zaterdag, 4 februari 2012

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Denk ik aan Duitsland...: In de tuin van Angela Merkel

Denk ik aan Duitsland...: In de tuin van Angela Merkel: In december schreef ik over Ringo Starrs veelkleurige “ knotted gun ”. Een pistool met een knoop in de loop als symbool tegen geweld, die h...

zondag, 29 januari 2012

ZinenRede

ZinenRede (Frans Schütt)

Linkedin Twitter

Het menu: Naïeve Westen

In het menu, niet op voorpagina, arabische lente, dictator, islamitische cultuur, patriarchale cultuur, tahirplein, cultuur, democratie, en meer.
Wat waren we blij een jaar geleden, toen we geloofden in de Arabische lente die begon in Tunesië en Egypte. We buikdansten op tafel bij het aanschouwen van de vreugdevuren op het Tahirplein. Lybië duurde iets langer en ging met meer geweld gepaard, maar ook daar lukte het om de wrede dictator te verdrijven. Inmiddels zijn we een jaar verder. In Tunesië en Egypte zijn Islamitische partijen aan de haal gegaan met de opstand van de seculiere groeperingen. Ontwikkelingen in Afghanistan, Iran, Irak, Somalië en nu ook Nigeria voorspellen weinig goeds. We zijn boos op Rusland, dat de wrede Assad in Syrië blijft steunen. Maar volgens de Russen zullen “de nieuwe smeerlappen erger zijn dan de oude”. We hadden het kunnen weten. De patriarchale structuur, waarin de vader verantwoordelijk is voor het gedrag van zijn nakomelingen en dit met straffe hand reguleert, zetelt diep in de Islamitische cultuur. Iedere man wordt er opgevoed om een dictator te zijn, dan wel zijn volgeling. De jongelui op het Tahirplein die echte democratie wilden, zijn in feite het product van een mislukte islamitische opvoeding. Wat waren we naïef een jaar geleden, om te geloven in de Arabische lente terwijl de winter er nog moet beginnen.

dinsdag, 24 januari 2012

Jan van der Meer

Jan van der Meer

Hyves Linkedin Twitter

Nieuwjaarstoespraak + afscheid Thom de Graaf

thom_de_graaf1Gisteren hadden we een geslaagde nieuwjaarsreceptie van de gemeente Nijmegen inclusief warm afscheid van burgemeester Thom de Graaf. Namens het college van B&W sprak ik de nieuwjaarsrede uit en bedankte ik Thom de Graaf voor zijn inzet voor Nijmegen in de afgelopen vijf jaar. Dit was mijn toespraak:

Dames en heren,

U bent gewend om vanaf deze plek te worden toegesproken door de burgemeester.
Maar ondanks het feit dat Nijmegen dit jaar, inclusief waarnemer,
maar liefst 3 burgemeesters zal hebben, mag ik hier vandaag met u namens het college terugblikken op 2011 én vooruitkijken.

Dat doe ik als loco-burgemeester, omdat we vandaag niet alleen de nieuwjaarsreceptie voor de stad houden,
maar omdat we tevens afscheid nemen van Thom de Graaf.
Hij blikt straks terug op zijn burgemeesterschap.
Ik neem u kort mee naar het afgelopen jaar en de verwachtingen voor 2012.
En ik zal stil uiteraard staan bij het vertrek van Thom.

Dames en heren,
2011 was een bijzonder jaar.
Het jaar van de Arabische Lente, Occupy, de tsunami in Japan, de wereldwijde financiële crisis en de geboorte van de 7 miljardste burger.

Gebeurtenissen die vrijwel allemaal ook in onze stad voelbaar waren.
Ook de Nijmeegse bevolking groeide.
We passeerden voor het eerst de grens van 165.000 en blijven voorlopig doorgroeien.
Dat is goed nieuws voor de stad, 
hoewel het feit dat we nog steeds een vrouwenoverschot hebben voor sommige twitterende raadsleden nog belangrijker leek.
En een journalist wil graag dat we dit gegeven – dat we meer vrouwen dan mannen hebben in onze stad - inzetten voor onze citymarketing.

Higashimatsuyama – daar heb ik op moeten oefenen - de Japanse stad waarmee we al enkele decennia een vriendschapsband hebben,
voelde - gelukkig slechts in beperkte mate - de gevolgen van de tsunami. 
En Nijmegen heeft natuurlijk zijn eigen Occupy-afdeling.
Hoewel overvloedige regen en kou ervoor hebben gezorgd dat het Valkhofpark niet meer occupied is.

Onze stad kende weer vele hoogtepunten.
Te beginnen met één van onze stadsiconen - de Waalbrug - bestond 75 jaar.
We hadden weer een prachtige editie van de Vierdaagse
Al was het maar omdat ik voor het eerst meedeed – en uitliep; 4×50 kilometer!

Kinderarts Jos Draaisma werd voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot beste kinderarts van Nederland. 
Stichting Whaa kreeg van prinses Máxima een Appeltje van Oranje voor hun project Shake-It Academy.
De beste en mooiste tweewielerzaak ligt in onze stad.

Het Groene Hert werd genomineerd als beste duurzame project in Nederland
en we hebben de beste biologische slagerij in de stad en de duurzaamste kinderopvang
Deze 3 vermeldingen heb ik zelf maar aan het lijstje toegevoegd - want nu ik deze toespraak mag houden grijp ik als wethouder voor duurzaamheid natuurlijk mijn kans.

De in Nijmegen opgerichte band Go Back to the Zoo won de 3FM Award voor ‘beste band’.
De Nijmeegse organist Dirk Luijmes kreeg een Klassieke Edison.
Han Mertens van het Stedelijk Gymnasium won de Nationale Biologie Olympiade.
Het toekomstige stadseiland verdiende in New York de prestigieuze Waterfront Center Award.
En Nijmegen is, net als vorig jaar, de goedkoopste terrasstad.
We hebben er onlangs ook nog gratis parkeren aan toegevoegd.
Zo, dat was een hele waslijst aan hoogtepunten.

Maar er waren helaas ook dieptepunten:
zoals het absurde geweld rond NEC-Vitesse begin vorig jaar.
Wat een groot contrast met de vreugde van gisteren.
NEC boekte een fantastischte historische overwinning tegen Vitesse
In Arnhem!
Maar we hadden het over dieptepunten in 2011.

Zoals ook de ontslagen bij NXP of de laffe overvallen op inwoners en hardwerkende ondernemers.
Met als meest trieste voorbeeld de overval op juwelier Kamerbeek.

Ook de financiële crisis trof onze stad.
Het afgelopen jaar was in financieel opzicht een turbulent jaar.
Niemand ontsnapte aan de financieel moeilijke omstandigheden.
Faillissementen, ontslagen, onverkoopbare huizen, minder gesubsidieerde banen,
ook onze stad werd ermee geconfronteerd. 
We hadden problemen met onze grondexploitaties in Waalsprong en Waalfront.
De rente drukt daar zwaar op de aangegane leningen.
Wat dat betreft kunnen Hannie Kunst, Bert Jeene en ikzelf ook wel met een tentje op het Valkhofpark gaan staan
Bij Occupy.
En het zwaar weer zal helaas aanhouden.
Wij staan opnieuw voor een jaar waarin het voor velen niet gemakkelijk zal zijn, zelfs niet in onze relatief goed draaiende stad.

Toch is er ook alle reden om niet bij de pakken neer te zitten.
Zoals ik al zei, onze stad groeit.
Volgens onderzoekers stijgt ons inwonertal, als een van de weinige steden in Nederland, in de komende 15 jaar fors.
Die groei zorgt voor de dynamiek die een stad nodig heeft.
Het is ook een teken dat Nijmegen nog steeds aantrekkelijk is om in te wonen en te werken.
Dat bleek ook afgelopen jaar toen Nijmegen werd gekozen tot een van de groenste steden in Nederland en we dik in de top 10 van meest aantrekkelijke woonsteden eindigden.
We zijn een aantrekkelijke woonstad voor iedereen en in het bijzonder voor vrijgezellen die op zoek zijn naar een vrouw
Hier heb je die nieuwe citymarketing.

De stad staat dus niet stil en dat biedt perspectief.
Kijk ook maar naar de hijskranen in onze stad.
Het lijken er meer dan ooit.
Plein `44 is in aanbouw,
de contouren van stadsbrug De Oversteek zijn al goed zichtbaar,
de dijkverlegging en het daarbij horende stadseiland gaan echt van start
en ondanks de crisis worden er het komend jaar zo’n 1200 nieuwe woningen opgeleverd.

Van essentieel belang was ook dat Nijmegen als kennisstad van zich blijft spreken.
Bijvoorbeeld met de Spinozapremie voor astronoom Heino Falcke.
En nationale zorgheld 2011 Bas Bloem.
Dhr Bloem is ook een van de kandidaten voor Nijmegenaar van hat jaar.
De Radboud Universiteit werd door studenten gekozen tot de beste van Nederland
Synthon opende een state-of-the-art laboratorium voor biotechnologie
en Heinz bouwt bij de toekomstige Novio Tech Campus aan zijn grootste innovatiecentrum buiten de Verenigde Staten.
Bovendien hebben we landelijk gezien één van de hoogst opgeleide beroepsbevolkingen en zijn we een topstad als het gaat om banen per vierkante kilometer.  

Alle reden dus om te blijven investeren in de toekomst van onze gemeente,
ook al worden we geconfronteerd met de grootste financiële en beleidsmatige uitdagingen van de afgelopen decennia.
De gemeente blijft dan ook investeren in een sociale stad,
in een economisch sterke stad
en in een duurzame groene stad.
Maar we doen en kúnnen dat niet alleen.
Dat kon niet voor de crisis, maar zeker niet tijdens de crisis.
We moeten het dus samen doen.
Samen met bedrijven, kennis- en gezondheidsinstellingen, regionale samenwerkingsverbanden en met de inwoners van onze mooie stad.

In het Nederland van het ‘Doe eens normaal man’ van Rutte en Wilders, is er soms weinig ruimte voor nuance en gezamenlijke oplossingen.
Maar zwart-wit denken en het uitvergroten van tegenstellingen brengen ons niet verder.
Verbindingen zoeken, dat is waar het de komende jaren om draait, constateerde Thom de Graaf vorig jaar al terecht.

2012 is het jaar waarin we die verbindingen verder moeten versterken.
Ja, er moet een groter beroep worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van alle Nijmegenaren. 
En ja, er moeten lastige keuzes worden gemaakt.
Toch hebben wij daar als stadsbestuur vertrouwen in. 
Nijmegenaren zijn eigenwijs, creatief, ondernemend, veerkrachtig én ze leggen de verbinding.
Of het nou ondernemers zijn die elkaar met een gastoeter alarmeren bij een overval
of Dukenburgers die samen dromen over hun stadsdeel.
Nijmegen puilt uit van de creatieve, goede, vernieuwende ideeën en initiatieven die de stad beter en mooier maken.
Ik wens iedereen dan ook een prachtig jaar toe. 

Alles overziend gaat het ondanks alles best goed met Nijmegen.
En degene die dit de afgelopen vijf jaar onophoudelijk en onvermoeibaar heeft uitgedragen, is…… Thom de Graaf
Thom was een ware promotor van onze stad.
En mede dankzij hem zijn de Nijmegenaren trotser dan ooit op hun stad
Maar aan alles komt een eind;
zo ook aan het burgemeesterschap van Thom.

Toen Thom burgemeester werd in 2007, trad hij in de voetsporen van zijn vader.
Een mooi gegeven; en telkens als Thom in de afgelopen vijf jaar naar zijn werkkamer ging, liep hij langs een portret van zijn vader.
De vrijzinnige sociaalliberaal keek dan naar de strenge ietwat regenteske KVP’er.
Een wereld van verschil.
Thom zal het wel van zijn moeder hebben, denk ik dan.

Thom was de eerste burgemeester van Nijmegen die door de raad werd gekozen uit een voordracht van twee personen.
Hij had natuurlijk liever gehad dat hij de eerste door het volk gekozen burgemeester had kunnen worden.
Maar ja, die beruchte nacht, he……

Toen Thom aantrad, viel hem meteen op hoe groot het cultuurverschil is tussen het deftige Den Haag en het volkse Nijmegen. 
Nijmegen kent een horizontale structuur waar weinig ontzag is voor gezag – iedereen is gelijk.
Zo liep hij in de eerste dagen van zijn burgemeesterschap met een agent door een wijk.
Thom vroeg beleefd aan deze wijkagent: Hoe lang doet U dit werk al?
Ach, zegt de agent: Zeg maar JE, Thom!
Dat typeert onze stad en daar heeft Thom hartelijk om moeten lachen

De connectie met Den Haag is al die jaren wel gebleven.
Thom deed er eerlijk gezegd ook niet veel aan om dat te verbloemen.
Denk aan zijn verkiezing tot Eerste Kamerlid.
En bovendien was zijn Haagse connectie overduidelijk in het belang van de stad, dus waarom zou je dat dan moeten verbloemen?
Zo heeft hij meerdere malen aandacht gevraagd voor Nijmeegse problemen en belangen bij bewindslieden en Kamerleden.

Bij Thom was er ook altijd de oprechte liefde voor Nijmegen.
Even wat harde cijfers en gegevens:
In de afgelopen vijf jaar was hij bij meer dan 800 publieke optredens en werkbezoeken in de stad.
Hij organiseerde etentjes met gewone Nijmegenaren om met ze te praten over wat hen bezighield in de stad.
Hij initieerde de verkiezing van de Nijmegenaar van het Jaar en zometeen zetten we weer zo’n kanjer in de spotlights.
Thom zorgde weer voor rust in sommige wijken door straatcoaches aan te stellen
Hij initieerde de Vrede van Nijmegen Penning met dit jaar Umberto Eco als laureaat.
En hij vertegenwoordigde Nijmegen met verve in onder meer de Euregio, de Veiligheidsregio en het Kennisstedennetwerk.

Dames en heren, Thom heeft veel gedaan voor de stad.
Dat moet haast wel de reden zijn dat er maar 9 kandidaten het aandurven om in zijn voetsporen te treden.

Thom de Graaf benadrukt regelmatig dat hij continuïteit belangrijker vindt dan snel scoren of politiek bedrijven.
Een burgemeester moet, volgens hem, vooral boven de partijen staan, een goede voorzitter van raad en college zijn.
Hij moet verbinden, de rechtstatelijkheid en de grondrechten van inwoners beschermen.
“Ik ben geen straattijger, geen zeepkistburgemeester.
Ik ben meer een type Job Cohen, dan een type Gerd Leers”, zei hij zelf ooit in een interview.
Waarschijnlijk zou hij op dit moment zichzelf met geen van tweeën willen vergelijken
Maar het beeld is duidelijk.
Een goede bestuurder.
Niet koste wat kost zich willen profileren; maar er zijn wanneer dat nodig is.
Behulpzaam in het college en gemeenteraad en actief in de stad waar dat maar wenselijk was.
Kritiek, dat hij desondanks geen warme burgervader zou zijn, deed hem wel eens pijn.

En het klopt ook niet.
Thom de Graaf stimuleerde als geen ander het ‘trots op Nijmegen-gevoel’.
Nijmegen is landelijk veel pregnanter in beeld gekomen.
Als dynamische stad en grote stad, voorloper op tal van terreinen.
Altijd Nijmegen, Nijmegen kennisstad, Oudste stad van het land.
Thom de Graaf heeft er hard aan gewerkt om dat gevoel te versterken: buiten de stad en in de stad.
Dat is belangrijk voor het profiel van Nijmegen, maar zeker zo belangrijk is dat Nijmegenaren het zelf ook echt meer zijn gaan voelen.

We zijn trots op het bijzondere karakter van Nijmegen,
Trots op de historie,
onze befaamde onderwijs- en onderzoeksinstellingen,
hoogwaardige gezondheidszorg,
en wereldtoppers op het gebied van wetenschap.
En we zijn trots op baanbrekende Waalprojecten. 

Thom haalde tevens de banden aan met de hoger-onderwijsinstellingen.
Rector Magnificus Bas Kortmann noemt hem niet voor niets de postillion d’amour;
de liefdesboodschapper van het hoger onderwijs in Nijmegen.
Die liefdesboodschapper was hij in vele opzichten voor de stad en die zal hij ongetwijfeld ook blijven.
Want, dames en heren, Thom en zijn lieve vrouw Machteld blijven hier gewoon wonen.
Kortom, ze zijn echte Nijmegenaren en dat blijven ze.

Thom is Guusje ter Horst opgevolgd als burgemeester en hij volgt nu Guusje weer op als voorzitter van de HBO-raad.
Overigens is het maar goed dat Guusje hem nu niet opvolgt als waarnemend burgemeester.
Want dan hadden we hier in Nijmegen een heus Poetin-Medvedevje gedaan.

Beste Thom, straks zul je zelf nog spreken en pas echt afscheid nemen.
Maar ik zeg nu al namens het gemeentebestuur én namens de bevolking van Nijmegen ‘bedankt!’.
Bedankt voor je inzet,
Bedankt voor je steun in het college.
En bedankt voor je liefde voor Nijmegen.
Ik hoop dat je nog lang ambassadeur voor onze mooie stad zult blijven!
Waar ook ter wereld, en zeker in Den Haag.
Thom – bedankt!

woensdag, 11 januari 2012

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Wat moeten we met het populisme?

Wat moeten we met het populisme? De vraag verraadt een gevoel van onvrede met hoe in de politiek en samenleving het debat vaak gevoerd wordt. Meestal denkt men daarbij aan bepaalde vormen van populisme en bepaalde groepen die bij uitstek populistisch zijn. Vaak vormen en groepen die ver van ons afstaan, want populisme is ook een beetje een scheldwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die zichzelf populistisch noemen. Het lijkt een manier om de ander weg te zetten, zodat je op zijn of haar vragen en argumenten niet in hoeft te gaan. Bovendien hoef je jezelf niet af te vragen of je eigen handelen misschien ook wel populistisch is.

De vraag verraadt ook onzekerheid. Op de een of andere manier lukt het populisten om het debat te beheersen en lijken zij niet gevoelig voor de gangbare argumenten en de regels van het spel. Populisten doen en spreken op een manier die wij zelf niet zouden durven of willen, maar die ons ook machteloos maakt. Als je niet met dezelfde wapens wilt terugslaan, heb je dan nog wel een weerwoord? En tegelijk blijft dan de vraag staan of populisme wel zo erg is, of dat we er misschien wat meer van moeten overnemen.

Ik vind niet dat we populistischer moeten worden en ik vind dat we populisten niet zoveel aandacht moeten geven. Maar om die stelling toe te lichten, is het goed om eerst goed te definiëren wat populisme is en te analyseren hoe en waarom het werkt.

Wat is populisme eigenlijk?

Er zijn veel verschillende definities en theorieën in omloop en dat maakt het moeilijk om een standaardomschrijving te vinden. De kern heeft in elk geval altijd te maken met populus – ‘het volk’. Daar kunnen een paar kenmerken van worden afgeleid. Allereerst gaat populisme om een bepaalde toon en stijl die ‘het volk’ aanspreekt. Of dat echt zo is, is minder belangrijk dan de suggestie die wordt opgeroepen. Als wij op straat ‘effe dimmen’ of ‘doe es normaal, man’ roepen, dan moet dat ook in de Tweede Kamer kunnen. Onherroepelijk brengen toon en stijl ons ook dichter bij de onderbuikgevoelens dan bij de verstandige en verstandelijke argumenten. Populisten schieten liever uit de heup dan dat ze nog eens rustig nadenken over alle facetten van een complexe wereld.

Maar dit is alleen nog maar de vorm. Populisme heeft ook een inhoud. We kunnen ons daar makkelijk op verkijken, want het gaat niet per se over een inhoudelijke politieke filosofie of om kernwaarden van waaruit men politiek bedrijft. De inhoud van het populisme gaat vooral over de visie op het volk. En dan nog specifieker over de relatie tussen het volk en de elite. Populisten wakkeren de kloof tussen volk en elite aan omdat ze hun kracht vinden in het wantrouwen ten opzichte van die elite. Bij de oerbeelden van het populisme hoort de strijd tegen de elite die voortdurend misbruik maakt van de eigen positie, elkaar baantjes en voorrechten toeschrijft en het volk onderdrukt, dom houdt en negeert. In een democratie als de onze betekent dat dat ook politici bij die elite horen. Eens in de vier jaar doen ze alsof wij burgers invloed hebben, maar de rest van de tijd doen ze waar ze zelf beter van worden.

Dit oerbeeld van de elite maakt geen enkel onderscheid. Alle politici, wetenschappers, ondernemers, kunstenaars kunnen erbij horen. Dat ze onderling grote meningsverschillen hebben, doet er niet toe. Ze zijn elite en dus fout. Dat is natuurlijk wel ingewikkeld voor populistische politici, die immers zelf ook midden in dat systeem zitten. Veel populisten zijn gepokt en gemazeld in de politieke arena en de grootste populisten zijn in hun leven soms nauwelijks buiten de politieke kaasstolp geweest. Het is voor hen dan ook de voortdurende uitdaging om zichzelf als buitenstaander te blijven presenteren.

