bewegend opgenomen scenes wordt je meegezogen in een dynamische politieke wereld die je wel moet volgen. Het enige minpunt is het overall plot: in de eerste seizoenen zijn er veel “political problem of the week”-afleveringen, het grote plot komt pas met de onthulling dat de President ziek is, maar dit niet heeft vertelt. De makers probeerden een Lewinsky-achtige affaire in hun verhaal te verweven: een President die liegt en daarover verantwoording moet afleggen, en zo zijn presidentschap zwaar beschadigt, maar daar zit een stuk minder intrige achter dan je zou verwachten. In de latere seizoenen de race om The White House, niet zo zeer spannend maar wel enthousiasmerend.

"I may be your archnemesis, but I'll come over for Thanksgiving"

Commander-in-Chief (2005-2006, wiki, eerste scene) probeert het succes van The West Wing te kopieren: een onafhankelijke vice-president van de Verenigde Staten wordt president als de Republikeinse president doodgaat. Ze vindt een vijandig Congres tegenover zich en woelt zich door familieproblemen. Ik heb al eerder geschreven dat deze serie een slechte kopie is.

Seks en Politiek

De Lewinsky-affaire is een grote inspiratie voor filmmakers, veel zoeken de relatie op tussen seks en politiek: de nieuwe film The Ides of March (2011, wiki, trailer) van George Clooney verslaat de primary-verkiezing van een linkse Amerikaanse presidentskandidaat door de ogen van een van zijn jonge, ambitieuze, idealistische aides: die stuit op een politieke schandaal. De kandidaat heeft een kind verwekt bij een campagnemedewerker. De aide helpt de medewerker bij een abortus, maar de druk wordt haar te veel: ze pleegt zelfmoord. De aide gebruikt die informatie uiteindelijk om zelf zijn positie in de campagne zeker te stellen. De film lijkt sterk op Primary Colors (1998, wiki, trailer). De plotten vallen min-of-meer samen: een seksueel schandaal, een aide die het geheim houdt. En zo verliest een jonge politicus zijn naiviteit. De herhaling van deze verhalen is ook niet raar, want President Clinton werd door zulke seksuele schandalen achter volgt. Het fundamentele verschillen tussen de twee verhalen is dat in The Ides of March iedereen alles voor zijn eigenbelang inzet, in Primary Colors komt de politieke volwassenwording heel hard aan, maar verandert de naieve jongeling niet in een slag in een berekende Machiavelli. Dat geeft duidelijk een plus aan Primary Colours voor realisme en idealisme.

"I'll be president in four years, sir"

The American President (1995, wiki, trailer) geeft een veel romantischer beeld van de verhouding tussen macht en liefde. The American President gaat over de opbloeiende relatie tussen de Democratische Amerikaanse President, een wedunaar, en een milieulobbyiste. Hun liefde komt onder politieke druk te staan als het wordt gebruikt door de Republikeinen die het als een test zien van de moraliteit van de president. Uiteraard: in deze romantische komedie overwint de liefde alles. De waarheid over macht en liefde zal wel ergens tussen de cynische thriller Ides of March en de zoetsappige romantische komedie The American President in liggen. Het meest interessante aan deze flim is dat hij vier jaar voor The West Wing is gemaakt en dat een aantal acteurs op opvallende plaatsen opduiken: President Bartlet is nu Chief of Staff.

The Contender (2000, wiki, trailer) focust op ook een seksschandaal, dat weer wordt gebruikt als de toetssteen van de moraliteit van een Democratische politicus: nu van de eerste vrouwelijke kandidaat-vice-president van de Verenigde Staten. De kandidaat wordt door de Republikeinen ervan beticht tijdens haar studietijd seks te hebben gehad om lid te worden van een studentenvereniging. De kandidaat zwijgt. Dit brengt haar kandidatuur in groot gevaar. We komen erachter dat ze het niet heeft gedaan, maar dat ze vindt dat politiek hier niet over mag gaan. Een klassieke clash tussen het idealisme van een Democratische kandidaat en het cynisme van het Republikeinse establishment. Maar geeft een realistisch beeld van hoe schandalen worden gebruikt om kandidaten te breken.

Post-Lewinsky cinema kunnen we het wel noemen. Maar ook andere recente gebeurtenissen hebben ook hun weerslag gehad: de legendarische presidentschappen van Nixon en Kennedy zijn ook verfilmd.

Historisch Realisme

The Kennedys (2011, wiki, trailer) reconstrueert de Amerikaanse politieke machine: de Kennedys. Vader Joe Kennedy heeft maar een ambitie: zelf President van de Verenigde Staten worden. Als dat niet lukt, concentreert zijn ambitie zich op zijn oudste zoon. Als die omkomt in de Tweede Wereldoorlog, dan richt hij zich op zijn een-na-oudste zoon: John F. Kennedy. Kennedy heeft dezelfde krachten en zwakten als zijn vader: een politiek genie, maar in de relatie met vrouwen uitermate onbetrouwbaar. Alle middelen, inclusief keiharde verkiezingsmanipulatie, worden ingezet om verkozen te worden: zelfs de maffia steunt hen. JFK schopt het tot president. We volgen het presidentschap van Kennedy: statesmanship in de Cuban Missle Crisis (ook mooi verslagen in Thirteen Days (2000, wiki, trailer)). De communicatie tussen de wereldleiders gaat in punten en komma’s van officiele verklaringen. En uiteraard het politiek idealisme in de strijd tegen segregatie. We weten dat het presidentschap van Kennedy bloedig eindigt. Zijn broer Bobby neemt de fakel over en betaalt dat ook met zijn leven.

Over het realisme van zulk politiek drama wordt vaak gezeverd: maar dat gaat over kleine details. Het algemene beeld van politiek dat er geschetst wordt klopt. De Kennedys werden gedreven door hun ambitie om seksuele en politieke veroveringen te boeken en om Amerika iets eerlijker te maken. Daarvoor waren alle middelen geaccepteerd. De nationale politieke realiteit blijkt weerbarstig, maar de internationale politieke realiteit is nog weerbarstiger. We delen de politieke ambities van de Kennedys in de strijd tegen segregatie, maar de alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit gaat soms te ver.

Een alle middelen zijn geaccepteerd-mentaliteit staat ook centraal in All the President’s Men (1976, wiki, trailer) dit volgt de journalisten die het Watergate schandaal ontdekten. Het is misschien niet zozeer een politiek drama als een journalistieke thriller. Ze stuiten via een simpele inbraak in een hotelcomplex op een samenzwering rond de Republikeinse Amerikaanse president Nixon om met het  Democratische hoofdkwartier af te luisteren. Om hun macht te behouden zijn politici tot alles in staat. De journalisten zijn echter oprecht op zoek naar de waarheid … en een goed politiek verhaal. In Frost/Nixon (2008, wiki, trailer) legt Nixon verantwoording af bij de journalist Frost. De interviews

"I'll be prime-minister of Britain one day, I promise"

hebben echt plaats gevonden, maar de verfiliming geeft de context realistisch weer: een sluw politiek genie die een tweede rangs-journalist wil gebruiken om zijn onschuld te bewijzen, en een jonge journalist die zich graag wil bewijzen door een zo groot mogelijke scoop te halen.

Het grote nadeel van zulke films is dat we het einde al weten: je weet dat in de laatste scene van The Kennedys RFK wordt doodgeschoten, je weet dat de wereld niet is vergaan tijdens de Cuban Missiles Crisis en je weet dat, hoe hij het ook probeert te ontkennen, Nixon een crook is.

Maar ook de recente geschiedenis inspireert: Too Big to Fail (2011, wiki, trailer) verslaat een episode uit de Amerikaanse bankencrisis, namelijk hoe in een heel korte tijd de grote banken van Amerika gered moeten worden (het is zo een interessant zusje van de financiele thriller Margin Call (2011, wiki, trailer) over de nacht dat een bank instort). Too Big to Fail geeft een mooi inzicht in hoe de besluitvorming loopt: met niet-meewerkende bankiers, eigenwijze senatoren en grote belangen.

Brits Cynisme

Welke is echte echt en welke een kopie?

De Amerikaanse politiek staat uiteindelijk veraf van wat wij in Europa gewend zijn: een parlementair stelsel met een premier en onafhankelijke professionele bureaucratie. Politici hebben niet het vermogen om de wereld te veranderen, noch de intelligentie daarvoor. Politiek is wat er gebeurt op televisie, terwijl ambtenaren de dienst uit maken. Dat is in elk geval de indruk die we krijgen van de Britse serie Yes, Minister/Yes, Prime Minister (1980-1984, wiki, een klassieke scene). Dit is een klassieke Britse sitcom uit de jaren ’80: een catchphrase, hoge grapdichtheid en niet meer dan drie karakters: de politicus die denkt hij iemand is, maar dat niet is, de sluwe topambtenaar en de aangever, de persoonlijke secretaris van de minister. Maar daar achter zit een cynisch-realistisch beeld van de politiek. Een minister weet in een periode van vier jaar niets te bereiken, de echte macht ligt bij de honderden ambtenaren die er jaren zitten, en in het bijzonder de topambtenaren. Het was de favoriete serie van de toenmalige premier Margaret Thatcher zelf, die een even cynisch beeld had van de overheid.

De VPRO heeft, overigens, recentelijk geprobeerd de serie te kopieren, zonder succes (Sorry Minister, 2009, wiki, een overduidelijk gekopieerde scene).

Yes, I'm Evil

Nog cynischer dan Yes (Prime) Minister is de serie House of Cards (1990, wiki, klassieke scene), To Play the King (1993, wiki, nog zo’n klassieke scene) en The Final Cut (1995, wiki, een laatste klassieke scene). Ik schreef hier al eerder over. Het volgt de fictieve politieke carriere van Francis Urquhart (F.U.) een machiavellistische politicus. Urquhart wil alles doen om zijn macht te vergroten. In House of Cards elimineert hij een-voor-een zijn mogelijke concurrenten als conservatieve partijleider door seksschandalen te creeeren en reputaties van mensen te vernietigen. Het kost uiteindelijk het leven van zijn politieke assistent. Urquhart begint een relatie met een jonge journaliste die geintrigeerd is door het charisma van de macht. Ze komt achter zijn plannen. Urqhart vermoordt ook haar. In To Play the King is Urquhart premier geworden aan gaat hij de strijd om de macht aan met de idealistische koning, die zich verzet tegen het rechtse beleid van de regering. Urqhart dwingt hem uiteindelijk af te treden voor zijn nog zeer jonge zoon. In The Final Cut probeert Urquhart zijn pensioen zeker te stellen door in de laatste dagen van zijn premierschap een oliedeal te regelen waar hij zelf voordeel van heeft. Als dit dreigt uit te komen, laat zijn vrouw, die in de hele serie een soort Lady Macbeth is geweest, hem vermoorden om zijn reputatie te bewaren. Dit niveau van intrige gaat veel verder dan echte politiek, of zelfs de Amerikaanse politieke thrillers. Waar in het begin de kijker, net als de jonge journaliste geintrigeerd is door de machtpoliticus Urquhart, eindigt hij als een karikatuur. Deze triologie is een interessante studie van absolute macht, maar staat wel ver van de politieke realiteit.

"I told you I'd prime-minister one day."

Blair werd voor 2003 gezien als een politicus van een ander slag dan de cynische conservatieven. Een man die als geen ander kan communiceren, mensen enthousiast kan maken voor een progressief verhaal. In het drieluik The Deal (2003, wiki, laatste scene), The Queen (2006, wiki, trailer) en The Special Relationship (2010, wiki, trailer) zien we hoe Tony Blair, een jonge ambitieuze hervormer, begint aan een politieke carriere onder mentorschap van de norse Gordon Brown, die door Blair wordt gezien als de natuurlijke partijleider. Hij groeit uiteindelijk boven Brown uit. Blair kan premier worden. De relatie verzuurt: in de politieke realiteit is The Deal nodig tussen de twee. Eerst acht jaar Blair, dan de kans voor Brown. The Queen begint met het aantreden van Blair, die zich tegenover de Britse Koningin moet verhouden. Het opent met een prachtige scene waarin de Koningin een jonge Blair, die net de verkiezingen heeft gewonnen, terecht wijst over het protocol: Blair mag de Koningin niet vragen hem te benoemen als premier. De Koningin moet hem vragen premier te worden. De dood van Prinses Diana is een schakelpunt: Blair weet het publieke sentiment na de dood van Diana veel beter in te schatten dan de koele afstandelijke Koningin. Blair moet de Koningin overtuigen menselijkheid te tonen. The Special Relationship focust op de relatie tussen Blair en Bill Clinton. Clinton nodigt de Blair, als leider van de oppositie uit in het Witte Huis. Hij ziet in Blair een mooie mogelijkheid om een gelijkgezinde centre-left progressive politicus aan de macht te helpen. Clinton geeft Blair advies als hij eenmaal premier is geworden. De twee leiders komen in conflict over Kosovo. Blair wil veel harder ingrijpen dan Clinton. Dat wil hij uit politiek idealisme: de wereld moet vrij worden gemaakt van dictatuur. Hij forceert Clinton, die ondertussen door seksschandalen politiek is verzwakt, om in te grijpen. Twee jaar later is een verzuurde Clinton president af en zoekt Blair een nieuwe relatie met Bush. De politieke kernboodschap van de drie films is dat politiek niet over grote idealen of grote schandalen, maar over persoonlijke relaties gaat. Blair groeit iedere keer als leerling boven zijn meester uit, wat de relaties onder druk zet.

"Another actor to play Blair, how dare you."

Een aanzienlijk cynischer beeld van het premierschap van Blair spreekt uit uit de Amerikaanse film the Ghost Writer (2010, wiki, trailer). De film gaat over een ghost writer die de memoires moet schrijven van een voormalige Britse premier. De premier, een duidelijke kopie van Blair, was heel populair in eigen land en bij de Amerikaanse regering. Zijn reputatie is echter onder druk gekomen vanwege zijn steun aan de War against Terror. De schrijver komt erachter dat de premier letterlijk door de Amerikanen aan de macht geholpen is: in zijn studietijd is hij gekoppeld aan een vrouw die hem stimuleerde om premier te worden en daar het Amerikaanse belang te dienen. Een vermakelijke speculatie, maar geen diepzinnige politieke analyse. Een soort Manchurian Prime Minister eigenlijk (cf. Manchurian Candidate 1962, 2004, wiki, wiki, trailer, trailer)

Van Eigen Bodem

Twee Bernhards

In Nederland hebben we het ook geprobeerd: politiek drama van onze eigen bodem. Den Uyl en de Affaire Lockheed (2010, wiki, trailer) volgt de Nederlandse premier Den Uyl die probeert een schandaal rond de Kroon te voorkomen. Het conflict tussen de linkse idealen van Den Uyl en de politieke realiteit worden mooi weergegeven door Den Uyl zowel te volgen in zijn eigen familie, waar zijn eigen zoon Den Uyl veroordeelt voor het creeeren van een doofpot en op het Paleis, waar hij keihard met de politieke realiteit wordt geconfronteerd. De affaire en Den Uyl spelen een bijrol in Bernhard, Schavuit van Oranje (2010, wiki, trailer). Dit legt vrij realistisch het politieke leven van Bernhard langs het politieke leven Maxima. Bernhard, geniaal gespeeld door Daan Schuurmans, vindt zichzelf eigenlijk te groot voor Nederland: tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij mee met staatslieden, in het na-oorlogse Nederland wordt zijn positie steeds marginaler. Maar de sluwe vos weet, zo speculeert de serie op basis van het script van Thomas Ross, een laatste zet te maken: hij haalt Maxima naar Nederland om de zwakke kroonprins bij te staan, zoals ook hij ooit naar Nederland is gehaald om de zwakke kroonprinses bij te staan.

Dat is wel een hele subtiele verwijzing.

Een stuk zwakker is Vox Populi (2008, wiki, trailer). Het volgt de politiek leider van RoodGroen (ja, dat is een heel subtiele verwijzing), Jos Fransen, die in een midlife crisis is beland. Via de nieuwe vriend van zijn dochter komt hij in contact met “gewone burgers”. Hij merkt dat hij het goed doet in de peilingen als hij de taal van deze gewone burgers uitslaat op televisie. Maar daarmee breekt hij wel met zijn eigen politieke programma. De peilingen en zijn affaire met een stagaire slaan hem naar de bol. En uiteindelijk besluit hij te migreren. De film is weinig realistisch: het gaat uit van populistisch idee dat er een kloof tussen burger en bestuur is en dat kiezers naar iedere politicus neigen die daarover heen stapt. Wat de film precies wil zeggen over politiek is mij onduidelijk: het lijkt me eerder een film over een man in een midlife crisis die toevallig politicus is. Het enige interessante is het hoge aantal cameo’s van ‘echte’ politici, journalisten en opiniemakers.

De Burcht

Een Nederlandse The West Wing is er dus niet. Het meest dichtbij komt Borgen (vanaf 2010, wiki, bijbehorende website). Borgen volgt de Deense politica Birgitte Nyborg, die onverwacht premier wordt. We volgen de complexe relaties tussen politici, de media en voorlichters en de reprecussies van politieke carrieres op het thuisfront. Nyborg, de leider van de sociaal-liberale partij Moderate wordt onverwacht premier, als de leider van de grote sociaal-democratische partij en de leider van de grote liberale partij verwikkeld raken in een moddergevecht over politieke schandalen op de laatste dagen van de verkiezingen. Nyborg vormt een minderheidskabinet van groenen, sociaal-democraten en sociaal-liberalen dat soms steun moet vinden bij de uiterste linkse Solidarisk Samling en soms bij de centrum-rechtse Ny Nojre. Binnen de coalitie staan de weinig sympathieke sociaal-democraten, die zich als de natuurlijke machtspartij zien, klaar om Nyborg een dolk in de rug te steken. Het partijenstelsel is overduidelijk gebaseerd op het Deense, maar doet sterk denken aan het Nederlandse stelsel: van rechtse xenofobe populisten tot regenteske sociaal-democraten, het is wel heel herkenbaar. De serie wordt soms gezien als politiek naief omdat Nyborg nogal amateuristisch is en er vaak alleen voor lijkt te staan, maar Nederlandse politici zijn allemaal amateurs. Tegelijkertijd volgt het plot de jonge journaliste Fonsmark, wiens carriere een plotseling sprong maakt. Zij probeert haar onafhankelijke journalistieke positie te beschermen tegen de druk van de politieke macht en niet altijd welwillende collega’s. Ze worden verbonden door Kasper Juul, de sluwe spindokter van de premier: een echte machtspoliticus die prachtige speeches kan schrijven en die een relatie had met Fonsmark.

De serie is gemaakt door de makers van The Killing, een politiethriller. En dat is het enige nadeel: er is een grote neiging om lijken naar beneden te gooien als een soort Deus Ex Machina. De serie opent met de politiek assistent van de liberale premier die sterft in de kamer van Fonsmark (met wie hij een relatie heeft) en voor zijn baas belastend bewijs achterlaat voor Juul om te vinden. En zo zitten er wel meer weinig realistische thriller-achtige twists en turns in.

Veel realistischer is de weergave van de relatie tussen seks en macht. De premier en haar man groeien uit elkaar: hij moet zijn carriere opgeven voor haar. Zij heeft het veel te druk om intiem te zijn met hem. Het huwelijk valt uitelkaar: niets geen spannende one-night-stands maar een opdrogend huwelijk.

We zien een prachtig en herkenbaar beeld van politiek achter de schermen in een parlementair stelsel. Hierin probeert de premier trouw te blijven aan haar sociaal-liberale idealen, terwijl de media en haar coalitiepartners dat proberen te dwarsbomen. Een prachtige serie dus, het enige probleem is dat de schrijvers denken dat ze bovenop alle politiek ook nog een extra dramatisch plot nodig hebben, dat niet bijdraagt aan het politieke verhaal.

In Conclusion

De meest realistische films zijn de historische drama’s. Het minst realistisch zijn volgens mij Vox Populi en The Manchurian Candidate. Het meest idealistisch zijn The Contender en The West Wing. Een hele serie films en series zijn uitermate cynisch. Het spannendst is The Contender, samen met Primary Colors, Ides of March en House of Cards. Daarin kan je echt niet voorspellen hoe het plot zich ontwikkeld. Commander in Chief, Yes, Prime Minister/Sorry, Minister en Vox Populi zijn aanzienlijk voorspelbaarder. Dat geeft een tie aan de top (The Contender/The West Wing) en een duidelijke verliezer: Vox Populi.

zaterdag, 31 december 2011

Menno Slaats

Menno Slaats

Hyves Last.fm Twitter DWARS

Het nieuwe jaar in knallen, verknalt het knallen!

In opvallende zaken, politieke zaken, december, gemeenten, genieten, huisdieren, opgeruimd, bewust, gevaar, en meer.

Het is weer oudejaarsdag en de discussie over vuurwerk laait weer op. Tegenstanders en voorstanders komen met argumenten aanzetten om juist voor of tegen een vuurwerkverbod te zijn.

image

Wat mij betreft liever gisteren dan morgen dat er een verbod komt, waarbij er alleen om 00:00 uur op 1 januari een vuurwerkshow komt op een centrale plaats in de diverse dorpen en steden.

Wat nadelen die je kunt bedenken:

  • Huisdieren; ze brengen 31 december vaak onder kasten of meubels door.
  • Mensen mijden op 31 december de straten, want de rotjes en pijlen vliegen je om de oren.
  • De enorme rommel die soms weken blijft liggen in tuinen en op straten.
  • Vogels die bewust gebieden gaan mijden of extra hoog gaan vliegen.
  • De gewonden vanwege het afsteken van vuurwerken.
  • Het fijnstof dat vrijkomt bij het afsteken.
  • Prullenbakken en ander straatmeubilair raakt beschadigd.

Enkele voordelen:

  • Traditie
  • Het is mooi om te zien (sierpijlen)

Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Het lijkt er steeds meer dat de nadelen steeds meer gewicht in de schaal leggen zodat de balans steeds meer naar een verbod gaat bewegen.

Zou het dan niet een mooi gebaar zijn om te beginnen met het verbieden van knalvuurwerk en alleen nog maar siervuurpijlen toe te staan?

image2

Daarna een stap verder te gaan en ook sierpijlen alleen nog maar afgestoken mogen worden door gemeenten in plaats van consumenten? De periode waarin vuurwerk dan afgestoken wordt is maar 10-15 minuten.

Dan hebben huisdieren veel minder stress, de rommel is ook beperkt en kan veel sneller opgeruimd worden, je kunt genieten van het vuurwerk zonder gevaar te lopen dat de pijlen of rotjes om je oren vliegen.

Kortom, een ideale oplossing! Dan hoeft die verwijderingsbijdrage ook niet meer!

donderdag, 29 december 2011

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Broeikas van de Vrijheid

Aarde

Kameraad en filosoof Simon Otjes schreef gisteren op zijn blog, in het vierde deel in een reeks reacties op het boek ‘Het Huis van de Vrijheid‘ van Rutger Claassen, dat er geen liberale grondslag is voor het streven naar een duurzame samenleving. Als politicus die streeft naar het smeden van brede politieke steun voor mijn idealen vind ik dat een onbevredigende stelling. Met gevaar voor eigen ego – Simon is een scherp, belezen en gepromoveerd denker – ging ik op zoek naar het tegendeel.

Beste Simon, je hebt gelijk als je stelt dat we duurzaamheid niet tot in de zesde generatie kunnen verplichten. Alhoewel je met een opname in de grondwet op zich nog best een eind zou kunnen komen. Meer prikkelend vind ik je ietwat terloopse stelling dat er vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief zou bestaan om als samenleving duurzaam te zijn.

Was het niet Thomas Green die bepleitte dat het individu niet los gezien kan worden van de samenleving waarin hij leeft en handelt? De staat heeft wat hem betreft daarin de rol om de politieke, maatschappelijke en economische leefomgeving dusdanig te vormen en te beschermen, opdat het individu hierbinnen optimaal kan handelen naar het eigen geweten.

Nu zit er een paradox tussen enerzijds de vormende staat en anderzijds het optimaal handelen naar het eigen geweten van elk individu. Praktisch gezien lost Green dit op door te pleiten voor subsidiariteit. Pas wanneer de locale overheid niet in staat bleek om de negatieve effecten op de mogelijkheid optimaal te handelen (ontplooiing) van individuen te bestrijden, komt wat hem betreft de nationale overheid in beeld. Als ik Wikipedia mag geloven, neemt hij daarbij de vervuilende Brouwerij-industrie in de negentiende eeuw als voorbeeld. Een duidelijk milieu-voorbeeld.

Vertaald naar de dag van vandaag kan gesteld worden dat de samenleving naast een locale en nationale component ook steeds meer een geglobaliseerde dimensie heeft. Ook de problematiek rond de klimaatverandering heeft nadrukkelijk een internationaal karakter. Supra-nationale interventie is vanuit de denkwijze van Green dan ook legitiem (wat niet uitsluit dat invulling en uitvoering nog altijd deels locaal geregeld kan worden) om zo voor langere tijd te borgen dat individuen blijvend optimaal kunnen functioneren.  In het specifieke geval van duurzaamheid raakt deze verantwoordelijkheid zowel de sociaal-maatschappelijke, de politieke en het economische umfelt waain het individu zich beweegt. Ik heb nergens het idee dat Green deze verantwoordelijkheid beperkt tot het functioneren van de nu levende generatie(s).

Relevant blijft of hier sprake is van een politiek imperatief. Verwijzend naar de theorie van de categorische imperatief van Kant stelt Simon immers dat er wel sprake kan zijn van een moreel, doch voor liberalen niet van een politiek imperatief voor het inrichten van een duurzame samenleving. Nog los van de vraag of moraliteit zo strikt gescheiden mag worden van het politieke domein, beschrijft Green wel degelijk een politieke kwestie. Hij benoemt een samenhangend stelsel van verantwoordelijkheden en plichten tussen individu en verschillende overheidslagen, een bestuurlijke leidraad bijna. Dat lijkt me bij uitstek een politiek verhaal.

Los van deze in beginsel vooral filosofische uitgangspunten vraag ik me af welke denkwijzen (diverse) liberalen erop nahouden als het gaat om een begrip als zorgplicht. Ook dit is iets dat immers niet noodzakelijkerwijs afgebakend is langs generatiegrenzen. Wellicht heeft Simon daar nog wat gedachten over.

zondag, 25 december 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Het Eeuwige Tekort van het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid, het nieuwe boek van Leidse filosoof Rutger Claassen is een van de meest moedige filosofische poging die ik ken: het uitwerken van een consistent politieke filosofie gebaseerd op autonomie, aan de hand van actuele casussen. Het is daarmee een filosofisch werk dat zich relevant maakt voor de politiek van vandaag. Ik wil in de komende blogs naar dit boek kijken.

In 2005 schreef Rutger een ander opvallend filosofisch werk: Het Eeuwige Tekort, waarin het begrip ‘schaarste’ centraal stond. Is Het Eeuwige Tekort consistent met de politieke visie die Claassen uitwerkt in Het Huis van de Vrijheid?

De Oude Claassen: Het Huis van de Vrijheid

Het Huis van de Vrijheid is in de kern een liberaal boek. Claassen noemt zich in dit boek liberaal, alhoewel hij opmerkt dat dat in het Nederland maatschappelijk debat meer verwarring oproept dan oplost. Liberalisme betekent voor Claassen het streven naar een zo groot mogelijke autonomie voor mensen dat betekent dat mensen zo vrij mogelijk moeten zijn om zelf te beslissen over hun eigen leven, maar dat Claassen erkent dat vrij zijn ook gepaard is met het hebben van bepaalde vermogens: baby’s zijn niet autonoom, want die zijn niet instaat om doelen voor zich te stellen of de gevolgen van hun handelen in te schatten. Autonomie-als-ideaal omvat zowel de vrijheid zelf te kiezen als de plicht van de gemeenschap om zorg te dragen dat iedereen de vermogens heeft om te kiezen. Overheidsingrijpen is in principe alleen gelegitimeerd als die autonomie vergroot.

In het boek onderzoekt Claassen in allerlei maatschappelijke casussen hoe dit autonomie-ideaal in elkaar steekt. Zo bespreekt hij ook de topinkomens in het bedrijfsleven. Claassen stelt voor dat topinkomens positionele goederen zijn: de waarde van een topinkomen zit niet zo zeer in het bedrag, maar destemeer in of het meer of minder is dan het inkomen van de buurman. Zo ontstaat er een wedloop tussen topmanagers die allemaal meer willen verdienen dan de andere manager: om zo een duurdere auto en een duurder huis te kopen. Dit zijn consumptiemiddelen die ook weer met name waarde hebben in wedijver.

Volgens oude Claassen mag de overheid niet ingrijpen: er is geen sprake van schade aan autonomie. Mensen kiezen er zelf voor om mee te doen in de ratrace. We doen elkaar geen schade aan door een duurdere auto dan de ander te kopen. Als de ander zich daardoor gekleineerd voelt en ook een duurdere auto wil kopen is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. Zolang er geen aanwijsbare schade voor autonomie door wedijver tussen topmanagers komt is er voor Claassen geen reden om in te grijpen. Sociale grenzen aan de groei zijn geen geldige reden voor Claassen om in te grijpen. De overheid is neutraal ten opzichte van de inkomensstijgingen van individuen.