De elite moet bestreden worden, want als die het veld geruimd heeft, kunnen we eindelijk de problemen oplossen. Dat is namelijk helemaal niet zo moeilijk. De elite maakt het expres moeilijk omdat ze op die manier het machtsevenwicht in stand kunnen houden. Maar echte oplossingen zijn veel simpeler. Met gezond boerenverstand kom je veel verder. En als iets niet is uit te leggen aan Henk en Ingrid, dan kan het dus niet goed zijn. Daarom moeten politici veel beter luisteren naar het volk. En als het volk A of B wil, dan heeft de politiek dat maar te volgen. Rechtstatelijke en bestuurlijke zorgvuldigheid doen er dan niet meer toe.

Een ander aspect van populisme is het nationalisme. Dat is niet bij elk populisme even sterk, maar het komt wel vaak voor. Het ‘volk’ is namelijk in de eerste plaats ‘ons volk’. Daarom wordt er ook veel werk gemaakt van de vraag wie er wel en niet bij hoort. Populisten verzetten zich tegen het relativeren van de eigen cultuur en het waarderen van andere culturen. De onze is immers het beste en alle anderen moeten zich aanpassen. Soms neigt dit tot vijanddenken, maar in elk geval spelen angst en bedreigingen een grote rol. Ons volk wordt bedreigd door vreemde machten en de elite is een handlanger van die vijand. We worden door hen verkwanseld en als we hen geen halt toeroepen, raken we alles kwijt wat we hadden. Bij die angst horen grote woorden: massa-immigratie, afbraak van de samenleving, cultuurbarbarisme, klimaatverandering, enzovoorts. Er hoort ook bij dat specifieke groepen worden genoemd. Dus niet een wereldwijde economische crisis, maar luie Grieken.

Hoe werkt het?

De grote kracht van het populisme is dat het zelf het volk schept dat het zegt te representeren. De suggestie van populisten is natuurlijk dat ze zeggen wat de gewone man vindt, maar het werkt precies andersom. Het volk gelooft in het verhaal van de populisten. Sterker nog: het volk gelooft dat de populistische leider naar hen luistert. De strijd tegen de elite, de nieuwe polarisatie van links en rechts – met soms wederzijdse haat, het verzet tegen de Islam, het zijn allemaal voorbeelden van een effectieve en agressieve framing door populisten die daarna is overgenomen door ‘het volk’. Tien, vijftien jaar geleden hadden we nog problemen met Antillianen, Marokkanen of Turken, nu met moslims. Is er iets veranderd?  Ja, het populistische frame is veranderd. De werkelijkheid niet. Maar het frame is zo effectief dat het volk het overneemt en vervolgens boos is op partijen die de zogenaamde waarheid niet onder ogen willen zien. Populisme definieert een probleem, creëert een vijand en het verzet daartegen, en presenteert zichzelf als de enige die dat probleem serieus neemt.

Een tweede factor in het hedendaagse populisme is de rol van de media. De strijd wordt niet gewonnen in het parlement maar in de media. Ik heb het gevoel dat we dat vaak onvoldoende beseffen. In mijn naïviteit denk ik nog wel eens dat het debat in bijvoorbeeld de Eerste of Tweede Kamer gevoerd moet worden, maar voor de populist is dat debat een middel en geen doel. Het is een middel om het volk te bereiken en zo de eigen macht uit te breiden. Dat betekent dat het zorgvuldig bespelen van de media minstens zo belangrijk is als feitelijke politieke inhoud.

Een derde factor is het leiderschap. Het verzet tegen het stroperige democratisch systeem betekent soms dat populisten kiezen voor referenda en andere vormen van directe democratie, zoals bij Rita Verdonks wiki-benadering. Een steviger oplossing is echter de charismatische leider die de weg kan wijzen. Niet wachten tot het volk bedacht heeft wat het wil, maar de leider die spreekt namens het volk, of in elk geval mensen dat gevoel geeft. Die leider moet natuurlijk niet bij de elite horen. Hij is geroepen door het volk in nood en heeft daar geen persoonlijk belang bij.

Volgens mij krijgen we beter zicht op hoe populisme werkt, als we daarbij kijken naar de rol van charisma. Dat begrip duidt vanouds op bijzondere kwaliteiten die iemand volgens anderen heeft. In religies gaat het dan bijvoorbeeld om een speciale goddelijke gave. In elk geval worden aan die persoon krachten en inzichten toegeschreven die boven het normale uitgaan en de persoon tot leider maken. Het is echter typerend dat charismatisch leiders meer hebben dan een sterke en soms ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Charisma is niet alleen een persoonlijkheidskenmerk, het is ook een strategie. Zo hebben charismatisch leiders in veel gevallen een bijzonder persoonlijk roepingsverhaal of bijzondere omstandigheden waarin ze moeten leven. Die omstandigheden zetten het verhaal immers kracht bij.

Belangrijker nog is dat ze sterk polariserend zijn. Ze scheppen door hun gedrag en woorden groepen voor- en tegenstanders. Aan de ene kant zijn er de aanhangers die zich volledig achter de leider scharen, aan de andere kant zijn er de tegenstanders die hem te vuur en te zwaard bestrijden. Beide, voor- en tegenstanders, dragen bij aan het charisma van de leider. Een charismatisch leider kan niet zonder tegenstanders en elke keer dat hij wordt aangevallen, groeit hij van die energie. Daarom zal hij ook elke aanval uitvergroten en bejammeren om zo de tegenstelling aan te scherpen.

En ten slotte geldt voor de charismatisch leider dat hij ongrijpbaar en onnavolgbaar moet zijn. Geen volstrekt logisch programma, geen volledig consistente boodschap. Met een samenhangende politieke filosofie wordt het leiderschap immers een kwestie van debat en argumentatie. De charismatisch leider versterkt zijn positie doordat iedereen op hem als persoon is gefixeerd. Hij zegt dingen die niet kloppen met wat hij eerder zei, doet dingen die niet horen, doorbreekt de gangbare rationaliteit, zet alles op zijn kop. Niet vanwege de inhoud, maar omdat hij precies daarmee laat zien dat hij de leider is.

Wat te doen?

Met deze analyse wordt duidelijk waarom onze gangbare benaderingen niet werken. Het bestrijden van populisten versterkt hen alleen maar. Het mee-polariseren is precies de energie die het populisme voedt. Negeren is overigens niet beter; een cordon sanitaire betekent alleen maar dat wij bij de oude politiek horen en mensen niet serieus nemen. Wat wel werkt, is minder duidelijk. Ik zoek het in elk geval – op basis van mijn analyse – in het serieus nemen van echte problemen, het sterker vertellen van ons eigen verhaal en in het bieden van hoop. Ik denk niet dat we daarmee een snelle en doeltreffende strategie hebben tegen het populisme, maar wel een routekaart voor hoe we zelf functioneren midden in een populistisch klimaat. Laat ik daar kort nog wat over zeggen.

Allereerst moeten we echte problemen serieus nemen. De Islam bijvoorbeeld is geen probleem en massa-immigratie evenmin. Maar jeugdwerkloosheid bij migranten, huiselijk geweld en discriminatie van vrouwen zijn dat wel. Wij zullen veel onbevangener kritisch moeten durven zijn als het gaat om de schaduwkanten en niet uit angst voor de populisten problemen negeren. Net zo moeten we uitkijken dat we ons niet blindstaren op een populistische angstboodschap over het klimaat, maar wel concrete problemen benoemen en concrete actiemogelijkheden laten zien. Hoe concreter en dichter bij de echte situatie van burgers, des te effectiever. En dat dan niet alleen in de lokale, provinciale, nationale of Europese vergaderzalen, maar ook op straat of waar dan ook in de samenleving mensen tegen die problemen aanlopen.

Daarbij moeten we veel sterker vasthouden aan ons eigen verhaal. Te veel energie gaat verloren met het bestrijden van anderen, waardoor we voortdurend op hun speelveld zitten. Wat we kunnen leren van populisten, is dat zij blijven bij hun eigen verhaal en dat met sterk gekozen frames blijven herhalen. Laten wij ons eigen verhaal uitdragen en daar mensen warm voor maken. Ik vat voor mijzelf dat kernverhaal samen met het woord compassie, een oud woord met grote mogelijkheden voor onze politiek stijl en inhoud. Compassie begint met het besef dat we verbonden zijn met alles en iedereen. Daarom maken we ons druk om de natuur, omdat wij daar deel van uitmaken. Daarom maken we ons druk om de hele mensheid. Compassie betekent dat we ons willen laten raken door de ander. Ook de ander ver weg en ook de klagende ander die hoopt dat populisten de problemen gaan oplossen. Compassie betekent dat we verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar en ruimte willen maken voor het anders-zijn van die ander. Dat verhaal van compassie wil ik steeds weer vertellen en zichtbaar maken in mijn politieke keuzes en in hoe ik met anderen omga. Bij het vertellen van ons verhaal zullen we ook effectiever de media moeten inzetten. Zeker, we willen juist in de parlementaire democratie zaken bereiken, maar we zullen meer dan voorheen het spel ook in de media moeten spelen en daarbij sterke persoonlijkheden inzetten.

Ten diepste denk ik dat we moeten inzetten op een politiek van de hoop. Terwijl populisten energie halen uit angst en woede, moeten wij energie halen uit de hoop. Ik merk dat mensen smachten naar hoopvolle en richtinggevende verhalen. Over hoe waardevol het leven in een plurale samenleving is. Over hoe prettig het is om te leven in harmonie met de natuur. Enzovoorts. Geen zurige verhalen over wat er allemaal niet goed gaat (dat benoemen we concreet en pakken we aan), maar hoopvolle verhalen over hoe het gaat worden. Mensen enthousiasmeren voor een gezamenlijke toekomst.

Nee, ik denk echt niet dat daarmee het populisme verdwijnt. Dat doet het op andere manieren ook niet. Ik denk wel dat we het verlangen dat bij veel mensen leeft, kunnen aanspreken en inzetten voor een politiek die de mooie toekomst dichterbij brengt. We komen alleen maar ergens als we echt onszelf zijn en dat creatief en inspirerend laten zien.

Inleiding voor discussie op de Provinciale Ledenvergadering GroenLinks Drenthe op 11.01.2011


dinsdag, 10 januari 2012

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

GroenLinks: radicale systeempartij

Een willekeurige zin van een beginselprogramma van een Nederlandse politieke partij is “Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Dat zijn de idealen van ….” Van welke partij is dit programma: D66? De VVD? Het CDA? GroenLinks?

De zin komt uit het PvdA-programma uit 2005, maar het had naadloos bij ieder ander van deze partijen gepast. Het roept de vraag op: Zijn de idealen van Nederlandse politieke partijen wel van elkaar te onderscheiden? Hebben GroenLinksers andere waarden dan PvdA’ers of VVD’ers?

Radicale anti-systeempartijen

Natuurlijk zijn er verschillen tussen de beginselprogramma’s van bepaalde politieke partijen: de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie en de SGP, de SP en de PVV bieden ieder op hun eigen manier een fundamentele kritiek op de moderne samenleving. Dit zijn stuk voor stuk radicale anti-systeempartijen. En in hun beginselprogramma’s is dat ook goed zichtbaar:

  • De Partij voor de Dieren stelt dat onze antropocentrische samenleving het welzijn van dieren opoffert voor het welzijn van mensen. Dit is een fundamentele kritiek op onze maatschappij die in zijn geheel is gericht op verzekeren van rechten en kansen voor mensen.
  • De PVV levert een fundamentele kritiek op een heel scala van bestaande instituten: de parlementaire politiek die niet meer luistert naar de stem van de gewone Nederlander; de Europese Unie die Nederlanders het recht ontzegt om over eigen aangelegenheden te beslissen; de multiculturele samenleving die Nederland haar eigenheid ontneemt.
  • Ook de SP heeft een fundamentele kritiek en wel op het kapitalisme. Zeker haar beginselprogramma van 1999 bevat diep-socialistische cultuurkritiek: de samenleving dreigt een neo-liberale ‘brutopia’ te worden waar het kapitalisme “normloos en ongeremd” de menselijke waardigheid verkwanselt.1
  • De SGP bekritiseert de hedendaagse samenleving omdat deze van Gods pad is afgeweken. In haar houding ten opzichte van vrouwen en homo’s kan je het radicalisme van de SGP het beste zien. Terwijl homo- en vrouwenrechten door bijna iedere Nederlander onderschreven worden, wijst de SGP deze, verwijzend naar Bijbelteksten, af.
  • Het beginselprogramma van de ChristenUnie kenmerkt zich ook door een zelfde beroep op God en bevat een groot aantal verwijzingen naar Bijbelse teksten.2

De andere partijen, CDA, VVD, D66, GL en PvdA onderschrijven allemaal een sociaalliberaal programma. Als we de kritiek van de PvdD, PVV, SP en SGP analyseren, zie we ook wat dat sociaalliberale programma inhoudt: het stelt, in tegenstelling tot de PvdD, mensen centraal. Er is een brede consensus in Nederland dat de overheid primair de ontplooiing van mensen mogelijk moet maken. Het gaat, in tegenstelling tot de PVV en de SGP, uit van het constitutionele principe van gelijkberechtiging: onafhankelijk van hun geslacht of seksuele voorkeur kunnen burgers rekenen op dezelfde vrijheden. Hetzelfde geldt voor het geloof: christen, moslim of atheïst kunnen rekenen op dezelfde vrijheden. In tegenstelling tot de SP balanceert het programma markt, staat en maatschappelijk initiatief, in plaats van alle nadruk bij de staat te leggen. Het sociaalliberale programma plaatst Nederland midden in de wereld, terwijl de PvdD, PVV, de SP, CU en de SGP allemaal euroskeptisch zijn. Het Europese project is een project van de systeempartijen.

Sociaalliberale systeempartijen

Maar is er dan geen verschil tussen het gedachtegeoed van de vijf sociaalliberale partijen? Van GroenLinks tot VVD lijken deze partijen een breed sociaalliberaal programma te onderschrijven:

  • individuele vrijheid van mensen staat voorop;
  • voor deze vrijheid is wel een overheid nodig die de ontwikkelingskansen van mensen verzekert door goed onderwijs en een vangnet voor hen die het niet redden, in de vorm van de sociale zekerheid maar ook een tolerante en solidaire samenleving nodig;
  • er is een balans tussen de overheid, de vrije markt en ruimte voor maatschappelijk initiatief;
  • het huidige democratische constitutionele stelsel, balans tussen parlement en kabinet, scheiding van kerk en staat, burgerlijke en sociale rechten, wordt onderschreven;
  • Nederland staat open voor de wereld en werkt samen in Europa;
  • en de belangen van toekomstige generaties worden meegenomen in sociaal-economische afwegingen.

Fundamentele verschillen in mensbeeld zijn er niet tussen deze partijen: al deze partijen leggen een nadruk op het individu, maar wel een individu dat participeert in een samenleving, in het gezin, op de werkvloer, in verenigingen en in de democratie. Natuurlijk zijn er nuanceverschillen en verschillen in nadruk tussen politieke partijen, bijvoorbeeld: in de balans tussen overheid, markt en maatschappij hebben PvdA, VVD en het CDA ieder hun eigen voorkeur. De PvdA verdedigt de sociale zekerheid, het CDA legt de nadruk op het maatschappelijk initiatief en de VVD op de vrije markt.

Socialists are liberals who really mean it

Maar waar staat GroenLinks? Is haar programma inwisselbaar voor dat van de PvdA of D66? Misschien in woorden wel. Al deze partijen delen woorden als vrijheid, solidariteit en duurzaamheid. Maar in de uitwerking van het programma worden de verschillen wel degelijk duidelijk: dit brede sociaalliberale programma is voor GroenLinks een opdracht voor verregaande herverdeling, voor principiële rechtsstatelijkheid, voor een fundamentele vergroening en voor radicale internationalisering.

Socialists are liberals who really mean it. Vrijheid is meer dan alleen het recht om zelf te kiezen. We moeten mensen ook de middelen en de mogelijkheden geven om regie te nemen over het eigen leven. CDA, VVD, GroenLinks, D66 en de PvdA delen het idee dat mensen in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar alleen GroenLinks verwoordt consequent dat als mensen niet in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen, de overheid hen moet ondersteunen om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. ‘Socialisme ter wille van het individualisme’, noemde Jacques de Kadt dat.

Of neem de rechtsstatelijke houding van GroenLinks. Als we echt geloven in onze constitutionele orde, de principes en rechten die zijn vastgelegd in onze Grondwet, dan moeten we deze niet opgeven als we onder druk komen te staan van terreur. Een principe hebben betekent aan iets vast houden, juist als dat niet makkelijk is. Vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor mensen waar we het mee eens zijn. Dit betekent juist ook dat een radicale imam een abjecte orthodoxe versie van de islam mag uit dragen. Het gemak waarmee de VVD en het CDA burgerrechten wegwuiven vanwege terrorismebestrijding is geen teken van een verschil in prioriteiten (burgerrechten of veiligheid), maar van het feit dat deze partijen hun eigen waarden gewoon niet begrijpen. Sterker nog, als je echt gelooft in onze constitutionele orde, dan moeten we die tanden geven door rechters de mogelijkheid te geven om wetten af te wijzen omdat ze in strijd zijn met constitutionele principes. Alleen dan neem je de Grondwet echt serieus.

Het GroenLinks-programma is natuurlijk bijzonder radicaal waar het het milieu en klimaat betreft. Maar dit is niet meer dan een consequente uitvoering van het beginsel van duurzaamheid dat alle partijen delen. En zelfs dat is nauwelijks als een beginsel op zich te zien. Duurzaamheid betekent niet meer en niet minder dat je je eigen ideaal van een maatschappij waar mensen zich kunnen ontplooien zo serieus neemt dat je wilt dat die maatschappij er ook voor onze kinderen nog zal zijn. Duurzaamheid is geen ideaal op zich, maar slechts een consequente houding ten opzichte van je idealen. Maar dat heeft wel radicale implicaties: willen we onze samenleving die welvaart, kansen en werk relatief rechtvaardig verdeelt behouden, dan moeten we onze economie fundamenteel vergroenen.

GroenLinks wordt gekenmerkt door een internationale houding: met een open blik naar de wereld kiest GroenLinks voor Europese samenwerking en voor de ontwikkeling van andere landen. Internationalisme behoort tot de vezels van het sociaalliberale programma. De Nederlandse grondwet onderschrijft het principe van een internationale rechtsorde. De gevestigde liberale, sociaaldemocratische en Christendemocratische partijfamilies stonden allemaal aan de wieg van Europese samenwerking. De internationale houding van GroenLinks is niets anders dan een consequente houding: de grote crises van dit moment, de klimaatcrisis en de economische crisis, vereisen een internationaal antwoord. We kunnen deze problemen niet in ons eentje aan. We moeten internationaal samenwerken om onze samenleving te verduurzamen en onze idealen in de praktijk te brengen. De natiestaat voldoet niet meer om dat sociaalliberale programma uit te voeren. En zelfs waar het ontwikkelingssamenwerking betreft, is de achterliggende houding niet meer en niet minder een van consequent zijn: als je gelooft dat iedere burger beschermd moet zijn tegen geweld en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan, dan moet je erkennen dat er geen rationele grondslag is om deze principes te beperken tot de nationale staat. Als je gelooft in dat vrije individu, waarom heeft Jan uit Urk dan wel recht op individuele vrijheid, maar Jan uit Timboektoe niet?

Radicale systeempartij

Het hele GroenLinks-programma, groen, sociaal, internationaal en vrijzinnig, is niets meer en niets minder dan een consequente uitvoering van wat al die andere systeempartijen vinden. Een groot deel van de Nederlandse politiek onderschrijft een breed sociaalliberaal programma, dat oog heeft voor de toekomst en over de grenzen kijkt. GroenLinks een radicale partij, maar niet een radicale anti-systeempartij zoals PVV, PvdD, SGP en SP. GroenLinks geeft radicaal consequent uitvoering aan het breed gedeelde sociaalliberale programma: GroenLinks is een radicale systeempartij.

noten

1 Overigens is de SP in de laatste jaren sociaaldemocratischer geworden en heeft ze een groot deel van haar fundamentele kritiek laten varen, ze past daarmee beter in de sociaalliberale consensus.

2 Echter, recent probeert de CU haar gedachtegoed te verwoorden in woorden als “duurzaamheid, vrijheid en dienstbaarheid” die inwisselbaar lijken voor de waarden van de VVD, het CDA of GroenLinks. Ook deze partij sluit steeds meer aan bij de sociaaliberale consensus.

donderdag, 29 december 2011

John Jorna

John Jorna

Helpt geweld tegen het kwaad?