Claassen merkt op dat als iemand oog heeft voor een oneerlijke verdeling van talenten dat hij dan misschien topmanagers wil belasten voor hun grote talenten waar hun grote inkomens mee verdient zijn.* Ook als bonussen de verkeerde prikkels geven dan moet de overheid ingrijpen: als ze risicovol ondernemen boven economische duurzaamheid stellen. Hier gebeurt volgens Claassen nog te weinig aan in de markt. Bij de overheid slaat men volgens hem door: door de balkenendenorm biedt de overheid te lage lonen aan topmanagers en we weten allemaal if you pay peanuts you get monkeys. De oude Claassen is in de analyse van topinkomens een klassieke liberaal: de overheid moet autonomie beschermen en niet meer doen.

De Jonge Claassen: Het Eeuwige Tekort

Het Eeuwige Tekort is juist kritisch over liberale filosofieën. Het boek gaat over de vraag hoe we met schaarsten om moeten gaan. Liberale filosofen erkennen dat er schaarste aan natuurlijke hulpbronnen is. Voor liberale filosofen is schaarste echter een natuurlijke toestand en ligt de verantwoordelijkheid voor dat er schaarste bestaat niet bij de mens. Dit noodzaakt ons om de maatschappij te organiseren op basis van principes van rechtvaardigheid. Het belangrijkste liberale verdelingsprincipe is de markt. In de markt ontstaat volgens economen door concurrentie om schaarse middelen de meest efficiënte verdeling. Deze concurrentie is volgens liberalen een positieve kracht: de motor voor economische en technologisce ontwikkeling. Iedereen heeft daar uiteindelijk voordeel van. Afgunst en jaloezie zijn voor liberalen daarmee uiteindelijk positieve krachten. Liberalen stellen de voldoening van behoefte centraal. De aard van de behoeften maakt hen weinig uit. Claassen noemt dit een “kritiekloze verheerlijking van behoeftebevrediging”.

Jonge Claassen staat in Het Eeuwnig Tekort veel kritischer tegenover schaarste dan de liberalen. Hij stelt zichzelf voor als een pluralist. Hij is kritisch over de centrale rol die concurrentie inneemt op alle plekken in de hedendaagse maatschappij: in de wetenschap, de politiek en de televisie. Concurrentie over schaarse grondstoffen leidt in zijn ogen alleen maar tot uitputting van het sociale, psychische en natuurlijke kapitaal: stress, sociale verharding en vervuiling. In plaats daarvan zou niet alles door de lens van competitie gezien moeten worden: een pluraliteit van maatschappelijke sferen met eigen verdelingsmechanismen (niet alleen de markt) zou in stand gehouden moeten worden. Het is een doorn in het oog van de jonge Claassen dat het huidige sociaaleconomische stelsel dat arbeid en consumptie centraal stelt andere waardevolle menselijke activiteiten (“tijdrovende, affectieve relaties” in de liefdeloze filosofentaal, wat wij tijd voor geliefden, gezin en vrienden zouden noemen) naar de zijkant schuift. We zouden maatschappelijke sferen moeten creëren waarin schaarste en afgunst geen centrale rol spelen. De logica van de economie maakt van mensen sociale autisten die zich monomaan richten op de maximalisatie van de winst, en daarvoor alle morele en maatschappelijke normen die ze kunnen overtreden, zullen overtreden. Dit is uiteindelijk een gevaar voor de economie zelf. Claassen wil de cultuur van de schaarste overwinnen door te breken met het dominante winst- en groeidenken. Dit is de jonge, linkse cultuurcriticus Claassen: kritisch over de cultuur van de schaarste die alles economiseert en geen ruimte laat voor andere waardevolle menselijke activiteiten.

Jong en Oud

De jonge en de oude Claassen lijken diametraal tegenovergesteld. De jonge Claassen kiest voor een keiharde kritiek op de cultuur van de schaarste waarvan het lof door liberalen wordt bezongen. Liberalisme is niets meer dan de kritiekloze verheerlijking van behoeftebevrediging die door afgunst in stand wordt gehouden en ons geestelijk uitput. De oude Claassen, zelf een liberaal, vindt dat een keuze voor mensen zelf: als jij het je aantrekt dat je buurman een grote Porsche heeft, en daarom nog harder wil werken en meer wil gaan verdienen dan ben je daar zelf verantwoordelijk voor. Dat is geen schade van autonomie. Dus de overheid hoeft niet in te grijpen.

De obsessie met economische groei is voor de jonge Claassen een doorn in het oog en voor de oude Claassen individuele keuze, waar de overheid neutraal tegenover moet staan. Interessant vind ik ook dat waar de jonge Claassen pleitte voor schaarstevrije sferen, de oudere Claassen waarschuwt voor het doorslaan van de overheid richting matiging van topinkomens. Dat zou niet goed zijn voor het type managers dat we binnen halen bij de overheid, want schijnbaar is loon alles wat zou moeten tellen bij public service.

Toch ligt het beeld wat genuanceerder: de jonge en de oude Claassen hebben beide oog voor de maatschappelijke gevolgen van de nadruk op economische groei. Als er maatschappelijke schade ontstaat door de nadruk op schaarste en concurrentie dan moet de overheid ingrijpen. Als monomane autisten de wet gaan overschrijden is er een probleem, ook als de bonusstructuur de managers vervreemdt van de werkvloer.

Cultuurfilosofie versus Politieke Filosofie

Uiteindelijk ligt er echter een fundamenteel filosofisch onderscheid tussen de twee Claassens: filosofisch putten de jonge en de oude Claassen uit andere tradities. De jonge Claassen oriënteert zich op continentale cultuurkritische denkers als Arendt, de oude Claassen is veel Anglosaksischer en analytischer, en zijn filosofen als Sen zijn grote voorbeeld. Voor de oude Claassen is er een fundamenteel onderscheid tussen wat moreel onwenselijk is en politiek onrechtvaardig: Claassen vindt dat de overheid geen oordeel moet hebben of meer willen verdienen omdat je buurman een grotere auto heeft goed of slecht is. Dat moeten mensen zelf uitzoeken. Dat betekent niet dat de oude Claassen zelf geen mening heeft over auto’s en afgunst, maar hij vindt dat individuele meningen geen rol hebben in de politiek. De overheid moet zo neutraal mogelijk zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven. Wat de oude Claassen vindt als politiek filosoof en wat de oude Claassen vindt als moreel filosoof hoeven niet hetzelfde te zijn. De jongere cultuurkritische Claassen zal het hier niet mee eens zijn. Het voornaamste argument aan de hand van deze critici is dat we als overheid wel neutraal kunnen proberen te zijn ten opzichte van ideeën van het goede leven maar dat er door het sociaaleconomische stelsel er een ideaal (dat van competitie) dwingend aan ons op gelegd wordt. Het marktdenken wordt steeds dominanter in de vorming van onze karakters en de marktlogica wordt langzaam aan alle sociale sferen opgelegd. Dit komt het meest sprekend tot uiting in het voorstel van de oude Claassen om de topinkomens bij de overheid niet te veel uit te pas te laten lopen met de markt. We kunnen ons alleen tegen deze erosie van onze cultuur verzetten door ons collectief te organiseren. Het morele laissez-faire van Claassen houdt een cultuur van stress en uitputting in stand die we alleen kunnen doorbreken door overheidsingrijpen.

* Ik vind dit om twee redenen een tamelijk schokkende omschrijving: als iemand gevoelig is voor argumenten dat als talenten oneerlijk verdeeld zijn, er dan een ongelijke verdeling van middelen kan ontstaan, dan kan hij de topinkomens nog wel eens willen belasten. Iedereen zou gevoelig moeten zijn voor een oneerlijke verdeling van talent. Dat is geen kwestie van smaak.

Ten tweede, is Claassen schijnbaar onder de indruk dat de inkomens van topmanagers in verhouding staat met de door hen geleverde arbeid. Maar als ik weer cijfers uit de Verenigde Staten hoor, massa-ontslagen, economische malaise en wel een stijging van de topinkomens, dan vraag ik me serieus af of topinkomens wel in verhouding staat geleverde arbeid. Is de arbeidsmarkt aan de top wel een perfect functionerende markt? Topinkomens worden niet bepaalt in een markt waar er heel veel aanbieders zijn en heel veel vragers en mensen anoniem opereren. Het grootste bezwaar is dat er geen sprake is van een anomiteit, maar dat topinkomens worden goedgekeurd in een old boys-netwerk, waar iedereen elkaar kent. Je kan je serieus afvragen of daar sprake is van gezonde marktwerking.

maandag, 19 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bij de veteranenwet: ‘oorlog is niet normaal’

In eerste kamer, strijd, gevaar, technologie, geweld, terrorisme, inzet, kinderen, mensen, en meer.

Inbreng in het debat in de Eerste Kamer over de Veteranenwet, 19.12.2012

Oorlog is niet normaal. Vechten is niet normaal. Dat is niet alleen de les die de meeste opvoeders hun kinderen meegeven, het is ook deel van de pacifistische wortels van mijn partij. Conflicten los je op met woorden, niet met wapens. Daarbij sluiten we onze ogen niet voor de werkelijkheid dat militair ingrijpen soms onvermijdelijk is ter verdediging van het Koninkrijk of van de internationale rechtsorde. Maar het grondbesef blijft dat gevechtshandelingen nooit de ideale methode zijn, hooguit het laatste redmiddel.

Oorlog is niet normaal. En juist daarom heeft de overheid een bijzondere zorgplicht voor mensen die zij in die niet-normale omstandigheden brengt. Wij zijn als samenleving verantwoordelijk voor de risico’s en gevolgen van deze inzet. Die risico’s kunnen groot zijn, zoals we weten uit onderzoek rond bijvoorbeeld PTSS en zoals ik zelf merk bij de trainingen over trauma die ik geef aan de geestelijk verzorgers in de krijgsmacht.

Daarom is mijn fractie de indieners van de Veteranenwet dankbaar voor hun initiatief. Het is in onze ogen een sterk intentionele wet: voordat concrete kaders en maatregelen worden aangewezen, maakt de wet eerst de intentie glashelder: Onze Minister voert een beleid dat is gericht op het bevorderen van erkenning en waardering. Onze minister heeft een zorgplicht voor militairen die worden ingezet en hun relaties. Die beide dimensies zijn van belang, erkenning en zorg. En het is ook van groot belang dat dat niet zuinig maar ruiterlijk is geformuleerd, tot en met een inkomensvangnet en een veteranenombudsman.

Het intentionele karakter van de wet heeft natuurlijk gevolgen voor de begrenzing en definitie, en ik wil graag op dat punt een enkele vraag stellen. Het criterium om onder de reikwijdte van deze wet te vallen, is dat men militiar of gelijkgesteld moet zijn en gediend heeft onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Dat lijkt duidelijk, maar toch.

In de hedendaagse wereld heeft oorlog soms hele andere gestalten dan vroeger en daarbij zijn termen als ‘oorlogsomstandigheden’ en ‘missie’ niet altijd toereikend. Zo valt bijvoorbeeld de strijd tegen terrorisme niet per definitie onder deze termen, maar het is wel degelijk een vorm van gewapende strijd. Moeten we dan niet ook spreken over veteranen? De nota naar aanleiding van het verslag noemt als reden voor hun bijzondere positie “dat alleen voor militairen het lopen van risico’s het hoofdkenmerk van het beroep is, dat zij door tegenstanders actief naar het leven worden gestaan en zij actief geweld moeten gebruiken om deze tegenstanders te doden of buiten gevecht te stellen.” Geldt dat niet in potentie ook sterk bij de strijd tegen terrorisme, waaronder terugkijkend bijvoorbeeld ook de militairen die ingezet werden bij de treinkaping in 1977? En wat betekent dat voor de samenwerking tussen defensie en politie bij de DSI en UIM? Hoe wordt hier omgegaan met de vraag wie wel en wie niet een beroep mag doen op de erkenning en zorg?

Eenzelfde vraag speelt bij de gewijzigde methoden van oorlogsvoering die ontstaan door nieuwe technologie. Gaat een drone-piloot op missie als hij of zij op afstand, bijvoorbeeld vanuit een commando-locatie in Nederland ergens ter wereld gronddoelen aanvalt en ’s avonds weer bij zijn gezin aan tafel aanschuift? Zijn dat oorlogsomstandigheden? Enerzijds is er geen sprake van persoonlijke geweldsrisico’s, anderzijds blijkt ook hier bijvoorbeeld PTSS wel degelijk op te kunnen treden.

Voorzitter, met deze vragen stelt mijn fractie niet de wet of de gebruikte definities ter discussie. Wel vraagt zij hoe de indieners en de regering denken over de gevolgen van veranderende manieren van oorlogsvoering en over een ruimhartige omgang met deze definities als de omstandigheden wijzigen, zodat er niet opnieuw mensen tussen wal en schip vallen.

Want oorlog is niet normaal. Het mag dat in ons denken ook niet worden en we zijn als samenleving erkenning en zorg schuldig aan wie zich voor ons in gevaar begeven.


zaterdag, 10 december 2011

Marten Zoetbrood

Marten Zoetbrood

Linkedin Twitter DWARS

'It gets one to know one'

Article 3.Everyone has the right to life, liberty and security of person.

Het recht op leven, vrijheid en persoonlijke veiligheid, dat schrijft het derde artikel van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens voor, althans als je de Engelse versie mag geloven. Daarin wordt gesproken over 'Personal security', net als de Franse 'Securete de sa persone', in het Nederlands is het echter de 'onschendbaarheid van persoon'. Hetgeen is anders is dan persoonlijke veiligheid.

Daar wil ik het echter ter gelegenheid van de verjaardag verklaring het niet over hebben, noch over of de rechten van de mens een horizontale werking hebben, noch of ze niet een westers concept zijn of een jubelzang over het goed het wel niet is dat er rechten van de mens zijn. Allemaal mooie onderwerpen, maar niet voor nu.

Waar ik het wel over wil hebben is het 'brengen' en ontstaan van vrijheid. Mensen die mij kennen weten dat ik een zwak heb voor de Arabische wereld. Weinig dingen zijn dan ook zo actueel als de Lente die in middels een koude winter geworden is. Mubarrak mag dan wel weg zijn, maar zijn legerchefs hebben feitelijk nog de macht in handen. Lybië ging niet zo heel erg lekker, om nog maar even niks over Syrië te zeggen.

Graag had ik dan ook geschreven over hoe goed wij - als vrije en democratische westen - wel niet zijn in het steunen van de Arabische lente. Helaas blijken onze ministers en premiers die normaal de mond vol hebben over mensenrechten, vrijheid en democratie toch iets minder enthousiast. Met de spontane opstand in Tunesië, snel gevolgd door Egypte en andere landen, werden de ministers echter zenuwachtig. Premier Rutte repte zich snel naar de microfoon om te vermelden dat "we er natuurlijk niet aan moeten denken dat het Broederschap [conservatieve partij] aan de macht komt." Verhagen wist in Nieuwsuur te melden dat mensen rechten het meeste baat hadden bij een stabiele regering. Veel kan je zeggen over Khadaffi, Al-Assad en Mubarrak, maar niet dat ze niet stabiel waren.

Nu is het militaire regime wat Mubarrak verving in dictatoriale zin geen democratie, de overwinning van een islamitische partij in Tunesië is dat wel. Helaas is dat niet wat wij willen. Wij hebben liever onze - dierbare - mannetjes er zitten. Toch houden ze, de Westerse leiders, vol dat we voor democratie zijn. Dat zijn we ook, als er in Iran of Syrië gedemonstreerd wordt volgt al snel de oproep aan de leider te vertrekken. Op het moment dat er druk op het regime in Egypte, Bahrein, Yemen, Oman of Saudi-Arabië komt, is het echter van het grootste belang dat de stabiliteit (lees het dictatoriale regime) in stand blijft. De wil van de meerderheid is dan van groot gevaar daar voor.

Kortom, we meten met twee maten, een vriendelijke maat van artikel 3 - het grondvest voor alle politieke en mensenrechten - voor vrijheidsonderdrukkende regimes die we steunen en een hardere artikel 3 voor de regimes van de 'we don't like you list'. Laten we overal, in het kader van de dierbare vrijheid voor een ieder, onze zelfgekozen leiders eens op te roepen met het huichelachtige gedrag. Wees eindelijk nou eens consequent, ook al is de uitkomst van de verkiezing niet zoals we die zouden willen zien. Eigen economisch en machtsbelang zou bij de vrijheid van anderen een keer niet de eerste viool moeten spelen.

Ook ik weet dat het idee dat eigen belang naar de tweede plaats wordt geschoven niet te realiseren is. Maar misschien moeten we 10 december dan toch eens aangrijpen om een keer naar onze eigen rol te kijken in de onderdrukking van miljoenen over de wereld en over wie we nu eigenlijk moeten steunen. Idealistisch: ja, maar vandaag mag het.

Kijk tip: Onze dierbare dictator van VPRO’s Tegenlicht.

maandag, 28 november 2011

Rien Honnef

Rien Honnef

Twitter GR

Alweer over bomenkap op Nienoord

In algemeen, raad, bomenkap, leek, nienoord, actie, activiteiten, college, communicatie, en meer.

Het is dus vorige week niet gelukt om mensen aan tafel te krijgen om over de bomenkap te praten. Enerzijds om uitleg te geven, anderzijds om te kijken hoe het nu verder moet. 1 aanmelding “viel er te betreuren”. Een ander mailde wel dat die nog niet wist of die tijd had, en weer een ander wilde alleen onder voorwaarden komen. Hoe bizar. Wanneer je een oplossing wil en daar actie voor voert zou je toch denken dat alles uit de kast moet om ergens te komen.

Dus niet! Opnieuw bleef het bij geroep aan de zijlijn. Hoe weinig constructief maar vooral ook hoe populistisch, om vooral alleen maar te roepen in plaats van daadwerkelijk iets te doen. Vandaag was er een artikel in het DvhN. Een soortgelijk onderzoek van het NatuurCollege als dat van Oranjewoud, als ik het goed begrepen heb, wees uit dat er niet veel aan de hand was met de bomen. Ik ben benieuwd naar de onderzoeksmethode en het rapport.

Aangezien een doorbraak vorige week niet mogelijk bleek had ik zelf al lopen denken aan een andere aanpak. Een aanpak waarbij er eerst maar eens even niets kon gebeuren met fase 2, de kap van de laan naar Midwolde, en gelijktijdig er een aantal onderzoeken ter hand moeten worden genomen. Om de zuiverheid van de procedure helder te krijgen, maar vooral met de nadruk op de informatie die ten grondslag heeft gelegen aan het positief advies van de klankbordgroep en het uiteindelijk advies aan de raad van Leek op basis waarvan het besluit genomen is.

Het artikel van vanochtend bracht e.e.a. in een stroomversnelling. Vroeg in de middag heb ik om een extra agendapunt voor de Raadsvergadering van 7 december gevraagd; de behandeling van hetgeen wat ik zojuist beschreef. 7 december zal dus een aantal vragen aan de orde komen en, bij voldoende steun van de overige raadsfracties, het college opdragen een aantal stappen te zetten. In grote lijnen komt het er dan op neer dat er niet verder gekapt zal worden alvorens een een tal zaken op tafel zijn gekomen. Het wil niet zeggen dat ik mij ineens niet meer achter het genomen besluit stel, de uitvoering van het project Nienoord, maar ik (en de GroenLinks fractie) wil wel eerst een bevestiging hebben van de juistheid van dat besluit.

Bestaat toeval? Ik heb altijd gedacht van niet. Maar toeval of niet, vanmiddag liep er ook ineens een mail binnen van de aktiegroep “Kappen-nou”. Met zowaar voor het eerst een serieuze oproep en uitnodiging om om tafel te gaan over de ontstane situatie en fase 2. Wat men dus eerst niet voor elkaar kreeg lijkt ze nu ineens te gaan dagen. En hadden ze dat nou een paar maanden geleden maar gedaan…

Hier onder de tekst van de aanvraag van GroenLinks om een extra agendapunt 7 december;

Inzake bomenkap Nienoord.
Naar aanleiding van een artikel in het Dagblad van het Noorden van maandag 28 november 2011 wil de GroenLinks fractie, voordat overgegaan wordt tot het uitwerken van de 2de fase van de verjonging van de Nienoordslaan, het volgende: Geen activiteiten ten behoeve van de 2de fase ontwikkelen die onomkeerbaar (moratorium) zijn totdat de volgende vragen zijn beantwoord:

1. Duidelijkheid over hoe lang een moratorium kan duren en wanneer de financiering in gevaar komt.
2. Een extern onderzoek te verlangen naar het deel van de procedure waar informatie uit moest komen op basis waarvan een goed afgewogen oordeel kon worden gegeven. Is bijvoorbeeld in dat proces een second opinion overwogen, en zo nee, waarom niet?
3. Onderzoek naar de rol van Oranjewoud. (Bijv. Is er voldoende onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de bomen?)
4. Een extern onderzoek naar de hele procedure waarbij er vooral aandacht zou moeten zijn naar de externe communicatie. M.a.w. is er wel voldoende communicatie geweest afgezet tegen de impact die Nienoord heeft op de Leekster samenleving. Waren er voldoende momenten van inspraak?
5. Uitsluitsel verkrijgen over inmiddels door derden verrichtte onderzoeken als het NatuurCollege en de schouwing op 29 oktober.

Het doel van deze 5 punten zal moeten zijn te kijken of het gerechtvaardigd is door te gaan met fase 2 zoals tot nu toe is gepland, waarbij er duidelijkheid moet komen dat alle procedures goed doorlopen zijn en de klankbordgroep op juiste gronden tot een advies heeft kunnen komen en de raad op basis hiervan een juiste beslissing heeft genomen.


woensdag, 16 november 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nogmaals de weigerambtenaar

In religie en politiek, homoseksualiteit, tolerantie, ambtenaren, boodschap, burgers, commissie, debat, emancipatie, en meer.

Toch nog onverwachts stemde de Tweede Kamer in met de motie van Ineke van Gent die het kabinet oproept met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Ik ben daar – alles afwegend – blij mee, maar uit de kritische reacties blijkt dat niet iedereen dat zo ziet. Is het niet juist tolerant om te accepteren dat er ook mensen zijn die hier anders over denken? Misschien zelfs een vorm van emancipatie, zoals de minister zei? Is het niet voldoende om het pragmatisch te regelen zodat elk trouwlustig stel aan de bak kan, ook als sommige ambtenaren niet elk stel willen trouwen? Hoeveel ruimte is er nog voor gewetensbezwaren van mensen en religieuze minderheden? Is dit niet de zoveelste uitwas van seculiere gelijkhebberij die de oprechte overtuigingen van gelovigen aantast?

Ik snap de gevoeligheden, maar bij mij valt de afweging anders uit. Ik heb in een eerdere blog al eens geschreven dat het wezenlijke probleem volgens mij ergens anders ligt, namelijk bij het feit dat we de ambtenaar van de burgerlijke stand een rituele rol hebben toegedicht die niet past. Als we het burgerlijk huwelijk van deze rituele extraatjes ontdoen, zullen ambtenaren ook niet zo gauw last van hun geweten krijgen. In verschillende kranten las ik vergelijkbare pleidooien, onder meer van Tom Mikkers (Volkskrant) en Marco Derks (Nederlands Dagblad).

Ik zie dat echter niet zo gauw gebeuren en daarom ligt de vraag naar de positie van de weigerambtenaar nog vol op tafel. Het is hoe dan ook goed dat daar duidelijkheid over komt, en volgens mij kan die duidelijkheid alleen maar inhouden dat er uiteindelijk geen ruimte is voor weigerambtenaren. Ik zal uitleggen waarom.

1. Het principe moet hoe dan ook zijn dat ambtenaren uitvoerders zijn van overheidsbeleid en bewakers van de wet. Alleen in uitzonderingssituaties kan er ruimte worden gemaakt om daarvan af te wijken. Die afwijking kan wel betekenen dat iemand bepaalde taken niet uitvoert, maar niet dat iemand bepaalde wetten overtreedt. Het is dus de vraag welk van de twee hier aan de orde is.

2. Niet elk beroep op gewetensbezwaren wordt gehonoreerd. Het moet bijvoorbeeld praktisch op te vangen zijn in de organisatie en het moet aansluiten bij een traditie. Dat is hier allebei wel het geval, dus in die zin is een beroep op gewetensbezwaren op zich terecht.

3. Het grote probleem met weigerambtenaren is echter niet dat ze een bepaalde taak niet willen uitvoeren, maar dat ze dat voor bepaalde burgers wel en voor andere burgers niet willen doen. Dat is fundamenteel anders dan bij andere gewetensbezwaren. Een brugwachter die niet op zondag wil werken, lijkt mij geen probleem. Onaanvaardbaar is een brugwachter die voor sommige schepen op zondag de brug wel bedient en voor andere niet. Een arts die geen euthanasie wil plegen, kan ik begrijpen. Onacceptabel is een arts die dat (in vergelijkbare situaties) wel wil doen bij sommige patiënten maar niet bij anderen.

4. Wij hebben in Nederland niet twee soorten huwelijk, waarbij je voorstander kunt zijn van het ene en tegenstander van het andere. Er is maar één huwelijk en dat is opengesteld voor MV-, MM- en VV-stellen. Daar kan een ambtenaar niet willekeurig in shoppen. Bij het uitvoeren van de wet maakt de ambtenaar geen onderscheid tussen burgers. Doet hij of zij dat wel, dan is dat onwettig.

5. Het argument dat elke homo toch wel kan trouwen, klopt maar is niet overtuigend. Waar elk heterostel een ambtenaar naar keuze kan uitzoeken, daar moet een homokoppel rekening houden met de mogelijkheid dat de gekozen ambtenaar hen niet wil. De boodschap is dat de gemeente een dergelijk onwettig onderscheid accepteert en kennelijk het ene huwelijk toch anders vindt dan het andere huwelijk. Op het gevaar af dat de vergelijking mank gaat: Tot de jaren zestig mochten zwarten gewoon met de bus in Amerika, maar dan wel achterin…

6. De rechten van huwelijksambtenaren worden volgens mij niet wezenlijk geschonden. Er is geen recht op het zijn van trouwambtenaar. Wie bezwaar heeft tegen een gelijkgeslachtelijk huwelijk, kan op allerlei andere plaatsen in de ambtenarij werken. Overigens zijn veel trouwambtenaar BABS, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, en dus externe freelancers. Dat betekent dat er helemaal geen arbeidsrechtelijk probleem is.

7. Ook als de overheid zelf de wet neutraal uitvoert en alle ambtenaren alle huwelijken gelijk behandelen (dus: ook als er geen weigerambtenaren meer zijn), is er nog volop ruimte voor pluraliteit. Iedereen mag in principe buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand worden. Of men nu christen of atheïst, liberaal of conservatief, homo of hetero. Niemand wordt gediscrimineerd, maar ook niemand mag – in die functie – zelf discrimineren.

En met die overwegingen kom ik tot de conclusie dat het goed is dat de regering moet komen met een wettelijke regeling die een einde maakt aan het fenomeen van de weigerambtenaar. Bij de openstelling van het huwelijk in April 2001 is ruimte gelaten voor ambtenaren met gewetensbezwaren. Dat vond ik voor dat moment een goede keuze, ook al was en is het een vreemd compromis (om de redenen hierboven). Het is niet vreemd om dat na tien jaar te heroverwegen, en dat is precies de oproep tot meer duidelijkheid geweest van de Commissie Gelijke Behandeling in 2008.

Misschien is er een overgangsregeling nodig voor zittende ambtenaren, maar het aanstellen van nieuwe ambtenbaren met gewetensbezwaren lijkt mij in elk geval niet kunnen. Ik heb er geen probleem mee dat mensen moeite hebben met homoseksualiteit. Ik vind het prima als ze een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen geen echt huwelijk vinden. Ik ga daar graag het debat over aan, maar zal ook verdedigen dat mensen deze overtuiging mogen hebben. Maar juist in een plurale samenleving mag de overheid niet zelf – via haar ambtenaren – onderscheid maken tussen burgers.

En verder herhaal ik mijn pleidooi om het burgerlijk huwelijk te deritualiseren en de verdere ceremonie aan de rituele markt over te laten. De hedendaagse BABS-en kunnen zich daar met dezelfde overgave en voldoening beschikbaar stellen voor een mooie trouwdag, maar dan niet namens de overheid. Als een van hen dan geen homo’s, hetero’s, of roodharigen wil bedienen, heb ik daar veel minder moeite mee dan wanneer ze dat doen als dienaar van de overheid.


woensdag, 9 november 2011

Astrid Kuiper

Astrid Kuiper

Hyves Twitter

Vaste camera's gaan uit in Amsterdam OOST!

In amsterdam, eerste, flexibel, gevaar, groenlinks, inzet, privacy, problemen, raad, en meer.
http://amsterdamoost.groenlinks.nl/


Vaste camera’ gaan uit in de Indischebuurt.

Na jarenlange inzet van GroenLinks is het zover. Het vaste cameratoezicht in Oost stopt op 1 september 2012. Daardoor is er ruimte voor gerichte oplossingen voor buurten waar de veiligheid beter kan. Op 8 november 2011 is daarvoor een amendement aangenomen, gesteund door bijna de hele raad. GroenLinks raadslid Marija Davidovic: “We zouden raar staan te kijken als de brandweer de gordijnen blust om te laten zien hoe hard ze werken, als binnen de vlam in de pan staat.” De eerste vraag is wat het probleem is en pas dan een oplossing daarvoor zoeken. Nu is het nog te vaak andersom: we hebben een stoer ogende oplossing, waar zullen we die toepassen’.