OMGAAN MET HET KWAAD IN DE WERELD

Je bent geograaf of je bent het niet! Als geograaf onderscheid je verschillende schaalniveaus. Het kleinste schaalniveau is dat van het gezin. Zou zich zelfs in een gezin kwaad voordoen? Op het eerste gezicht denk je van niet. Kinderen kunnen wel eens ondeugend zijn, maar dat valt voor mij niet onder “het kwaad”. Maar dan lees je over huiselijk geweld: mannen, die hun vrouw mishandelen of omgekeerd. Kinderen, die mishandeld worden, soms met dodelijk gevolg. Je hoort over seksueel misbruik van meisjes door vader of broer. Achter de voordeur gaat veel kwaad schuil. Leerkrachten en huisartsen wordt gevraagd daarop attent te zijn en ook buren zouden hun vermoeden kunnen melden bij een vertrouwensarts. Laten we bedrijven en instellingen deze keer maar overslaan.

We kijken naar het wijk- of dorpsniveau. Meestal is dit nog redelijk overzichtelijk en kennen veel mensen elkaar. Nu is er vaak veel weerzin tegen sociale controle, want dat wordt gemakkelijk geassocieerd met sociale dwang tot “deugdzaamheid”, als de jonge mensen tenminste nog weten, wat daaronder wordt verstaan. Maar als gezinnen weg gepest worden uit een wijk, dan zou de meerderheid van goedwillende mensen dat niet moeten pikken en zeker niet de ouders van de pesters. Die zouden ook door iedereen daarop aangesproken moeten worden. Buurtwerkers, wijkagenten, buurtverenigingen, jeugdzorg en gemeente horen goed samen te werken en daarbij vooral moeten afspreken, wie de eerst verantwoordelijke is voor de aanpak van een probleemgeval. Een interessant nieuw initiatief is Burgernet. Wie zich daarbij heeft aangesloten krijgt soms van de politie een sms of mondelinge boodschap via de telefoon om te waarschuwen, wanneer hij iemand met een nauwkeurig signalement ziet.

Toch is het bestrijden van criminaliteit en het verzekeren van de veiligheid van de burgers vooral een overheidstaak. De overheid moet de wet handhaven. Zelfs in Nederland valt dat niet mee. Bij zware criminaliteit is vooral het leveren van een wettig en overtuigend bewijs moeilijk. De politie kampt vaak met te weinig of onvoldoende deskundig personeel. Computercriminaliteit vroeg een totaal nieuw soort specialisten.

Is het in Nederland al moeilijk, hoe uitzichtloos lijkt het in een land als Somalië of Mexico of Afghanistan. In dit laatste land proberen we er iets aan te doen door agenten een eerste opleiding te geven en ook mee te werken aan de opleiding van hoger personeel en medewerkers van justitie. Maar het land kent meerdere stammen, die zich weinig aantrekken van een centraal gezag en landelijke wetten. Er is een enorme corruptie, ook bij de overheid en die blijft meestal ongestraft. Lokale krijgsheren betalen wapens en munitie met de opbrengsten van de papaverteelt. En natuurlijk zijn er de Taliban, die met geld van elders velen tot meevechten weten te bewegen. Want het is een arm land met weinig werkgelegenheid. Zo bezien is de training van die paar politieagenten een druppel op een gloeiende plaat? Of moet je misschien een andere beeldspraak gebruiken: een zaadje, waaruit een forse boom kan groeien? Wat doe je tegen het kwaad in een falende staat als Afghanistan? Wat is de zin van de aanwezigheid van de NAVO in het land? Terwijl al eerder is gebleken, dat je je hand maar beter niet in dat wespennest kunt steken. De groei naar een rechtsstaat moet van binnen uit komen en dat vraagt ontwikkeling. De Afghanen zelf moeten tot het inzicht komen, dat het anders kan. Dat vraagt ontwikkeling en het ontstaan van een middenklasse, die dat allemaal niet meer accepteert. Daar gaan wel een paar generaties overheen. Toch zie je het overal in de wereld gebeuren: China, India, Brazilië waren onderontwikkelde landen en groeien nu snel naar de top van de grote economieën in de wereld. Het kwaad in de wereld kun je niet laten verdwijnen met geweld. Het lost niets op. De oorzaak van het kwaad wordt niet weggenomen.

Toch blijft steeds weer de twijfel. Als kind maakte ik de Duitse bezetting heel bewust mee. Ik begreep heel goed, dat het Nazidom het kwaad was, dat bestreden moest worden. Ik was die Canadezen enorm dankbaar toen zij ons na bijna vijf jaar vrijheid brachten. In Oost-Europa kwam in de plaats van het Nazibewind een communistische dictatuur. Het duurde nog vijfenveertig jaar voordat die verdween. Niet door geweld van buitenaf, maar het kwam van binnenuit. In voormalig Joegoslavië moest van buitenaf met geweld worden ingegrepen om er rust te brengen en nog steeds moet de door buitenlandse troepen worden bewaakt. Wat doe je tegen mensen, die echt niet het goede willen?

Hoe lang moeten de Afghanen nog wachten op vrijheid en veiligheid en ontwikkeling en welvaart?

Jaargang 4, Nr. 195.

vrijdag, 23 december 2011

John Jorna

John Jorna

De politie trainigsmissie in Kunduz

KERSTMIS IN KUNDUZ

Er gaat het verhaal, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog ergens aan het front in België Duitse en Geallieerde soldaten gezamenlijk kerstliederen zongen, ieder in de eigen loopgraaf. De wapens zwegen een moment. Of in Afghanistan de vijandelijkheden ook gestaakt gaan worden valt te betwijfelen. Net als dezer dagen in Irak kun je van alles verwachten.

Ik was afgelopen woensdagavond in de Jaarbeurs in Utrecht, waar Mariko Peters het GroenLinks standpunt over de politiemissie in Kunduz met de achterban wilde bespreken. Zoals te verwachten waren vooral tegenstanders komen opdagen. Daar is niets verkeerds aan, want luisteren naar elkaars standpunten en de argumenten daarvoor is altijd leerzaam. Als je tenminste wilt luisteren.

Ik ging er naar toe omdat ik mij voortdurend erger over de manier waarop een karikatuur van het GroenLinks standpunt wordt gemaakt. Het is een civiele missie en dus mogen die agenten alleen het verkeer regelen of wildplassers bekeuren. Wie zich beter laat informeren weet, dat ze ook leren roadblocks in te richten en te bemannen, leren te patrouilleren in vijandige buurten en leren hoe mensen te fouilleren. Mariko zag als voornaamste taak voor de politie om voor meer veiligheid te zorgen. Daarbij gaat het de burgers zeker niet op de eerste plaats om het bestrijden van de Taliban, maar meer om het tegengaan van corruptie, afpersing en andere vormen van criminaliteit en het handhaven van de openbare orde. Daarvan hebben de mensen veel meer last als van de Taliban. Bij de training wordt ook aandacht besteed aan Mensenrechten, maar je moet niet verwachten, dat een vrouwonvriendelijke samenleving spoorslags kan veranderen. En dacht ik, wat gebeurt hier allemaal achter de voordeur? De blijf-van-mijn-lijfhuizen zijn er niet voor niets.

De discussie draaide echter vooral om de aanpak. Iedereen weet, dat alle geweld nooit een echte oplossing voor de tegenstellingen in Afghanistan kan brengen. Velen zijn voorstander van een vorm van bemiddeling, waarbij het tot onderhandelen met de Taliban zou moeten komen. Af en toe lees je over pogingen in die richting. Er zouden ook gematigde Taliban zijn, waarmee best te praten valt. De zogenaamde Talibanonderhandelaar bleek een oplichter. Maar wat zou het mooi zijn. Ik verwacht er niet veel van. De Taliban weten, dat de NAVO na 2014 vertrokken zal zijn. Ze zeggen: “De Amerikanen hebben die dure horloges, maar wij hebben de tijd!”. Straks brengen we heel Afghanistan weer onder controle. Eerlijk gezegd verwacht ik niet, dat al die warlords met hun stammen tot eendrachtig verzet zullen weten te komen. De Afghanen weten het ook. Wie geld heeft verlaat het land of bereidt zijn vertrek voor. Waarom zouden de Taliban gaan onderhandelen? Pas als zeer veel mensen hebben leren lezen en schrijven en weten, dat het ook anders kan, kun je verwachten, dat er een mentaliteitsverandering gaat optreden.

Mijn conclusie is dan ook, dat de kans op vrede in Afghanistan op korte termijn zeer klein is. De politie trainingsmissie is een nuttig initiatief, dat verdient te worden voortgezet. Uitbreiding naar andere gebieden lijkt mij mogelijk. Opleiden van grenspolitie is moeilijk binnen onze voorwaarden. Grensbewaking is een taak voor militairen. Een goede grenspolitie is wenselijk om de opiumhandel tegen te gaan en de import van wapens en munitie te verhinderen, maar dat lijkt mij geen taak voor de eenvoudige mannen, die nu getraind worden. Intussen zouden vredesorganisaties kunnen onderzoeken of ze ergens in Afghanistan aan de slag kunnen gaan. Waar nodig verdienen zulke initiatieven steun van onze regering. En breng ontwikkeling, want dat is de voornaamste voorwaarde voor verandering op langere termijn.

Jaargang 4, Nr. 194.

maandag, 19 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Bij de veteranenwet: ‘oorlog is niet normaal’

In eerste kamer, strijd, gevaar, technologie, geweld, terrorisme, inzet, kinderen, mensen, en meer.

Inbreng in het debat in de Eerste Kamer over de Veteranenwet, 19.12.2012

Oorlog is niet normaal. Vechten is niet normaal. Dat is niet alleen de les die de meeste opvoeders hun kinderen meegeven, het is ook deel van de pacifistische wortels van mijn partij. Conflicten los je op met woorden, niet met wapens. Daarbij sluiten we onze ogen niet voor de werkelijkheid dat militair ingrijpen soms onvermijdelijk is ter verdediging van het Koninkrijk of van de internationale rechtsorde. Maar het grondbesef blijft dat gevechtshandelingen nooit de ideale methode zijn, hooguit het laatste redmiddel.

Oorlog is niet normaal. En juist daarom heeft de overheid een bijzondere zorgplicht voor mensen die zij in die niet-normale omstandigheden brengt. Wij zijn als samenleving verantwoordelijk voor de risico’s en gevolgen van deze inzet. Die risico’s kunnen groot zijn, zoals we weten uit onderzoek rond bijvoorbeeld PTSS en zoals ik zelf merk bij de trainingen over trauma die ik geef aan de geestelijk verzorgers in de krijgsmacht.

Daarom is mijn fractie de indieners van de Veteranenwet dankbaar voor hun initiatief. Het is in onze ogen een sterk intentionele wet: voordat concrete kaders en maatregelen worden aangewezen, maakt de wet eerst de intentie glashelder: Onze Minister voert een beleid dat is gericht op het bevorderen van erkenning en waardering. Onze minister heeft een zorgplicht voor militairen die worden ingezet en hun relaties. Die beide dimensies zijn van belang, erkenning en zorg. En het is ook van groot belang dat dat niet zuinig maar ruiterlijk is geformuleerd, tot en met een inkomensvangnet en een veteranenombudsman.

Het intentionele karakter van de wet heeft natuurlijk gevolgen voor de begrenzing en definitie, en ik wil graag op dat punt een enkele vraag stellen. Het criterium om onder de reikwijdte van deze wet te vallen, is dat men militiar of gelijkgesteld moet zijn en gediend heeft onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Dat lijkt duidelijk, maar toch.

In de hedendaagse wereld heeft oorlog soms hele andere gestalten dan vroeger en daarbij zijn termen als ‘oorlogsomstandigheden’ en ‘missie’ niet altijd toereikend. Zo valt bijvoorbeeld de strijd tegen terrorisme niet per definitie onder deze termen, maar het is wel degelijk een vorm van gewapende strijd. Moeten we dan niet ook spreken over veteranen? De nota naar aanleiding van het verslag noemt als reden voor hun bijzondere positie “dat alleen voor militairen het lopen van risico’s het hoofdkenmerk van het beroep is, dat zij door tegenstanders actief naar het leven worden gestaan en zij actief geweld moeten gebruiken om deze tegenstanders te doden of buiten gevecht te stellen.” Geldt dat niet in potentie ook sterk bij de strijd tegen terrorisme, waaronder terugkijkend bijvoorbeeld ook de militairen die ingezet werden bij de treinkaping in 1977? En wat betekent dat voor de samenwerking tussen defensie en politie bij de DSI en UIM? Hoe wordt hier omgegaan met de vraag wie wel en wie niet een beroep mag doen op de erkenning en zorg?

Eenzelfde vraag speelt bij de gewijzigde methoden van oorlogsvoering die ontstaan door nieuwe technologie. Gaat een drone-piloot op missie als hij of zij op afstand, bijvoorbeeld vanuit een commando-locatie in Nederland ergens ter wereld gronddoelen aanvalt en ’s avonds weer bij zijn gezin aan tafel aanschuift? Zijn dat oorlogsomstandigheden? Enerzijds is er geen sprake van persoonlijke geweldsrisico’s, anderzijds blijkt ook hier bijvoorbeeld PTSS wel degelijk op te kunnen treden.

Voorzitter, met deze vragen stelt mijn fractie niet de wet of de gebruikte definities ter discussie. Wel vraagt zij hoe de indieners en de regering denken over de gevolgen van veranderende manieren van oorlogsvoering en over een ruimhartige omgang met deze definities als de omstandigheden wijzigen, zodat er niet opnieuw mensen tussen wal en schip vallen.

Want oorlog is niet normaal. Het mag dat in ons denken ook niet worden en we zijn als samenleving erkenning en zorg schuldig aan wie zich voor ons in gevaar begeven.


vrijdag, 16 december 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Na de commissie Deetman…

In religie, seksueel misbruik, december, eerste, geweld, hulp, hulpverlening, kant, kerk, en meer.

Nu de commissie Deetman haar rapport heeft uitgebracht – 1400 bladzijden die ik nog niet gelezen heb – is het goed om enkele kritische vragen op een rijtje te zetten. Over de commissie zelf, over de uitkomsten van het onderzoek en over de reactie van de kerkelijk verantwoordelijken.

Zo’n anderhalf jaar geleden kwamen de berichten over grootschalig seksueel misbruik op rooms-katholieke internaten naar buiten. Heel verrassend was dat niet, want het was uit andere landen al bekend. In navolging van die andere landen en onder druk van de publieke opinie besloot de kerk een commissie in te stellen onder leiding van Wim Deetman die dat tot op de bodem zou uitzoeken.

De commissie

Ik schreef daar op 17 maart 2010 over dat het echte probleem niet in het celibaat ligt, maar dieper verankerd is in het systeem van de kerk: “Centraal in de misbruikaffaire is het hele systeem waarin toezicht en openheid ontbraken, waarin misbruikincidenten werden toegedekt of verzwegen en waarin daders eenvoudigweg werden overgeplaatst.”

Toen Deetman zijn onderzoeksopzet presenteerde, vroeg ik op 8 mei 2010 aandacht voor “inzicht in de verschillende typen daders en hoe die zich verhouden tot het systeem.” Ik was en ben blij met de breedte en de grondigheid van het onderzoek. Ik ben ook opnieuw bevestigd dat Deetman vaak een goede pastorale toon weet te treffen. Mijn vragen over de deskundigheid van de commissie zijn niet helemaal beantwoord, maar de presentatie van het rapport geeft wel vertrouwen in de kwaliteit.

Bij het eerste deelrapport (over de hulp aan slachtoffers) was ik teleurgesteld. Op 11 december 2010 schreef ik dan ook dat Deetman alles zo bestuurlijk had aangepakt dat de behoeften van slachtoffers buiten beeld raakten. Dat leek me kwalijk voor het vertrouwen in de commissie en daarom ook in de kerk. Met zijn eindrapport blijkt Deetman veel vertrouwen te hebben herwonnen, zeker ook omdat hij de kerk al een tijdje zeer kritisch oproept echt gehoor te geven aan de slachtoffers.

Anders dan sommige anderen heb ik nooit zo getwijfeld aan de onafhankelijkheid van de commissie. Ik vind het zelfs van belang dat de kerk zijn verantwoordelijkheid nam en opdracht gaf tot dit onderzoek. Die onafhankelijkheid lijkt nu ook buiten kijf, zeg ik met natuurlijk de nodige slagen om de arm.

De uitkomsten

Wat heeft de commissie Deetman opgeleverd aan nieuwe inzichten? Het meest in het oog springen de aantallen. Enige tienduizenden gevallen van misbruik, waarvan enkele duizenden ernstig. Rond de 10 % van alle Nederlanders boven de 40 is in de jeugd op ongewenste wijze seksueel benaderd buiten het gezin. Onder rooms-katholieken ligt dat percentage iets hoger, maar dat heeft vermoedelijk vooral andere dan kerkelijke redenen. Wel is er een groot verschil tussen kinderen in instellingen en daarbuiten: op instellingen liepen kinderen een twee keer zo hoog risico. Daarbij was er geen verschil tussen rooms-katholieke en andere instellingen. Uit de feitelijke meldingen zijn 800 plegers te identificeren, waarvan er nog ruim 100 in leven zijn. Overigens is het aandeel van geestelijken onder de plegers niet hoog te noemen. Daarnaast weten we dat nog steeds jaarlijks 100.000 kinderen slachtoffers worden van seksueel, lichamelijk en psychisch geweld.

Het zijn schokkende aantallen, maar ze wijken niet wezenlijk af van wat we al wisten over seksueel misbruik. Dat komt – erg genoeg – veel vaker voor dan we willen weten of kunnen verdragen. En dat het in autoritaire situaties als internaten nog vaker voorkomt, verbaast ook niet in het licht van internationaal onderzoek. Het mag ook niet de aandacht afleiden van de hoge aantallen slachtoffers van seksueel en lichamelijk geweld binnen gezinnen. Dat is het meest schokkende: dat het zo wijdverbreid is.

Kerkelijke reacties

Het meest onthullend en onthutsend lijkt het rapport waar het zichtbaar maakt hoe bisschoppen en andere kerkleiders reageerden op signalen van seksueel misbruik. Tot heel kort geleden suggereerden ze naar buiten toe dat ze er eigenlijk weinig of niets van wisten. “Wir haben es nicht gewusst.” Deetman laat zien dat men het wel degelijk kon weten en ook wist. Misschien dacht men dat het om geïsoleerde gevallen ging, of dat het met straf en overplaatsing over zou gaan. Feit is dat men al in de jaren vijftig ruimschoots signalen had en dat er ook in die tijd al misbruikschandalen naar buiten kwamen.

Kenmerkend voor de eerste decennia is het zinnetje in de samenvatting van het rapport: “Bij de ontwikkeling van een bestuurlijke aanpak was in die tijd de individuele pleger het uitgangspunt. Er was geen structurele benadering van de problematiek.” Het was echter ook een structureel probleem, wat blijkt uit het feit dat een aantal plegers ook zelf in hun jeugd slachtoffer was: “Er zijn aanwijzingen dat seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens de eigen kweek wellicht tot de interne kloostercultuur heeft behoord. Wanneer de verantwoordelijke superieuren (waarschijnlijk of zeker) op de hoogte waren van misbruikgevallen, was overplaatsing (eventueel naar het buitenland) één van de meest toegepaste maatregelen. Boete doen, overplaatsing en eventuele behandeling was aantrekkelijker dan uitzetting uit de orde om verlies van leden of een schandaal te voorkomen.”

Sinds de jaren tachtig is de aandacht voor seksueel misbruik sterk toegenomen. Dat geldt ook in de kerk, maar de bisschoppenconferentie heeft niets gedaan met stukken die ook toen al op tafel kwamen en aandacht vroegen voor misbruik van minderjarigen. Men volgde zelfs de regel van het Vaticaan niet dat pedoseksuele plegers uit hun ambt moesten worden gezet. Voor een deel vinden we dit negeren en miskennen ook buiten de kerk, maar de kerkelijke verantwoordelijken hebben heel erg lang de andere kant opgekeken en zich meer zorgen gemaakt om de reputatie van de kerk dan om het welzijn van slachtoffers.

Ik was met dit alles in gedachten erg benieuwd naar de kerkelijke persconferentie. De vertegenwoordigers van de bisschoppen en van de ordes en congregaties reageerden op het rapport. Aanvullend stuurden de laatsten nog een open brief aan de slachtoffers en ook kardinaal Simonis gaf een officiële reactie. Komende zondag zal een brief van de bisschoppen worden voorgelezen in de kerken. Duidelijk klinken woorden van spijt en schaamte, primair over de plegers van het misbruik, maar ook over de verantwoordelijken die tekortschoten. Ook is er bereidheid om hulp te bieden en schadevergoeding, maar vooral ook erkenning voor het aangedane kwaad.

Is het genoeg?

Dat is allemaal van belang, maar het is voorlopig niet genoeg om het vertrouwen te herstellen. Nog steeds ontbreekt de fundamentele zelfkritiek van de kerk. Daar geeft het rapport Deetman overigens wel genoeg bouwstenen voor.