Dankzij de inzet van GroenLinks ligt er sinds februari 2011 een Integraal Veiligheidskader, een primeur in Amsterdam. Wanneer dan de buurtveiligheidsplannen (samen met de buurt!) zijn opgesteld, weet de raad welk probleem het meest speelt per buurt én welk instrument daar het beste voor is. Voor GroenLinks geldt: die paar mensen die de veiligheid in gevaar brengen goed aanpakken, zonder dat de rest daar last van heeft.

Camera’s of juist menselijk toezicht?
De wet verplicht het stadsdeel om eerst andere oplossingen te bedenken. Fractievoorzitter Astrid Kuiper: “De kosten van cameratoezicht zijn namelijk erg hoog, in termen van geld en in termen van privacy. Het project in de Indische Buurt alleen al kost per jaar €290.000,-“. Van dat geld kunnen maar liefst vijf medewerkers worden ingezet door het stadsdeel - ook buiten de Indische Buurt als nodig. Medewerkers blijven flexibeler dan welke flexibele camera ook. Pas als andere oplossingen niet werken, kunnen we kijken of cameratoezicht daarvoor wel werkt. Flexibel cameratoezicht lijkt daarbij, volgens de eeste Amsterdamse evaluatie minder negatieve gevolgen te kennen dan vast cameratoezicht.


En wat als camera’s ook niet werken?

Cameratoezicht kan, onder bepaalde omstandigheden én voorwaarden, wel een meerwaarde hebben. Daarover moeten we eerst goede afspraken maken - wanneer hangen we ze op en wanneer halen we ze weg. Camera’s zijn niet bedoeld als een permanente graadmeter van de buurt, maar om acute, ernstige problemen het hoofd te bieden waar het niet anders kan. In heel Oost. En als óók camera’s niet de oplossing blijken, dan moeten de camera’s weg en verder gezocht naar een andere oplossing. Zo krijgen bewoners van Oost met GroenLinks een oplossing die werkt.



Noot voor redactie:
Voor vragen kunt u contact opnemen met:
Marija Davidovic (groenXLinks@gmail.com) of
fractievoorzitter Astrid Kuiper (06-50227952, info@astridkuiper.nl )

woensdag, 26 oktober 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

Breng de camera de rechtbank in!

In democratie, kenniskloof, veiligheid, beslissingen, burger, burgers, de telegraaf, delen, frans, en meer.

Veel Nederlanders vinden dat er zwaarder gestraft moet worden. Ze krijgen van de koppen van De Telegraaf mee wat er zoal in Nederlandse rechtbanken gebeurt. Ze blijven over met het gevoel dat “D66-rechters” met hun softe opstelling de veiligheid van hen en hun kinderen in gevaar brengen door de ene na de andere kinderlokker, moordenaar of loverboy met een taakstraf naar huis toe te sturen.

Als mensen meelopen met een rechtzaak en dezelfde informatie krijgen als een rechter dan geven ze gemiddeld een lagere straf dan de rechters zelf. De roep om zwaardere straffen is in de magistratuur goed aangekomen. Rechters en aanklagers nemen steeds vaker de maatschappelijke impact van een misdrijf mee in de straf of de eis. En toch heeft de Nederlandse burger nog steeds het gevoel dat er te licht gestraft wordt.

Er is binnen de Nederlandse rechtsstaat een epistemische kloof, een kenniskloof. Een belangrijke voorspeller van of mensen zwaardere straffen of een hardere aanpak van criminaliteit voorstaan, is hun opleidingsniveau: lager-opgeleiden zijn vaker voorstander van de doodstraf en hebben minder vertrouwen in rechters dan hoger-opgeleiden. Het onderscheid tussen hoger- en lager-opgeleiden is in plain sight:* lager-opgeleiden begrijpen, vanwege hun kortere opleiding en een gebrek aan sociaal kapitaal minder van complexe maatschappelijke fenomenen als politiek of rechtsspraak. Ze weten gewoon niet wat er in de rechtzaal gebeurt. Ze hebben geen idee hoe een straf tot standkomt: immers als Henk en Ingrid een rechtzaak volgen, in een soort burgerjury, dan straffen ze gemiddeld lager dan rechters dat doen. Maar in de ge-emancipeerde samenleving mag de mondige burger wel een mening hebben over wat er in de rechtzaal gebeurd, zelfs als die zwak onderbouwd is, en heeft hij het volle recht om op partijen te stemmen die oproepen rechters te dwingen nog zwaarder te straffen.

De vraag is hoe we deze kenniskloof kunnen overbruggen. Jury-rechtsspraak zou kunnen helpen: burgers worden dat gedwongen opgenomen in de rechtsgang en moeten zelf oordelen over een zaak. Dit lijkt me te rigoreus: je offert de expertise en de neutraliteit van de rechter en daarmee het principe van een fair trial op voor  volksopvoeding. Ik geloof niet dat burgers betere rechters zijn dan rechters zelf, sterker nog: we willen juist het gebrek aan oordeelkundigheid van de burger aanpakken.

Onderwijs is ook een oplossing. Naast media-training, Frans, Duits, wiskunde en verzorging moeten middelbare scholieren ook een inleiding in het recht krijgen. Het fascinerende probleem is natuurlijk dat het onderscheid tussen hoger- en lager-opgeleiden is dat de tweede groep veel minder gevoelig is voor klassikaal onderwijs. Daarom zijn deze mensen lager-opgeleid. Je zou daarom misschien als onderdeel van de middelbare school iedere leerling naar een rechtbank kunnen sturen zodat ze een beeld kunnen krijgen van de rechtsgang dan uit stoffige boekjes. Dat lijkt me een goede investering (alhoewel niet helemaal Dijsselbloem-proof), maar de vraag is of een eenmalig bezoek van een snel-afgeleide puber deze kloof kan overbruggen.

Een interessante oplossing las ik vanochtend in De Volkskrant. Naar aanleiding van de integraal op televisie uitgezonden zaak-Wilders (“rechtzaak van de eeuw”) stelde een commissie voor om de televisiecamera een grotere rol te laten spelen in iedere rechtszaal. Echter, zo waarschuwde de commissie: Court TV was voor hen een stap te ver. Het was niet de bedoeling om nog meer sensatiebeluste journalisten in de rechtszaal toe te laten en 24/7 uit te zenden vanuit de rechtszaal. Maar wat is daar mis mee? Je zou je kunnen voorstellen dat rechters juist door de publieke aspecten van rechtsgang  met een zo groot mogelijk publiek te delen begrip voor hun beslissingen kunnen kweken. Je zou dat kunnen koppelen de mogelijkheid (om virtueel) mee te lopen met een zaak of een afgesloten zaak stap voor stap te volgen. Ik denk dat Court TV, een soort Rechtbank 24, naar analogie van Politiek 24, een interessante manier is om de kenniskloof over de rechtbank (deels) te overbruggen.

De huidige ontwikkeling in de rechtsstaat zit vol van tegenstellingen: rechters en aanklagers worden steeds gevoeliger voor argumenten uit de maatschappij, maar door de camera uit de rechtzaal te weren maken zij de maatschappij niet gevoelig voor hun argumenten.

* Vaak wordt de groeiende kloof tussen hoger – en lageropgeleid ten onrechte gekoppeld aan een verschil in belangen tussen de lager-opgeleide onderklasse, die de internationale concurrentie voelen en de hoger-opgeleide bovenklasse, die een zeker perspectief heeft op werk. Als iemand een tijdje mee loopt op de universiteit (de werkplek van hoger-opgeleiden bij uitstek) zal hij zien dat er geen andere werkplek is met zo’n hoge internationalisering en baanonzekerheid als deze.

vrijdag, 21 oktober 2011

Ulbe Spaans

Ulbe Spaans

Twitter

1…2…3…,”oeps” .., “HELP !”…… , ”verzin een list”!

In politiek, list, minister donner, politiek, ro, weer, werk, westland, beleid, en meer.

Ooit was er een goed idee.
Al die ruimtelijke plannen en procedures duren zo lang en het zijn er zo veel.
“Kan dat niet sneller” ?
Als er eens een commissie van specialisten wordt benoemd die dat doorakkeren. Scheelt tijd. Tijd is kostbaar en bovendien zitten burgers en ondernemers vaak met smart te wachten op toestemming.
Als men dan ook in zo’n bestuurscommissie kan besluiten of zo’n plan er “door komt” dan gaat alles sneller en wordt de gemeenteraad ontlast.
Tot zover nog steeds een goed idee.

Toen ging de coalitie tellen.
1…2…3……oeps …HELP !!!!!

Wat was het geval.
De oppositie had meer leden in de bestuurscommissie ruimte.

“Oh jee”
….
“ Maar………,dan kan de oppositie het beleid op ruimtelijk gebied bepalen”. 

Een “groot gevaar” lag voor het Westland op de loer.
Al die toekomstige solex toerbedrijven,……. tapijthallen,……siertegel-showrooms,caravan stallingen……al die projecten die; al dan niet bij hoge uitzondering, in het  buitengebied nog  “zouden moeten gerealiseerd kunnen worden” lopen zo een enorm groot gevaar.
Want de oppositie kan dat dan tegenhouden.

 “VERZIN EEN LIST”!!!!        “Als we nu het aantal zetels in de raad laten bepalen hoe zwaar een stem telt in die bestuurscommissie”.
( “Gewogen stemmen”, heet dat zo mooi.)

“ Jaaaaaaaa, dan zijn we weer de baas.”

“Mag dat wel” ???

 ”Nou” ……

In 2008 was er eens een brief van Minister Donner langsgekomen waarin hij aangaf dat het niet is toegestaan om ”een systeem van  gewogen stemmen in de raadscommissie te hanteren”.

 “Jaha…. maar daar staat raadscommissie en niet bestuurscommissie”.
 
“Dus het mag”…… “echt”……….? 

Na een discussie in de raad, waar de oppositie aangaf dat dit natuurlijk niet mogelijk was, besloot men het aan de Minister te gaan vragen. ( Ja, serieus)

En zo werd er een brief aan Minister Donner geschreven .
Beste Minister, ………..mag dit wel? … of zoiets.          

Ambtenaren van het ministerie hadden na ontvangst van de brief voor de zekerheid nog even contact met de gemeente Westland opgenomen.Waarschijnlijk om te controleren of het géén grap was maar werkelijk een serieus verzoek. Toen men in de gaten had dat dit dus inderdaad een serieus verzoek was ging men aan het werk. Wat zullen ze een plezier gehad hebben tijdens hun vrijdagmiddagborrel.

Recent is het antwoord van de minister binnengekomen.
Is het een erg grote verrassing als ik u vertel dat de Minister aangaf :
                                     “dat het niet mag”?

Maar…. hoe zit het nu met die bestuurscommissie?
Dat was toch een goed idee?

Nou, ……….er is een nieuw vergadersysteem ingevoerd.
En daarmee is er weer een commissie Ruimte ingevoerd.
En daarmee zijn er ook weer regels ingevoerd.
En één regel luidt:
“In een commissie wordt niets besloten.”
“Besluiten worden  in de raad genomen”

 En in die raad tellen de coalitiepartijen:  …1….2….3……….HOERA!
( “Pfff…..wat een opluchting……..heerlijk, die fractiediscipline” )

Ulbe


woensdag, 12 oktober 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Maidenspeech over de ID kaart

In id-kaart, vingerafdrukken, eerste kamer, identificatieplicht, groenlinks, algemeen, burger, burgers, debat, en meer.
Gisteren mocht ik mij maidenspeech houden in de Eerste Kamer.
Hieronder de belangrijkste passages. De hele tekst vind je op de site van de GroenLinks Eerste Kamerfractie.

Mijnheer de voorzitter,

Ik ben niet arrogant, ik ben pedant. Een betweter. Zo omschreef de bekende culinair journalist Johannes van Dam zichzelf in een interview met het Parool van afgelopen weekend. Het onderscheid zat er wat hem betreft in dat je arrogant bent wanneer je je beter voelt dan een ander, terwijl je wanneer je het echt beter weet, en dat wilt laten zien, slechts pedant bent.
Zonder uitgebreid te willen ingaan op het verschil tussen betweterigheid en arrogantie, durf ik wel te stellen dat het kabinet zich met dit wetsvoorstel zowel betweterig als arrogant toont: het kabinet denkt het beter te weten én lijkt zich daarbij verheven te voelen boven zorgvuldigheidsnormen en gezaghebbende oordelen.
(..)
Dit wetsvoorstel is in een periode van drie weken langs de Raad van State en de beide kamers van de Staten Generaal gejast. Met stoom en kokend water. En waarom? Omdat de minister blijkbaar niet voorbereid was op de uitspraak van de Hoge Raad, terwijl deze gelijkluidend was aan de uitspraak van het Hof Den Bosch, nu een jaar geleden. En omdat de minister blijkbaar koste wat het kost de gevolgen van de uitspraak teniet wil doen, zo nodig zonder inhoudelijke discussie. Het gevolg is dat het debat vooral gaat over de formele juridische vraag of het wetsvoorstel juridisch in orde is; of op basis van een andere heffingsgrondslag wel leges kan worden geheven voor de ID-kaart.
(..)
Wat hierbij overigens opvalt is dat de gierende spoed die de regering aan de dag legt naar aanleiding van de Hoge Raad uitspraak alleen de financiële gevolgen van de uitspraak betreft. Want waarom, voorzitter, gaat de minister niet met dezelfde spoed te werk om een eind te maken aan de verplichte afname van vingerafdrukken ten behoeve van de identiteitskaart, nu deze kaart ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad niet in de eerste plaats gezien mag worden als reisdocument? Is het niet zo dat daarmee de grondslag van het verplicht afnemen van vingerafdrukken ten behoeve van de ID-kaart is weggevallen?
(..)
De terugwerkende kracht die aan het wetsvoorstel wordt verbonden is wat de GroenLinks fractie betreft onbehoorlijk. Een betrouwbare overheid legt niet met terugwerkende kracht belastende maatregelen op aan burgers. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering gemaakt worden op dit uitgangspunt, maar dan moet daar een zeer goede reden voor zijn. In zijn antwoord aan deze kamer doet de minister het voorkomen alsof het onderhavige wetsvoorstel voldoet aan alle criteria waarop het gerechtvaardigd kán zijn terugwerkende kracht aan een belastingmaatregel toe te kennen. Er zou sprake zijn van een regeling die beoogt misbruik of oneigenlijk gebruik tegen te gaan; snel ingrijpen zou nodig zijn voor een rechtvaardige belastingheffing; er zou sprake zijn van een evidente omissie in een wet die leidt tot duidelijk onbedoelde gevolgen; terugwerkende kracht zou nodig zijn omdat burgers anders maatregelen treffen waardoor de regeling haar beoogde effect ontbeert, et cetera.
Alsof burgers die een gratis ID-kaart aanvragen halve criminelen zijn die de andere, brave burgers opzadelen met de enorme financiële gevolgen van hun oneigenlijk gebruik.
En het is nogal wat om de consequentie van het onverbindend verklaren van een wettelijke bepaling door de Hoge Raad te betitelen als een evidente omissie in de wetgeving.
Je zou het arrogant kunnen noemen.
(..)