Seksueel misbruik vraagt niet alleen om een potentiële pleger en een potentieel slachtoffer, maar ook om omstandigheden. Om een setting, een systeem dat het risico verhoogde. De visie op ambt en kerk gaf een machtspositie aan de plegers en maakte het problematisch om klachten goed op tafel te krijgen. En de visie op seksualiteit is op zijn best ambivalent te noemen. Van een deel van de plegers moeten we zelfs zeggen dat ze door de kerk gekweekt zijn.

Het is dan ook niet bevredigend om alleen spijt te betuigen en te spreken over de schuld van individuen. Dat is lang genoeg gedaan. Om schoon schip te maken, is een veel zelfkritischer houding nodig. Niet meer de morele gelijkhebberij die de kerk vaak kenmerkt, maar kritisch kijken naar de eigen visie en de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan.

Ik zie dat nog niet gebeuren. Ja, de hulpverlening is verbeterd en er worden schadevergoedingen uitgekeerd. De klachtenprocedures en opleiding van priesters verbeteren ook. Maar echte zelfkritiek is helaas nog ver te zoeken. Het blijft dus de vraag hoe veel de rooms-katholieke kerk van het rapport Deetman leert.


zondag, 11 december 2011

Erik de Graaf

Erik de Graaf

GR

Knoop in de loop

In berlijn, duitsland, auto, boodschap, december, europese, foto, geweld, informatie, en meer.

Ringo Starr presenteerde deze week zijn veelkleurige “knotted gun. Een pistool met een knoop in de loop als symbool tegen geweld. Aanleiding voor Ringo was de 31e verjaardag van de moord op zijn mede-beatle John Lennon op 8 december. Ringo eist zwaardere straffen tegen wapenbezit. Terecht.

Ringo was nooit de meest creatieve beatle. Ook dit keer was hij niet echt origineel. Sinds 1988 staat een grote “knotted gun” voor het gebouw van de Verenigde Naties in New York. No Violence heet dat beeld van de Zweedse kunstenaar Carl Fredrik Reuterswärd, die overigens net als Ringo geïnspireerd was door de moord van Michael Chapman op Lennon.

Reuterwärds boodschap tegen het geweld heeft zich sindsdien over zestien Europese en Amerikaanse steden verspreid. Naast het origineel in New York zijn twee andere originelen in Luxemburg en in het Zweedse Malmö te zien. Daarnaast bestaan er dertien replica’s. In het Olympisch Museum in het Zwitserse Lausanne, bijvoorbeeld. Of in een park in het Zweedse Boras, waar in 2003 Anna Lindh, de minister van Buitenlandse Zaken, werd vermoord. Een mooi symbool tegen een brute moordaanslag.

Begin dit jaar ben ik vergeefs op zoek geweest naar de Berlijnse replica, die volgens mijn informatie ergens in de tuin van het Kanzleramt moest staan. Ook een toeristengids met een groep Japanners kon me niet verder helpen. Uit een foto begreep ik later dat ik aan de verkeerde kant van de Spree had gezocht. De Duitse versie is in 2005 door de kunstenaar aan Duitsland geschonken. De toenmalige kanselier Schröder zei bij de onthulling dat het beeld geen misverstanden toeliet. Hij noemde het een monument voor de vrede. Intussen kijkt Angela Merkel vanuit haar werkkamer tegen het beeld aan. Ik ben benieuwd wat zij ervan vindt. In ieder geval is ze nog nooit in het park bij haar kantoor gesignaleerd, las ik pas. Behalve dan op weg naar de helikopterlandingsplaats in de tuin.

Erik de Graaf

zaterdag, 10 december 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

10 / 12 / 2011

In mensenrechten, politiek groningen, politiek internationaal, politiek landelijk, mensenrechten, demonstranten, dierenwelzijn, geweld, groningen, en meer.

Precies een jaar geleden liet de veertienjarige Sahar Hibrahim Gel zien hoe zij in haar eentje een systeem kon veranderen. Gisteren kleurden heel veel scholen violet en paars om homoseksualiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken. De afgelopen week werd het meldnummer voor dierenwelzijn geopend en vond een meerderheid van de Tweede Kamer een landelijk meldnummer voor slachtoffers van mensenhandel overbodig. Tofik Dibi en Irshad Manji bleven deze week uit protest op een podium staan, nadat ze werden bedreigd en bekogeld met eieren. De politie vroeg hen het podium te verlaten. Waar vorig jaar de 18-karaats gouden penning voor de Nobelprijs voor de Vrede in zijn doosje bleef liggen, wordt vandaag de naam van de Chinese winnares van de Nederlandse staatsprijs voor mensenrechten niet genoemd. Vandaag wordt één van de grootste demonstraties in twintig jaar in Rusland gehouden en in Groningen vraagt Amnesty International aandacht voor de noodtoestand in Egypte, waar opstanden nog steeds met grof geweld worden neergeslagen. De Egyptische demonstranten die onlangs in een grote lijn aan de kust stonden, met een onderlinge afstand van honderd meter, ontroeren me. Toen de politie hen vroeg wat ze aan het doen waren antwoordden ze ‘I’m just looking at the sea…’

Het gaat over mensenrechten. En vandaag bestaat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens 63 jaar, om altijd te bewaken.


dinsdag, 6 december 2011

Kris van der Veen

Kris van der Veen

Hyves Twitter GR

zie je wat ik zeg (1)

In iedere schoolklas zit minstens één kind dat mishandeld wordt, geweld tussen ouders meemaakt of misbruikt wordt. In ZIE JE WAT IK ZEG, een prenten- en verhalenboek over zes kinderen die dit hebben meegemaakt, wordt duidelijk wie zij zijn, wat ze voelen en wat we hadden kunnen zien. Zien, om ze te kunnen helpen of steunen. We hadden ze het gevoel kunnen geven niet schuldig te zijn aan de situatie.
Voor het filmproject De Vreemde Blik / Der Fremde Blick maakten we met ZIE JE WAT IK ZEG een film in Oldenburg. We vroegen aan kinderen wie hun helden, koningen of koninginnen zijn. En waarom dat zo is. Ondertussen waren we aan het knippen en kleuren: we maakten een kroon voor hun held, koning of koningin. Of kat. En een kat is een prima held, leerden we.
Voor ZIE JE WAT IK ZEG zijn Linda Witpaard en ik bezig fondsen te werven om uiteindelijk het prenten- en verhalenboek te kunnen verwezenlijken. Twee ambassadeurs hebben zich verbonden aan ZIE JE WAT IK ZEG, te weten Sipke Jan Bousema en Anita Killi (van de Noorse animatiefilm Sinna Mann).
Heb jij tips voor ons, contacten of informatie die ons verder kunnen helpen het totaalbedrag bij elkaar te verzamelen? Laat dat dan weten via krisvdveen@gmail.com of door te reageren op dit blog! We horen heel graag van je en staan overal open voor.

zondag, 4 december 2011

Christian Jongeneel

Christian Jongeneel

Hyves Linkedin Twitter Youtube

Margin Call voor insiders

In film, banken, genieten, geweld, kredietcrisis, schuld, beleggingen, bedrijf, de bank, en meer.
1790

Margin Call is een thriller zonder de minste dreiging van geweld. Een jonge analist bij een bank komt erachter dat de complexe financiële producten die zijn bank koopt en verkoopt, de risico’s bij de bank zo hebben opgestapeld dat een bankroet nabij is.

Hij meldt het bij zijn baas, en dan gaat een hele keten van machtsspelletjes lopen tot aan de top van het bedrijf toe. Iedereen wist wel dat de risico’s groot waren, maar nu moet iemand de schuld krijgen. En de giftige beleggingen moeten gedumpt worden bij andere banken, zonder dat die het doorhebben.

Margin Call is het best te genieten als je enige kennis van het bankwezen hebt, want overdreven uitleggerig is de film gelukkig niet. Sterk acteerwerk van onder andere Jeremy Irons, Kevin Spacey, Stanley Tucci en Demi Moore maakt het ook aantrekkelijk. Het mooiste is echter dat Margin Call de kredietcrisis een menselijke maat weet te geven.

vrijdag, 2 december 2011

Frank Hemmes

Frank Hemmes

Redeloos, Reddeloos, Radeloos

In politiek, crisis, europa, minister, nieuws, geweld, weer, gisteren, het nieuws.
Al sinds het begin van de crisis houd ik het nieuws bij. Zodoende raak je na verloop van tijd toch wat immuun voor de dreigende krantenkoppen en onheilstijdingen. Maar met de koppen van gisteren wordt je toch weer ongerust: “ECB-bestuurder: Europa nu echt in crisis“. En: “Franse minister vreest geweld bij einde Euro“. Voor het [...]

vrijdag, 25 november 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Sint: nu in nieuwe verpakking!

In de maatschappij dat zijn wij!, sociale media, artikel, december, diensten, gegevens, geweld, huis, informatie, en meer.

Het valt niet mee: je woont al eeuwen in Spanje, werkt een klein deel van het jaar in Nederland alwaar je de economische en technologische ontwikkelingen en in navolging daarvan de wetgeving, nauwelijks kan bijbenen. Maar je wilt wel. Als Sint wil je aansluiting blijven vinden met je doelgroep dus Sinterklaas vernieuwt. En da’s lastig.

Er is een nieuw, gechipt, paard en een nieuw kostuum inclusief mijter. Deze mijter heeft het kruis op de achterkant…of het labeltje zit per ongeluk aan de voorkant. Made in Taiwan. Weten ze daar veel. Het produceren van kleding gebeurt uit kostenoverwegingen nou eenmaal niet meer in de regio. Opkomende economieën dringen zich de traditie binnen. 

Die intocht. Een stoomboot? Een paard? Wat de duurzaamste manier van reizen is voor dit traject en hoe dat over 100 jaar is, heb ik voorgelegd aan pagina3 van NRC-next. Ik gok voor de korte termijn, 20 jaar, op stroom. Hopelijk kunnen we de man met een goed advies ter overweging terugsturen op 6 december.

Dan de wetgeving. Wie krijgt de koek en wie de gard. Ik heb gemerkt dat ik voor beide niet in aanmerking kom. Hoe ik ook meezing ‘s avonds: ik ben al blij als mijn schoen er nog staat de volgende ochtend.

Maar hoe zit dat nou met die gard? Volgens artikel 1:247 lid 2 BW ‘passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe’. Met andere woorden: zolang De Sint of de Piet niet de ouder van het kind is (……) mag die gard.

Op de cadeaus voor pakjesavond heb je tegenwoordig als kind invloed, althans, dat doet het Sinterklaasjournaal vermoeden. Niet in het boek, dan geen cadeau. Sint goes digital. Aldus stonden mijn kinderen erop dat hun namen digitaal zouden worden toegevoegd aan het Grote Boek. De doelgroep is overwegend jonger dan 16 jaar en dus geldt volgens art. 5 Wet bescherming Persoonsgegevens: ‘Indien de betrokkene minderjarig is en de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt….. is in de plaats van de toestemming van de betrokkene die van zijn wettelijk vertegenwoordiger vereist.’ Montessori als ze zijn heb ik het ‘zelf doen’ moeten remmen door mijn diensten aan te bieden. Onze gegevens in Het Grote Boek gaat me te ver en vreemd genoeg vergeet ik dat registreren steeds.

Van anderhalf miljoen kinderen – we vergrijzen toch? – was de naam al geplaatst. Alle informatie is inmiddels verwijderd. Hun ouders hebben de wet overtreden en zijn door de NTR gered want art. 16 Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind: ‘Ieder kind heeft recht op privacy. De overheid beschermt het kind tegen inmenging in zijn of haar privé- of gezinsleven, huis of post en respecteert zijn of haar eer en goede naam’. Alleen een naam in het boek is al inbreuk, laat staan dat ouders gaan publiceren waarom dat kind die gard verdient.

Door zijn crossmediagebruik laat Sint zien mee te willen gaan in de vaart der volkeren. Wie de media heeft, heeft de toekomst. Jammer dat sint-punt-en-el werd gehackt. Het Openbaar Ministerie: ‘…het aantal cybermisdrijven neemt toe, cybercrime internationaliseert verder, is in ontwikkeling en steeds vaker zijn criminele organisaties erbij betrokken.

Zo’n oude man, wat doen we hem aan…

 

 

dinsdag, 22 november 2011

Milena Stojanovic

Milena Stojanovic

Hyves Twitter

Nederlandse slavernij anno 2011

In armoede, bezig, cultuur, gemeente, gewoon, jongeren, mensen, nederlanders, onderwijs, en meer.


Jossef wordt uitgezet, ondanks alle inspanningen van gemeente, artsen en school heeft het COA besloten door te gaan en Jossef en zijn moeder te verhuizen naar Katwijk om vanaf daar uitgezet te worden.

Even voor uw beeldvorming: de NOS berichtgeving over de situatie aldaar..

Door het label asielzoeker/vluchteling wordt vergeten dat het hier om mensen gaat. Als je naar ze kijkt als mensen en ziet dat Jossef gewoon Nederlands praat, het goed doet op school en in niets onder doet voor een mens dat hier geboren is, vraag ik me af waar we in hemelsnaam mee bezig zijn.

Er worden nu Nederlandse jongeren (ja, Nederlandse daar ze een andere, hun zogenaamde eigen cultuur, niet kennen) uitgezet naar landen waar kindsoldaten, honger, armoede, geweld, verkrachting, gebrek aan onderwijs en toekomst een waarschijnlijk vooruitzicht zijn.
Is dat wat we werkelijk willen? Meewerken aan het zwaarste strafsysteem dat er bestaat? Er wordt zo vaak schande gesproken over het Nederlandse verleden in de slavernij. De Pieten moeten paars en de Gouden Koets moet opnieuw gedecoreerd om de herinnering aan dit slechte verleden weg te poetsen. En dat alles terwijl we op deze wijze nog steeds mensen onderwerpen aan de onmenselijke grillen van ons 'verheven' Nederlanders...

donderdag, 17 november 2011

Simon Otjes

Simon Otjes

Last.fm Twitter

De kloof tussen kiezer en gekozenen in kaart gebracht

In uncategorized, aow, begroting, belangrijk, cda, communicatie, d66, delen, dragen, en meer.

Peter Kanne, opinieonderzoeker bij TNS NIPO, is skeptisch over de vraag of stemmen wel zin heeft. Volgens hem zijn er zulke grote verschillen tussen wat kiezers van partijen verwachten en wat die partijen daadwerkelijk willen, dat het kabinetsbeleid niet goed aansluit bij wat de kiezers willen. Is dit de schuld van de slecht communicerende partijen, niet-oplettende kiezers of van sensatiegerichte media?

De kern van het verhaal van Kanne is dat er een groot verschil is tussen de voorkeuren van kiezers zelf, tussen de positie die kiezers denken dat een partij heeft en de posities van partijen volgens hun programma. Kanne gaat uit van het kieskompasmodel. Dit onderscheidt een links/rechts tegenstelling en een conservatief/progressief tegenstelling. De grootste verschillen tussen partijen en kiezers zitten aan de rechterkant van het politieke spectrum. VVD, PVV, CDA en D66 kiezers schatten hun partijen allemaal op economisch gebied veel linkser in dan dat ze “daadwerkelijk” zijn. CDA, D66 en PVV zijn volgens hun eigen kiezers centrum-linkse partijen, terwijl deze partijen in hun programma’s rechtse voorstellen deden. Dit zorgt ervoor dat het regeringsprogramma van het kabinet-Rutte een rechts karakter heeft, terwijl dat volgens Kanne niet is wat kiezers willen.

Op links speelt deze tegenstelling ook: de afstanden zijn hier minder groot maar betreffen nu niet alleen maar de economische maar ook de culturele tegenstelling. GroenLinks wordt bijvoorbeeld door kiezers rechtser en conservatiever ingeschat dan dat ze daadwerkelijk is. Dat geldt voor bijna alle linkse partijen. Kiezers staan wel vrij dicht bij de positie die ze zelf een partij toedichten. Dit zorgt ervoor dat kiezers eigenlijk allemaal clusteren in de links-conservatieve hoek, terwijl partijen verdeeld zijn tussen links-progressieven en rechts-conservatieven.

Who is to blame?

Kanne legt de schuld van de discrepantie tussen kiezers en gekozenen bij de politieke partijen. Hij vindt dat partijen zich niet helder positioneren: zij zijn niet helder in de communicatie van hun standpunten, weigeren echt positie te kiezen en wisselen van standpunt. Het boek bevat een zeer uitgebreide beschrijving van hoe in de laatste vijf jaar partijen posities hebben gekozen, maar ook deze posities weer hebben laten vallen. Waar hij bij de beschrijving van het verschil tussen kiezers en gekozenen uitgebreid statistisch materiaal levert, doet hij dit niet bij het verklaren van deze verschillen. Dat laat dus ruimte voor alternatieve verklaringen:

Je zou de schuld van het verschil tussen wat kiezers denken dat partijen willen en wat kiezers willen gedeeltelijk bij de media leggen. Media berichten alleen over dingen die nieuwswaardig zijn: dat GroenLinks voor het milieu is, komt niet op de voor pagina van de krant. Alleen als GroenLinks iets anders doet dan verwacht, is dat nieuwswaardig. Kiezers krijgen dus vrij veel informatie over hoe partijen draaien en opmerkelijke standpunten in nemen en vrij weinig over de andere standpunten van partijen. Is het dan raar dat kiezers daar een verkeerd beeld van hebben?

Kanne pleit de kiezer van alle schuld vrij. Zij willen wel op basis van de inhoud stemmen, maar de inconsistentie van partijen voorkomt dat. Er zijn verschillende mechanismen die ervoor zorgen dat kiezers zelfs als ze inhoudelijk willen stemmen, er naast kunnen zitten. De eerste is wensdenken. Het is opvallend dat kiezers partijen zo dicht bij hun eigen positie stellen. Het kan best dat kiezers denken dat hun partij hun positie innemen: “ze kunnen denken, dit vind ik, ik stem op die partij, dus zal die partij het wel met me eens zijn.”

Partijen kunnen hier ook op inspelen: door het aura te creëren dat hij de gewone man verdedigt, wordt Wilders veel linksere economische posities toegedicht dan hij uiteindelijk waarmaakt. Zo trekt hij wel linksere kiezers, maar hoeft hij daarvoor niet de financiële consequenties te dragen. Als er dan echte keuzes gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld als een partij in de regering zit, dan kan het nog eens lastig worden: een partij kan doen wat ze belooft heeft in haar programma, maar dat hoeft niet te zijn wat de kiezer verwacht had. De sterke weerstand tegen “Obamacare” en het debâcle rond Kunduz zijn hier voorbeelden van.

Een ander mechanisme is een gebrek aan politieke kennis. Op de vraag van de enquêteur geeft de kiezer het sociaal-geaccepteerde antwoord dat hij op de inhoud kiest maar echt veel wil hij er niet voor doen. Als de kiezer net als de onderzoekers van Kanne in de verkiezingsprogramma’s had gekeken, hadden hij een goede inschatting kunnen maken van de partijposities. Het is een interessante, maar niet door Kanne beantwoorde, vraag in hoeverre de mispercepties van kiezers samenhangen met variabelen als politieke interesse, politieke kennis en opleidingsniveau.

Zelfbinding

Kanne gaat uit van een bepaald model dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen: kiezers kiezen voor die partij uit die het meest overeenkomt met hun posities. Dit is het zogeheten ‘proximity model’. Dit hoeft niet het enige model te zijn dat verklaart hoe kiezers op basis van de inhoud stemmen. Partijen kunnen ook kiezen voor een partij die hun prioriteiten deelt en daar het meest voor opkomt. In dit zogeheten ‘directional voting model’ kiezen mensen voor partijen die extremere posities hebben dan zij zelf op bepaalde vraagstukken, omdat die daar echt wel aan zullen trekken.

Je kan dit kiesgedrag op twee manieren begrijpen: aan de ene kant is het een vorm van zelfbinding. Kiezers willen dat er wat aan milieuvervuiling gebeurt en stemmen daarom op een partij met extreme posities op milieu. Partijen kunnen allerlei voorkeuren hebben (een beter milieu, meer geld voor zorg, hogere lonen) maar door te kiezen voor een partij die een van die dingen belangrijk vindt, binden ze zichzelf aan die prioriteit. Een vorm van democratiche zelfbinding: “okay, ik vind het milieu belangrijk dan accepteer ik de consequentie dat mijn prioriteiten op zorg niet gerealiseerd worden omdat je overheidsgeld niet twee keer kan uitgeven.” Je kan deze keuze echter ook strategisch duiden: mensen willen dat er iets gebeurt aan het milieu, en kiezen daarom voor een partij die daar het hardst aan trekt. In het touwtrekspel dat de Nederlandse coalitiepolitiek is, gebeurt er dan ten minste iets.

En GroenLinks?

Uit het onderzoek van Kanne volgen een aantal onderwerpen waarop GroenLinks tekortschiet: dat is waar er een grote afstand is tussen de kiezer en GroenLinks en waarop kiezers de posities van GroenLinks maar ten dele hebben begrepen. Het slechtst scoren die onderwerpen waarop GroenLinks geen heldere positie heeft ingenomen, volgens de codeurs van Kanne: de voorstellen rond studiefinanciering, de positie wat betreft vrijheid van meningsuiting en het op orde krijgen van de begroting. Dit geeft aan dat GroenLinks geen duidelijke positie heeft die in zwart/wit termen te vatten is en deze is ook niet helder aan haar kiezer gecommuniceerd.

GroenLinks kiezers zijn het het minst met de partij eens over Europa, migratie (zowel arbeidsmigratie als laaggeschoolde migratie), vredesmissies, integratie, de AOW en ontwikkelingssamenwerking. Het grootste deel van deze items zit in de culturele progressief/conservatief as. Op deze onderwerpen deelt minder dan de helft van de kiezers het GroenLinks standpunt. Typisch culturele onderwerpen (migratie, integratie) zijn de achilleshiel van GroenLinks: GroenLinks-kiezers zijn wel groen en links, maar delen de posities van GroenLinks wat betreft de open samenleving in mindere mate. Opvallend is dat zeker wat betreft immigratie GroenLinks kiezers zich terdege beseffen dat de partij wat anders vindt dan zij: ongeveer de helft van de kiezers weet dat GroenLinks een pro-immigratie standpunt inneemt en slechts 30-40% deelt dat standpunt. Kennelijk accepteren kiezers dat dit verschil bestaat. Dat is de gedoogdemocratie die Kanne beschrijft. Je ziet eenzelfde patroon bij ontwikkelingssamenwerking. GroenLinks-kiezers weten dat GroenLinks en zij daarover van mening verschillen, en stemmen toch GroenLinks.

Complexer is het onderwerp vredesmissies: de meeste GroenLinks-kiezers denken dat GroenLinks tegen het gebruik van militairen bij vredesmissies is, terwijl dit niet het geval is. Het meest opvallende is dat GroenLinks-kiezers zelf minder vaak tegen het militaire karakter van vredesmissies zijn dan dat ze denken dat GroenLinks hier tegen is. GroenLinks-kiezers denken dat de partij principiëler is dan zij zelf zijn. De interne discussies van de laatste vijftien jaar over het gebruik van militair geweld om mensenrechten te beschermen, hebben geen gevolg gehad voor het beeld van de partij bij de eigen kiezers.

Conclusies

Kanne raadt partijen aan om helder positie te kiezen. Partijen zouden eigen politieke visies consistent moeten uitdragen. Nieuwe partijformaties, een vernieuwd leiderschap en overeenstemming tussen boodschapper en inhoud zouden kunnen bijdragen aan een kleinere afstand tussen partijen en hun kiezers. Dit lijkt me maar ten dele waar: het probleem is niet dat partijen geen visie zouden hebben, volgens de codeurs van Kanne, staan de partijen over een groot deel van het politieke speelveld verspreid. Partijen zijn veel extremer dan kiezers. In de logica van schaling betekent extremer ook consequenter. Kiezers staan veel meer in het centrum, en plaatsen partijen veel meer in het centrum. Het is niet dat partijen geen oplossingen of posities hebben, maar er is sprake van een fundamentele ‘mismatch’ tussen aanbod en vraag in de politiek: kiezers zijn voor het overgrote deel links-conservatief. Dit geldt voor kiezers van bijna alle partijen, behalve GroenLinks.  Er is, zoals Wouter van der Brug eerder bij zijn inaugurele reden observeerde, geen partij die een combinatie van economisch linkse en cultureel conservatieve standpunten aanbiedt. Zelfs als je kijkt naar de posities die partijen volgens kiezers hebben, liggen de SP, PVV en CDA aan de rand van dit gebied. Partijen clusteren heel consequent op een links/rechts dimensie, maar kiezers niet. Om dit probleem op te lossen, moet er een links-conservatieve partij ontstaan: zowel SP als PVV (zeker in de ogen van kiezers) zouden deze lacune kunnen vullen als ze afstand zouden nemen van hun progressieve casu quo rechtse wortels. De concentratie van kiezers in de links-conservatieve hoek bevestigt weer eens dat er in Nederland weinig ruimte is voor een centrum-progressieve politieke formatie.

Een zeer verkorte versie van dit artikel verschijnt ook in het volgende GroenLinks Magazine.

Theo Brand

Theo Brand

Godsdienst: geen twist maar een tango

In kerk, politiek, religie, spiritualiteit, tolerantie, bijbel, cda, christenunie, duurzaamheid, en meer.

Dierenmishandeling door ritueel slachten, priesters die kinderen misbruiken, een dominee die oproept om kinderen te kastijden, en de Bijbel als inspiratiebron om te weigeren mensen in de echt te verbinden. Godsdienst is de bron van achterlijkheid en veel ellende. En de kerk is een autoritair dwanginstituut waar binnen dertig jaar de laatste bejaarde het licht uit doet.

Ik overdrijf nogal. Dat doe ik bewust. Ik constateer dat godsdienst en kerk volgens de heersende opinie in ons land ‘uit’ zijn en zingeving en spiritualiteit ‘in’. Kerken hebben dat deels aan zichzelf te wijten. Maar tegelijk zijn er ook kerkelijke gemeenschappen die open staan voor de zoekende mens en de moderne cultuur. Kerken die zich inzetten voor de ‘Arme kant van Nederland’ en voor vluchtelingen. Met deze benadering vallen ze alleen wat minder vaak op. Want ja, de media duiken er niet op.

Het Humanistisch Verbond – dat ondanks de ontkerkelijking overigens nauwelijks groeit – maakt reclame met een slogan ‘Gelooft u ook meer in het leven vóór de dood?’. Misschien heeft u het reclamespotje wel eens op de radio gehoord: geloven in het leven vóór de dood. Die slogan bevestigt het clichébeeld dat religieus geïnspireerde mensen zich zouden fixeren op het hiernamaals. Jammer. Het ‘geborgen zijn in Gods handen’ – om het in religieuze taal uit te drukken – ervaar ik als troostvolle gedachte en maakt me juist vrij om me te kunnen richten op het hier en nu, samen met anderen.

‘Zonder uw steun is het humanisme aan de goden overgeleverd’ was een eerdere slogan van de humanisten, die sinds 2006 gebruikt werd. Daarin bespeur ik een bijbelse grondtoon. Ook Abram wilde niet aan de goden van zijn tijd overgeleverd zijn. Hij trok vanuit ‘Oer’ naar een onbekend land. Hij luisterde naar de Stem die zijn fixaties en oude geloofsvoorstellingen openbrak. Om over dat latere verhaal van een pasgeboren kind in een voederbak maar te zwijgen. Jezus was zijn naam. Schaapsherders en allochtone wijsneuzen stelden dat dit de ‘Zoon van God’ was. Absurd natuurlijk. Volslagen belachelijk. Dát was nog eens spotten met de heersende goden van die tijd!

De theologische vraag of Jezus goddelijk is, vind ik niet zo interessant. Ik zou het willen omdraaien: iemand die ter wereld komt als vluchtelingenkind, die tijdens zijn leven voortdurend bezig is mensen te bevrijden van angst en ziekte, en die tenslotte onschuldig ter dood wordt gebracht… zo’n persoon verdient het om je diep voor te buigen en om God – de Levende – te zijn. Buig niet voor keizers,  koningen en andere machthebbers, maar laten we knielen voor wat kwetsbaar is.

Met mensen, kerken en hun goden valt eindeloos te spotten. Soms is dat spotten terecht en soms onterecht. Soms is dat spotten relevant en soms is het gewoon kinderachtig en flauw. Maar ik zou zeggen: als je machtigen en schijnheiligen bespot, doe het dan vooral bijbels geïnspireerd. Want de Bijbel biedt ons met Abraham, Jezus en al die andere figuren religie- en maatschappijkritiek van de bovenste plank. De Bijbel als bron van religiekritiek. Dat is een merkwaardige paradox. Zo’n inzicht zet ons misschien ook even op een ander been.

Niet religie zelf is het verdedigen waard, maar wel datgene waar religie op haar betere momenten naar verwijst: de liefdevolle werkelijkheid die ons kennen en weten te boven gaat. Een werkelijkheid die niemand kan claimen. Sommigen noemen het God, anderen Humaniteit, het Mysterie of het Ultieme. Laten we het er op houden dat niemand het in zijn broekzak kan stoppen. Wel kunnen mensen het samen benaderen, vieren en beleven.

Ruim elf jaar geleden werd ik actief binnen De Linker Wang, het platform voor religie en politiek, verbonden met GroenLinks. Volgens sommigen is De Linker Wang een christelijke enclave binnen GroenLinks. Maar je zou De Linker Wang misschien beter een groen en progressief baken binnen christelijk en religieus Nederland kunnen noemen. Zo ben ik dat zelf tenminste steeds sterker gaan zien. We hoeven als Linker Wang geen heidenen te bekeren, maar misschien juist eerder gelovigen. En u weet het: heidenen bekeren is weliswaar een christelijk karwei, maar christenen bekeren, dat is pas een heidens karwei! Dat vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie leidende waarden moeten zijn in de politiek, dat is beslist niet voor elke kerkganger en voor elke CDA-politicus altijd even vanzelfsprekend.

GroenLinks moet meer oog krijgen voor de positieve rol van religie. Artikelen van deze strekking schreef ik in dagblad Trouw. Vorig jaar nog. En vooral Femke Halsema nam ik op de korrel. Daar heb ik geen spijt van, want religie heeft vooral sinds 2001 – na de aanslag op de Twin Towers en de moord op Theo van Gogh – een negatieve bijsmaak gekregen. Dat vraagt om nuance. Maar als progressief gelovige heb ik ook de taak om kritisch te zijn op godsdienst en religieuze instituten. Want het is allemaal mensenwerk, gaat om macht, en werkt niet zelden behoudend.

Ik heb geleerd dat het positieve en het negatieve van religie als maatschappelijk fenomeen allebei aan de orde zijn in de wereld. In de progressieve kringen waarin ik me begeef is het een hele opgave om die genuanceerde gedachte tussen de oren te krijgen. Religie kan onderdrukken, maar ook bevrijden. Religie kan behoudend zijn, maar ook vernieuwend en opbouwend. Denk aan al die scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen in Nederland die vanuit religieuze inspiratie zijn opgezet. Denk aan diaconaal werk en ontwikkelingswerk.

Veel links en liberaal georiënteerde mensen beschouwen religie uiteindelijk toch als de bron van alle kwaad. Berichten in de media over autoritaire bisschoppen en seksueel geweld in de Rooms Katholieke Kerk en over de ouderwetse moraal van de SGP, bevestigen mensen in hun comfortabele secularistische wereldbeeld.

Niet religie, maar vrijheid is voor mij het doel. Geen goedkope vrijheid, ook geen louter economische vrijheid – denk aan de VVD – en al helemaal geen eng nationalistische vrijheid -denk aan de PVV. Nee, ik zoek naar de mondiale vrijheid voor alle mensen en alles wat leeft. Een vrijheid die duur betaald wordt en pas in de erkenning van wederzijdse afhankelijkheid gerealiseerd kan worden.

Die vrijheid kunnen we bereiken door vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping na te streven. In de jaren tachtig klonk deze trits expliciet in de grote Nederlandse kerken. Het ‘conciliair proces’ heette dat. En de urgentie van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping is sindsdien alleen maar groter geworden. Denk aan de eurocrisis, de klimaatcrisis, de energiecrisis, aan wapenhandel en aan oorlogen die continue op meerdere plekken op aarde worden uitgevochten.

Ook ‘compassie’ vind ik een waardevol begrip. Compassie heeft extra aandacht gekregen door de activiteiten van de Britse godsdienstwetenschapper Karen Armstrong. In 2009 lanceerde zij het ‘Charter for Compassion’. We weten het, of we kunnen het weten: de kern van alle religies is hetzelfde: liefhebben en recht doen. De Gouden Regel van rabbijn Hillel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’, is in varianten terug te vinden in christendom, judaisme, islam, hindoeisme en boedhisme. Tegen polarisatie, tegen fundamentalistisch geweld in de godsdiensten, tegen cynisme en apathie. Compassie is kortom een belangrijk sleutelwoord.

Christenen en andere religieus geïnspireerde mensen moeten niet in de valkuil trappen om religieverdedigers te worden. Ik herken die valkuil. Natuurlijk verdient godsdienst een genuanceerde benadering en vragen bepaalde clichés om bijstelling. Een seculiere meerderehied mag niet op alle terreinen van het leven dwingend zijn moraal opleggen aan minderheden. Maar het gaat uiteindelijk om datgene waar religieuze inspiratie naar verwijst: naar vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie. Dat zijn waarden en idealen die het verdedigen waard zijn. Daar kunnen zowel religie als religiekritiek ons behulpzaam bij zijn.

De stellingen en posities die we in Nederland relatief snel betrekken vóór of tegen godsdienst met alle clichés en vooroordelen van dien, dat heeft een historische achtergrond. Die ligt mijns inziens voor een belangrijk deel bij de verzuiling en bij de ‘antithese’ die Abraham Kuyper in de negentiende eeuw aanbracht: de scheiding tussen gelovigen en ongelovigen. ‘In het isolement ligt onze kracht’ was het motto van de gereformeerden. Dat legde de basis voor de verzuiling. Het inspireerde katholieken om zich in een eigen zuil te organiseren waarop ook de socialisten volgden.

Bij de verzuiling ligt ook de oorsprong van partijvorming op godsdienstige grondslag, de confessionele partijvorming, een fenomeen dat in Groot Brittannië en de Verenigde Staten niet bestaat maar zo kenmerkend is voor Nederland. Of moet ik zeggen: kenmerkend wás voor Nederland? CDA, ChristenUnie en SGP hebben als confessionele partijen samen nog maar 28 van de 150 zetels.

CDA, ChristenUnie en SGP zijn de belangenbehartigers van religie geworden en de andere niet-confesionele partijen staan daar – zo lijkt het althans – vaak lijnrecht tegenover. Je ziet dan patstellingen ontstaan zoals bleek bij de recente discussies in de Tweede Kamer over ritueel slachten en de zogeheten weigerambtenaren. De confessionele partijen fixeren zich op het verdedigen van religie en de andere partijen lijken hun best te doen elkaar te overtreffen in het aan de kaak stellen van verderfelijke religieuze praktijken.

Als christelijk geïnspireerde en oecumenisch georiënteerde Groenlinkser voel ik me bij geen van beide kampen echt thuis. Voor mij tellen godsdienstvrijheid, de rechten voor minderheden en ook het positieve aspect van religie. Maar voor mij telt ook respectvolle omgang met dieren en de redelijke eis aan overheidsdienaren om de wet uit te voeren en geen onderscheid te maken tussen mensen op basis van hun seksuele voorkeur.

Als we echt willen werken aan oplossingen moeten we van religie geen controversieel thema willen maken als doel op zichzelf. We moeten de antithese samen willen overstijgen. Het debat over religie moet geen twist worden maar een tango. Dan gaan we met elkaar het ritueel slachten niet verbieden, maar een convenant opzetten waarbij religieuze groepen, slachthuizen en dierenbeschermers met elkaar in gesprek gaan en met voorstellen komen, eventueel gevolgd door wetgeving. Dan stoppen we met het aannemen van nieuwe weigerambtenaren, en gaan we tegelijk coulant om met overheidsdienaren die al jaren naar eer en geweten hun werk doen en serieus moeite hebben met de ontstane veranderingen.

De stemming in Nederland wordt daar beter van. Religieus geïnspireerde mensen en confessionele partijen hoeven dan niet langer krampachtig religie te verdedigen. Ze kunnen al hun energie gebruiken om zich in te zetten voor datgene waar hun religie naar verwijst. Dan komen vrede, gerechtigheid, duurzaamheid en compassie in beeld. Bij de voedselbank, op de thee in de moskee, en als het moet op het Malieveld.

Dat levert onvermoede bondgenoten op: een brede oecumene van alle mensen van goede wil. Want ook ik geloof vooral in een leven vóór de dood en wil dat samen met anderen vormgeven. Zo worden godsdienst én godsdienstkritiek geen twist maar een tango, een vrolijke en uitnodigende dans op weg naar een nieuwe wereld.

Bovenstaande tekst is door mij uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de plaatselijke Raad van Kerken in Brummen op 16 november 2011.


dinsdag, 15 november 2011

Evelien van Roemburg

Evelien van Roemburg

Hyves Linkedin Twitter GR DWARS

Reactie op halal & koosjer 2.0 door Diar

In activiteiten, belastingen, beleid, beschaving, bezig, buren, cda, china, cultuur, en meer.

Het westen is financieel verzwakt door de explosieve groeiende Moslims te onderhouden.

Hiervan profiteren China en Moslimlanden zelf; de islam is in het centrum van het debat in het Westen, omdat hier grote moslimpopulaties zich enorm verbreiden en heel snel grote steden bedreigen. Vroeger was dit niet het geval. Al zouden we het willen, we kunnen ons moeilijker aan de culturele invloed van de islam onttrekken. Islamitische wangedrag wordt door de blinde politicus als godsdienst beschouwd. CDA, PVDA, D66 en GL steunen Islamitische verbreiding in Nederland. “….kijk naar je omgeving, er zijn enkele homo’s en bejaarden achtergebleven, moeten we ons met deze mensen integreren?”, zegt Imam A. Karim. Deze imam weet heel goed dat er veel Nederlandse politicus achter hem staan…Blijkbaar zit de vijand niet in de woestijnen, deze jihadisten streven ernaar de Europese samenlevingen zo snel mogelijk te ontwrichten. Ongeveer 80% van de activiteiten is gewijd aan de zeer vijandelijke “kafir” en die staat in alle moskeen centraal. De militante islamitische groepen die zich als gematigd manifesteren, vinden steeds meer steun onder de Moslim migranten. Door deze doctrinaire verbreiding zijn er grote spanningen, het opkomend Islamisering in Nederlandse steden, de explosieve opmars van de krachten achter vijfde colonne van 2 miljoen Moslims wordt zeker het verval van de maatschappij. Grote groepen van Turken, Marokkanen en Somaliërs noemen Nederlanders “kafir” . Een moslim is ten strengste verboden om religieuze interactie met een “kafir” hebben, behalve pogingen tot bekering. Volgens de ideologie van de politieke islam, wordt onderscheid gemaakt tussen een moslim en een niet-moslim: de “kafir” die dit stempel krijgt opgedrukt is een Nederlander. Het concept “kafir” heeft dus betrekking op een niet-moslims. Hoe achterlijker deze massa hoe groter de toewijding en het bijhorend fanatisme. In het westen zie je de islam qua macht toenemen, de achilleshiel zijn de imam’s en corrupte politicus. In het westen worden intolerante imam’s met open armen opgevangen. Barbarij, politiek geweld, wreedheid komen nu naar Nederland. Dat is wat de islam ons brengt en niets anders! Tel eens het aantal hoofddoekjes die sinds 8 jaar bijkwamen. Moslims zijn alleen maar “nog” achterlijker geworden. Hoeveel christenen verlaten de kerk en zijn ex-christenen geworden na de komst van deze massa moslims naar Nederland! Vandaag staan ze ten schande omwille van de agressie tegen de dieren in naam van de slachtfeest! Diep triest wat er deze dagen met al die miljoenen dieren gebeurd! Barbaarse massahysterie onder de naam van “offerfeest” en hun achterlijke miljoenen criminelen dienen zich te schamen voor al dit dierenleed!
Het is verrassend hoe veel van in Nederland wonende Moslims, Nederlanders als hun ware vijand noemen. Tijdens offerfeest wordt in veel moskeen over de “kafir’s” gesproken, verbod op de rituele slachting van dieren wordt als argument gebruikt om nog meer Moslims te organiseren. Imams noemen Nederlanders “kafir”. De politieke islam heerst nu ook in Nederland. De Islam is neerbuigend richting het Westen…Ze stromen massaal binnen en geliktijdig noemen ze de Nederlanders hun vijanden, Moslims discrimineren openlijk.
Na de jihadisten succes in Libië, gaat ayatollah Khamenei verder: “Arabische moslims moeten een internationaal islamitisch machtsblok vormen”, de Iraanse leider noemt het westen vanwege politieke en economische malaise zwakker dan ooit.
Dankzij de westerse schurken zijn de Jihadisten van Libië aan de macht gekomen, Tunesië en Egypte krijgen hun enge islamitische regimes op een gevaarlijkere niveau terug. De kern van hele islamitische dictatuur, Saudische dictatuur wordt beschermd door de westerse elite. Als we het hebben over dictatuur, het ontbreken van een grondwet en van rechten voor de vrouwen en de minderheden, dan is het wel dààr waar opgetreden dient te worden. Ideologische bron van alle Arabische dictaturen, de gevaarlijke Islam heerst overal… De islamieten zitten in een positie als een hefboom door hun geografische ligging. Egypte onder de invloed van de Moslim Broederschap, gesteund door de Turkse moslims kan nu toegang krijgen tot de geavanceerde westerse wapens. Controle van Egypte over het Suez-kanaal zou de controle betekenen over de kortste route van Europa naar de Indische Oceaan en een directe invloed op de 1,8 miljoen vaten olie per dag die door het kanaal worden vervoerd.
Islamitische dictatuur molla Khamenei is enthousiast over de politieke veranderingen in Arabische landen. ‘Het lijdt geen twijfel dat ze in ieder islamitisch land zullen leiden tot wat we in Libie hebben gezien.’ De islamieten controleren olievelden, bewapend via Iran gesmokkelde chemische wapens.