Het kabinet denkt het beter te weten dan de Hoge Raad. Met een formele, technische reparatiewet wil het de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad teniet doen. De inhoudelijke argumentatie van de Hoge Raad wordt daarbij genegeerd. (..) (de minister lijkt) een insteek te kiezen die diametraal tegenover het oordeel van de Hoge Raad staat. In zijn antwoorden aan deze kamer stelt de minister zonder meer dat de kaart wordt verstrekt ten behoeve van de aanvrager, terwijl de Hoge Raad nu juist had geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat de aanvraag van een ID-kaart naar zijn aard in overheersende mate verband houdt met een individualiseerbaar belang, nu deze hoofdzakelijk ten dienste staat aan de algemene draag- en toonplicht, en daarmee aan het algemeen belang. En waar de Hoge Raad tot de conclusie komt dat het verstrekken van een ID-kaart niet als een dienst kan worden beschouwd , spreekt de minister weliswaar niet van een dienst, maar wel van een product, waarmee wederom de suggestie wordt gewekt dat de kaart er ten dienste van de burgers is in plaats van ten dienste van het algemeen belang.

Voorzitter, ik kom bij de hamvraag. Is het gerechtvaardigd dat de overheid – en daarmee de belastingbetaler- de kosten van het verstrekken van de ID-kaart draagt? Laat ik vooropstellen dat het diametraal tegenover elkaar zetten van de aanvrager die profiteert van een gratis ID-kaart en de belastingbetaler die moet opdraaien van de kosten miskent dat we het hier grosso modo over een en dezelfde burger hebben.

Maar ook wanneer het niet om een en dezelfde burger gaat is er veel te zeggen voor het kosteloos verstrekken van de kaart. Want wie schiet er wat mee op dat bijvoorbeeld een dakloze- die op basis van zijn leefwijze meer dan gemiddeld gevraagd zal worden zich te legitimeren- keer op keer wordt beboet omdat hij geen geld heeft om een identiteitsbewijs aan te schaffen en zich dus niet kan legitimeren? Niet alleen zijn de kosten van de handhaving in dit soort gevallen vele malen hoger dan de kosten van het verstrekken van een gratis ID-kaart, ook worden mensen nodeloos gecriminaliseerd.

En ook de zogenaamde darkspot jongeren, die geen toegang hebben tot werk of inkomen omdat ze geen ID-kaart hebben, en geen ID kaart hebben omdat ze geen geld hebben, zouden erg geholpen zijn met een gratis ID-kaart.

Maar ook afgezien van het belang voor deze bijzondere kwetsbare groepen is het antwoord op de vraag of de belastingbetaler moet opdraaien voor de kosten van de ID-kaart een volmondig ja. Dat is namelijk wat we in dit land doen met kosten die ten behoeve van het algemeen belang gemaakt worden: die worden uit de algemene middelen betaald, en opgebracht door de belastingbetaler. (..) Als we dat niet willen is er een eenvoudige oplossing: het afschaffen van de algemene identificatieplicht. GroenLinks vindt u daarvoor aan uw zijde. Een ieder die de algemene identificatieplicht wil handhaven, zal daarvan echter de consequenties moeten aanvaarden, en de kosten ervan voor lief moeten nemen.

Mijnheer de voorzitter,

Net als Johannes van Dam vind ik mijzelf niet arrogant.
Maar op het gevaar af dat ik reeds naar aanleiding van mijn maidenspeech als pedant of betweterig wordt gezien, durf ik wel te stellen dat ik het in dit geval beter weet: dit is geen goed wetsvoorstel.


Helaas ging de SGP, die zich eerder op hetzelfde principiele standpunt leek te stellen als de rest van de oppositie, aan het einde van het debat akkoord met een toezegging van minister Donner dat de paspoortwet uiterlijk de eerste helft van 2012 bij de Tweede Kamer zal worden ingediend. In de paspoortwet moet de status van de ID-kaart definitief geregeld worden, en daarbij zal ook de discussie over de financiering weer aan de orde kunnen komen. Dat is ook het moment waarop de basis voor het afnemen van vingerafdrukken komt te vervallen, aldus de minister. Maar zoals ik in het debat al zei: als GroenLinks fractie denken wij dat de minsiter daar nu al stappen in kan zetten. Mogelijk komen we op dat punt binnenkort dan ook met schriftelijke vragen.

donderdag, 6 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Ben je relativist of fundamentalist? Geen normen maar waarden!

Het begrip fundamentalisme is rond 1920 ontstaan en had betrekking op behoudende christenen in de Verenigde Staten die protesteerden tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Vandaag denken we bij fundamentalisme vooral aan moslims die geweld gebruiken. Zo wordt in de massamedia gesproken over ‘moslimterrorisme’. Een merkwaardig begrip.

Denk aan Noord-Ierland. Was de IRA een vertegenwoordiger van ‘rooms-katholiek terrorisme’? En was het door dominee Paisley gelegitimeerde geweld ‘terrorisme op gereformeerde grondslag’? En gaf de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig in Duitsland uiting aan ‘socialistisch terrorisme’? En recenter: is de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een ’christelijk-historische terrorist’?

Hoe absurd het ook klinkt, misschien moeten we dit niet te snel ontkennen. Elk geloof en elke ideologie kent het gevaar te ontsporen. Het kan ons een spiegel voorhouden. Als ideologisch of religieus gedreven mens, balanceer je – als het je tenminste menens is – voortdurend tussen fundamentalisme en relativisme.

Nu kan relativeren beslist geen kwaad. Ook Jezus was een meester in het relativeren (terwijl een groot aantal van zijn volgelingen dat wel eens vergat of vergeet). Jezus relativeerde niet alleen wetten en regels, maar ook het verschil tussen joden en heidenen: de gelovigen en de andersgelovigen in zijn tijd.

Deze kritische (profetische) boodschap – die haaks staat op de menselijke neiging om te denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ – tref je ook aan in de Joodse Bijbel (voor christenen: het Oude Testament). Daarin wordt in talloos veel verhalen verteld dat juist een buitenstaander (denk aan de prostituee Rachab) of een underdog (denk aan de herdersjongen David) een cruciale rol speelt om toekomst mogelijk te maken. Moraal van het oeroude verhaal: zonder de inbreng van vreemdelingen en rare snuiters geen heil voor ’het volk van God’ en uiteindelijk de hele schepping.

Jezus én de joodse traditie waaruit hij voort is gekomen: de appel valt niet ver van de boom. De les die de joodse en de christelijke traditie ons voorhoudt, vertelt dat we de wereld niet zomaar mogen opdelen in gelovigen versus ongelovigen, in ‘wij’ versus ‘zij’. Het bijbels geïnspireerde geloof dat God (‘de Levende’) onze menselijke fixaties wil openbreken, kan mensen behoeden om fundamentalist te worden, of aanhanger van een politieke leider die alles zwart-wit presenteert. Zo blijft (of wordt) de Bijbel voor mensen een bron van vrede en humaniteit. Misschien moeten juist ook gelovigen zelf veel meer oog krijgen voor deze rode draad van humaniteit en grensoverschrijding in hun heilige boeken.

Worden we daarmee allemaal liberale relativisten? En hoe verstandig is relativisme in een wereld van ongebreideld kapitalisme, ecologische crisis en groeiende private rijkdom die gepaard gaat met publieke armoede? Nee, niet alleen fundamentalisme maar ook relativisme is gevaarlijk: gemakzucht en onverschilligheid die vaak conservatief van aard is (denk aan de dominante stromingen binnen CDA en VVD) maar zich soms ook progressief voordoet.

Voorzichtigheid troef, aangevuld met wat symboolpolitiek om ‘vreemde rituelen van achterlijke gelovigen’ aan te pakken. Dat is de dood in de pot. Daarom zijn passie en compassie zo hard nodig in de politiek. Praat niet langer over normen (nieuwe verboden voor minderheden onder het mom ‘Doe toch eens normaal man’). Nee, bedrijf liever politiek vanuit inspirerende en dieper liggende waarden.  

Als dat gebeurt kunnen relativisten zich weer laten aanspreken door politieke partijen met een herkenbaar politiek fundament. En mensen die vatbaar zijn voor fundamentalisme en xenofobie kunnen hun gevoelens van onbehagen dan hopelijk weer wat relativeren. Niet 150 boerka dragende vrouwen in Nederland zijn het grootste maatschappelijk probleem, wel het feit dat jonge migranten minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en dat de aarde opwarmt door CO2-uitstoot. Ja, vooral dát zou niet langer gerelativeerd moeten worden! 

Gooi daarom de joodse en christelijke traditie niet te grabbel zodat populisten als Wilders ermee aan de haal gaan. Of zodat conservatieven – denk aan het CDA - deze waardevolle inspiratiebronnen voor hun eigen politieke karretje spannen. Het ‘geroepen zijn’ om bruggen te bouwen en mee te werken aan de ‘voltooiing van de schepping’ is immers bij uitstek een opdracht voor groene en linkse politiek.


vrijdag, 23 september 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Nationalisme of heil voor de wereld

Column verschenen in Christelijk Weekblad, 22 september 2011.

In tijden van spanning neemt het nationalisme toe. Mensen hebben sowieso al de neiging om naar soortgenoten toe te trekken. We vinden anderen die op ons lijken bij voorbaat aardiger, slimmer, beter dan wie ons vreemd is. Dat heet de etnocentrische reflex. Een reflex: we denken er niet bij na maar zoeken instinctief aansluiting bij de groep waar we het meest mee delen. Of het nu uiterlijk is, kleding, gedrag, religie, of wat dan ook. Waarschijnlijk is het dezelfde neiging die we zien bij kuddedieren. Zebra’s bijvoorbeeld, die het veiligst zijn in de groep soortgenoten omdat dan de leeuwin alleen de massa ziet en niet die ene prooi kan onderscheiden.

Die etnocentrische reflex wordt bij gevaar alleen maar groter. Dan komt het er op aan en dan moeten dus ook de gelederen gesloten worden. Het is dan ook niet zo vreemd dat in de geschiedenis antisemitisme en homofobie vaak hand in hand gaan. Wanneer het economisch moeilijker was of  oorlog dreigde, zocht de spanning in de samenleving een uitweg ten koste van de ‘vreemdeling’. De groepsreflex richt zich tegen wie anders is.

Het is dus ook niet vreemd dat de laatste tien jaar het nationalisme ook in Europa zo gegroeid is. Elf september 2001 werd direct gevolgd door de War on terror met een zwart-wit wereldbeeld, en daaroverheen kwam de wereldwijde onzekerheid van de financiële crisis. Een makkelijke voedingsbodem voor de neiging om ons terug te trekken in de veiligheid van onze eigen soort. Alle problemen die er zijn, worden toegeschreven aan ‘de anderen’. Grenzen worden aangescherpt, muren opgetrokken. In dat klimaat wordt Europa een gevaar en de ‘internationale rechtsorde’ een dwaas idee. In plaats daarvan klinkt de roep om de ‘nationale identiteit’ – wat die ook precies wezen mag – te versterken en te beschermen tegen te veel verwaterende invloeden. Als wij het in Nederland maar voor elkaar hebben en alle vreemde smetten buiten de deur kunnen houden.

Natuurlijk zijn ook in de religie deze neigingen te herkennen, want religie is symbolisch gekristalliseerde levenswijsheid. In alle tradities komen we pogingen tegen om vooral aan de oude patronen vast te houden en zich af te zetten tegen andersdenkenden. Deze radicale stemmen menen dat ze als enige de goddelijke waarheid verstaan hebben en daarom anderen wel moeten veroordelen. En helaas moeten we constateren dat in verschillende stromingen deze stemmen weer de overhand hebben. Conservatieve theologen zijn er vaak goed in om de grenzen scherp te trekken en duidelijk te maken wie er allemaal buiten valt.

Er is echter ook een andere beweging, een die het heil van de hele wereld op het oog heeft. Theologen als Van Ruler schreven lang geleden al dat het God om de hele wereld gaat, en niet alleen om Israël of om de kerk. Als de bijbel zegt dat het volk van God is  uitverkoren tussen alle andere volken, dan betekent dat niet ten koste van alle volken, maar juist omwille van alle volken. Geen enkele reden om de ander uit te sluiten, maar juist om alle ruimte te maken voor de ander, voor de vreemdeling. Dat is onze roeping. Juist die boodschap is vandaag de dag broodnodig, dwars tegen onze etnocentrische reflexen in.

De kernvraag, zowel in de theologie als in de politiek, is wat de horizon van ons denken is. Zijn we uit op het goede leven (‘heil’) voor onze eigen groep en land, of gaat het ons om de wereld als geheel? Zijn we tevreden als we ons eigen hoekje op orde hebben, of beseffen we dat elke oplossing te kort schiet die niet de hele wereld in ogenschouw neemt? Of het nu in theologische taal wordt gezegd of in politieke, de weg van het nationalisme loopt altijd dood. We zijn deel van de wijdere wereld, of we dat nu willen of niet. Nationalisme is de reflex van de angst; onze toekomst ligt in een open houding tot de wereld.


donderdag, 15 september 2011

Koen Martens

Koen Martens

Linkedin Last.fm

brandbrief van nationale hackergemeenschap inzake ICT-beveiliging overheid

In dutch, nationaal, gevaar, het volk, ict, informatie, internet, klimaat, media, en meer.

Zojuist is onderstaande brandbrief in de ronde tafel van de commissie BiZa van de Tweede Kamer uitgereikt. De hackerspaces en organisaties van Nederland spreken zich hier expliciet uit over het gebrek aan besef van ICT-beveiliging bij de Nederlandse overheden. De brief is opgesteld en ondertekent door alle Nederlandse hackerspaces en drie organisaties die de Nederlandse hacker-community verenigen. De brandbrief is tevens verstuurd aan de landelijke media. Wij hackers zijn het simpelweg zat om keer op keer te moeten vernemen dat bij de implementatie van grote ICT overheidssystemen kinderlijke vergissingen worden gemaakt die de privacy van burgers aantast en soms zelfs tot gevaar voor mensenlevens lijdt.

De verenigde Nederlandse hackerspaces en organisaties
Postbus 503
2501 HJ Den Haag

Aan: de leden van de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Betreft: brandbrief van nationale hackergemeenschap inzake ICT-beveiliging overheid

Den Haag, 15 september 2011

Zeer geachte leden van de vaste Tweede Kamercommissie BiZa,

De Nederlandse hackergemeenschap, vertegenwoordigd door de ondergetekende
organisaties, maakt zich zorgen over de beveiliging van ICT-systemen van de
Nederlandse overheid. Keer op keer zien wij hoe basale beveiligingsprincipes
niet worden toegepast binnen bestaande en nieuwe ICT-systemen.