Na Egypte zijn er nog Jemen en Somalië. Islamieten kunnen de controle grijpen over het land en een beroep doen op Turkse erkenning en veiligheidsgaranties. Dan zouden de islamieten ook de toegang tot de Straat van Bab el-Mandab beheersen waardoor 4,8 miljoen vaten per dag aan olieopbrengst worden verscheept, en de toegang tot de Rode Zee. Bovendien zouden zij in staat zijn om de Somalische piraten te ondersteunen en kunnen helpen bij het opzetten van een Somalische staat. wat dit betreft is NAVO beleid totaal antiwesters.
Heilige tocht van zwaar geïndoctrineerde moslims naar Europa blijft een vaste job van de Europese schurken. Naast de Turken en Marokkanen stromen ook brutale Somaliërs, Bulgaarse Moslims binnen. Hierdoor het aantal islamitische “gebedsruimtes” en moskeeën groeit nog steeds. Ook zijn gebedsruimtes binnen Nederlandse Universiteiten afgedwongen, evenals gescheiden loketten, taallessen en inburgeringcursussen etc. Er zijn veel Islamitische scholen bijgekomen. Vanaf het begin hebben de moslims veel volkeren overvallen, gekoloniseerd en waar mogelijk geïslamiseerd en hun productiviteit in de vorm van belastingen uitgebuit.
Islam bewijst constant geen godsdienst te zijn maar een onredelijke, onvrije, enge, strenge ideologie, waaruit ontsnappen levensgevaarlijk is. Als we naar alle moslimlanden kijken zien we, vervolging, discriminatie, eenzame opsluiting, moord, verbanning en noem maar op. Bijna alle Arabische landen zitten continue in oorlog met de buurlanden. Turkije zegt openlijk dat alle buren vijanden zijn.
Een moslimvrouw die de hoofddoek draagt, draagt de vlag van de islam. De helft van de bevolking zit gesluierd thuis, de andere helft is 5 maal daags bezig een ernstige hernia op te lopen. Het is de hoofddoek die de maat aangeeft voor het verschil tussen de islam en het westen. De moslimvrouw zegt openlijk dat de westerse beschaving onaanvaardbaar voor haar is, dat ze een ziekte is, een pest voor de mensheid, en dat alleen de islam de mens waardigheid kan geven. Het gevaarlijkste van de Islam is dat als die ideologie de overhand krijgt, alle vooruitgang stopt. Het is tijd om ons heel erg goed voor te bereiden op het allerergste.

De vrijheid als kern van de Europese verlichting bestaat niet in de islam. Europa heeft in een moeizame strijd afscheid genomen van het idee van de almachtigheid van een religie. De niet-moslim is volgens de islam een onvolmaakt mens, kritiek op moslims is verboden en het verlaten van de islam wordt met de dood bestraft. En deze religie hebben we de kans gegeven zich binnen 30 jaar definitief in Europa te vestigen…De strijd tussen het Westen en de Islam is namelijk al heel oud en laait met tussenpozen telkens weer op. Deze strijd vergt bovendien echte offers en leidt tot veel leed, zeker ook aan Westerse kant.
Wanneer er meer moslims zijn, dan niet moslims transformeert een democratie in een theocratie. Islam is de grootste bedreiging voor vrije landen…Deze bezadigde, oude heren vergeten, dat deze Moslims die ze nog steeds binnenhalen een nucleaire wapens worden, ook onder hun voeten. De eeuwenoude indoctrinatie van mensen in de islam zit in hun DNA. Generatie op generatie is geleerd dat islam hun identiteit is. Hun binding met familie, stam en hun verleden. Dat is nog eens iets anders dan fascisme en communisme. Oude garde die zich elite noemt maakt een fatale denkfout door te denken dat islam uiteindelijk zal wegsmelten.
Europese politici hebben bewust de ogen gesloten. Het is juist de islamitische wereld en met name de Turks Islamitische AKP en Arabische Broederschap die het westen niet alleen als een bedreiging ziet, maar juist als een potentiële vijand, waarin maar één antwoord mogelijk: demografische explosie moslims via de baarmoeder, prediking en oproepen tot invoeren van Turkse Arabische cultuur.
Hoe lang mogen Saoedi-Arabië, Turkije, Pakistan, Iran, Marokko en Somalië openlijk de moslims in Europa aansturen?
Dictatoriale moslimlanden hebben door hun oliedollars decennia lang de politiek georganiseerde islam in Europa met veel geld verzorgd, vooral de Moslimbroederschap en AKP componenten Fetullah, rabita, diyanet en Milli Gorus profiteerden daarvan. De directe inmenging van Turkije en Marokko in de lotgevallen van de moslims echter is voor de toekomst nog veel gevaarlijker.
Nederland heeft het recht zijn eigen cultuur te behouden en dient zich niet gedienstig neer te leggen bij middeleeuwse opvattingen die het westen eeuwen terug al heeft overwonnen. Evolutie is vooruitgang dan zet je de klok geen eeuwen terug door lieden te volgen die een verschrikkelijk “systeem” van onderdrukking/onderwerping aanhangen. Zolang Europa niets doet aan de expansie van de moslims/islam hier, zal heel Europa een kruitvat worden. Europese politici die voor Moslims en tegen eigen land zijn, zijn gewoon knettergek en onwetend.

woensdag, 26 oktober 2011

Ruard Ganzevoort

Ruard Ganzevoort

Twitter

Trauma en geestelijke verzorging

In religie, de wereld, discussie, eerste, hulp, invloed, leiden, mensen, press, en meer.

Geestelijke verzorging is een van de disciplines waarin we veelvuldig te maken hebben met getraumatiseerde mensen. Dat geldt voor de geestelijk verzorgers/pastores in de krijgsmacht of bij justitie, maar evenzogoed voor ziekenhuispastores. Ook de gemiddelde predikant of pastor in een lokale geloofsgemeenschap krijgt regelmatig te maken met trauma-verhalen, bijvoorbeeld rond huiselijk en seksueel geweld. Dat roept de vraag op welke rol deze beroepsgroep kan spelen bij de begeleiding van mensen met traumatische ervaringen.

Verschenen in COGISCOPE, november 2011. www.cogis.nl

Eerste en tweedelijnszorg

Het eerste antwoord op die vraag zal zijn dat geestelijk verzorgers net als bijvoorbeeld huisartsen, maatschappelijk werkers en leerkrachten een belangrijke rol kunnen spelen in de signalering van traumatisering. Ze hebben uit de aard van hun functie makkelijk toegang tot grote groepen mensen en kunnen – als ze daarvoor toegerust zijn – op tijd doorverwijzen naar specialistische hulpverlening. De opleiding en nascholing van geestelijk verzorgers geeft daarom ook als het goed is aandacht aan signalen van traumatisering en aan goede procedures voor de doorverwijzing. Een goede geestelijk verzorger weet wanneer er andere en meer specialistische hulp nodig is. Het belang van deze eerste lijn is moeilijk te overschatten. Vaak zoeken mensen pas hulp als ze volledig zijn vastgelopen en als hun overlevingsmechanismen volstrekt falen. Dat kan echter betekenen dat er inmiddels heel wat onnodige extra schade is veroorzaakt, zowel bij de persoon zelf als bij diens directe omgeving. Vroegtijdige signalering is dan ook van groot belang. De geestelijk verzorger is soms in de positie om mensen op weg te helpen ook als ze nog geen duidelijke hulpvraag kunnen formuleren. Daardoor kunnen ze in de eerste (of nulde) lijn een belangrijke rol spelen.

Daarmee is echter niet alles gezegd. De geestelijk verzorger is namelijk niet alleen een eerstelijnswerker met een generalistische kennis van traumatisering. Hij of zij is ook een specialistische tweedelijnswerker als het gaat om de levensbeschouwelijke of zingevingsaspecten van traumatisering. Daar kan de geestelijk verzorger een eigen, aanvullende bijdrage aan de zorg leveren naast andere professionals. Dat speelt niet in elk hulpverleningstraject een nadrukkelijke rol, maar in een aantal gevallen nadrukkelijk wel. Niet voor niets is het veld van traumastudies multidisciplinair, met aandacht voor onder andere neurofysiologische processen, cognitief-psychologische benaderingen en existentiële thema’s. De geestelijk verzorger kan in dit veld een rol spelen als de deskundige op het punt van de existentiële thema’s.

Religie en trauma

Dat juist de geestelijk verzorger deze rol kan spelen, is minder vreemd dan het op het eerste gezicht misschien lijkt. Er bestaat een fundamentele relatie tussen religie en trauma die het waard is explicieter te verkennen. Vanouds heeft religie te maken met de omgang met de weerbarstigheid van het leven, met lijden en onzekerheid, met onmacht en tragiek. De existentiële vragen op dit punt zijn waarschijnlijk de belangrijkste religieuze drijfveer. Tegelijkertijd moet dan gezegd worden dat deze vragen ook de bron zijn van de meest fundamentele kritiek op religies. Religieuze tradities zoeken wegen om om te gaan met deze vragen, maar geen enkel religieus antwoord op de vragen is werkelijk afdoende. Waarschijnlijk kunnen we de religieuze antwoorden beter zien als symboliseringen van de existentiële zoektocht. De professionele taak van de geestelijk verzorger is dan ook niet dat hij of zij ‘de antwoorden’ kan verschaffen, maar veel meer dat hij of zij de wegen kent waarlangs de zoektocht zich afspeelt.

Deze zoektocht naar betekenissen sluit goed aan bij onder meer de traumatheorie van Ronnie Janoff-Bulman (1992). Ook daar gaat het om betekenis en levensverhalen, ofwel om de ‘assumptive worlds’ waarin mensen hun leven leiden en verstaan. Die assumptive worlds worden opgebouwd rond drie fundamentele uitgangspunten: de betekenisvolle samenhangvan de wereld, de goedwillendheid van de ander en de waarde van de eigen persoon. Dat wil zeggen: we gaan ervan uit dat dingen niet zomaar gebeuren maar dat we er een bepaalde logica en samenhang in kunnen ontdekken waardoor we ook kunnen anticiperen op het vervolg. We gaan ervan uit dat de medemens niet uit is op onze ondergang maar over het geheel genomen vertrouwd kan worden. We gaan er ten slotte vanuit dat ons eigen bestaan ertoe doet en niet zomaar inwisselbaar is voor een ander. Om leefbaar te zijn moet ons levensverhaal in elk geval globaal met deze fundamentele assumpties overeenkomen. Bij traumatisering, aldus Janoff-Bulman, is dat niet langer het geval en daardoor valt de existentiële grond onder de voeten weg en hebben we geen woorden meer die de betekenis van ons bestaan kunnen uitdrukken.

De drie assumpties die Janoff-Bulman beschrijft komen opvallend overeen met de drie kernnoties die een rol spelen in het religieuze denken over het lijden. In de christelijke traditie zijn ze onder meer onder woorden gebracht als de almacht van God, de liefde van God en de waarde van elk individueel mens. De almacht heeft direct te maken met de betekenisvolle coherentie: niets gebeurt toevallig, alles valt onder een goddelijke besturing. De liefde is een directe parallel van de goedwillendheid: niet alleen de medemens maar ook God kan vertrouwd worden. En de waarde van het eigen bestaan is in beide lijstjes zelfs identiek. Die parallel geeft aan dat het hier gaat om een psychologisch dan wel religieus geformuleerde levenswijsheid die op verschillende manier vruchtbaar kan worden gemaakt.

De taak van de geestelijk verzorger is, zoals gezegd, mensen begeleiden bij de omgang met levensvragen, met name ook waar de verbinding gelegd wordt met levensbeschouwelijke tradities. Dat betekent dat er niet een dogmatisch antwoord wordt gegeven op de vraag van het lijden, maar dat de drie kernnoties (almacht/coherentie, liefde/goedwillendheid en eigenwaarde) in het gesprek kunnen dienen als de coördinaten van de zoektocht. Het gaat meer om het verhelderen van de existentiële en spirituele vraag dan om het geven van het juiste antwoord.

Existentiële betekenisvragen

Hoe die vraag er precies uitziet, hangt van minstens drie factoren af. Allereerst is er de aard en de inhoud van de traumatiserende gebeurtenis. Natuurrampen en verkeersongelukken raken vooral aan de pool van de betekenisvolle samenhang of (religieus) de almachtsvraag. De vanzelfsprekendheid en begrijpelijkheid van het leven vallen weg en daarmee de bestaanszekerheid. Bij gewelddaden en andere kwaadaardige incidenten gaat het eerder om de goedwillendheid die ter discussie komt te staan. Kun je anderen nog wel vertrouwen? Dat kan zich ook religieus vertalen in de vraag naar het vertrouwen in God, engelen, geesten, enzovoorts. Bij langdurig geweld en doorlopende traumatisering, zoals bij politieke onderdrukking en herhaald seksueel misbruik in het gezin, komt vaak de derde pool centraal te staan: de waarde van het eigen bestaan. Slachtoffers gaan dan vooral twijfelen aan zichzelf en hun ‘recht’ op geluk.

Het is echter niet alleen de gebeurtenis zelf. Ook de levensbeschouwelijke traditie waarin iemand staat, beïnvloedt hoe de existentiële vraag gestalte krijgt. Elke traditie houdt immers ook een voorkeur in voor de ene of de andere pool. In orthodox-christelijke groepen is de almacht van God en dus de betekenisvolle samenhang zo vanzelfsprekend dat vragen vooral bij deze pool kunnen opkomen, maar ook problematisch zijn. Dat kan betekenen dat men zal worstelen met de goedwillendheid of zal twijfelen aan de eigenwaarde. In liberale en humanistische stromingen zijn vertrouwen in de ander en eigenwaarde meer centraal en zal de samenhang/almacht eerder ter discussie komen te staan.

Ten slotte zijn ook iemands persoonlijkheid en psychische structuur van invloed. Wie naar structurering, autoriteit en rationaliteit neigt, zal de pool van betekenisvolle samenhang zwaarder aanzetten en daar mogelijk ook meer mee worstelen. Wie vooral op relationaliteit gericht is, zal eerder op de goedwillendheid focussen. Wie toch al een kwetsbaar zelfbeeld heeft, zal vooral bij die pool uitkomen.

Bij traumatische ervaringen hangt de existentiële en spirituele betekenisgeving af van de wisselwerking tussen de gebeurtenis, de omgeving en traditie en de eigen persoonlijkheid. Anders gezegd: het verhaal dat we kunnen vertellen, zal moeten aansluiten bij de aard van de gebeurtenis, bij het publiek waar we ons verhaal aan vertellen, en bij wie we zelf zijn. In eerste instantie proberen we steeds die betekenisgeving te laten aansluiten bij onze voorkeursposities. Onze persoonlijkheidsstructuur en levensbeschouwelijke traditie zijn reeds gevormd en kleuren de interpretatie van elke nieuwe situatie. Die structuur (en bijvoorbeeld het godsbeeld van mensen) blijken dan ook niet snel te beïnvloeden. Alleen zeer ingrijpende gebeurtenissen dwingen mensen hun voorkeurspositie te verlaten en op zoek te gaan naar nieuwe betekenissen. Dat is de existentiële en spirituele zoektocht waarin geestelijk verzorgers een rol kunnen spelen. Zij zijn immers getraind in het omgaan met de wisselwerking tussen persoonlijke betekenisgeving en levensbeschouwelijke tradities.

Deskundigheid

Natuurlijk moet dit niet geïsoleerd worden. De existentiële en spirituele dimensie verdient aandacht in de traumahulpverlening naast bijvoorbeeld medische, psychiatrische, psychologische, sociale en juridische hulpverlening. Geestelijk verzorgers zouden daarom op zijn minst basiskennis over traumahulpverlening moeten hebben (net zoals voor andere hulpverleners basiskennis over levensbeschouwing belangrijk is). Ze hebben echter het meeste bij te dragen aan een geïntegreerde zorg- en hulpverlening als ze hun eigen deskundigheid op het existentiële en spirituele domein inzetten om mensen te begeleiden bij hun zoektocht. Dan kan de levenswijsheid van oude tradities op niet-dogmatische manier vruchtbaar worden.

Janoff-Bulman, R. (1992) Shattered assumptions. Towards a new psychology of trauma. New York: Free Press.


maandag, 24 oktober 2011

Margreet de Boer

Margreet de Boer

Hyves Linkedin Twitter

Sierra Leone

In analyse, auto, beleid, geweld, huiselijk geweld, mensenrechten, onderzoek, juridisch, mooi, en meer.

Afgelopen week was ik in Sierra Leone, om een workshop te geven rond Domestic Violence en mensenrechten. Mijn club Rights 4 Change heeft een instrument ontwikkeld waarmee vrouwen- en mensenrechtenorganisaties een mensenrechten-analyse van lokale regelgeving en beleid kunnen maken, om zo effectiever te kunnen zijn in hun lobby en advocacy. Voor veel organisaties is het doen van onderzoek en het uitvoeren van een analyse nieuw. In Sierra Leone namen zo'n 18 deelnemers van verschillende organisaties uit verschillende regio's deel aan de workshop. Zij besloten hun analyse te richten op het probleem dat de chiefs en traditionele rechtbanken (die onderdeel uitmaken van het juridisch systeem) de nieuwe (2007) wetgeving op het gebied van gendergelijkheid en de bestrijding van huiselijk geweld niet toepassen, waardoor slachtoffers niet de bescherming krijgen waar ze recht op hebben. Tjdens de workshop is een begin gemaakt met het onderzoek; de groep gaat er in de komende maanden zelf verder mee aan de slag.
Een uitgebreider verslag van de workshop is hopelijk binnenkrot op de website van Rights4Change te vinden (nu nog in ontwikkeling); voor nu een paar plaatjes van een mooi, maar erg arm land, met veel krachtige, gemotiveerde mensen.





zaterdag, 22 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Redactioneel: Vruchtbare inspiratiebronnen voor linkse politiek

Hieronder het ‘Redactioneel’ dat ik schreef als eindredacteur van tijdschrift De Linker Wang voor het oktobernummer dat onlangs verscheen. Voor een proefabonnement of gratis proefnummer, kijk je op www.linkerwang.nl  

Tijdens een ‘verbale bokswedstrijd’ konden GroenLinksers de stelling verdedigen dat hun partij aanleunt tegen D66 of juist verwantschap toont met de SP. ‘Discussie in de tent’ heette het partijweekend waar dit debat enkele jaren geleden plaatsvond. De ludieke strijd was leuk maar riep ook een vraag op: missen we nu niet de kern?

Wie redeneert op een platte politieke as van A naar B vergeet dat er meerdere dimensies zijn, terwijl GroenLinks zich juist kenmerkt door vergezichten en diepere dimensies. Uitgesproken personen, vaak vrouwen en migranten, zetten de toon. Godsdienstcritici en religieus betrokkenen trekken samen op. Wat bindt is de droom van een betere wereld.

Vrijzinnigheid en liberalisme passen bij GroenLinks maar niet als diepste motor. De identiteit van GroenLinks hangt samen met een houding die gericht is op een solidaire, duurzame en vreedzame maatschappij. Hiervoor gepassioneerd zijn om vanuit idealen invloed uit te kunnen oefenen.

In dit nummer van De Linker Wang benadrukt Jolande Sap dat de ideeën van GroenLinks rond WW en ontslagrecht juist sociaal gemotiveerd zijn (pagina 4-6). Ze verdedigt dezelfde maatregelen als Halsema maar de toon is anders. ‘Dat sommigen ons voorstel als té liberaal hebben betiteld, mag opmerkelijk heten,’ zegt Sap.

En over godsdienstvrijheid zegt ze, in navolging van Halsema: ‘Wij maken ons sterk voor geloofsbeleving op eigen voorwaarden en staan pal voor het individuele recht om het eigen geloof te belijden. Tegelijkertijd verzetten we ons tegen gewetensdwang en extremisme uit naam van religie. Het eigene van GroenLinks is dat we voor de beide kanten van dezelfde munt evenveel aandacht hebben.’

De uitdaging voor GroenLinks is om dit evenwichtige standpunt aan te vullen met de boodschap dat levensbeschouwingen – inclusief ‘gelovige tradities’ zoals John Veldman dat verwoordt op pagina 24 – maatschappelijk vruchtbare inspiratiebronnen zijn. Religie en spiritualiteit overstijgen de persoonlijke levenssfeer en kunnen een bondgenoot zijn van progressieve politiek. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat kerkgenootschappen wereldwijd kritisch met regeringen meedenken om geweld zoveel mogelijk te voorkomen (pagina 8-9) en uit de manier waarop Sid Bachrach de joodse geloofstraditie interpreteert en praktiseert (pagina 10-11).

Na twintig jaar wil De Linker Wang dit verhaal over inspiratie, religie en politiek blijven vertellen. Dat vraagt om vernieuwing die onder meer tot uitdrukking komt in de vormgeving van dit tijdschrift. Vormgever Max Prins, die ook de opmaak verzorgt, heeft De Linker Wang een nieuwe jas gegeven die goed past maar voor sommige lezers misschien nog wat onwennig aanvoelt. Laat dit dan vooral onwennigheid zijn die mensen kunnen ervaren als zij zich door de toekomst laten aanspreken. 

Theo Brand, eindredacteur.


donderdag, 20 oktober 2011

Jolanda de Vreede

Jolanda de Vreede

Twitter

Vredesmissies

In samen op de wereld, vredesmissie, afghanistan, burgers, commissie, de wereld, democratie, diplomatie, discussie, en meer.

Sinds de jaren ’80 vinden steeds meer vredesmissies plaats. Waarom worden dat er steeds meer, veranderen de missies zelf en welke opties zijn er.

Waarom

De macht in de wereld verandert. Was de wereld na WOII overzichtelijk verdeeld in twee machtsblokken, USSR en VS, nu is de macht aan het verschuiven van unipolair – VS –  richting multipolair. Het wegvallen van de gevestigde machtsblokken leidt hier en daar tot burgeroorlogen. Somalië viel eerst onder Russische invloed en moet het nu zelf doen bijvoorbeeld. Op meer plekken in de wereld worden de kaarten opnieuw geschud.

 Aanpak

Voor het Westen, en Westerse landen hebben het vooralsnog voor het zeggen in de Veiligheidsraad, is democratie een groot goed. Vredesmissies krijgen dus als doel in onrustige gebieden stabiliteit en democratie te brengen.

Van een aantal mislukkingen is geleerd. Snel veilige plekken creëren is één van de voorwaarden voor het slagen van een missie. Functionerende staten bouwen in plaats van reconstrueren wat er was voor de onrust, is een tweede. Ten derde moet duidelijk zijn wat voor staat gebouwd moet worden. Een missie verloopt dus in drie stappen: interventie, (re)constructie van de staat en wederopbouw. De laatste fase wordt als het goed is op nationaal niveau geregeld met internationale en ook civiele hulp. Als de staat eenmaal goed georganiseerd is, maakt een land kans iets goeds op te bouwen. Fragiele staten, bijvoorbeeld Nigeria, Somalië en Afghanistan, kunnen niet in de behoeften van hun burgers voorzien en hebben ook de mensenrechten niet in de hand. Opbouwen is dan moeilijk.

 Soorten missies

Er zijn verschillende soorten missies te onderscheiden.

Het klassieke peacekeeping mandaat ziet af van geweld en kan beschouwd worden als verlengstuk van internationale diplomatie. Militairen voeren het uit omdat ze voorbereid zijn op de werkomgeving maar verder is er weinig militairs aan het doel.

Na verschillende mislukkingen van voornoemde soort, kwam de commissie Brahimi met een nieuw concept: robuuste peacekeeping. Goede bedoelingen is niet genoeg: er moet ook op geloofwaardige wijze geweld ingezet kunnen worden. Militairen moeten dus uitgerust zijn met de vereiste zware bewapening. Nederland heeft aan dergelijke missies nooit deelgenomen.

Wel aan multinationale strijdkrachten. Doel is het uitvoeren van vredesregelingen. Deze missies worden aangestuurd door een NAVO-commandant (altijd een Amerikaan….).  In een land waar tijdelijk geen regering is, bijvoorbeeld in Irak na de val van Saddam Hoessein, is er volgens internationaal recht sprake van een bezettingsmacht. Het klinkt niet leuk en bezetter zijn brengt ook verplichtingen met zich mee.

De laatste optie is er één die valt onder bezetting in tijd van oorlog. Dat is het geval in Afghanistan. Nederlandse militairen worden ingezet in het kader van ‘het recht op zelfverdediging’. Op een afstand van 5000 kilometer verdedigen zij nationaal grondgebied onder het mom van ‘de strijd tegen het terrorisme’. Een dergelijke missie is dan ook omgeven van geheimzinnigheid.

Of instemming van de Veiligheidsraad nodig is, is nogal eens onderwerp van discussie. In noodsituaties mag het zonder instemming. Alleen bij onbewapende waarnemers is er geen sprake van geweld, in alle andere soorten missies wel. Risico van slachtoffers is daaraan inherent.

 Mensen

Eén van de voorwaarden om deel te nemen aan een missie is draagvlak in het hulpverlenend land. Een deel van de militairen krijgt te kampen met trauma’s en bij een missie komen slachtoffers terug. Op veilige afstand de zaak regelen, lijkt dus aantrekkelijk en zal het draagvlak vergroten. Maar wat de gevolgen kunnen zijn van het van grote afstand aansturen van mensen die toestemming vragen te mogen schieten, bleek dit jaar bij wikileaks. Mensen kunnen doorslaan en onethisch gaan handelen.

Je wilt eigenlijk dat ze zich strikt aan de regels van het oorlogsrecht houden, strikt de geweldsinstructie van een bepaalde missie volgen en geen risico lopen. Dat kan. Ronald Arkin van het Georgia Institute of Technology werkt aan een ethische robot die voor gevechtsmissies wordt geprogrammeerd. Nog los van het praktische –  als een mens het verschil kan zien tussen een bus toeristen en een bus militairen dan moet zo’n robot datzelfde trucje ook ingeprent kunnen krijgen neem ik aan –  voelt deze dehumanisering van oorlog niet goed. Echter, als ik zou moeten kiezen tussen deze twee kwaden, er vallen hoe dan ook aan enige zijde slachtoffers en daarvoor kiezen is niet aan mij besteed, zou ik toch gaan voor de robot. Dat lijkt me betrouwbaarder dan een mens die op afstand een live computergame zit te spelen. Boven alles gaan verstandige mensen die in kunnen schatten wat hun toegevoegde waarde kan zijn, zoals de Nederlandse bijdrage in Uruzgan liet zien.

 Max Weber

Op voorstel van een minister bepaalt de tweede kamer over deelname aan een missie. Daar doet zich een lastige paradox voor. De kamer wil zo goed mogelijk geïnformeerd worden en maakt een keuze die overeenkomt met de goede doelen van een missie. Moreel moet zo’n missie kloppen. Max Weber spreekt dan van gezindheidsethiek. Er moet bijvoorbeeld democratie komen of de politie moet volgens nette regels gaan werken. De minister echter krijgt zijn praktische informatie, en dus de praktische invulling van de missie te horen en stemt daar zijn voorstel op af. Natuurlijk met de beste bedoelingen als uitgangspunt, verantwoordelijkheidsethiek. Hoeveel kost zo’n missie bijvoorbeeld en wat zijn de risico’s. Als dat teveel door elkaar gaat lopen, krijgen we de rare situatie zoals de politie-opleiders in Kunduz: goed bedoeld, maar praktisch niet passend in de situatie.

 De meeste conflicten zijn binnen staten, de meeste missies tegenwoordig met breed mandaat en robuuste bewapening. Het lijkt niet anders te kunnen. Voor de opbouw wordt samenwerking met NGO’s gezocht. Sommige daarvan willen principieel niet met het leger samenwerken, andere juist wel om het doel, hulpverlening, toch te bereiken.

Door de machtsverschuivingen zullen steeds meer brandhaarden ontstaan. De vraag is waar de Veiligheidsraad en de NAVO hun grenzen zullen gaan trekken.

Boeken:

The utility of force Rupert Smith

The return of history Robert Kagan

The end of history Francis Fukuyama en zijn nieuwe boek The origins of political order

 

 

donderdag, 6 oktober 2011

Theo Brand

Theo Brand

Ben je relativist of fundamentalist? Geen normen maar waarden!

In politiek, religie, spiritualiteit, bijbel, jezus, jodendom, cda, onderwijs, boeken, en meer.

Het begrip fundamentalisme is rond 1920 ontstaan en had betrekking op behoudende christenen in de Verenigde Staten die protesteerden tegen de evolutietheorie in het onderwijs. Vandaag denken we bij fundamentalisme vooral aan moslims die geweld gebruiken. Zo wordt in de massamedia gesproken over ‘moslimterrorisme’. Een merkwaardig begrip.

Denk aan Noord-Ierland. Was de IRA een vertegenwoordiger van ‘rooms-katholiek terrorisme’? En was het door dominee Paisley gelegitimeerde geweld ‘terrorisme op gereformeerde grondslag’? En gaf de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig in Duitsland uiting aan ‘socialistisch terrorisme’? En recenter: is de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een ’christelijk-historische terrorist’?

Hoe absurd het ook klinkt, misschien moeten we dit niet te snel ontkennen. Elk geloof en elke ideologie kent het gevaar te ontsporen. Het kan ons een spiegel voorhouden. Als ideologisch of religieus gedreven mens, balanceer je – als het je tenminste menens is – voortdurend tussen fundamentalisme en relativisme.

Nu kan relativeren beslist geen kwaad. Ook Jezus was een meester in het relativeren (terwijl een groot aantal van zijn volgelingen dat wel eens vergat of vergeet). Jezus relativeerde niet alleen wetten en regels, maar ook het verschil tussen joden en heidenen: de gelovigen en de andersgelovigen in zijn tijd.

Deze kritische (profetische) boodschap – die haaks staat op de menselijke neiging om te denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ – tref je ook aan in de Joodse Bijbel (voor christenen: het Oude Testament). Daarin wordt in talloos veel verhalen verteld dat juist een buitenstaander (denk aan de prostituee Rachab) of een underdog (denk aan de herdersjongen David) een cruciale rol speelt om toekomst mogelijk te maken. Moraal van het oeroude verhaal: zonder de inbreng van vreemdelingen en rare snuiters geen heil voor ’het volk van God’ en uiteindelijk de hele schepping.

Jezus én de joodse traditie waaruit hij voort is gekomen: de appel valt niet ver van de boom. De les die de joodse en de christelijke traditie ons voorhoudt, vertelt dat we de wereld niet zomaar mogen opdelen in gelovigen versus ongelovigen, in ‘wij’ versus ‘zij’. Het bijbels geïnspireerde geloof dat God (‘de Levende’) onze menselijke fixaties wil openbreken, kan mensen behoeden om fundamentalist te worden, of aanhanger van een politieke leider die alles zwart-wit presenteert. Zo blijft (of wordt) de Bijbel voor mensen een bron van vrede en humaniteit. Misschien moeten juist ook gelovigen zelf veel meer oog krijgen voor deze rode draad van humaniteit en grensoverschrijding in hun heilige boeken.

Worden we daarmee allemaal liberale relativisten? En hoe verstandig is relativisme in een wereld van ongebreideld kapitalisme, ecologische crisis en groeiende private rijkdom die gepaard gaat met publieke armoede? Nee, niet alleen fundamentalisme maar ook relativisme is gevaarlijk: gemakzucht en onverschilligheid die vaak conservatief van aard is (denk aan de dominante stromingen binnen CDA en VVD) maar zich soms ook progressief voordoet.

Voorzichtigheid troef, aangevuld met wat symboolpolitiek om ‘vreemde rituelen van achterlijke gelovigen’ aan te pakken. Dat is de dood in de pot. Daarom zijn passie en compassie zo hard nodig in de politiek. Praat niet langer over normen (nieuwe verboden voor minderheden onder het mom ‘Doe toch eens normaal man’). Nee, bedrijf liever politiek vanuit inspirerende en dieper liggende waarden.  

Als dat gebeurt kunnen relativisten zich weer laten aanspreken door politieke partijen met een herkenbaar politiek fundament. En mensen die vatbaar zijn voor fundamentalisme en xenofobie kunnen hun gevoelens van onbehagen dan hopelijk weer wat relativeren. Niet 150 boerka dragende vrouwen in Nederland zijn het grootste maatschappelijk probleem, wel het feit dat jonge migranten minder kansen hebben op de arbeidsmarkt en dat de aarde opwarmt door CO2-uitstoot. Ja, vooral dát zou niet langer gerelativeerd moeten worden! 

Gooi daarom de joodse en christelijke traditie niet te grabbel zodat populisten als Wilders ermee aan de haal gaan. Of zodat conservatieven – denk aan het CDA - deze waardevolle inspiratiebronnen voor hun eigen politieke karretje spannen. Het ‘geroepen zijn’ om bruggen te bouwen en mee te werken aan de ‘voltooiing van de schepping’ is immers bij uitstek een opdracht voor groene en linkse politiek.


zaterdag, 24 september 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Nederland: oefen maximale druk uit op al-Assad van Syrië

In politiek, heerlenmondiaal, vredesplatform heerlen, heerlen, de europese unie, de wereld, europese, europese unie, geweld, en meer.

Heerlen, 20 september 2011

Aan: de Nederlandse regering
Ter attentie van de heer Uri Rosenthal
Minister van Buitenlandse Zaken
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Betreft: verhoog druk op president al-Assad van Syrië.

Geachte heer Rosenthal,

In Syrië is de bevolking opgestaan tegen het regime van president Bashar al-Assad. Er vinden wijdverbreide en ook bijzonder indrukwekkende protesten plaats. Maar bovenal zijn het (nog) vreedzame protesten, wat een enorme moed en vastberadenheid vergt. Daarnaast onderstrepen deze protesten de eenheid van het Syrische volk.
De reactie van president al-Assad is vreselijk door zijn grootschalig en onmenselijk geweld tegen de protesterende burgers van Syrië. Deze situatie mag niet blijven voortbestaan!

Wij roepen u op om de politieke en economische druk op president al-Assad tot het maximale op te voeren. Naar onze mening zijn de huidige sancties te beperkt en te weinig effectief. Een algehele boycot van niet-humanitaire goederen en in het bijzonder de import van olieproducten (Shell) is dringend noodzakelijk. Met maximale druk maakt Nederland duidelijk dat de Syrische dictatuur absoluut snel verleden tijd dient te zijn. Daarnaast verdienen de protesterende burgers en hun organisaties alle morele en materiële steun.
Vanzelfsprekend vragen wij u hierbij in overleg met de andere landen van de Europese Unie te treden, maar dit mag niet vertragend werken.

Er dient nieuw politiek leiderschap te komen dat de transitie begeleid naar een civiele, democratische staat voor alle Syriërs. Nog is er een gerede kans dat deze omwenteling vreedzaam kan verlopen. Met maximale politieke druk wordt wellicht bewerkstelligd dat president al-Assad het veld ruimt, zodat kan worden voorkomen dat er een burgeroorlog ontstaat.

Behalve door de leden en groepen die deel uit maken van het Vredesplatform Heerlen en HeerlenMondiaal, wordt dit appèl ook ondersteund door 32 bezoekers van de markt/manifestatie Heerlen in de Wereld, de Wereld in Heerlen, die plaatsvond op 17 september jl. Zie hiervoor de bijgevoegde lijsten met handtekeningen.

Wij danken u bij voorbaat voor de aandacht.

Met vriendelijke groeten,
namens HeerlenMondiaal en het Vredesplatform Heerlen

Harrie Winteraeken
(voorzitter)

ps. in het tweede weekeinde van de Vredesweek (24-25 september) ondertekenden in de Andreas parochie in Heerlen nog eens 67 mensen de petitie. Dus met mijn handtekening onder de brief zelf precies 100!

donderdag, 22 september 2011

Koen Martens

Koen Martens

Linkedin Last.fm

Regeling hackers moet geen vrijbrief worden

In dutch, nationaal, science 'n stuff, samenleving, site, structureel, tekst, amsterdam, bedrijf, en meer.

Naar aanleiding van het idee van PvdA kamerlid Pierre Heijnen om hackers bescherming te bieden als zij te goeder trouwe handelen, en een beveiligingsfout melden aan de verantwoordelijke organisatie (hetzij overheid, hetzij bedrijfsleven) heb ik heel wat meningen voorbij zien komen. De een is het er roerend mee eens, de ander vindt het niet ver genoeg gaan en een enkeling is bang dat de bescherming een vrijbrief zou zijn voor criminelen. Het is erg vroeg om nu al conclusies te trekken: het voorstel moet in de komende maanden nog worden uitgewerkt en pas dan is een zinnige beoordeling te maken.

Uitgangspunt in de regeling zou mijns inziens moeten zijn dat onafhankelijke toetsing van een ICT-systeem bijdraagt aan de algehele veiligheid. De overheid als opdrachtgever bestaat vooral uit juristen en boekhouders. De opdrachtnemers, de bedrijven die voor de overheid ICT verzorgen, zijn commerciële instellingen die simpelweg winst willen (moeten) maken.

ITsec industry per definitie niet onafhankelijk

Een veelgehoord argument tegen de regeling is dat er voldoende bedrijven met verstand van zaken zijn. Een organisatie kan deze bedrijven inhuren om de veiligheid van haar systemen te onderzoeken en een rapport uit te brengen. Dit is de huidige praktijk. Een recent voorbeeld is het digitale loket van Amsterdam. Dit bleek lek te zijn, het was mogelijk om zonder wachtwoord of gebruikersnaam de inhoud van de site te wijzigen en gebruikers naar een andere site te leiden. De gemeente Amsterdam nam een beveiligingsbedrijf in de arm, en verklaarde na een oppervlakkig onderzoek dat alles veilig was. De dag erop werd opnieuw een lek gevonden en de procedure herhaalde zich.

En dit is waar de schoen wringt. Ik weet dat het bedrijf in kwestie over voldoende kennis en kunde beschikt om een systeem compleet door te lichten. Maar wat een bedrijf kan en wat er van hen gevraagd wordt zijn natuurlijk twee verschillende zaken. In het bovenstaande voorbeeld is het bedrijf uitsluitend gevraagd om te onderzoeken of het ontdekte lek misbruikt is. Dat de rest van het systeem mogelijk ook zo lek is als een mandje wordt buiten beschouwing gelaten. Daar wordt het betreffende bedrijf niet voor betaald, en elke ondernemer weet dat het zakelijk onverstandig is om structureel meer te doen dan waar je voor wordt betaald.

De hacker echter is niet gemotiveerd door commerciële belangen, maar ontdekt beveiligingsfouten vaak in zijn of haar vrije tijd. Hackers zijn ook gewoon burgers, en moeten paspoorten of toeslagen aanvragen. Wat de hacker echter onderscheidt van de rest van de wereld, is zijn nieuwsgierigheid en opmerkzaamheid. Een hacker ziet al snel patronen in een onschuldig ogend invulformulier van de gemeente, en gaat verder zoeken. En komt dan vaak tot de ontdekking dat er van alles rammelt.

Goed gedrag bestraft

Nu zijn er twee soorten hackers: zij die net als ieder ander besef hebben van wat moreel juist is en zij die net als criminelen daar minder precies in zijn. De laatste groep vormt, net als in de rest van de samenleving, een minderheid. Hackers uit de eerste groep willen net als ieder ander misstanden melden in de hoop dat er iets aan gedaan wordt. Vergelijk dit met een toevallige passant die getuige is van geweld op straat. Ieder weldenkend mens zal dit terstond melden aan de politie, en zichzelf later als getuige beschikbaar stellen. Misschien zelfs proberen om escalatie te voorkomen door de aanvaller tegen te houden.

Het rare is dat dit bij de beveiliging van ICT-systemen heel anders ligt. Wie ontdekt dat er een beveiligingsprobleem is en dit netjes meldt, kan vaak rekenen op dreigementen. De eerste reactie is vrijwel altijd in termen van juridische maatregelen. Oftewel: degene die een probleem constateert en meldt krijgt straf. Zou het niet raar zijn als je als getuige van geweld op straat zou worden aangeklaagd door de overvaller, omdat je zijn broodwinning onmogelijk maakt? Ik zou me wel drie keer bedenken voor ik me in het vervolg nog zou bekendmaken als getuige.

En dat is precies wat nu gebeurd. Waar de opdrachtgevers en -nemers falen en beveiligingsproblemen laten liggen, zijn het hackers die onafhankelijk en ongevraagd deze problemen wel ontdekken. Helaas worden de problemen zelden gemeld, simpelweg omdat het inmiddels duidelijk is dat men dan kan rekenen op minstens een paar maanden onzekerheid en dreigende veroordeling. Daarnaast wordt het lastig om nog een baan te vinden bij de overheid of in de ICT industrie, want een verklaring van goed gedrag kan je op je buik schrijven.