Recente voorbeelden zijn de kwestie rond Diginotar en de SSL-certificaten, de
OV-chipkaart, het elektronisch patiëntendossier (EPD) en nog vele andere
systemen en omgevingen. Wij hebben een omvangrijke lijst van voorbeelden van
overheidssystemen die persoonsgegevens bevatten of persoonsgegevens vragen aan
burgers waar de beveiliging niet op orde is.

Dit zijn geen ingewikkelde hacks, maar fouten die mensen zonder opleiding
kunnen misbruiken. Daarvoor is standaard programmatuur op internet voorhanden.
Het gaat om elementaire beveiligingsprincipes die structureel niet worden
toegepast en een blind vertrouwen in techniek, gestoeld op onvoldoende begrip
van de risico's. Audits en certificeringen zijn papieren tijgers. Er wordt
onvoldoende gekeken naar de systemen zelf en blind vertrouwd op verklaringen
van bijvoorbeeld de ontwikkelaars.

Er wordt niet voldoende getoetst of de beloftes van ICT-bedrijven ingehuurd
door de overheid realistisch zijn en worden nagekomen. Adequate bescherming van
databanken met persoonsgegevens is onvoldoende gewaarborgd. Er wordt niet
nagedacht over mogelijk misbruik van nieuwe systemen. Tegelijk worden aan de
overheid gelieerde instanties zoals het College Bescherming Persoonsgegevens
(CBP) en GOVCERT in onvoldoende mate betrokken bij ICT-trajecten.

De hackergemeenschap voelt zich geroepen deze zaken aan de kaak te stellen.
Echter, er heerst op dit moment een klimaat waarin de boodschapper wordt
gestraft en de betreffende departementen en bedrijven niet tot verantwoording
worden geroepen. Wij zijn daarom terughoudend in het delen van informatie over
deze beveiligingslekken.

Wij maken ons zorgen over het feit dat de beveiligingslekken dermate elementair
zijn, dat het vrijwel zeker is dat mensen met kwade bedoelingen zich hiervan
bewust zijn en deze fouten kunnen uitbuiten. Zoals de recente kwestie met de
Iraanse overheid heeft laten zien.  Wij roepen derhalve op om de kwestie
Diginotar niet als incident te zien, maar als een symptoom van een gebrek aan
controle op de veiligheid van ICT-systemen bij de overheid. Het is tijd dat de
leden van de Tweede Kamer, zij die het volk vertegenwoordigen en geacht worden
het volk te behoeden voor dit soort vergissingen, zich realiseren dat er sprake
is van een structureel probleem.

De Nederlandse hackergemeenschap beschikt over de kennis en kunde met
betrekking tot bovengenoemde zaken, en deelt deze graag met de
volksvertegenwoordigers.

Hoogachtend,

Koen Martens
Namens de verenigde Nederlandse hackerspaces en organisaties:

Stichting Hack42 te Arnhem
Stichting ACKspace te Heerlen
Stichting TkkrLab te Enschede
Stichting Bitlair te Amersfoort
Stichting Revelation Space te 's-Gravenhage
Stichting Randomdata te Utrecht
Stichting Frack te Leeuwarden
Stichting Sk1llz te Almere

Stichting eth0
2600nl.net
Stichting HXX

maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


dinsdag, 6 september 2011

Paul van Grieken

Paul van Grieken

Twitter

Vragen om aandacht

In politiek, schriftelijke vragen, ambtenaren, bestuur, conclusie, democratie, gevaar, groenlinks, helaas, en meer.

Vandaag publiceerde NRC.next uitgebreid over het fenomeen ‘Kamervragen’. “De kamervraag is vooral een vraag om aandacht” kopte NRC.next bij wijze van conclusie. Helaas zien we in stadsdeel Zuid hetzelfde mechanisme: schriftelijke vragen zijn vaak vragen om aandacht.

Er zitten nare gevolgen aan vragen om aandacht. De ambtenaren die de beantwoording ter hand moeten nemen, zijn niet gemotiveerd als zij denken dat hun antwoord er toch niet toe doet. De vragen worden immers niet gesteld om antwoord te krijgen, maar om aandacht te krijgen. Het is dus niet verwonderlijk dat zij de beantwoording voor zich uit schuiven en niet de kwaliteit leveren die mag worden verwacht. Als het antwoord er niet toe doet, hoeft het verantwoordelijk bestuur zich ook geen politieke zorgen te maken over die trage of matige kwaliteit van beantwoording.

Raadsleden moeten toezicht houden op het bestuur en daarvoor moeten zij goed (en dat is niet per se véél) geïnformeerd zijn. De manier waarop raadsleden gebruik maken van hun recht op vragen stellen speelt hierin een belangrijke rol. Doen zij dat niet serieus, dan zullen de antwoorden ook niet serieus zijn. Gevolg is dat toezicht niet meer goed mogelijk is; een slechte zaak voor de democratie.

Dat de beantwoording van schriftelijke vragen ook in stadsdeel Zuid steeds minder serieus werd genomen, bleek vorig jaar toen de beantwoordingstijd buitensporig opliep. Nadat voor GroenLinks – na lang aandringen op verbetering – de maat vol was en eind mei 2011 een motie van afkeuring indiende, veranderde deze achteloosheid van het stadsdeelbestuur. Was de gemiddelde beantwoordingstijd voor vragen ingediend tot 1 juni 2011 nog 72 dagen, na 1 juni 2011 moest nog maar 31 dagen worden gewacht op het antwoord. Met wat marge is dat wat mij betreft binnen de tijd van vier weken. Bovendien vraagt het dagelijks bestuur nu netjes om uitstel van beantwoording, als het niet binnen vier weken lukt.

Het gevaar echter dat schriftelijke vragen niet serieus worden genomen blijft bestaan. Dat komt omdat bijna de helft van alle ingediende vragen afkomstig is van een partij met één zetel (zie tabel hieronder). En die vragen lijken meer bedoeld om aan de buitenwereld te laten zien dat die partij ‘iets gedaan heeft’, dan dat de vragensteller daadwerkelijk geïnteresseerd is in het antwoord.

Dankzij GroenLinks en zijn motie van afkeuring worden schriftelijke vragen in stadsdeel Zuid weer serieus genomen. Nu moeten ook de vragenstellers zich blijven realiseren, dat hun vragen een maatschappelijk belang moeten dienen en niet alleen maar hun persoonlijk verlangen naar aandacht.

 

Aantal keer dat politieke partijen in stadsdeel Zuid schriftelijke vragen indienden (mei 2010 tot september 2011):

D66 6
D66/VVD 3
GroenLinks 4
GroenLinks/SP 2
GroenLinks/VVD 1
PvdA 1
SP 8
VOZ 26
VVD 1
ZPB 2
Totaal 54

 

woensdag, 3 augustus 2011

Pepijn Oomen

Pepijn Oomen

Hyves Twitter GR

Actie voor meer studenten- en starterswoningen gewenst!

In nijmegen, artikel, binnenstad, coalitieakkoord, college, d66, europese, gevaar, groenlinks, en meer.
Actie voor meer studenten- en starterswoningen gewenst!

Uit een artikel in De Gelderlander bleek vandaag dat van de 1700 studenten die volgende maand een kamer in Nijmegen willen gaan betrekken, slechts 75 geholpen kunnen worden door de Stichting Studentenhuisvesting. De markt voor studenten en de markt voor starters zit potdicht. D66 en GroenLinks hebben hierover vragen gesteld aan het college.

Op 29 juni jl. merkte de wethouder Wonen in de krant op dat de kamernood te beteugelen zou zijn door de geplande bouw van 1100 extra kamers. Dit staat volgens D66 en GroenLinks in schril contrast met de 1625 studenten die dit jaar al niet bediend kunnen worden door de SSHN en hun heil moeten zoeken op de particuliere markt: aangezien de SSHN al sinds jaar en dag 25 procent van de totale studentenpopulatie bedient, zouden er minstens 425 woningen aan eerstejaars te vergeven moeten zijn. Met de huidige groeiende studentenpopulatie en nauwelijks enige groei op de particuliere markt dreigt er een groot probleem voor de nieuwe lichting studenten.

Bovendien hebben GroenLinks, de PvdA en D66 in het coalitieakkoord afgesproken dat er in de komende jaren minstens 2000 studentenwoningen gerealiseerd moeten worden. Pepijn Oomen (GroenLinks): “De vraag is waarom het college van deze afspraken wil afwijken, zeker gezien de problemen.” D66 en GroenLinks hebben daarom gevraagd of het aantal van 1100 woningen wel voldoende is.

Daarnaast zit de particuliere huurmarkt vast. De Europese regelgeving dat sociale huurwoningen alleen nog verhuurd mogen worden aan minima kan een nadelig effect op de positie van hoogopgeleide starters hebben.Het gevaar is groot dat hoogopgeleide starters die net iets meer verdienen, niet meer kunnen huren maar tegelijkertijd niet genoeg verdienen om te kunnen kopen. Rob Jetten (D66): “Die blijven dan dus noodgedwongen nog jaren op hun studentenkamer zitten.”

D66 en GroenLinks hebben het college dan ook gevraagd naar gecombineerde bouw van studentenkamers en starterswoningen, zodat veel meer dan nu het geval is, gevarieerd kan worden tussen die verschillende woningen. Ook moet er vaart gezet worden achter het “Wonen boven Winkels” project, dat voor een toename in kamers boven de winkels in de Nijmeegse binnenstad kan zorgen.

Pepijn Oomen: “Actie van het college is hoognodig, studenten moeten in onze mooie stad kunnen komen wonen!” Rob Jetten: “En we moeten ervoor zorgen dat starters niet en masse wegtrekken, geen braindrain uit Nijmegen!”

zondag, 24 juli 2011

Selçuk Akinci

Selçuk Akinci

Twitter Youtube GR

De Aanslag

Utoya, 22 juli 2011 - foto: AP

Dit is geen politieke daad. Dit is de daad van een gestoorde gek. Woorden van die strekking werden geuit via twitter, toen bekend werd dat de bomaanslagen in Oslo en de daaropvolgende wanstaltige, één uur durende slachtpartij op Utøya niet de verantwoordelijkheid van Al-Qaida waren, maar van de rechts-extremistische Noor Anders Breivik. Dat hij een gestoorde gek is, moge evident zijn. Maar zijn daad was wel degelijk politiek.

De wandaad van Breivik is net zo politiek als de moord op Fortuyn door Volkert van der Graaf. De actie van, vermoedelijk, een éénling, dat wel. Maar ook een actie die is ingegeven vanuit de volstrekt abjecte gedachtegang dat de ideologie die de daders aanhingen belangrijker was dan een mensenleven. Of, in het geval van Breivik, zelfs 93 levens.

Breivik behoort tot het slag mensen dat men vroeger rechts-extremisten noemt, nazi’s en ander tuig dat de suprematie van het eigen ras en de eigen cultuur nastreeft. Deze mensen houden er abjecte denkbeelden op na die lange tijd volstrekt niet als acceptabel werden beschouwd. Met het groeiend anti-islamitische sentiment in Europa hebben deze lieden echter een nieuw, legitiem platform geboden om hun ideeën van intolerantie en culturele suprematie te spuien.

Het opvallende van het bloedbad dat Breivik heeft aangericht, is de keuze voor zijn slachtoffers. Breivik is verklaard anti-moslim, maar heeft er niet voor gekozen om, pak ‘m beet, een moskee op te blazen. In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen om af te reizen naar een eiland Utøya in de Tyrifjorden, zo’n dertig kilometer ten westen van Oslo, waar in dit weekeinde het jaarlijkse zomerkamp van de jongerenafdeling van de Noorse arbeiderspartij gehouden werd. 700 jongeren op ongeveer 10 hectare. Eén op de zeven jongeren heeft dat niet overleefd.

Daarmee heeft Breivik niet alleen Noorwegen, maar specifiek de Noorse sociaal-democratie in het hart geraakt. Breivik had het specifiek gemunt op ‘links’. Het was de arbeiderspartij die, wat Breivik betreft, verantwoordelijk was voor een Noorwegen met meerdere culturen, voor een Noorwegen waarin diversiteit en pluriformiteit de norm zijn, voor een Noorwegen waar ook moslims wonen, al is het slechts een handjevol. In de strijd tegen de islam is het in de ogen van Breivik niet alleen legitiem, maar zelfs noodzakelijk, om mensen met een andere politieke overtuiging, op gruwelijke wijze uit de weg te ruimen.

Dit waandenkbeeld van Breivik vind ongetwijfeld zijn oorsprong in een klimaat waarbij ‘links’ steeds meer de schuld lijkt te krijgen van alles wat er in het verleden fout is gegaan. Dat sentiment is ook in Nederland erg sterk. Het falen van de multiculturele samenleving, zo daar al sprake van is, is eenzijdig de schuld van de PvdA, als je rechts-populistische politici mag geloven. Ook al is in de periode 1960-1990 de PvdA slechts zeven van de dertig jaar in een coalitie vertegenwoordigd geweest. Net zo makkelijk wordt ook de verantwoordelijkheid voor de staatsschuld, de kredietcrisis en ongetwijfeld ook de hondenpoep in de schoenen van de PvdA geschoven.

Is daarmee ‘rechts’, of, laten we het beestje bij de naam noemen: Wilders, mede-verantwoordelijk voor het bloedbad van Breivik? Nee, net zo min als een willekeurige moslim verantwoordelijk gesteld kan worden voor de aanslagen van Al-Qaida, een willekeurige Palestijn voor de daden van Hamas. En, ja, net zo min als dat destijds op 6 mei 2002 de kogel van ‘links’ kwam.

Maar de kous is daarmee niet helemaal af. Want in een klimaat waarbij het usance is geworden om moslims te bestempelen als het grootste gevaar voor het voortbestaan van de westerse cultuur, is het mogelijk dat gevaarlijke psychopaten als Breivik gaan denken dat geweld dan wellicht een legitiem verdedigingsmiddel is. En in een politiek klimaat waarbij het usance is om in het parlement en daarbuiten de politieke tegenstander te bestrijden door het plegen van karaktermoord, zal ook de afkeer tegen politici of politieke partijen en denkbeelden alleen maar verder toenemen.

Woorden plegen geen moorden, mensen plegen moorden. Ontegenzeglijk waar. Maar een klimaat van steeds toenemende polarisatie werkt als een incubator voor de denkbeelden van mensen als Breivik. En de politiek, de Nederlandse voorop, kan in mijn ogen wel wat depolarisatie gebruiken.

maandag, 18 juli 2011

Frank Pels

Frank Pels

Hyves

Minister Leers, we wachten op antwoord! (uitzetting fam.Karim naar Irak)

In karim, dronten, kinderen, minister, nederland, onbegrijpelijk, verantwoordelijkheid, familie, gevaar, en meer.