Dat hackers problemen niet meer durven te melden is kwalijk. Immers, als hackers die te goeder trouw handelen deze problemen kunnen vinden, dan kunnen hackers met minder moreel besef dat ook. En die zullen al helemaal niet geneigd zijn het lek te melden, maar zullen het ten volste misbruiken voor eigen gewin. Vaak had dat voorkomen kunnen worden. Het is eigenlijk een simpel rekensommetje: de goede hackers zijn in de meerderheid. De kans dat een probleem dus eerder door een ‘white hat’ (de informele term voor een goede hacker) wordt ontdekt is groter dan dat een ‘black hat’ (kwade hacker) datzelfde probleem als eerste ontdekt.

Lastige maar noodzakelijke klus

De regeling die wordt voorgesteld zou bovenstaand probleem moeten adresseren. En ja, wanneer handelt iemand te goeder trouw? Dat is inderdaad soms een ‘tough call’, maar vaak ook compleet evident. Wie, zoals aangehaald in een blogpost vanuit de beveiligingsindustrie, een botnet moet inzetten om iets aan te tonen gaat te ver. Wie pas ver na het ontdekken van de problemen melding maakt, had misschien andere motieven. Het lijkt mij dat dit echter, net als bij alle andere juridische aangelegenheden, op individuele basis door een rechter getoetst kan worden.

Het steggelen over de exacte tekst laat ik graag aan juristen. Dat is niet mijn vak. Het is wel belangrijk dat we daarbij niet alleen juristen uit de industrie horen, maar ook juristen die zich meer verwant voelen met de onafhankelijke hackergemeenschap. Ik heb er alle vertrouwen in dat Heijnen en zijn collega’s in de andere 119 zetels die achter dit idee staan bij de uitwerking alle kanten van het verhaal zullen beschouwen.

Dat niet altijd duidelijk is wat nu precies ‘te goeder trouw’ is, en wat nu de definitie van ‘ICT-systeem’ zou moeten zijn lijkt mij geen reden om het hele idee meteen van de tafel te vegen. Het is een moeilijke opgave, maar de bescherming van onze identiteitsgegevens is dat meer dan waard.

maandag, 12 september 2011

Ewoud Butter

Ewoud Butter

Hyves Linkedin Last.fm Twitter Flickr

Extremisme voor beginners

In roept u maar, extremisme, links extremisme, radicalisering, rechts extremisme, blog, integratie, joden, moslims, en meer.

Radicalisme was in de jaren 70 van de 20e eeuw minder beladen dan het nu is. We kenden in die tijd zelfs nog een regeringspartij met de naam Politieke Partij Radicalen (PPR).  Tegelijkertijd waren de jaren 70 ook de jaren waarin in Nederland verreweg de meeste dodelijke slachtoffers (ruim 20) vielen als gevolg van terroristische aanslagen.

Toch was er in die tijd nog geen Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCtB), geen nationaal Actieplan Polarisatie en Radicalisering en er werd ook niet met regelmaat bekend gemaakt wat het Actueel Dreigingsniveau was. Er werden geen trainingen gegeven aan bestuurders en politieagenten om polarisatie en radicalisering te herkennen en er was nog geen bataljon aan wetenschappers, kenniscentra en (commerciële) bureaus die zich met het onderwerp bezighielden.

Sinds 11 september 2001, nu 10 jaar geleden, is dat anders.

Meer aandacht voor extremisme
De toegenomen aandacht voor terrorisme is deels te verklaren uit het besef dat de samenleving door technologische vooruitgang en globalisering kwetsbaarder is geworden. Een terrorist met foute en/of handige vrienden zou over biologische, chemische of nucleaire wapens kunnen beschikken. En een handig hackende terrorist zou vitale computersystemen van ons land plat kunnen leggen en bijvoorbeeld in één keer de dijkbewaking, energievoorziening en de verkeersleiding op Schiphol kunnen treffen.

Daarnaast heeft het moderne terrorisme een sterker transnationaal en politiek-religieus karakter gekregen. Dit geldt zeker voor het islamitisch terrorisme, waarvan we sinds 11 september 2001 en de daaropvolgende aanslagen in Madrid, Londen en de moord op Theo van Gogh, weten dat het ook in het westen kan toeslaan.

Met het westen als doelwit, is ieder die een onderdeel hiervan vormt of deze vertegenwoordigt, een mogelijk doelwit van een aanslag geworden. We zijn dus allemaal potentieel slachtoffer geworden. Dit besef is een voedingsbron voor angst, die versterkt is door de War on Terror, uitspraken van radicale moslims van het type sharia4holland en door de internationale ‘Eurabia-beweging’ die in navolging van Bat Ye’or, Gates of Vienna en politici als Geert Wilders waarschuwt voor de islamisering van Europa. Sinds Anders Breivik weten we dat ook deze laatste beweging haar eigen extremisten kan opleveren.

Sinds 2001 wordt de radicalisering van jongeren met meer zorg gevolgd. Uitingen die vroeger misschien nog als folkloristische jeugdcultuur werden bestempeld, worden nu eerder met argusogen bekeken. Soms met reden, maar vaak ook uit onwetendheid. Een orthodoxe salafist wordt dan bijvoorbeeld veel te snel als een gevaar gezien. Een extremistische moslim mag dan vaak orthodox zijn, maar daardoor is het merendeel van de orthodoxe moslims nog niet extremistisch.

Wie zijn extremisten?
Is Geert Wilders extreemrechts? Zijn de organisaties die zich in het proces tegen Wilders als benadeelde partijen hebben gemeld extreemlinks? Of is de salafistische Fawaz Jneid een extremistische moslim? Er zijn mensen die, afhankelijk van hun eigen (politieke) opvattingen één of meerdere van deze vragen met ‘ja’ zullen beantwoorden.

Voor de Nederlandse overheid en de geheime diensten zijn geen van allen extremisten. Van extremisme is pas sprake wanneer democratische waarden en processen worden afgewezen en de eigen ideologie, die als universeel geldend wordt beschouwd, eventueel met geweld aan anderen worden opgelegd. Extremisme is de laatste fase van een radicaliseringsproces. Een extremist maakt gebruik van geweld of dreigt daarmee om de maatschappelijke orde te veranderen. Dat doen Wilders, de partijen die zich in het proces tegen Wilders hebben gemeld als benadeelde partijen en Fawaz niet.

Vormen van extremisme
Er zijn verschillende vormen van extremisme. De bekendste zijn: links extremisme, rechts extremisme, religieus extremisme en het extremisme van dierenactivisten en asielactivisten.

Wie wordt extremist?
Er is geen blauwdruk te geven van een extremist. Het komt onder alle opleidingsniveaus en leeftijdsgroepen voor, maar het meest in de leeftijdsgroep tussen 15 en 30 jaar. Mannen zijn vaker extremist dan vrouw, al is er de laatste jaren sprake van een flink emancipatieproces.

Er worden  in de literatuur heel veel factoren genoemd die van invloed kunnen zijn op de gevoeligheid van mensen om te radicaliseren. Er valt geen eenduidig beeld te geven van de extremist en er blijken vele wegen te zijn die tot extremistische daden leiden.  Verklarende termen die vaak vallen zijn ‘vervreemding’, ‘identiteit’, ‘isolement’. Factoren die een rol kunnen spelen bij radicalisering zijn bijvoorbeeld:

  • Het gevoel achtergesteld, gemarginaliseerd of ‘niet gezien’ te worden.
  • Teleurgesteld zijn over het leven, over de woonsituatie, het werk en de financiële positie waarin zij  verkeren of de groepen waarmee zij zich sterk verbonden voelen.
  • Kloof met de wereld(en) van volwassenen.
  • Slechte familiale bindingen en een gering democratisch gehalte van het milieu waarin een jongere opgroeit.
  • Geen aansluiting kunnen vinden bij maatschappelijke instituties (overheid, gezin, school, leeftijdsgenoten, kerk/moskee, vrijetijds organisaties).
  • Gevoelens van ervaren onrechtvaardigheid of identificatie met personen of groepen waarvan men vindt dat ze worden achtergesteld of bedreigd. Dit soort gevoelens kunnen worden versterkt door:

o Stigmatisering en discriminatie.
o Beeldvorming in de media;
o Internationale (politieke) situatie.

  • Onvoldoende weerbaar tegen radicale invloeden; bijvoorbeeld door niet over het vermogen te beschikken om alternatieve antwoorden te vinden op vragen van zingeving en ervaren onrecht.
  • Aansluiting vinden bij een (peer)groep, eventueel met een charismatisch leider; afzonderlijke groepen zijn vaak wel met elkaar verbonden in netwerken, maar van een hierarchie is zelden sprake
  • Voor migrantenjongeren kan daarnaast sprake zijn van factoren die voortkomen uit de migratie van hun ouders. De eerste generatie migranten, in Nederland deels analfabeet, blijkt soms niet bij machte hun kinderen te begeleiden in een geïndustrialiseerde, geseculierde omgeving met andere opvattingen.

Bij veel radicaliserende jongeren is er sprake van een combinatie van factoren.

De onderzoekers Buijs, Demant en Hamdy dichten in hun boek Strijders van eigen bodem (2006) extremisten de volgende vijf (ideologische) kenmerken toe:

• ze voelen zich bedreigd en hebben de neiging de dreiging van de vijand uit te vergroten;
• ze verwerpen de bestaande wereldorde;
• ze hebben een utopisch beeld van een goede wereld;
• ze hebben het idee te horen tot een uitverkoren groep mensen die de utopie kan verwerkelijken;
• en ze kunnen (zuiverend) geweld gebruiken om de doeleinden te bereiken.

Politieke systemen die groepen buiten sluiten of instabiel politiek bestuur zijn bevorderlijk voor extremisme. Ideologie en religie worden door de radicalen vaak gereduceerd tot frames die hun acties verklaren en rechtvaardigen en die dienen om anderen te mobiliseren. Een frame definieert het probleem (bijvoorbeeld de oorlog tegen de islam), de protagonisten (de radicalen) en de antagonisten (de ongelovigen, waartoe ook aanhangers van hetzelfde geloof kunnen horen).

Beginnelingen

Overigens hoeven extremisten niet altijd tot de gestaalde ideologische kaders te behoren. Zo bleek uit onderzoek van de Britse geheime dienst MI5 onder moslimextremisten dat de meesten van de door hen onderzochte extremisten op religieus vlak nog beginnelingen zijn. Ze hebben weinig religieuze kennis van de islam. Volgens MI5 zouden er zelfs duidelijke aanwijzingen zijn dat een stabiele religieuze identiteit bescherming biedt tegen gewelddadige radicalisering.

Extremistisch geweld in Nederland neemt af
In Nederland hebben sinds 1950 ongeveer 70 aanslagen met 30 dodelijke slachtoffers plaatsgevonden. Er werden in die tijd ongeveer 400 mensen gegijzeld. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970. Het ging toen vooral om slachtoffers van geweld van Molukse extremisten en linkse extremisten uit binnen en buitenland (RAF, IRA). In de jaren 80 kwam het geweld vooral uit linksextremistische hoek (in het bijzonder Rara), maar ook voor extreemrechts waren het de gewelddadigste jaren.

Links extremisme, inclusief milieu
In de jaren 90 zijn de brede ideologische radicaal linkse groepen grotendeels verdwenen. Er kwamen one issue organisaties voor in de plaats zoals milieuactivisten, dierenactivisten en asielactivisten- die misschien niet allemaal als ‘links’ zijn te kwalifieren. Het overgrote merendeel van deze organisaties houdt zich keurig aan de wet en bewandelt de democratische weg om aandacht te vragen.

Toch gelden linkse extremistische groepen in Nederland als de meest gewelddadige. Zo is een kleine groep dierenactivisten en asielactivisten de afgelopen jaren wel betrokken geweest bij illegale en gewelddadige acties. De moordenaar van Pim Fortuyn was een dierenactivist. Ook de antifascisten van de Antifascistische Actie (AFA) worden door de AIVD genoemd in verband met gewelddadige acties tegen demonstraties van extreemrechts.

Rechts extremisme
Extreemrechtse groepen zijn nog niet geheel verdwenen, maar de laatste jaren wel veel kleiner en zwakker geworden. Van geweld door extreemrechtse groeperingen is in de jaarverslagen van de AIVD al een aantal jaren amper sprake. In november 2010 heeft de AIVD de onderzoeksrapportage Afkalvend front, blijvend beladen uitgebracht over de dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechts-extremisme. In dit rapport schreef de dienst: “Voor extreemrechts geldt dat de wervingskracht in de loop der jaren is afgenomen doordat sommige van hun standpunten op de landelijke politieke agenda zijn gekomen. Zo zijn in het integratie- en islamdebat, zoals dat na de aanslagen van 11 september 2001 begon, veel van de standpunten van extreemrechts aan de orde gesteld en bespreekbaar geworden. Voorbeeld hiervan is het veronderstelde failliet van de multiculturele samenleving. Deze ontwikkeling heeft er mede toe geleid dat van de destijds bestaande extreemrechtse groeperingen en bewegingen niet veel over is.”

Ondanks het verzwakken van extreemrechtse groepen en bewegingen maakt de Anne Frank Stichting in de Monitor Racisme en Extremisme jaarlijks melding van zo’n 150-300 geweldsincidenten per jaar waarbij de daders extreemrechtse of racistische motieven hadden. Vooral moslims, maar ook joden zijn hiervan het slachtoffer. Sinds 2005 is er overigens wel sprake van een afname van het aantal incidenten.

Tot slot kan er sinds de aanslagen van Anders Breivik in juli 2011 gesproken worden over (rechts)extremisme dat geinspireerd wordt door het internationale netwerk van groeperingen, politici, schrijvers en bloggers die vrezen dat het Westen, met hulp van ‘links’, geislamiseerd wordt. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat het tot nu toe is gebleven bij één, weliswaar zeer gewelddadige, aanslag en verbaal geweld op internetsites.

Moslimextremisme
Het was een moslimextremist uit de Hofstadgroep die Theo van Gogh in 2004 vermoordde. Van extremistisch geweld door moslims is in Nederland na het verdwijnen van de Hofstadgroep de afgelopen jaren echter amper sprake geweest.

De AIVD maakt jaarlijks overigens wel melding van enkele Nederlandse jihadisten die naar het buitenland trekken en van de dreiging van jihadistische groepen uit Afghanistan en Pakistan die mogelijk aanslagen in Nederland zouden willen plegen. In haar laatste jaarverslag heeft de AIVD aandacht voor (ultra-)orthodoxe islamitische bewegingen die in potentie een bedreiging zouden kunnen vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde.In dit verband noemt de AIVD de Moslimbroederschap, de Tablighi Jamaat, de Hizb ut-Tahrir en de salafitische beweging. De dienst stelt hierbij expliciet dat het om niet-gewelddadige bewegingen gaat. Toch acht de dienst ze in potentie gevaarlijk omdat “ hun boodschap, bereik en activiteiten op termijn kunnen bijdragen aan het ontstaan van maatschappelijke polarisatie, onverdraagzaam isolationisme en anti-integratieve tendensen.”  Maar de voorlopige conclusie luidt dat geen van deze bewegingen zich te buiten gaan aan extremistische activiteiten.

Meer geweld in Europa
In Europa is er sprake van meer geweld. Volgens Europol vonden er in 2010 in de EU in totaal 249 terreuraanslagen plaats, waarbij zeven mensen omkwamen en tientallen anderen gewond raakten. Het merendeel (160) van de aanslagen werd gepleegd door separatisten, gevolgd door links extremisten (45). Drie van de 249 aanslagen werden toegeschreven aan islamistische terroristische groeperingen. Extreemrechts kende een rustig jaartje en pleegde geen enkele aanslag.

In Nederland werd geen aanslag gepleegd. Wel zijn volgens Europol het afgelopen jaar in Nederland 38 mensen opgepakt in verband met terrorisme. Het betrof 19 personen die verdacht werden van moslim-extremisme en 19 personen die verbonden zijn aan separatistische bewegingen. Deze cijfers zijn overigens niet terug te vinden in het jaarverslag dat de AIVD.

Meer artikelen over radicalisering, terrorisme, polarisatie en discriminatie op Republiek Allochtonië hier

Lees ook het blog van Martijn de Koning die veel over radicalisering onder moslims schrijft, zoals bijvoorbeeld hier


zondag, 11 september 2011

Harrie Winteraeken

Harrie Winteraeken

GR

Vredesplatform Heerlen opent Ambassade van Vrede

In vredesplatform heerlen, heerlen, parkstad limburg, limburg, activiteiten, de wereld, gemeente, geweld, informatie, en meer.
Heerlen, 11 september 2011

Persbericht

Vredesplatform Heerlen opent Ambassade van Vrede

Het Vredesplatform Heerlen Tijdens opent op 17 september tijdens de markt / manifestatie ‘Heerlen in de Wereld, de Wereld in Heerlen’ op het Pancratiusplein een Ambassade van Vrede. Enerzijds is het maar een vestiging van één dag, maar het Vredesplatform wil daarna de functie van Ambassade van Vrede voor Heerlen en Parkstad Limburg continueren. De Ambassade van Vrede wordt het centrum waar lokale en regionale vredesactiviteiten samenkomen. De leden van het vredesplatform zijn daarmee de Ambassadeurs van Vrede.

De ambassade in Heerlen maakt deel uit van het Ministerie van Vrede. Dit is de nieuwe aanpak van IKV Pax Christi voor alle lokale en landelijke activiteiten, onder andere tijdens de Vredesweek (17 – 24 september).
Het thema van de Vredesweek is dit jaar ‘Elk mens een veilig bestaan’. Veiligheid is lang niet overal vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld: wat betekent het om in Congo te wonen waar de straten en marktpleinen niet veilig zijn? Maar ook in Nederland heeft iedereen recht op veiligheid. Met het Ministerie van Vrede en de Ambassades van Vrede wil de vredesbeweging bijdragen aan een veiliger bestaan, in de buurten en de gemeente, in Nederland en ver over de grens in conflictgebieden.

Tijdens ‘Heerlen in de Wereld’ zal de ambassade specifiek aandacht vragen voor Syrië. Men kan een petitie tekenen waarin wordt gevraagd om meer druk vanuit Nederland op de Syrische regering uit te oefenen om het geweld naar de eigen bevolking toe te staken.

De Heerlense Ambassade van Vrede wil ook na de Vredesweek blijven functioneren als aanspreekpunt voor de problematiek van vrede, dichtbij en veraf. Mensen maar ook organisaties kunnen bij de Ambassade van Vrede terecht met vragen, bijvoorbeeld als men activiteiten wil organiseren. Vooral scholen zijn van harte welkom voor informatie als ze de vredesproblematiek in de lessen willen verwerken.

Namens het Vredesplatform Heerlen,
Harrie Winteraeken
(voorzitter)

zondag, 4 september 2011

Ruben Heijloo

Ruben Heijloo

Kruisridders in Den Bosch

In algemeen, den bosch, geweld, kerk, kinderen, midden, oorlog, vrouwen, geloof, en meer.
Slenter je lekker door een zomers Den Bosch – ja, écht – beland je plotseling midden in een processie van in het wit geklede mensen met een rood kruis op de borst. In de Sint-Janskathedraal bleek een dienst aan de gang te zijn waarbij Tempeliers van over de hele wereld nieuwe leden verwelkomden. 

Wie bij Tempeliers aan stoere kruisridders denkt, komt echter bedrogen uit. In de kathedraal hadden zich voornamelijk vadsige vijftigers, jonge vrouwen met kinderen op de arm en fragiele grijsaards verzameld. En waar de vroegere Tempeliers stoere kleden en harnassen droegen, zijn het nu goedkope witte vodjes die de leden over hun hangende schouders sloegen. Zijn dit de krijgers die het Heilige Land moeten bevrijden van de heidenen? 

En toen bedacht ik me: hoe vreemd en zelfs weerzinwekkend is het om dit gezelschapsclubje te zien koketteren met symbolen die verbonden zijn met bloedvergieten en religieus geweld. De Orde van de Tempeliers was een militaire en financiële organisatie die een Heilige Oorlog voerde. Met als logo een rood kruis, symbool voor martelaarschap – sterven in de Heilige Oorlog was immers een grote eer en verzekerde je van een plaatsje in de hemel. 

In het boekje van de kerkdienst in Den Bosch stond echter te lezen: ‘[De leden van de Orde van de Tempeliers proberen] het geloof te verdedigen en zulke goede werken te verrichten als door de christelijke caritas worden ingegeven.‘ Daar zakt je broek toch van af. 

Maar de hele kerk zat vol gezellige katholieken. Ze sloegen een kruissymbool, zongen schaapachtig hun heilige liedjes en vierden mee, dit feest van de Tempeliers. Staan we aan het begin van een nieuwe Kruistocht?

Aantal berichten op deze pagina: 29. De berichten op deze pagina zijn niet ouder dan 3686 uur (153,6 dagen). Berichtgemiddelde: 0,2 bericht per dag, 1,3 per week.

Volgende pagina

Pagina: 1 2 3