Geachte minister Leers,

Net zoals u waren wij geschrokken van de reportage van Uitgesproken VARA van de ‘Dronter’ familie Karim die is uitgezet naar Irak.

Wij waren blij dat u de uitzettingsbeschikking nogmaals wilde bekijken. Echter, wij zijn teleurgesteld in de uitkomsten van uw brief. Wij baseren ons op Kamervragen die, naar aanleiding van uw brief, op 13 juli door de Kamerleden Hans Spekman, Tofik Dibi en Joël Voordewind zijn gesteld. Immers, u gaat in uw brief, volgens de Kamerleden, niet in op:

- De betekenis van de huidige situatie waarin de familie Karim zich bevindt.

Dit vinden wij onbegrijpelijk. Immers, uit de uitzending van Uitgesproken VARA blijkt onder andere dat de dochters te maken hebben met bloedwraak. In onze optiek heeft Nederland een verantwoordelijkheid en een zorgplicht voor asielzoeker met kinderen die lange tijd in Nederland hebben verbleven. Zeker nu de IND na zes jaar een besluit heeft genomen over de definitieve verblijfstatus van de familie Karim. Ondertussen hebben zij in Nederland een bestaan hebben opgebouwd. De dochters gingen hier naar school, de zonen voetbalden bij onze voetbalclub ASV.

Kortom minister Leers : Wij willen dat u gedegen onderzoek doet naar de situatie waarin de familie Karim zich momenteel bevindt. Zijn zij in gevaar, dan willen wij de familie Karim terug naar Nederland. Terug naar Dronten. Daarom wachten wij op antwoorden op de vragen van de Kamerleden. Ook wij, inwoners van Dronten, wachten op uw antwoord minister Leers.

Roy Breederveld, gemeenteraadslid PvdA
Paul Vermast, gemeenteraadslid GroenLinks

Onderteken ook deze oproep aan minister Leers op Drontenwachtopantwoord.nl


vrijdag, 24 juni 2011

Erik van Luxzenburg

Erik van Luxzenburg

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Youtube Flickr

AutoPulse bij de RAV Gooi en Vechtstreek

In rode kruis, hulpverlening, sigma, hulp, rodekruis, ehbo, 1ehulp, vru, eerste hulp, en meer.

Ik weet niet of ik als instructeur eerstehulp hier heel blij mee moet zijn! Maar even serieus, dit is een mooie ontwikkeling. Dit soort aparaten zorgt dat de ambulance verpleegkundige en -chauffeur de handen vrij hebben voor andere handelingen! Dat is dan wel zoals sommige reaguurders bij dit filmpje de issues rondom batterijen daargelaten. De technieken voor automatisch beademen en reanimeren gaan steeds verder dus eventuele problemen met batterijen en verstoringen worden wel opgelost. De kosten voor dit soort apparaten zullen ook wel dalen op termijn. Maar door de problemen met verstoringen en accu-duur is het nog altijd goed als de mensen die dit bedienen vaardig zijn in het nobele handwerk van reanimatie! Zo bekeken zal mijn vrijwilligerbaan als instructeur eerstehulp en reanimatie instructeur bij het Nederlandse Rode Kruis niet in gevaar komen!

donderdag, 23 juni 2011

Daarom zeg ik “nee” tegen PSV deal.

De fractie van GroenLinks heeft zich vanaf het aller eerste begin al verzet tegen een financiële deal met de betaalde voetbalclub PSV. Principieel vinden wij dat een commercieel bedrijf dat miljoenen salarissen uitbetaald niet bij de gemeente hoeft aan te kloppen wanneer zij in financiële problemen komen.

Toch heb ik mijn best gedaan om de deal zoals voorgesteld door de wethouder op de inhoud te beoordelen. Dat vind ik van groot belang.

Op het eerste gezicht lijkt het een prima deal: de gemeente leent geld op de kapitaalmarkt en koopt de grond voor een slordige 48 miljoen euro en PSV betaalt vervolgens bijna 2,5 miljoen euro aan erfpacht voor de komende 40 jaar. Om te zorgen dat PSV ook echt betaalt worden de seizoenskaarten van de club aan de gemeente verpand.

Maar hoe meer informatie boven water komt, hoe meer ik het gevoel heb dat de gemeente zich in een financieel wespennest begeeft wanneer er wordt ingestemd met deze deal.

In het Eindhovens Dagblad van donderdag 16 juni j.l. heeft een opiniestuk gestaan van Dr. Arne Bongenaar over de taxatie van de gronden onder het PSV stadion. Vanuit meerdere kanten in de vastgoed wereld wordt aangegeven dat zijn redenatie correct is. Indien dat zo is, betaalt de gemeente ongeveer 20 miljoen euro teveel voor de grond onder het PSV station.

Daar komt nog bij dat de grond van de Hertgang een overbodige koop is. Acht miljoen euro lenen en betalen voor grond die onderdeel is van de EHS en die geborgd is in bestemmingsplannen is onwenselijk.

Maar laten we voor het gemak uitgaan van het feit dat de taxatie zoals de wethouder hem heeft laten uitvoeren correct is. Dat de grond echt 48 miljoen euro waard is. Ook op dat moment kleven er gigantische risico’s aan de deal.

Zolang PSV zijn seizoenskaarten verkoopt zal er geld zijn om de gemeente te betalen. Maar hoe groot is het risico dat PSV geen seizoenskaarten meer zal verkopen? PSV zal het in de toekomst immers moeten doen met een kleinere begroting. Dik 30% kleiner.

Een kleine begroting zal zijn weerslag hebben op de spelers die zij kunnen kopen. En dat brengt direct het spel en dus de prestaties in gevaar. De supporters roeren zich al, Tiny Sanders heeft al beloofd dat hij méér spelers gaat kopen, maar de wethouder zegt dat PSV zich netjes aan de begroting houd. Hoelang is die situatie houdbaar? PSV gaat immers terug naar een begroting uit 2004, terwijl de rest van het voetbal vooruit gaat met de bedragen die zij uitgeven. Wordt PSV dan een middenmoter in de competitie?

Minder prestaties betekent een lagere klassering en daarmee minder inkomsten uit de seizoenskaarten. Het risico dat PSV minder seizoenskaarten zal verkopen wordt daarmee het risico van de gemeente. En wordt daarmee het belang dat PSV de komende 40 jaar in de top van de eredivisie meedraait niet ook het belang van de gemeente? Daarnaast stel ik mijzelf de vraag of de deal daarmee in het voordeel is van PSV? Of maken we de club hiermee kapot?

En wat doen we dan als gemeente als PSV over een aantal jaren op de stoep staat om die 2,5 miljoen van dat jaar niet te betalen. Of als PSV een betalingsachterstand krijgt? Trekken we dan de stekker ut PSV en vragen we het faillisement aan? Ik denk het niet. Dat zouden we ook niet moeten willen. PSV is van te grote maatschappelijke waarde voor deze stad.

Dan zijn er nog de risico’s bij PSV zelf. Want hoe is het risico van de discontinuïteit van het bestuur van PSV geborgd? Nu is financieel ingrijpen nodig en is men blij met het bestuur. Wat als de sportieve prestaties er onder gaan leiden en men wel meer spelers wilt? Wordt dan – zoals zo vaak in het betaald voetbal – het bestuur aan de kant gezet voor een bestuur dat doet wat de supporters willen? En hoe afdwingbaar is de deal dan nog? Wij hebben als gemeente immers maar één kans.

Ik geloof niet dat dit een verstandige deal is. De risico’s voor zowel de gemeente als voor PSV zijn enorm en ik vind ze onaanvaardbaar.

Gerelateerde blogs:

  1. Nog één keer over PSV
  2. Kadernota 2011-2014
  3. NRE, met de rug tegen de muur?

donderdag, 16 juni 2011

Deelnemers Split Pride aangevallen door hooligans: “De haat was voelbaar”

In anti-discriminatie en emancipatie, gay pride, marije blogt, gevaar, oost-europa, politie, midden, hart, agenten, en meer.

GroenLinks-Europarlementariër Marije Cornelissen bezoekt regelmatig gay prides in Midden- en Oost-Europa om de organisatoren een hart onder de riem te steken. En dikwijls ook om extra bescherming af te dwingen. Ze was vorige week bij de uit de hand gelopen Split Pride in Kroatië.

Voorafgaand aan de Split Pride hadden autoriteiten en politie mij en de deelnemers verzekerd dat het helemaal veilig zou zijn: “Neem zonnebrand mee, het grootste gevaar is dat je je schouders verbrandt.” Er waren zo'n zeshonderd agenten op de been, waarvan een groot deel uit Zagreb was overgekomen. Ik had wat agenten gezien die ochtend die op de toeristische kaart van Split aan het kijken waren waar ze waren en heen moesten. Dat gaf geen heel veilig gevoel, je zou denken dat ze wat briefing gehad zouden hebben van tevoren.

lees verder

dinsdag, 7 juni 2011

Ruud Pet

Ruud Pet

Linkedin Twitter GR

Steunenberg

sinds een jaar hebben we in Almere de eer een bekende Nederlander als wethouder te hebben. Een wethouder met een culturele achtergrond. Een wethouder met grote politieke ervaring als CDA-raadslid. Een prettige verschijning en in de omgang een prettige persoonlijkheid. We treffen het dus......En dat valt een beetje tegen. Deze wethouder bewijst dat je eigenlijk geen bestuurder moet zoeken die uit het werkveld van de portefeuille komt. Het gevaar bestaat bij dit soort bestuurders is dat ze vanuit, een al dan niet vermeende, deskundigheid sterk inhoudelijk gaan sturen op bepaalde portefeuille onderdelen en daarbij ambtenaren en maatschappelijke partners voorbij lopen. Wethouder Steunenberg heeft bijvoorbeeld zeer uitgesproken meningen over kunst- en cultuureducatie. En nu zij gesteld wordt voor een fikse bezuinigingsoperatie lijkt dat haar behoorlijk in de weg te zitten. Ze legt niet alleen een bezuiniging van 35 % op aan de Kunstlinie maar vertelt daarbij ook hoe de door de gemeente verzelfstandigde organisatie deze bezuiniging moet invullen en welke inhoudelijke keuzes gemaakt dienen te worden. Hierbij toont ze een grote zendingsdrang. Luistert niet naar haar partners in de kunstwereld...tenminste niet naar hen die een andere oplossing voor staan....en ze luistert niet naar haar gemeenteraad. Jammer want door haar kamikaze-achtige optreden stuurt ze aan op een zeer rigoureuze afbraak van de kunst- en cultuureducatie die in Almere de laatste 30 jaar is opgebouwd. De overheid trekt zich terug, de markt neemt het over. Het onderwijs wordt, ook zonder enige betrokkenheid tot nu toe, geconfronteerd met cultuureducatie a la Steunenberg. Er blijft een versplinterd 'veld' over en een leeg Cultuurcentrum, dat veel heeft gekost en speciaal voor deze activiteiten is ontworpen. Het is toch te hopen dat de gemeenteraad deze 'gedrevenheid' op tijd weet in te perken.

zaterdag, 4 juni 2011

Rosita Custers

Rosita Custers

Hyves GR

Met dodelijke afloop

In maatschappij, politiek, veiligheid, wetenschap, gedwongen opname, politie, psychotisch, rijksrecherge, discussie, en meer.

Het vreselijke incident van vrijdagmiddag 3 juni in het Zuid Limburgse Hoensbroek, waarbij een verwarde man iemand doodde en twee mensen zwaar verwond heeft, houdt me om meer dan één reden bezig.

De man, een 41 jarige zogeheten zorgmijder stond op straat en had een zwaard en een hakbijl in handen op het moment dat de politie arriveerde. Hij schijnt ermee naar de agenten gedreigd te hebben en de politie heeft hem na een waarschuwingsschot (en volgens getuigen herhaaldelijk “laat vallen, laat vallen,” te hebben geroepen) doodgeschoten.

De eerste vraag die steeds door mijn hoofd gaat is waarom de agent(en) hem niet in zijn benen hebben geschoten. Het belangrijkste was immers om hem te doen stoppen met zijn gewelduitbarsting. Een andere vraag is of de agenten inderdaad zo in het nauw gedreven waren dat zij geen andere oplossing meer zagen dan hem dood te schieten. Konden ze niet meer wegrennen? Waren andere omstanders in acuut gevaar? Konden die dan ook niet meer wegrennen of naar binnen vluchten?

De situatie waarin de agenten zich bevonden is allerminst gunstig. Waarschijnlijk hebben ze bij aankomst de buurtbewoner die door de 41-jarige dader met bijl en zwaard is doodgeslagen op straat zien liggen. Je weet dan als agent waar de verdachte toe in staat is en dat verhoogd uiteraard de stress en spanning. Maar dan nog zou een dodelijk schot alleen maar mogen plaatsvinden als er acuut gevaar dreigt voor jezelf of voor omstanders. Denk aan die agent die in een smal trappenhuis een op hem afkomende man doodschoot omdat hij letterlijk geen kant meer op kon.

Ik ben er op dit moment nog niet van overtuigd of de agenten in Hoensbroek ook geen andere uitweg meer hadden. Om hierover te kunnen oordelen zijn meer feiten nodig. De Rijksrecherche doet uitgebreid onderzoek naar de hele kwestie en ik hoop dat dit onderzoek zo snel mogelijk alle vragen zal beantwoorden. Voor het gevoel van rechtszekerheid maar ook voor de agenten die, als blijkt dat ze niet anders konden, daarmee buiten alle verdachtmakingen worden gesteld.

Een andere kant van dit vreselijk incident is het feit dat de dader al dertien jaar bekend stond als een man met psychische problemen. Hij was aangemeld bij een zorginstelling maar weigerde categorisch elke hulp. We hebben in Nederland veel van dit soort zorgwekkende zorgmijders; ik kom ze vanwege mijn werk met enige regelmaat tegen. Dit soort mensen zijn niet zelden psychotisch en vormen dikwijls een gevaar voor zichzelf of voor anderen. We hebben het dan heus niet alleen over ‘zwerverachtige types’ die af en toe vreemd doen op straat maar ook over alleenstaande moeders met minderjarige kinderen waaraan je niet altijd aan de buitenkant ziet dat ze in een zorgwekkende situatie verkeren.

Om aan deze zorgmijders, zoals ook deze man uit Hoensbroek de juiste zorg te geven pleit ik voor een (her)opening van de discussie of we in Nederland niet anders met gedwongen opname moeten omgaan dan nu het geval is. Mensen met een ernstige stoornis zijn vaak onberekenbaar met alle gevolgen van dien. Het zijn zieke mensen die hulp nodig hebben ter bescherming van zichzelf, hun naasten en de maatschappij. Hoe zeer dit nodig is, is vrijdag in Hoensbroek maar weer gebleken.


Aantal berichten op deze pagina: 28. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 5814 uur (242,2 dagen). Berichtgemiddelde: 0,1 bericht per dag, 0,8 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2